Spelling: de verdubbelaar

Vergelijkbare documenten
Memory tellen/cijferherkenning feest! Rekenmemory thema feest

Woordenschat: tussendoortjes en spelletjes

Spelenderwijs leren in de rekenhoek

Magnetische en beschrijfbare dobbelsteen: de taalontwikkeling (1)

Woordenschat Spinnen

Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren?

Spelideeën bij Twister. Twister Hoe werkt het spel?

Kern 6: geit-pauw-duif-ei

CONNECT schrijfbordje

Les 9a Gevoelens in een doos

Extra oefenen: woordrijtjes met ie

Wat is Kraak kracht? Kraak kracht

Informatie groep 3 en 4

flitsletters spellenbundel Voor speelse oefenmomenten, thuis en in de klas.

Lesideeën beroepenkaarten WERKEND NEDERLANDS

Sorteren Mikken Meppen Overgooien

Uitleg bij de spellingskaartjes.

Coöperatief leren Verschillende werkvormen:

Coöperatief leren Wat is coöperatief leren? Waarom is coöperatief leren belangrijk? Coöperatieve werkvormen

Nieuwsbrief groep 3 december 2016

Voorschotbenadering bij kleuters

Speels oefenen. Relaties tussen vermenigvuldigsommen. Vermenigvuldigen

Nieuwsbrief groep 3 december 2014

Nieuwsbrief groep 3 januari 2016

De Viertakt van Verhallen

Nieuwsbrief groep 3 november 2017

Kern 8: Bank en Licht

Nieuwsbrief groep 3 januari 2017

LES: Snelle sommen. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Snelle stappen (zie p. 5) potlood, 2 verschillende kleurpotloden, gum AFBEELDING SPELLETJE

De ontwikkelde materialen per unit.

ontdekken de kinderen hoe een regenboog ontstaat en maken daarbij aantekeningen.

Nieuwsbrief groep 3 oktober 2015

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen.

Nieuwsbrief groep 3 oktober 2017

LES: Snelle sommen 2. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Snelle stappen (zie p. 5) potlood, 2 verschillende kleurpotloden, gum AFBEELDING SPELLETJE

Nieuwsbrief groep 3 januari 2018

Uitgeverij Schoolsupport

WOORDENSCHAT - MIDDENBOUW Met woorden aan de gang

Nieuwsbrief groep 3 november 2014

Inleiding 8 DEEL Les 1 - ik ben, jij bent 14 A1 - Ik kan het werkwoord zijn goed gebruiken. Ik kan vertellen wie ik ben en waar ik ben.

Zo wordt. tafels leren leuk!

BIJLAGE 5 ACTIVERENDE WERKVORMEN

Les 3 Radboud Kids: Meet the professor Voor de leraar

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Spel 2: Winkeltje spelen Spel 3: Lezen voor het slapen gaan Spel 4: Blijven voorlezen

Schooljaar : Spelletjes in je taal- en rekenles

Schooljaar : Spelletjes in je taal- en rekenles

Leuk oefenen! Veel plezier met het oefenen! Groetjes Marije

Nieuwsbrief groep 3 oktober 2016

Taal in Blokjes software

en een buitenkring. Voor de leerkracht Van groep 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 Stappen: Coöperatief leren

Pak de jas! Werkvorm: Spel. Materiaal: Dobbelsteen Zes gekleurde jasjes. Verloop:

Lesbrief 4 van groep 3, 4, 5

Passende perspectieven met Maatwerk rekenen

Tafels oefenen. Veel plezier! Juf Cindy en juf Anke

woordspel woordspel Tongbrekers bedenken bij een woord van de woordmuur. Zoals Lotje leerde

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning.

3 Hoogbegaafdheid op school

Groepsvorming en een positief sociaal klimaat, waar leerlingen zich mede verantwoordelijk voor voelen,

Analysewijzer M3 versie 2.0 ( ) 2017 W.Danhof / P.Bandstra Bandstra Speciaal Rekenadvies Analyse Niveau Bao M3 ( fase 1a)

Hotel Hallo - Thema 2 Hallo TELEVISIE KIJKEN

1. Klanken flitsen Flitsen van puzzelstukjes Flitsende, bonkende klanken Ren je rot Slang Zitten of staan?

BIJLAGE bij de Website voor Groep 6, 7, 8

Omdat Elk Kind Telt! in Zuidoost

LES: Vier op een rij. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Vier op een rij (zie p. 5) kleurpotloden, potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten.

Spelenderwijs leren in de herfst

Nieuwsbrief cbs Sjaloom. Cursusjaar Voor groot en klein zullen we eerlijk en aardig zijn. Nummer: 2 Datum:

Leerinhoud: lettervorming. Locatie: klaslokaal. Groepsindeling: groepjes van twee leerlingen. Tijdsduur: 10 minuten.

Nieuwsbrief groep 3 mei 2016

Kern 3: doos-poes-koek-ijs

Spellen bij kern 2 Spel 1: Stickers plakken Spel 2: Wie maakt de meeste woorden? Spel 3: Woorden maken Spel 4: Zelf typen Spel 5: Letterboek maken

REKENEN OP MAAT GROEP 4

1. CIJFERSPEL 2. DOBBELEN

Klap, stamp en sla. Opmerking. Tijd: 1-5 min. Deelnemers: minimaal 2 Materiaal: niets Opstelling: kinderen vormen tweetallen. Verloop van het spel:

Nieuws uit groep 3. 7 juni Beste ouders,

Onderdeel nummer 5 Breuken, procenten, kommagetallen en verhoudingen

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

LES: Post. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Postzegels (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

Structuren. Coöperatief leren

Kansen grijpen en kansen creëren

Kwartetten met klinkers

Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht:

Bewegingstussendoortjes

Huiswerkbeleid op OBS de Zeester. augustus 2014

Juf ik weet het niet meer

Iedere leerling slim laten groeien in rekenen en taal

Lesbrief Dans en Taal

Huiswerkprotocol Mattheusschool

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

Taaljournaal, tweede versie

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien.

informatie groep 4 Beste ouders, 18 september 2017

Kern 2: teen - een - neus - buik - oog. Spellen bij kern 2. In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog

Transcriptie:

Spelling: de verdubbelaar De verdubbelaar: een spellingsregel waar veel kinderen moeite mee blijven houden. Natuurlijk kun je er achteraf extra oefeningen tegenaan gooien, maar waarom niet eens kijken naar de aanpak van de instructie en inoefening van deze spellingsregel? (overigens is er bewust voor gekozen om de verdubbelaar in lettergrepen te verdelen) Voorkennis Om de spellingsregel van de verdubbelaar tot een succes te laten worden is het belangrijk dat de leerling deze vaardigheden en/of kennis al beheerst:

de leerling moet verschil kennen en kunnen benoemen tussen lange en korte klanken: Als je het verschil tussen lange en korte klanken niet weet is het ook lastig om te luisteren want wat moet je dan horen? Wanneer een leerling hierop uitvalt kun je het klinkerschema alsnog aanleren. Dit kun je doen door elke letter van een zelfverzonnen woord te benoemen. De leerling noemt bij elke letter of het een korte klank, lange klank, medeklinker of tweetekenklank is. Preventief kun je dit ook aanbieden. In een groep 3 waar ik op bezoek was zag ik dit ook: (idee uit: Zo leren kinderen leren lezen en schrijven) de leerling moet een woord in klankgroepen kunnen verdelen: Het is lastig om de spellingsregel van de verdubbelaar toe te passen wanneer je een woord niet op de juiste manier kunt verdelen in klankgroepen. Ook in het onderwijs is hier wat verwarring over. Lees hier maar een discussie tussen RT ers en wat het SLO voor uitleg geeft. Om dit te oefenen kun je het spel waarbij je een woord in lettergrepen verdeelt goed gebruiken. Alleen verdeel je het nu niet in lettergrepen maar in klankgroepen.

Aan de slag Zo, nu de kinderen dit allemaal beheersen kunnen we pas écht aan de slag met de spellingsregel van de verdubbelaar. Hier een aantal tips: Oefen niet alleen met werkbladen. Leer een rijmpje aan om de spellingsregel te onthouden (volg het rijmpje of spellingsregel zoals de methode aangeeft) Enkele voorbeelden hiervan zijn: * Als ik aan het eind van een klankstuk een korte klinker hoor, ga ik met twee medeklinkers door. *Korte klanken zijn blij, want er komt een letter bij. Hang de spellingsregel op in de klas. Gebruik de spellingsposter van de methode of gebruik de poster van RT materiaal als zelfstandig spellen / Speciale spellingsbegeleiding. Maak hier een schoolbrede afspraak over. Heb jij tips om toe te voegen? Wat zou je graag meer willen weten? Plaats dit in een reactie hieronder.

Woordenschat: tussendoortjes en spelletjes

Woordenschat: de fase van consolideren (Viertakt van Verhallen) is zo enorm belangrijk en vaak kom je tot de conclusie dat je hier meer aandacht aan zou moeten besteden. Maar ja.. waar haal je die onderwijstijd vandaan? Je hebt vast wel een paar minuutjes over om deze woordenschat: tussendoortjes en spelletjes uit te voeren. Voorbeelden van tussendoortjes en spelletjes Memory: maak 2 kaartjes die bij elkaar passen. Het ene kaartje heeft een plaatje en op het andere plaatje kun je het woord vinden. Trimemory: is vooral geschikt voor de bovenbouw. Zoek het plaatje, het woord en de definitie van het woord bij elkaar. Galgje: speel met de woorden uit het woordpakket Het verboden woord: je vertelt alles rond het woord dat centraal staat, maar je mag niet het woord noemen. Wie raadt welk woord je hebt? Hints: gebruik ook hier de aangeboden woorden. Laat een leerling een woord uitbeelden. De leerlingen raden wat het is. Wie ben ik?: Plak een post-it met een themawoord achterop de rug van de leerlingen. Laat ze vragen stellen aan de duo. Duo mag het woord niet noemen maar mag er wel iets over vertellen. Waar of niet waar: Je vertelt iets over het themawoord. Je steekt een groen briefje omhoog wanneer het waar is. Je steekt een rood papiertje omhoog wanneer het niet waar is. (kun je ook doen met staan/ zitten) Raad het plaatje: een leerling pakt een kaartje met hierop het themawoord. Hij/zij tekent nu het woord op een schrijfbordje. De andere leerling probeert het woord zo snel mogelijk te raden.

Hoe gebruik ik mijn tijd effectief? Natuurlijk heb je wel een aantal minuutjes per dag over. Je kunt dan sommige van bovenstaande spelletjes uitvoeren zoals bijv. galgje, het verboden woord of hints. De andere spelletjes zijn natuurlijk ook van onschatbare waarde, maar als leerkracht kun je hier ook mee aan de slag zonder perse extra tijd in te roosteren voor woordenschat. Spelletjes zijn namelijk goed in te zetten tijdens het taalcircuit, zelfstandig werken, werken aan weektaak of als keuzewerk. Wat zou jij graag nog willen weten over woordenschat? Kijk verder: Spelletjes en tussendoortjes bij de methode Taal Actief

Bewegend leren rekenen (gr. 1 t/m 6) Alle nieuwe leerstof moet ingeoefend worden om zo het automatiseringsproces te stimuleren. Door bewegend leren rekenen zorg je voor plezier en een leerzame tijd. En reken maar dat de leerlingen enthousiast zijn! * En schudden maar! Doelen: automatiseren van sommen t/m 20 Materialen: klein doorzichtig doosje met doorzichtige deksel, 2 dobbelstenen, evt. bingokaart. Werkbeschrijving: Laat de leerling of leerlingen om de beurt het doosje

schudden. Wanneer de dobbelstenen stil liggen, bekijk je de cijfers/ogen. Maak er nu een som mee. Je kunt kinderen zelf de keuze voor sommen geven + of -. Je kunt de leerling de som laten opschrijven, maar je kunt er ook een spelelement in toevoegen dat je het antwoord mag afstrepen van je bingokaart. Wie heeft er als eerst zijn of haar bingokaart vol? * Gooi denk vang! Doel: Automatiseren van sommen Materialen: bal Werkbeschrijving: Ga met een groep in een kring staan. Zorg ervoor dat er een leerling in het midden van de kring staat. Deze leerling gooit onverwachts steeds een bal naar leerling. Voordat hij/zij gooit roept hij/zij een som en gooit hierna de bal. De leerling moet de bal vangen en het antwoord roepen. * Reken je rot! Doel: automatiseren van splitsingen t/m 10 Materialen: A4 vellen papier met hierop de cijfers 0 t/m 10. Werkbeschrijving: Hang de verschillende vellen papier op verschillende plekken op het schoolplein. Noem een splitsing bijv. ik ga 10 snoepjes splitsen: 5 voor mij en.. voor jou! De kinderen rennen zo snel mogelijk naar het juiste antwoord toe. Herhaal dit met splitsingen van verschillende getallen. Differentiatie: natuurlijk ook goed te gebruiken voor tafelsommen, optel of aftreksommen. Enthousiast? Ook binnen met sprongen vooruit is er aandacht voor beweging. Aanrader!

Welke spelletjes heb jij hier nog aan toe te voegen? Plaats ze in een reactie en ik zal deze toevoegen aan deze verzameling. Oefenen met het maken van lettergrepen

Voor verschillende taalactiviteiten is het belangrijk om woorden in lettergrepen te verdelen. Zo komt het ook aan bod bij spellingsregels: Eerst het woord in lettergrepen (of klankgroepen) verdelen en dan Regelmatig kan een leerling uitvallen op zo n spellingsregel. Je gaat dan oefenen met zo n leerling. Het is dan wel belangrijk dat een leerling een woord in lettergrepen kán verdelen. Want anders leer je stap 2 aan, maar heeft hij/zij stap 1 nog niet onder de knie. Daarom deze korte en ook simpele spellingsoefening: Materialen: * bal * woorden Beschrijving: Begeleider noemt een woord. De leerling zegt het woord hardop na. Hij gaat nu hardop het woord in lettergrepen verdelen. Op het plekje waar je het woord deelt, daar laat je de bal stuiteren. Voorbeelden: ja (stuiter) ger zo (stuiter) mer (stuiter) va (stuiter) kan (stuiter) tie