Oefeningen: Break-even analyse Oefening 1: Een onderneming produceert een bepaald product dat verkocht wordt tegen een prijs van 50 EUR per stuk. Per eenheid dat gemaakt wordt, kost het de onderneming 30 EUR. Daarnaast zijn er ook nog vaste kosten die gemaakt worden. Indien de onderneming 3000 eenheden produceert behaalt ze noch winst, noch verlies. a. Bereken de vaste kosten. b. Illustreer grafisch TO, TK en TCK. Neem op de X-as 2 cm = 1000 eenheden en op de Y- as 1 cm = 20.000 eenheden. Oefening 2: Een onderneming heeft 20.000 EUR vaste kosten en per eenheid geproduceerd goed kost het haar 40 EUR. Men wenst bij een productiehoeveelheid van 1.000 eenheden net breakeven te zijn. Bereken de prijs waartegen de producten moeten worden verkocht. Oefening 3: Een onderneming wordt geconfronteerd met een vaste kost van 15.000 EUR en een kost per eenheid geproduceerd goed van 35 EUR. De producten worden verkocht tegen een prijs van 50 EUR per stuk. Indien de ondernemer een winst van 3.000 EUR wil behalen, hoeveel eenheden van zijn product moet hij dan verkopen? Oefening 4: Een ondernemer wordt geconfronteerd met volgende jaarlijkse kosten: de huur van zijn gebouw 10.000 EUR en de jaarlijkse afschrijvingskosten van zijn materiële vaste activa 18.000 EUR. Daarnaast heeft hij 1 personeelslid in dienst die een vaste maandelijkse loonkost van 1.000 EUR vertegenwoordigt. Om zijn werknemer te stimuleren krijgt deze eveneens 10% van de verkoopsopbrengsten (= omzet!). De productiekosten om 1 eenheid te produceren bedragen 50 EUR en de verkoopprijs per eenheid bedraagt 100 EUR. Bereken hoeveel eenheden deze onderneming jaarlijks moet verkopen om het break-even punt te bereiken.
Oefening 5: Een onderneming produceert 2 goederen: A en B. De prijzen waartegen producten A en B verkocht worden bedragen respectievelijk 20 en 30 EUR. Het bedrijf heeft 30.000 EUR afschrijvingskosten op haar gebouwen. Van product A worden 2.000 eenheden verkocht. Om 1 eenheid van product A te maken, kost het de onderneming 10 EUR, de productiekost voor 1 eenheid product B kost 20 EUR per eenheid. Bereken hoeveel eenheden van goed B de onderneming moet verkopen om haar kosten net te dekken. Oefening 6: Een onderneming bezit een gebouw, een machine en een vrachtwagen. De aanschaffingswaarden bedroegen respectievelijk 1.000.000 EUR, 20.000 EUR en 50.000 EUR. De geschatte levensduur van deze materiële vaste activa zijn respectievelijk 50, 10 en 5 jaar. Om de producten bekend te maken voert men reclame, kostenplaatje bedraagt 10.000 EUR per jaar. De aankoopkostprijs van de handelsgoederen bedraagt 50 EUR. De winstmarge bedraagt 50%. a. Hoeveel eenheden moet deze onderneming verkopen om break-even te zijn? b. Indien de ondernemer 2.000 eenheden denkt te kunnen verkopen, hoeveel moet hij dan minimaal vragen als verkoopprijs? De aankoopkostprijs is nog steeds 50 EUR. Oefening 7: De totale vaste kosten bedragen 20.000 EUR en de productiekosten per eenheid 20 EUR. Bij een afzet van 1.000 eenheden bedraagt de winst 5.000 EUR. a. Bereken de verkoopprijs. b. Indien men bij dezelfde verkoopprijs de winst wil verdubbelen, hoeveel moet de afzet dan bedragen? Oefening 8: Een klein pand in een zijstraat van de Leuvensestraat in Vilvoorde staat leeg. Hilde heeft er plannen om een kleine kledingzaak te starten. De activiteit van de zaak zal uitsluitend het bedrukken van T-shirts inhouden. De verkoopprijs per T-shirt bedraagt 6,25 EUR. De kosten met betrekking tot de grondstoffen, energie en werkuren bedragen 5 EUR per T-shirt. Het huren van het pand kost 500 EUR per maand.
a. Bepaal grafisch (TO, TK en TCK) hoeveel T-shirts Hilde jaarlijks moet verkopen om net uit de kosten te geraken. Neem op de X-as: 1 cm = 1.000 stuks en op de Y-as: 1 cm = 500 EUR. b. Bereken het resultaat indien er maandelijks 750 T-shirts worden verkocht. c. Stel dat Hilde naar de drukkere Leuvensestraat wenst te verhuizen met haar winkel. De huurprijs zal dan wel duurder zijn: 750 EUR per maand. Indien de verkoopprijs en de variabele kosten niet veranderen, bereken dan de nieuwe break-even afzet. d. Stel dat Hilde haar prijs in haar nieuwe pand toch verhoogt tot 6,45 EUR per T-shirt. Bereken de nieuwe break-even afzet. Oefening 9: Burkie en zijn 2 vrienden treden op in jeugdclubs en op party s. Voor een blits optreden vragen ze 750 euro. Om nieuwe instrumenten en een muziekinstallatie te kopen leenden ze. Daarvoor moeten ze maandelijks 1500 euro neertellen (interest en aflossing). Ze rekenen zichzelf elk een maandloon van 250 euro toe. Voor ieder optreden hebben ze 250 euro transport- en herstellingskosten. Hoeveel keer moeten ze optreden om break-even te geraken? Ze kunnen maximaal 8 keer per maand optreden. Oefening 10: Uitgeverij Uranus verkoopt het boek Gezellig samen, de memoires van Jenny de legbatterijkip aan de prijs van 30 euro. De variabele bedragen 15 euro per boek. De vaste kosten worden geraamd op 60.000 euro. De uitgeverij denkt 3.000 exemplaren te verkopen. a. Haalt ze de break-even-afzet? b. Indien niet, hoeveel exemplaren zou ze moeten verkopen om het break-even-punt te halen? Oefening 11: Het management van jeansfabrikant AGMU staat voor de keuze: maken we zelf ritssluitingen of kopen we ze in bij een toeleveringsbedrijf dat 2,25 EUR per sluiting rekent? Als de onderneming zelf ritssluitingen produceert, moet een machine gekocht worden. De jaarlijkse afschrijvingskosten bedragen 30.000 EUR. Voor energie, grondstoffen en loonkosten wordt 1,50 EUR per ritssluiting gerekend. Vanaf welke hoeveelheid doet het bedrijf er goed aan zelf ritsen te produceren?
Oefening 12: Wijnhandelaar Ebrio, importeur van Italiaanse wijnen, heeft in zijn assortiment een luxekistje met 3 flessen van de beste Chianti Classico: een Ricasoli, een Bossi en een Conti Serristori. De wijnen zijn schitterend en dat heeft dan ook zijn prijs. Het kistje wordt verkocht voor 40 EUR. Ebrio kan ze aankopen in Italië voor 25 EUR. Maar om de wijn aan de man te brengen maakt hij zelf nog voor 90.000 EUR kosten. a. Waar ligt de break-even afzet? b. Hoeveel kistjes moet Ebrio verkopen om 15% winst te maken op de omzet? Oefening 13: Jef en Rita starten een onderneming die eieren produceren. De aankoop van een stuk grond met omheining vergt respectievelijk een investering van 40.000 en 3.000. Het kippenhok kost 5.000. De grond wordt op 25 jaar afgeschreven, het hok en de omheining op 10 jaar. De productiekosten per ei bedragen 0,10. De ondernemers bepalen de verkoopprijs op 0,16 per stuk. Bereken het aantal eieren dat Rita en Jef moeten verkopen om break-even te zijn. Oefening 14: Een onderneming heeft een vaste kost van 100.000. De prijs waartegen de goederen worden verkocht is het dubbele van de productiekosten per eenheid (met andere woorden: de winstmarge = 100%). Indien 10.000 eenheden worden verkocht bedraagt de winst van deze onderneming 400.000. Bereken het aantal eenheden dat deze onderneming moet verkopen om haar kosten net te dekken. Oefening 15: Een onderneming verkoopt haar producten aan 20 EUR per stuk. De productiekosten om 1 eenheid te produceren bedragen 10 EUR. Indien er 2000 eenheden worden geproduceerd behaalt deze onderneming een winst van 10.000 EUR. Bereken de vaste kosten. Oefening 16: Een onderneming heeft 24.000 EUR vaste kosten. Er is 1 persoon in dienst waarvoor de onderneming iedere maand sowieso 1.500 EUR (= nettoloon) moet neertellen. De maandelijkse loonkost voor de onderneming bedraagt 3.000 EUR. Daarnaast kan dit personeelslid meer verdienen afhankelijk van de gerealiseerde omzet. De werknemer heeft
recht op 10% van deze gerealiseerde omzet. De productiekosten per eenheid bedragen 30 EUR. De verkoopprijs waartegen de producten worden verkocht bedraagt 40 EUR. Bereken hoeveel eenheden jaarlijks moeten verkocht worden opdat de werknemer een gemiddelde maandelijkse vergoeding van 3.000 EUR zou ontvangen. Oefening 17: Jan start een handelszaak en doet hiervoor volgende investeringen: hij koopt een handelspand (400.000 EUR), een verpakkingsmachine (30.000 EUR) en 3 vrachtwagens (elk met een aankoopprijs van 50.000 EUR). Het handelspand, de verpakkingsmachine en de vrachtwagens worden respectievelijk afgeschreven op 20, 10 en 5 jaar. Aan grondstoffen per eenheid geproduceerd product kost het hem 30 EUR. Hij wenst een winstmarge van 50% te halen per eenheid verkocht product. a. Bereken het aantal eenheden dat Jan moet verkopen om net uit de kosten te geraken. b. Bereken het aantal eenheden dat Jan moet verkopen om een winst te behalen die gelijk is aan 20% van de behaalde omzet. c. Stel dat Jan een goedkopere leverancier voor zijn grondstoffen vindt en deze leverancier slechts 20 EUR per eenheid geproduceerd product vraagt. Met hoeveel mag Jan zijn prijs dan verlagen opdat hij hetzelfde break-even punt zou bereiken? Oefening 18: Een onderneming bezit volgende materiële vaste activa: Aanschaffingswaarde Levensduur Machines 10.000 EUR 5 jaar Gebouw 200.000 EUR 20 jaar Rollend materieel 50.000 EUR 5 jaar Opgelet: de aankoop van materiële vaste activa is geen kost, enkel het afschrijven ervan!! Om de producten te vervaardigen heeft men 20 EUR productiekosten per gemaakt product. De producten worden aan 50 EUR verkocht. Er is 1 persoon in dienst die een maandelijkse brutobezoldiging van 1.200 EUR krijgt. De werkgeversbijdrage aan de RSZ bedragen 50%. a. Hoeveel eenheden moet men jaarlijks verkopen om 2.000 EUR winst te maken? b. Indien de onderneming een extra personeelslid in dienst neemt omdat men verwacht dat de afzet zal stijgen. (Dit extra personeelslid kost exact hetzelfde als het reeds aanwezige personeelslid aan de onderneming). Hoeveel % moet de jaarlijkse afzet dan toenemen opdat men nog steeds een winst van 2.000 EUR zou behalen.
Oefening 19: Een onderneming heeft 10.000 EUR vaste kosten. De productiekosten per eenheid bedragen 50 EUR. De winstmarge is 50%. Men heeft 3 mensen in dienst die ieder maandelijks 2.000 EUR (brutoloon) verdienen. De werkgeversbijdrage aan de RSZ bedraagt 50% van het brutoloon. Men verwacht 10.000 stuks per jaar te verkopen. Stel dat ieder personeelslid een bepaald percentage van de omzet bovenop zijn maandloon krijgt (op dit commissieloon moet geen werkgeversbijdrage worden betaald). Bereken dan dit percentage zodat de jaarlijkse winst van de onderneming 109.500 EUR zou bedragen. Oefening 20: Stel dat een producent zijn product verkoopt tegen een vaste prijs van 1,10 EUR per eenheid. De totale constante kosten zijn 200 EUR en de productiekosten per eenheid bedragen 0,90 EUR. a. Bereken de break-even afzet. b. Bij welke afzet bedraagt de winst 100 EUR? c. Teken in een zeer nauwkeurige grafiek TO en TK en controleer je berekeningen van in a en b. (Neem op de X-as: 1 r = 100 stuks, Y-as: 1 r = 100 EUR) Oefening 21: De Welvyn Handle Manufacturing Co. produceert handvatten voor reiskoffers. Ze hebben een jaarlijkse vaste kost van 12 000 EUR, er is een variabele kost van 0.82 EUR per geproduceerd handvat en een verkoopprijs van 1.60 EUR per handvat. Hoeveel handvatten moet Welvyn produceren en verkopen om winst noch verlies te maken. Oefening 22: Vespa heeft een vestiging in Steenokkerzeel, waar scooters worden gemaakt. Jaarlijks rollen daar 8 000 stuks de fabriek uit. De productiekost van één scooter bedraagt 700 EUR. De constante kosten bedragen 100 000 EUR per jaar. Er zijn ook variabele niet-productiekosten (zoals voor verpakking, transport en verzekering), die op 30% van de productiekosten worden geschat. Tegen welke prijs verkoopt Vespa z'n scooters aan de groothandelaars, wanneer men een winst wil bereiken die 25% boven de totale kosten ligt?
Oefening 23: Gegeven onderstaande grafiek met TO en TK. a. Benoem de assen. b. Bepaal de verkoopprijs. c. Hoeveel bedragen de vaste kosten (TCK)? d. Bepaal GVK. e. Hoe groot is de omzet indien de onderneming break-even is? f. Bij hoeveel eenheden zal deze onderneming een winst van 10 EUR behalen? g. Indien de verkoopprijs met 25% zou stijgen, bepaal dan de break-evenafzet en teken de nieuwe TO.