Naam: Nummer: JVR-Kollege Forumlaan 4 1020 Laken Klas: 4GR 4GL 4LA 4LB1 4LB2 2 e 3 e trimester ONDERZOEKSCOMPETENTIES KLASSIEKE TALEN TWEEDE GRAAD Lkr.: D. Cannaerts E. Duyck J. Thomas K. Van Bouchaute CONCREET DRAAIBOEK VOOR DE LEERLINGEN I. Inleiding p.2 II. Afspraken p.3 III. Stappenplan p.4-5 IV. Informatie over het logboek p.6 V. Informatie over de bronnenlijst en bibliografie p.7 GROEPNUMMER: GROEPSLEDEN: ONDERWERP:
I. Inleiding In de tweede graad van het ASO wordt van elke leerling verwacht dat zij/hij voldoet aan de specifieke eindterm onderzoekscompetentie. Dit betekent dat de leerling competent is om stapsgewijs en zelfstandig een onderzoek uit te voeren. Hiervoor trekt het leerplan Latijn/Grieks een aantal lesuren uit. De onderzoekscompetentie wordt geconcretiseerd in drie specifieke eindtermen (SET s): - zich oriënteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken, - een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren, - de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en confronteren met andere standpunten. Om de SET s te realiseren in de verschillende polen van het ASO is een gestructureerde aanpak in de vorm van het OVUR-schema wenselijk. Hierin wordt de onderzoekscyclus in een aantal stappen uitgewerkt: Oriënteren op het onderzoeksprobleem Oriënteren Formuleren van onderzoeksvragen Voorbereiden Uitvoeren Reflecteren Maken van een onderzoeksplan Verwerven van de informatie Verwerken van de informatie Beantwoorden van vragen en formuleren van conclusies Rapporteren Eigen evaluatie van het onderzoeksproces en -product Hoe ga je concreet te werk? Elke OVUR-fase in het onderzoek (Oriëntering-Voorbereiding-Uitvoering-Rapportering & Eindreflectie) wordt telkens eerst klassikaal ingeleid en toegelicht. Jullie werken volgens een strak schema: iedere fase van het onderzoek moet voor een welbepaalde datum afgerond zijn. Alle deelnemers moeten zich aan deze timing houden! Schenk tijdens het onderzoek voldoende aandacht en tijd aan het reflecteren over de strategie, aan het bijsturen van het proces, aan het kritisch bekijken van de deelresultaten, aan het nadenken over wat goed en wat fout loopt tijdens het onderzoeksproces, aan het zoeken naar oorzaken en remedies. Maak van deze mogelijk korte tussentijdse reflecties ook vermelding in je logboek. Ze zijn wezenlijk bij het verwerven van onderzoekscompetentie: ze maken van jou immers een competente onderzoeker! Het verslag en de presentatie van het groepswerk vormen het sluitstuk van de onderzoeksopdracht.
II. Afspraken - Bij het uitwerken van de onderzoeksopdracht is het gebruik van ICT verplicht. - Alle documenten worden ingegeven in de computer en bewaard op je persoonlijk school-account. We raden je aan een kopie ervan naar je persoonlijk huis-account te sturen, dan kan je er desgewenst thuis verder aan werken, hoewel het de bedoeling is dat je de opdracht tijdens de lesuren uitvoert. Je krijgt daarvoor voldoende tijd. - Hou in een aparte map ook een logboek bij. Daarin noteer je alle ondernomen stappen en eventueel ook moeilijkheden die je ondervindt in de loop van je onderzoek. - Elke fase in het onderzoek (Oriëntering-Voorbereiding-Uitvoering-Rapportering & Eindreflectie) wordt telkens eerst klassikaal ingeleid en toegelicht. - Het uitwerken en het uitdiepen van elke fase van het onderzoek gebeurt voor het grootste deel binnen de lesuren. - Je maakt een schriftelijke presentatie. De mondelinge presentatie gebeurt tijdens onze tweedaagse uitstap naar Trier. - Het onderzoeksdossier is een groepsdocument. Iedere deelnemer beschikt dus over alle nodige informatie. Maak daarvoor de nodige afspraken. De schriftelijke presentatie ervan gebeurt per groep. Zorg ervoor dat die presentatie één coherent geheel vormt. Geen knip- en plakwerk! - Je weet wanneer elke fase in je onderzoek dient afgerond te zijn. Iedereen moet zich aan deze timing houden! - Alle deelnemers moeten zelf voldoende initiatief nemen om in deze onderzoeksopdracht vooruitgang te boeken. Van iedereen verwachten we dezelfde inzet.
III. Stappenplan FASE 1: Oriënteren STAP 1: Formuleer voor de onderzoeksopdracht een thema dat kadert in de uitstap naar Trier THEMA: STAP 2: Formuleer de onderzoeksvraag VRAAG: STAP 3: Zoek een onderwerp: De leerlingen zoeken individueel of in groepen van 2 of 3 concrete onderwerpen onder de te bezoeken archeologische sites en monumenten in Trier ONDERWERP: FASE 2: Voorbereiden STAP 4: Maak een onderzoeksplan op: Hoe deelt het groepje de beschikbare tijd in? Wat zal het groepje eerst doen? Wanneer en waar komt het groepje samen? Hoe pakt het groepje het onderwerp aan? STAP 5: HEURISTIEK: Verzamel zoveel mogelijk informatie over het onderwerp: Alle deelnemers kiezen een concrete invalshoek uit op de onderzoeksopdracht. Ze geven in deze fase van het onderzoek een nauwkeurige beschrijving van de werkwijze die bij het onderzoek zal gevolgd worden. De deelnemers verzamelen alle nuttige informatie. Ze gaan op verkenning in de informatie die voorhanden is, in openbare bibliotheken en op het internet. Ze maken een lijst van alle geraadpleegde bronnen (boeken en URL's) Elke deelnemer heeft een logboek dat dient aangevuld te worden. Iedere actie of stap, hoe klein ook, zal hierin genoteerd worden.
FASE 3: Uitvoeren STAP 6: Voer het onderzoeksplan uit en verwerk alle informatie tot een coherent geheel: Alle deelnemers voeren de onderzoeksopdracht zo nauwkeurig en grondig mogelijk uit. Tijdens deze uitvoeringsfase houdt elke groepje ook goed voor ogen dat zij de gegevens, waarop zij hun conclusies zullen baseren, in een latere fase zullen gaan rapporteren aan hun klasgenoten. Het originele onderzoeksmateriaal dient daarom, in deze fase van het onderzoek, van voldoende informatie en toelichting voorzien te worden. Ook in deze fase blijft de nodige aandacht gaan naar het bijhouden en het actualiseren van het logboek. STAP 7: Formuleer de conclusies: Alle deelnemers trekken voor zichzelf de nodige conclusies uit het verwerkte bronnenmateriaal. Vanzelfsprekend is het wezenlijk dat je op het einde van je onderzoek de eindresultaten correct weet te formuleren. Het groepje dient zeker de onderzoeksvraag (-vragen) te herlezen die ze aan het begin van hun onderzoek hadden geponeerd, en na te gaan of, en in hoeverre, de besluiten uit hun onderzoek een duidelijk antwoord geven op de door hen gestelde onderzoeksvragen. FASE 4: Rapporteren en reflecteren STAP 8: Maak een presentatie van het onderzoek Mondelinge presentatie: tijdens de uitstap naar Trier 19 en 20 mei Schriftelijke presentatie: 26 mei (+logboek) Het groepje schrijft een verslag van hun bevindingen. Ze vermelden hierin de verschillende stappen van de gevolgde procedure. STAP 9: Reflecteer over de onderzoeksopdracht: Alle deelnemers nemen een kritische houding aan ten aanzien van hun eigen onderzoeksresultaten. Ook zelfevaluatie sluit bij het logboek aan: wat ging vlot, wat kon beter, hoe functioneerde ons groepje in de loop van de verschillende onderzoeksfasen.
IV. Informatie over het logboek Het logboek bevat een chronologisch overzicht van de geplande en uitgevoerde activiteiten. In het logboek houdt het groepje alle groepsactiviteiten nauwkeurig bij zoals: - Wanneer hebben we wat gedaan? - Aan welke activiteiten hebben we vandaag gewerkt? - Hoe is het onderzoek verlopen? - Het logboek is het ideale instrument om de vorderingen in te noteren die je maakt tijdens je onderzoek. Niet elke stap tijdens je onderzoek leidt tot succes, maar wel is elke stap die je hebt gezet een wezenlijke geweest in de loop van je onderzoek. Het logboek is een belangrijk document voor de leerkracht zodat de vorderingen van de deelnemers goed gevolgd kunnen worden. In het logboek staan zaken als datum, verrichte werkzaamheden, resultaten, opmerkingen, afspraken. Het logboek kan er als volgt uitzien: Naam: Klas: Titel onderzoeksopdracht: Datum Plaats Duur Verrichte werkzaamheden Opmerkingen Afspraken Het individuele logboek wordt bij iedere fase afgegeven!
V. Informatie over de bronnenlijst en bibliografie Hieronder is een document opgenomen dat de classificatie van informatie naar zijn oorsprong mogelijk maakt. Eens bepaalde informatie gevonden zal die moeten bijgehouden worden en op een systematische wijze geclassificeerd worden zodat ten alle tijde de gegevens kunnen teruggevonden worden. Vandaar dat niet alleen de aard van de bronnen belangrijk is, maar ook de specifieke bronvermelding. Hierna volgen enkele te volgen regels betreffende de inhoud ervan. Bedenk daarbij dat het voor iemand, die het werk of verslag leest, steeds mogelijk moet zijn om de informatie op basis van de bronvermelding terug te vinden. Bronnen: (Let hierbij op hoofd- en kleine letters, schuine letters, punten en komma s!) - Boeken: AUTEUR, Initiaal., Titel. Plaats van uitgave, uitgeverij, jaar van uitgave, pagina( s). - Artikel uit krant of tijdschrift: AUTEUR, Initiaal., Titel van het artikel. Titel krant of tijdschrift, nummer of datum, jaargang, jaar, begin- en eindpagina. - Artikel gepubliceerd op het internet: AUTEUR, Initiaal., Titel van het artikel. Naam digitale bron, nummer of datum, jaargang, jaar (website) - Website: Vermeld het volledige adres en de datum van raadpleging tussen haakjes: (geraadpleegd op ). - E-mail: AFZENDER, Initiaal.,(e-mailadres), Onderwerp van de e-mail, e-mail aan GEADRESSERDE, Initiaal., (e-mailadres), datum van de e-mail. - Interview: GEÏNTERVIEWDE (eventueel functie), Onderwerp van het interview. Interviewer(s), datum en plaats. - DVD CD-ROM AUDIO: De referentie is gelijkaardig aan die van een gedrukt document. Achter de titel wordt tussen vierkante haken de materiaalaanduiding gezet: [cd-rom].