Beperkingen bij aanpassen van uitlaatsysteem Beperkingen bij aanpassen van uitlaatsysteem Algemene beperkingen voor alle motortypes en uitlaatsystemen BELANGRIJK! Over het algemeen is het niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan het uitlaatsysteem van voertuigen zonder eerst contact op te nemen met een Scania dealer. Dit kan immers tot het volgende leiden: Alle wijzigingen aan het uitlaatsysteem zijn van invloed op het certificaat. Neem contact op met een Scania dealer voor meer informatie. Het niet voldoen aan de verplichte emissienormen en geluidseisen Ernstig verzwakt motorvermogen Hoger brandstofverbruik Permanente beschadiging aan uitrusting voor uitlaatgasnabehandeling, resulterend in hoge vervangingskosten. Een kortere levensduur van voertuigcomponenten De emissieklasse van de motor staat aangegeven in de individuele chassisspecificatie (ICS). 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 1 (10)
Beperkingen bij aanpassen van uitlaatsysteem Beperkingen voor voertuigen met gasmotoren BELANGRIJK! Er zijn beperkingen en voorwaarden voor het wijzigen van voertuigen met gasmotor. Informatie over beperkingen voor gasvoertuigen vindt u in het document Werken aan gasvoertuigen. 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 2 (10)
Verplaatsen van dempers Verplaatsen van dempers Op voertuigen met Euro 3-, 4- of 5-motor is het toegestaan om de uitlaatdemper te verplaatsen. Er moet dan aan speciale voorwaarden worden voldaan. Meer informatie hierover staat vermeld in het document onder Voorwaarden. Bij Euro 6-motoren is het niet toegestaan om de uitlaatdemper te verplaatsen. De uitlaatdemper kan in de fabriek verder naar achteren op het chassis worden aangebracht; zie Aanpassing voor steunpoten. WAARSCHUWING! De uitlaatpijp moet een hitteschild hebben ter bescherming van andere onderdelen. Om brandgevaar te vermijden, mogen de oppervlakken rond de uitlaatdemper niet heter worden dan 200 C. Bij hogere temperaturen is het van groot belang dat de oppervlakken volkomen vrij van holtes zijn, zodat zich geen ander materiaal kan verzamelen en tot ontbranding kan komen. 336 959 BELANGRIJK! Voor de verplaatsing. Verleng de leiding vanaf de markering. Op voertuigen uitgerust met SCR systemen mag de reductantdoseereenheid niet ten opzichte van de demper worden verplaatst. Meer informatie over hittebescherming, veilige afstanden en hitteschilden vindt u in het document Brand- en beschadigingsrisico met betrekking tot hete componenten. 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 3 (10)
Verplaatsen van dempers Voorwaarden De volgende voorwaarden gelden voor het verplaatsen van dempers: Hete onderdelen vereisen een veilige afstand of een hitteschild om andere onderdelen te beschermen. De uitlaatpijp of onderdelen van de uitlaatpijp tussen de motor en de uitlaatdemper zijn flexibel om bewegingen van de uitlaatdemper ten opzichte van de motor en het chassis mogelijk te maken. Een flexibele uitlaatpijp van Scania mag worden verlengd met behulp van een starre leiding. Wanneer een starre uitlaatleiding over de gehele lengte wordt gebruikt, bestaat de kans dat de bevestiging met de uitlaatdemper breekt als gevolg van de bewegingen van de motor. N.B.: Dit type modificatie moet door Scania worden gecontroleerd voordat het voertuig in gebruik genomen wordt. Neem contact op met een Scania-distributeur en bevestig de documentatie voor de opbouw alvorens met de conversie wordt gestart. Zij zullen op hun beurt contact opnemen met de fabriek en vervolgens weer contact opnemen met u. De contactpersoon voor het betreffende land vindt u op de Scania Carrosseriebouwers Homepage onder Marktcontacten. Na de verplaatsing. Informatie over het verplaatsen van de reductanttanks vindt u in het document De reductanttank verplaatsen op voertuigen met Euro 5 motor. 336 960 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 4 (10)
Verplaatsen van dempers Aanbevelingen Voorkom drukdalingen Om drukdalingen in het systeem te minimaliseren, moet aan de volgende criteria zijn voldaan: Alle leidingbochten moeten gelijkmatig verlopen en mogen geen lasverbindingen bevatten. De onderdelen van het uitlaatsysteem mogen nooit een kleinere dwarsdoorsnede hebben dan die van het originele systeem. Minimum buigradius: Leiding van 114 mm, r = 130 mm Leiding van 127 mm, r = 145 mm Vermijd meerdere bochtstukken direct achter elkaar, anders is er risico op stromingsverliezen. Voorkom temperatuurdalingen Leidingen tussen de motor en de uitlaatdemper die langer zijn dan 1 m moeten goed worden geïsoleerd over de gehele lengte om temperatuurdalingen te voorkomen. Gebruik glasvezelmatten met een dikte van 10 mm voor de isolatie en houd rekening met het volgende: Bevestig en verbind de isolatie aan beide uiteinden van de leiding. De isolatie moet bestand zijn tegen temperaturen van 800 C en moet tegen invloeden van buitenaf beschermd zijn. 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 5 (10)
Verplaatsen van dempers Instructies voor flexibele leidingen Flexibele leidingen moeten recht verlopen en half verlengd worden om hun functie te behouden. Indien ze gebogen zijn of in een S-bocht verlopen, bestaat het risico dat hun werking wordt aangetast. Zie de afbeeldingen ter verduidelijking van de uitvoering van de verplaatsing. Verlenging van de uitlaatpijp na de uitlaatdemper bij voertuigen met Euro 6-motor. Het is toegestaan om de uitlaatpijp na de uitlaatdemper te verlengen en om een verticale uitlaat aan te brengen. De uitlaatpijp moet aan de volgende vereisten voldoen: Maximaal aantal bochten: 9 Maximale totale buighoek voor het systeem: 230 graden Minimum buigradius: 145 mm Alle sensoren en hun posities moeten ongewijzigd blijven Oefen niet meer kracht op de bestaande uitlaatpijp uit dan nodig is tijdens de montage om schade aan de uitlaatdemper en de uitlaat te voorkomen Gebruik een flexibele uitlaatslang die lang genoeg is voor de uitlaatpijp zodat geen bewegingen worden belemmerd. Zelfs als aan de bovenstaande vereisten is voldaan, kan Scania de duurzaamheid van het nabehandelingssysteem niet garanderen, noch dat het zal voldoen aan de vereisten met betrekking tot geluid en indien relevant van het ADR-certificaat. Scana wijst elke aansprakelijkheid voor de gevolgen van de aanpassing, met inbegrip van een gewijzigd brandstofverbruik of vermogens- of koppelverlies, van de hand. 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 6 (10)
Aanpassing voor verwarmingsklep kiepwagen Aanpassing voor verwarmingsklep kiepwagen De verwarmingsklep kiepwagen mag niet worden gebruikt wanneer de omgevingstemperatuur hoger is dan 30 C. BELANGRIJK! Voor de aanpassing voor de verwarmingsklep van een kiepwagen gelden de volgende technische vereisten: De afmetingen van de leidingen inclusief de uitlaatklep moeten minstens dezelfde zijn als die van de oorspronkelijke leidingen. Gebruik minstens dezelfde lengte van flexibele leidingen als in de oorspronkelijke installatie om beweging van de uitlaatdemper en de uitlaatpijp mogelijk te maken. De installatie moet gebeuren met zo weinig mogelijk bochtstukken. De radius van de bochtstukken mag niet kleiner zijn dan de diameter van de uitlaatpijp. De modificatie mag niet leiden tot een toename van het gewicht van de uitlaatdemper of andere componenten van het uitlaatsysteem. De volgende aanvullende vereisten gelden voor voertuigen met een Euro 4-, 5- of 6- motor: Het is alleen toegestaan de uitlaatgassen na de uitlaatdemper af te voeren. De uitlaatstroom naar de carrosserie mag maximaal 50% van de stroom bedragen. Indien kan worden bewezen dat de tegendruk niet verhoogt, kan een groter deel van de uitlaatgassen worden afgevoerd via de carrosserie. Alle sensorposities voor het uitlaatsysteem en het nabehandelingssysteem moeten ongewijzigd blijven. De uitlaatpijp tussen de uitlaatdemper en de sensor mag niet worden gewijzigd. 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 7 (10)
Aanpassing voor verwarmingsklep kiepwagen N.B.: Dit type modificatie moet door Scania worden gecontroleerd voordat het voertuig in gebruik genomen wordt. Neem contact op met een Scania-distributeur en bevestig de documentatie voor de opbouw alvorens met de conversie wordt gestart. Zij zullen op hun beurt contact opnemen met de fabriek en vervolgens weer contact opnemen met u. De contactpersoon voor het betreffende land vindt u op de Scania Carrosseriebouwers Homepage onder Marktcontacten. 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 8 (10)
Oxidatiekatalysator en passief deeltjesfilter verplaatsen Oxidatiekatalysator en passief deeltjesfilter verplaatsen De oxidatiekatalysator, die een passief deeltjesfilter omvat, kan worden verplaatst naar een verticale of horizontale positie. Als de uitlaatpijp wordt verlengd, dan moet deze als volgt worden geïsoleerd: Binnenste drie isolatielagen Buitenste beschermlaag Zie het artikelnummer hieronder. De uitlaatpijp kan tot twee meter worden verlengd. Onderdelen voor carrosseriebouw 314 985 Omschrijving Aantal Artikelnummer 1 Bescherming a 1 1 513 878 2 Isolatie a 3 1 513 877 3 Uitlaatpijp 1 - a. Eén rol bescherming en drie rollen van 5 m isolatie zijn voldoende om ca. 65 cm van de uitlaatpijp te omwikkelen. De artikelen zijn verkrijgbaar bij Scania dealers. 2 3 1 314 986 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 9 (10)
Voertuigen met in de fabriek aangebrachte voorreiniger Voertuigen met in de fabriek aangebrachte voorreiniger Bij voertuigen met voorreinigers wordt de uitlaatgasstroom gebruikt om een vacuüm in de voorreiniger te genereren, waardoor het reinigingsniveau toeneemt. De uitstootpijp van de voorreiniger moet op een bepaalde afstand (A) van de uitgang van de uitlaatpijp op de pijp worden aangesloten om optimale prestaties van de voorreiniger te waarborgen. Wijzig daarom nooit de afstand tussen de uitstootpijp en de uitgang van de uitlaatpijp. 1 2 3 Voertuigen met voorreiniger en kiepplatformverwarming Bij voertuigen met voorreiniger en kiepplatformverwarming moet de uitstootpijp van de voorreiniger worden aangesloten achter de verwarmingsklep. De installatie levert geen voorreiniging op wanneer de kiepplatformverwarming wordt gebruikt, maar sluit brandgevaar uit. BELANGRIJK! Sluit de verwarming van de kiepwagen stroomafwaarts van de demper en stroomopwaarts van de uitstootpijp aan. Wijzig de afstand tussen de uitstootpijp en de uitgang van de uitlaatpijp niet, omdat dit de werking van de voorreiniger nadelig beïnvloedt. 6 1. Uitlaatdemper 4 5 2. Uitgangskanaal uitlaat voor verhitten carrosserie 3. Leiding naar voorreiniger 4. Uitlaatpijp 5. Uitgang uitlaatpijp 6. Aansluiting van verwarmingsklep kiepwagen 314 987 07:70-01 Uitgave 8 nl-nl 10 (10)