Voor opmerkingen of kanttekeningen van gebruikers, zoals docenten en studerenden, houdt de redactie zich graag aanbevolen.

Vergelijkbare documenten
Inhoudsopgave Introductie De bronnen van het IBR en de samenhang daartussen

Internationaal Belastingrecht

Inhoudsopgave Introductie De bronnen van het IBR en de samenhang daartussen

Inhoud Introductie De bronnen van het IBR en de samenhang daartussen

1 Introductie H. Vermeulen. 2 De bronnen van het IBR en de samenhang daartussen A. Rozendal

Het complete hoofdwerk van de Cursus Belastingrecht is beschikbaar via Navigator,

Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen

Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011

Hoofdstuk 1 Inleiding / Inleiding / Belasting- en premieheffing in grensoverschrijdende situaties / Plan van behandeling / 6

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17

Inhoud. Lijst van afkortingen 13. Studiewijzer 15. Inleiding belastingrecht 17. Deel 1 Inkomstenbelasting 24

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES)

Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats

Inhoud LIjsT Van Bewerkers afkortingen 17 InLeIdIng BeLasTIngrechT InkomsTenBeLasTIng winst

NOTA VAN TOELICHTING. 1 Voor lichamen die in de BES eilanden zijn gevestigd worden twee nieuwe fiscale heffingen ingevoerd ter

Hoofdlijnen van het Nederlands belastingrecht

Voorkoming van dubbele belasting. Voorkoming onder de toepassing van de belastingverdragen

Belastingrecht in Hoofdlijnen

Inhoudsopgave met nadere fiscale onderwerpindicatie

Voorkoming van dubbele belasting. Voorkoming onder de toepassing van de belastingverdragen

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten:

A. WINST UIT ONDERNEMING: HOOFDSTUK 3 VPB BESCHRIJFT HET OBJECT VOOR DE

Checklist - Grensoverschrijdende arbeid

Uitzending van personeel

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Deel Internationaal belastingrecht

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Nieuw verdrag Nederland Duitsland ITEM/GWO. 16 november 2016

INHOUD. Voorwoord... v HOOFDSTUK 1 ALGEMENE INLEIDING... 1

1 Begrippen en beginselen Overheidsheffingen Indeling en typering van belastingen Beginselen van belastingheffing 26 Opgaven 27

VERTALING. Artikel 2 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :

Deel Internationaal belastingrecht

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19

Overgangsrecht Wet inkomstenbelasting 2001

Checklist Deelnemingsvrijstelling

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Instelling. Onderwerp. Datum

Fiscale aspecten onroerende zaken in box 3

Regelingen en voorzieningen CODE

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Het verrekenen van buitenlandse dividendbelasting

INHOUDSTAFEL. Bibliografie 1. Voorwoord 13. De auteurs 17

INHOUDSOPGAVE. Voorwoord / V Lijst van afkortingen / XIII. HOOFDSTUK 1 Inleiding / Algemeen / Voorbeelden /

Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland van toepassing vanaf 1 januari 2016

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Fiscale aspecten van uw tweede woning in Nederland, op Bonaire & op Curaçao. Second Home oktober Utrecht. Maurice De Clercq

Ahead of Tax Amsterdam, 29 maart. Voorkoming van dubbele belasting inzake vaste inrichtingen en de nieuwe objectvrijstelling.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

JJJ. de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs INTERNATIONALE ASPECTEN VAN DE FORFAITAIRE RENDEMENTSHEFFING

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht

mr. J. Vleggeert Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht

Inhoudstafel. Voorwoord 13

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar B/ Nr. 2 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Wonen in Duitsland 2016

Transparante Vennootschap

Actualiteiten internationaal belastingrecht en sociale zekerheid

Fiscale aspecten van uw tweede woning in Turkije

DAGELIJKS WERKBOEK DEEL #1

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Wonen in Nederland en werken in Duitsland

NOTA VAN TOELICHTING. I. Algemeen deel

De sociale verzekeringsplicht en fiscaliteit van zeevarenden

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen

Fiscale aspecten van uw tweede woning in Nederland en op Bonaire. Second Home maart Utrecht. Robert van Beek

Besluit van PM datum tot wijziging van de Belastingregeling voor het land Nederland

HOOFDSTUK 1 EUROPEES BELASTINGRECHT IN KORT BESTEK / 1

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Vaste inrichting vs. Deelneming

Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

De 30-dagenregeling: Revisited

Vennootschapsbelasting -- Deel 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015

Inleiding in het Belgische belastingrecht

STUDIE Fiscaal Recht. VAK Inleiding Internationaal en Europees Belastingrecht. ONDERDEEL Voorbeeldverslag

Belastingverdrag Nederland - Duitsland Inkomsten uit dienstbetrekking, directeursbeloningen en pensioenen De Nederlandse visie

Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001

Datum 16 april 2012 Betreft Opzet aanpassing Bvdb 2001 (voorkoming dubbele bankenbelasting) en tweede Nota van wijziging bankenbelasting

HRo - Vennootschapsbelasting -- Deel 1

Interne rente bij de vaste inrichting

Blok 10: IS 1: tarieven, gelieerde partijen, onderkapitalisatie, belastingparadijzen, fiscale eenheid

Dubbelbelastingverdragen en fiscus

Uitsluiting van buitenlandse verliezen

HOOFDSTUK 4 Op welk tijdstip wordt de winst in aanmerking genomen? / 73

Fiscale aspecten van uw tweede woning in Nederland en op Bonaire. Second Home september Utrecht. Robert van Beek

De fiscale behandeling van interne rente nu en in de toekomst

Verrekenen van bronbelasting Het bepalen van de tweede limiet voor royalty s en interest onder artikel 36 en 36a Besluit voorkoming dubbele belasting

Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit. Besluit van 26 april 2013, nr. DGB 2013/201M

HRo - Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 1

Hoorcollege Directe Belastingen DB II Collegejaar 2014/2015

De bv in oprichting (i.o.): de voorperiode / Aandeelhouders, het bestuur en de raad van commissarissen / 21

Brondatum:

Inhoud I INLEIDEND DEEL 17

Transcriptie:

en Erfbelasting Voorwoord Schenk- De Cursus Belastingrecht heeft zich al sinds vele jaren een vaste plaats verworven in het onderwijs op het gebied van het fiscale recht, zowel aan universiteiten als aan andere onderwijsinstellingen. Het hoofdwerk van de Cursus Belastingrecht (verschenen via internet en als vast boekwerk) is echter te omvangrijk voor onderwijsdoeleinden. De voornaamste oorzaak daarvan is de enorme uitbreiding van wetgeving en jurisprudentie op fiscaal gebied de afgelopen decennia. Elk jaar worden daarom (al of niet verkorte) studentenedities uitgegeven van de Cursus Belastingrecht. In deze studenteneditie Internationaal Belastingrecht zijn naast de nagenoeg integrale tekst van het Cursusonderdeel Internationaal Belastingrecht ten behoeve van het gebruiksgemak van de lezer ook opgenomen de hoofdstukken inzake buitenlandse belastingplicht van de Cursusonderdelen Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting, alsmede de onderdelen inzake de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten en de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van het Cursusonderdeel Vennootschapsbelasting. Tevens zijn opgenomen een literatuurregister en een alfabetisch register. In augustus 2017, tegelijk met deze studenteneditie Internationaal Belastingrecht, verschijnen op vergelijkbare wijze opgezette studentenedities van de volgende delen van de Cursus Belastingrecht: Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting, Loonbelasting en Premieheffing, Omzetbelasting, Europees Belastingrecht, Schenk- en Erfbelasting en Formeel Belastingrecht. De studenteneditie Overdrachtsbelasting is verschenen in augustus 2016. Opgemerkt wordt nog dat in deze studenteneditie alleen de vaste auteurs zijn vermeld die thans teksten schrijven en bewerken voor de Cursus Belastingrecht Internationaal Belastingrecht. In het verleden hebben ook andere auteurs meegewerkt aan het deel Internationaal Belastingrecht van de Cursus Belastingrecht. Voor opmerkingen of kanttekeningen van gebruikers, zoals docenten en studerenden, houdt de redactie zich graag aanbevolen. Het adres is: Redactie Studenteneditie Cursus Belastingrecht Wolters Kluwer Tax & Accounting Postbus 23, 7400 GA Deventer E-mail: chris.gijsbers@wolterskluwer.com V

Volledige inhoudsopgave Volledige Inhoudsopgave Voorwoord Schenk- en Erfbelasting / V Verkorte inhoudsopgave Omzetbelasting Inleiding 0.0 Voorwoord / 1 0.1 Inleiding / 1 Verkorte inhoudsopgave / VII 0.2 Subjectieve band / 2 0.2.1 Algemeen / 2 0.2.2 Het woonplaatsbegrip in de Nederlandse wet / 3 0.3 Objectieve band / 3 0.4 Bronnen van het Nederlandse internationale belastingrecht / 3 0.4.1 Nationale heffingswetten / 3 0.4.2 Belastingverdragen / 4 0.4.3 Besluit voorkoming dubbele belasting / 4 0.5 Samenhang tussen de nationale heffingswetten, de belastingverdragen en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 / 5 0.5.1 Inleiding / 5 0.5.2 Inwoner van Nederland geniet inkomsten uit buitenlandse bron / 5 0.5.3 Niet-inwoner van Nederland geniet inkomsten uit Nederlandse bron / 6 0.6 Het voorkomen door Nederland van dubbele belasting van zijn inwoners / 6 0.7 Methoden ter voorkoming van dubbele belasting / 7 0.7.1 Inleiding / 7 0.7.2 Belastingvrijstelling / 8 0.7.2.A Evenredige toerekening; progressiewerking / 8 0.7.2.B Negatieve buitenlandse bestanddelen / 9 0.7.2.C Buitenlandse inkomens groter dan totaal inkomen / 10 0.7.3 Belastingverrekening / 10 0.7.3.A Beperkte verrekening; doorschuiving / 10 0.7.3.B Bruto/netto-opbrengsten / 11 0.7.4 Vergelijking belastingvrijstelling belastingverrekening / 11 0.7.5 Kostenaftrek / 12 0.8 Internationale toedeling van winsten en inkomsten / 12 0.8.1 Algemeen / 12 0.8.2 Ondernemingswinst / 12 0.8.2.A Algemeen / 12 0.8.2.B Vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger / 13 0.8.2.C Winstbepaling van de vaste inrichting/vaste vertegenwoordiger / 13 0.8.3 Inkomsten uit onroerende zaken / 15 XIII

Internationaal Belastingrecht 0.8.4 Inkomsten uit arbeid / 15 0.8.5 Dividenden, interesten en royalty s / 16 0.8.6 Globaal overzicht van de internationale toedeling van winst en inkomsten en de wijze van voorkoming van dubbele belasting / 17 0.9 Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) en aanverwante ontwikkelingen / 17 0.9.1 Algemeen / 17 0.9.2 De BEPS-actiepunten / 18 0.9.3 Implementatie van BEPS door Nederland / 19 0.9.4 Parallelle ontwikkelingen op het niveau van de EU / 20 0.9.5 Verdere ontwikkelingen in de EU: CCTB en CCCTB / 22 0.9.5.A CCTB / 22 0.9.5.B CCCTB / 23 Hoofdstuk I Algemene begrippen van internationaal belastingrecht 1.1 Inleiding / 24 1.1.1 Begrip internationaal belastingrecht; fiscale jurisdictie / 24 1.1.2 Juridisch tegenover economisch dubbele belasting / 24 1.2 Internationale juridisch dubbele belasting / 25 1.2.1 Persoonlijke tegenover zakelijke heffingsbeginselen / 25 1.2.1.A Algemeen / 25 1.2.1.B Nationaliteitsbeginsel / 26 1.2.1.C Woonplaatsbeginsel / 26 1.2.1.D Bronbeginsel / 27 1.2.2 Samenloop van heffingsbeginselen / 28 1.2.2.A Algemeen / 28 1.2.2.B Een persoonlijk met een zakelijk beginsel / 28 1.2.2.C Twee persoonlijke heffingsbeginselen / 29 1.2.2.D Twee zakelijke heffingsbeginselen / 29 1.2.3 Verzachting van de gevolgen van samenloop van heffingsbeginselen / 30 1.2.3.A Algemeen / 30 1.2.3.B Kostenaftrek / 31 1.2.3.C Tariefmatiging / 31 1.2.3.D Vrijstelling / 32 a Objectvrijstelling tegenover belastingvrijstelling / 32 b Effectuering van de belastingvrijstelling / 34 c Afzonderlijke tegenover gezamenlijke belastingvrijstelling / 36 1.2.3.E Belastingverrekening / 38 a Beginsel / 38 b Beperkte tegenover onbeperkte verrekening / 38 c Afzonderlijke tegenover gezamenlijke belastingverrekening / 39 d Directe tegenover indirecte belastingverrekening / 40 e Tax sparing credit / 43 f Matching credit / 44 1.2.3.F Beleidskeuze tussen belastingvrijstelling en belastingverrekening / 45 1.3 Nationale en internationale economisch dubbele belasting van dividenden / 46 1.3.1 Nationaal / 46 1.3.1.A Inleiding / 46 1.3.1.B Verzachting op het niveau van het uitdelende lichaam / 47 1.3.1.C Verzachting op het niveau van de aandeelhouder: verrekeningsstelsel / 47 1.3.1.D Doeleinden en vergelijking / 48 1.3.1.E Toepassing / 51 1.3.1.F (Groot)aandeelhouder is een lichaam / 52 1.3.2 Internationaal / 53 XIV

Volledige inhoudsopgave Hoofdstuk II Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 2.1 Inleiding / 54 2.1.1 Eenzijdige maatregelen ter voorkoming van dubbele belasting tegenover verdragen / 54 2.1.1.A Algemeen / 54 2.1.1.B Het Bvdb 2001 en het afsluiten van belastingverdragen / 55 2.1.1.C Het belang van het Bvdb 2001 voor verdragssituaties / 56 2.1.2 Nederlandse eenzijdige maatregelen buiten het Bvdb 2001 / 57 2.1.3 Het Bvdb 2001 tegenover de buitenlandse belastingplicht / 60 2.1.4 De structuur van het Bvdb 2001 / 60 2.1.5 Het Bvdb 2001 vergeleken met het Bvdb 1989 / 61 2.1.5.A Algemeen / 61 2.1.5.B Bvdb 2001: voorkoming per box (inkomstenbelasting) / 61 2.1.5.C Gevolgen voor verdragslanden / 61 2.1.5.D Overgangsrecht / 62 2.1.5.E Schematisch overzicht tegemoetkomingen in het Bvdb 2001 / 62 2.2 Toepassingsvoorwaarden Bvdb 2001 / 63 2.2.0 Geen verdrag / 63 2.2.0.A Algemeen / 63 2.2.0.B Onvolledigheden in verdrag / 64 a Inleiding / 64 b Inkomensbestanddelen waarvoor verdrag geen voorziening bevat / 64 c Voorkomingsmechanisme in verdrag werkt niet of onvolledig / 64 d Voorkomingsregels uit het verdrag zijn (expliciet) uitgesloten / 65 e Onjuiste toepassing verdrag / 66 2.2.0.C Verdrag leidt tot ongunstiger resultaat / 66 2.2.0.D Toepassing leerstuk der wetsontduiking / 66 2.2.1 Binnenlandse belastingplicht / 67 2.2.1.A Algemeen / 67 2.2.1.B Woonplaats / 68 a Inleiding / 68 b Natuurlijke personen / 68 c Lichamen / 68 d Woon- en vestigingsplaatsficties / 69 2.2.1.C Toepassing van het Bvdb 2001 op buitenlandse belastingplichtigen / 69 2.2.2 Onderworpenheid / 70 2.2.2.A Algemeen: onderworpenheidseis in Bvdb 2001 / 70 2.2.2.B Objectieve tegenover subjectieve onderworpenheid / 71 2.2.2.C Aantonen onderworpenheid; verschuldigdheid van belasting / 72 a Algemeen / 72 b Aannemelijk maken en toetsen onderworpenheid / 73 c Onderzoek naar inhoud buitenlands recht; toetsing in cassatie / 75 d In specifieke gevallen daadwerkelijke betaling buitenlandse belasting vereist / 75 2.2.2.D Afwijkend buitenlands inkomensbegrip / 76 2.2.2.E Aard van de buitenlandse belasting / 77 2.2.2.F Belasting vanwege die andere Mogendheid / 78 2.2.2.G Fictieve onderworpenheid bij bepaalde looninkomsten: art. 38 lid 2 AWR / 78 2.2.2.H Onderworpenheid bij loonbelasting, schenk- en erfbelasting, kansspelbelasting alsmede bankenbelasting / 80 2.3 Definities / 80 2.3.0 Vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger (art. 2 Bvdb 2001) / 80 a Algemeen / 80 b Begrip vaste inrichting in het Bvdb 2001 / 81 2.3.1 Mogendheid (art. 3 Bvdb 2001) / 82 XV

Internationaal Belastingrecht 2.3.2 Gebied van een andere Mogendheid (art. 4 Bvdb 2001) / 83 2.3.3 Dividenden, interest en royalty s (art. 5 Bvdb 2001) / 84 2.3.4 Ontwikkelingsland (art. 6 Bvdb 2001) / 85 2.4 Inkomstenbelasting box 1: inkomen uit werk en woning / 86 2.4.1 Box 1-vrijstelling reikwijdte / 86 2.4.1.A Inleiding / 86 2.4.1.B Belastbare winst uit buitenlandse onderneming (art. 9 lid 1 onderdeel a Bvdb 2001) / 88 a Algemeen / 88 b Medegerechtigden tot vermogen onderneming / 88 c Fictieve vaste inrichting bij werkzaamheden buitengaats / 89 d Geen fictiebepaling onroerende zaken / 89 e Uitzondering voor sporters en artiesten / 89 f Aan de vaste inrichting toe te rekenen andere inkomsten / 89 g Ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling / 90 2.4.1.C Loon/pensioen uit buitenlandse werkzaamheden in privaatrechtelijke dienstbetrekking (art. 9 lid 1 onderdeel b Bvdb 2001) / 92 a Algemeen / 92 b Uitzondering voor sporters, artiesten en bepaalde bemanningsleden van schepen en vliegtuigen / 92 c Plaats van verrichten van arbeid / 93 d Lonen en salarissen / 94 e Pensioenen / 96 f Nagekomen inkomsten uit dienstbetrekking / 97 2.4.1.D Loon/pensioen uit werkzaamheden in buitenlandse publiekrechtelijke dienstbetrekking (art. 9 lid 1 onderdeel c Bvdb 2001) / 97 2.4.1.E Box 1-opbrengsten van buitenlandse onroerende zaken (art. 9 lid 1 onderdeel d Bvdb 2001) / 98 2.4.1.F Publiekrechtelijke periodieke uitkeringen en verstrekkingen ten laste van een buitenlandse overheid (art. 9 lid 1 onderdeel e Bvdb 2001) / 99 2.4.2 Box 1-vrijstelling mechanisme / 99 2.4.2.A De basistechniek: evenredige belastingvrijstelling (art. 10 Bvdb 2001) / 99 a Inleiding / 99 b Vormgeving van de belastingvrijstelling in het Bvdb (art. 10 lid 1 en 2 Bvdb 2001) / 100 c De maximale vrijstelling (symbool a; art. 10 lid 3 Bvdb 2001) / 101 d De teller van de breuk (symbool c) / 101 e De noemer van de breuk (symbool d; art. 10 lid 5, 6 en 7 Bvdb 2001) / 101 f Het derde deel van de vrijstellingsformule (symbool b; art. 10 lid 4 Bvdb 2001) / 107 g Per land afzonderlijke vrijstelling / 108 2.4.2.B Buitenlands inkomen uit werk en woning is groter dan noemerinkomen (de doorschuifregeling van art. 11 Bvdb 2001) / 109 a Algemeen / 109 b De doorschuifregeling / 109 c Het noemerinkomen blijft gelijk / 111 d Concurrentie van aanspraken / 111 e Geruisloze terugkeer uit een BV of NV / 111 f Samenloop met compensatieregeling grensarbeiders / 111 2.4.2.C Buitenlands inkomen uit werk en woning is negatief (de inhaalregeling van art. 12 Bvdb 2001) / 112 a Algemeen / 112 b De inhaalregeling / 113 c Geruisloze terugkeer uit een BV of NV / 114 2.4.2.D De wisselwerking tussen art. 11 en 12 Bvdb 2001 / 114 a Invloed van art. 12 op art. 11 / 114 b Invloed van art. 11 op art. 12 / 115 2.4.2.E Emigratie en terugkeer (art. 29) / 115 XVI

Volledige inhoudsopgave 2.4.3 Box 1-verrekening bij sporters en artiesten reikwijdte / 116 2.4.3.A Algemeen / 116 2.4.3.B Voorwaarden voor verrekening buitenlandse belasting / 117 a Inleiding / 117 b Inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden als artiest of sportbeoefenaar / 117 c In het inkomen uit werk en woning begrepen / 118 d Buitenlandse belasting naar het inkomen / 118 2.4.3.C Box 1-verrekening bij sporters en artiesten mechanisme / 118 a Inleiding / 118 b Beperkte verrekening / 118 c Gezamenlijke methode / 119 d Geen kostenaftrek / 120 2.4.4 Box 1-verrekening bij bemanningsleden van zee- en luchtvaartuigen / 120 2.4.4.A Algemeen / 120 2.4.4.B Voorwaarden voor verrekening buitenlandse belasting / 120 a Algemeen / 120 b Dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een zee- of luchtvaartuig in het internationale verkeer / 121 c Geëxploiteerd door een onderneming waarvan de werkelijke leiding is gevestigd in een andere Mogendheid / 121 d In het inkomen uit werk en woning begrepen / 121 e In een andere Mogendheid geheven belasting naar het inkomen / 121 2.4.4.C Mechanisme verrekening / 121 2.4.5 Box 1-verrekening bij dividenden, interest en royalty s reikwijdte / 122 2.4.5.A Historische ontwikkeling verrekening bij dividenden, interest en royalty s in Nederland / 122 2.4.5.B Box 1-verrekening in het Bvdb 2001 / 123 2.4.5.C Voorwaarden voor de box 1-verrekening voor dividenden, interest en royalty s / 123 2.4.5.D Dividenden, interest en royalty s / 123 2.4.5.E In het inkomen uit werk en woning begrepen / 123 2.4.5.F Niet in art. 9 Bvdb 2001 begrepen / 124 2.4.5.G Onderworpenheid aan een buitenlandse belasting / 125 2.4.5.H Debiteur woonachtig in ontwikkelingsland / 125 2.4.5.I Uiteindelijk gerechtigde tot de opbrengst (art. 16) / 125 2.4.6 Box 1-verrekening bij dividenden, interest en royalty s mechanisme / 126 2.4.6.A Inleiding / 126 2.4.6.B Het bedrag aan buitenlandse belasting (de eerste limiet) / 127 a De belasting van het desbetreffende jaar / 127 b Voortgewentelde belasting uit voorafgaande jaren / 127 2.4.6.C De evenredigheidsbegrenzing (de tweede limiet) en de begrenzing tot de verschuldigde belasting / 130 a Evenredigheidsbegrenzing algemeen / 130 b De teller / 130 b1 Opbrengsten verminderd met kosten / 130 b2 Meegekochte en meeverkochte rente / 132 b3 Geen voortwenteling opbrengsten uit eerdere jaren / 132 b4 Timingsverschillen; goedkeuring / 133 c De noemer / 134 d Het derde deel van de verrekeningsformule / 135 e De maximale vermindering (art. 15 lid 6 Bvdb 2001) / 135 f Gezamenlijke verrekening / 136 2.4.6.D De 15%-begrenzing bij dividenden (de derde limiet) / 136 2.4.7 Kostenaftrek als alternatief voor verrekening / 137 2.4.7.A Onderlinge interactie van de bij kostenaftrek relevante bepalingen / 137 2.4.7.B Wanneer is kostenaftrek voordeliger? / 139 2.4.7.C Voorwaarden bij de optie voor kostenaftrek / 139 a Algemeen / 139 b Jaarlijks verzoek / 140 c Geen aftrek voor oude voortgewentelde belasting / 140 XVII

Internationaal Belastingrecht d Kostenaftrek per box, maar wel voor alle landen gezamenlijk / 140 e Afzonderlijke keuze mogelijk voor verdragslanden / 140 2.5 Inkomstenbelasting box 2: aanmerkelijkbelangdividenden / 141 2.5.1 Box 2-verrekening reikwijdte / 141 2.5.2 Voorwaarden voor de box 2-belastingverrekening / 141 2.5.3 Grondslageis / 141 2.5.4 Box 2-verrekening mechanisme / 142 2.5.4.A Inleiding / 142 2.5.4.B De eerste limiet / 142 2.5.4.C De tweede limiet / 142 2.5.4.D De derde limiet / 143 2.5.5 Additionele box 2-verrekening bij dividenden in geval van afgezonderde particuliere vermogens (apv s) (tot 20 september 2016) / 143 2.5.5.A Algemeen / 143 2.5.5.B Voorwaarden voor additionele verrekening (tot 20 september 2016) / 145 2.5.5.C Mechanisme verrekening (tot 20 september 2016) / 146 2.6 Inkomstenbelasting box 3: inkomen uit sparen en beleggen / 146 2.6.1 Box 3-vrijstelling reikwijdte / 146 2.6.1.A Inleiding / 146 2.6.1.B Opbouw artikelen / 146 2.6.1.C Grondslageis / 147 2.6.1.D Onderworpenheidseis / 147 2.6.1.E Vrij te stellen bestanddelen / 147 a Buitenlandse onroerende zaken en rechten daarop / 148 b Rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere mogendheid is gelegen / 148 c Vermindering met waarde schulden / 149 d Aankoop of verkoop van buitenlandse bezittingen gedurende het jaar / 150 2.6.1.F Additionele vrijstelling bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen in geval van apv s (tot september 2016) / 150 2.6.2 Box 3-vrijstelling mechanisme / 151 2.6.2.A Evenredige belastingvrijstelling met grondslagvoorbehoud / 151 2.6.2.B De maximale vermindering / 151 2.6.2.C De teller van de breuk (symbool c) / 152 a Algemeen / 152 b Aankoop of verkoop van buitenlandse bezittingen gedurende het jaar / 153 c Schuldendrempel / 153 2.6.2.D De noemer van de breuk (symbool d) / 153 2.6.2.E Het derde deel van de vrijstellingsformule (symbool b) / 154 2.6.2.F Gezamenlijke vrijstelling / 154 2.6.2.G Emigratie of immigratie / 154 2.6.2.H Geen inhaalregeling; doorschuif alleen in specifieke omstandigheden / 155 2.6.3 Box 3-verrekening bij dividenden, interest en royalty s reikwijdte / 156 2.6.3.A Algemeen / 156 2.6.3.B Voorwaarden voor de box 3-verrekening / 156 2.6.3.C Grondslageis / 157 2.6.3.D Uiteindelijk gerechtigde / 157 2.6.3.E Additionele box 3-verrekening bij dividenden, interest en royalty s in geval van apv s (tot 20 september 2016) / 158 2.6.4 Box 3-verrekening bij dividenden, interest en royalty s mechanisme / 158 2.6.4.A Onbeperkte verrekening / 158 2.6.4.B Achtergrond invoering onbeperkte verrekening / 159 2.6.4.C 2001: geen maximum aan de vermindering, geen voortwenteling of kostenaftrek / 160 2.6.4.D Vanaf 2002: vermindering beperkt tot box 3-IB; voortwenteling / 161 2.6A Additionele verrekening voor alle boxen in geval van apv s / 162 XVIII

Volledige inhoudsopgave 2.6A.1 Algemeen / 162 2.6A.2 Onderscheid heffing door apv-staat en heffing door bronland / 162 2.6A.3 Verrekening belasting geheven door apv-staat; voorwaarden / 163 2.6A.4 Verrekening belasting geheven door de apv-staat; mechanisme / 164 2.7 Loonbelasting / 167 2.8 Vennootschapsbelasting / 167 2.8.1 Inleiding / 167 2.8.2 Vrijstelling (tot 2012) reikwijdte / 168 2.8.2.A Buitenlandse winst / 168 2.8.2.B Onderneming gedreven met behulp van een vi of vv / 169 2.8.2.C Fictieve buitenlandse onderneming: onroerende zaken en rechten daarop / 170 2.8.2.D Fictieve buitenlandse onderneming: winstrechten / 170 2.8.2.E Winningswerkzaamheden / 170 2.8.3 Vrijstelling (tot 2012) mechanisme / 171 2.8.3.A De basistechniek: evenredige belastingvrijstelling met grondslagvoorbehoud (art. 33 Bvdb 2001) / 171 a Inleiding / 171 b Vormgeving van de belastingvrijstelling / 171 c De maximale vermindering (symbool a; art. 33 lid 3) / 171 d De teller van de breuk (symbool c) / 172 e De noemer van de breuk (symbool d; art. 33 lid 4) / 172 f Het derde deel van de vrijstellingsformule (symbool b) / 172 g Per land afzonderlijke vrijstelling / 172 2.8.3.B Buitenlandse winst is groter dan noemerwinst (de doorschuifregeling van art. 34 Bvdb 2001) / 172 2.8.3.C Buitenlandse winst is negatief (de inhaalregeling van art. 35 Bvdb 2001) / 173 a Algemeen / 173 b Toepassing bij fiscale eenheid / 173 c Omzetting van een vaste inrichting in een dochtervennootschap / 173 d Samenloop met uitsluiting generale verliescompensatie van art. 20a Wet VPB 1969 / 174 e Beperking termijn generale verliesverrekening; Werken aan Winst / 174 2.8.3.D Verplaatsing leiding en terugkeer (art. 45 Bvdb 2001) / 176 2.8.3.E Wijziging gerechtigdheid tot lichaam (art. 46 Bvdb 2001) / 176 2.8.4 Verrekening bij dividenden, interest en royalty s in de Vpb. reikwijdte / 177 2.8.4.A Algemeen / 177 2.8.4.B Voorwaarden voor de belastingverrekening in de vennootschapsbelasting / 177 2.8.4.C Grondslageis / 178 2.8.4.D Verrekening bij royalty s die in innovatiebox vallen / 178 2.8.5 Verrekening mechanisme / 179 2.8.5.A Algemeen / 179 a Inleiding / 179 b Opbrengsten verminderd met kosten / 180 2.8.5.B Verrekening bij royalty s die in innovatiebox vallen mechanisme / 180 2.8.6 Passieve vi-financieringswinst (art. 39-41(oud)) / 181 2.9 Bankenbelasting / 182 2.9.1 Algemeen / 182 2.9.2 Voorwaarden voor en wijze van verrekening buitenlandse belasting / 183 Hoofdstuk III Belastingverdragen 3.1 Inleiding / 185 3.1.0 Object van de verdragen / 185 3.1.1 Modelverdragen / 186 3.1.1.A Volkenbond / 186 XIX

Internationaal Belastingrecht 3.1.1.B Verenigde Naties / 186 3.1.1.C Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) / 186 3.1.1.D Andean Community Pact / 187 3.1.2 Supranationale organisaties en multilaterale regelingen / 188 3.1.2.A Europese Unie / 188 3.1.2.B ASEAN / 188 3.1.2.C CARICOM / 188 3.1.2.D CIAT / 188 3.1.2.E Noords multilateraal verdrag / 188 3.1.2.F NAFTA / 189 3.1.3 Verdragen en nationaal belastingrecht / 189 3.1.3.A Nederlandse wettelijke basis van verdragen / 189 3.1.3.B De plaats van verdragen binnen de nationale rechtsorde / 191 3.1.3.C De verhouding tussen verdragsrecht en nationaal recht in Nederland / 191 3.1.3.D De verhouding tussen verdragsrecht en nationaal recht in andere landen / 193 a Inleiding / 193 b Verenigde Staten / 193 c Andere staten / 194 3.1.4 Procedure van totstandkoming van verdragen / 194 3.1.5 Multilateraal Instrument / 196 3.1.5.A Inleiding / 196 3.1.5.B De vormgeving van het MLI / 197 3.1.5.C Conflict clausules / 197 3.1.5.D Flexibiliteit / 197 a Inleiding / 197 b Voorbehouden / 197 c Opt-in-bepalingen / 198 d Algemene werking / 198 e Verplichte en niet-verplichte onderdelen van het MLI / 198 3.1.5.E Interpretatie / 199 3.2 Structuur en inhoud van een belastingverdrag / 199 3.2.0 Inleiding / 199 3.2.1 Het verdrag en de daarmee samenhangende stukken / 199 3.2.2 Algemene indeling van een verdrag / 201 3.2.3 Toepassingsbereik wat betreft personen, belastingen, gebied en tijd / 202 3.2.3.A Personen (art. 1 OESO-Modelverdrag) / 202 a Genieter / 202 b Slechts inwoner heeft toegang tot verdragsvoordelen / 202 c Hybride entiteiten / 203 3.2.3.B Belastingen (art. 2 OESO-Modelverdrag) / 203 3.2.3.C Gebied (art. 29 OESO-Modelverdrag) / 205 a Continentaal plat / 206 b Schepen / 207 c Afhankelijke gebiedsdelen / 208 d Verzelfstandiging van gebiedsdelen / 208 3.2.3.D Tijd (art. 30 en 31 OESO-Modelverdrag) / 209 3.2.4 Definities / 210 3.2.4.A Algemene definities (art. 3 OESO-Modelverdrag) / 210 a Inleiding / 211 b De specifieke definities van lid 1 / 214 c Het algemene uitleggingsvoorschrift van lid 2 / 216 3.2.4.B Woonplaats (art. 4 OESO-Modelverdrag) / 219 a Inleiding / 220 b Vaststelling van de verdragswoonplaats volgens art. 4 lid 1 / 220 c Woonplaats van natuurlijke personen naar Nederlands nationaal belastingrecht / 224 c1 Algemeen / 224 XX

Volledige inhoudsopgave c2 Nationale jurisprudentie inzake de woonplaats van natuurlijke personen / 225 d Vestigingsplaats van lichamen naar Nederlands nationaal recht / 226 d1 Algemeen / 226 d2 Jurisprudentie inzake de vestigingsplaats van lichamen naar Nederlands nationaal recht / 227 e Dubbele verdragswoonplaats in de zin van art. 4 lid 1 / 229 f De beperkte betekenis van de verdragswoonplaats van art. 4 / 231 g Verdragswoonplaats en fiscale eenheid / 232 h De gevolgen van het uiteenlopen van woon- of vestigingsplaats naar Nederlands nationaal recht en de verdragswoonplaats; beperkte binnenlandse belastingplicht / 233 3.2.4.C Vaste inrichting (art. 5 OESO-Modelverdrag) / 237 a Inleiding / 239 b Lid 1 en 2: fysieke vi / 240 c Lid 3: uitvoering van werken / 241 d Lid 4: uitzonderingen / 242 e Lid 5 en 6: vaste vertegenwoordiging / 243 f Lid 7: een dochtermaatschappij is niet noodzakelijkerwijs een vi van de moedermaatschappij (en omgekeerd) / 245 g Afwijkingen in het vi-begrip in verdragen met ontwikkelingslanden / 245 3.3 Methode van toewijzing en voorkoming van dubbele belasting / 246 3.3.1 Toewijzing / 246 3.3.2 Voorkoming van dubbele belasting (art. 23 OESO-Modelverdrag) / 247 3.3.2.A Verdragstekst / 247 3.3.2.B Voorkoming algemeen / 248 a Inleiding / 248 b Grondslagvoorbehoud / 249 c Verdragsverplichting tot verlenen voorkoming / 249 c1 Buitenlandse inkomsten die in de heffing worden betrokken / 249 c2 Buitenlandse inkomsten die niet in de heffing worden betrokken / 249 d Vrijstelling vs. verrekening / 250 e Verhouding voorkomingsbepaling verdrag en Bvdb 2001 / 251 3.3.2.C Belastingvrijstelling / 253 a Inleiding / 253 b De belastingvrijstelling in de verdragen gesloten vanaf 1980 / 253 c De belastingvrijstelling in de verdragen gesloten vanaf 1960 tot 1980 / 254 d De belastingvrijstelling in de verdragen gesloten vóór 1960 / 256 e Bepaling en omvang van de vrij te stellen inkomsten / 256 f Afzonderlijke of gezamenlijke vrijstelling / 258 g Onderworpenheid / 258 3.3.2.D Belastingverrekening / 259 a Verrekeningsmethode / 259 b Eerste limiet: de in het buitenland betaalde belasting; tax sparing credit / 260 c Tweede limiet: de evenredigheidsbegrenzing / 261 d Tegemoetkomingen; toepassing systematiek Bvdb 2001 / 262 d1 Algemeen / 262 d2 Voortwenteling niet verrekende (bron)belasting / 262 d3 Verzoek om kostenaftrek / 264 d4 Gezamenlijke methode / 264 3.3.2.E Samenloop van aanspraken / 264 3.3.2.F Driehoekssituaties: Vrijstelling en verrekening voor hetzelfde inkomensbestanddeel? / 264 3.3.2.G Verrekening bronbelasting voor Nederlandse vi van niet inwoner / 265 3.4 De toewijzing van de verschillende inkomensbestanddelen en van het vermogen / 266 3.4.0 Inleiding / 266 3.4.0.A Keuze indien meer dan één toewijzingsbepaling van toepassing is / 266 XXI

Internationaal Belastingrecht 3.4.0.B Bruto- of netto-inkomens- of vermogensbestanddeel / 266 3.4.1 Inkomsten uit onroerend goed (art. 6 OESO-Modelverdrag) / 267 3.4.2 Winst uit onderneming / 271 3.4.2.A Winst uit onderneming (art. 7 OESO-Modelverdrag) / 271 a Juridisch kader / 273 a1 Algemeen / 273 a2 Lid 1: Hoofdregel (toewijzing aan woonstaat) en uitzondering (vi in andere staat) / 273 a3 Lid 2: winstbepaling vi; zelfstandigheidsfictie / 279 a4 (Implementatie) OESO-rapport Attribution of profits to permanent establishments / 285 a5 Besluit winsttoerekening aan vi s / 288 a6 Lid 3: corresponding adjustment en onderling overleg / 289 a7 Lid 4(oud): indirecte methode / 291 a8 Lid 5 en 6(oud): bijkomende bepalingen / 292 a9 Lid 4(nieuw) en lid 7(oud): voorrang andere artikelen / 292 b Vaststellen vi als een afzonderlijke en zelfstandige onderneming / 292 b1 OESO-benadering algemeen (onderdeel D2 van het rapport) / 292 b2 Toerekening van vermogensbestanddelen / 293 b3 Toerekenen van risico s / 297 b4 Toerekenen kapitaal / 298 b5 Handelingen tussen vi en rest van de onderneming ( dealings ) / 305 c Het bepalen van de winst van de vi; analoge toepassing Transfer Pricing Guidelines / 305 c1 Algemeen / 305 c2 Activa transacties / 305 c3 Nederlandse praktijk: overgang van zaken van generale onderneming naar vi in buitenland / 306 c4 Nederlandse praktijk: overgang van zaken van buitenlandse vi naar generale onderneming / 307 c5 Nederlandse praktijk: bedrijfsmiddelen binnen generale onderneming naar vi / 308 c6 Ter beschikking stelling immateriële vaste activa / 312 c7 Algemene leiding en interne dienstverlening / 312 d Valutaresultaten / 313 d1 Algemeen / 313 d2 Berekening van de vrij te stellen vi-winst ( aftrekwinst ) / 314 d3 Berekening van het vi-bestanddeel in de generale winst ( bijdragewinst ) / 316 d4 Samenvattend voorbeeld / 318 d5 Binnenlandse belastingplichtige met verdragswoonplaats in het andere land / 320 e Specifieke onderwerpen / 320 e1 Winsttoerekening aan een vaste vertegenwoordiger / 320 e2 Positie commanditaire vennoten / 321 e3 Buitenlandse samenwerkingsverbanden; kwalificatie rechtsvormen / 322 e4 Winsttoerekening en fiscale eenheid / 323 3.4.2.B Vervoerswinst (art. 8 OESO-Modelverdrag) / 325 3.4.2.C Verbonden ondernemingen (art. 9 OESO-Modelverdrag) / 327 3.4.3 Dividenden, interesten en royalty s / 331 3.4.3.A Inleiding / 331 3.4.3.B Dividenden (art. 10 OESO-Modelverdrag) / 332 a Lid 1: heffing door de woonstaat / 333 b Lid 2, eerste volzin: heffing door de bronstaat / 334 b1 Algemeen / 334 b2 Effect van de EU moeder-dochterrichtlijn / 334 b3 Dooruitdeling / 335 b4 Uiteindelijk gerechtigde / 335 b5 Fraus legis bij gebruik van Antilliaanse tussenhoudster / 339 XXII

Volledige inhoudsopgave b6 Internationale kasgeld- en holdingconstructies / 339 c Lid 2, voorlaatste volzin: uitvoeringsvoorschriften / 341 d Lid 2, laatste volzin: heffing bronstaat over vennootschapswinst / 342 e Lid 3: definitie van de verdragsterm dividend / 342 f Lid 4: dividend toerekenbaar aan vi-winst / 343 g Lid 5: geen extra-territoriale heffing / 343 3.4.3.C Interest (art. 11 OESO-Modelverdrag) / 345 a Interest / 345 b Lid 1 NSV en OESO: heffing door de woonstaat / 346 c Lid 2, eerste volzin, OESO: heffing door de bronstaat / 347 c1 Algemeen / 347 c2 Effect van de interest- en royaltyrichtlijn / 348 d Lid 2 NSV: uitvoeringsvoorschriften / 348 e Lid 3 (NSV en OESO): definitie van de verdragsterm interest / 349 f Lid 4 (NSV en OESO): interest toerekenbaar aan een vi in de bronstaat / 349 g Lid 5 (NSV) respectievelijk lid 6 (OESO): bovenmatige interest / 350 h Lid 5 (OESO): geografische herkomst van interest / 350 3.4.3.D Royalty s (art. 12 OESO-Modelverdrag) / 351 a Lid 1: uitsluitende toewijzing aan woonstaat / 352 b Lid 2 OESO: definitie royalty s / 352 c Lid 3: royalty s toerekenbaar aan vi in bronstaat / 354 3.4.4 Vermogenswinsten (art. 13 OESO-Modelverdrag) / 355 3.4.4.A Art. 13 OESO-Modelverdrag / 355 a Inleiding / 356 b Structuur van art. 13 / 356 c Lid 1: onroerende goederen / 357 d Lid 2: roerende zaken die deel uitmaken van vaste-inrichtingsvermogen / 358 e Lid 3: schepen en luchtvaartuigen in het internationale verkeer / 358 f Lid 4: aandelen in onroerendgoedvennootschappen / 359 g Lid 5: overige vermogensbestanddelen / 359 h Art. 13 lid 5 NSV: aanmerkelijkbelangwinst: verlengde heffingsbevoegdheid voormalig woonland / 359 i Verdragsbehandeling van voordelen die ingevolge een nationaalrechtelijke vervreemdingsfictie worden belast / 361 3.4.5 Inkomsten uit arbeid / 362 3.4.5.A Zelfstandige arbeid / 363 a Inleiding, reikwijdte en casuïstiek / 363 b Lid 1: toewijzingsregel / 364 c Lid 2: vrij beroep / 365 d Andere werkzaamheden van zelfstandige aard / 365 3.4.5.B Niet-zelfstandige arbeid (art. 15 OESO-Modelverdrag) / 367 a Algemeen / 367 b Lid 1: hoofdregel: woonstaat; uitzondering: werk verricht in de andere staat / 371 c Lid 2: uitzondering op de uitzondering van lid 1: toch woonstaat indien geen bijzondere band met werkstaat (of andersom: werkstaat mits bijzondere band daarmee) / 373 c1 Algemeen / 373 c2 De drie onderdelen van de uitzonderingsregel / 374 c3 Verblijf in de werkstaat gedurende niet meer dan 183 dagen / 374 c4 Werkgever niet in de werkstaat gevestigd / 375 c5 Salaris niet ten laste van een vi in de werkstaat / 377 d Lid 3: dienstbetrekking internationaal vervoer / 378 e Bijzondere bepalingen / 380 3.4.5.C Bestuurders- en commissarissenbeloningen (art. 16 OESO-Modelverdrag) / 380 a Hoofdregel / 381 b Begrippen bestuurder en commissaris / 381 c Een lichaam als bestuurder of commissaris / 382 d -beloningen : tantième, bonus, salaris / 382 XXIII

Internationaal Belastingrecht e Salary-split voor directeuren / 383 f Fiscaal effect indien bestuurder van een lichaam tevens commissaris is van verbonden lichaam / 383 g Soms verrekening in plaats van vrijstelling / 384 h Bestuurders- en commissarisbeloning toerekenbaar aan vaste inrichting / 384 3.4.5.D Artiesten en sportbeoefenaars (art. 17 OESO-Modelverdrag) / 384 a Lid 1: toewijzing aan de werkstaat / 385 a1 Algemeen / 385 a2 Sportbeoefenaars en artiesten / 386 a3 Persoonlijke werkzaamheden als zodanig verricht in de andere staat / 386 a4 Verband tussen voordelen en werkzaamheden / 387 a5 Bruto-netto bate; tarief / 388 b Lid 2: voordelen die aan een andere persoon toekomen / 388 c Optioneel lid 3: van overheidswege gesubsidieerde sportbeoefenaars en artiesten / 389 d Art. 17 overbodig? / 389 3.4.5.E Pensioenen (art. 18 OESO-Modelverdrag) / 390 a Lid 1: periodieke betalingen / 390 a1 Algemeen / 390 a2 Aftrekbaarheid buitenlandse pensioenpremies / 392 a3 Nederlandse belastingheffing over pensioenuitkeringen ingevolge aanspraken die in het buitenland zijn opgebouwd / 394 b Lid 2 NSV: eenmalige betalingen / 395 b1 Algemeen / 395 b2 Niet-reguliere grensoverschrijdende afwikkeling van een in Nederland opgebouwd pensioen / 397 c Lid 3 NSV: socialezekerheidsuitkeringen / 399 3.4.5.F Overheidsfuncties (art. 19 OESO-Modelverdrag) / 400 a Hoofdregel en uitzonderingen overzicht / 400 b beloningen ter zake van / 401 c diensten bewezen aan [een Staat, enz] / 401 d pensioen / 402 e pensioenen betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door, [een Staat] / 402 f overheidssalarissen en -pensioenen in NAVO-verband / 403 g Algemene socialezekerheidsuitkeringen / 403 3.4.5.G Hoogleraren en andere docenten / 403 3.4.5.H Studenten (art. 20 OESO-Modelverdrag) / 404 3.4.6 Overige inkomsten (art. 21 OESO-Modelverdrag) / 405 3.4.7 Vermogen (art. 22 OESO-Modelverdrag) / 408 3.5 Overige regelingen / 409 3.5.1 Non-discriminatie (art. 24 OESO-Modelverdrag) / 409 a Algemeen / 410 b Lid 1: non-discriminatie naar nationaliteit / 410 c Lid 3: non-discriminatie naar woonplaats (vaste inrichting) / 412 c1 Persoonlijke aftrekken, enz. / 412 d Lid 4: Non-discriminatie naar woonplaats (aftrekbaarheid bepaalde betalingen aan crediteur woonachtig in andere verdragsstaat) / 413 e Lid 5: Non-discriminatie naar woonplaats (woonplaats van de aandeelhouder: alle aspecten) / 413 f Lid 6: toepasselijke belastingen / 414 3.5.2 Regeling voor onderling overleg (art. 25 OESO-Modelverdrag) / 415 3.5.3 Uitwisseling van inlichtingen (art. 26 OESO-Modelverdrag) / 417 a Uitwisseling van inlichtingen / 417 b Algemeen / 418 c Internationale samenwerking tussen belastingadministraties laatste jaren verder versterkt / 420 3.5.4 Bijstand bij de invordering van belastingen (art. 27 OESO-Modelverdrag) / 421 XXIV

Volledige inhoudsopgave 3.5.5 Diplomatieke en consulaire ambtenaren (art. 28 OESO-Modelverdrag) / 424 3.5.6 Uitbreiding tot andere gebieden (art. 29 OESO-Modelverdrag), Inwerkingtreding (art. 30 OESO-Modelverdrag) en Beëindiging (art. 31 OESO-Modelverdrag) / 425 Bijlage I Inkomstenbelasting Hoofdstuk 7: Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen 7.0.0 7.0.0 Volgorde van behandeling / 426 7.0.1 Inleiding / 427 7.0.1.A Binnenlandse versus buitenlandse belastingplicht / 427 7.0.1.B Fictieve binnenlandse woonplaats consulaire ambtenaren en diplomaten / 428 7.0.1.C Toepassing belastingverdragen, BRK, Belastingregeling Nederland-Curaçao, Belastingregeling Nederland-Sint Maarten en BRN / 428 7.0.1.D Wijziging belastingplicht in de loop van het kalenderjaar / 430 a Eén aanslag / 430 b Heffingskorting / 430 c Verliezen / 432 d Vermogensrendementsheffing / 433 e Heffingvrij vermogen / 433 f Premieheffing volksverzekeringen / 434 7.0.1.E Verschillen tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplicht / 434 7.0.1.F Invloed verdragen / 435 a Bijzondere gelijkebehandelingsregels in de belastingverdragen met België, Suriname en in de BRK / 435 b Non-discriminatieregels in de belastingverdragen / 435 c Non-discriminatieregels uit het VWEU / 435 Afdeling 7.1 Nederlands inkomen 7.1.1 Opbouw van het object van belastingheffing en tarieftoepassing / 437 7.1.1.A Algemeen / 437 7.1.1.B Partnerbegrip/toerekening van inkomen / 438 a Algemeen / 438 b Overdracht / 440 7.1.1.C Tarieven / 440 a Algemeen / 440 b Tarief bij verdragstoepassing / 441 Afdeling 7.2 Belastbaar inkomen uit werk en woning 7.2.0 Inleiding box 1 / 443 7.2.1 Winst uit Nederlandse onderneming / 443 7.2.1.A Nationale heffingsbevoegdheid / 443 a Inleiding / 443 b Definitie Nederlandse onderneming / 444 c De begrippen vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger (vi/vv) algemeen / 445 d Winsttoerekening aan vi/vv / 448 d1 Algemeen / 448 d2 Nagekomen baten / 448 e Winst zonder vi/vv / 448 f Oudedagsreserve (FOR) / 449 g Uitbreidingen van het begrip belastbare winst uit onderneming / 450 g1 Algemeen / 450 g2 Commanditaire vennoot / 451 g3 Hybride leningen / 453 h Eindafrekening / 453 7.2.1.B Verdragen / 454 a Winst uit onderneming / 454 XXV

Internationaal Belastingrecht b Inkomsten uit zelfstandige arbeid / 455 7.2.2 Vrijstelling internationaal verkeer / 456 7.2.2.A Nationale heffingsbevoegdheid / 456 7.2.2.B Verdragen / 456 7.2.3 Loon uit arbeid in dienstbetrekking Algemeen / 457 7.2.4 Loon uit in Nederland verrichte arbeid / 457 7.2.4.A Nationale heffingsbevoegdheid / 457 a Algemeen samenhang met loonbelasting / 457 b Loon ter zake van het verrichten van arbeid / 458 c Persoon van de genieter / 459 d In Nederland vervullen van de dienstbetrekking / 459 e Gedeeltelijk buiten Nederland uitgeoefende dienstbetrekking / 460 f Vaste inrichting / 462 7.2.4.B Verdragen / 462 a Algemeen / 462 b Reikwijdte van art. 15 OESO-Modelverdrag / 465 7.2.5 Werkzaamheden in het internationale verkeer / 468 7.2.5.A Nationale heffingsbevoegdheid / 468 7.2.5.B Verdragen / 469 7.2.6 Ambtenaren / 470 7.2.6.A Nationale heffingsbevoegdheid / 470 7.2.6.B Verdragen / 470 7.2.7 Pensioen / 471 7.2.7.A Nationale heffingsbevoegdheid / 471 a Algemeen / 471 b Niet-reguliere afwikkeling van een pensioen / 473 c Anticumulatieregels / 476 7.2.7.B Verdragen / 478 a Algemeen / 478 b Afkoopsommen / 479 c Gevolgen van nationaalrechtelijke ficties inzake afkoopsommen en waardeoverdrachten / 481 7.2.7.C Verhouding van art. 7.2 lid 8 met het internationale en Europese recht / 483 a Internationaal recht / 483 b Europees recht / 485 b1 Algemeen / 485 b2 Jurisprudentie HvJ EG/EU met betrekking tot emigratieheffingen / 486 b3 Nederlandse emigratieheffingen / 486 7.2.8 Socialezekerheidsuitkeringen / 488 7.2.9 Belastingheffing van leden van het Europees Parlement / 490 7.2.9.A Nationale heffingsbevoegdheid / 490 7.2.9.B Verdragen / 490 7.2.10 30%-regeling / 491 7.2.10.A Inhoud van de 30%-regeling / 491 a Algemeen / 491 b Vergoeding voor extraterritoriale kosten / 491 c Voorwaarden / 493 7.2.10.B Formele aspecten / 495 a Aanvraag voor de 30%-bewijsregel / 495 b Looptijd / 495 7.2.10.C Keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht / 496 a Algemeen / 496 b Inwonerschap onder belastingverdragen / 496 c Verzoek / 497 7.2.11 Resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland / 498 7.2.11.A Nationale heffingsbevoegdheid / 498 a Algemeen / 498 b Terbeschikkingsstelling aan aanmerkelijkbelangvennootschap / 498 b1 Algemeen / 498 XXVI

Volledige inhoudsopgave b2 In Nederland / 499 b3 Direct of indirect ter beschikking stellen / 500 b4 Partnerbegrip / 500 c Lucratieve belangen / 500 d Bezoldigingen en overbruggingstoelagen uitgekeerd aan leden van het Europese Parlement / 501 7.2.11.B Verdragen / 501 a Algemeen / 501 b Terbeschikkingstelling / 502 c Lucratieve belangen / 504 7.2.12 Periodieke uitkeringen uit inkomensvoorzieningen / 505 7.2.12.A Nationale heffingsbevoegdheid / 505 a Algemeen / 505 b Niet-reguliere afwikkeling / 505 c Anticumulatieregels / 507 d Overgangsrecht / 508 7.2.12.B Verdragen / 509 7.2.13 Periodieke uitkeringen en verstrekkingen van publiekrechtelijke aard / 510 7.2.13.A Nationale heffingsbevoegdheid / 510 7.2.13.B Verdragen / 511 7.2.14 Belastbare inkomsten uit eigen woning / 511 7.2.14.A Nationale heffingsbevoegdheid / 511 7.2.14.B Verdragen / 513 7.2.15 Negatieve persoonsgebonden aftrek / 513 7.2.15.A Nationale heffingsbevoegdheid / 513 7.2.15.B Verdragen / 513 7.2.16 Artiesten en sporters / 513 7.2.16.A Nationale heffingsbevoegdheid / 513 7.2.16.B Verdragen / 515 7.2.17 Bestuurders en commissarissen / 516 7.2.17.A Nationale heffingsbevoegdheid / 516 7.2.17.B Verdragen / 517 7.2.18 Verlies uit werk en woning in Nederland / 518 Afdeling 7.3 Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang 7.3.1 Inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) / 519 7.3.1.A Nationale heffingsbevoegdheid / 519 a Algemeen / 519 b Verliezen uit aanmerkelijk belang / 520 c Doorschuiving aanmerkelijkbelangclaim bij fusie en splitsing / 520 d Vestigingsplaatsfictie en de fictieve vervreemding bij verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap uit Nederland / 521 e De verkrijgingsprijs / 521 7.3.1.B Verdragen / 523 a Verdragsaspecten / 523 b Betekenis van systematiek nationale wet voor toepassing verdrag / 527 Afdeling 7.4 Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen 7.4.1 Inkomen uit sparen en beleggen (box 3) / 530 7.4.1.A Algemeen / 530 a Inleiding / 530 b Dividendbelasting / 532 7.4.1.B Onroerende zaken / 534 a Nationale heffingsbevoegdheid / 534 b Verdragen / 534 7.4.1.C Rechten op aandelen in de winst / 535 a Nationale heffingsbevoegdheid / 535 XXVII

Internationaal Belastingrecht XXVIII b Verdragen / 536 7.4.1.D De relatie tussen de forfaitaire rendementsheffing en belastingverdragen / 536 Afdeling 7.5 Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen 7.5.1 Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen / 539 7.5.1.A Algemeen / 539 7.5.1.B Voorwaarden voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht / 540 a Algemeen / 540 b Personele reikwijdte / 540 c De inkomenseis / 541 d De inkomensverklaring / 543 7.5.1.C Persoonlijke tegemoetkomingen / 544 7.5.1.D Delegatiebepalingen / 545 Bijlage II Vennootschapsbelasting 2.10.5: De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten 2.10.5 De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten (art. 15e-15j Wet Vpb. 1969) / 547 2.10.5.A Algemeen / 547 2.10.5.B De systematiek van voorkoming onder de objectvrijstelling (art. 15e lid 1 Wet VPB 1969) / 547 a Algemeen / 547 a1 Inleiding / 547 a2 Voorbeelden van timingverschillen / 548 a3 Evaluatie voorbeelden / 549 a4 Uitgangspunten / 549 b Winsttoerekening / 550 c Valutakoersresultaten / 551 c1 Algemeen / 551 c2 Object voor de objectvrijstelling / 551 c3 Fantoomwinsten en -verliezen / 551 d Het overbrengen van vermogensbestanddelen van hoofdhuis naar vaste inrichting / 552 e Per country-methode / 553 2.10.5.C De inkomenscategorieën waarvoor de objectvrijstelling geldt (art. 15e lid 2 Wet VPB 1969) / 553 a Verdragsstaten (art. 15e lid 2 onderdeel a Wet VPB 1969) / 553 a1 Algemeen / 553 a2 Exclusieve heffingsrechten voor Nederland / 553 a3 Belastingverdrag / 554 b Niet-verdragsstaten (art. 15e lid 2 onderdeel b Wet VPB 1969) / 554 b1 Algemeen / 554 b2 Codificatie van bepalingen uit het Bvdb 2001 / 554 b3 Vaste inrichting / 555 b4 Geen onderworpenheidseis voor actieve buitenlandse ondernemingen / 556 2.10.5.D Laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming (art. 15e lid 7 Wet VPB 1969 juncto art. 15g Wet VPB 1969) / 556 a Algemeen / 556 b Toetsen (art. 15g lid 1 Wet VPB 1969) / 557 c Werkzaamhedentoets (art. 15g lid 1 onderdeel a Wet VPB 1969 juncto art. 15g lid 2 Wet VPB 1969) / 557 c1 Voorwaarden / 557 c2 Vergelijking met een laagbelaste beleggingsdeelneming / 558 d Onderworpenheidstoets (art. 15g lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969) / 558 2.10.5.E Stakingsverliezen (art. 15i en 15j Wet VPB 1969) / 559 a Stakingsverliesregeling (art. 15i Wet VPB 1969) / 559

Volledige inhoudsopgave a1 EU-rechtelijke achtergrond / 559 a2 Voorwaarden / 559 a3 Spreiding activiteiten / 560 b Opstarten of voortzetting binnen 3 jaar na staking (art. 15j Wet VPB 1969) / 560 b1 Belastingplichtige moet activiteiten opstarten of voortzetten / 560 b2 Geen neutralisatie winstbijtelling / 561 b3 Doorschuif stakingsverlies / 561 b4 Voortzetting in het zicht van staking / 562 c Samenloop met art. 13d Wet VPB 1969 / 563 d Samenloop met art. 13e Wet VPB 1969 / 563 2.10.5.F Samenloop met andere bepalingen uit de Wet VPB 1969 / 564 Bijlage III Vennootschapsbelasting 5A.0.1: Verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten 5A.0.1 Verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten (art. 23d) / 566 5A.0.1.A Positieve winsten uit laagbelaste beleggingsondernemingen / 566 5A.0.1.B Negatieve winsten uit laagbelaste beleggingsondernemingen / 568 5A.0.1.C Vergelijking met niet-kwalificerende beleggingsdeelneming / 568 5A.0.1.D Interactie met belastingverdragen / 568 Bijlage IV Vennootschapsbelasting Hoofdstuk III: Voorwerp van de belasting bij buitenlandse belastingplichtigen 3.0.0 Inleiding / 570 a Volgorde van behandeling / 570 b Algemene opmerkingen / 570 3.0.1 Het belastingobject voor buitenlandse belastingplichtigen (art. 17, 17a en 18) / 572 3.0.2 Het Nederlandse inkomen nader beschouwd / 574 3.0.2.A Algemeen / 574 3.0.2.B Toepasselijke bepalingen in de Vpb. / 574 a Winstbepaling / 574 b Geruisloze terugkeer uit de BV of NV / 574 c Functionele valuta / 575 d Het boekjaar is het belastingtijdvak (art. 17 lid 2) / 575 e Fiscale eenheid / 575 3.0.2.C Toepasselijke bepalingen inzake de IB / 577 a Winst uit onderneming / 577 b Inkomen uit aanmerkelijk belang / 579 3.0.2.D Invloed van regels ter voorkoming van dubbele belasting / 580 3.0.3 De te verrekenen verliezen uit Nederlands inkomen (art. 17 lid 2) / 581 3.0.4 Winst uit Nederlandse onderneming (art. 17 lid 3 onderdeel a) / 582 3.0.4.A Algemeen / 582 3.0.4.B Het begrip vaste inrichting / 582 a Algemeen / 582 b Buitenlandse commanditaire vennoten / 584 3.0.4.C Het begrip vaste vertegenwoordiger / 587 3.0.5 Winsttoerekening aan de vi/vv / 587 3.0.5.A Algemeen / 587 3.0.5.B Codificatie van het at arm s-lengthbeginsel (art. 8b) / 588 3.0.6 De uitbreidingen van het begrip Nederlandse onderneming (art. 17a) / 590 3.0.6.A Algemeen / 590 3.0.6.B In Nederland gelegen onroerende zaken (art. 17a onderdeel a) / 590 a Nationale heffingsbevoegdheid / 590 b Overgangsrecht / 591 c Verdragen / 592 3.0.6.C Winstrechten in en medegerechtigdheid tot een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd (art. 17a onderdeel b) / 592 XXIX

Internationaal Belastingrecht a Nationale heffingsbevoegdheid / 592 a1 Algemeen / 592 a2 Aandelen in de winst / 592 a3 Medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming / 593 a4 Effectenbezit / 593 b Verdragen / 594 3.0.6.D Aanmerkelijkbelangschuldvorderingen (art. 17a onderdeel c) / 594 a Nationale heffingsbevoegdheid / 594 a1 Algemeen / 594 a2 A.b.-schuldvorderingen behoren tot een Nederlandse onderneming / 594 a3 Het begrip gerechtigde / 595 b Verdragen / 596 3.0.6.E Bestuurders en commissarissen (art. 17a onderdeel d) / 596 a Nationale heffingsbevoegdheid / 596 a1 De werkzaamheden van niet in Nederland gevestigde lichamen / 596 a2 De begrippen bestuurder, commissaris en leidende werkzaamheden en functies / 596 a3 De vestigingsplaats van het bestuurde lichaam / 597 b Verdragen / 598 3.0.6.F Werkzaamheden op het Noordzeewinningsgebied (art. 17a onderdeel e en f) / 598 a Nationale heffingsbevoegdheid / 598 b Verdragen / 599 3.0.7 Belastbaar inkomen uit een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap (art. 17 lid 3 onderdeel b) / 599 3.0.7.A Nationale heffingsbevoegdheid / 599 a Algemeen / 599 b De doelstelling van art. 17 lid 3 onderdeel b / 601 c De aanwezigheid van een aanmerkelijk belang / 601 d De in Nederland gevestigde aandelenvennootschap / 601 e Het hoofddoel of een van de hoofddoelen / 602 f Kunstmatige constructie / 603 g Toepasselijk tarief / 604 3.0.7.B Verdragen / 604 a Reguliere voordelen (Afdeling 4.5 Wet IB 2001) / 604 b Vervreemdingsvoordelen (Afdeling 4.6 Wet IB 2001) / 604 3.0.8 Belastbare winst van een op Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigd lichaam / 605 3.0.9 Vrijstelling voor internationaal vervoer (art. 19) / 605 3.0.9.A Algemeen / 605 3.0.9.B Wederkerigheidseis / 606 3.0.9.C Internationaal water- en luchtvervoer (art. 19 onderdeel a) / 606 3.0.9.D Railvervoer (art. 19 onderdeel b) / 607 LITERATUURREGISTER / 609 Alfabetisch register / 627 XXX

Inleiding Prof. mr. F.P.G. Pötgens prof. mr. C. van Raad 0.0 Voorwoord In de onderdelen Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting van deze Cursus hebben wij reeds kennis gemaakt met enige grensoverschrijdende kanten van het Nederlandse belastingrecht. Met name in de hoofdstukken over de buitenlandse belastingplicht (onderdelen IB.7.0.0 t/m IB.7.4.1 en Vpb.3.0.0 t/m Vpb.3.0.8) zijn zulke internationale aspecten aan de orde geweest. Het Nederlandse internationale belastingrecht omvat, naast de bepalingen inzake buitenlandse belastingplicht, de nationale regels ter voorkoming van internationale dubbele belasting van binnenlandse belastingplichtigen (welke voorkoming is geregeld in het Besluit voorkoming dubbele belasting ( Bvdb ) 2001), de regels van de Europese Unie (globaal: de vrije verkeersbepalingen in het EU-Verdrag en de richtlijnen) alsmede de belastingverdragen. Aan deze eenzijdige voorkomingsregels en aan de belastingverdragen zal, voorafgegaan door een uiteenzetting van enige algemene begrippen uit het internationale belastingrecht, het grootste deel van dit Cursusonderdeel zijn gewijd. Voor de EU-regels wordt verwezen naar EBR.5 en EBR.6 Met het oog op de sterke samenhang tussen de stof van dit Cursusonderdeel en de in de andere Cursusonderdelen opgenomen hoofdstukken over de buitenlandse belastingplicht, vangt de Cursus Internationaal Belastingrecht aan met een inleidend hoofdstuk waarin de verbanden worden getoond tussen deze verschillende delen van het Nederlandse internationale fiscale recht. De student van het Nederlandse internationale belastingrecht wordt dan ook aangeraden, alvorens zich te verdiepen in enig (in dit Cursusonderdeel of andere Cursusonderdelen behandeld) onderwerp van internationaal belastingrecht, zich grondig te oriënteren in de samenhang tussen een en ander zoals uiteengezet in dit inleidende hoofdstuk. Daarnaast is dit hoofdstuk van nut voor degenen die slechts in een eerste kennismaking met het internationale belastingrecht zijn geïnteresseerd. 0.1 Inleiding Het internationale belastingrecht betreft situaties waarbij twee (of meer) staten belastingheffend zijn betrokken, zodat er sprake is van mogelijke meervoudige belastingheffing. Het meest voorkomende geval betreft dubbele belastingheffing; de meest gebruikelijke vorm daarvan doet zich voor als een natuurlijke persoon of een lichaam subjectief aan de ene staat is gebonden (door daar te wonen, gevestigd te zijn of er de nationaliteit van te hebben) en inkomsten geniet uit een andere staat (het object bevindt zich in de andere staat). Als voorbeeld kan men denken aan een inwoner van Nederland die in Frankrijk een vakantiewoning bezit waaruit hij huuropbrengsten geniet of, andersom, aan een in de Verenigde Staten gevestigde corporation die in Nederland over een verkoopkantoor beschikt en daarmee winst behaalt. In dit soort situaties hebben in de regel twee soorten staten fiscale jurisdictie: de woon- of vestigingsstaat van de belastingplichtige en de bronstaat van de inkomsten. Op grond van de volkenrechtelijke regels inzake jurisdictie heeft een staat onbeperkte (fiscale) jurisdictie niet alleen ten opzichte van zijn staatsburgers (en de naar zijn recht opgerichte lichamen) doch ook ten opzichte van personen (en lichamen) die duurzaam op zijn grondgebied verblijven (inwoners). Daarnaast heeft een staat beperkte jurisdictie wat betreft de bronnen van inkomen en de vermogensbestanddelen die zich binnen zijn territoir bevinden en toebehoren aan een niet-inwoner De woon- of vestigingsstaat van de belastingplichtige dat wil zeggen de staat waarmee deze een subjectieve band heeft betrekt deze persoonlijk met die staat verbonden belastingplichtige in de regel inderdaad voor diens totale inkomen (het wereldinkomen) in de belastingheffing. Deze staat merkt die belastingplichtige als een onbeperkt belastingplichtige aan (in de Nederlandse wet genoemd: binnenlandse belastingplichtige). 1