Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Huisvesting Sociaal Kwetsbaren

Vergelijkbare documenten
Onderwerp begeleid wonen sociaal kwetsbaren

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7

Algemeen beeld Convenantafspraken Totaal aantal verhuringen (*) (*) exclusief Housing First

MAATSCHAPPELIJKE OPVANG EN BESCHERMD WONEN IN DE REGIO OOST-VELUWE

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...8

Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg

Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid

Woningcorporaties: oplosser of veroorzaker van zorg- en veiligheidsproblemen? Sander Koomen (Aedes) Simone van Raak (Zayaz)

gesloten tussen de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas Bodegraven Reeuwljk mgemeente gouda

Op 19 mei 2014 stelde u ons college schriftelijke vragen over de verkoop van huurwoningen door Vestia.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De gemeente Bodegraven-Reeuwijk, in dezen vertegenwoordigd door de heer J.L. van den Heuvel, wethouder Ruimtelijke Ordening e.a ;

Monitor begeleid wonen Twente 2012

Wethouder van Stadsontwikkeling, Volkshuisvesting en Integratie

Drs. Joyce Langenacker wethouder Werk, Economische Zaken, Sociale Zaken (Participatiewet), Wonen, Coördinatie Sociaal Domein

Overijsselse dak- en thuislozenmonitor 2010

B en W. nr d.d Onderwerp Brief aan de raad over ontwikkelingen in de huisvesting Maatschappelijke opvang 2012

INFORMATIEBLAD. Huisvestingswet en huisvestingsverordening 2019

20 januari BBPZ/MNor/RBos/ Koningin Julianaplein AA Den Haag Postbus AC Den Haag

Raadsvoorstel Agendanr. :

B&W. Advies. Noodopvang en woningen bijzondere doelgroepen. Zoetermeer steeds ondernemend. \u,/.,;/ 9P..\9\.\ Zocx C?.3-.l.l.--2:c.

Souterrain van het wonen in Nederland

Monitor Huisuitzettingen en preventie Twente 2012

GEZAMENLIJKE PRESTATIEAFSPRAKEN WONEN KRIMPENERWAARD

Woonmodules bij Kwintes

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 31 oktober 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

MAATSCHAPPELIJKE OPVANG EN BESCHERMD WONEN IN DE REGIO OOST-VELUWE

Startdocument regionale prestatieafspraken Bijlage 9

J1,11!ILIKIJij.,131J1 G D Tf(V(Ce

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad

VERBETERPLAN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG, VERSLAVINGSZORG EN OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

Docloods Nr. Rotterdam, 15 november 2011.

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 5 september 2017 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

DUIZEND KAMERS MET KANSEN INITIATIEF VOOR EXTRA PLEKKEN BEGELEID WONEN VOOR JONGEREN IN ROTTERDAM

Kenniscafé Beschermd Wonen. 6 december 2017 Hotel Haarhuis, Arnhem

Maatschappelijke opvang: trends en ontwikkelingen Verdiepingssessie Stedelijk Kompas Gemeente Eindhoven 31 maart 2015 Mathijs Tuynman

METINGEN 2014 EN Monitor opvang Enschede. A. Kruize. B. Bieleman

Hier komt tekst Huurdersraad portaal. Utrecht.nl

Op 7 juni 2018 vindt het Algemeen overleg over de staat van de volkshuisvesting plaats. Ik hoop dat u onderstaande input wilt meenemen in uw bijdrage.

De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN (050)

Housing First: eerst een huis, dan de zorg. Een nieuw thuis na een zwervend bestaan

Monitor Huisuitzettingen en preventie Twente 2014

BIJLAGE voortgangsrapportage mei 2007 Rapportage en planning activiteiten Den Haag Onder Dak. maart Bijgesteld op 4 mei 2007.

ACTIVITEITEN AMERSFOORT

Analyse van de markt voor (bestaande) huurwoningen in de Gemeente Steenwijkerland

Beantwoording artikel 38 vragen

De hoofdlijn van 2016: betaalbaarheid, duurzaamheid en woonkwaliteit

Maatschappelijke opvang in Haarlem. Regionaal Kompas Openbare Geestelijke Gezondheidszorg

1. Inleiding. 2. Doelen en uitgangpunten van het gemeentebestuur

Begeleid Wonen. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld

De Maatschappelijke zorg dichterbij. Op weg naar 2021: Transformatie van de maatschappelijke zorg

Epidemiologie van de OGGZ OGGZ. Wat is OGGZ? Ongevraagde geestelijke gezondheidszorg. Ongevraagde geestelijke gezondheidszorg

Uitstroom naar zelfstandig wonen: Hoe organiseer je dat?

Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL SESSIE BETAALBAAR- HEID

Raadsvoorstel Vaststellen 'Woonvisie Eindhoven

B en W. nr d.d

de gemeenten in de regio Alkmaar Woonwaard, Kennemer Wonen, Van Alckmaer, Wooncompagnie en Ymere

Maatschappelijke opvang: gezinnen, alleenstaanden en jongeren tussen 18 en 23 jaar)

17R RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00070

Raadsinformatiebrief Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Lekstroom. Uitgave nr.

Tijdelijke verhuur bij Woonbedrijf. OTB Wooncongres 11 oktober 2016 Deelsessie: Werken met Tijdelijke Huurcontracten

Activiteitenoverzicht Midden-Groningen 2019

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Deze notitie is bedoeld om de schaarste en de verdringing in Gouda aan te tonen, als bijlage bij de Huisvestingsverordening 2019.

Presentatie Voorkomen Huisuitzettingen. Van curatief naar preventief.

Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Twente 2013

Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen

Aan het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer Postbus AA Zoetermeer

Maatschappij en Gezondheidszorg Symposium 5.2

Doelgroepen TREND A variant

c 1. Beschouwing op de knelpunten en koers voor de toekomst A. Knelpunten SGB-onderzoek in een notendop

Weg met de wachtlijst. Anouk Corèl-Platform31 Sanne van der Lelij-Gemeente Amsterdam André Ouwehand-OTB Pieter Schipper-Ymere

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN van de raadsleden H.M.M. Vos en M.Bolle. sv RIS Regnr. BSD/ Den Haag, 23 september 2008

Monitor Huisuitzettingen en preventie Twente 2013

Datum 8 mei 2015 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het bericht dat de politie steeds vaker te maken krijgt met verwarde en overspannen mensen

//Woonstart Breda. Huisvesten Statushouders

Coordinatie van de nazorg aan exgedetineerden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

> Retouradres Postbus EJ Den Haag. De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Prestatieafspraken Hellevoetsluis Woonstichting De Zes Kernen Gemeente Hellevoetsluis Huurdersvereniging Bernisse

M E M O. Aan : Commissie Samenleving Van : Eveline Tijmstra en Harry Rotgans. Datum : 20 oktober 2016 Onderwerp : Verwarde personen.

Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2009

venlo Raadsnotitie GEMEENTEBESTUUR Lokaal woonbeleid 5 H. Brauer

Q&A - Bestemming Leyweg voor opvang dak- en thuislozen. Pagina 1 van 5

Onderwerp: Vestiging opvanglocatie voor dak- en thuislozen met OGGZindicatie aan de Wilhelminastraat 10-12

Wmo-adviesraad Leiderdorp

Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid de heer D.A. van der Ree van 28 januari 2015 inzake het samenvoegen van woningen.

Sociaal Vangnet Apeldoorn. Preventieve aanpak van (multi) problemen

De Kracht van de Aanpak Extreme Woonoverlast. Positionering Aanpak Extreme Woonoverlast binnen het Utrechtse Model

REGIOCONVENANT Uitstroom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Aan de voorzitter van de Gemeenteraad van Haarlem. Haarlem, april Geachte voorzitter,

Zwerfjongeren in Nederland: een heldere definitie

Beschermd thuis, producten vanaf 1 mei 2018 Informatie voor zorgaanbieders

RAADSINFORMATIEBRIEF Oudewater 17R.00138

Huisvesting spoedzoekers

Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen.

18R RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 42 vragen 18R.00410

Beleidsregels indicatiestelling aangepaste woningen gemeente Zaanstad 2015

Transcriptie:

Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Huisvesting Sociaal Kwetsbaren CONCEPT september 2009

Colofon Uitgave Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Wonen: Art Touw Contactpersoon: Richard Kleinegris (telefoon 070-353 4731) Vormgeving en productie Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Communicatie Foto omslag Eric Kampherbeek Oplage 200 exemplaren September 2009

Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 1.1. Aanleiding voor deze nota 5 1.2. Kaders en portefeuilleverdeling 5 1.3. Leeswijzer 5 2. Doelgroep sociaal kwetsbaren 7 2.1. Omschrijving 7 2.2. Omvang 7 2.3. Ontwikkelingen 7 3. Woningmarktpositie 9 3.1. Inschrijvingsproblematiek 9 3.2. Concurrentie van groepen 9 3.3. Zelfstandig begeleid wonen en urgentie 9 3.4. Beleid 9 3.5. Conclusie woningmarktpositie 10 3.5. Aanbevelingen 10 4. Huisvesting sociaal kwetsbaren en overlast 11 4.1. Relatie 11 4.2. Beleid 11 4.3. Conclusie 11 5. Woonbehoefte en huisvestingsopgave 13 5.1. Bij het voorkomen van maatschappelijke uitval 13 5.2. Bij de opvang van maatschappelijke uitval 15 5.3. Bij het maatschappelijke herstel 16 6. Conclusies en aanbevelingen 19 3

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor deze nota Een groep van enkele duizenden mensen verkeert in Den Haag in de marge van de samenleving. We noemen deze groep sociaal kwetsbaren. Ze hebben te kampen met een opeenstapeling van problemen. Geen of slechte woonruimte, geen werk, psychische en verstandelijke problemen, verslaving, een negatief zelfbeeld, crimineel gedrag en detentie komen vaak in combinatie voor. Meestal hebben ze een (zeer) laag inkomen en grote schulden. Voor hun huisvesting zijn ze aangewezen op de onderkant van de woningmarkt en de diverse vormen van maatschappelijke opvang en maatschappelijk herstel. Vanuit de gemeenteraad is de behoefte geuit aan inzicht in de huisvesting aan de onderkant van de woningmarkt. Daarbij zijn ook zorgen geuit over mogelijke verdringing tussen diverse groepen bijvoorbeeld tussen sociaal kwetsbaren, starters en arbeidsmigranten. De gemeenteraad heeft ook aandacht gevraagd voor overlast in relatie tot de huisvesting van bijzondere doelgroepen. De notitie beschrijft de opgave voor de portefeuille Bouwen en Wonen bij de zelfstandige huisvesting van sociaal kwetsbaren, als deelopgave van de totale gemeentelijke inzet van het gemeentebestuur voor deze doelgroep. Daarmee wordt ook antwoord gegeven op de vragen uit de gemeenteraad. 1.2 Portefeuilleverdeling en verantwoordelijkheden externe partners Binnen het college heeft de wethouder Bouwen en Wonen (BW) de verantwoordelijkheid voor de zelfstandige huisvesting van sociaal kwetsbaren op de Haagse woningmarkt. Voor de opvang op straat en voor de huisvesting in de voorzieningen voor maatschappelijke opvang is de wethouder voor Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie (WVE) verantwoordelijk. De wethouder voor Sociale zaken, Werkgelegenheid en Economie (SWE ) werkt aan het verminderen van huisuitzettingen. De Burgemeester zet zich in voor de nazorg aan ex-gedetineerden en het Veiligheidshuis. Deze verdeling van verantwoordelijkheden is van belang voor de samenwerking binnen de gemeente en bij het contact met externe partijen. De woningcorporaties hebben op basis van het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) een opgave bij de huisvesting van dak- en thuislozen, (ex)-psychiatrische patiënten, ex-verslaafden en ex-gedetineerden. Er zijn afspraken met de corporaties over de beschikbaarstelling van zelfstandige woningen en over de ontwikkeling en exploitatie van nieuwe en bestaande woonvoorzieningen voor sociaal kwetsbaren. Zorginstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het realiseren van hun voorzieningen. Zij kunnen daarbij rekenen op de samenwerking met het zorgkantoor, de corporaties en de gemeente in het kader van Den Haag Onder Dak. 1.3 Leeswijzer Deze notitie over huisvesting sluit aan op de aanpak van de maatschappelijke problematiek van de doelgroep. Deze aanpak omvat drie verschillende functies: de preventie van maatschappelijke uitval, de opvang van maatschappelijke uitval en het maatschappelijk herstel. De maatschappelijke zorg in de verschillende functies wordt in deze nota niet nader beschreven. Voor de totale aanpak van de maatschappelijke problematiek van sociaal kwetsbaren wordt verwezen we naar de rapportages aan de gemeenteraad over Den Haag Onder Dak. In hoofdstuk 2 staat een omschrijving van de groep mensen om wie het gaat, en een schatting van de omvang en de ontwikkeling van deze doelgroep. De positie op de woningmarkt, en de positie ten opzichte van andere groepen komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Hoofdstuk 4 beschrijft de huisvesting in relatie tot de aanpak van woonoverlast. De woonbehoefte en de daaruit volgende huisvestingsopgave staan in hoofdstuk 5. Deze opgave wordt beschreven volgens de hierboven genoemde driedeling. De conclusies en aanbevelingen staan in hoofdstuk 6. 5

6

2. Doelgroep sociaal kwetsbaren 2.1 Omschrijving Deze nota gebruikt de omschrijving van het Trimbosinstituut voor de doelgroepen van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) en Maatschappelijke Opvang (MO). Het gaat bij deze groep om mensen die: - Niet of onvoldoende in staat zijn om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien (dak boven het hoofd, voedsel, inkomen, sociale contacten, zelfverzorging); - Meerdere problemen tegelijkertijd hebben (tekortschietende zelfverzorging, sociaal isolement, vervuiling van woon- ruimte en/of van woonomgeving, gebrek aan vaste of stabiele woonruimte, psychische- en verslavingsproblemen; - Vanuit de optiek van de professionele hulpverleners niet de zorg krijgen die zij nodig hebben om zich in de samenleving te handhaven, én geen op de reguliere hulpverlening passende hulpvraag hebben derden vragen meestal om hulp waardoor sprake is van ongevraagde bemoeienis of hulpverlening. In het gemeentelijke beleid gaat het bij sociaal kwetsbaren uitsluitend om volwassenen. Qua jongeren is het gemeentelijke beleid gericht op zorgjongeren/zwerfjongeren tot 23 jaar die dakloos zijn of tijdelijk in de opvang verblijven en vergelijkbare meervoudige problemen hebben. In deze notitie wordt de problematiek vooral beschreven vanuit de invalshoek van de volwassen sociaal kwetsbaren. 2.2 Omvang Over het hele land kampt 1% van de bevolking met ernstige vormen van meervoudige problematiek. In de grote steden ligt dit aandeel hoger. In een visie van de G4 op een samenhangende Openbare Geestelijke Gezondheidszorg wordt gesproken over een bovenmaatse OGGZ-opgave van de vier grote gemeenten. Voor Den Haag wordt de omvang van deze groep geschat op 8000 volwassenen en 1000 jongeren tot 23 jaar. Het aantal volwassenen is gebaseerd op Den Haag Onder dak; plan van aanpak MO/OGGZ Den Haag 2006-2009 (2006). Dit is berekend over een periode van 4 jaar. De totale omvang van de groep is gebaseerd op het aantal sociaal kwetsbaren: - dat (nog) over eigen huisvesting beschikt (4400); - in de maatschappelijke opvang of op straat ( 2000); - en een eigen schatting van de sociaal kwetsbaren (1600) die in een periode van vier jaar doorstromen naar meer zelfstandige vormen van huisvesting. Het aantal jongeren is geschat op basis van de opgave van het Centraal Coördinatiepunt (CCP) en de gegevens van het bureau Jeugdzorg. 2.3 Ontwikkeling Er zijn al eerder schattingen gemaakt van de omvang van bestaansonzekere groepen aan de onderkant van de woningmarkt. In 1993 sprak het gemeentebestuur in een mededeling over maatschappelijk herstel over 4000 expsychiatrische patiënten, 1000 ex-gedetineerden, 2000 verslaafden, 1350 dak-en thuislozen en 300 zwerfjongeren. In 1996 is vraag en aanbod aan de onderkant van de Haagse woningmarkt voor het laatst in beeld gebracht. De schattingen waren vergelijkbaar. In het kader van de overgang naar de tweede fase van Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang, die zich vooral richt op kwetsbare personen, die nog zelfstandig wonen maar het risico lopen dakloos te worden, wordt een hertelling overwogen. De omvang van de groep sociaal kwetsbaren lijkt de afgelopen 10 jaar niet substantieel toegenomen. Door het 7

programma Den Haag Onder Dak met een geconcentreerde inspanning in zorgverlening en huisvesting zou de totale omvang van de groep sociaal kwetsbaren in Den Haag de komende jaren geleidelijk kunnen verminderen. Echter de inkomende stroom en de uitgaande stroom van deze groep zijn afhankelijk van meerdere factoren waaronder het beleid van andere gemeenten. De ervaring van het zorgkantoor bij het beroep op AWBZ voorzieningen is dat de instroom en uitstroom in voorzieningen bij deze groep in de loop van de tijd ongeveer even groot blijven. Het programma Den Haag Onder Dak bevat geen doelstellingen voor de totale omvang van de groep mensen met multiproblematiek. Er is een aantal moeilijk te voorspellen ontwikkelingen dat invloed kan hebben op de omvang van de doelgroep in Den Haag. Zo is het effect van de kredietcrisis tot op heden moeilijk in te schatten. Mogelijk zullen sociaal kwetsbaren door de kredietcrisis de stad juist opzoeken. In de grote stad is het in slechte tijden waarschijnlijk makkelijker te overleven dan daarbuiten. Maar de situatie in de grote stad kan ook extra risico s voor een toename van de problematiek opleveren. 8

3. Woningmarktpositie 3.1 Inschrijvingsproblematiek Volgens Woonruimteverdeling opnieuw bekeken, een landelijk onderzoek van RIGO en OTB in 2006 voor het Ministerie van Economische Zaken en Aedes beschikt de helft van de ingeschrevenen in woonruimteverdeelsystemen al over goede huisvesting, maar wil graag een betere woning. Dit zijn zogenaamde voorzorginschrijvers. Sociaal kwetsbaren horen niet tot deze voorzorginschrijvers. Het Steunpunt Wonen van de Interkerkelijke Kommissie Woonruimtebemiddeling (IKW) heeft voor de Haagse situatie gesteld dat haar cliënten waaronder veel sociaal kwetsbaren - zich doorgaans niet uit voorzorg inschrijven als woningzoekende. Vaak is voor hen ook de techniek van inschrijven en reageren via internet een belemmering. Waarschijnlijk geldt dit voor de totale groep. De slaagkans van sociaal kwetsbaren wordt op die manier feitelijk negatief beïnvloed. Daarbij hebben ze vaker dan anderen te maken met crisissituaties waardoor ze plotseling op zoek moeten gaan naar een andere woning. Dan blijkt in de praktijk dat ze door een korte inschrijfduur achter in de rij staan. 3.2 Concurrentie van andere groepen De positie van sociaal kwetsbaren aan de onderkant van de woningmarkt is zwakker dan die van andere groepen die zoeken in hetzelfde segment, vooral als het gaat om éénpersoonshuishoudens. Deze andere groepen beschikken over het algemeen over meer sociaal kapitaal zoals op hen afgestemde netwerken en organisaties. De grootste categorieën die ook woonruimte in dit segment zoeken zijn jongeren (voor een groot deel studenten) en vreemdelingen (voor een groot deel arbeidsmigranten). Studenten wonen vaak in onzelfstandige woningen. Jaarlijks zoeken nieuwe groepen studenten woonruimte in Den Haag. Studenten vinden ook zelfstandige woonruimte in goedkope sociale huurwoningen, bijvoorbeeld via househopping. Ze zoeken ook woonruimte in het illegale segment. De druk van studenten op de markt van goedkope sociale woningen wordt wel verminderd omdat er voor studentenhuisvesting een apart bouwprogramma is. De concurrentie van de groep studenten is ook minder omdat in Den Haag (HBO-)studenten vaak nog bij hun ouders in huis wonen. Naast studenten zijn er veel jongeren, die niet studeren. Ook zij zoeken eigen goedkope woonruimte. Bij de vreemdelingen is de groep arbeidsmigranten in omvang het grootste. Zij komen voornamelijk uit Polen, maar in toenemende mate ook uit andere Midden-Europese landen zoals Roemenië en Bulgarije. Het gaat om enkele duizenden mensen. Zij zijn vooral op zoek naar goedkope huisvesting in pensions. 3.3 Beleid w.o. zelfstandig begeleid wonen en urgentie De gemeente streeft naar voldoende woningen voor de verschillende bewonersgroepen, ook voor mensen met een bescheiden beurs, én naar een rechtvaardige verdeling van de beschikbare woningvoorraad. We houden rekening met de situatie van sociaal kwetsbaren via het begeleid zelfstandig wonen en via de urgentieregeling. Voor sociaal kwetsbaren biedt de hulpverlening een extra toegang tot de sociale woningmarkt via het begeleid zelfstandig wonen. Hierbij wordt zelfstandige huisvesting in een corporatiewoning geboden aan sociaal kwetsbaren die, met begeleiding vanuit een zorginstelling, in staat worden geacht om weer zelfstandig te gaan wonen. Het gaat jaarlijks om ongeveer 200 verhuringen. Ook kan men een beroep doen op de voorrangsregeling. Het is voor iedereen met een ernstige medische of sociale reden mogelijk om urgentie aan te vragen. Met een urgentieverklaring is de kans om binnen redelijk korte tijd aan een passende woning te komen groot. Het gaat om circa 10-20 sociaal kwetsbaren op de 200 urgenten per jaar. 3.4 Conclusie Er zal op een krappe markt van goedkope woningen altijd concurrentie tussen diverse groepen zijn. 9

Van verdringing zou sprake zijn als andere groepen de woningen waar sociaal kwetsbaren op zijn aangewezen grotendeels innemen. Dat is in Den Haag niet zo. Wel is er een beperkte achterstandssituatie aanwezig door de inschrijvingsproblematiek. Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de extra mogelijkheid van het begeleid wonen en de toepassing van de voorrangsregeling. 3.5 Aanbeveling De beperkte achterstandssituatie wat betreft de inschrijving kan verbeterd worden door middel van extra hulp en begeleiding, zoals die nu al plaats vindt als onderdeel van hulpverleningstrajecten, en via het IKW. Hieraan kunnen zowel zorginstellingen als corporaties een bijdrage leveren. 10

4. Huisvesting van sociaal kwetsbaren en de aanpak van overlast 4.1 Woonoverlast en sociaal kwetsbaren Naar aanleiding van gegevens uit Utrecht en Amsterdam lijkt er een relatie te bestaan tussen woonoverlast en sociaal kwetsbaren. Het is waarschijnlijk dat ook in Den Haag een deel van de overlastveroorzakers behoort tot de groep sociaal kwetsbaren. Uit de eerste jaarrapportage van het Meld- en Steunpunt Woonoverlast van de Gemeente over 2008 blijkt een klein deel van de overlastmeldingen zorggerelateerd. Het is mogelijk dat dit verschil te verklaren is door de verschillende manier van registreren. Een bijzondere situatie ontstaat als veroorzakers van extreme woonoverlast moeten worden uitgezet. Hierbij is maatwerk noodzakelijk om te voorkomen dat de overlast in een nieuwe woonsituatie opnieuw optreedt. Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast organiseerde onlangs met corporaties en zorginstellingen een bijeenkomst over de aanpak van overlast met psychische oorzaak. Zie verder 5.1. 4.2 Beleid De aanpak van woonoverlast veroorzaakt door sociaal kwetsbaren verschilt niet van de normale aanpak van woonoverlast. Na een melding bij het Meld- en Steunpunt Woonoverlast wordt de melding uitgezet bij een partij die de woonoverlast feitelijk kan aanpakken. Als de overlast plaats vindt in een sociale huurwoning neemt de woningcorporatie als eerste de verantwoordelijkheid voor de aanpak. Bij particuliere woningen ligt de regie voor de aanpak wel bij het Meld -en Steunpunt Woonoverlast. Bij aanwijzingen dat het gedrag van de overlastgever zorggerelateerd is wordt deskundige begeleiding ingeschakeld. Bij voorzieningen voor maatschappelijke opvang let de betreffende zorginstelling op overlast door bewoners. Rond de nieuwe voorzieningen zijn beheergroepen of klankbordgroepen gevormd om overlast te voorkomen en de integratie van de bewoners van de woonvoorziening in hun nieuwe buurt te bevorderen. Door snel ingrijpen van de begeleiding bij een incident wordt escalatie van woonoverlast meestal voorkomen. Bij de keuze van woningen voor begeleid wonen geven de corporaties aan zoveel mogelijk rekening te houden met spreiding over de stad. Ook let de corporatie op de aard van de problematiek, zodat bijvoorbeeld een (ex)- verslaafde niet in de directe nabijheid van de drugsscene wordt gehuisvest. Door een zorgvuldige inplaatsing én door de eisen die de corporaties stellen aan de kwaliteit van de begeleiding blijft de overlast die omwonenden en de buurt ondervinden beperkt. 4.3 Conclusie Er zijn geen signalen dat (woon)overlast veroorzaakt door sociaal kwetsbaren in Den Haag vaak voor komt. Bij multiproblematiek moet in een vroeg stadium ook de zorgverlening worden ingeschakeld. Daartoe worden initiatieven ontplooid. Via de monitoring van het Meld-en Steunpunt Woonoverlast en informatie van de corporaties over de aanpak van woonoverlast worden ontwikkelingen op dit gebied gevolgd. 11

12

5. Woonbehoefte en huisvestingsopgave In dit hoofdstuk beschrijven wij de woonbehoefte en huisvestingsopgave volgens de in de leeswijzer genoemde beleidsfuncties van maatschappelijke zorg en de OGGZ: preventie van maatschappelijke uitval, opvang van maatschappelijke uitval en maatschappelijk herstel. Dit onderscheid wordt gemaakt om de huisvestingsopgave per functie beter te kunnen onderscheiden. Voor de maatschappelijke zorg aan sociaal kwetsbaren komen overigens veel maatregelen zoals schuldhulpverlening, activering en begeleiding in meerdere functies voor. Het is bij deze zorg namelijk niet van belang of men net weer een woning heeft of net niet meer. De huisvestingssituatie is meestal wel een onderdeel van de multiproblematiek. 5.1 Bij het voorkomen van maatschappelijke uitval 5.1.1 Woonsituatie doelgroep Hier gaat het om de sociaal kwetsbaren die (nog) beschikken over eigen huisvesting. Het gaat om een groep van ongeveer 4.400 volwassen verkommerden en verloederden. Voor de aanpak van de problematiek bij deze groep is het nodig te weten waar deze mensen wonen. Probleem hierbij is dat sociaal kwetsbaren vanwege definitieen privacy problemen niet op adres kunnen worden getraceerd. Wel zijn een aantal veronderstellingen mogelijk. Uit het WOON 2006 blijkt dat de meeste huishoudens uit de doelgroep van beleid in sociale huurwoningen woont. Het aandeel huishoudens uit de doelgroep van beleid dat gehuisvest is in de particuliere sector is kleiner. Het is aannemelijk dat mensen met multiproblematiek gezien hun laag inkomen meer in de sociale dan in de particuliere huursector zullen wonen. De vooronderstelling dat een sociaal kwetsbare ook een moeilijker huurder kan zijn past daar bij. Een deel zal ook in het illegale segment van de woningmarkt wonen. Dit segment kan worden benoemd in termen als onrechtmatige bewoning, niet toegestane inwoning, illegale onderhuur en illegale kamerverhuur, drugspanden en sloop- en kraakpanden. Inwoning bij familie, vrienden of kennissen, voor kortere of langere termijn, komt waarschijnlijk vaker voor. Wij veronderstellen dat sociaal kwetsbaren vooral in de goedkopere woningen aan de onderkant van de woningmarkt zullen wonen. Voor het corporatiebezit ligt dit vooral in de Krachtwijken en de herstructureringswijken. Het goedkope particuliere bezit ligt vooral in de wijken waar de problematiek op wijk- en buurtniveau relatief hoog is. De maatregelen voor deze groep zullen dus vooral in die wijken moeten worden uitgevoerd. 5.1.2 Risico s voor verlies van huisvesting Stijging van woonlasten, door huurverhogingen en toenemende kosten voor energie, komen bij de laagste inkomens extra hard aan. Echtscheiding, werkloosheid en ontslag zijn bekende oorzaken voor financiële proble-matiek, overigens niet alleen voor de laagste inkomensgroepen. We verwachten dat er voor de groep sociaal kwetsbaren vanwege de combinatie met andere schulden, verslaving en onaangepast gedrag een veel groter risico is de woning te verliezen als gevolg van huurachterstand en/of woonoverlast dan voor mensen zonder multiproblematiek. In het pilot vermindering huisuitzettingen die in 2006 en 2007 is uitgevoerd in het stadsdeel Laak en de wijk Morgenstond werd deze verwachting voor de sociale huursector bevestigd. Bij ongeveer tweederde van het aantal vonnissen tot huisuitzetting wegens huurachterstand was sprake van mensen met meervoudige problematiek. Op de recente bijeenkomst georganiseerd door het Meld- en Steunpunt Woonoverlast werd deze waarneming door Parnassia bevestigd. Overlast blijkt een ondergeschikte reden voor huisuitzetting (7%) vergeleken met huurschuld (87%). Dat laatste is een makkelijker hard te maken titel. Bij overlast spelen psychiatrische en psychosociale problematieken een rol; ook bij huurschuld stelt men dat psychosociale factoren in het geding te zijn. Men constateert dat huisbezoek bij (dreigende) huisuitzetting leidt tot efficiënte inzet van hulpverlening en een betere signalering van de bestaande problematiek. Als deze observatie representatief is voor de hele stad zou dit betekenen dat sociaal kwetsbaren in de sociale 13

huursector relatief vaak te maken hebben met een (dreigende) huisuitzetting. In de pilot zijn geen huisuitzettingen uit particuliere woningen onderzocht, zodat de resultaten van de pilot niet zonder meer vertaald kunnen worden naar huisuitzettingen in de particuliere sector. We veronderstellen wel dat hier het risico van huisuitzetting groter is dan in de sociale sector. Een ander risico voor het verlies van huisvesting kan zich voordoen bij detentie. Naar schatting hoort een kwart van de detentieverlaters tot de doelgroep. Het gaat om ongeveer 380 mensen per jaar. De woonlasten lopen door tijdens detentie. Als het niet lukt om deze kosten op te brengen zal de verhuurder de huur vaak beëindigen met een ontruiming met alle gevolgen van dien voor corporaties (niet verhaalbare kosten) en huurder (dreigende dakloosheid) en maatschappelijke opvang (extra belasting). Ook in de situatie van begeleid wonen of beschermd wonen is er het risico dat bij detentie de huisvesting vervalt. Dit risico is er voor alle gedetineerden, maar de specifieke problematiek van sociaal kwetsbaren kan dit risico nog vergroten. Bij de uitvoering van het Project Nazorg Haagse ex-gedetineerden zal in 2009 de omvang van de problematiek op huisvestingsgebied bij detentie nader worden onderzocht. 5.1.3 Beleid Het huisvestingsbeleid voor sociaal kwetsbaren is erop gericht dat iedereen moet kunnen blijven beschikken over goede en betaalbare huisvesting. Indien nodig moeten mensen met meervoudige problematiek worden voorzien van zodanige begeleiding dat ze zelfstandig kunnen blijven wonen, zonder voor de omgeving onaanvaardbare overlast te veroorzaken. Maar overlast voor anderen moet worden voorkomen, en ook de huur moet worden betaald. Daarom kan huisuitzetting als uiterste middel toch nog noodzakelijk zijn. De vermindering van huisuitzettingen is collegebeleid sinds 2005. In de kadernotitie vermindering huisuitzettingen is als doel gesteld om huisuitzettingen in Den Haag zoveel mogelijk te beperken. Ook in het kader van Den Haag Onder Dak (RIS 140698) is het terugdringen van dakloosheid na huisuitzetting uit corporatiewoningen, een doelstelling. Het uiteindelijke resultaat moet zijn dat dakloosheid ten gevolge van uithuiszettingen (vrijwel) niet meer voor komt. Een afname van het aantal huisuitzettingen van 30 % ten opzichte van het jaar 2005 is opgenomen in de prestatieafspraken met het Rijk. De vervolgaanpak op de pilot vermindering huisuitzettingen vindt plaats in het kader van Den Haag op Maat (RIS 160020). Den Haag Op Maat (DHOM) zet het anti-huisuizettingsbeleid als reguliere taak met volle kracht voort in de voormalige pilotwijken Morgenstond en Laak. De aanpak op meerdere facetten blijkt effectief. Dat geldt vooral voor het direct afspreken van budgetbeheer én daarmee het borgen van doorbetalen van de huur. Niet alleen worden huisuitzettingen voorkomen, tevens wordt extra beslag op de noodopvang afgewenteld. Bovendien blijven kwetsbare personen in beeld van instanties. Met de corporaties is afgesproken om meer preventieve inzet te plegen op het moment van huurachterstand. Vanaf 2010 vindt uitrol plaats naar de overige krachtwijken. Op termijn moet implementatie van het beleid naar de particuliere sector worden overwogen. Het voorkomen van dakloosheid na ontslag uit detentie is een hoofddoelstelling van Den Haag Onder Dak. Het streven is dat dakloosheid ten gevolg van detentie (vrijwel) niet meer voorkomt in 2010. In oktober 2008 heeft Den Haag zich met de minister van Justitie verbonden tot het vormgeven van een sluitende aanpak nazorg aan ex-gedetineerden. De sociaal kwetsbaren onder de ex- gedetineerden vallen hier ook onder. Ook wordt in kaart gebracht wat de aard, de omvang en de beschikbaarheid is van voorzieningen die nodig zijn voor de nazorg van Haagse jongeren die een justitiële jeugdinrichting verlaten. Bij gedetineerden is de aanmelding en het jaarlijkse verlengen voor het aanbodmodel en het inschrijven op woningen moeilijker vanwege beperking van de toegang tot internet, veelvuldige overplaatsingen en onzekerheid over het tijdstip van vrijlating. Ook is niet altijd duidelijk waar de gedetineerde zal gaan wonen na vrijlating. In een aantal gevallen voorziet het IKW nu in deze inschrijving. Een collectieve inschrijving/verlenging voor het aanbodmodel voor de gedetineerden afkomstig uit Den Haag/ Haaglanden is mogelijk, maar er moet nog een oplossing gevonden worden voor de kosten van inschrijving/ verlenging. 14

5.1.4 Huisvestingsopgave Voor deze groep is er geen directe huisvestingsopgave, deze groep beschikt namelijk wel over eigen huisvesting. De zorg om te voorkomen dat men de woning verliest vindt plaats in regulier beleid binnen de multidisciplinaire werkwijze van Den Haag op Maat. Monitoring van de aanpak van woonoverlast waarbij sociaal kwetsbaren zijn betrokken is wenselijk via het melden steunpunt woonoverlast en via de klachtenaanpak van de corporaties uit het oogpunt van preventie van huisuitzetting. Het is wenselijk dat een vorm van huisbewaring of tijdelijke verhuur in overleg met de corporaties wordt ontwikkeld in geval van detentie. Daardoor blijft de woning in gebruik en wordt huisuitzetting voorkomen. Het is wenselijk een collectieve inschrijving/ verlenging van de inschrijving voor het aanbodmodel voor de gedetineerden afkomstig uit Den Haag/Haaglanden te realiseren. 5.2 Bij de opvang van maatschappelijke uitval 5.2.1 Omvang en woonsituatie doelgroep Deze paragraaf gaat over de sociaal kwetsbaren die niet (meer) beschikken over eigen huisvesting. De totale omvang van de groep volwassenen waar opvang van maatschappelijke uitval nodig is bedraagt ongeveer 2000. Volgens Den Haag onder dak bedraagt het aantal feitelijk daklozen die in een tijdvak van 4 jaar niet zullen beschikken over een vaste en enigszins bestendige vorm van onderdak 1500 volwassenen. Daarnaast is er een groep van 500 volwassenen residentieel daklozen of thuislozen. Dit zijn mensen die wel over een vastere vorm van opvang beschikken, die echter niet als een eigen zelfstandige vorm van huisvesting kan worden gerekend. In de leeftijdscategorie onder de 23 jaar is er een zeer kleine groep zorg- en/of zwerfjongeren die niet meer beschikt over zelfstandig huisvesting of permanente inwoning. De groep wordt gevormd door mensen die om diverse redenen zijn uitgevallen uit de reguliere vormen van huisvesting. Dit kan gebeuren door huisuitzettingen (44%) of doordat men zelf de woning verlaat na ruzies, verwaarlozing, of huiselijk geweld (7%). Er belanden ook mensen op straat na een verblijf in detentie zonder eigen huis of een opvang bij vrienden of bekenden (13%). Dakloosheid ontstaat verder door uitval na behandeling in een zorginstelling (11%) of om andere redenen (29%). 5.2.2 Beleid Eén van de hoofddoelstellingen van het programma Den Haag Onder Dak is het voorzien van een passende huisvesting in combinatie met een trajectplan voor deze groep van 1500 dak- en thuislozen en 500 residentieel dak- en thuislozen in Den Haag. In 2010 moeten al deze dak- en thuislozen zijn voorzien van trajectplannen. Tevens moet er in 2010 voor minimaal 60 % van deze groep een passende huisvesting zijn gerealiseerd. Deze huisvesting wordt vooral gezocht in bestaande en nieuwe collectieve opvang- en woonvoorzieningen en vormen van begeleid wonen. Het college heeft in mei 2008 besloten over de uitbreiding van MO/OGGZ voorzieningen van mei 2008 met zeven woonvoorzieningen op vijf locaties. Twee permanente voorzieningen van Parnassia ( MiCasa 1 en MiCasa 2) komen aan de Zichtenburglaan. Een nieuwe permanente voorziening, de Overloop, van Parnassia komt aan de Duinstraat. In de Vinkensteijnstraat komt een nieuwe permanente voorziening voor beschermd wonen van LIMOR. Twee tijdelijke voorzieningen van Parnassia (Woodstock) en van LIMOR (Tijdelijk Wonen) aan het Om en Bij en een tijdelijke voorziening voor het Leger des Heils (Beschermd Wonen) aan de Van Limburg Stirumstraat zijn inmiddels in gebruik genomen. Het realiseren van deze voorzieningen vindt plaats in het kader van Den Haag Onder Dak. De voorzieningen moeten volgens afspraken met het rijk in 2010 in gebruik zijn genomen om minimaal 60% van de groep dak-en thuislozen kunnen huisvesten. 15

Voor de drie tijdelijke woonvoorzieningen wordt op termijn nieuwbouw ontwikkeld. In de huisvesting van deze doelgroep wordt ook voorzien door een uitbreiding van de mogelijkheden voor begeleid wonen met 50 extra woningen per jaar. Hierdoor komt weer ruimte vrij in de opvang- en woonvoorzieningen. De capaciteit voor de doorstroming hiervoor is beschikbaar bij de Haagse corporaties. Een deel van de zorg/zwerfjongeren verblijft in de opvang of trekt van adres naar adres van vrienden, familie, bekenden. Ze zijn in beeld bij de hulpverlening via het Project Ketenregie Zwerfjongeren en het Netwerkoverleg Zwerfjongeren. In dit netwerk werken diverse organisaties aan ambulante hulpverlening (JIT, Jeugdformaat) of aan opvang (Luna, Foyer, DoorZ, Vast&Verder, JIT, Jeugdformaat). 5.2.3 Huisvestingsopgave Aan de opgave voor uitbreiding van de mogelijkheden voor begeleid wonen met 50 extra woningen per jaar kan worden voldaan binnen de bestaande afspraken met de Haagse corporaties. 5.3 Bij het maatschappelijk herstel 5.3.1 Omvang en woonsituatie doelgroep Bij deze groep gaat het om de mensen die na een periode van maatschappelijke uitval met begeleiding en zorg de richting van maatschappelijk herstel op gaan. Dit betreft de doorstroom vanuit de opvang, residentiele voorzieningen, zorginstellingen of detentie naar meer zelfstandige vormen van huisvesting of naar geheel zelfstandige huisvesting. In de periode vanaf 2001 hebben in het kader van maatschappelijk herstel enkele honderden mensen (weer) een nieuwe vorm van huisvesting gekregen. Dit gebeurde soms in de vorm van groepswonen of in aangepaste woonvormen met specifieke begeleiding. Soms in de vorm van begeleid zelfstandig wonen voor sociaal kwetsbaren. Een aantal mensen is geheel zelfstandig gaan wonen in een sociale of particuliere huurwoning. De omvang van deze groep, gerekend over een periode van 4 jaar schatten we op 1600 personen. Daarbij komt nog een aantal zorg/zwerfjongeren die toe zijn aan diverse vormen van begeleid wonen. In 2007 is voor 58 zorgjongeren geregistreerd dat ze een lichte vorm van begeleiding ontvingen in het kader van begeleid wonen. Uiteindelijk is het doel dat ze weer geheel zelfstandig hun leven kunnen oppakken. In de periode van meer of minder intensieve begeleiding rekenen we ze nog tot de doelgroep sociaal kwetsbaren. Het maatschappelijk herstel is het sluitstuk in de zorgketen, waarbij voorzien wordt in huisvesting én een aanpak van de problematiek. 5.3.2 Beleid Het beleid voor deze groep is erop gericht om terugval te voorkomen en de nieuwe huisvesting te behouden. Als mensen begeleid worden is het risico voor terugval kleiner dan voor mensen zonder begeleiding. Maar de noodzaak om eventuele problemen tijdig te signaleren en zo nodig maatregelen te nemen blijft aanwezig. Dat geldt niet alleen voor problemen op het gebied van overlast, maar ook voor andere problemen zoals huurachterstand. Door in deze fase van maatschappelijk herstel snel hulp te bieden moet terugval en verlies van huisvesting zoveel mogelijk worden voorkomen. 5.3.3 Huisvestingsopgave De woonbehoefte van deze groep bestaat uit een voldoende capaciteit en kwaliteit in begeleide woonvormen, zowel zelfstandig als onzelfstandig in combinatie met de per persoon noodzakelijke begeleiding. Het huidige aanbod aan woningen van de corporaties voor begeleid zelfstandig wonen is voldoende zowel kwalitatief als kwantitatief. Aandachtspunt bij de begeleiding en hulpverlening zijn de kosten van inrichting van de nieuwe woning. Daarbij blijft aandacht nodig voor de leefbaarheid in de buurt en de aanpak van eventuele 16

overlast. In overleg met de corporaties en de zorginstellingen wordt nagegaan of het aanbod voldoende blijft voorzien in de vraag naar begeleid wonen en of de leefbaarheid in de buurten gewaarborgd blijft. Voorwaarde hierbij is continuïteit van de begeleiding en de financiering daarvan. Vanaf 2008 is rekening gehouden met de verwachte toenemende behoefte aan woningen voor mensen die vanuit de maatschappelijke opvang zullen doorstromen naar zelfstandig begeleid wonen. We volgen de instroom naar begeleid wonen. Er wordt echter nog niet bijgehouden wanneer de begeleiding is beëindigd. Een aanbeveling is om vanuit het belang van inzicht in de verdeling van woonruimte, de aanpak van woon-overlast en de zorgverlening te overwegen om het omklappen van een woning naar verhuur zonder begeleiding bij te houden. 17

18

6. Conclusies en aanbevelingen Voor de groep sociaal kwetsbaren zijn er momenteel geen kwantitatieve knelpunten in de huisvestingsopgave. In de huisvestingsopgave kan goed worden voorzien via de bestaande samenwerking tussen corporaties en zorginstellingen. In deze samenwerking zal de praktische uitwerking van deze nota plaats vinden. Aanbevolen wordt: 1. De bestaande samenwerking tussen corporaties en zorginstellingen en gemeente voor zelfstandig begeleid wonen voort te zetten 2. In overleg met partijen de ontwikkeling van vraag en aanbod van zelfstandig begeleid wonen als onderdeel van de huisvesting van sociaal kwetsbaren te blijven volgen en naar behoefte uit te breiden en te verbeteren. 3. Aandacht te blijven besteden aan de risico s voor sociaal kwetsbaren om hun huisvesting te verliezen bij huurschulden, overlast of bij detentie. 4. De inschrijvingssituatie van deze groep en daarmee hun kansen op de sociale woningmarkt als onderdeel van de begeleiding en hulpverlening te verbeteren. 5. Via de tweejaarlijkse rapportage over begeleid wonen voor sociaal kwetsbaren de gemeenteraad te blijven informeren over de resultaten. De komende rapportage is voorzien voor begin 2010 over de jaren 2008 en 2009. 19