Fiscale Handboeken HANDBOEK BTW 2015-2016 Patrick Wille Frank Borger Marc Govers Volledig geactualiseerd tot 1 augustus 2015 Antwerpen Cambridge
Eerste druk: 1997 Tweede volledig geactualiseerde druk: 1998 Derde volledig geactualiseerde druk: 1999 Vierde volledig geactualiseerde druk: 2000 Vijfde volledig geactualiseerde druk: 2001 Zesde volledig geactualiseerde druk: 2002 Zevende volledig geactualiseerde druk: 2003 Achtste volledig geactualiseerde druk: 2004 Negende volledig geactualiseerde druk: 2005 Tiende volledig geactualiseerde druk: 2006 Elfde volledig geactualiseerde druk: 2007 Twaalfde volledig geactualiseerde druk: 2008 Dertiende volledig geactualiseerde druk: 2009 Veertiende volledig geactualiseerde druk: 2010 Vijftiende volledig geactualiseerde druk: 2011 Zestiende volledig geactualiseerde druk: 2012 Zeventiende volledig geactualiseerde druk: 2013 Achttiende volledig geactualiseerde druk: 2014 Negentiende volledig geactualiseerde druk: 2015 Handboek btw 2015-2016 Patrick Wille, Frank Borger en Marc Govers 2015 Antwerpen Cambridge www.intersentia.be ISBN 978-94-000-0621-8 D/2015/7849/112 NUR 826 Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de uitgever.
DE AUTEURS Patrick Wille Chief VAT Officer Avalara Managing Partner THE VAT HOUSE cvba (Het BTW Huis) President VAT Forum cv Professor Fiscale Hogeschool Gastprofessor Universiteit Gent Frank Borger Partner THE VAT HOUSE cvba (Het BTW Huis) Bijz. lic. fiscaal recht Gastdocent UC Leuven Limburg Gastdocent Karel de Grote Hogeschool Antwerpen Partner VAT Forum cv Marc Govers Partner THE VAT HOUSE cvba (Het BTW Huis) Partner VAT Forum cv v
INHOUD Hoofdstuk 1. Algemene inleiding....................................... 1 1.1. Werkingssfeer: handelingen onderworpen aan de btw................ 1 1.1.1. De levering van goederen en diensten...................... 1 1.1.2. De intracommunautaire verwervingen..................... 2 1.1.3. Invoer.................................................. 3 1.2. Voorwaarden................................................... 3 1.2.1. Handelingen onder bezwarende titel....................... 3 1.2.2. Hoedanigheid van partijen............................... 6 1.3. Praktische benadering........................................... 7 1.3.1. Analyse van een operatie inzake btw....................... 7 1.3.2. Andere gegevens die van belang zijn...................... 11 1.4. Definities...................................................... 12 1.4.1. Geografisch toepassingsgebied........................... 12 1.4.2. Goederenvervoer....................................... 16 1.4.3. Accijnsproducten....................................... 16 1.4.4. Gebouw/bijbehorend terrein............................. 17 1.4.5. Maatregel ter bestrijding van misbruiken.................. 17 1.4.6. Belastbaar feit en opeisbaarheid van de btw................ 19 1.4.7. Factuur en elektronische factuur.......................... 20 1.5. Toelichtingen Btw-Comité....................................... 20 1.6. Mededeling van de Europese Commissie inzake het toekomstige btw-stelsel..................................................... 20 1.7. OESO International VAT/GST Guidelines......................... 21 Hoofdstuk 2. Belastingplichtige........................................ 23 2.1. Definitie...................................................... 23 2.1.1. Algemeen.............................................. 23 2.1.2. Hoedanigheid van de persoon............................ 23 2.1.3. Economische activiteit.................................. 24 2.1.4. Geregelde werkzaamheid................................ 30 2.1.5. Zelfstandige activiteit................................... 32 A. Algemeen......................................... 32 B. Stagiairs.......................................... 33 C. Familiale helpers................................... 33 vii
D. Lesgevers......................................... 34 E. Bestuurders/zaakvoerders/vereffenaars............... 34 F. Journalisten en dagbladcorrespondenten.............. 36 G. Stille handelsvennootschappen, tijdelijke handelsvennootschappen en feitelijke vennootschappen....... 36 H. EESV............................................. 39 2.1.6. Met of zonder winstoogmerk............................. 39 2.1.7. Hoofdzakelijk of aanvullend............................. 39 A. Algemeen......................................... 39 B. Mede-eigendom Daden van behoud en beheer....... 40 C. Loon- of weddetrekkers, gepensioneerden, studenten... 41 2.1.8. Begin en einde van de belastingplicht..................... 41 A. Begin belastingplicht............................... 41 B. Einde belastingplicht............................... 43 2.2. Btw-eenheid................................................... 44 2.2.1. Invoering.............................................. 44 2.2.2. Omschrijving en algemene werking van de btw-eenheid..... 45 A. Interne en externe verrichtingen..................... 46 B. Btw-aftrek en herziening............................ 46 C. Territoriale beperking, begeleidende maatregelen en hoofdelijke aansprakelijkheid........................ 47 D. Ten onrechte toepassing van de regeling btw-eenheid... 48 E. Overige praktische items............................ 48 2.3. Incidentele belastingplichtigen................................... 49 2.3.1. Verkoop van een nieuw gebouw.......................... 49 A. Algemeen......................................... 49 B. Nieuw gebouw..................................... 51 C. Optie............................................. 52 D. Aangifte.......................................... 52 E. Aftrekbare btw.................................... 53 F. Verkoop van een nieuw gebouw tussen leden van een btw-eenheid....................................... 53 G. Vestiging van een recht van vruchtgebruik............ 53 2.3.2. Verkoop van een nieuw vervoermiddel.................... 53 A. Vervoermiddel.................................... 54 B. Nieuwe vervoermiddelen........................... 54 C. Aangifte.......................................... 55 2.4. Niet-belastingplichtige rechtspersonen............................ 57 2.4.1. Definitie............................................... 57 2.4.2. Belastingplicht......................................... 57 2.4.3. Verplichtingen......................................... 67 A. Intracommunautaire verwervingen.................. 68 viii
B. Diensten.......................................... 69 C. Boekhouding...................................... 70 2.5. Belastingplichtigen zonder recht op aftrek......................... 70 2.5.1. Omschrijving.......................................... 70 A. Notarissen, gerechtsdeurwaarders en advocaten....... 71 B. Medische beroepen................................ 71 C. Medische instellingen.............................. 73 D. Zelfstandige groeperingen.......................... 75 E. Maatschappelijk werk.............................. 76 F. Sport............................................. 79 G. Onderwijs......................................... 81 H. Diensten betreffende onderwijskeuze en gezinsvoorlichting....................................... 85 I. Cultuur........................................... 87 J. Instellingen die geen winst beogen en religieuze instellingen....................................... 90 K. Levering van goederen en diensten................... 91 L. Onroerende goederen.............................. 91 M. Verzekerings- en financiële diensten.................. 94 N. Weddenschappen.................................. 98 O. Postdiensten...................................... 98 2.5.2. Verplichtingen......................................... 98 A. Intracommunautaire verwervingen.................. 99 B. Diensten.......................................... 99 C. Boekhouding..................................... 101 2.6. Kleine ondernemingen......................................... 101 2.6.1. Definitie.............................................. 102 2.6.2. Uitsluiting van de vrijstellingsregeling................... 102 2.6.3. Bepaling omzet........................................ 103 A. Op te nemen..................................... 103 B. Uit te sluiten..................................... 103 2.6.4. Diensten.............................................. 103 2.7. Landbouwondernemers........................................ 104 2.7.1. Algemeen............................................. 104 2.7.2. Personen onderworpen aan de bijzondere regeling......... 104 2.7.3. Toegelaten werkzaamheden............................. 105 2.7.4. Niet toegelaten werkzaamheden......................... 105 2.7.5. Teruggaaf van de btw op aankopen...................... 106 2.7.6. Aftrek van de betaalde forfaitaire compensatie............ 107 2.7.7. Teruggaaf van de betaalde forfaitaire compensatie......... 107 2.8. Bijzondere regeling voor beleggings goud......................... 108 ix
Hoofdstuk 3. Belastbare handelingen.................................. 111 3.1. Levering van goederen......................................... 111 3.1.1. Goederen............................................. 111 A. Definitie......................................... 111 B. Gelijkstelling met lichamelijke goederen............. 111 C. Uitsluiting....................................... 112 D. Namaakgoederen................................. 114 E. Grond........................................... 115 3.1.2. Levering van goederen................................. 117 3.1.3. Worden eveneens als een levering van een goed beschouwd. 118 A. Vordering door de overheid........................ 118 B. De afgifte van een goed als verbruiklening en de teruggaaf ingevolge een zodanige lening............. 118 C. Huurkoop en verkoop op afbetaling................. 119 D. Koop of verkoop in commissie...................... 119 3.1.4. Recht om grondstoffen uit een stuk grond te halen......... 120 3.1.5. Waarborgverplichtingen................................ 120 3.1.6. Overdracht algemeenheid of bedrijfs afdeling.............. 122 A. Algemeen........................................ 122 B. Hoedanigheid overnemer.......................... 124 C. Algemeenheid van goederen / bedrijfsafdeling........ 124 D. Nieuwe gebouwen................................. 125 E. Herziening van de aftrek van de btw geheven van de verwerving, oprichting, verbouwing of verbetering van de gebouwen................................. 126 F. Overdracht om niet............................... 128 G. Formaliteiten..................................... 128 3.1.7. Gelijkstelling met levering.............................. 128 A. Algemeen........................................ 128 B. Onttrekking roerend goed voor privédoeleinden...... 129 C. Onttrekking goed om het om niet te verstrekken...... 130 D. De ingebruikneming als bedrijfsmiddel.............. 134 E. De ingebruikneming anders dan als bedrijfsmiddel... 134 F. Beëindigen economische activiteit.................. 135 G. Vernietiging bedrijfsmiddel........................ 135 3.1.8. Onttrekking door een beroepsoprichter.................. 136 A. Beroepsoprichter.................................. 136 B. Onttrekking...................................... 136 3.1.9. De overbrenging....................................... 136 A. Gelijkstelling..................................... 136 B. Definitie......................................... 137 C. Niet beschouwd als overbrenging................... 138 x
D. Register van niet-overbrengingen................... 143 E. Niet meer vervuld zijn van de voorwaarden.......... 143 3.1.10. De commissionair..................................... 144 A. Aanmerking als koper/verkoper.................... 144 B. Gelijkstelling..................................... 144 C. Inkoop- en verkoopcombinaties.................... 145 D. Directe verkopen................................. 145 3.2. Diensten..................................................... 145 3.2.1. Definitie.............................................. 145 3.2.2. Vordering door of namens de overheid................... 152 3.2.3. Overdracht algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling........................................ 152 3.2.4. Onroerende financieringshuur.......................... 153 A. Belastbaarheid.................................... 153 B. Voorwaarden..................................... 153 C. Verkoop van de goederen aan de leasingnemer voor het verstrijken van de termijn....................... 160 D. Overdracht van de goederen voor het verstrijken van de termijn aan iemand anders dan de leasingnemer... 160 E. De overdracht van huur............................ 160 3.2.5. Roerende financieringshuur............................. 161 3.2.6. Verlenen van het recht om een beroeps werk zaamheid uit te oefenen............................................ 162 A. Definitie......................................... 162 B. Onderscheid met de onroerende verhuur............. 164 C. Aftrek........................................... 167 D. Bijzondere gevallen................................ 167 3.2.7. Gelijkstelling met een dienst............................ 170 A. Gebruik van een goed voor privédoeleinden.......... 171 B. Werk in onroerende staat.......................... 179 C. Antimisbruikmaatregel btw-eenheid................ 181 3.2.8. Commissionair bij diensten............................. 182 3.2.9. Reisbureaus........................................... 183 3.2.10. Plaatsvervanging gerechtsdeurwaarder................... 186 3.3. Invoer....................................................... 186 3.3.1. Definitie.............................................. 186 3.3.2. Voorwaarden waaronder de goederen op het grondgebied van België mogen worden gebracht...................... 187 3.4. Intracommunautaire verwerving................................ 188 3.4.1. Definitie.............................................. 188 A. Verkrijgen van de macht om als eigenaar te beschikken....................................... 188 xi
B. Lichamelijke roerende goederen.................... 188 C. Verzonden of vervoerd met als bestemming de afnemer......................................... 189 D. Verzonden of vervoerd naar een andere EU-lidstaat dan die waaruit het goed is verzonden of vervoerd.... 189 E. Vervoer door de verkoper, door de verwerver of voor hun rekening................................ 189 3.4.2. Gelijkstelling met intracommunautaire verwerving........ 190 A. Algemeen........................................ 190 B. Verbruiklening................................... 190 3.4.3. Intracommunautaire verwervingen in België.............. 190 A. Belastbaar in België............................... 190 B. Uitsluiting....................................... 192 3.4.4. Intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen............................................. 197 A. Onderworpen aan btw............................. 197 B. Vermoeden...................................... 198 3.4.5. Overbrenging......................................... 199 A. Hoedanigheid van de overbrenger................... 199 B. Hoedanigheid van de goederen..................... 199 C. Voor zijn economische activiteit.................... 199 D. Overbrenging gelijkgesteld met een levering.......... 199 3.4.6. De toewijzing door het Belgische leger.................... 200 Hoofdstuk 4. Plaats van de belastbare handelingen..................... 201 4.1. Levering van goederen......................................... 201 4.1.1. Hoofdregel............................................ 201 4.1.2. Afwijkingen.......................................... 201 A. De goederen worden vervoerd...................... 201 B. Levering met installatie of montage................. 204 C. Levering aan boord van een schip, een vliegtuig of een trein......................................... 206 D. Gas en elektriciteit................................ 207 4.1.3. Levering door de invoerder van de goederen.............. 208 4.1.4. Verkoop op afstand.................................... 211 A. Algemeen........................................ 211 B. Verzending of vervoer naar België................... 213 C. Verzending of vervoer vanuit België................. 214 D. Tolerantie........................................ 216 4.1.5. Goederen verzonden vanuit een derdelandsgebied......... 216 4.2. Diensten..................................................... 217 4.2.1. Inleiding............................................. 217 xii
4.2.2. B2B-situaties.......................................... 221 A. B2B-hoofdregel................................... 221 B. B2B-uitzonderingen............................... 226 C. Werkelijk gebruik en exploitatie.................... 241 4.2.3. B2C-situaties.......................................... 242 A. B2C-hoofdregel................................... 242 B. B2C-uitzonderingen............................... 243 C. Werkelijk gebruik en exploitatie.................... 251 D. Wijziging 2015 en MOSS........................... 252 4.2.4. Reisbureaus........................................... 254 4.3. Invoer....................................................... 255 4.3.1. Hoofdregel............................................ 255 4.3.2. Afwijkingen.......................................... 255 A. Goederen geplaatst onder douaneregeling............ 255 B. Goederen geplaatst onder intern communautair douanevervoer................................... 255 4.4. Intracommunautaire verwerving................................ 256 4.4.1. Hoofdregel............................................ 256 4.4.2. Afwijking............................................ 256 A. Principe......................................... 256 B. Correctie........................................ 257 C. Driehoeksverkeer................................. 257 4.4.3. Verwerving door een niet-belasting plichtige rechtspersoon na invoer............................................. 259 4.4.4. Vermoeden........................................... 260 Hoofdstuk 5. Belastbaar feit en opeisbaarheid van de btw................ 261 5.1. Definities..................................................... 261 5.2. Belang van de begrippen....................................... 261 5.3. Levering van goederen......................................... 262 5.3.1. Tijdstip van levering................................... 262 A. Algemeen principe................................ 262 B. Het goed wordt door de koper afgehaald............. 262 C. Wanneer het goed wordt verzonden of vervoerd door de leverancier................................ 262 D. Het goed wordt geïnstalleerd of gemonteerd door de leverancier.................................... 262 E. Leveringen van goederen die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen........... 263 F. Doorlopende intracommunautaire leveringen........ 263 G. Vervreemding nieuwe gebouwen.................... 264 H. Goed ter beschikking van de verkrijger.............. 264 xiii
I. Goederen in consignatie........................... 264 J. Huurkoop en de verkoop op afbetaling met eigendomsvoorbehoud............................. 266 5.3.2. Vermoeden........................................... 266 5.3.3. Belastbaar feit / opeisbaarheid btw....................... 266 A. Tijdstip.......................................... 266 B. Betaling als oorzaak van opeisbaarheid van de btw.... 266 C. Intracommunautaire leveringen.................... 269 D. Leveringen van roerende goederen aan particulieren.. 273 E. Goederenleveringen verricht voor de overheid........ 274 5.4. Diensten..................................................... 274 5.4.1. Tijdstip............................................... 274 A. Algemeen principe................................ 274 B. Diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen......................... 275 C. Doorlopende intracommunautaire diensten.......... 275 5.4.2. Belastbaar feit / opeisbaarheid btw....................... 275 A. Algemeen........................................ 275 B. Betaling als oorzaak van opeisbaarheid van de btw.... 275 C. Intracommunautaire diensten...................... 278 D. Diensten verricht voor particulieren................. 279 E. Werken in onroerende staat........................ 280 F. Dienstprestaties verricht voor de overheid............ 280 5.5. Invoer....................................................... 280 5.5.1. Tijdstip en opeisbaarheid............................... 280 A. Algemeen........................................ 280 B. Goederen afkomstig uit bepaalde gebieden........... 280 C. Goederen onderworpen aan bepaalde heffingen....... 281 D. Goederen niet onderworpen aan communautaire rechten.......................................... 281 E. Diefstal.......................................... 281 5.5.2. Voorschotten......................................... 281 5.5.3. Vermoeden........................................... 282 5.6. Intracommunautaire verwerving................................ 282 5.6.1. Tijdstip............................................... 282 A. Hoofdregel....................................... 282 B. Het goed wordt verzonden of vervoerd door de afnemer......................................... 283 C. Het goed wordt verzonden of vervoerd door de leverancier....................................... 283 D. Intracommunautaire verwervingen van goederen die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen..................................... 283 xiv
5.6.2. Belastbaar feit......................................... 283 5.6.3. Opeisbaarheid......................................... 283 Hoofdstuk 6. Maatstaf van heffing.................................... 285 6.1. Inleiding..................................................... 285 6.2. Binnenlandse handelingen..................................... 285 6.2.1. Tegenprestatie in geld.................................. 285 A. Algemeen principe................................ 285 B. Wettelijke uitsluitingen............................ 292 6.2.2. Tegenprestatie die niet uitsluitend uit geld bestaat.......... 297 6.2.3. Binnenlandse handelingen zonder tegenprestatie.......... 298 A. Handelingen gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel.................................. 298 B. Uitbreiding van het begrip levering................ 299 C. Voordelen van alle aard............................ 299 D. Werken in onroerende staat voor de economische activiteit......................................... 300 E. Btw-eenheid...................................... 300 F. Verkoop van een autovoertuig...................... 300 6.2.4. Handelingen verricht tussen partijen met een bijzondere band................................................. 301 6.2.5. Afronding van de btw.................................. 302 6.3. Invoer....................................................... 304 6.3.1. Douanewaarde........................................ 304 6.3.2. Vreemde munt........................................ 306 6.3.3. Invoer van postcolli.................................... 307 6.3.4. Invoer van software.................................... 308 6.4. Intracommunautaire verwervingen.............................. 310 6.4.1. Algemeen............................................. 310 6.4.2. Vreemde munt........................................ 310 6.4.3. Gestandaardiseerde of specifieke software................ 310 6.5. Normale waarde voor werk in onroerende staat................... 311 Hoofdstuk 7. Tarieven............................................... 313 7.1. Algemeen.................................................... 313 7.2. Tijdstip voor de vaststelling van tarieven......................... 314 7.3. Tarief voor handelingen waardoor de staat van de behandelde goederen wordt gewijzigd....................................... 315 7.4. Aanbod van verschillende goederen of diensten voor een enige prijs. 315 7.5. Onderhouds- en herstellingswerk................................ 315 7.6. Verpakken en herverpakken.................................... 316 xv
7.7. Verpakkingsmateriaal......................................... 316 7.8. Btw-tarieven in de Europese Unie............................... 316 7.9. Btw-tarieven in andere landen.................................. 318 Hoofdstuk 8. Vrijstellingen........................................... 319 8.1. Inleiding..................................................... 319 8.2. Vrijstellingen wegens uitvoer................................... 320 8.2.1. Uitvoer van goederen.................................. 320 A. Vervoer door of voor rekening van de verkoper....... 321 B. Vervoer door of voor rekening koper................ 323 8.2.2. Diensten aan goederen die de Europese Unie verlaten...... 326 A. Vrijstelling....................................... 326 B. Formaliteiten..................................... 326 C. Bewijs........................................... 326 8.2.3. Leveringen i.v.m. internationaal reizigers verkeer........... 327 A. Voorwaarden..................................... 327 B. Bewijs........................................... 327 8.3. Vrijstelling voor goederen onder een douaneregeling............... 328 8.3.1. Welke regelingen?..................................... 328 8.3.2. Vrijstellingen......................................... 329 8.3.3. Voorwaarden......................................... 330 8.3.4. Voorlopig karakter..................................... 330 8.4 Vrijstelling voor goederen geplaatst onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot (btw-entrepot)..................... 330 8.4.1. Bedoelde regelingen.................................... 330 8.4.2. Voorwaarden......................................... 331 8.5. Intracommunautaire leveringen................................. 335 8.5.1. Intracommunautaire levering van goederen andere dan accijns producten en nieuwe vervoermiddelen............. 335 A. Vrijstelling....................................... 335 B. Formaliteiten..................................... 337 C. Bewijs........................................... 337 8.5.2. De intracommunautaire levering van nieuwe vervoermiddelen............................................. 345 8.5.3. De intracommunautaire levering van accijnsproducten..... 348 8.5.4. De overbrengingen.................................... 348 8.6. Leveringen door taxfreeshops................................... 349 8.7. Invoer en intracommunautaire verwerving....................... 349 8.7.1. Vrijstelling voor invoer en intracom munautaire verwervingen, indien de levering in het binnenland is vrijgesteld.. 350 8.7.2. Vrijstelling voor de definitieve invoer van goederen en voor intracommu nau taire verwervingen.................. 350 xvi
8.7.3. Vrijstelling voor de invoer van goederen die intracommunautair worden geleverd............................. 351 8.7.4. Wederinvoer.......................................... 352 A. Wederinvoer van goederen in de staat waarin ze werden uitgevoerd................................ 352 B. Wederinvoer van goederen in geval van passieve veredeling........................................ 352 C. Omvang van de vrijstelling......................... 353 8.7.5. De intracommunautaire verwerving van overgebrachte goederen die in dezelfde staat terugkeren................. 354 8.7.6. Invoer gas en elektriciteit, warmte en koude............... 354 8.8. Levering, verwerving en diensten aan goederen onder een bijzondere douaneregeling...................................... 355 8.8.1. Bedoelde regelingen.................................... 355 8.8.2. Vrijstellingen......................................... 355 8.9. Definitieve invoer van goederen in de persoonlijke bagage van reizigers en kleine zendingen zonder commercieel karakter......... 356 8.9.1. Persoonlijke bagage van reizigers........................ 356 A. Vrijstelling....................................... 356 B. Voorwaarden..................................... 356 8.9.2. Kleine zendingen zonder commercieel karakter........... 357 8.10. Intracommunautaire verwerving door buitenlandse belasting - plichtigen.................................................... 358 8.11. Internationaal vervoer......................................... 358 8.12. Diensten van tussenpersonen................................... 359 8.13. Diverse vrijstellingen van artikel 42 WBTW...................... 360 8.13.1. Zeeschepen en binnenschepen.......................... 360 8.13.2. Internationale luchtvaart............................... 361 8.13.3. Diplomaten en internationale instellingen................ 362 8.13.4. Levering van goud..................................... 364 8.13.5. Leveringen aan erkende organisaties..................... 364 8.13.6. Parels en natuurlijke edelstenen......................... 364 Hoofdstuk 9. Recht op aftrek......................................... 365 9.1. Inleiding..................................................... 365 9.1.1. Omvang van het recht op aftrek......................... 366 A. Algemene beschouwingen.......................... 366 B. Uitsluitingen van het recht op aftrek................. 376 C. Beperking van het recht op aftrek................... 390 D. Specifieke gevallen................................ 395 9.2. Uitoefening van het recht op aftrek.............................. 399 9.2.1. Ontstaan van het recht op aftrek......................... 399 xvii
9.2.2. Voorwaarden......................................... 400 A. Binnenlandse handelingen en intracommunautaire verwervingen..................................... 400 B. Invoer........................................... 404 9.2.3. Wijze van uitoefening van het recht op aftrek............. 405 9.2.4. Termijn van het recht op aftrek.......................... 405 9.3. Herzieningen................................................. 406 9.3.1. Begrip................................................ 406 9.3.2. Onderscheid herziening van aftrek en onttrekking......... 406 9.3.3. Soorten herzieningen.................................. 407 9.3.4. Herziening van de gewone aftrek........................ 408 A. De oorspronkelijke aftrek is onjuist berekend......... 408 B. Creditnota s...................................... 408 C. Wijziging van de oorspronkelijke bestemming........ 408 D. Verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige.... 409 E. Btw geheven van diensten m.b.t. onroerend goed...... 409 9.3.5. Herziening van de aftrek m.b.t. bedrijfs middelen.......... 410 A. Begrip bedrijfsmiddel............................. 410 B. Btw geheven van bedrijfsmiddelen.................. 410 C. Vijf- of vijftienjarige herzieningsperiode............. 412 D. Toepassing van de bijzondere herziening............. 413 E. Tabel van de bedrijfsmiddelen...................... 417 9.3.6. Modaliteiten van herziening ingeval een btw-plichtige zonder recht op aftrek (art. 44 WBTW) een gewone btw-plichtige met recht op aftrek wordt................... 418 9.4. Gemengde belastingplichtige................................... 419 9.4.1. Begrip gemengde belastingplichtige...................... 419 9.4.2. Algemeen verhoudingsgetal............................. 421 A. Berekening....................................... 421 B. Voorlopig en definitief verhoudingsgetal............. 422 9.4.3. Werkelijk gebruik...................................... 423 9.4.4. Herziening van de aftrek............................... 425 A. Herziening van de aftrek van btw geheven van andere dan bedrijfsmiddelen....................... 425 B. Herziening van de aftrek m.b.t. bedrijfsmiddelen...... 426 Hoofdstuk 10. Voldoeningsplicht..................................... 431 10.1. Voldoeningsplicht in hoofde van de leverancier/dienst verrichter..... 431 10.1.1. De schuldenaar is een Belgische belasting plichtige......... 431 10.1.2. De schuldenaar is een niet in België gevestigde belastingplichtige.............................................. 431 A. EU-ondernemingen............................... 431 B. Niet-EU-ondernemingen.......................... 432 xviii
10.2. Voldoeningsplicht in hoofde van de intracommunautaire verwerver. 433 10.2.1. Principe.............................................. 433 10.2.2. Modaliteiten.......................................... 433 A. De verwerver is een in België gevestigde belastingplichtige......................................... 433 B. De verwerver is een buitenlandse belastingplichtige... 433 10.3. Voldoeningsplicht wegens aanrekening van btw................... 433 10.4. De ontvanger van de dienst is schuldenaar van de btw............. 434 10.5. Voldoeningsplicht in hoofde van de medecontractant (verlegging van heffing)................................................... 437 10.5.1. Driehoeksverkeer...................................... 437 A. Principe......................................... 437 B. Modaliteiten..................................... 438 10.5.2. Leveringen van goederen en diensten onder bijzondere douaneregelingen of onder het regime btw-entrepot........ 438 10.5.3. Leveringen en diensten door niet in België gevestigde belastingplichtigen..................................... 439 10.5.4. Leveringen van gas, elektriciteit, warmte en koude......... 439 10.5.5. Btw verschuldigd over de bijkomende maatstaf voor de oprichting of de overdracht van nieuwe gebouwen......... 440 10.5.6. Verplichting voor de medecontractant tot voldoening van de btw............................................ 441 A. Werken in onroerende staat........................ 441 B. Bijzondere regeling beleggingsgoud................. 444 C. CO 2 -emissierechten............................... 445 10.6. Hoofdelijke aansprakelijkheid................................... 445 10.6.1. Principe.............................................. 445 10.6.2. Gevallen van hoofdelijke aansprakelijk heid............... 446 A. In België verrichte belastbare leveringen en diensten... 446 B. De ontvanger van de dienst is schuldenaar van de btw of bij KB werd bepaald dat de medecontractant de btw moet voldoen.............................. 447 C. In België verrichte verwervingen.................... 448 D. Regeling btw-entrepot............................. 448 E. Antimisbruikbepaling............................. 449 F. Leden btw-eenheid................................ 449 10.7. Voldoening van de btw bij invoer................................ 449 10.7.1. Schuldenaars van de btw bij invoer....................... 450 A. De verkrijger of overnemer......................... 450 B. Optie door de verkoper, de overdrager of de vorige verkoper......................................... 450 C. De leverancier bij verkoop of installatie met montage.. 451 D. De eigendom of het vruchtgebruik is niet overgedragen 451 xix
10.7.2. Voldoening van de btw bij invoer........................ 452 A. Zonder vergunning voor de verlegging van de heffing. 452 B. Vergunning voor de verlegging van de heffing........ 452 Hoofdstuk 11. Teruggaaf............................................. 455 11.1. Teruggaaf van het saldo van de btw-aangiften..................... 455 11.1.1. Belastingplichtigen die periodieke aangiften indienen...... 455 A. Uitoefening van het recht op teruggave.............. 455 B. Voorwaarden voor de teruggave.................... 456 C. Intresten bij niet-tijdige terugbetaling............... 456 D. Maandelijkse terugbetaling........................ 457 E. Blokkering van teruggevraagde tegoeden............ 458 F. Teruggaaf btw-tegoed bij stopzetting................ 459 11.1.2. Belastingplichtigen die geen aangiften indienen........... 460 11.2. Teruggaaf van btw op verrichte leveringen en diensten en op invoer. 460 11.2.1. Btw geheven op leveringen en diensten................... 460 11.2.2. Btw geheven bij invoer................................. 462 11.2.3. Modaliteiten van het recht op teruggaaf.................. 463 11.3. Teruggaaf van buitenlandse btw................................. 465 11.3.1. Inleiding............................................. 465 11.3.2. Teruggaafprocedure................................... 465 11.3.3. Niet voor teruggaaf vatbare btw......................... 467 11.3.4. Btw-eenheid.......................................... 467 Hoofdstuk 12. Verplichtingen inzake btw.............................. 469 12.1. Belastingplichtigen met recht op aftrek........................... 469 12.1.1. Registratieverplichting................................. 469 A. Aangifte bij de aanvang van een economische werkzaamheid.................................... 469 B. Aangifte bij wijziging van de economische werkzaamheid........................................ 471 C. Aangifte bij de stopzetting van de werkzaamheid..... 472 12.1.2. Facturering........................................... 473 A. De factureringsverplichting........................ 473 B. Ontheffing van de factureringsverplichting........... 474 C. EU-lidstaat die de toepasselijke regels bepaalt voor de uitreiking van de factuur........................ 477 D. Tijdstip van het uitreiken van de factuur............. 479 E. Verplichte vermeldingen........................... 481 F. Elektronische facturering.......................... 483 G. Self-billing....................................... 484 xx
H. Authenticiteit, integriteit en leesbaarheid van de factuur.......................................... 485 I. Bewaring van facturen............................. 490 J. Taal van de factuur................................ 492 K. Vervanging van de factuur......................... 492 L. Verplichting tot het opmaken van stukken........... 493 M. Verbeterende stukken en creditnota s................ 497 N. Vereenvoudigde factuur........................... 499 O. Geregistreerd kassasysteem........................ 500 P. Uitreiken van ontvangstbewijzen................... 509 Q. Elektronisch kassaticket........................... 511 12.1.3. De btw-boekhouding.................................. 512 A. Boek voor inkomende facturen..................... 512 B. Boek voor uitgaande facturen...................... 514 C. Dagboek van ontvangsten.......................... 514 D. Registers......................................... 515 12.1.4. De periodieke btw-aangifte............................. 518 A. Personen gehouden tot indiening van periodieke btw-aangiften.................................... 518 B. Tijdvak van de periodieke btw-aangifte.............. 519 C. Indienen van de periodieke btw-aangifte............. 520 D. Invullen van de periodieke btw-aangifte............. 525 E. Betaling van de btw............................... 526 12.1.5. Jaarlijkse opgave der afnemers-belasting plichtigen......... 527 12.1.6. Opgave van de intracommunau taire handelingen.......... 529 A. Belastingplichtigen gehouden tot de indiening........ 530 B. In de opgave op te nemen handelingen............... 530 12.2. Niet-belastingplichtige rechts personen en belastingplich tigen zonder recht op aftrek.......................................... 534 12.2.1. Voorafgaande verklaring van het over schrijden van de verwer vingsdrempel................................... 534 12.2.2. Optie voor het belasten van alle intra communautaire verwervingen met btw.................................. 535 12.2.3. Toekenning van een btw-identificatie nummer............. 535 12.2.4. Verplichte mededelingen............................... 536 A. Mededeling door een belastingplichtige zonder recht op aftrek die ontvanger is van een welbepaalde dienst........................................... 536 B. Mededeling voor leveringen en diensten verstrekt door een buitenlandse btw-plichtige zonder Belgisch btw-identificatienummer.......................... 536 C. Gevolgen........................................ 536 xxi
12.2.5. Bij gebreke aan een factuur opstelling van een stuk........ 537 12.2.6. Bijhouden van documenten die het mogelijk maken het al dan niet over schrijden van de verwervingsdrempel te controleren......................................... 537 12.2.7. Bijhouden van een boekhouding waarin alle stukken voor de handelingen waarvoor zij schuldenaar zijn van de btw worden opgetekend.............................. 538 12.2.8. Bijzondere btw-aangifte................................ 538 A. Handelingen waarvoor een bijzondere btw-aangifte moet worden ingediend............................ 538 B. Kwartaalaangifte.................................. 539 C. Invullen van de bijzondere btw-aangifte............. 540 12.2.9. Intracommunautaire opgave............................ 540 12.3. Buitenlandse belastingplichtigen................................ 541 12.3.1. Erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger...... 541 A. Verplichting tot erkenning......................... 541 B. Ontslag van de verplichting tot erkenning............ 542 C. Hoedanigheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger........................................ 542 D. Verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger........................................ 543 12.3.2. Rechtstreekse btw-identificatie.......................... 544 12.3.3. Specifieke btw-aangifte voor manifestaties, beurzen en merchandising...................................... 545 12.3.4. Specifieke btw-aangifte inzake bezoldigd personenvervoer.. 545 12.4. Bijzondere regeling voor telecommunicatie diensten, radio- en televisieomroepdiensten, en langs elektronische weg verrichte diensten...................................................... 545 Hoofdstuk 13. Procedure............................................. 551 13.1. Bewijsmiddelen en controlemaat regelen.......................... 551 13.1.1. Bewijsmiddelen....................................... 551 13.1.2. Controlemaatregelen................................... 552 A. Bewaring boeken en stukken....................... 552 B. Voorlegging boeken en stukken..................... 553 C. Verstrekken van inlichtingen....................... 555 D. Mits machtiging.................................. 556 E. Vrije toegang verlenen............................. 556 F. Wettelijke vermoedens............................. 557 G. Aanslag van ambtswege............................ 559 13.2. Strafbepalingen............................................... 560 13.2.1. Fiscale geldboeten..................................... 560 xxii
A. Niet-voldoening van de btw........................ 560 B. Onrechtmatige aftrek.............................. 560 C. Niet uitreiken of onjuiste factuur of stuk............. 560 D. Andere overtredingen............................. 561 E. Opgerichte gebouwen............................. 561 F. Verminderde boetes............................... 561 13.2.2. Strafrechtelijke sancties................................ 561 A. Gevangenisstraffen en geldboetes................... 561 B. Verbod om beroep uit te oefenen.................... 562 C. Strafvordering.................................... 563 13.2.3. Una via -principe..................................... 563 13.3. Verjaring..................................................... 564 13.4. Vervolgingen en gedingen rechten en voorrechten van de Schatkist..................................................... 569 13.4.1. Verzoekschriften...................................... 569 13.4.2. Dwangbevel.......................................... 571 13.4.3. Tenuitvoerlegging..................................... 572 13.4.4. Procedure voor de rechtbank............................ 572 13.4.5. Interesten............................................. 573 13.4.6. Provisionele storting................................... 574 13.5. Beroepsgeheim en aansprakelijkheid antifraudemaatregelen wederzijdse bijstand........................................... 574 13.5.1. Beroepsgeheim........................................ 574 13.5.2. Verplichting notarissen................................. 575 A. Vraag naar btw-plicht............................. 575 B. Mededeling btw-schuld............................ 575 C. Notificatieverplichting voor notarissen en deurwaarders bij openbare verkopen..................... 576 13.5.3. Attest................................................ 577 13.5.4. Maatregel tegen georganiseerd onvermogen............... 577 13.5.5. Aansprakelijkheid van bestuurders...................... 578 13.5.6. Stellen van bijkomende waarborgen...................... 580 13.5.7. Sluiting van de onderneming............................ 581 13.5.8. Bewarend beslag....................................... 582 13.5.9. Verplichtingen van kredietinstellingen of -organismen..... 583 13.5.10. Wederzijdse bijstand................................... 584 13.6. Aan alle belastingen gemene bepalingen.......................... 589 13.7. Openbaarheid van bestuur..................................... 590 13.8. Relatie ambtenaar belasting plichtige........................... 590 13.9. Datamining.................................................. 591 13.10. Voorafgaande beslissing........................................ 592 13.11. Fiscale regularisatie............................................ 593 xxiii
13.12. Onbeperkt uitstel.............................................. 594 13.13. Fiscale bemiddeling............................................ 594 13.14. Infolijn FOD Financiën........................................ 595 13.15. Europese btw-ruling voor grensoverschrijdende transacties......... 595 13.16. Meldpunt voor dubbele betaling van btw......................... 597 Hoofdstuk 14. De btw-aangifte....................................... 599 14.1. Binnenlandse verkopen........................................ 599 14.2. Vrijgestelde handelingen en positieve verbeteringen............... 600 14.3. Uitgereikte creditnota s en negatieve verbeteringen................ 601 14.4. Aankopen.................................................... 601 14.5. Algemene uitsplitsing.......................................... 602 14.6. Ontvangen creditnota s......................................... 602 14.7. Gegevens betreffende sommige handelingen...................... 602 14.8. Aftrekbare btw................................................ 604 14.9. Herzieningen................................................. 604 14.10. Reserveroosters............................................... 605 14.11. Tussenberekening............................................. 605 14.12. Afrekening................................................... 605 14.13. Decembervoorschot........................................... 605 14.14. Klantenlijst................................................... 605 Bibliografie......................................................... 607 Nuttige websites..................................................... 609 Oefeningenreeks..................................................... 611 Formulieren......................................................... 615 Bijlage.............................................................. 625 Trefwoordenregister.................................................. 627 xxiv