INFORMATIE GROEP 7 Kenmerken: De meeste kinderen krijgen wat meer oog voor wereldse problemen, tevens komen ze met allerlei vragen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ze verwachten exacte antwoorden en laten zich niet met een kluitje in het riet sturen. De eerste kinderen (meisjes) komen in de prepuberteit. De jongens blijven op dat punt achter. Accenten: Technieken die in de voorgaande jaren zijn ingeoefend, komen nu in een vervolgfase. De zelfstandigheid dient groter te worden. Het kind moet leren meer voor zichzelf te werken, dan voor de leerkracht. Organisatie: De kinderen zitten in groepen, met tweetallen of alleen als zij hun eigen werk maken. Om goed te zorgen voor hun gemeenschappelijke spullen en het lokaal is er elke week een ander tweetal klassendienst. In groepen wordt er soms samen gewerkt. Samen werken houdt in dat de kinderen moeten leren om rekening met elkaar te houden wanneer het werk dit eist, maar houdt ook een stuk overleg in, leren om samen een bepaald probleem aan te pakken, op te lossen. Samenwerken komt alleen dan tot stand als de leerlingen op basis van goed vertrouwen en respect elkaars standpunten kunnen accepteren. Zelfstandig werken. Dit zijn bewust ingebouwde momenten waarbij de leerkracht tijd heeft om kinderen die extra uitleg/hulp nodig hebben bij bepaalde vakken te begeleiden zonder daarbij gestoord te worden door de andere kinderen. De kinderen die deze extra begeleiding niet nodig hebben werken op dat moment zelfstandig aan hun eigen taken zonder daarbij de leerkracht te storen. Bij dit zelfstandig werken wordt gebruikt gemaakt van een taakbrief. De kinderen kunnen zelf bepalen in welke volgorde ze hun werk maken. Als ze een bepaalde opdracht af hebben, kunnen ze dat aangeven op die taakbrief. Op de taakbrief staat ook het gewone weekprogramma. Bij bijna alle vakgebieden werken we als volgt: een aantal weken wordt er gewerkt aan de basisstof, daarna volgt een toets, er wordt gekeken of de stof wordt beheerst. Kinderen die de stof nog niet voldoende beheersen, krijgen extra uitleg en maken herhalingsstof (evt. thuis oefenen). De kinderen die de basisstof wel voldoende beheersen krijgen verdiepingsstof aangeboden. Bij de zaakvakken kan de stof vaak thuis worden geleerd. Naast methode gebonden toetsen krijgen de leerlingen ook landelijk genormeerde toetsen (CITO LVS) waaruit kan blijken of een kind wel of geen extra ondersteuning nodig heeft. In overleg met de interne begeleider en de ouders (en eventueel na een nader onderzoek van Perspectief) kan dan besloten worden een hulpprogramma op te zetten, waarbij ook huiswerk kan behoren. De vakken: Taal:
Dagelijks staat dit op het programma. We werken met de methode Taal op maat Deze methode bestaat uit een taal- en een spellingsgedeelte. In het taalboek komen spreken, luisteren, woordenschat, taalbeschouwing en stellen aan de orde. Het taalboek bestaat uit blokken van 8 lessen, onderverdeeld in leerkracht gebonden lessen en lessen die de leerlingen zelfstandig moeten maken. Elk blok wordt afgesloten met een toets, waarna remediëring kan volgen. In het spellingsgedeelte worden de spellingafspraken van de voorgaande jaren herhaald en er komen weer nieuwe bij. Ook wordt er veel aandacht besteed aan de werkwoordspelling. Twee keer per week wordt er spelling gegeven en na twee lessen volgt er een dictee. Schrijven: Een maal per week wordt er aandacht besteed aan methodisch schrijven. Dit gebeurt door een liedje, een gedicht o.i.d. zo mooi mogelijk na te schrijven. Lezen: We werken twee keer per week met de methode Tussen de regels. Dit is een methode voor begrijpend en studerend lezen. Ook het onderdeel woordenschat komt aan bod. Instructielessen worden afgewisseld met zelfstandige werklessen. Les 6 is een soort toetsles, waarbij de leerkracht kan zien of de lesstof van de vorige lessen goed onthouden is. Elke leerling heeft de beschikking over een leesboek, twee werkboeken en een toetsboek. Verder hebben we twee keer per week stillezen en 2 x dutorlezen.. Rekenen/wiskunde: Dagelijks staat dit onderdeel op het programma. We gebruiken de methode "Pluspunt". De leerstof is geordend in 12 blokken. Een blok bestaat uit 15 lessen rondom een bepaald thema. In elk blok komen 6 leerkrachtgebonden lessen voor. De overige lessen werken de leerlingen zelfstandig. Extra aandacht is er voor breuken, inhoudsmaten en het sparen van geld. Engels: Een maal per week een vreemde taal. We laten de kinderen kennismaken met de Engelse taal. Spelenderwijs leren ze in korte tijd de taal te verstaan en kunnen ze zelf een aardig woordje spreken. We gebruiken de methode "Bubbles. Aardrijkskunde: De nieuwste versie van Wijzer door de Wereld wordt door ons gebruikt. Het is een regionaal thematische methode waarbij in elk hoofdstuk een regio centraal staat, gekoppeld aan een thema. De topografie sluit aan bij het hoofdstuk. Er worden 8 hoofdstukken behandeld. Ieder hoofdstuk bestaat uit 3 lessen basisstof en een toetsles, gevolgd door herhaling en verdieping. Elk thema sluiten we af met een aardrijkskundige toets en een topotoets. N.a.v. de toets gaan de kinderen aan de slag met de Kies wijzer. Leerlingen die uitvallen tijdens de toets maken de herhalingsopdrachten van de Kies wijzer. De overige leerlingen maken verdiepingsopdrachten. Het materiaal van Wijzer door de Wereld is in sterke mate gericht op zelfstandig werken. De kinderen leren en verwerken de stof door vragen in het werkboek te beantwoorden en opdrachten uit te voeren. Naast Wijzer door de Wereld nieuwste versie, gebruiken we ook de nieuwste versie van Wijzer door de Tijd (geschiedenis) en Wijzer door de Natuur en Techniek. Deze methoden hebben alle drie dezelfde heldere en compacte organisatiestructuur. Geschiedenis: We werken met de nieuwe methode "Wijzer door de tijd".
Dit jaar wordt de geschiedenis behandeld vanaf de Middeleeuwen tot en met Napoleon (ong. 1800) Natuur- en techniekonderwijs: Wijzer door natuur en techniek is een methode die 1x per week gebruikt wordt. Drie hoofdstukken horen bij natuurles en 2 hoofdstukken horen bij techniek. Na 1 of meer hoofdstukken worden de aangeleerde onderwerpen met proefjes uitgeprobeerd. Verkeer: Hoe dien ik me te gedragen in het verkeer, welke regels zijn er, wat betekenen al die borden? Met behulp van de verkeerskrant Op voeten en fietsen (VVN) proberen we deze vragen te beantwoorden. In april 2012 nemen de kinderen deel aan het verkeersexamen. Met het oog daarop maken de kinderen ook verkeersproeven en wordt er aandacht besteed aan de rijvaardigheid. Ook maken we gebruik van de methode Wegwijs. Informatie inwinnen: Er wordt in het documentatiecentrum en thuis gewerkt om te komen tot een werkstuk m.b.v. een stappenplan. Hierbij kan ook van de computer gebruik gemaakt worden. Verder bereiden ze thuis 1x een spreekbeurt en 1x een boekbespreking voor. Sociaal-emotionele ontwikkeling: De sfeer in de klas moet goed zijn en de kinderen moeten zich op school veilig voelen. Omgaan met de ander is belangrijk en als het eens fout gaat zullen we daarover gaan praten. Regelmatig komen tijdens kringgesprekken onderwerpen aan de orde die met dit onderwerp te maken hebben. Ook aan samenwerken zal aandacht worden besteed. De methode Goed gedaan is ook een hulpmiddel, wanneer we de methode gebruiken, krijgt u als ouders daarover een brief. Bewegingsonderwijs: Dit doen we twee keer per week in de gymzaal of op het veld. Sportkleding is verplicht. Ook het douchen na de les is verplicht. We werken aan de hand van het gemeentelijk gymprogramma. Twee keer per jaar komt de gymconsulent een periode op school. Tekenen: De kinderen hebben 1 uur in de week tekenen m.b.v. de methode "Tekenvaardig". Ze leren omgaan met verschillende materialen en technieken. Crea: Een keer per week werken de kinderen in groepjes met behulp van ouders met verschillende materialen en leren omgaan met verschillende gereedschappen. Muziek: Dit onderdeel komt om de week aan de orde. Er wordt gebruik o.a. gemaakt van de methode Muziek moet je doen. Godsdienstonderwijs/humanistische vorming:
Drie kwartier per week, wanneer u daar als ouder voor gekozen hebt. De godsdienstlessen worden verzorgd door mevr. Margreeth Oldenhuis. Daarnaast wordt er humanistische vorming gegeven door mevr. Truus van de Kolk. De kinderen die zich niet hebben opgegeven voor de godsdienstlessen of humanistische vorming, zijn aan het werk onder begeleiding van de leerkracht. Zorgbreedte: De ontwikkeling van een kind verloopt niet altijd volgens de verwachtingen. Soms is er extra ondersteuning nodig. Om kinderen goed te kunnen volgen in hun ontwikkeling wordt er regelmatig getoetst (Cito Leerlingvolgsysteem). De leerkracht zal in eerste instantie zelf de hulpverlening opstarten, maar hij of zij kan altijd terugvallen op de ondersteuning van de interne begeleider. Soms bestaat de behoefte om leerlingen te bespreken met een collega uit het speciaal onderwijs. Naast deze begeleiding kunnen we ook een beroep doen op de deskundige hulp van ons eigen Kenniscentrum. Er kan dan een hulpprogramma(handelingsplan) opgestart worden. De leerkracht geeft het kind extra uitleg/ondersteuning bij die vakken waar hij/zij nog extra hulp nodig heeft. Extra ondersteuning van de Interne begeleidster en/of aanpassing van de leerstof en/of extra inoefening thuis behoren hierbij tot de mogelijkheden. Kinderen krijgen op verschillende momenten extra uitleg/ondersteuning bij die vakken waar zij nog extra hulp nodig hebben en eventueel uitleg ontvangen/overhoord worden van hun hulpprogramma s (opgesteld door de interne begeleider en leerkracht). De andere kinderen houden zich dan bezig met hun eigen werk of kiezen uit de keuzekast (reken-, taalspelletjes, gezelschapsspelen, lezen, enz.) Zie het zelfstandig werken. Heeft U ondanks bovenstaand verhaal nog vragen, kom er dan mee en wacht er niet mee, daarvoor is Uw kind te belangrijk. Neem dus bij problemen contact met ons op. Wij trekken ook aan de bel als wij problemen signaleren bij Uw kind. de leerkrachten.