Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Helena Eilander
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar Algemene fiscaal verdragsbeleid Nr. 6 AANVULLENDE LIJST VAN ANTWOORDEN Ontvangen 9 juni 188 Artikel 1 1 In die gevallen waarin belastingverdragen niet leiden tot het opheffen van dubbele belasting hebben de verdragspartijen geen overeenstemming kunnen bereiken. Het als gevolg daarvan voortbestaan van dubbele belasting is in die gevallen bewust aanvaard. Het betreft hier in het bijzonder de verdragen met de Verenigde Staten van Amerika, Canada, de Bondsrepubliek Duitsland en Marokko. De Verenigde Staten van Amerika waren alleen bereid ter voorkoming van dubbele belasting terug te treden voor in Nederland wonende Amerikaanse staatsburgers ter zake van inkomsten uit Nederlandse bronnen. Voor inkomsten uit bronnen niet in Nederland kan derhalve voor in Nederland wonende Amerikaanse Staatsburgers dubbele belasting ontstaan. Canada kent onderkapitalisatieregels die ertoe leiden dat interest welke daadwerkelijk als zodanig moet worden aangemerkt door Canada als dividend wordt beschouwd. Nederland kan zich met deze fictieve karakterisering niet verenigen. Door deze Canadese beschouwingswijze kan dubbele belasting ontstaan. De Bondsrepubliek van Duitsland wilde hoge heffingen op uitgaande dividenden. Nederland is hiermee niet akkoord gegaan zodat dubbele belasting kan optreden. Marokko was niet bereid voor Nederlandse overheidspensioenen terug te treden met de Marokkaanse belastingheffing. Ook hier kan dus dubbele belasting ontstaan. In de hier beschreven gevallen bevatten de desbetreffende verdragen een regeling, zodat reeds om die reden het Besluit geen toepassing kan vinden. Vrijstelling in het kader van het Besluit is reeds daarom niet de geëigende manier om dubbele belasting te voorkomen. Zoals in het antwoord op vraag 4 naar aanleiding van de notitie Algemeen fiscaal verdragsbeleid is aangegeven, is de keuze voor deze opzet bewust gemaakt tot behoud van de Nederlandse onderhandelingspositie. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 1
2 Artikel 2 lid 1 2 en 3 Oneigenlijk gebruik van het Besluit door het onderbrengen van activiteiten in tax-havens laat zich niet gemakkelijk denken. Om voor de opbrengst van dergelijke activiteiten aanspraak te kunnen maken op vrijstelling overeenkomstig het Besluit moeten de activiteiten in de tax-haven worden verricht met behulp van een vaste inrichting die in dat land onderworpen is aan een belasting naar de winst. Of een vaste inrichting in de tax haven aanwezig is en hoeveel winst daaraan moet worden toegerekend, moet worden beoordeeld naar de maatstaven van de Nederlandse wetgeving. Wanneer naar deze maatstaven een vaste inrichting aanwezig wordt geoordeeld en daaraan een bepaald bedrag aan winst moet worden toegerekend, is het in overeenstemming met het stelsel van de Nederlandse wetgeving om voor die winst vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting te verlenen, mits die winst in het land van de vaste inrichting onderworpen is aan belastingheffing. Van oneigenlijk gebruik kan dan niet gesproken worden. Dit geldt ook voor een Nederlands lichaam, dat zijn enige activiteiten uitoefenen met behulp van een buitenlandse vaste inrichting. lid 2, onderdeel a 4 In Nederland wordt van inwoners belasting geheven over het wereldinkomen c.q. de wereldwinst. Dit inkomen c.q. winst is opgebouwd uit positieve en negatieve bestanddelen uit binnen- en buitenland. Bij dit systeem sluit voor de voorkoming van dubbele belasting de gezamenlijke methode meer aan dan de afzonderlijke methode. Bij de afzonderlijke methode wordt een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting verleend voor positieve opbrengsten uit een ander land, terwijl een buitenlands verlies direct in mindering kan worden gebracht op de binnenlandse winst. Verrekening van het buitenlandse verlies komt pas aan de orde bij een latere winst uit hetzelfde land. Bij de gezamenlijke methode daarentegen vindt ook verrekening plaats van verliezen uit het ene land met winsten die in hetzelfde jaar of in latere jaren in een ander land worden behaald. Aangezien het bij toepassing van de afzonderlijke methode voorts maar de vraag is of in aanmerking genomen verliezen uit een land worden gecompenseerd met latere winsten uit hetzelfde land, ligt toepassing van deze methode ook in die landen niet voor de hand. De keuze voor de gezamenlijke methode is voor wat betreft het Besluit in 1958 gemaakt en is sindsdien niet meer gewijzigd. Ook de vanaf 1980 gesloten bilaterale belastingverdragen bevatten alle de gezamenlijke methode. 5 Uit de jurisprudentie over de toerekening van vermogensbestanddelen aan het hoofdkantoor en de buitenlandse vaste inrichting vloeit voort dat aan de buitenlandse vaste inrichting die vermogensbestanddelen worden toegerekend die gebruikt worden voor het drijven van de buitenlandse onderneming. De overige vermogensbestanddelen worden toegerekend aan het hoofdkantoor. Een uitdrukkelijke bepaling is dan ook niet nodig. 6 De verwijzing in artikel 10 van het ontwerp-besluit naar de bepalingen die voor de inkomstenbelasting gelden houdt in dat ook voor de vennootschapsbelasting vrijstelling met progressievoorbehoud wordt verleend. Tweede Kamer, vergaderjaar , 20365, nr. 6 2
3 Nu de vennootschapsbelasting een proportioneel tarief kent heeft het progressievoorbehoud evenwel geen betekenis. De verwijzing in artikel 10 naar de bepalingen voor de inkomstenbelasting berust dan ook uitsluitend op overwegingen van wetgevingstechnische doelmatigheid. Het verlenen van een objectieve vrijstelling voor de vennootschapsbelasting zou in strijd zijn met belastingheffing over de wereldwinst, omdat het buitenlandse resultaat dan geheel uit het belastbare resultaat zou worden verwijderd. Voor verliescompensatie bijvoorbeeld dient het buitenlandse resultaat tot het belastbare bedrag worden gerekend. 7 De hoofdregel voor inkomsten uit dienstbetrekking is dat de belastingheffing plaatsvindt in het land waar de dienstbetrekking feitelijk wordt uitgeoefend. Het huidige Besluit stelt dan vanaf de eerste dag deze inkomsten vrij van Nederlandse inkomstenbelasting mits deze aan belasting onderworpen zijn in het land waar gewerkt wordt. De nu voorgestelde termijn van dertig dagen heeft slechts ten doel te voorkomen dat vrijstelling wordt verleend in gevallen dat er formeel gesproken wel voldaan is aan de onderworpenheidseis maar van feitelijke belastingheffing in het werkland vrijwel zeker geen sprake is. De voor verdragen gebruikelijke bepaling dat eerst veel later, namelijk na 183 dagen, in het buitenland belasting zal worden geheven en in het woonland vrijstelling zal worden verleend, is een op basis van wederkerigheid overeen te komen regeling die vooral ten doel heeft over en weer tewerkstellingen te vergemakkelijken. Op deze wederkerigheid kan niet worden gerekend bij een eenzijdige maatregel als het Besluit. Voor de beoordeling of aan de 30-dagentermijn is voldaan tellen gewone arbeidsonderbrekingen mee. Voor een toelichting op het begrip «gewone arbeidsonderbrekingen» wordt verwezen naar hetgeen hieromtrent is medegedeeld bij de behandeling van de Wet van 4 september 1985, Stb. 567, waarbij een tweede lid aan artikel 38 Algemene wet inzake rijksbelastingen is toegevoegd. 8 Ter zake van particuliere pensioenen, zijnde beloningen voor vroeger verrichte arbeid, is aansluiting gezocht bij de nationale wetgeving op dit punt. Dat impliceert een heffingsrecht voor de staat, waar de arbeid in dienstbetrekking is verricht. De onder verdragen gebruikelijke toedeling van het heffingsrecht van particuliere pensioenen aan de woonstaat vindt steeds plaats op basis van wederkerigheid. Daarvan kan uiteraard in niet-verdragssituaties geen sprake zijn. De behandeling van afkoopsommen onder het Besluit is geen andere dan die van termijnen van particuliere pensioenen zelf. Indien de bedoelde studie binnen de OESO ertoe zou leiden dat aan de bronstaat van de particuliere pensioenen steeds een heffingsrecht wordt toegerekend, zouden de verdragen op dit punt meer in de richting van het Besluit komen. lid 2, onderdeel b, onder ten 5e 9 Zoals uit de tekst van het ontwerp-besluit en de toelichtende nota blijkt wordt de onderworpenheidseis gehandhaafd, omdat met deze eis uitdrukking wordt gegeven aan het principe dat Nederland alleen (eenzijdig) terugtreedt bij dubbele belasting. Voor de redenen waarom geen nadere eisen aan de onderworpenheid worden gesteld zij verwezen naar de uiteenzettingen in de Memorie van Antwoord bij het wetsontwerp Herziening van de deelnemingvrijstelling in de vennootschapsbelasting (Kamerstukken II, vergaderjaar 1987/1988, , nr. 7). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 3
4 10 Of sprake is van een vrijstelling die voor een bepaalde periode wordt verleend ter stimulering van de economie wordt beoordeeld aan de hand van de omschrijving van de vrijstelling en van de voorwaarden die eventueel gesteld kunnen worden bij het toekennen van de vrijstelling. Onder stimulering van de economie wordt voor de toepassing van de regels ter voorkoming van dubbele belasting in het bijzonder verstaan die maatregelen die er kennelijk op gericht zijn door de toekenning van in de tijd begrensde belastingvoordelen investeringen vanuit het buitenland aan te trekken die kunnen leiden tot vergroting van de werkgelegenheid, verbetering van de infrastructuur en van de opleiding van de bevolking van het land dat de desbetreffende maatregelen neemt. Maatregelen die erop gericht zijn door toekenning van belastingvoordelen opbrengsten in een land te laten neerslaan van activiteiten die op zichzelf geen verbinding met dat land hebben, vallen hier niet onder. Verlenging van fiscale faciliteiten zodanig dat moet worden geconstateerd dat feitelijk sprake is van een algemene vrijstelling, dient te leiden tot de gevolgtrekking dat niet langer voldaan wordt aan de onderworpenheidseis. 11 Het Besluit heeft betrekking op in Nederland door de centrale overheid geheven belastingen, in beginsel treedt Nederland dan ook slechts terug voor buitenlandse belastingen die qua karakter overeenkomen met de door de Nederlandse centrale overheid geheven rijksbelastingen. Voor de heffing van Nederlandse rijksbelastingen is het daarom niet juist om terug te treden voor buitenlandse belastingen van lagere overheden, welke belastingen vaak het karakter zullen hebben van een bijkomende belasting. Dat belastingen geheven door lagere overheden ook kunnen bijdragen in de algemene middelen is daarbij niet relevant. Wanneer belastingen niet op federaal niveau worden geheven, maar uitsluitend door de samenstellende delen van een federatief georganiseerde staat dan is feitelijk die belastingheffing de enige belastingheffing die vergelijkbaar is met de Nederlandse rijksbelastingen, zodat er in dat geval wel aanleiding is om bij de heffing van de Nederlandse belastingen terug te treden. lid 4 12 De fictie van aanschaffing door de vaste inrichting van een bedrijfsmiddel tegen de waarde in het economisch verkeer geldt ongeacht de termijn gedurende welke het bedrijfsmiddel ter beschikking wordt gesteld. Tot nu toe is in de praktijk niet de behoefte gevoeld een onderscheid te maken tussen tijdelijke en duurzame terbeschikkingstelling. lid 5 13 De tekst van het ontwerp-besluit beoogt een duidelijker omschrijving te geven van het begrip vaste inrichting zonder daarin inhoudelijk wijziging aan te brengen ten opzichte van de betekenis zoals deze zich tot nu toe in de jurisprudentie heeft ontwikkeld. Wanneer het voorstel tot uitbreiding van het begrip vaste inrichting in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wet zal zijn geworden, zal worden bezien op welke wijze de omschrijving in het Besluit kan worden aangepast. De regering heeft echter niet op de behandeling van het desbetreffende wetsontwerp vooruit willen lopen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 4
5 14 De onderhavige afwijking van het OESO-modelverdrag 1977 heeft geen materiële betekenis. Zij hangt samen met de tekst van de aanhef van het onderhavige vijfde lid. 15 Tussen het ontwerp-besluit dat op het onderhavige punt aansluit bij de bewoordingen van het OESO-modelverdrag 1977 en de daarop geënte verdragen, en het huidige Besluit is geen materieel verschil. Indien de uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of montagewerkzaamheden langer duurt dan twaalf maanden is steeds sprake van een vaste inrichting. 16 Een schip kan in zijn normale hoedanigheid van transportmiddel slechts in zeer bijzondere omstandigheden tot de constatering van een vaste inrichting leiden. Ingeval echter een werkschip gedurende langere tijd in de territoriale wateren van een land ligt, zou kunnen worden geconcludeerd dat dit schip een vaste inrichting vormt. Het feit dat een schip onder omstandigheden een vaste inrichting kan vormen, is op zich niet voldoende om in zijn algemeenheid juist voor dit bedrijfsmiddel te bepalen dat het een vaste inrichting kan vormen. Artikel 3 lid 1 17 In artikel 3, lid 1, wordt wel degelijk rekening gehouden met persoonlijke verplichtingen, buitengewone lasten en aftrekbare giften. Omdat deze aftrekposten niet samenhangen met bepaalde inkomensbronnen gaat het Besluit uit van de gedachte dat de hiervoor genoemde aftrekposten uit het gehele inkomen, inclusief het buitenlandse deel daarvan, dienen te worden bestreden. Artikel 5 lid 1b 18 De in het eerste lid, onder b opgenomen limiet heeft ten doel te voorkomen dat meer buitenlandse bronbelasting wordt verrekend dan de Nederlandse belasting die ter zake van de desbetreffende opbrengsten verschuldigd is. Door een eventuele overbrenging van dividenden, interest en royalty's van voorgaande jaren voor zover de daarmee samenhangende buitenlandse belasting nog niet verrekend is, zou deze opzet worden verijdeld. Overigens past het overbrengen van buitenlandse inkomsten niet in een verrekensysteem, dat nu juist voorziet in het in latere jaren verrekenen van nog niet verrekende belasting. 19 Evenals onder het huidige Besluit behoeven bij de berekening van de vermindering ter zake van royalty's slechts de daarop rechtstreeks drukkende kosten in aanmerking te worden genomen. Bij dividenden en interest moet worden rekening gehouden met alle daarmee verband houdende kosten. 20 Ter zake van lease-vergoedingen dient de afschrijvingscomponent als rechtstreeks drukkende kosten te worden opgevat. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 5
6 Artikel 6 21 Strikt genomen past de mogelijkheid om te kiezen voor aftrek van de in het buitenland geheven belasting als kosten niet in het systeem van voorkoming van dubbele belasting. De opneming van de bepalingen die thans in de artikelen 4-6 voorkomen hadden echter tot doel fiscale belemmeringen weg te nemen voor investeringen in ontwikkelingslanden. Omdat het denkbaar leek dat het doel - het wegnemen van belemmeringen in de vorm van dubbele belasting - onder bepaalde omstandigheden niet bereikt zou kunnen worden, is de mogelijkheid opgenomen om als het ware terug te keren naar de situatie waarin geen maatregelen waren genomen om deze belemmeringen op te heffen. In die situatie is aftrek van de in het buitenland geheven belasting als kosten toegestaan, hetgeen eveneens leidt tot een vermindering van de in Nederland te betalen belasting. De keuze voor aftrek als kosten zal in het bijzonder dan gemaakt worden, wanneer als gevolg van de limiet voor de belastingvermindering als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, de vermindering kleiner is dan zij zou zijn in het geval van aftrek als kosten. Bij hoge tarieven in het buitenland en hoge kosten die op de ontvangen opbrengsten in mindering dienen te worden gebracht, kan zich deze situatie voordoen. De hoogte van het tarief van de buitenlandse belasting speelt in het geval van verrekening ter voorkoming van dubbele belasting steeds een rol. Is dit tarief lager dan het tarief in het woonland van de genieter van de opbrengsten dan wordt in het land belasting «bijgeheven». Is het tarief van de buitenlandse belasting hoger dan het tarief in het woonland dan kan dat meerdere, behoudens een verrekering in latere jaren, niet leiden tot vermindering van de belasting van het woonland. Ook in het geval van aftrek van de buitenlandse belasting als kosten wordt slechts een gedeelte van de buitenlandse belasting op de belasting van het woonland in mindering gebracht. Artikel 8 22 Onder het huidige Besluit bestaat aanspraak op vrijstelling van Nederlandse vermogensbelasting ook indien niet het vermogen zelf, maar de inkomsten uit dat vermogen aan een belasting in het buitenland zijn onderworpen. Het ontwerp-besluit bevat deze mogelijkheid niet meer, omdat onderworpenheid van alleen de inkomsten uit vermogen geen voldoende grond wordt geacht om eenzijdig terug te treden bij de heffing van een afzonderlijke vermogensbelasting. In die gevallen, echter, waarin een land inkomsten uit vermogen naar een hoger tarief belast dan overige inkomsten, kan gesteld worden dat sprake is van een vermogensbelasting begrepen in het tarief van de inkomstenbelasting. Alsdan bestaat de bereidheid met toepassing van artikel 63, Algemene Wet inzake rijksbelastingen de regeling van het huidige Besluit te continueren. In zulk een geval zullen de inkomsten uit dat vermogen alsmede het vermogen zelf volgens de regels van het Besluit worden vrijgesteld. 23 Een capital gains tax wordt geheven over de winst behaald met de vervreemding van het desbetreffende vermogensbestanddeel. Aangezien deze heffing niet plaatsvindt tijdens het bezit van het vermogensbestanddeel kan niet gezegd worden dat deze heffing een equivalent is voor een vermogensbelasting. Dit is anders te beoordelen bij een heffing over vermogensinkomsten die hoger is dan over andere inkomsten. In die situatie zou namelijk gesteld kunnen worden, dat mede het bezit als belastingfactor in aanmerking wordt genomen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 6
7 Zoals in de nota van toelichting op het ontwerp-besluit is aangegeven, bestaat de bereidheid om met toepassing van artikel 63, van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen een aftrek ter voorkoming van dubbele vermogensbelasting te verlenen, indien de belastingplichtige voor de desbetreffende vermogensbestanddelen weliswaar in een bepaald land niet belast wordt, maar dat land de inkomsten uit die vermogensbestanddelen naar een hoger dan het normale tarief belast. Hieruit volgt dat het initiatief hiertoe van belastingplichtige dient uit te gaan. Het gaat hierbij voorts niet zo zeer om de tariefverschillen, alswel om de omstandigheid dat uit het verschil in tarief voor de heffing van de inkomstenbelasting kan worden afgeleid dat ook aan de factor bezit waarde wordt toegekend. Artikel 9 24 In de nota van toelichting op het ontwerp-besluit is aangegeven, dat artikel 7, lid 2, van de Wet op de vermogensbelasting 1964 niet beperkt is tot het vermogen van een binnenlandse onderneming. Indien derhalve het vermogen of een deel daarvan bestaat uit het vermogen van een in buitenland gelegen onderneming kan evenzeer aanspraak worden gemaakt op de in genoemd artikel 7, lid 2, neergelegde ondernemingsvrijstelling. Op grond hiervan is geconcludeerd dat de ondernemingsvrijstelling bij de berekening van de voorkoming naar evenredigheid dient te drukken op het binnenlandse en het buitenlandse ondernemingsvermogen. Deinde vraag gesuggereerde benadering zou er toe leiden dat bijvoorbeeld in het geval het vermogen bestaat uit enerzijds buitenlands ondernemingsvermogen en anderzijds overig binnenlands vermogen de normale heffing over dat binnenlands vermogen geheel of gedeeltelijk te niet zou worden gedaan. 25 De aftrek ter voorkoming van dubbele vermogensbelasting wordt overeenkomstig de regeling van het Besluit verleend. Het aldus verminderde bedrag aan vermogensbelasting telt vervolgens mee voor de eventuele toepassing van de zogenaamde 80%-regeling van artikel 14, lid 5, Wet op de vermogensbelasting Artikel Het ontwerp-besluit erkent evenals het huidige Besluit de bevoegdheid van een staat te heffen over een prijs, die ter gelegenheid van een in die staat georganiseerd kansspel, afkomstig is uit die staat. Daarbij past dat het woonland van de prijsgerechtigde op overeenkomstige wijze terugtreedt, wanneer sprake is van onderworpenheid in de bronstaat. Deze overwegingen en de omstandigheid dat het toenmalige Besluit voorkoming dubbele belasting alleen de vrijstellingsmethode hanteerde, hebben er bij de invoering van de Loterijbelasting (thans Kansspelbelasting) in 1961 toe geleid dat voor prijzen uit buitenlandse kansspelen voor de vrijstellingsmethode werd gekozen. Bij de heroverweging van het huidige Besluit heeft de regering geen aanleiding gevonden naar de verrekenmethode over te gaan. De Staatssecretaris van Financiën, H. E. Koning Tweede Kamer, vergaderjaar , 20365, nr. 6 7
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen Artikel XII Het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES)
Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES) 2010/555; Op de voordracht van de Staatssecretaris
VERTALING. Artikel 2 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :
VERTALING Aanvullende Overeenkomst tot wijziging van de Overeenkomst en tot opheffing van het Protocol tussen het Koninkrijk België en de Republiek Korea tot het vermijden van dubbele belasting en tot
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 615 Goedkeuring van het op 12 april 2012 te Berlijn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 Besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2008, 574 HOOFDSTUK 1 REIKWIJDTE
NOTA VAN TOELICHTING. 1 Voor lichamen die in de BES eilanden zijn gevestigd worden twee nieuwe fiscale heffingen ingevoerd ter
NOTA VAN TOELICHTING I. Algemeen Sinds 10 oktober 2010 vormen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES eilanden) een onderdeel van Nederland. Tot 1 januari 2011 blijft het Nederlands-Antilliaanse fiscale stelsel
Instelling. Onderwerp. Datum
Instelling De Staatssecretaris van Financiën Onderwerp Nota van Toelichting bij het Besluit tot wijziging van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 in verband met de samenloop met het belastingverdrag
Blok 11. IS 2: dubbele belasting en de Spaanse holding (ETVE). Deelnemingen, deelnemingsvrijstelling of voorkoming van dubbele belasting.
Blok 11. IS 2: dubbele belasting en de Spaanse holding (ETVE). Deelnemingen, deelnemingsvrijstelling of voorkoming van dubbele belasting. 1. Algemeen systeem. De wet voorziet in diverse gedetailleerde
Nieuw verdrag Nederland Duitsland ITEM/GWO. 16 november 2016
Nieuw verdrag Nederland Duitsland ITEM/GWO 16 november 2016 Inleiding Verdrag gesloten 12 april 2012 in Berlijn Duitse en Nederlands parlement hebben verdrag aangenomen In werking treding 1 januari 2016
Datum 16 april 2012 Betreft Opzet aanpassing Bvdb 2001 (voorkoming dubbele bankenbelasting) en tweede Nota van wijziging bankenbelasting
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s GRAVENHAGE Directie Internationale Fiscale Zaken Korte Voorhout 7 2511 CW Den
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen Dit document bevat vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. ib 801-1z*1fd INKOMSTENBELASTING
Checklist - Grensoverschrijdende arbeid
Checklist - Grensoverschrijdende arbeid Grensoverschrijdende arbeid neemt steeds meer toe en heeft allerlei gevolgen voor de werknemer, zijn de gezinsleden en zijn werkgever(s). Bij het bepalen van de
De 30-dagenregeling: Revisited
De 30-dagenregeling: Revisited Anna Gunn Inhoud 1. Achtergrond 2. De 30-dagenregeling (oud) 3. De 30-dagenregeling (nieuw) 4. Bevindingen 1. ACHTERGROND 1 De Nederlandse maritieme zones Maritieme zones:
AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van 6.12.2012. over agressieve fiscale planning
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 6.12.2012 C(2012) 8806 final AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6.12.2012 over agressieve fiscale planning NL NL AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6.12.2012 over agressieve fiscale
Regeling met België inzake ontslaguitkeringen
Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Besluit 22-06-2006 nr CPP2006-1404 Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling. Sector Ontwerp. Aspectgebied Internationaal belastingrecht
Circulaire 2018/C/94 betreffende het vrijstellingsmechanisme in de internationale belastingverdragen
Eigenschappen Titel : Circulaire 2018/C/94 betreffende het vrijstellingsmechanisme in de internationale belastingverdragen Samenvatting : Deze circulaire beschrijft het mechanisme dat de woonstaat hanteert
138 De Pensioenwereld in 2014
17 138 De Pensioenwereld in 2014 Beleggingen 139 EU-claims: geen grijs gedraaide plaat Auteurs: Susan Groot Koerkamp en Erwin Nijkeuter In de meeste Europese landen worden of werden buitenlandse pensioenfondsen
Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011
Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 Inhoud Voorwoord 9 Lijst van afkortingen 11 1 Het verdragsbeleid op hoofdlijnen 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Kerninzet 14 1.2.1 Hoofddoelen
Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit. Besluit van 26 april 2013, nr. DGB 2013/201M
Inkomstenbelasting. Keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen; inhaal - en terugnameregeling bij negatieve inkomsten uit eigen woning en belastingvermindering bij keuzerecht Directoraat-generaal
Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.
33 955 Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
34 323 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met enkele aanpassingen inzake de fiscale eenheid (Wet aanpassing fiscale eenheid) NOTA VAN WIJZIGING Het
1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar Nr. 278 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 278 28 279 Tweede Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland tot het
Reactie op prejudiciële vraag 17/01256
Reactie op prejudiciële vraag 17/01256 Conserverende aanslag ter zake van pensioen- en lijfrechten: strijd met verdragstrouw? Berichtgegevens Tijdstip ontvangst : 12-05-2017 12:28 Afzender : J.J.T. Beerepoot
Deel Internationaal belastingrecht
Deel Internationaal belastingrecht 1 Korte schets internationaal belastingrecht 2 Nederlandse eenzijdige regelingen 3 Methode van berekening van aftrek 4 Verdragen 5 Verdeling van heffingsrechten 6 Bijzondere
TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING
TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE EN DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTGAAN VAN BELASTING
Datum van inontvangstneming : 26/07/2012
Datum van inontvangstneming : 26/07/2012 Vertaling C-303/12-1 Zaak C-303/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 juni 2012 Verwijzende rechter: Rechtbank van eerste aanleg te
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale
Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale gebruik, daartoe noopt, wordt vrijstelling van belasting
Het verrekenen van buitenlandse dividendbelasting
Het verrekenen van buitenlandse dividendbelasting Voor particuliere (box 3) beleggers die in Nederland wonen en die dividend ontvangen uit hun portefeuille van beursgenoteerde binnen- en buitenlandse effecten
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 365 Besluit van 11 augustus 2012 tot wijziging van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 in verband met de invoering van een bankenbelasting
Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland van toepassing vanaf 1 januari 2016
Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland van toepassing vanaf 1 januari 2016 Op 12 april 2012 is een nieuw belastingverdrag ondertekend tussen Nederland en Duitsland (hierna: nieuw verdrag).
Aandelen en andere opties
Aandelen en andere opties Hoe zit het in grensoverschrijdende situaties? Het gaat weer beter met de Nederlandse economie. Dit zien we onder meer terug in de toenemende behoefte van Nederlandse werkgevers
Zaak C-446/04. Test Claimants in the FII Group Litigation tegen
Zaak C-446/04 Test Claimants in the FII Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]
A. WINST UIT ONDERNEMING: HOOFDSTUK 3 VPB BESCHRIJFT HET OBJECT VOOR DE
Hoorcollege 2 vanaf blz. 14 t/m blz. 21: A. WINST UIT ONDERNEMING: HOOFDSTUK 3 VPB BESCHRIJFT HET OBJECT VOOR DE BINNENLANDS BELASTINGPLICHTIGE LICHAMEN. Hoofdstuk 3 Vpb (art. 17 t/m 19) omschrijft het
Deel Internationaal belastingrecht
Deel Internationaal belastingrecht 1 Korte schets internationaal belastingrecht 2 Nederlandse eenzijdige regelingen 3 Methode van berekening van aftrek 4 Verdragen 5 Verdeling van heffingsrechten 6 Bijzondere
JJJ. de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs INTERNATIONALE ASPECTEN VAN DE FORFAITAIRE RENDEMENTSHEFFING
JJJ JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs INTERNATIONALE ASPECTEN VAN DE FORFAITAIRE RENDEMENTSHEFFING Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Caron & Stevens / Baker
Wonen in Duitsland 2016
Wonen in Duitsland 2016 Team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO) Nicole Janssen Inhoud presentatie Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting NL-D: Uitkeringen in belastingverdrag tot en met
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 272 Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (aanpassing regime ter zake van de afkoop van verplichtingen tot alimentatie of tot verrekening
Hoofdlijnen van het Nederlands belastingrecht
Hoofdlijnen van het Nederlands belastingrecht door Mr. P.M. van Schie Prof. dr. CA. de Kam Mr. J. Lamens Mr. drs. F.J.P.M. Haas Twaalfde herziene druk Kluwer Deventer - 2004 INHOUDSOPGAVE Voorwoord bij
Voorkoming van dubbele belasting. Voorkoming onder de toepassing van de belastingverdragen
Voorkoming van dubbele belasting. Voorkoming onder de toepassing van de belastingverdragen 1 Voorkoming van dubbele belasting. Voorkoming onder de toepassing van de belastingverdragen Belastingdienst/Centrum
Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016
Belastingdienst 16 2016 Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016 Deze aanvullende toelichting hoort bij de M-aangifte 2016. In het Overzicht inkomsten en aftrekposten
Beantwoording Kamervragen over de pensioenmaximering op 100.000 en de verlaging van de opbouw
Beantwoording Kamervragen over de pensioenmaximering op 100.000 en de verlaging van de opbouw Het Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) heeft aan de staatssecretarissen Wiebes (Financiën) en Klijnsma (SZW) een
1 de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen tot ;
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten Directie I/5C Circulaire nr. Ci.RH.331.611.085 (AAFisc Nr. 41/2011) dd 22.08.2011 Personenbelasting Berekening van de belasting Berekening
2014Z21984. Antwoord 1
2014Z21984 Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën over de pensioenmaximering op 100.000 en de verlaging van de opbouw, die bij
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22561 29 april 2016 Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht 25 april 2016 nr. DGB 2016/1731M
Artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
Memo Van prof. Mr. Ch.P.A. Geppaart Onderwerp Artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen 1. Via het hoofd van de afdeling Directe belastingen van het Ministerie van Financiën ontving ik Uw
Verrekenen van bronbelasting Het bepalen van de tweede limiet voor royalty s en interest onder artikel 36 en 36a Besluit voorkoming dubbele belasting
ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM NADRUK VERBODEN Europese Fiscale Studies Post Master Internationaal en Europees Belastingrecht 2014/2015 Verrekenen van bronbelasting Het bepalen van de tweede limiet voor
Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars
Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Besluit 31-03-2006 nr CPP06-507 Invorderingswet 1990. Aansprakelijkheid verzekeraars in verband met een inkomensvoorziening, een arbeids- of
Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015
Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015 Nicole MSH Janssen Team GWO Inhoud presentatie Belastingverdrag tot en met 2015 Werken in Nederland Uitkering uit Nederland Fiscaal partnerschap (fp)
Belastingverdrag Nederland- Duitsland. Kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Belastingverdrag Nederland- Duitsland Kwalificerende buitenlandse belastingplicht mr. Dick de Ruiter RB 6 april 2017 Belastingplicht: waar? De meesten van ons worden m.i.v. 1 januari 2017 aangemerkt als
Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?
Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen
Date de réception : 01/12/2011
Date de réception : 01/12/2011 Resumé C-544/11-1 Zaak C-544/11 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof
Samenvatting. Kamerstukken II 1987/88, 20 365, nr. 2. Kamerstukken II 1996/97, 25 087, nr. 1. Kamerstukken II 1997/98, 25 087, nr. 4.
Samenvatting 1. Inleiding Belastingverdragen dienen ertoe om op basis van wederkerigheid zowel dubbele belastingheffing als zogenoemde heffingslacunes te vermijden. In 1987 1, 1996 2 en 1998 3 zijn notities
Particuliere beleggers in een beleggingsinstelling, een aantal fiscale aspecten
Mr. M.J.P.C. Steinbusch 1 Particuliere beleggers in een beleggingsinstelling, een aantal fiscale aspecten 31 In Nederland worden meer dan 10.000 verschillende beleggingsfondsen en verschillende aandelensoorten
AANVULLENDE OVEREENKOMST
AANVULLENDE OVEREENKOMST TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIË EN DE FEDERATIEVE REPUBLIEK BRAZILIË TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT REGELING VAN SOMMIGE ANDERE AANGELEGENHEDEN
1/2. Vergaderjaar
STATEN-GENERAAL B 1/2 Vergaderjaar 2012-2013 33638 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Democratische Republiek Ethiopië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen
TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot de vergadering van participanten van Sustainable Values Fund
TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot de vergadering van participanten van Sustainable Values Fund te houden op 18 juli 2014, om 11:00 uur Herengracht 537, 1017 BV Amsterdam 2 juli 2014 I
Werken in. Duitsland. Wonen in België. Uw toestand op fiscaal vlak in België
Werken in Duitsland Wonen in België Deze brochure geeft informatie over de wijzigingen die de aanvullende Overeenkomst van 5/11/2002 bij de Belgisch- Duitse Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 850 24 november 2008 Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 12 november 2008, nr. 5557004/08, houdende bepalingen
Veel vragen EK over pensioen in belastingverdrag met Duitsland beantwoord
Kenmerk Titel Min. v. Fin. 6 februari 2015 IZV/2015/79U Veel vragen EK over pensioen in belastingverdrag met Duitsland beantwoord Samenvatting Staatssecretaris Wiebes is mede namens de minister van Buitenlandse
Belastingverdrag Nederland - Duitsland Inkomsten uit dienstbetrekking, directeursbeloningen en pensioenen De Nederlandse visie
Belastingverdrag Nederland - Duitsland Inkomsten uit dienstbetrekking, directeursbeloningen en pensioenen De Nederlandse visie Dr. A.H.H. Bollen-Vandenboorn 1 november 2013 Inkomsten uit dienstbetrekking
Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit
Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.1.2146 Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit bronnen Brief staatssecretaris van Financiën aan Tweede Kamer d.d. 5.11.2010 nr. 22, behorende bij kamerstuk 32130
