DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows
|
|
|
- Joost Bosmans
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Bijgewerkt december 2010 GC
2
3 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Bijgewerkt december 2010 GC
4 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 105. Vierde uitgae (december 2009) Deze publicatie is een ertaling an de Engelstalige publicatie Quick Beginnings for IBM Data Serer Clients, bestelnummer GC Deze publicatie heeft betrekking op de programma's DB2 Enterprise Serer Edition CPU Option, programmanummer 5765-F41, DB2 Workgroup Serer Edition CPU Option, programmanummer 5765-F35, IBM DB2 Adanced Access Control Feature, programmanummer 5724-N80, IBM DB2 Enterprise Serer Edition Authorized User, programmanummer 5765-F41, IBM DB2 Express Edition Authorized User, programmanummer 5724-E49, IBM DB2 Express Edition CPU Option, programmanummer 5724-E49, IBM DB2 Express-C, programmanummer 5724-S40, IBM DB2 Geodetic Data Management Feature, programmanummer 5724-N75, IBM DB2 High Aailability Feature for Express Edition, programmanummer 5724-N85, IBM DB2 Performance Optimization Feature for Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-N77, IBM DB2 Performance Optimization Feature for Workgroup Serer Edition, programmanummer 5724-N81, IBM DB2 Personal Edition Client Deice, programmanummer 5724-B55, IBM DB2 Storage Optimization Feature, programmanummer 5724-N78, IBM DB2 Workgroup Serer Edition Authorized User, programmanummer 5765-F35, IBM DB2 purexml Feature for Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-Q35, IBM DB2 purexml Feature for Express Edition, programmanummer 5724-Q33, IBM DB2 purexml Feature for Workgroup Serer Edition, programmanummer 5724-Q34, IBM Database Enterprise Deeloper Edition, programmanummer 5724-N76, IBM Homogeneous Federation Feature for DB2 Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-N79, IBM Homogeneous Federation Feature for DB2 Express Edition, programmanummer 5724-R19, IBM Homogeneous Federation Feature for DB2 Workgroup Serer Edition, programmanummer 5724-R18, IBM DB2 Connect Application Serer Edition, programmanummer 5724-D54, IBM DB2 Connect Enterprise Edition, programmanummer 5765-F30, IBM DB2 Connect Personal Edition, programmanummer 5724-B56, IBM DB2 Connect Unlimited Edition for System i, programmanummer 5724-M15, IBM DB2 Connect Unlimited Edition for System z, programmanummer 5724-B62, en op alle olgende ersies en modificaties daaran, tenzij anders ermeld in een olgende uitgae. Controleer of de uitgae die u gebruikt, oereenkomt met de ersie an het programma. De informatie in deze publicatie is onderheig aan wijzigingen. Wijzigingen zullen in nieuwe uitgaen an deze publicatie worden opgenomen. Voor technische informatie en het aanragen an publicaties kunt u zich wenden tot uw IBM-leerancier of IBM Nederland B.V. Copyright IBM Nederland B.V. 1993, Copyright IBM Corporation 1993, 2010.
5 Inhoudsopgae Oer deze publicatie Deel 1. IBM Data Serer-clients... 1 Hoofdstuk 1. Inleiding tot IBM Data Serer-clients IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's - Oerzicht Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's 4 Installatiemethoden oor IBM Data Serer-clients.. 7 Opties oor erbindingen met DB2-databases... 8 Deel 2. IBM Data Serer-clients installeren Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients Schijf- en geheugenereisten Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (AIX) Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (HP-UX) Aanbeolen kernelconfiguratieparameters (HP-UX) Kernelparameters wijzigen (HP-UX) Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Linux) Kernelparameters wijzigen (Linux) Probleemoplossing bij compilatie an C++ toepassingen Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Solaris Operating Enironment) Kernelparameters wijzigen (Solaris Operating System) Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Windows) DB2 Connect-installatieereisten oor hostsystemen en midrange systemen Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren IBM Data Serer-clients installeren (Windows) IBM Data Serer-clients installeren ( Linux en UNIX ) Oerzicht an niet-rootinstallaties (Linux en UNIX) 35 Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties Beperkingen an niet-rootinstallaties Een DB2-product installeren als niet-rootgebruiker Niet-rootfuncties inschakelen in niet-rootinstallaties met db2rfe Fixpacks aanbrengen op een niet-rootinstallatie 43 Niet-root-DB2-databaseproducten erwijderen met db2_deinstall (Linux en UNIX) Deel 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients Hoofdstuk 4. Oerzicht an de configuratie oor clientserercommunicatie Ondersteunde combinaties an client- en sererersies Ondersteunde communicatieprotocollen Databaseerbindingen toeoegen met de Configuration Assistant Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant Databaseerbinding configureren door het netwerk te doorzoeken met de Configuration Assistant Clientprofiel maken met de Configuration Assistant Databaseerbindingen configureren met behulp an een clientprofiel met de Configuration Assistant Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant LDAP-oerwegingen oor de Configuration Assistant Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP) Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP) Named pipe-erbindingen TCP/IP-erbindingen Database anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface Deel 4. IBM Data Serer-clients gebruiken in een thin client-topologie (Windows) Hoofdstuk 5. Oerzicht thin client-topologie (Windows) Oerzicht thin client-configuratie (Windows) IBM Data Serer Client installeren op de codeserer (Windows) De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin client-werkstations (Windows) Responsbestand maken oor thin client (Windows) 72 Copyright IBM Corp. 1993, 2010 iii
6 Netwerkstation op alle thin clients toewijzen aan de codeserer (Windows) Thin clients instellen met de opdracht thnsetup ( Windows ) Deel 5. Merge-modules Hoofdstuk 6. Typen merge-modules.. 79 Merge-modules oor niet-db2-subsystemen (Windows) Merge-modules oor DB2-subsystemen (Windows) 80 Deel 6. Aanullende installatieopties Hoofdstuk 7. Opdrachtregelopties oor installatie Opdrachtregelopties oor installatie IBM Data Serer Runtime Client Opdrachtregelopties oor installatie an IBM Data Serer Drier Package (Windows) Deel 8. Bijlagen Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling Gedrukte handleidingen bestellen Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel 99 Werken met erschillende ersies an het DB2 Informatiecentrum Onderwerpen uit het DB2 Informatiecentrum in andere talen afbeelden Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken DB2-documenten oor zelfstudie DB2-problemen oplossen Voorwaarden en bepalingen Bijlage B. Kennisgeingen Trefwoordenregister Deel 7. Clients erwijderen Hoofdstuk 8. IBM Data Serer-client erwijderen i Aan de slag met IBM Data Serer-clients
7 Oer deze publicatie Deze publicatie is aanbeolen lectuur oor iedereen die te maken heeft met de installatie en configuratie an een IBM Data Serer Client, een IBM Data Serer Runtime Client of een IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net. Verder kunnen de onderwerpen oer thin clients nuttig zijn oor iedereen die geïnteresseerd is in het opzetten an een thin client of een thin client-omgeing oor DB2 Connect. Copyright IBM Corp. 1993, 2010
8 i Aan de slag met IBM Data Serer-clients
9 Deel 1. IBM Data Serer-clients Copyright IBM Corp. 1993,
10 2 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
11 Hoofdstuk 1. Inleiding tot IBM Data Serer-clients IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's - Oerzicht Hieronder indt u een oerzicht an de informatie die oer clients en stuurprogramma's beschikbaar is, plus links naar meer details. Dit onderwerp helpt u bij het uitoeren an de olgende taken: 1. Het kiezen an de juiste IBM data serer client of het juiste stuurprogramma oor het tot stand brengen an erbindingen tussen uw systeem en de databases op afstand. 2. Het kiezen an de meest geschikte methode oor de installatie an de client of het stuurprogramma. 3. Het uitoeren an de installatieprocedure an een client of stuurprogramma plus de oerwegingen die u daarbij moet hanteren. Verbindingsopties Voor de erbinding an een systeem met een database op afstand zijn erschillende IBM data serer clients en stuurprogramma's mogelijk. Welke opties beschikbaar zijn, hangt af an het systeem waarmee de erbinding met de database op afstand wordt gemaakt: Een toepassing die zich beindt op een gebruikerswerkstation of een toepassingenserer Een werkstation oor toepassingsontwikkeling Een werkstation an een databasebeheerder Er zijn enkele aanullende opties die u moet oerwegen als u ook erbinding wilt maken met midrange- of mainframedatabases. Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's Hieronder indt u een oerzicht an de IBM data serer clients en -stuurprogramma's: IBM Data Serer Client IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Drier Package IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. Daarnaast bestaat er een afzonderlijk product, DB2 Connect Personal Edition, dat naast alle functies an de IBM Data Serer Client ook de mogelijkheid beat om erbinding te maken met middelgrote databases en mainframes. De DB2 Connect-oorziening kan aan elke client of elk stuurprogramma worden toegeoegd. Installatiemethoden De algemene methode oor de installatie an een client of stuurprogramma is ia het installatieprogramma dat u op de product-dvd aantreft. Copyright IBM Corp. 1993,
12 Er bestaat geen installatieprogramma oor IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI op Linux and UNIX. U moet het stuurprogramma handmatig installeren. Er zijn ook andere installatiemethoden beschikbaar. Een deel an deze methoden is gericht op de automatisering an het gebruik an grote aantallen clients. Bij andere methoden wordt gebruikgemaakt an erschillende oorzieningen an het Windows -besturingssysteem. OpWindows-besturingssystemen kunt u bijoorbeeld merge-modules gebruiken om de functionaliteit an Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Drier Package in uw toepassing in te sluiten. Een client of stuurprogramma instellen Nadat u hebt bepaald welke client u wilt gebruiken, stelt u de client in door de olgende stappen uit te oeren: 1. Controleer of het systeem aan de ereisten oldoet. 2. Voer de installatie uit. 3. Neem databases op in de catalogus en configureer erbindingen met serers op afstand. Voor systemen waarop al een Versie 8-client of een DB2 Versie 9-client aanwezig is, moet u oerwegen of u de bestaande client wilt migreren naar Versie 9.5 Data Serer Client, of de pre-versie 9.5-client wilt behouden en de Versie 9.5 Data Serer Client als extra client wilt installeren. Opmerking: De optie om de bestaande client te migreren en te erangen is alleen an toepassing op Data Serer Client. Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's De onderstaande typen IBM Date Serer-clients en -stuurprogramma's zijn beschikbaar. Elk type biedt een bepaalde ondersteuning. De olgende lijst geeft een oerzicht an de beschikbare typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's: IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI IBM Data Serer Drier Package IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Client Daarnaast bestaat er een afzonderlijk product, DB2 Connect Personal Edition, dat naast alle functies an de IBM Data Serer Client ook de mogelijkheid beat om erbinding te maken met middelgrote databases en mainframes. De DB2 Connect-oorziening kan aan elke client of elk stuurprogramma worden toegeoegd. Elk type IBM Data Serer-client en -stuurprogramma biedt een bepaalde orm an ondersteuning: Voor alleen Jaa -toepassingen gebruikt u IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. Voor toepassingen die alleen gebruikmaken an ODBC of CLI, gebruikt u IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI. (Ook wel stuurprogramma cli genoemd.) 4 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
13 Voor toepassingen die gebruikmaken an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, open source of Jaa, gebruikt u IBM Data Serer Drier Package. Als u de opdrachtregelinterface (CLP) en de basisclientfunctionaliteit nodig hebt oor het werken met toepassingen, gebruikt u IBM Data Serer Runtime Client. Als u databasebeheerondersteuning en toepassingsontwikkeling met behulp an een API (Application Programming Interface), zoals ODBC, CLI,.NET of JDBC nodig hebt, gebruikt u IBM Data Serer Client. Als u toegang moet hebben tot een System z-host of IBM i DB2 plus alle functionaliteit an de IBM Data Serer Client, gebruikt u DB2 Connect Personal Edition. IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ is het standaardstuurprogramma oor opgeslagen Jaa-procedures en door de gebruiker ge definieerde functies. Dit stuurprogramma biedt ondersteuning oor clienttoepassingen en applets die zijn geschreen in Jaa en die JDBC gebruiken oor toegang tot lokale serers of serers op afstand, en SQLJ oor ingesloten statische SQL-instructies in Jaa-toepassingen. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI Data Serer Drier for ODBC and CLI is een lightweight-oplossing oor ISV-ingebruiknames (Independent Software Vendors). Dit stuurprogramma, dat ook stuurprogramma cli wordt genoemd, biedt runtime ondersteuning oor toepassingen met behulp an ODBC API, of CLI API zonder dat Data Serer Client of the Data Serer Runtime Client hoeft te worden geïnstalleerd. Dit stuurprogramma is alleen beschikbaar als TAR-bestand, niet als installeerbaar image. Berichten worden alleen in het Engels weergegeen. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI biedt het olgende: runtime ondersteuning oor de CLI API; runtime ondersteuning oor de ODBC API; runtime ondersteuning oor de XA API; databaseconnectiiteit; ondersteuning oor DB2 Interactie Call Leel Interface (db2cli); ondersteuning oor LDAP-databasedirectory; en ondersteuning oor tracering, logboekregistratie en diagnose. MeldData Serer Drier for ODBC and CLI aan bij de Microsoft ODBC Drier Manager met behulp an het hulpprogramma db2oreg1.exe. IBM Data Serer Drier Package IBM Data Serer Drier Package biedt een lightweight-oplossing die runtime ondersteuning biedt oor toepassingen met behulp an ODBC, CLI,.NET, OLE DB, open source of Jaa API's zonder dat u Data Serer Runtime Client of Data Serer Client hoeft te installeren. Dit stuurprogramma heeft een kleine footprint en is ontworpen om te worden gedistribueerd door ISV's (Independent Software Vendors), en te worden gebruikt oor massale distributie in een grootschalige bedrijfsomgeing. IBM Data Serer Drier Package beat de olgende functies en mogelijkheden: Hoofdstuk 1. Inleiding tot IBM Data Serer-clients 5
14 Ondersteuning oor toepassingen die gebruik maken an ODBC, CLI, of open source (PHP or Ruby) om toegang te krijgen tot databases. Ondersteuning oor clienttoepassingen en applets die zijn geschreen in Jaa en die JDBC gebruiken, en oor ingesloten SQL oor Jaa (SQLJ). IBM Informix-ondersteuning oor.net, PHP en Ruby. Headerbestanden an toepassingen oor het opnieuw opbouwen an de open source-stuurprogramma's. Ondersteuning oor DB2 Interactie Call Leel Interface (db2cli). Op Windows-besturingssystemen biedt IBM Data Serer Drier Package ook ondersteuning oor toepassingen die gebruik maken an.net of OLE DB om toegang te krijgen tot databases. Boendien is dit stuurprogramma erkrijgbaar als een installeerbaar image, en is er een merge-module beschikbaar zodat u het stuurprogramma eenoudig kunt insluiten in een Windows Installer-installatie. Op Linux- en UNIX-besturingssystemen is IBM Data Serer Drier Package niet beschikbaar als een installeerbaar image. IBM Data Serer Runtime Client De IBM Data Serer Runtime Client biedt de mogelijkheid om toepassingen uit te oeren op databases op afstand. Er zijn standaard geen GUI-tools beschikbaar in IBM Data Serer Runtime Client. Deze client beat de olgende mogelijkheden: De opdrachtregelinterface (Command Line Processor, CLP) oor het uitoeren an opdrachten. Via deze opdrachtregelinterface kunt u ook de basistaken uitoeren oor het op afstand beheren an serers. Basisondersteuning oor het tot stand brengen an databaseerbindingen en de erwerking an SQL-instructies, XQuery-instructies en opdrachten. Ondersteuning oor eel gebruikte interfaces oor databasetoegang: JDBC, ADO.NET, OLE DB, ODBC, Command Line Interface (CLI) en Ruby, inclusief stuurprogramma's en mogelijkheden oor het definiëren an gegeensbronnen. Voor ODBC bijoorbeeld wordt bij de installatie an IBM data serer client ook het ODBC-stuurprogramma geïnstalleerd en geregistreerd. Toepassingenontwikkelaars en andere gebruikers kunnen het Windows-hulpprogramma ODBC Data Source Administrator gebruiken oor de definitie an gegeensbronnen. LDAP-oorzieningen (Lightweight Directory Access Protocol). Ondersteuning oor algemene netwerkcommunicatieprotocollen: TCP/IP en Named Pipe. Ondersteuning oor de installatie an meerdere kopieën an een client op één computer. Dit kunnen kopieën zijn an dezelfde of an erschillende ersies. Licentieoorwaarden die de rije herdistributie an de IBM Data Serer Runtime Client bij uw toepassing toestaan. Lagere systeembelasting in ergelijking tot de olledige IBM Data Serer Client oor wat betreft de grootte an het installatie-image en de ereiste schijfruimte. Een catalogus oor de opslag an informatie oer erbindingen met databases en serers. Voordelen bij pakketgebruik op Windows-besturingssystemen: u kunt de client en uw toepassing samenoegen en daarmee de connectiiteit oor de toepassing erstrekken. De client is boendien beschikbaar in de orm an merge-modules oor Windows Installer waarmee u de DLL-bestanden an de RTCL kunt 6 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
15 toeoegen aan het installatiepakket an uw toepassing. Op deze manier kunt u alleen die onderdelen an de client toeoegen die uw toepassing daadwerkelijk nodig heeft. IBM Informix-ondersteuning oor PHP, Ruby,.NET en JDBC IBM Data Serer Client IBM Data Serer Client beat naast alle functionaliteit an IBM Data Serer Runtime Client ook tools oor client-sererconfiguratie, databasebeheer en toepassingsontwikkeling. Deze client biedt de olgende mogelijkheden: De opschoning an het IBM Data Serer Client-image om een kleiner installatie-image te erkrijgen op het Windows-besturingssysteem. Configuration Assistant oor hulp bij de catalogisering an databases en de configuratie an de databaseserer. Een Control Center en andere grafische hulpprogramma's oor database-implementatie en databasebeheer. Deze hulpprogramma's zijn beschikbaar oor ersies an Windows op x86 (alleen 32-bits), Windows op x64 (AMD64/EM64T), Linux op x86 en Linux op AMD64/EM64T (x64). Wegwijzer oor nieuwe gebruikers. Visual Studio-tools IBM Data Studio Header-bestanden oor toepassingen Precompilers oor erschillende programmeertalen Bindondersteuning Voorbeelden en zelfstudiemateriaal IBM Informix-ondersteuning oor PHP, Ruby,.NET, JCC en JDBC Installatiemethoden oor IBM Data Serer-clients Dit gedeelte beat een beschrijing an algemene en alternatiee methoden oor de installatie an IBM data serer client of Drier. Clients worden in het algemeen geïnstalleerd op machines waarop geen serer aanwezig is. Het is niet nodig een client te installeren als op een systeem al een sererproduct aanwezig is, want de serer beat alle functionaliteit die beschikbaar is in de IBM data serer client. Algemene omstandigheden De algemene methode oor de installatie an een IBM data serer client of Drier is ia het installatieprogramma op de product-dvd (ia de opdracht setup op Windows-besturingssystemen en de opdracht db2setup op Linux- en UNIX-besturingssystemen). Het installatie-image an IBM Data Serer Client maakt deel uit an het installatie-image an de serer. Automatisering bij grootschalige ingebruikname Een deel an de methoden is gericht op automatisering an de installatie oor grote aantallen clients: Hoofdstuk 1. Inleiding tot IBM Data Serer-clients 7
16 Responsbestand. U kunt de installatie an clients automatiseren door gebruik te maken an een responsbestand. Bij de installatie met behulp an een responsbestand worden producten zonder interactie met de gebruiker geïnstalleerd. Implementatietools an andere softwareleeranciers. Clients kunnen worden geïnstalleerd met behulp an tools of methoden als Windows Actie Directory, Windows Systems Management Serer (SMS) of Tioli-producten. Mogelijkheden an het Windows-besturingssysteem benutten Een andere groep opties maakt gebruik an de mogelijkheden die het Windows-besturingssysteem biedt: Windows thin client-topologie. Deze optie wordt ondersteund oor de IBM Data Serer Client en DB2 Connect Personal Edition. In een thin client-topologie wordt de clientcode geïnstalleerd in een gemeenschappelijke Windows-directory op één codeserer in plaats an op de lokale aste schijf an elk an de clientwerkstations. Afzonderlijke clientwerkstations gebruiken een erbinding met de gemeenschappelijke Windows-directory op de codeserer oor het uitoeren an de Data Serer Client-code. Een Windows niet-administrator-id. In de algemene methode wordt de installatie uitgeoerd door een Windows-gebruiker met beheerdersmachtigingen, dat wil zeggen met een gebruikers-id uit de groep Administrators. IBM data serer client kunnen echter ook worden geïnstalleerd met een gebruikers-id uit de groep an hoofdgebruikers of gewone gebruikers an Windows Power. Deze methode kan worden toegepast wanneer het gebruikers-id waarmee de installatie wordt uitgeoerd, niet beschikt oer beheerdersmachtigingen. Het DB2-product ondersteunt ook het Windows-mechanisme oor erhoogde systeembeoegdheden. Het is aanbeolen om het Windows-mechanisme oor erhoogde systeembeoegdheden te gebruiken zodat een niet-beheerder IBM data serer client kan installeren. Alternatiee methoden oor Linux en UNIX Op Linux- en UNIX-besturingssystemen is een alternatiee installatiemethode oor serers ook oor clients beschikbaar, namelijk het script db2_install. IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI is boendien beschikbaar als tar-bestand. Afzonderlijke clientsubsystemen Als er een sererproduct is geïnstalleerd, kunt u een afzonderlijk clientsubsysteem gebruiken in plaats an hetzelfde serersubsysteem als zowel het serer- als clientsubsysteem te laten dienen. Om een afzonderlijk clientsubsysteem te maken, gebruikt u de opdracht db2icrt met de optie -s, zoals in het olgende oorbeeld: db2icrt -s client <naam_subsysteem> Opties oor erbindingen met DB2-databases Dit gedeelte beat een oerzicht an de opties die u op een machine (het lokale systeem) kunt installeren zodat u daarmee erbinding kunt maken met een database op een andere machine (het systeem op afstand). Om een geschikte optie te selecteren, moet u eerst nagaan of het lokale systeem: 8 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
17 een systeem is waarop bedrijfstoepassingen worden uitgeoerd op een bedrijfssysteem of op een toepassingenserer. een werkstation oor toepassingsontwikkeling is. een werkstation an een databasebeheerder is. Verder moet u bepalen waar de databases zich beinden waarmee u erbinding wilt maken. De mogelijke databaselocaties zijn: op dezelfde machine, dus het lokale systeem. De databases kunnen zich beinden in één DB2-subsysteem of in meerdere DB2-subsystemen. op erschillende machines, namelijk systemen op afstand. op erschillende machines die fungeren als midrange- of mainframeserer. Opties oor bedrijfssystemen en toepassingenserers Voor erbindingen tussen een bedrijfstoepassing en een database wordt doorgaans gebruikgemaakt an de olgende topologieën: Een toepassing maakt erbinding met een DB2-database, waarbij beide zich op dezelfde machine beinden. Een oorbeeld is een toepassing die door één gebruiker op het eigen werkstation wordt gebruikt. Een toepassing maakt erbinding met een DB2-database op een andere machine. Een toepassingsclient maakt erbinding met een toepassingenserer die op zijn beurt erbinding maakt met een of meer DB2-databases op: alleen dezelfde machine. alleen een of meer andere machines. een combinatie an beide. Als een DB2-serer op dezelfde machine is geïnstalleerd als de toepassing, is het niet nodig om een afzonderlijke client te installeren. Het DB2-sererproduct beat alle functionaliteit waarmee toepassingen zowel erbinding kunnen maken met lokale databases als met databases op machines op afstand. Als op de machine met de toepassing niet ook een DB2-serer aanwezig is, hebt u de olgende mogelijkheden om toepassingen erbinding te laten maken met DB2-databases op afstand: IBM data serer client. Deze optie betekent de installatie en configuratie an een an de clients die bij het DB2-product zijn erstrekt. De IBM data serer client wordt geïnstalleerd op elke machine die rechtstreeks erbinding moet maken met de DB2-database. Afhankelijk an de topologie an de toepassing, wordt de client geïnstalleerd op elk werkstation of op een toepassingenserer. Een enkele IBM data serer client kan oor alle toepassingen op de machine de erbinding mogelijk maken met een of meer DB2-databases op andere machines. Merge-modules oor DB2-subsystemen. Deze merge-modules maken een DB2-subsysteemomgeing. Op deze manier kan de IBM Data Serer Runtime Client worden gebruikt ia toeoeging an de bestanden in de bijbehorende modules. Deze methode is gericht op het gebruik met Windows Installer en andere installatietools die het gebruik an merge-modules oor Windows Installer ondersteunen. Zo installeert u met een enkel installatieprogramma zowel de toepassing als Data Serer Runtime Client. Als u geen subsysteemomgeing of opdrachtregelinterface (CLP) nodig hebt, moet u de merge-modules oor niet-db2-subsystemen gebruiken om subsysteembeheer te ermijden. Hoofdstuk 1. Inleiding tot IBM Data Serer-clients 9
18 Merge-modules oor niet-db2-subsystemen. Deze merge-modules maken een niet-db2-subsysteemomgeing. Op deze manier kan de IBM Data Serer Drier Package worden gebruikt ia toeoeging an de DLL-bestanden an de client aan het installatiepakket an een toepassing. Deze methode is gericht op het gebruik met Windows Installer en andere installatietools die het gebruik an merge-modules oor Windows Installer ondersteunen. Zo installeert u met een enkel installatieprogramma zowel de toepassing als IBM Data Serer Drier Package. Stuurprogramma oor DB2-toepassing. Met een stuurprogramma oor een DB2-toepassing worden de gegeens die nodig zijn oor de erbinding met een database, toegeoegd aan de toepassing of raagt de toepassing de gebruiker om deze te erstrekken. Dit is een andere benadering dan die an een IBM data serer client die deze informatie bijhoudt in de catalogusgegeens. Het toepassingsstuurprogramma wordt gebruikt als bestand in de toepassingsdirectory, dus er is geen aparte DB2-specifieke installatie of configuratie ereist. Een toepassingsstuurprogramma maakt doorgaans deel uit an het toepassingspakket en beat dan de connectiiteit oor uitsluitend die toepassing. Een stuurprogramma oor een DB2-toepassing kan tegelijk met andere stuurprogramma's oor DB2-toepassingen of met een IBM data serer client op hetzelfde systeem aanwezig zijn. DB2-producten bieden stuurprogramma's oor Jaa (JDBC en SQLJ) en oor ODBC- en CLI-toepassingen. Stuurprogramma's kunnen worden erkregen door stuurprogrammabestanden te kopiëren anuit een IBM Data Serer Drier Package-installatie-image of door de stuurprogrammabestanden te downloaden anaf deeloperworks. Opties oor werkstation oor toepassingsontwikkeling De IBM Data Serer Client biedt naast alle functionaliteit an de IBM Data Serer Runtime Client ook tools oor client-sererconfiguratie, databasebeheer en toepassingsontwikkeling. In de onderstaande punten worden de functie en de installatie an de Data Serer Client beschreen ten opzichte an andere tools en producten die door toepassingenontwikkelaars worden gebruikt. Een aantal tools en producten wordt eel gebruikt door toepassingenontwikkelaars die programmacode schrijen oor de toegang tot een DB2-database. Een typisch ontwikkelwerkstation bestaat uit de olgende componenten: Een IDE (Integrated Deelopment Enironment) zoals Rational Application Deeloper of Microsoft Visual Studio. Een DB2-specifieke ontwikkeltool oor de IDE, zoals: IBM Database Add-Ins for Microsoft Visual Studio IBM Data Studio Toegang tot een databaseserer die fungeert als host oor de te ontwikkelen database. Deze databaseserer kan zich in een an beide of in beide olgende locaties beinden: Elk ontwikkelwerkstation, zodat elke ontwikkelaar een eigen lokale kopie an de database heeft. Een werkgroepserer, zodat meerdere ontwikkelaars met dezelfde kopie an de database werken. Tegen de boenstaande achtergrond is de waarde an de Data Serer Client dat u hiermee beschikt oer headers en bibliotheken die u nodig hebt oor de compilatie an toepassingen en oer de ereiste tools oor databasebeheer. U hoeft de Data Serer Client echter niet altijd te installeren om deze tools te kunnen gebruiken. In 10 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
19 alle geallen waarin een DB2-serer op een machine is geïnstalleerd, is een aparte installatie an de IBM data serer client oerbodig.het DB2-sererproduct beat alle functionaliteit die beschikbaar is in een standalone Data Serer Client. Opties oor beheerderswerkstations Een databasebeheerder kan in principe op twee manieren beheertaken uitoeren oor niet-lokale databases. Ze kunnen met een tool als Telnet erbinding maken met een indiiduele databaseserermachine en erolgens lokaal DB2-beheeropdrachten uitoeren. De andere methode is tools en opdrachten op het eigen werkstation te gebruiken die erbinding maken met de databases op afstand. Dit gedeelte is gericht op deze tweede methode waaroor eerst gekozen moet worden welke IBM data serer client moet worden gebruikt en waar deze moet worden geïnstalleerd. Voor DB2 zijn erschillende hulpprogramma's beschikbaar waarmee beheeractiiteiten kunnen worden uitgeoerd oor een of meer DB2-serers die zich op een ander systeem beinden dan het beheerderswerkstation. De olgende opties kunnen daaroor worden oerwogen: Installeer de IBM Data Serer Runtime Client. Deze optie is geschikt als u oor beheertaken alleen de opdrachtregelinterface gebruikt. Installeer de IBM Data Serer Client. Deze client beat naast alle functionaliteit an Data Serer Runtime Client ook tools oor de client-sererconfiguratie, oor databasebeheer en oor toepassingsontwikkeling. Daartoe behoren onder meer de grafische beheertools zoals de Configuration Assistant en het Control Center (beschikbaar oor alle ondersteunde platforms). Deze tools maken gebruik an de component DB2 Applicaton Serer (DAS) op de DB2-serer, die standaard wordt geconfigureerd tijdens de DB2-sererinstallatie. Installatie an een DB2-sererproduct. In alle geallen waarin een DB2-serer op een machine is geïnstalleerd, is een aparte installatie an de IBM data serer client oerbodig.het DB2-sererproduct beat alle functionaliteit die beschikbaar is in een standalone IBM data serer client. Opties oor de erbinding met midrange- en mainframedatabases Met DB2 Connect-producten kunt u erbinding maken met DB2-databases op mainframe- en midrangeplatforms, te weten OS/390 en z/os, System i, VSE en VM. Verder kunt u ook erbinding maken met niet-ibm-databases, mits deze oldoen aan de DRDA-architectuur (Distributed Relational Database Architecture). Met DB2 Connect kunt u erbinding maken anaf een gebruikerswerkstation of anaf een DB2 oor Linux, UNIX en Windows-serer. De olgende opties kunnen daaroor worden oerwogen: DB2 Connect Personal Edition. Dit product wordt geïnstalleerd op een werkstation en biedt connectiiteit anaf dat werkstation. Deze optie is bedoeld oor situaties waarin anaf een werkstation rechtstreeks erbinding moet worden gemaakt met een of meer hosts. Dit product is beschikbaar oor Linux-, Solaris- en Windows-besturingssystemen. DB2 Connect Serer Editions. Een serereditie an een DB2 Connect-product wordt doorgaans op een connectiiteitserer geïnstalleerd en dient als gateway naar ondersteunde mainframe- of midrangedatabaseserers. Met behulp an een serereditie an het DB2 Connect-product kunnen werkstations met IBM data Hoofdstuk 1. Inleiding tot IBM Data Serer-clients 11
20 serer clients de toegang naar hostsystemen configureren ia de DB2 Connect-gateway alsof het databases op een systeem met DB2 oor Windows, Linux of UNIX betreft. Beide opties kunnen gelijktijdig worden gebruikt. Een werkstation kan bijoorbeeld op de olgende manieren een erbinding tot stand brengen met een midrange- of mainframedatabase: Installeer DB2 Connect Personal Edition lokaal en maak hiermee rechtstreeks erbinding met een host. Maak erbinding met dezelfde of met een andere host ia een tussenliggende DB2 Connect-serergateway. 12 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
21 Deel 2. IBM Data Serer-clients installeren Copyright IBM Corp. 1993,
22 14 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
23 Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients Schijf- en geheugenereisten Schijfereisten De ereiste schijfruimte oor het product hangt af an het type installatie en het type bestandssysteem. De DB2 Installatiewizard kan dynamisch de grootte schatten op basis an de geselecteerde componenten in een normale, compacte of aangepaste installatie. Vergeet niet om schijfruimte te resereren oor de ereiste database, software en communicatieproducten. Voor de besturingssystemen Linux en UNIX wordt 2 GB rije ruimte in de directory /tmp aanbeolen. Voor Windows-besturingssystemen wordt aanbeolen om naast de benodigde schijfruimte oor het DB2-product de olgende rije schijfruimte beschikbaar te hebben: 40MB op de systeemschijf 60MB in de tijdelijke map die u opgeeft ia de omgeingsariabele temp. Geheugenereisten Een DB2-databasesysteem ereist minimaal 256 MB RAM. Voor systemen waarop alleen een DB2-product en de grafische DB2-interfaceprogramma's actief zijn, is minimaal 512 MB RAM ereist. Het is echter aanbeolen om oor betere prestaties 1 GB RAM te gebruiken. Naast deze ereisten kan bepaalde software die op het systeem wordt uitgeoerd, extra eisen aan het geheugen stellen. Bij het aststellen an de geheugenereisten moet u op het olgende letten: DB2-producten die worden uitgeoerd in HP-UX Versie 11i oor Itanium-gebaseerde systemen, ereisen minimaal 512 MB RAM. Voor IBM data serer client-ondersteuning gelden deze geheugenereisten oor een basis an ijf gelijktijdige clienterbindingen. U hebt 16 MB RAM extra nodig per ijf clienterbindingen. De geheugenereisten worden mede bepaald door de grootte en complexiteit an het databasesysteem. Ook de hoeeelheid databaseactiiteit en het aantal clients met toegang tot het systeem zijn an inloed. DB2-sererproducten hebben een functie oor zelfafstemming an het geheugen. De geheugenconfiguratie wordt hierdoor eenoudiger doordat de waarde oor erschillende geheugenconfiguratieparameters automatisch wordt ingesteld. Als deze functie is ingeschakeld, erdeelt deze dynamisch de beschikbare resources onder de geheugengebruikers, zoals sorteerslagen, de pakketcache, de ergrendelingslijst en bufferpools. Voor Linux-systemen wordt een SWAP-ruimte an minimaal twee keer het RAM aanbeolen. Copyright IBM Corp. 1993,
24 Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (AIX) Controleer oordat u DB2-databaseproducten op AIX-besturingssystemen installeert of het systeem oldoet aan de eisen oor besturingssysteem, hardware, software en communicatie. DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. In het onderwerp indt u een lijst an DB2-databaseproducten die op elk an de besturingssystemen beschikbaar zijn. Als u een DB2-databaseproduct wilt installeren, moet aan de olgende eisen zijn oldaan: Tabel 1. AIX-installatieereisten Besturingssysteem Hardware AIX Versie bits AIX-kernel is ereist. AIX 5.3 Technology Leel (TL) 6 en Serice Pack (SP) 2 plus APAR IZ03063 Voor minimaal C++-runtimenieau zijn de bestandssets xlc.rte en xlc.aix50.rte ereist. Deze bestandssets zijn opgenomen in het IBM C++ Runtime Enironment Components for AIX-pakket an augustus AIX Versie bits AIX-kernel is ereist. Voor minimaal C++-runtimenieau zijn de bestandssets xlc.rte en xlc.aix61.rte ereist. Deze bestandssets zijn opgenomen in het IBM C++ Runtime Enironment Components for AIX-pakket an oktober Opmerking: POWER7-systemen 3 hebben AIX 6.1 TL4 nodig. AIX Versie bits AIX-kernel is ereist. AIX General Aailability (GA) Voor minimaal C++-runtimenieau zijn de bestandssets xlc.rte en xlc.aix61.rte (of hoger) ereist. Deze bestandssets zijn opgenomen in het IBM C++ Runtime Enironment Components for AIXV11.1-pakket. 64-bits CHRP-architectuur (Common Hardware Reference Platform) 1 Alle processors die geschikt zijn oor de ondersteunde AIX-besturingssystemen. 1 Om te controleren of dit een CHRP-architectuursysteem is, gebruikt u de opdracht lscfg en zoekt u naar de olgende uitoer: Model Architecture: chrp 2 In AIX 6.1 indt u twee soorten WPAR's (Workload Partitions): systeem-wpar's en toepassings-wpar's. DB2-installatie wordt alleen ondersteund op een systeem-wpar. AIX 6.1 ondersteunt ook de mogelijkheid om een JFS2-bestandssysteem of een erzameling bestanden te ersleutelen. Deze functie wordt niet ondersteund als u een subsysteem met meerdere partities gebruikt. 3 Aanullende oerwegingen oor POWER7-systemen: 16 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
25 Als u IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) 2.2.x of SA MP 3.1.x Reliable Scalable Cluster Technology (RSCT) op uw systeem hebt geïnstalleerd, moet u een update aanbrengen tot minimaal RSCT-leel Versie 9.5 Fixpack 6 en hoger beatten een bijgewerkte ersie an SA MP, inclusief een RSCT-leel met ondersteuning oor POWER7-systemen. DB2-producten op POWER7-systemen ondersteunen de Actie Memory-uitbreiding. 4 Voor gebruik an de High Aailability (HA) Feature moet u Versie 9.5 Fixpack 6 of een hoger fixpack aanbrengen. Deze fixpacks beatten een bijgewerkte ersie an IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component. Softwareoerwegingen Zie oor informatie oer toepassingsontwikkeling en oor de runtime-aspecten de onderwerpen in Supported programming languages and compilers for database application deelopment. U kunt de meest recente ersie an IBM C++ Runtime Enironment Components for AIX downloaden anaf de support-website an IBM AIX XL C en C++. (Alleen clients) Als u an plan bent Kerberos-erificatie te gebruiken, hebt u IBM Network Authentication Serice client 1.4 of hoger nodig. Gebruik de opdracht bosboot om oer te schakelen naar de 64-bits kernel. Om naar de 64-bits kernel oer te kunnen schakelen, moet u beschikken oer een machtiging op het nieau root en moet u de olgende opdrachten geen: ln -sf /usr/lib/boot/unix_64 /unix ln -sf /usr/lib/boot/unix_64 /usr/lib/boot/unix bosboot -a shutdown -Fr Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs) te starten: Mozilla 1.4 en hoger Firefox 1.0 en hoger Netscape 7.0 en hoger Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken om een DB2-product te installeren op een Linux- of UNIX-besturingssysteem, is X Window System-software ereist waarmee een grafische gebruikersinterface kan worden weergegeen. Voor meer informatie oer bekende AIX-problemen, raadpleegt u Oerwegingen met betrekking tot mounten Mount uw bestandssystemen niet met de optie nosetuid bij installaties op de hoofddirectory an DB2-producten op UNIX-besturingssystemen. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (HP-UX). DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. In het onderwerp indt u een lijst an DB2-databaseproducten die op elk an de besturingssystemen beschikbaar zijn. Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 17
26 Om een DB2-product te installeren, gelden de olgende eisen oor het besturingssysteem, de hardware en de communicatie: Opmerking: Ondersteuning oor 32-bits HP-UX-toepassingen is gedeprecieerd. Tabel 2. HP-UX-installatieereisten Besturingssysteem DB2-producten worden ondersteund op: HP-UX 11i2 ( ) met: Base Quality-bundel (QPKBASE), mei 2005 Applications Quality-bundel (QPKAPPS), mei 2005 PHCO_ cumulatiee patch oor libc HP-UX 11i3 (11.31) met: PHCO_ cumulatiee patch oor libc Hardware Op Itanium gebaseerde HP Integrity Series Systems Alle hardware die expliciet compatibel is en olledig in staat is om het gespecificeerde besturingssysteem, alle corresponderende ondersteunende software en erdere aanerwante toepassingen onaangepast te gebruiken. Oerwegingen oor de kernelconfiguratie Het systeem moet opnieuw worden opgestart als u de kernelconfiguratieparameters bijwerkt. De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in /etc/system. Mogelijk moet u sommige kernelconfiguratieparameters wijzigen oordat u de Versie 9-client of DB2-sererproducten installeert. Als de kernelparameter die wordt gewijzigd, niet als dynamisch is ermeld, is het nodig om het systeem opnieuw te starten oordat de wijzigingen in /etc/system an kracht worden. Softwareoerwegingen Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Mozilla 1.4 en hoger Firefox 1.0 en hoger Netscape 7.0 en hoger In de olgende geallen is X Window-systeemsoftware oor het genereren an een grafische gebruikersinterface ereist: Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken om een DB2-product te installeren op Linux of UNIX-besturingssysteem. Voor meer informatie oer bekende HP-UX-problemen raadpleegt u Opmerking: Vanaf Fixpack 5 beatten de DB2-producten die op het HP-UX-besturingssysteem worden geïnstalleerd, ondersteuning oor lange hostnamen. De lengte is uitgebreid naar 255 bytes, in elke mogelijke combinatie an tekens en cijfers. De minimale besturingssysteemereisten zijn HPUX 11i2 (en latere). Neem de olgende stappen om de ondersteuning an lange hostnamen in te schakelen: 1. Actieer de aanpasbare kernelparameter expanded_node_host_name. Kctune expanded_node_host_name=1 18 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
27 2. Compileer toepassingen die de ondersteuning an lange hostnamen ereisen met de optie -D_HPUX_API_LEVEL= Oerwegingen met betrekking tot mounten Mount uw bestandssystemen niet met de optie nosetuid bij installaties op de hoofddirectory an DB2-producten op UNIX-besturingssystemen. Aanbeolen kernelconfiguratieparameters (HP-UX) Voor HP-UX-systemen waarop een 64-bits DB2-databasesysteem wordt uitgeoerd, geeft u de opdracht db2osconf. Hiermee stelt u geschikte waarden oor de kernelconfiguratieparameters an het systeem oor. Het hulpprogramma db2osconf kan alleen worden gestart anuit $DB2DIR/bin, waarbij $DB2DIR de directory is waarin het DB2-product is geïnstalleerd. Kernelparameters wijzigen (HP-UX) Voor correcte uitoering an het DB2-product in HP-UX moet u mogelijk de kernelconfiguratieparameters an het systeem bijwerken. U moet de computer opnieuw starten als u de waarden an de kernelconfiguratieparameter hebt bijgewerkt. U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om kernelparameters te kunnen wijzigen. U wijzigt kernelparameters als olgt: 1. Voer de opdracht sam in om het programma SAM (System Administration Manager) te starten. 2. Dubbelklik op het pictogram Kernelconfiguratie. 3. Dubbelklik op het pictogram Configureerbare parameters. 4. Dubbelklik op de parameter die u wilt wijzigen en typ de nieuwe waarde in het eld Formule/waarde. 5. Klik op OK. 6. Herhaal deze stappen oor alle kernelconfiguratieparameters die u wilt wijzigen. 7. Als u klaar bent met het instellen an de kernelconfiguratieparameters, selecteert u Actie --> Nieuwe kernel erwerken op de actiebalk. Het besturingssysteem HP-UX start automatisch opnieuw als u de waarden an de kernelconfiguratieparameters hebt gewijzigd. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Linux) Controleer oordat u DB2-databaseproducten op Linux-besturingssystemen installeert of het systeem oldoet aan de eisen oor besturingssysteem, hardware, software en communicatie. DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. In het onderwerp indt u een lijst an DB2-databaseproducten die op elk an de besturingssystemen beschikbaar zijn. Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 19
28 Ga met een browser naar alidate/ oor de recentste informatie oer Linux-distributies. DB2-databaseproducten worden ondersteund op de olgende hardware: x86 (Intel Pentium, Intel Xeon, en AMD) 32-bits Intel- en AMD-processors x64 (64-bits AMD64- en Intel EM64T-processors) POWER (IBM eserer OpenPower-, System i- of pseries-systemen die Linux ondersteunen) eserer System z, System z9 of System z10 De ondersteunde besturingssystemen oor Linux zijn onder andere: Red Hat Enterprise Linux (RHEL) 4 Update 4 Red Hat Enterprise Linux (RHEL) 5 SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 9 Serice Pack 3 SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 10 Serice Pack 1 SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 11 Ubuntu 8.04 Ubuntu 7.04 Ubuntu 7.10 Turbolinux 11 Asianux Serer 3 Opmerking: POWER ereist minimaal SLES 10 Serice Pack 1 of RHEL 5. Versie 9.5 Fixpack 6 en latere Fixpacks beatten een bijgewerkte ersie an IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component die u kunt gebruiken in omgeingen met SLES 11 of POWER7-systemen. Zie oor meer informatie Installing IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component of Upgrading IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component. Beperkingen an multithreadarchitectuur Als u een 32-bits DB2 Versie 9.5-databaseproduct installeert op een Linux-systeem, kunt u een upgrade naar een 64-bits systeem uitoeren en in plaats an de 32-bits ersie het 64-bits DB2 Versie 9.5-databaseproduct installeren. De multithreadarchitectuur ereenoudigt oer het algemeen de geheugenconfiguratie. Deze kan echter nadelige geolgen hebben oor de geheugenconfiguratie an 32-bits DB2-databaseserers. Bijoorbeeld: Niet-gemeenschappelijk geheugen oor agentthreads wordt binnen één proces toegewezen. De aggregatie an alle niet-gemeenschappelijke geheugentoewijzingen oor databaseagents past mogelijk niet in een enkele procesgeheugenruimte. De ondersteuning an meerdere databases is beperkt, omdat alle gemeenschappelijk geheugensegmenten oor alle databases in één proces worden toegewezen. U kunt het geheugengebruik oor sommige databases erminderen om alle databases tegelijkertijd te kunnen actieren. Dit kan echter nadelige geolgen hebben oor de performance an de databasebeheerfunctie. Een alternatief is om meerdere subsystemen te maken en de databases oor de subsystemen te catalogiseren. Er zijn echter wel oldoende systeemresources ereist om deze configuratie te kunnen ondersteunen. 20 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
29 Distributieereisten In oorbereiding op de Linux-distributie moet u de kernelconfiguratieparameters bijwerken. De standaardwaarden oor bepaalde kernelparameters zijn mogelijk niet afdoende als u een DB2-databasesysteem uitoert. U kunt ook andere producten of toepassingen hebben die Linux-systeemresources ereisen. U moet de kernelconfiguratieparameters wijzigen op basis an de behoeften an de werkomgeing an het Linux-systeem. De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in /etc/sysctl.conf. Raadpleeg het handboek an het besturingssysteem oor informatie oer het instellen en actieren an deze parameters met de opdracht sysctl. Pakketereisten De olgende tabel beat een lijst an pakketereisten oor SLES-, RHEL- en Ubuntu-distributies oor DB2 Versie 9.5:: libaio.so.1 is ereist oor DB2-databaseserers die gebruikmaken an asynchrone I/O. libstdc++.so.5 is ereist oor DB2-databaseserers en -clients. Opmerking: Als u een C++-toepassing compileert op RHEL 5 of SLES 10 met behulp an g++ 4.1, wordt de olgende waarschuwing gegenereerd: libstdc++.so.5, needed by libdb2.so, may conflict with libstdc++.so.6. Zie Probleemoplossing bij compilatie an C++ toepassingen op pagina 25. Tabel 1: Pakketereisten oor SLES, RHEL en Ubuntu Naam pakket libaio Beschrijing Besturingssysteem Installatieereisten Het pakket beat de asynchrone bibliotheek die is ereist oor DB2-serers. RHEL 32-bita Voor de DB2-installatie moet het libaio-pakket (oor de x86-architectuur) zijn geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. RHEL 64-bits Voor de DB2-installatie is ereist dat twee afzonderlijke libaio-pakketten worden geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. De pakketten heten beide libaio. Er moeten echter twee erschillende RPM-bestanden worden geïnstalleerd: het een is een i386 RPM-bestand, het andere is een x86_64 RPM-bestand. Voor de DB2-installatie moet het libaio-pakket (oor de x86-architectuur) zijn geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. Voor de DB2-installatie is ereist dat twee afzonderlijke libaio-pakketten (oor de x86_64-architectuur) worden geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. Deze pakketten heten "libaio" en "libaio-32bit" en beide zijn x86_64 RPM-bestanden. SUSE 32-bits SUSE - 64-bits Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 21
30 Tabel 1: Pakketereisten oor SLES, RHEL en Ubuntu Naam pakket Besturingssysteem Ubuntu 32-bita Ubuntu 64-bits compatlibstdc++ Beschrijing Het pakket beat libstdc++.so.5 (niet ereist oor Linux op POWER) RHEL 32-bits RHEL 64-bits SUSE 32-bits SUSE - 64-bits Ubuntu 32-bita Ubuntu 64-bits Installatieereisten Ubuntu installeert het juiste pakket in het juiste pad oor deze architectuur. Ubuntu installeert het juiste pakket in het juiste pad oor deze architectuur. Voor de DB2-installatie moet het pakket compat-libstdc++ (oor de x86-architectuur) zijn geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. Voor de DB2-installatie is ereist dat twee afzonderlijke compat-libstdc++pakketten worden geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. Deze pakketten heten beide compat-libstdc Er moeten echter twee erschillende RPM-bestanden worden geïnstalleerd: het een is een i386 RPM-bestand, het andere is een x86_64 RPM-bestand. Voor de DB2-installatie moet het pakket compat-libstdc++ (oor de x86-architectuur) zijn geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. Voor de DB2-installatie moet het pakket compat-libstdc++ (oor de x86_64-architectuur) zijn geïnstalleerd oordat u db2setup uitoert. Ubuntu installeert het juiste pakket in het juiste pad oor deze architectuur. Ubuntu installeert het juiste pakket in het juiste pad oor deze architectuur. De olgende tabel beat een lijst an pakketereisten oor SUSE Linux- en Red Hat-distributies oor gepartitioneerde DB2 Versie 9.5-serers. De Korn-shell ksh93 is ereist oor SUSE10- en RHEL5-systemen. Het Korn Shell-pakket pdksh is ereist oor alle oerige DB2databasesystemen. Er is een shellfunctie op afstand ereist oor gepartitioneerde databasesystemen. DB2 ondersteunt de olgende shellfuncties op afstand: rsh ssh DB2 gebruikt standaard rsh bij het uitoeren an opdrachten op DB2-knooppunten op afstand, bijoorbeeld bij het starten an een DB2-databasepartitie op afstand. Om de DB2-standaard te kunnen gebruiken, moet het rsh-sererpakket zijn geïnstalleerd (zie onderstaande tabel). Er is meer informatie oer rsh en ssh beschikbaar in het DB2 Informatiecentrum. Als u de shellfunctie op afstand rsh kiest, moet inetd (of xinetd) geïnstalleerd en actief zijn. Als u de shellfunctie op afstand ssh kiest, moet u de communicatieariabele DB2RSHCMD instellen zodra de DB2-installatie is oltooid. Als deze registerariabele niet is ingesteld, wordt rsh gebruikt. Het ondersteuningspakket nfs-utils oor het Network File System is ereist oor gepartitioneerde databasesystemen. 22 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
31 Alle ereiste pakketten moeten worden geïnstalleerd en geconfigureerd oordat de installatie an het DB2-databasesysteem kan worden oortgezet. Zie de documentatie bij uw Linux-distributie oor algemene informatie oer Linux. Tabel 2: Pakketereisten oor SUSE Linux Naam pakket Beschrijing pdksh of ksh93 Korn Shell. Dit pakket is ereist oor gepartitioneerde databaseomgeingen. openssh Dit pakket beat een set sererprogramma's waarmee een gebruiker ia een eilige shell opdrachten kan uitoeren op (en anaf) computers op afstand. Het pakket is niet ereist als u de standaardconfiguratie gebruikt an DB2-databasesystemen met rsh. rsh-serer Dit pakket beat een set sererprogramma's waarmee een gebruiker opdrachten kan uitoeren op een computer op afstand, zich kan aanmelden bij andere computers en oer en weer bestanden kan kopiëren (rsh, rexec, rlogin en rcp). Dit pakket is niet ereist als u een DB2-databasesysteem configureert oor het gebruik an ssh. nfs-utils Network File System-ondersteuningspakket. Hiermee hebt u toegang tot bestanden anaf een computer op afstand. Tabel 3: Pakketereisten oor Red Hat Directory Naam pakket Beschrijing /System Enironment/Shell pdksh of ksh93 Korn Shell. Dit pakket is ereist oor gepartitioneerde databaseomgeingen. /Applications/Internet openssh Dit pakket beat een set clientprogramma's waarmee een gebruiker ia een eilige shell opdrachten kan uitoeren op een computer op afstand. Het pakket is niet ereist als u de standaardconfiguratie gebruikt an DB2-databasesystemen with rsh. /System Enironment/ Daemons /System Enironment/ Daemons /System Enironment/ Daemons openssh-serer rsh-serer nfs-utils Dit pakket beat een set sererprogramma's waarmee een gebruiker ia een eilige shell opdrachten kan uitoeren anaf een computer op afstand. Het pakket is niet ereist als u de standaardconfiguratie gebruikt an DB2-databasesystemen with rsh. Dit pakket beat een set programma's waarmee een gebruiker opdrachten kan uitoeren op een computer op afstand. Vereist oor gepartitioneerde databaseomgeingen. Dit pakket is niet ereist als u een DB2-databasesysteem configureert oor het gebruik an ssh. Network File Systemondersteuningspakket. Hiermee hebt u toegang tot bestanden anaf een computer op afstand. Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 23
32 Softwareoerwegingen (Alleen clients) Als u an plan bent Kerberos-erificatie te gebruiken, hebt u IBM Network Authentication Serice client 1.4 of hoger nodig. Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Mozilla 1.4 en hoger Firefox 1.0 en hoger Netscape 7.0 en hoger In de olgende geallen is X Window-systeemsoftware oor het genereren an een grafische gebruikersinterface ereist: Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken oor de installatie an een DB2-databaseproduct op een Linux- of UNIX-besturingssysteem, of Als u grafische DB2-functies wilt gebruiken op Linux oor x86 en Linux op AMD 64/EM64T. Micro Focus biedt geen ondersteuning oor zijn COBOL-compilerproducten op SLES 11. Oerwegingen oor Linux met beeiligingsuitbreidingen Als op RHEL 4- en RHEL 5-systemen Security-enhanced Linux (SELinux) is ingeschakeld en de afdwingstatus heeft, treden bij het installatieprogramma mogelijk fouten op anwege de beperkingen an SELinux. U kunt als olgt aststellen of SELinux is geïnstalleerd en zich in de afdwingmodus beindt: controleer of het bestand /etc/sysconfig/selinux aanwezig is oer de opdracht sestatus uit controleer of het bestand /ar/log/messages SELinux-berichten beat (de indeling erschilt tussen RHEL 4 en RHEL 5.) U kunt SELinux als olgt uitschakelen: actieer de toestemmingsmodus en start de opdracht setenforce 0 als hoofdgebruiker wijzig /etc/sysconfig/selinux en start de machine opnieuw. Als het DB2-databaseproduct zonder problemen is geïnstalleerd op een RHEL 4- of RHEL 5-systeem, worden de DB2-processen uitgeoerd in het onbeperkte domein. Om DB2-processen aan een eigen domein toe te wijzen, wijzigt u het beleid. Er is een eenoudig SELinux-beleid aanwezig in de directory sqllib/samples. Kernelparameters wijzigen (Linux) Vanaf ersie 9.5 fixpack 6 hoeft u Linux kernelparameters die gerelateerd zijn aan interprocescommunicatie (IPC) niet meer bij te werken. Voor Versie 9.5 Fixpack 5 of eerder zijn de erplichte minimuminstellingen oor bepaalde kernelparameters mogelijk onoldoende om een DB2-databasesysteem te ondersteunen en zult u ze mogelijk moeten bijwerken oordat u een DB2-databaseproduct installeert. U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om kernelparameters te kunnen wijzigen. U werkt kernelparameters als olgt bij in Red Hat en SUSE Linux: 24 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
33 1. Voer de opdracht ipcs -l uit om de huidige kernelparameterinstellingen weer te geen. 2. Analyseer het resultaat om te bepalen of u de kernelinstellingen moet wijzigen of niet door de huidige waarde n te ergelijken met de erplichte minimuminstellingen oor ersie 9.5 fixpack 6 of latere fixpacks op com.ibm.db2.luw.qb.serer.doc/doc/c html. Het olgende stuk tekst is een oorbeeld an een resultaat an de opdracht ipcs met commentaar toegeoegd achter // om aan te geen wat de parameternamen zijn: # ipcs -l Shared Memory Limits max number of segments = 4096 max seg size (kbytes) = max total shared memory (kbytes) = min seg size (bytes) = Semaphore Limits max number of arrays = 1024 max semaphores per array = 250 max semaphores system wide = max ops per semop call = 32 semaphore max alue = // SHMMNI // SHMMAX // SHMALL // SEMMNI // SEMMSL // SEMMNS // SEMOPM Messages: Limits max queues system wide = 1024 // MSGMNI max size of message (bytes) = // MSGMAX default max size of queue (bytes) = // MSGMNB 3. Wijzig de kernelparameters die aangepast moeten worden door het bestand /etc/sysctl.conf te bewerken. Als dit bestand niet bestaat, moet u het maken. De olgende regels zijn een oorbeeld an de inhoud an het bestand: #Voorbeeld oor een computer met 16GB RAM: kernel.shmmni=4096 kernel.shmmax= kernel.shmall= #kernel.sem=<semmsl> <SEMMNS> <SEMOPM> <SEMMNI> kernel.sem= kernel.msgmni=16384 kernel.msgmax=65536 kernel.msgmnb= Voer de opdracht sysctl met de parameter -p uit om sysctl-instellingen te laden uit het bestand /etc/sysctl.conf: sysctl -p 5. U zorgt als olgt dat de wijzigingen an kracht worden als het systeem opnieuw wordt opgestart: (SUSE Linux) Actieer boot.sysctl (Red Hat) Het initialisatiescript rc.sysinit leest het bestand /etc/sysctl.conf automatisch Probleemoplossing bij compilatie an C++ toepassingen Als u een C++-toepassing compileert op RHEL 5 of SLES 10 met behulp an g++ 4.1, wordt de olgende waarschuwing gegenereerd: libstdc++.so.5, needed by libdb2.so, may conflict with libstdc++.so.6. Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 25
34 Oorzaak DB2 V9.5 for Linux, UNIX, and Windows wordt gegenereerd met behulp an libstdc++.so.5 op SLES 9. De g compilers die worden gebruikt door RHEL 5 en SLES 10, gebruiken libstdc++.so.6. Afhandeling an de waarschuwing U kunt als olgt reageren op de waarschuwing: Genereer de toepassing met behulp an GCC 3.3, dus op een SLES 9-machine. Genereer de toepassing met behulp an een DB2 V9.7 for Linux, UNIX, and Windows-client. Omdat DB2 V9.7 wordt gegenereerd met behulp an g++ 4.1, wordt de waarschuwing niet gegenereerd. DB2 V9.7 is achterwaarts compatibel met V9.1 en V9.5. Negeer de waarschuwing, maar wees wel oorzichtig. In de meeste geallen betekent de waarschuwing niet dat er problemen zijn, maar test de toepassing grondig om daar zeker an te zijn. Er zijn problemen gemeld als er operators oerbelast worden. Het meest oorkomende probleem dat tot de waarschuwing kan leiden, is een SIGSEGV-signaal bij het afsluiten an de toepassing. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Solaris Operating Enironment). DB2-databaseproducten zijn beschikbaar in erschillende edities. Sommige DB2-databaseproducten en -functies zijn alleen beschikbaar op specifieke besturingssystemen. In het onderwerp indt u een lijst an DB2-databaseproducten die op elk an de besturingssystemen beschikbaar zijn. Om een DB2-databaseproduct te installeren, gelden de olgende eisen oor het besturingssysteem, de hardware en de communicatie: Tabel 3. Installatieereisten oor Solaris Besturingssysteem Solaris 9 64-bits kernel Patch en Als er kale apparaten worden gebruikt, patch bits Fujitsu PRIMEPOWER en Solaris 9 Kernel Update Patch of hoger om de fix oor patch op te halen Solaris bits kernel Als er kale apparaten worden gebruikt, patch Solaris bits kernel Patch Als er kale apparaten worden gebruikt patch Hardware UltraSPARC- of SPARC64-processors Solaris x64 (Intel 64 of AMD64) 26 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
35 Er is enkel ondersteuning oor de installatie an DB2 op lokale zones. Installatie op de globale zone wordt op dit moment niet door DB2 ondersteund. Oerwegingen oor de kernelconfiguratie De kernelconfiguratieparameters worden ingesteld in /etc/system. Als de kernelparameter die wordt gewijzigd, niet als dynamisch is ermeld, is het nodig om het systeem opnieuw te starten oordat de wijzigingen in /etc/system an kracht worden. Deze parameters moeten worden ingesteld oordat u een IBM data serer client installeert. Softwareoerwegingen (Alleen clients) Als u an plan bent Kerberos-erificatie te gebruiken, hebt u Solaris 9 of hoger met IBM NAS-client (Network Authentication Serice) 1.4 of hoger nodig. Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken en de Wegwijzer (db2fs te kunnen starten: Mozilla 1.4 en hoger Firefox 1.0 en hoger Netscape 7.0 en hoger In de olgende geallen is X Window-systeemsoftware oor het genereren an een grafische gebruikersinterface ereist: Als u de DB2 Installatiewizard wilt gebruiken oor de installatie an een DB2-databaseproduct op een Linux- of UNIX-besturingssysteem. Voor meer informatie oer bekende Solaris-problemen raadpleegt u Beeiligingspatches kunnen worden opgehaald bij de website sunsole.sun.com. Klik in de website SunSole Online op het menu-item "Patches" in het linkerscherm. Ook Jaa2 Standard Edition (J2SE) Solaris Operating System Patch Clusters en de SUNWlibC-software zijn ereist en kunnen worden opgehaald an Voor DB2 op 64-bits Fujitsu PRIMEPOWER-systemen is het olgende ereist: Solaris 9 Kernel Update Patch of hoger om de fix oor patch op te halen. U kunt de Fujitsu PRIMEPOWER-patches oor het Solaris Operating Enironment downloaden an FTSI op Oerwegingen met betrekking tot mounten Mount uw bestandssystemen niet met de optie nosetuid bij installaties op de hoofddirectory an DB2-producten op UNIX-besturingssystemen. Kernelparameters wijzigen (Solaris Operating System) Voor een goede werking an het DB2-databasesysteem wordt aanbeolen dat u de kernelconfiguratieparameters an het systeem bijwerkt. U kunt het hulpprogramma db2osconf gebruiken om aanbeolen kernelparameters oor te stellen. Als u de besturingsfuncties an projectresources wilt gebruiken (/etc/project), moet u de Solaris-documentatie raadplegen. Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 27
36 U moet beschikken oer het machtigingsnieau root om kernelparameters te kunnen wijzigen. Om de opdracht db2osconf te kunnen gebruiken, moet het DB2-databasesysteem geïnstalleerd zijn. Het hulpprogramma db2osconf kan alleen worden gestart anuit $DB2DIR/bin, waarbij $DB2DIR de directory is waarin het DB2-product is geïnstalleerd. Na het wijzigen an de kernelparameters moet u het systeem opnieuw starten. Om een kernelparameter in te stellen, oegt u als olgt een regel toe aan het einde an het bestand /etc/systemx: set parameter_name = alue Als u bijoorbeeld de waarde an de parameter msgsys:msginfo_msgmax in wilt stellen, oegt u de olgende regel toe aan het einde an het bestand /etc/system: set msgsys:msginfo_msgmax = Na het bijwerken an het bestand /etc/system, start u het systeem opnieuw. Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer-clients (Windows) Controleer oordat u een DB2-databaseproduct installeert op een Windows-besturingssysteem, of het door u gebruikte systeem oldoet aan de ereisten wat betreft besturingssysteem, hardware en software. Tabel 4. Windows-werkstationplatforms Besturingssysteem Vereisten Hardware Windows XP Professional (32-bits en 64-bits) Windows Vista Business (32-bit en 64-bits) Windows Vista Enterprise (32-bit en 64-bits) Windows Vista Ultimate (32-bits en 64-bits) Windows 7 Professional (32-bits en 64-bits) Windows 7 Enterprise (32-bits en 64-bits) Windows 7 Ultimate (32-bits en 64-bits) Windows XP Serice Pack 2 of hoger IBM Data Serer Proider oor.netclienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 1.1 SP1 of.net 2.0-framework runtime 64-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen worden ondersteund Alle Windows Vista sericepacks worden ondersteund. Alle Intel- en AMD-processors die geschikt zijn oor de ondersteunde Windows-systemen (32-bits en op x64 gebaseerde systemen). 28 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
37 Tabel 5. Windows-sererplatforms Besturingssysteem Vereisten Hardware Windows Serer 2003 Datacenter Edition (32-bits en 64-bits) Windows Serer 2003 Enterprise Edition (32-bits en 64-bits) Windows Serer 2003 Standard Edition (32-bits en 64-bits) Windows Serer 2008 Datacenter Edition (32-bits en 64-bits) en Windows Serer 2008 R2 (64 bits) Windows Serer 2008 Enterprise Edition (32-bits en 64-bits) en Windows Serer 2008 R2 (64 bits) Windows Serer 2008 Standard Edition (32-bits en 64-bits) en Windows Serer 2008 R2 (64 bits) Serice Pack 1 of hoger. R2 wordt ook ondersteund IBM Data Serer Proider oor.net-clienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 1.1 SP1 of.net 2.0-framework runtime 64-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen worden ondersteund IBM Data Serer Proider oor.net-clienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 1.1 SP1 of.net 2.0-framework runtime 64-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen worden ondersteund Alle Windows Serer 2008-sericepacks worden ondersteund. Alle Intel- en AMD-processors die geschikt zijn oor de ondersteunde Windowsbesturingssystemen (32-bits en op x64 gebaseerde systemen). Opmerking: DB2-databaseproducten ondersteunen de hardwarematig uitgeoerde DEP-functie (Data Execution Preention) die is ingebouwd in sommige Windows-besturingssystemen. Federatief gebruik (federatiee systemen, serers en databases) wordt in de huidige ersie niet ondersteund in DB2-databaseproducten op Windows Serer Om gebruik te kunnen maken an Windows Serer 2008 Failoer Clusters oor failoerondersteuning an gepartitioneerde DB2-databasesystemen, moet u DB2 Versie 9.5 Fixpack 3 (of een recentere fixpack) installeren. Aanullende oerwegingen oor software Windows Installer 3.0 is ereist. Het wordt door het installatieprogramma geïnstalleerd als het niet wordt gedetecteerd. IBM Data Serer Proider oor.net-clienttoepassingen en CLR-sererprocedures ereisen.net 1.1 SP1 of.net 2.0-framework runtime. In een x64-omgeing worden 32-bits IBM Data Serer Proider oor.net-toepassingen uitgeoerd in de WOW64-emulatiemodus. MDAC 2.8 is ereist. De DB2 Installatiewizard installeert MDAC 2.8 als dit nog niet is gebeurd. Opmerking: Als er al een oudere ersie an MDAC is geïnstalleerd (bijoorbeeld 2.7), oert het DB2-installatieprogramma een upgrade naar MDAC 2.8 uit. Bij een normale installatie wordt MDAC 2.8 geïnstalleerd. Bij een aangepaste installatie wordt MDAC 2.8 standaard geïnstalleerd. Hoofdstuk 2. Installatieereisten oor IBM Data Serer-clients 29
38 U kunt er echter oor kiezen deze installatie niet uit te oeren. Als u de selectie an MDAC als onderdeel an de aangepaste installatie opheft, wordt MDAC niet geïnstalleerd. Als u LDAP wilt gebruiken (Lightweight Directory Access Protocol), moet u een Microsoft LDAP-client of de IBM Tioli Directory Serer 6-client gebruiken (deze laatste wordt ook de IBM LDAP-client genoemd en is opgenomen in DB2-producten. Voordat u Microsoft Actie Directory installeert, moet u het directoryschema uitbreiden met behulp an het programma db2schex. Dit is te inden op de installatiemedia in de directory db2\windows\utilities. De Microsoft-LDAP-client is opgenomen in de Windowsbesturingssystemen. Een an de olgende browsers is ereist om de online Help te kunnen bekijken, het DB2-installatieprogramma (setup.exe) uit te oeren en de Wegwijzer (db2fs) te starten: Internet Explorer 6 en hoger Mozilla 1.4 en hoger Firefox 1.0 en hoger Netscape 7.0 en hoger DB2 Connect-installatieereisten oor hostsystemen en midrange systemen DB2 Connect-producten kunnen worden gebruikt oor het tot stand brengen an erbindingen tussen werkstations en databases op ondersteunde hostsystemen en midrangesystemen (zoals DB2 op z/os). In bepaalde geallen moeten gebruikers an DB2 Connect patches aanbrengen op het host- of midrange-databaseproduct om deze functionaliteit te kunnen benutten. Zie IBM Data Serer-clients installeren (Linux en UNIX) en IBM Data Serer-clients installeren (Windows) in Aan de slag met IBM Data Serer-clients. 30 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
39 Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren IBM Data Serer-clients installeren (Windows) Instructies oor de installatie an elk type IBM data serer client, namelijk de IBM Data Serer Client, de IBM Data Serer Runtime Client en de IBM Data Serer Drier Package.De basisprocedure betreft de eenoudige maar eel oorkomende situatie waarin er nog geen DB2-product is geïnstalleerd. Als op het systeem al een eerdere ersie an een client is geïnstalleerd, bekijk dan eerst de documentatieonderwerpen oer migratie. Als op het systeem al een DB2-sererproduct is geïnstalleerd, is het niet nodig om de bijbehorende client te installeren, want de DB2-serer omat alle functionaliteit die in een IBM data serer client beschikbaar is. Vereisten Voordat u IBM data serer clients installeert, hebt u het olgende al gedaan: U hebt bepaald welke client oor u het meest geschikt is. U hebt de te gebruiken DVD al klaargelegd of het benodigde installatie-image geonden. U kunt een image dowloaden anaf de website an IBM Support Fix Central: support/fixcentral/. U indt de Data Serer-client en de drierpakketten onder de productgroep Information Management en IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste geïnstalleerde ersie en het juiste platform en klik op Doorgaan. Als u op het olgende scherm opnieuw op Doorgaan klikt, wordt een lijst afgebeeld an alle beschikbare clienten drierpakketten oor Windows. Controleer of u de juiste 32-bits of 64-bits ersie oor uw machine hebt. U beschikt oer een Windows-gebruikersaccount dat deel uitmaakt an de groep Beheerders. Opmerking: Wanneer een gebruikersaccount dat niet toebehoort aan een beheerder de productinstallatie gaat uitoeren, moet de VS2005-runtimebibliotheek worden geïnstalleerd oordat u probeert een DB2-product te installeren. De VS2005-runtimebibliotheek is op het besturingssysteem ereist oordat het DB2-product kan worden geïnstalleerd. De VS2005-runtimebibliotheek is beschikbaar ia de website oor het downloaden an Microsoft-runtimebibliotheken. Er zijn twee opties: kies credist_x86.exe oor 32-bits systemen of credist_x64.exe oor 64-bits systemen. Het systeem oldoet aan alle eisen wat betreft beschikbaar geheugen, schijfruimte en oerige installatieereisten. Het installatieprogramma controleert de schijfruimte en andere basisereisten en geeft aan als er ergens een probleem is. Beperkingen Er kan geen ander DB2-product in hetzelfde pad worden geïnstalleerd als een an de olgende producten al is geïnstalleerd: IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Drier Package Copyright IBM Corp. 1993,
40 DB2 Informatiecentrum In de elden an de DB2 Installatiewizard kunnen geen speciale tekens worden opgegeen. Deze procedure geldt oor een eenoudig installatie. Informatie oer andere situaties indt u elders in dit gedeelte. Om een an de IBM data serer client op Windows te installeren, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u aan bij het systeem met het gebruikersaccount waaronder u de installatie wilt uitoeren. 2. Optioneel: Sluit alle andere programma's af. 3. Plaats de DVD in het schijfstation. Via de functie oor het automatisch starten an CD's wordt de DB2 Installatiewizard gestart, die aan de hand an de taalinstelling an het systeem de taalersie oor het installatieprogramma bepaalt. Voor de Data Serer Client, kunt u de DB2 Installatiewizard uitoeren in een andere taal dan de standaard systeemtaal door de DB2 Installatiewizard handmatig te starten en daarbij een taalcode op te geen. Met de opdracht setup -i fr wordt de DB2 Installatiewizard bijoorbeeld in het Frans uitgeoerd. Voor Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Drier Package, zijn er erschillende installatie-images beschikbaar per taal. 4. Een IBM data serer client installeren: Als u een Data Serer Client installeert, start u de DB2 Installatiewizard en kiest u als het DB2 Startenster wordt geopend de optie Product installeren. Volg de aanwijzingen an de DB2 Installatiewizard. Als u een Data Serer Runtime Client installeert, is er geen Startenster. Zie de erwante links oor meer setup-opdrachtparameters. Voor de installatie an een tweede kopie an Data Serer Runtime Client gebruikt u de opdracht: setup /" TRANSFORMS=:InstanceId1.mst MSINEWINSTANCE=1" Voor elke olgende waarde an Data Serer Runtime Client (tot een maximum an 16 kopieën) hoogt u de waarde an InstanceIdn in de opdracht steeds één op, bijoorbeeld: setup /" TRANSFORMS=:InstanceId2.mst MSINEWINSTANCE=1" Als u Data Serer Drier Package installeert, oert u de opdracht setup uit anaf de product-dvd. Als u een fixpack-image installeert, raadpleegt u Links oor erwante onderwerpen oor de installatieopties die u bij de opdracht setup kunt gebruiken. Voor de installatie an een tweede kopie an Data Serer Drier Package, kunt u de olgende methoden gebruiken: Om een installatie an een nieuwe kopie uit te oeren met een gegenereerde standaardnaam: setup /o Als de naam an de kopie al bestaat, oert u een onderhouds- of bijwerkinstallatie op die kopie uit. In het andere geal oert u de nieuwe installatie uit door de opgegeen kopienaam te gebruiken. setup /n kopienaam Na installatie an Data Serer Drier Package kunt u desgewenst het configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, ullen met databasedirectorygegeens. 32 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
41 5. Wanneer u een Data Serer Client op een machine installeert waarop al een DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8-kopie aanwezig is, wordt u oor de keuze gesteld om een nieuwe kopie te installeren of om de DB2 UDB Versie 8-kopie te migreren. Wanneer u een nieuwe kopie installeert, blijft de DB2 UDB Versie 8-kopie bewaard en wordt een nieuwe DB2 Versie 9-kopie toegeoegd. Als u kiest oor migreren, worden de subsysteeminstellingen an de DB2 UDB Versie 8-client naar de DB2 Versie 9-kopie oergebracht en wordt de DB2 UDB Versie 8-kopie erolgens erwijderd. Opmerking: Als er al een kopie an DB2 UDB Versie 8 op een systeem is geïnstalleerd, kunnen de Versie 9-kopieën niet worden ingesteld op de standaardwaarde. Bij de installatie an Data Serer Runtime Client wordt altijd een nieuwe kopie geïnstalleerd. Zie de informatie oer migratie als u daarna een bestaand DB2 UDB Versie 8-clientsubsysteem wilt migreren naar de nieuwe kopie. Nadat u de procedure hebt oltooid, is het product geïnstalleerd in de locatie die u tijdens de installatie hebt opgegeen. Als onderdeel an de installatieprocedure wordt er een subsysteem an DB2-databasemanager gemaakt. Het subsysteem wordt "DB2" genoemd als er nog geen ander subsysteem is met de naam "DB2". Als u een kopie hebt geïnstalleerd an DB2 Versie 8 of DB2 Versie 9.1, is het standaardsubsysteem DB2_01. Het standaardinstallatiepad an Data Serer Client en Data Serer Runtime Client is Program Files\IBM\sqllib. Als op dezelfde machine een tweede kopie wordt geïnstalleerd, wordt de standaarddirectory Program Files\IBM\sqllib_01. Normaliter is de naam an de standaarddirectory sqllib_nn, waarin nn het aantal geïnstalleerde kopieën minus één is. Het standaardinstallatiepad an Data Serer Drier Package is Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER. Als op hetzelfde systeem een tweede kopie wordt geïnstalleerd, wordt de standaarddirectory Program Files\IBM\IBM DATA SERVER DRIVER_02. Normaliter is de naam an de standaarddirectory IBM DATA SERVER DRIVER_nn, waarbij nn het aantal geïnstalleerde kopieën is. Als u meer dan één kopie wilt installeren an de Data Serer Drier Package, kunt u maximaal 16 kopieën gebruiken. Elke kopie moet in een andere directory worden geïnstalleerd. De standaardnaam an de kopie an Data Serer Client of Data Serer Runtime Client is DB2COPY1 De standaardnaam an de kopie an de Data Serer Drier Package is IBMDBCL1 Deze installatie omat geen productdocumentatie. Zie de erwante links oor informatie oer de installatie an en de toegang tot het DB2 Informatiecentrum. Na de installatie an de IBM data serer client, is de olgende stap de configuratie an de toegang tot DB2-serers op afstand. Opmerkingen oer de installatie anaf een gebruikersaccount dat niet deel uitmaakt an de groep Beheerders Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren 33
42 Leden an de groep Hoofdgebruikers kunnen IBM data serer client installeren. Leden an de groep Gebruikers kunnen IBM data serer client installeren nadat zij daaroor specifiek toestemming hebben erkregen. Om een lid an de groep Gebruikers toestemming te erlenen oor de installatie an IBM data serer client, moet een lid an de groep Beheerders eroor zorgen dat de betreffende gebruiker beschikt oer een machtiging oor schrijen oor: De registeritems onder HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE De systeemdirectory (bijoorbeeld c:\winnt). Het standaard installatiepad (c:\program Files) of een ander installatiepad. Verder is an belang dat als de oorspronkelijke installatie is uitgeoerd door een niet-beheerder, fixpacks ook door een niet-beheerder kunnen worden geïnstalleerd. Een niet-beheerder kan echter geen fixpacks installeren als de oorspronkelijke installatie is uitgeoerd door een gebruiker die lid is an de groep Beheerders. IBM Data Serer-clients installeren ( Linux en UNIX ) In deze taak wordt beschreen hoe u een IBM data serer client installeert in Linux of UNIX. De instructies zijn an toepassing op de IBM Data Serer Client en de IBM Data Serer Runtime Client. De basisprocedure betreft de eenoudige maar eel oorkomende situatie waarin er nog geen DB2-product is geïnstalleerd. Hieronder indt u een oerzicht an de ereisten. Als u meer gedetailleerde informatie nodig hebt, kunt u die inden ia de betreffende links aan het eind an dit gedeelte. Als op het systeem al een eerdere ersie an een client is geïnstalleerd, bekijk dan eerst de documentatieonderwerpen oer migratie. Als op het systeem al een DB2-sererproduct is geïnstalleerd, is het niet nodig om de bijbehorende client te installeren, want de DB2-serer omat alle functionaliteit die in de IBM Data Serer Client beschikbaar is. U hebt al bepaald welke client oor u het meest geschikt is: Data Serer Client of Data Serer Runtime Client. U hebt de te gebruiken DVD al klaargelegd of het benodigde installatie-image geonden. U kunt een image dowloaden anaf de website an IBM Support Fix Central: U indt de Data Serer-clients en -driers onder de productgroep Information Management en IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste geïnstalleerde ersie en het juiste platform en klik op Doorgaan. Als u op het olgende scherm opnieuw op Doorgaan klikt, wordt een lijst afgebeeld an alle beschikbare client- en drierpakketten oor uw platform. Het systeem oldoet aan alle eisen wat betreft beschikbaar geheugen, schijfruimte en oerige installatieereisten. Het installatieprogramma controleert de schijfruimte en andere basisereisten en geeft aan als er ergens een probleem is. Als u een IBM data serer client installeert op het besturingssysteem Solaris of op een HP-UX-systeem, moet u eerst de kernel-configuratieparameters wijzigen. Dit wordt ook aanbeolen oor Linux. U installeert als olgt een an beide IBM data serer client op Linux of UNIX: 1. Plaats de benodigde DVD in het station en mount deze. 2. Ga naar de directory waar de DVD is gemount. 3. Start de DB2 Installatiewizard met de opdracht./db2setup. 34 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
43 4. Kies Product installeren wanneer het DB2 Startenster wordt geopend. 5. Selecteer de client die u wilt installeren. 6. Volg de aanwijzingen an de DB2 Installatiewizard. Binnen de wizard is Help-informatie beschikbaar om u door de resterende stappen te leiden. Wanneer de installatie is oltooid, beindt de IBM data serer client zich standaard in de olgende directory: Linux UNIX /opt/ibm/db2/v9.5 /opt/ibm/db2/v9.5 Deze installatie omat geen productdocumentatie. Zie de erwante links oor informatie oer de installatie an en de toegang tot het DB2 Informatiecentrum. Na de installatie an de IBM data serer client, is de olgende stap de configuratie an de toegang tot een DB2-serer op afstand. Opmerkingen oer de installatie an taalspecifieke ersies U kunt de DB2 Installatiewizard uitoeren in een andere taal dan de standaard systeemtaal door de DB2 Installatiewizard handmatig te starten en daarbij een taalcode op te geen. Met de opdracht./db2setup -i fr wordt de DB2 Installatiewizard bijoorbeeld in het Frans uitgeoerd. Maar de elden an de DB2 Installatiewizard accepteren bijoorbeeld geen speciale tekens. Opmerkingen oer de installatie op een computer met een bestaande DB2 Versie 9.5-client De standaarddirectorynaam oor de eerste kopie is V9.5. Als er al een kopie is geïnstalleerd, geeft de tweede installatie de standaarddirectorynaam V9.5_01 weer. Normaliter is de naam an de standaarddirectory V9.5_nn, waarin nn het aantal geïnstalleerde kopieën minus één is. Opmerkingen oer de installatie op een computer met een bestaande pre-db2 Versie 9.5-client Als u Data Serer Client of Data Serer Runtime Client installeert op een systeem dat al DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8 of DB2 Versie 9 beat, blijft de orige kopie bewaard en wordt een extra DB2 Versie 9.5 toegeoegd. Voor informatie oer het migreren an clientsubsystemen naar DB2 Versie 9.5 raadpleegt u de onderwerpen oer migratie. Oerzicht an niet-rootinstallaties (Linux en UNIX) Vóór Versie 9.5 kon u producten installeren, fixpacks aanbrengen om wijzigingen ongedaan te maken, subsystemen configureren, functies toeoegen of producten erwijderen, maar alleen als u toegang had tot de hoofddirectory. Gebruikers die geen toegang tot de hoofddirectory hebben kunnen deze taken nu uitoeren op Linux en UNIX-besturingssystemen. Het DB2-installatieprogramma maakt en configureert automatisch een niet-hoofddirectory-subsysteem tijdens een installatie buiten de hoofddirectory om. Een gebruiker zonder toegang tot de hoofddirectory kan de configuratie an het Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren 35
44 niet-hoofddirectorysubsysteem aanpassen tijdens de installatie. U kunt het geïnstalleerde DB2-databaseproduct ook gebruiken en onderhouden zonder beoegdheden oor de hoofddirectory. De installatie an een DB2-databaseproduct buiten de hoofddirectory heeft één DB2-subsysteem waarin de meeste functies standaard zijn ingeschakeld. Een niet-hoofddirectory-installatie kan oor eel groepen een aantrekkelijk idee zijn, bijoorbeeld de olgende: Bedrijen met duizenden werkstations en gebruikers die een DB2-databaseproduct willen installeren zonder dat dit de systeembeheerder tijd kost Toepassingsontwikkelaars die geen systeembeheerder zijn, maar DB2-databaseproducten gebruiken om toepassingen te ontwikkelen Onafhankelijke softwareleeranciers (ISV's) die software ontwikkelen waaroor geen machtiging oor de hoofddirectory is ereist, maar waarin wel een DB2-databaseproduct is geïntegreerd Hoewel installaties buiten de hoofddirectory beschikken oer de meeste functionaliteit an hoofddirectory-installaties, zijn er wel enige erschillen en beperkingen. U kunt sommige beperkingen wegnemen door een gebruiker met een machtiging oor de hoofddirectory de opdracht db2rfe te laten geen. Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties De directorystructuur an een niet-rootinstallatie kent niet alleen enige beperkingen, maar erschilt ook enigszins an de directorystructuur an een rootinstallatie. Tijdens een installatie in de hoofddirectory (root) worden subdirectory's en bestanden oor het DB2-product gemaakt in een directory die door de rootgebruiker is gekozen. In tegenstelling tot rootgebruikers kunnen niet-rootgebruikers niet kiezen waar de DB2-producten worden geïnstalleerd. Niet-rootinstallaties worden altijd in de directory $HOME/sqllib geplaatst, waarin $HOME staat oor de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker. De layout an de subdirectory's in de directory sqllib an een niet-rootinstallatie lijkt op die an een rootinstallatie. Er kunnen oor rootinstallaties meerdere subsystemen worden gemaakt. Het eigenaarschap an een subsysteem is gekoppeld aan het gebruikers-id waarmee het subsysteem is gemaakt. Niet-rootinstallaties kunnen slechts één DB2-subsysteem hebben. De niet-rootinstallatiedirectory beat alle DB2-productbestanden en subsysteembestanden zonder symbolische links. De olgende tabel beat een oerzicht an de erschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties Tabel 6. Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties Criteria Rootinstallaties Niet-rootinstallaties Gebruiker kan installatiedirectory kiezen Ja Nee. DB2-producten worden in de hoofddirectory an de gebruiker geïnstalleerd. 36 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
45 Tabel 6. Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties (erolg) Criteria Rootinstallaties Niet-rootinstallaties Aantal toegestane DB2-subsystemen Bestanden die tijdens installatie worden gebruikt Meerdere Alleen programmabestanden. Subsystemen moeten na de installatie worden gemaakt. Een Programmabestanden en subsysteembestanden. Het DB2-product is direct na de installatie klaar oor gebruik. Beperkingen an niet-rootinstallaties Naast de erschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties zijn ook erschillende beperkingen an niet-rootinstallaties een punt an aandacht.in dit onderwerp worden deze beperkingen besproken, zodat u kunt besluiten of u een niet-rootinstallatie wilt uitoeren. Productbeperkingen Sommige DB2-databaseproducten worden bij niet-rootinstallaties niet ondersteund: IBM Data Studio DB2 Embedded Application Serer (DB2 EAS) DB2 Query Patroller DB2 Net Search Extender Lokaal opgeslagen DB2 Informatiecentrum Opmerking: Het lokaal geïnstalleerde DB2 Informatiecentrum wordt bij niet-rootinstallatie niet ondersteund, omdat hierbij een rootmachtiging is ereist om de daemon te starten. Een DB2-subsysteem an een niet-rootinstallatie kan echter wel worden geconfigureerd oor gebruik an een lokaal geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum als dit op dezelfde computer is geïnstalleerd. Beperkingen an functies en hulpprogramma's De olgende functies en hulpprogramma's zijn niet beschikbaar in niet-rootinstallaties: DB2 Administration Serer (DAS) en de bijbehorende opdrachten dascrt, dasdrop, daslist, dasmigr en dasupdt Configuration Assistant Het Control Center De mogelijkheid om met db2goernor de prioriteit te erhogen, wordt niet ondersteund In Work Load Manager (WLM) is het toegestaan om te proberen de agentprioriteit in een DB2-sericeklasse an een niet-root-db2- subsysteem in te stellen. Er wordt echter geen rekening gehouden met de agentprioriteit en er wordt geen SQLCODE-fout geretourneerd. Automatisch starten an DB2-subsystemen wordt niet ondersteund bij opnieuw starten an systeem Beperkingen an Health Monitor De olgende Health Monitor-functies worden niet ondersteund oor niet-rootinstallaties: Script- of taakacties uitoeren bij waarschuwingen Waarschuwingsberichten erzenden Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren 37
46 Beperking an gepartitioneerde databases Alleen databases met één partitie worden door niet-rootinstallaties ondersteund. U kunt geen extra databasepartities toeoegen Oerzicht DB2-databaseproducten Als een niet-rootgebruiker de opdracht db2ls geeft, is de uitoer anders dan wanneer een rootgebruiker de opdracht geeft. Zie het onderwerp oer de opdracht db2ls oor meer informatie. DB2-kopieën Voor elke niet-rootgebruiker kan slechts één kopie an een DB2-product zijn geïnstalleerd. Beperkingen an DB2-subsystemen In niet-rootinstallaties wordt tijdens de installatie één DB2-subsysteem gemaakt. Er kunnen niet meer subsystemen worden gemaakt. DB2-subsysteemacties kunnen alleen worden uitgeoerd door de eigenaar an het subsysteem Rootinstallaties en niet-rootinstallaties kunnen naast elkaar aanwezig zijn op dezelfde computer in erschillende installatiepaden. Een niet-rootsubsysteem kan echter alleen worden bijgewerkt of erwijderd (met de opdracht db2_deinstall) door de niet-rootgebruiker die eigenaar an het niet-rootsubsysteem is. Een DB2-subsysteem dat is gemaakt door een gebruiker met rootmachtigingen, kan alleen worden bijgewerkt of erwijderd door een gebruiker met rootmachtigingen. DB2-subsysteemopdrachten De olgende DB2-subsysteemopdrachten zijn niet beschikbaar oor niet-rootinstallaties: db2icrt Bij installatie an een DB2-product door een niet-rootgebruiker, wordt automatisch een enkel subsysteem gemaakt en geconfigureerd. Er kunnen geen andere subsystemen worden gemaakt in niet-rootinstallaties. Als het automatisch gemaakt subsysteem moet worden geconfigureerd, kunt u de niet-rootconfiguratieopdracht db2nrcfg gebruiken. db2iupdt De opdracht db2iupdt kan niet worden gebruikt oor niet-rootsubsystemen. In plaats daaran gebruikt u de niet-rootinstallatieconfiguratieopdracht db2nrcfg om het niet-root- DB2-subsysteem bij te werken. Het bijwerken an niet-rootsubsystemen is normaal echter niet ereist, omdat deze automatisch worden bijgewerkt tijdens het bijwerken an het DB2-databaseproduct. db2idrop Het subsysteem dat automatisch wordt gemaakt tijdens niet-rootinstallaties, kan niet worden erwijderd. Het DB2-databaseproduct moet worden erwijderd om het DB2-subsysteem te kunnen erwijderen. db2imigr Migratie wordt niet ondersteund oor niet-rootinstallaties. 38 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
47 Beperking an migratie Een rootsubsysteem kan niet worden gemigreerd naar een niet-rootsubsysteem. Acties kunnen na de installatie alleen worden uitgeoerd door de eigenaar an het DB2-subsysteem Rootinstallaties en niet-rootinstallaties kunnen naast elkaar aanwezig zijn op dezelfde computer. Alleen de oorspronkelijke niet-rootgebruiker die het DB2-databaseproduct heeft geïnstalleerd, kan echter acties als de olgende uitoeren: Fixpacks aanbrengen Functies toeoegen Inoegtoepassingen installeren Gebruikerslimieten aanpassen Met de opdracht ulimit an UNIX en Linux-besturingssystemen stelt u gebruikersresourcelimieten in of rapporteert u deze, bijoorbeeld de grenswaarden oor gegeens en stacks. Voor rootsubsystemen werkt de databaseserer dynamisch de ereiste ulimit-instellingen bij zonder de permanente instellingen te wijzigen. Voor niet-rootsubsystemen kunnen de ulimit-instellingen alleen tijdens de installatie worden gecontroleerd. Er wordt een waarschuwing weergegeen als de instellingen onjuist zijn. Er is een rootmachtiging ereist om de instellingen an gebruikerslimieten te wijzigen. Beperkingen die met db2rfe kunnen worden opgeen Niet-rootinstallaties kennen beperkingen die kunnen worden opgeheen door de opdracht db2rfe uit te oeren. De olgende functies en mogelijkheden zijn in eerste instantie niet beschikbaar in niet-rootinstallaties: Verificatie op basis an besturingssysteem Functie High Aailability (HA) De mogelijkheid om sericenamen te resereren in het bestand /etc/serices De mogelijkheid om de limieten oor gebruikersgegeens (ulimits) te erhogen. Deze mogelijkheid is alleen aanwezig in AIX. Op andere besturingssystemen moeten de limieten an gebruikersgegeens handmatig worden erhoogd. Geef de opdracht oor het actieren an rootfuncties oor niet-rootinstallaties (db2rfe) om deze functies en mogelijkheden in te schakelen. Het uitoeren an de opdracht db2rfe is optioneel en moet worden uitgeoerd door een gebruiker met een rootgebruikersmachtiging. Verificatietype in niet-rootinstallaties Het standaardtype oor erificatie in DB2-databaseproducten is erificatie op basis an het besturingssysteem. Niet-rootinstallaties ondersteunen geen erificatie op basis an het besturingssysteem. Als u de opdracht db2rfe niet uitoert na installatie an het DB2-databaseproduct als niet-rootgebruiker, moet u het erificatietype dus handmatig instellen. U kunt dit doen door de olgende parameters bij te werken in het configuratiebestand an de databasebeheerfunctie (dbm cfg): clnt_pw_plugin (configuratieparameter oor gebruikers-id/wachtwoordplugin) group_plugin (configuratieparameter oor groepsplugin) Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren 39
48 srcon_pw_plugin (configuratieparameter oor gebruikers-id/ wachtwoordplugin oor ontangende erbindingen op de serer) Een DB2-product installeren als niet-rootgebruiker De meeste DB2-databaseproducten kunnen als niet-rootgebruiker worden geïnstalleerd. Voor u begint Voordat u een DB2-databaseproduct installeert als niet-rootgebruiker, moet u zich op de hoogte stellen an de erschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties en an de beperkingen an niet-rootinstallaties. Zie oor meer informatie oer niet-rootinstallaties het onderwerp Niet-rootinstallaties - Oerzicht (Linux en UNIX). Vereisten oor de installatie an een DB2-databaseproduct als niet-rootgebruiker: U moet de installatie-dvd kunnen aankoppelen of deze moet oor u aangekoppeld zijn. U moet een geldig gebruikers-id hebben dat kan worden gebruikt als eigenaar an een DB2-subsysteem. Gebruikers-ID's hebben de olgende beperkingen en ereisten: Moeten een andere primaire groep hebben dan guests, admins, users en local Mogen kleine letters (a z), getallen (0 9) en liggende streepjes (_) beatten Mogen niet langer zijn dan acht tekens Mogen niet beginnen met IBM, SYS, SQL of een getal Mogen geen geresereerd DB2-woord zijn (USERS, ADMINS, GUESTS, PUBLIC of LOCAL) en ook geen geresereerd SQL-woord Kunnen geen gebruikers-id's met rootmachtiging gebruiken oor het ID, DAS-ID of afgeschermde ID an het DB2-subsysteem. Mogen geen tekens met accenten beatten Als u bestaande gebruikers-id's opgeeft in plaats an nieuwe gebruikers-id's te maken, moet oor de gebruikers-id's het olgende gelden: - Zijn niet ergrendeld - Hebben geen erlopen wachtwoorden De hardware- en softwareereisten oor het geïnstalleerde product zijn oor niet-rootgebruikers gelijk aan die oor rootgebruikers. In AIX Versie 5.3 moet asynchrone I/O (AIO) zijn ingeschakeld. Uw hoofddirectory moet een geldig DB2-pad zijn. Voor DB2-installatiepaden gelden de olgende regels: Mogen kleine letters (a z), hoofdletters (A Z) en liggende streepjes (_) beatten Mogen niet meer dan 128 tekens beatten Mogen geen spaties beatten Mogen geen niet-romeinse tekens beatten Oer deze taak 40 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
49 De installatie an DB2-databaseproducten als niet-rootgebruiker moet transparant zijn oor de niet-rootgebruiker. Met andere woorden, een niet-rootgebruiker hoeft niets speciaals te doen om een DB2-databaseproduct te installeren, behale zich aanmelden als niet-rootgebruiker. Procedure U oert als olgt een niet-rootinstallatie uit: 1. Meld u aan als niet-rootgebruiker 2. Installeer het DB2-databaseproduct met een an de beschikbare methoden. Opties zijn onder andere: De DB2 Installatiewizard (GUI-installatie) De opdracht db2_install De opdracht db2setup met een responsbestand (stille installatie) Opmerking: Omdat niet-rootgebruikers de installatiedirectory an DB2-databaseproducten niet kunnen kiezen, worden alle FILE-sleutelwoorden in het responsbestand genegeerd. 3. Nadat het DB2-databaseproduct is geïnstalleerd, moet u een nieuwe aanmeldsessie openen om het niet-root-db2-subsysteem te kunnen gebruiken. U kunt dezelfde aanmeldsessie gebruiken als u de subsysteemomgeing instelt op basis an $HOME/sqllib/db2profile (oor Bourneshell- en Kornshellgebruikers) of $HOME/sqllib/db2chsrc (oor C-shellgebruikers). Hierbij staat $HOME oor de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker. Wat erder Nadat het DB2-databaseproduct is geïnstalleerd, moet u de limieten oor gebruikersprocesresources (ulimits) in het besturingssysteem controleren. Als niet wordt oldaan aan de minimumwaarden oor gebruikerslimieten, kan de DB2-engine te maken krijgen met onerwachte fouten door een tekort aan werkresources. Deze fouten kunnen leiden tot storingen in DB2. Niet-rootfuncties inschakelen in niet-rootinstallaties met db2rfe Er zijn erschillende functies en mogelijkheden an niet-rootinstallaties die in eerste instantie niet beschikbaar zijn, maar ingeschakeld kunnen worden met de opdracht db2rfe Voor u begint Deze taak ereist het machtigingsnieau rootgebruiker. Procedure U schakelt als olgt functies en mogelijkheden in die in eerste instantie niet beschikbaar zijn in niet-rootinstallaties: 1. Zoek de oorbeeldconfiguratiebestanden. Er zijn twee oorbeeldconfiguratiebestanden beschikbaar: $HOME/sqllib/instance/db2rfe.cfg is ooraf geconfigureerd met de standaardwaarden an het niet-rootsubsysteem an DB2 $HOME/sqllib/cfg/db2rfe.cfg.sample is niet geconfigureerd Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren 41
50 waarbij $HOME de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker is. 2. Kopieer een an de oorbeeldconfiguratiebestanden naar een andere locatie zodat het oorspronkelijke bestand ongewijzigd blijft. 3. Werk het gekopieerde configuratiebestand olgens uw wensen bij. Dit configuratiebestand is de inoer an de opdracht db2rfe. Dit is een oorbeeld an een configuratiebestand: INSTANCENAME=db2inst2 SET_ULIMIT=NO ENABLE_HA=NO ENABLE_OS_AUTHENTICATION=NO RESERVE_REMOTE_CONNECTION=NO **SVCENAME=db2c_db2inst2 **SVCEPORT=48000 RESERVE_TEXT_SEARCH_CONNECTION=NO **SVCENAME_TEXT_SEARCH=db2j_db2inst2 **SVCEPORT_TEXT_SEARCH=55000 Opmerking: De waarde an de parameter INSTANCENAME wordt automatisch ingeuld door het DB2-installatieprogramma De parameter SET_ULIMIT is alleen beschikbaar in AIX. In andere besturingssystemen moet een gebruiker met rootmachtiging de waarden an gebruikerslimieten handmatig instellen. De standaardwaarde oor de andere sleutelwoorden is NO Afgeleide parameters (bijoorbeeld SVCENAME) worden standaard met behulp an commentaartekens uitgeschakeld. Commentaar wordt aangegeen met ** Als u de parameter instelt op YES en als deze afgeleide parameters heeft, wordt het aanbeolen om de commentaarcodes oor de afgeleide parameters te erwijderen en de juiste waarden op te geen. Eentueel opgegeen poortwaarden zijn oorbeelden. Zorg dat de poortwaarden die u opgeeft rij zijn. Hieronder indt u een oorbeeld an een bewerkt configuratiebestand waarmee de olgende functies en mogelijkheden worden ingeschakeld: Hoge beschikbaarheid Verificatie op basis an besturingssysteem DB2 Text Search, met een sericenaam db2j_db2inst2 en een poortwaarde Om deze functies en mogelijkheden in te schakelen, bewerkt u het configuratiebestand als olgt: INSTANCENAME=db2inst2 SET_ULIMIT=NO ENABLE_HA=YES ENABLE_OS_AUTHENTICATION=YES RESERVE_REMOTE_CONNECTION=NO **SVCENAME=db2c_db2inst2 **SVCEPORT=48000 RESERVE_TEXT_SEARCH_CONNECTION=YES SVCENAME_TEXT_SEARCH=db2j_db2inst2 SVCEPORT_TEXT_SEARCH= Meld u aan met het machtigingsnieau rootgebruiker. 5. Ga naar de directory $HOME/sqllib/instance, waarbij $HOME staat oor de hoofddirectory an de niet-rootgebruiker. 6. Voer de opdracht db2rfe uit met de olgende syntaxis: 42 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
51 db2rfe -f config_file waarbij config_file staat oor het configuratiebestand dat in de stap 3 op pagina 42 is gemaakt. Wat erder U moet de opdracht db2rfe opnieuw uitoeren nadat de fixpacks zijn toegepast om root-gebaseerde functies ingeschakeld te houden in niet-rootinstallaties. Fixpacks aanbrengen op een niet-rootinstallatie Het aanbrengen an fixpacks op een niet-rootinstallatie is in essentie hetzelfde als het aanbrengen an fixpacks op een rootinstallatie, maar er zijn enige uitzonderingen. Voor u begint Voordat u fixpacks aanbrengt op een niet-rootinstallatie, moet u zich aanmelden met het gebruikers-id dat is gebruikt om de niet-rootinstallatie uit te oeren. Als u in de niet-rootinstallatie rootfuncties hebt ingeschakeld met de opdracht db2rfe, moet u het configuratiebestand zoeken dat is gebruikt bij het uitoeren an de opdracht db2rfe. Dit configuratiebestand is nodig om de rootfuncties opnieuw te actieren na het aanbrengen an het fixpack. Procedure U brengt als olgt een fixpack aan in een niet-rootinstallatie: 1. Breng het fixpack aan zoals beschreen in het onderwerp Fixpacks aanbrengen. Opmerking: De optie -b an de opdracht installfixpack is niet geldig oor niet-rootinstallaties. 2. Optioneel: Voor de opdracht db2rfe uit. Als er root-gebaseerde functies waren ingeschakeld in de niet-rootinstallatie en u die functies opnieuw wilt kunnen uitoeren, moet u de opdracht db2rfe opnieuw uitoeren. Het uitoeren an deze opdracht ereist het machtigingsnieau rootgebruiker. Opmerking: Als u bij het inschakelen an de rootfuncties het configuratiebestand $HOME/sqllib/instance/db2rfe.cfg hebt bewerkt, wordt dit bestand niet oerschreen als u het fixpack aanbrengt. U kunt het bestand dus opnieuw gebruiken als u de opdracht db2rfe geeft. U moet $HOME/sqllib/cfg/db2rfe.cfg.sample echter ook controleren. Als in het fixpack nieuwe rootfuncties beschikbaar waren oor niet-rootinstallaties, zijn deze te zien in $HOME/sqllib/cfg/db2rfe.cfg.sample. Niet-root-DB2-databaseproducten erwijderen met db2_deinstall (Linux en UNIX) Deze taak beat stappen oor het erwijderen an niet-root-db2- databaseproducten of -componenten met de opdracht db2_deinstall. Voor u begint U moet het niet-rootsubsysteem stoppen oordat u de opdracht db2_deinstall geeft. Hoofdstuk 3. IBM Data Serer-clients installeren 43
52 Oer deze taak Deze taak is an toepassing op DB2-databaseproducten die zijn geïnstalleerd zonder rootgebruikersmachtiging. Er bestaat een afzonderlijke taak oor het erwijderen an DB2-databaseproducten die zijn geïnstalleerd met rootgebruikersmachtiging. Niet-rootgebruikers kunnen net als rootgebruikers de opdracht db2_deinstall gebruiken om DB2-databaseproducten te erwijderen. De opdracht db2_deinstall oor niet-rootinstallaties heeft dezelfde opties als oor rootinstallaties, plus een extra optie: -f sqllib. Het is belangrijk om te weten dat met het uitoeren an db2_deinstall als niet-rootgebruiker het DB2-databaseproduct wordt erwijderd en het niet-rootsubsysteem wordt erwijderd. Dit is anders dan bij rootinstallaties, waarbij met de opdracht db2_deinstall alleen de DB2- databaseprogrammabestanden worden erwijderd. U kunt DB2-databaseproducten niet erwijderen met de eigen functies an het besturingssysteem, bijoorbeeld rpm of SMIT. Procedure U erwijdert als olgt een DB2-databaseproduct dat door een niet-rootgebruiker is geïnstalleerd: 1. Meld u aan met het gebruikers-id dat is gebruikt oor het installeren an het DB2-databaseproduct. 2. Ga naar de directory $HOME/sqllib/install, waarbij $HOME staat oor de hoofddirectory. 3. Voer de opdracht db2_deinstall uit. Opmerking: Als u de opdracht db2_deinstall met de optie a uitoert, worden de DB2-databaseprogrammabestanden erwijderd, maar eentuele configuratiebestanden blijen staan in de backupdirectory sqllib_bk. Als u de opdracht db2_deinstall met de optie a f sqllib uitoert, wordt de hele subdirectory sqllib uit de hoofddirectory erwijderd. Als er bestanden in sqllib staan die u wilt bewaren, moet u deze naar een andere plaats kopiëren oordat u db2_deinstall a f sqllib uitoert. Net als bij rootinstallaties kan een niet-rootgebruiker met de opdracht db2_deinstall en de optie F specifieke DB2-functies erwijderen uit een niet-rootinstallatie. 44 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
53 Deel 3. Databaseerbindingen oor IBM Data Serer-clients Copyright IBM Corp. 1993,
54 46 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
55 Hoofdstuk 4. Oerzicht an de configuratie oor client-serercommunicatie Dit onderwerp beat informatie oer het kiezen an een geschikte methode oor de configuratie an de client-serercommunicatie. Deze informatie geldt oor de configuratie an IBM data serer client- en sererproducten en niet zozeer oor stuurprogramma's oor databaseconnectiiteit. Client-serercommunicatie: Componenten en scenario's Bij de client-serercommunicatie zijn de olgende basiscomponenten betrokken: Client. Dit is de component die het initiatief neemt oor de communicatie. Deze rol kan worden eruld door de olgende DB2-producten en -componenten: IBM Data Serer Client of IBM Data Serer Runtime Client. DB2 Connect Personal Edition: Dit product is een superset an de IBM Data Serer Client. Een DB2-sererproduct: Een DB2-serer is een superset an de Data Serer Client. Serer. Dit is de component die de communicatieerzoeken an de client ontangt. Deze rol wordt doorgaans eruld door een DB2 oor Linux, UNIX en Windows-sererproduct. Wanneer er DB2 Connect-producten aanwezig zijn, kan de term serer ook slaan op een DB2-serer op een midrange- of mainframeplatform. Communicatieprotocol. Dit is het protocol waarmee de gegeens tussen de client en de serer worden erzonden. Het DB2-product ondersteunt erschillende protocollen: TCP/IP. Er kan een erder onderscheid worden gemaakt tussen twee ersies: TCP/IP4 en TCP/IP6. Named Pipes. Deze optie is alleen beschikbaar op Windows-systemen. IPC (interprocescommunicatie). Dit protocol wordt gebruikt oor lokale erbindingen. Sommige omgeingen beatten enkele extra componenten: DB2 Connect-gateway. Dit is een DB2 Connect Serer-product dat fungeert als gateway ia welke IBM data serer client erbinding kunnen maken met DB2-serers op midrange- en mainframeproducten. LDAP (Lightweight Directory Access Protocol). In een LDAP-omgeing hoeft geen client-serercommunicatie te worden geconfigureerd. Wanneer een client erbinding probeert te maken met een database en de database is niet aanwezig in de databasedirectory op de lokale machine, wordt in de LDAP-directory gezocht naar de ereiste informatie oor de erbinding. De olgende scenario's geen oorbeelden an situaties waarbij sprake is an client-serercommunicatie: Data Serer Client start communicatie met een DB2-serer ia TCP/IP. Data Serer Runtime Client start communicatie met een DB2-serer ia Named Pipes op een Windows-netwerk. Een DB2-serer start communicatie met een andere DB2-serer ia een willekeurig communicatieprotocol. Copyright IBM Corp. 1993,
56 Data Serer Client start TCP/IP-communicatie met een mainframe DB2-serer ia een DB2 Connect-serer met TCP/IP. Wanneer u een serer instelt om te werken met ontwikkelomgeingen (zoals IBM Data Studio), kunt u het foutbericht SQL30081N krijgen wanneer oor het eerst een DB2-erbinding wordt gemaakt. Een mogelijke oorzaak hieran is dat de firewall an de database op afstand heeft erhinderd dat er een erbinding tot stand werd gebracht. In dit geal controleert u of de firewall zo is geconfigureerd dat deze erbindingserzoeken an de client accepteert. Client-serercommunicatie: Typen erbindingen In het algemeen wordt bij de configuratie an client-serercommunicatie uitgegaan an niet-lokale erbindingen, niet an lokale erbindingen. Een lokale erbinding is een erbinding tussen een Database Manager-subsysteem en een database die door dat subsysteem wordt beheerd. Met andere woorden, het Database Manager-subsysteem dat de instructie CONNECT erzendt, moet deze zelf uitoeren. Lokale erbindingen zijn speciaal omdat geen communicatie hoeft te worden geconfigureerd en er gebruik wordt gemaakt an IPC (interprocess communications). Een niet-lokale erbinding is een erbinding waarbij de client die de CONNECT-instructie oor database geeft, zich op een andere locatie beindt dan de databaseserer. De client en de serer beinden zich doorgaans op erschillende machines. Niet-lokale erbindingen binnen één machine zijn echter mogelijk als de client en de serer deel uitmaken an erschillende subsystemen. Een ander minder gebruikelijk type erbinding is een loopback-erbinding. Dit is een type niet-lokale erbinding waarbij de erbinding geconfigureerd is anaf een DB2-subsysteem (de client) naar een serer die beide deel uitmaken an hetzelfde DB2-subsysteem. Vergelijking an configuratiemethoden oor clientserercommunicatie Voor de configuratie an client-serercommunicatie zijn erschillende methoden beschikbaar. Bij de keuze oor een geschikte methode moeten twee ragen worden beantwoord. De eerste is Welk hulpprogramma gaat u gebruiken: Configuration Assistant of een opdrachtregelprogramma? De Configuration Assistant is een programma met een grafische gebruikersinterface dat onderdeel is an de ersies an Data Serer Client en an DB2-sererproducten oor Windows en Linux op Intel x86 32-bits platforms en AMD64/EM46T-platforms. Dit programma wordt niet geleerd bij Data Serer Runtime Client. De opdrachtregelprogramma's bestaan uit de CLP-opdrachtregelinterface en de opdrachten db2cfexp (configuratie-export), en db2cfimp (configuratie-import). De tweede te beantwoorden raag is: Welk type configuratietaak wilt u uitoeren? De mogelijkheden zijn: Configuratie an een client door het handmatig inoeren an gegeen. Configuratie an een client door het zoeken binnen het netwerk naar de serers waarmee erbinding moet worden gemaakt. Databases maken op een serer die toegankelijk is oor een of meer clients. 48 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
57 De erbindingsinstellingen oor een client gebruiken als basis oor de configuratie an andere clients. Met de antwoorden op deze ragen kunt u aan de hand an de onderstaande tabel de geschikte configuratiemethode bepalen. Onder aan dit onderwerp indt u links naar de erschillende methoden. De opmerkingen onder de tabel beatten aanullende details. Tabel 7. Hulpprogramma's en methoden oor de configuratie an client-serererbindingen Type configuratietaak Configuration Assistant Opdrachtregel Configuratie an client door het handmatig inoeren an gegeen Configuratie an een client door het zoeken binnen het netwerk naar de serers waarmee erbinding moet worden gemaakt De erbindingsinstellingen oor een client gebruiken als basis oor de configuratie an andere clients Handmatige configuratie an databaseerbinding met de Configuration Assistant Configuratie an databaseerbinding door zoeken binnen het netwerk met de Configuration Assistant 1. Een clientprofiel maken met de Configuration Assistant 2. Configuratie an databaseerbinding op basis an een clientprofiel met de Configuration Assistant Configuratie an client-serererbinding ia de opdrachtregelinterface Niet an toepassing Een clientprofiel maken en gebruiken met de opdrachten db2cfexp en db2cfimp Opmerking: In sommige methoden worden profielen gebruikt oor de configuratie an client-serercommunicatie. Een clientprofiel is een bestand dat de instellingen oor een client beat. Dit zijn bijoorbeeld: Gegeens oer databaseerbindingen (inclusief CLI- of ODBC-instellingen). Clientinstellingen (waaronder configuratieparameters oor databasebeheer en DB2-registerariabelen). Gemeenschappelijke CLI- of ODBC-parameters. Een sererprofiel is ergelijkbaar met een clientprofiel, maar beat de sererinstellingen. Profielen kunnen worden gemaakt en gebruikt met de Configuration Assistant of met de opdrachten db2cfexp (configuratie-export) en db2cfimp (configuratie-import). Opmerking: De configuratie an een databaseerbinding ia het doorzoeken an het netwerk met de Configuration Assistant is niet een aanbeolen methode oor DB2 Connect-gebruikers die erbinding willen maken met databases op midrangeof mainframeplatforms. Ondersteunde combinaties an client- en sererersies In dit gedeelte wordt beschreen welke erbindingsmogelijkheden er zijn oor de erschillende ersies an clients en serers. Daaronder alt ook de ondersteuning oor eerdere ersies en oor de toegang tot DB2-databases op middelgrote serers en mainframes. Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 49
58 Combinaties an DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8, DB2 Versie 9.1 en DB2 Versie 9.5 DB2 Uniersal Database (UDB) Versie 8 en DB2 Versie 9.1-clients hebben toegang tot een DB2 Versie 9.5-serer op afstand. Houd wel rekening met de olgende beperking: Er geldt een beperking wanneer een client zich op hetzelfde systeem beindt als een DB2-serer en deze an erschillende ersies zijn. In dat geal worden lokale client-serererbindingen die gebruikmaken an Interprocess Communication (IPC) niet ondersteund. In plaats daaran kan een erbinding tot stand worden gebracht door deze te beschouwen als niet-lokale erbinding (een zogenoemde loopback-erbinding) met behulp an TCP/IP. IBM Data Serer Client, IBM Data Serer Runtime Client, IBM Data Serer Drier Package, en IBM Data Serer Drier for ODBC and CLIVersie 9.5 hebben toegang tot DB2 Versie 9.1- en DB2 UDB Versie 8-serers. De nieuwe functies an DB2 Versie 9.5 zijn echter niet beschikbaar. Toegang tot DB2 Versie 9.5-serers anaf DB2 UDB Versie 7-clients Toegang anaf DB2 UDB Versie 7-clients wordt niet ondersteund. Combinaties an DB2 Versie 9.5 en DB2-producten op middelgrote systemen en mainframes DB2 Versie 9.5-serers bieden toegang tot de olgende clients op middelgrote systemen en mainframes: DB2 oor z/os en OS/390 Versie 7 of hoger DB2 oor i5/os Versie 5 of hoger DB2 oor VM en VSE Versie 7 Clients an IBM Data Serer Client Versie 9.5, IBM Data Serer Runtime Client Versie 9.5 en DB2 Versie 9.1 hebben toegang tot DB2 Connect Versie 9.5, Versie 9.1 en Versie 8. Ondersteunde communicatieprotocollen In dit onderwerp wordt beschreen welke protocollen kunnen worden gebruikt oor de erbinding tussen een IBM data serer client en een DB2-serer. Hierbij moet u denken aan: erbindingen an IBM data serer client met midrange- of mainframehosts met behulp an DB2 Connect-producten. erbindingen an midrange- of mainframeplatforms met databases op DB2 oor Linux, UNIX en Windows. Het TCP/IP-protocol wordt ondersteund op alle platforms waarop DB2 oor Linux, UNIX en Windows beschikbaar is. Zowel TCP/IP4 als TCP/IP6 worden ondersteund. IP4-adressen bestaan uit ier elementen, bijoorbeeld IP6-adressen bestaan uit acht delen die an elkaar worden gescheiden met een dubbele punt, en waarbij elk deel ier 4 hexadecimale cijfers beat. Twee opeenolgende dubbele punten (::) stellen een of meer sets nullen oor. Bijoorbeeld 2001:0db8:4545:2::09ff:fef7:62dc. 50 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
59 DB2-databaseproducten ondersteunen het SSL-protocol. Raadpleeg SSL-ondersteuning configureren in een DB2-subsysteem. Daarnaast wordt het Windows Named Pipes-protocol ondersteund op Windows-netwerken. Voor het beheer an een niet-lokale DB2-database an Versie 9 moet u gebruikmaken an TCP/IP. Databaseerbindingen toeoegen met de Configuration Assistant Client-serererbindingen configureren met de Configuration Assistant De Configuration Assistant is een grafische interface waarmee u databaseerbindingen tussen een client en een DB2-database op afstand kunt configureren. De Configuration Assistant wordt geleerd bij IBM Data Serer ClientenDB2-databaseproducten op Windows- en Linux-platforms(Intel x86- en x64-platforms). De Configuration Assistant kan alleen een erbinding met een database configureren als het databaseprogramma op afstand wordt geconfigureerd oor het accepteren an inkomende clientopdrachten. Standaard herkent en configureert het installatieprogramma oor DB2-producten de meeste protocollen oor inkomende clienterbindingen. U kunt met een an de olgende methoden een erbinding met een database configureren: Databaseerbinding configureren door het netwerk te doorzoeken met de Configuration Assistant op pagina 53 Gebruik deze methode als u geen informatie hebt oer de database waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. Met deze methode wordt uw netwerk doorzocht en worden alle beschikbare databases afgebeeld. DB2 Administration Serer (DAS) moet actief en ingeschakeld zijn op de serers, anders kan de detectiefunctie an de Configuration Assistant geen informatie terugzenden oer DB2-systemen. Databaseerbindingen configureren met behulp an een clientprofiel met de Configuration Assistant op pagina 55 Gebruik deze methode als u een bestand hebt met alle ereiste informatie oor het erkrijgen an toegang tot de doeldatabase. Deze methode kan ook worden gebruikt om meerdere databases die zijn opgegeen in het toegangsprofielbestand in de catalogus op te nemen en er erbinding mee te maken. Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant op pagina 52 Gebruik deze methode als u op de hoogte bent an alle informatie die ereist is om een erbinding tot stand te brengen met de doeldatabase. U moet beschikken oer de olgende gegeens: De communicatieprotocollen die worden ondersteund door de serer waarop de doeldatabase zich beindt De juiste communicatieparameters oor de protocollen an de serer De naam an de database Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 51
60 Databaseerbinding handmatig configureren met de Configuration Assistant Als u de gegeens an de database waarmee u erbinding wilt maken kent en weet op welke serer deze zich beindt, kunt u alle configuratiegegeens ook handmatig inoeren. Deze methode is analoog aan die waarbij u de databasegegeens opgeeft anaf de opdrachtregel, alleen worden de parameters nu weergegeen in een grafische gebruikersinterface. Voordat u een erbinding met een database handmatig configureert ia de Configuration Assistant (CA), moet u zorgen dat u: Oer een geldig gebruikers-id oor DB2 beschikt oor de database waarmee u erbinding wilt maken. Als u een erbinding configureert anaf een systeem waarop een DB2-serer of een DB2 Connect-sererproduct is geïnstalleerd, oer een gebruikers-id beschikt met machtigingsnieau SYSADM of SYSCTRL oor databasebeheer. Om een erbinding met een database handmatig te configureren ia CA, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca. 3. Op de menubalk an CA kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. 4. Selecteer het keuzerondje Manually configure a connection to a database en klik op Next. 5. Als u gebruikmaakt an LDAP (Lightweight Directory Access Protocol), selecteert u het keuzerondje oor de locatie waarop de DB2-directory's moeten worden bijgehouden. Kies Next. 6. Selecteer het keuzerondje oor het protocol dat u wilt gebruiken in de lijst Protocol. (Opmerking: Mogelijk worden de opties APPC, APPN of NetBIOS nog steeds aangeboden, maar deze worden niet meer ondersteund). Als DB2 Connect is geïnstalleerd op uw systeem en u TCP/IP selecteert, kunt u de optie The database physically resides on a host or OS/400 system selecteren. Als u dit akje selecteert, kunt u het type erbinding selecteren dat u wilt maken met de host- of OS/400-database: Om erbinding te maken ia een DB2 Connect-gateway, selecteert u het keuzerondje Connect to the serer ia the gateway. Om een rechtstreekse erbinding te maken, selecteert u het keuzerondje Connect directly to the serer. Kies Next. 7. Geef de ereiste parameters oor het communicatieprotocol op en klik op Next. 8. Geef de databasealias an de toe te oegen database op afstand op in het eld Database name en een lokale databasealias in het eld Database alias. Als u een host- of OS/400-database toeoegt, geeft u in het eld Database name de locatienaam op oor een OS/390- of z/os-database, de RDB-naam oor een OS/400-database of de DBNAME oor een VSE- of VM-database. Desgewenst kunt u beschrijing an de database opgeen in het eld Comment. Kies Next. 52 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
61 9. Als u an plan bent gebruik te maken an ODBC, registreer de database dan als ODBC-gegeensbron. Controleer oordat u dit doet, of ODBC is geïnstalleerd. Kies Next. 10. Selecteer in het enster Specify the node options het besturingssysteem en geef de naam op an het subsysteem op afstand oor het databasesysteem waarmee u erbinding wilt maken. 11. Controleer in het enster Specify the system options of de systeemnaam, de hostnaam en het besturingssysteem juist zijn. De gegeens in dit enster worden gebruikt oor de configuratie an het beheerknooppunt. Desgewenst kunt u ook een commentaar toeoegen. Kies Next. 12. Geef in het enster Specify the security options de gewenste beeiligingsinstelling oor de erificatie op. 13. Klik op Finish. U kunt de toegeoegde database nu gebruiken. Selecteer de menuoptie Exit om het hulpprogramma Configuration Assistant te sluiten. Databaseerbinding configureren door het netwerk te doorzoeken met de Configuration Assistant U kunt de Configuration Assistant (CA) gebruiken om databases op te zoeken in een netwerk. Voordat u een databaseerbinding configureert ia het doorzoeken an het netwerk, moet u zorgen dat u: Oer een geldig gebruikers-id oor DB2 beschikt. Als u een erbinding configureert anaf een systeem waarop een DB2-serer of DB2 Connect-sererproduct is geïnstalleerd, oer een gebruikers-id beschikt met machtigingsnieau SYSADM of SYSCTRL oor het subsysteem. Het is mogelijk dat de zoekfunctie een systeem op afstand niet indt als: De functie wordt gebruikt in een clusteromgeing. De DB2 Beheerserer (DAS) op het systeem op afstand niet is gestart. Tijdens de zoekbewerking een timeout optreedt. De standaard zoektijd oor het netwerk is 1 seconde. Dit is mogelijk niet lang genoeg om het systeem op afstand te lokaliseren. Met de registerariabele DB2DISCOVERYTIME kunt u een langere zoektijd instellen. Het netwerk waarop de zoekbewerking wordt uitgeoerd, op zo'n manier is geconfigureerd dat het gezochte systeem op afstand niet wordt bereikt. De onderstaande punten hebben betrekking op situaties waarin u expliciet een IP6-adres wilt configureren op een netwerk dat dit protocol ondersteunt. Het systeem moet oorkomen in de lijst an bekende systemen. Alleen de geaanceerde ersie an de Configuration Assistant ondersteunt de expliciete configuratie an IP6-erbindingen. Om een databaseerbinding te configureren ia het doorzoeken an het netwerk, gaat u als olgt te werk: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca op een Windows- of een UNIX-systeem. 3. Op de menubalk an CA kiest u onder Selected de optie Add Database Using Wizard. De wizard Add Database wordt gestart. 4. Selecteer het keuzerondje Search the network en klik op Next. Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 53
62 5. Dubbelklik op de map naast Known Systems om een oerzicht af te beelden an de oor de client bekende systemen of dubbelklik op de map naast Other Systems om een oerzicht af te beelden an alle systemen op het netwerk. Als er geen systemen worden afgebeeld, kunt u klikken op Add System om een specifiek systeem op te geen. Nadat u een systeem hebt toegeoegd, wordt deze afgebeeld in de lijst Known Systems. 6. Vouw de onderliggende elementen uit oor het systeem dat u zoekt totdat de database wordt afgebeeld die u wilt toeoegen. Selecteer de database. Kies Next. 7. Geef een lokale databasealias op in het eld Database alias en oeg desgewenst een commentaar toe met een beschrijing an de database in het eld Comment. 8. Als u an plan bent gebruik te maken an ODBC, registreer de database dan als ODBC-gegeensbron. Controleer oordat u dit doet, is ODBC is geïnstalleerd. 9. Klik op Finish. U kunt de toegeoegde database nu gebruiken. Klik op Close om het hulpprogramma Configuration Assistant te sluiten. Clientprofiel maken met de Configuration Assistant Deze taak omat het exporteren an de instellingen an een bestaande client naar een clientprofiel met behulp an het hulpprogramma Configuration Assistant (CA). Deze taak is onderdeel an de omangrijkere taak an het configureren an een of meer clients op basis an de instellingen an een bestaande client. U maakt als olgt een clientprofiel met behulp an de CA: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca. 3. Uit het menu Configure kiest u de optie Export Profile. 4. Selecteer een an de olgende opties: All Als u een profiel wilt maken dat informatie beat oer alle databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, plus alle configuratiegegeens oor deze client. Typ een naam oor het clientprofiel en kies Sae. Database Connections Als u een profiel wilt maken dat informatie beat oer alle databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, maar niet de configuratiegegeens oor deze client. Typ een naam oor het clientprofiel en kies Sae. Customize Als u een subset wilt selecteren an de databases die zijn opgenomen in de systeemcatalogus, of een subset an de configuratiegegeens oor deze client. In het enster Customize Export Profile doet u het olgende: a. Typ een naam oor het clientprofiel. b. Selecteer het aankruisakje Database connections om de databaseerbindingen op te nemen in het clientprofiel. c. In het ak Aailable database aliases selecteert u de databases die u wilt exporteren en klikt u op > om deze toe te oegen aan het ak 54 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
63 Selected database aliases. U kunt alle beschikbare databases toeoegen aan het ak Selected database aliases door te klikken op >>. d. Selecteer de aankruisakjes die oereenkomen met de opties die u wilt instellen oor de doelclient. De configuratieparameters an de Database Manager kunnen oor een doelmachine worden bijgewerkt en aangepast. e. Kies Export om deze taak te oltooien. f. Controleer de resultaten die worden afgebeeld op de pagina Results. Nadat u deze taak hebt oltooid, kunt u andere clients configureren met het door u gemaakte clientprofiel. Databaseerbindingen configureren met behulp an een clientprofiel met de Configuration Assistant Deze taak bestaat uit de configuratie an een client met behulp an een clientprofiel dat u eerder hebt gegenereerd of op een andere manier hebt erkregen. Deze taak is onderdeel an de omangrijkere taak an het configureren an een of meer clients op basis an de instellingen an een bestaande client. U kunt deze stappen herhalen oor elke client die u wilt configureren. 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Start de Configuration Assistant. Dat kunt u doen ia het menu Start an Windows of met de opdracht db2ca. 3. Uit het menu Configure kiest u de optie Import Profile. 4. Selecteer een an de olgende importopties. U kunt kiezen of u alle informatie in een clientprofiel wilt importeren of een subset daaran. All Selecteer deze optie als u alle gegeens in een clientprofiel wilt importeren. Open het clientprofiel dat u wilt importeren. Customize Selecteer deze optie om een subset an het clientprofiel te importeren, bijoorbeeld een specifieke database. In het enster Customize Import Profile doet u het olgende: a. Selecteer het clientprofiel dat u wilt importeren en kies Load. b. Selecteer de databases die u wilt importeren in het ak Aailable database aliases en klik op > om deze toe te oegen aan het ak Selected database aliases. Klik op >> om alle beschikbare databases toe te oegen aan het ak Selected database aliases. c. Selecteer de aankruisakjes oor de opties die u wilt aanpassen. d. Kies Import om deze taak te oltooien. e. Controleer de resultaten die worden afgebeeld op de pagina Results. Databaseerbinding testen met de Configuration Assistant Nadat u een databaseerbinding hebt geconfigureerd, is het raadzaam om deze eerst te testen. U test een databaseerbinding als olgt: 1. Start de Configuration Assistant. 2. Selecteer de database in het gegeensenster en klik op Test Connection in het menu Selected. Het enster Test Connection wordt geopend. Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 55
64 3. Selecteer een of meer typen erbindingen die u wilt testen (standaard is dit CLI). U kunt meerdere typen tegelijk testen. Geef een geldig gebruikers-id plus wachtwoord oor de database op afstand op en klik op Test Connection. Als de erbinding tot stand is gebracht, wordt dit ia een bericht op de pagina Results beestigd. Als de erbindingstest mislukt, wordt er een Help-bericht afgebeeld. U kunt eentuele onjuiste instellingen wijzigen door de database te selecteren in het gegeensenster en te klikken op Change Database in het menu Selected. Wanneer u een serer instelt om te werken met ontwikkelomgeingen (zoals IBM Data Studio), kunt u het foutbericht SQL30081N krijgen wanneer oor het eerst een DB2-erbinding wordt gemaakt. Een mogelijke oorzaak hieran is dat de firewall an de database op afstand heeft erhinderd dat er een erbinding tot stand werd gebracht. In dit geal controleert u of de firewall zo is geconfigureerd dat deze erbindingserzoeken an de client accepteert. LDAP-oerwegingen oor de Configuration Assistant In een omgeing waarin LDAP is ingeschakeld, worden de directorygegeens oer DB2-serers en DB2-databases opgeslagen in de LDAP-directory. Wanneer u een nieuwe database maakt, wordt deze automatisch geregistreerd in de LDAP-directory. Tijdens een databaseerbinding gebruikt de client de LDAP-directory om de database- en protocolgegeens op te halen die nodig zijn om erbinding te maken met de database. U kunt de Configuration Assistant echter nog steeds gebruiken in de LDAP-omgeing om: Handmatig een catalogus an een database te maken in de LDAP-directory. Een database in de LDAP-catalogus te registreren als ODBC-gegeensbron. CLI/ODBC-gegeens op de LDAP-serer te configureren. Een catalogus an een database te erwijderen uit de LDAP-directory. Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP) Client-serererbindingen configureren met de opdrachtregelinterface (CLP) Deze taak beschrijft de configuratie anaf de opdrachtregel an een erbinding an een IBM data serer client naar een databaseserer op afstand. 56 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Voordat u een client-serererbinding configureert: Moet de netwerkcommunicaties tussen de machine met de IBM data serer client en de machine met de DB2-serer zijn ingesteld. Voor het TCP/IP-protocol kunt u dit erifiëren met de opdracht ping. Moet de DB2-serer zijn geconfigureerd oor het netwerk. Dit wordt normaliter gedaan als onderdeel an de installatie en configuratie an het DB2-sererproduct. Voor elk an de onderstaande stappen is ia de links meer informatie beschikbaar. Bij sommige stappen is een ersie aangegeen oor elk an de ondersteunde protocollen: 1. Bepaal de waarden an de communicatieparameters oor de databaseserer op afstand. De olgende werkbladen zijn beschikbaar:
65 TCP/IP-werkblad Named Pipes-werkblad 2. Als u TCP/IP gebruikt, kunt u door de clientbestanden hosts en serices bij te werken de waarden an de communicatieparameters oor de databaseserer op afstand opgeen. Deze stap is niet an toepassing op Named Pipes. 3. Voeg het sererknooppunt toe aan de clientcatalogus. Voor de communicatieprotocollen zijn de olgende instructies beschikbaar: TCP/IP-knooppunt toeoegen aan de clientcatalogus. Named Pipes-knooppunt toeoegen aan de clientcatalogus. 4. Voeg de database waarmee u erbinding wilt maken toe aan de clientcatalogus. 5. Test de client-serererbinding. Named pipe-erbindingen Named Pipes-werkblad oor de configuratie an Named Pipes op de client Gebruik het onderstaande werkblad als hulpmiddel bij het bepalen an de waarden an de ereiste parameters oor de configuratie an Named Pipes-communicatie. Tabel 8. Werkblad Named Pipes-parameters Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Computernaam (computer_name) Subsysteemnaam (instance_name) Knooppuntnaam (node_name) De computernaam an de serermachine. U indt de waarde an deze parameter op de serermachine. Klik op Start en kies Instellingen, Configuratiescherm. Dubbelklik op het pictogram Netwerk en kies de tab Identificatie. Noteer de computernaam. De naam an het subsysteem op de serer waarmee u een erbinding tot stand wilt brengen. Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt hier een zelfgekozen naam opgeen, mits alle knooppuntnamen in de lokale knooppuntdirectory uniek zijn. serer1 db2 db2node Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 57
66 Named Pipes-knooppunt anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus Door een Named Pipes-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Dit item beat de gekozen alias (knooppuntnaam), de werkstationnaam an de serer op afstand (computernaam) en de naam an het subsysteem (subsysteemnaam) die de client zal gaan gebruiken oor toegang tot de DB2-serer op afstand. Gebruik in de opdrachtregelinterface (CLP) de olgende opdracht om een Named Pipes-knooppunt op te nemen in de catalogus op een IBM data serer client: db2 => catalog npipe node naam_knooppunt db2 => remote computernaam instance subsysteemnaam db2 => terminate Als u een knooppunt op afstand, db2node, dat zich beindt op de serer serer1, wilt opnemen in de catalogus an het subsysteem db2, geeft u de olgende opdracht op: db2 => db2 catalog npipe node db2node remote serer1 instance db2 db2 => terminate TCP/IP-erbindingen TCP/IP-werkblad oor de configuratie an een client-serererbinding Vul bij het doorlopen an de configuratiestappen de door u gebruikte waarden in in de kolom Uw waarde an de onderstaande tabel. Tabel 9. Werkblad TCP/IP-parameters Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Versie an het IP-protocol IP4 De mogelijkheden zijn: IP4: adressen hebben de orm IP6: adressen hebben de orm 2001:0db8:4545:2::09ff:fef7:62dc Hostnaam Hostnaam (host_name) of IP-adres (ip_address) U bepaalt de hostnaam an het systeem op afstand door op de serer de opdracht hostname uit te oeren. mijnserer of Om het IP-adres te bepalen gebruikt u de opdracht ping hostname of een IP6-adres 58 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
67 Tabel 9. Werkblad TCP/IP-parameters (erolg) Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Sericenaam Vereiste waarden in het bestand serer1 Naam erbindings- serice serices. (scename) of of Poortnummer/ protocol (port_number/tcp) De naam an de erbindingsserice is een rij te kiezen naam die gekoppeld is aan het poortnummer oor de erbinding (poortnummer) op de client. Het poortnummer moet gelijk zijn aan het poortnummer dat is gekoppeld aan de parameter scename in het bestand serices op het serersysteem. (De parameter scename indt u in het configuratiebestand an de Database Manager op het serer.) Deze waarde mag niet worden gebruikt door andere toepassingen en moet uniek zijn binnen het sericesbestand. Op Linux- of UNIX-platforms, moet deze waarde doorgaans worden ingesteld op 1024 of hoger. 3700/tcp Knooppuntnaam (node_name) Neem contact op met uw databasebeheerder oor de waarden zijn gebruikt oor de configuratie an de serer. Een lokale alias of roepnaam die het knooppunt beschrijft waarmee u een erbinding tot stand probeert te brengen. U kunt hier een zelfgekozen naam opgeen, mits alle knooppuntnamen in de lokale knooppuntdirectory uniek zijn. db2node De bestanden hosts en serices bijwerken oor TCP/IP-erbindingen In deze taak wordt uitgelegd wanneer en hoe u de bestanden hosts en serices op de client moet bijwerken met de juiste waarden an de communicatieparameters oor de databaseserer op afstand. Deze taak is optioneel oor erbindingen die gebruikmaken an TCP/IP en heeft geen betrekking op erbindingen die gebruikmaken an Named Pipes. Deze taak is onderdeel an de uitgebreidere taak an de configuratie an de client-serererbinding ia de opdrachtregelinterface. Het bestand hosts moet worden gewijzigd als u met behulp an de hostnaam een erbinding tot stand wilt brengen met de databaseserer op afstand en uw netwerk geen DNS (Domain Name Serer) beat die kan worden gebruikt om die hostnaam om te zetten naar het bijbehorende IP-adres. Deze stap is niet ereist als u het IP-adres an de databaseserer op afstand gebruikt. Het bestand serices moet worden bijgewerkt als u de naam an een erbindingsserice wilt opgeen wanneer u een erbinding met de databaseserer Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 59
68 op afstand tot stand brengt. Een erbindingsserice is een arbitraire naam oor het nummer an de erbindingspoort. Deze stap is niet ereist als u het poortnummer an de databaseserer op afstand gebruikt. Procedure Volg deze procedure om het bestand hosts bij te werken op de client oor de koppeling tussen het hostnaam en het IP-adres an de databaseserer op afstand: 1. Met behulp an een teksteditor kunt u een sererdefinitie met IP-adres toeoegen aan het bestand hosts. Bijoorbeeld: mijnserer # IP4-adres oor mijnserer 2002:91a:519:13:210:83ff:feff:ca71 mijnserer # IP6-adres oor mijnserer waarbij: staat oor het IP4-IP-adres 2002:91a:519:13:210:83ff:feff:ca71 staat oor het IP6-IP-adres mijnserer staat oor de hostnaam en # de aanduiding oor commentaar plus beschrijing oor de definitie is. Opmerking: IP6-gegeens zijn niet ereist als uw host niet tot een IP6-netwerk behoort. Voor hosts in gemengde IP4- en IP6-netwerken, is een alternatiee methode het toewijzen an erschillende hostnamen oor IP4- en IP6-adressen. Bijoorbeeld: mijnserer # IP4-adres oor mijnserer mijnsererip4 # IP4-adres oor mijnserer 2002:91a:519:13:210:83ff:feff:ca71 mijnsererip6 # IP6-adres oor mijnserer Als de serer geen deel uitmaakt an hetzelfde domein als de IBM data serer client, moet u een olledige domeinnaam opgeen, bijoorbeeld myserer.spifnet.ibm.com, waarbij spifnet.ibm.com staat oor de domeinnaam. Volg deze procedure om het bestand serices bij te werken op de client oor de koppeling tussen de sericenaam en het poortnummer an de databaseserer op afstand: 1. Met behulp an een teksteditor kunt u de naam en het poortnummer an de erbindingsserice toeoegen aan het bestand serices. Bijoorbeeld: serer /tcp # poort oor DB2-erbindingsserice waarbij: serer1 staat oor de naam an de erbindingsserice, staat oor het poortnummer an de erbinding (50000 is de standaardwaarde), tcp staat oor het communicatieprotocol dat u gebruikt, en # staat oor commentaar, waarin u de definitie kunt beschrijen. 60 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
69 In de onderstaande tabel indt u de locaties an de bestanden hosts en serices waarnaar hierboen wordt erwezen. Tabel 10. Locatie an de bestanden hosts en serices Besturingssysteem Windows 2000 XP/Windows Serer 2003 Linux of UNIX Directory %SystemRoot%\system32\driers\etc waarbij %SystemRoot% een op het systeem gedefinieerde omgeingsariabele is /etc TCP/IP-knooppunt anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus Door het TCP/IP-knooppunt op te nemen in de catalogus, oegt u een item toe aan de knooppuntdirectory an de Data Serer Client met een beschrijing an het knooppunt op afstand. Dit item beat de gekozen alias (knooppuntnaam), de hostnaam (of het ip-adres) en de scenaam (of het poortnummer) die de client gebruikt oor toegang tot de host op afstand. U moet beschikken oer het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL), of zorgen dat de optie catalog_noauth is ingesteld op ON. U kunt een knooppunt niet opnemen in de catalogus met het machtigingsnieau root. U neemt een TCP/IP-knooppunt als olgt op in de catalogus: 1. Meld u op het systeem aan als gebruiker met machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL). 2. Als u een Linux of UNIX-client gebruikt, stelt u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem in. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 3. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op een Windows-systeem geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op een Linux- of UNIX-systeem, geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 4. Neem het knooppunt op in de catalogus door de olgende opdrachten op de opdrachtregel te typen: db2 => catalog tcpip node naam_knooppunt remote hostnaam ip-adres serer sericenaam poortnummer [remote_instance naam_instance] [system naam_systeem] [ostype os-type] db2 => terminate waarbij: knooppuntnaam een lokale roepnaam is die u kunt instellen oor de computer met de database die u in de catalogus wilt opnemen. subsysteem_op_afstand de naam is an het serersubsysteem waarop de database zich beindt. naam_systeem de naam is an het DB2-systeem waarmee de serer wordt aangeduid. naam_os-type het type besturingssysteem an de serer is. Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 61
70 Opmerking: a. De opdracht terminate zorgt oor het ernieuwen an de directorycache. b. Hoewel subsysteem_op_afstand, systeem en os-type optioneel zijn, zijn zij erplicht oor gebruikers die willen werken met de DB2-tools. c. De sericenaam die op de client wordt gebruikt, hoeft niet dezelfde te zijn als die op de serer. De poortnummers die aan de namen zijn toegewezen moeten echter wel oereenkomen. d. Hoewel dit hier niet wordt aangegeen, biedt de opdracht catalog tcpip node de mogelijkheid om expliciet de IP-ersie (IP4 of IP6) op te geen. Als u een knooppunt in de catalogus wilt opnemen met de naam db2node op de serer op afstand mijnserer.ibm.com die het poortnummer gebruikt, geeft u het olgende op achter een db2-aanwijzing: db2 => catalog tcpip node db2node remote myserer serer DB20000I De opdracht CATALOG TCPIP NODE is oltooid. DB21056W Directorywijzigingen worden mogelijk pas doorgeoerd als de directorycache wordt ernieuwd. db2 => terminate DB20000I De opdracht TERMINATE is oltooid. Database anaf opdrachtregel toeoegen aan clientcatalogus Deze taak beschrijft hoe u anuit de opdrachtregelinterface een database toeoegt aan de clientcatalogus. Voordat een clienttoepassing toegang heeft tot een database op afstand, moet de database zijn opgenomen in de catalogus op de client. Wanneer u een database maakt, wordt deze automatisch in de catalogus op de serer opgenomen, waarbij als databasealias de databasenaam wordt gebruikt, tenzij u een andere alias opgeeft. De informatie in de databasedirectory wordt, samen met de informatie in de knooppuntdirectory (tenzij u een lokale database aan de catalogus toeoegt waaroor geen knooppunt nodig is), op de IBM data serer client-client gebruikt om een erbinding tot stand te brengen met de database op afstand. U hebt een geldig DB2-gebruikers-ID nodig. DB2 biedt niet de mogelijkheid om een database in de catalogus op te nemen met het machtigingsnieau root. U moet beschikken oer het machtigingsnieau Systeembeheer (SYSADM) of Systeembesturing (SYSCTRL), of zorgen dat de optie catalog_noauth is ingesteld op ON. Wanneer u een niet-lokale database aan de catalogus wilt toeoegen, hebt u de olgende gegeens nodig: Databasenaam Databasealias Knooppuntnaam Verificatietype (optioneel) Commentaar (optioneel) Raadpleeg het werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus oor meer informatie oer deze parameters en het noteren an de door u gebruikte waarden. De olgende parameterwaarden zijn an toepassing wanneer u een lokale database toeoegt: 62 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
71 Databasenaam Station Databasealias Verificatietype (optioneel) Commentaar (optioneel) Lokale databases kunnen op elk moment uit de catalogus worden erwijderd en daar weer aan worden toegeoegd. U oegt als olgt een database op de client toe aan de catalogus: 1. Meld u bij het systeem aan met een geldig gebruikers-id oor DB2. 2. Optioneel. Wijzig de kolom Uw waarde op het werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus. 3. Als u de DB2-database op een Linux of UNIX-platform gebruikt, moet u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem instellen. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 4. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op een Windows-besturingssysteem geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op een Linuxof UNIX-systeem, geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 5. Neem de database in de catalogus op door de olgende opdrachten op de opdrachtregel in te oeren: db2 => catalog database databasenaam as database_alias at node knooppuntnaam [ authentication erificatiewaarde ] waarbij: databasenaam de naam is an de database die u in de catalogus wilt opnemen. databasealias een lokale roepnaam is oor de database die u in de catalogus wilt opnemen. naam_knooppunt een roepnaam is die u kunt instellen oor de computer met de database die u in de catalogus wilt opnemen. erificatiewaarde het type erificatie is dat wordt uitgeoerd wanneer er een erbinding tot stand wordt gebracht met de database. Deze parameter wordt standaard ingesteld op het erificatietype dat is opgegeen op de serer. Het opgeen an een erificatietype kan een betere performance opleeren. Voorbeelden an geldige waarden zijn: SERVER, CLIENT, SERVER_ENCRYPT, KERBEROS, DATA_ENCRYPT, GSSPLUGIN en SERVER_ENCRYPT_AES. Als u de database op afstand VOORBEELD onder de lokale alias MIJNVOORBEELD wilt opnemen in de catalogus op het knooppunt DB2NODE met het erificatietype SERVER, gebruikt u de olgende opdrachten: db2 => catalog database oorbeeld as mijnoorbeeld at node db2node authentication serer db2 => terminate Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 63
72 Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus Gebruik het onderstaande werkblad om de parameterwaarden te noteren die benodigd zijn oor het toeoegen an een database aan een catalogus. Tabel 11. Werkblad Parameterwaarden oor database toeoegen aan catalogus Parameter Beschrijing Voorbeeldwaarde Uw waarde Databasenaam (database_name) Databasealias (database_alias) Verificatie (auth_alue) Knooppuntnaam (node_name) Wanneer een database wordt gemaakt, wordt de databasealias standaard ingesteld op de databasenaam. Wanneer bijoorbeeld de database oorbeeld op de serer wordt gemaakt, wordt er eeneens een databasealias oorbeeld gemaakt. De databasenaam stelt de alias an de database op afstand oor (op de serer). Een willekeurige lokale roepnaam die de database op afstand aanduidt. Als u geen alias opgeeft, wordt deze ingesteld op de databasenaam (database_name). Gebruik deze naam wanneer u een erbinding met de database tot stand brengt anaf een client. Het type erificatie dat ereist is in uw omgeing. De naam an het item in de knooppuntdirectory dat beschrijft waar de database zich beindt. Gebruik oor de knooppuntnaam (node_name) dezelfde waarde als die u hebt gebruikt bij het toeoegen an het knooppunt aan de catalogus. oorbeeld mijnoorbeeld Serer db2node Client-serererbinding testen anuit de opdrachtregelinterface Nadat het knooppunt en de database in de catalogus zijn opgenomen, is het raadzaam om als test de erbinding met de database tot stand te brengen. Voordat u de erbinding test: Het databaseknooppunt en de database moeten in de catalogus zijn opgenomen. De waarden oor gebruikers-id en wachtwoord moeten geldig zijn op het systeem waarop de machtiging wordt geerifieerd. De erificatieparameter op de client moet oereenkomen met die op de serer of moet niet zijn ingeuld. Als geen erificatieparameter is opgegeen, wordt oor de client de standaardwaarde SERVER_ENCRYPT gebruikt. Als de serer SERVER_ENCRYPT niet accepteert, probeert de client het opnieuw met de waarde die is geretourneerd door de serer. Als op de client een andere erificatieparameter is opgegeen dan op de serer is geconfigureerd, wordt een foutbericht afgebeeld. 64 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
73 De Database Manager moet worden gestart met het protocol dat is gedefinieerd in de registerariabele DB2COMM. Als de Database Manager niet is gestart, kunt u dit programma starten met de opdracht db2start op de databaseserer. U test de erbinding tussen de client en de serer als olgt: 1. Als u een Linux of UNIX-platform gebruikt, stelt u de erwerkingsomgeing oor het subsysteem in. Voer het opstartscript uit: Voor bash-, Bourne- of Korn-shell. INSTHOME/sqllib/db2profile Voor C-shell source INSTHOME/sqllib/db2cshrc waarbij INSTHOME de home-directory is an het subsysteem. 2. Start de opdrachtregelinterface an DB2. Op een Windows-systeem geeft u de opdracht db2cmd op achter een opdrachtaanwijzing. Op een Linux- of UNIX-systeem, geeft u de opdracht db2 op achter een opdrachtaanwijzing. 3. Geef de olgende opdracht op de client op om een erbinding tot stand te brengen tussen de client en de database op afstand: db2 => connect to database_alias user gebruikers-id U kunt bijoorbeeld de olgende opdracht geen: connect to mijnoorbeeld user jtris U wordt geraagd om uw wachtwoord in te oeren. Als de erbinding tot stand is gebracht, ontangt u een bericht met daarin de naam an de database waarmee u bent erbonden. Dat bericht ziet er ongeeer als olgt uit: Database Connection Information Databaseserer = DB SQL-machtigings-ID = JTRIS Lokale databasealias = mijnoorbeeld Nu kunt u de database gebruiken. Als u bijoorbeeld een lijst wilt ophalen met alle tabelnamen in de catalogustabel an het systeem, geeft u de olgende SQL-instructie op: select tabname from syscat.tables Als u de databaseerbinding niet meer nodig hebt, erbreekt u de erbinding met de opdracht connect reset. Hoofdstuk 4. Databaseerbindingen configureren 65
74 66 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
75 Deel 4. IBM Data Serer-clients gebruiken in een thin client-topologie (Windows) Copyright IBM Corp. 1993,
76 68 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
77 Hoofdstuk 5. Oerzicht thin client-topologie (Windows) Dit gedeelte beat een beschrijing an een alternatiee methode oor de installatie an een IBM data serer client die optimaal gebruikmaakt an de Windows-ondersteuning oor thin client-topologieën. Thin client-topologieën worden alleen ondersteund in 32-bits omgeingen. U kunt deze methode gebruiken oor de installatie an IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition op Windows-besturingssystemen. Deze methode is niet geschikt oor de IBM Data Serer Runtime Client of de IBM Data Serer Drier Package. Een thin client-topologie of thin client-topologieomgeing bestaat uit een thin client-codeserer plus een of meer thin clients. De IBM data serer client-code wordt geïnstalleerd op de codeserer in plaats an op elk an de clientwerkstations. Op elk an de thin client-werkstations is slechts een minimale hoeeelheid code en een minieme configuratie ereist. Wanneer een thin client een databaseerbinding tot stand brengt, wordt de IBM data serer client-code dynamisch anaf de serer geladen op het moment dat deze nodig is. De thin client maakt erolgens op de gebruikelijke manier erbinding met de database. De onderstaande afbeeldingen ormen een illustratie an de thin client-topologie. In de eerste afbeelding is de Data Serer Client geïnstalleerd op de codeserer, die Data Serer Client-code erstrekt aan de thin client-werkstations. Deze clientwerkstations maken erolgens erbinding met een or meer DB2-serers. In de tweede afbeelding wordt DB2 Connect Personal Edition gebruikt in plaats an de Data Serer Client.DB2 Connect Personal Edition beat de extra mogelijkheid om clients rechtstreeks erbinding te laten met een DB2-product op middelgrote systemen en mainframeplatforms. IBM Data Serer Client- codeserer Netwerk DB2 Serer DB2 Thin Clientwerkstations Figuur 1. Thin client-topologie met IBM Data Serer Client Copyright IBM Corp. 1993,
78 DB2 Connectcodeserer Thin Connectwerkstations DB2 for OS/390 Figuur 2. Thin client-topologie met DB2 Connect Personal Edition Gebruik de thin client-methode oor de installatie an clients als de clientwerkstations slechts zo nu en dan toegang moeten hebben tot een database, of wanneer het moeilijk is om de IBM data serer client op elk an de clientwerkstations te installeren. Wanneer u een dergelijke omgeing implementeert zijn de schijfruimteereisten oor elk werkstation een stuk beperkter en hoeft u de code slechts op één computer (de codeserer) te installeren, te updaten en te migreren. DB2-programma's moeten ia een LAN-erbinding anaf een codeserer worden geladen. De mate waarin erlies an performance optreedt bij de initialisatie an het programma zal afhangen an ariabelen zoals de systeembelasting en de snelheid an zowel het netwerk als de codeserer. Opmerking: Op elk an de thin client-werkstations moeten catalogusgegeens worden bijgehouden, net als in het geal an een gewone IBM data serer client. De catalogusbestanden beatten alle informatie die een werkstation nodig heeft oor de erbinding met een database. De procedure oor de configuratie an databaseerbindingen oor elk thin-clientwerkstation kan worden geautomatiseerd ia de opties in de Configuration Assistant (CA) oor het exporteren en importeren an profielen. Nadat u een eerste erbinding tussen een client en de serer hebt geconfigureerd, kunt u een profiel met de configuratie-instellingen exporteren naar de oerige clients. De procedure oor de configuratie an databaseerbindingen oor elk thin-clientwerkstation kan worden ermeden door gebruik te maken an het LDAP-protocol (Lightweight Directory Access Protocol) in uw omgeing. Nadat u een database anaf een DB2-serer hebt geregistreerd bij een LDAP-serer, kan elke LDAP-client tijdens de totstandkoming an de erbinding automatisch de erbindingsgegeens ophalen. De opdracht db2rspgn wordt niet ondersteund op de thin client. Als u een thin client-omgeing configureert oor DB2 Connect Personal Edition, moet elk an de thin client-werkstations beschikken oer een licentie oor dit programma. Als u de DB2-codeserer migreert an DB2 Versie 8 naar DB2 Versie 9.1 of hoger, moet u na de migratie een of meer thin clients configureren. 70 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
79 Oerzicht thin client-configuratie (Windows) De configuratie an een thin client-omgeing bestaat uit het configureren an zowel de codeserer als an alle thin client-werkstations. U kunt als olgt een thin client-omgeing instellen: 1. Een IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition installeren op de codeserer. 2. De codedirectory op de codeserer beschikbaar maken oor alle thin client-werkstations. 3. Responsbestand oor een thin client maken. 4. Netwerkstation op elk thin client-werkstation toewijzen aan de codeserer. 5. Elke thin client instellen door de opdracht thnsetup uit te oeren. Deze installatie omat geen productdocumentatie. IBM Data Serer Client installeren op de codeserer (Windows) Met deze taak installeert u IBM Data Serer Client plus de productcode die behoort bij de codeserer. Een werkstation met een thin client-ersie an DB2 kan alleen code laden anaf een codeserer met een thin client-ersie an DB2, en een werkstation met een thin client-ersie an DB2 Connect kan alleen code laden anaf een codeserer met een thin client-ersie an DB2 Connect. Thin clients worden alleen ondersteund in 32-bits omgeingen. Procedure Data Serer Client installeren op de codeserer: 1. Plaats de product-dvd in het station en start de installatiewizard. 2. Selecteer in de wizard een installatie Op maat. 3. Selecteer in het enster De te installeren onderdelen selecteren de optie Sererondersteuning en erolgens Thin Client Code Serer. 4. Voer de resterende stappen an de installatiewizard uit. Wat erder De olgende stap is het toegankelijk maken an de codedirectory op de codeserer oor alle thin client-werkstations. De codedirectory rechtstreeks toegankelijk maken oor alle thin client-werkstations (Windows) Als u de ereiste code wilt laden anaf de codeserer, moet elk an de beoogde thin client-werkstations de directory kunnen lezen waarin de broncode an IBM Data Serer Client of DB2 Connect Personal Edition is geïnstalleerd. De benodigde stappen om de codedirectory toegankelijk te maken (oor lezen) oor alle thin client-werkstations zijn oor bijoorbeeld Windows XP als olgt: 1. Start Windows Verkenner op de codeserer. 2. Selecteer de directory op de codeserer die door de thin client-werkstations moet worden gebruikt. In dit oorbeeld selecteert u de directory d:\sqllib om deze als share in te stellen oor gemeenschappelijk gebruik. Hoofdstuk 5. Thin client-topologie 71
80 3. Kies Bestand > Eigenschappen uit de menubalk. 4. Klik op de tab Delen. 5. Selecteer de optie Deze map delen. 6. Geef in het eld Sharenaam een naam op met een lengte an maximaal acht tekens. Zo kunt u bijoorbeeld NTCODESV opgeen. 7. Alle thin client-gebruikers leestoegang tot de codedirectory geen: a. Klik op Machtigingen. Het enster Machtigingen oor share wordt geopend. b. In de lijst Naam an groep of gebruiker selecteert u de groep Iedereen. Opmerking: Er kan toegang worden erleend aan de groep Iedereen, aan een groep die u speciaal gedefinieerd hebt oor gebruikers an een thin client of aan afzonderlijke gebruikers an een thin client. c. Selecteer Lezen. d. Kies OK totdat alle ensters gesloten zijn. De olgende stap is het maken an een responsbestand oor thin clients. Responsbestand maken oor thin client (Windows) Thin clients worden alleen ondersteund in 32-bits omgeingen. Een responsbestand wordt gebruikt om elk thin client-werkstation in te stellen. Een responsbestand is een tekstbestand dat de installatie- en configuratiegegeens oor een automatische installatie beat. Het bestand bestaat uit een lijst an sleutelwoorden plus de bijbehorende waarden. U kunt een responsbestand oor de thin client-installatie maken door het oorbeeldresponsbestand te bewerken dat deel uitmaakt an het DB2-product. Het oorbeeldresponsbestand db2thin.rsp beindt zich in de directory c:\sqllib\thnsetup, waarin c:\sqllib de locatie is waarop u de codeserer oor de thin client hebt geïnstalleerd. In een responsbestand fungeert het sterretje (*) als commentaarteken. Alle regels waar een sterretje oor staat, wordt tijdens de installatie genegeerd. Als u een sleutelwoord wilt inschakelen, erwijdert u het sterretje. Als u geen sleutelwoord opgeeft, of als dit is uitgeschakeld met een commentaarteken, wordt er een standaardwaarde gebruikt. Het sleutelwoord ODBC_SUPPORT (gebruikt om de ondersteuning oor ODBC te installeren) is bijoorbeeld standaard als olgt in het responsbestand opgenomen: *COMP =ODBC_SUPPORT Als u ODBC wilt installeren, erwijdert u het sterretje an de regel, zoals hier is aangegeen: COMP =ODBC_SUPPORT Voor sommige sleutelwoorden moeten waarden worden ingesteld. Als u deze sleutelwoorden wilt inschakelen, erwijdert u het sterretje. Zorg er echter wel oor dat u de waarde rechts an het gelijkteken erangt door de waarde die u wilt gebruiken oor dit sleutelwoord. Hier ziet u een oorbeeld an het sleutelwoord DB2.DIAGLEVEL: *DB2.DIAGLEVEL = Aan de slag met IBM Data Serer-clients
81 Als u oor dit sleutelwoord de waarde 4 wilt opgeen, brengt u de olgende wijziging aan: DB2.DIAGLEVEL = 4 Als u klaar bent met het aanpassen an het responsbestand, slaat u het op onder een andere naam, zodat u het oorspronkelijke oorbeeldbestand behoudt. U kunt het gewijzigde bestand bijoorbeeld test.rsp noemen en het opslaan in dezelfde directory als waaroor u de gemeenschappelijke machtigingen hebt ingesteld (bijoorbeeld d:\sqllib). U gaat dit responsbestand in een olgende stap gebruiken om met de opdracht thnsetup thin clients in te stellen. Netwerkstation op alle thin clients toewijzen aan de codeserer (Windows) Elke thin client moet aan een codeserer worden toegewezen. U moet aangemeld zijn bij het werkstation als geldige gebruiker met toegang tot de gemeenschappelijke directory op de codeserer. U hebt toegang tot de codeserer als er een lokaal gedefinieerde gebruikersaccount is gemaakt op de codeserer. U wijst als olgt een netwerkstation an de thin client toe: 1. Start Windows Verkenner. 2. Uit het menu Extra kiest u Netwerkerbinding maken. 3. In de lijst Station selecteert u het station waaraan u de locatie an de codeserer wilt toewijzen. 4. In het eld Map geeft u als olgt de locatie an de share op: \\computernaam\sharenaam waarbij: computernaam de computernaam an de codeserer is. sharenaam de sharenaam an de gemeenschappelijke directory op de codeserer is. 5. Selecteer het aankruisakje Opnieuw erbinding maken bij aanmelden om een permanente share te maken. De olgende stap is het inschakelen an de thin clients. Thin clients instellen met de opdracht thnsetup ( Windows ) Met de opdracht thnsetup wordt het thin client-werkstation geconfigureerd en worden de ereiste erbindingen met de codeserer ingesteld. Voor u begint Zorg eroor dat Microsoft Visual C of de juiste runtimecomponenten an de Visual C++-bibliotheken zijn geïnstalleerd oordat u de opdracht thnsetup geeft. De runtimebibliotheek is beschikbaar ia de website oor het downloaden Hoofdstuk 5. Thin client-topologie 73
82 an Microsoft-runtimebibliotheken. Er zijn twee opties: kies credist_x86.exe oor 32-bits systemen of credist_x64.exe oor 64-bits systemen. Oer deze taak Voer de onderstaande stappen uit op elk werkstation dat u wilt gebruiken als thin client. Procedure U kunt als olgt een thin client instellen: 1. Voer de opdracht thnsetup uit. U kunt de olgende parameters gebruiken: station:\pad thnsetup /P station:pad\ /U station:pad\responsbestand /L station:pad\logbestand /M machine /S sharenaam waarbij: /P het pad is waar de DB2-code is geïnstalleerd op de codeserer. Deze parameter is erplicht. Als u nog geen permanent netwerkstation hebt toegewezen aan de codeserer moet de waarde an deze parameter de stationsletter zijn waarmee het netwerkstation wordt aangegeen. /U de olledige naam an het responsbestand is. Deze parameter is erplicht. Standaard beindt het bestand zich op de codeserer in de directory c:\sqllib\thnsetup, waarbij c:\sqllib\ het station waarop u de thin client-codeserer hebt geïnstalleerd. /L de olledige naam is an het logboekbestand dat door het installatieprogramma wordt gebruikt oor de astlegging an installatiegegeens en foutberichten. Deze parameter is optioneel.als u geen naam opgeeft oor het logboekbestand, wordt de standaardnaam db2.log gebruikt. Dit bestand wordt gemaakt in de directory db2log op het station waarop uw besturingssysteem is geïnstalleerd. /M de naam an de codeserer is. Deze parameter is erplicht. /S de sharenaam is an de codeserer waarop het DB2-product is geïnstalleerd. Deze parameter is alleen ereist als er geen permanent netwerkstation is toegewezen. Deze parameter is erplicht op de besturingssystemen Windows XP en Windows Serer Wanneer de opdracht thnsetup is oltooid, moet u de berichten controleren in het logboekbestand (db2.log in de directory y:\db2log, waarbij y het station is waarop de DB2-code is geïnstalleerd). Lees eentuele foutberichten. Welke foutberichten in het logboekbestand aanwezig zijn, is afhankelijk an de fouten die tijdens de installatiepoging zijn opgetreden. Het logboekbestand beat de redenen oor eentuele fouten. Voorbeeld 74 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Stel dat u een thin client-werkstation wilt instellen onder de olgende omstandigheden:
83 De gemeenschappelijke directory op een codeserer is lokaal toegewezen aan het station x. Het responsbestand heeft de naam test.rsp. Het responsbestand beindt zich in dezelfde directory als de codeserer. Geef op het thin client-werkstation de olgende opdracht op achter een DOS-aanwijzing: x:\thnsetup\thnsetup /P x: /U x:\thnsetup\test.rsp /M machinenaam Hoofdstuk 5. Thin client-topologie 75
84 76 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
85 Deel 5. Merge-modules Copyright IBM Corp. 1993,
86 78 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
87 Hoofdstuk 6. Typen merge-modules Merge-modules oor niet-db2-subsystemen (Windows) Er zijn twee typen merge-modules beschikbaar: merge-modules oor DB2-subsystemen en merge-modules oor niet-db2-subsystemen. U wordt geadiseerd om merge-modules oor niet-db2-subsystemen te gebruiken. Zie de betreffende erwijzingen oor meer informatie oer merge-modules oor DB2-subsystemen. Wanneer u niet-db2-subsysteem merge-modules an Windows Installer gebruikt, kunt u eenoudig IBM Data Serer Drier Package-functies toeoegen aan elk product dat gebruik maakt an de Windows Installer. Wanneer u de modules combineert, wordt u geraagd om de naam an de kopie. Op één machine kunnen meerdere kopieën an IBM Data Serer Drier Package-producten worden geïnstalleerd en elke kopie wordt aangeduid met een unieke naam. Dit is de naam die wordt gebruikt wanneer de installatie wordt uitgeoerd op de doelsystemen. Kies een naam waaran u erwacht dat deze nog niet in gebruik is oor een ander stuurprogramma an IBM Data Serer of DB2-kopie. Geschikte namen beatten bijoorbeeld de naam an uw toepassing, mijntoep_dsdriercopy_1. Als de naam niet uniek is, zal de installatie mislukken. Zie de documentatie bij uw installatieprogramma of op de website oor meer informatie oer de technologie an Merge-modules. Vanaf Versie 9.5 Fixpack 4 is de olgende merge-module oor u beschikbaar: IBM Data Serer Drier Package.msm Deze module biedt ondersteuning oor toepassingen die ia ODBC (Open Database Connectiity) toegang erkrijgen tot gegeens. Daarnaast biedt de module uw toepassing de mogelijkheid gebruik te maken an de IBM Data Serer Proider for.net (DB2.NET Data Proider en IDS.NET Data Proider). De IBM Data Serer Proider.NET is een uitbreiding an de ADO.NET-interface waarmee uw.net-toepassingen snel en eilig gebruik kunnen maken an gegeens op DB2- of Informix-databases. Voorafgaand aan Fixpack 4 stonden er twee merge-module tot uw beschikking: IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI Merge Module.msm, die ondersteuning biedt oor toepassingen die gebruik maken an Open Database Connectiity (ODBC) om gegeens te openen en die een ereiste is oor andere merge-modules, en IBM Data Serer Proider for.net Merge Module.msm, die toepassingen de mogelijkheid biedt gebruik te maken an de IBM Data Serer Proider for.net. Registratie an IBM Data Serer Proider for.net is gebaseerd op de ersie an het.net Framework die op uw systeem is geïnstalleerd. U moet bijoorbeeld oorafgaand aan de installatie Microsoft.Net Framework 1.1 en/of 2.0 installeren. Copyright IBM Corp. 1993,
88 De onderstaande merge-modules beatten taalspecifieke berichten die worden gebruikt door IBM Data Serer Drier Package. Afhankelijk an de taal of talen an uw programma, neemt u de onderdelen op en installeert u deze in de juiste merge-module. IBM DSDRIVER Messages - Arabic.msm IBM DSDRIVER Messages - Bulgarian.msm IBM DSDRIVER Messages - Chinese(Simplified).msm IBM DSDRIVER Messages - Chinese(Traditional).msm IBM DSDRIVER Messages - Croatian.msm IBM DSDRIVER Messages - Czech.msm IBM DSDRIVER Messages - Danish.msm IBM DSDRIVER Messages - Dutch.msm IBM DSDRIVER Messages - English.msm IBM DSDRIVER Messages - Finnish.msm IBM DSDRIVER Messages - French.msm IBM DSDRIVER Messages - German.msm IBM DSDRIVER Messages - Greek.msm IBM DSDRIVER Messages - Hebrew.msm IBM DSDRIVER Messages - Hungarian.msm IBM DSDRIVER Messages - Italian.msm IBM DSDRIVER Messages - Japanese.msm IBM DSDRIVER Messages - Korean.msm IBM DSDRIVER Messages - Norwegian.msm IBM DSDRIVER Messages - Polish.msm IBM DSDRIVER Messages - Portuguese(Brazilian).msm IBM DSDRIVER Messages - Portuguese(Standard).msm IBM DSDRIVER Messages - Romanian.msm IBM DSDRIVER Messages - Russian.msm IBM DSDRIVER Messages - Sloak.msm IBM DSDRIVER Messages - Sloenian.msm IBM DSDRIVER Messages - Spanish.msm IBM DSDRIVER Messages - Swedish.msm Merge-modules oor DB2-subsystemen (Windows) DB2 Versie 9.5 ondersteunt twee typen merge-modules: merge-modules oordb2-subsystemen en niet-db2-subsystemen. U wordt geadiseerd om merge-modules oor niet-db2-subsystemen te gebruiken. Merge-modules oor DB2-subsystemen ereisen extra oerhead en onderhoud, maar kunnen worden gebruikt wanneer: een toepassing een DB2-subsysteemomgeing ereist, of een toepassing functionaliteit ereist die alleen wordt geboden door een merge-module oor DB2-subsystemen. (Hieronder wordt een lijst met de merge-modules oor DB2-subsystemen afgebeeld.) Wanneer u merge-modules oor DB2-subsystemen an Windows Installer gebruikt, kunt u eenoudig IBM Data Serer Runtime Client-functies toeoegen aan elk product dat gebruikmaakt an de Windows Installer. Wanneer u de modules combineert, wordt u geraagd om de naam an de DB2-kopie. Op één machine kunnen meerdere kopieën an DB2-producten worden geïnstalleerd en elke kopie wordt aangeduid met een unieke naam. Dit is de naam die wordt gebruikt wanneer de installatie wordt uitgeoerd op de doelsystemen. 80 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
89 Kies een naam waaran u erwacht dat deze nog niet in gebruik is oor een andere DB2-kopie. Geschikte namen beatten bijoorbeeld de naam an uw toepassing, mijntoep_db2copy_1. Als de naam niet uniek is, zal de installatie mislukken. Zie de documentatie bij uw installatieprogramma of op de website oor meer informatie oer de technologie an Merge-modules. De olgende Merge-modules zijn beschikbaar oor gebruik: DB2 Base Client Merge Module.msm Deze module biedt de functionaliteit die ereist is oor databaseerbindingen en SQL- en DB2-opdrachten. Met deze module kunt u het communicatieprotocol Named Pipes gebruiken om gegeens oer te brengen in een client-sereromgeing, beat de systeembindbestanden die DB2 gebruikt oor taken als het maken an databases en het erkrijgen an toegang tot hostdatabases op afstand en biedt dierse hulpprogramma's oor het beheren an lokale databases en databases op afstand. Met deze module kunt u ook een responsbestand maken waarmee DB2 tijdens de installatie kan worden geconfigureerd. De configuratieoptie geeft de locatie aan an een responsbestand dat wordt gebruikt oor het configureren an de DB2-kopie. Bij configuratie alt te denken aan het definiëren an subsystemen, het instellen an configuratieparameters oor Database Manager of registerariabelen oor DB2-profielen. U kunt ook de Opdrachtregelinterface (CLP) bij deze module gebruiken. Voor informatie oer de erschillende aanpasbare acties en de oorgestelde olgorde, kunt u de Merge-module bekijken met een programma als Orca. DB2 JDBC and SQLJ Support.msm Deze module beat JDBC- en SQLJ-ondersteuning waarmee Jaa-oorbeelden kunnen worden gebouwd en uitgeoerd met behulp an het JDBC-stuurprogramma. DB2 LDAP Exploitation Merge Module.msm Met deze module kan de DB2-kopie een LDAP-directory gebruiken oor het opslaan an databasedirectory- en configuratiegegeens. DB2 ODBC Support Merge Module.msm Deze module biedt ondersteuning oor toepassingen die ia ODBC (Open Database Connectiity) toegang erkrijgen tot gegeens. DB2 OLE DB Support Merge Module.msm Deze module biedt een set interfaces waarmee toepassingen op uniforme wijze toegang hebben tot gegeens in erschillende gegeensbronnen. IBM Data Serer Proider for.net Merge Module.msm Met behulp an deze module kan uw toepassing gebruikmaken an de IBM Data Serer Proider for.net. De IBM Data Serer Proider for.net is een uitbreiding an de ADO.NET-interface waarmee uw.net-toepassingen snel en eilig gebruik kunnen maken an DB2-databases. De onderstaande herdistribueerbare merge-modules an Microsoft worden geleerd bij de IBM Data Serer Runtime Client-merge-modules. U moet deze Microsoft-merge-modules includeren wanneer u Data Serer Runtime Client-merge-modules samenoegt. Hoofdstuk 6. Typen merge-modules 81
90 Microsoft NT32: Microsoft_VC80_CRT_x86.msm Microsoft_VC80_MFC_x86.msm policy_8_0_microsoft_vc80_crt_x86.msm policy_8_0_microsoft_vc80_mfc_x86.msm Microsoft NT64: Microsoft_VC80_CRT_x86_x64.msm Microsoft_VC80_MFC_x86_x64.msm policy_8_0_microsoft_vc80_crt_x86_x64.msm policy_8_0_microsoft_vc80_mfc_x86_x64.msm U kunt de Microsoft-merge-modules inden op de IBM Data Serer Runtime Client-DVD in de directory an de merge-module. De onderstaande merge-modules beatten IBM data serer client-berichten die worden gebruikt door de DB2-kopie. Afhankelijk an de taal of talen an uw programma, neemt u de onderdelen op en installeert u deze in de juiste merge-module. IBM data serer client Messages - Arabic.msm IBM data serer client Messages - Bulgarian.msm IBM data serer client Messages - Chinese(Simplified).msm IBM data serer client Messages - Chinese(Traditional).msm IBM data serer client Messages - Croatian.msm IBM data serer client Messages - Czech.msm IBM data serer client Messages - Danish.msm IBM data serer client Messages - Dutch.msm IBM data serer client Messages - English.msm IBM data serer client Messages - Finnish.msm IBM data serer client Messages - French.msm IBM data serer client Messages - German.msm IBM data serer client Messages - Greek.msm IBM data serer client Messages - Hebrew.msm IBM data serer client Messages - Hungarian.msm IBM data serer client Messages - Italian.msm IBM data serer client Messages - Japanese.msm IBM data serer client Messages - Korean.msm IBM data serer client Messages - Norwegian.msm IBM data serer client Messages - Polish.msm IBM data serer client Messages - Portuguese(Brazilian).msm IBM data serer client Messages - Portuguese(Standard).msm IBM data serer client Messages - Romanian.msm IBM data serer client Messages - Russian.msm IBM data serer client Messages - Sloak.msm IBM data serer client Messages - Sloenian.msm IBM data serer client Messages - Spanish.msm IBM data serer client Messages - Swedish.msm 82 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
91 Deel 6. Aanullende installatieopties Copyright IBM Corp. 1993,
92 84 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
93 Hoofdstuk 7. Opdrachtregelopties oor installatie Opdrachtregelopties oor installatie IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Runtime Client kan worden geïnstalleerd met de opdracht db2setup.exe op Linux- of UNIX-besturingssystemen of de opdracht setup.exe op Windows-besturingssystemen. De parameters an de twee opdrachten zijn niet gelijk. De onderstaande lijst beat een oerzicht an de meest gebruikte opdrachtregelopties oor Windows Installer die beschikbaar zijn bij het gebruik an setup.exe oor de installatie an de IBM Data Serer Runtime Client op Windows-besturingssystemen. Zie oor meer informatie oer de beschikbare Windows Installer-opties. /w Met deze optie wordt setup.exe pas afgesloten wanneer de installatie is oltooid. /l*[naam logboek] Met deze optie kunt u een logboek an de installatie maken. U kunt het logboek gebruiken om eentuele problemen op te lossen die tijdens de installatie optreden. Als u een directory opgeeft, moet deze al bestaan of moet u deze oorafgaand aan de installatie eerst maken. Anders mislukt de installatie en wordt er een foutbericht afgebeeld. / Met deze optie kunt u extra opdrachtregelopties en algemene eigenschappen doorgeen aan de Windows Installer. U moet deze optie gebruiken om een installatie met responsbestand uit te oeren. /qn Met deze optie kunt u een automatische installatie uitoeren zonder gebruikersinterface, met uitzondering an een enster dat door het Windows-installatieprogramma wordt weergegeen wanneer de bestanden an het installatiepakket worden uitgepakt oordat de feitelijke installatie begint. /qb! Met deze optie geeft u een basisgebruikersinterface weer waarin u eenoudige oortgangs- en foutberichten ziet en erbergt u de knop Annuleren, met uitzondering an een knop met die naam in een enster dat door het Windows-installatieprogramma wordt weergegeen wanneer de bestanden an het installatiepakket worden uitgepakt oordat de feitelijke installatie begint. /L Met deze optie kunt u een taal-id opgeen om de installatietaal te wijzigen. Als u bijoorbeeld Nederlands wilt opgeen als installatietaal, geeft u de taal-id oor Nederlands op. U typt dan de opdracht setup.exe /L Tabel 12. Taal-ID's Taal Aanduiding Arabisch (Saudi-Arabië) 1025 Bulgaars 1026 Chinees (Vereenoudigd) 2052 Chinees (Traditioneel) 1028 Kroatisch 1050 Copyright IBM Corp. 1993,
94 Tabel 12. Taal-ID's (erolg) Taal Aanduiding Tsjechisch 1029 Deens 1030 Nederlands (Standaard) 1043 Engels 1033 Fins 1035 Frans (Standaard) 1036 Duits 1031 Grieks 1032 Hebreeuws 1037 Hongaars 1038 Italiaans (Standaard) 1040 Japans 1041 Koreaans 1042 Noors (Bokmal) 1044 Pools 1045 Portugees (Braziliaans) 1046 Portugees (Standaard) 2070 Roemeens 1048 Russisch 1049 Slowaaks 1051 Sloeens 1060 Spaans (Traditionele sortering) 1034 Zweeds 1053 Turks 1055 Hieronder ziet u de algemene eigenschappen die u bij de installatie an Data Serer Runtime Client kunt opgeen: Deze parameters moeten de laatste parameters op de opdrachtregel zijn. RSP_FILE_PATH - Beat het olledige pad naar het responsbestand waarmee de installatie an Data Serer Runtime Client wordt uitgeoerd. Deze parameter is alleen geldig als /qn is opgegeen. Als u een installatie met behulp an een responsbestand wilt uitoeren, moet de olgende opdrachtregelparameter worden gebruikt: setup /"/qn RSP_FILE_PATH=[Volledig pad naar het responsbestand]" In het oorbeeld wordt eran uitgegaan dat er nog geen eerdere kopie an de client is geïnstalleerd. Als er al een of meer kopieën aanwezig zijn, luidt de opdracht anders. Als u een tweede kopie wilt installeren met behulp an een responsbestand, gebruikt u de olgende opdracht: setup /" TRANSFORMS=:InstanceId1.mst MSINEWINSTANCE=1 /qn RSP_FILE_PATH=[Volledig pad naar het responsbestand]" 86 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
95 Opdrachtregelopties oor installatie an IBM Data Serer Drier Package (Windows) IBM Data Serer Drier Package kan worden geïnstalleerd door de DB2-opdracht setup uit te oeren anaf de opdrachtregel. Voor fixpack-images kunt u het drierpakket met het installatiepakket downloaden anaf de website an IBM Support Fix Central: support/fixcentral/. U indt de Data Serer-client en de drierpakketten onder de productgroep Information Management en IBM Data Serer Client Packages. Selecteer de juiste geïnstalleerde ersie en het juiste platform en klik op Doorgaan. Als u op het olgende scherm opnieuw op Doorgaan klikt, wordt een lijst afgebeeld an alle beschikbare client- en drierpakketten oor Windows. De onderstaande lijst beat een oerzicht an de opdrachtregelopties die beschikbaar zijn oor de opdracht setup. Meer informatie oer de beschikbare installatieopties oor Windows indt u op /n [naam kopie] Hiermee geeft u op welke kopie bij de installatie moet worden gebruikt. Met deze optie oerschrijft u het installatiepad dat is opgegeen in het responsbestand. Als de kopie bestaat, wordt een onderhoudinstallatie an de kopie uitgeoerd. Als de kopie niet bestaat, wordt op basis an de opgegeen kopienaam een nieuwe installatie uitgeoerd. /o Hiermee geeft u aan dat een installatie an een nieuwe kopie met een gegenereerde standaardnaam moet worden uitgeoerd. /u [responsbestand] Hiermee geeft u het olledige pad en de bestandsnaam an het responsbestand op. /m Hiermee zorgt u eroor dat het oortgangsenster tijdens de installatie wordt afgebeeld. Er wordt echter niet om het inoeren an gegeens geraagd. Gebruik deze optie in combinatie met de optie /u. /l [logbestand] Hiermee geeft u het olledige pad en de bestandsnaam an het logboekbestand op. /p [installatiedirectory] Hiermee wijzigt u het installatiepad oor het product. Met deze optie oerschrijft u het installatiepad dat is opgegeen in het responsbestand. /i taal Geeft de uit twee letters bestaande taalcode op an de taal waarin u de installatie uitoert. /? Genereert gebruiksgegeens. Na installatie an IBM Data Serer Drier Package kunt u desgewenst het configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, ullen met databasedirectorygegeens. Hieronder ziet u enkele oorbeelden an het gebruik an de opdrachtregelparameters: Als u een nieuwe kopie met een gegenereerde standaardnaam wilt uitoeren, gebruikt u de olgende opdracht: setup /o Als u een tweede kopie wilt installeren, gebruikt u de olgende opdracht: setup /n "NAAM_KOPIE" Hoofdstuk 7. Opdrachtregelopties oor installatie 87
96 Als u een installatie wilt uitoeren met behulp an een responsbestand, gebruikt u de olgende opdracht: setup /u "[Volledig pad naar het responsbestand]" U indt een oorbeeld an een responsbestand in de subdirectory \samples. 88 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
97 Deel 7. Clients erwijderen Copyright IBM Corp. 1993,
98 90 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
99 Hoofdstuk 8. IBM Data Serer-client erwijderen In dit onderwerp leest u hoe u een IBM Data Serer-client kunt erwijderen. Voer een an de olgende stappen uit om een IBM Data Serer-client te erwijderen. 1. Als u een IBM Data Serer-client wilt erwijderen an een Linux- of UNIX-besturingssysteem, oert u de opdracht db2_deinstall -a uit anuit de directory DB2DIR/install, waarbij DB2DIR de locatie is die u hebt opgegeen bij de installatie an de IBM Data Serer-client. 2. Als u een IBM Data Serer-client wilt erwijderen an een Windows-besturingssysteem, kunt u dit doen anuit het enster Software, dat te bereiken is ia het Configuratiescherm an Windows. Raadpleeg de Help-informatie bij uw besturingssysteem oor meer informatie oer het erwijderen an softwareproducten an uw Windows-besturingssysteem. Opmerking: Onder Windows kunt u ia het enster Software elke gewenste IBM Data Serer-client erwijderen. U kunt een IBM Data Serer-client ook erwijderen met behulp an de opdracht db2unins. Deze methode kan echter niet worden gebruikt om IBM Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Drier Package te erwijderen. Zie oor meer informatie het onderwerp oer de opdracht db2unins. Copyright IBM Corp. 1993,
100 92 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
101 Deel 8. Bijlagen Copyright IBM Corp. 1993,
102 94 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
103 Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 Technische informatie oor DB2 is beschikbaar ia de olgende hulpprogramma's en methoden: DB2 Informatiecentrum Onderwerpen (taken, concepten en naslagmateriaal) Help bij DB2-tools Voorbeeldprogramma's Informatie oor zelfstudie DB2-boeken PDF-bestanden (downloadbaar) PDF-bestanden (op de DB2 PDF DVD) Gedrukte boeken Help binnen opdrachtensters Help bij opdrachten Help bij berichten Opmerking: Updates oor het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Als u zeker wilt zijn dat u beschikt oer de meest recente informatie, installeer de documentatie-updates dan op het moment dat deze beschikbaar komen, of raadpleeg het DB2 Informatiecentrum op ibm.com. Via ibm.com kunt u online gebruikmaken an aanullende technische informatie met betrekking tot DB2, zoals technotes, white papers en IBM Redbooks. Raadpleeg daaroor de DB2 Information Management-softwarebibliotheek op de website Documentatiefeedback Wij stellen uw feedback oer de DB2-documentatie zeer op prijs. Stuur een bericht naar [email protected] als u suggesties hebt oer erbeteringen in de DB2-documentatie. Het DB2-documentatieteam erwerkt al uw feedback, maar kan deze niet rechtstreeks beantwoorden. Als u waar mogelijk specifieke oorbeelden geeft, kunnen wij uw opmerkingen beter beoordelen. Als u feedback leert oer een specifiek onderwerp of Help-bestand, ermeld dan ook de titel eran en de URL. Gebruik dit adres niet oor berichten aan DB2 Customer Support. Als u een technisch probleem met DB2 wilt melden waaroor de documentatie geen oplossing biedt, neem dan oor assistentie contact op met het lokale IBM-sericecentrum. Als u IBM wilt helpen bij het erbeteren an de gebruiksriendelijkheid an IBM Information Management-producten, gaat u naar het consumentenonderzoek op Copyright IBM Corp. 1993,
104 Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling In de onderstaande tabellen wordt een beschrijing gegeen an de DB2-bibliotheek die beschikbaar is op het IBM Publications Center op U kunt de Engelse en de ertaalde handleiding an DB2 Versie 9.5 downloaden anaf en support/dociew.wss?uid=swg De tabellen geen aan welke boeken in druk erkrijgbaar zijn, al zijn deze mogelijk niet alle beschikbaar in uw land of regio. Het bestelnummer wordt steeds erhoogd wanneer een handleiding wordt bijgewerkt. Zorg dat u de meest recente ersie an de handleiding gebruikt, zoals aangegeen in de onderstaande tabel. Opmerking: Updates oor het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Tabel 13. Technische informatie oer DB2 Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Administratie API SC Ja December, 2010 Reference Administratie Routines SC Nee December 2010 and Views Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 1 SC Ja December 2010 Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 SC Ja December 2010 Command Reference SC Ja December 2010 Data Moement Utilities SC Ja December 2010 Guide and Reference Data Recoery and High Aailability Guide and Reference SC Ja December 2010 Data Serers, Databases, and Database Objects Guide SC Ja December 2010 Database Security Guide SC Ja December 2010 Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications SC Ja April 2009 Deeloping Embedded SQL Applications Deeloping Jaa Applications Deeloping Perl and PHP Applications SC Ja April 2009 SC Ja December 2010 SC Nee April Aan de slag met IBM Data Serer-clients
105 Tabel 13. Technische informatie oer DB2 (erolg) Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Deeloping User-defined Routines (SQL and External) SC Ja December 2010 Getting Started with Database Application Deelopment Getting Started with DB2 installation and administration on Linux and Windows GC Ja December 2010 GC Ja December 2010 Internationalization SC Ja April 2009 Guide Naslagboek bij berichten, GC Nee Deel 1 Naslagboek bij berichten, GC Nee Deel 2 Migration Guide GC Ja December 2010 Net Search Extender Administration and User's Guide SC Ja April 2009 Partitioning and Clustering Guide Query Patroller Administration and User's Guide Aan de slag met IBM Data Serer-clients Quick Beginnings for DB2 Serers Spatial Extender and Geodetic Data Management Feature User's Guide and Reference SC Ja December 2010 SC Ja April 2009 GC Nee December 2010 GC Ja December 2010 SC Ja April 2009 SQL Reference, Volume 1 SC Ja December 2010 SQL Reference, Volume 2 SC Ja December 2010 System Monitor Guide SC Ja December 2010 and Reference Text Search Guide SC Ja December 2010 Troubleshooting Guide GI Nee December 2010 Tuning Database SC Ja December 2010 Performance Visual Explain Tutorial SC Nee Nieuwe functies in deze SC Ja December 2010 release Workload Manager SC Ja December 2010 Guide and Reference purexml Guide SC Ja December 2010 Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 97
106 Tabel 13. Technische informatie oer DB2 (erolg) Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt XQuery Reference SC Nee April 2009 Tabel 14. Technische informatie oer DB2 Connect Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Aan de slag met DB2 GC Ja December 2010 Connect Personal Edition Quick Beginnings for GC Ja December 2010 DB2 Connect Serers DB2 Connect Gebruikershandleiding SC Ja December 2010 Tabel 15. Technische informatie oer Information Integration Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Information Integration: Administration Guide for Federated Systems SC Ja Information Integration: ASNCLP Program Reference for Replication and Eent Publishing Information Integration: Configuration Guide for Federated Data Sources Information Integration: SQL Replication Guide and Reference Information Integration: Introduction to Replication and Eent Publishing SC SC SC GC Ja Nee Ja Ja Gedrukte handleidingen bestellen Als u gedrukte exemplaren an DB2-boeken nodig hebt, kunt u deze in eel landen of regio's online aanschaffen, echter niet in alle. U kunt gedrukte DB2-documentatie altijd bestellen bij uw lokale IBM-leerancier. Houd er rekening mee dat sommige boeken op de DVD DB2 PDF Documentation niet in druk erschijnen. Geen an beide delen an de publicatie DB2 Naslagboek bij berichten is bijoorbeeld in druk erkrijgbaar. Gedrukte ersies an eel an de DB2-boeken die op de DVD DB2 PDF Documentation aanwezig zijn, kunnen tegen betaling bij IBM worden besteld. Afhankelijk an de plek waar u uw bestelling plaatst, kunt u boeken mogelijk ook online bestellen bij het IBM Publications Center. Als online bestellen in uw land of regio niet mogelijk is, kunt u DB2-boeken in druk altijd bestellen bij uw lokale IBM-leerancier. Houd er rekening mee dat niet alle boeken op de DVD DB2 PDF Documentation ook in druk erschenen zijn. 98 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
107 Opmerking: De meest recente en complete DB2-documentatie is beschikbaar in het DB2 Informatiecentrum op 9r5. U kunt als olgt gedrukte exemplaren an de DB2-boeken bestellen: Zoek eerst uit of u de gedrukte DB2-documentatie in uw land of regio online kunt bestellen ia de website an het IBM Publications Center op Nadat u een land, regio of taal hebt geselecteerd, krijgt u de oor u releante informatie oor het bestellen an publicaties te zien en kunt u de bestelinstructies oor uw locatie olgen. U kunt gedrukte DB2-documentatie als olgt bij uw lokale IBM-leerancier bestellen: 1. Zoek de contactgegeens an uw lokale leerancier op op een an de olgende websites: De wereldwijde directory an IBM-adressen op De IBM Publications-website op publications/order. Als u uw land, regio of taal selecteert, krijgt u toegang tot de oor uw locatie meest geschikte homepage oor publicaties. Volg op deze pagina de link "About this site". 2. Geef als u telefonisch contact opneemt aan dat u een DB2-publicatie wilt aanschaffen. 3. Geef aan de IBM-ertegenwoordiger de titels en de bestelnummers op an de boeken die u wilt bestellen. De titels en bestelnummers indt u in Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling op pagina 96. Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel DB2 zendt een parameter SQLSTATE terug waaran de waarde de status aangeeft na uitoering an een SQL-instructie. Help bij SQLSTATE biedt informatie oer de SQL-status en de klassencodes an de SQL-status. Om Help bij de SQL-status op te roepen, opent u het opdrachtenster en typt u:? sqlstatus of? klassencode waarin sqlstatus een geldige SQL-status an ijf cijfers is en klassencode de eerste twee cijfers an de SQL-status. Met bijoorbeeld? beeldt u de Help-informatie oor SQL-status af, terwijl u met?08de informatie oor klassencode 08 afbeeldt. Werken met erschillende ersies an het DB2 Informatiecentrum De onderwerpen an DB2 Versie 9.8 indt u in het DB2 Informatiecentrum op De onderwerpen an DB2 Versie 9.7 indt u in het DB2 Informatiecentrum op De onderwerpen an DB2 Versie 9.5 indt u in het DB2 Informatiecentrum op De onderwerpen an DB2 Versie 9.1 indt u in het DB2 Informatiecentrum op Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 99
108 Voor de onderwerpen an DB2 Versie 8 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op Onderwerpen uit het DB2 Informatiecentrum in andere talen afbeelden Het DB2 Informatiecentrum probeert onderwerpen af te beelden in de taal die is opgegeen in uw browseroorkeuren. Als een onderwerp niet ertaald is in de gewenste taal, wordt het onderwerp in het DB2 Informatiecentrum afgebeeld in het Engels. U kunt als olgt onderwerpen in een andere taal afbeelden in de browser Internet Explorer: 1. In Internet Explorer klikt u achtereenolgens op Extra > Internet-opties > Talen... Het enster Taaloorkeuren wordt geopend. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal boenaan staat in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, klikt u op de knop Toeoegen... Opmerking: Het toeoegen an een taal garandeert niet dat de computer beschikt oer de lettertypen die ereist zijn om de onderwerpen in de gewenste taal af te beelden. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u die taal en klikt u op de knop Omhoog erplaatsen totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Wis de browsercache en ernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. U kunt onderwerpen als olgt in de gewenste taal afbeelden in een Firefox- of Mozilla-browser: 1. Selecteer de knop in het ak Talen an het enster Extra > Opties > Geaanceerd. Het enster Talen wordt afgebeeld. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal boenaan staat in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, selecteert u de gewenste taal in de erolgkeuzelijst en klikt u op de knop Toeoegen. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u die taal en klikt u op de knop Omhoog erplaatsen totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Wis de browsercache en ernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. In bepaalde combinaties an browsers en besturingssystemen moet u mogelijk ook de landinstellingen an het besturingssysteem instellen op de gewenste locale en taal. Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken 100 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Als u het DB2 Informatiecentrum lokaal hebt geïnstalleerd, kunt u de documentatieupdates ia IBM downloaden en installeren. Als u een lokaal geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Stop het DB2 Informatiecentrum op uw computer en start het opnieuw in de stand-alone werkstand. Als u het Informatiecentrum in de stand-alone
109 werkstand start, kunnen andere gebruikers in het netwerk geen toegang tot het Informatiecentrum krijgen, waardoor u updates kunt aanbrengen. Niet-Administratie en niet-root DB2 Informatiecentra worden altijd uitgeoerd in de stand-alone werkstand.. 2. Gebruik de updatefunctie om te bepalen welke updates beschikbaar zijn. Als er updates zijn die u wilt aanbrengen, kunt u de updatefunctie ook gebruiken om deze te erkrijgen en te installeren. Opmerking: Als uw omgeing ereist dat updates an het DB2 Informatiecentrum worden geïnstalleerd op een computer die geen erbinding heeft met het internet, moet u een kopie an de updatelocatie maken op een lokale bestandssysteem met behulp an een computer die wel een interneterbinding heeft en waarop het DB2 Informatiecentrum is geïnstalleerd. Als eel gebruikers op uw netwerk de documentatie-updates installeren, kunt u de tijd die daaroor nodig is erkleinen door een lokale kopie an de updatelocatie en een proxy oor de updatelocatie te maken. Als er updatepakketten beschikbaar zijn, gebruik dan de functie update om de pakketten op te halen. De functie update is echter alleen beschikbaar in de werkstand stand-alone. 3. Stop het stand-alone Informatiecentrum en start de serice DB2 Informatiecentrum op uw computer. Opmerking: In Windows Vista moeten de onderstaande opdrachten worden opgegeen door een beheerder. Om een opdrachtregel of grafisch hulpprogramma te starten met een olledige beheerdersmachtiging, klikt u met de rechtermuisknop op de snelkoppeling en selecteert u Uitoeren als beheerder. Als u het op uw computer of intranetserer geïnstalleerde DB2 Informatiecentrum wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Stop het DB2 Informatiecentrum. Op het besturingssysteem Windows, klikt u op Start Control Panel Systeembeheer Serices. Klik erolgens met de rechtermuisknop op de serice DB2 Information Center en kies Stoppen. Op het besturingssysteem Linux geeft u de olgende opdracht op: /etc/init.d/db2icd95 stop 2. Start het Informatiecentrum in de stand-alone werkstand. Op het besturingssysteem Windows doet u het olgende: a. Open een opdrachtenster. b. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard is het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory Program_files\IBM\DB2 Information Center\Version 9.5, waarbij Program_files staat oor de locatie an de directory met Programmabestanden. c. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc\bin. d. Start het bestand help_start.bat met de opdracht: help_start.bat Op het besturingssysteem Linux doet u het olgende: a. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard is het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory /opt/ibm/db2ic/v9.5 b. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc/bin. c. Start het script help_start met de opdracht: Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 101
110 help_start De standaardwebbrowser wordt gestart en het stand-alone Informatiecentrum wordt afgebeeld. 3. Klik op de knop Update ( ). Klik in het rechterenster an het Informatiecentrum op Find Updates. Er wordt een lijst an de updates oor de bestaande documentatie afgebeeld. 4. Om het installatieproces te starten, selecteert u de onderdelen die u wilt installeren en klikt u op Install Updates. 5. Nadat het installatieproces is oltooid, klikt u op Finish. 6. Stop het stand-alone Informatiecentrum: Ga op Windows-systemen naar de subdirectory doc\bin an de installatiedirectory en start het bestand help_end.bat met de opdracht: help_end.bat Opmerking: Het batchbestand help_end beat de benodigde opdrachten om op een eilige manier de processen te beëindigen die met het batchbestand help_start zijn gestart. Onderbreek help_start.bat niet met bijoorbeeld de toetsencombinatie Ctrl-C of op een andere wijze. Ga op Linux-systemen naar de subdirectory doc/bin an de installatiedirectory en start het script help_end met de opdracht: help_end Opmerking: Het script help_end beat de benodigde opdrachten om op een eilige manier de processen te beëindigen die met het script help_start zijn gestart. Onderbreek het script help_start niet op een andere wijze. 7. Start het DB2 Informatiecentrum opnieuw. Op het besturingssysteem Windows, klikt u op Start Control Panel Systeembeheer Serices. Klik erolgens met de rechtermuisknop op de serice DB2 Information Center en kies Starten. Op het besturingssysteem Linux geeft u de olgende opdracht op: /etc/init.d/db2icd95 start Het bijgewerkte DB2 Informatiecentrum beat de nieuwe en bijgewerkte onderwerpen. DB2-documenten oor zelfstudie U kunt de erschillende aspecten an de DB2-producten ook leren kennen ia de zelfstudiedocumenten an DB2. De in deze publicaties opgenomen lessen geen stapsgewijze instructies daaroor. Vooraf U kunt de XHTML-ersie an de zelfstudielessen bekijken ia het Informatiecentrum op Sommige zelfstudielessen maken gebruik an oorbeeldgegeens of een oorbeeldprogramma. Zie de afzonderlijke lessen oor een beschrijing an speciale ereisten oor bepaalde taken. 102 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
111 DB2-problemen oplossen Voorwaarden en bepalingen DB2-documenten oor zelfstudie U kunt de zelfstudiehandleiding bekijken door op de titel eran te klikken. purexml in purexml Guide Opzet an een DB2-database oor de opslag an XML-gegeens en het uitoeren an basisbewerkingen met de opgeslagen natie XML-gegeens. Visual Explain in Visual Explain Tutorial Analyse, optimalisatie en afstemming an SQL-instructies ter erhoging an de performance met behulp an Visual Explain. Er is een uitgebreide erzameling gegeens oer het opsporen en oplossen an problemen beschikbaar om u te ondersteunen bij het gebruik an DB2-databaseproducten. DB2-documentatie Informatie oer het oplossen an problemen indt u in de publicatie DB2 Troubleshooting Guide en in het gedeelte Database (basisbegrippen) in het DB2 Informatiecentrum. U indt daarin aanwijzingen oer hoe u problemen herkent en lokaliseert met behulp an de diagnostische tools en hulpprogramma's an DB2, oplossingen oor een aantal an de meest oorkomende problemen en nadere adiezen oer hoe u problemen oplost die u in de DB2-databaseproducten kunt tegenkomen. Website DB2 Technical Support Raadpleeg de website DB2 Technical Support als u problemen onderindt en hulp nodig hebt bij het inden an oorzaken en oplossingen. Deze site beat links naar de meest recente DB2-publicaties, TechNotes, APAR's (Authorized Program Analysis Reports, ofwel programmafixes), fixpacks en andere nuttige informatie. U kunt in deze kennisdatabase zoeken naar de oplossingen oor uw problemen. De website DB2 Technical Support is te inden op software/data/db2/support/db2_9 Het gebruik an deze Publicaties is toegestaan indien aan de olgende oorwaarden en bepalingen wordt oldaan: Prié-gebruik: U bent gerechtigd om deze Publicaties te reproduceren oor persoonlijk, niet-commercieel gebruik, mits alle kennisgeingen oer de eigendomsrechten eran behouden blijen. Het is niet toegestaan om deze Publicaties, of delen eran, te erspreiden, openbaar te maken of te bewerken zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Commercieel gebruik: U mag deze Publicaties uitsluitend binnen uw onderneming reproduceren, erspreiden en bekendmaken, mits alle kennisgeingen oer de eigendomsrechten eran behouden blijen. Het is niet toegestaan om deze Publicaties te bewerken, of deze geheel of gedeeltelijk te reproduceren, te erspreiden of openbaar te maken buiten uw onderneming zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Tenzij uitdrukkelijk toegestaan in deze bepalingen, worden geen andere toestemmingen, licenties of rechten erleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, oor Bijlage A. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 103
112 de Publicaties of enige andere informatie, gegeens, software of andere intellectuele eigendommen die hierin zijn opgenomen. IBM behoudt zich het recht oor naar eigen inzicht de hierin erleende machtigingen in te trekken wanneer het gebruik an de Publicaties schadelijk is oor de eigen belangen of indien, naar het oordeel an IBM, de boenstaande instructies niet correct worden opgeolgd. U mag deze informatie uitsluitend downloaden of (opnieuw) exporteren indien dit in oereenstemming is met alle toepasselijke wet- en regelgeing, inclusief de exportregels an de Verenigde Staten. IBM VERSTREKT GEEN GARANTIES VOOR DE INHOUD VAN DEZE PUBLICATIES. DE PUBLICATIES WORDEN VERSTREKT "AS IS", ZONDER ENIGE GARANTIE, UITDRUKKELIJK OF STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DE GARANTIES VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR DEZE ZIJN BESTEMD EN VAN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. 104 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
113 Bijlage B. Kennisgeingen Deze publicatie heeft betrekking op een gelicentieerd programma. Op gelicentieerde programma's rust auteursrecht. Zij blijen eigendom an IBM. Op gelicentieerde programma's zijn de Algemene oorwaarden en bepalingen an toepassing. Deze zijn erkrijgbaar bij uw IBM-leerancier. Verwijzing in deze publicatie naar producten (apparatuur en programmatuur) of diensten an IBM houdt niet in dat IBM deze ook zal uitbrengen in alle landen waar IBM werkzaam is. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en diensten die momenteel beschikbaar zijn in uw land. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBM-producten of -diensten gebruikt kunnen worden. Functioneel gelijkwaardige producten of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten of andere rechten an IBM. De gebruiker is erantwoordelijk oor de samenwerking an IBM-producten of -diensten met producten of diensten an anderen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeen door IBM. Mogelijk heeft IBM octrooien of octrooi-aanragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Mogelijk beat deze publicatie erwijzingen naar producten die wel zijn geannonceerd maar op dit moment niet in uw land erkrijgbaar zijn, of naar producten die niet in uw land zijn geannonceerd. Verwijzing naar niet-geannonceerde producten houdt niet in dat IBM deze ook zal uitbrengen. IBM beslist op grond an zakelijke en technische oerwegingen oer de annoncering an een product. Informatie met betrekking tot niet door IBM gemaakte producten is afkomstig an de leeranciers an deze producten, hun gepubliceerde annonceringen of andere openbaar toegankelijke bronnen. IBM heeft deze producten niet getest en kan derhale de prestaties, compatibiliteit en andere beweringen met betrekking tot niet door IBM gemaakte producten niet beestigen. Vragen oer de mogelijkheden an niet door IBM gemaakte producten moeten worden gericht aan de leeranciers an deze producten. Online publicaties Met betrekking tot online ersies an dit boek bent u gerechtigd: de documentatie die zich op de gegeensdrager beindt te kopiëren, te wijzigen en af te drukken oor gebruik binnen uw onderneming, mits u de auteursrechtenermelding, alle waarschuwingen en andere erplichte erklaringen op elke kopie of gedeeltelijke kopie reproduceert; en het oorspronkelijke, ongewijzigde exemplaar an de documentatie oer te dragen bij oerdracht an het betreffende IBM-product (machine of programma) dat u gerechtigd bent oer te dragen. Bij oerdracht dient u alle kopieën an de documentatie te ernietigen. Copyright IBM Corp. 1993,
114 U bent erantwoordelijk oor de betaling an alle belastingen die oortloeien uit deze autorisatie. ER WORDEN GEEN UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER BEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden kunnen stilzwijgende garanties niet worden uitgesloten. In dat geal is de boenstaande uitsluiting niet op u an toepassing. Niet-nakoming an de boengenoemde oorwaarden houdt beëindiging in an deze autorisatie. Bij beëindiging an de autorisatie dient u de oor een machine leesbare documentatie te ernietigen. Merken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn merken an International Business Machines Corp. die wereldwijd in een groot aantal rechtsgebieden zijn geregistreerd. Andere benamingen an producten en diensten kunnen merken zijn an IBM of andere ondernemingen. Er is een actuele lijst met handelsmerken an IBM beschikbaar op de website Copyright and trademark information op copytrade.shtml. De olgende termen zijn merken an andere ondernemingen Linux is een merk an Linus Toralds in de Verenigde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo's zijn merken an Sun Microsystems, Inc. in de Vereningde Staten en/of andere landen. UNIX is een merk an The Open Group in de Vereningde Staten en andere landen. Intel, het Intel-logo, Intel Inside, Intel Inside logo, Intel Centrino, Intel Centrino logo, Celeron, Intel Xeon, Intel SpeedStep, Itanium en Pentium zijn merken an Intel Corporation of dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Windows NT en het Windows-logo zijn merken an Microsoft Corporation in de Vereningde Staten en/of andere landen. Andere genoemde namen an bedrijen, producten of diensten kunnen merken an andere ondernemingen zijn. 106 Aan de slag met IBM Data Serer-clients
115 Trefwoordenregister A AIX installatieereisten 16 B beperkingen niet-rootinstallaties 37 besturingssysteemereisten AIX 16 HP-UX 17 Linux 19 Solaris Operating Enironment 26 Windows 28 C C/C++ taal toepassingen compilatieproblemen oplossen 26 catalogiseren databases 62 hostdatabases DB2 Connect 62 Named Pipes 58 TCP/IP-knooppunt 61 werkblad parameterwaarden oor database 64 client-serercommunicatie erbindingen configureren 47 erbindingen testen met opdrachtregelinterface (CLP) 64 Werkblad TCP/IP-parameters 58 clientconfiguraties niet-ondersteund 50 ondersteund 50 clientprofielen configureren met de importfunctie 55 maken met de exportfunctie 54 clients serererbindingen 51, 56 codedirectory thin clients 71 codeserers installatie an DB2 Connect Personal Edition 71 IBM Data Serer Client 71 thin client netwerkstations toewijzen 73 communicatieprotocollen Named Pipes 50 SSL 50 TCP/IP 50 Configuration Assistant (CA) catalogiseren an een database 47 clientprofielen maken 54 configureren client-serercommunicatie 47 client-serererbinding 51 clientprofielen 55 databaseerbinding 52 Discoery, functie 53 Configuration Assistant (CA) (erolg) oerwegingen oor LDAP 56 testen databaseerbindingen 55 configureren client-serererbinding Configuration Assistant (CA) 51 opdrachtregelinterface (CLP) 56 TCP/IP-werkblad 58 TCP/IP client 59 D databases catalogiseren opdrachtregelinterface (CLP) 62 connecties configureren 52, 53 erbindingen testen 55 DB2 Connect installatie an ereisten 30 Personal Edition installeren (Windows) 71 thin client codedirectory 71 installatie 69 installatie an 71 netwerkstation toewijzen aan codeserer 73 responsbestanden 72 topologieoerzicht 69 DB2-documentatie bestellen 98 DB2 Informatiecentrum bekijken in erschillende talen 100 bijwerken 100 talen 100 ersies 99 db2rfe, opdracht root-functies inschakelen 37, 41 directorystructuren rootinstallaties ergeleken met niet-rootinstallaties 36 Discoery, functie databaseerbinding configureren 53 documentatie gedrukt 96 oerzicht 95 PDF 96 oorwaarden en bepalingen oor gebruik 103 F fixpacks niet-rootinstallaties 43 G gebruikersaccounts IBM Data Serer-clients 31 Copyright IBM Corp. 1993,
116 geheugenereisten 15 H handleidingen gedrukt bestellen 98 handmatig databases toeoegen Configuration Assistant (CA) 52 hardware ereisten AIX 16 HP-UX 17 Linux 19 Solaris Operating Enironment 26 Windows 28 Help-informatie configuratietaal 100 SQL-instructies 99 hostdatabases clienterbindingen 30 HP-UX installeren DB2-serers 17 IBM Data Serer-clients 17 kernelconfiguratieparameters aanbeolen waarden 19 wijzigen 19 I IBM Data Serer-clients catalogiseren named pipes-knooppunt 58 TCP/IP-knooppunt 61 gebruikersaccounts 31 IBM Data Serer Client 3, 4 IBM Data Serer Drier Package 3 IBM Data Serer Runtime Client 3, 4 installatie an codeserers 71 oerzicht 7, 8 UNIX 34 Windows 31 oerzicht 3 typen 4 erbinden met hostdatabases 30 IBM Data Serer Drier Package installatie opdrachtregelopties 87 IBM Data Serer Runtime Client installatie opdrachtregelopties 85 IBM Data Serer-stuurprogramma's typen 4 importfunctie clientprofielen configureren 55 installatie ongedaan maken niet-root 43 installatie an ereisten AIX 16 Linux 19 Windows 28 installeren DB2-producten als niet-rootgebruiker 40 ereisten HP-UX 17 Solaris Operating Enironment 26 instances niet-root erwijderen 43 K kennisgeingen 105 kernelconfiguratieparameters aanbeolen (HP-UX) 19 db2osconf (HP-UX-opdracht) 19 kernelparameters wijzigen op Linux 24 wijzigen op HP-UX 19 wijzigen op Solaris Operating System 28 kernelparameters wijzigen HP-UX 19 Linux 24 Solaris Operating System 28 L LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) oerwegingen oor directory-ondersteuning 56 Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) oerwegingen oor directory-ondersteuning 56 Linux installatieereisten 19 kernelparameters wijzigen 24 erwijderen niet-root-db2-subsystemen 43 Linux-bibliotheek libaio.so.1 19 libstdc++.so.5 19 M merge-modules DB2-subsysteem 80 niet-db2-subsystemen 79 N Named Pipes ondersteund protocol 50 werkblad oor parameterwaarden 57 netwerkstations toewijzen 73 netwerkstations toewijzen thin clients 73 Network File System (NFS), installatie op AIX 16 op HP-UX 17 op Linux 19 op Solaris Operating Enironment 26 niet-rootinstallaties beperkingen 37 directorystructuur 36 fixpacks 43 installatie ongedaan maken 43 installeren 40 oerzicht 35 root-gebaseerde functies inschakelen Aan de slag met IBM Data Serer-clients
117 niet-rootinstallaties (erolg) erschillen 36 niet-rootsubsystemen erwijderen 43 O ondersteunde clientconfiguraties 50 opdracht db2osconf parameterwaarden oor kernelconfiguratie aststellen 19 opdrachten catalog database 62 catalog npipe 58 catalog tcpip 61 db2osconf 19 db2rfe - rootfuncties inschakelen 37, 41 db2setup 34 db2start 64 thnsetup 73 opdrachtregelinterface (CLP) catalogiseren an een database 62 client/serer-erbinding configureren 56 knooppunt catalogiseren 61 TCP/IP configureren client 59 opdrachtregelopties IBM Data Serer Drier Package, installatie 87 installatie an IBM Data Serer Runtime Client 85 P parameters waardenwerkbladen catalogusdatabases 64 client/serer-erbindingen configureren 58 named pipes 57 probleembepaling beschikbare informatie 103 zelfstudiemateriaal 103 probleemoplossing online informatie 103 zelfstudiemateriaal 103 R responsbestanden maken thin client 72 root-gebaseerde functies installatie zonder toegang tot hoofddirectory 41 rootinstallaties directorystructuur 36 erschillen 36 S schijfruimteereiste 15 serers clienterbindingen 51, 56 softwareereisten AIX 16 HP-UX 17 Linux 19 Solaris Operating Enironment 26 Windows 28 Solaris Operating Enironment installatieereisten 26 Solaris Operating System kernelparameters wijzigen 28 SQL-instructies Help-informatie afbeelden 99 SSL ondersteund protocol 50 T TCP/IP configuratie client 59 ondersteunde platforms 50 TCP/IP6-ondersteuning 50 testen client-to-serererbindingen 64 databaseerbindingen 55 thin clients codedirectory 71 codeserer netwerkstations toewijzen 73 inschakelen 73 installatie 71 oerwegingen 69 responsbestanden 72 standaardinstallatie 69 thnsetup, opdracht 73 toeoegen databases handmatig 52 U UNIX installatie an IBM Data Serer-clients 34 erwijderen niet-root-db2-subsystemen 43 updates DB2 Informatiecentrum 100 V ereisten geheugen 15 schijf 15 erwijderen IBM Data Serer-clients 91 niet-rootsubsystemen 43 Visual Explain zelfstudiemateriaal 102 oorbeelden erbinding maken met een database op afstand 64 oorwaarden en bepalingen gebruik an publicaties 103 W wijzigen kernelparameters (HP-UX) 19 Windows-besturingssysteem installatie an DB2-serers (ereisten) 28 IBM Data Serer-clients (procedure) 31 Trefwoordenregister 109
118 Windows-besturingssysteem (erolg) installatie an (erolg) IBM Data Serer-clients (ereisten) 28 Z zelfstudiemateriaal probleembepaling 103 probleemoplossing 103 Visual Explain Aan de slag met IBM Data Serer-clients
119
120 Printed in Denmark IBM Nederland B.V. Postbus CE Amsterdam Verkoopafdelingen & Informatie GC
IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows
IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 Opmerking Lees eerst Bijlage
IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows
IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01 IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data
Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition
IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze
Aan de slag met DB2-clients
IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is
IBM Data Server-clients installeren
IBM DB2 10.5 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2094-00 IBM DB2 10.5 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2094-00 Opmerking Lees eerst Bijlage
DB2 Connect Versie 9.5
DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Update maart 2008 GC14-5572-01 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Update maart 2008 GC14-5572-01 Opmerking
IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00
IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 189. Eerste
Gebruikershandleiding
IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is
IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02
IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september
Power Systems. Live Partition Mobility
Power Systems Lie Partition Mobility Power Systems Lie Partition Mobility Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 161. Deze uitgae
DB2 Connect Versie 9.5
DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5572-00 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5572-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgevingen,
DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows
DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Nieuwe functies in deze release Bijgewerkt december 2010 SC14-5573-03 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Nieuwe
DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren
IBM DB2 Connect 10.1 DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren SC14-2084-00 IBM DB2 Connect 10.1 DB2 Connect - DB2 Connect Personal Edition installeren en configureren SC14-2084-00
Installatie SQL: Server 2008R2
Installatie SQL: Server 2008R2 Download de SQL Server 2008.exe van onze site: www.2work.nl Ga naar het tabblad: Downloads en meld aan met: klant2work en als wachtwoord: xs4customer Let op! Indien u een
Installatie SQL Server 2014
Installatie SQL Server 2014 Download de SQL Server Express net advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=42299 klik op Download. Als u een 64 bit variant
DB2. Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition. DB2 Connect Versie 9 GC14-5569-00
DB2 DB2 Connect Versie 9 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5569-00 DB2 DB2 Connect Versie 9 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5569-00 Lees eerst Kennisgevingen. Deze publicatie
Systeemeisen Exact Compact product update 406
1 van 6 08-10-2013 12:07 Exact Compact Systeemeisen Exact Compact product update 406 Een pressionele administratie moet bedrijfszeker zijn. U moet er in het dagelijks gebruik snel en zonder onderbrekingen
Power Systems. Live Partition Mobility IBM
Power Systems Lie Partition Mobility IBM Power Systems Lie Partition Mobility IBM Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 181. Deze
IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding
IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5 Installatiehandleiding Opmerking Lees eerst Kennisgevingen op pagina 5. Deze publicatie heeft betrekking op versie 7, release 5, modificatie 0 van het programma
iseries Client Access Express Beheer
iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Client Access Express beheren...................... 1 Hoofdstuk 2. Dit
Installatie SQL Server 2012
Installatie SQL Server 2012 Download de SQL Server express net Advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=29062 klik op Download. Als u een 64 bit variant
ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3
ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 Opmerking: Voordat u deze informatie en het product gebruikt, leest u eerst de informatie
Optifile Server Installatie
Optifile Server Installatie Datum: Versie: de koppeling tussen Essibox en 2 mei 2012 1.0 Omschrijving: Dit document beschrijft de installatieprocedure voor Optifile software op een nieuwe server. Optifile
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan
Crystal Reports Gebruikershandleiding. Crystal Reports XI R2 installeren
Crystal Reports Gebruikershandleiding Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports XI R2 installeren U wordt bij het installatieproces begeleid door de Crystal Reports-wizard
Installatie van sqlserver
Installatie van sqlserver Download SQLserver 2005 Express basis van de website van 2work: www.2work.nl, tabblad downloads; beveiligde zone. De inlog gegevens kunnen via de helpdesk aangevraagd worden.
Popsy Financials. Overstap Access-MSDE
Popsy Financials Overstap Access-MSDE 1 Inhoudstafel 1/17 1 Installatie van een MSDE server... 3 1.1 Microsoft SQL Express 2008... 3 1.2 Aanmaken van ODBC connectie naar de server... 9 1.3 Voorbereiding
SuperOffice Systeemvereisten
Minimale systeemvereisten voor SuperOffice CRM De minimale systeemvereisten voor SuperOffice CRM zijn tevens afhankelijk van het besturingssysteem en de services/applicaties die op het systeem actief zijn.
Installatiehandleiding. Facto minifmis
Installatiehandleiding Facto minifmis 1. Installatie Facto MiniFMIS 1.1 Achtergrond Facto MiniFMIS biedt facilitaire organisaties een eenvoudige en gebruikersvriendelijke hulpmiddel bij het uitvoeren van
5/8 Patch management
Management Services 5/8 Patch management 5/8.1 Beheer van patches met Subscription Management Tool 5/8.1.1 Inleiding Een moderne Linux-server moet regelmatig worden bijgewerkt met de laatste versie van
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage F, Kennisgeingen, op pagina 137.
Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07
Sharpdesk V3.3 Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Copyright 2000-2009 SHARP CORPORATION. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke
Nieuwe functies in deze release
IBM DB2 Uniersal Database Nieuwe functies in deze release Versie 8.2 SC14-5547-01 IBM DB2 Uniersal Database Nieuwe functies in deze release Versie 8.2 SC14-5547-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie
INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02
INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade
Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1
IBM DB2 10.1 oor Linux, UNIX en Windows Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1 Januari 2013 SC14-2086-01 IBM DB2 10.1 oor Linux, UNIX en Windows Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1 Januari 2013 SC14-2086-01
Installatiehandleiding
Installatiehandleiding TiSM- PC 10, 25, 100 en PRO Behorende bij TiSM Release 11.1 R e v i s i e 1 1 1 0 28 De producten van Triple Eye zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging
INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03
INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade
Zelftest Java concepten
Zelftest Java concepten Document: n0838test.fm 22/03/2012 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INLEIDING BIJ DE ZELFTEST JAVA CONCEPTEN Om de voorkennis nodig
HP Easy Tools. Beheerdershandleiding
HP Easy Tools Beheerdershandleiding Copyright 2014 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van de groep bedrijven onder de
Cerussa FIN Pre-requirements
Pre-requirements Inhoudstafel A. Algemeen... 3 B. Type installaties... 3 C. Hardware en software vereisten... 4 1. PC Clients... 4 2. Terminal Server Clients (Thin Clients)... 4 3. Server... 4 D. Operating
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met
IBIS-TRAD Handleiding installatie IBIS-TRAD databases (MS-SQL)
Handleiding installatie IBIS-TRAD databases (MS-SQL) Inhoudsopgave 01 INSTALLATIE IBIS-TRAD DATABASES (MS-SQL) 1 01.01 Stap 1: Installeren IBIS-TRAD databases (MS-SQL) 2 01.02 Stap 2: Rechten verlenen
ManualMaster Systeem 6.1 (ManualMaster Administrator, ManualMaster WebAccess en ManualMaster WebEdit)
Let op: de versie op de gebruikerswebsite kan worden bijgewerkt! Het kan dus zijn dat uw geprinte versie verouderd is. Van toepassing op ManualMaster Systeem 6.1 (ManualMaster Administrator, ManualMaster
INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4
INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade
Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express
Installatie MicroSoft SQL server 2012 Express Het installeren van deze MicroSoft SQL server 2012 Express dient te gebeuren door iemand met volledige rechten op het systeem. Wij adviseren dit door een systeembeheerder
Infrastructuur en platformen
Infrastructuur en platformen Het Configuratie Management Team (CMT) binnen Centric volgt de ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur en platformen. Bij elke ontwikkeling zal bepaald worden of dit
Scenario Advies SYSTEEMEISEN. November Versie 5.0
Scenario Advies SYSTEEMEISEN November 2016 Versie 5.0 Hoofdstuk 1, Inleiding Scenario Advies Inhoud 1 Inleiding Scenario Advies... 1 2 Netwerkomgeving... 1 2.1 Windows besturingssystemen... 1 2.1.1 Netwerk
Procedure Access - MSDE
Procedure Access - MSDE Inhoudstafel INSTALLATIE VAN EEN MSDE SERVER 2 Microsoft SQL Express 2005 2 Microsoft SQL Express 2008 6 AANMAKEN VAN DE ODBC CONNECTIE NAAR DE SERVER 12 VOORBEREIDING VAN DE SERVER
Installatie Cloud Backup
September 2018 Versie 2.0 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Cloud Backup... 3 Minimale hardware-eisen... 3 Ondersteunde besturingssystemen... 3 Kenmerken... 4 Support... 4 Downloaden
FULL HOUSE INSTALLATIEPROCEDURE EN SYSTEEMEISEN Netwerkversie per oktober 2010
FULL HOUSE INSTALLATIEPROCEDURE EN SYSTEEMEISEN Netwerkversie per oktober 2010 SAMENVATTING Een professioneel softwarepakket vraagt om een professionele installatie. Om te voorkomen dat op het moment van
Handleiding installatie Rental Dynamics
Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk
INSTALLATIE-INSTRUCTIE VIDA INHOUD
VIDA INSTALLATIE-INSTRUCTIES VIDA 2015 INHOUD 1 INLEIDING... 3 2 VOOR DE INSTALLATIE... 4 2.1 Checklist Voor de installatie... 4 2.2 Producten van derden... 4 2.2.1 Adobe Reader... 5 2.3 Microsoft Windows-gebruikersaccount...
Dell Command Integration Suite for System Center
Dell Command Integration Suite for System Center Versie 5.0 Installatiehandleiding Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een
5/5 Red Carpet. 5/5.1 Inleiding
Management Services 5/5 Red Carpet 5/5.1 Inleiding Met de overname van Ximian is Novell ook eigenaar geworden van de Red Carpet-technologie. Hoewel het aannemelijk is dat het hier een tijdelijke oplossing
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage C, Warranty
Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken
Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken Volg de onderstaande stappen om een nieuwe versie van Factuur2King 2.1 te installeren of een bestaande installatie bij te werken. 1. Uitpakken zipbestanden Pak
Systeemvereisten. Datum: Naam: Systeemvereisten versie 43 revisie 15 Status:
Datum: 12-11-2012 Naam: Systeemvereisten versie 43 revisie 15 Status: Inhoudsopgave 1. Systeemvereisten... 3 1.1. Systeem- en configuratievereisten Ontwikkelomgeving... 3 1.1.1. Minimale systeemvereisten
Dell Command Monitor Installatiehandleiding versie 9.1
Dell Command Monitor Installatiehandleiding versie 9.1 Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer.
Perceptive Process Design & Enterprise 3.0.3. Ondersteunde platformen
Perceptive Process Design & Enterprise 3.0.3 Ondersteunde platformen 2013 Lexmark International Technology S.A. Datum: 10/28/2013 Versie: 3.0.3 Perceptive Software is a trademark of Lexmark International
Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4
Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie)
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Als u geen upgrade kunt uitvoeren voor uw computer met Windows Vista naar Windows 7 voert u een aangepaste installatie uit.
Standard Parts Installatie Solid Edge ST3
Hamersveldseweg 65-1b 3833 GL LEUSDEN 033-457 33 22 033-457 33 25 [email protected] www.caap.nl Bank (Rabo): 10.54.52.173 KvK Utrecht: 32075127 BTW: 8081.46.543.B.01 Standard Parts Installatie Solid Edge ST3
Voor op afstand os installatie moeten de volgende onderdelen geïnstalleerd zijn op de Windows 2000 server.
Werkstuk door een scholier 1063 woorden 13 januari 2006 6,8 51 keer beoordeeld Vak Informatica Risimage Hoe werkt RIS? RIS gebruikt DHCP en de Active Directory service om cliënt van afstand te installeren.
Zelftest Informatica-terminologie
Zelftest Informatica-terminologie Document: n0947test.fm 01/07/2015 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INTRODUCTIE Deze test is een zelf-test, waarmee u
IBM Network Station Manager voor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999
IBM Network Station IBM Network Station Manager oor AS/400 V2R1 - Installatiehandleiding, September 1999 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de meest recente update SC14-5508-00 IBM Network Station IBM
Het besturingssysteem of operating system, vaak afgekort tot OS is verantwoordelijk voor de communicatie van de software met de hardware.
Het besturingssysteem of operating system, vaak afgekort tot OS is verantwoordelijk voor de communicatie van de software met de hardware. Het vormt een schil tussen de applicatiesoftware en de hardware
LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY GEBRUIKSAANWIJZING
LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY DOWNLOADER Versie 1.1 GEBRUIKSAANWIJZING Inleiding Deze software Kan controleren of er nieuwe versies zijn van de gebruikte software. Indien er een nieuwe versie is,
Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) Introductie
Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) - Introductie - Microsoft SQL Server 2005 Express installeren - Microsoft SQL Server 2005 Express configureren - Database collation - Logicworks CRM
Pervasive Server V9 Installatiegids
Pervasive Server V9 Installatiegids 1 Inhoudsopgave 1. Om te beginnen... 3 2. Systeemeisen... 3 2.1 Server... 3 2.1.1 Hardware... 3 2.1.2 Software... 3 2.2 Client... 3 2.2.1 Hardware... 3 2.2.2 Software...
Sharpdesk V3.5. Installatiehandleiding Versie 3.5.01
Sharpdesk V3.5 Installatiehandleiding Versie 3.5.01 Copyright 2000-2015 SHARP CORPORATION. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke
5/9 PlateSpin. 5/9.1 PlateSpin Portability Suite
Management Services 5/9 PlateSpin 5/9.1 PlateSpin Portability Suite PlateSpin Portability Suite is ontwikkeld voor physical-tovirtual migratie en nog veel meer manieren om werklasten om te zetten. U leest
TYPHOON DVD-MAKER. Bestnr. 99 45 02
Bestnr. 99 45 02 TYPHOON DVD-MAKER Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in
Actian PSQL v12 server installatiegids
Actian PSQL v12 server installatiegids Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Actian PSQL installeren...1 1.1 Om te beginnen...1 1.2 Systeemeisen...1 1.2.1 Server...1 1.2.2 Client...2 1.3 Installatie...3 1.3.1 Installatie
Handleiding voor aansluitingen
Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt
System Updates Gebruikersbijlage
System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op
Installatie stappen Microsoft SQL Server 2012 Express With Tools:
Versie: 2012120303 Pagina 1 van 7 Installatie stappen Microsoft SQL Server 2012 Express With Tools: Wij adviseren om de installatie te doen met een gebruiker met volledige rechten. Dit stappenplan is gebasseerd
Installatie Remote Backup
Juni 2015 Versie 1.2 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Remote Backup... 3 Kenmerken... 3 Beperkingen... 3 Gebruik op meerdere systemen... 3 Systeemeisen... 4 Support... 4 Installatie...
Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.
Qlik Sense Desktop Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik
ITware maakt een directe verbinding met de database van uw webwinkel. Hiervoor Is een MySQL ODBC connector nodig, specifiek versie 5.1.11 32 bit.
Handleiding: Installeren ITware en ODBC driver ITware wordt ondersteund op de volgende besturingssystemen: - Windows Vista - Windows 7 (32 en 64 bit) - Windows 8 (32 en 64 bit) - Windows server 2003 -
Neuron Stroomlijn 7.5
Neuron Stroomlijn 7.3 Systeemeisen Neuron Stroomlijn 7.5 Systeemeisen Systeemeisen Neuron Stroomlijn Vicrea Solutions BV Vanadiumweg 11K 3812 PX, Amersfoort 033-4604080 Introductie Inhoudsopgave In dit
NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000
NetVista Thin Client NetVista N2200w, Thin Client oor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5988-00 NetVista Thin
Virtualizatie bij SIN
Virtualizatie bij SIN Inhoud 1 Waarom...2 2 Mogelijkheden:...2 3 Features:...2 3.1 Xen server...2 3.2 HyperV...3 3.3 ESXi...3 4 Pros Cons voor SIN:...3 4.1 Xen Server...3 4.2 HyperV...3 4.3 ESXi...3 5
Pagina 1. Installatiehandleiding vanaf versie 2017
Pagina 1 Installatiehandleiding vanaf versie 2017 Inhoudsopgave Update stand alone DATAflor BUSINESS (single user)... 3 Update server DATAflor BUSINESS... 6 Update client DATAflor BUSINESS (na server update)...
VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1
VMware Identity Manager Desktop gebruiken VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken U vindt de recentste technische documentatie op de website
SharpdeskTM R3.1. Installatiehandleiding Versie
SharpdeskTM R3.1 Installatiehandleiding Versie 3.1.01 Copyright 2000-2004 Sharp Corporation. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke
TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING
LCD MONITOR TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING Versie 1.0 Modellen waarop dit van toepassing is (sinds januari 2016) PN-60TW3/PN-70TW3/PN-80TC3/PN-L603W/PN-L703W/PN-L803C (De verkrijgbaarheid
Bijlage Ketenlandschap Leerlingvolgsysteem. Applicatieketen. Aansluitvoorwaarden
Bijlage Ketenlandschap Leerlingolgsysteem Applicatieketen Afbeelding PSA01 toont de ereiste ketenkoppellakken an het Leerling Volg Systeem (LVS) naar andere benodigde applicaties. Indien in de toekomst
Installatiehandleiding
Installatiehandleiding AAN DE SLAG MET INTRAMED November 2017 INSTALLATIEHANDLEIDING 2 Hulp nodig? Ondanks dat we met zorg deze handleiding hebben samengesteld, is het mogelijk dat je vragen hebt over
Honeywell. Remote Servicing Suite User Management Suite. Installatieprocedure Windows 10
Honeywell Remote Servicing Suite User Management Suite Installatieprocedure Windows 10 Volg de volgende stappen om de Remote Servicing Suite of de Gebruiker Management Suite te installeren: 1. Voer eerst
