Power Systems. Live Partition Mobility IBM
|
|
|
- Lieven van der Heijden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Power Systems Lie Partition Mobility IBM
2
3 Power Systems Lie Partition Mobility IBM
4 Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 181. Deze uitgae heeft betrekking op IBM AI ersie 7.1, op IBM AI ersie 6.1, op IBM i 7.2 (productnummer SS1), op IBM Virtual I/O Serer ersie , en op alle daaropolgende releases en gewijzigde ersies, totdat in nieuwe uitgaen anders wordt aangegeen. Deze ersie kan niet op alle RISC-computers (Reduced Instruction Set Computer) en niet op CISC-modellen worden uitgeoerd. Copyright IBM Nederland B.V. 2014, Copyright IBM Corporation 2014, 2015.
5 Inhoudsopgae Partitiemobiliteit Nieuw in Lie Partition Mobility Lie Partition Mobility op de door HMC beheerde systemen Partition Mobility-oerzicht oor HMC Voordelen an partitiemobiliteit Partition Mobility-proces Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is gemigreerd Compatibiliteitswerkstanden Definities an compatibiliteitswerkstanden oor Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Nieaus an besturingssystemen met ondersteuning oor partitiemobiliteit Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit Partition Mobility-omgeing Bron- en doelserers in een omgeing met partitiemobiliteit Hardware Management Console in een omgeing met partitiemobiliteit Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing Lie Partition Mobility-pseudoapparaat De firewall an VIOS configureren oor partitiemobiliteit Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partitiemobiliteit-omgeing Softwaretoepassingen die partitiemobiliteit herkennen Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing Voorbereiden oor partitiemobiliteit Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partitiemobiliteit Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer Controleren of de doelserer partities ondersteunt die opnieuw kunnen worden gestart op afstand Controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor NIC-adapters Controleren of de doelserer het wijzigen an de irtuele-switchnaam ondersteunt Het geresereerde opslagapparaat toeoegen aan de doelserer Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor an mobiele IBM i-partities Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen Eacuatie an serer First-failure Data Capture oor fouten met partitiemobiliteit De HMC oorbereiden op partitiemobiliteit De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmc controleren De logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer oorbereiden oor partitiemobiliteit Copyright IBM Corp. 2014, 2015 iii
6 Bron en doel-msp's (Moer Serice Partitions) inschakelen Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat Klokken synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer VIOS-configuratie en afstemming oor optimale prestaties an partitiemobiliteit Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren Configuratie an de Virtuele I/O-serer oor de VSN-functie RMC-erbindingen controleren oor de mobiele partitie De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren Redundante foutenrapportage uitschakelen oor de mobiele partitie Virtuele seriële adapters uitschakelen oor de mobiele partitie De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen BSR-arrays uitschakelen oor de mobiele partitie Bulkpagina's uitschakelen oor de mobiele partitie Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit De irtuele Fibre Channel-configuratie oorbereiden oor partitiemobiliteit Bepalen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele Fibre Channel-adapter De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-serer-partities op de bronserer controleren Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit De mobiele partitie migreren De mobiele partitie migreren met behulp an de HMC De mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep oor partities De onderbroken mobiele partitie migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC Mobiele partitie erplaatsen met behulp an SMIT Problemen oplossen oor partitiemobiliteit Problemen oplossen oor Actie partitiemobiliteit Problemen oplossen oor Inactie partitiemobiliteit Virtuele I/O-serer-fouten Lie Partition Mobility op systemen beheer door IVM Partition Mobility-oerzicht oor IVM Voordelen an partitiemobiliteit Partition Mobility-proces oor IVM Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is gemigreerd Compatibiliteitswerkstanden Definities an compatibiliteitswerkstanden oor Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit Partition Mobility-omgeing Bron- en doelserers in een omgeing met partitiemobiliteit Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit Softwaretoepassingen die partitiemobiliteit herkennen Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing Voorbereiden oor partitiemobiliteit Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit Door IVM beheerde systemen: Partition Mobility-matrix oor firmwareondersteuning Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partitiemobiliteit i Power Systems: Lie Partition Mobility
7 Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat Door IVM beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit Controleren hoeeel fysieke glasezelpoorten beschikbaar zijn op de doelbeheerpartitie Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit De mobiele partitie migreren Kennisgeingen Priacy-oerwegingen Informatie oer programmeerinterface Handelsmerken Voorwaarden en bepalingen Inhoudsopgae
8 i Power Systems: Lie Partition Mobility
9 Partitiemobiliteit Partitiemobiliteit, een component an de PowerVM Enterprise Edition-hardwarefunctie, biedt de mogelijkheid oor het migreren an logische AI-, IBM i-, en Linux-partities an het ene naar het andere systeem. Het mobiliteitsproces draagt de systeemomgeing oer, met inbegrip an de tatus, geheugen, aangesloten irtuele apparaten en erbonden gebruikers. Met actiee partitie of Lie Partition Mobility, kunt u actiee logische partities an AI, IBM i en Linux, met inbegrip an besturingssysteem en toepassingen, an het ene naar het andere systeem migreren. De logische partitie en de toepassingen die erop worden uitgeoerd, hoeen niet te worden afgesloten. HMC Versie , of hoger, kunt u gebruiken oor het aanhouden an een logische AI- of Linuxpartitie, inclusief besturingssysteem en toepassingen, waarbij de irtuele sererstatus wordt opgeslagen in permanent geheugen. In een later stadium kunt u het gebruik an de logische partitie heratten. Met de HMC Versie of hoger kunt u ook een logische IBM i-partitie onderbreken. U kunt onderbroken logische AI-, IBM i- en Linux-partities migreren. De onderbroken partities kunnen na het oltooien an de worden herat op de doelserer. Opmerking: Onderbreken/heratten an logische partities is niet opgenomen bij de eerste introductie an de POWER A-, A-, A-, L- en L Power Systems-serers. Deze functie wordt olledig ondersteund op andere modellen an Power Systems-serers met toepasselijke nieaus an de beheerconsole, firmware en PowerVM. Met inactiee partitie, of "cold partition mobility", kunt u een uitgeschakelde logische partitie an AI, IBM i of Linux migreren an het ene systeem naar het andere. Met de Hardware Management Console (HMC) of de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u een actiee of inactiee logische partitie migreren an de ene serer naar een andere. U kunt een mobiele partitie niet anaf een door HMC beheerd systeem migreren naar een systeem dat wordt beheerd door IVM. Eenmin kunt u een mobiele partitie anaf een door IVM beheerd systeem migreren naar een systeem dat wordt beheerd door een HMC. Omdat de HMC altijd het laatst geactieerde profiel erplaatsen, kan een inactiee logische partitie die nooit is geactieerd niet worden gemigreerd. Voor inactiee partitiemobiliteit selecteert u de partitiestatus die is gedefinieerd in de hyperisor of selecteert u de configuratiegegeens zoals gedefinieerd in het laatst geactieerde profiel op de bronserer. Met de IVM kunt u een logische partitie migreren die nog nooit is geactieerd. U kunt Lie Partition Mobility niet gelijktijdig in twee richtingen uitoeren. Bijoorbeeld: Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie migreren an de doelserer naar de bronserer. Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie migreren an de doelserer naar een andere serer. Verwante informatie: DeeloperWorks: DB2 and System p irtualization: Performance and best practices DeeloperWorks: DB2 and the Lie Parition Mobility feature of PowerVM on IBM System p using storage area network (SAN) storage IBM Redbooks-publicatie: IBM PowerVM Virtualization Introduction and Configuration Redbooks: IBM PowerVM Virtualization Managing and Monitoring Copyright IBM Corp. 2014,
10 Nieuw in Lie Partition Mobility Informatie oer nieuwe of gewijzigde informatie in Lie Partition Mobility sinds de orige update. Oktober 2015 Het olgende onderwerp is nieuw oor de NIC-adapter (irtuele Network Interface Controller): Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor NIC-adapters op pagina 74 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de irtuele NIC-adapter (Network Interface Controller): Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit op pagina 6 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 111 De mobiele partitie migreren met behulp an de HMC op pagina 113 Het olgende onderwerp is nieuw oor het gelijktijdigheidsnieau: Het kenmerk oor het gelijktijdigheidsnieau op pagina 47 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor het gelijktijdigheidsnieau: VIOS-configuratie en afstemming oor optimale prestaties an partitiemobiliteit op pagina 88 Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 111 Het olgende onderwerp is nieuw oor het wijzigen an de naam an de irtuele switch: Controleren of de doelserer het wijzigen an de irtuele-switchnaam ondersteunt op pagina 74 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor het wijzigen an de naam an de irtuele switch: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 De mobiele partitie migreren met behulp an de HMC op pagina 113 Het olgende onderwerp is bijgewerkt oor de PowerVM NoaLink-architectuur: Lie Partition Mobility op de door HMC beheerde systemen op pagina 3 Het olgende onderwerp is nieuw oor alidatie an de an de NPIV-partitie (N_Port ID Virtualization): Validatie op NPIV LUN-nieau of schijfnieau op pagina 51 Het olgende onderwerp is bijgewerkt oor alidatie an de an de NPIV-partitie: Kenmerken oor een partitiemobiliteit-bewerking opgeen met behulp an de VIOS op pagina 45 Juni 2015 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de IBM Power System E850 (8408-E8E)-serer: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit op pagina 65 Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 160 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de bijgewerkte firmware en ersie an HMC: Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit op pagina 65 Door IVM beheerde systemen: Partition Mobility-matrix oor firmwareondersteuning op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility
11 Oktober 2014 Het olgende onderwerp is nieuw oor de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand: Controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand op pagina 73 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand: Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit op pagina 6 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 De HMC oorbereiden op partitiemobiliteit op pagina 80 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de 9119-MHE (IBM Power System E880)- en 9119-MME (IBM Power System E870)-serers: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit op pagina 65 Door IVM beheerde systemen: Partition Mobility-matrix oor firmwareondersteuning op pagina 161 Het olgende onderwerp is nieuw oor de FFDC-gegeenserzameling (first-failure data capture) oor fouten bij partitiemobiliteit: First-failure Data Capture oor fouten met partitiemobiliteit op pagina 80 Het olgende onderwerp is nieuw oor VIOS-configuratie oor optimale prestaties an partitiemobiliteit: VIOS-configuratie en afstemming oor optimale prestaties an partitiemobiliteit op pagina 88 Juni 2014 Extra informatie oer IBM Power Systems-serers met de POWER8-processor is toegeoegd. Lie Partition Mobility op de door HMC beheerde systemen Met de Hardware Management Console (HMC) kunt u een actiee of inactiee logische partitie migreren an de ene serer naar een andere. De PowerVM NoaLink-architectuur maakt het beheer an zeer schaalbare cloud-implementaties mogelijk met behulp an de PowerVM-technologie en OpenStack-oplossingen. De architectuur biedt een directe OpenStack-erbinding met een PowerVM-serer. Het besturingssysteem Linux wordt uitgeoerd op de NoaLink-partitie en de partitie wordt uitgeoerd op een serer die is geirtualiseerd door PowerVM. De serer wordt beheerd door PowerVC of andere OpenStack-oplossingen. Als een serer alt onder medebeheer an de HMC en PowerVM NoaLink, en PowerVM NoaLink in de hoofdwerkstand staat, kunt u partitiemobiliteit-bewerkingen alleen uitoeren met behulp an PowerVM NoaLink. Als u partitiemobiliteit-bewerkingen wilt uitoeren met behulp an de HMC, moet u de HMC instellen op de hoofdwerkstand. Voer de olgende opdracht uit anaf de opdrachtregel om de HMC in te stellen op de hoofdwerkstand: chcomgmt -m <managed system> -o setmaster -t norm Partition Mobility-oerzicht oor HMC Meer informatie oer de oordelen an partitiemobiliteit, hoe de Hardware Management Console (HMC) actiee en inactiee partitiemobiliteit, uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem nar een ander te migreren. Lie Partition Mobility 3
12 Voordelen an partitiemobiliteit Partition Mobility biedt flexibiliteit op het gebied an systeembeheer en is ontworpen om de beschikbaarheid an systemen te erbeteren. Bijoorbeeld: U kunt oorkomen dat hardware of firmware als geolg an onderhoudswerkzaamheden offline moet worden gezet door logische partities naar een andere serer te migreren en erolgens het onderhoud te errichten. Partition Mobility kan u hierbij helpen door rond geplande onderhoudswerkzaamheden te werken. U kunt oorkomen dat een serer een tijd niet beschikbaar is door logische partities naar een andere serer te migreren en erolgens de upgrade uit te oeren. Zo kunt uw taken zonder onderbreking oortzetten. Als een serer een potentiële storing aanduidt, kunt u de logische partities eran naar een andere serer migreren oordat de storing optreedt. Partition Mobility kan u helpen bij het ermijden an onoorziene storingen. U kunt de werkbelasting op kleine, te weinig gebruikte serers combineren op één grote serer. U kunt de werkbelasting naar andere serers oerbrengen om resourcegebruik en de werkbelasting te optimaliseren binnen uw computeromgeing. Actie partitiemobiliteit stelt u in staat de werkbelasting te reguleren en zorgt eroor dat de tijd dat het systeem offline is tot een minimum beperkt blijft. Voor sommige systemen kunt u de toepassingen an een serer erplaatsen naar een geüpgraded serer, met behulp an IBM PowerVM Editions Lie Partition Mobility of de AI Lie Application Mobility-software, zonder dat dat an inloed is op de beschikbaarheid an de toepassingen. Hoewel partitiemobiliteit tal an oordelen heeft, kunt u er de olgende functies niet mee uitoeren: Partition Mobility biedt geen automatische afstemming an de werkbelasting. Partition Mobility biedt geen oerbrugging naar nieuwe functies. U dient logische partities opnieuw op te starten en mogelijk opnieuw te installeren om nieuwe functies te kunnen benutten. Partition Mobility-proces Informatie oer hoe de Hardware Management Console (HMC) een actiee of inactiee logische partitie migreert an de ene naar een andere serer. In de onderstaande tabel worden de stappen beschreen die plaatsinden tijdens het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de HMC. Tabel 1. De stappen an het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de HMC Partition Mobility-stap 1. Controleer of aan alle oorwaarden is oldaan en zorg eroor dat alle oorbereidende taken zijn uitgeoerd. Actie Mobility-stap Inactie Mobilitystap 2. U sluit de mobiele partitie af. 3. U start partitiemobiliteit met behulp an de wizard Partitie op de HMC. 4 Power Systems: Lie Partition Mobility
13 Tabel 1. De stappen an het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de HMC (erolg) Partition Mobility-stap 4. De HMC extraheert de beschrijingen an de fysieke apparatuur oor alle fysieke adapters op de logische Virtuele I/O-serer-partities op de bronserer. Aan de hand an de geëxtraheerde informatie stelt de HMC ast of de Virtuele I/O-serer-partities (VIOS) op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Hierbij wordt ook gecontroleerd of de VIOS-partities op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar hebben oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. De HMC gebruikt al deze informatie oor het genereren an een lijst an aanbeolen toewijzingen oor irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. Waar mogelijk zorgt de HMC dat de olgende configuraties behouden blijen: Multipath I/O-configuraties. Virtuele sleuftoewijzingen oor irtuele sereradapters op de VIOSpartities. Door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op de VIOS-partities. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters op de VIOS-partities. De HMC beeldt een lijst af an aanbeolen toewijzingen (plus alle mogelijke toewijzingen) oor irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. U kunt gebruikmaken an de toewijzingen die door de HMC worden aanbeolen, maar u kunt ook andere toewijzingen kiezen oor de irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. 5. De HMC bereidt de bron- en doelomgeingen oor op partitiemobiliteit. Deze oorbereiding omat ook het gebruik an de toewijzingen uit stap 4 oor het toewijzen an irtuele adapters op de mobiele partitie aan irtuele adapters op de VIOS-partities op de doelserer. 6. De HMC brengt de status oor de logische partitie in de bronomgeing oer naar de doelomgeing. Deze oerdracht omat alle partitieprofielen die aan de mobiele partitie zijn gekoppeld. De HMC past de actiee partitieprofielen an de mobiele partitie zodanig aan dat ze een afspiegeling ormen an de nieuwe toewijzingen an irtuele adapters op de doelserer. 7. De HMC houdt de mobiele partitie op de bronserer aan. De bronpartitie gaat erder met het oerbrengen an de partitiestatus naar de logische doelpartitie. Actie Mobility-stap In Actie Partition Mobility inden dan de olgende aanullende stappen plaats: De bronpartitie haalt de partitiestatus op uit de bronserer en geeft deze ia het netwerk door aan de doelpartitie. De doelpartitie ontangt de partitiestatus en kent deze toe aan de doelserer. 8. De hyperisor herat de mobiele partitie op de doelserer. Inactie Mobilitystap Lie Partition Mobility 5
14 Tabel 1. De stappen an het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de HMC (erolg) Partition Mobility-stap 9. De HMC oltooit de. Alle resources die eerder in gebruik waren door de mobiele partitie op de bronserer, worden opnieuw teruggehaald door de bronserer: De HMC erwijdert de irtuele SCSI-adapters en de irtuele Fibre Channel-adapters (die waren gekoppeld aan de mobiele partitie) uit de VIOS-bronpartities. De HMC erwijdert de irtuele SCSI-adapters, de irtuele Ethernetadapters en de irtuele Fibre Channel-adapters (die aan de mobiele partitie waren gekoppeld) uit de partitieprofielen die aan de VIOSpartities op de bronserer zijn gekoppeld. Voor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen deactieert de HMC het apparaat oor pagingruimte dat werd gebruikt door de mobiele partitie en wordt dit apparaat beschikbaar gesteld oor gebruik door andere gemeenschappelijke geheugenpartities. 10. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. (De processor- en geheugenresources die zijn geconfigureerd oor de mobiele partitie worden feitelijk pas toegewezen wanneer u de mobiele partitie actieert op de doelserer.) 11. Na afloop oert u dierse ereiste taken uit, zoals het toeoegen an ast toegewezen I/O-adapters aan de mobiele partitie of het toeoegen an de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep. Actie Mobility-stap Inactie Mobilitystap Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit Informatie oer de taken die u met de wizard Partitie an de Hardware Management Console (HMC) kunt uitoeren oor het controleren an de systeemconfiguratie oor actiee en inactiee partitiemobiliteit. U moet uw omgeing controleren oordat u een actiee logische partitie gaat migreren. Met de alidatiefunctie an de HMC kunt u uw systeemconfiguratie controleren. Als de HMC een configuratieof erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. In de olgende tabellen worden de alidatietaken ermeld die de HMC uitoert om te controleren of de bron- en doelsystemen gereed zijn oor actiee of inactiee partitiemobiliteit. Algemene compatibiliteit Tabel 2. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of de HMC die de bronserer beheert, juist kan communiceren met de HMC die de doelserer beheert, als ze erschillende HMC's zijn. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit 6 Power Systems: Lie Partition Mobility
15 Tabel 2. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Controleren of de erbindingen oor resourcebewaking en -besturing (RMC) tot stand zijn gebracht. Controleren an de mogelijkheden en compatibiliteit oor mobiliteit. Controleren an het actuele aantal s ten opzichte an het ondersteunde aantal s. Taak an actiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de mobiele partitie, de bron- en doelpartities an de Virtuele I/O-serer (VIOS) en met de erbinding tussen de bron- en doel-msp's (moer serice partitions). Controleren an de bron- en doelserers, de hyperisor, de VIOS-partities en de MSP's (moer serice partitions). Controleren of het aantal actiee s niet strijdig is met het aantal ondersteunde actiee s. Taak an inactiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de VIOSbron- en doelpartities. Controleren an de VIOS en de hyperisor. Controleren of het aantal inactiee s niet strijdig is met het aantal ondersteunde inactiee s. Serercompatibiliteit Tabel 3. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of de ereiste erwerkingsresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Controleren of de ereiste geheugenresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Taak an actiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. Voor een mobiele partitie, die werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleren of een pool an gemeenschappelijk geheugen is geconfigureerd op de doelserer en of deze pool beschikt oer oldoende fysiek geheugen om te oldoen aan de ereisten oor geresereerd geheugen oor de mobiele partitie. Taak an inactiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. Lie Partition Mobility 7
16 Tabel 3. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Controleren of de ereiste I/O-adapterresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Tijdens de alidatie extraheert de HMC de beschrijing an elke irtuele adapter op de VIOS-partities op de bronserer. Aan de hand an de de geëxtraheerde informatie stelt de HMC ast of de VIOS-partities op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Bij deze bewerking wordt ook gecontroleerd of de VIOS-partities op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar hebben oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. Controleren of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. Als de mobiele partitie werkt met Actie Memory Expansion, controleert de HMC of de doelserer ondersteuning biedt oor Actie Memory Expansion. Als de mobiele partitie geschikt is oor aanhouden, controleert de HMC of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die kunnen worden aangehouden. Als de mobiele partitie geschikt is om an op afstand opnieuw te worden gestart, controleert de HMC of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die an op afstand opnieuw kunnen worden gestart. De bewerking mislukt als de doelserer opnieuw starten op afstand niet ondersteunt. Als de mobiele partitie op de bronserer op afstand opnieuw kan worden gestart met behulp an de ereenoudigde functie, controleert de HMC of de doelserer ook partities ondersteunt die op afstand met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart. De bewerking mislukt als de doelserer ereenoudigd opnieuw starten op afstand niet ondersteunt. Als de mobiele partitie geschikt is oor de oorziening Trusted Boot, stelt de HMC ast of de doelserer ondersteuning biedt oor mobiele partities die kunnen werken met Trusted Boot. 8 Power Systems: Lie Partition Mobility
17 Tabel 3. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Met de firmware op nieau 7.6 of hoger kunt u configureren dat irtuele werken met slechts 0,05 erwerkingseenheden per irtuele processor. Houd rekening met de olgende beperkingen wanneer u een partitie migreert naar een serer met firmware op nieau 7.4 of lager. Het minimumaantal erwerkingseenheden moet worden ingesteld op een waarde die het resultaat is an de olgende berekening: 0,1 het minimumaantal irtuele dat u selecteert oor de partitie. Het maximumaantal erwerkingseenheden moet worden ingesteld op een waarde die het resultaat is an de olgende berekening: 0,1 het maximumaantal irtuele dat u selecteert oor de partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Voordat u partities migreert die werken met 0,05 erwerkingseenheden per irtuele processor, moet u eroor zorgen dat de huidige erhouding tussen toegewezen erwerkingseenheden en irtuele ten minste 0,1 is. Als de mobiele partitie logische poorten an het type single root I/O irtualization (SR-IOV) heeft, kan die mobiele partitie niet naar de doelserer worden gemigreerd. SR-IOV is een specificatie an de Peripheral Component Interconnect Special Interest Group waarmee meerdere partities die tegelijkertijd in een enkele computer actief zijn, een PCIe-apparaat (Peripheral Component Interconnect-Express) gemeenschappelijk kunnen gebruiken. Vanaf HMC Versie 7 Release kunt u de schakelwerkstand VEPA (Virtual Ethernet Port Aggregator) toewijzen aan irtueel Ethernet-switches die worden gebruikt door de irtueel Ethernet-adapters an de mobiele partitie. Als op de irtuele Ethernetswitch die wordt gebruikt door de irtuele Ethernetadapter an de logische partitie, de VEPA schakelwerkstand (switching) kan worden gebruikt, maakt de logische partitie gebruik an Virtual Serer Network (VSN). Maakt de mobiele partitie op de bronserer gebruik an VSN, controleer dan of de doelserer eeneens gebruikmaakt an VSN. Lie Partition Mobility 9
18 Tabel 3. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Als de HMC an Versie 7, Release of hoger is, ondersteunt de mobiele partitie synchronisatie an de huidige configuratiemogelijkheden. Controleer op de doelserer of de HMC an Versie 7, Release of hoger is. Als oor een an op afstand de HMC op de bronserer an Versie 7, Release of hoger is, terwijl de HMC op de doelserer an een lagere ersie is dan Versie 7, Release 7.8.0, is het huidige configuratieprofiel niet zichtbaar op de doelserer. Als de HMC op de bronserer an een lagere ersie is dan Versie 7, Release 7.7.0, terwijl de HMC op de doelserer an Versie 7 Release of hoger is, wordt het huidige configuratieprofiel gemaakt op de doelserer. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Wanneer u een serer erbindt met een HMC an een lagere ersie dan Versie 7, Release 7.8.0, terwijl de serer eerder al was erbonden met een HMC an Versie 7, Release 7.8.0, wordt het laatste geldige configuratieprofiel beschouwd als een standaard profiel. Als de HMC op de bronserer ersie of later heeft, moet de HMC op de doelserer eeneens ersie of later hebben. Heeft de HMC op de doelserer een eerdere ersie, selecteer dan het akje Partitie- UUID negeren. Als de mobiele partitie werkt met NIC-adapters (irtuele Network Interface Controller) controleert de HMC of de mobiele partitie kan worden gemigreerd naar de doelserer. Als de mobiele partitie bij het uitoeren an de alidatie uitgeschakelde NIC-adapters beat, kunt u deze NIC-adapters erwijderen of inschakelen met behulp an de opdracht chhwres. Een NIC-adapter is een irtuele adapter die kan worden geconfigureerd oor logische clientpartities, zodat er een netwerkinterface beschikbaar komt. Elke NICclientadapter wordt ondersteund door een logische SR-IOV-poort (single-root I/O irtualisation), die eigendom is an de VIOS. VIOS-compatibiliteit Tabel 4. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities, oor actiee en inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of alle ereiste I/O-apparaten ia een VIOSpartitie zijn erbonden met de mobiele partitie. Er zijn hierbij geen fysieke adapters toegewezen aan de mobiele partitie en er zijn geen irtuele seriële adapters aanwezig in een irtuele sleuf met een hoger nummer dan 1. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit 10 Power Systems: Lie Partition Mobility
19 Tabel 4. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities, oor actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Controleren of er geen irtuele SCSI-schijen met logische backupolumes zijn en of er geen irtuele SCSIschijen aan interne schijen zijn gekoppeld (niet in het SAN). Controleren of de irtuele SCSI-schijen an de logische partitie toegankelijk zijn ia de VIOS-partitie op de doelserer. Controleren of het resereringsbeleid an de fysieke olumes hetzelfde is oor de VIOS-bron- en doelpartities. Controleren of de ereiste irtueel-lan-id's die beschikbaar zijn op de VIOS-doelpartities kunnen worden behouden op de VIOS-doelpartities. Controleren of de sleuf-id's an de irtuele sereradapters op de VIOS-bronpartities kunnen worden behouden op de VIOS-doelpartities. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's an de irtuele sereradapters op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Controleren of de redundantieconfiguratie an de VIOSpartities op het bronsysteem kan worden bewaard op het doelsysteem. In sommige situaties kunt u een logische partitie migreren naar een doelsysteem met minder redundantie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Lie Partition Mobility 11
20 Tabel 4. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities, oor actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak De olgende configuratie controleren oor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen: Het aantal actiee VIOS-partities (erolgens VIOS-pagingpartities genoemd) dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Of een apparaat oor pagingruimte beschikbaar is op de doelserer en of dit apparaat oldoet aan de olgende ereisten: De door u opgegeen redundantieoorkeuren. De grootteereisten oor de mobiele partitie (het apparaat moet minstens zo groot zijn als het maximale logische geheugen oor de mobiele partitie). U geeft bijoorbeeld op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities op de doelserer. U kunt de mobiele partitie migreren als op de doelserer de olgende configuratie aanwezig is: Er zijn twee VIOS-partities oor paging toegewezen aan de gemeenschappelijke geheugenpool. Er is een beschikbaar apparaat oor pagingruimte aanwezig. Het apparaat oor pagingruimte oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Beide VIOS-pagingpartities op de doelserer hebben toegang tot het apparaat oor pagingruimte. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Compatibiliteit an de mobiele partitie Tabel 5. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd om te controleren of de mobiele partitie met succes kan worden gemigreerd naar de doelserer, met behulp an actiee of inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI, IBM i of Linux is. Controleren of de mobiele partitie een actief partitieprofiel heeft op de HMC. Controleren of de mobiele partitie, het besturingssysteem en de toepassingen an de partitie geschikt zijn oor. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Het besturingssysteem AI geeft de aanraag door aan de toepassingen en kerneluitbreidingen die op de hoogte moeten worden gehouden an eents op het gebied an dynamische herconfiguratie. Het besturingssysteem accepteert de of weigert deze. Controleren of de mobiele partitie niet als redundante logische partitie oor het rapporteren an fouten fungeert. 12 Power Systems: Lie Partition Mobility
21 Tabel 5. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd om te controleren of de mobiele partitie met succes kan worden gemigreerd naar de doelserer, met behulp an actiee of inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Controleren of de mobiele partitie niet in een werkbelastinggroep oor partities is opgenomen. Controleren an de uniekheid an de irtuele MACadressen of de mobiele partitie. Controleren an de status an de mobiele partitie. Controleren of de naam an de mobiele partitie nog niet wordt gebruikt op de doelserer. Controleren of de mobiele partitie niet is geconfigureerd met BSR (barrier synchronization register)-arrays. Controleren of bulkpagina's niet oor de mobiele partitie zijn ingesteld. Controleren of de mobiele partitie geen Host Ethernet Adapter (of Integrated Virtual Ethernet) heeft. Opmerking: Als een mobiele AI-partitie beschikt oer een Host Ethernet Adapter, kunt u de partitiemobiliteit alideren met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). SMIT controleert de Host Ethernet Adapter-configuratie an de mobiele AI-partitie, in aanulling op het HMC-alidatieproces oor het controleren an de algehele partitiemobiliteit-configuratie. Raadpleeg oor meer informatie LPM-oerzicht. Controleren of de mobiele partitie niet bezig is met een DPO (Dynamic Partition Optimizer)-bewerking. DPO is een hyperisor-functie die wordt gestart met de HMC. Controleer of er geen tapestations of optische apparaten op de mobiele partitie zijn aangesloten, want als dat wel het geal is, mislukt de. Taak an actiee mobiliteit Controleren of de mobiele partitie de status Geactieerd of Actief heeft. Taak an inactiee mobiliteit Controleren of de mobiele partitie de status Niet geactieerd heeft. Opmerking: Als er SCSI-resereringen op NPIV-schijen (N_Port ID Virtualization) worden gebruikt die deel uitmaken an een bewerking an een inactiee partitiemobiliteit of een bewerking oor opnieuw starten op afstand, mislukken I/O-bewerkingen op deze schijf hoogstwaarschijnlijk na de bewerking an partitiemobiliteit tengeolge an resereringsconflicten. In het algemeen wordt alleen de ariabele resere_policy an het apparaatspecifieke kenmerk PR_shared of PR_exclusie door het opslagsubsysteem behandeld als persistent. Een aantal opslagsubsystemen, bijoorbeeld DS8K, behandelen de reserering die wordt gebruikt door het kenmerk single_path resere_policy op een gelijksoortige manier als oor een PR (Persistent Reseration). U moet de waarde no_resere opgeen oor de parameter resere_policy oor alle NPIV-schijen die gekoppeld zijn aan de bewerking oor inactiee partitiemobiliteit of de bewerking oor opnieuw starten op afstand. Als het opslagsubsysteem de reserering als persistent markeert, moet u de reserering uit het opslagsubsysteem wissen of de serer opnieuw starten in de onderhoudswerkstand en de reserering erbreken door de olgende opdracht op de opdrachtregel an HMC uit te oeren: dersr -f -l hdisk. Het minimale nieau an AI dat ereist is oor de opdracht dersr is AI 6.1 Technology Leel 8 of AI 7.1 Technology Leel 1. Verwante taken: Lie Partition Mobility 13
22 Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 111 Met de wizard Partitie op de Hardware Management Console (HMC) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partitiemobiliteit. Als de HMC een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Verwante informatie: De functie Dynamic Platform Optimizer Opnieuw starten op afstand De opdracht chhwres Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is gemigreerd Bij het migreren an een logische partitie an de ene serer naar een andere kunnen sommige kenmerken eranderen (bijoorbeeld het ID an de logische partitie) en bepaalde kenmerken blijen hetzelfde (zoals de configuratie an de logische partitie). De olgende tabel geeft een oerzicht an de kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en an de kenmerken die kunnen eranderen nadat u de logische partitie naar de doelserer hebt gemigreerd. Tabel 6. Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en kenmerken die kunnen eranderen nadat de logische partitie naar de doelserer is gemigreerd Kenmerken die gelijk blijen Kenmerken die kunnen eranderen De naam an de logische partitie Het ID-nummer an de logische partitie Het type an de logische partitie (ast toegewezen of gemeenschappelijke processor) De configuratie an de logische partitie De processorarchitectuur De SMT-status (Simultaneous Multi-Threading) an elke processor De irtuele MAC-adressen, IP-adressen en de LUNtoewijzing aan de doelapparatuur Het type, model en serienummer an de computer De modelklasse an de onderliggende serer De ersie en het type an de processor De frequentie an de processor De affiniteitskenmerken an de logische geheugenblokken (LMB, Logical Memory Blocks) Het maximum aantal snel erwisselbare en geïnstalleerde fysieke De grootte an de L1- en L2-cache Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te migreren tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. U kunt erschillende ersies an de besturingsomgeingen AI, IBM i, Linux, en Virtuele I/O-serer uitoeren in logische partities op serers op basis an -, +-, POWER7- en POWER8-. Oudere ersies an deze besturingssystemen ondersteunen niet altijd alle mogelijkheden die beschikbaar zijn bij nieuwe. Uw mogelijkheden om logische partities te migreren tussen serers met erschillende typen, kunnen hierdoor worden beperkt. Beperking: Logische IBM i-partities kunnen alleen worden gemigreerd met Hardware Management Console (HMC) Versie 7 Release of hoger en serers met POWER7- en firmware an nieau 7.3 of hoger. Een compatibiliteitswerkstand is een waarde die door de hyperisor wordt toegewezen aan een logische partitie en die de processoromgeing aangeeft waarin de logische partitie kan werken. Als u een logische partitie anaf een bepaalde bronserer migreert naar een doelserer met een ander type processor, maakt de compatibiliteitswerkstand het mogelijk dat de logische partitie op de doelserer zonder problemen in 14 Power Systems: Lie Partition Mobility
23 de desbetreffende processoromgeing kan werken. Met andere woorden: de compatibiliteitswerkstand stelt de doelserer in staat om de logische partitie een subset an de processormogelijkheden te bieden die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor : Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. In de olgende tabel wordt elk an de compatibiliteitswerkstanden beschreen en ziet u op welke serers de logische partitie met die werkstanden kunnen werken. Tabel 7. Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers + enhanced + enhanced POWER7 Met de compatibiliteitswerkstand kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Met de compatibiliteitswerkstand enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de PO- WER6+-processor. Met de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER7- processor. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand, kunnen werken op serers met -, +- of PO- WER7-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand + kunnen werken op serers met +- of POWER7-. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand enhanced kunnen werken op serers met -. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunnen werken op serers met +-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunnen werken op serers met POWER7-. Lie Partition Mobility 15
24 Tabel 7. Compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers POWER8 Met de compatibiliteitswerkstand POWER8 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER8- processor. De compatibiliteitswerkstand (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand waarmee de hyperisor kan bepalen wat de huidige werkstand oor de logische partitie is. Als de geprefereerde werkstand wordt ingesteld op, stelt de hyperisor de huidige werkstand in op de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand die de meeste functies biedt. In de meeste geallen is dit het processortype an de serer waarop de logische partitie is geactieerd. De geprefereerde werkstand is bijoorbeeld ingesteld op en de logische partitie draait op een serer met POWER8-. Omdat de gebruiksomgeing de mogelijkheden an de POWER8- ondersteunt, stelt de hyperisor de huidige compatibiliteitswerkstand in op POWER8. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand POWER8 kunnen werken op serers met POWER8-. Op welke serers een logische partitie met de geprefereerde compatibiliteitswerkstand kan draaien, hangt af an de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. Als de hyperisor bijoorbeeld aststelt dat de actiee werkstand POWER8 is, kan de logische partitie worden uitgeoerd op serers met POWER8-. Verwante onderwerpen: Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 20 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden: De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. 16 Power Systems: Lie Partition Mobility
25 De hyperisor stelt de huidige compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie in op basis an de olgende informatie: De processorfuncties die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie draait. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand die u opgeeft. Als u de logische partitie actieert, kijkt de hyperisor wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand is en wordt nagegaan of deze werkstand door de gebruiksomgeing wordt ondersteund. Is dat het geal, dan wijst de hyperisor de geprefereerde compatibiliteitswerkstand toe aan de logische partitie. Wordt de geprefereerde compatibiliteitswerkstand niet ondersteund door de gebruiksomgeing, dan wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand toe die de meeste functies biedt en die wél wordt ondersteund door de gebruiksomgeing. In de onderstaande tabel wordt aangegeen wanneer een compatibiliteitswerkstand de huidige dan wel de geprefereerde werkstand kan zijn. Tabel 8. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand + enhanced + enhanced POWER7 POWER8 Kan het de huidige werkstand zijn? Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER7 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER8 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Ja U kunt opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt POWER7 opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt POWER8 opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Lie Partition Mobility 17
26 Tabel 8. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Kan het de huidige werkstand zijn? Nee De compatibiliteitswerkstand (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand. Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Ja U kunt opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand. Trouwens, als u geen geprefereerde werkstand opgeeft, stelt het systeem de geprefereerde werkstand automatisch in op. In de olgende tabel ziet u een oerzicht an de huidige en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand die op de erschillende typen serers worden ondersteund. Tabel 9. Ondersteunde compatibiliteitswerkstanden per type serer Type sererprocessor Serer met +- Ondersteunde huidige werkstanden, +, + enhanced Ondersteunde geprefereerde werkstanden,, +, PO- WER6+ enhanced Serer met -, enhanced,, enhanced Serer met POWER7-, +, POWER7,, +, PO- WER7 Serer met POWER8-, +, POWER7, POWER8,, +, PO- WER7, POWER8 De geprefereerde compatibiliteitswerkstand is de hoogste werkstand die de hyperisor aan een logische partitie kan toewijzen. Als de geprefereerde werkstand niet wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd, kan de hyperisor de huidige werkstand wel instellen op een lagere werkstand dan de geprefereerde werkstand, maar niet op een hogere. De logische partitie draait bijoorbeeld op een POWER8-serer en u geeft POWER8 op als de geprefereerde werkstand. De gebruiksomgeing die op de logische partitie is geïnstalleerd, biedt echter geen ondersteuning oor de mogelijkheden an de POWER8-processor, maar wel oor die an de POWER7-processor. Als u de logische partitie actieert, wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand POWER7 toe als actiee werkstand oor de logische partitie. POWER7 is namelijk de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand met de meeste functies; deze werkstand is echter lager dan de geprefereerde werkstand, POWER8. om de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie dynamisch te wijzigen. Om de werkstand te wijzigen, moet u de wijziging aanbrengen, de logische partitie afsluiten en de logische partitie opnieuw starten. De hyperisor probeert dan de huidige compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand die u hebt opgegeen. Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer.als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Als u opgeeft als geprefereerde werkstand oor een inactiee logische partitie, kunt u die partitie migreren naar een serer met elk willekeurig type processor. Omdat alle serers de standaard compatibiliteitswerkstand ondersteunen, kunt u een inactiee logische partitie waaroor is opge- 18 Power Systems: Lie Partition Mobility
27 geen als geprefereerde werkstand, migreren naar en serer met elk type processor. Als de inactiee processor op de doelserer wordt geactieerd, blijft de geprefereerde werkstand ingesteld op en bepaalt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie. Verwante onderwerpen: Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Nieaus an besturingssystemen met ondersteuning oor partitiemobiliteit: Niet alle nieaus an besturingssystemen ondersteunen het migreren an logische partities die aanwezig zijn op serers met POWER8-. De olgende AI-clientnieaus ondersteunen de naar een serer met POWER8-: AI Versie 7.1, met Technology Leel en Serice Pack 1, of recenter. AI Versie 7.1, met Technology leel en Serice Pack 1 + tijdelijke fix oor gelijktijdige update oor ondersteuning an POWER8-serienummers, of recenter. AI Versie 7.1, met Technology Leel en Serice Pack 6 + tijdelijke fix oor gelijktijdige update oor ondersteuning an POWER8-serienummers, of recenter. AI Versie 6.1, met Technology Leel en Serice Pack 1, of recenter. AI Versie 6.1, met Technology Leel en Serice Pack 1 + tijdelijke fix oor gelijktijdige update oor ondersteuning an POWER8-serienummers, of recenter. AI Versie 6.1, met Technology Leel en serice Pack 6 + tijdelijke fix oor gelijktijdige update oor ondersteuning an POWER8-serienummers, of recenter. De olgende Linux-clientnieaus ondersteunen de an logische partities naar een serer met PO- WER8-: Red Hat Enterprise Linux Versie 6.5 Red Hat Enterprise Linux Versie 7.0 Red Hat Enterprise Linux Versie 7.1. SUSE Linux Enterprise Serer Versie 11 en Sericepack 3. SUSE Linux Enterprise Serer 12, of later. Ubuntu De olgende IBM i-clientnieaus ondersteunen de an logische partities naar een serer met PO- WER8-: IBM i 7.1 Technology Refresh 8. IBM i 7.2. De olgende Virtuele I/O-serer (VIOS)-nieaus ondersteunen de an logische partities naar een serer met POWER8-: Lie Partition Mobility 19
28 VIOS Versie of hoger. VIOS Versie of hoger. VIOS Versie of hoger. Als u een Integrated Virtualization Manager (IVM) gebruikt oor het migreren an logische partities, is VIOS-ersie ereist. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor : De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Opmerking: POWER8-serers bieden geen ondersteuning oor de werkstand "enhanced". Als u wilt dat een logische partitie in een "enhanced" werkstand draait, dan moet u die enhanced werkstand opgeen als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie. Wordt de bijbehorende nietenhanced werkstand door de gebruiksomgeing ondersteund, dan wijst de hyperisor de enhanced werkstand toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met andere woorden: als u de werkstand + enhanced mode opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand +, dan wijst de hyperisor de werkstand PO- WER6+ enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met de werkstand enhanced is het precies hetzelfde: als u die werkstand opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand, dan wijst de hyperisor de werkstand enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Logische partities in de compatibiliteitswerkstand werken alleen op serers met -, en logische partities met de werkstand + enhanced alleen op serers met +. Als een logische partitie in de werkstand enhanced werkt, kunt u die partitie dus alleen migreren naar een serer met -processor. Als een logische partitie in de werkstand PO- WER6+ enhanced werkt, kan die partitie alleen worden gemigreerd naar serers met +-. Als u een logische partitie in de compatibiliteitswerkstand enhanced migreert naar een serer met +-, dan moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in of PO- WER6. Verolgens moet u de logische partitie opnieuw starten. Verwante onderwerpen: Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. 20 Power Systems: Lie Partition Mobility
29 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor : Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Verwante onderwerpen: Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 20 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 16 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Actie partitiemobiliteit: Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde en de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de. De combinaties oor actiee s gelden ook oor het migreren an een onderbroken partitie. Tabel 10. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER8-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelserer Geprefereerde werkstand na Actiee werkstand na WER8- POWER8 of POWER7, Opmerking: De actiee werkstand an is ongeldig, omdat besturingssystemen op serers met POWER8- PO- WER6 niet ondersteunen als de standaard werkstand. WER8- POWER8, PO- WER7 Lie Partition Mobility 21
30 Tabel 10. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER8-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- Geprefereerde werkstand óór POWER8 Actiee werkstand óór POWER8 of POWER7 Doelomgeing Doelserer WER8- POWER7 POWER7 WER WER8- WER8- POWER8 POWER8 WER7- POWER8 WER7- POWER7 POWER7 WER7- POWER7 WER WER7- WER7- WER6- POWER8 of POWER7 WER6- Geprefereerde werkstand na POWER8 POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER8) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na POWER8, PO- WER7 POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER8) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund POWER7 POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. 22 Power Systems: Lie Partition Mobility
31 Tabel 10. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER8-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER8- Geprefereerde werkstand óór POWER8, PO- WER7, of PO- WER6+ Actiee werkstand óór POWER8, PO- WER7 of PO- WER6+, Doelomgeing Doelserer WER6- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Tabel 11. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + Actiee werkstand óór POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 + of Doelomgeing Doelserer WER7- WER7- WER7- WER7- POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 WER6+- Geprefereerde werkstand na POWER7 + Actiee werkstand na POWER7, PO- WER6+, POWER7, PO- WER6+, +, PO- WER6 Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER7 is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6+ of PO- WER6 is, is de actiee werkstand op de doelserer + of. Lie Partition Mobility 23
32 Tabel 11. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + Actiee werkstand óór POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 + of Doelomgeing Doelserer WER6+- WER6- WER6+- WER6+- POWER7 of + POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 WER6- WER6- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand an de bronserer PO- WER7 of PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, omdat de doelserer geen ondersteuning biedt oor de actiee werkstand (POWER7 of +). Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6 is, is de actiee werkstand op de doelserer. +, PO- WER6 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. 24 Power Systems: Lie Partition Mobility
33 Tabel 11. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelomgeing Doelserer POWER7 POWER7 WER8- POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 WER8- WER WER8- Geprefereerde werkstand na POWER7 + Actiee werkstand na POWER7 POWER8 of POWER7, na het opnieuw starten an de logische partitie (afhankelijk an de ersie an het besturingssysteem). + Tabel 12. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an +-serers Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced Actiee werkstand óór + of + of + enhanced Doelomgeing Doelserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand na + + enhanced Actiee werkstand na +, PO- WER6 +, PO- WER6 + enhanced Lie Partition Mobility 25
34 Tabel 12. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced Actiee werkstand óór + of + of + enhanced Doelomgeing Doelserer WER6- WER6- WER6- WER of + of WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. + Actiee werkstand na Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6 is, is de actiee werkstand op de doelserer. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), PO- WER6+, +, PO- WER6 26 Power Systems: Lie Partition Mobility
35 Tabel 12. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + enhanced Actiee werkstand óór + enhanced Doelomgeing Doelserer WER7- WER7- + of WER8- WER enhanced + of + enhanced WER8- WER8- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER8 of POWER7, na het opnieuw starten an de logische partitie (afhankelijk an de ersie an het besturingssysteem), +, PO- WER6 + (Nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart) om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Tabel 13. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an -serers Bronomgeing Bronserer WER6- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelomgeing Doelserer WER6- Geprefereerde werkstand na Actiee werkstand na Lie Partition Mobility 27
36 Tabel 13. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an -serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelomgeing Doelserer WER6- enhanced enhanced WER6- WER6+- WER6+- enhanced enhanced WER6+- WER7- WER7- enhanced enhanced WER7- WER8- WER8- Geprefereerde werkstand na enhanced om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na enhanced + (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER8 of POWER7, na het opnieuw starten an de logische partitie (afhankelijk an de ersie an het besturingssysteem), 28 Power Systems: Lie Partition Mobility
37 Tabel 13. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an -serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelserer Geprefereerde werkstand na Actiee werkstand na WER6- enhanced enhanced WER8- om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Inactie partitiemobiliteit Als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 150 Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor s waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Inactie partitiemobiliteit: Als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de. Tabel 14. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER8-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór Doelserer Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand na en actiering Serer met POWER8- Serer met POWER8- POWER8, POWER7 Serer met POWER8- POWER8 Serer met POWER8- POWER8 POWER8, POWER7 Serer met POWER8- POWER7 Serer met POWER8- POWER7 POWER7 Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- + Serer met POWER Lie Partition Mobility 29
38 Tabel 14. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER8-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór POWER8 POWER7 + POWER8, POWER7, of + POWER8 of POWER7 + Doelomgeing Doelserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met - Serer met - Serer met - WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. + Actiee werkstand na en actiering POWER7 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. of PO- WER6+ om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. + Tabel 15. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER7-serers Bronomgeing Bronserer Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór Doelomgeing Doelserer Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand na POWER7, +, of 30 Power Systems: Lie Partition Mobility
39 Tabel 15. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serers met PO- WER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + + POWER7 POWER7 of PO- WER6+ POWER7 + Doelomgeing Doelserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Serer met - Serer met - Serer met - Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 + Actiee werkstand na POWER7, +, of +, of PO- WER6 +, of PO- WER6 +, of PO- WER6 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 POWER8 of PO- WER7, afhankelijk an het besturingssysteem. + Lie Partition Mobility 31
40 Tabel 16. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an +-serers Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced + + enhanced + + enhanced Doelomgeing Doelserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Actiee werkstand na +, of PO- WER6 +, of PO- WER6 + enhanced om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), +, of +, of PO- WER6 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund 32 Power Systems: Lie Partition Mobility
41 Tabel 16. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + enhanced + Doelomgeing Doelserer Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund + Actiee werkstand na POWER8 of PO- WER7, afhankelijk an het besturingssysteem. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund + Tabel 17. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an -serers Bronomgeing Bronserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Geprefereerde werkstand óór enhanced enhanced Doelomgeing Doelserer Serer met - Serer met - Serer met - WER6+- WER6+- WER6+- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór enhanced om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na enhanced +, om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), of Lie Partition Mobility 33
42 Tabel 17. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an -serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór Doelserer Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand na Serer met - enhanced Serer met POWER7- om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Serer met - Serer met POWER8- POWER8 of PO- WER7, afhankelijk an het besturingssysteem. Serer met - Serer met POWER8- Serer met - enhanced Serer met POWER8- om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Actie partitiemobiliteit op pagina 21 Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 150 Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor s waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit: In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Scenario: Een actiee logische partitie migreren an een serer met een POWER7-processortype naar een serer met een POWER8-processortype. U wilt een actiee logische partitie migreren an een serer met POWER7- naar een serer met POWER8-, zodat de logische partitie gebruik kan maken an de extra mogelijkheden an de serer met POWER8-. Voor het migreren an een actiee logische partitie an een serer met POWER7- naar een serer met POWER8-, oert u de olgende stappen uit: 34 Power Systems: Lie Partition Mobility
43 1. Stel de geprefereerde compatibiliteitswerkstand in op de standaard werkstand. Als u erolgens de logische partitie actieert op de serer met POWER7-, werkt die partitie in de werkstand oor POWER7. 2. Migreer de logische partitie naar de POWER8-serer. Zowel de huidige als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie blijft ongewijzigd totdat u de logische partitie opnieuw hebt gestart. 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER8-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op de standaardwaarde en de logische partitie draait op een serer met POWER8-, is POWER8 de hoogste beschikbare werkstand. De hyperisor stelt ast dat POWER8 de hoogste werkstand is die olledig wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die op de logische partitie wordt ondersteund, en wijzigt de huidige werkstand an de logische partitie dienoereenkomstig in POWER8. Op dit punt is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie dus POWER8; de logische partitie draait op de serer met POWER8-. Scenario: De actiee logische partitie terugmigreren naar de serer met POWER7- Er treedt een probleem op en u moet de actiee logische partitie terugmigreren naar de serer met PO- WER7-. Omdat de logische partitie nu in de POWER8-werkstand draait en de POWER8- werkstand niet wordt ondersteund op de serer met POWER7-, moet u de geprefereerde werkstand oor de logische partitie zodanig aanpassen dat de hyperisor de huidige werkstand weer kan instellen op een werkstand die door de serer met POWER7- wordt ondersteund. Om de logische partitie terug te migreren naar de serer met POWER7-, oert u de olgende stappen uit: 1. Wijzig de geprefereerde werkstand an standaard () in de werkstand oor POWER7. 2. Start de logische partitie opnieuw op de POWER8-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op POWER7, stelt de hyperisor de huidige werkstand niet in op een hogere werkstand dan POWER7. De hyperisor bepaalt eerst of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand POWER7 door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op POWER7. 3. Nu de logische partitie in de werkstand POWER7 draait en de werkstand POWER7 wordt ondersteund door de serer met POWER7-, kunt u de logische partitie terugmigreren naar de serer met POWER7-. Scenario: Een actiee logische partitie migreren tussen ongelijke typen, zonder de configuratie-instellingen te wijzigen. Afhankelijk an hoe aak het nodig is om logische partities te migreren, is het een goed idee om de gewenste flexibiliteit te behouden, zodat u niet oortdurend configuratiewijzigingen hoeft aan te brengen wanneer u de actiee logische partitie migreert tussen een serer met POWER7- en een serer met POWER8-. Om dit soort flexibiliteit te behouden stelt u ast welke compatibiliteitswerkstanden door zowel de bron- als de doelserer worden ondersteund en stelt u de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor de logische partitie in op de hoogste gemeenschappelijk ondersteunde werkstand. Om deze flexibiliteit te bereiken, oert u de olgende stappen uit: 1. Stel de geprefereerde werkstand in op POWER7, omdat de POWER7-werkstand de hoogste werkstand is die wordt ondersteund door zowel POWER7-serers als POWER8-serers. 2. Migreer de logische partitie an de POWER7-serer naar de POWER8-serer. Lie Partition Mobility 35
44 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER8-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. De hyperisor stelt de de huidige werkstand niet in op een werkstand die hoger is dan de geprefereerde werkstand. Eerst bepaalt de hyperisor of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand POWER7 door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op POWER7. 4. Voer geen configuratiewijzigingen uit om de logische partitie terug te migreren naar de serer met POWER7-, omdat de POWER7-werkstand wordt ondersteund op de serer met POWER Migreer de logische partitie terug naar de POWER7-serer. 6. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. De hyperisor stelt ast dat de werkstand POWER7 door de gebruiksomgeing wordt ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op POWER7. Scenario: Een inactiee logische partitie erplaatsen tussen serers met ongelijke processortypen Dezelfde logica als in de oorgaande scenario's is an toepassing op Inactie partitiemobiliteit, met dien erstande dat oor Inactie partitiemobiliteit de huidige compatibiliteitswerkstand an niet nodig is, omdat de logische partitie inactief is. Nadat u de inactiee logische partitie naar de doelserer hebt gemigreerd en de logische partitie op de doelserer hebt geactieerd, kijkt de hyperisor of de configuratie correct is en stelt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie op dezelfde manier in als het geal is wanneer u een logische partitie opnieuw start, na het uitoeren an Actie partitiemobiliteit. De hyperisor probeert de compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand. Als dat niet lukt, wordt gekeken op het met de eerstolgende hoogste werkstand wél lukt. Verwante onderwerpen: Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 20 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 16 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Partition Mobility-omgeing Informatie oer elke component an de partitiemobiliteit-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partitiemobiliteit. Componenten an de partitiemobiliteit-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische Virtuele I/O-serer-bron- en doelpartities, de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Bron- en doelserers in een omgeing met partitiemobiliteit: Er zijn twee serers betrokken bij partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt migreren en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt migreren. 36 Power Systems: Lie Partition Mobility
45 De bron- en de doelserer moeten serers zijn met - of recentere, om deel te kunnen nemen aan partitiemobiliteit. De doelserer moet oldoende processor- en geheugenresources hebben om de mobiele partitie te kunnen uitoeren. Op POWER7-serers met firmware op nieau 7.6 of hoger is ondersteuning mogelijk oor de DPO (Dynamic Platform Optimizer)-functie. DPO is een hyperisor-functie die wordt gestart met de HMC. DPO herschikt de en het geheugen oor logische partities op het systeem, oor het erbeteren an de affiniteit tussen en geheugen an de logische partitie. Wanneer DPO actief is, worden mobiliteitsbewerkingen geblokkeerd oor het systeem dat wordt geoptimaliseerd. Als u de wilt oortzetten, moet u wachten totdat de DPO-bewerking is oltooid of moet u de DPO-bewerking handmatig stoppen. Bulkpagina's Bulkpagina's kunnen het prestatieermogen erbeteren in specifieke omgeingen waarin taken in grote mate parallel moeten worden uitgeoerd, zoals in gepartitioneerde DB2-databaseomgeingen. U kunt minimum-, het maximum aantal en het gewenste aantal bulkpagina's opgeen dat aan een logische partitie moet worden toegewezen als u de logische partitie of het partitieprofiel maakt. Als een logische partitie gebruik maakt an bulkpagina's, is deze niet geschikt oor Actie partitiemobiliteit. Een inactiee partitie is dan wel mogelijk. De bulkpaginaresources blijen behouden in het partitieprofiel, maar het opgegeen aantal bulkpagina's is mogelijk niet beschikbaar op de doelserer, waardoor de logische partitie na afloop an de inactiee mogelijk met minder of zelfs geen bulkpagina's wordt opgestart. BSR (Barrier Synchronization Register) Het register oor barrièresynchronisatie (BSR) is een geheugenregister dat is opgenomen in bepaalde die op POWER-technologie zijn gebaseerd. Een toepassing met parallelle erwerking in AI kan gebruikmaken an een BSR oor barrièresynchronisatie, waarbij de threads in de parallelle toepassing worden gesynchroniseerd. Als een logische partitie gebruikmaakt an een BSR, is deze niet geschikt oor actiee partitie. Als u BSR niet wilt uitschakelen, kunt u ook Inactie partitiemobiliteit toepassen. Opmerking: BSR wordt niet ondersteund serers met POWER8-. Pool gemeenschappelijk geheugen Gemeenschappelijk geheugen is fysiek geheugen dat is toegewezen aan de pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen en wordt gedeeld door meerdere logische partities. De pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen is een gedefinieerde collectie an fysieke geheugenblokken die worden beheerd als enkele geheugenpool door de hyperisor. Logische partities die u toewijst aan de pool an gemeenschappelijk geheugen delen het geheugen in die pool met de andere logische partities die u toewijst aan de pool. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met gemeenschappelijk geheugen, moet de doelserer ook beschikken oer een pool an gemeenschappelijk geheugen om de mobiele partitie aan toe te wijzen. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met ast toegewezen geheugen, werkt de mobiele partitie op de doelserer ook met ast toegewezen geheugen. Inactie partitiemobiliteit-beleid Voor inactiee partitiemobiliteit kunt u op de HMC een an de olgende configuraties opgeen oor de geheugen- en processorinstellingen an de mobiele partitie. Als het mogelijk is om de partitie te starten, en u selecteert de actiee configuratie als het mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit de partitiestatus, zoals gedefinieerd in de hyperisor. Als het Lie Partition Mobility 37
46 echter niet mogelijk is de partitie te starten, of als u het laatste geactieerde profiel op de bronserer hebt geselecteerd als mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit het laatste geactieerde profiel op de bronserer. Het mobiliteitsbeleid dat u selecteert is an toepassing op alle inactiee s, waarbij de bronserer de serer is waarop u het beleid hebt ingesteld. Voor inactiee partitiemobiliteit-alidatie maakt de HMC gebruik an de hyperisorgegeens, of an de gegeens an het laatst geactieerde profiel, om te controleren of de partitie kan worden gemigreerd naar de doelserer. Verwante taken: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Verwante informatie: Oerzicht an gemeenschappelijk geheugen Een Dynamic Platform Optimizer-bewerking stoppen Power Systems Capacity on Demand Hardware Management Console in een omgeing met partitiemobiliteit: Hier indt u informatie oer de Hardware Management Console (HMC) en hoe u de wizard Partition Migration kunt gebruiken oor het migreren an een actiee of inactiee logische partitie an de ene serer naar de andere serer. De HMC is een systeem dat beheerde systemen bestuurt, inclusief het beheer an logische partities en het gebruik an Capacity on Demand. De HMC communiceert met beheerde systemen door middel an sericetoepassingen om informatie te inden, te bundelen en oor analyse naar IBM te sturen. Bij partitiemobiliteit kunnen een of meer HMC's betrokken zijn: De bron- en de doelserer worden beheerd door één en dezelfde HMC (of een redundant paar HMC's). In dit geal moet de HMC an Versie 7, Release 7.1 zijn (of hoger). De bronserer wordt beheerd door de ene HMC en de doelserer door de andere HMC. In dit geal moeten zowel de bron-hmc als de doel-hmc oldoen aan de olgende eisen: De bron-hmc en de doel-hmc moeten aan hetzelfde netwerk zijn gekoppeld, zodat ze met elkaar kunnen communiceren. De bron-hmc en doel-hmc moeten op het nieau an Versie 7, Release 7.1 of hoger zijn. De HMC kan meerdere s gelijktijdig afhandelen. Het maximum aantal gelijktijdige partities wordt echter beperkt door de erwerkingscapaciteit an de HMC. De wizard partitiemobiliteit an de HMC helpt u bij het controleren en het oltooien an een. HMC bepaalt het type op basis an de status an de logische partitie. Als de logische partitie de status Running (Actief) heeft, is de ook actief. Als de logische partitie de status Not Actiated (Niet geactieerd) heeft, is de inactief. Voorafgaand aan de controleert de HMC de logische partitieomgeing. Tijdens deze controle bepaalt de HMC of de kans an slagen heeft. Als de alidatie mislukt, worden in de HMC foutberichten en suggesties oor het erhelpen an de configuratieproblemen afgebeeld. Verwante taken: 38 Power Systems: Lie Partition Mobility
47 De HMC oorbereiden op partitiemobiliteit op pagina 80 U dient te controleren dat de Hardware Management Console (HMC) waarmee de bron- en doelserers worden beheerd, correct zijn geconfigureerd oor het migreren an de mobiele partitie naar de doelserer. Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing: Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Voor de VIOS Versie of hoger: Als een VIOS-opdracht om de een of andere reden mislukt tijdens de bewerking, wordt er aanullende of specifieke informatie oer de fout afgebeeld in een foutbericht met de olende indeling: VIOS_DETAILED_ERROR actual error message 1 actual error message End Detailed Message. Het foutbericht ziet er uit als het olgende oorbeeld: VIOS_DETAILED_ERROR Client Target WWPNs: ae c1ae ae There are no FC adapters Returning from npi_dest_adapter rc=83 End Detailed Message. Sererpartitie De mobiele partitie moet opslag- en netwerkresources ontangen an de olgende bronnen: Minimaal één logische VIOS-partitie op de bronserer. Minimaal één logische VIOS-partitie op de doelserer. De logische VIOS-partitie erschaft de mobiele partitie toegang tot dezelfde opslag anaf zowel de bronals de doelserers. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante logische VIOS-partities, ia een logische VIOS-partitie met redundante fysieke adapters, of ia beide. In de meeste geallen moet u de redundantieconfiguratie bewaren an de logische VIOS-partities op het doelsysteem. Maar in sommige situaties kunt u een logische partitie migreren naar een doelsysteem met minder redundantie. Waar mogelijk zorgt de partitiemobiliteit dat de olgende configuratiekenmerken behouden blijen: Sleuf-ID's an de irtuele sereradapters Door de gebruiker gedefinieerde namen an irtuele doelapparaten Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters. MSP (Moer Serice Partition) Voor actie partitiemobiliteit moeten de olgende logische partities als MSP's worden aangewezen: Minimaal één logische VIOS-partitie op de bronserer. Minimaal één logische VIOS-partitie op de doelserer Een Moer Serice Partition is een logische partitie an de VIOS met de olgende kenmerken: Lie Partition Mobility 39
48 Het kenmerk oor de partitie geeft aan dat de logische VIOS-partitie actiee partitie ondersteunt. Beide VIOS-partities moeten an ersie 1.5 zijn of hoger. De bron-msp en de doel-msp communiceren met elkaar ia het netwerk. Het VASI-apparaat (Virtual Asynchronous Serices Interface) erzorgt op zowel de bron- als de doelserer de communicatie tussen de partitie en de hyperisor. Deze erbindingen maken als olgt Actie partitiemobiliteit mogelijk: Op de bronserer haalt de bronpartitie de partitiestatus an de mobiele logische partitie op uit de hyperisor. De MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer erzendt de statusgegeens an de logische partitie naar de MSP (Moer Serice Partition) op het doelsysteem. Op de doelserer installeert de MSP (Moer Serice Partition) de statusgegeens an de logische partitie op de hyperisor. VIOS-partitie oor paging Een logische VIOS-partitie die is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen (hierna VIOS-pagingpartitie genoemd) biedt toegang tot de apparaten oor pagingruimte, oor de logische partities die werken met gemeenschappelijk geheugen. Het is niet ereist dat u hetzelfde aantal VIOS-pagingpartities oor de mobiele partitie onderhoudt op de bron- en de doelserer. Zo kan een mobiele partitie die op de bronserer werkt met redundante VIOSpagingpartities worden gemigreerd naar een doelserer waarop slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen. Op dezelfde manier kunt u een mobiele partitie die op de bronserer werkt met een enkele VIOS-pagingpartitie op de doelserer laten werken met redundante VIOS-pagingpartities, als op de doelserer twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen. In de onderstaande tabel worden deze redundantieopties meer gedetailleerd beschreen. Bij het alideren an de configuratie oor Actie partitiemobiliteit, controleert de HMC of de VIOSpagingpartities op het doelsysteem toegang hebben tot een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie en worden daarnaast de redundantieoorkeuren gecontroleerd. De HMC selecteert apparaten oor pagingruimte en wijst deze toe aan de mobiele partitie op het doelsysteem, met behulp an dezelfde procedure als oor het actieren an de partitie. Raadpleeg oor meer informatie Apparaten oor pagingruimte op systemen die worden beheerd met een HMC. 40 Power Systems: Lie Partition Mobility
49 Tabel 18. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 1 Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 1 De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot het eigen apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op het doelsysteem, moet de mobiele partitie gebruik blijen maken an een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Om in deze situatie de mobiele partitie correct te migreren, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef niet een redundantieoorkeur op. De HMC probeert standaard de huidige redundantieconfiguratie te handhaen op het doelsysteem. In dit geal blijft de mobiele partitie werken met een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie blijft werken met een enkele VIOSpagingpartitie oor toegang to een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOS-pagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie niet kan werken met redundante VIOS-pagingpartities, omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. De mobiele partitie blijft gebruikmaken an een enkele VIOS-pagingpartitie oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Lie Partition Mobility 41
50 Tabel 18. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie (erolg) Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 1 Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 2 De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot het eigen apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Om in deze situatie de mobiele partitie correct te migreren, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef niet een redundantieoorkeur op. De HMC probeert standaard de huidige redundantieconfiguratie te handhaen op het doelsysteem. In dit geal blijft de mobiele partitie werken met een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie blijft werken met een enkele VIOSpagingpartitie oor toegang to een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u wilt dat de mobiele partitie gebruik gaat maken an redundante VIOSpagingpartities op het doelsysteem, of als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOSpagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie kan werken met redundante VIOSpagingpartities, omdat twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. De mobiele partitie werkt nu met redundante VIOS-pagingpartities oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. 42 Power Systems: Lie Partition Mobility
51 Tabel 18. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie (erolg) Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 2 Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 1 De mobiele partitie werkt met redundante VIOSpagingpartities oor toegang tot het apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer, kan de mobiele partitie niet gebruik blijen maken an redundante VIOS-pagingpartities, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. In plaats hieran moet oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte gebruik worden gemaakt an een enkele VIOS-pagingpartitie. Om in deze situatie de mobiele partitie correct te migreren, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOS-pagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie niet kan werken met redundante VIOS-pagingpartities, omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. In plaats hieran werkt de mobiele partitie met een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Lie Partition Mobility 43
52 Tabel 18. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie (erolg) Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 2 De mobiele partitie werkt met redundante VIOSpagingpartities oor toegang tot het apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 2 Om in deze situatie de mobiele partitie correct te migreren, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef niet een redundantieoorkeur op. De HMC probeert standaard de huidige redundantieconfiguratie te handhaen op het doelsysteem. In deze situatie blijft de mobiele partitie werken met redundante VIOS-pagingpartities, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u wilt dat de mobiele partitie gebruik gaat maken an redundante VIOSpagingpartities op het doelsysteem, of als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOSpagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie kan werken met redundante VIOSpagingpartities, omdat twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. De mobiele partitie blijft werken met redundante VIOS-pagingpartities, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 54 In partitiemobiliteit dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 55 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Verwante taken: De logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 83 U dient te controleren dat de logische bron- en doel-virtuele I/O-serer (VIOS)-partities correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken zoals het controleren an de ersies an de VIOS-partities en het actieren an de MSP's (moer serice partitions). 44 Power Systems: Lie Partition Mobility
53 Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat op pagina 86 U kunt controleren of het gemeenschappelijk gebruikt geheugen an de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de ereisten oor grootte en configuratie an redundantie an de mobiele partitie door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: VIOS-partitie oor paging Lie Partition Mobility-pseudoapparaat: Het pseudoapparaat ioslpm0 wordt standaard gemaakt bij het installeren an Virtuele I/O-serer (VIOS) Versie U kunt de kenmerken an het partitiemobiliteit-pseudoapparaat gebruiken oor het besturen an Actie partitiemobiliteit-bewerkingen. Met het pseudoapparaat worden de kenmerken opgeslagen die an inloed zijn op partitiemobiliteit-bewerkingen. Kenmerken oor een partitiemobiliteit-bewerking opgeen met behulp an de VIOS: U kunt de kenmerken oor een partitiemobiliteit-bewerking opgeen met behulp an de Virtuele I/Oserer (VIOS). De opgegeen kenmerken worden opgeslagen in het pseudoapparaat ioslpm0. In de onderstaande lijst wordt aangegeen hoe u de kenmerken oor het pseudoapparaat ioslpm0 kunt opgeen met behulp an VIOS-opdrachtregel. De aan het pseudoapparaat ioslpm0 gekoppelde kenmerken kunt u afbeelden met behulp an de olgende opdracht, waarbij ioslpm0 de naam is an het pseudoapparaat: lsde -de ioslpm0 -attr U kunt de olgende kenmerken instellen: Het kenmerk cfg_msp_lpm_ops, oor het besturen an het maximumaantal gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen dat wordt ondersteund door de VIOS. U kunt het aantal gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen dat de VIOS uitoert, beperken op basis an de configuratie en werkbelasting an de VIOS. Als de VIOS bijoorbeeld is geconfigureerd met een enkele netwerkadapter an 1 GB, moet het kenmerk cfg_msp_lpm_ops worden ingesteld op een waarde an 4. De standaardwaarde oor dit kenmerk is 8 oor VIOS Versie of hoger. Daarom ondersteunt VIOS Versie maximaal acht gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen. Voor het uitoeren an het ondersteunde maximumaantal partitiemobiliteit-bewerkingen op de VIOS, moet deze waarde worden ingesteld op het ondersteunde maximumaantal. Het bereik oor de kenmerkwaarde is 1-8 oor VIOS-ersie of hoger Het kenmerk concurrency_ll bepaalt het aantal resources dat wordt toegewezen oor elke partitiemobiliteit-bewerking. Het kenmerkbereik is 1-5, waarbij er met lagere waarden meer resources worden toegewezen dan met hogere waarden. Voor de meeste gebruikers is het raadzaam om de standaardwaarde te gebruiken oor alle partitiemobiliteit-bewerkingen. Er zijn echter bepaalde situaties waarin het erstandig kan zijn om de standaardwaarde oor een specifieke partitiemobiliteit-bewerking of oor de gehele VIOS aan te passen. Zie Het kenmerk oor het gelijktijdigheidsnieau op pagina 47 oor meer informatie oer de omstandigheden waarin het gelijktijdigheidsnieau moet worden gewijzigd. Met het kenmerk lpm_msnap_succ wordt aangegeen of traceergegeens an partitiemobiliteit moeten worden opgeslagen oor geslaagde s. Deze gegeens hebben ondersteunende teams an IBM nodig oor het analyseren an prestatieproblemen met partitiemobiliteit. De standaardwaarde is 1, hetgeen inhoudt dat gegeens oer geslaagde partitiemobiliteit-bewerkingen worden opgeslagen. De kenmerken tcp_port_high en tcp_port_low worden gebruikt oor het besturen an het bereik aan poorten dat u kunt selecteren oor partitiemobiliteit-bewerkingen. Standaard worden beide kenmerken ingesteld op nul, hetgeen aangeeft dat elk an de efemerische poorten op de VIOS kan worden gebruikt oor partitiemobiliteit-bewerkingen. Bij het instellen an het poortbereik wordt aanbeolen Lie Partition Mobility 45
54 dat u oldoende poorten toewijst oor het maximumaantal gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen en oor enkele extra bewerkingen. Hierdoor helpt u oorkomen dat partitiemobiliteit-bewerkingen mislukken wanneer een of meer poorten in gebruik zijn door andere onderdelen an het systeem. Twee poorten worden gebruikt oor elke partitiemobiliteit-bewerking. Met het kenmerk auto_tunnel kunt u kiezen of u de automatische aanmaak an eilige IP-tunnels wilt inschakelen (als u in de VIOS nog geen eilige IP-tunnels hebt geconfigureerd). Op de VIOS is deze instelling ereist op zowel de bron- als de doelserers die deel uitmaken an de partitiemobiliteit-bewerking. Met de standaardwaarde (1) worden er waar nodig eilige IP-tunnels gemaakt. Wijzigt u het kenmerk in 0, dan worden er geen eilige IP-tunnels gemaakt, ongeacht de raag of er een iosecureprofiel is toegepast op de VIOS. Het kenmerk src_lun_al wordt gebruikt om de controle an het LUN-nieau oor NPIV-apparaten (N_Port ID Virtualization) in of uit te schakelen. Dit kenmerk heeft twee mogelijke waarden: on en off. Als het kenmerk is ingesteld op off, wordt er geen alidatie an het LUN-nieau uitgeoerd; als het kenmerk is ingesteld op on, wordt er wel een alidatie an het LUN-nieau uitgeoerd. Zie Validatie op NPIV LUN-nieau of schijfnieau op pagina 51 oor meer informatie oer alidatie an het schijfnieau. Het kenmerk dest_lun_al wordt gebruikt om de controle op LUN-nieau an NPIV-apparaten uit te schakelen oor erschillende bewerkingen, en is alleen releant wanneer src_lun_al de waarde on heeft in de bron-vios. Dit kenmerk is alleen an inloed op de doel-vios die als host fungeert oor de NPIV-opslag oor het opnieuw starten op afstand en partitiemobiliteit-bewerkingen. Er zijn ier toegestane waarden oor dit kenmerk, on, off, restart_off en lpm_off. Standaard wordt het kenmerk ingesteld op restart_off. Met deze waarde kunt u de alidatie op LUN-nieau oor opnieuw starten op afstand uitschakelen, maar zijn partitiemobiliteit-bewerkingen wel mogelijk. Als u het kenmerk instelt op lpm_off kan de alidatie op LUN-nieau worden uitgeoerd oor het opnieuw starten op afstand, maar niet oor partitiemobiliteit-bewerkingen. Met de waarde on kan alidatie op LUN-nieau worden uitgeoerd oor zowel partitiemobiliteit als het opnieuw starten op afstand; met de waarde off wordt alidatie op LUN-nieau oor alle bewerkingen uitgeschakeld. Zie Validatie op NPIV LUN-nieau of schijfnieau op pagina 51 oor meer informatie oer alidatie an het schijfnieau. Het kenmerk max_al_cmds bepaalt het aantal opdrachtelementen dat wordt toegewezen oor de alidatie an het NPIV-schijfnieau. Met hogere waarden beperkt u de tijd die ereist is oor de alidatie an het schijfnieau, maar er worden ook meer resources toegewezen en meer SAN-bandbreedte per fysieke poort gebruikt. Het is raadzaam om de standaardwaarde te gebruiken, tenzij de gebruiker meer dan 100 schijen heeft en de alidatietijd onacceptabel is. Er is namelijk geen prestatieoordeel erbonden aan het wijzigen an dit kenmerk als de client niet meer dan 100 apparaten aftast ia de poort. Zie Validatie op NPIV LUN-nieau of schijfnieau op pagina 51 oor meer informatie oer alidatie an het schijfnieau. Tabel 19. Kenmerken en definitie oor het pseudoapparaat Kenmerk Waarde Beschrijing cfg_msp_lpm_ops 8 Aantal gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen oor de MSP (moer serice partition, sericepartitie oor erplaatsing) concurrency_ll 3 Gelijktijdigheidsnieau Waar lpm_msnap_succ 1 Een mini-snapshot maken oor geslaagde s (wanneer een wordt beëindigd, is dit de set aan informatie oer een bepaald die is erzameld en opgeslagen op elke MSP (moer serice partition) die betrokken is bij de ) max_lpm_asi 1 Maximumaantal VASI (Virtual Asynchronous Serices Interface)-adapters dat wordt gebruikt oor partitiemobiliteit-bewerkingen Aanpasbaar door gebruikers Waar Waar Onwaar 46 Power Systems: Lie Partition Mobility
55 Tabel 19. Kenmerken en definitie oor het pseudoapparaat (erolg) Kenmerk Waarde Beschrijing max_asi_ops 8 Maximumaantal gelijktijdige partitiemobiliteitbewerkingen per VASI tcp_port_high 0 Hoogste efemerische TCP-poort Waar tcp_port_low 0 Laagste efemerische TCP-poort Waar auto_tunnel 1 Automatische aanmaak an eilige IP-tunnels Waar src_lun_al off Validatie an NPIV-schijf in- of uitschakelen oor opnieuw starten op afstand dest_lun_al restart_off Validatie an NPIV-schijf in- of uitschakelen oor partitiemobiliteit max_al_cmds 100 Het aantal opdrachten dat wordt toegewezen oor alidatie an NPIV LPM-schijen wijzigen Aanpasbaar door gebruikers Onwaar Waar Waar Waar Zoals aangegeen in de boenstaande tabel, kunt u de waarden wijzigen an kenmerken die aanpasbaar zijn oor gebruikers. Als u bijoorbeeld een waarde an 5 wilt opgeen oor het kenmerk cfg_msp_lpm_ops oert u de olgende opdracht uit: chde -de ioslpm0 -attr cfg_msp_lpm_ops=5 Het kenmerk oor het gelijktijdigheidsnieau: Het kenmerk oor het gelijktijdigheidsnieau is geïntroduceerd in Virtuele I/O-serer (VIOS) Versie , en wordt gebruikt om het aantal en de configuratie te bepalen an resources die door de MSP (moer serice partition) worden toegewezen aan een partitiemobiliteit-bewerking. De werkelijke resources die horen bij een bepaalde waarde oor het gelijktijdigheidsnieau kunnen eranderen wanneer er nieuwe VIOS-ersies worden rijgegeen. Maar lagere waarden oor het gelijktijdigheidsnieau komen altijd oereen met de toewijzing an meer resources en, in het algemeen, met een lagere tijd. Vanaf de VIOS-ersies tot x werd de hoeeelheid geheugen die wordt toegewezen oor partitiemobiliteit-bewerkingen altijd bepaald door de kenmerken an het gelijktijdigheidsnieau. Met ingang an ersie bepaalt het gelijktijdigheidsnieau ook het aantal threads dat wordt gebruikt oor het erzenden en ontangen an de geheugenpagina's an de mobiele partitie. Meer threads ereisen meer processor- en netwerkbandbreedte oor olledig gebruik. Er wordt een strikte limiet oor het aantal actiee partitiemobiliteit-threads opgelegd om te oorkomen dat de VIOS-partitie oerbelast wordt. Deze limiet resulteert in een lager aantal gelijktijdige bewerkingen wanneer er lagere waarden dan 4 oor het gelijktijdigheidsnieau worden opgegeen. In de meeste geallen is het raadzaam om de standaardwaarde te gebruiken. De tabel beat gebruiksoorbeelden en aanbeelingen oor het wijzigen an het gelijktijdigheidsnieau oor alle s of oor een bepaalde partitiemobiliteit-bewerking. Lie Partition Mobility 47
56 Tabel 20. Het gelijktijdigheidsnieau instellen VIOS-ersie Aanbeolen gebruik Gelijktijdigheidsnieau Syntaxis x 5 Aanbeolen gelijktijdigheidsnieau als een eerdere partitiemobiliteit-bewerking is mislukt omdat er onoldoende geheugenruimte beschikbaar is 4 Geen aanbeolen gelijktijdigheidsnieau. 3 De standaardwaarde; dit is in de meeste situaties het aanbeolen gelijktijdigheidsnieau, met inbegrip an maar niet beperkt tot de olgende scenario's: Uitoering an gelijktijdige LPM-bewerkingen. Systeemeacuaties. Opmerking: De standaardwaarde an concurrency_ll, die in VIOS-ersie is gewijzigd an de waarde 3 in de waarde 4. 2 Geen aanbeolen gelijktijdigheidsnieau. 1 Geen aanbeolen gelijktijdigheidsnieau of hoger 5 Aanbeolen gelijktijdigheidsnieau wanneer er aan een an de olgende scenario's wordt oldaan: Als een eerdere partitiemobiliteit-bewerking is mislukt omdat er onoldoende geheugenruimte beschikbaar is. Als de partitiemobiliteit-bewerking wordt uitgeoerd in een minder snel netwerk (minder dan 10 GB), en de partitie eerder problemen heeft opgeleerd, of opnieuw is opgestart omdat er een hartslagtimer of DMS-trigger (Dead Man Switch) is opgetreden oor een toepassing die wordt uitgeoerd op de partitie. Als u migreert anaf een MSP (moer serice partition) met een high-speed netwerk naar een MSP met een low-speed netwerk. Opmerking: Het is niet raadzaam om een partitie uit een high-speed netwerk te migreren naar een low-speed netwerk. Als u deze situatie echter niet kunt ermijden, biedt het gelijktijdigheidsnieau 5 meer kans op succes. 4 De standaardwaarde; is het aanbeolen gelijktijdigheidsnieau in de meeste situaties, met inbegrip an maar niet beperkt tot de olgende scenario's: Uitoering an gelijktijdige LPM-bewerkingen. Systeemeacuaties. Opmerking: De standaardwaarde an concurrency_ll, die in VIOS-ersie is gewijzigd an de waarde 3 in de waarde 4. 3 Is alleen het aanbeolen gelijktijdigheidsnieau wanneer er aan alle olgende scenario's wordt oldaan: Ten minste 20 Gb (gigabits) netwerkbandbreedte beschikbaar oor de MSP (moer serice partition) oor elke geplande gelijktijdige bewerking. Aan zowel de bron- als doelsericepartities oor erplaatsing worden ten minste twee toegewezen. Logische clientpartities worden geconfigureerd met ten minste 50 GB geheugen. Zowel de bron- als doelhyperisors zijn an ersie of hoger. Zowel de bron- als doelsericepartities oor erplaatsing zijn an VIOS-ersie of hoger. Opmerking: Op dit gelijktijdigheidsnieau kunnen maximaal ier gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen oor elk paar sericepartities oor erplaatsing worden uitgeoerd. 48 Power Systems: Lie Partition Mobility
57 Tabel 20. Het gelijktijdigheidsnieau instellen (erolg) Aanbeolen gebruik VIOS-ersie of hoger (erolg) Gelijktijdigheidsnieau Syntaxis 2 Is alleen het aanbeolen gelijktijdigheidsnieau wanneer er aan alle olgende scenario's wordt oldaan: Ten minste 28 Gb (gigabits) netwerkbandbreedte beschikbaar oor de MSP (moer serice partition) oor elke geplande gelijktijdige bewerking. Aan zowel de bron- als doel-msp (moer serice partition) worden ten minste 2,5 toegewezen. Logische clientpartities worden geconfigureerd met ten minste 50 GB geheugen. Zowel de bron- als doelhyperisors zijn an ersie of hoger. Zowel de bron- als doelsericepartities oor erplaatsing zijn an VIOS-ersie of hoger. Opmerking: Op dit gelijktijdigheidsnieau kunnen maximaal drie gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen worden uitgeoerd. De limiet is twee als de bewerkingen worden uitgeoerd met de lag strict. 1 Is alleen het aanbeolen gelijktijdigheidsnieau wanneer er aan alle olgende oorwaarden wordt oldaan: Groter dan 30 Gb (gigabits) netwerkbandbreedte beschikbaar oor de MSP (moer serice partition) oor elke geplande gelijktijdige bewerking. Aan zowel de bron- als doel-msp (moer serice partition) worden ten minste drie toegewezen. Logische clientpartities worden geconfigureerd met ten minste 100 GB geheugen. Zowel de bron- als doelsysteemhyperisors zijn an ersie 840 of hoger. Zowel de bron- als doelsericepartities oor erplaatsing zijn an ersie of hoger. Opmerking: Op dit gelijktijdigheidsnieau kunnen maximaal twee gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen oor elk paar sericepartities oor erplaatsing worden uitgeoerd. Als het gelijktijdigheidsnieau op de bron- en doelsericepartities oor erplaatsing an elkaar erschilt of als deze sericepartities erschillende VIOS-ersies hebben, maken de bron- en doelsericepartities oor erplaatsing gebruik an een gemeenschappelijke set resources. Oer het algemeen leidt dit ertoe dat de bron- of doel-msp (moer serice partition) probeert de resources af te stemmen op de resources an de andere partitie. Voor s waarbij u niet wilt dat de resources op elkaar worden afgestemd, is in Hardware Management Console (HMC)-ersie en VIOS-ersie de optie oor strikte ereisten geïntroduceerd. Wanneer de waarde oor strikte ereisten oor het gelijktijdigheidsnieau wordt opgegeen, mislukt de alidatie an partitiemobiliteit als zowel de bron- als doel-msp (moer serice partition) niet kunnen oldoen aan de aangeraagde resources. Als u hebt astgesteld dat het standaardnieau oor gelijktijdigheid niet geschikt is oor een bepaalde partitiemobiliteit-bewerking of oor alle partitiemobiliteit-bewerkingen die een specifieke VIOS als MSP (moer serice partition) gebruiken, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Wijzig de waarde oor het gelijktijdigheidsnieau oor alle partitiemobiliteit-bewerkingen die een bepaalde VIOS gebruiken. De waarde kan worden ingesteld met behulp an de VIOS-opdracht chde of de HMC-opdracht migrlpar. Zie Lie Partition Mobility-pseudoapparaat op pagina 45 oor meer informatie oer het wijzigen an de waarde oor het gelijktijdigheidsnieau. Lie Partition Mobility 49
58 Als u het gelijktijdigheidsnieau oor één partitiemobiliteit-bewerking wilt wijzigen, moet VIOS op het nieau an ersie of hoger zijn, en moet HMC op het nieau an ersie of hoger zijn. De opdrachtregel an HMC biedt een optie oor uitschakeling an het gelijktijdigheidsnieau. Voer de olgende opdracht uit oor één bewerking: migrlpar -o -m <srccecname> -t <srccecname> -p <lparname> -i "concurr_migration_perf_leel=<oerridevalue>" waarbij de geldige erangingswaarden 1, 2, 3, 4, 5, 1r, 2r, 3r, 4r en 5r zijn. Voer de olgende opdracht uit oor meerdere bewerkingen: migrlpar -o -m <srccecname> -t <srccecname> -p <lparname> -i multiple_concurr_migration_perf_leels= "<lparname_1>/<lparid_1>/<perfll_1>, <lparname_2>/<lparid_2>/<perfll_2>,...<lparname_n>/<lparid_n>/<perfll_n>" waarbij de waarden 1-5 het gelijktijdigheidsnieau aanduiden en de waarden 1r - 5r aangeen dat het gelijktijdigheidsnieau strikt opgelegd moet worden, en waarbij de alidatie mislukt als er niet olledig kan worden oldaan aan de resources die worden aangeraagd ia de waarde an het gelijktijdigheidsnieau. Als de bron- of doel-msp (moer serice partition) op het nieau an VIOS ersie of eerder is, wordt het gelijktijdigheidsnieau genegeerd en indt de plaats met een ooraf geconfigureerde bufferconfiguratie. waarbij de gegeens worden erzonden met behulp an één thread. Dit is alleen an toepassing als de waarden 1-5 worden gebruikt oor het gelijktijdigheidsnieau. Als u de waarden in het bereik 1r-5r selecteert, mislukt de alidatie omdat de MSP (moer serice partition) geen multi-threading ondersteunt. Kenmerken oor een partitiemobiliteit-bewerking opgeen met behulp an de HMC: U kunt de kenmerken oor een partitiemobiliteit-bewerking opgeen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Ga als olgt te werk om de kenmerken an een partitiemobiliteit-bewerking op te geen ia de opdrachtregel an de HMC: 1. Voor een lijst an de kenmerken oor de partitiemobiliteit-bewerking kunt u de olgende opdracht uitoeren: waarbij: srccecnaam de naam is an de serer waarandaan u de mobiele partitie wilt migreren. dstcecnaam de naam is an de serer waarnaar u de mobiele partitie wilt migreren. lparnaam de naam is an de te migreren logische partitie. lslparmigr -r msp -m <srccecnaam> -t <dstcecnaam> --filter "lpar_names=<lparnaam>" 2. Met de olgende opdracht kunt u de kenmerken wijzigen oor een partitiemobiliteit-bewerking migrlpar -o set -r lpar -m <CecNaam> -p <lparnaam> -i "..." U kunt de olgende kenmerken wijzigen met behulp an de opdracht migrlpar: num_actie_migrations_configured concurr_migration_perf_leel Bijoorbeeld: Met de olgende opdracht kunt u het mogelijke aantal gelijktijdige s instellen op een waarde an 8: migrlpar -o set -r lpar -m <CecNaam> -p <lparnaam> -i "num_actie_migrations_configured=8" De standaardwaarde oor dit kenmerk is 4. Voor het uitoeren an het ondersteunde maximumaantal partitiemobiliteit-bewerkingen op de Virtuele I/O-serer (VIOS), stelt u deze waarde in op de ondersteunde maximumwaarde. 50 Power Systems: Lie Partition Mobility
59 Met de olgende opdracht stelt u de hoeeelheid resources oor elke mobiliteitsbewerking in op een waarde an 2: migrlpar -o set -r lpar -m <CecNaam> -p <lparnaam> -i "concurr_migration_perf_leel=2" De mogelijke waarden oor dit kenmerk zijn 1 t/m 5. Een waarde an 1 geeft optimale prestaties aan, terwijl een waarde an 5 beperkte resources aangeeft. De standaardwaarde is 3. Validatie op NPIV LUN-nieau of schijfnieau: Met ersie of eerder an Virtuele I/O-serer (VIOS) wordt de partitiemobiliteit-alidatie oor NPIV (N_Port ID Virtualization) alleen uitgeoerd tot aan het poortnieau. Dit kon leiden tot clientfouten als de werkelijke schijf die was toegewezen aan de client op het bronsysteem niet goed werd toegewezen op het doelsysteem. Met VIOS ersie kunt u de alidatie uitoeren tot aan de schijftoewijzing. Als u een alidatie op schijfnieau wilt uitoeren, moet zowel de bron- als doel-vios op het nieau of later zijn, en moet de ersie an de Hardware Management Console (HMC) minimaal zijn. Een schijfalidatie kan behoorlijk wat extra tijd toeoegen aan de partitiemobiliteit-alidatie oor clients die gebruikmaken an NPIV-schijen. De hoeeelheid tijd die ereist is oor de alidatie an NPIV-apparaten tot aan het schijfnieau is afhankelijk an het aantal schijen dat is toegewezen aan een client. Bij grotere configuraties kan de extra tijd die besteed wordt aan de alidatie een merkbare impact hebben op de totale tijd die ereist is oor het migreren an de partitie. Daarom kunt u oerwegen om regelmatig een partitiemobiliteit-alidatie uit te oeren, waarbij alidatie op LUN-nieau is ingeschakeld. Boendien is het erstandig om de alidatie buiten de geplande onderhoudsperioden uit te oeren. Als u partitiemobiliteit-bewerkingen in een korte tijd moet uitoeren, kunt u de alidatie het beste oerslaan of uitoeren zonder dat de alidatie op LUN-nieau is ingeschakeld. Als u alidatie op schijfnieau wilt inschakelen, moeten de src_lun_al-kenmerken in het Lie Partition Mobility pseudo-apparaat an de VIOS die de NPIV-opslag op het bronsysteem host, worden ingesteld op de waarde on, en kan het kenmerk dest_lun_al op de VIOS-partities die de NPIV-opslag op het doelsysteem hosten, niet worden ingesteld op lpm_off of off. Opmerking: Omdat er tijdens schijfalidatie extra opdrachten naar het SAN worden erzonden, kan instabiliteit in het SAN resulteren in alidatiefouten, terwijl alidatie op poortnieau mogelijk geen problemen zou hebben opgeleerd. Validatie an schijftoewijzing wordt uitgeoerd tijdens de partitiemobiliteit-alidatie en niet tijdens de. In de fase an een partitiemobiliteit-bewerking wordt alleen een controle uitgeoerd tot aan het poortnieau. Wanneer u werkt met de grafische gebruikersinterface an HMC wordt er altijd een alidatie uitgeoerd oor elke partitiemobiliteit-bewerking. U moet hiermee rekening houden oordat u alidatie op schijfnieau inschakelt, speciaal als de client beschikt oer een groot aantal schijen. Wanneer u werkt met de opdrachtregelinterface an HMC, wordt de alidatie alleen uitgeoerd als de lag o is ingesteld op het teken. De wordt alleen uitgeoerd als de lag o is ingesteld op het teken m. Deze laggen sluiten elkaar uit. VIOS-configuratieopties oor optimalisatie an de prestaties an partitiemobiliteit: Partition Mobility-bewerkingen hebben een adequate hoeeelheid beschikbare systeemresources nodig oor het behalen an maximale prestaties en het handhaen an de stabiliteit an clients. Configureer de bron- en doel-msp's (moer serer partitions) met een ergelijkbare hoeeelheid erwerkingseenheden, omdat de algehele prestaties an de wordt beperkt door de MSP die is geconfigureerd met de minste erwerkingsmogelijkheden. Lie Partition Mobility 51
60 De firewall an VIOS configureren oor partitiemobiliteit: U moet de firewall an de Virtuele I/O-serer (VIOS) handmatig configureren om partitiemobiliteit mogelijk te maken. Dit moet gebeuren oordat u de firewall an VIOS inschakelt. Als partitiemobiliteit niet goed werkt, kan dat de olgende oorzaken hebben: De firewall an VIOS is ingeschakeld met standaardinstellingen. De firewall blokkeert het Internet Control Message Protocol (ICMP) dat ereist is tijdens de alidatie an partitiemobiliteit De firewall blokkeert kortstondige ("ephemeral") poorten die ereist zijn oor partitiemobiliteit U moet de firewall an VIOS handmatig configureren om te oorkómen dat partitiemobiliteit mislukt. U oegt als olgt ICMP-rollen toe aan de firewallconfiguratie an alle irtuele I/O-serers: 1. Ga naar de opdrachtregel an VIOS en oer de opdracht oem_setup_en uit. Door het uitoeren an deze opdracht ontstaat er een nieuwe omgeing waarin u andere opdrachten kunt uitoeren. 2. Ga naar de nieuwe omgeing en oer de olgende opdrachten uit: a. /usr/sbin/genfilt - 4 -n 16 -a P -s m d M g n -c icmp -o eq -p 0 -O any -P 0 -r L -w I -l N -t 0 -i all -D echo_reply b. /usr/sbin/genfilt - 4 -n 16 -a P -s m d M g n -c icmp -o eq -p 8 -O any -P 0 -r L -w I -l N -t 0 -i all -D echo_request c. Keer met de opdracht exit terug naar de opdrachtregel an VIOS. 3. Beperk de reeks kortstondige poorten en maak een rol oor elk an de kortstondige poorten in de firewallconfiguratie. Bijoorbeeld: om de reeks kortstondige poorten te beperken tot negen, oert u de olgende opdracht uit anaf de opdrachtregel an VIOS: chde -de ioslpm0 -attr tcp_port_high=40010 chde -de ioslpm0 -attr tcp_port_low=40001 Opmerking: Lie Partition Mobility gebruikt twee kortstondige poorten per. De kortstondige poort arieert an 32 kb tot 64 kb en de netwerkstack selecteert de poort die wordt gebruikt oor partitiemobiliteit op een willekeurige manier. Bij VIOS ersie en later, worden de kenmerken tcp_port_high en tcp_port_low gebruikt oor het besturen an de reeks poorten dat u kunt selecteren oor partitiemobiliteit-bewerkingen. U kunt de waarde wijzigen met behulp an de opdracht chde. Kies de reeks poorten zodanig dat u het maximale aantal gelijktijdige partitiemobiliteit-bewerkingen kunt uitoeren, en kies ook extra poorten in geal sommige an de poorten door andere programma's worden gebruikt. 4. Schakel de poorten in die door de firewall an VIOS moeten worden gebruikt. Als u bijoorbeeld de poorten 1 en 2 in de firewall an VIOS wilt inschakelen, oert u de olgende opdracht uit anaf de opdrachtregel an VIOS: iosecure -firewall allow -port iosecure -firewall allow -port Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partitiemobiliteit-omgeing: Een mobiele partitie is een logische partitie die u an de bronserer naar de doelserer gemigreerd. U kunt een mobiele partitie migreren an de bronserer naar een doelserer, ongeacht of de partitie is in- dan wel uitgeschakeld. 52 Power Systems: Lie Partition Mobility
61 De HMC maakt op de doelserer een profiel oor de mobiele partitie dat oereenkomt met de huidige configuratie an de logische partitie. Tijdens de migreert de HMC alle profielen oor de mobiele partitie naar de doelserer. Tijdens dit proces wordt alleen het actiee partitieprofiel omgezet (of een nieuw profiel als dit is opgegeen). Deze conersie behelst teens, indien nodig, het toewijzen an de irtuele SCSI-sleuf en de irtuele glasezelsleuf op de client aan de oereenkomstige irtuele SCSI-sleuf en de oereenkomstige irtuele glasezelsleuf op de Virtuele I/O-serer logische partities. een logische partitie te migreren als er op de doelserer reeds een gelijknamige logische partitie bestaat. Als u geen profielnaam opgeeft, maakt de HMC een profiel met de huidige status an de logische partitie. Het profiel waarmee de logische partitie het laatst is geactieerd, wordt erangen door dit profiel. Als u de naam an een bestaand profiel opgeeft, erangt de HMC dit profiel door het nieuwe profiel. Als u de bestaande partitieprofielen wilt behouden, geeft u een nieuwe, unieke profielnaam op óór de. Voor inactiee partitiemobiliteit kunt u op de HMC een an de olgende configuraties opgeen oor de geheugen- en processorinstellingen an de mobiele partitie. Als het mogelijk is om de partitie te starten, en u selecteert de actiee configuratie als het mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit de partitiestatus, zoals gedefinieerd in de hyperisor. Als het echter niet mogelijk is de partitie te starten, of als u het laatste geactieerde profiel op de bronserer hebt geselecteerd als mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit het laatste geactieerde profiel op de bronserer. Het mobiliteitsbeleid dat u selecteert is an toepassing op alle inactiee s, waarbij de bronserer de serer is waarop u het beleid hebt ingesteld. Oerwegingen oor het configureren an I/O Wijs geen fysieke of ereiste I/O-adapters toe aan een mobiele partitie ia de actiee partitie. Alle I/O-adapters op de mobiele partitie moeten irtuele apparaten zijn. Als u de fysieke adapters op de mobiele partitie wilt erwijderen, kunt u dit doen met de taak oor het erwijderen an dynamische logische partities. Als een mobiele partities ast toegewezen adapters heeft, kan deze gewoon deelnemen aan Inactie partitiemobiliteit, maar de adapters worden wel erwijderd uit het partitieprofiel. Na een inactiee worden alleen irtuele I/O-resources an de logische partitie opgestart. Als er aste I/O-resources aan de logische partitie op de bronserer waren toegewezen, worden deze resources weer beschikbaar als de logische partitie uit de bronserer wordt gewist. Verwante taken: Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 89 U dient te controleren of de mobiele partitie juist is geconfigureerd om te kunnen worden gemigreerd naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren ook procedures om te oldoen aan de partitiemobiliteit-ereisten oor adapters en besturingssysteem. Softwaretoepassingen die partitiemobiliteit herkennen: Softwaretoepassingen kunnen zijn ontworpen om zich aan gewijzigde systeemhardware aan te passen nadat ze naar een ander systeem zijn erplaatst. Voor de meeste softwaretoepassingen op logische AI-, IBM i- en Linux-partities hoeft u geen wijzigingen door te oeren om ze tijdens Actie partitiemobiliteit naar behoren te laten functioneren. Sommige toepassingen zijn mogelijk afhankelijk an wijzigende kenmerken tussen de bron- en de doelserer, terwijl andere toepassingen zich mogelijk moeten aanpassen oor de. PowerHA (of High Aailability Cluster Multi-Processing) is op de hoogte an partitiemobiliteit. U kunt een mobiele partitie waarop wordt gewerkt met PowerHA-clustersoftware migreren naar een andere serer zonder dat de PowerHA-software opnieuw hoeft te worden gestart. Lie Partition Mobility 53
62 Dit zijn oorbeelden an toepassingen die de mogelijkheid zich aan te passen aan partitiemobiliteit ten goede zou komen: Softwaretoepassingen die gebruikmaken an processor- en geheugenaffiniteitskenmerken om hun gedrag af te stemmen. Affiniteitskenmerken kunnen als geolg an een immers worden gewijzigd. De functies an de toepassing blijen oneranderd, maar er zijn mogelijk erschillen waarneembaar in het prestatieermogen. Voor toepassingen met processorbindings blijen deze bindings tijdens s aan dezelfde logische gekoppeld, hoewel de fysieke worden gewijzigd. Bindings dienen meestal oor dynamische-cache-doeleinden, maar de erplaatsing an fysieke processor ereist een cache-hiërarchie op het doelsysteem. Deze erandering indt meestal zeer snel plaats en is dan ook niet merkbaar. Toepassingen die zijn afgestemd op bepaalde cache-architecturen, zoals hiërarchie, grootte, regelgrootte en koppelbaarheid. Meestal betreft het hier uitsluitend hoogwaardige computertoepassingen, maar het JIT-compileerprogramma (Just-In-Time) an de Jaa Virtual Machine is ook geoptimaliseerd oor de cacheregelgrootte an de processor waarmee deze is geopend. Hulpprogramma's en hun agents oor prestatieanalyse, capaciteitsplanning en boekhouding kunnen zich meestal aan s aanpassen omdat zowel de performancetellers an de processor als het type en de frequentie an de processor worden gewijzigd tussen de bron- en de doelserer. Boendien moeten hulpprogramma's die een samengetelde systeembelasting op basis an de belastingen op alle gehoste logische partities uitrekenen, zich kunnen aanpassen wanneer een logische partitie uit het systeem is erwijderd of aan het systeem is toegeoegd. Werkbelastingmanagers Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing: In partitiemobiliteit dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Er moet ia een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter in de logische partitie an de Virtuele I/O-serer (VIOS) een brug bestaan tussen het irtuele LAN en een fysiek netwerk. Het LAN moet zodanig zijn ingesteld dat de mobiele partitie na een kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. Actie partitiemobiliteit stelt geen specifieke eisen aan de geheugengrootte an de mobiele partitie of het netwerk tussen de MSP's (Moer Serice Partitions). Door de geheugenoerdracht worden de actiiteit an de mobiele partitie niet onderbroken. De geheugenoerdracht kan geruime tijd duren ingeal an grootschalige geheugenconfiguratie op een traag netwerk. Wellicht is het dan ook raadzaam een snelle breedbanderbinding, zoals 10 Gigabit Ethernet of nog sneller, in te zetten tussen de logische partities. De netwerkbandbreedte tussen de MSP's (moer serice partitions) moet 1 Gigabit/seconde of groter zijn. Boendien wordt u aangeraden om oor de oerdracht an het geheugen tussen de MSP's gebruik te maken an ast-toegewezen (dedicated) netwerkadapters, dit om te oorkómen dat de oerdracht negatiee geolgen heeft oor de netwerkbandbreedte die beschikbaar is oor andere partities. Met VIOS , of hoger, kunt u IP-tunnels inschakelen tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP uitwisselt tijdens Actie partitiemobiliteit. MSP's met eilige IP-tunnels ragen mogelijk iets meer erwerkingsresources. Met de Gemeenschappelijke Ethernet-adapter wordt een brug gemaakt tussen interne irtuele LAN's op het systeem en het externe netwerk zoals de firewall an het controlepunt. Met VIOS of hoger kunt u de functie Trusted Firewall gebruiken die wordt ondersteund op de PowerSC Editions. Met de oorziening Trusted Firewall kunt u functies oor interirtuele LAN-routering uitoeren met behulp an de kernelextensie SVM (Security Virtual Machine). Met behulp an deze functie kunnen mobiele partities, 54 Power Systems: Lie Partition Mobility
63 die zich op erschillende irtuele LAN's op dezelfde serer beinden, communiceren met behulp an de Gemeenschappelijke Ethernet-adapter. Tijdens partitiemobiliteit controleert de SVM-kernelextensie op meldingen an heratten an netwerken op een gemigreerde logische partitie. De maximale afstand tussen de bron- en doelserers wordt bepaald door de olgende factoren: De netwerk- en opslagconfiguratie in de serers. Het ermogen an de toepassingen om te blijen functioneren als de opslag oer die afstand an de serer wordt gescheiden. Als beide serers zich in hetzelfde netwerk beinden en met dezelfde gemeenschappelijke opslag zijn erbonden, slaagt de alidatie an Actie partitiemobiliteit. Hoe lang het duurt om de mobiele partitie te migreren en hoe de toepassingen na afloop oer een grote afstand presteren hangt af an de olgende factoren: De netwerkafstand tussen de bron- en de doelserers. De mate waarin de toepassingen de extra opslagwachttijd kunnen afhandelen. Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 39 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Verwante taken: Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 99 U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij inbegrepen zijn taken als het maken an een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer (VIOS) en het maken an ten minste één irtuele Ethernetadapter op de mobiele partitie. Verwante erwijzing: Concepten an Trusted Firewall Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing: Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 39 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Verwante taken: Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 102 U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk.> In een SSP-omgeing (Shared Storage Pool) wordt de tijd die ereist is oor het controleren an LUN's (Logical Unit Numbers) oor partitiemobiliteit rechtstreeks beïnloed door het aantal LUN's dat moet worden gealideerd. Omdat de HMC een tijdslimiet oor LUN-alidatie oplegt, kunnen er alidatiefouten optreden bij een groot aantal geconfigureerde LUN's. De irtuele Fibre Channel-configuratie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 108 U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Lie Partition Mobility 55
64 Verwante informatie: Virtuele glasezel Standaardgeheugenconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing: De mobiele partitie wordt an de ene naar de andere serer gemigreerd doordat de bronserer de statusinformatie an de logische partitie ia een LAN (Local Area Network) naar de doelserer erzendt. De schijfgegeens an de partitie kunnen echter niet ia een netwerk worden uitgewisseld tussen twee systemen. Om partitiemobiliteit te laten slagen, moet de mobiele partitie opslagresources gebruiken die in een SAN (Storage Area Network) worden beheerd. Door deze SAN-opslag heeft de mobiele partitie anaf zowel de bron- als de doelserer toegang tot dezelfde opslag. In de olgende afbeelding ziet u een oorbeeld an de opslagconfiguratie die ereist is oor partitiemobiliteit. 56 Power Systems: Lie Partition Mobility
65 Bronserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor Storage Area Network Fysieke opslag 1 Fysieke opslag 2 Fysieke opslag 3 Doelserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor IPHC De fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, Fysieke opslag 3, is aangesloten op het SAN. Minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de logische Virtuele I/O-serer bronpartitie wordt aangesloten op het SAN. Op dezelfde wijze wordt minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de logische Virtuele I/O-serer bronpartitie aangesloten op het SAN. Als de mobiele partitie ia irtuele Fibre Channel-adapters erbinding maakt met Fysieke opslag 3, dan moeten de fysieke adapters die zijn toegewezen aan de logische bron- en doelpartities an Virtuele I/Oserer ondersteuning bieden aan N_Port ID Virtualization (NPIV). Lie Partition Mobility 57
66 De mobiele partitie kan gebruikmaken an de irtuele I/O-resources die worden geleerd door een of meer logische Virtuele I/O-serer-partities op de bronserer. Om de mobiliteit goed te laten werken, moet u op de doelserer hetzelfde aantal logische Virtuele I/O-serer-partities configureren als op de bronserer. De fysieke adapter op de logische Virtuele I/O-serer bronpartitie maakt erbinding met een of meer irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-serer bronpartitie. Op dezelfde manier maakt de fysieke adapter op de logische Virtuele I/O-serer doelpartitie erbinding met een of meer irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-serer doelpartitie. Als de mobiele partitie ia irtuele SCSI-adapters erbinding maakt met Fysieke opslag 3, worden de irtuele adapters op de logischevirtuele I/O-serer bron- én doelpartitie toegewezen om toegang te krijgen tot de LUN's (logical unit numbers) an Fysieke opslag 3. Elke irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-serer bronpartitie maakt erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Op dezelfde manier maakt elke irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-serer doelpartitie erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Aan elke irtuele Fibre Channel-adapter die op een mobiele partitie (of op een willekeurige logische clientpartitie) wordt gemaakt, wordt een paar WWPN's (worldwide port names) toegewezen. Beide WWPN's an het paar worden toegewezen oor toegang tot de LUN's an de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt of aan Fysieke opslag 3. Tijdens de normale werking gebruikt de mobiele partitie één WWPN om zich aan te melden bij het SAN en om toegang te krijgen tot Fysieke opslag 3. Als u de mobiele partitie migreert naar de doelserer, is er een korte periode waarin de mobiele partitie werkt op zowel de bron- als de doelserer. Omdat de mobiele partitie zich niet gelijktijdig anaf zowel de bron- als de doelserer met dezelfde WWPN kan aanmelden bij het SAN, gebruikt de mobiele partitie de tweede WWPN om zich tijdens de anaf de doelserer aan te melden bij het SAN. De WWPN's an elke irtuele Fibre Channel-adapter worden mét de mobiele partitie naar de doelserer erplaatst. Als u de mobiele partitie migreert naar de doelserer, oert de HMC (die de doelserer beheert) de olgende taken uit op de doelserer: Er worden irtuele adapters gemaakt op de logische Virtuele I/O-serer-doelpartitie Er wordt erbinding gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-sererdoelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie Redundantieconfiguraties in een partitiemobiliteit-omgeing: In sommige situaties kunt u een logische partitie migreren naar een doelsysteem met minder redundantie dan het bronsysteem. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante paden op het bronsysteem. De redundante paden kunnen redundante Virtuele I/O-serer logische partities (VIOS) omatten, of logische VIOS-partities met redundante fysieke adapters, of beide. In de meeste geallen moet u oor een geslaagde partitiemobiliteit op het doelsysteem dezelfde mate an redundantie aanhouden als op het bronsysteem. Voor behoud an redundantie moet u op de bron- en doelserers hetzelfde aantal logische VIOS-partities configureren met hetzelfde aantal fysieke adapters. Maar in sommige situaties kan het nodig zijn om een logische partitie te migreren naar een doelsysteem met minder redundantie dan het bronsysteem. In die situaties krijgt u een foutmelding met het bericht dat de redundante configuratie op het bronsysteem niet kan worden gehandhaafd op het doelsysteem. Voordat u de mobiele partitie migreert, kunt u op een an de olgende manieren op de fout reageren: U kunt de configuratie an het doelsysteem wijzigen zodat de redundantie behouden blijft. U kunt - als dat mogelijk is - fouten met betrekking tot het irtueel geheugen erangen. Met andere woorden: u kunt het erlaagde redundantienieau accepteren en doorgaan met partitiemobiliteit. 58 Power Systems: Lie Partition Mobility
67 In de olgende tabel indt u uitleg oer de configuraties waarin u een logische partitie kunt migreren naar een doelsysteem met minder redundantie dan het bronsysteem. In een aantal an deze situaties leidt dit tot een of meer defectepaden naar de fysieke opslag nadat de mobiele partitie naar het doelsysteem is gemigreerd. Tabel 21. Redundantieopties oor partitiemobiliteit Redundantiewijziging Bronsysteem Doelsysteem Redundante paden naar de fysieke opslag worden gehandhaafd. Maar de paden gaan ia afzonderlijke VIOS-partities op het bronsysteem en gaan ia dezelfde VIOS-partitie op het doelsysteem. Redundante paden naar de fysieke opslag worden niet gehandhaafd, en redundante VIOS-partities worden niet gehandhaafd. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante paden op het bronsysteem en ia één pad op het doelsysteem. Het bronsysteem heeft twee VIOSpartities. Per VIOS-partitie oorziet één fysieke glasezelkanaaladapter de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. Het bronsysteem heeft twee VIOSpartities. Per VIOS-partitie oorziet één fysieke adapter de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. (De fysieke en irtuele adapters kunnen SCSI- of glasezelkanaaladapters zijn.) Het doelsysteem heeft twee VIOSpartities. Twee fysieke glasezelkanaaladapters in de VIOSpartitie oorzien de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. Het doelsysteem heeft één VIOSpartitie. Eén fysieke adapter in de VIOS-partitie oorziet de mobiele partitie an één pad naar de bijbehorende fysieke opslag. (De fysieke en irtuele adapters kunnen SCSI- of glasezelkanaaladapters zijn.) Deze situatie leidt tot één goed en één defect pad naar de fysieke opslag. In een poging om redundantie te handhaen, maakt partitiemobiliteit twee sets irtuele adapters. De ene set irtuele adapters wordt aan de fysieke adapter toegewezen, maar de andere set kan niet worden toegewezen. De niet toegewezen erbindingen leiden tot een defect pad. De paden bestaan uit de olgende toewijzingen. De adapters zijn allemaal SCSI-adapters of allemaal glasezelkanaaladapters. Het pad naar de fysieke opslag bestaat uit de olgende toewijzingen: Een irtuele clientadapter naar een irtuele sereradapter. De irtuele sereradapter naar de fysieke adapter. De fysieke adapter naar de fysieke opslag. Het defecte pad bestaat uit een irtuele clientadapter die is toegewezen aan een irtuele sereradapter. Lie Partition Mobility 59
68 Tabel 21. Redundantieopties oor partitiemobiliteit (erolg) Redundantiewijziging Bronsysteem Doelsysteem Redundante paden naar de fysieke opslag worden niet gehandhaafd. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante paden op het bronsysteem en ia één pad op het doelsysteem. Het bronsysteem heeft één VIOSpartitie. Twee fysieke glasezelkanaaladapters in de VIOSpartitie oorzien de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. Het doelsysteem heeft één VIOSpartitie. Eén fysieke Fibre Channeladapter in de VIOS-partitie oorziet de mobiele partitie an één pad naar de bijbehorende fysieke opslag. Deze situatie leidt tot één goed en één defect pad naar de fysieke opslag. In een poging om redundantie te handhaen, maakt partitiemobiliteit twee sets irtuele adapters. De ene set irtuele adapters wordt aan de fysieke adapter toegewezen, maar de andere set kan niet worden toegewezen. De niet toegewezen erbindingen leiden tot een defect pad. Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele Fibre Channel-adapters Voorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen migreren an het bron- naar het doelsysteem. Hierbij controleert u de configuratie an de bronen doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische partities met Virtuele I/O-serer, de mobiele partitie, de configuratie an het irtueel geheugen en de configuratie an het irtuele netwerk. Verwante onderwerpen: Partition Mobility-oerzicht oor HMC op pagina 3 Meer informatie oer de oordelen an partitiemobiliteit, hoe de Hardware Management Console (HMC) actiee en inactiee partitiemobiliteit, uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem nar een ander te migreren. Partition Mobility-omgeing op pagina 36 Informatie oer elke component an de partitiemobiliteit-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partitiemobiliteit. Componenten an de partitiemobiliteit-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische Virtuele I/O-serer-bron- en doelpartities, de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Verwante informatie: Checklist oor instelling Lie Partition Mobility Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Voer de olgende taken uit om de bron- en doelserers oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. 60 Power Systems: Lie Partition Mobility
69 Tabel 22. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer Planningstaken oor serers 1. Controleer of de PowerVM Enterprise Editionhardwarefunctie geactieerd is. 2. Als u de apparatuurfunctie an PowerVM Enterprise Edition niet heeft, kunt u Lie Partition Mobility gratis ealueren met behulp an de proefperiode anlie Partition Mobility. Zorg eroor dat u de actieringscode inoert oor de proefperiode an Lie Partition Mobility. 3. Controleer dat de bron- en doelserer werken op een an de olgende POWER8-modellen: L L L A A A 8408-E8E 9119-MHE 9119-MME Opmerkingen: De bron- en doelserers kunnen ook POWER7-serers zijn. Raadpleeg Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 oor informatie oer compatibiliteitswerkstanden an. Zorg dat de doelserer beschikt oer de benodigde softwarelicenties en onderhoudscontracten. Voor het controleren an de gebruiksrechten die gelden oor uw serers, raadpleegt u de website Entitled Software Support. 4. Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn. 5. Controleer of de bron- en doelserers op een an de olgende manieren worden beheerd door een HMC: De bron- en de doelserer worden beide beheerd door één en dezelfde HMC (of een redundant paar HMC's). De bronserer wordt beheerd door de ene HMC en de doelserer door de andere HMC. 6. Controleer of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. 7. Controleer of de doelserer niet op de batterij draait. Als de doelserer wel op de batterij draait, schakelt u eerst de oedingsbron in alorens een logische partitie te erplaatsen. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De actieringscode opgeen oor PowerVM Editions, met behulp an HMC-ersie 7 De actieringscode opgeen oor PowerVM Editions, met behulp an HMC-ersie 7 Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit op pagina 65 De logische geheugenblokgrootte wijzigen Lie Partition Mobility 61
70 Tabel 22. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 8. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, zorgt u eroor dat de pool an gemeenschappelijk geheugen is gemaakt op de doelserer. 9. Controleer of de doelserer beschikt oer oldoende geheugen ter ondersteuning an de mobiele partitie. 10. Controleer of de doelserer genoeg beschikbare heeft oor het ondersteunen an de mobiele partitie. 11. Controleer of de bron- en de doel-msp (Moer Serice Partition) met elkaar kunnen communiceren. 12. Optioneel: Definieer het partitieprofielbeleid oor Inactie partitiemobiliteit. 13. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met Actie Memory Expansion, controleert u of de doelserer geschikt is oor Actie Memory Expansion. 14. Als de mobiele partitie op de bronserer kan worden onderbroken, controleert u of de doelserer ook partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken. U moet ook controleren dat er minimaal één geresereerd opslagapparaat is met een grootte die astgesteld kan worden door de opdracht lsrsdesize uit te oeren anaf de opdrachtregel an de HMC. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Gemeenschappelijke geheugenpool configureren Als de mobiele partitie werkt met ast toegewezen geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 69. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel geresereerd I/Ogeheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 70. Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen op pagina 79 Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partitiemobiliteit op pagina 71 Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion op pagina 72 Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor aanhouden, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken. op pagina 72. Om de grootte an het geresereerde opslagapparaat in de doelserer ast te stellen, gaat u naar De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility
71 Tabel 22. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 15. Als de mobiele partitie op de bronserer kan werken met de functie Trusted Boot, controleert u of de doelserer de functie Trusted Boot ondersteunt en beschikt oer dezelfde betrouwbare sleutel als de bronserer. De bewerking an partitiemobiliteit mislukt als de betrouwbare sleutel op de doelserer erschilt an de sleutel op de bronserer. Om de sleutel an de doelserer te eranderen zodat die oereenkomt met de bronserer, kunt u de opdracht chtskey uitoeren anaf de opdrachtregel an de HMC. Controleer of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's (Virtual Trusted Platform Modules), oor gebruik door de mobiele partities. 16. Als u een mobiele IBM i-partitie erplaatst, controleert u of de doelserer de an mobiele IBM i-partities en de beperkte I/O-werkstand ondersteunt. Controleer ook of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor de functie Trusted Boot, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot op pagina 75. Om te controleren of de doelserer beschikt oer dezelfde betrouwbare systeemsleutel als de bronserer, raadpleegt u Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 76. Om te controleren of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's oor de mobiele partities, raadpleegt u Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer op pagina 76. Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor an mobiele IBM i-partities, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor an mobiele IBM i-partities op pagina 76. Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor de beperkte I/Owerkstand, raadpleegt Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt op pagina 77. Om te controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt, raadpleegt u Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/Owerkstand beindt op pagina 77. Lie Partition Mobility 63
72 Tabel 22. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 17. Als de mobiele partitie op de bronserer op afstand opnieuw kan worden gestart, controleert u dat de doelserer ook partities ondersteunt die op afstand opnieuw kunnen worden gestart. U moet ook het geresereerde opslagapparaat, dat is toegewezen aan de partitie die zich op de bronserer beindt, toeoegen aan de geresereerde opslagpool in de doelserer. Daarnaast moet de HMC oor het beheren an de doelserer an ersie of hoger zijn. Als de mobiele partitie op de bronserer op afstand opnieuw kan worden gestart met behulp an de ereenoudigde functie, controleert u dat de doelserer ook partities ondersteunt die op afstand met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart. Als de mobiele partitie op de bronserer een gemeenschappelijke processorpartitie is, die is geconfigureerd met een erhouding tussen erwerkingseenheden en irtuele processor an minder dan 0,1 en groter of gelijk aan 0,05, controleert u of de doelserer ondersteuning biedt oor een minimaal processorgebruik an 0,05 processor per irtuele processor. De bron- en de doelserer moeten serers zijn met POWER7- of PO- WER8-. Als de mobiele partitie logische poorten an het type Single Root IO Virtualization (SR-IOV) heeft, kan die partitie niet naar de doelserer worden gemigreerd. Als u de mobiele partitie wilt migreren, kunt u dit doen met NIC-adapters (irtuele Network Interface Controller). Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Om te controleren of de doelserer partities ondersteunt die opnieuw kunnen worden gestart op afstand, raadpleegt u Controleren of de doelserer partities ondersteunt die opnieuw kunnen worden gestart op afstand op pagina 73. Om het geresereerde opslagapparaat, dat is toegewezen aan partitie die zich momenteel op de bronserer beindt, toe te oegen aan de geresereerde opslagpool in de doelserer, raadpleegt u Het geresereerde opslagapparaat toeoegen aan de doelserer op pagina 74. Om te controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand, raadpleegt u Controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand op pagina 73. U kunt controleren of de doelserer dezelfde configuratie ondersteunt als de bronserer door ast te stellen wat de hardwaremogelijkheden op processornieau zijn an de doelserer. Om de mogelijkheden an de processorhardware ast te stellen, raadpleegt u Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility
73 Tabel 22. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers Als de mobiele partitie werkt met een irtuele Ethernetadapter die die gebruikmaakt an een irtuele switch die in de VEPA-werkstand werkt, of als de mobiele partitie gebruikmaakt an een irtuele Ethernet-adapter met een VSI-profiel, dient u te controleren of de doelserer eeneens ondersteuning biedt aan Virtual Serer Network (VSN). Als de mobiele partitie NIC-adapters beat (irtuele Network Interface Controller), kan de mobiele partitie alleen naar de doelserer worden gemigreerd wanneer de doelserer nvic-adapters ondersteunt. Als de HMC die de bronserer beheert an ersie of hoger is, en de firmware beindt zich op nieau of hoger, kunt u een andere irtuele-switchnaam opgeen oor elke VLAN an de mobiele partitie, zodat deze oereenkomt met de netwerkconfiguratie an de doelserer. U moet eroor zorgen dat de HMC op de doelserer an ersie of hoger is, en dat de firmware zich beindt op nieau of hoger. Boendien moet u eroor zorgen dat de Virtuele I/O-serer (VIOS) op de doelserer die fungeert als host oor de bridged VLAN-adapter (met een VLAN-ID dat oereenkomt met het VLAN-ID an de bronserer en de naam an de irtuele switch die u hebt opgegeen) an ersie of hoger is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Hoe u controleert of de doelserer geschikt is oor VSN, leest u in Controleren of de doelserer het irtueleserernetwerk ondersteunt op pagina 78. Hoe u de naam an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststelt, leest u in De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen op pagina 78. Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor NIC-adapters, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor NIC-adapters op pagina 74. Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor het wijzigen an de naam an de irtuele switch, raadpleegt u Controleren of de doelserer het wijzigen an de irtueleswitchnaam ondersteunt op pagina 74. Verwante onderwerpen: Bron- en doelserers in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 36 Er zijn twee serers betrokken bij partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt migreren en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt migreren. Verwante informatie: Opnieuw starten op afstand De opdracht chtskey Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit: Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn, oordat u begint met upgraden. In de onderstaande tabel geen de waarden in de eerste kolom de firmwarenieaus op de bronserers aan en de waarden in de boenste rij de firmwarenieaus op de doelserers. De tabel geeft een oerzicht an alle mogelijke combinaties an firmwarenieaus die de ondersteunen. Lie Partition Mobility 65
74 Tabel 23. Firmwarenieau Migreren anaf firmwarenieau Migreren naar firmwarenieau 350_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7730_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7740_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7760_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7763_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7770_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7773_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7780_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7 783_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 810_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 820_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 830_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 840_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx-783_xxx, met uitzondering an 760_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 830_xxx Opmerking: 840_xxx wordt niet ondersteund. POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx In de olgende tabel wordt het aantal gelijktijdige s afgebeeld dat wordt ondersteund per systeem. De bijbehorende minimale firmwarenieaus, de Hardware Management Console (HMC) en de Virtuele I/O-serer (VIOS) die ereist zijn, worden ook afgebeeld. 66 Power Systems: Lie Partition Mobility
75 Tabel 24. Gelijktijdige s Gelijktijdige s per systeem Firmwarenieau Nieau an HMC VMControl Nieau an VIOS 4 All All All All 4 8 All Versie 7 Release 7.4.0, Sericepack 1 met erplichte fix MH01302 of hoger 16 Nieau 7.6 of hoger Versie 7, Release of hoger VMControl Versie of hoger VMControl V2.4.2 Versie , Fix Pack 24, Serice Pack 1, of later Versie of hoger Maximumaantal gelijktijdige s per VIOS 4 8 Beperkingen: Firmwarenieaus 7.2 en 7.3 zijn beperkt tot maximaal acht gelijktijdige s. Bepaalde toepassingen, zoals geclusterde toepassingen, hoge-beschikbaarheidsoplossingen en ergelijkbare toepassingen, beschikken oer hartslagtimers, ook wel DMS (Dead Man Switch) genoemd, oor knooppunt-, netwerk- en opslagsubsystemen. Maak bij het migreren an deze typen toepassingen geen gebruik an de gelijktijdige, want dit ergroot de kans op een timeout. Dit geldt met name oor netwerkerbindingen an 1 GB. U moet niet meer dan ier gelijktijdige s oor een netwerkerbinding an 1 GB uitoeren. Met VIOS Versie of hoger en een netwerkerbinding an 10 GB of meer, kunt u maximaal acht gelijktijdige s uitoeren. Vanaf VIOS ersie hebt u meer dan één paar VIOS-partities ter ondersteuning an meer dan acht gelijktijdige mobiliteitsbewerkingen. Systemen die worden beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM) ondersteunen maximaal acht gelijktijdige s. Voor het ondersteunen an de an maximaal 16 actiee of onderbroken mobiele partities anaf de bronserer naar een of meer doelserers, moet de bronserer beschikken oer ten minste twee VIOS-partities die zijn geconfigureerd als MSP's (moer serice partitions). Elke sericepartitie oor erplaatsing moet maximaal 8 gelijktijdige bewerkingen oor partities ondersteunen. Als alle 16 partities gemigreerd moeten worden naar dezelfde doelserer, moeten er op de partitioneren minimaal twee sericepartities oor erplaatsing geconfigureerd zijn en moet elke sericepartitie oor erplaatsing maximaal 8 gelijktijdige bewerkingen oor partities ondersteunen. Als de configuratie an de sericepartities oor erplaatsing op de bron- of doelserer geen ondersteuning biedt aan 8 gelijktijdige s, mislukt elke bewerking die met behulp an de grafische gebruikersinterface of de opdrachtregel wordt gestart als er geen resources oor de gelijktijdige an sericepartities oor erplaatsing beschikbaar zijn. U moet dan op de opdrachtregel de opdracht migrlpar typen met de parameter -p om een door komma's gescheiden lijst an namen an logische partities op te geen, of met de parameter --id om een door komma's gescheiden lijst an logische partitie-id's op te geen. Het is mogelijk om anaf de opdrachtregel een groep logische partities te migreren, namelijk met de opdracht migrlpar. Bij het uitoeren an bewerkingen moet u de parameter -p gebruiken om een door komma's gescheiden lijst an namen an logische partities op te geen, of de parameter --id om een door komma's gescheiden lijst an logische partitie-id's op te geen. U kunt maximaal ier gelijktijdige bewerkingen oor onderbreken of heratten uitoeren. U kunt Lie Partition Mobility niet gelijktijdig in twee richtingen uitoeren. Bijoorbeeld: Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie migreren an de doelserer naar de bronserer. Lie Partition Mobility 67
76 Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie migreren an de doelserer naar een andere serer. In de onderstaande tabel indt u de firmwarenieaus, de processorersie en de POWER-modellen die ondersteuning bieden oor partitiemobiliteit: Tabel 25. Firmwarenieaus en POWER-modellen met ondersteuning oor partitiemobiliteit Processorersie Firmwarenieau POWER-modellen Serers met - Leel 3.5 Alle -modellen Serers met POWER7- Leel E8B 8236-E8C Serers met POWER7- Leel E4C Serers met POWER7- of POWER7+ Serers met POWER7- of POWER7+ Serers met POWER7- of POWER7+ Serers met POWER7- of POWER7+ Leel 7.6 Leel 7.7 Leel Leel E6C 8231-E1C 8231-E2C 9117-MMD 9119-FHB 9179-MHD 8202-E4D 8205-E6D 8231-E1D 8231-E2D 8268-E1D 8408-E8D 9109-RMD 9117-MMC 9179-MHC IBM Flex System p24l Compute Node: FL IBM Flex System p260 Compute Node: , A, IBM Flex System p270 Compute Node: IBM Flex System p460 Compute Node: , EAD 9117-MMB 9117-MMD 9179-MHB 9179-MHD 9119-FHB 68 Power Systems: Lie Partition Mobility
77 Tabel 25. Firmwarenieaus en POWER-modellen met ondersteuning oor partitiemobiliteit (erolg) Processorersie Firmwarenieau POWER-modellen Serers met POWER7- of POWER7+ Leel IBM Flex System p24l Compute Node: FL IBM Flex System p260 Compute Node: , A, IBM Flex System p270 Compute Node: IBM Flex System p460 Compute Node: , Serers met POWER8- Leel L L A A A Serers met POWER8- Leel MHE 9119-MME Serer met POWER8- Leel E8E L Serer met POWER8- Nieau L L L A A A 9119-MHE 9119-MME Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor de mobiele partitie en, indien nodig, meer fysiek geheugen beschikbaar stellen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om ast te stellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op de bronserer waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op de tab Hardware. f. Klik op het tabblad Geheugen. g. Noteer de instellingen oor ast minimum, toegewezen en maximum. h. Klik op OK. Lie Partition Mobility 69
78 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: a. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. b. Selecteer in het werkenster de doelserer waarnaar u de mobiele partitie wilt migreren. c. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. d. Klik op het tabblad Geheugen. e. Noteer de waarde bij Huidig geheugen beschikbaar oor partitiegebruik. f. Klik op OK. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Als op de doelserer onoldoende fysiek geheugen beschikbaar is oor de mobiele partitie, kunt u meer fysiek geheugen toeoegen aan de doelserer. U kunt dit doen met een of meer an de olgende taken: Dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit logische partities die werken met ast toegewezen geheugen. Voor instructies raadpleegt u Dynamisch ast toegewezen geheugen erwijderen. Als de doelserer is geconfigureerd met een pool an gemeenschappelijk geheugen, kunt u dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen. Voor instructies raadpleegt u Grootte an de gemeenschappelijke geheugenpool wijzigen. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oldoen aan het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie. Indien nodig kunt u meer fysiek geheugen toewijzen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om ast te stellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende geheugen om te oorzien in het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op de bronserer waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op de tab Hardware. f. Klik op de tab Geheugen. g. Klik op Geheugenstatistieken. Het enster Geheugenstatistieken wordt afgebeeld. h. Noteer de waarde bij Toegewezen geresereerd I/O-geheugen. Dit is de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die de mobiele partitie nodig heeft op de doelserer. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is in de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. b. Selecteer in het werkenster de doelserer waarnaar u de mobiele partitie wilt migreren. c. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele Resources > Beheer an gemeenschappelijk gebruikt geheugen. d. Noteer de waarde bij Beschikbaar geheugen in pool en klik op OK. 3. Vergelijk de hoeeelheid beschikbaar geheugen (uit stap 2) met de hoeeelheid geresereerd I/Ogeheugen die nodig is oor de mobiele partitie (uit stap 1). Als meer geheugen beschikbaar is dan de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie, beschikt de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer oer oldoende beschikbaar geheugen om de mobiele partitie te ondersteunen op de doelserer. 70 Power Systems: Lie Partition Mobility
79 Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen, die nodig is oor de mobiele partitie, groter is dan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, kunt u een of meer an de olgende taken uitoeren: Voeg geheugen toe aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, zodat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Grootte an de gemeenschappelijke geheugenpool wijzigen. Verwijder een of meer gemeenschappelijke geheugenpartities uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, totdat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. U kunt een logische partitie erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, door de geheugenwerkstand an de logische partitie te wijzigen an gemeenschappelijk in ast toegewezen. Voor instructies raadpleegt u De geheugenwerkstand wijzigen oor een logische partitie. Verwijder I/O-adapters uit de mobiele partitie, zodat de partitie minder geheugen nodig heeft oor de I/O-bewerkingen. Voor instructies raadpleegt u Virtuele adapters dynamisch erwijderen. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie (bijna) gelijk is aan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, is de pool an gemeenschappelijk geheugen waarschijnlijk ernstig oerbelast, hetgeen de prestaties kan beïnloeden. U kunt eentueel extra geheugen toeoegen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, om de mate an oerbelasting an de gemeenschappelijk geheugenpool te beperken. Waarschuwing: Bij het migreren an een actiee logische partitie waaroor de werkstand oor geresereerd I/O-geheugen is ingesteld op automatisch, wordt het geresereerd I/O-geheugen oor de mobiele partitie niet automatisch herberekend en opnieuw toegewezen door de HMC. Dit gebeurt pas wanneer de mobiele partitie opnieuw wordt gestart op de doelserer. Als u de mobiele partitie opnieuw start op de doelserer en u an plan bent de mobiele partitie terug te migreren naar de bronserer, dient u te controleren dat de pool an gemeenschappelijk geheugen op de bronserer oer oldoende geheugen beschikt om te oorzien in de nieuwe hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Verwante informatie: Performanceoerwegingen oor oerbelaste gemeenschappelijke geheugenpartities Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partitiemobiliteit: U kunt het partitieprofielbeleid oor Inactie partitiemobiliteit selecteren op de Hardware Management Console (HMC). U selecteert hierbij de partitiestatus die is gedefinieerd op de hyperisor, of u selecteert de configuratiegegeens zoals gedefinieerd in het laatst geactieerde profiel op de bronserer. Standaard wordt de partitiestatus geselecteerd die is gedefinieerd in de hyperisor. Ga als olgt te werk om een beleid te definiëren oor Inactie partitiemobiliteit: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de bronserer in het werkenster. 3. Selecteer in het menu Taken de optie Eigenschappen. 4. Klik op de tab Migratie. Als u gebruik wilt maken an de partitiestatus die in de hyperisor is gedefinieerd oor de instellingen met betrekking tot geheugen en, selecteert u Partitieconfiguratie in de lijst bij Migratiebeleid oor inactiee profielen. Als het echter niet mogelijk is de partitie te starten, wordt gebruik gemaakt an de gegeens zoals gedefinieerd in het laatste geactieerde profiel op de bronserer, zelfs als u de optie Partitieconfiguratie selecteert. Als u gebruik wilt maken an de gegeens, die in het laatste geactieerde profiel op de bronserer zijn gedefinieerd oor de instellingen met betrekking tot geheugen en, selecteert u Laatste geactieerde profiel in de lijst bij Migratiebeleid oor inactiee profielen. Lie Partition Mobility 71
80 5. Klik op OK. Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion: Voor het migreren an een mobiele AI-partitie die werkt met Actie Memory Expansion, controleert u of de doelserer geschikt is oor Actie Memory Expansion - met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Ga als olgt te werk om te controleren of de doelserer geschikt is oor Actie Memory Expansion: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Selecteer in het menu Taken de optie Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als bij Geschikt oor Actie Memory Expansion de waarde Waar wordt ermeld, is de doelserer geschikt oor Actie Memory Expansion. Als bij Geschikt oor Actie Memory Expansion de waarde Onwaar wordt ermeld, is de doelserer niet geschikt oor Actie Memory Expansion, en kunt u de mobiele partitie niet migreren naar de serer. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt migreren, wijzigt u de partitieconfiguratie, zodat niet wordt gewerkt met Actie Memory Expansion. 5. Klik op OK. Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken.: Om een mobiele AI, IBM i- of Linux-partitie die kan worden onderbroken te migreren, controleert u of de doelserer partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Met HMC of nieuwer kunt u een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie onderbreken, inclusief besturingssysteem en toepassingen, waarbij de irtuele sererstatus wordt opgeslagen in permanent geheugen. In een later stadium kunt u het gebruik an de logische partitie heratten. Ga als olgt te werk om te controleren of de doelserer partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Selecteer in het menu Taken de optie Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als Geschikt oor partitie onderbreken de waarde True heeft, ondersteunt de doelserer partities die kunnen worden onderbroken. Als Geschikt oor aanhouden partitie de waarde False heeft, ondersteunt de doelserer geen partities die kunnen worden onderbroken, en kunt u de mobiele partitie niet naar de serer migreren. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt migreren, wijzigt u de partitieconfiguratie zodat deze niet kan worden onderbroken. 5. Klik op OK. De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer: Om eroor te zorgen dat u de onderbrekingsbewerking kunt uitoeren op mobiele partities die met onderbreking kunnen werken, dient u de grootte an het opslagapparaat op de doelserer ast te stellen. De grootte is gebaseerd op dierse configuratiekenmerken. U kunt de opdracht lsrsdesize anaf de opdrachtregel an de HMC uitoeren om de grootte an het opslagapparaat op de doelserer ast te stellen. 72 Power Systems: Lie Partition Mobility
81 Controleren of de doelserer partities ondersteunt die opnieuw kunnen worden gestart op afstand: Om een mobiele AI, IBM i- of Linux-partitie die op afstand opnieuw kan worden gestart te migreren, controleert u of de doelserer partities ondersteunt die op afstand opnieuw kunnen worden gestart met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Met HMC of hoger kunt u een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie migreren naar een andere serer die geschikt is om an op afstand opnieuw te worden gestart. Voer de olgende stappen uit om te controleren of de doelserer partities ondersteunt die opnieuw kunnen worden gestart op afstand: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als Geschikt oor op afstand opnieuw starten an PowerVM-partitie de waarde Waar heeft, ondersteunt de doelserer partities die an op afstand opnieuw kunnen worden gestart. Als Geschikt oor op afstand opnieuw starten an PowerVM-partitie de waarde Onwaar heeft, ondersteunt de doelserer niet partities die op afstand opnieuw kunnen worden gestart, en kunt u de mobiele partitie niet migreren naar de serer. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt migreren, wijzigt u de partitieconfiguratie zodat deze niet opnieuw kan worden gestart op afstand. 5. Klik op OK. Verwante informatie: Opnieuw starten op afstand Controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand: Voor de an een mobiele AI-, IBM i- of Linux-partitie die op afstand opnieuw kan worden gestart met behulp an de ereenoudigde functie daaroor, controleert u of de doelserer partities ondersteund die deze functie kunnen uitoeren met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U hoeft geen geresereerd opslagapparaat aan de doelserer toe te wijzen oor de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand. Met HMC of hoger kunt u een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie migreren naar een andere serer die geschikt is oor de de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand. Om te controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand, oert u de olgende stappen uit: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als Geschikt oor ereenoudigd op afstand opnieuw starten an PowerVM-partitie de waarde Waar heeft, ondersteunt de doelserer partities die met de ereenoudigde functie an op afstand opnieuw kunnen worden gestart. Als Geschikt oor ereenoudigd op afstand opnieuw starten an PowerVM-partitie de waarde Onwaar heeft, ondersteunt de doelserer geen partities die met de ereenoudigde functie an op afstand opnieuw kunnen worden gestart ne kunt u de mobiele partitie niet naar de serer migreren. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt migreren, wijzigt u de partitieconfiguratie zodat de partitie niet met de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand kan werken. 5. Klik op OK. Lie Partition Mobility 73
82 Verwante informatie: De (ereenoudigde) functie oor het opnieuw starten op afstand inschakelen of uitschakelen Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor NIC-adapters: Voor het migreren an een mobiele AI-, IBM i- of Linux-partitie die NIC-adapters beat, controleert u ia de opdrachtregel an Hardware Management Console (HMC) of de doelserer NIC-adapters ondersteunt. Om te controleren of de doelserer NIC-adapters ondersteunt, oert u de olgende opdracht uit op de opdrachtregel an HMC: lssyscfg -r sys -F capabilities Als de uitoer nic_dedicated_srio_capable beat, ondersteunt de doelserer NIC-adapters. Controleren of de doelserer het wijzigen an de irtuele-switchnaam ondersteunt: Voordat u een uitoert an een mobiele partitie waaroor u de irtuele-switchnaam wilt wijzigen in die op de doelserer, moet u controleren of de doelserer het wijzigen an de naam an een irtuele switch tijdens een partitiemobiliteit-bewerking ondersteunt. U moet eroor zorgen dat de Virtuele I/O-serer (VIOS) op de doelserer die fungeert als host oor de bridged VLAN-adapter (met een VLAN-ID dat oereenkomt met het VLAN-ID an de bronserer en de naam an de irtuele switch die u hebt opgegeen) an ersie of hoger is. Om te controleren of de doelserer het wijzigen an de irtuele-switchnaam ondersteunt, oert u de olgende opdracht uit anaf de opdrachtregel an Hardware Management Console (HMC) op de doelserer: lssyscfg -r sys -F capabilities Als de uitoer lpar_mobility_switch_change_capable beat, ondersteunt de doelserer het wijzigen an de naam an de irtuele switch tijdens een partitiemobiliteit-bewerking. Het geresereerde opslagapparaat toeoegen aan de doelserer: Om eroor te zorgen dat u partities, die an op afstand kunnen worden gestart, kunt migreren, moet u het geresereerde opslagapparaat, dat is toegewezen aan de partitie op de bronserer, toeoegen aan de geresereerde opslagpool in de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Als u een geresereerd opslagapparaat aan de opslagpool wilt toewijzen, moet u rekening houden met de grootte an het opslagapparaat dat ereist is. De grootte is gebaseerd op dierse configuratiekenmerken. U kunt de opdracht lsrsdesize anaf de opdrachtregel an de HMC uitoeren om de grootte an het opslagapparaat ast te stellen die ereist is oor de partities die u op het systeem wilt gebruiken. Om het geresereerde opslagapparaat toe te oegen aan de geresereerde opslagpool in de doelserer, oert u de olgende stappen uit in de HMC: 1. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele resources > Beheer an pool geresereerde opslagapparaten, of op Configuratie > Virtuele resources > Beheer an gemeenschappelijke geheugenpool, indien an toepassing. Het enster Beheer an pool an geresereerde opslagapparaten of Beheer an pool an gemeenschappelijk geheugen wordt afgebeeld. 74 Power Systems: Lie Partition Mobility
83 Als het enster Beheer an pool an geresereerde opslagapparaten wordt afgebeeld, oert u de olgende stappen uit: a. Klik op Pool bewerken. b. Klik op Apparaat selecteren. Het enster Geresereerd opslagapparaat selecteren wordt afgebeeld. Als het enster Beheer an pool an gemeenschappelijk geheugen wordt afgebeeld, oert u de olgende stappen uit: a. Klik op het tabblad Apparaten oor pagingruimte. b. Klik op Apparaten oor pagingruimte toeoegen/erwijderen. c. Klik op Apparaat selecteren. Het enster Apparaten oor pagingruimte selecteren wordt afgebeeld. 4. Selecteer het geresereerde opslagapparaat dat wordt gekoppeld aan de partitie op de bronserer en stel het type apparaatselectie in op handmatig. 5. Klik op OK. Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot: Om een mobiele AI -partitie inclusief Trusted Boot te migreren, controleert u met behulp an de Hardware Management Console (HMC) of de doelserer Trusted Boot ondersteunt. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Met HMC Versie 7 Release 7.4.0, of hoger, kunt u Virtual Trusted Platform Module (VTPM) inschakelen op een logische AI-partitie. Een logische partitie die is ingeschakeld oor VTPM, is geschikt oor de oorziening Trusted Boot. Trusted Boot is is een functie die wordt ondersteund op de PowerSC Standard Edition. Met de oorziening Trusted Boot kunt u aststellen of de logische partitie die als laatste is opgestart, kan worden beschouwd als betrouwbaar. Tijdens het opstarten an de logische partitie die kan werken met de oorziening Trusted Boot, worden cryptografische hashes astgelegd an releante gegeens en an toekomstige uitoerbare componenten, zoals de 'boot loader' an AI. Deze cryptografische hashes worden eilig gekopieerd naar opslagruimte die wordt bestuurd met de VTPM. Wanneer de logische partitie actief is, kunnen andere gebruikers eilig de hashes ophalen met behulp an een proces dat 'remote attestation' wordt genoemd. De hashes kunnen erolgens worden bestudeerd om ast te stellen of de logische partitie is opgestart met een betrouwbare configuratie. Ga als olgt te werk om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als Geschikt oor TPM (irtual Trusted Platform Module) True (waar) is, wordt Trusted Boot ondersteund op de doelserer. Als Geschikt oor TPM (irtual Trusted Platform Module) False (onwaar) is, wordt Trusted Boot niet ondersteund op de doelserer en kan de mobiele partitie niet worden gemigreerd naar de serer. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt migreren, wijzigt u de partitieconfiguratie zodat deze niet geschikt is oor Trusted Boot. 5. Klik op OK. Verwante informatie: Trusted Boot installeren Lie Partition Mobility 75
84 Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer: Om eroor te zorgen dat u Trusted Boot kunt uitoeren op mobiele partities die met de oorziening kunnen werken op de doelserer, dient u ast te stellen of de doelserer beschikt oer dezelfde betrouwbare systeemsleutel als de bronserer. Deze controle kunt u alleen uitoeren met behulp an de wizard Partitie op de Hardware Management Console (HMC), door de configuratie oor Partition Mobility te ergelijken op de bron- en doelsystemen. Verwante taken: Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 111 Met de wizard Partitie op de Hardware Management Console (HMC) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partitiemobiliteit. Als de HMC een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer: Om eroor te zorgen dat u Trusted Boot kunt uitoeren op mobiele partities die met Trusted Boot kunnen werken op de doelserer, dient u ast te stellen of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's (Virtual Trusted Platform Modules), oor gebruik door de mobiele partities. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om te controleren of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's oor de mobiele partities, oert u de olgende stappen uit op de Hardware Management Console (HMC): 1. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. 4. Klik op het tabblad Geaanceerd. 5. Selecteer Virtual Trusted Platform Module in de lijst. 6. Noteer het aantal beschikbare mobiele partities die geschikt zijn oor VTPM. Als deze waarde groter dan of gelijk is aan het aantal te migreren mobiele VTPM-partities, betekent dat dat de doelserer beschikt oer oldoende VTPM's oor de mobiele partities. Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor an mobiele IBM i-partities: Om een mobiele IBM i-partitie te migreren, controleert u of de doelserer an mobiele IBM i- partities ondersteunt. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Met de Hardware Management Console (HMC) kunt u een mobiele IBM i-partitie migreren an de ene serer naar de andere. Om te controleren of de doelserer an mobiele IBM i-partities ondersteunt, oert u de olgende stappen uit met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Tasks op Properties. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als IBM i Partition Mobility Capable True is, ondersteunt de doelserer an mobiele IBM i-partities. 76 Power Systems: Lie Partition Mobility
85 Als IBM i Partition Mobility Capable False biedt de doelserer geen ondersteuning oor an mobiele IBM i-partities. 5. Klik op OK. Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt: Om een mobiele IBM i-partitie te migreren, controleert u met behulp an de opdrachtregelinterface Hardware Management Console (HMC) of de doelserer de beperkte I/O-werkstand ondersteunt. Om te controleren of de doelserer de beperkte I/O-werkstand ondersteunt, oert u de olgende opdracht uit op de opdrachtregelinterface an HMC: lssyscfg -r sys -F oorzieningen Als de uitoer os400_restrcited_io_mode_capable beat, ondersteunt de doelserer de beperkte I/Owerkstand Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer: Als u op een serer met POWER8- een mobiele partitie met gemeenschappelijk processorgebruik wilt migreren die is geconfigureerd met een erhouding tussen erwerkingseenheden en irtuele processor an minder dan 0,1 en groter of gelijk aan 0,05, controleert u of de doelserer dezelfde configuratie ondersteunt; dit kunt u doen door de mogelijkheden an de processorhardware te controleren op de doelserer. Door het erminderen an het minimale gebruik tot 0,05 erwerkingseenheden per irtuele processor, oor alle logische partities zonder fysieke I/O-apparatuur, is het mogelijk om maximaal 20 partities te maken die werken met één fysieke processor. Om te controleren wat de mogelijkheden zijn an de processorhardware op de doelserer, oert u de olgende opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface an de Hardware Management Console (HMC): lshwres -r proc -m rml13-fsp --leel sys Als de waarde an het kenmerk min_proc_units_per_irtual_proc gelijk is aan 0,05, beschikt de doelserer oer dezelfde mogelijkheden an de processorhardware als de bronserer. Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt: Als u een mobiele IBM i-partitie an de bronserer wilt migreren naar de doelserer, controleert u of de partitie IBM i zich in de beperkte I/O-werkstand beindt. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Als u wilt controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt, oert u de olgende stappen uit met behulp an de Hardware Management Console (HMC): 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. 3. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. 4. Klik in het menu Tasks op Properties. 5. Controleer de olgende informatie in de tab Algemeen. Als het selectieakje Beperkte I/O-partitie is ingeschakeld, kunt u de mobiele IBM i-partitie migreren. Als het selectieakje Beperkte I/O-partitie is uitgeschakeld, kunt u de mobiele IBM i-partitie niet migreren. Voer de olgende stappen uit om de mobiele IBM i-partitie te migreren: a. Stop de mobiele partitie. Lie Partition Mobility 77
86 b. Schakel het selectieakje Beperkte I/O-partitie in. c. Start de mobiele partitie opnieuw. 6. Klik op OK. Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt: Als u een mobiele partitie die gebruikmaakt an het VSN (irtuele-serernetwerk) wilt migreren, moet u controleren of de doelserer eeneens het VSN gebruikt. Dit doet u met de Hardware Management Console (HMC). Voer de olgende stappen uit om na te gaan of de doelserer VSN gebruikt: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en klikt u op Serers. 2. Selecteer de serer in het werkenster. 3. Klik in het menu Tasks op Properties. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als bij Virtueel serernetwerk fase 2 de waarde True staat, gebruikt de doelserer VSN. Als er bij Virtueel serernetwerk fase 2 de waarde False staat, gebruikt de doelserer geen VSN. Om de mobiele partitie naar de doelserer te migreren, moet u VSN op de bronserer uitschakelen. 5. Klik op OK. De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen: U kunt de naam en werkstand an irtuele Ethernet-switches op de doelserer aststellen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U kunt de naam en werkstand an irtuele Ethernet-switches als olgt aststellen: 1. De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de bronserer aststellen: a. Vouw in het naigatieenster Systeembeheer uit, klik op Serers en selecteer de bronserer waarop de mobiele partitie zich beindt. b. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele resources > Virtueel netwerkbeheer. c. Schrijf de naam en werkstand an elk an de irtuele Ethernet-switches in het gedeelte VSwitch oer. 2. De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de doelserer aststellen: a. Vouw in het naigatieenster Systeembeheer uit, klik op Serers en selecteer de doelserer waarheen u de mobiele partitie wilt migreren. b. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele resources > Virtueel netwerkbeheer. c. Schrijf de naam en werkstand an elk an de irtuele Ethernet-switches in het gedeelte VSwitch oer. Vergelijk de naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de bronserer (die u in stap 1 hebt astgesteld) met de naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de doelserer (die u in stap 2 hebt astgesteld). De ergelijking kan de olgende resultaten hebben: Als de naam en werkstand identiek zijn, kan de mobiele partitie zonder problemen anaf de bronserer naar de doelserer worden gemigreerd. Als de switch niet aanwezig is op de doelserer, wordt er tijdens het proces automatisch een switch met dezelfde naam op de doelserer gemaakt. Als er een switch met dezelfde naam maar met een andere werkstand aanwezig is op de doelserer, wordt er een waarschuwingsbericht afgebeeld. Verwante taken: 78 Power Systems: Lie Partition Mobility
87 De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 117 U kunt een onderbroken logische AI, IBM i, of Linux-partitie op de serer afsluiten met behulp an de Hardware Management Console (HMC) Versie , of hoger. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een logische IBM i-partitie onderbreken en de werking an de logische partitie heratten op hetzelfde systeem. Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen: Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen hoeeel beschikbaar zijn op de doelserer en, indien nodig, meer toewijzen. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Voer de olgende stappen uit om de op de doelserer beschikbare ast te stellen met behulp an de HMC: 1. Bepaal hoeeel de mobiele partitie nodig heeft: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. b. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. c. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. d. Kies Eigenschappen en klik op de tabs Hardware en Processors. e. Noteer de waarden bij het minimum- en het maximum aantal en het beschikbare aantal. f. Klik op OK. 2. Bepaal hoeeel de doelserer heeft: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. b. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. c. Kies Eigenschappen en klik op de tab Processors. d. Noteer de waarde bij Beschikbare. e. Klik op OK. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Als de doelserer genoeg oor de mobiele partitie heeft, gaat u erder bij Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60. Als de doelserer niet genoeg oor de mobiele partitie heeft, erwijdert u met behulp an HMC dynamisch uit de logische partitie. U kunt ook uit logische partities an de doelserer erwijderen. Eacuatie an serer: U kunt een serer eacueren met behulp an een Hardware Management Console (HMC) an Versie 7, Release of hoger. Bij een serereacuatie worden alle logische partities die geschikt zijn oor, gemigreerd an het ene naar het andere systeem. Eentuele upgrade- of onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgeoerd nadat alle partities zijn gemigreerd en het bronsysteem is uitgeschakeld. U kunt de an alle daaroor geschikte AI-, Linux- en IBM i-partities stoppen, door de olgende opdracht op te geen anaf de opdrachtregel an de HMC: migrlpar o m m srccec -t dstcec --all Opmerking: De olgende oorwaarden zijn an toepassing oor een partitie die wordt beschouwd als geschikt oor : Op de bronserer mogen geen inkomende of uitgaande bewerkingen in uitoering zijn. Op de doelserer mogen geen uitgaande bewerkingen in uitoering zijn. Lie Partition Mobility 79
88 De HMC moet an Versie 7, Release of hoger zijn. Om de an alle daaroor geschikte AI-, Linux- en IBM i-partities te stoppen, geeft u de olgende opdracht op anaf de opdrachtregel an de HMC: migrlpar o s -m srccec --all First-failure Data Capture oor fouten met partitiemobiliteit: Met de Hardware Management Console (HMC) Versie of hoger kunt u automatisch FFDC-gegeens (first-failure data capture) als een bewerking met partitiemobiliteit mislukt. Deze gegeens zijn nuttig bij het analyseren an fouten in partitiemobiliteit. Voer de olgende opdracht uit om het automatisch erzamelen an FFDC-gegeens in of uit te schakelen: migrdbg -o Waarbij: e d e aangeeft dat de automatische FFDC-functie aangezet wordt. Deze functie is standaard uitgeschakeld. d aangeeft dat de automatische FFDC-functie uitgezet wordt. U kunt met de olgend opdracht de FFDC-gegeens handmatig erzamelen: migrdbg -o c -m bron_systeem -t doel_systeem Waarbij c gebruikt wordt oor het handmatig starten an het erzamelen an FFDC-gegeens. U kunt FFDC-gegeens ook handmatig erzamelen als automatische FFDC uitgeschakeld is. Met de olgende opdracht beeldt u de beschikbare FFDC-pakketten an Lie Partition Mobility af: lsmigrdbg -r file Voer de olgende opdracht uit om af te beelden of het automatisch erzamelen an FFDC-gegeens in- of uitgeschakeld is: lsmigrdbg -r config De HMC oorbereiden op partitiemobiliteit U dient te controleren dat de Hardware Management Console (HMC) waarmee de bron- en doelserers worden beheerd, correct zijn geconfigureerd oor het migreren an de mobiele partitie naar de doelserer. Voer de olgende taken uit om de HMC of HMC's oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. 80 Power Systems: Lie Partition Mobility
89 Tabel 26. Voorbereidingstaken oor HMC Planningstaken oor HMC 1. Zorg dat de HMC oor het beheer an de bronserer en de HMC oor het beheer an de doelserer oldoen aan de olgende ersieereisten: Als de bronserer, doelserer of beide serers PO- WER8-serers zijn, controleert u of de HMC of HMC's oor het beheren an de serers minimaal an Versie 8 zijn, met Release 8.1 of hoger. Als de bronserer, doelserer of beide serers PO- WER7-serers zijn, controleert u of de HMC of HMC's oor het beheren an de serers minimaal an Versie 7 zijn, met Release 7.1 of hoger. Als de bron- of de doelserer een -serer is, controleert u of de HMC oor het beheren an die serer minimaal an Versie 7 is, met Release 3.5 (of hoger). Als de HMC op de bronserer ersie of later heeft, moet de HMC op de doelserer eeneens ersie of later hebben. Heeft de HMC op de doelserer een eerdere ersie, selecteer dan het akje Partitie-UUID negeren. 2. Als de bronserer wordt beheerd door de ene HMC en de doelserer door een andere HMC, controleer dan of de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) correct zijn ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. 3. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met Actie Memory Expansion, zorgt u dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.1, of hoger is. 4. Als de mobiele partitie op de bronserer geschikt is om te worden aangehouden, zorgt u dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.2, of hoger is. 5. Als de mobiele partitie op de bronserer geschikt is om te werken met de oorziening Trusted Boot, zorgt u eroor dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.4.0, of hoger is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De ersie en release an de HMC-machinecode aststellen Bijwerken an de HMC-software De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmc controleren op pagina 82 Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion op pagina 72 Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken. op pagina 72 De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer op pagina 72 Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot op pagina 75 Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 76 Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer op pagina 76 Lie Partition Mobility 81
90 Tabel 26. Voorbereidingstaken oor HMC (erolg) Planningstaken oor HMC 6. Als u een mobiele IBM i-partitie erplaatst, zorgt u eroor dat de HMC waarmee de doelserer wordt beheerd ersie 7 release of nieuwer is. 7. Als de mobiele partitie op de bronserer geschikt is om op afstand opnieuw te worden gestart, zorgt u dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.6.0, of hoger is. U moet ook het geresereerde opslagapparaat, dat is toegewezen aan de partitie die zich op de bronserer beindt, toeoegen aan de geresereerde opslagpool in de doelserer. Als de HMC oor de bron- en doelserers an ersie of hoger is, en als de serers de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand ondersteunen, kunt u partities migreren die kunnen werken met de ereenoudigde ersie an de functie oor opnieuw starten op afstand. Als de mobiele partitie op de bronserer is geconfigureerd met minder dan 0,1 en met minimaal 0,05 erwerkingseenheden, controleert u of de doelserer deze configuratie ondersteunt. De HMC moet an Versie 7, Release of hoger zijn. Maakt de mobiele partitie op de bronserer gebruik an VSN (irtual serer network), controleer dan of de doelserer eeneens gebruikmaakt an VSN. De HMC moet an Versie 7, Release of hoger zijn. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor an mobiele IBM i-partities op pagina 76 Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt op pagina 77 Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt op pagina 77 Controleren of de doelserer partities ondersteunt die opnieuw kunnen worden gestart op afstand op pagina 73 Het geresereerde opslagapparaat toeoegen aan de doelserer op pagina 74 Controleren of de doelserer partities ondersteunt die met de ereenoudigde functie opnieuw kunnen worden gestart op afstand op pagina 73 Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer op pagina 77 Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt op pagina 78 Verwante onderwerpen: Hardware Management Console in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 38 Hier indt u informatie oer de Hardware Management Console (HMC) en hoe u de wizard Partition Migration kunt gebruiken oor het migreren an een actiee of inactiee logische partitie an de ene serer naar de andere serer. Verwante informatie: Opnieuw starten op afstand De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmc controleren: In de Hardware Management Console (HMC) die de bronserer beheert, kunt u met de opdracht mkauthkeys controleren of de sleutels oor SSH-erificatie correct zijn ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. SSH-erificatie maakt het mogelijk dat de HMC's partitiemobiliteit-opdrachten naar elkaar kunnen erzenden en an elkaar kunnen ontangen. 82 Power Systems: Lie Partition Mobility
91 Om te controleren of de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) correct zijn ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert, gaat u als olgt te werk: 1. Voer de olgende opdracht uit anaf de HMC-opdrachtregel an de HMC die de bronserer beheert: mkauthkeys -u <gebruikersnaam_op_afstand> --ip <hostnaam_op_afstand> --test Waarbij: gebruikersnaam_op_afstand is de naam an de gebruiker op de HMC die de doelserer beheert. Deze parameter is optioneel. Als u geen gebruikersnaam opgeeft oor de HMC die de doelserer beheert, maakt het proces oor de gebruikersnaam_op_afstand gebruik an de huidige gebruikersnaam. hostnaam_op_afstand is het IP-adres of de hostnaam an de HMC die de doelserer beheert. Als deze opdracht de retourcode 0 opleert, zijn de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) correct ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. Als deze opdracht een foutcode opleert, ga dan erder met de olgende stap oor het instellen an de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. 2. Voer de olgende opdracht uit oor het instellen an de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert: mkauthkeys -u <gebruikersnaam_op_afstand> --ip <hostnaam_op_afstand> -g Hierbij hebben gebruikersnaam_op_afstand en hostnaam_op_afstand dezelfde waarden als in de orige stap. Met de optie g worden de SSH-erificatiesleutels, an de HMC die de bronserer beheert, automatisch ingesteld oor de HMC die de doelserer beheert, en omgekeerd. Als u de optie g niet opgeeft, worden de SSH-erificatiesleutels, an de HMC die de bronserer beheert, wél automatisch ingesteld oor de HMC die de doelserer beheert, maar gebeurt het omgekeerde niet. De logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren dat de logische bron- en doel-virtuele I/O-serer (VIOS)-partities correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken zoals het controleren an de ersies an de VIOS-partities en het actieren an de MSP's (moer serice partitions). Voer de olgende taken uit om de bron- en doel-vios-beheerpartities oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 27. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doel-vios-partities VIOS-planningstaken 1. Controleer of er op zowel de bron- als de doelserers ten minste één VIOS-partitie is geïnstalleerd en geactieerd. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De Virtuele I/O-serer en logische clientpartities installeren Als de mobiele partitie irtuele I/O-opslagresources ontangt an redundante VIOS-partities op de bronserer, moet u zo mogelijk hetzelfde aantal VIOSpartities op de doelserer installeren. Let op: In sommige situaties kunt u eroor kiezen de fouten in het irtueel geheugen indien mogelijk te laten erangen en een logische partitie te migreren naar een doelsysteem met minder redundantie. Lie Partition Mobility 83
92 Tabel 27. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doel-vios-partities (erolg) VIOS-planningstaken 2. Controleer of de bron- en doelpartities an VIOS an de olgende ersies zijn: Om logische partities an AI of Linux te migreren, zorgt u eroor dat de bron- en doelpartities an VIOS an ersie , Serice Pack 1 of hoger zijn. Om logische partities an IBM i te migreren, zorgt u eroor dat de bron- en doelpartities an VIOS an ersie , fixpack 25, sericepack 1 of hoger zijn. Opmerkingen: Vanaf VIOS ersie VIOS ersie , wordt Lie Partition Mobility niet ondersteund oor een clientpartitie die beschikbaar wordt gesteld anuit een gemeenschappelijke geheugenpool. Vanaf VIOS Versie , fixpack 24, sericepakket 1 tot VIOS Versie , wordt de functie Onderbreken/Heratten niet ondersteund oor een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie die werkt met opslag die is geëxporteerd anaf een VIOS-partitie die word ondersteund met een gemeenschappelijke opslagpool. 3. Zorg eroor dat de MSP (moer serice partition) is ingeschakeld op een of meer bron- en doel-vios-partities. Opmerking: Vanaf VIOS ersie , fixpack 24, sericepakket 1 tot VIOS ersie kunt u geen logische VIOS-partitie gebruiken die een gemeenschappelijke geheugenpool gebruikt als sericepartitie oor erplaatsing. 4. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert u of ten minste één VIOS-partitie is toegewezen aan de gemeenschappelijke geheugenpool op de doelserer (die hierna VIOS-partitie oor paging wordt genoemd) en of deze releaseersie of nieuwer is. Als de mobiele partitie het apparaat oor pagingruimte op redundante wijze benadert ia twee VIOSpagingpartities en u wilt deze redundantie behouden op de doelserer, zorgt u dat twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Opmerkingen: Vanaf VIOS ersie , fixpack 24, sericepakket 1 tot VIOS ersie kunt u geen logische VIOSpartitie gebruiken die een gemeenschappelijke geheugenpool gebruikt als partitie oor pagingruimte. In VIOS ersie , fixpack 24, sericepakket 1 of hoger kunt u logische eenheden in gemeenschappelijke geheugenpools gebruiken als pagingapparaten. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager De Virtuele I/O-serer migreren Bijwerken an de Virtuele I/O-serer Bron en doel-msp's (Moer Serice Partitions) inschakelen op pagina 85 Gemeenschappelijke geheugenpool configureren Een VIOS-partitie oor paging toeoegen aan de gemeenschappelijke geheugenpool 84 Power Systems: Lie Partition Mobility
93 Tabel 27. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doel-vios-partities (erolg) VIOS-planningstaken 5. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert u of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten en de redundantieconfiguratie an de mobiele partitie. 6. (Optioneel) Synchroniseer de klokken an de logische bron- en doel-vios-partities. 7. Let er goed op dat u geen partitiemobiliteit start en dat u een opdracht an het type Onderbreken/ Heratten uitoert terwijl de opdracht alt_disk_install wordt uitgeoerd op de bron-vios. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat op pagina 86 Klokken synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer op pagina 87 Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 39 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Verwante erwijzing: Een partitie installeren door installatie an alternerende schijen Verwante informatie: Opnieuw starten op afstand Bron en doel-msp's (Moer Serice Partitions) inschakelen: U kunt het MSP-kenmerk oor een logische Virtuele I/O-serer-partitie inschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder of operator zijn om deze taak uit te oeren. Als u de mobiele partitie oor Actie partitiemobiliteit wilt gebruiken, moeten de bron- en de doelserer minstens één MSP hebben. Als de MSP op de bron- of de doel-virtuele I/O-serer (VIOS) is uitgeschakeld, is de mobiele partitie alleen geschikt oor Inactie partitiemobiliteit. Ga als olgt te werk om de bron- en/of de doel-msp met behulp an de HMC in te schakelen: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer in het werkenster een logische partitie met VIOS en kies Eigenschappen. 4. Selecteer op het tabblad Algemeen MSP (Moer Serice Partition) en klik op OK. 5. Herhaal de stappen 3 en 4 oor de doelserer. Lie Partition Mobility 85
94 Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat: U kunt controleren of het gemeenschappelijk gebruikt geheugen an de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de ereisten oor grootte en configuratie an redundantie an de mobiele partitie door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Om te controleren of het gemeenschappelijk gebruikt geheugen an de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de ereisten oor grootte en configuratie an redundantie an de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Ga na wat de ereiste grootte is an de mobiele partitie. Het apparaat oor pagingruimte oor de logische AI, IBM i, of Linux-partitie die gemeenschappelijk geheugen gebruikt (hierna partitie met gemeenschappelijk geheugen genoemd) moet ten minste de grootte hebben an het maximale logische geheugen an de partitie met gemeenschappelijk geheugen. Om het maximale logische geheugen oor de mobiele partitie te zien, oert u de olgende stappen uit: a. Open in het naigatieenster achtereenolgens Systeembeheer > Serers en klik op het systeem waarin de mobiele logische partitie zich beindt. b. Selecteer in het werkenster de mobiele partitie, klik op de knop Taken en klik op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. c. Klik op de tab Hardware. d. Klik op de tab Geheugen. e. Noteer het maximale logische geheugen. Dit is de ereiste grootte an het apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. 2. Bepaal de configuratie an de redundantie an de mobiele partitie. Op de tab Geheugen an de Partitie-eigenschappen an de mobiele partitie noteert u het aantal logische partities an de Virtuele I/Oserer (VIOS, hierna de VIOS-pagingpartitie) genoemd die zijn toegewezen aan de mobiele partitie: Als aan de mobiele partitie wel een primaire VIOS-pagingpartitie is toegewezen maar niet een secundaire VIOS-pagingpartitie, kan de mobiele partitie niet werken met redundante VIOSpagingpartities. In dit geal maakt de mobiele partitie gebruik an een apparaat oor pagingruimte dat alleen toegankelijk is oor één VIOS-pagingpartitie in de pool an gemeenschappelijk geheugen. Als aan de mobiele partitie zowel een primaire als een secundaire VIOS-pagingpartitie is toegewezen, werkt de mobiele partitie met redundante VIOS-pagingpartities. In dit geal maakt de mobiele partitie gebruik an een apparaat oor pagingruimte dat op redundante wijze toegankelijk is oor beide VIOS-pagingpartities in de pool an gemeenschappelijk geheugen. 3. Bekijken welke apparaten oor pagingruimte momenteel zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. Open in het naigatieenster Systeembeheer en klik op Serers. b. Selecteer de doelserer in het werkenster. c. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele Resources > Beheer an gemeenschappelijk gebruikt geheugen. Het enster Pool an gemeenschappelijk geheugen beheren wordt afgebeeld. d. Klik op het tabblad Paging Deices. e. Neem kennis an de beschikbare apparaten oor pagingruimte, de bijbehorende grootten en of deze apparaten kunnen werken met redundantie. Opmerking: Apparaten oor pagingruimte kunnen aan maximaal één pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen tegelijkertijd worden toegewezen. U kunt een apparaat oor pagingruimte niet tegelijkertijd toewijzen aan pools met gemeenschappelijk gebruikt geheugen op twee erschillende systemen. 4. Controleer of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat geschikt is oor de mobiele partitie. 86 Power Systems: Lie Partition Mobility
95 a. Als de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities, controleert u of er een actief apparaat oor pagingruimte is dat niet kan werken met redundantie en dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Als een dergelijk apparaat niet aanwezig is, hebt u de olgende mogelijkheden: U kunt een apparaat oor pagingruimte toeoegen aan pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Voor instructies raadpleegt u Apparaten oor pagingruimte toeoegen aan en erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen. Als de pool an gemeenschappelijk geheugen een apparaat oor pagingruimte beschikbaar heeft dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, maar wel kan werken met redundantie, kunt u de mobiele partitie migreren naar de doelserer. In dit geal wordt bij het migreren an de mobiele partitie naar de doelserer (Actie partitiemobiliteit) of bij het actieren an de mobiele partitie op de doelserer (Inactie partitiemobiliteit), door de HMC een apparaat oor pagingruimte toegewezen dat kan werken met redundantie oor de mobiele partitie. b. Als de mobiele partitie wel werkt met redundante VIOS-pagingpartities, controleert u of een actief apparaat oor pagingruimte beschikbaar is, dat kan werken met redundantie en dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Als een dergelijk apparaat niet aanwezig is, hebt u de olgende mogelijkheden: U kunt een apparaat oor pagingruimte toeoegen aan pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Voor instructies raadpleegt u Apparaten oor pagingruimte toeoegen aan en erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen. Als de pool an gemeenschappelijk geheugen een apparaat oor pagingruimte beschikbaar heeft dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, maar niet kan werken met redundantie, kunt u de mobiele partitie migreren naar de doelserer. Wanneer u de mobiele partitie migreert naar de doelserer (Actie partitiemobiliteit) of wanneer u de mobiele partitie actieert op de doelserer (Inactie partitiemobiliteit), wijst de HMC een apparaat oor pagingruimte toe dat kan niet werken met redundantie oor de mobiele partitie. In plaats an te werken met redundante VIOS-pagingpartities op de doelserer, maakt de mobiele partitie alleen gebruik an de VIOS-pagingpartitie die toegang heeft tot het apparaat oor pagingruimte dat niet kan werken met redundantie. Verwante informatie: Apparaten oor pagingruimte, op systemen die worden beheerd met een HMC Klokken synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer: U kunt de klokken op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer synchroniseren met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Het synchroniseren an de klokken oor de logische partities an de bron- en de doel-virtuele I/O-serer is niet erplicht oor Actie Partition Mobility. Als u deze stap oerslaat, worden de klokken door de serers gesynchroniseerd wanneer de mobiele partitie an de bronserer naar de doelserer wordt gemigreerd. Mogelijk kunt u potentiële problemen echter oorkomen door deze stap uit te oeren alorens de mobiele partitie te migreren. Voer de olgende stappen uit om de klokken te synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer in het werkenster een logische partitie met Virtuele I/O-serer en kies Eigenschappen. 4. Klik op de tab Instellingen. 5. Selecteer Inschakelen bij Tijderwijzing en klik op OK. Lie Partition Mobility 87
96 6. Herhaal stap 3 t/m 5 oor de doelserer en de logische partitie an de doel-virtuele I/O-serer. VIOS-configuratie en afstemming oor optimale prestaties an partitiemobiliteit: Om een goede performance te behalen oor partitiemobiliteit moet u eroor zorgen dat systeemresources, en met name de resources an Virtuele I/O-serer (VIOS) toepasselijk geconfigureerd en afgestemd zijn. Door de onderstaande configuratiegeen oor dierse componenten an VIOS te gebruiken, kunt u de prestaties an partitiemobiliteit erbeteren. Voor de configuraties die in dit onderwerp oor partitiemobiliteit worden genoemd, wordt eran uitgegaan dat de VIOS al geconfigureerd is met het oog op goede prestaties an irtuele I/O door de VIOS Adisor uit te oeren en de wijzigingen door te oeren die door de VIOS Adisor aanbeolen zijn. Als u werkt met VIOS Versie of later, en als u geen gebruikmaakt an eilige Lie Partition Mobility, kunt u oorkómen dat u de installatie an de eilige IP-tunnel moet controleren, namelijk door de kenmerkwaarde auto_tunnel in te stellen. U stelt deze kenmerkwaarde in door op de opdrachtregel an de VIOS de olgende opdracht op te geen: chde de ioslpm0 attr auto_tunnel=0 U kunt het kenmerk max_irtual_slots instellen op een waarde an 4000 of minder, tenzij het noodzakelijk is om een hogere waarde op te geen omdat er een groter aantal irtuele apparaten moet worden ondersteund. Processor Gebruik de instellingen oor processorresources die in de olgende tabel genoemd worden oor een optimale partitiemobiliteit-performance, in aanulling op de resources die al aan de VIOS toegewezen zijn oor het beheer an de bestaande ereisten oor irtuele I/O: Tabel 28. Gelijktijdige s Scenario POWER7 POWER7+ POWER8 Tot aan het maximumaantal gelijktijdige s op 10- Gigabit Ethernet 1-Gigabit Ethernet, of andere toepassingen op de 10 Gigabit Ethernet-link of links oor Lie Partition Mobility gebruiken al bijna 100% an de bandbreedte Vast toegewezen cores of gemeenschappelijke (of CPU's) Vast toegewezen cores of gemeenschappelijke (of CPU's) Vast toegewezen cores of gemeenschappelijke (of CPU's) Als u gebruik maakt an 1-Gigabit Ethernet of als de bandbreedte an de te gebruiken 10-Gigabit Ethernet-link of -links oor Lie Partition Mobility pieken an bijna 100% gebruik ertoont, hebt u slechts 1 extra POWER7, POWER7+, of POWER8-core of gemeenschappelijke processor (of CPU) nodig, ongeacht het aantal gelijktijdige s. Als u gemeenschappelijke gebruikt oor de VIOS en u het aantal CPU's wilt erhogen, moet u eroor zorgen dat de oereenkomende hoeeelheid erwerkingscapaciteit in de gemeenschappelijke pool beschikbaar is. 88 Power Systems: Lie Partition Mobility
97 Om een consistente performance an partitiemobiliteit te garanderen, kunt u de werkstand oor energiebesparing uitschakelen, zodat de klokfrequentie an de constant op de nominale waarde blijft. Geheugen Er is geen extra geheugen ereist oor het uitoeren an partitiemobiliteit-bewerkingen afgezien an de algemene ereisten oor geheugen oor de VIOS. Netwerk Bewerkingen oor partitiemobiliteit kunnen weliswaar oer een SEA (Shared Ethernet Adapter) uitgeoerd worden, maar oor een optimale performance kunt u gebruik maken an een ast toegewezen fysieke adapter of EtherChannel. De kenmerken oor "large send" en "large receie offload" (LRO) moeten op alle netwerkinterfaces en -apparaten ingeschakeld zijn. Deze kenmerken moeten echter niet ingesteld worden als de partitie een AI- of Linux-partitie is anwege compatibiliteitsproblemen met deze besturingssystemen. Als uw netwerkomgeing jumboframes ondersteunt, wordt het gebruik an jumboframes (9000-byte MTU) aangeraden, speciaal oor netwerken met hoge snelheid. Voor EtherChannel-configuraties moeten de kenmerken an de EtherChannel-modus worden ingesteld op standard en moet het kenmerk hash_mode worden ingesteld op src_dst_port of src_port, waarbij src_dst_port de aanbeolen waarde is. Verwante informatie: VIOS Adisor Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de mobiele partitie juist is geconfigureerd om te kunnen worden gemigreerd naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren ook procedures om te oldoen aan de partitiemobiliteit-ereisten oor adapters en besturingssysteem. Voer de olgende taken uit om de mobiele partitie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 29. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie Planningstaken oor de mobiele partitie Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Zorg eroor dat het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI, IBM i, of Linux is. Beperking: De mobiele partitie mag geen logische partitie an Virtuele I/O-serer (VIOS) zijn. Lie Partition Mobility 89
98 Tabel 29. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie 2. Controleer of het besturingssysteem een an de olgende nieaus heeft: Voor AI ersies gaat u naar Fix Leel Recommendation Tool: U kunt alle AI-ersies die op POWER8-serers worden ondersteund, afbeelden met de Fix Leel Recommendation Tool. 1. Selecteer AI in Select your OS family 2. Bij Select products and enter the ersion information selecteert u POWER8 in het eld Serer MTM. 3. Selecteer de GHz-waarde an de POWER8-serer, en selecteer het eld AI. In het eld AI worden de AI-ersies ermeld, die worden ondersteund op de geselecteerde POWER8- serer, waarbij xxxx-xx-xx staat oor release, technologienieau en sericepakket. IBM i 7.1 Red Hat Enterprise Linux ersie 5 update 5, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 10 Serice Pack 3, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 11 Serice Pack 1, of hoger Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Oudere ersies an de AI en Linux-besturingssystemen kunnen werken met Inactie partitiemobiliteit, mits ze ondersteuning bieden oor irtuele apparatuur en oor serers met -, POWER7-, of POWER Als u een mobiele IBM i-partitie erplaatst, controleert u of de mobiele partitie juist is geconfigureerd. 4. Als het besturingssysteem op de mobiele partitie Linux is zorgt u eroor dat het DynamicRM-toolpakket is geïnstalleerd. 5. Controleer of er RMC-erbindingen (Resource Monitoring and Control) tot stand zijn gebracht met de mobiele partitie an AI of Linux, de mobiele bron- en doel-partities an VIOS en de MSP's (Moer Serice Partitions). Opmerking: De RMC-erbinding is niet ereist oor mobiele IBM i-partities. 6. Controleer of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer. 7. Controleer of redundante foutenrapportage niet is ingeschakeld op de mobiele partitie. Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren op pagina 92 Serice- en productiiteitsfuncties oor Linux POWER-serers RMC-erbindingen controleren oor de mobiele partitie op pagina 93 De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 94 Redundante foutenrapportage uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility
99 Tabel 29. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie 8. Controleer of de mobiele partitie alleen gebruikmaakt an een irtuele seriële adapter oor irtueelwerkstationerbindingen. 9. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen deel uitmaakt an een werkbelastinggroep oor partities. 10. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen gebruik maakt an BSR-arrays (Barrier Synchronization Register). 11. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen gebruik maakt an bulkpagina's. 12. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen fysieke I/O-adapters en logische SR-IOV-poorten heeft. 13. Zorg dat de mobiele partities geen gebruikmaakt an Host Ethernet Adapters (of Integrated Virtual Ethernet). Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Virtuele seriële adapters uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 95 De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen op pagina 96 BSR-arrays uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 96 Bulkpagina's uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 97 Fysieke I/O-apparaten en -sleuen dynamisch erplaatsen Fysieke I/O-apparaten en -sleuen dynamisch erwijderen Een logische SR-IOV-poort dynamisch erwijderen uit een logische partitie Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie op pagina 98 Opmerking: Sommige mobiele AI-partities die werken met een Host Ethernet Adapter, kunnen in Actie partitiemobiliteit worden opgenomen met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). Zorg dat zowel de bron- als de doelserer geschikt zijn oor partitiemobiliteit en dat de fysieke resources an de mobiele partitie op de bronserer niet zijn geconfigureerd als ereiste resources. Voor meer informatie oer configuratieereisten en aanullende oorbereidingstaken raadpleegt u LPM-oerzicht. 14. Als de mobiele partitie een schijfloze logische AIpartitie is en als de DLPAR (dynamic logical partitioning)-scripts zich beinden in de standaarddirectory /usr/lib/dr/scripts/all, kunt u de opdracht drmgr gebruiken om naar een directory met schrijftoegang te gaan. 15. Optioneel: Bepaal de naam an het partitieprofiel oor de mobiele partitie op de doelserer. 16. Zorg eroor dat de toepassingen op de mobiele partitie geen problemen opleeren met de of de kunnen herkennen. 17. Als u een of meer partitieprofielkenmerken hebt gewijzigd, sluit u de partitie af en actieert u het nieuwe profiel om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. drmgr (opdracht) Softwaretoepassingen die partitiemobiliteit herkennen op pagina 53 Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwante onderwerpen: Lie Partition Mobility 91
100 Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 52 Een mobiele partitie is een logische partitie die u an de bronserer naar de doelserer gemigreerd. U kunt een mobiele partitie migreren an de bronserer naar een doelserer, ongeacht of de partitie is in- dan wel uitgeschakeld. Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren: Met de Hardware Management Console (HMC) Versie 7 Release of hoger kunt u mobiele IBM i- partities an de ene naar de andere serer migreren. De olgende lijst beat de configuratieparameters oor het erplaatsen an een mobiele IBM i-partitie: De mobiele partitie mag geen profiel hebben met een SCSI-adapter an de serer. De mobiele partitie mag geen profiel hebben waarop HSL (High Speed Link) OptiConnect of Virtual OptiConnect is ingeschakeld. Beperking: Aan de irtuele serer an IBM i mogen alleen irtuele I/O-resources zijn gekoppeld. Configuratie an de Virtuele I/O-serer oor de VSN-functie: Als u gebruik maakt an de Hardware Management Console (HMC) Versie 7 Release of hoger, kunt u VSI-profielen gebruiken (Virtual Station Interface) oor de irtuele Ethernet-adapters in logische partities en de VEPA-schakelwerkstand (Virtual Ethernet Port Aggregator) toewijzen aan irtuele Ethernetswitches. Als u gebruik maakt an de VEB-schakelwerkstand (Virtual Ethernet Bridge), is het erkeer tussen logische partities niet zichtbaar oor de externe switches. Als u echter gebruik maakt an de VEPAschakelwerkstand, is het erkeer tussen logische partities wel zichtbaar oor de externe switches. Door deze zichtbaarheid worden functies zoals beeiliging, die door de geaanceerde schakeltechnologie worden gebruikt, beter bruikbaar. Geautomatiseerde VSI-scanfuncties en -configuratie met de externe Ethernet-bridges ereenoudigen de switchconfiguratie oor de irtuele interfaces die bij de logische partities gemaakt worden. De beleidsdefinities oor VSI-beheer middels profielen zorgen oor flexibiliteit tijdens de configuratie en ergroten de oordelen an automatisering. Hieronder olgen de configuratieereisten op de Virtuele I/O-serer (VIOS) oor het gebruik an de VSN-mogelijkheden: Er moet ten minste één VIOS-logische partitie actief zijn die de irtuele switch ondersteunt en deze moet de VEPA-schakelstand ondersteunen. De externe switches die erbonden zijn met de gemeenschappelijke Ethernet-adapter moeten de VEPAschakelstand ondersteunen. De daemon lldp moet actief zijn op de VIOS en moet de gemeenschappelijke Ethernet-adapter beheren. Voer anaf de opdrachtregelinterface an VIOS de opdracht chde uit om de waarde an het kenmerk lldpsc an de gemeenschappelijke Ethernet-adapter te eranderen in yes. De standaardwaarde an het kenmerk lldpsc is no. Voer de opdracht lldpsync uit om de lldpd-daemon in kennis te stellen an de wijziging. Opmerking: Het kenmerk lldpsc moet op de standaardwaarde zijn ingesteld oordat u de gemeenschappelijke Ethernet-adapter erwijdert. Anders lukt het erwijderen an de gemeenschappelijke Ethernet-adapter niet. Bij een installatie met redundant gedeelde Ethernet-adapters is de trunkadapter mogelijk aangesloten op een irtuele switch die is ingesteld op de VEPA-stand. Sluit in dit geal de adapters oor het besturingskanaal an de gemeenschappelijke Ethernet-adapter aan op een andere irtuele switch die altijd is ingesteld op de VEB-werkstand. Een gemeenschappelijke Ethernet-adapter die zich in een 92 Power Systems: Lie Partition Mobility
101 werkstand oor hoge beschikbaarheid beindt, werkt niet als de adapter oor het besturingskanaal die aan de irtuele switches is gekoppeld zich in de VEPA-stand beindt. Beperking: Om de VSN-functie te gebruiken kunt u een gemeenschappelijke Ethernet-adapter niet configureren oor gebruik an linkaggregatie, en kunt u een Etherchannel-apparaat niet als fysieke adapter configureren. Verwante informatie: De opdracht chde RMC-erbindingen controleren oor de mobiele partitie: U kunt de RMC (Resource Monitoring and Control)-erbinding tussen de mobiele partitie en de Hardware Management Console (HMC) controleren. Deze RMC-erbinding is nodig oor het uitoeren an Actie partitiemobiliteit. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. RMC is een gratis functie an het besturingssysteem AI, die u kunt configureren oor het bewaken an resources en oor het uitoeren an een actie in respons op een bepaalde oorwaarde. Met de RMC kunt u acties of scripts configureren die algemene systeemoorwaarden met weinig tot geen tussenkomst an een systeembeheerder afhandelen. Op de HMC wordt RMC gebruikt als het hoofdkanaal oor communicatie tussen logische partities met AI of Linux en de HMC. Ga als olgt te werk om een RMC-erbinding oor de mobiele partitie te controleren: 1. Typ lspartition -dlpar op de HMC-opdrachtregel. Het resultaat an de opdracht is ergelijkbaar met het olgende: ze25b:/ar/ct/iw/log/mc/ibm.lparcmdrm # lspartition -dlpar <#0> Partition:<5*8203-E4A*1000xx, serername1.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<0>, OS:<,, >, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<0> <#1> Partition:<4*8203-E4A*10006xx, serername2.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<0>, OS:<AI>, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<0> <#2> Partition:<3*8203-E4A*10006xx, serername3.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<1>, OS:<AI>, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<340> <#4> Partition:<5*8203-E4A*10006xx, serername4.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<1>, OS:<AI>, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<140> </AI></AI></AI> Als het resultaat oor de logische partitie <Actie 1> is, is de RMC-erbinding tot stand gebracht. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga terug naar Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 89. Als het resultaat oor de logische partitie <Actie 0> is of als de logische partitie niet wordt ermeld, gaat u erder met de olgende stap. 2. Controleer of de RMC-firewallpoort op de HMC is uitgeschakeld. Als de RMC-firewallpoort is uitgeschakeld, gaat u erder met stap 3. Als de RMC-firewallpoort is ingeschakeld, wijzigt u de instelling an de HMC-firewall. Herhaal stap Benader de logische partitie ia Telnet. Als u Telnet niet kunt gebruiken, opent u een irtueel werkstation op de HMC om het netwerk op de logische partitie in te stellen. 4. Wanneer het partitienetwerk juist is ingesteld en u nog steeds geen RMC-erbinding hebt, controleert u of de RSCT-bestandsgroep is geïnstalleerd. Als de RSCT-bestandsgroep is geïnstalleerd, controleert u met Telnet anaf de logische partitie of het netwerk naar de HMC naar behoren werkt en de firewall is uitgeschakeld. Nadat u deze taken hebt gecontroleerd, herhaalt u stap 1. Als u nog steeds geen RMC-erbinding met de mobiele partitie tot stand kunt brengen, neemt u contact op met het olgende ondersteuningsnieau. Als de RSCT-bestandsgroep niet is geïnstalleerd, installeert u deze anaf de installatie-cd an AI. Lie Partition Mobility 93
102 Belangrijk: Als de netwerkconfiguratie is gewijzigd of de logische partitie is geactieerd, duurt het ongeeer ijf minuten oordat de RMC-erbinding tot stand is gebracht. De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren: Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt migreren naar de doelserer. U kunt als olgt, met behulp an de HMC, controleren of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer: 1. Ga na welke compatibiliteitswerkstanden er door de doelserer worden ondersteund. Dit doet u door de olgende opdracht op te geen op de opdrachtregel an de HMC waarmee de doelserer wordt beheerd: lssyscfg -r sys -F lpar_proc_compat_modes Noteer deze waarden, zodat u ze later nog eens kunt naslaan. 2. Ga na wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie is: a. In het naigatieenster an de HMC waarmee de bronserer wordt beheerd, opent u Systeembeheer > Serers en selecteert u de bronserer. b. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. c. Ga naar het menu Taken en selecteer Configuratie > Profielen beheren. Het enster Beheerde profielen wordt weergegeen. d. Selecteer het actiee partitieprofiel an de mobiele partitie of selecteer het partitieprofiel an waaruit de mobiele partitie de laatste keer is geactieerd. e. Ga naar het menu Acties en klik op Bewerken. Het enster Eigenschappen an profiel logische partitie wordt afgebeeld. f. Klik op de tab Processors om te zien wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand is. Noteer deze waarde, zodat u hem later nog eens kunt naslaan. 3. Ga na wat de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie is. Als u an plan bent een inactiee uit te oeren, kunt u deze stap oerslaan en meteen doorgaan met stap 4. a. In het naigatieenster an de HMC waarmee de bronserer wordt beheerd, opent u Systeembeheer > Serers en selecteert u de bronserer. b. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster en klik op Eigenschappen. c. Selecteer de tab Hardware en kijk wat de compatibiliteitswerkstand is. Dit is de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie. Noteer deze waarde, zodat u hem later nog eens kunt naslaan. 4. Controleer of de geprefereerde en de huidige compatibiliteitswerkstand die u in de stappen 2 en 3 hebt geonden, allebei in de lijst an ondersteunde compatibiliteitswerkstanden oor de doelserer staan. Deze hebt u in stap 1 geonden. Bij actiee s en an een onderbroken partitie moeten zowel de geprefereerde als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie worden ondersteund door de doelserer. Bij inactiee s hoeft alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand te worden ondersteund door de doelserer. 5. Als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, gaat u naar stap 2 en geeft u oor de geprefereerde werkstand een werkstand op die door de doelserer wél wordt ondersteund. Bijoorbeeld: De faoriete werkstand an de mobiele partitie is POWER8 en u bent an plan om de mobiele partitie te migreren naar een serer met POWER7-. De POWER7-serer biedt geen ondersteuning oor de POWER8-werkstand, maar wel oor de POWER7-werkstand. Daarom moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in POWER7. 6. Als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, kunt u de olgende oplossingen proberen: 94 Power Systems: Lie Partition Mobility
103 Als de mobiele partitie actief is, is het mogelijk dat de hyperisor nog niet de gelegenheid heeft gehad om de huidige werkstand an de mobiele partitie bij te werken. Start de mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. Als de huidige werkstand an de mobiele partitie nog steeds niet oorkomt in de lijst an ondersteunde partities oor de doelserer, kunt u de geprefereerde werkstand aan de hand an de instructies in stap 2 op pagina 94 wijzigen in een werkstand die wél wordt ondersteund door de doelserer. Verolgens start de u mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. De mobiele partitie draait bijoorbeeld op een serer met POWER8- en de actiee werkstand is de POWER8-werkstand. Nu wilt u de mobiele partitie migreren naar een POWER7- serer, waarop geen ondersteuning oor de POWER8-werkstand beschikbaar is. U erandert de geprefereerde werkstand an de mobiele partitie in POWER7 en start dan de mobiele partitie opnieuw. De hyperisor controleert de configuratie en stelt de huidige werkstand in op POWER7; deze wordt ondersteund op de doelserer. Verwante onderwerpen: Compatibiliteitswerkstanden op pagina 130 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te migreren tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. Redundante foutenrapportage uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt de rapportage an redundante fouten op de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u de mobiele partitie kunt migreren an de bron- naar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Als u redundante foutenrapportage inschakelt, rapporteert de logische partitie de hardwarefouten an de serer en de partities aan de HMC. Als u redundante foutenrapportage uitschakelt, rapporteert de logische partitie alleen de hardwarefouten an de partities aan de HMC. Wanneer u een logische partitie wilt migreren, schakelt u de redundante foutenrapportage uit. Ga als olgt te werk om redundante foutenrapportage op de mobiele partitie uit te schakelen met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Instellingen. 7. Deselecteer Redundante foutpadmelding inschakelen en klik op OK. Actieer de logische partitie met dit profiel om de wijziging an kracht te laten worden. Virtuele seriële adapters uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt niet geresereerde irtuele seriële adapters oor de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u de mobiele partitie kunt migreren an de bron- naar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Lie Partition Mobility 95
104 Virtuele seriële adapters worden aak gebruikt oor irtueel-werkstationerbindingen met het besturingssysteem. De eerste twee irtuele seriële adapters (sleuen 0 en 1) zijn geresereerd oor de HMC. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor partitiemobiliteit, mag deze geen irtuele seriële adapters hebben, met uitzondering an de twee geresereerde adapters oor de HMC. Ga als olgt te werk om niet-geresereerde irtuele seriële adapters met behulp an de HMC uit te schakelen: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Virtuele adapter. 7. Als er meer dan twee irtuele seriële adapters worden ermeld, controleert u of de andere adapters dan 0 en 1 niet op Vereist zijn ingesteld. Als er extra irtuele seriële adapters op Vereist zijn ingesteld, selecteert u de adapter die u wilt erwijderen. Verolgens klikt u op Acties > Wissen om de adapter uit het partitieprofiel te erwijderen. U kunt op Dynamische logische partitionering > Virtuele adapters klikken. Het enster Virtuele adapters wordt afgebeeld. Selecteer de adapter die u wilt erwijderen en klik op Acties > Wissen om de adapter uit het partitieprofiel te erwijderen. 8. Klik op OK. De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen: U kunt de mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u de mobiele partitie kunt migreren an de bron- naar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Een werkbelastinggroep geeft een set logische partities aan die zich beinden op hetzelfde fysieke systeem. Het partitieprofiel geeft, indien an toepassing, de naam aan an de werkbelastinggroep waaran deze deel uitmaakt. De werkbelastinggroep wordt gedefinieerd bij het configureren an een logische partitie met behulp an HMC. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor partitiemobiliteit, mag deze niet aan een werkbelastinggroep zijn toegewezen. Ga als olgt te werk om de mobiele partitie met behulp an HMC uit een werkbelastinggroep te erwijderen: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Instellingen. 7. Selecteer (Geen) onder Werkbelasting en klik op OK. 8. Herhaal stap 1 t/m 7 oor alle partitieprofielen behorende bij de mobiele partitie. U moet deze logische partitie met dit profiel actieren om de wijziging an kracht te laten worden. BSR-arrays uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt de BSR (barrier synchronization register)-arrays oor de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u kunt werken met Actie partitiemobiliteit. 96 Power Systems: Lie Partition Mobility
105 U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. BSR is een geheugenregister dat zich in bepaalde systemen beindt die op een POWER-processor zijn gebaseerd. Een toepassing met parallelle erwerking in AI kan gebruikmaken an een BSR oor barrièresynchronisatie, waarbij de threads in de parallelle toepassing worden gesynchroniseerd. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor Actie partitiemobiliteit, mag deze geen gebruik maken an BSR-arrays. Als de mobiele logische partitie wel BSR gebruikt, kunt u Inactie partitiemobiliteit toepassen. Voer de olgende stappen uit om BSR oor de mobiele partitie uit te schakelen, met behulp an de HMC: 1. Selecteer in het naigatieenster Systeembeheer en daarna Serers. 2. Selecteer in het naigatieenster de gewenste beheerde serer en kies Eigenschappen. 3. Klik op de tab Mogelijkheden. Als 'Geschikt oor BSR (Barrier Synchronization Register)' Waar is, klikt u op OK en gaat u erder met de olgende stap. Als 'Geschikt oor BSR (Barrier Synchronization Register)' Onwaar is, biedt de serer geen ondersteuning oor BSR. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 5. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 6. Selecteer in het werkenster de gewenste logische partitie, klik op de knop Taken en selecteer Eigenschappen. 7. Klik op de tab Hardware. 8. Klik op het tabblad Geheugen. Als het aantal BSR-arrays nul is, is de mobiele partitie geschikt oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 89. Als het aantal BSR-arrays niet nul is, oert u een an de olgende stappen uit: Migreer de partitie inactief in plaats an actief. Klik op OK en ga erder met de olgende stap om de mobiele partitie oor te bereiden op een actiee. 9. Selecteer de mobiele partitie en klik erolgens op Configuratie > Profielen beheren. 10. Selecteer het partitieprofiel waarmee u de mobiele partitie opnieuw wilt actieren en klik op Actie > Bewerken. 11. Klik op het tabblad Geheugen. Als het aantal BSR-arrays nul is, is de mobiele partitie geschikt oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 89. Als het aantal BSR-arrays niet nul is, doet u het olgende om BSR op nul in te stellen, zodat een actiee wel mogelijk is: Typ 0 in het eld oor de BSR-arrays. Klik op OK en ga erder met de olgende stap om de mobiele partitie oor te bereiden op een actiee. 12. Actieer de logische partitie met dit profiel om de wijziging an kracht te laten worden. Bulkpagina's uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt bulkpagina's oor de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u kunt werken met Actie partitiemobiliteit. Lie Partition Mobility 97
106 U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Bulkpagina's kunnen het prestatieermogen erbeteren in specifieke omgeingen waarin taken in grote mate parallel moeten worden uitgeoerd, zoals in gepartitioneerde DB2-databaseomgeingen. U kunt minimum-, het maximum aantal en het gewenste aantal bulkpagina's opgeen dat aan een logische partitie moet worden toegewezen als u de logische partitie of het partitieprofiel maakt. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor Actie partitiemobiliteit, mag deze geen gebruik maken an bulkpagina's. Als de mobiele partitie wel bulkpagina's gebruikt, kunt u Inactie partitiemobiliteit toepassen. Voer de olgende stappen uit om bulkpagina's oor de mobiele partitie uit te schakelen, met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer in het werkenster de gewenste beheerde serer, klik op de knop Taken en selecteer Eigenschappen. 3. Klik op de tab Mogelijkheden. Als 'Geschikt oor huge pages' Waar is, klikt u op OK en gaat u erder met de olgende stap. Als 'Geschikt oor huge pages' Onwaar is, biedt de bronserer geen ondersteuning oor bulkpagina's. De mobiele partitie is geschikt oor zowel Actie als Inactie partitiemobiliteit. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 5. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 6. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 7. Kies Eigenschappen en de tab Hardware en klik op de tab Geheugen. Als het bulkpaginageheugen nul is, slaat u de andere stappen an deze procedure oer en gaat u erder bij Door HMC beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 89. Als het bulkpaginageheugen niet nul is, oert u een an de olgende stappen uit: Verplaats de partitie inactief in plaats an actief. Klik op OK en ga erder met de olgende stap om de mobiele partitie oor te bereiden op een actiee erplaatsing. 8. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 9. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 10. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 11. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 12. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 13. Klik op het tabblad Geheugen. 14. Typ 0 in het eld oor bulkpaginageheugen en klik op OK. 15. Actieer de logische partitie met dit profiel om de wijziging an kracht te laten worden. Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie: U kunt een logische Host Ethernet Adapter (LHEA) uit een mobiele partitie erwijderen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u kunt werken met Actie partitiemobiliteit. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. 98 Power Systems: Lie Partition Mobility
107 Een logische partitie kan alleen deelnemen aan Actie partitiemobiliteit als er geen LHEA's aan zijn toegewezen. Als aan de mobiele partitie een of meer LHEA's zijn toegewezen, kan deze deelnemen aan Inactie partitiemobiliteit. Voer de olgende stappen uit om een LHEA uit de mobiele partitie te erwijderen met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de mobiele partitie en klik op Configuratie > Profielen beheren. 4. Selecteer het gewenste partitieprofiel en klik op Acties > Bewerken. 5. Klik op de tab LHEA's (Logical Host Ethernet Adapters). 6. Selecteer de fysieke poortlocaties waaraan een logisch poort-id is toegewezen en klik op Opnieuw instellen. 7. Klik op OK. Opmerking: Sommige mobiele AI-partities die werken met een Host Ethernet Adapter, kunnen in Actie partitiemobiliteit worden opgenomen met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). Voor meer informatie oer configuratieereisten en aanullende oorbereidingstaken raadpleegt u LPMoerzicht. Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij inbegrepen zijn taken als het maken an een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer (VIOS) en het maken an ten minste één irtuele Ethernetadapter op de mobiele partitie. Voer de olgende taken uit om de netwerkconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Opmerking: Partition Mobility zal mislukken wanneer u een an de olgende beeiligingsinstellingen inschakelt oor de logische VIOS-partities: Als u de netwerkbeeiliging op de hoge modus hebt ingesteld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. Als u een profiel dat de netwerkconnectiiteit beïnloedt, hebt ingeschakeld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. U kunt eilige IP-tunnels inschakelen tussen de MSP's (moer serice partitions) op de bron- en doelserers, om Partition Mobility uit te oeren met deze beeiligingsinstellingen. Raadpleeg oor meer informatie Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 101. Tabel 30. Planningstaken oor het netwerk Taken oor netwerkplanning 1. Maak een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de logische partitie an de bron- en de doel-virtuele I/O-serer met behulp an de HMC. 2. Configureer Virtual Ethernet Adapters op de logische partities an de bron- en de doel-virtuele I/O-serer. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter maken oor een logische VIOS-partitie, met behulp an de HMC Een irtuele Ethernet-adapter configureren met behulp an de HMC Lie Partition Mobility 99
108 Tabel 30. Planningstaken oor het netwerk (erolg) Taken oor netwerkplanning Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 3. Maak minimaal één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. Opmerking: Als tijdens een bewerking oor het migreren of onderbreken an een partitie de bronpartitie beschikt oer ten minste één uitgeschakelde irtuele Ethernet-adapter, mislukt de - of onderbrekingsbewerking. Een irtuele Ethernet-adapter configureren met behulp an de HMC 4. Actieer de mobiele partitie om de communicatie tot stand te brengen tussen de Virtual Ethernet Adapter en de Virtual Ethernet Adapter an de Virtuele I/O-serer. Een logische partitie actieren 5. Controleer of het besturingssysteem an de mobiele partitie de nieuwe Ethernet-adapter herkent. 6. Stel het LAN zodanig in dat de mobiele partitie ook na afloop an de kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. 7. Optioneel: Configureer eilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers en schakel deze in. Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina Voor VIOS-partities die zijn ingesteld als MSP's (moer serice partitions), zorgt u dat deze werken met een netwerkbandbreedte an 1 GB of meer. Opmerking: Partitiemobiliteit mislukt als de VSI-configuratie (Virtual Station Interface) op de doelserer mislukt. Door de lag --si bij de opdracht migrlpar op te geen, kunt u de configuratie oortzetten. Bepaalde toepassingen (zoals geclusterde toepassingen, hoge-beschikbaarheidsoplossingen en dergelijke toepassingen) beschikken oer hartslagtimers, ook wel DMS (Dead Man Switch) genoemd, oor knooppunt-, netwerk- en opslagsubsystemen. Tijdens partitiemobiliteit-bewerkingen wordt de hartslagfunctie meestal gedurende een korte periode onderbroken. Op de olgende manieren kunt de kans op een timeout zoeel mogelijk beperken: Als de lijnsnelheid hoger is, is de kans op een timeout kleiner. Het is raadzaam om zowel oor het bron- als het doelsysteem te werken met een 10-Gigabit Ethernet-erbinding die ast is toegewezen aan Lie Partition Mobility. Als u werkt met toepassingen die gebaseerd zijn op AI, breng dan een upgrade aan naar AI 6.1 Technology Leel 8 of hoger, of AI 7.1 Technology Leel 2 of hoger. Gebruik de meest recente HMC- en sererfirmware oor het systeem. Schakel de hartslagtimer uit of erhoog de timeoutwaarde oordat u de partitiemobiliteit-bewerking start; schakel de timer weer in nadat de partitiemobiliteit-bewerking is oltooid. Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 54 In partitiemobiliteit dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Verwante informatie: opdracht iosecure 100 Power Systems: Lie Partition Mobility
109 Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren: Met Virtuele I/O-serer (VIOS) , of hoger, kunt u eilige IP-tunnels configureren tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Als zowel de bron- als de doelserer werken met Virtuele I/O-serer , of hoger, worden de tunnels automatisch gemaakt, afhankelijk an het beeiligingsprofiel dat is toegepast op de bron-vios. Oerweeg het inschakelen an eilige IP-tunnels tussen de MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer en de MSP op het doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP op de bronserer erzendt naar de MSP op de doelserer tijdens actie partitiemobiliteit. Voordat u begint, moet u de olgende taken uitoeren: 1. Door middel an de opdracht iosleel controleren of de MSP's op de bron- en doelserers an ersie zijn, of hoger. 2. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de bronserer. 3. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de doelserer. 4. De gedeelde geheime erificatiesleutel erkrijgen oor de bron- en de doel-msp's. Voer de olgende stappen uit om eilige IP-tunnels te configureren en in te schakelen: 1. Beeld een lijst an beschikbare eilige tunnelagenten af met behulp an de opdracht lssc. Bijoorbeeld: $lssc ipsec_tunnel 2. Beeld een lijst af an alle kenmerken an de eilige-tunnelagent met behulp an de opdracht cfgsc. Bijoorbeeld: $cfgsc ipsec_tunnel -ls local_ip remote_ip sleutel 3. Configureer met behulp an de opdracht cfgsc een eilige tunnel tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer: cfgsc ipsec_tunnel waarbij: -attr local_ip=src_msp_ip remote_ip=dest_msp_ip key=key src_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de bronserer. dest_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de doelserer. sleutel is de geheime gedeelde sleutel oor de MSP's op de bron- en doelserers. Bijoorbeeld: abcderadf31231adsf. 4. Schakel de eilige tunnel in met behulp an de opdracht startsc. Bijoorbeeld: startsc ipsec_tunnel Opmerking: Als u het sterke PCI (Payment Card Industry)- of DoD (Department of Defence)- beeiligingsprofiel toepast, wordt de eilige tunnel gemaakt en wordt Actie Partition Mobility uitgeoerd ia dit beeiligde kanaal. Het eilige kanaal dat wordt gemaakt, wordt automatisch ernietigd zodra de Partition Mobility-bewerking is oltooid. Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 39 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Lie Partition Mobility 101
110 Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 154 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 54 In partitiemobiliteit dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 156 In partitiemobiliteit die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Verwante informatie: opdracht cfgsc opdracht startsc Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit: U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk.> In een SSP-omgeing (Shared Storage Pool) wordt de tijd die ereist is oor het controleren an LUN's (Logical Unit Numbers) oor partitiemobiliteit rechtstreeks beïnloed door het aantal LUN's dat moet worden gealideerd. Omdat de HMC een tijdslimiet oor LUN-alidatie oplegt, kunnen er alidatiefouten optreden bij een groot aantal geconfigureerde LUN's. De doelserer moet dezelfde irtuele SCSI-configuratie bieden als de bronserer. In deze configuratie heeft de mobiele partitie na naar de doelserer toegang tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). De PPRC (Peer-to-Peer Remote Copy)-functie wordt ondersteund op het irtuele doelapparaat. De hardware-gebaseerde oplossingen oor herstel na calamiteiten Global Mirror en Metro Mirror zijn gebaseerd op PPRC. Deze oplossingen bieden real-time spiegeling an schijen binnen een Enterprise Storage Serer of tussen twee Enterprise Storage Serers op afstand an elkaar. Voer de olgende taken uit om de irtuele SCSI-configuratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 31. Voorbereidingstaken oor de irtuele SCSI-configuratie op systemen die worden beheerd door de HMC Taken oor opslagplanning 1. Controleer of de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, is toegewezen aan minimaal één Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) logische op de bronserer en aan minimaal één VIOS-partitie op de doelserer. 2. Controleer of de resereringskenmerken op de fysieke olumes hetzelfde zijn oor de bron- en doel- VIOS-partities. 3. Controleer of de irtuele apparaten hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEE-olumekenmerk hebben. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen IBM System Storage SAN Volume Controller Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen op pagina 103 Exporteerbare schijen identificeren 102 Power Systems: Lie Partition Mobility
111 Tabel 31. Voorbereidingstaken oor de irtuele SCSI-configuratie op systemen die worden beheerd door de HMC (erolg) Taken oor opslagplanning 4. Controleer of de irtuele SCSI-adapters op de mobiele partitie toegang hebben tot de irtuele SCSIadapters op de bron-vios-partitie. 5. Optioneel: Geef een nieuwe naam op oor een of meer irtuele doelapparaten die worden gebruikt op de doel-vios-partitie. 6. Controleer of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslagruimte op het SAN. 7. Als u een of meer kenmerken an het partitieprofiel hebt gewijzigd, moet u de mobiele partitie opnieuw starten om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-sererpartities op de bronserer controleren op pagina 105 Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie op pagina 107 Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag op pagina 106 Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 55 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen: Bij sommige configuraties dient u rekening te houden met het resereringsbeleid an het apparaat op de Virtuele I/O-serer (VIOS). In de olgende tabel ziet u een toelichting bij de situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat op de VIOS belangrijk is oor systemen die worden beheerd door de Hardware Management Console (HMC) en de Integrated Virtualization Manager (IVM). Lie Partition Mobility 103
112 Tabel 32. Situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat belangrijk is Met HMC beheerde systemen Om een MPIO-configuratie (Multipath I/O) op de client te kunnen gebruiken, kan geen an de irtuele SCSI-apparaten op de VIOS het irtuele SCSI-apparaat resereren. Stel het kenmerk resere_policy an het apparaat in op no_resere. Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility of de functie onderbreken/heratten kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: - HMC Versie 7 release of hoger - VIOS Versie of hoger - De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Met IVM beheerde systemen Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: IVM Versie of hoger De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Het kenmerk resere moet op de bron- en doelbeheerpartities hetzelfde zijn oor partitiemobiliteit. Het kenmerk resere op bron- en doel-vios-partities hetzelfde zijn oor partitiemobiliteit. Voor PowerVM Actie Memory Sharing of de functies onderbreken/heratten, stelt de VIOS automatisch het kenmerk resere op het fysieke olume in op geen resere. De VIOS oert deze actie uit wanneer u een apparaat oor pagingruimte toeoegt aan de gemeenschappelijke geheugenpool. 1. Maak an een VIOS-partitie een lijst an de schijen (of apparaten oor pagingruimte) waartoe de VIOS toegang heeft. Voer de olgende opdracht uit: lsde -type disk 2. Om het resereringsbeleid an een schijf te bepalen, oert u de olgende opdracht uit, waarbij hdisk de naam is an de schijf die u hebt aangegeen in stap 1. Bijoorbeeld: hdisk5. lsde -de hdisk -attr resere_policy Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer uit zoals de olgende uitoer:.. resere_policy no_resere Resere Policy True Op basis an de informatie in Tabel 32 dient u wellicht de resere_policy te wijzigen zodat u de schijf in alle beschreen configuraties kunt gebruiken. 3. Voer de opdracht chde uit de resere_policy in te stellen. Bijoorbeeld: chde -de hdisk -attr resere_policy=reseration waarbij: hdisk de naam an de schijf is waaroor u de resere_policy op no_resere wilt instellen. reseration is ofwel no_resere of pr_shared. 4. Herhaal deze procedure anaf de andere VIOS-partitie. Vereisten: 104 Power Systems: Lie Partition Mobility
113 a. Alhoewel het kenmerk resere_policy een kenmerk is an het apparaat, wordt de waarde an het kenmerk opgeslagen in elke VIOS. U dient het kenmerk resere_policy anaf beide VIOS-partities in te stellen zodat beide VIOS-partities de resere_policy an het apparaat zien. b. Voor partitiemobiliteit moet de resere_policy op de doel-vios-partitie hetzelfde zijn als de resere_policy op de bron-vios-partitie. Als de resere_policy op de bron-vios-partitie bijoorbeeld pr_shared is, moet de resere_policy op de doel-vios-partitie ook pr_shared zijn. c. Met de modus PR_exclusie op SCSI-3 resere is naar een ander systeem niet mogelijk. d. De waarde an PR_key oor de VSCSI-schijen op het bron- en doelsysteem moeten erschillend zijn. De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-serer-partities op de bronserer controleren: U controleert de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/Oserer-partities op de bronserer, zodat de Hardware Management Console (HMC) de irtuele adapters op de doelserer correct configureert wanneer u de mobiele partitie migreert. Om de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-serer bronpartities te controleren, oert u de olgende stappen uit anuit de HMC: 1. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie: a. Ga naar het naigatieenster en ouw Systeembeheer > Serers uit. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Noteer de Verbindingspartitie en de Verbindingsadapter oor elke irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingspartitie is de logische Virtuele I/O-serer-partitie die de irtuele adapter an de serer beat waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. De Verbindingsadapter is het ID an de irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-sererpartitie waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. Een oorbeeld: Tabel 33. Voorbeeld an irtuele adapters op de mobiele partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 2 VIOS VIOS1 12 g. Klik op OK om het enster Partition Properties te sluiten. 2. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an elke Verbindingspartitie of logische Virtuele I/O-serer-partitie die u in de orige stap hebt aangetroffen: a. Ga naar het naigatieenster en ouw Systeembeheer > Serers uit. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer in het werkenster een logische Virtuele I/O-serer-partitie waaruit de mobiele partitie irtuele I/O-resources ontangt. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Controleer of er erbinding wordt gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-serer doelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie: Lie Partition Mobility 105
114 Het Adapter-ID an de irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-serer-partitie correspondeert met de Verbindingsadapter die u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingsadapter an de irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-serer-partitie correspondeert met het Adapter-ID dat u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De waarde oor irtuele SCSI-adapters kan ook worden ingesteld op Willekeurige partitiesleuf. Een oorbeeld: Tabel 34. Voorbeeld an irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-serer-partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 11 Mobiele partitie 2 12 Mobiele partitie Willekeurige partitiesleuf g. Klik op OK om het enster Partition Properties te sluiten. 3. Als alle irtuele SCSI-adapters op de logische Virtuele I/O-serer-partitie toegang tot irtuele SCSIadapters an elke logische partitie mogelijk maken (d.w.z. de Verbindingspartitie oor elke irtuele SCSI-adapter is ingesteld op Willekeurige partitie), oert u een an de olgende handelingen uit: Maak een nieuwe irtuele SCSI-adapter op de logische Virtuele I/O-serer-partitie en geeft alleen een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestemming om deze te benaderen. Wijzig de erbindingsspecificaties an een irtuele SCSI-adapter op de logische Virtuele I/O-sererpartitie zodanig dat deze alleen toegang tot een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestaat. Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag: Met de Hardware Management Console (HMC) controleert u of de mobiele partitie toegang heeft tot de eigen fysieke opslagruimte in het SAN (storage area network), zodat de mobiele partitie ook na naar de doelserer toegang heeft tot deze fysieke opslagruimte. De mobiele partitie moet anuit zowel de bron- als de doelomgeing toegang hebben tot dezelfde fysieke opslag om partitiemobiliteit te laten slagen. De bronomgeing moet de olgende erbindingen hebben: Elke irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie moet toegang hebben tot een irtuele SCSIdoeladapter op de logische partitie an de bron-virtuele I/O-serer. De irtuele SCSI-doeladapters op de logische partitie an de bron-virtuele I/O-serer moeten toegang hebben tot een SAN-adapter op de logische partitie an de bron-virtuele I/O-serer. De SAN-adapter op de logische partitie an de bron-virtuele I/O-serer moet zijn erbonden met een SAN en toegang hebben tot de fysieke opslagapparatuur in het SAN waaroor u de mobiele partitie toegang wilt erlenen. De doelomgeing moet de olgende erbindingen hebben: De logische partitie an de doel-virtuele I/O-serer heeft lege irtuele sleuen. De SAN-adapter op de logische partitie an de doel-virtuele I/O-serer moet met hetzelfde SAN zijn erbonden als de logische partitie an de bron-virtuele I/O-serer en toegang hebben tot dezelfde logische partitie als de bron-virtuele I/O-serer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Ga als olgt te werk om deze erbindingen te controleren met behulp an HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 106 Power Systems: Lie Partition Mobility
115 3. Selecteer in het werkenster de bron-virtuele I/O-serer, klik op de knop Taken en selecteer Hardware (Informatie) > Virtuele adapters > SCSI. 4. Controleer de olgende informatie en klik op OK: Virtuele adapter Backing-apparaat Partitie op afstand Adapter op afstand Backing-apparaat op afstand Tip: De elden oor de irtuele SCSI-adapter kunnen leeg zijn wanneer de mobiele partitie is uitgeschakeld of wanneer de fysieke schijf niet is gekoppeld aan de irtuele SCSI-adapter an de Virtuele I/O-serer. Als de informatie onjuist is, gaat u terug naar Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 102 en oert u de desbetreffende taak uit. Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie: Voordat u een logische partitie migreert, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt gemigreerd, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. Controleer oordat u begint of de olgende producten de juiste ersie hebben: De Hardware Management Console (HMC) moet an ersie 7, release zijn of hoger. De VIOS-partities moeten an ersie zijn, of hoger. Dit geldt zowel oor de VIOS-bronpartities als de VIOS-doelpartities. Waar mogelijk bewaart partitiemobiliteit door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op het doelsysteem. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. In sommige situaties is de partitiemobiliteit mogelijk niet in staat om een door de gebruiker gedefinieerde naam te behouden. Bijoorbeeld als de naam al in gebruik is op de VIOS-doelpartitie. Als u door de gebruiker gedefinieerde namen wilt behouden op de VIOS-doelpartitie, kunt u een nieuwe naam opgeen oor het irtuele doelapparaat dat moet worden gebruikt op de VIOS-doelpartitie. Als u geen nieuwe naam opgeeft, wijst partitiemobiliteit automatisch de eerstolgende beschikbare tscsixnaam toe aan het irtueel doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. 1. Om de namen en toewijzingen an de irtuele doelapparaten te bekijken, oert u de opdracht lsmap als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: lsmap -all Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer als olgt uit: SVSA Physloc Client Partition ID host4 U8203.E4A.10D4431-V8-C14 0x d VTD Status LUN Backing deice Physloc VTD Status LUN Backing deice Physloc client3_hd0 Aailable 0x hdisk5 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L client3_hd1 Aailable 0x hdisk6 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L Lie Partition Mobility 107
116 In dit oorbeeld zijn de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten: client3_hd0 en client3_hd1. 2. Als u een door de gebruiker gedefinieerde naam oor een irtueel doelapparaat wilt opgeen oor gebruik op de VIOS-doelpartitie, oert u de opdracht chde als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: chde -de de_id -attr mig_name=partition_mobility_id waarbij: de_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam an het irtuele doelapparaat op de VIOSbronpartitie. partition_mobility_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam die u wilt geen aan het irtuele doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. De irtuele Fibre Channel-configuratie oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Voordat u de an een inactiee partitie op een logische partitie met een NPIV-adapter (N_Port ID Virtualization) gaat plannen, moet u controleren of de logische partitie in ieder geal één keer is geactieerd. Bij deze erificatie gaat het om taken zoals het controleren an de WWPN's (wereldwijde poortnamen) oor de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie en het controleren of de fysieke glasezeladapters en de fysieke glasezelswitches ondersteuning bieden oor NPIV. Partition Mobility met NPIV, en enkelpad-resereringen wordt ondersteund. U kunt een clientpartitie met toegewezen NPIV-adapters waaroor geen WWPN-doelen zijn ingedeeld, migreren door de glasezelpoort op de doelpartitie op te geen. Als de te gebruiken fysieke poort op de doelpartitie is opgegeen, wordt met een alidatie gecontroleerd of de fysieke poort niet beschikt oer ingedeelde WWPN-doelen en of de irtuele adapter is toegewezen aan de doelpartitie. Als de fysieke poort niet is opgegeen, worden met de alidatie alle poorten op de doelpartitie gecontroleerd, om ast te stellen of er ingedeelde WWPN-doelen zijn. Als er ingedeelde WWPN-doelen worden aangetroffen, mislukt de alidatie. Als er geen ingedeelde WWPN-doelen zijn, wordt de irtuele adapter niet toegewezen op de doelpartitie. De doelserer moet dezelfde irtuele glasezelconfiguratie bieden als de bronserer, zodat de mobiele partitie na naar de doelserer toegang blijft houden tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). Voer de olgende taken uit om de irtuele glasezelconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 35. Voorbereidingstaken oor de irtuele glasezelconfiguratie op systemen die worden beheerd door de HMC Taken oor opslagplanning 1. Controleer oor elke irtuele Fibre Channel-adapter op de mobiele partitie of beide (actiee en inactiee) WWPN's zijn toegewezen aan dezelfde set LUN's (logical unit numbers) en zijn ingesteld ("zoned") op dezelfde opslagpoort-wwn (worldwide name) an het SAN. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Bepalen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele Fibre Channel-adapter op pagina 109 IBM System Storage SAN Volume Controller 108 Power Systems: Lie Partition Mobility
117 Tabel 35. Voorbereidingstaken oor de irtuele glasezelconfiguratie op systemen die worden beheerd door de HMC (erolg) Taken oor opslagplanning 2. Controleer of de fysieke adapters die zijn toegewezen aan de logische bron- en doelpartities an Virtuele I/O-serer ondersteuning bieden aan NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om te kijken welke fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter ondersteuning bieden aan NPIV. 3. Controleer of de switches waaraan de fysieke glasezeladapter op de logische bron- en doelpartities an Virtuele I/O-serer zijn erbonden, ondersteuning bieden aan NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om de fabric support an de fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter te bekijken. Als de fabric support de waarde 1 heeft, is de fysieke poort middels een kabel erbonden met een switch die ondersteuning biedt aan NPIV. 4. Controleer of de mobiele partitie toegang heeft tot de irtuele glasezeladapters op de logische Virtuele I/Oserer bronpartitie. 5. Als u een of meer kenmerken an het partitieprofiel hebt gewijzigd, moet u de mobiele partitie opnieuw starten om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-sererpartities op de bronserer controleren op pagina 105 Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 55 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele Fibre Channel-adapters Bepalen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele Fibre Channel-adapter: U kunt aststellen welke WWPN's (worldwide port names) er zijn toegewezen aan de irtuele Fibre Channel-adapters op de mobiele partitie, door op de Hardware Management Console (HMC) de eigenschappen an de mobiele partitie te bekijken. Om ast te stellen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele Fibre Channel-adapter, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Ga naar het naigatieenster en ouw Systeembeheer > Serers uit. 2. Klik op de serer waarop de mobiele partitie zich beindt. 3. Selecteer de mobiele partitie in het naigatieenster. 4. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. 5. Klik op het tabblad Virtuele adapters. 6. Selecteer een irtuele Fibre Channel-adapter. 7. Klik in het menu Acties op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen Virtuele Glasezeladapter wordt afgebeeld. Lie Partition Mobility 109
118 8. Voer de stappen 6 op pagina 109 en 7 op pagina 109 uit oor elke irtuele Fibre Channel-adapter op de mobiele partitie. 9. Klik op Sluiten om terug te keren naar het enster Eigenschappen Partitie. De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-serer-partities op de bronserer controleren: U controleert de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/Oserer-partities op de bronserer, zodat de Hardware Management Console (HMC) de irtuele adapters op de doelserer correct configureert wanneer u de mobiele partitie migreert. Om de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtuele I/O-serer bronpartities te controleren, oert u de olgende stappen uit anuit de HMC: 1. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie: a. Ga naar het naigatieenster en ouw Systeembeheer > Serers uit. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Noteer de Verbindingspartitie en de Verbindingsadapter oor elke irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingspartitie is de logische Virtuele I/O-serer-partitie die de irtuele adapter an de serer beat waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. De Verbindingsadapter is het ID an de irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-sererpartitie waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. Een oorbeeld: Tabel 36. Voorbeeld an irtuele adapters op de mobiele partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 2 VIOS VIOS1 12 g. Klik op OK om het enster Partition Properties te sluiten. 2. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an elke Verbindingspartitie of logische Virtuele I/O-serer-partitie die u in de orige stap hebt aangetroffen: a. Ga naar het naigatieenster en ouw Systeembeheer > Serers uit. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer in het werkenster een logische Virtuele I/O-serer-partitie waaruit de mobiele partitie irtuele I/O-resources ontangt. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Controleer of er erbinding wordt gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-serer doelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie: Het Adapter-ID an de irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-serer-partitie correspondeert met de Verbindingsadapter die u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingsadapter an de irtuele adapter op de logische Virtuele I/O-serer-partitie correspondeert met het Adapter-ID dat u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De waarde oor irtuele SCSI-adapters kan ook worden ingesteld op Willekeurige partitiesleuf. 110 Power Systems: Lie Partition Mobility
119 Een oorbeeld: Tabel 37. Voorbeeld an irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-serer-partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 11 Mobiele partitie 2 12 Mobiele partitie Willekeurige partitiesleuf g. Klik op OK om het enster Partition Properties te sluiten. 3. Als alle irtuele SCSI-adapters op de logische Virtuele I/O-serer-partitie toegang tot irtuele SCSIadapters an elke logische partitie mogelijk maken (d.w.z. de Verbindingspartitie oor elke irtuele SCSI-adapter is ingesteld op Willekeurige partitie), oert u een an de olgende handelingen uit: Maak een nieuwe irtuele SCSI-adapter op de logische Virtuele I/O-serer-partitie en geeft alleen een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestemming om deze te benaderen. Wijzig de erbindingsspecificaties an een irtuele SCSI-adapter op de logische Virtuele I/O-sererpartitie zodanig dat deze alleen toegang tot een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestaat. Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit Met de wizard Partitie op de Hardware Management Console (HMC) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partitiemobiliteit. Als de HMC een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Als de bron- en de doelserers worden beheerd door erschillende HMC's, controleer dan of de sleutels oor SSH-erificatie (Secure Shell) tussen die HMC's correct zijn ingesteld. Zie De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmc controleren op pagina 82 oor instructies. U moet een superbeheerder zijn om de Partition Mobility-omgeing te mogen alideren. Voer de olgende stappen uit om de bron- en doelsystemen te controleren oor partitiemobiliteit, met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de bronserer in het naigatieenster. 4. Selecteer de mobiele partitie en klik op Bewerkingen > Mobiliteit > Controleren. Het enster Geldigheidscontrole partitie wordt geopend. 5. Geef informatie op oer de partitiemobiliteit-omgeing en klik op Controleren. De tabel met toewijzingen oor irtueel geheugen wordt oorzien an de instellingen an de oorgestelde irtuele adapter. Let op: Met HMC ersie 7, release 3.5.0, of hoger, kunt u Zo mogelijk irtueel geheugenfouten erangen selecteren. Selecteer deze optie als u het erplaatsen an de mobiele partitie naar een doelsysteem met minder redundantie wilt alideren. 6. Controleer de instellingen an de irtuele adapter op het doelsysteem. 7. Als de mobiele partitie NIC-adapters (irtuele Network Interface Controller) beat, oert de HMC de controles uit die ereist zijn oor partitiemobiliteit. Hierbij wordt ook gecontroleerd of er NIC-adapters op de partitie zijn uitgeschakeld, of de doelserer ondersteuning biedt oor NIC-adapters en of de doelserer beschikt oer een SR-IOV-adapter. De HMC probeert automatisch een fysieke SR-IOVpoort oor de bestemming toe te wijzen op basis an een oereenkomstig(e) fysieke-poortlabel en poortswitchmodus, plus een doelhost-virtuele I/O-serer (VIOS) oor elke NIC-adapter op de mobiele partitie. Als de automatische toewijzing is oltooid, worden de oorgestelde NICadaptertoewijzingen afgebeeld in de tabel Virtuele NIC-toewijzingen. Lie Partition Mobility 111
120 U wijzigt de fysieke SR-IOV-poort an het doelachtergrondapparaat, doelhost-vios of doelcapaciteit an het NIC-achtergrondapparaat door te klikken op Wijzigen. 8. Klik nogmaals op Controleren om te beestigen dat de gewijzigde instellingen zijn toegestaan oor partitiemobiliteit. De HMC Versie 7 Release of hoger bewaart de toewijzingen aan de irtuele sleuen an de irtuele sereradapters op het doelsysteem. Maar in sommige situaties is de HMC misschien niet in staat om een ID oor een irtuele sleuf ast te houden. Bijoorbeeld als het sleuf-id al gebruikt wordt op de logische doelpartitie an de VIOS. Als de HMC geen ID oor een irtuele sleuf kan asthouden, krijgt u een foutmelding en wijst de HMC een beschikbaar sleuf-id toe. U kunt de toewijzingen erangen door de olgende stappen uit te oeren anaf de HMC-opdrachtregelinterface: 1. Voer de opdracht lslparmigr uit om een lijst met beschikbare sleuf-id's oor een VIOS-partitie af te beelden. 2. Voer de opdracht migrlpar uit om de olgende taken uit te oeren: ID's opgeen oor irtuele sleuen oor een of meer irtuele adaptertoewijzingen. De opgegeen sleuf-id's alideren. Opmerking: U kunt de poortnaam opgeen oor het glasezelkanaal oor het maken an de glasezeltoewijzing op de doelserer tijdens het uitoeren an de partitie. U kunt de poortnaam opgeen met de opdrachtregelinterface an de HMC. a. Een lijst an de geldige poortnamen oor het glasezelkanaal kunt u laten afbeelden met de opdracht lsnports. b. Uit de lijst an geldige poortnamen kiest u de poortnaam die u wilt gebruiken oor het kenmerk ios_fc_port_name en geeft u de olgende opdracht op: migrlpar -o -m <srccecnaam> -t <dstcecnaam> -p <lparnaam> -i "irtual_fc_mappings= <Client_slot_num>/<target_ios_naam>/<target_ios_id>/<target_slot_num>/<ios_fc_port_naam>" Bijoorbeeld: migrlpar -o -m rml13-fsp -t rml11-fsp -p rml11lp03 -i "irtual_fc_mappings= 3/rml11-ios1/1/8/fcs0" c. Als u de eranging an het gelijktijdigheidsnieau oor de bewerking partitiemobiliteit wilt alideren, oert u de olgende opdracht uit: migrlpar -o -m <srccecnaam> -t <dstcecnaam> -p <lparnaam> -f "concurr_migration_perf_leel=<oerridevalue>" Bijoorbeeld: migrlpar -o -m rml13-fsp -t rml11-fsp -p rml11lp03 -i "concurr_migration_perf_leel=3" Verwante onderwerpen: Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit op pagina 6 Informatie oer de taken die u met de wizard Partitie an de Hardware Management Console (HMC) kunt uitoeren oor het controleren an de systeemconfiguratie oor actiee en inactiee partitiemobiliteit. Verwante taken: Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie op pagina 107 Voordat u een logische partitie migreert, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt gemigreerd, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 76 Om eroor te zorgen dat u Trusted Boot kunt uitoeren op mobiele partities die met de oorziening kunnen werken op de doelserer, dient u ast te stellen of de doelserer beschikt oer dezelfde betrouwbare systeemsleutel als de bronserer. 112 Power Systems: Lie Partition Mobility
121 Verwante informatie: Checklist oor Lie Partition Mobility De mobiele partitie migreren U kunt een actiee, inactiee of onderbroken logische partitie migreren an de ene naar een andere serer, met behulp an de wizard Partitie op de Hardware Management Console (HMC). U kunt een actiee logische AI-partitie ook met behulp an SMIT (System Management Interface Tool) migreren an de ene naar de andere serer. De mobiele partitie migreren met behulp an de HMC U kunt een actiee of inactiee logische partitie migreren an de ene naar een andere serer, met behulp an de wizard Partitie op de Hardware Management Console (HMC). Voordat u een logische partitie migreert naar een andere serer dient u de olgende taken uit te oeren op de HMC. Tabel 38. Vereiste taken oor het migreren an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken 1. Controleer of alle ereiste oorbereidingstaken oor partitiemobiliteit zijn uitgeoerd. 2. Controleer of de bron- en de doelserer gereed zijn oor gebruik. 3. Controleer of de mobiele partitie is uitgeschakeld. Vereiste: Breng de logische partitie weer in staat an gereedheid wanneer de olgende oorwaarden gelden: U wilt de logische partitie actief migreren. De logische partitie heeft een storing. 4. Controleer of de mobiele partitie gereed is oor gebruik. 5. Controleer of zowel de bron- als de doel-vios gereed is oor gebruik. 6. Controleer of alle band- en CD-taken zijn oltooid of gestopt. 7. Controleer dat er geen DLPAR (dynamic logical partitioning)-bewerkingen in uitoering zijn op de logische partities op zowel de bron- als doelserer. Voer geen DLPAR-bewerkingen uit op de logische partities op de bron- en doelserer tijdens partitiemobiliteit. U kunt DLPAR-bewerkingen uitoeren op de logische partities nadat de mobiele partitie is gemigreerd naar de doelserer. 8. Als de bron- en de doelserers worden beheerd door erschillende HMC's, controleer dan of de sleutels oor SSH-erificatie (Secure Shell) tussen die HMC's correct zijn ingesteld. 9. Voer het hulpprogramma oor controle uit op de HMC om te controleren of de serers, de irtuele I/O-serers, de mobiele partitie, de opslagmedia en het netwerk zijn oorbereid op partitiemobiliteit. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Voorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 60 Voor het aanzetten an een beheerd systeem, zie Aanzetten Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwijzingscodes Een logische partitie actieren met behulp an de HMC Een logische partitie actieren met behulp an de HMC De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmc controleren op pagina 82 Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 111 Lie Partition Mobility 113
122 Voer de olgende taken uit om met behulp an de HMC een logische partitie te migreren naar een andere serer: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Open de bronserer in het werkenster. 4. Selecteer de mobiele partitie en klik op Bewerkingen > Mobiliteit > Migreren. Volg de stappen in de wizard Migratie. Als de mobiele partitie irtuele NIC-adapters (NIC) beat, probeert de HMC tijdens de alidatie automatisch een fysieke SR-IOV-poort oor de bestemming toe te wijzen op basis an een oereenkomstig(e) fysieke-poortlabel en poortswitchmodus, plus een doelhost-vios (Virtual I/O Serer) oor elke NIC-adapter op de mobiele partitie. Op de pagina Virtuele NIC's an de wizard Migratie wordt een an de olgende opties afgebeeld: Als de HMC geen toewijzingen oor irtuele NIC-adapters indt, wordt de NIC-tabel afgebeeld zonder de toewijzingsgegeens. Als de HMC wel toewijzingen oor irtuele NIC-adapters indt, worden de oorgestelde toewijzingen afgebeeld. In beide geallen kunt u wijzigingen de NIC-toewijzingen wijzigen door te klikken op Wijzigen. U kunt de fysieke SR-IOV-poort (single root I/O irtualization) an het doelachtergrondapparaat, de doelhost-virtuele I/O-serer (VIOS) of de doelcapaciteit an het NIC-achtergrondapparaat wijzigen. Als u Controleren kiest en de wijzigingen kunnen niet gealideerd worden, erschijnt er een foutbericht. Als u eroor kiest om de wizard Migratie zonder de alidatietaak uit te oeren, kan de bewerking mislukken als de gewijzigde toewijzing niet kan worden gecontroleerd. U moet de ereiste instellingen wijzigen en de alidatietaak of wizard opnieuw uitoeren. 5. Voer een an de olgende stappen uit om de irtuele-switchnaam an de doelserer te wijzigen: U kunt een oor één partitie uitoeren door op de opdrachtregel an de HMC de olgende opdracht op te geen: migrlpar -o -m <srccecname> -t <dstcecname> -p <lparname> -i "switch_mappings=<lan_id>/<src_switch_name>/<dest_switch_name>" U kunt een oor meerdere partities uitoeren door op de opdrachtregel an de HMC de olgende opdracht op te geen: migrlpar -o -m <srccecname> -t <dstcecname> -p <lparname_1>,<lparname_2>,...,<lparname_n> -i "multiple_switch_mappings=<lparname_1>/<lparid_1>/<lan_id_1>/<src_switch_name_1>/<dest_switch_name_1>,..<lparname_n>/<lparid_n>/<lan_id_n>/<src_switch_name_n>/<dest_switch_name_n>" 6. Voltooi de wizard. Tips: a. Met HMC ersie 7, release 3.5.0, of hoger, kunt u Zo mogelijk irtueel geheugenfouten erangen selecteren. Selecteer deze optie als u de mobiele partitie wilt migreren naar een doelsysteem met minder redundantie. b. De HMC ersie 7 release of hoger bewaart de toewijzingen aan de irtuele sleuen an de irtuele sereradapters op het doelsysteem. Maar in sommige situaties is de HMC misschien niet in staat om een of meer ID's oor irtuele sleuen ast te houden. In zulke geallen wijst de HMC beschikbare ID's toe. Om de toewijzingen te erangen, migreert u de mobiele partitie met behulp an de opdracht migrlpar anaf de opdrachtregelinterface HMC. c. U kunt het IP-adres opgeen an de MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer, de MSP (Moer Serice Partition) op het doelserer of an beide. U wilt bijoorbeeld partitiemobiliteit om het snelste IP-adres dat op een MSP beschikbaar is te gebruiken. Om het IP-adres an een sericepartitie oor erplaatsen op te geen, moeten de olgende producten de opgegeen ersies hebben: De HMC moet ersie 7, release zijn of een recentere ersie. De MSP (Moer Serice Partition) waaroor u een IP-adres wilt opgeen, moet Virtuele I/Oserer ersie zijn of een recentere ersie. 114 Power Systems: Lie Partition Mobility
123 Om de IP-adressen op te geen, migreert u de mobiele partitie door middel an de opdracht migrlpar anaf de opdrachtregelinterfacehmc. Nadat u een logische partitie hebt gemigreerd naar een andere serer, oert u de olgende taken uit. Tabel 39. Vereisten na het migreren an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken achteraf Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. Een logische partitie actieren met behulp an de HMC 2. Optioneel: Voeg ast toegewezen I/O-adapters toeen logische SR-IOV-poorten aan de mobiele partitie op de doelserer. 3. Als er tijdens de irtueelwerkstationerbindingen erloren zijn gegaan, brengt u de erbindingen opnieuw tot stand op de doelserer. 4. Optioneel: Wijs de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep oor logische partities toe. 5. Als er statische toepassingen zijn beëindigd óór de, start u deze toepassingen opnieuw op de doelserer. 6. Als u een of meer partitieprofielkenmerken hebt gewijzigd, sluit u de partitie af en actieert u het nieuwe profiel om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. 7. Optioneel: Maak een backup an de logische Virtuele I/O-serer-partities op de doelserer, om de nieuwe toewijzingen oor irtuele apparaten eilig te stellen. 8. Optioneel: Schakel eilige IP-tunnels uit tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Fysieke I/O-apparaten en -sleuen dynamisch toeoegen Een logische SR-IOV-poort dynamisch toeoegen aan een logische partitie De mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep oor partities Logische partities afsluiten en opnieuw starten Backup maken an de Virtuele I/O-serer stopsc (opdracht) De mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep oor partities: U kunt met behulp an de Hardware Management Console (HMC) de mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep, nadat de mobiele partitie is gemigreerd naar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Een werkbelastinggroep geeft een set logische partities aan die zich beinden op hetzelfde fysieke systeem. Hulpprogramma's oor het beheren an de werkbelasting gebruiken werkbelastinggroepen om de logische partities te identificeren die kunnen worden beheerd. Voordat u de mobiele partitie uit de bronomgeing naar de doelomgeing migreerde, had u de mobiele partitie mogelijk al uit een werkbelastinggroep erwijderd. Nu de mobiele partitie naar de doelomgeing is gemigreerd, kunt u deze aan een werkbelastinggroep toeoegen. Ga als olgt te werk om de mobiele partitie met behulp an de HMC toe te oegen aan een werkbelastinggroep: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. Lie Partition Mobility 115
124 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Instellingen. 7. Selecteer (Geen) onder Werkbelasting en klik op OK. 8. Herhaal stap 1 t/m 7 oor alle partitieprofielen behorende bij de mobiele partitie. U moet deze logische partitie met dit profiel actieren om de wijziging an kracht te laten worden. U kunt de wijziging ook dooroeren met behulp an DLPAR door op de logische partitie en daarna op Eigenschappen te klikken en het tabblad Oerige te selecteren. De onderbroken mobiele partitie migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC U kunt een onderbroken logische AI-, IBM i- of Linux-partitie naar een andere serer migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an de Hardware Management Console (HMC). Opmerking: Als een onderbroken logische partitie wordt gemigreerd naar een ander beheerd systeem, worden de irtuele geheugenapparaten an de logische partitie mogelijk per ongeluk opnieuw toegewezen terwijl de logische partitie onderbroken is. Omdat dit niet kan worden oorkomen, moet de onderbroken logische partitie bij oorkeur worden herat oordat de logische partitie wordt gemigreerd. U kunt een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie onderbreken, inclusief besturingssysteem en toepassingen, waarbij de irtuele sererstatus wordt opgeslagen in permanent geheugen. In een later stadium kunt u het gebruik an de logische partitie heratten. Als u een onderbroken logische partitie wilt migreren an het ene beheerde systeem naar het andere, kunt u de opdracht migrlpar uitoeren, waarbij het kenmerk protectstorage wordt ingesteld op de waarde 2. Omdat de irtuele opslagapparaten die zijn toegewezen aan de onderbroken logische partitie niet meer worden beschermd nadat de onderbroken logische partitie is gemigreerd, moet u eroor zorgen dat de integriteit an de irtuele opslagapparaten behouden blijft terwijl de logische partitie onderbroken blijft. Nadat u een onderbroken logische partitie hebt gemigreerd an de ene serer naar de andere, kunt u één an de olgende acties uitoeren: Herat de mobiele partitie op de doelserer. Sluit de mobiele partitie op de doelserer af. Verwante taken: De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 117 U kunt een onderbroken logische AI, IBM i, of Linux-partitie op de serer afsluiten met behulp an de Hardware Management Console (HMC) Versie , of hoger. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een logische IBM i-partitie onderbreken en de werking an de logische partitie heratten op hetzelfde systeem. De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC op pagina 117 U kunt een onderbroken logische AI, IBM i, of Linux-partitie op de serer afsluiten met behulp an de Hardware Management Console (HMC) Versie , of hoger. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een onderbroken logischeibm i-partitie afsluiten. 116 Power Systems: Lie Partition Mobility
125 De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC: U kunt een onderbroken logische AI, IBM i, of Linux-partitie op de serer afsluiten met behulp an de Hardware Management Console (HMC) Versie , of hoger. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een logische IBM i-partitie onderbreken en de werking an de logische partitie heratten op hetzelfde systeem. Voer de olgende taken uit om een onderbroken logische partitie te heratten door de HMC te gebruiken: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de onderbroken mobiele partitie in het werkenster. 4. Selecteer Bewerkingen > Bewerkingen onderbreken > Heratten. Opmerking: Als de VSI-configuratie (Virtual Station Interface) op de doelserer mislukt, mislukt ook het heratten. In dat geal moet u de partitie afsluiten en opnieuw opstarten; de heratbewerking wordt dan hersteld. Verwante taken: De onderbroken mobiele partitie migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 116 U kunt een onderbroken logische AI-, IBM i- of Linux-partitie naar een andere serer migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an de Hardware Management Console (HMC). De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen op pagina 78 U kunt de naam en werkstand an irtuele Ethernet-switches op de doelserer aststellen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: Een logische partitie onderbreken De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC: U kunt een onderbroken logische AI, IBM i, of Linux-partitie op de serer afsluiten met behulp an de Hardware Management Console (HMC) Versie , of hoger. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een onderbroken logischeibm i-partitie afsluiten. Voer de olgende taken uit om een onderbroken logische partitie af te sluiten door de HMC te gebruiken: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de onderbroken mobiele partitie in het werkenster. 4. Selecteer Bewerkingen > Afsluiten. Verwante taken: De onderbroken mobiele partitie migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 116 U kunt een onderbroken logische AI-, IBM i- of Linux-partitie naar een andere serer migreren met behulp an de opdrachtregelinterface an de Hardware Management Console (HMC). Mobiele partitie erplaatsen met behulp an SMIT U kunt een actiee logische AI-partitie met behulp an SMIT (System Management Interface Tool) migreren an de ene naar de andere serer. Als u werkt met Host Ethernet Adapters in de mobiele AI-partitie, kunt u partitiemobiliteit uitoeren met behulp an SMIT. SMIT werkt met Hardware Management Console (HMC)-opdrachten, oor het uit- Lie Partition Mobility 117
126 oeren an erificatie en partitiemobiliteit. De configuratie an de mobiele partitie moet echter oldoen aan bepaalde ereisten oor het uitoeren an partitiemobiliteit met behulp an SMIT. Raadpleeg oor meer informatie LPM-oerzicht. Problemen oplossen oor partitiemobiliteit Hier indt u meer informatie oer het begrijpen, traceren en oplossen an problemen met betrekking tot Actie en Inactie partitiemobiliteit, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Soms zult u een probleem alleen kunnen oplossen, in andere geallen moet u gegeens erzamelen zodat een medewerker an de technische dienst uw probleem snel kan oplossen. Problemen oplossen oor Actie partitiemobiliteit In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u problemen met betrekking tot Actie partitiemobiliteit kunt oplossen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hieronder ziet u een lijst met mogelijke fouten en hun oplossingen. Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partitiemobiliteit Probleem Het olgende foutbericht wordt afgebeeld: HSCL3656 Er is op het beheerde doelsysteem onoldoende geheugen beschikbaar oor de configuratie an de partitie. Voer een of beide an de olgende acties uit: 1. Verwijder geheugen uit afgesloten partities op het beheerde doelsysteem die werken met ast toegewezen geheugen. 2. Verwijder geheugen uit actiee partities op het beheerde doelsysteem die werken met ast toegewezen geheugen. Oplossing 1. Om fysiek geheugen beschikbaar te stellen oor de mobiele partitie, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit inactiee logische partities die ast toegewezen geheugen gebruiken (hierna toegewezen geheugenpartities genoemd) op de doelserer door de opdracht chhwres uit te oeren op de opdrachtregel in HMC. Bijoorbeeld chhwres -r mem -m <doelserer> -o r -p <logische_partitie> -q <geheugen>, waarbij: <doelserer> de naam is an de serer waarnaar u de mobiele partitie wilt migreren. <logische_partitie> de naam is an de logische partitie waaroor u fysiek geheugen wilt erwijderen. <geheugen> de hoeeelheid fysiek geheugen is, in MB, die u wilt erwijderen uit de logische partitie. 2. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door fysiek geheugen te erwijderen uit ast toegewezen geheugenpartities die inactief zijn, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit ast toegewezen geheugenpartities die actief zijn op de doelserer door één an de olgende taken uit te oeren: Vast toegewezen geheugen dynamisch erwijderen met behulp an de HMC Uitoeren an de opdracht chhwres anaf de HMCopdrachtregel. 118 Power Systems: Lie Partition Mobility
127 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partitiemobiliteit (erolg) Probleem Het olgende foutbericht wordt afgebeeld: HSCL03EC Er is onoldoende geheugen: Verkregen: xxxx, Vereist: xxxx. Controleer of er genoeg geheugen is om de partitie te actieren. Is dat niet het geal, maak dan een nieuw profiel of wijzig het bestaande profiel met de beschikbare resources. Actieer erolgens de partitie. Als de partitie met deze resources moet worden geactieerd, schakel dan alle draaiende partities uit met behulp an de resource en actieer erolgens de partitie. Oplossing 1. Om fysiek geheugen beschikbaar te stellen oor de mobiele partitie, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit inactiee logische partities die ast toegewezen geheugen gebruiken (hierna toegewezen geheugenpartities genoemd) op de doelserer door de opdracht chhwres uit te oeren op de opdrachtregel in HMC. Bijoorbeeld chhwres -r mem -m <doelserer> -o r -p <logische_partitie> -q <geheugen>, waarbij: <doelserer> de naam is an de serer waarnaar u de mobiele partitie wilt migreren. <logische_partitie> de naam is an de logische partitie waaroor u fysiek geheugen wilt erwijderen. <geheugen> de hoeeelheid fysiek geheugen is, in MB, die u wilt erwijderen uit de logische partitie. 2. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door fysiek geheugen te erwijderen uit ast toegewezen geheugenpartities die inactief zijn, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit ast toegewezen geheugenpartities die actief zijn op de doelserer door één an de olgende taken uit te oeren: Vast toegewezen geheugen dynamisch erwijderen met behulp an de HMC Uitoeren an de opdracht chhwres anaf de HMCopdrachtregel. 3. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door fysiek geheugen dynamisch te erwijderen uit ast toegewezen geheugenpartities die actief zijn op de doelserer, erwijdert u geheugen dynamisch uit de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Vast toegewezen geheugen dynamisch erwijderen met behulp an de HMC. 4. Kunt u de hoeeelheid geheugen die de mobiele partitie nodig heeft niet erlagen tot een hoeeelheid die gelijk is aan of minder dan het geheugen dat beschikbaar is op de doelserer, dan sluit u de logische partities op de doelserer af totdat er genoeg geheugen beschikbaar is om de mobiele partitie te actieren op de doelserer. 5. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door logische partities af te sluiten op de doelserer, migreert u de mobiele partitie naar de doelserer met behulp an inactiee partitiemobiliteit. Lie Partition Mobility 119
128 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partitiemobiliteit (erolg) Probleem Oplossing Opmerkingen: 1. De mobiele partitie moet gebruikmaken an ast toegewezen ("dedicated") geheugen. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, slaat u stap 3 op pagina 119 oer en gaat u erder met de olgende stap. 2. Na het migreren an de logische partitie naar de doelserer, is het misschien mogelijk een logisch geheugenblok (LMB - logical memory block) weer dynamisch toe te oegen aan de logische partitie. Dit is mogelijk in een of meer an de olgende situaties: De werkelijk beschikbare LMB's op de doelserer zijn fractioneel hoog. Bij het aststellen an de beschikbare LMB's op de doelserer, worden alle LMB-grootten naar beneden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Bijoorbeeld, 5,9 LMB's wordt naar beneden afgerond naar 5 LMB's. De hoeeelheid interne opslag an hyperisor die wordt gebruikt op de doelserer (om de logische partitie te ondersteunen) is een kleine fractie an 1 LMB. Bij het aststellen an de hoeeelheid geheugen die nodig is oor de logische partitie op de doelserer, wordt één LMB toegeoegd aan het feitelijke aantal ereiste LMB's oor de logische partitie. Deze extra LMB is bedoeld oor het interne hyperisorgeheugen dat nodig is ter ondersteuning an de logische partitie op de doelserer. 120 Power Systems: Lie Partition Mobility
129 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partitiemobiliteit (erolg) Probleem Het olgende foutbericht wordt afgebeeld: HSCLA319 De clientadapter an het irtuele glasezelkanaal op de partitie die wordt gemigreerd kan niet worden gehost door de bestaande Virtuele I/O-serer-partities (VIOS) op de beheerde doelserer. Als het besturingssysteem op de mobiele partitie het processorersieregister an de doelserer niet expliciet ondersteunt terwijl expliciete ondersteuning wel ereist is, wordt de geweigerd door de processor. U ontangt een foutmelding met betrekking tot het besturingssysteem wanneer u een logische partitie probeert te migreren. Oplossing Deze fout geeft aan dat de irtuele I/O-serers in de doelserer geen geschikte resources heeft om de adapter an het irtuele glasezelkanaal op de partitie die wordt gemigreerd of onderbroken is. Hieronder staan de meest oorkomende redenen oor deze fout: De SAN (storage area network) ondersteunt indeling in zones. De poorten an de doelserer en bronserer zijn niet identiek ingedeeld in zones. Om de irtuele adapter die wordt gemigreerd te hosten, moet de lijst met doelen oor glasezelkanalen in een poort op de doelserer precies oereenkomen met de lijst met doelen oor glasezelkanalen in de huidig toegewezen poort an de irtuele adapter die wordt gemigreerd op de bronserer. De twee WWPN's (worldwide port names) die zijn toegewezen aan de irtuele adapter zijn niet identiek ingedeeld in zones. De twee WWPN's moeten uitwisselbaar zijn tussen de SAN en het geheugen. De doelserer heeft geen poort die kan oldoen aan de maximale hoeeelheid oerdracht an de poort op de bronserer. De maximale hoeeelheid oerdracht is een kenmerk an een glasezelpoort en kan worden bekeken door de opdracht lsattr uit te oeren op een glasezelapparaat. Een schakelaar op de SAN kan worden geconfigureerd oor het gebruik an functies die de glasezelstandaard uitbreiden op manieren die niet compatibel zijn met Lie Partition Mobility. Bijoorbeeld, een functie poortbinding waarmee toewijzingen an WWPN's op poorten worden bijgehouden. Deze functie kan problemen eroorzaken omdat alidatie an Lie Partition Mobility ereist dat alle poorten moeten worden erkend ia een serie aanmeld- en afmeldbewerkingen. Als de switch de toewijzingen an WWPN's op poorten probeert te olgen, is het mogelijk dat de resources an de switch op zijn en dat de switch geen aanmeldbewerkingen meer toestaat. Als dit type functie wordt uitgeschakeld, worden sommige problemen die zijn gerelateerd aan mislukte aanmeldbewerkingen oor glasezel opgelost. Voer een an de olgende acties uit: Migreer de logische partitie naar een ander systeem. Werk het besturingssysteem bij naar een nieau dat de processorersieregisters an het doelsysteem ondersteunt. 1. Kijk of de foutenlogboeken an het besturingssysteem fouten met betrekking tot het systeem ermelden. 2. Kijk of het logboek an de HMC fouten met betrekking tot toepassingen ermeldt. Lie Partition Mobility 121
130 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partitiemobiliteit (erolg) Probleem Er treedt een HMC-fout op met betrekking tot onoldoende fysiek geheugen op de doelserer. Belangrijk: Het toereikende fysieke geheugen omat het beschikbare fysieke geheugen op de serer en het beschikbare aaneengesloten fysieke geheugen op de serer. Als de mobiele partitie meer aaneengesloten fysiek geheugen ereist, kunt u het probleem niet oplossen door meer fysiek geheugen beschikbaar te maken. De erbinding met de HMC (of HMC's) en de beheerde systemen is erbroken tijdens de, of de is mislukt. Tijdens het dynamisch wijzigen an resources treedt een fout op met de melding dat de RMC-daemon niet is erbonden. Lie Partition Mobility mislukt wanneer in de logische clientpartitie meerdere irtuele Fibre Channel-adapters zijn toegewezen aan dezelfde fysieke Fibre Channeladapter. Als bij het uitoeren an een gelijktijdigebewerking de stroom oor de doelserer uitalt en de stroom later weer wordt ingeschakeld, zijn mogelijk niet alle logische partities hersteld. Verwante erwijzing: 122 Power Systems: Lie Partition Mobility Oplossing Voer een an de olgende acties uit: Migreer de logische partitie naar een andere serer. Maak meer fysiek geheugen beschikbaar op de doelserer. Raadpleeg Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 69 oor de desbetreffende instructies. Voordat u het herstel uitoert, zorgt u eroor dat de RMC (Resource Monitoring and Control)-erbindingen tot stand zijn gebracht oor de te migreren partitie en de VIOS-partities op de bron- en doelserers. Voer de olgende stappen uit anaf de HMC die de bronserer beheert. Als de bronserer niet beschikbaar is of de bron-hmc zijn niet beschikbaar, oer dan de olgende stappen uit anaf de HMC die de doelserer beheert. 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de bronserer in het werkenster. Als de bronserer niet beschikbaar is, selecteert u de doelserer. 4. Selecteer in het taakmenu de optie Mobiliteit > Herstellen. Het enster Migratieherstel wordt afgebeeld. 5. Klik op Herstellen. 6. Als u de hebt hersteld anaf de HMC die de doelserer beheert (en een andere HMC die de bronserer beheert), kan het zijn dat u om het herstel te oltooien handmatig aanullende hersteltaken moet uitoeren op de bronserer. Zo kan het zijn dat ook al draait de mobiele serer op de doelserer en doet de zich ook op de doelserer oor, dat de mobiele serer ook als inactiee logische partitie op de bronserer erschijnt. In dat geal erwijdert u de mobiele partitie an de bronserer om het herstel te oltooien. Tip: U kunt ook de opdracht migrlpar -o r uitoeren om een te herstellen. Opmerking: Voor het niet-lokaal migreren an een partitie zorgt u eroor dat u de bron- en doelserer niet erbindt met dezelfde HMC. Deze fout doet zich meestal oor wanneer er sprake is an een probleem met de netwerkerbinding tussen de logische partities en de HMC. Controleer de configuratie an het systeemnetwerk om deze fout te erhelpen. U kunt logische partities waarin meerdere irtuele Fibre Channel-adapters zijn toegewezen aan dezelfde fysieke Fibre Channel-adapter niet migreren of onderbreken. Als u de stroom oor de doelserer weer inschakelt, gebruik dan de huidige configuratie en niet het laatst geactieerde profiel bij het actieren an de Virtuele I/O-serer-partities (VIOS).
131 Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit op pagina 65 Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn, oordat u begint met upgraden. Problemen oplossen oor Inactie partitiemobiliteit In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u problemen met betrekking tot Inactie partitiemobiliteit met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hieronder ziet u een lijst met mogelijke fouten en hun oplossingen. Tabel 41. Bekende problemen en oplossingen oor Inactie partitiemobiliteit Probleem Als de mobiele partitie wordt gemigreerd naar een serer die niet door het besturingssysteem wordt ondersteund (terwijl expliciete ondersteuning wel ereist is), kan de logische partitie op de doelserer niet worden opgestart. Er treedt een HMC-fout op met betrekking tot onoldoende fysiek geheugen op de doelserer. Belangrijk: Het toereikende fysieke geheugen omat het beschikbare fysieke geheugen op de serer en het beschikbare aaneengesloten fysieke geheugen op de serer. Als de mobiele partitie meer aaneengesloten fysiek geheugen ereist, kunt u het probleem niet oplossen door meer fysiek geheugen beschikbaar te maken. Oplossing Migreer de logische partitie naar een andere serer. Voer een an de olgende acties uit: Migreer de logische partitie naar een andere serer. Maak meer fysiek geheugen beschikbaar op de doelserer. Raadpleeg Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 69 oor de desbetreffende instructies. Virtuele I/O-serer-fouten Informatie oer fouten die kunnen optreden op de Virtuele I/O-serer (VIOS). In de onderstaande tabel indt u de mogelijke VIOS-fouten en de bijbehorende beschrijingen. Tabel 42. VIOS-foutcodes Foutcode Beschrijing 1 De irtuele adapter is niet gereed oor erplaatsen. De irtuele Ethernet-bron is niet bridged. 2 De irtuele adapter kan worden erplaatst met minder mogelijkheden. Bij geen an de VLAN's (irtual local area networks) wordt bridging toegepast op de bestemming. Daarom heeft de irtuele Ethernet-adapter minder mogelijkheden op de doelserer in ergelijking met het bronsysteem. 3 Het gegeensstroom-id is nog in gebruik. 64 De opdracht migmgr kan niet worden gestart. 65 Het gegeensstroom-id is ongeldig. 66 Het type irtuele adapter is ongeldig. 67 De naam an de DRC (DLPAR resource connector) oor de irtuele adapter wordt niet herkend. 68 De irtuele adaptermethode kan niet worden gestart of is oortijdig afgebroken. 69 Er is een tekort aan resources (ENOMEM-foutcode). 80 Het geheugen dat wordt gebruikt door de adapter is bedoeld oor de VIOS en is niet toegankelijk oor een andere VIOS. De irtuele adapter is daardoor niet in staat de mobiliteitsbewerking te oltooien. 81 De irtuele adapter is niet geconfigureerd. 82 De irtuele adapter kan niet in een status worden geplaatst. 83 De irtuele apparaten zijn niet geonden. Lie Partition Mobility 123
132 Tabel 42. VIOS-foutcodes (erolg) Foutcode Beschrijing 84 Het VIOS-nieau an de irtuele adapter is onoldoende. 85 De irtuele adapter kan niet worden geconfigureerd. 86 De irtuele adapter is in gebruik, waardoor de configuratie niet ongedaan kan worden gemaakt. 87 Het minimale patchnieau oor de irtuele adapter of apparaat is ontoereikend. 88 De apparatuurbeschrijing is ongeldig. 89 Het opdrachtargument is ongeldig. 90 Het irtuele doelapparaat kan niet worden gemaakt wegens incompatibele kenmerken an achtergrondapparaten. Meestal is dit omdat de maximungrootte an de oerdracht (MTU) of SCSI-resereringskenmerken an het achtergrondapparaat niet oereenkomen tussen de bron- VIOS en de doel-vios. 91 De aan de code doorgegeen DRC-naam komt oereen met een bestaande adapter. Lie Partition Mobility op systemen beheer door IVM Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u een actiee of inactiee logische partitie migreren an de ene serer naar een andere. Partition Mobility-oerzicht oor IVM Meer informatie oer de oordelen an partitiemobiliteit, hoe de Integrated Virtualization Manager (IVM) actiee en inactiee partitiemobiliteit, uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem nar een ander te migreren. Voordelen an partitiemobiliteit Partition Mobility biedt flexibiliteit op het gebied an systeembeheer en is ontworpen om de beschikbaarheid an systemen te erbeteren. Bijoorbeeld: U kunt oorkomen dat hardware of firmware als geolg an onderhoudswerkzaamheden offline moet worden gezet door logische partities naar een andere serer te migreren en erolgens het onderhoud te errichten. Partition Mobility kan u hierbij helpen door rond geplande onderhoudswerkzaamheden te werken. U kunt oorkomen dat een serer een tijd niet beschikbaar is door logische partities naar een andere serer te migreren en erolgens de upgrade uit te oeren. Zo kunt uw taken zonder onderbreking oortzetten. Als een serer een potentiële storing aanduidt, kunt u de logische partities eran naar een andere serer migreren oordat de storing optreedt. Partition Mobility kan u helpen bij het ermijden an onoorziene storingen. U kunt de werkbelasting op kleine, te weinig gebruikte serers combineren op één grote serer. U kunt de werkbelasting naar andere serers oerbrengen om resourcegebruik en de werkbelasting te optimaliseren binnen uw computeromgeing. Actie partitiemobiliteit stelt u in staat de werkbelasting te reguleren en zorgt eroor dat de tijd dat het systeem offline is tot een minimum beperkt blijft. Voor sommige systemen kunt u de toepassingen an een serer erplaatsen naar een geüpgraded serer, met behulp an IBM PowerVM Editions Lie Partition Mobility of de AI Lie Application Mobility-software, zonder dat dat an inloed is op de beschikbaarheid an de toepassingen. Hoewel partitiemobiliteit tal an oordelen heeft, kunt u er de olgende functies niet mee uitoeren: Partition Mobility biedt geen automatische afstemming an de werkbelasting. 124 Power Systems: Lie Partition Mobility
133 Partition Mobility biedt geen oerbrugging naar nieuwe functies. U dient logische partities opnieuw op te starten en mogelijk opnieuw te installeren om nieuwe functies te kunnen benutten. Partition Mobility-proces oor IVM Informatie oer hoe de Integrated Virtualization Manager (IVM) een actiee of inactiee logische partitie migreert an de ene naar een andere serer. In de onderstaande tabel worden de stappen beschreen die plaatsinden tijdens het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de IVM. Tabel 43. De stappen an het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de IVM Partition Mobility-stap 1. Controleer of aan alle oorwaarden is oldaan en zorg eroor dat alle oorbereidende taken zijn uitgeoerd. Actie Mobility-stap Inactie Mobilitystap 2. U sluit de mobiele partitie af. 3. U start partitiemobiliteit door te beginnen met de taak op de IVM. 4. De IVM extraheert de beschrijingen an de fysieke apparatuur oor alle fysieke adapters an de Virtuele I/O-serer-beheerpartitie op de bronserer. Aan de hand an de de geëxtraheerde informatie stelt de IVM ast of de Virtuele I/O-serer-beheerpartities op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Hierbij wordt ook gecontroleerd of de Virtuele I/O-sererbeheerpartitie op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar heeft oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. De IVM gebruikt al deze informatie oor het genereren an een lijst an aanbeolen toewijzingen oor irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. Waar mogelijk zorgt de IVM dat de olgende configuraties behouden blijen: Door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters. 5. De IVM bereidt de bron- en doelomgeingen oor op partitiemobiliteit. Dit omat ook het gebruik an de toewijzingen uit stap 4 oor het toewijzen an irtuele adapters op de mobiele partitie aan irtuele adapters op de Virtuele I/O-serer-beheerpartitie op de doelserer. 6. De IVM brengt de status oor de logische partitie in de bronomgeing oer naar de doelomgeing. 7. De IVM houdt de mobiele partitie op de bronserer aan. De bronpartitie gaat erder met het oerbrengen an de partitiestatus naar de logische doelpartitie. In Actie Partition Mobility inden dan de olgende aanullende stappen plaats: De bronpartitie haalt de partitiestatus op uit de bronserer en geeft deze ia het netwerk door aan de doelpartitie. De doelpartitie ontangt de partitiestatus en kent deze toe aan de doelserer. Lie Partition Mobility 125
134 Tabel 43. De stappen an het proces an Actie en Inactie partitiemobiliteit op de IVM (erolg) Partition Mobility-stap Actie Mobility-stap 8. De hyperisor herat de mobiele partitie op de doelserer. 9. De IVM oltooit de. Alle resources die eerder in gebruik waren door de mobiele partitie op de bronserer, worden opnieuw teruggehaald door de bronserer: De IVM erwijdert de irtuele SCSI-adapters en de irtuele Fibre Channel-adapters (die waren gekoppeld aan de mobiele partitie) uit de Virtuele I/O-serer-bronbeheerpartitie. Voor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen deactieert de IVM het apparaat oor pagingruimte dat werd gebruikt door de mobiele partitie, waarna dit apparaat wordt erwijderd (als het automatisch was gemaakt). Inactie Mobilitystap 10. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. 11. Na afloop oert u dierse ereiste taken uit, zoals het toeoegen an ast toegewezen I/O-adapters aan de mobiele partitie of het toeoegen an de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep. Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit Informatie oer de taken die de Integrated Virtualization Manager (IVM) uitoert bij het controleren an de systeemconfiguratie oor Actie en Inactie partitiemobiliteit. U moet uw omgeing controleren oordat u een actiee logische partitie gaat migreren. Met de alidatiefunctie an de IVM kunt u uw systeemconfiguratie controleren. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. In de olgende tabellen worden de alidatietaken ermeld die de IVM uitoert om te controleren of de bron- en doelsystemen gereed zijn oor actiee of inactiee partitiemobiliteit. Algemene compatibiliteit Tabel 44. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of de erbindingen oor resourcebewaking en -besturing (RMC) tot stand zijn gebracht. Controleren an de mogelijkheden en compatibiliteit oor mobiliteit. Taak an actiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de mobiele partitie, de bron- en doelbeheerpartities an de Virtuele I/O-serer (VIOS) en met de erbinding tussen de bron- en doel-msp's (moer serice partitions). Controleren an de bron- en doelserers, de hyperisor, de VIOS-beheerpartities en de MSP's (moer serice partitions). Taak an inactiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de VIOSbron- en doelpartities oor beheer. Controleren an de VIOSbeheerpartities en de hyperisor. 126 Power Systems: Lie Partition Mobility
135 Tabel 44. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Controleren an het actuele aantal s ten opzichte an het ondersteunde aantal s. Taak an actiee mobiliteit Controleren of het aantal actiee s niet strijdig is met het aantal ondersteunde actiee s. Taak an inactiee mobiliteit Controleren of het aantal inactiee s niet strijdig is met het aantal ondersteunde inactiee s. Serercompatibiliteit Tabel 45. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of de ereiste erwerkingsresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Controleren of de ereiste geheugenresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Controleren of de ereiste I/O-adapterresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Tijdens de alidatie extraheert de IVM de beschrijing an elke irtuele adapter op de VIOS-beheerpartities op de bronserer. Aan de hand an de de geëxtraheerde informatie stelt de IVM ast of de VIOS-beheerpartities op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Hierbij wordt ook gecontroleerd of de VIOSbeheerpartitie op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar heeft oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. Voor een mobiele partitie, die werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleren of een pool an gemeenschappelijk geheugen is geconfigureerd op de doelserer en of deze pool beschikt oer oldoende fysiek geheugen om te oldoen aan de ereisten oor geresereerd geheugen oor de mobiele partitie. Taak an inactiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. Lie Partition Mobility 127
136 Tabel 45. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partitiemobiliteit (erolg) Validatietaak Controleren of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Virtuele I/O-serer-compatibiliteit Tabel 46. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities oor beheer, oor actiee en inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of alle ereiste I/O-apparaten ia de VIOSbeheerpartitie zijn erbonden met de mobiele partitie. Er zijn hierbij geen fysieke adapters toegewezen aan de mobiele partitie en er zijn geen irtuele seriële adapters aanwezig in een irtuele sleuf met een hoger nummer dan 1. Controleren of er geen irtuele SCSI-schijen met logische backupolumes zijn en of er geen irtuele SCSIschijen aan interne schijen zijn gekoppeld (niet in het SAN). Controleren of de irtuele SCSI-schijen an de logische partitie toegankelijk zijn ia de VIOS-beheerpartitie op de doelserer. Controleren of het resereringsbeleid an de fysieke olumes hetzelfde is oor de VIOS-bron- en doelpartities. Controleren of de ereiste irtueel-lan-id's beschikbaar zijn op de VIOS-doelpartitie oor beheer. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's an de irtuele sereradapters op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Voor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert de IVM op een an de olgende manieren of er een geschikt beschikbaar apparaat oor pagingruimte is: Controleren of de pagingpool op de doelserer oldoende ruimte beschikbaar heeft oor het maken an een apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. Controleren of de beheerpartitie op de doelserer toegang heeft tot een beschikbaar apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit 128 Power Systems: Lie Partition Mobility
137 Compatibiliteit an de mobiele partitie Tabel 47. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd om te controleren of de mobiele partitie met succes kan worden gemigreerd naar de doelserer, met behulp an actiee of inactiee partitiemobiliteit Validatietaak Controleren of het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI of Linux is. Controleren of de mobiele partitie, het besturingssysteem en de toepassingen an de partitie geschikt zijn oor. Het besturingssysteem AI geeft de aanraag door aan de toepassingen en kerneluitbreidingen die op de hoogte moeten worden gehouden an eents op het gebied an dynamische herconfiguratie. Het besturingssysteem accepteert de of weigert deze. Controleren of de mobiele partitie niet als redundante logische partitie oor het rapporteren an fouten fungeert. Controleren of de mobiele partitie niet in een werkbelastinggroep oor partities is opgenomen. Controleren an de uniekheid an de irtuele MACadressen of de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Controleren an de status an de mobiele partitie. Controleren of de naam an de mobiele partitie nog niet wordt gebruikt op de doelserer. Controleren of de mobiele partitie niet is geconfigureerd met BSR (barrier synchronization register)-arrays. Controleren of bulkpagina's niet oor de mobiele partitie zijn ingesteld. Controleren of de mobiele partitie geen Host Ethernet Adapter (of Integrated Virtual Ethernet) heeft. Controleer of er geen tapestations of optische apparaten op de mobiele partitie zijn aangesloten, want als dat wel het geal is, mislukt de. Controleren of de mobiele partitie de status Geactieerd of Actief heeft. Controleren of de mobiele partitie de status Niet geactieerd heeft. Verwante taken: Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 178 Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partitiemobiliteit. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is gemigreerd Bij het migreren an een logische partitie an de ene serer naar een andere kunnen sommige kenmerken eranderen (bijoorbeeld het ID an de logische partitie) en bepaalde kenmerken blijen hetzelfde (zoals de configuratie an de logische partitie). De olgende tabel geeft een oerzicht an de kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en an de kenmerken die kunnen eranderen nadat u de logische partitie naar de doelserer hebt gemigreerd. Lie Partition Mobility 129
138 Tabel 48. Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en kenmerken die kunnen eranderen nadat de logische partitie naar de doelserer is gemigreerd Kenmerken die gelijk blijen Kenmerken die kunnen eranderen De naam an de logische partitie Het ID-nummer an de logische partitie Het type an de logische partitie (ast toegewezen of gemeenschappelijke processor) De configuratie an de logische partitie De processorarchitectuur De SMT-status (Simultaneous Multi-Threading) an elke processor De irtuele MAC-adressen, IP-adressen en de LUNtoewijzing aan de doelapparatuur Het type, model en serienummer an de computer De modelklasse an de onderliggende serer De ersie en het type an de processor De frequentie an de processor De affiniteitskenmerken an de logische geheugenblokken (LMB, Logical Memory Blocks) Het maximum aantal snel erwisselbare en geïnstalleerde fysieke De grootte an de L1- en L2-cache Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te migreren tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. U kunt erschillende ersies an de besturingsomgeingen AI, Linux, en Virtuele I/O-serer uitoeren in logische partities op serers op basis an, +-, POWER7- en POWER8-. Oudere ersies an deze besturingssystemen ondersteunen niet altijd alle mogelijkheden die beschikbaar zijn bij nieuwe. Uw mogelijkheden om logische partities te migreren tussen serers met erschillende typen, kunnen hierdoor worden beperkt. Een compatibiliteitswerkstand is een waarde die door de hyperisor wordt toegewezen aan een logische partitie en die de processoromgeing aangeeft waarin de logische partitie kan werken. Als u een logische partitie anaf een bepaalde bronserer migreert naar een doelserer met een ander type processor, maakt de compatibiliteitswerkstand het mogelijk dat de logische partitie op de doelserer zonder problemen in de desbetreffende processoromgeing kan werken. Met andere woorden: de compatibiliteitswerkstand stelt de doelserer in staat om de logische partitie een subset an de processormogelijkheden te bieden die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd. Verwante taken: De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 94 Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt migreren naar de doelserer. De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 169 U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt migreren naar de doelserer. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor : Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. In de olgende tabel wordt elk an de compatibiliteitswerkstanden beschreen en ziet u op welke serers de logische partitie met die werkstanden kunnen werken. 130 Power Systems: Lie Partition Mobility
139 Tabel 49. Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers + enhanced + enhanced POWER7 POWER8 Met de compatibiliteitswerkstand kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Met de compatibiliteitswerkstand enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de PO- WER6+-processor. Met de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER7- processor. Met de compatibiliteitswerkstand POWER8 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER8- processor. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand, kunnen werken op serers met -, +- of PO- WER7-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand + kunnen werken op serers met +- of POWER7-. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand enhanced kunnen werken op serers met -. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunnen werken op serers met +-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunnen werken op serers met POWER7-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand POWER8 kunnen werken op serers met POWER8-. Lie Partition Mobility 131
140 Tabel 49. Compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers De compatibiliteitswerkstand (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand waarmee de hyperisor kan bepalen wat de huidige werkstand oor de logische partitie is. Als de geprefereerde werkstand wordt ingesteld op, stelt de hyperisor de huidige werkstand in op de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand die de meeste functies biedt. In de meeste geallen is dit het processortype an de serer waarop de logische partitie is geactieerd. De geprefereerde werkstand is bijoorbeeld ingesteld op en de logische partitie draait op een serer met POWER8-. Omdat de gebruiksomgeing de mogelijkheden an de POWER8- ondersteunt, stelt de hyperisor de huidige compatibiliteitswerkstand in op POWER8. Op welke serers een logische partitie met de geprefereerde compatibiliteitswerkstand kan draaien, hangt af an de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. Als de hyperisor bijoorbeeld aststelt dat de actiee werkstand POWER8 is, kan de logische partitie worden uitgeoerd op serers met POWER8-. Verwante onderwerpen: Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 16 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 20 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden: De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. De hyperisor stelt de huidige compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie in op basis an de olgende informatie: De processorfuncties die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie draait. 132 Power Systems: Lie Partition Mobility
141 De geprefereerde compatibiliteitswerkstand die u opgeeft. Als u de logische partitie actieert, kijkt de hyperisor wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand is en wordt nagegaan of deze werkstand door de gebruiksomgeing wordt ondersteund. Is dat het geal, dan wijst de hyperisor de geprefereerde compatibiliteitswerkstand toe aan de logische partitie. Wordt de geprefereerde compatibiliteitswerkstand niet ondersteund door de gebruiksomgeing, dan wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand toe die de meeste functies biedt en die wél wordt ondersteund door de gebruiksomgeing. In de onderstaande tabel wordt aangegeen wanneer een compatibiliteitswerkstand de huidige dan wel de geprefereerde werkstand kan zijn. Tabel 50. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand Kan het de huidige werkstand zijn? Ja Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Ja + enhanced + enhanced POWER7 POWER8 De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER7 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER8 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. U kunt opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt POWER7 opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt POWER8 opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Lie Partition Mobility 133
142 Tabel 50. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Kan het de huidige werkstand zijn? Nee De compatibiliteitswerkstand (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand. Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Ja U kunt opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand. Trouwens, als u geen geprefereerde werkstand opgeeft, stelt het systeem de geprefereerde werkstand automatisch in op. In de olgende tabel ziet u een oerzicht an de huidige en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand die op de erschillende typen serers worden ondersteund. Tabel 51. Ondersteunde compatibiliteitswerkstanden per type serer Type sererprocessor Serer met +- Ondersteunde huidige werkstanden, +, + enhanced Ondersteunde geprefereerde werkstanden,, +, PO- WER6+ enhanced Serer met -, enhanced,, enhanced Serer met POWER7-, +, POWER7,, +, PO- WER7 Serer met POWER8-, +, POWER7, POWER8,, +, PO- WER7, POWER8 De geprefereerde compatibiliteitswerkstand is de hoogste werkstand die de hyperisor aan een logische partitie kan toewijzen. Als de geprefereerde werkstand niet wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd, kan de hyperisor de huidige werkstand wel instellen op een lagere werkstand dan de geprefereerde werkstand, maar niet op een hogere. De logische partitie draait bijoorbeeld op een POWER8-serer en u geeft POWER8 op als de geprefereerde werkstand. De gebruiksomgeing die op de logische partitie is geïnstalleerd, biedt echter geen ondersteuning oor de mogelijkheden an de POWER8-processor, maar wel oor die an de POWER7-processor. Als u de logische partitie actieert, wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand POWER7 toe als actiee werkstand oor de logische partitie. POWER7 is namelijk de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand met de meeste functies; deze werkstand is echter lager dan de geprefereerde werkstand, POWER8. om de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie dynamisch te wijzigen. Om de werkstand te wijzigen, moet u de wijziging aanbrengen, de logische partitie afsluiten en de logische partitie opnieuw starten. De hyperisor probeert dan de huidige compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand die u hebt opgegeen. Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer.als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Als u opgeeft als geprefereerde werkstand oor een inactiee logische partitie, kunt u die partitie migreren naar een serer met elk willekeurig type processor. Omdat alle serers de standaard compatibiliteitswerkstand ondersteunen, kunt u een inactiee logische partitie waaroor is opge- 134 Power Systems: Lie Partition Mobility
143 geen als geprefereerde werkstand, migreren naar en serer met elk type processor. Als de inactiee processor op de doelserer wordt geactieerd, blijft de geprefereerde werkstand ingesteld op en bepaalt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie. Verwante onderwerpen: Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor : De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Opmerking: POWER8-serers bieden geen ondersteuning oor de werkstand "enhanced". Als u wilt dat een logische partitie in een "enhanced" werkstand draait, dan moet u die enhanced werkstand opgeen als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie. Wordt de bijbehorende nietenhanced werkstand door de gebruiksomgeing ondersteund, dan wijst de hyperisor de enhanced werkstand toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met andere woorden: als u de werkstand + enhanced mode opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand +, dan wijst de hyperisor de werkstand PO- WER6+ enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met de werkstand enhanced is het precies hetzelfde: als u die werkstand opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand, dan wijst de hyperisor de werkstand enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Logische partities in de compatibiliteitswerkstand werken alleen op serers met -, en logische partities met de werkstand + enhanced alleen op serers met +. Als een logische partitie in de werkstand enhanced werkt, kunt u die partitie dus alleen migreren naar een serer met -processor. Als een logische partitie in de werkstand PO- WER6+ enhanced werkt, kan die partitie alleen worden gemigreerd naar serers met +-. Als u een logische partitie in de compatibiliteitswerkstand enhanced migreert naar een serer met +-, dan moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in of PO- WER6. Verolgens moet u de logische partitie opnieuw starten. Verwante onderwerpen: Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Lie Partition Mobility 135
144 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor : Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Verwante onderwerpen: Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit op pagina 34 In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 20 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 16 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Actie partitiemobiliteit: Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde en de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de. De combinaties oor actiee s gelden ook oor het migreren an een onderbroken partitie. 136 Power Systems: Lie Partition Mobility
145 Tabel 52. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER8-serers Bronomgeing Bronserer WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- WER8- Geprefereerde werkstand óór POWER8 Actiee werkstand óór POWER8 of POWER7, Opmerking: De actiee werkstand an is ongeldig, omdat besturingssystemen op serers met POWER8- PO- WER6 niet ondersteunen als de standaard werkstand. POWER8 of POWER7 Doelomgeing Doelserer WER8- WER8- POWER7 POWER7 WER WER8- WER8- POWER8 POWER8 WER7- POWER8 WER7- POWER7 POWER7 WER7- POWER7 WER WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na POWER8 POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER8) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund POWER7 + Actiee werkstand na POWER8, PO- WER7 POWER8, PO- WER7 POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER8) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund POWER7 POWER7 + Lie Partition Mobility 137
146 Tabel 52. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER8-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER8- WER8- WER8- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelomgeing Doelserer WER6- POWER8, PO- WER7, of PO- WER6+ POWER8 of POWER7 POWER8, PO- WER7 of PO- WER6+, WER6- WER6- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de "actiee" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Tabel 53. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + Actiee werkstand óór POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 + of Doelomgeing Doelserer WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na POWER7 + Actiee werkstand na POWER7, PO- WER6+, POWER7, PO- WER6+, +, PO- WER6 138 Power Systems: Lie Partition Mobility
147 Tabel 53. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 Actiee werkstand óór POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 Doelomgeing Doelserer WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER7 is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6+ of PO- WER6 is, is de actiee werkstand op de doelserer + of. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Lie Partition Mobility 139
148 Tabel 53. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór + Actiee werkstand óór POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 + of Doelomgeing Doelserer WER6- WER6+- WER6+- POWER7 of + POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 WER6- WER6- POWER7 POWER7 WER8- POWER7, PO- WER6+ of PO- WER6 WER8- Geprefereerde werkstand na + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 Actiee werkstand na Als de actiee werkstand an de bronserer PO- WER7 of PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, omdat de doelserer geen ondersteuning biedt oor de actiee werkstand (POWER7 of +). Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6 is, is de actiee werkstand op de doelserer. +, PO- WER6 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 POWER8 of POWER7, na het opnieuw starten an de logische partitie (afhankelijk an de ersie an het besturingssysteem). 140 Power Systems: Lie Partition Mobility
149 Tabel 53. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelomgeing Doelserer WER WER8- Geprefereerde werkstand na + Actiee werkstand na + Tabel 54. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an +-serers Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced Actiee werkstand óór + of + of + enhanced Doelomgeing Doelserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- + of WER6- Geprefereerde werkstand na + + enhanced Actiee werkstand na +, PO- WER6 +, PO- WER6 + enhanced Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6 is, is de actiee werkstand op de doelserer. Lie Partition Mobility 141
150 Tabel 54. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced Actiee werkstand óór + of + enhanced Doelomgeing Doelserer WER6- WER6- WER enhanced + of + of + enhanced WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), PO- WER6+, +, PO- WER6 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. 142 Power Systems: Lie Partition Mobility
151 Tabel 54. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór + of Doelomgeing Doelserer WER8- WER enhanced + of + enhanced WER8- WER8- Geprefereerde werkstand na + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na POWER8 of POWER7, na het opnieuw starten an de logische partitie (afhankelijk an de ersie an het besturingssysteem), +, PO- WER6 + (Nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart) om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Tabel 55. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an -serers Bronomgeing Bronserer WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand óór Doelomgeing Doelserer WER6- WER6- enhanced enhanced WER6- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand na enhanced Actiee werkstand na enhanced + (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), Lie Partition Mobility 143
152 Tabel 55. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee s an -serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- WER6- Verwante erwijzing: Geprefereerde werkstand óór enhanced Actiee werkstand óór enhanced Doelomgeing Doelserer WER6+- WER7- WER7- enhanced enhanced WER7- WER8- WER8- enhanced enhanced WER8- Geprefereerde werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER8 of POWER7, na het opnieuw starten an de logische partitie (afhankelijk an de ersie an het besturingssysteem), om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. 144 Power Systems: Lie Partition Mobility
153 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Inactie partitiemobiliteit op pagina 29 Als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 150 Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor s waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Inactie partitiemobiliteit: Als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de. Tabel 56. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER8-serers Bronomgeing Bronserer Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór POWER8 POWER7 + POWER8 POWER7 + Doelomgeing Doelserer Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met - Geprefereerde werkstand óór POWER8 POWER7 + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 + Actiee werkstand na en actiering POWER8, POWER7 POWER8, POWER7 POWER7 + POWER7 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 + Lie Partition Mobility 145
154 Tabel 56. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER8-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór POWER8, POWER7, of + POWER8 of POWER7 + Doelomgeing Doelserer Serer met - Serer met - WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. + Actiee werkstand na en actiering om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. of PO- WER6+ om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. + Tabel 57. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER7-serers Bronomgeing Bronserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + + Doelomgeing Doelserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór POWER7 + + Actiee werkstand na POWER7, +, of POWER7, +, of +, of PO- WER6 +, of PO- WER6 +, of PO- WER6 146 Power Systems: Lie Partition Mobility
155 Tabel 57. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serers met PO- WER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór POWER7 POWER7 of PO- WER6+ POWER7 + Doelomgeing Doelserer WER6+- Serer met - Serer met - Serer met - Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 + Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 POWER8 of PO- WER7, afhankelijk an het besturingssysteem. + Tabel 58. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an +-serers Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced Doelomgeing Doelserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Serer met - Geprefereerde werkstand óór + + enhanced Actiee werkstand na +, of PO- WER6 +, of PO- WER6 + enhanced Lie Partition Mobility 147
156 Tabel 58. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + + enhanced + + enhanced Doelomgeing Doelserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. + om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), +, of +, of PO- WER6 om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund POWER8 of PO- WER7, afhankelijk an het besturingssysteem. 148 Power Systems: Lie Partition Mobility
157 Tabel 58. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an +-serers (erolg) Bronomgeing Bronserer WER6+- WER6+- Geprefereerde werkstand óór + enhanced + Doelomgeing Doelserer Serer met POWER8- Serer met POWER8- Geprefereerde werkstand óór om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund + Actiee werkstand na om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund + Tabel 59. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an -serers Bronomgeing Bronserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Geprefereerde werkstand óór enhanced enhanced Doelomgeing Doelserer Serer met - Serer met - Serer met - WER6+- WER6+- WER6+- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór enhanced om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na enhanced +, om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), of Lie Partition Mobility 149
158 Tabel 59. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee s an -serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór Doelserer Geprefereerde werkstand óór Actiee werkstand na Serer met - enhanced Serer met POWER7- om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Serer met - Serer met POWER8- POWER8 of PO- WER7, afhankelijk an het besturingssysteem. Serer met - Serer met POWER8- Serer met - enhanced Serer met POWER8- om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Actie partitiemobiliteit op pagina 21 Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor s waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM: Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor s waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. In de onderstaande tabel ziet u het processortype an de bronserer en de compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de. 150 Power Systems: Lie Partition Mobility
159 Tabel 60. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor gemengde ersies an de IVM Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Werkstand óór Doelserer Geprefereerde werkstand na Actiee werkstand na Serer met - Serer met - Serer met - enhanced Serer met - enhanced enhanced of Serer met - WER6+- Serer met - enhanced WER6+- om de logische partitie te migreren, want de "enhanced" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. om de logische partitie te migreren, want de "enhanced" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Vereiste: In de orige tabel worden geen serers met +- of POWER7- ermeld als bronserer. Als u an plan bent een serer met +- te gaan beheren met de IVM, moet de IVM minimaal op het nieau an Versie 2.1 zijn. Als u een POWER7 wilt gaan beheren met de IVM, moet de IVM minimaal ersie met fixpack 22.1 en sericepakket 1 zijn. Als u een logische partitie wilt migreren anaf een - of +-serer naar een POWER7-serer, moet de IVM oor het beheren an de - of +-serer minimaal ersie met fix pack 22 zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Actie partitiemobiliteit op pagina 21 Als u een actiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor oor Inactie partitiemobiliteit op pagina 29 Als u een inactiee logische partitie migreert naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Scenario's: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partitiemobiliteit: In deze scenario's indt u informatie oer hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het migreren an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Scenario: Een actiee logische partitie migreren an een serer met een POWER7-processortype naar een serer met een POWER8-processortype. U wilt een actiee logische partitie migreren an een serer met POWER7- naar een serer met POWER8-, zodat de logische partitie gebruik kan maken an de extra mogelijkheden an de serer met POWER8-. Voor het migreren an een actiee logische partitie an een serer met POWER7- naar een serer met POWER8-, oert u de olgende stappen uit: Lie Partition Mobility 151
160 1. Stel de geprefereerde compatibiliteitswerkstand in op de standaard werkstand. Als u erolgens de logische partitie actieert op de serer met POWER7-, werkt die partitie in de werkstand oor POWER7. 2. Migreer de logische partitie naar de POWER8-serer. Zowel de huidige als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie blijft ongewijzigd totdat u de logische partitie opnieuw hebt gestart. 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER8-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op de standaardwaarde en de logische partitie draait op een serer met POWER8-, is POWER8 de hoogste beschikbare werkstand. De hyperisor stelt ast dat POWER8 de hoogste werkstand is die olledig wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die op de logische partitie wordt ondersteund, en wijzigt de huidige werkstand an de logische partitie dienoereenkomstig in POWER8. Op dit punt is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie dus POWER8; de logische partitie draait op de serer met POWER8-. Scenario: De actiee logische partitie terugmigreren naar de serer met POWER7- Er treedt een probleem op en u moet de actiee logische partitie terugmigreren naar de serer met PO- WER7-. Omdat de logische partitie nu in de POWER8-werkstand draait en de POWER8- werkstand niet wordt ondersteund op de serer met POWER7-, moet u de geprefereerde werkstand oor de logische partitie zodanig aanpassen dat de hyperisor de huidige werkstand weer kan instellen op een werkstand die door de serer met POWER7- wordt ondersteund. Om de logische partitie terug te migreren naar de serer met POWER7-, oert u de olgende stappen uit: 1. Wijzig de geprefereerde werkstand an standaard () in de werkstand oor POWER7. 2. Start de logische partitie opnieuw op de POWER8-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op POWER7, stelt de hyperisor de huidige werkstand niet in op een hogere werkstand dan POWER7. De hyperisor bepaalt eerst of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand POWER7 door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op POWER7. 3. Nu de logische partitie in de werkstand POWER7 draait en de werkstand POWER7 wordt ondersteund door de serer met POWER7-, kunt u de logische partitie terugmigreren naar de serer met POWER7-. Scenario: Een actiee logische partitie migreren tussen ongelijke typen, zonder de configuratie-instellingen te wijzigen. Afhankelijk an hoe aak het nodig is om logische partities te migreren, is het een goed idee om de gewenste flexibiliteit te behouden, zodat u niet oortdurend configuratiewijzigingen hoeft aan te brengen wanneer u de actiee logische partitie migreert tussen een serer met POWER7- en een serer met POWER8-. Om dit soort flexibiliteit te behouden stelt u ast welke compatibiliteitswerkstanden door zowel de bron- als de doelserer worden ondersteund en stelt u de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor de logische partitie in op de hoogste gemeenschappelijk ondersteunde werkstand. Om deze flexibiliteit te bereiken, oert u de olgende stappen uit: 1. Stel de geprefereerde werkstand in op POWER7, omdat de POWER7-werkstand de hoogste werkstand is die wordt ondersteund door zowel POWER7-serers als POWER8-serers. 2. Migreer de logische partitie an de POWER7-serer naar de POWER8-serer. 152 Power Systems: Lie Partition Mobility
161 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER8-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. De hyperisor stelt de de huidige werkstand niet in op een werkstand die hoger is dan de geprefereerde werkstand. Eerst bepaalt de hyperisor of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand POWER7 door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op POWER7. 4. Voer geen configuratiewijzigingen uit om de logische partitie terug te migreren naar de serer met POWER7-, omdat de POWER7-werkstand wordt ondersteund op de serer met POWER Migreer de logische partitie terug naar de POWER7-serer. 6. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. De hyperisor stelt ast dat de werkstand POWER7 door de gebruiksomgeing wordt ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op POWER7. Scenario: Een inactiee logische partitie erplaatsen tussen serers met ongelijke processortypen Dezelfde logica als in de oorgaande scenario's is an toepassing op Inactie partitiemobiliteit, met dien erstande dat oor Inactie partitiemobiliteit de huidige compatibiliteitswerkstand an niet nodig is, omdat de logische partitie inactief is. Nadat u de inactiee logische partitie naar de doelserer hebt gemigreerd en de logische partitie op de doelserer hebt geactieerd, kijkt de hyperisor of de configuratie correct is en stelt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie op dezelfde manier in als het geal is wanneer u een logische partitie opnieuw start, na het uitoeren an Actie partitiemobiliteit. De hyperisor probeert de compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand. Als dat niet lukt, wordt gekeken op het met de eerstolgende hoogste werkstand wél lukt. Verwante onderwerpen: Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 20 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 16 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 21 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de. Partition Mobility-omgeing Informatie oer elke component an de partitiemobiliteit-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partitiemobiliteit. Componenten an de partitiemobiliteit-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM), de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Bron- en doelserers in een omgeing met partitiemobiliteit: Er zijn twee serers betrokken bij partitiemobiliteit dat wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt migreren en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt migreren. Lie Partition Mobility 153
162 De bron- en de doelserer moeten serers zijn met - of recentere, om deel te kunnen nemen aan partitiemobiliteit. De doelserer moet oldoende processor- en geheugenresources hebben om de mobiele partitie te kunnen uitoeren. Gemeenschappelijk geheugen is fysiek geheugen dat is toegewezen aan de pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen en wordt gedeeld door meerdere logische partities. De pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen is een gedefinieerde collectie an fysieke geheugenblokken die worden beheerd als enkele geheugenpool door de hyperisor. Logische partities die u toewijst aan de pool an gemeenschappelijk geheugen delen het geheugen in die pool met de andere logische partities die u toewijst aan de pool. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met gemeenschappelijk geheugen, moet de doelserer ook beschikken oer een pool an gemeenschappelijk geheugen om de mobiele partitie aan toe te wijzen. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met ast toegewezen geheugen, werkt de mobiele partitie op de doelserer ook met ast toegewezen geheugen. Verwante taken: Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 160 U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Verwante informatie: Oerzicht an gemeenschappelijk geheugen Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit: Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Wanneer u Virtuele I/O-serer installeert op een systeem dat niet wordt beheerd door een HMC of door een IBM BladeCenter-bladeserer, wordt Virtuele I/O-serer de beheerpartitie die IVM leert oor systeembeheer. IVM beschikt oer een webinterface met een opdrachtregel waarmee u een logische partitie kunt migreren an het ene naar het andere systeem. De taak an IVM helpt u bij het controleren en het oltooien an een. IVM bepaalt het type op basis an de status an de logische partitie. Als de logische partitie de status Running (Actief) heeft, is de ook actief. Als de logische partitie de status Not Actiated (Niet geactieerd) heeft, is de inactief. Voordat u de logische partitie migreert, oert u een geldigheidscontrole uit, zodat u zeker weet dat de slaagt. In de onderstaande tabel worden de serices ermeld die de beheerpartities op de bron- en doelserers leeren aan de mobiele partitie (en andere clientpartities). 154 Power Systems: Lie Partition Mobility
163 Tabel 61. Serices die worden geleerd door de beheerpartitie Serice die wordt geleerd door de beheerpartities Sererpartitie MSP (Moer Serice Partition) VIOS-partitie oor paging Beschrijing De beheerpartitie op zowel de bron- als de doelserer moeten opslag- en netwerkresources leeren aan de mobiele partitie, zodat de mobiele partitie anaf de bronen doelserer toegang heeft tot dezelfde opslagruimte. Waar mogelijk zorgt de partitiemobiliteit dat de olgende configuratiekenmerken behouden blijen: Door de gebruiker gedefinieerde namen an irtuele doelapparaten. Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters. Voor Actie partitiemobiliteit, worden de beheerpartities op de bron- en de doelserer automatisch MSP's. Met Actie partitiemobiliteit wordt met behulp an de MSP's de mobiele partitie als olgt oergebracht naar de doelserer: Op de bronserer haalt de bronpartitie de partitiestatus an de mobiele logische partitie op uit de hyperisor. De MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer erzendt de statusgegeens an de logische partitie naar de MSP (Moer Serice Partition) op het doelsysteem. Op de doelserer installeert de MSP (Moer Serice Partition) de statusgegeens an de logische partitie op de hyperisor. Een logische VIOS-partitie die is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen (hierna VIOS-pagingpartitie genoemd) biedt toegang tot de apparaten oor pagingruimte, oor de logische partities die werken met gemeenschappelijk geheugen. De beheerpartitie op de bronserer is de VIOS-pagingpartitie op de bronserer, terwijl de beheerpartitie op de doelserer de VIOS-pagingpartitie op de doelserer is. Bij het controleren an een mobiele partitie (die werkt met gemeenschappelijk geheugen) oor Actie partitiemobiliteit, controleert de IVM of de pagingpool op het doelsysteem beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Als de pagingpool niet een dergelijk apparaat beat, controleert de IVM of de pagingpool groot genoeg is om automatisch een apparaat oor pagingruimte te maken dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 156 In partitiemobiliteit die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Lie Partition Mobility 155
164 De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 165 U dient te controleren dat de bron- en doelbeheerpartities correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen migreren an de bron- naar de doelserer. Hiertoe behoort ook het controleren an de ersie an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en het actieren an de PowerVM Enterprise Editionhardwarefunctie. Softwaretoepassingen die partitiemobiliteit herkennen: Softwaretoepassingen kunnen zijn ontworpen om zich aan gewijzigde systeemhardware aan te passen nadat ze naar een ander systeem zijn erplaatst. Voor de meeste softwaretoepassingen in logische partities an AI en Linux hoeft u geen wijzigingen door te oeren om ze tijdens Actie partitiemobiliteit naar behoren te laten functioneren. Sommige toepassingen zijn mogelijk afhankelijk an wijzigende kenmerken tussen de bron- en de doelserer, terwijl andere toepassingen zich mogelijk moeten aanpassen oor de. PowerHA (of High Aailability Cluster Multi-Processing) is op de hoogte an partitiemobiliteit. U kunt een mobiele partitie waarop wordt gewerkt met PowerHA-clustersoftware migreren naar een andere serer zonder dat de PowerHA-software opnieuw hoeft te worden gestart. Dit zijn oorbeelden an toepassingen die de mogelijkheid zich aan te passen aan partitiemobiliteit ten goede zou komen: Softwaretoepassingen die gebruikmaken an processor- en geheugenaffiniteitskenmerken om hun gedrag af te stemmen. Affiniteitskenmerken kunnen als geolg an een immers worden gewijzigd. De functies an de toepassing blijen oneranderd, maar er zijn mogelijk erschillen waarneembaar in het prestatieermogen. Voor toepassingen met processorbindings blijen deze bindings tijdens s aan dezelfde logische gekoppeld, hoewel de fysieke worden gewijzigd. Bindings dienen meestal oor dynamische-cache-doeleinden, maar de erplaatsing an fysieke processor ereist een cache-hiërarchie op het doelsysteem. Deze erandering indt meestal zeer snel plaats en is dan ook niet merkbaar. Toepassingen die zijn afgestemd op bepaalde cache-architecturen, zoals hiërarchie, grootte, regelgrootte en koppelbaarheid. Meestal betreft het hier uitsluitend hoogwaardige computertoepassingen, maar het JIT-compileerprogramma (Just-In-Time) an de Jaa Virtual Machine is ook geoptimaliseerd oor de cacheregelgrootte an de processor waarmee deze is geopend. Hulpprogramma's en hun agents oor prestatieanalyse, capaciteitsplanning en boekhouding kunnen zich meestal aan s aanpassen omdat zowel de performancetellers an de processor als het type en de frequentie an de processor worden gewijzigd tussen de bron- en de doelserer. Boendien moeten hulpprogramma's die een samengetelde systeembelasting op basis an de belastingen op alle gehoste logische partities uitrekenen, zich kunnen aanpassen wanneer een logische partitie uit het systeem is erwijderd of aan het systeem is toegeoegd. Werkbelastingmanagers Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing: In partitiemobiliteit die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Tijdens Actie partitiemobiliteit is het an belang dat de twee beheerpartities met elkaar kunnen communiceren. Het irtuele LAN moet ia een irtuele Ethernet-brug in de beheerpartitie met een fysiek netwerk zijn erbonden. Het LAN moet zodanig zijn ingesteld dat de mobiele partitie na een kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. 156 Power Systems: Lie Partition Mobility
165 Actie partitiemobiliteit stelt geen specifieke eisen aan de geheugengrootte an de mobiele partitie. De geheugenoerdracht leidt niet tot opschorting an de actiiteiten an de mobiele partitie en kan geruime tijd duren ingeal an omangrijke geheugenconfiguratie in een traag netwerk. Het is dan ook raadzaam een snelle breedbanderbinding, zoals Gigabit Ethernet, te gebruiken. De netwerkbandbreedte tussen de MSP's (moer serice partitions) moet 1 GB of groter zijn. Met VIOS , of hoger, kunt u IP-tunnels inschakelen tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP uitwisselt tijdens Actie partitiemobiliteit. MSP's met eilige IP-tunnels ragen mogelijk iets meer erwerkingsresources. Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 154 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Verwante taken: Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 170 U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken zoals het configureren an een irtuele Ethernet-bridge op de bron- en doelbeheerpartities en het maken an ten minste één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing: Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). De mobiele partitie wordt an de ene naar de andere serer gemigreerd doordat de bronserer de statusinformatie an de logische partitie ia een LAN (Local Area Network) naar de doelserer erzendt. De schijfgegeens an de partitie kunnen echter niet ia een netwerk worden uitgewisseld tussen twee systemen. Om partitiemobiliteit te laten slagen, moet de mobiele partitie opslagresources gebruiken die in een SAN (Storage Area Network) worden beheerd. Door deze SAN-opslag heeft de mobiele partitie anaf zowel de bron- als de doelserer toegang tot dezelfde opslag. In de olgende afbeelding ziet u een oorbeeld an de opslagconfiguratie die ereist is oor partitiemobiliteit. Lie Partition Mobility 157
166 Bronserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor Storage Area Network Fysieke opslag 1 Fysieke opslag 2 Fysieke opslag 3 Doelserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor IPHC De fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, Fysieke opslag 3, is aangesloten op het SAN. Minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de Virtuele I/O-serer-bronbeheerpartitie wordt aangesloten op het SAN, en datzelfde geldt oor minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de Virtuele I/O-serer-doelbeheerpartitie. Als de mobiele partitie ia irtuele Fibre Channel-adapters erbinding maakt met Fysieke opslag 3, dan moeten de fysieke adapters die zijn toegewezen aan de bron- en doelbeheerpartities an Virtuele I/O-serer ondersteuning bieden aan N_Port ID Virtualization (NPIV). De fysieke adapter op de Virtuele I/O-serer-bronbeheerpartitie maakt erbinding met een of meer irtuele adapters op de Virtuele I/O-serer-bronbeheerpartitie. Op dezelfde manier maakt de fysieke adapter op de Virtuele I/O-serer-doelbeheerpartitie erbinding met een of meer irtuele adapters op de Virtuele 158 Power Systems: Lie Partition Mobility
167 I/O-serer-doelbeheerpartitie. Als de mobiele partitie ia irtuele SCSI-adapters erbinding maakt met Fysieke opslag 3, worden de irtuele adapters op de Virtuele I/O-serer-bron- én doelbeheerpartities toegewezen om toegang te krijgen tot de LUN's (logical unit numbers) an Fysieke opslag 3. Elke irtuele adapter op de Virtuele I/O-serer-bronbeheerpartitie maakt erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Op dezelfde manier maakt elke irtuele adapter op de Virtuele I/O-serer-doelbeheerpartitie erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Aan elke irtuele Fibre Channel-adapter die op een mobiele partitie (of op een willekeurige logische clientpartitie) wordt gemaakt, wordt een paar WWPN's (worldwide port names) toegewezen. Beide WWPN's an het paar worden toegewezen oor toegang tot de LUN's an de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt of aan Fysieke opslag 3. Tijdens de normale werking gebruikt de mobiele partitie één WWPN om zich aan te melden bij het SAN en om toegang te krijgen tot Fysieke opslag 3. Als u de mobiele partitie migreert naar de doelserer, is er een korte periode waarin de mobiele partitie werkt op zowel de bron- als de doelserer. Omdat de mobiele partitie zich niet gelijktijdig anaf zowel de bron- als de doelserer met dezelfde WWPN kan aanmelden bij het SAN, gebruikt de mobiele partitie de tweede WWPN om zich tijdens de anaf de doelserer aan te melden bij het SAN. De WWPN's an elke irtuele Fibre Channel-adapter worden mét de mobiele partitie naar de doelserer erplaatst. Als u de mobiele partitie migreert naar de doelserer, oert de IVM (die de doelserer beheert) de olgende taken uit op de doelserer: Er worden irtuele adapters gemaakt op de logische Virtuele I/O-serer-doelpartitie Er wordt erbinding gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtuele I/O-sererdoelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie Belangrijk: De IVM maakt en beheert automatisch de hierboen beschreen irtuele adapters. De IVM zorgt eroor dat de irtuele SCSI-adapters an en naar de beheerpartitie en de logische partitie automatisch worden toegeoegd en erwijderd wanneer u een logische partitie maakt of wist. De IVM zorgt eroor dat de irtuele Fibre Channel-adapters an en naar de beheerpartitie en de logische partitie automatisch worden toegeoegd (of erwijderd) wanneer u logische partities aan fysieke glasezelpoorten toewijst (of de toewijzing opheft) met behulp an de grafische gebruikersinterface. Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 154 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Verwante taken: Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 173 U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk.> In een SSP-omgeing (Shared Storage Pool) wordt de tijd die ereist is oor het controleren an LUN's (Logical Unit Numbers) oor partitiemobiliteit rechtstreeks beïnloed door het aantal LUN's dat moet worden gealideerd. Omdat de HMC een tijdslimiet oor LUN-alidatie oplegt, kunnen er alidatiefouten optreden bij een groot aantal geconfigureerde LUN's. De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 176 U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Bij deze erificatie gaat het om taken zoals het controleren an de WWPN's (wereldwijde poortnamen) oor de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie en het controleren of de fysieke glasezeladapters en de fysieke glasezelswitches ondersteuning bieden oor NPIV. Verwante informatie: Lie Partition Mobility 159
168 Redundantie configureren met behulp an irtuele Fibre Channel-adapters Voorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen migreren an het bron- naar het doelsysteem. Het gaat hierbij om het controleren an de configuratie an de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM)-beheerpartities, de mobiele partitie, het irtueel geheugen en de irtuele netwerkconfiguratie. Verwante onderwerpen: Partition Mobility-oerzicht oor IVM op pagina 124 Meer informatie oer de oordelen an partitiemobiliteit, hoe de Integrated Virtualization Manager (IVM) actiee en inactiee partitiemobiliteit, uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem nar een ander te migreren. Partition Mobility-omgeing op pagina 153 Informatie oer elke component an de partitiemobiliteit-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partitiemobiliteit. Componenten an de partitiemobiliteit-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM), de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Voer de olgende taken uit om de bron- en doelserers oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 62. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer Planningstaken oor serers Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Controleer dat de bron- en doelserer werken op een an de olgende POWER8-modellen: L L L A A A 8408-E8E Opmerkingen: De bron- en doelserers kunnen ook POWER7-serers zijn. Raadpleeg Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 15 oor informatie oer compatibiliteitswerkstanden an. Zorg dat de doelserer beschikt oer de benodigde softwarelicenties en onderhoudscontracten. Voor het controleren an de gebruiksrechten die gelden oor uw serers, raadpleegt u de website Entitled Software Support. 160 Power Systems: Lie Partition Mobility
169 Tabel 62. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 2. Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn. 3. Controleer of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. De logische geheugenblokgrootte an elke serer aststellen en, indien nodig, de grootte aanpassen. 4. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, zorgt u eroor dat de pool an gemeenschappelijk geheugen is gemaakt op de doelserer. 5. Controleer of de doelserer beschikt oer oldoende geheugen ter ondersteuning an de mobiele partitie. 6. Controleer of de doelserer genoeg beschikbare heeft oor het ondersteunen an de mobiele partitie. 7. Controleren of de bron- en doel Virtuele I/O-serers met elkaar kunnen communiceren. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Door HMC beheerde systemen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partitiemobiliteit op pagina 65 Systeemeigenschappen bekijken en wijzigen Gemeenschappelijke geheugenpool definiëren met behulp an de Integrated Virtualization Manager Als de mobiele partitie werkt met ast toegewezen geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 163. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel geresereerd I/Ogeheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 164. Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen op pagina 165 Verwante onderwerpen: Bron- en doelserers in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 153 Er zijn twee serers betrokken bij partitiemobiliteit dat wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt migreren en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt migreren. Door IVM beheerde systemen: Partition Mobility-matrix oor firmwareondersteuning: Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn, oordat u begint met upgraden. In de onderstaande tabel geen de waarden in de linkerkolom de firmwarenieaus op bronserers aan en de waarden in de boenste rij de firmwarenieaus an de doelserers. Voor de erschillende combinaties geeft Geblokkeerd aan dat anwege code niet mogelijk is. Niet ondersteund geeft aan dat mogelijk is, maar niet wordt ondersteund door IBM. Mobiel geeft aan dat items in aanmerking komen oor. Lie Partition Mobility 161
170 Tabel 63. Firmwarenieau Migreren anaf firmwarenieau Migreren naar firmwarenieau 350_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7730_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7740_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7760_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7763_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7770_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7773_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7780_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER7 783_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 810_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 820_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 830_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx - 783_xxx POWER8 840_xxx 350_xxx POWER7 730_xxx-783_xxx, met uitzondering an 760_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 830_xxx Opmerking: 840_xxx wordt niet ondersteund. POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx POWER8 810_xxx - 840_xxx In de olgende tabel wordt het aantal gelijktijdige s afgebeeld dat wordt ondersteund per systeem. De bijbehorende minimale firmwarenieaus en Virtuele I/O-serer (VIOS) die ereist zijn worden ook afgebeeld. Tabel 64. Gelijktijdige s Gelijktijdige s per systeem Firmwarenieau Nieau an VIOS 4 All Versie Maximumaantal gelijktijdige s per VIOS 162 Power Systems: Lie Partition Mobility
171 Tabel 64. Gelijktijdige s (erolg) Gelijktijdige s per systeem Firmwarenieau Nieau an VIOS 8 Nieau 7.6 of hoger Versie Maximumaantal gelijktijdige s per VIOS Beperkingen: Alle gelijktijdige s moeten hetzelfde bron- en doelsysteem hebben. Systemen die worden beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM) ondersteunen maximaal 8 gelijktijdige s. U kunt Lie Partition Mobility niet gelijktijdig in twee richtingen uitoeren. Bijoorbeeld: Wanneer u een mobiele partitie migreert an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie migreren an de doelserer naar de bronserer. Wanneer u een mobiele partitie migreert an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie migreren an de doelserer naar een andere serer. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor het ondersteunen an de mobiele partitie. Zo nodig kunt u met de Integrated Virtualization Manager (IVM) meer fysiek geheugen beschikbaar stellen. Gebruik een andere rol dan Alleen bekijken oor het uitoeren an deze taak. Gebruikers met de rol SR (Serice Representatie) kunnen geen opslagwaarden bekijken of wijzigen. Om ast te stellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de IVM: 1. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. Klik in het menu Partition management op View/Modify Partitions. Het enster View/Modify Partition wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op het tabblad Memory. e. Noteer de instellingen oor minimum, toegewezen en maximum geheugen. f. Klik op OK. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify System Properties. Het enster View/ Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Klik op het tabblad Memory. c. Ga naar het gedeelte General, noteer de waarde an Current memory aailable en an Resered firmware memory. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Houd rekening met het olgende: Als u de mobiele partitie migreert naar de doelserer, heeft die doelserer meer geresereerd firmwaregeheugen nodig oor het beheer an de mobiele partitie. Als op de doelserer onoldoende fysiek geheugen beschikbaar is oor de mobiele partitie, kunt u meer fysiek geheugen toeoegen aan de doelserer. U kunt dit doen met een of meer an de olgende taken: Dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit logische partities die werken met ast toegewezen geheugen.raadpleeg oor instructies Dynamisch beheer an geheugen. Lie Partition Mobility 163
172 Als de doelserer is geconfigureerd met een pool an gemeenschappelijk geheugen, kunt u dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen. Voor instructies raadpleegt u Grootte an gemeenschappelijke geheugenpool wijzigen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oldoen aan het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie. Indien nodig kunt u meer fysiek geheugen toewijzen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Om ast te stellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende geheugen om te oorzien in het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de IVM: 1. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Partitions, onder Partition Management. De pagina View/Modify Partitions wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. c. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. De pagina Partition Properties wordt nu afgebeeld. d. Klik op het tabblad Geheugen. e. Noteer de waarde bij I/O entitled memory. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is in de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Shared Memory Pool, onder Partition Management. De pagina View/Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Noteer de hoeeelheid beschikbaar geheugen die wordt aangegeen in het eld Shared memory pool size. 3. Vergelijk de hoeeelheid beschikbaar geheugen (uit stap 2) met de hoeeelheid geresereerd I/Ogeheugen die nodig is oor de mobiele partitie (uit stap 1). Als meer geheugen beschikbaar is dan de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie, beschikt de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer oer oldoende beschikbaar geheugen om de mobiele partitie te ondersteunen op de doelserer. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen, die nodig is oor de mobiele partitie, groter is dan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, kunt u een of meer an de olgende taken uitoeren: Voeg geheugen toe aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, zodat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Raadpleeg oor instructies Grootte an de pool an gemeenschappelijk geheugen wijzigen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Verwijder een of meer gemeenschappelijke geheugenpartities uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, totdat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. U kunt een logische partitie erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, door de geheugenwerkstand an de logische partitie te wijzigen an gemeenschappelijk in ast toegewezen.raadpleeg oor instructies het onderwerp Geheugeneigenschappen beheren oor partities die werken met gemeenschappelijk geheugen. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie (bijna) gelijk is aan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, is de pool an gemeenschappelijk geheugen waarschijnlijk ernstig oerbelast, hetgeen de prestaties kan beïnloeden. U kunt eentueel extra geheugen toeoegen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, om de mate an oerbelasting an de gemeenschappelijk geheugenpool te beperken. 164 Power Systems: Lie Partition Mobility
173 Waarschuwing: Bij het migreren an een actiee logische partitie waaroor de werkstand oor geresereerd I/O-geheugen is ingesteld op automatisch, wordt het geresereerd I/O-geheugen oor de mobiele partitie niet automatisch herberekend en opnieuw toegewezen door de IVM. Dit gebeurt pas wanneer de mobiele partitie opnieuw wordt gestart op de doelserer. Als u de mobiele partitie opnieuw start op de doelserer en u an plan bent de mobiele partitie terug te migreren naar de bronserer, dient u te controleren dat de pool an gemeenschappelijk geheugen op de bronserer oer oldoende geheugen beschikt om te oorzien in de nieuwe hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Verwante informatie: Performanceoerwegingen oor oerbelaste gemeenschappelijke geheugenpartities Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen: Met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen hoeeel beschikbaar zijn op de doelserer en, indien nodig, meer toewijzen. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Ga als olgt te werk om de op de doelserer met behulp an IVM op te ragen: 1. Bepaal hoeeel de mobiele partitie nodig heeft: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partition. Het enster View/Modify Partition wordt afgebeeld. b. Selecteer de logische partitie waaran u de eigenschappen wilt bekijken. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op de tab Processing en noteer de waarden bij het minimum-, het maximum- en het beschikbare aantal erwerkingseenheden. e. Klik op OK. 2. Bepaal hoeeel de doelserer heeft: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify System Properties. Het enster View/ Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Klik op de tab Processing. c. Noteer de waarde bij Current processing units aailable. d. Klik op Apply. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Als de doelserer genoeg oor de mobiele partitie heeft, gaat u erder bij Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 160. Als de doelserer niet genoeg oor de mobiele partitie heeft, erwijdert u met behulp an IVM dynamisch uit de logische partitie. U kunt ook uit logische partities an de doelserer erwijderen. De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren dat de bron- en doelbeheerpartities correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen migreren an de bron- naar de doelserer. Hiertoe behoort ook het controleren an de ersie an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en het actieren an de PowerVM Enterprise Editionhardwarefunctie. Voer de olgende taken uit om de bron- en doelbeheerpartities oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Lie Partition Mobility 165
174 Tabel 65. Voorbereidingstaken oor IVM Planningstaken oor IVM 1. Zorg dat de IVM oor het beheer an de bronserer en de IVM oor het beheer an de doelserer oldoen aan de olgende ersieereisten: Als de bronserer, doelserer of beide serers PO- WER7-serers zijn, controleert u of de IVM of IVM's oor het beheren an de serers minimaal an ersie zijn, met fixpack 22.1 en sericepakket 1. Als de bron- of de doelserer een -serer is, controleert u of de IVM oor het beheren an die serer minimaal an ersie is, met fixpack 22 (of hoger). Als de bron- of de doelserer een POWER8-serer is, controleert u of de IVM oor het beheren an die serer minimaal an Versie is, met Release 3.5 (of hoger). 2. Controleer of de PowerVM Enterprise Editionhardwarefunctie geactieerd is. 3. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert u of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Bijwerken an de Integrated Virtualization Manager De actieringscode inoeren oor PowerVM Editions, met de Integrated Virtualization Manager Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 154 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat: U kunt controleren of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Om te controleren of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat, dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de IVM: 1. Ga na wat de ereiste grootte is an de mobiele partitie. Het apparaat oor pagingruimte oor de logische AI- of Linux-partitie die gemeenschappelijk geheugen gebruikt (hierna partitie met gemeenschappelijk geheugen genoemd) moet ten minste de grootte hebben an het maximale logische geheugen an de partitie met gemeenschappelijk geheugen. Om het maximale logische geheugen oor de mobiele partitie te zien, oert u de olgende stappen uit: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Partitions, onder Partition Management. De pagina View/Modify Partitions wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. c. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. De pagina Partition Properties wordt nu afgebeeld. d. Klik op het tabblad Geheugen. 166 Power Systems: Lie Partition Mobility
175 e. Noteer het maximale logische geheugen. Dit is de ereiste grootte an het apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. 2. Bekijken welke apparaten oor pagingruimte momenteel zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Shared Memory Pool, onder Partition Management. De pagina View/Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Klik op Paging Space Deices - Adanced. c. Neem kennis an de grootte an elk apparaat oor pagingruimte dat niet is toegewezen aan een partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen. 3. Vaststellen hoeeel ruimte beschikbaar is in de pagingpool: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Virtual Storage, onder Virtual Storage Management. De pagina View/Modify Virtual Storage wordt afgebeeld. b. Klik op het tabblad Storage Pools. c. Selecteer de pool oor paging. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. De pagina Storage Pool Properties wordt afgebeeld. e. Noteer de beschikbare grootte an de pool oor paging. 4. Controleer of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat geschikt is oor de mobiele partitie. De pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een geschikt apparaat oor pagingruimte als een an de olgende situaties an toepassing is: De pool oor paging beschikt oer oldoende ruimte om te oldoen aan de grootteereisten an de mobiele partitie (het resultaat an stap 3 minus het resultaat an stap 1 op pagina 166 is groter dan of gelijk aan nul). Wanneer u de mobiele partitie migreert naar de doelserer (Actie partitiemobiliteit) of wanneer u de mobiele partitie actieert op de doelserer (Inactie partitiemobiliteit), maakt de IVM automatisch een apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. De pool an gemeenschappelijk geheugen beat een apparaat oor pagingruimte dat niet is toegewezen aan een partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen en dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. 5. Als de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer niet beschikt oer geschikt apparaat oor pagingruimte, oert u een an de olgende taken uit: Vergroot de pool oor paging zodat er oldoende ruimte is oor de IVM om automatisch een apparaat oor pagingruimte te kunnen maken oor de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Opslagpools aanpassen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Voeg aan de pool an gemeenschappelijk geheugen een apparaat oor pagingruimte toe dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Apparaten oor pagingruimte toeoegen of erwijderen met behulp an de Integrated Virtualization Manager Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 154 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Verwante informatie: Apparaten oor pagingruimte op systemen die worden beheerd met de Integrated Virtualization Manager Door IVM beheerde systemen: De mobiele partitie oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de mobiele partitie juist is geconfigureerd om te kunnen worden gemigreerd naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren ook procedures om te oldoen aan de partitiemobiliteit-ereisten oor adapters en besturingssysteem. Lie Partition Mobility 167
176 Voer de olgende taken uit om de mobiele partitie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 66. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie Planningstaken oor de mobiele partitie Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Zorg eroor dat het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI of Linux is. 2. Controleer of het besturingssysteem een an de olgende nieaus heeft: Voor AI ersies gaat u naar Fix Leel Recommendation Tool: U kunt alle AI-ersies die op POWER8-serers worden ondersteund, afbeelden met de Fix Leel Recommendation Tool. 1. Selecteer AI in Select your OS family 2. Bij Select products and enter the ersion information selecteert u POWER7-serer in het eld Serer MTM. 3. Selecteer de GHz-waarde an de POWER8-serer, en selecteer het eld AI. In het eld AI worden de AI-ersies ermeld, die worden ondersteund op de geselecteerde POWER8- serer, waarbij xxxx-xx-xx staat oor release, technologienieau en sericepakket. Red Hat Enterprise Linux ersie 5 update 5, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 10 Serice Pack 3, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 11 Serice Pack 1, of hoger Oudere ersies an de AI en Linux-besturingssystemen kunnen werken met Inactie partitiemobiliteit, mits ze ondersteuning bieden oor irtuele apparatuur en oor serers met -, POWER7-, of POWER Als het besturingssysteem op de mobiele partitie Linux is zorgt u eroor dat het DynamicRM-toolpakket is geïnstalleerd. 4. Controleren of de bron- en doelbeheerpartities met elkaar kunnen communiceren. 5. Controleer of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer. 6. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen deel uitmaakt an een werkbelastinggroep oor partities. 7. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen fysieke I/O-adapters heeft. Serice- en productiiteitsfuncties oor Linux POWER-serers De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 169 De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen op pagina 170 Dynamisch beheer an fysieke adapters Waarschuwing: Tijdens Inactie- erwijdert de IVM automatisch alle fysieke I/O-adapters die aan de mobiele partitie zijn toegewezen. 168 Power Systems: Lie Partition Mobility
177 Tabel 66. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 8. Zorg dat de mobiele partities geen gebruikmaakt an Host Ethernet Adapters (of Integrated Virtual Ethernet). Een Host Ethernet Adapter-poort toewijzen aan een logische partitie 9. Als de mobiele partitie een schijfloze logische AIpartitie is en als de DLPAR (dynamic logical partitioning)-scripts zich beinden in de standaarddirectory /usr/lib/dr/scripts/all, kunt u de opdracht drmgr gebruiken om naar een directory met schrijftoegang te gaan. drmgr (opdracht) 10. Zorg eroor dat de toepassingen op de mobiele partitie geen problemen opleeren met de of de kunnen herkennen. Softwaretoepassingen die partitiemobiliteit herkennen op pagina 53 De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren: U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt migreren naar de doelserer. U kunt als olgt met behulp an de IVM controleren of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer: 1. Ga na welke compatibiliteitswerkstanden er door de doelserer worden ondersteund. Dit doet u door de olgende opdracht op te geen op de opdrachtregel an de IVM op de doelserer: lssyscfg -r sys -F lpar_proc_compat_modes Noteer deze waarden, zodat u ze later nog eens kunt naslaan. 2. Ga na wat de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie op de bronserer is: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partitions. Het enster Partities bekijken/wijzigen wordt weergegeen. b. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op de tab Processing. e. Kijk wat de huidige en de geprefereerde compatibiliteitswerkstanden oor de mobiele partitie zijn. Noteer deze waarden, zodat u ze later nog eens kunt naslaan. Beperking: Als de bronserer wordt beheerd door een IVM met een ersie óór ersie 2.1, beeldt de IVM alleen de huidige compatibiliteitswerkstand oor de mobiele partitie af. 3. Controleer of de compatibiliteitswerkstand die u in stap 2 hebt astgesteld, wordt genoemd in de lijst an compatibiliteitswerkstanden oor de doelserer, die u in stap 1 hebt opgeroepen. Bij actiee s en an een onderbroken partitie moeten zowel de geprefereerde als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie worden ondersteund door de doelserer. Bij inactiee s hoeft alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand te worden ondersteund door de doelserer. 4. Als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, gaat u naar stap 2 en geeft u oor de geprefereerde werkstand een werkstand op die door de doelserer wél wordt ondersteund. Bijoorbeeld: De faoriete werkstand an de mobiele partitie is POWER8 en u bent an plan om de mobiele partitie te migreren naar een serer met POWER7- Lie Partition Mobility 169
178 . De POWER7-serer biedt geen ondersteuning oor de POWER8-werkstand, maar wel oor de POWER7-werkstand. Daarom moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in POWER7. 5. Als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, kunt u de olgende oplossingen proberen: Als de mobiele partitie actief is, is het mogelijk dat de hyperisor nog niet de gelegenheid heeft gehad om de huidige werkstand an de mobiele partitie bij te werken. Start de mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. Als de huidige werkstand an de mobiele partitie nog steeds niet oorkomt in de lijst an ondersteunde partities oor de doelserer, kunt u de geprefereerde werkstand aan de hand an de instructies in stap 2 op pagina 169 wijzigen in een werkstand die wél wordt ondersteund door de doelserer. Verolgens start de u mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. De mobiele partitie draait bijoorbeeld op een serer met POWER8- en de actiee werkstand is de POWER8-werkstand. Nu wilt u de mobiele partitie migreren naar een POWER7- serer, waarop geen ondersteuning oor de POWER8-werkstand beschikbaar is. U erandert de geprefereerde werkstand an de mobiele partitie in POWER7 en start dan de mobiele partitie opnieuw. De hyperisor controleert de configuratie en stelt de huidige werkstand in op POWER7; deze wordt ondersteund op de doelserer. Verwante onderwerpen: Compatibiliteitswerkstanden op pagina 130 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te migreren tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen: U kunt de mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM), zodat u de mobiele partitie kunt migreren an de bron- naar de doelserer. Een werkbelastinggroep geeft een set logische partities aan die zich beinden op hetzelfde fysieke systeem. De werkbelastinggroep wordt gedefinieerd bij het configureren an een logische partitie met behulp an IVM. De werkbelastinggroep dient oor toepassingen waarmee softwaregroepen worden beheerd. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor partitiemobiliteit, mag deze niet aan een werkbelastinggroep zijn toegewezen. Ga als olgt te werk om de mobiele partitie met behulp an IVM uit een werkbelastinggroep te erwijderen: 1. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partition. Het enster View/Modify Partition wordt afgebeeld. 2. Selecteer de logische partitie die u uit de werkbelastinggroep wilt erwijderen. 3. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. 4. Op het tabblad General deselecteert u Partition workload group participant. 5. Klik op OK. Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken zoals het configureren an een irtuele Ethernet-bridge op de bron- en doelbeheerpartities en het maken an ten minste één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. 170 Power Systems: Lie Partition Mobility
179 Voer de olgende taken uit om de netwerkconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Opmerking: Partition Mobility zal mislukken wanneer u een an de olgende beeiligingsinstellingen inschakelt oor de logische VIOS-partities: Als u de netwerkbeeiliging op de hoge modus hebt ingesteld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. Als u een profiel dat de netwerkconnectiiteit beïnloedt, hebt ingeschakeld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. U kunt eilige IP-tunnels inschakelen tussen de MSP's (moer serice partitions) op de bron- en doelserers, om Partition Mobility uit te oeren met deze beeiligingsinstellingen. Raadpleeg oor meer informatie Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 101. Tabel 67. Voorbereidingstaken oor het netwerk Taken oor netwerkplanning 1. Configureer een irtuele Ethernetbrug op de beheerpartities an het bron- en het doelsysteem met behulp an IVM. 2. Zorg eroor dat u de irtuele Ethernetbruggen op de beheerpartities op het bron- en het doelsysteem erbindt met het netwerk. 3. Maak minimaal één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. 4. Actieer de mobiele partitie om de communicatie tot stand te brengen tussen het irtuele Ethernet en de irtuele Ethernet-adapter an de beheerpartitie. 5. Controleer of het besturingssysteem an de mobiele partitie de nieuwe Ethernet-adapter herkent. 6. Stel het LAN zodanig in dat de mobiele partitie ook na afloop an de kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. 7. Optioneel: Configureer eilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers en schakel deze in. 8. Voor VIOS-partities die zijn ingesteld als MSP's (moer serice partitions), zorgt u dat deze werken met een netwerkbandbreedte an 1 GB of meer. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Virtuele Ethernet-bruggen in het beheerde systeem configureren Een irtuele Ethernet-adapter maken Logische partities actieren Beheer en configuratie an adapters Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 101 Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 156 In partitiemobiliteit die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren: Met Virtuele I/O-serer (VIOS) , of hoger, kunt u eilige IP-tunnels configureren tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Als zowel de bron- als de doelserer werken met Virtuele I/O-serer , of hoger, worden de tunnels automatisch gemaakt, afhankelijk an het beeiligingsprofiel dat is toegepast op de bron-vios. Lie Partition Mobility 171
180 Oerweeg het inschakelen an eilige IP-tunnels tussen de MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer en de MSP op het doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP op de bronserer erzendt naar de MSP op de doelserer tijdens actie partitiemobiliteit. Voordat u begint, moet u de olgende taken uitoeren: 1. Door middel an de opdracht iosleel controleren of de MSP's op de bron- en doelserers an ersie zijn, of hoger. 2. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de bronserer. 3. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de doelserer. 4. De gedeelde geheime erificatiesleutel erkrijgen oor de bron- en de doel-msp's. Voer de olgende stappen uit om eilige IP-tunnels te configureren en in te schakelen: 1. Beeld een lijst an beschikbare eilige tunnelagenten af met behulp an de opdracht lssc. Bijoorbeeld: $lssc ipsec_tunnel 2. Beeld een lijst af an alle kenmerken an de eilige-tunnelagent met behulp an de opdracht cfgsc. Bijoorbeeld: $cfgsc ipsec_tunnel -ls local_ip remote_ip sleutel 3. Configureer met behulp an de opdracht cfgsc een eilige tunnel tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer: cfgsc ipsec_tunnel waarbij: -attr local_ip=src_msp_ip remote_ip=dest_msp_ip key=key src_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de bronserer. dest_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de doelserer. sleutel is de geheime gedeelde sleutel oor de MSP's op de bron- en doelserers. Bijoorbeeld: abcderadf31231adsf. 4. Schakel de eilige tunnel in met behulp an de opdracht startsc. Bijoorbeeld: startsc ipsec_tunnel Opmerking: Als u het sterke PCI (Payment Card Industry)- of DoD (Department of Defence)- beeiligingsprofiel toepast, wordt de eilige tunnel gemaakt en wordt Actie Partition Mobility uitgeoerd ia dit beeiligde kanaal. Het eilige kanaal dat wordt gemaakt, wordt automatisch ernietigd zodra de Partition Mobility-bewerking is oltooid. Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtuele I/O-serer, in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 39 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partitiemobiliteit op pagina 154 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt migreren naar een andere serer. Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 54 In partitiemobiliteit dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie 172 Power Systems: Lie Partition Mobility
181 maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Netwerkconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 156 In partitiemobiliteit die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Verwante informatie: opdracht cfgsc opdracht startsc Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk.> In een SSP-omgeing (Shared Storage Pool) wordt de tijd die ereist is oor het controleren an LUN's (Logical Unit Numbers) oor partitiemobiliteit rechtstreeks beïnloed door het aantal LUN's dat moet worden gealideerd. Omdat de HMC een tijdslimiet oor LUN-alidatie oplegt, kunnen er alidatiefouten optreden bij een groot aantal geconfigureerde LUN's. De doelserer moet dezelfde irtuele SCSI-configuratie bieden als de bronserer. In deze configuratie heeft de mobiele partitie na naar de doelserer toegang tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). Voer de olgende taken uit om de irtuele SCSI-configuratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. Tabel 68. Voorbereidingstaken oor de irtuele SCSI-configuratie op systemen die worden beheerd door de IVM Taken oor opslagplanning 1. Controleer of de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, is toegewezen aan de beheerpartitie op de bronserer en aan de beheerpartitie op de doelserer. 2. Controleer of de resereringskenmerken op de fysieke olumes hetzelfde zijn oor de bron- en doel- VIOS-partities. 3. Controleer of de irtuele apparaten hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEE-olumekenmerk hebben. 4. Optioneel: Geef een nieuwe naam op oor een of meer irtuele doelapparaten die worden gebruikt op de Virtuele I/O-serer (VIOS)-doelpartitie. 5. Controleer of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslagruimte op het SAN. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen IBM System Storage SAN Volume Controller Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen op pagina 103 De ID's an exporteerbare schijen weergeen Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie op pagina 175 Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag op pagina 175 Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 157 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). Lie Partition Mobility 173
182 Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen: Bij sommige configuraties dient u rekening te houden met het resereringsbeleid an het apparaat op de Virtuele I/O-serer (VIOS). In de olgende tabel ziet u een toelichting bij de situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat op de VIOS belangrijk is oor systemen die worden beheerd door de Hardware Management Console (HMC) en de Integrated Virtualization Manager (IVM). Tabel 69. Situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat belangrijk is Met HMC beheerde systemen Om een MPIO-configuratie (Multipath I/O) op de client te kunnen gebruiken, kan geen an de irtuele SCSI-apparaten op de VIOS het irtuele SCSI-apparaat resereren. Stel het kenmerk resere_policy an het apparaat in op no_resere. Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility of de functie onderbreken/heratten kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: - HMC Versie 7 release of hoger - VIOS Versie of hoger - De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Met IVM beheerde systemen Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: IVM Versie of hoger De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Het kenmerk resere moet op de bron- en doelbeheerpartities hetzelfde zijn oor partitiemobiliteit. Het kenmerk resere op bron- en doel-vios-partities hetzelfde zijn oor partitiemobiliteit. Voor PowerVM Actie Memory Sharing of de functies onderbreken/heratten, stelt de VIOS automatisch het kenmerk resere op het fysieke olume in op geen resere. De VIOS oert deze actie uit wanneer u een apparaat oor pagingruimte toeoegt aan de gemeenschappelijke geheugenpool. 1. Maak an een VIOS-partitie een lijst an de schijen (of apparaten oor pagingruimte) waartoe de VIOS toegang heeft. Voer de olgende opdracht uit: lsde -type disk 2. Om het resereringsbeleid an een schijf te bepalen, oert u de olgende opdracht uit, waarbij hdisk de naam is an de schijf die u hebt aangegeen in stap 1 op pagina 104. Bijoorbeeld: hdisk5. lsde -de hdisk -attr resere_policy Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer uit zoals de olgende uitoer:.. resere_policy no_resere Resere Policy True Op basis an de informatie in Tabel 32 op pagina 104 dient u wellicht de resere_policy te wijzigen zodat u de schijf in alle beschreen configuraties kunt gebruiken. 3. Voer de opdracht chde uit de resere_policy in te stellen. Bijoorbeeld: chde -de hdisk -attr resere_policy=reseration 174 Power Systems: Lie Partition Mobility
183 waarbij: hdisk de naam an de schijf is waaroor u de resere_policy op no_resere wilt instellen. reseration is ofwel no_resere of pr_shared. 4. Herhaal deze procedure anaf de andere VIOS-partitie. Vereisten: a. Alhoewel het kenmerk resere_policy een kenmerk is an het apparaat, wordt de waarde an het kenmerk opgeslagen in elke VIOS. U dient het kenmerk resere_policy anaf beide VIOS-partities in te stellen zodat beide VIOS-partities de resere_policy an het apparaat zien. b. Voor partitiemobiliteit moet de resere_policy op de doel-vios-partitie hetzelfde zijn als de resere_policy op de bron-vios-partitie. Als de resere_policy op de bron-vios-partitie bijoorbeeld pr_shared is, moet de resere_policy op de doel-vios-partitie ook pr_shared zijn. c. Met de modus PR_exclusie op SCSI-3 resere is naar een ander systeem niet mogelijk. d. De waarde an PR_key oor de VSCSI-schijen op het bron- en doelsysteem moeten erschillend zijn. Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag: U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) controleert u of de mobiele partitie toegang heeft tot de eigen fysieke opslagruimte in het SAN (storage area network), zodat de mobiele partitie ook na naar de doelserer toegang heeft tot deze fysieke opslagruimte. De mobiele partitie moet anuit zowel de bron- als de doelomgeing toegang hebben tot dezelfde fysieke opslag om partitiemobiliteit te laten slagen. De adapter in de beheerpartitie an de doelomgeing moet met hetzelfde SAN zijn erbonden als de beheerpartitie an de bronomgeing en toegang hebben tot dezelfde fysieke mobiele-partitieopslag als deze partitie. Ga als olgt te werk om deze erbindingen te controleren met behulp an IVM: 1. Klik in het menu Virtual Storage Management op View/Modify Virtual Storage. 2. Controleer op het tabblad Virtual Disk of de logische partitie geen irtuele schijf heeft. 3. Controleer op het tabblad Physical Volumes of de fysieke olumes an de mobiele partitie kunnen worden geëxporteerd. Raadpleeg De ID's an exporteerbare schijen weergeen oor meer informatie. Als de informatie onjuist is, gaat u terug naar Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 173 en oert u de desbetreffende taak uit. Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie: Voordat u een logische partitie migreert, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt gemigreerd, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. Controleer oordat u begint of de beheerpartities an ersie zijn, of hoger. Dit moet zowel oor de bronbeheerpartitie als oor de doelbeheerpartitie gelden. Waar mogelijk bewaart partitiemobiliteit door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op het doelsysteem. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. In sommige situaties is de partitiemobiliteit mogelijk niet in staat om een door de gebruiker gedefinieerde naam te behouden. Bijoorbeeld als de naam al in gebruik is op de VIOS-doelpartitie. Als u door de gebruiker gedefinieerde namen wilt behouden op de VIOS-doelpartitie, kunt u een nieuwe naam opgeen oor het irtuele doelapparaat dat moet worden gebruikt op de VIOS-doelpartitie. Als u Lie Partition Mobility 175
184 geen nieuwe naam opgeeft, wijst partitiemobiliteit automatisch de eerstolgende beschikbare tscsixnaam toe aan het irtueel doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. 1. Om de namen en toewijzingen an de irtuele doelapparaten te bekijken, oert u de opdracht lsmap als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: lsmap -all Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer als olgt uit: SVSA Physloc Client Partition ID host4 U8203.E4A.10D4431-V8-C14 0x d VTD Status LUN Backing deice Physloc VTD Status LUN Backing deice Physloc client3_hd0 Aailable 0x hdisk5 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L client3_hd1 Aailable 0x hdisk6 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L In dit oorbeeld zijn de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten: client3_hd0 en client3_hd1. 2. Als u een door de gebruiker gedefinieerde naam oor een irtueel doelapparaat wilt opgeen oor gebruik op de VIOS-doelpartitie, oert u de opdracht chde als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: chde -de de_id -attr mig_name=partition_mobility_id waarbij: de_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam an het irtuele doelapparaat op de VIOSbronpartitie. partition_mobility_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam die u wilt geen aan het irtuele doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. Verwante taken: Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 178 Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partitiemobiliteit. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partitiemobiliteit U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen migreren naar de doelserer, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Bij deze erificatie gaat het om taken zoals het controleren an de WWPN's (wereldwijde poortnamen) oor de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie en het controleren of de fysieke glasezeladapters en de fysieke glasezelswitches ondersteuning bieden oor NPIV. De doelserer moet dezelfde irtuele glasezelconfiguratie bieden als de bronserer, zodat de mobiele partitie na naar de doelserer toegang blijft houden tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). Voer de olgende taken uit om de irtuele glasezelconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partitiemobiliteit. 176 Power Systems: Lie Partition Mobility
185 Tabel 70. Voorbereidingstaken oor de irtuele glasezelconfiguratie op systemen die worden beheerd door de IVM Taken oor opslagplanning 1. Controleer oor elke irtuele Fibre Channel-adapter op de mobiele partitie of beide (actiee en inactiee) WWPN's zijn toegewezen aan dezelfde set LUN's (logical unit numbers) en zijn ingesteld ("zoned") op dezelfde opslagpoort-wwn (worldwide name) an het SAN. 2. Controleer of de fysieke Fibre Channel-adapters die zijn toegewezen aan de bron- en doelbeheerpartities ondersteuning bieden oor NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om te kijken welke fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter ondersteuning bieden aan NPIV. 3. Controleer of de switches waaraan de fysieke Fibre Channel-adapter op de logische bron- en doelbeheerpartities zijn erbonden, ondersteuning bieden aan NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om de fabric support an de fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter te bekijken. Als de fabric support de waarde 1 heeft, is de fysieke poort middels een kabel erbonden met een switch die ondersteuning biedt aan NPIV. 4. Controleer of de doelserer oldoende fysieke poorten beschikbaar stelt oor de ondersteuning an de irtuele glasezelconfiguratie an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Hoe u kunt nagaan welke WWPN's er zijn toegewezen aan de irtuele Fibre Channeladapter leest u in Eigenschappen an partities wijzigen IBM System Storage SAN Volume Controller Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Controleren hoeeel fysieke glasezelpoorten beschikbaar zijn op de doelbeheerpartitie Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partitiemobiliteit-omgeing op pagina 157 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partitiemobiliteit die wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele Fibre Channel-adapters Controleren hoeeel fysieke glasezelpoorten beschikbaar zijn op de doelbeheerpartitie: Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u controleren of de beheerpartitie op de doelserer beschikt oer oldoende fysieke poorten om het oor de mobiele partitie mogelijk te maken om anaf de doelserer toegang te houden tot de fysieke opslag op het SAN. U kunt als olgt met behulp an de IVM nagaan hoeeel fysieke poorten er op beheerpartitie op de doelserer beschikbaar zijn: Tip: U kunt ook de opdracht lslparmigr gebruiken om te controleren of de doelserer oldoende fysieke poorten beschikbaar stelt oor de ondersteuning an de irtuele glasezelconfiguratie an de mobiele partitie. 1. Bepaal het aantal fysieke poorten dat de mobiele partitie gebruikt op de doelserer: a. Klik in het menu Partition management op View/Modify Partitions. Het enster View/Modify Partitions wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. Lie Partition Mobility 177
186 c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op de tab Storage. e. Vouw het gedeelte Virtual Fibre Channel uit. f. Noteer het aantal fysieke poorten dat aan de mobiele partitie is toegewezen en klik op OK. 2. Bepaal het aantal fysieke poorten dat beschikbaar is op de beheerpartitie op de doelserer: a. Ga naar het menu I/O Adapter Management en klik op View/Modify Virtual Fibre Channel. Het scherm View/Modify Virtual Fibre Channel wordt afgebeeld. b. Noteer het aantal fysieke poorten met beschikbare erbindingen. 3. Vergelijk de gegeens die u in stap 1 op pagina 177 hebt genoteerd met de gegeens die u in stap 2 hebt genoteerd. Als het aantal fysieke poorten met beschikbare erbindingen (stap 2) groter is dan of gelijk is aan het aantal fysieke poorten dat aan de mobiele partitie is toegewezen (stap 1 op pagina 177), biedt de doelserer oldoende fysieke poorten aan om de mobiele partitie op de doelserer te ondersteunen. Als het aantal fysieke poorten met beschikbare erbindingen (stap 2) kleiner is dan aan het aantal fysieke poorten dat aan de mobiele partitie is toegewezen (stap 1 op pagina 177), dan moet u een fysieke Fibre Channel-adapter (die N_Port ID Virtualization ondersteunt) toeoegen aan de doelserer. Verwante informatie: Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partitiemobiliteit. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Voer de olgende stappen uit om de bron- en doelsystemen te controleren oor partitiemobiliteit, met behulp an de IVM: 1. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partitions. Het enster View/Modify Partitions wordt afgebeeld. 2. Selecteer de logische partitie die u wilt migreren en klik in het menu Tasks op Migrate. 3. Vul de elden Remote IVM or HMC, Remote user ID en Password in oor de logische partitie die u wilt migreren. 4. Klik op Validate om te beestigen of de gewijzigde instellingen zijn toegestaan oor partitiemobiliteit. Verwante onderwerpen: Configuratiealidatie oor partitiemobiliteit op pagina 126 Informatie oer de taken die de Integrated Virtualization Manager (IVM) uitoert bij het controleren an de systeemconfiguratie oor Actie en Inactie partitiemobiliteit. Verwante taken: Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie op pagina 175 Voordat u een logische partitie migreert, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt gemigreerd, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. De mobiele partitie migreren U kunt een actiee of inactiee logische partitie migreren naar een andere serer, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). 178 Power Systems: Lie Partition Mobility
187 Voordat u een logische partitie migreert naar een andere serer dient u de olgende taken uit te oeren op de IVM. Tabel 71. Vereiste taken oor het migreren an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken 1. Controleer of alle ereiste oorbereidingstaken oor partitiemobiliteit zijn uitgeoerd. 2. Controleer of de geheugen- en processorresources zijn gesynchroniseerd nadat resources dynamisch zijn toegeoegd of erwijderd. 3. Controleer of de bron- en de doelserer gereed zijn oor gebruik. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Voorbereiden oor partitiemobiliteit op pagina 160 Dynamisch beheer an geheugen Dynamisch beheer an erwerkingscapaciteit Systeemeigenschappen bekijken en wijzigen 4. Controleer of de mobiele partitie is uitgeschakeld. Partitie-eigenschappen wijzigen 5. Controleer of de mobiele partitie gereed is oor gebruik. 6. Controleer of zowel de bron- als de doel-vios gereed is oor gebruik. 7. Controleer of alle band- en CD-taken zijn oltooid of gestopt. 8. Voer het IVM-hulpprogramma oor alidatie uit om te controleren of de serers, de mobiele partitie, de opslagmedia en het netwerk zijn oorbereid op partitiemobiliteit. Partitie-eigenschappen wijzigen Een logische partitie actieren Een logische partitie actieren Controleren an de configuratie oor partitiemobiliteit op pagina 178 Voer de olgende taken uit om met behulp an de IVM een logische partitie te migreren naar een andere serer: 1. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partitions. Het enster View/Modify Partitions wordt afgebeeld. 2. Selecteer de te migreren logische partitie in het menu Tasks en kies Migrate. 3. Vul de elden Remote IVM, Remote user ID en Password in oor de logische partitie die u wilt migreren. 4. Klik op Migrate. Nadat u een logische partitie hebt gemigreerd naar een andere serer, oert u de olgende taken uit. Tabel 72. Vereisten na het migreren an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken achteraf Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. Een logische partitie actieren 2. Optioneel: Voeg ast toegewezen I/O-adapters toe aan de mobiele partitie op de doelserer 3. Als er tijdens de irtueelwerkstationerbindingen erloren zijn gegaan, brengt u de erbindingen opnieuw tot stand op de doelserer. Dynamisch beheer an fysieke adapters Een irtueel-werkstationsessie openen Lie Partition Mobility 179
188 Tabel 72. Vereisten na het migreren an een logische partitie (erolg) Vereiste Partition Mobility-taken achteraf 4. Optioneel: Wijs de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep oor logische partities toe. 5. Als er statische toepassingen zijn beëindigd óór de, start u deze toepassingen opnieuw op de doelserer. 6. Optioneel: Maak een backup an de Virtuele I/Oserer-beheerpartities op de doelserer, om de nieuwe toewijzingen oor irtuele apparaten eilig te stellen. 7. Optioneel: Schakel eilige IP-tunnels uit tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Een logische partitie an een client toeoegen aan de partitiewerkbelastinggroep Backup maken an de Virtuele I/O-serer stopsc (opdracht) 180 Power Systems: Lie Partition Mobility
189 Kennisgeingen Deze informatie is ontwikkeld oor producten en diensten die worden aangeboden in de Verenigde Staten. Het materiaal kan in andere talen beschikbaar zijn bij IBM. Mogelijk dient u echter een exemplaar an het product of de productersie in die taal te bezitten om deze ertaling te erkrijgen. IBM leert de producten, diensten en oorzieningen die in deze publicatie worden besproken, mogelijk niet in andere landen. Raadpleeg uw lokale IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en oorzieningen die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten, programma's of diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBM-producten, programma's of diensten kunnen worden gebruikt. Functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten, programma's of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten an IBM. Het is echter de erantwoordelijkheid an de gebruiker om niet door IBM geleerde producten, diensten en oorzieningen te controleren. IBM kan oer patenten of patenttoepassingen beschikken, die onderwerpen behandelen die in dit document worden beschreen. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. Informatie oer het erkrijgen an een licentie kunt u opragen, door te schrijen naar: IBM Director of Licensing IBM Corporation North Castle Drie, MD-NC119 Armonk, NY United States of America Voor licentieragen oer DBCS-informatie (Double Byte Character Set) neemt u contact op met het IBM Intellectual Property Department in uw land of stelt u de ragen schriftelijk aan: Intellectual Property Licensing Legal and Intellectual Property Law IBM Japan Ltd , Nihonbashi-Hakozakicho, Chuo-ku Tokyo , Japan Deze paragraaf is niet an toepassing op het Verenigd Koninkrijk of elk ander land waar deze oorwaarden strijdig zijn met de lokale wetgeing: INTERNATIONAL BUSINESS MACHINES CORPORATION VERSTREKT DEZE PUBLICATIE AS IS EN ZONDER ENIGE GARANTIE UITDRUK- KELIJK NOCH STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DIE VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR HET PROGRAMMA IS BESTEMD OF GESCHIKTHEID VOOR EEN SPECIFIEK DOEL. In sommige landen is het uitsluiten an uitdrukkelijke of stilzwijgende garanties niet toegestaan. Voorgaande zin is dan ook op u wellicht niet an toepassing. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Periodiek worden wijzigingen aangebracht aan de informatie in deze publicatie. Deze wijzigingen worden opgenomen in nieuwe uitgaen an deze publicatie. IBM kan op elk moment zonder kennisgeing erbeteringen en/of wijzigingen aanbrengen in de product(en) en/of programma('s) die in deze publicatie zijn beschreen. Iedere erwijzing in dit document naar een niet-ibm-website wordt alleen erstrekt oor uw gemak en dient niet om op welke manier dan ook deze website aan te beelen. Het materiaal op die webpagina's maakt geen deel uit an dit IBM-product en het gebruik eran is olledig oor eigen risico. Copyright IBM Corp. 2014,
190 IBM kan de informatie die u leert, op elke manier distribueren die zij toepasselijk acht, zonder daarbij enige erplichting jegens u te scheppen. Licentiehouders die informatie oer dit programma willen ontangen oer: (i) het uitwisselen an informatie tussen in eigen beheer gemaakte programma's en andere programma's (waaronder dit programma) en (ii) het gemeenschappelijk gebruik an de uitgewisselde informatie, dienen contact op te nemen met: IBM Corporation Dept. LRAS/Bldg Burnet Road Austin, T Verenigde Staten. Dergelijke informatie kan beschikbaar worden gesteld onder de daaroor geldende oorwaarden. In bepaalde geallen dient u hieroor een ergoeding te betalen. Het gelicentieerde programma dat in deze publicatie wordt beschreen en al het bij dit programma behorende materiaal, wordt door IBM geleerd onder de oorwaarden omschreen in de IBM Klantenoereenkomst, de IBM Internationale programmalicentieoereenkomst of een andere gelijkwaardige oereenkomst. Alle gegeens oer prestaties in dit gedeelte zijn erkregen in een gecontroleerde omgeing. Resultaten die worden erkregen in andere erwerkingsomgeingen kunnen daarom afwijken. Bepaalde metingen zijn erricht op systemen in de ontwikkelingsfase en er is geen enkele garantie dat deze metingen hetzelfde zullen zijn in algemeen erkrijgbare systemen. Boendien is een aantal metingen afgeleid. Werkelijke resultaten kunnen erschillen. Gebruikers an deze publicatie moeten controleren welke gegeens geschikt zijn oor hun specifieke omgeing. Informatie oer niet door IBM geleerde producten is erkregen an de leeranciers an de betreffende producten, uit de publicaties an deze leeranciers of uit andere publiek toegankelijke bronnen. IBM heeft deze producten niet getest en staat niet in oor de prestaties an deze producten, de compatibiliteit of enig andere eis die kan worden gesteld aan niet door IBM geleerde producten. Vragen oer de prestaties an niet door IBM geleerde producten dienen te worden gesteld aan de leeranciers an deze producten. Alle mededelingen oer IBM's toekomstige koers of intenties zijn onderworpen aan wijziging zonder aankondiging en ertegenwoordigen alleen doelen en doelstellingen. Alle weergegeen prijzen an IBM zijn de aanbeolen huidige erkoopprijzen. Deze zijn onderheig aan wijzigingen zonder kennisgeing. Werkelijke prijzen kunnen afwijken. Deze informatie is alleen bestemd oor planningsdoeleinden. De informatie is onderheig aan wijzigingen alorens de beschreen producten op de markt komen. Deze informatie beat oorbeelden an gegeens en rapporten die tijdens de dagelijkse zakelijke actiiteiten worden gebruikt. Om deze zo olledig mogelijk te illustreren, beatten de oorbeelden de namen an personen, bedrijen, merken en producten. Al deze namen zijn fictief en eentuele oereenkomsten met de namen en adressen an bestaande bedrijen zijn toeallig. COPYRIGHTLICENTIE: Deze informatie beat oorbeeldtoepassingen in de brontaal die programmeertechnieken op erschillende besturingsplatforms kunnen toelichten. U kunt deze oorbeeldprogramma's gratis kopiëren, wijzigen en distribueren om toepassingenprogramma's te ontwikkelen, te gebruiken, te erhandelen of te distribueren die in oereenstemming worden gebracht met de API (Application Programming Interface) oor het 182 Power Systems: Lie Partition Mobility
191 besturingsplatform waaroor de oorbeeldprogramma's zijn geschreen. Deze oorbeelden zijn niet uitgebreid onder alle omstandigheden getest. IBM kan derhale de betrouwbaarheid, bruikbaarheid of functionaliteit an deze programma's niet garanderen of impliceren. De oorbeeeldprogramma's worden erstrekt "AS IS", zonder enige orm an garantie. IBM is niet aansprakelijk oor enige schade die oortloeit uit uw gebruik an de oorbeeldprogramma's. Bij elk exemplaar of elk deel an deze oorbeeldprogramma's of daaran afgeleide programma's moet de auteursrechtermelding als olgt worden ermeld: (naam an uw bedrijf) (jaar). Delen an deze code zijn afgeleid an oorbeeldprogramma's an IBM Corp. Copyright IBM Corp. _ul hier een of meer jaartallen in_. Indien u deze publicatie in elektronische orm bekijkt, worden foto's en illustraties mogelijk niet afgebeeld. Priacy-oerwegingen IBM Software-producten, waaronder SaaS-oplossingen (software-as-a-serice), ( Softwareoplossingen ) kunnen gebruikmaken an cookies of andere technologieën om informatie oer het gebruik an het product te erzamelen oor het erbeteren an de gebruikerseraring, het afstemmen an de interactie op eindgebruikers of oor andere doeleinden. In eel geallen wordt geen identificeerbare informatie erzameld door de Softwareoplossingen. Sommige Softwareoplossingen kunnen u de mogelijkheid bieden persoonlijk identificeerbare gegeens te erzamelen. Als deze Softwareoplossing cookies gebruikt oor het erzamelen an persoonlijk identificeerbare informatie, wordt specifieke informatie oer het gebruik an cookies door deze oplossing hieronder uiteengezet. Deze Softwareoplossing gebruikt geen cookies of andere technologieën om persoonlijk identificeerbare informatie te erzamelen. Als de configuraties die zijn geïmplementeerd oor deze Softwareoplossing u als klant de mogelijkheid bieden om persoonlijk identificeerbare informatie an eindgebruikers te erzamelen ia cookies en andere technologieën, moet u zelf juridisch adies inwinnen oer eentuele wetten die an toepassing zijn op dergelijke gegeenserzameling, met inbegrip an ereisten oor kennisgeing en toestemming. Raadpleeg het priacybeleid an IBM op IBM's online priacyerklaring op de sectie Cookies, Web Beacons and Other Technologies en de "IBM Software Products and Software-as-a-Serice Priacy Statement" op Informatie oer programmeerinterface In deze publicatie oer logische partitionering worden de programmeerinterfaces behandeld waarmee de gebruiker programma's kan schrijen oor het erkrijgen an serices an IBM AI ersie 7.1, IBM AI ersie 6.1, IBM i 7.2 en IBM Virtual I/O Serer ersie Handelsmerken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn handelsmerken an International Business Machines Corp., zoals wereldwijd geregistreerd in een groot aantal rechtsgebieden. Namen an andere producten en serices kunnen merken zijn an IBM of andere bedrijen. Een actuele lijst an IBM-merken is op het web beschikbaar op Copyright and trademark information, op adres Linux is een merk an Linus Toralds in de Verenigde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo's zijn merken an Oracle of gelieerde bedrijen. Kennisgeingen 183
192 Red Hat, het Red Hat-logo "Shadow Man" en alle op Red Hat gebaseerde merken en logo's zijn merken an Red Hat, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. Voorwaarden en bepalingen Toestemming oor het gebruik an deze publicaties wordt erleend nadat u te kennen hebt gegeen dat u de olgende bepalingen en oorwaarden accepteert. Toepasselijkheid: Deze oorwaarden en bepalingen ormen een aanulling op de oorwaarden en bepalingen die zijn opgenomen op de website an IBM. Persoonlijk gebruik: U mag deze publicaties ereeloudigen oor eigen, niet commercieel gebruik onder oorbehoud an alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om deze publicaties of delen daaran te distribueren, weer te geen of te gebruiken in afgeleid werk zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Commercieel gebruik: U mag deze publicaties alleen ereeloudigen, erspreiden of afbeelden binnen uw onderneming en onder oorbehoud an alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om afgeleid werk te maken op basis an deze publicaties en om deze publicaties of delen daaran te reproduceren, te distribueren of af te beelden buiten uw bedrijf zonder uitdrukkelijke toestemming an IBM. Rechten: Behoudens de toestemmingen die u hierin uitdrukkelijk worden erleend, worden u geen andere toestemmingen, licenties of rechten erleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, ten aanzien an de publicaties of welke daarin opgenomen informatie, gegeens, software of andere intellectuele eigendommen dan ook. IBM behoudt zich het recht oor de hier erleende toestemming in te trekken, wanneer, naar het eigen oordeel an IBM, het gebruik an deze publicaties zijn belangen schaadt of als boenstaande aanwijzingen niet naar behoren worden opgeolgd. Het is alleen toegestaan deze informatie te downloaden, te exporteren of opnieuw te exporteren indien alle an toepassing zijnde wetten en regels, inclusief alle exportwetten en -regels an de Verenigde Staten, olledig worden nageleefd. IBM GEEFT GEEN ENKELE GARANTIE MET BETREKKING TOT DE INHOUD VAN DEZE PUBLICA- TIES. DE PUBLICATIES WORDEN AANGEBODEN OP "AS-IS"-BASIS. ER WORDEN GEEN UITDRUK- KELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER INBEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID, HET GEEN INBREUK MAKEN OP DE RECHTEN VAN ANDEREN, OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. 184 Power Systems: Lie Partition Mobility
193 Kennisgeingen 185
194 IBM Gedrukt in Nederland
Power Systems. Live Partition Mobility
Power Systems Lie Partition Mobility Power Systems Lie Partition Mobility Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 161. Deze uitgae
Power Systems. Logische partitionering IBM
Power Systems Logische partitionering IBM Power Systems Logische partitionering IBM Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen op pagina 289.
Power Systems. Integrated Virtualization Manager
Power Systems Integrated Virtualization Manager Power Systems Integrated Virtualization Manager Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen op
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage F, Kennisgeingen, op pagina 137.
Power Systems. Systeemplannen
Power Systems Systeemplannen Power Systems Systeemplannen Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen op pagina 35. Deze uitgave heeft betrekking
LotusLive. LotusLive Handleiding voor de beheerder
LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder Opmerking Lees eerst Kennisgeingen op pagina 87. Deze uitgae heeft betrekking op LotusLie(tm) en op alle olgende
Power Systems. De Advanced System Management Interface IBM
Power Systems De Adanced System Management Interface beheren IBM Power Systems De Adanced System Management Interface beheren IBM Opmerking Lees, oordat u deze informatie en het product gebruikt, eerst
ii LotusLive beheren
LotusLie beheren ii LotusLie beheren Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. LotusLie: info...... 1 Hoofdstuk 2. Systeemereisten oor LotusLie.............. 3 Hoofdstuk 3. LotusLie aanpassen oor uw organisatie............
Power Systems. Plaatsing van PCI-adapters voor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S, 8246-L1T, 8246-L2C, 8246-L2D, 8246-L2S, of 8246-L2T
Power Systems Plaatsing an PCI-adapters oor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S, 8246-L1T, 8246-L2C, 8246-L2D, 8246-L2S, of 8246-L2T Power Systems Plaatsing an PCI-adapters oor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S,
iseries Aan de slag met iseries
iseries Aan de slag met iseries iseries Aan de slag met iseries Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Aan de slag met de iseries 400...................... 1 EZ-Setup oltooien: oer
IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1. Handleiding SC14-2064-05
IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 Opmerking
NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000
NetVista Thin Client NetVista N2200w, Thin Client oor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5988-00 NetVista Thin
ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3
ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 Opmerking: Voordat u deze informatie en het product gebruikt, leest u eerst de informatie
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage C, Warranty
Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens
Practicum: Brandpuntsafstand an een bolle lens Er zijn meerdere methoden om de brandpuntsafstand (f) an een bolle lens te bepalen. In dit practicum worden ier methoden toegepast. Zie de onderstaande figuren
IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, versie 1.1
IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, ersie 1.1 Derde uitgae (noember 2003) Copyright IBM Corp. 2003. Woord ooraf Deze handleiding is bedoeld oor IT-beheerders of personen die erantwoordelijk
Informatie over PTF-pakket voor IBM i
Informatie oer PTF-pakket oor IBM i IBM i CUMULATIEF PTF-PAKKET INSTALLATIE-INSTRUCTIES SF99730 Leel 17061 PAKKET-ID: C7061730 VERSIE 7, RELEASE 3.0 Instructies oor cumulatief PTF-pakket, laatste update:
CAP1300 Beknopte installatiehandleiding
CAP1300 Beknopte installatiehandleiding 09-2017 / v1.0 Inhoud van de verpakking I Productinformatie... 3 I-1 Inhoud van de verpakking... 3 I-2 Systeemvereisten... 4 I-3 Hardware-overzicht... 4 I-4 LED-status...
Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition
IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze
Gigaset pro VLAN configuratie
Gigaset pro VLAN configuratie Hogere betrouwbaarheid door gebruik van VLAN s. De integratie van spraak en data stelt eisen aan de kwaliteit van de klanten infrastructuur. Er zijn allerlei redenen waarom
Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem
Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem BLOOM is een klantverwijssysteem ontwikkeld op basis van de laatste technologieën en behoeftes uit de markt. Bloom is een krachtig, slim en gebruiksvriendelijk klantverwijssysteem
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan
IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows
IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 Opmerking Lees eerst Bijlage
IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999
IBM Network Station IBM Network Station Manager oor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de meest recente update SC14-5508-00 IBM Network Station IBM
DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows
DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Bijgewerkt december 2010 GC14-5570-03 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release
Acer erecovery Management
Acer erecovery Management Acer erecovery Management biedt een snelle, betrouwbare en veilige methode om uw computer te herstellen naar zijn standaardinstellingen of een door de gebruiker gedefinieerde
Aan de slag met DB2-clients
IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is
Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties
Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties In 2010 werden 7 Unix servers geconsolideerd naar een nieuwe Unix omgeving, waar gebruik gemaakt wordt van srp s (vergelijkbaar met zone, of container).
Three Ships CDS opschalingsdocument Overzicht server configuratie voor Three Ships CDS
CDS opschalingsdocument Overzicht server configuratie voor CDS 1. Algemeen Dit document geeft een overzicht van een aantal mogelijke hardware configuraties voor het inrichten van een serveromgeving voor
Projectvoorstel SAN migratie NSG
Projectvoorstel SAN migratie NSG De Wal ICT Auteur: Lucas de Wal Wilhelminastraat4 Functie: Netwerkspecialist/Consultant 6851 KP Huissen E-mail: [email protected] Tel: 026 363 74 40 Document referentie:
Bijlage Ketenlandschap Leerlingvolgsysteem. Applicatieketen. Aansluitvoorwaarden
Bijlage Ketenlandschap Leerlingolgsysteem Applicatieketen Afbeelding PSA01 toont de ereiste ketenkoppellakken an het Leerling Volg Systeem (LVS) naar andere benodigde applicaties. Indien in de toekomst
Onverwachte voordelen van Server Virtualisatie
Onverwachte voordelen van Server Virtualisatie Ronald van Vugt NetWell [email protected] www.netwell.info Herkent u dit? Of u vandaag nog twee servers beschikbaar wilt stellen Geen goede testomgeving
Informatie over PTF-pakket voor IBM i
Informatie oer PTF-pakket oor IBM i IBM i CUMULATIEF PTF-PAKKET INSTALLATIE-INSTRUCTIES SF99710 Leel 17192 PAKKET-ID: C7192710 VERSIE 7, RELEASE 1.0 Instructies oor cumulatief PTF-pakket, laatste update:
Printergeheugen. Geheugenbeheer. Afdrukken. Werken met kleuren. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Index
Printergeheugen De printer wordt geleverd met minimaal 64 MB geheugen. Als u wilt controleren hoeveel geheugen momenteel is geïnstalleerd in uw printer, selecteert u Print menu's in het menu Extra. Het
ThinkVantage Technologies Handboek voor implementatie
ThinkVantage Technologies Handboek oor implementatie Bijgewerkt: 10 oktober 2005 Beat: Rescue and Recoery Versie 3.0 Client Security Solution Versie 6.0 Fingerprint Software Versie 4.6 ThinkVantage Technologies
IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows
IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01 IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data
Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem
Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem BLOOM is een klantverwijssysteem ontwikkeld op basis van de laatste technologieën en behoeftes uit de markt. Bloom is een krachtig, slim en gebruiksvriendelijk klantverwijssysteem
Handheld-Serie tt7000ls
Handheld-Serie tt7000ls Eraar een nieuwe dimensie in de moderne eehouderij met handheld computers Speciaal ontwikkeld oor de moderne eeteelt! bescherming tegen stof, spatwater en uil (IP65) modulair ontwerp
IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00
IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 189. Eerste
Hoe zet u virtualisatie slim in bij forensische onderzoeksomgevingen?
Hoe zet u virtualisatie slim in bij forensische onderzoeksomgevingen? ir. Ronald van Vugt [email protected] Aanleiding Deze presentatie is ontstaan naar aanleiding van een nieuw architectuur ontwerp voor
CCV Smart (VX 520 + VX 820) Installatie instructie ECR-koppeling
, J. Elfrink ([email protected]) CCV Services B.V. v2.3, 13-04-2015 Definitief Ref.: - CCV Services B.V. Postbus 9226 6800 KH Arnhem 026 3849911 www.ccv.eu CCV Services B.V.2015. Alle rechten voorbehouden.
Foutcodes in Apparaatbeheer.
Foutcodes in Apparaatbeheer. Inleiding In dit artikel worden de foutcodes vermeld die door Apparaatbeheer kunnen worden gegenereerd, en worden oplossingen beschreven. Ga als volgt te werk om de foutcodes
iseries Client Access Express Beheer
iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Client Access Express beheren...................... 1 Hoofdstuk 2. Dit
NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000
NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5990-00 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express
IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding
IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5 Installatiehandleiding Opmerking Lees eerst Kennisgevingen op pagina 5. Deze publicatie heeft betrekking op versie 7, release 5, modificatie 0 van het programma
MS Virtual pc 2007 Handleiding
MS Virtual pc 2007 Handleiding Start de Virtual PC 2007 console en klik op [New...] om een nieuwe virtuele pc aan te maken. De wizzard voor het aanmaken van een nieuwe, virtuele pc start op. New Virtual
Setupprogramma Gebruikershandleiding
Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
Installatiehandleiding
Installatiehandleiding TiSM- PC 10, 25, 100 en PRO Behorende bij TiSM Release 11.1 R e v i s i e 1 1 1 0 28 De producten van Triple Eye zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging
Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT
Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT PPPoA en NAT + PPPoA en routing RoutIT maakt gebruik van 2 keer PPPoA, waarbij de eerste PPPoA wordt gebruikt voor NAT en de tweede PPPoA wordt toegepast voor routing.
Handleiding netwerkcommunicatie Evo Desktop serie, Evo Workstation serie
b Evo Desktop serie, Evo Workstation serie Artikelnummer van document: 177922-334 Mei 2002 Deze handleiding bevat definities en instructies voor het gebruik van de functies van de netwerkadapters (NIC)
Help! Ik heb de harde schijf goed geïnstalleerd in mijn computerbehuizing, maar ik kan deze in de Windows verkenner niet benaderen.
Help! Ik heb de harde schijf goed geïnstalleerd in mijn computerbehuizing, maar ik kan deze in de Windows verkenner niet benaderen. U heeft een maagdelijke nieuwe ongeformatteerde schijf in de behuizing
Praktijk opdrachten VMware
Praktijk opdrachten VMware 1 1. Toegang tot de ICT Academie Cloud omgeving Om toegang te krijgen tot de Cloud omgeving van de ICT Academie, kun je onderstaande procedure volgen: http://wiki.vcloud.ictacademie.net/wp
Systeemeisen Exact Compact product update 406
1 van 6 08-10-2013 12:07 Exact Compact Systeemeisen Exact Compact product update 406 Een pressionele administratie moet bedrijfszeker zijn. U moet er in het dagelijks gebruik snel en zonder onderbrekingen
HP Easy Tools. Beheerdershandleiding
HP Easy Tools Beheerdershandleiding Copyright 2014 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van de groep bedrijven onder de
Computer Setup. Artikelnummer van document: 383705-331. Mei 2005
Computer Setup Artikelnummer van document: 383705-331 Mei 2005 Inhoudsopgave Computer Setup Index Computer Setup openen........................ 2 Standaardinstellingen van Computer Setup......... 3 Menu
Het lokale netwerk configureren
Het lokale netwerk configureren Als u een lokaal netwerk wilt configureren, dient u eventueel de netwerkinstellingen van de PC s te configureren die via de router of het access point met elkaar moeten
Gebruikershandleiding
IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement.
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement. Algemeen Met KYOCERA scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen
Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com
Pictogrammenuitleg Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze
Problemen met HASP oplossen
Problemen met HASP oplossen Hoofdvestiging: Trimble Geospatial Division 10368 Westmoor Drive Westminster, CO 80021 USA www.trimble.com Copyright en handelsmerken: 2005-2013, Trimble Navigation Limited.
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met
Morpheus. Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux, Lijnden.
Morpheus Gebruikers Handleiding 2005 Clifford Electronics Benelux, Lijnden. Software. De Morpheus systeem is bedoeld om COBRA producten te configureren en te onderzoeken. Morpheus software kan van de site
BIPAC 7402G. 802.11g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids
BIPAC 7402G 802.11g ADSL VPN Firewall Router LEDs aan de Voorzijde Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de 802.11g ADSL VPN Firewall Router, zie de online handleiding.
IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02
IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september
Vigor 2860 serie Multi PVC/EVC - RoutIT
Vigor 2860 serie Multi PVC/EVC - RoutIT PPPoA en NAT + PPPoA en routing RoutIT maakt gebruik van 2 keer PPPoA, waarbij de eerste PPPoA wordt gebruikt voor NAT en de tweede PPPoA wordt toegepast voor routing.
ASSISTANCE SOFTWARE INSTALLATIE-EISEN ASSISTANCE SOFTWARE FOR MICROSOFT DYNAMICS. Author : AV. Datum : 30 augustus 2013 Versie : 6 Status : Definitief
ASSISTANCE SOFTWARE INSTALLATIE-EISEN ASSISTANCE SOFTWARE FOR MICROSOFT DYNAMICS Author : AV Datum : 30 augustus 2013 Versie : 6 Status : Definitief INHOUD INTRODUCTIE... 1 1. WERKSTATIONS... 2 1.1 GEBRUIKERS
Boot Camp Installatie- en configuratiegids
Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 3 Benodigdheden 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4
Bestanden en bestandssystemen Geïntegreerd bestandssysteem
IBM-systemen - iseries Bestanden en bestandssystemen Geïntegreerd bestandssysteem Versie 5 Release 4 IBM-systemen - iseries Bestanden en bestandssystemen Geïntegreerd bestandssysteem Versie 5 Release
BIPAC-5100 / 5100W. (Draadloze) ADSL Router. Snelle Start Gids
BIPAC-5100 / 5100W (Draadloze) ADSL Router Snelle Start Gids Billion BIPAC-5100 / 5100W ADSL Router Voor meer gedetailleerde instructies aangaande het configureren en gebruik van de (Draadloze) ADSL Firewall
Software-installatiehandleiding
Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
LAN Multiple Subnet Tag Based VLAN. Vigor2860/2925 icm VigorSwitch G1241
LAN Multiple Subnet Tag Based VLAN Vigor2860/2925 icm VigorSwitch G1241 Tag Based VLAN DrayTek Vigor 2860 & 2925 icm VigorSwitch G1241 In deze handleiding zullen wij uitleggen hoe u de DrayTek Vigor 2860
Installatie Remote Backup
Juni 2015 Versie 1.2 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Remote Backup... 3 Kenmerken... 3 Beperkingen... 3 Gebruik op meerdere systemen... 3 Systeemeisen... 4 Support... 4 Installatie...
BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze )ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Snelle Start Gids
BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze )ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Snelle Start Gids Billion BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze) ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Voor meer gedetailleerde
vcloud getting started
vcloud getting started Previder vdc Versie: 1.0 2013 11 22 [11:48] Versie: 1.0 Pagina 1 van 10 Inhoudsopgave 1 Getting started... 3 1.1 Inleiding... 3 1.1.1 Standaard omgeving met NAT routing... 3 1.1.2
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager Algemeen Met de KYOCERA Scannen naar UNIT4 DocumentManager beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar UNIT4 DocumentManager
Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe.
Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe. Algemeen Met de KYOCERA scannen naar Exact Globe beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar Exact Globe. Met deze oplossing
McAfee epolicy Orchestrator software
Versie-informatie Revisie B McAfee epolicy Orchestrator 5.9.0 - software Inhoud Over deze versie Nieuwe functies Verbeteringen Bekende problemen Installatie-instructies Productdocumentatie zoeken Over
1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7
NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10
Richtlijn voor integer en transparant bestuur en toezicht
Richtlijn oor integer en transparant bestuur en toezicht oktober 2009 Commissie Goernance Kinderopang NVTK en bdko uitgae Nederlandse Vereniging oor Toezichthouders in de Kinderopang (NVTK) www.ntk.nl
LAN Multiple Subnet Tag Based VLAN. Vigor2960/3900 icm VigorSwitch G1241
LAN Multiple Subnet Tag Based VLAN Vigor2960/3900 icm VigorSwitch G1241 Tag Based VLAN DrayTek Vigor 2960 & 3900 icm VigorSwitch G1241 In deze handleiding zullen wij uitleggen hoe u de DrayTek Vigor 2960
Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com
Pictogrammenuitleg De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze uitleg is ontwikkeld om u te helpen pictogrammen
