Letselschade van zelfstandigen, deel 2 Drs. M.J. van der Eijk Inhoud Terugblik Oudedagsvoorzieningen zelfstandig ondernemers Fiscale oudedagsreserve (FOR) Pensioen in eigen beheer directeur grootaandeelhouder Schade? Levensvatbaarheid onderneming Hoe te toetsen? Gevolgen voor schadebegroting Verschil BV en onderneming zonder rechtspersoonlijkheid Bedrijfsbeëindiging Opkomende voordelen? Fiscale gevolgen Gevolgen voor schadebegroting Presentatie drs. M.J. van der Eijk 1
Verlies aan arbeidsvermogen ondernemers Uitgangspunt: netto schade van het slachtoffer persoonlijk Rechtsvorm bepalend voor Winstverdeling (VOF, meewerkende partner) Fiscale behandeling resultaat (box 1, box 2, Vennootschapsbelasting) Analyse jaarrekeningen: hoe ontwikkelt zich de bruto opbrengst uit ondernemersarbeid? Aangiften Inkomstenbelasting om bruto/netto te bepalen Maak onderscheid tussen fiscale en consumptieve posten Bruto / netto traject (Box 1) Fiscaal Consumptief Bijtellingen privégebruik Ondernemersaftrek Auto, telefoon, verteer Zelfstandigenaftrek Startersaftrek Meewerkaftrek Stakingsaftrek S&O aftrek Investeringsaftrek MKB winstvrijstelling Premie A.o.v. FOR-dotaties Premie A.o.v. FOR-dotaties Ontvangen rente r/c BV Ontvangen rente r/c BV Betaalde rente r/c BV Premie Zvw Presentatie drs. M.J. van der Eijk 2
Winstdeling VOF met arbeidsvergoeding 80.000 winst Firmant A (totaal 37.200) Firmant B (totaal 42.800) 1.200 rente 30.000 arbeid 6.000 overwinst 800 rente 36.000 arbeid 6.000 overwinst Bij beperkingen arbeidsvergoedingen aanpassen (AD advies vragen) Na ongeval 50.000 winst Firmant A (werkt 10% meer) Firmant B (25 % inzetbaar) 1.200 rente 33.000 arbeid 3.000 overwinst 800 rente 9.000 arbeid 3.000 overwinst Bij beperkingen arbeidsvergoedingen aanpassen (AD advies vragen) Presentatie drs. M.J. van der Eijk 3
Na ongeval 50.000 winst Firmant A (totaal 37.200) Firmant B (totaal 12.800) 1.200 rente 33.000 arbeid 3.000 overwinst 800 rente 9.000 arbeid 3.000 overwinst Bij beperkingen arbeidsvergoedingen aanpassen (AD advies vragen) Inkomen directeur grootaandeelhouder (BV) Verschillende belastingtarieven Salaris in box 1 komt in mindering op resultaat voor Vennootschapsbelasting Resultaat na Vennootschapsbelasting kan als dividend worden uitgekeerd en wordt belast in box 2 Vermijd de 52 % schijf! Maar houd rekening met gebruikelijk loon regeling 6:107A BW betekent dat schadevergoeding belast wordt! Presentatie drs. M.J. van der Eijk 4
Bedrijfseconomische analyse Onderzoek bruto opbrengst uit ondernemersarbeid om inzicht te krijgen in effectiviteit arbeidsvermogen Commercieel Organiserend Uitvoerend Voor en na het ongeval Rekening houdend met externe invloedfactoren Consumptie/investeringen doelgroepen Concurrentie/marktaandeel Productiecapaciteit Arbeidsproductiviteit werknemers/loonontwikkelingen Etc. Met het doel hypothese te vormen, rekening houdend met goede en kwade kansen Arbeidsdeskundige ondersteuning Taken en de daarmee samenhangende belasting in kaart brengen (wat is belang van tellen van uren?) In hoeverre is de ondernemer door het ongeval verminderd in staat om de belasting van het werk in de onderneming op te brengen? Conditio sine qua non: is het aan de beperkingen toe te schrijven dat hypothetische ontwikkeling niet is gerealiseerd? Presentatie drs. M.J. van der Eijk 5
Oudedagsvoorzieningen ondernemers Kenmerk: een deel van het resultaat en vermogen kan worden aangemerkt als uitgesteld inkomen Gevolg: belastingheffing wordt uitgesteld tot moment van consumeren Te realiseren voordelen: Lager tarief Box 1 in 1 e en 2 e schijf (tot 33.791) vanaf AOW-leeftijd Mogelijk positief effect voor Zvw-premie, zorg-/huurtoeslag, kindgebonden budget Rentevoordeel (valt in belaste bedrijfsresultaat) Uiteindelijk komt er alleen uit wat er in is gestopt FOR (eenmanszaak, VOF, Maatschap) FOR is onderdeel eigen vermogen Dotatie is percentage van fiscaal resultaat (9,8 %), met plafond (8.946 euro) per jaar Eventuele andere pensioenpremies komen hierop in mindering Mits eigen vermogen toereikend is Urencriterium (1.225) van toepassing FOR hoeft niet in liquide middelen aanwezig te zijn Minimale uitkeringsduur vijf jaar Behalve aankoop lijfrente is ook geblokkeerde bankrekening toegestaan. Loonheffing wordt ingehouden. Presentatie drs. M.J. van der Eijk 6
Leeftijd Belasting voordeel Voordeel Netto (42 %) Zvw inleg 55 5.000 2.100 270 2.630 56 5.000 2.100 270 2.630 57 5.000 2.100 270 2.630 58 5.000 2.100 270 2.630 59 5.000 2.100 270 2.630 60 5.000 2.100 270 2.630 61 5.000 2.100 270 2.630 62 5.000 2.100 270 2.630 63 5.000 2.100 270 2.630 64 5.000 2.100 270 2.630 65 5.000 2.100 270 2.630 66 5.000 2.100 270 2.630 Eindstand 60.000 25.200 3.240 31.560 Aan te kopen lijfrente (Bron: moneywise.nl) 7.462 10 jaar Bij overlijden vervalt uitkering Leeftijd Voordeel Netto Zvw inleg Leeftijd Uitkering Belasting heffing (22,9%) FORdotatie Belasting FORdotatie (42 voordeel %) Zvwpremie Netto uitkering 55 5.000 2.100 270 2.630 67 7.462 1.709 403 5.350 56 5.000 2.100 270 2.630 68 7.462 1.709 403 5.350 57 5.000 2.100 270 2.630 69 7.462 1.709 403 5.350 58 5.000 2.100 270 2.630 70 7.462 1.709 403 5.350 59 5.000 2.100 270 2.630 71 7.462 1.709 403 5.350 60 5.000 2.100 270 2.630 72 7.462 1.709 403 5.350 61 5.000 2.100 270 2.630 73 7.462 1.709 403 5.350 62 5.000 2.100 270 2.630 74 7.462 1.709 403 5.350 63 5.000 2.100 270 2.630 75 7.462 1.709 403 5.350 64 5.000 2.100 270 2.630 76 7.462 1.709 403 5.350 65 5.000 2.100 270 2.630 74.620 17.088 4.029 53.503 66 5.000 2.100 270 2.630 Eindstand 60.000 25.200 3.240 31.560 Netto voordeel 21.943? Aan te kopen lijfrente 7.462 10 jaar Bij overlijden vervalt uitkering Presentatie drs. M.J. van der Eijk 7
Leeftijd Netto inleg NCWfactor (2%) NCW Leeftijd Netto uitkering NCW-factor (2%) NCW 55 2.630 1,000 2.630 67 5.350 0,788 4.219 56 2.630 0,980 2.578 68 5.350 0,773 4.136 57 2.630 0,961 2.528 69 5.350 0,758 4.055 58 2.630 0,942 2.478 70 5.350 0,743 3.975 59 2.630 0,924 2.430 71 5.350 0,728 3.897 60 2.630 0,906 2.382 72 5.350 0,714 3.821 61 2.630 0,888 2.335 73 5.350 0,700 3.746 62 2.630 0,871 2.290 74 5.350 0,686 3.673 63 2.630 0,853 2.245 75 5.350 0,673 3.601 64 2.630 0,837 2.201 76 5.350 0,660 3.530 65 2.630 0,820 2.158 Totaal NCW 38.652 66 2.630 0,804 2.115 Totaal NCW 28.369 NCW voordeel 10.283 % van bruto inleg 60.000 17,1% Verschil belastingtarief 42,0 % tegen 22,9 % verklaart grootste deel (19,1 %). Getemperd door lage rente lijfrente (1,40 %) t.o.v. rekenrente NCW-factor 2 %. FOR en schade Incidentele terugval eigen vermogen kan betekenen dat FOR > EV Geen fiscale consequenties tenzij: Gehele of gedeeltelijke staking onderneming AOW leeftijd bereikt Twee jaar niet aan urencriterium voldaan Bij grote uitval na ongeval kan dit dus tot problemen leiden (door urencriterium en intering eigen vermogen) Vrijvallende deel FOR wordt in Box 1 progressief belast Presentatie drs. M.J. van der Eijk 8
Pensioen directeur grootaandeelhouder Pensioenvoorziening behoort juridisch niet bij Eigen Vermogen door scheiding rechtspersoon BV/directeur grootaandeelhouder Actuariële opbouw tot 70 % loon, met AOW-franchise, rekenrente en aantal jaren loondienst Uitkeringen levenslang na pensionering Weduwen en Wezenpensioen onderdeel van regeling (van belang bij overlijdensschade) Uitkeringen kunnen vanuit de eigen BV plaatsvinden Eenmaal gestarte opbouw kan niet zonder meer worden beëindigd, wel premievrij gemaakt, maar dan jaarlijks nog rente toevoegen ten laste van winst voor Vennootschapsbelasting Pensioen in eigen beheer Rekenvoorbeeld (20 dienstjaren) 2012 2013 2014 2015 2016 Bedrijfseconomisch resultaat 80.000 80.000 80.000 80.000 80.000 Salaris 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 Pensioendotaties 10.190 11.019 11.927 12.922 14.027 Resultaat voor Vennootschapsbelasting 19.810 18.981 18.073 17.078 15.973 Vennootschapsbelasting (20 %) 3.962 3.796 3.615 3.416 3.195 Beschikbaar voor dividend 15.848 15.185 14.458 13.662 12.778 Netto dividend (75%) 11.886 11.389 10.844 10.247 9.584 Pensioenvoorziening 109.352 120.371 132.298 145.220 159.247 Bruto uitkering levenslang 12.303 Aow 9.843 Totaal bruto inkomen na pensioen 22.146 Presentatie drs. M.J. van der Eijk 9
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid Rekenvoorbeeld (20 dienstjaren) 2012 2013 2014 2015 2016 Bedrijfseconomisch resultaat 40.000 40.000 40.000 40.000 40.000 Salaris 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 Pensioendotaties (alleen 4 % rente) 3.966 4.125 4.290 4.462 4.640 Resultaat voor Vennootschapsbelasting 6.034 5.875 5.710 5.538 5.360 Vennootschapsbelasting (20 %) 1.207 1.175 1.142 1.108 1.072 Beschikbaar voor dividend 4.827 4.700 4.568 4.431 4.288 Netto dividend (75%) 3.620 3.525 3.426 3.323 3.216 Pensioenvoorziening 103.128 107.254 111.544 116.006 120.646 Bruto uitkering levenslang 9.320 Aow 9.843 Totaal bruto inkomen na pensioen 19.163 Bij overlijden (5 jaar jongere vrouw) Rekenvoorbeeld (20 dienstjaren) 2012 2013 2014 2015 2016 Bedrijfseconomisch resultaat 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Salaris 0 0 0 0 0 Pensioendotaties (4 % rente) 116.869 8.151 7.987 7.817 7.639 Resultaat voor Vennootschapsbelasting -106.869 1.849 2.013 2.183 2.361 Vennootschapsbelasting (20 %) -21.374 370 403 437 472 Beschikbaar voor dividend -85.495 1.479 1.610 1.747 1.888 Netto dividend (75%) -64.121 1.109 1.208 1.310 1.416 Pensioenvoorziening 203.781 199.682 195.420 190.986 186.376 Weduwenpensioen, levenslang 12.250 12.250 12.250 12.250 12.250 Weduwenpensioen vereist hogere voorziening, te financieren uit resultaat/reserves, dus minder dividend mogelijk (sigaar uit eigen doos). Wat als vermogen er niet is? Weduwenpensioenuitkering komt niet ten laste van resultaat BV, maar wordt uit voorziening geboekt. De voorziening wordt jaarlijks door rente (t.l.v. resultaat) verhoogd. Presentatie drs. M.J. van der Eijk 10
Levensvatbaarheid onderneming Balansen geven inzicht in financiële stand van zaken begin en einde boekjaar In vogelvlucht balanslezen Balans Vaste activa Eigen vermogen Langlopende leningen Vlottende activa Kortlopende schulden Levensvatbaarheid onderneming Het eigen vermogen is de sluitpost op de balans: vaste + vlottende activa minus langlopende en kortlopende leningen Balans Eigen vermogen Vaste activa Langlopende leningen Vlottende activa Kortlopende schulden Presentatie drs. M.J. van der Eijk 11
Enkele definities Vaste activa: alle bedrijfsmiddelen die meerdere boekjaren kunnen worden gebruikt (wordt op afgeschreven) Vlottende activa: voorraden (OHW), vorderingen en liquide middelen Langlopende leningen: geldt aflossingsregeling voor en rente Kortlopende schulden: direct opeisbaar, niet altijd met rente, zoals leverancierskrediet Eigen vermogen verandert alleen door resultaat en door onttrekkingen of stortingen door ondernemer privé Werkkapitaal = verschil tussen vlottende activa en kortlopende schulden Cashflow = resultaat vóór afschrijvingen Toetsen levensvatbaarheid Is totaal activa > totaal schulden (EV>0)? Zijn er stille reserves? Kunnen die worden verpand om lening te verkrijgen? Is werkkapitaal positief? Is cashflow toereikend om Investeringen te doen Aflossingsverplichting langlopende schulden te voldoen Privé-uitgaven (inclusief belastingen/premies) te voldoen? Presentatie drs. M.J. van der Eijk 12
Kanttekeningen Continuïteit is pas echt in gevaar als benodigde inkoop niet meer kan worden gedaan en lonen van benodigd personeel niet kunnen worden betaald Belastingdienst is meest bedreigende crediteur, gevolgd door banken bij overschrijding kredietplafond Leveranciers en handelscrediteuren hebben doorgaans vooral belang bij continuïteit onderneming Informele vermogensverschaffers, familie, kennissen: wat van hen te verwachten, zonder en met ongeval? Praktijk is niet altijd helder 62 jarige ondernemer, badkamer/keuken inbouw (monteur), nog vijf jaar actief Enkele jaren terug financiële problemen gehad: zoon geholpen bij start onderneming met lening 30.000, ging failliet Geïnvesteerd in eigen showroom voor tegels, kranen en accessoires, werd geen succes, met verlies verkocht Leende 60.000 van een familielid, nog niet op afgelost, rente 6 % Werkkapitaal is nihil Verwachte cashflow onderneming 38.000 per jaar Benodigd voor privé levensonderhoud 30.000 per jaar Geen investeringen meer Presentatie drs. M.J. van der Eijk 13
Basis-scenario 2013 2014 2015 2016 2017 Cashflow 38.000 38.720 39.440 40.160 40.880 Privé-opnamen 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 Aflossing 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 Tekort -4.000-3.280-2.560-1.840-1.120 Restschuld 48.000 36.000 24.000 12.000 0 Negatief werkkapitaal -12.800 Er blijft een tekort na vijf jaar. Dit zou zijn te ondervangen door lagere privé-opnamen Sluitend-scenario 2013 2014 2015 2016 2017 Cashflow 38.000 38.720 39.440 40.160 40.880 Privé-opnamen 27.440 27.440 27.440 27.440 27.440 Aflossing 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 Tekort -1.440-720 0 720 1.440 Restschuld 48.000 36.000 24.000 12.000 0 Negatief werkkapitaal 0 Presentatie drs. M.J. van der Eijk 14
Discussiepunten Is het haalbaar om met 27.440 per jaar rond te komen, als 30.000 in het verleden gangbaar was? (zal lastig debat worden tussen partijen) Hebben de lagere privé-opnamen invloed op verlies aan arbeidsvermogen, aangezien dit om consumptief persoonlijk inkomen draait? Stel dat na een ongeval in 2013 een voorschot wordt verstrekt op verlies aan arbeidsvermogen van 30.000 en dat betrokkene dit gebruikt om 50 % van de lening af te lossen, wat betekent dit voor de schadebegroting? Wat als het werkkapitaal begin 2013 al substantieel negatief was? Poolmolen Arrest (ECLI:NL:HR:2017:273) Beperkte aansprakelijkheid dga Beginsel: directeur grootaandeelhouder is aansprakelijk tot het gestorte aandelenkapitaal Dus: negatief eigen vermogen van de BV raakt hem niet persoonlijk Bijvoorbeeld 2013 2014 2015 2016 2017 Bedrijfseconomisch resultaat 50.000 30.000 30.000 30.000 30.000 Salaris directeur grootaandeelhouder 43.000 44.000 44.000 44.000 45.000 Resultaat voor Vennootschapsbelasting 7.000-14.000-14.000-14.000-15.000 Vennootschapsbelasting 1.400-1.400 0 0 0 Te reserveren 5.600-12.600-14.000-14.000-15.000 Saldo eigen vermogen 23.600 11.000-3.000-17.000-32.000 Presentatie drs. M.J. van der Eijk 15
Balans op einddatum Vaste activa 20.000 Vlottende activa 10.000 Balans Langlopende leningen 10.000 Eigen vermogen (negatief) 32.000 Kortlopende schulden 52.000 Paulianeus handelen? DGA-salaris was gebruikelijk loon Wat is verdiencapaciteit van deze directeur grootaandeelhouder? Rekening courant en oudedagsvoorziening dga Had directeur grootaandeelhouder zelf een vordering in rekening courant op de BV die niet kan worden geïncasseerd bij bedrijfsbeëindiging? Mogelijk volledig netto nadeel Had BV vordering op directeur grootaandeelhouder: kan deze worden opgeëist bij boedelverevening? Wat gebeurt er met stamrecht en/of pensioenvoorziening directeur grootaandeelhouder als BV failliet gaat? Mogelijke claim belastingdienst? Presentatie drs. M.J. van der Eijk 16
Bedrijfsbeëindiging (ook verkoop onderneming) Feitelijke waarde van activa kan afwijken van boekwaarde (stakingswinst) Over stakingswinst moet worden afgerekend of Stakingswinst (tot 450.000) kan worden omgezet in direct ingaande lijfrente als ondernemer Minder dan 5 jaar van AOW verwijderd is 45 % of meer arbeidsongeschikt is Overleden is De helft als hij minder dan 15 jaar van AOW is verwijderd en een kwart in overige gevallen. Stakingsaftrek is maximaal 3.630 Aandachtspunten bij staking Goodwill Waarderingsmethodes (DCF, rendementseis, strategische waarde etc.) Heeft ongeval invloed op goodwill (lagere cashflow, resultaat)? Tijdstip van bedrijfsoverdracht Wie koopt? Stille reserves in bedrijfsmatig onroerend goed Afschrijven toegestaan tot 50 % WOZ Waarde in economisch verkeer? Zonder ongeval waardevermeerdering, na staking? Privé voordelen uit bedrijfsvoering, auto, telefoon, computer, diners etc. van de zaak Rendement op vrijkomend vermogen in box 3 (dus onzichtbaar) Presentatie drs. M.J. van der Eijk 17
Een voorbeeld van staking Activa Balans vóór staking Passiva Onroerende goederen 500.000 Eigen vermogen 125.000 Bedrijfsmiddelen 100.000 Totaal vaste activa 600.000 Langlopende schulden 550.000 Voorraden 50.000 Vorderingen 90.000 Kortlopende schulden 75.000 Liquide middelen 10.000 Totaal vlottende activa 150.000 Totaal activa 750.000 Totaal passiva 750.000 Een voorbeeld van staking Activa Balans vóór staking Passiva 720.000 305.000 Onroerende goederen 500.000 Eigen vermogen 125.000 Bedrijfsmiddelen 60.000 100.000 Totaal vaste activa 780.000 600.000 Langlopende schulden 550.000 Voorraden 50.000 Vorderingen 90.000 Kortlopende schulden 75.000 Liquide middelen 10.000 Totaal vlottende activa 150.000 Totaal activa 930.000 750.000 Totaal passiva 930.000 750.000 Presentatie drs. M.J. van der Eijk 18
Een voorbeeld van staking Activa Balans vóór staking Passiva Onroerende goederen 720.000 Eigen vermogen 305.000 Bedrijfsmiddelen 60.000 0 Totaal vaste activa 720.000 780.000 Langlopende schulden 550.000 Voorraden 50.000 Vorderingen 90.000 Kortlopende schulden 75.000 Liquide middelen 70.000 10.000 Totaal vlottende activa 210.000 150.000 Totaal activa 830.000 Totaal passiva 830.000 Een voorbeeld van staking Activa Balans vóór staking Passiva Onroerende goederen 720.000 Eigen vermogen 305.000 Bedrijfsmiddelen 0 Totaal vaste activa 720.000 Langlopende schulden 550.000 Voorraden 50.000 0 Vorderingen 90.000 0 Kortlopende schulden 75.000 0 Liquide middelen 210.000 135.000 10.000 Totaal vlottende activa 150.000 Totaal activa 855.000 930.000 Totaal passiva 855.000 930.000 Presentatie drs. M.J. van der Eijk 19
Rendement vrijkomend vermogen Eerst fiscaal afrekenen over stakingswinst 180.000 progressief in box 1, na stakingsaftrek 3.630! Of afstorten lijfrente (liquide middelen niet aanwezig) Mogelijk nog desinvesteringsbijtellingen Liquide middelen na aftrek stakingsheffing en lijfrentekoopsom zijn te beleggen in box 3 Onroerend goed behouden Waardevermeerdering blijft mogelijk Verhuur mogelijk, kosten en opbrengsten hiervan hoeven niet te worden geadministreerd, want forfaitair rendement in box 3 Is stakingswinst zelf een opkomend voordeel? Presentatie drs. M.J. van der Eijk 20