Tennis. Algemene lesinformatie 3

Vergelijkbare documenten
Tennis. Algemene lesinformatie 1

Tennis. Algemene lesinformatie 2

Onder schooltijd: groep 5-6

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON DOELSTELLINGEN:

Kinderen tot 8 jaar. +/- 10 min Kern A2: Aanleren slag beweging bij de Forehand

Tennis Fit Oefeningen

MODULE VOLLEYBAL TWEEDE FASE

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.

Prinsen en prinsessen les 1. Doelen:

Let s Smash! StreetSmash Spellenboek Voor Sportleiders. Superhandig. boekje

Prinsen en prinsessen les 2. Doelen:

Volleybal binnen het basisonderwijs

Warming up. Shuttle tikkertje. Hoe lang? Doel van het spel Wat heb ik nodig? Organisatie. Start. Speelregels Hoe maak ik het makkelijker?

Overzicht Prestatie Niveau 3 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON

Prinsen en prinsessen les 4. Doelen:

Prinsen en prinsessen les 3. Doelen:

Je begint het spel badminton met de tos. De scheidsrechter gooit de shuttle in het midden van het veld de lucht in.

Overzichtskaart: Onder schooltijd, groep 3-4, groep van 30 leerlingen

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 VOLLEYBAL

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.

Overzicht Prestatie Niveau 2 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen

Het creëren van kansen en het scoren. Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen?

CMV Inhoudsopgave

Prinsen en prinsessen les 7. Doelen:

Overzichtskaart Kennismaken met Cool moves Volley

Circus les 1. Doelen:

Overzicht Prestatie Niveau 1 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 VOLLEYBAL.

Circus les 6. Doelen:

Basisprincipes. - Veel balcontacten. - Stoer, actie, smashen en scoren. - Veel beweging. - Makkelijk om mee te doen. - Als-dan-principe.

Training Week nummer Datum Trainingskern Oefening

Clear: Een verdedigende slag. De shuttle wordt hoog gepakt en hoog naar het achterveld van de tegenspeler gespeeld.

Spelend leren Kaatsen. met de zachte bal

Aankleding: speelgoed zwaarden, kroontjes, prinsen- en prinsessenkleding

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 HOCKEY.

Aanvang: - De bal mag vanaf elke plaats in het veld over het net worden gegooid, waarbij de bal het net mag raken.

Werkstuk LO Sport: Badminton

OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL

Tafeltennis in een ander jasje

Overzicht Prestatie Niveau 4 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen

Leskaarten muurkaatsen

Trainingsprogramma van 12 weken voor (beginnende) recreanten

CMV 6-7. Inhoudsopgave

Methode Mini Volleyball

SQUASH. 1. Spelregels. Schoenen: no black or dirty soles! Ballen: zwarte en blauwe ballen. Bril

Overzicht Prestatie Niveau 6 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen

De route naar de Glazen Kooi

Niveau 3 Onderarms spelen

Let s Smash! Handboek voor docenten in het basisonderwijs

Let s Smash! Handboek voor docenten in het basisonderwijs

MODULE BADMINTON Bron: Periode 2. Lestijd : 4 weken. Naam:

- De leerling gooit de bal op het moment dat er een grote kans is om een loper te raken.

De vernieuwde spelvormen

De shuttle: Shuttles worden in onze club gratis ter beschikking gesteld (recreatie én competitie)

Variatiemogelijkheden: - andere ballen - startpositie keerder/ retourneerder 2 meter achter de kaats

Hoe kan ik meer ballen in het dubbelspel aan het net wegvolleren?

TENNISSPELREGELS IN EEN NOTENDOP

Namens het jeugdbestuur van Sliedrecht Sport.

Is een service die direct op de vloer komt binnen de lijnen. Hij kan dus niet gepasst worden. (ze konden de bal niet terugspelen)

Prinsen en prinsessen les 9. Doelen:

CMV Inhoudsopgave

15 min. Stick Skills - Dominante hand hoog (3/4 de van de stick) - Andere hand helemaal bij het uiteinde van de stick

Beach Inhoudsopgave

Op vakantie les 8. Doelen: punt. vindt.

Spelregels School Moves Volley Arnhem

week 2014/33, training 2 1. Fysiek 1. Agility 1. Bewegingspatronen Movement Pattern Zie aandachtspunten bij oefening Uitleg oefening

Diploma Squashen. Squashvereniging Amsterdam

poortschietspel vaste afstand

Aankleding: ballonnen, slingers, rode neuzen, jongleerspullen,

FLUITEN NIVO 1 T/M 3 Niveau 1 Gooien, vangen, bewegen Beginbal Spelregels Wanneer is het spel dood? Wat gebeurt er als het spel dood is?

TENNISSPELREGELS IN EEN NOTENDOP

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 VOLLEYBAL. DOELSTELLINGEN:

Inspelen met z'n allen

TENNIS SECTIE A OFFICIËLE ONDERDELEN SECTIE B WEDSTRIJDREGELS

Tips en aanwijzingen voor niveau 1 & 2

Kennismaken met volleybal

Warming up. Lessen pupillen. Doel: - snelheid voetenwerk. - in tweetallen tikken op de plaats. Materiaal: - hoepels - pilonnen

Clinic SmashVolley Eurovolleycenter Vilvoorde maandag 28 november 2016

CIOS Arnhem Sporting Events SPELREGELS. Sportdag Sportaccentscholen

Regels voor het schoolvolleybaltoernooi

LES 3. GROEP: 3 t/m 8 BADMINTON

Training Week nummer Datum Trainingskern Oefening

Prinsen en prinsessen les 6. Doelen:

G. Het verbeteren van het verdedigen

De Strafworp. Allereerst worden algemene punten genoemd waarmee een oefening gevarieerd kan worden.

Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2. Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Thema Aantal 24. Les. Beginopstelling veld

Op vakantie les 9. Doelen: zich snel te verplaatsen. handen. punt. (open ruimte opzoeken)

LES 1. GROEP: 3 t/m 8 HANDBAL DOELSTELLINGEN:

Opstel LO Boksen en volleybal

B. Technische vaardigheden

Transcriptie:

Algemene lesinformatie 3 Les 3: De rally winnen/beëindigen De student is in staat om: Om op verschillende manieren volleys en smashes te slaan in dubbel- en enkelspel. Aan te geven welke principes gelden bij het afmaken van een punt. Zelfstandig spel- en oefenvormen op te starten en te onderhouden. Met aandacht en begrip, focus, werklust en strijdlust aan de les deel te nemen. Samen te werken en te overleggen. Met druk en tegenslag om te gaan. 12 (junior) rackets om een groep van maximaal 24 studenten te kunnen bedienen. 20 zachte ballen (stage 3/rood eventueel aangevuld met foamballen) zodat er per student een bal beschikbaar is. 20 pylonen om de situaties te kunnen structureren. 8 banken of lint om 4 tot 6 velden te kunnen maken. White board of flip over om leerdoelen en of toernooischema s op te kunnen noteren. Organisatiestructuur Een (standaard) sporthal 4-6 aparte veldjes 4 studenten per veldje 4 rackets en 2 ballen per veldje Groepsindeling Er wordt gewerkt in viertallen per veldje. Oefen- en spelvormen zijn geschikt voor twee- en viertallen. Uiteraard kan er gekozen worden voor het werken in verschillende twee- en viertallen gedurende de les. De startactiviteit is onder andere bedoeld om tweetallen te formeren die min of meer op hetzelfde beweegniveau zitten. Bij de volgende, specifieke vormen, staan vervolgens steeds twee uitvoeringsniveau s uitgewerkt. Doorstroming Deze les wordt wederom klassikaal gegeven. Op elk veldje wordt dezelfde oefen- of spelvorm gedaan. Wachtende en spelende studenten bij vormen geschikt voor twee, wisselen elkaar af. Arbeid/rust verhouding Er wordt gewerkt in de verhouding 1:1 en 1:2. 1 Algemene lesinformatie 3

Startactiviteit; een rally spelen om (in)direct te scoren (15 minuten) De studenten laten ervaren hoe je een punt kan afmaken (tegenstander op jagen en dan direct of indirect scoren) Opdrachtbeschrijving De docent komt kort terug op de vorige les. Wat hebben we gedaan en wat heb je geleerd? Het ging om forehands en backhands en de ervaring om het punt op te bouwen door de bal bewust in de ruimte te plaatsen. De docent legt uit dat we vandaag technisch gezien inzoomen op volleys en smashes, tactisch op het afmaken van een punt en de volley-opstelling in dubbelspel en in het algemeen op samenwerken en overleg. Per tweetal wordt geprobeerd over te spelen, waarbij elke student probeert de ander op te jagen door ruimte te creëren en de bal in de ruimte te slaan. De nadruk ligt echt op proberen. is om de ander zo op te jagen dat een fout gemaakt wordt (indirect scoren) of zelf directer te scoren door de bal nog scherper te plaatsen en of harder te slaan. De docent geeft nogmaals de rode lijn aan van de lessen: van punt starten (les 1), via punt opbouwen (les 2) naar punt afmaken (les 3). De laatste les zal in het teken staan van het spelen van een toernooi. De docent geeft verschillende baanlengtes aan (middels de aanwezige belijning in de zaal) om te laten ervaren hoe hard/zacht/hoog/laag/diep/ondiep geslagen moet worden om samen over te kunnen spelen binnen deze opdracht. Nadat de bal twee keer is fout geslagen, wisselt het tweetal met het wachtende tweetal op hun baantje. Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: speler, ontdekker (= de studenten proberen zelfstandig een speelbare rally te ontwikkelen, rekening houdend met elkaars niveau) Regelrollen: sparringspartner (= de studenten proberen elkaar op te jagen, om daarna (in-)direct het punt te willen winnen. Per tweetal een bal Twee tot vier rackets 2 Startactiviteit; een rally spelen om (in)direct te scoren

Activiteit 1; de volley ervaren (10 minuten) De studenten laten ervaren wat een forehand en backhand volley inhoudt en dit ontwikkelen door de principes van balans (stevig staan) en gevoel voor een duw zwaai, op een aangegooide bal. Extra: op een geslagen bal. Opdrachtbeschrijving Er wordt gewerkt in tweetallen. Een student in de rol van trainer (staand op de baseline), de ander oefent volleys.(staand op ruime afstand van het net) Degene die oefent, mikt de volleys richting de uitgevouwen krant. De trainer vangt de bal. De trainer gooit gericht bovenhands aan op forehand en backhand zijde. Elke keer als de krant geraakt wordt, wordt de krant dubbelgevouwen. Hoe klein is de krant na 10 volleys? Het voorbeeld van de docent laat balans ( stevig staan ) en de vorm van een duw beweging zien. Extra opdracht: de trainer slaat de ballen aan. Hoe klein wordt de krant nu? Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: net speler Regelrollen: scheidsrechter (= de studenten onderhouden zelfstandig de wedstrijd, geven eerlijk aan of de bal op de krant kwam) en trainer (= kunnen aangooien/aanspelen in dienst van een student die een slag oefent) Per tweetal een bal Vier rackets Twee krant pagina s als mikpunt Spel- en veiligheidsregels Wanneer beide tweetallen op beweegniveau 2 werken, is een tegenovergestelde opstelling aan te raden. (zaagtandopstelling) 3 Activiteit 1; de volley ervaren

Activiteit 2; de smash ervaren (10 minuten) De studenten laten ervaren wat een smash inhoudt en dit ontwikkelen door balans (tegen de bal aanleunen) en gevoel voor de bal op de kop slaan. Extra: De studenten laten waarnemen welke slag (volley of smah) gespeeld moet worden. Er is minder tijd, aangezien de ballen ad random aankomen Opdrachtbeschrijving Er wordt gewerkt in tweetallen. Een student in de rol van trainer (staand op de baseline), de ander oefent smashes.(staand op ruime afstand van het net) Degene die oefent, mikt de smash richting de uitgevouwen krant. De trainer vangt de bal. De trainer gooit gericht bovenhands hoog aan op forehand zijde. Elke keer als de krant geraakt wordt, wordt de krant dubbelgevouwen. Hoe klein is de krant na 10 smashes? Het voorbeeld van de docent laat balans ( tegen de bal aanleunen ) en het raakpunt van de bal zien. Extra opdracht: de trainer probeert willekeurig aan te gooien. (volleys en smashes) Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: baseline speler Regelrollen: Aangever/trainer (= de studenten spelen zo aan, dat de ander een bepaalde slag kan oefenen) Per tweetal een bal Vier rackets Twee kranten als mikpunt Spel- en veiligheidsregels Wanneer beide tweetallen op beweegniveau 2 werken, is een tegenovergestelde opstelling aan te raden. (zaagtandopstelling) 4 Activiteit 2; de smash ervaren

Activiteit 3; dubbel dubbelen (10 minuten) De studenten in dubbelspel gefocused en met werklust te laten strijden tegen elkaar. Opdrachtbeschrijving Er wordt (samen-)gewerkt in viertallen, twee teams van twee spelers. Een team start op de eigen achterlijn (side by side). Het andere team start aan het net. (side by side) De bal wordt onderhands opgeslagen richting een volleerder van het andere team. Deze volley wordt netjes teruggespeeld, waarna het punt wordt uitgespeeld. Er mag ook gesmasht worden! Wanneer een team drie punten heeft gescoord (bij 2-2 het winnende punt spelen), mag het de posities aan het net innemen. Met andere woorden: het doel is aan het net komen en daar zo lang mogelijk blijven staan! Laat de studenten strijden en eventueel gefrustreerd raken, maar begeleidt het omgaan met gevoel van tegenslag en druk in deze spelvorm. Extra opdracht: beide teams beginnen in one up opstelling. Degene die opspeelt loopt achter zijn bal aan richting het net. Daarna direct het punt uitspelen. Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: dubbelaar, netspeler, baselinespeler, wedstrijdspeler. Regelrollen: scheidsrechter, samenwerken en strijden (= geconcentreerd samen een spelvorm doen, tegen een ander team in dit geval) Per viertal een bal Vier rackets Eventueel een white board om de verschillende opstellingen op uit te leggen. 5 Activiteit 3; dubbel dubbelen

Lesafsluiting- reflectie- voorbereiding toernooi Beschrijving Studenten kunnen zelfstandig zoeken via Google naar instructiefilmpjes op You Tube, met zoekwoorden als Dynamic Tennis en Tenniskids en Great Doubles Tot slot: 1. Mogelijkheid tot gerichte reflectie: Wat waren jullie ervaringen? Is de volley en smash nu moeilijk? Wat heb je technisch geleerd? En tactisch? Welke manieren zijn er om een punt te winnen? Wie kan herhalen wat jullie afspraken waren in het dubbelspel? Heb je met aandacht deze les gevolgd? Wie raakte gefrustreerd bij de spelvorm 3? Zo ja/nee, waar merkte je dat dan aan bij jezelf? 2. Voorbereiden van de toernooiles voor week 4. De docent maakt deze les de 6-12 teams die volgende week een toernooi spelen. De docent geeft aan dat de organisatie van het toernooi in handen ligt van de docent, maar dat de leiding ervan ligt in handen van een (meespelend) team, die aan het begin van volgende week pas wordt aangewezen. Het speelschema, de veldindeling en de materiaallijst wordt op papier uitgereikt aan de teams. (1 exemplaar per team, zodat zij overleg gaan voeren) Eventuele vragen kunnen worden beantwoord door de docent. De teams moeten dit bestuderen ter voorbereiding op de toernooiles, in de verwachting dat zij worden aangewezen (naast hun rol als spelend team) om op te treden als toernooi leiding. 6 Lesafsluiting- reflectie- voorbereiding toernooi

Begeleidingskaart 3 Tips Loopt 't Wat zie je Wat doe je Wat zeg je Het niveauverschil tussen de partners is te groot. Maak andere tweetallen. De leerlingen houden de neiging te hard te willen slaan. Het samenwerken laat te wensen over. Coach op zachter slaan en of creëer direct mikpunten. Voer een gesprek over samenwerken, benoem gewenst gedrag en controleer de voortgang. De mikpunten zijn te klein Creëer grotere mikpunten door de beschikbare lijnen te gebruiken Er wordt te hard geslagen Coach op gericht slaan en gooien. Ondersteun dat nogmaals met een voorbeeld. Leeft 't Wat zie je Wat doe je Wat zeg je De leerlingen willen na het uitproberen strijden. Laat de leerlingen zoeken naar een manier om punten tegen elkaar te spelen. De leerlingen spelen niet eerlijk. Het spel verloopt te statisch De leerlingen verliezen interesse Voer een gesprek over eerlijk spelen en de uitdaging van het wedstrijdelement, benoem gewenst gedrag, controleer de voortgang. Coach hen op elkaar iets meer te laten lopen, zonder dat de rally snel afgelopen is (= meer een kat-en-muis patroon) Wanneer je direct scoort met een smash (zoals bij een ace met een service) krijg je een leven Lukt 't bijna Wat zie je Wat doe je Wat zeg je De leerlingen hebben moeite met de verschillende slagen door elkaar heen. Coach de leerlingen om zo veel mogelijk forehands te gebruiken. De bal gaat te snel. Er is totaal geen gevoel voor de smash Gebruik, indien voorradig, een foam bal. Gebruik, indien voorradig, een foam bal en of adviseer een hele hoge volley beweging. 7 Begeleidingskaart 3

De one up opstelling leidt tot weinig spectaculaire rally s. De leerlingen hebben geen moeite met verschillende slagen door elkaar heen. Laat in ieder geval side by side beginnen. Vergroot het veld. 8 Begeleidingskaart 3

techniek tips; volley en smash Beschrijving Volley s: Uitgangshouding racket voor je en twee handen aan het racket. Racketblad wijst omhoog. Stabiel blad op het raakpunt. Houd het hoofd stil. Zorg dat het racketblad niet zwaait; maak een compacte beweging. Sta klaar als een keeper. Een korte beweging is noodzakelijk om de bal te blokken/vertragen. De student start met indraaien zodra gezien wordt dat het een volley wordt (zien=doen). Blijf even staan voor de foto. Breng het racketblad vlak boven het raakpunt. Zet af vanuit het achterste been tegen de bal aan. Leun tegen de bal aan op het moment van raken. Smash: Beweging lijkt op een service, maar dan heel compact. Draai met de schouders dwars op het net, zodra je de lob ziet aankomen, stijg met twee armen direct naar de gebogen elleboog-positie. Het lichaam moet gestrekt zijn bij het raakpunt. Leun tegen de bal aan op het moment van raken. Heb het gevoel dat je de bal op zijn kop kan raken 9 techniek tips; volley en smash