handleiding plustaak 6 rekenen
Opzet van de taken Deze handleiding bevat per taak aanwijzingen voor de leerkracht voor de begeleiding van de kinderen. De begeleiding kan bestaan uit een korte bespreking vooraf, aanwijzingen tijdens het werken en een nabespreking van de opdrachten. Ook wordt er bij elke taak een suggestie gegeven voor een extra activiteit. De handleiding heeft per les dezelfde opzet. Hieronder zijn de verschillende onderdelen beschreven. Domein Onder het kopje Domein staat vermeld in welk rekendomein de opgaven van deze taak vallen. In dit boekje komen tien verschillende domeinen aan de orde: Getallen en getalrelaties, Basisoperaties, Hoofdrekenen, Bewerkingen, Meten, Meetkunde, Tabellen en grafieken, Breuken, Procenten en Wiskundig inzicht. Onder Getallen en getalrelaties vallen opgaven over het talstelsel en het tellen met sprongen. Basisoperaties zijn eenvoudige rekenstappen met kleine getallen. Het domein Hoofdrekenen betreft sommen waarbij handig gerekend moet worden. Onder Bewerkingen worden sommen met grotere getallen verstaan, waarbij meestal kladpapier nodig is. Het domein Meten behelst opgaven die te maken hebben met de grootheden tijd, gewicht, afstand e.d. Onder Meetkunde vallen alle opgaven die te maken hebben met ruimtelijk inzicht. De domeinen Breuken, Procenten en Tabellen en grafieken spreken voor zich. Wiskundig inzicht ten slotte behelst opgaven waarbij het logisch denkvermogen ontwikkeld wordt en er niet direct een ander domein aan de orde is. 4 Plustaak Rekenen 6
Doel Onder Doel wordt omschreven welke kennis en vaardigheden ontwikkeld worden met deze taak. Belangrijke leermomenten zitten vaak in de zoektocht van het kind naar manieren om een rekenprobleem op te lossen. Hierbij worden het probleemoplossend vermogen en het creatief denken aangesproken. De opgaven in Plustaak zijn zo ontworpen dat er in principe geen instructie vereist is. Toch kan het voorkomen dat een kind er niet zelfstandig uitkomt. Onder het kopje staan tips om het kind dan verder te helpen. Jonge kinderen die nog niet kunnen lezen hebben uiteraard uitleg nodig over de taak. Omdat dit vanzelfsprekend is, hebben we dat niet bij elke taak vermeld. Het is belangrijk om na elke taak even aandacht te besteden aan het werk van het kind. In het nagesprek kan het kind geprikkeld worden om uit te leggen hoe het tot een bepaalde oplossing gekomen is en om eventueel na te denken over andere oplossingsstrategieën. Op deze manier wordt het kind gestimuleerd om zijn gedachten zo helder mogelijk onder woorden te brengen. Zo nodig kan de leerkracht daarbij behulpzaam zijn. Ook geeft het de leerkracht zicht op de ontwikkeling van het kind; wat kan het goed aan en waar heeft het nog moeite mee. Een nabespreking van het werk is ook belangrijk voor de motivatie van het kind. De waardering van de leerkracht is een beloning voor de geleverde inspanning. Vooral de opgaven die het kind zelf heeft bedacht, zal het graag met de leerkracht willen delen. Laat zo mogelijk een van de andere kinderen deze zelfgemaakte opgaven maken. Wijs bij voorkeur een of twee vaste maatjes aan naar wie het kind kan gaan met zijn opgaven. Of maak ze desnoods zelf. In deze handleiding staat bij elke taak een suggestie voor een aanvullende opdracht. Deze opdrachten liggen in het verlengde van de gemaakte taak. Het kind kan het geleerde toepassen, op een andere manier verwerken, of het kan nog enkele gelijksoortige opgaven bedenken, bijvoorbeeld voor andere kinderen. Een bedoeling hiervan kan ook zijn om het onderwerp dichter naar de leefwereld van het kind te halen. Indien er materiaal wordt gebruikt, gaat het om materialen die doorgaans in de klas aanwezig zullen zijn. Plustaak Rekenen 6
Overzicht van de taken Nr. Taak Domein 1 Gezelschapsspellen Wiskundig inzicht; logica Deelbomen Bewerkingen; vermenigvuldigen en delen Pionnen verschuiven Wiskundig inzicht en handelen 4 Figuursommen Wiskundig inzicht en Bewerkingen Taart snijden Breuken 6 Wat zie je? Meetkunde; oriënteren en lokaliseren Vlakjes tellen Wiskundig inzicht en Tabellen en grafieken 8 Tapijt ontwerpen Meetkunde; vlakke vormen en figuren 9 Een getallenrad Wiskundig inzicht en handelen 10 Getallentorens Wiskundig inzicht en Getallen en getalrelaties 11 Even denken Hoofdrekenen en Wiskundig inzicht 1 Getallenvierkanten Wiskundig inzicht en handelen 1 Verzamelingen Getallen en getalrelaties 14 In kaart gebracht Meetkunde; plattegronden 1 Van 0 naar 10 Getallen en getalrelaties en Basisoperaties 16 Tafels op een rooster Breuken; bewerkingen 1 Figuren zoeken Meetkunde; vlakke figuren en Meten; oppervlakte 18 Rekenen met figuren Wiskundig inzicht en handelen 19 Lijnenspel Meetkunde; vlakke figuren 0 Drie op een rij Hoofdrekenen en Getallen en getalrelaties 1 Vouwen Meetkunde; vlakke figuren Kom er eens achter Wiskundig inzicht en handelen Hoeveel stemmen? Wiskundig inzicht; logica 4 Oppervlakte Meten; oppervlakte Hoeveel kilometer is het? Meten; lengte en schaal 6 Een tovervierkant Wiskundig inzicht en handelen Vakanties Meten; tijd 8 Wie is het? Tabellen en grafieken 9 Een dagje uit Meten; geld en Tabellen en grafieken 0 De snoepfabriek Meetkunde; oriënteren 1 Weet jij het? Meetkunde; werken met vormen en figuren Uitslagen Meetkunde; vlakke en ruimtelijke figuren Plustaak Rekenen 6
Domein: Wiskundig inzicht; logica. Doel: Het ontwikkelen van het vermogen tot logisch redeneren. 1 Gezelschapsspellen Schrijf de namen van de spellen op de dozen: De grootste doos heeft de langste naam. Tussen Chaos en Dubbeldobbel ligt Goudzoeken. Quiztijd ligt tussen Speurneus en Spanning. Speurneus ligt niet bovenaan. Sofie Spanning Quiztijd K ASSABON Speelpaleis Chaos 14,0 Dubbeldobbel 1,9 Goudzoeken 1,9 Spanning 19,9 Quiztijd 14,9 Speurneus 18,0 Joep 1 Laat het kind eerst alle zinnen rustig lezen en vervolgens met potlood heel licht de mogelijke antwoorden invullen. Daarna leest het alles nog een keer door om te controleren of alles nu klopt. Zeker bij de tweede opgave is een kladblaadje handig. Speurneus Bram Samir Zoek nu uit wie welk spel het liefst speelt. Trek een lijn van het kind naar het spel van zijn of haar keuze. Het lievelingsspel van Sofie begint met de beginletter van haar naam. Bram z n spel ligt onder vier andere spellen. Joep speelt graag het spel dat bovenaan ligt. De titel van Anna s spel heeft letters. Daans spel ligt hoger dan dat van Samir. De kinderen gaan aan tafel hun kado uitpakken. Zeg jij maar waar ze moeten zitten, maar: Sofie wil niet naast Anna zitten. Daan wil niet naast Bram zitten. Chaos Goudzoeken Dubbeldobbel Anna wil niet naast Bram zitten. Bram zit niet naast Samir. Anna Daan Laat het kind met de tweede opgave voordoen hoe het geredeneerd heeft. Wat wist je als eerste zeker? (Samir zit niet naast Bram.) Wat wist je daarna zeker? (Als Daan en Anna ook niet naast Bram zitten, dan moeten het wel Sofie en Joep zijn die naast hem zitten.) Zo redeneer je verder tot alle kinderen hun plaats hebben. Joep 1 Plustaak Rekenen 6 - antwoorden Bram Sofie Daan Anna Samir Laat het kind zelf eens een opgave bedenken zoals de tweede opgave. Het kiest bijv. een bestaand tafelgroepje van vier kinderen en maakt daar aanwijzingen bij. Verander de namen en kijk eens of een ander kind eruit komt. Plustaak Rekenen 6 9
Domein: Bewerkingen; vermenigvuldigen en delen. Doel: Inzicht krijgen in de inverse relatie tussen delen en vermenigvuldigen. Het is belangrijk is om goed op de verbindingslijntjes te letten. Is er maar één lijntje, dan wordt het getal herhaald. Vul eerst heel licht met potlood in, dan kun je nog iets veranderen als je onderaan niet uitkomt. Geef de tip om klein te beginnen. Is het getal deelbaar door twee, door drie, vier vijf en zo verder. Deelbomen Vermenigvuldigen, maar ook delen. Kijk naar het voorbeeld. Zet de juiste getallen in de lege vakjes. De 1 en de 0 mag je niet gebruiken. 4 40 14 10 6 10 9 6 0 190 10 1 8 10 19 11 19 11 Bespreek de bladzijde aan de hand van de volgende vragen: Bekijk de getallen onder aan de bomen. Zijn ze deelbaar? Door welke getallen zijn ze deelbaar? (Door zichzelf en door één.) Dit zijn bijzondere getallen. Weet je hoe ze genoemd worden? (Priemgetallen.) 1 0 11 6 1 160 6 10 10 69 11 1 6 14 9 160 40 4 10 8 10 Laat het kind alle getallen tot 100 opschrijven die alleen deelbaar zijn door zichzelf en door één. Daarna kan het kind informatie zoeken op internet over priemgetallen en dit eventueel aan de klas presenteren. (Er zijn priemgetallen onder de 100:,,,, 11, 1, 1, 19,, 9, 1,, 41, 4, 4,, 9, 61, 6, 1,, 9, 8, 89, 9.) Maak er zelf ook een paar. Plustaak Rekenen 6 - antwoorden 10 Plustaak Rekenen 6
Domein: Wiskundig inzicht en handelen. Doel: Het herkennen van transformaties in een korte reeks. Pionnen verschuiven Je hebt vier pionnen. Je mag ze op vier manieren verplaatsen. Manier I: Manier II: U kunt het kind vier pionnen of kleurpotloden laten gebruiken, zodat het op tafel de stappen kan uitproberen. Manier III: Manier IV: Welke manieren zijn hier gebruikt? Vul de cijfers in en maak de rijtjes pionnen af. je hebt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: IV IV III Per opgave mag je elke manier maar één keer gebruiken. I I IV voorbeeld je hebt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: II III IV Er zijn meer antwoorden mogelijk Vraag het kind welke opgaven het moeilijkst waren. Hoe heeft het die opgelost? Laat een ander kind de zelfgemaakte opgave maken. Omdat er meerdere oplossingen mogelijk zijn, kunt u even meekijken of de keuzes van het kind juist zijn. Of laat de kinderen dit samen bekijken. I III II Per opgave mag je elke manier meerdere keren gebruiken. je hebt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: II III II I I IV Maak nu op dezelfde manier een puzzel voor iemand anders. je hebt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: manier: je krijgt: Plustaak Rekenen 6 - antwoorden 1 Als het kind het leuk vindt, mag het nog een paar van deze puzzels bedenken. Het kind kan hiervoor ook andere manieren verzinnen. Laat het kind uitzoeken op hoeveel verschillende manieren je vier pionnen met verschillende kleuren op een rij kunt neerzetten. (4) Hetzelfde met vijf verschillende pionnen. (10 manieren) Plustaak Rekenen 6 11
4 Domein: Wiskundig inzicht en Bewerkingen. Doel: Het ontwikkelen van het vermogen tot logisch redeneren bij bewerkingen. U kunt de volgende tips geven: Kijk eerst goed naar wat voor som het is: +,, x, of : Ga niet direct in het werkboek aan de slag, maar gebruik kladpapier. Kijk eerst goed naar de som. Hoe gaat het antwoord er ongeveer uitzien? Daarna ga je oplossingen uitproberen. Wijs een opgave aan en laat het kind vertellen hoe het die oploste. Herhaal dat evt. met nog enkele opgaven. Controleer eventuele verschillen met het antwoordenboek. Figuursommen Weet jij welke cijfers de figuurtjes voorstellen? x x x 9 9 x x x 1 1 4 * + + + 9 0 1 6 6 4 9 6 1 9 9 0 4 6 * Hier zijn meer antwoorden mogelijk Bedenk nu zelf een paar sommen met figuurtjes. Schrijf er steeds bij welke cijfers de figuurtjes voorstellen. 4 Laat het kind met eenvoudige figuurtjes zelf een geheimschrift maken voor de cijfers 0 t/m 9. Vervolgens mag het hiermee een rijtje eenvoudige sommen bedenken. Kan een ander kind de sommen oplossen? * 8 0 0 4 8 1 6 4 4 8 6 4 Plustaak Rekenen 6 - antwoorden 1 Plustaak Rekenen 6
Domein: Breuken. Doel: Verdelingen kunnen weergeven in taartpunten en in breuknotaties. Taart snijden Welke taartpunt is het grootst? a e b c d f Zet alle punten op een rij van klein naar groot. En zet achter elke letter om het hoeveelste deel van de taart het gaat. a 1 0 g 1 10 e 1 9 c 1 8 f 1 b 1 6 d 1 klein g groot Laat het kind een liniaal gebruiken. Bij de eerste opdracht kan het kind eerst de taartpunten op volgorde van grootte zetten. Daarna kan het schatten of uitproberen hoeveel stukken er in een hele taart passen. Bij de tweede opgave kan voor het 6- en 8-puntenmes eerst de taart in tweeën verdeeld worden. Bij de derde opgave kunnen de snijlijnen gemeten worden. Welke twee lijnen zijn even lang? Dit is een mes om in één keer een taart in vijf punten te snijden. Teken zelf de andere taartmessen. Doe het heel precies. -puntenmes 6-puntenmes -puntenmes 8-puntenmes Deze taart stukken zijn doormidden gesneden. Welke stukken horen bij elkaar? Trek lijnen. Bespreek de bladzijde aan de hand van de volgende vragen: In hoeveel taartpunten wordt een taart vaak gesneden? (Een even aantal.) Waarom is dat, denk je? Welk taartmes vond je het moeilijkst om te tekenen? Waarom zou dat zo zijn? Plustaak Rekenen 6 - antwoorden Geef het kind de volgende opdracht: rechthoekige taarten bestaan ook! Als jij een hele grote rechthoekige taart zou maken, hoe zou je die snijden om alle kinderen in de klas een even groot stuk te geven? Teken dit! Probeer het daarna met een vierkante taart. Plustaak Rekenen 6 1
www.delubas.nl