Aan de slag met DB2-clients

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aan de slag met DB2-clients"

Transcriptie

1 IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC

2

3 IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC

4 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is een ertaling an IBM DB2 Uniersal Database Quick Beginnings for DB2 Clients, bestelnummer GC Deze publicatie heeft betrekking op de programma s DB2 Uniersal Database Personal Edition, programmanummer 5724-B55, DB2 Connect Personal Edition, programmanummer 5724-B56, DB2 Connect Unlimited Edition, programmanummer 5724-B62, DB2 Connect Web Starter Kit, programmanummer 5724-B57, DB2 Personal Deeloper s Kit, programmanummer 5724-B58, DB2 Uniersal Database Workgroup Serer Edition, programmanummer 5765-F35, DB2 Uniersal Database Workgroup Serer - Unlimited Edition, programmanummer 5765-F43, DB2 Uniersal Database Enterprise Serer Edition, programmanummer 5765-F41, DB2 Connect Enterprise Edition, programmanummer 5765-F30, DB2 Relational Connect, programmanummer 5765-F39, DB2 Life Sciences Data Connect, programmanummer 5765-F37, DB2 Uniersal Deeloper s Edition, programmanummer 5765-F34, DB2 Data Links Manager, programmanummer 5765-F31, DB2 Warehouse Manager, programmanummer 5765-F42, DB2 Net Search Extender, programmanummer 5765-F38, DB2 Spatial Extender, programmanummer 5765-F40, DB2 Intelligent Miner Scoring, programmanummer 5765-F36, DB2 Intelligent Miner Modeling, programmanummer 5765-F32, DB2 Intelligent Miner Visualization, programmanummer 5765-F32, DB2 Intelligent Miner Visualization, programmanummer 5765-F33, DB2 Uniersal Database Express Edition, programmanummer 5724-E49, en op alle olgende ersies en modificaties daaran, tenzij anders ermeld in een olgende uitgae. Controleer of de uitgae die u gebruikt, oereenkomt met de ersie an het programma. De informatie in deze producten is onderheig aan wijzigingen. Wijzigingen zullen in nieuwe uitgaen an deze publicatie worden opgenomen. Voor technische informatie en het aanragen an publicaties kunt u zich wenden tot uw IBM-leerancier of IBM Nederland N.V. Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden. Copyright IBM Nederland N.V Alle rechten oorbehouden.

5 Inhoudsopgae Voor wie is dit boek bestemd..... Deel 1. DB2-clients installeren Hoofdstuk 1. Oerzicht DB2-clients... 3 DB2-clients DB2 Run-Time Client Lite DB2 Run-Time Client DB2 Beheerclient DB2 Application Deelopment Client Ondersteunde en niet-ondersteunde clientconfiguraties Toegang tot DB2 UDB Versie 7-serers met DB2 Versie 8-clients Beperkingen oor SNA-ondersteuning in DB2 Versie Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients... 9 Schijfruimte- en geheugenruimteereisten (Windows and UNIX) Vereisten oor installatie an DB2-clients (AIX)...9 Vereisten oor installatie an DB2-clients (HP-UX) 11 Kernelparameters wijzigen (HP-UX) Aanbeolen kernelconfiguratieparameters (HP-UX) 12 Vereisten oor installatie an DB2-clients (Linux)..13 Kernelparameters wijzigen (Linux) Vereisten oor installatie an DB2-clients (Solaris Operating Enironment) Kernelparameters wijzigen (Solaris Operating Enironment) Vereisten oor installatie an DB2-clients (Windows) 17 Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB Hosterbindingsereisten oor DB2-clients Hoofdstuk 3. DB2-clients installeren.. 21 DB2-clients installeren (Windows) DB2-clients installeren (UNIX) Deel 2. Client-serercommunicatie 25 Hoofdstuk 4. Clientsererondersteuning Scenario s oor client-serercommunicatie Hoofdstuk 5. Clientserercommunicatie configureren met de Configuration Assistant Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant Databaseerbinding configureren Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant Databaseerbinding configureren met een profiel 31 Databaseerbinding configureren met discoery 32 Clientprofielen Informatie oer clientprofielen Clientprofielen maken en exporteren met de Configuration Assistant Clientprofielen importeren en configureren met de Configuration Assistant Oerwegingen bij ondersteuning an de LDAP-directory Verbinding testen Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant Hoofdstuk 6. Clientserercommunicatie met de Opdrachtregelinterface Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface Waarden an communicatieparameters bepalen en astleggen Werkblad TCP/IP-parameters oor de configuratie an een client/serer-erbinding..40 Werkblad NetBIOS-parameters Werkblad Named Pipes-parameters oor configuratie an Named Pipes op de client...42 Communicatie configureren op de DB2-client...43 TCP/IP-communicatie configureren NetBIOS-communicatie configureren Sererknooppunt catalogiseren TCP/IP-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen NetBIOS-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen Named Pipes-knooppunt aan de clientcatalogus toeoegen Database catalogiseren Database catalogiseren anaf een DB2-client anuit de opdrachtregelinterface Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface Deel 3. DB2 thin clients Hoofdstuk 7. Oerzicht thin clients.. 57 Thin clients (Windows) Thin-clientomgeingen (Windows) Oerwegingen met betrekking tot thin clients (Windows) Hoofdstuk 8. Installatie thin clients.. 63 Thin-clientomgeing configureren Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden iii

6 DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren (Windows) Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer (Windows) De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin werkstations (Windows) Responsbestand maken oor thin client (Windows) 67 Netwerkstation toewijzen anaf de thin client aan de codeserer (Windows) De opdracht thnsetup uitoeren om thin clients in te schakelen (Windows) Deel 4. Bijlagen Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database DB2-documentatie en Help-informatie Updates op DB2-documentatie DB2 Informatiecentrum Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum..75 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) DB2 Informatiecentrum openen DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken Onderwerpen in gewenste taal afbeelden in DB2 Informatiecentrum PDF- en gedrukte ersie an de DB2-documentatie 85 DB2 Basisinformatie Beheerinformatie Informatie oer toepassingsontwikkeling...87 Informatie oer Business Intelligence Informatie oer DB2 Connect Opstartinformatie Informatie oor zelfstudie Informatie oer optionele componenten Opmerkingen bij release DB2-boeken afdrukken anuit PDF-bestanden...90 Gedrukte handleidingen bestellen Specifieke Help-informatie bekijken anuit een DB2-tool Help bij berichten bekijken anaf de opdrachtregel 93 Help bij opdrachten bekijken anaf de opdrachtregel 94 Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel 94 DB2-documenten oor zelfstudie DB2-problemen oplossen Toegankelijkheid Inoer en naigatie ia het toetsenbord Toegankelijkheid beeldscherm Compatibiliteit met hulptechnologieën Toegankelijkheid documentatie Syntaxisdiagrammen met decimale notatie met scheidingspunten Common Criteria-certificaten an DB2 Uniersal Database-producten Bijlage B. Merge modules oor DB2-clients Bijlage C. Opdrachtregelopties oor DB2 Run-Time Client Lite Bijlage D. Kennisgeingen Online publicaties Merken Trefwoordenregister Contact opnemen met IBM Productinformatie i Aan de slag met DB2-clients

7 Voor wie is dit boek bestemd Deze publicatie is bestemd oor iedereen die geïnteresseerd is in de installatie en configuratie an een DB2 Beheerclient, een DB2 Application Deelopment Client, een DB2 Run-Time Client of een DB2 Run-Time Client. Daarnaast zijn de gedeelten die betrekking hebben op het configureren an een thin client of thin-clientomgeing oor DB2 Connect an belang oor iedereen die geïnteresseerd is in deze onderwerpen. Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden

8 i Aan de slag met DB2-clients

9 Deel 1. DB2-clients installeren Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 1

10 2 Aan de slag met DB2-clients

11 Hoofdstuk 1. Oerzicht DB2-clients DB2-clients Er zijn ier typen DB2-clients: Run-Time Client Lite. De DB2 Run-Time Client Lite is een lichtere ersie an de DB2 Run-Time Client en is alleen beschikbaar op Windows. Er zijn ook Windows Installer Merge Modules beschikbaar oor dit product. Ze kunnen worden gebruikt om de functionaliteit an deze client op te nemen in uw eigen product. Run-Time Client. Gebruik dit type DB2-client om basistoegang (niet-gui) te bieden tot DB2-databases. Beheerclient. Gebruik dit type DB2-client om een DB2-serer op afstand te beheren. De DB2 Beheerclient beat ook alle functionaliteit die beschikbaar is in de DB2 Run-Time Client. Application Deelopment Client. Dit type DB2-client is bestemd oor het ontwikkelen an DB2-databasetoepassingen, waaronder opgeslagen procedures, UDF s (User Defined Functions) en clienttoepassingen. De DB2 Application Deelopment Client beat ook alle functionaliteit die beschikbaar is in de DB2 Run-Time Client. Een database kan niet op een DB2-client worden gemaakt; u kunt alleen toegang krijgen tot databases die zich beinden op DB2-serers. Ondersteuning oor backleel-clients: DB2 UDB Versie 8-clients bieden ondersteuning oor DB2 UDB Versie 8-serers. DB2 UDB Versie 8-clients kunnen alleen erbinding maken met DB2 UDB Versie 7-serers als DRDA -AS actief is op de DB2 UDB-serer. DB2 UDB Versie 7 en Versie 6-clients kunnen erbinding maken met een DB2 UDB Versie 8-serer met beperkte capaciteit. DB2 UDB Versie 8-clients kunnen erbinding maken met DB2 Connect Versie 7-serers. Verwante concepten: DB2 Run-Time Client op pagina 4 DB2 Beheerclient op pagina 5 DB2 Application Deelopment Client op pagina 5 Basisinformatie oer installatie ia responsbestand in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2 Run-Time Client Lite op pagina 4 Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina 21 DB2-clients installeren (UNIX) op pagina 22 Verwante informatie: Version 8 incompatibilities with preious releases in de publicatie Administration Guide: Planning Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 3

12 Bijlage B, Merge modules oor DB2-clients, op pagina 101 DB2 Run-Time Client Lite De DB2 Run-Time Client Lite biedt basisfuncties waarmee toepassingen toegang kunnen krijgen tot DB2 Uniersal Database-serers. De DB2 Run-Time Client Lite biedt ook de ereiste ondersteuning oor JDBC, SQLJ, ODBC, CLI, OLE DB en.net, net als de DB2 Run-Time Client. Door de beperkte omang an het installatie-image is DB2 Run-Time Client Lite ideaal oor een ingebruikname op grote schaal of oor bundeling met toepassingen. Het installatieprogramma installeert de taal waarin de installatie wordt uitgeoerd, eenals (erplicht) de Engelse taal. DB2 Run-time Client Lite bestaat uit één taal die ondersteuning biedt oor alle talen en uit erschillende taalspecifieke images. Alle images beatten ondersteuning oor het Engels. U moet het juiste image gebruiken oor de taal of talen die u wilt installeren. Beperkingen: DB2 Run-Time Client Lite is alleen beschikbaar oor Windowsbesturingssystemen en ondersteunt alleen de communicatieprotocollen TCP/IP en Named Pipes. De Configuration Assistant maakt geen deel uit an DB2 UDB Run-Time Client Lite. De enige beschikbare gebruikersinterface is de GUI oor CLI/ODBC-beheer. U kunt de CLI-toepassingen pas gebruiken wanneer u een bind hebt uitgeoerd op de CLI-pakketten anaf een systeem met de juiste bindbestanden. Verwante concepten: DB2 Run-Time Client op pagina 4 DB2 Beheerclient op pagina 5 DB2 Application Deelopment Client op pagina 5 Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina 21 Verwante informatie: Bijlage B, Merge modules oor DB2-clients, op pagina 101 DB2 Run-Time Client De DB2 Run-Time Client biedt de functionaliteit die een toepassing nodig heeft om toegang te krijgen tot DB2 Uniersal Database-serers en DB2 Connect-serers. Tot die functionaliteit behoren onder andere de ondersteuning an de communicatieprotocollen en an toepassingsinterfaces als JDBC, SQLJ, ODBC, CLI, OLE DB en.net. Beperkingen: De Configuration Assistant maakt geen deel uit an de DB2 UDB Run-Time Client. De enige beschikbare gebruikersinterface is de GUI oor CLI/ODBC-beheer. 4 Aan de slag met DB2-clients

13 DB2 Beheerclient U kunt de DB2 Run-Time Client pas gebruiken oor DB2-client oor CLI-toepassingen wanneer u een bind hebt uitgeoerd op de CLI-pakketten anaf een systeem met de juiste bindbestanden. Ondersteunde platforms: DB2 Run-Time Clients zijn beschikbaar oor de besturingssystemen AIX, HP-UX, Linux, Solaris Operating Enironment en Windows. Verwante concepten: DB2-clients op pagina 3 DB2 Beheerclient op pagina 5 DB2 Application Deelopment Client op pagina 5 DB2 Run-Time Client Lite op pagina 4 Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina 21 DB2-clients installeren (UNIX) op pagina 22 Een DB2 Beheerclient biedt werkstations an een groot aantal platforms de functionaliteit oor de toegang tot en het beheer an DB2-databases. De DB2 Beheerclient beat naast de oorzieningen an de DB2 Run-Time Client alle tools oor het beheer an DB2 en ondersteuning oor Thin Clients. Ondersteunde platforms: DB2 Beheerclients zijn beschikbaar oor de olgende platforms: AIX, HP-UX, Linux, de Solaris Operating Enironment en de Windows-besturingssystemen. Verwante concepten: DB2-clients op pagina 3 DB2 Run-Time Client op pagina 4 DB2 Application Deelopment Client op pagina 5 DB2 Run-Time Client Lite op pagina 4 Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina 21 DB2-clients installeren (UNIX) op pagina 22 DB2 Application Deelopment Client De DB2 Application Deelopment Client is een erzameling an grafische en niet-grafische tools en componenten oor de ontwikkeling an op tekens gebaseerde, multimediale en objectgeoriënteerde toepassingen. Tot de speciale functies behoren het Ontwikkelcentrum en oorbeeldtoepassingen oor alle ondersteunde programmeertalen. De Application Deelopment Client beat alle tools en componenten die deel uitmaken an de DB2 Beheerclient. Ondersteunde platforms: Hoofdstuk 1. Oerzicht DB2-clients 5

14 DB2 Application Deelopment Clients zijn beschikbaar oor de olgende platforms: AIX, HP-UX, Linux, de Solaris Operating Enironment en de Windows-besturingssystemen. Verwante concepten: DB2-clients op pagina 3 DB2 Run-Time Client op pagina 4 DB2 Beheerclient op pagina 5 DB2 Run-Time Client Lite op pagina 4 Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina 21 DB2-clients installeren (UNIX) op pagina 22 Ondersteunde en niet-ondersteunde clientconfiguraties In dit gedeelte worden zowel de ondersteunde als de niet-ondersteunde configuratiescenario s oor clients en serers beschreen. Verbindingen tussen lokale DB2 Versie 7-clients en een DB2 Versie 8-serer worden niet ondersteund. U kunt een DB2 Versie 7-client niet gebruiken om een DB2 Versie 8-subsysteem op te nemen in de catalogus op dezelfde machine als het lokale knooppunt. In de olgende tabel wordt een oerzicht gegeen an de standaard- en de gateway-configuratieondersteuning oor DB2-clients. Als u bijoorbeeld werkt met een DB2 Uniersal Database Versie 8-client (32-bits), kunt u een erbinding tot stand brengen met een DB2 Uniersal Database Versie 8-serer (64-bits) met behulp an een Versie 8-gateway (32-bits). In de onderstaande tabel impliceren erwijzingen naar Versie 7-clients de installatie an FixPak 7 of een hoger nieau. DB2-clients waarop FixPak 7 niet is geïnstalleerd, worden niet ondersteund. Tabel 1. DB2 Versie 7- en Versie 8-client/serermatrix DB2-clients Versie 7-serer UNIX (32-bits), Windows, Linux Versie 7-serer UNIX (64-bits) Versie 8-serer UNIX, Windows, Linux (32-bits) Versie 7 (32-bits) Ja Nee Ja (6) Ja (2,5,8) Versie 7 (64-bits) Nee Ja Nee Ja (4,5) Versie 8 (32-bits) Ja (1,7) Nee Ja Ja Versie 8 (64-bits) Nee Ja (1,7) Ja Ja AS/400 -, iseries -, OS/390-, zseries -, VSE- en VM-clients Ja Ja Ja (3) Ja (3) Versie 8-serer UNIX, Windows, Linux (64-bits) Opmerkingen: 1. Een DB2 Uniersal Database Versie 7-serer moet geconfigureerd zijn als DRDA-toepassingenserer (AS). Dit is nodig wanneer een Versie 8-client (32-bits) werkt met een Versie 7-serer (32-bits) of wanneer een Versie 8-client (64-bits) werkt met een Versie 7-serer (64-bits). 6 Aan de slag met DB2-clients

15 2. Directe ondersteuning (zonder tussenliggende DB2 Connect -gateway) wordt geboden tussen een DB2 Versie 7 Windows-client (32-bits) en een DB2 Versie 8 Windows-serer (64-bits). Er is echter geen directe ondersteuning an DB2 Versie 7-clients (32-bits) op andere platforms. 3. Alleen TCP/IP wordt ondersteund. Er wordt geen ondersteuning geboden oor SNA. Deze ondersteuning is beschikbaar oor AS/400-, iseries-, OS/390-, zseries-, VSE- en VM-clients die werken met een Versie 8-serer. 4. Een Versie 7-client (64-bits) ondersteunt alleen DB2 Uniersal Database Versie 8-serers (64-bits) op andere besturingssystemen dan Windows. 5. Versie 7-clients ondersteunen alleen SQL-opdrachten op een Versie 8-serer (64-bits). Er wordt geen ondersteuning geboden oor hulpprogramma- of API-opdrachten. 6. Wanneer een Versie 7-client (32-bits) werkt met een Versie 8-serer (32-bits), is er geen ondersteuning oor DB2 Uniersal Database-programma s met de oorziening AT NODE. Deze wordt oornamelijk gebruikt oor het beheren an een gepartitioneerde databaseomgeing. 7. Wanneer een Versie 8-client (32-bits) werkt met een Versie 7-serer (32-bits), of wanneer een Versie 8-client (64-bits) werkt met een Versie 7-serer (64-bits), moet op de DB2 Uniersal Database Versie 7-serer FixPak 8 of een hoger nieau geïnstalleerd zijn. U moet het hulpprogramma db2upd7 uitoeren op de serer om deze toegankelijk te maken anaf een DB2 Uniersal Database Versie 8-client. Als dit hulpprogramma is uitgeoerd op een database, kan deze database niet meer worden gebruikt met een subsysteem dat een eerder FixPak-nieau beat. 8. Als u bijoorbeeld werkt met een DB2 Uniersal Database Versie 7-client (32-bits), kunt u alleen een erbinding tot stand brengen met een DB2 Uniersal Database Versie 8-serer (64-bits) met behulp an een tussenliggende DB2 Connect Versie 8-gateway (32-bits). Verwante concepten: DB2-clients op pagina 3 Verwante informatie: Scenario s oor client-serercommunicatie op pagina 27 Version 8 incompatibilities with preious releases in de publicatie Administration Guide: Planning Toegang tot DB2 UDB Versie 7-serers met DB2 Versie 8-clients U kunt geen toegang krijgen tot een DB2 Connect Versie 7-serer anaf een DB2 Uniersal Database Versie 8-client. Als u toegang wilt krijgen tot een DB2 Uniersal Database Versie 7-serer op een Linux-, UNIX- of Windows-besturingssysteem anaf een DB2 Versie 8-client, moet: DB2 Versie 7 FixPak 8 of later op de serer zijn geïnstalleerd; en de opdracht db2upd7 zijn uitgeoerd. Raadpleeg de Readme en de Release Notes bij DB2 Versie 7 FixPak oor instructies oer het installeren an de DB2 Versie 7 FixPaks. Verwante concepten: DB2-clients op pagina 3 Hoofdstuk 1. Oerzicht DB2-clients 7

16 Verwante informatie: Ondersteunde en niet-ondersteunde clientconfiguraties op pagina 6 Beperkingen oor SNA-ondersteuning in DB2 Versie 8 De olgende ondersteuning is niet langer beschikbaar in DB2 Uniersal Database Versie 8 Enterprise Serer Edition (ESE) oor de besturingssystemen Windows en UNIX, en in DB2 Connect Versie 8 Enterprise Edition (EE) oor de besturingssystemen Windows en UNIX. De mogelijkheid om updates op meerdere locaties (COMMIT in twee fasen) aan te brengen met behulp an SNA kan niet worden gebruikt. Toepassingen waaroor updates op meerdere locaties ereist zijn moeten gebruikmaken an TCP/IP-connectiiteit. De mogelijkheid om ia een TCP/IP-erbinding updates op meerdere locaties (wijzigingen in twee fasen) aan te brengen op een host- of iseries-databaseserer was al in een aantal oorgaande releases beschikbaar. Host- of iseries-toepassingen waaroor updates op meerdere locaties (wijzigingen in twee fasen) moeten worden aangebracht, kunnen dat onder DB2 ESE Versie 8 ia de TCP/IP-ondersteuning doen. DB2 UDB ESE- of DB2 Connect EE-serers accepteren geen clienterbindingen ia SNA meer. Met DB2 Versie 8 FixPak 1 kunnen de 32-bits ersies an AIX, Solaris Operating Enironment, HP-UX en Windows-toepassingen toegang krijgen tot een host- of iseries-databaseserer ia SNA. Dankzij deze ondersteuning hebben toepassingen toegang tot hostdatabases ia SNA, maar dit is beperkt tot het astleggen an wijzigingen in één fase. Sysplex-ondersteuning met DB2 oor z/os is alleen beschikbaar ia TCP/IP. Er wordt geen sysplex-ondersteuning geboden ia SNA-connectiiteit. Ondersteuning oor het wijzigen an wachtwoorden is niet langer beschikbaar ia SNA-erbindingen met hostdatabaseserers. De olgende ersies an DB2 en DB2 Connect bieden geen SNA-ondersteuning meer. Verwante concepten: DB2 Connect in de publicatie DB2 Connect Gebruikershandleiding Verwante informatie: DB2 Connect-programma s in de publicatie DB2 Connect Gebruikershandleiding Hostdatabases in de publicatie DB2 Connect Gebruikershandleiding Host and iseries support for DB2 Connect in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Connect Enterprise Edition 8 Aan de slag met DB2-clients

17 Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients Schijfruimte- en geheugenruimteereisten (Windows and UNIX) Schijfruimteereisten: De schijfruimte die ereist is oor uw programma is afhankelijk an het door u geselecteerde type installatie en het type bestandssysteem waarmee u werkt. De DB2 Installatiewizard biedt een schatting an de ereiste ruimte, gebaseerd op de onderdelen die zijn geselecteerd tijdens een installatie an het type Standaard, Minimaal of Op maat. Het kan zijn dat u op een Windows-systeem aanzienlijk meer ruimte nodig hebt op FAT-stations (File Allocation Table) met een grotere clustergrootte dan op NTFS-stations (New Technology File System). Houd ook rekening met de schijfruimte die ereist is oor andere benodigde software, communicatieproducten en documentatie. Geheugenereisten: Voor DB2 UDB is minimaal 256 MB RAM-geheugen ereist. Als u de GUI-programma s gebruikt, wordt 512 MB RAM-geheugen aangeraden. Let op het olgende als u de geheugenereisten aststelt: Voor ondersteuning an DB2-clients zijn deze geheugenereisten gebaseerd op ijf gelijktijdige clienterbindingen. U hebt een aanullend RAM-geheugen an 16 MB per ijf clienterbindingen nodig. Er is extra geheugen ereist oor andere software die u op uw systeem gebruikt. Er kan extra geheugen ereist zijn om de performance an de GUI-programma s an DB2 te erbeteren. Als u specifieke eisen stelt aan de performance kan het zijn dat u meer geheugen nodig hebt. Geheugenereisten worden beïnloed door de grootte en complexiteit an uw databasesysteem. Geheugenereisten worden beïnloed door de mate an databaseactiiteit en het aantal clients dat toegang heeft tot uw systeem. Op Linux-systemen wordt een SWAP-ruimte an tweemaal de hoeeelheid RAM-geheugen aangeraden, maar dit is geen ereiste. Vereisten oor installatie an DB2-clients (AIX) Hieronder indt u een lijst an ereisten met betrekking tot hardware, besturingssysteem, software en communicatieoorzieningen oor een DB2-client op een AIX-systeem. Hardwareereisten RISC System/6000 Besturingssystemen Zie oor de meest recente informatie oer besturingssystemen. Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 9

18 Een an de olgende: Versie (32 bits) Met onderhoudsnieau 11 Versie (32 bits of 64 bits) Met onderhoudsnieau 5 en aanbeolen onderhoudspakket AIX en APAR IY46667 Versie (32 bits of 64 bits) met onderhoudsnieau 2 en: Voor olume geladen als Concurrent I/O (CIO) en Direct I/O (DIO): APAR s IY49129 en IY49346 Voor JFS-bestandssystemen: APAR IY48339 Voor JFS2-bestandssystemen: APAR IY49304 Voor Jaa: Aanbeolen onderhoudspakket AIX en APAR IY46668 Voor uitoering an meer dan 1000 db2agents en gebruik an 32-bits AIX-kernel: APAR IY49885, en geef mo -o pta_balance_threshold=0 op óór db2start of bij opstartprocedure AIX De olgende AIX-bestandensets zijn ereist oor het installeren of uitoeren an DB2 UDB in andere talen dan het Engels: X11.fnt.ucs.ttf (AIX Windows Unicode TrueType Fonts) X11.fnt.ucs.com (AIX Windows Common Fonts) xlc.rte x of x Voor Aziatische talen zijn de olgende bestandensets ook ereist: X11.fnt.ucs.ttf_CN (oor zh_cn of Zh_CN) X11.fnt.ucs.ttf_KR (oor ko_kr) X11.fnt.ucs.ttf_TW (oor zh_tw of Zh_TW) Op AIX Versie is de olgende bestandenset ereist: xlc.aix43.rte x of x Op AIX Versie 5.x is de olgende bestandenset ereist: xlc.aix50.rte x of x AIX-bestandensets kunnen worden gedownload anaf: Softwareereisten Voor Kerberos-ondersteuning hebt u een IBM Network Authentication Serice-client 1.3 of een latere ersie nodig, die wordt uitgeoerd op AIX V5.2 of een hogere ersie. Voor LDAP-ondersteuning (Lightweight Directory Access Protocol) hebt u IBM SecureWay Directory Client V3.2.1 of een latere ersie nodig. U hebt de juiste SDK nodig om Jaa-tools, zoals het DB2 Besturingscentrum, te gebruiken en om Jaa-toepassingen te 10 Aan de slag met DB2-clients

19 maken en uit te oeren, inclusief opgeslagen procedures en UDF s (door de gebruiker gedefinieerde functies). Communicatieereisten TCP/IP is ereist. Het AIX-basisbesturingssysteem biedt TCP/IP-connectiiteit, als dit tijdens de installatie is geselecteerd. Verwante informatie: Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB op pagina 18 Vereisten oor installatie an DB2-clients (HP-UX) Hieronder indt u een lijst an ereisten met betrekking tot hardware, besturingssysteem, software en communicatieoorzieningen oor een DB2-client op een HP-UX-systeem. Beperkingen: U moet het systeem opnieuw opstarten als u de kernelconfiguratieparameters hebt gewijzigd. De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in de directory in /etc/system. Deze parameters moeten worden ingesteld oordat u een DB2-client installeert. Hardwareereisten HP 9000 Series 700 of 800-systeem HP Intel Itanium 2-processors Besturingssystemen Zie oor de meest recente informatie oer besturingssystemen. HP-UX 11i (11.11) oor systemen met PA-RISC 2.x (PA-8x00)-processors met: June 2003 GOLDBASE11i-bundel June 2003 GOLDAPPS11i-bundel Patches PHSS_26560, PHKL_28489, PHCO_27434 en PHCO_29960 Patches oor Jaa SDK en 1.4. Zie oor de ereiste patches. DB2-clients kunnen worden uitgeoerd op HP-UX Versie 11i 2 (B.11.23) oor Itanium-systemen met patch PHKL_ Softwareereisten U hebt de juiste SDK nodig om Jaa-tools, zoals het DB2 Besturingscentrum, te gebruiken en om Jaa-toepassingen te maken en uit te oeren, inclusief opgeslagen procedures en UDF s (door de gebruiker gedefinieerde functies). Als u de Application Deelopment Client installeert, hebt u een C-compiler nodig oor het maken an opgeslagen SQL-procedures. Communicatieereisten TCP/IP maakt deel uit an het HP-UX-basisbesturingssysteem. Verwante informatie: Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients 11

20 Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB op pagina 18 Kernelparameters wijzigen (HP-UX) Het kan zijn dat u, oordat u DB2 oor HP-UX installeert, de kernelconfiguratieparameters oor uw systeem moet bijwerken. U moet uw computer opnieuw opstarten nadat u de kernelconfiguratieparameters hebt gewijzigd. Vereisten: U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om de kernelparameters te wijzigen. Procedure: Als u de kernelparameters wilt wijzigen, gaat u als olgt te werk: 1. Geef de opdracht sam op om het programma SAM (System Administration Manager) te starten. 2. Dubbelklik op het pictogram Kernel Configuration. 3. Dubbelklik op het pictogram Configurable Parameters. 4. Dubbelklik op de parameter die u wilt wijzigen en typ de nieuwe waarde in het eld Formula/Value. 5. Klik op OK. 6. Herhaal deze stappen oor alle kernelconfiguratieparameters die u wilt wijzigen. 7. Als u alle kernelconfiguratieparameters hebt ingesteld, kiest u achtereenolgens Action --> Process New Kernel uit de menubalk. Het HP-UX-besturingssysteem wordt automatisch opnieuw gestart als u de waarden oor de kernelconfiguratieparameters hebt gewijzigd. Verwante informatie: db2osconf - Utility for Kernel Parameter Values Command in de publicatie Command Reference Aanbeolen kernelconfiguratieparameters (HP-UX) Voor HP-UX-systemen met DB2 UDB 64-bits oert u de opdracht db2osconf uit om een lijst an aanbeolen parameterwaarden oor de kernelconfiguratie an uw systeem af te beelden. Voor HP-UX-systemen met DB2 UDB 32-bits kunt u in de onderstaande tabel de aanbeolen parameterwaarden oor de kernelconfiguratie inden. Tabel 2. Aanbeolen waarden oor kernelconfiguratieparameters (HP-UX) Kernelparameter Fysiek geheugen: 64 MB MB Fysiek geheugen: 128 MB MB Fysiek geheugen: 256 MB MB Fysiek geheugen: 512 MB+ maxuprc maxfiles nproc Aan de slag met DB2-clients

21 Tabel 2. Aanbeolen waarden oor kernelconfiguratieparameters (HP-UX) (erolg) Kernelparameter Fysiek geheugen: 64 MB MB Fysiek geheugen: 128 MB MB Fysiek geheugen: 256 MB MB Fysiek geheugen: 512 MB+ nflocks ninode nfile (4 * ninode) (4 * ninode) (4 * ninode) (4 * ninode) msgseg (1) 32767(1) msgmnb msgmax msgtql msgmap msgmni msgssz semmni semmap semmns semmnu shmmax (2) (2) (2) shmmni Opmerkingen: 1. De parameter msgmax moet ingesteld worden op De parameter msgseg mag niet hoger worden ingesteld dan De parameter shmmax moet worden ingesteld op of 90% an het fysieke geheugen (in bytes), afhankelijk an welke waarde hoger is. Als u bijoorbeeld 196 MB fysiek geheugen op uw systeem hebt, moet u shmmax instellen op (196*1024*1024*0.9). Verwante taken: Kernelparameters wijzigen (HP-UX) op pagina 12 Vereisten oor installatie an DB2-clients (Linux) Hieronder indt u een lijst an ereisten met betrekking tot besturingssysteem, software en communicatieoorzieningen oor een DB2-client op een Linux-systeem. Het kan nodig zijn om de kernelconfiguratieparameters bij te werken. De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in de directory /etc/sysctl.conf. Raadpleeg de handleiding bij uw besturingssysteem oor het instellen en actieren an deze parameters met de opdracht sysctl. Besturingssystemen Als u de meest recente technische informatie oer de ondersteunde Linux-nieaus wilt controleren, ga dan in uw browser naar Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients 13

22 DB2 Connect Enterprise Edition wordt nu ondersteund op Linux zseries 64-bits. DB2 oor Linux zseries 31-bits wordt niet ondersteund op het besturingssysteem Linux zseries 64-bits. U moet het image 64-bit DB2 for Linux zseries 64-bit OS op het besturingssysteem Linux zseries 64-bits gebruiken, en het image 31-bit DB2 for Linux zseries 31-bit OS op het besturingssysteem Linux zseries 31-bits. Softwareereisten U hebt de juiste SDK nodig om Jaa-tools, zoals het DB2 Besturingscentrum, te gebruiken en om Jaa-toepassingen te maken en uit te oeren, inclusief opgeslagen procedures en UDF s (door de gebruiker gedefinieerde functies). Als u Kerberos-erificatie wilt gaan gebruiken, hebt u Red Hat Enterprise Linux Adanced Serer 2.1 (alleen 32-bits Intel) nodig met de olgende bestandensets: krb5-libs krb5-workstation Communicatieereisten TCP/IP. Het Linux-basisbesturingssysteem biedt TCP/IP-connectiiteit, als dit tijdens de installatie is geselecteerd. Verwante informatie: Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB op pagina 18 Kernelparameters wijzigen (Linux) Voordat u DB2 UDB installeert, wilt u wellicht de Linux-kernelparameters aanpassen. DB2 UDB erhoogt indien nodig automatisch de IPC-limieten. Mogelijk wilt u deze limieten nog erder erhogen, afhankelijk an uw specifieke behoeften. Vereisten: U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om de kernelparameters te kunnen wijzigen. Procedure: Als u de kernelparameters wilt aanpassen, gaat u als olgt te werk: RedHat en SuSE Systemen die een kernel an de serie 2.4.x gebruiken, hebben een standaardwaarde oor de berichtenwachtrijparameter (msgmni), die slechts een paar gelijktijdige erbindingen met DB2 toestaat. Ook de semafoorarray-parameters moeten worden gewijzigd om DB2 goed te laten werken. Als u de limieten an gemeenschappelijke geheugensegmenten, semafoorarrays en berichtenwachtrijen wilt controleren, geeft u de opdracht ipcs -l op. Hieronder ziet u de uitoer an de opdracht ipcs -l. # ipcs -l Shared Memory Limits max number of segments = 4096 // SHMMNI 14 Aan de slag met DB2-clients

23 max seg size (kbytes) = max total shared memory (kbytes) = min seg size (bytes) = Semaphore Limits max number of arrays = 1024 max semaphores per array = 250 max semaphores system wide = max ops per semop call = 32 semaphore max alue = // SEMMNI Messages: Limits max queues system wide = 1024 // MSGMNI max size of message (bytes) = default max size of queue (bytes) = // MSGMAX Wijzig de kernelparameters door het toeoegen an de onderstaande waarden aan het standaardconfiguratiebestand oor systeembesturing /etc/sysctl.conf: waarbij kernel.msgmni = 1024 kernel.sem = max semaphores system wide = max number of arrays x max semaphores/array Voer sysctl uit met de parameter -p om de sysctl-instellingen te laden uit het standaardbestand /etc/sysctl.conf. sysctl -p De waarden uit het bestand sysctl.conf worden tijdens de opstartprocedure gelezen door het script oor de netwerkinitialisatie. Het kan zijn dat u oor sommige distributies sysctl -p moet toeoegen aan een an de systeeminitialisatiebestanden (bijoorbeeld rc.local), zodat de kernelparameters worden ingesteld na elke opstartprocedure. Vereisten oor installatie an DB2-clients (Solaris Operating Enironment) Hieronder indt u een lijst an ereisten met betrekking tot hardware, besturingssysteem, software en communicatieoorzieningen oor een DB2-client in combinatie met de Solaris Operating Enironment. Beperkingen: U moet het systeem opnieuw opstarten als u de kernelconfiguratieparameters hebt gewijzigd. De configuratieparameters an de kernel worden ingesteld in /etc/system en als deze in erband met de DB2-client moeten worden gewijzigd, moet het systeem opnieuw worden opgestart om de wijzigingen in /etc/system te actieren. Deze parameters moeten worden ingesteld oordat u een DB2-client installeert. Hardwareereisten Solaris SPARC-computer Besturingssystemen Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients 15

24 Zie oor de meest recente informatie oer besturingssystemen. Solaris Versie 7 of een latere ersie Voor de Solaris Operating Enironment Versie 7 zijn de olgende patches ereist: Solaris 7 (32-bits) Recommended & Security Patches Solaris 7 (64-bits) Recommended & Security Patches Solaris 8 (32-bits) Recommended & Security Patches en Solaris 8 (64-bits) Recommended & Security Patches en Solaris 9 (32-bits) Solaris 9 (64-bits) De Recommended & Security Patches zijn beschikbaar op de website Op de online SunSole-website klikt u op de menuoptie Patches in het linkerdeelenster. De J2SE Solaris Operating Enironment Patch Clusters zijn ook ereist. De olgende software is ereist om een DB2-client te installeren op de Solaris Operating Enironment: SUNWlibC Softwareereisten Voor Kerberos-ondersteuning hebt u de Solaris Operating Enironment 8 of hoger nodig, inclusief SEAM 1.0.1, dat wordt meegeleerd met het Solaris Operating Enironment 8 Admin Pack. U hebt de juiste SDK nodig om Jaa-tools, zoals het DB2 Besturingscentrum, te gebruiken en om Jaa-toepassingen te maken en uit te oeren, inclusief opgeslagen procedures en UDF s (door de gebruiker gedefinieerde functies). Als u de Application Deelopment Client installeert, hebt u een C-compiler nodig oor het maken an opgeslagen SQL-procedures. Communicatieereisten TCP/IP is ereist. De Solaris Operating Enironment biedt ook TCP/IP-connectiiteit. Verwante informatie: Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB op pagina 18 Kernelparameters wijzigen (Solaris Operating Enironment) Voordat u DB2 UDB installeert, is het raadzaam om de configuratieparameters oor de systeemkernel bij te werken. Gebruik de opdracht db2osconf om een lijst an aanbeolen kernelparameters af te beelden. U moet uw systeem opnieuw opstarten nadat u de kernelparameters hebt gewijzigd. 16 Aan de slag met DB2-clients

25 Vereisten: U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om de kernelparameters te kunnen wijzigen. Procedure: U stelt een kernelparameter in door als olgt een regel toe te oegen aan het einde an het bestand /etc/system: set parameter_name = waarde Als u bijoorbeeld de waarde an de parameter msgsys:msginfo_msgmax wilt instellen, oegt u de olgende regel toe aan het einde an het bestand /etc/system: set msgsys:msginfo_msgmax = Start het systeem opnieuw op nadat u het bestand /etc/system hebt bijgewerkt. Verwante informatie: db2osconf - Utility for Kernel Parameter Values Command in de publicatie Command Reference Vereisten oor installatie an DB2-clients (Windows) Hieronder indt u een lijst an ereisten met betrekking tot besturingssysteem, software en communicatieoorzieningen oor een DB2-client op een Windows-systeem. Besturingssystemen Een an de olgende: Windows 98 Windows ME Windows NT Versie 4.0 met Serice Pack 6a of hoger Windows NT Serer 4.0, Terminal Serer Edition (alleen oor de DB2 Run-Time Client) met Serice Pack 6 of hoger oor Terminal Serer Windows 2000 Windows XP (32-bits en 64-bits ersies) Windows Serer 2003 (32-bits en 64-bits ersies) Softwareereisten Zie oor de meest recente informatie oer besturingssystemen. U hebt de juiste SDK nodig om Jaa-tools, zoals het DB2 Besturingscentrum, te gebruiken en om Jaa-toepassingen te maken en uit te oeren, inclusief opgeslagen procedures en UDF s (door de gebruiker gedefinieerde functies). Als u an plan bent gebruik te maken an LDAP (Lightweight Directory Access Protocol), hebt u een Microsoft LDAP-client nodig of een IBM SecureWay LDAP-client V3.2.1 of hoger. Voordat u begint met de installatie moet u uw directoryschema uitbreiden met het hulpprogramma db2schex, dat zich beindt op de installatiemedia. De Microsoft LDAP-client is onderdeel an de besturingssystemen Windows ME, Windows 2000, Windows XP en Windows Serer Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients 17

26 Als u Tioli Storage Manager wilt gebruiken oor het maken an backups of het herstellen an databases, is Tioli Storage Manager Client Versie of hoger ereist. Voor 64-bits Windows NT-besturingssystemen hebt u de TSM-client API Versie 5.1 nodig. Als het programma IBM Antiirus op het systeem is geïnstalleerd, kunt u de DB2-installatie alleen oltooien wanneer u dit programma uitschakelt of an het systeem erwijdert. Als u de Application Deelopment Client installeert, hebt u een C-compiler nodig oor het maken an opgeslagen SQL-procedures. Communicatieereisten Named Pipes of TCP/IP. Het Windows-basisbesturingssysteem omat Named Pipes en TCP/IP-connectiiteit. Opmerking: In DB2 UDB Versie 8 wordt TCP/IP alleen ondersteund om een database op afstand te beheren. Verwante informatie: Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB op pagina 18 Jaa SDK-nieaus oor DB2 UDB U hebt het juiste SDK-nieau nodig om Jaa-tools, zoals het DB2 Besturingscentrum, te gebruiken en om Jaa-toepassingen te maken en uit te oeren, inclusief opgeslagen procedures en UDF s (door de gebruiker gedefinieerde functies). Als de SDK ereist is oor een te installeren onderdeel en de SDK is nog niet geïnstalleerd, wordt de SDK geïnstalleerd als u de DB2 Installatiewizard of een responsbestand gebruikt om het product te installeren. De SDK is niet geïnstalleerd met de DB2 Run-Time Client. Zie de webpagina oor DB2 UDB-systeemereisten op oor de meest recente SDK-informatie. Zie de webpagina IBM deeloper kit for Linux op ibm.com/deeloperworks/jaa/jdk/linux/tested.html oor de meest recente informatie oer de Linux SDK. De olgende tabel ermeldt de SDK-nieaus oor DB2 in oereenstemming met het besturingssysteem: Besturingssysteem Windows SDK-nieau 32 bits SDK Serice Release 1 64 bits SDK Serice Release 1 AIX bits SDK AIX 5 32 bits SDK Serice Release 1 64 bits SDK Serice Release 1 18 Aan de slag met DB2-clients

27 Besturingssysteem Solaris Operating Enironment (hybride) HP-UX RISC (hybride) HP-UX Itanium (hybride) LinuxIA Linux390 LinuxAMD (hybride) LinuxPPC (hybride) 32 bits SDK bits SDK bits SDK bits SDK bits SDK bits SDK SDK-nieau 32 bits SDK Serice Release 2 64 bits Zie de webpagina oor DB2 UDB-systeemereisten oor meer informatie. 31 bits SDK Serice Release 2 64 bits SDK Serice Release 2 32 bits SDK Serice Release 2 64 bits SDK Serice Release 2 (32 bits ersie) 32 bits SDK Serice Release 2 64 bits SDK Serice Release 2 Verwante concepten: Installing the IBM Deeloper Kit for Jaa (UNIX) in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers Hosterbindingsereisten oor DB2-clients Voor DB2 Versie 8-clienttoepassingen die erbinding maken met hostdatabases (DB2 oor z/vm en VM/VSE, DB2 oor eserer, iseries en AS/400, en DB2 oor z/os en OS/390), moet er een set DB2-PTF s/apar s worden aangebracht op de doelserers: Als u werkt met DB2 Versie 8-clients die erbinding maken met DB2 oor z/vm en VM/VSE, raag de supportmedewerkers oor DB2 oor VM/VSE dan welke patches er moeten worden aangebracht op de doeldatabase. Als u werkt met DB2 Versie 8-clients die erbinding maken met DB2 oor z/os en OS/390, moet u de patch oor APAR PQ62695 installeren. Als u werkt met DB2 Versie 8-clients die deze functies aanroepen en erbinding maken met DB2 oor eserer iseries en AS/400, moet u de olgende patches installeren: APAR V5R1: 5722SS1 PTF SI05363 De patches en meer informatie daaroer zijn beschikbaar op Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina 21 DB2-clients installeren (UNIX) op pagina 22 Hoofdstuk 2. Vereisten DB2-clients 19

28 20 Aan de slag met DB2-clients

29 Hoofdstuk 3. DB2-clients installeren DB2-clients installeren (Windows) In deze taak wordt beschreen hoe u een DB2-client installeert op een Windows-besturingssysteem. Vereisten: Voordat u de DB2-client installeert, moet u controleren: of het systeem aan alle eisen oldoet wat betreft beschikbaar geheugen, schrijfruimte en oerige installatieereisten. of u beschikt oer een gebruikersaccount oor het uitoeren an de installatie: Windows 98, Windows ME Elk geldig Windows 98- of Windows ME-gebruikersaccount. Windows Terminal Serer, Windows NT, Windows 2000, Windows XP en Windows Serer 2003 Een gebruikersaccount dat deel uitmaakt an een groep met hogere machtigingen dan die an gastgebruikers, bijoorbeeld de groep Gebruikers. Om als lid an de groep Gebruikers een installatie uit te oeren op een Windows 2000-serer of op Windows Serer 2003, moeten de registermachtigingen zo worden gewijzigd dat de groep Gebruikers schrijf-toegang krijgt tot de tak HKEY_LOCAL_MACHINE\Software an het register. Standaard hebben leden an de groep Gebruikers in een omgeing met Windows 2000 en Windows Serer 2003 alleen lees-toegang tot de registertak HKEY_LOCAL_MACHINE\Software. Beperking: In DB2 UDB Versie 8 wordt TCP/IP alleen ondersteund om een database op afstand te beheren. Procedure: U installeert een DB2-client als olgt: 1. Meld u aan bij het systeem met het gebruikersaccount waaronder u de installatie wilt uitoeren. 2. Sluit alle andere programma s af, zodat de DB2 Installatiewizard alle bestanden die bijgewerkt moeten worden kan openen. 3. Plaats de juiste CD in het CD-ROM-station. Via de autostart-functie wordt de DB2 Installatiewizard gestart. De DB2 Installatiewizard bepaalt de systeemtaal en start het installatieprogramma oor deze taal. Desgewenst kunt u de DB2 Installatiewizard uitoeren in een andere taal dan de standaard systeemtaal door deze wizard handmatig te starten en daarbij een taalcode op te geen. Met setup -i nl wordt de DB2 Installatiewizard bijoorbeeld in het Nederlands uitgeoerd. Dit oorbeeld is niet an toepassing op de DB2 UDB Run-Time Client Lite. Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 21

30 4. Als u een Beheerclient of Application Deelopment Client wilt installeren, kiest u Product installeren wanneer het DB2 Startenster is geopend. 5. Volg erder de aanwijzingen an de DB2 Installatiewizard. Voor hulp bij de daaropolgende stappen kunt u op elk moment de online Help raadplegen. Na de installatie dient u de DB2-client te configureren oor de toegang tot een DB2-serer op afstand. Als u wilt dat het DB2-product toegang krijgt tot DB2-documentatie op uw lokale computer of op een andere computer in uw netwerk, moet u het DB2 Informatiecentrum installeren. Het DB2 Informatiecentrum beat documentatie oor DB2 Uniersal Database en oor producten die bij DB2 horen. Zie DB2 Informatiecentrum installeren met behulp an de DB2 Installatiewizard (Windows). Verwante concepten: Basisinformatie oer installatie ia responsbestand in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) op pagina 80 Toegang op afstand tot een sererdatabase configureren in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Oerzicht an DB2-installatie ia responsbestand (Windows) in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Installing DB2 serers in a single-partition database enironment (Windows) in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers Verwante informatie: DB2-clients installeren (UNIX) Language identifiers for running the DB2 Setup wizard in another language in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers setup - Install DB2 Command in de publicatie Command Reference Bijlage C, Opdrachtregelopties oor DB2 Run-Time Client Lite, op pagina 103 Deze taak geeft een oerzicht an de procedure oor de installatie an een DB2-client op een UNIX-systeem. Vereisten: Voordat u begint met de installatie an een DB2-client op UNIX, doet u het olgende: Controleer of het systeem aan alle eisen oldoet wat betreft beschikbaar geheugen, hardware en software. Als u een DB2-client installeert in de Solaris Operating Enironment of op een HP-UX-systeem, moet u eerst de kernel-configuratieparameters wijzigen en het systeem opnieuw opstarten. Beperking: 22 Aan de slag met DB2-clients

31 In DB2 UDB Versie 8 wordt TCP/IP alleen ondersteund om een database op afstand te beheren. Procedure: Nadat u de kernel-configuratieparameters hebt gewijzigd en het systeem hebt gestart (ereist oor Solaris Operating Enironment en HP-UX en aangeraden oor Linux), kunt u de DB2-client gaan installeren. U installeert een DB2-client als olgt op een UNIX-systeem: 1. Meld u aan als gebruiker met root-machtigingen. 2. Plaats de juiste CD-ROM in het station en mount deze. 3. Ga met de opdracht cd /cdrom naar de directory waar de CD-ROM is gemount, waarin /cdrom het mountpunt an de CD-ROM is. 4. Geef de opdracht./db2setup. De DB2 Installatiewizard wordt gestart. 5. Kies Producten installeren wanneer het DB2 Startenster wordt geopend. 6. Selecteer de client die u wilt installeren. 7. Volg erder de aanwijzingen an de DB2 Installatiewizard. Voor hulp bij de erschillende stappen kunt u op elk moment de online Help raadplegen. Wanneer de installatie is oltooid, beindt de DB2-client zich in de directory DB2DIR, waabij DB2DIR staat oor: AIX /usr/opt/db2_08_01 Linux- en andere UNIX-besturingssystemen /opt/ibm/db2/v8.1 Na de installatie dient u de DB2-client te configureren oor de toegang tot een DB2-serer op afstand. Als u wilt dat het DB2-product toegang krijgt tot DB2-documentatie op uw lokale computer of op een andere computer in uw netwerk, moet u het DB2 Informatiecentrum installeren. Het DB2 Informatiecentrum beat documentatie oor DB2 Uniersal Database en oor producten die bij DB2 horen. Zie DB2 Informatiecentrum installeren met behulp an de DB2 Installatiewizard (UNIX). Verwante concepten: Basisinformatie oer installatie ia responsbestand in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) op pagina 78 Kernelparameters wijzigen (Solaris Operating Enironment) op pagina 16 Kernelparameters wijzigen (HP-UX) op pagina 12 Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant op pagina 29 Toegang op afstand tot een sererdatabase configureren in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Hoofdstuk 3. DB2-clients installeren 23

32 Oerzicht an DB2-installatie ia responsbestand (UNIX) in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Kernelparameters wijzigen (Linux) op pagina 14 Verwante informatie: db2setup - Install DB2 Command in de publicatie Command Reference 24 Aan de slag met DB2-clients

33 Deel 2. Client-serercommunicatie Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 25

34 26 Aan de slag met DB2-clients

35 Hoofdstuk 4. Client-sererondersteuning Scenario s oor client-serercommunicatie In de onderstaande tabel indt u een oerzicht an de communicatieprotocollen die u kunt gebruiken als u een DB2-client erbindt met een DB2-serer. DB2 Workgroup Serer Edition en DB2 Enterprise Serer Edition kunnen opdrachten erwerken an host- en OS/400-clients. Tabel 3. Scenario s oor client-serercommunicatie AIX-, HP-UX-, Linux- en Solaris Operating Enironment-serers OS/400 V5R1-client TCP/IP TCP/IP AIX-, HP-UX-, Linux- en Solaris Operating Enironment-clients TCP/IP TCP/IP OS/390- of z/os-client TCP/IP TCP/IP VM V6-client TCP/IP TCP/IP VSE V7 online client TCP/IP TCP/IP VM V7-client TCP/IP TCP/IP Windows 98- en Windows ME-clients TCP/IP NPIPE NetBIOS TCP/IP Windows NT/Windows 2000-client TCP/IP NPIPE NetBIOS TCP/IP Windows XP/Windows Serer 2003-client TCP/IP NPIPE NetBIOS TCP/IP Windows NT/Windows 2000/Windows XP/Windows Serer 2003-serers Verwante concepten: DB2-clients op pagina 3 Verwante taken: DB2-serers configureren na handmatige installatie in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Verwante informatie: Ondersteunde en niet-ondersteunde clientconfiguraties op pagina 6 Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 27

36 28 Aan de slag met DB2-clients

37 Hoofdstuk 5. Client-serercommunicatie configureren met de Configuration Assistant Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant Hier wordt beschreen hoe u met de Configuration Assistant een erbinding maakt tussen een DB2-client en een database op afstand. De Configuration Assistant is een DB2-tool met grafische interface waarmee u databaseerbindingen en andere database-instellingen kunt configureren. De Configuration Assistant (CA) heette in eerdere releases an DB2 de Client Configuration Assistant (CCA). U kunt ook een client-serererbinding configureren anuit de opdrachtregelinterface. De CA moet worden geïnstalleerd op uw DB2-client. De CA maakt deel uit an de DB2 Beheerclient en DB2 Application Deelopment Client. De serer op afstand moet worden geconfigureerd oor het accepteren an inkomende clientaanragen. Standaard worden de meeste protocollen op de serer oor inkomende clienterbindingen herkend en geconfigureerd door het sererinstallatieprogramma. U kunt een an de olgende methoden gebruiken oor het configureren an een erbinding met een database: Verbinding maken met een database met de functie Discoery Verbinding maken met een database met behulp an een profiel Handmatig een erbinding maken met een database met de Configuration Assistant Welke methode kunt u het beste gebruiken?: Verbinding maken met een database met de functie Discoery Gebruik deze methode als u geen informatie hebt oer de database waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. Met deze methode doorzoekt u het netwerk en krijgt u een oerzicht an alle databases die beschikbaar zijn oor u. De discoery-functie an de CA kan alleen informatie oer DB2-systemen terugzenden, wanneer er een DB2 Beheerserer is gestart en geactieerd. Verbinding maken met een database met behulp an een profiel Gebruik deze methode als u een bestand hebt gekregen dat alle ereiste informatie beat oor het erkrijgen an toegang tot de doeldatabase. Deze methode is ook geschikt om meerdere databases die zijn opgegeen in het toegangsprofielbestand in de catalogus op te nemen en hiermee een erbinding tot stand te brengen. Handmatig een erbinding maken met een database Gebruik deze methode als u alle informatie weet die ereist is om een erbinding tot stand te brengen met de doeldatabase. U moet het olgende weten: De communicatieprotocollen die worden ondersteund door de serer waarop de doeldatabase zich beindt Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 29

38 De juiste communicatieparameters oor de protocollen an de serer De naam an de database Verwante taken: Databaseerbinding configureren met discoery op pagina 32 Databaseerbinding configureren met een profiel op pagina 31 Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant op pagina 30 Communicatieprotocollen configureren oor een DB2-subsysteem op afstand in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Communicatieprotocollen configureren oor een lokaal DB2-subsysteem in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 39 Databaseerbinding configureren Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant Als u beschikt oer alle informatie oor de database waarmee u een erbinding wilt maken en oor de serer waarop deze zich beindt, kunt u alle configuratiegegeens handmatig inoeren. Dit werkt op dezelfde manier als het opgeen an opdrachten ia de Opdrachtregelinterface, alleen worden de parameters hierbij grafisch weergegeen. Vereisten: Zorgen dat u een geldig gebruikers-id oor DB2 hebt. Zorgen dat u, als u een database toeoegt aan een systeem waarop DB2 Serer of een DB2 Connect-serer is geïnstalleerd, een gebruikers-id hebt met de machtiging SYSADM of SYSCTRL oor het subsysteem. Procedure: Als u een database handmatig aan uw systeem wilt toeoegen met de Configuration Assistant, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Op de menubalk an de Configuration Assistant kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. 4. Selecteer het keuzerondje Manually configure a connection to a database en klik op Next. 5. Als u LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) gebruikt, selecteer dan het keuzerondje dat oereenkomt met de locatie waar de DB2-directory s moeten worden beheerd. Klik op Next. 6. Selecteer het keuzerondje dat oereenkomt met het protocol dat u wilt gebruiken in de lijst Protocol. Als DB2 Connect op uw systeem is geïnstalleerd en u selecteert TCP/IP of APPC, kunt u kiezen oor de optie The database physically resides on a host 30 Aan de slag met DB2-clients

39 or OS/400 system. Als u dit akje selecteert, kunt u het type erbinding kiezen dat u met de host- of OS/400-database tot stand wilt brengen: Selecteer het keuzerondje Connect to the serer ia the gateway om een erbinding tot stand te brengen ia een DB2 Connect-gateway. Selecteer het keuzerondje Connect directly to the serer om een directe erbinding tot stand te brengen. Klik op Next. 7. Typ de ereiste parameters oor het communicatieprotocol en klik op Next. 8. Typ de alias an de database op afstand die u wilt toeoegen in het eld Database name en een alias an een lokale database in het eld Database alias. Als u een host- of OS/400-database toeoegt, typ dan de locatienaam oor een OS/390- of z/os-database, the RDB-naam oor een OS/400-database of de DBNAME oor een VSE- of VM-database in het eld Database name. Eentueel kunt u een toelichting op deze database geen in het eld Comment. Kies Next. 9. Als u an plan bent om ODBC te gaan gebruiken, registreer deze database dan als een ODBC-gegeensbron. Voordat u deze bewerking kunt uitoeren, moet ODBC zijn geïnstalleerd. 10. In het enster Specify the node options selecteert u het besturingssysteem en typt u de naam an het subsysteem op afstand oor het databasesysteem waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. 11. Controleer in het enster Specify the system options of de systeemnaam, hostnaam en het besturingssysteem correct zijn opgegeen. U kunt desgewenst een toelichting opgeen. Klik op Next. 12. In het enster Specify the security options geeft u aan welke beeiligingsoptie u wilt gebruiken oor erificatie. 13. Klik op Finish. Deze database kan nu worden gebruikt. Kies de menuoptie Exit om de Configuration Assistant te sluiten. Verwante taken: Databaseerbinding configureren met discoery op pagina 32 Databaseerbinding configureren met een profiel op pagina 31 Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant op pagina 37 Databaseerbinding configureren met een profiel Een sererprofiel beat gegeens oer de serersubsystemen op een systeem en oer de databases binnen elk serersubsysteem. Een clientprofiel beat de catalogus an databasegegeens die op een ander clientsysteem is samengesteld. Via de in deze taak beschreen procedure kunt u met behulp an een sererprofiel een database configureren. Gebruik de importfunctie an de Configuration Assistant als u een erbinding met meerdere databases tegelijk wilt configureren. Vereisten: Zorgen dat u een geldig gebruikers-id oor DB2 hebt. Zorgen dat u, als u een database toeoegt aan een systeem waarop DB2 Serer of een DB2 Connect-serer is geïnstalleerd, een gebruikers-id hebt met de machtiging SYSADM of SYSCTRL oor het subsysteem. Hoofdstuk 5. Client-serercommunicatie configureren met de Configuration Assistant 31

40 Procedure: Als u een databaseerbinding wilt configureren met behulp an een profiel, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Op de menubalk an de Configuration Assistant kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. 4. Selecteer het keuzerondje Use a profile en klik op Next. 5. Klik op... en selecteer een profiel. 6. Klik op Load en selecteer een database in het profiel. 7. Klik op Next. 8. Typ een lokale databasenaam in het eld Database alias en geef desgewenst een omschrijing an de database in het eld Comment. Klik op Next. 9. Als u ODBC wilt gebruiken, moet u deze database registreren als ODBC-gegeensbron. Let erop dat het aankruisakje Register this database for ODBC is geselecteerd. Voordat u deze bewerking kunt uitoeren, moet ODBC zijn geïnstalleerd. 10. Klik op Finish. Deze database kan nu worden gebruikt. Verwante taken: Clientprofielen maken en exporteren met de Configuration Assistant op pagina 34 Clientprofielen importeren en configureren met de Configuration Assistant op pagina 35 Databaseerbinding configureren met discoery Met de functie discoery an de Configuration Assistant kunt u op een netwerk naar databases zoeken. Vereisten: Zorgen dat u een geldig gebruikers-id oor DB2 hebt. Zorgen dat u, als u een database toeoegt aan een systeem waarop DB2 Serer of een DB2 Connect-serer is geïnstalleerd, een gebruikers-id hebt met de machtiging SYSADM of SYSCTRL oor het subsysteem. Beperkingen: De discoery-functie kan in de olgende geallen geen systeem op afstand inden: De Beheerserer is niet actief op het systeem op afstand. Er treedt een time-out op an de discoery-functie. Standaard zoekt de discoery-functie 10 seconden op het netwerk. Dit is soms niet lang genoeg om een systeem op afstand te inden. In dat geal kunt u de registerariabele DB2DISCOVERYTIME op een langere periode instellen. Het netwerk waarop de discoery-opdracht wordt uitgeoerd is zo geconfigureerd dat de discoery-opdracht het gewenste systeem op afstand niet kan bereiken. Beperkingen: 32 Aan de slag met DB2-clients

41 De discoery-functie an de Configuration Assistant kan alleen informatie oer DB2-systemen terugzenden, wanneer er een DB2 Beheerserer is gestart en geactieerd. Procedure: U oegt als olgt een database aan het systeem toe met discoery: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Op de menubalk an de Configuration Assistant kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. De wizard Add Database wordt geopend. 4. Selecteer het keuzerondje Search the network en klik op Next. 5. Dubbelklik op de map naast Known Systems om een oerzicht af te beelden an alle bekende systemen an de client. Dubbelklik op de map naast Other Systems om een oerzicht af te beelden an alle systemen in het netwerk. 6. Vouw de lijst an subsystemen en databases uit en selecteer de database die u wilt toeoegen. Klik op Next. 7. Typ een lokale databasenaam in het eld Database alias en geef desgewenst een omschrijing an de database in het eld Comment. 8. Als u an plan bent om ODBC te gaan gebruiken, registreer deze database dan als een ODBC-gegeensbron. Voordat u deze bewerking kunt uitoeren, moet ODBC zijn geïnstalleerd. 9. Klik op Finish. De toegeoegde database kan nu worden gebruikt. Kies Close om de Configuration Assistant te sluiten. Verwante taken: Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant op pagina 30 Databaseerbinding configureren met een profiel op pagina 31 Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant op pagina 37 Clientprofielen Informatie oer clientprofielen Clientprofielen worden gebruikt oor de configuratie an databaseerbindingen tussen DB2-clients en DB2-serers. Een clientprofiel wordt gegenereerd door een client met behulp an de exportfunctie in de Configuration Assistant (CA) of met de opdracht db2cfexp. De informatie in een clientprofiel wordt bepaald tijdens het exportproces. Afhankelijk an de gekozen instellingen kan een clientprofiel de olgende informatie beatten: Gegeens oer databaseerbindingen (inclusief CLI- of ODBC-instellingen). Clientinstellingen (inclusief configuratieparameters oor databasebeheer en DB2-registerariabelen). Gemeenschappelijke CLI- of ODBC-parameters. Configuratiegegeens oor het lokale NetBIOS-communicatiesubsysteem. Hoofdstuk 5. Client-serercommunicatie configureren met de Configuration Assistant 33

42 Nadat de informatie in een clientprofiel is astgelegd, kan deze worden gebruikt oor de configuratie an andere clients, hetzij ia de importfunctie an de CA, hetzij door profielen te importeren met de opdracht db2cfimp. Clients kunnen alle configuratiegegeens importeren in een bestaand profiel, of een subset daaran. Verwante taken: Profiel exporteren en importeren in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Clientprofielen maken en exporteren met de Configuration Assistant op pagina 34 Clientprofielen importeren en configureren met de Configuration Assistant op pagina 35 Verwante informatie: db2cfimp - Connectiity Configuration Import Tool Command in de publicatie Command Reference db2cfexp - Connectiity Configuration Export Tool Command in de publicatie Command Reference Clientprofielen maken en exporteren met de Configuration Assistant Clientprofielen worden gebruikt bij het tot stand brengen an erbindingen tussen DB2-clients en DB2-serers. De informatie in een clientprofiel wordt bepaald tijdens het exportproces. Nadat de informatie in een clientprofiel is astgelegd, kan deze ia een importproces worden gebruikt oor de configuratie an andere clients. Procedure: Als u een clientprofiel wilt maken met behulp an de exportfunctie an de Configuration Assistant, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Uit het menu Configure kiest u de optie Export Profile. 4. Selecteer een an de olgende opties: All Als u een profiel wilt maken dat informatie beat oer alle databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, plus alle configuratiegegeens oor deze client. Typ een naam oor het clientprofiel en kies Sae. Database Connections Als u een profiel wilt maken dat informatie beat oer alle databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, maar niet de configuratiegegeens oor deze client. Typ een naam oor het clientprofiel en kies Sae. Customize Als u een subset wilt selecteren an de databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, of een subset an de configuratiegegeens oor deze client. In het enster Customize Export Profile doet u het olgende: 34 Aan de slag met DB2-clients

43 a. Typ een naam oor het clientprofiel. b. Selecteer het aankruisakje Database connections om de databaseerbindingen op te nemen in het clientprofiel dat u wilt exporteren. c. In het ak Aailable database aliases selecteert u de databases die u wilt exporteren en klikt u op > om deze toe te oegen aan het ak Selected database aliases. U kunt alle beschikbare databases toeoegen aan het ak Selected database aliases door te klikken op >>. d. Selecteer de aankruisakjes die oereenkomen met de opties die u wilt instellen oor de doelclient. e. Kies Export om deze taak te oltooien. f. Controleer de resultaten die worden afgebeeld op de pagina Results. Nadat u deze taak hebt oltooid, kunt u de importfunctie gebruiken om andere clients te configureren met het door u gemaakte clientprofiel. Verwante concepten: Informatie oer clientprofielen op pagina 33 Verwante taken: Databaseerbinding configureren met een profiel op pagina 31 Profiel exporteren en importeren in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Clientprofielen importeren en configureren met de Configuration Assistant op pagina 35 Clientprofielen importeren en configureren met de Configuration Assistant Clientprofielen worden gebruikt bij het tot stand brengen an erbindingen tussen DB2-clients en DB2-serers. De informatie in een clientprofiel wordt bepaald tijdens het exportproces. Nadat de informatie in een clientprofiel is astgelegd, kan deze ia een importproces worden gebruikt oor de configuratie an andere clients. U kunt de functie oor het importeren an profielen an de Configuration Assistant gebruiken oor het importeren an de erbindingsgegeens oor erschillende databases in plaats an de wizard Add Database. Met de wizard Add Database kunt u slechts één database tegelijk toeoegen. Procedure: Als u een clientprofiel wilt configureren met behulp an de Configuration Assistant, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Uit het menu Configure kiest u de optie Import Profile. 4. Selecteer een an de olgende importopties. U kunt kiezen of u alle informatie in een clientprofiel wilt importeren of een subset daaran. All Selecteer deze optie als u alle gegeens in een clientprofiel wilt Hoofdstuk 5. Client-serercommunicatie configureren met de Configuration Assistant 35

44 importeren. Open het clientprofiel dat u wilt importeren. Een DB2-bericht geeft aan wat het resultaat an de importopdracht is. Customize Selecteer deze optie om een specifieke database of een specifieke set instellingen in een clientprofiel wilt importeren. In het enster Customize Import Profile doet u het olgende: a. Selecteer het clientprofiel dat u wilt importeren en kies Load. b. Selecteer de databases die u wilt importeren in het ak Aailable database aliases en klik op > om deze toe te oegen aan het ak Selected database aliases. Klik op >> om alle beschikbare databases toe te oegen aan het ak Selected database aliases. c. Selecteer de aankruisakjes oor de opties die u wilt aanpassen. d. Kies Import om deze taak te oltooien. e. Controleer de resultaten die worden afgebeeld op de pagina Results. Verwante concepten: Informatie oer clientprofielen op pagina 33 Verwante taken: Databaseerbinding configureren met een profiel op pagina 31 Profiel exporteren en importeren in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Clientprofielen maken en exporteren met de Configuration Assistant op pagina 34 Oerwegingen bij ondersteuning an de LDAP-directory In een omgeing waarin LDAP is ingeschakeld, worden de directorygegeens oer DB2-serers en DB2-databases opgeslagen in de LDAP-directory. Wanneer u een nieuwe database maakt, wordt deze automatisch geregistreerd in de LDAP-directory. Tijdens een databaseerbinding gebruikt de DB2-client de LDAP-directory om de database- en protocolgegeens op te halen die nodig zijn om erbinding te maken met de database. Voor de configuratie an de LDAP-protocolgegeens is het niet noodzakelijk om de Configuration Assistant te gebruiken. U kunt de Configuration Assistant echter nog steeds gebruiken in de LDAP-omgeing om: Handmatig een catalogus an een database te maken in de LDAP directory. Een database te registreren als ODBC-gegeensbron. CLI/ODBC-informatie te configureren. Een catalogus an een database te erwijderen uit de LDAP directory. Verwante taken: Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant op pagina Aan de slag met DB2-clients

45 Verbinding testen Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant Nadat de client-serererbinding is geconfigureerd, moet de databaseerbinding worden getest. Procedure: U test een databaseerbinding als olgt: 1. Start de Configuration Assistant. 2. Selecteer de database in het detailoerzicht en kies Test Connection uit het menu Selected. Het enster Test Connection wordt afgebeeld. 3. Selecteer de erbindingstypen die u wilt testen (CLI is de standaardwaarde). U kunt meer dan een type tegelijk testen. Geef een geldig gebruikers-id plus wachtwoord op oor de database op afstand en kies Test Connection. Als de erbinding tot stand komt, erschijnt op de pagina een beestigingsbericht. Als de test an de erbinding mislukt, wordt er een Help-bericht afgebeeld. Als u onjuiste instellingen wilt wijzigen, selecteert u de database in het detailoerzicht en kiest u Change Database uit het menu Selected. Verwante taken: Databaseerbinding configureren met discoery op pagina 32 Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant op pagina 30 Databaseerbinding configureren met een profiel op pagina 31 Hoofdstuk 5. Client-serercommunicatie configureren met de Configuration Assistant 37

46 38 Aan de slag met DB2-clients

47 Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface Deze taak beschrijft de configuratie an een erbinding tussen een DB2-client en een databaseserer op afstand anuit de opdrachtregelinterface. U kunt de configuratie an de erbinding tussen een client en een serer ook uitoeren met behulp an het hulpprogramma Configuration Assistant. Vereisten: Voordat u een erbinding tussen een client en een serer configureert: Moet de communicatie op de DB2-serer en de DB2-client zijn geconfigureerd. Afhankelijk an uw besturingssysteem kan oor de communicatie worden ingesteld Named Pipes, NetBIOS of TCP/IP. U moet een an de ondersteunde scenario s oor client/serer-erbindingen gebruiken. De erbindingsscenario s geen aan welke communicatiemethoden en protocollen op de erschillende besturingssystemen kunnen worden gebruikt. Beperkingen: DB2 UDB-serers op Windows en UNIX accepteren niet langer inkomende clienterbindingen ia APPC. DB2-clients kunnen nog steeds een erbinding tot stand brengen ia APPC als DB2 Connect op de client is geïnstalleerd. U kunt geen NetBIOS gebruiken oor de erbinding an een Windows-client met een serer die draait op een UNIX-besturingssysteem. Procedure: U kunt als olgt een client-serererbinding configureren anuit de opdrachtregelinterface: 1. Bepaal en noteer de waarden an de communicatieparameters. 2. Stel het juiste communicatieprotocol in op de client. Er is geen configuratie ereist oor Named Pipes. 3. Voeg het databaseknooppunt toe aan de DB2-clientcatalogus. Gebruik daaroor een an de onderstaande methoden. De keuze an de methode is gebaseerd op de instelling an het communicatieprotocol op het systeem dat u in de catalogus wilt opnemen. Voeg het TCP/IP-knooppunt toe aan de DB2-clientcatalogus. Voeg het NetBIOS-knooppunt toe aan de DB2-clientcatalogus. Voeg het Named Pipes-knooppunt toe aan de DB2-clientcatalogus. 4. Voeg de database toe aan de DB2-clientcatalogus. 5. Test de client-serererbinding.. Verwante taken: TCP/IP-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen op pagina 47 Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 39

48 NetBIOS-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen op pagina 49 Named Pipes-knooppunt aan de clientcatalogus toeoegen op pagina 49 Database catalogiseren anaf een DB2-client anuit de opdrachtregelinterface op pagina 50 Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface op pagina 53 Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant op pagina 29 Waarden an communicatieparameters bepalen en astleggen Werkblad TCP/IP-parameters oor de configuratie an een client/serer-erbinding Vul bij het doorlopen an de configuratiestappen de door u gebruikte waarden in in de kolom Uw waarde an de onderstaande tabel. Tabel 4. werkblad TCP/IP-parameters Hostnaam Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Hostnaam (host_name) of IP-adres (ip_address) Gebruik de parameter host_name of ip_address an de host op afstand. U stelt deze parameter als olgt ast: Typ de opdracht hostname op de serer om de hostnaam te erkrijgen. Vraag de netwerkbeheerder welke waarde u oor de parameter ip_address moet gebruiken of typ de opdracht ping hostnaam. Op UNIX-systemen kunt u ook de opdracht DB2DIR/ bin/hostlookuphostnaam gebruiken. waarbij DB2DIR de directory is waar DB2 is geïnstalleerd. mijnserer of Aan de slag met DB2-clients

49 Tabel 4. werkblad TCP/IP-parameters (erolg) Sericenaam Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Naam erbindingsserice (scename) of Poortnummer/ protocol (port_number/tcp) Vereiste waarden in het sericesbestand. De naam an de erbindingsserice is een rij te kiezen naam die gekoppeld is aan het poortnummer oor de erbinding (poortnummer) op de client. Het poortnummer moet gelijk zijn aan het poortnummer dat is gekoppeld aan de parameter scename in het sericesbestand op het serersysteem. (De parameter scename indt u in het configuratiebestand an de Database Manager op het serer.) Deze waarde mag niet worden gebruikt door andere toepassingen en moet uniek zijn binnen het sericesbestand. Op UNIX-platforms moet deze waarde doorgaans worden ingesteld op 1024 of hoger. Neem contact op met uw databasebeheerder oor de waarden zijn gebruikt oor de configuratie an de serer. serer1 of 3700/tcp Knooppuntnaam node_name) Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt hier een zelfgekozen naam opgeen, mits alle knooppuntnamen in de lokale knooppuntdirectory uniek zijn. db2node Verwante taken: TCP/IP-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 43 Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 39 Werkblad NetBIOS-parameters Gebruik tijdens de configuratieprocedure dit werkblad om de waarden te noteren die ereist zijn oor de configuratie an de NetBIOS-communicatie. Tabel 5. Werkblad NetBIOS-parameters Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Nummer logische adapter (adapter_number) De lokale logische adapter die oor de NetBIOS-erbinding wordt gebruikt. 0 Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 41

50 Tabel 5. Werkblad NetBIOS-parameters (erolg) Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Naam werkstation (nname) - an de client Naam werkstation (nname) - an de serer Knooppuntnaam node_name) De NetBIOS-naam an het clientwerkstation. nname mag niet op een ander NetBIOS-knooppunt in het netwerk worden gebruikt. De maximumlengte an de nname is 8 tekens. De NetBIOS-naam an het sererwerkstation. De maximumlengte an de nname is 8 tekens. U indt deze naam in het configuratiebestand an de Database Manager op de serer. Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt een willekeurige naam opgeen, maar in de lokale knooppuntdirectory mag een bepaalde knooppuntnaam slechts eenmaal oorkomen. client1 serer1 db2node Verwante taken: NetBIOS-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 45 Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 39 Werkblad Named Pipes-parameters oor configuratie an Named Pipes op de client Gebruik het onderstaande werkblad als hulpmiddel bij het bepalen an de waarden an de ereiste parameters oor de configuratie an Named Pipes-communicatie. 42 Aan de slag met DB2-clients

51 Tabel 6. Werkblad Named Pipes-parameters Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Computernaam (computer_name) De computernaam an de serermachine. serer1 Uw waarde Naam subsysteem (instance_name) Knooppuntnaam knooppuntnaam) U indt de waarde an deze parameter op de serermachine. Klik op Start en kies Instellingen, Configuratiescherm. Dubbelklik op het pictogram Netwerk en kies de tab Identificatie. Noteer de computernaam. De naam an het subsysteem op de serer waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt hier een zelfgekozen naam opgeen, mits alle knooppuntnamen in de lokale knooppuntdirectory uniek zijn. db2 db2node Verwante taken: Named Pipes op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 39 Communicatie configureren op de DB2-client TCP/IP-communicatie configureren TCP/IP-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface Deze taak beschrijft de configuratie an de TCP/IP-communicatie op de client anuit de opdrachtregelinterface. Vereisten: Zorg dat TCP/IP operationeel is op de DB2-client. Om een erbinding tussen de client en de serer tot stand te kunnen brengen, moet TCP/IP ook beschikbaar zijn op de DB2-serer. Om de TCP/IP-functionaliteit an de client naar de serer te controleren, typt u hostname op de serermachine en erolgens pingt u deze hostnaam anaf de clientmachine. Procedure: U configureert als olgt de TCP/IP-communicatie op de DB2-client: 1. Stel het hostadres an de serer ast. 2. Werk het sericesbestand op de DB2-client bij. Verwante taken: Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 43

52 Hostadres an serer bepalen oor de configuratie an een client/serer-erbinding op pagina 44 Het bestand serices op de client bijwerken op pagina 45 Named Pipes op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie NetBIOS-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 45 Hostadres an serer bepalen oor de configuratie an een client/serer-erbinding De client gebruikt bij het tot stand brengen an een erbinding het hostadres an de DB2-serer. Als in het netwerk een naamserer in gebruik is of als u an plan bent om rechtstreeks het IP-adres (ip_address) an de serer op te geen, kunt u nu het TCP/IP-knooppunt in de catalogus opnemen. Als er geen domeinnaamserer in het netwerk actief is, kunt u een hostnaam plus het bijbehorende IP-adres (ip_address) an de serer opnemen in het lokale bestand hosts. Als u an plan bent een UNIX-client te ondersteunen die gebruikmaakt an NIS (Network Information Serices) terwijl er op het netwerk geen domeinnaamserer beschikbaar is, moet u het bestand hosts op de NIS-hoofdserer bijwerken. De onderstaande tabel geeft een oerzicht an de locatie an het lokale bestand hosts. Tabel 7. Locatie an het lokale bestand hosts Besturingssysteem Windows 98/Windows ME Windows NT/Windows 2000/Windows XP/Windows Serer 2003 UNIX Directory windows %SystemRoot%\system32\driers\etc waarbij %SystemRoot% een op het systeem gedefinieerde omgeingsariabele is. /etc Procedure: Met behulp an een teksteditor kunt u een sererdefinitie met IP-adres toeoegen aan het bestand hosts op de DB2-client. Bijoorbeeld: mijnserer # IP-adres oor mijnserer waarbij: staat oor het ip-adres, mijnserer staat oor de hostnaam en # de aanduiding oor commentaar plus beschrijing oor de definitie is. Als de serer geen deel uitmaakt an hetzelfde domein als het de DB2-client, moet u een olledige domeinnaam opgeen, bijoorbeeld mijnserer.spifnet.ibm.com, waarbij spifnet.ibm.com de domeinnaam oorstelt. Verwante taken: Het bestand serices op de client bijwerken op pagina Aan de slag met DB2-clients

53 Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 39 Het bestand serices op de client bijwerken Als u an plan bent een TCP/IP-knooppunt met een poortnummer (poortnummer) in de catalogus op te nemen, moet u deze taak uitoeren. Vereisten: Als u werkt met een UNIX-client die gebruikmaakt an Network Information Serices (NIS), moet u het bestand serices op de NIS-hoofdserer bijwerken. Procedure: Met behulp an een editor kunt u de naam en het poortnummer an de erbindingsserice toeoegen aan het bestand serices op de client. De onderstaande tabel geeft een oerzicht an de locatie an het bestand serices. Tabel 8. Locatie an het bestand serices Besturingssysteem Windows 98/Windows ME Windows NT/Windows 2000/Windows XP/Windows Serer 2003 UNIX Directory windows %SystemRoot%\system32\driers\etc waarbij %SystemRoot% een op het systeem gedefinieerde omgeingsariabele is. /etc Bijoorbeeld: serer /tcp # poort oor DB2-erbindingsserice waarbij: serer1 staat oor de naam an de erbindingsserice, staat oor het poortnummer an de erbinding (50000 is de standaardwaarde), tcp staat oor het communicatieprotocol dat u gebruikt, en # staat oor commentaar, waarin u de definitie kunt beschrijen. Verwante taken: TCP/IP-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen op pagina 47 NetBIOS-communicatie configureren NetBIOS-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface Deze taak beschrijft de configuratie an NetBIOS op de DB2-client anuit de opdrachtregelinterface. Voer deze taak uit als u een erbinding wilt configureren an een DB2-client naar een DB2-serer met behulp an het NetBIOS-protocol. Verbindingen kunnen ook worden geconfigureerd met behulp an de Configuration Assistant. Vereisten: Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 45

54 Zorg dat NetBIOS operationeel is op de DB2-client. Om een erbinding tot stand te kunnen brengen, moet NetBIOS teens geconfigureerd zijn op de DB2-serer. Procedure: U configureert de NetBIOS-communicatie op de DB2-client als olgt: 1. Bepaal het nummer an de logische adapter die oor de NetBIOS-erbinding wordt gebruikt. 2. Werk het configuratiebestand an de Database Manager bij. Verwante taken: Nummer bepalen an logische adapter an de client oor de NetBIOS-erbinding (Windows) op pagina 46 Configuratiebestand an Database Manager bijwerken oor een NetBIOS-erbinding op pagina 47 Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant op pagina 29 Nummer bepalen an logische adapter an de client oor de NetBIOS-erbinding (Windows) Deze taak is onderdeel an de hoofdtaak NetBIOS op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface. Voor de configuratie an een NetBIOS-erbinding tussen de client en de serer ia de opdrachtregelinterface hebt u het nummer an de logische adapter an de client nodig. Beperking: Deze procedure geldt alleen oor Windows-besturingssystemen. Procedure: U bepaalt als olgt het nummer an de logische adapter oor de NetBIOS-erbinding: 1. Start anuit een opdrachtenster de registereditor met de opdracht regedit. 2. Zoek de NetBIOS-adaptertoewijzingen in de boomstructuur onder HKEY_LOCAL_MACHINE in de map Software/Microsoft/Rpc/NetBIOS. 3. Dubbelklik op het item dat begint met ncacn_nb_nbx, waarbij x 0, 1, 2... kan zijn (meestal zult u de nb0-adapter willen selecteren), zodat u het adapternummer oor deze NetBIOS-erbinding kunt bekijken. Noteer de instelling in het eld Data alue (Gegeenswaarde) in het enster Edit DWORD Value (DWORD-waarde wijzigen). Opmerking: Let erop dat beide zijden an de erbinding dezelfde emulatie gebruiken. De olgende stap in de taak NetBIOS op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface is het bijwerken an het configuratiebestand an de Database Manager. Verwante informatie: Werkblad NetBIOS-parameters op pagina Aan de slag met DB2-clients

55 Configuratiebestand an Database Manager bijwerken oor een NetBIOS-erbinding Voor de configuratie an een NetBIOS-erbinding tussen de client en serer ia de opdrachtregelinterface moet het configuratiebestand an Database Manager worden bijgewerkt. Beperkingen: In het configuratiebestand an Database Manager moet u de parameter oor de naam an het clientwerkstation (nname) opgeen. Procedure: U werkt het configuratiebestand an Database Manager als olgt bij: 1. Meld u bij het systeem aan als gebruiker met machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM). 2. Werk de parameter oor de naam an het clientwerkstation (nname) bij in het DBM-configuratiebestand door de olgende opdrachten op de opdrachtregel op te geen: update database manager configuration using nname nnaam terminate Als de naam an het werkstation an de client (nname) client1 is, gebruikt u bijoorbeeld: update database manager configuration using nname client1 terminate Verwante taken: Communicatieprotocollen configureren oor een DB2-subsysteem op afstand in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie NetBIOS-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen op pagina 49 Sererknooppunt catalogiseren TCP/IP-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen Door het TCP/IP-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de DB2-client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Dit item beat de gekozen alias (knooppuntnaam), de hostnaam (of het ip-adres) en de scenaam (of het poortnummer) die de client gebruikt oor toegang tot de host op afstand. Vereisten: U moet beschikken oer het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL), of zorgen dat de optie catalog_noauth is ingesteld op ON. U kunt een knooppunt niet opnemen in de catalogus met het machtigingsnieau root. Procedure: U neemt een TCP/IP-knooppunt als olgt op in de catalogus: 1. Meld u op het systeem aan als gebruiker met machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL). Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 47

56 2. Als u een UNIX-client gebruikt, stelt u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem in. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 3. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op Windows geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op UNIX geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 4. Neem het knooppunt op in de catalogus door de olgende opdrachten op de opdrachtregel te typen: db2 => catalog tcpip node naam_knooppunt remote hostnaamip_adres serer sericenaampoortnummer [subsysteem_op_afstandnaam_subsysteem] [system naam_systeem] [ostype type_besturingssysteem] db2 => terminate waarbij: naam_knooppunt een roepnaam is die u kunt instellen oor de computer met de database die u in de catalogus wilt opnemen. subsysteem_op_afstand de naam is an het serersubsysteem waarop de database zich beindt. systeem de naam is an het DB2-systeem waarmee de serer wordt aangeduid. type_besturingssysteem het type besturingssysteem an de serer is. Opmerkingen: a. De opdracht terminate zorgt oor het ernieuwen an de directorycache. b. Hoewel subsysteem_op_afstand, systeem en type_besturingssysteem optioneel zijn, zijn zij erplicht oor gebruikers die willen werken met de DB2-tools. c. De sericenaam die op de client wordt gebruikt, hoeft niet dezelfde te zijn als die op de serer. De poortnummers die aan de namen zijn toegewezen moeten echter wel oereenkomen. Voorbeeld: Als u een knooppunt in de catalogus wilt opnemen met de naam db2node op de serer op afstand mijnserer.ibm.com die het poortnummer gebruikt, geeft u het olgende op achter een db2-aanwijzing: db2 => catalog tcpip node db2node remote mijnserer serer DB20000I De opdracht CATALOG TCPIP NODE is oltooid. DB21056W Directorywijzigingen worden mogelijk pas doorgeoerd als de directorycache wordt ernieuwd. db2 => terminate DB20000I De opdracht TERMINATE is oltooid. Verwante taken: TCP/IP-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina Aan de slag met DB2-clients

57 Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface op pagina 53 Verwante informatie: CATALOG TCPIP NODE Command in de publicatie Command Reference NetBIOS-knooppunt aan de DB2-clientcatalogus toeoegen Door een NetBIOS-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Gebruik de gekozen alias (knooppuntnaam) als naam oor het knooppuntitem. Hierbij geeft u het nummer an de logische adapter an de client (adapternummer) op en de werkstationnaam an de serer (nnaam) die de client gebruikt oor de toegang tot de DB2-serer op afstand. Vereisten: Zich aan kunnen melden bij het systeem met een geldig gebruikers-id oor DB2. Als u een database toeoegt aan een systeem waarop een DB2- of een DB2 Connect-sererproduct is geïnstalleerd, moet u zich op dat systeem aanmelden als gebruiker met het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL) oor het subsysteem. Zie oor meer informatie oer de bepaling an de waarden an deze parameters het Werkblad NetBIOS-parameters. Procedure: U neemt het NetBIOS-knooppunt als olgt op in de catalogus: db2 => catalog netbios node knooppuntnaam remote nnaam adapter adapternummer db2 => terminate Als u bijoorbeeld de databaseserer op afstand serer1 met het logische-adapternummer 0 in de catalogus op het knooppunt db2node wilt opnemen, gebruikt u de olgende opdracht: db2 => catalog netbios node db2node remote serer1 adapter 0 db2 => terminate Verwante taken: NetBIOS-communicatie op de client configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 45 Database catalogiseren anaf een DB2-client anuit de opdrachtregelinterface op pagina 50 Verwante informatie: Werkblad NetBIOS-parameters op pagina 41 CATALOG NETBIOS NODE Command in de publicatie Command Reference Named Pipes-knooppunt aan de clientcatalogus toeoegen Door een Named Pipes-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Dit item beat de gekozen alias (knooppuntnaam), de Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 49

58 werkstationnaam an de serer op afstand (computernaam) en de naam an het subsysteem (naam subsysteem) die de client zal gaan gebruiken oor toegang tot de serer op afstand. Procedure: Gebruik in de opdrachtregelinterface de olgende opdracht om een Named Pipes-knooppunt op te nemen in de catalogus op een DB2-client: db2 => db2 catalog npipe node knooppuntnaam / db2 => remote computernaam instance subsysteemnaam db2 => terminate Voorbeeld: Als u een knooppunt op afstand, db2node, dat zich beindt op de serer serer1, wilt opnemen in de catalogus an het subsysteem db2, geeft u de olgende opdracht op: db2 => db2 catalog npipe node db2node remote serer1 instance db2 db2 => terminate Verwante informatie: Database catalogiseren CATALOG NAMED PIPE NODE Command in de publicatie Command Reference Werkblad Named Pipes-parameters oor configuratie an Named Pipes op de client op pagina 42 Database catalogiseren anaf een DB2-client anuit de opdrachtregelinterface Deze taak beschrijft hoe u een database in de catalogus kunt opnemen anaf een DB2-client met de opdrachtregelinterface an DB2. Voordat een clienttoepassing toegang heeft tot een database op afstand, moet de database zijn opgenomen in de catalogus op de client. Wanneer u een database maakt, wordt deze automatisch in de catalogus op de serer opgenomen, waarbij als databasealias de databasenaam wordt gebruikt, tenzij u een andere alias opgeeft. De informatie in de databasedirectory wordt, samen met de informatie in de knooppuntdirectory (tenzij u een lokale database aan de catalogus toeoegt waaroor geen knooppunt nodig is), op de DB2-client gebruikt om een erbinding tot stand te brengen met de database op afstand. Beperking: DB2 biedt niet de mogelijkheid om een database in de catalogus op te nemen met het machtigingsnieau root. Vereisten: U hebt een geldig gebruikers-id oor DB2 nodig. 50 Aan de slag met DB2-clients

59 U moet beschikken oer het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL), of zorgen dat de optie catalog_noauth is ingesteld op ON. De olgende parameterwaarden zijn an toepassing wanneer u een niet-lokale database toeoegt: Databasenaam Databasealias Knooppuntnaam Verificatietype (optioneel) Commentaar (optioneel) Raadpleeg het werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus oor meer informatie oer deze parameters en het noteren an de door u gebruikte waarden. De olgende parameterwaarden zijn an toepassing wanneer u een lokale database toeoegt: Databasenaam Station Databasealias Verificatietype (optioneel) Commentaar (optioneel) Lokale databases kunnen op elk moment uit de catalogus worden erwijderd en daar weer aan worden toegeoegd. Procedure: U oegt als olgt een database op de client toe aan de catalogus: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Optioneel. Wijzig de kolom Uw waarde op het Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan cataloguswerkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus. 3. Als u DB2 UDB gebruikt op een UNIX-platform, moet u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem instellen. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 4. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op Windows geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op UNIX geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 5. Neem de database in de catalogus op door de olgende opdrachten op de opdrachtregel in te oeren: db2 => catalog database naam_database as database_alias at node knooppuntnaam [ authentication erificatiewaarde ] waarbij: databasenaam de naam is an de database die u in de catalogus wilt opnemen. Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 51

60 databasealias een lokale roepnaam is oor de database die u in de catalogus wilt opnemen. naam_knooppunt een roepnaam is die u kunt instellen oor de computer met de database die u in de catalogus wilt opnemen. erificatiewaarde het type erificatie is dat wordt uitgeoerd wanneer er een erbinding tot stand wordt gebracht met de database. Deze parameter wordt standaard ingesteld op het erificatietype dat is opgegeen op de serer. Het opgeen an een erificatietype kan een betere performance opleeren. SERVER, CLIENT, SERVER_ENCRYPT en KERBEROS zijn de opties oor de erificatiewaarde. Voorbeeld: Als u de database op afstand oorbeeld onder de lokale alias mijnoorbeeld wilt opnemen in de catalogus op het knooppunt db2node met het erificatietype serer, gebruikt u de olgende opdrachten: db2 => catalog database oorbeeld as mijnoorbeeld at node db2node authentication serer db2 => terminate Verwante taken: Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface op pagina 53 Verwante informatie: Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus op pagina 52 CATALOG DATABASE Command in de publicatie Command Reference Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus Gebruik het onderstaande werkblad om de parameterwaarden te noteren die benodigd zijn oor het toeoegen an een database aan een catalogus. Tabel 9. Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Databasenaam (database_name) Wanneer een database wordt gemaakt, wordt de databasealias standaard ingesteld op de databasenaam. Wanneer bijoorbeeld de database oorbeeld op de serer wordt gemaakt, wordt er eeneens een databasealias oorbeeld gemaakt. De databasenaam stelt de alias an de database op afstand oor (op de serer). oorbeeld 52 Aan de slag met DB2-clients

61 Tabel 9. Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus (erolg) Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Databasealias (database_alias) Verificatie (auth_alue) Knooppuntnaam node_name) Een willekeurige lokale roepnaam die de database op afstand aanduidt. Als u geen alias opgeeft, wordt deze ingesteld op de databasenaam (databasenaam). Gebruik deze naam wanneer u een erbinding met de database tot stand brengt anaf een client. Het type erificatie dat ereist is in uw omgeing. De naam an het item in de knooppuntdirectory dat beschrijft waar de database zich beindt. Gebruik oor de knooppuntnaam knooppuntnaam) dezelfde waarde als die u hebt gebruikt bij het toeoegen an het knooppunt aan de catalogus. mijnoorbeeld Serer db2node Verwante taken: Database catalogiseren anaf een DB2-client anuit de opdrachtregelinterface op pagina 50 Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface op pagina 53 Client-serererbindingen configureren anuit de opdrachtregelinterface op pagina 39 Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface Nadat het knooppunt en de database in de catalogus zijn opgenomen, is het raadzaam om als test de erbinding met de database tot stand te brengen. Vereisten: Voordat u de erbinding kunt testen, moeten het knooppunt en de database in de catalogus zijn opgenomen. De waarden oor gebruikers-id en wachtwoord moeten geldig zijn op het systeem waarop de machtiging wordt geerifieerd. De erificatie indt standaard plaats op de serer. De erificatie wordt bepaald door de erificatieparameter die is opgegeen in het configuratiebestand an de Database Manager an de serer. Als het erificatietype dat geconfigureerd is op de client niet oereenkomt of niet compatibel is met het type dat geconfigureerd is op de serer, ontangt u een foutbericht. De Database Manager moet gestart worden met het juiste protocol gedefinieerd in DB2COMM. Als de Database Manager niet is gestart, kunt u dit programma starten door de opdracht db2start op te geen op de databaseserer. Procedure: U test de erbinding tussen de client en de serer als olgt: 1. Als u DB2 gebruikt op een UNIX-platform, moet u de omgeingsariabelen oor het subsysteem instellen. Voer het opstartscript uit: Hoofdstuk 6. Client-serercommunicatie met de Opdrachtregelinterface 53

62 Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 2. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op Windows geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op UNIX geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 3. Geef de olgende opdracht op de client op om een erbinding tot stand te brengen tussen de client en de database op afstand: db2 => connect to databasealias user gebruikers-id U kunt bijoorbeeld de olgende opdracht geen: connect to mijnoorbeeld user jtris U wordt geraagd om een wachtwoord op te geen. Als de erbinding tot stand is gebracht, ontangt u een bericht met daarin de naam an de database waarmee u bent erbonden. Dat bericht ziet er ongeeer als olgt uit: Database Connection Information Databaseserer = DB2/NT SQL-machtigings-ID = JTRIS Lokale databasealias = mijnoorbeeld Nu kunt u de database gebruiken. Als u bijoorbeeld een lijst wilt ophalen met alle tabelnamen in de catalogustabel an het systeem, geeft u de olgende SQL-instructie op: select tabname from syscat.tables Er wordt een impliciete erbinding tot stand gebracht wanneer u een SQL-instructie opgeeft geolgd door de opdracht db2 terminate. Als u een standaarddatabase definieert, oert u de opdracht db2set db2dbdft = <dbname> uit. Na het uitoeren an deze opdracht kunt u bijoorbeeld de opdracht db2 select * from <table> uitoeren zonder dat u eerst een erbinding met een database tot stand hoeft te brengen. Deze opdracht gebruikt de waarde die is gedefinieerd in db2dbdft. Als u een erbinding tot stand wilt brengen met een andere database dan de standaarddatabase, moet u de opdracht CONNECT gebruiken om expliciet een erbinding tot stand te brengen met de gewenste database. Als u de databaseerbinding niet meer nodig hebt, erbreekt u de erbinding met de opdracht connect reset. Verwante informatie: db2start - Start DB2 Command in de publicatie Command Reference db2set - DB2 Profile Registry Command in de publicatie Command Reference 54 Aan de slag met DB2-clients

63 Deel 3. DB2 thin clients Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 55

64 56 Aan de slag met DB2-clients

65 Hoofdstuk 7. Oerzicht thin clients Thin clients (Windows) Een thin client heeft betrekking op een DB2 Beheerclient waarmee toepassingen anaf een codeserer in een netwerk worden uitgeoerd. Een thin client kan worden geconfigureerd door het installeren an een DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition (PE) op een werkstation met een Windows 32-bits besturingssysteem. Dit werkstation kan erolgens fungeren als codeserer, waardoor de toepassing kan worden uitgeoerd met alleen de onmiddellijk ereiste modules op de client. Verwante concepten: Oerwegingen met betrekking tot thin clients (Windows) op pagina 59 Thin-clientomgeingen (Windows) op pagina 57 Verwante taken: Thin-clientomgeing configureren op pagina 63 Thin-clientomgeingen (Windows) Een thin client functioneert net als elke andere DB2-client of werkstation met DB2 Connect Personal Edition (PE). Het belangrijkste erschil tussen thin clients en andere DB2-client- of DB2 Connect Personal Edition-installaties is dat oor de eerste de programmacode zich op een codeserer beindt, terwijl in een niet-thin omgeing de bestanden op de lokale aste schijf an elk an de clients worden geïnstalleerd. Op thin clients wordt de programmacode an de DB2 Beheerclient of an DB2 Connect Personal Edition, op het moment dat deze code gebruikt gaat worden, dynamisch ia een LAN-erbinding geladen anaf de codeserers. Op elke thin client is slechts de minimale hoeeelheid code en configuratie-informatie aanwezig oor de totstandbrenging an de erbindingen met de codeserer. Het resultaat is een kleine, lokaal geïnstalleerde footprint op de thin client, terwijl het grootste deel an de ereiste modules anaf de codeserer worden geladen. Deze methode an ondersteuning an een DB2-client en DB2 Connect Personal Edition is zeer geschikt oor de meeste bedrijfssituaties. Het installeren an een thin client in uw omgeing brengt een aantal oor de hand liggende oordelen met zich mee. Door de implementatie an een dergelijke omgeing zijn de schijfruimteereisten oor de thin werkstations een stuk beperkter (er kan ongeeer MB per werkstation worden uitgespaard), terwijl de installatie, de updates en de migratie an de code slechts op één machine hoeft te worden uitgeoerd. Wel is an belang om op te merken dat er sprake kan zijn an een erlies in systeemperformance tijdens de initialisatie an het programma. Dit erlies is een geolg an het feit dat DB2-programma s ia een LAN-erbinding anaf een codeserer moeten worden geladen. De mate waarin erlies an performance optreedt zal afhangen an ariabelen als de systeembelasting en de snelheid an zowel het netwerk als de codeserer. Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 57

66 Elke thin-clientmachine moet beschikken oer een licentie oor de DB2 Beheerclient en DB2 Connect Personal Edition. Een ander belangrijk punt is dat de catalogusgegeens op elk an de thin-clientwerkstations moeten worden bijgehouden, net als oor een gewone DB2- of DB2 Connect-client. De catalogusbestanden beatten alle informatie die een werkstation nodig heeft oor de erbinding met een database. De procedure oor de configuratie an databaseerbindingen oor elk thin-clientwerkstation kan worden geautomatiseerd ia de opties in de Configuration Assistant (CA) oor het exporteren en importeren an profielen. Nadat u een eerste erbinding tussen een client en de serer hebt geconfigureerd, kunt u simpelweg een profiel met de configuratie-instellingen exporteren naar de oerige clients. De procedure oor de configuratie an databaseerbindingen oor elk thin-clientwerkstation kan worden ermeden door gebruik te maken an het LDAP-protocol (Lightweight Directory Access Protocol) in uw omgeing. Nadat u de database anaf de DB2-serer hebt geregistreerd bij een LDAP-serer, kan elke LDAP-client tijdens de totstandkoming an de erbinding automatisch de erbindingsgegeens ophalen. Voorbeeldconfiguratie an een DB2 thin client Een typische configuratie oor een DB2 thin-clientomgeing is afgebeeld in de onderstaande figuur. Een DB2 Beheerclient is geïnstalleerd op een machine met de codeserercomponent an de thin client. Na de configuratie fungeert deze machine als codeserer oor DB2-clients. Opmerkingen: 1. DB2 Run-Time Clients en Application Deelopment-clients kunnen geen deel uitmaken an een thin-clientomgeing. 2. De opdracht db2rspgn wordt niet ondersteund op de thin client. 3. De optie oor de installatie an de codeserer is alleen beschikbaar ia installatie Op maat. DB2 thin-clientwerkstations gebruiken de toegang tot de codeserer om programmacode dynamisch te laden op het moment dat deze nodig is. Nadat de code is geladen, wordt alle erwerking lokaal op de thin clients an DB2 uitgeoerd en wordt een erbinding met een DB2-doelserer tot stand gebracht. DB2 Clientcodeserer DB2 Thin Clientwerkstations DB2-serer Figuur 1. Voorbeeld an een eeloorkomende DB2 thin-clientomgeing 58 Aan de slag met DB2-clients

67 Voorbeeldconfiguratie an een DB2 Connect thin client Een typische DB2 Connect thin-clientomgeing is afgebeeld in de onderstaande figuur. DB2 Connect Personal Edition is geïnstalleerd op een machine met de codeserercomponent. Na de configuratie is wordt deze machine gebruikt als DB2 Connect-codeserer. Alleen een DB2 Connect Personal Edition-werkstation kan fungeren als codeserer oor thin werkstations an DB2 Connect. Voor elke thin client an DB2 Connect is een licentie oor DB2 Connect Personal Edition ereist, maar er is geen licentie oor de DB2 Beheerclient. Een thin werkstation an DB2 Connect functioneert op dezelfde manier als een thin client an DB2. Alle benodigde programmacode wordt dynamisch anaf de DB2 Connect-codeserer geladen. Nadat de code is geladen, indt alle erwerking lokaal plaats op de thin werkstations an DB2 Connect. De erbinding met een doelhost of AS/400 DB2-serer wordt tot stand gebracht op basis an lokale databaseconfiguratiegegeens. Thin clients an DB2 Connect hebben ook toegang tot databases die zich op DB2-serers op UNIX- en Windows-systemen beinden en tot databases op host- en AS/400-systemen. DB2 Connectcodeserer Thin Connectwerkstations DB2 for OS/390 Figuur 2. Voorbeeld an een eeloorkomende DB2 Connect thin-clientomgeing Verwante concepten: Oerwegingen met betrekking tot thin clients (Windows) op pagina 59 Thin clients (Windows) op pagina 57 Verwante taken: Thin-clientomgeing configureren op pagina 63 Oerwegingen met betrekking tot thin clients (Windows) Er zijn een aantal oerwegingen bij het gebruik an een Windows NT-, Windows of Windows XP-machine als codeserer of als thin client. Dit gedeelte heeft betrekking op de aanpassingen die ereist zijn oor het gebruik an Windows NT, Windows 2000 en Windows XP. Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer Een codeserer op Windows 2000, Windows XP of Windows NT kan ondersteuning bieden aan thin clients op Windows 98 of Windows ME. Een codeserer op Window 98 of Windows ME kan ondersteuning bieden aan thin clients op Windows 2000, Windows XP of Windows NT. Hoofdstuk 7. Oerzicht thin clients 59

68 Als u een thin werkstation maakt op een Windows NT-, Windows of Windows XP-machine, gebruik dan de Windows NT-, Windows of Windows XP-code (bijoorbeeld c:\sqllib) in de resterende stappen an de procedure. De onderstaande opdracht heeft erschillende parameterwaarden oor Windows NT, Windows 2000 en Windows XP. Actieer de codeserer oor ondersteuning an een platform-onafhankelijk thin werkstation door de olgende opdracht op te geen: bin\db2thn9x.bat doelplatform waarbij: doelplatform het platform is dat deze directory ondersteunt. Als de thin werkstations werken met Windows NT, Windows 2000 of Windows XP, moet u de parameter nt gebruiken. Codedirectory toegankelijk maken oor alle thin werkstations 1. Op de Windows-codeserer start u Windows Explorer. 2. Selecteer de directory waar u het DB2-product hebt geïnstalleerd. Gebruik de directory c:\sqllib om de share te configureren oor thin werkstations die werken onder Windows NT. 3. Kies Bestand > Eigenschappen uit de menubalk. 4. Klik op de tab Delen. 5. Selecteer het keuzerondje Deze map delen. 6. Geef een sharenaam op in het eld Sharenaam. Zo kunt u bijoorbeeld NTCODESV opgeen. U kunt elke gewenste naam opgeen oor de share. 7. Alle beoogde thin werkstations moeten leestoegang tot deze directory oor alle gebruikers hebben. Geef de leestoegang oor iedereen als olgt op: a. Kies de tab Beeiliging. b. Kies Geaanceerd. Het enster Toegangsinstellingen oor... wordt geopend. c. Op de pagina Machtigingen selecteert u de groep Iedereen. Het enster Machtigingsermelding oor... wordt geopend. d. Stel de optie Machtigingen lezen in op Toestaan. e. Kies OK totdat alle ensters gesloten zijn. Netwerkstation toewijzen aan de codeserer anaf de thin client Het olgende is an belang oor Windows NT-, Windows en Windows XP-codeserers: Het eld Pad is het eld Map in Windows 2000 en Windows XP. Als u werkt met Windows NT, Windows 2000 of Windows XP, kunt u ook gebruikersgegeens opgeen in het eld Verbinden als in de olgende notatie: domein\gebruikersnaam waarbij: domein het domein is waar het gebruikersaccount is gedefinieerd. Dit is alleen ereist als het account een domeinaccount is en u niet bent aangemeld bij het systeem met een gebruikersaccount dat leestoegang oor de codeserer op afstand heeft. 60 Aan de slag met DB2-clients

69 gebruikersnaam is de gebruiker die toegang heeft tot deze machine. Dit is alleen ereist als u niet bent aangemeld bij het systeem met een gebruikersaccount dat leestoegang oor de codeserer op afstand heeft, of als u de domeinparameter hebt opgegeen. Verwante concepten: Thin clients (Windows) op pagina 57 Thin-clientomgeingen (Windows) op pagina 57 Verwante taken: Thin-clientomgeing configureren op pagina 63 Hoofdstuk 7. Oerzicht thin clients 61

70 62 Aan de slag met DB2-clients

71 Hoofdstuk 8. Installatie thin clients Thin-clientomgeing configureren Procedure: Dit oorbeeld is an toepassing op de configuratie an een thin-clientinstallatie, waarbij een Windows 2000-machine ondersteuning biedt oor een thin client onder Windows 98. Als u een thin-clientomgeing wilt configureren, gaat u als olgt te werk: 1. DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition installeren op een machine die fungeert als codeserer. 2. Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer. 3. Codedirectory toegankelijk maken oor alle thin werkstations. 4. Responsbestand oor thin client maken. 5. Netwerkstation toewijzen aan codeserer anaf de thin client. 6. Thin clients inschakelen. Verwante concepten: Oerwegingen met betrekking tot thin clients (Windows) op pagina 59 Thin clients (Windows) op pagina 57 Thin-clientomgeingen (Windows) op pagina 57 Verwante taken: DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren (Windows) op pagina 63 Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer (Windows) op pagina 64 De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin werkstations (Windows) op pagina 66 Responsbestand maken oor thin client (Windows) op pagina 67 Netwerkstation toewijzen anaf de thin client aan de codeserer (Windows) op pagina 68 De opdracht thnsetup uitoeren om thin clients in te schakelen (Windows) op pagina 69 DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren (Windows) Het installeren an een DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer maakt deel uit an de omangrijkere taak an het opzetten an een thin-clientomgeing. Een werkstation met DB2 Thin Client kan alleen code laden anaf een codeserer met DB2 Thin Client, en een werkstation met DB2 Connect Thin Client kan alleen code laden anaf een codeserer met DB2 Connect Thin Client. Procedure: Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 63

72 Als u een DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer wilt installeren, gaat u als olgt te werk: 1. Selecteer het installatietype Op maat in de installatiewizard. 2. In het enster Componenten selecteren selecteert u het onderdeel Thin Client-codeserer om de bestanden te installeren die ereist zijn om de thin client in te stellen. De olgende stap is het configureren an platform-onafhankelijke ondersteuning op de codeserer. Als u wilt dat het DB2-product toegang krijgt tot DB2-documentatie op uw lokale computer of op een andere computer in uw netwerk, moet u het DB2 Informatiecentrum installeren. Het DB2 Informatiecentrum beat documentatie oor DB2 Uniersal Database en oor producten die bij DB2 horen. Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer (Windows) op pagina 64 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) op pagina 80 Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer (Windows) Het configureren an platform-onafhankelijke ondersteuning op de codeserer maakt deel uit an de omangrijkere taak an het opzetten an een thin-clientomgeing. Als u niet an plan bent een combinatie an Windows 98, Windows 2000, Windows NT, Windows ME, Windows XP en Windows Serer 2003 in uw omgeing te gebruiken, sla deze stap dan oer. Vereisten: In een thin-clientomgeing is ondersteuning an erschillende Windows 32-bits besturingssystemen op de serer en op de thin client mogelijk. U kunt echter geen thin clients die zich beinden op erschillende besturingssystemen besturen anaf één codeserer, tenzij u de installatiedirectory eerst handmatig kopieert. Een codeserer op een Windows 32-bits machine ondersteunt slechts één an de olgende combinaties an thin clients: 1. Windows 98 en/of Windows ME; of 2. Windows 2000, Windows XP, Windows Serer 2003 en/of Windows NT. Een codeserer op een Windows NT-machine ondersteunt bijoorbeeld zowel een thin client onder Windows 98 als onder Windows ME. Maar dezelfde codeserer kan niet gelijktijdig een thin client onder Windows 2000, Windows XP, Windows Serer 2003 of Windows NT ondersteunen. Omgekeerd, als u eroor kiest om een Windows NT-codeserer ondersteuning te laten bieden aan een thin client onder Windows 2000 en Windows NT, kunt u in deze omgeing geen thin client onder Windows 98 gebruiken. 64 Aan de slag met DB2-clients

73 Belangrijk: Als u bent aangemeld bij een thin client onder Windows 98 met toegang tot een Windows NT- of Windows 2000-machine, moet uw gebruikersaccount lokaal gedefinieerd zijn op de Windows NT- of Windows 2000-machine. Als uw gebruikersaccount op de thin client onder Windows 98 jsmit is, moet u een lokaal gebruikersaccount maken oor jsmit met behulp an de functie Gebruikersbeheer an Windows. Zie de Help-informatie bij Windows oor informatie oer het maken an lokale gebruikersaccounts. Als uw configuratieomgeing erschillende Windows 32-bits besturingssystemen omat, moet u de onderstaande stappen uitoeren om een codeserer in te stellen. Het onderstaande oorbeeld gaat er anuit dat u een Windows NT-codeserer configureert oor thin clients onder Windows 98. Deze instructies zijn echter geldig oor alle combinaties an Windows 32-bits besturingssystemen. Procedure: Als u platform-onafhankelijke ondersteuning op de codeserer wilt configureren, gaat u als olgt te werk: Opmerking: In dit oorbeeld is DB2 geïnstalleerd in de directory c:\sqllib en de directory oor Windows 98-clients is d:\sqllib Op de Windows NT-machine maakt u een directory die wordt gebruikt oor thin werkstations onder Windows 98. Hiertoe geeft u de olgende opdracht op: md d:\sqllib98 waarbij: d: een lokale aste schijf is. 2. Kopieer de DB2-productdirectory op de codeserer (bijoorbeeld c:\sqllib) naar de zojuist gemaakte directory door de olgende opdracht op te geen: waarbij: xcopy c:\sqllib\*.* d:\sqllib98 /s /e c: het station is op de codeserer waar het DB2-product is geïnstalleerd. d: het station is op de codeserer waar in de orige stap de directory sqllib98 is gemaakt. 3. Op de codeserer gaat u naar de directory die u in de eerste stap hebt gemaakt. Dit is de directory op de codeserer die wordt gebruikt om thin werkstations die werken onder Windows 98 te besturen. In dit oorbeeld geeft u hieroor de opdrachten: d: cd sqllib98 4. Actieer de codeserer oor ondersteuning an een platform-onafhankelijk thin werkstation door de olgende opdracht op te geen: bin\db2thn9x.bat doelplatform waarbij: doelplatform het platform is dat deze directory ondersteunt. In dit oorbeeld is de platforminstelling 98. Als de thin werkstations werken met Windows NT of Windows 2000, moet u de parameter nt gebruiken. U hebt nu twee codeserers op uw machine (één in de directory c:\sqllib en één in de directory d:\sqllib98). In dit oorbeeld definieert u een thin client op een Hoofdstuk 8. Installatie thin clients 65

74 Windows 98-werkstation, en wilt u de code laten ondersteunen door een Windows NT-machine. U moet daarom in de resterende stappen de Windows 98-codeserer (bijoorbeeld d:\sqllib98) gebruiken. De olgende stap is het toegankelijk maken an de codedirectory oor alle thin clients. Verwante taken: DB2 Beheerclient of DB2 Connect Personal Edition op de codeserer installeren (Windows) op pagina 63 De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin werkstations (Windows) op pagina 66 De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin werkstations (Windows) Het toegankelijk maken an de codedirectory oor alle thin werkstations maakt deel uit an de omangrijkere taak an het opzetten an een thin-clientomgeing. Als u de ereiste code wilt laden anaf de codeserer, moet elk an de beoogde thin werkstations de directory kunnen lezen waarin de broncode an de DB2-client of DB2 Connect Personal Edition (PE) is geïnstalleerd. Het is belangrijk om te weten dat de ereiste stappen oor het gemeenschappelijk gebruik an directory s oor codeserers die werken onder Windows 98 of Windows NT en Windows 2000, an elkaar erschillen. Procedure: 66 Aan de slag met DB2-clients Als u de codedirectory toegankelijk wilt maken oor alle thin werkstations (in leeswerkstand), gaat u als olgt te werk: 1. Op de Windows NT-codeserer start u Windows Explorer. 2. Selecteer de directory op de codeserer die wordt gebruikt oor thin werkstations die werken onder Windows 98. In dit oorbeeld selecteert u de directory d:\sqllib98 om de share in te stellen. 3. Kies Bestand > Eigenschappen uit de menubalk. 4. Klik op de tab Delen. 5. Selecteer Gedeeld als. 6. Geef in het eld Sharenaam een sharenaam op met een lengte an maximaal 8 tekens. Zo kunt u bijoorbeeld NTCODESV opgeen. 7. Alle gebruikers an een thin client moeten leestoegang tot deze directory hebben. jsmit moet toegang hebben tot deze directory om zich aan te melden bij een thin client en toegang te krijgen tot de thin client-code op de codeserer. Geef de leestoegang als olgt op: a. Klik op Machtigingen. Het enster Machtigingen oor Toegang ia share wordt geopend. b. In het ak bij Naam selecteert u de groep Iedereen. Opmerking: Er kan toegang worden erleend aan de groep Iedereen, een groep die u speciaal gedefinieerd hebt oor gebruikers an een thin client, of aan afzonderlijke gebruikers an een thin client. c. Klik op de keuzelijst Toegangstype en selecteer Lezen. d. Kies OK totdat alle ensters gesloten zijn.

75 De olgende stap is het maken an een responsbestand oor thin clients. Verwante concepten: Oerwegingen met betrekking tot thin clients (Windows) op pagina 59 Verwante taken: Responsbestand maken oor thin client (Windows) op pagina 67 Platform-onafhankelijke ondersteuning configureren op de codeserer (Windows) op pagina 64 Responsbestand maken oor thin client (Windows) Een responsbestand is een ASCII-bestand dat kan worden aangepast met de installatie- en configuratiegegeens oor het uitoeren an een automatische installatie. Wanneer u de codeserer hebt geïnstalleerd, hebt u een interactiee installatie uitgeoerd. Bij dit type installatie geeft u antwoord op aanwijzingen an het installatieprogramma om een programma te installeren. Aan de hand an uw antwoorden wordt het DB2-product geïnstalleerd en de omgeing geconfigureerd. Deze informatie wordt erstrekt in de orm an sleutelwoorden en waarden in een responsbestand. Een responsbestand beat de sleutelwoorden die uniek zijn oor de installatie, registerwaarden, de instelling an omgeingsariabelen en de instelling an de configuratieparameters an Database Manager. Procedure: U kunt op twee manieren een responsbestand oor de installatie an een thin client maken: U kunt de opdracht db2rspgn gebruiken om een responsbestand te genereren dat gebaseerd is op een bestaande clientinstallatie. 1. Een DB2 Thin Client installeren met de juiste registerwaarden, omgeingsariabelen en Database Manager-configuratie, alsmede de databaseerbindingen. 2. Voer de opdracht db2rspgn uit om een responsbestand te genereren dat tijdens de installatie al uw instellingen reproduceert. U kunt het oorbeeldresponsbestand db2thin.rsp aanpassen. Dit oorbeeldresponsbestand beindt zich in de directory c:\sqllib\thnsetup, waarbij c:\sqllib het station is waar u de codeserer oor de thin client hebt geïnstalleerd. In een responsbestand fungeert het sterretje (*) als commentaarteken. Elke regel waar een sterretje oor staat, wordt tijdens de installatie genegeerd. Als u een parameter wilt inschakelen, erwijdert u het sterretje. Als u geen sleutelwoord opgeeft, of als dit is uitgeschakeld met een commentaarteken, wordt er een standaardwaarde gebruikt. Als u bijoorbeeld ondersteuning oor ODBC wilt installeren, is de standaardwaarde oor dit sleutelwoord in het responsbestand: *COMP =ODBC_SUPPORT Als u dit onderdeel wilt installeren, erwijdert u het sterretje an de regel, zoals aangegeen in dit oorbeeld: COMP =ODBC_SUPPORT Hoofdstuk 8. Installatie thin clients 67

76 Voor sommige sleutelwoorden moeten waarden worden ingesteld. Als u deze sleutelwoorden wilt inschakelen, erwijdert u het sterretje. Zorg er echter wel oor dat u de waarde rechts an het gelijkteken erangt door de waarde die u wilt gebruiken oor deze parameter. Bijoorbeeld, *DB2.DIAGLEVEL = 0-4 zou worden: DB2.DIAGLEVEL = 4 om deze parameter in te stellen op 4. Als u klaar bent met het aanpassen an het responsbestand slaat u het op onder een andere naam, zodat u het oorspronkelijke oorbeeldbestand behoudt. U kunt het gewijzigde bestand bijoorbeeld test.rsp noemen en het opslaan in dezelfde directory als waaroor u de gemeenschappelijke machtigingen in de orige stap (d:\sqllib98) hebt ingesteld. U kunt dit responsbestand nu gebruiken met de opdracht thnsetup om DB2 Thin Clients in uw netwerk in gebruik te nemen. Verwante taken: De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin werkstations (Windows) op pagina 66 Netwerkstation toewijzen anaf de thin client aan de codeserer (Windows) op pagina 68 Netwerkstation toewijzen anaf de thin client aan de codeserer (Windows) Het toewijzen an een netwerkstation anaf een thin client naar de codeserer maakt deel uit an de omangrijkere taak an het configureren an een thin-clientomgeing. Vereisten: U moet aangemeld zijn bij het werkstation als geldige gebruiker met toegang tot de gemeenschappelijke directory op de codeserer. U hebt toegang tot de codeserer omdat er een lokaal gedefinieerd gebruikersaccount is gemaakt op de codeserer. Procedure: U hebt toegang tot de directory thnsetup onder de gemeenschappelijke directory die u hebt gemaakt op de codeserer door op de olgende manier anaf de thin client een netwerkstation toe te wijzen: 1. Start Windows Verkenner. 2. Uit het menu Extra kiest u Netwerkerbinding maken. 3. In de keuzelijst Station selecteert u het station waaraan u de locatie an de codeserer wilt toewijzen. 4. In Windows 98 of Windows NT geeft u als olgt de locatie an de share op in het eld Pad: \\computernaam\sharenaam 68 Aan de slag met DB2-clients

77 waarbij: computernaam de computernaam an de codeserer is. sharenaam de sharenaam an de gemeenschappelijke directory op de codeserer is. 5. Selecteer het aankruisakje Opnieuw erbinding maken bij aanmelden om een permanente share te maken. De olgende stap is het inschakelen an de thin client. Verwante taken: Responsbestand maken oor thin client (Windows) op pagina 67 De opdracht thnsetup uitoeren om thin clients in te schakelen (Windows) op pagina 69 De opdracht thnsetup uitoeren om thin clients in te schakelen (Windows) Het uitoeren an de opdracht thnsetup om thin clients in te schakelen is het laatste gedeelte an de omangrijkere taak an het opzetten an een thin-clientomgeing. Procedure: U kunt de thin client als olgt inschakelen met de opdracht thnsetup: 1. Voer de opdracht thnsetup uit anaf het thin-client werkstation. Met deze opdracht worden de DB2 Thin Client of DB2 Connect Thin Workstation en de ereiste erbindingen met de codeserer ingesteld. De opdracht thnsetup kan opgegeen worden met de olgende parameters: station:\pad thnsetup /P station:pad\ /U station:pad\responsbestand /L station:pad\logbestand /M machine /S sharenaam waarbij: /P het pad is waar de DB2-code is geïnstalleerd op de codeserer. Deze parameter is erplicht. Als u al een permanent netwerkstation hebt toegewezen aan de codeserer, moet deze parameter de stationsletter zijn waarmee het netwerkstation wordt aangegeen. /U de olledig gekwalificeerde naam an het responsbestand is. Deze parameter is erplicht. /L de olledige naam is an het logboekbestand dat door het installatieprogramma wordt gebruikt oor de astlegging an installatiegegeens en foutberichten. Als u geen naam opgeeft oor het logboekbestand, wordt de standaardnaam db2.log gebruikt. Dit Hoofdstuk 8. Installatie thin clients 69

78 bestand wordt gemaakt in de directory db2log, op het station waar uw besturingssysteem is geïnstalleerd. Deze parameter is optioneel. /M de computernaam an de codeserer is. Deze parameter is erplicht. /S de sharenaam is an de codeserer waarop het DB2-product is geïnstalleerd. Deze parameter is alleen ereist als er geen permanent netwerkstation is toegewezen. U kunt bijoorbeeld een thin werkstation definiëren, waarbij de gemeenschappelijke directory met de sharenaam NTCODESV op een codeserer lokaal is toegewezen aan het station x:; het responsbestand de naam test.rsp heeft; en het responsbestand zich beindt in dezelfde directory als de codeserer: Geef de olgende opdracht op achter een DOS-aanwijzing anaf het thin werkstation: x:\thnsetup\thnsetup /P x: /U x:\thnsetup\test.rsp /M machinenaam Wanneer de opdracht thnsetup oltooid is, controleer dan de berichten in het logboekbestand (db2.log in de directory y:\db2log, waarbij y het station is waarin DB2 is geïnstalleerd). De foutberichten in het logboekbestand ariëren, afhankelijk an de fout die is opgetreden tijdens de installatiepoging. Het logboekbestand beat de oorzaak an de fout en een bericht waarin wordt aangegeen dat de installatie niet is oltooid. Verwante taken: Responsbestand maken oor thin client (Windows) op pagina 67 Netwerkstation toewijzen anaf de thin client aan de codeserer (Windows) op pagina Aan de slag met DB2-clients

79 Deel 4. Bijlagen Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 71

80 72 Aan de slag met DB2-clients

81 Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database DB2-documentatie en Help-informatie Technische informatie oor DB2 is beschikbaar ia de olgende hulpprogramma s en methoden: DB2 Informatiecentrum Topics Help bij DB2-tools Voorbeeldprogramma s Zelfstudieprogramma s Downloadbare PDF-bestanden, PDF-bestanden op CD en gedrukte publicaties Handleidingen Naslagmateriaal Help binnen opdrachtensters Help bij opdrachten Help bij berichten Help bij SQL-status Geïnstalleerde broncode Voorbeeldprogramma s U kunt online gebruikmaken an aanullende technische informatie met betrekking tot DB2 Uniersal Database, zoals technische berichten, white papers en Redbooks ia ibm.com. U bereikt de website DB2 Information Management-library ia Updates op DB2-documentatie IBM kan regelmatig FixPaks oor de documentatie en andere documentatieupdates beschikbaar stellen ia het DB2 Informatiecentrum. Als u het DB2 Informatiecentrum opent op bekijkt u altijd de meest recente informatie. Als u het DB2 Informatiecentrum lokaal hebt geïnstalleerd, moet u eentuele updates handmatig installeren oordat u deze kunt bekijken. Via de documentatie-updates kunt u updates aanbrengen op de informatie die u hebt geïnstalleerd anaf de CD an het DB2 Informatiecentrum op het moment dat de nieuwe informatie beschikbaar komt. Updates oor het Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Installeer daarom de documentatie-updates zodra deze beschikbaar komen of ga naar het DB2 Informatiecentrum op de website oor de meest recente informatie. Verwante concepten: CLI sample programs in de publicatie CLI Guide and Reference, Volume 1 Jaa sample programs in de publicatie Application Deelopment Guide: Building and Running Applications DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Verwante taken: Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 73

82 Specifieke Help-informatie bekijken anuit een DB2-tool op pagina 92 DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken op pagina 83 Help bij berichten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 93 Help bij opdrachten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 94 Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 94 Verwante informatie: DB2 Informatiecentrum PDF- en gedrukte ersie an de DB2-documentatie op pagina 85 Via het DB2 Informatiecentrum hebt u toegang tot alle informatie die u nodig hebt om de mogelijkheden an DB2-producten, Uniersal Database, DB2 Connect, DB2 Information Integrator en DB2 Query Patroller olledig te benutten. Het DB2 Informatiecentrum beat teens beschrijingen an de belangrijkste functies en onderdelen an DB2, waaronder replicatie, data warehousing en DB2-uitbreidingen. Het DB2 Informatiecentrum bestaat uit de onderstaande onderdelen. Deze zijn beschikbaar wanneer u als browser Mozilla anaf ersie 1.0 of Microsoft Internet Explorer anaf ersie 5.5 gebruikt. Voor een aantal onderdelen is ondersteuning oor JaaScript ereist. Flexibele installatieopties U kunt de DB2-documentatie bekijken met behulp an de optie die het beste oereenstemt met uw behoeften: Om er automatisch oor te zorgen dat uw documentatie altijd up-to-date is, kunt u alle documenten rechtstreeks ophalen an het DB2 Informatiecentrum op de IBM-website op Om de updates met zo min mogelijk inspanning aan te brengen terwijl het netwerkerkeer beperkt blijft tot uw intranet, kunt u de DB2-documentatie eenmaal installeren op een centrale serer op uw intranet. Als u maximale flexibiliteit wilt realiseren met minimale afhankelijkheid an netwerkerbindingen, kunt u de DB2-documentatie installeren op uw eigen computer. Zoeken U kunt alle onderwerpen in het DB2 Informatiecentrum doorzoeken door een zoekterm op te geen in het eld Search (Zoeken). U kunt zoeken naar exact oereenkomende reeksen door een term tussen aanhalingstekens te plaatsen. U kunt uw zoekopdracht erfijnen met behulp an wildcards (*,?) en Booleaanse operators (AND, NOT, OR). Taakgeoriënteerde inhoudsopgae U kunt zoeken naar onderwerpen in de DB2-documentatie anuit één inhoudsopgae. De inhoudsopgae is in eerste instantie gericht op het soort taken dat u wilt uitoeren, maar omat daarnaast ingangen oor productoerzichten, naslagmateriaal, een index en een erklarende woordenlijst. 74 Aan de slag met DB2-clients

83 Productoerzichten geen een beschrijing an de relaties tussen de beschikbare componenten in de DB2-productgroep, de functionaliteit die elk an de producten biedt en up-to-date release-informatie oor deze producten. Doelcategorieën, zoals installatie, beheer en softwareontwikkeling, omatten onderwerpen die u leren taken snel en efficiënt te oltooien en die u een beter inzicht en nuttige achtergrondinformatie erschaffen oor de oltooiing an die taken. Naslagmateriaal met gedetailleerde informatie oer de beschikbare onderwerpen, waaronder de syntaxis an instructies en opdrachten, Help-informatie bij berichten en configuratieparameters. Huidige onderwerp in inhoudsopgae afbeelden U kunt zien wat de locatie an het huidige onderwerp in de inhoudsopgae is door te klikken op de knop Refresh / Show Current Topic (Huidige onderwerp ernieuwen / afbeelden) in de inhoudsopgae. Deze functie is handig als u ia een aantal links naar erwante onderwerpen in andere bestanden bent gegaan, of als u ia een zoekbewerking bij een onderwerp terecht bent gekomen. Index U hebt toegang tot alle documentatie ia de hoofdindex. De index is alfabetisch gerangschikt op onderwerp. Verklarende woordenlijst U kunt in de erklarende woordenlijst definities opzoeken an termen die worden gebruikt in de DB2-documentatie. De woordenlijst is alfabetisch gerangschikt op term. Geïntegreerde lokale informatie Het DB2 Informatiecentrum beeldt informatie af in de gewenste taal die is opgegeen in uw browseroorkeuren. Als een bepaald onderwerp niet beschikbaar is in de gewenste taal, wordt de Engelse ersie an dat onderwerp afgebeeld in het DB2 Informatiecentrum. Verwante concepten: Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken op pagina 83 Onderwerpen in gewenste taal afbeelden in DB2 Informatiecentrum op pagina 84 DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) op pagina 78 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) op pagina 80 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum De ereisten oor toegang tot DB2-gegeens, zijn afhankelijk an de werkomgeing. U kunt toegang krijgen tot het DB2 Informatiecentrum ia de IBM-website, ia een serer an uw organisatienetwerk of ia een ersie die is geïnstalleerd op uw computer. In alle drie de geallen beindt de documentatie zich in het DB2 Informatiecentrum, een gestructureerd en op onderwerp Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 75

84 gerangschikt netwerk an informatie, die u kunt bekijken met een browser. Standaard bieden DB2-programma s toegang tot het DB2 Informatiecentrum anaf de IBM-website. Als u het DB2 Informatiecentrum echter wilt openen anaf een intranetserer of anaf uw eigen computer, moet u het DB2 Informatiecentrum installeren met de CD an het DB2 Informatiecentrum, die zich beindt in het Media Pack oor uw programma. Gebruik de samenatting an de opties oor toegang tot DB2-documentatie en de drie installatiescenarious om ast te stellen welke methode oor u en oor uw werkomgeing het meest geschikt is om toegang te krijgen tot het DB2 Informatiecentrum en waarmee u bij de installatie rekening moet houden. Oerzicht an opties oor toegang tot DB2-documentatie: In de olgende tabel indt u adiezen oer welke opties oor uw werkomgeing het meest geschikt zijn om de DB2-documentatie in het DB2-informatiecentrum te raadplegen. Internettoegang Intranettoegang Aanbeeling Ja Ja U kunt het DB2 Informatiecentrum raadplegen ia de website an IBM of u kunt een op de intranetserer geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum raadplegen. Ja Nee Raadpleeg DB2 Informatiecentrum ia de IBM-website. Nee Ja Raadpleeg een op de intranetserer geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum. Nee Nee Raadpleeg DB2 Informatiecentrum op een lokale computer. Scenario: raadplegen an het DB2 Informatiecentrum op uw eigen computer: Tsu-Chen bezit een fabriek in een klein dorp waar zich geen internetproider beindt, zodat hij niet beschikt oer internettoegang. Hij heeft DB2 Uniersal Database aangeschaft om zijn inentaris, productorders, bankgegeens en uitgaen te beheren. Daar hij nooit eerder een DB2-product heeft gebruikt, heeft Tsu-Chen de DB2-documentatie nodig om te leren hoe hij DB2 kan gebruiken. Nadat Tsu-Chen DB2 Uniersal Database op zijn computer heeft geïnstalleerd met behulp an de installatieoptie, probeert hij toegang te krijgen tot de DB2-documentatie. De browser stuurt een foutbericht, omdat de pagina die Tsu-Chen wil openen niet kan worden geonden. Tsu-Chen controleert de DB2-handleiding en beseft dat hij het DB2 Informatiecentrum moet installeren om op de computer toegang te krijgen tot de DB2-documentatie. Hij indt de CD DB2 Informatiecentrum in het mediapakket en installeert deze. Tsu-Chen kan nu toegang krijgen tot het DB2 Informatiecentrum anuit het startprogramma oor de toepassingen an het besturingssysteem en kan leren hoe hij het DB2-product moet gebruiken ten bate an zijn bedrijf. Scenario: raadplegen an het DB2 Informatiecentrum op de IBM-website: Colin is consultant informatietechnologie bij een bedrijf waar trainingen worden gegeen. Hij is gespecialiseerd in database- en SQL-technologie en geeft cursussen hieroer in heel Noord-Amerika waarbij hij gebruikmaakt an DB2 Uniersal Database. In een gedeelte an deze cursus heeft hij DB2-documentatie nodig als 76 Aan de slag met DB2-clients

85 hulpmiddel bij de lessen. Wanneer hij bijoorbeeld lesgeeft oer SQL, gebruikt hij de DB2-documentatie oer SQL als hulpmiddel om eenoudige en meer uitgebreide syntax an databasequeryus uit te leggen. De meeste an de organisaties waar Colin lesgeeft hebben toegang tot internet. Daarom heeft Colin, toen hij de laatste ersie an DB2 Uniersal Database installeerde, zijn laptop zodanig ingesteld dat ia de IBM-website toegang wordt erkregen tot het DB2 Informatiecentrum. Met deze configuratie kan Colin online toegang krijgen tot de meest recente DB2-documentatie als hij aan het lesgeen is. Het komt echter oor dat Colin op reis niet de beschikking heeft oer internet. Dit is bijoorbeeld een probleem wanneer hij toegang nodig heeft tot de DB2-documentatie bij het oorbereiden an de lessen. Om dergelijke situaties te ermijden heeft Colin een kopie an DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op zijn laptop. Colin heeft op die manier altijd een kopie an de DB2-documentatie tot zijn beschikking. Afhankelijk an de situatie kan hij met de opdracht db2set gemakkelijk de registerariabelen op zijn laptop instellen oor toegang tot DB2 Informatiecentrum ia de IBM-website of op de laptop zelf. Scenario: raadplegen an het DB2 Informatiecentrum op een intranetserer: Ea werkt als senior databasebeheerder oor een leenserzekeringenbedrijf. Bij haar taken als beheerder hoort het installeren en configureren an de laatste ersie an DB2 Uniersal Database op de UNIX-databaseserers an het bedrijf. Het bedrijf waar Ea oor werkt heeft kort geleden aan het personeel laten weten hen anwege eiligheidsredenen geen toegang te geen tot internet op de werkplek. Omdat het bedrijf beschikt oer een netwerkomgeing, besluit Ea een kopie an het DB2 Informatiecentrum te installeren op een intranetserer, zodat alle werknemers die datawarehouse regelmatig gebruiken (ertegenwoordigers, salesmanagers en bedrijfsanalisten) toegang kunnen krijgen tot de DB2-documentatie. Ea raagt haar databaseteam de laatste ersie an DB2 Uniersal Database te installeren op alle computers an de werknemers met een responsbestand, om er zeker an te zijn dat iedere computer wordt geconfigureerd oor toegang tot het DB2 Informatiecentrum met een hostnaam en een poortnummer oor de intranetserer. Migual, een junior databasebeheerder, installeert echter op erschillende an de computers een kopie an DB2 Informatiecentrum terwijl hij DB2 Uniersal Database had moeten configureren oor toegang tot DB2 Informatiecentrum op de intranetserer. Om deze fout te corrigeren moet Migual de opdracht db2set geen, zodat de registerariabelen (DB2_DOCHOST oor de hostnaam en DB2_DOCPORT oor het poortnummer) an het DB2 Informatiecentrum worden gewijzigd op elk an deze computers. Nu kan op alle betreffende computers op het netwerk toegang worden erkregen tot het DB2 Informatiecentrum en kunnen de werknemers de antwoorden op hun ragen opzoeken in de DB2-documentatie. Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Verwante taken: Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 77

86 DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken op pagina 83 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) op pagina 78 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) op pagina 80 Setting the location for accessing the DB2 Information Center: Common GUI help Verwante informatie: db2set - DB2 Profile Registry Command in de publicatie Command Reference DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) Documentatie bij DB2-producten is op drie manieren toegankelijk: ia de IBM-website, ia een intranetserer of ia een ersie die is geïnstalleerd op uw computer. Standaard bieden DB2-programma s toegang tot de DB2-documentatie ia de IBM-website. Als u de DB2-documentatie wilt bekijken ia een intranetserer of ia uw eigen computer, moet u de documentatie installeren anaf de CD an het DB2 Informatiecentrum. Met behulp an de DB2 Installatiewizard kunt u uw installatieoorkeuren definiëren en het DB2 Informatiecentrum installeren op een computer met het besturingssysteem UNIX. Vereisten: In dit onderdeel wordt een oerzicht gegeen an de ereisten oor wat betreft hardware, besturingssysteem, software en communicatie oor het installeren an het DB2 Informatiecentrum op UNIX-computers. Hardwareereisten U hebt een an de olgende processors nodig: PowerPC (AIX) HP 9000 (HP-UX) Intel 32 bits (Linux) Solaris UltraSPARC-computers (Solaris Operating Enironment) Vereisten besturingssysteem U hebt een an de olgende besturingssystemen nodig: IBM AIX 5.1 (op PowerPC) HP-UX 11i (op HP 9000) Red Hat Linux 8.0 (op Intel 32 bits) SuSE Linux 8.1 (op Intel 32 bits) Sun Solaris Versie 8 (op Solaris Operating Enironment UltraSPARCcomputers) Opmerking: DB2 Informatiecentrum wordt niet officieel ondersteund door alle UNIX-besturingssystemen waarop een DB2-client wordt ondersteund. Daarom kunt u DB2 Informatiecentrum het beste raadplegen ia de website an IBM of DB2 Informatiecentrum installeren en raadplegen ia een internetserer. Softwareereisten De olgende browser wordt ondersteund: 78 Aan de slag met DB2-clients

87 - Mozilla Versie 1.0 of een hogere ersie De DB2 Installatiewizard is een grafisch installatieprogramma. U kunt de DB2 Installatiewizard alleen gebruiken op uw computer als u beschikt oer X Windows Systeem-software waarmee een grafische gebruikersinterface kan worden weergegeen. Voordat u de DB2 Installatiewizard kunt starten, moet u uw beeldschermgegeens op de juiste wijze exporteren. Typ bijoorbeeld het olgende achter de opdrachtaanwijzing: export DISPLAY= :0. Communicatieereisten TCP/IP Procedure: U kunt als olgt het DB2 Informatiecentrum installeren met de DB2 Installatiewizard: 1. Meld u aan bij het systeem. 2. Plaats de CD an het DB2 Informatiecentrum in het station en mount de CD op uw systeem. 3. Ga met de olgende opdracht naar de directory waar de CD gemount is: cd /cd waarbij /cd het mountpunt an de CD is. 4. Start de DB2 Installatiewizard met de opdracht./db2setup. 5. Het IBM DB2 Startenster oor installatie wordt geopend. Als u direct door wilt gaan met de installatie an het DB2 Informatiecentrum, klikt u op Product installeren. Voor hulp bij de daaropolgende stappen kunt u op elk moment de online Help raadplegen. Als u de online Help wilt oproepen, klikt u op Help. U kunt de installatie op elk gewenst moment afbreken door te klikken op Annuleren. 6. Op de pagina Selecteer het product dat u wilt installeren klikt u op Volgende. 7. Klik op Volgende op de pagina Welkom bij de DB2 Installatiewizard. De DB2 Installatiewizard zal u door de installatieprocedure leiden. 8. Als u door wilt gaan met de installatie, moet u de licentieoereenkomst accepteren. Op de pagina Licentieoereenkomst selecteert u Ik ga akkoord met de oorwaarden an de licentieoereenkomst en erolgens klikt u op Volgende. 9. Selecteer DB2 Informatiecentrum installeren op deze computer op de pagina Installatieactie selecteren. Als u een responsbestand wilt gebruiken om het DB2 Informatiecentrum te installeren op deze of, op een later tijdstip, op een andere computer, selecteert u Instellingen opslaan in een responsbestand. Klik op Volgende. 10. Selecteer de talen waarin het DB2 Informatiecentrum wordt geïnstalleerd op de pagina Installatietalen selecteren. Klik op Volgende. 11. Configureer het DB2 Informatiecentrum oor inkomende communicatie op de pagina Poort oor het DB2 Informatiecentrum opgeen. Kies Volgende om door te gaan met de installatie. 12. Controleer de installatieopties die u hebt geselecteerd op de pagina Kopiëren an bestanden starten. Als u instellingen wilt wijzigen klikt u op Vorige. Klik op Installeren om de bestanden an het DB2 Informatiecentrum te kopiëren naar uw computer. Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 79

88 U kunt het DB2 Informatiecentrum ook installeren met behulp an een responsbestand. De installatielogboeken db2setup.his, db2setup.log en db2setup.err staan standaard in de directory /tmp. U kunt de locatie an het logboekbestand opgeen. In het bestand db2setup.log worden alle gegeens an de installatie an DB2-producten astgelegd, inclusief de foutberichten. In het bestand db2setup.his worden alle installaties an DB2-producten op uw computer astgelegd. Het bestand db2setup.log wordt door DB2 toegeoegd aan het bestand db2setup.his. De fouten die worden teruggezonden door Jaa worden astgelegd in het bestand db2setup.err, bijoorbeeld de gegeens oer afwijkingen en astlopen. Als de installatie is oltooid, wordt DB2 Informatiecentrum, afhankelijk an het UNIX-besturingssysteem, geïnstalleerd in een an de olgende directoryus: AIX: /usr/opt/db2_08_01 HP-UX: /opt/ibm/db2/v8.1 Linux: /opt/ibm/db2/v8.1 Solaris Operating Enironment: /opt/ibm/db2/v8.1 Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: DB2 installeren ia responsbestand (UNIX) in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken op pagina 83 Onderwerpen in gewenste taal afbeelden in DB2 Informatiecentrum op pagina 84 DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) op pagina 80 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) U kunt op drie manieren toegang krijgen tot de DB2-documentatie: ia de website an IBM, ia een intranetserer, of ia een op uw computer geïnstalleerde ersie. Standaard wordt de DB2-documentatie door DB2-producten geraadpleegd ia de website an IBM. Als u de DB2-documentatie wilt bekijken ia een intranetserer of ia uw eigen computer, moet u de documentatie installeren anaf de CD an het DB2 Informatiecentrum. Met behulp an de DB2 Installatiewizard kunt u uw installatieoorkeuren definiëren en het DB2 Informatiecentrum installeren op een computer met het besturingssysteem Windows. Vereisten: In dit onderdeel wordt een oerzicht gegeen an de ereisten oor wat betreft hardware, besturingssysteem, software en communicatie oor het installeren an het DB2 Informatiecentrum op Windows-computers. 80 Aan de slag met DB2-clients

89 Hardwareereisten U hebt een an de olgende processors nodig: 32-bits computers: een Pentium- of Pentium-compatibele CPU Vereisten besturingssysteem U hebt een an de olgende besturingssystemen nodig: Windows 2000 Windows XP Opmerking: DB2 Informatiecentrum wordt niet officieel ondersteund door alle Windows-besturingssystemen waarop een DB2-client wordt ondersteund. Daarom kunt u DB2 Informatiecentrum het beste raadplegen ia de website an IBM of DB2 Informatiecentrum installeren en raadplegen ia een internetserer. Softwareereisten De olgende browsers worden ondersteund: - Mozilla 1.0 of een hogere ersie - Internet Explorer Versie 5.5 of 6.0 (Versie 6.0 oor Windows XP) Communicatieereisten TCP/IP Procedure: DB2 Informatiecentrum installeren met behulp an de DB2 Installatiewizard: 1. Meld u aan bij het systeem met het account dat u hebt gedefinieerd oor de installatie an het DB2 Informatiecentrum. 2. Plaats de CD in het station. Automatisch erschijnt het startenster an IBM DB2 Installatie. 3. De systeemtaal wordt door de DB2 Installatiewizard astgesteld en het installatieprogramma oor de betreffende taal wordt gestart. Als u het installatieprogramma wilt uitoeren in een andere taal dan Engels of als het configuratieprogramma niet automatisch wordt gestart, kunt u de DB2 Installatiewizard handmatig opstarten. Handmatig DB2 Installatiewizard opstarten: a. Klik op Starten en kies Uitoeren. b. In het eld Openen, typt u de olgende opdracht: x:\setup taal waarin x: staat oor het CD-station, en taal staat oor de taal waarin het configuratieprogramma wordt uitgeoerd. c. Klik op OK. 4. Het startenster an het installatieprogramma an IBM DB2 erschijnt. Als u direct erder wilt gaan met het installeren an DB2 Informatiecentrum, klikt u op Product installeren. Met behulp an online Help kunt u de oerige stappen doorlopen. Als u op Help klikt, roept u online Help op. U kunt op elk moment op Annuleren klikken, als u de installatie wilt beëindigen. 5. Op de pagina Selecteer het product dat u wilt installeren, klikt u op Volgende. 6. Klik op Volgende op de pagina Welkom bij de DB2 Installatiewizard. De DB2 Installatiewizard oert u door het installatieproces. Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 81

90 7. Als u wilt doorgaan met de installatie, moet u de licentieoereenkomst accepteren. Op de pagina Licentieoereenkomst, kiest u Ik ga akkoord met de oorwaarden in de licentieoereenkomst en daarna klikt u op Volgende. 8. Selecteer DB2 Informatiecentrum installeren op deze computer op de pagina Installatiebewerking kiezen. Als u op een later tijdstip een responsbestand wilt gebruiken oor het installeren an DB2 Informatiecentrum op deze of op een andere computer, kiest u Instellingen opslaan in een responsbestand. Klik op Volgende. 9. De talen waarin het DB2 Informatiecentrum moet worden geïnstalleerd, kiest u op de pagina Talen kiezen oor installatie. Klik op Volgende. 10. Het DB2 Informatiecentrum configureert u oor inkomende communicatie op de pagina Poort DB2 Informatiecentrum kiezen. Klik op Volgende om erder te gaan met de installatie. 11. U kunt de keuzen die u hebt gemaakt, controleren op de pagina Bestanden kopiëren. Om uw instellingen te wijzigen, klikt u op Terug. Om de bestanden an DB2 Informatiecentrum naar uw computer te kopiëren, klikt u op Installeren. U kunt DB2 Informatiecentrum installeren met behulp an een responsbestand. U kunt de opdracht db2rspgn gebruiken om een responsbestand te genereren dat is gebaseerd op een bestaande installatie. Gegeens oer fouten die zijn aangetroffen tijdens de installatie indt u in de bestanden db2.log en db2wi.log. Deze bestanden staan in de directory Mijn documenten \DB2LOG\. De locatie an de directory Mijn documenten is afhankelijk an de computerinstellingen. In het bestand db2wi.log worden de meest recente gegeens an de DB2-installatie astgelegd. In het bestand db2.log wordt de geschiedenis an de DB2-installaties astgelegd. Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: DB2-product installeren ia een responsbestand (Windows) in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken op pagina 83 Onderwerpen in gewenste taal afbeelden in DB2 Informatiecentrum op pagina 84 DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) op pagina 78 Verwante informatie: db2rspgn - Response File Generator Command (Windows) in de publicatie Command Reference 82 Aan de slag met DB2-clients

91 DB2 Informatiecentrum openen Via het DB2 Informatiecentrum hebt u toegang tot alle informatie die u nodig hebt om de mogelijkheden an DB2-producten oor de besturingssystemen Linux, UNIX en Windows, zoals DB2 Uniersal Database, DB2 Connect, DB2 Information Integrator en DB2 Query Patroller olledig te benutten. Vereisten: Voordat u het DB2 Informatiecentrum gebruikt: Optioneel: De browser configureren zodat de onderwerpen in de gewenste taal worden afgebeeld Optioneel: De DB2-client configureren oor gebruik an het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer Procedure: U start het DB2 Informatiecentrum als olgt anaf het bureaublad: Voor Windows-besturingssystemen klikt u op Start Programma s IBM DB2 Informatie Informatiecentrum U start het DB2 Informatiecentrum als olgt anaf een opdrachtregel: Voor de besturingssystemen Linux en UNIX geeft u de opdracht db2icdocs. Voor het besturingssysteem Windows geeft u de opdracht db2icdocs.exe. Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: Onderwerpen in gewenste taal afbeelden in DB2 Informatiecentrum op pagina 84 Specifieke Help-informatie bekijken anuit een DB2-tool op pagina 92 DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken op pagina 83 Help bij opdrachten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 94 Setting the location for accessing the DB2 Information Center: Common GUI help Verwante informatie: HELP Command in de publicatie Command Reference DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken Er worden regelmatig updates met nieuwe of gewijzigde documentatie aangebracht op het DB2 Informatiecentrum op IBM kan ook updates op het DB2 Informatiecentrum beschikbaar stellen, die u kunt downloaden en installeren op Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 83

92 uw computer of intranetserer. Het aanbrengen an updates op het DB2 Informatiecentrum betekent niet dat de DB2-client- of sererproducten worden bijgewerkt. Vereisten: U moet toegang hebben tot een computer die erbonden is met het internet. Procedure: Als kunt als olgt een update aanbrengen op het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer: 1. Open het DB2 Informatiecentrum dat zich beindt op de IBM-website op: 2. In het gedeelte Downloads an de welkomstpagina onder het kopje Serice and Support klikt u op de link DB2 Uniersal Database documentation. 3. Bepaal of de ersie an het DB2 Informatiecentrum bijgewerkt moet worden door het meest recente nieau an het documentatie-image te ergelijken met het geïnstalleerde documentatienieau. Het door u geïnstalleerde documentatienieau wordt ermeld op de welkomstpagina an het DB2 Informatiecentrum. 4. Als er een recentere ersie an de documentatie beschikbaar is, downloadt u het image an het laatst ernieuwde DB2 Informatiecentrum oor uw besturingssysteem. 5. Om het image an het ernieuwde DB2 Informatiecentrum te installeren, olgt u de instructies die op de webpagina worden gegeen. Verwante concepten: Installatiescenario s oor DB2 Informatiecentrum op pagina 75 Verwante taken: DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (UNIX) op pagina 78 DB2 Informatiecentrum installeren met DB2 Installatiewizard (Windows) op pagina 80 Onderwerpen in gewenste taal afbeelden in DB2 Informatiecentrum Het DB2 Informatiecentrum probeert onderwerpen af te beelden in de taal die is opgegeen in uw browseroorkeuren. Als een bepaald onderwerp niet is ertaald in de oorkeurstaal, beeldt het DB2 Informatiecentrum an dat onderwerp de Engelse ersie af. Procedure: U kunt als olgt onderwerpen in de gewenste taal in de browser Internet Explorer afbeelden: 1. In Internet Explorer klikt u achtereenolgens op Extra > Internet-opties > Talen... Het enster Taaloorkeur wordt geopend. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal is opgegeen als de eerste taal in de lijst an talen. 84 Aan de slag met DB2-clients

93 Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst klikt u op de knop Toeoegen... Opmerking: Het toeoegen an een taal garandeert niet dat de computer beschikt oer de lettertypen die ereist zijn om de onderwerpen in de gewenste taal af te beelden. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u de taal en klikt u op de knop Omhoog totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Vernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. U kunt als olgt onderwerpen in de gewenste taal in de browser Mozilla afbeelden: 1. In Mozilla kiest u achtereenolgens Edit (Bewerken) > Preferences (Voorkeuren) > Languages (Talen). Het enster Languages (Talen) wordt afgebeeld in het enster Preferences (Voorkeuren). 2. Zorg eroor dat de gewenste taal is opgegeen als de eerste taal in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, klikt u op de knop Toeoegen... om een taal te selecteren in het enster Add Languages (Taal toeoegen). Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u de taal en klikt u op de knop Omhoog totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Vernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 PDF- en gedrukte ersie an de DB2-documentatie De onderstaande tabellen beatten officiële namen an publicaties, bestelnummers en namen an PDF-bestanden. Als u de gedrukte ersie an documenten wilt bestellen, moet u weten wat de officiële naam an de publicatie is. Als u een PDF-bestand wilt afdrukken, moet u de naam an het PDF-bestand kennen. Een olledige beschrijing an elke DB2-publicatie is beschikbaar bij het IBM Publications Center op De documentatie bij DB2 kan op de olgende manier worden ingedeeld: DB2 Basisinformatie Beheerinformatie Informatie oer toepassingsontwikkeling Informatie oer Business Intelligence Informatie oer DB2 Connect Opstartinformatie Informatie oor zelfstudie Informatie oer optionele componenten Opmerkingen bij release Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 85

94 In de onderstaande tabellen wordt oor elk boek in de DB2-bibliotheek de informatie gegeen die u nodig hebt om de gedrukte ersie te bestellen, en wordt ermeld hoe u de PDF-ersie kunt bekijken of afdrukken oor dat boek. Een olledige beschrijing an elk an de boeken in de DB2-bibliotheek is beschikbaar bij het IBM Publications Center op DB2 Basisinformatie De informatie in deze boeken is an fundamenteel belang oor alle DB2-gebruikers. Deze is zowel nuttig oor programmeurs en databasebeheerders als oor gebruikers an DB2 Connect, DB2 Warehouse Manager of andere DB2-producten. Tabel 10. DB2 Basisinformatie Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Uniersal Database Command Reference IBM DB2 Uniersal Database Glossary IBM DB2 Uniersal Database, Naslagboek bij berichten, Deel 1 IBM DB2 Uniersal Database, Naslagboek bij berichten, Deel 2 IBM DB2 Uniersal Database, Nieuwe functies in deze release SC Geen bestelnummer GC , geen gedrukte ersie beschikbaar GC , geen gedrukte ersie beschikbaar SC db2n0x81 db2t0x81 db2m1x81 db2m2x81 db2q0x81 Beheerinformatie De informatie in deze boeken omat de onderwerpen die an belang zijn oor het effectief ontwerpen, implementeren en onderhouden an DB2-databases, data warehouses en federatiee systemen. Tabel 11. Beheerinformatie Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Uniersal Database Administration Guide: Planning IBM DB2 Uniersal Database Administration Guide: Implementation IBM DB2 Uniersal Database Administration Guide: Performance IBM DB2 Uniersal Database Administratie API Reference IBM DB2 Uniersal Database Data Moement Utilities Guide and Reference IBM DB2 Uniersal Database Data Recoery and High Aailability Guide and Reference IBM DB2 Uniersal Database Data Warehouse Center Administration Guide SC SC SC SC SC SC SC db2d1x81 db2d2x81 db2d3x81 db2b0x81 db2dmx81 db2hax81 db2ddx81 86 Aan de slag met DB2-clients

95 Tabel 11. Beheerinformatie (erolg) Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Uniersal Database SQL Reference, Volume 1 IBM DB2 Uniersal Database SQL Reference, Volume 2 IBM DB2 Uniersal Database System Monitor Guide and Reference SC SC SC db2s1x81 db2s2x81 db2f0x81 Informatie oer toepassingsontwikkeling De informatie in deze boeken is met name an belang oor ontwikkelaars en programmeurs an toepassingen waarin met DB2 Uniersal Database (DB2 UDB) wordt gewerkt. Hierin indt u bijoorbeeld informatie oer de ondersteunde programmeertalen en compilers, maar ook documentatie oer de toegang tot DB2 UDB oor alle programmeerinterfaces die worden ondersteund, zoals Embedded SQL, ODBC, JDBC, SQLJ en CLI. Als u het DB2 Informatiecentrum gebruikt, hebt u ook de beschikking oer HTML-ersies an de broncode oor de oorbeeldprogramma s. Tabel 12. Informatie oer toepassingsontwikkeling Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Uniersal Database Application Deelopment Guide: Building and Running Applications IBM DB2 Uniersal Database Application Deelopment Guide: Programming Client Applications IBM DB2 Uniersal Database Application Deelopment Guide: Programming Serer Applications IBM DB2 Uniersal Database Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 1 IBM DB2 Uniersal Database Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 IBM DB2 Uniersal Database Data Warehouse Center Application Integration Guide IBM DB2 XML Extender Administration and Programming SC SC SC SC SC SC SC db2axx81 db2a1x81 db2a2x81 db2l1x81 db2l2x81 db2adx81 db2sxx81 Informatie oer Business Intelligence De informatie in deze boeken betreft het gebruik an componenten waarmee de mogelijkheden an DB2 Uniersal Database op het gebied an data warehousing en gegeensanalyse kunnen worden uitgebreid. Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 87

96 Tabel 13. Informatie oer Business Intelligence Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Warehouse Manager Standard Edition Information Catalog Center Administration Guide IBM DB2 Warehouse Manager Standard Edition Installation Guide IBM DB2 Warehouse Manager Standard Edition Managing ETI Solution Conersion Programs with DB2 Warehouse Manager SC GC SC db2dix81 db2idx81 iwhe1mstx80 Informatie oer DB2 Connect De informatie in deze categorie betreft de toegang tot de gegeens op hosts en iseries-systemen met behulp an DB2 Connect Enterprise Edition of DB2 Connect Personal Edition. Tabel 14. Informatie oer DB2 Connect Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM Connectiity Supplement Geen bestelnummer db2h1x81 IBM DB2 Connect Quick Beginnings for DB2 Connect Enterprise Edition IBM DB2 Connect, Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition IBM DB2 Connect, Gebruikershandleiding GC GC SC db2c6x81 db2c1x81 db2c0x81 Opstartinformatie De informatie in deze categorie is an belang oor de installatie en configuratie an serers, clients en oerige DB2-producten. Tabel 15. Opstartinformatie Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Uniersal Database, Aan de slag met DB2-clients IBM DB2 Uniersal Database Quick Beginnings for DB2 Serers IBM DB2 Uniersal Database Quick Beginnings for DB2 Personal Edition IBM DB2 Uniersal Database, Supplement oor installatie en configuratie GC , geen gedrukte ersie beschikbaar GC GC GC , geen gedrukte ersie beschikbaar db2itx81 db2isx81 db2i1x81 db2iyx81 88 Aan de slag met DB2-clients

97 Tabel 15. Opstartinformatie (erolg) Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Uniersal Database Quick Beginnings for DB2 Data Links Manager GC db2z6x81 Informatie oor zelfstudie In de documenten oor zelfstudie indt u beschrijingen an de DB2-functies en wordt uitgelegd hoe u erschillende taken uitoert. Tabel 16. Informatie oor zelfstudie Naam Bestelnummer PDF-bestand Business Intelligence Tutorial: Introduction to the Data Warehouse Business Intelligence Tutorial: Extended Lessons in Data Warehousing Information Catalog Center Tutorial Video Central for e-business Tutorial Geen bestelnummer Geen bestelnummer Geen bestelnummer Geen bestelnummer db2tux81 db2tax81 db2aix81 db2twx81 Visual Explain Tutorial Geen bestelnummer db2tx81 Informatie oer optionele componenten De informatie in deze categorie beat beschrijingen an het gebruik an optionele DB2-componenten. Tabel 17. Informatie oer optionele componenten Naam Bestelnummer PDF-bestand IBM DB2 Cube Views Guide and Reference IBM DB2 Query Patroller Guide: Installation, Administration and Usage Guide IBM DB2 Spatial Extender and Geodetic Extender User s Guide and Reference IBM DB2 Uniersal Database Data Links Manager Administration Guide and Reference DB2 Net Search Extender Administration and User s Guide Opmerking: De HTML-ersie an dit document kan niet worden geïnstalleerd anaf de CD-ROM met de HTML-documentatie. SC GC SC SC SH db2aax81 db2dwx81 db2sbx81 db2z0x82 n..t. Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 89

98 Opmerkingen bij release De documenten met opmerkingen bij een release beatten aanullende informatie die specifiek is oor de release an het product en het FixPak-nieau. Verder beatten deze documenten oerzichten an de documentatiewijzigingen die bij elk(e) release, update en FixPak worden aangebracht. Tabel 18. Opmerkingen bij release Naam Bestelnummer PDF-bestand Opmerkingen bij deze release an DB2 DB2 Installatie-aanwijzingen Zie opmerking. Alleen erkrijgbaar op de CD-ROM an dit product. Zie opmerking. Niet beschikbaar. Opmerking: De Release Notes kunt u inden op de olgende locatie: Verwante concepten: XHTML- en Text-formaat, op de product-cd s PDF-formaat, op de CD met PDF-documentatie Boendien worden de gedeelten an de Release Notes die betrekking hebben op Known Problems and Workarounds en Incompatibilities Between Releases ook afgebeeld in het DB2 Informatiecentrum. Op een UNIX-systeem kunt u de text-ersie an de Release Notes bekijken ia het bestand Release.Notes. Dit bestand beindt zich in de directory DB2DIR/Readme/%L. Hierin is %L de locale oor de gewenste taal en DB2DIR is: Voor AIX-besturingssystemen: /usr/opt/db2_08_01 Voor alle andere UNIX-gebaseerde besturingssystemen: /opt/ibm/db2/v8.1 DB2-documentatie en Help-informatie op pagina 73 Verwante taken: DB2-boeken afdrukken anuit PDF-bestanden op pagina 90 Gedrukte handleidingen bestellen op pagina 91 Specifieke Help-informatie bekijken anuit een DB2-tool op pagina 92 DB2-boeken afdrukken anuit PDF-bestanden U kunt een DB2-boek afdrukken anuit het PDF-bestand op de CD-ROM DB2 PDF-documentatie. Met behulp an het programma Adobe Acrobat Reader kunt u een boek in zijn geheel afdrukken of een door u op te geen specifiek aantal pagina s. Vereisten: Adobe Acrobat Reader moet geïnstalleerd zijn. Dit programma is beschikbaar anaf de Adobe-website op Procedure: Om een DB2-boek af te drukken anuit het PDF-bestand, gaat u als olgt te werk: 90 Aan de slag met DB2-clients

99 1. Plaats de CD DB2 PDF-documentatie in het CD-ROM-station. Op UNIX-besturingssystemen moet u de CD met de PDF-documentatie mounten. Raadpleeg de publicatie Aan de slag/quick Beginnings oor details oer het mounten an een CD op een UNIX-systeem. 2. Dubbelklik op het bestand index.htm. Het bestand wordt dan geopend in een browserenster. 3. Klik op de titel an het PDF-document dat u wilt bekijken. Het PDF-bestand wordt dan geopend in Acrobat Reader. 4. Kies Bestand Afdrukken om het boek geheel of gedeeltelijk af te drukken. Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Verwante taken: Mounting the CD-ROM (AIX) in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers Mounting the CD-ROM (HP-UX) in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers Mounting the CD-ROM (Linux) in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers Gedrukte handleidingen bestellen op pagina 91 Mounting the CD-ROM (Solaris Operating Enironment) in de publicatie Quick Beginnings for DB2 Serers Verwante informatie: PDF- en gedrukte ersie an de DB2-documentatie op pagina 85 Gedrukte handleidingen bestellen Als u lieer gebruikmaakt an de gedrukte ersie an een boek, dan kunt u deze op drie manieren bestellen. Procedure: In sommige landen of regio s kunnen gedrukte publicaties worden besteld. Controleer de IBM Publications-website oor uw land of regio om te zien of deze serice beschikbaar is in uw land of regio. Wanneer u de publicaties kunt bestellen, gaat u als olgt te werk: Neem contact op met uw IBM-leerancier. U indt de lokale IBM-ertegenwoordiger ia de IBM Worldwide Directory of Contacts op Bel in de Verenigd Staten of IBM-4YOU in Canada. Ga naar het IBM Publications Center op De mogelijkheid om publicaties te bestellen bij het IBM Publications Center is niet beschikbaar in alle landen. Wanneer het programma DB2 beschikbaar is, komen de gedrukte publicaties oereen met de PDF-ersie an de publicaties op de CD DB2 PDF-documentatie. De inhoud an de gedrukte publicaties die zich beinden op de CD an het DB2 Informatiecentrum is ook hetzelfde. Er is echter aanullende informatie beschikbaar op de CD an het DB2 Informatiecentrum die nergens anders in de PDF-publicaties is opgenomen (bijoorbeeld SQL Administration-routines en Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 91

100 HTML-oorbeelden). Niet alle publicaties die beschikbaar zijn op de CD DB2 PDF-documentatie kunnen worden besteld als gedrukt document. Opmerking: Updates an het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie en de gedrukte publicaties. Installeer daarom de documentatie-updates zodra deze beschikbaar komen of ga naar het DB2 Informatiecentrum op oor de meest recente informatie. Verwante taken: DB2-boeken afdrukken anuit PDF-bestanden op pagina 90 Verwante informatie: PDF- en gedrukte ersie an de DB2-documentatie op pagina 85 Specifieke Help-informatie bekijken anuit een DB2-tool Specifieke Help biedt informatie oer de taken of elden en opdrachtknoppen die horen bij een bepaald(e) enster, instellingenblok, wizard of adisor. Specifieke Help is beschikbaar anuit DB2-componenten die beschikken oer een gebruikersinterface. Er zijn twee typen specifieke Help: Help die kan worden opgeroepen ia de knop Help die zich beindt in elk enster of instellingenblok Infopops, oorgrondinformatieensters die worden afgebeeld wanneer de muisaanwijzer wordt geplaatst op een eld, optie of opdrachtknop, of wanneer een eld of onderdeel is geselecteerd in een enster, instellingenblok, wizard of adisor, en er op F1 wordt gedrukt. Via de opdrachtknop Help krijgt u algemene informatie en een oerzicht an de mogelijke taken en ereisten. De infopops geen een beschrijing an de afzonderlijke elden, opties en opdrachtknoppen. Procedure: U kunt als olgt specifieke Help-informatie oproepen: Om de Help-informatie bij een enster of instellingenblok af te beelden, start u een an de DB2-tools en opent u het gewenste enster of instellingenblok. Klik daaroor op de knop Help rechtsonder in het enster of instellingenblok. U kunt de specifieke Help-informatie ook oproepen ia de optie Help, die zich boen in alle DB2-toolscenters beindt. In wizards en adisors klikt u op de link Task Oeriew (Taakoerzicht) op de eerste pagina om de specifieke Help-informatie af te beelden. Voor infopops-help oer een bepaald onderdeel an een enster of instellingenblok klikt u op het betreffende onderdeel en erolgens drukt u op F1. Er wordt informatie oer het desbetreffende onderdeel afgebeeld in een geel oorgrondenster. Opmerking: Als u de infopops-help automatisch wilt afbeelden wanneer u de muisaanwijzer op een eld of opdrachtknop plaatst, selecteer dan het aankruisakje Automatically display infopops (Infopops automatisch afbeelden) op de pagina Documentation (Documentatie) an het instellingenblok oor een tool. 92 Aan de slag met DB2-clients

101 Vergelijkbaar met de infopops-help zijn er diagnostische oorgrondensters met een andere orm an contextgeoelige Help-informatie beschikbaar. Deze beatten beschrijingen an de toegestane waarden oor de in te oeren gegeens. Diagnostische oorgrondinformatie wordt afgebeeld in een paars enster, dat erschijnt wanneer er ongeldige of onolledige gegeens worden ingeoerd. Er kunnen diagnostische oorgrondensters worden afgebeeld oor: Verplichte elden Velden waaran de waarde een specifieke indeling moet hebben, bijoorbeeld een datumeld Verwante taken: DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 Help bij berichten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 93 Help bij opdrachten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 94 Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 94 Access to the DB2 Information Center: Concepts help How to use the DB2 UDB help: Common GUI help Setting the location for accessing the DB2 Information Center: Common GUI help Setting up access to DB2 contextual help and documentation: Common GUI help Help bij berichten bekijken anaf de opdrachtregel De Help bij berichten bestaat uit een beschrijing an de oorzaak an een bericht plus de actie die ondernomen dient te worden om het probleem op te lossen. Procedure: Om Help bij berichten op te roepen, opent u het opdrachtenster en typt u:? XXXnnnnn waarbij XXXnnnnn een geldig berichtnummer is. Met bijoorbeeld? SQL30081 beeldt u de Help-informatie bij het bericht SQL30081 af. Verwante concepten: Introduction to messages in de publicatie Naslagboek bij berichten Deel 1 Verwante informatie: db2 - Command Line Processor Inocation Command in de publicatie Command Reference Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 93

102 Help bij opdrachten bekijken anaf de opdrachtregel De Help bij opdrachten geeft een beschrijing an de syntaxis an de opdrachten die anaf de opdrachtregel kunnen worden gegeen. Procedure: Om Help bij opdrachten op te roepen, opent u het opdrachtenster en typt u:? opdracht waarbij opdracht zowel de opdrachtnaam kan zijn als de olledige opdracht. Met bijoorbeeld? catalog beeldt u Help-informatie af oor alle CATALOG-opdrachten, terwijl u met? catalog database alleen Help-informatie afbeeldt oor de opdracht CATALOG DATABASE. Verwante taken: Specifieke Help-informatie bekijken anuit een DB2-tool op pagina 92 DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 Help bij berichten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 93 Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 94 Verwante informatie: db2 - Command Line Processor Inocation Command in de publicatie Command Reference Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel DB2 UDB zendt een parameter SQLSTATE terug waaran de waarde de status aangeeft na uitoering an een SQL-instructie. Help bij SQLSTATE biedt informatie oer de SQL-status en de klassencodes an de SQL-status. Procedure: Om Help bij de SQL-status op te roepen, opent u het opdrachtenster en typt u:? sqlstatus of? klassencode waarin sqlstatus een geldige SQL-status an ijf cijfers is en klassencode de eerste twee cijfers an de SQL-status. Als u bijoorbeeld? typt, wordt er een Help-bericht afgebeeld oer de SQL-status Na het typen an? 08 wordt er een Help-bericht afgebeeld oer klassencode 08. Verwante taken: DB2 Informatiecentrum openen op pagina 83 Help bij berichten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina 93 Help bij opdrachten bekijken anaf de opdrachtregel op pagina Aan de slag met DB2-clients

103 DB2-documenten oor zelfstudie Met behulp an de DB2-documenten oor zelfstudie kunt u kennismaken met de erschillende aspecten an DB2 Uniersal Database. Het zelfstudieprogramma bestaat uit lessen met stapsgewijze instructies oor het ontwikkelen an toepassingen, het optimaliseren an SQL-query s, het werken met data warehouses, het beheer an metagegeens en de ontwikkeling an webserices met behulp an DB2. Opmerkingen: DB2-problemen oplossen U kunt de XHTML-ersies an de zelfstudielessen bekijken ia het Informatiecentrum op Sommige zelfstudielessen maken gebruik an oorbeeldgegeens of een oorbeeldprogramma. Zie de afzonderlijke lessen oor een beschrijing an speciale ereisten oor bepaalde taken. DB2 Uniersal Database - Zelfstudie: Klik op een an de zelfstudielessen in de onderstaande lijst om de betreffende les te bekijken. Business Intelligence Tutorial: Introduction to the Data Warehouse Center Uitoering an inleidende taken op het gebied an data warehousing met behulp an het Data Warehouse-centrum. Business Intelligence Tutorial: Extended Lessons in Data Warehousing Uitoering an geaanceerde taken op het gebied an data warehousing met behulp an het Data Warehouse-centrum. Information Catalog Center Tutorial Ontwikkeling en beheer an een informatiecatalogus oor het lokaliseren en gebruiken an metagegeens met behulp an het Information Catalog Center. Visual Explain Tutorial Analyse, optimalisatie en afstemming an SQL-instructies ter erhoging an de performance met behulp an Visual Explain. Er is een uitgebreide erzameling gegeens oer het opsporen en oplossen an problemen beschikbaar om u te ondersteunen bij het gebruik an DB2 -producten. DB2-documentatie Probleemoplossingsinformatie kunt u oeral in het DB2 Informatiecentrum inden, eenals in alle PDF-publicaties waaruit de DB2-bibliotheek bestaat. Raadpleeg in de naigatiestructuur an het DB2 Informatiecentrum (het linkerdeel an het browserenster) de tak Support and troubleshooting information, die een olledig oerzicht an de documentatie oer DB2-problemen beat. Website DB2 Technical Support Raadpleeg de website DB2 Technical Support als u problemen onderindt en hulp nodig hebt bij het inden an oorzaken en oplossingen. Deze site biedt links naar de meest recente DB2-publicaties, TechNotes, APAR s (Authorized Program Analysis Reports), FixPaks en het meest recente Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 95

104 Toegankelijkheid oerzicht an interne DB2-foutcodes en andere nuttige informatie. U kunt in deze kennisdatabase zoeken naar de oplossingen oor uw problemen. De website DB2 Technical Support is te inden op DB2 Problem Determination Tutorial Series Raadpleeg de website DB2 Problem Determination Tutorial Series als u informatie zoekt oer het snel herkennen en oplossen an problemen die u bij het werken met DB2-producten kunt tegenkomen. Een an deze zelfstudielessen behelst een introductie tot de functies en tools die beschikbaar zijn oor het oplossen an DB2-problemen, en helpt u teens te bepalen wanneer u deze kunt gebruiken. Andere zelfstudielessen behandelen erwante onderwerpen, zoals Database Engine Problem Determination, Performance Problem Determination en Application Problem Determination. Zie oor een olledig oerzicht an de DB2-zelfstudielessen oor probleembepaling de website DB2 Technical Support op Verwante concepten: DB2 Informatiecentrum op pagina 74 Introduction to problem determination - DB2 Technical Support tutorial in de publicatie Troubleshooting Guide Met behulp an oorzieningen ter erhoging an de toegankelijkheid zijn personen met een fysieke handicap, zoals een beperkte motoriek of een erminderd gezichtsermogen, beter in staat bepaalde softwareproducten te gebruiken. De olgende lijst beat de belangrijkste toegankelijkheidsoorzieningen die beschikbaar zijn in DB2 Versie 8-producten: Alle DB2-functionaliteit is beschikbaar met behulp an het toetsenbord oor naigatie in plaats an de muis. Zie Inoer en naigatie ia het toetsenbord oor meer informatie. U kunt de grootte en kleur an de lettertypen in de gebruikersinterface an DB2 aanpassen. Zie Toegankelijkheid beeldscherm op pagina 97 oor meer informatie. DB2-producten ondersteunen toegankelijkheidstoepassingen die gebruikmaken an de Jaa Accessibility API. Zie Compatibiliteit met hulptechnologieën op pagina 97 oor meer informatie. DB2-documentatie wordt meegeleerd in gemakkelijk toegankelijke indelingen. Zie Toegankelijkheid documentatie op pagina 97 oor meer informatie. Inoer en naigatie ia het toetsenbord Inoer anaf het toetsenbord U kunt de DB2-tools gebruiken met alleen het toetsenbord. U kunt toetsen of toetsencombinaties gebruiken oor de bewerkingen die u ook met een muis kunt uitoeren. Standaard besturingssysteem-toetsaanslagen worden gebruikt oor standaard besturingssysteem-bewerkingen. 96 Aan de slag met DB2-clients

105 Raadpleeg Keyboard shortcuts and accelerators: Common GUI help oor meer informatie oer het gebruik an toetsen of toetsencombinaties oor het uitoeren an bewerkingen. Toetsenbordnaigatie U kunt naigeren door de gebruikersinterface an de DB2-tools met behulp an toetsen of toetsencombinaties. Toetsenbordfocus In UNIX-besturingssystemen wordt het gedeelte an het actiee enster waarin uw toetsaanslagen effect hebben, geaccentueerd weergegeen. Toegankelijkheid beeldscherm De DB2-tools beschikken oer oorzieningen die de toegankelijkheid ergroten oor gebruikers met een erminderd gezichtsermogen of een andere isuele handicap. Hiertoe behoort ook de ondersteuning oor de aanpassing an de lettertype-eigenschappen. Lettertype-instellingen U kunt de kleur, de grootte en het lettertype selecteren oor de tekst in menu s en dialoogensters met behulp an het instellingenblok oor de tools. Zie Changing the fonts for menus and text: Common GUI help oor meer informatie oer het opgeen an lettertype-instellingen. Geen kleurafhankelijkheid U hoeft geen kleuren te kunnen onderscheiden om de functies an het product te kunnen gebruiken. Compatibiliteit met hulptechnologieën De DB2-toolsinterfaces bieden ondersteuning oor de Jaa Accessibility API, waarmee u schermleesprogramma s en andere hulptechnologieën met DB2-producten kunt gebruiken. Toegankelijkheid documentatie Documentatie oor DB2 wordt erstrekt in XHTML 1.0-formaat, dat kan worden bekeken in de meeste webbrowsers. Met XHTML kunt u de documentatie bekijken met de weergae-instellingen an uw browser. Dat betekent dat u gebruik kunt maken an schermlezers en andere hulptechnologieën. Syntaxisdiagrammen zijn beschikbaar in decimale notatie met scheidingspunten. Deze indeling is uitsluitend beschikbaar als u de online documentatie leest met behulp an een schermleesprogramma. Verwante concepten: Syntaxisdiagrammen met decimale notatie met scheidingspunten op pagina 97 Syntaxisdiagrammen met decimale notatie met scheidingspunten Syntaxisdiagrammen zijn beschikbaar in decimale notatie met scheidingspunten oor degenen die het Informatiecentrum gebruiken met een schermleesprogramma. In de indeling met decimaalpunten wordt elk syntaxiselement op een aparte regel geschreen. Als twee of meer syntaxiselementen alleen in combinatie met elkaar Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 97

106 98 Aan de slag met DB2-clients kunnen oorkomen, kunnen deze op dezelfde regel worden gezet, want dan kunnen ze als een enkel samengesteld syntaxiselement worden opgeat. Elke regel begint met een getal met decimaalpunten: bijoorbeeld 3 of 3.1 of Om deze getallen goed te kunnen herkennen, moet u eroor zorgen dat uw schermleesprogramma zo is ingesteld dat de interpunctie wordt aangegeen. Alle syntaxiselementen met hetzelfde decimaalgetal (bijoorbeeld alle syntaxiselementen met het getal 3.1) zijn elkaar uitsluitende alternatieen. Als u de regels 3.1 USERID en 3.1 SYSTEMID hoort, betekent dit dat in de syntaxis hetzij USERID hetzij SYSTEMID kan oorkomen, en dus niet beide tegelijk. Het decimaalnieau geeft aan hoe diep de syntaxis is genest. Als een syntaxiselement met decimaalgetal 3 bijoorbeeld wordt geolgd door een reeks syntaxiselementen met decimaalgetal 3.1, zijn alle syntaxiselementen met nummer 3.1 onderliggende elementen an het syntaxiselement met nummer 3. Naast de decimaalgetallen worden bepaalde woorden en symbolen gebruikt oor aanullende informatie oer de syntaxiselementen. Soms kunnen deze woorden en symbolen oorkomen aan het begin an het element zelf. Om de herkenning te ergemakkelijken wordt een woord of symbool dat deel uitmaakt an het syntaxiselement, oorafgegaan door een schuine streep naar links (\). Het teken * kan naast een decimaalgetal worden gebruikt om aan te geen dat het syntaxiselement herhaald wordt. Het syntaxiselement *FILE met decimaalgetal 3 krijgt bijoorbeeld de notatie 3 \* FILE. De notatie 3* FILE geeft aan dat het syntaxiselement FILE wordt herhaald. De notatie 3* \* FILE geeft aan dat het syntaxiselement * FILE wordt herhaald. Tekens zoals komma s, die worden gebruikt als scheidingsteken oor een reeks an syntaxiselementen, worden in de syntaxis direct oor de te scheiden items afgebeeld. Deze tekens kunnen op dezelfde regel als het item oorkomen of op een aparte regel met hetzelfde decimaalgetal als het desbetreffende item. De regel kan daarnaast nog een symbool beatten dat nadere informatie oer de syntaxiselementen geeft. De regels 5.1*, 5.1 LASTRUN en 5.1 DELETE betekenen bijoorbeeld dat als u meerdere syntaxiselementen LASTRUN en DELETE gebruikt, deze elementen met een komma an elkaar moeten worden gescheiden. Als er geen scheidingsteken wordt opgegeen, wordt aangenomen dat u een spatie gebruikt om de syntaxiselementen an elkaar te scheiden. Als een syntaxiselement wordt oorafgegaan door het teken %, geeft dit een elders gedefinieerde erwijzing aan. De tekenreeks achter het symbool % is niet een literaalreeks maar de naam an een syntaxisfragment. De regel 2.1 %OP1 betekent bijoorbeeld dat u dient te erwijzen naar een afzonderlijk syntaxisfragment OP1. De olgende woorden en symbolen kunnen worden gebruikt in combinatie met de decimaalgetallen:? betekent een optioneel syntaxiselement. Een decimaalgetal dat wordt geolgd door een raagteken, geeft aan dat alle syntaxiselementen met dat decimaalgetal plus alle onderliggende syntaxiselementen optioneel zijn. Als er slechts een syntaxiselement met een bepaald decimaalgetal is, wordt het raagteken op dezelfde regel afgebeeld als het syntaxiselement (bijoorbeeld 5? NOTIFY). Als er meerdere syntaxiselementen met een bepaald decimaalgetal zijn, wordt het raagteken op een aparte regel afgebeeld, geolgd door de optionele syntaxiselementen. Als u bijoorbeeld de regels 5?, 5 NOTIFY en 5 UPDATE hoort, betekent dit dat de syntaxiselementen NOTIFY en UPDATE optioneel zijn, d.w.z. u kunt een an beide of geen an beide opgeen. Het teken? is equialent aan een omleidingsregel in een spoorwegdiagram.

107 ! betekent een standaard syntaxiselement. Een decimaalgetal geolgd door een uitroepteken en een syntaxiselement geeft aan dat het syntaxiselement de standaardoptie is oor alle syntaxiselementen met hetzelfde decimaalgetal. Het uitroepteken kan oor slechts een an de syntaxiselementen met hetzelfde decimaalgetal worden opgegeen. Als u bijoorbeeld de regels 2? FILE, 2.1! (KEEP) en 2.1 (DELETE) hoort, dan betekent dit dat (KEEP) de standaardoptie is oor het sleutelwoord FILE. Als u in dit oorbeeld het sleutelwoord FILE opgeeft zonder een bijbehorende optie, dan wordt de standaardoptie KEEP gebruikt. Een standaardoptie geldt ook oor het eerst boenliggende decimaalgetal. Als u in dit oorbeeld ook het sleutelwoord FILE weglaat, wordt standaard FILE(KEEP) gebruikt. Als u echter de regels 2? FILE, 2.1, 2.1.1! (KEEP) en (DELETE) hoort, dan geldt de standaardoptie KEEP alleen oor het eerst boenliggende decimaalgetal 2.1 (dat geen bijbehorend sleutelwoord heeft), niet oor 2? FILE. Als u het sleutelwoord FILE weglaat, wordt niets gebruikt. * betekent een syntaxiselement dat 0 of meer keren kan worden herhaald. Een decimaalgetal geolgd door een sterretje geeft aan dat dit syntaxiselement nul of meer keer kan worden gebruikt, d.w.z. het is optioneel en kan worden herhaald. Als u bijoorbeeld de regel 5.1* data area hoort, dan betekent dit dat u een of meer gegeenselden of geen enkel gegeenseld kunt opgeen. Als u de regels 3*, 3 HOST en 3 STATE hoort, dan betekent dit dat u HOST, STATE, beide of geen an beide kunt opgeen. Opmerkingen: 1. Als naast een decimaalgetal een sterretje (*) staat en er is slechts een item met dat decimaalgetal, dan kunt u dat item meerdere malen herhalen. 2. Als naast een decimaalgetal een sterretje (*) staat en datzelfde decimaalgetal is oor meerdere items gebruikt, dan kunt u meerdere items uit de lijst gebruiken, maar elk niet meer dan een keer. In het oorgaande oorbeeld kunt u wel HOST STATE opgeen, maar niet HOST HOST. 3. Het *-teken is equialent aan een teruglus-regel in een spoorwegdiagram. + betekent een syntaxiselement dat een of meer keren moet worden opgegeen. Een decimaalgetal geolgd door een plusteken geeft aan dat dit syntaxiselement een of meer moet worden opgegeen, d.w.z. het moet ten minste een keer worden opgegeen en het kan worden herhaald. Als u bijoorbeeld de regel 6.1+ data area hoort, moet u minimaal één gegeenseld opgeen. Als u de regels 2+, 2 HOST en 2 STATE hoort, dan betekent dit dat u HOST, STATE of beide moet opgeen. Net als oor het *-teken kunt u met het plusteken alleen een bepaald item herhalen als dit het enige item met dat decimaalgetal is. Het plusteken is net als het sterretje equialent aan de teruglus-regel in een spoorwegdiagram. Verwante concepten: Toegankelijkheid op pagina 96 Verwante taken: Keyboard shortcuts and accelerators: Common GUI help Verwante informatie: How to read the syntax diagrams in de publicatie SQL Reference, Volume 2 Bijlage A. Technische informatie oer DB2 Uniersal Database 99

108 Common Criteria-certificaten an DB2 Uniersal Database-producten Voor Versie 8.2 an de DB2 Uniersal Database-producten (DB2 UDB) gecertificeerd olgens de Common Criteria EAL4 ( Certificering is aanwezig oor de olgende combinaties an producten en besturingssystemen: Tabel 19. Gecertificeerde configuraties an DB2 Uniersal Database Enterprise Serer Edition Opmerking: Alleen omgeingen met één partitie. Windows 2000 Linux SuSE AIX 5.2 Solaris Operating Enironment, 8 Ja Ja Ja Ja Workgroup Serer Edition Ja Ja Ja Ja Personal Edition Ja Ja n..t. n..t. Express Edition Ja Ja n..t. n..t. Opmerkingen: 1. De certificering an de DB2 UDB-configuraties olgens de Common Criteria geldt alleen oor 32-bits hardware. 64-bits configuraties zijn niet gecertificeerd. 2. De certificering an de DB2 UDB-configuraties op Linux SuSE-systemen olgens de Common Criteria geldt alleen oor op Intel gebaseerde hardware. 3. In een olgens de Common Criteria gecertificeerde DB2 UDB-omgeing, worden DB2 UDB-clients ondersteund op de olgende besturingssystemen: Windows 2000 Linux SuSE AIX 5.2 Solaris Operating Enironment, 8 Voor informatie oer de installatie en configuratie an een DB2 UDB-systeem in oereenstemming met de Common Criteria EAL4 kunt u de olgende documentatie raadplegen: DB2 Uniersal Database Common Criteria Certification: Installing DB2 Uniersal Database Enterprise Serer Edition and DB2 Uniersal Database Workgroup Serer Edition DB2 Uniersal Database Common Criteria Certification: Installing DB2 Uniersal Database Personal Edition DB2 Uniersal Database Common Criteria Certification: Installing DB2 Uniersal Database Express Edition DB2 Uniersal Database Common Criteria Certification: Administration and User Documentation Deze documenten zijn beschikbaar in PDF-indeling anuit de DB2 Information Management Library. 100 Aan de slag met DB2-clients

109 Bijlage B. Merge modules oor DB2-clients Met de merge modules an de Windows Installer kunt u op een eenoudige manier DB2-clientfunctionaliteit toeoegen aan elk product dat gebruikmaakt an de Windows Installer. Zie de documentatie bij uw installatieprogramma of op de website oor meer informatie oer de technologie an merge modules. Als u een toepassing installeert die merge modules oor DB2-clients beat, moet deze worden erwijderd oordat u andere DB2-toepassingen installeert. Ditzelfde geldt wanneer er al een ander DB2-product is geïnstalleerd; u moet dit product erwijderen oordat u de toepassing installeert. De olgende merge modules zijn beschikbaar oor gebruik: DB2 Base Client Merge Module.msm Deze module biedt de functionaliteit die ereist is oor databaseerbindingen, SQL- en DB2-opdrachten. DB2 Bind Files Merge Module.msm Deze module beat de systeembindbestanden die DB2 gebruikt oor taken als het maken an databases en het erkrijgen an toegang tot hostdatabases op afstand. DB2 Client Administration Tools Merge Module.msm Deze module biedt erschillende grafische en opdrachtregeltools an DB2, die worden gebruikt oor het beheer an lokale databases en databases op afstand. DB2 JDBC and SQLJ Support.msm Deze module beat JDBC- en SQLJ-ondersteuning waarmee Jaa-oorbeelden kunnen worden gebouwd en uitgeoerd met behulp an het JDBC-stuurprogramma. DB2 LDAP Exploitation Merge Module.msm Met deze module kan DB2 een LDAP-directory gebruiken oor het opslaan an databasedirectory- en configuratiegegeens. DB2 Named Pipes Support Merge Module.msm Met deze module kunt u het communicatieprotocol Named Pipes gebruiken om gegeens oer te brengen in een client-sereromgeing. DB2 ODBC Support Merge Module.msm Deze module biedt ondersteuning oor toepassingen die ia ODBC (Open Database Connectiity) toegang erkrijgen tot gegeens. DB2 OLE DB Support Merge Module.msm Deze module biedt een set interfaces waarmee toepassingen op uniforme wijze toegang hebben tot gegeens in erschillende gegeensbronnen. DB2 Merge Module Configurator.msm Met deze configureerbare module kunt u een responsbestand maken waarmee DB2 geconfigureerd kan worden tijdens de installatie. De configuratieoptie geeft de locatie aan an een responsbestand dat wordt gebruikt oor het configureren an DB2. Bij configuratie alt te denken aan Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 101

110 het definiëren an subsystemen, het instellen an configuratieparameters oor Database Manager of registerariabelen oor DB2-profielen. Voor informatie oer de erschillende aanpasbare acties en de oorgestelde olgorde, bekijkt u de merge module met een programma als Orca. De onderstaande merge modules beatten DB2-clientberichten die worden gebruikt door DB2. Afhankelijk an de taal of talen an uw programma, neemt u de onderdelen op en installeert u deze in de juiste merge module. DB2 Client Messages - Arabic.msm DB2 Client Messages - Bulgarian.msm DB2 Client Messages - Chineese(Simplified).msm DB2 Client Messages - Chineese(Traditional).msm DB2 Client Messages - Croatian.msm DB2 Client Messages - Czech.msm DB2 Client Messages - Danish.msm DB2 Client Messages - Dutch.msm DB2 Client Messages - English.msm DB2 Client Messages - Finnish.msm DB2 Client Messages - French.msm DB2 Client Messages - German.msm DB2 Client Messages - Greek.msm DB2 Client Messages - Hebrew.msm DB2 Client Messages - Hungarian.msm DB2 Client Messages - Italian.msm DB2 Client Messages - Japanese.msm DB2 Client Messages - Korean.msm DB2 Client Messages - Norwegian.msm DB2 Client Messages - Polish.msm DB2 Client Messages - Portuguese(Brazilian).msm DB2 Client Messages - Portuguese(Standard).msm DB2 Client Messages - Romanian.msm DB2 Client Messages - Russian.msm DB2 Client Messages - Sloak.msm DB2 Client Messages - Sloenian.msm DB2 Client Messages - Spanish.msm DB2 Client Messages - Swedish.msm Verwante concepten: Basisinformatie oer installatie ia responsbestand in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2 Run-Time Client Lite op pagina 4 Verwante taken: Oerzicht an DB2-installatie ia responsbestand (Windows) in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2-product installeren ia een responsbestand (Windows) in de publicatie Supplement oor installatie en configuratie DB2-clients installeren (Windows) op pagina Aan de slag met DB2-clients

111 Bijlage C. Opdrachtregelopties oor DB2 Run-Time Client Lite De onderstaande lijst is een subset an de beschikbare opdrachtregelopties oor de installatie an DB2 Run-Time Client Lite. /w Met deze optie wordt setup.exe pas afgesloten wanneer de installatie is oltooid. Het kan handig zijn om /WAIT op te geen oor de opdracht setup.exe wanneer u een installatie met behulp an een batchbestand uitoert. Bijoorbeeld: start /WAIT setup.exe /w /l*[naam logboekbestand] Met deze optie kunt u een logboek an de installatie maken. Het logboek kan worden gebruikt oor het oplossen an problemen die kunnen optreden tijdens de installatie. / Met deze optie kunt u extra opdrachtregelopties en openbare eigenschappen doorgeen aan de Windows Installer. U moet deze opties opgeen om een automatische installatie uit te oeren. Zie oor meer informatie oer de beschikbare Windows Installer-opties. /qn Met deze optie kunt u een automatische installatie uitoeren. /L Met deze optie kunt u de installatietaal opgeen. Als u bijoorbeeld Nederlands wilt opgeen als de installatietaal, typt u de opdracht setup.exe /L1043. Tabel 20. Taal-ID s Taal Arabisch (Saudi-Arabië) 1025 Bulgaars 1026 Chinees (Vereenoudigd) 2052 Chinees (Traditioneel) 1028 Kroatisch 1050 Tsjechisch 1029 Deens 1030 Nederlands (Standaard) 1043 Engels 1033 Fins 1035 Frans (Standaard) 1036 Duits 1031 Grieks 1032 Hebreeuws 1037 Hongaars 1038 Italiaans (Standaard) 1040 Japans 1041 Koreaans 1042 Noors (Bokmal) 1044 Aanduiding Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 103

112 Tabel 20. Taal-ID s (erolg) Taal Aanduiding Pools 1045 Portugees (Braziliaans) 1046 Portugees (Standaard) 2070 Roemeens 1048 Russisch 1049 Slowaaks 1051 Sloeens 1060 Spaans (Traditionele sortering) 1034 Zweeds 1053 Turks 1055 Hieronder indt u openbare eigenschappen die kunnen worden opgegeen om de installatie an DB2 Run-Time Client Lite aan te passen: Deze parameters moeten de laatste parameters op de opdrachtregel zijn. RSP_FILE_PATH dient het olledige pad te beatten naar het responsbestand waarmee de installatie an de Run-Time Client wordt uitgeoerd. Deze eigenschap is alleen geldig wanneer /qn is opgegeen. Als u een installatie met behulp an een responsbestand wilt uitoeren, moet de olgende opdrachtregelparameter worden gebruikt: setup /"/qn RSP_FILE_PATH=[olledig pad naar responsbestand]" Verwante concepten: DB2 Run-Time Client Lite op pagina 4 Verwante taken: DB2-clients installeren (Windows) op pagina Aan de slag met DB2-clients

113 Bijlage D. Kennisgeingen Online publicaties Verwijzing in deze publicatie naar producten (apparatuur of programmatuur) of diensten an IBM houdt niet in dat IBM deze ook zal uitbrengen in alle landen waar IBM werkzaam is. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en diensten die momenteel beschikbaar zijn in uw land of regio. Verwijzing in deze publicatie naar producten en diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBM-producten of -diensten kunnen worden gebruikt. Functioneel gelijkwaardige producten of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten of andere rechten an IBM. De gebruiker is erantwoordelijk oor de samenwerking an IBM-producten of -diensten met producten of diensten an anderen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeen door IBM. Mogelijk heeft IBM octrooien of octrooiaanragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking wordt gesteld, kan geen recht op licentie of enig ander recht worden ontleend. Met betrekking tot online ersies an dit boek bent u gerechtigd: de documentatie die zich op de gegeensdrager beindt te kopiëren, te wijzigen of af te drukken oor gebruik binnen uw onderneming, mits u de auteursrechtenermelding, alle waarschuwingen en andere erplichte erklaringen op elke kopie of gedeeltelijke kopie reproduceert; en het oorspronkelijke, ongewijzigde exemplaar an de documentatie oer te dragen bij oerdracht an het betreffende IBM-product (machine of programma) dat u gerechtigd bent oer te dragen. Bij oerdracht dient u alle kopieën an de documentatie te ernietigen. U bent erantwoordelijk oor alle belastingen die oortloeien uit deze autorisatie. ER WORDEN GEEN UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER BEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden kunnen stilzwijgende garanties niet worden uitgesloten. In dat geal is de boenstaande uitsluiting niet op u an toepassing. Niet-nakoming an de boengenoemde oorwaarden houdt beëindiging in an deze autorisatie. Bij beëindiging an de autorisatie dient u de oor een machine leesbare documentatie te ernietigen. Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 105

114 Merken De olgende benamingen zijn merken an International Business Machines Corporation in de Verenigde Staten en andere landen en zijn in ten minste één an de documenten in de DB2 UDB-documentatiebibliotheek genoemd: ACF/VTAM AISPO AIX AIXwindows AnyNet APPN AS/400 BookManager C Set++ C/370 CICS Database 2 DataHub DataJoiner DataPropagator DataRefresher DB2 DB2 Connect DB2 Extenders DB2 OLAP Serer DB2 Information Integrator DB2 Query Patroller DB2 Uniersal Database Distributed Relational Database Architecture DRDA eserer Extended Serices FFST First Failure Support Technology IBM IMS IMS/ESA iserieslan Distance MVSMVS/ESA MVS/XA Net.Data NetView OS/390 OS/400 PowerPC pseries QBIC QMF RACF RISC System/6000 RS/6000 S/370 SP SQL/400 SQL/DS System/370 System/390 SystemView Tioli VisualAge VM/ESA VSE/ESA VTAM WebExplorer WebSphere WIN-OS/2 z/os zseries De olgende benamingen zijn merken an andere ondernemingen en zijn in ten minste één an de documenten in de DB2 UDB-documentatiebibliotheek genoemd: Microsoft, Windows, Windows NT en het Windows-logo zijn merken an Microsoft Corporation in de Vereningde Staten en/of andere landen. Intel en Pentium zijn merken an Intel Corporation in de Vereningde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken zijn merken an Sun Microsystems, Inc. in de Vereningde Staten en/of andere landen. UNIX is een merk an The Open Group in de Vereningde Staten en andere landen. Andere genoemde namen an bedrijen, producten of diensten kunnen merken an derden zijn. 106 Aan de slag met DB2-clients

115 Trefwoordenregister A afdrukken PDF-bestanden 90 AIX installatie an DB2-clients 9 Application Deelopment Client oerzicht 5 B Beheerclient besturingssystemen 5 oerzicht 5 beperkingen Versie 8 SNA 8 bestellen, DB2-handleidingen 91 bijwerken HMTL-documentatie 83 C catalogiseren databases 50 werkblad oor parameterwaarden 52 hostdatabases DB2 Connect 50 Named Pipes 49 NetBIOS-knooppunt 47, 49 TCP/IP-knooppunt 47 client-serercommunicatie scenario s 27 erbinding configureren hostadres an serer omzetten 44 werkblad TCP/IP-parameters 40 erbinding testen met opdrachtregelinterface 53 clientconfiguraties niet-ondersteund 6 ondersteund 6 clientprofielen configureren met de importfunctie 35 exportfunctie 33 importfunctie 33 maken met de exportfunctie 34 oerzicht 33 clients Application Deelopment 5 Beheerclient 5 oerzicht 3 Run-Time Client 4 Run-Time Lite 4 serererbindingen 39 codedirectory thin clients 66 codeserer DB2 Beheerclient installeren 63 codeserer (erolg) DB2 Connect Personal Edition installeren 63 platform-onafhankelijke ondersteuning 64 thin client netwerkstations toewijzen 68 communicatie communicatiescenario s, client-serer 27 Configuration Assistant Discoery, functie 32 Configuration Assistant (CA) clientprofielen maken 34 configureren client-serererbinding 29 clientprofielen 35 databaseerbinding, algemeen 30 oerwegingen oor LDAP 36 testen databaseerbindingen 37 configureren client-serererbinding Configuration Assistant (CA) 29 Opdrachtregelinterface (CLP) 39 TCP/IP-werkblad 40 TCP/IP client 43 D database manager-configuratie bijwerken oor NetBIOS 47 databases catalogiseren 50 configureren 37 databaseerbindingen configureren met behulp an Discoery 32 met behulp an een profiel 31 met CA (Configuration Assistant) 30 testen 37 DB2 Beheerclient installatie an op de codeserer 63 DB2 Beheerclients thin clients 57 DB2-clients catalogiseren named pipes-knooppunt 49 NetBIOS-knooppunt 49 TCP/IP-knooppunt 47 gebruikersaccounts 21 installatieereisten AIX 9 HP-UX 11 Linux 13 Solaris Operating Enironment 15 Windows 17 DB2-clients (erolg) installeren UNIX 22 Windows 17, 21 merge modules 101 oerzicht 3 sericesbestand bijwerken 45 Verbinding wordt gemaakt met hostdatabases 19 DB2 Connect Personal Edition installatie an op de codeserer 63 thin clients 57 DB2 Connect thin client codeserer netwerkstations toewijzen 68 installatie 63 gemeenschappelijke installatiedirectory 59 instellen platform-onafhankelijke ondersteuning 64 oerwegingen 57 responsbestanden 67 standaardinstallatie 57 DB2 Connect thin clients codedirectory 66 installatie oerwegingen oor Windows 59 DB2-handleidingen PDF-bestanden afdrukken 90 DB2 Informatiecentrum 74 oproepen 83 DB2 Versie 8-clients toegang tot DB2 UDB Versie 7-serers 7 DB2-zelfstudieprogramma s 95 Discoery, functie databaseerbinding configureren 32 documentatie afbeelden 83 E exportfunctie clientprofielen maken 34 G gebruikersaccounts DB2-clients 21 gedrukte boeken bestellen 91 geheugenereisten UNIX 9 Windows 9 gemeenschappelijk gebruik installatiedirectory thin clients 59 Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 107

116 H handicaps 96 handmatig databases toeoegen, Configuration Assistant (CA) 30 help afbeelden 83, 84 oor berichten oproepen 93 oor opdracht oproepen 94 oor SQL-instructies oproepen 94 help bij berichten oproepen 93 help bij opdrachten oproepen 94 help bij SQL-instructies oproepen 94 hostdatabases clienterbindingen 19 HP-UX installatie an DB2-clients 11 kernelparameters wijzigen 12 HP-UX, kernelconfiguratieparameters 12 HTML-documentatie bijwerken 83 I importfunctie clientprofielen configureren 35 Informatiecentrum installatie an 75, 78, 80 installatie an Informatiecentrum 75, 78, 80 Jaa Deelopment Kit 18 J Jaa Deelopment Kit installatie an 18 K kernelconfiguratieparameters HP-UX 12 wijzigen HP-UX 12 Linux 14 Solaris Operating Enironment 16 L LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) oerwegingen oor directory-ondersteuning 36 Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) oerwegingen oor directory-ondersteuning 36 Linux installatie an DB2-clients Aan de slag met DB2-clients Linux (erolg) wijzigen kernelparameters 14 logische-adapternummer NetBIOS-clienterbinding 46 M merge modules DB2-clients 101 N Named Pipes werkblad oor parameterwaarden 42 NetBIOS bijwerken database managerconfiguratiebestand 47 configureren clients 46 met de CLP 45 logische-adapternummer bepalen 46 werkblad oor parameterwaarden 41 netwerkstations toewijzen thin clients 68 O omzetten hostadres an serer 44 ondersteunde configuraties clients 6 online help, toegang tot 92 opdrachten catalog database 50 catalog netbios 49 catalog npipe 49 catalog tcpip 47 db2setup 22 db2start 53 thnsetup 69 Opdrachtregelinterface (CLP) catalogiseren an een database 50 client/serer-erbinding configureren 39 configureren an TCP/IP client 43 knooppunt catalogiseren 47 NetBIOS op de client configureren 45 opdrachtregelopties installatie an Run-Time Client Lite 103 oproepen help bij berichten 93 help bij opdrachten 94 help bij SQL-instructies 94 P platform-onafhankelijke ondersteuning instellen thin clients 64 probleembepaling online informatie 95 zelfstudieprogramma s 95 probleemoplossing online informatie 95 zelfstudieprogramma s 95 profielen configureren databaseerbindingen 31 R responsbestanden maken thin client 67 Run-Time Client oerzicht 4 Run-Time Client Lite installatie opdrachtregelopties 103 oerzicht 4 S schijfereisten UNIX 9 Windows 9 serers clienterbindingen 39 hostadres aststellen 44 sericesbestand bijwerken op de client 45 SNA-ondersteuning Versie 8, beperkingen 8 Solaris Operating Enironment installatie an DB2-clients 15 kernelparameters wijzigen 16 syntaxisdiagrammen met decimale notatie 97 T TCP/IP configuratie client 43 clients 45 testen databaseerbindingen 37 thin client instellen platform-onafhankelijke ondersteuning 64 thin clients codedirectory 66 codeserer netwerkstations toewijzen 68 inschakelen 69 installatie 63 gemeenschappelijke installatiedirectory 59 oerwegingen oor Windows 59 oerwegingen 57 oerzicht 57 responsbestanden 67

117 thin clients (erolg) standaardinstallatie 57 thnsetup, opdracht 69 toegang tot DB2 UDB Versie 7-serers 7 toegankelijkheid syntaxisdiagrammen met decimale notatie 97 oorzieningen 96 toetsenbord, snelkoppelingen ondersteuning oor 96 toeoegen databases handmatig 30 U UNIX installatie an DB2-clients 22 V erbinding maken met een database met behulp an een profiel 31 erbindingen testen client-serer 53 ereisten DB2-clients erbinding maken met hostdatabases 19 Versie 8, beperkingen SNA-ondersteuning 8 oorbeelden erbinding maken met een database op afstand 53 W werkblad oor parameterwaarden catalogiseren an een database 52 Named pipes 42 NetBIOS 41 TCP/IP een client/serer-erbinding configureren 40 wijzigen kernelparameters HP-UX 12 Linux 14 Solaris Operating Enironment 16 Windows installatie an DB2-clients 17, 21 Z zelfstudieprogramma s 95 probleemoplossing en probleembepaling 95 Trefwoordenregister 109

118 110 Aan de slag met DB2-clients

119 Contact opnemen met IBM Productinformatie In de Verenigde Staten kunt u de olgende nummers bellen als u contact wilt opnemen met IBM: IBM-SERV ( ) oor klantenserice oor informatie oer beschikbare sericeopties IBM-4YOU ( ) oor DB2-marketing en sales In Canada kunt u IBM ia de olgende telefoonnummers bereiken: IBM-SERV ( ) oor klantenserice oor informatie oer beschikbare sericeopties IBM-4YOU ( ) oor DB2-marketing en sales Als u een IBM-estiging zoekt in uw land of regio, kijk dan in IBM s Directory of Worldwide Contacts op het internet op Informatie met betrekking tot de producten an DB2 Uniersal Database is telefonisch of ia het internet beschikbaar op Deze site beat de meest recente informatie oer de technische bibliotheek, de bestelling an publicaties, downloads an producten, nieuwsgroepen, FixPaks, nieuws en links naar andere websites. Binnen de Verenigde Staten kunt u een an de olgende nummers bellen: IBM-CALL ( ) oor bestellingen an producten of het erkrijgen an algemene informatie oor het bestellen an publicaties. Voor informatie oer hoe u wereldwijd contact opneemt met IBM gaat u naar de IBM Worldwide-site op Copyright IBM Corp Alle rechten oorbehouden 111

120 112 Aan de slag met DB2-clients

121

122 Printed in Denmark IBM Nederland N.V. Postbus CE Amsterdam Verkoopafdelingen & Informatie GC

Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition

Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze

Nadere informatie

IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows

IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 Opmerking Lees eerst Bijlage

Nadere informatie

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Bijgewerkt december 2010 GC14-5570-03 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release

Nadere informatie

IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows

IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01 IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is

Nadere informatie

DB2. Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition. DB2 Connect Versie 9 GC14-5569-00

DB2. Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition. DB2 Connect Versie 9 GC14-5569-00 DB2 DB2 Connect Versie 9 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5569-00 DB2 DB2 Connect Versie 9 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5569-00 Lees eerst Kennisgevingen. Deze publicatie

Nadere informatie

DB2 Connect Versie 9.5

DB2 Connect Versie 9.5 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Update maart 2008 GC14-5572-01 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Update maart 2008 GC14-5572-01 Opmerking

Nadere informatie

Nieuwe functies in deze release

Nieuwe functies in deze release IBM DB2 Uniersal Database Nieuwe functies in deze release Versie 8.2 SC14-5547-01 IBM DB2 Uniersal Database Nieuwe functies in deze release Versie 8.2 SC14-5547-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie

Nadere informatie

DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren

DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren IBM DB2 Connect 10.1 DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren SC14-2084-00 IBM DB2 Connect 10.1 DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren SC14-2084-00

Nadere informatie

ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3

ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 Opmerking: Voordat u deze informatie en het product gebruikt, leest u eerst de informatie

Nadere informatie

IBM Data Server-clients installeren

IBM Data Server-clients installeren IBM DB2 10.5 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2094-00 IBM DB2 10.5 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2094-00 Opmerking Lees eerst Bijlage

Nadere informatie

DB2 Connect Versie 9.5

DB2 Connect Versie 9.5 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5572-00 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5572-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgevingen,

Nadere informatie

IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding

IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5 Installatiehandleiding Opmerking Lees eerst Kennisgevingen op pagina 5. Deze publicatie heeft betrekking op versie 7, release 5, modificatie 0 van het programma

Nadere informatie

Samengesteld door: Xerox Corporation Global Knowledge and Language Services 800 Phillips Road, Bldg. 0845-17S Webster, New York 14580-9791 USA

Samengesteld door: Xerox Corporation Global Knowledge and Language Services 800 Phillips Road, Bldg. 0845-17S Webster, New York 14580-9791 USA Windows-printerdrivers voor Xerox Production Print Services en CentreWare voor de Xerox Nuvera 100/120 Digitale kopieerapparaat/printer en het Xerox Nuvera 100/120 Digitale productiesysteem Aan de slag

Nadere informatie

Installatie SQL: Server 2008R2

Installatie SQL: Server 2008R2 Installatie SQL: Server 2008R2 Download de SQL Server 2008.exe van onze site: www.2work.nl Ga naar het tabblad: Downloads en meld aan met: klant2work en als wachtwoord: xs4customer Let op! Indien u een

Nadere informatie

iseries Client Access Express Beheer

iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Client Access Express beheren...................... 1 Hoofdstuk 2. Dit

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

Power Systems. Live Partition Mobility

Power Systems. Live Partition Mobility Power Systems Lie Partition Mobility Power Systems Lie Partition Mobility Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 161. Deze uitgae

Nadere informatie

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 189. Eerste

Nadere informatie

Actian PSQL v12 server installatiegids

Actian PSQL v12 server installatiegids Actian PSQL v12 server installatiegids Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Actian PSQL installeren...1 1.1 Om te beginnen...1 1.2 Systeemeisen...1 1.2.1 Server...1 1.2.2 Client...2 1.3 Installatie...3 1.3.1 Installatie

Nadere informatie

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Nieuwe functies in deze release Bijgewerkt december 2010 SC14-5573-03 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Nieuwe

Nadere informatie

ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker

ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage F, Kennisgeingen, op pagina 137.

Nadere informatie

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven

Nadere informatie

Korte installatiehandleiding voor de datakabel CA-42

Korte installatiehandleiding voor de datakabel CA-42 Korte installatiehandleiding voor de datakabel CA-42 9234594 Nummer 2 Nokia, Nokia Connecting People en Pop-Port zijn gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Copyright 2005 Nokia. Alle rechten

Nadere informatie

INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03

INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03 INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade

Nadere informatie

Installatie SQL Server 2014

Installatie SQL Server 2014 Installatie SQL Server 2014 Download de SQL Server Express net advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=42299 klik op Download. Als u een 64 bit variant

Nadere informatie

INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02

INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02 INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade

Nadere informatie

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september

Nadere informatie

Installatie SQL Server 2012

Installatie SQL Server 2012 Installatie SQL Server 2012 Download de SQL Server express net Advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=29062 klik op Download. Als u een 64 bit variant

Nadere informatie

INSTALLATIE-INSTRUCTIE VIDA INHOUD

INSTALLATIE-INSTRUCTIE VIDA INHOUD VIDA INSTALLATIE-INSTRUCTIES VIDA 2015 INHOUD 1 INLEIDING... 3 2 VOOR DE INSTALLATIE... 4 2.1 Checklist Voor de installatie... 4 2.2 Producten van derden... 4 2.2.1 Adobe Reader... 5 2.3 Microsoft Windows-gebruikersaccount...

Nadere informatie

SuperOffice Systeemvereisten

SuperOffice Systeemvereisten Minimale systeemvereisten voor SuperOffice CRM De minimale systeemvereisten voor SuperOffice CRM zijn tevens afhankelijk van het besturingssysteem en de services/applicaties die op het systeem actief zijn.

Nadere informatie

Popsy Financials. Overstap Access-MSDE

Popsy Financials. Overstap Access-MSDE Popsy Financials Overstap Access-MSDE 1 Inhoudstafel 1/17 1 Installatie van een MSDE server... 3 1.1 Microsoft SQL Express 2008... 3 1.2 Aanmaken van ODBC connectie naar de server... 9 1.3 Voorbereiding

Nadere informatie

INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4

INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4 INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade

Nadere informatie

Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken

Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken Volg de onderstaande stappen om een nieuwe versie van Factuur2King 2.1 te installeren of een bestaande installatie bij te werken. 1. Uitpakken zipbestanden Pak

Nadere informatie

Crystal Reports Gebruikershandleiding. Crystal Reports XI R2 installeren

Crystal Reports Gebruikershandleiding. Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports Gebruikershandleiding Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports XI R2 installeren U wordt bij het installatieproces begeleid door de Crystal Reports-wizard

Nadere informatie

Installatie van sqlserver

Installatie van sqlserver Installatie van sqlserver Download SQLserver 2005 Express basis van de website van 2work: www.2work.nl, tabblad downloads; beveiligde zone. De inlog gegevens kunnen via de helpdesk aangevraagd worden.

Nadere informatie

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Sharpdesk V3.3 Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Copyright 2000-2009 SHARP CORPORATION. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Installatie Onderwijsversie AccountView

Installatie Onderwijsversie AccountView Installatie Onderwijsversie AccountView Copyright Alle rechten met betrekking tot de documentatie en de daarin beschreven software berusten bij Visma Software BV. Dit geldt ook voor eventuele aanvullingen

Nadere informatie

GroupWise. Novell 6.5. www.novell.com SNEL AAN DE SLAG

GroupWise. Novell 6.5. www.novell.com SNEL AAN DE SLAG Novell GroupWise 6.5 SNEL AAN DE SLAG www.novell.com Novell GroupWise 6.5 is een zakelijk e-mailsysteem voor elk platform waarmee u op een veilige manier e-mailberichten en expresberichten kunt verzenden,

Nadere informatie

Systeemeisen Exact Compact product update 406

Systeemeisen Exact Compact product update 406 1 van 6 08-10-2013 12:07 Exact Compact Systeemeisen Exact Compact product update 406 Een pressionele administratie moet bedrijfszeker zijn. U moet er in het dagelijks gebruik snel en zonder onderbrekingen

Nadere informatie

Pervasive Server V9 Installatiegids

Pervasive Server V9 Installatiegids Pervasive Server V9 Installatiegids 1 Inhoudsopgave 1. Om te beginnen... 3 2. Systeemeisen... 3 2.1 Server... 3 2.1.1 Hardware... 3 2.1.2 Software... 3 2.2 Client... 3 2.2.1 Hardware... 3 2.2.2 Software...

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Installatiehandleiding TiSM- PC 10, 25, 100 en PRO Behorende bij TiSM Release 11.1 R e v i s i e 1 1 1 0 28 De producten van Triple Eye zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging

Nadere informatie

De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh

De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh 13 De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh Op de cd-rom met gebruikerssoftware bevinden zich softwareinstallatieprogramma s voor Fiery Link. Fiery-hulpprogrammasoftware wordt ondersteund

Nadere informatie

Handleiding voor aansluitingen

Handleiding voor aansluitingen Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt

Nadere informatie

Optifile Server Installatie

Optifile Server Installatie Optifile Server Installatie Datum: Versie: de koppeling tussen Essibox en 2 mei 2012 1.0 Omschrijving: Dit document beschrijft de installatieprocedure voor Optifile software op een nieuwe server. Optifile

Nadere informatie

Peelland ICT Online Back-up

Peelland ICT Online Back-up Peelland ICT Online Back-up Peelland ICT biedt volledig in eigen beheer online back-up aan. Hiermee voorzien wij onze klanten van de laatste nieuwe back-up mogelijkheden en technieken. Risico s conventionele

Nadere informatie

SharpdeskTM R3.1. Installatiehandleiding Versie

SharpdeskTM R3.1. Installatiehandleiding Versie SharpdeskTM R3.1 Installatiehandleiding Versie 3.1.01 Copyright 2000-2004 Sharp Corporation. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Remote Back-up Personal

Remote Back-up Personal handleiding Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Installatie Remote Backup

Installatie Remote Backup Juni 2015 Versie 1.2 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Remote Backup... 3 Kenmerken... 3 Beperkingen... 3 Gebruik op meerdere systemen... 3 Systeemeisen... 4 Support... 4 Installatie...

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110

Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Dit document beschrijft de upgrade van de Fiery EXP4110-printerstuurprogramma s voor ondersteuning van de optie Lade 6 (Extra groot).

Nadere informatie

Pervasive Server V9 Installatiegids

Pervasive Server V9 Installatiegids Pervasive Server V9 Installatiegids 1 Inhoudsopgave 1. Om te beginnen... 3 2. Systeemeisen... 3 2.1 Server... 3 2.1.1 Hardware... 3 2.1.2 Software... 3 2.2 Client... 3 2.2.1 Hardware... 3 2.2.2 Software...

Nadere informatie

NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000

NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 NetVista Thin Client NetVista N2200w, Thin Client oor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5988-00 NetVista Thin

Nadere informatie

ZIEZO Remote Back-up Personal

ZIEZO Remote Back-up Personal handleiding ZIEZO Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Infrastructuur en platformen

Infrastructuur en platformen Infrastructuur en platformen Het Configuratie Management Team (CMT) binnen Centric volgt de ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur en platformen. Bij elke ontwikkeling zal bepaald worden of dit

Nadere informatie

Installatie Handleiding Alimentatie Rekendisk. 2011 Sdu Uitgeverij / A. Koppenaal

Installatie Handleiding Alimentatie Rekendisk. 2011 Sdu Uitgeverij / A. Koppenaal Installatie Handleiding Alimentatie Rekendisk / A. Koppenaal I Installatie Handleiding Alimentatie Rekendisk Inhoudsopgave A Inleiding 1 B Installatie 2 C Troubleshoot 4 1 Melding:... Kan database niet

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3 Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3 Dit document bevat belangrijke informatie over deze versie. Zorg dat deze informatie

Nadere informatie

Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding

Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA MOBILE PHONES Ltd. verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat de producten DTN-10 en DTN-11 conform zijn aan de

Nadere informatie

Power Systems. Live Partition Mobility IBM

Power Systems. Live Partition Mobility IBM Power Systems Lie Partition Mobility IBM Power Systems Lie Partition Mobility IBM Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 181. Deze

Nadere informatie

Installatiehandleiding release ADOMI 2014.1 ASD 6.10

Installatiehandleiding release ADOMI 2014.1 ASD 6.10 Installatiehandleiding release ADOMI 2014.1 ASD 6.10 Heeft u vragen over deze tekst, dan kunt u e-mailen naar [email protected]. Algemeen Zorg ervoor dat u als beheerder (administrator) van de pc

Nadere informatie

Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express

Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express Het installeren van deze MicroSoft SQL server 2012 Express dient te gebeuren door iemand met volledige rechten op het systeem. Wij adviseren dit door een systeembeheerder

Nadere informatie

// Mamut Business Software

// Mamut Business Software // Mamut Business Software Eenvoudige installatiehandleiding Inhoud Voor de installatie 3 Over het programma 3 Over de installatie 4 Tijdens de installatie 5 Voorwaarden voor installatie 5 Zo installeert

Nadere informatie

IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999

IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 IBM Network Station IBM Network Station Manager oor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de meest recente update SC14-5508-00 IBM Network Station IBM

Nadere informatie

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Installatiehandleiding Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Softwareprogramma 98646-003-14 Inhoud Gebruiksdoel................. 3 Systeemvereisten.............. 3 Kenmerken................... 3

Nadere informatie

Pervasive Server V9 Installatiegids

Pervasive Server V9 Installatiegids Pervasive Server V9 Installatiegids 17 mei yyyy - 1 - Inhoudsopgave 1. Om te beginnen...3 2. Systeemeisen...3 2.1 Server...3 2.1.1 Hardware...3 2.1.2 Software...3 2.2 Client...3 2.2.1 Hardware...3 2.2.2

Nadere informatie

Installatie stappen Microsoft SQL Server 2012 Express With Tools:

Installatie stappen Microsoft SQL Server 2012 Express With Tools: Versie: 2012120303 Pagina 1 van 7 Installatie stappen Microsoft SQL Server 2012 Express With Tools: Wij adviseren om de installatie te doen met een gebruiker met volledige rechten. Dit stappenplan is gebasseerd

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP proliant ml310 g4 server http://nl.yourpdfguides.com/dref/880751

Uw gebruiksaanwijzing. HP proliant ml310 g4 server http://nl.yourpdfguides.com/dref/880751 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP proliant ml310 g4 server. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP proliant ml310 g4 server in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000

NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5990-00 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express

Nadere informatie

Installatie- en gebruikshandleiding Risicoverevening. 11 april 2007 ZorgTTP

Installatie- en gebruikshandleiding Risicoverevening. 11 april 2007 ZorgTTP Installatie- en gebruikshandleiding Risicoverevening 11 april 2007 ZorgTTP Inleiding In het kader van Risicoverevening wordt gepseudonimiseerd informatie aangeleverd aan het College voor Zorgverzekeringen

Nadere informatie

mobile PhoneTools Gebruikershandleiding

mobile PhoneTools Gebruikershandleiding mobile PhoneTools Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Vereisten...2 Voorafgaand aan de installatie...3 mobile PhoneTools installeren...4 Installatie en configuratie mobiele telefoon...5 On line registratie...7

Nadere informatie

Stappenplan bij het gebruik van SQL Express 2005 Versie 2.0, 08-04-2010

Stappenplan bij het gebruik van SQL Express 2005 Versie 2.0, 08-04-2010 Stappenplan bij het gebruik van SQL Express 2005 Versie 2.0, 08-04-2010 In dit document vindt u een stappenplan voor het installeren en het gebruik van SQL Express. SQL Express is de gratis (light)versie

Nadere informatie

Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades)

Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades) Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades) Pak het Factuur2King.zip bestand uit en plaats de bestanden op de gewenste locatie op de PC (de locatie maakt niet uit). Controleer dat de volgende twee

Nadere informatie

Applications & Clients

Applications & Clients Applications & Clients APPLICATIONS & CLIENTS OS Financieel Wind ows XP Windows Home of Starter Editions Windows XP Windows Vista Windows Vista Business, Enterprise 32-bits zonder SP, SP1 32-bits Windows

Nadere informatie

Zeg gewoon JA. Lees verder.

Zeg gewoon JA. Lees verder. Zeg gewoon JA PartSmart Internet Updating Service is Sneller dan Ooit We zijn verheugd bekend te kunnen maken, dat de PartSmart Internet Updating Service vanaf nu beschikbaar is. Het PartSmart-team heeft

Nadere informatie

Handleiding installatie Rental Dynamics

Handleiding installatie Rental Dynamics Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk

Nadere informatie

KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch

KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch Product(en): Versie: KeyLink CTI software V4.13.1 Document Versie: 1.16 Datum: 8 januari 2013 Auteur: Technical Support Overzicht Dit document

Nadere informatie

5/5 Red Carpet. 5/5.1 Inleiding

5/5 Red Carpet. 5/5.1 Inleiding Management Services 5/5 Red Carpet 5/5.1 Inleiding Met de overname van Ximian is Novell ook eigenaar geworden van de Red Carpet-technologie. Hoewel het aannemelijk is dat het hier een tijdelijke oplossing

Nadere informatie

Handleiding installatie en gebruik. Ahsay OBM. Windows server Apple OS X Linux en UNIX-varianten

Handleiding installatie en gebruik. Ahsay OBM. Windows server Apple OS X Linux en UNIX-varianten Handleiding installatie en gebruik Ahsay OBM Windows server Apple OS X Linux en UNIX-varianten INHOUD 1 Over deze handleiding 2 Systeemvereisten 3 Installatie 3.1 Linux 3.2 BSD 4 Gebruik via de GUI 5 Helpdeks

Nadere informatie

Applications & Clients

Applications & Clients Applications & Clients APPLICATIONS & CLIENTS OS Financieel Wind ows XP Windows Home of Starter Editions Windows XP Windows Vista Windows Vista Business, Enterprise 32-bits zonder SP, SP1 32-bits Windows

Nadere informatie

Sharpdesk V3.5. Installatiehandleiding Versie 3.5.01

Sharpdesk V3.5. Installatiehandleiding Versie 3.5.01 Sharpdesk V3.5 Installatiehandleiding Versie 3.5.01 Copyright 2000-2015 SHARP CORPORATION. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Installeer de C54PSERVU in Windows Vista

Installeer de C54PSERVU in Windows Vista Installeer de C54PSERVU in Windows Vista In dit document wordt beschreven hoe u uw printer in combinatie met de Conceptronic C54PSERVU kan installeren in Windows Vista. 1. Printer installeren Voordat u

Nadere informatie

Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren

Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren In dit Leesmij-bestand wordt beschreven hoe u het Custom PostScript-printerstuurprogramma of het PCLprinterstuurprogramma op een Windows-systeem

Nadere informatie

Het installeren van de software.

Het installeren van de software. Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Het installeren van de software.... 2 De Printserver Bekabeld Configureren... 8 Instellen van je IP adres... 10 Netwerk poorten configureren... 12 Een printer Toevoegen....

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Installatie King Task Centre

Installatie King Task Centre Installatie King Task Centre In deze handleiding wordt beschreven hoe u het King Task Centre moet installeren. Deze handleiding geldt voor zowel een nieuwe installatie, als voor een upgrade van een bestaande

Nadere informatie

VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1

VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken U vindt de recentste technische documentatie op de website

Nadere informatie

HET BESTURINGSSYSTEEM

HET BESTURINGSSYSTEEM HET BESTURINGSSYSTEEM Een besturingssysteem (ook wel: bedrijfssysteem, in het Engels operating system of afgekort OS) is een programma (meestal een geheel van samenwerkende programma's) dat na het opstarten

Nadere informatie

Driver installatie en configuratie.

Driver installatie en configuratie. Een publicatie van Canon Nederland N.V. Driver installatie en configuratie. Betreft: ir-adv C20XX(i) ir-adv C70XX(i) ir-adv 40XX(i) Nummer : gi_2012_0018_00 ir-adv C22XX(i) ir-adv C72XX(i) ir-adv 60XX(i)

Nadere informatie

Installatiehandleiding AhsayOBM Unix / Linux. v20080901

Installatiehandleiding AhsayOBM Unix / Linux. v20080901 Installatiehandleiding AhsayOBM Unix / Linux v20080901 Inhoudsopgave 1 Over deze handleiding...3 2 Systeemvereisten...4 3 Installatie...5 3.1 Linux...5 3.2 BSD...5 4 Gebruik...7 4.1 Gebruik via de GUI...7

Nadere informatie

Pervasive Server V10 SP3 Installatiegids

Pervasive Server V10 SP3 Installatiegids Pervasive Server V10 SP3 Installatiegids 1 Inhoudsopgave Pervasive Server V10 SP3 Installatiegids... 1 Inhoudsopgave... 2 1. Om te beginnen... 3 2. Systeemeisen... 3 2.1 Server... 3 2.1.1 Hardware... 3

Nadere informatie