IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows



Vergelijkbare documenten
IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows

Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition

Aan de slag met DB2-clients

IBM Data Server-clients installeren

Gebruikershandleiding

DB2 Connect Versie 9.5

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC

Power Systems. Live Partition Mobility

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september Versie 9 Release 7 SC

DB2 Connect Versie 9.5

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows

DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren

iseries Client Access Express Beheer

Installatie SQL: Server 2008R2

Systeemeisen Exact Compact product update 406

5/8 Patch management

IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding

ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3

Installatie SQL Server 2014

Power Systems. Live Partition Mobility IBM

DB2. Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition. DB2 Connect Versie 9 GC

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatie SQL Server 2012

INSTALLATIE NIS UPDATE Q Q

Crystal Reports Gebruikershandleiding. Crystal Reports XI R2 installeren

INSTALLATIE NIS UPDATE Q Q

Popsy Financials. Overstap Access-MSDE

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie

Nieuwe functies in deze release

INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q Q4

SuperOffice Systeemvereisten

Optifile Server Installatie

Installatiehandleiding. Facto minifmis

HP Easy Tools. Beheerdershandleiding

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1

Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1

Installatiehandleiding

ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker

Infrastructuur en platformen

Handleiding installatie Rental Dynamics

// Mamut Business Software

5/5 Red Carpet. 5/5.1 Inleiding

Installatie Cloud Backup

INSTALLATIE-INSTRUCTIE VIDA INHOUD

IBIS-TRAD Handleiding installatie IBIS-TRAD databases (MS-SQL)

Pervasive Server V9 Installatiegids

Perceptive Process Design & Enterprise Ondersteunde platformen

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Scenario Advies SYSTEEMEISEN. November Versie 5.0

Updateprocedure in vogelvlucht Stap 1: Updatebestanden downloaden Stap 2: Controle vooraf... 4

ii LotusLive beheren

ManualMaster Systeem 6.1 (ManualMaster Administrator, ManualMaster WebAccess en ManualMaster WebEdit)

Peelland ICT Online Back-up

FULL HOUSE INSTALLATIEPROCEDURE EN SYSTEEMEISEN Netwerkversie per oktober 2010

Zelftest Java concepten

Dell Command Monitor Installatiehandleiding versie 9.1

Windows 98 en Windows ME

Procedure Access - MSDE

SMART Notebook software voor Windows - en Mac -computers

VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1

Cerussa FIN Pre-requirements

Installatiehandleiding

Installatie Remote Backup

Voor op afstand os installatie moeten de volgende onderdelen geïnstalleerd zijn op de Windows 2000 server.

1 INTRODUCTIE SYSTEEMVEREISTEN Minimum Vereisten Aanbevolen Vereisten...7

IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999

Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express

Bijlage Ketenlandschap Leerlingvolgsysteem. Applicatieketen. Aansluitvoorwaarden

ImageNow Taalpakket Aan de slag

Systeemvereisten. Datum: Naam: Systeemvereisten versie 43 revisie 15 Status:

Actian PSQL v12 server installatiegids

Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Zakelijk Veiligheidspakket van InterNLnet Handleiding voor de installatie van Windows besturingssystemen.

Het besturingssysteem of operating system, vaak afgekort tot OS is verantwoordelijk voor de communicatie van de software met de hardware.

LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY GEBRUIKSAANWIJZING

Handleiding installatie Visual Rental Dynamics

Aansluitingengids. Ondersteunde besturingssystemen. Aansluitingengids. Pagina 1 van 5

Korte installatiehandleiding voor de datakabel CA-42

Installatie van sqlserver

SharpdeskTM R3.1. Installatiehandleiding Versie

Sharpdesk V3.5. Installatiehandleiding Versie

NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000

Perceptive Process Design & Enterprise 3.1. Ondersteunde platformen

Dell Command Integration Suite for System Center

Overzicht van opties voor service en ondersteuning

Transcriptie:

IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01

IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01

Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 99. Tweede uitgae (september 2010) Deze publicatie is een ertaling an de Engelstalige publicatie DB2 Version 9.7 for Linux, UNIX, and Windows - Installing IBM Data Serer Clients, bestelnummer GC27-2454-01. Deze publicatie heeft betrekking op de programma's IBM DB2 Adanced Access Control Feature, programmanummer 5724-N80, IBM DB2 Enterprise Serer Edition, programmanummer 5765-F41, IBM DB2 Express Edition, programmanummer 5724-E49, IBM DB2 Express-C, programmanummer 5724-S40, IBM DB2 Geodetic Data Management Feature, programmanummer 5724-N75, IBM DB2 High Aailability Feature for Express Edition, programmanummer 5724-N85, IBM DB2 Performance Optimization Feature for Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-N77, IBM DB2 Personal Edition Client Deice, programmanummer 5724-B55, IBM DB2 Storage Optimization Feature, programmanummer 5724-N78, IBM DB2 Workgroup Serer Edition, programmanummer 5765-F35, IBM Database Enterprise Deeloper Edition, programmanummer 5724-N76, IBM DB2 Connect Application Serer Edition, programmanummer 5724-D54, IBM DB2 Connect Enterprise Edition, programmanummer 5765-F30, IBM DB2 Connect Personal Edition, programmanummer 5724-B56, IBM DB2 Connect Unlimited Edition for System z, programmanummer 5724-B62, IBM DB2 Connect Unlimited Edition for iseries, programmanummer 5724-M15, en op alle olgende ersies en modificaties daaran, tenzij anders ermeld in een olgende uitgae. Controleer of de uitgae die u gebruikt, oereenkomt met de ersie an het programma. De informatie in deze publicatie is onderheig aan wijzigingen. Wijzigingen zullen in nieuwe uitgaen an deze publicatie worden opgenomen. Voor technische informatie en het aanragen an publicaties kunt u zich wenden tot uw IBM-leerancier of IBM Nederland B.V. Copyright IBM Nederland B.V. 1993, 2010. Copyright IBM Corporation 1993, 2010.

Inhoudsopgae Oer deze publicatie......... Hoofdstuk 1. IBM Data Serer-clients.. 1 Inleiding tot IBM Data Serer-clients...... 1 IBM Data Serer-clients en stuurprogramma's - oerzicht.............. 1 Typen IBM Data Serer-clients....... 2 Installatiemethoden oor IBM Data Serer-clients 6 Opties oor erbindingen met DB2-databases.. 7 Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren............. 11 Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients.. 11 Schijf- en geheugenereisten........ 11 Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (AIX)........... 11 Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (HP-UX).......... 14 Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Linux).......... 18 Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Solaris)........... 20 Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Windows)......... 23 DB2 Connect-installatieereisten oor hostsystemen en midrangesystemen..... 25 IBM Data Serer-clients installeren...... 25 IBM Data Serer-clients installeren (Windows).. 25 IBM Data Serer-clients installeren (Linux en UNIX)............... 28 Oerzicht an niet-rootinstallaties (Linux en UNIX)............... 30 IBM Data Serer Driers.......... 38 IBM Data Serer Drier - Beperkingen.... 38 db2dsdrier-configuratiebestand...... 39 db2dsdcfgfill - Configuratiebestand db2dsdrier.cfg maken......... 42 Bestaande databasedirectorygegeens naar het configuratiebestand db2dsdrier kopiëren... 44 IBM Data Serer Drier-pakket installeren (Windows).............. 44 Het IBM Data Serer Drier-pakket installeren (Linux en UNIX)........... 49 Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients..... 51 Oerzicht an de configuratie oor client-serercommunicatie......... 51 Ondersteunde combinaties an client- en sererersies............. 53 Ondersteunde communicatieprotocollen.... 55 Databaseerbindingen toeoegen met de Configuration Assistant......... 55 Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP)....... 61 Hoofdstuk 4. IBM Data Serer-clients gebruiken in een thin client-topologie (Windows)............. 71 Oerzicht thin client-topologie (Windows).... 71 Oerzicht thin client-configuratie (Windows).. 73 IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren (Windows). 73 De codedirectory toegankelijk maken oor alle thin client-werkstations (Windows)..... 73 Responsbestand maken oor thin client (Windows).............. 74 Netwerkstation op alle thin clients toewijzen aan de codeserer (Windows)......... 75 Thin clients instellen met de opdracht thnsetup (Windows).............. 75 Hoofdstuk 5. Merge-modules..... 77 Typen merge-modules........... 77 Merge-modules oor niet-db2-subsystemen (Windows).............. 77 Merge-modules oor DB2-subsystemen (Windows).............. 78 Hoofdstuk 6. Aanullende installatieopties........... 81 Opdrachtregelopties oor installatie...... 81 Opdrachtregelopties oor installatie an IBM Data Serer Runtime Client........ 81 Opdrachtregelopties oor de installatie an IBM Data Serer Drier-pakket (Windows).... 83 Hoofdstuk 7. Clients erwijderen... 85 Een IBM Data Serer-client erwijderen..... 85 Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2......... 87 Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling.............. 88 Gedrukte DB2-handleidingen bestellen..... 90 Help bij SQL-status afbeelden anaf de opdrachtregel.............. 91 Verschillende ersies an het DB2 Informatiecentrum gebruiken........ 91 Onderwerpen uit het DB2 Informatiecentrum in andere talen afbeelden........... 92 Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken.... 92 Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer handmatig bijwerken 94 DB2-documenten oor zelfstudie....... 95 DB2-problemen oplossen.......... 96 Copyright IBM Corp. 1993, 2010 iii

Voorwaarden en bepalingen......... 96 Trefwoordenregister........ 101 Bijlage B. Kennisgeingen...... 99 i IBM Data Serer-clients installeren

Oer deze publicatie Als u meer wilt weten oer het installeren en configureren anibm - datasererclients of stuurprogrammaus of het instellen an een thin client of DB2 Connect thin client enironment, moet u dit boek lezen. Copyright IBM Corp. 1993, 2010

i IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 1. IBM Data Serer-clients Inleiding tot IBM Data Serer-clients IBM Data Serer-clients en stuurprogramma's - oerzicht Hieronder indt u een oerzicht an de informatie die oer clients en stuurprogramma's beschikbaar is, plus links naar meer details. Dit onderwerp helpt u bij het uitoeren an de olgende taken: 1. Het kiezen an de juiste IBM Data Serer-client of het juiste stuurprogramma oor het tot stand brengen an erbindingen tussen uw systeem en databases op afstand. 2. Het kiezen an de meest geschikte methode oor de installatie an de client of het stuurprogramma. 3. Het uitoeren an de installatieprocedure an een client of stuurprogramma plus de oerwegingen die u daarbij moet hanteren. Verbindingsopties Voor de erbinding an een systeem met een database op afstand zijn erschillende IBM Data Serer-clients en stuurprogramma's mogelijk. Welke opties beschikbaar zijn, hangt af an het systeem waarmee de erbinding met de database op afstand wordt gemaakt: Een toepassing die zich beindt op een gebruikerswerkstation of een toepassingenserer Een werkstation oor toepassingsontwikkeling Een werkstation an een databasebeheerder Er zijn enkele aanullende opties die u moet oerwegen als u ook erbinding wilt maken met midrange- of mainframedatabases. Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's Hieronder indt u een oerzicht an de IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's: IBM Data Serer Drier Package IBM Data Serer Client IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI IBM Data Serer Drier is een lightweight oplossing en het aanbeolen pakket oor best practices oor code-implementatie door eindgebruikers. Deze lightweight oplossing biedt runtime ondersteuning oor toepassingen met behulp an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, PHP, Ruby, JDBC of SQLJ zonder dat hieroor Data Serer Runtime Client or Data Serer Client hoeft te worden geïnstalleerd. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI is met name ontworpen oor ISV-implementaties (Independent Software Vendor). Copyright IBM Corp. 1993, 2010 1

U wordt boendien aangeraden het IBM Data Serer Drier-pakket als eerste te installeren. Verolgens kan het pakket worden geconfigureerd om samen te werken met DB2 Connect. Daarnaast beat een afzonderlijk product, DB2 Connect Personal Edition, naast alle functies an de IBM Data Serer Client ook de mogelijkheid om erbinding te maken met middelgrote databases en mainframes. DB2 Connect-functionaliteit kan worden toegeoegd aan elke client of elk stuurprogramma. Installatiemethoden De algemene methode oor de installatie an een client of stuurprogramma is ia het installatieprogramma dat u op de product-dvd aantreft. Het IBM Data Serer Drier-pakket kan bij Windows worden geïnstalleerd door de aanwijzingen te olgen. Er is geen installatieprogramma oor IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI of oor IBM Data Serer Drier Package on Linux en UNIX. U moet het stuurprogramma handmatig installeren. Er zijn ook andere installatiemethoden beschikbaar. Een deel an deze methoden is gericht op de automatisering an het gebruik an grote aantallen clients. Bij andere methoden wordt gebruikgemaakt an erschillende oorzieningen an het Windows-besturingssysteem. Op Windows-besturingssystemen kunt u bijoorbeeld merge-modules gebruiken om de functionaliteit an Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Drier Package in uw toepassing in te sluiten. Een client of stuurprogramma instellen Nadat u hebt bepaald welke client u wilt gebruiken, stelt u de client in door de olgende stappen uit te oeren: 1. Controleer of het systeem aan de ereisten oldoet. 2. Voer de installatie uit. Voor systemen waarop al een Versie 8-client of een DB2 Versie 9-client aanwezig is, moet u oerwegen of u de bestaande client wilt upgraden naar een Versie 9.7 Data Serer Client of de pre-versie 9.7-client wilt behouden en de Versie 9.7 Data Serer Client wilt installeren als extra client. Het wordt ten zeerste aangeraden een upgrade naar een Versie 9.7-client uit te oeren. Het uitoeren an meerdere exemplaren an de clientpakketten wordt alleen aangeraden oor geaanceerde gebruikers. Opmerking: De optie om de bestaande client te upgraden en te erangen is alleen an toepassing op Data Serer Client. Typen IBM Data Serer-clients Er zijn erschillende typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's beschikbaar. Elk product ondersteunt andere functies. Hieronder ziet u welke IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's er oor u beschikbaar zijn: IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI 2 IBM Data Serer-clients installeren

IBM Data Serer Drier Package IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Client Elke IBM Data Serer-client en elk stuurprogramma biedt een specifiek type ondersteuning: Voor alleen Jaa -toepassingen gebruikt u IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. Voor toepassingen die alleen gebruikmaken an ODBC of CLI, gebruikt u IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI. (Hieroor wordt ook de naam stuurprogramma CLI gebruikt.) Voor toepassing die gebruik maken an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, PHP, Ruby, JDBC of SQLJ, gebruikt u IBM Data Serer Drier Package. Voor toepassingen die gebruik maken an DB2CI, gebruikt u IBM Data Serer Client. Als u DB2 Command Line Processor Plus-ondersteuning (CLPPlus) nodig hebt, gebruikt u IBM Data Serer Drier Package. Gebruik IBM Data Serer Runtime Client als u DB2 opdrachtregelinterface (CLP) en de basisclientfunctionaliteit nodig hebt oor het werken met toepassingen. Als u databasebeheerondersteuning en toepassingsontwikkeling met behulp an een API (Application Programming Interface), zoals ODBC, CLI,.NET of JDBC. nodig hebt, gebruikt u IBM Data Serer Client. IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ is het standaardstuurprogramma oor in Jaa opgeslagen procedures en door gebruikers gedefinieerde functies. Dit stuurprogramma biedt ondersteuning oor clienttoepassingen en applets die zijn geschreen in Jaa en die JDBC gebruiken oor toegang tot lokale serers of serers op afstand, en SQLJ oor ingesloten statische SQL-instructies in Jaa-toepassingen.Dit stuurprogramma is een ereiste oor IBM Optim purequery Runtime, dat statische ondersteuning biedt oor Jaa, erbeterde gegeenstoegang biedt met behulp an de purequery API en dat wordt ondersteund door een olledig geïntegreerde ontwikkelomgeing (IDE) oor Jaa-databasetoepassingen met gebruikmaking anoptim Deelopment Studio. (Beide Optim-producten zijn afzonderlijk erkrijgbaar.) IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI Data Serer Drier for ODBC and CLI is een lightweight oplossing oor producten an Independent Software Vendors (ISV). Dit stuurprogramma, dat ook stuurprogramma CLI wordt genoemd, biedt runtime ondersteuning oor toepassingen met behulp an ODBC API, of CLI API zonder dat Data Serer Client of the Data Serer Runtime Client hoeft te worden geïnstalleerd. Dit stuurprogramma is alleen beschikbaar als TAR-bestand, niet als installeerbaar image. Berichten worden alleen in het Engels weergegeen. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI biedt het olgende: runtime ondersteuning oor de CLI API; runtime ondersteuning oor de ODBC API; runtime ondersteuning oor de XA API; databaseconnectiiteit; Hoofdstuk 1. IBM Data Serer-clients 3

ondersteuning oor DB2 Interactie Call Leel Interface (db2cli); ondersteuning oor LDAP-databasedirectory; en ondersteuning oor tracering, logboekregistratie en diagnose. MeldData Serer Drier for ODBC and CLI aan bij de Microsoft ODBC Drier Manager met behulp an het hulpprogramma db2oreg1.exe. IBM Data Serer Drier Package, IBM Data Serer Drier Package is een lightweight oplossing die runtime ondersteuning biedt oor toepassingen die gebruik maken an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, PHP, Ruby, JDBC of SQLJ zonder dat hieroor Data Serer Runtime Client of Data Serer Client hoeft te worden geïnstalleerd. Dit stuurprogramma neemt maar weinig ruimte in beslag en is bestemd oor distributie door Independent Software Vendors (ISV's) oor situaties waarin grote ondernemingen op grote schaal toepassingen in gebruik nemen. Het IBM Data Serer Drier Package biedt de olgende mogelijkheden: Ondersteuning oor de DB2 Command Line Processor Plus (CLPPlus) oor het dynamisch maken, bewerken en uitoeren an SQL-instructies en -scripts. Ondersteuning oor toepassingen die gebruik maken an ODBC, CLI, PHP of Ruby oor toegang tot databases. Ondersteuning oor clienttoepassingen en applets die zijn geschreen in Jaa met behulp an JDBC, en oor ingebedde SQL oor Jaa (SQLJ). IBM Informix Dynamic Serer-ondersteuning oor.net, PHP en Ruby. Ondersteuning oor uitoering an ingesloten SQL-toepassingen. Er zijn geen precompiler- of bindoorzieningen meegeleerd. Toepassingsheaderbestanden oor het opnieuw opbouwen an de PHP, Ruby, Python en Perl-stuurprogramma's. De Python- en Perl-stuurprogramma's zijn niet beschikbaar in IBM Data Serer Drier Package; u kunt deze stuurprogramma's echter downloaden en samenstellen met behulp an de headerbestanden. Ondersteuning oor DB2 Interactie Call Leel Interface (db2cli). Ondersteuning oor de DRDA-tracering (db2drdat). Op Windows-besturingssystemen biedt IBM Data Serer Drier Package ook ondersteuning oor toepassingen die gebruik maken an.net of OLE DB om toegang te krijgen tot databases. Daarnaast is deze drier beschikbaar als een installeerbaar image, en zijn er merge-modules beschikbaar zodat u het stuurprogramma eenoudig kunt inbedden in een Windows Installer-installatie. IBM Data Serer Runtime Client De IBM Data Serer Runtime Client biedt de mogelijkheid om toepassingen uit te oeren op databases op afstand. Er zijn standaard geen GUI-tools beschikbaar in IBM Data Serer Runtime Client. Deze client beat de olgende mogelijkheden: De DB2-opdrachtregelinterface (Command Line Processor, CLP) oor het uitoeren an opdrachten. Via deze opdrachtregelinterface kunt u ook de basistaken uitoeren oor het op afstand beheren an serers. Basisondersteuning oor het tot stand brengen an databaseerbindingen en de erwerking an SQL-instructies, XQuery-instructies en opdrachten. 4 IBM Data Serer-clients installeren

Ondersteuning oor eel gebruikte interfaces oor databasetoegang: JDBC, ADO.NET, OLE DB, ODBC, Command Line Interface (CLI) en Ruby, inclusief stuurprogramma's en mogelijkheden oor het definiëren an gegeensbronnen. Voor ODBC bijoorbeeld wordt bij de installatie an IBM Data Serer-client ook het ODBC-stuurprogramma geïnstalleerd en geregistreerd. Toepassingenontwikkelaars en andere gebruikers kunnen het Windows-hulpprogramma ODBC Data Source Administrator gebruiken oor de definitie an gegeensbronnen. LDAP-oorzieningen (Lightweight Directory Access Protocol). Ondersteuning oor algemene netwerkcommunicatieprotocollen: TCP/IP en Named Pipe. Ondersteuning oor de installatie an meerdere kopieën an een client op één computer. Dit kunnen kopieën zijn an dezelfde of an erschillende ersies. Licentieoorwaarden die de rije herdistributie an de IBM Data Serer Runtime Client bij uw toepassing mogelijk maken. Lagere systeembelasting in ergelijking tot de olledige IBM Data Serer Client oor wat betreft de grootte an het installatie-image en de ereiste schijfruimte. Een catalogus oor de opslag an informatie oer erbindingen met databases en serers. Voordelen bij pakketgebruik op Windows-besturingssystemen: u kunt de client en uw toepassing samenoegen en daarmee de connectiiteit oor de toepassing erstrekken. De client is boendien beschikbaar in de orm an merge-modules oor Windows Installer waarmee u de DLL-bestanden an de RTCL kunt toeoegen aan het installatiepakket an uw toepassing. Op deze manier kunt u alleen die onderdelen an de client toeoegen die uw toepassing daadwerkelijk nodig heeft. IBM Informix Dynamic Serer-ondersteuning oor PHP, Ruby,.NET en JDBC IBM Data Serer Client IBM Data Serer Client beat naast alle functionaliteit an IBM Data Serer Runtime Client ook tools oor client-sererconfiguratie, databasebeheer en toepassingsontwikkeling. U hebt de olgende mogelijkheden: Hogere systeembelasting in ergelijking tot IBM Data Serer Runtime Client oor wat betreft de grootte an het installatie-image en de ereiste schijfruimte. Op Windows-besturingssystemen kan het IBM Data Serer Client-image echter worden erkleind om de grootte an het installatie-image te beperken. Configuration Assistant oor hulp bij de catalogisering an databases en de configuratie an de databaseserer. Een Control Center en andere grafische hulpprogramma's oor database-implementatie en databasebeheer. Deze hulpprogramma's zijn beschikbaar oor ersies an Windows op x86 (alleen 32-bits), Windows op x64 (AMD64/EM64T), Linux op x86 en Linux op AMD64/EM64T (x64). Wegwijzer oor nieuwe gebruikers Visual Studio-tools Header-bestanden oor toepassingen Precompilers oor erschillende programmeertalen Bindondersteuning Voorbeelden en zelfstudiemateriaal Hoofdstuk 1. IBM Data Serer-clients 5

IBM Informix Dynamic Serer-ondersteuning oor PHP, Ruby,.NET, JCC en JDBC Installatiemethoden oor IBM Data Serer-clients Algemene en alternatiee methoden oor de installatie an een IBM Data Serer-client of -stuurprogramma. Clients worden in het algemeen geïnstalleerd op machines waarop geen serer aanwezig is. Het is niet nodig om een client te installeren als op een systeem al een sererproduct aanwezig is, want de serer beat alle functionaliteit die beschikbaar is in een IBM Data Serer-client. Algemene omstandigheden De algemene methode oor de installatie an een IBM Data Serer-client of Drier is ia het installatieprogramma op de product-dvd (ia de opdracht setup op Windows-besturingssystemen en de opdracht db2setup op Linux- en UNIX-besturingssystemen). Het installatie-image an IBM Data Serer Client maakt deel uit an het installatie-image an de databaseserer. Automatisering bij grootschalige ingebruikname Een deel an de methoden is gericht op automatisering an de installatie oor grote aantallen clients: Responsbestand. U kunt de installatie an clients automatiseren door gebruik te maken an een responsbestand. Bij de installatie met behulp an een responsbestand worden databaseproducten zonder interactie met de gebruiker geïnstalleerd. Implementatietools an andere softwareleeranciers. Clients kunnen worden geïnstalleerd met behulp an tools of methoden als Windows Actie Directory, Windows Systems Management Serer (SMS) of Tioli-producten. Mogelijkheden an het Windows-besturingssysteem benutten Een andere groep opties maakt gebruik an de mogelijkheden die het Windows-besturingssysteem biedt: Windows thin client-topologie. Deze optie wordt ondersteund oor de IBM Data Serer Client en DB2 Connect Personal Edition. In een thin client-topologie wordt de clientcode geïnstalleerd in een gemeenschappelijke Windows-directory op één codeserer in plaats an op de lokale aste schijf an elk an de clientwerkstations. Afzonderlijke clientwerkstations gebruiken een erbinding met de gemeenschappelijke Windows-directory op de codeserer oor het uitoeren an de Data Serer Client-code. Een Windows niet-administrator-id. In de algemene methode wordt de installatie uitgeoerd door een Windows-gebruiker met beheerdersmachtigingen, dat wil zeggen met een gebruikers-id uit de groep Administrators. IBM Data Serer-client kunnen echter ook worden geïnstalleerd met een gebruikers-id uit de groep an hoofdgebruikers of gewone gebruikers an Windows Power. Deze methode kan worden toegepast wanneer het gebruikers-id waarmee de installatie wordt uitgeoerd, niet beschikt oer beheerdersmachtigingen. Het DB2-product ondersteunt ook het Windows-mechanisme oor erhoogde systeembeoegdheden. Het is aanbeolen om het Windows-mechanisme oor erhoogde systeembeoegdheden te gebruiken zodat een niet-beheerder IBM Data Serer-client kan installeren. 6 IBM Data Serer-clients installeren

Alternatiee methoden oor Linux en UNIX Op Linux- en UNIX-besturingssystemen is op databaseserers een alternatiee installatiemethode oor clients beschikbaar, namelijk het script db2_install. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI is boendien beschikbaar als tar-bestand. Afzonderlijke clientsubsystemen Als er een databasesererproduct is geïnstalleerd, kunt u een afzonderlijk clientsubsysteem gebruiken in plaats an hetzelfde serersubsysteem als zowel het serer- als clientsubsysteem te laten dienen. Om een afzonderlijk clientsubsysteem te maken, gebruikt u de opdracht db2icrt met de optie -s, zoals in het olgende oorbeeld: db2icrt -s client naam_subsysteem Opties oor erbindingen met DB2-databases Dit gedeelte beat een oerzicht an de opties die u op een machine (het lokale systeem) kunt installeren zodat u daarmee erbinding kunt maken met een database op een andere machine (het systeem op afstand). Om een geschikte optie te selecteren, moet u eerst nagaan of het lokale systeem: een systeem is waarop bedrijfstoepassingen worden uitgeoerd op een bedrijfssysteem of op een toepassingenserer. een werkstation oor toepassingsontwikkeling is. een werkstation an een databasebeheerder is. Verder moet u bepalen waar de databases zich beinden waarmee u erbinding wilt maken. De mogelijke databaselocaties zijn: op dezelfde machine, dus het lokale systeem. De databases kunnen zich beinden in één DB2-subsysteem of in meerdere DB2-subsystemen. op erschillende machines, namelijk systemen op afstand. op erschillende machines die fungeren als midrange- of mainframeserer. Opties oor bedrijfssystemen en toepassingenserers Voor erbindingen tussen een bedrijfstoepassing en een database wordt doorgaans gebruikgemaakt an de olgende topologieën: Een toepassing maakt erbinding met een DB2-database, waarbij beide zich op dezelfde machine beinden. Een oorbeeld is een toepassing die door één gebruiker op het eigen werkstation wordt gebruikt. Een toepassing maakt erbinding met een DB2-database op een andere machine. Een toepassingsclient maakt erbinding met een toepassingenserer die op zijn beurt erbinding maakt met een of meer DB2-databases op: alleen dezelfde machine. alleen een of meer andere machines. een combinatie an beide. Als een DB2-serer op dezelfde machine is geïnstalleerd als de toepassing, is het niet nodig om een afzonderlijke client te installeren. Het DB2-sererproduct beat Hoofdstuk 1. IBM Data Serer-clients 7

alle functionaliteit waarmee toepassingen zowel erbinding kunnen maken met lokale databases als met databases op machines op afstand. Als op de machine met de toepassing niet ook een DB2-serer aanwezig is, hebt u de olgende mogelijkheden om toepassingen erbinding te laten maken met DB2-databases op afstand: Stuurprogramma oor DB2-toepassing. Met een stuurprogramma oor een DB2-toepassing worden de gegeens die nodig zijn oor de erbinding met een database, toegeoegd aan de toepassing of raagt de toepassing de gebruiker om deze te erstrekken. Dit is een andere benadering dan die an een IBM Data Serer-client die deze informatie bijhoudt in de catalogusgegeens. Het toepassingsstuurprogramma wordt gebruikt als bestand in de toepassingsdirectory, dus er is geen aparte DB2-specifieke installatie of configuratie ereist. Een toepassingsstuurprogramma maakt doorgaans deel uit an het toepassingspakket en beat dan de connectiiteit oor uitsluitend die toepassing. Een stuurprogramma oor een DB2-toepassing kan tegelijk met andere stuurprogramma's oor DB2-toepassingen of met een IBM Data Serer-client op hetzelfde systeem aanwezig zijn. DB2-producten bieden stuurprogramma's oor Jaa (JDBC and SQLJ) en oor ODBC-, CLI-,.NET-, OLE DB- of open source-toepassingen. Stuurprogramma's kunnen worden erkregen door stuurprogrammabestanden te kopiëren anuit een IBM Data Serer Drier Package-installatie-image of door de stuurprogrammabestanden te downloaden anaf deeloperworks. IBM Data Serer-client. Deze optie betekent de installatie en configuratie an een an de clients die bij het DB2-product zijn erstrekt. De IBM Data Serer-client wordt geïnstalleerd op elke machine die rechtstreeks erbinding moet maken met de DB2-database. Afhankelijk an de topologie an de toepassing, wordt de client geïnstalleerd op elk werkstation of op een toepassingenserer. Een enkele IBM Data Serer-client kan oor alle toepassingen op de machine de erbinding mogelijk maken met een of meer DB2-databases op andere machines. Merge-modules oor DB2-subsystemen. Deze merge-modules maken een DB2-subsysteemomgeing. Op deze manier kan de IBM Data Serer Runtime Client worden gebruikt ia toeoeging an de bestanden in de bijbehorende modules. Deze methode is gericht op het gebruik met Windows Installer en andere installatietools die het gebruik an merge-modules oor Windows Installer ondersteunen. Zo installeert u met een enkel installatieprogramma zowel de toepassing als Data Serer Runtime Client. Als u geen subsysteemomgeing of opdrachtregelinterface (CLP) nodig hebt, moet u de merge-modules oor niet-db2-subsystemen gebruiken om subsysteembeheer te ermijden. Merge-modules oor niet-db2-subsystemen. Deze merge-modules maken een niet-db2-subsysteemomgeing. Op deze manier kan de IBM Data Serer Drier Package worden gebruikt ia toeoeging an de DLL-bestanden an de client aan het installatiepakket an een toepassing. Deze methode is gericht op het gebruik met Windows Installer en andere installatietools die het gebruik an merge-modules oor Windows Installer ondersteunen. Zo installeert u met een enkel installatieprogramma zowel de toepassing als IBM Data Serer Drier Package. Opties oor werkstation oor toepassingsontwikkeling De IBM Data Serer Client biedt naast alle functionaliteit an de IBM Data Serer Runtime Client ook tools oor client-sererconfiguratie, databasebeheer en toepassingsontwikkeling. In de onderstaande punten worden de functie en de 8 IBM Data Serer-clients installeren

installatie an de Data Serer Client beschreen ten opzichte an andere tools en producten die door toepassingenontwikkelaars worden gebruikt. Een aantal tools en producten wordt eel gebruikt door toepassingenontwikkelaars die programmacode schrijen oor de toegang tot een DB2-database. Een typisch ontwikkelwerkstation bestaat uit de olgende componenten: Een IDE (Integrated Deelopment Enironment) zoals IBM Data Studio, IBM Optim Deelopment Studio, Rational Application Deeloper of Microsoft Visual Studio. Een DB2-specifiek ontwikkeltool dat gerelateerd is aan de IDE zoals IBM Database Add-Ins for Microsoft Visual Studio. Toegang tot een databaseserer die fungeert als host oor de te ontwikkelen database. Deze databaseserer kan zich in een an beide of in beide olgende locaties beinden: Elk ontwikkelwerkstation, zodat elke ontwikkelaar een eigen lokale kopie an de database heeft. Een werkgroepserer, zodat meerdere ontwikkelaars met dezelfde kopie an de database werken. Tegen de boenstaande achtergrond is de meerwaarde an de Data Serer Client dat u hiermee beschikt oer headers en bibliotheken die u nodig hebt oor de compilatie an toepassingen en oer de ereiste tools oor databasebeheer. U hoeft de Data Serer Client echter niet altijd te installeren om deze tools te kunnen gebruiken. In alle geallen waarin een DB2-serer op een machine is geïnstalleerd, is een aparte installatie an de IBM Data Serer-client oerbodig. Het DB2-sererproduct beat alle functionaliteit die beschikbaar is in een stand-alone Data Serer Client. Opties oor beheerderswerkstations Een databasebeheerder kan in principe op twee manieren beheertaken uitoeren oor niet-lokale databases. Deze kan met een tool als Telnet erbinding maken met een indiiduele databaseserermachine en erolgens lokaal DB2- beheeropdrachten uitoeren. De andere methode is tools en opdrachten op het eigen werkstation te gebruiken die erbinding maken met de databases op afstand. Dit gedeelte is gericht op deze tweede methode waaroor eerst gekozen moet worden welke IBM Data Serer-client moet worden gebruikt en waar deze moet worden geïnstalleerd. Voor DB2 zijn erschillende hulpprogramma's beschikbaar waarmee beheeractiiteiten kunnen worden uitgeoerd oor een of meer DB2-serers die zich op een ander systeem beinden dan het beheerderswerkstation. De olgende opties kunnen daaroor worden oerwogen: Installeer de IBM Data Serer Runtime Client. Deze optie is geschikt als u oor beheertaken alleen de opdrachtregelinterface gebruikt. Installeer de IBM Data Serer Client. Deze client beat naast alle functionaliteit an Data Serer Runtime Client ook tools oor de client-sererconfiguratie, oor databasebeheer en oor toepassingsontwikkeling. Daartoe behoren onder meer de grafische beheertools zoals de Configuration Assistant en het Control Center (beschikbaar oor alle ondersteunde platforms). Deze tools maken gebruik an de component DB2 Applicaton Serer (DAS) op de DB2-serer, die standaard wordt geconfigureerd tijdens de DB2-sererinstallatie. Installatie an een DB2-sererproduct. In alle geallen waarin een DB2-serer op een machine is geïnstalleerd, is een aparte installatie an de IBM Data Hoofdstuk 1. IBM Data Serer-clients 9

Serer-client oerbodig. Het DB2-sererproduct beat alle functionaliteit die beschikbaar is in een standalone IBM Data Serer-client. Opties oor de erbinding met midrange- en mainframedatabases Met DB2 Connect-producten kunt u erbinding maken met DB2-databases op mainframe- en midrangeplatforms, te weten OS/390 en z/os, System i, VSE en VM. Verder kunt u ook erbinding maken met niet-ibm-databases, mits deze oldoen aan de DRDA-architectuur (Distributed Relational Database Architecture). Met DB2 Connect kunt u erbinding maken anaf een gebruikerswerkstation of anaf een DB2 oor Linux, UNIX en Windows-serer. De olgende opties kunnen daaroor worden oerwogen: IBM Data Serer Drier Package. Deze lightweight oplossing die runtime ondersteuning biedt oor toepassingen met behulp an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, PHP, Ruby, JDBC of SQLJ zonder dat hieroor Data Serer Runtime Client of Data Serer Client hoeft te worden geïnstalleerd. Om erbinding te maken met een z/os-serer of een System i-serer, moet u een licentiecode an DB2 Connect registreren. (Haal het licentiebestand, bijoorbeeld db2conpe.lic, op uit uw Passport Adantage-distributie en kopieer het naar de licentiedirectory onder de directory waarin het stuurprogramma is geïnstalleerd.) DB2 Connect Personal Edition. Dit product wordt geïnstalleerd op een werkstation en biedt connectiiteit anaf dat werkstation. Deze optie is bedoeld oor situaties waarin anaf een werkstation rechtstreeks erbinding moet worden gemaakt met een of meer hosts. Dit product is beschikbaar oor Linux-, Solaris- en Windows-besturingssystemen. DB2 Connect Serer Editions. Een serereditie an een DB2 Connect-product wordt doorgaans op een connectiiteitserer geïnstalleerd en dient als gateway naar ondersteunde mainframe- of midrangedatabaseserers. Met behulp an een serereditie an het DB2 Connect-product kunnen werkstations met IBM Data Serer-clients de toegang naar hostsystemen configureren ia de DB2 Connect-gateway alsof het databases op een systeem met DB2 oor Windows, Linux of UNIX betreft. Beide opties kunnen gelijktijdig worden gebruikt. Een werkstation kan bijoorbeeld op de olgende manieren een erbinding tot stand brengen met een midrange- of mainframedatabase: Installeer DB2 Connect Personal Edition lokaal en maak hiermee rechtstreeks erbinding met een host. Maak erbinding met dezelfde of met een andere host ia een tussenliggende DB2 Connect-serergateway. 10 IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients Schijf- en geheugenereisten Schijfereisten De ereiste schijfruimte oor het product hangt af an het type installatie en het type bestandssysteem. De DB2 Installatiewizard kan dynamisch de grootte schatten op basis an de geselecteerde componenten in een normale, compacte of aangepaste installatie. Vergeet niet om schijfruimte te resereren oor de ereiste database, software en communicatieproducten. systeemop Linux-en UNIX-besturingssystemen wordt 2 GB rije ruimte in de directory /tmp aanbeolen. Geheugenereisten Een DB2-databasesysteem ereist minimaal 256 MB RAM. Voor systemen waarop alleen een DB2-product en de grafische DB2-interfaceprogramma's actief zijn, is minimaal 512 MB RAM ereist. Het is echter aanbeolen om oor betere prestaties 1 GB RAM te gebruiken. Naast deze ereisten kan bepaalde software die op het systeem wordt uitgeoerd, extra eisen aan het geheugen stellen. Bij het aststellen an de geheugenereisten moet u op het olgende letten: DB2-producten die worden uitgeoerd in HP-UX Versie 11i oor Itanium-gebaseerde systemen, ereisen minimaal 512 MB RAM. Voor IBM Data Serer-client-ondersteuning gelden deze geheugenereisten oor een basis an ijf gelijktijdige clienterbindingen. U hebt 16 MB RAM extra nodig per ijf clienterbindingen. De geheugenereisten worden mede bepaald door de grootte en complexiteit an het databasesysteem. Ook de hoeeelheid databaseactiiteit en het aantal clients met toegang tot het systeem zijn an inloed. DB2-sererproducten hebben een functie oor zelfafstemming an het geheugen. De geheugenconfiguratie wordt hierdoor eenoudiger doordat de waarde oor erschillende geheugenconfiguratieparameters automatisch wordt ingesteld. Als deze functie is ingeschakeld, erdeelt deze dynamisch de beschikbare resources onder de geheugengebruikers, zoals sorteerslagen, de pakketcache, de ergrendelingslijst en bufferpools. Voor Linux- en UNIX-besturingssystemen wordt een SWAP-ruimte an minimaal twee keer het RAM aanbeolen. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (AIX) Controleer oordat u DB2-databaseproducten op AIX-besturingssystemen installeert of het systeem oldoet aan de eisen oor besturingssysteem, hardware, software en communicatie. Copyright IBM Corp. 1993, 2010 11

DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. Raadpleeg com.ibm.db2.luw.qb.serer.doc/doc/r0023732.dita oor een lijst an DB2-databaseproducten die beschikbaar zijn op elk besturingssysteem. Als u een DB2-databaseproduct wilt installeren, moet aan de olgende eisen zijn oldaan: Tabel 1. AIX-installatieereisten Besturingssysteem AIX Versie 5.3 64-bits AIX-kernel is ereist. AIX 5.3 Technology Leel (TL) 9 en Serice Pack (SP) 2 Voor minimaal C++-runtimenieau zijn de bestandssets xlc.rte 9.0.0.8 en xlc.aix50.rte 9.0.0.8 (of hoger) ereist. Deze bestandssets zijn opgenomen in het IBM C++ Runtime Enironment Components for AIX-pakket an juni 2008. Hardware 64-bits CHRP-architectuur (Common Hardware Reference Platform) behale systemen op basis an POWER3-processors. 1 Alle processors die geschikt zijn oor de ondersteunde AIX-besturingssystemen. AIX Versie 6.1 2 64-bits AIX-kernel is ereist. AIX 6.1 TL 2 Opmerking: POWER7 systemen 3 hebben AIX 6.1 TL4 SP2 nodig. Voor minimaal C++-runtimenieau zijn de bestandssets xlc.rte 9.0.0.8 en xlc.aix61.rte 9.0.0.8 (of hoger) ereist. Deze bestandssets zijn opgenomen in het IBM C++ Runtime Enironment Components for AIX-pakket an juni 2008. AIX Versie 7.1 64-bits AIX-kernel is ereist. AIX 7.1.0 General Aailability (GA) Voor minimaal C++-runtimenieau zijn de bestandssets xlc.rte 11.1.0.0 en xlc.aix61.rte 11.1.0.0 (of hoger) ereist. Deze bestandssets zijn opgenomen in het IBM C++ Runtime Enironment Components for AIXV11.1-pakket. 1 Om te controleren of dit een CHRP-architectuursysteem is, gebruikt u de opdracht lscfg en zoekt u naar de olgende uitoer: Model Architecture: chrp. Werk oor het installeren an DB2 Versie 9.7. op een op een POWER3-processor gebaseerd systeem eerst het systeem bij naar een op een POWER4-processor gebaseerd systeem.op een POWER3-processor gebaseerde systemen worden niet ondersteund DB2 Versie 9.7. 2 In AIX 6.1 indt u twee soorten WPAR's (Workload Partitions): systeem-wpar's en toepassings-wpar's. DB2-installatie wordt alleen ondersteund op een systeem-wpar. AIX 6.1 ondersteunt ook de mogelijkheid om een JFS2-bestandssysteem of een erzameling bestanden te ersleutelen. 3 Aanullende oerwegingen oor POWER7-systemen: 12 IBM Data Serer-clients installeren

Heeft u IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) 2.2..x of SA MP 3.1.x Reliable Scalable Cluster Technology (RSCT) 2.5.4.0 op uw systeem geïnstalleerd, dan heeft u het SA MP speciale 3.1.0.6-pakket met RSCT 2.5.4.2 nodig. Versie 9.7 fixpack 2 en latere fixpacks hebben een bijgewerkte ersie an SA MP waarbij een RSCT-leel is opgenomen dat POWER7-systems ondersteunt. DB2-products oppower7-systemen ondersteunen de Actie Memory-uitbreiding. Opmerking: Als u aan de minimumereisten oor het besturingssysteem hebt oldaan door het besturingssysteem te upgraden in plaats an een nieuw besturingssysteem te installeren, moet u de I/O-oltooiingpoorten (IOCP) afzonderlijk installeren. U indt de IOCP-bibliotheken op de AIX-installatie-CD. Configureer IOCP erolgens op de DB2-serer of Data Serer-client. Raadpleeg oor meer informatie IOCP configureren op AIX in Troubleshooting and Tuning Database Performance. Softwareoerwegingen Zie oor informatie oer toepassingsontwikkeling en oor de runtime-aspecten de onderwerpen in Supported programming languages and compilers for database application deelopment. U kunt de meest recente ersie an IBM C++ Runtime Enironment Components for AIX downloaden anaf de support-website an IBM AIX XL C en C++. (Alleen clients) Als u an plan bent Kerberos-erificatie te gebruiken, hebt u IBM Network Authentication Serice client 1.4 of hoger nodig. Gebruik de opdracht bosboot om oer te schakelen naar de 64-bits kernel. Om naar de 64-bits kernel oer te kunnen schakelen, moet u beschikken oer een machtiging op het nieau root en moet u de olgende opdrachten geen: ln -sf /usr/lib/boot/unix_64 /unix ln -sf /usr/lib/boot/unix_64 /usr/lib/boot/unix bosboot -a shutdown -Fr Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Firefox 2.0 en hoger Op Mozilla gebaseerde browsers 1.7 en hoger In de olgende geallen is X Window-systeemsoftware oor het genereren an een grafische gebruikersinterface ereist: Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken om een DB2-product te installeren op Linux of UNIX-besturingssysteem. Voor meer informatie oer bekende AIX-problemen, raadpleegt u www.ibm.com/support/dociew.wss?&uid=swg21165448 Oerwegingen met betrekking tot mounten Mount uw bestandssystemen niet met de optie nosetuid bij installaties op de hoofddirectory an DB2-producten op UNIX-besturingssystemen. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 13

Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (HP-UX). DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. Raadpleeg com.ibm.db2.luw.qb.serer.doc/doc/r0023732.dita oor een lijst an DB2-databaseproducten die beschikbaar zijn op elk besturingssysteem. Om een DB2-product op een HP-UX besturingssysteem te installeren, gelden de olgende eisen oor het besturingssysteem, de hardware en de communicatie: Tabel 2. HP-UX-installatieereisten Besturingssysteem DB2-producten worden ondersteund op: HP-UX 11i2 (11.23.0505) met: Base Quality-bundel (QPKBASE), mei 2005 Applications Quality-bundel (QPKAPPS), mei 2005 PHCO_38637 - cumulatiee patch oor libc HP-UX 11i3 (11.31) met: PHCO_38658 - cumulatiee patch oor libc Hardware Op Itanium gebaseerde HP Integrity Series Systems Eender welke hardware die expliciet compatibel is en olledig in staat is om het gespecificeerde besturingssysteem, alle corresponderende ondersteunende software en erdere aanerwante applicaties onaangepast te gebruiken. Om SDK6 te ondersteunen, zijn de olgende patches ook ereist: HP-UX 11i2: PHSS_37201 HP-UX 11i3: PHSS_37202 Oerwegingen oor de kernelconfiguratie Het systeem moet opnieuw worden opgestart als u de kernelconfiguratieparameters bijwerkt. De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in /etc/system. Mogelijk moet u sommige kernelconfiguratieparameters wijzigen oordat u de Versie 9-client of DB2-sererproducten installeert. Als de kernelparameter die wordt gewijzigd, niet als dynamisch is ermeld, is het nodig om het systeem opnieuw te starten oordat de wijzigingen in /etc/system an kracht worden. Softwareoerwegingen Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Firefox 2.0 en hoger Op Mozilla gebaseerde browsers 1.7 en hoger Als u d DB2 Installatiewizard wilt gebruiken om een DB2-product te installeren, is X Window System-software ereist waarmee een grafische gebruikersinterface kan worden weergegeen. Voor meer informatie oer bekende HP-UX-problemen raadpleegt u www.ibm.com/support/dociew.wss?&uid=swg21257602 Opmerking: Vanaf DB2 V9.7 fixpack 1 en later hebben op het HP-UX besturingssysteem geïnstalleerde DB2-producten lange hostnamen ondersteund. De 14 IBM Data Serer-clients installeren

lengte is uitgebreid naar 255 bytes, in elke mogelijke combinatie an tekens en cijfers. De minimale besturingssysteemereisten zijn HPUX 11i2 (en latere). Neem de olgende stappen om de ondersteuning an lange hostnamen in te schakelen: 1. Actieer de aanpasbare kernelparameter expanded_node_host_name. Kctune expanded_node_host_name=1 2. Compileer applicaties die de ondersteuning an lange hostnamen ereisen met de optie -D_HPUX_API_LEVEL=20040821. Oerwegingen met betrekking tot mounten Mount uw bestandssystemen niet met de optie nosetuid bij installaties op de hoofddirectory an DB2-producten op UNIX-besturingssystemen. Aanbeolen kernelconfiguratieparameters (HP-UX) Voor HP-UX-systemen waarop een 64-bits DB2-databasesysteem wordt uitgeoerd, geeft u de opdracht db2osconf. Hiermee stelt u geschikte waarden oor de kernelconfiguratieparameters an het systeem oor. Het hulpprogramma db2osconf kan alleen worden gestart anuit $DB2DIR/bin, waarbij $DB2DIR de directory is waarin het DB2-product is geïnstalleerd. Kernelparameters wijzigen (HP-UX) Voor correcte uitoering an het DB2-product in HP-UX moet u mogelijk de kernelconfiguratieparameters an het systeem bijwerken. U moet de computer opnieuw starten als u de waarden an de kernelconfiguratieparameter hebt bijgewerkt. U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om kernelparameters te kunnen wijzigen. U wijzigt kernelparameters als olgt: 1. Voer de opdracht sam in om het programma SAM (System Administration Manager) te starten. 2. Dubbelklik op het pictogram Kernelconfiguratie. 3. Dubbelklik op het pictogram Configureerbare parameters. 4. Dubbelklik op de parameter die u wilt wijzigen en typ de nieuwe waarde in het eld Formule/waarde. 5. Klik op OK. 6. Herhaal deze stappen oor alle kernelconfiguratieparameters die u wilt wijzigen. 7. Als u klaar bent met het instellen an de kernelconfiguratieparameters, selecteert u Actie --> Nieuwe kernel erwerken op de actiebalk. Het besturingssysteem HP-UX start automatisch opnieuw als u de waarden an de kernelconfiguratieparameters hebt gewijzigd. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Linux) Controleer oordat u DB2-databaseproducten op Linux-besturingssystemen installeert of het systeem oldoet aan de eisen oor besturingssysteem, hardware, software en communicatie. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 15

DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. DB2-databaseproducten worden ondersteund op de olgende hardware: x86 (Intel Pentium, Intel Xeon, en AMD) 32-bits Intel- en AMD-processors x64 (64-bits AMD64- en Intel EM64T-processors) POWER (IBM eserer OpenPower, iseries, pseries, System i, System p en POWER-systemen die Linux ondersteunen) eserer System z, System z9 of System z10 De ondersteunde besturingssystemen oor Linux zijn onder andere: Red Hat Enterprise Linux (RHEL) 5 Update 2 SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 10 Serice Pack 2 SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 11 Ubuntu 8.0.4.1 Surf oor de meest recente informatie oer ondersteunde Linux-distributies naar http://www.ibm.com/software/data/db2/linux/alidate/. Opmerking: Versie 9.7 Fixpack 2 en latere Fixpacks beatten een bijgewerkte ersie an IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component die u kunt gebruiken in omgeingen met SLES 11 of POWER7-systemen. Zie oor meer informatie Installing IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component of Upgrading IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component. Beperkingen an multithreadarchitectuur Als u een 32-bits DB2-databaseproduct installeert op een Linux-systeem, kunt u een upgrade naar een 64-bits systeem uitoeren en in plaats an de 32-bits ersie het 64-bits DB2-databaseproduct installeren. De multithreadarchitectuur ereenoudigt oer het algemeen de geheugenconfiguratie. Deze kan echter nadelige geolgen hebben oor de geheugenconfiguratie an 32-bits DB2-databaseserers. Bijoorbeeld: Niet-gemeenschappelijk geheugen oor agentthreads wordt binnen één proces toegewezen. De aggregatie an alle niet-gemeenschappelijke geheugentoewijzingen oor databaseagents past mogelijk niet in een enkele procesgeheugenruimte. De ondersteuning an meerdere databases is beperkt, omdat alle gemeenschappelijk geheugensegmenten oor alle databases in één proces worden toegewezen. U kunt het geheugengebruik oor sommige databases erminderen om alle databases tegelijkertijd te kunnen actieren. Dit kan echter nadelige geolgen hebben oor de performance an de databasebeheerfunctie. Een alternatief is om meerdere subsystemen te maken en de databases oor de subsystemen te catalogiseren. Er zijn echter wel oldoende systeemresources ereist om deze configuratie te kunnen ondersteunen. 16 IBM Data Serer-clients installeren

Distributieereisten Voordat u een DB2-databaseproduct installeert, moet u uw kernelconfiguratieparameters bijwerken. De standaardwaarden oor bepaalde kernelparameters zijn mogelijk niet afdoende als u een DB2-databasesysteem uitoert. U kunt ook andere producten of toepassingen hebben die Linux-systeemresources ereisen. U moet de kernelconfiguratieparameters wijzigen op basis an de behoeften an de werkomgeing an het Linux-systeem. De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in /etc/sysctl.conf. Raadpleeg het handboek an het besturingssysteem oor informatie oer het instellen en actieren an deze parameters met de opdracht sysctl. Pakketereisten De olgende tabellen beatten een lijst an de pakketereisten oor SLES- en RHEL-distributies: libaio.so.1 is ereist oor DB2-databaseserers die gebruikmaken an asynchrone I/O. libstdc++.so.5 is ereist oor DB2 Net Search Extender libstdc++.so.6 is ereist oor DB2-databaseserers en -clients. Voor IBM Tioli System Automation for Multiplatforms en IBM Tioli Monitoring for Databases wordt echter DB2 Agent gebruikt. Hieroor hebt u libstdc++.so.5 nodig. Pakketereisten oor SLES en RHEL Naam pakket libaio compat-libstdc++ Beschrijing Beat de asynchrone bibliotheek die is ereist oor DB2-databaseserers. Beat libstdc++.so.6 (niet ereist oor Linux op POWER) De olgende tabellen beatten een lijst an pakketereisten oor SUSE Linux- en Red Hat-distributies oor gepartitioneerde DB2-databaseserers. De Korn-shell ksh93 is ereist oor SUSE10- en RHEL5-systemen. Het Korn Shell-pakket pdksh is ereist oor alle oerige DB2databasesystemen. Er is een shellfunctie op afstand ereist oor gepartitioneerde databasesystemen. DB2-databasesystemen ondersteunen de olgende shellfuncties op afstand: rsh ssh DB2 gebruikt standaard rsh bij het uitoeren an opdrachten op DB2-knooppunten op afstand, bijoorbeeld bij het starten an een DB2-databasepartitie op afstand. Om het standaarddatabasesysteem an DB2 te kunnen gebruiken, moet het rsh-sererpakket zijn geïnstalleerd (zie onderstaande tabel). Er is meer informatie oer rsh en ssh beschikbaar in het DB2 Informatiecentrum. Als u de shellfunctie op afstand rsh kiest, moet inetd (of xinetd) geïnstalleerd en actief zijn. Als u de shellfunctie op afstand ssh kiest, moet u de communicatieariabele DB2RSHCMD instellen zodra de DB2-installatie is oltooid. Als deze registerariabele niet is ingesteld, wordt rsh gebruikt. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 17

Het ondersteuningspakket nfs-utils oor het Network File System is ereist oor gepartitioneerde databasesystemen. Alle ereiste pakketten moeten worden geïnstalleerd en geconfigureerd oordat de installatie an het DB2-databasesysteem kan worden oortgezet. Zie de documentatie bij uw Linux-distributie oor algemene informatie oer Linux. Pakketereisten oor SUSE Linux Naam pakket Beschrijing pdksh of ksh93 Korn Shell. Dit pakket is ereist oor gepartitioneerde databaseomgeingen. openssh Dit pakket beat een set sererprogramma's waarmee een gebruiker ia een eilige shell opdrachten kan uitoeren op (en anaf) computers op afstand. Het pakket is niet ereist als u de standaardconfiguratie gebruikt an DB2-databasesystemen met rsh. rsh-serer Dit pakket beat een set sererprogramma's waarmee een gebruiker opdrachten kan uitoeren op een computer op afstand, zich kan aanmelden bij andere computers en oer en weer bestanden kan kopiëren (rsh, rexec, rlogin en rcp). Dit pakket is niet ereist als u een DB2-databasesysteem configureert oor het gebruik an ssh. nfs-utils Network File System-ondersteuningspakket. Hiermee hebt u toegang tot bestanden anaf een computer op afstand. Pakketereisten oor Red Hat Directory Naam pakket Beschrijing /System Enironment/Shell pdksh of ksh93 Korn Shell. Dit pakket is ereist oor gepartitioneerde databaseomgeingen. /Applications/Internet openssh Dit pakket beat een set clientprogramma's waarmee een gebruiker ia een eilige shell opdrachten kan uitoeren op een computer op afstand. Het pakket is niet ereist als u de standaardconfiguratie gebruikt an DB2-databasesystemen with rsh. /System Enironment/ Daemons /System Enironment/ Daemons openssh-serer rsh-serer Dit pakket beat een set sererprogramma's waarmee een gebruiker ia een eilige shell opdrachten kan uitoeren anaf een computer op afstand. Het pakket is niet ereist als u de standaardconfiguratie gebruikt an DB2-databasesystemen with rsh. Dit pakket beat een set programma's waarmee een gebruiker opdrachten kan uitoeren op een computer op afstand. Vereist oor gepartitioneerde databaseomgeingen. Dit pakket is niet ereist als u een DB2-databasesysteem configureert oor het gebruik an ssh. 18 IBM Data Serer-clients installeren

Pakketereisten oor Red Hat Directory Naam pakket Beschrijing /System Enironment/ Daemons nfs-utils Network File Systemondersteuningspakket. Hiermee hebt u toegang tot bestanden anaf een computer op afstand. Softwareoerwegingen (Alleen clients) Als u an plan bent Kerberos-erificatie te gebruiken, hebt u IBM Network Authentication Serice client 1.4 of hoger nodig. Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Firefox 2.0 en hoger Op Mozilla gebaseerde browsers 1.7 en hoger In de olgende geallen is X Window-systeemsoftware oor het genereren an een grafische gebruikersinterface ereist: Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken oor de installatie an een DB2-databaseproduct op een Linux- of UNIX-besturingssysteem, of Als u grafische DB2-functies wilt gebruiken op Linux oor x86 en Linux op AMD 64/EM64T. Micro Focus biedt geen ondersteuning oor zijn COBOL-compilerproducten op SLES 11. Oerwegingen oor Linux met beeiligingsuitbreidingen Als op RHEL 5-systemen Security-enhanced Linux (SELinux) is ingeschakeld en de afdwingstatus heeft, treden bij het installatieprogramma mogelijk fouten op anwege de beperkingen an SELinux. U kunt als olgt aststellen of SELinux is geïnstalleerd en zich in de afdwingmodus beindt: controleer of het bestand /etc/sysconfig/selinux aanwezig is oer de opdracht sestatus uit controleer of het bestand /ar/log/messages SELinux-berichten beat. U kunt SELinux als olgt uitschakelen: actieer de toestemmingsmodus en start de opdracht setenforce 0 als hoofdgebruiker wijzig /etc/sysconfig/selinux en start de machine opnieuw. Als het DB2-databaseproduct zonder problemen is geïnstalleerd op een RHEL 5-systeem, worden de DB2-processen uitgeoerd in het onbeperkte domein. Om DB2-processen aan een eigen domein toe te wijzen, wijzigt u het beleid. Er is een eenoudig SELinux-beleid aanwezig in de directory sqllib/samples. Kernelparameters wijzigen (Linux) Vanaf ersie 9.7 fixpack 2 hoeft u Linux kernelparameters die gerelateerd zijn aan interprocescommunicatie (IPC) niet meer bij te werken. Voor ersie 9.7 fixpack 1 of eerder zijn de erplichte minimuminstellingen oor bepaalde kernelparameters mogelijk onoldoende om een DB2-databasesysteem te ondersteunen en zult u ze mogelijk moeten bijwerken oordat u een DB2-databaseproduct installeert. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 19

U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om kernelparameters te kunnen wijzigen. U werkt kernelparameters als olgt bij in Red Hat en SUSE Linux: 1. Voer de opdracht ipcs -l uit om de huidige kernelparameterinstellingen weer te geen. 2. Analyseer het resultaat om te bepalen of u de kernelinstellingen moet wijzigen of niet door de huidige waarde n te ergelijken met de erplichte minimuminstellingen oor ersie 9.7 fixpack 2 of latere fixpacks op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/9r7/topic/ com.ibm.db2.luw.qb.serer.doc/doc/c0057140.html. Het olgende stuk tekst is een oorbeeld an een resultaat an de opdracht ipcs met commentaar toegeoegd achter // om aan te geen wat de parameternamen zijn: # ipcs -l ------ Shared Memory Limits -------- max number of segments = 4096 max seg size (kbytes) = 32768 max total shared memory (kbytes) = 8388608 min seg size (bytes) = 1 ------ Semaphore Limits -------- max number of arrays = 1024 max semaphores per array = 250 max semaphores system wide = 256000 max ops per semop call = 32 semaphore max alue = 32767 // SHMMNI // SHMMAX // SHMALL // SEMMNI // SEMMSL // SEMMNS // SEMOPM ------ Messages: Limits -------- max queues system wide = 1024 // MSGMNI max size of message (bytes) = 65536 // MSGMAX default max size of queue (bytes) = 65536 // MSGMNB 3. Wijzig de kernelparameters die aangepast moeten worden door het bestand /etc/sysctl.conf te bewerken. Als dit bestand niet bestaat, moet u het maken. De olgende regels zijn een oorbeeld an de inhoud an het bestand: #Voorbeeld oor een computer met 16GB RAM: kernel.shmmni=4096 kernel.shmmax=17179869184 kernel.shmall=8388608 #kernel.sem=<semmsl> <SEMMNS> <SEMOPM> <SEMMNI> kernel.sem=250 256000 32 4096 kernel.msgmni=16384 kernel.msgmax=65536 kernel.msgmnb=65536 4. Voer de opdracht sysctl met de parameter -p uit om sysctl-instellingen te laden uit het bestand /etc/sysctl.conf: sysctl -p 5. U zorgt als olgt dat de wijzigingen an kracht worden als het systeem opnieuw wordt opgestart: (SUSE Linux) Actieer boot.sysctl (Red Hat) Het initialisatiescript rc.sysinit leest het bestand /etc/sysctl.conf automatisch Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Solaris). Controleer oordat u een DB2-databaseproduct op Solaris installeert of uw systeem oldoet aan de ereisten wat betreft besturingssysteem, hardware en software. 20 IBM Data Serer-clients installeren

DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. Raadpleeg com.ibm.db2.luw.qb.serer.doc/doc/r0023732.dita oor een lijst an DB2-databaseproducten die beschikbaar zijn op elk besturingssysteem. Tabel 3. Solaris-installatieereisten Besturingssysteem Solaris 9 64-bits kernel Patch 111711-12 en 111712-12 Als er kale apparaten worden gebruikt, patch 122300-11 64-bits Fujitsu PRIMEPOWER en Solaris 9 Kernel Update Patch 112233-01 of hoger om de fix oor patch 912041-01 op te halen Hardware UltraSPARC- of SPARC64-processors Solaris 10 64-bits kernel Patch 118822-25 Als er kale apparaten worden gebruikt, patch 125100-07 Solaris 10 64-bits kernel Patch 127128-11 Solaris x64 (Intel 64 of AMD64) Er is enkel ondersteuning oor de installatie an DB2 op lokale zones. Installatie op de globale zone wordt op dit moment niet door DB2 ondersteund. Oerwegingen oor de kernelconfiguratie De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in /etc/system. Als de kernelparameter die wordt gewijzigd, niet als dynamisch is ermeld, is het nodig om het systeem opnieuw te starten oordat de wijzigingen in /etc/system an kracht worden. Deze parameters moeten worden ingesteld oordat u een IBM Data Serer-client installeert. Softwareoerwegingen (Alleen clients) Als u an plan bent Kerberos-erificatie te gebruiken, hebt u Solaris 9 of hoger met IBM NAS-client (Network Authentication Serice) 1.4 of hoger nodig. Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Firefox 2.0 en hoger Op Mozilla gebaseerde browsers 1.7 en hoger Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken om een DB2-databaseproduct te installeren, is X Window System-software ereist waarmee een grafische gebruikersinterface kan worden weergegeen. Voor meer informatie oer bekende Solaris-problemen raadpleegt u www.ibm.com/support/dociew.wss?&uid=swg21257606 Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 21

Beeiligingspatches kunnen worden opgehaald bij de website http:// sunsole.sun.com. Klik op de website Sunsole Online in het linkerscherm op Patches. Ook Jaa2 Standard Edition (J2SE) Solaris Operating System Patch Clusters en de SUNWlibC-software zijn ereist en kunnen worden opgehaald an de website http://sunsole.sun.com. Voor DB2-databaseproducten op 64-bits Fujitsu PRIMEPOWER-systemen is het olgende ereist: Solaris 9 Kernel Update Patch 112233-01 of hoger om de fix oor patch 912041-01 op te halen. U kunt de Fujitsu PRIMEPOWER-patches oor het Solaris-besturingssysteem downloaden an FTSI op http://download.ftsi.fujitsu.com/. DB2-databaseproducten bieden ondersteuning oor de olgende Solaris-concepten: Solaris Logical Domains (LDoms) Solaris Zones ZFS-bestandssystemen Raadpleeg oor details oer door DB2-producten ondersteunde irtualisatietechnologie http://www.ibm.com/deeloperworks/wikis/display/im/ DB2+Virtualization+Support. Oerwegingen met betrekking tot mounten Mount uw bestandssystemen niet met de optie nosetuid bij installaties op de hoofddirectory an DB2-producten op UNIX-besturingssystemen. Kernelparameters wijzigen (Solaris Operating System) Voor een goede werking an het DB2-databasesysteem wordt aanbeolen dat u de kernelconfiguratieparameters an het systeem bijwerkt. U kunt het hulpprogramma db2osconf gebruiken om aanbeolen kernelparameters oor te stellen. Als u de besturingsfuncties an projectresources wilt gebruiken (/etc/project), raadpleegt u de Solaris-documentatie. U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om kernelparameters te kunnen wijzigen. Om de opdracht db2osconf te kunnen gebruiken, moet het DB2-databasesysteem geïnstalleerd zijn. Het hulpprogramma db2osconf kan alleen worden gestart anuit $DB2DIR/bin, waarbij $DB2DIR de directory is waarin het DB2-product is geïnstalleerd. Na het wijzigen an de kernelparameters moet u het systeem opnieuw starten. Om een kernelparameter in te stellen, oegt u als olgt een regel toe aan het einde an het bestand /etc/systemx: set parameter_name = alue Als u bijoorbeeld de waarde an de parameter msgsys:msginfo_msgmax in wilt stellen, oegt u de olgende regel toe aan het einde an het bestand /etc/system: set msgsys:msginfo_msgmax = 65535 22 IBM Data Serer-clients installeren

Na het bijwerken an het bestand /etc/system, start u het systeem opnieuw. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Windows) Controleer oordat u een DB2-databaseproduct installeert op een Windows-besturingssysteem, of het door u gebruikte systeem oldoet aan de ereisten wat betreft besturingssysteem, hardware en software. Tabel 4. Windows-werkstationplatforms Besturingssysteem Vereisten Hardware Windows XP Professional (32 bit and 64 bit) Windows Vista Business (32 bits en 64 bits) Windows Vista Enterprise (32 bits en 64 bits) Windows Vista Ultimate (32 bits en 64 bits) Windows 7 Professional (32-bits en 64-bits) Windows 7 Enterprise (32-bits en 64-bits) Windows 7 Ultimate (32-bits en 64-bits) Windows XP Serice Pack 2 of hoger IBM Data Serer Proider oor.netclienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 2.0-framework runtime. 64-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen worden ondersteund. Alle Windows Vista sericepacks worden ondersteund. Alle Intel- en AMD-processors die de ondersteunde Windows-systemen kunnen uitoeren (32-bits en op 64 bits gebaseerde systemen) Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 23

Tabel 5. Windows-sererplatforms Besturingssysteem Vereisten Hardware Windows 2003 Datacenter Edition (32-bits en 64-bits) Windows 2003 Enterprise Edition (32-bits en 64-bits) Windows 2003 Standard Edition (32-bits en 64-bits) Windows Serer 2008 Datacenter Edition (32-bits en 64-bits) en Windows Serer 2008 R2 (64 bits) Windows Serer 2008 Enterprise Edition (32-bits en 64-bits) en Windows Serer 2008 R2 (64 bits) Windows Serer 2008 Standard Edition (32-bits en 64-bits) en Windows Serer 2008 R2 (64 bits) Serice Pack 2 of hoger. R2 wordt ook ondersteund IBM data serer proider oor.net-clienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 2.0-framework runtime. 64-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen worden ondersteund. IBM data serer proider oor.net-clienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 2.0-framework runtime. 64-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen worden ondersteund. Alle Windows Serer 2008-sericepacks worden ondersteund. Alle Intel- en AMD-processors die de ondersteunde Windows-systemen kunnen uitoeren (32-bits en op 64 bits gebaseerde systemen). Opmerking: DB2-databaseproducten ondersteunen de hardwarematig uitgeoerde DEP-functie (Data Execution Preention) die is ingebouwd in sommige Windows-besturingssystemen. Aanullende oerwegingen oor software Windows Installer 3.0 is ereist. Het wordt door het installatieprogramma geïnstalleerd als het niet wordt gedetecteerd. IBM Data Serer Proider oor.net-clienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 2.0-framework runtime. In een x64-omgeing worden 32-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen uitgeoerd in de WOW64-emulatiemodus. MDAC 2.8 is ereist. De DB2 Installatiewizard installeert MDAC 2.8 als dit nog niet is gebeurd. Opmerking: Als er al een oudere ersie an MDAC is geïnstalleerd (bijoorbeeld 2.7), oert het DB2-installatieprogramma een upgrade naar MDAC 2.8 uit. Bij een normale installatie wordt MDAC 2.8 geïnstalleerd. Bij een aangepaste installatie wordt MDAC 2.8 standaard geïnstalleerd. U kunt er echter oor kiezen deze installatie niet uit te oeren. Als u de selectie an MDAC als onderdeel an de aangepaste installatie opheft, wordt MDAC niet geïnstalleerd. Als u LDAP wilt gebruiken (Lightweight Directory Access Protocol), moet u een Microsoft LDAP-client of de IBM Tioli Directory Serer 6-client gebruiken (deze laatste wordt ook de IBM LDAP-client genoemd en is opgenomen in DB2-producten. Voordat u Microsoft Actie Directory installeert, moet u het directoryschema uitbreiden met 24 IBM Data Serer-clients installeren

behulp an het programma db2schex. Dit is te inden op de installatiemedia in de directory db2\windows\utilities. De Microsoft-LDAP-client is opgenomen in de Windowsbesturingssystemen. Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken, het DB2-installatieprogramma (setup.exe) uit te oeren en de Wegwijzer (db2fs) te starten: Firefox 2.0 en hoger Internet Explorer 6.0 en hoger Op Mozilla gebaseerde browsers 1.7 en hoger Safari 3.0 en hoger DB2 Connect-installatieereisten oor hostsystemen en midrangesystemen DB2 Connect-producten kunnen worden gebruikt oor het tot stand brengen an erbindingen tussen werkstations en databases op ondersteunde hostsystemen en midrangesystemen (zoals DB2 op z/os).in bepaalde geallen moeten gebruikers an DB2 Connect patches aanbrengen op het host- of midrange-databaseproduct om deze functionaliteit te kunnen benutten. Zie IBM Data Serer Clients instaleren (Linux en UNIX) en IBM Data Serer Clients installeren (Windows) in IBM Data Serer-clients installeren. IBM Data Serer-clients installeren IBM Data Serer-clients installeren (Windows) Instructies oor de installatie an elk type IBM Data Serer-client, namelijk de IBM Data Serer Client, de IBM Data Serer Runtime Client en de IBM Data Serer Drier Package. De basisprocedure betreft de eenoudige maar eel oorkomende situatie waarin er nog geen DB2-databaseproduct is geïnstalleerd. Als op het systeem al een eerdere ersie an een client is geïnstalleerd, bekijk dan eerst de documentatieonderwerpen oer het uitoeren an upgrades. Als op het systeem al een DB2-databasesererproduct is geïnstalleerd, is het niet nodig om de bijbehorende client te installeren, want de DB2-databaseserer omat alle functionaliteit die in een IBM Data Serer-client beschikbaar is. Voordat u IBM Data Serer-clients of het clientpakket installeert, hebt u het olgende al gedaan: U hebt bepaald welke client oor u het meest geschikt is. U hebt de te gebruiken DVD al klaargelegd of het benodigde installatie-image geonden. U kunt een image downloaden anaf de website IBM Support Fix Central: http://www.ibm.com/support/fixcentral/. Pakketen met Data Serer-client en -stuurprogramma's indt u onder de productgroep Information Management ia de link IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste ersie en het juiste platform en klik op Continue. Klik ook in het olgende scherm op Continue en u krijgt een lijst te zien met alle client- en stuurprogrammapakketten die oor Windows beschikbaar zijn. Controleer of u de juiste 32-bits of 64-bits ersie oor uw machine hebt. U beschikt oer een Windows-gebruikersaccount dat deel uitmaakt an de groep Beheerders. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 25

Opmerking: Wanneer een gebruikersaccount dat niet toebehoort aan een beheerder de productinstallatie gaat uitoeren, moet de VS2005- runtimebibliotheek worden geïnstalleerd oordat u probeert een DB2-databaseproduct te installeren. De VS2005-runtimebibliotheek is op het besturingssysteem ereist oordat het DB2-databaseproduct kan worden geïnstalleerd. De VS2005-runtimebibliotheek is beschikbaar ia de website oor het downloaden an Microsoft-runtimebibliotheken. Er zijn twee opties: kies credist_x86.exe oor 32-bits systemen of credist_x64.exe oor 64-bits systemen. Het systeem oldoet aan alle eisen wat betreft beschikbaar geheugen, schijfruimte en oerige installatieereisten. Het installatieprogramma controleert de schijfruimte en andere basisereisten en geeft aan als er ergens een probleem is. Beperkingen Er kan geen ander DB2-databaseproduct in hetzelfde pad worden geïnstalleerd als een an de olgende producten al is geïnstalleerd: IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Drier Package DB2 Informatiecentrum In de elden an de DB2 Installatiewizard kunnen geen speciale tekens worden opgegeen. Deze procedure geldt oor een eenoudige installatie. Informatie oer andere situaties indt u elders in dit gedeelte. Om een an de IBM Data Serer-client op Windows te installeren, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u aan bij het systeem met het gebruikersaccount waaronder u de installatie wilt uitoeren. 2. Optioneel: Sluit alle andere programma's af. 3. Plaats de DVD in het schijfstation. Via de functie oor het automatisch starten an CD's wordt de DB2 Installatiewizard gestart, die aan de hand an de taalinstelling an het systeem de taalersie oor het installatieprogramma bepaalt. Voor de Data Serer Client, kunt u de DB2 Installatiewizard uitoeren in een andere taal dan de standaard systeemtaal door de DB2 Installatiewizard handmatig te starten en daarbij een taalcode op te geen. Met de opdracht setup -i fr wordt de DB2 Installatiewizard bijoorbeeld in het Frans uitgeoerd. Voor Data Serer Runtime Client of Data Serer Drier Package zijn er erschillende installatie-images beschikbaar per taal. 4. Een IBM Data Serer-client of clientpakket installeren: Als u een Data Serer Client installeert, start u de DB2 Installatiewizard en als het DB2 Startenster wordt geopend, kiest u Product installeren. Volg de aanwijzingen an de DB2 Installatiewizard. Als u een Data Serer Runtime Client installeert, is er geen Startenster. Zie de erwante links oor meer setup-opdrachtparameters. Voor de installatie an een tweede kopie an Data Serer Runtime Client gebruikt u de opdracht: setup /" TRANSFORMS=:InstanceId1.mst MSINEWINSTANCE=1" 26 IBM Data Serer-clients installeren

Voor elke olgende waarde an Data Serer Runtime Client (tot een maximum an 16 kopieën) erhoogt u de waarde an InstanceIdn in de opdracht steeds met één, bijoorbeeld: setup /" TRANSFORMS=:InstanceId2.mst MSINEWINSTANCE=1" Opmerking: We raden u sterk aan het installeren an meerdere exemplaren oer te laten aan eraren gebruikers. Als u Data Serer Drier Package installeert, oert u de opdracht setup uit anaf de product-dvd, of u installeert het stuurprogramma anaf een fixpackimage door deze te downloaden anaf http://www.ibm.com/ support/dociew.wss?rs=71&uid=swg27007053. Als u een fixpack-image installeert, gebruikt u de links oor erwante onderwerpen oor de installatieopties die u bij de opdracht setup kunt gebruiken. Voor de installatie an een tweede kopie an Data Serer Drier Package, kunt u de olgende methoden gebruiken: Om een installatie an een nieuwe kopie uit te oeren met een gegenereerde standaardnaam: setup /o Als de naam an de kopie al bestaat, oert u een onderhouds- of bijwerkinstallatie op die kopie uit. In het andere geal oert u de nieuwe installatie uit door de opgegeen kopienaam te gebruiken. setup /n kopienaam Na installatie an Data Serer Drier Package kunt u desgewenst het configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, ullen met databasedirectorygegeens. 5. Wanneer u een Data Serer Client op een machine installeert waarop al een DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8-kopie aanwezig is, wordt u oor de keuze gesteld om een nieuwe kopie te installeren of om de DB2 UDB Versie 8-kopie te upgraden. Wanneer u een nieuwe kopie installeert, blijft de DB2 UDB Versie 8-kopie bewaard en wordt een nieuwe DB2 Versie 9-kopie toegeoegd. Als u kiest oor upgraden, worden de subsysteeminstellingen an de DB2 UDB Versie 8-client naar de DB2 Versie 9-kopie oergebracht en wordt de DB2 UDB Versie 8-kopie erolgens erwijderd. Opmerking: Als er al een kopie an DB2 UDB Versie 8 op een systeem is geïnstalleerd, kunnen de Versie 9-kopieën niet worden ingesteld op de standaardwaarde. Bij de installatie an Data Serer Runtime Client wordt altijd een nieuwe kopie geïnstalleerd. Zie de informatie oer upgraden als u daarna een bestaand DB2 UDB Versie 8-clientsubsysteem wilt migreren naar de nieuwe kopie. Nadat u de procedure hebt oltooid, is het product geïnstalleerd in de locatie die u tijdens de installatie hebt opgegeen. Als onderdeel an de installatieprocedure an IBM Data Serer Client wordt er een subsysteem an DB2-databasemanager gemaakt. Het subsysteem wordt "DB2" genoemd als er nog geen ander subsysteem is met de naam "DB2". Als u al een kopie hebt geïnstalleerd an DB2 Versie 8 of DB2 Versie 9.1, is het standaardsubsysteem DB2_01. Het standaardinstallatiepad an Data Serer Client en Data Serer Runtime Client is Program Files\IBM\sqllib. Als op dezelfde machine een tweede kopie wordt geïnstalleerd, wordt de standaarddirectory Program Files\IBM\sqllib_01. Normaliter is de naam an de standaarddirectory sqllib_nn, waarin nn het aantal geïnstalleerde kopieën minus één is. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 27

Het standaardinstallatiepad an Data Serer Drier Package is Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER. Als op hetzelfde systeem een tweede kopie wordt geïnstalleerd, wordt de standaarddirectory Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER_02. Normaliter is de naam an de standaarddirectory IBM DATA SERVER DRIVER_nn, waarbij nn het aantal geïnstalleerde kopieën is. Als u meer dan één kopie wilt installeren an de Data Serer Drier Package, kunt u maximaal 16 kopieën gebruiken. Elke kopie moet in een andere directory worden geïnstalleerd. De standaardnaam an de kopie an Data Serer Client of Data Serer Runtime Client is DB2COPY1 De standaardnaam an de kopie an de Data Serer Drier Package is IBMDBCL1 Deze installatie omat geen productdocumentatie. Na de installatie an de IBM Data Serer-client, is de olgende stap de configuratie an de toegang tot DB2-databaseserers op afstand. Opmerkingen oer de installatie anaf een gebruikersaccount dat niet deel uitmaakt an de groep Beheerders Leden an de groep Hoofdgebruikers kunnen IBM Data Serer-client installeren. Leden an de groep Gebruikers kunnen IBM Data Serer-client installeren nadat zij daaroor specifiek toestemming hebben erkregen. Om een lid an de groep Gebruikers toestemming te erlenen oor de installatie an IBM Data Serer-client, moet een lid an de groep Beheerders eroor zorgen dat de betreffende gebruiker beschikt oer een machtiging oor schrijen oor: De registeritems onder HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE De systeemdirectory (bijoorbeeld c:\winnt). Het standaard installatiepad (c:\program Files) of een ander installatiepad. Verder is an belang dat als de oorspronkelijke installatie is uitgeoerd door een niet-beheerder, fixpacks ook door een niet-beheerder kunnen worden geïnstalleerd. Een niet-beheerder kan echter geen fixpacks installeren als de oorspronkelijke installatie is uitgeoerd door een gebruiker die lid is an de groep Beheerders. IBM Data Serer-clients installeren (Linux en UNIX) In deze taak wordt beschreen hoe u een IBM Data Serer-client installeert in Linux of UNIX. De instructies zijn an toepassing op de IBM Data Serer Client en de IBM Data Serer Runtime Client. De basisprocedure betreft de eenoudige maar eel oorkomende situatie waarin er nog geen DB2-databaseproduct is geïnstalleerd. Als op het systeem al een eerdere ersie an een client is geïnstalleerd, bekijk dan eerst de documentatieonderwerpen oer het uitoeren an upgrades. Als op het systeem al een DB2-databasesererproduct is geïnstalleerd, is het niet nodig om de bijbehorende client te installeren, want de DB2-databaseserer omat alle functionaliteit die in de IBM Data Serer Client beschikbaar is. 28 IBM Data Serer-clients installeren

U hebt al bepaald welke client oor u het meest geschikt is: Data Serer Client of Data Serer Runtime Client. U hebt de te gebruiken DVD al klaargelegd of het benodigde installatie-image geonden. U kunt een image downloaden anaf de website IBM Support Fix Central: http://www.ibm.com/support/fixcentral/. Data Serer-clients en stuurprogramma's indt u onder de productgroep Information Management ia de link IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste ersie en het juiste platform en klik op Continue. Klik ook in het olgende scherm op Continue en u krijgt een lijst te zien met alle client- en stuurprogrammapakketten die oor uw platform beschikbaar zijn. Het systeem oldoet aan alle eisen wat betreft beschikbaar geheugen, schijfruimte en oerige installatieereisten. Het installatieprogramma controleert de schijfruimte en andere basisereisten en geeft aan als er ergens een probleem is. Als u een IBM Data Serer-client installeert op het besturingssysteem Solaris of op een HP-UX-systeem, moet u eerst de kernel-configuratieparameters wijzigen. Dit wordt ook aanbeolen oor Linux. U installeert als olgt een an beide IBM Data Serer-client op Linux of UNIX: 1. Plaats de benodigde DVD in het station en mount deze. 2. Ga naar de directory waar de DVD is gemount. 3. Start de DB2 Installatiewizard met de opdracht./db2setup. 4. Kies Product installeren wanneer het DB2 Startenster wordt geopend. 5. Selecteer de client die u wilt installeren. 6. Volg de aanwijzingen an de DB2 Installatiewizard. Binnen de wizard is Help-informatie beschikbaar om u door de resterende stappen te leiden. Wanneer de installatie is oltooid, beindt de IBM Data Serer-client zich standaard in de olgende directory: Linux UNIX /opt/ibm/db2/v9.7 /opt/ibm/db2/v9.7 Deze installatie omat geen productdocumentatie. Na de installatie an de IBM Data Serer-client is de olgende stap de configuratie an de toegang tot een DB2-serer op afstand. Opmerkingen oer de installatie an taalspecifieke ersies U kunt de DB2 Installatiewizard uitoeren in een andere taal dan de standaard systeemtaal door de DB2 Installatiewizard handmatig te starten en daarbij een taalcode op te geen. Met de opdracht./db2setup -i fr wordt de DB2 Installatiewizard bijoorbeeld in het Frans uitgeoerd. Maar de elden an de DB2 Installatiewizard accepteren bijoorbeeld geen speciale tekens. Opmerkingen oer de installatie op een computer met een bestaande DB2 Versie 9.5-client De standaarddirectorynaam oor de eerste kopie is V9.7. Als er al een kopie is geïnstalleerd, geeft de tweede installatie de standaarddirectorynaam V9.7_01. Normaliter is de naam an de standaarddirectory V9.7_nn waarin nn het aantal geïnstalleerde kopieën minus één is. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 29

Opmerkingen oer de installatie op een computer met een bestaande pre-db2 Versie 9.5 client Als u Data Serer Client of Data Serer Runtime Client installeert op een systeem dat al DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8 of DB2 Versie 9 beat, blijft de orige kopie bewaard en wordt een extra DB2 Versie 9.5 (of hoger) toegeoegd. Voor informatie oer het upgraden an clientsubsystemen naar DB2 Versie 9.5 (of hoger) raadpleegt u de onderwerpen oer upgraden. Oerzicht an niet-rootinstallaties (Linux en UNIX) Vóór Versie 9.5 kon u producten installeren, fixpacks aanbrengen om wijzigingen ongedaan te maken, subsystemen configureren, functies toeoegen of producten erwijderen, maar alleen als u toegang had tot de hoofddirectory. Gebruikers die geen toegang tot de hoofddirectory hebben kunnen deze taken nu uitoeren op Linux en UNIX-besturingssystemen. Het DB2-installatieprogramma maakt en configureert automatisch een niet-hoofddirectory-subsysteem tijdens een installatie buiten de hoofddirectory om. Een gebruiker zonder toegang tot de hoofddirectory kan de configuratie an het niet-hoofddirectorysubsysteem aanpassen tijdens de installatie. U kunt het geïnstalleerde DB2-databaseproduct ook gebruiken en onderhouden zonder beoegdheden oor de hoofddirectory. De installatie an een DB2-databaseproduct buiten de hoofddirectory heeft één DB2-subsysteem waarin de meeste functies standaard zijn ingeschakeld. Een niet-hoofddirectory-installatie kan oor eel groepen een aantrekkelijk idee zijn, bijoorbeeld de olgende: Bedrijen met duizenden werkstations en gebruikers die een DB2-databaseproduct willen installeren zonder dat dit de systeembeheerder tijd kost Toepassingsontwikkelaars die geen systeembeheerder zijn, maar DB2-databaseproducten gebruiken om toepassingen te ontwikkelen Onafhankelijke softwareleeranciers (ISV's) die software ontwikkelen waaroor geen machtiging oor de hoofddirectory is ereist, maar waarin wel een DB2-databaseproduct is geïntegreerd Hoewel installaties buiten de hoofddirectory beschikken oer de meeste functionaliteit an hoofddirectory-installaties, zijn er wel enige erschillen en beperkingen. U kunt sommige beperkingen wegnemen door een gebruiker met een machtiging oor de hoofddirectory de opdracht db2rfe te laten geen. Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties De directorystructuur an een niet-rootinstallatie kent niet alleen enige beperkingen, maar erschilt ook enigszins an de directorystructuur an een rootinstallatie. Tijdens een installatie in de hoofddirectory (root) worden subdirectory's en bestanden oor het DB2-databaseproduct gemaakt in een directory die door de rootgebruiker is gekozen. In tegenstelling tot rootgebruikers kunnen niet-rootgebruikers niet kiezen waar de DB2-databaseproducten worden geïnstalleerd. Niet-rootinstallaties worden altijd in de directory $HOME/sqllib geplaatst, waarin $HOME staat oor de hoofddirectory 30 IBM Data Serer-clients installeren

an de niet-rootgebruiker. De layout an de subdirectory's in de directory sqllib an een niet-rootinstallatie lijkt op die an een rootinstallatie. Er kunnen oor rootinstallaties meerdere subsystemen worden gemaakt. Het eigenaarschap an een subsysteem is gekoppeld aan het gebruikers-id waarmee het subsysteem is gemaakt. Niet-rootinstallaties kunnen slechts één DB2-subsysteem hebben. De niet-rootinstallatiedirectory beat alle DB2-databaseproductbestanden en subsysteembestanden zonder symbolische links. De olgende tabel beat een oerzicht an de erschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties Tabel 6. Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties Criteria Rootinstallaties Niet-rootinstallaties Gebruiker kan installatiedirectory kiezen Aantal toegestane DB2-subsystemen Bestanden die tijdens installatie worden gebruikt Versie en subsysteem upgraden Ja Meerdere Alleen programmabestanden. Subsystemen moeten na de installatie worden gemaakt. Nee Nee. DB2-databaseproducten worden in de hoofddirectory an de gebruiker geïnstalleerd. Een Programmabestanden en subsysteembestanden. Het DB2-databaseproduct is direct na de installatie klaar oor gebruik. De oude ersie hoeft niet te worden erwijderd oordat u de nieuwe ersie installeert. Installeer de nieuwe ersie tegelijk met het upgraden an het subsysteem. Beperkingen an niet-rootinstallaties Naast de erschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties zijn ook erschillende beperkingen an niet-rootinstallaties een punt an aandacht.in dit onderwerp worden deze beperkingen besproken, zodat u kunt besluiten of u een niet-rootinstallatie wilt uitoeren. Productbeperkingen Sommige DB2-databaseproducten worden bij niet-rootinstallaties niet ondersteund: DB2 Query Patroller DB2 Net Search Extender Lokaal opgeslagen DB2 Informatiecentrum Opmerking: Het lokaal geïnstalleerde DB2 Informatiecentrum wordt bij niet-rootinstallatie niet ondersteund, omdat hierbij een rootmachtiging is ereist om de daemon te starten. Een DB2-subsysteem an een niet-rootinstallatie kan echter wel worden geconfigureerd oor gebruik an een lokaal geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum als dit op dezelfde computer is geïnstalleerd. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 31

Beperkingen an functies en hulpprogramma's De olgende functies en hulpprogramma's zijn niet beschikbaar in niet-rootinstallaties: DB2 Administration Serer (DAS) en de bijbehorende opdrachten dascrt, dasdrop, daslist, dasmigr en dasupdt Configuration Assistant Het Control Center De mogelijkheid om met db2goernor de prioriteit te erhogen, wordt niet ondersteund In Work Load Manager (WLM) is het toegestaan om te proberen de agentprioriteit in een DB2-sericeklasse an een niet-root-db2- subsysteem in te stellen. Er wordt echter geen rekening gehouden met de agentprioriteit en er wordt geen SQLCODE-fout geretourneerd. Automatisch starten an DB2-subsystemen wordt niet ondersteund bij opnieuw starten an systeem Beperkingen an Health Monitor De olgende Health Monitor-functies worden niet ondersteund oor niet-rootinstallaties: Script- of taakacties uitoeren bij waarschuwingen Waarschuwingsberichten erzenden Beperking an gepartitioneerde databases Alleen databases met één partitie worden door niet-rootinstallaties ondersteund. U kunt geen extra databasepartities toeoegen Oerzicht DB2-databaseproducten Als een niet-rootgebruiker de opdracht db2ls geeft, is de uitoer anders dan wanneer een rootgebruiker de opdracht geeft. Zie het onderwerp oer de opdracht db2ls oor meer informatie. DB2-kopieën Voor elke niet-rootgebruiker kan slechts één kopie an een DB2-databaseproduct zijn geïnstalleerd. Beperkingen an DB2-subsystemen In niet-rootinstallaties wordt tijdens de installatie één DB2-subsysteem gemaakt. Er kunnen niet meer subsystemen worden gemaakt. DB2-subsysteemacties kunnen alleen worden uitgeoerd door de eigenaar an het subsysteem Rootinstallaties en niet-rootinstallaties kunnen naast elkaar aanwezig zijn op dezelfde computer in erschillende installatiepaden. Een niet-rootsubsysteem kan echter alleen worden bijgewerkt of erwijderd (met de opdracht db2_deinstall) door de niet-rootgebruiker die eigenaar an het niet-rootsubsysteem is. Een DB2-subsysteem dat is gemaakt door een gebruiker met rootmachtigingen, kan alleen worden bijgewerkt of erwijderd door een gebruiker met rootmachtigingen. DB2-subsysteemopdrachten De olgende DB2-subsysteemopdrachten zijn niet beschikbaar oor niet-rootinstallaties: db2icrt Bij installatie an een DB2-databaseproduct door een niet-rootgebruiker, wordt automatisch een enkel subsysteem 32 IBM Data Serer-clients installeren

gemaakt en geconfigureerd. Er kunnen geen andere subsystemen worden gemaakt in niet-rootinstallaties. Als het automatisch gemaakt subsysteem moet worden geconfigureerd, kunt u de niet-rootconfiguratieopdracht db2nrcfg gebruiken. db2iupdt De opdracht db2iupdt kan niet worden gebruikt oor niet-rootsubsystemen. In plaats daaran gebruikt u de niet-rootinstallatieconfiguratieopdracht db2nrupdt om het niet-root- DB2-subsysteem bij te werken. Het bijwerken an niet-rootsubsystemen is normaal echter niet ereist, omdat deze automatisch worden bijgewerkt tijdens het bijwerken an het DB2-databaseproduct. db2idrop Het subsysteem dat automatisch wordt gemaakt tijdens niet-rootinstallaties, kan niet worden erwijderd. Het DB2-databaseproduct moet worden erwijderd om het DB2-subsysteem te kunnen erwijderen. db2iupgrade Upgrade wordt niet ondersteund oor niet-rootinstallaties. Om een niet-rootkopie te upgraden, gebruikt u de opdracht db2nrupgrade. Beperking bij het upgraden Een rootsubsysteem kan niet worden ge-upgraded naar een niet-rootsubsysteem. Acties kunnen na de installatie alleen worden uitgeoerd door de eigenaar an het DB2-subsysteem Rootinstallaties en niet-rootinstallaties kunnen naast elkaar aanwezig zijn op dezelfde computer. Alleen de oorspronkelijke niet-rootgebruiker die het DB2-databaseproduct heeft geïnstalleerd, kan echter acties als de olgende uitoeren: Fixpacks aanbrengen Functies toeoegen Inoegtoepassingen installeren Gebruikerslimieten aanpassen Met de opdracht ulimit an UNIX en Linux-besturingssystemen stelt u gebruikersresourcelimieten in of rapporteert u deze, bijoorbeeld de grenswaarden oor gegeens en stacks. Voor rootsubsystemen werkt de databaseserer dynamisch de ereiste ulimit-instellingen bij zonder de permanente instellingen te wijzigen. Voor niet-rootsubsystemen kunnen de ulimit-instellingen alleen tijdens de installatie worden gecontroleerd. Er wordt een waarschuwing weergegeen als de instellingen onjuist zijn. Er is een rootmachtiging ereist om de instellingen an gebruikerslimieten te wijzigen. Beperkingen die met db2rfe kunnen worden opgeen Niet-rootinstallaties kennen beperkingen die kunnen worden opgeheen door de opdracht db2rfe uit te oeren. De olgende functies en mogelijkheden zijn in eerste instantie niet beschikbaar in niet-rootinstallaties: Verificatie op basis an besturingssysteem Functie High Aailability (HA) De mogelijkheid om sericenamen te resereren in het bestand /etc/serices Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 33

De mogelijkheid om de limieten oor gebruikersgegeens (ulimits) te erhogen. Deze mogelijkheid is alleen aanwezig in AIX. Op andere besturingssystemen moeten de limieten an gebruikersgegeens handmatig worden erhoogd. Geef de opdracht oor het actieren an rootfuncties oor niet-rootinstallaties (db2rfe) om deze functies en mogelijkheden in te schakelen. Het uitoeren an de opdracht db2rfe is optioneel en moet worden uitgeoerd door een gebruiker met een rootgebruikersmachtiging. Verificatietype in niet-rootinstallaties Het standaardtype oor erificatie in DB2-databaseproducten is erificatie op basis an het besturingssysteem. Niet-rootinstallaties ondersteunen geen erificatie op basis an het besturingssysteem. Als u de opdracht db2rfe niet uitoert na installatie an het DB2-databaseproduct als niet-rootgebruiker, moet u het erificatietype dus handmatig instellen. U kunt dit doen door de olgende parameters bij te werken in het configuratiebestand an de databasebeheerfunctie (dbm cfg): clnt_pw_plugin (configuratieparameter oor gebruikers-id/wachtwoordplugin) group_plugin (configuratieparameter oor groepsplugin) srcon_pw_plugin (configuratieparameter oor gebruikers-id/ wachtwoordplugin oor ontangende erbindingen op de serer) Een DB2-product installeren als niet-rootgebruiker De meeste DB2-databaseproducten kunnen als niet-rootgebruiker worden geïnstalleerd. Voordat u een DB2-databaseproduct installeert als niet-rootgebruiker, moet u zich op de hoogte stellen an de erschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties en an de beperkingen an niet-rootinstallaties. Zie oor meer informatie oer niet-rootinstallaties het onderwerp Niet-rootinstallaties - Oerzicht (Linux en UNIX). Vereisten oor de installatie an een DB2-databaseproduct als niet-rootgebruiker: U moet de installatie-dvd kunnen aankoppelen of deze moet oor u aangekoppeld zijn. U moet een geldig gebruikers-id hebben dat kan worden gebruikt als eigenaar an een DB2-subsysteem. Gebruikers-ID's hebben de olgende beperkingen en ereisten: Moeten een andere primaire groep hebben dan guests, admins, users en local Mogen kleine letters (a z), getallen (0 9) en liggende streepjes (_) beatten Mogen niet langer zijn dan acht tekens Mogen niet beginnen met IBM, SYS, SQL of een getal Mogen geen geresereerd DB2-woord zijn (USERS, ADMINS, GUESTS, PUBLIC of LOCAL) en ook geen geresereerd SQL-woord Kunnen geen gebruikers-id's met rootmachtiging gebruiken oor het ID, DAS-ID of afgeschermde ID an het DB2-subsysteem. Mogen geen tekens met accenten beatten Als u bestaande gebruikers-id's opgeeft in plaats an nieuwe gebruikers-id's te maken, moet oor de gebruikers-id's het olgende gelden: - Zijn niet ergrendeld 34 IBM Data Serer-clients installeren

- Hebben geen erlopen wachtwoorden De hardware- en softwareereisten oor het geïnstalleerde product zijn oor niet-rootgebruikers gelijk aan die oor rootgebruikers. In AIX Versie 5.3 moet asynchrone I/O (AIO) zijn ingeschakeld.het wordt sterk aanbeolen om I/O-oltooiingspoorten (IOCP) in te schakelen oor uw systeem. Uw hoofddirectory moet een geldig DB2-pad zijn. Voor DB2-installatiepaden gelden de olgende regels: Mogen kleine letters (a z), hoofdletters (A Z) en liggende streepjes (_) beatten Mogen niet meer dan 128 tekens beatten Mogen geen spaties beatten Mogen geen niet-romeinse tekens beatten De installatie an DB2-databaseproducten als niet-rootgebruiker is ook bruikbaar oor de niet-rootgebruiker. Met andere woorden, een niet-rootgebruiker hoeft niets speciaals te doen om een DB2-databaseproduct te installeren, behale zich aanmelden als niet-rootgebruiker. U oert als olgt een niet-rootinstallatie uit: 1. Meld u aan als niet-rootgebruiker 2. Installeer het DB2-databaseproduct met een an de beschikbare methoden. Opties zijn onder andere: De DB2 Installatiewizard (GUI-installatie) De opdracht db2_install De opdracht db2setup met een responsbestand (stille installatie) Opmerking: Omdat niet-rootgebruikers de installatiedirectory an DB2-databaseproducten niet kunnen kiezen, worden alle FILE-sleutelwoorden in het responsbestand genegeerd. 3. Nadat het DB2-databaseproduct is geïnstalleerd, moet u een nieuwe aanmeldsessie openen om het niet-root-db2-subsysteem te kunnen gebruiken. U kunt dezelfde aanmeldsessie gebruiken als u de DB2-subsysteemomgeing instelt op basis an $HOME/sqllib/db2profile (oor Bourneshell- en Kornshellgebruikers) of $HOME/sqllib/db2chsrc (oor C-shellgebruikers). Hierbij staat $HOME oor de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker. Nadat het DB2-databaseproduct is geïnstalleerd, moet u de limieten oor gebruikersprocesresources (ulimits) in het besturingssysteem controleren. Als niet wordt oldaan aan de minimumwaarden oor gebruikerslimieten, kan de DB2-engine te maken krijgen met onerwachte fouten door een tekort aan werkresources. Deze fouten kunnen leiden tot systeemstoringen in DB2. Niet-rootfuncties inschakelen in niet-rootinstallaties met db2rfe Er zijn erschillende functies en mogelijkheden an niet-rootinstallaties die in eerste instantie niet beschikbaar zijn, maar ingeschakeld kunnen worden met de opdracht db2rfe. Deze taak ereist het machtigingsnieau rootgebruiker. U schakelt als olgt functies en mogelijkheden in die in eerste instantie niet beschikbaar zijn in niet-rootinstallaties: Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 35

1. Zoek de oorbeeldconfiguratiebestanden. Er zijn twee oorbeeldconfiguratiebestanden beschikbaar: $HOME/sqllib/instance/db2rfe.cfg is ooraf geconfigureerd met de standaardwaarden an het niet-rootsubsysteem an DB2 $HOME/sqllib/cfg/db2rfe.cfg.sample is niet geconfigureerd waarbij $HOME de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker is. 2. Kopieer een an de oorbeeldconfiguratiebestanden naar een andere locatie zodat het oorspronkelijke bestand ongewijzigd blijft. 3. Werk het gekopieerde configuratiebestand olgens uw wensen bij. Dit configuratiebestand is de inoer an de opdracht db2rfe. Dit is een oorbeeld an een configuratiebestand: INSTANCENAME=db2inst2 SET_ULIMIT=NO ENABLE_HA=NO ENABLE_OS_AUTHENTICATION=NO RESERVE_REMOTE_CONNECTION=NO **SVCENAME=db2c_db2inst2 **SVCEPORT=48000 RESERVE_TEXT_SEARCH_CONNECTION=NO **SVCENAME_TEXT_SEARCH=db2j_db2inst2 **SVCEPORT_TEXT_SEARCH=55000 Opmerking: De waarde an de parameter INSTANCENAME wordt automatisch ingeuld door het DB2-installatieprogramma De parameter SET_ULIMIT is alleen beschikbaar in AIX. In andere besturingssystemen moet een gebruiker met rootmachtiging de waarden an gebruikerslimieten handmatig instellen. De standaardwaarde oor de andere sleutelwoorden is NO Afgeleide parameters (bijoorbeeld SVCENAME) worden standaard met behulp an commentaartekens uitgeschakeld. Commentaar wordt aangegeen met ** Als u de parameter instelt op YES en als deze afgeleide parameters heeft, wordt het aanbeolen om de commentaarcodes oor de afgeleide parameters te erwijderen en de juiste waarden op te geen. Eentueel opgegeen poortwaarden zijn oorbeelden. Zorg dat de poortwaarden die u opgeeft rij zijn. Hieronder indt u een oorbeeld an een bewerkt configuratiebestand waarmee de olgende functies en mogelijkheden worden ingeschakeld: Hoge beschikbaarheid Verificatie op basis an besturingssysteem DB2 Text Search, met een sericenaam db2j_db2inst2 en een poortwaarde 55000 Om deze functies en mogelijkheden in te schakelen, bewerkt u het configuratiebestand als olgt: INSTANCENAME=db2inst2 SET_ULIMIT=NO ENABLE_HA=YES ENABLE_OS_AUTHENTICATION=YES RESERVE_REMOTE_CONNECTION=NO **SVCENAME=db2c_db2inst2 36 IBM Data Serer-clients installeren

**SVCEPORT=48000 RESERVE_TEXT_SEARCH_CONNECTION=YES SVCENAME_TEXT_SEARCH=db2j_db2inst2 SVCEPORT_TEXT_SEARCH=55000 4. Meld u aan met het machtigingsnieau rootgebruiker. 5. Ga naar de directory $HOME/sqllib/instance, waarbij $HOME staat oor de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker. 6. Voer de opdracht db2rfe uit met de olgende syntaxis: db2rfe -f config_file waarbij config_file staat oor het configuratiebestand dat in de stap 3 op pagina 36 is gemaakt. Om root-gebaseerde functies ingeschakeld te houden in niet-rootinstallaties moet u de opdracht db2rfe opnieuw uitoeren nadat u fixpacks hebt toegepast of een upgrade naar een nieuwe ersie hebt uitgeoerd. Fixpacks aanbrengen op een niet-rootinstallatie Het aanbrengen an fixpacks op een niet-rootinstallatie is in essentie hetzelfde als het aanbrengen an fixpacks op een rootinstallatie, maar er zijn enige uitzonderingen. Voordat u fixpacks aanbrengt op een niet-rootinstallatie, moet u zich aanmelden met het gebruikers-id dat is gebruikt om de niet-rootinstallatie uit te oeren. Als u in de niet-rootinstallatie rootfuncties hebt ingeschakeld met de opdracht db2rfe, moet u het configuratiebestand zoeken dat is gebruikt bij het uitoeren an de opdracht db2rfe. Dit configuratiebestand is nodig om de rootfuncties opnieuw te actieren na het aanbrengen an het fixpack. U brengt als olgt een fixpack aan in een niet-rootinstallatie: 1. Breng het fixpack aan zoals beschreen in het onderwerp Fixpacks aanbrengen. Opmerking: De optie -b an de opdracht installfixpack is niet geldig oor niet-rootinstallaties. 2. Optioneel: Voor de opdracht db2rfe uit. Als er root-gebaseerde functies waren ingeschakeld in de niet-rootinstallatie en u die functies opnieuw wilt kunnen uitoeren, moet u de opdracht db2rfe opnieuw uitoeren. Het uitoeren an deze opdracht ereist het machtigingsnieau rootgebruiker. Opmerking: Als u bij het inschakelen an de rootfuncties het configuratiebestand $HOME/sqllib/instance/db2rfe.cfg hebt bewerkt, wordt dit bestand niet oerschreen als u het fixpack aanbrengt. U kunt het bestand dus opnieuw gebruiken als u de opdracht db2rfe geeft. U moet $HOME/sqllib/cfg/db2rfe.cfg.sample echter ook controleren. Als in het fixpack nieuwe rootfuncties beschikbaar waren oor niet-rootinstallaties, zijn deze te zien in $HOME/sqllib/cfg/db2rfe.cfg.sample. Niet-root-DB2-databaseproducten erwijderen met db2_deinstall (Linux en UNIX) Deze taak beat stappen oor het erwijderen an niet-root-db2- databaseproducten of -componenten met de opdracht db2_deinstall. U moet het niet-rootsubsysteem stoppen oordat u de opdracht db2_deinstall geeft. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 37

IBM Data Serer Driers Deze taak is an toepassing op DB2-databaseproducten die zijn geïnstalleerd zonder rootgebruikersmachtiging. Er bestaat een afzonderlijke taak oor het erwijderen an DB2-databaseproducten die zijn geïnstalleerd met rootgebruikersmachtiging. Niet-rootgebruikers kunnen net als rootgebruikers de opdracht db2_deinstall gebruiken om DB2-databaseproducten te erwijderen. De opdracht db2_deinstall oor niet-rootinstallaties heeft dezelfde opties als oor rootinstallaties, plus een extra optie: -f sqllib. Het is belangrijk om te weten dat met het uitoeren an db2_deinstall als niet-rootgebruiker het DB2-databaseproduct wordt erwijderd en het niet-rootsubsysteem wordt erwijderd. Dit is anders dan bij rootinstallaties, waarbij met de opdracht db2_deinstall alleen de DB2- databaseprogrammabestanden worden erwijderd. U kunt DB2-databaseproducten niet erwijderen met de eigen functies an het besturingssysteem, bijoorbeeld rpm of SMIT. U erwijdert als olgt een DB2-databaseproduct dat door een niet-rootgebruiker is geïnstalleerd: 1. Meld u aan met het gebruikers-id dat is gebruikt oor het installeren an het DB2-databaseproduct. 2. Ga naar de directory $HOME/sqllib/install, waarbij $HOME staat oor de hoofddirectory. 3. Voer de opdracht db2_deinstall uit. Opmerking: Als u de opdracht db2_deinstall met de optie a uitoert, worden de DB2-databaseprogrammabestanden erwijderd, maar eentuele configuratiebestanden blijen staan in de backupdirectory sqllib_bk. Als u de opdracht db2_deinstall met de optie a f sqllib uitoert, wordt de hele subdirectory sqllib uit de hoofddirectory erwijderd. Als er bestanden in sqllib staan die u wilt bewaren, moet u deze naar een andere plaats kopiëren oordat u db2_deinstall a f sqllib uitoert. Net als bij rootinstallaties kan een niet-rootgebruiker met de opdracht db2_deinstall en de optie F specifieke DB2-functies erwijderen uit een niet-rootinstallatie. IBM Data Serer Drier - Beperkingen De IBM Data Serer Drier Package zorgt oor ereenoudigde ingebruikname an toepassingen. Het product kent echter wel een aantal beperkingen. 38 IBM Data Serer-clients installeren De olgende beperkingen zijn an toepassing op IBM Data Serer Drier Package: Er kan geen ander databaseproduct in hetzelfde pad worden geïnstalleerd als IBM Data Serer Drier Package al is geïnstalleerd. Op Windows-besturingssystemen kunt u maximaal 16 kopieën an IBM Data Serer Drier Package installeren. Om erbinding te maken met een z/os-serer of een System i-serer, moet u een licentiecode an DB2 Connect registreren. (Haal het licentiebestand op bij uw Passport Adantage-distributie, bijoorbeeld db2conpe.lic, en kopieer het licentiebestand naar de licentiedirectory onder de directory waarin de Drier is geïnstalleerd.)

XA-erbindingen met een z/os-serer worden ondersteund. XA-erbindingen met een System i-serer worden echter niet ondersteund. Als u het configuratiebestand db2dsdrier.cfg gebruikt oor het opgeen an aliassen, moeten de olgende items een waarde beatten: DSN_Collection-gegeens (alias, naam, host en poort) databasegegeens (naam, host, poort). Deze gegeens moeten zijn ingeuld en mogen niet leeg blijen. Het CLI/ODBC-sleutelwoord oor configuratie DBNAME wordt niet ondersteund. Het CLI LOAD-instructiekenmerk, sql_attr_use_load_api, wordt niet ondersteund. Functies die met bepaalde beperkingen worden ondersteund Er bestaat geen lokale databasedirectory. LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) wordt ondersteund, maar de LDAP-cache wordt niet op schijf opgeslagen. Runtime ondersteuning oor ingesloten SQL is beschikbaar met de olgende beperkingen: De ondersteuning is uitsluitend runtime ondersteuning; er zijn geen PREP- of BIND-oorzieningen. Er is ondersteuning beschikbaar oor DDL- en DML SQL-instructies die worden aangeroepen anaf EXEC SQL of cursors. Wanneer ingesloten SQL-toepassingen het configuratiebestand db2dsdrier.cfg lezen, hebben zij alleen toegang tot erbindingsgegeens (zoals databasenaam, hostnaam en poortnummer). Sysplexoorzieningen worden niet ondersteund. De olgende API's worden niet ondersteund: - API's oor het laden (db2load en db2loadquery), exporteren (db2export) en importeren (db2import) an gegeens. - API oor ophalen an de actuele gebruikersmachtigingen (sqluadau). - API oor het weren an gebruikers en toepassingen an het systeem (sqlefrce). Uitoering an een ingesloten samengestelde instructie met subinstructies wordt niet ondersteund. Functies die niet worden ondersteund DB2-opdrachtregelinterface (CLP) beheer-api's installatieprogramma De CLIENT-typeerificatie wordt niet ondersteund door de IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI en de IBM Data Serer Drier Package. Bekende beperkingen Voor recente informatie oer beperkingen raadpleegt u http://www.ibm.com/ deeloperworks/wikis/display/db2/ibm+data+serer+drier+limitations db2dsdrier-configuratiebestand Het configuratiebestand db2dsdrier.cfg beat databasedirectorygegeens en clientconfiguratieparameters in een oor mensen leesbare indeling. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 39

Het configuratiebestand db2dsdrier.cfg is een ASCII-bestand met dierse trefwoorden en waarden waarmee u een erbinding kunt maken met een ondersteunde database ia ODBC, CLI,.NET, OLE DB of open source (PHP of Ruby) en met de toepassingen die de trefwoorden gebruiken. De trefwoorden zijn gekoppeld aan de alias an de database en hebben inloed op alle toepassingen die de database openen. U kunt dit configuratiebestand ook gebruiken om aan Sysplex gerelateerde instellingen op te geen, zoals de erdeling an de werkbelasting an Sysplex. Dit configuratiebestand kan worden gebruikt met de olgende sererstuurprogramma's: stuurprogramma CLI: IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI stuurprogramma DS: IBM Data Serer Drier Package Het bestand db2dsdrier.cfg kan worden gebruikt met alle clients in de IBM Data Serer Drier Package behale de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. IBM Data Serer-clients: IBM Data Serer Client IBM Data Serer Runtime Client In Versie 9.7 fixpack 2 en roeger gebruiken IBM Data Serer-clients db2dsdrier.cfg alleen om aan Sysplex gerelateerde instellingen op te halen, zoals WLB en ACR. Databaseerbindingsgegeens en eigenschappen moeten uit een andere bron komen, bijoorbeeld uit de databasecatalogus, een erbindingsreeks, het initialisatiebestand db2cli.ini of uit.netobjecteigenschappen. U hoeft db2dsdrier.cfg niet te maken en oer te heelen naar deze stuurprogramma's. Ze functioneren ook zonder het configuratiebestand. U kunt wel in plaats an in uw toepassingen een databasenaam, host, poort en configuratieparameters op te geen, het configuratiebestand gebruiken om aliassen op te geen. Daarnaast kunt u, als u een bestaande IBM Data Serer-client (IBM Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Client) heeft, met behulp an de opdracht db2dsdcfgfill de bestaande databasedirectorygegeens naar db2dsdrier.cfg kopiëren. Als u deze opdracht gebruikt, wordt het configuratiebestand geuld op basis an de inhoud an de lokale databasedirectory, de nodedirectory en de DCS-directory an een specifiek Database Manager-subsysteem. In Versie 9.7 fixpack 3 en later, kunnen parameters in het configuratiebestand db2dsdrier.cfg worden gebruikt wanneer een IBM Data Serer-client erbinding maakt met een in de catalogus opgenomen database. Maak op een an de olgende manieren met een IBM Data Serer-client erbinding met een in de catalogus opgenomen database: Geef een naam an een gegeensbron op in de erbindingsreeks. Geef een waarde op oor de parameter DBALIAS in het initialisatiebestand db2cli.ini. Wanneer een IBM Data Serer-client erbinding maakt met een in de catalogus opgenomen database, identificeert de applicatie de details an de database door in deze olgorde een reeks bronnen te controleren: 40 IBM Data Serer-clients installeren

1. De erbindingsreeks. 2. Het bestand db2cli.ini. 3. Het bestand db2dsdrier.cfg. De trefwoorden, waarden en instellingen an de specifieke databaseerbinding die zijn opgegeen in het configuratiebestand zijn an toepassing op ale ODBC-, CLI-,.NET- en open source-toepassingserbindingen met die database en alias. U kunt het db2dsdrier.cfg-configuratiebestand wijzigen. Dit moet echter handmatig gebeuren. Nadat u het bestand hebt gewijzigd, moet u de toepassing opnieuw opstarten oordat de wijzigingen an kracht worden. Het configuratiebestand wordt in een an de olgende locaties gemaakt: oor een Data Serer-client wordt het configuratiebestand gemaakt in de map cfg met het subsysteempad: In de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux en Solaris: instance_path/cfg In het besturingssysteem Windows: instance_path\cfg oor een Data Serer-drier wordt het configuratiebestand gemaakt in de map cfg met het installatiepad: In de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux en Solaris: installation_path/ cfg In het besturingssysteem Windows: installation_path\cfg Als het subsysteem bijoorbeeld DB2INST1 heet, zal het pad naar de locatie waar het bestand db2dsdrier.cfg wordt gemaakt ongeeer als olgt zijn: In AIX: /home/db2inst1/sqllib/cfg/db2dsdrier.cfg In Windows: C:\Documents and Settings\All Users\Application Data\IBM\DB2\DB2INST1\DB2\cfg\db2dsdrier.cfg De olgende beperkingen zijn an toepassing op het configuratiebestand db2dsdrier.cfg. U kunt in het configuratiebestand oor een database niet meerdere identieke items opgeen bij de olgende eigenschappen: databasenaam, serernaam en poortnummer. Het configuratiebestand kan daarnaast niet meerdere identieke items beatten oor databasealiassen. De DSN_Collection-gegeens (alias, naam, host en poort) mogen niet leeg zijn en moeten een waarde beatten. Als er meerdere parameters op één regel gedefinieerd zijn, worden deze genegeerd. Opmerking: Als deel an het hoofdlettergebruik bij groepsnamen mag </wlb> gebruikt worden als afsluittag oor <WLB> Om u op weg te helpen wordt er een oorbeeldconfiguratiebestand meegeleerd. Dit is opgeslagen in de directory sqllib/cfg. Het configuratiebestand beat de olgende secties: de sectie met de naam an de gegeensbron, die tussen de DSN_Collection-tags staat, de sectie met databasegegeens, die tussen de databasetags staat, de sectie met algemene kenmerken, die tussen de parametertags staat. <configuration> <DSN_Collection> <dsn alias="alias1" name="name1" host="serer1.net1.com" port="50001"/> Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 41

<!-- Long aliases are supported --> <dsn alias="longaliasname2" name="name2" host="serer2.net1.com" port="55551"> <parameter name="authentication" alue="client"/> </dsn> </DSN_Collection> <databases> <database name="name1" host="serer1.net1.com" port="50001"> <parameter name="currentschema" alue="owner1"/> <wlb> <parameter name="enablewlb" alue="true"/> <parameter name="maxtransports" alue="50"/> </wlb> <acr> <parameter name="enableacr" alue="true"/> </acr> </database> <!-- Local IPC connection --> <database name="name3" host="localhost" port="0"> <parameter name="ipcinstance" alue="db2"/> <parameter name="commprotocol" alue="ipc"/> </database> </databases> <parameters> <parameter name="globalparam" alue="value"/> </parameters> </configuration> db2dsdcfgfill - Configuratiebestand db2dsdrier.cfg maken Maakt en ult het configuratiebestand db2dsdrier.cfg automatisch. Beschrijing Nadat u IBM Data Serer Drier Package hebt geïnstalleerd, kunt u deze opdracht uitoeren om het configuratiebestand db2dsdrier.cfg automatisch te maken en te ullen in een oor mensen leesbare indeling. De opdracht db2dsdcfgfill kopieert de bestaande databasedirectorygegeens uit de bestaande IBM Data Serer Client of IBM Data Serer Runtime Client naar het configuratiebestand db2dsdrier.cfg. Opdrachtsyntaxis db2dsdcfgfill -i instance-name -p instance-path -db2clifile db2cli.ini-path -migratecliinifor.net -db2clifile db2cli.ini-path -o output-path -? Opdrachtparameters -i instance-name De naam an het Database Manager-subsysteem waaran de databasedirectory, de nodedirectory en de DCS-directory als inoer worden gebruikt door de opdracht db2dsdcfgfill. Kan niet worden gebruikt in combinatie met -p of -migratecliinifor.net. 42 IBM Data Serer-clients installeren

-p instance-path Het olledige pad naar de directory op het Database Manager-subsysteem waarin de systeemdatabasedirectory, de nodedirectory en de DCS-directory zich beinden. Kan niet worden gebruikt in combinatie met -i of -migratecliinifor.net. -migratecliinifor.net Kopieert bepaalde items uit db2cli.ini haar het bestand db2dsdrier.cfg. Deze optie is alleen oor Microsoft Windows-systemen. Alleen de olgende trefwoorden worden gemigreerd: txnisolation connecttimeout currentschema De trefwoorden worden op de olgende wijze gemigreerd: items in de sectie common an het db2cli.ini worden gekopieerd naar de sectie global an het bestand db2dsdrier.cfg. items met een databasenaam, hostnaam en poortinformatie worden gekopieerd naar de sectie database. items oor in de catalogus opgenomen databases worden gekopieerd naar de sectie DSN. Kan niet worden gebruikt in combinatie met -i of -p. Opmerking: The IBM Data Serer en Runtime-clients ondersteunen het gebruik an het bestand db2dsdrier.cfg niet. -db2clifile db2cli.ini-path Het olledig pad an het bestand db2cli.ini. Deze optie is alleen oor Microsoft Windows-systemen. -o output-path Het pad naar de locatie waar de opdracht db2dsdcfgfill het configuratiebestand db2dsdrier.cfg maakt. Het configuratiebestand moet in een an de olgende locaties worden gemaakt: oor IBM Data Serer Client of IBM Data Serer Runtime Clientwordt het configuratiebestand gemaakt onder het subsysteempad: In de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux en Solaris: instance_path In het besturingssysteem Windows: instance_path oor IBM Data Serer Drier Package maakt u het configuratiebestand onder het installatiepad: In de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux en Solaris: installation_path In het besturingssysteem Windows: installation_path -? Beeldt gebruiksgegeens af. Opmerkingen gebruik Als u de opdracht db2dsdcfgfill uitoert terwijl er al een db2dsdrier.cfgconfiguratiebestand bestaat, wordt het bestaande configuratiebestand oerschreen. Wanneer de optie -migratecliinifor.net echter wordt gebruikt met een bestaand db2dsdrier.cfg-bestand, zullen de gegeens met het bestaande bestand worden samengeoegd. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 43

Bestaande databasedirectorygegeens naar het configuratiebestand db2dsdrier kopiëren U kunt het configuratiebestand db2dsdrier.cfg ullen met bestaande databasedirectorygegeens. U moet een bestaande IBM Data Serer-client of IBM Data Serer Runtime Client ersie 9.5 hebben geïnstalleerd. Het configuratiebestand db2dsdrier.cfg configureert het gedrag an DB2 CLI, ODBC, open source, en.net en de applicaties die daar gebruik an maken. De trefwoorden zijn gekoppeld aan de alias an de database en hebben inloed op alle toepassingen die de database openen. Als u oer een bestaande IBM Data Serer-client of IBM Data Serer Runtime Client beschikt, kunt u met behulp an de opdracht db2dsdcfgfill de bestaande databasedirectorygegeens naar db2dsdrier.cfg kopiëren. Als u deze opdracht gebruikt, wordt het configuratiebestand geuld op basis an de inhoud an de lokale databasedirectory, de nodedirectory en de DCS-directory an een specifiek Database Manager-subsysteem. Beperkingen Geen Om bestaande databasedirectorygegeens uit een IBM Data Serer-client of IBM Data Serer Runtime Client naar het configuratiebestand db2dsdrier te kopiëren: Voer de opdracht db2dsdcfgfill in. Bijoorbeeld db2dsdcfgfill -i instance_name -p instance_path -o output_path. De parameter -o output-path geeft het pad aan naar de locatie waar het configuratiebestand db2dsdrier.cfg wordt gemaakt. Het configuratiebestand moet in een an de olgende locaties worden gemaakt: oor IBM Data Serer Client of IBM Data Serer Runtime Clientmaakt u het configuratiebestand in een map met de naam cfg onder het subsysteempad: In de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux en Solaris: instance_path/cfg In het besturingssysteem Windows: instance_path\cfg oor IBM Data Serer Drier Package maakt u het configuratiebestand in een map met de naam cfg onder het installatiepad: In de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux en Solaris: installation_path/ cfg In het besturingssysteem Windows: installation_path\cfg IBM Data Serer Drier-pakket installeren (Windows) Op Windows-besturingssystemen zorgt IBM Data Serer Drier Package oor ereenoudigde ingebruikname an toepassingen. Dit stuurprogramma neemt maar weinig ruimte in beslag en is bestemd oor distributie door Independent Software Vendors (ISV's) oor situaties waarin grote ondernemingen toepassingen op grote schaal in gebruik nemen. IBM Data Serer Drier Package maakt geen onderdeel uit an IBM Data Serer Client of IBM Data Serer Runtime Client. Dit zijn erschillende pakketen die elk hun eigen installatie-image hebben. U moet het juiste installatiepakket gebruiken. 44 IBM Data Serer-clients installeren

IBM Data Serer Drier Package moet afzonderlijk worden geïnstalleerd. Er kan geen ander DB2-databaseproduct in hetzelfde pad worden geïnstalleerd als IBM Data Serer Drier Package al is geïnstalleerd. IBM Data Serer Drier Package wordt geïnstalleerd door het uitoeren an het DB2-installatieprogramma anaf de product-dvd. Er zijn erschillende installatie-images oor erschillende talen beschikbaar. Voor installatie an IBM Data Serer Drier Package met behulp an een responsbestand, of om het product te installeren anaf een fixpackimage, kunt u de DB2 setup-opdracht uitoeren anaf de opdrachtregel. U indt een oorbeeld an een responsbestand in de subdirectory \samples. Voor fixpackimages kunt u het Drier-pakket dat het installatieprogramma beat downloaden anaf de website IBM Support Fix Central: http://www.ibm.com/support/fixcentral/. Pakketen met Data Serer-client en -stuurprogramma's indt u onder de productgroep Information Management ia de link IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste ersie en het juiste platform, in dit geal Windows en klik op Continue. Klik ook in het olgende scherm op Continue en u krijgt een lijst te zien met alle client- en stuurprogrammapakketten die oor Windows beschikbaar zijn. Het standaardinstallatiepad an IBM Data Serer Drier Package is Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER. Als op hetzelfde systeem een tweede kopie wordt geïnstalleerd, wordt de standaarddirectory Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER_02. Normaliter is de naam an de standaarddirectory IBM DATA SERVER DRIVER_nn, waarbij nn het aantal geïnstalleerde kopieën is. Als u meer dan één kopie an IBM Data Serer Drier Package wilt installeren, kunt u maximaal 16 kopieën gebruiken. Elke kopie moet in een andere directory worden geïnstalleerd. De standaardnaam an de kopie an IBM Data Serer Drier Package is IBMDBCL1. Als er nog meer stuurprogramma's op uw machine worden geïnstalleerd, krijgen deze de olgende standaardnamen: IBMDBCL2, IBMDBCL3, enzooort. Opmerking: Installatie an meerdere exemplaren is een geaanceerde installatiemethode die oor de meeste gebruikers wordt afgeraden. Het pad db2diag.log oor het IBM Data Serer Drier-pakket onder Windows is %SYSTEM APP DATA PATH%\IBM\DB2\DB2COPYName, waarbij %SYSTEM APP DATA PATH% de instelling Station:\Documents and Settings\All Users\Application Data\ heeft oor Windows 2003 en Windows XP en de instelling Station:\ProgramData\ oor Windows 2008 en Windows Vista. De DB2COPYName is de kopienaam an uw IBM Data Serer Drier-pakket die tijdens de installatie is opgegeen. Na installatie an IBM Data Serer Drier Package kunt u desgewenst het configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, ullen met databasedirectorygegeens. Netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier-pakket (Windows) U kunt de tijd en de schijfruimte die ereist is oor de installatie an IBM Data Serer Drier Package op clientwerkstations minimaliseren door de code op een netwerkshare te installeren en clients op afstand te registreren oor gebruik an de drier alsof deze lokaal is geïnstalleerd. Deze installatiemethode is alleen beschikbaar op Windows-besturingssystemen. Om een netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package oor te bereiden, installeert u de code op een codeserer, in plaats an op alle clientwerkstations, en maakt u de code beschikbaar aan clients op afstand ia een netwerkshare. U oert Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 45

de opdracht db2dsdpreg uit om elke client op afstand in te stellen en de ereiste erbindingen met de codeserer in te stellen. Wanneer een geregistreerde client op afstand een databaseerbinding tot stand brengt, wordt de code dynamisch anaf de serer geladen op het moment dat deze nodig is. De remote client maakt erolgens op de gebruikelijke manier erbinding met de database. Wanneer u de geïnstalleerde IBM Data Serer Drier Package bijwerkt, is de bijgewerkte code automatisch beschikbaar op de clients op afstand. In de onderstaande afbeelding ziet u een oorbeeld an een netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package. IBM Data Serer Driercodeserer Netwerk DB2 Serer Clientwerkstations op afstand Figuur 1. Een standaardnetwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package Opmerking: Clients op afstand kunnen alleen toegang krijgen tot gegeens op System z- of Power Systems- dataserers als zij oer een DB2 Connect-licentie beschikken. Clients op afstand op een 32-bits werkstation kunnen geen gebruik maken an een 64-bits codeserer. Voor deze installatiemethode is ereist dat code worden geladen ia een LAN-erbinding. De mate waarin erlies an performance optreedt bij de initialisatie an het programma zal afhangen an ariabelen zoals de systeembelasting en de snelheid an zowel het netwerk als de codeserer. Een netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package configureren (Windows): Om een netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package oor te bereiden, installeert u het stuurprogramma op de codeserer, maakt u de codedirectory beschikbaar aan de clientwerkstations, wijst u anaf elk clientwerkstation een netwerkstation toe aan de codeserer en registeert u alle clientwerkstations. Voer de olgende stappen uit om een netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package op een codeserer oor te bereiden en code beschikbaar te maken anaf elke client op afstand. Een netwerkinstallatie oorbereiden: 1. Installeer IBM Data Serer Drier Package op de codeserer. 2. Maak de codedirectory op de codeserer beschikbaar oor alle client-werkstations op afstand. Raadpleeg to De codedirectory toegankelijk maken oor de clients op afstand (Windows) op pagina 47. 3. Wijs een netwerkstation anaf elke client op afstand toe aan de codeserer. Raadpleeg Netwerkstation op alle clients op afstand toewijzen aan de codeserer (Windows) op pagina 47. 46 IBM Data Serer-clients installeren

4. Registreer elke client op afstand door het hulpprogramma db2dsdpreg uit te oeren. Raadpleeg Clients op afstand registreren door het db2dsdpreg-hulpprogramma uit te oeren (Windows) op pagina 48. De codedirectory toegankelijk maken oor de clients op afstand (Windows): Als u de ereiste code wilt laden anaf de codeserer, moet elk an de clients op afstand de directory kunnen lezen waarin IBM Data Serer Drier Package is geïnstalleerd. U moet IBM Data Serer Drier Package op de codeserer installeren. In het onderstaande oorbeeld wordt Windows XP gebruikt om te laten zien hoe u de codedirectory beschikbaar maakt oor alle clientwerkstations (in leesmodus). De codedirectory beschikbaar maken oor alle clients op afstand: 1. Start Windows Verkenner op de codeserer. 2. Selecteer de directory op de codeserer die door de clientwerkstations moet worden gebruikt. In dit oorbeeld selecteert u de directory C:\Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER om de netwerkshare te configureren. 3. Kies Bestand Eigenschappen uit de menubalk. 4. Klik op de tab Delen. 5. Selecteer de optie Deze map delen. 6. Geef in het eld Sharenaam een naam op met een lengte an maximaal acht tekens. U kunt bijoorbeeld DSDRVRSV opgeen. 7. Alle clientgebruikers leestoegang tot de codedirectory geen: a. Klik op Machtigingen. Het enster Machtigingen oor share wordt geopend. b. In de lijst Naam an groep of gebruiker selecteert u de groep Iedereen. Opmerking: Er kan toegang worden erleend aan de groep Iedereen, aan een groep die u speciaal gedefinieerd hebt oor gebruikers an een client op afstand of aan afzonderlijke gebruikers an een client op afstand. c. Selecteer Lezen. d. Kies OK totdat alle ensters gesloten zijn. Wijs erolgens anaf elke client op afstand een netwerkstation toe aan de netwerkshare op de codeserer. Netwerkstation op alle clients op afstand toewijzen aan de codeserer (Windows): Elke client op afstand moet een netwerkstation hebben dat is toegewezen aan de netwerkshare op de codeserer. Maak de codedirectory op de codeserer beschikbaar oor alle client-werkstations op afstand. Raadpleeg De codedirectory toegankelijk maken oor de clients op afstand (Windows). Meld u bij de client op afstand aan als geldige gebruiker met toegang tot de gemeenschappelijke directory op de codeserer. In het onderstaande oorbeeld wordt Windows XP gebruikt om te laten zien hoe u anaf de client op afstand een netwerkstation toewijst aan de netwerkshare op de codeserer. Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 47

U wijst als olgt een netwerkstation an de client op afstand toe: 1. Start Windows Verkenner op de client op afstand. 2. Uit het menu Extra kiest u Netwerkerbinding maken. 3. In de lijst Station selecteert u het station waaraan u de locatie an de codeserer wilt toewijzen. 4. In het eld Map geeft u als olgt de locatie an de share op: \\computernaam\sharenaam waarbij: computernaam de computernaam an de codeserer is. sharenaam de sharenaam an de gemeenschappelijke directory op de codeserer is. 5. Selecteer het aankruisakje Opnieuw erbinding maken bij aanmelden om een permanente share te maken. 6. Klik op Voltooien. Registreer erolgens elke client op afstand zodat de clients op afstand de mogelijkheid hebben de netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package te gebruiken alsof de code lokaal is geïnstalleerd. Clients op afstand registreren door het db2dsdpreg-hulpprogramma uit te oeren (Windows): Voor toegang tot een netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package moeten de clients op afstand zijn geregistreerd. Voer het db2dsdpreghulpprogramma uit om elke client op afstand te registreren en de ereiste erbindingen met de codeserer tot stand te brengen. Wijs een netwerkstation anaf de client op afstand toe aan de codeserer. Raadpleeg Netwerkstation op alle clients op afstand toewijzen aan de codeserer (Windows) op pagina 47. Zorg eroor dat Microsoft Visual C++ 2005 of de juiste runtimecomponenten an de Visual C++-bibliotheken zijn geïnstalleerd. De runtimebibliotheken zijn beschikbaar ia de website oor het downloaden an Microsoftruntimebibliotheken. Installeer oor 32-bits systemen credist_x86.exe. Installeer oor 64-bits systemen credist_x86.exe en credist_x64.exe. Meld u bij de client op afstand aan als geldige gebruiker met toegang tot de gemeenschappelijke directory op de codeserer. U moet op de client op afstand oer beheerdersmachtiging beschikken. Voer de olgende stappen uit op elke client op afstand die u toegang wilt geen tot de netwerkinstallatie an IBM Data Serer Drier Package. Beperking: Clients op afstand op een 32-bits werkstation kunnen geen gebruik maken an een 64-bits codeserer. Om een client op afstand te registreren, gaat u als olgt te werk: 1. Typ bij een Windows-opdrachtaanwijzing de olgende opdracht, waarbij z staat oor het netwerkstation dat u aan de codeserer hebt toegewezen: cd z:\bin 48 IBM Data Serer-clients installeren

2. Typ de olgende opdracht oor het uitoeren an het hulpprogramma db2dsdpreg en om logboekgegeens naar een bestand te schrijen: db2dsdpreg /l c:\db2dsdpreg.log waarbij c:\db2dsdpreg.log het pad is waarin het logbestand wordt opgeslagen. Als u geen pad oor het logbestand opgeeft, wordt het opgeslagen onder Mijn documenten\db2log oor de huidige gebruiker. Tip: U kunt aanullende registratieopties weergeen, zoals opties oor het ongedaan maken an de registratie, door de olgende opdracht te typen: db2dspreg /h. 3. Wanneer het hulpprogramma db2dsdpreg is uitgeoerd, controleert u de berichten in het logbestand (bijoorbeeld c:\db2dsdpreg.log). Het logbestand beat foutberichten oor alle fouten die bij het uitoeren an het hulpprogramma optreden. Het IBM Data Serer Drier-pakket installeren (Linux en UNIX) Op Linux- en UNIX-besturingssystemen kunt u IBM Data Serer Drier Package gebruiken om toepassingen op een eenoudige manier te implementeren. Dit stuurprogramma heeft een kleine footprint en is ontworpen om te worden gedistribueerd door ISV's (Independent Software Vendors), en te worden gebruikt oor massale distributie in een grootschalige bedrijfsomgeing. Voor de installatie an IBM Data Serer Drier Package hebt u het gecomprimeerde bestand an dit stuurprogrammapakket nodig. U kunt dit bestand downloaden anaf de website IBM Support Fix Central: http://www.ibm.com/support/fixcentral/. Data Serer-clients en stuurprogramma's indt u onder de productgroep Information Management ia de link IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste ersie en het juiste platform en klik op Continue. Klik ook in het olgende scherm op Continue en u krijgt een lijst te zien met alle client- en stuurprogrammapakketten die oor uw platform beschikbaar zijn. Op Linux- en UNIX-besturingssystemen, kunt u IBM Data Serer Drier Package installeren door uitoering an de opdracht installdsdrier. Het pakket beat databasestuurprogramma's oor Jaa, ODBC/CLI, PHP en Ruby on Rails, die elk in hun eigen subdirectory worden opgeslagen. De Jaa- en ODBC/CLIstuurprogramma's zijn gecomprimeerd. De basishandelingen oor het uitpakken an deze stuurprogramma's zijn hetzelfde: 1. Decomprimeer het Data Serer Drier Package-archief. 2. Kopieer de bestanden naar de doelmachine. 3. Voor de Jaa- en ODBC/CLI-stuurprogramma's pakt u het bestand uit in de door u gekozen installatiedirectory op de doelmachine. 4. Optioneel: erwijder het gecomprimeerde stuurprogrammabestand. Jaa Pad: jdbc_sqlj_drier/platform Bestandsnaam: db2_db2drier_for_jdbc_sqlj.zip Voor installatieinstructies raadpleegt u: IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ installeren. ODBC/CLI Pad: odbc_cli_drier/platform Hoofdstuk 2. IBM Data Serer-clients installeren 49

Bestandsnaam: ibm_data_serer_drier_for_odbc_cli.tar.z Voor installatieinstructies raadpleegt u: IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI installeren. PHP Pad: php_drier/platform/php32 of php_drier/platform/php64 Bestanden: ibm_db2_n.n.n.so, ibm_db2_n.n.n.so, pdo_ibm_n.n.n.so, waarbij n staat oor het ersienummer. Vereiste: De PHP-stuurprogramma's kunnen alleen worden geïnstalleerd als het ODBC/CLI-stuurprogramma ook in dit pakket is opgenomen. Raadpleeg oor installatie-instructies: De PHP-omgeing instellen op Linux of UNIX. Ruby on Rails Pad: ruby_drier/platform Bestand: ibm_db-0.10.0.gem Vereiste: Het Ruby on Rails-stuurprogramma kan alleen worden geïnstalleerd als het ODBC/CLI-stuurprogramma ook in dit pakket is opgenomen. Om het Ruby on Rails-stuurprogramma te installeren oert u anuit de locatie an het gem-bestand de olgende opdracht uit: gem install ibm_db-0.10.0.gem. Om de installatie te controleren raadpleegt u: De installatie controleren met IBM Data Serers on Rails-toepassingen. Na installatie an Data Serer Drier Package kunt u desgewenst het configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, ullen met databasedirectorygegeens. 50 IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients Oerzicht an de configuratie oor client-serercommunicatie Dit onderwerp beat informatie oer het kiezen an een geschikte methode oor de configuratie an de client-serercommunicatie. Deze informatie geldt oor de configuratie an IBM Data Serer-client- en sererproducten en niet zozeer oor stuurprogramma's oor databaseconnectiiteit. Client-serercommunicatie: Componenten en scenario's Bij de client-serercommunicatie zijn de olgende basiscomponenten betrokken: Client. Dit is de component die het initiatief neemt oor de communicatie. Deze rol kan worden eruld door de olgende DB2-producten en -componenten: IBM Data Serer Drier Package IBM Data Serer Client of IBM Data Serer Runtime Client. DB2 Connect Personal Edition: Dit product is een superset an de IBM Data Serer Client. Een DB2-sererproduct: Een DB2-serer is een superset an de Data Serer Client. Serer. Dit is de component die de communicatieerzoeken an de client ontangt. Deze rol wordt doorgaans eruld door een DB2 oor Linux, UNIX en Windows-sererproduct. Wanneer er DB2 Connect-producten aanwezig zijn, kan de term serer ook slaan op een DB2-serer op een midrange- of mainframeplatform. Communicatieprotocol. Dit is het protocol waarmee de gegeens tussen de client en de serer worden erzonden. Het DB2-product ondersteunt erschillende protocollen: TCP/IP. Er kan een erder onderscheid worden gemaakt tussen twee ersies: TCP/IP4 en TCP/IP6. Named Pipes. Deze optie is alleen beschikbaar op Windows-systemen. IPC (interprocescommunicatie). Dit protocol wordt gebruikt oor lokale erbindingen. Sommige omgeingen beatten enkele extra componenten: DB2 Connect-gateway. Dit is een DB2 Connect Serer-product dat fungeert als gateway ia welke IBM Data Serer-client een erbinding kunnen maken met DB2-serers op midrange- en mainframeproducten. LDAP (Lightweight Directory Access Protocol). In een LDAP-omgeing hoeft geen client-serercommunicatie te worden geconfigureerd. Wanneer een client erbinding probeert te maken met een database en de database is niet aanwezig in de databasedirectory op de lokale machine, wordt in de LDAP-directory gezocht naar de ereiste informatie oor de erbinding. De olgende scenario's geen oorbeelden an situaties waarbij sprake is an client-serercommunicatie: Data Serer Client start communicatie met een DB2-serer ia TCP/IP. Copyright IBM Corp. 1993, 2010 51

52 IBM Data Serer-clients installeren Data Serer Runtime Client start communicatie met een DB2-serer ia Named Pipes op een Windows-netwerk. Een DB2-serer start communicatie met een andere DB2-serer ia een willekeurig communicatieprotocol. Data Serer Client start TCP/IP-communicatie met een mainframe DB2-serer ia een DB2 Connect-serer met TCP/IP. Wanneer u een serer instelt om te werken met ontwikkelomgeingen (zoals IBM Data Studio), kunt u het foutbericht SQL30081N krijgen wanneer oor het eerst een DB2-erbinding wordt gemaakt. Een mogelijke oorzaak hieran is dat de firewall an de database op afstand heeft erhinderd dat er een erbinding tot stand werd gebracht. In dit geal controleert u of de firewall zo is geconfigureerd dat deze erbindingserzoeken an de client accepteert. Client-serercommunicatie: Typen erbindingen In het algemeen wordt bij de configuratie an client-serercommunicatie uitgegaan an niet-lokale erbindingen, niet an lokale erbindingen. Een lokale erbinding is een erbinding tussen een Database Manager-subsysteem en een database die door dat subsysteem wordt beheerd. Met andere woorden, het Database Manager-subsysteem dat de instructie CONNECT erzendt, moet deze zelf uitoeren. Lokale erbindingen zijn speciaal omdat geen communicatie hoeft te worden geconfigureerd en er gebruik wordt gemaakt an IPC (interprocess communications). Een niet-lokale erbinding is een erbinding waarbij de client die de CONNECT-instructie oor database geeft, zich op een andere locatie beindt dan de databaseserer. De client en de serer beinden zich doorgaans op erschillende machines. Niet-lokale erbindingen binnen één machine zijn echter mogelijk als de client en de serer deel uitmaken an erschillende subsystemen. Een ander minder gebruikelijk type erbinding is een loopback-erbinding. Dit is een type niet-lokale erbinding waarbij de erbinding geconfigureerd is anaf een DB2-subsysteem (de client) naar een serer die beide deel uitmaken an hetzelfde DB2-subsysteem. Vergelijking an configuratiemethoden oor clientserercommunicatie Voor de configuratie an client-serercommunicatie zijn erschillende methoden beschikbaar. Bij de keuze oor een geschikte methode moeten twee ragen worden beantwoord. De eerste is Welk hulpprogramma gaat u gebruiken: Configuration Assistant of een opdrachtregelprogramma? De Configuration Assistant is een programma met een grafische gebruikersinterface dat onderdeel is an de ersies an Data Serer Client en an DB2-sererproducten oor Windows en Linux op Intel x86 32-bits platforms en AMD64/EM46T-platforms. Dit programma wordt niet geleerd bij Data Serer Runtime Client. De opdrachtregelprogramma's bestaan uit de CLP-opdrachtregelinterface en de opdrachten db2cfexp (configuratie-export), en db2cfimp (configuratie-import). De tweede te beantwoorden raag is: Welk type configuratietaak wilt u uitoeren? De mogelijkheden zijn: Configuratie an een client door het handmatig inoeren an gegeen.

Configuratie an een client door het zoeken binnen het netwerk naar de serers waarmee erbinding moet worden gemaakt. Databases maken op een serer die toegankelijk is oor een of meer clients. De erbindingsinstellingen oor een client gebruiken als basis oor de configuratie an andere clients. Met de antwoorden op deze ragen kunt u aan de hand an de onderstaande tabel de geschikte configuratiemethode bepalen. Onder aan dit onderwerp indt u links naar de erschillende methoden. Opmerkingen onder de tabel beatten aanullende informatie. Tabel 7. Hulpprogramma's en methoden oor de configuratie an client-serererbindingen Type configuratietaak Configuration Assistant Opdrachtregel Configuratie an client door het handmatig inoeren an gegeen Configuratie an een client door het zoeken binnen het netwerk naar de serers waarmee erbinding moet worden gemaakt De erbindingsinstellingen oor een client gebruiken als basis oor de configuratie an andere clients Handmatige configuratie an databaseerbinding met de Configuration Assistant Configuratie an databaseerbinding door zoeken binnen het netwerk met de Configuration Assistant 1. Een clientprofiel maken met de Configuration Assistant 2. Configuratie an databaseerbinding op basis an een clientprofiel met de Configuration Assistant Configuratie an client-serererbinding ia de opdrachtregelinterface Niet an toepassing Een clientprofiel maken en gebruiken met de opdrachten db2cfexp en db2cfimp Opmerking: In sommige methoden worden profielen gebruikt oor de configuratie an client-serercommunicatie. Een clientprofiel is een bestand dat de instellingen oor een client beat. Dit zijn bijoorbeeld: Gegeens oer databaseerbindingen (inclusief CLI- of ODBC-instellingen). Clientinstellingen (waaronder configuratieparameters oor databasebeheer en DB2-registerariabelen). Gemeenschappelijke CLI- of ODBC-parameters. Een sererprofiel is ergelijkbaar met een clientprofiel, maar beat de sererinstellingen. Profielen kunnen worden gemaakt en gebruikt met de Configuration Assistant of met de opdrachten db2cfexp (configuratie-export) en db2cfimp (configuratie-import). Opmerking: De configuratie an een databaseerbinding ia het doorzoeken an het netwerk met de Configuration Assistant is niet een aanbeolen methode oor DB2 Connect-gebruikers die erbinding willen maken met databases op midrangeof mainframeplatforms. Ondersteunde combinaties an client- en sererersies In dit gedeelte wordt beschreen welke erbindingsmogelijkheden er zijn oor de erschillende ersies an clients en serers. Daaronder alt ook de ondersteuning oor eerdere ersies en oor de toegang tot DB2-databases op middelgrote serers en mainframes. Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 53

Beperkingen oor het gebruik an DB2-client IBM DB2 purescale Feature for Enterprise Serer Edition Uw toepassing kan alleen olledig gebruik maken an de functies an DB2 purescale als u beschikt oer bepaalde releases an DB2-serer en DB2-client: Sererersie Clientersie Beschikbare functies Versie 9.8 of later Versie 9.7, Fixpack 1 of later Verdeling an de werkbelasting op transactie- en erbindingsnieau Automatische doorzending client op basis an werkbelasting Clientaffiniteit Versie 9.8 of later Versie 9.1, Versie 9.5 en Versie 9.7 (óór Fixpack 1) Verdeling werkbelasting op erbindingsnieau (erdeling werkbelasting op transactienieau is niet beschikbaar) Automatische doorzending client op basis an werkbelasting Combinaties an DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8, DB2 Versie 9.1, DB2 Versie 9.5 en DB2 Versie 9.7 DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8 en DB2 Versie 9.1 en Versie 9.5-clients hebben toegang tot een DB2 Versie 9.7-serer op afstand. Houd wel rekening met de olgende beperking: Er geldt een beperking wanneer een client zich op hetzelfde systeem beindt als een DB2-serer en deze an erschillende ersies zijn. In dat geal worden lokale client-serererbindingen die gebruikmaken an Interprocess Communication (IPC) niet ondersteund. In plaats daaran kan een erbinding tot stand worden gebracht door deze te beschouwen als niet-lokale erbinding (een zogenoemde loopback-erbinding) met behulp an TCP/IP. De onderstaande clients en serers hebben toegang tot DB2 Versie 9.5-serers an Versie 9.1 en DB2 UDB Versie 8: IBM Data Serer Client V9.7 IBM Data Serer Runtime Client V9.7 IBM Data Serer Drier Package V9.7 IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI V9.7 Echter wanneer een client an een hoger nieau werkt met een serer op een lager nieau, zijn de functies an de hogere ersie niet oor de client beschikbaar. IBM Data Serer Drier Package Versie 9.7 heeft bijoorbeeld toegang tot een DB2 Versie 9.1-serer, maar de DB2 Versie 9.7-functies zijn niet oor de client beschikbaar. Toegang tot DB2 Versie 9.7-serers anaf DB2 UDB Versie 7-clients Toegang anaf DB2 UDB Versie 7-clients wordt niet ondersteund. 54 IBM Data Serer-clients installeren

Combinaties an DB2 Versie 9.7 en DB2-producten op middelgrote systemen en mainframes DB2 Versie 9.7-serers bieden toegang anaf de olgende clients op middelgrote systemen en mainframeplatforms: DB2 oor z/os en OS/390 Versie 7 of hoger DB2 oor i5/os Versie 5 of hoger DB2 oor VM en VSE Versie 7 De onderstaande clients en stuurprogramma's hebben toegang tot DB2 Connect Versie 9.7: IBM Data Serer Client V9.7 IBM Data Serer Runtime Client V9.7 IBM Data Serer Drier Package V9.7 IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI V9.7 DB2 V9.5 en V9.1-clients en -stuurprogramma's Ondersteunde communicatieprotocollen In dit onderwerp wordt beschreen welke protocollen kunnen worden gebruikt oor de erbinding tussen een IBM Data Serer-client en een DB2-serer. Hierbij moet u denken aan: erbindingen an IBM Data Serer-client met midrange- of mainframehosts met behulp an DB2 Connect-producten. erbindingen an midrange- of mainframeplatforms met databases op DB2 oor Linux, UNIX en Windows. Het TCP/IP-protocol wordt ondersteund op alle platforms waarop DB2 oor Linux, UNIX en Windows beschikbaar is. Zowel TCP/IP4 als TCP/IP6 worden ondersteund. IP4-adressen bestaan uit ier elementen, bijoorbeeld 9.11.22.134. IP6-adressen bestaan uit acht delen die an elkaar worden gescheiden met een dubbele punt, en waarbij elk deel ier 4 hexadecimale cijfers beat. Twee opeenolgende dubbele punten (::) stellen een of meer sets nullen oor. Bijoorbeeld 2001:0db8:4545:2::09ff:fef7:62dc. DB2-databaseproducten ondersteunen het SSL-protocol en accepteren SSL-aanragen an toepassingen die gebruik maken an de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ (type 4-connectiiteit), IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI en IBM Data Serer Drier Package. Raadpleeg SSL-ondersteuning configureren in een DB2-subsysteem. Daarnaast wordt het Windows Named Pipes-protocol ondersteund op Windows-netwerken. Voor het beheer an een DB2-database op afstand, moet u een erbinding maken ia TCP/IP. Databaseerbindingen toeoegen met de Configuration Assistant Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant De Configuration Assistant is een grafische interface waarmee u databaseerbindingen tussen een client en een DB2-database op afstand kunt configureren. Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 55

Belangrijk: De Configuration Assistant is gedeprecieerd in Versie 9.7 en kan worden erwijderd in een toekomstige release. Zie het onderwerp Control Center-tools en DB2 Administration Serer (DAS) zijn gedeprecieerd in de handleiding Nieuwe functies in DB2 Versie 9.7 oor meer informatie. De Configuration Assistant wordt geleerd bij IBM Data Serer ClientenDB2-databaseproducten op Windows- en Linux-platforms(Intel x86- en x64-platforms). De Configuration Assistant kan alleen een erbinding met een database configureren als het databaseprogramma op afstand wordt geconfigureerd oor het accepteren an inkomende clientopdrachten. Standaard herkent en configureert het installatieprogramma oor DB2-producten de meeste protocollen oor inkomende clienterbindingen. U kunt met een an de olgende methoden een erbinding met een database configureren: Databaseerbinding configureren door het netwerk te doorzoeken met de Configuration Assistant op pagina 58 Gebruik deze methode als u geen informatie hebt oer de database waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. Met deze methode wordt uw netwerk doorzocht en worden alle beschikbare databases afgebeeld. DB2 Administration Serer (DAS) moet actief en ingeschakeld zijn op de serers, anders kan de detectiefunctie an de Configuration Assistant geen informatie terugzenden oer DB2-systemen. Databaseerbindingen configureren met behulp an een clientprofiel met de Configuration Assistant op pagina 59 Gebruik deze methode als u een bestand hebt met alle ereiste informatie oor het erkrijgen an toegang tot de doeldatabase. Deze methode kan ook worden gebruikt om meerdere databases die zijn opgegeen in het toegangsprofielbestand in de catalogus op te nemen en er erbinding mee te maken. Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant Gebruik deze methode als u op de hoogte bent an alle informatie die ereist is om een erbinding tot stand te brengen met de doeldatabase. U moet beschikken oer de olgende gegeens: De communicatieprotocollen die worden ondersteund door de serer waarop de doeldatabase zich beindt De juiste communicatieparameters oor de protocollen an de serer De naam an de database Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant Als u de gegeens an de database waarmee u erbinding wilt maken kent en weet op welke serer deze zich beindt, kunt u alle configuratiegegeens ook handmatig inoeren. Deze methode is analoog aan die waarbij u de databasegegeens opgeeft anaf de opdrachtregel, alleen worden de parameters nu weergegeen in een grafische gebruikersinterface. Voordat u een erbinding met een database handmatig configureert ia de Configuration Assistant (CA), moet u zorgen dat u: Oer een geldig gebruikers-id oor DB2 beschikt oor de database waarmee u erbinding wilt maken. 56 IBM Data Serer-clients installeren

Als u een erbinding configureert anaf een systeem waarop een DB2-serer of een DB2 Connect-sererproduct is geïnstalleerd, oer een gebruikers-id beschikt met machtigingsnieau SYSADM of SYSCTRL oor databasebeheer. Om een erbinding met een database handmatig te configureren ia CA, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca. 3. Op de menubalk an CA kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. 4. Selecteer het keuzerondje Manually configure a connection to a database en klik op Next. 5. Als u gebruikmaakt an LDAP (Lightweight Directory Access Protocol), selecteert u het keuzerondje oor de locatie waarop de DB2-directory's moeten worden bijgehouden. Kies Next. 6. Selecteer het keuzerondje oor het protocol dat u wilt gebruiken in de lijst Protocol. (Opmerking: Mogelijk worden de opties APPC, APPN of NetBIOS nog steeds aangeboden, maar deze worden niet meer ondersteund). Als DB2 Connect is geïnstalleerd op uw systeem en u TCP/IP selecteert, kunt u de optie The database physically resides on a host or OS/400 system selecteren. Als u dit akje selecteert, kunt u het type erbinding selecteren dat u wilt maken met de host- of OS/400-database: Om erbinding te maken ia een DB2 Connect-gateway, selecteert u het keuzerondje Connect to the serer ia the gateway. Om een rechtstreekse erbinding te maken, selecteert u het keuzerondje Connect directly to the serer. Kies Next. 7. Geef de ereiste parameters oor het communicatieprotocol op en klik op Next. 8. Geef de databasealias an de toe te oegen database op afstand op in het eld Database name en een lokale databasealias in het eld Database alias. Als u een host- of OS/400-database toeoegt, geeft u in het eld Database name de locatienaam op oor een OS/390- of z/os-database, de RDB-naam oor een OS/400-database of de DBNAME oor een VSE- of VM-database. Desgewenst kunt u beschrijing an de database opgeen in het eld Comment. Kies Next. 9. Als u an plan bent gebruik te maken an ODBC, registreer de database dan als ODBC-gegeensbron. Controleer oordat u dit doet, of ODBC is geïnstalleerd. Kies Next. 10. Selecteer in het enster Specify the node options het besturingssysteem en geef de naam op an het subsysteem op afstand oor het databasesysteem waarmee u erbinding wilt maken. 11. Controleer in het enster Specify the system options of de systeemnaam, de hostnaam en het besturingssysteem juist zijn. De gegeens in dit enster worden gebruikt oor de configuratie an het beheerknooppunt. Desgewenst kunt u ook een commentaar toeoegen. Kies Next. 12. Geef in het enster Specify the security options de gewenste beeiligingsinstelling oor de erificatie op. 13. Klik op Finish. U kunt de toegeoegde database nu gebruiken. Selecteer de menuoptie Exit om het hulpprogramma Configuration Assistant te sluiten. Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 57

Databaseerbinding configureren door het netwerk te doorzoeken met de Configuration Assistant U kunt de Configuration Assistant (CA) gebruiken om databases op te zoeken in een netwerk. Voordat u een databaseerbinding configureert ia het doorzoeken an het netwerk, moet u zorgen dat: U oer een geldig gebruikers-id oor DB2 beschikt. Als u een erbinding configureert anaf een systeem waarop een DB2-serer of DB2 Connect-sererproduct is geïnstalleerd, oer een gebruikers-id beschikt met machtigingsnieau SYSADM of SYSCTRL oor het subsysteem. Het is mogelijk dat de zoekfunctie een systeem op afstand niet indt als: Het wordt gebruikt in een clusteromgeing. De DB2 Beheerserer (DAS) op het systeem op afstand niet is gestart. Tijdens de zoekbewerking een timeout optreedt. De standaard zoektijd oor het netwerk is 1 seconde. Dit is mogelijk niet lang genoeg om het systeem op afstand te lokaliseren. U kunt de registerariabele DB2DISCOVERYTIME instellen om een langere periode op te geen. Het netwerk waarop de zoekbewerking wordt uitgeoerd, op zo'n manier is geconfigureerd dat het ereiste systeem op afstand niet wordt bereikt. De onderstaande punten hebben betrekking op situaties waarin u expliciet een IP6-adres wilt configureren op een netwerk dat dit protocol ondersteunt. Het systeem moet oorkomen in de lijst an bekende systemen. Alleen de geaanceerde ersie an de Configuration Assistant ondersteunt de expliciete configuratie an IP6-erbindingen. Om een databaseerbinding te configureren ia het doorzoeken an het netwerk, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Op de menubalk an CA kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. De wizard Add Database wordt gestart. 4. Selecteer het keuzerondje Search the network en klik op Next. 5. Dubbelklik op de map naast Known Systems om een oerzicht af te beelden an de oor de client bekende systemen of dubbelklik op de map naast Other Systems om een oerzicht af te beelden an alle systemen op het netwerk. Als er geen systemen worden afgebeeld, kunt u klikken op Add System om een specifiek systeem op te geen. Zodra u een systeem hebt toegeoegd, wordt dit afgebeeld in de lijst Known Systems. 6. Vouw de onderliggende elementen uit oor het systeem dat u zoekt totdat de database wordt afgebeeld die u wilt toeoegen. Selecteer de database. Kies Next. 7. Geef een lokale databasealias op in het eld Database alias en oeg desgewenst een commentaar toe met een beschrijing an de database in het eld Comment. 8. Als u an plan bent gebruik te maken an ODBC, registreer de database dan als ODBC-gegeensbron. Controleer oordat u dit doet of ODBC is geïnstalleerd. 58 IBM Data Serer-clients installeren

9. Klik op Finish. U kunt de toegeoegde database nu gebruiken. Klik op Close om het hulpprogramma Configuration Assistant te sluiten. Clientprofiel maken met de Configuration Assistant Deze taak omat het exporteren an de instellingen an een bestaande client naar een clientprofiel met behulp an het hulpprogramma Configuration Assistant (CA). Deze taak is onderdeel an de meer omangrijke taak an het configureren an een of meer clients op basis an de instellingen an een bestaande client. U maakt als olgt een clientprofiel met behulp an de CA: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca. 3. Uit het menu Configure kiest u de optie Export Profile. 4. Selecteer een an de olgende opties: All Als u een profiel wilt maken dat informatie beat oer alle databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, plus alle configuratiegegeens oor deze client. Typ een naam oor het clientprofiel en kies Sae. Database Connections Als u een profiel wilt maken dat informatie beat oer alle databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, maar niet de configuratiegegeens oor deze client. Typ een naam oor het clientprofiel en kies Sae. Customize Als u een subset wilt selecteren an de databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, of een subset an de configuratiegegeens oor deze client. In het enster Customize Export Profile doet u het olgende: a. Typ een naam oor het clientprofiel. b. Selecteer het aankruisakje Database connections om de databaseerbindingen op te nemen in het clientprofiel. c. In het ak Aailable database aliases selecteert u de databases die u wilt exporteren en klikt u op > om deze toe te oegen aan het ak Selected database aliases. U kunt alle beschikbare databases toeoegen aan het ak Selected database aliases door te klikken op >>. d. Selecteer de aankruisakjes die oereenkomen met de opties die u wilt instellen oor de doelclient. De configuratieparameters an de Database Manager kunnen oor een doelmachine worden bijgewerkt en aangepast. e. Kies Export om deze taak te oltooien. f. Controleer de resultaten die worden afgebeeld op de pagina Results. Nadat u deze taak hebt oltooid, kunt u andere clients configureren met het door u gemaakte clientprofiel. Databaseerbindingen configureren met behulp an een clientprofiel met de Configuration Assistant Deze taak bestaat uit de configuratie an een client met behulp an een clientprofiel dat u eerder hebt gegenereerd of op een andere manier hebt erkregen. Deze taak is onderdeel an de omangrijkere taak an het configureren an een of meer Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 59

clients op basis an de instellingen an een bestaande client. U kunt deze stappen herhalen oor elke client die u wilt configureren. 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca. 3. Uit het menu Configure kiest u de optie Import Profile. 4. Selecteer een an de olgende importopties. U kunt kiezen of u alle informatie in een clientprofiel wilt importeren of een subset daaran. All Selecteer deze optie als u alle gegeens in een clientprofiel wilt importeren. Open het clientprofiel dat u wilt importeren. Customize Selecteer deze optie om een subset an het clientprofiel te importeren, bijoorbeeld een specifieke database. In het enster Customize Import Profile doet u het olgende: a. Selecteer het clientprofiel dat u wilt importeren en kies Load. b. Selecteer de databases die u wilt importeren in het ak Aailable database aliases en klik op > om deze toe te oegen aan het ak Selected database aliases. Klik op >> om alle beschikbare databases toe te oegen aan het ak Selected database aliases. c. Selecteer de aankruisakjes oor de opties die u wilt aanpassen. d. Kies Import om deze taak te oltooien. e. Controleer de resultaten die worden afgebeeld op de pagina Results. Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant Nadat u een databaseerbinding hebt geconfigureerd, is het raadzaam om deze eerst te testen. U test een databaseerbinding als olgt: 1. Start de Configuration Assistant. 2. Selecteer de database in het gegeensenster en klik op Test Connection in het menu Selected. Het enster Test Connection wordt geopend. 3. Selecteer een of meer typen erbindingen die u wilt testen (standaard is dit CLI). U kunt meerdere typen tegelijk testen. Geef een geldig gebruikers-id plus wachtwoord oor de database op afstand op en klik op Test Connection. Als de erbinding tot stand is gebracht, wordt dit ia een bericht op de pagina Results beestigd. Als de erbindingstest mislukt, wordt er een Help-bericht afgebeeld. U kunt eentuele onjuiste instellingen wijzigen door de database te selecteren in het gegeensenster en te klikken op Change Database in het menu Selected. Wanneer u een serer instelt om te werken met ontwikkelomgeingen (zoals IBM Data Studio), kunt u het foutbericht SQL30081N krijgen wanneer oor het eerst een DB2-erbinding wordt gemaakt. Een mogelijke oorzaak hieran is dat de firewall an de database op afstand heeft erhinderd dat er een erbinding tot stand werd gebracht. In dit geal controleert u of de firewall zo is geconfigureerd dat deze erbindingserzoeken an de client accepteert. LDAP-oerwegingen oor de Configuration Assistant In een omgeing waarin LDAP is ingeschakeld, worden de directorygegeens oer DB2-serers en DB2-databases opgeslagen in de LDAP-directory. Wanneer u een nieuwe database maakt, wordt deze automatisch geregistreerd in de LDAP-directory. Tijdens een databaseerbinding gebruikt de client de 60 IBM Data Serer-clients installeren

LDAP-directory om de database- en protocolgegeens op te halen die nodig zijn om erbinding te maken met de database. U kunt de Configuration Assistant echter nog steeds gebruiken in de LDAP-omgeing om: Handmatig een catalogus an een database te maken in de LDAP-directory. Een database in de LDAP-catalogus te registreren als ODBC-gegeensbron. CLI/ODBC-gegeens oer de LDAP-serer te configureren. Een catalogus an een database te erwijderen uit de LDAP-directory. Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP) Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP) Deze taak beschrijft de configuratie anaf de opdrachtregel an een erbinding an een IBM Data Serer-client naar een databaseserer op afstand. Voordat u een client-serererbinding configureert: Moet de netwerkcommunicaties tussen de machine met de IBM Data Serer-client en de machine met de DB2-serer zijn ingesteld. Voor het TCP/IP-protocol kunt u dit erifiëren met de opdracht ping. Moet de DB2-serer zijn geconfigureerd oor het netwerk. Dit wordt normaliter gedaan als onderdeel an de installatie en configuratie an het DB2-sererproduct. Voor elk an de onderstaande stappen is ia de links meer informatie beschikbaar. Bij sommige stappen is een ersie aangegeen oor elk an de ondersteunde protocollen: 1. Bepaal de waarden an de communicatieparameters oor de databaseserer op afstand. De olgende werkbladen zijn beschikbaar: TCP/IP-werkblad Named Pipes-werkblad 2. Als u TCP/IP gebruikt, kunt u door de clientbestanden hosts en serices bij te werken de waarden an de communicatieparameters oor de databaseserer op afstand opgeen. Deze stap is niet an toepassing op Named Pipes. 3. Voeg het sererknooppunt toe aan de clientcatalogus. Voor de communicatieprotocollen zijn de olgende instructies beschikbaar: 4. Voeg de database waarmee u erbinding wilt maken toe aan de clientcatalogus. Raadpleeg. 5. Test de client-serererbinding. Raadpleeg. Named pipe-erbindingen Named Pipes-werkblad oor de configuratie an Named Pipes op de client: Gebruik het onderstaande werkblad als hulpmiddel bij het bepalen an de waarden an de ereiste parameters oor de configuratie an Named Pipes-communicatie. Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 61

Tabel 8. Werkblad Named Pipes-parameters Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Computernaam (computer_name) De computernaam an de serermachine. serer1 Subsysteemnaam (instance_name) Knooppuntnaam (node_name) U indt de waarde an deze parameter op de serermachine. Klik op Start en kies Instellingen, Configuratiescherm. Dubbelklik op het pictogram Netwerk en kies de tab Identificatie. Noteer de computernaam. De naam an het subsysteem op de serer waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt hier een zelfgekozen naam opgeen, mits alle knooppuntnamen in de lokale knooppuntdirectory uniek zijn. db2 db2node Named Pipes-knooppunt anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus: Door een Named Pipes-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Dit item beat de gekozen alias (knooppuntnaam), de werkstationnaam an de serer op afstand (computernaam) en de naam an het subsysteem (subsysteemnaam) die de client zal gaan gebruiken oor toegang tot de DB2-serer. Gebruik in de opdrachtregelinterface (CLP) de olgende opdracht om een Named Pipes-knooppunt op te nemen in de catalogus op een IBM Data Serer-client: db2 => catalog npipe node naam_knooppunt db2 => remote computernaam instance subsysteemnaam db2 => terminate Als u een knooppunt op afstand, db2node, dat zich beindt op de serer serer1, wilt opnemen in de catalogus an het subsysteem db2, geeft u de olgende opdracht op: db2 => db2 catalog npipe node db2node remote serer1 instance db2 db2 => terminate TCP/IP-erbindingen TCP/IP-werkblad oor de configuratie an een client-serererbinding: Vul bij het doorlopen an de configuratiestappen de door u gebruikte waarden in in de kolom Uw waarde an de onderstaande tabel. 62 IBM Data Serer-clients installeren

Tabel 9. Werkblad TCP/IP-parameters Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Versie an het IP-protocol De mogelijkheden zijn: IP4 IP4: adressen hebben de orm 9.21.15.235 IP6: adressen hebben de orm 2001:0db8:4545:2::09ff:fef7:62dc Hostnaam Hostnaam (host_name) of IP-adres (ip_address) Sericenaam Naam erbindingsserice (scename) of Poortnummer/ protocol (port_number/tcp) U bepaalt de hostnaam an het systeem op afstand door op de serer de opdracht hostname uit te oeren. Om het IP-adres te bepalen gebruikt u de opdracht ping hostname. Vereiste waarden in het bestand serices. De naam an de erbindingsserice is een rij te kiezen naam die gekoppeld is aan het poortnummer oor de erbinding (poortnummer) op de client. Het poortnummer moet gelijk zijn aan het poortnummer dat is gekoppeld aan de parameter scename in het bestand serices op het serersysteem. (De parameter scename indt u in het configuratiebestand an de Database Manager op het serer.) Deze waarde mag niet worden gebruikt door andere toepassingen en moet uniek zijn binnen het sericesbestand. Op Linux- of UNIX-platforms, moet deze waarde doorgaans worden ingesteld op 1024 of hoger. mijnserer of 9.21.15.235 of een IP6-adres serer1 of 3700/tcp Knooppuntnaam (node_name) Neem contact op met uw databasebeheerder oor de waarden die zijn gebruikt oor de configuratie an de serer. Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt hier een zelfgekozen naam opgeen, mits alle knooppuntnamen in de lokale knooppuntdirectory uniek zijn. db2node De bestanden hosts en serices bijwerken oor TCP/IP-erbindingen: In deze taak wordt uitgelegd wanneer en hoe u de bestanden hosts en serices op de client moet bijwerken met de juiste waarden an de communicatieparameters oor de databaseserer op afstand. Deze taak is optioneel oor erbindingen die gebruikmaken an TCP/IP en heeft geen betrekking op Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 63

erbindingen die gebruikmaken an Named Pipes. Deze taak is onderdeel an de uitgebreidere taak an de configuratie an de client-serererbinding ia de opdrachtregelinterface. Het bestand hosts moet worden gewijzigd als u met behulp an de hostnaam een erbinding tot stand wilt brengen met de databaseserer op afstand en uw netwerk geen DNS (Domain Name Serer) beat die kan worden gebruikt om die hostnaam om te zetten naar het bijbehorende IP-adres. Deze stap is niet ereist als u het IP-adres an de databaseserer op afstand gebruikt. Het bestand serices moet worden bijgewerkt als u de naam an een erbindingsserice wilt opgeen wanneer u een erbinding met de databaseserer op afstand tot stand brengt. Een erbindingsserice is een arbitraire naam oor het nummer an de erbindingspoort. Deze stap is niet ereist als u het poortnummer an de databaseserer op afstand gebruikt. Volg deze procedure om het bestand hosts bij te werken op de client oor de koppeling tussen het hostnaam en het IP-adres an de databaseserer op afstand: 1. Met behulp an een teksteditor kunt u een sererdefinitie met IP-adres toeoegen aan het bestand hosts. Bijoorbeeld: 9.26.13.107 mijnserer # IP4-adres oor mijnserer 2002:91a:519:13:210:83ff:feff:ca71 mijnserer # IP6-adres oor mijnserer waarbij: 9.26.13.107 staat oor het IP4-IP-adres 2002:91a:519:13:210:83ff:feff:ca71 staat oor het IP6-IP-adres mijnserer staat oor de hostnaam en # de aanduiding oor commentaar plus beschrijing oor de definitie is. Opmerking: IP6-gegeens zijn niet ereist als uw host niet tot een IP6-netwerk behoort. Voor hosts in gemengde IP4- en IP6-netwerken, is een alternatiee methode het toewijzen an erschillende hostnamen oor IP4- en IP6-adressen. Bijoorbeeld: 9.26.13.107 mijnserer # IP4-adres oor mijnserer 9.26.13.107 mijnsererip4 # IP4-adres oor mijnserer 2002:91a:519:13:210:83ff:feff:ca71 mijnsererip6 # IP6-adres oor mijnserer Als de serer geen deel uitmaakt an hetzelfde domein als de IBM Data Serer-client, moet u een olledige domeinnaam opgeen, bijoorbeeld myserer.spifnet.ibm.com, waarbij spifnet.ibm.com staat oor de domeinnaam. Volg deze procedure om het bestand serices bij te werken op de client oor de koppeling tussen de sericenaam en het poortnummer an de databaseserer op afstand: 1. Met behulp an een teksteditor kunt u de naam en het poortnummer an de erbindingsserice toeoegen aan het bestand serices. Bijoorbeeld: serer1 50000/tcp # poort oor DB2-erbindingsserice waarbij: 64 IBM Data Serer-clients installeren

serer1 staat oor de naam an de erbindingsserice, 50000 staat oor het poortnummer an de erbinding (50000 is de standaardwaarde), tcp staat oor het communicatieprotocol dat u gebruikt, en # staat oor commentaar, waarin u de definitie kunt beschrijen. In de onderstaande tabel indt u de locaties an de bestanden hosts en serices waarnaar hierboen wordt erwezen. Tabel 10. Locatie an de bestanden hosts en serices Besturingssysteem Windows 2000 XP/Windows Serer 2003 Linux ofunix Directory %SystemRoot%\system32\driers\etc waarbij %SystemRoot% een op het systeem gedefinieerde omgeingsariabele is /etc TCP/IP-knooppunt anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus: Door het TCP/IP-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de Data Serer Client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Dit item beat de gekozen alias (knooppuntnaam), de hostnaam (of het ip-adres) en de scenaam (of het poortnummer) die de client gebruikt oor toegang tot de host op afstand. U moet beschikken oer het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL), of zorgen dat de optie catalog_noauth is ingesteld op ON. U kunt een knooppunt niet opnemen in de catalogus met het machtigingsnieau root. U neemt een TCP/IP-knooppunt als olgt op in de catalogus: 1. Meld u op het systeem aan als gebruiker met machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL). 2. Als u een Linux ofunix-client gebruikt, stelt u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem in. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 3. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op een Windows-systeem geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op een LinuxofUNIX-systeem, geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 4. Neem het knooppunt op in de catalogus door de olgende opdrachten op de opdrachtregel te typen: Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 65

db2 => catalog tcpip node naam_knooppunt remote hostnaam ip-adres serer sericenaam poortnummer [remote_instance naam_instance] [system naam_systeem] [ostype os-type] db2 => terminate waarbij: knooppuntnaam een lokale roepnaam is die u kunt instellen oor de computer met de database die u in de catalogus wilt opnemen. subsysteem_op_afstand de naam is an het serersubsysteem waarop de database zich beindt. naam_systeem de naam is an het DB2-systeem waarmee de serer wordt aangeduid. naam_os-type het type besturingssysteem an de serer is. Opmerking: a. De opdracht terminate zorgt oor het ernieuwen an de directorycache. b. Hoewel subsysteem_op_afstand, systeem en os-type optioneel zijn, zijn zij erplicht oor gebruikers die willen werken met de DB2-tools. c. De sericenaam die op de client wordt gebruikt, hoeft niet dezelfde te zijn als die op de serer. De poortnummers die aan de namen zijn toegewezen moeten echter wel oereenkomen. d. Hoewel dit hier niet wordt aangegeen, biedt de opdracht catalog tcpip node de mogelijkheid om expliciet de IP-ersie (IP4 of IP6) op te geen. Als u een knooppunt in de catalogus wilt opnemen met de naam db2node op de serer op afstand mijnserer.ibm.com die het poortnummer 50000 gebruikt, geeft u het olgende op achter een db2-aanwijzing: db2 => catalog tcpip node db2node remote myserer serer 50000 DB20000I De opdracht CATALOG TCPIP NODE is oltooid. DB21056W Directorywijzigingen worden mogelijk pas doorgeoerd als de directorycache wordt ernieuwd. db2 => terminate DB20000I De opdracht TERMINATE is oltooid. Database anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus Deze taak beschrijft hoe u anuit de opdrachtregelinterface een database toeoegt aan de clientcatalogus. Voordat een clienttoepassing toegang heeft tot een database op afstand, moet de database zijn opgenomen in de catalogus op de client. Wanneer u een database maakt, wordt deze automatisch in de catalogus op de serer opgenomen, waarbij als databasealias de databasenaam wordt gebruikt, tenzij u een andere alias opgeeft. De informatie in de databasedirectory wordt, samen met de informatie in de knooppuntdirectory (tenzij u een lokale database aan de catalogus toeoegt waaroor geen knooppunt nodig is), op de IBM Data Serer-client-client gebruikt om een erbinding tot stand te brengen met de database op afstand. U hebt een geldig DB2-gebruikers-ID nodig. DB2 biedt niet de mogelijkheid om een database in de catalogus op te nemen met het machtigingsnieau root. U moet beschikken oer het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL), of zorgen dat de optie catalog_noauth is ingesteld op ON. 66 IBM Data Serer-clients installeren

Wanneer u een niet-lokale database aan de catalogus wilt toeoegen, hebt u de olgende gegeens nodig: Databasenaam Databasealias Knooppuntnaam Verificatietype (optioneel) Commentaar (optioneel) Raadpleeg het werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus oor meer informatie oer deze parameters en het noteren an de door u gebruikte waarden. De olgende parameterwaarden zijn an toepassing wanneer u een lokale database toeoegt: Databasenaam Station Databasealias Verificatietype (optioneel) Commentaar (optioneel) Lokale databases kunnen op elk moment uit de catalogus worden erwijderd en daar weer aan worden toegeoegd. U oegt als olgt een database op de client toe aan de catalogus: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Optioneel. Wijzig de kolom Uw waarden in Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus op pagina 68. 3. Als u de DB2-database op een Linux ofunix-platform gebruikt, moet u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem instellen. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 4. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op een Windows-besturingssysteem geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op een LinuxofUNIX-systeem, geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 5. Neem de database in de catalogus op door de olgende opdrachten op de opdrachtregel in te oeren: db2 => catalog database databasenaam as database_alias at node knooppuntnaam [ authentication erificatiewaarde ] waarbij: databasenaam de naam is an de database die u in de catalogus wilt opnemen. databasealias een lokale roepnaam is oor de database die u in de catalogus wilt opnemen. naam_knooppunt een roepnaam is die u kunt instellen oor de computer met de database die u in de catalogus wilt opnemen. erificatiewaarde het type erificatie is dat wordt uitgeoerd wanneer er een erbinding tot stand wordt gebracht met de database. Deze parameter wordt standaard ingesteld op het erificatietype dat is opgegeen op de serer. Het Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 67

opgeen an een erificatietype kan een betere performance opleeren. Voorbeelden an geldige waarden zijn: SERVER, CLIENT, SERVER_ENCRYPT, KERBEROS, DATA_ENCRYPT, GSSPLUGIN en SERVER_ENCRYPT_AES. Als u de database op afstand met de naam VOORBEELD onder de lokale alias MIJNVOORBEELD wilt opnemen in de catalogus op het knooppunt DB2NODE met het erificatietype SERVER, gebruikt u de olgende opdrachten: db2 => catalog database oorbeeld as mijnoorbeeld at node db2node authentication serer db2 => terminate Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus: Gebruik het onderstaande werkblad om de parameterwaarden te noteren die benodigd zijn oor het toeoegen an een database aan een catalogus. Tabel 11. Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Databasenaam (database_name) Databasealias (database_alias) Verificatie (auth_alue) Knooppuntnaam (node_name) Wanneer een database wordt gemaakt, wordt de databasealias standaard ingesteld op de databasenaam. Wanneer bijoorbeeld de database oorbeeld op de serer wordt gemaakt, wordt er eeneens een databasealias oorbeeld gemaakt. De databasenaam stelt de alias an de database op afstand oor (op de serer). Een willekeurige lokale roepnaam die de database op afstand aanduidt. Als u geen alias opgeeft, wordt deze ingesteld op de databasenaam (database_name). Gebruik deze naam wanneer u een erbinding met de database tot stand brengt anaf een client. Het type erificatie dat ereist is in uw omgeing. De naam an het item in de knooppuntdirectory dat beschrijft waar de database zich beindt. Gebruik oor de knooppuntnaam (node_name) dezelfde waarde als die u hebt gebruikt bij het toeoegen an het knooppunt aan de catalogus. oorbeeld mijnoorbeeld Serer db2node Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface Nadat het knooppunt en de database in de catalogus zijn opgenomen, brengt u bij wijze an test de erbinding met de database tot stand. Voordat u de erbinding test: Het databaseknooppunt en de database moeten in de catalogus zijn opgenomen. 68 IBM Data Serer-clients installeren

De waarden oor gebruikers-id en wachtwoord moeten geldig zijn op het systeem waarop de machtiging wordt geerifieerd. De erificatieparameter op de client moet oereenkomen met die op de serer of moet niet zijn ingeuld. Als geen erificatieparameter is opgegeen, wordt oor de client de standaardwaarde SERVER_ENCRYPT gebruikt. Als de serer SERVER_ENCRYPT niet accepteert, probeert de client het opnieuw met de waarde die is geretourneerd door de serer. Als op de client een andere erificatieparameter is opgegeen dan op de serer is geconfigureerd, wordt een foutbericht afgebeeld. De Database Manager moet worden gestart met het protocol dat is gedefinieerd in de registerariabele DB2COMM. Als de Database Manager niet is gestart, kunt u dit programma starten met de opdracht db2start op de databaseserer. U test de erbinding tussen de client en de serer als olgt: 1. Als u een Linux ofunix-platform gebruikt, stelt u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem in. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 2. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op een Windows-systeem geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op een LinuxofUNIX-systeem, geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 3. Geef de olgende opdracht op de client op om een erbinding tot stand te brengen tussen de client en de database op afstand: db2 => connect to database_alias user gebruikers-id U kunt bijoorbeeld de olgende opdracht geen: connect to mijnoorbeeld user jtris U wordt geraagd om uw wachtwoord in te oeren. Als de erbinding tot stand is gebracht, ontangt u een bericht met daarin de naam an de database waarmee u bent erbonden. Dat bericht ziet er ongeeer als olgt uit: Database Connection Information Databaseserer = DB2 9.1.0 SQL-machtigings-ID = JTRIS Lokale databasealias = mijnoorbeeld Nu kunt u de database gebruiken. Als u bijoorbeeld een lijst wilt ophalen met alle tabelnamen in de catalogustabel an het systeem, geeft u de olgende SQL-instructie op: select tabname from syscat.tables Als u de databaseerbinding niet meer nodig hebt, erbreekt u de erbinding met de opdracht connect reset. Hoofdstuk 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients 69

70 IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 4. IBM Data Serer-clients gebruiken in een thin client-topologie (Windows) Oerzicht thin client-topologie (Windows) Dit gedeelte beat een beschrijing an een alternatiee methode oor de installatie an een IBM Data Serer-client die optimaal gebruikmaakt an de Windows-ondersteuning oor thin client-topologieën. Thin client-topologieën worden alleen ondersteund in 32-bits omgeingen. U kunt deze methode gebruiken oor de installatie an IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition op Windows-besturingssystemen. Deze methode is niet geschikt oor de IBM Data Serer Runtime Client of de IBM Data Serer Drier Package. Een thin client-topologie of thin client-topologieomgeing bestaat uit een thin client-codeserer plus een of meer thin clients. De IBM Data Serer-client-code wordt geïnstalleerd op de codeserer in plaats an op elk an de clientwerkstations. Op elk an de thin client-werkstations is slechts een minimale hoeeelheid code en een minimale configuratie ereist. Wanneer een thin client een databaseerbinding tot stand brengt, wordt de IBM Data Serer-client-code dynamisch anaf de serer geladen op het moment dat deze nodig is. De thin client maakt erolgens op de gebruikelijke manier erbinding met de database. De onderstaande afbeeldingen ormen een illustratie an de thin client-topologie. In de eerste afbeelding is de Data Serer Client geïnstalleerd op de codeserer, die Data Serer Client-code erstrekt aan de thin client-werkstations. Deze clientwerkstations maken erolgens erbinding met een or meer DB2-serers. In de tweede afbeelding wordt DB2 Connect Personal Edition gebruikt in plaats an de Data Serer Client.DB2 Connect Personal Edition beat de extra mogelijkheid om clients rechtstreeks erbinding te laten maken met een DB2-product op middelgrote systemen en mainframeplatforms. IBM Data Serer Client- codeserer Netwerk DB2 Serer DB2 Thin Clientwerkstations Figuur 2. Thin client-topologie met IBM Data Serer Client Copyright IBM Corp. 1993, 2010 71

DB2 Connectcodeserer Thin Connectwerkstations DB2 for OS/390 Figuur 3. Thin client-topologie met DB2 Connect Personal Edition Gebruik de thin client-methode oor de installatie an clients als de clientwerkstations slechts zo nu en dan toegang moeten hebben tot een database, of wanneer het moeilijk is om de IBM Data Serer-client op elk an de clientwerkstations te installeren. Wanneer u een dergelijke omgeing implementeert zijn de schijfruimteereisten oor elk werkstation een stuk beperkter en kunt u de code slechts op één computer (de codeserer) installeren, updaten of upgraden. DB2-programma's moeten ia een LAN-erbinding anaf een codeserer worden geladen. De mate waarin erlies an performance optreedt bij de initialisatie an het programma zal afhangen an ariabelen zoals de systeembelasting en de snelheid an zowel het netwerk als de codeserer. Opmerking: Op elk an de thin client-werkstations moeten catalogusgegeens worden bijgehouden, net als in het geal an een gewone IBM Data Serer-client. De catalogusbestanden beatten alle informatie die een werkstation nodig heeft oor de erbinding met een database. De procedure oor de configuratie an databaseerbindingen oor elk thin-clientwerkstation kan worden geautomatiseerd ia de opties in de Configuration Assistant (CA) oor het exporteren en importeren an profielen. Nadat u een eerste erbinding tussen een client en de serer hebt geconfigureerd, kunt u een profiel met de configuratie-instellingen exporteren naar de oerige clients. De procedure oor de configuratie an databaseerbindingen oor elk thin-clientwerkstation kan worden ermeden door gebruik te maken an het LDAP-protocol (Lightweight Directory Access Protocol) in uw omgeing. Nadat u een database anaf een DB2-serer hebt geregistreerd bij een LDAP-serer, kan elke LDAP-client tijdens de totstandkoming an de erbinding automatisch de erbindingsgegeens ophalen. De opdracht db2rspgn wordt niet ondersteund op de thin client. Als u een thin client-omgeing configureert oor DB2 Connect Personal Edition, moet elk an de thin client-werkstations beschikken oer een licentie oor dit programma. Als u de DB2-codeserer migreert an DB2 ersie 8 naar DB2 ersie 9.1 of hoger, moet u na de migratie thin clients instellen. 72 IBM Data Serer-clients installeren

Oerzicht thin client-configuratie (Windows) De configuratie an een thin client-omgeing bestaat uit het configureren an zowel de codeserer als an alle thin client-werkstations. U kunt als olgt een thin client-omgeing instellen: 1. Een IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition installeren op de codeserer. 2. De codedirectory op de codeserer beschikbaar maken oor alle thin client-werkstations. 3. Responsbestand oor een thin client maken. 4. Netwerkstation op elk thin client-werkstation toewijzen aan de codeserer. 5. Elke thin client instellen door de opdracht thnsetup uit te oeren. Deze installatie omat geen productdocumentatie. IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren (Windows) Met deze taak installeert u IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition samen met de productcode die behoort bij de codeserer. Een werkstation met een thin client-ersie an DB2 kan alleen code laden anaf een codeserer met een thin client-ersie an DB2, en een werkstation met een thin client-ersie an DB2 Connect kan alleen code laden anaf een codeserer met een thin client-ersie an DB2 Connect. Thin clients worden alleen ondersteund in 32-bits omgeingen. Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren: 1. Plaats de product-dvd in het station en start de installatiewizard. 2. Selecteer in de wizard een installatie Op maat. 3. Selecteer in het enster De te installeren onderdelen selecteren de optie Sererondersteuning en erolgens Thin Client Code Serer. 4. Voer de resterende stappen an de installatiewizard uit. De olgende stap is het toegankelijk maken an de codedirectory op de codeserer oor alle thin client-werkstations. De codedirectory toegankelijk maken oor alle thin client-werkstations (Windows) Als u de ereiste code wilt laden anaf de codeserer, moet elk an de beoogde thin client-werkstations de directory kunnen lezen waarin de broncode an IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition is geïnstalleerd. De benodigde stappen om de codedirectory toegankelijk te maken (oor lezen) oor alle thin client-werkstations zijn oor bijoorbeeld Windows XP als olgt: 1. Start Windows Verkenner op de codeserer. 2. Selecteer de directory op de codeserer die door de thin client-werkstations moet worden gebruikt. In dit oorbeeld selecteert u de directory d:\sqllib om deze als share in te stellen oor gemeenschappelijk gebruik. 3. Kies Bestand Eigenschappen uit de menubalk. 4. Klik op de tab Delen. 5. Selecteer de optie Deze map delen. Hoofdstuk 4. IBM Data Serer-clients gebruiken in een thin client-topologie (Windows) 73

6. Geef in het eld Sharenaam een naam op met een lengte an maximaal acht tekens. Zo kunt u bijoorbeeld NTCODESV opgeen. 7. Alle thin client-gebruikers leestoegang tot de codedirectory geen: a. Klik op Machtigingen. Het enster Machtigingen oor share wordt geopend. b. In de lijst Naam an groep of gebruiker selecteert u de groep Iedereen. Opmerking: Er kan toegang worden erleend aan de groep Iedereen, aan een groep die u speciaal gedefinieerd hebt oor gebruikers an een thin client of aan afzonderlijke gebruikers an een thin client. c. Selecteer Lezen. d. Kies OK totdat alle ensters gesloten zijn. De olgende stap is het maken an een responsbestand oor thin clients. Responsbestand maken oor thin client (Windows) Thin clients worden alleen ondersteund in 32-bits omgeingen. Een responsbestand wordt gebruikt om elk thin client-werkstation in te stellen. Een responsbestand is een tekstbestand dat de installatie- en configuratiegegeens oor een automatische installatie beat. Het bestand bestaat uit een lijst an sleutelwoorden plus de bijbehorende waarden. U kunt een responsbestand oor de thin client-installatie maken door het oorbeeldresponsbestand te bewerken dat deel uitmaakt an het DB2-databaseproduct. 74 IBM Data Serer-clients installeren Het oorbeeldresponsbestand db2thin.rsp beindt zich in de directory c:\sqllib\thnsetup, waarin c:\sqllib de locatie is waarop u de codeserer oor de thin client hebt geïnstalleerd. In een responsbestand fungeert het sterretje (*) als commentaarteken. Alle regels waar een sterretje oor staat, worden tijdens de installatie genegeerd. Als u een sleutelwoord wilt inschakelen, erwijdert u het sterretje. Als u geen sleutelwoord opgeeft, of als dit is uitgeschakeld met een commentaarteken, wordt er een standaardwaarde gebruikt. Het sleutelwoord ODBC_SUPPORT (gebruikt om de ondersteuning oor ODBC te installeren) is bijoorbeeld standaard als olgt in het responsbestand opgenomen: *COMP =ODBC_SUPPORT Als u ODBC wilt installeren, erwijdert u het sterretje an de regel, zoals hier is aangegeen: COMP =ODBC_SUPPORT Voor sommige sleutelwoorden moeten waarden worden ingesteld. Als u deze sleutelwoorden wilt inschakelen, erwijdert u het sterretje. Zorg er echter wel oor dat u de waarde rechts an het gelijkteken erangt door de waarde die u wilt gebruiken oor dit sleutelwoord. Hier ziet u een oorbeeld an het sleutelwoord DB2.DIAGLEVEL: *DB2.DIAGLEVEL =0-4 Als u oor dit sleutelwoord de waarde 4 wilt opgeen, brengt u de olgende wijziging aan: DB2.DIAGLEVEL = 4 Als u klaar bent met het aanpassen an het responsbestand, slaat u het op onder een andere naam, zodat u het oorspronkelijke oorbeeldbestand behoudt. U kunt

het gewijzigde bestand bijoorbeeld test.rsp noemen en het opslaan in dezelfde directory als waaroor u de gemeenschappelijke machtigingen hebt ingesteld (bijoorbeeld d:\sqllib). U gaat dit responsbestand in een olgende stap gebruiken om met de opdracht thnsetup thin clients in te stellen. Netwerkstation op alle thin clients toewijzen aan de codeserer (Windows) Elke thin client moet aan een codeserer worden toegewezen. U moet aangemeld zijn bij het werkstation als geldige gebruiker met toegang tot de gemeenschappelijke directory op de codeserer. U hebt toegang tot de codeserer als er een lokaal gedefinieerde gebruikersaccount is gemaakt op de codeserer. U wijst als olgt een netwerkstation an de thin client toe: 1. Start Windows Verkenner. 2. Uit het menu Extra kiest u Netwerkerbinding maken. 3. In de lijst Station selecteert u het station waaraan u de locatie an de codeserer wilt toewijzen. 4. In het eld Map geeft u als olgt de locatie an de share op: \\computernaam\sharenaam waarbij: computernaam de computernaam an de codeserer is. sharenaam de sharenaam an de gemeenschappelijke directory op de codeserer is. 5. Selecteer het aankruisakje Opnieuw erbinding maken bij aanmelden om een permanente share te maken. De olgende stap is het inschakelen an de thin clients. Thin clients instellen met de opdracht thnsetup (Windows) Hiermee wordt het thin client-werkstation geconfigureerd en worden de ereiste erbindingen met de codeserer ingesteld. Zorg eroor dat Microsoft Visual C++ 2005 of de juiste runtimecomponenten an de Visual C++-bibliotheken zijn geïnstalleerd oordat u de opdracht thnsetup geeft. De runtimebibliotheek is beschikbaar ia de website oor het downloaden an Microsoft-runtimebibliotheken. Er zijn twee opties: kies credist_x86.exe oor 32-bits systemen of credist_x64.exe oor 64-bits systemen. Voer de onderstaande stappen uit op elk werkstation dat u wilt gebruiken als thin client. U kunt als olgt een thin client instellen: 1. Voer de opdracht thnsetup uit. U kunt de olgende parameters gebruiken: Hoofdstuk 4. IBM Data Serer-clients gebruiken in een thin client-topologie (Windows) 75

station:\pad thnsetup /P station:pad\ /U station:pad\responsbestand /L station:pad\logbestand /M machine /S sharenaam waarbij: /P het pad is waar de DB2-code is geïnstalleerd op de codeserer. Deze parameter is erplicht. Als u nog geen permanent netwerkstation hebt toegewezen aan de codeserer moet de waarde an deze parameter de stationsletter zijn waarmee het netwerkstation wordt aangegeen. /U de olledige naam an het responsbestand is. Deze parameter is erplicht. Standaard beindt het bestand zich op de codeserer in de directory c:\sqllib\thnsetup, waarbij c:\sqllib\ het station waarop u de thin client-codeserer hebt geïnstalleerd. /L de olledige naam is an het logboekbestand dat door het installatieprogramma wordt gebruikt oor de astlegging an installatiegegeens en foutberichten. Deze parameter is optioneel. Als u geen naam opgeeft oor het logboekbestand, wordt de standaardnaam db2.log gebruikt. Dit bestand wordt gemaakt in de directory db2log op het station waarop uw besturingssysteem is geïnstalleerd. /M de naam an de codeserer is. Deze parameter is erplicht. /S de sharenaam is an de codeserer waarop het DB2-product is geïnstalleerd. Deze parameter is alleen ereist als er geen permanent netwerkstation is toegewezen. Deze parameter is erplicht op de besturingssystemen Windows XP en Windows Serer 2003. 2. Wanneer de opdracht thnsetup is oltooid, moet u de berichten controleren in het logboekbestand (db2.log in de directory y:\db2log, waarbij y het station is waarop de DB2-code is geïnstalleerd). Lees eentuele foutberichten. Welke foutberichten in het logboekbestand aanwezig zijn, is afhankelijk an de fouten die tijdens de installatiepoging zijn opgetreden. Het logboekbestand beat de redenen oor eentuele fouten. Stel dat u een thin client-werkstation wilt instellen onder de olgende omstandigheden: De gemeenschappelijke directory op een codeserer is lokaal toegewezen aan het station x. Het responsbestand heeft de naam test.rsp. Het responsbestand beindt zich in dezelfde directory als de codeserer. Geef op het thin client-werkstation de olgende opdracht op achter een DOS-aanwijzing: x:\thnsetup\thnsetup /P x: /U x:\thnsetup\test.rsp /M machinenaam 76 IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 5. Merge-modules Typen merge-modules Merge-modules oor niet-db2-subsystemen (Windows) Er zijn twee typen merge-modules beschikbaar: merge-modules oor DB2-subsystemen en merge-modules oor niet-db2-subsystemen U wordt geadiseerd om niet-db2-subsysteem merge-modules te gebruiken. Wanneer u merge-modules an Windows Installer oor niet-db2-subsystemen gebruikt, kunt u eenoudig IBM Data Serer Drier Package-functies toeoegen aan elk product dat gebruikmaakt an de Windows Installer. Wanneer u de modules combineert, wordt u geraagd om de naam an de kopie. Op één machine kunnen meerdere kopieën an IBM Data Serer Drier Package-producten worden geïnstalleerd en elke kopie wordt aangeduid met een unieke naam. Dit is de naam die wordt gebruikt wanneer de installatie wordt uitgeoerd op de doelsystemen. Kies een naam waaran u erwacht dat deze nog niet in gebruik is oor een ander stuurprogramma an IBM Data Serer of DB2-kopie. Geschikte namen beatten bijoorbeeld de naam an uw toepassing, mijntoep_dsdriercopy_1. Als de naam niet uniek is, zal de installatie mislukken. Zie de documentatie bij uw installatieprogramma of op de website http://msdn.microsoft.com oor meer informatie oer de technologie an Merge-modules. De olgende merge-module is beschikbaar oor gebruik: IBM Data Serer Drier Package.msm Deze module biedt ondersteuning oor toepassingen die gebruik maken an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, PHP, Ruby, JDBC of SQLJ oor toegang tot gegeens. Daarnaast biedt dit pakket uw toepassing de mogelijkheid om gebruik te maken an IBM Data Serer Proider for.net (DB2.NET Data Proider en IDS.NET Data Proider). De IBM Data Serer Proider.NET is een uitbreiding an de ADO.NET-interface waarmee uw.net-toepassingen snel en eilig gebruik kunnen maken an gegeens op DB2- of Informix-databases. DSDRIVER wordt gemaakt door gebruik an de merge-modules die hierboen wordt beschreen. Registratie an IBM Data Serer Proider for.net is gebaseerd op de ersie an het.net Framework die op uw systeem is geïnstalleerd. Voorafgaand aan de installatie moet u bijoorbeeld Microsoft.Net framework 2.0 installeren. De onderstaande merge-modules beatten taalspecifieke berichte die worden gebruikt door IBM Data Serer Drier Package. Afhankelijk an de taal of talen an uw programma, neemt u de onderdelen op en installeert u deze in de juiste merge-module. IBM DSDRIVER Messages - Arabic.msm IBM DSDRIVER Messages - Bulgarian.msm Copyright IBM Corp. 1993, 2010 77

IBM DSDRIVER Messages - Chinese(Simplified).msm IBM DSDRIVER Messages - Chinese(Traditional).msm IBM DSDRIVER Messages - Croatian.msm IBM DSDRIVER Messages - Czech.msm IBM DSDRIVER Messages - Danish.msm IBM DSDRIVER Messages - Dutch.msm IBM DSDRIVER Messages - English.msm IBM DSDRIVER Messages - Finnish.msm IBM DSDRIVER Messages - French.msm IBM DSDRIVER Messages - German.msm IBM DSDRIVER Messages - Greek.msm IBM DSDRIVER Messages - Hebrew.msm IBM DSDRIVER Messages - Hungarian.msm IBM DSDRIVER Messages - Italian.msm IBM DSDRIVER Messages - Japanese.msm IBM DSDRIVER Messages - Korean.msm IBM DSDRIVER Messages - Norwegian.msm IBM DSDRIVER Messages - Polish.msm IBM DSDRIVER Messages - Portuguese(Brazilian).msm IBM DSDRIVER Messages - Portuguese(Standard).msm IBM DSDRIVER Messages - Romanian.msm IBM DSDRIVER Messages - Russian.msm IBM DSDRIVER Messages - Sloak.msm IBM DSDRIVER Messages - Sloenian.msm IBM DSDRIVER Messages - Spanish.msm IBM DSDRIVER Messages - Swedish.msm Merge-modules oor DB2-subsystemen (Windows) DB2 Versie 9.7 ondersteunt twee typen merge-modules: merge-modules oordb2-subsystemen en niet-db2-subsystemen. U wordt geadiseerd om merge-modules oor niet-db2-subsystemen te gebruiken. Merge-modules oor DB2-subsystemen ereisen extra oerhead en onderhoud, maar kunnen worden gebruikt wanneer: een toepassing een DB2-subsysteemomgeing ereist, of een toepassing functies ereist die alleen wordt geboden door een merge-module oor DB2-subsystemen. (In dit gedeelte wordt een lijst met de merge-modules oor DB2-subsystemen afgebeeld.) Wanneer u merge-modules oor DB2-subsystemen an Windows Installer gebruikt, kunt u eenoudig IBM Data Serer Runtime Client-functies toeoegen aan elk product dat gebruikmaakt an de Windows Installer. Wanneer u de modules combineert, wordt u geraagd om de naam an de DB2-kopie. Op één machine kunnen meerdere kopieën an DB2-producten worden geïnstalleerd en elke kopie wordt aangeduid met een unieke naam. Dit is de naam die wordt gebruikt wanneer de installatie wordt uitgeoerd op de doelsystemen. Kies een naam waaran u erwacht dat deze nog niet in gebruik is oor een andere DB2-kopie. Geschikte namen beatten bijoorbeeld de naam an uw toepassing, mijntoep_db2copy_1. Als de naam niet uniek is, zal de installatie mislukken. 78 IBM Data Serer-clients installeren

Zie de documentatie bij uw installatieprogramma of op de website http://msdn.microsoft.com oor meer informatie oer de technologie an Merge-modules. De olgende Merge-modules zijn beschikbaar oor gebruik: DB2 Base Client Merge Module.msm Deze module biedt de functie die ereist is oor databaseerbindingen en SQL- en DB2-opdrachten. Met deze module kunt u het communicatieprotocol Named Pipes gebruiken om gegeens oer te brengen in een client-sereromgeing, beat de systeembindbestanden die DB2 gebruikt oor taken als het maken an databases en het erkrijgen an toegang tot hostdatabases op afstand en biedt dierse hulpprogramma's oor het beheren an lokale databases en databases op afstand. Met deze module kunt u ook een responsbestand maken waarmee DB2 tijdens de installatie kan worden geconfigureerd. De configuratieoptie geeft de locatie aan an een responsbestand dat wordt gebruikt oor het configureren an de DB2-kopie. Bij configuratie alt te denken aan het definiëren an subsystemen, het instellen an configuratieparameters oor Database Manager of registerariabelen oor DB2-profielen. U kunt ook de Opdrachtregelinterface (CLP) bij deze module gebruiken. Voor informatie oer de erschillende aanpasbare acties en de oorgestelde olgorde, kunt u de Merge-module bekijken met een programma zoals Orca. DB2 JDBC and SQLJ Support.msm Deze module beat JDBC- en SQLJ-ondersteuning waarmee Jaa-oorbeelden kunnen worden gebouwd en uitgeoerd met behulp an het JDBC-stuurprogramma. DB2 LDAP Exploitation Merge Module.msm Met deze module kan de DB2-kopie een LDAP-directory gebruiken oor het opslaan an databasedirectory- en configuratiegegeens. DB2 ODBC Support Merge Module.msm Deze module biedt ondersteuning oor toepassingen die ia ODBC (Open Database Connectiity) toegang erkrijgen tot gegeens. DB2 OLE DB Support Merge Module.msm Deze module biedt een set interfaces waarmee toepassingen op uniforme wijze toegang hebben tot gegeens in erschillende gegeensbronnen. IBM Data Serer Proider for.net Merge Module.msm Met behulp an deze module kan uw toepassing gebruikmaken an de IBM Data Serer Proider for.net. De IBM Data Serer Proider for.net is een uitbreiding an de ADO.NET-interface waarmee uw.net-toepassingen snel en eilig gebruik kunnen maken an DB2-databases. De onderstaande herdistribueerbare merge-modules an Microsoft worden geleerd bij de IBM Data Serer Runtime Client-merge-modules. U moet deze Microsoft-merge-modules includeren wanneer u Data Serer Runtime Client-merge-modules samenoegt. Microsoft NT32: Microsoft_VC80_CRT_x86.msm Microsoft_VC80_MFC_x86.msm policy_8_0_microsoft_vc80_crt_x86.msm Hoofdstuk 5. Merge-modules 79

policy_8_0_microsoft_vc80_mfc_x86.msm Microsoft NT64: Microsoft_VC80_CRT_x86_x64.msm Microsoft_VC80_MFC_x86_x64.msm policy_8_0_microsoft_vc80_crt_x86_x64.msm policy_8_0_microsoft_vc80_mfc_x86_x64.msm U kunt de Microsoft-merge-modules inden op de IBM Data Serer Runtime Client-DVD in de directory an de merge-module. De onderstaande merge-modules beatten IBM Data Serer-client-berichten die worden gebruikt door de DB2-kopie. Afhankelijk an de taal of talen an uw programma, neemt u de onderdelen op en installeert u deze in de juiste merge-module. IBM data serer client Messages - Arabic.msm IBM data serer client Messages - Bulgarian.msm IBM data serer client Messages - Chinese(Simplified).msm IBM data serer client Messages - Chinese(Traditional).msm IBM data serer client Messages - Croatian.msm IBM data serer client Messages - Czech.msm IBM data serer client Messages - Danish.msm IBM data serer client Messages - Dutch.msm IBM data serer client Messages - English.msm IBM data serer client Messages - Finnish.msm IBM data serer client Messages - French.msm IBM data serer client Messages - German.msm IBM data serer client Messages - Greek.msm IBM data serer client Messages - Hebrew.msm IBM data serer client Messages - Hungarian.msm IBM data serer client Messages - Italian.msm IBM data serer client Messages - Japanese.msm IBM data serer client Messages - Korean.msm IBM data serer client Messages - Norwegian.msm IBM data serer client Messages - Polish.msm IBM data serer client Messages - Portuguese(Brazilian).msm IBM data serer client Messages - Portuguese(Standard).msm IBM data serer client Messages - Romanian.msm IBM data serer client Messages - Russian.msm IBM data serer client Messages - Sloak.msm IBM data serer client Messages - Sloenian.msm IBM data serer client Messages - Spanish.msm IBM data serer client Messages - Swedish.msm IBM data serer client Messages - Turkish.msm 80 IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 6. Aanullende installatieopties Opdrachtregelopties oor installatie Opdrachtregelopties oor installatie an IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Runtime Client kan worden geïnstalleerd met de opdracht db2setup.exe op Linux- of UNIX-besturingssystemen of de opdracht setup.exe op Windows-besturingssystemen. De parameters an de twee opdrachten zijn niet gelijk. De onderstaande lijst beat een oerzicht an de meest gebruikte opdrachtregelopties oor Windows Installer die beschikbaar zijn bij het gebruik an setup.exe oor de installatie an de IBM Data Serer Runtime Client op Windows-besturingssystemen. Zie http://www.msdn.microsoft.com/ oor meer informatie oer de beschikbare Windows Installer-opties. /w Met deze optie wordt setup.exe pas afgesloten wanneer de installatie is oltooid. /l*[naam logboek] Met deze optie kunt u een logboek an de installatie maken. U kunt het logboek gebruiken om eentuele problemen op te lossen die tijdens de installatie optreden. Als u een directory opgeeft, moet deze directory bestaan of worden gemaakt oordat u de installatie uitoert. Als dat niet het geal is, mislukt de installatie en ontangt u een foutmelding. / Met deze optie kunt u extra opdrachtregelopties en algemene eigenschappen doorgeen aan de Windows Installer. U moet deze optie gebruiken om een installatie met responsbestand uit te oeren. /qn Met deze optie kunt u een automatische installatie uitoeren zonder gebruikersinterface, met uitzondering an een enster dat door het Windows-installatieprogramma wordt weergegeen wanneer de bestanden an het installatiepakket worden uitgepakt oordat de feitelijke installatie begint. /qb! Met deze optie geeft u een basisgebruikersinterface weer waarin u eenoudige oortgangs- en foutberichten ziet en erbergt u de knop Annuleren, met uitzondering an een knop met die naam in een enster dat door het Windows-installatieprogramma wordt weergegeen wanneer de bestanden an het installatiepakket worden uitgepakt oordat de feitelijke installatie begint. /L Met deze optie kunt u een taal-id opgeen om de installatietaal te wijzigen. Als u bijoorbeeld Nederlands wilt opgeen als installatietaal, geeft u de taal-id oor Nederlands op. U typt dan de opdracht setup.exe /L 1034. Tabel 12. Taal-ID's Taal Aanduiding Arabisch (Saudi-Arabië) 1025 Bulgaars 1026 Copyright IBM Corp. 1993, 2010 81

Tabel 12. Taal-ID's (erolg) Taal Aanduiding Chinees (Vereenoudigd) 2052 Chinees (Traditioneel) 1028 Kroatisch 1050 Tsjechisch 1029 Deens 1030 Nederlands (Standaard) 1043 Engels 1033 Fins 1035 Frans (Standaard) 1036 Duits 1031 Grieks 1032 Hebreeuws 1037 Hongaars 1038 Italiaans (Standaard) 1040 Japans 1041 Koreaans 1042 Noors (Bokmal) 1044 Pools 1045 Portugees (Braziliaans) 1046 Portugees (Standaard) 2070 Roemeens 1048 Russisch 1049 Slowaaks 1051 Sloeens 1060 Spaans (Traditionele sortering) 1034 Zweeds 1053 Turks 1055 Hieronder ziet u de algemene eigenschappen die u bij de installatie an Data Serer Runtime Client kunt opgeen: Deze parameters moeten de laatste parameters op de opdrachtregel zijn. RSP_FILE_PATH - Beat het olledige pad naar het responsbestand waarmee de installatie an Data Serer Runtime Client. Deze parameter is alleen geldig als /qn wordt opgegeen. Als u een installatie met behulp an een responsbestand wilt uitoeren, moet de olgende opdrachtregelparameter worden gebruikt: setup /"/qn RSP_FILE_PATH=[Volledig pad an responsbestand]" In het oorbeeld wordt eran uitgegaan dat er nog geen eerdere kopie an de client is geïnstalleerd. Als er al een of meer kopieën aanwezig zijn, luidt de opdracht anders. Als u een tweede kopie wilt installeren met behulp an een responsbestand, gebruikt u de olgende opdracht: 82 IBM Data Serer-clients installeren

setup /" TRANSFORMS=:InstanceId1.mst MSINEWINSTANCE=1 /qn RSP_FILE_PATH=[Volledig pad an responsbestand]" Opdrachtregelopties oor de installatie an IBM Data Serer Drier-pakket (Windows) De IBM Data Serer Drier Package kan worden geïnstalleerd door de opdracht DB2 setup uit te oeren anaf de opdrachtregel. Voor fixpackimages kunt u het Drier-pakket dat het installatieprogramma beat downloaden anaf de website IBM Support Fix Central: http://www.ibm.com/ support/fixcentral/.pakketen met Data Serer-client en -stuurprogramma's indt u onder de productgroep Information Management ia de link IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste ersie en het juiste platform en klik op Continue. Klik ook in het olgende scherm op Continue en u krijgt een lijst te zien met alle client- en stuurprogrammapakketten die oor Windows beschikbaar zijn. De onderstaande lijst beat een oerzicht an de opdrachtregelopties die beschikbaar zijn oor de opdracht setup. Voor meer informatie oer de Windows Installer-opties raadpleegt u http://www.msdn.microsoft.com/. /n [naam kopie] Hiermee geeft u op welke kopie bij de installatie moet worden gebruikt. Met deze optie oerschrijft u het installatiepad dat is opgegeen in het responsbestand. Als de kopie bestaat, wordt een onderhoudsinstallatie an de kopie uitgeoerd. Als de kopie niet bestaat, wordt op basis an de opgegeen kopienaam een nieuwe installatie uitgeoerd. /o Hiermee geeft u aan dat een installatie an een nieuwe kopie met een gegenereerde standaardnaam moet worden uitgeoerd. /u [responsbestand] Hiermee geeft u het olledige pad en de bestandsnaam an het responsbestand op. /m Hiermee zorgt u eroor dat het oortgangsenster tijdens de installatie wordt afgebeeld. Er wordt echter niet om het inoeren an gegeens geraagd. Gebruik deze optie in combinatie met de optie /u. /l [logboekbestand] Hiermee geeft u het olledige pad en de bestandsnaam an het logboekbestand op. /p [installatiedirectory] Hiermee wijzigt u het installatiepad oor het product. Met deze optie oerschrijft u het installatiepad dat is opgegeen in het responsbestand. /i taal Geeft de uit twee letters bestaande taalcode op an de taal waarin u de installatie uitoert. /? Genereert gebruiksgegeens. Na installatie an IBM Data Serer Drier Package kunt u desgewenst het configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, ullen met databasedirectorygegeens. Hieronder ziet u enkele oorbeelden an het gebruik an de opdrachtregelparameters: Als u een nieuwe kopie met een gegenereerde standaardnaam wilt uitoeren, gebruikt u de olgende opdracht: Hoofdstuk 6. Aanullende installatieopties 83

setup /o Als u een tweede kopie wilt installeren, gebruikt u de olgende opdracht: setup /n "NAAM_KOPIE" Als u een installatie wilt uitoeren met behulp an een responsbestand, gebruikt u de olgende opdracht: setup /u "[Volledig pad naar het responsbestand]" U indt een oorbeeld an een responsbestand in de subdirectory \samples. 84 IBM Data Serer-clients installeren

Hoofdstuk 7. Clients erwijderen Een IBM Data Serer-client erwijderen In dit onderwerp wordt beschreen hoe u een IBM Data Serer-client kunt erwijderen. Voer een an de olgende stappen uit om een IBM Data Serer-client te erwijderen: Om een IBM Data Serer-client an een Linux- of UNIX-besturingssysteem te erwijderen, oert u de opdracht db2_deinstall -a uit anuit de directory DB2DIR/install, waarbij DB2DIR de locatie is die u hebt opgegeen bij de installatie an IBM Data Serer-client. Om een IBM Data Serer-client an een Windows-besturingssysteem te erwijderen, gebruikt u het enster Software dat u opent ia het Configuratiescherm an Windows. Raadpleeg de Help-informatie bij uw besturingssysteem oor meer informatie oer het erwijderen an softwareproducten an uw Windows-besturingssysteem. Opmerking: Onder Windows kunt u ia het enster Software elke gewenste kopie an IBM Data Serer-clients erwijderen. U kunt een IBM Data Serer Client ook erwijderen met behulp an de opdracht db2unins. Deze methode kan echter niet worden gebruikt om IBM Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Drier Package te erwijderen. Zie oor meer informatie het onderwerp oer de opdracht db2unins. Copyright IBM Corp. 1993, 2010 85

86 IBM Data Serer-clients installeren

Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 Technische informatie oor DB2 is beschikbaar ia de olgende hulpprogramma's en methoden: DB2 Informatiecentrum Onderwerpen (taken, concepten en naslagmateriaal) Help bij DB2-tools Voorbeeldprogramma's Informatie oor zelfstudie DB2-boeken PDF-bestanden (downloadbaar) PDF-bestanden (op de DB2 PDF DVD) Gedrukte boeken Help binnen opdrachtensters Help bij opdrachten Help bij berichten Opmerking: Updates oor het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Als u zeker wilt zijn dat u beschikt oer de meest recente informatie, installeer de documentatie-updates dan op het moment dat deze beschikbaar komen, of raadpleeg het DB2 Informatiecentrum op ibm.com. Via ibm.com kunt u online gebruikmaken an aanullende technische informatie met betrekking tot DB2, zoals technotes, white papers en IBM Redbooks. Raadpleeg daaroor de DB2 Information Management-softwarebibliotheek op de website http://www.ibm.com/software/data/sw-library/. Documentatiefeedback Wij stellen uw feedback oer de DB2-documentatie zeer op prijs. Stuur een e-mailbericht naar db2docs@ca.ibm.com als u suggesties hebt oer erbeteringen in de DB2-documentatie. Het DB2-documentatieteam erwerkt al uw feedback, maar kan deze niet rechtstreeks beantwoorden. Als u waar mogelijk specifieke oorbeelden geeft, kunnen wij uw opmerkingen beter beoordelen. Als u feedback leert oer een specifiek onderwerp of Help-bestand, ermeld dan ook de titel eran en de URL. Gebruik dit e-mailadres niet oor berichten aan DB2 Customer Support. Als u een technisch probleem met DB2 wilt melden waaroor de documentatie geen oplossing biedt, neem dan oor assistentie contact op met het lokale IBM-sericecentrum. Copyright IBM Corp. 1993, 2010 87

Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling In de onderstaande tabellen wordt een beschrijing gegeen an de DB2-bibliotheek die beschikbaar is op het IBM Publications Center op www.ibm.com/e-business/linkweb/publications/serlet/pbi.wss. U kunt de Engelse en ertaalde PDF-ersies an de handleidingen an DB2 Versie 9.7 downloaden an www.ibm.com/support/dociew.wss?rs=71&uid=swg2700947. De tabellen geen aan welke boeken in druk erkrijgbaar zijn, al zijn deze mogelijk niet alle beschikbaar in uw land of regio. Het bestelnummer wordt steeds erhoogd wanneer een handleiding wordt bijgewerkt. Zorg dat u de meest recente ersie an de handleiding leest zoals hieronder weergegeen. Opmerking: Updates oor het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Tabel 13. Technische informatie oer DB2 Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Administratie API SC27-2435-02 Ja september 2010 Reference Administratie Routines SC27-2436-02 Nee september 2010 and Views Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 1 SC27-2437-02 Ja september 2010 Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 SC27-2438-02 Ja september 2010 Command Reference SC27-2439-02 Ja september 2010 Data Moement Utilities SC27-2440-00 Ja Augustus 2009 Guide and Reference Data Recoery and High Aailability Guide and Reference SC27-2441-02 Ja september 2010 Database Administration Concepts and Configuration Reference SC27-2442-02 Ja september 2010 Database Monitoring SC27-2458-02 Ja september 2010 Guide and Reference Database Security Guide SC27-2443-01 Ja Noember 2009 DB2 Text Search Guide SC27-2459-02 Ja september 2010 Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications SC27-2444-01 Ja Noember 2009 Deeloping Embedded SQL Applications Deeloping Jaa Applications SC27-2445-01 Ja Noember 2009 SC27-2446-02 Ja september 2010 88 IBM Data Serer-clients installeren

Tabel 13. Technische informatie oer DB2 (erolg) Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Deeloping Perl, PHP, Python, and Ruby on Rails Applications SC27-2447-01 Nee september 2010 Deeloping User-defined Routines (SQL and External) Getting Started with Database Application Deelopment Getting Started with DB2 Installation and Administration on Linux and Windows SC27-2448-01 Ja Noember 2009 GI11-9410-01 Ja Noember 2009 GI11-9411-00 Ja Augustus 2009 Globalization Guide SC27-2449-00 Ja Augustus 2009 Installing DB2 Serers GC27-2455-02 Ja september 2010 IBM Data Serer-clients GC14-2065-01 Nee september 2010 installeren Naslagboek bij berichten, SC14-2069-00 Nee Augustus, 2009 Deel 1 Naslagboek bij berichten, SC14-2070-00 Nee Augustus, 2009 Deel 2 Net Search Extender Administration and User's Guide SC27-2469-02 Nee september 2010 Partitioning and SC27-2453-01 Ja Noember 2009 Clustering Guide purexml Guide SC27-2465-01 Ja Noember 2009 Query Patroller Administration and User's Guide SC27-2467-00 Nee Augustus 2009 Spatial Extender and Geodetic Data Management Feature User's Guide and Reference SQL Procedural Languages: Application Enablement and Support SC27-2468-01 Nee september 2010 SC27-2470-02 Ja september 2010 SQL Reference, Volume 1 SC27-2456-02 Ja september 2010 SQL Reference, Volume 2 SC27-2457-02 Ja september 2010 Troubleshooting and Tuning Database Performance SC27-2461-02 Ja september 2010 Upgrading to DB2 SC27-2452-02 Ja september 2010 Version 9.7 Visual Explain Tutorial SC27-2462-00 Nee Augustus 2009 Nieuwe functies in DB2 Versie 9.7 SC14-2068-02 Ja september 2010 Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 89

Tabel 13. Technische informatie oer DB2 (erolg) Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Workload Manager SC27-2464-02 Ja september 2010 Guide and Reference XQuery Reference SC27-2466-01 Nee Noember 2009 Tabel 14. Technische informatie oer DB2 Connect Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren SC14-2067-02 Ja september 2010 Installing and Configuring DB2 Connect Serers DB2 Connect Gebruikershandleiding SC27-2433-02 Ja september 2010 SC14-2066-02 Ja september 2010 Tabel 15. Technische informatie oer Information Integration Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Information Integration: Administration Guide for Federated Systems SC19-1020-02 Ja Augustus 2009 Information Integration: ASNCLP Program Reference for Replication and Eent Publishing Information Integration: Configuration Guide for Federated Data Sources Information Integration: SQL Replication Guide and Reference Information Integration: Introduction to Replication and Eent Publishing SC19-1018-04 Ja Augustus 2009 SC19-1034-02 Nee Augustus 2009 SC19-1030-02 Ja Augustus 2009 GC19-1028-02 Ja Augustus 2009 Gedrukte DB2-handleidingen bestellen 90 IBM Data Serer-clients installeren Als u gedrukte exemplaren an DB2-boeken nodig hebt, kunt u deze in eel landen of regio's online aanschaffen, echter niet in alle. U kunt gedrukte DB2-documentatie altijd bestellen bij uw lokale IBM-leerancier. Houd er rekening mee dat sommige boeken op de DVD DB2 PDF Documentation niet in druk erschijnen. Geen an beide delen an de publicatie DB2 Naslagboek bij berichten is bijoorbeeld in druk erkrijgbaar. Gedrukte ersies an eel an de DB2-boeken die op de DVD DB2 PDF Documentation aanwezig zijn, kunnen tegen betaling bij IBM worden besteld. Afhankelijk an de plek waar u uw bestelling plaatst, kunt u boeken mogelijk ook online bestellen bij het IBM Publications Center. Als online bestellen in uw land of regio niet mogelijk is, kunt u DB2-boeken in druk altijd bestellen bij uw lokale

IBM-leerancier. Houd er rekening mee dat niet alle boeken op de DVD DB2 PDF Documentation ook in druk erschenen zijn. Opmerking: De meest recente en complete DB2-documentatie is beschikbaar in het DB2 Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/ 9r7. U kunt als olgt gedrukte exemplaren an de DB2-boeken bestellen: Zoek eerst uit of u de gedrukte DB2-documentatie in uw land of regio online kunt bestellen ia de website an het IBM Publications Center op http://www.ibm.com/shop/publications/order. Nadat u een land, regio of taal hebt geselecteerd, krijgt u de oor u releante informatie oor het bestellen an publicaties te zien en kunt u de bestelinstructies oor uw locatie olgen. U kunt gedrukte DB2-documentatie als olgt bij uw lokale IBM-leerancier bestellen: 1. Zoek de contactgegeens an uw lokale leerancier op op een an de olgende websites: De wereldwijde directory an IBM-adressen op www.ibm.com/planetwide De IBM Publications-website op http://www.ibm.com/shop/ publications/order. Als u uw land, regio of taal selecteert, krijgt u toegang tot de oor uw locatie meest geschikte homepage oor publicaties. Volg op deze pagina de link "About this site". 2. Geef als u telefonisch contact opneemt aan dat u een DB2-publicatie wilt aanschaffen. 3. Geef aan de IBM-ertegenwoordiger de titels en de bestelnummers op an de boeken die u wilt bestellen. De titels en bestelnummers indt u in Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling op pagina 88. Help bij SQL-status afbeelden anaf de opdrachtregel DB2-producten zenden een parameter SQLSTATE terug waaran de waarde de status aangeeft na uitoering an een SQL-instructie. Help bij SQLSTATE biedt informatie oer de SQL-status en de klassencodes an de SQL-status. Om Help bij de SQL-status op te roepen, opent u het opdrachtenster en typt u:? sqlstatus of? klassencode waarin sqlstatus een geldige SQL-status an ijf cijfers is en klassencode de eerste twee cijfers an de SQL-status. Met bijoorbeeld? 08003 beeldt u de Help-informatie oor SQL-status 08003 af, terwijl u met?08de informatie oor klassencode 08 afbeeldt. Verschillende ersies an het DB2 Informatiecentrum gebruiken Voor de onderwerpen an DB2 Versie 9.8 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/9r8/. Voor de onderwerpen an DB2 Versie 9.7 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/9r7/. Voor de onderwerpen an DB2 Versie 9.5 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/9r5. Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 91

Voor de onderwerpen an DB2 Versie 9.1 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/9/. Voor de onderwerpen an DB2 Versie 8 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2luw/8/. Onderwerpen uit het DB2 Informatiecentrum in andere talen afbeelden Het DB2 Informatiecentrum probeert onderwerpen af te beelden in de taal die is opgegeen in uw browseroorkeuren. Als een onderwerp niet ertaald is in de gewenste taal, wordt het onderwerp in het DB2 Informatiecentrum afgebeeld in het Engels. U kunt als olgt onderwerpen in een andere taal afbeelden in de browser Internet Explorer: 1. In Internet Explorer klikt u achtereenolgens op Extra > Internet-opties > Talen... Het enster Taaloorkeuren wordt geopend. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal boenaan staat in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, klikt u op de knop Toeoegen... Opmerking: Het toeoegen an een taal garandeert niet dat de computer beschikt oer de lettertypen die ereist zijn om de onderwerpen in de gewenste taal af te beelden. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u die taal en klikt u op de knop Omhoog erplaatsen totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Vernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. U kunt onderwerpen als olgt in de gewenste taal afbeelden in een Firefox- of Mozilla-browser: 1. Selecteer de knop in het ak Talen an het enster Extra > Opties > Geaanceerd. Het enster Talen wordt afgebeeld. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal boenaan staat in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, selecteert u de gewenste taal in de erolgkeuzelijst en klikt u op de knop Toeoegen. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u die taal en klikt u op de knop Omhoog erplaatsen totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Vernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. In bepaalde combinaties an browsers en besturingssystemen moet u ook de landinstellingen an het besturingssysteem instellen op de gewenste locale en taal. Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken Een lokaal geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum moet regelmatig worden bijgewerkt. Er moet al een DB2 Versie 9.7 Informatiecentrum zijn geïnstalleerd. Zie het onderwerp Het DB2 Informatiecentrum installeren met behulp an de DB2 92 IBM Data Serer-clients installeren

Installatiewizard in Installing DB2 Serers. alle ereisten en beperkingen die golden oor de installatie an het Informatiecentrum, gelden ook oor het bijwerken an het Informatiecentrum. Een bestaand DB2 Informatiecentrum kan automatisch of handmatig worden bijgewerkt: Automatische updates - Updates an bestaande functies en talen an het Informatiecentrum. Een bijkomend oordeel an automatische updates is dat het Informatiecentrum slechts een minimale periode tijdens de update niet beschikbaar is. Boendien kunnen automatische updates worden aangebracht als onderdeel an andere batchtaken die periodiek worden uitgeoerd. Handmatige updates - Gebruik deze methode wanneer u functies of talen tijdens het updateproces wilt toeoegen. U hebt bijoorbeeld oorspronkelijk een lokaal Informatiecentrum geïnstalleerd met de talen Engels en Nederlands en u wilt nu ook de Franse ersie installeren. Tegelijk met de handmatige installatie an de Franse ersie worden dan de functies en talen an het bestaande Informatiecentrum bijgewerkt. Voor een handmatige update moet u het Informatiecentrum echter handmatig stoppen, bijwerken en opnieuw starten. Het Informatiecentrum is tijdens dit gehele updateproces niet beschikbaar. Dit onderwerp beschrijft de details an het automatische updateproces. Zie het onderwerp Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer handmatig bijwerken oor instructies oor handmatige updates. Als u het op uw computer of intranetserer geïnstalleerde DB2 Informatiecentrum automatisch wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Op het besturingssysteem Linux doet u het olgende: a. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard is het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory /opt/ibm/db2ic/v9.7. b. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc/bin. c. Start het scriptbestand ic-update met de opdracht: ic-update 2. Op Windows-besturingssystemen: a. Open een opdrachtenster. b. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard is het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory <Program Files>\IBM\DB2 Information Center\Version 9.7, waarin <Program Files> de locatie an de programmadirectory oorstelt. c. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc\bin. d. Start het bestand ic-update.bat met de opdracht: ic-update.bat Het DB2 Informatiecentrum wordt automatisch opnieuw gestart. Als er updates beschikbaar waren, worden in het Informatiecentrum de nieuwe en bijgewerkte onderwerpen afgebeeld. Als er geen updates oor het Informatiecentrum beschikbaar waren, wordt aan het logboek een bericht toegeoegd. Het logbestand beindt zich in de directory doc\eclipse\configuration. De naam an het logbestand is een gegenereerd toealsgetal. Bijoorbeeld 1239053440785.log. Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 93

Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer handmatig bijwerken 94 IBM Data Serer-clients installeren Als u het DB2 Informatiecentrum lokaal hebt geïnstalleerd, kunt u de documentatieupdates ia IBM downloaden en installeren. Als u een lokaal geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum handmatig wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Stop het DB2 Informatiecentrum op uw computer en start het opnieuw in de stand-alone werkstand. Als u het Informatiecentrum in deze werkstand start, kunnen andere gebruikers in het netwerk geen toegang tot het Informatiecentrum krijgen, waardoor u updates kunt aanbrengen. De Werkstationersie an DB2 Information Center werkt altijd stand-alone. 2. Gebruik de updatefunctie om te bepalen welke updates beschikbaar zijn. Als er updates zijn die u moet aanbrengen, kunt u de updatefunctie ook gebruiken om deze te erkrijgen en te installeren. Opmerking: Als uw omgeing ereist dat updates an het DB2 Informatiecentrum worden geïnstalleerd op een computer die geen erbinding heeft met het internet, maak dan een kopie an de updatelocatie op een lokaal bestandssysteem met behulp an een computer die wel een interneterbinding heeft en waarop het DB2 Informatiecentrum is geïnstalleerd. Als eel gebruikers op uw netwerk de documentatie-updates installeren, kunt u de tijd die daaroor nodig is erkleinen door een lokale kopie an de updatelocatie en een proxy oor de updatelocatie te maken. Als er updatepakketten beschikbaar zijn, gebruik dan de functie Update om de pakketten op te halen. De functie Update is echter alleen beschikbaar in de werkstand stand-alone. 3. Stop het stand-alone Informatiecentrum en start de serice DB2 Informatiecentrum op uw computer. Opmerking: Op Windows 2008, Windows Vista (en hoger), moeten de opdrachten die erderop in deze sectie staan, worden uitgeoerd als beheerder. Om een opdrachtenster of grafisch hulpprogramma te starten met olledige beheerdersmachtiging, klikt u met de rechtermuisknop op de snelkoppeling en selecteert u Uitoeren als beheerder. Als u het op uw computer of intranetserer geïnstalleerde DB2 Informatiecentrum wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Stop het DB2 Informatiecentrum. Op het besturingssysteem Windows, klikt u op Start Configuratiescherm Systeembeheer Serices. Klik erolgens met de rechtermuisknop op de serice DB2 Information Center en kies Stoppen. Op het besturingssysteem Linux geeft u de olgende opdracht op: /etc/init.d/db2icd97 stop 2. Start het Informatiecentrum in de stand-alone werkstand. Op het besturingssysteem Windows doet u het olgende: a. Open een opdrachtenster. b. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard wordt het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory Program_Files\IBM\DB2 Information Center\Version 9.7, waarbij Program_Files staat oor de locatie an de directory Program Files. c. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc\bin.

d. Start het bestand help_start.bat met de opdracht: help_start.bat Op het besturingssysteem Linux doet u het olgende: a. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard wordt het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory /opt/ibm/db2ic/v9.7. b. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc/bin. c. Start het script help_start met de opdracht: help_start De standaardwebbrowser wordt geopend en het stand-alone Informatiecentrum wordt afgebeeld. 3. Klik op de knop Update ( ). (JaaScript moet worden ingeschakeld in uw browser.) Klik in het rechterenster an het Informatiecentrum op Find Updates. Er wordt een lijst an de updates oor de bestaande documentatie afgebeeld. 4. Om het installatieproces te starten, selecteert u de onderdelen die u wilt installeren en klikt u op Install Updates. 5. Nadat het installatieproces is oltooid, klikt u op Finish. 6. Stop het stand-alone Informatiecentrum: Ga op Windows-systemen naar de subdirectory doc\bin an de installatiedirectory en start het bestand help_end.bat met de opdracht: help_end.bat Opmerking: Het batchbestand help_end beat de benodigde opdrachten om op een eilige manier de processen te stoppen die met het batchbestand help_start zijn gestart. Stop help_start.bat niet met bijoorbeeld de toetsencombinatie Ctrl-C of op een andere wijze. Ga op Linux-systemen naar de subdirectory doc/bin an de installatiedirectory en start het script help_end met de opdracht: help_end Opmerking: Het script help_end beat de benodigde opdrachten om op een eilige manier de processen te stoppen die met het script help_start zijn gestart. Stop het script help_start niet op een andere wijze. 7. Start het DB2 Informatiecentrum opnieuw. Op het besturingssysteem Windows, klikt u op Start Configuratiescherm Systeembeheer Serices. Klik erolgens met de rechtermuisknop op de serice DB2 Information Center en kies Starten. Op het besturingssysteem Linux geeft u de olgende opdracht op: /etc/init.d/db2icd97 start Het bijgewerkte DB2 Informatiecentrum beat de nieuwe en bijgewerkte onderwerpen. DB2-documenten oor zelfstudie U kunt de erschillende aspecten an de DB2-producten ook leren kennen ia de zelfstudiedocumenten an DB2. De in deze publicaties opgenomen lessen geen stapsgewijze instructies daaroor. Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 95

Vooraf DB2-problemen oplossen Voorwaarden en bepalingen U kunt de XHTML-ersie an de zelfstudielessen bekijken ia het Informatiecentrum op http://publib.boulder.ibm.com/infocenter/db2help/. Sommige zelfstudielessen maken gebruik an oorbeeldgegeens of een oorbeeldprogramma. Zie de afzonderlijke lessen oor een beschrijing an speciale ereisten oor bepaalde taken. DB2-documenten oor zelfstudie U kunt de zelfstudiehandleiding bekijken door op de titel eran te klikken. purexml in purexml Guide Opzet an een DB2-database oor de opslag an XML-gegeens en het uitoeren an basisbewerkingen met de opgeslagen natie XML-gegeens. Visual Explain in Visual Explain Tutorial Analyse, optimalisatie en afstemming an SQL-instructies ter erhoging an de performance met behulp an Visual Explain. Er is een uitgebreide erzameling gegeens oer het opsporen en oplossen an problemen beschikbaar om u te ondersteunen bij het gebruik an DB2-databaseproducten. DB2-documentatie Informatie oer het oplossen an problemen indt u in de publicatie Troubleshooting and Tuning Database Performance en in het gedeelte Database (basisbegrippen) in het DB2 Informatiecentrum. U indt daarin aanwijzingen oer hoe u problemen herkent en lokaliseert met behulp an de diagnostische tools en hulpprogramma's an DB2, oplossingen oor een aantal an de meest oorkomende problemen en nadere adiezen oer hoe u problemen oplost die u in de DB2-databaseproducten kunt tegenkomen. Website DB2 Technical Support Raadpleeg de website DB2 Technical Support als u problemen onderindt en hulp nodig hebt bij het inden an oorzaken en oplossingen. Deze site beat links naar de meest recente DB2-publicaties, TechNotes, APAR's (Authorized Program Analysis Reports, ofwel programmafixes), fixpacks en andere nuttige informatie. U kunt in deze kennisdatabase zoeken naar de oplossingen oor uw problemen. De website DB2 Technical Support is te inden op http://www.ibm.com/ software/data/db2/support/db2_9 Het gebruik an deze Publicaties is toegestaan indien aan de olgende oorwaarden en bepalingen wordt oldaan: Prié-gebruik: U bent gerechtigd om deze Publicaties te reproduceren oor persoonlijk, niet-commercieel gebruik, mits alle kennisgeingen oer de eigendomsrechten eran behouden blijen. Het is niet toegestaan om deze Publicaties, of delen eran, te erspreiden, openbaar te maken of te bewerken zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. 96 IBM Data Serer-clients installeren

Commercieel gebruik: U mag deze Publicaties uitsluitend binnen uw onderneming reproduceren, erspreiden en bekendmaken, mits alle kennisgeingen oer de eigendomsrechten eran behouden blijen. Het is niet toegestaan om deze Publicaties te bewerken, of deze geheel of gedeeltelijk te reproduceren, te erspreiden of openbaar te maken buiten uw onderneming zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Tenzij uitdrukkelijk toegestaan in deze bepalingen, worden geen andere toestemmingen, licenties of rechten erleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, oor de Publicaties of enige andere informatie, gegeens, software of andere intellectuele eigendommen die hierin zijn opgenomen. IBM behoudt zich het recht oor naar eigen inzicht de hierin erleende machtigingen in te trekken wanneer het gebruik an de Publicaties schadelijk is oor de eigen belangen of indien, naar het oordeel an IBM, de boenstaande instructies niet correct worden opgeolgd. U mag deze informatie uitsluitend downloaden of (opnieuw) exporteren indien dit in oereenstemming is met alle toepasselijke wet- en regelgeing, inclusief de exportregels an de Verenigde Staten. IBM VERSTREKT GEEN GARANTIES VOOR DE INHOUD VAN DEZE PUBLICATIES. DE PUBLICATIES WORDEN VERSTREKT "AS IS", ZONDER ENIGE GARANTIE, UITDRUKKELIJK OF STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DE GARANTIES VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR DEZE ZIJN BESTEMD EN VAN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 97

98 IBM Data Serer-clients installeren

Bijlage B. Kennisgeingen Deze publicatie heeft betrekking op een gelicentieerd programma. Op gelicentieerde programma's rust auteursrecht. Zij blijen eigendom an IBM. Op gelicentieerde programma's zijn de Algemene oorwaarden en bepalingen an toepassing. Deze zijn erkrijgbaar bij uw IBM-leerancier. Deze informatie is samengesteld oor producten en serices die in de Verenigde Staten op de markt worden gebracht. Het kan zijn dat IBM niet alle beschreen producten, serices of functies in andere landen aanbiedt. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en diensten die momenteel beschikbaar zijn in uw land of regio. Verwijzing in deze publicatie naar producten en diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBM-producten of -diensten kunnen worden gebruikt. Functioneel gelijkwaardige producten of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten of andere rechten an IBM. De gebruiker is erantwoordelijk oor de samenwerking an IBM-producten of -diensten met producten of diensten an anderen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeen door IBM. Mogelijk heeft IBM octrooien of octrooiaanragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking wordt gesteld, kan geen recht op licentie of enig ander recht worden ontleend. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Mogelijk beat deze publicatie erwijzingen naar producten die wel zijn geannonceerd maar op dit moment niet in uw land erkrijgbaar zijn, of naar producten die niet in uw land zijn geannonceerd. Verwijzing naar niet-geannonceerde producten houdt niet in dat IBM deze ook zal uitbrengen. IBM beslist op grond an zakelijke en technische oerwegingen oer de annoncering an een product. Informatie met betrekking tot niet door IBM gemaakte producten is afkomstig an de leeranciers an deze producten, hun gepubliceerde annonceringen of andere openbaar toegankelijke bronnen. IBM heeft deze producten niet uitoerig en onder alle omstandigheden getest en kan derhale de prestaties, compatibiliteit en andere beweringen met betrekking tot niet door IBM gemaakte producten niet beestigen. Vragen oer de mogelijkheden an niet door IBM gemaakte producten moeten worden gericht aan de leeranciers an deze producten. Online publicaties Met betrekking tot online ersies an dit boek bent u gerechtigd: de documentatie die zich op de gegeensdrager beindt te kopiëren, te wijzigen en af te drukken oor gebruik binnen uw onderneming, mits u de auteursrechtenermelding, alle waarschuwingen en andere erplichte erklaringen op elke kopie of gedeeltelijke kopie reproduceert; en Copyright IBM Corp. 1993, 2010 99

het oorspronkelijke, ongewijzigde exemplaar an de documentatie oer te dragen bij oerdracht an het betreffende IBM-product (machine of programma) dat u gerechtigd bent oer te dragen. Bij oerdracht dient u alle kopieën an de documentatie te ernietigen. U bent erantwoordelijk oor de betaling an alle belastingen die oortloeien uit deze autorisatie. ER WORDEN GEEN UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER BEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden kunnen stilzwijgende garanties niet worden uitgesloten. In dat geal is de boenstaande uitsluiting niet op u an toepassing. Niet-nakoming an de boengenoemde oorwaarden houdt beëindiging in an deze autorisatie. Bij beëindiging an de autorisatie dient u de oor een machine leesbare documentatie te ernietigen. Merken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn merken an Internation Business Machines Corp., die wereldwijd in een groot aantal rechtsgebieden zijn geregistreerd. Andere namen an producten en diensten kunnen merken zijn an IBM of andere ondernemingen. Er is een actuele lijst met handelsmerken an IBM beschikbaar op internet op Copyright and trademark information op www.ibm.com/legal/ copytrade.shtml. De olgende termen zijn merken an andere ondernemingen Linux is een merk an Linus Toralds in de Verenigde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo's zijn merken an Sun Microsystems, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen. UNIX is een merk an The Open Group in de Verenigde Staten en andere landen. Intel, het Intel-logo, Intel Inside, het Intel Inside-logo, Intel Centrino, het Intel Centrino-logo, Celeron, Intel Xeon, Intel SpeedStep, Itanium en Pentium zijn merken an Intel Corporation of dochterondernemingen daaran in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Windows NT en het Windows-logo zijn merken an Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Andere benamingen an bedrijen, producten of diensten kunnen merken an derden zijn. 100 IBM Data Serer-clients installeren

Trefwoordenregister A AIX installatie an DB2-sererproducten 12 IBM Data Serer-clients 12 B bestand db2dsdrier.cfg 44 besturingssysteemereisten Windows 23 besturingssystemen installatieereisten AIX 12 HP-UX 14 Linux 16 Solaris Operating Enironment 21 C catalogiseren databases 66 hostdatabases 66 Named Pipes 62 TCP/IP-knooppunten 65 werkblad parameterwaarden oor database 68 client-serercommunicatie erbindingen configureren 51 testen met opdrachtregelinterface (CLP) 68 Werkblad TCP/IP-parameters 62 clientprofielen configureren met de importfunctie 60 maken met de exportfunctie 59 clients configuraties niet-ondersteund 54 ondersteund 54 serererbindingen configureren met Configuration Assistant 56 configureren met opdrachtregelinterface (CLP) 61 clients op afstand IBM Data Serer Drier-pakket 45, 48 netwerkstation toewijzen aan codeserer 47 codedirectory thin clients 73 codeserers installateren DB2 Connect Personal Edition 73 IBM Data Serer Client 73 netwerkstations toewijzen client op afstand 47 thin client 75 communicatieprotocollen oerzicht 55 configuratie client-to-serererbindingen Configuration Assistant (CA) 56 opdrachtregelinterface (CLP) 61 TCP/IP-werkblad 62 configuratie (erolg) TCP/IP client 64 Configuration Assistant (CA) catalogusdatabases 51 clientprofielen 59 configureren client-serercommunicatie 51 client-to-serererbindingen 56 clientprofielen 60 databaseerbindingen 56 databaseerbindingen testen 60 Discoery, functie 58 LDAP 60 D databases catalogiseren opdrachtregelinterface (CLP) 66 handmatig toeoegen 56 erbindingen configureren 56, 58 testen 60 DB2 Connect installateren ereisten 25 Personal Edition installatie (Windows) 73 thin client codedirectory 73 installateren 73 installatie 71 netwerkstation toewijzen aan codeserer 75 responsbestanden 74 topologieoerzicht 71 DB2-documentatie bestellen 90 DB2 Informatiecentrum bijwerken 92, 94 talen 92 ersies 91 db2dsdpreg, opdracht 48 db2rfe, opdracht root-functies inschakelen 31, 35 directorystructuren rootinstallaties ergeleken met niet-rootinstallaties 30 discoery,functie databaseerbinding configureren 58 documentatie gedrukt 88 oerzicht 87 PDF-bestanden 88 oorwaarden en bepalingen oor gebruik 96 F fixpacks niet-rootinstallaties 37 Copyright IBM Corp. 1993, 2010 101

G gebruikersaccounts IBM Data Serer-clients 25 geheugen ereisten oerzicht 11 H handleidingen bestellen 90 hardware ereisten DB2-sererproducten (AIX) 12 DB2-sererproducten (HP-UX) 14 DB2-sererproducten (Linux) 16 DB2-sererproducten (Solaris-gebruiksomgeing) 21 IBM Data Serer-clients (AIX) 12 IBM Data Serer-clients (HP-UX) 14 IBM Data Serer-clients (Linux) 16 IBM Data Serer-clients (Solaris-gebruiksomgeing) 21 Windows 23 Help-informatie configuratietaal 92 SQL-instructies 91 hostdatabases clienterbindingen 25 HP-UX installeren DB2-serers 14 IBM Data Serer-clients 14 kernelconfiguratieparameters aanbeolen waarden 15 wijzigen 15 I IBM Data Serer-clients catalogiseren Named Pipes-knooppunten 62 TCP/IP-knooppunten 65 gebruikersaccounts 25 IBM Data Serer Client 1, 2 IBM Data Serer Drier-pakket 1 IBM Data Serer Runtime Client 1, 2 installateren codeserers 73 oerzicht 6 Windows 25 installatie an oerzicht 7 installeren UNIX 28 Windows 40 oerzicht 1 typen 2 erbinden met 25 IBM Data Serer Drier-pakket beperkingen 38 client op afstand instellen 45 topologieoerzicht 45 configuratiebestand 44 installateren Linux 49 netwerk 46 IBM Data Serer Drier-pakket (erolg) installateren (erolg) UNIX 49 installeren opdrachtregelopties 83 Windows 44 netwerkshare 47 IBM Data Serer Runtime Client installateren 81 IBM Data Serer-stuurprogramma's typen 2 importfunctie clientprofielen configureren 60 installatie DB2-producten als niet-rootgebruiker 34 ereisten AIX 12 HP-UX 14 Linux 16 Solaris Operating Enironment 21 installatie ongedaan maken IBM-sererclients 85 niet-rootinstallaties 37 installatie an ereisten Windows 23 instances erwijderen 37 K kennisgeingen 99 kernelconfiguratieparameters HP-UX aanbeolen 15 opdracht db2osconf 15 wijzigen 15 kernelparameters wijzigen op Linux 20 Solaris Operating System 22 kernelparameters wijzigen Linux 20 L Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) ondersteuning an directory 60 Linux bibliotheken libaio.so.1 16 libstdc so.5 16 DB2 erwijderen niet-rootsubsystemen 37 installateren IBM Data Serer Drier-pakket 49 installatie an DB2-serers 16 IBM Data Serer-clients 16 kernelparameters wijzigen 20 M merge-modules DB2-subsysteem 78 niet-db2-subsystemen 77 102 IBM Data Serer-clients installeren

N Named Pipes ondersteund protocol 55 werkblad oor parameterwaarden 61 netwerkshare IBM Data Serer Drier-pakket 47 netwerkstations clients op afstand toewijzen aan codeserer 47 thin clients toewijzen aan codeserer 75 niet-rootinstallaties beperkingen 31 directorystructuur 30 fixpacks 37 installatie ongedaan maken 37 installeren 34 oerzicht 30 root-gebaseerde functies inschakelen 35 erschillen 30 niet-rootsubsystemen erwijderen 37 O opdracht configuratiebestand maken 42 opdracht db2dsdcfgfill databasedirectorygegeens kopiëren 44 details 42 opdracht db2osconf parameterwaarden oor kernelconfiguratie aststellen 15 opdrachten catalog database 66 catalog npipe 62 catalog tcpip 65 db2dsdcfgfill 42 db2dsdpreg 48 db2osconf parameterwaarden oor kernelconfiguratie aststellen 15 db2rfe onderangen an beperkingen an niet-rootinstallaties 31 root-gebaseerde functies inschakelen 35 db2setup installeren, Data Serer-clients 28 thnsetup 75 opdrachtregelinterface (CLP) catalogiseren databases 66 knooppunten 65 configureren client-to-serererbindingen 61 TCP/IP 64 opdrachtregelopties IBM Data Serer Drier-pakket, installatie 83 installatie an IBM Data Serer Runtime Client 81 P parameters waardenwerkbladen catalogusdatabases 68 configuratie an client-serererbindingen 62 Named Pipes 61 probleembepaling beschikbare informatie 96 zelfstudiemateriaal 96 probleemoplossing online informatie 96 zelfstudiemateriaal 96 R responsbestanden maken thin client 74 root-gebaseerde functies niet-rootinstallaties 35 rootinstallaties directorystructuur 30 ergelijking met niet-rootinstallaties 30 S schijfruimte ereisten 11 serers clienterbindingen 56, 61 softwareereisten AIX 12 HP-UX 14 Linux 16 Solaris Operating Enironment 21 Windows 23 Solaris Operating Enironment installatieereisten DB2-serers 21 IBM Data Serer-clients 21 Solaris Operating System kernelparameters wijzigen 22 SQL-instructies Help-informatie afbeelden 91 SSL ondersteunen 55 T TCP/IP configureren clients 64 ondersteunde platforms 55 TCP/IP6-ondersteuning 55 testen client-to-serererbindingen 68 databaseerbindingen 60 thin clients codedirectory 73 inschakelen 75 installateren 73 netwerkstations toewijzen aan codeserer 75 responsbestanden 74 standaardinstallatie 71 topologie 71 thnsetup, opdracht 75 toewijzen netwerkstations an thin clients aan codeserer 75 Trefwoordenregister 103

U UNIX installateren IBM Data Serer-clients 28 IBM Data Serer Drier-pakket 49 erwijderen niet-root-db2-subsystemen 37 updates DB2 Informatiecentrum 92, 94 V erwijderen niet-rootsubsystemen 37 oorbeelden erbinding maken met een database op afstand 68 oorwaarden en bepalingen publicaties 96 W Windows installateren IBM Data Serer-clients (procedure) 25 installeren IBM Data Serer-clients (procedure) 40 IBM Data Serer Drier-pakket 44 Windows-besturingssysteem installatie an DB2-serers (ereisten) 23 IBM Data Serer-clients (ereisten) 23 Z zelfstudiemateriaal oerzicht 95 probleembepaling 96 probleemoplossing 96 Visual Explain 95 104 IBM Data Serer-clients installeren

Printed in Denmark IBM Nederland B.V. Postbus 9999 1006 CE Amsterdam Verkoopafdelingen & Informatie 020-5135151 GC14-2065-01