Instandhoudingsplan 6: Verhardingen Trajectcode: *** projectnr. 241587 revisie 1 15 maart 2012 auteur(s) R.N.J. Jonker Opdrachtgever Postbus 3007 2001 DA Haarlem datum vrijgave beschrijving revisie 1 goedkeuring vrijgave Definitief E. Waltje E. Deuring
Colofon Projectgroep bestaande uit: Tekstbijdragen: Fotografie: Vormgeving: Datum van uitgave: 29 februari 2012 Contactadres: Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere Stad Copyright 2011 Ingenieursbureau Oranjewoud Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoud 1 Algemene omschrijving... 2 1.1 Traject beschrijving... 2 1.2 Objecten beschrijving... 2 2 Functie en functie eisen... 3 3 Decompositie en hoeveelheden... 4 3.1 Algemeen... 4 3.1.1 NEN 2767... 4 3.1.2 NEN 2767 4 1 Methodiek voor conditiemeting van infrastructuur... 4 3.1.3 Beheerobject... 4 3.1.4 Element... 4 3.1.5 Bouwdeel... 5 3.1.6 Materiaal... 6 3.2 Arealen... 6 4 Onderhoudsstrategie... 7 4.1 Functie... 7 4.2 Maatgevend degradatiemechanisme... 7 4.3 A: RAMS... 7 4.4 B: Risico bij falen... 8 4.5 C: Zekerheid van faaltijdstip (Groot / Klein)... 8 4.6 D: Meetbaarheid conditie (Goed / Slecht)... 8 4.7 Onderhoudsstrategie... 8 5 Onderhouds, inspectiemaatregelen en kosten... 11 5.1 Onderhoudsniveau... 11 5.2 Verwachte onderhoudstermijn (interventieniveau)... 11 5.3 Kosten (per eenheid)... 13 5.4 Omschrijving onderhoudsmaatregelen... 14 5.4.1 Inspectie... 14 5.4.2 Jaarlijks onderhoud... 14 5.4.3 Meerjaarlijks onderhoud... 14 blz. Bijlage: Overzichtstabellen maatregelen en kosten blad 1 van ***
1 Algemene omschrijving 1.1 Traject beschrijving In dit rapport worden de Verhardingen beschreven voor het onderstaande traject. Tabel 1.1: Trajectbeschrijving Trajectnaam *** Trajectcode *** Kilometer Van: *** Tot: *** Aanlegjaar *** Overzichtstekening traject *** 1.2 Objecten beschrijving Het bovengenoemd traject bevat de onderstaande verhardingen: *** blad 2 van ***
2 Functie en functie eisen In dit hoofdstuk is een overzicht opgenomen van de functie(s) die de verhardingen vervullen en de functionele eisen die daarvoor gelden. De functionele eisen worden beschreven op het niveau van gebruikseisen en prestatie eisen. Aspecten / Functie De functionele eisen hebben betrekking op de aspecten verbinden, dragen, informeren, afvoeren hemelwater, leefomgeving, veiligheid, beschikbaarheid, vormgeving en inpassing. Gebruikseisen/Prestatie-eisen De gebruikseisen van verhardingen hebben betrekking op beleidsthema's Comfort, Aanzien, Duurzaamheid en Veiligheid. De prestatie eisen voor wegen zijn in de vorm van richtlijnen geformuleerd in CROW publicatie 147, Wegbeheer. De richtlijnen beschrijven de ingrijpmaatstaven bij schades en combinaties van schades en de termijn waarop een maatregel genomen dienen te worden. De prestatie eisen van hemelwaterafvoer als systeem (element) hebben betrekking op de afvoercapaciteit. Voor de bouwdelen rioolput en streng hebben de prestatie eisen betrekking op constructieve stabiliteit, afstroming en waterdichtheid. In de NEN 3398 is een richtlijn geformuleerd voor de toestand van rioolputten en leidingen. blad 3 van ***
3 Decompositie en hoeveelheden 3.1 Algemeen 3.1.1 NEN 2767 De norm NEN 2767 4 is een methodiek om de conditie van infrastructuur op objectieve en eenduidige wijze te bepalen. De norm bestrijkt de volgende sectoren: Natte en droge civieltechnische kunstwerken; Waterbouwkunde; Wegenbouwkunde; Elektrotechniek en werktuigbouwkunde; Cultuur en groenvoorzieningen. De norm bestaat uit 2 onderdelen, de methodiek en de gebrekenlijsten voor infrastructuur. 3.1.2 NEN 2767 4 1 Methodiek voor conditiemeting van infrastructuur De methodiek voor conditiemeting van infrastructuur (NEN 2767 4 1) beschrijft de werkwijze om te komen tot een uniforme uitspraak over de technische staat van infrastructurele werken. De registratie van gebreken staat hierbij centraal. De NEN 2767 gaat bij de decompositie uit van de volgende niveau's: beheerobject / element / bouwdeel / materiaal. De verschillende niveau's worden in de volgende paragrafen toegelicht. Voor alle beheerobjecten is een standaarddecompositie gemaakt die in elementen en vervolgens weer in bouwdelen is opgesplitst. Verhardingen grijpen in de NEN in op het niveau "Element". Naast de fysieke verhardingen worden ook de wegmarkeringen en de (hemel )waterafvoer tot de categorie/discipline verhardingen gerekend. 3.1.3 Beheerobject 3.1.4 Element Dit decompositieniveau is voor het instandhoudingplan van verhardingen niet relevant. De definitie van een element volgens de NEN2767 4 is: 'Een samenstel van bouw en installatiedelen die tezamen een afzonderlijk herkenbaar component van een beheerobject vormen.' In de decompositie is het niveau onder het beheerobject benoemd tot element. Kenmerken van elementen zijn: Functie homogeen; Fysiek aanwijsbare eenheden; Eenheden waarop doorgaans variabel onderhoud wordt gepland. De elementen die betrekking op deze rapportage zijn: Verhardingen (wegtype 1 t/m 7); Wegmarkeringen; (Hemel )waterafvoer; De wegtypen hebben betrekking op het gebruik van het gebruik van de verharding. In onderstaande tabel is de indeling verduidelijkt. blad 4 van ***
Tabel 3.1: Decompositie verhardingen Wegtype Omschrijving Voorbeelden 1 Hoofdwegennet Stadsautosnelweg, autoweg 2 Zwaarbelaste weg Stadsautosnelweg, provinciale weg 3 Gemiddeld belaste weg Waterschapsweg (druk), stadsontsluitingsweg, busbaan, industrieweg 4 Licht belaste weg Waterschapsweg (rustig), buurtontsluitingsweg, parallelweg, landbouwweg 5 Weg in woongebied Woonstraat, woonerf, parkeerterrein, wijkstraat 6 Weg in verblijfsgebied Winkelerf, plein, voetpaden 7 Fietspaden Fietspaden 3.1.5 Bouwdeel De definitie van een bouwdeel is volgens de NEN2767 4: 'Bouw en installatiedelen die een directe werking hebben op het functioneren van het element van een beheerobject.' Kenmerken van bouwdelen zijn: Op technische grond gedefinieerde constructievormen op onderdeelniveau; Op zodanig detailniveau dat deze eenheden vormen waarvan het zinvol is om inspectiehistorie bij te houden welke invloed heeft op het variabel onderhoud; Zodanig beschreven dat risico s in het areaal onderkent kunnen worden, voortkomend uit technische gebreken. De indeling van de NEN 2767 4 is in een aantal situaties te gedetailleerd. Hieronder zijn de te beschouwen bouwdelen per element weergegeven: Elementen: Verhardingen wegtype 1 t/m 7: Asfaltverharding; Betonverharding; Elementenverharding. Element: (Hemel )waterafvoer: Aansluitleiding; Goot; Kolk; Rioolbuis vrij verval; Rioolput. Element: Wegmarkering: Wegmarkering, algemeen. blad 5 van ***
3.1.6 Materiaal 3.2 Arealen Conform de decompositiemethodiek van de NEN2767 zijn de materialen gekoppeld aan de bouwdelen. Materialen van verhardingen zijn onder te verdelen in asfalt, beton of elementenverharding. Binnen asfalt kan weer onderscheid worden in de groepen regulier asfalt, dicht asfaltbeton (DAB) en zeer open asfaltbeton (ZOAB). De in dit Instandhoudingsplan genoemde materialen zijn bepaald op basis van: Voorbeeld: de tekeningen, genoemd in 1.1; Voorbeeld: veldinventarisatie. De hoeveelheden van de elementen en bouwdelen zijn van belang voor het bepalen de onderhoudskosten. Deze hoeveelheden zijn bepaald op basis van de bouwdelen. Hoeveelheden zijn uitgetrokken vanuit: Voorbeeld: de tekeningen, genoemd in 1.1; Voorbeeld: veldinventarisatie. Tabel 3.2: Decompositie verhardingen Element Bouwdeel Functie Materiaal Hoeveelheid Eenheid *** *** *** *** *** *** blad 6 van ***
4 Onderhoudsstrategie 4.1 Functie Voor een zo efficiënt mogelijk beheer van de verhardingen is een systeemanalyse noodzakelijk. De systeemanalyse heeft tot doel aan te gegeven welke bouwdelen direct of indirect van invloed zijn op het functioneren van de verhardingen en in welke mate dit het geval is. Op basis van deze analyse kan de meest optimale onderhoudsstrategie bepaald worden, uitgedrukt in Storingsafhankelijk onderhoud (SAO), gebruiksafhankelijk onderhoud (GAO) en toestandsafhankelijk onderhoud (TAO).De samenvattende tabel met de onderhoudsstrategie is weergegeven in tabel 4.1. De kolommen in de tabel zijn in de onderstaande tekst toegelicht. De functionele eisen hebben betrekking op de aspecten verbinden, dragen, informeren, leefomgeving, veiligheid, beschikbaarheid, vormgeving en inpassing. Zie hiervoor ook hoofdstuk 2. 4.2 Maatgevend degradatiemechanisme Het maatgevend degradatiemechanisme geeft aan welke veroudering of achteruitgang in de toestand van het materiaal maatgevend is in het verloop van de tijd. Bij het optreden van een maatgevend degradatiemechanisme kan dit leiden tot een minder doelmatig of geheel niet vervullen van de gewenste functies. 4.3 A: RAMS RAMS staat voor Reliability, Availability, Maintainability, Safety. In de terminologie van functioneel specificeren zijn de RAMS aspecten onderdeel van zogenaamde aspecteisen. De definities van RAMS zijn hieronder weergegeven. Reliability (R) - Betrouwbaarheid Definitie: De kans dat een systeem gedurende een bepaalde periode zonder falen zijn functie vervult. Availability (A)- Beschikbaarheid Definities: 1. De verwachte fractie van de totale tijd dat een systeem functioneert; 2. De kans dat een systeem functioneert wanneer het op een willekeurig tijdstip wordt aangesproken. Maintainability (M) - Onderhoudbaarheid Definitie: De kans dat een systeem (of component) binnen een specifiek tijdsinterval kan worden gerepareerd, geïnspecteerd of preventief kan worden onderhouden. Safety (S) - Veiligheid Definitie: Veiligheid is de kans dat het systeem geen menselijk letsel (gewonden, doden) veroorzaakt. In de tabel 'faalanalyse en onderhoudsstrategie' (tabel 4.1 e.v.) wordt per regel voor iedere combinatie van bouwdeel / functie / degradatiemechanisme aangegeven welke van de RAMS aspecten in het geding komen door falen van het onderdeel. Dit wordt aangegeven door de vermelding van de letters R, A, M en/of S. blad 7 van ***
4.4 B: Risico bij falen In kolom B is weergegeven of het risico bij falen van het element / bouwdeel groot of klein is. 4.5 C: Zekerheid van faaltijdstip (Groot / Klein) In kolom C is weergegeven of de zekerheid van het faaltijdstip / het voorspellende karakter van een storing/falen groot of klein is. 4.6 D: Meetbaarheid conditie (Goed / Slecht) In kolom D wordt aangegeven of de meetbaarheid van de conditie goed of slecht is. 4.7 Onderhoudsstrategie De onderhoudsstrategie is opgedeeld in drie soorten. Zie de onderstaande figuur voor een beslisboom voor de te hanteren onderhoudsstrategie. Figuur 1: Beslisboom onderhoudsstrategie. Deze drie strategieën zijn hieronder omschreven. Storingsafhankelijk onderhoud (SAO) SAO is onderhoud dat plaatsvindt nadat er sprake is van falen en is bedoeld om het gefaalde systeem weer terug te brengen in de gewenste staat. Deze onderhoudsstrategie is zinvol wanneer de negatieve gevolgen van het falen beperkt zijn. Indien echter de risico s van het falen groot zijn, kan men trachten het falen voor te zijn door op tijd in te grijpen. Dan is er sprake van preventief onderhoud. Voor verhardingen kan bij storingsafhankelijk onderhoud gedacht worden aan klein onderhoud en incidentele kolkreiniging. Gebruiksafhankelijk onderhoud (GAO) Als het risico bij falen groot is en er een goed inzicht is in de levensduur van het object of systeem kan GAO worden toegepast. Hierbij is er sprake van onderhoud dat plaatsvindt na een bepaalde periode van gebruik. blad 8 van ***
Gebruiksafhankelijk onderhoud kan bij verhardingen bestaan uit o.a.: straatvegen, kolkreiniging, rioolreiniging. Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) Als het tijdstip van falen niet te voorspellen is, maar het risico bij falen is groot, dan wordt TAO toegepast. Bij TAO wordt de conditie van (de onderdelen van) het object of systeem in de gaten gehouden, zodat de achteruitgang van de conditie van de onderdelen kan worden gedetecteerd. Bij deze onderhoudsstrategie is er dus inspectie nodig om meer te weten te komen over de toestand van het systeem. Conform de richtlijnen die als prestatie eis gesteld worden (CROW publicatie 146 voor de wegbouwdelen en NEN 3398 voor de bouwdelen rioolput en leiding) is toestandsafhankelijk onderhoud noodzakelijk. blad 9 van ***
Tabel 4.1: Faalanalyse en onderhoudsstrategie verhardingen Element Bouwdeel Functie Maatgevend degradatie mechanisme A RAMS B Risico bij falen (groot / klein) C Zekerheid faaltijdstip (groot / klein) D Meetbaarheid conditie (goed / slecht) Onderhoudsstrategie *** *** *** *** *** *** *** *** *** De wegverhardingen worden geïnspecteerd, waarna wordt besloten of een maatregel moet worden genomen. Inspectiemethodiek en richtlijnen ingrijpen zijn in CROW publicatie 146 gegeven. blad 10 van ***
5 Onderhouds, inspectiemaatregelen en kosten Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de verwachte onderhoudstermijn en de kosten van de bouwdelen. Tevens wordt een korte omschrijving gegeven van de uit te voeren onderhoudsmaatregelen. In de bijlage zijn overzichten gepresenteerd van maatregelen en kosten die nodig zijn voor het instandhouden van alle elementen die onder de discipline verhardingen vallen. 5.1 Onderhoudsniveau Voor het onderhoud wordt uitgegaan van de landelijke kwaliteitscatalogus openbare ruimte (publicatie 288 van de CROW). Voor specifieke onderdelen waarvoor binnen de CROW geen meetlat bestaat zijn aanvullende beschrijvingen gemaakt. De insteek is vooral praktisch: vastlegging van het gewenste kwaliteitsniveau in beelden, beschrijving en meetbare normen. Deze meetlat wordt gebruikt om met het provinciebestuur te communiceren, dezelfde meetlat wordt gebruikt voor opdrachtverstrekking richting de uitvoerende instantie. Er worden vijf kwaliteitsniveau onderscheiden: zeer hoog hoog basis laag zeer laag. Dit komt overeen met de niveaus in de kwaliteitscatalogi voor Wegen, Vaarwegen en Openbaar vervoersbanen. De niveaus sluiten aan op de CROW catalogus (A+ / A / B / C / D) en zijn globaal vergelijkbaar met de meetlatten voor wegbeheer en inrichting (R+ / R / R ) In onderstaande afbeelding wordt het verband tussen de verschillende schalen getoond. zeer hoog A+ R++ hoog A R+ basis B R laag C R- zeer laag D Het bestuurlijk vastgestelde niveau voor dit traject is: voorbeeld R / R+ / R. 5.2 Verwachte onderhoudstermijn (interventieniveau) Dit instandhoudingsplan beschrijft het verwachte onderhoud op basis van de ontwerpsituatie. Dit houdt in dat het benodigde onderhoud wordt beschreven dat wordt verwacht op basis van de kenmerken die in dit stadium bekend zijn. Bij gebruiksafhankelijk onderhoud wordt onderhoud met een bepaalde frequentie uitgevoerd. Bij toestandsafhankelijk onderhoud kan slechts een verwachting worden gegeven. Onderhoud wordt verder onderverdeeld in jaarlijks onderhoud en meerjaarlijks onderhoud. Verhardingen Jaarlijks onderhoud bestaat bij ZOAB uit reinigen (GAO) en bij alle andere verhardingen uit klein onderhoud (TAO). Hiernaast worden onkruidbestrijding en het reinigen van goten vier maal per jaar uitgevoerd. Klein onderhoud van verhardingen bestaat uit: Repareren naden (asfalt en beton); Repareren scheuren en gaten (asfalt en beton); Repareren randschade (asfalt en beton); Repareren craquele (asfalt en beton); Repareren boomwortelschade (asfalt); Repareren schade als gevolg van calamiteiten; Repareren plaathoekbreuk; Repareren voegovergang; Reinigen (vegen en zwerfafval verwijderen); Repareren elementenverharding (herstraten); Repareren banden, middengeleider en rotonde elementen. blad 11 van ***
Meerjaarlijks onderhoud is in de planning gedefinieerd in eeuwig herhalende cycli, waarbij de cyclus wordt afgesloten met rehabilitatie. Omdat deze onderhoudsmaatregelen vallen onder toestandsafhankelijk onderhoud gaat het hier om een raming. Het daadwerkelijk benodigde onderhoud dient te blijken uit inspectie. Meerjaarlijkse onderhoudsmaatregelen zijn gekozen uit de maatregelgroepenindeling uit CROW publicatie 147: Asfalt: A1: Conserveren; A2: Gedeeltelijk groot onderhoud; A3: Gedeeltelijk groot onderhoud en conserveren; A4: Verbeteren vlakheid; A5: Versterken; A6: Rehabiliteren; A7: Ophogen. Elementen: E1: Gedeeltelijk groot onderhoud (30 %); E2: Gedeeltelijk groot onderhoud (50 %); E3: Verbeteren vlakheid; E4: Rehabilitatie; E5: Ophogen. Cementbeton: B1: Conserveren; B2: Verbeteren vlakheid; B3: Rehabilitatie; B4: Ophogen. Bij gedeeltelijk groot onderhoud van elementenverhardingen wordt uitgegaan van 30 % (E1) of 50 % (E2). Bij asfalt verschilt het percentage per wegtype. Wegmarkeringen Voor wegmarkeringen zijn geen afzonderlijke onderhoudscycli en maatregelen geformuleerd. De kosten voor het herstellen van de wegmarkeringen zitten bij de kosten voor het onderhoud van de verhardingen in (klein onderhoud en meerjaarlijks onderhoud). Hemelwaterafvoer Kolken Kolkreiniging dient twee maal per jaar te worden uitgevoerd, ongeacht het kwaliteitsniveau. De kosten voor het vervangen van kolken en kolkleidingen zitten bij rehabilitatie van verhardingen in. Riolering (Hoofd )riool wordt twee maal per jaar gereinigd. De kosten zijn gedefinieerd per meter rioolstreng, waarbij tevens rekening is gehouden met het leegzuigen van de inspectieputten. Vervanging (rehabilitatie) van hoofdriolen wordt meegenomen in het meerjaarlijks onderhoudsschema. De levensduur van riolen wordt geschat op 50 jaar (kwaliteitsniveau A), 60 jaar (kwaliteitsniveau B) of 70 jaar (kwaliteitsniveau C). blad 12 van ***
5.3 Kosten (per eenheid) De kostenkengetallen zijn gebaseerd op het plegen van onderhoud op het moment dat het interventieniveau bereikt wordt. Alle genoemde prijzen zijn incl. uitvoeringskosten, algemene kosten en winst en risico en excl. kosten voor verkeersmaatregelen en directiekosten (prijspeil 2011). Verhardingen Meerjaarlijks onderhoud De kosten voor meerjaarlijks onderhoud maatregelen zijn bepaald op basis van standaard eenheidsprijzen van Oranjewoud. Voor asfalt zijn de prijzen afhankelijk van het wegtype. Bij elementenverhardingen is de prijs afhankelijk van de verhardingsfunctie: rijbaan, prijs gebaseerd op beton dikformaat bestrating; fietspad, prijs gebaseerd op tegelbestrating 30 x 30 x 6 cm; voetpad, prijs gebaseerd op tegelbestrating 30 x 30 x 4,5 cm. Jaarlijks onderhoud Klein onderhoud De kosten voor klein onderhoud zijn geraamd op 12 % van de gemiddelde kosten voor meerjaarlijks onderhoud. Onkruidbestrijding De kosten voor onkruidbestrijding zijn gebaseerd op standaard eenheidsprijzen van Oranjewoud. Schoonmaken / vegen goten De kosten voor het vegen van goten zijn gebaseerd op standaardeenheidsprijzen van Oranjewoud voor het vegen van verhardingen. Hemelwaterafvoer Meerjaarlijks onderhoud Voor het vervangen van riolering is een prijs per m rioolstreng opgenomen. De prijs is gebaseerd op de eenheidsprijs uit de Leidraad Riolering van de Stichting RIONED voor vervanging van een rioolstreng PVC ø 315. Hierin zit ook de prijs voor vervanging van putten, aansluitleidingen. e.d. Jaarlijks onderhoud Kolkreiniging De kosten voor kolkreiniging zijn gebaseerd op de eenheidsprijs uit de Leidraad Riolering van de Stichting RIONED. Rioolreiniging De kosten voor rioolreiniging zijn gebaseerd op de eenheidsprijs uit de Leidraad Riolering van de Stichting RIONED. blad 13 van ***
5.4 Omschrijving onderhoudsmaatregelen 5.4.1 Inspectie De verhardingen dienen tweejaarlijks te worden geïnspecteerd door middel van een globale visuele inspectie conform CROW publicatie 146. Rioolstrengen dienen om de 7 jaar te worden geïnspecteerd door middel van visuele inspectie met rijdende camera conform NEN 3399. 5.4.2 Jaarlijks onderhoud *** 5.4.3 Meerjaarlijks onderhoud *** blad 14 van ***
Bijlage: Overzichtstabellen maatregelen en kosten
Tabel 1: Elementen, arealen, onderhoudsschema's en kosten
Tabel 2: Jaarlijks onderhoud
Tabel 3: Meerjaarlijks onderhoud schema's
Tabel 4: Meerjaarlijks onderhoud maatregelen
Tabel 5: Meerjaarlijks onderhoud cycli