TASKFORCE VLUCHTELINGEN

Vergelijkbare documenten
TASKFORCE VLUCHTELINGEN

Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen

TASKFORCE VLUCHTELINGEN

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

Leesboekje eten en drinken

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

Thema In en om het huis

Infofiche 1. De actieve voedingsdriehoek. Doelstellingen. De leerlingen begrijpen het principe van de actieve voedingsdriehoek.

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

Infofiche 2. Veilig voedsel. Doelstellingen. De leerlingen weten waarom voedingsmiddelen correct moeten worden bewaard.

Praat-plaat. eten. aad/thema/eten werkblad 1

de appel het fruit de peer de sinaasappel de banaan

Schijf van Vijf-spel. Opdracht 4C. Opdracht

Wat eten we vanavond?

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 11 In de winkel

Melkweg. Een volle tas. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Boodschappen

Thema 4 Boodschappen doen, de weg vragen

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Melkweg. Wat eet u? Lezen Alfa A. Gezond eten

VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen

De actieve voedingsdriehoek. Doelstellingen

Spreekopdrachten thema 2 Geld

Melkweg. Hier is de bon. Lezen Alfa A. Naar de winkel

Thema In en om het huis

Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: 1a. Koop opdracht. Tandpasta Prodent. Lippenbalsem Labello.

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103?

Les 1: Welke breuk hoort bij een gegeven figuur? Opgaven:

Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen

Hoe werk je nu met de driehoek?

Weekmenu om Gezond te Genieten incl. boodschappenlijstje.

Geef kanker. minder kans. eet volop. groente en. fruit

STEENSOEP OMA VERTELT EEN VERHAAL

1. Verdeling tijdens de ramadan 2. Het Suikerfeest

Elk van deze oefeningen kan aangevuld worden met het stappenplan: boterham smeren (zie bijlage) het knutselblad De berenbakker (zie bijlage)

Thema boekje Puk gaat boodschappen doen

Toemaatjes voor kids > Quiz je slim

Auditieve oefeningen: thema eten

1 Splits de getallen. Vul het DHTE-schema in.

Spreken. Les 3: Wat zeg je? De supermarkt. SPREKEN NIVEAU A1

Melkweg. Lekker en gezond. Lezen van Alfa B naar Alfa C. Gezondheid: Gezond eten. Merel Borgesius Kaatje Dalderop Willemijn Stockmann

Infofiche 1. De actieve voedingsdriehoek. Doelstellingen

Vernauwing in de darm bij dikke darmkanker Dieetadviezen.

Kopieerblad 2. Lekker eten uit de Schijf van Vijf

De Voedingswijzer. Calorie wijzer Product wijzer Groente en fruit wijzer Drinkwijzer

kilo. , 250 gram van 2.85 voor 2.49

Spreekopdrachten thema 2 Geld

Zuivel is belangrijk. Melk is goed voor... ELK!

Een gezond ontbijt. Waarom is ontbijten zo belangrijk? Ontbijt tips. Receptenboekje. Diëtistenpraktijk HRC

DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN

a n t w o o r d e n reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok w e r k b o e k Maak het patroon af.

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

EURO. Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro.

naam :.. nr. : klas :.. computer :..

T-shirts op een rij. Doel van de les - de telrij opzeggen tot en met 20 - terugtellen vanaf een willekeurig getal in het getallengebied

Voedingsschema voor baby s

Het lokaliseren van voedsellogistiek

KlasseLunch. Over gezond eten 1. Docentenhandleiding KlasseLunch 2008:

Werkblad Voortgezet Onderwijs Gemengd-Theoretisch

Röntgenonderzoek van de dikke darm

Bronnenboekje. Thema 3 Boodschappen Geld Gewichten Tegenstellingen. Naam cursist:.

Ontwikkelingskansen voor ieder kind! Boodschappen. Kansen in kinderen. Boodschappen. voor ouders. Kansen in kinderen

Naam:... Datum: =. 2 x 15 = =. 4 x 12 = =. 6 x 7 = =. 100 : 4 = =. 36 : 6 =.

Samen appelflensjes bakken

Startrekenen 1F. Leerwerkboek rekenen deel A SANDER HEEBELS IRENE LUGTEN JELTE FOLKERTSMA JASPER VAN ABSWOUDE

Gezond eten en drinken voor je kind van 9 tot 12 jaar

Gezond eten en drinken. voor je kind van 9 tot 12 jaar

Takenoverzicht. Rekenrijk Groep 6.

Medische beeldvorming. Patiënteninformatie IVP (INTRAVENEUZE PYELOGRAFIE)

Lesdoelen De kinderen leren dat er woorden zijn die de (soort)naam voor mensen en dieren aanduiden en maken kennis met de term zelfstandig naamwoord.

Ontstaan van geld. Doel: Na deze opdracht weet je hoe geld ontstaan is. Uitleg opdracht. Thema: mini Samenleving

Beroepsgerichte Vorming, opleiding voeding horeca of Project Algemene Vakken

Gastles: Hoe word ik rijk?

TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Voorbereiding darmonderzoek

Gezond eten en drinken voor je kind van 4 tot 8 jaar

Gezond eten en drinken voor kinderen in de basisschoolleeftijd

Welkom bij Forte kinderopvang

Lekker afvallen en gezond eten

Giftige stoffen in huis. Is uw kind veilig?

Het bijhouden van een diabetes-eetdagboek tijdens de sensor. Diëtetiek

Borstvoeding. de beste voeding voor je baby

Voorbereiding darmonderzoek

1 Splits de getallen. Vul het DHTE-schema in.

Voorwoord. Bondi Sciarone

Gezond eten en drinken voor kinderen in de basisschoolleeftijd

Melkweg. Iedereen fit! Lezen van Alfa A naar Alfa B. Gezondheid: Sporten en bewegen

Les 1 Op onderzoek in de keuken

KOKEN OP HET WATER. Captain Cook s recepten en kooktips voor groepen op het water

TAALDORP FICHES: À L OFFICE DE TOURISME

Voorkom Zwangerschapsdiabetes

5 Daags Afvalprogramma

Plaats de gegeven verpakkingen van dranken en/of tussendoortjes in de juiste groep van de Groep actieve voedingsdriehoek

Melkweg. Wat eet u vandaag? Lezen van Alfa A naar Alfa B. Gezond eten

dag inhoud pagina themawoorden

Koken in Q de party wok ten huize met de voedingsdriehoek. van...

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 5 Eten

Transcriptie:

TASKFORCE VLUCHTELINGEN Provincie West-Vlaanderen LESPAKKETTEN

1 4 Boodschappen doen Je leert tellen tot 1000. Je leert euromunten en eurobiljetten kennen. Je leert vragen naar de prijs. Je leert de namen van producten en hoeveelheden. Je leert iets kopen.

2 1 Een kilo appels, alstublieft. Laat de afbeeldingen zien en vertel hoeveel alles kost. Benoem eerst de producten: appels, melk en brood. Laat de deelnemers nazeggen, de klanken oefenen. Geef daarna de prijs van de producten. Laat de deelnemers de zinnetjes nazeggen. 1 kilo appels kost 2 euro. 1 liter melk kost 1 euro. 1 brood kost 2 euro. Jonagold of Elstar appels Los, per kilo Liter melk 1.00 brood In principe kunnen de deelnemers al tot 30 tellen. Nu gaan we verder tot 1000. Je kunt de getallen tot 30 eventueel eerst herhalen aan de hand van de getallenkaartjes bij pakket 3. Lees (aan de hand van het schema op pagina 3) de getallen van 31 tot 100. Laat eerst nazeggen, de klanken oefenen. Geef de deelnemers even de tijd om deze getallen te bekijken. Geef daarna aan iedere deelnemer een blad (printpagina) met de cijfers van 1 t.e.m. 100. Zeg nu een aantal getallen en laat de deelnemers op het blad de juiste getallen aanduiden (soort dictee, herkennen). Na deze oefening kun je eventueel een aantal getallen opschrijven (bv. 56 42 89 31 14 73). Laat de deelnemers de getallen van klein naar groot zetten en luidop lezen (hier moeten de deelnemers dus niet alleen kunnen herkennen maar ook benoemen). Je kunt ook vragen dat iedere deelnemer 5 getallen kiest en die dicteert aan de anderen.

3 31 = een 32 = twee 33 = drie 34 = vier 35 = vijf- en dertig = 36 = zes 37= zeven 38 = acht 39 = negen 40 = veertig 10 = tien 20 = twintig 30 = dertig 40 = veertig 50 = vijftig 60 = zestig 70= zeventig 80 = tachtig 90 = negentig 100 = = 41 = een en veertig 42 = twee en veertig 53 = drie en vijftig 54 = vier en vijftig 65 = vijf- en zestig 76 = zes en zeventig 77= zeven en zeventig 88 = acht en tachtig 99 = negen en negentig 100 = 100 = 200 =twee 300 = drie 400 = vier 500 = vijf 600 = zes 700= zeven 800 = acht 900 = negen 1000 = duizend

4 2 Dat is dan 10 euro alstublieft. Laat de afbeeldingen zien en zeg dat er briefjes (biljetten) en munten zijn. Je kunt eventueel ook een echt briefje (bv 5 euro) en een munt laten zien. Lesgever: Er zijn biljetten van vijf, tien, twintig, vijftig,, twee en vijf euro. Er zijn munten van één, twee, vijf, tien, twintig en vijftig cent. Honderd cent is één euro. Munten 1 2 5 10 20 50 cent 100 cent = 1 euro Biljetten 5 10 20 50 100 200 500 euro 3 Van 1 cent tot 500 euro. Verdeel de geldkaartjes. Laat de deelnemers ze in de juiste volgorde leggen en benoemen, van 1 cent tot 500 euro. 4 In de winkel. Je kunt eventueel nog wat reclamefolders meenemen (gewone producten, dus zoals Aldi, Lidl, Carrefour, Delhaize, Colruyt, ). Op die manier kun je nog meer zaken aanwijzen en is het misschien een beetje echter. Hou er wel rekening mee dat het dan meteen ook moeilijker en misschien ook gevoeliger wordt (in deze les staan bv. bewust geen alcoholische dranken). Benoem de producten (zonder hoeveelheid en zonder prijs): melk, kaas, eieren, boter, Laat de deelnemers nazeggen, de klanken oefenen. Deel de productkaartjes uit. Vraag er nu naar: Wie heeft melk? Wie heeft kaas? Wie heeft een tandenborstel? Vraag de deelnemers de passende kaartjes te tonen en te benoemen.

5 4 In de winkel. 1 liter melk 500 gram kaas 1 doos eieren 1 pak boter 250 gram 1 pot yoghurt 150 gram 0,90 90 cent 4,20 4 euro 20 cent 1,70 1 euro 70 cent 1 kilo bananen 1 kilo appels 1 kilo appelsienen 1,50 1 euro 50 cent 500 gram citroenen 0,80 80 cent 1 ananas 2,00 2 euro 1 kilo aardappelen 1,30 1,60 1,10 2,80 1 euro 30 cent 1 euro 60 cent 1 euro 10 cent 2 euro 80 cent 1 kilo wortels 1 sla 1 kilo tomaten 1 bloemkool 1, 60 1 euro 60 cent 1 kilo vlees (rund) 0,50 0,90 50 cent 90 cent 1 kilo vis (zalm) 1 pak chocolade 400 gram 1,70 2,10 1 euro 70 cent 2 euro 10 cent 1 liter limonade 1 liter water 16,80 23,40 3,10 1,30 0,60 16 euro 80 cent 23 euro 40 cent 3 euro 10 cent 1 euro 30 cent 60 cent 1 stuk zeep 1 tube tandpasta 1 tandenborstel 1 fles shampoo 1 pak toiletpapier 1,20 1 euro 20 cent 2,40 2 euro 40 cent 3,20 3 euro 20 cent 2,30 2 euro 30 cent 2,80 2 euro 80 cent

6 Laat de deelnemers de producten klasseren. Verklaar eerst de woorden, beeld ze uit: eten, drinken (doe bv. alsof je uit een glas drinkt), persoonlijke hygiëne (doe bv. alsof je je gezicht wast). Stel dan volgende vragen: - Wat kun je eten? (sla, brood, ) - Wat kun je drinken? (limonade, water, ) - Wat gebruik je voor je persoonlijke hygiëne? (tandpasta, zeep, ). Je kunt hiervoor ook de productkaartjes gebruiken, laat de deelnemers de kaartjes op drie stapeltjes leggen en laat hen de producten opnieuw benoemen. eten drinken persoonlijke hygiëne Bekijk nu de hoeveelheden. Benoem ze en laat herhalen. Benoem daarna nogmaals de producten van de folder, met de hoeveelheid: 1 liter melk, 500 gram kaas, 1 pak, 1 pot, een liter een kilo 1 kilo = 1000 gram een pak een pot een stuk een tube een fles een doos

7 Deel de productkaartjes opnieuw uit. Vraag er nu naar, bestel deze producten: Ik wil graag 1 liter melk. Ik wil graag 500 gram kaas. Vraag de deelnemers de passende kaartjes te tonen en te benoemen. Ik wil graag 1 liter melk. Alstublieft, 1 liter melk. Benoem nu een laatste keer de producten, met de prijs (zoals in oefening 1 van dit pakket): 1 liter melk kost 90 cent; 500 gram kaas kost 4 euro 20 cent, Vraag daarna de prijzen aan de deelnemers. Doe dit niet noodzakelijk in de volgorde van de folder (zo moeten de deelnemers het product ook echt weten te vinden). Bij minder sterke deelnemers kun je deze oefening uiteraard wel in de volgorde van de folder doen. Je hoeft niet noodzakelijk alle producten te overlopen. De deelnemers kunnen deze vragen ook aan elkaar stellen, aan de hand van de printpagina s (versie A en B). A vraagt de ontbrekende prijzen aan B, en omgekeerd. Hoeveel kost een liter melk? Een liter melk kost 90 cent. Als er voldoende tijd is, kun je een verkoopsgesprekje laten voeren. Ik wil graag 1 liter melk. Alstublieft, 1 liter melk. Hoeveel kost het? 90 cent, alstublieft. In het bestand voor de beamer vind je dezelfde folder, maar met andere prijzen (moeilijker getallen), zie pagina 8. In een sterke groep kun je deze afbeelding eventueel laten zien om de prijzen te vragen.

8 1 liter melk 500 gram kaas 1 doos eieren 1 pak boter 250 gram 1 pot yoghurt 150 gram 0,86 86 cent 4,21 4 euro 21 cent 1,98 1 euro 98 cent 1 kilo bananen 1 kilo appels 1 kilo appelsienen 1,75 1 euro 75 cent 500 gram citroenen 0,93 93 cent 1 ananas 1,99 1 euro 99 cent 1 kilo aardappelen 1,29 1,82 0,89 2,99 1 euro 29 cent 1 euro 82 cent 89 cent 2 euro 99 cent 1 kilo wortels 1 sla 1 kilo tomaten 1 bloemkool 1, 64 1 euro 64 cent 1 kilo vlees (rund) 0,69 0,95 69 cent 95 cent 1 kilo vis (zalm) 1 pak chocolade 400 gram 1,50 per kilo 2,37 1 euro 50 cent 2 euro 37 cent 1 liter limonade 1 liter water 16,75 23,40 3,53 1,49 0,64 16 euro 75 cent 23 euro 40 cent 3 euro 53 cent 1 euro 49 cent 64 cent 1 stuk zeep 1 tube tandpasta 1 tandenborstel 1 fles shampoo 1 pak toiletpapier 0,97 97 cent 2,48 2 euro 48 cent 3,17 3 euro 17 cent 2,64 2 euro 64 cent 1,99 1 euro 99 cent