Cursus financieel management Toelichting op de cursus De Investeringsbegroting BTW Santana Joop Lengkeek Kamer H0.012 Email: Lengkeek.J@NHTV.nl www.jooplengkeek.nl
Cursus Financieel Management Even voorstellen: Joop Lengkeek 6 weken 2 werkcolleges per week (opgaven in boek, voorbereiden) slides op www.jooplengkeek.nl en N@tschool Vragen? Is het moeilijk? 2
De investering Waarom investeren we? Om winst te maken! Wat heb je nodig om te beginnen? Een overzicht van alle middelen die je nodig hebt staan op de investeringsbegroting. De investeringsbegroting maken we op een bepaald moment. Op een ander tijdstip ziet de begroting er anders uit. 3
De investering De investeringsbegroting nu 10 sept startdatum onderneming/project Alles wat we kopen voor de startdatum, ongeacht hoe lang we het gaan gebruiken, staat op de investeringsbegroting. 4
De investering De investeringsbegroting Vaste activa (bezit > 1 jaar) Gebouw / Grond Verbouwingskosten Machines Inventaris Computers, telefoon Vervoermiddelen Vlottende activa (bezit < 1 jaar) Voorraden, grondstoffen eindproduct, onderhanden werk Vooruitbetaalde huur Terug te ontvangen BTW Debiteuren Kas/banksaldo (liquide middelen) 5
De investering De investeringsbegroting Reisbureau Vaste materiële activa Inventaris 20.000 Auto 15.000 Computer 6.000 Vlottende activa Kantoormiddelen 5.000 Banksaldo 4.000 ====== Totale investering 50.000 6
De investering Voorbeelden, hoe hoog is de investering? Het bedrijf wordt gevestigd in een huurpand. De huur is 2.000 / maand Geen investering in het gebouw. De inventaris wordt gekocht voor 20.000 en wordt voor de helft contant betaald. Investering 20.000. De helft is leverancierskrediet. Er wordt een auto gekocht voor 15.000. De auto gaat 3 jaar mee. Investering 15.000 De verwachte omzet is 50.000 per maand. De inkoopwaarde is 50%, geen voorraad Investering 0 De opening kost 5.000 Investering 5.000 Promotiemateriaal kost 2.000, de ondernemer krijgt 200 korting Investering 1.800 De ondernemer heeft 5.000 kosten per maand. Geen investering 7
De investering Belasting Toegevoegde waarde ( BTW) BTW is een belasting die gebaseerd wordt op de bruto omzet. BTW is een belasting die geheven wordt over de levering van goederen of diensten. Belastingen zijn in veel gevallen kosten voor een onderneming. Bijvoorbeeld: Onroerendgoed belasting - Invoerrechten - Accijnzen Motorrijtuigenbelasting milieuheffingen - toeristenbelasting. BTW wordt voor de onderneming niet als kostenpost aangemerkt en niet in de kostprijs verrekend, maar wel in de consumentenprijs. De BTW wordt door de consument betaald en de ondernemer draagt deze af aan de belastingdienst. 8
De investering BTW-tarieven Het algemene tarief is 21% In principe voor alle goederen en diensten waarvoor niet het verlaagde tarief geldt. Het verlaagde tarief van 6% Goederen en diensten die tot de noodzakelijke levensbehoeften kunnen worden gerekend. Onder het 6% tarief vallen bovendien vervoer, de hotel accommodaties en bungalows, drank en eten in een restaurant en diensten die onder de noemer cultuur vallen. Het tarief 0% Het nultarief is van toepassing op goederen en diensten met het buitenland. Vrijstelling van BTW Een aantal diensten is vrijgesteld (overheidsdiensten) 9
De investering Voorbeeld BTW Een onderneming verkoopt een product voor 30 exclusief 21% BTW Hoeveel bedraagt de prijs inclusief BTW? 21% van 30 = 6,30 30 + 6,30 = 36,30 (of 30 * 1,21 = 36,30) Een onderneming verkoopt een product voor 30 inclusief 21% BTW Hoeveel bedraagt de prijs exclusief BTW? De prijs inclusief BTW is 121% van de prijs exclusief BTW Prijs exclusief BTW (100%) + BTW (21%) = prijs inclusief BTW (121%) De prijs exclusief BTW is dus 30 / 121 * 100 = 24,79 (afgerond) (of 30 / 1,21 = 24,79) 10
De investering Voorbeeld: Een computer kost 1.000 exclusief BTW Dit is dus 1,21 * 1.000 = 1.210 inclusief BTW Een privé persoon koopt de computer, dit kost hem 1.210 ( 1.000 en 21% BTW = 210) Een bedrijf koopt de computer, dit kost het bedrijf 1.000 Het bedrijf betaalt wel 1.210 maar krijgt bij de belasting aangifte van de BTW deze 210 terug. 11
De investering Voorbeeld BTW Een onderneming verkoopt een product voor 50 (exclusief 21% BTW) en koopt het product in voor 30 (exclusief 21% BTW) Hoeveel betaalt de per saldo aan de belastingdienst? Af te dragen: 21% * 50 = 10,50 Terug te ontvangen: 21% * 30 = 6,30 Per saldo: 4,20 12
De investering Dus: Een bedrijf is BTW plichtig en alle ontvangen BTW wordt afgedragen aan de belastingdienst en de betaalde BTW krijg je terug van de belastingdienst. Dit in tegenstelling tot een consument. Onthouden: Een bedrijf maakt geen winst of verlies op de BTW. BTW afdracht aan de belastingdienst. Wel van belang voor liquiditeitsprognose (komt later). 13
De investering De BTW in de investeringsbegroting De betaalde BTW over de investeringen kan teruggevorderd worden van de belastingdienst. Gevolg : Alle investeringen worden exclusief BTW vermeld. De btw moet echter wel eerst betaald worden. De terug te vorderen btw staat apart op de investeringsbegroting. 14
De investering Voorbeelden Komen investeringen die later betaald worden op de investeringsbegroting? Ja, ze worden gefinancierd met leverancierskrediet (financieringsbegroting) Komt vooruitbetaalde zaken (bijvoorbeeld huur, en verzekeringen) op de investeringsbegroting te staan? Ja. 15
Investering opgave 1 Investeringsbegroting drinken 1.000 eten 100 * 11,95 = 1.195 huur palmbomen 75 diversen 50 totaal 2.320 16
Investering opgave 2 Investeringsbegroting Racefietsen Fietsen 8 * 700 = 5.600 opslagruimte 2.000 totaal 7.600 Alle andere genoemde bedragen zijn kosten en geen investeringen voor aanvang van het starten van de verhuur. Mountainbikes Mountainbikes 10 * 800 = 8.000 opslagruimte 2.000 totaal 10.000 17
Investering opgave 3 Investeringsbegroting Investeringsbegroting per 1 april Vaste activa: Kano s 20 x 1.000 20.000 Kajaks 6 x 1.500 9.000 Trailer 5.000 Mountainbikes 18.000 Klein materiaal 7.000 Klimmaterialen 3.000 Vlottende activa: Kas 2.000 Totaal investering 64.000 18
Investering opgave 4 Investeringsbegroting per 1 mei excl. BTW BTW Vaste activa: Pand 500.000 Verbouwing 100.000 21.000 Keukeninventaris 25.000 5.250 Servies 10.000 2.100 Inventaris 80.000 16.800 Geluidsapparatuur 3.000 630 Totaal vaste activa 718.000 45.780 19
Investering opgave 4 Vlottende activa: excl. BTW BTW Voorraad ingrediënten 5.000 300 Voorraad drank (alcohol) 2.000 420 Banksaldo/kas 3.000 Aanloopkosten Architect 5.000 1.050 Promotie 1.000 210 Totale vlottende activa 16.000 1.980 Totale investering 734.000 47.760 Investering incl. BTW: 781.760 20
Investering opgave 5 Een onderneming verkoopt een product voor 20 exclusief 21% BTW Hoeveel bedraagt de prijs inclusief BTW? 21% van 20 = 4,20 20,00 + 4,20 = 24,20 of 20 * 1,21 = 24,20 Een onderneming verkoopt een product voor 20 inclusief 21% BTW Hoeveel bedraagt de prijs exclusief BTW? De prijs inclusief BTW is 121% van de prijs exclusief BTW Prijs exclusief BTW (100%) + BTW (21%) = prijs inclusief BTW (121%) De prijs exclusief BTW is dus 20 / 1,21 = 16,53 (afgerond) 21
Investering opgave 6 Een onderneming verkoopt een product voor 30 (inclusief 6% BTW) Hoeveel draagt de onderneming af aan de belastingdienst? De BTW moet worden afgedragen. Dit is: 30 * 6% / 106% = 1,70 Een onderneming verkoopt een product voor 50 (exclusief 21% BTW) en koopt het product in voor 30 (exclusief 21% BTW) Hoeveel verrekent de ondernemer met de belastingdienst? Af te dragen: 21% * 50 = 10,50 Te vorderen: 21% * 30 = 6,30 Ter verrekenen met de belastingdienst: 4,20 22
Investering opgave 7 Gegeven: Verkoopprijs aan de consument 19,00 (inclusief 21% BTW) Inkoopprijs detaillist (winkelier) 12,00 (exclusief BTW) Inkoopprijs groothandel 8,00 (exclusief BTW) De leverancier levert aan de groothandel. De groothandel levert aan de detaillist. De detaillist levert aan de consument. De BTW is: 21% De consumenten prijs is: 121% De prijs exclusief BTW is: 100% De prijs exclusief BTW is dan: 100 / 121 x 19,00 = 15,70 De BTW is dan: 21 / 100 x 15,70 = 3,30 (uiteraard kan het ook in één keer: 21 / 121 x 19,00 = 3,30) 23
Investering opgave 7 De inkoopprijs van de detaillist is 12,00 (exclusief 21% BTW) De prijs exclusief BTW is : 12,00 De BTW is dan: 21% van 12,00 = 2,52 Dit betaalt de detaillist aan de groothandel die het afdraagt aan de belastingdienst. De inkoopprijs van de groothandel is 8 (exclusief 21% BTW) bij de fabrikant. De prijs exclusief BTW is : 8 De BTW is dan: 21% van 8 = 1,68 Dit betaalt de detaillist aan de groothandel die het afdraagt aan de belastingdienst. 24
Investering opgave 7 Prijs excl. BTW BTW Prijs incl. BTW Consument 15,70 3,30 19,00 Detaillist 12,00 2,52 14,52 Groothandel 8,00 1,68 9,68 Leverancier De detaillist ontvangt 3,30 en betaalt 2,52 en draagt dus 0,78 af aan de belastingdienst. De groothandel ontvangt 2,52 en betaalt 1,68 en draagt dus 0,84 af aan de belastingdienst. De leverancier ontvangt 1,68 en draagt dit af aan de belastingdienst. De ondernemers dragen dus 0,78 + 0,84 + 1,68 = 3,30 aan de fiscus. De klant betaalt de BTW! 25
Investering opgave 8 Omzet (inclusief BTW): 3.000.000 * 0,8 + 3.000.000 * 0,2 * 1,21 = 3.126.000 De ontvangen BTW is 126.000 De verhouding per kwartaal is 1:2:2:1 Dit betekent 1/6 in het 1e kwartaal, 2/6 in het 2e kwartaal, 2/6 in het 3e kwartaal, 1/6 in het 4e kwartaal. Dus 21.000 ; 42.000 ; 42.000 ; 21.000 Betaalde BTW: 80.000 ; De verhouding per kwartaal is 1:3:2:2 Dit is 10.000 ; 30.000 ; 20.000 ; 20.000 per kwartaal De te verrekenen BTW met de belastingdienst is dus 11.000 ; 12.000 ; 22.000 ; 1.000 per kwartaal 26
Investering opgave 9 Vraag a) Inkoopwaarde van de omzet en brutowinst in 2010 Omzet is 100% = 750.000 Inkoopwaarde is 50% van de omzet = 375.000 Brutowinst is 50% van de omzet = 375.000 Vraag b) 2010 Af te dragen BTW = 750.000 x 21% = 157.500 Te vorderen BTW = 375.00 x 21% = 78.750 Te verrekenen met de belastingdienst = 78.750 27
Investering opgave 9 Vraag c) Index = 110 Omzet = 750.000 x 110 / 100 = 825.000 Omzet = 100% Inkoopwaarde is 45% van de omzet 45% van 825.000 = 371.250 Af te dragen BTW = 825.000 x 21% = 173.250 Te vorderen BTW = 371.250 x 21% = 77.962,50 Te verrekenen met de belastingdienst 95.287,50 28
Investering opgave 9 Vraag d) Index = 120 Omzet = 750.000 x 120/100 = 900.000 De brutowinst is 60% van de omzet Inkoopwaarde is 40% van de omzet: 40% x 900.000 = 360.000 Af te dragen BTW = 900.000 x 21% = 189.000 Te vorderen BTW = 360.000 x 21% = 75.600 Te verrekenen met de belastingdienst 113.400 29
en dat het voor vandaag! nu zelf aan de slag tot bij het volgende college heavy shorts 30