Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité");

Vergelijkbare documenten
Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Sectoraal comité van het Rijksregister

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité");

Gelet op de aanvraag van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie ontvangen op 25/10/2011;

BERAADSLAGING RR Nr 26 / 2007 van 12 september 2007

Gelet op de aanvraag van het Belgische Rode Kruis ontvangen op 11/10/2011;

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Gelet op de aanvraag van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin ontvangen op 04/02/2011;

Gelet op de aanvraag van het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen cvba ontvangen op 27/06/2011;

Gelet op de aanvraag van het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding ontvangen op 15/03/2012;

BERAADSLAGING RR Nr 25 / 2007 VAN 18 JULI 2007

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Gelet op de aanvraag van het Agentschap Ondernemen, afdeling Inspectie Economie, ontvangen op 13/07/2009;

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het comité");

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Brussel, De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

BERAADSLAGING RR Nr 27 / 2007 van 12 september 2007

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité");

Gelet op de aanvraag van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontvangen op 15/10/2013;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Sectoraal comité van het Rijksregister

Brussel, De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Betreft: aanvraag van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid tot uitbreiding van beraadslagingen nrs. 36/2008 en 01/2009 (RN/MA/2011/303)

voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (RN/MA/2010/130)

Gelet op de aanvraag van de Chef Defensie ontvangen op 23/08/2010; Gelet op de bijkomende informatie ontvangen op 16 en 24/11/2010;

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité");

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité");

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het comité");

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité");

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

BERAADSLAGING RR Nr 27 / 2006 VAN 18 OKTOBER 2006

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Sectoraal comité van het Rijksregister

Gelet op de aanvraag van de FOD Mobiliteit en Vervoer ontvangen op 03/11/2011;

Gelet op de aanvraag van het Agentschap Inspectie RWO ontvangen op 12/09/2011;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Sectoraal comité van het Rijksregister

Gelet op de aanvraag van de Orde van Vlaamse Balies, ontvangen op 31/07/2015;

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER BERAADSLAGING RR Nr 26 / 2005 VAN 6 JULI 2005

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Gelet op de aanvraag van de Vlaamse Toezichtcommissie (ten behoeve van Vlabel) ontvangen op 21/01/2014;

BERAADSLAGING RR Nr 12 / 2006 van 24 mei 2006

Gelet op de aanvraag van de Vlaamse Landmaatschappij ontvangen op 03/11/2011;

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Gelet op de aanvraag van het Fonds voor bestaanszekerheid van de metaalverwerkende nijverheid, ontvangen op 02/10/2014;

Gelet op de aanvraag van de FOD Mobiliteit en Vervoer ontvangen op 14/07/2011; Gelet op de bijkomende informatie ontvangen op 20 oktober 2011;

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER BERAADSLAGING RR Nr 52 / 2005 van 21 december 2005

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Sectoraal comité van het Rijksregister. Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Brussel, De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Gelet op de aanvraag van het Vlaams Agentschap Kind en Gezin ontvangen op 16 mei 2017;

Gelet op de aanvraag van Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT), ontvangen op 08/11/2012;

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het comité");

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005

Gelet op de aanvraag van Eandis System Operator cvba, ontvangen op 04/05/2016;

Gelet op de aanvraag van het Autonoom Provinciebedrijf Provinciaal Onderwijs Antwerpen, ontvangen op 15/01/2014;

Gelet op de aanvraag van de provincie Luik ontvangen op 11/02/2013;

Gelet op de herwerkte aanvraag van FAMIFED, ontvangen op 26/02/2018;

Gelet op de aanvraag van de Naamloze Vennootschap van Publiek Recht Bpost ontvangen op 11/08/2011;

Gelet op de aanvraag van Agentschap Jongerenwelzijn, ontvangen op 26/10/2016;

Gelet op de bijkomende inlichtingen, ontvangen op 17/02/2014;

Gelet op de aanvraag van het Vlaams Energieagentschap ontvangen op 18/08/2017;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Gelet op de aanvraag van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid ontvangen op 28/03/2012;

Gelet op de aanvraag van de Federale Overheidsdienst Justitie, ontvangen op 07/05/2013;

Gelet op de aanvraag van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid ontvangen op 28/07/2010;

Gelet op de aanvraag van de FOD Mobiliteit en Vervoer, ontvangen op 08/11/2013;

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER BERAADSLAGING Nr 02 / 2004 van 15 maart 2004

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Gelet op de aanvraag van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn, ontvangen op 14/07/2014;

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER BERAADSLAGING FO Nr 01 / 2005 van 10 januari 2005

Betreft: aanvraag van de FOD Justitie om het Rijksregisternummer te gebruiken met het oog op het e-deposit pilootproject (RN-MA )

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Betreft: aanvraag tot herziening van de beraadslaging RR nr. 34/2012 (RN-MA )

Gelet op de bijkomende informatie ontvangen op 11/06/2009 en 13/07/2009;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Gelet op de aanvraag van Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG), ontvangen op 18 januari 2016;

december 2007 tot uitbreiding van het machtigingsbesluit van 22 mei 2001;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Gelet op de aanvraag van het Agentschap Ondernemen - Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van de Vlaamse Overheid ontvangen op 19/10/2011;

Sectoraal comité van het Rijksregister

Brussel, De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Sectoraal comité van het Rijksregister. Beraadsiaging RR nr 62/2013 van 31 juli 2013

Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het comité");

Gelet op de aanvraag van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid ontvangen op 08/07/2011;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER BERAADSLAGING RR Nr 15 / 2007 van 23 mei 2007

Gelet op de bijkomende informatie ontvangen op 22/03 en 12/05/2016;

Gelet op de aanvraag van het Agentschap Ondernemen, ontvangen op 09/12/2014;

Gelet op de aanvraag van de Nationale Raad van de Orde van Architecten ontvangen op 14/12/2010;

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Gelet op de aanvraag van Leuvens Instituut voor Criminologie van de K.U.Leuven ontvangen op 09/08/2011;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

Transcriptie:

1/11 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr. 14/2008 van 12 maart 2008 Betreft: aanvraag van de POD Maatschappelijke Integratie om toegang te bekomen tot de informatiegegevens van het Rijksregister en om het identificatienummer ervan te gebruiken met het oog op financiering van projecten door het Europees Sociaal Fonds (RN/MA/2008/005) Het Sectoraal comité van het Rijksregister (hierna "het Comité"); Gelet op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (hierna "WRR"); Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna "WVP"), inzonderheid artikel 31bis; Gelet op het koninklijk besluit van 17 december 2003 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de samenstelling en de werking van bepaalde sectorale comités opgericht binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; Gelet op de aanvraag van de POD Maatschappelijke Integratie ontvangen op 24/01/2008; Gelet op de aanvraag van het technisch en juridisch advies, gericht aan de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken op 08/02/2008; Gelet op het verslag van de wnd Voorzitter; Beslist op 12/03/2008, na beraadslaging, als volgt:

Ber RR 14/2008-2/11 I. VOORWERP VAN DE AANVRAAG De aanvraag heeft tot doel om de promotoren die bij de POD Maatschappelijk Integratie een project indienen met het oog op het verkrijgen van subsidies uit het Europees Sociaal Fonds, te machtigen om daartoe: een toegang te verkrijgen tot de informatiegegevens vermeld in artikel 3, eerste lid, 1, 2 en 4, WRR; het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken. II. ONDERZOEK VAN DE AANVRAAG A. TOEPASSELIJKE WETGEVING A.1. Wet van 8 augustus 1983 (WRR) A.1.1. Overeenkomstig de artikelen 5, eerste lid, 2, en 8 WRR wordt de machtiging om toegang te verkrijgen tot of mededeling te bekomen van de informatiegegevens van het Rijksregister en om het identificatienummer ervan te gebruiken, door het Comité verleend aan openbare en private instellingen van Belgisch recht voor de informatie die zij nodig hebben voor het vervullen van taken van algemeen belang die hen zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie of voor taken die uitdrukkelijk als zodanig erkend worden door het comité. De POD Maatschappelijke Integratie werd opgericht bij koninklijk besluit van 12 december 2002 houdende oprichting van de Progammatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie. Tot zijn opdracht behoort o.a. de opvolging van het Europees Sociaal Fonds (ESF) (artikel 2, 6 ). Hij beheert de federale ESF-middelen. Projecten met het oog op subsidiëring door het Europees Sociaal Fonds moeten dan ook bij hem ingediend worden. Volgens de informatie beschikbaar op de website van de POD Maatschappelijke Integratie kunnen dergelijke projecten ingediend worden door de volgende promotoren: een OCMW, een groepering van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten, een vereniging hoofdstuk XII 1. 1 Zie hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Ber RR 14/2008-3/11 Hieruit leidt het Comité af dat het ten behoeve van deze laatste twee categorieën 2 is - de groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en de verenigingen hoofdstuk XII - dat de POD Maatschappelijke Integratie verzoekt om hen toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het Rijksregister en om het identificatienummer ervan te gebruiken. Artikel 118 van de wet van 8 juli 1976 (hoofdstuk XII) bepaalt: "Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan, om een van de opdrachten uit te voeren die door deze wet aan de centra zijn toevertrouwd, een vereniging tot stand brengen met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met andere openbare besturen en of met rechtspersonen andere dan die welke winstoogmerken hebben.". De taken van de OCMW's, zoals die in hoofdstuk IV van de organieke wet van 8 juli 1976 worden opgesomd, zijn taken die als zijnde van algemeen belang kunnen bestempeld worden. Dit betekent dan ook dat de verenigingen hoofdstuk XII, gelet op artikel 118, een taak van algemeen belang vervullen. Dit geldt ook voor de groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten. Artikel 61, derde lid, van de wet van 8 juli 1976 bepaalt dat een OCMW overeenkomsten kan sluiten met andere OCMW's. De wetgever stelde immers vast dat: "Voor de in het kader van deze en andere wetten en decreten aan OCMW s toegewezen taken, zijn vele OCMW s op zich te klein en beschikken ze niet over voldoende personeel. Samenwerking met andere OCMW s, instellingen of personen is hiervoor een voor de hand liggende oplossing ( ) wil de uitzonderingsbepaling in artikel 61 tegemoetkomen aan de verzuchtingen van vooral kleine OCMW s die, via samenwerking en de gemeenschappelijke inzet van één of meerdere personeelsleden, hun taken volwaardig willen opnemen." (Kamer, doc 50 297, nr 1, blz 49-50). Bijgevolg komen beide soorten promotoren op grond van de artikelen 5, eerste lid, 2, en 8 WRR in aanmerking om gemachtigd te worden om toegang te krijgen tot de informatiegegevens van het Rijksregister evenals om het identificatienummer ervan te gebruiken. 2 OCMW's beschikken reeds over een machtiging. Zie koninklijk besluit 9 december 1987 tot regeling van de toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, wat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn betreft en koninklijk besluit van 14 april 1988 tot regeling van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen, wat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn betreft.

Ber RR 14/2008-4/11 A.1.2. De aanvraag viseert niet bij naam genoemde groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en verenigingen hoofdstuk XII. Het Comité stelt vast dat de POD Maatschappelijke Integratie niet kan voorspellen welke tot één van deze twee groepen van promotoren behorende instanties, een project zullen indienen met het oog op financiering door het Europees Sociaal Fonds. Anderzijds is het, in het licht van het doeleinde met het oog op dewelke de machtiging gevraagd wordt, niet erg praktisch dat elke instantie een machtiging aanvraagt op het ogenblik dat zij een project wenst in te dienen. Het Comité begrijpt dan ook dat uit pragmatische overwegingen een generieke machtiging wordt nagestreefd en besluit dat deze vraag ontvankelijk is. A.1.3. Met het oog op een controle is transparantie vereist. Concreet betekent dit dat het Comité moet weten welke groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en welke verenigingen hoofdstuk XII ingevolge deze machtiging toegang hebben tot het Rijksregister en het identificatienummer gebruiken. De POD Maatschappelijke Integratie is, als instantie die de ingediende projecten controleert met het oog op financiering, het best geplaatst om het Comité daaromtrent te informeren. De POD Maatschappelijke Integratie is er dan ook toe gehouden een lijst, houdende de identiteit van alle betrokken groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en verenigingen hoofdstuk XII die zich als promotor aanmelden, bij te houden. Deze lijst zal voortdurend geactualiseerd en ter beschikking van het Comité gehouden worden. A.2. Wet van 8 december 1992 (WVP) Op grond van artikel 4 WVP vormen de informatiegegevens en het identificatienummer van het Rijksregister persoonsgegevens, waarvan de verwerking slechts is toegelaten voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden. Persoonsgegevens dienen bovendien toereikend, ter zake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.

Ber RR 14/2008-5/11 B. FINALITEIT Zoals hiervoor reeds werd aangestipt, bestaat één van de opdrachten van de POD Maatschappelijke Interatie in de opvolging van het Europees Sociaal Fonds 3. "Het Europees Sociaal Fonds (ESF) draagt bij aan de prioriteiten van de Gemeenschap wat betreft de versterking van de economische en sociale samenhang door verbetering van de werkgelegenheids- en arbeidskansen, en door bevordering van een hoog werkgelegenheidsniveau en meer en betere banen. Dit wordt bereikt door ondersteuning van de beleidsmaatregelen van de lidstaten die gericht zijn op totstandbrenging van volledige werkgelegenheid en kwaliteit van en productiviteit op het werk, op bevordering van de sociale integratie, met inbegrip van de toegang van kansarmen tot werk, en de terugdringing van nationale, regionale en lokale verschillen in werkgelegenheid." (artikel 2.1 van de verordening (EG) nr. 1081/2006. Het beheer van de federale ESF-middelen wordt verzekerd door de ESF-cel van de POD Maatschappelijke Integratie. Het is bij deze POD dat projecten worden ingediend met het oog op subsidiëring uit het ESF. De projecten moeten kaderen in het Operationeel Programma dat werd onderhandeld met de Europese Commissie. Het federale Operationeel Programma voor de periode 2007-2013 steunt op twee pijlers: een pijler "maatschappelijke integratie" en een pijler "werkgelegenheid". De projecten moeten er bijgevolg op gericht zijn om personen toegang tot de arbeidsmarkt te verschaffen door hen nieuwe vaardigheden bij te brengen of hen te begeleiden zodat zij werk vinden of behouden. Met het oog op het beheer van de projecten en het verhogen van de kwaliteit van de gegevens heeft de POD Maatschappelijke Integratie een toepassing laten ontwikkelen die alle promotoren zullen moeten gebruiken. Ingevolge die toepassing zouden een aantal persoonsgegevens (personen die begunstigde zijn van het project, personen die het project omkaderen) via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, hierna "KSZ", aan de hand van het identificatienummer van het Rijksregister, in het dossier geladen worden. Aldus hoeven de gegevens niet meer stuk voor stuk ingegeven te worden. Daarenboven betreft het kwalitatief hoogstaande gegevens daar zij door de bevoegde instanties werden gecontroleerd. Dit bevordert de snelle en correcte behandeling van de subsidiedossiers. 3 Zie verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van de verordening(eg) nr. 1784/1999.

Ber RR 14/2008-6/11 Het Comité is van oordeel dat het hierboven vermelde en nagestreefde doeleinde welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd is in de zin van artikel 4, 1, 2, WVP en artikel 5, tweede lid, WRR. C. PROPORTIONALITEIT C.1. Ten overstaan van de gegevens van het Rijksregister Er wordt een toegang gevraagd tot de gegevens vermeld in artikel 3, eerste lid,, 1, 2 en 4, WRR, namelijk: de naam en de voornamen; de geboorteplaats en datum; de nationaliteit. Volgens de aanvraag moet een toegang tot deze gegevens de promotoren toelaten om enerzijds de minimale identificatiegegevens op te halen en te controleren met het oog op integratie in het personenrepertorium van de KSZ en om anderzijds het identificatienummer van bij het project betrokken personen te achterhalen wanneer dit hen niet werd meegedeeld. Het Comité is van mening dat de toepassing via dewelke de promotoren zullen moeten werken, slechts optimaal kan functioneren voor zover de gebruikers over het identificatienummer van de bij het project betrokken personen - begunstigden, omkadering - kunnen beschikken. Het is immers op basis van dit nummer dat de relevante informatie in het dossier zal geïntegreerd worden. Een fonetische opzoeking in het Rijksregister laat toe om het identificatienummer van een persoon te achterhalen. Het juiste nummer eruit halen gebeurt aan de hand van een aantal parameters (gegevens) zodat men zich ervan kan vergewissen dat men de juiste persoon en dus het juiste nummer te pakken heeft. Een combinatie van de "naam en voornamen", "geboorteplaats en datum" en "nationaliteit" is voldoende specifiek om er het correcte nummer uit te filteren. Een toegang tot deze gegevens is eveneens gepast teneinde een correcte integratie in het verwijzingsrepertorium van de KSZ, aan de hand waarvan gegevens uit het netwerk van de sociale zekerheid zullen verstrekt worden, te verzekeren.

Ber RR 14/2008-7/11 Op basis hiervan is het Comité van oordeel dat een toegang tot de informatiegegevens vermeld in artikel 3, eerste lid,, 1, 2 en 4, WRR, in overeenstemming is met artikel 4, 1, 3, WVP. C.2. Ten overstaan van het identificatienummer van het Rijksregister Zoals reeds werd aangestipt is het de bedoeling om, door tussenkomst van de KSZ, een aantal gegevens, afkomstig van instanties die deel uitmaken van het netwerk van de sociale zekerheid, te integreren in de door de promotoren ingediende dossiers. De KSZ gebruikt het inschrijvingsnummer van de sociale zekerheid, dat overeenstemt met het identificatienummer van het Rijksregister, als sleutel om informatie met betrekking tot een persoon mee te delen. Rekening houdend met deze argumenten is het Comité van mening dat het gebruik van het identificatienummer inzake verantwoord en dus in overeenstemming is met artikel 4, 1, 3, WVP. Volledigheidshalve vestigt het Comité er de aandacht op dat de geviseerde promotoren geen deel uitmaken van het netwerk van de sociale zekerheid. In toepassing van artikel 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, zullen zij slechts gegevens kunnen verkrijgen vanwege instanties die deel uitmaken van dit netwerk voor zover het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en Gezondheid hen daartoe een machtiging verleent. C.3. Ten opzichte van de frequentie van de toegang en de duur waarvoor de toegang en het gebruik gevraagd worden C.3.1. Er wordt een permanente toegang tot de informatiegegevens van het Rijksregister beoogd. Het Comité stelt vast dat gelet op de opgegeven doeleinden, de promotoren regelmatig personen moeten kunnen toevoegen in projecten. Een permanente toegang is dan ook conform aan artikel 4, 1, 3, WVP. C.3.2. Volgens de bijkomende informatie, verstrekt op 28 februari 2008, wordt de machtiging gevraagd voor de duur van het Operationeel Programma Doelstelling Regionaal Concurrentievermogen en Werkgelegenheid van de Federale Overheid 2007-2013.

Ber RR 14/2008-8/11 Het Comité stelt vast dat, gelet op de looptijd van het betrokken programma, er tot 2013 door de promotoren projecten kunnen ingediend en opgevolgd worden. In het licht hiervan is een machtiging tot 31 december 2013 gepast (artikel 4, 1, 3 WVP). C.4. Ten opzichte van de bewaringstermijn Volgens de bijkomende informatie van 28 februari 2008 moeten de gegevens tot 2025 bewaard worden omdat er tijdens die periode nog controles en audits kunnen gebeuren. Ter verantwoording wordt verwezen naar de artikelen 89 en 90 van de verordening (EG) nr. 1083/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van de verordening(eg) nr. 1260/1999. Het Comité stelt vast dat er in toepassing van artikel 89 er nog tot in de loop van 2017 verrichtingen kunnen gebeuren in uitvoering van het programma 2007-2013 zodat de afsluiting pas in dat jaar kan gebeuren. Verder bepaalt artikel 90 dat alle bewijsstukken moeten bijgehouden worden tot 3 jaar na de afsluiting, zijnde 2020. In het licht van artikel 4, 1, 5, WVP is een bewaringstermijn tot 31 december 2020 niet 2025 - aanvaardbaar. C.5. Intern gebruik en/of mededeling aan derden De POD Maatschappelijke Integratie stelt dat de informatiegegevens van het Rijksregister uitsluitend intern zullen gebruikt worden. Hij merkt wel op dat de gegevens kunnen geraadpleegd worden door de instanties die inzake belast zijn met het verrichten van controles. Op basis van de verstrekte documentatie leidt het Comité af dat het volgende instanties betreft: de ESF-cel van de POD Maatschappelijke Integratie; de dienst begroting en logistiek van de POD Maatschappelijke Integratie; de auditcel van de inspectie van financiën (FOD Financiën). Het Comité is van mening dat de raadpleging van de gegevens door deze instanties met het oog op controle, in het licht van de opgegeven doeleinden aanvaardbaar is. Er wordt momenteel niet overwogen om het elektronisch gegevensverkeer door te trekken tot op het niveau van het Europees Sociaal Fonds.

Ber RR 14/2008-9/11 Het Comité neemt hiervan akte. D. BEVEILIGING D.1 Consulent inzake informatieveiligheid De identiteit van de veiligheidsconsulent van de POD Maatschappelijke Integratie werd meegedeeld. Voor zover kan vastgesteld worden vervult de betrokkene deze functie voor de POD Maatschappelijke Integratie, doch niet voor de promotoren. Artikel 10 WRR verplicht de gemachtigde promotoren, in casu de groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en de verenigingen hoofdstuk XII, om een consulent inzake informatieveiligheid aan te stellen. Het Comité beschikt over geen enkele informatie m.b.t. tot de identiteit van hun veiligheidsconsulenten. De OCMW's beschikken over een consulent inzake informatieveiligheid, gelet op hun inschakeling in het netwerk van de sociale zekerheid. Vermits er steeds één of meer OCMW's zullen deel uitmaken van de groepering of de vereniging hoofdstuk XII, zou dit probleem kunnen ondervangen worden door de veiligheidsconsulent van één van de betrokken OCMW's te gelasten met het vervullen van die functie voor de groepering of de vereniging. D.2. Veiligheidsbeleid De informatieveiligheidsconsulenten staan, met het oog op de veiligheid van de persoonsgegevens die door hun opdrachtgever worden verwerkt en met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen op wie deze gegevens betrekking hebben, in voor het verstrekken van deskundige adviezen aan de persoon belast met het dagelijks bestuur en voor het uitvoeren van opdrachten die door deze worden toevertrouwd. Zij vervullen tevens de functie van aangestelde voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 17bis WVP. Zij staan in voor het uitvoeren van het informatieveiligheidsbeleid van hun respectieve opdrachtgever.

Ber RR 14/2008-10/11 In dit geval zullen de gemachtigde promotoren meer in het bijzonder rekening moeten houden met de minimale veiligheidsnormen zoals bepaald door het Algemeen Coördinatiecomité van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en goedgekeurd door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid. Dit laatste organiseert trouwens periodiek een controle dienaangaande. D.3. Personen die toegang hebben tot de informatiegegevens, die het identificatienummer gebruiken en lijst van deze personen De promotoren moeten, zoals voorgeschreven door artikel 12 WRR, een lijst opstellen waarop de personen vermeld worden die toegang hebben tot het Rijksregister en die het nummer gebruiken. Deze lijst zal voortdurend geactualiseerd en ter beschikking van het Comité gehouden worden. De personen die op deze lijst worden opgenomen moeten daarenboven een verklaring ondertekenen waarin zij zich ertoe verbinden de veiligheid en het vertrouwelijk karakter van de informatiegegevens, te bewaren. OM DEZE REDENEN, het Comité 1 machtigt de groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en de verenigingen hoofdstuk XII om met het oog op het doeleinde vermeld in punt B en onder de voorwaarden vermeld in deze beraadslaging: toegang te hebben tot de informatiegegevens vermeld in artikel 3, eerste lid, 1, 2 en 4, WRR; het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken. De POD Maatschappelijke Integratie is er dan ook toe gehouden een lijst, houdende de identiteit van alle betrokken groeperingen van OCMW's die een overeenkomst hebben gesloten en verenigingen hoofdstuk XII die zich als promotor aanmelden, bij te houden. Deze lijst zal voortdurend geactualiseerd en ter beschikking van het Comité gehouden worden.

Ber RR 14/2008-11/11 2 bepaalt dat wanneer het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid aan een gemachtigde promotor, een vragenlijst met betrekking tot de informatieveiligheidstatus toestuurt, die laatste deze lijst waarheidsgetrouw moet invullen en terugbezorgen aan het Comité. Het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid zal de ontvangst bevestigen en behoudt zich het recht voor om, indien daartoe aanleiding bestaat, te reageren. De Administrateur, De wnd Voorzitter, (get.) Jo Baret (get.) Frank Robben