Inleiding tot de wisselstroomtheorie

Vergelijkbare documenten
1. Opwekken van een sinusoïdale wisselspanning.

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3)

Formuleblad Wisselstromen

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit

Oefeningen Elektriciteit II Deel II

Leereenheid 3. Diagnostische toets: Enkelvoudige wisselstroomkringen

Overgangsverschijnselen

Wisselstromen anders bekeken

Leereenheid 2. Diagnostische toets: De sinusvormige wisselspanning. Let op!

1. Langere vraag over de theorie

Extra opgaven. Bewijs de uitdrukking voor L V in de eerste figuur door Z V = Z 1 + Z 2 toe te passen.

Theorie elektriciteit - sem 2

Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning

BIOFYSICA: WERKZITTING 08 en 09 (Oplossingen) ELEKTRISCHE KRINGEN

Leereenheid 7. Diagnostische toets: Vermogen en arbeidsfactor van een sinusvormige wisselstroom

Theoretische elektriciteit 5TSO

Elektronicapracticum. een toepassing van complexe getallen. Lesbrief

EXAMENFOLDER maandag 26 januari 2015 OPLOSSINGEN. Vraag 1: Een gelijkstroomnetwerk (20 minuten - 2 punten)

Uitwerkingen 1. Opgave 2 a. Ueff. 2 b. Opgave 3

1. Langere vraag over de theorie

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (3D020)

WINDENERGIE : SYNCHRONE GENERATOREN

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)

Leereenheid 4. Diagnostische toets: Serieschakeling. Let op!

Wisselstromen. Benodigde voorkennis Elektriciteit (deel 2) Paragraaf 1 t/m 8 Elektronica Paragraaf 4 t/m 6

Wisselstroomtheorie. Les 1. Nadruk verboden 1

Meerfasige stelsels. Hoofdstuk Wat is een meerfasig stelsel. Doelstellingen

Leereenheid 6. Diagnostische toets: Gemengde schakeling. Let op!

Extra College; Technieken, Instrumenten en Concepten

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Wisselstromen. Benodigde voorkennis Elektriciteit (deel 2) Paragraaf 1 t/m 8 Elektronica Paragraaf 4 t/m 6

Leereenheid 5. Diagnostische toets: Parallelschakeling. Let op!

Hoofdstuk 29 Electromagnetische Inductie en de wet van Faraday. Copyright 2009 Pearson Education, Inc.

-Zoek de eventuele benodigde gegevens op in het tabellenboek. -De moeilijkere opgaven hebben een rood opgavenummer.

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2018 theorietoets deel 1

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (3D020)

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen. Totaal :.../ /.../ Datum van afgifte:

HOOFDSTUK 2: Elektrische netwerken

Takstroom Takstroom Totale φ tussen I1 I2 stroom I I1 en I2 (A) (A) (A) A B C


Elektro-magnetisme Q B Q A

9.2 Bepaal de harmonische tijdsfuncties die horen bij deze complexe getallen: U 1 = 3 + 4j V; U 2 = 3e jb/8 V; I 1 =!j + 1 ma; I 2 = 7e!jB/3 ma.

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (3D020)

Wisselspanningen. Maximale en effectieve waarde. We gaan de wisselspanning aansluiten op een weerstand. U R. In deze situatie geldt de wet van Ohm:

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (2)

Een radiotoestel met bakelieten behuizing (zie figuur 11). Bakeliet kent talloze toepassingen, zoals:

Impedantie V I V R R Z R

Elektrische Netwerken 27

Tentamen Analoge- en Elektrotechniek

1. Weten wat elektrische stroom,spanning en vemogen is en het verband ertussen kennen 2. Elektrische netwerken kunnen oplossen

Rekenkunde, eenheden en formules voor HAREC. 10 april 2015 presentator : ON5PDV, Paul

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)

e jπ + 1 = 0 Complexe getallen β release Ing. C.H.A. Keyer voor de elektrotechniek. Hogeschool van Amsterdam Department of Electronic Engineering

12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los de vergelijking sin(a) = 0 op. We zoeken nu de punten op de eenheidscirkel met y-coördinaat 0.

De transferfunctie of de versterkingsfactor van een schakeling is gelijk aan de verhouding van de uitgangsspanning op de ingangsspanning.

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit

Extra proeven onderofficier weerkundig waarnemer

Aanwijzingen. Figuur 1 LDR (NORP12) Weerstand - lichtsterkte grafiek (Let op: Logaritmische schaal) Nakijkmodel

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

Materialen in de elektronica Verslag Practicum 1

. Maak zelf een ruwe schets van f met A = 2, ω = 6π en ϕ = π 6. De som van twee trigonometrische polynomen is weer een trigonometrisch polynoom

LABORATORIUM ELEKTRICITEIT

4 + 3i 4 3i (7 + 24i)(4 3i) 4 + 3i

Academiejaar eerste examenperiode Opleidingsonderdeel: Elektrische Schakelingen en Netwerken. EXAMENFOLDER maandag 30 januari 2017

Tentamen ELEKTRISCHE OMZETTINGEN (et2 040)

2. Wat is het verschil tussen een willekeurige wisselstroom en een zuivere wisselstroom?

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn

Vak: Elektromagnetisme ELK Docent: ir. P.den Ouden nov 2005

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan

Antenne impedantie Theorie en praktijk voorbeelden

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME

HOOFDSTUK 3: Netwerkanalyse

Inhoudsopgave De condensator

Inhoudsopgave. 0.1 Netwerkmodel voor passieve geleiding langs een zenuwcel.. 2

Tentamen Fysica: Elektriciteit en Magnetisme (MNW en SBI)

Elektrische stroomnetwerken

Leereenheid 8. Diagnostische toets: Driefasenet. Let op!

Harmonische stromen en resonantie..zx ronde 30 augustus 2015

AS2 lecture 4. Superpositie Thévenin, Norton, en complexe stroom. Cees Keyer. Amsterdam School of technology, dept. Electronic Engineering

Eindexamen wiskunde B vwo I

Harmonischen: een virus op het net? FOCUS

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)

Vectoranalyse voor TG

Elektrische Netwerken

3.3.2 Moment op een rechthoekige winding in een magnetisch. veld... 10

PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2018: algemene feedback

Lineaire Algebra voor ST

Harmonischen: remedies

Trillingen en geluid wiskundig

10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden

LABO. Elektriciteit OPGAVE: Reactief vermogen in een driegeleidernet. Sub Totaal :.../80 Totaal :.../20

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen

I A (papier in) 10cm 10 cm X

Practicum complexe stromen

Introductie Smith Diagram. RF seminar B&D 2013 Robert Langenhuysen, PA0RYL

Transcriptie:

Hoofdstuk 6 Inleiding tot de wisselstroomtheorie Doelstellingen 1. Kenmerkende grootheden gebruikt in wisselstroomtheorie kennen 2. Weten hoe de passieve componenten R,L en C zich gedragen in AC-regime 3. Basisnetwerken RC of RL kunnen oplossen 4. Vektordiagram van RL of RC netwerk kunnen tekenen 5. De verschillende vermogens die in AC-regime bestaan kennen 6. Weten wat de arbeidsfactor is 6.1 Inleidende begrippen 6.1.1 Kenmerkende grootheden Onderstellen we een homogeen magnetisch veld waarin een lus met oppervlak S ronddraait. De magnetische flux zal hierbij een maximum BS bereiken op het ogenblik dat het vlak van de lus loodrecht staat op het magnetisch veld. Als daarentegen de lus een hoek α maakt ten opzichte van deze ideale positie, dan wordt de flux gegeven door Φ = BS cos α. Aan een omwentelingssnelheid ω wordt de hoek α gegeven door α = ω.t. De flux wordt dan Φ = BS cos ω.t Volgens de wet van Lenz onstaat dan een inductiespanning n dφ dt = nbsω sin(ωt) = Blv sin(ωt) 6.1

6.2 HOOFDSTUK 6. INLEIDING TOT DE WISSELSTROOMTHEORIE Deze spanning heeft dus een sinusoidaal verloop en keert na elke halve periode om van teken, met andere woorden nu we hebben te maken met een wisselspanning. Figuur 6.1: opwekken van een wisselspanning Een periodisch signaal,zoals in ons geval de spanning e = E sin ωt heeft een aantal parameters die dit signaal beschrijven 1. De amplitude E is de maximale spanning die bereikt kan worden.dit wordt ook wel de topwaarde genoemd. 2. De pulsatie ω is de hoeksnelheid van de rotor, in radialen per seconde, waarop de lus bevestigd is.de pulsatie is evenredig met de frequentie volgens ω = 2πf.Het Europese spanningsnet heeft een frequentie van 50Hz, het Amerikaanse 60Hz. 3. De faseverschuiving of hoekverschuiving is het relatieve verschil in radialen tussen twee periodische grootheden. Gewoonlijk wordt dit weergegeven in θ 4. De periode is de tijd nodig opdat het signaal een volledige periode 2π kan doorlopen, of de tijd nodig opdat het signaal zich begint te herhalen. De periode is omgekeerd evenredig met de pulsatie.. T = 1 f = 2π ω 6.1.2 Waarden Om een periodisch signaal a te kenmerken via één enkele waarde hebben we een probleem vermits de grootheid niet constant is en wisselt in de tijd.daarom heeft men een aantal alternatieven bedacht. Gemiddelde waarde Een eerste is de gemiddelde waarde a g over de periode. Men stelt 1 a g = t 1 t 2 t2 t 1 a(x) dx.

6.1. INLEIDENDE BEGRIPPEN 6.3 Figuur 6.2: parameters van een periodisch signaal Soms is dit een goede benadering, maar als we dit berekenen voor een sinusfunctie over zijn periode vinden we 0.Vermits dit geen goede benadering is definieert men de gemiddelde waarde over de halve periode. Dit wordt a g = 2 T T 2 0 a(x) dx. Effektieve waarde Een tweede alternatief is dat men werkt met de effektieve waarde, wat meestal ook gedaan wordt.deze wordt als volgt gedefinieerd A = 1 T a(x) T 2 dx. 0 In het engels wordt de effektiefwaarde de RMS(Root Mean Square) waarde genoemd. Deze waarde wordt meestal gebruikt ook omdat het een enorm technisch belang in zich meedraagt.het is de effektiefwaarde die maatgevend is voor de energieontwikkeling. 1 toepassing: de sinusfunctie Gemiddelde waarde: Omdat de sinusfunctie symmetrisch is wordt deze waarde dus berekend over de halve periode. Effektieve waarde: a g = 2 T A 2 = 1 T T 2 0 T 0 Esin(ωt) dt = 2E π E 2 sin 2 (ωt) dt = E2 2 Dus A = E 2 1 De vormfactor is de verhouding tussen de effektieve en de gemiddelde waarde gedefinieerd als ξ = A a g

6.4 HOOFDSTUK 6. INLEIDING TOT DE WISSELSTROOMTHEORIE 6.2 Wiskundig intermezzo 6.2.1 Differentiatie en integratie van een sinusfunctie Stel een willekeurige sinusfunctie: e = E sin(ωt + θ). De eerste afgeleide is de dt d(e sin(ωt + θ) = dt = Eω cos(ωt + θ) = Eω sin(ωt + θ + π 2 ) De integraal is E sin(ωt + θ) dx = E ( cos(ωt + θ)) ω = E ω (sin(ωt + θ π 2 )) 6.2.2 Vektordiagram De ogenblikkelijke waarde van een sinusoidale grootheid kan voorgesteld worden als de projectie van een vektor op de Y-as. met een lengte evenredig met de amplitude ven de vektor ronddraaiend met de hoeksnelheid gelijk aan de pulsatie ω Figuur 6.3: vektordiagram van een sinusfunctie

6.2. WISKUNDIG INTERMEZZO 6.5 6.2.3 Complexe getallen Als we in vorige sectie kijken naar de vektorvoorstelling kunnen we een vektor voorstellen door een deel op de X-as en een deel op de Y-as. Op de Y-as hebben we a = E sin α en op de X-as hebben we De vektoriële som wordt b = E cos α Ē = E(cos α + j sin α) Omzetting van Ē = a + jb in effektieve waarden en faseverschuiving wordt E = a 2 + b 2 (6.1) tgθ = b a (6.2)

6.6 HOOFDSTUK 6. INLEIDING TOT DE WISSELSTROOMTHEORIE 6.3 Enkelvoudige ketens 6.3.1 Zuiver resistieve keten We hebben over een weerstand R een sinusoidale spanning u = U sin(ωt) gezet. De stroom volgt uit de wet van Ohm. i = u R i = U sin(ωt) R De stroom is dus een sinus met dezelfde pulsatie en er is geen faseverschuiving.de evenredigheidsconstante is gewoon de waarde van de weerstand. In wisselstroomtheorie noemt men deze evenredigheidsconstante de reaktantie en wordt genoteerd X R = R voor een weerstand. Figuur 6.4: sinusoidaal regime voor een zuivere weerstand Figuur 6.5: vektordiagram voor een zuivere resistieve keten

6.3. ENKELVOUDIGE KETENS 6.7 6.3.2 Zuiver induktieve keten We hebben over een spoel L een sinusoidale spanning u = U sin(ωt) gezet. De stroom volgt uit de wet van Lenz. Zoals in vorig hoofdstuk besproken is er ook hier een overgangsverschijnsel doch we gaan in dit hoofdstuk enkel rekening houden met de regimeterm, met andere woorden de keten is reeds lang genoeg gesloten. dus i = e L = u = L di dt U sin(ωt) dt = u L Lω (sin(ωt π 2 )) We zien nu dat er wel een faseverschuiving is van π 2. Deze faseverschuiving is negatief dus de stroom ijlt na op de spanning.dit is fysisch duidelijk te verstaan.de spoel tracht de fluxverandering tegen te gaan. Dus de opkomende stroom, die het veld veranderd, zal zoveel mogelijk tegengehouden worden om de flux niet te veranderen.de spoel bouwt een tegenemk op zodat de stroom als hij nul is,en de fluxverandering dus maximaal niet door de keten kan vloeien en de flux niet verandert.omdat de flux stroom nodig heeft om te blijven bestaan in zijn oorspronkelijke staat zal ze als de stroom minimaal of maximaal wordt deze toch moeten doorlaten om de flux te behouden.dus er staat geen tegenemk over de spoel. Figuur 6.6: sinusoidaal regime van een zuiver induktieve keten Bovendien vinden we nu een ander evenredig verband tussen spanning en stroom namelijk U = ωli Dus niet enkel de fase verschilt ook de grootte gaat met een evenredigheidsfactor ω verschillen. Dit kan men algemeen neerschrijven als X L = jωl en deze evenredigheidsconstante noemt men de reaktantie.

6.8 HOOFDSTUK 6. INLEIDING TOT DE WISSELSTROOMTHEORIE Figuur 6.7: vektordiagram van en zuiver induktieve keten 6.3.3 Zuiver capacitieve keten Over een condensator C wordt een spanning u = U sin(ωt) gezet. De stroom volgt uit de definitie van de capaciteit u C = U sin(ωt) dt Ook hier treedt een overgangsverschijnsel op dat we verwaarlozen. We veronderstellen dat de keten reeds lang genoeg gesloten werd. u C = Q C = i dt C dus i = C du = CUω cos(ωt) dt en dit kunnen we schrijven als i = CUω sin(ωt + π 2 ) Figuur 6.8: sinusoidaal gedrag van een zuivere capacitieve keten en een evenredigheidsco- Nu vinden we een positieve faseverschuiving van π 2 efficient van 1 jωc

6.4. GEMENGDE SCHAKELINGEN 6.9 Figuur 6.9: vektordiagram van een zuiver capacitieve keten Met andere woorden de stroom ijlt voor op de spanning en de capacitieve reaktantie wordt voorgesteld door X C = 1 jωc Ook dit is fysisch te begrijpen. De condensator moet opladen en vraagt stroom om een spanning op te bouwen, dus eerst zal er stroom vloeien in de keten voor er spanning kan opgebouwd worden aan de klemmen van de condensator. 6.4 Gemengde schakelingen Hier kan men stellen dat in wisselstroomregime eender welk element in een schakeling zich gedraagt als een weerstand. Deze weerstand is wel frequentieafhankelijk, waardoor er zich bijkomende verschijnselen kunnen voordoen maar daar gaan in een volgend hoofdstuk op in. 6.4.1 De RL keten R en L worden in serie gezet. Dan wordt de vervangingsweerstand X t = X R +X L X t = R + jωl Dit stelt een complex getal voor dus zet men dit best om in een grootte en een fase met de gekende formules. Z = R 2 + (ωl) 2 (6.3) tgφ = ωl R (6.4)

6.10 HOOFDSTUK 6. INLEIDING TOT DE WISSELSTROOMTHEORIE In deze oplossing stelt Z de impedantie en φ de faseverschuiving voor. Figuur 6.10: vektordiagram van een RL keten oefening: Stel een weerstand van 4Ω en een 30 π mh staan in serie. Bereken de stroom in de keten als er een bron geschakeld werd van 200V. Dus de stroom wordt X R = 4Ω X L = 2π50 30 π = 3Ω Z = 4 2 + 3 2 = 5Ω φ = arctan 3 = 36, 8graden 4 I = 200 5 A = 40A met een faseverschuiving van (0 36, 8) graden dus de stroom ijlt na met 36,8 graden. 6.4.2 De RC keten R en C worden in parallel gezet. De vervangingsweerstand wordt Dit wordt uitgeschreven 1 = 1 + 1 X t X R X C 1 X t = 1 R + 1 1 jωc Vermits dit weer een complex getal is zetten we alles om in modulus (grootte) en fase. 1 X t = jωc + 1 R

6.5. VERMOGENS IN WISSELSTROOMKETENS 6.11 Figuur 6.11: vektordiagram van een RC parallelketen = jωcr + 1 R X t = R 1 + jωrc = R(1 jωrc) 1 2 + (ωrc) 2 De modulus en fase volgen uit de gekende formules (R M = 2 + (ωcr 2 ) 2 ) (1 + (ωrc) 2 ) 2 (6.5) φ = arctan( ωcr) (6.6) 6.5 Vermogens in wisselstroomketens In een DC circuit werd het vermogen gedefineerd als P = UI. Toen waren beide grootheden constant. Nu hebben we te maken met wisselende grootheden u = U sin(ωt) en i = I sin(ωt φ). Nu moeten we dus het produkt maken van deze beide grootheden p = u.i en dit levert een heel ander resultaat op. p = U.I. sin(ωt). sin(ωt φ) p = U.I.sin(ωt).(sin((ωt) cos(φ) cos(ωt) sin(φ)) p = U.I. cos(φ).sin 2 (ωt) U.I.sin(φ) cos(ωt) We zien hier twee componenten tevoorschijn komen namelijk een component in cos(φ) en een component in sin(φ). De component in cos(φ) noemt men het aktief vermogen P en de term cos(φ) noemt men de arbeidsfactor. Het is de arbeidsfactor die het rendement weergeeft van een circuit. Het reaktief vermogen geeft het vermogen weer dat tussen verbruiker en leverancier heen en weer slingert en brengt dus eigenlijk zuiver verlies teweeg en dient daarom maximaal vermeden te worden. De component in sin(φ) noemt men het reaktief vermogen Q.

6.12 HOOFDSTUK 6. INLEIDING TOT DE WISSELSTROOMTHEORIE Van de leveranciers op het Europese net moet een verbruiker een arbeidsfactor hebben van minstens 0.8. Ook aan boord dient men te letten op de arbeidsfactor want zoals reeds gezegd geeft dit het rendement weer van de elektrische installatie en als dit te laag ligt zal er teveel verbruik zijn van brandstof dat tot niets heeft geleid. Er bestaat een verband tussen het reaktief en aktief vermogen namelijk het schijnbaar vermogen S = U.I, en het verband wordt weergegeven in volgende formule. S 2 = P 2 + Q 2 Buiten een slecht rendement is er nog een belangrijk gevolg als men een slechte arbeidsfactor heeft namelijk om het nodige vermogen te leveren aan de verbruiker heeft men een grotere stroom I nodig. Dit heeft tot gevolg dat men Een groter jouleverlies heeft Dikkere geleiders, dus een duurdere installatie nodig heeft