WORDT KLEINSCHALIGE ZORG GROOT?

Vergelijkbare documenten
DE TOEKOMST VAN KLEINSCHALIG WONEN VOOR MENSEN MET DEMENTIE

DE TOEKOMST VAN KLEINSCHALIG WONEN VOOR MENSEN MET DEMENTIE

Mens en Organisatie in het architectenbureau. Peiling juni 2013

Uitkomsten cliëntervaringsonderzoek Wmo 2015

Particuliere en reguliere verpleeghuizen Een vergelijking om van te leren

[ENQUETE COMMUNICATIE]

Pilot Brandveilig Leven in Meerzicht

Stadjers over afval Afval app en Diftar

De ontwikkeling van geweld in de Nederlandse samenleving VEEL MONITOREN, WEINIG EENDUIDIGHEID

Toelichting uitkomsten Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2016

Kenmerken van kleinschalig wonen

Parkeren Helpman Oost

Group living homes for older people with dementia

Kleinschalig wonen voor ouderen met dementie. Department of Health Care and Nursing Science

Een fijne buurt, maar niet af! Resultaten enquête Zeeheldenbuurt

Parkeeronderzoek De Biezen. Resultaten bewonersenquête

Behoefteonderzoek kleinschalige woonvormen voor dementerende ouderen

HET PROJECTPLAN. a) Wat is een projectplan?

CQI-Concernrapport Volckaert

Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie

INLEIDING. Namens het managementteam van de SPGH, Mirjam Diderich. Directeur. Hellendoorn 15 januari 2015

Actualisatie Nationaal Bestand Woonzorgcomplexen

Dordtse Parken Bezoek en waardering

Wonen op de zorgboerderij. Een innovatief alternatief voor reguliere zorg in verpleeghuizen voor mensen met dementie

Stimulering Kleinschalige Zorg voor dementerenden

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

ENQUÊTE VETERANENDAG. Belangrijkste resultaten

Praktische tips voor succesvol marktonderzoek in de land- en tuinbouwsector

Enquête toeristisch-recreatieve aanbod in Zuid-Limburg en de Euregio

OPMARS KLEINSCHALIG WONEN IN NOORD-HOLLAND

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties

Hondenvoorzieningen in t Hout, Binnenstad en Helmond-Oost

Laurens Simeon en Anna

Beleving Theaterfestival Boulevard 2012 Onderzoeksrapportage. Life is Wonderful

Yes We Can Fellow onderzoek

Wat zie jij er uitgeslapen uit... Monitoringsrapport 2.0

Onderzoek APV. Rapportage Onderzoek APV. Utrecht, juni DUO Market Research Drs. Aart van Grootheest Dr. Eric Elphick

PEILING ERVARINGEN MET EDE DOET

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014

Kleinschalig wonen. De inhoud van dit thema: 3 Voordelen en nadelen van kleinschalig wonen. 4 Hoe ziet kleinschalig wonen eruit?

Klanttevredenheidsonderzoek 2016 / Optisport Barneveld. Optisport Barneveld Erik Boelen

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012

Rapport tevredenheid burgers Wmo Gemeente Oss

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk

Rapportage Energiezuinige Woningen

Onderzoeksrapportage inventarisatie kleinschalige woonvormen voor dementerenden in de regio Zuid-Holland Noord

Resultaten Taxbus Enquête 2011

INFORMATIEVOORZIENING URENAFTREK DOOR ZELFSTANDIGEN VANUIT WW

Klanttevredenheidsonderzoek Warmtenet (2015)

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

Samen naar de gewenste woningvoorraad in Odiliapeel

Panel Openbare Ruimte en Mobiliteit

Terugkoppeling testen egeo internetpanel

Zo ja, de volgende personen (met naam organisatie) waren daarbij betrokken:

Onderzoek vacatiegeld cliëntenraden

Memo Wonen en Zorg Scholeneiland Bunnik Inleiding

Dorpsschool Rozendaal 7 februari 2014

Waar winkelen de inwoners van de gemeente Ede? Een onderzoek op basis van 304 winkelmomenten

Enquête nieuwe bestemming Wolvenburg

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

Gemeente Breda. Waardering LED-verlichting. SSC Onderzoek en Informatie. Achtervang

Hoofdstuk 19. Financiële situatie

Hoe waarderen cliënten het wonen in de Domselaer? Uitkomsten van het onderzoek onder bewoners na één jaar wonen in de Domselaer.

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Bewonersparticipatie. 1 Conclusies. Hoe denkt het Bewonerspanel Sliedrecht hierover?

Onderzoeksverantwoording Panel Fryslân

Cursus VOSpiegel

Cliëntervaringsonderzoek Wmo

Transcriptie:

WORDT KLEINSCHALIGE ZORG GROOT? Utrecht, december 23 Aedes-Arcares Kenniscentrum Wonen-Zorg Monique Wijnties Het kleinschalig groepswonen voor dementerenden is klein begonnen. In 1986 opende het eerste project voor zes bewoners zijn deuren. De jaren daarop volgden er schoorvoetend meer van dergelijke kleine projecten. In 21 werden in het boek Huiselijk en vertrouwd (Henk Nouws, NIZW) al veertien projecten beschreven die weer als voorbeeld en inspiratie dienden voor de projecten erna. Inmiddels is de belangstelling voor het onderwerp groot. Van 27 tot 31 oktober 23 werd een actieweek voor de kleinschalige zorg georganiseerd. De belangstelling voor zowel de regionale als de landelijke activiteiten was groots. Maar hoe groot is de ontwikkeling zelf? Hoeveel mensen met dementie kunnen inmiddels terecht in een kleinschalig project? En hoeveel plaatsen komen daar de komende jaren nog bij? Deze vragen hebben er eind 22 toe geleid dat het Kenniscentrum Wonen-Zorg Prismant gevraagd heeft een landelijke inventarisatie uit te voeren die moest leiden tot een landelijk bestand kleinschalig groepswonen voor dementerenden. Naast de huidige omvang en verwachte groei werden verschillende kenmerken van de afzonderlijke projecten in kaart gebracht. In dit artikel wordt ingegaan op de algemene conclusies die uit het landelijk bestand getrokken kunnen worden. Inventarisatie Om een beeld te schetsen van het type projecten waarnaar gezocht werd, is in de enquête een omschrijving gegeven. De projecten zijn omschreven als een speciale woning voor 6 tot 8 bewoners die met elkaar een zo normaal mogelijk huishouden voeren. De woningen zijn al dan niet geclusterd. De woningen zijn bestemd voor dementerenden en eventueel daarnaast ook voor andere doelgroepen dan dementerenden. Prismant heeft eind 22 een pilot uitgevoerd onder 1 projecten. Met de antwoorden en de aanvullende opmerkingen van de respondenten werd de vragenlijst verbeterd. Deze verbeterde vragenlijst is in januari 23 naar alle verpleeghuizen gestuurd. De verpleeghuizen die geen project kleinschalig groepswonen hadden, werden verzocht dit op een antwoordstrook aan te geven. De verpleeghuizen die niet reageerden kregen in maart 23 een herinnering. In totaal hebben 319 verpleeghuizen een vragenlijst ontvangen. Middels een antwoordstrook gaven 94 verpleeghuizen aan geen project of plan voor kleinschalig groepswonen voor dementerenden te hebben. 94 andere verpleeghuizen gaven aan wel ideeën maar nog geen concrete plannen te hebben, waardoor het nog niet mogelijk was de vragenlijst in te vullen. Uiteindelijk zijn tot oktober 23 13 projecten en plannen aangemeld bij het landelijk bestand. Van de 13 projecten zijn gegevens bekend betreffende de ontwikkelingsfase van het project, de gekozen financieringsvorm, het gebouw, de (huishoudelijke) activiteiten in de woning, knelpunten bij de ontwikkeling en over de geboden zorg. Het is duidelijk dat het landelijk bestand en de conclusies die daaruit te trekken zijn, afhankelijk zijn van de bereidheid bij de verpleeghuizen de enquête in te vullen. Van iedere ingevulde enquête moest bepaald worden of dit project in het bestand opgenomen zou worden. Aangezien op dat moment noch een breed gedragen definitie van kleinschalig groepswonen, noch de conceptmapping van het Trimbos-instituut voorhanden was, was het lastig om deze keuze te maken. We hebben besloten alleen die enquêtes niet op te nemen waarvan duidelijk was dat het niet om kleinschalig groepswonen ging. Zo was er een enquête waarin een plan beschreven werd voor woningen voor echtparen waarvan één van de twee dementerend is. Een goed initiatief, maar het gaat hier niet om groepswonen. We hebben daarmee een aantal projecten het voordeel van de twijfel gegeven. Ook projecten die een groepsgrootte hebben waarvan men zich af kan vragen of hier sprake is van kleinschalige zorg. Bij de weergave van het bestand via bij het thema kleinschalig wonen worden daarom de kenmerken per project weergegeven. Ook kunnen bezoekers op een aantal van deze kenmerken (zoals groepsgrootte) selecteren. Daarmee is het mogelijk vanuit de eigen visie op kleinschalig groepswonen voor dementerenden naar de huidige stand van zaken te kijken. 1

Wordt kleinschalige zorg groot? Kleinschalige zorg zit in de lift. Het enthousiasme is groot en er worden steeds meer projecten gerealiseerd. Welke conclusies kunnen hierover uit het landelijk bestand getrokken worden? Hoeveel projecten zijn er, hoe snel zijn die gerealiseerd en wat kunnen we de komende jaren verwachten? Met andere woorden: wordt kleinschalige zorg groot? In onderstaande grafieken is duidelijk een stijgende lijn te zien, zowel in het aantal projecten als in het aantal daarmee gerealiseerde plaatsen. De plannen voor de komende drie jaar gaan zelfs zorgen voor een verdubbeling van het huidige aantal projecten en plaatsen. Figuur 1: Ontwikkeling aantal projecten Ontwikkeling aantal plaatsen 4 3 3 2 2 1 1 '86/'87 '9./'91 '94/'9 '98/'99 '2/'3 '6/'7 1 8 6 4 2 86/87 9/91 '94/'9 '98/'99 '2/'3 '6/'7 Tot en met eind 23 zijn er in totaal 7 projecten met 1346 plaatsen gerealiseerd. Voor de periode 24 tot 27 zijn al 46 projecten gepland met totaal 1492 plaatsen. Eind 27 zijn er naar verwachting in Nederland 13 projecten kleinschalig wonen voor 2838 bewoners. Als we de plannen voor de komende vier jaar splitsen in 2 blokken, zien we dat voor 24/2 34 projecten voor 99 bewoners gepland zijn. Voor de jaren 26/27 zijn dat 12 projecten voor 83 bewoners. Gezien de korte voorbereidingstijd voor deze projecten (zeker in vergelijking met grote intramurale voorzieningen) valt te verwachten dat daar nog een aantal plannen aan toegevoegd zal worden. In een schema ziet dat er als volgt uit: Tabel 1: Aantal projecten en plaatsen Projecten Plaatsen < 23 7 1346 > 24 46 1492 Totaal in 27 13 2838 Een gewoon huis in een gewone straat Een kleinschalige groepswoning zou vanuit de visie van velen een gewoon huis in een gewone straat zijn. Natuurlijk betreft het een bijzondere situatie en is er niet echt sprake van een gewoon huis. Bedoeld wordt het streven dat de bewoners zo normaal mogelijk wonen. In België spreekt men van genormaliseerd wonen. De uitspraak dat het om een gewoon huis in een gewone straat zou gaan, maakt het wenselijk te kijken naar de groeps- & projectgrootte en naar de afstand tot de zorginstelling. Het eerste zegt mogelijk iets over het aspect gewoon huis en het laatste over de gewone straat. Groepsgrootte en projectgrootte Het eerste project in 1986 bestond uit één groepswoning voor 6 personen. In de jaren daarna lag de gemiddelde groepsgrootte op of onder de 7. Uitschieters zijn 1992/1993 met een gemiddelde groepsgrootte van 7.3 en 2/21 met zelfs een gemiddelde van 9! De gemiddelde groepsgrootte van 9 in 2/21 komt doordat met name in 2 de gemiddelde groepsgrootte erg hoog lag (namelijk 9,9). Van de 9 projecten die in 2 gerealiseerd zijn hebben 3 projecten een groepsgrootte van 1, één een groepsgrootte van 12 en één zelfs een groepsgrootte van 18. 2

Figuur 2: Gemiddelde groepsgrootte Gemiddelde projectgrootte 1 2 3 4 6 7 8 9 86/87 9/91 94/9 98/99 '2/'3 '6/'7 4 3 2 1 86/87 9/91 '94/'9 '98/'99 '2/'3 '6/'7 De projectgrootte (het totaal aantal bewoners van de woningen die al dan niet geclusterd een project vormen) blijkt de laatste jaren te schommelen tussen een ruime marge van 2 tot 3. Opmerkelijk is dat de projectgrootte voor de plannen voor 26 en 27 opeens omhoog schiet naar 48,6. Vanuit de visie op zo normaal mogelijk wonen zetten sommigen wellicht hier hun vraagtekens bij. Aan de andere kant kan deze ontwikkeling erop duiden dat kleinschalige zorg geïncorporeerd wordt en op grote schaal ingevoerd wordt. Voordat we conclusies trekken over kenmerken van projecten in de toekomst is het goed te realiseren dat aannemelijk is dat grotere projecten een langere voorbereidingstijd vragen. Kleinere projecten die in 26 of 27 gerealiseerd worden, zijn waarschijnlijk nog niet zo ver in de voorbereiding. Daardoor zijn ze bij ons nog niet bekend. Hierdoor is het mogelijk dat de komende jaren nog een verschuiving optreedt in de cijfers voor 26 en 27. In onderstaande tabel zijn de cijfers weergegeven van de ontwikkeling per twee jaar van het aantal projecten, het aantal plaatsen, de project- en groepsgrootte. Ook is het gemiddelde van project- en groepsgrootte omgezet in het gemiddeld project. Het gemiddelde project kleinschalig groepswonen bestaat volgens zeggen uit vier groepen van zes bewoners. Uit onderstaande tabel blijkt dat dit lang niet altijd opgaat. Tabel 2: Realisatie aantal projecten, plaatsen, projectgrootte en groepsgrootte in de loop der jaren 86/87 88/89 9/91 92/93 94/9 96/97 98/99 /1 2/3 4/ 6/7 Aantal 1 2 1 3 4 9 12 2 34 12 + nieuwe projecten Aantal 6 2 1 9 68 128 24 219 64 99 83+ nieuwe plaatsen Gemiddelde 6. 26. 1. 19.7 13.6 32. 26.7 18.3 29.2 27.3 48.6 projectgrootte Gemiddelde 6. 7.. 7.3 7..7 6.7 9. 6.7 6.4 8.3 groepsgrootte Gemiddeld 1 3.7 2. 2.7 1.9.6 4. 2. 4.4 4.3.9 aantal groepen Gemiddeld project (aantal groepen x groepsgrootte) 1 x 6 4 x 7 2 x 3 x 7 2 x 7 6 x 6 4 x 7 2 x 9 4 x 7 4 x 6 6 x 8 N.B.: Het gemiddeld project is een rekenkundig gemiddelde en niet de meest voorkomende situatie. De meningen over de wenselijke groepsgrootte lopen uiteen. Kleinschalige zorg is veel meer dan alleen kleine groepen. Doordat groepsgrootte makkelijk en objectief meetbaar is, is het aantrekkelijk als criterium voor kleinschalige zorg. Het is echter geen garantie voor wonen en zorg volgens de visie 3

die ten grondslag ligt aan het concept van kleinschalig groepswonen voor dementerenden. Als er landelijk consensus is over wat wel en niet tot kleinschalige zorg gerekend wordt, kan de selectie van in het bestand opgenomen projecten en plannen daaraan aangepast worden. De conceptmapping in het kader van het Trimbos-instituut is hiertoe een eerste aanzet. Afstand tot de zorginstelling Zoals gezegd: een kleinschalige groepswoning zou een gewoon huis in een gewone straat zijn. Maar wellicht zijn projecten gerealiseerd op het terrein of misschien zelfs binnen de muren van het verpleeghuis. Hiervan krijgen we een indruk als we kijken naar de afstand tot de zorginstelling waarmee de kleinschalige groepswoning een band heeft. Tabel 3: Afstand tot zorginstelling van alle projecten & plannen Afstand tot zorginstelling Aantal projecten % projecten Bewoners % bewoners < 2 m 43 48 % 162 66 % 2 m 6 7 % 12 4 % m 1 km 4 4 % 68 3 % 1 km 23 26 % 43 18 % > km 13 1 % 213 9 % Totaal 89 1 % 237 1 % N.B.: van 14 van de 13 projecten is de afstand tot de zorginstelling niet bekend. De helft van de projecten wordt gerealiseerd binnen 2 meter van de zorginstelling, dus binnen de muren van het verpleeghuis óf als het ware aanleunend bij het verpleeghuis. 41 % van de projecten staat op meer dan 1 kilometer afstand van de zorginstelling. Van deze laatste groep projecten is het aannemelijk dat deze in een gewone wijk staan. Tabel 4: Ontwikkeling in afstand tot zorginstelling in de loop der jaren 86/87 88/89 9/91 92/93 94/9 96/97 98/99 /1 2/3 4/ 6/7 < 2 m - - 1 2 1 2 3 4 13 12 2 m - 1 - - - - - - 2 2 1 m 1 km - - - - - 1 1 1-1 - 1 km - 1-1 4-3 2 2 7 3 > km 1 - - - - - 1 3 2 1 Als we kijken naar tabel 4 zien we dat deze verhouding door de jaren heen redelijk stabiel is. Alleen 22/23 springt eruit. In deze jaren zijn 13 projecten gerealiseerd binnen 2 meter van het verpleeghuis en slechts 4 projecten op meer dan 1 kilometer van het verpleeghuis. Vanaf 24 is dit weer ongeveer gelijk verdeeld. Huishoudelijke activiteiten In de omschrijving van kleinschalig groepswonen zoals in de enquête weergegeven, werd het voeren van een zo normaal mogelijk huishouden als kenmerk genoemd. In de enquêtes is gevraagd of in de woning zelf gekookt werd, of er zelf boodschappen gehaald werden en of de was binnen de woning werd gedaan. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk percentage van de projecten aangeeft deze activiteiten zelf uit te voeren. Tabel : In / door de groepswoning zelf uitgevoerde huishoudelijke activiteiten: Koken Boodschappen Was < 23 91 % 91 % 82 % > 24 74 % 84 % 6 % Totaal 8 % 88 % 76 % Bij de plannen die vanaf 24 gerealiseerd worden zien we een afname van het voeren van een eigen huishouden. Dit is slechts voor een klein deel te verklaren uit het feit dat voor plannen nog niet altijd bekend is hoe het huishouden georganiseerd gaat worden. 4

Conclusies Wordt kleinschalige zorg groot? Het kleinschalig groepswonen groeit. De komende drie jaar wordt een verdubbeling van het aantal projecten en plaatsen verwacht. Maar groeit het kleinschalig groepswonen ook ten opzichte van traditionele verpleeghuiszorg voor dementerenden? In 22 is het totaal aantal verpleeghuisplaatsen voor dementerenden toegenomen met 21. In het landelijk bestand staan 1 projecten met totaal 32 plaatsen die in 22 gerealiseerd zijn. Dat is 1 % van de groei in 22. De overige 8 % betreft grootschalig georganiseerde plaatsen. Kleinschalig groepswonen groeit, maar nog niet ten opzichte van de afdelingszorg zoals we die al lang kennen. Als kleinschalig groepswonen een groter deel van de zorg voor zijn rekening wil nemen moet het eigenlijk groeien ten kosten van (of op z n minst harder groeien dan) de traditionele grootschalige verpleeghuiszorg. En dat is voorlopig helaas nog niet het geval.