VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN

Vergelijkbare documenten
Wiskundige Structuren

Fundamenten. Lerarenprogramma Mastermath, versie 2015/12/02. Theo van den Bogaart Bas Edixhoven

Notatie van verzamelingen. Lidmaatschap. Opgave. Verzamelingen specificeren

II.3 Equivalentierelaties en quotiënten

We beginnen met de eigenschappen van de gehele getallen.

III.3 Supremum en infimum

Verzamelingen. Hoofdstuk 5

I.3 Functies. I.3.2 Voorbeeld. De afbeeldingen f: R R, x x 2 en g: R R, x x 2 zijn dus gelijk, ook al zijn ze gegeven door verschillende formules.

opgaven formele structuren deterministische eindige automaten

Getaltheorie I. c = c 1 = 1 c (1)

verschil vervanging = (A A ) (A B ) distributie = U (A B ) inverse = A B identiteit

V.4 Eigenschappen van continue functies

opgaven formele structuren tellen Opgave 1. Zij A een oneindige verzameling en B een eindige. Dat wil zeggen (zie pagina 6 van het dictaat): 2 a 2.

Verzamelingen deel 3. Derde college

III.2 De ordening op R en ongelijkheden

V.2 Limieten van functies

NATUURLIJKE, GEHELE EN RATIONALE GETALLEN

Verzamelingenleer. Inhoud leereenheid 5. Introductie 9

Supplement Verzamelingenleer. A.J.M. van Engelen en K. P. Hart

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A Met beknopte uitwerking

Hoofdstuk 1 : De reële getallen

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

Oefening 2.2. Welke van de volgende beweringen zijn waar?

Hoofdstuk 1. Inleiding. Lichamen

Oefenopgaven Grondslagen van de Wiskunde A

Enkele valkuilen om te vermijden

1 Kettingbreuken van rationale getallen

Uitwerkingen toets 9 juni 2012

Inleiding Analyse 2009

Automaten. Informatica, UvA. Yde Venema

Getallen, 2e druk, extra opgaven

Je hebt twee uur de tijd voor het oplossen van de vraagstukken. µkw uitwerkingen. 12 juni 2015

Wiskundige beweringen en hun bewijzen

Gödels theorem An Incomplete Guide to Its Use and Abuse, Hoofdstuk 3

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4:

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A, met uitwerkingen

Hoofdstuk 3. Equivalentierelaties. 3.1 Modulo Rekenen

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A met uitwerking

Eigenschap (Principe van welordening) Elke niet-lege deelverzameling V N bevat een kleinste element.

Tellen. K. P. Hart. Delft, Faculty EEMCS TU Delft. K. P. Hart Tellen

Oneindige spelen. Dion Coumans. Begeleider: dr. W. Veldman

Ter Leering ende Vermaeck

Hoe Gödel de wiskunde liet schrikken

(b) Formuleer het verband tussen f en U(P, f), en tussen f en L(P, f). Bewijs de eerste. (c) Geef de definitie van Riemann integreerbaarheid van f.

Dossier 1 SYMBOLENTAAL

Opmerking. TI1300 Redeneren en Logica. Met voorbeelden kun je niks bewijzen. Directe en indirecte bewijzen

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

Getaltheorie II. ax + by = c, a, b, c Z (1)

Functievergelijkingen

Kettingbreuken. 20 april K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N A + 1 P + 1 R + 1 I + 1

Oneindig en Wiskunde

232 NAW 5/6 nr. 3 september 2005 Te Moeilijk? Welnee! Hans Finkelnberg

Meetkunde. Trainingsweekend januari Gerichte hoeken. gerichte hoeken, driehoeksongelijkheid, Ravi

Verzamelingen deel 2. Tweede college

(iii) Enkel deze bundel afgeven; geen bladen toevoegen, deze worden toch niet gelezen!

BEWIJZEN EN REDENEREN

METRISCHE RUIMTEN EN CONTINUE AFBEELDINGEN aanvullend materiaal voor het college Analyse 1 Dr J. Hulshof (R.U.L.)

FILOSOFIE VAN DE WISKUNDE. Filosofische stromingen in de wiskunde. De genetische methode. Voorbeeld van de gen. meth.

Verzamelingen deel 1. Eerste college

1 Rekenen in eindige precisie

1 Limiet van een rij Het begrip rij Bepaling van een rij Expliciet voorschrift Recursief voorschrift 3

M1 Wiskundig taalgebruik en notaties

Faculteit Wetenschappen Vakgroep Wiskunde. Baire ruimten. Bachelor Project I. Wouter Van Den Haute. Prof. Eva Colebunders

OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede ronde.

Getallensystemen, verzamelingen en relaties

Combinatoriek groep 1

Tegenvoorbeeld. TI1300: Redeneren en Logica. De truc van Gauss. Carl Friedrich Gauss, 7 jaar oud (omstreeks 1785)

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: Logaritmen en getal e. 23 juli dr. Brenda Casteleyn

Bijzondere kettingbreuken

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Combinatoriek en rekenregels

PROEFEXAMEN LINEAIRE ALGEBRA dinsdag 22 november 2016

Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen

Hoofdstuk 9. Vectorruimten. 9.1 Scalairen

Wanneer zijn veelvouden van proniks proniks?

1.5.1 Natuurlijke, gehele en rationale getallen

2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.

Rekenen aan wortels Werkblad =

Geldwisselprobleem van Frobenius

Bespreking Examen Analyse 1 (Augustus 2007)

7.1 Het aantal inverteerbare restklassen

3 De stelling van Kleene

Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte

Steeds betere benadering voor het getal π

Machten, exponenten en logaritmen

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste ronde.

Discrete Wiskunde, College 7. Han Hoogeveen, Utrecht University

Collegestof verzamelingenleer. Verzamelingenleer. Inhoud dit deel college. Verzamelingen. Universele en lege verzameling. Verzamelingen en elementen

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Mededelingen. TI1300: Redeneren en Logica. Waarheidstafels. Waarheidsfunctionele Connectieven

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: gemiddelden, ongelijkheden enz 23/5/2015. dr. Brenda Casteleyn

Transcriptie:

I VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN Het begrip verzameling kennen we uit het dagelijks leven: een bibliotheek bevat een verzameling van boeken, een museum een verzameling van kunstvoorwerpen. We kennen verzamelingen ook uit de wiskunde: de verzameling van alle getallen, de verzameling van alle punten in het platte vlak, de verzameling van alle oplossingen van een vergelijking; in feite kunnen we zeggen dat de hele wiskunde opgebouwd is uit verzamelingen. Verzamelingen en hun eigenschappen zijn onderwerp van een breed wiskundig gebied de verzamelingenleer. Ongeveer honderd jaar geleden begonnen wiskundigen met een groot enthousiasme verzamelingen overal te gebruiken: het was heel handig elementen die een bepaalde eigenschap hadden als een geheel, een verzameling, te beschouwen. Maar heel snel ontstonden problemen: sommige groepen elementen leidden tot tegenspraken: men stuitte op paradoxen. Blijkbaar kunnen niet alle eigenschappen gebruikt worden om nieuwe verzamelingen te vormen. Paradoxen We zullen twee van die tegenspraken bekijken. I.0.1 Voorbeeld. Paradox van Russell In een dorp woont kapper Hans die alléén die mannen uit het dorp scheert die zichzelf niet scheren. Wie scheert kapper Hans? Het is duidelijk dat er twee mogelijkheden zijn: kapper Hans scheert zichzelf of hij scheert zichzelf niet. Als hij zichzelf scheert dan scheert de kapper hem niet, maar hij zelf is de kapper, dus hij kan zichzelf niet scheren. Aan de andere kant, als hij zichzelf niet scheert dan moet hij, de kapper, zichzelf toch scheren. We zien dat geen van de mogelijkheden mogelijk is, we krijgen een paradox. I.0.2 Voorbeeld. Paradox van Berry Een van de basiseigenschappen van natuurlijke getallen is dat elke niet-lege verzameling natuurlijke getallen een kleinste element bevat. Beschouw nu alle natuurlijke getallen die beschreven kunnen worden in het Nederlands met behulp van ten hoogste honderd letters. Het Nederlandse alfabet heeft 26 letters, dus met behulp van honderd letters of minder kunnen we ten hoogste 26 + 26 2 + 26 3 + + 26 100 getallen beschrijven (niet elke lettercombinatie is zinvol, en ook niet elke zinvolle combinatie van letters beschrijft een natuurlijk getal). Er zijn oneindig veel natuurlijke getallen, dus de verzameling getallen die niet met honderd letters of minder te beschrijven zijn is ook oneindig en dus zeker niet leeg. Deze verzameling moet dus een kleinste element bevatten. Zij n het kleinste natuurlijke getal dat niet met honderd letters of minder te beschrijven is. Maar we hebben n net met minder dan honderd letters beschreven! Om paradoxen te vermijden moeten we voorzichtig zijn met wat we verzameling zullen noemen: niet elke collectie mag een verzameling zijn. 2 I VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN

Er zijn vaste axioma s (grondregels) ingevoerd die het bestaan van sommige verzamelingen garanderen en beschrijven hoe we nieuwe verzamelingen uit oude kunnen maken, welke operaties met verzamelingen zijn toegestaan en welke eigenschappen ze hebben. Uitgaande van de axioma s en met behulp van logica kunnen we verdere eigenschappen van verzamelingen bewijzen. We zullen nu niet diep in de axioma s duiken, we zullen ons concentreren op het werken met verzamelingen. We zullen operaties met verzamelingen definiëren en de belangrijkste eigenschappen afleiden. Een volledige lijst van axioma s voor de verzamelingenleer is te vinden in Appendix X.1. I.1 Notatie Verzamelingen bevatten elementen; als A een verzameling is en x een element van A dan schrijven we 1 x A. Om aan te geven dat y geen element van A is schrijven we y / A. We gebruiken de notatie {1} voor de verzameling die alleen het getal 1 bevat, { 1,2} is een verzameling die twee elementen bevat, namelijk de getallen 1 en 2. De verzameling {a, b, c, d, e} heeft minstens één en hoogstens vijf elementen: het hangt ervan af hoeveel gelijkheden er gelden tussen de niet gespecificeerde elementen a,b,c,d,e. De verzameling die geen elementen bevat heet de lege verzameling en wordt genoteerd als. Elementen van een verzameling kunnen ook verzamelingen zijn, bijvoorbeeld A = { 3,{2},{4,5} } heeft elementen 3, {2} en {4,5}. Er geldt dus 3 A maar 2 / A; er geldt echter {2} A. In de wiskunde zijn verzamelingen die getallen als elementen bevatten van groot belang. We gebruiken de letter N voor de verzameling van alle natuurlijke getallen: N = {0,1,2,3,...}, 2 Z = {..., 3, 2, 1,0,1,2,3,...} voor de verzameling van alle gehele getallen, Q voor de verzameling van alle breuken p q met p,q Z en q 0, R voor de verzameling van alle reële getallen en C voor de verzameling van alle complexe getallen. Uiteindelijk zullen we deze getalsystemen (behalve C) exact beschrijven door middel van gegevens en eigenschappen, en, uitgaand van N, constructies schetsen van Z, Q en R. Tot het zover is gaan we op een informele manier met deze getalsystemen om. Als A een verzameling is dan wordt de verzameling van alle elementen uit A die een eigenschap E hebben als volgt genoteerd: { x A : E(x) }. I.1.1 Voorbeeld. (i) De verzameling R >0 = {x R : x > 0} is de verzameling van alle positieve reële getallen. Deze verzameling is niet leeg want 5 R >0. Daarentegen is {x R : x > 5 en x < 2} leeg; er is geen reëel getal te vinden dat tegelijk groter dan 5 en kleiner dan 2 is. (ii) De verzameling van alle reële oplossingen van de vergelijking sin(πx) = 0 kunnen we kort als volgt schrijven: A = { x R : sin(πx) = 0 }. Analoog, de verzameling B = {x R : cos(πx/2) = 0} is de verzameling van alle oplossingen van de vergelijking cos(πx/2) = 0. 1 Verzamelingen worden vaak, maar niet altijd, met behulp van hoofdletters genoteerd en hun elementen met behulp van kleine letters. We zullen ook verzamelingen tegenkomen waarvan de elementen weer verzamelingen zijn. 2 Pas op, er zijn auteurs die N anders definiëren, namelijk {1,2,3,...}. Een goede alternatieve notatie voor N is Z 0 ; deze maakt meteen duidelijk dat 0 N. I.1 NOTATIE 3

I.1.2 Definitie. (i) Twee verzamelingen zijn aan elkaar gelijk als ze dezelfde elementen hebben, dat wil zeggen, A = B als ieder element van A element van B is, en ieder element van B element van A. (ii) Als elk element van A element van B is zeggen we dat A een deelverzameling van B is. Notatie: 3 A B. Hieruit volgt dat A = B dan en slechts dan als A B en B A. I.1.3 Voorbeeld. (i) De verzamelingen A = {1,2,3} en B = {3,3,3,2,2,1} hebben dezelfde elementen en zijn dus aan elkaar gelijk. We kunnen schrijven: A = B. (ii) Beschouw de verzamelingen A en B uit Voorbeeld I.1.1 (ii). Als x een geheel getal is dan is sin(πx) = 0; dit betekent dat Z A. Aan de andere kant, als sin(πx) = 0 dan moet x een geheel getal zijn; dit betekent dat A Z. We hebben bewezen A = Z: de verzameling van alle oplossingen van de vergelijking sin(πx) = 0 is de verzameling van alle gehele getallen. (iii) Analoog kunnen we bewijzen dat alle oplossingen van cos(πx/2) = 0 de verzameling van alle oneven gehele getallen is: B = { 2k +1 : k Z }. 4 (iv) De verzamelingen A = { 0,{1,2,3},4 } en B = { 0,1,{2,3},4 } zijn niet aan elkaar gelijk. Immers 1 / A en 1 B. Intervallen I.1.4 Voorbeeld. Belangrijke deelverzamelingen van de reële rechte (de verzameling van alle reële getallen) zijn intervallen. We onderscheiden begrensde en onbegrensde intervallen. (i) Begrensde intervallen: Voor a,b R is (a,b) = {x R : a < x < b} een open interval, [a,b] = {x R : a x b} een gesloten interval, en [a,b) = {x R : a x < b} en (a,b] = {x R : a < x b} zijn halfopen (of halfgesloten) intervallen. Als nodig, dan kunnen we (a, b] links-open en rechts-gesloten noemen, enzovoorts. (ii) Onbegrensde intervallen: Zij a R, dan zijn (a, ) = {x R : x > a} en (,a) = {x R : x < a} open intervallen, en [a, ) = {x R : x a} en (,a] = {x R : x a} gesloten intervallen 5. Ook de hele reële rechte kan beschouwd worden als een onbegrensd interval: R = (, ), dat zowel open als gesloten is. I.1.5 Voorbeeld. (i) Er geldt (0,1) (0,1] want elk element van (0,1) is ook een element van (0,1], maar (0,1] (0,1) omdat 1 een element van (0,1] is maar niet van (0,1). (ii) is een deelverzameling van elke verzameling, want voor iedere x geldt x A (immers, er is geen x, dus er is niets te controleren). 3 Voor strikte inclusie wordt vaak gebruikt, en is ook een gebruikelijke notatie voor deelverzameling. 4 Strikt genomen is deze notatie niet toegelaten in het door ons gebruikte systeem van axioma s voor verzamelingstheorie, maar de betekenis is duidelijk. Een correcte notatie zou zijn: {x Z : er is een k Z zodat x = 2k +1}. 5 Het hier gebruikte symbool is geen element van R, het staat slechts voor het begrip oneindig. 4 I VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN

(iii) Het open interval (0, 1) is leeg, en gelijk aan het gesloten interval [0, 1]. Cartesisch product Het volgende begrip wordt vaak gebruikt. I.1.6 Definitie. Het Cartesisch product van twee verzamelingen A en B is de verzameling geordende paren A B = { (a,b) : a A en b B }. 6 De volgorde van elementen van een geordend paar is belangrijk: als a b dan (a,b) (b,a). Twee geordende paren (a,b) en (a,b ) zijn aan elkaar gelijk dan en slechts dan als a = a en b = b. I.1.7 Voorbeeld. (i) Zij A = {0,1,2} en B = {0,3}. Het Cartesisch product van A en B is de volgende verzameling A B = { (0,0),(0,3),(1,0),(1,3),(2,0),(2,3) }. (ii) Zij R de reële rechte. Dan is R R de verzameling van alle punten in het platte vlak 7. Opgaven 1. ZijV = { 3, 2, 1,0,1,2,3}. VindeeneigenschapP zódatelkevandevolgende verzamelingen is te schrijven in de vorm { x V : P(x) } en bewijs dat deze twee verzamelingen aan elkaar gelijk zijn. (a) A = {1,2,3}; (b) B = {0,1,2,3}; (c) C = { 2, 1}; (d) D = { 2,0,2}; (e) E =. 2. Wat is het aantal elementen van de volgende verzamelingen: (a) A = {0,2,4,...,22}; (b) B = { 1,{2},{{2}} } ; (c) C = { {{1}} } ; (d) D = { }; (e) E = { 1,{1,2,3,4,5} }. 3. (a) Vind alle deelverzamelingen van {0, 1}. (b) Vind alle deelverzamelingen van {0, 1, 2}. (c) Vind alle deelverzamelingen van {0, 1, 2, 3}. (d) Zij A een eindige verzameling, d.w.z., een verzameling die maar eindig veel elementen bevat. 8 Vind een verband tussen het aantal elementen van A en het aantal deelverzamelingen van A, en bewijs je vermoeden. 6 Helaas zijn onze notaties voor een geordend paar (a,b) van reële getallen en het open interval (a,b) gelijk. De lezer zal iedere keer de juiste keuze moeten maken op grond van de context. 7 In plaats van R R schrijven we vaak R 2. 8 Voordeduidelijkheid: hetreëleinterval(0,1)heetdanmisschienweleenseeneindiginterval, maar het is géén eindige verzameling. I.1 NOTATIE 5

4. Laat A de verzameling van alle even natuurlijke getallen, B de verzameling van alle natuurlijke getallen die deelbaar door 3 zijn en C de verzameling van alle natuurlijke getallen die deelbaar door 6 zijn. Bewijs of weerleg: (a) A B; (b) A C; (c) B C; (d) B A; (e) C A; (f) C B. 5. Bewijs: voor elke verzameling A geldt dat A en A A. 6. Welke van de volgende verzamelingen zijn aan elkaar gelijk? Bewijs je bewering of geef een tegenvoorbeeld. (a) A = {n Z : n < 2}; (b) B = {n Z : n 3 = n}; (c) C = {n Z : n 2 n}; (d) E = { 1,0,1}. 7. Geef de precieze voorwaarden op de verzamelingen A en B opdat A B = B A. 8. Voor elke verzameling A zij P(A) de verzameling van alle deelverzamelingen van A (deze heet de machtsverzameling van A). Geef de lijst van elementen van P(A) P(B), waarbij A = {0,1} en B = { }. 6 I VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN