Proef 1 Schematisch en natuurgetrouw - Werkblad 1 - Tekenmateriaal - Liniaal Hieronder zie je een afbeelding van een vlinder. Maak hiervan een schematische tekening op werkblad 1. Maak ook een natuurgetrouwe tekening. Wat moet je weten? Een schematische tekening geeft alleen de belangrijkste dingen weer. Meestal in een paar eenvoudige lijnen. In een natuurgetrouwe tekening geef je zo nauwkeurig mogelijk alle delen weer. Je probeert dan zo echt mogelijk de afbeelding na te tekenen.
Proef 2 Kiemkracht van een boon - 1 Petrischaal (nr. 9) - 10 Bruine bonen - Kartonnen doosje of Plastic bekertje - Water - Gips Vul het kartonnen doosje of plastic bekertje met gips. Maak het gips nat en roer de bruine bonen door dit papje. Laat het gips hard worden. Als het gips hard is geworden verwijder je het doosje of bekertje. Zet het blok gips in de petrischaal met wat water. Kijk elke dag naar het blok gips. Wat zie je gebeuren? Kun je dat uitleggen?
Proef 3 Kiemen van tuinkerszaadjes - Werkblad 3-1 Pincet (nr. 3) - 2 Petrischalen (nr. 9) - Watten - Tuinkerszaad Tuinkerszaad zit vaak verpakt in een zakje. Hoe komt het dat deze zaadjes niet gaan kiemen in het zakje? Wat denk je? Je gaat tuinkerszaad laten kiemen met en zonder water. o o o o o o Leg de watten in de petrischalen. Maak in 1 petrischaal de watten nat met water. Leg in elke petrischaal 10 tuinkerszaadjes. Zet beide petrischalen naast elkaar zodat de andere omstandigheden gelijk zijn. Bekijk de petrischalen regelmatig. Zorg ervoor dat de petrischaal met water vochtig blijft. Kijk na een paar dagen naar de zaadjes. Vul werkblad 3 in.
Proef 4 Onderdelen van de plant - Werkblad 4 a+b De plant bestaat uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen hebben bepaalde functies. Weet je ook welke? Maak werkblad 4
Proef 5 Schimmels kweken - 1 Schaar (nr. 1) - 2 Petrischalen (nr. 9) - 1 Druppelpipet (nr. 10) - Boterhamzakje - Boterham Je gaat schimmels kweken op een boterham. Knip uit de boterham twee gelijke stukken die in een petrischaaltje passen. Leg in de eerste petrischaal een stukje brood. Doe de deksel erop. Stop het andere stukje brood in het boterhamzakje. Voeg een paar 0druppels water toe. Sluit het zakje goed af. Leg dit in het andere petrischaaltje zonder deksel. Kijk elke dag even naar beide boterhammen. Wat zie je gebeuren? Zie je verschil tussen de verschillende stukjes boterham?
Proef 6 Vingerafdruk - Werkblad 6-1 Vergrootglas (nr. 6) - Stempelkussen - Babydoekjes Je gaat je eigen vingerafdruk en die van een klasgenootje bekijken. Ga op zoek naar de verschillen. Maak werkblad 16 Dit moet je weten. De inkt krijg je makkelijk van je vingers af met babydoekjes. Maak een poster met allerlei informatie over vingerafdrukken.
Proef 7 Wie is de dader? - 1 Vergrootglas (nr. 6) Iemand heeft een fles drinken gestolen. Zomaar meegenomen zonder te betalen. Ze hebben een vingerafdruk van de dader op de deur gevonden. Die zie je hieronder. De politie heeft 8 mogelijke daders op het oog. Kan jij de politie vertellen wie de fles heeft gestolen? Bekijk de vingerafdrukken goed met je vergrootglas.
Proef 8 Zetmeel aantonen - Werkblad 8-1 Mesje (nr. 2) - 1 Jodium (betadine) in een druppelflesje (nr. 5) - 1 Petrischaaltje (nr. 9) - Verschillend soort eten - Bord/snijplank - Leg een klein stukje van elk product in een petrischaaltje. - Laat 1 druppel jodium op het product vallen. - Kijk goed naar de kleur. - Schrijf je gegevens op in werkblad 8 Dit moet je weten. Zetmeel is een lange rij van allemaal suikerdeeltjes. Zetmeel smaakt niet zoet. Pas als de lange rij zetmeel in kleine stukjes wordt gebroken tot suiker smaakt het zoet. Met jodium kun je zetmeel aantonen. Zetmeel kleurt blauw/zwart als het samenkomt met jodium. Is er geen zetmeel aanwezig, dan verandert de kleur van de jodium niet.
Proef 9 Zetmeel in aardappels - 1 Mesje (nr. 2) - 1 Jodium (betadine) (nr. 5) - 1 Petrischaal (nr. 9) - Rauwe aardappel - Gekookte aardappel (afgekoeld) - Aardappelpuree (afgekoeld) - Snijplank - Eetlepel Voer de stappen uit: - Snij voorzichtig de rauwe aardappel doormidden. - Snij voorzichtig de gekookte aardappel doormidden. - Schep een eetlepel aardappelpuree op een petrischaal en roer even door de puree. - Doe 3 druppels jodium op het binnenste van beide aardappels. - En doe ook 3 druppels op de aardappelpuree. - Zie je verschil? Dit moet je weten. De jodium kleurt op de gekookte aardappel blauw/zwart en op de rauwe aardappel niet. In aardappels zit zetmeel. Zetmeel en jodium kleuren samen blauw. Daardoor kun je met jodium laten zien dat ergens zetmeel in zit. In een rauwe aardappel zit het zetmeel nog in de cellen. Als je aardappels kookt, gaan de cellen kapot en komt het zetmeel vrij. De jodium kan in de rauwe aardappel niet bij het zetmeel komen en in een gekookte aardappel wel. Aardappelpuree wordt gemaakt van gekookte aardappelen. Daarom kleurt de jodium op de aardappelpuree ook blauw.
Proef 10 De microscoop - Werkblad 10 De microscoop bestaat uit allemaal verschillende onderdelen. Weet je ook welke? Maak werkblad 10
Proef 11 Een bloem bekijken - Werkblad 11-1 Mesje (nr. 2) - 1 Prepareernaald (nr. 4) - 1 Petrischaaltje (nr. 9) - Bloem - Snijplank - Microscoop Snij de bloem in de lengte doormidden. Je ziet nu hoe de bloem van binnen is opgebouwd. Maar we gaan nog beter kijken met de microscoop. - Leg een helft van de bloem in het petrischaaltje. Zorg ervoor dat je de binnenkant goed kan zien. - Leg het petrischaaltje op de juiste wijze onder de microscoop. - Zet de kleinste vergroting voor. - Draai de microscoop helemaal naar beneden. - Kijk door het oculair. - Draai nu heel langzaam de microscoop omhoog tot je een scherp beeld hebt. - Bekijk goed wat je ziet. (Je kunt het bloemetje anders een beetje verschuiven met je prepareernaald) - Draai nu een grotere vergroting voor. - Wat zie je nu? - Maak nu werkblad 11
Proef 12 Preparaat maken - Werkblad 12-1 Mesje (nr. 2) - 1 Prepareernaald (nr. 4) - 1 Jodium (nr. 5) - 1 Objectglaasje (nr. 7) - 1 Dekglaasje (nr. 8) - 1 Druppelpipetje (nr. 10) - Ui - Bord/snijplank - Keukenrol Je kunt niet zomaar alles onder de microscoop bekijken. Eerst moet je het zo maken dat je wat kunt zien. Een manier om dat te doen is het maken van een preparaat. Tussen de dikke witte schillen van de ui zit een dun vliesje. Dit kun je heel mooi onder de microscoop bekijken. Een klein stukje van dit vliesje gebruiken we voor ons preparaat. In werkblad 12 staat hoe je een preparaat kunt maken. Maak werkblad 12. Een preparaat maken is best moeilijk. Het is daarom ook helemaal niet erg als het niet meteen lukt. Blijf gewoon rustig en probeer het opnieuw. Lukt het echt niet? Vraag dan hulp.
Proef 13 Preparaat bekijken - Werkblad 13 - Preparaat - Microscoop Je gaat het preparaat met een vliesje ui bekijken onder de microscoop. - Zet de lamp aan. Kies voor doorvallend licht. - Leg het preparaat op de juiste plaats onder de microscoop. - Stel in op de kleinste vergroting. - Draai met de stelschroef de microscoop zo ver mogelijk naar beneden. - Kijk door het oculair. - Draai heel langzaam de microscoop omhoog met de stelschroef. - Stop als het beeld helemaal scherp is. - Wat zie je? - Draai nu naar een grotere vergroting. - Draai heel voorzichtig aan de knop om opnieuw een scherp beeld te krijgen. - Wat zie je? - Teken wat je ziet op werkblad 13.