Handreiking Dementie
Handreiking Dementie Doelgroep Ouderen met (een verdenking op) geheugen en overige cognitieve stoornissen die van invloed zijn op het dagelijkse leven. Diagnostiek (huisarts, wijkverpleegkundige) Vraag naar / beoordeel: (ook dmv. Heteroanamnese) ¹ ⁵ Hulpvraag oudere en/of mantelzorger. ¹ ³ ⁴ ⁵ Aard, ontstaanwijze, aanleiding, beloop van de kernsymptomen Geheugenstoornissen. ¹ ³ Stoornissen in cognitieve functies (afasie, apraxie, agnosie, stoornis in uitvoerende functies) ¹ ² ³ Functionele beperkingen (ADL/IADL). ¹ ³ ⁵ Psychiatrische comorbiditeit: depressie, angst, psychosen. ¹ ² ⁵ Verschil in inzicht tussen oudere en mantelzorger Draagkracht/ draaglast mantelzorger (EDIZ). ¹ ² ³ ⁴ ⁵ Medicatiegebruik ² (benzodiazepinen, tricyclische antidepressiva, antipsychotica, lithium, anticholinergica, levodopa, bromocriptine, barbituraten, fenytoïne, valproïnezuur, digoxine, methyldopa, clonidine). ¹ Medische voorgeschiedenis. ¹ ² ³ ⁵ Algemene gezondheid: afvallen, eetlust, vallen, mobiliteit, duizeligheid, continentie. ⁵ Inventariseer zorgbehoefte (functioneren in thuissituatie, de hygiëne, aanwezigheid van voedingsmiddelen, gevaar en interacties tussen patiënt en zijn omgeving, dagbesteding). ² ⁵ Aanvullend Eventueel vragenlijsten ter ondersteuning van de diagnose: OLD: Observatie Lijst voor vroeg symptomen van Dementie ¹ ⁴ MMSE: MiniMental State Examination ter objectivering van de diagnose ¹ ³ ⁴ ⁵ (Score <28: nader onderzoek. Score < 18: ernstige dementie) EASYCare instrument Lichamelijk onderzoek (gericht op mogelijke onderliggende oorzaken, comorbiditeit). ¹ ² ⁵ Algemeen onderzoek (huid en slijmvliezen). ¹ ⁵ Pols, bloeddruk, auscultatie hart en longen. ¹ Oriënterend neurologisch onderzoek ¹ ² ⁵ Functioneel onderzoek. ⁵ Op indicatie uitgebreider onderzoek (bv. visus, gehoor). ¹ Aanvullend onderzoek [1]: Ter uitsluiting van bijkomende somatische aandoeningen, worden volgende laboratoriumbepalingen aangevraagd: Hb, Ht, MCV, BSE, glucose, TSH en kreatinine. ¹ ² ⁵
Op indicatie: Natrium, Kalium, foliumzuur, vitamine B 1, B 6, B 12, leverfunctie. ¹ ² ⁵ Evaluatie Sluit uit: delier en depressie. ¹ Stel de diagnose: Dementie: stoornissen in het geheugen in combinatie met overige cognitieve stoornissen en achteruitgang in functioneren. ¹ Eventueel aanvullend hieraan zou kunnen zijn met een MMSE. ¹ P.M. Onderscheid dementie van mild cognitive impairment : stoornissen in geheugen en andere cognitieve functies zonder beperkingen in dagelijks functioneren. Voorlichting en begeleiding Huisarts Informatie verstrekken over de ziekte als een progressieve aandoening en over de mogelijke oorzaken. ¹ Verwerking (vergelijk een slechtnieuwsgesprek ) ¹ Voorbereiding op te verwachten problemen door functieverlies en gedragsstoornissen. ¹ Thuiszorg/ Swon tijdig betrekken.¹ Wijkverpleegkundige Praktische informatie over consequenties van de dementie; gedrag, functieverlies, (autorijden ed.) Verwerking van diagnose. Zorgbehoefte in kaart brengen. Belevingsgerichte zorg, voorkom strijdpunten. Aandacht voor mantelzorgers en belasting. Informeren en adviseren over domotica. Zorgbegeleiding. Swon Ondersteun bij de financiële en immateriële belangen van de patiënt. Aandacht voor mantelzorgers. Denk aan hulpdienst/vrijwilligers. Besteed aandacht aan de rijvaardigheid. Bespreek casemanagement / zorgtrajectbegeleiding. Medicamenteuze behandeling (ziekte van alzheimer of vasculaire dementie) P.M. In geval van overige typen dementie: consulteer en/of verwijs. Agressie, psychose: Antipsychotica: Bij acuut problematiek: Haloperidol 2,5 5mg i.m./s.c. Bij chronische of nietacute problematiek: Haloperidol of risperidon 2dd0,5 mg p.o. z.n. op geleide van bijwerkingen langzaam ophogen tot maximaal 6mg/dag, maximaal 12 weken. (Verenso) Bijwerkingen: extrapyramidale bijwerkingen, sedatie, verhoogd risico op beroerte, hartritmestoornis, valneiging, speekselvloed. Angst, agitatie: Benzodiazepines: (Bespreek de gevaren van gewenning). Gebruik maximaal 2 weken: Oxazepam zonodig 510mg p.o. eenmalig, bij dagelijks gebruik 3dd 510 mg.
Lorazepam: bij acute problematiek: 1mg i.m., zonodig 0,51mg p.o., bij continu gebruik 2dd 0,5mg p.o. Gedrags en stemmingsproblemen met onvoldoende resultaat op bovengenoemde middelen: Opties: SSRIs, cholinesterase remmers, anticonvulsiva, memantine: Consulteer specialist ouderengeneeskunde, klinisch geriater of ouderenpsychiater. Vertragen van de cognitieve achteruitgang: Overweeg cholinesteraseremmers (rivastigmine, galantamine). Consulteer een geheugenpoli, specialist ouderengeneeskunde of klinisch geriater. Consultatie en/of verwijzing Specialist ouderengeneeskunde / klinisch geriater: Bij vragen over of onduidelijkheid t.a.v. diagnose. ¹ ³ Snelle progressive. ¹ ³ Bijkomende gedragsproblemen. ³ Bij vragen over de behandeling (bijv. bij gedragsproblemen/ onrust waarbij patiënt niet reageert op behandeling, vragen over/instellen op behandeling gericht op vertraging van de cognitieve achteruitgang). Bij zorgproblemen. ¹ ³ SOG heeft vooral meerwaarde bij (eenvoudige) vragen over onduidelijkheid t.a.v. diagnose, bijkomende gedragsproblemen, vragen over behandeling en bij zorgproblemen. Ouderenadviseur / coördinatiepunt mantelzorgondersteuning/ zorgtrajectbegeleider dementie: Voor ondersteuning mantelzorger Respijtzorg Inzet hulpmiddelen (domotica) Behoefte aan lotgenotencontact Literatuur 1. Wind AW, Gussekloo J, VernooijDassen MJFJ, Bouma M, Boomsma LJ, Boukes FS. NHGstandaard dementie. Huisarts Wet 2003;46(13):75467. 2. CBO. Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie. www.cbo.nl 2005. 3. Boomsma, L., et al., Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak. Huisarts wet, 2009. 52(3): p. S1S5. 4. Boomsma, L., et al., Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Dementie. Huisarts wet, 2005. 48(3): p. 124126. 5. Handreiking diagnostiek dementie, NVVA
Colofon Handreiking dementie is een uitgave van 100. Uw welzijns en zorgnetwerk. T (024) 361 82 82 Info@netwerk100.nl www.netwerk100.nl Auteur Franca Ruikes, huisarts / onderzoeker September 2011 UMC St Radboud Nijmegen