Het programma van vandaag

Vergelijkbare documenten
opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten?

De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten. dinsdag 14 juni 2016

De kostprijs en capaciteiten. De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten Capaciteiten

De break-evenanalyse. De break-evenanalyse De veiligheidsmarge Het indifferentiepunt Differentiële kosten

Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de

Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product.

Fabricage kosten Grondstoffen Machinekosten Loon productiepersoneel Hulpafdelingen (onderhoud/magazijn) Deze kosten zijn samen de fabricagekostprijs

Break-evenanalyse Creatieve bedrijfsuitjes

Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet.

Break-evenanalyse Het break-evenpunt is de afzet waarbij geen winst maar ook geen verlies wordt gemaakt.

Case bungalow park. Opgave 1

a. Indirecte kosten afhankelijk van de grondstofkosten: % = 40%

De kapitaalslasten worden gevormd door de afschrijving en de rentekosten. De verdeelsleutel van de hulpkostenplaats huisvesting is als volgt:

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE

2 Kostprijsberekening en opslagmethode

1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat

verkoopprijs (laagseizoen)(reisbureau) consument commissie (9% van de verkoopprijs) verkoopprijs (touroperator) reisbureau (commissie 9%)

b. Materiaal Loonkosten Opslag indirecte kosten: 125%

Bedrijfseconomische aspecten van de industriële onderneming

2 Constante en variabele kosten

Uitwerkingen proefexamen II PDB kostencalculatie

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs

Opgave 2 a. Met welke formule berekenen we de integrale kostprijs? b. Hoe noemen we integrale kostprijsberekening ook wel?

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Opgave 6.2. PDB Kostencalculatie Uitwerkingen hoofdstuk 6. Opgave 6.1

Commerciële calculaties

Welke BTW tarieven zijn er? 21% luxe goederen 6% primaire levensbehoefte 0% vrijgesteld (export, overheidsdiensten)

Commerciële calculaties

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

d. Contributiemarge: 160 ( 295 -/ /- 66) = Constante kosten /- Bedrijfsresultaat bij direct costing

OPGAVEN HOOFDSTUK 6 ANTWOORDEN

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Opgave 9.5 Variabele kosten per stuk: / = 3,75 Totale variabele kosten bij eenheden: ,75 =

Deze uitwerkingen horen bij het boek Examentraining basiskennis Calculatie BKC van de uitgeverij OBCO, ISBN VERSIE 2 dd

1.9.2 Verschil tussen direct costing en integrale kostencalculatie

opgave 1 Gevraagd Wat zijn de promotiekosten per boeking via Google Adwords?

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 10

Hoofdstuk 24. Nettowinstopslagmethode

Direct costing en break even analyse

UITWERKINGEN OPGAVEN OEFENEXAMEN 1 ASSOCIATIE MBA-KC

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Samenvatting M&O De Industrie

Basiskennis Calculatie (BKC ) Correctiemodel

OPGAVEN HOOFDSTUK 6 UITWERKINGEN

ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 10

Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x = cijfer 63

Kostensoorten

7 Directe en indirecte kosten

Commerciële calculaties

Antwoordenbijlage Bedrijfscalculatie Uitbreidingsstof

Bedrijfseconomie samenvatting H1 Les 1

ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie

Antwoorden hoofdstuk 10

Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining

Hoofdstuk 26 Kosten en resultaten in de industriële onderneming Diagn.Toets

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7

Omschrijf wat er verstaan wordt onder proportioneel variabele kosten.

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8

M&O VWO 2011/

Cost & Managementaccounting. Vrijdag 24 juni uur

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Kostprijscalculatie

Let bij de correctie op doorwerkfouten! SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING VRIJDAG 24 JUNI

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Kostencalculatie niveau 4 1 / 9

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5

Aantal medewerkers: 2 * 1,0 + 3 * 0,5 + 4 * 0, * 0,2 = 5,3 FTE

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

Commerciële calculaties

Commerciële calculaties

Voorraadwaardering. Fabricagekosten: = = 25 => fabricage kostprijs

De resultatenrekening

2 Constante en variabele kosten

Hoofdstuk 1. Opgave ,60 1,05 100/80 1,21 = 31,13, afgerond 32, /121 32,- = 5,55.

Het tentamen dien je te maken op het uitwerkingenpapier. Je doet dit als volgt!!

Noordhoff Uitgevers Elobase Detailhandel Ondernemer/Manager Kerntaak 1 Antwoorden Theorie- en rekenboek (Financieel1)

Cursus Bedrijfseconomie 2

OPGAVEN HOOFDSTUK 5 UITWERKINGEN

BIJLAGE 9.A: OPGAVE a2 UIT DE TEST KENNIS VAN PROCEDURES (Omwille van de leesbaarheid is bij het omzetten naar PDF de gulden vervangen door de.

Revenue managementgame bungalowpark Joop Lengkeek, 7 maart

Vraag 1 Toetsterm Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?

1. Bereken het bedrag aan Deense kronen dat Van den Berg ontvangt.

In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Bij deze opgave horen de informatiebronnen 4 tot en met 6.

Vraag 1 Toetsterm Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?

Van een magazine met een oplage van stuks is het volgende bekend:

Calculaties in de praktijk 1

OPGAVEN HOOFDSTUK 5 ANTWOORDEN

Hoofdstuk 1. Oefenopgaven. Oefenopgave 1A. Bereken: ,37 25, , : 8,25 12, ,45.

modellen m&o havo Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 22 EN 23 JUNI 2010

Management & Organisatie Proeftoets SE 6 vwo 6

Hoofdstuk 3: Resultaten

Transcriptie:

kostprijs Het programma van vandaag De normale en werkelijke bezetting De integrale kostprijs Bezettingsresultaten De differentiële kostprijs De opslagmethode 1

De kostprijs Kostprijs Constante of vaste kosten: Kosten die in een bepaalde periode vast zijn en niet afhankelijk van de verkochte aantallen Variabele kosten Kosten die stijgen of dalen als de afzet verandert De normale bezetting: De normale bezetting is de afzet die over een langere periode als gemiddelde haalbaar is De werkelijke bezetting: De werkelijke bezetting is de afzet die in een bepaalde periode werkelijk is gerealiseerd of die men werkelijk verwacht te realiseren. (begroting of verwachting) 2

De kostprijs De kostprijs Een voorbeeld Stel dat 100 Aartje Twinkel CD s worden ingekocht voor 500. De vaste kosten zijn 100. Er worden er 100 verkocht. Wat kosten de CD s per stuk? 500 / 100 + 100 / 100 = 5 + 1 = 6 Het volgende jaar worden er 200 verkocht. Wat kosten de CD s per stuk? 5 + 100 / 200 = 5,50 Dit is geen wenselijke situatie. Uitgangspunt is dat de kostprijs alleen mag veranderen als de kosten veranderen, niet als de afzet verandert. De integrale kostprijs (vaste en variabele kosten) De vaste kosten per eenheid worden gebaseerd op de normale bezetting. 3

De kostprijs De integrale kostprijs: De integrale kostprijs wordt bepaald door de constante kosten (C) te delen door de normale bezetting (N) en de variabele kosten (V) te delen door de werkelijke aantallen (W) In formule: C/N + V/W De C/N zijn de vaste kosten per eenheid! De V/W zijn de variabele kosten per eenheid! voorbeeld: Stel dat 100 CD s worden ingekocht voor 500. De vaste kosten zijn 100. De normale aantallen per jaar zijn 125 stuks. De kostprijs wordt: 100 / 125 + 500 / 100 = 5,80 4

De kostprijs Het financieel resultaat: (maken we winst of verlies?) voorbeeld: De normale aantallen verkochte CD s zijn 125 stuks. De vaste kosten zijn 100. De variabele kosten zijn 5 per stuk. Stel we verkopen er minder dan de normale bezetting, namelijk 80 stuks. Wat is het resultaat? De verkoopprijs van de CD is 9,95 Omzet - variabele kosten = winstmarge - vaste kosten = winst / verlies Omzet: 80 x 9,95 796 Variabele kosten: 80 x 5 400 = marge 396 Vaste kosten: 100 Resultaat: 296 5

De kostprijs Het bezettingsresultaat: Wat gebeurt er als de werkelijke aantallen afwijken van de normale aantallen? Als de werkelijke aantallen gelijk zijn aan de normale aantallen is het bezettingsresultaat nul en worden de vaste kosten precies terugverdiend. Als de werkelijke aantallen lager zijn dan de normale aantallen, dan verdien je de constante kosten niet terug en heb je een bezettingsverlies. Als de werkelijke aantallen groter zijn dan de normale aantallen dan heb je een bezettingswinst. 6

De kostprijs Het bezettingsresultaat: voorbeeld: De normale aantallen verkochte CD s zijn 125 stuks. De verkoopprijs van de CD is 9,95 Wat is het bezettingsresultaat als we 80 CD s verkopen? De kostprijs was 5,80 ; De variabele kosten per eenheid 5 De vaste kosten per eenheid 0,80 Bij 125 stuks zijn de vaste kosten terugverdiend. Er worden 80-125 = 45 CD s minder verkocht dan normaal. Het bezettingsresultaat is dan ook -45 x 0,80 = - 36 7

De kostprijs Het bezettingsresultaat: Het bezettingsresultaat is: (werkelijke bezetting - normale bezetting) x de vaste kosten per eenheid. Of in formule: (Werkelijke Bezetting -Normale Bezetting) x C/N Voor 45 stuks (80-125) verdienen we de vaste kosten niet terug. De vaste kosten zijn 0,80 per eenheid. ( 5,80-5,00) Het bezettingsresultaat is dan ook -45 x 0,80 = - 36 8

Vervoer naar Gran Canaria De normale bezetting: De normale bezetting is de afzet die over een langere periode als gemiddelde haalbaar is. De werkelijke bezetting: De werkelijke bezetting is de afzet die in een bepaalde periode werkelijk gerealiseerd wordt. Een voorbeeld Stel dat tickets worden ingekocht voor 250. De vaste kosten (direct + indirect) zijn 5.000 Er worden er 500 normaal verkocht. Wat kosten de tickets per stuk? Hotel op Gran Canaria De integrale kostprijs (vaste en variabele kosten) De variabele kosten per eenheid + de vaste kosten per eenheid (gebaseerd op de normale bezetting)

De kostprijs De integrale kostprijs: De integrale kostprijs wordt bepaald door de constante kosten (C) te delen door de normale bezetting (N) en de totale variabele kosten (V) te delen door de werkelijke aantallen (W) In formule: C/N + V/W In het vorige voorbeeld waren de vaste kosten 5.000 en de normale aantallen 500 pax. (C/N = 5.000 / 500 = 10) De variabele kosten per eenheid waren al gegeven ( 250) De V/W = 250 De kostprijs is dus 250 + 10 = 260 10

De kostprijs Het bezettingsresultaat: voorbeeld: Het normale aantallen verkochte pax is 500. Wat is het bezettingsresultaat als we 600 pax verkopen? Het bezettingsresultaat is: (Werkelijke bezetting - Normale bezetting) x de vaste kosten per eenheid. Of in formule: (Werkelijke bezetting - Normale bezet.) x C/N De vaste kosten per eenheid zijn 10 Bij 500 pax zijn de vaste kosten terugverdiend. Er worden 600-500 = 100 pax meer verkocht dan normaal. Het bezettingsresultaat is: 100 x 10 = + 1.000 11

De break-evenanalyse De integrale kostprijs: De constante kosten per eenheid + de variabele kosten per eenheid. In formule: C/N + V/W Doen bedrijven dat altijd? 12

De break-evenanalyse nee, bedrijven kijken vooral naar de marge, het verschil tussen de verkoopprijs en de variabele kosten. De vaste (constante)kosten zijn al gemaakt en op de korte termijn niet te veranderen. Bovendien zijn ze vaak indirect en niet toe te wijzen aan een bepaald product. Als we ze buiten beschouwing laten kijken we alleen naar de variabele kosten. Dit noemen we de differentiële kostencalculatie 13

Differentiële kosten Differentiële kostencalculatie alleen de variabele kosten worden meegenomen de al gemaakte (vaste) kosten worden niet meegenomen Beslissingen op korte termijn incidentele vraag of order eventueel extra kosten (+winst) andere doelgroep (gescheiden markt) de differentiële kostprijs is lager dan de integrale kostprijs. differentiële kostprijs: extra kosten / extra verkoop 14

Differentiële kosten Differentiële kostencalculaties Een bus met klanten bij een restaurant Dagschotels: 14,95 Maximale capaciteit: 180 / dag Normale aantallen: 125 / dag Variabele kosten: 4 / maaltijd Vaste kosten: 800 / dag aanbod: 50 gasten voor 395 Extra kosten 40 Het zit niet vol! Kostprijs: C / N + variabele kosten = 800 / 125 + 4 = 10,40 opbrengst 395 / 50 = 7,90 Doen? Variabele kosten 50 x 4 = 200 Extra kosten: 40 Totale kosten 240 Opbrengsten: 395 Extra opbrengst 155 Doen? 15

Direkte & indirekte kosten Joop Lengkeek De opslagmethode: De kostprijs wordt bepaald door de directe kosten te verhogen met een opslagpercentage voor de indirecte kosten. voorbeeld: Stel alle directe kosten zijn bij elkaar 1.000.000 en alle indirecte kosten zijn 50.000. Wat is het opslagpercentage? indirecte kosten / directe kosten * 100% 50.000 / 1.000.000 * 100% = 5% op de directe kosten Stel de directe kosten voor een reisarrangement bedraagt 500, wat is dan de kostprijs? 500 + 5% van 500 = 525 16

Direkte & indirekte kosten Joop Lengkeek De verfijnde opslagmethode: meerdere opslagpercentages. voorbeeld: Stel alle directe kosten zijn bij elkaar 900.000 voor de inkoop en de directe lonen zijn 100.000 De indirecte kosten hangen voor 10.000 samen met de inkoop en 40.000 met de lonen. Wat is het opslagpercentage? Voor de inkoop: 10.000 / 900.000 * 100% = 1,11% Voor lonen: 40.000 / 100.000 * 100% = 40% Stel de directe kosten voor een product bedraagt 500 waarvan 400 inkoop en 100 personeel. Wat is de kostprijs? 400 + 1,11% van 400 + 100 + 40% van 100 = 544,40 (de uitkomst is dus verschillend met het vorige voorbeeld) 17

Kosten volgende week: 1e college Resultatenrekening opgave 9 (blz 85) Liquiditeit opgave 5 (blz 98) opgave 6 (blz 122) Moeilijke opgaven! (tentamen niveau) 2e college voorbereiding tentamen (voorbeeld tentamen) 18

Kosten Hoofdstuk 2 Investeringsanalyse Opgave 1 en 2 Opgave 7 t/m 11 Opgaven 4 en 5 extra oefenopgaven Opgave 3 en 6 niet! 19

Kosten opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten? Opslagpercentage: indirecte kosten / directe kosten * 100% De indirecte kosten van de reiskosten zijn: 1/3 van 90.000 = 30.000 De directe kosten van de reiskosten zijn 40% van het totaal: De totale directe kosten van alle reizen zijn: 360.000+ 346.000 + 494.000 = 1.200.000 40% daarvan is 0,4 * 1.200.000 = 480.000 Het opslagpercentage is dus 30.000 / 480.000 * 100% = 6,25% De toegerekende indirecte kosten bedragen 6,25% van 150 dus 9,38 20

Kosten opgave 2 Travel4Fun Directe kosten Inkoopkosten: 85% van 1.400.000 dus 1.190.000 50% vervoer: 595.000 40% verblijf: 476.000 10% vermaak: 119.000 Indirecte kosten: 90.000 20% vervoer: 18.000 30% verblijf: 27.000 10% vermaak: 9.000 40% algemeen: 36.000 omzet 100% inkoop 85% winstmarge 15% Opslag percentages vervoer: 18.000 / 595.000 * 100% = 3,0% verblijf: 27.000 / 476.000 * 100% = 5,7% vermaak: 9.000 / 119.000 * 100% = 7,6% algemeen: 36.000 / 1.190.000 * 100% = 3,0% Kostprijs: 300 + 3% * 300 + 400 + 5,7% * 400 + 100 + 7,6% * 100 +3% * 800 = 863,40

Kosten opgave 4 Bereken de opslagpercentages voor de indirecte kosten op de inkoop, de marketingkosten en de personeelskosten. Opslagpercentage: indirecte kosten / directe kosten * 100% Inkoop. De indirecte kosten van de inkoop zijn: 450.000 De directe kosten van de inkoop zijn: 9.000.000 Het opslagpercentage is dus 450.000 / 9.000.000 *100% = 5% Marketing. De indirecte kosten van de marketing: 40.000 De directe kosten van de marketing zijn: 500.000 Het opslagpercentage is dus 40.000 / 500.000 * 100% = 8% Personeelskosten. De indirecte kosten zijn: 25.000 De directe vaste kosten zijn: 250.000 Het opslagpercentage is dus 25.000 / 250.000 * 100% = 10% 22

Kosten opgave 4 Bereken de directe kosten per passagier. Inkoop. accommodatie 200 per reiziger maaltijden 150 vervoerskosten 400 transfer 50 Totaal 800 Marketing 100.000 ; 2.000 reizigers ; 50 Personeelskosten 50.000 25 2.000 reizigers Totaal 875 Bereken de kostprijs. Het opslagpercentage inkoop is 5% 5% van 800 is 40 Het opslagpercentage marketing is 8% 8% van 50 is 4 Het opslagpercentage personeelskosten is 10% 10% van 25 is 2,50 De kostprijs wordt dan: 875 + 40 + 4 + 2,50 = 921,50 23

Kosten opgave 5 directe kosten indirecte kosten kostprijs winstopslag verkoopprijs touroperator commissie reisagent consumentenprijs 24

Kosten opgave 5 Bereken het aantal verwachte passagiers. De normale bezetting is: 2 * 130 * 70% + 2 * 130 * 75% + 2 * 130 * 100% + 2 * 130 *100% + 2 * 130 * 90% + 2 * 130 * 75% = 1.326 reizigers (pax) Bereken de prijs van de reis met behulp van de opslagmethode. Het opslagpercentage voor de indirecte overheadkosten van de touroperator is: 600.000 / 15.000.000 * 100% = 4% De directe kosten zijn: 500.000 + 600.000 + 50.000 + 1.326 * 25 = 1.183.150 Per reis is dit: 1.183.150 / 1.326 = 892,27 De kostprijs wordt dan 892,27 * 1,04 = 927,96 De prijs van de TO (inclusief winst) wordt dan 927,96 * 1,05 = 974,36 De verkoopprijs wordt dan 974,36 / 90 * 100 = 1.083 (afgerond) 25

Kosten opgave 5 directe kosten indirecte kosten kostprijs winstopslag 100% 4% 104% 100% 5% verkoopprijs touroperator commissie reisagent consumentenprijs 105% 90% 10% 100% 892,27 35,69 927,96 46,40 974,36 108,26 1.083 (afgerond) 26

Kosten opgave 7 vaste kosten 1.040.000; variabele kosten 100 per week; maximale capaciteit 4.680 weken; normale bezetting 2.500 weken; werkelijke bezetting 2.770 weken. Hoeveel bedraagt de integrale kostprijs? Formule: C/N + variabele kosten per eenheid. 1.040.000 / 2.500 + 100 = 516 Hoeveel is de normale bezettingsgraad? De normale bezetting bedraagt 2.500 De bezettingsgraad is dus 2.500 / 4.680 * 100% = 53,4% 27

Kosten opgave 8 50 extra boekingen kostprijs 60 ; vaste kosten 50 ; reclame actie 600 ; actieprijs 50 Differentiële kostencalculatie? Alleen de extra opbrengsten en extra kosten tellen. Extra omzet: 50 * 50 = 2.500 Extra variabele kosten: 50 * 10 = 500 Reclamekosten: 600 Extra winst: 2.500-500 - 600 = 1.400 Op basis van deze calculatie is het verstandig om te doen. 28

Kosten opgave 9 kostprijs: vaste kosten per eenheid + variabele kosten per eenheid. In formule: C/N + V/W In de kostprijs worden de vaste kosten gebaseerd op de normale bezetting! 6.240.000 / 12.000 + 825.000 / 11.000 = 595 ( 520 + 75) Wat is de bezettingsgraad bij de normale bezetting? De maximale bezetting is 16.000 weken verhuur. De bezettingsgraad is dus 12.000 / 16.000 * 100% = 75% 29

Kosten opgave 9 Actieprijs 575. Dit is lager dan de kostprijs! Bij de differentiële kostencalculatie nemen we alleen de variabele kosten mee. De extra opbrengsten zijn dus 30 * 575 = 17.250 De variabele kosten zijn 30 * 75 (uitgerekend bij a) = 2.250 De kosten van de reclame is 900 We houden dus 17.250-2.250-900 = 14.100 over aan deze actie, als we geen rekening houden met de vaste kosten. Op basis van de differentiële kostencalculatie moet je het dus doen, maar dat is bijna altijd het geval. Denk aan prijsbederf. Wie wil er nog de volle prijs betalen? 30

Kosten opgave 10 Variabele kosten 175 bezettingsverlies 34.100 Constante kosten 155 prijs extra weken 245 Kostprijs 330 kosten advertentie 1.700 Winstopslag 65 aantal deelnemers extra kamp: 180 Verkoopprijs 395 Hoeveel mensen zijn er minder gekomen dan normaal? Het bezettingsresultaat: (werkelijke aantallen - normale aantallen) * C/N Het bezettingsverlies is 34.100. De vaste kosten worden dus niet terugverdiend. De vaste kosten zijn 155 per deelnemer bij de normale bezetting. (werkelijke aantallen - normale aantallen) * C/N = - 34.100 (werkelijke aantallen - normale aantallen) * 155 = - 34.100 (werkelijke aantallen - normale aantallen = - 34.100 / 155 Het aantal personen dat minder is gekomen is dus: 34.100 / 155 = 220 personen. De differentiële kosten zijn de extra kosten. Deze zijn: aantal deelnemers maal de variabele kosten + advertentiekosten : 180 * 175 + 1.700 = 33.200 Hoeveel bedraagt het resultaat van de actie? Extra opbrengst: 180 * 245 = 44.100 Resultaat: 44.100-33.200= 10.900 31

Kosten opgave 11 Vaste kosten 50 per uur Variabele kosten 2,50 Verwachte aantal deelnemers 40 Minimale winst 75 Wat is de integrale kostprijs? Integrale kostprijs dus vaste kosten en variabele kosten. 2 * 50 + 40 * 2,50 = 200 Differentiële kostprijs + 75 Differentiële kostprijs dus alleen variabele kosten. De laagste verkoopprijs wordt dan 40 * 2,50 + 75 = 175 voor het hele gezelschap. 32