Een retour Rotterdam

Vergelijkbare documenten
de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

Thema 3 Vervoer. Inhoudsopgave

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

Leesboekje de omgeving

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A1 THEMA 3 VERVOER

5 Verkeer en vervoer

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 12 Op straat

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 2 GELD

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

2.7 In de supermarkt **

REGELS. Kies het goede woord. 1 Ik vind de fiets niet mooi. Ik koop... niet. a het b hem

Jeugd Verkeerskrant 1 Hoe ga jij naar school?

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 8 Openbaar vervoer

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Zeggen ze Persoon A Persoon B Persoon C Persoon D Persoon E Iets over de maat? Iets over de kleur? Iets over de stof? Iets over de prijs?

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Op Voeten en Fietsen 1

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag.

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

REGELS. Onderstreep het onregelmatige werkwoord in de zin.

MIJN BEZOEK AAN HET MUSEUM VOOR NATUURWETENSCHAPPEN

Kijk nog eens in het boek op bladzijde 80 naar Werkwoorden in een andere tijd.

MIJN BEZOEK AAN DE STOOMGROEP IN TURNHOUT

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A1 THEMA 4 WONEN

Lesbrief 8. Een taxi bellen

REGELS. Wat hoort bij elkaar?

IN DE TREIN LES 1. Meer of minder

De Grote Verkeerstoets /08/ Ja. 2. Neen, want ik mag hier niet links afslaan. 3. Neen, want ik heb mijn arm niet uitgestoken.

enkele genoeg informatie korting ongeveer overstappen rechtstreekse reis spoor vertrekt

Deel D Spreken - Thema 11 Milieu

3 Jij gaat toch volgende week verhuizen? Je mag het... van mijn vriendin wel gebruiken! a bus b busje

Wie ben jij? HOOFDSTUK 1 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik... Paula. a heet b naam kom je vandaan? a Hoe b Waar

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 11 In de winkel

Spreekopdrachten thema 1 Nederland

Inhoudsopgave LES 1: NAAR SCHOOL LES 2: VRIJE TIJD LES 3: THUIS LES 4: NEDERLAND LES 5: TOEKOMST 126

1. De verjaardag OPDRACHT 1. OPDRACHT 2 1. b) niet waar 2. a) waar 3. b) niet waar 4. a) waar 5. b) niet waar

Alles op een rij voor de leerkracht van groep 4

Thema Nederlandse cultuur en gewoontes

Spreekoefeningen. Oefenen voor het eerste deel van het examen spreken: Vragen beantwoorden. 1 enkele vragen. (voor het inburgeringsexamen - spreken)

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd

Hoe gaat het met je studie?

MIJN RONDLEIDING IN DE LUCHTHAVEN VAN ANTWERPEN

1 Ik vind dat 2 Ik vind dat 3 Ik vind dat 4 Ik vind dat 5 Ik vind dat 6 Ik vind dat 7 Ik vind dat

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

MIJN BEZOEK AAN HET DAMIAANMUSEUM

Melkweg. Goede reis. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Reizen

Reizen met de Keuzedagen van uw Voordeelurenabonnement?

MIJN BEZOEK AAN HET FORT VAN OELEGEM. Mie De Backer

MIJN BEZOEK AAN HET MSK

Wintersport 2016 naar Oostenrijk

Herhalingsoefeningen. Thema 3 Familie en relaties. 1 Woorden. Familie

6.1 MOLENROUTE LANGS VECHT, ANGSTEL EN GEIN Een fietsroute van A = 34 kilometer, B en C ieder 10 kilometer

At the train station. Treinstation. Situation 1. Begroet de persoon. Koop een enkele reis naar London.

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Melkweg. Lijn 5. Lezen Alfa A. Reizen

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

De snelste route naar ons kantoor in Eindhoven

Wat kan ik voor u doen?

Inleiding IN DIT BOEK LEES JE WAAROM STEUN, RESPECT EN VERTROUWEN BIJ VRIENDSCHAP HOREN.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

april 2013 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Buschauffeur

Antwoord Ja zeker! U kunt zich aanmelden via de website

MIJN BEZOEK AAN HET GRAVENSTEEN

MIJN BEZOEK AAN HET EMABB IN BOOM

Spreekopdrachten thema 7 Werken

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

werkbladen thema 5 werk

Italië week 2 vanaf

De muziekreis naar Valkenburg.

Antwoorden Thema 5 woonomgeving. Oefening mag 2. moest 3. Mag 4. moeten 5. Mag 6. moeten 7. moet 8. mogen 9. mocht 10.

IMMI Montjoie Montjoielaan, Ukkel

werkboek vervolgmodule werk en opleiding

HIDRODOE IN HERENTALS

Theorieles groep 5/6

OEFENSCHRIFT DEEL 3 A2-B1

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes!

De OV-chipkaart Reizen met de OV-chipkaart bij NS

Lefier Groningen. Routebeschrijving en parkeren

MIJN BEZOEK AAN DRUIVENSERRE & WIJNKELDER SONIEN

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin.

Op Voeten en Fietsen 1

Melkweg. De deur op slot. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Wonen: Veilig wonen

Werkboek Het is mijn leven

MIJN BEZOEK AAN HET FORT VAN BREENDONK IN WILLEBROEK

TRAVEL TOGETHER. maakt samen reizen makkelijker. Foto: fietsberaad

Spreken Oefentoets spreken. SPREKEN NIVEAU A1

Weduwnaar Jochem Myjer

Wat eten we vanavond?

Heej hallo lieve vakantiegangers, Heel veel liefs & een fijne vakantie, Flurki

MIJN BEZOEK AAN VOLKSSTERRENWACHT URANIA IN HOVE

Wij gaan op reis! 287,34. Barcelona 600,68. Rhodos. Porto 379,68

Alles op een rij voor de leerkracht van groep 4

Welkom in de Sint Maartenskliniek

Transcriptie:

71 71 HOOFDSTUK 5 Een retour Rotterdam WOORDEN 1 Wat hoort bij elkaar? 1 zebrapad a pinnen 2 auto b binnengaan 3 automaat c oversteken 4 ingang d parkeren 2 Kies uit: tram vertraging door de week strippenkaart automaat 1 We hebben erg veel vandaag. 2 Er zitten veel mensen in de. We moeten staan! 3 Ik moet ook nog een kopen. 4 Bij de kun je betalen. 5 Ik doe mijn boodschappen. 3 Wat hoort bij elkaar? 1 feestdag a scherm 2 vlakbij b weekend 3 computer c ver 4 enkeltje d kaart 5 plattegrond e retour 4 1 In je eigen... weet je waar alles is. a korting b woonplaats 71 71 71

72 72 2 Hier in de stad is veel...! a bioscoop b diefstal 3 Als je veel..., kom je in veel plaatsen. a reist b pint 5 Kies uit: loop fiets ver uitstappen rechtsaf 1 Kom je met de? 2 Nee, dat kan niet, dat is veel te voor mij! 3 Dan moet je de bus nemen en in de Bloemstraat. 4 Daar ga je de Irisstraat in. 5 Die straat je helemaal door en dan is het op nummer 44. 6 Kies uit: eind richting voordeel over rechtdoor 1 Welke ga jij op? 2 Ik moet hier naar het centrum. En jij? 3 Ik moet daar het water. 4 Dan loop ik verder tot het van de straat. 5 Het is maar tien minuten, dat is een groot. 7 1 Waar gaan we nu...? a pad b naartoe c weg 2 Je moet goed op de... kijken. a plattegrond b informatie c zebrapad 72 72 72

73 73 3 Je loopt daar... de huizen. a na b langs c tijdens 8 Wat hoort bij elkaar? 1 trein a pad 2 auto b spoor 3 fiets c weg 9 1 Ik ben zo... naar je nieuwe huis! a benieuwd b ver 2 Het is... erg leuk! a na b heel 3 We moeten daar... het water verder lopen. a langs b rechts 10 Kies uit: plein kilometer rechts linksaf kerk 1 Mijn huis is maar twee hier vandaan. 2 Bij het station ga je naar. 3 Dan kom je op het. 4 Daar staat de grote. 5 Daar ga je en dan ben je er. 11 1 Je kunt... lekker niets doen. a langs b onderweg 2 Je kunt ook de... over de stad bekijken, natuurlijk! a informatie b natuur 73 73 73

74 74 3 Aan deze tafel kun je rustig zitten en.... a schrijven b snappen 12 1 Bij de kassa moet je... keer lang wachten. a steeds b elke 2 Dat is toch...! a weg b niks 3 Is dat kind hier alleen? Waar zijn de...? a ouders b retour 13 Kies uit: rechterkant naast heel ingang oversteken 1 Waar is de van deze winkel? 2 De winkel is aan de van de straat. 3 De automaat is net de supermarkt. 4 Je moet hier de straat. 5 Bij jou thuis is het meestal gezellig. 14 1 Waar kan ik hier een... kopen? a informatie b kaart 2 Bij de... weten ze alle prijzen. a kerk b kassa 3 Hij wil wachten tot.... a morgen b richting 74 74 74

75 75 15 Kies uit: natuur ver Hoezo vlakbij kilometer 1 Het is wel naar Brussel hè? 2? 3 Het is toch? 4 Brussel is maar 45 rijden. 5 Onderweg zie je ook veel mooie. 16 1 Hoe laat zal de trein...? a pinnen b vertrekken c oversteken 2 Ik wil graag een... Rotterdam. a klas b enkele reis c trein 3 Heeft u ook een... voor me? a strippenkaart b korting c voordeel 17 1 Je kunt hier nu bijna niet.... a drukken b parkeren 2 Er zijn s middags... veel mensen in de stad. a vol b heel 3... is het lekker rustig hier. a s Morgens b Naast 75 75 75

76 76 18 Wat hoort bij elkaar? 1 korting a rechtsaf 2 ouders b pad 3 weg c volwassenen 4 enkele reis d voordeel 5 linksaf e enkeltje 19 1 Zal ik met je...? a snappen b meegaan 2 Kunt u mij zeggen op welk... ik moet zijn? a spoor b trap 3 Als je iets koopt, maar niet betaalt, is dat.... a diefstal b gesloten 20 Kies uit: voordeel elke universiteit vreselijk boeken 1 Studeren kost veel geld. 2 Vooral als je aan een studeert. 3 Meestal moet je dan veel dure kopen. 4 Studenten krijgen soms veel. 5 Maar je moet dan wel dag naar de les. 21 1 Ik houd niet van de bus. Ik ga veel liever.... a fietsen b reizen 2 Vandaag zijn alle winkels.... a weekend b gesloten 3 Het is vandaag zondag. Je kunt dus... kopen. a niks b tijdens 76 76 76

77 77 22 Kies uit: s middags reis tijdens meegaan vol 1 Het is een lange van Amsterdam naar Groningen. 2 De trein kan erg zitten. 3 Wil je niet een keer met me? 4 We kunnen praten het eten. 5 Ik denk dat we in Groningen zijn. 23 Wat hoort bij elkaar? 1 lift a aankomen 2 door de week b naartoe 3 richting c weekend 4 vertrekken d trap 24 Kies uit: linkerkant links morgen naast uitstappen 1 Yvonne gaat naar het nieuwe huis van Barbara kijken. 2 Ze gaat met de bus en moet in de Daltonstraat. 3 Dan neemt ze de eerste straat. 4 Nummer 44 is aan de van de straat. 5 Het huis staat een school. 25 1 Bij de derde straat ga je naar.... a rechtdoor b rechts 2 Aan de... zie je dan ons huis. a rechterkant b rechtsaf 3 Denk erom dat je wel het... neemt als je de straat oversteekt. a scherm b zebrapad 77 77 77

78 78 26 1 Hoe gaan jullie naar boven? Nemen jullie de...? a trap b lopen 2 Daar heb ik geen zin in! Ik ga met de...! a lift b spoor 3 Ik... op de knop voor de derde verdieping. a druk b schrijf 27 Kies uit: korting kassa kaarten vreselijk bioscoop 1 Zullen we vanavond naar de gaan? 2 Ik heb al gekocht. 3 De was vanmiddag al open. 4 Ik ben student, dus ik krijg. 5 Anders is voor mij een film duur. 28 1 Hoe lang ben jij... naar school? a onderweg b uitstappen 2 Je komt... te laat voor de les! a tijdens b steeds 3 We zitten dan in de... op je te wachten. a klas b feestdag 78 78 78

79 79 29 Kies uit: fietsen natuur reizen universiteit informatie 1 Hebt u over de nieuwe cursus? 2 Ik wil graag studeren aan de. 3 Zullen we vanmiddag gaan? 4 De is hier erg mooi. 5 Ik houd veel van met de trein. 30 1 Aan het... van de dag gaat ze naar huis. a elke b eind c enkeltje 2 Op welke dagen is de supermarkt...? a fout b vlakbij c gesloten 3 Ik... niets van deze les. a druk b ga mee c snap 31 1... de les lachen we meestal veel. a Vol b Tijdens 2 Kun je me... geven? a advies b brug 3 Heb jij een... van de stad? a kaart b klas 32 1 Waar kan ik hier... over de cursus krijgen? a automaat b informatie 79 79 79

80 80 2 Ik moet nog een... kopen voor we kunnen gaan. a woonplaats b treinkaartje 3 Je moet een kaartje hebben voor je kunt.... a vertrekken b fietsen 33 1 Je moet goed lezen. Nu heb je een grote... gemaakt. a fout b weg c heel 2 Het... wel vaak in Nederland. a loopt b drukt c regent 3 Weet u ook hoe laat de trein...? a aankomt b uitstapt c reist 34 Kies uit: meegaan treinkaartje kassa binnengaan aankomen 1 Waar kan ik een kopen? 2 Je moet bij de betalen. 3 Hoe laat zal de bus? 4 Ik wil graag een keer met je. 5 Zullen we deze winkel? 35 1 Wij wonen aan een erg mooi.... a kerk b woonplaats c plein 2 Er rijdt een... door onze straat. a zebrapad b tram c trein 80 80 80

81 81 3 We wonen aan het water bij een.... a brug b kaart c ingang 36 1 Op... hebben we vrij. a weekend b feestdagen 2 Je kunt dan ook niet naar de.... Er zijn geen lessen. a bioscoop b universiteit 3 Je kunt natuurlijk wel thuis een... lezen. a boek b voordeel 37 Kies uit: naartoe uitstappen oversteken bioscoop weg 1 Ik ken de hier niet. Kunt u mij helpen? 2 Waar gaat u? 3 Ik moet naar de op het Leidseplein, het Kijkhuis. 4 Dan kunt u de bus nemen en dan moet u op het Leidseplein. 5 Daar moet u dan de straat. 38 1 Meestal... ik naar mijn werk. a vertrek b fiets c druk 2 Maar als het..., doe ik dat niet. a loopt b regent c snapt 3 Dan werk ik thuis op de.... a computer b scherm c informatie 81 81 81

82 82 39 1 Zullen we dan... afspreken? a weg b s middags 2 Als je dan... twee uur komt, nemen we een kopje thee. a tijdens b na 3 Je moet wel op de goede bel.... a drukken b meegaan 40 Kies uit: schrijven klas benieuwd s morgens advies 1 Kun je mij een goed geven? 2 Ben jij ook zo naar Utrecht? 3 In de praten we hier veel over. 4 Ik moet nog een brief aan Maarten. 5 Hij werkt meestal thuis. 41 1 Het is altijd erg warm hier! Ik heb... zo n dorst. a tijdens b steeds 2 Er zijn veel studenten vandaag. De klas zit helemaal.... a vol b vlakbij 3 Ik werk in Utrecht, maar dat is niet mijn.... a woonplaats b natuur 82 82 82

83 83 42 Kies uit: boek onderweg volwassenen linkerkant reis 1 Het is vakantie en dus gaan we op. 2 We kopen twee treinkaartjes voor. 3 Ik wil graag aan de zitten. 4 Ik lees in de trein vaak een. 5 Ik vind lezen fijn voor. 83 83 83