Burgerlijk wetboek van 21 maart 1804....................... 1 Inleidende titel. Bekendmaking, gevolgen en toepassing van de wetten in het algemeen.. 1 Boek I. Personen............... 1 Titel I. Genot en verlies van de burgerlijke rechten.......................... 1 Hoofdstuk I. Genot van de burgerlijke rechten.......................... 1 Hoofdstuk II. Verlies van de burgerlijke rechten.......................... 1 Afdeling I. Verlies van de burgerlijke rechten door verlies van de staat van Belg........ 1 Afdeling II. Verlies van de burgerlijke rechten ten gevolge van rechterlijke veroordelingen.. 1 Titel II. Akten van de burgerlijke stand... 1 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen..... 1 Hoofdstuk II. Akten van geboorte...... 3 Hoofdstuk III. (Akten van aangifte en akten van huwelijk)................... 5 Hoofdstuk IV. Akten van overlijden..... 8 Hoofdstuk V. Akten van de burgerlijke stand betreffende militairen buiten het grondgebied van het Rijk............ 9 Hoofdstuk VI. Verbetering van de akten van de burgerlijke stand............. 10 Titel III. Woonplaats................ 10 Titel IV. Afwezigen.................. 11 Hoofdstuk I. (Afwezigheid)........... 11 Afdeling I. Vermoeden van afwezigheid.... 11 Hoofdstuk II. (oud) (Vervallen)........ 12 Afdeling II. Verklaring van afwezigheid.... 13 Hoofdstuk III. (oud) (Vervallen)....... 13 Afdeling I. (oud) (Vervallen)........... 13 Afdeling III. Gevolgen van de afwezigheid of van het vermoeden van afwezigheid voor de minderjarige kinderen................ 14 Hoofdstuk II. Gerechtelijke verklaring van overlijden........................ 14 Afdeling II. (oud) (Vervallen)........... 15 Afdeling III. (oud) (Vervallen).......... 15 Afdeling IV. (oud) (Vervallen).......... 15 Titel V. Het huwelijk................ 15 Hoofdstuk I. Hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan......................... 15 Hoofdstuk II. Formaliteiten betreffende de voltrekking van het huwelijk.......... 17 Hoofdstuk III. [ ]................. 17 Hoofdstuk IV. Vorderingen tot nietigverklaring van het huwelijk.............. 18 Hoofdstuk V. Verplichtingen die uit het huwelijk (of de afstamming) ontstaan... 19 Hoofdstuk VI. Wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten........... 21 Hoofdstuk VII. Ontbinding van het huwelijk.............................. 23 Hoofdstuk VIII. Tweede huwelijk....... 23 Titel VI. Echtscheiding............... 23 Hoofdstuk I. Gronden tot echtscheiding. 23 Hoofdstuk II. Echtscheiding op grond van bepaalde feiten..................... 23 Afdeling I. Vorm van de echtscheiding op grond van bepaalde feiten.............. 23 Afdeling II. Voorlopige maatregelen waartoe de eis tot echtscheiding op grond van bepaalde feiten aanleiding kan geven............. 23 Afdeling III. Gronden van niet- ontvankelijkheid tegen de vordering tot echtscheiding op grond van bepaalde feiten.............. 23 Hoofdstuk III. Echtscheiding door onderlinge toestemming.................. 24 Hoofdstuk IV. Gevolgen van echtscheiding 24 Hoofdstuk V. Scheiding van tafel en bed. 25 Titel VII. (...) Afstamming............ 26 Hoofdstuk I. Vaststelling van de afstamming van moederszijde............... 26 Hoofdstuk II. Vaststelling van de afstamming van vaderszijde................. 26 Afdeling I. Vermoeden van vaderschap..... 26 Afdeling II. Erkenning................. 27 Afdeling III. Onderzoek naar het vaderschap 28 Hoofdstuk III. Gemeenschappelijke bepalingen nopens de wijze waarop de afstamming wordt vastgesteld............... 28 Afdeling I. Het tijdstip van de verwekking.. 28 Afdeling II. De erkenning.............. 28 Hoofdstuk IV. Vorderingen met betrekking tot de afstamming.................. 30 Afdeling I. Algemeen................. 30 Afdeling II. De vorderingen in het bijzonder. 30 Afdeling III. Bekendmaking van de rechterlijke beslissing in de registers van de burgerlijk stand............................. 31 Hoofdstuk V. Gevolgen van de afstamming............................. 31 Hoofdstuk VI. Vordering tot uitkering voor levensonderhoud, opvoeding en passende opleiding......................... 32 Titel VIII. Adoptie.................. 33 Hoofdstuk I. Intern recht............. 33 Afdeling I. Algemene bepaling........... 33 21 januari 2013 i
Afdeling II. Bepalingen gemeenschappelijk aan beide vormen van adoptie........... 33 Afdeling III. Bepalingen eigen aan iedere vorm van adoptie.................... 36 Hoofdstuk II. Internationaal recht...... 40 Afdeling I. Bijzondere bepalingen van internationaal privaatrecht................. 40 Afdeling II. Totstandkoming van een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt...................... 40 Afdeling III. Uitwerking van buitenlandse beslissingen inzake adoptie in België........ 44 Hoofdstuk III. Administratieve formaliteiten.............................. 48 Titel VIIIbis. Verlating van een minderjarige 48 Titel IX. (Ouderlijk gezag)............ 49 Titel X. Minderjarigheid, voogdij en ontvoogding............................. 51 Hoofdstuk I. Minderjarigheid......... 51 Hoofdstuk II. Voogdij............... 51 Afdeling I. Ontstaan van de voogdij....... 51 Afdeling II. Organisatie van de voogdij..... 52 Afdeling III. Toeziende voogd............ 53 Afdeling IV. Werking van de voogdij...... 53 Afdeling V. Voogdijrekeningen en voogdijverslag.............................. 55 Hoofdstuk IIbis. Pleegvoogdij......... 56 Hoofdstuk III. Ontvoogding.......... 57 Hoofdstuk IV. Verlengde minderjarigheid 58 Titel XI. (Meerderjarigheid, voorlopig bewind, onbekwaamverklaringen en bijstand van een gerechtelijk raadsman)......... 59 Hoofdstuk I. Meerderjarigheid........ 59 Hoofdstuk Ibis. Voorlopig bewind over de goederen toebehorend aan een meerderjarige............................. 59 Hoofdstuk II. Onbekwaamverklaring.... 64 Hoofdstuk III. Bijstand van een gerechtelijk raadsman...................... 65 Boek II. Goederen en verschillende beperkingen van de eigendom..... 65 Titel I. Onderscheiding van de goederen... 65 Hoofdstuk I. Onroerende goederen..... 65 Hoofdstuk II. Roerende goederen...... 66 Hoofdstuk III. Goederen met betrekking tot hun bezitters................... 66 Titel II. Eigendom................... 67 Hoofdstuk I. Recht van natrekking op hetgeen door een zaak wordt voortgebracht 67 Hoofdstuk II. Recht van natrekking op hetgeen met de zaak verenigd wordt en een lichaam ermee uitmaakt............. 67 Afdeling I. Recht van natrekking betreffende onroerende zaken.................... 67 Afdeling II. Recht van natrekking betreffende roerende zaken...................... 68 Hoofdstuk III. Medeëigendom........ 69 Afdeling I. (Gewone medeëigendom en gedwongen medeëigendom in het algemeen).. 69 Afdeling II. (Gedwongen medeëigendom van gebouwen of groepen van gebouwen)...... 70 Titel III. Vruchtgebruik, gebruik en bewoning............................. 78 Hoofdstuk I. Vruchtgebruik.......... 78 Afdeling I. Rechten van de vruchtgebruiker.. 78 Afdeling II. Verplichtingen van de vruchtgebruiker............................ 80 Afdeling III. Hoe vruchtgebruik eindigt..... 81 Hoofdstuk II. Gebruik en bewoning.... 81 Titel IV. Erfdienstbaarheden of grondlasten 82 Hoofdstuk I. Erfdienstbaarheden die ontstaan uit de ligging van de plaatsen.... 82 Hoofdstuk II. Erfdienstbaarheden die door de wet gevestigd zijn............ 82 Afdeling I. Gemene muur en gemene gracht. 82 Afdeling II. Afstand en tussenwerken vereist bij bepaalde bouwwerken.............. 83 Afdeling III. Uitzichten op het eigendom van de nabuur.......................... 83 Afdeling IV. Dakdrop................. 84 Afdeling V. Recht van uitweg............ 84 Hoofdstuk III. Erfdienstbaarheden die door s mensen toedoen gevestigd worden 84 Afdeling I. Onderscheiden soorten van erfdienstbaarheden die op goederen kunnen worden gevestigd..................... 84 Afdeling II. Hoe erfdienstbaarheden gevestigd worden............................ 85 Afdeling III. Rechten van de eigenaar van het erf waaraan de erfdienstbaarheid verschuldigd is............................. 85 Afdeling IV. Hoe erfdienstbaarheden teniet gaan.............................. 85 Boek III. Op welke wijze eigendom verkregen wordt............... 86 Titel I. Erfenissen................... 86 Hoofdstuk I. Openvallen van erfenissen en bezit van de erfgenamen............. 86 Hoofdstuk II. Hoedanigheden vereist om te kunnen erven.................... 86 Hoofdstuk III. Onderscheiden orden in de erfopvolging...................... 87 Afdeling I. Algemene bepalingen......... 87 ii 21 januari 2013
Afdeling II. Plaatsvervulling............ 88 Afdeling III. Erfopvolging in de nederdalende lijn.............................. 88 Afdeling IV. Erfopvolging van de langstlevende echtgenoot....................... 88 Afdeling IVbis. Erfopvolging van de langstlevende wettelijk samenwonende.......... 90 Afdeling (V.) Erfopvolging in de opgaande lijn 90 Afdeling (VI.) Erfopvolging in de zijlijn.... 90 Hoofdstuk IV. Onregelmatige erfopvolging 91 Afdeling I. Rechten van natuurlijke kinderen op de goederen van hun vader of moeder, en erfopvolging in de nalatenschap van zonder nakomelingen overleden natuurlijke kinderen 91 Afdeling II. Rechten van de Staat........ 91 Hoofdstuk V. Aanvaardig en verwerping van nalatenschappen............... 91 Afdeling I. Aanvaarding............... 91 Afdeling II. Verwerping van nalatenschappen 92 Afdeling III. Voorrecht van boedelbeschrijving, zijn gevolgen, en verplichtingen van de erfgenaam die onder voorrecht aanvaardt.. 92 Afdeling IV. Onbeheerde nalatenschappen. 94 Hoofdstuk VI. Verdeling en inbreng.... 94 Afdeling I. De rechtsvordering tot verdeling en haar vorm......................... 94 Afdeling II. Inbreng.................. 96 Afdeling III. Betaling van de schulden..... 98 Afdeling IV. Gevolgen van de verdeling en vrijwaring van de kavels.................. 99 Afdeling V. Vernietiging van de verdeling... 99 Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten....................... 99 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen..... 99 Hoofdstuk II. Bekwaamheid om te beschikken of te verkrijgen bij schenking onder de levenden of bij testament....... 100 Hoofdstuk III. Beschikbaar gedeelte der goederen en inkorting............... 101 Afdeling I. Beschikbaar gedeelte der goederen 101 Afdeling II. Inkorting van schenkingen en legaten............................. 102 Hoofdstuk IV. Schenkingen onder de levenden.......................... 102 Afdeling I. Vorm van de schenkingen onder de levenden.......................... 102 Afdeling II. Uitzonderingen op de regel van de onherroepelijkheid der schenkingen onder de levenden.......................... 104 Hoofdstuk V. Beschikkingen bij testament 104 Afdeling I. Algemene regels betreffende de vorm der testamenten................ 104 Afdeling II. Bijzondere regels betreffende de vorm van bepaalde testamenten......... 105 Afdeling III. Erfstellingen en legaten in het algemeen........................... 106 Afdeling IV. Algemeen legaat........... 107 Afdeling V. Legaat onder algemene titel.... 107 Afdeling VI. Bijzondere legaten.......... 107 Afdeling VII. Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen........................ 108 Afdeling VIII. Herroeping en verval van testamenten........................... 108 Hoofdstuk VI. Geoorloofde beschikkingen ten voordele van de kleinkinderen van de schenker of erflater, of ten voordele van de kinderen van zijn broeders en zusters.... 109 Hoofdstuk VII. Verdelingen door de vader, de moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, tussen hun afstammelingen gemaakt.......................... 111 Hoofdstuk VIII. Schenkingen bij huwelijkscontract aan de echtgenoten en aan de kinderen die uit het huwelijk zullen worden geboren.......................... 111 Hoofdstuk IX. Beschikkingen tussen echtgenoten, hetzij bij huwelijkscontract, hetzij tijdens het huwelijk................ 112 Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen.......... 113 Hoofdstuk I. Voorafgaande bepalingen.. 113 Hoofdstuk II. Voorwaarden die tot de geldigheid van de overeenkomsten vereist zijn 113 Afdeling I. Toestemming............... 113 Afdeling II. Bekwaamheid van de contracterende partijen....................... 114 Afdeling III. Voorwerp en inhoud van de contracten............................ 114 Afdeling IV. Oorzaak................. 114 Hoofdstuk III. Gevolgen van de verbintenissen............................ 114 Afdeling I. Algemene bepalingen......... 114 Afdeling II. Verbintenis om iets te geven.... 114 Afdeling III. Verbintenis om iets te doen of niet te doen........................ 115 Afdeling IV. Schadevergoeding wegen nietnakoming van de verbintenis............ 115 Afdeling V. Uitlegging van de overeenkomsten.............................. 116 Afdeling VI. Gevolgen van de overeenkomsten ten aanzien van derden................ 116 Hoofdstuk IV. Verschillende soorten van verbintenissen...................... 116 Afdeling I. Voorwaardelijke verbintenissen.. 116 Afdeling II. Verbintenissen met tijdsbepaling 117 Afdeling III. Alternatieve verbintenissen.... 117 Afdeling IV. Hoofdelijke verbintenissen.... 118 Afdeling V. Deelbare en ondeelbare verbintenissen............................. 119 Afdeling VI. Verbintenissen onder strafbeding 120 Hoofdstuk V. Tenietgaan van de verbintenissen............................ 120 21 januari 2013 iii
Afdeling I. Betaling................... 120 Afdeling II. Schuldvernieuwing........... 124 Afdeling III. Kwijtschelding van schuld..... 124 Afdeling IV. Schuldvergelijking........... 124 Afdeling V. Schuldvermenging........... 125 Afdeling VI. Verlies van de verschuldigde zaak 125 Afdeling VII. Vordering tot nietigverklaring of tot vernietiging van de overeenkomsten.... 125 Hoofdstuk VI. Bewijs van de verbintenissen en bewijs van de betaling......... 126 Afdeling I. Schriftelijk bewijs............ 126 Afdeling II. Bewijs door getuigen......... 128 Afdeling III. Vermoedens............... 129 Afdeling IV. Bekentenis van partijen...... 129 Afdeling V. De eed................... 129 Titel IV. Verbintenissen buiten overeenkomst............................ 130 Hoofdstuk I. Oneigenlijke contracten... 130 Hoofdstuk II. Misdrijven en oneigenlijke misdrijven........................ 131 Titel IVbis. Vergoeding van de schade door abnormalen veroorzaakt.............. 131 Titel V. Huwelijksvermogensstelsels...... 131 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen..... 131 Hoofdstuk II. Wettelijk stelsel......... 133 Afdeling I. Vermogens en wederbelegging... 133 Afdeling II. Rechten van de schuldeisers.... 134 Afdeling III. Bestuur van het gemeenschappelijk vermogen....................... 134 Afdeling IV. Bestuur van het eigen vermogen 135 Afdeling V. Ontbinding van het wettelijk stelsel............................... 136 Hoofdstuk III. Overeenkomsten die het wettelijk stelsel kunnen wijzigen....... 138 Hoofdstuk IV. Scheiding van goederen.. 139 Afdeling I. Bedongen scheiding van goederen 139 Afdeling II. Gerechtelijke scheiding van goederen............................. 140 Titel Vbis. Wettelijke samenwoning...... 140 Titel VI. Koop...................... 142 Hoofdstuk I. Aard en vorm van de koop. 142 Hoofdstuk II. Wie kopen of verkopen kan 142 Hoofdstuk III. Zaken die verkocht kunnen worden.......................... 143 Hoofdstuk IV. Verplichtingen van de verkoper............................ 143 Afdeling I. Algemene bepalingen......... 143 Afdeling II. Levering.................. 143 Afdeling III. Vrijwaring................ 144 Afdeling IV. Bepalingen met betrekking tot de verkopen aan consumenten............. 145 Hoofdstuk V. Verplichtingen van de koper 147 Hoofdstuk VI. Nietigheid en ontbinding van de koop...................... 148 Afdeling I. Recht van wederinkoop........ 148 Afdeling II. Vernietiging van de koop uit hoofde van benadeling.................... 148 Hoofdstuk VII. Veiling van onverdeelde goederen......................... 149 Hoofdstuk VIII. Overdracht van schuldvorderingen en andere onlichamelijke rechten 149 Titel VII. Ruil...................... 150 Titel VIII. Huur.................... 150 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen..... 150 Hoofdstuk II. Huur van goederen...... 151 Afdeling I. (Algemene bepalingen betreffende de huur van onroerende goederen)........ 151 Afdeling II. Regels betreffende de huurovereenkomsten met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de huurder in het bijzonder.. 155 Afdeling IIbis. Regels betreffende de handelshuur in het bijzonder.................. 160 Afdeling III. Regels betreffende de pacht in het bijzonder........................ 166 Hoofdstuk III. Huur van werk en van diensten............................. 180 Afdeling I. Huur van dienstboden en werklieden............................... 180 Afdeling II. Ondernemers van vervoer te land en te water......................... 180 Afdeling III. Bestekken en aannemingen.... 181 Hoofdstuk IV. Veepacht............. 181 Afdeling I. Algemene bepalingen......... 181 Afdeling II. Eenvoudige veepacht......... 182 Afdeling III. Veepacht bij helften......... 182 Afdeling IV. Veepacht door de eigenaar toegestaan aan zijn pachter of zijn deelpachter... 182 Afdeling V. Contract oneigenlijk veepacht genoemd............................ 183 Titel IX. (Vennootschappen)........... 183 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen..... 183 Hoofdstuk II. Verschillende soorten van vennootschappen.................. 183 Afdeling I. Algemene vennootschappen..... 183 Afdeling II. Bijzondere vennootschap...... 183 Hoofdstuk III. Verplichtingen van de vennoten onderling en ten aanzien van derden 183 Afdeling I. Verplichtingen van de vennoten onderling.......................... 183 Afdeling II. Verplichtingen van de vennoten ten aanzien van derden................ 183 Hoofdstuk IV. Verschillende wijzen waarop de vennootschap eindigt.......... 183 Titel X. Lening..................... 183 Hoofdstuk I. Bruiklening of commodaat 183 Afdeling I. Aard van de bruiklening....... 183 iv 21 januari 2013
Afdeling II. Verplichtingen van de lener.... 184 Afdeling III. Verplichtingen van degene die in bruikleen geeft...................... 184 Hoofdstuk II. Verbruiklening of eenvoudige lening......................... 184 Afdeling I. Aard van de verbruiklening.... 184 Afdeling II. Verplichting van de uitlener.... 184 Afdeling III. Verplichtingen van de lener... 185 Hoofdstuk III. Lening op interest...... 185 Titel XI. Bewaargeving en sekwester..... 185 Hoofdstuk I. Bewaargeving in het algemeen en verschillende soorten van bewaargeving....................... 185 Hoofdstuk II. Eigenlijke bewaargeving... 185 Afdeling I. Aard en wezen van het contract van bewaargeving.................... 185 Afdeling II. Vrijwillige bewaargeving...... 186 Afdeling III. Verplichtingen van de bewaarnemer.............................. 186 Afdeling IV. Verplichtingen van de bewaargever............................... 187 Afdeling V. Bewaargeving uit noodzaak.... 187 Hoofdstuk III. Sekwester............. 188 Afdeling I. Verschillende soorten van sekwester............................... 188 Afdeling II. Bij overeenkomst bedongen sekwester............................ 188 Afdeling III. Gerechtelijk sekwester of gerechtelijk bewaargeving................... 188 Titel XII. Kanscontracten............. 188 Hoofdstuk I. Spel en weddenschap..... 188 Hoofdstuk II. Contract van lijfrente.... 189 Afdeling I. Voorwaarden die voor de geldigheid van het contract vereist zijn......... 189 Afdeling II. Gevolgen van het contract tussen de contracterende partijen............. 189 Titel XIII. Lastgeving................. 189 Hoofdstuk I. Aard en vorm van de lastgeving............................. 189 Hoofdstuk II. Verplichtingen van de lasthebber.......................... 190 Hoofdstuk III. Verplichtingen van de lastgever............................ 190 Hoofdstuk IV. Verschillende wijzen waarop lastgeving eindigt................ 190 Titel XIV. Borgtocht................. 191 Hoofdstuk I. Aard en omvang van de borgtocht............................ 191 Hoofdstuk II. Gevolgen van borgtocht.. 191 Afdeling I. Gevolgen van borgtocht tussen de schuldeiser en de borg................ 191 Afdeling II. Gevolgen van borgtocht tussen de schuldenaar en de borg................ 192 Afdeling III. Gevolgen van borgtocht tussen de borgen onderling..................... 192 Hoofdstuk III. Tenietgaan van borgtocht. 192 Hoofdstuk IV. Wettelijke borgtocht en gerechtelijke borgtocht................. 193 Hoofdstuk V. Kosteloze borgtocht...... 193 Titel XV. Dading................... 194 Titel XVI. Lijfsdwang in burgerlijk zaken.. 194 Titel XVII. Inpandgeving.............. 194 Hoofdstuk I. Pand.................. 195 Hoofdstuk II. Genotspand............ 195 Titel XVIII. Voorrechten en hypotheken... 196 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen...... 197 Hoofdstuk II. Voorrechten............ 197 Afdeling I. Voorrechten op roerende en onroerende goederen................... 197 Afdeling II. Voorrechten op roerende goederen............................... 197 Afdeling III. Voorrechten op onroerende goederen............................. 201 Afdeling IV. Hoe voorrechten bewaard worden.............................. 201 Hoofdstuk III. Hypotheken............ 202 Afdeling I. Wettelijke hypotheken........ 203 Afdeling II. Bedongen hypotheken........ 205 Afdeling III. Rang van de hypotheken onderling.............................. 206 Hoofdstuk IV. Wijze van inschrijving van de voorrechten en hypotheken......... 206 Hoofdstuk V. Doorhaling en vermindering van de inschrijvingen................ 208 Hoofdstuk VI. Gevolgen van de voorrechten en hypotheken tegen derden-bezitters. 209 Hoofdstuk VII. Tenietgaan van de voorrechten en hypotheken............... 209 Hoofdstuk VIII. Wijze waarop eigendommen van de voorrechten en hypotheken worden gezuiverd................... 210 Hoofdstuk IX. Openbaarheid van de registers en verantwoordelijkheid van de bewaarders.......................... 211 Hoofdstuk X. Wijze van houden en bewaren van de hypothecaire bescheiden..... 212 Hoofdstuk XI. Vermelding van de partijen en van de onroerende goederen........ 213 Hoofdstuk XII. Materiële vormen van de formaliteiten van openbaarmaking en van de aanvragen...................... 214 Titel XIX. Gerechtelijke uitwinning en rangregeling onder de schuldeisers....... 214 Titel XX. Verjaring.................. 214 21 januari 2013 v
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen..... 214 Hoofdstuk II. Bezit................. 214 Hoofdstuk III. Oorzaken die de verjaring verhinderen....................... 215 Hoofdstuk IV. Oorzaken die de verjaring stuiten of schorsen................. 215 Afdeling I. Oorzaken die de verjaring stuiten 215 Afdeling II. Oorzaken die de loop van de verjaring schorsen...................... 215 Hoofdstuk V. Tijd die voor de verjaring vereist is............................ 216 Afdeling I. Algemene bepalingen......... 216 Afdeling II. (Algemene termijnen van verjaring).............................. 216 Afdeling III. Tienjarige en twintigjarige verjaring.............................. 216 Afdeling IV. Enige bijzondere verklaringen.. 216 Titel XXI. (Kennisgeving).............. 218 vi 21 januari 2013