Handleiding Lezen voor je literatuurlijst Nederlands Havo bovenbouw Naam:. Klas:. Schooljaar:..
Inhoudsopgave Lezen voor de lijst 3 Bepalen van je leesniveau 4 Overzicht van de leesniveaus 5 Literatuurlijsten 6 Aftekenen van boeken 7 Eisen aan je literatuurlijst 7 Mondeling schoolexamen 8 Handige websites 8 Leesverslag 9 De literatuurlijst bovenbouw tot 1940 12 De literatuurlijst bovenbouw vanaf 1940 13
In havo-4 beginnen we met het lezen voor de lijst. Dat betekent dat je een begin maakt met het lezen van de boeken voor je mondeling literatuurexamen in havo-5. Deze lijst en de boeken die daarop staan, moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Die voorwaarden vind je onder het kopje Eisen literatuurlijst elders in dit boekje. Hoe kies je nu een goed boek om mee te beginnen? In havo-4 beginnen we met het bepalen van je niveau: welke boeken kun je aan en welke boeken vind je leuk? Je vult daarvoor een vragenblad in dat je vindt onder het kopje Bepalen van je leesniveau. Je kunt dan beter inschatten op welk niveau je kunt beginnen. Alle niveaus zijn goed: je mag alle boeken daarvan op je lijst zetten. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat je na een aantal boeken op jouw niveau, steeds moeilijker, ingewikkelder boeken kiest en dus een boek uit een hoger niveau. Niveau 3 is een normaal eindniveau in havo-5. Daar moet je dus wel naar streven! Al deze niveaus en de boeken die daarbij horen vind je op de site: www.lezenvoordelijst.nl Op deze site vind je ook een beschrijving van de inhoud van het boek, recensies van andere leerlingen, maar ook tips voor andere boeken die lijken op het boek dat je hebt gelezen.
Bepalen van je leesniveau Voordat je een boek gaat kiezen van www.lezenvoordelijst.nl is het belangrijk dat je weet welk niveau bij je past, zodat je niet te moeilijke, maar ook niet te makkelijke boeken kiest. Hieronder vind je een schema met een aantal vragen. Beantwoord deze vragen zo uitgebreid mogelijk en bespreek je antwoorden in een groepje, met je buurman/vrouw of met je docent. Ervaring met het lezen van boeken 1. Kun je enkele titels noemen van boeken die je (onlangs) hebt gelezen? 2. Welke van deze boeken vond je leuk? Wat vond je er leuk aan? 3. Welke van deze boeken vond je niet leuk? Kun je uitleggen waarom je het boek niet leuk vond? 4. Heb je wel eens een boek weggelegd omdat je het te moeilijk vond? 5. Het je wel eens een boek weggelegd om een andere reden? Welk boek? Waarom? Houding ten aanzien van het lezen van boeken 1. Wat vind je ervan dat je voor school boeken moet lezen? 2. Hoe/waar lees je meestal? Op vakantie, s avonds in bed, als je thuiskomt uit school, op school? 3. Komt het wel eens voor dat je je erop verheugt verder te lezen in een boek? 4. Maak je tijd vrij voor het lezen van boeken of lees je alleen als je niets anders te doen hebt? 5. Wat betekent lezen voor jou? Welke rol speelt lezen in jouw leven? Bereidheid om je in te zetten voor het lezen van boeken 1. Hoe zoek je naar geschikte boeken om te lezen? 2.Waarop zoek je boeken uit? Omvang, onderwerp, schrijver, omslag, genre, ambitie? Anders? 3. Zoek je wel eens wat op naar aanleiding van iets wat je hebt gelezen? 4. Praat je met andere mensen over wat je hebt gelezen? 5. Wat vind je van het maken van opdrachten bij boeken die je hebt gelezen? Nu je een idee hebt hoe jij en anderen tegen het lezen van boeken aankijken, zoek je in het schema Overzicht van de niveaukenmerken, het niveau dat het beste bij jou past. Doe dat ook voor iemand anders en vergelijk jullie bevindingen. Soms pas je niet helemaal binnen één niveau. Dat is niet erg. Je kiest dan eerst een boek op het laagste niveau en daarna één een niveau hoger. Het is uiteindelijk de bedoeling dat je in havo-4 boeken uit twee verschillende niveaus leest en in havo-5 zoveel mogelijk streeft naar het lezen van boeken uit niveau 3.
Literatuurlijsten Achter in dit boekje vind je een tweetal literatuurlijsten: één met boeken van voor 1940 en één met boeken van ná 1940. Boeken van vóór 1940 lees je in havo-5. Op deze lijsten staan ook de punten die we geven aan de boeken. De lijst met boeken begint met een deel sterretjesboeken: deze boeken zijn geschikt om mee te beginnen. Ze zijn qua structuur makkelijker. Let op: je mag maximaal twee sterretjesboeken op je lijst zetten! Aftekenen van boeken in havo-4 Alleen in havo-4 kun je (het is niet verplicht) aan het eind van het jaar boeken laten aftekenen tot een maximum van vier punten. De boeken die je laat aftekenen, moeten aan één van de volgende voorwaarden voldoen: - Het boek is klassikaal gelezen.
- Over het boek heb je een boektoets gemaakt: toets moet in je leesdossier zitten. - Je hebt een deugdelijk leesverslag van het boek. Eisen literatuurlijst Elk boek krijgt, afhankelijk van niveau en dikte, een aantal punten toegekend. Je leest in totaal, dus in havo-4 én havo-5 samen, voor minimaal 20 punten aan boeken. Je leest minimaal acht boeken, er is geen maximum. Je kiest boeken van de literatuurlijst. Wil je een ander boek lezen, overleg dan éérst met je docent. Dat voorkomt teleurstellingen. Je leest maximaal twee boeken van één auteur. Je mag alleen boeken lezen die oorspronkelijk Nederlandstalig zijn (dus niet vertaald). Je leest maximaal twee boeken met een * ervoor (sterretjesboeken. Maak van elk boek een verslag volgens het schema op pagina 5. We raden je aan zelf een verslag te maken én een verslag van www.knipselkranten.nl/uittreksels (alleen op school!) te downloaden. In havo-5 lees je één boek van voor 1940 en één boek van voor 1970.
Mondeling schoolexamen In april van het eindexamenjaar praat je twintig minuten met je eigen docent Nederlands over je boekenlijst en. Er zit een tweede docent Nederlands bij het gesprek die notuleert. Twintig minuten voordat je mondeling begint, meld je je bij je docent. Je krijgt dan je literatuurlijst waarop vijf boeken zijn aangekruist. Over die vijf boeken houd je de eerste tien minuten van het mondeling een monoloog. In die monoloog bespreek je zelf de verbanden tussen je boeken: alle onderdelen van je leesverslag kunnen daarbij aan de orde komen (thema, motieven, ruimte, perspectief, personages, titelverklaring, maar ook je eigen mening). Van belang is dat je verbanden kunt leggen tussen de gelezen romans en dat je niet (alleen) focust op de inhoud. Het is dus belangrijk dat je je leesverslagen goed uitwerkt en ze vanaf de vierde klas goed bewaart. We raden je aan om van elk boek zelf een leesverslag te maken volgens het schema in dit boekje en daarnaast een uittreksel van internet te downloaden. Op de site www.knipselkranten.nl/uittreksels (alleen op school!) vind je betrouwbare uittreksels, maar ook in de Prisma uittrekselpockets vind je nuttige informatie (deze pockets staan in de mediatheek).
Een paar weken voor je mondeling lever je drie exemplaren van je literatuurlijst in. Deze lijst wordt gebruikt tijdens je mondeling. Als je na inlevering nog iets wilt wijzigen, kan dat alleen in overleg met je docent. Handige websites www.lezenvoorjelijst.nl www.knipselkranten.nl/uittreksels (alléén op school) Het leesverslag Let op: al deze punten kunnen aan de orde komen op je mondeling! A. Titelbeschrijving Auteur, titel, ondertitel, plaatsnaam, jaar van verschijning en druk. Bijvoorbeeld: H. Mulisch, De aanslag. Amsterdam 1982 (vijfde druk) Verder noteer je: het genre en de onderverdeling van de tekst (aantal pagina s, hoofdstukken). Geef ook aan hoe de hoofdstukken worden aangegeven: met een nummer, titels (welke?) B. Samenvatting Geef de korte inhoud van het verhaal. Noteer geen details, maar ga wel in op de belangrijkste gebeurtenissen. Geef ook aan hoe het verhaal begint en eindigt en of het een proloog of epiloog bevat. C. Verhaalanalyse 1. Vertelsituatie alwetende vertelsituatie, ik-perspectief, personaal perspectief of meervoudig perspectief. 2. Tijd in welke tijd speelt het verhaal zich af?
Noteer het verschil tussen fabel (de chronologische volgorde van de gebeurtenissen) en sujet (de volgorde van de gebeurtenissen in de roman) Is het verhaal chronologisch opgebouwd? Komen er flashbacks of vooruitwijzingen in voor? 3. Ruimte Waar speelt het verhaal zich af? Heeft de ruimte (land, stad, kamers, landschap) een functie in het verhaal? 4. Personages Bespreek de hoofdpersoon, zijn/haar doel en ook of dat wordt bereikt. Wie zijn de helpers en tegenstanders? Beschrijf hun onderlinge relatie (verandert die?) 5. Thematiek Wat is volgens jou de thematiek (de betekenislaag)? Welke (Leid)motieven heb je herkend? Wat is het verband tussen thematiek en motieven? Wat is de titelverklaring? Wat is de betekenis van de ondertitel? Is er een verband met het thema? Geef het verband aan tussen motto( s) als die voor in het boek staan en het thema. 6. Stijl Wat is kenmerkend voor de stijl van de auteur? Ga in op zinsbouw, woordkeuze, dialogen, beeldspraak, humor. 7. Literatuurgeschiedenis (alleen voor boeken van voor 1940) Uit welke tijd komt dit boek? Tot welke literaire stroming behoort de roman? Wat zijn de kenmerken van deze stroming? Hoe zie je deze kenmerken terug in de roman? Denk aan stijl, thematiek etc. 8. Eigen mening Geef nauwkeurig aan wat je van dit boek vond en gebruik bij je beoordeling goede argumenten (zie de opsomming van argumenten bij punt 8). Ga in op gebruikte literaire technieken en de invloed die deze hadden op jou als lezer. Vind je dat dit boek tot de literatuur behoort of niet? Was je nieuwsgierig naar de afloop van het verhaal? Hoe kwam dat?