Speelse atletiekvormen

Vergelijkbare documenten
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 5 6


Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 7 8

Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 3 4

Warming up. Shuttle tikkertje. Hoe lang? Doel van het spel Wat heb ik nodig? Organisatie. Start. Speelregels Hoe maak ik het makkelijker?

Les 6 - Gymlessen (middenbouw) Zomerspelen

7&8. Sportles groep 7 & 8 Lekker in je vel? Jouw veiligheidsplan. Over deze les. Wat heeft u nodig?

LES 2 GROEP: 3 t/m 8 ATLETIEK DOELSTELLINGEN:

ESTAFETTE (1) BEGELEIDING

Les 6 - Gymlessen (bovenbouw) Zomerspelen

LES 9. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, klimmen, mikken DOELSTELLINGEN:

Methode Mini Volleyball

LES 7. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, tikspelen, springen.

LES 39 GROEP: 3 t/m 8 Springen, Hardlopen, Doelspelen DOELSTELLINGEN:

LES 21. GROEP: 3 t/m 8 Springen, Tikspelen, Mikken. DOELSTELLINGEN: Groep 3/4. Freerunning:

De vernieuwde spelvormen

Werkstuk LO Atletiek. Werkstuk door een scholier 1639 woorden 14 april keer beoordeeld

Technisch instapbrevet INITIATOR ATLETIEK

Bewegingsthema: Springen. Klimmen. Mikken

OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL

Oranje slingers. Stofzuigen bij Maxima & Willem-Alexander. Speluitleg: Speluitleg:

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 BASKETBAL

LES 34. GROEP: 3 t/m 8 Klimmen, tikspelen, Stoeien. DOELSTELLINGEN:

LES 38 GROEP: 3 t/m 8 Handstand, mikken, over de kop gaan

LES 15. GROEP: 3 t/m 8 Over de kop gaan, Stoeispelen, Tikspelen.

LES 31. GROEP: 3 t/m 8 Klimmen, Hardlopen, Mikken. DOELSTELLINGEN:

Boeken fitness circuit

Gymlessen (onderbouw) Zomerspelen

LES 32. GROEP: 3 t/m 8 Over de kop gaan, Tikspelen, Balanceren.

Het spellenboek. De plaatjes laten zien wat je bij elk spelletje nodig hebt. Hieronder zie je wat elk plaatje betekent:

LES 42. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, springen, doelspelen

LES 3. GROEP 3 t/m 8 HANDBAL. DOELSTELLINGEN:

14.5. Impressie / Plattegrond

LES 28. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, Springen, Tikspelen

Bewegingsthema: Springen. Klimmen. Mikken

Kracht- en Coördinatiecircuit

SPEL 1. Kangoeroe buidel-dief. Doel: Uitleg: Te moeilijk? Te makkelijk?

LES 5 Sportlessen. Kern: Drie winteroefeningen LES 1 - ONDERBOUW. Afsluiting: Reactiespel. Inleiding (10 minuten)

Sport en Spel circuit 2015

Groep 5/6 - De leerling kent de basisregels, nu worden de regels verder uitgebreid. Ook deze moet de leerling kunnen toepassen.

DE WEK Programma Site De olympische spelen. De Olympische Spelen. Pagina 1 van 1

Gymlessen (kleuterbouw/onderbouw) Winterspelen

De motorische ontwikkeling van het jonge kind

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 HANDBAL DOELSTELLINGEN:

Bal in de hoepel gooien

Gymrooster groep 3 Opgesteld voor 20 weken, dus twee keer in het jaar uitvoeren Elske Schudde CZ 09/10

LES 22. GROEP: 3 t/m 8 FITNESSLES

Hoogspringen. Rol van de begeleider

Leren en opleiden bij de KNSB. Voorwoord

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 Balanceren, jongleren, doelspelen. DOELSTELLINGEN:

DRAAIBOEK KIDS ATHLETICS

kuiten kuiten Quadriceps benen 1 OPDRACHT: maak de knipmes beweging

LES 37. GROEP: 3 t/m 8 Klimmen, springen, mikken. DOELSTELLINGEN:

Les 3. GROEP: 3 t/m 8 Doelspelen, springen, balanceren

Lesbrief 5 VEILIG LEREN VALLEN VOOR LEERLINGEN IN HET BASISONDERWIJS

Inleiding. Kern A B A B A B A B A B A B A B. Groep 7 en 8 Les 1 Klassikale les. Kerndoel

LES 41. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, Springen, Doelspelen

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.

CMV 6-7. Inhoudsopgave

Inleiding. Kern. Groep 3 en 4 Les 1 Klassikale les. Kerndoel

2 Zet de pilon op 2 vingers en houd deze 5 tellen in balans. Daarna op 1 vinger.

Sportdag VMBO4YOU. De docenten van de VMBO4YOU begeleiden de groepen naar de onderdelen. Beste leerling uit klas 1VR, 2VR1 en 2VR2,

Les 6 - Gymlessen (middenbouw) Winterspelen

OVERZICHTSLIJST VAN DE OEFENINGEN

Verkorte doelwachters cursus uitgever Freddy Swimberghe

Lessen 1 ste middelbaar

Blok 1 les 1. Groep 3,4 HUIS

OCHTEND BOVENBOUW. Atletiek. 1 Sprint. 2 Balwerpen. 3 Verspringen. 4 Hoogspringen. 5 Hordenloop. 6 Speerwerpen

De 11+ Een compleet warming-up programma

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 HANDBAL

Atletiekdagen 26 t/m 28 mei 2014 Terrein: AV 34 Sportpark Orderbos

kaatsen en positiespel

De stippelspelen.

Uitwerking vrije lessen

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 BASKETBAL

Standaard jaarplanning E pupillen en D jeugd (8-11 jaar)

M. E. J. N. B. K. E. B. S. S. Sluipwegtikkertje DAS BEURS 2018

Leskaart les 5, ronde 3

GET FIT 2 HIKE Rompstabilisatie

Voorbereidingsformulier trainingen

POULEINDELING GROEP 5 & 6

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON

Algemene basis voor het geven van handbalinitiatie op scholen/speelplein

Hieronder de onverkorte beschrijving van dit gebied met de praktijkvoorbeelden.

LES 24. GROEP: 3 t/m 8 Reis rond de wereld. Groep 3/4 - De leerlingen werken tijdens de reis met elkaar samen. Ze krijgen een groot groepsgevoel en

Pupillenwedstrijd 'Nieuwe Stijl' Voorbeeld draaiboek

Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2. Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Thema Aantal 24. Les. Beginopstelling veld

Inhoudsopgave. Inleiding. Legenda. Les 1 Gezonde voeding Les 2 Schijf van Vijf Les 3 Kcal en Bewegen. Onderdeel van FetFit 2

Module: Sport- Spelontwerp. Academiejaar: Opleiding: PBA Sport en Bewegen. Lector: J. Swimberghe MULTIMOVE

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.

3.2 idem vorige oef. maar nu zijn de armen opwaarts gestrekt en hou je de plank enkel vast met je handen a) Voer deze oef.

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON DOELSTELLINGEN:

14 Stap-stap-sprong. A-pupillen B-pupillen C-pupillen Mini-pupillen. In de verte In de hoogte Met een stok Meervoudig. Lopen Werpen Springen

HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN REGLEMENT

Bezoek :

vv Woudenberg 26 oktober 2011

01. Smashen op voorwerp

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 Springen, tikspelen, jongleren. DOELSTELLINGEN:

We gaan er vanuit dat de B en C junioren een uur training krijgen en op grootveld met keeper spelen. Je training ziet er dan zo uit:

Transcriptie:

Speelse atletiekvormen Deze reader is ontstaan uit het hergebruik van hoofdstukken uit de cursusboeken (Jeugd) Atletiekleider (oude stijl trainersopleiding)

Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Speelse atletiekvormen... 3 Het lopen... 3 De estafette... 5 Horden... 7 Verspringen... 7 Hoogspringen... 8 Polsstokhoogspringen... 10 Kogelstoten... 11 Discuswerpen... 13

Speelse atletiekvormen Door middel van in dit boek opgenomen methodieken worden de atletiekonderdelen aangeleerd langs een directe weg. Deze weg is geschikt vooral voor de oudere junioren en senioren. Deze groep is namelijk in staat analytisch te denken. Zij kunnen het opbrengen om gedurende een langere tijd hun aandacht te richten op een deelstructuur van de beweging. Bij de pupillen en de jongere junioren is dit niet mogelijk. Deze groep is er bij gebaat om via een indirecte weg de grove coördinatie van de atletiekonderdelen aan te leren. Dat wordt dikwijls gedaan door middel van atletiekgerichte spelen. Vaak bestaat de misvatting dat er maar wat wordt gespeeld. De werkelijkheid is anders. Het spel moet voldoen aan een bepaalde doelstelling. Het spel moet situaties creëren waarin kinderen worden gedwongen een bepaalde handeling uit te voeren die een wezenlijk techniekelement bevat van een atletiekonderdeel. Soms kunnen dergelijk spelen ook gebruikt worden bij de oudere groepen als afwisseling binnen de training of als onderdeel van recreatieve atletiek. In dit hoofdstuk worden diverse speelse atletiekvormen aangeboden met daaraan gekoppeld de doelstelling. Enerzijds om een beter begrip te krijgen van de belevingswereld van de jeugdatletiek, anderzijds om oefenstof aan te bieden die eventueel (misschien in een wat aangepaste vorm) binnen de seniorengroep en de A/Bjunioren kan worden toegepast. Het lopen Scholen van het loopgevoel met het accent op het opdoen van ervaringen in het bewegingsritme en de loopcoördinatie, gedurende langere tijd. Overlopertje In de zaal twee evenwijdige lijnen, getrokken over de breedte van de zaal met voldoende afstand tot de muur. De kinderen stellen zich achter één van de lijnen op. De tikker tussen de lijnen. Op teken van de leider overlopen, zonder getikt te worden. Het getikte kind blijft meedoen. De tikker krijgt 1 beurt van 1 minuut (of 4 x overlopen). Vragen wie niet getikt is. Zonder teken van de leider. Hoe vaak loopt men over, zonder getikt te zijn? Eilandroof Iedere leerling legt een hoepel op de grond en gaat er in staan. Op commando door de zaal hardlopen en op teken in de hoepel gaan staan. A. kijken wie er het laatst op zijn eiland is. B. iedere keer een hoepel wegnemen. Punt voor degenen die overblijft. Scoreloop 2p. 1p. 3p. De groep verdeelt zich in vier groepen. Iedere groep gaat op zijn thuishonk staan. Twee tikkers aanwijzen met als taak het laag houden van de totaalscore. Wie heen en weer loopt zonder geraakt te worden naar de dichtstbijzijnde hoek krijgt 1 punt. Men gaat dus vanuit zijn thuishonk punten verzamelen. Wie getikt wordt, behoudt het reeds verdiende totaal,

maar verliest de punten van die loop en moet terug naar de thuishonk. Het ervaren en aanleren van het afstands- en tijdgevoel. Groepsloop Groepjes van 4, 5 of 6 lopen een parcours van ± 200m lang. De groepjes zijn op papier even sterk. De groepen krijgen de opdracht 15 ronden af te leggen, zodat de eerste en de laatste ronde door de gehele groep wordt gelopen. Tijdens de andere ronden mag steeds een loper 'uitvallen' om op adem te komen. Om te voorkomen dat steeds dezelfde uitvalt, moet ieder minstens 8 ronden lopen. De ploeg moet steeds bij elkaar blijven. De aflossingstechniek mag van te voren besproken worden. Welke groep is het eerste klaar? De driehoekenloop De vlaggen staan 50 meter uit elkaar. Bij iedere vlag staat een groepje. Op een teken starten alle groepen. Na bijvoorbeeld 15 seconden moeten alle groepen bij de volgende hoek zijn. De 15 seconden wordt eveneens aangegeven door de leider. Wie er te vroeg is, draaft op de plaats, tot het fluitsignaal; wie te laat is, haalt het bij de volgende 50 meter in. De groep blijft zoveel mogelijk bij elkaar en loopt in een gelijkmatig tempo. - in het begin wordt er na iedere 50 meter lopen 50 meter gewandeld, later iedere ronde. - De te herhalen afstanden mogen niet korter zijn dan 30 meter of 10 seconden. Dit geldt tot 10-jarigen. Ouderen lopen langere afstanden dan 50 meter. Ervaringen opdoen in het verleggen van duurgrenzen Oneindige estafette De totale groep kinderen is in vijf groepen opgesplitst. Op één hoek van het veld staan groep 1 en 5. Op de andere hoeken staan de groepen 2, 3 en 4. De opdracht is dat ieder groep driekwart ronde loopt. Groep 1 start, neemt groep 2 en 3 mee en stopt bij 4. Groep 4 start mee etc. Wanneer groep 5 bij 4 aankomt, start groep 1 weer. Men moet doorgaan totdat men bij zijn eigen hoek staat. Vossenjacht Het spoor (pijlen, tekens, woldraadjes) wordt ruim voor de starttijd van de groepen uitgezet. Het is een zuivere speurtocht en er worden onderweg geen opdrachten gesteld. De wedstrijdvorm zou kunnen bestaan uit een vergelijking tussen de groep in tijden die gemaakt worden, of uit het vinden van een vos (verklede leider). Terreinverkenningsspel De groepen (bijvoorbeeld drietallen) krijgen een opdracht in de vorm van een plattegrond, waarop een aantal posten (aangegeven in letters) zijn ingetekend. In de gestelde tijd (bijv. 1 uur) gaat het erom zoveel mogelijk posten aan te doen en bijzonderheden van deze punten op te schrijven. De groep moet bij elkaar blijven, maar de atleetjes mogen zelf bepalen welke route zij lopen. De uitslag wordt verkregen aan de hand van de bijzonderheden en de tijd Scoreloop Op de plattegrond is een aantal posten ingetekend, die een bepaalde puntenwaarde hebben. (De verst van de start gelegen posten hebben de hoogste waarde). In een bepaalde tijd mogen de lopers punten halen. Men kan het individueel of in groepsverband lopen.

De estafette Ontwikkelen van het specifiek start- en versnellingsvermogen binnen het groepslopen, in vele omstandigheden. Rijen-estafette a. Alle atleten starten tegelijk, tikken een streep aan en sprinten terug. b. Idem, alleen na elkaar. Wanneer nr. 1 de streep aantikt start nr. 2. Bij 'b' wordt de oog-start coördinatie beoefend. Op de vlucht slaan De atleetjes staan achter de startlijn. De leider rolt een bal, indien de bal over het merkteken gaat, sprinten de atleten weg en proberen de bal voor te blijven. Variaties: men rolt de bal zelf, sprint weg en pakt de bal op nadat eerst de bal door de gespreide benen gerold heeft. Ander atleetje rolt de bal. Rangeer-estafette Nummer 1 van de estafette loopt om de pilon en terug aangekomen neemt hij nummer 2 mee. Nummer 2 legt de handen op de schouders van nummer 1. Zo wordt langzamerhand een trein gevormd. Indien de gehele trein is binnengelopen, mag de trein stoom afblazen. vervolgens laten ze één voor één in dezelfde volgorde weer los. ' Ontwikkel het specifieke start- en versnellingsvermogen binnen het groepslopen met materiaalovergave binnen beperkte gebiedbegrenzingen in verschillende omstandigheden.. Rijen-estafette met het wegbrengen en ophalen van verschillen voorwerpen. Ieder atleetje van de verschillende rijtjes heeft een blokje. Nummers 1 starten, zetten aan de overzijde van het veld het blokje neer, sprinten terug, tikken de volgende aan etc. De vraag is, welk rijtje maakt het mooiste huis of de hoogste toren? Het aanleren van de stokovergave in diverse jeugdspecifieke situaties. Achtervolgings-estafette Er zijn twee groepen en iedere groep staat in de lengte van de zaal. Ieder lid van de groep loopt één ronde totdat de gehele groep geweest is. Wie benadert de andere groep het meest? Deze oefening kan men al met aanloopzone beoefenen. Indien er een ongelijk aantal is, loopt één deelnemer twee keer.

Kring-estafette 2 De groep maakt een kring-opstelling. De spelers zijn genummerd van 1 t/m 3 en bevinden zich als groep achter elkaar. Iedere nummer 1 krijgt één stok. Op teken starten de nummers 1, lopen één ronde en geven de stik door aan nummer 2. Wanneer nummer 3 zijn ronde gelopen heeft, steekt hij zijn stik omhoog ten teken dat zijn partij klaar is. De stokovergave in een aangepaste wisselzone. Men kan diverse groepen achter elkaar laten starten. Eventueel in een wedstrijdvorm. Doorlopende estafette op de sintelbaan Er worden om elke 80 meter of 50 meter rond de sintelbaan wisselvakken gemaakt. Bij ieder wisselvak staat één loper en bij de finishlijn twee lopers. Dus in dit geval bestaat één estafette-ploeg uit 6 of 9 lopers. Altijd één meer als er wisselvakken zijn. Wanneer het stokje is overgegeven neemt de 'brenger'de plaats van de 'ontvanger' in. 80m st. 160m 240m 320m

Horden Het ontwikkelen van het sprintachtig ritmisch lopen zonder en met vlakke sloten. Het ontwikkelen van het sprintachtig ritmisch lopen over vlakke (= lage) hindernissen. a. Over stokken of pilonnen b. Banken of omgekeerde bank, losse hordenlat, gekantelde horde c. Matbreedte d. Over de kastbreedte (bovenste gedeelte van de kast) Verspringen Scholing van de afzet vanuit verkorte aanlopen of zonder aanloop middels gevarieerde sprongen in diverse situaties. Zoneverspringen De kinderen zetten vanaf een verhoging (kastdeksel, plank, schuine bank) af en proberen te landen in een van de 3 aangegeven zones. A B 3 2 1 C

Springparcours Aanleren en vervolmaken van de zweeffase en de landing van de schredevertesprong in meerdere situaties. Kastspringen Er worden enkele kasten achter elkaar geplaatst of er wordt een schuine bank voor een kast gehangen. De kinderen lopen op de kast en springen er met een schredevertesprong af. Speciaal letten op het lang vasthouden van de schredebeweging en het laat aansluiten. Brugjespringen In de bak wordt door middel van enkele elastieken een brugje gemaakt. De kinderen maken eerst een schredevertesprong en op het eind moeten ze nog proberen over een niet al te hoge brug te springen. Hoogspringen Scholing van de flop-specifieke aanloop in diverse situaties. Doel : wennen aan de boogvormige aanloop. Ritme en versnelling voor de afzet verbeteren. Bochtlopen in allerlei vormen, tussen touwen, kegels, banken enz.

Bochtlopen als voorgaand, echter met afstanden vergroten en na elke kegel een kleine hindernis plaatsen, bijvoorbeeld omgekeerde horde, kegels met stok erop enz. Over deze lage hindernissen een stijgsprong maken. Y-lopen Hierbij imiteren we de aanloop voor de flopsprong en leggen de nadruk op het versnellen van het ritme in de laatste passen, de bocht. Ook deze vorm zowel links- als rechtsom laten maken. hier versnellen Aanleren van een goede afzet vanuit een flop-specifieke aanloop. Heuvelspringen Vanaf een natuurlijke verhoging, of vanaf een springplank of kastdeel met een halve draai springen op een valmat of in de zandbak, daarna met een halve draai doorlopen. Sprongen maken waarbij de springer met hoofd of hand een hoog opgehangen voorwerp probeert te raken. Bijvoorbeeld ring raken. Bal in een netje koppen. Aanleren en vervolmaken van de vluchtfase van de flop, eventueel in combinatie met de landing in diverse situaties. Schouderbrug De kinderen liggen op de grond op de rug, met opgetrokken knieën. De armen liggen zijwaarts op de grond. Druk nu actief de buik omhoog.

Wedstrijd Een aantal kinderen ligt nu naast elkaar in dezelfde houding (er kunnen zo meerdere groepjes gemaakt worden). Door het staande kind wordt een bal onder de omhooggeduwde ruggen doorgerold. Meteen daarna loopt hij om de groep heen en pakt de bal daar op. Daarna wordt de bal geworpen naar het volgende kind, dat inmiddels is opgestaan. Hoe lang duurt dat of welke groep is het eerste klaar? Overtrek Twee kinderen staan met de ruggen tegen elkaar en houden boven het hoofd een stok vast. Een van de twee buigt wat door de knieën en trekt de ander o de rug (ontspannen blijven). Polsstokhoogspringen Ervaren van hang- en draaibewegingen in diverse zwaaisituaties en aan de stille stok Zwaaien aan de touwen van streep tot streep van bank tot streep en terug landen met ½ draai over koord, landing met ½ draai. Zwaaien en hangen aan de rekstok ondersprong ondersprong met ½ draai.

Vanaf verhoging (kast, steeplebalk, tafel, trap) afzetten en landen in de zandbak of op de polsstokmat. Kogelstoten Scholing van de explosieve strekstootbeweging met allerlei aangepaste en geschikte materialen in diverse situaties. Grensstootbal Maak twee groepen (niet te groot). De kinderen mogen op volgorde stoten in de richting van de andere partij. Daar waar de medicinbal valt, mag de tegenpartij de volgende stoot doen. Wie komt over de lijn bij de tegenpartij. Op volgorde stoten. scorelijn scorelijn Muurestafette Er worden enkele groepjes gemaakt. Nummer één stoot een medicinbal tegen of in de richting van een muur. De bal wordt opgehaald en nummer 2 gaat stoten (achter een lijn). Welke groep is het eerst klaar?

Zonestoten In de stootrichting wordt een aantal zones gemaakt (vakken-concentrische cirkels, of 'alles of niets' vakken). Ieder vak heeft een bepaalde waarde. De groep stoot op volgorde en de punten worden opgeteld. Wie heeft de meeste punten? Aanleren en verbeteren van een goede standstoot vanuit een optimale standstootuitgangshouding. Medicinbalstoot Vanuit een gezamenlijk gecontroleerde en stabiele uitgangshouding een medicinbal wegstoten (de bal aanpassen aan de leeftijd). Leg het accent op het lang achterblijven. Scholing van de explosieve slagwerpbeweging met allerlei soorten geschikte materialen met gebogen en gestrekte werparm-uitgangshouding. Drijfbal of bal over de streep Twee groepen kinderen staan tegenover elkaar achter een lijn of bank opgesteld op aangepaste afstand. In het midden ligt een basketbal. Ze moeten proberen met een bovenhandse worp de bal over de achterlijn te drijven. De kinderen mogen de ballen in het middenterrein pas ophalen na een teken van de trainer. Raak de bal Een bal (kan ook een kegel of pilon zijn) wordt op een verhoging gelegd tussen twee aan weerszijden opgestelde partijen. Welke partij heeft het eerst de bal van de hindernis geworpen (van een bak, paal, valmat, etc.)

Afstand regelen Op de grond wordt een aantal vakken getekend. De kinderen mogen zelf bepalen vanuit welk vak ze werpen. Ze moeten met de strekworp proberen het basketbalbord, het doel of een ander richtteken te raken. Maak zelf een puntenverdeling. Discuswerpen Scholing van de explosieve slingerbeweging met diverse materialen en een gestrekte slingerarm. Uitdagingsslingeren Vanuit een hoek proberen in een aangegeven vak te slingeren. Ze mogen zelf weten welk vak. Buiten een vak is 0 punten. Uiteraard kan ook vanaf een lijn in een vak geworpen worden. Kanaalwerpen Er wordt een brede sloot (kanaal) gemaakt. Op de grond ligt een slingerbal. Op teken moeten de kinderen proberen de bal over het water te werpen. Omdat de bal op de grond ligt krijgen we automatisch een lange slingerweg.