Rol van de leerkracht

Vergelijkbare documenten
A. Creëer een positief, veilig en rijk leerklimaat door

Een kasteel in de buurt bezoeken

A. Creëer een positief, veilig en rijk leerklimaat door

Thema kijken en observeren

Ontwikkelingsgericht Onderwijs in de praktijk

ISBN Eerste druk, derde oplage

China. Stadsgeluiden in China. 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad. Vakgebied: Muziek. Lesduur: 60 minuten per les

Taal zonder een lees- en taalmethode, kan dat eigenlijk wel?

Tip. In de herfst en winter is de maan vroeg in de ochtend goed te zien.

Wie ben jij? HANDLEIDING

(Eerlijk) verdelen, breuken (taal), meetkunde, meten

10. Rondleiding in het museum

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

om te zien waarvan sommige uit zichzelf licht geven en andere door mensen gemaakt zijn geen kleuren kunt zien

spelen de kinderen als apen in het speellokaal en zwaaien daarbij aan ringen of touwen.

In je kracht. Werkboek voor deelnemers

maken de kinderen een waterorgel en laten elke lettergreep uit een lied horen op dit orgel. Groep 1 Groep 2 samengestelde woorden in

- ontdekken dat stilte en rust helpen om een gepaste uitdrukking te vinden voor gevoelens.

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen.

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

Magnetische en beschrijfbare dobbelsteen: de taalontwikkeling (1)

Kaart Naam Handleiding

Winkelen in het bos?

OPDRACH TE N B I J TH E M A 4

Tips voor Taal Hoe stimuleer je de taalontwikkeling van je kind?

Een geslaagde activiteit

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

7. Wij gaan op safari

Les Rekenen en BVO De pakjes van Sinterklaas

Kleuren. Meten en wegen. Tellen en getalbegrip. Vormen. Doel: Bouw een kasteel voor Ridder Ruighart. Doel: Kleuren herkennen op het ridderschild

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering. De kinderen: - geven gericht antwoord op vragen. - breiden hun woordenschat uit.

DOCENT. Thema: verhalen HIER STOND EEN KASTEEL! groep 3 en 4. Stadshagen

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Museumles Tureluurtje. Docentenhandleiding

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen.

Methodeanalyse. Leeslijn & Zo leer je kinderen lezen en spellen

Groepsvorming en een positief sociaal klimaat, waar leerlingen zich mede verantwoordelijk voor voelen,

Om de kwaliteit van ons onderwijs te bewaken en de vorderingen van uw kind te volgen, nemen wij in iedere groep niet-methode gebonden toetsen af.

De Voorleesvogel. Tips bij interactief voorlezen

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering

PUK! Spelkaartjes behorende bij spelbord Pak een Puk!, thema Woordenschat & Taal.

Inhoud Trainersmap Verdieping

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

In het thema In elke hoek een boek! kunt u in dagelijkse situaties ook aandacht besteden aan bijvoorbeeld de volgende doelen:

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties

Spelregels voor de kaarten Beroepskwaliteiten en Leerpunten. Het Beroepskwaliteitenspel

- Laat de leerlingen afbeeldingen zien van gebouwen door de jaren heen met verschillende architectuur.

- ontdekken dat stilte en rust helpen om een gepaste uitdrukking te vinden voor gevoelens.

De inrichting van de speelleeromgeving bij Pepernoten en kerstkransjes. De Bakkerij/de huishoek. De Lees- en schrijfhoek

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8

16. Luister naar wat ik vertel

Accent op materiaal. onderdeel: schimmenspel. Titel les/thema Schaduwbeelden Graad: 2. Leerplandoelnummer Leerplandoel uitgeschreven

") Ljt-3^ f)c% Voorbeeldles SO/Midden/Bovenbouw/Blok 1 We horen bij elkaar Les 2 a+b: Opstekers!

Doelen groep 1 augustus tot januari

Licht en donker Licht

Handleiding Werkvormen Vragen stellen

Een simpel voorblad 2015

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

DUUR WAT HOE MATERIAAL

DURVEN ZIEN ERVAREN DELEN HET CREATIEF PROCES IN 5 DISCIPLINES

Samen Inspireren Ontdekken. Informatiegids. IKC de Plattenburg.

Blauwe stenen leer je zo

Vakgebieden Methoden Omschrijving Taal Groep 1-2. Schatkist

De oude molen groep 7/8

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

TRAINING interactievaardigheden BSO

OPDRACHTEN BIJ THEMA 8 GESPREKSMODELLEN

lezen veilig leren Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Zinnen maken met woorden én beeldtaal zijn Les 1

Les 13a Zoek de verschillen

primair onderwijs groep 4 en 8 samen Mijn verhaal van Brabant docentenhandleiding

Leerstofaspecten Breuken(taal), eerlijk verdelen, vergelijken, meetkunde

Informatiefolder ICBS OCTANT Schooljaar

8a De 'Los het op!-kaarf

Reflectie #Zo dus! Hieronder vind je een aantal oefeningen om te leren reflecteren waar je zelf mee aan de slag kunt.

Ontwikkelingsgericht onderwijs

China. Levend China. Vakgebied: Culturele Vorming. Lesduur: 1 dagdeel per les

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering

Tuin van Heden 1 Werken met kunst in de kerstperiode

Leerdoelen kinderen De kinderen leren hoe de rups verandert in een vlinder. De kinderen leren belangrijke begrippen: eitje, rups, vlinder, cocon.

WOORDENSCHAT - MIDDENBOUW Met woorden aan de gang

Voorbeeldles RIS-instructie RIS-WRM juni 2009

Hoe maak ik een werkstuk?

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering

Tuin van Heden 2 Werken met kunst in de kerstperiode

Vincent-stripverhaal MAKEN VOELEN SAMENWERKEN KIJKEN. Expertisecentrum Kunsttheorie Primair Onderwijs

Leerlijn Samenwerken SingaporeNext

LESMATERIAAL BOEKVERSLAG 2.0

Type 1: De Docent TEST LEERKRACHTSTIJL LAGER. Centrum voor Taal en Onderwijs MIJN PROFIEL

Lesvoorbereiding. Inhoudelijke gegevens vak of vormingsgebied: Wereldoriëntatie, China.

Transcriptie:

Rol van de leerkracht Beweging Doormiddel van interessante vragen oriënteer je samen met de leerlingen op het onderwerp van de les. Samen met de leerlingen bekijk je wat er zou gebeuren tijdens de les. Als leerkracht ben je dan een coach. Je probeert de leerlingen te volgen en te begrijpen wat ze met de verschillende woorden bedoelen. Structureren & verdiepen Als leerkracht vertel je in de gymzaal een verhaal die de uitleg van het spel bevat. Doormiddel van dit verhaal structureer je het geheel. De middelen die hierbij ingezet worden, zijn ook van groot belang. Deze middelen moeten boeiend zijn voor de leerlingen. Een hoepel is geen hoepel, maar een slaapplaats voor de ridder. Ook doormiddel van deze benamingen structureer je het spel. Doormiddel van de hindernissen die aan worden gebracht in het spel verdiep je als leerkracht het spel. Je maakt het hierdoor moeilijker voor de leerlingen. Als leerkracht leg je verbindingen tussen de verschillende kernactiviteiten. Bij deze kernactiviteit leg je vooral een verbinding tussen bewegingsactiviteiten en gespreksactiviteiten. Je probeert samen met de leerlingen doormiddel van een gesprek tot oplossingen te komen hoe de ridder inbrekers zou kunnen tikken. Maar daarnaast wordt er ook een verbinding gelegd naar een rollenspel. De leerlingen spelen met de hele klas samen een rollenspel. Als leerkracht ben je dan een begeleider. Tijdens het rollendialoog wordt er niets verteld, maar er wordt voornamelijk gespeeld. Als er wordt gekeken naar de doelen van basisontwikkeling, komen er vooral doelen van de brede ontwikkeling aan bod. Doormiddel van dit spel verkennen de leerlingen de wereld. Een kasteel staat niet overal in de buurt. Doormiddel van het spelen van dit spel haal je de werkelijkheid naar binnen. Maar ook samenspelen en samen werken komt aan bod. De leerlingen moeten misschien wel samen werken om aan de overkant te komen. Doormiddel van vragen die je als leerkracht stelt reflecteer je met de leerlingen op de les. Wat hebben de leerlingen geleerd? Hebben de leerlingen woorden gehoord die ze nog nooit hebben gehoord? Wat vonden de leerlingen over het algemeen van de les? Onderzoek Doormiddel van verschillende plaatjes oriënteer je met de kinderen op het gebied van kastelen. Je wilt zoveel mogelijk uit de leerlingen zelf halen. Het is wel belangrijk dat je mee gaat in wat de kinderen vertellen en niet je eigen bedoelingen opdringen. Ook geef je ruimte aan eigen initiatieven. Wanneer de leerlingen met dingen komen die met de les te maken hebben, kun je op de initiatieven van de leerlingen ingaan. Structuren & verdiepen Doormiddel van plaatjes maak je een verhaaltje. Zo structureer je de plaatjes en hebben de leerlingen een houvast. Daarnaast structureer je samen de verschillende handelingen. Wat willen we weten? En hoe komen we ertoe? Tijdens de verdieping ben je als leerkracht een begeleider.

Als leerkracht breng je een verbinding met de lessen van rekenen/wiskunde. De leerlingen moeten verschillende wiskundige figuren ontdekken in de plaatjes van de kastelen. Ook ben je bezig met gespreksactiviteiten. Als leerkracht ben je dan een leider en coach. Je leidt het gesprek maar je coach ook leerlingen om deel te nemen aan het gesprek. Doormiddel van vormen te laten zien, voeg je nieuwe wiskundige vakwoorden toe. Als leerkracht vraag je naar de benaming van de vormen. Je voegt nieuwe woorden toe aan de woordenschat en aan de gesprekken. Aan de hand van die woorden kunnen de leerlingen uitgebreidere zinnen maken. Doormiddel van vragen die je als leerkracht stelt reflecteer je met de leerlingen op de les. Wat hebben de leerlingen geleerd? Hebben de leerlingen woorden gehoord die ze nog nooit hebben gehoord? Wat vonden de leerlingen over het algemeen van de les? Gesprek Als leerkracht leg je voorwerpen klaar die te maken hebben met het onderwerp. Aan de hand van de vormen ga je aan de leerlingen vragen waar we het over zouden kunnen gaan hebben. Wanneer je het thema aanhaalt kunnen de leerlingen zich misschien beter oriënteren op de voorwerpen. En beter een link leggen. Het is als leerkracht wel belangrijk dat je de leerlingen de tijd en ruimte geeft om de verschillende materialen te ontdekken. Structureren & verdiepen Als leerkracht haal je de voorwerpen één voor één tevoorschijn. Hierdoor structureer je de opdracht. Dit doe je ook doormiddel van de verschillende vragen die je stelt. Door nieuwe elementen in de les aan te brengen verdiep je de les. Je kunt als verdieping naar de wiskundige vormen van de voorwerpen vragen. Met deze kernactiviteit leg je als leerkracht verbindingen tussen gespreksactiviteiten, rekenen/wiskunde activiteiten en taalactiviteiten. Doormiddel van de vraagstelling koppel je het gesprek aan de wiskunde. Ook kun je doormiddel van deze activiteit lees- en schrijfactiviteiten uitroepen. Het is wel belangrijk dat je niet voorbij schiet aan de plannen en initiatieven van de leerlingen. Doormiddel van de antwoorden van de leerlingen voeg je nieuwe woorden toe aan de woordenschat van de leerlingen. Dit bereik je doormiddel van de gesprekken en vraagstelling. Maar ook doormiddel van de vraagstelling breid je de woordenschat van de leerlingen uit. De leerkracht stelt hoe en waarom vragen om terug te blikken op de les. Aan de hand van deze vragen kan de leerkracht reflecteren op de ontwikkeling van de leerlingen. De leerkracht stelt ook vragen om de leerlingen te laten reflecteren op de les. Wat vonden de leerlingen van de les? Wat zijn nieuwe dingen die ze te horen hebben gekregen? Constructiespel

De leerkracht gaat een prentenboek introduceren. De leerkracht geeft de leerlingen de tijd om naar de voorkant te kijken, zodat de leerlingen zelf eerst wat kunnen bedenken waar het over zal gaan. De leerkracht moet de leerlingen ook dan echt denk tijd geven. De leerkracht moet de leerlingen prikkelen door dieper na te gaan denken wat zij zien en waarom dat erop zal staan. Hiervoor gaat de leerkracht vragen stellen die hierbij aansluiten. De leerlingen maken een knutselwerkje. De leerkracht zorgt voor een voorbeeld. Hierin staat de leerkracht dus model voor de leerlingen. De leerkracht zorgt er tevens voor dat de leerlingen weten wat van hun verwacht wordt, waardoor er structuur aanwezig is in de opdracht. De leerkracht gaat verdiepen binnen deze opdracht door gebruik te maken van keuzevrijheid. De leerkracht laat de keuze voor kleuren bijvoorbeeld over aan de leerlingen. Hierbij komt voorstellingsvermogen naar voren, waarbij de leerkracht wel ondersteuning moet bieden voor de leerlingen die hier moeite mee hebben. aan. Er worden gesprekken gehouden over de datgene wat zij zien. Met de onderdelen te benoemen van het kasteel, gaat de leerkracht het taalaanbod versterken. Het kasteel wordt behandeld, waardoor er nieuwe begrippen aan bod zijn gekomen. Door het onderdeel tellen besteedt de leerkracht aandacht aan het reken-wiskunde onderdeel. De leerkracht moet de leerlingen stimuleren en motiveren om vanuit verschillende perspectieven naar het kasteel te kijken. De activiteit wordt later uitvoert in een constructievorm. Hierop wordt door de leerkracht gereflecteerd, doordat de leerkracht reflectievragen stelt. De leerkracht moet de leerlingen bewust maken van wat Tijdens de les loopt de leerkracht rond en begeleidt waar dat nodig is. De leerkracht stelt verdiepende vragen om het product op een hoger niveau te brengen. Spel De leerkracht gaat een nieuwe hoek binnen de klas introduceren. De leerkracht geeft de leerlingen de tijd om het materiaal te bekijken en betekenissen te verbinden aan deze activiteit. Er worden vragen gesteld over wat de leerlingen zien en wat het is. De leerkracht geeft de ruimte bij de leerlingen om te kunnen antwoorden, zodat de leerlingen ook initiatieven kunnen tonen. De leerlingen kunnen tijdens het vrij spelen in de hoek een thematisch rollenspel uitvoeren. Het is hierbij van belang dat de leerkracht model staat voor de rollen het rollentaal. Het structureren komt voor in het samen maken van bijvoorbeeld een spelscript. Het verdiepen kan binnen het zelf bedenken van een script of een bepaald onderwerp specifieker aan de orde brengen. De leerkracht biedt deze mogelijkheden aan en stimuleert de leerlingen hierbij. aan. Er worden gesprekken gehouden over de materialen in de kring. Met een onderdeel lees-schrijfactiviteiten gaat de leerkracht het taalaanbod versterken. De materialen en betekenissen worden behandeld, waardoor er nieuwe begrippen aan bod zijn gekomen. Door het schrijven van een brief zijn de leerlingen bezig met een schrijfonderdeel. De leerkracht moet hierbij eisen stellen aan de schrijfverzorging. Op deze manier is de structuur en overzicht aanwezig. Door

het onderdeel geld uit de middeleeuwen besteedt de leerkracht aandacht aan het rekenwiskundeonderdeel. Het betalen en inwisselen komt dan op bod. De leerkracht moet de leerlingen stimuleren en motiveren om van deze mogelijkheid gebruik te maken. De activiteit wordt later uitgevoerd in een spelvorm. Hierop wordt door de leerkracht gereflecteerd, Lezen en schrijven Om deze activiteit van verschillende kanten te bekijken gaat de leerkracht van verschillende mogelijkheden gebruik maken. De leerkracht laat de kinderen een muziekstuk horen, geeft achtergrondinformatie en stelt vragen die de leerlingen prikkelen om over deze activiteit na te denken. Door het muziekstuk meerdere keren af te laten spelen, geeft de leerkracht de leerlingen de ruimte om na te denken. De leerkracht moet proberen te volgen en begrijpen waarom de leerlingen bepaalde gedachtes hebben. Het doorvragen is hierbij ook van belang. De leerkracht moet meegaan in het verhaal van de leerlingen. Het tekenpapier wordt interessanter, doordat het papier in 4 delen moet worden gevouwen en op deze manier de poort van het kasteel voorstelt. Het structuren komt aan bod doordat er in de tekeningen en verhalen van de leerlingen een verhaallijn zit. De activiteit kan worden verdiept door de verhalen eventueel te laten naspelen door de leerlingen. Voor de leerkracht is het belangrijk om model te staan voor de rollen en rollentaal. en spelactiviteiten aan. Er worden gesprekken gehouden over datgene wat zij hoorden in de muziek en over de middeleeuwen. Met een onderdeel lees-schrijfactiviteiten gaat de leerkracht het taalaanbod versterken. De instrumenten worden behandeld, waardoor er nieuwe begrippen aan bod zijn gekomen. Door het schrijven en/of tekenen van hun gevoel bij het muziekstuk zijn de leerlingen bezig met een schrijfonderdeel. De leerkracht moet hierbij eisen stellen aan de schrijfverzorging. Op deze manier is de structuur en overzicht aanwezig. Door het ordenen van de muziekinstrumenten besteedt de leerkracht aandacht aan het reken-wiskundeonderdeel. Het is belangrijk dat de leerkracht instrumenten uitkiest die zinvol zijn om een oefening te doen met het ordenen. De instrumenten moeten ook bij het muziekstuk passen. De situatie biedt de mogelijkheid voor de leerkracht om te werken aan het communiceren door middel van geschreven en getekende taal. De leerlingen ondervinden hierdoor ook dat je jouw gevoel op verschillende manieren op papier kunt zetten en dat ook elke leerlingen anders denkt. De leerkracht moet aandacht schenken aan deze verschillen, door ze te laten opnoemen. De activiteit wordt later uitvoert in een spelvorm. Hierop wordt door de leerkracht gereflecteerd, Rekenen en wiskunde

De leerkracht gaat in de inleiding in op wat er op tafel staat. De leerkracht geeft de leerlingen de tijd om het materiaal te bekijken en betekenissen te verbinden aan deze activiteit. Er worden specifieke vragen gesteld over het materiaal. De leerkracht geeft de ruimte bij de leerlingen om te kunnen antwoorden, zodat de leerlingen ook initiatieven kunnen tonen. Er wordt aandacht besteed aan het herhalen en ontleden van de begrippen. De leerkracht neemt het initiatief in het structuren van de handelingen. De leerkracht behandeld eerst de begrippen en gaat dan met de leerlingen de handelingen op orde brengen. Wat moeten wij nu doen? Hoe pakken wij dit aan? De leerkracht gaat de leerlingen prikkelen om zelf na te denken voor oplossingen. Door de activiteit iets aan te passen, nieuwe elementen in te brengen, kan de leerkracht verdieping aan brengen binnen deze activiteit. Dit is vooral in groep 3/4 goed zichtbaar, doordat de leerlingen de poppetjes zelf gaan vervangen en wiskundige bewerkingen toe gaan passen. De leerkracht biedt tijdens deze activiteit gespreksactiviteiten, lees-schrijfactiviteiten en spelactiviteiten aan. Er worden gesprekken gehouden over datgene wat zij op de tafel zien staan en/of de betekenissen daarvan. Met een onderdeel lees-schrijfactiviteiten gaat de leerkracht het taalaanbod versterken. De leerkracht gebruikt (nieuwe) begrippen wat past binnen het thema, zodat ze begrippen aangeboden krijgen in een thematische context. De situatie biedt de mogelijkheid voor de leerkracht om te werken aan de uitbreiding van de woordenschat van de leerlingen. Door auditief reeksen aan te bieden, worden leerlingen gestimuleerd om gericht te luisteren naar wat de leerkracht zegt. De leerkracht stelt vragen waarbij de leerlingen zelf naar oplossingen moeten zoeken. De activiteit wordt later uitgevoerd in een spelvorm. Hierop wordt door de leerkracht gereflecteerd,