1 KINDERGEBAREN NMG BASIS Mensen: Papa: Mama: Oma: Opa Meisje: Jongen: Broertje: Zusje: Ik: Jij: Wij: kind: baby: met je wijsvinger tweemaal op je lippen tikken. met je hand naast je mond tweemaal tikken. met je wijsvinger een rondje om de mond heen en dan eenmaal met 3 vingers naast je mond. hetzelfde rondje om de mond en dan met je wijsvinger op je lippen tikken. met een vlakke hand langs je haren naar beneden glijden. met de duim t.o. de rest van je vlakke hand doen alsof je de klep van een pet vasthoudt. twee vingers naast elkaar horizontaal, schuin op je borst tikken. De wijsvinger raakt je borst. met duim en wijsvinger bij het voorhoofd knippen. Lijkt echter erg op jongen. Ook wordt gebruikt, het gebaar voor broer met het gebaar voor meisje erachteraan. met je wijsvinger naar jezelf wijzen. met je wijsvinger naar de ander wijzen. met je wijsvinger een rondje voor je draaien, alsof je iedereen aanwijst. met vlakke hand horizontaal een paar keer de grootte van een kind aanwijzen. baby wiegen in je armen. A.D.L Slapen: twee handen naast je hoofd en je hoofd schuin houden. Eten: losse vuist en je vinger naar je mond brengen. Drinken: alsof je een beker vasthoudt en dan drinkt. Wassen: met je vlakke hand een rondje vóór je gezicht draaien. Poetsen: met je wijsvinger voor je mond heen en weer gaan. Plassen: je wijsvinger bij je kruis houden. Haren wassen: met je vingers van beide handen je hoofd wassen. Haar kammen: met een losse vuist doen alsof je je haren kamt, zonder je haren aan te raken. Douchen: vingers bij elkaar, boven je hoofd en dan je hand openen (alsof je water sproeit). Kleuren Rood: Blauw: Groen: Oranje: Geel: Bruin: Wit: Zwart: met een gebogen wijsvinger op je onderlip tikken. met je hand open naar buiten gericht, duim naar binnen, je hand omdraaien naar binnen, de duim gaat open. met je wijsvinger en middelvinger of je andere wijsvinger heen en weer strijken. doen alsof je een sinaasappel perst, maar dan in de lucht met je vingers naar de ander toe. (officieel met je ringvinger vanaf je wang een slingertje maken) vingers bij elkaar, schuin links voor je, en dan doen alsof de zon opkomt, terwijl je vingers zich openen. wijs- en middelvinger samennemen, voor je uitsteken en dan een klein rondje draaien. met je wijsvinger op je boordje tikken aan de zijkant van je nek (van de pastoor). een z teken maken van boven naar beneden met je wijsvinger
2 Eten / drinken Boterham: Boter: Kaas: Worst: Jam: Hagelslag: Pindakaas: Smeren: Appel: Sinaasappel: Banaan: Groente: Koekje: Melk: Thee: Water: Limonade: een hand open horizontaal, met je andere vlakke hand er verticaal plakjes op snijden of : één strijk maken met je ene vlakke hand over de andere heen. met één hand een bekertje vasthouden, met je wijsvinger van je andere hand er een likje uithalen. een hand vlak horizontaal houden, met je andere vlakke hand, handpalm omhoog, doen alsof je een plakje kaas schaaft, van buiten naar binnen. je vuist om de duim van de andere hand doen en dan de open hand ronddraaien. met je pink een J in de lucht tekenen en daarna de pink in je mond steken. eerst het gebaar bruin maken en dan doen alsof je suiker strooit met je hand in een bekervorm. van beide handen je wijsvingers op je duimen tikken en dan het gebaar van smeren. met duim en wijsvinger smeren over je andere (vlakke) hand. hand in bekervorm voor je mond houden, horizontaal en dan doen alsof je een stukje van de appel afbijt. doen alsof je een sinaasappel uitperst. met een hand doen alsof je een banaan vasthoudt en dan doen alsof je hem pelt. het gebaar van groen, maar dan strijken van je vingers af. maak met de wijsvinger en duim van je hand een C en hou die horizontaal voor je mond. Doe alsof je een hapje neemt. met je handen het melken van de koe nadoen, duimen omhoog. één hand in bekervorm, met duim en wijsvinger van je andere hand doen alsof je een theezakje erin dompelt. met je vingers van één hand golfjes nadoen over het water. Je hand in een L stand zetten. Duim bij je mond en dan het drink gebaar maken. Bijwoorden: Groot: met je horizontale vlakke hand de hoogte van iets aangeven. Klein: met wijsvinger en duim aangeven dat iets klein is. Warm/heet: met je vlakke hand naast je mond wapperen en erbij blazen. Warm(zon): met de rug van je hand je voorhoofd afvegen. Koud: twee vuisten voor je lichaam en doen alsof je bibbert. Pijn: met je hand zwaaien, alsof je je pijn gedaan hebt. Lief: met je rug van je vingers van onder naar boven over je wang strijken. Boos/ stout: vuist maken voor je gezicht en stevig naar voren bewegen. Blij: met twee open handen rondjes maken voor je borst. Goed: duim omhoog houden. Fout: duim omlaag houden Buiten: met je wijsvinger naar buiten wijzen. Lekker: met je hand langs je wangen zwaaien. Vies: een vuist maken, duim eruit steken en dan met je duim een gebaar over je andere schouder heen zwaaien. Pink wijst naar achteren. klaar: twee vlakke handen verticaal naar beneden zwaaien, eenmaal. Open: twee vlakke handen op elkaar voor je borst, palmen naar je toe, vervolgens openen van de handen, alsof er een deur opengaat. Dicht: het gebaar van open omgekeerd maken. Meer: je wijsvinger verticaal omhoog houden en dan horizontaal zetten. Nog een keer: je wijsvinger recht omhoog steken en dan een rondje draaien. Nog meer: je wijsvinger uitstken en van laag naar hoog voor je bewegen. Op (voedsel): vlakke hand met duim open naast je hoofd en dan de hand dichtklappen Weg: twee open handen met handpalm naar boven op elkaar en dan de handen opzij openen van elkaar af.
3 Mag niet: Eerst: Dieren: Hond: Poes: Koe: Geit: Schaap: Paard : Paard rijden: Kip: Haan: Beer: Olifant: Leeuw: Aap: Vis: Slang: Krokodil: Vogel: Kleren: Broek: Onderbroek: Jas: Schoenen: Sokken: Jurk: Pyjama: Trui: Muts: Sjaal: je wijsvinger streng voor je lijf bewegen wijsvinger in de lucht en een kleine draai maken. twee open handen voor je lichaam houden (alsof het hondje zit met zijn pootjes omhoog). de duim en wijsvinger van beide handen boven je lippen houden en dan ze openen, terwijl je opzij gaat, de snorharen nadoen. de horens nadoen, beginnend bij het hoofd. het sikje van de geit nadoen. met de handen doen alsof je plukt aan je trui. met de twee wijsvingers gekruist op elkaar tikken. de teugels van een paard vasthouden en heen en weer doen, alsof je paard rijdt. met duim en wijsvinger de snavel van de kip open en dichtdoen, naast je mond. open hand, duim naar binnen, dan bovenop je hoofd zwaaien, de kam van de haan natekenend. je handen kruisen over je borst en wrijven over je armen. hand in bekervorm en de slurf natekenend. twee klauwen maken van je handen vanaf je kin opzij bewegen. handen tegen je oksels tikken, een aap nadoen. met een vlakke hand, recht naar voren en dan een golvende beweging maken, alsof je vis door het water zwemt. de vlakke hand, maar nu horizontaal een kronkelbeweging maken, de wijs- en middelvinger zijn opengespleten (als de tong van de slang). met je hand een happende beweging maken voor je mond. met je armen naast je een vliegende beweging maken. vuisten maken, duim en wijsvinger samennemen en doen alsof je een broek aantrekt. dezelfde beweging, maar dan met open handen. handen in vuisten en dan doen alsof je een jas aantrekt, zo ook met jas uitdoen maar dan de andere kant op. vuisten maken, duim en wijsvinger samennemen en doen alsof je je schoenen aantrekt. dezelfde beweging, maar dan met open handen. met twee handen langs je lijf naar beneden strijken en wat uitwaaien aan de onderkant. over je buik wrijven met je vlakke hand en daarna het slaap-gebaar. met twee vuisten doen alsof je iets over je hoofd heen trekt tot aan je heupen. Doen alsof je een muts opzet met twee vuisten tot aan je oren. Doen alsof je een sjaal omdoet. Werkwoorden: Gaan zitten: met twee vlakke handen een horizontale beweging naar beneden maken, handpalmen naar beneden. Zitten: twee vuisten voor je houden en naar beneden bewegen. Gaan staan: met twee vlakke handen een horizontale beweging naar boven maken, handpalmen naar boven. Staan: met je wijs- en middelvinger op je andere horizontale platte hand gaan staan. Wachten: met één vlakke hand een horizontale beweging maken, op en neer (mag ook met 1 hand).
4 Willen: Moeten: Kijken: Spelen: werken: puzzelen: Lopen: Fietsen: Lezen: Opruimen: Tekenen: Lachen: Huilen: Zwemmen: Vragen: Is (van zijn): Zitten: Helpen: de sinaasappelhand met je vingers naar je toe houden en dan een felle beweging naar voren maken. met je wijsvinger een stevig gebaar naar voren maken, schuin naar beneden. met je wijs- en middelvinger naar je ogen wijzen en naar voren bewegen twee sinaasappelhanden omhooghouden naast je hoofd en ronddraaien met twee vuisten op elkaar tikken, de een boven de ander. (2x) twee vuisten maken, duimen uitgestoken, t.o. elkaar en dan doen alsof je met je duimen de stukjes erin duwt. met twee vingers een loopbeweging maken naar voren toe. (simpeler is met twee vlakke handen de stappen nadoen). met twee vuisten de roterende beweging van de trappers nadoen. met wijs- en middelvinger van één hand boven je andere platte hand heen en weer gaan, alsof je de letters scant. twee handen recht naar voren, zijkant naar beneden gericht en dan een paar maal naar binnen bewegen (alsof je alles bij elkaar op een hoop doet). duim en wijsvinger bij elkaar en op de ondergrond voor je gaan tekenen. met één ronde open hand voor je maag heen en weer gaan. met je wijsvinger het vallen van een traan over je wangen natekenen. Met beide armen doen alsof je zwemt. met een vlakke hand vanaf je kin een beweging naar voren maken met je hand een V maken en dan horizontaal voor je bewegen. twee vuisten horizontaal voor je houden, dan naar beneden brengen, terwijl de vuisten wat verticaal draaien. twee open handen naar elkaar toebrengen en als vuisten op elkaar zetten (een keer). Voorzetsels (aangepast door Wopke vann Akkeren): Op: 1 vuisthand, met je andere vlakke hand er op slaan. In: 1 vuisthand, met je wijsvinger van je andere hand er in gaan. Voor: 1 vuisthand, je andere vlakke hand ervoor houden. Achter, 1 vuisthand, je andere vlakke hand erachter houden. Onder: 1 vuisthand, je andere vlakke hand er onderdoor halen. Naast: 1 vuisthand, je andere vlakke hand ernaast houden. Vervoersmiddelen: Auto: doen alsof je het stuur vasthoudt en licht sturen. Fiets: je handen in vuisten houden en vóór je lichaam een trapbeweging maken. Bus: doen alsof je een busstuur vasthoudt en licht draaien, officieel daarna het gebaar voor lang maken. Boot: met je handen een V-beweging maken naar voren, als de boeg van een schip, en dan naar voren bewegen. Vliegtuig: vuist maken, duim en pink opzij uitsteken, en ermee door de lucht vliegen. Vliegtuig, gr: twee armen naast je lichaam houden en doen alsof je vliegt. Houd je armen stil, je lichaam beweegt. Trein: hou twee handen verticaal naast je dijen en draai een rondje alsof je die wielen van de trein draait. Tram: de wijsvinger en middelvinger in de lucht houden en naar voren beweging. Voorwerpen: Boek: Bal: Schommel: hou twee handen voor je gesloten en open deze. doe alsof je een bal vasthoudt met twee handen (alsof er een bal tussenzit) met twee handen naast je lichaam schommelen.
5 Glijbaan: Wip: Tas: pop: huis: school: Luier: met een open hand van boven naar beneden bewegen, alsof je van de glijbaan afglijdt. twee vlakke handen voor je houden en deze afwisselend hoog en laag brengen. doen alsof je een tasje draagt. kan zelfde als baby, kan ook meer hoog naast je, alsof je een baby laat boeren. met je twee handen een dakje maken en voor je gezicht houden. met je duim en wijsvinger doen alsof je een potlood vasthoudt en dan voor je in de lucht schrijven. met twee handen bij elkaar, duim op de wijsvinger en dan opzij, vingers open. Vraagwoorden: Wie: met de wijsvinger op je kin tikken en dan een beweging naar voren maken. Waar: schouders optillen en twee open vlakke handen horizontaal voor je heen en weer bewegen. Wat: je wijsvinger voor je omhoog houden en eenmaal heen en weer opzij bewegen. Welke: vuist voor je omhoog houden, duim en pink eruit steken en dan je pols draaien Voor gebaren in beeld zie ook : www.amsterdamlogopedie.nl Dit zijn wel de weerklankgebaren, die licht afwijken van de NMG gebaren. (zoeken onder stoornissen, logopedie bij downsyndroom, gebaren via video) Ipod app: Nmg gebaren site: Isign ngt www.gebarencentrum.nl