INLEIDING 21ste-eeuwse vaardigheden Het helpen ontwikkelen van 21ste-eeuwse vaardigheden bij studenten vraagt het nodige van docenten. Zowel qua werkvormen als begeleiding. In hoeverre neem je een voorbeeldrol aan, gebruik je relevante werkvormen en geef je feedback gericht op 21ste-eeuwse vaardigheden? En welke aspecten van begeleiding pas je toe? Doe je dat voldoende of wil je dat vaker doen? In een oogopslag vat deze terugkoppeling jouw antwoorden op het zelf-assessment samen. Deze terugkoppeling toont acht dimensies hoe jij als docent jezelf inschat: vier clusters 21ste-eeuwse vaardigheden en vier aspecten van begeleiding. Een toelichting op de betekenis van de grafieken vindt u in het onderzoeksrapport zelf-assessment 21ste-eeuwse docentvaardigheden. 21ste-eeuwse vaardigheden: Begeleiding: 1 Digitale vaardigheden A Transfer van geleerde naar ander domein 2 Denkvaardigheden B Ontwikkelproces centraal 3 Interpersoonlijke vaardigheden C Leerproces individu centraal 4 Intrapersoonlijke vaardigheden D Beoordelen 1 DIGITALE VAARDIGHEDEN zijn nodig over het gebruik van de digitale wereld in brede zin, bijvoorbeeld mediawijsheid en informatievaardigheden. 2 DENKVAARDIGHEDEN gaan over de kwaliteit van het denken, bijvoorbeeld kritisch denken, probleemoplossend vermogen en creativiteit.
3 INTERPERSOONLIJKE VAARDIGHEDEN gebruik je in contact met anderen, bijvoorbeeld communicatie, samenwerking en sociale & culturele vaardigheden 4 INTRAPERSOONLIJKE VAARDIGHEDEN gaan over de persoon zelf, bijvoorbeeld leren leren, zelfregulatie, loopbaancompetenties en ondernemendheid. A TRANSFER VAN GELEERDE NAAR ANDER DOMEIN is nodig om opgedane kennis te kunnen vertalen naar andere situaties en contexten. B ONTWIKKELPROCES CENTRAAL wil zeggen dat studenten begeleid worden op
hun ontwikkeling en niet hun niveau. C LEERPROCES INDIVIDU CENTRAAL heeft betrekking op het begeleiden van studenten in relatie tot hun eigen niveau en interesses. D BEOORDELEN gaat over meer dan kennistoetsen en richt zich op alternatieve, formatieve manieren van beoordeling. OVER ECBO Wie zijn wij Het Expertisecentrum Beroepsonderwijs, kortweg ecbo, doet praktijkgericht onderzoek naar het beroepsonderwijs en maakt deze kennis toegankelijk voor een breed publiek. Het zelfassessment is onderdeel van de onderzoekslijn 21ste-eeuwse vaardigheden. Hierin wordt ook gekeken naar het curriculum, praktijkvoorbeelden en studentvaardigheden. Via www.ecbo.nl vindt u publicaties (zoals "De toekomst begint vandaag: 21ste-eeuwse vaardigheden in het beroepsonderwijs"), instrumenten (zoals "De Slowscan: 21ste-eeuwse vaardigheden in het curriculum") en u kunt zich abonneren op de maandelijkse nieuwsbrief. CONTACT Voor meer informatie, presentaties en schoolonderzoeken kun je contact opnemen met dr. Pieter Baay pieter.baay@ecbo.nl EXPERTISECENTRUM BEROEPSONDERWIJS Postbus 1585 5200 BP 's-hertogenbosch www.ecbo.nl
Overzicht van de vragen & antwoorden Hieronder een overzicht van de ingevulde vragen & antwoorden waarop bovenstaande resultaten gebaseerd zijn. Tijdens instructie gebruik ik digitale middelen (bijv. computer, tablet, smartphone). Om te differentiëren in mijn lessen gebruik ik digitale middelen (bijv. computer, tablet, smartphone). Ik gebruik ondersteunende tools als Kahoot, Socrative, Paddlet. Ik laat studenten opdrachten op de computer maken die bij de lesmethode horen die ik gebruik. Ik laat studenten op de computer informatie zoeken over een nieuw onderwerp dat we gaan behandelen. Ik laat studenten informatie zoeken of verzamelen op internet voor het maken van een opdracht. Ik laat studenten opdrachten uitwerken op de computer (het gaat hier niet om presentaties maar om verslagen, formulieren e.d.). Ik laat studenten een probleem oplossen waar ze de computer bij moeten gebruiken. Ik laat studenten een presentatie geven waarbij de computer gebruikt wordt. Ik geef studenten een opdracht waarbij ik ze laat kiezen uit een aantal digitale apparaten (computer, telefoon, tablet) of programma s (software) die ze kunnen gebruiken.
Bij opdrachten geef ik feedback op hoe ze digitale middelen en/of programma s hebben gebruikt. Bij presentaties geef ik feedback op hoe ze digitale middelen en/of programma s hebben gebruikt. Ik geef feedback op welke bronnen studenten gebruiken (bijv. Wikipedia, Google, Facebook). Ik pas zelf tijdens mijn lessen communicatievaardigheden toe (bijvoorbeeld Luisteren, samenvatten en doorvragen). Ik ga respectvol om met studenten van verschillende achtergronden in de groep. Ik laat mijn studenten zien dat ik constructief omga met hun feedback. Ik formuleer mijn opdrachten zo dat studenten moeten samenwerken en taken kunnen verdelen. Als studenten moeten samenwerken, stimuleer ik dat groepen juist zijn samengesteld (wat betreft groepsgrootte, onderling vertrouwen en niveauverschillen). Ik laat studenten samenwerken aan korte opdrachten (niet langer dan 1 les). Ik laat studenten samenwerken aan lange opdrachten (meerdere lessen). Ik laat studenten discussiëren of debatteren in de les. Ik laat studenten in rollenspellen oefenen met verschillende rollen die zij kunnen hebben bij overleggen en vergaderingen.
Ik bespreek met studenten hoe zij onderling een conflict kunnen oplossen. Ik bespreek hoe studenten om hulp kunnen vragen of uitleg kunnen geven aan elkaar. Ik geef studenten feedback op hoe zij per mail en face-to-face met de docent communiceren. Ik geef studenten feedback op hoe zij onderling communiceren. Ik geef studenten feedback op hun bijdrage aan een samenwerking. Ik blik zelf hardop terug op mijn eigen denken of handelen. Ik laat studenten zien hoe ik constructief omga met obstakels wanneer die zich voordoen. Ik geef studenten het goede voorbeeld als het gaat om je verantwoordelijk gedragen in je werk. Ik zorg voor afwisseling in de manier waarop studenten nieuwe stof leren (bijv. boek lezen, YouTube filmpjes kijken, met anderen bespreken) Ik bespreek met studenten hun studie- of werkervaringen zodat zij een goede beroepshouding kunnen ontwikkelen. Ik bespreek met studenten hun studie- of werkervaringen zodat zij nadenken over hun capaciteiten, wensen en behoeften voor hun verdere loopbaan. Ik bespreek met studenten hun leerervaringen zodat zij nadenken over hun manier van leren.
Ik laat studenten zelf een planning maken. Ik laat studenten vrij in de manier waarop ze nieuwe stof leren (bijv. boek lezen, YouTube filmpjes kijken, met anderen bespreken). Ik laat studenten reflecteren op hun eigen denken en handelen. Ik grijp niet meteen in als iets misgaat. Ik geef studenten feedback op hun werkhouding. Ik geef feedback op de planning van studenten. Ik geef studenten feedback op hoe ze omgaan met (onverwachte) obstakels Ik geef in de klas mijn eigen mening en onderbouw deze met argumenten. Ik neem in mijn lessen een verkennende houding aan bij minder gangbare ideeën of oplossingen van mijn studenten. Ik signaleer in het bijzijn van mijn leerlingen (probleem)situaties die zich voordoen en laat zien hoe deze geanalyseerd kunnen worden. Ik geef opdrachten waarbij studenten stapsgewijs van vraag tot antwoord komen (vraag stellen of verkennen, informatie verzamelen, betekenis verlenen aan die informatie, etc.)
Ik geef opdrachten aan studenten waarbij zij zelf inhoudelijke vragen moeten formuleren waar ze zelf graag een antwoord op willen krijgen. Ik geef opdrachten waarbij studenten relevante informatie moeten zoeken om hun eigen vragen of vragen van anderen te beantwoorden. Ik begeleid studenten bij het op waarde schatten van gevonden informatie. Ik stimuleer studenten hun mening te geven en deze te onderbouwen. Ik stimuleer studenten zelf oplossingen te zoeken als ze tegen een probleem aanlopen. Ik geef opdrachten waarbij studenten buiten gebaande paden moeten treden om tot een idee of oplossing te komen. Ik zorg voor werkvormen waarin studenten meer dan één oplossing moeten bedenken voor een vraagstuk. Ik geef feedback gericht op hoe studenten tot een antwoord komen. Ik geef feedback gericht op hoe studenten hun mening onderbouwen. Ik geef feedback op welke bronnen studenten gebruiken (bijv. Wikipedia, Google, Facebook). Ik geef tussentijds feedback aan studenten. Ik geef studenten inzicht in het gewenste niveau (feedup).
Ik geef studenten inzicht hoe zij in een taak of opdracht handelden ten opzichte van het gewenste niveau (feedback). Ik geef studenten inzicht in wat nog ontbreekt om het gewenste niveau te bereiken (feedforward). Ik creëer leeractiviteiten die vergelijkbaar zijn met omstandigheden waarin studenten later hun kennis en vaardigheden moeten toepassen. Ik neem opdrachten stap voor stap met studenten door zodat zij het achterliggende denkproces kunnen gebruiken in andere omstandigheden. Ik laat studenten brainstormen over manieren waarop zij het geleerde in een andere situatie zouden kunnen toepassen. Ik stimuleer studenten om na te denken over hun eigen denkproces. Ik stimuleer studenten in het verkrijgen van meer zelfstandigheid. Ik sluit in mijn lessen aan bij vraagstukken die leven bij studenten. Ik differentieer in de begeleiding die ik bied. Ik laat studenten zichzelf beoordelen (zelfassessment). Ik laat studenten elkaar beoordelen (peer-assessment).
Ik gebruik beoordelingsrubrieken (rubrices). Ik laat studenten portfolio s maken.