Toets_Hfdst13_Topografie Vragen Samengesteld door: visign@hetnet.nl Datum: 31-1-2017 Tijd: 11:14 Samenstelling: Geowijzer Vraag: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32 Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 1
Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 2
Vraag: 1 Stelling: Het inwonertal van een stad of land bepaalt of de toponiem voorkomt op de lijst. Daarom staan de steden in de wereld met meer dan vijf miljoen inwoners in de basistopografielijst. Vraag: 2 Wat is het doel van topografieonderwijs? a. De 300 namen van de Cito-lijst kunnen aanwijzen op een kaart. b. De Cito-toets voldoende kunnen maken. c. Een mental map creëren bij kinderen. d. Zo veel mogelijk plaatsen goed kunnen aanwijzen op een kaart. Vraag: 3 Welke bewering(en) is/zijn waar? Stelling 1: Als de leerkracht tijdens een geschiedenisles aanwijst waar de schepen van de VOC langsvoeren op weg naar Indonesië, versterkt dat het (mentaal) kaartbeeld van kinderen. Stelling 2: Het oefenen van het kaartbeeld is alleen functioneel als een aardrijkskundig onderwerp aan de orde is. a. Alleen stelling 1 is juist. b. Alleen stelling 2 is juist. c. Beide stellingen zijn juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. Vraag: 4 Welke stelling(en) is (zijn) juist? Stelling 1: Als kinderen extra topografie leren naast de basistopografie, is dat altijd zinvol; de kinderen leren dan meer. Stelling 2: Extra topografie naast de basistopografie is alleen zinvol als het functioneel wordt aangeboden. a. Alleen stelling 1 is juist. Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 3
b. Alleen stelling 2 is juist. c. Beide stellingen zijn juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. Vraag: 5 Stelling: Het doel van topografieonderwijs is dat kinderen uiteindelijk de kaart van de wereld 'in hun hoofd hebben' (een mental map) en dat ze, ook zonder dat er een kaart aanwezig is, een beeld hebben van bijvoorbeeld de kaart van Nederland, Europa of de wereld. Vraag: 6 Stelling: Als kinderen extra topografie leren naast de basistopografie, is dat altijd alleen zinvol als de topografie functioneel is. Dit wil zeggen dat het de aardrijkskundige inhoud ondersteunt. Op deze manier heeft het een bijdrage bij het aanleren van een verantwoord eigentijds geografisch wereldbeeld. Vraag: 7 Stelling: Een regionale geografische methode heeft als voordeel dat de aan te leren topografie betekenisvol is. De aan te leren topografie heeft namelijk een direct verband met de leerstof. Vraag: 8 Bron: Geobas groep 6, Noordhoff Uitgevers/UvA-Kaartenmakers, Amsterdam Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 4
Stelling: Topografie van steden aanleren met behulp van gelijke stippen op een kaart is een goede methode, mits er maar veelvuldig geoefend wordt. Vraag: 9 Stelling: Topografische kennis vergroot het begrip van de vakinhoud van andere vakken. Vraag: 10 Stelling: Het gebruiken van een aparte topografiemethode is een uitstekende manier om kinderen topografie te leren. Vraag: 11 Stelling: Het kaartbeeld wordt versterkt als de topografische kennis ook bij andere vakken aan de orde komt. Vraag: 12 Welke stelling(en) is (zijn) juist? Bron: Wijzer door de wereld, groep 7, Noordhoff Uitgevers bv/uva-kaartenmakers, Amsterdam Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 5
Stelling 1: Het weglaten van de naastgelegen gebieden geeft een verkeerd kaartbeeld. Stelling 2: Het gebruiken van detailkaarten tijdens de les geeft een verkeerd kaartbeeld. a. Alleen stelling 1 is juist. b. Alleen stelling 2 is juist. c. Beide stellingen zijn juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. Vraag: 13 Wat is waar? Bron: Geobas, Groep 5, Noordhoff Uitgevers/UvA-Kaartenmakers, Amsterdam a. Een atlas is handig, maar niet noodzakelijk bij het aanleren van topografie. b. Een schoolatlas neemt zo veel mogelijk elementen op, mits de kaart leesbaar blijft. c. Topografie die wordt aangeleerd in combinatie met kaartvaardigheden, beklijft beter. d. Alleen wanneer een atlas wordt gebruikt, wordt topografie functioneel aangeleerd. Vraag: 14 Welke stelling(en) is (zijn) juist? Stelling 1: Topo-memory en toposchuifpuzzels op internet zijn leuke manieren om topografie te leren. Stelling 2: De aangeboden topografie op internet komt meestal overeen met de standaardlijst van het Cito. a. Alleen stelling 1 is juist. b. Alleen stelling 2 is juist. c. Beide stellingen zijn juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. Vraag: 15 Stelling: Kinderen vinden het leren van topografie altijd een saaie bezigheid. Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 6
Vraag: 16 Stelling: Het leren van topografie kan een saaie bezigheid zijn, maar dat hoeft niet. Spellen, boeken, de computer en de atlas kunnen het een stuk aantrekkelijker maken! Vraag: 17 Wat is de belangrijkste reden dat Kaapstad is opgenomen in de Cito-topografielijst? a. de economische relevantie b. de markante ligging c. de politieke relevantie d. de culturele relevantie e. het aantal inwoners van steden en landen Vraag: 18 Stelling: Wanneer het thema 'Provincies' aan bod komt, worden ook de namen en hoofdsteden van de Nederlandse provincies geoefend. Het begrip functionele topografie beschrijft deze manier van werken het best. Vraag: 19 Stelling: Topografieoefeningen op het digibordscherm zijn een zinvolle toevoeging bij een methode. Vraag: 20 Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 7
Met welk(e) begrip(pen) wordt 'een idee dat iemand van een bepaald gebied heeft' aangegeven? a. mindmapping b. mentaal kaartbeeld c. mental map d. mental image *Een of meer antwoorden zijn juist. Vraag: 21 Stelling: Mental image (mental map of mental kaartbeeld) is het idee of beeld dat een mens heeft over de samenleving om zich heen en in ruimere zin de wereld. Vraag: 22 Stelling: Het autoriseren van topografische kennis is zeer zinvol. Vraag: 23 Wat is de beste manier om topografie te leren? a. 2 keer per dag 25 minuten b. 3 keer per dag 20 minuten c. 5 keer per dag 10 minuten d. 1 keer per dag 30 minuten Vraag: 24 Stelling: Een prentenboek kan een goede manier zijn om kinderen bij de aardrijkskundeles te betrekken. Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 8
Vraag: 25 Bron: Grote Bosatlas, Noordhoff Uitgevers bv Stelling: Alle zelfstandige landen staan opgenomen in het landenregister. Vraag: 26 Wat is de snelste methode om Haarlem te vinden? a. via het landenregister b. via het register van topografische namen c. via het zaakregister d. via het trefwoordenregister Vraag: 27 Stelling: Wanneer je informatie van een thematisch kaartje zoekt, is het zoeken met trefwoordenregister (54e en 55e druk) de snelste manier. Vraag: 28 Wat is de snelste methode om Enschede te vinden? Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 9
a. via het trefwoordenregister b. via het zaakregister c. via het register van topografische namen d. via het landenregister Vraag: 29 Stelling: De kaart over koloniën in Afrika kun je het snelst vinden via het register achter in de atlas. Vraag: 30 Wat zoek je op met behulp van het register van topografische namen? a. Veendam b. de bevolkingsdichtheid van de Verenigde Staten c. het bnp/hoofd van België d. de Noordoostpolder e. Singapore: economische ontwikkeling *Een of meer antwoorden zijn juist. Vraag: 31 Stelling: De kaart over de gewapende conflicten in Afghanistan kun je het snelst vinden via het register achter in de atlas. Vraag: 32 Wat zoek je op met behulp van het register van topografische namen? Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 10
a. de Negev-woestijn b. het bnp/hoofd in de Verenigde Staten c. de Guyana d. de bevolkingsdichtheid van België e. Singapore: economische ontwikkeling *Een of meer antwoorden zijn juist. Noordhoff Uitgevers www.toetsopmaat.nl Pagina 11