Kern 1 Rekenen met binomiale kansen

Vergelijkbare documenten
Uitwerkingen Hst. 10 Kansverdelingen

3.1 Het herhalen van kansexperimenten [1]

Hoofdstuk 1 Tellen en kans uitwerkingen

5.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: In een vaas zitten 10 rode, 5 witte en 6 blauwe knikkers. Er worden 9 knikkers uit de vaas gepakt.

Hoofdstuk 5 Rekenen met kansen uitwerkingen

14.1 Kansberekeningen [1]

11.1 Kansberekeningen [1]

4 De normale verdeling

9.0 Voorkennis. Bij samengestelde kansexperimenten maak je gebruik van de productregel.

Paragraaf 7.1 : Het Vaasmodel

13.1 Kansberekeningen [1]

Hoofdstuk 11: Kansverdelingen 11.1 Kansberekeningen Opgave 1: Opgave 2: Opgave 3: Opgave 4: Opgave 5:

Hoe bereken je een kans? Voorbeeld. aantal gunstige uitkomsten aantal mogelijke uitkomsten P(G) =

Lesbrief hypothesetoetsen

Kansberekeningen Hst

Antwoorden Wiskunde Hoofdstuk 1 Rekenen met kansen

VB: De hoeveelheid neemt nu met 12% af. Hoeveel was de oorspronkelijke hoeveelheid? = 1655 oud = 1655 nieuw = 0,88 x 1655 = 1456

Kansrekening en statistiek WI2105IN deel I 4 november 2011, uur

Eindexamen wiskunde B1 havo 2006-I

6 5 x 4 x x 3 x x x 2 x x x x 1 x x x x x x 5 4 x 3 x 2 x opgave a opgave b opgave c

Paragraaf 9.1 : De Verwachtingswaarde

Hoofdstuk 2 De normale verdeling. Kern 1 Normale verdelingen. 1 a

Voorbeeld 1: kansverdeling discrete stochast discrete kansverdeling

d. P(2 witte kn. ) = P(2 witte kn. en 1 niet witte kn,) = 0, rode, 12 blauwe en 32 witte knikkers ; 6 knikkers pakken zonder terugleggen.

Wiskunde De Normale en Binomiale Verdeling. Geschreven door P.F.Lammertsma voor mijn lieve Avigail

Hoofdstuk 6 Discrete distributies

Kansrekening en Statistiek

Noordhoff Uitgevers bv

Samenvatting Wiskunde A

Binomiale verdelingen

Antwoorden Kans en Stat H4 Discrete verdelingen 1 = 7 = Opg. 3a. aantal kans. P(aantal=10) = aantal kans.

Paragraaf 9.1 : De Verwachtingswaarde

Antwoorden Kans en Stat H3 Discrete verdelingen

Tentamenset A. 2. Welke van de volgende beweringen is waar? c. N R N d. R Z R

wiskunde A bezemexamen havo 2017-II

In de Theorie worden de begrippen toevalsvariabele, kansverdeling en verwachtingswaarde toegelicht.

EXAMENTOETS TWEEDE PERIODE 5HAVO MLN/SNO

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2001-II

Hoofdstuk 7 Examentraining. Kern 1 Statistiek

Kansrekening en statistiek wi2105in deel I 29 januari 2010, uur

7.0 Voorkennis , ,

wiskunde A havo 2015-I

Eindexamen wiskunde B1 havo 2000-II

META-kaart vwo5 wiskunde A - domein Afgeleide functies

Lesbrief Hypergeometrische verdeling

Combinatoriek en rekenregels

Tentamen Wiskunde A. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

4.1 Eigenschappen van de normale verdeling [1]

Errata Moderne wiskunde 9e editie VWO A/C deel 2 uitwerkingen

6. Op tafel liggen 10 verschillende boeken. Op hoeveel verschillende manieren kunnen 3 jongens daar ieder 1 boek uit kiezen?

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde C. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

11.0 Voorkennis. Wanneer je met binomcdf werkt, werk je dus altijd met een kans van de vorm P(X k)

Tentamen Wiskunde A. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Uitwerkingen voortoets/oefentoets E3 maart/april 2009 MLN

De verstrooide professor

Hoofdstuk 5 - De binomiale verdeling

HOOFDSTUK 6: Kansrekening. 6.1 De productregel. Opgave 1: a. 3 van de 4 knikkers zijn rood. P(rood uit II. Opgave 2: a. P(twee wit

Kansrekening en Statistiek

Som 23 kan met 6665 en som 24 met Dus totaal gunstige uitkomsten.

Oefeningen statistiek

Eindexamen havo wiskunde A 2013-I

Statistiek voor A.I. College 6. Donderdag 27 September

Antwoorden door K woorden 14 augustus keer beoordeeld. Wiskunde A. Supersize me. Opgave 1: leerstof: Formules met meer variabelen.

ICT - De hypergeometrische verdeling

Eindexamen wiskunde C vwo I

3 Kansen vermenigvuldigen

Uitleg significantieniveau en toetsen van hypothesen

Bij het oplossen van een telprobleem zijn de volgende 2 dingen belangrijk: Is de volgorde van de gekozen dingen van belang?

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Notatieafspraken Grafische Rekenmachine, wiskunde A

Kansrekening en Statistiek

Medische Statistiek Kansrekening

Faculteit, Binomium van Newton en Driehoek van Pascal

Toetsende Statistiek, Week 2. Van Steekproef naar Populatie: De Steekproevenverdeling

3 Discrete kansverdelingen

o Geef bij de beantwoording van de vragen ALTIJD JE BEREKENINGEN. Als je alleen een antwoord geeft worden er GEEN PUNTEN toegekend!

1 Kansbomen. Verkennen. Uitleg. Theorie en Voorbeelden. Beantwoord de vragen bij Verkennen.

Kansrekening en Statistiek

Tentamen Wiskunde A. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

wiskunde A vwo 2017-II

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN. Faculteit Wiskunde en Informatica

15.1 Beslissen op grond van een steekproef [1]

Hoofdstuk 5: Steekproevendistributies

1BA PSYCH Statistiek 1 Oefeningenreeks 3 1

Eindexamen wiskunde B1 havo 2001-I

OEFENPROEFWERK HAVO A DEEL 2

36, P (5) = 4 36, P (12) = 1

wordt niet verworpen, dus het beïnvloedt de levensduur niet significant

Opgaven voor Kansrekening

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2001-II

Eindexamen wiskunde C vwo II

Toets combinatoriek en kansrekening

Eindexamen wiskunde B1 havo 2007-I

Transcriptie:

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen Kern Rekenen met binomiale kansen a Omdat er steeds twee mogelijkheden zijn: zwart óf wit. b Omdat de ballen na trekken weer worden teruggelegd, zijn de kansen steeds weer gelijk. c 8 en 8 2 a Binomiaal, kans op succes = b Binomiaal, kans op succes = c Niet binomiaal, de kans op een onvoldoende is niet voor iedereen even groot. a P( witte ballen) = = 27 2 2 2 2 P( witte bal) = + + = 2 2 2 2 2 2 2 P(2 witte ballen) = + + = 2 2 2 8 P( witte ballen) = = 2 2 aantal witte ballen 2 kans 27 2 2 2 8 2 a geen geen geen b P(alle vier gooien ze ) = = 29 c P(niemand mag een pion opzetten) = = 2 29 P( mag een pion opzetten) = = 29 P(2 mogen een pion opzetten) = = 29 2 P( mogen een pion opzetten) = = 29 a P(geen enkel gen beschadigd) =, 99997, 997 b P(minstens één gen beschadigd) = P(geen enkel gen beschadigd) =,997 =,297 Noordhoff Uitgevers bv

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen 27 8 a E(aantal witte ballen) = + + 2+ = 2 2 2 2 b Iedere trekking verwacht je 2 witte ballen. Met drie trekkingen wordt dat dus 2 = 7 a Binomiaal. n =, p =, E(X) = 2 = b Niet binomiaal. c Binomiaal. n =, p =, E(X) = = 2 2 d Niet binomiaal. De kans op een onvoldoende is niet voor iedereen even groot. 8 a 9. b In een volgende steekproef van stemgerechtigden zou de uitkomst weer anders kunnen zijn. c Voor een betrouwbare schatting moet je een grotere steekproef nemen. 9 a De kans op een gezin met vier meisjes is hetzelfde als de kans op een gezin met jongens. Die is,7%, in plaats van de,8% voor een gezin met jongens. b E(aantal jongens) =,7 + 28 +,7 2 +,22 +,8 = 2, c Dan is het binomiaal, dus geldt E(X) = n p = 2 = 2 Noordhoff Uitgevers bv 2

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen Kern 2 Binomiale kansen Omdat bij trekken met terugleggen de kansen niet veranderen. Bij trekken zonder terugleggen is voor iedere trekking de kans op succes anders. a zwart 2 andere bloedgroep 2 b (, ) 2 wit c P( witte ballen) = ( ) ( ) 2 d P( witte ballen) = ( ) 2, 27 =,9 7 87 2 bloedgroep O 2 a Zie afbeelding rechtsboven. b (, ) betekent kinderen met bloedgroep O (, ) betekent kind met bloedgroep O (en met een andere bloedgroep) (2, ) betekent 2 kinderen met bloedgroep O (, ) betekent kinderen met bloedgroep O (, 2) betekent kinderen met bloedgroep O (, ) betekent kinderen met bloedgroep O (, ) betekent kinderen met bloedgroep O c P( kinderen met bloedgroep O) = ( ) ( ) 729 =,78 9 d P(2 kinderen met bloedgroep O) = ( ) 2 ( ), 29 2 a Binomiaal, met n = 2 en p =, b Niet binomiaal c Binomiaal, met n = 2 en p =,2 d Binomiaal, met n = 2 en p onbekend. 2 2 a P(Z = 2) = ( ) ( ),99 2 P(Z = ) = ( ) ( ),799 P(Z = ) = ( ) ( ),7 Noordhoff Uitgevers bv

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen b, +,99 +,99 +,799 +,7 = 8 8 a P( successen) =,,, 7, 7 8 7 P( succes) =,, 7,977,2 P( successen) =,2 P( successen) =, P( successen) =,7, P( successen) =, P(7 successen) =, P(8 successen) =, b 2 7 8 c Zie afbeelding rechts. X de P( X ) betekent de kans op maximaal drie successen (lichtgrijs in figuur). P(X ) betekent de kans op tenminste vier successen (donkergrijs in figuur). Samen zijn de kansen. P( X ),89 en P(X ),9. kans a Het aantal opnieuw bruikbare potjes X is binomiaal verdeeld met n = en p =,. 2 8 P(X = 2) =,, 9,97 2 2 9 2 8 b P( X 2) =,, 9,, 9,, 9, 9298 + + 2 2 2 7 a P(X = 2) =, 2,7, 22 2 2 2 2 2 2 b P(X 2) =, 2, 7 +, 2, 7 +, 2, 7,97 2 2 c P(X = ) =, 2,7, 2 2 d P(X = ) =, 2,7,7 8 a P(X = ) =, 2, 7,78 b P(X = ) =, 2,7, 2 P(X = 2) =, 2,7, 29 2 Noordhoff Uitgevers bv

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen c P(X = ) =, 2, 7,8 P(X ) = P(X = ) + P(X = ) + P(X = 2) + P(X = ) =,78 +, +,29 +,8 =,92 d P(X > ) = P(X ) =,92 =,7 9 a r 2 7 8 9 P(X = r),9,2,82,9,78,8,,,9,9,7 b E(X) =, = c P(X < ) = P(X ) = binomcdf(,., ) =, d P(X ) = P(X 9) = binomcdf(,., 9) =,282 Noordhoff Uitgevers bv

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen Kern Cumulatieve kansen 2 a b r P(X = r) P(X r) 2,9,9,7,22,2,,9,88,9,997,9999, c P(hoogstens vier zessen) = P(X ) =,9999 2 a P(X ) = P(X ) =,9 =,989 P(X 2) = P(X ) =,22 =,78 P(X ) = P(X 2) =,8 =, b P(X = ) = P(X ) P(X ) =,22,9 =, P(X = 2) = P(X 2) P(X ) =,8,22 =,8 P(X = ) = P(X ) P(X 2) =,,8 =, 22 a r 2 P(X r),,,,,9, b P(X ) = P(X ) =, =,999 2 a binomcdf(2,., ) =,927 b binomcdf(22,.,8) =,27 c binomcdf(,., 2) =,9999 d binomcdf(9,.8, 8) =, 2 a P(X 2 n = 2 en p =,) = binomcdf(2,., 2) =,79 b P(X n = 2 en p =,) = P(X 2) = binomcdf(2,., 2) =,7 2 a r = b r = 7 c Bedenk dat P(X r) = P(X r )=,88 P(X r ) =,2. Hieruit volgt dat r = 8, dus r = 9. P(X r ) =,. Hieruit volgt dat r =, dus r = 2. 2 a P(X n = 7 en p =,) = binomcdf(7,., ) =,7 b P(X k n = 7 en p =,) <, P(X k n = 7 en p =,) >,9 k 2 k Bij minstens regendagen gaat de winst verloren. Noordhoff Uitgevers bv

Netwerk e editie havo A Hoofdstuk De binomiale verdeling uitwerkingen Kern Trekken zonder terugleggen 27 a aantal hartenkaarten 2 kans met terugleggen,29,29,, kans zonder terugleggen,8,2,, b Omdat het om een betrekkelijk klein aantal kaarten gaat. Bij trekken zonder terugleggen, worden de kansen voor elke trekking anders. 28 a P(tweemaal dezelfde kleur) = + = 2 9 9 9 b Als ze drie toverballen trekt, zijn er zeker twee van dezelfde kleur. Ze is dus hoogstens eurocent kwijt. 29 a Die kans is P(2 rode) + P(2 witte) + P(2 blauwe) = + +, 292 b Ze heeft dan na twee trekkingen niet dezelfde kleur. De gevraagde kans is,292 =,78. c Nu heeft ze na vier trekkingen er zeker twee van dezelfde kleur. Ze is dan maximaal eurocent kwijt. a aantal slechte schakelaars 2 kans met terugleggen,,29,8,, kans zonder terugleggen,,298,88,9, b Pas bij de vierde decimaal. c Dat komt omdat het hier om een groot aantal elementen gaat. Het verwijderen van een enkel element beïnvloedt de kans op succes nauwelijks. a P(2 appels rot) P(X = 2 n = en p = b P(X 2) =,999 c P(X 2) = P(X ) =, =,) = binompdf(,., 2) =, 2 a P(X n = en p =,7) = P(X ) = binomcdf(,.7, ) =,29 b P(X = 2 n = en p =,7) =,9 Noordhoff Uitgevers bv 7