rijk onderwijs in de 21e eeuw Dolf Janson WPO artikel 8: schoolloopbaan 1. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. 2. Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden. uitgaan van en rechtdoen aan verschillen moet anders niet op basis van (drie) vaste (sub)groepen niet op basis van Cito-scores niet via toetsen die niet passen bij het doel of niet gericht zijn op de toepassing niet op grond van aantallen goede antwoorden niet op basis van alleen schoolse vaardigheden niet in een leerstof-jaarklaskoppeling verschillen honoreren door dagelijks te werken vanuit vertrouwen uit te gaan van talenten en mogelijkheden in elk kind niet het hoe voor te schrijven maar het beoogde effect de koppeling van leeftijd en leerstof te doorbreken te laten leren binnen betekenisvolle samenhang i.p.v. via verkokerde lesjes verschillen / talenten in het team te benutten de taal van verschillende typen leerlingen te gebruiken Dolf Janson - - www.hettaallab.nl 1
rijk onderwijs maakt mogelijk anders leren kijken dat leerlingen zelf (blijven) denken en dat kritische denken verder versterken, hun creativiteit kunnen benutten en verder ontwikkelen, nieuwsgierig blijven naar achtergronden en naar wat nieuw of anders is of verwondering wekt, gretig blijven om te willen begrijpen wat ze meemaken en om wat ze begrijpen te kunnen toepassen. rijk basisonderwijs kwalificatie competentie socialisatie verbondenheid subjectivering autonomie niet verrijkt! geeft inhoud aan de drie functies van onderwijs (Gert Biesta) heeft als basiskenmerken: geeft inhoud aan de drie psychologische basisbehoeften c-a-r zelf laten onderzoeken is thematisch, betekenisvol, samenhangend is gericht op eigenaarschap van leerlingen is eigentijds van inhoud en vorm Dolf Janson - - www.hettaallab.nl rijk basisonderwijs start vanuit verwondering en nieuwsgierigheid zelf laten denken zelf laten ontwerpen eigen doelen stellen en het gaat dan niet om het goede antwoord, maar om de onderbouwing van een oplossing. samenhang van inhouden samenhang tussen oefenen en toepassen 2
Twee systemen van denken systeem 1: Direct reageren op basis van eerste indruk/intuïtie. systeem 2: Pas reageren na analyse en doordenking van de gegevens. (Daniel Kahneman: Thinking Fast and Slow) Welke hoort er niet bij? Hij heeft WiFi De titel van deze cartoon is draadloos. Wat maakt dat je deze cartoon grappig vindt. Bedenk met je maatje ook twee voorbeelden, waarin op eenzelfde manier humor ontstaat: door te spelen met woorden. Geef ze vorm via een tekening of foto. Probeer deze voorbeelden uit op andere mensen: gaan ze erdoor lachen? http://wodb.ca/ activerende didactiek Dolf Janson - - www.hettaallab.nl Een manier van lesgeven waarbij de leraar niet doet wat de leerlingen moeten doen. 3
zelfstandig gehoorzaam geen directe aandacht leraar taak is bekend zonder te storen niet afgeleid impulsen onder controle op tijd (klaar) verantwoordelijk opbrengsten veroorzaken ontstaat door niet door meten en summatief evalueren taken i.p.v. doelen antwoorden i.p.v. manier van oplossen risicomijdend gedrag bevorderen eendimensionale werkjes (goed/fout) betrokken doelgericht gaan voor resultaat intensief doorzetten aanspreekbaar voor anderen moeten risicomijdend gedrag kant- en klare werkbladen volgen van de methode sterk voorgestructureerde opdrachten wel door uitdagen en zelf (kritisch) laten denken / uitproberen leerstof betekenisvol laten zijn formatieve evaluatie benutten beoogd leerproces vorm en inhoud van lessen laten bepalen nadruk op antwoorden aanbieden van oplossing i.p.v. probleem afwijzen van eigen oplossingen elke instructie is directe instructie willen afhankelijk gedrag belonen formatief en summatief Verschil in mindset https://youtu.be/yl9tvbaal5s risico s in de klas gedrag te snel/verkeerd interpreteren 4 niet uitdagen aanbod maakt talent niet zichtbaar inbreng leerling als storend ervaren 3 moeilijke of keuzetaken als beloning tegenstelling creëren tussen spelen en leren krachtige leeromgeving Leercyclus niet opmerken wat leerlingen echt doen nadruk op antwoorden i.p.v. op denken en redeneren Integreren Toepassen Vieren Delen Oriënteren Ontdekken Verwonderen Problematiseren Generaliseren Evalueren Bewijzen Oefenen Systematisch onderzoeken 1 2 veelvormig aanbod toegankelijke veelsoortige informatie echte materialen alle zintuigen ontdekken en onderzoeken normaal aanzetten tot denken en filosoferen beroep op hogere orde denken ruimte voor initiatief variatie in duur mogelijk geen directe feedback tijdens werken Dolf Janson - - www.hettaallab.nl 4
thema voordelen thema complex van inhoud geeft langere tijd samenhang in leerstof geeft perspectief op het nut van leren stimuleert (kritisch) denken, samenwerken, doelgericht werken, plannen en organiseren, reflecteren, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid biedt kansen voor alle leerlingen volgt leerproces leerlingen i.p.v. methode gaat (letterlijk) buiten de boekjes betekenisvol en herkenbaar daagt uit, maakt nieuwsgierig, verwondert verbonden of te verbinden met leef- en belevingswereld van leerlingen leidt via herkennen, onderzoeken, ontwerpen, tot begrijpen, weten, kunnen, verdiepen verkennen en ervaren thema Waarover gaat het? Wat hoort er allemaal bij? Wat herken ik al? Waarover weet ik al wat? Daar heb ik nog over nagedacht. Hoe zit dat eigenlijk? Dat lijkt me gaaf. Kan ik dat eens zelf uitproberen? Waardoor komt dat? Hoe kom ik daarover meer te weten? Dat heeft me nieuwsgierig gemaakt. Dat wil ik onderzoeken. soorten vragen materialen en opdrachten voldoende open (te maken)? betekenisvol (te maken)? uitdagend qua moeilijkheid? haalbaar qua complexiteit? nieuwsgierig makend qua inhoud? aansluitend bij interesse? nieuwe interesse wekkend? geschikt (te maken) voor samenwerken? niet te snel uitgevoerd? werken met criteria Samen met leerlingen afgesproken criteria over: aard van het product functie resultaat (antwoord/oplossing/ ) gebruikte bronnen en materialen aard van de activiteiten manier / vorm van presenteren opdracht bouwhoek voorbeelden Lees drie boeken van dezelfde schrijver. Maak met deze 25 blokken een zo hoog mogelijke toren, die ook stevig is. Hoe maak je de hoogst mogelijke toren? Hoe maak een toren stevig? Hoe laat je zien dat hij stevig is? planning in tijd en ruimte betrokkenen Benoem daarna de kenmerken waaraan je boeken van deze schrijver herkent. Geef bij elk van de gekozen kenmerken een voorbeeld uit alledrie de boeken. Zoek in tenminste drie papieren en drie digitale bronnen informatie over de opvang van vluchtelingen in ons land door de eeuwen heen. Vergelijk deze informatie met elkaar. Wat zijn overeenkomsten en wat verschillen? Staan er alleen feiten in of herken je ook meningen? Geef daarvan voorbeelden! Dolf Janson - - www.hettaallab.nl 5
negotiation of meaning Vierhoek? Rechthoek? Vierkant? Wie ben jij voor je leerlingen? Degene die vertelt hoe het moet of degene die de leerlingen aan het denken zet en nieuwsgierig maakt? Degene die feedback geeft of die oordeelt? Degene die hun problemen oplost of die hen uitdaagt dat zelf te doen? Het rolmodel op het gebied van zelf leren en initiatief nemen of degene die afwacht en doet wat anderen hebben bedacht? ontsnapping If you make a change and it feels comfortable, you haven t made a change. Lee Trevino Dolf Janson - - www.hettaallab.nl 6