Excel Inleiding Het woord computer betekent zoiets als rekenmachine. Daarmee is is eigenlijk aangegeven wat een computer doet. Het is een ingewikkelde rekenmachine. Zelf voor tekstverwerken moet hij rekenen. Soms gebruik je de computer om echt te rekenen. Voor een kleine berekening gebruik je vaak de rekenmachine van de computer. Voor ingewikkelde berekeningen kun je beter een spreadsheet gebruiken. Dit is een blad met vakjes. Je leert er in deze module mee werken. Het meest gebruikte spreadsheet programma is Excel.
Cellen, kolommen en rijen Dit zijn de termen (namen) die je gebruikt in Excel. E RIJ 8 K O L O M B Een spreadsheet bestaat uit allemaal vakjes. Die vakjes worden cellen genoemd. Een aantal cellen onder elkaar noem je een kolom. Een aantal cellen naast elkaar noem je een rij. Een kolom duid je aan met de letter die erboven staat. Zo heb je kolom A, kolom B enzovoort. Een rij duid je aan met een getal, bijvoorbeeld rij 1, rij 300 en rij 63636. Een cel duid je aan met een letter en een getal, bijvoorbeeld cel A2, cel B7, cel Z674. Start het programma Excel. Open het bestand Termen. Typ ergens in kolom E het woord kolom. Typ ergens in rij 15 het woord rij. Typ in het blauwe vakje het woord cel. Sla het bestand op onder de naam Excel1 (in de map Excel).
Formules Je kunt in de cellen getallen en teksten invullen. Met de getallen kun je rekenen. Hiervoor moet je formules in een cel zetten. Een formule begint altijd met een =. De uitkomst van de formule zie je in de cel. De formule zelf kun je zien in de formulebalk. Als je hem niet kunt zien, kun je formulebalk aanzetten via het menu (Beeld/Formulebalk) Enkele voorbeelden van formules zijn: =A1+C3 deze formule telt de inhoud van cel A1 op bij de inhoud van cel C3. =A4*12 deze formule vermenigvuldigt de inhoud van cel A4 met 12. =Z3/7 deze formule deelt de inhoud van cel Z3 door 7. Open een leeg werkblad van Excel typ in cel B1 het getal 75 typ in cel B2 het getal 25 We willen dat Excel de inhoud van cel B1 en B2 optelt en de uitkomst zet in B3. Zet in A3 de tekst B1 + B2. Er gebeurt nog niets want de formule moet nog worden gezet in B3. Typ in B3 de juiste formule. We willen dat Excel de inhoud van cel B2 aftrekt van de inhoud van cel B1 en de uitkomst zet in B4. Zet in A4 de tekst B1 B2. Er gebeurt nog niets want de formule moet nog worden gezet in B4. Typ in B4 de juiste formule.
We willen dat Excel de inhoud van cel B1 vermenigvuldigt met de inhoud van cel B2 en de uitkomst zet in B5. Zet in A5 de tekst B1 x B2. Er gebeurt nog niets want de formule moet nog worden gezet in B5. Typ in B5 de juiste formule. We willen dat Excel de inhoud van cel B1 deelt door de inhoud van cel B2 en de uitkomst zet in B6. Zet in A6 de tekst B1 : B2. Er gebeurt nog niets want de formule moet nog worden gezet in B6. Typ in B6 de juiste formule. Sla het bestand op als Excel2.
Functies Functies zijn slimme formules. Meestal gebruik je ze voor een reeks cellen, bijvoorbeeld de cellen A1 tot en met B6. Je kunt deze reeks zo opschrijven: (A1:B6). Om de inhoud van deze cellen op te tellen kun je de functie SOM gebruiken. De formule luidt dan: =SOM(A1:B6) Dit is véééééééééééééél korter dan =A1+A2+A3+A4+A5+A6+B1+B2+B3+B4+B5+B6 Enkele andere functies zijn: AANTAL, AFRONDEN, GEMIDDELDE, VANDAAG, NU, MAX en MIN. Open een leeg werkblad van Excel. Vul de cellen van A1 t/m B6 met willekeurige getallen. We willen dat Excel alle twaalf getallen optelt. Typ in cel A8 de lange formule. Typ in cel B8 de slimme formule (met behulp van een functie). Typ in A9 gemiddelde. Typ in B9 de formule, die het gemiddelde van de twaalf getallen uitrekent. Typ in A10 grootste getal. Typ in B10 de formule, die het grootste getal van de twaalf getallen uitrekent. Typ in A11 kleinste getal. Typ in B11 de formule, die het kleinste getal van de twaalf getallen uitrekent. Sla het bestand op als Excel3.
Zoek uit wat de functie AANTAL doet. Zoek uit wat de functie NU doet Zoek uit wat de functie VANDAAG doet. Voor de functies die heel vaak worden gebruikt, heeft Excel een knop gemaakt, zodat je de formule niet hoeft te typen. Je vindt de knop bij het tabblad <Start> in het lint bij <Bewerken> of bij het tabblad <Formules> in het lint bij <Functiebibliotheek>. Je moet dan de reeks waarvan je bv. het gemiddelde wilt weten selecteren plus de cel waarin je het gemiddelde wilt plaatsen. Vervolgens gebruik je de hierboven staande knop en zoekt de functie uit die je moet hebben. Probeer het maar eens.
Tekst en getallen invoeren Open in Excel en nieuw bestand. Typ in cel A1 je voornaam. Typ in cel A2 het volgende in: 16,25 Typ in cel A3 het volgende in: 16.25 Excel herkent 16,25 als een getal, dit wordt automatisch rechts uitgelijnd in de cel. Excel herkent 16.25 als tekst, deze wordt automatisch links uitgelijnd in de cel. Let dus goed op. Gebruik jij het verkeerde decimale teken, dan zal Excel niet kunnen rekenen omdat het voor Excel tekst is en niet een getal. Je kunt Excel ook anders instellen. We gaan er in deze cursus vanuit dat je de Nederlandse notatie gebruikt. Dubbelklik op cel A1. Wijzig je voornaam in je voornaam en achternaam. Typ in cel A4: Het is mogelijk om lange zinnen in een cel te zetten. Typ in cel B4: De andere tekst valt nu weg. De tekst valt weg omdat de kolom te smal is en er in de kolom ernaast iets is ingevuld. Je leert nog hoe je de kolom breder kunt maken. Je kunt behalve in de cel ook typen in de formulebalk. Als je hem niet ziet, moet je hem aanzetten bij het tabblad <Beeld> Vink bij <Weergeven> Formulebalk aan. Sla het bestand op als Excel4.
Hoe kun je tekst in meer regels in een cel zetten? Als je geen leeg werkblad voor je hebt, open dan een nieuw bestand bij het tabblad <Bestand> en vervolgens <Nieuw> en dan Lege werkmap Tik in cel A4: Beste Jan, Druk op de toetsen ALT-Enter. De cursor springt naar beneden. Tik in: Ik zit in een cel en druk op Enter. Sla het bestand op als Excel5. 8
Datum en breuk invoeren Open het bestand Breuk. Typ in cel A3 de volgende breuk: 1/9. Handig hè, het is een datum! Vul nu in cel A4 het volgende in: 0 1/5. (tussen 0 en 1 een spatie) Typ in cel A5 de volgende breuk 0 2/4 Excel vereenvoudigt de breuk meteen. Typ in cel A6 de volgende breuk 0 6/9 Ook nu vereenvoudigt Excel de breuk. Vul nu in de cellen G3 tot en met G6 verschillende breuken in. Vul in cel C8 de volgende datum in: 25 september 2006. Soms verandert Excel de datum in een andere opmaak. Om toch een andere weergave in de cel te krijgen, moet je de cel eigenschappen aanpassen. Selecteer cel C8. Klik bij het tabblad <Start> in het lint bij <Getal> op het pijltje rechts beneden Kies het tabblad <Getal> Kies bij Categorie voor Datum. Kies bij Type een andere weergave. Klik op OK. Verander de datum in de datum van vandaag. Sla het bestand op als Excel6.
Hoe wijzig je de naam van een werkblad? In een spreadsheet kun je gegevens overzichtelijk opslaan door gebruik te maken van meerdere werkbladen. Open het bestand Zomer. Klik op het tabblad <Blad2> De gegevens van de maand juni zijn nu zichtbaar. Klik nu ook op de andere tabbladen voor de overzichten van de maanden juli en augustus. Eigenlijk zouden de tabbladen een andere naam moeten hebben. Dubbelklik op het tabblad <Blad1> Verander de naam in Totaal. Verander de namen van de andere tabbladen in juni, juli en augustus. Sla het bestand op als Excel7.
Afmetingen van een kolom of rij aanpassen Open het bestand Opbrengst. Je ziet dat de namen niet in kolom A passen. Klik op cel A6. Kijk in de formulebalk, bovenaan het scherm Je ziet de volledige naam Hadassa wel in de formulebalk. Ga nu bovenaan de kolommen staan, precies tussen A en B in. De aanwijzer verandert in een dubbele pijl. Sleep het streepje naar rechts, totdat alle namen in kolom A passen. kolom B zie je allemaal hekjes. Die zie je als een getal te groot is voor cel. Ga bovenaan tussen de kolommen B en C staan. Sleep het streepje naar rechts, tot je alle bedragen ziet. rijen 9 en 11 zijn niet goed leesbaar. Je gaat deze rijen hoger maken. Ga links van de rijen staan, precies tussen rij 9 en rij 10. De aanwijzer verandert in een dubbele pijl. Sleep het streepje naar beneden tot de rij net zo groot is als andere rijen. Maak ook rij 11 hoger. Sla het bestand op als Excel8. Als je dubbelklikt op het streepje tussen de gekleurde vakjes wordt de breedte of de hoogte aangepast aan de inhoud van de cel.