Power Systems. Live Partition Mobility

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Power Systems. Live Partition Mobility"

Transcriptie

1 Power Systems Lie Partition Mobility

2

3 Power Systems Lie Partition Mobility

4 Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 161. Deze uitgae heeft betrekking op IBM AI ersie 7.1, op IBM AI ersie 6.1, op IBM i 7.1 (productnummer SS1), op IBM Virtual I/O Serer ersie , en op alle daaropolgende releases en gewijzigde ersies, totdat in nieuwe uitgaen anders wordt aangegeen. Deze ersie kan niet op alle RISC-computers (Reduced Instruction Set Computer) en niet op CISC-modellen worden uitgeoerd.. Copyright IBM Nederland B.V. 2010, Copyright IBM Corporation 2010, 2014.

5 Inhoudsopgae Lie Partition Mobility Nieuw in Lie Partition Mobility Lie Partition Mobility op systemen beheerd door HMC Partition Mobility-oerzicht oor HMC Voordelen an partition mobility Partition Mobility-proces Configuratiealidatie oor partition mobility Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is erplaatst Compatibiliteitswerkstanden Definities an compatibiliteitswerkstanden oor Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility Partition Mobility-omgeing Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility Hardware Management Console in een omgeing met partition mobility Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing Lie Partition Mobility-pseudoapparaat Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partition mobility-omgeing Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing Voorbereiden oor partition mobility Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partition mobility Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor migratie an mobiele IBM i-partities Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen Verbeteren an de prestaties an partition mobility Eacuatie an serer De HMC oorbereiden op partition mobility De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmcs controleren De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility Bron en doel-msp's (Moer Serice Partitions) inschakelen Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat Klokken synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren Configuratie an de Virtual I/O Serer oor de VSN-functie RMC-erbindingen controleren oor de mobiele partitie De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren Copyright IBM Corp. 2010, 2014 iii

6 Redundante foutenrapportage uitschakelen oor de mobiele partitie Virtuele seriële adapters uitschakelen oor de mobiele partitie De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen BSR-arrays uitschakelen oor de mobiele partitie Bulkpagina's uitschakelen oor de mobiele partitie Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer controleren Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility Bepalen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele glasezeladapter De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer controleren Controleren an de configuratie oor partition mobility De mobiele partitie erplaatsen De mobiele partitie erplaatsen met behulp an de HMC De mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep oor partities De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC Mobiele partitie erplaatsen met behulp an SMIT Problemen oplossen oor partition mobility Problemen oplossen oor Actie partition mobility Problemen oplossen oor Inactie partition mobility Virtual I/O Serer-fouten Lie Partition Mobility op systemen beheer door IVM Partition Mobility-oerzicht oor IVM Voordelen an partition mobility Partition Mobility-proces oor IVM Configuratiealidatie oor partition mobility Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is erplaatst Compatibiliteitswerkstanden Definities an compatibiliteitswerkstanden oor Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility Partition Mobility-omgeing Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing Voorbereiden oor partition mobility Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partition mobility Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility i Power Systems: Lie Partition Mobility

7 Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility Controleren hoeeel fysieke glasezelpoorten beschikbaar zijn op de doelbeheerpartitie Controleren an de configuratie oor partition mobility De mobiele partitie erplaatsen Kennisgeingen Informatie oer programmeerinterfaces Handelsmerken Voorwaarden en bepalingen Inhoudsopgae

8 i Power Systems: Lie Partition Mobility

9 Lie Partition Mobility Lie Partition Mobility, een component an de hardwarefunctie PowerVM Enterprise Edition, biedt de mogelijkheid om logische partities an AI, IBM i en Linux te erplaatsen an het ene systeem naar het andere. Het mobiliteitsproces draagt de systeemomgeing oer, met inbegrip an de tatus, geheugen, aangesloten irtuele apparaten en erbonden gebruikers. Met Actie partition mobility kunt u logische partities an AI, IBM i, en Linux die draaien erplaatsen, met inbegrip an het besturingssysteem en toepassingen, an het ene systeem naar het andere. De logische partitie en de toepassingen die erop worden uitgeoerd, hoeen niet te worden afgesloten. Met Inactie partition mobility kunt u een uitgeschakelde logische partitie an AI, IBM i, of Linux erplaatsen an het ene systeem naar het andere. Met de Hardware Management Console (HMC), de IBM Systems Director Management Console (SDMC) of de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u een actiee of inactiee logische partitie erplaatsen an de ene serer naar de andere. Omdat de HMC en SDMC altijd het laatst geactieerde profiel erplaatsen, kan een inactiee logische partitie die nooit is geactieerd niet worden erplaatst. Voor inactiee partition mobility selecteert u de partitiestatus die is gedefinieerd in de hyperisor of selecteert u de configuratiegegeens zoals gedefinieerd in het laatst geactieerde profiel op de bronserer. Met de IVM kunt u een logische partitie erplaatsen die nog nooit is geactieerd. U kunt Lie Partition Mobility niet gelijktijdig in twee richtingen uitoeren. Bijoorbeeld: Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie erplaatsen an de doelserer naar de bronserer. Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie erplaatsen an de doelserer naar een andere serer. Verwante informatie: DB2 and System p irtualization: Performance and best practices DB2 and the Lie Partition Mobility feature of PowerVM on IBM System p using storage area network (SAN) storage IBM PowerVM Lie Partition Mobility Nieuw in Lie Partition Mobility Informatie oer nieuwe of gewijzigde informatie in Lie Partition Mobility sinds de orige update an deze erzameling onderwerpen. April 2014 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor mobiele partities die logische SR-IOV-poorten hebben: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76 De mobiele partitie erplaatsen met behulp an de HMC op pagina 98 Copyright IBM Corp. 2010,

10 Oktober 2013 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Het olgende onderwerp is bijgewerkt oor gemeenschappelijke pools: De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 Het olgende onderwerp is bijgewerkt oor irtuele Ethernet-adapters: Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 86 Het olgende onderwerp is bijgewerkt oor fysieke olumes: De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor PPRC (Peer-to-Peer Remote Copy) en N_Port ID Virtualization (NPIV-adapters): Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility op pagina 88 De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 94 Het olgende nieuwe onderwerp betreft erbeteringen in de partition mobility-prestaties: Verbeteren an de prestaties an partition mobility op pagina 68 Eacuatie an serer op pagina 69 Het olgende bijgewerkte onderwerp betreft de synchronisatie an de huidige configuratiemogelijkheden: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 September 2013 Het olgende onderwerp is bijgewerkt oor de IBM Power ESE (8412-EAD)-serer. Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Augustus 2013 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de IBM PowerLinux 7R4 (8248-L4T)-serer. Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 Juni 2013 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de IBM Power 710 Express (8268-E1D)-serer. Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 Maart 2013 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor de serers IBM Power 710 Express (8231-E1D), IBM Power 720 Express (8202-E4D), Power 730 Express (8231-E2D), IBM Power 740 Express (8205-E6D), IBM Power 750 (8408-E8D) en IBM Power 760 (9109-RMD). Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 2 Power Systems: Lie Partition Mobility

11 Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 De olgende onderwerpen zijn nieuw oor mobiele partities die gebruikmaken an het VSN (irtual serer network): Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt op pagina 66 De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen op pagina 66 Configuratie an de Virtual I/O Serer oor de VSN-functie op pagina 79 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt oor mobiele partities die gebruik maken an VSN: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 86 De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 102 Februari 2013 In de inhoud zijn de olgende updates aangebracht. Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Oktober 2012 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Extra informatie oer de serers IBM Power 770 (9117-MMD) en IBM Power 780 (9179-MHD). Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Extra informatie oer de IBM BladeCenter PS700 Express-, IBM BladeCenter PS701 Express-, IBM BladeCenter PS702 Express-, IBM BladeCenter PS703 Express- en IBM BladeCenter PS704 Express-serers: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 De olgende informatie is toegeoegd oor mobiele partities die zijn geconfigureerd met een erhouding tussen erwerkingseenheden en irtuele processor an minder dan 0,1 en groter of gelijk aan 0,05: Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer op pagina 65 De olgende informatie is bijgewerkt oor mobiele partities die zijn geconfigureerd met een erhouding tussen erwerkingseenheden en irtuele processor an minder dan 0,1 en groter of gelijk aan 0,05: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 De olgende informatie is nieuw oor het erhoogde aantal gelijktijdige migratiebewerkingen: Lie Partition Mobility-pseudoapparaat op pagina 43 Kenmerken oor een partition mobility-bewerking opgeen met behulp an de VIOS op pagina 43 Kenmerken oor een partition mobility-bewerking opgeen met behulp an de HMC op pagina 44 VIOS-configuratieopties oor optimalisatie an de prestaties an partition mobility op pagina 45 De olgende informatie is bijgewerkt oor het erhoogde aantal gelijktijdige migratiebewerkingen: Matrix oor firmwareondersteuning oor partition mobility op pagina 58 De olgende informatie is bijgewerkt oor beeiligde IP-tunnels: Lie Partition Mobility 3

12 Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 87 De olgende informatie is bijgewerkt oor mobiele partities waaroor u de poortnaam oor het glasezelkanaal tijdens de partitiemigratie kunt opgeen: Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 97 De olgende informatie is bijgewerkt oor de DPO (Dynamic Platform Optimizer)-functie: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility op pagina 35 Mei 2012 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. De olgende informatie is nieuw oor partities ie kunnen worden erplaatst an het ene systeem naar het andere: Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor migratie an mobiele IBM i-partities op pagina 65 Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt op pagina 65 Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt op pagina 66 Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren op pagina 78 De olgende informatie is bijgewerkt oor IBM i-partities die kunnen worden erplaatst an het ene systeem naar het andere: Lie Partition Mobility op pagina 1 Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Compatibiliteitswerkstanden op pagina 18 Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen op pagina 46 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat op pagina 74 De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76 De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 101 De olgende informatie is bijgewerkt oor mobiele partities die kunnen werken met de oorziening Trusted Firewall: Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 47 December 2011 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Op devios ersion of nieuwer, kunt u een cluster maken die bestaat uit tot ier VIOS-partities die een erbinding hebben met de gemeenschappelijke geheugenpool. Deze cluster heeft toegang tot gedistribueerd geheugen. De onderstaande informatie is nieuw of bijgewerkt oor gemeenschappelijke pools: De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 4 Power Systems: Lie Partition Mobility

13 Oktober 2011 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Informatie is toegeoegd oor de IBM Power 710 Express (8231-E1C)-, IBM Power 720 Express (8202- E4C)-, IBM Power 730 Express (8231-E2C)-, en IBM Power 740 Express (8205-E6C)-serers. Tabel 1. Nieuwe of bijgewerkte informatie oer serers met POWER7- Hardware Management Console (HMC) Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Integrated Virtualization Manager (IVM) Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 Informatie is toegeoegd oor de IBM Power 770 (9117-MMC)- en IBM Power 780 (9179-MHC)-serers. Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Met de HMC ersie 7 release of hoger en POWER7-erers met firmwareersie 7.4 of hoger, kunt u de Virtual Trusted Platform Module (VTPM) inschakelen op een logische AI-partitie. Een logische partitie die is ingeschakeld oor VTPM, is geschikt oor de oorziening Trusted Boot. Trusted Boot is is een functie die wordt ondersteund op de PowerSC Standard Edition. De olgende informatie is nieuw of bijgewerkt oor partities die kunnen werken met de oorziening Trusted Boot: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot op pagina 63 Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 64 Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer op pagina 64 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 101 Mei 2011 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. De olgende informatie is bijgewerkt oor de serers IBM BladeCenter PS703 Express en IBM BladeCenter PS704 Express: Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 Met de Hardware Management Console (HMC) ersie of hoger, en op gebaseerde PO- WER7-serers met firmware-ersie 7.3 of nieuwer, kunt u Lie Partition Mobility gratis ealueren met de functie Proefperiode Lie Partition Mobility zonder de hardwarefunctie PowerVM Enterprise Edition. Onderstaande informatie is nieuw of gewijzigd oor Trial Lie Partition Mobility: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Met de HMC ersie of hoger en op een serer met POWER7- met firmware-ersie 7.3 of hoger, kunt u een logische IBM i-partitie met het besturingssysteem en toepassingen onderbreken, en de status an de logische partitie opslaan naar permanent geheugen. U kunt de bediening an de logische IBM i-partitie heratten op hetzelfde systeem. Onderstaande informatie is nieuw of gewijzigd oor IBM i-partities met de functie Onderbreken/Heratten: De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 102 De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC op pagina 102 Lie Partition Mobility 5

14 December 2010 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. In VIOS ersie , Fixpack 24, Sericepack 1, kunt u een cluster maken an slechts één VIOSpartitie die is aangesloten op de gemeenschappelijke opslagpool en toegang heeft tot gedistribueerd geheugen. De olgende informatie is bijgewerkt oor gemeenschappelijke opslagpools: De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 HMC Versie , of hoger, kunt u gebruiken oor het aanhouden an een logische AI- of Linuxpartitie, inclusief besturingssysteem en toepassingen, waarbij de irtuele sererstatus wordt opgeslagen in permanent geheugen. In een later stadium kunt u het gebruik an de logische partitie heratten. Onderstaande informatie is nieuw of gewijzigd oor -partities met de functie Onderbreken/Heratten: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken. op pagina 62 De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer op pagina 63 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen op pagina 89 De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 101 De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 102 De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC op pagina 102 Problemen oplossen oor Actie partition mobility op pagina 103 September 2010 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Informatie is toegeoegd oor de IBM Power 710 Express (8231-E2B)-, IBM Power 730 Express (8231- E2B)-, IBM Power 720 Express (8202-E4B)-, IBM Power 740 Express (8205-E6B)- en IBM Power 795 (9119-FHB)-serers. Tabel 2. Nieuwe of bijgewerkte informatie oer serers met POWER7- Hardware Management Console (HMC) Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Integrated Virtualization Manager (IVM) Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 Nieuwe informatie oer de compatibiliteit an de firmwarenieaus op de bron- en doelserers. De onderstaande informatie is nieuw of bijgewerkt oor firmwarenieaus: Matrix oor firmwareondersteuning oor partition mobility op pagina 58 Maart 2010 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Sommige mobiele AI-partities die werken met een Host Ethernet Adapter, kunnen in Actie partition mobility worden opgenomen met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). De olgende informatie is nieuw of bijgewerkt oor Actie partition mobility met behulp an SMIT: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76 Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie op pagina 85 6 Power Systems: Lie Partition Mobility

15 De mobiele partitie erplaatsen op pagina 98 De mobiele partitie erplaatsen met behulp an de HMC op pagina 98 Mobiele partitie erplaatsen met behulp an SMIT op pagina 103 Februari 2010 De olgende updates zijn aangebracht in de inhoud. Informatie toegeoegd oor IBM Power Systems-serers die beschikken oer een POWER7-processor. Tabel 3. Nieuwe of bijgewerkte informatie oer serers met POWER7- Hardware Management Console (HMC) Voordelen an partition mobility op pagina 8 Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility op pagina 35 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76 Integrated Virtualization Manager (IVM) Voordelen an partition mobility op pagina 8 Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 111 Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 129 Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partition mobility op pagina 145 De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 147 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. De olgende informatie is bijgewerkt oor compatibiliteitswerkstanden oor POWER7-. Tabel 4. Nieuwe of bijgewerkte informatie oer compatibiliteitswerkstanden oor POWER7- HMC Compatibiliteitswerkstanden op pagina 18 Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility op pagina 25 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility op pagina 30 Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 80 IVM Compatibiliteitswerkstanden op pagina 18 Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility op pagina 25 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility op pagina 30 Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 129 De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 149 Lie Partition Mobility 7

16 In HMC , of hoger, kunt u het partitieprofielbeleid selecteren oor Inactie partition mobility. U selecteert hierbij de partitiestatus die is gedefinieerd op de hyperisor, of u selecteert de configuratiegegeens die zijn gedefinieerd in het laatst geactieerde profiel op de bronserer. De olgende informatie is nieuw of bijgewerkt oor het selecteren an het partitieprofielbeleid oor Inactie partition mobility: Lie Partition Mobility op pagina 1 Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility op pagina 35 Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partition mobility-omgeing op pagina 45 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partition mobility op pagina 61 Voor mobiele partities op serers met POWER7- of recentere en HMC , of hoger, kunt u het geheugen an de mobiele partitie comprimeren en daardoor mogelijk de geheugenereisten oor een werklast erminderen. De olgende informatie is nieuw of bijgewerkt oor het comprimeren an het geheugen an de mobiele partitie: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion op pagina 62 De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 Lie Partition Mobility op systemen beheerd door HMC Met de Hardware Management Console (HMC) kunt u een actiee of inactiee logische partitie erplaatsen an de ene serer naar een andere. Partition Mobility-oerzicht oor HMC Meer informatie oer de oordelen an partition mobility, hoe de Hardware Management Console (HMC) actiee en inactiee partition mobility uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem naar een ander te erplaatsen. Verwante taken: Voorbereiden oor partition mobility op pagina 52 U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an het bron- naar het doelsysteem. Hierbij controleert u de configuratie an de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische partities met Virtual I/O Serer, de mobiele partitie, de configuratie an het irtueel geheugen en de configuratie an het irtuele netwerk. Voordelen an partition mobility Partition Mobility biedt flexibiliteit op het gebied an systeembeheer en is ontworpen om de beschikbaarheid an systemen te erbeteren. Bijoorbeeld: U kunt oorkomen dat hardware of firmware als geolg an onderhoudswerkzaamheden offline moet worden gezet door logische partities naar een andere serer te erplaatsen en erolgens het onderhoud te errichten. Partition Mobility kan u hierbij helpen door rond geplande onderhoudswerkzaamheden te werken. U kunt oorkomen dat een serer een tijd niet beschikbaar is door logische partities naar een andere serer te erplaatsen en erolgens de upgrade uit te oeren. Zo kunt uw taken zonder onderbreking oortzetten. 8 Power Systems: Lie Partition Mobility

17 Als een serer een potentiële storing aanduidt, kunt u de logische partities eran naar een andere serer erplaatsen oordat de storing optreedt. Partition Mobility kan u helpen bij het ermijden an onoorziene storingen. U kunt de werkbelasting op kleine, te weinig gebruikte serers combineren op één grote serer. U kunt de werkbelasting naar andere serers oerbrengen om resourcegebruik en de werkbelasting te optimaliseren binnen uw computeromgeing. Actie partition mobility stelt u in staat de werkbelasting te reguleren en zorgt eroor dat de tijd dat het systeem offline is tot een minimum beperkt blijft. Voor sommige systemen kunt u de toepassingen an een serer erplaatsen naar een geüpgraded serer, met behulp an IBM PowerVM Editions Lie Partition Mobility of de AI Lie Application Mobility-software, zonder dat dat an inloed is op de beschikbaarheid an de toepassingen. Hoewel partition mobility tal an oordelen heeft, kunt u er de olgende functies niet mee uitoeren: Partition Mobility biedt geen automatische afstemming an de werkbelasting. Partition Mobility biedt geen oerbrugging naar nieuwe functies. U dient logische partities opnieuw op te starten en mogelijk opnieuw te installeren om nieuwe functies te kunnen benutten. Partition Mobility-proces Informatie oer hoe de Hardware Management Console (HMC) een actiee of inactiee logische partitie erplaatst an de ene naar een andere serer. In de onderstaande tabel worden de stappen beschreen die plaatsinden tijdens het proces an Actie en Inactie partition mobility op de HMC. Tabel 5. De stappen an het proces an Actie en Inactie partition mobility op de HMC Partition Mobility-stap Actie Mobility-stap Inactie Mobilitystap 1. Controleer of aan alle oorwaarden is oldaan en zorg eroor dat alle oorbereidende taken zijn uitgeoerd. 2. U sluit de mobiele partitie af. 3. U start partition mobility met behulp an de wizard Partitiemigratie op de HMC. Lie Partition Mobility 9

18 Tabel 5. De stappen an het proces an Actie en Inactie partition mobility op de HMC (erolg) Partition Mobility-stap 4. De HMC extraheert de beschrijingen an de fysieke apparatuur oor alle fysieke adapters op de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer. Aan de hand an de geëxtraheerde informatie stelt de HMC ast of de Virtual I/O Serer-partities (VIOS) op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Hierbij wordt ook gecontroleerd of de VIOS-partities op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar hebben oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. De HMC gebruikt al deze informatie oor het genereren an een lijst an aanbeolen toewijzingen oor irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. Waar mogelijk zorgt de HMC dat de olgende configuraties behouden blijen: Multipath I/O-configuraties. Virtuele sleuftoewijzingen oor irtuele sereradapters op de VIOSpartities. Door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op de VIOS-partities. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters op de VIOS-partities. De HMC beeldt een lijst af an aanbeolen toewijzingen (plus alle mogelijke toewijzingen) oor irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. U kunt gebruikmaken an de toewijzingen die door de HMC worden aanbeolen, maar u kunt ook andere toewijzingen kiezen oor de irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. 5. De HMC bereidt de bron- en doelomgeingen oor op partition mobility. Deze oorbereiding omat ook het gebruik an de toewijzingen uit stap 4 oor het toewijzen an irtuele adapters op de mobiele partitie aan irtuele adapters op de VIOS-partities op de doelserer. 6. De HMC brengt de status oor de logische partitie in de bronomgeing oer naar de doelomgeing. Deze oerdracht omat alle partitieprofielen die aan de mobiele partitie zijn gekoppeld. De HMC past de actiee partitieprofielen an de mobiele partitie zodanig aan dat ze een afspiegeling ormen an de nieuwe toewijzingen an irtuele adapters op de doelserer. 7. De HMC houdt de mobiele partitie op de bronserer aan. De bronpartitie gaat erder met het oerbrengen an de partitiestatus naar de logische doelpartitie. Actie Mobility-stap In Actie Partition Mobility inden dan de olgende aanullende stappen plaats: De bronpartitie haalt de partitiestatus op uit de bronserer en geeft deze ia het netwerk door aan de doelpartitie. De doelpartitie ontangt de partitiestatus en kent deze toe aan de doelserer. 8. De hyperisor herat de mobiele partitie op de doelserer. Inactie Mobilitystap 10 Power Systems: Lie Partition Mobility

19 Tabel 5. De stappen an het proces an Actie en Inactie partition mobility op de HMC (erolg) Partition Mobility-stap 9. De HMC oltooit de migratie. Alle resources die eerder in gebruik waren door de mobiele partitie op de bronserer, worden opnieuw teruggehaald door de bronserer: De HMC erwijdert de irtuele SCSI-adapters en de irtuele glasezeladapters (die waren gekoppeld aan de mobiele partitie) uit de VIOS-bronpartities. De HMC erwijdert de irtuele SCSI-adapters, de irtuele Ethernetadapters en de irtuele glasezeladapters (die aan de mobiele partitie waren gekoppeld) uit de partitieprofielen die aan de VIOS-partities op de bronserer zijn gekoppeld. Voor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen deactieert de HMC het apparaat oor pagingruimte dat werd gebruikt door de mobiele partitie en wordt dit apparaat beschikbaar gesteld oor gebruik door andere gemeenschappelijke geheugenpartities. 10. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. (De processor- en geheugenresources die zijn geconfigureerd oor de mobiele partitie worden feitelijk pas toegewezen wanneer u de mobiele partitie actieert op de doelserer.) 11. Na afloop oert u dierse ereiste taken uit, zoals het toeoegen an ast toegewezen I/O-adapters aan de mobiele partitie of het toeoegen an de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep. Actie Mobility-stap Inactie Mobilitystap Configuratiealidatie oor partition mobility Informatie oer de taken die u met de wizard Partitiemigratie an de Hardware Management Console (HMC) kunt uitoeren oor het controleren an de systeemconfiguratie oor actiee en inactiee partition mobility. U moet uw omgeing controleren oordat u een actiee logische partitie gaat migreren. Met de alidatiefunctie an de HMC kunt u uw systeemconfiguratie controleren. Als de HMC een configuratieof erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. In de olgende tabellen worden de alidatietaken ermeld die de HMC uitoert om te controleren of de bron- en doelsystemen gereed zijn oor actiee of inactiee partition mobility. Algemene compatibiliteit Tabel 6. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility Validatietaak Controleren of de HMC die de bronserer beheert, juist kan communiceren met de HMC die de doelserer beheert, als ze erschillende HMC's zijn. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Lie Partition Mobility 11

20 Tabel 6. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak Controleren of de erbindingen oor resourcebewaking en besturing (RMC) tot stand zijn gebracht. Controleren an de mogelijkheden en compatibiliteit oor mobiliteit. Controleren an het actuele aantal migraties ten opzichte an het ondersteunde aantal migraties. Taak an actiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de mobiele partitie, de bron- en doelpartities an de Virtual I/O Serer (VIOS) en met de erbinding tussen de bron- en doel-msp's (moer serice partitions). Controleren an de bron- en doelserers, de hyperisor, de VIOS-partities en de MSP's (moer serice partitions). Controleren of het aantal actiee migraties niet strijdig is met het aantal ondersteunde actiee migraties. Taak an inactiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de VIOSbron- en doelpartities. Controleren an de VIOS en de hyperisor. Controleren of het aantal inactiee migraties niet strijdig is met het aantal ondersteunde inactiee migraties. Serercompatibiliteit Tabel 7. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility Validatietaak Controleren of de ereiste erwerkingsresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Controleren of de ereiste geheugenresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Taak an actiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. Voor een mobiele partitie, die werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleren of een pool an gemeenschappelijk geheugen is geconfigureerd op de doelserer en of deze pool beschikt oer oldoende fysiek geheugen om te oldoen aan de ereisten oor geresereerd geheugen oor de mobiele partitie. Taak an inactiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. 12 Power Systems: Lie Partition Mobility

21 Tabel 7. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak Controleren of de ereiste I/O-adapterresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Tijdens de alidatie extraheert de HMC de beschrijing an elke irtuele adapter op de VIOS-partities op de bronserer. Aan de hand an de de geëxtraheerde informatie stelt de HMC ast of de VIOS-partities op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Bij deze bewerking wordt ook gecontroleerd of de VIOS-partities op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar hebben oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. Controleren of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. Als de mobiele partitie werkt met Actie Memory Expansion, controleert de HMC of de doelserer ondersteuning biedt oor Actie Memory Expansion. Als de mobiele partitie geschikt is oor aanhouden, controleert de HMC of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die kunnen worden aangehouden. Als de mobiele partitie geschikt is oor de oorziening Trusted Boot, stelt de HMC ast of de doelserer ondersteuning biedt oor mobiele partities die kunnen werken met Trusted Boot. Met de firmware op nieau 7.6 of hoger kunt u configureren dat irtuele werken met slechts 0,05 erwerkingseenheden per irtuele processor. Houd rekening met de olgende beperkingen wanneer u een partitie migreert naar een serer met firmware op nieau 7.4 of lager. Het minimumaantal erwerkingseenheden moet worden ingesteld op een waarde die het resultaat is an de olgende berekening: 0,1 het minimumaantal irtuele dat u selecteert oor de partitie. Het maximumaantal erwerkingseenheden moet worden ingesteld op een waarde die het resultaat is an de olgende berekening: 0,1 het maximumaantal irtuele dat u selecteert oor de partitie. Voordat u partities migreert die werken met 0,05 erwerkingseenheden per irtuele processor, moet u eroor zorgen dat de huidige erhouding tussen toegewezen erwerkingseenheden en irtuele ten minste 0,1 is. Lie Partition Mobility 13

22 Tabel 7. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak Als de mobiele partitie logische poorten an het type single root I/O irtualization (SR-IOV) heeft, kan die mobiele partitie niet naar de doelserer worden gemigreerd. SR-IOV is een specificatie an de Peripheral Component Interconnect Special Interest Group waarmee meerdere partities die tegelijkertijd in een enkele computer actief zijn, een PCIe-apparaat (Peripheral Component Interconnect-Express) gemeenschappelijk kunnen gebruiken. Vanaf HMC Versie 7 Release kunt u de schakelwerkstand VEPA (Virtual Ethernet Port Aggregator) toewijzen aan irtueel Ethernet-switches die worden gebruikt door de irtueel Ethernet-adapters an de mobiele partitie. Als op de irtuele Ethernet-switch die wordt gebruikt door de irtuele Ethernet-adapter an de logische partitie, de VEPA schakelwerkstand (switching) kan worden gebruikt, maakt de logische partitie gebruik an Virtual Serer Network (VSN). Maakt de mobiele partitie op de bronserer gebruik an VSN, controleer dan of de doelserer eeneens gebruikmaakt an VSN. Als de HMC an Versie 7, Release of hoger is, ondersteunt de mobiele partitie synchronisatie an de huidige configuratiemogelijkheden. Controleer op de doelserer of de HMC an Versie 7, Release of hoger is. Als oor een migratie an op afstand de HMC op de bronserer an Versie 7, Release of hoger is, terwijl de HMC op de doelserer an een lagere ersie is dan Versie 7, Release 7.8.0, is het huidige configuratieprofiel niet zichtbaar op de doelserer. Als de HMC op de bronserer an een lagere ersie is dan Versie 7, Release 7.7.0, terwijl de HMC op de doelserer an Versie 7 Release of hoger is, wordt het huidige configuratieprofiel gemaakt op de doelserer. Wanneer u een serer erbindt met een HMC an een lagere ersie dan Versie 7, Release 7.8.0, terwijl de serer eerder al was erbonden met een HMC an Versie 7, Release 7.8.0, wordt het laatste geldige configuratieprofiel beschouwd als een standaard profiel. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit 14 Power Systems: Lie Partition Mobility

23 VIOS-compatibiliteit Tabel 8. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities, oor actiee en inactiee partition mobility Validatietaak Taak an actiee mobiliteit Controleren of alle ereiste I/O-apparaten ia een VIOSpartitie zijn erbonden met de mobiele partitie. Er zijn hierbij geen fysieke adapters toegewezen aan de mobiele partitie en er zijn geen irtuele seriële adapters aanwezig in een irtuele sleuf met een hoger nummer dan 1. Controleren of er geen irtuele SCSI-schijen met logische backupolumes zijn en of er geen irtuele SCSIschijen aan interne schijen zijn gekoppeld (niet in het SAN). Controleren of de irtuele SCSI-schijen an de logische partitie toegankelijk zijn ia de VIOS-partitie op de doelserer. Controleren of het resereringsbeleid an de fysieke olumes hetzelfde is oor de VIOS-bron- en doelpartities. Controleren of de ereiste irtueel-lan-id's die beschikbaar zijn op de VIOS-doelpartities kunnen worden behouden op de VIOS-doelpartities. Controleren of de sleuf-id's an de irtuele sereradapters op de VIOS-bronpartities kunnen worden behouden op de VIOS-doelpartities. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's an de irtuele sereradapters op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Controleren of de redundantieconfiguratie an de VIOSpartities op het bronsysteem kan worden bewaard op het doelsysteem. In sommige situaties kunt u een logische partitie erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie. Taak an inactiee mobiliteit Lie Partition Mobility 15

24 Tabel 8. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities, oor actiee en inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak De olgende configuratie controleren oor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen: Het aantal actiee VIOS-partities (erolgens VIOS-pagingpartities genoemd) dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Of een apparaat oor pagingruimte beschikbaar is op de doelserer en of dit apparaat oldoet aan de olgende ereisten: De door u opgegeen redundantieoorkeuren. De grootteereisten oor de mobiele partitie (het apparaat moet minstens zo groot zijn als het maximale logische geheugen oor de mobiele partitie). U geeft bijoorbeeld op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities op de doelserer. U kunt de mobiele partitie erplaatsen als op de doelserer de olgende configuratie aanwezig is: Er zijn twee VIOS-partities oor paging toegewezen aan de gemeenschappelijke geheugenpool. Er is een beschikbaar apparaat oor pagingruimte aanwezig. Het apparaat oor pagingruimte oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Beide VIOS-pagingpartities op de doelserer hebben toegang tot het apparaat oor pagingruimte. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Compatibiliteit an de mobiele partitie Tabel 9. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd om te controleren of de mobiele partitie met succes kan worden erplaatst naar de doelserer, met behulp an actiee of inactiee partition mobility Validatietaak Controleren of het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI, IBM i of Linux is. Controleren of de mobiele partitie een actief partitieprofiel heeft op de HMC. Controleren of de mobiele partitie, het besturingssysteem en de toepassingen an de partitie geschikt zijn oor migratie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Het besturingssysteem AI geeft de aanraag door aan de toepassingen en kerneluitbreidingen die op de hoogte moeten worden gehouden an eents op het gebied an dynamische herconfiguratie. Het besturingssysteem accepteert de migratie of weigert deze. Controleren of de mobiele partitie niet als redundante logische partitie oor het rapporteren an fouten fungeert. 16 Power Systems: Lie Partition Mobility

25 Tabel 9. Validatietaken die op de HMC worden uitgeoerd om te controleren of de mobiele partitie met succes kan worden erplaatst naar de doelserer, met behulp an actiee of inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak Controleren of de mobiele partitie niet in een werkbelastinggroep oor partities is opgenomen. Controleren an de uniekheid an de irtuele MACadressen of de mobiele partitie. Controleren an de status an de mobiele partitie. Controleren of de naam an de mobiele partitie nog niet wordt gebruikt op de doelserer. Controleren of de mobiele partitie niet is geconfigureerd met BSR (barrier synchronization register)-arrays. Controleren of bulkpagina's niet oor de mobiele partitie zijn ingesteld. Controleren of de mobiele partitie geen Host Ethernet Adapter (of Integrated Virtual Ethernet) heeft. Opmerking: Als een mobiele AI-partitie beschikt oer een Host Ethernet Adapter, kunt u de partition mobility alideren met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). SMIT controleert de Host Ethernet Adapter-configuratie an de mobiele AI-partitie, in aanulling op het HMC-alidatieproces oor het controleren an de algehele partition mobility-configuratie. Raadpleeg oor meer informatie LPM-oerzicht. Controleren of de mobiele partitie niet bezig is met een DPO (Dynamic Partition Optimizer)-bewerking. DPO is een hyperisor-functie die wordt gestart met de HMC. Controleer of er geen band- of optische stations op de mobiele partitie zijn aangesloten, want als dat wel het geal is, mislukt de migratie. Taak an actiee mobiliteit Controleren of de mobiele partitie de status Actief of Actief heeft. Taak an inactiee mobiliteit Controleren of de mobiele partitie de status Niet geactieerd heeft. Opmerking: Als er SCSI-resereringen op NPIV-schijen (N_Port ID Virtualization) worden gebruikt die deel uitmaken an een bewerking an een inactiee partition mobility of een bewerking oor opnieuw starten op afstand, mislukken I/O-bewerkingen op deze schijf hoogstwaarschijnlijk na de bewerking an partition mobility tengeolge an resereringsconflicten. In het algemeen wordt alleen de ariabele resere_policy an het kenmerk PR_shared of PR_exclusie door het opslagsubsysteem behandeld als persistent. Een aantal opslagsubsystemen, bijoorbeeld DS8K, behandelen de reserering die wordt gebruikt door het kenmerk single_path resere_policy op een gelijksoortige manier als oor een PR (Persistent Reseration). U moet de waarde no_resere opgeen oor de parameter resere_policy oor alle NPIVschijen die gekoppeld zijn aan de bewerking oor inactiee partition mobility of de bewerking oor opnieuw starten op afstand. Als het opslagsubsysteem de reserering als persistent markeert, moet u de reserering uit het opslagsubsysteem wissen of de serer opnieuw starten in de onderhoudswerkstand en de reserering erbreken door de olgende opdracht op de opdrachtregel an HMC uit te oeren: dersr -f -l hdisk. Het minimale nieau an AI dat ereist is oor de opdracht dersr is AI 6.1 Technology Leel 8 of AI 7.1 Technology Leel 1. Verwante taken: Lie Partition Mobility 17

26 Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 97 Met de wizard Partitiemigratie op de Hardware Management Console (HMC) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partition mobility. Als de HMC een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Verwante informatie: dersr-opdracht De functie Dynamic Platform Optimizer Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is erplaatst Bij het erplaatsen an een logische partitie an de ene serer naar een andere kunnen sommige kenmerken eranderen (bijoorbeeld het ID an de logische partitie) en bepaalde kenmerken blijen hetzelfde (zoals de configuratie an de logische partitie). De olgende tabel geeft een oerzicht an de kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en an de kenmerken die kunnen eranderen nadat u de logische partitie naar de doelserer hebt erplaatst. Tabel 10. Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en kenmerken die kunnen eranderen nadat de logische partitie naar de doelserer is erplaatst Kenmerken die gelijk blijen Kenmerken die kunnen eranderen De naam an de logische partitie Het ID-nummer an de logische partitie Het type an de logische partitie (ast toegewezen of gemeenschappelijke processor) De configuratie an de logische partitie De processorarchitectuur De SMT-status (Simultaneous Multi-Threading) an elke processor De irtuele MAC-adressen, IP-adressen en de LUNtoewijzing aan de doelapparatuur Het type, model en serienummer an de computer De modelklasse an de onderliggende serer De ersie en het type an de processor De frequentie an de processor De affiniteitskenmerken an de logische geheugenblokken (LMB, Logical Memory Blocks) Het maximum aantal snel erwisselbare en geïnstalleerde fysieke De grootte an de L1- en L2-cache Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. U kunt erschillende ersies uitoeren an de gebruiksomgeingen AI, IBM i, Linux, en Virtual I/O Serer in logische partities op serers op basis an POWER5-, -, +- en POWER7-. Oudere ersies an deze besturingssystemen ondersteunen niet altijd alle mogelijkheden die beschikbaar zijn bij nieuwe. Uw mogelijkheden om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, kunnen hierdoor worden beperkt. Beperking: Logische IBM i-partities kunnen alleen worden erplaatst met Hardware Management Console (HMC) Versie 7 Release of hoger en serers met POWER7- en firmware an nieau 7.3 of hoger. Een compatibiliteitswerkstand is een waarde die door de hyperisor wordt toegewezen aan een logische partitie en die de processoromgeing aangeeft waarin de logische partitie kan werken. Als u een logische partitie anaf een bepaalde bronserer erplaatst naar een doelserer met een ander type processor, maakt de compatibiliteitswerkstand het mogelijk dat de logische partitie op de doelserer zonder problemen in de desbetreffende processoromgeing kan werken. Met andere woorden: de 18 Power Systems: Lie Partition Mobility

27 compatibiliteitswerkstand stelt de doelserer in staat om de logische partitie een subset an de processormogelijkheden te bieden die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd. Verwante taken: De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 80 Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt erplaatsen naar de doelserer. De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 149 U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt erplaatsen naar de doelserer. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor : Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. In de olgende tabel wordt elk an de compatibiliteitswerkstanden beschreen en ziet u op welke serers de logische partitie met die werkstanden kunnen werken. Tabel 11. Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers POWER5 + Met de compatibiliteitswerkstand POWER5 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER5- processor. Met de compatibiliteitswerkstand kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Logische partities die werken met de compatibiliteitswerkstand oor PO- WER5-, kunnen worden uitgeoerd op serers met POWER5-, -, en +-. Beperking: Een -processor is niet in staat om alle functies an een POWER5-processor te emuleren. Op dezelfde manier kan een PO- WER7-processor niet alle functies emuleren an een - of PO- WER5-processor. Bepaalde typen prestatiebewaking zijn oor een logische partitie bijoorbeeld niet beschikbaar als de huidige compatibiliteitswerkstand an die logische partitie is ingesteld op PO- WER5. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand, kunnen werken op serers met -, +- of PO- WER7-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand + kunnen werken op serers met +- of POWER7-. Lie Partition Mobility 19

28 Tabel 11. Compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers enhanced + enhanced POWER7 default Met de compatibiliteitswerkstand enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de PO- WER6+-processor. Met de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER7- processor. De compatibiliteitswerkstand default (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand waarmee de hyperisor kan bepalen wat de huidige werkstand oor de logische partitie is. Als de geprefereerde werkstand wordt ingesteld op default, stelt de hyperisor de huidige werkstand in op de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand die de meeste functies biedt. In de meeste geallen is dit het processortype an de serer waarop de logische partitie is geactieerd. De geprefereerde werkstand is bijoorbeeld ingesteld op default en de logische partitie draait op een serer met POWER7-. De gebruiksomgeing ondersteunt de mogelijkheden an de POWER7- processor, dus de hyperisor stelt de huidige compatibiliteitswerkstand in op POWER7. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand enhanced kunnen werken op serers met -. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunnen werken op serers met +-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunnen werken op serers met POWER7-. Op welke serers een logische partitie met de geprefereerde compatibiliteitswerkstand default kan draaien, hangt af an de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. Als de hyperisor bijoorbeeld aststelt dat de actiee werkstand POWER7 is, kan de logische partitie worden uitgeoerd op serers met POWER7-. Verwante onderwerpen: Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. 20 Power Systems: Lie Partition Mobility

29 Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden: De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. De hyperisor stelt de huidige compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie in op basis an de olgende informatie: De processorfuncties die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie draait. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand die u opgeeft. Als u de logische partitie actieert, kijkt de hyperisor wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand is en wordt nagegaan of deze werkstand door de gebruiksomgeing wordt ondersteund. Is dat het geal, dan wijst de hyperisor de geprefereerde compatibiliteitswerkstand toe aan de logische partitie. Wordt de geprefereerde compatibiliteitswerkstand niet ondersteund door de gebruiksomgeing, dan wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand toe die de meeste functies biedt en die wél wordt ondersteund door de gebruiksomgeing. In de onderstaande tabel wordt aangegeen wanneer een compatibiliteitswerkstand de huidige dan wel de geprefereerde werkstand kan zijn. Tabel 12. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand POWER5 Kan het de huidige werkstand zijn? Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER5 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Nee U kunt POWER5 niet opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand. De enige situatie waarin een logische partitie kan werken in de compatibiliteitswerkstand POWER5 is wanneer dit de enige processoromgeing is die wordt ondersteund door het besturingssysteem dat in de logische partitie is geïnstalleerd. Lie Partition Mobility 21

30 Tabel 12. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Kan het de huidige werkstand zijn? Ja Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Ja + enhanced + enhanced POWER7 default De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER7 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Nee De compatibiliteitswerkstand default (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand. U kunt opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt POWER7 opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt default opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand. Trouwens, als u geen geprefereerde werkstand opgeeft, stelt het systeem de geprefereerde werkstand automatisch in op default. In de olgende tabel ziet u een oerzicht an de huidige en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand die op de erschillende typen serers worden ondersteund. Tabel 13. Ondersteunde compatibiliteitswerkstanden per type serer Type sererprocessor Serer met +- Serer met - Serer met POWER7- Ondersteunde huidige werkstanden POWER5,, +, + enhanced POWER5,, enhanced POWER5,, +, POWER7 Ondersteunde geprefereerde werkstanden default,, +, PO- WER6+ enhanced default,, enhanced default,, +, PO- WER7 22 Power Systems: Lie Partition Mobility

31 De geprefereerde compatibiliteitswerkstand is de hoogste werkstand die de hyperisor aan een logische partitie kan toewijzen. Als de geprefereerde werkstand niet wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd, kan de hyperisor de huidige werkstand wel instellen op een lagere werkstand dan de geprefereerde werkstand, maar niet op een hogere. De logische partitie draait bijoorbeeld op een POWER7-serer en u geeft POWER7 op als de geprefereerde werkstand. De gebruiksomgeing die op de logische partitie is geïnstalleerd, biedt echter geen ondersteuning oor de mogelijkheden an de POWER7-processor, maar wel oor die an de -processor. Als u de logische partitie actieert, wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand toe als actiee werkstand oor de logische partitie. is namelijk de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand met de meeste functies; deze werkstand is echter lager dan de geprefereerde werkstand, POWER7. Het is niet mogelijk om de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie dynamisch te wijzigen. Om de werkstand te wijzigen, moet u de wijziging aanbrengen, de logische partitie afsluiten en de logische partitie opnieuw starten. De hyperisor probeert dan de huidige compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand die u hebt opgegeen. Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Als u default opgeeft als geprefereerde werkstand oor een inactiee logische partitie, kunt u die partitie erplaatsen naar een serer met elk willekeurig type processor. Omdat alle serers de standaard compatibiliteitswerkstand ondersteunen, kunt u een inactiee logische partitie waaroor default is opgegeen als geprefereerde werkstand, erplaatsen naar en serer met elk type processor. Als de inactiee processor op de doelserer wordt geactieerd, blijft de geprefereerde werkstand ingesteld op default en bepaalt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie. Verwante onderwerpen: Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor : De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Opmerking: POWER7-serers bieden geen ondersteuning oor de werkstand "enhanced". Als u wilt dat een logische partitie in een "enhanced" werkstand draait, dan moet u die enhanced werkstand opgeen als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie. Wordt de bijbehorende nietenhanced werkstand door de gebruiksomgeing ondersteund, dan wijst de hyperisor de enhanced werkstand toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met andere Lie Partition Mobility 23

32 woorden: als u de werkstand + enhanced mode opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand +, dan wijst de hyperisor de werkstand PO- WER6+ enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met de werkstand enhanced is het precies hetzelfde: als u die werkstand opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand, dan wijst de hyperisor de werkstand enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Logische partities in de compatibiliteitswerkstand werken alleen op serers met -, en logische partities met de werkstand + enhanced alleen op serers met +. Als een logische partitie in de werkstand enhanced werkt, kunt u die partitie dus alleen erplaatsen naar een serer met -processor. Als een logische partitie in de werkstand PO- WER6+ enhanced werkt, kan die partitie alleen worden erplaatst naar serers met +-. Als u een logische partitie in de compatibiliteitswerkstand enhanced naar een serer met +-, dan moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in default of. Verolgens moet u de logische partitie opnieuw starten. Verwante onderwerpen: Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie: Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Verwante onderwerpen: Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. 24 Power Systems: Lie Partition Mobility

33 Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility: Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde en de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de migratie. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de migratie. Tabel 14. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an POWER7-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór migratie default POWER7 + default Actiee werkstand óór migratie POWER7, PO- WER6+, of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 Doelserer WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na migratie default POWER7 + default Actiee werkstand na migratie POWER7, PO- WER6+, of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER7 is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6+, of POWER5 is, is de actiee werkstand op de doelserer PO- WER6+, of POWER5. Lie Partition Mobility 25

34 Tabel 14. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór migratie POWER7 default + POWER7 of + Actiee werkstand óór migratie POWER7, PO- WER6+, of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 Doelserer WER6- WER6- Geprefereerde werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand an de bronserer PO- WER7 of PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, omdat de doelserer geen ondersteuning biedt oor de actiee werkstand (POWER7 of +). Is de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6 of PO- WER5, dan is de huidige werkstand an de doelserer is of POWER5. +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. 26 Power Systems: Lie Partition Mobility

35 Tabel 14. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER7- Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand óór migratie of POWER5 Doelserer WER6- Geprefereerde werkstand na migratie Actiee werkstand na migratie of POWER5 Tabel 15. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an +-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced default Actiee werkstand óór migratie +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 Doelserer WER6- Geprefereerde werkstand na migratie default + + enhanced default Actiee werkstand na migratie +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Is de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6 of PO- WER5, dan is de huidige werkstand an de doelserer is of POWER5. Lie Partition Mobility 27

36 Tabel 15. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an +-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie + + enhanced default + + enhanced Actiee werkstand óór migratie +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 Doelserer WER6- WER6- WER6- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Actiee werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund of POWER5 28 Power Systems: Lie Partition Mobility

37 Tabel 16. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an -serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand na migratie Actiee werkstand na migratie WER6- default of POWER5 WER6- default of POWER5 WER6- of POWER5 WER6- of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 WER6- default of POWER5 default + (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), of POWER5 WER6- of POWER5 of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. WER6- default of POWER5 WER7- default POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), PO- WER6 of PO- WER5 WER6- of POWER5 WER7- of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 WER7- Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility op pagina 30 Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de Lie Partition Mobility 29

38 doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 129 Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migraties waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility: Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de migratie. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de migratie. Tabel 17. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an POWER7-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand na migratie Serer met POWER7- default Serer met POWER7- default POWER7, +, of POWER5 Serer met POWER7- POWER7 Serer met POWER7- POWER7 POWER7, +, of POWER5 Serer met POWER7- + Serer met POWER7- + +, of POWER5 Serer met POWER7- Serer met POWER7- of POWER5 Serer met POWER7- default default +, of POWER5 Serer met POWER , of POWER5 Serer met POWER7- of POWER5 Serer met POWER7- POWER7 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Serer met POWER7- default Serer met - default of POWER5 30 Power Systems: Lie Partition Mobility

39 Tabel 17. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór migratie POWER7 of PO- WER6+ Doelserer Serer met - Serer met - Geprefereerde werkstand óór migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 Tabel 18. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an +-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced default + + enhanced Doelserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced default Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie +, of POWER5 +, of POWER5 of POWER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Lie Partition Mobility 31

40 Tabel 18. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an +-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced Doelserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór migratie default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Actiee werkstand na migratie POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), +, of POWER5 +, of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund of POWER5 Tabel 19. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an -serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Geprefereerde werkstand óór migratie default enhanced default enhanced default Doelserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór migratie default enhanced default Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. default Actiee werkstand na migratie of POWER5 of POWER5 enhanced of POWER5 +, of POWER5 of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), of POWER5 of POWER5 32 Power Systems: Lie Partition Mobility

41 Tabel 19. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an -serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Serer met - Geprefereerde werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand na migratie enhanced Serer met POWER7- Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility op pagina 25 Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 129 Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migraties waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility: Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Een actiee logische partitie erplaatsen an een serer met een -processortype naar een serer met een POWER7-processortype. U wilt een actiee logische partitie erplaatsen an een serer met - naar een serer met POWER7-, zodat de logische partitie gebruik kan maken an de extra mogelijkheden an de POWER7-processor. U kunt dit bereiken door het uitoeren an de olgende stappen: 1. Stel de geprefereerde compatibiliteitswerkstand in op de standaard werkstand. Als u erolgens de logische partitie actieert op de serer met -, werkt die partitie in de werkstand oor. 2. Verplaats de logische partitie naar de POWER7-serer. Zowel de huidige als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie blijft ongewijzigd totdat u de logische partitie opnieuw hebt gestart. 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op de standaardwaarde en de logische partitie draait op een serer met POWER7-, is POWER7 de hoogste beschikbare werkstand. De hyperisor stelt ast dat POWER7 de hoogste werkstand is die olledig wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die op de logische partitie wordt ondersteund, en wijzigt de huidige werkstand an de logische partitie dienoereenkomstig in POWER7. Op dit punt is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie dus POWER7; de logische partitie draait op de serer met POWER7-. Lie Partition Mobility 33

42 De actiee logische partitie terugplaatsen op de serer met - Er treedt een probleem op en u moet de actiee logische partitie terugplaatsen naar de serer met PO- WER6-. Omdat de logische partitie nu in de POWER7-werkstand draait en de POWER7- werkstand niet wordt ondersteund op de serer met -, moet u de geprefereerde werkstand oor de logische partitie zodanig aanpassen dat de hyperisor de huidige werkstand weer kan instellen op een werkstand die door de serer met - wordt ondersteund. Om de logische partitie terug te plaatsen naar de serer met -, kunt u de olgende stappen uitoeren: 1. Wijzig de geprefereerde werkstand an standaard (default) in de werkstand oor. 2. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op, stelt de hyperisor de huidige werkstand niet in op een hogere werkstand dan. Vergeet niet dat de hyperisor eerst bepaalt of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op. 3. Nu de logische partitie in de werkstand draait en de werkstand wordt ondersteund door de serer met -, kunt u de logische partitie terugplaatsen op de serer met -. Een actiee logische partitie erplaatsen tussen ongelijke typen, zonder de configuratie te wijzigen. Als het nodig is om een logische partitie regelmatig te erplaatsen, is het een goed idee om de gewenste flexibiliteit te behouden, zodat u niet oortdurend configuratiewijzigingen hoeft aan te brengen wanneer u de actiee logische partitie erplaatst tussen een serer met - en een serer met PO- WER7-. De eenoudigste manier om dit soort flexibiliteit te behouden is door te bepalen welke compatibiliteitswerkstanden door zowel de bron- als de doelserer worden ondersteund en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie instellen op de hoogste ondersteunde werkstand. Om deze flexibiliteit te bereiken, oert u de olgende stappen uit: 1. Stel de geprefereerde werkstand in op, omdat de -werkstand de hoogste werkstand is die wordt ondersteund door zowel -serers als POWER7-serers. 2. Verplaats de logische partitie an de -serer naar de POWER7-serer. 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Vergeet niet dat de hyperisor de huidige werkstand niet instelt op een werkstand die hoger is dan de geprefereerde werkstand. Eerst bepaalt de hyperisor of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand PO- WER6 door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op. 4. Voer geen configuratiewijzigingen uit om de logische partitie terug te erplaatsen naar de - serer, omdat de -werkstand wordt ondersteund op de -serer. 5. Verplaats de logische partitie terug naar de -serer. 6. Start de logische partitie opnieuw op de -serer. De hyperisor ealueert de configuratie. De hyperisor stelt ast dat de werkstand door de gebruiksomgeing wordt ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op. 34 Power Systems: Lie Partition Mobility

43 Een inactiee logische partitie erplaatsen tussen serers met ongelijke processortypen Dezelfde logica als in de oorgaande oorbeelden is an toepassing op Inactie partition mobility, met dien erstande dat oor Inactie partition mobility de huidige compatibiliteitswerkstand an niet nodig is, omdat de logische partitie inactief is. Nadat u de inactiee logische partitie naar de doelserer hebt erplaatst en de logische partitie op de doelserer hebt geactieerd, kijkt de hyperisor of de configuratie correct is en stelt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie op dezelfde manier in als het geal is wanneer u de logische partitie opnieuw start, na het uitoeren an Actie partition mobility. De hyperisor probeert de compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand. Als dat niet lukt, wordt gekeken op het met de eerstolgende hoogste werkstand wél lukt. Verwante onderwerpen: Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Partition Mobility-omgeing Informatie oer elke component an de partition mobility-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partition mobility. Componenten an de partition mobility-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische Virtual I/O Serer-bron- en doelpartities, de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Verwante taken: Voorbereiden oor partition mobility op pagina 52 U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an het bron- naar het doelsysteem. Hierbij controleert u de configuratie an de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische partities met Virtual I/O Serer, de mobiele partitie, de configuratie an het irtueel geheugen en de configuratie an het irtuele netwerk. Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility: Er zijn twee serers betrokken bij partition mobility die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt erplaatsen en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt erplaatsen. De bron- en de doelserer moeten serers zijn met - of recentere, om deel te kunnen nemen aan partition mobility. De doelserer moet oldoende processor- en geheugenresources hebben om de mobiele partitie te kunnen uitoeren. Op POWER7-serers met firmware op nieau 7.6 of hoger is ondersteuning mogelijk oor de DPO (Dynamic Platform Optimizer)-functie. DPO is een hyperisor-functie die wordt gestart met de HMC. DPO herschikt de en het geheugen oor logische partities op het systeem, oor het erbeteren Lie Partition Mobility 35

44 an de affiniteit tussen en geheugen an de logische partitie. Wanneer DPO actief is, worden mobiliteitsbewerkingen geblokkeerd oor het systeem dat wordt geoptimaliseerd. Als u de migratie wilt oortzetten, moet u wachten totdat de DPO-bewerking is oltooid of moet u de DPO-bewerking handmatig stoppen. Bulkpagina's Bulkpagina's kunnen het prestatieermogen erbeteren in specifieke omgeingen waarin taken in grote mate parallel moeten worden uitgeoerd, zoals in gepartitioneerde DB2-databaseomgeingen. U kunt minimum-, het maximum aantal en het gewenste aantal bulkpagina's opgeen dat aan een logische partitie moet worden toegewezen als u de logische partitie of het partitieprofiel maakt. Als een logische partitie gebruik maakt an bulkpagina's, is deze niet geschikt oor Actie partition mobility. Een inactiee partitiemigratie is dan wel mogelijk. De bulkpaginaresources blijen behouden in het partitieprofiel, maar het opgegeen aantal bulkpagina's is mogelijk niet beschikbaar op de doelserer, waardoor de logische partitie na afloop an de inactiee migratie mogelijk met minder of zelfs geen bulkpagina's wordt opgestart. BSR (Barrier Synchronization Register) Het register oor barrièresynchronisatie (BSR) is een geheugenregister dat is opgenomen in bepaalde die op POWER-technologie zijn gebaseerd. Een toepassing met parallelle erwerking in AI kan gebruikmaken an een BSR oor barrièresynchronisatie, waarbij de threads in de parallelle toepassing worden gesynchroniseerd. Als een logische partitie gebruikmaakt an een BSR, is deze niet geschikt oor actiee partitiemigratie. Als u BSR niet wilt uitschakelen, kunt u ook Inactie partition mobility toepassen. Pool gemeenschappelijk geheugen Gemeenschappelijk geheugen is fysiek geheugen dat is toegewezen aan de pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen en wordt gedeeld door meerdere logische partities. De pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen is een gedefinieerde collectie an fysieke geheugenblokken die worden beheerd als enkele geheugenpool door de hyperisor. Logische partities die u toewijst aan de pool an gemeenschappelijk geheugen delen het geheugen in die pool met de andere logische partities die u toewijst aan de pool. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met gemeenschappelijk geheugen, moet de doelserer ook beschikken oer een pool an gemeenschappelijk geheugen om de mobiele partitie aan toe te wijzen. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met ast toegewezen geheugen, werkt de mobiele partitie op de doelserer ook met ast toegewezen geheugen. Inactie partition mobility-beleid Voor inactiee partition mobility kunt u op de HMC een an de olgende configuraties opgeen oor de geheugen- en processorinstellingen an de mobiele partitie. Als het mogelijk is om de partitie te starten, en u selecteert de actiee configuratie als het mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit de partitiestatus, zoals gedefinieerd in de hyperisor. Als het echter niet mogelijk is de partitie te starten, of als u het laatste geactieerde profiel op de bronserer hebt geselecteerd als mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit het laatste geactieerde profiel op de bronserer. Het mobiliteitsbeleid dat u selecteert is an toepassing op alle inactiee migraties, waarbij de bronserer de serer is waarop u het beleid hebt ingesteld. Voor inactiee partition mobility-alidatie maakt de HMC gebruik an de hyperisorgegeens, of an de gegeens an het laatst geactieerde profiel, om te controleren of de partitie kan worden gemigreerd naar de doelserer. 36 Power Systems: Lie Partition Mobility

45 Verwante taken: Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52 U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Verwante informatie: Oerzicht an gemeenschappelijk geheugen Een Dynamic Platform Optimizer-bewerking stoppen Power Systems Capacity on Demand Hardware Management Console in een omgeing met partition mobility: Hier indt u informatie oer de Hardware Management Console (HMC) en hoe u de wizard Partition Migration kunt gebruiken oor het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie an de ene serer naar de andere serer. De HMC is een systeem dat beheerde systemen bestuurt, inclusief het beheer an logische partities en het gebruik an Capacity on Demand. De HMC communiceert met beheerde systemen door middel an sericetoepassingen om informatie te inden, te bundelen en oor analyse naar IBM te sturen. Bij partitiemobiliteit kunnen een of meer HMC's betrokken zijn: De bron- en de doelserer worden beheerd door één en dezelfde HMC (of een redundant paar HMC's). In dit geal moet de HMC an Versie 7, Release 7.1 zijn (of hoger). De bronserer wordt beheerd door de ene HMC en de doelserer door de andere HMC. In dit geal moeten zowel de bron-hmc als de doel-hmc oldoen aan de olgende eisen: De bron-hmc en de doel-hmc moeten aan hetzelfde netwerk zijn gekoppeld, zodat ze met elkaar kunnen communiceren. De bron-hmc en doel-hmc moeten op het nieau an Versie 7, Release 7.1 of hoger zijn. De HMC kan meerdere migraties gelijktijdig afhandelen. Het maximum aantal gelijktijdige partitiemigraties wordt echter beperkt door de erwerkingscapaciteit an de HMC. De wizard partition mobility an de HMC helpt u bij het controleren en het oltooien an een migratie. HMC bepaalt het type migratie op basis an de status an de logische partitie. Als de logische partitie de status Running (Actief) heeft, is de migratie ook actief. Als de logische partitie de status Not Actiated (Niet geactieerd) heeft, is de migratie inactief. Voorafgaand aan de migratie controleert de HMC de logische partitieomgeing. Tijdens deze controle bepaalt de HMC of de migratie kans an slagen heeft. Als de alidatie mislukt, worden in de HMC foutberichten en suggesties oor het erhelpen an de configuratieproblemen afgebeeld. Verwante taken: De HMC oorbereiden op partition mobility op pagina 69 U dient te controleren dat de Hardware Management Console (HMC) waarmee de bron- en doelserers worden beheerd, correct zijn geconfigureerd oor het erplaatsen an de mobiele partitie naar de doelserer. Lie Partition Mobility 37

46 Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing: Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Sererpartitie De mobiele partitie moet opslag- en netwerkresources ontangen an de olgende bronnen: Minimaal één logische VIOS-partitie op de bronserer. Minimaal één logische VIOS-partitie op de doelserer. De logische VIOS-partitie erschaft de mobiele partitie toegang tot dezelfde opslag anaf zowel de bronals de doelserers. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante logische VIOS-partities, ia een logische VIOS-partitie met redundante fysieke adapters, of ia beide. In de meeste geallen moet u de redundantieconfiguratie bewaren an de logische VIOS-partities op het doelsysteem. Maar in sommige situaties kunt u een logische partitie erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie. Waar mogelijk zorgt de partition mobility dat de olgende configuratiekenmerken behouden blijen: Sleuf-ID's an de irtuele sereradapters Door de gebruiker gedefinieerde namen an irtuele doelapparaten Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters. MSP (Moer Serice Partition) Voor actie partition mobility moeten de olgende logische partities als MSP's worden aangewezen: Minimaal één logische VIOS-partitie op de bronserer. Minimaal één logische VIOS-partitie op de doelserer. Een MSP (Moer Serice Partition is een logische VIOS-partitie met de olgende kenmerken: Het kenmerk oor de migratiepartitie geeft aan dat de logische VIOS-partitie actiee partitiemigratie ondersteunt. Beide VIOS-partities moeten an ersie 1.5 zijn of hoger. De bron-msp en de doel-msp communiceren met elkaar ia het netwerk. Het VASI-apparaat (Virtual Asynchronous Serices Interface) erzorgt op zowel de bron- als de doelserer de communicatie tussen de partitie en de hyperisor. Deze erbindingen maken als olgt Actie partition mobility mogelijk: Op de bronserer haalt de bronpartitie de partitiestatus an de mobiele logische partitie op uit de hyperisor. De MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer erzendt de statusgegeens an de logische partitie naar de MSP (Moer Serice Partition) op het doelsysteem. Op de doelserer installeert de MSP (Moer Serice Partition) de statusgegeens an de logische partitie op de hyperisor. VIOS-partitie oor paging Een logische VIOS-partitie die is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen (hierna VIOS-pagingpartitie genoemd) biedt toegang tot de apparaten oor pagingruimte, oor de logische partities die werken met gemeenschappelijk geheugen. Het is niet ereist dat u hetzelfde aantal VIOS-pagingpartities oor de mobiele partitie onderhoudt op de bron- en de doelserer. Zo kan een mobiele partitie die op de bronserer werkt met redundante VIOS- 38 Power Systems: Lie Partition Mobility

47 pagingpartities worden erplaatst naar een doelserer waarop slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen. Op dezelfde manier kunt u een mobiele partitie die op de bronserer werkt met een enkele VIOS-pagingpartitie op de doelserer laten werken met redundante VIOS-pagingpartities, als op de doelserer twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen. In de onderstaande tabel worden deze redundantieopties meer gedetailleerd beschreen. Bij het alideren an de configuratie oor Actie partition mobility, controleert de HMC of de VIOSpagingpartities op het doelsysteem toegang hebben tot een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie en worden daarnaast de redundantieoorkeuren gecontroleerd. De HMC selecteert apparaten oor pagingruimte en wijst deze toe aan de mobiele partitie op het doelsysteem, met behulp an dezelfde procedure als oor het actieren an de partitie. Raadpleeg oor meer informatie Apparaten oor pagingruimte op systemen die worden beheerd met een HMC. Tabel 20. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 1 Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 1 De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot het eigen apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op het doelsysteem, moet de mobiele partitie gebruik blijen maken an een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Om in deze situatie de mobiele partitie correct te erplaatsen, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef niet een redundantieoorkeur op. De HMC probeert standaard de huidige redundantieconfiguratie te handhaen op het doelsysteem. In dit geal blijft de mobiele partitie werken met een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie blijft werken met een enkele VIOSpagingpartitie oor toegang to een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOS-pagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie niet kan werken met redundante VIOS-pagingpartities, omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. De mobiele partitie blijft gebruikmaken an een enkele VIOS-pagingpartitie oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Lie Partition Mobility 39

48 Tabel 20. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie (erolg) Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 1 Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 2 De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot het eigen apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Om in deze situatie de mobiele partitie correct te erplaatsen, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef niet een redundantieoorkeur op. De HMC probeert standaard de huidige redundantieconfiguratie te handhaen op het doelsysteem. In dit geal blijft de mobiele partitie werken met een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie blijft werken met een enkele VIOSpagingpartitie oor toegang to een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u wilt dat de mobiele partitie gebruik gaat maken an redundante VIOSpagingpartities op het doelsysteem, of als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOSpagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie kan werken met redundante VIOSpagingpartities, omdat twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. De mobiele partitie werkt nu met redundante VIOS-pagingpartities oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. 40 Power Systems: Lie Partition Mobility

49 Tabel 20. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie (erolg) Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 2 Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 1 De mobiele partitie werkt met redundante VIOSpagingpartities oor toegang tot het apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer, kan de mobiele partitie niet gebruik blijen maken an redundante VIOS-pagingpartities, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. In plaats hieran moet oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte gebruik worden gemaakt an een enkele VIOS-pagingpartitie. Om in deze situatie de mobiele partitie correct te erplaatsen, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOS-pagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie niet kan werken met redundante VIOS-pagingpartities, omdat slechts één VIOS-pagingpartitie is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. In plaats hieran werkt de mobiele partitie met een enkele VIOS-pagingpartitie, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Lie Partition Mobility 41

50 Tabel 20. Redundantieopties oor VIOS-pagingpartities die zijn toegewezen aan de mobiele partitie (erolg) Aantal VIOS-pagingpartities dat wordt gebruikt door de mobiele partitie op de bronserer 2 De mobiele partitie werkt met redundante VIOSpagingpartities oor toegang tot het apparaat oor pagingruimte op het bronsysteem. Aantal VIOS-pagingpartities dat is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer 2 Om in deze situatie de mobiele partitie correct te erplaatsen, kunt u een an de olgende acties uitoeren: Geef niet een redundantieoorkeur op. De HMC probeert standaard de huidige redundantieconfiguratie te handhaen op het doelsysteem. In deze situatie blijft de mobiele partitie werken met redundante VIOS-pagingpartities, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef op dat de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities. De mobiele partitie werkt met een enkele VIOSpagingpartitie om toegang te krijgen tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Geef, indien mogelijk, op dat de mobiele partitie werkt met redundante VIOS-pagingpartities. Gebruik deze optie als u wilt dat de mobiele partitie gebruik gaat maken an redundante VIOSpagingpartities op het doelsysteem, of als u niet weet of de mobiele partitie kan werken met redundante VIOS-pagingpartities op het doelsysteem. De HMC onderzoekt of het doelsysteem is geconfigureerd oor het ondersteunen an redundante VIOSpagingpartities. In deze situatie stelt de HMC ast dat de mobiele partitie kan werken met redundante VIOSpagingpartities, omdat twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. De mobiele partitie blijft werken met redundante VIOS-pagingpartities, oor toegang tot een apparaat oor pagingruimte op het doelsysteem. Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 47 In partition mobility dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 48 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Verwante taken: De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility op pagina 71 U dient te controleren dat de logische bron- en doel-virtual I/O Serer (VIOS)-partities correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken zoals het controleren an de ersies an de VIOS-partities en het actieren an de MSP's (moer serice partitions). 42 Power Systems: Lie Partition Mobility

51 Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat op pagina 74 U kunt controleren of het gemeenschappelijk gebruikt geheugen an de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de ereisten oor grootte en configuratie an redundantie an de mobiele partitie door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: VIOS-partitie oor paging Lie Partition Mobility-pseudoapparaat: Het pseudoapparaat ioslpm0 wordt standaard gemaakt bij het installeren an Virtual I/O Serer (VIOS) Versie U kunt de kenmerken an het partition mobility-pseudoapparaat gebruiken oor het besturen an Actie partition mobility-bewerkingen. Met het pseudoapparaat worden de kenmerken opgeslagen die an inloed zijn op partition mobility-bewerkingen. Kenmerken oor een partition mobility-bewerking opgeen met behulp an de VIOS: U kunt de kenmerken oor een partition mobility-bewerking opgeen met behulp an de Virtual I/O Serer (VIOS). De opgegeen kenmerken worden opgeslagen in het pseudoapparaat ioslpm0. In de onderstaande lijst wordt aangegeen hoe u de kenmerken oor het pseudoapparaat ioslpm0 kunt opgeen met behulp an VIOS-opdrachtregel. De aan het pseudoapparaat ioslpm0 gekoppelde kenmerken kunt u afbeelden met behulp an de olgende opdracht, waarbij ioslpm0 de naam is an het pseudoapparaat: lsde -de ioslpm0 -attr U kunt de olgende kenmerken instellen: Het kenmerk cfg_msp_lpm_ops, oor het besturen an het maximumaantal gelijktijdige partition mobility-bewerkingen dat wordt ondersteund door de VIOS. U kunt het aantal gelijktijdige partition mobility-bewerkingen dat de VIOS uitoert, beperken op basis an de configuratie en werkbelasting an de VIOS. Als de VIOS bijoorbeeld is geconfigureerd met een enkele netwerkadapter an 1 GB, moet het kenmerk cfg_msp_lpm_ops worden ingesteld op een waarde an 4. De standaardwaarde oor dit kenmerk is 8 oor VIOS-ersie of hoger; daardoor ondersteunt VIOS-ersie maximaal acht gelijktijdige partition mobility-bewerkingen. Voor het uitoeren an het ondersteunde maximumaantal partition mobility-bewerkingen op de VIOS, moet deze waarde worden ingesteld op het ondersteunde maximumaantal. Het bereik oor de kenmerkwaarde is 1-8oor VIOS-ersie of hoger Het kenmerk concurrency_ll bestuurt de hoeeelheid resources die wordt toegewezen aan elke partition mobility-bewerking. De mogelijke waarden oor het kenmerk zijn 1 t/m 5. Voor optimale prestaties geeft u de waarde 1 op. Als u beschikt oer beperkte resources geeft u een waarde op an 5. De standaardwaarde 3. Het wordt oorgesteld om in alle situaties te werken met de standaardwaarde an 3. Als migraties mislukken anwege geheugenbeperkingen, kan het instellen an het kenmerk concurrency_ll op een hogere waarde an 4 of 5 het probleem erhelpen, omdat oor de migratie minder geheugenresources an de VIOS-partities worden gebruikt. Met het kenmerk lpm_msnap_succ wordt aangegeen of traceergegeens an partition mobility moeten worden opgeslagen oor geslaagde migraties. Deze gegeens hebben ondersteunende teams an IBM nodig oor het analyseren an prestatieproblemen met partition mobility. De standaardwaarde is 1, hetgeen inhoudt dat gegeens oer geslaagde partition mobility-bewerkingen worden opgeslagen. De kenmerken tcp_port_high en tcp_port_low worden gebruikt oor het besturen an het bereik aan poorten dat u kunt selecteren oor partition mobility-bewerkingen. Standaard worden beide kenmerken ingesteld op nul, hetgeen aangeeft dat elk an de efemerische poorten op de VIOS kan worden gebruikt oor partition mobility-bewerkingen. Bij het instellen an het poortbereik wordt aanbeolen dat u oldoende poorten toewijst oor het maximumaantal gelijktijdige partition mobility- Lie Partition Mobility 43

52 bewerkingen en oor enkele extra bewerkingen. Hierdoor helpt u oorkomen dat partition mobilitybewerkingen mislukken in een situatie waarin een of meer poorten in gebruik zijn door andere onderdelen an het systeem. Twee poorten worden gebruikt oor elke partition mobility-bewerking. Tabel 21. Kenmerken en definitie oor het pseudoapparaat Kenmerk Waarde Beschrijing cfg_msp_lpm_ops 8 Aantal gelijktijdige partition mobility-bewerkingen oor de MSP (moer serice partition, sericepartitie oor erplaatsing) concurrency_ll 3 Gelijktijdigheidsnieau Waar lpm_msnap_succ 1 Een mini-snapshot maken oor geslaagde migraties (wanneer een migratie wordt beëindigd, is dit de set aan informatie oer een bepaald migratie die is erzameld en opgeslagen op elke MSP (moer serice partition) die betrokken is bij de migratie) Waar max_lpm_asi 1 Maximumaantal VASI (Virtual Asynchronous Serices Interface)-adapters dat wordt gebruikt oor partition mobility-bewerkingen Aanpasbaar door gebruikers Waar Onwaar max_asi_ops 8 Maximumaantal gelijktijdige partition mobilitybewerkingen Onwaar per VASI tcp_port_high 0 Hoogste efemerische TCP-poort Waar tcp_port_low 0 Laagste efemerische TCP-poort Waar Zoals aangegeen in de boenstaande tabel, kunt u de waarden wijzigen an kenmerken die aanpasbaar zijn oor gebruikers. Als u bijoorbeeld een waarde an 5 wilt opgeen oor het kenmerk cfg_msp_lpm_ops oert u de olgende opdracht uit: chde -de ioslpm0 -attr cfg_msp_lpm_ops=5 Kenmerken oor een partition mobility-bewerking opgeen met behulp an de HMC: U kunt de kenmerken oor een partition mobility-bewerking opgeen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Ga als olgt te werk om de kenmerken an een partition mobility-bewerking op te geen ia de opdrachtregel an de HMC: 1. Voor een lijst an de kenmerken oor de partition mobility-bewerking kunt u de olgende opdracht uitoeren: waarbij: srccecnaam de naam is an de serer waarandaan u de mobiele partitie wilt erplaatsen. dstcecnaam de naam is an de serer waarnaar u de mobiele partitie wilt erplaatsen. lparnaam de naam is an de te migreren logische partitie. lslparmigr -r msp -m <srccecnaam> -t <dstcecnaam> --filter "lpar_names=<lparnaam>" 2. Met de olgende opdracht kunt u de kenmerken wijzigen oor een partition mobility-bewerking migrlpar -o set -r lpar -m <CecNaam> -p <lparnaam> -i "..." U kunt de olgende kenmerken wijzigen met behulp an de opdracht migrlpar: num_actie_migrations_configured concurr_migration_perf_leel Bijoorbeeld: 44 Power Systems: Lie Partition Mobility

53 Met de olgende opdracht kunt u het mogelijke aantal gelijktijdige migraties instellen op een waarde an 8: migrlpar -o set -r lpar -m <CecNaam> -p <lparnaam> -i "num_actie_migrations_configured=8" De standaardwaarde oor dit kenmerk is 4. Voor het uitoeren an het ondersteunde maximumaantal partition mobility-bewerkingen op de Virtual I/O Serer (VIOS), stelt u deze waarde in op de ondersteunde maximumwaarde. Met de olgende opdracht stelt u de hoeeelheid resources oor elke mobiliteitsbewerking in op een waarde an 2: migrlpar -o set -r lpar -m <CecNaam> -p <lparnaam> -i "concurr_migration_perf_leel=2" De mogelijke waarden oor dit kenmerk zijn 1 t/m 5. Een waarde an 1 geeft optimale prestaties aan, terwijl een waarde an 5 beperkte resources aangeeft. De standaardwaarde is 3. VIOS-configuratieopties oor optimalisatie an de prestaties an partition mobility: Partition Mobility-bewerkingen hebben een aanzienlijke hoeeelheid systeemresources nodig oor het behalen an maximale prestaties terwijl de stabiliteit an clients gehandhaafd blijft. Configureer de bron- en doel-msp's (moer serer partitions) met een ergelijkbare hoeeelheid erwerkingsmogelijkheden, omdat de algehele prestaties an de migratie wordt beperkt door de MSP die is geconfigureerd met de minste erwerkingsmogelijkheden. Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partition mobility-omgeing: Een mobiele partitie is een logische partitie die u an de bronserer naar de doelserer erplaatst. U kunt een mobiele partitie erplaatsen an de bronserer naar een doelserer, ongeacht of de partitie is in- dan wel uitgeschakeld. De HMC maakt op de doelserer een migratieprofiel oor de mobiele partitie dat oereenkomt met de huidige configuratie an de logische partitie. Tijdens de migratie migreert de HMC alle profielen oor de mobiele partitie naar de doelserer. Tijdens dit proces wordt alleen het actiee partitieprofiel omgezet (of een nieuw profiel als dit is opgegeen). Deze conersie behelst teens, indien nodig, het toewijzen an de irtuele SCSI-sleuf en de irtuele glasezelsleuf op de client aan de oereenkomstige irtuele SCSI-sleuf en de oereenkomstige irtuele glasezelsleuf op de Virtual I/O Serer logische partities. Het is niet mogelijk een logische partitie te migreren als er op de doelserer reeds een gelijknamige logische partitie bestaat. Als u geen profielnaam opgeeft, maakt de HMC een migratieprofiel met de huidige status an de logische partitie. Het profiel waarmee de logische partitie het laatst is geactieerd, wordt erangen door dit profiel. Als u de naam an een bestaand profiel opgeeft, erangt de HMC dit profiel door het nieuwe migratieprofiel. Als u de bestaande partitieprofielen wilt behouden, geeft u een nieuwe, unieke profielnaam op óór de migratie. Voor inactiee partition mobility kunt u op de HMC een an de olgende configuraties opgeen oor de geheugen- en processorinstellingen an de mobiele partitie. Als het mogelijk is om de partitie te starten, en u selecteert de actiee configuratie als het mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit de partitiestatus, zoals gedefinieerd in de hyperisor. Als het echter niet mogelijk is de partitie te starten, of als u het laatste geactieerde profiel op de bronserer hebt geselecteerd als mobiliteitsbeleid, worden de instellingen met betrekking tot geheugen en erkregen uit het laatste geactieerde profiel op de bronserer. Het mobiliteitsbeleid dat u selecteert is an toepassing op alle inactiee migraties, waarbij de bronserer de serer is waarop u het beleid hebt ingesteld. Lie Partition Mobility 45

54 Oerwegingen oor het configureren an I/O Wijs geen fysieke of ereiste I/O-adapters toe aan een mobiele partitie ia de actiee partitiemigratie. Alle I/O-adapters op de mobiele partitie moeten irtuele apparaten zijn. Als u de fysieke adapters op de mobiele partitie wilt erwijderen, kunt u dit doen met de taak oor het erwijderen an dynamische logische partities. Als een mobiele partities ast toegewezen adapters heeft, kan deze gewoon deelnemen aan Inactie partition mobility, maar de adapters worden wel erwijderd uit het partitieprofiel. Na een inactiee migratie worden alleen irtuele I/O-resources an de logische partitie opgestart. Als er aste I/O-resources aan de logische partitie op de bronserer waren toegewezen, worden deze resources weer beschikbaar als de logische partitie uit de bronserer wordt gewist. Verwante taken: De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76 U dient te controleren of de mobiele partitie juist is geconfigureerd om te kunnen worden erplaatst naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren ook procedures om te oldoen aan de partition mobility-ereisten oor adapters en besturingssysteem. Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen: Softwaretoepassingen kunnen zijn ontworpen om zich aan gewijzigde systeemhardware aan te passen nadat ze naar een ander systeem zijn erplaatst. Voor de meeste softwaretoepassingen in logische partities an AI, IBM i en Linux hoeft u geen wijzigingen door te oeren om ze tijdens actie partition mobility naar behoren te laten functioneren. Sommige toepassingen zijn mogelijk afhankelijk an wijzigende kenmerken tussen de bron- en de doelserer, terwijl andere toepassingen zich mogelijk moeten aanpassen oor de migratie. PowerHA (of High Aailability Cluster Multi-Processing) is op de hoogte an partition mobility. U kunt een mobiele partitie waarop wordt gewerkt met PowerHA-clustersoftware erplaatsen naar een andere serer zonder dat de PowerHA-software opnieuw hoeft te worden gestart. Dit zijn oorbeelden an toepassingen die de mogelijkheid zich aan te passen aan partition mobility ten goede zou komen: Softwaretoepassingen die gebruikmaken an processor- en geheugenaffiniteitskenmerken om hun gedrag af te stemmen. Affiniteitskenmerken kunnen als geolg an een migratie immers worden gewijzigd. De functies an de toepassing blijen oneranderd, maar er zijn mogelijk erschillen waarneembaar in het prestatieermogen. Voor toepassingen met processorbindings blijen deze bindings tijdens migraties aan dezelfde logische gekoppeld, hoewel de fysieke worden gewijzigd. Bindings dienen meestal oor dynamische-cache-doeleinden, maar de erplaatsing an fysieke processor ereist een cache-hiërarchie op het doelsysteem. Deze erandering indt meestal zeer snel plaats en is dan ook niet merkbaar. Toepassingen die zijn afgestemd op bepaalde cache-architecturen, zoals hiërarchie, grootte, regelgrootte en koppelbaarheid. Meestal betreft het hier uitsluitend hoogwaardige computertoepassingen, maar het JIT-compileerprogramma (Just-In-Time) an de Jaa Virtual Machine is ook geoptimaliseerd oor de cacheregelgrootte an de processor waarmee deze is geopend. Hulpprogramma's en hun agents oor prestatieanalyse, capaciteitsplanning en boekhouding kunnen zich meestal aan migraties aanpassen omdat zowel de performancetellers an de processor als het type en de frequentie an de processor worden gewijzigd tussen de bron- en de doelserer. Boendien moeten hulpprogramma's die een samengetelde systeembelasting op basis an de belastingen op alle gehoste logische partities uitrekenen, zich kunnen aanpassen wanneer een logische partitie uit het systeem is erwijderd of aan het systeem is toegeoegd. Werkbelastingmanagers 46 Power Systems: Lie Partition Mobility

55 Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing: In partition mobility dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Er moet ia een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter in de logische partitie an de Virtual I/O Serer (VIOS) een brug bestaan tussen het irtuele LAN en een fysiek netwerk. Het LAN moet zodanig zijn ingesteld dat de mobiele partitie na een migratie kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. Actie partition mobility stelt geen specifieke eisen aan de geheugengrootte an de mobiele partitie of het netwerk tussen de MSP's (Moer Serice Partitions). Door de geheugenoerdracht worden de actiiteit an de mobiele partitie niet onderbroken. De geheugenoerdracht kan geruime tijd duren ingeal an grootschalige geheugenconfiguratie op een traag netwerk. Wellicht is het dan ook raadzaam een snelle breedbanderbinding, zoals Gigabit Ethernet of nog sneller, in te zetten tussen de logische partities. De netwerkbandbreedte tussen de MSP's (moer serice partitions) moet 1 GB of groter zijn. Met VIOS , of hoger, kunt u IP-tunnels inschakelen tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP uitwisselt tijdens actie partition mobility. MSP's met eilige IP-tunnels ragen mogelijk iets meer erwerkingsresources. Met de Gemeenschappelijke Ethernet-adapter wordt een brug gemaakt tussen interne irtuele LAN's op het systeem en het externe netwerk zoals de firewall an het controlepunt. Met VIOS of hoger kunt u de functie Trusted Firewall gebruiken die wordt ondersteund op de PowerSC Editions. Met de oorziening Trusted Firewall kunt u functies oor interirtuele LAN-routering uitoeren met behulp an de kernelextensie SVM (Security Virtual Machine). Met behulp an deze functie kunnen mobiele partities, die zich op erschillende irtuele LAN's op dezelfde serer beinden, communiceren met behulp an de Gemeenschappelijke Ethernet-adapter. Tijdens partition mobility controleert de SVM-kernelextensie op meldingen an heratten an netwerken op een gemigreerde logische partitie. De maximale afstand tussen de bron- en doelserers wordt bepaald door de olgende factoren: De netwerk- en opslagconfiguratie in de serers. Het ermogen an de toepassingen om te blijen functioneren als de opslag oer die afstand an de serer wordt gescheiden. Als beide serers zich in hetzelfde netwerk beinden en met dezelfde gemeenschappelijke opslag zijn erbonden, slaagt de alidatie an Actie partition mobility. Hoe lang het duurt om de mobiele partitie te erplaatsen en hoe de toepassingen na afloop oer een grote afstand presteren hangt af an de olgende factoren: De netwerkafstand tussen de bron- en de doelserers. De mate waarin de toepassingen de extra opslagwachttijd kunnen afhandelen. Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing op pagina 38 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Verwante taken: Lie Partition Mobility 47

56 Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 86 U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij inbegrepen zijn taken als het maken an een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer (VIOS) en het maken an ten minste één irtuele Ethernetadapter op de mobiele partitie. Verwante informatie: Concepten an Trusted Firewall Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing: Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing op pagina 38 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Verwante taken: Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility op pagina 88 U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk. De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 94 U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: Virtuele glasezel Standaardgeheugenconfiguratie in een partition mobility-omgeing: De mobiele partitie wordt an de ene naar de andere serer erplaatst doordat de bronserer de statusinformatie an de logische partitie ia een LAN (Local Area Network) naar de doelserer erzendt. De schijfgegeens an de partitie kunnen echter niet ia een netwerk worden uitgewisseld tussen twee systemen. Om partition mobility te laten slagen, moet de mobiele partitie opslagresources gebruiken die in een SAN (Storage Area Network) worden beheerd. Door deze SAN-opslag heeft de mobiele partitie anaf zowel de bron- als de doelserer toegang tot dezelfde opslag. In de olgende afbeelding ziet u een oorbeeld an de opslagconfiguratie die ereist is oor partition mobility. 48 Power Systems: Lie Partition Mobility

57 Bronserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor Storage Area Network Fysieke opslag 1 Fysieke opslag 2 Fysieke opslag 3 Doelserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor IPHC De fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, Physical storage 3, is aangesloten op het SAN. Minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de logische Virtual I/O Serer bronpartitie wordt aangesloten op het SAN. Op dezelfde wijze wordt minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de logische Virtual I/O Serer bronpartitie aangesloten op het SAN. Als de mobiele partitie ia irtuele glasezeladapters erbinding maakt met Physical storage 3, dan moeten de fysieke adapters die zijn toegewezen aan de logische bron- en doelpartities an Virtual I/O Serer ondersteuning bieden aan N_Port ID Virtualization (NPIV). Lie Partition Mobility 49

58 De mobiele partitie kan gebruikmaken an de irtuele I/O-resources die worden geleerd door een of meer logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer. Om de mobiliteit goed te laten werken, moet u op de doelserer hetzelfde aantal logische Virtual I/O Serer-partities configureren als op de bronserer. De fysieke adapter op de logische Virtual I/O Serer bronpartitie maakt erbinding met een of meer irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer bronpartitie. Op dezelfde manier maakt de fysieke adapter op de logische Virtual I/O Serer doelpartitie erbinding met een of meer irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer doelpartitie. Als de mobiele partitie ia irtuele SCSI-adapters erbinding maakt met Physical storage 3, worden de irtuele adapters op de logischevirtual I/O Serer bron- én doelpartitie toegewezen om toegang te krijgen tot de LUN's (logical unit numbers) an Physical storage 3. Elke irtuele adapter op de logische Virtual I/O Serer bronpartitie maakt erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Op dezelfde manier maakt elke irtuele adapter op de logische Virtual I/O Serer doelpartitie erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Aan elke irtuele glasezeladapter die op een mobiele partitie (of op een willekeurige logische clientpartitie) wordt gemaakt, wordt een paar WWPN's (worldwide port names) toegewezen. Beide WWPN's an het paar worden toegewezen oor toegang tot de LUN's an de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt of aan Physical storage 3. Tijdens de normale werking gebruikt de mobiele partitie één WWPN om zich aan te melden bij het SAN en om toegang te krijgen tot Physical Storage 3. Als u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer, is er een korte periode waarin de mobiele partitie werkt op zowel de bron- als de doelserer. Omdat de mobiele partitie zich niet gelijktijdig anaf zowel de bron- als de doelserer met dezelfde WWPN kan aanmelden bij het SAN, gebruikt de mobiele partitie de tweede WWPN om zich tijdens de migratie anaf de doelserer aan te melden bij het SAN. De WWPN's an elke irtuele glasezeladapter worden mét de mobiele partitie naar de doelserer erplaatst. Als u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer, oert de HMC (die de doelserer beheert) de olgende taken uit op de doelserer: Er worden irtuele adapters gemaakt op de logische Virtual I/O Serer-doelpartitie Er wordt erbinding gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer-doelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie Redundantieconfiguraties in een partition mobility-omgeing: In sommige situaties kunt u een logische partitie erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie dan het bronsysteem. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante paden op het bronsysteem. De redundante paden kunnen redundante Virtual I/O Serer logische partities (VIOS) omatten, of logische VIOS-partities met redundante fysieke adapters, of beide. In de meeste geallen moet u oor een geslaagde partition mobility op het doelsysteem dezelfde mate an redundantie aanhouden als op het bronsysteem. Voor behoud an redundantie moet u op de bron- en doelserers hetzelfde aantal logische VIOS-partities configureren met hetzelfde aantal fysieke adapters. Maar in sommige situaties kan het nodig zijn om een logische partitie te erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie dan het bronsysteem. In die situaties krijgt u een foutmelding met het bericht dat de redundante configuratie op het bronsysteem niet kan worden gehandhaafd op het doelsysteem. Voordat u de mobiele partitie erplaatst, kunt u op een an de olgende manieren op de fout reageren: U kunt de configuratie an het doelsysteem wijzigen zodat de redundantie behouden blijft. 50 Power Systems: Lie Partition Mobility

59 U kunt - als dat mogelijk is - fouten met betrekking tot het irtueel geheugen erangen. Met andere woorden: u kunt het erlaagde redundantienieau accepteren en doorgaan met partition mobility. In de olgende tabel indt u uitleg oer de configuraties waarin u een logische partitie kunt erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie dan het bronsysteem. In een aantal an deze situaties leidt dit tot een of meer defectepaden naar de fysieke opslag nadat de mobiele partitie naar het doelsysteem is erplaatst. Tabel 22. Redundantieopties oor partition mobility Redundantiewijziging Bronsysteem Doelsysteem Redundante paden naar de fysieke opslag worden gehandhaafd. Maar de paden gaan ia afzonderlijke VIOS-partities op het bronsysteem en gaan ia dezelfde VIOS-partitie op het doelsysteem. Redundante paden naar de fysieke opslag worden niet gehandhaafd, en redundante VIOS-partities worden niet gehandhaafd. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante paden op het bronsysteem en ia één pad op het doelsysteem. Het bronsysteem heeft twee VIOSpartities. Per VIOS-partitie oorziet één fysieke glasezelkanaaladapter de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. Het bronsysteem heeft twee VIOSpartities. Per VIOS-partitie oorziet één fysieke adapter de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. (De fysieke en irtuele adapters kunnen SCSI- of glasezelkanaaladapters zijn.) Het doelsysteem heeft twee VIOSpartities. Twee fysieke glasezelkanaaladapters in de VIOSpartitie oorzien de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. Het doelsysteem heeft één VIOSpartitie. Eén fysieke adapter in de VIOS-partitie oorziet de mobiele partitie an één pad naar de bijbehorende fysieke opslag. (De fysieke en irtuele adapters kunnen SCSI- of glasezelkanaaladapters zijn.) Deze situatie leidt tot één goed en één defect pad naar de fysieke opslag. In een poging om redundantie te handhaen, maakt partition mobility twee sets irtuele adapters. De ene set irtuele adapters wordt aan de fysieke adapter toegewezen, maar de andere set kan niet worden toegewezen. De niet toegewezen erbindingen leiden tot een defect pad. De paden bestaan uit de olgende toewijzingen. De adapters zijn allemaal SCSI-adapters of allemaal glasezelkanaaladapters. Het pad naar de fysieke opslag bestaat uit de olgende toewijzingen: Een irtuele clientadapter naar een irtuele sereradapter. De irtuele sereradapter naar de fysieke adapter. De fysieke adapter naar de fysieke opslag. Het defecte pad bestaat uit een irtuele clientadapter die is toegewezen aan een irtuele sereradapter. Lie Partition Mobility 51

60 Tabel 22. Redundantieopties oor partition mobility (erolg) Redundantiewijziging Bronsysteem Doelsysteem Redundante paden naar de fysieke opslag worden niet gehandhaafd. De mobiele partitie heeft toegang tot de bijbehorende fysieke opslag ia redundante paden op het bronsysteem en ia één pad op het doelsysteem. Het bronsysteem heeft één VIOSpartitie. Twee fysieke glasezelkanaaladapters in de VIOSpartitie oorzien de mobiele partitie an redundante paden naar de bijbehorende fysieke opslag. Het doelsysteem heeft één VIOSpartitie. Eén fysieke glasezeladapter in de VIOS-partitie oorziet de mobiele partitie an één pad naar de bijbehorende fysieke opslag. Deze situatie leidt tot één goed en één defect pad naar de fysieke opslag. In een poging om redundantie te handhaen, maakt partition mobility twee sets irtuele adapters. De ene set irtuele adapters wordt aan de fysieke adapter toegewezen, maar de andere set kan niet worden toegewezen. De niet toegewezen erbindingen leiden tot een defect pad. Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele glasezeladapters Voorbereiden oor partition mobility U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an het bron- naar het doelsysteem. Hierbij controleert u de configuratie an de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische partities met Virtual I/O Serer, de mobiele partitie, de configuratie an het irtueel geheugen en de configuratie an het irtuele netwerk. Verwante onderwerpen: Partition Mobility-oerzicht oor HMC op pagina 8 Meer informatie oer de oordelen an partition mobility, hoe de Hardware Management Console (HMC) actiee en inactiee partition mobility uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem naar een ander te erplaatsen. Partition Mobility-omgeing op pagina 35 Informatie oer elke component an de partition mobility-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partition mobility. Componenten an de partition mobility-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Hardware Management Console (HMC), de logische Virtual I/O Serer-bron- en doelpartities, de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Voer de olgende taken uit om de bron- en doelserers oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. 52 Power Systems: Lie Partition Mobility

61 Tabel 23. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer Planningstaken oor serers 1. Controleer of de hardwarefunctie PowerVM Enterprise Edition geactieerd is. 2. Als u de apparatuurfunctie an PowerVM Enterprise Edition niet heeft, kunt u Lie Partition Mobility gratis ealueren met behulp an de proefperiode anlie Partition Mobility. Zorg eroor dat u de actieringscode inoert oor de proefperiode an Lie Partition Mobility. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De actieringscode opgeen oor PowerVM Editions, met behulp an HMC-ersie 7 De actieringscode opgeen oor PowerVM Editions, met behulp an HMC-ersie 7 Lie Partition Mobility 53

62 Tabel 23. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 3. Controleer dat de bron- en doelserer werken op een an de olgende POWER7-modellen: 8202-E4B 8202-E4C 8202-E4D 8205-E6B 8205-E6C 8205-E6D 8231-E2B 8231-E1C 8231-E1D 8231-E2C 8231-E2D 8233-E8B 8236-E8C 8248-L4T 8268-E1D 8408-E8D 8412-EAD 9109-RMD 9117-MMB 9117-MMC 9117-MMD 9119-FHB 9179-MHB 9179-MHC 9179-MHD IBM BladeCenter PS700 Express IBM BladeCenter PS701 Express IBM BladeCenter PS702 Express IBM BladeCenter PS703 Express IBM BladeCenter PS704 Express Opmerkingen: De bron- en doelserers kunnen ook -serers zijn. Raadpleeg Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 oor informatie oer compatibiliteitswerkstanden an. Zorg dat de doelserer beschikt oer de benodigde softwarelicenties en onderhoudscontracten. Voor het controleren an de gebruiksrechten die gelden oor uw serers, raadpleegt u de website Entitled Software Support. 4. Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Matrix oor firmwareondersteuning oor partition mobility op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility

63 Tabel 23. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 5. Controleer of de bron- en doelserers op een an de olgende manieren worden beheerd door een HMC: De bron- en de doelserer worden beide beheerd door één en dezelfde HMC (of een redundant paar HMC's). De bronserer wordt beheerd door de ene HMC en de doelserer door de andere HMC. 6. Controleer of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. 7. Controleer of de doelserer niet op de batterij draait. Als de doelserer wel op de batterij draait, schakelt u eerst de oedingsbron in alorens een logische partitie te erplaatsen. 8. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, zorgt u eroor dat de pool an gemeenschappelijk geheugen is gemaakt op de doelserer. 9. Controleer of de doelserer beschikt oer oldoende geheugen ter ondersteuning an de mobiele partitie. 10. Controleer of de doelserer genoeg beschikbare heeft oor het ondersteunen an de mobiele partitie. 11. Controleer of de bron- en de doel-msp (Moer Serice Partition) met elkaar kunnen communiceren. 12. Optioneel: Definieer het partitieprofielbeleid oor Inactie partition mobility. 13. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met Actie Memory Expansion, controleert u of de doelserer geschikt is oor Actie Memory Expansion. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De logische geheugenblokgrootte wijzigen De gemeenschappelijke geheugenpool configureren Als de mobiele partitie werkt met ast toegewezen geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 59. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel geresereerd I/Ogeheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 60. Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen op pagina 67 Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partition mobility op pagina 61 Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion op pagina 62 Lie Partition Mobility 55

64 Tabel 23. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 14. Als de mobiele partitie op de bronserer kan worden onderbroken, controleert u of de doelserer ook partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken. U moet ook controleren of er minimaal één geresereerd opslagapparaat is met een grootte an ten minste 110% an het maximale partitiegeheugen. Voordat u gebruik kunt maken an een schijf uit de geresereerde pool, moet u de eerste 4096 bytes an de schijf wissen als u een bericht ziet dat aangeeft dat de schijf niet gebruikt kan worden. De schijf heeft mogelijk erouderde gegeens, wat een aanwijzing ormt dat hij al door een andere partitie an het beheerde systeem wordt gebruikt, of actief wordt gebruikt door een ander beheerd systeem. Controleer met de systeembeheerder of de schijf momenteel al wordt gebruikt. U dient de eerste 4096 bytes an de schijf alleen te wissen nadat u zich eran ergewist hebt dat de schijf niet meer in gebruik is en dat u alle configuratieproblemen hebt gecorrigeerd die aan het gebruik an de schijf gekoppeld waren. 15. Als de mobiele partitie op de bronserer kan werken met de functie Trusted Boot, controleert u of de doelserer de functie Trusted Boot ondersteunt en beschikt oer dezelfde betrouwbare sleutel als de bronserer. Daarnaast controleert u of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's (Virtual Trusted Platform Modules), oor gebruik door de mobiele partities. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor aanhouden, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken. op pagina 62. Om te controleren of er minimaal één geresereerd opslagapparaat is met een grootte an ten minste 110% an het maximale partitiegeheugen, raadpleegt u De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer op pagina 63. Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor de functie Trusted Boot, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot op pagina 63. Om te controleren of de doelserer beschikt oer dezelfde betrouwbare systeemsleutel als de bronserer, raadpleegt u Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 64. Om te controleren of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's oor de mobiele partities, raadpleegt u Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility

65 Tabel 23. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 16. Als u een mobiele IBM i-partitie erplaatst, controleert u of de doelserer de migratie an mobiele IBM i-partities en de beperkte I/O-werkstand ondersteunt. Controleer ook of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt. Als de mobiele partitie op de bronserer een gemeenschappelijke processorpartitie is, die is geconfigureerd met een erhouding tussen erwerkingseenheden en irtuele processor an minder dan 0,1 en groter of gelijk aan 0,05, controleert u of de doelserer ondersteuning biedt oor een minimaal processorgebruik an 0,05 processor per irtuele processor. De bron- en de doelserer moeten serers zijn met POWER7-. Als de mobiele partitie logische poorten an het type Single Root IO Virtualization (SR-IOV) heeft, kan die partitie niet naar de doelserer worden gemigreerd. Als de mobiele partitie werkt met een irtuele Ethernetadapter die die gebruikmaakt an een irtuele switch die in de VEPA-werkstand werkt, of als de mobiele partitie gebruikmaakt an een irtuele Ethernet-adapter met een VSI-profiel, dient u te controleren of de doelserer eeneens ondersteuning biedt aan Virtual Serer Network (VSN). Verwante onderwerpen: Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor migratie an mobiele IBM i-partities, raadpleegt u Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor migratie an mobiele IBM i-partities op pagina 65. Om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor de beperkte I/Owerkstand, raadpleegt Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt op pagina 65. Om te controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt, raadpleegt u Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/Owerkstand beindt op pagina 66. U kunt controleren of de doelserer dezelfde configuratie ondersteunt als de bronserer door ast te stellen wat de hardwaremogelijkheden op processornieau zijn an de doelserer. Om de mogelijkheden an de processorhardware ast te stellen, raadpleegt u Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer op pagina 65. Hoe u controleert of de doelserer geschikt is oor VSN, leest u in Controleren of de doelserer het irtueleserernetwerk ondersteunt op pagina 66. Hoe u de naam an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststelt, leest u in De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen op pagina 66. Lie Partition Mobility 57

66 Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility op pagina 35 Er zijn twee serers betrokken bij partition mobility die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt erplaatsen en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt erplaatsen. Matrix oor firmwareondersteuning oor partition mobility: Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn, oordat u begint met upgraden. In de onderstaande tabel geen de waarden in de eerste kolom de firmwarenieaus op de bronserers aan en de waarden in de boenste rij de firmwarenieaus op de doelserers. Voor de erschillende combinaties geeft Geblokkeerd aan dat migratie anwege code niet mogelijk is. Niet ondersteund geeft aan dat migratie mogelijk is, maar niet wordt ondersteund door IBM. Mobiel geeft aan dat items in aanmerking komen oor migratie. Tabel 24. Firmwarenieau Migreren anaf 350_xxx firmwarenieau of hoger 710_xxx 720_xxx 730_xxx 740_xxx 760_xxx 763_xxx 770_xxx 773_xxx 780_xxx 340_039 of hoger 350_xxx of hoger Mobiel Mobiel Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 710_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd 720_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd 730_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 740_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 760_xxx Mobiel Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 763_xxx Mobiel Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 770_xxx Mobiel Geblokkeerd 773_xxx Mobiel Geblokkeerd 780_xxx Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel In de olgende tabel wordt het aantal gelijktijdige migraties afgebeeld dat wordt ondersteund per systeem. De bijbehorende minimale firmwarenieaus, de Hardware Management Console (HMC) en de Virtual I/O Serer (VIOS) die ereist zijn, worden ook afgebeeld. Tabel 25. Gelijktijdige migraties Gelijktijdige migraties per systeem Firmwarenieau Nieau an HMC VMControl Nieau an VIOS 4 All All All All 4 Maximumaantal gelijktijdige migraties per VIOS 58 Power Systems: Lie Partition Mobility

67 Tabel 25. Gelijktijdige migraties (erolg) Gelijktijdige migraties per systeem Firmwarenieau Nieau an HMC VMControl Nieau an VIOS 8 All Versie 7 Release 7.4.0, Sericepack 1 met erplichte fix MH01302 of hoger 16 Nieau 7.6 of hoger Versie 7, Release of hoger VMControl Versie of hoger Versie , Fix Pack 24, Serice Pack 1, or later VMControl V2.4.2 Versie Maximumaantal gelijktijdige migraties per VIOS 4 Beperkingen: Firmwarenieaus 7.2 en 7.3 zijn beperkt tot maximaal acht gelijktijdige migraties. Met een netwerkadapter an 1 GB worden maximaal ier gelijktijdige migraties ondersteund. Vanaf VIOS-ersie of hoger hebt u een netwerkadapter an 10 GB nodig oor het ondersteunen an acht gelijktijdige migraties. Vanaf VIOS-ersie hebt u meer dan één paar VIOS-partities ter ondersteuning an meer dan acht gelijktijdige mobiliteitsbewerkingen. Systemen die worden beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM) ondersteunen maximaal tien gelijktijdige migraties. Voor het ondersteunen an de migratie an maximaal 16 actiee of onderbroken mobiele partities anaf de bronserer naar een of meer doelserers, moet de bronserer beschikken oer ten minste twee VIOS-partities die zijn geconfigureerd als MSP's (moer serice partitions). Elke sericepartitie oor erplaatsing moet maximaal 8 gelijktijdige migratiebewerkingen oor partities ondersteunen. Als alle 16 partities gemigreerd moeten worden naar dezelfde doelserer, moeten er op de partitioneren minimaal twee sericepartitie oor erplaatsing geconfigureerd zijn en moet elke sericepartitie oor erplaatsing maximaal 8 gelijktijdige migratiebewerkingen oor partities ondersteunen. Als de configuratie an de sericepartities oor erplaatsing op de bron- of doelserer geen ondersteuning biedt aan 8 gelijktijdige migraties, mislukt elke migratiebewerking die met behulp an de grafische gebruikersinterface of de opdrachtregel wordt gestart als er geen resources oor de gelijktijdige migratie an sericepartities oor erplaatsing beschikbaar zijn. U moet dan op de opdrachtregel de opdracht migrlpar typen met de parameter -p om een door komma's gescheiden lijst an namen an logische partities op te geen, of met de parameter --id om een door komma's gescheiden lijst an logische partitie-id's op te geen. Het is mogelijk om anaf de opdrachtregel een groep logische partities te migreren, namelijk met de opdracht migrlpar. Bij het uitoeren an migratiebewerkingen moet u de parameter -p gebruiken om een door komma's gescheiden lijst an namen an logische partities op te geen, of de parameter --id om een door komma's gescheiden lijst an logische partitie-id's op te geen. U kunt maximaal ier gelijktijdige bewerkingen oor onderbreken of heratten uitoeren. U kunt Lie Partition Mobility niet gelijktijdig in twee richtingen uitoeren. Bijoorbeeld: Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie erplaatsen an de doelserer naar de bronserer. Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie erplaatsen an de doelserer naar een andere serer. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor de mobiele partitie en, indien nodig, meer fysiek geheugen beschikbaar stellen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Lie Partition Mobility 59

68 U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om ast te stellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op de bronserer waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op de tab Hardware. f. Klik op het tabblad Memory. g. Noteer de instellingen oor ast minimum, toegewezen en maximum. h. Klik op OK. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: a. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. b. Selecteer in het werkenster de doelserer waarnaar u de mobiele partitie wilt erplaatsen. c. Klik in het menu Tasks op Properties. d. Klik op het tabblad Memory. e. Noteer de waarde bij Huidig geheugen beschikbaar oor partitiegebruik. f. Klik op OK. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Als op de doelserer onoldoende fysiek geheugen beschikbaar is oor de mobiele partitie, kunt u meer fysiek geheugen toeoegen aan de doelserer. U kunt dit doen met een of meer an de olgende taken: Dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit logische partities die werken met ast toegewezen geheugen. Voor instructies raadpleegt u Dynamisch ast toegewezen geheugen erwijderen. Als de doelserer is geconfigureerd met een pool an gemeenschappelijk geheugen, kunt u dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen. Voor instructies raadpleegt u Grootte an de gemeenschappelijke geheugenpool wijzigen. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oldoen aan het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie. Indien nodig kunt u meer fysiek geheugen toewijzen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om ast te stellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende geheugen om te oorzien in het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op de bronserer waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op de tab Hardware. f. Klik op het tabblad Memory. g. Klik op Memory Statistics. Het enster Memory Statistics wordt afgebeeld. 60 Power Systems: Lie Partition Mobility

69 h. Noteer de waarde bij Assigned I/O Entitled Memory. Dit is de hoeeelheid geresereerd I/Ogeheugen die de mobiele partitie nodig heeft op de doelserer. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is in de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. b. Selecteer in het werkenster de doelserer waarnaar u de mobiele partitie wilt erplaatsen. c. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele Resources > Beheer an gemeenschappelijk gebruikt geheugen. d. Noteer de waarde bij Aailable pool memory en klik op OK. 3. Vergelijk de hoeeelheid beschikbaar geheugen (uit stap 2) met de hoeeelheid geresereerd I/Ogeheugen die nodig is oor de mobiele partitie (uit stap 1). Als meer geheugen beschikbaar is dan de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie, beschikt de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer oer oldoende beschikbaar geheugen om de mobiele partitie te ondersteunen op de doelserer. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen, die nodig is oor de mobiele partitie, groter is dan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, kunt u een of meer an de olgende taken uitoeren: Voeg geheugen toe aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, zodat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Grootte an de gemeenschappelijke geheugenpool wijzigen. Verwijder een of meer gemeenschappelijke geheugenpartities uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, totdat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. U kunt een logische partitie erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, door de geheugenwerkstand an de logische partitie te wijzigen an gemeenschappelijk in ast toegewezen. Voor instructies raadpleegt u De geheugenwerkstand wijzigen oor een logische partitie. Verwijder I/O-adapters uit de mobiele partitie, zodat de partitie minder geheugen nodig heeft oor de I/O-bewerkingen. Voor instructies raadpleegt u Virtuele adapters dynamisch erwijderen. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie (bijna) gelijk is aan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, is de pool an gemeenschappelijk geheugen waarschijnlijk ernstig oerbelast, hetgeen de prestaties kan beïnloeden. U kunt eentueel extra geheugen toeoegen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, om de mate an oerbelasting an de gemeenschappelijk geheugenpool te beperken. Waarschuwing: Bij het erplaatsen an een actiee logische partitie waaroor de werkstand oor geresereerd I/O-geheugen is ingesteld op automatisch, wordt het geresereerd I/O-geheugen oor de mobiele partitie niet automatisch herberekend en opnieuw toegewezen door de HMC. Dit gebeurt pas wanneer de mobiele partitie opnieuw wordt gestart op de doelserer. Als u de mobiele partitie opnieuw start op de doelserer en u an plan bent de mobiele partitie terug te erplaatsen naar de bronserer, dient u te controleren dat de pool an gemeenschappelijk geheugen op de bronserer oer oldoende geheugen beschikt om te oorzien in de nieuwe hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Verwante informatie: Performanceoerwegingen oor oerbelaste gemeenschappelijke geheugenpartities Partitieprofielbeleid definiëren oor Inactie partition mobility: U kunt het partitieprofielbeleid oor Inactie partition mobility selecteren op de Hardware Management Console (HMC). U selecteert hierbij de partitiestatus die is gedefinieerd op de hyperisor, of u selecteert de configuratiegegeens zoals gedefinieerd in het laatst geactieerde profiel op de bronserer. Standaard wordt de partitiestatus geselecteerd die is gedefinieerd in de hyperisor. Lie Partition Mobility 61

70 Ga als olgt te werk om een beleid te definiëren oor Inactie partition mobility: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de bronserer in het werkenster. 3. Selecteer in het menu Taken de optie Eigenschappen. 4. Klik op de tab Migratie. Als u gebruik wilt maken an de partitiestatus die in de hyperisor is gedefinieerd oor de instellingen met betrekking tot geheugen en, selecteert u Partitieconfiguratie in de lijst bij Migratiebeleid oor inactiee profielen. Als het echter niet mogelijk is de partitie te starten, wordt gebruik gemaakt an de gegeens zoals gedefinieerd in het laatste geactieerde profiel op de bronserer, zelfs als u de optie Partitieconfiguratie selecteert. Als u gebruik wilt maken an de gegeens, die in het laatste geactieerde profiel op de bronserer zijn gedefinieerd oor de instellingen met betrekking tot geheugen en, selecteert u Laatste geactieerde profiel in de lijst bij Migratiebeleid oor inactiee profielen. 5. Klik op OK. Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion: Voor het erplaatsen an een mobiele AI-partitie die werkt met Actie Memory Expansion, controleert u of de doelserer geschikt is oor Actie Memory Expansion - met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Ga als olgt te werk om te controleren of de doelserer geschikt is oor Actie Memory Expansion: 1. Open in het naigatieenster Systeembeheer en selecteer Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Selecteer in het menu Taken de optie Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als bij Geschikt oor Actie Memory Expansion de waarde Waar wordt ermeld, is de doelserer geschikt oor Actie Memory Expansion. Als bij Geschikt oor Actie Memory Expansion de waarde Onwaar wordt ermeld, is de doelserer niet geschikt oor Actie Memory Expansion, en kunt u de mobiele partitie niet erplaatsen naar de serer. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt erplaatsen, wijzigt u de partitieconfiguratie, zodat niet wordt gewerkt met Actie Memory Expansion. 5. Klik op OK. Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken.: Om een mobiele AI, IBM i- of Linux-partitie die kan worden onderbroken te erplaatsen, controleert u of de doelserer partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Met HMC of nieuwer kunt u een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie onderbreken, inclusief besturingssysteem en toepassingen, waarbij de irtuele sererstatus wordt opgeslagen in permanent geheugen. In een later stadium kunt u het gebruik an de logische partitie heratten. Ga als olgt te werk om te controleren of de doelserer partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Selecteer in het menu Taken de optie Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als Geschikt oor partitie onderbreken de waarde True heeft, ondersteunt de doelserer partities die kunnen worden onderbroken. 62 Power Systems: Lie Partition Mobility

71 Als Geschikt oor aanhouden partitie de waarde False heeft, ondersteunt de doelserer geen partities die kunnen worden onderbroken, en kunt u de mobiele partitie niet naar de serer erplaatsen. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt erplaatsen, wijzigt u de partitieconfiguratie zodat deze niet kan worden onderbroken. 5. Klik op OK. De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer: Om eroor te zorgen dat u de bewerking onderbreken kunt uitoeren op partities die kunnen worden onderbroken in de doelserer, moet u bepalen of er minimaal één geresereerd opslagapparaat is met een grootte an ten minste 110% an het maximale partitiegeheugen in de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om te bepalen of er minimaal één geresereerd opslagapparaat is met een grootte an ten minste 110% an het maximale partitiegeheugen, oert u de olgende stappen uit in de HMC: 1. Bepaal de maximale hoeeelheid geheugen op de doelserer: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op de doelserer waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op de tab Hardware. f. Klik op de tab Geheugen. g. Leg de maximumwaarde an het partitiegeheugen ast. 2. Bepaal de grootte an het geresereerde opslagapparaat op de doelserer: a. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. b. Selecteer de doelserer in het werkenster. c. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele resources > Beheer an geresereerde opslagpool, ofopconfiguratie > Virtuele resources > Beheer an gemeenschappelijke geheugenpool, indien an toepassing. Het enster Resered Storage Deice Pool Management of Shared Memory Pool Management wordt afgebeeld. als het enster Resered Storage Deice Pool Management wordt afgebeeld, klikt u op Pool bewerken. Als het enster Shared Memory Pool Management wordt afgebeeld, klikt u op het tabblad Paging Space Deices. d. Leg de grootte an de geresereerde opslagapparaten ast. 3. Vergelijk de grootte an het geresereerde opslagapparaat (uit stap 2) met 110% an de maximumwaarde an het partitiegeheugen (uit stap 1). Er moet minimaal één geresereerd opslagapparaat zijn op de doelserer met een grootte an ten minste 110% an het maximale partitiegeheugen. Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot: Om een mobiele AI -partitie inclusief Trusted Boot te erplaatsen, controleert u met behulp an de Hardware Management Console (HMC) of de doelserer Trusted Boot ondersteunt. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Met HMC Versie 7 Release 7.4.0, of hoger, kunt u Virtual Trusted Platform Module (VTPM) inschakelen op een logische AI-partitie. Een logische partitie die is ingeschakeld oor VTPM, is geschikt oor de oorziening Trusted Boot. Trusted Boot is is een functie die wordt ondersteund op de PowerSC Standard Edition. Met de oorziening Trusted Boot kunt u aststellen of de logische partitie die als laatste is opgestart, kan worden beschouwd als betrouwbaar. Tijdens het opstarten an de logische partitie die kan wer- Lie Partition Mobility 63

72 ken met de oorziening Trusted Boot, worden cryptografische hashes astgelegd an releante gegeens en an toekomstige uitoerbare componenten, zoals de 'boot loader' an AI. Deze cryptografische hashes worden eilig gekopieerd naar opslagruimte die wordt bestuurd met de VTPM. Wanneer de logische partitie actief is, kunnen andere gebruikers eilig de hashes ophalen met behulp an een proces dat 'remote attestation' wordt genoemd. De hashes kunnen erolgens worden bestudeerd om ast te stellen of de logische partitie is opgestart met een betrouwbare configuratie. Ga als olgt te werk om te controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als Geschikt oor TPM (irtual Trusted Platform Module) True (waar) is, wordt Trusted Boot ondersteund op de doelserer. Als Geschikt oor TPM (irtual Trusted Platform Module) False (onwaar) is, wordt Trusted Boot nietondersteund op de doelserer en kan de mobiele partitie niet worden erplaatst naar de serer. Als u een dergelijke mobiele partitie wilt erplaatsen, wijzigt u de partitieconfiguratie zodat deze niet geschikt is oor Trusted Boot. 5. Klik op OK. Verwante informatie: PowerSC Standard Edition Installatie an Trusted Boot plannen Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer: Om eroor te zorgen dat u Trusted Boot kunt uitoeren op mobiele partities die met de oorziening kunnen werken op de doelserer, dient u ast te stellen of de doelserer beschikt oer dezelfde betrouwbare systeemsleutel als de bronserer. Deze controle kunt u alleen uitoeren met behulp an de wizard Partitiemigratie op de Hardware Management Console (HMC), door de configuratie oor Partition Mobility te ergelijken op de bron- en doelsystemen. Verwante taken: Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 97 Met de wizard Partitiemigratie op de Hardware Management Console (HMC) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partition mobility. Als de HMC een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer: Om eroor te zorgen dat u Trusted Boot kunt uitoeren op mobiele partities die met Trusted Boot kunnen werken op de doelserer, dient u ast te stellen of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's (Virtual Trusted Platform Modules), oor gebruik door de mobiele partities. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Om te controleren of de doelserer beschikt oer een oldoende aantal beschikbare VTPM's oor de mobiele partities, oert u de olgende stappen uit op de Hardware Management Console (HMC): 1. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. 64 Power Systems: Lie Partition Mobility

73 4. Klik op het tabblad Geaanceerd. 5. Selecteer Virtual Trusted Platform Module in de lijst. 6. Noteer het aantal beschikbare mobiele partities die geschikt zijn oor VTPM. Als deze waarde groter dan of gelijk is aan het aantal te erplaatsen mobiele VTPM-partities, betekent dat dat de doelserer beschikt oer oldoende VTPM's oor de mobiele partities. Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor migratie an mobiele IBM i-partities: Om een mobiele IBM i-partitie te erplaatsen, controleert u of de doelserer migratie an mobiele IBM i- partities ondersteunt. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Met de Hardware Management Console (HMC) kunt u een mobiele IBM i-partitie erplaatsen an de ene serer naar de andere. Om te controleren of de doelserer migratie an mobiele IBM i-partities ondersteunt, oert u de olgende stappen uit met behulp an de HMC: 1. Open in het naigatieenster Systeembeheer en selecteer Serers. 2. Selecteer de doelserer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als IBM i Partition Mobility Capable True is, ondersteunt de doelserer migratie an mobiele IBM i-partities. Als IBM i Partition Mobility Capable False is, biedt de doelserer geen ondersteuning oor migratie an mobiele IBM i-partities. 5. Klik op OK. Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt: Om een mobiele IBM i-partitie te erplaatsen, controleert u met behulp an de opdrachtregelinterface Hardware Management Console (HMC) of de doelserer de beperkte I/O-werkstand ondersteunt. Om te controleren of de doelserer de beperkte I/O-werkstand ondersteunt, oert u de olgende opdracht uit op de opdrachtregelinterface an HMC: lssyscfg -r sys -F oorzieningen Als de uitoer os400_restrcited_io_mode_capable beat, ondersteunt de doelserer de beperkte I/Owerkstand Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer: Als u op een serer met POWER7- een mobiele partitie met gemeenschappelijk processorgebruik wilt erplaatsen die is geconfigureerd met een erhouding tussen erwerkingseenheden en irtuele processor an minder dan 0,1 en groter of gelijk aan 0,05, controleert u of de doelserer dezelfde configuratie ondersteunt; dit kunt u doen door de mogelijkheden an de processorhardware te controleren op de doelserer. Door het erminderen an het minimale gebruik tot 0,05 erwerkingseenheden per irtuele processor, oor alle logische partities zonder fysieke I/O-apparatuur, is het mogelijk om maximaal 20 partities te maken die werken met één fysieke processor. Om te controleren wat de mogelijkheden zijn an de processorhardware op de doelserer, oert u de olgende opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface an de Hardware Management Console (HMC): Lie Partition Mobility 65

74 lshwres -r proc -m rml13-fsp --leel sys Als de waarde an het kenmerk min_proc_units_per_irtual_proc gelijk is aan 0,05, beschikt de doelserer oer dezelfde mogelijkheden an de processorhardware als de bronserer. Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt: Als u een mobiele IBM i-partitie an de bronserer wilt erplaatsen naar de doelserer, controleert u of de partitie IBM i zich in de beperkte I/O-werkstand beindt. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Als u wilt controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt, oert u de olgende stappen uit met behulp an de Hardware Management Console (HMC): 1. Open in het naigatieenster Systeembeheer en selecteer Serers. 2. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. 3. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. 4. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 5. Controleer de olgende informatie in de tab Algemeen. Als het selectieakje Beperkte I/O-partitie is ingeschakeld, kunt u de mobiele IBM i-partitie erplaatsen. Als het selectieakje Beperkte I/O-partitie is uitgeschakeld, kunt u de mobiele IBM i-partitie niet erplaatsen. Voer de olgende stappen uit om de mobiele IBM i-partitie te erplaatsen: a. Stop de mobiele partitie. b. Schakel het selectieakje Beperkte I/O-partitie in. c. Start de mobiele partitie opnieuw. 6. Klik op OK. Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt: Als u een mobiele partitie die gebruikmaakt an het VSN (irtuele-serernetwerk) wilt erplaatsen, moet u controleren of de doelserer eeneens het VSN gebruikt. Dit doet u met de Hardware Management Console (HMC). Voer de olgende stappen uit om na te gaan of de doelserer VSN gebruikt: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en klikt u op Serers. 2. Selecteer de serer in het werkenster. 3. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. 4. Klik op de tab Mogelijkheden. Als bij Virtueel serernetwerk fase 2 de waarde True staat, gebruikt de doelserer VSN. Als er bij Virtueel serernetwerk fase 2 de waarde False staat, gebruikt de doelserer geen VSN. Om de mobiele partitie naar de doelserer te erplaatsen, moet u VSN op de bronserer uitschakelen. 5. Klik op OK. De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen: U kunt de naam en werkstand an irtuele Ethernet-switches op de doelserer aststellen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U kunt de naam en werkstand an irtuele Ethernet-switches als olgt aststellen: 1. De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de bronserer aststellen: 66 Power Systems: Lie Partition Mobility

75 a. Vouw in het naigatieenster Systeembeheer uit, klik op Serers en selecteer de bronserer waarop de mobiele partitie zich beindt. b. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele resources > Virtueel netwerkbeheer. c. Schrijf de naam en werkstand an elk an de irtuele Ethernet-switches in het gedeelte VSwitch oer. 2. De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de doelserer aststellen: a. Vouw in het naigatieenster Systeembeheer uit, klik op Serers en selecteer de doelserer waarheen u de mobiele partitie wilt erplaatsen. b. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele resources > Virtueel netwerkbeheer. c. Schrijf de naam en werkstand an elk an de irtuele Ethernet-switches in het gedeelte VSwitch oer. Vergelijk de naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de bronserer (die u in stap 1 op pagina 66 hebt astgesteld) met de naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switches op de doelserer (die u in stap 2 hebt astgesteld). De ergelijking kan de olgende resultaten hebben: Als de naam en werkstand identiek zijn, kan de mobiele partitie zonder problemen anaf de bronserer naar de doelserer worden erplaatst. Als de switch niet aanwezig is op de doelserer, wordt er tijdens het migratieproces automatisch een switch met dezelfde naam op de doelserer gemaakt. Als er een switch met dezelfde naam maar met een andere werkstand aanwezig is op de doelserer, wordt er een waarschuwingsbericht afgebeeld. Verwante taken: De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 102 U kunt een onderbroken logische AI, IBM i of Linux-partitie op de serer afsluiten door de Hardware Management Console (HMC) ersie of nieuwer te gebruiken. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een logische IBM i-partitie onderbreken en de werking an de logische partitie heratten op hetzelfde systeem. Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen: Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen hoeeel beschikbaar zijn op de doelserer en, indien nodig, meer toewijzen. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Voer de olgende stappen uit om de op de doelserer beschikbare ast te stellen met behulp an de HMC: 1. Bepaal hoeeel de mobiele partitie nodig heeft: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. b. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. c. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. d. Kies Eigenschappen en klik op de tabs Hardware en Processors. e. Noteer de waarden bij het minimum- en het maximum aantal en het beschikbare aantal. f. Klik op OK. 2. Bepaal hoeeel de doelserer heeft: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. b. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. c. Kies Eigenschappen en klik op de tab Processors. d. Noteer de waarde bij Beschikbare. Lie Partition Mobility 67

76 e. Klik op OK. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Als de doelserer genoeg oor de mobiele partitie heeft, gaat u erder bij Door HMC beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 52. Als de doelserer niet genoeg oor de mobiele partitie heeft, erwijdert u met behulp an HMC dynamisch uit de logische partitie. U kunt ook uit logische partities an de doelserer erwijderen. Verbeteren an de prestaties an partition mobility: U kunt de prestaties an partition mobility erbeteren door het installeren an de recentste beschikbare firmware, Hardware Management Console (HMC), en de Virtual I/O Serer (VIOS)-software op zowel de bron- als doel-msp. In de olgende tabel worden de VIOS-processorresources beschreen die worden oorgesteld in aanulling op de resources die al aan de VIOS zijn toegewezen oor het afhandelen an de bestaande ereisten oor irtuele I/O-resources, bij gebruik an een netwerkadapter an 10 GB oor partition mobility. Tabel 26. VIOS-processorresources en ereisten oor gelijktijdige migratie POWER7 POWER7+ Vast toegewezen Virtuele erwerkingseenheden gemeenschappelijke processor Vast toegewezen Virtuele erwerkingseenheden gemeenschappelijke processor Enkele migratie Maximaal 16 gelijktijdige migraties Een toename an het gebruiksrecht oor kan nodig zijn oor het erhogen an het aantal irtuele erwerkingseenheden. Als u werkt met een netwerkadapter an 1 GB, of als de bandbreedte an de links an de netwerkadapter an 10 GB die worden gebruikt oor partition mobility-pieknieaus (bijna 100% in gebruik), wordt één extra POWER7- of POWER7+-erwerkingseenheid of irtuele erwerkingseenheid aanbeolen oor het erbeteren an de prestaties, ongeacht het aantal gelijktijdige migraties. U kunt werken met 1 GB aan extra geheugen bij gebruik an een netwerkadapter an 10 GB oor partition mobility. U hebt geen extra geheugen nodig wanneer werkt met een netwerkadapter an 1 GB. Hieronder indt u de oorgestelde instellingen: Schakel de opties Large Send en Large Receie Offload in oor alle netwerkapparaten die betrokken zijn in partition mobility. Stel tcp_sendspace = en tcp_recspace = in. Schakel de optie Jumboframes in als de omgeing deze optie ondersteunt. In sommige geallen kan met enkele besturingssysteem-nieaus de partitiestatus efficiënter worden oergebracht tijdens de migratie. Het laagste AI-nieau dat ondersteuning biedt oor het oerbrengen an een partitiestatus is AI 6.1 Technology Leel 4. De olgende AI-nieaus worden aanbeolen oor de clientpartities: AI 6.1 Technology Leel 8. AI 7.1 Technology Leel Power Systems: Lie Partition Mobility

77 Eacuatie an serer: U kunt een serer eacueren met behulp an een Hardware Management Console (HMC) an Versie 7, Release of hoger. Bij een serereacuatie worden alle logische partities die geschikt zijn oor migratie, erplaatst an het ene naar het andere systeem. Eentuele upgrade- of onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgeoerd nadat alle partities zijn gemigreerd en het bronsysteem is uitgeschakeld. U kunt de migratie an alle daaroor geschikte AI-, Linux- en IBM i-partities stoppen, door de olgende opdracht op te geen anaf de opdrachtregel an de HMC: migrlpar o m m srccec -t dstcec --all Opmerking: De olgende oorwaarden zijn an toepassing oor een partitie die wordt beschouwd als geschikt oor migratie: Op de bronserer mogen geen inkomende of uitgaande migratiebewerkingen in uitoering zijn. Op de doelserer mogen geen uitgaande migratiebewerkingen in uitoering zijn. De HMC moet an Versie 7, Release of hoger zijn. Om de migratie an alle daaroor geschikte AI-, Linux- en IBM i-partities te stoppen, geeft u de olgende opdracht op anaf de opdrachtregel an de HMC: migrlpar o s -m srccec --all De HMC oorbereiden op partition mobility U dient te controleren dat de Hardware Management Console (HMC) waarmee de bron- en doelserers worden beheerd, correct zijn geconfigureerd oor het erplaatsen an de mobiele partitie naar de doelserer. Voer de olgende taken uit om de HMC of HMC-s oor te bereiden oor actiee of inactiee partition mobility. Tabel 27. Voorbereidingstaken oor HMC Planningstaken oor HMC 1. Zorg dat de HMC oor het beheer an de bronserer en de HMC oor het beheer an de doelserer oldoen aan de olgende ersieereisten: Als de bronserer, doelserer of beide serers PO- WER7-serers zijn, controleert u of de HMC of HMCs oor het beheren an de serers minimaal an Versie 7 zijn, met Release 7.1 of hoger. Als de bron- of de doelserer een -serer is, controleert u of de HMC oor het beheren an die serer minimaal an Versie 7 is, met Release 3.5 (of hoger). 2. Als de bronserer wordt beheerd door de ene HMC en de doelserer door een andere HMC, controleer dan of de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) correct zijn ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. 3. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met Actie Memory Expansion, zorgt u dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.1, of hoger is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De ersie en release an de HMC-machinecode aststellen Updaten an uw HMC-software De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmcs controleren op pagina 70 Controleren an de doelserer oor Actie Memory Expansion op pagina 62 Lie Partition Mobility 69

78 Tabel 27. Voorbereidingstaken oor HMC (erolg) Planningstaken oor HMC 4. Als de mobiele partitie op de bronserer geschikt is om te worden aangehouden, zorgt u dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.2, of hoger is. 5. Als de mobiele partitie op de bronserer geschikt is om te werken met de oorziening Trusted Boot, zorgt u eroor dat de HMC oor het beheren an de doelserer an Versie 7, Release 7.4.0, of hoger is. 6. Als u een mobiele IBM i-partitie erplaatst, zorgt u eroor dat de HMC waarmee de doelserer wordt beheerd ersie 7 release of nieuwer is. Als de mobiele partitie op de bronserer is geconfigureerd met minder dan 0,1 en met minimaal 0,05 erwerkingseenheden, controleert u of de doelserer deze configuratie ondersteunt. De HMC moet an Versie 7, Release of hoger zijn. Maakt de mobiele partitie op de bronserer gebruik an VSN (irtual serer network), controleer dan of de doelserer eeneens gebruikmaakt an VSN. De HMC moet an Versie 7, Release of hoger zijn. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor partities die geschikt zijn oor onderbreken. op pagina 62 De grootte an het geresereerde opslagapparaat aststellen in de doelserer op pagina 63 Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor Trusted Boot op pagina 63 Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 64 Vaststellen hoeeel VTPM's beschikbaar zijn op de doelserer op pagina 64 Controleren of de doelserer ondersteuning biedt oor migratie an mobiele IBM i-partities op pagina 65 Controleren of de doelserer de beperkte I/O-modus ondersteunt op pagina 65 Controleren of de mobiele IBM i-partitie zich in de beperkte I/O-werkstand beindt op pagina 66 Controleren an de mogelijkheden an de processorhardware op de doelserer op pagina 65 Controleren of de doelserer het irtuele-serernetwerk ondersteunt op pagina 66 Verwante onderwerpen: Hardware Management Console in een omgeing met partition mobility op pagina 37 Hier indt u informatie oer de Hardware Management Console (HMC) en hoe u de wizard Partition Migration kunt gebruiken oor het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie an de ene serer naar de andere serer. De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmcs controleren: In de Hardware Management Console (HMC) die de bronserer beheert, kunt u met de opdracht mkauthkeys controleren of de sleutels oor SSH-erificatie correct zijn ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. SSH-erificatie maakt het mogelijk dat de HMCs partition mobility-opdrachten naar elkaar kunnen erzenden en an elkaar kunnen ontangen. 70 Power Systems: Lie Partition Mobility

79 Om te controleren of de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) correct zijn ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert, gaat u als olgt te werk: 1. Voer de olgende opdracht uit anaf de HMC-opdrachtregel an de HMC die de bronserer beheert: mkauthkeys -u <gebruikersnaam_op_afstand> --ip <hostnaam_op_afstand> --test Waarbij: gebruikersnaam_op_afstand is de naam an de gebruiker op de HMC die de doelserer beheert. Deze parameter is optioneel. Als u geen gebruikersnaam opgeeft oor de HMC die de doelserer beheert, maakt het migratieproces oor de gebruikersnaam_op_afstand gebruik an de huidige gebruikersnaam. hostnaam_op_afstand is het IP-adres of de hostnaam an de HMC die de doelserer beheert. Als deze opdracht de retourcode 0 opleert, zijn de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) correct ingesteld oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. Als deze opdracht een foutcode opleert, ga dan erder met de olgende stap oor het instellen an de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert. 2. Voer de olgende opdracht uit oor het instellen an de sleutels oor SSH-erificatie (secure shell) oor de HMC die de bronserer beheert en de HMC die de doelserer beheert: mkauthkeys -u <gebruikersnaam_op_afstand> --ip <hostnaam_op_afstand> -g Hierbij hebben gebruikersnaam_op_afstand en hostnaam_op_afstand dezelfde waarden als in de orige stap. Met de optie g worden de SSH-erificatiesleutels, an de HMC die de bronserer beheert, automatisch ingesteld oor de HMC die de doelserer beheert, en omgekeerd. Als u de optie g niet opgeeft, worden de SSH-erificatiesleutels, an de HMC die de bronserer beheert, wél automatisch ingesteld oor de HMC die de doelserer beheert, maar gebeurt het omgekeerde niet. De logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren dat de logische bron- en doel-virtual I/O Serer (VIOS)-partities correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken zoals het controleren an de ersies an de VIOS-partities en het actieren an de MSP's (moer serice partitions). Voer de olgende taken uit om de bron- en doel-vios-beheerpartities oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 28. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doel-vios-partities VIOS-planningstaken 1. Controleer of er op zowel de bron- als de doelserers ten minste één VIOS-partitie is geïnstalleerd en geactieerd. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Installatie an Virtual I/O Serer en logische clientpartities Als de mobiele partitie irtuele I/O-opslagresources ontangt an redundante VIOS-partities op de bronserer, moet u zo mogelijk hetzelfde aantal VIOSpartities op de doelserer installeren. Let op: In sommige situaties kunt u eroor kiezen de fouten in het irtueel geheugen indien mogelijk te laten erangen en een logische partitie te erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie. Lie Partition Mobility 71

80 Tabel 28. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doel-vios-partities (erolg) VIOS-planningstaken 2. Controleer of de bron- en doelpartities an VIOS an de olgende ersies zijn: Om logische partities an AI of Linux te erplaatsen, zorgt u eroor dat de bron- en doelpartities an VIOS an ersie , Serice Pack 1 of hoger zijn. Om logische partities an IBM i te erplaatsen, zorgt u eroor dat de bron- en doelpartities an VIOS an ersie , fixpack 25, sericepack 1 of hoger zijn. Opmerkingen: Vanaf VIOS ersie VIOS ersie , wordt Lie Partition Mobility niet ondersteund oor een clientpartitie die beschikbaar wordt gesteld anuit een gemeenschappelijke geheugenpool. Vanaf VIOS Versie , fixpack 24, sericepakket 1 tot VIOS Versie , wordt de functie Onderbreken/Heratten niet ondersteund oor een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie die werkt met opslag die is geëxporteerd anaf een VIOS-partitie die word ondersteund met een gemeenschappelijke opslagpool. Vanaf VIOS Versie of hoger kunt u een of meer fysieke olumes importeren in een gemeenschappelijke opslagpool. U moet niet een actiee of inactiee partitie erplaatsen die toegang tot het fysieke olume heeft terwijl de importeerbewerking wordt uitgeoerd. U moet het apparaat oor pagingruimte deactieren oor een partitie met ondersteuning oor de functies Onderbreken/Heratten, door deze functies uit te schakelen in het partitieprofiel. Na het oltooien an de importeerbewerking kunt u deze functies weer inschakelen oordat u het partitieprofiel actieert. 3. Zorg eroor dat de MSP (moer serice partition) is ingeschakeld op een of meer bron- en doel-vios-partities. Opmerking: Vanaf VIOS ersie , fixpack 24, sericepakket 1 tot VIOS ersie kunt u geen logische VIOS-partitie gebruiken die een gemeenschappelijke geheugenpool gebruikt als sericepartitie oor erplaatsing. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Migreren an de Virtual I/O Serer Bijwerken an de Virtual I/O Serer Bron en doel-msp's (Moer Serice Partitions) inschakelen op pagina Power Systems: Lie Partition Mobility

81 Tabel 28. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doel-vios-partities (erolg) VIOS-planningstaken 4. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert u of ten minste één VIOS-partitie is toegewezen aan de gemeenschappelijke geheugenpool op de doelserer (die hierna VIOS-partitie oor paging wordt genoemd) en of deze releaseersie of nieuwer is. Als de mobiele partitie het apparaat oor pagingruimte op redundante wijze benadert ia twee VIOSpagingpartities en u wilt deze redundantie behouden op de doelserer, zorgt u dat twee VIOS-pagingpartities zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Opmerkingen: Vanaf VIOS ersie , fixpack 24, sericepakket 1 tot VIOS ersie kunt u geen logische VIOSpartitie gebruiken die een gemeenschappelijke geheugenpool gebruikt als partitie oor pagingruimte. In VIOS ersie , fixpack 24, sericepakket 1 of hoger kunt u logische eenheden in gemeenschappelijke geheugenpools gebruiken als pagingapparaten. 5. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert u of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten en de redundantieconfiguratie an de mobiele partitie. 6. (Optioneel) Synchroniseer de klokken an de logische bron- en doel-vios-partities. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen De gemeenschappelijke geheugenpool configureren Een VIOS-partitie oor paging toeoegen aan de gemeenschappelijke geheugenpool Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat op pagina 74 Klokken synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer op pagina 75 Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing op pagina 38 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Bron en doel-msp's (Moer Serice Partitions) inschakelen: U kunt het MSP-kenmerk oor een logische Virtual I/O Serer-partitie inschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder of operator zijn om deze taak uit te oeren. Als u de mobiele partitie oor Actie partition mobility wilt gebruiken, moeten de bron- en de doelserer minstens één MSP hebben. Als de MSP op de bron- of de doel-virtual I/O Serer (VIOS) is uitgeschakeld, is de mobiele partitie alleen geschikt oor Inactie partition mobility. Ga als olgt te werk om de bron- en/of de doel-msp met behulp an de HMC in te schakelen: Lie Partition Mobility 73

82 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer in het werkenster een logische partitie met VIOS en kies Eigenschappen. 4. Selecteer op het tabblad Algemeen MSP (Moer Serice Partition) en klik op OK. 5. Herhaal de stappen 3 en 4 oor de doelserer. Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat: U kunt controleren of het gemeenschappelijk gebruikt geheugen an de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de ereisten oor grootte en configuratie an redundantie an de mobiele partitie door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Om te controleren of het gemeenschappelijk gebruikt geheugen an de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de ereisten oor grootte en configuratie an redundantie an de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. Ga na wat de ereiste grootte is an de mobiele partitie. Het apparaat oor pagingruimte oor de logische AI, IBM i of Linux-partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen (hierna gemeenschappelijke geheugenpartitie genoemd) moet ten minste de grootte hebben an het maximale logische geheugen an de partitie met gemeenschappelijk geheugen. Om het maximale logische geheugen oor de mobiele partitie te zien, oert u de olgende stappen uit: a. Open in het naigatieenster achtereenolgens Systeembeheer > Serers en klik op het systeem waarin de mobiele logische partitie zich beindt. b. Selecteer in het werkenster de mobiele partitie, klik op de knop Taken en klik op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. c. Klik op de tab Hardware. d. Klik op het tabblad Memory. e. Noteer het maximale logische geheugen. Dit is de ereiste grootte an het apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. 2. Bepaal de configuratie an de redundantie an de mobiele partitie. Op de tab Geheugen an de Partitie-eigenschappen an de mobiele partitie noteert u het aantal logische partities an de Virtual I/O Serer (VIOS, hierna de VIOS-pagingpartitie) genoemd die zijn toegewezen aan de mobiele partitie: Als aan de mobiele partitie wel een primaire VIOS-pagingpartitie is toegewezen maar niet een secundaire VIOS-pagingpartitie, kan de mobiele partitie niet werken met redundante VIOSpagingpartities. In dit geal maakt de mobiele partitie gebruik an een apparaat oor pagingruimte dat alleen toegankelijk is oor één VIOS-pagingpartitie in de pool an gemeenschappelijk geheugen. Als aan de mobiele partitie zowel een primaire als een secundaire VIOS-pagingpartitie is toegewezen, werkt de mobiele partitie met redundante VIOS-pagingpartities. In dit geal maakt de mobiele partitie gebruik an een apparaat oor pagingruimte dat op redundante wijze toegankelijk is oor beide VIOS-pagingpartities in de pool an gemeenschappelijk geheugen. 3. Bekijken welke apparaten oor pagingruimte momenteel zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. In het naigatieenster ouwt u Systeembeheer uit en klikt u op Serers. b. Selecteer de doelserer in het werkenster. c. Klik in het menu Taken op Configuratie > Virtuele Resources > Beheer an gemeenschappelijk gebruikt geheugen. Het enster Shared Memory Pool Management wordt afgebeeld. d. Klik op het tabblad Paging Deices. e. Neem kennis an de beschikbare apparaten oor pagingruimte, de bijbehorende grootten en of deze apparaten kunnen werken met redundantie. 74 Power Systems: Lie Partition Mobility

83 Opmerking: Apparaten oor pagingruimte kunnen aan maximaal één pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen tegelijkertijd worden toegewezen. U kunt een apparaat oor pagingruimte niet tegelijkertijd toewijzen aan pools met gemeenschappelijk gebruikt geheugen op twee erschillende systemen. 4. Controleer of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat geschikt is oor de mobiele partitie. a. Als de mobiele partitie niet werkt met redundante VIOS-pagingpartities, controleert u of er een actief apparaat oor pagingruimte is dat niet kan werken met redundantie en dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Als een dergelijk apparaat niet aanwezig is, hebt u de olgende mogelijkheden: U kunt een apparaat oor pagingruimte toeoegen aan pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Voor instructies raadpleegt u Apparaten oor de pagingruimte toeoegen aan en erwijderen uit de gemeenschappelijke geheugenpool. Als de pool an gemeenschappelijk geheugen een apparaat oor pagingruimte beschikbaar heeft dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, maar wel kan werken met redundantie, kunt u de mobiele partitie erplaatsen naar de doelserer. In dit geal wordt bij het erplaatsen an de mobiele partitie naar de doelserer (Actie partition mobility) of bij het actieren an de mobiele partitie op de doelserer (Inactie partition mobility), door de HMC een apparaat oor pagingruimte toegewezen dat kan werken met redundantie oor de mobiele partitie. b. Als de mobiele partitie wel werkt met redundante VIOS-pagingpartities, controleert u of een actief apparaat oor pagingruimte beschikbaar is, dat kan werken met redundantie en dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Als een dergelijk apparaat niet aanwezig is, hebt u de olgende mogelijkheden: U kunt een apparaat oor pagingruimte toeoegen aan pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer. Voor instructies raadpleegt u Apparaten oor de pagingruimte toeoegen aan en erwijderen uit de gemeenschappelijke geheugenpool. Als de pool an gemeenschappelijk geheugen een apparaat oor pagingruimte beschikbaar heeft dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, maar niet kan werken met redundantie, kunt u de mobiele partitie erplaatsen naar de doelserer. Wanneer u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer (Actie partition mobility) of wanneer u de mobiele partitie actieert op de doelserer (Inactie partition mobility), wijst de HMC een apparaat oor pagingruimte toe dat kan niet werken met redundantie oor de mobiele partitie. In plaats an te werken met redundante VIOS-pagingpartities op de doelserer, maakt de mobiele partitie alleen gebruik an de VIOS-pagingpartitie die toegang heeft tot het apparaat oor pagingruimte dat niet kan werken met redundantie. Verwante informatie: Apparaten oor pagingruimte, op systemen die worden beheerd met een HMC Klokken synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer: U kunt de klokken op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer synchroniseren met behulp an de Hardware Management Console (HMC). U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Het synchroniseren an de klokken oor de logische partities an de bron- en de doel-virtual I/O Serer is niet erplicht oor Actie Partition Mobility. Als u deze stap oerslaat, worden de klokken door de serers gesynchroniseerd wanneer de mobiele partitie an de bronserer naar de doelserer wordt erplaatst. Mogelijk kunt u potentiële problemen echter oorkomen door deze stap uit te oeren alorens de mobiele partitie te erplaatsen. Lie Partition Mobility 75

84 Voer de olgende stappen uit om de klokken te synchroniseren op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer in het werkenster een logische partitie met Virtual I/O Serer en kies Eigenschappen. 4. Klik op de tab Instellingen. 5. Selecteer Inschakelen bij Tijderwijzing en klik op OK. 6. Herhaal stap 3 t/m 5 oor de doelserer en de logische partitie an de doel-virtual I/O Serer. De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de mobiele partitie juist is geconfigureerd om te kunnen worden erplaatst naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren ook procedures om te oldoen aan de partition mobility-ereisten oor adapters en besturingssysteem. Voer de olgende taken uit om de mobiele partitie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 29. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie Planningstaken oor de mobiele partitie 1. Zorg eroor dat het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI, IBM i of Linux is. Beperking: De mobiele partitie mag geen logische partitie an Virtual I/O Serer (VIOS) zijn. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 2. Controleer of het besturingssysteem een an de olgende nieaus heeft: Voor AI ersies gaat u naar Fix Leel Recommendation Tool: U kunt alle AI-ersies die op POWER7-serers worden ondersteund, afbeelden met de Fix Leel Recommendation Tool. 1. Selecteer AI in Select your OS family 2. Bij Select products and enter the ersion information selecteert u POWER7-serer in het eld Serer MTM. 3. Selecteer de GHz-waarde an de POWER7-serer, en selecteer het eld AI. In het eld AI worden de AI-ersies ermeld, die worden ondersteund op de geselecteerde POWER7- serer, waarbij xxxx-xx-xx staat oor release, technologienieau en sericepakket. IBM i 7.1 Red Hat Enterprise Linux ersie 5 update 5, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 10 Serice Pack 3, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 11 Serice Pack 1, of hoger Oudere ersies an de AI en Linux-besturingssystemen kunnen werken met Inactie partition mobility, mits ze ondersteuning bieden oor irtuele apparatuur en oor serers met - of POWER Power Systems: Lie Partition Mobility

85 Tabel 29. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie 3. Als u een mobiele IBM i-partitie erplaatst, controleert u of de mobiele partitie juist is geconfigureerd. 4. Als het besturingssysteem op de mobiele partitie Linux is zorgt u eroor dat het DynamicRM-toolpakket is geïnstalleerd. 5. Controleer of er RMC-erbindingen (Resource Monitoring and Control) tot stand zijn gebracht met de mobiele partitie an AI of Linux, de mobiele bron- en doel-partities an VIOS en de MSP's (Moer Serice Partitions). Opmerking: De RMC-erbinding is niet ereist oor mobiele IBM i-partities. 6. Controleer of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer. 7. Controleer of redundante foutenrapportage niet is ingeschakeld op de mobiele partitie. 8. Controleer of de mobiele partitie alleen gebruikmaakt an een irtuele seriële adapter oor irtueelwerkstationerbindingen. 9. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen deel uitmaakt an een werkbelastinggroep oor partities. 10. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen gebruik maakt an BSR-arrays (Barrier Synchronization Register). 11. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen gebruik maakt an bulkpagina's. 12. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen fysieke I/O-adapters en logische SR-IOV-poorten heeft. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren op pagina 78 Serice- en productiiteitsfuncties oor Linux POWER-serers RMC-erbindingen controleren oor de mobiele partitie op pagina 79 De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 80 Redundante foutenrapportage uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 82 Virtuele seriële adapters uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 82 De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen op pagina 83 BSR-arrays uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 83 Bulkpagina's uitschakelen oor de mobiele partitie op pagina 84 Fysieke I/O-apparaten en -sleuen dynamisch erplaatsen Fysieke I/O-apparaten en -sleuen dynamisch erwijderen Een SR-IOV-poort dynamisch uit een logische partitie erwijderen Lie Partition Mobility 77

86 Tabel 29. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie 13. Zorg dat de mobiele partitie niet gebruikmaakt an Host Ethernet Adapters (of Integrated Virtual Ethernet). Opmerking: Sommige mobiele AI-partities die werken met een Host Ethernet Adapter, kunnen in Actie partition mobility worden opgenomen met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). Zorg dat zowel de bron- als de doelserer geschikt zijn oor partition mobility en dat de fysieke resources an de mobiele partitie op de bronserer niet zijn geconfigureerd als ereiste resources. Voor meer informatie oer configuratieereisten en aanullende oorbereidingstaken raadpleegt u LPM-oerzicht. 14. Als de mobiele partitie een schijfloze logische AIpartitie is en als de DLPAR (dynamic logical partitioning)-scripts zich beinden in de standaarddirectory /usr/lib/dr/scripts/all, kunt u de opdracht drmgr gebruiken om naar een directory met schrijftoegang te gaan. 15. Optioneel: Bepaal de naam an het partitieprofiel oor de mobiele partitie op de doelserer. 16. Zorg eroor dat de toepassingen op de mobiele partitie geen problemen opleeren met de migratie of de migratie kunnen herkennen. 17. Als u een of meer partitieprofielkenmerken hebt gewijzigd, sluit u de partitie af en actieert u het nieuwe profiel om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie op pagina 85 drmgr (opdracht) Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen op pagina 46 Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwante onderwerpen: Mobiele partitie die wordt beheerd met een HMC, in een partition mobility-omgeing op pagina 45 Een mobiele partitie is een logische partitie die u an de bronserer naar de doelserer erplaatst. U kunt een mobiele partitie erplaatsen an de bronserer naar een doelserer, ongeacht of de partitie is in- dan wel uitgeschakeld. Configuratieereisten om mobiele IBM i-partities te migreren: Met de Hardware Management Console (HMC) Versie 7 Release of hoger kunt u mobiele IBM i- partities an de ene naar de andere serer erplaatsen. De olgende lijst beat de configuratieparameters oor het erplaatsen an een mobiele IBM i-partitie: De mobiele partitie mag geen profiel hebben met een SCSI-adapter an de serer. De mobiele partitie mag geen profiel hebben waarop HSL (High Speed Link) OptiConnect of Virtual OptiConnect is ingeschakeld. Beperking: Aan de irtuele serer an IBM i mogen alleen irtuele I/O-resources zijn gekoppeld. 78 Power Systems: Lie Partition Mobility

87 Configuratie an de Virtual I/O Serer oor de VSN-functie: Als u gebruik maakt an de Hardware Management Console (HMC) Versie 7 Release of hoger, kunt u VSI-profielen gebruiken (Virtual Station Interface) oor de irtuele Ethernet-adapters in logische partities en de VEPA-schakelwerkstand (Virtual Ethernet Port Aggregator) toewijzen aan irtuele Ethernetswitches. Als u gebruik maakt an de VEB-schakelwerkstand (Virtual Ethernet Bridge), is het erkeer tussen logische partities niet zichtbaar oor de externe switches. Als u echter gebruik maakt an de VEPAschakelwerkstand, is het erkeer tussen logische partities wel zichtbaar oor de externe switches. Door deze zichtbaarheid worden functies zoals beeiliging, die door de geaanceerde schakeltechnologie worden gebruikt, beter bruikbaar. Geautomatiseerde VSI-scanfuncties en -configuratie met de externe Ethernet-bridges ereenoudigen de switchconfiguratie oor de irtuele interfaces die bij de logische partities gemaakt worden. De beleidsdefinities oor VSI-beheer middels profielen zorgen oor flexibiliteit tijdens de configuratie en ergroten de oordelen an automatisering. Hieronder olgen de configuratieereisten op de Virtual I/O Serer (VIOS) oor het gebruik an de VSNmogelijkheden: Er moet ten minste één VIOS-logische partitie actief zijn die de irtuele switch ondersteunt en deze moet de VEPA-schakelstand ondersteunen. De externe switches die erbonden zijn met de gemeenschappelijke Ethernet-adapter moeten de VEPAschakelstand ondersteunen. De daemon lldp moet actief zijn op de VIOS en moet de gemeenschappelijke Ethernet-adapter beheren. Voer anaf de opdrachtregelinterface an VIOS de opdracht chde uit om de waarde an het kenmerk lldpsc an de gemeenschappelijke Ethernet-adapter te eranderen in yes. De standaardwaarde an het kenmerk lldpsc is no. Voer de opdracht lldpsync uit om de lldpd-daemon in kennis te stellen an de wijziging. Opmerking: Het kenmerk lldpsc moet op de standaardwaarde zijn ingesteld oordat u de gemeenschappelijke Ethernet-adapter erwijdert. Anders lukt het erwijderen an de gemeenschappelijke Ethernet-adapter niet. Bij een installatie met redundant gedeelde Ethernet-adapters is de trunkadapter mogelijk aangesloten op een irtuele switch die is ingesteld op de VEPA-stand. Sluit in dit geal de adapters oor het besturingskanaal an de gemeenschappelijke Ethernet-adapter aan op een andere irtuele switch die altijd is ingesteld op de VEB-werkstand. Een gemeenschappelijke Ethernet-adapter die zich in een werkstand oor hoge beschikbaarheid beindt, werkt niet als de adapter oor het besturingskanaal die aan de irtuele switches is gekoppeld zich in de VEPA-stand beindt. Beperking: Om de VSN-functie te gebruiken kunt u een gemeenschappelijke Ethernet-adapter niet configureren oor gebruik an linkaggregatie, en kunt u een Etherchannel-apparaat niet als fysieke adapter configureren. Verwante informatie: De opdracht chde RMC-erbindingen controleren oor de mobiele partitie: U kunt de RMC (Resource Monitoring and Control)-erbinding tussen de mobiele partitie en de Hardware Management Console (HMC) controleren. Deze RMC-erbinding is nodig oor het uitoeren an Actie partition mobility. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Lie Partition Mobility 79

88 RMC is een gratis functie an het besturingssysteem AI, die u kunt configureren oor het bewaken an resources en oor het uitoeren an een actie in respons op een bepaalde oorwaarde. Met de RMC kunt u acties of scripts configureren die algemene systeemoorwaarden met weinig tot geen tussenkomst an een systeembeheerder afhandelen. Op de HMC wordt RMC gebruikt als het hoofdkanaal oor communicatie tussen logische partities met AI of Linux en de HMC. Ga als olgt te werk om een RMC-erbinding oor de mobiele partitie te controleren: 1. Typ lspartition -dlpar op de HMC-opdrachtregel. Het resultaat an de opdracht is ergelijkbaar met het olgende: ze25b:/ar/ct/iw/log/mc/ibm.lparcmdrm # lspartition -dlpar <#0> Partition:<5*8203-E4A*1000xx, serername1.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<0>, OS:<,, >, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<0> <#1> Partition:<4*8203-E4A*10006xx, serername2.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<0>, OS:<AI>, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<0> <#2> Partition:<3*8203-E4A*10006xx, serername3.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<1>, OS:<AI>, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<340> <#4> Partition:<5*8203-E4A*10006xx, serername4.austin.ibm.com, x.x.xxx.xx> Actie:<1>, OS:<AI>, DCaps:<0x2f>, CmdCaps:<0x0b, 0x0b>, PinnedMem:<140> </AI></AI></AI> Als het resultaat oor de logische partitie <Actie 1> is, is de RMC-erbinding tot stand gebracht. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga terug naar De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76. Als het resultaat oor de logische partitie <Actie 0> is of als de logische partitie niet wordt ermeld, gaat u erder met de olgende stap. 2. Controleer of de RMC-firewallpoort op de HMC is uitgeschakeld. Als de RMC-firewallpoort is uitgeschakeld, gaat u erder met stap 3. Als de RMC-firewallpoort is ingeschakeld, wijzigt u de instelling an de HMC-firewall. Herhaal stap Benader de logische partitie ia Telnet. Als u Telnet niet kunt gebruiken, opent u een irtueel werkstation op de HMC om het netwerk op de logische partitie in te stellen. 4. Wanneer het partitienetwerk juist is ingesteld en u nog steeds geen RMC-erbinding hebt, controleert u of de RSCT-bestandsgroep is geïnstalleerd. Als de RSCT-bestandsgroep is geïnstalleerd, controleert u met Telnet anaf de logische partitie of het netwerk naar de HMC naar behoren werkt en de firewall is uitgeschakeld. Nadat u deze taken hebt gecontroleerd, herhaalt u stap 1. Als u nog steeds geen RMC-erbinding met de mobiele partitie tot stand kunt brengen, neemt u contact op met het olgende ondersteuningsnieau. Als de RSCT-bestandsgroep niet is geïnstalleerd, installeert u deze anaf de installatie-cd an AI. Belangrijk: Als de netwerkconfiguratie is gewijzigd of de logische partitie is geactieerd, duurt het ongeeer ijf minuten oordat de RMC-erbinding tot stand is gebracht. De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren: Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt erplaatsen naar de doelserer. U kunt als olgt, met behulp an de HMC, controleren of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer: 1. Ga na welke compatibiliteitswerkstanden er door de doelserer worden ondersteund. Dit doet u door de olgende opdracht op te geen op de opdrachtregel an de HMC waarmee de doelserer wordt beheerd: lssyscfg -r sys -F lpar_proc_compat_modes 80 Power Systems: Lie Partition Mobility

89 Noteer deze waarden, zodat u ze later nog eens kunt naslaan. 2. Ga na wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie is: a. In het naigatieenster an de HMC waarmee de bronserer wordt beheerd, opent u Systeembeheer > Serers en selecteert u de bronserer. b. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. c. Ga naar het menu Taken en selecteer Configuratie > Profielen beheren. Het enster Beheerde profielen wordt weergegeen. d. Selecteer het actiee partitieprofiel an de mobiele partitie of selecteer het partitieprofiel an waaruit de mobiele partitie de laatste keer is geactieerd. e. Ga naar het menu Acties en klik op Bewerken. Het enster Eigenschappen an profiel logische partitie wordt afgebeeld. f. Klik op de tab Processors om te zien wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand is. Noteer deze waarde, zodat u hem later nog eens kunt naslaan. 3. Ga na wat de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie is. Als u an plan bent een inactiee migratie uit te oeren, kunt u deze stap oerslaan en meteen doorgaan met stap 4. a. In het naigatieenster an de HMC waarmee de bronserer wordt beheerd, opent u Systeembeheer > Serers en selecteert u de bronserer. b. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster en klik op Eigenschappen. c. Selecteer de tab Hardware en kijk wat de compatibiliteitswerkstand is. Dit is de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie. Noteer deze waarde, zodat u hem later nog eens kunt naslaan. 4. Controleer of de geprefereerde en de huidige compatibiliteitswerkstand die u in de stappen 2 en 3 hebt geonden, allebei in de lijst an ondersteunde compatibiliteitswerkstanden oor de doelserer staan. Deze hebt u in stap 1 op pagina 80 geonden. Bij actiee migraties moeten zowel de geprefereerde als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie worden ondersteund door de doelserer. Bij inactiee migraties hoeft alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand te worden ondersteund door de doelserer. Waarschuwing: Als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie POWER5 is, houd er dan rekening mee dat de werkstand POWER5 niet wordt genoemd in de lijst an werkstanden die worden ondersteund door de doelserer. De doelserer ondersteunt de werkstand POWER5 echter wél, ook al wordt deze niet genoemd. 5. Als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, gaat u naar stap 2 en geeft u oor de geprefereerde werkstand een werkstand op die door de doelserer wél wordt ondersteund. Bijoorbeeld: De faoriete werkstand an de mobiele partitie is POWER7 en u bent an plan om de mobiele partitie te erplaatsen naar een serer met PO- WER6-. De -serer biedt geen ondersteuning oor de POWER7-werkstand, maar wel oor de -werkstand. Daarom moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in. 6. Als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, kunt u de olgende oplossingen proberen: Als de mobiele partitie actief is, is het mogelijk dat de hyperisor nog niet de gelegenheid heeft gehad om de huidige werkstand an de mobiele partitie bij te werken. Start de mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. Als de huidige werkstand an de mobiele partitie nog steeds niet oorkomt in de lijst an ondersteunde partities oor de doelserer, kunt u de geprefereerde werkstand aan de hand an de instructies in stap 2 wijzigen in een werkstand die wél wordt ondersteund door de doelserer. Verolgens start de u mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. De mobiele partitie draait bijoorbeeld op een serer met POWER7- en de actiee werkstand is de POWER7-werkstand. Nu wilt u de mobiele partitie erplaatsen naar een - serer, waarop geen ondersteuning oor de POWER7-werkstand beschikbaar is. U erandert de ge- Lie Partition Mobility 81

90 prefereerde werkstand an de mobiele partitie in en start de mobiele partitie opnieuw. De hyperisor controleert de configuratie en stelt de huidige werkstand in op ; deze wordt ondersteund op de doelserer. Verwante onderwerpen: Compatibiliteitswerkstanden op pagina 18 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. Compatibiliteitswerkstanden op pagina 115 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. Redundante foutenrapportage uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt de rapportage an redundante fouten op de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u de mobiele partitie kunt erplaatsen an de bron- naar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Als u redundante foutenrapportage inschakelt, rapporteert de logische partitie de hardwarefouten an de serer en de partities aan de HMC. Als u redundante foutenrapportage uitschakelt, rapporteert de logische partitie alleen de hardwarefouten an de partities aan de HMC. Wanneer u een logische partitie wilt erplaatsen, schakelt u de redundante foutenrapportage uit. Ga als olgt te werk om redundante foutenrapportage op de mobiele partitie uit te schakelen met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Instellingen. 7. Deselecteer Redundante foutpadmelding inschakelen en klik op OK. Actieer de logische partitie met dit profiel om de wijziging an kracht te laten worden. Virtuele seriële adapters uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt niet geresereerde irtuele seriële adapters oor de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u de mobiele partitie kunt erplaatsen an de bronnaar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Virtuele seriële adapters worden aak gebruikt oor irtueel-werkstationerbindingen met het besturingssysteem. De eerste twee irtuele seriële adapters (sleuen 0 en 1) zijn geresereerd oor de HMC. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor partition mobility, mag deze geen irtuele seriële adapters hebben, met uitzondering an de twee geresereerde adapters oor de HMC. Ga als olgt te werk om niet-geresereerde irtuele seriële adapters met behulp an de HMC uit te schakelen: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 82 Power Systems: Lie Partition Mobility

91 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Virtuele adapter. 7. Als er meer dan twee irtuele seriële adapters worden ermeld, controleert u of de andere adapters dan 0 en 1 niet op Vereist zijn ingesteld. Als er extra irtuele seriële adapters op Vereist zijn ingesteld, selecteert u de adapter die u wilt erwijderen. Verolgens klikt u op Acties > Wissen om de adapter uit het partitieprofiel te erwijderen. U kunt op Dynamische logische partitionering > Virtuele adapters klikken. Het enster Virtuele adapters wordt afgebeeld. Selecteer de adapter die u wilt erwijderen en klik op Acties > Wissen om de adapter uit het partitieprofiel te erwijderen. 8. Klik op OK. De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen: U kunt de mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u de mobiele partitie kunt erplaatsen an de bron- naar de doelserer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Een werkbelastinggroep geeft een set logische partities aan die zich beinden op hetzelfde fysieke systeem. Het partitieprofiel geeft, indien an toepassing, de naam aan an de werkbelastinggroep waaran deze deel uitmaakt. De werkbelastinggroep wordt gedefinieerd bij het configureren an een logische partitie met behulp an HMC. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor partition mobility, mag deze niet aan een werkbelastinggroep zijn toegewezen. Ga als olgt te werk om de mobiele partitie met behulp an HMC uit een werkbelastinggroep te erwijderen: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Instellingen. 7. Selecteer (Geen) onder Werkbelasting en klik op OK. 8. Herhaal stap 1 t/m 7 oor alle partitieprofielen behorende bij de mobiele partitie. U moet deze logische partitie met dit profiel actieren om de wijziging an kracht te laten worden. BSR-arrays uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt de BSR (barrier synchronization register)-arrays oor de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u kunt werken met Actie partition mobility. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. BSR is een geheugenregister dat zich in bepaalde systemen beindt die op een POWER-processor zijn gebaseerd. Een toepassing met parallelle erwerking in AI kan gebruikmaken an een BSR oor barrièresynchronisatie, waarbij de threads in de parallelle toepassing worden gesynchroniseerd. Lie Partition Mobility 83

92 Als u een logische partitie wilt gebruiken oor Actie partition mobility, mag deze geen gebruik maken an BSR-arrays. Als de mobiele logische partitie wel BSR gebruikt, kunt u Inactie partition mobility toepassen. Voer de olgende stappen uit om BSR oor de mobiele partitie uit te schakelen, met behulp an de HMC: 1. Selecteer in het naigatieenster Systeembeheer en daarna Serers. 2. Selecteer in het naigatieenster de gewenste beheerde serer en kies Eigenschappen. 3. Klik op de tab Mogelijkheden. Als 'Geschikt oor BSR (Barrier Synchronization Register)' Waar is, klikt u op OK en gaat u erder met de olgende stap. Als 'Geschikt oor BSR (Barrier Synchronization Register)' Onwaar is, biedt de serer geen ondersteuning oor BSR. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 5. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 6. Selecteer in het werkenster de gewenste logische partitie, klik op de knop Taken en selecteer Eigenschappen. 7. Klik op de tab Hardware. 8. Klik op de tab Geheugen. Als het aantal BSR-arrays nul is, is de mobiele partitie geschikt oor Actie of Inactie partition mobility. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76. Als het aantal BSR-arrays niet nul is, oert u een an de olgende stappen uit: Verplaats de partitie inactief in plaats an actief. Klik op OK en ga erder met de olgende stap om de mobiele partitie oor te bereiden op een actiee erplaatsing. 9. Selecteer de mobiele partitie en klik erolgens op Configuratie > Profielen beheren. 10. Selecteer het partitieprofiel waarmee u de mobiele partitie opnieuw wilt actieren en klik op Actie > Bewerken. 11. Klik op de tab Geheugen. Als het aantal BSR-arrays nul is, is de mobiele partitie geschikt oor Actie of Inactie partition mobility. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76. Als het aantal BSR-arrays niet nul is, doet u het olgende om BSR op nul in te stellen, zodat een actiee migratie wel mogelijk is: Typ 0 in het eld oor de BSR-arrays. Klik op OK en ga erder met de olgende stap om de mobiele partitie oor te bereiden op een actiee erplaatsing. 12. Actieer de logische partitie met dit profiel om de wijziging an kracht te laten worden. Bulkpagina's uitschakelen oor de mobiele partitie: U kunt bulkpagina's oor de mobiele partitie uitschakelen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u kunt werken met Actie partition mobility. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Bulkpagina's kunnen het prestatieermogen erbeteren in specifieke omgeingen waarin taken in grote mate parallel moeten worden uitgeoerd, zoals in gepartitioneerde DB2-databaseomgeingen. U kunt minimum-, het maximum aantal en het gewenste aantal bulkpagina's opgeen dat aan een logische partitie moet worden toegewezen als u de logische partitie of het partitieprofiel maakt. 84 Power Systems: Lie Partition Mobility

93 Als u een logische partitie wilt gebruiken oor Actie partition mobility, mag deze geen gebruik maken an bulkpagina's. Als de mobiele partitie wel bulkpagina's gebruikt, kunt u Inactie partition mobility toepassen. Voer de olgende stappen uit om bulkpagina's oor de mobiele partitie uit te schakelen, met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer in het werkenster de gewenste beheerde serer, klik op de knop Taken en selecteer Eigenschappen. 3. Klik op de tab Mogelijkheden. Als 'Geschikt oor huge pages' Waar is, klikt u op OK en gaat u erder met de olgende stap. Als 'Geschikt oor huge pages' Onwaar is, biedt de bronserer geen ondersteuning oor bulkpagina's. De mobiele partitie is geschikt oor zowel Actie als Inactie partition mobility. Sla de andere stappen an deze procedure oer en ga erder bij De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 5. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 6. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 7. Kies Eigenschappen en de tab Hardware en klik op de tab Geheugen. Als het bulkpaginageheugen nul is, slaat u de andere stappen an deze procedure oer en gaat u erder bij De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility op pagina 76. Als het bulkpaginageheugen niet nul is, oert u een an de olgende stappen uit: Verplaats de partitie inactief in plaats an actief. Klik op OK en ga erder met de olgende stap om de mobiele partitie oor te bereiden op een actiee erplaatsing. 8. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 9. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 10. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 11. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 12. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 13. Klik op het tabblad Memory. 14. Typ 0 in het eld oor bulkpaginageheugen en klik op OK. 15. Actieer de logische partitie met dit profiel om de wijziging an kracht te laten worden. Logische Host Ethernet Adapters erwijderen uit de mobiele partitie: U kunt een logische Host Ethernet Adapter (LHEA) uit een mobiele partitie erwijderen met behulp an de Hardware Management Console (HMC), zodat u kunt werken met Actie partition mobility. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Een logische partitie kan alleen deelnemen aan Actie partition mobility als er geen LHEA's aan zijn toegewezen. Als aan de mobiele partitie een of meer LHEA's zijn toegewezen, kan deze deelnemen aan Inactie partition mobility. Voer de olgende stappen uit om een LHEA uit de mobiele partitie te erwijderen met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de mobiele partitie en klik op Configuratie > Profielen beheren. Lie Partition Mobility 85

94 4. Selecteer het gewenste partitieprofiel en klik op Acties > Bewerken. 5. Klik op de tab LHEA's (Logical Host Ethernet Adapters). 6. Selecteer de fysieke poortlocaties waaraan een logisch poort-id is toegewezen en klik op Opnieuw instellen. 7. Klik op OK. Opmerking: Sommige mobiele AI-partities die werken met een Host Ethernet Adapter, kunnen in Actie partition mobility worden opgenomen met behulp an SMIT (System Management Interface Tool). Voor meer informatie oer configuratieereisten en aanullende oorbereidingstaken raadpleegt u LPMoerzicht. Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hierbij inbegrepen zijn taken als het maken an een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer (VIOS) en het maken an ten minste één irtuele Ethernetadapter op de mobiele partitie. Voer de olgende taken uit om de netwerkconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Opmerking: Partition Mobility zal mislukken wanneer u een an de olgende beeiligingsinstellingen inschakelt oor de logische VIOS-partities: Als u de netwerkbeeiliging op de hoge modus hebt ingesteld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. Als u een profiel dat de netwerkconnectiiteit beïnloedt, hebt ingeschakeld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. U kunt eilige IP-tunnels inschakelen tussen de MSP's (moer serice partitions) op de bron- en doelserers, om Partition Mobility uit te oeren met deze beeiligingsinstellingen. Raadpleeg oor meer informatie Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 87. Tabel 30. Planningstaken oor het netwerk Taken oor netwerkplanning 1. Maak een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de logische partitie an de bron- en de doel-virtual I/O Serer met behulp an de HMC. 2. Configureer Virtual Ethernet Adapters op de logische partities an de bron- en de doel-virtual I/O Serer. 3. Maak minimaal één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. Opmerking: Als tijdens een bewerking oor het migreren of onderbreken an een partitie de bronpartitie beschikt oer ten minste één uitgeschakelde irtuele Ethernet-adapter, mislukt de migratie- of onderbrekingsbewerking. 4. Actieer de mobiele partitie om de communicatie tot stand te brengen tussen de Virtual Ethernet Adapter en de Virtual Ethernet Adapter an de Virtual I/O Serer. 5. Controleer of het besturingssysteem an de mobiele partitie de nieuwe Ethernet-adapter herkent. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Een Gemeenschappelijke Ethernet-adapter maken oor een logische VIOS-partitie, met behulp an de HMC Een irtuele Ethernet-adapter configureren met behulp an de HMC Een irtuele Ethernet-adapter configureren met behulp an de HMC Een logische partitie actieren 86 Power Systems: Lie Partition Mobility

95 Tabel 30. Planningstaken oor het netwerk (erolg) Taken oor netwerkplanning 6. Stel het LAN zodanig in dat de mobiele partitie ook na afloop an de migratie kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 7. Optioneel: Configureer eilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers en schakel deze in. Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren 8. Voor VIOS-partities die zijn ingesteld als MSP's (moer serice partitions), zorgt u dat deze werken met een netwerkbandbreedte an 1 GB of meer. Opmerking: Partitiemobiliteit mislukt als de VSI-configuratie (Virtual Station Interface) op de doelserer mislukt. Door de lag --si bij de opdracht migrlpar op te geen, kunt u de configuratie oortzetten. Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 47 In partition mobility dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Verwante informatie: opdracht iosecure Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren: Met Virtual I/O Serer (VIOS) , of hoger, kunt u eilige IP-tunnels configureren tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Als zowel de bron- als de doelserer werken met Virtual I/O Serer , of hoger, worden de tunnels automatisch gemaakt, afhankelijk an het beeiligingsprofiel dat is toegepast op de bron-vios. Oerweeg het inschakelen an eilige IP-tunnels tussen de MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer en de MSP op het doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP op de bronserer erzendt naar de MSP op de doelserer tijdens actie partition mobility. Voordat u begint, moet u de olgende taken uitoeren: 1. Door middel an de opdracht iosleel controleren of de MSP's op de bron- en doelserers an ersie zijn, of hoger. 2. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de bronserer. 3. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de doelserer. 4. De gedeelde geheime erificatiesleutel erkrijgen oor de bron- en de doel-msp's. Voer de olgende stappen uit om eilige IP-tunnels te configureren en in te schakelen: 1. Beeld een lijst an beschikbare eilige tunnelagenten af met behulp an de opdracht lssc. Bijoorbeeld: $lssc ipsec_tunnel 2. Beeld een lijst af an alle kenmerken an de eilige-tunnelagent met behulp an de opdracht cfgsc. Bijoorbeeld: Lie Partition Mobility 87

96 $cfgsc ipsec_tunnel -ls local_ip remote_ip sleutel 3. Configureer met behulp an de opdracht cfgsc een eilige tunnel tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer: cfgsc ipsec_tunnel -attr local_ip=src_msp_ip remote_ip=dest_msp_ip key=key waarbij: src_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de bronserer. dest_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de doelserer. sleutel is de geheime gedeelde sleutel oor de MSP's op de bron- en doelserers. Bijoorbeeld: abcderadf31231adsf. 4. Schakel de eilige tunnel in met behulp an de opdracht startsc. Bijoorbeeld: startsc ipsec_tunnel Opmerking: Als u het sterke PCI (Payment Card Industry)- of DoD (Department of Defence)- beeiligingsprofiel toepast, wordt de eilige tunnel gemaakt en wordt Actie Partition Mobility uitgeoerd ia dit beeiligde kanaal. Het eilige kanaal dat wordt gemaakt, wordt automatisch ernietigd zodra de Partition Mobility-bewerking is oltooid. Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing op pagina 38 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 47 In partition mobility dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 135 In partition mobility die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Verwante informatie: opdracht cfgsc opdracht startsc Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Hardware Management Console (HMC). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk. 88 Power Systems: Lie Partition Mobility

97 De doelserer moet dezelfde irtuele SCSI-configuratie bieden als de bronserer. In deze configuratie heeft de mobiele partitie na erplaatsing naar de doelserer toegang tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). De PPRC (Peer-to-Peer Remote Copy)-functie wordt ondersteund op het irtuele doelapparaat. De hardware-gebaseerde oplossingen oor herstel na calamiteiten Global Mirror en Metro Mirror zijn gebaseerd op PPRC. Deze oplossingen bieden real-time spiegeling an schijen binnen een Enterprise Storage Serer of tussen twee Enterprise Storage Serers op afstand an elkaar. Voer de olgende taken uit om de irtuele SCSI-configuratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 31. Voorbereidingstaken oor de irtuele SCSI-configuratie op systemen die worden beheerd door de HMC Taken oor opslagplanning 1. Controleer of de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, is toegewezen aan minimaal één Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) logische op de bronserer en aan minimaal één VIOS-partitie op de doelserer. 2. Controleer of de resereringskenmerken op de fysieke olumes hetzelfde zijn oor de bron- en doel- VIOS-partities. 3. Controleer of de irtuele apparaten hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEE-olumekenmerk hebben. 4. Controleer of de irtuele SCSI-adapters op de mobiele partitie toegang hebben tot de irtuele SCSIadapters op de bron-vios-partitie. 5. Optioneel: Geef een nieuwe naam op oor een of meer irtuele doelapparaten die worden gebruikt op de doel-vios-partitie. 6. Controleer of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslagruimte op het SAN. 7. Als u een of meer kenmerken an het partitieprofiel hebt gewijzigd, moet u de mobiele partitie opnieuw starten om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen IBM System Storage SAN Volume Controller Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen Exporteerbare schijen identificeren De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Sererpartities op de bronserer controleren op pagina 91 Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie op pagina 93 Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag op pagina 92 Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 48 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen: Bij sommige configuraties dient u rekening te houden met het resereringsbeleid an het apparaat op de Virtual I/O Serer (VIOS). Lie Partition Mobility 89

98 In de olgende tabel ziet u een toelichting bij de situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat op de VIOS belangrijk is oor systemen die worden beheerd door de Hardware Management Console (HMC) en de Integrated Virtualization Manager (IVM). Tabel 32. Situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat belangrijk is Met HMC beheerde systemen Om een MPIO-configuratie (Multipath I/O) op de client te kunnen gebruiken, kan geen an de irtuele SCSI-apparaten op de VIOS het irtuele SCSI-apparaat resereren. Stel het kenmerk resere_policy an het apparaat in op no_resere. Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility of de functie onderbreken/heratten kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: - HMC Versie 7 release of hoger - VIOS Versie of hoger - De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Met IVM beheerde systemen Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: IVM Versie of hoger De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Het kenmerk resere moet op de bron- en doelbeheerpartities hetzelfde zijn oor partition mobility. Het kenmerk resere op bron- en doel-vios-partities hetzelfde zijn oor partition mobility. Voor PowerVM Actie Memory Sharing of de functies onderbreken/heratten, stelt de VIOS automatisch het kenmerk resere op het fysieke olume in op geen resere. De VIOS oert deze actie uit wanneer u een apparaat oor pagingruimte toeoegt aan de gemeenschappelijke geheugenpool. 1. Maak an een VIOS-partitie een lijst an de schijen (of apparaten oor pagingruimte) waartoe de VIOS toegang heeft. Voer de olgende opdracht uit: lsde -type disk 2. Om het resereringsbeleid an een schijf te bepalen, oert u de olgende opdracht uit, waarbij hdisk de naam is an de schijf die u hebt aangegeen in stap 1. Bijoorbeeld: hdisk5. lsde -de hdisk -attr resere_policy Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer uit zoals de olgende uitoer:.. resere_policy no_resere Resere Policy True Op basis an de informatie in Tabel 32 dient u wellicht de resere_policy te wijzigen zodat u de schijf in alle beschreen configuraties kunt gebruiken. 3. Voer de opdracht chde uit de resere_policy in te stellen. Bijoorbeeld: chde -de hdisk -attr resere_policy=reseration waarbij: hdisk de naam an de schijf is waaroor u de resere_policy op no_resere wilt instellen. reseration is ofwel no_resere of pr_shared. 90 Power Systems: Lie Partition Mobility

99 4. Herhaal deze procedure anaf de andere VIOS-partitie. Vereisten: a. Alhoewel het kenmerk resere_policy een kenmerk is an het apparaat, wordt de waarde an het kenmerk opgeslagen in elke VIOS. U dient het kenmerk resere_policy anaf beide VIOS-partities in te stellen zodat beide VIOS-partities de resere_policy an het apparaat zien. b. Voor partition mobility moet de resere_policy op de doel-vios-partitie hetzelfde zijn als de resere_policy op de bron-vios-partitie. Als de resere_policy op de bron-vios-partitie bijoorbeeld pr_shared is, moet de resere_policy op de doel-vios-partitie ook pr_shared zijn. c. Met de modus PR_exclusie op SCSI-3 resere is migratie naar een ander systeem niet mogelijk. d. De waarde an PR_key oor de VSCSI-schijen op het bron- en doelsysteem moeten erschillend zijn. De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer controleren: U controleert de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer, zodat de Hardware Management Console (HMC) de irtuele adapters op de doelserer correct configureert wanneer u de mobiele partitie erplaatst. Om de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer bronpartities te controleren, oert u de olgende stappen uit anuit de HMC: 1. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Noteer de Verbindingspartitie en de Verbindingsadapter oor elke irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingspartitie is de logische Virtual I/O Serer-partitie die de irtuele adapter an de serer beat waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. De Verbindingsadapter is het ID an de irtuele adapter op de logische Virtual I/O Sererpartitie waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. Een oorbeeld: Tabel 33. Voorbeeld an irtuele adapters op de mobiele partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 2 VIOS VIOS1 12 g. Klik op OK om het enster Eigenschappen partitie te sluiten. 2. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an elke Verbindingspartitie of logische Virtual I/O Sererpartitie die u in de orige stap hebt aangetroffen: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer in het werkenster een logische Virtual I/O Serer-partitie waaruit de mobiele partitie irtuele I/O-resources ontangt. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. Lie Partition Mobility 91

100 f. Controleer of er erbinding wordt gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer doelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie: Het Adapter-ID an de irtuele adapter op de logische Virtual I/O Serer-partitie correspondeert met de Verbindingsadapter die u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingsadapter an de irtuele adapter op de logische Virtual I/O Serer-partitie correspondeert met het Adapter-ID dat u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De waarde oor irtuele SCSI-adapters kan ook worden ingesteld op Willekeurige partitiesleuf. Een oorbeeld: Tabel 34. Voorbeeld an irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer-partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 11 Mobiele partitie 2 12 Mobiele partitie Willekeurige partitiesleuf g. Klik op OK om het enster Eigenschappen partitie te sluiten. 3. Als alle irtuele SCSI-adapters op de logische Virtual I/O Serer-partitie toegang tot irtuele SCSIadapters an elke logische partitie mogelijk maken (d.w.z. de Verbindingspartitie oor elke irtuele SCSI-adapter is ingesteld op Willekeurige partitie), oert u een an de olgende handelingen uit: Maak een nieuwe irtuele SCSI-adapter op de logische Virtual I/O Serer-partitie en geeft alleen een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestemming om deze te benaderen. Wijzig de erbindingsspecificaties an een irtuele SCSI-adapter op de logische Virtual I/O Sererpartitie zodanig dat deze alleen toegang tot een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestaat. Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag: Met de Hardware Management Console (HMC) controleert u of de mobiele partitie toegang heeft tot de eigen fysieke opslagruimte in het SAN (storage area network), zodat de mobiele partitie ook na erplaatsing naar de doelserer toegang heeft tot deze fysieke opslagruimte. De mobiele partitie moet anuit zowel de bron- als de doelomgeing toegang hebben tot dezelfde fysieke opslag om partition mobility te laten slagen. De bronomgeing moet de olgende erbindingen hebben: Elke irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie moet toegang hebben tot een irtuele SCSIdoeladapter op de logische partitie an de bron-virtual I/O Serer. De irtuele SCSI-doeladapters op de logische partitie an de bron-virtual I/O Serer moeten toegang hebben tot een SAN-adapter op de logische partitie an de bron-virtual I/O Serer. De SAN-adapter op de logische partitie an de bron-virtual I/O Serer moet zijn erbonden met een SAN en toegang hebben tot de fysieke opslagapparatuur in het SAN waaroor u de mobiele partitie toegang wilt erlenen. De doelomgeing moet de olgende erbindingen hebben: De logische partitie an de doel-virtual I/O Serer heeft lege irtuele sleuen. De SAN-adapter op de logische partitie an de doel-virtual I/O Serer moet met hetzelfde SAN zijn erbonden als de logische partitie an de bron-virtual I/O Serer en toegang hebben tot dezelfde logische partitie als de bron-virtual I/O Serer. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Ga als olgt te werk om deze erbindingen te controleren met behulp an HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 92 Power Systems: Lie Partition Mobility

101 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer in het werkenster de bron-virtual I/O Serer, klik op de knop Taken en selecteer Hardware (Informatie) > Virtuele adapters > SCSI. 4. Controleer de olgende informatie en klik op OK: Virtuele adapter Backing-apparaat Partitie op afstand Adapter op afstand Backing-apparaat op afstand Tip: De elden oor de irtuele SCSI-adapter kunnen leeg zijn wanneer de mobiele partitie is uitgeschakeld of wanneer de fysieke schijf niet is gekoppeld aan de irtuele SCSI-adapter an de Virtual I/O Serer. Als de informatie onjuist is, gaat u terug naar Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility op pagina 88 en oert u de desbetreffende taak uit. Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie: Voordat u een logische partitie erplaatst, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt erplaatst, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. Controleer oordat u begint of de olgende producten de juiste ersie hebben: De Hardware Management Console (HMC) moet an ersie 7, release zijn of hoger. De VIOS-partities moeten an ersie zijn, of hoger. Dit geldt zowel oor de VIOS-bronpartities als de VIOS-doelpartities. Waar mogelijk bewaart partition mobility door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op het doelsysteem. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. In sommige situaties is de partition mobility mogelijk niet in staat om een door de gebruiker gedefinieerde naam te behouden. Bijoorbeeld als de naam al in gebruik is op de VIOS-doelpartitie. Als u door de gebruiker gedefinieerde namen wilt behouden op de VIOS-doelpartitie, kunt u een nieuwe naam opgeen oor het irtuele doelapparaat dat moet worden gebruikt op de VIOS-doelpartitie. Als u geen nieuwe naam opgeeft, wijst partition mobility automatisch de eerstolgende beschikbare tscsixnaam toe aan het irtueel doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. 1. Om de namen en toewijzingen an de irtuele doelapparaten te bekijken, oert u de opdracht lsmap als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: lsmap -all Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer als olgt uit: SVSA Physloc Client Partition ID host4 U8203.E4A.10D4431-V8-C14 0x d VTD Status LUN Backing deice Physloc VTD Status client3_hd0 Aailable 0x hdisk5 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L client3_hd1 Aailable Lie Partition Mobility 93

102 LUN Backing deice Physloc 0x hdisk6 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L In dit oorbeeld zijn de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten: client3_hd0 en client3_hd1. 2. Als u een door de gebruiker gedefinieerde naam oor een irtueel doelapparaat wilt opgeen oor gebruik op de VIOS-doelpartitie, oert u de opdracht chde als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: chde -de de_id -attr mig_name=partition_mobility_id waarbij: de_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam an het irtuele doelapparaat op de VIOSbronpartitie. partition_mobility_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam die u wilt geen aan het irtuele doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Voordat u de migratie an een inactiee partitie op een logische partitie met een NPIV-adapter (N_Port ID Virtualization) gaat plannen, moet u controleren of de logische partitie in ieder geal één keer is geactieerd. Bij deze erificatie gaat het om taken zoals het controleren an de WWPN's (wereldwijde poortnamen) oor de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie en het controleren of de fysieke glasezeladapters en de fysieke glasezelswitches ondersteuning bieden oor NPIV. Partition Mobility met NPIV, en enkelpad-resereringen wordt ondersteund. U kunt een clientpartitie met toegewezen NPIV-adapters waaroor geen WWPN-doelen zijn ingedeeld, migreren door de glasezelpoort op de doelpartitie op te geen. Als de te gebruiken fysieke poort op de doelpartitie is opgegeen, wordt met een alidatie gecontroleerd of de fysieke poort niet beschikt oer ingedeelde WWPN-doelen en of de irtuele adapter is toegewezen aan de doelpartitie. Als de fysieke poort niet is opgegeen, worden met de alidatie alle poorten op de doelpartitie gecontroleerd, om ast te stellen of er ingedeelde WWPN-doelen zijn. Als er ingedeelde WWPN-doelen worden aangetroffen, mislukt de alidatie. Als er geen ingedeelde WWPN-doelen zijn, wordt de irtuele adapter niet toegewezen op de doelpartitie. De doelserer moet dezelfde irtuele glasezelconfiguratie bieden als de bronserer, zodat de mobiele partitie na erplaatsing naar de doelserer toegang blijft houden tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). Voer de olgende taken uit om de irtuele glasezelconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. 94 Power Systems: Lie Partition Mobility

103 Tabel 35. Voorbereidingstaken oor de irtuele glasezelconfiguratie op systemen die worden beheerd door de HMC Taken oor opslagplanning 1. Controleer oor elke irtuele glasezeladapter op de mobiele partitie of beide WWPN's zijn toegewezen aan dezelfde set LUN's (logical unit numbers) op het SAN. 2. Controleer of de fysieke adapters die zijn toegewezen aan de logische bron- en doelpartities an Virtual I/O Serer ondersteuning bieden aan NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om te kijken welke fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter ondersteuning bieden aan NPIV. 3. Controleer of de switches waaraan de fysieke glasezeladapter op de logische bron- en doelpartities an Virtual I/O Serer zijn erbonden, ondersteuning bieden aan NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om de fabric support an de fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter te bekijken. Als de fabric support de waarde 1 heeft, is de fysieke poort middels een kabel erbonden met een switch die ondersteuning biedt aan NPIV. 4. Controleer of de mobiele partitie toegang heeft tot de irtuele glasezeladapters op de logische Virtual I/O Serer bronpartitie. 5. Als u een of meer kenmerken an het partitieprofiel hebt gewijzigd, moet u de mobiele partitie opnieuw starten om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Bepalen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele glasezeladapter IBM System Storage SAN Volume Controller Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Sererpartities op de bronserer controleren op pagina 91 Logische partities afsluiten en opnieuw starten Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 48 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele glasezeladapters Bepalen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele glasezeladapter: U kunt aststellen welke WWPN's (worldwide port names) er zijn toegewezen aan de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie, door op de Hardware Management Console (HMC) de eigenschappen an de mobiele partitie te bekijken. Om ast te stellen welke WWPN's zijn toegewezen aan een irtuele glasezeladapter, oert u de olgende stappen uit op de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. 2. Klik op de serer waarop de mobiele partitie zich beindt. 3. Selecteer de mobiele partitie in het naigatieenster. 4. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. Lie Partition Mobility 95

104 5. Klik op het tabblad Virtuele adapters. 6. Selecteer een irtuele glasezeladapter. 7. Klik in het menu Acties op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen Virtuele Glasezeladapter wordt afgebeeld. 8. Voer de stappen 6 en 7 uit oor elke irtuele glasezeladapter op de mobiele partitie. 9. Klik op Sluiten om terug te keren naar het enster Eigenschappen Partitie. De irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer controleren: U controleert de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer-partities op de bronserer, zodat de Hardware Management Console (HMC) de irtuele adapters op de doelserer correct configureert wanneer u de mobiele partitie erplaatst. Om de irtuele-adaptererbindingen tussen de mobiele partitie en de logische Virtual I/O Serer bronpartities te controleren, oert u de olgende stappen uit anuit de HMC: 1. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Noteer de Verbindingspartitie en de Verbindingsadapter oor elke irtuele adapter op de mobiele partitie. De Verbindingspartitie is de logische Virtual I/O Serer-partitie die de irtuele adapter an de serer beat waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. De Verbindingsadapter is het ID an de irtuele adapter op de logische Virtual I/O Sererpartitie waarmee de irtuele adapter op de mobiele partitie erbinding maakt. Een oorbeeld: Tabel 36. Voorbeeld an irtuele adapters op de mobiele partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 2 VIOS VIOS1 12 g. Klik op OK om het enster Eigenschappen partitie te sluiten. 2. Controleer de irtuele adapterconfiguratie an elke Verbindingspartitie of logische Virtual I/O Sererpartitie die u in de orige stap hebt aangetroffen: a. In het naigatieenster opent u Systeembeheer > Serers. b. Klik op het beheerde systeem waarop de mobiele partitie zich beindt. c. Selecteer in het werkenster een logische Virtual I/O Serer-partitie waaruit de mobiele partitie irtuele I/O-resources ontangt. d. Klik in het menu Taken op Eigenschappen. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. e. Klik op het tabblad Virtuele adapters. f. Controleer of er erbinding wordt gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer doelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie: Het Adapter-ID an de irtuele adapter op de logische Virtual I/O Serer-partitie correspondeert met de Verbindingsadapter die u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. 96 Power Systems: Lie Partition Mobility

105 De Verbindingsadapter an de irtuele adapter op de logische Virtual I/O Serer-partitie correspondeert met het Adapter-ID dat u genoteerd hebt oor de irtuele adapter op de mobiele partitie. De waarde oor irtuele SCSI-adapters kan ook worden ingesteld op Willekeurige partitiesleuf. Een oorbeeld: Tabel 37. Voorbeeld an irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer-partitie Adapter-ID Verbindingspartitie Verbindingsadapter 11 Mobiele partitie 2 12 Mobiele partitie Willekeurige partitiesleuf g. Klik op OK om het enster Eigenschappen partitie te sluiten. 3. Als alle irtuele SCSI-adapters op de logische Virtual I/O Serer-partitie toegang tot irtuele SCSIadapters an elke logische partitie mogelijk maken (d.w.z. de Verbindingspartitie oor elke irtuele SCSI-adapter is ingesteld op Willekeurige partitie), oert u een an de olgende handelingen uit: Maak een nieuwe irtuele SCSI-adapter op de logische Virtual I/O Serer-partitie en geeft alleen een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestemming om deze te benaderen. Wijzig de erbindingsspecificaties an een irtuele SCSI-adapter op de logische Virtual I/O Sererpartitie zodanig dat deze alleen toegang tot een irtuele SCSI-adapter op de mobiele partitie toestaat. Controleren an de configuratie oor partition mobility Met de wizard Partitiemigratie op de Hardware Management Console (HMC) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partition mobility. Als de HMC een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. 8. Als de bron- en de doelserers door erschillende HMCs worden beheerd, controleer dan of de sleutels oor SSH-erificatie (Secure Shell) correct zijn ingesteld oor de HMCs. Zie De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmcs controleren op pagina 70 oor instructies. U moet een superbeheerder zijn om de Partition Mobility-omgeing te mogen alideren. Voer de olgende stappen uit om de bron- en doelsystemen te controleren oor partition mobility, met behulp an de HMC: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de bronserer in het naigatieenster. 4. Selecteer de mobiele partitie en klik op Bewerkingen > Mobiliteit > Controleren. Het enster Geldigheidscontrole partitiemigratie wordt geopend. 5. Geef informatie op oer de partition mobility-omgeing en klik op Controleren. De tabel met toewijzingen oor irtueel geheugen wordt oorzien an de instellingen an de oorgestelde irtuele adapter. Let op: Met HMC ersie 7, release 3.5.0, of hoger, kunt u Zo mogelijk irtueel geheugenfouten erangen selecteren. Selecteer deze optie als u het erplaatsen an de mobiele partitie naar een doelsysteem met minder redundantie wilt alideren. 6. Controleer de instellingen an de irtuele adapter op het doelsysteem. 7. Klik nogmaals op Controleren om te beestigen dat de gewijzigde instellingen zijn toegestaan oor partition mobility. Lie Partition Mobility 97

106 De HMC Versie 7 Release of hoger bewaart de toewijzingen aan de irtuele sleuen an de irtuele sereradapters op het doelsysteem. Maar in sommige situaties is de HMC misschien niet in staat om een ID oor een irtuele sleuf ast te houden. Bijoorbeeld als het sleuf-id al gebruikt wordt op de logische doelpartitie (VIOS) an de Virtual I/O Serer. Als de HMC geen ID oor een irtuele sleuf kan asthouden, krijgt u een foutmelding en wijst de HMC een beschikbaar sleuf-id toe. U kunt de toewijzingen erangen door de olgende stappen uit te oeren anaf de HMC-opdrachtregelinterface: 1. Voer de opdracht lslparmigr uit om een lijst met beschikbare sleuf-id's oor een VIOS-partitie af te beelden. 2. Voer de opdracht migrlpar uit om de olgende taken uit te oeren: ID's opgeen oor irtuele sleuen oor een of meer irtuele adaptertoewijzingen. De opgegeen sleuf-id's alideren. Opmerking: U kunt de poortnaam opgeen oor het glasezelkanaal oor het maken an de glasezeltoewijzing op de doelserer tijdens het uitoeren an de partitiemigratie. U kunt de poortnaam opgeen met de opdrachtregelinterface an de HMC. a. Een lijst an de geldige poortnamen oor het glasezelkanaal kunt u laten afbeelden met de opdracht lsnports. b. Uit de lijst an geldige poortnamen kiest u de poortnaam die u wilt gebruiken oor het kenmerk ios_fc_port_name en geeft u de olgende opdracht op: migrlpar -o -m <srccecnaam> -t <dstcecnaam> -p <lparnaam> -i "irtual_fc_mappings= <Client_slot_num>/<target_ios_naam>/<target_ios_id>/<target_slot_num>/<ios_fc_port_naam>" Bijoorbeeld: migrlpar -o -m rml13-fsp -t rml11-fsp -p rml11lp03 -i "irtual_fc_mappings= 3/rml11-ios1/1/8/fcs0" Verwante onderwerpen: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 11 Informatie oer de taken die u met de wizard Partitiemigratie an de Hardware Management Console (HMC) kunt uitoeren oor het controleren an de systeemconfiguratie oor actiee en inactiee partition mobility. Verwante taken: Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een VIOS-doelpartitie op pagina 93 Voordat u een logische partitie erplaatst, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt erplaatst, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. Vaststellen an de betrouwbare systeemsleutel op de doelserer op pagina 64 Om eroor te zorgen dat u Trusted Boot kunt uitoeren op mobiele partities die met de oorziening kunnen werken op de doelserer, dient u ast te stellen of de doelserer beschikt oer dezelfde betrouwbare systeemsleutel als de bronserer. De mobiele partitie erplaatsen U kunt een actiee, inactiee of onderbroken logische partitie erplaatsen an de ene naar een andere serer, met behulp an de wizard Partitiemigratie op de Hardware Management Console (HMC). U kunt een actiee logische AI-partitie ook met behulp an SMIT (System Management Interface Tool) erplaatsen an de ene naar de andere serer. De mobiele partitie erplaatsen met behulp an de HMC U kunt een actiee of inactiee logische partitie erplaatsen an de ene naar een andere serer, met behulp an de wizard Partitiemigratie op de Hardware Management Console (HMC). 98 Power Systems: Lie Partition Mobility

107 Voordat u een logische partitie erplaatst naar een andere serer dient u de olgende taken uit te oeren op de HMC. Tabel 38. Voorafgaande taken oor het erplaatsen an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken 1. Controleer of alle ereiste oorbereidingstaken oor partition mobility zijn uitgeoerd. 2. Controleer of de bron- en de doelserer gereed zijn oor gebruik. 3. Controleer of de mobiele partitie is uitgeschakeld. Vereiste: Breng de logische partitie weer in staat an gereedheid wanneer de olgende oorwaarden gelden: U wilt de logische partitie actief erplaatsen. De logische partitie heeft een storing. 4. Controleer of de mobiele partitie gereed is oor gebruik. 5. Controleer of de bron- en doel-virtual I/O Serers actief zijn. 6. Controleer of alle band- en CD-taken zijn oltooid of gestopt. 7. Controleer dat er geen DLPAR (dynamic logical partitioning)-bewerkingen in uitoering zijn op de logische partities op zowel de bron- als doelserer. Voer geen DLPAR-bewerkingen uit op de logische partities op de bron- en doelserer tijdens partition mobility. U kunt DLPAR-bewerkingen uitoeren op de logische partities nadat de mobiele partitie is erplaatst naar de doelserer. 8. Als de bron- en de doelserers door erschillende HMCs worden beheerd, controleer dan of de sleutels oor SSH-erificatie (Secure Shell) correct zijn ingesteld oor de HMCs. 9. Voer het hulpprogramma oor migratiecontrole uit op de HMC om te controleren of de serers, de irtuele I/O-serers, de mobiele partitie, de opslagmedia en het netwerk zijn oorbereid op partition mobility. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Voorbereiden oor partition mobility op pagina 52 Hoe u een beheerd systeem inschakelt, leest u in Inschakelen Logische partities afsluiten en opnieuw starten Zoekprogramma oor erwijzingscode Een logische partitie actieren met behulp an de HMC Een logische partitie actieren met behulp an de HMC De SSH-erificatie tussen de bron- en doel-hmcs controleren op pagina 70 Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 97 Voer de olgende taken uit om met behulp an de HMC een logische partitie te erplaatsen naar een andere serer: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Open de bronserer in het werkenster. 4. Selecteer de mobiele partitie en klik op Bewerkingen > Mobiliteit > Migreren. 5. Voltooi de wizard. Tips: a. Met HMC ersie 7, release 3.5.0, of hoger, kunt u Zo mogelijk irtueel geheugenfouten erangen selecteren. Selecteer deze optie als u de mobiele partitie wilt erplaatsen naar een doelsysteem met minder redundantie. Lie Partition Mobility 99

108 b. De HMC ersie 7 release of hoger bewaart de toewijzingen aan de irtuele sleuen an de irtuele sereradapters op het doelsysteem. Maar in sommige situaties is de HMC misschien niet in staat om een of meer ID's oor irtuele sleuen ast te houden. In zulke geallen wijst de HMC beschikbare ID's toe. Om de toewijzingen te erangen, erplaatst u de mobiele partitie met behulp an de opdracht migrlpar anaf de opdrachtregelinterface HMC. c. U kunt het IP-adres opgeen an de MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer, de MSP (Moer Serice Partition) op het doelserer of an beide. U wilt bijoorbeeld partition mobility om het snelste IP-adres dat op een MSP beschikbaar is te gebruiken. Om het IP-adres an een sericepartitie oor erplaatsen op te geen, moeten de olgende producten de opgegeen ersies hebben: De HMC moet ersie 7, release zijn of een recentere ersie. De MSP (Moer Serice Partition) waaroor u een IP-adres wilt opgeen, moet Virtual I/O Serer ersie zijn of een recentere ersie. Om de IP-adressen op te geen, erplaatst u de mobiele partitie door middel an de opdracht migrlpar anaf de opdrachtregelinterfacehmc. Nadat u een logische partitie hebt erplaatst naar een andere serer, oert u de olgende taken uit. Tabel 39. Afsluitende taken oor het erplaatsen an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken achteraf Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. Een logische partitie actieren met behulp an de HMC 2. Optioneel: Voeg ast toegewezen I/O-adapters toe en logische SR-IOV-poorten aan de mobiele partitie op de doelserer. 3. Als er tijdens de migratie irtueelwerkstationerbindingen erloren zijn gegaan, brengt u de erbindingen opnieuw tot stand op de doelserer. 4. Optioneel: Wijs de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep oor logische partities toe. 5. Als er statische toepassingen zijn beëindigd óór de erplaatsing, start u deze toepassingen opnieuw op de doelserer. 6. Als u een of meer partitieprofielkenmerken hebt gewijzigd, sluit u de partitie af en actieert u het nieuwe profiel om de nieuwe waarden an kracht te laten worden. 7. Optioneel: Maak een backup an de logische Virtual I/O Serer-partities op de doelserer, om de nieuwe toewijzingen oor irtuele apparaten eilig te stellen. 8. Optioneel: Schakel eilige IP-tunnels uit tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Fysieke I/O-apparaten en -sleuen dynamisch toeoegen Een SR-IOV-poort dynamisch toeoegen aan een logische partitie De mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep oor partities Logische partities afsluiten en opnieuw starten Backup maken an de Virtual I/O Serer stopsc-opdracht De mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep oor partities: U kunt met behulp an de Hardware Management Console (HMC) de mobiele partitie toeoegen aan een werkbelastinggroep, nadat de mobiele partitie is erplaatst naar de doelserer. 100 Power Systems: Lie Partition Mobility

109 U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Een werkbelastinggroep geeft een set logische partities aan die zich beinden op hetzelfde fysieke systeem. Hulpprogramma's oor het beheren an de werkbelasting gebruiken werkbelastinggroepen om de logische partities te identificeren die kunnen worden beheerd. Voordat u de mobiele partitie uit de bronomgeing naar de doelomgeing erplaatste, had u de mobiele partitie mogelijk al uit een werkbelastinggroep erwijderd. Nu de mobiele partitie naar de doelomgeing is erplaatst, kunt u deze aan een werkbelastinggroep toeoegen. Ga als olgt te werk om de mobiele partitie met behulp an de HMC toe te oegen aan een werkbelastinggroep: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer en selecteert u Serers. 2. Selecteer de gewenste beheerde serer in het naigatieenster. 3. Selecteer de gewenste logische partitie in het werkenster. 4. Klik op Configuratie > Profielen beheren. 5. Selecteer het gewenste profiel en klik op Acties > Bewerken. 6. Klik op de tab Instellingen. 7. Selecteer (Geen) onder Werkbelasting en klik op OK. 8. Herhaal stap 1 t/m 7 oor alle partitieprofielen behorende bij de mobiele partitie. U moet deze logische partitie met dit profiel actieren om de wijziging an kracht te laten worden. U kunt de wijziging ook dooroeren met behulp an DLPAR door op de logische partitie en daarna op Eigenschappen te klikken en het tabblad Oerige te selecteren. De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC U kunt een onderbroken logische AI, IBM i- of Linux-partitie erplaatsen an de ene naar de andere serer met behulp an de opdrachtregelinterface an Hardware Management Console (HMC). Opmerking: Als een onderbroken logische partitie wordt erplaatst naar een ander beheerd systeem, worden de irtuele geheugenapparaten an de logische partitie mogelijk per ongeluk opnieuw toegewezen terwijl de logische partitie onderbroken is. Omdat dit niet kan worden oorkomen, moet de onderbroken logische partitie bij oorkeur worden herat oordat de logische partitie wordt erplaatst. U kunt een logische AI-, IBM i- of Linux-partitie onderbreken, inclusief besturingssysteem en toepassingen, waarbij de irtuele sererstatus wordt opgeslagen in permanent geheugen. In een later stadium kunt u het gebruik an de logische partitie heratten. Als u een onderbroken logische partitie wilt erplaatsen an het ene beheerde systeem naar het andere, kunt u de opdracht migrlpar uitoeren, waarbij het kenmerk protectstorage wordt ingesteld op de waarde 2. Pmdat de irtuele opslagapparaten die zijn toegewezen aan de onderbroken logische partitie niet meer worden bescherma nadat de onderbroken logische partitie is erplaatst, moet u eroor zorgen dat de integriteit an de irtuele opslagapparaten behouden blijft terwijl de logische partitie onderbroken blijft. Nadat u een onderbroken logische partitie hebt erplaatst an de ene serer naar de andere, kunt u één an de olgende acties uitoeren: Herat de mobiele partitie op de doelserer. Zie De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC op pagina 102 oor instructies. Sluit de mobiele partitie op de doelserer af. Zie De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC op pagina 102 oor instructies. Verwante taken: Lie Partition Mobility 101

110 De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC U kunt een onderbroken logische AI, IBM i of Linux-partitie op de serer afsluiten door de Hardware Management Console (HMC) ersie of nieuwer te gebruiken. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een logische IBM i-partitie onderbreken en de werking an de logische partitie heratten op hetzelfde systeem. De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC U kunt een onderbroken logische AI, IBM i of Linux-partitie op de serer afsluiten door de Hardware Management Console (HMC) ersie of nieuwer te gebruiken. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een onderbroken logischeibm i-partitie afsluiten. De onderbroken mobiele partitie heratten met behulp an de HMC: U kunt een onderbroken logische AI, IBM i of Linux-partitie op de serer afsluiten door de Hardware Management Console (HMC) ersie of nieuwer te gebruiken. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een logische IBM i-partitie onderbreken en de werking an de logische partitie heratten op hetzelfde systeem. Voer de olgende taken uit om een onderbroken logische partitie te heratten door de HMC te gebruiken: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de onderbroken mobiele partitie in het werkenster. 4. Selecteer Bewerkingen > Bewerkingen onderbreken > Heratten. Opmerking: Als de VSI-configuratie (Virtual Station Interface) op de doelserer mislukt, mislukt ook het heratten. In dat geal moet u de partitie afsluiten en opnieuw opstarten; de heratbewerking wordt dan hersteld. Verwante taken: De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 101 U kunt een onderbroken logische AI, IBM i- of Linux-partitie erplaatsen an de ene naar de andere serer met behulp an de opdrachtregelinterface an Hardware Management Console (HMC). De naam en werkstand an de irtuele Ethernet-switch op de doelserer aststellen op pagina 66 U kunt de naam en werkstand an irtuele Ethernet-switches op de doelserer aststellen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Verwante informatie: Een logische partitie onderbreken De onderbroken mobiele partitie afsluiten met behulp an de HMC: U kunt een onderbroken logische AI, IBM i of Linux-partitie op de serer afsluiten door de Hardware Management Console (HMC) ersie of nieuwer te gebruiken. Met de HMC ersie of nieuwe, kunt u een onderbroken logischeibm i-partitie afsluiten. Voer de olgende taken uit om een onderbroken logische partitie af te sluiten door de HMC te gebruiken: 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de onderbroken mobiele partitie in het werkenster. 4. Selecteer Bewerkingen > Afsluiten. Verwante taken: De onderbroken mobiele partitie erplaatsen met behulp an de opdrachtregelinterface an HMC op pagina 101 U kunt een onderbroken logische AI, IBM i- of Linux-partitie erplaatsen an de ene naar de andere 102 Power Systems: Lie Partition Mobility

111 serer met behulp an de opdrachtregelinterface an Hardware Management Console (HMC). Mobiele partitie erplaatsen met behulp an SMIT U kunt een actiee logische AI-partitie met behulp an SMIT (System Management Interface Tool) erplaatsen an de ene naar de andere serer. Als u werkt met Host Ethernet Adapters in de mobiele AI-partitie, kunt u partition mobility uitoeren met behulp an SMIT. SMIT werkt met Hardware Management Console (HMC)-opdrachten, oor het uitoeren an erificatie en partition mobility. De configuratie an de mobiele partitie moet echter oldoen aan bepaalde ereisten oor het uitoeren an partition mobility met behulp an SMIT. Raadpleeg oor meer informatie LPM-oerzicht. Problemen oplossen oor partition mobility Hier indt u meer informatie oer het begrijpen, traceren en oplossen an problemen met betrekking tot Actie en Inactie partition mobility, met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Soms zult u een probleem alleen kunnen oplossen, in andere geallen moet u gegeens erzamelen zodat een medewerker an de technische dienst uw probleem snel kan oplossen. Problemen oplossen oor Actie partition mobility In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u problemen met betrekking tot Actie partition mobility kunt oplossen met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hieronder ziet u een lijst met mogelijke fouten en hun oplossingen. Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partition mobility Probleem Oplossing Het olgende foutbericht wordt afgebeeld: HSCL3656 Er is op het beheerde doelsysteem onoldoende geheugen beschikbaar oor de configuratie an de partitie. Voer een of beide an de olgende acties uit: 1. Verwijder geheugen uit afgesloten partities op het beheerde doelsysteem die werken met ast toegewezen geheugen. 2. Verwijder geheugen uit actiee partities op het beheerde doelsysteem die werken met ast toegewezen geheugen. 1. Om fysiek geheugen beschikbaar te stellen oor de mobiele partitie, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit inactiee logische partities die ast toegewezen geheugen gebruiken (hierna toegewezen geheugenpartities genoemd) op de doelserer door de opdracht chhwres uit te oeren op de opdrachtregel in HMC. Bijoorbeeld chhwres -r mem -m <doelserer> -o r-p <logische_partitie> -q <geheugen>, waarbij: <doelserer> de naam is an de serer waarnaar u de mobiele partitie wilt erplaatsen. <logische_partitie> de naam is an de logische partitie waaroor u fysiek geheugen wilt erwijderen. <geheugen> de hoeeelheid fysiek geheugen is, in MB, die u wilt erwijderen uit de logische partitie. 2. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door fysiek geheugen te erwijderen uit ast toegewezen geheugenpartities die inactief zijn, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit ast toegewezen geheugenpartities die actief zijn op de doelserer door één an de olgende taken uit te oeren: Dynamisch erwijderen an ast toegewezen geheugen, met behulp an de HMC Uitoeren an de opdracht chhwres anaf de HMCopdrachtregel. Lie Partition Mobility 103

112 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partition mobility (erolg) Probleem Oplossing Het olgende foutbericht wordt afgebeeld: HSCL03EC Er is onoldoende geheugen: Verkregen: xxxx, Vereist: xxxx. Controleer of er genoeg geheugen is om de partitie te actieren. Is dat niet het geal, maak dan een nieuw profiel of wijzig het bestaande profiel met de beschikbare resources. Actieer erolgens de partitie. Als de partitie met deze resources moet worden geactieerd, schakel dan alle draaiende partities uit met behulp an de resource en actieer erolgens de partitie. 1. Om fysiek geheugen beschikbaar te stellen oor de mobiele partitie, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit inactiee logische partities die ast toegewezen geheugen gebruiken (hierna toegewezen geheugenpartities genoemd) op de doelserer door de opdracht chhwres uit te oeren op de opdrachtregel in HMC. Bijoorbeeld chhwres -r mem -m <doelserer> -or-p<logische_partitie> -q <geheugen>, waarbij: <doelserer> de naam is an de serer waarnaar u de mobiele partitie wilt erplaatsen. <logische_partitie> de naam is an de logische partitie waaroor u fysiek geheugen wilt erwijderen. <geheugen> de hoeeelheid fysiek geheugen is, in MB, die u wilt erwijderen uit de logische partitie. 2. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door fysiek geheugen te erwijderen uit ast toegewezen geheugenpartities die inactief zijn, erwijdert u fysiek geheugen dynamisch uit ast toegewezen geheugenpartities die actief zijn op de doelserer door één an de olgende taken uit te oeren: Dynamisch erwijderen an ast toegewezen geheugen, met behulp an de HMC Uitoeren an de opdracht chhwres anaf de HMCopdrachtregel. 3. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door fysiek geheugen dynamisch te erwijderen uit ast toegewezen geheugenpartities die actief zijn op de doelserer, erwijdert u geheugen dynamisch uit de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Dynamisch ast toegewezen geheugen erwijderen met behulp an de HMC. 4. Kunt u de hoeeelheid geheugen die de mobiele partitie nodig heeft niet erlagen tot een hoeeelheid die gelijk is aan of minder dan het geheugen dat beschikbaar is op de doelserer, dan sluit u de logische partities op de doelserer af totdat er genoeg geheugen beschikbaar is om de mobiele partitie te actieren op de doelserer. 5. Als u niet kunt oldoen aan het ereiste geheugen an de mobiele partitie door logische partities af te sluiten op de doelserer, erplaatst u de mobiele partitie naar de doelserer met behulp an inactiee partition mobility. 104 Power Systems: Lie Partition Mobility

113 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partition mobility (erolg) Probleem Oplossing Opmerkingen: 1. De mobiele partitie moet gebruikmaken an ast toegewezen ("dedicated") geheugen. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, slaat u stap 3 op pagina 104 oer en gaat u erder met de olgende stap. 2. Na het erplaatsen an de logische partitie naar de doelserer, is het misschien mogelijk een logisch geheugenblok (LMB - logical memory block) weer dynamisch toe te oegen aan de logische partitie. Dit is mogelijk in een of meer an de olgende situaties: De werkelijk beschikbare LMB's op de doelserer zijn fractioneel hoog. Bij het aststellen an de beschikbare LMB's op de doelserer, worden alle LMB-grootten naar beneden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Bijoorbeeld, 5,9 LMB's wordt naar beneden afgerond naar 5 LMB's. De hoeeelheid interne opslag an hyperisor die wordt gebruikt op de doelserer (om de logische partitie te ondersteunen) is een kleine fractie an 1 LMB. Bij het aststellen an de hoeeelheid geheugen die nodig is oor de logische partitie op de doelserer, wordt één LMB toegeoegd aan het feitelijke aantal ereiste LMB's oor de logische partitie. Deze extra LMB is bedoeld oor het interne hyperisorgeheugen dat nodig is ter ondersteuning an de logische partitie op de doelserer. Lie Partition Mobility 105

114 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partition mobility (erolg) Probleem Oplossing Het olgende foutbericht wordt afgebeeld: HSCLA319 De clientadapter an het irtuele glasezelkanaal op de partitie die wordt gemigreerd kan niet worden gehost door de bestaande Virtual I/O Serer-partities (VIOS) op de beheerde doelserer. Als het besturingssysteem op de mobiele partitie het processorersieregister an de doelserer niet expliciet ondersteunt terwijl expliciete ondersteuning wel ereist is, wordt de migratie geweigerd door de processor. U ontangt een foutmelding met betrekking tot het besturingssysteem wanneer u een logische partitie probeert te migreren. Deze fout geeft aan dat de VIOSs in de doelserer geen geschikte resources heeft om de adapter an het irtuele glasezelkanaal op de partitie die wordt gemigreerd of is onderbroken. Hieronder staan de meest oorkomende redenen oor deze fout: De SAN (storage area network) ondersteunt indeling in zones. De poorten an de doelserer en bronserer zijn niet identiek ingedeeld in zones. Om de irtuele adapter die wordt gemigreerd te hosten, moet de lijst met doelen oor glasezelkanalen in een poort op de doelserer precies oereenkomen met de lijst met doelen oor glasezelkanalen in de huidig toegewezen poort an de irtuele adapter die wordt gemigreerd op de bronserer. De twee WWPN's (worldwide port names) die zijn toegewezen aan de irtuele adapter zijn niet identiek ingedeeld in zones. De twee WWPN's moeten uitwisselbaar zijn tussen de SAN en het geheugen. De doelserer heeft geen poort die kan oldoen aan de maximale hoeeelheid oerdracht an de poort op de bronserer. De maximale hoeeelheid oerdracht is een kenmerk an een glasezelpoort en kan worden bekeken door de opdracht lsattr uit te oeren op een glasezelapparaat. Een schakelaar op de SAN kan worden geconfigureerd oor het gebruik an functies die de glasezelstandaard uitbreiden op manieren die niet compatibel zijn met Lie Partition Mobility. Bijoorbeeld, een functie poortbinding waarmee toewijzingen an WWPN's op poorten worden bijgehouden. Deze functie kan problemen eroorzaken omdat alidatie an Lie Partition Mobility ereist dat alle poorten moeten worden erkend ia een serie aanmeld- en afmeldbewerkingen. Als de switch de toewijzingen an WWPN's op poorten probeert te olgen, is het mogelijk dat de resources an de switch op zijn en dat de switch geen aanmeldbewerkingen meer toestaat. Als dit type functie wordt uitgeschakeld, worden sommige problemen die zijn gerelateerd aan mislukte aanmeldbewerkingen oor glasezel opgelost. Voer een an de olgende acties uit: Verplaats de logische partitie naar een ander systeem. Werk het besturingssysteem bij naar een nieau dat de processorersieregisters an het doelsysteem ondersteunt. 1. Kijk of de foutenlogboeken an het besturingssysteem fouten met betrekking tot het systeem ermelden. 2. Kijk of het logboek an de HMC fouten met betrekking tot toepassingen ermeldt. 106 Power Systems: Lie Partition Mobility

115 Tabel 40. Bekende problemen en oplossingen oor Actie partition mobility (erolg) Probleem Oplossing Er treedt een HMC-fout op met betrekking tot onoldoende fysiek geheugen op de doelserer. Belangrijk: Het toereikende fysieke geheugen omat het beschikbare fysieke geheugen op de serer en het beschikbare aaneengesloten fysieke geheugen op de serer. Als de mobiele partitie meer aaneengesloten fysiek geheugen ereist, kunt u het probleem niet oplossen door meer fysiek geheugen beschikbaar te maken. De erbinding met de HMC (of HMCs) en de beheerde systemen is erbroken tijdens de migratie, of de migratie is mislukt. Tijdens het dynamisch wijzigen an resources treedt een fout op met de melding dat de RMC-daemon niet is erbonden. Lie Partition Mobility mislukt wanneer in de logische clientpartitie meerdere irtuele glasezeladapters zijn toegewezen aan dezelfde fysieke glasezeladapter. Verwante informatie: Partition Mobility-matrix oor firmwareondersteuning Voer een an de olgende acties uit: Verplaats de logische partitie naar een andere serer. Maak meer fysiek geheugen beschikbaar op de doelserer. Raadpleeg Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 59 oor de desbetreffende instructies. Voordat u het migratieherstel uitoert, zorgt u eroor dat de RMC (Resource Monitoring and Control)-erbindingen tot stand zijn gebracht oor de te migreren partitie en de VIOS-partities op de bron- en doelserers. Voer de olgende stappen uit anaf de HMC die de bronserer beheert. Als de bronserer niet beschikbaar is of de bron-hmc zijn niet beschikbaar, oer dan de olgende stappen uit anaf de HMC die de doelserer beheert. 1. In het naigatieenster opent u Systeembeheer. 2. Klik op Serers. 3. Selecteer de bronserer in het werkenster. Als de bronserer niet beschikbaar is, selecteert u de doelserer. 4. Selecteer in het taakmenu de optie Mobiliteit > Herstellen. Het enster Migratieherstel wordt afgebeeld. 5. Klik op Herstellen. 6. Als u de migratie hebt hersteld anaf de HMC die de doelserer beheert (en een andere HMC die de bronserer beheert), kan het zijn dat u om het herstel te oltooien handmatig aanullende hersteltaken moet uitoeren op de bronserer. Zo kan het zijn dat ook al draait de mobiele serer op de doelserer en doet de migratie zich ook op de doelserer oor, dat de mobiele serer ook als inactiee logische partitie op de bronserer erschijnt. In dat geal erwijdert u de mobiele partitie an de bronserer om het herstel te oltooien. Tip: U kunt ook de opdracht migrlpar -o r uitoeren om een migratie te herstellen. Opmerking: Voor het niet-lokaal migreren an een partitie zorgt u eroor dat u de bron- en doelserer niet erbindt met dezelfde HMC. Deze fout doet zich meestal oor wanneer er sprake is an een probleem met de netwerkerbinding tussen de logische partities en de HMC. Controleer de configuratie an het systeemnetwerk om deze fout te erhelpen. U kunt logische partities waarin meerdere irtuele glasezeladapters zijn toegewezen aan dezelfde fysieke glasezeladapter niet migreren of onderbreken. Lie Partition Mobility 107

116 Problemen oplossen oor Inactie partition mobility In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u problemen met betrekking tot Inactie partition mobility met behulp an de Hardware Management Console (HMC). Hieronder ziet u een lijst met mogelijke fouten en hun oplossingen. Tabel 41. Bekende problemen en oplossingen oor Inactie partition mobility Probleem Oplossing Als de mobiele partitie wordt erplaatst naar een serer Verplaats de logische partitie naar een andere serer. die niet door het besturingssysteem wordt ondersteund (terwijl expliciete ondersteuning wel ereist is), kan de logische partitie op de doelserer niet worden opgestart. Er treedt een HMC-fout op met betrekking tot onoldoende fysiek geheugen op de doelserer. Belangrijk: Het toereikende fysieke geheugen omat het beschikbare fysieke geheugen op de serer en het beschikbare aaneengesloten fysieke geheugen op de serer. Als de mobiele partitie meer aaneengesloten fysiek geheugen ereist, kunt u het probleem niet oplossen door meer fysiek geheugen beschikbaar te maken. Voer een an de olgende acties uit: Verplaats de logische partitie naar een andere serer. Maak meer fysiek geheugen beschikbaar op de doelserer. Raadpleeg Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 59 oor de desbetreffende instructies. Virtual I/O Serer-fouten Informatie oer fouten die kunnen optreden op de Virtual I/O Serer (VIOS). In de onderstaande tabel indt u de mogelijke VIOS-fouten en de bijbehorende beschrijingen. Tabel 42. VIOS-foutcodes Foutcode Beschrijing 1 De irtuele adapter is niet gereed oor erplaatsen. De irtuele Ethernet-bron is niet bridged. 2 De irtuele adapter kan worden erplaatst met minder mogelijkheden. Bij geen an de VLAN's (irtual local area networks) wordt bridging toegepast op de bestemming. Daarom heeft de irtuele Ethernet-adapter minder mogelijkheden op de doelserer in ergelijking met het bronsysteem. 3 Het gegeensstroom-id is nog in gebruik. 64 De opdracht migmgr kan niet worden gestart. 65 Het gegeensstroom-id is ongeldig. 66 Het type irtuele adapter is ongeldig. 67 De naam an de DRC (DLPAR resource connector) oor de irtuele adapter wordt niet herkend. 68 De irtuele adaptermethode kan niet worden gestart of is oortijdig afgebroken. 69 Er is een tekort aan resources (ENOMEM-foutcode). 80 Het geheugen dat wordt gebruikt door de adapter is bedoeld oor de VIOS en is niet toegankelijk oor een andere VIOS. De irtuele adapter is daardoor niet in staat de mobiliteitsbewerking te oltooien. 81 De irtuele adapter is niet geconfigureerd. 82 De irtuele adapter kan niet in een migratiestatus worden geplaatst. 83 De irtuele apparaten zijn niet geonden. 84 Het VIOS-nieau an de irtuele adapter is onoldoende. 85 De irtuele adapter kan niet worden geconfigureerd. 86 De irtuele adapter is in gebruik, waardoor de configuratie niet ongedaan kan worden gemaakt. 87 Het minimale patchnieau oor de irtuele adapter of apparaat is ontoereikend. 108 Power Systems: Lie Partition Mobility

117 Tabel 42. VIOS-foutcodes (erolg) Foutcode Beschrijing 88 De apparatuurbeschrijing is ongeldig. 89 Het opdrachtargument is ongeldig. 90 Het irtuele doelapparaat kan niet worden gemaakt wegens incompatibele kenmerken an achtergrondapparaten. Meestal is dit omdat de maximungrootte an de oerdracht (MTU) of SCSI-resereringskenmerken an het achtergrondapparaat niet oereenkomen tussen de bron- VIOS en de doel-vios. 91 De aan de migratiecode doorgegeen DRC-naam komt oereen met een bestaande adapter. Lie Partition Mobility op systemen beheer door IVM Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u een actiee of inactiee logische partitie erplaatsen an de ene serer naar een andere. Partition Mobility-oerzicht oor IVM Meer informatie oer de oordelen an partition mobility, hoe de Integrated Virtualization Manager (IVM) actiee en inactiee partition mobility uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem naar een ander te erplaatsen. Verwante taken: Voorbereiden oor partition mobility op pagina 139 U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an het bron- naar het doelsysteem. Het gaat hierbij om het controleren an de configuratie an de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM)-beheerpartities, de mobiele partitie, het irtueel geheugen en de irtuele netwerkconfiguratie. Voordelen an partition mobility Partition Mobility biedt flexibiliteit op het gebied an systeembeheer en is ontworpen om de beschikbaarheid an systemen te erbeteren. Bijoorbeeld: U kunt oorkomen dat hardware of firmware als geolg an onderhoudswerkzaamheden offline moet worden gezet door logische partities naar een andere serer te erplaatsen en erolgens het onderhoud te errichten. Partition Mobility kan u hierbij helpen door rond geplande onderhoudswerkzaamheden te werken. U kunt oorkomen dat een serer een tijd niet beschikbaar is door logische partities naar een andere serer te erplaatsen en erolgens de upgrade uit te oeren. Zo kunt uw taken zonder onderbreking oortzetten. Als een serer een potentiële storing aanduidt, kunt u de logische partities eran naar een andere serer erplaatsen oordat de storing optreedt. Partition Mobility kan u helpen bij het ermijden an onoorziene storingen. U kunt de werkbelasting op kleine, te weinig gebruikte serers combineren op één grote serer. U kunt de werkbelasting naar andere serers oerbrengen om resourcegebruik en de werkbelasting te optimaliseren binnen uw computeromgeing. Actie partition mobility stelt u in staat de werkbelasting te reguleren en zorgt eroor dat de tijd dat het systeem offline is tot een minimum beperkt blijft. Voor sommige systemen kunt u de toepassingen an een serer erplaatsen naar een geüpgraded serer, met behulp an IBM PowerVM Editions Lie Partition Mobility of de AI Lie Application Mobility-software, zonder dat dat an inloed is op de beschikbaarheid an de toepassingen. Hoewel partition mobility tal an oordelen heeft, kunt u er de olgende functies niet mee uitoeren: Partition Mobility biedt geen automatische afstemming an de werkbelasting. Lie Partition Mobility 109

118 Partition Mobility biedt geen oerbrugging naar nieuwe functies. U dient logische partities opnieuw op te starten en mogelijk opnieuw te installeren om nieuwe functies te kunnen benutten. Partition Mobility-proces oor IVM Informatie oer hoe de Integrated Virtualization Manager (IVM) een actiee of inactiee logische partitie erplaatst an de ene naar een andere serer. In de onderstaande tabel worden de stappen beschreen die plaatsinden tijdens het proces an Actie en Inactie partition mobility op de IVM. Tabel 43. De stappen an het proces an Actie en Inactie partition mobility op de IVM Partition Mobility-stap Actie Mobility-stap Inactie Mobilitystap 1. Controleer of aan alle oorwaarden is oldaan en zorg eroor dat alle oorbereidende taken zijn uitgeoerd. 2. U sluit de mobiele partitie af. 3. U start partition mobility door te beginnen met de migratietaak op de IVM. 4. De IVM extraheert de beschrijingen an de fysieke apparatuur oor alle fysieke adapters an de Virtual I/O Serer-beheerpartitie op de bronserer. Aan de hand an de de geëxtraheerde informatie stelt de IVM ast of de Virtual I/O Serer-beheerpartities op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Hierbij wordt ook gecontroleerd of de Virtual I/O Sererbeheerpartitie op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar heeft oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. De IVM gebruikt al deze informatie oor het genereren an een lijst an aanbeolen toewijzingen oor irtuele adapters oor de mobiele partitie op de doelserer. Waar mogelijk zorgt de IVM dat de olgende configuraties behouden blijen: Door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters. 5. De IVM bereidt de bron- en doelomgeingen oor op partition mobility. Dit omat ook het gebruik an de toewijzingen uit stap 4 oor het toewijzen an irtuele adapters op de mobiele partitie aan irtuele adapters op de Virtual I/O Serer-beheerpartitie op de doelserer. 6. De IVM brengt de status oor de logische partitie in de bronomgeing oer naar de doelomgeing. 7. De IVM houdt de mobiele partitie op de bronserer aan. De bronpartitie gaat erder met het oerbrengen an de partitiestatus naar de logische doelpartitie. In Actie Partition Mobility inden dan de olgende aanullende stappen plaats: De bronpartitie haalt de partitiestatus op uit de bronserer en geeft deze ia het netwerk door aan de doelpartitie. De doelpartitie ontangt de partitiestatus en kent deze toe aan de doelserer. 110 Power Systems: Lie Partition Mobility

119 Tabel 43. De stappen an het proces an Actie en Inactie partition mobility op de IVM (erolg) Partition Mobility-stap Actie Mobility-stap 8. De hyperisor herat de mobiele partitie op de doelserer. 9. De IVM oltooit de migratie. Alle resources die eerder in gebruik waren door de mobiele partitie op de bronserer, worden opnieuw teruggehaald door de bronserer: De IVM erwijdert de irtuele SCSI-adapters en de irtuele glasezeladapters (die waren gekoppeld aan de mobiele partitie) uit de Virtual I/O Serer-bronbeheerpartitie. Voor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen deactieert de IVM het apparaat oor pagingruimte dat werd gebruikt door de mobiele partitie, waarna dit apparaat wordt erwijderd (als het automatisch was gemaakt). Inactie Mobilitystap 10. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. 11. Na afloop oert u dierse ereiste taken uit, zoals het toeoegen an ast toegewezen I/O-adapters aan de mobiele partitie of het toeoegen an de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep. Configuratiealidatie oor partition mobility Informatie oer de taken die de Integrated Virtualization Manager (IVM) uitoert bij het controleren an de systeemconfiguratie oor Actie en Inactie partition mobility. U moet uw omgeing controleren oordat u een actiee logische partitie gaat migreren. Met de alidatiefunctie an de IVM kunt u uw systeemconfiguratie controleren. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. In de olgende tabellen worden de alidatietaken ermeld die de IVM uitoert om te controleren of de bron- en doelsystemen gereed zijn oor actiee of inactiee partition mobility. Algemene compatibiliteit Tabel 44. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility Validatietaak Controleren of de erbindingen oor resourcebewaking en besturing (RMC) tot stand zijn gebracht. Controleren an de mogelijkheden en compatibiliteit oor mobiliteit. Taak an actiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de mobiele partitie, de bron- en doelbeheerpartities an de Virtual I/O Serer (VIOS) en met de erbinding tussen de bron- en doel-msp's (moer serice partitions). Controleren an de bron- en doelserers, de hyperisor, de VIOS-beheerpartities en de MSP's (moer serice partitions). Taak an inactiee mobiliteit Controleren an de RMCerbindingen met de VIOSbron- en doelpartities oor beheer. Controleren an de VIOSbeheerpartities en de hyperisor. Lie Partition Mobility 111

120 Tabel 44. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de algemene compatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak Controleren an het actuele aantal migraties ten opzichte an het ondersteunde aantal migraties. Taak an actiee mobiliteit Controleren of het aantal actiee migraties niet strijdig is met het aantal ondersteunde actiee migraties. Taak an inactiee mobiliteit Controleren of het aantal inactiee migraties niet strijdig is met het aantal ondersteunde inactiee migraties. Serercompatibiliteit Tabel 45. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility Validatietaak Controleren of de ereiste erwerkingsresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Controleren of de ereiste geheugenresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Controleren of de ereiste I/O-adapterresources beschikbaar zijn oor het maken an een logische shellpartitie op het doelsysteem. Tijdens de alidatie extraheert de IVM de beschrijing an elke irtuele adapter op de VIOS-beheerpartities op de bronserer. Aan de hand an de de geëxtraheerde informatie stelt de IVM ast of de VIOS-beheerpartities op de doelserer de mobiele partitie kunnen oorzien an dezelfde configuratie oor irtueel SCSI, irtueel Ethernet en irtueel glasezel, als aanwezig is op de bronserer. Hierbij wordt ook gecontroleerd of de VIOSbeheerpartitie op de doelserer genoeg sleuen beschikbaar heeft oor de irtuele adapterconfiguratie an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. Voor een mobiele partitie, die werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleren of een pool an gemeenschappelijk geheugen is geconfigureerd op de doelserer en of deze pool beschikt oer oldoende fysiek geheugen om te oldoen aan de ereisten oor geresereerd geheugen oor de mobiele partitie. Taak an inactiee mobiliteit Voor een mobiele partitie, die werkt met ast toegewezen geheugen, controleren of er oldoende fysiek geheugen beschikbaar is op het doelsysteem. 112 Power Systems: Lie Partition Mobility

121 Tabel 45. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de serercompatibiliteit an actiee en inactiee partition mobility (erolg) Validatietaak Controleren of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Virtual I/O Serer-compatibiliteit Tabel 46. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd oor het controleren an de VIOS-bron- en doelpartities oor beheer, oor actiee en inactiee partition mobility Validatietaak Taak an actiee mobiliteit Controleren of alle ereiste I/O-apparaten ia de VIOSbeheerpartitie zijn erbonden met de mobiele partitie. Er zijn hierbij geen fysieke adapters toegewezen aan de mobiele partitie en er zijn geen irtuele seriële adapters aanwezig in een irtuele sleuf met een hoger nummer dan 1. Controleren of er geen irtuele SCSI-schijen met logische backupolumes zijn en of er geen irtuele SCSIschijen aan interne schijen zijn gekoppeld (niet in het SAN). Controleren of de irtuele SCSI-schijen an de logische partitie toegankelijk zijn ia de VIOS-beheerpartitie op de doelserer. Controleren of het resereringsbeleid an de fysieke olumes hetzelfde is oor de VIOS-bron- en doelpartities. Controleren of de ereiste irtueel-lan-id's beschikbaar zijn op de VIOS-doelpartitie oor beheer. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Controleren of de door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's an de irtuele sereradapters op de VIOSbronpartitie kunnen worden behouden op de VIOSdoelpartitie. Voor een mobiele partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert de IVM op een an de olgende manieren of er een geschikt beschikbaar apparaat oor pagingruimte is: Controleren of de pagingpool op de doelserer oldoende ruimte beschikbaar heeft oor het maken an een apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. Controleren of de beheerpartitie op de doelserer toegang heeft tot een beschikbaar apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Taak an inactiee mobiliteit Lie Partition Mobility 113

122 Compatibiliteit an de mobiele partitie Tabel 47. Validatietaken die op de IVM worden uitgeoerd om te controleren of de mobiele partitie met succes kan worden erplaatst naar de doelserer, met behulp an actiee of inactiee partition mobility Validatietaak Controleren of het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI of Linux is. Controleren of de mobiele partitie, het besturingssysteem en de toepassingen an de partitie geschikt zijn oor migratie. Het besturingssysteem AI geeft de aanraag door aan de toepassingen en kerneluitbreidingen die op de hoogte moeten worden gehouden an eents op het gebied an dynamische herconfiguratie. Het besturingssysteem accepteert de migratie of weigert deze. Controleren of de mobiele partitie niet als redundante logische partitie oor het rapporteren an fouten fungeert. Controleren of de mobiele partitie niet in een werkbelastinggroep oor partities is opgenomen. Controleren an de uniekheid an de irtuele MACadressen of de mobiele partitie. Controleren an de status an de mobiele partitie. Controleren of de naam an de mobiele partitie nog niet wordt gebruikt op de doelserer. Controleren of de mobiele partitie niet is geconfigureerd met BSR (barrier synchronization register)-arrays. Controleren of bulkpagina's niet oor de mobiele partitie zijn ingesteld. Controleren of de mobiele partitie geen Host Ethernet Adapter (of Integrated Virtual Ethernet) heeft. Controleer of er geen band- of optische stations op de mobiele partitie zijn aangesloten, want als dat wel het geal is, mislukt de migratie. Taak an actiee mobiliteit Controleren of de mobiele partitie de status Actief of Actief heeft. Taak an inactiee mobiliteit Controleren of de mobiele partitie de status Niet geactieerd heeft. Verwante taken: Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 158 Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partition mobility. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen nadat de logische partitie naar het doelsysteem is erplaatst Bij het erplaatsen an een logische partitie an de ene serer naar een andere kunnen sommige kenmerken eranderen (bijoorbeeld het ID an de logische partitie) en bepaalde kenmerken blijen hetzelfde (zoals de configuratie an de logische partitie). De olgende tabel geeft een oerzicht an de kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en an de kenmerken die kunnen eranderen nadat u de logische partitie naar de doelserer hebt erplaatst. 114 Power Systems: Lie Partition Mobility

123 Tabel 48. Kenmerken an de logische partitie die gelijk blijen en kenmerken die kunnen eranderen nadat de logische partitie naar de doelserer is erplaatst Kenmerken die gelijk blijen Kenmerken die kunnen eranderen De naam an de logische partitie Het type an de logische partitie (ast toegewezen of gemeenschappelijke processor) De configuratie an de logische partitie De processorarchitectuur De SMT-status (Simultaneous Multi-Threading) an elke processor De irtuele MAC-adressen, IP-adressen en de LUNtoewijzing aan de doelapparatuur Het ID-nummer an de logische partitie Het type, model en serienummer an de computer De modelklasse an de onderliggende serer De ersie en het type an de processor De frequentie an de processor De affiniteitskenmerken an de logische geheugenblokken (LMB, Logical Memory Blocks) Het maximum aantal snel erwisselbare en geïnstalleerde fysieke De grootte an de L1- en L2-cache Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. U kunt erschillende ersies an de besturingsomgeingen AI, Linux, en Virtual I/O Serer uitoeren in logische partities op serers op basis an POWER5-,, +- en POWER7-. Oudere ersies an deze besturingssystemen ondersteunen niet altijd alle mogelijkheden die beschikbaar zijn bij nieuwe. Uw mogelijkheden om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, kunnen hierdoor worden beperkt. Een compatibiliteitswerkstand is een waarde die door de hyperisor wordt toegewezen aan een logische partitie en die de processoromgeing aangeeft waarin de logische partitie kan werken. Als u een logische partitie anaf een bepaalde bronserer erplaatst naar een doelserer met een ander type processor, maakt de compatibiliteitswerkstand het mogelijk dat de logische partitie op de doelserer zonder problemen in de desbetreffende processoromgeing kan werken. Met andere woorden: de compatibiliteitswerkstand stelt de doelserer in staat om de logische partitie een subset an de processormogelijkheden te bieden die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd. Verwante taken: De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 80 Met behulp an de Hardware Management Console (HMC) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt erplaatsen naar de doelserer. De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 149 U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt erplaatsen naar de doelserer. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor : Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. In de olgende tabel wordt elk an de compatibiliteitswerkstanden beschreen en ziet u op welke serers de logische partitie met die werkstanden kunnen werken. Lie Partition Mobility 115

124 Tabel 49. Compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers POWER5 Met de compatibiliteitswerkstand POWER5 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER5- processor. Logische partities die werken met de compatibiliteitswerkstand oor PO- WER5-, kunnen worden uitgeoerd op serers met POWER5-, -, en +-. Beperking: Een -processor is niet in staat om alle functies an een POWER5-processor te emuleren. Op dezelfde manier kan een PO- WER7-processor niet alle functies emuleren an een - of PO- WER5-processor. Bepaalde typen prestatiebewaking zijn oor een logische partitie bijoorbeeld niet beschikbaar als de huidige compatibiliteitswerkstand an die logische partitie is ingesteld op PO- WER5. + enhanced + enhanced Met de compatibiliteitswerkstand kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Met de compatibiliteitswerkstand enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de - processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de - processor. Met de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de +processor. Deze werkstand biedt teens aanullende instructies met drijende komma oor toepassingen die gebruik maken an de PO- WER6+-processor. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand, kunnen werken op serers met -, +- of PO- WER7-. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand + kunnen werken op serers met +- of POWER7-. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand enhanced kunnen werken op serers met -. Logische partities die gebruik maken an de compatibiliteitswerkstand + enhanced kunnen werken op serers met Power Systems: Lie Partition Mobility

125 Tabel 49. Compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Beschrijing Ondersteunde serers POWER7 default Met de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunt u ersies an het besturingssysteem draaien die gebruik maken an alle standaardfuncties an de POWER7- processor. De compatibiliteitswerkstand default (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand waarmee de hyperisor kan bepalen wat de huidige werkstand oor de logische partitie is. Als de geprefereerde werkstand wordt ingesteld op default, stelt de hyperisor de huidige werkstand in op de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand die de meeste functies biedt. In de meeste geallen is dit het processortype an de serer waarop de logische partitie is geactieerd. De geprefereerde werkstand is bijoorbeeld ingesteld op default en de logische partitie draait op een serer met POWER7-. De gebruiksomgeing ondersteunt de mogelijkheden an de POWER7- processor, dus de hyperisor stelt de huidige compatibiliteitswerkstand in op POWER7. Logische partities die gebruikmaken an de compatibiliteitswerkstand POWER7 kunnen werken op serers met POWER7-. Op welke serers een logische partitie met de geprefereerde compatibiliteitswerkstand default kan draaien, hangt af an de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. Als de hyperisor bijoorbeeld aststelt dat de actiee werkstand POWER7 is, kan de logische partitie worden uitgeoerd op serers met POWER7-. Verwante onderwerpen: Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden: De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Lie Partition Mobility 117

126 De hyperisor stelt de huidige compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie in op basis an de olgende informatie: De processorfuncties die worden ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie draait. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand die u opgeeft. Als u de logische partitie actieert, kijkt de hyperisor wat de geprefereerde compatibiliteitswerkstand is en wordt nagegaan of deze werkstand door de gebruiksomgeing wordt ondersteund. Is dat het geal, dan wijst de hyperisor de geprefereerde compatibiliteitswerkstand toe aan de logische partitie. Wordt de geprefereerde compatibiliteitswerkstand niet ondersteund door de gebruiksomgeing, dan wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand toe die de meeste functies biedt en die wél wordt ondersteund door de gebruiksomgeing. In de onderstaande tabel wordt aangegeen wanneer een compatibiliteitswerkstand de huidige dan wel de geprefereerde werkstand kan zijn. Tabel 50. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden Compatibiliteitswerkstand POWER5 + enhanced + enhanced Kan het de huidige werkstand zijn? Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER5 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6 enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Ja De compatibiliteitswerkstand PO- WER6+ enhanced kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Nee U kunt POWER5 niet opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand. De enige situatie waarin een logische partitie kan werken in de compatibiliteitswerkstand POWER5 is wanneer dit de enige processoromgeing is die wordt ondersteund door het besturingssysteem dat in de logische partitie is geïnstalleerd. Ja U kunt opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt + enhanced opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. 118 Power Systems: Lie Partition Mobility

127 Tabel 50. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden (erolg) Compatibiliteitswerkstand Kan het de huidige werkstand zijn? POWER7 Ja Kan het de geprefereerde werkstand zijn? Ja default De compatibiliteitswerkstand PO- WER7 kan de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie zijn. Nee De compatibiliteitswerkstand default (standaard) is een geprefereerde compatibiliteitswerkstand. U kunt POWER7 opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand oor een logische partitie. Ja U kunt default opgeen als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand. Trouwens, als u geen geprefereerde werkstand opgeeft, stelt het systeem de geprefereerde werkstand automatisch in op default. In de olgende tabel ziet u een oerzicht an de huidige en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand die op de erschillende typen serers worden ondersteund. Tabel 51. Ondersteunde compatibiliteitswerkstanden per type serer Type sererprocessor Serer met +- Serer met - Serer met POWER7- Ondersteunde huidige werkstanden POWER5,, +, + enhanced POWER5,, enhanced POWER5,, +, POWER7 Ondersteunde geprefereerde werkstanden default,, +, PO- WER6+ enhanced default,, enhanced default,, +, PO- WER7 De geprefereerde compatibiliteitswerkstand is de hoogste werkstand die de hyperisor aan een logische partitie kan toewijzen. Als de geprefereerde werkstand niet wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die in de logische partitie is geïnstalleerd, kan de hyperisor de huidige werkstand wel instellen op een lagere werkstand dan de geprefereerde werkstand, maar niet op een hogere. De logische partitie draait bijoorbeeld op een POWER7-serer en u geeft POWER7 op als de geprefereerde werkstand. De gebruiksomgeing die op de logische partitie is geïnstalleerd, biedt echter geen ondersteuning oor de mogelijkheden an de POWER7-processor, maar wel oor die an de -processor. Als u de logische partitie actieert, wijst de hyperisor de compatibiliteitswerkstand toe als actiee werkstand oor de logische partitie. is namelijk de door de gebruiksomgeing ondersteunde werkstand met de meeste functies; deze werkstand is echter lager dan de geprefereerde werkstand, POWER7. Het is niet mogelijk om de huidige compatibiliteitswerkstand an een logische partitie dynamisch te wijzigen. Om de werkstand te wijzigen, moet u de wijziging aanbrengen, de logische partitie afsluiten en de logische partitie opnieuw starten. De hyperisor probeert dan de huidige compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand die u hebt opgegeen. Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Lie Partition Mobility 119

128 Als u default opgeeft als geprefereerde werkstand oor een inactiee logische partitie, kunt u die partitie erplaatsen naar een serer met elk willekeurig type processor. Omdat alle serers de standaard compatibiliteitswerkstand ondersteunen, kunt u een inactiee logische partitie waaroor default is opgegeen als geprefereerde werkstand, erplaatsen naar en serer met elk type processor. Als de inactiee processor op de doelserer wordt geactieerd, blijft de geprefereerde werkstand ingesteld op default en bepaalt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie. Verwante onderwerpen: Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor : De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Opmerking: POWER7-serers bieden geen ondersteuning oor de werkstand "enhanced". Als u wilt dat een logische partitie in een "enhanced" werkstand draait, dan moet u die enhanced werkstand opgeen als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie. Wordt de bijbehorende nietenhanced werkstand door de gebruiksomgeing ondersteund, dan wijst de hyperisor de enhanced werkstand toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met andere woorden: als u de werkstand + enhanced mode opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand +, dan wijst de hyperisor de werkstand PO- WER6+ enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Met de werkstand enhanced is het precies hetzelfde: als u die werkstand opgeeft als de geprefereerde werkstand en de gebruiksomgeing ondersteunt de werkstand, dan wijst de hyperisor de werkstand enhanced toe aan de logische partitie op het moment dat u de logische partitie actieert. Logische partities in de compatibiliteitswerkstand werken alleen op serers met -, en logische partities met de werkstand + enhanced alleen op serers met +. Als een logische partitie in de werkstand enhanced werkt, kunt u die partitie dus alleen erplaatsen naar een serer met -processor. Als een logische partitie in de werkstand PO- WER6+ enhanced werkt, kan die partitie alleen worden erplaatst naar serers met +-. Als u een logische partitie in de compatibiliteitswerkstand enhanced naar een serer met +-, dan moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in default of. Verolgens moet u de logische partitie opnieuw starten. Verwante onderwerpen: Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. 120 Power Systems: Lie Partition Mobility

129 Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie: Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Verwante onderwerpen: Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility op pagina 33 Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility: Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde en de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de migratie. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de migratie. Tabel 52. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an POWER7-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER7- Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand na migratie Actiee werkstand na migratie default POWER7, PO- WER6+, of POWER5 WER7- default POWER7, PO- WER6+, of POWER5 Lie Partition Mobility 121

130 Tabel 52. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór migratie POWER7 + default POWER7 Actiee werkstand óór migratie POWER7, PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 Doelserer WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na migratie POWER7 + default Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie POWER7, PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER7 is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. Als de actiee werkstand op de bronserer PO- WER6+, of POWER5 is, is de actiee werkstand op de doelserer PO- WER6+, of POWER5. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. 122 Power Systems: Lie Partition Mobility

131 Tabel 52. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an POWER7-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER7- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand óór migratie default + POWER7 of + Actiee werkstand óór migratie POWER7, PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 POWER7, PO- WER6+, of POWER5 of POWER5 Doelserer WER6- WER6- WER6- Geprefereerde werkstand na migratie default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie Als de actiee werkstand an de bronserer PO- WER7 of PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, omdat de doelserer geen ondersteuning biedt oor de actiee werkstand (POWER7 of +). Is de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6 of PO- WER5, dan is de huidige werkstand an de doelserer is of POWER5. +, PO- WER6 of PO- WER5 of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER7 of PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 Lie Partition Mobility 123

132 Tabel 53. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an +-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced default + Actiee werkstand óór migratie +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 Doelserer WER6- WER6- Geprefereerde werkstand na migratie default + + enhanced default Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 Als de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6+ is, is het niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Is de huidige werkstand an de bronserer PO- WER6 of PO- WER5, dan is de huidige werkstand an de doelserer is of POWER5. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. 124 Power Systems: Lie Partition Mobility

133 Tabel 53. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an +-serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie + enhanced default + + enhanced Actiee werkstand óór migratie + enhanced of POWER5 of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 Doelserer WER6- WER6- WER7- WER7- WER7- WER7- Geprefereerde werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Actiee werkstand na migratie Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), PO- WER6+, of POWER5 +, PO- WER6 of PO- WER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund of POWER5 Tabel 54. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an -serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer WER6- WER6- Geprefereerde werkstand óór migratie default Actiee werkstand óór migratie of POWER5 of POWER5 Doelserer WER6- WER6- Geprefereerde werkstand na migratie default Actiee werkstand na migratie of POWER5 of POWER5 Lie Partition Mobility 125

134 Tabel 54. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor actiee migraties an -serers (erolg) Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand na migratie Actiee werkstand na migratie WER6- enhanced enhanced of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 WER6- default of POWER5 default + (nadat u de logische partitie opnieuw hebt gestart), of POWER5 WER6- of POWER5 of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. WER6- default of POWER5 WER7- default POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), PO- WER6 of PO- WER5 WER6- of POWER5 WER7- of POWER5 WER6- enhanced enhanced of POWER5 WER7- Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6 enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility op pagina 30 Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM op pagina 129 Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migraties waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager 126 Power Systems: Lie Partition Mobility

135 (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility: Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. In de olgende tabellen ziet u een oerzicht an de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties. Hierin ziet u het processortype an de bronserer en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de migratie. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de migratie. Tabel 55. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an POWER7-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór migratie default POWER7 + default + POWER7 default POWER7 of PO- WER6+ Doelserer Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met - Serer met - Serer met - Geprefereerde werkstand óór migratie default POWER7 + default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. default Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. Actiee werkstand na migratie POWER7, +, of POWER5 POWER7, +, of POWER5 +, of POWER5 of POWER5 +, of POWER5 +, of POWER5 of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (POWER7 of +) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 Lie Partition Mobility 127

136 Tabel 56. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an +-serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced default + + enhanced default + + enhanced Doelserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Serer met POWER7- Geprefereerde werkstand óór migratie default + + enhanced default Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. default + Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Actiee werkstand na migratie +, of POWER5 +, of POWER5 of POWER5 + enhanced of POWER5 of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+) wordt door de doelserer niet ondersteund. of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), +, of POWER5 +, of POWER5 Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand (PO- WER6+ enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund of POWER5 128 Power Systems: Lie Partition Mobility

137 Tabel 57. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor inactiee migraties an -serers Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Geprefereerde werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand óór migratie Actiee werkstand na migratie Serer met - default Serer met - default of POWER5 Serer met - Serer met - of POWER5 Serer met - enhanced Serer met - enhanced enhanced of POWER5 Serer met - default default +, of POWER5 Serer met - of POWER5 Serer met - enhanced Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund. Serer met - default Serer met POWER7- default POWER7 (na het opnieuw starten an de logische partitie), of POWER5 Serer met - Serer met POWER7- of POWER5 Serer met - enhanced Serer met POWER7- Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de geprefereerde werkstand ( enhanced) wordt door de doelserer niet ondersteund Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility op pagina 25 Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migraties waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Migratiecombinaties oor ersie 1.5 (en eerder) an de IVM: Hieronder indt u informatie oer de combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migraties waarbij de bronserer wordt beheerd met ersies 1.5 en eerder an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en waarbij de doelserer wordt beheerd met ersies 2.1 en later an de IVM. Lie Partition Mobility 129

138 In de onderstaande tabel ziet u het processortype an de bronserer en de compatibiliteitswerkstand an de logische partitie op de bronserer óór de migratie. Boendien ziet u het processortype an de doelserer en de geprefereerde en huidige compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie op de doelserer ná de migratie. Tabel 58. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor gemengde ersies an de IVM Bronomgeing Doelomgeing Bronserer Serer met - Serer met - Serer met - Serer met - Werkstand óór migratie Doelserer Geprefereerde werkstand na migratie Actiee werkstand na migratie default Serer met - enhanced Serer met - enhanced enhanced of default enhanced Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de "enhanced" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Het is niet mogelijk om de logische partitie te migreren, want de "enhanced" werkstand wordt door de doelserer niet ondersteund. Vereiste: In de orige tabel worden geen serers met +- of POWER7- ermeld als bronserer. Als u an plan bent een serer met +- te gaan beheren met de IVM, moet de IVM minimaal op het nieau an Versie 2.1 zijn. Als u een POWER7 wilt gaan beheren met de IVM, moet de IVM minimaal ersie met fixpack 22.1 en sericepakket 1 zijn. Als u een logische partitie wilt erplaatsen anaf een - of +-serer naar een POWER7-serer, moet de IVM oor het beheren an de - of +-serer minimaal ersie met fix pack 22 zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Actie partition mobility op pagina 25 Als u een actiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moeten zowel de huidige als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie oor Inactie partition mobility op pagina 30 Als u een inactiee logische partitie erplaatst naar een serer met een ander processortype, moet alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie worden ondersteund door de doelserer. Voorbeelden: Werken met compatibiliteitswerkstanden an in partition mobility: Voorbeelden an hoe u compatibiliteitswerkstanden an kunt gebruiken bij het erplaatsen an een actiee of inactiee logische partitie tussen serers met ongelijke processortypen. Een actiee logische partitie erplaatsen an een serer met een -processortype naar een serer met een POWER7-processortype. U wilt een actiee logische partitie erplaatsen an een serer met - naar een serer met POWER7-, zodat de logische partitie gebruik kan maken an de extra mogelijkheden an de POWER7-processor. U kunt dit bereiken door het uitoeren an de olgende stappen: 130 Power Systems: Lie Partition Mobility

139 1. Stel de geprefereerde compatibiliteitswerkstand in op de standaard werkstand. Als u erolgens de logische partitie actieert op de serer met -, werkt die partitie in de werkstand oor. 2. Verplaats de logische partitie naar de POWER7-serer. Zowel de huidige als de geprefereerde werkstand oor de logische partitie blijft ongewijzigd totdat u de logische partitie opnieuw hebt gestart. 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op de standaardwaarde en de logische partitie draait op een serer met POWER7-, is POWER7 de hoogste beschikbare werkstand. De hyperisor stelt ast dat POWER7 de hoogste werkstand is die olledig wordt ondersteund door de gebruiksomgeing die op de logische partitie wordt ondersteund, en wijzigt de huidige werkstand an de logische partitie dienoereenkomstig in POWER7. Op dit punt is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie dus POWER7; de logische partitie draait op de serer met POWER7-. De actiee logische partitie terugplaatsen op de serer met - Er treedt een probleem op en u moet de actiee logische partitie terugplaatsen naar de serer met PO- WER6-. Omdat de logische partitie nu in de POWER7-werkstand draait en de POWER7- werkstand niet wordt ondersteund op de serer met -, moet u de geprefereerde werkstand oor de logische partitie zodanig aanpassen dat de hyperisor de huidige werkstand weer kan instellen op een werkstand die door de serer met - wordt ondersteund. Om de logische partitie terug te plaatsen naar de serer met -, kunt u de olgende stappen uitoeren: 1. Wijzig de geprefereerde werkstand an standaard (default) in de werkstand oor. 2. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Omdat de geprefereerde werkstand is ingesteld op, stelt de hyperisor de huidige werkstand niet in op een hogere werkstand dan. Vergeet niet dat de hyperisor eerst bepaalt of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op. 3. Nu de logische partitie in de werkstand draait en de werkstand wordt ondersteund door de serer met -, kunt u de logische partitie terugplaatsen op de serer met -. Een actiee logische partitie erplaatsen tussen ongelijke typen, zonder de configuratie te wijzigen. Als het nodig is om een logische partitie regelmatig te erplaatsen, is het een goed idee om de gewenste flexibiliteit te behouden, zodat u niet oortdurend configuratiewijzigingen hoeft aan te brengen wanneer u de actiee logische partitie erplaatst tussen een serer met - en een serer met PO- WER7-. De eenoudigste manier om dit soort flexibiliteit te behouden is door te bepalen welke compatibiliteitswerkstanden door zowel de bron- als de doelserer worden ondersteund en de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de logische partitie instellen op de hoogste ondersteunde werkstand. Om deze flexibiliteit te bereiken, oert u de olgende stappen uit: 1. Stel de geprefereerde werkstand in op, omdat de -werkstand de hoogste werkstand is die wordt ondersteund door zowel -serers als POWER7-serers. 2. Verplaats de logische partitie an de -serer naar de POWER7-serer. Lie Partition Mobility 131

140 3. Start de logische partitie opnieuw op de POWER7-serer. De hyperisor ealueert de configuratie. Vergeet niet dat de hyperisor de huidige werkstand niet instelt op een werkstand die hoger is dan de geprefereerde werkstand. Eerst bepaalt de hyperisor of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de geprefereerde werkstand. Zo niet, dan wordt bepaald of de huidige werkstand kan worden ingesteld op de olgende hoogste werkstand, enzooort. In dit geal wordt de werkstand PO- WER6 door de gebruiksomgeing ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op. 4. Voer geen configuratiewijzigingen uit om de logische partitie terug te erplaatsen naar de - serer, omdat de -werkstand wordt ondersteund op de -serer. 5. Verplaats de logische partitie terug naar de -serer. 6. Start de logische partitie opnieuw op de -serer. De hyperisor ealueert de configuratie. De hyperisor stelt ast dat de werkstand door de gebruiksomgeing wordt ondersteund, dus stelt de hyperisor de huidige werkstand in op. Een inactiee logische partitie erplaatsen tussen serers met ongelijke processortypen Dezelfde logica als in de oorgaande oorbeelden is an toepassing op Inactie partition mobility, met dien erstande dat oor Inactie partition mobility de huidige compatibiliteitswerkstand an niet nodig is, omdat de logische partitie inactief is. Nadat u de inactiee logische partitie naar de doelserer hebt erplaatst en de logische partitie op de doelserer hebt geactieerd, kijkt de hyperisor of de configuratie correct is en stelt de hyperisor de huidige werkstand oor de logische partitie op dezelfde manier in als het geal is wanneer u de logische partitie opnieuw start, na het uitoeren an Actie partition mobility. De hyperisor probeert de compatibiliteitswerkstand in te stellen op de geprefereerde werkstand. Als dat niet lukt, wordt gekeken op het met de eerstolgende hoogste werkstand wél lukt. Verwante onderwerpen: Enhanced compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 23 De enhanced compatibiliteitswerkstanden oor - en +- bieden aanullende floating-point instructies aan toepassingen die werken met een - of +-processor. Huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden op pagina 21 De compatibiliteitswerkstand waarin de logische partitie op dit moment werkt, is de huidige compatibiliteitswerkstand an de logische partitie. De geprefereerde compatibiliteitswerkstand an een logische partitie is de werkstand waarin u wilt dat de logische partitie werkt. Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 Informatie oer de dierse compatibiliteitswerkstanden oor en de serers waaroor de afzonderlijke werkstanden an toepassing zijn. Verwante erwijzing: Combinaties an compatibiliteitswerkstanden oor migratie op pagina 24 Hier indt u een oerzicht an alle combinaties an processortypen op de bronserer, processortypen op de doelserer, de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie óór de migratie en de huidige en geprefereerde compatibiliteitswerkstanden an de logische partitie ná de migratie. Partition Mobility-omgeing Informatie oer elke component an de partition mobility-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partition mobility. Componenten an de partition mobility-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM), de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Verwante taken: Voorbereiden oor partition mobility op pagina 139 U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an het bron- naar het doelsysteem. Het gaat hierbij om het controleren an de configuratie an de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM)-beheerpartities, de mobiele partitie, het irtueel geheugen en de irtuele netwerkconfiguratie. 132 Power Systems: Lie Partition Mobility

141 Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility: Er zijn twee serers betrokken bij partition mobility dat wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt erplaatsen en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt erplaatsen. De bron- en de doelserer moeten serers zijn met - of recentere, om deel te kunnen nemen aan partition mobility. De doelserer moet oldoende processor- en geheugenresources hebben om de mobiele partitie te kunnen uitoeren. Gemeenschappelijk geheugen is fysiek geheugen dat is toegewezen aan de pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen en wordt gedeeld door meerdere logische partities. De pool met gemeenschappelijk gebruikt geheugen is een gedefinieerde collectie an fysieke geheugenblokken die worden beheerd als enkele geheugenpool door de hyperisor. Logische partities die u toewijst aan de pool an gemeenschappelijk geheugen delen het geheugen in die pool met de andere logische partities die u toewijst aan de pool. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met gemeenschappelijk geheugen, moet de doelserer ook beschikken oer een pool an gemeenschappelijk geheugen om de mobiele partitie aan toe te wijzen. Als de mobiele partitie op de bronserer werkt met ast toegewezen geheugen, werkt de mobiele partitie op de doelserer ook met ast toegewezen geheugen. Verwante taken: Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139 U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Verwante informatie: Oerzicht an gemeenschappelijk geheugen Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility: Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Wanneer u Virtual I/O Serer installeert op een systeem dat niet wordt beheerd door een HMCof door een IBM BladeCenter-bladeserer, wordt Virtual I/O Serer de beheerpartitie die IVM leert oor systeembeheer. IVM beschikt oer een webinterface met een opdrachtregel waarmee u een logische partitie kunt migreren an het ene naar het andere systeem. De migratietaak an IVM helpt u bij het controleren en het oltooien an een migratie. IVM bepaalt het type migratie op basis an de status an de logische partitie. Als de logische partitie de status Running (Actief) heeft, is de migratie ook actief. Als de logische partitie de status Not Actiated (Niet geactieerd) heeft, is de migratie inactief. Voordat u de logische partitie migreert, oert u een geldigheidscontrole uit, zodat u zeker weet dat de migratie slaagt. In de onderstaande tabel worden de serices ermeld die de beheerpartities op de bron- en doelserers leeren aan de mobiele partitie (en andere clientpartities). Lie Partition Mobility 133

142 Tabel 59. Serices die worden geleerd door de beheerpartitie Serice die wordt geleerd door de beheerpartities Sererpartitie MSP (Moer Serice Partition) VIOS-partitie oor paging Beschrijing De beheerpartitie op zowel de bron- als de doelserer moeten opslag- en netwerkresources leeren aan de mobiele partitie, zodat de mobiele partitie anaf de bronen doelserer toegang heeft tot dezelfde opslagruimte. Waar mogelijk zorgt de partition mobility dat de olgende configuratiekenmerken behouden blijen: Door de gebruiker gedefinieerde namen an irtuele doelapparaten. Door de gebruiker gedefinieerde adapter-id's oor irtuele sereradapters. Voor Actie partition mobility, worden de beheerpartities op de bron- en de doelserer automatisch MSP's. Met Actie partition mobility wordt met behulp an de MSP's de mobiele partitie als olgt oergebracht naar de doelserer: Op de bronserer haalt de bronpartitie de partitiestatus an de mobiele logische partitie op uit de hyperisor. De MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer erzendt de statusgegeens an de logische partitie naar de MSP (Moer Serice Partition) op het doelsysteem. Op de doelserer installeert de MSP (Moer Serice Partition) de statusgegeens an de logische partitie op de hyperisor. Een logische VIOS-partitie die is toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen (hierna VIOS-pagingpartitie genoemd) biedt toegang tot de apparaten oor pagingruimte, oor de logische partities die werken met gemeenschappelijk geheugen. De beheerpartitie op de bronserer is de VIOS-pagingpartitie op de bronserer, terwijl de beheerpartitie op de doelserer de VIOS-pagingpartitie op de doelserer is. Bij het controleren an een mobiele partitie (die werkt met gemeenschappelijk geheugen) oor Actie partition mobility, controleert de IVM of de pagingpool op het doelsysteem beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Als de pagingpool niet een dergelijk apparaat beat, controleert de IVM of de pagingpool groot genoeg is om automatisch een apparaat oor pagingruimte te maken dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 135 In partition mobility die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. 134 Power Systems: Lie Partition Mobility

143 De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partition mobility op pagina 145 U dient te controleren dat de bron- en doelbeheerpartities correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an de bron- naar de doelserer. Hiertoe behoort ook het controleren an de ersie an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en het actieren an de PowerVM Enterprise Edition-hardwarefunctie. Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen: Softwaretoepassingen kunnen zijn ontworpen om zich aan gewijzigde systeemhardware aan te passen nadat ze naar een ander systeem zijn erplaatst. Voor de meeste softwaretoepassingen in logische partities an AI en Linux hoeft u geen wijzigingen door te oeren om ze tijdens Actie partition mobility naar behoren te laten functioneren. Sommige toepassingen zijn mogelijk afhankelijk an wijzigende kenmerken tussen de bron- en de doelserer, terwijl andere toepassingen zich mogelijk moeten aanpassen oor de migratie. PowerHA (of High Aailability Cluster Multi-Processing) is op de hoogte an partition mobility. U kunt een mobiele partitie waarop wordt gewerkt met PowerHA-clustersoftware erplaatsen naar een andere serer zonder dat de PowerHA-software opnieuw hoeft te worden gestart. Dit zijn oorbeelden an toepassingen die de mogelijkheid zich aan te passen aan partition mobility ten goede zou komen: Softwaretoepassingen die gebruikmaken an processor- en geheugenaffiniteitskenmerken om hun gedrag af te stemmen. Affiniteitskenmerken kunnen als geolg an een migratie immers worden gewijzigd. De functies an de toepassing blijen oneranderd, maar er zijn mogelijk erschillen waarneembaar in het prestatieermogen. Voor toepassingen met processorbindings blijen deze bindings tijdens migraties aan dezelfde logische gekoppeld, hoewel de fysieke worden gewijzigd. Bindings dienen meestal oor dynamische-cache-doeleinden, maar de erplaatsing an fysieke processor ereist een cache-hiërarchie op het doelsysteem. Deze erandering indt meestal zeer snel plaats en is dan ook niet merkbaar. Toepassingen die zijn afgestemd op bepaalde cache-architecturen, zoals hiërarchie, grootte, regelgrootte en koppelbaarheid. Meestal betreft het hier uitsluitend hoogwaardige computertoepassingen, maar het JIT-compileerprogramma (Just-In-Time) an de Jaa Virtual Machine is ook geoptimaliseerd oor de cacheregelgrootte an de processor waarmee deze is geopend. Hulpprogramma's en hun agents oor prestatieanalyse, capaciteitsplanning en boekhouding kunnen zich meestal aan migraties aanpassen omdat zowel de performancetellers an de processor als het type en de frequentie an de processor worden gewijzigd tussen de bron- en de doelserer. Boendien moeten hulpprogramma's die een samengetelde systeembelasting op basis an de belastingen op alle gehoste logische partities uitrekenen, zich kunnen aanpassen wanneer een logische partitie uit het systeem is erwijderd of aan het systeem is toegeoegd. Werkbelastingmanagers Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing: In partition mobility die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Tijdens Actie partition mobility is het an belang dat de twee beheerpartities met elkaar kunnen communiceren. Het irtuele LAN moet ia een irtuele Ethernet-brug in de beheerpartitie met een fysiek netwerk zijn erbonden. Het LAN moet zodanig zijn ingesteld dat de mobiele partitie na een migratie kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. Lie Partition Mobility 135

144 Actie partition mobility stelt geen specifieke eisen aan de geheugengrootte an de mobiele partitie. De geheugenoerdracht leidt niet tot opschorting an de actiiteiten an de mobiele partitie en kan geruime tijd duren ingeal an omangrijke geheugenconfiguratie in een traag netwerk. Het is dan ook raadzaam een snelle breedbanderbinding, zoals Gigabit Ethernet, te gebruiken. De netwerkbandbreedte tussen de MSP's (moer serice partitions) moet 1 GB of groter zijn. Met VIOS , of hoger, kunt u IP-tunnels inschakelen tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP uitwisselt tijdens actie partition mobility. MSP's met eilige IP-tunnels ragen mogelijk iets meer erwerkingsresources. Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Verwante taken: Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 151 U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken zoals het configureren an een irtuele Ethernet-bridge op de bron- en doelbeheerpartities en het maken an ten minste één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing: Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). De mobiele partitie wordt an de ene naar de andere serer erplaatst doordat de bronserer de statusinformatie an de logische partitie ia een LAN (Local Area Network) naar de doelserer erzendt. De schijfgegeens an de partitie kunnen echter niet ia een netwerk worden uitgewisseld tussen twee systemen. Om partition mobility te laten slagen, moet de mobiele partitie opslagresources gebruiken die in een SAN (Storage Area Network) worden beheerd. Door deze SAN-opslag heeft de mobiele partitie anaf zowel de bron- als de doelserer toegang tot dezelfde opslag. In de olgende afbeelding ziet u een oorbeeld an de opslagconfiguratie die ereist is oor partition mobility. 136 Power Systems: Lie Partition Mobility

145 Bronserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor Storage Area Network Fysieke opslag 1 Fysieke opslag 2 Fysieke opslag 3 Doelserer Virtuele I/O-serer Fysieke adapter Logische clientpartitie 1 Logische clientpartitie 2 Mobiele partitie Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an serer Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an client Virtuele adapter an serer Hyperisor IPHC De fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, Physical storage 3, is aangesloten op het SAN. Minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de Virtual I/O Serer-bronbeheerpartitie wordt aangesloten op het SAN, en datzelfde geldt oor minimaal één fysieke adapter die is toegewezen aan de Virtual I/O Serer-doelbeheerpartitie. Als de mobiele partitie ia irtuele glasezeladapters erbinding maakt met Physical storage 3, dan moeten de fysieke adapters die zijn toegewezen aan de bron- en doelbeheerpartities an Virtual I/O Serer ondersteuning bieden aan N_Port ID Virtualization (NPIV). De fysieke adapter op de Virtual I/O Serer-bronbeheerpartitie maakt erbinding met een of meer irtuele adapters op de Virtual I/O Serer-bronbeheerpartitie. Op dezelfde manier maakt de fysieke adapter op de Virtual I/O Serer-doelbeheerpartitie erbinding met een of meer irtuele adapters op de Vir- Lie Partition Mobility 137

146 tual I/O Serer-doelbeheerpartitie. Als de mobiele partitie ia irtuele SCSI-adapters erbinding maakt met Physical storage 3, worden de irtuele adapters op de Virtual I/O Serer-bron- én doelbeheerpartities toegewezen om toegang te krijgen tot de LUN's (logical unit numbers) an Physical storage 3. Elke irtuele adapter op de Virtual I/O Serer-bronbeheerpartitie maakt erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Op dezelfde manier maakt elke irtuele adapter op de Virtual I/O Serer-doelbeheerpartitie erbinding met minimaal één irtuele adapter op een logische clientpartitie. Aan elke irtuele glasezeladapter die op een mobiele partitie (of op een willekeurige logische clientpartitie) wordt gemaakt, wordt een paar WWPN's (worldwide port names) toegewezen. Beide WWPN's an het paar worden toegewezen oor toegang tot de LUN's an de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt of aan Physical storage 3. Tijdens de normale werking gebruikt de mobiele partitie één WWPN om zich aan te melden bij het SAN en om toegang te krijgen tot Physical Storage 3. Als u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer, is er een korte periode waarin de mobiele partitie werkt op zowel de bron- als de doelserer. Omdat de mobiele partitie zich niet gelijktijdig anaf zowel de bron- als de doelserer met dezelfde WWPN kan aanmelden bij het SAN, gebruikt de mobiele partitie de tweede WWPN om zich tijdens de migratie anaf de doelserer aan te melden bij het SAN. De WWPN's an elke irtuele glasezeladapter worden mét de mobiele partitie naar de doelserer erplaatst. Als u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer, oert de IVM (die de doelserer beheert) de olgende taken uit op de doelserer: Er worden irtuele adapters gemaakt op de logische Virtual I/O Serer-doelpartitie Er wordt erbinding gemaakt tussen de irtuele adapters op de logische Virtual I/O Serer-doelpartitie en de irtuele adapters op de mobiele partitie Belangrijk: De IVM maakt en beheert automatisch de hierboen beschreen irtuele adapters. De IVM zorgt eroor dat de irtuele SCSI-adapters an en naar de beheerpartitie en de logische partitie automatisch worden toegeoegd en erwijderd wanneer u een logische partitie maakt of wist. De IVM zorgt eroor dat de irtuele glasezeladapters an en naar de beheerpartitie en de logische partitie automatisch worden toegeoegd (of erwijderd) wanneer u logische partities aan fysieke glasezelpoorten toewijst (of de toewijzing opheft) met behulp an de grafische gebruikersinterface. Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Verwante taken: Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility op pagina 153 U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk. De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility op pagina 156 U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Bij deze erificatie gaat het om taken zoals het controleren an de WWPN's (wereldwijde poortnamen) oor de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie en het controleren of de fysieke glasezeladapters en de fysieke glasezelswitches ondersteuning bieden oor NPIV. Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele glasezeladapters 138 Power Systems: Lie Partition Mobility

147 Voorbereiden oor partition mobility U dient te controleren dat de bron- en doelsystemen correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an het bron- naar het doelsysteem. Het gaat hierbij om het controleren an de configuratie an de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM)-beheerpartities, de mobiele partitie, het irtueel geheugen en de irtuele netwerkconfiguratie. Verwante onderwerpen: Partition Mobility-oerzicht oor IVM op pagina 109 Meer informatie oer de oordelen an partition mobility, hoe de Integrated Virtualization Manager (IVM) actiee en inactiee partition mobility uitoert en oer de configuratie die ereist is om een logische partitie an het ene systeem naar een ander te erplaatsen. Partition Mobility-omgeing op pagina 132 Informatie oer elke component an de partition mobility-omgeing en oer hoe de component bijdraagt aan de werking an partition mobility. Componenten an de partition mobility-omgeing zijn de bron- en doelserers, de Integrated Virtualization Manager (IVM), de mobiele partitie, de netwerkconfiguratie en de geheugenconfiguratie. Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren dat de bron- en doelserers correct zijn geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hierbij zijn ook taken inbegrepen zoals het controleren an de grootte an de logische geheugenblokken op de bron- en doelserers, en het controleren an de beschikbare geheugen- en processorresources op de doelserer. Voer de olgende taken uit om de bron- en doelserers oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Lie Partition Mobility 139

148 Tabel 60. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer Planningstaken oor serers 1. Controleer dat de bron- en doelserer werken op een an de olgende POWER7-modellen: 8202-E4B 8202-E4C 8202-E4D 8205-E6B 8205-E6C 8205-E6D 8231-E2B 8231-E1C 8231-E1D 8231-E2C 8231-E2D 8233-E8B 8248-L4T 8268-E1D 8408-E8D IBM BladeCenter PS700 Express IBM BladeCenter PS701 Express IBM BladeCenter PS702 Express IBM BladeCenter PS703 Express IBM BladeCenter PS704 Express Opmerkingen: De bron- en doelserers kunnen ook -serers zijn. Raadpleeg Definities an compatibiliteitswerkstanden oor op pagina 19 oor informatie oer compatibiliteitswerkstanden an. Zorg dat de doelserer beschikt oer de benodigde softwarelicenties en onderhoudscontracten. Voor het controleren an de gebruiksrechten die gelden oor uw serers, raadpleegt u de website Entitled Software Support. 2. Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn. 3. Controleer of de logische geheugenblokgrootte op de bron- en de doelserer gelijk is. De logische geheugenblokgrootte an elke serer aststellen en, indien nodig, de grootte aanpassen. 4. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, zorgt u eroor dat de pool an gemeenschappelijk geheugen is gemaakt op de doelserer. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Matrix oor firmwareondersteuning oor partition mobility op pagina 58 Systeemeigenschappen bekijken en wijzigen Gemeenschappelijke geheugenpool definiëren met behulp an de Integrated Virtualization Manager 140 Power Systems: Lie Partition Mobility

149 Tabel 60. Voorbereidingstaken oor de bron- en de doelserer (erolg) Planningstaken oor serers 5. Controleer of de doelserer beschikt oer oldoende geheugen ter ondersteuning an de mobiele partitie. 6. Controleer of de doelserer genoeg beschikbare heeft oor het ondersteunen an de mobiele partitie. 7. Controleren of de bron- en doel Virtual I/O Serers met elkaar kunnen communiceren. 8. Als de mobiele partitie op de bronserer kan worden onderbroken, controleert u of de doelserer ook partities ondersteunt die kunnen worden onderbroken. U moet ook controleren of er minimaal één geresereerd opslagapparaat is met een grootte an ten minste 110% an het maximale partitiegeheugen. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Als de mobiele partitie werkt met ast toegewezen geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 143. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, raadpleegt u Vaststellen hoeeel geresereerd I/Ogeheugen beschikbaar is op de doelserer op pagina 143. Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen op pagina 144 Voordat u gebruik kunt maken an een schijf uit de geresereerde pool, moet u de eerste 4096 bytes an de schijf wissen als u een bericht ziet dat aangeeft dat de schijf niet gebruikt kan worden. De schijf heeft mogelijk erouderde gegeens, wat een aanwijzing ormt dat hij al door een andere partitie an het beheerde systeem wordt gebruikt, of actief wordt gebruikt door een ander beheerd systeem. Controleer met de systeembeheerder of de schijf momenteel al wordt gebruikt. U dient de eerste 4096 bytes an de schijf alleen te wissen nadat u zich eran ergewist hebt dat de schijf niet meer in gebruik is en dat u alle configuratieproblemen hebt gecorrigeerd die aan het gebruik an de schijf gekoppeld waren. Verwante onderwerpen: Bron- en doelserers in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Er zijn twee serers betrokken bij partition mobility dat wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). De bronserer is de serer waarandaan u de logische partitie wilt erplaatsen en de doelserer is de serer waarnaar u de logische partitie wilt erplaatsen. Partition Mobility-matrix oor firmwareondersteuning: Controleer of de firmwarenieaus op de bron- en doelserer compatibel zijn, oordat u begint met upgraden. In de onderstaande tabel geen de waarden in de linkerkolom de firmwarenieaus op bronserers aan en de waarden in de boenste rij de firmwarenieaus an de doelserers. Voor de erschillende combinaties Lie Partition Mobility 141

150 geeft Geblokkeerd aan dat migratie anwege code niet mogelijk is. Niet ondersteund geeft aan dat migratie mogelijk is, maar niet wordt ondersteund door IBM. Mobiel geeft aan dat items in aanmerking komen oor migratie. Tabel 61. Firmwarenieau Migreren anaf 350_xxx firmwarenieau of hoger 710_xxx 720_xxx 730_xxx 740_xxx 760_xxx 763_xxx 770_xxx 773_xxx 780_xxx 340_039 of hoger 350_xxx of hoger Mobiel Mobiel Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 710_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd 720_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd 730_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 740_xxx Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 760_xxx Mobiel Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 763_xxx Mobiel Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel 770_xxx Mobiel Geblokkeerd 773_xxx Mobiel Geblokkeerd 780_xxx Mobiel Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Geblokkeerd Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel Mobiel In de olgende tabel wordt het aantal gelijktijdige migraties afgebeeld dat wordt ondersteund per systeem. De bijbehorende minimale firmwarenieaus en Virtual I/O Serer (VIOS) die ereist zijn worden ook afgebeeld. Tabel 62. Gelijktijdige migraties Gelijktijdige migraties per systeem Firmwarenieau Nieau an VIOS Maximumaantal gelijktijdige migraties per VIOS 4 All All 4 10 Nieau 7.6 of hoger Versie Beperkingen: Alle gelijktijdige migraties moeten hetzelfde bron- en doelsysteem hebben. Systemen die worden beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM) ondersteunen maximaal tien gelijktijdige migraties. U kunt maximaal ier gelijktijdige bewerkingen oor onderbreken of heratten uitoeren. U kunt Lie Partition Mobility niet gelijktijdig in twee richtingen uitoeren. Bijoorbeeld: Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie erplaatsen an de doelserer naar de bronserer. Wanneer u een mobiele partitie erplaatst an de bron naar de doelserer, kunt u niet tegelijkertijd een andere mobiele partitie erplaatsen an de doelserer naar een andere serer. 142 Power Systems: Lie Partition Mobility

151 Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor het ondersteunen an de mobiele partitie. Zo nodig kunt u met de Integrated Virtualization Manager (IVM) meer fysiek geheugen beschikbaar stellen. Gebruik een andere rol dan Alleen bekijken oor het uitoeren an deze taak. Gebruikers met de rol SR (Serice Representatie) kunnen geen opslagwaarden bekijken of wijzigen. Om ast te stellen of de doelserer beschikt oer oldoende fysiek geheugen oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de IVM: 1. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. Klik in het menu Partitiebeheer op Partities bekijken/wijzigen. Het enster View/Modify Partition wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Eigenschappen partitie wordt afgebeeld. d. Klik op het tabblad Memory. e. Noteer de instellingen oor minimum, toegewezen en maximum. f. Klik op OK. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is op de doelserer: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify System Properties. Het enster Systeemeigenschappen bekijken/wijzigen wordt afgebeeld. b. Klik op het tabblad Memory. c. Ga naar het gedeelte Algemeen, noteer de waarde an Huidig geheugen beschikbaar en an Geheugen geresereerd oor firmware. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Houd rekening met het olgende: Als u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer, heeft die doelserer meer geresereerd firmwaregeheugen nodig oor het beheer an de mobiele partitie. Als op de doelserer onoldoende fysiek geheugen beschikbaar is oor de mobiele partitie, kunt u meer fysiek geheugen toeoegen aan de doelserer. U kunt dit doen met een of meer an de olgende taken: Dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit logische partities die werken met ast toegewezen geheugen. Raadpleeg oor instructies Dynamisch geheugen beheren. Als de doelserer is geconfigureerd met een pool an gemeenschappelijk geheugen, kunt u dynamisch fysiek geheugen erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen. Voor instructies raadpleegt u Grootte an de pool an gemeenschappelijk geheugen wijzigen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen beschikbaar is op de doelserer: U kunt aststellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oldoen aan het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie. Indien nodig kunt u meer fysiek geheugen toewijzen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Om ast te stellen of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer oldoende geheugen om te oorzien in het geresereerde I/O-geheugen dat nodig is oor de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de IVM: 1. Vaststellen hoeeel geresereerd I/O-geheugen nodig is oor de mobiele partitie: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Partitions, onder Partition Management. De pagina View/Modify Partitions wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. Lie Partition Mobility 143

152 c. Klik in het menu Tasks op Properties. De pagina Partition Properties wordt nu afgebeeld. d. Klik op het tabblad Memory. e. Noteer de waarde bij I/O entitled memory. 2. Vaststellen hoeeel fysiek geheugen beschikbaar is in de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Shared Memory Pool, onder Partition Management. De pagina View/Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Noteer de hoeeelheid beschikbaar geheugen die wordt aangegeen in het eld Shared memory pool size. 3. Vergelijk de hoeeelheid beschikbaar geheugen (uit stap 2) met de hoeeelheid geresereerd I/Ogeheugen die nodig is oor de mobiele partitie (uit stap 1). Als meer geheugen beschikbaar is dan de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie, beschikt de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer oer oldoende beschikbaar geheugen om de mobiele partitie te ondersteunen op de doelserer. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen, die nodig is oor de mobiele partitie, groter is dan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, kunt u een of meer an de olgende taken uitoeren: Voeg geheugen toe aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, zodat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Grootte an de pool an gemeenschappelijk geheugen wijzigen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Verwijder een of meer gemeenschappelijke geheugenpartities uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, totdat deze pool beschikt oer oldoende beschikbaar geheugen om te oorzien in de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. U kunt een logische partitie erwijderen uit de pool an gemeenschappelijk geheugen, door de geheugenwerkstand an de logische partitie te wijzigen an gemeenschappelijk in ast toegewezen.raadpleeg oor instructies het onderwerp Geheugeneigenschappen beheren oor partities die werken met gemeenschappelijk geheugen. Als de hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie (bijna) gelijk is aan de hoeeelheid beschikbaar geheugen, is de pool an gemeenschappelijk geheugen waarschijnlijk ernstig oerbelast, hetgeen de prestaties kan beïnloeden. U kunt eentueel extra geheugen toeoegen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen, om de mate an oerbelasting an de gemeenschappelijk geheugenpool te beperken. Waarschuwing: Bij het erplaatsen an een actiee logische partitie waaroor de werkstand oor geresereerd I/O-geheugen is ingesteld op automatisch, wordt het geresereerd I/O-geheugen oor de mobiele partitie niet automatisch herberekend en opnieuw toegewezen door de IVM. Dit gebeurt pas wanneer de mobiele partitie opnieuw wordt gestart op de doelserer. Als u de mobiele partitie opnieuw start op de doelserer en u an plan bent de mobiele partitie terug te erplaatsen naar de bronserer, dient u te controleren dat de pool an gemeenschappelijk geheugen op de bronserer oer oldoende geheugen beschikt om te oorzien in de nieuwe hoeeelheid geresereerd I/O-geheugen die nodig is oor de mobiele partitie. Verwante informatie: Performanceoerwegingen oor oerbelaste gemeenschappelijke geheugenpartities Beschikbaar aantal op de doelserer aststellen: Met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen hoeeel beschikbaar zijn op de doelserer en, indien nodig, meer toewijzen. U moet een superbeheerder zijn om deze taak uit te oeren. Ga als olgt te werk om de op de doelserer met behulp an IVM op te ragen: 144 Power Systems: Lie Partition Mobility

153 1. Bepaal hoeeel de mobiele partitie nodig heeft: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partition. Het enster View/Modify Partition wordt afgebeeld. b. Selecteer de logische partitie waaran u de eigenschappen wilt bekijken. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op de tab Processing en noteer de waarden bij het minimum-, het maximum- en het beschikbare aantal erwerkingseenheden. e. Klik op OK. 2. Bepaal hoeeel de doelserer heeft: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify System Properties. Het enster View/ Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Klik op de tab Processing. c. Noteer de waarde bij Current processing units aailable. d. Klik op Apply. 3. Vergelijk de waarden uit stap 1 en 2. Als de doelserer genoeg oor de mobiele partitie heeft, gaat u erder bij Door IVM beheerde systemen: De bron- en doelserers oorbereiden oor partition mobility op pagina 139. Als de doelserer niet genoeg oor de mobiele partitie heeft, erwijdert u met behulp an IVM dynamisch uit de logische partitie. U kunt ook uit logische partities an de doelserer erwijderen. De bron- en doelbeheerpartities oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren dat de bron- en doelbeheerpartities correct zijn geconfigureerd, om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen an de bron- naar de doelserer. Hiertoe behoort ook het controleren an de ersie an de Integrated Virtualization Manager (IVM) en het actieren an de PowerVM Enterprise Edition-hardwarefunctie. Voer de olgende taken uit om de bron- en doelbeheerpartities oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 63. Voorbereidingstaken oor IVM Planningstaken oor IVM 1. Zorg dat de IVM oor het beheer an de bronserer en de IVM oor het beheer an de doelserer oldoen aan de olgende ersieereisten: Als de bronserer, doelserer of beide serers PO- WER7-serers zijn, controleert u of de IVM of IVMs oor het beheren an de serers minimaal an ersie zijn, met fixpack 22.1 en sericepakket 1. Als de bron- of de doelserer een -serer is, controleert u of de IVM oor het beheren an die serer minimaal an ersie is, met fixpack 22 (of hoger). 2. Controleer of de PowerVM Enterprise Editionhardwarefunctie geactieerd is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Bijwerken an de Integrated Virtualization Manager De actieringscode opgeen oor PowerVM Editions, met behulp an de Integrated Virtualization Manager Lie Partition Mobility 145

154 Tabel 63. Voorbereidingstaken oor IVM (erolg) Planningstaken oor IVM 3. Als de mobiele partitie werkt met gemeenschappelijk geheugen, controleert u of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Controleren of het gemeenschappelijk gebruikt doelgeheugen een beschikbaar apparaat oor pagingruimte beat: U kunt controleren of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Om te controleren of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer een apparaat oor pagingruimte beat, dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie, oert u de olgende stappen uit op de IVM: 1. Ga na wat de ereiste grootte is an de mobiele partitie. Het apparaat oor pagingruimte oor de logische AI- of Linux-partitie die gemeenschappelijk geheugen gebruikt (hierna partitie met gemeenschappelijk geheugen genoemd) moet ten minste de grootte hebben an het maximale logische geheugen an de partitie met gemeenschappelijk geheugen. Om het maximale logische geheugen oor de mobiele partitie te zien, oert u de olgende stappen uit: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Partitions, onder Partition Management. De pagina View/Modify Partitions wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. c. Klik in het menu Tasks op Properties. De pagina Partition Properties wordt nu afgebeeld. d. Klik op het tabblad Memory. e. Noteer het maximale logische geheugen. Dit is de ereiste grootte an het apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. 2. Bekijken welke apparaten oor pagingruimte momenteel zijn toegewezen aan de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Shared Memory Pool, onder Partition Management. De pagina View/Modify System Properties wordt afgebeeld. b. Klik op Paging Space Deices - Adanced. c. Neem kennis an de grootte an elk apparaat oor pagingruimte dat niet is toegewezen aan een partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen. 3. Vaststellen hoeeel ruimte beschikbaar is in de pagingpool: a. Klik in het naigatieenster op View/Modify Virtual Storage, onder Virtual Storage Management. De pagina View/Modify Virtual Storage wordt afgebeeld. b. Klik op het tabblad Storage Pools. c. Selecteer de pool oor paging. d. Klik in het menu Tasks op Properties. De pagina Storage Pool Properties wordt afgebeeld. e. Noteer de beschikbare grootte an de pool oor paging. 146 Power Systems: Lie Partition Mobility

155 4. Controleer of de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een apparaat oor pagingruimte dat geschikt is oor de mobiele partitie. De pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer beschikt oer een geschikt apparaat oor pagingruimte als een an de olgende situaties an toepassing is: De pool oor paging beschikt oer oldoende ruimte om te oldoen aan de grootteereisten an de mobiele partitie (het resultaat an stap 3 op pagina 146 minus het resultaat an stap 1 op pagina 146 is groter dan of gelijk aan nul). Wanneer u de mobiele partitie erplaatst naar de doelserer (Actie partition mobility) of wanneer u de mobiele partitie actieert op de doelserer (Inactie partition mobility), maakt de IVM automatisch een apparaat oor pagingruimte oor de mobiele partitie. De pool an gemeenschappelijk geheugen beat een apparaat oor pagingruimte dat niet is toegewezen aan een partitie die werkt met gemeenschappelijk geheugen en dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. 5. Als de pool an gemeenschappelijk geheugen op de doelserer niet beschikt oer geschikt apparaat oor pagingruimte, oert u een an de olgende taken uit: Vergroot de pool oor paging zodat er oldoende ruimte is oor de IVM om automatisch een apparaat oor pagingruimte te kunnen maken oor de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Opslagpools aanpassen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Voeg aan de pool an gemeenschappelijk geheugen een apparaat oor pagingruimte toe dat oldoet aan de grootteereisten an de mobiele partitie. Voor instructies raadpleegt u Apparaten oor pagingruimte toeoegen of erwijderen met behulp an de Integrated Virtualization Manager. Verwante onderwerpen: Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Verwante informatie: Apparaten oor pagingruimte op systemen die worden beheerd met de Integrated Virtualization Manager De mobiele partitie oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de mobiele partitie juist is geconfigureerd om te kunnen worden erplaatst naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren ook procedures om te oldoen aan de partition mobility-ereisten oor adapters en besturingssysteem. Voer de olgende taken uit om de mobiele partitie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 64. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie Planningstaken oor de mobiele partitie 1. Zorg eroor dat het besturingssysteem op de mobiele partitie het besturingssysteem AI of Linux is. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Lie Partition Mobility 147

156 Tabel 64. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie 2. Controleer of het besturingssysteem een an de olgende nieaus heeft: Voor AI ersies gaat u naar Fix Leel Recommendation Tool: U kunt alle AI-ersies die op POWER7-serers worden ondersteund, afbeelden met de Fix Leel Recommendation Tool. 1. Selecteer AI in Select your OS family 2. Bij Select products and enter the ersion information selecteert u POWER7-serer in het eld Serer MTM. 3. Selecteer de GHz-waarde an de POWER7-serer, en selecteer het eld AI. In het eld AI worden de AI-ersies ermeld, die worden ondersteund op de geselecteerde POWER7- serer, waarbij xxxx-xx-xx staat oor release, technologienieau en sericepakket. Red Hat Enterprise Linux ersie 5 update 5, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 10 Serice Pack 3, of hoger SUSE Linux Enterprise Serer 11 Serice Pack 1, of hoger Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Oudere ersies an de AI en Linux-besturingssystemen kunnen werken met Inactie partition mobility, mits ze ondersteuning bieden oor irtuele apparatuur en oor serers met - of POWER Als het besturingssysteem op de mobiele partitie Linux is zorgt u eroor dat het DynamicRM-toolpakket is geïnstalleerd. 4. Controleren of de bron- en doelbeheerpartities met elkaar kunnen communiceren. 5. Controleer of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer. 6. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen deel uitmaakt an een werkbelastinggroep oor partities. 7. Zorg eroor dat de mobiele partitie geen fysieke I/O-adapters heeft. Waarschuwing: Tijdens Inactie-migratie erwijdert de IVM automatisch alle fysieke I/O-adapters die aan de mobiele partitie zijn toegewezen. 8. Zorg dat de mobiele partitie niet gebruikmaakt an Host Ethernet Adapters (of Integrated Virtual Ethernet). Serice- en productiiteitsfuncties oor Linux POWER-serers De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren op pagina 149 De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen op pagina 150 Dynamisch beheer an fysieke adapters Een Host Ethernet Adapter-poort toewijzen aan een logische partitie 148 Power Systems: Lie Partition Mobility

157 Tabel 64. Voorbereidingstaken oor de mobiele partitie (erolg) Planningstaken oor de mobiele partitie 9. Als de mobiele partitie een schijfloze logische AIpartitie is en als de DLPAR (dynamic logical partitioning)-scripts zich beinden in de standaarddirectory /usr/lib/dr/scripts/all, kunt u de opdracht drmgr gebruiken om naar een directory met schrijftoegang te gaan. 10. Zorg eroor dat de toepassingen op de mobiele partitie geen problemen opleeren met de migratie of de migratie kunnen herkennen. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen drmgr (opdracht) Softwaretoepassingen die partition mobility herkennen op pagina 46 De compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie controleren: U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u aststellen of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund door de doelserer, en kunt u, indien nodig, de werkstand wijzigen, zodat u de mobiele partitie zonder problemen kunt erplaatsen naar de doelserer. U kunt als olgt met behulp an de IVM controleren of de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie wordt ondersteund op de doelserer: 1. Ga na welke compatibiliteitswerkstanden er door de doelserer worden ondersteund. Dit doet u door de olgende opdracht op te geen op de opdrachtregel an de IVM op de doelserer: lssyscfg -r sys -F lpar_proc_compat_modes Noteer deze waarden, zodat u ze later nog eens kunt naslaan. 2. Ga na wat de compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie op de bronserer is: a. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partitions. Het enster Partities bekijken/wijzigen wordt weergegeen. b. Selecteer de mobiele partitie in het werkenster. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op de tab Processing. e. Kijk wat de huidige en de geprefereerde compatibiliteitswerkstanden oor de mobiele partitie zijn. Noteer deze waarden, zodat u ze later nog eens kunt naslaan. Beperking: Als de bronserer wordt beheerd door een IVM met een ersie óór ersie 2.1, beeldt de IVM alleen de huidige compatibiliteitswerkstand oor de mobiele partitie af. 3. Controleer of de compatibiliteitswerkstand die u in stap 2 hebt astgesteld, wordt genoemd in de lijst an compatibiliteitswerkstanden oor de doelserer, die u in stap 1 hebt opgeroepen. Bij actiee migraties moeten zowel de geprefereerde als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie worden ondersteund door de doelserer. Bij inactiee migraties hoeft alleen de geprefereerde compatibiliteitswerkstand te worden ondersteund door de doelserer. Waarschuwing: Als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie POWER5 is, houd er dan rekening mee dat de werkstand POWER5 niet wordt genoemd in de lijst an werkstanden die worden ondersteund door de doelserer. De doelserer ondersteunt de werkstand POWER5 echter wél, ook al wordt deze niet genoemd. 4. Als de geprefereerde compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, gaat u naar stap 2 en geeft u oor de geprefereerde werkstand een werkstand op die door de doelserer wél wordt ondersteund. Bijoorbeeld: De faoriete werkstand an de mobiele partitie is POWER7 en u bent an plan om de mobiele partitie te erplaatsen naar een serer met PO- Lie Partition Mobility 149

158 WER6-. De -serer biedt geen ondersteuning oor de POWER7-werkstand, maar wel oor de -werkstand. Daarom moet u de geprefereerde werkstand wijzigen in. 5. Als de huidige compatibiliteitswerkstand an de mobiele partitie niet wordt ondersteund door de doelserer, kunt u de olgende oplossingen proberen: Als de mobiele partitie actief is, is het mogelijk dat de hyperisor nog niet de gelegenheid heeft gehad om de huidige werkstand an de mobiele partitie bij te werken. Start de mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. Als de huidige werkstand an de mobiele partitie nog steeds niet oorkomt in de lijst an ondersteunde partities oor de doelserer, kunt u de geprefereerde werkstand aan de hand an de instructies in stap 2 op pagina 149 wijzigen in een werkstand die wél wordt ondersteund door de doelserer. Verolgens start de u mobiele partitie opnieuw, zodat de hyperisor de configuratie kan controleren en de huidige werkstand kan bijwerken. De mobiele partitie draait bijoorbeeld op een serer met POWER7- en de actiee werkstand is de POWER7-werkstand. Nu wilt u de mobiele partitie erplaatsen naar een - serer, waarop geen ondersteuning oor de POWER7-werkstand beschikbaar is. U erandert de geprefereerde werkstand an de mobiele partitie in en start de mobiele partitie opnieuw. De hyperisor controleert de configuratie en stelt de huidige werkstand in op ; deze wordt ondersteund op de doelserer. Verwante onderwerpen: Compatibiliteitswerkstanden op pagina 18 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. Compatibiliteitswerkstanden op pagina 115 Compatibiliteitswerkstanden ("processor compatibility modes") maken het mogelijk om logische partities te erplaatsen tussen serers met erschillende typen, zonder dat het nodig is om de op die logische partities geïnstalleerde gebruiksomgeingen te upgraden. De mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen: U kunt de mobiele partitie uit een werkbelastinggroep erwijderen met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM), zodat u de mobiele partitie kunt erplaatsen an de bron- naar de doelserer. Een werkbelastinggroep geeft een set logische partities aan die zich beinden op hetzelfde fysieke systeem. De werkbelastinggroep wordt gedefinieerd bij het configureren an een logische partitie met behulp an IVM. De werkbelastinggroep dient oor toepassingen waarmee softwaregroepen worden beheerd. Als u een logische partitie wilt gebruiken oor partition mobility, mag deze niet aan een werkbelastinggroep zijn toegewezen. Ga als olgt te werk om de mobiele partitie met behulp an IVM uit een werkbelastinggroep te erwijderen: 1. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partition. Het enster View/Modify Partition wordt afgebeeld. 2. Selecteer de logische partitie die u uit de werkbelastinggroep wilt erwijderen. 3. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. 4. Op het tabblad General deselecteert u Partition workload group participant. 5. Klik op OK. 150 Power Systems: Lie Partition Mobility

159 Netwerkconfiguratie oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de netwerkconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken zoals het configureren an een irtuele Ethernet-bridge op de bron- en doelbeheerpartities en het maken an ten minste één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. Voer de olgende taken uit om de netwerkconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Opmerking: Partition Mobility zal mislukken wanneer u een an de olgende beeiligingsinstellingen inschakelt oor de logische VIOS-partities: Als u de netwerkbeeiliging op de hoge modus hebt ingesteld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. Als u een profiel dat de netwerkconnectiiteit beïnloedt, hebt ingeschakeld met behulp an de opdracht iosecure, op de VIOS-opdrachtregelinterface. U kunt eilige IP-tunnels inschakelen tussen de MSP's (moer serice partitions) op de bron- en doelserers, om Partition Mobility uit te oeren met deze beeiligingsinstellingen. Raadpleeg oor meer informatie Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 87. Tabel 65. Voorbereidingstaken oor het netwerk Taken oor netwerkplanning 1. Configureer een irtuele Ethernetbrug op de beheerpartities an het bron- en het doelsysteem met behulp an IVM. 2. Zorg eroor dat u de irtuele Ethernetbruggen op de beheerpartities op het bron- en het doelsysteem erbindt met het netwerk. 3. Maak minimaal één irtuele Ethernet-adapter op de mobiele partitie. 4. Actieer de mobiele partitie om de communicatie tot stand te brengen tussen het irtuele Ethernet en de irtuele Ethernet-adapter an de beheerpartitie. 5. Controleer of het besturingssysteem an de mobiele partitie de nieuwe Ethernet-adapter herkent. 6. Stel het LAN zodanig in dat de mobiele partitie ook na afloop an de migratie kan blijen communiceren met andere benodigde clients en serers. 7. Optioneel: Configureer eilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers en schakel deze in. 8. Voor VIOS-partities die zijn ingesteld als MSP's (moer serice partitions), zorgt u dat deze werken met een netwerkbandbreedte an 1 GB of meer. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Virtuele Ethernet-bruggen in het beheerde systeem configureren Een irtuele Ethernet-adapter maken Logische partities actieren Beheer en configuratie an adapters Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren op pagina 87 Verwante onderwerpen: Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 135 In partition mobility die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Lie Partition Mobility 151

160 Veilige IP-tunnels tussen de MSP's op de bron- en doelserers configureren: Met Virtual I/O Serer (VIOS) , of hoger, kunt u eilige IP-tunnels configureren tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Als zowel de bron- als de doelserer werken met Virtual I/O Serer , of hoger, worden de tunnels automatisch gemaakt, afhankelijk an het beeiligingsprofiel dat is toegepast op de bron-vios. Oerweeg het inschakelen an eilige IP-tunnels tussen de MSP (Moer Serice Partition) op de bronserer en de MSP op het doelserer. Dit kan bijoorbeeld nuttig zijn in geal de bron- en doelserer zich niet op een betrouwbaar netwerk beinden. Veilige IP-tunnels ersleutelen de statusgegeens an de partitie die de MSP op de bronserer erzendt naar de MSP op de doelserer tijdens actie partition mobility. Voordat u begint, moet u de olgende taken uitoeren: 1. Door middel an de opdracht iosleel controleren of de MSP's op de bron- en doelserers an ersie zijn, of hoger. 2. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de bronserer. 3. Het IP-adres erkrijgen an de MSP op de doelserer. 4. De gedeelde geheime erificatiesleutel erkrijgen oor de bron- en de doel-msp's. Voer de olgende stappen uit om eilige IP-tunnels te configureren en in te schakelen: 1. Beeld een lijst an beschikbare eilige tunnelagenten af met behulp an de opdracht lssc. Bijoorbeeld: $lssc ipsec_tunnel 2. Beeld een lijst af an alle kenmerken an de eilige-tunnelagent met behulp an de opdracht cfgsc. Bijoorbeeld: $cfgsc ipsec_tunnel -ls local_ip remote_ip sleutel 3. Configureer met behulp an de opdracht cfgsc een eilige tunnel tussen de MSP op de bronserer en de MSP op de doelserer: cfgsc ipsec_tunnel -attr local_ip=src_msp_ip remote_ip=dest_msp_ip key=key waarbij: src_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de bronserer. dest_msp_ip is het IP-adres an de MSP op de doelserer. sleutel is de geheime gedeelde sleutel oor de MSP's op de bron- en doelserers. Bijoorbeeld: abcderadf31231adsf. 4. Schakel de eilige tunnel in met behulp an de opdracht startsc. Bijoorbeeld: startsc ipsec_tunnel Opmerking: Als u het sterke PCI (Payment Card Industry)- of DoD (Department of Defence)- beeiligingsprofiel toepast, wordt de eilige tunnel gemaakt en wordt Actie Partition Mobility uitgeoerd ia dit beeiligde kanaal. Het eilige kanaal dat wordt gemaakt, wordt automatisch ernietigd zodra de Partition Mobility-bewerking is oltooid. Verwante onderwerpen: Logische bron- en doelpartities met Virtual I/O Serer, in een partition mobility-omgeing op pagina 38 Partitiemobiliteit die wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC) ereist ten minste één logische Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op de bronserer en ten minste één logische VIOS-partitie op de doelserer. 152 Power Systems: Lie Partition Mobility

161 Integrated Virtualization Manager in een omgeing met partition mobility op pagina 133 Informatie oer de Integrated Virtualization Manager (IVM) en oer hoe u hiermee een actiee of inactiee logische partitie kunt erplaatsen naar een andere serer. Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 47 In partition mobility dat wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Netwerkconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 135 In partition mobility die wordt beheerd met de Integrated Virtualization Manager (IVM), wordt het netwerk tussen de bron- en doelserers gebruikt om de gegeens an mobiele partitiestatus en andere configuratiegegeens door te geen an de bronomgeing naar de doelomgeing. De mobiele partitie maakt oor netwerktoegang gebruik an irtueel LAN. Verwante informatie: opdracht cfgsc opdracht startsc Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de configuratie oor irtueel SCSI juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, door gebruik te maken an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Hiertoe behoren taken als het controleren an de resere_policy an de fysieke olumes, en het controleren of de irtuele apparaten beschikken oer hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEEolumekenmerk. De doelserer moet dezelfde irtuele SCSI-configuratie bieden als de bronserer. In deze configuratie heeft de mobiele partitie na erplaatsing naar de doelserer toegang tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). Voer de olgende taken uit om de irtuele SCSI-configuratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 66. Voorbereidingstaken oor de irtuele SCSI-configuratie op systemen die worden beheerd door de IVM Taken oor opslagplanning 1. Controleer of de fysieke opslag die door de mobiele partitie wordt gebruikt, is toegewezen aan de beheerpartitie op de bronserer en aan de beheerpartitie op de doelserer. 2. Controleer of de resereringskenmerken op de fysieke olumes hetzelfde zijn oor de bron- en doel- VIOS-partities. 3. Controleer of de irtuele apparaten hetzelfde unieke ID, fysieke ID of IEEE-olumekenmerk hebben. 4. Optioneel: Geef een nieuwe naam op oor een of meer irtuele doelapparaten die worden gebruikt op de Virtual I/O Serer (VIOS)-doelpartitie. 5. Controleer of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslagruimte op het SAN. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen IBM System Storage SAN Volume Controller Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen op pagina 89 Exporteerbare schijen identificeren Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie op pagina 155 Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag op pagina 155 Verwante onderwerpen: Lie Partition Mobility 153

162 Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 136 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). Het kenmerk resere_policy an een apparaat instellen: Bij sommige configuraties dient u rekening te houden met het resereringsbeleid an het apparaat op de Virtual I/O Serer (VIOS). In de olgende tabel ziet u een toelichting bij de situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat op de VIOS belangrijk is oor systemen die worden beheerd door de Hardware Management Console (HMC) en de Integrated Virtualization Manager (IVM). Tabel 67. Situaties waarbij het resereringsbeleid an een apparaat belangrijk is Met HMC beheerde systemen Om een MPIO-configuratie (Multipath I/O) op de client te kunnen gebruiken, kan geen an de irtuele SCSI-apparaten op de VIOS het irtuele SCSI-apparaat resereren. Stel het kenmerk resere_policy an het apparaat in op no_resere. Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility of de functie onderbreken/heratten kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: - HMC Versie 7 release of hoger - VIOS Versie of hoger - De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Met IVM beheerde systemen Voor irtual SCSI-apparaten die worden gebruikt in combinatie met Lie Partition Mobility kan het kenmerk resere an de fysieke opslag dat wordt gebruikt door de mobiele partitie, als olgt worden ingesteld: U kunt het kenmerk resere_policy op no_resere instellen. U kunt het kenmerk resere_policy instellen op pr_shared wanneer de olgende producten an de olgende ersie zijn: IVM Versie of hoger De fysieke adapters ondersteunen de Persistent Reseres-standaard an SCSI-3 Het kenmerk resere moet op de bron- en doelbeheerpartities hetzelfde zijn oor partition mobility. Het kenmerk resere op bron- en doel-vios-partities hetzelfde zijn oor partition mobility. Voor PowerVM Actie Memory Sharing of de functies onderbreken/heratten, stelt de VIOS automatisch het kenmerk resere op het fysieke olume in op geen resere. De VIOS oert deze actie uit wanneer u een apparaat oor pagingruimte toeoegt aan de gemeenschappelijke geheugenpool. 1. Maak an een VIOS-partitie een lijst an de schijen (of apparaten oor pagingruimte) waartoe de VIOS toegang heeft. Voer de olgende opdracht uit: lsde -type disk 2. Om het resereringsbeleid an een schijf te bepalen, oert u de olgende opdracht uit, waarbij hdisk de naam is an de schijf die u hebt aangegeen in stap 1 op pagina 90. Bijoorbeeld: hdisk5. lsde -de hdisk -attr resere_policy Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer uit zoals de olgende uitoer:.. resere_policy no_resere Resere Policy True 154 Power Systems: Lie Partition Mobility

163 Op basis an de informatie in Tabel 32 op pagina 90 dient u wellicht de resere_policy te wijzigen zodat u de schijf in alle beschreen configuraties kunt gebruiken. 3. Voer de opdracht chde uit de resere_policy in te stellen. Bijoorbeeld: chde -de hdisk -attr resere_policy=reseration waarbij: hdisk de naam an de schijf is waaroor u de resere_policy op no_resere wilt instellen. reseration is ofwel no_resere of pr_shared. 4. Herhaal deze procedure anaf de andere VIOS-partitie. Vereisten: a. Alhoewel het kenmerk resere_policy een kenmerk is an het apparaat, wordt de waarde an het kenmerk opgeslagen in elke VIOS. U dient het kenmerk resere_policy anaf beide VIOS-partities in te stellen zodat beide VIOS-partities de resere_policy an het apparaat zien. b. Voor partition mobility moet de resere_policy op de doel-vios-partitie hetzelfde zijn als de resere_policy op de bron-vios-partitie. Als de resere_policy op de bron-vios-partitie bijoorbeeld pr_shared is, moet de resere_policy op de doel-vios-partitie ook pr_shared zijn. c. Met de modus PR_exclusie op SCSI-3 resere is migratie naar een ander systeem niet mogelijk. d. De waarde an PR_key oor de VSCSI-schijen op het bron- en doelsysteem moeten erschillend zijn. Controleren of de mobiele partitie toegang heeft tot de fysieke opslag: U kunt werken met de Integrated Virtualization Manager (IVM) controleert u of de mobiele partitie toegang heeft tot de eigen fysieke opslagruimte in het SAN (storage area network), zodat de mobiele partitie ook na erplaatsing naar de doelserer toegang heeft tot deze fysieke opslagruimte. De mobiele partitie moet anuit zowel de bron- als de doelomgeing toegang hebben tot dezelfde fysieke opslag om partition mobility te laten slagen. De adapter in de beheerpartitie an de doelomgeing moet met hetzelfde SAN zijn erbonden als de beheerpartitie an de bronomgeing en toegang hebben tot dezelfde fysieke mobiele-partitieopslag als deze partitie. Ga als olgt te werk om deze erbindingen te controleren met behulp an IVM: 1. Klik in het menu Virtual Storage Management op View/Modify Virtual Storage. 2. Controleer op het tabblad Virtual Disk of de logische partitie geen irtuele schijf heeft. 3. Controleer op het tabblad Physical Volumes of de fysieke olumes an de mobiele partitie kunnen worden geëxporteerd. Raadpleeg De ID's an exporteerbare schijen weergeen oor meer informatie. Als de informatie onjuist is, gaat u terug naar Configuratie an irtuele SCSI oorbereiden oor partition mobility op pagina 153 en oert u de desbetreffende taak uit. Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie: Voordat u een logische partitie erplaatst, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt erplaatst, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. Controleer oordat u begint of de beheerpartities an ersie zijn, of hoger. Dit moet zowel oor de bronbeheerpartitie als oor de doelbeheerpartitie gelden. Waar mogelijk bewaart partition mobility door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten op het doelsysteem. Partition Mobility bewaart geen tscsix-id's. Lie Partition Mobility 155

164 In sommige situaties is de partition mobility mogelijk niet in staat om een door de gebruiker gedefinieerde naam te behouden. Bijoorbeeld als de naam al in gebruik is op de VIOS-doelpartitie. Als u door de gebruiker gedefinieerde namen wilt behouden op de VIOS-doelpartitie, kunt u een nieuwe naam opgeen oor het irtuele doelapparaat dat moet worden gebruikt op de VIOS-doelpartitie. Als u geen nieuwe naam opgeeft, wijst partition mobility automatisch de eerstolgende beschikbare tscsixnaam toe aan het irtueel doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. 1. Om de namen en toewijzingen an de irtuele doelapparaten te bekijken, oert u de opdracht lsmap als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: lsmap -all Het resultaat an deze opdracht ziet er ongeeer als olgt uit: SVSA Physloc Client Partition ID host4 U8203.E4A.10D4431-V8-C14 0x d VTD Status LUN Backing deice Physloc VTD Status LUN Backing deice Physloc client3_hd0 Aailable 0x hdisk5 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L client3_hd1 Aailable 0x hdisk6 U789C.001.DQ1234#-P1-C1-T1-W C075-L In dit oorbeeld zijn de door de gebruiker gedefinieerde namen an de irtuele doelapparaten: client3_hd0 en client3_hd1. 2. Als u een door de gebruiker gedefinieerde naam oor een irtueel doelapparaat wilt opgeen oor gebruik op de VIOS-doelpartitie, oert u de opdracht chde als olgt uit. Voer de opdracht uit anaf de opdrachtregelinterface op de VIOS-bronpartitie: chde -de de_id -attr mig_name=partition_mobility_id waarbij: de_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam an het irtuele doelapparaat op de VIOSbronpartitie. partition_mobility_id is de door de gebruiker gedefinieerde naam die u wilt geen aan het irtuele doelapparaat op de VIOS-doelpartitie. Verwante taken: Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 158 Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partition mobility. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. De irtuele glasezelconfiguratie oorbereiden oor partition mobility U dient te controleren of de irtuele glasezelconfiguratie juist is geconfigureerd om de mobiele partitie te kunnen erplaatsen naar de doelserer, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Bij deze erificatie gaat het om taken zoals het controleren an de WWPN's (wereldwijde poortnamen) oor de irtuele glasezeladapters op de mobiele partitie en het controleren of de fysieke glasezeladapters en de fysieke glasezelswitches ondersteuning bieden oor NPIV. De doelserer moet dezelfde irtuele glasezelconfiguratie bieden als de bronserer, zodat de mobiele partitie na erplaatsing naar de doelserer toegang blijft houden tot de eigen fysieke opslagruimte op het SAN (storage area network). 156 Power Systems: Lie Partition Mobility

165 Voer de olgende taken uit om de irtuele glasezelconfiguratie oor te bereiden oor Actie of Inactie partition mobility. Tabel 68. Voorbereidingstaken oor de irtuele glasezelconfiguratie op systemen die worden beheerd door de IVM Taken oor opslagplanning 1. Controleer oor elke irtuele glasezeladapter op de mobiele partitie of beide WWPN's zijn toegewezen aan dezelfde set LUN's (logical unit numbers) op het SAN. 2. Controleer of de fysieke glasezeladapters die zijn toegewezen aan de bron- en doelbeheerpartities ondersteuning bieden oor NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om te kijken welke fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter ondersteuning bieden aan NPIV. 3. Controleer of de switches waaraan de fysieke glasezeladapter op de logische bron- en doelbeheerpartities zijn erbonden, ondersteuning bieden aan NPIV. Voer de opdracht lsnports uit om de fabric support an de fysieke poorten op de fysieke glasezeladapter te bekijken. Als de fabric support de waarde 1 heeft, is de fysieke poort middels een kabel erbonden met een switch die ondersteuning biedt aan NPIV. 4. Controleer of de doelserer oldoende fysieke poorten beschikbaar stelt oor de ondersteuning an de irtuele glasezelconfiguratie an de mobiele partitie. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Hoe u kunt nagaan welke WWPN's er zijn toegewezen aan de irtuele glasezeladapter leest u in Eigenschappen an partities aanpassen IBM System Storage SAN Volume Controller Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Controleren hoeeel fysieke glasezelpoorten beschikbaar zijn op de doelbeheerpartitie Verwante onderwerpen: Opslagconfiguratie in een partition mobility-omgeing op pagina 136 Informatie oer de configuratie an irtueel SCSI en irtuele glasezel die is ereist oor partition mobility die wordt beheerd door de Integrated Virtualization Manager (IVM). Verwante informatie: Redundantie configureren met behulp an irtuele glasezeladapters Controleren hoeeel fysieke glasezelpoorten beschikbaar zijn op de doelbeheerpartitie: Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u controleren of de beheerpartitie op de doelserer beschikt oer oldoende fysieke poorten om het oor de mobiele partitie mogelijk te maken om anaf de doelserer toegang te houden tot de fysieke opslag op het SAN. U kunt als olgt met behulp an de IVM nagaan hoeeel fysieke poorten er op beheerpartitie op de doelserer beschikbaar zijn: Tip: U kunt ook de opdracht lslparmigr gebruiken om te controleren of de doelserer oldoende fysieke poorten beschikbaar stelt oor de ondersteuning an de irtuele glasezelconfiguratie an de mobiele partitie. 1. Bepaal het aantal fysieke poorten dat de mobiele partitie gebruikt op de doelserer: Lie Partition Mobility 157

166 a. Klik in het menu Partitiebeheer op Partities bekijken/wijzigen. Het enster View/Modify Partitions wordt afgebeeld. b. Selecteer de mobiele partitie. c. Klik in het menu Tasks op Properties. Het enster Partition Properties wordt afgebeeld. d. Klik op de tab Opslag. e. Vouw het gedeelte Virtueel glasezel uit. f. Noteer het aantal fysieke poorten dat aan de mobiele partitie is toegewezen en klik op OK. 2. Bepaal het aantal fysieke poorten dat beschikbaar is op de beheerpartitie op de doelserer: a. Ga naar het menu Beheer I/O-adapters en klik op Virtueel glasezel bekijken/wijzigen. Het scherm Virtueel glasezel bekijken/wijzigen wordt afgebeeld. b. Noteer het aantal fysieke poorten met beschikbare erbindingen. 3. Vergelijk de gegeens die u in stap 1 op pagina 157 hebt genoteerd met de gegeens die u in stap 2 hebt genoteerd. Als het aantal fysieke poorten met beschikbare erbindingen (stap 2) groter is dan of gelijk is aan het aantal fysieke poorten dat aan de mobiele partitie is toegewezen (stap 1 op pagina 157), biedt de doelserer oldoende fysieke poorten aan om de mobiele partitie op de doelserer te ondersteunen. Als het aantal fysieke poorten met beschikbare erbindingen (stap 2) kleiner is dan aan het aantal fysieke poorten dat aan de mobiele partitie is toegewezen (stap 1 op pagina 157), dan moet u een fysieke glasezeladapter (die N_Port ID Virtualization ondersteunt) toeoegen aan de doelserer. Verwante informatie: Opdrachten an Virtual I/O Serer en Integrated Virtualization Manager Controleren an de configuratie oor partition mobility Met de Integrated Virtualization Manager (IVM) kunt u de configuratie controleren an de bron- en doelsystemen oor partition mobility. Als de IVM een configuratie- of erbindingsprobleem aststelt, wordt een foutbericht afgebeeld met informatie oor het oplossen an het probleem. Voer de olgende stappen uit om de bron- en doelsystemen te controleren oor partition mobility, met behulp an de IVM: 1. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partitions. Het enster View/Modify Partitions wordt afgebeeld. 2. Selecteer de logische partitie die u wilt migreren en klik in het menu Tasks op Migrate. 3. Vul de elden Remote IVM or HMC, Remote user ID en Password in oor de logische partitie die u wilt migreren. 4. Klik op Validate om te beestigen of de gewijzigde instellingen zijn toegestaan oor partition mobility. Verwante onderwerpen: Configuratiealidatie oor partition mobility op pagina 111 Informatie oer de taken die de Integrated Virtualization Manager (IVM) uitoert bij het controleren an de systeemconfiguratie oor Actie en Inactie partition mobility. Verwante taken: Een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat oor gebruik op een doelbeheerpartitie op pagina 155 Voordat u een logische partitie erplaatst, kunt u eentueel een nieuwe naam opgeen oor een irtueel doelapparaat. Nadat u de logische partitie hebt erplaatst, neemt het irtueel doelapparaat de nieuwe naam aan op de Virtual I/O Serer-partitie (VIOS) op het doelsysteem. 158 Power Systems: Lie Partition Mobility

167 De mobiele partitie erplaatsen U kunt een actiee of inactiee logische partitie erplaatsen naar een andere serer, met behulp an de Integrated Virtualization Manager (IVM). Voordat u een logische partitie erplaatst naar een andere serer dient u de olgende taken uit te oeren op de IVM. Tabel 69. Voorafgaande taken oor het erplaatsen an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken 1. Controleer of alle ereiste oorbereidingstaken oor partition mobility zijn uitgeoerd. 2. Controleer of de geheugen- en processorresources zijn gesynchroniseerd nadat resources dynamisch zijn toegeoegd of erwijderd. 3. Controleer of de bron- en de doelserer gereed zijn oor gebruik. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Voorbereiden oor partition mobility op pagina 139 Dynamisch geheugen beheren Dynamisch beheer an erwerkingscapaciteit Systeemeigenschappen bekijken en wijzigen 4. Controleer of de mobiele partitie is uitgeschakeld. Partitie-eigenschappen wijzigen 5. Controleer of de mobiele partitie gereed is oor gebruik. 6. Controleer of de bron- en doel-virtual I/O Serers actief zijn. 7. Controleer of alle band- en CD-taken zijn oltooid of gestopt. 8. Voer het IVM-hulpprogramma oor migratiealidatie uit om te controleren of de serers, de mobiele partitie, de opslagmedia en het netwerk zijn oorbereid op partition mobility. Partitie-eigenschappen wijzigen Een logische partitie actieren Een logische partitie actieren Controleren an de configuratie oor partition mobility op pagina 158 Voer de olgende taken uit om met behulp an de IVM een logische partitie te erplaatsen naar een andere serer: 1. Klik in het menu Partition Management op View/Modify Partitions. Het enster View/Modify Partitions wordt afgebeeld. 2. Selecteer de te erplaatsen logische partitie in het menu Taken en kies Migrate. 3. Vul de elden Remote IVM, Remote user ID en Password in oor de logische partitie die u wilt erplaatsen. 4. Klik op Migreren. Nadat u een logische partitie hebt erplaatst naar een andere serer, oert u de olgende taken uit. Tabel 70. Afsluitende taken oor het erplaatsen an een logische partitie Vereiste Partition Mobility-taken achteraf Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen 1. Actieer de mobiele partitie op de doelserer. Een logische partitie actieren 2. Optioneel: Voeg ast toegewezen I/O-adapters toe aan de mobiele partitie op de doelserer Dynamisch beheer an fysieke adapters Lie Partition Mobility 159

168 Tabel 70. Afsluitende taken oor het erplaatsen an een logische partitie (erolg) Vereiste Partition Mobility-taken achteraf 3. Als er tijdens de migratie irtueelwerkstationerbindingen erloren zijn gegaan, brengt u de erbindingen opnieuw tot stand op de doelserer. 4. Optioneel: Wijs de mobiele partitie aan een werkbelastinggroep oor logische partities toe. 5. Als er statische toepassingen zijn beëindigd óór de erplaatsing, start u deze toepassingen opnieuw op de doelserer. 6. Optioneel: Maak een backup an de Virtual I/O Serer-beheerpartities op de doelserer, om de nieuwe toewijzingen oor irtuele apparaten eilig te stellen. 7. Optioneel: Schakel eilige IP-tunnels uit tussen de MSP's op de bron- en doelserers. Taak an actiee mobiliteit Taak an inactiee mobiliteit Informatiebronnen Een irtueel-werkstationsessie openen Een logische partitie an een client toeoegen aan de partitiewerkbelastinggroep Backup maken an de Virtual I/O Serer stopsc-opdracht 160 Power Systems: Lie Partition Mobility

169 Kennisgeingen Deze informatie is ontwikkeld oor producten en diensten die worden aangeboden in de Verenigde Staten. De fabrikant leert de producten, diensten en functies die in deze publicatie worden besproken mogelijk niet in andere landen. Raadpleeg de ertegenwoordiger an de fabrikant oor informatie oer de producten en oorzieningen die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzingen in deze publicatie naar producten of diensten an de fabrikant houden niet in dat uitsluitend deze producten of diensten kunnen worden gebruikt. Functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten, programma's of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten an de fabrikant. Het is echter de erantwoordelijkheid an de gebruiker om alle geleerde producten, programma's en oorzieningen te controleren. Mogelijk heeft de fabrikant octrooien of octrooi-aanragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. Informatie oer het erkrijgen an een licentie kunt u opragen, door te schrijen naar de fabrikant. Voor licentie-informatie oer dubbelbyte tekensets (DBCS) kunt u contact opnemen met het erantwoordelijke departement in uw land of schrijen naar de fabrikant: Deze paragraaf is niet an toepassing op het Verenigd Koninkrijk of elk ander land waar deze oorwaarden strijdig zijn met de lokale wetgeing: DEZE PUBLICATIE WORDT AS IS VERSTREKT EN ZONDER ENIGE GARANTIE UITDRUKKELIJK NOCH STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DIE VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR HET PROGRAMMA IS BESTEMD OF GESCHIKTHEID VOOR EEN SPECIFIEK DOEL. In sommige landen is het uitsluiten an uitdrukkelijke of stilzwijgende garanties niet toegestaan. Voorgaande zin is dan ook op u wellicht niet an toepassing. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Periodiek worden wijzigingen aangebracht aan de informatie in deze publicatie. Deze wijzigingen worden opgenomen in nieuwe uitgaen an deze publicatie. De fabrikant behoudt zich het recht oor zonder ooraankondiging wijzigen en/ of erbeteringen aan te brengen in de product(en) en programma('s) die in deze publicatie worden beschreen. Verwijzingen in deze publicatie naar webpagina's die geen eigendom zijn an de fabrikant dienen slechts tot het gemak an de gebruiker en betekenen in geen geal dat deze webpagina's door IBM worden aanbeolen. Het materiaal op die webpagina's maakt geen deel uit an dit product en het gebruik eran is olledig oor eigen risico. De fabrikant kan de informatie die u leert op elke manier gebruiken of distribueren die hij toepasselijk acht, zonder enige erplichting jegens u te scheppen. Licentiehouders die informatie oer dit programma willen ontangen oer: (i) het uitwisselen an informatie tussen in eigen beheer gemaakte programma's en andere programma's (waaronder dit programma) en (ii) het gemeenschappelijk gebruik an de uitgewisselde informatie, dienen contact op te nemen met de fabrikant: Dergelijke informatie kan beschikbaar worden gesteld onder de daaroor geldende oorwaarden. In bepaalde geallen dient u hieroor een ergoeding te betalen. Het gelicentieerde programma dat in deze publicatie wordt beschreen en al het bij dit programma behorende materiaal, wordt door IBM geleerd onder de oorwaarden omschreen in de IBM Copyright IBM Corp. 2010,

170 Klantenoereenkomst, de IBM Internationale programmalicentieoereenkomst, de IBM Licentieoereenkomst oor machinecode of een andere gelijkwaardige oereenkomst. Alle gegeens oer prestaties in dit gedeelte zijn erkregen in een gecontroleerde omgeing. Resultaten die worden erkregen in andere erwerkingsomgeingen kunnen daarom afwijken. Bepaalde metingen zijn erricht op systemen in de ontwikkelingsfase en er is geen enkele garantie dat deze metingen hetzelfde zullen zijn in algemeen erkrijgbare systemen. Boendien is een aantal metingen afgeleid. Werkelijke resultaten kunnen erschillen. Gebruikers an deze publicatie moeten controleren welke gegeens geschikt zijn oor hun specifieke omgeing. Informatie oer producten die niet door deze fabrikant zijn gemaakt, is erkregen an de leeranciers an de desbetreffende producten, uit de publicaties an deze leeranciers of uit andere publiek toegankelijke bronnen. Deze fabrikant heeft deze producten niet getest en staat niet in oor de prestaties an deze producten, de compatibiliteit of enig andere eis die kan worden gesteld aan producten die niet door deze fabrikant zijn gemaakt. Vragen oer de prestaties an producten die niet door deze fabrikant zijn gemaakt, dienen te worden gesteld aan de leeranciers an deze producten. Alle uitingen oer de toekomstige richting of oer de intentie an de fabrikant kunnen te allen tijde zonder enige kennisgeing worden teruggetrokken en ertegenwoordigen uitsluitend doelen en doelstellingen. Alle afgebeelde prijzen zijn oorgestelde, actuele prijzen die zonder enige kennisgeing kunnen worden gewijzigd. Werkelijke prijzen kunnen afwijken. Deze informatie is alleen bestemd oor planningsdoeleinden. De informatie is onderheig aan wijzigingen alorens de beschreen producten op de markt komen. Deze informatie beat oorbeelden an gegeens en rapporten die tijdens de dagelijkse zakelijke actiiteiten worden gebruikt. Om deze zo olledig mogelijk te illustreren, beatten de oorbeelden de namen an personen, bedrijen, merken en producten. Al deze namen zijn fictief en eentuele oereenkomsten met de namen en addressen an bestaande bedrijen zijn toeallig. COPYRIGHTLICENTIE: Deze informatie beat oorbeeldtoepassingen in de brontaal die programmeertechnieken op erschillende besturingsplatforms kunnen toelichten. U kunt deze oorbeeldprogramma's gratis kopiëren, wijzigen en distribueren om toepassingenprogramma's te ontwikkelen, te gebruiken, te erhandelen of te distribueren die in oereenstemming worden gebracht met de API (Application Programming Interface) oor het besturingsplatform waaroor de oorbeeldprogramma's zijn geschreen. Deze oorbeelden zijn niet uitgebreid onder alle omstandigheden getest. De fabrikant kan daarom niets garanderen en is niet erantwoordelijk oor de betrouwbaarheid, de duurzaamheid of het functioneren an deze programma's. De oorbeeeldprogramma's worden erstrekt "AS IS", zonder enige orm an garantie. De fabrikant is niet aansprakelijk oor enige schade die oortloeit uit uw gebruik an de oorbeeldprogramma's. Bij elk exemplaar of elk deel an deze oorbeeldprogramma's of daaran afgeleide programma's moet de auteursrechtermelding als olgt worden ermeld: (naam an uw bedrijf) (jaar). Delen an deze code zijn oergenomen an oorbeeldprogramma's an IBM Corp. Copyright IBM Corp. _ul hier een of meer jaartallen in_. Indien u deze publicatie in elektronische orm bekijkt, worden foto's en illustraties mogelijk niet afgebeeld. 162 Power Systems: Lie Partition Mobility

171 Informatie oer programmeerinterfaces In deze publicatie oer Lie Partition Mobility worden de programmeerinterfaces behandeld waarmee de gebruiker programma's kan schrijen oor het erkrijgen an serices an IBM AI ersie 7.1, IBM AI ersie 6.1, IBM i 7.1 en IBM Virtual I/O Serer ersie Handelsmerken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn handelsmerken an International Business Machines Corp., zoals wereldwijd geregistreerd in een groot aantal rechtsgebieden. Namen an andere producten en serices kunnen merken zijn an IBM of andere bedrijen. Een actuele lijst an IBM-merken is op het web beschikbaar op Copyright and trademark information, op adres Linux is een geregistreerd handelsmerk an Linus Toralds in de Verenigde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo's zijn merken an Oracle of gelieerde bedrijen. Red Hat, het Red Hat-logo "Shadow Man" en alle op Red Hat gebaseerde merken en logo's zijn merken an Red Hat, Inc., in de Verenigde Staten en andere landen. Voorwaarden en bepalingen Toestemming oor het gebruik an deze publicaties wordt erleend nadat u te kennen hebt gegeen dat u de olgende bepalingen en oorwaarden accepteert. Toepasselijkheid: Deze oorwaarden en bepalingen ormen een aanulling op de oorwaarden en bepalingen die zijn opgenomen op de website an IBM. Persoonlijk gebruik: U mag deze publicaties ereeloudigen oor eigen, niet commercieel gebruik onder oorbehoud an alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om deze publicaties of delen daaran te distribueren, weer te geen of te gebruiken in afgeleid werk zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Commercieel gebruik: U mag deze publicaties alleen ereeloudigen, erspreiden of afbeelden binnen uw onderneming en onder oorbehoud an alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om afgeleid werk te maken op basis an deze publicaties en om deze publicaties of delen daaran te reproduceren, te distribueren of af te beelden buiten uw bedrijf zonder uitdrukkelijke toestemming an IBM. Rechten: Behoudens de toestemmingen die u hierin uitdrukkelijk worden erleend, worden u geen andere toestemmingen, licenties of rechten erleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, ten aanzien an de Publicaties of welke daarin opgenomen informatie, gegeens, software of andere intellectuele eigendommen dan ook. IBM behoudt zich het recht oor de hier erleende toestemming in te trekken, wanneer, naar het eigen oordeel an IBM, het gebruik an deze publicaties zijn belangen schaadt of als boenstaande aanwijzingen niet naar behoren worden opgeolgd. Het is alleen toegestaan deze informatie te downloaden, te exporteren of opnieuw te exporteren indien alle an toepassing zijnde wetten en regels, inclusief alle exportwetten en -regels an de Verenigde Staten, olledig worden nageleefd. IBM GEEFT GEEN ENKELE GARANTIE MET BETREKKING TOT DE INHOUD VAN DEZE PUBLICA- TIES. DE PUBLICATIES WORDEN AANGEBODEN OP "AS-IS"-BASIS. ER WORDEN GEEN UITDRUK- KELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER INBEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID, HET GEEN INBREUK MAKEN OP DE RECHTEN VAN ANDEREN, OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. Kennisgeingen 163

172 164 Power Systems: Lie Partition Mobility

173

174 Gedrukt in Nederland

Power Systems. Live Partition Mobility IBM

Power Systems. Live Partition Mobility IBM Power Systems Lie Partition Mobility IBM Power Systems Lie Partition Mobility IBM Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 181. Deze

Nadere informatie

Power Systems. Logische partitionering IBM

Power Systems. Logische partitionering IBM Power Systems Logische partitionering IBM Power Systems Logische partitionering IBM Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen op pagina 289.

Nadere informatie

Power Systems. Integrated Virtualization Manager

Power Systems. Integrated Virtualization Manager Power Systems Integrated Virtualization Manager Power Systems Integrated Virtualization Manager Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen op

Nadere informatie

Power Systems. Systeemplannen

Power Systems. Systeemplannen Power Systems Systeemplannen Power Systems Systeemplannen Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen op pagina 35. Deze uitgave heeft betrekking

Nadere informatie

ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker

ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage F, Kennisgeingen, op pagina 137.

Nadere informatie

Power Systems. De Advanced System Management Interface IBM

Power Systems. De Advanced System Management Interface IBM Power Systems De Adanced System Management Interface beheren IBM Power Systems De Adanced System Management Interface beheren IBM Opmerking Lees, oordat u deze informatie en het product gebruikt, eerst

Nadere informatie

LotusLive. LotusLive Handleiding voor de beheerder

LotusLive. LotusLive Handleiding voor de beheerder LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder Opmerking Lees eerst Kennisgeingen op pagina 87. Deze uitgae heeft betrekking op LotusLie(tm) en op alle olgende

Nadere informatie

Power Systems. Plaatsing van PCI-adapters voor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S, 8246-L1T, 8246-L2C, 8246-L2D, 8246-L2S, of 8246-L2T

Power Systems. Plaatsing van PCI-adapters voor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S, 8246-L1T, 8246-L2C, 8246-L2D, 8246-L2S, of 8246-L2T Power Systems Plaatsing an PCI-adapters oor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S, 8246-L1T, 8246-L2C, 8246-L2D, 8246-L2S, of 8246-L2T Power Systems Plaatsing an PCI-adapters oor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S,

Nadere informatie

iseries Aan de slag met iseries

iseries Aan de slag met iseries iseries Aan de slag met iseries iseries Aan de slag met iseries Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Aan de slag met de iseries 400...................... 1 EZ-Setup oltooien: oer

Nadere informatie

IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1. Handleiding SC14-2064-05

IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1. Handleiding SC14-2064-05 IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 Opmerking

Nadere informatie

ii LotusLive beheren

ii LotusLive beheren LotusLie beheren ii LotusLie beheren Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. LotusLie: info...... 1 Hoofdstuk 2. Systeemereisten oor LotusLie.............. 3 Hoofdstuk 3. LotusLie aanpassen oor uw organisatie............

Nadere informatie

NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000

NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 NetVista Thin Client NetVista N2200w, Thin Client oor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5988-00 NetVista Thin

Nadere informatie

ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3

ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 Opmerking: Voordat u deze informatie en het product gebruikt, leest u eerst de informatie

Nadere informatie

Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker

Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage C, Warranty

Nadere informatie

iseries Client Access Express Beheer

iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Client Access Express beheren...................... 1 Hoofdstuk 2. Dit

Nadere informatie

Handheld-Serie tt7000ls

Handheld-Serie tt7000ls Handheld-Serie tt7000ls Eraar een nieuwe dimensie in de moderne eehouderij met handheld computers Speciaal ontwikkeld oor de moderne eeteelt! bescherming tegen stof, spatwater en uil (IP65) modulair ontwerp

Nadere informatie

Onverwachte voordelen van Server Virtualisatie

Onverwachte voordelen van Server Virtualisatie Onverwachte voordelen van Server Virtualisatie Ronald van Vugt NetWell [email protected] www.netwell.info Herkent u dit? Of u vandaag nog twee servers beschikbaar wilt stellen Geen goede testomgeving

Nadere informatie

Power Systems. Hardware Management Console beheren

Power Systems. Hardware Management Console beheren Power Systems Hardware Management Console beheren Power Systems Hardware Management Console beheren Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen

Nadere informatie

Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens

Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens Practicum: Brandpuntsafstand an een bolle lens Er zijn meerdere methoden om de brandpuntsafstand (f) an een bolle lens te bepalen. In dit practicum worden ier methoden toegepast. Zie de onderstaande figuren

Nadere informatie

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 189. Eerste

Nadere informatie

emaxx Systeem eisen ManagementPortaal voor de ZakenMagazijn database

emaxx Systeem eisen ManagementPortaal voor de ZakenMagazijn database emaxx Systeem eisen ManagementPortaal voor de ZakenMagazijn database Datum: 25-09-2007 Auteur: ing. E.L. Floothuis Versie: 0.1 Status: Concept Kopersteden 22-4 Postbus 157 7500 AD Enschede Tel: 053 48

Nadere informatie

IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999

IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 IBM Network Station IBM Network Station Manager oor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de meest recente update SC14-5508-00 IBM Network Station IBM

Nadere informatie

Gigaset pro VLAN configuratie

Gigaset pro VLAN configuratie Gigaset pro VLAN configuratie Hogere betrouwbaarheid door gebruik van VLAN s. De integratie van spraak en data stelt eisen aan de kwaliteit van de klanten infrastructuur. Er zijn allerlei redenen waarom

Nadere informatie

Projectvoorstel SAN migratie NSG

Projectvoorstel SAN migratie NSG Projectvoorstel SAN migratie NSG De Wal ICT Auteur: Lucas de Wal Wilhelminastraat4 Functie: Netwerkspecialist/Consultant 6851 KP Huissen E-mail: [email protected] Tel: 026 363 74 40 Document referentie:

Nadere informatie

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com Pictogrammenuitleg De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze uitleg is ontwikkeld om u te helpen pictogrammen

Nadere informatie

Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition

Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze

Nadere informatie

Aan de slag met DB2-clients

Aan de slag met DB2-clients IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is

Nadere informatie

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02

IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september

Nadere informatie

Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem

Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem BLOOM is een klantverwijssysteem ontwikkeld op basis van de laatste technologieën en behoeftes uit de markt. Bloom is een krachtig, slim en gebruiksvriendelijk klantverwijssysteem

Nadere informatie

Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement.

Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement. Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement. Algemeen Met KYOCERA scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen

Nadere informatie

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com

Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com Pictogrammenuitleg Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze

Nadere informatie

INLEIDING HIGH AVAILABILITY Bart Muijzer SUN Microsystems Nederland <[email protected]>

INLEIDING HIGH AVAILABILITY Bart Muijzer SUN Microsystems Nederland <bart.muijzer@holland.sun.com> INLEIDING HIGH AVAILABILITY Bart Muijzer SUN Microsystems Nederland Introductie In dit paper wordt een introductie gegeen an het begrip High Aailability en hoe dit te implementeren.

Nadere informatie

Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties

Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties In 2010 werden 7 Unix servers geconsolideerd naar een nieuwe Unix omgeving, waar gebruik gemaakt wordt van srp s (vergelijkbaar met zone, of container).

Nadere informatie

vcloud getting started

vcloud getting started vcloud getting started Previder vdc Versie: 1.0 2013 11 22 [11:48] Versie: 1.0 Pagina 1 van 10 Inhoudsopgave 1 Getting started... 3 1.1 Inleiding... 3 1.1.1 Standaard omgeving met NAT routing... 3 1.1.2

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Installatiehandleiding TiSM- PC 10, 25, 100 en PRO Behorende bij TiSM Release 11.1 R e v i s i e 1 1 1 0 28 De producten van Triple Eye zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging

Nadere informatie

Het lokale netwerk configureren

Het lokale netwerk configureren Het lokale netwerk configureren Als u een lokaal netwerk wilt configureren, dient u eventueel de netwerkinstellingen van de PC s te configureren die via de router of het access point met elkaar moeten

Nadere informatie

IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, versie 1.1

IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, versie 1.1 IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, ersie 1.1 Derde uitgae (noember 2003) Copyright IBM Corp. 2003. Woord ooraf Deze handleiding is bedoeld oor IT-beheerders of personen die erantwoordelijk

Nadere informatie

Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager

Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager Algemeen Met de KYOCERA Scannen naar UNIT4 DocumentManager beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar UNIT4 DocumentManager

Nadere informatie

Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe.

Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe. Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe. Algemeen Met de KYOCERA scannen naar Exact Globe beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar Exact Globe. Met deze oplossing

Nadere informatie

Power Systems. Hardware Management Console beheren

Power Systems. Hardware Management Console beheren Power Systems Hardware Management Console beheren Power Systems Hardware Management Console beheren Opmerking Lees voordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgevingen

Nadere informatie

ThinkVantage Technologies Handboek voor implementatie

ThinkVantage Technologies Handboek voor implementatie ThinkVantage Technologies Handboek oor implementatie Bijgewerkt: 10 oktober 2005 Beat: Rescue and Recoery Versie 3.0 Client Security Solution Versie 6.0 Fingerprint Software Versie 4.6 ThinkVantage Technologies

Nadere informatie

IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows

IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 Opmerking Lees eerst Bijlage

Nadere informatie

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows

DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Bijgewerkt december 2010 GC14-5570-03 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release

Nadere informatie

Installatie Remote Backup

Installatie Remote Backup Juni 2015 Versie 1.2 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Remote Backup... 3 Kenmerken... 3 Beperkingen... 3 Gebruik op meerdere systemen... 3 Systeemeisen... 4 Support... 4 Installatie...

Nadere informatie

NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000

NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5990-00 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express

Nadere informatie

Wat houdt Symantec pcanywhere 12.0 in? Belangrijkste voordelen Gemakkelijke en veilige externe verbindingen Waarde Vertrouwen

Wat houdt Symantec pcanywhere 12.0 in? Belangrijkste voordelen Gemakkelijke en veilige externe verbindingen Waarde Vertrouwen Symantec pcanywhere 12.0 Toonaangevende oplossing voor helpdeskondersteuning en probleemoplossing op afstand Wat houdt Symantec pcanywhere 12.0 in? Symantec pcanywhere, de toonaangevende oplossing voor

Nadere informatie

IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding

IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5 Installatiehandleiding Opmerking Lees eerst Kennisgevingen op pagina 5. Deze publicatie heeft betrekking op versie 7, release 5, modificatie 0 van het programma

Nadere informatie

IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows

IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01 IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data

Nadere informatie

Informatie over PTF-pakket voor IBM i

Informatie over PTF-pakket voor IBM i Informatie oer PTF-pakket oor IBM i IBM i CUMULATIEF PTF-PAKKET INSTALLATIE-INSTRUCTIES SF99730 Leel 17061 PAKKET-ID: C7061730 VERSIE 7, RELEASE 3.0 Instructies oor cumulatief PTF-pakket, laatste update:

Nadere informatie

CAP1300 Beknopte installatiehandleiding

CAP1300 Beknopte installatiehandleiding CAP1300 Beknopte installatiehandleiding 09-2017 / v1.0 Inhoud van de verpakking I Productinformatie... 3 I-1 Inhoud van de verpakking... 3 I-2 Systeemvereisten... 4 I-3 Hardware-overzicht... 4 I-4 LED-status...

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is

Nadere informatie

Hoge beschikbaarheid bij Lips Textielservices Johan Westerduin, Transfer Solutions

Hoge beschikbaarheid bij Lips Textielservices Johan Westerduin, Transfer Solutions Hoge beschikbaarheid bij Lips Textielservices Johan Westerduin, Transfer Solutions 22 April, 2010 Woerden, Nederland Introductie Transfer Solutions Transfer Solutions is een gespecialiseerde

Nadere informatie

Online Samenwerken. Online Samenwerken

Online Samenwerken. Online Samenwerken Online Samenwerken In deze module worden de begrippen en vaardigheden uiteengezet die betrekking hebben op de configuratie en het gebruik van tools voor online samenwerking, zoals opslag, productiviteitstoepassingen,

Nadere informatie

Functionele beschrijving: scannen naar Trivium FORTUNA.

Functionele beschrijving: scannen naar Trivium FORTUNA. Functionele beschrijving: scannen naar Trivium FORTUNA. Algemeen Met KYOCERA scannen naar Trivium FORTUNA beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar Trivium FORTUNA. Met

Nadere informatie

Info-books. Toegepaste Informatica. Deel1c : Systeemsoftware (Win XP), netwerken en hardware. BI1c. Jos Gils Erik Goossens

Info-books. Toegepaste Informatica. Deel1c : Systeemsoftware (Win XP), netwerken en hardware. BI1c. Jos Gils Erik Goossens Info-books BI1c Toegepaste Informatica Deel1c : Systeemsoftware (Win XP), netwerken en hardware Jos Gils Erik Goossens Hoofdstuk 5 Met diskettes en harde schijven werken 5.1 Probleemstelling Gegevens worden

Nadere informatie

JaZUp Gebruikershandleiding

JaZUp Gebruikershandleiding JaZUp Gebruikershandleiding Version 2.0 Beta door Hectore en Pr2-1 / 17 - Inhoud Inhoud... 2 Inleiding:... 3 Benodigdheden:... 3 Uitleg van de interface:... 4 Zoek AZbox IP Zoek :... 5 Azbox Login - Azbox

Nadere informatie

IBM InfoSphere MDM Web Reports Gebruikershandleiding

IBM InfoSphere MDM Web Reports Gebruikershandleiding IBM InfoSphere Master Data Management Versie 11 Release 0 IBM InfoSphere MDM Web Reports Gebruikershandleiding GI13-2652-00 IBM InfoSphere Master Data Management Versie 11 Release 0 IBM InfoSphere MDM

Nadere informatie

NSi Output Manager Veelgestelde vragen. Version 3.2

NSi Output Manager Veelgestelde vragen. Version 3.2 NSi Output Manager Veelgestelde vragen Version 3.2 I. Algemene productinformatie 1. Wat is nieuw in Output Manager 3.2? NSi Output Manager 3.2 bevat diverse verbeteringen aan serverzijde, waarbij de meest

Nadere informatie

5/9 PlateSpin. 5/9.1 PlateSpin Portability Suite

5/9 PlateSpin. 5/9.1 PlateSpin Portability Suite Management Services 5/9 PlateSpin 5/9.1 PlateSpin Portability Suite PlateSpin Portability Suite is ontwikkeld voor physical-tovirtual migratie en nog veel meer manieren om werklasten om te zetten. U leest

Nadere informatie

Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT

Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT PPPoA en NAT + PPPoA en routing RoutIT maakt gebruik van 2 keer PPPoA, waarbij de eerste PPPoA wordt gebruikt voor NAT en de tweede PPPoA wordt toegepast voor routing.

Nadere informatie

Handleiding netwerkcommunicatie Evo Desktop serie, Evo Workstation serie

Handleiding netwerkcommunicatie Evo Desktop serie, Evo Workstation serie b Evo Desktop serie, Evo Workstation serie Artikelnummer van document: 177922-334 Mei 2002 Deze handleiding bevat definities en instructies voor het gebruik van de functies van de netwerkadapters (NIC)

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

IBM i Versie 7.3. Verbinden met IBM i IBM i Access for Web IBM

IBM i Versie 7.3. Verbinden met IBM i IBM i Access for Web IBM IBM i Versie 7.3 Verbinden met IBM i IBM i Access for Web IBM IBM i Versie 7.3 Verbinden met IBM i IBM i Access for Web IBM Opmerking Lees de informatie in Kennisgeingen op pagina 259 oordat u deze informatie

Nadere informatie

HP Easy Tools. Beheerdershandleiding

HP Easy Tools. Beheerdershandleiding HP Easy Tools Beheerdershandleiding Copyright 2014 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van de groep bedrijven onder de

Nadere informatie

Technische implementatie De infrastructuur rondom Transit kent de volgende rollen:

Technische implementatie De infrastructuur rondom Transit kent de volgende rollen: Transit Herkent u het? Steeds dezelfde uitdagingen in migratieprojecten; meerdere variabelen, in verschillende stadia en in een blijvend veranderende omgeving, managen. Grote hoeveelheden gegevens over

Nadere informatie

IAAS - QUICK START GUIDE

IAAS - QUICK START GUIDE IAAS - QUICK START GUIDE Contents IAAS QUICK START GUIDE... 2 STAPPEN... 2 AANMAKEN VAPP... 2 NETWERK BESCHIKBAAR MAKEN IN VAPP... 3 UITROLLEN WINDOWS SERVERS... 3 VERSIES VAN WINDOWS SERVER TEMPLATES...

Nadere informatie

PARALLEL PCI INTERFACE CARDPARALLELLE PCI-INTERFACEKAART

PARALLEL PCI INTERFACE CARDPARALLELLE PCI-INTERFACEKAART PARALLEL PCI INTERFACE CARDPARALLELLE PCI-INTERFACEKAART Quick Installation GuideSnel installatiegids Inleiding Dank u voor de aanschaf van de IEEE1284-interface PCI-uitbreidingskaart. Deze kaart stelt

Nadere informatie

Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen

Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen Installeren V: Mijn externe harde schijf van Samsung is aangesloten, maar er gebeurt niets. A: Controleer de USB-kabel. Als de externe harde schijf van Samsung

Nadere informatie

Vigor 2860 serie Multi PVC/EVC - RoutIT

Vigor 2860 serie Multi PVC/EVC - RoutIT Vigor 2860 serie Multi PVC/EVC - RoutIT PPPoA en NAT + PPPoA en routing RoutIT maakt gebruik van 2 keer PPPoA, waarbij de eerste PPPoA wordt gebruikt voor NAT en de tweede PPPoA wordt toegepast voor routing.

Nadere informatie

Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken

Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken Novell NetWare In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken" op pagina 3-38 "Stappen voor snelle installatie" op pagina 3-38 "Geavanceerde installatie" op

Nadere informatie

De reden dat providers (KPN) voor Routed IPTV kiezen is vanwege het ondersteunen van bepaalde diensten zoals Netflix op de SetupBox.

De reden dat providers (KPN) voor Routed IPTV kiezen is vanwege het ondersteunen van bepaalde diensten zoals Netflix op de SetupBox. Routed IPTV Inhoudsopgave Routed IPTV... 3 Routed IPTV WAN configuratie... 4 Routed IPTV LAN configuratie... 8 IGMP Proxy & IGMP Snooping... 11 Hardware Acceleration... 12 Load Balance / Route Policy...

Nadere informatie

Introductie. exacqvision M-Series

Introductie. exacqvision M-Series Introductie exacqvision M-Series Introductie M-Series All-In-One Recorder Agenda Introductie & positionering Voordelen Specificatie & vergelijking Productnummers Aanvullende informatie M-Series All-in-One

Nadere informatie

Bijlage Ketenlandschap Leerlingvolgsysteem. Applicatieketen. Aansluitvoorwaarden

Bijlage Ketenlandschap Leerlingvolgsysteem. Applicatieketen. Aansluitvoorwaarden Bijlage Ketenlandschap Leerlingolgsysteem Applicatieketen Afbeelding PSA01 toont de ereiste ketenkoppellakken an het Leerling Volg Systeem (LVS) naar andere benodigde applicaties. Indien in de toekomst

Nadere informatie

Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem

Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem Beleef het nieuwe Klantverwijssysteem BLOOM is een klantverwijssysteem ontwikkeld op basis van de laatste technologieën en behoeftes uit de markt. Bloom is een krachtig, slim en gebruiksvriendelijk klantverwijssysteem

Nadere informatie

BIPAC 7402G. 802.11g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids

BIPAC 7402G. 802.11g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids BIPAC 7402G 802.11g ADSL VPN Firewall Router LEDs aan de Voorzijde Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de 802.11g ADSL VPN Firewall Router, zie de online handleiding.

Nadere informatie