NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000
|
|
|
- Greta Cornelia van der Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 Op indt u de laatste update SA
2
3 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 Op indt u de laatste update SA
4 Opmerking Lees eerst Veiligheidsoorschriften op pagina en Kennisgeingen op pagina 63. Eerste uitgae (juni 2000) Copyright IBM Corp
5 Inhoudsopgae Veiligheidsoorschriften Geaarberichten Waarschuwingsberichten i Omgaan met apparaten die geoelig zijn oor statische elektriciteit i Info oer deze publicatie ii Voor wie is dit boek bestemd ii Informatie op het World Wide Web ii Oerige informatie ii Kennismaking met NetVista Thin Client Express Kennismaking met de hardware Standaard hardware Hardware-aansluitingen Communicatiehardware Beeldschermspecificaties Energieerbruik Hardware installeren Hardware installeren Opstartolgorde Thin Client configureren Configuratie an de thin client met behulp an de Setup Utility Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool Thin Client Serice en Operations Utilities installeren Utility s installeren anaf de NetVista Thin Client Utilities CD Utility s downloaden anaf de IBM Thin Client website Werken met de Thin Client Express Serice Utility 14 Werken met de Thin Client Manager Operations Utility Operations Utility starten Werken met Operations Utility Wachtwoorden en SNMP-groepsnamen Werken met de lijst an werkstations Werken met de werkbalk bij de lijst an werkstations Werken met de taakwerkbalk Voorbeeldscenario: Het netwerk instellen en configureren met de Operations Utility De flash-image op een CompactFlashkaart herschrijen Het juiste flash-bestand selecteren Een flash-update uitoeren oor een CompactFlashkaart Flash-update uitoeren met behulp an de Operations Utility Flash-update uitoeren met behulp an de Configuration Tool Flash-image op een CompactFlash-kaart herstellen 33 Flash-image herstellen met behulp an de Setup Utility De flash-image bijwerken anaf een andere thin client Hardwareproblemen oplossen Hardwareproblemen identificeren Zichtbare hardwaredefecten Geluidssignalen LED-signalen Foutcodes en foutberichten Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen De logische eenheid erangen Andere onderdelen erangen Hardwareonderdelen retourneren Bijlage B. Geheugen uitbreiden Bijlage C. CompactFlash-kaart Bijlage D. Opstartblokimage herstellen 57 Bijlage E. Beeldschermspecificaties.. 59 Bijlage F. Stekkerpeninformatie Kennisgeingen Milieuriendelijk ontwerp Hergebruik en erwijdering Merken Kennisgeingen inzake elektronische straling Verklaring an de Federal Communications Commission (FCC) Afkortingen Trefwoordenregister Copyright IBM Corp iii
6 i
7 Veiligheidsoorschriften Geaarberichten De onderstaande eiligheidsoorschriften beatten informatie oor het eilig gebruiken an de IBM NetVista thin client. De opmerkingen kunnen een geaar aanduiden of een waarschuwing inhouden. De onderstaande berichten wijzen op situaties die mogelijk leensbedreigend zijn of een hoog risico met zich meebrengen. Deze geaarberichten hebben betrekking op het hele boek. Geaar! Ter oorkoming an een elektrische schok dient u tijdens onweer geen snoeren of kabels en geen stationsbeschermers oor communicatielijnen, beeldstations, printers of telefoons aan te sluiten of te ontkoppelen. (RSFTD003) Geaar! Ter oorkoming an een elektrische schok als geolg an het aanraken an oorwerpen met erschillende aarding, dient u de signaalkabels zo mogelijk met één hand aan te sluiten en te ontkoppelen. (RSFTD004) Geaar! Bij gebruik an een onjuist bedraad stopcontact kan er een geaarlijke spanning komen te staan op de metalen delen an het systeem of an de aangesloten randapparatuur. Het is de erantwoordelijkheid an de klant om eroor te zorgen dat de bedrading en aarding an het stopcontact in orde zijn, zodat elk risico op een elektrische schok wordt ermeden. (RSFTD201) Geaar! Om elektrische schokken te oorkomen tijdens de installatie an het systeem, koppelt u de netsnoeren an alle machines los oordat u de signaalkabels aansluit. (RSFTD202) Geaar! Om elektrische schokken te oorkomen wanneer u apparatuur aan het systeem toeoegt, koppelt u, indien mogelijk, alle netsnoeren los an het bestaande systeem oordat u de signaalkabel aansluit. (RSFTD205) Geaar! Ter oorkoming an een elektrische schok, haalt u het netsnoer uit het stopcontact oordat u de eenheid opent. (RSFTD215) Copyright IBM Corp. 2000
8 Geaar! Om het risico op elektrische schokken te erminderen dient u uitsluitend door IBM goedgekeurde apparatuur oor wisselstroom te gebruiken. (RSFTD216) Waarschuwingsberichten Een waarschuwingsbericht heeft betrekking op een situatie die geaar kan opleeren. Omgaan met apparaten die geoelig zijn oor statische elektriciteit Wanneer u werkt met componenten, neem dan ter oorkoming an schade ten geolge an statische elektriciteit de olgende oorzorgsmaatregelen: Open een antistatische erpakking pas als u klaar bent om de inhoud eran te installeren. Beweeg zo weinig mogelijk; hierdoor oorkomt u opbouw an statische elektriciteit. Ga oorzichtig om met componenten en raak nooit onbeschermde elektronische componenten aan. Zorg eroor dat de componenten niet door anderen worden aangeraakt. Leg componenten altijd neer op antistatisch erpakkingsmateriaal als u bezig bent met het installeren of erwijderen an hardware. Plaats componenten niet op een metalen opperlak. i
9 Info oer deze publicatie Voor wie is dit boek bestemd NetVista N2200e, Thin Client Express - Handboek (SA ) proides information for the Type 8363 (Model Cxx) IBM NetVista N2200e, Thin Client Express, hierna omschreen als NetVista thin client of werkstation. Deze publicatie beat informatie oer de installatie an de hardware, de configuratie en het bijwerken an de software, het oplossen an hardware-problemen, upgrade-mogelijkheden oor de hardware en het erangen en bestellen an onderdelen. De informatie in deze publicatie is ooral de moeite waard oor: De beheerder an de thin client De hardwareserice en support-organisatie oor de thin client. Informatie op het World Wide Web Oerige informatie U indt de meest recente ersie an deze informatie op het olgende URL-adres: Deze URL staat ook afgedrukt op de omslag an dit document. De olgende publicaties worden meegeleerd met uw hardware. Raadpleeg deze publicaties oor informatie oer uw thin client: Raadpleeg IBM NetVista Thin Client Type Installatie oor informatie oer de installatie an de hardware en software. Raadpleeg IBM License Agreement For Machine Code (Z ) oordat u de thin client gaat gebruiken. Raadpleeg Network Station Safety Information (SA ) oor eiligheidswaarschuwingen. Raadpleeg Network Station Warranty - Type 8363 and Type 8364 (SA ) oor belangrijke informatie oer de garantiebepalingen oor de hardware. Raadpleeg de documentatie bij uw serersoftware oor informatie oer het configureren en beheren eran. Copyright IBM Corp ii
10 iii
11 Kennismaking met NetVista Thin Client Express De IBM NetVista N2200e, ook wel Thin Client Express genoemd, biedt een snelle en eenoudige methode oor het oproepen an toepassingen onder Windows 2000, Windows NT Terminal Serer Edition 4.0 en andere op een serer aanwezige toepassingen. Als gecombineerde hardware- en softwareoplossing omat Thin Client Express enige essentiële Network Station Manager V2R1-functies op een ooraf geïnstalleerde CompactFlash-kaart. Thin Client Express biedt de gebruikelijke oordelen an thin-clients, zoals de gereduceerde kostprijs en de snelle en flexibele implementatie an toepassingen. Omdat er geen opstartserer is ereist, erliest u weinig tijd met het opstarten an de Thin Client Express. Thin Client Express omat ook een Setup Utility en een Configuration Tool die de olgende oordelen bieden: Een gestroomlijnde configuratieprocedure Mogelijkheid om lokaal op te starten anaf een CompactFlash-kaart 3270-, en VTxx-emulatorsessies Een ICA-client (Independent Computing Architecture) en ICA Remote Application Manager Afzonderlijke hulpprogramma s oor het bijwerken of erangen an flashimages en oor operations management Bureaublad met startbalk of een of meer toepassingen op olledig scherm Adanced diagnostics De IBM NetVista Thin Client Express Serice Utility en de IBM NetVista Thin Client Manager Operations Utility zijn optionele hulpprogramma s oor beheer die worden uitgeoerd op een NT-werkstation. Deze hulpprogramma s zijn kosteloos erkrijgbaar op CD of te downloaden an het World Wide Web. Informatie oer hoe u deze gratis CD bemachtigt, indt u op het olgende URL-adres: Copyright IBM Corp
12 2
13 Kennismaking met de hardware Standaard hardware Hardware-aansluitingen In dit gedeelte indt u gedetailleerde hardware-informatie oer de type 8363 (model Cxx) NetVista thin client. De standaard NetVista thin client-hardware bestaat uit het olgende: 32 MB permanent geheugen, waaran 3 MB wordt aangewend oor het ideogeheugen. Geïntegreerde Ethernet-communicatie. 16-bits intern en extern geluid. Een 32 MB CompactFlash-kaart met ooraf geïnstalleerde software. 2 USB-poorten oor toetsenbord en andere USB-apparatuur. De NetVista thin client-hardware beat standaardaansluitingen, met standaardconfiguraties oor het signaal en de signaalrichting an de stekkerpinnen. Meer informatie indt u bij Bijlage F. Stekkerpeninformatie op pagina 61. Netschakelaar Systeem-LED LEDs Raadpleeg Bijlage F. Stekkerpeninformatie op pagina 61 oor communicatiekabelspecificaties. Ethernet-netwerkaansluiting (status-leds) USB-poorten Poort oor koptelefoon Poort oor microfoon Beeldschermpoort Voedingsaansluiting Communicatiehardware Vooraanzicht Figuur 1. Hardware-aansluitingen Achteraanzicht RZAPK501-2 De NetVista thin client beat een geïntegreerde Ethernet-aansluiting. Voor een lijnsnelheid an 10 MB hebt u een UTP-kabel (Unshielded Twisted Pair) an categorie 3 of hoger nodig. Voor een lijnsnelheid an 100 MB hebt u een UTPkabel an categorie 5 nodig. Copyright IBM Corp
14 Beeldschermspecificaties Energieerbruik Hardware installeren Een standaard VGA-beeldscherm, dat oldoet aan de VESA-richtlijnen oor erersingsfrequentie en resolutie, is geschikt oor de NetVista thin client. De NetVista thin client biedt ondersteuning oor VESA DPMS (Display Power Management Signaling) en VESA DDC2B (Display Data Channel). Raadpleeg Bijlage E. Beeldschermspecificaties op pagina 59 oor een lijst an de resoluties en erersingsfrequenties die de NetVista thin client ondersteunt. Uw beeldscherm ondersteunt mogelijk niet alle resoluties en erersingsfrequenties. Het normale energieerbruik an een NetVista thin client waarop toepassingen actief zijn, bedraagt ongeeer 14 Watt. Voor sommige toepassingen of configuraties kan het energieerbruik oplopen tot 18 Watt. Neem oor meer informatie contact op met een IBM-ertegenwoordiger. Er treedt energiebesparing op oor het beeldscherm wanneer u de NetVista thin client gebruikt in combinatie met een standaard VESA DPMS-beeldscherm. U kunt de olgende hardwareprocedures uitoeren: USB-apparatuur aansluiten Als u USB-randapparatuur wilt gebruiken met uw NetVista thin client, raadpleegt u de documentatie bij die randapparatuur. Geheugen toeoegen De NetVista thin client heeft één RAM-sleuf die ruimte biedt oor SDRAM DIMMS (Synchronous Dynamic Random Access Memory, Dual Inline Memory Modules). De NetVista thin client beat 32 MB permanent RAM-geheugen op de systeemplaat en ondersteunt geheugenuitbreidingen tot maximaal 288 MB, met behulp an DIMMS an 32, 64, 128 of 256 MB. Bijlage B. Geheugen uitbreiden op pagina 53 biedt informatie oer het uitbreiden an geheugen. Raadpleeg Andere onderdelen erangen op pagina 50 oor gedetailleerde geheugenspecificaties en de NetVista thin client-onderdelen die u kunt bestellen. 4
15 Hardware installeren IBM NetVista Thin Client Express - Installatie (SA ) beat de onderstaande informatie. Voor uw gemak wordt deze informatie hier gedetailleerd herhaald. Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. Hardware uitpakken Haal de hardware uit de erpakking. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger of IBM als een an de olgende standaard onderdelen niet is meegeleerd: 1 Logische eenheid 2 Voet 3 Muis 4 USB-toetsenbord 5 Voedingskabel 6 Netsnoer Opties: Als u extra geheugenkaarten hebt, leest u eerst Bijlage B. Geheugen uitbreiden op pagina 53 oordat u erdergaat met De oet beestigen. U kunt desgewenst de logische eenheid beeiligen door een kabel te beestigen aan tab A. De oet beestigen Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. IBM raadt u aan de hardware op te stellen in een erticale positie. 1. Breng de nokjes B op oet C bij de gaten aan de onderkant an logische eenheid D. 2. Schuif oet C ast aan de onderkant an logische eenheid D. U kunt oet C erwijderen door op het klemmetje aan de oet E te drukken. Hierna kunt u de oet losschuien an logische eenheid D. Copyright IBM Corp
16 Hardware aansluiten Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. 1. Sluit de onderstaande apparaten aan op de juiste poorten: 1 Netwerkkabel 2 USB-toetsenbord en andere USB-apparatuur (aansluitbaar op beide USB-poorten) 3 Muis (aansluiting op toetsenbord) 4 Hoofdtelefoon 5 Microfoon 6 Beeldscherm 7 Voedingskabel en netsnoer 2. Zorg dat de beeldschermkabel goed is beestigd aan de thin client. 3. Stop de stekkers in goed werkende geaarde stopcontacten. De hardware aanzetten 1. Zet het beeldscherm en de andere apparaten die zijn aangesloten op de thin client aan. 2. Druk op de witte aan/uit-knop 8 om de thin client aan te zetten. De thin client begint met het uitoeren an de opstartolgorde. Meer informatie indt u onder Opstartolgorde op pagina Als u de thin client oor de eerste keer aanzet, gaat u erder met Thin Client configureren op pagina 9. Als dit niet de eerste keer is dat u de thin client aanzet, kunt u oor meer informatie erdergaan bij een an de olgende onderwerpen: Thin Client configureren op pagina 9 Werken met de Thin Client Manager Operations Utility op pagina 17 Thin Client Serice en Operations Utilities installeren op pagina 13 6
17 Opstartolgorde Hieronder indt u een normale reeks an gebeurtenissen die plaatsinden tijdens de opstartprocedure an de NetVista thin client. Als een an deze gebeurtenissen niet plaatsindt, raadpleegt u Hardwareproblemen oplossen op pagina De olgende apparaten ertonen LED-signalen: Logische eenheid (systeem-led en de LED oor de netwerkstatus) Netoeding Toetsenbord Beeldscherm 1 USB-apparaten 2 2. De olgende interne hardwarecomponenten worden geïnitialiseerd: Geheugen L1-cache Videogeheugen Toetsenbordcontroller 3. Het IBM NetVista thin client-scherm wordt nu afgebeeld op het beeldscherm. 4. Een an de olgende situaties treedt op: De Thin Client Express Setup Utility. De Setup Utility erschijnt in een an de olgende situaties: U hebt de NetVista thin client oor de eerste keer gestart. U hebt eerder de NetVista thin client teruggezet naar de fabrieksinstellingen. Raadpleeg Thin Client configureren op pagina 9 oor meer informatie oer het oltooien an de Setup Utility. De NetVista thin client herkent de CompactFlash-kaart en laadt het besturingssysteem in het geheugen. De in de Configuration Tool opgegeen interface wordt nu afgebeeld. De interface kan bestaan uit: Een of meer toepassingen Een startbalk met een of meer toepassingen Een scherm met de melding dat de opstartprocedure tussentijds is onderbroken. Als de opstartprocedure tussentijds wordt onderbroken, raadpleegt u Hardwareproblemen oplossen op pagina 39. Raadpleeg de olgende gedeelten oor meer informatie oer het werken met de NetVista thin client: Thin Client configureren op pagina 9 Thin Client Serice en Operations Utilities installeren op pagina 13 Werken met de Thin Client Manager Operations Utility op pagina Raadpleeg de documentatie bij uw beeldscherm als er geen lampje gaat branden. 2. Raadpleeg de documentatie bij uw USB-apparatuur als er geen lampje gaat branden. Copyright IBM Corp
18 8
19 Thin Client configureren Om de toepassingen op de serer te kunnen gebruiken, moet de thin client tijdens de eerste opstartprocedure worden geconfigureerd. Bij deze configuratie kunt u gebruik maken an de NSBoot Setup Utility en de Thin Client Express Configuration Tool. Opmerking: U hebt geen toegang tot een externe serer nodig bij het instellen en configureren an de Thin Client Express. In dit gedeelte indt u informatie oer: Configuratie an de thin client met behulp an de Setup Utility Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool op pagina 11 Configuratie an de thin client met behulp an de Setup Utility Met de Setup Utility kunt u de olgende taken uitoeren: Taalinstellingen oor het toetsenbord opgeen Resolutie en frequentie an het beeldscherm Configuratie an de IP-instellingen Geaanceerde configuratie-instellingen opgeen - bijoorbeeld instellingen oor de opstartserer Wanneer u de thin client oor de eerste keer start, moet u de Setup Utility gebruiken oor de configuratie an de thin client. Hieronder indt u een oorbeeld an een Setup Utility-menu: Copyright IBM Corp
20 Figuur 2. Voorbeeldmenu Het menunummer ( A ) helpt u bij naigeren door de Setup Utility. Menunummers die beginnen met een 2 zijn specifiek oor de eerste keer dat de Setup Utility erschijnt. De menutitel ( B ) geeft aan in welk menu u zich beindt. Met behulp an de cursortoetsen kunt u een an de beschikbare opties ( C ). Zodra u een optie hebt geselecteerd, kunt u een waarede opgeen in het bijbehorende eld ( D ). Voor een aantal elden kunt u een waarde selecteren met de toetsen Page Up en Page Down. Instructies en andere berichten ( E en F ) bieden u extra informatie. Foutberichten ( G ) ertellen u dat u een eld moet inullen of een waarde moet corrigeren oordat u erdergaat. Gebruik de functietoetsen ( H ) om door de Setup Utility heen te bladeren. Elke olgende keer dat u de thin client start, kunt u de Setup Utility oproepen door op Esc te drukken. Dit doet u direct nadat het olgende bericht erschijnt: Hardware testing in progress... Als u tijdens de eerste opstartprocedure alleen het menu Simple Configuration hebt gebruikt, erschijnt dit menu nu opnieuw. Als u tijdens de eerste opstartprocedure het menu Adanced Configuration hebt gebruikt, erschijnt dit menu nu opnieuw. Informatie oer hoe u met de Setup Utility CompactFlash-kaarten kunt bijwerken, indt u bij Flash-image herstellen met behulp an de Setup Utility op pagina
21 Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool Het configuratieprogramma an de Thin Client Express kunt u gebruiken oor de configuratie an de olgende toepassingen op de thin client: ICA (Independent Computing Architecture)-client ICA Remote Application Manager 3270-emulator oor S/390 -hosts 5250-emulator oor AS/400 -hosts VT Emulator Adanced Diagnostics Met de Configuration Tool kunt u ook gebruikersspecifieke oorkeuren instellen die onafhankelijk zijn an de toepassingen, zoals muisinstellingen en beeldschermresolutie. Boendien kunt u er de software op de CompactFlash-kaart mee bijwerken. De allereerste keer dat u de thin client opstart, start de Configuration Tool automatisch, direct na het oltooien an de Setup Utility. Hoewel u wel de Configuration Tool moet oltooien oordat u toegang hebt tot de toepassingen, is het niet nodig om geaanceerde instellingen op te geen oor een eenoudige, werkende configuratie. Zodra u de Configuration Tool hebt oltooid, klikt u op Sae and Restart om de instellingen op te slaan en de thin client op te starten met de nieuwe configuratie. De Configuration Tool biedt drie werkstanden oor de gebruikersinterface: Een enkele toepassing die automatisch start bij het opstarten an de thin client. Deze toepassing neemt het gehele beeldscherm in beslag. Een of meer toepassingen die automatisch starten bij het opstarten an de thin client. Opmerking: Het rije geheugen an de N2200e bepaalt hoeeel toepassingen u tegelijktijd actief kunt hebben. Met een CompactFlash-kaart an 32 MB kunt u maximaal het olgende opgeen: Vier gelijktijdige of 3270-emulators Een ICA-client en twee of 3270-emulators Een startbalk met een of meer toepassingen. Met de Configuration Tool kunt u deze toepassingen, indien gewenst, automatisch laten starten. De netwerkbeheerder kan op een an de twee olgende manieren de toegang tot de Configuration Tool beperken: Door het instellen an een beheerderswachtwoord in de Configuration Tool. Met de Thin Client Manager Operations Utility. Meer informatie oer de Thin Client Manager Operations Utility indt u bij Werken met de Thin Client Manager Operations Utility op pagina 17. U kunt altijd aanullende, aangepaste Help-informatie oproepen door rechtsonder in het scherm te klikken op Help. De help-iewer kent ook een zoekfunctie. U kunt na de initiële configuratie de Configuration Tool altijd oproepen met de olgende toetscombinatie op de linkerkant an het toetsenbord: Shift + Ctrl + Alt. Houd de toetsen een paar seconden ingedrukt, totdat de Configuration Tool wordt gestart. U kunt de Configuration Tool ook een plaatsje geen op de startbalk. Thin Client configureren 11
22 12 Informatie oer hoe u met de Configuration Tool een CompactFlash-kaart kunt bijwerken, indt u bij Flash-update uitoeren met behulp an de Configuration Tool op pagina 33.
23 Thin Client Serice en Operations Utilities installeren De utility s Thin Client Express Serice en Thin Client Manager Operations zijn beheerprogramma s die werken op de olgende typen werkstations: Windows NT Serer 4.0 Windows NT Serer 4.0, Terminal Serer Edition (TSE) Windows NT Workstation 4.0 Hoewel deze hulpprogramma s optioneel zijn, kunt u de flash-image op een CompactFlash-kaart an een thin client pas bijwerken wanneer de Serice Utility is geïnstalleerd. De Serice Utility bestaat uit de olgende onderdelen: NetVista Thin Client Express image-bestanden Serices oor netwerkondersteuning die NFS-ondersteuning bieden waarmee de client toegang kan krijgen tot de image-bestanden Als u wel de Serice Utility maar niet de Operations Utility installeert, hebt u de NSBoot Setup Utility of de Configuration Tool op de thin client nodig als u de flash-image wilt oerschrijen. Als u wel de Operations Utility maar niet de Serice Utility installeert, kunt u alle aangegeen taken uitoeren, met uitzondering an het bijwerken an een CompactFlash card. Informatie oer de Operations Utility indt u bij Werken met de Thin Client Manager Operations Utility op pagina 17. Tabel 1 geeft een oerzicht an de tools en utility s die u nodig hebt oor de erschillende ormen an het herschrijen an de flash-image. Tabel 1. Vereiste tools en utility s oor het uitoeren an nieuwe flashes en updates Nieuwe image of bijwerken image NSBoot Utility Configuration Tool Serice Utility Operations Utility Nieuwe image met Setup Utility X X Flash-herstel anaf Peer X Update met Configuration Tool X X Update met Operations Utility X X Met de eerste drie methodes kunt u slechts één thin client tegelijk oorzien an een nieuwe flash-image. Met de ierde methode kunt u echter de flash-images bijwerken an een groep thin clients. Meer informatie oer het aanbrengen an een nieuwe image of het bijwerken an een image op CompactFlash-kaarten indt u in De flash-image op een CompactFlash-kaart herschrijen op pagina 31. U kunt op twee manieren de Serice en Operations utility s installeren: Utility s installeren anaf de NetVista Thin Client Utilities CD Utility s downloaden anaf de NetVista Thin Client website Copyright IBM Corp
24 Utility s installeren anaf de NetVista Thin Client Utilities CD Om de Serice en Operations Utility s te installeren anaf de NetVista Thin Client Utilities CD, plaatst u de CD in het CD-ROM-station. Het IBM NetVista Thin Client Utilities-menu wordt automatisch gestart. Opmerking: Als het Thin Client Utilities-menu niet automatisch wordt geopend, kunt u het bestand install.bat uitoeren anaf de hoofddirectory an de CD. U installeert de Serice Utility door te klikken op Install NetVista Thin Client Express Serice Utility. U installeert de Operations Utility door te klikken op Install NetVista Thin Client Manager Operations Utility. Utility s downloaden anaf de IBM Thin Client website Om de Serice en Operations Utility s te downloaden anaf de IBM Thin Clientwebsite, dient u te beschikken oer een bijwerkserer. Deze serer moet aan de olgende eisen oldoen: Betrouwbare toegang tot het Internet File Transfer Protocol (FTP) of Hypertext Transfer Protocol (HTTP) wordt ondersteund Toegankelijk oor de thin client ia een snelle TCP/IP-erbinding (bijoorbeeld een LAN) Voldoende ruimte beschikbaar oor de te downloaden bestanden Zodra u een bijwerkserer hebt ingesteld, kunt u met de olgende stappen de Serice en Operations Utility s downloaden anaf de IBM Thin Client-website: 1. Op de bijwerkserer opent u een Internet-browser en gaat u naar het olgende URL-adres: 2. Klik op NetVista. 3. Klik op NetVista thin client. 4. In de linkerkolom met koppelingen klikt u op Hot news. 5. Klik op NetVista N2200e (8363Cxx) Serice and Operations Utilities. 6. Volg de aangegeen downloadprocedure om de utility s te downloaden. Werken met de Thin Client Express Serice Utility De Serice Utility start automatisch zodra de installatie is oltooid. Dit hulpprogramma wordt ook automatisch gestart na het opnieuw opstarten an de serer. Als u bij het aanbrengen an een nieuwe flash-image of het bijwerken eran op een N2200e te maken hebt met problemen aan de sererzijde, controleert u de status an de serices oor netwerkondersteuning an de Serice Utility. U kunt als olgt de status an de serices oor netwerkondersteuning controleren: 1. Op de Windows taakbalk klikt u op Start. 2. Selecteer Instellingen. 3. Selecteer Configuratiescherm. 4. In het Configuratiescherm dubbelklikt u op Serices. 14
25 5. In het enster Serices controleert u of oor de olgende serices de status Gestart wordt aangegeen in de statuskolom: IBM NFS Serer IBM RPC Portmapper IBM Time Protocol Serer Als de serices oor netwerkondersteuning niet zijn gestart, kunt u ze starten anuit het enster Serices. U kunt als olgt de serices oor netwerkondersteuning starten: 1. In het enster Serices selecteert u de serice die u wilt starten. 2. Klik op Start. Opmerking: Als de serice niet wordt gestart, controleert u het Windows eentlogboek of er een specifieke oorzaak wordt aangegeen en neemt u, indien nodig, contact op met de IBM Technische Dienst. 3. Herhaal deze procedure oor alle serices die u wilt starten. 4. Zodra alle gewenste serices zijn gestart, klikt u op Sluiten. Thin Client Serice en Operations Utilities installeren 15
26 16
27 Werken met de Thin Client Manager Operations Utility Operations Utility starten De Thin Client Manager Operations Utility is een hulpprogramma oor beheer waarmee u lijsten, of groepen, an werkstations kunt maken waarop u een erscheidenheid aan functies, of taken, kunt uitoeren. Voordat u met de Operations Utility een taak kunt uitoeren oor een werkstation, dient u eroor te zorgen dat: Operations Utility is geïnstalleerd op de PC. Informatie oer het installeren an Operations Utility indt u bij Thin Client Serice en Operations Utilities installeren op pagina 13. Het werkstation waaroor u een functie wilt uitoeren, is aangezet. U start de Operations Utility als olgt: 1. Op de Windows taakbalk klikt u op Start. 2. Selecteer Programma s. 3. Selecteer IBM NetVista Thin Client Utilities. 4. Selecteer Operations Utility. 5. Selecteer TCM Operations Utility. Zodra de Operations Utility is gestart, erschijnt het olgende enster op het scherm: Figuur 3. Operations Utility, ensteroorbeeld De taakwerkbalk A beat pictogrammen oor de belangrijkste taken die u kunt uitoeren. Copyright IBM Corp
28 De lijst an werkstations B beindt zich direct onder de taakwerkbalk. Deze lijst neemt een groot deel an het enster in beslag. De werkbalk an de lijst an werkstations C beat functies die an inloed zijn op de lijsten an werkstations. In het statusenster D wordt aangegeen of een functie is gelukt of niet. U kunt het statusenster leegmaken door Clear Status Messages te kiezen in het menu Options. Omdat het statusenster 12 regels tekst tegelijk af kan beelden, kunt u ook berichten knippen en in een teksteditor plakken. Hierdoor is het mogelijk een geheel statusbericht te lezen zonder dat u hoeft te schuien. Werken met Operations Utility Doorgaans zult u Operations Utility als olgt gebruiken: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaroor u een bepaalde taak wilt uitoeren. Als er geen werkstations (clients) beschikbaar zijn, moet u er een toeoegen. Informatie oer het toeoegen an een werkstation of groep indt u bij Werkstation of groep toeoegen op pagina In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram waarmee u de gewenste taak kunt uitoeren. Soms is het nodig dat in een of meer ensters aanullende informatie moet worden opgegeen oordat een taak olledig kan worden uitgeoerd. Als het nodig is oor de gewenste taak, geeft u de geraagde informatie op en klikt u op Finish. 3. Veel taken zijn pas oltooid na het opnieuw opstarten an het werkstation. Het statusenster geeft aan of een bepaalde taak is geslaagd of mislukt. Wachtwoorden en SNMP-groepsnamen U kunt op twee manieren een beheerderswachtwoord toeoegen of wijzigen: Met de Operations Utility kunt u de machtigingen oor toegang op afstand wijzigen. Informatie oer hoe u met Operations Utility de machtigingen oor toegang op afstand kunt wijzigen, indt u bij Machtigingen oor toegang op afstand wijzigen op pagina 25. U kunt ook met de optie Software Update binnen de Configuration Tool de machtigingen oor toegang op afstand wijzigen. Informatie oer het gebruik an de Configuration Tool indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool op pagina 11. Nadat u het beheerderswachtwoord hebt ingesteld, moet iedereen die anaf een werkstation toegang probeert te krijgen tot de Configuration Tool dit wachtwoord opgeen. Het is niet nodig het werkstation opnieuw op te starten om het beheerderswachtwoord an kracht te laten worden. Opmerking: U moet een beheerderswachtwoord opgeen om gebruik te kunnen maken an FTP (File Transfer Protocol). Informatie oer het starten of stoppen an de FTP-daemon indt u bij FTP-daemon stoppen of starten op pagina 27 Wanneer u een werkstation of groep toeoegt, moet u SNMP-groepsnamen (Simple Network Management Protocol) opgeen om eroor te zorgen dat het mogelijk is 18
29 de meeste taken uit te oeren met de Operations Utility. Er zijn SNMPgroepsnamen met de beoegdheid Alleen lezen en er zijn groepsnamen met zowel een lees- als schrijfbeoegdheid. Standaard luidt op een N2200e-client de naam an een SNMP-groep met alleen leesbeoegdheid public. Een SNMP-groep met leesbeoegdheid en de naam public houdt in dat iedereen met toegang tot een SNMP-agent of browser toegang heeft tot dat werkstation. Er is een standaardnaam ingesteld oor de SNMP-groep met lees- en schrijfbeoegdheid. Hierdoor wordt de eerste installatie an de Operations Utility zo snel en eenoudig als mogelijk is. Attentie: Ter erkleining an het beeiligingsrisico an uw netwerk, doet u er bij het eerste gebruik an de Operations Utility erstandig aan de naam te wijzigen an de SNMP-groep met lees- en schrijfbeoegdheid. Informatie oer het wijzigen an de naam an een SNMP-groep met lees- en schrijfbeoegdheid indt u bij Machtigingen oor toegang op afstand wijzigen op pagina 25. Omdat beheerderswachtwoorden en SNMP-groepsnamen geen onderdeel uitmaken an de configuratiebestanden, worden deze dan ook niet opgeslagen op de CompactFlash-kaart. In plaats daaran worden deze wachtwoorden en namen opgeslagen in het NVRAM (Nonolatile Random Access Memory). Al geolg hieran wordt bij het opstarten an een werkstation anaf een V2R1-systeem het beheerderswachtwoord en de SNMP-groepsnamen an het werkstation oerschreen met de V2R1 Network Station Manager-instellingen. Werken met de lijst an werkstations In de lijst an werkstations worden zowel afzonderlijke werkstations als groepen werkstations afgebeeld. Voor elk werkstation of groep werkstations wordt in de Operations Utility de olgende informatie afgebeeld: Een naam met daarin de olgende informatie: IP-adres Hostnaam MAC-adres Contextgeoelige Help met de olgende informatie: Modelnummer Release-ersie Of het werkstation is aan- of uitgezet Of Thin Client Express actief is Een afbeelding waarmee aanullende informatie wordt gegeen oer het werkstation. Een lijst an mogelijke afbeeldingen en de bijbehorende erklaringen indt u bij Tabel 2. Tabel 2. Afbeeldingen in lijst an werkstations Afbeelding Verklaring Geen reactie op PING-opdracht Onjuiste reactie op PING-opdracht (er is geen reactie op SNMPopdrachten ontangen of het werkstation is niet een IBM NetVista Thin Client) Werken met de Thin Client Manager Operations Utility 19
30 Tabel 2. Afbeeldingen in lijst an werkstations (erolg) Afbeelding IP-adres is ongeldig Verklaring X86-model 1 dat is aangezet X86-model dat is uitgeschakeld N2200e die is aangezet N2200e die is uitgezet PowerPC-model 2 dat is aangezet PowerPC-model dat is uitgeschakeld Opmerkingen: 1. X86-modellen zijn onder andere de en 2800-modellen 2. Power PC-modellen zijn onder andere de 100-, 300- en 1000-modellen Werken met de werkbalk bij de lijst an werkstations De werkbalk oor de lijst an werkstations kunt u gebruiken oor het maken en beheren an lijsten, of groepen, werkstations. U kunt deze groepen definiëren door ze een naam te geen of door een specifiek bereik aan IP-adressen op te geen oor een groep. Als u meerdere werkstations of groepen werkstations wilt selecteren, houdt u de toets Ctrl ingedrukt terwijl u de erschillende items selecteert. Werkstation of groep toeoegen Als u een werkstation of groep wilt toeoegen, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u waar u het nieuwe werkstation of de nieuwe groep wilt toeoegen. Als u in de lijst een groep selecteert, oegt de Operations Utility het nieuwe werkstation toe aan de geselecteerde groep. Als u in de lijst een werkstation selecteert, wordt het nieuwe werkstation of de nieuwe groep door de Operations Utility luist boen het geselecteerde werkstation toegeoegd aan de lijst. Opmerking: Het kan oorkomen dat het bij het toeoegen an een werkstation niet gewenst is om een item in de lijst te selecteren. Als er bijoorbeeld een enkele groep in de lijst staat en u wilt het nieuwe werkstation niet toeoegen aan deze groep, moet u eroor zorgen dat de groep niet wordt geselecteerd. U kunt er als olgt oor zorgen dat er in de lijst geen item is geselecteerd: a. In de lijst an werkstations klikt u op een item. b. Terwijl u de Ctrl-toets ingedrukt houdt, klikt u nogmaals op het geselecteerde item. 20
31 Hierdoor wordt de selectie an het item opgeheen en is er niets meer geselecteerd in de lijst. 2. Op de werkbalk oor de lijst an werkstations klikt u op Add Workstation or Group om het enster Add Workstation or Group te openen. 3. Geef aan of u een enkel werkstation, een bereik an IP-adressen of de naam an een groep werkstations wilt toeoegen. Geef bij elke optie SNMP-groepsnamen (met leesbeoegdheid of lees- en schrijfbeoegdheid) op om eroor te zorgen dat het mogelijk is de meeste taken uit te oeren met de Operations Utility. Meer informatie oer SNMP-groepsnamen indt u bij Wachtwoorden en SNMP-groepsnamen op pagina Klik op OK. Het werkstation of de groep erschijnt nu in de lijst an werkstations. Werkstation of groep erwijderen Als u een werkstation of groep wilt erwijderen, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation of de groep die u wilt erwijderen. 2. Op de werkbalk oor de lijst an werkstations klikt u op Remoe Workstation or Group. 3. Zodra het beestigingsenster erschijnt, klikt u op Yes. Opmerking: U kunt de beestigingsensters uitschakelen door het opheffen an de selectie an Confirm Remoes in het menu Options. Het werkstation of de groep erdwijnt nu uit de lijst an werkstations. Werkstation of groep afbeelden of bewerken De eigenschappen die u kunt wijzigen met de functie Display or Edit Workstation or Group indt u alleen gewijzigd terug in het werkstationprofiel. Deze eigenschappen eranderen niet op het werkstation zelf. Als u een werkstation of groep wilt afbeelden of bewerken, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation of de groep die u wilt afbeelden of bewerken. 2. Op de werkbalk oor de lijst an werkstations klikt u op Display or Edit Workstation or Group om het enster Display or Edit Workstation or Group te openen. 3. Indien nodig brengt u wijzigingen aan in de werkstationinstellingen. 4. Klik op OK. Werkstationstatus ernieuwen In de lijst an werkstations wordt met afbeeldingen de status an de werkstations aangegeen. Een lijst an mogelijke afbeeldingen en de bijbehorende erklaringen indt u bij Tabel 2 op pagina 19. Als u de status an een werkstation wilt erersen, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaran u de status wilt ernieuwen. 2. Op de werkbalk oor de lijst an werkstations klikt u op Refresh Workstation Status. Bij het ernieuwen an de status an de werkstations zoekt de Operations Utility contact met de geselecteerde werkstations om te controleren of deze actief zijn. Werken met de Thin Client Manager Operations Utility 21
32 Wanneer de Operations Utility een actief werkstation aantreft, wordt ook astgesteld of het werkstation een NetVista Thin Client of een ander type apparaat is. Als het actiee werkstation een NetVista Thin Client is, raagt de Operations Utility het MAC-adres an het werkstation en slaat het erolgens op. Hierdoor wordt het mogelijk de WOL-functie (Wake On LAN) uit te oeren oor het werkstation. Meer informatie oer WOL indt u bij Waking on LAN op pagina 28. Werken met de taakwerkbalk Met de taakwerkbalk kunt u onderstaande taken uitoeren oor de werkstations die u hebt geselecteerd in de lijst an werkstations: Verificatie en opstarten met behulp an een netwerkserer Opstarten anaf een CompactFlash-kaart Backup maken an configuratiebestanden of deze terugzetten Machtigingen oor toegang op afstand wijzigen Toegang an een werkstation tot de Configuration Tool erlenen of weigeren Instellingen an een werkstation terugzetten naar de fabriekswaarden Werkstations instellen op Wake on LAN (WOL) Werkstations afsluiten of opnieuw opstarten De FTP- en Telnet-daemons stoppen of starten CompactFlash-kaarten bijwerken Verificatie met behulp an een serer Verificatie met behulp an een serer biedt de beeiliging an de serererificatie zonder dat dat an inloed is op de snelheid waarmee een werkstation opstart anaf de CompactFlash-kaart. Voor de erificatie an een werkstation anaf een netwerkserer gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation dat u wilt erifiëren anaf de netwerkserer. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Authenticate from Serer: 3. In het Authenticate from Serer-enster geeft u het IP-adres op an de erificatieserer. 4. Selecteer het serertype an de erificatieserer. 5. Om de ensters Workstation configuration serer en Authentication serer te openen, klikt u op Adanced. Anders gaat u erder met stap Klik op Finish. 7. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: 8. In het enster Shut Down or Reboot selecteert u Reboot. 9. Klik op Finish. 22
33 Wanneer het werkstation opnieuw opstart, gebeurt dat anaf de CompactFlashkaart. Tegelijkertijd raagt de erificatieserer om een gebruikers-id en wachtwoord. Opstarten anaf een serer Als u oerschakelt an een NetVista N2200e Thin Client-model naar een meer centraal beheerde thin client, wilt u wellicht de werkstations laten opstarten anaf een Network Station Manager-serer (NSM). Als u de werkstations wilt laten opstarten anaf een NSM-serer kunt u daaroor de olgende werkstationinstellingen opgeen: Protocol opstartserer Primaire erificatieserer Adres an primaire opstartserer Pad an primaire opstartserer Adres configuratieserer primair werkstation Pad oor configuratieserer primair werkstation Protocol oor configuratieserer primair werkstation Om een werkstation op te starten anaf een netwerkserer, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation dat u wilt laten opstarten anaf de netwerkserer. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Boot from Serer: 3. In het Boot from Serer-enster geeft u het IP-adres op an de opstartserer. 4. Selecteer het serertype an de opstartserer. 5. Om de ensters Boot serer, Workstation configuration serer en Authentication serer te openen, klikt u op Adanced. Anders gaat u erder met stap Klik op Finish. 7. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: 8. In het enster Shut Down or Reboot selecteert u Reboot. 9. Klik op Finish. Hierdoor maakt het werkstation oor het opstarten gebruik an de opstartserer in plaats an de CompactFlash-kaart. Opstarten anaf een CompactFlash-kaart Om eroor te zorgen dat opeenolgende opstartbewerkingen worden geladen anaf de CompactFlash-kaart an een werkstation, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation dat u wilt laten opstarten anaf de CompactFlash-kaart. Werken met de Thin Client Manager Operations Utility 23
34 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Boot from Flash: 3. In het enster Boot from Flash klikt u op Finish. 4. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: 5. In het enster Shut Down or Reboot selecteert u Reboot. 6. Klik op Finish. Wanneer het werkstation opnieuw opstart, gebeurt dat anaf de CompactFlashkaart in plaats an anaf de opstartserer. Backup maken an configuratiebestanden of deze terugzetten De configuratiebestanden zijn die bestanden die worden gebruikt door de emulators, de ICA-client (Independent Computing Architecture) en het bureaublad. De configuratiebestanden beatten niet het beheerderswachtwoord of SNMPgroepsnamen. U kunt de Operations Utility gebruiken oor het maken an een backup an de configuratiebestanden of oor het terugzetten an een dergelijke backup. U kunt op deze manier configuratiebestanden kopiëren door er op het ene werkstation een backup an te maken en deze backup op het andere systeem terug te zetten. Als u een backup an de configuratiebestanden wilt maken of terugzetten, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaroor u een backup an de configuratiebestanden wilt maken of terugzetten. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Back Up or Restore Configuration Files: 3. In het enster Back Up or Restore Configuration Files geeft u aan of u een backup an de configuratiebestanden wilt maken of terugzetten. Als u een backup an de configuratiebestanden wilt maken, kiest u Back up en gaat u naar stap 4. Als u een backup an de configuratiebestanden wilt terugzetten, kiest u Restore en gaat u naar stap Klik op Set Path om de directory op te geen waarin u de configuratiebestanden wilt opslaan. 5. In het weergaeeld selecteert u de MAC-adressen an de werkstations waaroor u een backup an de configuratiebestanden wilt maken. 6. Klik op Finish. 24
35 De backup an de configuratiebestanden behorend bij het opgegeen MACadres wordt in de juiste directory gezet. 7. Klik op Set Path om de directory op te geen waarin de configuratiebestanden zich beinden. 8. Kies of u een corresponderende (corresponding) of algemene (common) backup wilt uitoeren: Corresponding Bij een dergelijke backup worden de configuratiebestanden teruggezet naar het werkstation waar de backup is gemaakt. De directory met de configuratiebestanden komt oereen met het MAC-adres an het doelwerkstation. Voer een corresponderende backup uit na een flash-update om de configuratiebestanden terug te zetten anaf de serer. Common Bij een dergelijke backup worden de configuratiebestanden teruggezet naar andere werkstations dan waarop de backup is gemaakt. Selecteer het MAC-adres an het werkstation waaran u de configuratiebestanden wilt terugzetten naar de geselecteerde werkstations. Op deze manier kunt u de configuratie an een werkstation klonen naar ele andere werkstations. 9. Klik op Finish. 10. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: 11. In het enster Shut Down or Reboot selecteert u Reboot. 12. Klik op Finish. De configuratiebestanden worden teruggezet zodra het werkstation opnieuw is opgestart. Als u het beheerderswachtwoord, de SNMP-groepsnamen of de toegang an een werkstation tot de Configuration Tool opnieuw wilt instellen, moet u dat doen oor of na het maken of terugzetten an een backup an de configuratiebestanden. Informatie oer het instellen an een beheerderswachtwoord en SNMPgroepsnamen indt u bij Machtigingen oor toegang op afstand wijzigen. Informatie oer het erlenen of weigeren an toegang tot de Configuration Tool oor een werkstation indt u bij Toegang tot de Configuration Tool erlenen of weigeren oor een werkstation op pagina 26. Machtigingen oor toegang op afstand wijzigen Als u de machtiging oor toegang op afstand wilt wijzigen oor een bepaald werkstation, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaran u de machtiging oor toegang op afstand wilt wijzigen. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Change Remote Access Authorization: Werken met de Thin Client Manager Operations Utility 25
36 3. Via het enster Change Remote Access Authorization geeft u de nieuwe waarden op. Attentie: Ter erkleining an het beeiligingsrisico an uw netwerk, doet u er bij het eerste gebruik an de Operations Utility erstandig aan de naam te wijzigen an de SNMP-groep met lees- en schrijfbeoegdheid. Meer informatie oer SNMP-groepsnamen indt u bij Wachtwoorden en SNMP-groepsnamen op pagina 18. Als u een bepaalde waarde niet wilt wijzigen, zorgt u dat het bijbehorende akje Use current geselecteerd blijft. 4. Klik op Finish. 5. Klik op Yes om het werkstation opnieuw op te starten. Toegang tot de Configuration Tool erlenen of weigeren oor een werkstation Om de toegang an een werkstation tot de Configuration Tool te erlenen of te weigeren, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaran u de toegang tot de Configuration Tool wilt wijzigen. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Grant or Deny Access to Configuration Tool: 3. Via het enster Grant or Deny Access to Configuration Tool geeft u op of u wilt dat een bepaald werkstation toegang krijgt tot de Configuration Tool. Opmerking: De standaardwaarde oor een N2200e thin client is toegang tot de Configuration Tool. Als u het werkstation toegang wilt erlenen tot de Configuration Tool, moet u ook kiezen met welk machtigingsnieau toegang wordt erleend: Current Hiermee blijft de toegang tot de Configuration Tool ingesteld als oorheen Read only Deze waarde biedt toegang tot alle functies an de Configuration Tool met het machtigingsnieau Alleen lezen. Read write Hiermee wordt ook schrijfbeoegdheid erleend oor alle functies an de Configuration Tool 4. Klik op Finish. Informatie oer het gebruik an de Configuration Tool indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool op pagina
37 Terugzetten naar de fabrieksinstellingen U kunt als olgt de instellingen an een werkstation terugzetten naar de fabrieksinstellingen: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaran u de instellingen wilt terugzetten naar de fabrieksinstellingen. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Reset to Factory Defaults: 3. Via het enster Reset selecteert u de instellingen die u wilt terugzetten. Opmerking: Als u alle configuratieopties terugzet naar de fabrieksinstellingen, worden de NSBoot-waarden ook teruggezet. Informatie oer wachtwoorden en SNMP-groepsnamen indt u bij Wachtwoorden en SNMP-groepsnamen op pagina Klik op Finish. 5. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: 6. In het enster Shut Down or Reboot selecteert u Reboot. 7. Klik op Finish. Werkstation afsluiten of opnieuw opstarten Als u een werkstation wilt afsluiten of opnieuw opstarten, gaat u als olgt te werk: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation dat u wilt afsluiten of opnieuw wilt opstarten. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: 3. In het enster Shut Down or Reboot kiest u of u het werkstation wilt afsluiten of opnieuw wilt opstarten. 4. Klik op Finish. Afhankelijk an de gemaakte keuze wordt het werkstation afgesloten of opnieuw opgestart. FTP-daemon stoppen of starten U moet een beheerderswachtwoord opgeen om gebruik te kunnen maken an FTP. Informatie oer beheerderswachtwoorden indt u bij de olgende onderwerpen: Wachtwoorden en SNMP-groepsnamen op pagina 18 Machtigingen oor toegang op afstand wijzigen op pagina 25 U kunt als olgt de FTP-daemon stoppen of starten: Werken met de Thin Client Manager Operations Utility 27
38 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaroor u de FTPdaemon wilt stoppen of starten. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Stop or Start FTP Daemon: 3. Via het enster Stop or Start FTP Daemon kiest u of u de FTP-daemon wilt stoppen of starten oor het geselecteerde werkstation. 4. Klik op Finish. Afhankelijk an de gemaakte keuze wordt de FTP-daemon nu gestopt of gestart. Telnet-daemon stoppen of starten U kunt als olgt de Telnet-daemon stoppen of starten: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation waaroor u de Telnetdaemon wilt stoppen of starten. 2. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Stop or Start Telnet Daemon: 3. Via het enster Stop or Start Telnet Daemon kiest u of u de Telnet-daemon wilt stoppen of starten oor het geselecteerde werkstation. 4. Klik op Finish. Afhankelijk an de gemaakte keuze wordt de Telnet-daemon nu gestopt of gestart. Waking on LAN Voordat u met de Operations Utility een taak kunt uitoeren oor een werkstation, dient u eroor te zorgen dat het werkstation is aangezet. Een manier om dit te doen is met behulp an een WOL-taak (Wake On LAN). u kunt als olgt een werkstation aanzetten met behulp an een WOL-taak: 1. In de lijst an werkstations selecteert u het werkstation dat u wilt aanzetten met een WOL-taak. 2. Op de werkbalk oor de lijst an werkstations klikt u op Refresh Workstation Status. Als het actiee werkstation een NetVista Thin Client is, raagt de Operations Utility het MAC-adres an het werkstation en slaat het erolgens op. 3. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Wake On LAN: 4. In het Wake On LAN-enster klikt u op Finish. Na het opnieuw opstarten an het werkstation is de WOL-functie actief oor het werkstation. 28
39 Opmerkingen: 1. Omdat de Operations Utility gebruikmaakt an unicast oor het erzenden an de WOL-opdracht oer een subnetgrens, maakt en wist het hulpprogramma automatisch een ARP-item (Address Resolution Protocol). 2. Het kan enige tijd in beslag nemen oordat het werkstation is opgestart en beschikbaar is oor bewerkingen door de Operations Utility. CompactFlash-kaart bijwerken Informatie oer hoe u met de Operations Utility een CompactFlash-kaart kunt bijwerken, indt u bij Flash-update uitoeren met behulp an de Operations Utility op pagina 32. Voorbeeldscenario: Het netwerk instellen en configureren met de Operations Utility Met de Operations Utility kunt u het gehele netwerk instellen en configureren zonder dat u oor elk werkstation gebruik hoeft te maken an de Configuration Tool. Het wordt aanbeolen dat u deze snelle en efficiënte methode gebruikt wanneer u oor de eerste keer gebruikmaakt an de Operations Utility. Om bij de eerste keer dat u de Operations Utility gebruikt het netwerk in te stellen en te configureren, gaat u als olgt te werk: 1. Het eerste werkstation toeoegen aan het netwerk. a. Zet een werkstation aan. b. Gebruik de NSBoot Setup Utility en de Configuration Tool om het werkstation in te stellen en te configureren. Informatie oer de Setup Utility en de Configuration Tool indt u bij Thin Client configureren op pagina 9. Opmerking: Noteer het beheerderswachtwoord en de SNMP-groepsnamen. U hebt deze waarden nodig oor stap 1e. c. Ga terug naar de PC waarop de Operations Utility is geïnstalleerd. Informatie oer het installeren an Operations Utility indt u bij Thin Client Serice en Operations Utilities installeren op pagina 13. d. Zorg dat de Operations Utility is gestart. Informatie oer het starten an de Operations Utility indt u bij Operations Utility starten op pagina 17. e. Voeg het ingestelde en geconfigureerde werkstation toe. Zorg eroor dat u de olgende waarden opgeeft: Werkstationadres Wachtwoord beheerder Groepsnaam (alleen lezen) Groepsnaam (lezen/schrijen) Informatie oer het toeoegen an een werkstation indt u bij Werkstation of groep toeoegen op pagina Vernieuw de status an het werkstation. Informatie oer het ernieuwen an de status an het werkstation indt u bij Werkstationstatus ernieuwen op pagina Maak een backup an de configuratiebestanden. Informatie oer het maken an een backup an de configuratiebestanden indt u bij Backup maken an configuratiebestanden of deze terugzetten op pagina Voeg andere werkstations toe aan het netwerk. a. Zet deze werkstations aan. Werken met de Thin Client Manager Operations Utility 29
40 b. Gebruik op de afzonderlijke werkstations de Setup Utility oor het opgeen an de toetsenbordtaal, de beeldscherminstellingen en de basisconfiguratie an het LAN. Informatie oer de Setup Utility indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Setup Utility op pagina 9. Opmerking: Op de afzonderlijke werkstations hoeft u geen gebruik te maken an de Configuration Tool. Alle aanullende configuratiewerkzaamheden in de onderstaande stappen inden plaats met behulp an de Operations Utility. c. Ga terug naar de PC waarop de Operations Utility is geïnstalleerd. Informatie oer het installeren an Operations Utility indt u bij Thin Client Serice en Operations Utilities installeren op pagina 13. d. Zorg dat de Operations Utility is gestart. Informatie oer het starten an de Operations Utility indt u bij Operations Utility starten op pagina 17. e. Voeg de ingestelde en geconfigureerde werkstations toe. Zorg eroor dat u de olgende waarden opgeeft: Werkstationadres Wachtwoord beheerder Groepsnaam (alleen lezen) Groepsnaam (lezen/schrijen) Informatie oer het toeoegen an een werkstation indt u bij Werkstation of groep toeoegen op pagina Vernieuw de status an de werkstations. Informatie oer het ernieuwen an de status an het werkstation indt u bij Werkstationstatus ernieuwen op pagina Zet de configuratiebestanden terug op de toegeoegde werkstations met behulp an de backup die u hebt gemaakt op het eerst werkstation. Informatie oer het terugzetten an configuratiebestanden indt u bij Backup maken an configuratiebestanden of deze terugzetten op pagina Geef de toegangsmachtiging oor de Configuration Tool op oor het werkstation. Informatie oer het erlenen en weigeren an toegang tot de Configuration Tool oor een werkstation indt u bij Toegang tot de Configuration Tool erlenen of weigeren oor een werkstation op pagina
41 De flash-image op een CompactFlash-kaart herschrijen Voordat u de flash-image op de CompactFlash-kaart an een client kunt herschrijen, dient u er oor te zorgen dat de Serice Utility is geïnstalleerd op de netwerkserer. Tabel 1 op pagina 13 geeft een oerzicht an de tools en utility s die u nodig hebt oor de erschillende ormen an het herschrijen an de flash-image. Informatie oer het installeren an de Serice Utility indt u bij Thin Client Serice en Operations Utilities installeren op pagina 13. U kunt op twee manieren de flash-image op een CompactFlash-kaart herschrijen: Flash-update Tijdens een flash-update oerschrijft u de bestanden op een CompactFlashkaart met nieuwere ersies die beschikbaar zijn in de flash-image op de Serice Utility-serer. Opmerking: De Serice Utility-serer is de serer waarop de Serice Utility is geïnstalleerd. Informatie oer het uitoeren an een flash-update indt u bij Een flashupdate uitoeren oor een CompactFlash-kaart op pagina 32. Flash-image herstellen Bij het herstellen an een flash-image wordt de image opnieuw op de CompactFlash-kaart gezet. Hierdoor worden beschadigde bestanden op de CompactFlash-kaart erangen. Het juiste flash-bestand selecteren Informatie oer het herstellen an een flash-image indt u bij Flash-image op een CompactFlash-kaart herstellen op pagina 33. Ongeacht welke methode u gebruikt om de CompactFlash-kaart bij te werken, moet u het juiste flash-bestand opgeen. Deze bestanden, ook wel BOM-bestanden (Bill of Material) genoemd, beatten een lijst an de bestanden waaruit een flashimage is opgebouwd. Een lijst an de beschikbare flash-bestanden en de ondersteunde talen indt u in Tabel 3. Tabel 3. Flash-bestanden Flash-bestand NS-x e BOM NS-x e BOM NS-x e BOM Ondersteunde talen Portugees (Brazilië), Frans (Canada), Spaans (Latijns Amerika), Engels (VS) Deens, Nederlands, Fins, Frans, Duits, Noors, Zweeds, Engels (GB en VS) België (Nederlands en Frans), Italiaans, Portugees, Spaans, Zwitserland (Frans, Duits en Italiaans), Engels (VS) De olgende items zijn beschikbaar, ongeacht het flash-bestand op de CompactFlash-kaart: Copyright IBM Corp
42 Basisondersteuning oor toetsenbordtaal Berichten in het Engels Een flash-update uitoeren oor een CompactFlash-kaart Voer alleen een flash-update uit op een CompactFlash-kaart als er nieuwere ersies an de bestanden beschikbaar zijn in de flash-image op de Serice Utility-serer. Bestanden met configuratie-informatie blijen ongewijzigd na het uitoeren an een flash-update op een flash-kaart. Dit zijn onder andere bestanden oor de toetsenbordtoewijzing en oor de ICA (Independent Computing Architecture) Client-sessies die u hebt toegeoegd met behulp an ICA Remote Application Manager. Informatie oer het uitoeren an een flash-update op een CompactFlash-kaart indt u bij: Flash-update uitoeren met behulp an de Operations Utility Flash-update uitoeren met behulp an de Configuration Tool op pagina 33 Flash-update uitoeren met behulp an de Operations Utility Om de CompactFlash-kaart bij te werken met behulp an de Operations Utility, gaat u als olgt te werk: 1. Zorg dat de Operations Utility is gestart. Informatie oer het starten an de Operations Utility indt u bij Operations Utility starten op pagina Zorg dat de Serice Utility is gestart. Informatie oer hoe u de status an de Serice Utility controleert, indt u bij Werken met de Thin Client Express Serice Utility op pagina In de lijst an werkstations selecteert u de afzonderlijke werkstations of de groep werkstations waaran u de CompactFlash-kaarten wilt bijwerken. Als u meerdere werkstations of groepen werkstations wilt selecteren, houdt u de toets Ctrl ingedrukt terwijl u de erschillende items selecteert. 4. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Flash Update: 5. In het Flash Update-enster geeft u het IP-adres op an de Serice Utility-serer. 6. Selecteer het platform an de update-serer. 7. Selecteer het flash-bestand dat an toepassing is oor de gewenste taal. Een lijst an de beschikbare flash-bestanden en de ondersteunde talen indt u in Tabel 3 op pagina Klik op Voltooien. 9. In de taakwerkbalk klikt u op het pictogram Shut Down or Reboot: In het enster Shut Down or Reboot selecteert u Reboot. 11. Klik op Finish.
43 Opmerking: Nadat u op Finish hebt geklikt, kan het 10 minuten duren oordat de CompactFlash-kaart is bijgewerkt. Schakel de thin client niet uit terwijl deze opnieuw wordt opgestart. Nadat de serer met succes de CompactFlash-kaart heeft bijgewerkt, wordt de thin client opnieuw opgestart. Meer informatie oer het werken met de Operations Utility indt u bij Werken met de Thin Client Manager Operations Utility op pagina 17. Flash-update uitoeren met behulp an de Configuration Tool Om de CompactFlash-kaart bij te werken met behulp an de Configuration Tool, gaat u als olgt te werk: 1. Zorg dat op het werkstation, waaran u de CompactFlash-kaart wilt bijwerken, de Configuration Tool is gestart. U kunt na de de Configuration Tool oproepen met de olgende toetscombinatie op de linkerkant an het toetsenbord: Shift + Ctrl + Alt. Houd de toetsen een paar seconden ingedrukt, totdat de Configuration Tool wordt gestart. 2. Zorg dat de Serice Utility is gestart. Informatie oer hoe u de status an de Serice Utility controleert, indt u bij Werken met de Thin Client Express Serice Utility op pagina Klik op Software Update. 4. Klik op Configure Software Update Serer Access. 5. Geef het IP-adres op an de Serice Utility-serer. 6. Geef bij Software update file list name de juiste naam op an het flashbestand of BOM-bestand. Informatie oer het selecteren an het juiste flashbestand indt u bij Het juiste flash-bestand selecteren op pagina Klik op OK. 8. Klik op Request Immediate Update. 9. Klik in het beestigingsenster op OK. Opmerking: Nadat u op OK hebt geklikt, kan het 10 minuten duren oordat de CompactFlash-kaart is bijgewerkt. Schakel de thin client niet uit terwijl deze opnieuw wordt opgestart. Nadat de serer met succes de CompactFlash-kaart heeft bijgewerkt, wordt op de thin client de interface afgebeeld zoals die an toepassing was oordat de CompactFlash-kaart werd bijgewerkt. Meer informatie oer het gebruik an de Configuration Tool indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool op pagina 11. Flash-image op een CompactFlash-kaart herstellen Tijdens het herstellen an een flash-image roept de CompactFlash-kaart een nieuw image op op de serer die in het NSBoot-menu hebt opgegeen als serer met opstartbestanden. De serer formatteert de CompactFlash-kaart en kopieert er de nieuwe flash-image naartoe. Alle configuratiegegeens gaan daarmee erloren. Informatie oer het herstellen an de image op een CompactFlash-kaart indt u bij: Flash-image herstellen met behulp an de Setup Utility op pagina 34 De flash-image bijwerken anaf een andere thin client op pagina 35 De flash-image op een CompactFlash-kaart herschrijen 33
44 Flash-image herstellen met behulp an de Setup Utility Om de image op een CompactFlash-kaart te herstellen met behulp an de Setup Utility, dient u fysiek aanwezig te zijn bij de N2200e thin client. Ga als olgt te werk: 1. Zet de thin client aan waaran u de flash-image op de CompactFlash-kaart wilt bijwerken. 2. Zorg dat de Serice Utility is gestart. Informatie oer hoe u de status an de Serice Utility controleert, indt u bij Werken met de Thin Client Express Serice Utility op pagina Druk op Esc direct nadat het olgende bericht erdwijnt: Hardware testing in progress Druk op een toets om door te gaan. Opmerking: De instellingen an uw IP-configuratie worden mogelijk oerschreen wanneer erder gaat met het menu Adanced Configuration. Het is raadzaam om de instellingen te noteren oordat u erder gaat. 5. Volg de instructies op het scherm totdat het menu Adanced Configuration wordt afgebeeld (MENU03). 6. Selecteer Configure Network Settings. 7. Druk op Enter om door te gaan. 8. Bij Network Priority geeft u het olgende op: Stel DHCP in op Disabled. Stel BOOTP in op Disabled. Stel Local (NVRAM) in op First. 9. Stel Boot file source in op Network. 10. Controleer of de olgende waarden correct zijn: Thin Client-IP-adres Gateway IP-adres Subnetmasker 11. Druk op Enter om door te gaan. 12. Bij Boot file serer IP address geeft u het IP-adres an de Serice Utilityserer op als First (eerste) optie. 13. Bij Boot file serer directory and file name geeft u de olgende directory en bestandsnaam op als First (eerste) optie: /NS/flashbase/x86/kernel Bij Boot file serer protocol stelt u NFS in op First. 15. Druk op F3 om de instellingen op te slaan en terug te keren naar het menu Adanced Configuration. 16. Druk op F10 om de thin client opnieuw op te starten. 17. Zodra u daarom wordt geraagd, geeft u het nummer op an het gewenste flash-bestand of BOM-bestand en drukt u op Enter om erder te gaan. Informatie oer het selecteren an het juiste bestand oor taalconersie indt u bij Het juiste flash-bestand selecteren op pagina 31. Opmerking: Nadat u het nummer an het gewenste bestand hebt opgegeen, kan het 10 minuten duren oordat de serer de CompactFlashkaart heeft bijgewerkt. Schakel de thin client niet uit gedurende deze periode. 34
45 Nadat de serer de CompactFlash-kaart heeft bijgewerkt, wordt de thin client opnieuw opgestart en erschijnt de Configuration Tool. Hierin brengt u de noodzakelijke wijzigingen aan oor uw configuratie en klikt u op Sae and Restart. Meer informatie oer de Setup Utility indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Setup Utility op pagina 9. De flash-image bijwerken anaf een andere thin client Met flash-herstel anaf peer wordt de flash-image an een thin client bijgewerkt op basis an de flash-image an een andere thin client. Om op deze manier de inhoud an een CompactFlash-kaart bij te werken, dient u te beschikken oer een thin client an het type N2200e, met een werkende NetVista Thin Client Express CompactFlash-kaart. De client met de werkende CompactFlash-kaart wordt de flash-startende thin client genoemd. De client met de bij te werken CompactFlashkaart wordt de peer-startende thin client genoemd. Voer herstel an de CompactFlash-kaart anaf een peer client alleen uit onder de olgende omstandigheden: De gewenste flash-image is niet beschikbaar op de serer met opstartbestanden. De gewenste flash-image is wel beschikbaar op de serer met opstartbestanden, maar de erbinding an de thin client met de serer loopt ia een traag WAN (Wide Area Network). De CompactFlash-kaart op de flash-startende thin client is wat betreft taal- en geheugeninstellingen compatibel met de CompactFlash-kaart op de peerstartende thin client. Flash-herstel anaf peer behelst de olgende stappen: 1. Het maken an een herstelbestand op de flash-startende thin client. Meer informatie oer deze stap indt u bij Een herstelbestand maken op de flashstartende thin client. 2. Het bijwerken an de image op de peer-startende thin client. Meer informatie oer deze stap indt u bij De flash-image op een peer-startende thin client bijwerken op pagina Het erwijderen an het herstelbestand op de flash-startende thin client. Meer informatie oer deze stap indt u bij Het herstelbestand erwijderen an de flash-startende thin client op pagina 36. Een herstelbestand maken op de flash-startende thin client De eerste stap bij het uitoeren an flash-herstel anaf een peer client bestaat uit het maken an een herstelbestand op de flash-startende thin client. U kunt als olgt een herstelbestand maken: 1. Zet de flash-startende thin client aan. 2. U kunt de Configuration Tool oproepen met de olgende toetscombinatie op de linkerkant an het toetsenbord: Shift + Ctrl + Alt. Houd de toetsen een paar seconden ingedrukt, totdat de Configuration Tool wordt gestart. 3. Voeg met de Configuration Tool een pictogram oor een Adanced Diagnostics-sessie toe aan de startbalk. Informatie oer het gebruik an de Configuration Tool indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Configuration Tool op pagina Klik op Sae and Restart om de thin client opnieuw te configureren. 5. Zodra de thin client opnieuw is gestart, dubbelklikt u op het zojuist aan de startbalk toegeoegde pictogram oor Adanced Diagnostics. 6. Op de Adanced Diagnostics-opdrachtaanwijzing typt u de olgende opdracht: De flash-image op een CompactFlash-kaart herschrijen 35
46 echo "" > /termbase/profiles/update.rco Met deze opdracht maakt u het herstelbestand update.rco. 7. Update de flash-image op de peer-startende thin client. Informatie oer het bijwerken an de flash-image indt u bij De flash-image op een peer-startende thin client bijwerken. De flash-image op een peer-startende thin client bijwerken De tweede stap bij het uitoeren an flash-herstel anaf een peer client bestaat uit het bijwerken an de flash-image op de peer-startende thin client. Om de flashimage bij te werken, gaat u als olgt te werk: 1. Zet de peer-startende thin client aan. 2. Druk op Esc direct nadat het olgende bericht erdwijnt: Hardware testing in progress Druk op een toets om door te gaan. 4. Volg de instructies op het scherm totdat het menu Adanced Configuration wordt afgebeeld (MENU03). 5. Selecteer Configure Network Settings. 6. Druk op Enter om door te gaan. 7. Stel Boot file source in op Network. 8. Druk op Enter om door te gaan. 9. Bij Boot file serer IP address geeft u het IP-adres an de flash-startende thin client op als First (eerste) optie. 10. Bij Boot file serer directory and file name geeft u het pad en de bestandsnaam an de herstelkernel op als First (eerste) optie. Een oorbeeld an een mogelijk pad en bestandsnaam: /kernel Bij Boot file serer protocol stelt u NFS in op First. 12. Druk op F3 om de instellingen op te slaan en terug te keren naar het menu Adanced Configuration. 13. Druk op F10 om de thin client opnieuw op te starten. Nadat de flash-startende thin client de CompactFlash-kaart an de peerstartende thin client heeft bijgewerkt, wordt de Configuration Tool geopend. Opmerking: Het kan 10 minuten duren oordat de flash-startende thin client klaar is met het bijwerken an de CompactFlash-kaart op de peer-startende thin client. Schakel beide thin clients niet uit gedurende deze periode. 14. Gebruik het menu Simple configuration an de NSBoot Setup Utility om de instellingen an de thin client terug te zetten. Informatie oer de Setup Utility indt u bij Configuratie an de thin client met behulp an de Setup Utility op pagina Verwijder het herstelbestand an de flash-startende thin client. Informatie oer het erwijderen an het herstelbestand indt u bij Het herstelbestand erwijderen an de flash-startende thin client. Het herstelbestand erwijderen an de flash-startende thin client De derde stap bij het uitoeren an flash-herstel anaf een peer client bestaat uit het erwijderen an het herstelbestand op de flash-startende thin client. U kunt het herstelbestand erwijderen door op de flash-startende thin client onderstaande opdracht op te geen op de Adanced Diagnostics-opdrachtaanwijzing: 36
47 rm /termbase/profiles/update.rco Met deze opdracht erwijdert u het herstelbestand update.rco. De flash-image op een CompactFlash-kaart herschrijen 37
48 38
49 Hardwareproblemen oplossen In dit gedeelte indt u informatie oer het controleren en oplossen an hardwareproblemen. Als u het hardwareprobleem niet zelf kunt oplossen, kunt u oor technische serice en ondersteuning contact opnemen met IBM. Geef hierbij het type, model en serienummer op an uw NetVista thin client. Aanullende serice en ondersteuning indt u op het olgende URL-adres: Opmerkingen: 1. Als uw NetVista thin client onder een garantie of een onderhoudscontract alt, neemt u contact op met IBM oor een CRU (customer-replaceable unit). Raadpleeg de publicatie IBM Network Station Hardware Warranty - Type 8363 and Type 8364 (SA ) oor meer informatie. 2. Om de softwareproblemen op te lossen, olgt u de instructies an het foutbericht. Neem oor meer informatie contact op met IBM. 3. Raadpleeg de documentatie bij uw monitor en USB-apparatuur oor meer informatie oer het oplossen an hardwareproblemen die hierop betrekking hebben. Hardwareproblemen identificeren Tabel 4 geeft mogelijke indicaties aan an hardwareproblemen die kunnen optreden op de NetVista thin client tijdens het opstarten (zie Opstartolgorde op pagina 7) of tijdens normaal gebruik. Tabel 4. Probleemaanduidingen oor hardware Controlepunten bij opstarten LED-indicaties (systeem-led) Zichtbare hardwaredefecten Geluidssignalen Foutcodes en foutberichten (NSBxxxx) Aanzetten X X X Initialisatie an X X monitor Initialisatie an X X toetsenbord Welkomstenster X X Als er signalen zijn die duiden op hardwareproblemen, controleert u eerst of die niet worden eroorzaakt door een eenoudig te oorkomen probleem. Maak een aantekening an alle signalen en geef een beschrijing an het probleem. Ga erolgens erder met de onderstaande instructies. De meeste problemen kunnen worden erholpen door uw systeem opnieuw op te starten. Om de oorzaak an een hardwareprobleem met de NetVista ast te stellen, oert u eerst de olgende stappen uit om het systeem opnieuw op te starten: Copyright IBM Corp
50 1. Zet de NetVista thin client uit. 2. Haal de netoeding uit het stopcontact. 3. Zorg eroor dat u alle apparatuur op de juiste wijze hebt aangesloten op de NetVista thin client. Meer informatie indt u onder Hardware aansluiten op pagina Steek het netsnoer an de NetVista thin client aan op een geaard, functionerend stopcontact. 5. Zet de NetVista thin client aan. 6. Wacht totdat het IBM NetVista thin client-scherm op uw beeldscherm erschijnt. Als het IBM NetVista thin client-scherm erschijnt en de NetVista thin client heeft niet aangegeen dat er enige hardwareproblemen zijn geweest tijdens de opstartprocedure, hebt u geen hardwareprobleem. Als de NetVista thin client aangeeft dat er een hardwareprobleem is, maakt u een aantekening an alle probleemsignalen en maakt u een beschrijing an het probleem. Ga naar de informatie oor het hardwareprobleem aan de hand an Tabel 5. Tabel 5. Resolutiegegeens bij hardwareproblemen Probleemaanduidingen oor hardware Ga naar Zichtbare hardware- defecten Zichtbare hardwaredefecten Geluidssignalen Geluidssignalen op pagina 42 LED-signalen LED-signalen op pagina 43 Foutcodes en foutberichten Foutcodes en foutberichten op pagina 45 Zichtbare hardwaredefecten Er doen zich hardwareproblemen oor gedurende de normale werking wanneer er een apparaat is aangesloten op uw logische eenheid dat niet goed functioneert. Zichtbare hardwaredefecten zijn onder andere: Er is een apparaat aangesloten op uw logische eenheid dat niet functioneert. Bijoorbeeld: De muisaanwijzer kan niet meer worden erplaatst. Uw beeldscherm wordt blanco. Er erschijnen geen tekens op het scherm wanneer u typt. Er is een apparaat aangesloten op uw logische eenheid dat niet goed functioneert. Bijoorbeeld: Er worden onleesbare schermen afgebeeld. De muisaanwijzer beweegt schokkerig. Sommige toetsen an het toetsenbord werken niet goed. Als uw NetVista thin client een zichtbaar hardwareprobleem ertoont, raadpleegt u Tabel 6. Als u het probleem niet kunt oplossen de tabel, neemt u contact op met een sericemedewerker. Tabel 6. Zichtbare hardwareproblemen Symptoom Logische eenheid Wat moet u doen 40
51 Tabel 6. Zichtbare hardwareproblemen (erolg) Symptoom De systeem-led gaat niet branden wanneer u op de witte aan/uit-knop drukt om de NetVista thin client aan te zetten. Wat moet u doen 1. Controleer of u de netoeding hebt aangesloten op een functionerend stopcontact. 2. Controleer of de LED an de netoeding groen is. 3. Zet de NetVista thin client aan door op de witte aan/uit-knop te drukken. 4. Als de systeem-led niet werkt, is een an de onderstaande onderdelen wellicht defect: Netoeding Controleer of de LED an de netoeding groen is. Netsnoer Verang het defecte apparaat door een goed werkend apparaat. Herhaal de oorgaande stappen. Meer informatie indt u onder Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina Als de systeem-led nog steeds niet brandt, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Raadpleeg Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49 oor meer informatie oer het erangen an een defecte muis. Beeldscherm Het beeldscherm blijft blanco. Als het probleem aanhoudt nadat u de kabelaansluitingen met het beeldscherm hebt Er worden onleesbare schermen afgebeeld. gecontroleerd, of nadat u het defecte beeldscherm hebt erangen door een goed werkend beeldscherm, raadpleegt u de documentatie bij het beeldscherm oor informatie oer probleemoplossing. Toetsenbord Hardwareproblemen oplossen 41
52 Tabel 6. Zichtbare hardwareproblemen (erolg) Symptoom Wat moet u doen De cursortoetsen functioneren niet wanneer u erop drukt. Er erschijnen geen tekens op het scherm wanneer u typt. 1. Controleer of u de kabel an het toetsenbord op de juiste wijze hebt erbonden met de NetVista thin client. 2. Als het probleem aanhoudt, is het toetsenbord mogelijk defect. Verang het door een goed werkend toetsenbord en herhaal de oorgaande stappen. Raadpleeg Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49 oor meer informatie oer het erangen an een defect toetsenbord. 3. Als het toetsenbord nog steeds niet werkt, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Raadpleeg Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49 oor meer informatie oer het erangen an een logische eenheid. Muis De muisaanwijzer stopt; de muis functioneert helemaal niet meer. De muisaanwijzer beweegt schokkerig. 1. Controleer of u de kabel an de muis op de juiste wijze hebt erbonden met het toetsenbord an de NetVista thin client. 2. Als de muis niet werkt, is een an de onderstaande onderdelen wellicht defect: Muis Toetsenbord Verang het defecte apparaat door een goed werkend apparaat. Herhaal de oorgaande stappen. Meer informatie indt u onder Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina Als de muis nog steeds niet werkt, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Raadpleeg Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49 oor meer informatie oer het erangen an een logische eenheid. Geluidssignalen De NetVista thin client-hardware meldt hardwareproblemen door middel an geluidssignalen en isuele signalen. In geal an een hardwareprobleem produceert de NetVista thin client geluidssignalen oordat het beeldscherm wordt geïnitialiseerd. Als het beeldscherm eenmaal is geïnitialiseerd, worden er foutcodes en foutberichten afgebeeld op het scherm (zie Foutcodes en foutberichten op pagina 45). De olgorde an de geluidssignalen kan bestaan uit korte of lange geluidssignalen en korte pauzes. In Tabel 7 op pagina 43 indt u de mogelijke olgorde an de geluidssignalen in geal an hardwareproblemen. 42
53 Om te controleren dat er een hardwareprobleem is met de NetVista thin client, oert u eerst de instructies uit die worden ermeld bij Hardwareproblemen identificeren op pagina 39. Als de NetVista thin client niet goed werkt en u geluidssignalen hoort, raadpleegt u Tabel 7. Als u het probleem niet kunt oplossen de tabel, neemt u contact op met een sericemedewerker. Opmerkingen: 1. De numerieke notatie an de geluidssignalen in onderstaande tabel geeft de olgorde an de signalen weer. 2. Als het beeldscherm eenmaal is geïnitialiseerd, inden er geen geluidssignalen meer plaats. Tabel 7. Geluidssignalen Symptoom De NetVista thin client produceert een geluidssignaal met de olgorde en de systeem-led knippert amberkleurig. De NetVista thin client produceert een geluidssignaal met de olgorde en de systeem-led knippert amberkleurig. Wat moet u doen Geheugenfout 1. Controleer of erang de geheugenkaart. Raadpleeg Bijlage B. Geheugen uitbreiden op pagina 53 oor instructies. 2. Controleer of u de netwerkkabel op de juiste wijze hebt aangesloten op de netwerkaansluiting an de NetVista thin client. 3. Zet de NetVista thin client aan. 4. Als het probleem aanhoudt, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Raadpleeg Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49 oor meer informatie. Videogeheugenfout 1. Controleer of u de netwerkkabel op de juiste wijze hebt aangesloten op de netwerkpoort an de NetVista thin client. 2. Zet de NetVista thin client aan. 3. Als het probleem aanhoudt, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Raadpleeg Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49 oor meer informatie. LED-signalen De LED-indicatoren an de olgende onderdelen zijn groen bij een normale werking: Logische eenheid (systeem-led en de LED oor de netwerkstatus) Netoeding Beeldscherm Toetsenbord De LED oor de netwerkstatus is ononderbroken groenkleurig bij normale werking. De LED oor de netwerkstatus knippert amberkleurig tijdens netwerkactiiteit. Hardwareproblemen oplossen 43
54 De systeem-led erandert snel an amberkleurig in groen bij een normale opstartprocedure. De systeem-led geeft hardwareproblemen als olgt aan: Groene knipperende indicatoren. Amberkleurige knipperende indicatoren. Amberkleurige ononderbroken indicatoren. De LED werkt niet. Om te controleren dat er een hardwareprobleem is met de NetVista thin client, oert u eerst de instructies uit die worden ermeld bij Hardwareproblemen identificeren op pagina 39. Als de NetVista thin client niet correct functioneert en de LED-lampjes an de NetVista thin client zien er anders uit dan ononderbroken groen, raadpleegt u Tabel 8. Als u het probleem niet kunt oplossen de tabel, neemt u contact op met een sericemedewerker. Tabel 8. LED-signalen Symptoom De systeem-led gaat niet aan wanneer het systeem is aangezet. Systeem-LED Wat moet u doen 1. Controleer of u de netoeding hebt aangesloten op een functionerend stopcontact. 2. Controleer of de LED an de netoeding groen is. 3. Druk op de witte aan/uit-knop om de NetVista thin client opnieuw aan te zetten. 4. Als de systeem-led niet werkt, is een an de onderstaande onderdelen wellicht defect: Netoeding Controleer of de LED an de netoeding groen is. Netsnoer Een stroomstoring tijdens een software-update. Bij het aanzetten an de NetVista thin client is de systeem-led ononderbroken groen of knipperend amberkleurig, terwijl op het beeldscherm geen ensters worden afgebeeld. Verang het defecte apparaat door een goed werkend apparaat. Herhaal de oorgaande stappen. Neem contact op met uw IBMertegenwoordiger of IBMom een erangend onderdeel te bestellen (zie Andere onderdelen erangen op pagina 50). 5. Als de systeem-led nog steeds niet brandt, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger of IBMom een erangend onderdeel te bestellen (zie Andere onderdelen erangen op pagina 50). De software op de NetVista thin client is mogelijk beschadigd. Neem contact op met IBM en raadpleeg Bijlage D. Opstartblokimage herstellen op pagina 57 oor meer informatie oer het herstellen an de software op de NetVista thin client. 44
55 Tabel 8. LED-signalen (erolg) Symptoom De systeem-led is ononderbroken amberkleurig, of knippert amberkleurig. De systeem-led is heel een amberkleurig, kort na het uitschakelen. De LED oor de netoeding gaat niet aan wanneer het systeem is aangezet. De beeldscherm-led gaat niet aan wanneer het systeem is aangezet. De beeldscherm-led is ononderbroken amberkleurig, of knippert amberkleurig. Wat moet u doen 1. Druk op de witte aan/uit-knop om de NetVista thin client opnieuw aan te zetten. 2. Als de systeem-led nog steeds ononderbroken amberkleurig is of amberkleurig knippert, moet u wellicht de logische eenheid an de NetVista thin client erangen. Neem contact op met uw IBMertegenwoordiger of IBMom een erangend onderdeel te bestellen (zie Andere onderdelen erangen op pagina 50). De NetVista thin client-hardware actieert automatisch Wake-On-LAN (WOL). Dit is geen aanwijzing oor een hardwareprobleem. LED oor netoeding 1. Controleer of u de netoeding hebt erbonden met de NetVista thin client. 2. Controleer of u de netoeding hebt aangesloten op een functionerend stopcontact. 3. Als de LED oor de netoeding niet ononderbroken groen is, is een an de onderstaande onderdelen wellicht defect: Netoeding Netsnoer Verang het defecte apparaat door een goed werkend apparaat. Herhaal de oorgaande stappen. Neem contact op met uw IBMertegenwoordiger of IBMom een erangend onderdeel te bestellen (zie Andere onderdelen erangen op pagina 50). Beeldscherm-LED Als het probleem nog aanhoudt nadat u de kabelaansluitingen met het beeldscherm hebt gecontroleerd, of nadat u het defecte beeldscherm hebt erangen door een goed werkend beeldscherm, raadpleegt u de documentatie bij het beeldscherm oor meer informatie. Als het probleem nog aanhoudt nadat u de kabelaansluitingen met het beeldscherm hebt gecontroleerd, of nadat u het defecte beeldscherm hebt erangen door een goed werkend beeldscherm, raadpleegt u de documentatie bij het beeldscherm oor meer informatie. Foutcodes en foutberichten Er kunnen foutcodes en foutberichten worden afgebeeld onder in het scherm tijdens de opstartprocedure an de NetVista thin client. NSBxxxx-foutcodes en -foutberichten geen uitsluitend hardwareproblemen aan. Om te controleren dat er een hardwareprobleem is met de NetVista thin client, oert u eerst de instructies uit die worden ermeld bij Hardwareproblemen identificeren op pagina 39. Hardwareproblemen oplossen 45
56 Als de NetVista thin client niet goed werkt en er worden foutcodes of foutberichten afgebeeld op het scherm, raadpleegt u Tabel 9. Neem contact op met een sericemedewerker, ertegenwoordiger of IBM als u met deze stappen het probleem niet kunt oplossen. Tabel 9. Foutcodes en foutberichten Symptoom Er wordt een foutcode of foutbericht afgebeeld op het scherm. De opstartprocedure wordt tussentijds onderbroken. Wat moet u doen 1. Leg alle foutberichten, geluidssignalen of LEDsignalen ast en geef een beschrijing an het probleem. 2. Voer alle in het foutbericht aangegeen instructies uit. 3. Neem contact op met een sericemedewerker. Druk op F10 om de NetVista thin client opnieuw op te starten. In Tabel 10 staan de foutberichten die mogelijk worden afgebeeld wanneer u de NetVista thin client aanzet. Deze tabel beat instructies die onder toezicht an een IBM-medewerker moeten worden uitgeoerd. Tabel 10. NSBxxxx-foutcodes en -foutberichten Foutcode Foutbericht Wat moet u doen Algemene berichten (NSB0xxxx) NSB00020 Druk op een toets om door te gaan. Zet de NetVista thin client uit. Controleer of de CompactFlash card op de juiste wijze is geïnstalleerd (zie Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina 55). Zet de NetVista thin client aan. Als het hardwareprobleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). NSB00030 NSB11500 NSB11510 NSB12500 Geannuleerd door gebruiker. Geheugenberichten (NSB10xxx) Fout bij geheugen op systeemplaat. Geheugenfout in sleuf %d. Zet de NetVista thin client uit. Controleer of de CompactFlash card op de juiste wijze is geïnstalleerd (zie Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina 55). Zet de NetVista thin client aan. Als het hardwareprobleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). Zorg eroor dat het geheugen correct is geïnstalleerd of erang het geheugen (zie Een geheugenkaart installeren op pagina 53). Zorg eroor dat het geheugen correct is geïnstalleerd of erang het geheugen (zie Een geheugenkaart installeren op pagina 53). Berichten oor permanent geheugen (NVRAM) (NSB11xxx) Ongeldig controlegetal in Geen actie ereist. NVRAM-geheugen. 46
57 Tabel 10. NSBxxxx-foutcodes en -foutberichten (erolg) Foutcode Foutbericht Wat moet u doen NSB12510 Geen toegang tot permanent geheugen. Verang de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). NSB12520 NVRAM-geheugen wordt Geen actie ereist. ingesteld op de fabrieksinstellingen. NSB12530 Opnieuw ingestelde Geen actie ereist. jumper geonden. NSB12540 Nieuwe indeling Geen actie ereist. NVRAM-geheugen aangetroffen. Audioberichten (NSB21xxx) NSB21500 Audiostoring. Verang de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). Inoerberichten (NSB3xxxx) Berichten oor toetsenbord en muis (NSB3xxxx, NSB31xxx en NSB32xxx) NSB30500 Geen inoerapparaat geonden. NS-opstartprocedure wordt oortgezet oer 10 seconden. Controleer de aansluitingen an het toetsenbord en de muis. NSB31500 Toetsenbord reageert niet. Controleer de kabelaansluiting an het toetsenbord. NSB31510 NSB31520 Toetsenbordcontroller reageert niet. Toetsenbord wordt niet herkend. Controleer de kabelaansluiting an het toetsenbord. Als het probleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). Controleer de kabelaansluiting an het toetsenbord. NSB32500 Muis reageert niet. Controleer de kabelaansluiting an de muis. USB-berichten (NSB4xxxx) NSB40500 USB-storing. Ontkoppel alle USB-apparatuur an de NetVista thin client en start het systeem opnieuw op. Als het probleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). NSB40510 Storing USB-initialisatie. Ontkoppel alle USB-apparatuur an de NetVista thin client en start het systeem opnieuw op. Als het probleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). Hardwareproblemen oplossen 47
58 Tabel 10. NSBxxxx-foutcodes en -foutberichten (erolg) Foutcode Foutbericht Wat moet u doen CompactFlash-kaartberichten (NSB51xxx) NSB51500 Bestand niet aangetroffen op flash-kaart. Zet de NetVista thin client uit. Controleer of de CompactFlash card op de juiste wijze is geïnstalleerd (zie Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina 55). Zet de NetVista thin client aan. Als het hardwareprobleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). NSB51510 NSB62500 NSB62510 Bestand op flash-kaart kan niet worden gesloten. Ethernet-berichten (NSB62xxx) Automatische afstemming lijnsnelheid mislukt. Geen netwerkapparaat aanwezig. Zet de NetVista thin client uit. Controleer of de CompactFlash card op de juiste wijze is geïnstalleerd (zie Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina 55). Zet de NetVista thin client aan. Als het hardwareprobleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). Controleer of u de netwerkkabel correct hebt aangesloten op de netwerkaansluiting an de NetVista thin client. Verang de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). Bericht bij onderbroken opstartprocedure (NSB83xxx) NSB83589 Opstarten is mislukt na 3 pogingen. Zet de NetVista thin client uit. Controleer of de CompactFlash card op de juiste wijze is geïnstalleerd (zie Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina 55). Zet de NetVista thin client aan. Als het hardwareprobleem aanhoudt, erangt u de logische eenheid an de NetVista thin client (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). 48
59 Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen U kunt erangende IBM onderdelen bestellen oor de thin client. Neem oor het bestellen an onderdelen die onder de garantie allen en onderdelen die niet onder de garantie allen contact op met IBM of uw IBM-ertegenwoordiger. IBM biedt gedurende de garantietermijn een garantieserice oor onderdelen zonder extra kosten. Dit geldt uitsluitend oor de eranging an onderdelen. Raadpleeg Hardwareonderdelen retourneren op pagina 52 oor meer informatie oer het retourneren an onderdelen. De logische eenheid erangen IBM erangt een beschadigde logische eenheid als geheel. Voor het erangen an een logische eenheid moet de klant bepaalde onderdelen, zoals een DIMM, oerplaatsen naar een erangende eenheid. Als u deze oorzieningen niet oerplaatst, functioneert de erangende eenheid niet correct. Raadpleeg Veiligheidsoorschriften op pagina oor meer informatie oer het hanteren an CRU-onderdelen (Customer Replaceable Unit). Volgens het standaard sericecontract leert IBM leert CRU s ter eranging aan de klanten waarbij deze de defecte onderdelen retourneren aan IBM. Klanten dienen alle defecte logische eenheden te retourneren inclusief de kap, maar zonder de ondersteunende oet of de DIMM s. Bij een uitgebreide serice, worden de erangende onderdelen geleerd door een sericemedewerker. Deze erangt ook de ereiste oorzieningen en neemt de defecte onderdelen mee terug naar IBM. Raadpleeg Hardwareproblemen oplossen op pagina 39 om ast te stellen of het nodig is om de logische eenheid an de thin client of een ander onderdeel te erangen. Als de logische eenheid moet worden erangen, hebt u het onderdeelnummer nodig dat wordt ermeld rechtsachter op de thin client. Dit nummer heeft de olgende indeling, waarbij ##X#### het onderdeelnummer aangeeft: FRU P/N ##X#### Als u het onderdeelnummer oor de logische eenheid niet kunt inden, kunt u het juiste nummer ook aststellen met behulp an Tabel 11. De oorwaarden en bepalingen an de garantieserice erschillen per land. Tabel 11. Logische eenheden oor Thin Client Express Beschrijing Model Logische eenheid en de bijbehorende onderdelen Logische eenheid oor Model Cxx CUS (US Engels), CAP (Azië, Pacific), CLS (Spaans, Latijns Amerika), CCF (Frans, Canada), CBP (Portugees, Brazilië) Logische eenheid oor Model Cxx CUI (US Engels ISO 9995), CUK (UK Engels), CEU (Europa), CGE (Duits), CFR (Frans), CSW (Zweeds/Fins), CDK (Deens), CNO (Noors), CND (Nederlands) Onderdeelnummer 43L L5206 Copyright IBM Corp
60 Tabel 11. Logische eenheden oor Thin Client Express (erolg) Beschrijing Logische eenheid oor Model Cxx Model CIL (IJslands), CSG (Zwitserland, Duits/Frans/Italiaans), CIT (Italiaans), CLE (Luxemburg), CSP (Spaans), CBE (België Nederlands/Engels), CPO (Portugees) Onderdeelnummer 31L5207 Andere onderdelen erangen Gebruik onderstaande tabellen om het juiste bestelnummer te inden. De oorwaarden en bepalingen an de garantieserice erschillen per land. Tabel 12. Verangende onderdelen oor Type 8363 thin client Onderdeelnummer Beschrijing Land Voet (beestigingsstandaard) Alle landen 03N2725 Schroeen Alle landen 03N3882 Geheugen Opmerking: Deze thin client accepteert een SDRAM DIMM an 100 Mhz met 168 pens, 3.3 V, gold tab, en zonder buffer en pariteit. Geheugen (32 MB SDRAM DIMM) Alle landen 01K1146 Geheugen (64 MB SDRAM DIMM) Alle landen 01K1147 Geheugen (128 MB SDRAM DIMM) Alle landen 01K1148 Geheugen (256 MB SDRAM DIMM) Alle landen 01K1149 Netoeding Netoeding (ontkoppelbaar netsnoer Alle landen 03N2662 niet meegeleerd) Muis Muis (twee knoppen) Alle landen 76H0889 Toetsenborden (USB) Toetsenbord Belgisch Engels 37L2651 Toetsenbord Braziliaans Portugees 37L2648 Toetsenbord Canadees Frans 37L2646 Toetsenbord Deens 37L2654 Toetsenbord Nederlands 37L2655 Toetsenbord Frans 37L2656 Toetsenbord Fins 37L2671 Toetsenbord Duits 37L2657 Toetsenbord Italiaans 37L2662 Toetsenbord Spaans (Latijns-Amerika) 37L2647 Toetsenbord Noors 37L2663 Toetsenbord Spaans 37L2670 Toetsenbord Zweeds 37L
61 Tabel 13. Verwijderbare netsnoeren Stekker Stekkerdoos Land Verwijderbare netsnoeren Argentinië, Australië, Nieuw-Zeeland Tabel 12. Verangende onderdelen oor Type 8363 thin client (erolg) Beschrijing Land Onderdeelnummer Toetsenbord Zwitsers (Frans en Duits) 37L2672 Toetsenbord Engels (Verenigd Koninkrijk) 37L2675 Toetsenbord VS-Engels ISO L2677 Toetsenbord VS-Engels 37L2644 Onderdeelnummer 13F9940 Abu Dhabi, Oostenrijk, België, Bulgarije, Botswana, Egypte, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, IJsland, Indonesië, Korea (Zuid), Libanon, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, Saudi-Arabië, Spanje, Soedan, Zweden, Turkije, Joegoslaië Bahama s, Barbados, Boliia, Brazilië, Canada, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, El Salador, Ecuador, Guatemala, Guyana, Haïti, Honduras, Jamaica, Japan, Nederlandse Antillen, Panama, Peru, Filippijnen, Taiwan, Thailand, Trinidad, Tobago, Verenigde Staten (behale Chicago), Venezuela Bahama s, Barbados, Bermuda, Boliia, Brazilië, Canada, Kaaiman-eilanden, Colombia, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, El Salador, Guatemala, Guyana, Haïti, Honduras, Jamaica, Japan, Korea (Zuid), Mexico, Nederlandse Antillen, Nicaragua, Panama, Peru, Filippijnen, Puerto Rico, Saudi-Arabië, Suriname, Trinidad, Taiwan, Verenigde Staten Bahrein, Bermuda, Brunei, Kanaaleilanden, Cyprus, Ghana, Hongkong, India, Irak, Ierland, Jordanië, Kenia, Koeweit, Malawi, Maleisië, Nigeria, Oman, Volksrepubliek China, Qatar, Singapore, Tanzania, Oeganda, Verenigde Arabische Emiraten (Dubai), Verenigd Koninkrijk, Zambia Bangladesh, Birma, Pakistan, Zuid-Afrika, Sri Lanka 13F F F0014 Denemarken 13F9996 Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen 51
62 Tabel 13. Verwijderbare netsnoeren (erolg) Stekker Stekkerdoos Land Israël Onderdeelnummer 14F0086 Chili, Ethiopië, Italië 14F0068 Liechtenstein, Zwitserland 14F0050 Hardwareonderdelen retourneren Wellicht hoeft u niet alle onderdelen te retourneren aan IBM. Lees altijd eerst de instructies op de erpakking an het erangende onderdeel oor informatie oer het retourneren an defecte onderdelen. Als u een defect onderdeel terugzendt naar IBM, erpakt u dit in het erpakkingsmateriaal an het erangende onderdeel. Opmerking: Klanten dienen geen oorzieningen als DIMM s mee te zenden met de defecte logische eenheden die ze retourneren aan IBM. IBM kan deze oorzieningen niet terugzenden naar de klant. Als klanten de erzendinstructies an IBM niet opolgen, wordt hen wellicht het bedrag oor de eentuele schade aan de defecte onderdelen in rekening gebracht. IBM dekt de erzendkosten an alle hardware die onder een garantie- of onderhoudsoereenkomst alt. Verangende onderdelen worden het eigendom an de klant, in ruil oor de defecte onderdelen, die weer eigendom worden an IBM. Raadpleeg Andere onderdelen erangen op pagina 50 oor meer informatie oer het bestellen an thin client-onderdelen. 52
63 Bijlage B. Geheugen uitbreiden Raadpleeg Hardwareproblemen oplossen op pagina 39 om ast te stellen of het nodig is dat de logische eenheid of een ander onderdeel wordt erangen. Informatie oer het bestellen an hardwareonderdelen oor de thin client indt u bij Andere onderdelen erangen op pagina 50. Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. De logische eenheid erwijderen Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. 1. Schakel de thin client uit en erwijder alle kabels aan de achterkant an de thin client. 2. Verwijder de twee schroeen A aan de achterzijde an de logische eenheid. 3. Schuif de logische eenheid B uit de behuizing. 4. Leg de logische eenheid op een plat opperlak. 5. Ga erder met Een geheugenkaart installeren om een geheugenkaart te installeren. Een geheugenkaart installeren Voltooi de instructies in De logische eenheid erwijderen en lees Veiligheidsoorschriften op pagina oordat u erdergaat met deze instructies. 1. U kunt een eerder geïnstalleerde geheugenkaart erwijderen door het losmaken an de nokjes A, aan beide uiteinden an geheugenkaart B, totdat geheugenkaart B loskomt an geheugensleuf C. 2. Voor het installeren an een geheugenkaart houdt u de uitsparingen aan de onderkant an de geheugenkaart B op dezelfde positie als de uitsparingen op de geheugensleuf C. 3. Duw de geheugenkaart in de geheugensleuf C. De nokjes A horen nu naar binnen te klappen om de geheugenkaart op zijn plaats te houden. 4. Ga erder met De thin client opnieuw in elkaar zetten op pagina 54. Copyright IBM Corp
64 De thin client opnieuw in elkaar zetten Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. 1. U zet de thin client in elkaar door oorzichtig de logische eenheid D terug in de behuizing te schuien. 2. Draai de twee schroeen C, aan de achterkant an de thin client, ast. 3. Ga erder met De oet beestigen op pagina 5 en Hardware aansluiten op pagina 6. 54
65 Bijlage C. CompactFlash-kaart Met onderstaande stappen kunt u controleren of de CompactFlash-kaart correct is geïnstalleerd. Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. 1. Voer stappen 1 tot en met 4 in De logische eenheid erwijderen op pagina 53 uit. 2. Houd de CompactFlash-kaart A zo ast dat de groeen aan de zijkant oereenstemmen met de groeen in de sleuf oor de flash-kaart B. U kunt de CompactFlash-kaart slechts op één manier plaatsen. 3. Schuif oorzichtig de CompactFlash-kaart in de sleuf oor de flash-kaart. Voorkom schade aan de hardware door niet te eel kracht te gebruiken bij het plaatsen an de kaart. 4. Voer de stappen uit in De thin client opnieuw in elkaar zetten op pagina 54. Copyright IBM Corp
66 56
67 Bijlage D. Opstartblokimage herstellen De instructies in dit gedeelte dienen uitsluitend te worden uitgeoerd onder toezicht an de IBM Technische Dienst. Gebruik deze instructies alleen in geal an een stroomstoring tijdens een software-update. Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. CompactFlash-kaart maken oor herstel an het opstartblok Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. Voer deze instructies uitsluitend uit op een goed werkende thin client: 1. Voer stappen 1 tot en met 4 in De logische eenheid erwijderen op pagina 53 uit. 2. Als er al een CompactFlash-kaart was geïnstalleerd, erwijdert u deze oorzichtig uit de kaartsleuf. Als er geen CompactFlash-kaart was geïnstalleerd, gaat u erder met stap Schuif oorzichtig een lege CompactFlash-kaart in de sleuf oor de flashkaart. Deze CompactFlash-kaart is bestemd oor herstelprocedures. Meer informatie oer CompactFlash-kaarten indt u in Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina Verplaats de jumpers op de koppen A en B naar configuratie Sluit het netsnoer weer aan op de logische eenheid. 6. Zet de thin client aan en wacht totdat het systeemlampje groen oplicht. Als het systeemlampje oranje wordt, is er geen image gemaakt. Herhaal de procedure met een andere CompactFlash-kaart. 7. Zet de thin client uit. 8. Verwijder de CompactFlash-kaart oor herstel. 9. Zet de jumpers terug in de standaardconfiguratie Als u in stap 2 een CompactFlash-kaart hebt erwijderd, plaats u deze terug in de sleuf oor de flash-kaart. Als u bij stap 2 niet een CompactFlashkaart hebt erwijderd, ga dan erder met stap Voer de stappen uit in De thin client opnieuw in elkaar zetten op pagina Ga erder met Het opstartblok an de CompactFlash-kaart oor herstel flashen op pagina 58. Copyright IBM Corp
68 Het opstartblok an de CompactFlash-kaart oor herstel flashen Lees oordat u erdergaat met deze instructies eerst Veiligheidsoorschriften op pagina. Voer deze instructies uit op de thin client waaroor een nieuw opstartblok is ereist: 1. Voer stappen 1 tot en met 4 in De logische eenheid erwijderen op pagina 53 uit. 2. Als er al een CompactFlash-kaart was geïnstalleerd, erwijdert u deze oorzichtig uit de kaartsleuf. Als er geen CompactFlash-kaart was geïnstalleerd, gaat u erder met stap Schuif erolgens oorzichtig de CompactFlash-kaart oor herstel in de sleuf oor de flashkaart. Meer informatie oer CompactFlash-kaarten indt u in Bijlage C. CompactFlash-kaart op pagina Verplaats de jumpers op de koppen A en B naar configuratie Sluit het netsnoer weer aan op de logische eenheid. 6. Zet de thin client aan en wacht totdat het systeemlampje groen oplicht. Als het systeemlampje oranje wordt, is het image niet correct gekopieerd. Verang de logische eenheid (zie Bijlage A. Hardwareonderdelen erangen op pagina 49). 7. Zet de thin client uit. 8. Verwijder de CompactFlash-kaart oor herstel. 9. Zet de jumpers terug in de standaardconfiguratie Als u in stap 2 een CompactFlash-kaart hebt erwijderd, plaats u deze terug in de sleuf oor de flash-kaart. Als u bij stap 2 niet een CompactFlashkaart hebt erwijderd, ga dan erder met stap Voer de stappen uit in De thin client opnieuw in elkaar zetten op pagina
69 Bijlage E. Beeldschermspecificaties Een standaard VGA-beeldscherm, dat oldoet aan de VESA-richtlijnen oor erersingsfrequentie en resolutie, is geschikt oor uw thin client. De thin client biedt ondersteuning oor VESA DPMS (Display Power Management Signaling) en VESA DDC2B (Display Data Channel). Een een beeldscherm dat is aangesloten op de thin client hoeft niet te beschikken oer een dergelijke ondersteuning. In beide geallen wordt de resolutie ingesteld op client- of besturingssysteemnieau. Uw beeldscherm ondersteunt mogelijk niet alle resoluties en erersingsfrequenties. Tabel 14. Beeldschermondersteuning Hoge kleuren (16 bits) en 256 kleuren (8 bits) Resolutie (pixels) Verersingsfrequentie (Hz) 640x480 60, 72, x600 60, 72, x768 60, kleuren (8 bits) 640x480 60, 72, x600 60, 72, x768 60, x Copyright IBM Corp
70 60
71 Bijlage F. Stekkerpeninformatie In de olgende tabellen worden de stekkerpennen gedefinieerd oor gebruik met de thin client. Tabel 15. Beeldschermaansluiting Pen Signaal Signaalrichting 1 Video rood Uit 2 Video groen Uit 3 Video blauw Uit 4 Beeldschermdetectie 2 In 5 Aarde -- 6 Aarde ideo rood Aarde ideo groen Aarde ideo blauw Niet aangesloten Aarde Beeldschermdetectie 0 In 12 Beeldschermdet. 1 / DDCSDA In / Uit 13 Horizontale sync Uit 14 Verticale sync Uit 15 Beeldschermdet. 3 / DDCSCL In / Uit Behuizing Aarde Tabel 16. RJ-45 Twisted Pair-aansluiting Pen Naam Functie 1 TPOP Verzenden + 2 TPON Verzenden - 3 TPIP Ontangen + 4/5 Niet gebruikt TPIN Ontangen - 7/8 Niet gebruikt Tabel 17. USB-aansluiting Pen # Richting Beschrijing 1 Voeding Voeding (5V) oor USB0 2 Bidir Gegeens - positief USB0 3 Bidir Gegeens - negatief USB0 4 Voeding Aarde USB0 5 Voeding Voeding (5V) USB1 6 Bidir Gegeens - positief USB1 7 Bidir Gegeens - negatief USB1 8 Voeding Aarde USB1 Tabel 18. Aansluiting op netoeding Pen # Voltage+12V dc input 1 +12V dc 2 Aarde 3 Aarde Copyright IBM Corp
72 62
73 Kennisgeingen Deze informatie is ontwikkeld oor producten en serices die worden aangeboden in de Verenigde Staten. Mogelijk brengt IBM de in dit document genoemde producten, diensten of oorzieningen niet uit in alle landen waar IBM werkzaam is. Neem contact op met uw plaatselijke IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en diensten die beschikbaar zijn in uw regio. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBMproducten of -diensten gebruikt kunnen worden. Functioneel gelijkwaardige producten of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten of andere rechten an IBM. Het is echter de erantwoordelijkheid an de gebruiker om de werking an een niet door IBM geleerd product, programma of serice te controleren en te ealueren. IBM heeft mogelijk octrooien of octrooi-aanragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. Vragen oer licenties kunt u schriftelijk stellen aan: IBM Director of Licensing IBM Corporation North Castle Drie Armonk, NY U.S.A. Neem oor licentie-informatie oer DBCS contact op met de IBM Intellectual Property Department in uw land of neem schriftelijk contact op met: IBM World Trade Asia Corporation Licentieerlening 2-31 Roppongi 3-chome, Minato-ku Tokyo 106, Japan DEZE PUBLICATIE WORDT AANGEBODEN OP AS IS -BASIS. ER WORDEN GEEN UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAAR- ONDER BEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden is het uitsluiten an uitdrukkelijke of stilzwijgende garanties niet toegestaan. De boenstaande uitsluitingen of beperkingen zijn mogelijk dan ook niet op u an toepassing. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. De informatie in deze publicatie is onderheig aan wijzigingen. Wijzigingen zullen in nieuwe uitgaen an deze publicatie worden opgenomen. IBM kan te allen tijde erbeteringen en andere wijzigingen aanbrengen in de programma s en andere producten die in deze publicatie worden beschreen. Verwijzingen in deze publicatie naar niet door IBM geleerde websites dienen alleen ter gemak; deze websites worden niet speciaal door IBM aanbeolen. Het materiaal op dergelijke websites maakt geen deel uit an het materiaal oor dit IBM-product. Gebruik an dergelijke websites is geheel oor eigen risico. Copyright IBM Corp
74 Informatie oer niet door IBM geleerde producten is afkomstig an de leeranciers an de producten, gepubliceerde aankondigingen of andere publieke bronnen. IBM heeft deze producten niet getest en kan derhale orderingen met betrekking tot de nauwkeurigheid an de prestaties, compatibiliteit niet beestigen, noch erantwoordelijk worden gehouden oor andere orderingen met betrekking tot niet door IBM geleerde producten. Vragen oer de mogelijkheden an niet door IBM geleerde producten moeten worden gericht tot de leeranciers an deze producten. Alle erklaringen met betrekking tot toekomstige plannen an IBM kunnen zonder aankondiging worden gewijzigd of ingetrokken en geen slechts oorgenomen doelstellingen aan. Als u deze informatie bekijkt in een elektronisch document worden de fotografische afbeeldingen en kleurenillustraties mogelijk niet afgebeeld. De hierin opgenomen tekeningen en specificaties mogen niet geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming an IBM. Deze publicatie is bestemd oor gebruik door medewerkers an de klant bij het uitoeren an bedienings- en planningswerkzaamheden oor de specifiek aangeduide apparatuur. IBM eraardigt geen afbeeldingen die enig ander doel beogen. Als Energy Star-partner, heeft IBM bepaald dat de Type 8363 thin client oldoet aan de richtlijnen oor energiebesparing an het Energy Star Program. Milieuriendelijk ontwerp Hergebruik en erwijdering IBM heeft in het ontwerp an dit product rekening gehouden met milieu-eisen. Daardoor is onder andere het olgende bereikt: Eliminatie an het gebruik an ozon-afbrekende chemicaliën an Klasse I bij het productieproces. Reductie an geproduceerde afalstoffen. efficiënter energiegebruik an de producten Het normale energieerbruik an een thin client waarop toepassingen actief zijn, bedraagt ongeeer 18 Watt. Neem oor meer informatie contact op met een IBMertegenwoordiger. Componenten zoals opbouwdelen en printplaten kunnen worden hergebruikt oorzoer oorzieningen oor hergebruik beschikbaar zijn. IBM heeft op dit moment geen programma oor de erzameling en het hergebruik an gebruikte IBM-producten in de Verenigde Staten, afgezien an de producten die deel uitmaken an inruilprogramma s. Er bestaan bedrijen oor het ontmantelen, hergebruiken, recyclen of erwijderen an elektronische producten. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger oor meer informatie. 64
75 Deze IBM-thin client beat printplaten met loodsoldeer. Verwijder deze onderdelen en leer ze in als KCA wanneer u de thin client wegdoet. Merken De olgende benamingen zijn merken an International Business Machines Corporation: AS/400 IBM NetVista Network Station S/390 Wake on LAN Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo s zijn merken of gedeponeerde handelsmerken an Sun Microsystems, Inc in de Verenigde Staten en/of in andere landen. Microsoft, Windows, Windows NT en het Windows logo zijn handelsmerken an Microsoft Corporation in de Verenigde Staten, in andere landen of in beide. Kennisgeingen inzake elektronische straling De onderstaande tekst is alleen an toepassing op dit IBM-product. De tekst die bedoeld is oor andere IBM-producten die met dit product kunnen worden gebruikt, indt u in de bijbehorende handleidingen. Verklaring an de Federal Communications Commission (FCC) Opmerking: Uit tests is gebleken dat deze apparatuur oldoet aan de beperkingen die in Deel 15 an de FCC Rules worden opgelegd aan digitale apparaten an Klasse B. Deze beperkingen zijn bedoeld om in een woonomgeing een redelijke mate an bescherming te bieden tegen hinderlijke interferentie. Deze apparatuur genereert, gebruikt en erzendt energie op radiofrequenties en kan, bij installatie en gebruik anders dan conform de instructies, hinderlijke interferentie met radiografische communicatie eroorzaken. Er is echter geen garantie dat dergelijke interferentie in een specifieke installatie niet zal optreden. Indien deze apparatuur hinderlijke interferentie met radio- of teleisieontangst eroorzaakt, hetgeen kan worden astgesteld door de apparatuur aan en uit te zetten, kan de gebruiker proberen dit te erhelpen door een of meer an de olgende maatregelen te treffen: Richt de antenne anders of erplaats hem. Plaats de apparatuur op grotere afstand an de ontanger. Sluit de apparatuur aan op een ander stopcontact of een andere groep dan de ontanger. Neem oor hulp contact op met de IBM-dealer of een elektrotechnisch installatiebureau. Om te oldoen aan de beperkingen oor straling an de CDD, moeten correct afgeschermde en geaarde kabels en stekkers worden gebruikt. Deze zijn erkrijgbaar ia de geautoriseerde IBM-dealer. IBM aanaardt geen aansprakelijkheid oor storing an radio- en teleisie-ontangst die wordt eroorzaakt door andere dan aanbeolen kabels en aansluitingen of door niet-geautoriseerde wijzigingen aan deze apparatuur. Bij niet-geautoriseerde wijzigingen kan het recht an de gebruiker om de apparatuur te gebruiken, erallen. Kennisgeingen 65
76 Dit apparaat oldoet aan Deel 15 an de FCC Rules. Aan het gebruik eran worden de olgende twee oorwaarden gesteld: (1) dit apparaat mag geen hinderlijke interferentie eroorzaken, en (2) dit apparaat moet elke ontangen interferentie accepteren, met inbegrip an interferentie die een ongewenste werking kan eroorzaken. Responsible Party: International Business Machines Corporation New Orchard Road Armonk, NY Telephone: Verklaring an conformiteit met Industry Canada-richtlijn Dit digitale apparaat an klasse B oldoet aan de ereisten an de Canadese Interference-Causing Equipment Regulations. Ais de conformité àla réglementation d Industrie Canada Cet appareil numérique de la classe B respecte toutes les exigences du Réglement sur le matériel brouilleur du Canada. Verklaring an conformiteit met EU-richtlijnen Dit product oldoet aan de oorwaarden oor bescherming zoals opgenomen in EEG-richtlijn 89/336/EEG an de Europese Commissie inzake de harmonisering an de wetgeing an Lid-Staten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. IBM aanaardt geen erantwoordelijkheid oor het in gebreke blijen an deze oorwaarden oor bescherming als dit het geolg is an het dooroeren an een niet aanbeolen wijziging aan het product, inclusief het aanbrengen an niet door IBM geleerde optiekaarten. Dit product oldoet aan de eisen an apparatuur oor informatietechnologie an Klasse B olgens CISPR 22 / Europese Standaard EN Deze eisen zijn gedefinieerd oor woongebieden met als doel het bieden an redelijke bescherming tegen storing an gelicentieerde communicatie-apparatuur. Correct afgeschermde en geaarde kabels en aansluitingen (IBM onderdeelnummer 75G5958 of gelijkwaardig) moeten worden gebruikt om de kans op storing an radio- en teleisie-ontangst en an andere elektrische of elektronische apparatuur te erminderen. Dergelijke kabels en aansluitingen zijn erkrijgbaar bij geautoriseerde IBM-dealers. IBM aanaardt geen erantwoordelijkheid oor storingen eroorzaakt door het gebruik an andere dan aanbeolen kabels en aansluitingen. 66
77 Afkortingen A I AC. Alternating Current IBM. International Business Machines ARP. Address Resolution Protocol ICA. Independent Computing Architecture B BOM. Bill Of Material BOOTP. Bootstrap Protocol C ICMP. Internet Control Message Protocol ID. Identification IEEE. Institute of Electrical and Electronics Engineers IP. Internet Protocol IRQ. Interrupt Request CD. Compact Disc CRU. Customer-Replaceable Unit D L LAN. LED. Local Area Network Light Emitting Diode DBCS. Double Byte Character Set LLC. Logical Link Control d.d.d.d. IP-adresindeling DC. Direct Current DDC. Display Data Channel DDC2B. Display Data Channel (ersie 2B) DHCP. Dynamic Host Configuration Protocol DIMM. Dual In-line Memory Module DMA. Direct Memory Access DNS. Domain Name Serer M MAC. Medium Access Control Mb. Megabit MB. Megabyte Mhz. Megahertz MTU. Maximum Transmission Unit N DPMS. Display Power Management Signaling N2200e. IBM NetVista Thin Client Express F FAX. FCC. FTP. FRU. H Facsimile Federal Communications Commission File Transfer Protocol Field Replaceable Unit NFS. Network File Serer NS. Network Station NSB. Network Station Boot NSBXXXXX. Network Station Startbericht met identificatienummer (XXXXX) NSM. Network Station Manager NVRAM. Nonolatile Random Access Memory (ook wel lokale instellingen genoemd) HTTP. Hypertext Transfer Protocol Hz. Hertz of trillingen per seconde Copyright IBM Corp
78 O OS. Operating System P PC. Personal Computer POST. Power On Self Test R VT. Virtual Terminal W WAN. Wide Area Network WBT. Windows-Based Terminal WOL. Wake On LAN WWW. World Wide Web RAM. RAP. Random Access Memory Remote Authentication Protocol RIF. RFS. Routing Information Field Remote File System S SDRAM. Memory Synchronous Dynamic Random Access SNMP. Simple Network Management Protocol T TCM. Thin Client Manager TCP/IP. Protocol Transmission Control Protocol / Internet TFTP. TSE. Triial File Transfer Protocol Terminal Serer Edition TXX. Token-Ring Network Station met landspecifieke code (XX) U UDP. URL. USB. UTP. User Datagram Protocol Uniform Resource Locator Uniersal Serial Bus Unshielded Twisted Pair V V. Volt VESA. VGA. Video Electronics Standards Association Video Graphics Array VM. Virtual Machine 68
79 Trefwoordenregister A aanzetten 7 opstartolgorde 7 afbeelden an werkstation of groep 21 afsluiten an een thin client 27 B backup maken an configuratiebestanden 24 beeldscherm beeldschermresoluties 4 specificaties 4 erersingsfrequentie 4 beeldschermspecificaties 59 beheerderswachtwoord 18, 27 berichten 18 beeiligingsrisico 19 beestigingsensters 21 beestigingsensters uitschakelen 21 bewerken an werkstation of groep 21 BOM-bestanden 31 C CD oor NetVista Thin Client Utilities 14 CompactFlash-kaart 55 flash-bestanden 31 flash-herstel anaf peer 35 herschrijen an flash-image 31 opstarten anaf 23 uitoeren an een flash-update 32 met behulp an de Configuration Tool 33 met behulp an de Operations Utility 32 uitoeren an flash-herstel 33 met behulp an de Setup Utility 34 anaf een andere thin client 35 configuratiebestanden backup maken 24 terugzetten 24 configuratieprogramma installatie 9 operations 13 serice 13, 14 Configuration Tool 11 openen 11, 26 oproepen anuit Operations Utility 18 standaardtoegang 26 uitoeren an een flash-update 33 wachtwoorden 18 configureren met behulp an de Configuration Tool 11 met behulp an de Operations Utility 29 met behulp an de Setup Utility 9 configureren (erolg) N2200e 9 E energieerbruik 4 F fabrieksinstellingen 27 flash-bestanden 31 flash-herstel anaf peer 35 flash-image herstellen 36 herstelbestand maken 35 erwijderen an herstelbestand 36 flash-image 31 flash-image herstellen 31, 33, 36 flash-herstel anaf peer 35 met behulp an de Setup Utility 34 flash-update 31, 32 met behulp an de Configuration Tool 33 met behulp an de Operations Utility 32 FTP beheerderswachtwoord 18, 27 starten of stoppen 27 G geheugenupgrade 53 groepsnamen 18, 24, 25, 27 H hardware aansluitingen 3 beeldschermresoluties 4 beeldschermspecificaties 4 communicatiekabels 3 CompactFlash-kaart 55 energiebesparing 4 energieerbruik 4 Ethernet 3 gedetailleerde informatie 3 geheugen 53 hardwareprocedures 4 installatie 5 logische eenheid erangen 49 onderdelen 49 onderdelen retourneren 52 onderdelen erangen 49 opstartblokimage 57 poorten 3 probleemsignalen 39 problemen identificeren 39 problemen oplossen 39 type en model 3 upgraden an geheugen 4, 53 USB-apparatuur 4 hardware (erolg) erangende onderdelen bestellen 50 erersingsfrequentie 4 hardwareonderdelen 49, 50, 52 hardwareonderdelen retourneren 52 hardwareonderdelen erangen 49 hardwareproblemen foutcodes en foutberichten 45 geluidssignalen 42 LED-signalen 43 zichtbare hardwaredefecten 40 hardwareoorzieningen geheugenupgrade 4 USB-apparatuur 4 herschrijen an flash-image 31 herstelbestand maken 35 erwijderen 36 herstelbestand maken 35 hulpprogramma operations 17 I installeren hulpprogramma s oor beheer 13 installeren an NetVista Thin Client beheerprogramma s anaf CD 14 anaf website 14 M machtiging oor toegang op afstand 25 machtiging oor toegang op afstand wijzigen 25 N N2200e CompactFlash-kaart 55 configureren 9 geheugen 53 hardware 3 hardwareonderdelen 49, 50, 52 hardwareonderdelen erangen 49 hardwareproblemen 39 herschrijen an flash-image 31 hulpprogramma s oor beheer installeren 13 installatie 5 kennismaking 1 onderdelen retourneren 52 Operations Utility 17 opstartblokimage 57 opstartolgorde 7 erangende onderdelen bestellen 50 NetVista Thin Client website 14 NetVista Thin Client Utilities CD 14 netwerkkabels 3 Copyright IBM Corp
80 NSBoot-instellingen 27 O Operations Utility 17 afbeelden an werkstation of groep 21 afsluiten an een thin client 27 beheerderswachtwoord 18 beestigingsensters 21 bewerken an werkstation of groep 21 configuratiebestanden backup maken 24 terugzetten 24 eerste keer 29 FTP 18, 27 gebruiken 18 groepsnamen 18, 24, 25, 27 installeren 13 machtiging oor toegang op afstand wijzigen 25 netwerkconfiguratie 29 opnieuw opstarten an een thin client 27 opstarten anaf een CompactFlash-kaart 23 anaf een serer 23 starten 17 statusberichten, enster 18 taakwerkbalk 17, 22 Telnet 28 terugzetten naar de fabrieksinstellingen 27 toegang tot de Configuration Tool beheren 26 toeoegen an werkstation of groep 20 uitoeren an een flash-update 32 erificatie met behulp an een serer 22 ernieuwen an status thin client 21 erwijderen an werkstation of groep 21 oorbeeldscenario 29 oorbeeldenster 17 wachtwoorden 18, 24, 25, 27 werkstationlijst 18, 19 werkstationlijst, werkbalk 18, 20 WOL (Wake On LAN) 28 opnieuw opstarten an een thin client 27 opstartblokimage 57 herstellen 57 opstarten anaf een CompactFlash-kaart 23 anaf een serer 23 opstartserer 23 opstartolgorde 7 P probleemoplossing 39 problemen identificeren 39 problemen oplossen 39 S scenario oor Operations Utility serer opstarten 23 erificatie 22 Serice Utility 13 serer 31 uitoeren 14 Setup Utility 9 flash-herstel anaf peer 35 naigatie 10 uitoeren an flash-herstel 34 oorbeeldmenu 9 SNMP-groepsnamen 18 status berichtenenster 18 ernieuwen an status thin client 21 stekkerpinnen 3, 61 T taakwerkbalk 17, 22 afsluiten an een thin client 27 configuratiebestanden backup maken 24 terugzetten 24 FTP 27 machtiging oor toegang op afstand wijzigen 25 opnieuw opstarten an een thin client 27 opstarten anaf een CompactFlash-kaart 23 anaf een serer 23 Telnet 28 terugzetten naar de fabrieksinstellingen 27 toegang tot de Configuration Tool beheren 26 uitoeren an een flash-update 32 erificatie met behulp an een serer 22 WOL (Wake On LAN) 28 Telnet starten of stoppen 28 terugzetten naar de fabrieksinstellingen 27 terugzetten an configuratiebestanden 24 Thin Client Express CompactFlash-kaart 55 configureren 9 geheugen 53 hardware 3 hardwareonderdelen 49, 50, 52 hardwareonderdelen erangen 49 hardwareproblemen 39 herschrijen an flash-image 31 hulpprogramma s oor beheer installeren 13 installatie 5 kennismaking 1 onderdelen retourneren 52 Operations Utility 17 opstartblokimage 57 opstartolgorde 7 erangende onderdelen bestellen 50 toegang tot de Configuration Tool 26 toegang tot de Configuration Tool beheren 26 toeoegen an werkstation of groep 20 U uitoeren an een flash-update 32 met behulp an de Configuration Tool 33 met behulp an de Operations Utility 32 uitoeren an flash-herstel 33 flash-herstel anaf peer 35 met behulp an de Setup Utility 34 anaf een andere thin client 35 V erificatie met behulp an een serer 22 erificatieserer 22 ernieuwen an status thin client 21 erangende onderdelen bestellen 50 erwijderen herstelbestand 36 werkstation of groep 21 oorbeeldscenario oor Operations Utility 29 W wachtwoorden 18, 24, 25, 27 website NetVista Thin Client 14 website oor NetVista Thin Client Utilities 14 werkstationlijst 18, 19 werkstationlijst, werkbalk 18, 20 afbeelden an werkstation of groep 21 bewerken an werkstation of groep 21 toeoegen an werkstation of groep 20 ernieuwen an status thin client 21 erwijderen an werkstation of groep 21 WOL (Wake On LAN) 22, 28
81
82 SA
NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000
NetVista Thin Client NetVista N2200w, Thin Client oor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5988-00 NetVista Thin
Acer erecovery Management
1 Acer erecovery Management Acer erecovery Management is een hulpprogramma dat door het softwareteam van Acer werd ontwikkeld en u een eenvoudig, betrouwbaar en veilig middel biedt om uw computer opnieuw
Controlelijst bij het uitpakken
Onderdeelnummer: 67P4583 Controlelijst bij het uitpakken Hartelijk gefeliciteerd met uw nieuwe IBM ThinkPad X Series computer. Controleer of u alle items in deze lijst hebt ontvangen. Mocht een van de
System Updates Gebruikersbijlage
System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan
Acer erecovery Management
Acer erecovery Management Acer erecovery Management biedt een snelle, betrouwbare en veilige methode om uw computer te herstellen naar zijn standaardinstellingen of een door de gebruiker gedefinieerde
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
Software-updates Gebruikershandleiding
Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2008, 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
mobile PhoneTools Gebruikershandleiding
mobile PhoneTools Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Vereisten...2 Voorafgaand aan de installatie...3 mobile PhoneTools installeren...4 Installatie en configuratie mobiele telefoon...5 On line registratie...7
Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4
Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met
HP Easy Tools. Beheerdershandleiding
HP Easy Tools Beheerdershandleiding Copyright 2014 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van de groep bedrijven onder de
IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999
IBM Network Station IBM Network Station Manager oor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de meest recente update SC14-5508-00 IBM Network Station IBM
Software-installatiehandleiding
Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
CAP1300 Beknopte installatiehandleiding
CAP1300 Beknopte installatiehandleiding 09-2017 / v1.0 Inhoud van de verpakking I Productinformatie... 3 I-1 Inhoud van de verpakking... 3 I-2 Systeemvereisten... 4 I-3 Hardware-overzicht... 4 I-4 LED-status...
Uw TOSHIBA Windows -pc of tablet upgraden naar Windows 10
Uw TOSHIBA Windows -pc of tablet upgraden naar Windows 10 Geachte klant, In dit document wordt uitgelegd hoe u bepaalde TOSHIBA Windows-pc's of tablets waarop Windows 7 of 8.1 vooraf is geïnstalleerd kunt
Nieuw toegevoegd: Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 8 en Windows 8.1 automatisch de driver heeft geüpdatet.
Bij voorkeur de Sweex CD005 gebruiken bij de communicatie tussen Autokon voor Windows en Uw elektronische systeem. Hier komen bijna geen problemen mee voor als U de handleiding goed opvolgt. Nieuw toegevoegd:
Software-updates Handleiding
Software-updates Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie
Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110
Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Dit document beschrijft de upgrade van de Fiery EXP4110-printerstuurprogramma s voor ondersteuning van de optie Lade 6 (Extra groot).
Installatie SQL Server 2014
Installatie SQL Server 2014 Download de SQL Server Express net advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=42299 klik op Download. Als u een 64 bit variant
INSTALLATIE HANDLEIDING
INSTALLATIE HANDLEIDING Powerwifi USB Router in combinatie met de Powerwifi USB buitenantenne INLEIDING De Powerwifi USB Router kan worden gebruikt in combinatie met de Powerwifi USB buitenantenne. Hierdoor
Installeer de C54PSERVU in Windows Vista
Installeer de C54PSERVU in Windows Vista In dit document wordt beschreven hoe u uw printer in combinatie met de Conceptronic C54PSERVU kan installeren in Windows Vista. 1. Printer installeren Voordat u
Software-updates Gebruikershandleiding
Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
ii LotusLive beheren
LotusLie beheren ii LotusLie beheren Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. LotusLie: info...... 1 Hoofdstuk 2. Systeemereisten oor LotusLie.............. 3 Hoofdstuk 3. LotusLie aanpassen oor uw organisatie............
Handleiding Reborn Laptop -1-
1. Wat u moet doen voor u Reborn Laptop installeert 2 2. Systeemvereisten 2 3. Installeren 3 4. Menu opties 4 4.1 Instellingen 4 4.2 Recovery mode 5 4.3 Wachtwoord 6 4.4 CMOS instellingen 6 4.5 Uitgebreide
Boot Camp Installatie- en configuratiegids
Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 4 Benodigdheden 5 Installatie-overzicht 5 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 5 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 5
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom
Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina
Getting Started. AOX-319 PBX Versie 2.0
Getting Started AOX-319 PBX Versie 2.0 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 OVER DEZE HANDLEIDING... 3 ONDERDELEN... 3 INSTALLATIE EN ACTIVERING... 3 BEHEER VIA DE BROWSER... 4 BEHEER VIA DE CONSOLE... 5 BEVEILIGING...
Overzicht van opties voor service en ondersteuning
Overzicht van opties voor service en ondersteuning QuickRestore Met Compaq QuickRestore kunt u uw systeem op elk gewenst moment terugzetten. QuickRestore biedt vijf typen opties voor terugzetten, die in
Technote. EnGenius Senao EOM Mesh Layer 2 configuratie Transparant netwerk
Technote EnGenius / Senao EOM-8670 Mesh Layer 2 configuratie Transparant netwerk Merk Model Firmware Datum EnGenius Senao EOM-8670 2.1.10 09-04-2009 Pagina 1 van 29 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 Node
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie)
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Als u geen upgrade kunt uitvoeren voor uw computer met Windows Vista naar Windows 7 voert u een aangepaste installatie uit.
CycloAgent v2 Handleiding
CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat
H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R
H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R 2 0 1 6 0 8 2 4 INHOUDSOPGAVE 1. Software in 3 stappen geïnstalleerd...1 Stap 1: Downloaden van de software...1 Stap 2: Starten met de installatie...2
Standard Parts Installatie Solid Edge ST3
Hamersveldseweg 65-1b 3833 GL LEUSDEN 033-457 33 22 033-457 33 25 [email protected] www.caap.nl Bank (Rabo): 10.54.52.173 KvK Utrecht: 32075127 BTW: 8081.46.543.B.01 Standard Parts Installatie Solid Edge ST3
Edimax Gemini Upgradepakket Wi-Fi-roaming voor thuis RE11 Snelstartgids
Edimax Gemini Upgradepakket Wi-Fi-roaming voor thuis RE11 Snelstartgids 02-2017 / v2.0 I. Productinformatie I-1. Inhoud van de verpakking - RE11S x 2 - CD met meertalige QIG en gebruikershandleiding -
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage F, Kennisgeingen, op pagina 137.
Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)
Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen
Gebruikershandleiding voor Mac
Gebruikershandleiding voor Mac Inhoud Aan de slag... 1 Het formatteerhulpprogramma voor de Mac gebruiken... 1 De FreeAgent-software installeren... 4 Stations veilig uitwerpen... 9 Uw stations beheren...
R10 instellen via de Web Interface
R10 instellen via de Web Interface Een beschrijving van hoe er verbinding kan worden gemaakt met de Web Interface van een R10 en een overzicht van veel voorkomende instellingen die gemaakt kunnen worden
Handleiding netwerkcommunicatie Evo Desktop serie, Evo Workstation serie
b Evo Desktop serie, Evo Workstation serie Artikelnummer van document: 177922-334 Mei 2002 Deze handleiding bevat definities en instructies voor het gebruik van de functies van de netwerkadapters (NIC)
Installatiehandleiding
Installatiehandleiding Wireless Network Broadband Router WL-114 In deze handleiding worden alleen de meest voorkomende situaties behandeld. Raadpleeg de volledige gebruikershandleiding op de cd-rom voor
IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1. Handleiding SC14-2064-05
IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 Opmerking
SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide
SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide 05-2014 / v1.0 1 I. Productinformatie I-1. Inhoud van de verpakking Smart Plug Switch Snelstartgids CD met snelle installatiegids I-2. Voorzijde Power LED Switch
INSTALLATIE HANDLEIDING Nauticwifi USB Router in combinatie met de Nauticwifi USB buitenantenne
INSTALLATIE HANDLEIDING Nauticwifi USB Router in combinatie met de Nauticwifi USB buitenantenne Inleiding NLEIDING De Nauticwifi USB Router kan worden gebruikt in combinatie met de Nauticwifi USB buitenantenne.
Boot Camp Installatie- en configuratiegids
Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 3 Benodigdheden 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4
Gebruikershandleiding voor Mac
Gebruikershandleiding voor Mac Inhoud Aan de slag... 1 Het Mac-hulpprogramma voor opnieuw formatteren gebruiken... 1 De software installeren... 4 Harde schijven veilig uitwerpen... 9 Uw stations beheren...
Handleiding voor aansluitingen
Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt
Getting Started. AOX-319 PBX Versie 2.0
Getting Started AOX-319 PBX Versie 2.0 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 OVER DEZE HANDLEIDING... 3 ONDERDELEN... 3 INSTALLATIE EN ACTIVERING... 3 BEHEER VIA DE CONSOLE... 4 BEHEER VIA DE BROWSER... 5 BEVEILIGING...
Conceptronic C54BRS4A Firmware Recovery Instructies
Conceptronic C54BRS4A Firmware Recovery Instructies Indien u een Conceptronic C54BRS4A router heeft en de firmware upgrade is mislukt of u kunt de router niet meer benaderen, zelfs na een reset, dan kunt
USB Buitenantenne. Installatie Handleiding. Versie 1.1
USB Buitenantenne Installatie Handleiding Versie 1.1 BELANGRIJK: Monteer om te beginnen de bijgeleverde antenne op de WIFI adapter. Wanneer u de WIFI adapter gebruikt zonder antenne kan deze zijn vermogen
(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem
(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem Raadpleeg eerst de Quick-Start Guide voor het installeren van uw DSL-aansluiting voordat u deze handleiding leest. Versie 30-08-02 Handleiding
Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer
Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit
Installatiehandleiding software
Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
LotusLive. LotusLive Handleiding voor de beheerder
LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder Opmerking Lees eerst Kennisgeingen op pagina 87. Deze uitgae heeft betrekking op LotusLie(tm) en op alle olgende
Handleiding Icespy MR software
Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...
Examenmode op de HP Prime
HP Prime Graphing Calculator Examenmode op de HP Prime Meer over de HP Prime te weten komen: http://www.hp-prime.nl De Examenmode In deze bundel een beschrijving van de stappen die nodig zijn voor het
Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten
Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de router dient aan te sluiten en hoe u hiermee verbinding met het internet kunt maken. Wat zit er in de doos? De
Hoofdstuk 2 Problemen oplossen
Hoofdstuk 2 Problemen oplossen In dit hoofdstuk staat informatie over het oplossen van problemen met de router. Snelle tips Hier volgen een aantal tips voor het oplossen van eenvoudige problemen. Start
Boot Camp Installatie- en configuratiegids
Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4 Stap 3: Windows
Installatie SQL Server 2012
Installatie SQL Server 2012 Download de SQL Server express net Advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=29062 klik op Download. Als u een 64 bit variant
Externe apparatuur. Gebruikershandleiding
Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Het installeren van de software.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Het installeren van de software.... 2 De Printserver Bekabeld Configureren... 8 Instellen van je IP adres... 10 Netwerk poorten configureren... 12 Een printer Toevoegen....
Inhoudsopgave: Whisper380-computerhulp
Versie: 1.0 Gemaakt door: Whisper380 Eigenaar: Datum: 17-10-2010 Inhoudsopgave: Inhoudsopgave:... 2 Het programma downloaden.... 3 Het programma downloaden... 4 De installatie van het programma... 6 Het
Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager
Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server - 4-3. Installatie FTP server - 9-4. Aanmaken account in FileZilla server - 13
Versie Datum Status Auteur(s) Opmerking september 2015 Concept Carol Esmeijer
Sato CG4 Labelprinter Sato CG4 koppelen Document beheer Versie Datum Status Auteur(s) Opmerking 1.0 22 september 2015 Concept Carol Esmeijer Inleiding U kunt Compad Bakkerij koppelen aan de onder meer
Schakel in Windows 10 automatische driver update uit : Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 10 automatisch de driver heeft geüpdatet.
Bij voorkeur de Sweex CD005 gebruiken bij de communicatie tussen Autokon voor Windows en Uw elektronische systeem. Hier komen bijna geen problemen mee voor als U de handleiding goed opvolgt. Schakel in
Firmware Upgrade. Upgrade Utility (Router Tools)
Firmware Upgrade Upgrade Utility (Router Tools) Inhoudsopgave Voorbereiding 3 Modem/router resetten naar fabrieksinstellingen 3 Computer configuratie in Windows 10 4 Computer configuratie in Windows 8
Windows 98 en Windows ME
Windows 98 en Windows ME In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-29 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-30 Andere installatiemethoden op pagina
Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding
Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Lees dit document voordat u Mac OS X installeert. Dit document bevat belangrijke informatie over de installatie van Mac OS X. Systeemvereisten
Installatie SQL: Server 2008R2
Installatie SQL: Server 2008R2 Download de SQL Server 2008.exe van onze site: www.2work.nl Ga naar het tabblad: Downloads en meld aan met: klant2work en als wachtwoord: xs4customer Let op! Indien u een
Setupprogramma. Gebruikershandleiding
Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie
Veelgestelde vragen voor Eee Pad TF201
Veelgestelde vragen voor Eee Pad TF201 DU6915 Bestanden beheren... 2 Hoe krijg ik toegang tot mijn gegevens die opgeslagen zijn op microsd, SD-kaart en USB-apparaat?... 2 Hoe verplaats ik het geselecteerde
VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1
VMware Identity Manager Desktop gebruiken VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken U vindt de recentste technische documentatie op de website
De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh
13 De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh Op de cd-rom met gebruikerssoftware bevinden zich softwareinstallatieprogramma s voor Fiery Link. Fiery-hulpprogrammasoftware wordt ondersteund
INSTALLATIE HANDLEIDING
INSTALLATIE HANDLEIDING REKENSOFTWARE MatrixFrame MatrixFrame Toolbox MatrixGeo 1 / 9 SYSTEEMEISEN Werkstation met minimaal Pentium 4 processor of gelijkwaardig Beeldschermresolutie 1024x768 (XGA) Windows
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage C, Warranty
Installatie handleiding TiC Narrow Casting Player. (voor intern gebruik)
Installatie handleiding TiC Narrow Casting Player (voor intern gebruik) Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 BIOS instellen... 4 Windows 7 installatie... 5 Windows 7 configureren... 11 Tweak
Rabo CORPORATE CONNECT. Certificaatvernieuwing
Rabo CORPORATE CONNECT Certificaatvernieuwing Inhoud 1 INLEIDING... 3 2 SYSTEEMVEREISTEN... 4 3 CERTIFICAAT VERNIEUWEN... 6 4 TROUBLESHOOTING... 8 5 ONDERSTEUNING EN SERVICE... 9 BIJLAGE 1 INSTALLATIE
HANDLEIDING VIEW DESKTOP. Handleiding VIEW Desktop. P. de Gooijer. Datum: 09-01-2013 Versie: 1.3
HANDLEIDING VIEW DESKTOP Document: Auteur: Datum: 09-01-2013 Versie: 1.3 Handleiding VIEW Desktop M. Huibers P. de Gooijer Inleiding Het Hoornbeeck College en Van Lodenstein maakt gebruik van VMware View.
HIER BEGINNEN. Draadloos USB Bedraad. Wilt u de printer aansluiten op een draadloos netwerk? Ga naar Draadloze installatie en verbinding.
HIER BEGINNEN Als u een van de volgende vragen bevestigend beantwoordt, gaat u naar het aangegeven gedeelte voor aanwijzingen over installatie en verbindingen. Wilt u de printer aansluiten op een draadloos
Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19
Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Systeemeisen... 4 3 Installatie... 5 4 Gebruik en instellingen... 12 4.1 Algemeen...
Installatiehandleiding SafeSign en PKI Klasse X certificaten
Installatiehandleiding SafeSign en PKI Klasse X certificaten Juni 2014 2014 Copyright KPN Lokale Overheid Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van KPN Lokale overheid
Externe apparatuur Gebruikershandleiding
Externe apparatuur Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten
Veelgestelde vragen voor Transformer TF201 DU7211
Veelgestelde vragen voor Transformer TF201 DU7211 Bestanden beheren... 2 Hoe krijg ik toegang tot mijn gegevens die opgeslagen zijn op microsd, SD-kaart en USB-apparaat?... 2 Hoe verplaats ik het geselecteerde
Handmatig je lokale mailbox migreren
Handmatig je lokale mailbox migreren Mailbox data locatie opsporen: Start Outlook en ga naar de hoofdmap van de mailbox, klik hier met de rechtermuisknop en kies voor Open File Location of Open bestands
SP-1101W Quick Installation Guide
SP-1101W Quick Installation Guide 06-2014 / v1.2 1 I. Productinformatie... 3 I-1. Inhoud van de verpakking... 3 I-2. Voorzijde... 3 I-3. LED-status... 4 I-4. Switch statusknop... 4 I-5. Productlabel...
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze gids wordt uitgelegd hoe u de functies Verzenden naar e-mail en Opslaan in gedeelde map kunt instellen met behulp van de Instel-tool Zendfunctie en hoe u kunt controleren
Installatie VTP. versie
Pagina 1 van 15 Installatie VTP versie 2.1108 afdeling pagina Voor u begint. 1 Stap 1: Installeren VTP 2 t/m 5 Stap 2: Instellen VTP 6 t/m 11 Stap 3: Instellen automatische taak 12 t/m 17 Voor u begint:
Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter
Powerline Adapter Let op! Stel de Powerline Adapter niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of in de directe nabijheid van verwarmingselementen. Gebruik de Powerline
