DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows
|
|
|
- Joke Beckers
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Nieuwe functies in deze release Bijgewerkt december 2010 SC
2
3 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Nieuwe functies in deze release Bijgewerkt december 2010 SC
4 Opmerking Lees eerst Bijlage C, Kennisgeingen, op pagina 257. Vierde uitgae (december 2010) Deze publicatie is een ertaling an de Engelstalige publicatie DB2 Version 9.5 for Linux, UNIX, and Windows - What's New, bestelnummer SC Deze publicatie heeft betrekking op de programma's DB2 Enterprise Serer Edition CPU Option, programmanummer 5765-F41, DB2 Workgroup Serer Edition CPU Option, programmanummer 5765-F35, IBM DB2 Adanced Access Control Feature, programmanummer 5724-N80, IBM DB2 Enterprise Serer Edition Authorized User, programmanummer 5765-F41, IBM DB2 Express Edition Authorized User, programmanummer 5724-E49, IBM DB2 Express Edition CPU Option, programmanummer 5724-E49, IBM DB2 Express-C, programmanummer 5724-S40, IBM DB2 Geodetic Data Management Feature, programmanummer 5724-N75, IBM DB2 High Aailability Feature for Express Edition, programmanummer 5724-N85, IBM DB2 Performance Optimization Feature for Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-N77, IBM DB2 Performance Optimization Feature for Workgroup Serer Edition, programmanummer 5724-N81, IBM DB2 Personal Edition Client Deice, programmanummer 5724-B55, IBM DB2 Storage Optimization Feature, programmanummer 5724-N78, IBM DB2 Workgroup Serer Edition Authorized User, programmanummer 5765-F35, IBM DB2 purexml Feature for Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-Q35, IBM DB2 purexml Feature for Express Edition, programmanummer 5724-Q33, IBM DB2 purexml Feature for Workgroup Serer Edition, programmanummer 5724-Q34, IBM Database Enterprise Deeloper Edition, programmanummer 5724-N76, IBM Homogeneous Federation Feature for DB2 Enterprise Serer Edition, programmanummer 5724-N79, IBM Homogeneous Federation Feature for DB2 Express Edition, programmanummer 5724-R19, IBM Homogeneous Federation Feature for DB2 Workgroup Serer Edition, programmanummer 5724-R18, IBM DB2 Connect Application Serer Edition, programmanummer 5724-D54, IBM DB2 Connect Enterprise Edition, programmanummer 5765-F30, IBM DB2 Connect Personal Edition, programmanummer 5724-B56, IBM DB2 Connect Unlimited Edition for System i, programmanummer 5724-M15, IBM DB2 Connect Unlimited Edition for System z, programmanummer 5724-B62, en op alle olgende ersies en modificaties daaran, tenzij anders ermeld in een olgende uitgae. Controleer of de uitgae die u gebruikt, oereenkomt met de ersie an het programma. De informatie in deze publicatie is onderheig aan wijzigingen. Wijzigingen zullen in nieuwe uitgaen an deze publicatie worden opgenomen. Voor technische informatie en het aanragen an publicaties kunt u zich wenden tot uw IBM-leerancier of IBM Nederland B.V. Copyright IBM Nederland B.V. 1993, Copyright IBM Corporation 1993, 2010.
5 Inhoudsopgae Oer deze publicatie ix Voor wie is deze publicatie bestemd? ix De structuur an deze publicatie ix Afspraken oer accentuering xi Deel 1. Nieuwe functies en functionaliteit Hoofdstuk 1. Kenmerken an DB2 Versie Manage uw bedrijf, niet uw database Betere performance en schaalbaarheid Informatie als serice Verbeterde beeiliging en bestendigheid Hoge beschikbaarheid en gegeensherstel Flexibeler ontwikkelingsmogelijkheden Oerzicht fixpack DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows Hoofdstuk 2. Oerzicht an uitbreidingen in DB2 Connect Oerzicht an Versie 9.5-fixpacks FP1: DB2 Connect-producten toegeoegd (Solaris x64) Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Version 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Connect Versie Hoofdstuk 3. Uitbreiding an het productpakket Nieuwe DB2-stuurprogramma ereenoudigt ingebruikname Databasepartitionering wordt op meer Linux-distributies ondersteund Componentnamen zijn gewijzigd FP1: DB2 Text Search ondersteunt zoeken in SQL- en XML-gegeens FP3b: Er zijn minder licenties ereist oor DB2-functies FP3: Er is een JDBC-licentiebestand toegeoegd aan DB2 Connect plus DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation CD's Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties Tools oor gegeensserer toegeoegd Het erzamelen an statistieken in real-time zorgt dat de laatste statistieken worden gebruikt oor optimalisatie 41 Vereenoudigde multithreadarchitectuur erlaagt de totale bedrijfskosten (TCO) Databaseconfiguratie oor meerdere partities is erbeterd Geheugenconfiguratie is ereenoudigd Gegeenscompressie is uitgebreid Meer configuratieparameters kunnen worden ingesteld op AUTOMATIC en dynamisch geconfigureerd Uitbreidingen an erdere distributie erminderen de capaciteitsgroeikosten en belastingserdelingstaken Opdracht db2look genereert DDL-instructies oor meer databaseobjecten Verbeterde toegang tot DB2-beheeropdrachten ia SQL Mogelijkheden oor bewaking zijn uitgebreid FP2: Databasebewaking uitgebreid met het hulpprogramma db2top (AIX, Linux en Solaris) Licentiebewaking is flexibeler en efficiënter FP5: Opdracht db2relocatedb is uitgebreid Tabelruimten gebruiken de ruimte effectieer FP1: Er kunnen aanullende systeemmonitorgegeens worden gegenereerd Diagnose ergrendelingstimeout is uitgebreid Optie toegeoegd aan het hulpprogramma RUNSTATS om statistische profielen opnieuw in te stellen FP2: Licentiebeleidsdefinities oorkomen dat er ongeoorloofd gebruik wordt gemaakt an DB2 purexml-functies en functies oor opslagoptimalisatie FP2: Verbeterde automatisering an geplande taken dankzij interne taakplanning FP6: Nieuwe optie RESTRICTED ACCESS beperkt de databaseerbindingen binnen het afgeronde subsysteem. 58 FP6: Gemakkelijker FCM-kwesties herkennen Copyright IBM Corp. 1993, 2010 iii
6 Hoofdstuk 5. Uitbreidingen an werkbelastingbeheer Verbeteringen in werkbelastingbeheer bieden betere besturing Hoofdstuk 6. Beeiligingsuitbreidingen Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten Uitgebreide auditfunctieprestaties en -beheer Rollen ereenoudigen machtigingsbeheer en -besturing Uitbreidingen an Label-Based Access Control (LBAC) bieden een betere beeiliging FP2: SSL-protocol en AES-ersleuteling worden op enkele databaseclients ondersteund FP4: LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten zijn uitgebreid (AIX) FP3: ondersteuning an AES-ersleuteling uitgebreid naar de databaseserer en alle clients FP4: Wachtwoorden kunnen de maximale lengte hebben die op het besturingssysteem wordt ondersteund FP5: 32-bits GSKit-bibliotheken opgenomen in de 64-bits DB2-productinstallatie FP6: Auditerbeteringen maken nu het snel opnieuw afspelen an databaseactiiteiten uit het erleden mogelijk 74 Hoofdstuk 7. Verbetering an de performance Query's die LOB-kolommen gebruiken zijn sneller Optimistische besturing oor gemeenschappelijk gebruik en erbeteringen in updatedetectie bieden een schaalbaar alternatief oor ergrendeling MDC-uitleeserwijderingen gaan sneller met de optie oor uitgestelde indexopschoning Parallelle erwerking bij het maken an een index is standaard ingeschakeld OLAP-functies zijn uitgebreid Optimalisatieprogramma oor query's is uitgebreid NO FILE SYSTEM CACHING erkleint standaard de cache an het bestandssysteem Queryperformance in DB2 Spatial Extender is erbeterd Aanullende instructies kunnen worden toegelicht FP2: Buffergrootte an TCP-socket kan worden geoptimaliseerd oor HADR-erbindingen FP2: Nieuwe opdrachtparameters oor db2adis FP4: Sommige FCM-geheugenresources kunnen automatisch worden beheerd en toegewezen (Linux) Hoofdstuk 8. purexml-uitbreidingen Met XQuery-update-expressies kunnen delen an XML-documenten worden gewijzigd Ondersteuning an hulpprogramma Load is toegeoegd oor purexml Performance oor erwerking an purexml-toepassingen is erbeterd Functionaliteit oor controleoorwaarden is uitgebreid Triggererwerking ondersteunt automatische geldigheidscontrole an XML-documenten XSLT-ondersteuning maakt conersie an XML-gegeens naar andere indelingen mogelijk Het dooroeren an SQL/XML- en XQuery-parameters is flexibeler Databases zonder Unicode kunnen XML-gegeens opslaan Kleine XML-documenten kunnen worden opgeslagen in een basistabelrij oor een betere performance XML-schema's kunnen worden bijgewerkt zonder dat heralidatie an XML-documenten is ereist XQuery-functies oor hoofdletters en kleine letters ondersteunen locales XQuery-functie extraheren componenten uit datum en tijd en passen deze aan XQuery-castexpressie ondersteunt het testen an waardecasts Publicatiefuncties zijn eenoudiger te gebruiken Ontleding an geannoteerde XML-schema's ondersteunt olgorde an inoeging en registratie an recursiee schema's FP3: Ontleding an geannoteerd XML-schema ondersteunt grotere XML-documenten FP3: XML-ontleding en -alidatie kan meer gedetailleerde berichten erzenden FP5: XQuery-functies maken het eenoudiger om datum- en tijdwaarden op te halen oor lokale tijdzones Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling Grotere ID-lengte mogelijk IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 uitgebreid Gemeenschappelijk gegeensgebruik door SQL-instructies erbeterd door globale ariabelen De ariabele SET is nu een uitoerbare instructie die dynamisch oorbereid kan worden Arrayondersteuning erbetert oerdraagbaarheid an toepassingen Gegeenstype met drijende decimale komma erbetert de nauwkeurigheid en performance an decimale gegeens Er zijn nieuwe DB2-oorbeeldprogramma's toegeoegd i Nieuwe functies in deze release
7 Speciaal register CLIENT APPLNAME wordt automatisch ingesteld door de CLP DB2 Deeloper Workbench heeft een nieuwe naam en is uitgebreid Nieuwe scalaire functies ereenoudigen toepassingsoerdracht Nieuwe bitwise scalaire functies toegeoegd FP2:.NET 64-bits CLR-routines (common language runtime) worden ondersteund FP2: Conflicten met muterende tabellen bij de aanroep an procedures anuit SQL-tabelfuncties kunnen worden ermeden FP3: Gemeenschappelijke SQL-API beschikbaar oor ontwikkelen an oerdraagbare beheertoepassingen Ondersteuning toegeoegd oor Python-toepassingen Uitbreidingen an IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's Ondersteuning an JDBC en SQLJ is uitgebreid PHP-extensies geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) Ondersteuning an Ruby on Rails-framework geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) Perl-stuurprogramma ondersteunt purexml en multibytetekens IBM Data Serer Proider for.net is uitgebreid FP1: IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt betrouwbare contexten FP3: Het stuurprogramma IBM_DB Ruby ondersteunt betrouwbare contexten FP3: IBM PHP-extensies ondersteunen betrouwbare context FP3: Sysplexondersteuning uitgebreid naar IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Sererstuurprogramma's FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd FP3: CLI-toepassingen kunnen exacte rijaantal opragen oorafgaand aan ophalen FP3: er kan on demand een bind worden uitgeoerd op dynamische pakketen FP3: CLI-pingoorzieningen zijn uitgebreid FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel Nieuwe, in het systeem opgeslagen procedures ereenoudigen de geautomatiseerde configuratie an het onderhoudsbeleid Nieuwe API DB2 Adanced Copy Serices (ACS) maakt integratie met opslaghardware mogelijk Beheer an herstelobjecten is ereenoudigd door automatische erwijdering an herstelobjecten Configuratie en beheer an clusters zijn ereenoudigd door het nieuwe DB2-subsysteemconfiguratieprogramma oor hoge beschikbaarheid Dubbele logboekstuurbestanden maken databaseherstel beter bestand tegen fouten HADR_peer_window erkleint de kans op gegeenserlies bij opeenolgende of tegelijk optredende storingen 135 Er kunnen backups worden gemaakt en teruggezet an meerdere databasepartities tegelijk met Single System View-backup Terugzetten an wijzigingen in minimale hersteltijd is geactieerd Backups maken en gegeens herstellen is sneller dankzij momentopnamebackups Integratie an clusterbeheersoftware geactieerd FP6: Ondersteuning an proxyknooppunt oor de opdracht db2adutl is toegeoegd Databasebestendigheid bij onoorziene fouten is erbeterd Probleemtolerantie an indexconsistentie is hoger Opslagsleutels detecteren geheugentoegangsproblemen FP4: Tabelactiiteit zonder logboekgegeens kan worden oorkomen FP5: Diagnosegegeens kunnen worden opgeslagen in afzonderlijke directory's FP7: Nieuwe scripts oor betere integratie tussen DB2 High Aailability Disaster Recoery en IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (Windows) Hoofdstuk 11. Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is opgenomen in de DB2-installatie (Linux en AIX) IBM Tioli Monitoring for Databases: DB2 Agent is geïntegreerd in de installatie an DB Algemeen fixpack ereenoudigt updates an sererproducten Fixpacktaken na installatie zijn geautomatiseerd (Linux en UNIX) Lie Partition Mobility wordt nu ondersteund Niet-rootgebruikers kunnen DB2-producten installeren en configureren (Linux en UNIX) Er zijn nieuwe opdrachten oor het responsbestand toegeoegd Samenoegingsmodules oor niet-db2-subsystemen toegeoegd Inhoudsopgae
8 Zelfstandig subsysteemtype is consistenter op ondersteunde platforms (Linux en UNIX) Ingebruikname en gebruik an Windows Vista is eenoudiger FP1: Ondersteuning an Solaris x64 is toegeoegd Windows Serer 2008-ondersteuning toegeoegd FP3: Gepartitioneerde databaseomgeingen ondersteunen Windows Serer 2008 Failoer Clustering FP3: Databases moeten worden bijgewerkt met de opdracht db2upd Virtualisatieomgeingen worden ondersteund Hoofdstuk 12. Uitbreidingen oor federatiee systemen Toepassingsontwikkeling is uitgebreid oor federatiee databases Beeiliging is uitgebreid oor federatiee databases Configuratie is uitgebreid oor federatiee databases Hoofdstuk 13. Uitbreidingen oor replicatie Nieuw CCD-doeltype oorkomt samenoeging an UOW- en CD-tabellen Gegeenstype DECFLOAT wordt ondersteund oor replicatie Hoofdstuk 14. Uitbreiding an taalondersteuning Sortering op taalbasis biedt meer opties oor het ordenen an gegeens Unicode-reeksliteraal maakt opgeen an Unicode-tekens mogelijk Verwerking op basis an tekens oor scalaire functies ondersteunt ariabele tekengrootte Big5-HKSCS Unicode-conersietabellen erbeteren ondersteuning an opslag an HKSCS-gegeens in Unicode-databases Ondersteuning an locales in de scalaire functies UPPER (UCASE) en LOWER (LCASE) FP1: Locale-afhankelijke sortering op UCA-basis biedt meer opties oor het ordenen an gegeens Uitbreiding an ondersteuning oor GB18030-tekenset Hoofdstuk 15. Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing Gegeenserzamelprogramma spoort onoorziene fouten op SQL-beheerroutine toegeoegd oor het bijhouden an logboeken Online consistentiecontrole an gegeens is erbeterd FP3: Transactie- en deadlockeentmonitors beatten aanullende clientgegeens FP3: Nieuwe parameters oor db2fodc-opdracht leggen indexfouten en prestatieproblemen ast FP3: De opdrachten db2pd en db2pdcfg kunnen door meerdere gebruikers worden uitgeoerd FP5: Verzamelen an historiegegeens an afgeschermde routines is eenoudiger FP5: Uitbreiding an de opdracht db2support FP6: DB2-statusinformatie kan gemakkelijker worden erzameld en geopend FP7: Verbeteringen aan de granulatie an de tool db2trc FP7: Archieflogboeken kunnen worden gecontroleerd op geldigheid FP7: DB2 Health Adisor ondersteunt nieuwe erzendopties Deel 2. Wijzigingen Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit Beheerwijzigingen (oerzicht) Standaardcodepagina oor nieuwe databases is Unicode Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gewijzigd Database-audits ereisen nu de machtiging SECADM Gegeenscompressiewoordenboek wordt automatisch gemaakt Doeltabellen oor eentmonitors an tabelschrijfacties zijn gewijzigd Er zijn enige systeemcatalogusiews en geïntegreerde routines toegeoegd en gewijzigd Memory Visualizer toont maximaal geheugengebruik Lees- en schrijftoegang oor backupimages is gewijzigd Migratieknop in DB2 Startenster is erplaatst (Windows) Grootte tabelindex is toegenomen Tabelafkapping maakt dynamische-instructiecache ongeldig Gemeenschappelijk gebruik is erbeterd oor de optie ALLOW NO ACCESS an instructies REFRESH TABLE en SET INTEGRITY i Nieuwe functies in deze release
9 Automatische erzameling an statistieken negeert tabellen met handmatig bijgewerkte statistieken Backupbewerking neemt standaard databaselogboeken op in backupimages FP5: De drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES is gewijzigd FP5: maxoccurs-kenmerkwaarden groter dan 5000 in XML-schema worden anders ontleed Oerzicht an wijzigingen in het opzetten an databases Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd Concurrent I/O (CIO) en Direct I/O (DIO) zijn standaard ingeschakeld (AIX, Linux, Solaris en Windows) Uitgebreide beeiliging ereist dat gebruikers behoren tot de groep DB2ADMNS of DB2USERS (Windows Vista) Standaardlocatie an configuratie- en runtimegegeensbestanden zijn gewijzigd (Windows) Fixpackinstallaties ereisen geen erdere handmatige stappen (Linux en UNIX) Sommige configuratieparameters worden beïnloed door ereenoudigde geheugenconfiguratie Product-ID-waarden an Information Integrator-producten zijn gewijzigd Databasepartitionering is nu alleen beschikbaar ia InfoSphere Warehouse Catalogi sorteren met de IDENTITY-olgorde in Unicode-databases FP4: Licentiebeheer oor DB2 Express, DB2 Workgroup Edition en Workload Management is gewijzigd FP6: Tioli SA MP-ersie ingebouwd in DB2-installatie-images is gewijzigd (AIX en Linux) Oerzicht an wijzigingen in toepassingsontwikkeling FP4: Merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn gecombineerd (Windows) Headerbestanden worden niet langer standaard geïnstalleerd Standaard JDBC-stuurprogramma is gewijzigd oor Jaa-routines ResultSetMetaData retourneert andere waarden oor de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie Batchupdates met automatisch gegenereerde sleutels eroorzaken SQLException Niet-afgeschermde routines, niet-afgeschermde wrapperbibliotheken en beeiligingsplugins moeten threadsafe zijn (Linux en UNIX) Grotere ID-lengte mogelijk Kolommen en toepassingsbuffers ereisen hogere standaardwaarden Sommige CLI/ODBC-toepassingen gebruiken meer geheugen Parameters db2load en db2import zijn gewijzigd en ondersteunen grotere ID's Te lange ID's leeren eerder foutberichten en waarschuwingen op Hulpprogramma's en interfaces op lager nieau handelen lange ID's soms niet correct af Niet-gekwalificeerde SYSFUN-functies kunnen SYSIBM-foutberichten retourneren Speciale registers zijn langer UNIQUE als kolomnaam in een beperkte SELECT-instructie kan onerwachte resultaten opleeren Oerzicht an wijzigingen an CLP- en systeemopdrachten Uitoer an de opdrachtregelinterface (CLP) is gewijzigd Backupbewerking tegelijk oor meerdere databasepartities De opdracht db2audit is gewijzigd De opdracht db2ckmig is gewijzigd De opdracht db2mtrk is gewijzigd Er wordt gezocht naar aangepaste calloutscripts (Linux en UNIX) Weergae an besturingssysteemprocessen en -threads is gewijzigd (Linux en UNIX) Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gedeprecieerd Opdracht GET AUTHORIZATIONS is gedeprecieerd De API sqluadau is gedeprecieerd Sommige monitorelementen zijn gedeprecieerd Logboekstuurbestand SQLOGCTL.LFH is hernoemd en gekopieerd IMPORT-opdrachtopties CREATE en REPLACE_CREATE zijn gedeprecieerd XML Extender is gedeprecieerd Statische gegeensstroom-snapshotuitoer is gedeprecieerd WORF (Web Object Runtime Framework) is gedeprecieerd Gegeensstructuur piactionstring an de API db2import en db2load is gedeprecieerd Ondersteuning oor Network Information Serices wordt gedeprecieerd (Linux en UNIX) FP1: Gegeenstypen LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC zijn gedeprecieerd FP7: HP-UX 32 bit client-ondersteuning is gedeprecieerd Hoofdstuk 18. Verwijderde functionaliteit De functie Uitgebreid geheugen (ESTORE) is erwijderd Inhoudsopgae ii
10 De functie AWE (Address Windowing Extensions) is erwijderd (Windows) Optie -w is erwijderd oor db2icrt, db2ilist en db2iupdt (Linux en UNIX) DB2 Web Tools wordt niet meer ondersteund Sommige register- en omgeingsariabelen zijn erwijderd Opdracht db2undgp is erwijderd Optie -n an de opdracht db2licm is erwijderd CLI-sleutelwoord CLISchema is erwijderd FP3b: De DB2 Query Optimization Feature is niet langer beschikbaar Hoofdstuk 19. Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Versie 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Versie Deel 3. Bijlagen Bijlage A. Configuraties oor cachegeheugens an bestandssysteem Bijlage B. Oerzicht an de technische informatie oer DB Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling Gedrukte handleidingen bestellen Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel Werken met erschillende ersies an het DB2 Informatiecentrum Onderwerpen uit het DB2 Informatiecentrum in andere talen afbeelden Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken DB2-documenten oor zelfstudie DB2-problemen oplossen Voorwaarden en bepalingen Bijlage C. Kennisgeingen Trefwoordenregister iii Nieuwe functies in deze release
11 Oer deze publicatie Deze publicatie beat informatie oer de nieuwe en gewijzigde functionaliteit in de Versie 9.5-release an de producten DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows en DB2 Connect. Voor wie is deze publicatie bestemd? Deze publicatie is bedoeld oor databasebeheerders, toepassingsprogrammeurs en andere gebruikers an DB2-databases die snel een totaalbeeld willen hebben an de uitbreidingen die beschikbaar zijn in DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows en in DB2 Connect Versie 9.5, en an de erschillen tussen Versie 9.5 en Versie 9.1 an deze producten. Dit document geeft een algemeen oerzicht an de releante informatie en beat geen gedetailleerde instructies oor het gebruik an de beschreen functies. Voor aanullende informatie kunt u de erwijzingen gebruiken die hierin worden ermeld. Zie Deel 1, Nieuwe functies en functionaliteit, op pagina 1 oor informatie oer de functies en uitbreidingen die in Versie 9.5 zijn geïntroduceerd. Zie Deel 2, Wijzigingen, op pagina 167 oor informatie oer de functionaliteit die in Versie 9.5 is gewijzigd, gedeprecieerd of erwijderd. Deze informatie geeft de belangrijke wijzigingen aan die u moet weten oordat u Versie 9.5 gaat gebruiken. Informatie oer DB2 Connect indt u in Hoofdstuk 2, Oerzicht an uitbreidingen in DB2 Connect, op pagina 27. Als u een gebruiker an Versie 9.1 bent, indt u in Hoofdstuk 19, Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Versie 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Versie 9.5, op pagina 239 een oerzicht an de wijzigingen die zijn geïntroduceerd Versie 9.1 Fixpack 3 (en eerdere fixpacks) en die ook betrekking hebben op Versie 9.5, maar die erder niet in deze publicatie worden beschreen. Dit boek is sinds het oor het eerst werd gepubliceerd, bijgewerkt met informatie oer belangrijke wijzigingen die in de fixpacks an Versie 9.5 zijn doorgeoerd. Een lijst an alle wijzigingen die in alle fixpacks tot en met Versie 9.5 Fixpack 4 zijn opgenomen, indt u in Oerzicht fixpack DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows op pagina 18. De structuur an deze publicatie De olgende onderwerpen worden behandeld: Deel 1: Nieuwe functies en functionaliteit Hoofdstuk 1, Kenmerken an DB2 Versie 9.5, op pagina 3 Dit hoofdstuk beat een oerzicht an de meest belangrijke nieuwe functies en uitbreidingen in DB2 Versie 9.5 en in DB2 Versie 9.5 fixpacks. Hoofdstuk 2, Oerzicht an uitbreidingen in DB2 Connect, op pagina 27 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de uitbreidingen en wijzigingen in DB2 Versie 9.5 die an inloed zijn op de functionaliteit an DB2 Connect. Copyright IBM Corp. 1993, 2010 ix
12 Hoofdstuk 3, Uitbreiding an het productpakket, op pagina 35 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de wijzigingen in de productpakketten in Versie 9.5. Hoofdstuk 4, Uitbreiding an de beheerfuncties, op pagina 41 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen die maken dat u minder tijd hoeft te besteden aan het beheer an uw databases. Hoofdstuk 5, Uitbreidingen an werkbelastingbeheer, op pagina 61 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe beheerfuncties oor de spreiding an de systeembelasting die zijn toegeoegd aan de bestaande oorzieningen oor werkstroombeheer in eerdere releases. Hoofdstuk 6, Beeiligingsuitbreidingen, op pagina 67 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die bijdragen aan de bescherming en het beheer an ertrouwelijke gegeens. Hoofdstuk 7, Verbetering an de performance, op pagina 75 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die bijdragen aan een optimale performance bij de toegang tot en de wijziging an gegeens. Hoofdstuk 8, purexml-uitbreidingen, op pagina 83 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen oor purexml. Hoofdstuk 9, Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling, op pagina 93 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die het ontwikkelen en in gebruik nemen an databasetoepassingen ereenoudigen en de compatibiliteit tussen toepassingen erhogen. Hoofdstuk 10, Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel, op pagina 131 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die zorgen dat uw gegeens beschikbaar blijen oor de gebruiker. Hoofdstuk 11, Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks, op pagina 143 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen waarmee u DB2-producten sneller in gebruik kunt nemen en die het eenoudiger maken deze te onderhouden. Hoofdstuk 12, Uitbreidingen oor federatiee systemen, op pagina 151 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen oor federatiee databases. Hoofdstuk 13, Uitbreidingen oor replicatie, op pagina 155 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen oor SQL-replicatie. Hoofdstuk 14, Uitbreiding an taalondersteuning, op pagina 157 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die het gebruik an gegeens en databasetoepassingen die werken met meerdere talen ereenoudigen. Hoofdstuk 15, Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing, op pagina 161 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die u kunt gebruiken om in geal an problemen diagnostische gegeens te genereren. x Nieuwe functies in deze release
13 Deel 2: Wijzigingen Hoofdstuk 16, Gewijzigde functionaliteit, op pagina 169 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de wijzigingen in bestaande DB2-functionaliteit, inclusief wijzigingen met betrekking tot het opzetten an databases, databasebeheer, toepassingsontwikkeling en het gebruik an opdrachtregelinterface en systeemopdrachten. Hoofdstuk 17, Gedeprecieerde functionaliteit, op pagina 221 In dit hoofdstuk indt u een oerzicht an de gedeprecieerde functionaliteit, dat wil zeggen an functies die wel worden ondersteund, maar niet worden aanbeolen en in een toekomstige release mogelijk worden erwijderd. Hoofdstuk 18, Verwijderde functionaliteit, op pagina 233 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de functies en functionaliteit die niet langer worden ondersteund in Versie 9.5. Hoofdstuk 19, Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Versie 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Versie 9.5, op pagina 239 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de functies en functionaliteit die zijn toegeoegd of gewijzigd als onderdeel an Versie 9.1 Fixpack 3 (en eerdere fixpacks) en ook betrekking hebben op Versie 9.5, maar die erder niet in deze publicatie worden beschreen. Deel 3: Bijlagen Afspraken oer accentuering Configuraties an cachegeheugens an het bestandssysteem Deze bijlage beat aanullende informatie oer de in Versie 9.5 ondersteunde cacheconfiguraties an het bestandssysteem. Oerzicht an de technische DB2-informatie Deze bijlage beat informatie oer de toegang tot en het gebruik an de meest recente documentatie oor uw DB2-databasesystemen. Kennisgeingen Deze bijlagen beat de juridische ereisten en beperkingen die gelden oor het gebruik an de DB2-databaseproducten en de bijbehorende documentatie. Onderwerpen die betrekking hebben op een specifieke fixpack beatten het ooroegsel "FPx" in de titel, waarbij x staat oor het fixpacknieau. In dit boek gelden de olgende afspraken oor accentuering. Vet Cursief Wordt gebruikt oor opdrachten, trefwoorden en oerige items waaran de namen door het systeem ooraf zijn gedefinieerd. Opdrachten die in hoofdletters worden geschreen, zijn CLP-opdrachten terwijl opdrachten in kleine letters systeemopdrachten zijn. Wordt gebruikt oor de olgende zaken: Namen of waarden (ariabelen) die door de gebruiker moeten worden erstrekt Benadrukte tekst Een nieuwe term Een erwijzing naar een andere informatiebron Oer deze publicatie xi
14 Tekst met aste tekenafstand Wordt gebruikt oor de olgende zaken: Bestanden en directory's Informatie die u moet typen bij een opdrachtaanwijzing of in een enster Voorbeelden an specifieke gegeenswaarden Voorbeelden an tekst die oereenkomt met wat er mogelijk door het systeem wordt afgebeeld Voorbeelden an systeemberichten Voorbeelden an programmeercode xii Nieuwe functies in deze release
15 Deel 1. Nieuwe functies en functionaliteit In dit gedeelte indt u informatie oer de nieuwe functies en functionaliteit die beschikbaar zijn in DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows. Onderwerpen die betrekking hebben op een specifieke fixpack beatten het ooroegsel "FPx" in de titel, waarbij x staat oor het fixpacknieau. Hoofdstuk 1, Kenmerken an DB2 Versie 9.5, op pagina 3 Dit hoofdstuk beat een oerzicht an de meest belangrijke nieuwe functies en uitbreidingen in DB2 Versie 9.5 en in DB2 Versie 9.5 fixpacks. Hoofdstuk 2, Oerzicht an uitbreidingen in DB2 Connect, op pagina 27 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de uitbreidingen en wijzigingen in DB2 Versie 9.5 die an inloed zijn op de functionaliteit an DB2 Connect. Hoofdstuk 3, Uitbreiding an het productpakket, op pagina 35 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de wijzigingen in de productpakketten in Versie 9.5. Hoofdstuk 4, Uitbreiding an de beheerfuncties, op pagina 41 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen die maken dat u minder tijd hoeft te besteden aan het beheer an uw databases. Hoofdstuk 5, Uitbreidingen an werkbelastingbeheer, op pagina 61 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe beheerfuncties oor de spreiding an de systeembelasting die zijn toegeoegd aan de bestaande oorzieningen oor werkstroombeheer in eerdere releases. Hoofdstuk 6, Beeiligingsuitbreidingen, op pagina 67 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die bijdragen aan de bescherming en het beheer an ertrouwelijke gegeens. Hoofdstuk 7, Verbetering an de performance, op pagina 75 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die bijdragen aan een optimale performance bij de toegang tot en de wijziging an gegeens. Hoofdstuk 8, purexml-uitbreidingen, op pagina 83 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen oor purexml. Hoofdstuk 9, Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling, op pagina 93 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die het ontwikkelen en in gebruik nemen an databasetoepassingen ereenoudigen en de compatibiliteit tussen toepassingen erhogen. Hoofdstuk 10, Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel, op pagina 131 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die zorgen dat uw gegeens beschikbaar blijen oor de gebruiker. Hoofdstuk 11, Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks, op pagina 143 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen waarmee u DB2-producten sneller in gebruik kunt nemen en die het eenoudiger maken deze te onderhouden. Copyright IBM Corp. 1993,
16 Hoofdstuk 12, Uitbreidingen oor federatiee systemen, op pagina 151 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen oor federatiee databases. Hoofdstuk 13, Uitbreidingen oor replicatie, op pagina 155 Dit hoofdstuk beat beschrijingen an de nieuwe functies en uitbreidingen oor SQL-replicatie. Hoofdstuk 14, Uitbreiding an taalondersteuning, op pagina 157 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die het gebruik an gegeens en databasetoepassingen die werken met meerdere talen ereenoudigen. Hoofdstuk 15, Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing, op pagina 161 Dit hoofdstuk beschrijft de nieuwe functies en uitbreidingen die u kunt gebruiken om in geal an problemen diagnostische gegeens te genereren. 2 Nieuwe functies in deze release
17 Hoofdstuk 1. Kenmerken an DB2 Versie 9.5 DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows biedt belangrijke nieuwe functies en uitbreidingen die inspelen op de behoeften an uw organisatie. Dit kunnen behoeften zijn op het gebied an het integreren an bedrijfsgegeens uit de gehele onderneming, het erlagen an kosten, het halen an bedrijfsresultaten of het garanderen an een eilig en eelzijdig informatiebeheersysteem oor uw bedrijf. Manage uw bedrijf, niet uw database Versie 9.5 biedt uitbreidingen an autonome functies waardoor beheerders minder tijd hoeen te besteden aan het beheren en optimaliseren an gegeensserers en installatie-uitbreidingen waarmee uw toepassingen sneller kunnen worden geconfigureerd en geïmplementeerd. Versie 9.5 beschikt oer de olgende functies oor beheer: Uitbreidingen an gegeenscompressie Compressiewoordenboeken kunnen automatisch worden gemaakt tijdens ul- of oerheelingsbewerkingen naar tabellen waaroor het kenmerk COMPRESS is gedefinieerd. U hoeft zich geen zorgen meer te maken oer het moment waarop het woordenboek gemaakt moet worden en het is eenoudiger om pakkettoepassingen te maken die compressie gebruiken. Zie Gegeenscompressie is uitgebreid op pagina 45 oor meer informatie. Nieuwe mogelijkheden oor werkbelastingbeheer In Versie 9.5 is een nieuwe, oerzichtelijke set werkbelastingbeheerfuncties beschikbaar waarmee u werkbelastingen op de serer kunt zoeken, beheren en bewaken. Deze functies zijn de eerste oplossing oor werkbelastingbeheer die olledig is geïntegreerd in DB2 Data Serer. Dankzij ondersteuning an ID-beestiging kunt u werkbelastingbeheer afstemmen op afzonderlijke gebruikers of groepen in een toepassingsomgeing met meerdere lagen. Zie Verbeteringen in werkbelastingbeheer bieden betere besturing op pagina 61 en Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten op pagina 67 oor meer informatie. Uitbreidingen an multithreadarchitectuur DB2-serers beschikken nu op alle platforms oer multithreadarchitectuur, waardoor de performance is erbeterd en configuratie en optimalisatie eenoudiger worden. Door ereenoudigingen an het geheugenbeheer zijn de meeste configuratieparameters op agentnieau niet meer nodig en de oerige zijn is geautomatiseerd. Het gebruik an een consistente threadarchitectuur oor alle platforms ermindert de complexiteit en het onderhoud an de serer. Vóór Versie 9.5 bood IBM alleen een multithreadarchitectuur oor Windows-systemen. Versie 9.5 biedt de oordelen an een multithreadarchitectuur op andere besturingssystemen. Zie Vereenoudigde multithreadarchitectuur erlaagt de totale bedrijfskosten (TCO) op pagina 42 oor meer informatie. Verbeteringen an ingebruikname Door erbeteringen an de ingebruikname is het installeren en onderhouden an de DB2-serer eenoudiger geworden. Versie 9.5 beschikt oer de olgende sleutelfuncties: Copyright IBM Corp. 1993,
18 Het nieuwe IBM Data Serer Drier Package ereenoudigt ingebruikname an toepassingen op Windows-platforms. Dit stuurprogramma, dat een kleine footprint heeft, is ontworpen om erder gedistribueerd te worden door onafhankelijk softwareleeranciers en wordt gebruikt oor distributie an toepassingen bij grootschalige ingebruikname, zoals eel gebeurd in grote bedrijen. Zie Nieuwe DB2-stuurprogramma ereenoudigt ingebruikname op pagina 35 oor meer informatie. Twee stappen die ereist zijn na het installeren an fixpacks, zijn nu geautomatiseerd, namelijk het uitoeren an de opdrachten db2iupdt en dasupdt. Verder wordt automatisch binding uitgeoerd bij de eerste erbinding. Zie Fixpacktaken na installatie zijn geautomatiseerd (Linux en UNIX) op pagina 144 oor meer informatie. Gebruikers die geen toegang tot de hoofddirectory hebben, kunnen nu beheertaken uitoeren in de besturingssystemen Linux en UNIX. Taken die gebruikers zonder toegang tot de hoofddirectory kunnen uitoeren, zijn onder andere fixpacks installeren, toepassen en wijzigingen ongedaan maken, subsystemen configureren, nieuwe functies toeoegen en de installatie erwijderen. Zie Niet-rootgebruikers kunnen DB2-producten installeren en configureren (Linux en UNIX) op pagina 145 oor meer informatie. Eenoudiger beheer an gepartitioneerde databasesystemen De uitbreidingen in Versie 9.5 zorgen dat gepartitioneerde databases eenoudiger te beheren zijn. Versie 9.5 beschikt oer de olgende functies oor gepartitioneerde databasesystemen: Er is een enkeloudige iew oor alle databaseconfiguratie-elementen oor meerdere partities. Met de nieuwe functionaliteit kunt u een databaseconfiguratie oor meerdere partities bijwerken of opnieuw instellen door één SQL-instructie of één beheeropdracht te geen anuit een partitie an de database. Zie Databaseconfiguratie oor meerdere partities is erbeterd op pagina 43 oor meer informatie. Met de opdracht BACKUP DATABASE kunt u tegelijk backups te maken an alle partities in een gepartitioneerde database Zie Er kunnen backups worden gemaakt en teruggezet an meerdere databasepartities tegelijk met Single System View-backup op pagina 136 oor meer informatie. Uitbreidingen in beheer an automatische opslag Met automatische opslag wordt de grootte an uw database in schijf- en bestandssystemen automatisch erhoogd. Hierdoor eralt de behoefte om opslagcontainers te beheren terwijl de performance en flexibiliteit an databaseopslag benut wordt. In Versie 9.5 worden uitbreidingen oor het werken met tabelruimte geïntroduceerd waardoor u de grootte an de tabelruimte kunt erlagen naar een geschikte HWM (High Water Mark). Hierdoor kan de ongebruikte ruimte automatisch weer beschikbaar worden gemaakt. Zie Tabelruimten gebruiken de ruimte effectieer op pagina 54 oor meer informatie. Aanullende automatische configuratieparameters Versie 9.5 biedt meer afstemparameters, die automatisch door de serer worden afgehandeld zonder dat u uw subsysteem of database hoeft te stoppen en opnieuw opstarten. Zie oor meer informatie oer nieuwe configuratieparameters Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd op pagina 193 en Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169. Zie Meer 4 Nieuwe functies in deze release
19 configuratieparameters kunnen worden ingesteld op AUTOMATIC en dynamisch geconfigureerd op pagina 46 oor meer informatie oer uitbreidingen an parameters die geheugentoewijzing besturen. Verbeteringen in automatisch onderhoud Als u gebruik wilt maken an automatisch onderhoud, maar de processen en het beleid nauwlettend in de gaten moet houden, kunt u de nieuwe opgeslagen systeemprocedures gebruiken oor het erzamelen an informatie oer de configuratie an het automatisch onderhoud (SYSPROC.AUTOMAINT_GET_POLICY and SYSPROC.AUTOMAINT_GET_POLICYFILE) en de configuratie an automatisch onderhoud (SYSPROC.AUTOMAINT_SET_POLICY and SYSPROC.AUTOMAINT_SET_POLICYFILE). U kunt deze procedures gebruiken om informatie oer automatisch onderhoud te configureren en op te halen oor de olgende gebieden: Onderhoudsperioden Automatische backups Automatische reorganisaties an tabellen en indexen Automatische RUNSTATS-bewerkingen an tabellen Zie Nieuwe, in het systeem opgeslagen procedures ereenoudigen de geautomatiseerde configuratie an het onderhoudsbeleid op pagina 131 oor meer informatie. Verwante uitbreidingen in Versie 9.1 In Versie 9.1 heeft IBM de olgende uitbreidingen oor beheer en installatie geïntroduceerd waarmee de database eenoudiger kan worden geïnstalleerd en onderhouden: Eenoudiger geheugenbeheer met behulp an aanpasbare optimalisatie an geheugentoewijzing. Deze geoptimaliseerde geheugenfunctie biedt een dynamische configuratie die reageert op wijzigingen in de werkbelasting. Automatische erzameling an statistieken standaard ingeschakeld bij het maken an databases. Als automatische erzameling an statistieken geactieerd is, oert het DB2-databaseproduct interne statistieken automatisch de functie RUNSTATS op de achtergrond uit, zodat de juiste statistieken worden erzameld en onderhouden. Ondersteuning oor automatische opslag oor gepartitioneerde databases. De mogelijkheid om sommige kenmerken an tabellen te wijzigen zonder dat de tabellen hoeen te worden erwijderd en opnieuw moeten worden gemaakt. Nieuwe beleidsopties die u meer mogelijkheden bieden oor het reorganiseren an tabellen en indexen. De mogelijkheid om databaseschema's te kopiëren en modelschema's te maken. Als u een modelschema hebt opgesteld, kunt u dit gebruiken als sjabloon oor het maken an nieuwe ersies an het schema. Nieuwe SQL-routines en -iews oor beheeractiiteiten. De beheerroutines en -iews bieden een primaire en eenoudig te programmeren interface oor het beheren an de DB2-database ia SQL. Dynamische FCM-buffers (Fast Communication Manager) en nieuwe configuratieparameters die automatisch kunnen worden geoptimaliseerd door DB2. Eenoudiger beheer an productlicenties met behulp an het Licentiecentrum en de opdracht db2licm. Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie 9.5 5
20 De mogelijkheid om meerdere DB2-ersies en fixpacks op dezelfde computer te installeren. Nieuwe sleutelwoorden oor responsbestanden waarmee u DB2- databaseproducten kunt installeren en instellen zonder erdere interactie. Licentiewijzigingen oor de DB2 Run-Time Client, waarmee u dit programma rij kunt distribueren. Verwante onderwerpen "Fast communications manager (Linux and UNIX)" in Partitioning and Clustering Guide "Fast communications manager (Windows)" in Partitioning and Clustering Guide "Response file installation basics" in Quick Beginnings for DB2 Serers "Automatic statistics collection" in Tuning Database Performance "Self-tuning memory" in Tuning Database Performance "Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients "Automatic reorganization" in Tuning Database Performance "Automatic storage" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante taken "Copying schemas" in Data Moement Utilities Guide and Reference Verwante erwijzing "ALTER TABLE " in SQL Reference, Volume 2 "Supported administratie SQL routines and iews" in Administratie Routines and Views "Multiple DB2 copies oeriew" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Betere performance en schaalbaarheid In Versie 9.5 zijn uitbreidingen oor performance en schaalbaarheid aangebracht, zodat u op optimale prestaties kunt rekenen bij toegang en bewerking grote hoeeelheden gegeens. Dankzij de erbeteringen an performance en schaalbaarheid is DB2 Data Serer nog steeds een industriële oplossing oor bedrijen an alle grootten. Versie 9.5 biedt onder andere de olgende sleutelfuncties oor performance en schaalbaarheid: Verbeteringen an de queryperformance en het automatisch erzamelen an statistieken Uitbreidingen an de Query Optimizer en het automatisch erzamelen an statistieken erhogen de efficiëntie en performance an uw query's. In Versie 9.5 zijn de olgende uitbreidingen geïntroduceerd: Verzamelen an statistieken in real-time. Hierdoor zijn tabelstatistieken beschikbaar als ze nodig zijn om een query te optimaliseren en uit te oeren. Als u een query aanbiedt aan het compileerprogramma, bepaalt de optimalisatiefunctie of er realtime-statistieken erzameld moeten worden oordat de query wordt gecompileerd en uitgeoerd. Het compileerprogramma gebruikt erolgens alle erzamelde statistieken om het beste toegangsplan oor de query te genereren. Door de uitbreidingen an de zelfcorrigerende realtime-statistieken worden precies genoeg statistieken bijgewerkt, zodat de Organizer het beste toegangsplan oor een query kan genereren. Zie Het erzamelen an 6 Nieuwe functies in deze release
21 statistieken in real-time zorgt dat de laatste statistieken worden gebruikt oor optimalisatie op pagina 41 oor meer informatie. Automatisch ernieuwde roepnaamstatistieken. Roepnaamstatistieken worden bijgewerkt door de opgeslagen procedure NNSTAT uit te oeren. Met toegang tot de huidige statistieken heeft het optimalisatieprogramma op de federatiee serer gedetailleerde mogelijkheden om de performance an queryplanning te erbeteren. Zie Configuratie is uitgebreid oor federatiee databases op pagina 153 oor meer informatie. Complexe query's zijn geoptimaliseerd. Zie Optimalisatieprogramma oor query's is uitgebreid op pagina 78 oor meer informatie. Verbeteringen in performance an LOB-beheer Dankzij uitbreidingen an het LOB-beheer is de performance beter oor query's die LOB-gegeens retourneren. Versie 9.5 beschikt oer de olgende uitbreidingen: Het ormen an een blok rijgegeens die erwijzingen naar LOB-gegeenstypen beatten. Als een resultatenset LOB-gegeens beat, worden meerdere gegeensrijen samengeoegd en als resultaatset geretourneerd naar de client oor een enkele cursoropdracht. Ondersteuning oor het Dynamic Data Format (ook progressie streaming genoemd). Hierdoor kan de serer LOB-gegeens efficiënt retourneren. DB2-clients gebruiken automatisch Dynamic Data Format als deze progressiee streaming gebruiken om LOB-waarden op te halen. Zie Query's die LOB-kolommen gebruiken zijn sneller op pagina 75 oor meer informatie. Sneller uitlezen an multidimensionale clustertabellen U kunt nu het opschonen an record-id-indexen (RID) uitstellen als de uitleeserwijdering in een multidimensionale clustertabel (MDC) is oltooid. Door het opschonen an RID-indexen uit te stellen worden de wisbewerkingen op dimensionale grenzen aanzienlijk ersneld. Zie MDC-uitleeserwijderingen gaan sneller met de optie oor uitgestelde indexopschoning op pagina 76 oor meer informatie. Gemeenschappelijk gebruik uitgebreid Ondersteuning oor optimistische ergrendeling erkleint de duur an onbeschikbaarheid an een resource tot het minimum door de tijd te beperken waarin een ergrendeling wordt aangehouden, terwijl de betrouwbaarheid an de gegeens wordt behouden. Aan de hand an het protocol oor optimistische ergrendeling geeft de serer de ergrendeling rij als een rij gelezen is. Als de rij later wordt bijgewerkt, beschouwt de serer de rij in de tussentijd als ongewijzigd. Zie Optimistische besturing oor gemeenschappelijk gebruik en erbeteringen in updatedetectie bieden een schaalbaar alternatief oor ergrendeling op pagina 75 oor meer informatie. Verwante uitbreidingen in Versie 9.1 In Versie 9.1 heeft IBM de erschillende uitbreidingen oor performance en schaalbaarheid geïntroduceerd waarmee het eenoudiger is geworden om met grote hoeeelheden gegeens te werken. Uitbreidingen in Versie 9.1 zijn onder andere: De mogelijkheid om tabelgegeensobjecten te comprimeren door middel an de compressie an gegeensrijen Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie 9.5 7
22 Informatie als serice Verbeterde toegangsmethoden oor query's met behulp an statistische iews Snellere mogelijkheden oor het laden an gegeens met behulp an aangepaste scripts of programma's Verbeterde uitoering an query's oor opgebouwde querytabellen Grotere RID's (record-id's), die meer gegeenspagina's per object en meer records per pagina mogelijk maken Indexsleutels die maximaal 64 kolommen kunnen beatten en maximaal 8 kb groot zijn Verwante onderwerpen "Database managed space" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "Materialized query tables" in Tuning Database Performance "Statistical iews" in Tuning Database Performance "Moing data using a customized application (user exit)" in Data Moement Utilities Guide and Reference Verwante erwijzing "SQL and XML limits" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide In Versie 9.1 heeft IBM ondersteuning oor purexml geïntroduceerd, waardoor het DB2-databasesysteem een combinatie an een relationele en een XML-serer werd. Versie 9.5 bouwt erder op deze uitbreidingen en maakt de XMLgegeenserwerking nog flexibeler, sneller en zelfs betrouwbaarder. Versie 9.5 beschikt oer de olgende purexml-sleutelfuncties: XML-gegeens laden met hoge snelheid Met het krachtige hulpprogramma load kunt u grote hoeeelheden XML-gegeens snel en efficiënt in DB2-tabellen inoegen. Zie Ondersteuning an hulpprogramma Load is toegeoegd oor purexml op pagina 84 oor meer informatie. Verbeteringen in purexml-performance Uitbreidingen an de functie purexml erlagen de uitoeringstijd oor toepassingen die XML-gegeens erwerken en in sommige geallen ook het gebruik an resources. Performanceerbeteringen zijn onder andere gerealiseerd in de gegeensbewerking in SQL/XML en XQuery, het indexeren an XML-gegeens, het querycompileerprogramma en de optimalisatie daaran en XML-documentnaigatie. Zie Performance oor erwerking an purexml-toepassingen is erbeterd op pagina 84 oor meer informatie. Subdocumentupdates oor erbeterde queryperformance Uitbreidingen an DB2 XQuery bieden meer ondersteuning oor structurele wijziging an XML-documenten. De nieuwe XQuery-update-expressies maken een grotere efficiëntie an subdocumentupdates mogelijk doordat u delen an bestaande XML-documenten kunt wijzigen in plaats an het maken an een nieuw document. Met XQuery-update-expressies kunt u knooppunten in een XML-document wissen, inoegen, erangen of hernoemen. Zie Met XQuery-update-expressies kunnen delen an XML-documenten worden gewijzigd op pagina 83 oor meer informatie. 8 Nieuwe functies in deze release
23 XML-ondersteuning oor integriteitsfuncties In Versie 9.5 is XML-ondersteuning opgenomen oor de olgende integriteitsfuncties: Met de functionaliteit oor controleoorwaarden kunt u extra opties met oorwaarden in XML-kolommen opgeen en de consistentie an de informatie waarborgen oordat deze wordt erwerkt. Zie Functionaliteit oor controleoorwaarden is uitgebreid op pagina 84 oor meer informatie. Triggererwerking ondersteunt een automatische geldigheidscontrole an XML-documenten oor geregistreerde XML-schema's op basis an de huidige geldigheidsstatus an de documenten. Zie Triggererwerking ondersteunt automatische geldigheidscontrole an XML-documenten op pagina 85 oor meer informatie. Eenoudiger conersie an XML naar HTML, platte tekst en andere indelingen Extensible Stylesheet Language Transformation (XSLT) is de meestgebruikte manier om XML te conerteren. Dankzij de uitbreidingen an purexml en ingebouwde XSLT-ondersteuning is de conersie an XML flexibeler. De nieuwe functie XSLTRANSFORM conerteert XML-documenten uit de database naar HTML, platte tekst of andere ormen an XML. Zie XSLT-ondersteuning maakt conersie an XML-gegeens naar andere indelingen mogelijk op pagina 85 oor meer informatie. Beheer an schemacompatibiliteit en ondersteuning an zich ontwikkelende schema's Schema's ontwikkelen zich in de loop der tijd. Dankzij de uitbreidingen in Versie 9.5 kunt u eerder ingeoegde en nieuwe XML-documenten controleren op basis an een erder ontwikkelde ersie an een geregistreerd schema. Met de opdracht UPDATE XMLSCHEMA-opdracht en de opgeslagen procedure inxsr_update kunt u een reeds geregistreerd XML-schema wijzigen in de XML-repository. Zie XML-schema's kunnen worden bijgewerkt zonder dat heralidatie an XML-documenten is ereist op pagina 88 oor meer informatie. Ondersteuning oor niet-unicode-databases De functies an purexml zijn nu beschikbaar in niet-unicode-databases. De nieuwe functionaliteit beheert de codepaginaconersie zo dat u geen Unicode-database meer hoeft te gebruiken. Met de nieuwe configuratieparameter enable_xmlchar kunt u oorkomen dat erangende tekens worden opgenomen als een SQL-tekenreeks wordt geconerteerd an de clientcodepagina naar de databasecodepagina en erolgens naar Unicode oor interne opslag. Zie Databases zonder Unicode kunnen XML-gegeens opslaan op pagina 86 oor meer informatie. Flexibeler ontwikkelingsmogelijkheden door SQL/XML en XQuery Door de erbeteringen in SQL/XML en XQuery kunt u de kracht an deze twee talen combineren en krachtige query's opstellen oor XML-gegeens. In Versie 9.5 worden de olgende erbeteringen geïntroduceerd: Het dooroeren an parameters is ereenoudigd en uitgebreid oor zowel SQL/XML als XQuery, waardoor u er flexibeler mee kunt werken. Zie Het dooroeren an SQL/XML- en XQuery-parameters is flexibeler op pagina 86 oor meer informatie. Er zijn nieuwe publicatiefuncties beschikbaar oor het toewijzen an relationele gegeens aan XML. Met deze functies hoeft u minder opties op te geen dan bij bestaande SQL/XML-publicatiefuncties. Zie Publicatiefuncties zijn eenoudiger te gebruiken op pagina 89 oor meer informatie. Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie 9.5 9
24 De syntaxis an eel bestaande SQL/XML-publicatiefuncties is ereenoudigd. De XQuery-taalfunctie biedt nu ondersteuning oor typecasting, het specificeren an locales bij gebruik an hoofdletters/kleine letters, extractie an datum- en tijdcomponenten en het aanpassen an tijdzones. Zie oor meer informatie XQuery-castexpressie ondersteunt het testen an waardecasts op pagina 89, XQuery-functies oor hoofdletters en kleine letters ondersteunen locales op pagina 88 en XQuery-functie extraheren componenten uit datum en tijd en passen deze aan op pagina 89. Uitbreidingen an ontleding in purexml De ontledingsfunctie oor purexml is uitgebreid en ondersteunt nu de olgorde an inoeging en de registratie an recursiee schema's: Dankzij nieuwe XML-schema-annotaties kunt u een ontledingshiërarchie opgeen, zodat de inhoud an een XML-document in een an teoren bepaalde olgorde wordt ingeoegd in de rijen an een doeldatabase. Deze uitbreiding zorgt dat oorwaarden oor referentiële integriteit worden gerespecteerd tijdens het wissen an XML-documenten. U kunt nu XML-schema's registreren waaroor recursies aanwezig zijn in de XML-schemarepository (XSR) en deze actieren oor ontleding. Zie Ontleding an geannoteerde XML-schema's ondersteunt olgorde an inoeging en registratie an recursiee schema's op pagina 90 oor meer informatie. Ondersteuning an DB2 Text Search Vanaf Fixpack 1, en met extra uitbreidingen in Fixpack 3, leert DB2 Text Search een ingebouwde en schaalbare zoektechnologie oor DB2-databases die u kunt gebruiken oor het zoeken an tekst in relationele gegeens, XQuery- en SQL/XML-gegeens en in andere documentformaten. DB2 Text Search maakt het gemakkelijker dan ooit om in DB2-databases te zoeken. Raadpleeg oor meer informatie DB2 Text Search ondersteunt zoeken in SQL- en XML-gegeens. Verwante uitbreidingen in Versie 9.1 Met Versie 9.1 lanceerde IBM de krachtigste XML-gegeensserer in de bedrijfstak. De ondersteuning an purexml handelt XML af als nieuw gegeenstype dat is opgeslagen in de natuurlijke hiërarchie en zich onderscheidt an relationele gegeens. De naadloze integratie an XML en relationele gegeens maakt ersnelde ontwikkeling an toepassingen mogelijk, erbetert de zoekperformance dankzij sterk geoptimaliseerde XML-indexen en is flexibel omdat zowel SQL als XQuery kunnen worden gebruikt om XML-gegeens te zoeken. Versie 9.1 biedt de olgende purexml-functies: Integratie met het DB2-databasesysteem, waartoe ondersteuning an de olgende functionaliteit behoort: Een nieuw XML-gegeenstype dat het opslaan an correct opgestelde XML-documenten in hun hiërarchische orm in de kolommen an een tabel ondersteunt XQuery, een functionele programmeertaal oor het uitoeren an query's op XML-gegeens. Het gegeenstype XML in SQL-instructies en SQL/XML-functies Indexeren an XML-gegeens 10 Nieuwe functies in deze release
25 Verbeterde en nieuwe tools oor het erkrijgen an toegang tot en het beheren an XML-gegeens, waaronder de olgende: Deeloper Workbench, die ondersteuning biedt oor XML-functies, het gegeenstype XML en XML-schemaregistratie De DB2-opdrachregelinterface (CLP), die het gegeenstype XML ondersteunt De functie Explain en het interfaceprogramma Visual Explain, die SQL/XML-functies en XQuery-instructies ondersteunen Ondersteuning oor toepassingsontwikkeling, die de olgende items omat: XML-ondersteuning oor programmeertalen, waarmee toepassingen zowel XML- als relationele gegeens kunnen gebruiken en opslaan XML-ondersteuning in SQL- en externe procedures, waardoor XML-gegeens kunnen worden doorgegeen aan SQL- en externe procedures door parameters an het gegeenstype XML op te nemen in CREATE PROCEDURE-parameterhandtekeningen Verwante onderwerpen "Explain facility" in Tuning Database Performance "Visual Explain" in Visual Explain Tutorial "XML data type" in purexml Guide "Querying XML data" in purexml Guide "Indexing XML data" in purexml Guide Verwante erwijzing "CREATE PROCEDURE " in SQL Reference, Volume 2 "Command line processor features" in Command Reference Verwante informatie "Introduction to XQuery" in XQuery Reference Verbeterde beeiliging en bestendigheid Versie 9.5 biedt nieuwe functies en uitbreidingen die bijdragen aan een eilige en bestendige omgeing oor uw gegeens. IT-beeiliging is oor hedendaagse organisaties een belangrijk onderwerp. Het is an doorslaggeend belang geworden om te zorgen dat geoelige gegeens goed beschermd zijn. U moet de systeembeeiliging effectief kunnen beheren, snel de beeiligingsomgeing kunnen analyseren en de toegang tot de gegeens kunnen bewaken. Voortbouwend op de uitbreidingen die in Versie 9.1 werden geïntroduceerd, zorgen de uitbreidingen in Versie 9.5 dat geoelige gegeens nog beter worden beeiligd. Versie 9.5 beschikt oer de olgende functies oor beeiliging: Vereenoudigd beeiligingsbeheer met databaserollen Een role is een databaseobject dat een of meer machtigingen groepeert. De beeiligingsbeheerder (met de machtiging SECADM) kan een rol toekennen aan gebruikers, groepen, PUBLIC, andere rollen of een betrouwbare context. Als een gebruiker lid an een rol wordt, krijgt deze automatisch alle machtigingen die aan de rol zijn toegewezen. Als de beeiligingbeheerder het lidmaatschap an een rol intrekt, worden automatisch alle machtigingen die aan de rol zijn toegewezen oor de gebruiker ingetrokken. Rollen ereenoudigen de besturing en het beheer an machtigingen doordat beeiligingsbeheerders toegang tot de databases beheren op een manier die aansluit bij de structuur an uw organisatie (zij Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
26 kunnen rollen in de database maken die direct zijn gekoppeld aan de taakomschrijingen in het bedrijf). Zie Rollen ereenoudigen machtigingsbeheer en -besturing op pagina 70 oor meer informatie. Ondersteuning an betrouwbare contexten Betrouwbare contexten bieden de mogelijkheid snellere en eiliger toepassingen in drie lagen te maken. Het gebruikers-id wordt altijd opgeslagen oor auditing en eiligheidscontroles. Als u beeiligde erbindingen moet gebruiken, erbeteren betrouwbare contexten de performance, omdat u geen nieuwe erbindingen hoeft te maken. Zie Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten op pagina 67 oor meer informatie. Uitbreidingen an Label-Based Access Control (LBAC) LBAC biedt een nauwkeuriger beheer an de toegang tot gegeens doordat u kunt opgeen tot welke rijen of kolommen gebruikers toegang hebben. Het beheer an beeiligingslabels en uitzonderingen is nu ereenoudigd. U hoeft de legitimatiegegeens niet meer te beheren op het nieau an de afzonderlijke gebruiker, u kunt deze nu ook op groeps- of rolnieau beheren. Zie Uitbreidingen an Label-Based Access Control (LBAC) bieden een betere beeiliging op pagina 71 oor meer informatie. Auditerbeteringen Door omangrijke uitbreidingen an de auditfunctie in Versie 9.5 kunt u de auditing beter beheren en de performance en het gebruikersgemak aanzienlijk erbeteren. Deze uitbreidingen zijn onder andere een zeer gedetailleerde configuratie, nieuwe auditcategorieën, afzonderlijke subsysteem- en databaselogboeken en nieuwe manieren om de auditconfiguratie aan te passen. De beeiligingsbeheerder (met de machtiging SECADM) is nu de enige erantwoordelijke oor het beheer an audits op databasenieau. Zie Uitgebreide auditfunctieprestaties en -beheer op pagina 69 oor meer informatie. Uitbreidingen an machtigingsnieau SECADM (Security Administrator) Zoals eerder al is opgemerkt, kan de beeiligingsbeheerder nu betrouwbare contexten, databaserollen en auditbeleid beheren. De beeiligingsbeheerder kan deze objecten nu maken, wijzigen, erwijderen of er commentaar bij geen. Zie oor meer informatie Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten op pagina 67, Rollen ereenoudigen machtigingsbeheer en -besturing op pagina 70 en Uitgebreide auditfunctieprestaties en -beheer op pagina 69. Verwante uitbreidingen in Versie 9.1 In Versie 9.1 heeft IBM erschillende functies geïntroduceerd oor het beeiligen an geoelige gegeens. Versie 9.1 biedt onder andere de olgende functies: Ondersteuning oor toegangsbeheer met LBAC Pluginmodules oor beeiliging met ondersteuning an erificatie en groepszoekopdrachten op basis an LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) Het nieuwe machtigingsnieau SECADM (Security Administrator), dat betere mogelijkheden biedt oor de controle an toegang tot informatie en erbeterde rapportagemogelijkheden oor het bewaken an de toegang tot ertrouwelijke gegeens De nieuwe optie RESTRICTIVE oor de opdracht CREATE DATABASE, die meer controle oer databasemachtigingen biedt 12 Nieuwe functies in deze release
27 Verwante onderwerpen "Security administration authority (SECADM)" in Database Security Guide "Label-based access control (LBAC) " in Database Security Guide "LDAP-based authentication and group lookup support" in Database Security Guide Verwante erwijzing "CREATE DATABASE " in Command Reference Hoge beschikbaarheid en gegeensherstel In Versie 9.5 worden erschillende uitbreidingen geïntroduceerd om essentiële databasetoepassingen online en beschikbaar te houden. Verbeterde autonome functies, erhoogde flexibiliteit en minder tijderlies door storingen zorgen dat actief blijen oor de laagst mogelijke kosten. Versie 9.5 biedt onder andere de olgende functies oor hoge beschikbaarheid en gegeensherstel: uitgebreide autonome functies Geautomatiseerde onderhoudsconfiguratie is ereenoudigd. U kunt ier nieuwe, op het systeem opgeslagen procedures gebruiken om informatie oer geautomatiseerd onderhoudsbeleid te erzamelen en een geautomatiseerd onderhoudsbeleid te configureren. Zie oor meer informatie Nieuwe, in het systeem opgeslagen procedures ereenoudigen de geautomatiseerde configuratie an het onderhoudsbeleid op pagina 131. Beheer an herstelobjecten is geautomatiseerd. U kunt nu het DB2-databasebeheer configureren oor het automatisch wissen an backupimages, kopielaadimages en oude logboeken die niet meer nodig zijn om gegeens te herstellen. Zie oor meer informatie Beheer an herstelobjecten is ereenoudigd door automatische erwijdering an herstelobjecten op pagina 133. Eenoudiger en snellere backup- en herstelbewerkingen De integratie an opslagbeheersoftware als IBM Tioli Storage Management (TSM) kent de olgende uitbreidingen: Integratie an opslagbeheersoftware is geactieerd. De nieuwe API (application programming interface) DB2 Adanced Copy Serices (ACS) maakt het mogelijk om backups an een momentopname te maken met uw opslaghardware. Zie oor meer informatie Nieuwe API DB2 Adanced Copy Serices (ACS) maakt integratie met opslaghardware mogelijk op pagina 132. Backup- en herstelbewerkingen zijn eel sneller dankzij momentopnamebackups. Als u een momentopnamebackup maakt of een herstelbewerking uitoert, zorgt het opslagapparaat oor de kopieerbewerkingen in de backup- of herstelbewerking. Het gebruik an een opslagapparaat om gegeens te kopiëren, maakt backup- en herstelbewerkingen eel sneller. Zie oor meer informatie Backups maken en gegeens herstellen is sneller dankzij momentopnamebackups op pagina 137. U kunt nu backups an meerdere databasepartities tegelijk maken en terugzetten met de nieuwe Single System View-backup (SSV). Zie oor Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
28 14 Nieuwe functies in deze release meer informatie Er kunnen backups worden gemaakt en teruggezet an meerdere databasepartities tegelijk met Single System View-backup op pagina 136. Het terugzetten an gegeens in minimale hersteltijd is ereenoudigd. U kunt de clausule TO END OF BACKUP bij de opdracht ROLLFORWARD of de lag DB2ROLLFORWARD_END_OF_BACKUP bij de interface db2rollforward gebruiken om de wijzigingen op alle partities an een gepartitioneerde database ongedaan te maken in de minimale hersteltijd. Zie oor meer informatie Terugzetten an wijzigingen in minimale hersteltijd is geactieerd op pagina 137. Verbeterde failoer- en herstelmogelijkheden Failoer is krachtiger dankzij de HADR-peerduur. U kunt de nieuwe databaseconfiguratieparameter hadr_peer_window gebruiken om een primair en secumdair DB2 HADR-databasepaar (High Aailability Disaster Recoery) zich te laten gedragen alsof het de peerstatus heeft als de erbinding tussen de primaire database en de secundaire database wordt erbroken. Deze functie kan de kans erlagen dat er gegeens erloren gaan als er meeroudige of opeenolgende fouten optreden. Zie HADR_peer_window erkleint de kans op gegeenserlies bij opeenolgende of tegelijk optredende storingen op pagina 135 oor meer informatie. Gegeensherstel is beter bestand tegen fouten door dubbele logboekstuurbestanden. In Versie 9.1 onderhield de databasebeheerfunctie alleen het logboekstuurbestand SQLOGCTL.LFH. In Versie 9.5 beheert de databasemanager twee kopieën an het logboekstuurbestand: SQLOGCTL.LFH.1 en SQLOGCTL.LFH.2. Het bijhouden an twee logboekstuurbestanden erlaagt de kans op gegeenserlies als er een storing optreedt. Zie oor meer informatie Dubbele logboekstuurbestanden maken databaseherstel beter bestand tegen fouten op pagina 134. Vereenoudigd beheer an clusteromgeingen IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is nu opgenomen in IBM dataserer op Linux- en AIX-besturingssystemen. Zie oor meer informatie IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is opgenomen in de DB2-installatie (Linux en AIX) op pagina 143. Integratie an clusterbeheersoftware is geactieerd. Met de nieuwe DB2-clusterbeheer-API (application programming interface) kunt u IBM Data Serer-clusterconfiguratieprogramma's gebruiken, zoals DB2 High Aailability Instance Configuration Utility (db2haicu). Zie oor meer informatie Integratie an clusterbeheersoftware geactieerd op pagina 138. Sneller offline erder distribueren an gepartitioneerde databases Vanaf Versie 9.5 Fixpack 1 maken de olgende erbeteringen an de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP groeiscenario's oor de systeemcapaciteit beter beheerbaar en efficiënter: De nieuwe opdrachtopties TABLE en STATISTICS USE PROFILE erbeteren de gebruikersriendelijkheid en de besturing an de erdere distributie an gegeens. Met de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP kunt u nu erschillende bewerkingen uitoeren, waaronder reorganisatie an tabellen, onderhoud an indexen, opragen an rije schijfruimte en erzamelen an databasestatistieken. De intergratie an deze
29 Flexibeler ontwikkelingsmogelijkheden bewerkingen in de opdracht erlaagt het aantal tabelscans dat databasebeer moet uitoeren, waardoor de performance beter wordt. Uitbreidingen an de interne architectuur dragen ook bij aan de algemene performance en de capaciteitsgroei an het systeem als geheel. De ruimteereisten oor actiee logboeken bij gegeenserplaatsing worden tot een minimum beperkt wanneer u de optie NOT ROLLFORWARD RECOVERABLE gebruikt. Dit betekent dat het hulpprogramma oor erdere distributie an gegeens erg weinig actiee logboekruimte nodig heeft. Hierdoor is het niet meer nodig om één distributiebewerking op te delen in meerdere kleine bewerkingen. Zie Uitbreidingen an erdere distributie erminderen de capaciteitsgroeikosten en belastingserdelingstaken op pagina 48 oor meer informatie. Versie 9.5 biedt nieuwe functies en uitbreidingen die het ontwikkelen en in gebruik nemen an databasetoepassingen ereenoudigen en de compatibiliteit tussen toepassingen erhogen. Versie 9.5 beschikt oer de olgende sleutelfuncties en uitbreidingen oor het ontwikkelen an toepassingen: Ondersteuning oor gegeenstype met drijende decimale komma In Versie 9.5 is DECFLOAT opgenomen, een gegeenstype met een drijende decimale komma, dat nuttig is in bedrijfstoepassingen (bijoorbeeld financiële toepassingen) die werken met exacte decimale waarden. DECFLOAT combineert de nauwkeurigheid an het gegeenstype DECIMAL met de performanceoordelen an het gegeenstype FLOAT, wat oordelig is in toepassingen waarin met geldwaarden wordt gerekend. Zie Gegeenstype met drijende decimale komma erbetert de nauwkeurigheid en performance an decimale gegeens op pagina 97 oor meer informatie. Verbeteringen in compatibiliteit an toepassingen De erbeterde compatibiliteit an toepassingen in Versie 9.5 erhoogt de compatibiliteit met bestaande code en ereenoudigt de migratie an toepassingen die databases an andere leeranciers gebruiken. Versie 9.5 beschikt oer de olgende uitbreidingen: Ondersteuning an het gegeenstype ARRAY in procedures en toepassingen die procedures aanroepen. Zie Arrayondersteuning erbetert oerdraagbaarheid an toepassingen op pagina 97 oor meer informatie. Ondersteuning an globale ariabelen. Een globale ariabele is een benoemde geheugenariabele waartoe u toegang hebt en die u kunt wijzigen met SQL-instructies. Versie 9.5 ondersteunt gemaakte globale sessieariabelen, die zijn gekoppeld aan een specifieke sessie en een waarde hebben die uniek is oor die sessie. Zie Gemeenschappelijk gegeensgebruik door SQL-instructies erbeterd door globale ariabelen op pagina 95 oor meer informatie. Ondersteuning oor grotere ID's. De maximale lengte an eel ID's is erhoogt naar 128 bytes. Zie Grotere ID-lengte mogelijk op pagina 93 oor meer informatie. Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
30 Ondersteuning an SQL-dialecten an andere leeranciers. Versie 9.5 biedt tolerantie an DECODE-, NVL-, LEAST- en GREATEST-functies. Zie Nieuwe scalaire functies ereenoudigen toepassingsoerdracht op pagina 103 oor meer informatie. Versie 9.5 Fixpack 3 kent een erzameling opgeslagen procedures met een algemene handtekening of een handtekening die niet steeds hoeft te worden ernieuwd en die binnen een groep IBM Data Serers oerdraagbaar zijn. U kunt deze opgeslagen procedures gebruiken oor het maken an toepassingen die allerlei beheerfuncties uitoeren, zoals het ophalen en instellen an configuratieparameters of het ophalen an systeem- en foutgegeens. Zie oor meer informatie FP3: Gemeenschappelijke SQL-API beschikbaar oor ontwikkelen an oerdraagbare beheertoepassingen op pagina 104. Uitbreidingen an JDBC en SQLJ Versie 9.5 biedt ondersteuning an de functies in JDBC 4.0, JDBC 3.0 en oudere ersies. Zie Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid op pagina 107 en Ondersteuning an JDBC 4.0 is toegeoegd op pagina 117 oor meer informatie. Uitbreiding an functies oor toepassingsontwikkeling in Perl, PHP Python en Ruby Verbeterde ondersteuning an Perl, Hypertext Preprocessor-extensies (PHP), Python-extensies en het Ruby on Rails-framework maakt het ontwikkelen an toepassingen eenoudiger en erbetert de toegang tot gegeens die in DB2-databases zijn opgeslagen. Versie 9.5 beschikt oer de olgende uitbreidingen: Het DB2-stuurprogramma oor Perl ondersteunt nu purexml en multibytelocales. Deze uitbreidingen ereenoudigen het ontwikkelen an toepassingen door het deel an de programmeerlogica te erwijderen dat eerder werd gebruikt oor het opslaan en ophalen an XML-gegeens en de conersie an tekensets. Zie Perl-stuurprogramma ondersteunt purexml en multibytetekens op pagina 124 oor meer informatie. Het stuurprogramma en de binaire bestanden oor Ruby on Rails maken nu deel uit an de DB2-installatie oor een subset an platforms, waardoor snellere ontwikkeling mogelijk is. U hoeft het stuurprogramma en de binaire bestanden niet meer afzonderlijk op te halen. Zie Ondersteuning an Ruby on Rails-framework geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) op pagina 123 oor meer informatie. De olgende PHP-extensies zijn oor een subset an platforms beschikbaar als onderdeel an de DB2-installatie: IBM_DB2, een bestaande extensie die directe toegang tot gegeens in de DB2-database erbetert door gebruik an de DB2-CLI-bibliotheken (Call Leel Interface). PDO_IBM, een nieuwe extensie die toegang tot een DB2-database erschaft ia de interface PHP Data Objects (PDO). Zie PHP-extensies geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) op pagina 122 oor meer informatie. Er zijn Python-extensies oor toegang tot IBM Data Serer-databases beschikbaar. Zie Ondersteuning toegeoegd oor Python-toepassingen op pagina 106 oor meer informatie. Uitbreidingen an de toolset IBM Data Studio is een uitgebreide en krachtige gebruikersinterface 16 Nieuwe functies in deze release
31 waarmee u taken oor databaseontwerp, ingebruikname en beheer kunt uitoeren. Dit product komt in de plaats an DB2 Deeloper Workbench, dat werd geleerd bij Versie 9.1. U kunt IBM Data Studio gebruiken oor het ontwikkelen en testen an routines, het in gebruik nemen an gegeensgerichte webserices, het maken en uitoeren an SQL- en XQuery-query's, en het ontwikkelen an databasetoepassingen. Zie Tools oor gegeensserer toegeoegd op pagina 41 oor meer informatie. Ondersteuning an betrouwbare contexten Betrouwbare contexten bieden de mogelijkheid om snellere en eiliger toepassingen in drie lagen te maken. Het gebruikers-id wordt altijd opgeslagen oor auditing en eiligheidscontroles. Voor de olgende componenten is er ondersteuning an betrouwbare contexten toegeoegd: IBM Data Serer Proider for.net (met ingang an Fixpack 1). Zie FP1: IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 oor meer informatie. IBM_DB Ruby drier (met ingang an Fixpack 3). Zie FP3: Het stuurprogramma IBM_DB Ruby ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 oor meer informatie. IBM PHP extensions (met ingang an Fixpack 3). Zie FP3: IBM PHP-extensies ondersteunen betrouwbare context op pagina 126 oor meer informatie. Verwante uitbreidingen in Versie 9.1 In Versie 9.1 heeft IBM erschillende functies en erbeteringen geïntroduceerd oor snellere en meer flexibele ontwikkeling. Versie 9.1 biedt onder andere de olgende functies en erbeteringen: Ondersteuning oor purexml, die de olgende functies omat: Ondersteuning an toepassingsontwikkeling oor purexml Ondersteuning oor de taal XQuery Ondersteuning oor XML in SQL-instructies en SQL/XML-functies Ondersteuning oor het gegeenstype XML in SQL- en externe procedures Ontleding an geannoteerde XML-schema's Een erbeterd DB2-stuurprogramma oor JDBC en SQLJ, die de olgende functies omat: Ondersteuning oor SQLJ-instructies waarmee functies worden uitgeoerd die oereenkomen met de meeste JDBC-methoden Ondersteuning oor een groot aantal nieuwe gegeenstypen Nieuwe, alleen oor DB2 geschikte methoden ter ondersteuning an betrouwbare erbindingen met DB2 oor z/os-databaseserers Heterogeen in pools plaatsen en hergebruik an erbindingen De Deeloper Workbench, die de olgende functies omat: Foutopsporing oor geïntegreerde opgeslagen procedures Ondersteuning oor het ontwikkelen an SQLJ-toepassingen Ondersteuning oor XML-functies Ondersteuning oor change management-systemen waarmee u projecten gemeenschappelijk kunt gebruiken Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
32 Verwante onderwerpen "Annotated XML schema decomposition" in purexml Guide "XML data type" in purexml Guide "Querying XML data" in purexml Guide "Indexing XML data" in purexml Guide "Supported driers for JDBC and SQLJ" in Getting Started with Database Application Deelopment Verwante erwijzing "CREATE PROCEDURE " in SQL Reference, Volume 2 Verwante informatie "Introduction to XQuery" in XQuery Reference Oerzicht fixpack DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows De fixpacks oor Versie 9.5 beatten belangrijke wijzigingen die an inloed kunnen zijn op de wijze waarop u het product gebruikt. Als u de Versie 9.5 fixpacks niet hebt aangebracht of als u uw lokale Informatiecentrum niet meer hebt bijgewerkt sinds ersie 9.5 is uitgebracht, kunt u de olgende onderwerpen doornemen oor een inzicht in de technische wijzigingen die zijn opgenomen in de DB2 Versie 9.5 fixpacks. Fixpacks zijn cumulatief en beatten alle wijzigingen en functies die in eerdere fixpacks zijn geleerd. Fixpack 7 Fixpack 6 Fixpack 5 Fixpack 4 Fixpack 3b Fixpack 3 op pagina 23 Fixpack 2 op pagina 24 Fixpack 1 op pagina 25 Fixpack 7 Fixpack 7 beat de functies an de orige fixpacks en en de olgende wijzigingen an bestaande functies: HP-UX 32 bit client-ondersteuning is gedeprecieerd en wordt in een toekomstige release mogelijk erwijderd. Zie FP7: HP-UX 32 bit client-ondersteuning is gedeprecieerd. op pagina 232 oor meer informatie. Fixpack 7 beat de olgende erbeteringen: U kunt tweedelige namen opgeen oor tabellen en iews met de opdracht db2look om het schema an de tabel of de iew op te geen. Daarnaast genereren de parameters -xdep en -xddep-instructies oor autorisatie-ddl's (bijoorbeeld GRANT-instructies) oor de tabellen, opgegeen door parameter -t of -tw en de bijbehorende afhankelijke objecten. Zie Opdracht db2look genereert DDL-instructies oor meer databaseobjecten op pagina 51 oor meer informatie. De procedure WLM_COLLECT_STATS krijgt oortaan een inoerparameter met de naam wait wat aangeeft dat de procedure pas teruggaat als alle statistieken geschreen zijn en leeggemaakt naar de eentmonitortabellen an de 18 Nieuwe functies in deze release
33 statistieken. Anders gaat de procedure direct terug nadat er een statistiekenerzameling en resetprocedure is gestart. Bewakingfuncties kunnen de nieuwe functionaliteit gebruiken om in synchrone modus WLM-statistieken te erzamelen, zodat de functies weten dat tegen de tijd dat de procedure teruggaat alle gegeens in de eentmonitortabellen oor statistieken zijn opgenomen. Raadpleeg oor meer informatie WLM_COLLECT_STATS procedure - Collect and reset workload management statistics in Administratie Routines and Views. Er zijn twee nieuwe functies toegeoegd om de granulariteit an de tool db2trc te erbeteren. Dit zijn de mogelijkheid om enkel de aangegeen partities te traceren of de mogelijkheid om op basis an een specifieke toepassings-id (of toepassings-handle) te traceren. Zie FP7: Verbeteringen aan de granulatie an de tool db2trc op pagina 165 oor meer informatie. Er zijn nieuwe scripts toegeoegd om de integratie te erbeteren tussen DB2 High Aailability Disaster Recoery (HADR)en IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) op het Windows-besturingssysteem. Zie FP7: Nieuwe scripts oor betere integratie tussen DB2 High Aailability Disaster Recoery en IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (Windows) op pagina 142 oor meer informatie. De configuratieparameter statement heap size (stmtheap) kan oortaan op automatisch worden ingesteld, met een onderliggende of een aste waarde. Raadpleeg oor meer informatie Statement heap size configuration parameter in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide. Met het nieuwe hulpprogramma db2cklog kunt u oortaan de geldigheid an archieflogboeken controleren oordat deze bestanden worden gebruikt oor het terugzetten an wijzigingen. Zie FP7: Archieflogboeken kunnen worden gecontroleerd op geldigheid op pagina 166 oor meer informatie. De DB2 Health Adisor ondersteunt nu extra opties oor het erzenden an oor analysedoeleinden erzamelde gegeens oer een DB2-instance. Zie FP7: DB2 Health Adisor ondersteunt nieuwe erzendopties op pagina 166 oor meer informatie. Fixpack 6 Fixpack 6 beat de functies an de orige fixpacks en de olgende wijzigingen an bestaande functies: Er is een recentere ersie an IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component geïnstalleerd. Zie FP6: Tioli SA MP-ersie ingebouwd in DB2-installatie-images is gewijzigd (AIX en Linux) op pagina 203 oor meer informatie. Fixpack 6 beat de olgende erbeteringen: Ondersteuning oor het besturingsssysteem AIX 7.1. Zie oor meer informatie de Installatiebereisten oor DB2-serers en IBM-gegeenssererclients (AIX) in Quick Beginnings for DB2 Serers. Ondersteuning oor toepassingen op Solaris UltraSPARC. Raadpleeg oor meer informatie Support for database application deelopment in C Support for database application deelopment in C in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide. Ondersteuning an proxyknooppunten met Tioli Storage Manager (TSM). Zie FP6: Ondersteuning an proxyknooppunt oor de opdracht db2adutl is toegeoegd op pagina 139 oor meer informatie. Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
34 Er is een nieuwe instelling an een registerariabele toegeoegd aan de registerariabele DB2_WORKLOAD wanneer deze wordt ingesteld op SAP. Zie Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gewijzigd op pagina 172 oor meer informatie. Ondersteuning oor IBM Rational Deeloper for zseries 7. Raadpleeg oor meer informatie Support for database application deelopment in COBOL Support for database application deelopment in COBOL in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide. Het is niet langer nodig om Linux-kernelparameters gerelateerd aan Interprocescommunicatie (IPC) bij te werken. Voor Versie 9.5 Fixpack 5 of eerder moet u mogelijk nog wel uw kernelparameterinstellingen bijwerken. Raadpleeg oor meer informatie Vereisten oor kernelparameters (Linux ) in Quick Beginnings for DB2 Serers. De nieuwe opdracht oor gegeenserzameling db2has maakt het gemakkelijker om DB2-statusgegeens te erzamelen oor erzending naar de DB2 Health Adisor Serice an IBM oor analysedoeleinden. Zie FP6: DB2-statusinformatie kan gemakkelijker worden erzameld en geopend op pagina 165 oor meer informatie. De nieuwe optie RESTRICTED ACCESS kan zo worden ingesteld dat er geen autorisatiecontrole plaatsindt oor alle erbindingspogingen met de databases an een afgerond DB2-subsysteem. De nieuwe optie kan ook worden gebruikt wanneer er een behoefte is aan exclusiee erbindingen met een database binnen het afgeronde subsysteem. Zie FP6: Nieuwe optie RESTRICTED ACCESS beperkt de databaseerbindingen binnen het afgeronde subsysteem op pagina 58 oor meer informatie. Twee nieuwe tabelfuncties, MON_GET_FCM en MON_GET_FCM_CONNECTION_LIST, erbeteren de bewaking an Fast Communications Manager (FCM). Zie FP6: Gemakkelijker FCM-kwesties herkennen op pagina 58 oor meer informatie. Gebruikers kunnen de databaseconfiguratieparameters fcm_num_buffers en fcm_num_channels dbm nu instellen op een specifieke waarde met het kenmerk AUTOMATIC om eroor te zorgen dat de systeemcontrollerthread de resources niet onder een opgegeen waarde instelt. Gebruikers kunnen dit doen door de nieuwe optie FCM_CFG_BASE_AS_FLOOR an de registerariabele DB2_FCM_SETTINGS registry in te stellen op YES. Ondersteuning oor transparante LDAP-erificatie en zoeken in groepen in AIX uitgebreid met ondersteuning oor Kerberos-erificatie. Zie FP4: LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten zijn uitgebreid (AIX) op pagina 72 oor meer informatie. Er zijn auditerbeteringen aangebracht om het opnieuw uitoeren an databaseactiiteiten uit het erleden mogelijk te maken. Zie FP6: Auditerbeteringen maken nu het snel opnieuw afspelen an databaseactiiteiten uit het erleden mogelijk op pagina 74 oor meer informatie. Fix Pack 5 Fixpack 5 beat de functies an de orige fixpacks en en de olgende wijzigingen an bestaande functies: De CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES-drempel is gewijzigd om de kans op onerenigbare conflictscenario's op basis an wachtrijen te erkleinen. Zie FP5: De drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES is gewijzigd op pagina 191 oor meer informatie. 20 Nieuwe functies in deze release
35 Als een XML-schema dat in de DB2 XSR ereist is, gebruik maakt an het kenmerk maxoccurs waarbij de waarde groter is dan 5000, wordt de kenmerkwaarde an maxoccurs behandeld alsof u "unbounded" (onbegrensd) hebt opgegeen. Zie FP5: maxoccurs-kenmerkwaarden groter dan 5000 in XML-schema worden anders ontleed op pagina 192 oor meer informatie. Fixpack 5 beat de olgende erbeteringen: Er is een limiet aan het aantal gegeens dat wordt gescand bij het maken an een compressiewoordenboek oor gegeensrijcompressie, zodat is de ADC (Automatic Dictionary Creation) sneller erloopt. De geheugentoewijzing die optreedt tijdens ADC oor reekspartitietabellen is ook erbeterd. Zie Gegeenscompressie is uitgebreid op pagina 45 oor meer informatie. U kunt logboekregistratie gebruiken oor LOB-kolommen die groter zijn dan 1 gigabyte en u kunt ook gebruik maken an de clausule LOGGED met de instructies CREATE TABLE en ALTER TABLE oor LOB-kolommen die groter zijn dan 1 gigabyte. Raadpleeg oor meer informatie Migration impact of SQL statement changes in Migration Guide. De opdracht db2relocatedb ondersteunt nieuwe trefwoorden oor het eenoudiger erplaatsen an databases. Zie FP5: Opdracht db2relocatedb is uitgebreid op pagina 54 oor meer informatie. U kunt de oortgang an een indexreorganisatie olgen. Zie FP1: Er kunnen aanullende systeemmonitorgegeens worden gegenereerd op pagina 55 oor meer informatie. Transparent LDAP wordt ondersteund op het Linux-, HP-UX- en Solaris-besturingssysteem. Zie FP4: LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten zijn uitgebreid (AIX) op pagina 72 oor meer informatie. Aanullende ondersteuning wordt geboden oor de GB18030-codeset. Zie Uitbreiding an ondersteuning oor GB18030-tekenset op pagina 160 oor meer informatie. De opdracht db2pd heeft een nieuwe parameter die het gemakkelijker maakt om historiegegeens oer afgeschermde routines te erzamelen. Zie FP5: Verzamelen an historiegegeens an afgeschermde routines is eenoudiger op pagina 164 oor meer informatie. Nieuwe XQuery-functies stellen u in staat om huidige datum- en tijdwaarden op te halen met behulp an de lokale tijdzone an het DB2-databasesysteem. Zie FP5: XQuery-functies maken het eenoudiger om datum- en tijdwaarden op te halen oor lokale tijdzones op pagina 92 oor meer informatie. De functie db2support is uitgebreid met nieuwe filteropties en een archieeroptie. Zie FP5: Uitbreiding an de opdracht db2support op pagina 164 oor meer informatie. Er worden langere hostnamen ondersteund op het HP-UX-besturingssysteem. Raadpleeg oor meer informatie Installatieereisten oor DB2 Connect-sererproducten (HP-UX) in het Quick Beginnings for DB2 Serers. 32-bits GSKit-bibliotheken zijn opgenomen in de DB2-installatie-images. Zie FP5: 32-bits GSKit-bibliotheken opgenomen in de 64-bits DB2-productinstallatie op pagina 74 oor meer informatie. DB2-fixpackimages beatten een licentiesleutel oor Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component, ersie 3.1. Zie IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is opgenomen in de DB2-installatie (Linux en AIX) op pagina 143 oor meer informatie. U kunt de diagpath-parameter oor Database Manager-configuratie gebruiken om DB2-diagnosegegeens op te slaan in afzonderlijke directory's met namen die zijn gebaseerd op de fysieke host, de databasepartitie of beide. De opdracht Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
36 db2diag beat een nieuwe -merge-parameter oor het samenoegen an meerdere db2diag-logboekbestanden. Zie FP5: Diagnosegegeens kunnen worden opgeslagen in afzonderlijke directory's op pagina 141 oor meer informatie. De opdracht db2batch ondersteunt een nieuwe -z-optie die aanullende diagnosegegeens doorstuurt naar een uitoerbestand. Raadpleeg oor meer informatie db2batch - Benchmark tool command in Command Reference. Fixpack 4 Fixpack 4 beat de functies an de orige fixpacks en de olgende wijzigingen an bestaande functies: DB2 op Linux kan nu een groter gedeelte an het systeemgeheugen toewijzen aan FCM-buffers (Fast Communication Manager). Zie FP4: Sommige FCM-geheugenresources kunnen automatisch worden beheerd en toegewezen (Linux) op pagina 82 oor meer informatie. Voor bepaalde functies an het DB2-databaseproduct is een strict licentiehandhaingsbeleid geïmplementeerd. Zie FP4: Licentiebeheer oor DB2 Express, DB2 Workgroup Edition en Workload Management is gewijzigd op pagina 202 oor meer informatie. IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source hebben een andere naam gekregen en de respectieelijke merge-modules zijn gecombineerd. Zie Componentnamen zijn gewijzigd op pagina 36 en FP4: Merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn gecombineerd (Windows) op pagina 204 oor meer informatie. De nieuwe blocknonlogged-databaseconfiguratieparameter biedt meer controle oer bewerkingen die niet in een logboek worden opgeslagen. Zie FP4: Tabelactiiteit zonder logboekgegeens kan worden oorkomen op pagina 140 oor meer informatie. Fixpack 4 beat teens de olgende erbeteringen: Transparant LDAP wordt ondersteund op het AIX-besturingssysteem. Zie FP4: LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten zijn uitgebreid (AIX) op pagina 72 oor meer informatie. Wachtwoorden kunnen op bepaalde besturingssystemen de maximale lengte hebben. Zie FP4: Wachtwoorden kunnen de maximale lengte hebben die op het besturingssysteem wordt ondersteund op pagina 73 oor meer informatie. SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 11 is een ondersteund Linux-besturingssysteem. Raadpleeg oor meer informatie oer ondersteunde besturingssystemen Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer Clients (Linux) in Quick Beginnings for DB2 Serers. Fix Pack 3b Tijdelijk fixpack 3b beat de functies an de orige fixpacks en de olgende wijzigingen an bestaande functies: Er zijn erschillende DB2-functies in de DB2-databaseproducten ingebouwd. Het zijn niet langer afzonderlijk geprijsde functies en u hoeft daarom niet langer licentiecodes oor deze functies aan te schaffen. Zie FP3b: Er zijn minder licenties ereist oor DB2-functies op pagina 38 oor meer informatie. DB2 Query Optimization Feature for DB2 Workgroup Serer Edition wordt niet langer geleerd. Zie FP3b: De DB2 Query Optimization Feature is niet langer beschikbaar op pagina 238 oor meer informatie. 22 Nieuwe functies in deze release
37 Fixpack 3 Fixpack 3 beat de functies an eerdere fixpacks plus de olgende erbeteringen: DB2 Text Search kan nu oerweg met Rich Text-documenten. Zie FP1: DB2 Text Search ondersteunt zoeken in SQL- en XML-gegeens op pagina 36 oor meer informatie. De opdracht db2upd95, waarmee de databasesysteemcatalogus wordt bijgewerkt ter ondersteuning an het fixpacknieau dat u hebt geïnstalleerd. Zie FP3: Databases moeten worden bijgewerkt met de opdracht db2upd95 op pagina 150 oor meer informatie. Vier nieuwe procedures oor ontleding an een geannoteerd XML-schema, waarmee u XML-documenten an maximaal 2 GB kunt ontleden. Zie FP3: Ontleding an geannoteerd XML-schema ondersteunt grotere XML-documenten op pagina 90 oor meer informatie. Het AES-algoritme (Adanced Encryption Standard) kan worden gebruikt oor het ersleutelen an gebruikers-id's en wachtwoorden op alle DB2 Versie 9.5 oor Linux-, UNIX- en Windows-clients en databaseserers. Zie FP3: ondersteuning an AES-ersleuteling uitgebreid naar de databaseserer en alle clients op pagina 73 oor meer informatie. Windows Serer 2008 Failoer Clusters worden ondersteund oor failoer in gepartitioneerde DB2-databasesystemen. Zie FP3: Gepartitioneerde databaseomgeingen ondersteunen Windows Serer 2008 Failoer Clustering op pagina 149 oor meer informatie. Er zijn aanullende clientgegeens toegeoegd aan de transactie- en deadlockeentmonitors. db2pd is ook met deze informatie bijgewerkt. Zie FP3: Transactie- en deadlockeentmonitors beatten aanullende clientgegeens op pagina 162 oor meer informatie. De machtiging oor het uitoeren an de functies db2pd en db2pdcfg is ersoepeld op de Linux- en UNIX-platforms. Het is oor het uitoeren an deze functies niet langer ereist dat u de eigenaar an het subsysteem bent en de machtiging SYSADM hebt. Zie FP3: De opdrachten db2pd en db2pdcfg kunnen door meerdere gebruikers worden uitgeoerd op pagina 163 oor meer informatie. Het JDBC-licentiebestand is nu opgenomen in alle DB2 Connect Serer- en DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation-CD's. Zie FP3: Er is een JDBC-licentiebestand toegeoegd aan DB2 Connect plus DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation CD's op pagina 39 oor meer informatie. Meerdere CLI-erbeteringen. Zie oor meer informatie FP3: CLI-toepassingen kunnen exacte rijaantal opragen oorafgaand aan ophalen op pagina 128, FP3: er kan on demand een bind worden uitgeoerd op dynamische pakketen op pagina 129 en FP3: CLI-pingoorzieningen zijn uitgebreid op pagina 129. Nieuwe parameters oor de opdracht db2fodc oor het erzamelen an symptoomgegeens die zijn gerelateerd aan indexfouten of ernstige performanceproblemen. Zie FP3: Nieuwe parameters oor db2fodc-opdracht leggen indexfouten en prestatieproblemen ast op pagina 163 oor meer informatie. Een nieuwe opgeslagen procedure, XSR_GET_PARSING_DIAGNOSTICS, zendt meer gedetailleerde foutberichten terug tijdens XML-ontleding en -alidatie. Zie FP3: XML-ontleding en -alidatie kan meer gedetailleerde berichten erzenden op pagina 91 oor meer informatie. Nieuwe opgeslagen procedures met een algemene handtekening of een handtekening die niet steeds hoeft te worden ernieuwd en die binnen een Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
38 groep IBM Data Serers oerdraagbaar is. U kunt deze opgeslagen procedures gebruiken oor het maken an toepassingen die uiteenlopende beheerfuncties uitoeren, zoals het ophalen en instellen an configuratieparameters of het ophalen an systeem- en foutgegeens. Zie FP3: Gemeenschappelijke SQL-API beschikbaar oor ontwikkelen an oerdraagbare beheertoepassingen op pagina 104 oor meer informatie. Clients bieden ondersteuning oor DB2 for z/os Sysplex-oorzieningen in IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's die beschikken oer een DB2 Connect-licentie. Zie FP3: Sysplexondersteuning uitgebreid naar IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's op pagina 127 oor meer informatie. Nieuwe Python-extensies oor toegang tot IBM Data Serer-databases anuit een Python-toepassing. Zie Ondersteuning toegeoegd oor Python-toepassingen op pagina 106 oor meer informatie. Ondersteuning oor betrouwbare contexten in PHP- en Ruby-toepassingen. Zie FP3: IBM PHP-extensies ondersteunen betrouwbare context op pagina 126 en FP3: Het stuurprogramma IBM_DB Ruby ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 oor meer informatie. De IBM Data Serer Driers beatten nu ook toepassingsheaderbestanden oor open source-stuurprogramma's, ondersteunen OLE DB en kunnen een nieuw configuratiebestand gebruiken. Zie FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd op pagina 127 oor meer informatie. Fixpack 2 Fixpack 2 beat de functies an Fixpack 1 en de olgende wijzigingen an bestaande functies: Wijzigingen an het standaardgedrag an DB2-databasesystemen op Solaris Operating Enironment met betrekking tot de databaseconfiguratieparameter database_memory. Voor meer informatie raadpleegt u database_memory - Database shared memory size configuration parameter in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide. Fixpack 2 beat teens de olgende erbeteringen: Ondersteuning oor de.net 64-bits CLR-routines (common language runtime). Zie FP2:.NET 64-bits CLR-routines (common language runtime) worden ondersteund op pagina 103 oor meer informatie. Muterende tabelconflicten kunnen worden erwijderd bij het aanroepen an procedures anuit SQL-tabelfuncties. Zie FP2: Conflicten met muterende tabellen bij de aanroep an procedures anuit SQL-tabelfuncties kunnen worden ermeden op pagina 104 oor meer informatie. Aanullende ersleutelingsmethoden worden ondersteund. Zie FP2: SSL-protocol en AES-ersleuteling worden op enkele databaseclients ondersteund op pagina 72 oor meer informatie. Het hulpprogramma db2top oor betere databasebewaking. Zie FP2: Databasebewaking uitgebreid met het hulpprogramma db2top (AIX, Linux en Solaris) op pagina 53 oor meer informatie. De nieuwe registerariabelen DB2_HADR_SOSNDBUF en DB2_HADR_SORCVBUF om HADR-erbindingen (high aailability disaster recoery) te optimaliseren. Zie FP2: Buffergrootte an TCP-socket kan worden geoptimaliseerd oor HADR-erbindingen op pagina 81 oor meer informatie. Verbeteringen in de opdracht db2adis. Zie FP2: Nieuwe opdrachtparameters oor db2adis op pagina 81 oor meer informatie. 24 Nieuwe functies in deze release
39 Wijzigingen in de ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0. Zie Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid op pagina 107 oor meer informatie. IBM Data Serer Proider for.net beat nu ASP.NET-proiders en ondersteunt LINQ Entity Framework dat is opgenomen in.net Framework 3.5 Serice Pack 1 Beta. Zie IBM Data Serer Proider for.net is uitgebreid op pagina 124 oor meer informatie. Strikte beleidsdefinities oor de DB2 purexml Feature en DB2 Storage Optimization Feature. Zie FP2: Licentiebeleidsdefinities oorkomen dat er ongeoorloofd gebruik wordt gemaakt an DB2 purexml-functies en functies oor opslagoptimalisatie op pagina 56 oor meer informatie. De interne taakplanning waarmee u de mogelijkheid hebt om taken beter te plannen en uit te oeren. Zie FP2: Verbeterde automatisering an geplande taken dankzij interne taakplanning op pagina 57 oor meer informatie. U kunt het eigendom oerdragen an impliciet gemaakte schema-objecten met SYSIBM in de kolom OWNER en geen SYSIBM in de kolom DEFINER. Zie oor meer informatie de instructie TRANSFER OWNERSHIP in SQL Reference, Volume 2. Fixpack 1 Fixpack 1 beat de olgende wijzigingen op de bestaande functies: Wijzigingen in de ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0. Zie Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid op pagina 107 oor meer informatie. Er worden nieuwe SQLSTATE's geretourneerd door de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0. Zie Ondersteuning an JDBC 4.0 is toegeoegd op pagina 117 oor meer informatie. Twee gegeenstypen en bijbehorende scalaire functies worden gedeprecieerd. Zie FP1: Gegeenstypen LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC zijn gedeprecieerd op pagina 231 oor meer informatie. Fixpack 1 beat de olgende erbeteringen: DB2-component oor tekst doorzoeken. Zie FP1: DB2 Text Search ondersteunt zoeken in SQL- en XML-gegeens op pagina 36 oor meer informatie. Het hulpprogramma Load ondersteunt nu de optie ALLOW READ ACCESS oor tabellen die XML-kolommen beatten. Zie Ondersteuning an hulpprogramma Load is toegeoegd oor purexml op pagina 84 oor meer informatie. Locale-afhankelijke op UCA gebaseerde sortering. Zie FP1: Locale-afhankelijke sortering op UCA-basis biedt meer opties oor het ordenen an gegeens op pagina 159 oor meer informatie. Opties oor snellere erdere distributie. Zie Uitbreidingen an erdere distributie erminderen de capaciteitsgroeikosten en belastingserdelingstaken op pagina 48 oor meer informatie. Ondersteuning an Solaris Operating System x64. Zie FP1: Ondersteuning an Solaris x64 is toegeoegd op pagina 148 oor meer informatie. De registerariabele DB2_KEEP_AS_AND_DMS_CONTAINERS_OPEN oor erbeterde queryprestaties in DMS-omgeingen. Zie Performance ariables in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide oor meer informatie. De registerariabele DB2_LOGGER_NON_BUFFERED_IO die directe I/O op het logbestand mogelijk maakt. Zie Performance ariables in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide oor meer informatie. Hoofdstuk 1. Kenmerken an Versie
40 De registerariabele DB2_HADR_PEER_WAIT_LIMIT oor erbeterde logprestaties in HADR-omgeingen. Zie Miscellaneous ariables in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide oor meer informatie. Verbeteringen in de opdracht db2pd. Zie FP1: Er kunnen aanullende systeemmonitorgegeens worden gegenereerd op pagina 55 oor meer informatie. Ondersteuning oor IBM Data Serer Proider for.net. Zie FP1: IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 oor meer informatie. Een nieuw sqlj4.zip-pakket met JDBC 4-functies. Zie Ondersteuning an JDBC en SQLJ is uitgebreid op pagina 106 oor meer informatie. 26 Nieuwe functies in deze release
41 Hoofdstuk 2. Oerzicht an uitbreidingen in DB2 Connect DB2 Connect maakt snelle en krachtige erbindingen mogelijk met IBM-mainframedatabases oor e-business en andere toepassingen die worden uitgeoerd op de besturingssystemen Linux, UNIX en Windows. Verschillende uitbreidingen en wijzigingen in Versie 9.5 zijn an inloed op de functionaliteit en mogelijkheden an DB2 Connect. De IBM-producten DB2 oor i5/os, DB2 oor z/os en DB2 Serer oor VSE & VM blijen oor eel grote organisaties wereldwijd de faoriete beheersystemen oor de meeste essentiële gegeens. Deze host- en i5/os-databaseproducten beheren de gegeens, maar er is een grote raag naar integratie met toepassingen die op de besturingssystemen Linux, UNIX en Windows worden uitgeoerd. DB2 Connect biedt erscheidene erbindingsmogelijkheden, waaronder DB2 Connect Personal Edition en een aantal DB2 Connect-sererproducten. Een DB2 Connect-serer is een erbindingsserer die erbindingen samenbrengt en beheert oor enerzijds meerdere desktopclients en webtoepassingen en anderzijds DB2-databaseserers die op een host- of System i-systeem worden uitgeoerd. Met DB2 Connect-serers kunnen lokale en niet-lokale clienttoepassingen DB2-databases en hostsystemen maken, bijwerken en beheren. Hierbij kan het olgende worden gebruikt: SQL (Structured Query Language) DB2-toepassingsinterfaces (API's) Open Database Connectiity (ODBC) Jaa Database Connectiity (JDBC) Structured Query Language oor Jaa (SQLJ) DB2 Call Leel Interface (CLI) Microsoft ActieX Data Objects.NET (ADO.NET) De olgende uitbreidingen en wijzigingen in Versie 9.5 zijn an inloed op de functionaliteit en mogelijkheden an DB2 Connect. Uitbreiding an het productpakket Nieuwe DB2-stuurprogramma ereenoudigt ingebruikname op pagina 35 Componentnamen zijn gewijzigd op pagina 36 FP1: DB2 Connect-producten toegeoegd (Solaris x64) op pagina 33 Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling PHP-extensies geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) op pagina 122 Ondersteuning an Ruby on Rails-framework geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) op pagina 123 Perl-stuurprogramma ondersteunt purexml en multibytetekens op pagina 124 IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 uitgebreid op pagina 94 Gegeenstype met drijende decimale komma erbetert de nauwkeurigheid en performance an decimale gegeens op pagina 97 Ondersteuning an JDBC en SQLJ is uitgebreid op pagina 106 Copyright IBM Corp. 1993,
42 Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid op pagina 107 Ondersteuning an JDBC 4.0 is toegeoegd op pagina 117 IBM Data Serer Proider for.net is uitgebreid op pagina 124 Speciaal register CLIENT APPLNAME wordt automatisch ingesteld door de CLP op pagina 100 FP1: IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 FP3: CLI-toepassingen kunnen exacte rijaantal opragen oorafgaand aan ophalen op pagina 128 FP3: er kan on demand een bind worden uitgeoerd op dynamische pakketen op pagina 129 FP3: CLI-pingoorzieningen zijn uitgebreid op pagina 129 FP3: Sysplexondersteuning uitgebreid naar IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's op pagina 127 Ondersteuning toegeoegd oor Python-toepassingen op pagina 106 FP3: IBM PHP-extensies ondersteunen betrouwbare context op pagina 126 FP3: Het stuurprogramma IBM_DB Ruby ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 Uitbreidingen oor federatiee systemen Toepassingsontwikkeling is uitgebreid oor federatiee databases op pagina 151 Beeiliging is uitgebreid oor federatiee databases op pagina 152 Configuratie is uitgebreid oor federatiee databases op pagina 153 Uitbreidingen oor replicatie Nieuw CCD-doeltype oorkomt samenoeging an UOW- en CD-tabellen op pagina 155 Gegeenstype DECFLOAT wordt ondersteund oor replicatie op pagina 155 Beeiligingsuitbreidingen FP2: SSL-protocol en AES-ersleuteling worden op enkele databaseclients ondersteund op pagina 72 FP3: ondersteuning an AES-ersleuteling uitgebreid naar de databaseserer en alle clients op pagina 73 FP4: Wachtwoorden kunnen de maximale lengte hebben die op het besturingssysteem wordt ondersteund op pagina 73 Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks Fixpacktaken na installatie zijn geautomatiseerd (Linux en UNIX) op pagina 144 Niet-rootgebruikers kunnen DB2-producten installeren en configureren (Linux en UNIX) op pagina 145 Algemeen fixpack ereenoudigt updates an sererproducten op pagina 144 Er zijn nieuwe opdrachten oor het responsbestand toegeoegd op pagina 146 Samenoegingsmodules oor niet-db2-subsystemen toegeoegd op pagina 146 IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is opgenomen in de DB2-installatie (Linux en AIX) op pagina 143 Ingebruikname en gebruik an Windows Vista is eenoudiger op pagina Nieuwe functies in deze release
43 Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169 Headerbestanden worden niet langer standaard geïnstalleerd op pagina 204 Windows Serer 2008-ondersteuning toegeoegd op pagina 148 FP3: Er is een JDBC-licentiebestand toegeoegd aan DB2 Connect plus DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation CD's op pagina 39 FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd op pagina 127 Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing Gegeenserzamelprogramma spoort onoorziene fouten op op pagina 161 SQL-beheerroutine toegeoegd oor het bijhouden an logboeken op pagina 161 Opslagsleutels detecteren geheugentoegangsproblemen op pagina 140 Online consistentiecontrole an gegeens is erbeterd op pagina 162 Probleemtolerantie an indexconsistentie is hoger op pagina 139 Databasebestendigheid bij onoorziene fouten is erbeterd op pagina 139 FP1: Er kunnen aanullende systeemmonitorgegeens worden gegenereerd op pagina 55 FP3: De opdrachten db2pd en db2pdcfg kunnen door meerdere gebruikers worden uitgeoerd op pagina 163 Wijzigingen in toepassingsontwikkeling ResultSetMetaData retourneert andere waarden oor de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 op pagina 205 Batchupdates met automatisch gegenereerde sleutels eroorzaken SQLException op pagina 206 Kolommen en toepassingsbuffers ereisen hogere standaardwaarden op pagina 209 Sommige CLI/ODBC-toepassingen gebruiken meer geheugen op pagina 209 Uitoer an de opdrachtregelinterface (CLP) is gewijzigd op pagina 213 Parameters db2load en db2import zijn gewijzigd en ondersteunen grotere ID's op pagina 210 Te lange ID's leeren eerder foutberichten en waarschuwingen op op pagina 210 Hulpprogramma's en interfaces op lager nieau handelen lange ID's soms niet correct af op pagina 211 Niet-gekwalificeerde SYSFUN-functies kunnen SYSIBM-foutberichten retourneren op pagina 211 Speciale registers zijn langer op pagina 212 FP4: Merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn gecombineerd (Windows) op pagina 204 Wijzigingen an CLP- en systeemopdrachten Er wordt gezocht naar aangepaste calloutscripts (Linux en UNIX) op pagina 217 Weergae an besturingssysteemprocessen en -threads is gewijzigd (Linux en UNIX) op pagina 217 Hoofdstuk 2. Oerzicht an nieuwe functies 29
44 Gedeprecieerde functionaliteit Statische gegeensstroom-snapshotuitoer is gedeprecieerd op pagina 229 Verwijderde functionaliteit CLI-sleutelwoord CLISchema is erwijderd op pagina 237 Oerzicht an Versie 9.5-fixpacks DB2 Versie 9.5-fixpacks beatten belangrijke wijzigingen op de bestaande functies en aanullende functies die an inloed kunnen zijn op het gebruik an DB2 Connect. Als u de Versie 9.5-fixpacks niet hebt aangebracht of als u uw lokale Informatiecentrum niet meer hebt bijgewerkt sinds ersie 9.5 is uitgebracht, kunt u de olgende onderwerpen doornemen oor een inzicht in de technische wijzigingen die zijn opgenomen in de DB2 Versie 9.5-fixpacks en die an inloed kunnen zijn op de werking an DB2 Connect. Fixpacks zijn cumulatief en beatten alle wijzigingen en functies die in eerdere fixpacks zijn geleerd. Fixpack 7 Fixpack 6 Fixpack 5 op pagina 31 Fixpack 4 op pagina 31 Fixpack 3 op pagina 31 Fixpack 2 op pagina 32 Fixpack 1 op pagina 32 Fixpack 7 Fixpack 7 beat de functies an de orige fixpacks en de olgende wijziging an bestaande functies: HP-UX 32 bit client-ondersteuning is gedeprecieerd en wordt in een toekomstige release mogelijk erwijderd. Zie FP7: HP-UX 32 bit client-ondersteuning is gedeprecieerd. op pagina 232 oor meer informatie. Fixpack 6 Fixpack 6 beat de functies an de orige fixpacks en de olgende wijzigingen an bestaande functies: Ondersteuning oor het besturingsssysteem AIX 7.1. Zie oor meer informatie de Installatieereisten oor DB2-serers en IBM-datasererclients (AIX) in Quick Beginnings for DB2 Connect Serers. Ondersteuning oor toepassingen op Solaris UltraSPARC. Raadpleeg oor meer informatie Support for database application deelopment in C Support for database application deelopment in C in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide. Ondersteuning oor IBM Rational Deeloper for zseries 7. Raadpleeg oor meer informatie Support for database application deelopment in COBOL Support for database application deelopment in COBOL in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide. Het is niet langer nodig om Linux-kernelparameters gerelateerd aan Interprocescommunicatie (IPC) bij te werken. Voor Versie 9.5 Fixpack 5 of eerder 30 Nieuwe functies in deze release
45 moet u mogelijk nog wel uw kernelparameterinstellingen bijwerken. Raadpleeg oor meer informatie Kernel parameters requirements (Linux ) in Quick Beginnings for DB2 Serers Fixpack 5 Fixpack 5 beat de functies an de eerdere fixpacks en de olgende erbeteringen: Er worden langere hostnamen ondersteund op het HP-UX-besturingssysteem. Raadpleeg oor meer informatie Installatieereisten oor DB2 Connect-sererproducten (HP-UX) in het Quick Beginnings for DB2 Connect Serers. Transparent LDAP wordt ondersteund op het Linux-, HP-UX- en Solaris-besturingssysteem. Zie FP4: LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten zijn uitgebreid (AIX) op pagina 72 oor meer informatie. Aanullende ondersteuning wordt geboden oor de GB18030-codeset. Zie Uitbreiding an ondersteuning oor GB18030-tekenset op pagina 160 oor meer informatie. 32-bits GSKit-bibliotheken zijn opgenomen in de DB2-installatie-images. Zie FP5: 32-bits GSKit-bibliotheken opgenomen in de 64-bits DB2-productinstallatie op pagina 74 oor meer informatie. U kunt de diagpath-parameter oor Database Manager-configuratie gebruiken om DB2-diagnosegegeens op te slaan in afzonderlijke directory's met namen die zijn gebaseerd op de fysieke host, de databasepartitie of beide. De opdracht db2diag beat een nieuwe -merge-parameter oor het samenoegen an meerdere db2diag-logboekbestanden. Zie FP5: Diagnosegegeens kunnen worden opgeslagen in afzonderlijke directory's op pagina 141 oor meer informatie. De opdracht db2batch ondersteunt een nieuwe -z-optie die aanullende diagnosegegeens doorstuurt naar een uitoerbestand. Raadpleeg oor meer informatie db2batch - Benchmark tool command in Command Reference. Fixpack 4 Fixpack 4 beat de functies an de orige fixpacks en de olgende wijzigingen an bestaande functies: IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source hebben een andere naam gekregen en de respectieelijke merge-modules zijn gecombineerd. Zie Componentnamen zijn gewijzigd op pagina 36 en FP4: Merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn gecombineerd (Windows) op pagina 204 oor meer informatie. Fixpack 4 beat teens de olgende erbeteringen: Wachtwoorden kunnen op bepaalde besturingssystemen de maximale lengte hebben. Zie FP4: Wachtwoorden kunnen de maximale lengte hebben die op het besturingssysteem wordt ondersteund op pagina 73 oor meer informatie. SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 11 is een ondersteund Linux-besturingssysteem. Raadpleeg oor meer informatie oer ondersteunde besturingssystemen Installatieereisten oor DB2-serers en IBM Data Serer Clients (Linux) in Quick Beginnings for DB2 Serers. Fixpack 3 Fixpack 3 beat de functies an eerdere fixpacks plus de olgende erbeteringen: Hoofdstuk 2. Oerzicht an nieuwe functies 31
46 Een nieuw erificatietype waarmee u gebruikers-id's en wachtwoorden kunt ersleutelen met het AES-ersleutelingsalgoritme (Adanced Encryption Standard). Zie FP3: ondersteuning an AES-ersleuteling uitgebreid naar de databaseserer en alle clients op pagina 73 oor meer informatie. Het JDBC-licentiebestand is nu opgenomen in alle DB2 Connect Serer- en DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation-CD's. Zie FP3: Er is een JDBC-licentiebestand toegeoegd aan DB2 Connect plus DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation CD's op pagina 39 oor meer informatie. Meerdere CLI-erbeteringen. Zie oor meer informatie FP3: CLI-toepassingen kunnen exacte rijaantal opragen oorafgaand aan ophalen op pagina 128, FP3: er kan on demand een bind worden uitgeoerd op dynamische pakketen op pagina 129 en FP3: CLI-pingoorzieningen zijn uitgebreid op pagina 129. De machtiging oor het uitoeren an de functies db2pd en db2pdcfg is ersoepeld op de Linux- en UNIX-platforms. Het is oor het uitoeren an deze functies niet langer ereist dat u de eigenaar an het subsysteem bent en de machtiging SYSADM hebt. Zie FP3: De opdrachten db2pd en db2pdcfg kunnen door meerdere gebruikers worden uitgeoerd op pagina 163 oor meer informatie. Clients bieden ondersteuning oor DB2 for z/os Sysplex-oorzieningen in IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's die beschikken oer een DB2 Connect-licentie. Zie FP3: Sysplexondersteuning uitgebreid naar IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's op pagina 127 oor meer informatie. Nieuwe Python-extensies oor toegang tot IBM Data Serer-databases anuit een Python-toepassing. Zie Ondersteuning toegeoegd oor Python-toepassingen op pagina 106 oor meer informatie. Ondersteuning oor betrouwbare contexten in PHP- en Ruby-toepassingen. Zie FP3: IBM PHP-extensies ondersteunen betrouwbare context op pagina 126 en FP3: Het stuurprogramma IBM_DB Ruby ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 oor meer informatie. De IBM Data Serer Driers beatten nu ook toepassingsheaderbestanden oor open source-stuurprogramma's, ondersteunen OLE DB en kunnen een nieuw configuratiebestand gebruiken. Zie FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd op pagina 127 oor meer informatie. Fixpack 2 Fixpack 2 beat de functies an Fixpack 1 plus de olgende erbeteringen: Aanullende ersleutelingsmethoden worden ondersteund. Zie FP2: SSL-protocol en AES-ersleuteling worden op enkele databaseclients ondersteund op pagina 72 oor meer informatie. Wijzigingen in de ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0. Zie Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid op pagina 107 oor meer informatie. IBM Data Serer Proider for.net beat nu ASP.NET-proiders en ondersteunt LINQ Entity Framework dat is opgenomen in.net Framework 3.5 Serice Pack 1 Beta. Zie IBM Data Serer Proider for.net is uitgebreid op pagina 124 oor meer informatie. Fixpack 1 Fixpack 1 beat de olgende wijzigingen op de bestaande functies: 32 Nieuwe functies in deze release
47 Wijzigingen in de ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0. Zie Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid op pagina 107 oor meer informatie. Er worden nieuwe SQLSTATE's geretourneerd door de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0. Zie Ondersteuning an JDBC 4.0 is toegeoegd op pagina 117 oor meer informatie. Fixpack 1 beat de olgende erbeteringen: Ondersteuning an Solaris Operating System x64. Zie FP1: DB2 Connect-producten toegeoegd (Solaris x64) oor meer informatie. Verbeteringen in de opdracht db2pd. Zie FP1: Er kunnen aanullende systeemmonitorgegeens worden gegenereerd op pagina 55 oor meer informatie. Ondersteuning oor IBM Data Serer Proider for.net. Zie FP1: IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt betrouwbare contexten op pagina 126 oor meer informatie. Een nieuw sqlj4.zip-pakket met JDBC 4-functies. Zie Ondersteuning an JDBC en SQLJ is uitgebreid op pagina 106 oor meer informatie. FP1: DB2 Connect-producten toegeoegd (Solaris x64) U kunt producten an DB2 Connect Versie 9.5 Fixpack 1 (en hoger) installeren in de Solaris-gebruiksomgeing (x64-architectuur). Dit omat ondersteuning oor DB2 Connect Personal Edition en alle DB2 Connect-sererproducten. Verwante erwijzing "DB2 Connect product offerings" in Quick Beginnings for DB2 Connect Serers "Installation requirements for DB2 Connect products (Solaris Operating Enironment)" in Quick Beginnings for DB2 Connect Serers Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Version 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Connect Versie 9.5 Versie 9.1 Fixpack 3 (en eerder) beat wijzigingen an functies en oorzieningen die an inloed kunnen zijn op het gebruik an DB2 Connect Versie 9.5. Details Als u het fixpack 3 of eerdere fixpacks niet op Versie 9.1 hebt toegepast of uw lokale Informatiecentrum niet hebt bijgewerkt sinds het beschikbaar worden an Versie 9.1 bent u mogelijk niet op de hoogte an alle wijzigingen die an inloed kunnen zijn op het gebruik an DB2 Versie 9.5. Oplossing Lees de olgende onderwerpen als u niet bekend bent met de technische wijzigingen die zijn opgenomen in de fixpacks bij DB2 Versie 9.1. Fixpacks zijn cumulatief en beatten alle wijzigingen en functies die in eerdere fixpacks zijn geleerd. DB2 Versie 9.1 Fixpack 1 Fixpack 1 beat de olgende wijzigingen op de bestaande functies: Hoofdstuk 2. Oerzicht an nieuwe functies 33
48 Beschikbaarheid an LOB- en XML-waarden is gewijzigd in JDBC-toepassingen met progressiee streaming Modificatienieau an productidentificatie kan alfanumerieke tekens beatten Fixpack 1 beat de olgende erbeteringen: DB2Binder beat twee nieuwe opties DB2 Versie 9.1 Fixpack 2 Fixpack 2 beat de functies an Fixpack 1 plus de olgende erbeteringen: Ondersteuning an de gegeenstypen BINARY, VARBINARY en DECFLOAT toegeoegd oor in C en C++ ingesloten SQL-toepassingen DB2.NET Data Proider-uitbreidingen en ondersteuning oor.net Framework 2.0 Uitbreiding an IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 Ondersteuning toegeoegd oor IBM Software Deelopment Kit (SDK) oor Jaa 5.x oor het Solaris-besturingssysteem Ondersteuning toegeoegd oor Windows Vista (Windows) DB2 Versie 9.1 Fixpack 3 Fixpack 3 beat de functies an Fixpack 2 plus de olgende erbeteringen: Ondersteuning toegeoegd oor wijzigen wachtwoord (Linux) Uitbreidingen an JDBC en SQLJ 34 Nieuwe functies in deze release
49 Hoofdstuk 3. Uitbreiding an het productpakket De ontwikkeling an IBM-gegeenssererproducten blijft doorgaan en daarmee eranderen ook de pakketten met bijbehorende DB2-componenten en -componentnamen. In Versie 9.5 heeft IBM de lijst an beschikbare DB2-databaseproducten bijgewerkt en in reactie op de behoeften die in de markt bestaan erschillende nieuwe functies toegeoegd. Om meer oer deze producten te lezen en oor licentiegegeens en marketinginformatie gaat u naar de homepage an DB2 Database oor Linux, UNIX, en Windows op Nieuwe DB2-stuurprogramma ereenoudigt ingebruikname Het nieuwe IBM Data Serer Drier Package maakt het eenoudiger om toegang te krijgen tot DB2-serers anuit toepassingen die gebruikmaken an het ODBC-, CLI- of OLE DB-stuurprogramma of an IBM Data Serer Proider for.net. Het nieuwe IBM Data Serer Drier Package ereenoudigt de ingebruikname an toepassingen. Dit stuurprogramma dat een kleine footprint heeft, is ontworpen om erder gedistribueerd te worden door onafhankelijk softwareleeranciers en wordt gebruikt oor distributie an toepassingen bij grootschalige ingebruikname, zoals eel gebeurt in grote bedrijen. Het registreren en configureren an stuurprogramma's tijdens de installatie en het erwijderen an de registratie tegelijk met het erwijderen an het programma wordt automatisch uitgeoerd door het DB2-installatieprogramma. In Fixpack 3 is dit stuurprogramma (IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net genoemd in Fixpack 3 en lagere ersies) bijgewerkt zodat het nu ook ondersteuning oor OLE DB, toepassingsheaderbestanden oor open source-stuurprogramma's en configuratieerbeteringen beat. Zie FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd op pagina 127 oor meer informatie. In Fixpack 4 is dit stuurprogramma bijgewerkt zodat het DB2 Interactie CLI (db2cli) beat. Dit stuurprogramma heeft nu ook de naam IBM Data Serer Drier Package gekregen en beat de inhoud die eerder beschikbaar was in IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source. Zie Componentnamen zijn gewijzigd op pagina 36 oor meer informatie. Copyright IBM Corp. 1993,
50 Verwante onderwerpen "IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's - Oerzicht" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients "IBM Data Serer CLI and ODBC driers" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 1 Verwante taken IBM Data Serer-clients installeren ( Windows )" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients "Deploying.NET applications ( Windows )" in Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications Databasepartitionering wordt op meer Linux-distributies ondersteund Vanaf Versie 9.5 kunt u databasepartitionering gebruiken op de olgende systemen: eserer System z en System z9. U kunt databasepartitionering gebruiken op alle Linux-hardware die in Versie 9.5 wordt ondersteund. Componentnamen zijn gewijzigd Omdat de ontwikkeling an IBM-gegeensserers blijft doorgaan, eranderen ook de bijbehorende componenten en componentnamen. Hieronder indt u een oerzicht an de gewijzigde componentnamen in Versie 9.5: Tabel 1. Nieuwe namen oor DB2-componenten Componentnaam Versie 9.1 Componentnaam Versie 9.5 DB2 Client DB2 Deeloper Workbench DB2 Run-Time Client IBM DB2 Drier for JDBC and SQLJ IBM DB2 Drier for ODBC and CLI IBM Data Serer Client IBM Data Studio IBM Data Serer Runtime Client IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI Vanaf Versie 9.5 Fixpack 4 hebben IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source een andere naam gekregen en is de inhoud eran beschikbaar in IBM Data Serer Drier Package. Verwante onderwerpen "DB2 integration in Visual Studio" in Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications "IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's - Oerzicht" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients FP1: DB2 Text Search ondersteunt zoeken in SQL- en XML-gegeens Vanaf Fixpack 1, en met extra uitbreidingen in Fixpack 3, leert DB2 Text Search een ingebouwde en schaalbare zoektechnologie oor DB2-databases die u kunt gebruiken oor het zoeken an tekst in relationele gegeens, XQuery- en SQL/XML-gegeens en in andere documentformaten. DB2 Text Search maakt het gemakkelijker dan ooit om in DB2-databases te zoeken. 36 Nieuwe functies in deze release
51 DB2 Text Search is een alternatief oor DB2 Net Search Extender dat nieuwe en uitgebreide functies beat oor het zoeken in XML-documenten. DB2 Text Search beat de olgende functies: Indexondersteuning bij tekst doorzoeken oor alle DB2-dataserers op Linux, UNIX en Windows. DB2 Text Search is ingebouwd als een optioneel te installeren functie an DB2-datasererproducten, waarbij de installatie en de configuratie wordt uitgeoerd door de DB2 Installatie. Wat betreft beheer wordt er een nauwe integratie met DB2-dataserers geboden ia een DB2-opdrachtinterface, een DB2-beheerroutine-interface en DB2-foutberichten die erwijzen naar een SQLCODE en een SQLSTATE. Ondersteuning an tekst zoeken en indexering oor meerdere tekstindelingen. Deze omatten platte tekst, HTML- en XML-tekst. Vanaf Fixpack 3 worden RTF-documenten, en het hieraan gerelateerde INSO-indextype, ondersteund op juist geconfigureerde Text Search-serers. Voorzieningen oor tekst zoeken binnen SQL, SQL/XML en XQuery. Verfijnde zoekanalyse, zoals het ermogen om erschillende ormen an een woord te erwerken, zoals go, going en gone. Ondersteuning an een synoniemenwoordenboek zodat bij een zoekopdracht ook synoniemen an een woord kunnen worden gezocht, zoals het synoniem mooi oor het woord knap, en zodat zowel de zoektekst als de synoniemen kunnen worden geïndexeerd. Ondersteuning oor de XPath-expressiezoeksyntaxis en het gebruik an de functie ftcontains binnen XPATH-expressies. DB2 Net Search Extender biedt geen ondersteuning oor de XPath-expressiezoeksyntaxis. Geaanceerd geheugenbeheer tijdens zoekopdrachten. Vanaf Fixpack 3 is ondersteuning toegeoegd an het INSO-tekstformaat dat gerelateerd is aan RTF-documenten zodat indexen kunnen worden oorbereid op uitgebreide zoekopdrachten. Voorbeelden an RTF-bestanden die nu kunnen worden geïndexeerd en doorzocht zijn de documenten die u maakt met eel gebruikte kantoortoepassingen. Een specifiek oorbeeld hieran is het curriculum itae. Dit document wordt doorgaans gemaakt met behulp an een pakket met kantoorsoftware. Met DB2 Text Search kunt u dergelijke documenten nu gemakkelijker en flexibeler opslaan, indexeren en doorzoeken. Er kan nu ook worden gezocht op trefwoorden die niet in het woordenboek oorkomen (bijoorbeeld: straatnaam, adres en computertalen). Om gebruik te kunnen maken an de nieuwe functie oor zoeken in rich text moet het DB2 Text Search-subsysteem goed zijn geconfigureerd. De rich text-functie gebruikt OIT-bibliotheken (Outside In Technology) an Oracle die u indt in de DB2 Accessories Suite, oor het filtereren an rich text-documenten. U moet DB2 Accessories Suite downloaden en de installatie-instructies uitoeren om eroor te zorgen dat DB2 Text Search en de rich text-oorziening de ereiste filters kunnen gebruiken. Om het oor de installatie ereiste DB2 Accessories Suite-pakket te downloaden, raadpleegt u prelogin.do?source=swg-dm-db2accsuite Raadpleeg oor informatie oer ondersteuning en einddata an serice oor DB2 Accessories Suite het document End of marketing and end of support dates. Hoofdstuk 3. Uitbreiding an het productpakket 37
52 Verwante taken "Setting-up DB2 Text Search for rich text document support" in Text Search Guide "Installing DB2 Accessories Suite" in Text Search Guide Verwante informatie "DB2 Text Search oeriew" in Text Search Guide "Searching with text search indexes" in Text Search Guide FP3b: Er zijn minder licenties ereist oor DB2-functies Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 3b zijn de olgende functies in de DB2-databaseproducten ingebouwd: DB2 purexml Feature, IBM Homogeneous Federation Feature en backupcompressie. Het is niet langer nodig om licentiecodes oor deze DB2-functies te hebben. In tabel 1 ziet u de DB2-functies en de DB2-databaseproducten waarin deze zijn ingebouwd. Tabel 2. DB2-functies die zijn ingebouwd in DB2-databaseproducten in Versie 9.5 Fixpack 3b en later DB2-functies Backupcompressie, een functie die eerder deel uitmaakte an de DB2 Storage Optimization Feature IBM Homogeneous Federation Feature DB2 purexml Feature DB2-databaseproduct DB2 Enterprise Serer Edition DB2 Workgroup Serer Edition DB2 Express Edition DB2 Enterprise Serer Edition DB2 Workgroup Serer Edition DB2 Express Edition DB2 Enterprise Serer Edition DB2 Workgroup Serer Edition DB2 Express Edition Daarom zijn er anaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 3b slechts zes afzonderlijk geprijsde functies: DB2 Adanced Access Control Feature DB2 Geodetic Data Management Feature DB2 High Aailability Feature for DB2 Express Edition IBM Homogeneous Replication Feature for DB2 Enterprise Serer Edition DB2 Performance Optimization Feature for DB2 Enterprise Serer Edition DB2 Storage Optimization Feature Als u gebruikmaakt an DB2 Versie 9.5 Fixpack 3 of eerder, worden de licentiebepalingen niet afgedwongen oor de functies die nu in de DB2-databaseproducten zijn opgenomen. Licentiefouten en naleingsrapporten met betrekking tot deze DB2-functies kunnen worden genegeerd. 38 Nieuwe functies in deze release
53 Verwante erwijzing "DB2 Version 9.5 product and packaging information" in Quick Beginnings for DB2 Serers "DB2Version 9.5 features and functions by edition" in Migration Guide FP3: Er is een JDBC-licentiebestand toegeoegd aan DB2 Connect plus DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation CD's Het JDBC-licentiebestand, db2jcc_license_ciusz.jar, is te inden op alle DB2 Connect en DB2 Database Enterprise Deeloper Edition Actiation CD's. Dankzij fixpack 3 kunt u eenoudig het JDBC-licentiebestand db2jcc_license_ciusz.jar ophalen. Het JAR-bestand is te inden op alle ermelde Actiation-CD's. In orige releases kon dit bestand alleen worden opgehaald anaf olledige installatie-images an DB2 Connect-producten. Dankzij deze wijziging kunnen gebruikers die alleen het JDBC-licentiebestand nodig hebben dit eenoudig inden en uitpakken oor gebruik in hun toepassingsomgeing. Daarnaast wordt er ook een DB2 Connect Personal Edition Actiation CD geïntroduceerd. Deze CD beat licenties oor DB2 Connect Personal Edition plus het licentiebestand db2jcc_license_ciusz.jar. Nieuwe en bijgewerkte Actiation-CD's zijn erkrijgbaar ia Passport Adantage. Hoofdstuk 3. Uitbreiding an het productpakket 39
54 40 Nieuwe functies in deze release
55 Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties Het beheer an eeloorkomende en essentiële taken is eenoudiger geworden in Versie 9.5. Er zijn meer taken geautomatiseerd, sommige taken zijn krachtiger geworden en oor eel processen zijn minder handelingen ereist. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer de uitbreidingen in Versie 9.5 die het eenoudiger maken om DB2-gegeensserers te beheren. Tools oor gegeensserer toegeoegd IBM Data Studio is een uitgebreide en krachtige gebruikersinterface waarmee u taken oor databaseontwerp, ingebruikname en beheer kunt uitoeren. Dit product komt in de plaats an DB2 Deeloper Workbench, dat werd geleerd bij Versie 9.1. U kunt IBM Data Studio gebruiken oor het ontwikkelen en testen an routines, het in gebruik nemen an gegeensgerichte webserices, het maken en uitoeren an SQL- en XQuery-query's, en databasetoepassingen. Verder kunt u basistaken oor gegeensbeheer uitoeren, bijoorbeeld het maken of wijzigen an databaseobjecten of het beheren an toegangsmachtigingen. U kunt IBM Data Studio installeren op de olgende platforms: Linux op x86; 32-bits en 64-bits Windows-platforms. Zie DB2 Deeloper Workbench heeft een nieuwe naam en is uitgebreid op pagina 100 oor meer informatie. Het Besturingscentrum en bijbehorende programma's (bijoorbeeld de Opdrachteditor en het Taakcentrum) zijn nog steeds beschikbaar als algemene oplossing oor databaseontwerpen en operationeel databasebeheer. Met deze programma's kunt u databaseobjecten maken en wijzigen, gegeens uit en naar databases erplaatsen, routineonderhoud uitoeren, databaseherstelstrategieën instellen en beheren, databasesscripts beheren, query's optimaliseren en het databaseontwerp optimaliseren met adieswizards. Onderhoud an IBM Data Studio wordt toegepast met behulp an de oorziening IBM Installation Manager. U kunt de nieuwste fixpacks an IBM Data Studio downloaden ia en u kunt gebruikmaken an het informatiecentrum an IBM Data Studio op Het erzamelen an statistieken in real-time zorgt dat de laatste statistieken worden gebruikt oor optimalisatie Versie 9.5 introduceert het erzamelen an statistieken in real-time. Hierbij worden automatisch tabelstatistieken erzameld als ze nodig zijn om een query te optimaliseren en uit te oeren. Automatische realtime-statistieken worden geactieerd met de nieuwe dynamische configuratieparameter auto_stmt_stats. Het gebruik an accurate en recente databasestatistieken is nodig oor een goede uitoering an uw queryplanning en kan de erwerkingstijd an query's erlagen. Vóór Versie 9.5 kon u statistieken handmatig erzamelen of met behulp an een geautomatiseerd periodiek erzamelproces. In DB2 Uniersal Database Versie 8.2 werd het automatisch erzamelen an statistieken geïntroduceerd, waarbij het bewaken an tabellen en periodiek Copyright IBM Corp. 1993,
56 erzamelen an statistieken werden toegepast op tabellen waarin een groot aantal tabelactiiteiten leidde tot gewijzigde statistieken. Het achtergrondproces ealueerde de tabelactiiteiten op aste tijdstippen. Er kon dus een hiaat bestaan tussen het moment dat de database werd gewijzigd en het moment dat de statistieken werden erzameld. Dit probleem wordt erholpen door statistieken te erzamelen in real-time. Als u een query aanbiedt aan het compileerprogramma, bepaalt de optimalisatiefunctie of de statistieken an de betreffende tabellen accuraat zijn. Als er geen statistieken zijn of als de tabellen sterk gewijzigd zijn sinds er oor het laatst statistieken zijn erzameld, worden de statistieken opnieuw erzameld, eentueel tijdens het compileren an de instructies. De tijd om statistieken te erzamelen tijdens het compileren an instructies, is standaard ijf seconden. Als het erzamelen an statistieken langer duurt dan ijf seconden, wordt in plaats eran een achtergrondopdracht gegenereerd. De maximumtijd kan worden geconfigureerd ia een optimalisatieprofiel. In sommige geallen kunnen statistieken tijdens het compileren an instructies worden geproduceerd op basis an de metagegeens die door gegeensbeheer en indexbeheer worden bijgehouden. Als wijzigingen in een tabel niet ereisen dat de statistieken onmiddellijk worden bijgewerkt, maar er wel eel is gewijzigd in de tabel, wordt een achtergrondopdracht gegenereerd om zo snel mogelijk statistieken te erzamelen. Verwante onderwerpen "Automatic statistics collection" in Tuning Database Performance "Optimizer profiles and guidelines oeriew" in Tuning Database Performance "RTS requests" in Tuning Database Performance Verwante erwijzing "catalogcache_sz - Catalog cache size " in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "auto_maint - Automatic maintenance " in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Vereenoudigde multithreadarchitectuur erlaagt de totale bedrijfskosten (TCO) DB2-serers beschikken nu op alle platforms oer multithreadarchitectuur. Vóór Versie 9.5 gebruikten DB2-serers op UNIX en Linux het procesgebaseerde model, waarin iedere agent zijn eigen proces uitoerde. De oerstap naar de multithreadarchitectuur heeft de olgende oordelen: Uitgebreide bruikbaarheid en lagere totale bedrijfskosten (TCO) door de olgende functies en uitbreidingen: Dynamisch zelfafstemmend geheugen is nu olledig werkzaam oor alle platforms. Geheugenconfiguratie is ereenoudigd door meer automatische en dynamische geheugenconfiguratieparameters. Zie Geheugenconfiguratie is ereenoudigd op pagina 44 oor meer informatie. Agent- en procesmodelconfiguratie is ereenoudigd. Deze uitbreidingen maken reguliere DBA-interenties oerbodig oor het aanpassen an aan het procesmodel gerelateerde parameters en zorgen dat er minder tijd en inspanning nodig is om deze te configureren. U hoeft geen DB2-subsystemen af te sluiten en opnieuw te starten. 42 Nieuwe functies in deze release
57 De databasebeheerder kan met nieuwe, dynamische configuratieparameters het systeem automatisch afstemmen zonder handmatige ingrepen. Performance is erbeterd doordat afwisselend gebruik an threadcontexten meestal sneller is dan an threadprocessen (afhankelijk an toepassing en platform). Gemeenschappelijk gebruik an resources, bijoorbeeld bestands-handles, is efficiënter en bespaart systeemresources omdat alle agents die met hetzelfde databasebestand werken, dezelfde bestands-handle gebruiken. Kleinere geheugenfootprint. Een consistente threadarchitectuur oor alle platforms ermindert de complexiteit en het onderhoud an de serers. Verwante onderwerpen "The DB2 Process Model" in Tuning Database Performance Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd op pagina 193 Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169 Databaseconfiguratie oor meerdere partities is erbeterd Versie 9.5 biedt een enkeloudige iew oor alle databaseconfiguratie-elementen oor meerdere partities. U kunt een databaseconfiguratie oor alle partities bijwerken of opnieuw instellen op de beginwaarden zonder de opdracht UPDATE DATABASE CONFIGURATION of RESET DATABASE CONFIGURATION te hoeen geen oor alle afzonderlijke partities. U hoeft de opdracht db2_all niet meer te gebruiken. U kunt een databaseconfiguratie oor meerdere partities bijwerken door slechts één SQL-instructie of één beheeropdracht te geen anuit een partitie an de database. Dit houdt in dat het standaardgedrag an het bijwerken of herstellen an beginwaarden an een databaseconfiguratie is gewijzigd an op lokale databasepartitie in op alle databasepartities. Versie 9.5 biedt de olgende manieren om compatibiliteit met oudere ersies mogelijk te maken oor opdrachtscripts en toepassingen. De nieuwe registerariabele DB2_UPDDBCFG_SINGLE_DBPARTITION. U stelt deze registerariabele in op TRUE. Let erop dat deze alternatiee methode niet an toepassing is op de opdrachten UPDATE DATABASE CONFIGURATION en RESET DATABASE CONFIGURATION die u ia de procedure ADMIN_CMD geeft. De nieuwe optie dbpartitionnum oor de opdrachten UPDATE DATABASE CONFIGURATION en RESET DATABASE CONFIGURATION en oor de procedure ADMIN_CMD. Om een databaseconfiguratie op een specifieke partitie bij te werken of te herstellen naar de beginwaarden, geeft u de optie dbpartitionnum op oor de opdracht UPDATE DATABASE CONFIGURATION of RESET DATABASE CONFIGURATION. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 43
58 Verwante erwijzing "RESET DATABASE CONFIGURATION " in Command Reference "UPDATE DATABASE CONFIGURATION " in Command Reference "System enironment ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "ADMIN_CMD Run administratie commands" in Administratie Routines and Views Geheugenconfiguratie is ereenoudigd In oorgaande releases kon u het zelfafstemmende geheugen actieren oor de meeste performancegerelateerde geheugenparameters. U moest echter wel andere geheugenheaps configureren die door de DB2-serer waren ereist. Deze configuratietaak is nu ereenoudigd door de instelling AUTOMATIC oor de meeste geheugengerelateerde configuratieparameters. De uitbreidingen an het zelfafstemmende geheugen in Versie 9.5 bieden de olgende oordelen: U kunt één parameter gebruiken (instance_memory) om al het geheugen op te geen dat de databasebeheerder mag gebruiken om niet-gemeenschappelijke en gemeenschappelijke geheugenheaps toe te wijzen. U kunt de nieuwe configuratieparameter appl_memory gebruiken om de maximale hoeeelheid geheugen oor toepassingen te beheren die aan sericeopdrachten is toegewezen door DB2-databaseagents. De waarde is standaard ingesteld op AUTOMATIC, wat betekent dat de toepassingsgeheugenopdrachten zijn toegestaan als de totale hoeeelheid geheugen die door de databasepartitie is toegewezen, binnen de grenzen an instance_memory alt. U hoeft geen parameters die uitsluitend oor functioneel geheugen worden gebruikt, handmatig af te stemmen. U kunt onderzoeken hoeeel geheugen in totaal wordt erbruikt door niet-gemeenschappelijke en gemeenschappelijke geheugenheaps an databasebeheer (u gebruik hieroor Memory Visualizer). U kunt ook de opdracht db2mtrk gebruiken om het gebruik an geheugenheaps te bewaken en de tabelfunctie ADMIN_GET_DBP_MEM_USAGE om het totale geheugengebruik te onderzoeken. Nu het toepassingsgeheugenmodel is ereenoudigd, is het gemakkelijker om het toepassingsgeheugen te configureren en af te stemmen. De standaard DB2-configuratie ereist eel minder afstemming, wat direct een oordeel is oor nieuwe subsystemen. 44 Nieuwe functies in deze release
59 Verwante onderwerpen "Self-tuning memory" in Tuning Database Performance "Self-tuning memory oeriew" in Tuning Database Performance Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd op pagina 193 Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169 Verwante erwijzing "instance_memory - Instance memory " in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "db2mtrk - Memory tracker " in Command Reference "appl_memory - Application Memory configuration parameter" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "ADMIN_GET_DBP_MEM_USAGE table function - Get total memory consumption for instance" in Administratie Routines and Views Gegeenscompressie is uitgebreid Automatic Dictionary Creation (ADC, automatisch maken an woordenboeken) is nu beschikbaar. ADC erlaagt het aantal keren dat u offline tabelreorganisaties moet uitoeren en in sommige geallen is het helemaal niet meer nodig. Als u gegeens toeoegt aan een tabel waaroor gegeenscompressie is ingeschakeld, wordt het gegeencompressiewoordenboek automatisch gemaakt als de drempelwaarde (standaard ongeeer 1 tot 2 MB) de eerste keer wordt bereikt. In deze release kunnen compressiewoordenboeken automatisch worden gemaakt tijdens ul- of oerheelingsbewerkingen naar tabellen waaroor het kenmerk COMPRESS is gedefinieerd. Als er nog geen compressiewoordenboek oor de tabel aanwezig is, kan ADC een woordenboek maken en het in de tabel inoegen. Gegeens die naar een tabel worden erplaatst na het maken an een woordenboek worden gecomprimeerd. Vulbewerkingen an gegeenstabellen waarbij een compressiewoordenboek gemaakt kan worden, zijn IMPORT INSERT, LOAD INSERT en REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP. Het hulpprogramma LOAD REPLACE kan nu expliciet compressiewoordenboeken beheren met de opdrachten KEEPDICTIONARY en RESETDICTIONARY. U kunt een bestaand compressiewoordenboek bewaren of een nieuwe compressiewoordenboek maken naast een reeds bestaand woordenboek. DB2 Versie 9.5 Fixpack 5 introduceert aanullend geheugengebruik en betere prestaties oor ADC. Wanneer bestaande tabelgegeens worden gescand als onderdeel an het aanmaken an een nieuw compressiewoordenboek, heeft de omang an de tabellen geen inloed meer op de tijdsduur an de scanbewerking; het scannen stopt zodra de gegeens zijn geonden die minimaal nodig zijn om de woordenboeken te bouwen. Het geheugengebruik is ook erbeterd als geolg an een wijziging in de manier waarop reeksen worden gescand en geheugen wordt toegewezen. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 45
60 Verwante onderwerpen "Table compression" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "Compression dictionary creation" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Meer configuratieparameters kunnen worden ingesteld op AUTOMATIC en dynamisch geconfigureerd In Versie 9.5 kunt u meer configuratieparameters de instelling AUTOMATIC geen en kunt u meer configuratieparameters dynamisch configureren zonder het subsysteem of de database te hoeen stoppen en opnieuw starten. Met deze instellingen an configuratieparameters kan databasebeheer meer databaseafstemming afhandelen en automatisch reageren op wijzigingen in de werkbelasting an het systeem. Tabel 3 op pagina 47 geeft een oerzicht an configuratieparameters die op AUTOMATIC ingesteld kunnen worden en die u dynamisch kunt configureren. De betekenis an de instelling AUTOMATIC erschilt per parameter. Oer het algemeen houdt de instelling AUTOMATIC in dat de databaseconfiguratieparameters automatisch worden afgestemd op de systeemresources. Deze parameters zijn standaard geactieerd tijdens het maken an nieuwe databases of subsystemen en in sommige database- en subsysteemmigratiescenario's. 46 Nieuwe functies in deze release
61 Tabel 3. Aanullende configuratieparameters die dynamisch geconfigureerd kunnen worden en ingesteld op AUTOMATIC Naam configuratieparameter applheapsz database_memory dbheap Beschrijing In oudere releases wordt hiermee de hoeeelheid toepassingsgeheugen ingesteld die iedere afzonderlijke databaseagent an een toepassing mag gebruiken. In Versie 9.5 wordt hiermee de totale hoeeelheid toepassingsgeheugen ingesteld die door de gehele toepassing mag worden gebruikt. Als er meerdere agents oor dezelfde toepassing werken, erwijst applheapsz naar de hoeeelheid toepassingsgeheugen die door al deze agents wordt gebruikt. De waarde an applheapsz die in oorgaande releases oor DPF-, Concentrator en SMP-configuraties werd gebruikt, moet mogelijk worden erhoogd oor ergelijkbare werkbelastingen, tenzij u de instelling AUTOMATIC gebruikt. Hiermee wordt de hoeeelheid geheugen aangegeen die is geresereerd oor de gemeenschappelijke geheugenregio an de database. Bepaalt de maximale hoeeelheid geheugen oor de databaseheap. Betekenis an instelling AUTOMATIC Met de instelling AUTOMATIC kan de heapgrootte an de toepassing indien nodig worden erhoogd tot de grenswaarde appl_memory of instance_memory is bereikt. Met de instelling AUTOMATIC is zelfafstemming mogelijk. Als de geheugenafstemming is ingeschakeld, bepaalt deze het ereiste geheugen oor de database en ergroot of erkleint de hoeeelheid gemeenschappelijk databasegeheugen op basis an de huidige ereisten. Met de instelling AUTOMATIC kan de databaseheap indien nodig worden ergroot tot de grenswaarde database_memory of instance_memory is bereikt. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 47
62 Tabel 3. Aanullende configuratieparameters die dynamisch geconfigureerd kunnen worden en ingesteld op AUTOMATIC (erolg) Naam configuratieparameter instance_memory mon_heap_sz stat_heap_sz stmtheap Beschrijing Hiermee wordt de maximale hoeeelheid geheugen aangegeen die aan een databasepartitie kan worden toegewezen. Hiermee wordt de hoeeelheid geheugen bepaald die aan bewakingsgegeens an het databasesysteem mag worden toegewezen. Geeft de maximale grootte aan an de heap oor het erzamelen an statistieken met de opdracht RUNSTATS. Hiermee wordt de grootte an de instructieheap aangegeen die wordt gebruikt als werkruimte oor het SQL- of XQuerycompileerprogramma tijdens de compilatie an een SQLof XQuery-instructie. Betekenis an instelling AUTOMATIC Aan de hand an de instelling AUTOMATIC kan de feitelijke waarde worden berekend bij het actieren an de databasepartitie (db2start). Met de instelling AUTOMATIC kan de bewakingsheap indien nodig worden ergroot tot de grenswaarde instance_memory is bereikt. Met de instelling AUTOMATIC kan de heapgrootte oor statistieken indien nodig worden erhoogd tot de grenswaarde appl_memory of instance_memory is bereikt. Met de instelling AUTOMATIC kan de instructieheap indien nodig worden ergroot tot de grenswaarde appl_memory of instance_memory is bereikt. Voorbeeld an het gebruik an de instelling AUTOMATIC oor de configuratieparameter database_memory Als u de configuratieparameter database_memory instelt op AUTOMATIC, de huidige databaseereisten hoog zijn en het systeem oldoende rij geheugen heeft, wordt er meer geheugen gebruikt door het gemeenschappelijk gebruikte databasegeheugen. Als de geheugenereisten oor de database worden erlaagd of als de hoeeelheid rij geheugen onder de grenswaarde komt, wordt een deel an het gemeenschappelijk databasegeheugen rijgegeen. Verwante erwijzing "Configuration parameters summary" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Uitbreidingen an erdere distributie erminderen de capaciteitsgroeikosten en belastingserdelingstaken Vanaf Versie 9.5 Fixpack 1 zijn de performance en bruikbaarheid an erdere distributie an gegeens sterk erbeterd dankzij een uitbreidingen an het hulpprogramma oor erdere distributie, dat alle taken kan uitoeren die te maken hebben met het erder distribueren an gegeens en dat ook efficiënter is. 48 Nieuwe functies in deze release
63 Verdere distributie an gegeens in capaciteitsgroeiscenario's tijdens de belastingserdeling of tijdens de prestatieerbetering ereist een nauwkeurig ingedeelde tijd oor onderhoud, een aanzienlijke planningstijd, ruimte oor logboeken en extra containerruimte. Daarbij mogen de kosten niet te hoog liggen. In oudere ersies an Versie 9.5 Fixpack 1 moest u een aantal taken oor het erder distribueren an gegeens afzonderlijk uitoeren, bijoorbeeld het reorganiseren an tabellen en het erzamelen an statistieken. U kunt deze nu echter tegelijkertijd uitoeren met de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP en door de optie NOT ROLLFORWARD RECOVERABLE op te geen waarmee u de beschikking krijgt oer nieuwe functies en optionele trefwoorden om te bepalen wanneer en hoe u deze taken uitoert. De combinatie en het automatiseren an deze taken, die anders handmatig moeten worden uitgeoerd, maakt deze minder geoelig oor fouten, sneller en efficiënter en biedt u betere beheermogelijkheden. Hier olgen enige oorbeelden an taken die u met de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP kunt uitoeren: Partities toeoegen aan een databasepartitiegroep Partities erwijderen uit een databasepartitiegroep Gegeens erplaatsen naar een doelpartitie op basis an een nieuwe partitietoewijzing Reorganiseren an tabelgegeens zodat de fragmentatie-effecten sterk worden erminderd, wat de scanperformance kan erbeteren oor alle tabellen en de opslageisen erlagen oor tabellen die niet multidimensionaal zijn geclusterd Opnieuw opbouwen an indexen Statistieken erzamelen Wanneer de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP wordt gebruikt met de optie NOT ROLLFORWARD RECOVERABLE: Gegeens worden nu in bulk erplaatst in plaats an door interne inoeg- en wisbewerkingen. Dit ermindert het aantal keren dat een tabel moet worden gescand en er toegang toe moet worden erkregen. De performance wordt hierdoor beter. Er zijn geen logboeken meer ereist oor iedere inoeg- en wisbewerking. Dit houdt in dat u geen grote hoeeelheid actiee logboekruimte en archiefruimte hoeft te beheren als u gegeens erder distribueert. U zult dit ooral oordelig inden als u in het erleden een distributiebewerking moest opdelen in kleinere distributietaken anwege de grote actiee logboekruimten en opslagereisten, wat nog meer tijd ereiste om de olledige distributiebewerking te oltooien. Het is mogelijk de erdere distributie an gegeens te erfijnen door gebruik an aanullende REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUPopdrachtopties: Toeoegen of erwijderen an databasepartities U kunt databasepartities toeoegen of erwijderen tijdens de erdere distributie met de optie ADD DBPARTITIONNUM. Hieroor moest u apart de opdracht ALTER NODEGROUP geen om databasepartities toe te oegen of te erwijderen. Verwerkingsbeheer an erdere distributie an gegeens U kunt de nieuwe optie TABLE gebruiken om de olgorde op te geen waarin tabellen worden erwerkt als onderdeel an de distributiebewerking. U kunt bijoorbeeld zorgen dat essentiële tabellen als eerste worden erwerkt en zo snel mogelijk online gezet (alleen-lezen) en dat minder belangrijke tabellen later worden erwerkt. U kunt nu de erdere distributie oor een tabel stoppen met de optie STOP om na een bepaalde tijd de erwerking an Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 49
64 extra tabellen te onderbreken, waarna u met de optie CONTINUE de erdere distributie an de gegeens op een later moment kunt oltooien. Opmerking: Als de stopeent optreedt terwijl de opdracht nog bezig is met het erder distribueren an een tabel, wordt de distributie niet stopgezet op het opgegeen tijdstip. De stoptijd wordt alleen gecontroleerd tussen twee tabeldistributiebewerkingen. Onderhoud an indexen De optie INDEXING MODE biedt gebruikers de mogelijkheid om te kiezen tussen twee typen indexonderhoud tijdens erdere gegeensdistributie. De twee mogelijke waarden oor deze optie zijn: - INDEXING MODE REBUILD Deze optie geeft aan dat de indexen opnieuw opgebouwd moeten worden. - INDEXING MODE DEFERRED Deze optie geeft aan dat het bewerken an de indexen moet worden uitgesteld. De indexen worden gemarkeerd als ongeldig. Deze optie is nuttig als er andere hulpprogrammabewerkingen worden uitgeoerd op de tabellen en alle indexen opnieuw gemaakt moeten worden als de bewerkingen zijn oltooid. Ruimte rijmaken tijdens erder distribueren Als u gegeens erder distribueert, wordt de tabel automatisch gereorganiseerd, zodat er meer schijfruimte rijkomt. Deze tabelreorganisatie gaat niet ten koste an de performance an het erder distribueren an gegeens. Voor tabellen met clusterindexen, probeert de reorganisatie geen clusters te onderhouden. Als een perfecte clustering is ereist, moet er een REORG worden uitgeoerd op tabellen met een clusterindex nadat de erdere distributie an gegeens is oltooid. Voor MDC-tabellen geldt dat de reorganisatie de clusters an de tabel onderhoud en ongebruikte blokken oor hergebruik rijmaakt. De totale grootte an de tabel na erder distribueren an gegeens blijft echter ongewijzigd. Onderhoud an statistieken Als u gegeens erder distribueert in een tabel met een statistiekprofiel, kunt u tegelijkertijd tabelstatistieken ophalen en deze gebruiken om de tabelstatistieken in de DB2-catalogus bij te werken nadat het erwerken an de tabel is oltooid. Alle statistieken die zijn opgenomen in het statistiekprofiel worden opgehaald. Om aan te geen dat de statistieken moeten worden opgehaald en bijgewerkt, geeft u de nieuwe standaardoptie STATISTICS USE PROFILE op. Er worden alleen indexstatistieken erzameld als u de optie INDEXING MODE REBUILD opgeeft. Als er geen statistiekprofiel is en u INDEXING MODE REBUILD opgeeft, worden er geen statistieken erzameld. Geheugengebruik Als u gegeens erder distribueert, wordt hierbij hulpheapgeheugen gebruikt. Om het aantal pagina's heapgeheugen an 4 KB aan te geen dat oor elke tabel gebruikt moet worden in de distributiebewerking, geeft u de nieuwe optie DATA BUFFER data_buffer_sz op. Met deze optie kunt u de performance oor het erder distribueren an gegeens afstemmen. 50 Nieuwe functies in deze release
65 Als u deze optie niet opgeeft, is het standaardgedrag om 50% te gebruiken an het hulpheapgeheugen dat oor elke tabel beschikbaar is op het moment dat de erwerking an de tabel begint. Crash-herstel of wijzigingen terugzetten bij het erder distribueren an gegeens De opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP zet de tabelruimten die zijn gekoppeld aan tabellen waarin gegeens erder worden gedistribueerd, in de werkstand waarin wordt gewacht op het maken an backups. Hierdoor kunnen de gegeens in de tabelruimte pas worden gewijzigd als er een backup an de tabelruimte is gemaakt. Ook zorgt de opdracht dat an alle betreffende tabelruimten een backup wordt gemaakt. Dit kan op tabelruimtenieau gebeuren, maar ook databasenieau. Het is essentieel dat u backups maakt an alle betreffende tabelruimten of an de hele database als de distributie is oltooid, omdat het terugzetten an wijzigingen in een distributiebewerking tot geolg heeft dat alle gedistribueerde tabellen als ongeldig worden gemarkeerd. Bij de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP kunnen de wijzigingen niet worden teruggedraaid. Zie oor meer informatie het onderwerp REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP. Het stroomlijnen an gegeensdistributietaken in een hulpprogramma, de nieuwe opties an de opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP en het nieuwe gedrag an het hulpprogramma oor erdere distributie an gegeens zorgen dat de gegeensdistributie minder tijd kost, minder geoelig oor fouten is en minder systeemresources gebruikt. Als geolg hieran zijn de kosten an het distribueren an gegeens lager, zodat er meer tijd en resources beschikbaar zijn oor andere bedrijfsactiiteiten. Verwante onderwerpen "Collecting statistics using a statistics profile" in Tuning Database Performance Verwante erwijzing "REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP " in Partitioning and Clustering Guide Opdracht db2look genereert DDL-instructies oor meer databaseobjecten De opdracht db2look, die u kunt gebruiken om databaseobjecten te begrijpen, erplaatsen of reproduceren, genereert DDL-instructies oor meer databaseobjecten. Naast het genereren an DDL-instructies oor de nieuwe objecten an Versie 9.5, bijoorbeeld rollen, werkbelastingbeheerobjecten, auditobjecten, betrouwbare contexten, arraytypen en algemene ariabelen, zijn de olgende uitbreidingen ingeoerd oor de opdracht db2look: U kunt de tabelruimte-ddl-instructies oor gepartitioneerde tabellen genereren met db2look -d dbname -t tabname -l U kunt UPDATE-statistieken oor statistische iews genereren met db2look -d dbname -t tabname -m Er worden fouten gegenereerd als u onjuiste opdrachtregelparameters opgeeft of als u bij de parameter -t tabelnamen opgeeft die niet bestaan. De olgorde an het genereren an DDL-instructies oor databaseobjecten is erbeterd oor de parameter -e. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 51
66 Verder zijn de olgende erbeteringen beschikbaar anaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 7: U kunt een tweedelige naam gebruiken oor een tabel, in de indeling schema.table, of een iew, in de indeling schema.iew, als de tabel of de iew afhankelijke objecten heeft in een ander schema en er oor deze afhankelijke objecten ook DDL-instructies moeten worden gegenereerd. Het gebruik an tweedelige namen is ook uitgebreid naar het selecteren an tabellen oor het genereren an DDL-instructies aan de hand an zoekreeksen. U kunt hieroor parameter -tw gebruiken. De nieuwe parameters -xdep en -xddep genereren DDL-instructies oor autorisatie (bijoorbeeld GRANT-instructies) oor afhankelijke en boenliggende objecten. Verwante erwijzing "db2look - DB2 statistics and DDL extraction tool " in Data Moement Utilities Guide and Reference Verbeterde toegang tot DB2-beheeropdrachten ia SQL De SQL-beheerroutines an Versie 8 zijn in Versie 9.5 uitgebreid en beatten nu meer beheertaken. Er zijn ook nieuwe beheeriews toegeoegd in Versie 9.5. De SQL-beheerroutines en -iews bieden een primaire en eenoudig te programmeren interface oor het gebruik an DB2-functionaliteit ia SQL. Ze bestaan uit een erzameling ingebouwde iews, tabelfuncties, procedures en scalaire functies oor het errichten an erschillende beheertaken, zoals het reorganiseren an een tabel, het astleggen en ophalen an bewakingsgegeens of het ophalen an het toepassings-id an de huidige erbinding. Deze routines en iews kunnen worden opgeroepen anuit een op SQL gebaseerde toepassing, een opdrachtscript of anaf een opdrachtregel. Naast de nieuwe beheeriews, -routines en -procedures biedt Versie 9.5 het olgende: Uitgebreide mogelijkheden oor werkbelastingbeheer Uitgebreide ondersteuning oor het bewaken an de database Om uitgebreide ondersteuning te kunnen bieden oor de bestaande beheerroutines, zijn enkele an de Versie 9-routines erangen door de nieuwe en breder opgezette routines of iews an Versie 9.5. Voor een lijst an alle ondersteunde SQL-beheerroutines en -iews, inclusief de nieuwe, raadpleegt u het onderwerp Ondersteunde SQL-beheerroutines en -iews in Administratie Routines and Views. Verwante onderwerpen Er zijn enige systeemcatalogusiews en geïntegreerde routines toegeoegd en gewijzigd op pagina 183 Mogelijkheden oor bewaking zijn uitgebreid Versie 9.5 beat nieuwe monitorselementen waarmee u de status an erschillende processen kunt controleren, potentiële problemen kunt opsporen, informatie oer bestaande problemen kunt erzamelen of configuratie-instellingen kunt wijzigen om de performance te erbeteren. 52 Nieuwe functies in deze release
67 Er zijn meer dan 80 monitorelementen toegeoegd om systeemactiiteiten te kunnen bewaken. U kunt enkele an deze nieuwe elementen gebruiken om de nieuwe functionaliteit an Versie 9.5 te olgen, bijoorbeeld realtime-statistieken en de DB2-functie oor werkbelastingbeheer. Andere elementen zijn uitbreidingen an bestaande bewakingsfunctionaliteit, bijoorbeeld door bewaking an de aanullende actiiteiten in de tabelruimte. Als u een migratie anuit een eerdere release uitoert en u eentmonitors hebt gemaakt oor het schrijen naar tabellen, moet u deze opnieuw maken om de nieuwe elementen te kunnen gebruiken. Zie oor meer informatie Eentmonitors oor schrijen naar tabellen opnieuw maken in Migration Guide. Verwante erwijzing "Database system monitor elements" in System Monitor Guide and Reference "Workload management monitor elements" in Workload Manager Guide and Reference FP2: Databasebewaking uitgebreid met het hulpprogramma db2top (AIX, Linux en Solaris) Een nieuw hulpprogramma oor bewaking maakt nu deel uit an Versie 9.5 Fixpack 2. Het hulpprogramma db2top bewaakt snel en efficiënt complexe DB2-omgeingen op Linux- en UNIX-platforms. Dit hulpprogramma is ook beschikbaar in Versie 8.1 Fixpack 17. Voordat het hulpprogramma db2top beschikbaar was, moest u de resultaten an de GET SNAPSHOT-opdrachten opmaken en interpreteren om inzicht te erkrijgen in de database-actiiteiten tijdens een periode. Boendien moest u erschillen berekenen tussen de huidige waarde en eerdere waarden an een teller omdat een momentopname meestal tellers opleert die cumulatiee waarden beatten. Het bewakingshulpprogramma db2top gebruikt de snapshotmonitor-api's an DB2 om een dynamische, uniforme iew anuit één systeem te geen an een database met een of meer partities. Het ereenoudigt de olgende taken: Databasebewaking: U kunt algemene problemen of specifieke problemen met databasepartities snel identificeren. Met de bewakingsfuncties kunt u elke seconde in deltamodus erschilwaarden berekenen en afbeelden, ongeacht de opgegeen ernieuwingsfrequentie. Naigatie in momentopnamen: Inzoomen op de gewenste gegeens an momentopnamen is eenoudig. U kunt bijoorbeeld elk moment gemakkelijk aststellen wat de meest actiee sessie an het systeem is, inzoomen op de details an specifieke toepassingen, de parallelle uitoering an een query tussen databasepartities bewaken, de SQL-tekst an de actiee instructie afbeelden en EXPLAIN-instructies uitoeren om inzicht te erkrijgen in het toegangspad oor die query. Al deze functies zijn toegankelijk ia een semi-grafische interface die u het idee geeft an een actief DB2-systeem. U kunt het bewakingshulpprogramma db2top interactief uitoeren of in de batchwerkstand. Als u de opdracht wilt gebruiken in de batchwerkstand, wijzigt u het configuratiebestand.db2toprc en geeft u op welke functies u wilt gebruiken. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 53
68 Verwante taken "Monitoring with db2top in interactie mode commands" in System Monitor Guide and Reference Verwante erwijzing "db2top - DB2 monitoring tool " in Command Reference ".db2toprc configuration file" in System Monitor Guide and Reference Licentiebewaking is flexibeler en efficiënter Door een nieuwe iew oor tabelfuncties en -beheer is het eenoudiger om licentie-informatie op te halen. U kunt deze gebruiken om rapporten op te stellen en de licentie an DB2-producten en geïnstalleerde functies te beheren. De beheeriew ENV_FEATURE_INFO en tabelfunctie ENV_GET_FEATURE_INFO leeren als resultaat informatie oer alle beschikbare functies waaroor een licentie is ereist. Voor elke functie wordt ermeld of er een geldige licentie is geïnstalleerd. Verwante erwijzing "db2licm - License management tool " in Command Reference "DB2 license files" in Getting Started with DB2 installation and administration on Linux and Windows "ENV_FEATURE_INFO administratie iew - Return license information for DB2 features" in Administratie Routines and Views FP5: Opdracht db2relocatedb is uitgebreid Vanaf Fixpack 5 kunt u aanullende trefwoorden opgeen in het configuratiebestand db2relocatedb, waardoor het eenoudiger wordt om een database te erplaatsen wanneer er erschillende paden worden gebruikt. Het configuratiebestand db2relocatedb kan nieuwe waarden beatten oor de databaseconfiguratieparameters mirrorlogpath, failarchiepath, logarchmeth1, logarchmeth2 en oerflowlogpath. Wanneer u de opdracht db2relocatedb uitoert, worden de databaseconfiguratieparameters an de erplaatste database bijgewerkt met de waarden die zijn opgegeen in het configuratiebestand. Als u geen an de nieuwe trefwoorden opgeeft, behoudt de erplaatste database de oorspronkelijke parameterwaarden. Verwante erwijzing "db2relocatedb - Relocate database " in Data Moement Utilities Guide and Reference Tabelruimten gebruiken de ruimte effectieer 54 Nieuwe functies in deze release U kunt een nieuwe optie oor de instructie ALTER TABLESPACE gebruiken om ongebruikte tabelruimte weer beschikbaar te maken. Als er minder opslagruimte is waaran backups gemaakt moeten worden, neemt dit ook minder tijd in beslag. Dankzij de olgende uitbreidingen in het werken met tabelruimten is het gebruik an opslagruimte optimaal oor de hoeeelheid informatie in de database: De instructie ALTER TABLESPACE ondersteunt de optie REDUCE oor tabelruimten die worden beheerd door automatische opslag Versie 9.5 berekent een nauwkeuriger waarde oor de High Water Mark (HWM). Hierdoor kunnen de opties REDUCE, RESIZE en DROP de grootte an de
69 tabelruimte een waarde geen die beter oereenkomt met de daadwerkelijk gebruikte ruimte. De ruimte die hiermee wordt rijgemaakt, kan nu door andere tabelruimten worden gebruikt. Deze instructies kunnen de grootte an de tabelruimte alleen erlagen naar een waarde die boen de HWM ligt, niet eronder. Verwante erwijzing "ALTER TABLESPACE " in SQL Reference, Volume 2 FP1: Er kunnen aanullende systeemmonitorgegeens worden gegenereerd Versie 9.5 Fixpack 1 en Fixpack 5 beatten erbeteringen in db2pd die het mogelijk maken om systeemactiiteiten te bewaken Vanaf Fixpack 1 is de optie summary beschikbaar oor de opdrachtparameter -pages en er zijn ook nieuwe opdrachtparameters (-wlocks en -apinfo) beschikbaar. U kunt de optie summary gebruiken oor de parameter -pages oor het genereren an een compacter rapport dat alleen een gedeelte met bufferpoolinformatie beat. Extra kolommen met informatie oer tabelruimte-id's, 'uile' pagina's, permanente pagina's en tijdelijke pagina's worden weergegeen in het oerzichtsgedeelte. U kunt de parameter -wlocks gebruiken oor het bewaken an de toepassingen met ergrendelingen die zich beinden in de werkstand 'lock wait'. U kunt de parameter -apinfo gebruiken oor het astleggen an uitoerige runtimegegeens oer een specifieke toepassing of oor alle toepassingen. Beide parameters hebben opties oor het opslaan an de informatie in afzonderlijke bestanden. Vanaf Fixpack 5 is er een optie index beschikbaar oor de opdrachtparameter -reorgs. U kunt de optie index gebruiken oor de parameter -reorgs om gegeens oer indexreorganisatie af te beelden. Verwante erwijzing "db2pd - Monitor and troubleshoot DB2 database " in Command Reference Diagnose ergrendelingstimeout is uitgebreid Versie 9.5 beat een rapportagefunctie oor ergrendelingstimeouts die de diagnose bij dergelijke situaties in complexe DB2-omgeingen ereenoudigt. Boendien kost het minder tijd om de problemen te erhelpen. U kunt de rapportagefunctie oor ergrendelingstimeouts gebruiken om informatie oer ergrendelingstimeouts in een logboek ast te leggen op het moment dat deze zich oordoen. Er wordt informatie astgelegd oer de aanrager an de ergrendeling (de toepassing die de ergrendelingstimeoutfout heeft ontangen) en de huidige eigenaar an de ergrendeling. Het logboek beat informatie oer het olgende: de belangrijkste toepassingen die betrokken waren bij het ergrendelingsconflict dat de timeout eroorzaakte, actiiteiten an de toepassingen op het moment an de ergrendelingstimeout en de ergrendeling die het conflict eroorzaakte. Er wordt een tekstrapport geschreen en opgeslagen in een bestand oor elke ergrendelingstimeout die wordt waargenomen. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 55
70 U kunt de rapportagefunctie an ergrendelingstimeouts dynamisch in- en uitschakelen door de registerariabele DB2_CAPTURE_LOCKTIMEOUT in te stellen. Verwante erwijzing "General registry ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Optie toegeoegd aan het hulpprogramma RUNSTATS om statistische profielen opnieuw in te stellen Met de nieuwe optie UNSET PROFILE oor het hulpprogramma RUNSTATS kunt u het statistische profiel opnieuw instellen. Het hulpprogramma RUNSTATS heeft een optie oor het registreren en gebruiken an een statistische profiel. Dit is een set opties die aangeen welke statistieken erzameld moeten worden oor een bepaalde tabel. Om de standaardinstellingen an een statistisch profiel te wijzigen, geeft u de opdracht RUNSTATS met de optie UNSET PROFILE. Als alternatief kunt u de interface db2runstats aanroepen en de parameter irunstatsflags instellen op DB2RUNSTATS_UNSET_PROFILE. Verwante onderwerpen "Collecting statistics using a statistics profile" in Tuning Database Performance Verwante erwijzing "RUNSTATS " in Command Reference "db2runstats - Update statistics for tables and indexes" in Administratie API Reference FP2: Licentiebeleidsdefinities oorkomen dat er ongeoorloofd gebruik wordt gemaakt an DB2 purexml-functies en functies oor opslagoptimalisatie Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 kunt u de DB2 purexml Feature en de DB2 Storage Optimization Feature configureren zodat ze ophouden met werken wanneer gebruikers niet oer de juiste licentie beschikken. Er kunnen licentiebeleidsdefinities worden geconfigureerd oor uw DB2-databaseproducten met behulp an de opdracht db2licm -e of ia het License Center. Als u eroor kiest om een strikt licentiebeleid oor uw DB2-databaseproduct te oeren, controleert het programma oor databasebeheer op de licentienaleing wanneer gebruikers proberen gebruik te maken an DB2 purexml Feature of DB2 Storage Optimization Feature-oorzieningen en -functies. Als de gebruikers niet oer de juiste licenties beschikken, wordt er een SQL8029N-bericht erzonden en kan de betreffende actie niet worden uitgeoerd. 56 Nieuwe functies in deze release
71 Verwante taken "Checking DB2 license compliance" in Getting Started with DB2 installation and administration on Linux and Windows "Analyzing DB2 license compliance reports" in Troubleshooting Guide Verwante erwijzing "db2licm - License management tool " in Command Reference FP2: Verbeterde automatisering an geplande taken dankzij interne taakplanning In Versie 9.5 Fixpack 2 biedt een nieuwe oorziening, interne taakplanning, de DB2-databaseserer de mogelijkheid om taken automatisch uit te laten oeren. Met deze oorziening kunt u beheertaken die zijn ingekapseld in door de gebruiker gedefinieerde of ingebouwde procedures beheren of uitoeren. De interne taakplanning werkt onafhankelijk an het Takencentrum en an de DB2 Administration Serer (DAS). In tegenstelling tot het Takencentrum biedt de interne taakplanning een programmeerbare SQL-interface. Dit biedt ontwikkelaars de mogelijkheid om toepassingen te bouwen die gebruik kunnen maken an de interne taakplanning. U kunt bijoorbeeld een taak maken die de ADMIN_CMD-procedure gebruikt oor het uitoeren an beheeropdrachten zoals BACKUP DATABASE, RUNSTATS, PRUNE HISTORY of QUIESCE DATABASE. Wanneer u de taak toeoegt aan interne taakplanning, geeft u op wanneer en hoe aak de taak moet worden uitgeoerd. De lijst met taken in interne taakplanning wordt beheerd ia de ingebouwde procedures ADMIN_TASK_ADD, ADMIN_TASK_UPDATE en ADMIN_TASK_REMOVE. U kunt ook de takenlijst en de status an uitgeoerde taken bewaken met behulp an de beheeriews. De interne taakplanning is ingebouwd in de DB2-databaseserer maar is standaard uitgeschakeld. U moet de interne taakplanning zelf configureren, wat onder andere inhoudt dat u de tabelruimte SYSTOOLSPACE maakt en de registerariabele DB2_ATS_ENABLE inschakelt. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 57
72 Verwante onderwerpen "Routines: Procedures" in Deeloping User-defined Routines (SQL and External) Verwante erwijzing "ADMIN_CMD Run administratie commands" in Administratie Routines and Views "ADMIN_TASK_ADD procedure - Schedule a new task" in Administratie Routines and Views "ADMIN_TASK_REMOVE procedure - Remoe scheduled tasks or task status records" in Administratie Routines and Views "ADMIN_TASK_UPDATE procedure - Update an existing task" in Administratie Routines and Views FP6: Nieuwe optie RESTRICTED ACCESS beperkt de databaseerbindingen binnen het afgeronde subsysteem Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 6 kan de nieuwe optie RESTRICTED ACCESS zo worden ingesteld dat er geen autorisatiecontrole plaatsindt oor alle erbindingspogingen met de databases an een afgerond DB2-subsysteem. De nieuwe optie kan ook worden gebruikt wanneer er een behoefte is aan exclusiee erbindingen met een database binnen het afgeronde subsysteem. Wanneer de optie RESTRICTED ACCESS is opgegeen met behulp an de opdracht QUIESCE INSTANCE of START DATABASE MANAGER, of de API's db2instancequiesce of db2instancestart, kan bij de machtigingscontrole niet worden bepaald of het gebruikers-id de DBADM-machtiging heeft. Machtigingscontrole op subsysteemnieau kan gewoon plaatsinden; een gebruikers-id controleren op SYSADM-, SYSCTRL- of SYSMAINT-machtiging ereist niet dat een database geactieerd is. Als de optie RESTRICTED ACCESS is ingesteld, wordt de toegang ontzegd oor elk gebruikers-id dat probeert erbinding te maken met een database binnen een afgerond subsysteem, als er sprake is an DBADM- of QUIESCE_CONNECTmachtiging op de database. Alleen gebruikers-id's met de machtiging SYSADM, SYSCTRL of SYSMAINT en de gebruiker of groep die bij de opdrachten is opgegeen, krijgt toestemming om erbinding met de database te maken. U kunt de optie RESTRICTED ACCESS gebruiken wanneer er een behoefte is aan exclusiee erbindingen met een database binnen het afgeronde subsysteem. Dit kan het geal zijn als er een offline backup wordt gemaakt of bij het uitoeren an andere onderhoudsactiiteiten. Verwante erwijzing "START DATABASE MANAGER " in Command Reference "QUIESCE " in Command Reference "db2instancequiesce - Quiesce instance" in Administratie API Reference "db2instancestart - Start instance" in Administratie API Reference FP6: Gemakkelijker FCM-kwesties herkennen Vanaf Versie 9.5 Fixpack 6 kunt u de tabelfuncties MON_GET_FCM en MON_GET_FCM_CONNECTION_LIST gebruiken oor het erzamelen an FCM-gegeens (Fast Communication Manager) oor het gemakkelijker herkennen an communicatieproblemen. 58 Nieuwe functies in deze release
73 Deze tabelfuncties zijn efficiënter en hebben minder impact op het systeem dan de bestaande momentopnameinterfaces. Gebruik de olgende tabelfuncties oor het erzamelen an informatie oer FCM: MON_GET_FCM Retourneert meetgegeens oor FCM. MON_GET_FCM_CONNECTION_LIST Retourneert monitormeetgegeens oor alle FCM-erbindingen op het opgegeen lid. Daarnaast zijn er FCM-gerelateerde meetgegeens toegeoegd aan de uitoer an de opdracht db2pd en de opdracht GET SNAPSHOT. Hoofdstuk 4. Uitbreiding an de beheerfuncties 59
74 60 Nieuwe functies in deze release
75 Hoofdstuk 5. Uitbreidingen an werkbelastingbeheer Functies an Versie 9.5 breiden de mogelijkheden an werkbelastingbeheer uit ten opzichte an oorgaande releases. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer de uitbreidingen an werkbelastingbeheer in Versie 9.5. Verbeteringen in werkbelastingbeheer bieden betere besturing Er is een uitgebreid werkbelastingbeheer opgenomen in Versie 9.5, waardoor u een beter inzicht kunt krijgen in de werking an het systeem en u resources en performance nauwkeuriger af kunt stemmen. Met het werkbelastingbeheer an Versie 9.5 kunt u uw werk indelen in categorieën en uw gegeensserer op maat afstellen, zodat deze ele gebruikers en toepassingen op hetzelfde systeem kan ondersteunen. U hoeft geen afzonderlijke databases te maken oor transactieerwerking en datamining. U kunt de olgende taken uitoeren met de functies an DB2-werkbelastingbeheer: U kunt uw werk indelen in beheerbare en logische groepen door het werk automatisch te herkennen aan de hand an werkbelastingdefinities, het toekennen an werkbelastingen aan sericecategorieën en het toewijzen an resources aan alle sericecategorieën. U kunt gedetailleerde werkbelastingprofielen en performance-informatie astleggen om de werkbelasting nauwkeuriger te kunnen definiëren en de sericecategoriedefinities te erfijnen. U kunt de uitoering beheren wat betreft de kosten, tijd en gemeenschappelijke drempelwaarden, zodat u ongewenste query's kunt aanpakken en de SLA-doelstellingen (serice leel agreement) kunt halen. Als u drempelwaarden gebruikt, kan het systeem automatisch reageren op ongewenste situaties of deze oorspellen oordat ze zich daadwerkelijk oordoen. U kunt zorgen dat transacties soepel erlopen door het effect an langdurige en complexe query's in de hand te houden. U kunt het werk olgen in alle stadia an erwerking, zodat u de gebruikers de recentste informatie kunt bieden. U kunt de kracht an het besturingssysteem AIX optimaliseren door DB2-sericecategorieën te koppelen aan sericecategorieën an AIX Workload Manager (WLM). De AIX WLM past bijoorbeeld dynamisch het gemeenschappelijk CPU-gebruik aan of wijst CPU-resources toe die niet worden gebruikt door andere sericecategorieën. Oerzicht an DB2-werkbelastingbeheer In de olgende figuur ziet u hoe meerdere opdrachten die naar de gegeensserer worden gestuurd, worden geëalueerd, toegewezen aan specifieke werkbelastingen en uitgeoerd in de betreffende sericecategorie. Opdrachten die niet aan ooraf gedefinieerde werkbelastingen kunnen worden gekoppeld, worden toegewezen aan de standaardwerkbelasting, die wordt uitgeoerd in de standaardsericecategorie. Copyright IBM Corp. 1993,
76 Dataserer Opdrachten an gebruikers Werkbelasting A Sericesuperklasse 1 Opdrachten an gebruikers Werkbelasting B Standaard systeemklasse Sericesubklasse A Opdrachten an gebruikers Werkbelasting C Standaard gebruikersklasse Sericesubklasse B Opdrachten an gebruikers Werkbelasting D Opdrachten an gebruikers Standaard gebruikersbelasting Systeemopdrachten Onderhoudsopdrachten Standaard onderhoudsklasse Figuur 1. Sericecategorieën en werkbelastingen Voordelen an DB2-werkbelastingbeheer Nauwkeuriger beheer an systeemresources Omdat het gebruik an databases tegenwoordig steeds meer toeneemt, is het erdelen an systeemresources zoals CPU, inoer/uitoer en geheugen een steeds groter probleem bij het behalen an bedrijfsdoelstellingen. De functies an het uitgebreide DB2-werkbelastingbeheer kunnen worden gebruikt om een gedefinieerde groep databaseactiiteiten in hun eigen 62 Nieuwe functies in deze release
77 uitoeringsomgeing op te sporen, zodat u de juiste resources kunt toewijzen om uw doelstellingen te realiseren. In de omgeing of sericecategorie kunt u expliciet systeemresources beheren, zodat er meer essentiële resources beschikbaar zijn oor werk met een hoge prioriteit en u conflicten met werk met een lage prioriteit kunt beheren of erwijderen. Hoewel het beheren an resources mogelijk is op alle platforms die in Versie 9.5 worden ondersteund, kunnen gegeensserers met het besturingssysteem AIX direct gebruikmaken an de resourecebeheermogelijkheden an WLM. U kunt DB2-sericecategorieën koppelen aan een AIX WLM-resourcegroep, zodat een dynamischer nieau an resourcebeheer bereikt kan worden, namelijk een combinatie an de werkbelastingbeheermogelijkheden an de gegeensserer en die an het besturingssysteem zelf. Een meer oorspelbaar en stabieler systeem De meeste bedrijen hebben met piekperioden te maken, waarin actiiteiten en aanragen zwaar drukken op de werkbelasting an de gegeensserers. Een piekperiode kan bijoorbeeld midden op de dag allen als de meeste gebruikers gebruikmaken an het systeem, maar ook aan het einde an de maand als alle gedetailleerde maanderslagen worden ingezonden. Tijdens dergelijke piekperioden kan de responstijd oor een werkbelasting die normaal een oorspelbare hoeeelheid tijd in beslag neemt, onoorspelbaar worden. Gebruikers kunnen ook onbedoeld piekperioden eroorzaken als ze extra werk op gegeensserers uitoeren, omdat er geen beperkingen gelden oor het aantal resources dat hen wordt toegewezen. Gebruikers kunnen bijoorbeeld per ongeluk SQL-instructies inoeren die eel erwerkingstijd op de serer ereisen of SELECT-instructies die complexe samenoegingen beatten, bijoorbeeld cartesiaanse samenoegingen. DB2-werkbelastingbeheer kan ontstane pieken soepel erwerken doordat u an teoren de juiste toewijzing an resources kunt bepalen en prioriteiten oor actiiteiten kunt stellen. Verder beschikt u oer wachtrijopties, zodat het werk op een efficiënte manier kan worden uitgeoerd. Nadat u uw richtlijnen hebt gedefinieerd, gebruikt de gegeensserer deze om resources toe te wijzen en prioriteiten te stellen. U kunt bijoorbeeld werk opsporen dat wordt erricht door ongewenste query's die te eel beslag leggen op de databaseresources, die nadelige geolgen hebben oor andere query's op het systeem en mogelijk oor het gehele systeem. Als u drempelwaarden gebruikt, kunt u acceptabel querygedrag met erschillende kenmerken definiëren, zoals de uitoeringstijd of het gebruik an de tijdelijke tabelruimte op het systeem. U kunt definiëren welke actie moet worden ondernomen als een query zich niet zoals erwacht gedraagt. Tot deze acties behoren het ophalen an gedetailleerde informatie en het automatisch annuleren an de query. Op maat gemaakte performance-eisen in omgeingen met een gemengde werkbelasting Gemengde werkbelastingen die tegelijkertijd actief zijn op een gegeensserer, maken gemeenschappelijk gebruik an de resources, maar kunnen erschillende performance-eisen stellen. Batchwerkbelastingen worden bijoorbeeld aak 's nachts uitgeoerd als de gegeensserer relatief weinig te doen heeft en er geen nadelige geolgen zijn oor de rapportagetaken an oerdag. Hoofdstuk 5. Uitbreidingen an werkbelastingbeheer 63
78 Met DB2-werkbelastingbeheer kunt u zich richten op de performance an gemengde werkbelastingen door werkbelastingen effectief an een prioriteit te oorzien en resources toe te wijzen aan werkbelastingen die deze nodig hebben. U kunt de dooroercapaciteit an de gegeensserer maximaliseren door aangepaste beheer- en resourcetoewijzingsfuncties te gebruiken. U kunt ook de performance an de gegeensserer meten aan de hand an objectiee en subjectiee maatstaen. Voorbeelden an objectiee maatstaen zijn databasestatistieken die de benodigde tijd bijhouden oor het oltooien an een specifieke set actiiteiten en de afzonderlijke tijd die nodig is oor een eenoudige query of een complexere taak, bijoorbeeld een batchtaak oor het laden an gegeens in een warehouse. Een subjectiee methode is bijoorbeeld gebaseerd op de eraring an de gebruiker en zijn teredenheid oer de responstijd. Voor het optimaliseren an de performance kunt u de bewakingsfuncties an werkbelastingbeheer gebruiken, zodat u beschikt oer geaggregeerde informatie en informatie per tijdseenheid oer het werk dat op de gegeensserer wordt uitgeoerd. Als bepaalde werktypen niet binnen de ereiste tijd zijn oltooid, kunt u de bewakingsgegeens gebruiken om het probleem te achterhalen en uw configuratie aan te passen. U kunt bijoorbeeld extra resources toewijzen aan een sericecategorie of een besturing oor resourcegebruik toewijzen aan bepaalde werktypen. Na de wijzigingen te hebben aangebracht, kunt u het systeemgedrag bewaken en controleren of gemaakte wijzigingen de responstijd opleeren die u nodig hebt en er geen sprake is an andere, onoorziene zaken. Werkbelastingbeheer is een iteratief proces; u kunt de configuratie steeds fijner afstellen tot u de resultaten behaalt die oereenstemmen met uw bedrijfsdoelstellingen. SLA-doelen zijn eenoudiger te beheren en bewaken Een SLA is een formele oereenkomst tussen groepen waarin de onderlinge erwachtingen worden gedefinieerd en waarin doelstellingen zijn opgenomen oor items als serices, prioriteiten en erantwoordelijkheden. SLA-doelstellingen worden aak geformuleerd rond responstijddoelstellingen. Een eis is bijoorbeeld dat een rapport oor Personeelszaken moet worden gegenereerd binnen ijf minuten. Andere oorbeelden: de eis dat updates anuit een kassa naar het inentarissysteem altijd in minder dan twee seconden moeten zijn uitgeoerd of de eis dat gegeens geladen moeten worden in een batchjob die oor 8.00 u wordt uitgeoerd, zodat de erkooprapporten oor 9.00 u beschikbaar zijn. In het erleden was oor het traceren an de feitelijke performance op basis an de SLA-doelstellingen aangepaste codering ereist en moesten handmatig gegeens worden geëxtraheerd om de performancewaarden te kunnen berekenen. DB2-werkbelastingbeheer biedt echter krachtige bewakingsfuncties die het ergelijken an resultaten en doelstellingen, zoals gedefinieerd in een SLA, eenoudiger maken. U kunt meetresultaten samenoegen om zo de gemiddelde responstijd te bepalen zonder gegeens op te hoeen halen oor iedere afzonderlijke actiiteit. U hoeft bijoorbeeld niet telkens een responstijdwaarde op te halen als een kassaerkoop in een tabel wordt opgenomen; dergelijke items worden soms honderdduizenden keren per dag ingeoerd. In plaats daaran kunt u deze statistieken nu erzamelen als u ze nodig hebt om te controleren of de doelstellingen worden gehaald. 64 Nieuwe functies in deze release
79 DB2-werkbelastingbeheer biedt informatie oer de distributie an actiiteiten die u meet met behulp an histogrammen. U kunt histogramgegeens analyseren om erg hoge of lage standaarddeiaties ast te stellen, die zouden kunnen aangeen dat de responstijden niet consistent zijn (of juist erg consistent), en om te bepalen of de responstijden oldoen aan de SLA-doelstellingen. Aangepaste SLA-doelen oor meerdere klantengroepen op hetzelfde systeem Meerdere klanten die de resources an een gegeensserer gemeenschappelijk gebruiken, hebben niet noodzakelijkerwijs dezelfde SLA-doelstellingen. Een bepaalde toepassing kan bijoorbeeld gemeenschappelijk worden gebruikt door drie erschillende afdelingen. Een an de afdelingen kan bijoorbeeld een responstijd an gemiddeld minder dan twee seconden ereisen, terwijl de andere twee afdelingen olstaan met een responstijd an ijf seconden. Met DB2-werkbelastingbeheer kunt u een specifieke omgeing bieden, zodat onafhankelijk ondersteuning geboden kan worden oor aangepaste SLA's oor klanten die de database gemeenschappelijk gebruiken. U kunt de uitoeringsomgeingen gebruiken om actiiteiten op de serer op te sporen met behulp an sericecategorieën oor de erschillende klantentypen. U kunt bijoorbeeld per categorie een werkbelasting instellen en deze toewijzen aan een andere sericecategorie met minder resources. Nadat u de sericecategorie hebt ingesteld, kunt u eenoudig de samengeoegde statistieken oer de actiiteiten ophalen en bewaken om te zorgen dat de SLA-doelstellingen oor alle klanten worden gehaald. U kunt de klanten het nieau an serice in rekening brengen. Vereenoudigde consolidatie an toepassingen en bedrijfseenheden op dezelfde serer Naarmate de hardware en het besturingssysteem meer transacties kunnen afhandelen, zijn er meer mogelijkheden oor het erlagen an de erwerkingskosten door consolidatie an bedrijfseenheden en toepassingen op een kleiner aantal serers. U kunt DB2-werkbelastingbeheer gebruiken om omgeingen te beheren waarin toepassingen en bedrijfseenheden dezelfde serer gebruiken, maar niet dezelfde behoeften hebben en oer eigen geld beschikken. Stel dat de serer an de afdeling Loonkosten wordt samengeoegd met de serer an de afdeling Personeel. De groep Loonkosten heeft standaardtaken oor de wekelijkse betaling, de kosten an werknemers en het erzenden an belastinginformatie aan het einde an het fiscale jaar. De afdeling Personeel analyseert regelmatige trends, maar moet eel meer ad-hocactiiteiten uitoeren omdat de afdeling inspeelt op problemen waaroor onmiddellijke toegang tot personeelsgegeens is ereist. Beide groepen hebben eigen doelstellingen en prioriteiten en beide afdelingen hebben een eigen begroting. Om te zorgen dat beide groepen alleen de resources op de serer gebruiken waarop ze recht hebben, kunt u oor beide een eigen uitoeringsomgeing maken. U kunt oor de omgeingen het werk specificeren dat door een bepaalde groep wordt erricht, u kunt resources toewijzen en prioriteiten stellen die aansluiten bij de begroting. Opsporen an databaseactiiteiten die door andere serers worden oergedragen Consolidatie treedt ook aak op als toepassingen en gegeens worden oergedragen aan een DB2-serer door een ander gegeensserersysteem. U kunt DB2-werkbelastingbeheer gebruiken om een uitoeringsomgeing Hoofdstuk 5. Uitbreidingen an werkbelastingbeheer 65
80 te maken en te zorgen dat de oergedragen toepassingen oer de ereiste resources beschikken. Als u al dit werk in een sericecategorie hebt ondergebracht, is het eenoudig om de actiiteiten te bewaken, de performance an de oude serer en de nieuwe DB2-serer te ergelijken en de beslissing om naar de nieuwe serer oer te stappen te ealueren. Dynamische bewaking an database-actiiteiten Alle databaseactiiteiten worden toegewezen aan DB2-werkbelastingen, die worden uitgeoerd in een DB2-sericecategorie. In Versie 9.5 kunt u een aantal tabelfuncties gebruiken om query's uit te oeren naar de status en inhoud an de actiiteiten die zijn geonden in een werkbelasting of sericecategorie. Deze informatie kan een helder beeld erschaffen an het werk dat momenteel op de serer wordt uitgeoerd, hoe het oer partities is erdeeld en of er bepaalde actiiteiten zijn die resourceconflicten eroorzaken op de serer. Uitgebreide mogelijkheden oor terugbetaling Als de sericecategorieën an DB2-werkbelastingbeheer worden gekoppeld aan sericecategorieën an AIX WLM, beheert u niet alleen CPU-resources op het nieau an het besturingssysteem, maar kunt u ook het CPU-gebruik bewaken op sericecategorienieau. Hierdoor hebt u meer mogelijkheden om de betaling oor bedrijfseenheden nauwkeuriger af te stemmen op basis an de hoeeelheid CPU-resources die ze gebruiken. Bij het gebruik an sericecategorieën is het eenoudig om resourcebeheer te erplaatsen an Query Patroller en Goernor naar de nieuwe werkbelastingfuncties. Als u werktypen indt die u wilt beheren met DB2-werkbelastingbeheer, kunt u sericecategorieën definiëren waarin elk werktype uitgeoerd moet worden en elk werktype wordt gekoppeld aan de toegewezen sericecategorie. Het is niet meer nodig om dit werk met Query Patroller te beheren. Met DB2-werkbelastingbeheer kunt u databaseactiiteiten beheren en bewaken ia de leenscyclus an de actiiteiten op alle databasepartities. Verwante onderwerpen "Integration of DB2 workload management and the AIX Workload Manager" in Workload Manager Guide and Reference "Thresholds" in Workload Manager Guide and Reference "Workload management roadmap" in Workload Manager Guide and Reference "Introduction to workload management concepts" in Workload Manager Guide and Reference 66 Nieuwe functies in deze release
81 Hoofdstuk 6. Beeiligingsuitbreidingen Nu het aantal interne en externe bedreigingen oor de eiligheid toeneemt, is het an belang om het beeiligen an gegeens te scheiden an het beheren an essentiële systemen. Voortbouwend op de uitbreidingen die in eerdere ersies zijn aangebracht, zorgen de uitbreidingen in ersie 9.5 eroor dat geoelige gegeens nog beter worden beeiligd. De beeiligingsuitbreidingen an Versie 9.5 bestaan onder andere uit ondersteuning an betrouwbare contexten en rollen en erbeterde audits en controle an op labels gebaseerde toegang.neem dit gedeelte door oor meer informatie oer deze beeiligingsuitbreidingen. Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten Het gebruik an betrouwbare contexten biedt een beter toegangsbeheer als u werkt met beoegdheden met beperkte toegang en biedt middenkaderserers of -toepassingen de mogelijkheid om de identiteit an een eindgebruiker aan te nemen oor de databaseserer. Een databaseerbinding wordt betrouwbaar genoemd als de kenmerken an de erbinding oereenkomen met een betrouwbare context die is gedefinieerd op de DB2-serer. Een betrouwbare relatie is gebaseerd op de olgende set kenmerken: Systeemmachtigings-ID: Geeft de gebruiker aan die een databaseerbinding maakt IP-adres (of domeinnaam): Geeft de host aan waarandaan een databaseerbinding is gemaakt Gegeensstroomersleuteling: Geeft eentuele ersleutelingsinstellingen oor de gegeenscommunicatie aan tussen de databaseserer en de databaseclient Hoe betrouwbare contexten de beeiliging erbeteren Het toepassingsmodel met drie nieaus is een uitbreiding an het client-serermodel met twee nieaus. Dit wordt gerealiseerd door een middennieau op te nemen tussen de client en de databaseserer. Het model is de laatste jaren in populariteit toegenomen, met name door de opkomst an webtechnologieën het het platform Jaa 2 Enterprise Edition (J2EE). Een oorbeeld an software die het drielaags-toepassingsmodel ondersteunt is IBM WebSphere Application Serer (WAS). In een drielaags-toepassingsmodel zorgt de middelste laag oor erificatie an de gebruikers die de clienttoepassingen uitoeren en oor het beheer an interactie met de databaseserer. Oorspronkelijk erliep alle interactie met de databaseserer ia de databaseerbinding die door de middenlaag was gemaakt, waarbij gebruik werd gemaakt an een gebruikers-id en legitimatiegegeens waaraan de middenlaag werd herkend door de database. Met andere woorden, de database gebruikte de databasemachtigingen die aan het gebruikers-id an de middenlaag waren toegekend oor erificatie an de gegeens en toegang tot de database, inclusief toegang die de middenlaag namens de gebruiker erschafte. Copyright IBM Corp. 1993,
82 Hoewel het drielaags-toepassingsmodel eel oordelen biedt, zijn er ook beeiligingsproblemen als alle interactie met de databaseserer (bijoorbeeld een gebruikersopdracht) wordt uitgeoerd met het machtigings-id an de middenlaag: Verlies an gebruikersidentiteit Sommige bedrijen willen te behoee an het toegangsbeheer de identiteit an de feitelijke gebruiker weten als deze toegang tot de database wil hebben. Verminderde aansprakelijkheid an de gebruiker Aansprakelijkheid door controle is een basisprincipe an databasebeeiliging. Als de identiteit an de gebruiker niet bekend is, is het moeilijk om onderscheid te maken tussen bewerkingen die de middenlaag oor zichzelf uitoert en bewerkingen die de middenlaag namens een gebruiker uitoert. Oermatige erstrekking an machtigingen aan het machtigings-id an de middenlaag Het machtigings-id an de middenlaag moet beschikken oer alle machtigingen die nodig zijn om de opdrachten an alle gebruikers uit te oeren. Hierbij ontstaat een beeiligingsprobleem, omdat gebruikers onnodig toegang krijgen tot bepaalde informatie. Verzwakte beeiliging Naast de eerder genoemde machtigingsproblemen ereist de huidige industriële praktijk dat het machtigings-id an de middenlaag moet beschikken oer machtigingen oor alle resources die gebruikersopdrachten zouden kunnen erwerken. Als het machtiging-id an de middenlaag in erkeerde handen alt, zijn al deze resources onbeeiligd. Deze beeiligingsproblemen tonen aan dat er een mechanisme moet zijn waarin de identiteit an de feitelijke gebruiker en databasemachtigingen worden gebruikt oor databaseopdrachten die door de middenlaag worden uitgeoerd namens de gebruiker. De directste benadering om dit doel te bereiken, is om de middenlaag een nieuwe erbinding te laten maken met het ID en wachtwoord an de gebruiker en erolgens de gebruikersopdrachten door te sturen ia die erbinding. Deze benadering is eenoudig, maar heeft enkele nadelen: Het toepassen an bepaalde middenlagen is niet mogelijk. Veel serers met meerdere nieaus hebben niet de juiste legitimatiegegeens om een erbinding te kunnen maken. Performancebelasting. Er treedt een grotere belasting an de performance op bij het maken an een nieuwe fysieke erbinding en het opnieuw erifiëren an de gebruiker op de databaseserer. Onderhoudsbelasting. Er is meer onderhoud ereist als er twee gebruikersdefinities worden gebruikt (een oor de middenlaag en een oor de serer). Dit ereist het wijzigen an wachtwoorden op erschillende plaatsen. Het gebruik an betrouwbare contexten lost dit probleem op. De beeiligingsbeheerder (met SECADM-machtiging) kan een betrouwbarecontextobject in de database maken dat een betrouwbare relatie definieert tussen de database en de middenlaag. De middenlaag kan erolgens een expliciete betrouwbare erbinding met de database maken, waardoor de middenlaag het huidige gebruikers-id op de erbinding kan erangen door een andere gebruikers-id, met of zonder erificatie. Betrouwbare contexten lossen niet alleen het probleem met de gebruikersidentiteit op, maar hebben nog een andere oordeel, namelijk de mogelijkheid om te bepalen wanneer een machtiging wordt toegewezen aan een databasegebruiker. Het is een probleem oor de beeiliging als u niet kunt bepalen wanneer machtigingen aan een gebruiker worden toegewezen. Machtigingen kunnen bijoorbeeld oor andere doeleinden worden gebruikt dan waaroor ze oorspronkelijk zijn bedoeld. De beeiligingsbeheerder kan nu een of 68 Nieuwe functies in deze release
83 meer machtigingen toewijzen aan een databaserol en die rol toewijzen aan een betrouwbare-contextobject. Alleen betrouwbare databaseerbindingen (expliciet of impliciet) die oereenkomen met de definitie an de betrouwbare context, kunnen de machtigingen gebruiken die aan de rol zijn toegewezen. Verwante onderwerpen "Trusted contexts and trusted connections" in Database Security Guide Verwante taken "Using trusted contexts and trusted connections" in Database Security Guide Verwante erwijzing "CREATE TRUSTED CONTEXT " in SQL Reference, Volume 2 Uitgebreide auditfunctieprestaties en -beheer De auditfunctie genereert een reeks auditrecords oor een aantal an teoren gedefinieerde en bewaakte database-eents. In Versie 9.5 is de auditfunctie sterk uitgebreid. Uitbreidingen an de DB2-auditfunctie in Versie 9.5 zijn onder andere een zeer gedetailleerde configuratie, nieuwe auditcategorieën, afzonderlijke subsysteem- en databaselogboeken en nieuwe manieren om de auditconfiguratie aan te passen. Omdat u nu kunt bepalen welke databaseobjecten in een audit worden betrokken, zijn er geen audits meer nodig oor eents an databaseobjecten waarin u niet bent geïnteresseerd. De performance an de audits (en de geolgen oor andere databasebewerkingen) is dus eel groter. De beeiligingsbeheerder is nu de enige erantwoordelijke oor het beheer an audits op databasenieau. Versie 9.5 kent de olgende uitbreidingen an de auditfunctie: U kunt nieuwe databaseobjecten, zogenaamde auditbeleidsdefinities, gebruiken om de auditconfiguratie in een database te beheren. Afzonderlijke databases kunnen een eigen auditconfiguratie hebben. Dit geldt ook oor bepaalde objecten in een database, zoals tabellen of zelfs gebruikers, groepen en rollen. Deze uitbreiding biedt eenoudiger toegang tot de gewenste informatie, maar ook is de performance beter, omdat er minder gegeens naar schijf hoeen te worden geschreen. SQL-auditopdrachten zijn eenoudiger en produceren minder uitoer. Met de nieuwe auditcategorie EXECUTE kunt u audits uitoeren oor uitsluitend de SQL-instructie die wordt uitgeoerd. Eerder moest u een audit uitoeren oor de CONTEXT-eent om deze gegeens op te halen. Er zijn auditlogboeken oor alle databases. Er is nu een auditlogboek oor het subsysteem en een auditlogboek oor elke database. Deze functie maakt het bekijken an audits eenoudiger. Het auditlogboek heeft nu een aanpasbaar pad. Omdat u het auditlogboekpad kunt beheren, kunt u het logboek op een grote, snelle schijf plaatsen en hebt u de mogelijkheid om oor elk knooppunt een afzonderlijke schijf te gebruiken in de databasepartitoneringsinstallatie (DPF). Dankzij deze functie kunt u het auditlogboek offline archieren. U hoeft de gegeens pas te extraheren als het nodig is. U kunt auditlogboeken archieren. Bij het archieren an auditlogboeken wordt het huidige auditlogboek erplaatst naar een archiefdirectory en begint de serer aan een nieuwe, actief Hoofdstuk 6. Beeiligingsuitbreidingen 69
84 auditlogboek. Als u gegeens uit een auditlogboek extraheert naar een databasetabel, gebeurt dit anuit een gearchieerd logboek, niet anuit het actiee logboek. Hierdoor wordt oorkomen dat de performance minder wordt als het actiee auditlogboek is ergrendeld. De beeiligingsbeheerder (met SECADM-machtiging) beheert nu de audits oor alle databases. Alleen de beeiligingsbeheerder beheert het configureren an een audit oor een database; de systeembeheerder (met SYSADM-machtiging) heeft deze beoegdheid niet meer. De beeiligingsbeheerder heeft ook oldoende toegangsmachtigingen om het auditlogboek te bewerken, de opdracht ARCHIVE te geen en een logbestand te extraheren naar een tabel. U kunt in iedere categorie een audit oor informatie uitoeren. Met de speciale CURRENT CLIENT-registers kunt u in toepassingen waarden instellen oor het clientgebruikers-id, de accountreeks, de naam an het werkstation en de toepassingsnaam, zodat deze waarden in de auditgegeens worden opgenomen. De lokale en globale transactie-id's kunnen worden astgelegd in de auditgegeens. Hierdoor kan de correlatie worden bepaald tussen het auditlogboek en het transactielogboek. Verwante onderwerpen "Audit policies" in Database Security Guide "The EXECUTE category for auditing SQL statements" in Database Security Guide "Storage and analysis of audit logs" in Database Security Guide Verwante erwijzing "CREATE AUDIT POLICY " in SQL Reference, Volume 2 "AUDIT " in SQL Reference, Volume 2 Rollen ereenoudigen machtigingsbeheer en -besturing Rollen ereenoudigen het beheer en de besturing an machtigingen doordat deze een equialent an groepen zijn, maar zonder de beperkingen. Een rol is een databaseobject dat een of meer machtigingen groepeert. U kunt een rol toekennen aan gebruikers, groepen, PUBLIC, of andere rollen met de instructie GRANT. U kunt ook een rol toekennen aan een betrouwbare context met de instructie CREATE TRUSTED CONTEXT of ALTER TRUSTED CONTEXT. U kunt een rol opgeen oor een SESSION_USER ROLE-erbindingskenmerk in een werkbelastingsdefinitie. Rollen hebben erschillende oordelen: U kunt de toegang tot uw databases beheren op een manier die aansluit bij de structuur an uw organisatie (u kunt rollen in de databases maken die direct zijn gekoppeld aan de taakomschrijingen in uw bedrijf). U kunt gebruikers lidmaatschap an de rollen toekennen die oereenkomen met de erantwoordelijkheden an hun werk. Als de gebruiker andere erantwoordelijkheden krijgt, kunt u eenoudig een nieuwe rol toewijzen en oude rollen intrekken. Het toewijzen an machtigingen is ereenoudigd. In plaats an het erlenen an dezelfde set machtigingen aan elke afzonderlijke gebruiker in een bepaalde beroepsgroep kunt u de machtigingen toekennen aan een rol die aan de betreffende personeelsgroep is toegewezen en die rol erolgens toekennen aan elke gebruiker die tot die groep beroepen behoort. 70 Nieuwe functies in deze release
85 Als u de machtigingen an een rol hebt bijgewerkt, worden alle gebruikers aan wie de rol is toegekend ook bijgewerkt; u hoeft geen machtigingen bij te werken oor alle afzonderlijke gebruikers. De machtigingen die u aan rollen erleent, worden altijd gebruikt als u iews, triggers, opgebouwde-querytabellen (MQT's), statische SQL en SQL-routines maakt. Bij machtigingen die u aan een groep hebt toegekend (direct of indirect) is dit niet het geal. De reden is dat het DB2-databasesysteem niet kan bepalen wanneer het lidmaatschap an een groep wordt gewijzigd doordat de groep wordt beheerd door software an derden (bijoorbeeld het besturingssysteem). Omdat rollen binnen de database worden beheerd, kan het DB2-databasesysteem aststellen wanneer machtigingen worden gewijzigd en de nodige maatregelen nemen. Rollen die aan groepen zijn toegekend, worden niet gebruikt, omdat deze extern worden beheerd. Alle rollen die u aan een gebruiker hebt toegekend, worden geactieerd als die gebruiker erbinding maakt, dus alle machtigingen an de gebruiker worden gecontroleerd als de erbinding wordt gemaakt. U kunt rollen niet expliciet inschakelen of uitschakelen. De beeiligingsbeheerder kan het beheer an een rol aan anderen delegeren. Verwante onderwerpen "Roles" in Database Security Guide Verwante erwijzing "CREATE ROLE " in SQL Reference, Volume 2 Uitbreidingen an Label-Based Access Control (LBAC) bieden een betere beeiliging Er zijn erbeteringen aangebracht in Label-Based Access Control (LBAC), zodat u beeiligingslabels en uitzonderingen kunt toepassen op rollen en groepen. U kunt nu nieuwe beeiligingslabelcomponenten toeoegen of u kunt het beeiligingsbeleid wijzigen om ander gedrag in te stellen of componenten toe te oegen aan beeiligingslabels. LBAC kent de olgende uitbreidingen: Met de nieuwe instructie ALTER SECURITY LABEL COMPONENT kunt u een nieuw element toeoegen aan een beeiligingslabelcomponent. Met de nieuwe instructie ALTER SECURITY POLICY kunt u een beeiligingsbeleid wijzigen. U kunt een component toeoegen aan een gedefinieerd beeiligingsbeleid, dat niet door een tabel gebruikt kan worden terwijl het beleid wordt bijgewerkt. Verder kunt u de instructie gebruiken om het toekennen an beeiligingslabels en uitzonderingen in of uit te schakelen en om het foutgedrag oor schrijfmachtigingen in een beeiligingsbeleid te wijzigen. Met de instructie GRANT SECURITY LABEL kunt u beeiliginglabels toekennen aan rollen en groepen; met de instructie REVOKE SECURITY LABEL kunt u beeiliginslabels an rollen en groepen weer intrekken. Met de instructie GRANT EXEMPTION kunt u uitzonderingen toekennen aan rollen en groepen; met de instructie REVOKE EXEMPTION kunt u uitzonderingen an rollen en groepen weer intrekken. Hoofdstuk 6. Beeiligingsuitbreidingen 71
86 Verwante onderwerpen "Label-based access control (LBAC) " in Database Security Guide "LBAC security policies" in Database Security Guide "LBAC security label components oeriew" in Database Security Guide "LBAC security labels" in Database Security Guide "LBAC rule exemptions" in Database Security Guide FP2: SSL-protocol en AES-ersleuteling worden op enkele databaseclients ondersteund Vanaf Fixpack 2 wordt het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) ondersteund door niet-jaa-clients. Alle DB2 Versie 9.5-clients ondersteunen nu SSL. Boendien ondersteunen Jaa-clients nu 256-bits AES-ersleuteling. SSL en AES-ersleuteling worden alleen gebruikt oor een erbinding als de databaseserer deze ondersteunt en oor het gebruik eran is geconfigureerd. DB2 Versie 9.1 Fixpack 2- en Versie 9.5-serers ondersteunen SSL. DB2 Uniersal Database Versie 8 Fixpack 16 en DB2 Versie 9.5 Fixpack 3-databaseserers ondersteunen 256 bits AES-ersleuteling. Verwante onderwerpen "Encrypted password, user ID, or user ID and password security under the IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ" in Deeloping Jaa Applications Verwante taken "Configuring Secure Sockets Layer (SSL) support in the DB2 client" in Database Security Guide FP4: LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten zijn uitgebreid (AIX) LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) maakt centraal beheer mogelijk an gebruikerserificatie en groepslidmaatschap. DB2 Versie 9.5 Fixpack 4 (en hoger) ondersteunt twee opties oor implementatie an LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten: de LDAP-beeiliginsplugins en transparante LDAP. Dankzij transparante LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten die beschikbaar zijn anaf Fixpack 4, kunt u LDAP-erificatie en groepszoekopdrachten gebruiken zonder dat u eerst de DB2-omgeing moet configureren met behulp an de DB2 LDAP-beeiligingsplugins. U kunt DB2-subsystemen configureren oor de erificatie an gebruikers en hun groepen erkrijgen ia het AIXbesturingssysteem. Het AIX-besturingssysteem zal op zijn beurt de erificatie en het oernemen an groepen uitoeren ia een LDAP-serer. Voor het uitoeren an transparante LDAP-erificatie stelt u de DB2AUTH-registerariabele in op OSAUTHDB. De bestaande DB2 LDAP-beeiligingplugins zijn ernieuwd in Fixpack 4. Vanaf Fixpack 6 is transparante LDAP-erificatie en ondersteuning an groepen zoeken op AIX uitgebreid oor het certificeren an Kerberoserficatieondersteuning. 72 Nieuwe functies in deze release
87 Verwante onderwerpen "LDAP-based authentication and group lookup support" in Database Security Guide Verwante taken "Configuring transparent LDAP for authentication and group lookup ( Linux)" in Database Security Guide "Configuring transparent LDAP for authentication and group lookup (HP-UX)" in Database Security Guide "Configuring transparent LDAP for authentication and group lookup (Solaris)" in Database Security Guide "Configuring transparent LDAP for authentication and group lookup ( AIX)" in Database Security Guide FP3: ondersteuning an AES-ersleuteling uitgebreid naar de databaseserer en alle clients Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 kan het 256-bits AES-algoritme (Adanced Encryption Standard) worden gebruikt oor het ersleutelen an gebruikers-id's en wachtwoorden op alle DB2 Versie 9.5 for Linux-, UNIX- en Windows-clients en -databaseserers. Jaa-clients ondersteunen AES-ersleuteling anaf Versie 9.5 Fixpack 2. Om DB2-databaseserers zo te configureren dat zij erbindingen accepteren die gebruikmaken an AES-ersleuteling stelt u de erificatie-configuratieparameter oor de databasemanager in op SERVER_ENCRYPT en stelt u de registerariabele DB2_SERVER_ENCALG in op AES_ONLY of AES_CMP. Gebruikers-ID's en wachtwoorden worden op de bronlocatie gecodeerd en op de doellocatie weer gedecodeerd. De erificatie indt plaats op de databasepartitieserer die de doeldatabase beat. Het is niet nodig om clients expliciet te configureren oor het gebruik an AES-ersleuteling oor erbindingen met een DB2 for Linux-, UNIX- en Windows-databaseserer. Als u de DB2-databaseserer oor het gebruik an AES-ersleuteling hebt geconfigureerd, raagt deze om AES-ersleuteling aan de clients die dit ondersteunen. U hoeft de client alleen expliciet oor het gebruik an AES-ersleuteling te configureren wanneer de performance an belang is als de erbinding wordt gestart. Zie oor meer informatie: support/dociew.wss?rs=71&uid=swg Verwante erwijzing "Miscellaneous ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide FP4: Wachtwoorden kunnen de maximale lengte hebben die op het besturingssysteem wordt ondersteund Wanneer u anaf Versie 9.5 Fixpack 4 de DB2 Database Manager configureert oor het uitoeren an erificatie met behulp an de erificatieplugin an het IBM-besturingssysteem, kunt u de maximale wachtwoordlengte gebruiken die door het besturingssysteem wordt ondersteund. Bepaalde besturingssystemen kunnen extra wachtwoordregels hanteren, zoals een minimale lengte of eenoud. Daarnaast kunt u bepaalde besturingssystemen configureren oor het gebruik an ersleutelingsalgoritmen die door dat Hoofdstuk 6. Beeiligingsuitbreidingen 73
88 besturingssysteem worden erstrekt. Raadpleeg oor meer informatie de documentatie bij het betreffende besturingssysteem. Verwante onderwerpen "Password rules" in Quick Beginnings for DB2 Serers FP5: 32-bits GSKit-bibliotheken opgenomen in de 64-bits DB2-productinstallatie DB2 Versie 9.5 Fixpack 5 en hoger installeert nu IBM Global Security Kit (GSKit) GSKit-bibliotheken bij de 64-bits DB2-databaseserer. De 32-bits ersie an de GSKit-bibliotheken wordt automatisch meegenomen wanneer u de 64-bits ersie an de DB2-databaseserer installeert. De GSKit-bibliotheken zijn ereist oor de ondersteuning an SSL-erbindingen tussen DB2-clients en -databases. Zorg eroor dat het pad naar de GSKit-bibliotheken oorkomt in de omgeingsariabele PATH onder Windows en in de omgeingsariabelen LIBPATH, SHLIB_PATH of LD_LIBRARY_PATH onder Linux- en UNIX-besturingssystemen. Voeg bijoorbeeld onder Windows, de GSKit-directory's bin en lib toe aan de omgeingsariabele PATH: set PATH="C:\Program Files\ibm\gsk7\bin";%PATH% set PATH="C:\Program Files\ibm\gsk7\lib";%PATH% Verwante taken "Configuring Secure Sockets Layer (SSL) support in a DB2 instance" in Database Security Guide "Configuring Secure Sockets Layer (SSL) support in the DB2 client" in Database Security Guide FP6: Auditerbeteringen maken nu het snel opnieuw afspelen an databaseactiiteiten uit het erleden mogelijk DB2 V9.5 Fixpack 6 oegt auditfuncties toe die beeiligingsbeheerders de mogelijkheid geen databaseactiiteiten uit het erleden opnieuw af te spelen. Als onderdeel an een allesomattend beeiligingsbeleid kan een bedrijf behoefte hebben aan de mogelijkheid om een bepaald aantal jaar terug te kunnen gaan in de tijd om de effecten te analyseren an een specifieke aanraag op bepaalde tabellen in hun database. Om dit mogelijk te maken kunt u hieroor een beleid opstellen oor het archieren an de wekelijkse backups en de bijbehorende logboekbestanden zodat het mogelijk wordt de database oor een specifiek moment in het erleden te herstellen. De databasecontrole legt hierdoor oldoende informatie ast oer alle aanragen op de database om het mogelijk te maken elke aanraag op de betreffende, herstelde database opnieuw af te spelen en te analyseren. Deze auditerbeteringen omatten zowel statische als dynamische SQL-instructies. Verwante taken "Enabling replay of past actiities" in Database Security Guide 74 Nieuwe functies in deze release
89 Hoofdstuk 7. Verbetering an de performance DB2 Versie 9.5 beat een groot aantal uitbreidingen oor de performance, wat tot geolg heeft dat er eel minder tijd nodig is oor complexe query's met tijdreeksanalyse, ruimtelijke gegeens en erplaatsbare queryensters. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer de performanceuitbreidingen in Versie 9.5. Query's die LOB-kolommen gebruiken zijn sneller De performance is in Versie 9.5 erbeterd oor query's die eel rijen met gegeens retourneren waaronder LOB-kolommen. Deze erbeteringen in de performance zijn het geolg an wijzigingen waarbij meerdere gegeensrijen worden samengeoegd en als resultaatset worden geretourneerd naar de client oor een enkele cursoropdracht, als de resultatenset LOB-gegeens beat. Het ormen an een blok rijgegeens die erwijzingen naar LOB-gegeenstypen beatten, wordt ondersteund in alle omgeingen. In eerdere ersies was het groeperen an rijgegeens beperkt tot resultatensets zonder LOB-kolommen. De Versie 9.5-serer ondersteunt erder Dynamic Data Format, ook wel schrijen zonder recordbegrenzing genoemd, waardoor de serer LOB-waarden optimaal kan retourneren. Hierdoor kost het minder tijd om rijen op te halen an een cursor met LOB-kolommen. De meeste IBM-gegeenssererclients ondersteunen de functie Dynamic Data Format sinds Versie 9.1 fixpack 1 en gebruiken deze automatisch om LOB-waarden progressief op te halen zonder recordbegrenzing. De erbeterde rijgroepering an LOB-waarden kent de olgende beperkingen: Query's in toepassingen met ingesloten SQL-instructies die LOB-kolommen gebruiken, zijn niet of nauwelijks erbeterd. De aanwezigheid an een door de gebruiker gedefinieerde functie die een LOB-waarde uitoert, schakelt de cursorgroepering uit. Deze performancefunctie is ook beschikbaar in DB2 oor z/os en DB2 oor i5/os. Verwante onderwerpen "Progressie streaming with the IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ" in Deeloping Jaa Applications Optimistische besturing oor gemeenschappelijk gebruik en erbeteringen in updatedetectie bieden een schaalbaar alternatief oor ergrendeling Uitbreidingen an de optimistische besturing an gemeenschappelijk gebruik bieden een meer schaalbaar alternatief oor databaseergrendeling an gemeenschappelijke toegang tot de gegeens. Deze erangen de op waarden gebaseerde optimistische ergrendeling en bieden betere prestaties. Een gerelateerde uitbreiding biedt een mechanisme om recente database-updates te detecteren (dagelijks, wekelijks of maandelijks). Copyright IBM Corp. 1993,
90 Optimistische ergrendeling en optimistische besturing an gemeenschappelijk gebruik Optimistische ergrendeling ermindert de tijd waarin een gegeen resource niet beschikbaar is oor gebruik door andere transacties. Omdat de databasebeheerder kan bepalen wanneer een rij is gewijzigd, kan deze de betrouwbaarheid an de gegeens waarborgen en de tijdsduur an ergrendelingen beperken. Bij optimistische besturing an gemeenschappelijk gebruik geeft de databasebeheerder de ergrendeling an rijen of pagina's onmiddellijk rij als de leesbewerking is oltooid. Optimistische besturing an gemeenschappelijk gebruik wordt ondersteund door het gebruik an RID_BIT()- en ROW CHANGE TOKEN-expressies in de eerste selectielijst, waardoor de oorspronkelijke waarden kunnen worden opgegeen als predikaat oor de gezochte update. Dagelijkse, wekelijkse en maandelijkse updatedetectie Als databasebeheerder kent u het olume an de updates in een bepaalde tijdsinteral, zodat u het repliceren an gegeens kunt plannen, auditscenario's kunt maken enzooort. De nieuwe expressie ROW CHANGE wordt gebruikt in de instructies SELECT, INSERT en UPDATE en retourneert een token of tijdsaanduiding die erwijst naar de laatste wijziging an een rij. Een toepassing heeft nu de olgende mogelijkheden: Bepalen wanneer een rij oor het laatst is gewijzigd (of gewijzigd in een gegeensbereik of aantal dagen) met de expressie ROW CHANGE TIMESTAMP Een token retourneren als BIGINT-waarde (groot geheel getal) die erwijst naar een relatief punt in de wijzigingsolgorde an een rij, met behulp an de expressie ROW CHANGE TOKEN Verwante onderwerpen "Optimistic locking" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "Time-based update detection" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante erwijzing "Optimistic locking oeriew" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide MDC-uitleeserwijderingen gaan sneller met de optie oor uitgestelde indexopschoning U kunt nu opgeen of record-id-indexen (RID) moeten worden opgeschoond als de uitleeserwijdering in een multidimensionale clustertabel (MDC) is oltooid. De optie oor uitgestelde opschoning an een index erhoogt de snelheid waarmee bepaalde uitleeserwijderingen worden uitgeoerd. Sinds Versie kunt u gebruikmaken an uitleeserwijdering, waardoor erwijderingen op blokken zijn gebaseerd en sneller gaan. Ook wordt er minder informatie weggeschreen naar logboeken. De uitleesefficiëntie is gebaseerd op het weten welke blokken an een MDC-tabel rijen beatten die erwijderd moeten worden. Alle rijen in een dergelijk blok worden erwijderd. Het oordeel in performance an een uitleesactie was óór Versie 9.5 afhankelijk an het aantal 76 Nieuwe functies in deze release
91 RID-indexen in de tabel, omdat óór Versie 9.5 erwerking op rijnieau en logboekinfo oor iedere index ereist was. Versie 9.5 houdt een erdere erbetering in oor de performance an uitleeserwijdering in de orm an uitgestelde RID-indexopschoning. Hiermee worden wisbewerkingen die binnen dimensionale grenzen worden uitgeoerd, eel sneller uitgeoerd, omdat er geen indexsleutels meer worden erwijderd met erwijzingen naar de te erwijderen rijen. DB2 markeert blokken als uitgelezen en werkt de RID-indexen pas bij als de transactie is oltooid. Hierbij worden de indexen asynchroon opgeschoond. In hoeerre de snelheid an uitgestelde opschoning bij uitleeserwijderingen is erhoogd, is afhankelijk an het soort erwijdering dat u uitoert. Als er een aantal RID-indexen in de tabel is opgenomen of als het olume an de erwijderde items erg groot is, erloopt de erwijdering door opschoning eel sneller. Als u meerdere uitleeserwijderingsacties hebt gepland oor een bepaalde tabel, is het eel sneller om één opschoning an RID-indexen uit te oeren oor alle blokken die zijn uitgelezen. Er zijn twee manieren om de nieuwe functie te actieren. U kunt de bestaande registerariabele DB2_MDC_ROLLOUT actieren, die nu dynamisch is, en de nieuwe waarde DEFER instellen. U kunt ook het speciale register CURRENT MDC ROLLOUT MODE instellen op DEFERRED door de instructie SET CURRENT MDC ROLLOUT MODE te gebruiken. Met het nieuwe databasebewakingselement BLOCKS_PENDING_CLEANUP kunt u het aantal MDC-tabelblokken aststellen die op opschoning wachten. Het standaardgedrag oor erwijderingen die oor uitlezen in aanmerking komen, is uitlezing geolgd door een opschoonactie. Met deze toegeoegde functie kunt u bepalen wanneer een uitgestelde indexopschoning noodzakelijk is. Omdat DB2_MDC_ROLLOUT dynamisch is, moeten nieuwe compilaties an de instructie DELETE gebruikmaken an de nieuwe instelling. U kunt ook het speciale register CURRENT MDC ROLLOUT MODE gebruiken, waarmee u oer een nauwkeurige besturing an het uitleesgedrag beschikt. Verwante onderwerpen "Optimization strategies for MDC tables" in Partitioning and Clustering Guide "Asynchronous index cleanup for MDC tables" in Tuning Database Performance Verwante erwijzing "CURRENT MDC ROLLOUT MODE " in SQL Reference, Volume 1 "SET CURRENT MDC ROLLOUT MODE " in SQL Reference, Volume 2 "blocks_pending_cleanup - Pending cleanup rolled-out blocks monitor element" in System Monitor Guide and Reference Parallelle erwerking bij het maken an een index is standaard ingeschakeld In Versie 9.5 is parallelle erwerking oor de instructie CREATE INDEX ingeschakeld, ongeacht de instelling an de configuratieparamater intra_parallel. De performance an de instructie CREATE INDEX kan worden erbeterd door meerdere processors te gebruiken oor het parallel zoeken en sorteren an indexgegeens. De indexbeheercomponent bepaalt of het maken an een process parallel moet worden uitgeoerd en baseert deze beslissing op een groot aantal Hoofdstuk 7. Verbetering an de performance 77
92 oerwegingen, waaronder de tabelgrootte en of er meerdere processors beschikbaar zijn. De beslissing hangt niet meer af an de configuratieparameter intra_parallel. Verwante onderwerpen "Parallelism and loading" in Data Moement Utilities Guide and Reference "Optimization strategies for intra-partition parallelism" in Partitioning and Clustering Guide Verwante erwijzing "max_querydegree - Maximum query degree of parallelism " in Partitioning and Clustering Guide "intra_parallel - Enable intra-partition parallelism " in Partitioning and Clustering Guide OLAP-functies zijn uitgebreid Door de nieuwe en erbeterde OLAP-functies kunnen query's nauwkeuriger worden bestuurd, met name aggregaties die worden uitgeoerd in grote sliding windows an gegeens. De ingebouwde OLAP-functies zijn op drie manieren erbeterd: U hebt de beschikking oer ier nieuwe functies. Met de nieuwe OLAP-functies LEAD, LAG, FIRST_VALUE en LAST_VALUE is een betere besturing mogelijk an rijgroepen die worden erplaatst als tabelrijen worden gelezen (sliding windows). Deze nieuwe functies bieden toegang tot specifieke waarden uit andere rijen dan de huidige rij. Als een OLAP-functiegroep bijoorbeeld de handel in aandelen tijdens een bepaalde periode beat, kunnen de nieuwe OLAP-functie de eerste en laatste handelsactie tijdens die periode retourneren (bijoorbeeld de openingskoers en de slotkoers). Als oor financiële instellingen een oortschrijdend gemiddelde an 150 dagen is berekend oor de slotkoers an een aandeel dat op een bepaalde dag niet is erhandeld, kunnen deze er de oorkeur aan geen om in de berekening an het oortschrijdend gemiddelde de slotkoers an een andere dag op te nemen, namelijk óór of na de dag waarop geen handel plaatsond. Hierdoor wordt de berekening geëffend door een compensatie in te oeren oor de ontbrekende (NULL-)waarden in de berekening. Performance an bestaande OLAP-functies erbeterd bij toepassen in een sliding window. De erbetering in performance kan spectaculair zijn en als geolg hebben dat bepaalde query's honderden keren sneller worden uitgeoerd dan in de orige ersies. OLAP-geheugen is geoptimaliseerd. Het geheugen dat door OLAP-functies wordt gebruikt, kan dynamisch worden afgestemd door het zelfafstemmende geheugen en de OLAP-functies zijn nu minder beperkt door het geheugen. Door deze optimalisaties kunnen query's nu worden uitgeoerd in eel grotere groepen gegeens. Voor eel query's is de beperkende factor nu het tijdelijk geheugen in plaats an het systeemgeheugen. Verwante erwijzing "OLAP specifications" in SQL Reference, Volume 1 Optimalisatieprogramma oor query's is uitgebreid Complexe query's zijn geoptimaliseerd, met name querytypen die an belang zijn oor de financiële sector. Er zijn aanzienlijke performanceerbeteringen oor de olgende querytypen: 78 Nieuwe functies in deze release
93 Query's die meerdere afzonderlijke aggregaties gebruiken in één SELECT-instructie Query's die ORDER BY- en FETCH FIRST n ROWS ONLY-semantiek gebruiken Query's met MIN- en MAX-functies met GROUP BY-clausules Query's met grote IN-lijstpredikaten (zoeken in de lijst is erbeterd en er worden meer strategieën gebruikt oor de ealuatie an dergelijke predikaten bij latere queryoptimalisaties) Verwante onderwerpen Hoofdstuk 7, Verbetering an de performance, op pagina 75 NO FILE SYSTEM CACHING erkleint standaard de cache an het bestandssysteem Databasebeheer probeert oor de tabelruimtecontainers die u in Versie 9.5 maakt, indien mogelijk Concurrent I/O (CIO) te gebruiken. Op systeemconfiguraties waar CIO niet wordt ondersteund, wordt in plaats hieran Direct I/O (DIO) of buffer-i/o gebruikt. CIO en DIO erbeteren de geheugenperformance, omdat databasebeheer met deze instellingen geen gegeens in het cachegeheugen hoeft op te slaan op bestandssysteemnieau. Dit proces ermindert de oerhead an de CPU en maakt geheugen beschikbaar oor het databasesubsysteem. Zie Configuraties oor de bestandssysteemcache oor systeemconfiguraties die CIO, DIO of een bestandssysteemcache ondersteunen. De kenmerken FILE SYSTEM CACHING en NO FILE SYSTEM CACHING geen op of I/O-bewerkingen in een cache moeten worden opgeslagen op het nieau an het bestandssysteem. Omdat databasebeheer zijn eigen gegeens in de cache opslaat met bufferpools, is cacheopslag op bestandssysteemnieau niet nodig als de grootte an de bufferpool juist is afgestemd. De nieuwe standaard is niet an toepassing op tabelruimten die u óór Versie 9.5 hebt gemaakt. Door het actieren an het zelfafstemmend-geheugenbeheer en het instellen an AUTOMATIC oor de bufferpoolgrootte in de instructie ALTER BUFFERPOOL, biedt de nieuwe standaard de olgende oordelen: U hoeft niet expliciet NO FILE SYSTEM CACHING op te geen in de instructie CREATE TABLESPACE om gebruik te kunnen maken an de oordelen an niet-gebufferde I/O. Het ermindert het gebruik an de bestandssyteemcache, omdat de gegeens automatisch in een cache worden opgeslagen op bufferpoolnieau. Dit erlaagt op zijn beurt de hoeeelheid geheugen die aan de bestandssysteemcache wordt toegewezen. Hoofdstuk 7. Verbetering an de performance 79
94 Verwante onderwerpen "Management of multiple database buffer pools" in Tuning Database Performance "Self-tuning memory" in Tuning Database Performance "File system caching configurations" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante taken "Creating table spaces" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante erwijzing "ALTER BUFFERPOOL " in SQL Reference, Volume 2 "CREATE TABLESPACE " in SQL Reference, Volume 2 Queryperformance in DB2 Spatial Extender is erbeterd DB2 Spatial Extender genereert en analyseert ruimtelijke informatie oer geografische functies, slaat de gegeens op waarop de informatie is gebaseerd en beheert deze. De queryperformance in DB2 Spatial Extender is drastisch erbeterd. U kunt nu efficiënt query's naar ruimtelijke gegeens uitoeren, zoals de locatie an klanten, telefoonmasten, wegen, steden en andere objecten die meestal als LOB-gegeens worden opgeslagen. Dit is het geolg an erbeteringen in de gegeensmarkering tussen de onderliggende DB2-databaseclient en de serer oor query's die LOB-kolommen gebruiken. Sneller ophalen an deze gegeens draagt bij aan het sneller tekenen en weergeen an ruimtelijke gegeens door software an derden. Met ESRI ArcGIS duurde het maken an een kaart ia een netwerk met een matige wachttijd óór Versie 9.5 meer dan twee minuten. Met ArcGIS in Versie 9.5 met ondersteuning oor de nieuwe LOB-gegeensmarkering kostte dezelfde kaart ier seconden. Verwante onderwerpen "The purpose of DB2 Spatial Extender" in Spatial Extender and Geodetic Data Management Feature User's Guide and Reference Aanullende instructies kunnen worden toegelicht In Versie 9.5 zijn de instructies REFRESH TABLE en SET INTEGRITY toegeoegd aan de lijst an instructies die toegelicht kunnen worden. Deze gebruikt u oor het ophalen en analyseren an toelichtingsinformatie om een diagnose an performanceproblemen te stellen. Dankzij deze erbetering is het eenoudiger om de MQT's (materialized query tables, tabellen met opgebouwde query's) te onderhouden en beheren. U kunt nu de toegangsmethode oor zelfdiagnose an performanceproblemen krijgen met de instructies SET INTEGRITY en REFRESH TABLE. 80 Nieuwe functies in deze release
95 Verwante erwijzing "EXPLAIN " in SQL Reference, Volume 2 "REFRESH TABLE " in SQL Reference, Volume 2 "SET INTEGRITY " in SQL Reference, Volume 2 "CURRENT EXPLAIN MODE " in SQL Reference, Volume 1 "CURRENT EXPLAIN SNAPSHOT " in SQL Reference, Volume 1 "EXPLAIN_STATEMENT table" in SQL Reference, Volume 1 "Explain tables" in SQL Reference, Volume 1 FP2: Buffergrootte an TCP-socket kan worden geoptimaliseerd oor HADR-erbindingen Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 kunt u oor HADR-erbindingen de erzend- en ontangstbuffer an de TCP-socket apart instellen zonder dat dit an inloed is op de buffergrootte an sockets an andere TCP-erbindingen. Om netwerk- en HADR-prestaties te optimaliseren, moet u oor HADR-erbindingen rekening houden met de systeembelasting door logboekerzending, netwerkbandbreedte en transmissieertraging; als geolg an deze factoren kan het nodig zijn de buffergroottes an de TCP-sockets aan te passen. Vóór DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 kon de buffergrootte an de TCP-socket oor HADR-erbindingen alleen worden gewijzigd op het nieau an het besturingssysteem en golden de instellingen oor alle TCP-erbindingen op de serer. Nu kunt u met de nieuwe registerariabelen DB2_HADR_SOSNDBUF en DB2_HADR_SORCVBUF de HADR-erbindingen optimaliseren zonder de prestaties an andere TCP-erbindingen te beïnloeden. Verwante onderwerpen "High aailability disaster recoery (HADR) performance" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante erwijzing "Miscellaneous ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "db2pd - Monitor and troubleshoot DB2 database " in Command Reference FP2: Nieuwe opdrachtparameters oor db2adis In DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 worden twee nieuwe opdrachtopties oor db2adis geïntroduceerd: -mdcpctinflation en -tables. De opdrachtparameter -tables kunt u gebruiken om op te geen dat bij het maken an de index, multidimensionale clustertabellen (MDC) of aanbeelingen oor partitionering, alleen een subset an alle bestaande tabellen wordt gebruikt door de DB2 Design Adisor. De parameter is niet an inloed op aanbeelingen oor het maken an MQT's (materialized query tables). In DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 en lager komt een tabel alleen in aanmerking oor MDC-selectie als door conersie an de tabel de geschatte tabelgrootte toeneemt met maximaal 10% an de oorspronkelijke tabelgrootte. In DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 en hoger kunt u met behulp an de opdrachtparameter -mdcpctinflation het maximumpercentage opgeen dat de schijfgrootte an de tabel mag toenemen. Als deze opdrachtparameter niet wordt opgegeen, wordt de standaardwaarde 10% gebruikt. Hoofdstuk 7. Verbetering an de performance 81
96 Verwante erwijzing "db2adis - DB2 design adisor " in Command Reference FP4: Sommige FCM-geheugenresources kunnen automatisch worden beheerd en toegewezen (Linux) Vanaf Fixpack 4 kan DB2 Database Manager beter oerweg met FCM-geheugenresources door automatisch toewijzen an meer FCM-buffers en -kanalen zoals ereist in gepartitioneerde databaseomgeingen. FCM kan nu op het Linux-besturingssysteem resources toewijzen boen de groeilimiet an 25% die oorheen oor dit product gold. DB2 Database Manager kan op Linux-besturingssystemen meer systeemgeheugen ooraf toewijzen aan FCM-buffers en -kanalen, tot een maximum an 4 GB. Dit neemt alleen geheugenruimte in beslag als er extra FCM-buffers of -kanalen ereist zijn. DB2 Database Manager erhoogt of erlaagt automatisch het geheugengebruik door FCM zoals ereist tijdens runtime, met als resultaat betere prestaties en geen runtimefouten door gebrek aan FCM-resources. Om deze werking mogelijk te maken, stelt u de optie FCM_MAXIMIZE_SET_SIZE an de registerariabele DB2_FCM_SETTINGS an de gepartitioneerde database in op YES (of TRUE). 82 Nieuwe functies in deze release
97 Hoofdstuk 8. purexml-uitbreidingen Versie 9.5 bouwt erder op de purexml-ondersteuning die in Versie 9.1 werd geïntroduceerd en biedt uitbreidingen an de hybride relationele en XML-gegeensserer om uw XML-gegeenserwerking nog flexibeler, sneller en zelfs betrouwbaarder te maken. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer purexml-uitbreidingen in Versie 9.5. Verwante onderwerpen "purexml - Oerzicht" in purexml Guide "Zelfstudie oor purexml" in purexml Guide "XML input and output oeriew" in purexml Guide Verwante taken "Conerting non-unicode databases to Unicode" in Internationalization Guide Met XQuery-update-expressies kunnen delen an XML-documenten worden gewijzigd Met nieuwe XQuery-update-expressies kunt u delen an bestaande XML-documenten wijzigen in plaats an het maken an een nieuw document. Als u bijoorbeeld koopopdrachten hebt die zijn opgeslagen als XML-documenten in een XML-kolom an een DB2-database, kunt u DB2 XQuery-update-expressies gebruiken om nieuwe regelitemelementen toe te oegen aan de aankoopopdrachten. U hoeft de koopopdrachten niet opnieuw te maken met de nieuwe regelitems. De update-expressies kunnen wijzigingen in de XML-documenten aanbrengen zonder de XML-gegeens te conerteren naar een andere indeling. DB2 XQuery-update-expressies werken altijd met een kopie an de XML-gegeens, die wordt gemaakt door de XQuery-conersie-expressie. De conersie-expressie bestaat uit drie clausules: de kopieerclausule, de wijzigingsclausule en de retourclausule. De kopieerclausule maakt een kopie an de XML-gegeens, de wijzigingsclausule beat de XQuery-update-expressies die de kopie kunnen wijzigen en de retourclausule kan andere expressies beatten die de gewijzigde kopie kunnen erwerken. DB2 XQuery-expressies, waaronder update-expressies, zijn gebaseerd op de XQuery-taal die in de W3C-documenten is beschreen. De expressies werken met subsystemen an het XQuery- en XPath-gegeensmodel (XDM). Dankzij XDM kan XQuery werken met de abstracte, logische structuur an een XML-document of -fragment in plaats an met een syntaxis die in een tekstbestand is te zien. De inoer an een XQuery-expressie (indien aanwezig) bestaat uit subsystemen an het XDM-model en het resultaat an een expressie is ook een XDM-subsysteem. XML-documenten worden geconerteerd naar XDM wanneer ze worden opgeslagen in een XML-kolom. Copyright IBM Corp. 1993,
98 Verwante informatie "Use of updating expressions in a transform expression" in XQuery Reference Ondersteuning an hulpprogramma Load is toegeoegd oor purexml Naast de toegeoegde import- en exportprogramma's oor XML-gegeens die in Versie 9.1 werden opegenomen, kunt u nu het krachtige laadprogramma Load gebruiken oor het inoegen an XML-documenten in DB2-tabellen. Het hulpprogramma Load is ooral handig als u snel grote hoeeelheden gegeens moet inoegen in een tabel. Omdat het laadprogramma ingedeelde pagina's rechtstreeks in de database schrijft, kost deze orm an laden minder tijd dan importeren. Tijdens laadbewerkingen worden weinig logboekgegeens weggeschreen, zodat de erplaatsing an gegeens efficiënter kan erlopen. Het laden an XML-gegeens maakt het ook mogelijk om laadspecifieke opties op tabellen met XML-kolommen te gebruiken, bijoorbeeld laden uit een CURSOR-bestand en een aantal gegeensbewerkingsfuncties. Verwante onderwerpen "Loading XML data" in purexml Guide Verwante erwijzing "Differences between the import and load utility" in Data Moement Utilities Guide and Reference Performance oor erwerking an purexml-toepassingen is erbeterd De performance an de functie purexml is erbeterd. De uitoeringstijd oor toepassingen die XML-gegeens erwerken is erlaagd en in sommige geallen ook het gebruik an resources. Er is een groot aantal erbeteringen aangebracht in bijoorbeeld de gegeensbewerking in SQL/XML en XQuery, het indexeren an XML-gegeens, het querycompileerprogramma en de optimalisatie daaran, XMLdocumentnaigatie en ele andere terreinen. Hier olgen specifiekere oorbeelden an erbeteringen en uitbreidingen: Inoeg-, wijzigings- en wisbewerkingen kunnen sneller worden uitgeoerd. Indexeren met AND tijdens ealuatie an query's kan worden uitgeoerd oor indexen met XML-gegeens en relationele indexen. Query's in UNION ALL-iews kunnen indexen met XML-gegeens gebruiken. Bij complexe toegangsplanning hoeen er minder NLJOIN-operators te worden gebruikt tijdens ealuatie an een query. Er zijn nieuwe richtlijnen opgenomen in de purexml-onderwerpen. Verwante onderwerpen "Explain facility" in Tuning Database Performance Functionaliteit oor controleoorwaarden is uitgebreid U kunt nu extra opties met controleoorwaarden in XML-kolommen opgeen en de consistentie an de informatie waarborgen oordat deze wordt erwerkt. Met een controleoorwaarde kunt u bepaalde beperkingen opleggen aan een XML-kolom. De oorwaarde is an kracht bij pogingen om gegeens in een 84 Nieuwe functies in deze release
99 XML-kolom in ter oegen of bij te werken. Alleen als de criteria die in de oorwaarde zijn opgegeen waar zijn, wordt de bewerking uitgeoerd. U kunt nu als oorwaarde stellen dat een XML-waarde wordt gealideerd bij het gebruik an het predikaat VALIDATED, optioneel met een of meer geregistreerde XML-schema's. Hiertoe geeft u de clausule ACCORDING TO XMLSCHEMA op. U kunt nu ook kolomoorwaarde opgeen met een erwijzingsnaam an het type XML als onderdeel an een BEFORE-trigger. Verwante onderwerpen "Check constraints on XML columns" in purexml Guide Triggererwerking ondersteunt automatische geldigheidscontrole an XML-documenten Triggererwerking ondersteunt nu een automatische geldigheidscontrole an XML-documenten oor geregistreerde XML-schema's op basis an de huidige geldigheidsstatus an de documenten. Het is optioneel om de geldigheid an XML-documenten oor geregistreerde XML-schema's te controleren oordat de documenten in een XML-kolom worden opgeslagen, maar u moet dit wel doen als de integriteit an de gegeens onzeker is. Hiermee zorgt u namelijk dat alleen geldige XML-documenten worden ingeoegd of bijgewerkt. Voor automatische geldigheidscontroles an XML-documenten oor geregistreerde XML-schema's geldt dat BEFORE-triggers NEW AS-erwijzingsnamen an het type XML kunnen opgeen om de functie XMLVALIDATE in een SET-instructie op te roepen, om waarden op NULL in te stellen of om waarden an het type XML ongewijzigd te laten. Om ast te stellen of de geldigheidscontrole an een XML-document oor een XML-schema moet worden gestart, kunt u met de clausule WHEN an de trigger BEFORE testen wat de geldigheidsstatus an het document is. U neemt hiertoe de zoekoorwaarde IS VALIDATED of IS NOT VALIDATED op (optioneel met een of meer XML-schema's) door de clausule ACCORDING TO XMLSCHEMA op te geen. Verwante onderwerpen "Trigger processing of XML data" in purexml Guide XSLT-ondersteuning maakt conersie an XML-gegeens naar andere indelingen mogelijk U kunt de nieuwe functie XSLTRANSFORM gebruiken oor het conerteren an XML-documenten uit de database naar HTML, platte tekst of andere ormen an XML. XSLT-conersie is de standaardmethode om XML-gegeens om te zetten in andere indelingen. U kunt hiermee meerdere uitoerindelingen uit één gegeensbron maken. De functionaliteit lijkt op de XSLT-conersie an XML Extender. Hoofdstuk 8. purexml-uitbreidingen 85
100 XSLTRANSFORM gebruikt stijlbladen om XML te conerteren naar andere gegeensindelingen. U kunt een heel XML-document of een deel eran conerteren en de gegeens selecteren of opnieuw rangschikken met de querytaal XPath en de ingebouwde functies an XSLT. Een belangrijke functie an XSLTRANSFORM is de mogelijkheid om XSLT-parameters in runtime te accepteren. Als deze functie niet aanwezig is, moet u een grote bibliotheek met XSLT-stijlbladen bijhouden, een oor iedere ariant an een query in de XML-gegeens of u moet uw stijlbladen handmatig bewerken oor ieder nieuw querytype. Dankzij het dooroeren an parameters kunt u de standaardgedragingen an uw stijlbladen gescheiden houden an de aangepaste of unieke ereisten an een bepaalde query. Nadat u uw centrale stijlbladen nauwkeurig hebt ontworpen, hebt u er geen omkijken meer naar en kunt u aangepast gedrag opnemen in parameterbestanden. Verwante onderwerpen "Transforming with XSLT stylesheets" in purexml Guide Het dooroeren an SQL/XML- en XQuery-parameters is flexibeler Het dooroeren an parameters is ereenoudigd en uitgebreid oor zowel SQL/XML als XQuery, waardoor u er flexibeler mee kunt werken. Als u SQL-instructies en XQuery-expressies combineert, kunt u nu als olgt gegeens dooroeren an de SQL-instructies naar de XQuery-expressies en ice ersa: Parameters dooroeren anuit SQL Standaard hoeft u de parameters oor de scalaire functie XMLQuery, het predikaat XMLExists en de tabelfunctie XMLTable niet specifiek op te geen. U hoeft standaard geen kolommen op te geen oor de tabelfunctie XMLTable. Parameters dooroeren an XQuery naar SQL U kunt parameters dooroeren naar een samengestelde SELECT-instructie an SQL in een XQuery-expressie met behulp an de functie db2-fn:sqlquery. U kunt de parameters gebruiken om niet alleen de samengestelde SQL-instructie SELECT die door de XQuery-expressie wordt uitgeoerd te wijzigen, maar ook gegeens die door de XQuery-expressie worden geretourneerd. Verwante onderwerpen "Constant and parameter marker passing to XMLEXISTS and XMLQUERY" in purexml Guide "Simple column name passing with XMLEXISTS, XMLQUERY, or XMLTABLE" in purexml Guide "Passing parameters from XQuery to SQL" in purexml Guide Verwante informatie "sqlquery function" in XQuery Reference Databases zonder Unicode kunnen XML-gegeens opslaan U kunt nu XML-gegeens opslaan in databases die geen Unicode ondersteunen. 86 Nieuwe functies in deze release
101 Omdat het DB2-databasebeheer XML-gegeens intern opslaat in Unicode, waren de functies an purexml óór Versie 9.5 alleen beschikbaar in een met UTF-8 gecodeerde database. De nieuwe functionaliteit beheert de codepaginaconersie zo dat u geen Unicode-database meer hoeft te gebruiken. U kunt echter alleen XML-gegeens in een niet-unicode-database inoegen in een orm die geen codepaginaconersie ondergaat (bijoorbeeld BIT DATA, BLOB of XML). Om te oorkomen dat er erangende tekens in de gegeens worden opgenomen, oegt u alleen XML-gegeens toe met codepunten die zijn opgenomen in de codepagina an de database. U gebruikt de nieuwe configuratieparameter enable_xmlchar om te oorkomen dat erangende tekens worden opgenomen als een SQL-tekenreeks wordt geconerteerd an de clientcodepagina naar de databasecodepagina en erolgens naar Unicode oor interne opslag. Door het instellen an enable_xmlchar op NO wordt het gebruik an tekengegeenstypen geblokkeerd tijdens de XML-ontleding, waardoor het erangen an tekens wordt oorkomen en de integriteit an de opgeslagen XML-gegeens behouden blijft. enable_xmlchar is standaard ingeschakeld op YES, zodat het ontleden an tekengegeenstypen is toegestaan. XML-databases zonder Unicode kunnen worden beheerd met het Besturingscentrum, net als andere databases. Verwante onderwerpen "Using XML in a non-unicode database" in purexml Guide Kleine XML-documenten kunnen worden opgeslagen in een basistabelrij oor een betere performance Er is een extra opslagmogelijkheid beschikbaar oor XML-documenten an 32 KB of minder. Als u XML-kolommen aan een database toeoegt of bestaande XML-kolommen wijzigt, kunt u deze documenten opslaan in een rij an de basistabel in plaats an in het standaard XML-opslagobject. Het opslaan an XML-documenten in rijen lijkt op de manier waarop gestructureerde-type-subsystemen inline opgeslagen kunnen worden in de rij an een tabel en door u beheerd kunnen worden. Welke opslagmogelijkheid u kiest, is afhankelijk an uw opslag- en performanceereisten; grote documenten moeten altijd worden opgeslagen in het standaard XML-opslagobject, maar als u eel met kleine documenten werkt, biedt opslag in een rij an de basistabel de olgende oordelen: Betere performance oor bewerkingen die XML-documenten zoeken, inoegen, bijwerken of wissen, omdat er minder I/O-bewerkingen nodig zijn oor documenten die in basistabelrijen zijn opgeslagen. Minder ereisten oor opslagruimte en erbeterde I/O-efficiëntie oor XML-documenten als u ook gegeensrijcompressie gebruikt. U gebruikt deze optie door de sleutelwoorden INLINE LENGTH op te nemen in de instructies CREATE TABLE en ALTER TABLE, geolgd door de maximumgrootte oor XML-documenten die u wilt opslaan in de basistabelrij. Als u XML-documenten an meer dan 32 KB opslaat in een XML-tabelkolom die is geactieerd oor basistabelrijopslag, worden te grote documenten transparant opgeslagen in het standaard XML-opslagobject. Hoofdstuk 8. purexml-uitbreidingen 87
102 Verwante onderwerpen "XML storage" in purexml Guide "XML base table row storage" in purexml Guide XML-schema's kunnen worden bijgewerkt zonder dat heralidatie an XML-documenten is ereist U kunt nu een XML-schema bijwerken dat is geregistreerd in de XML-schemarepository, zodat zowel de eerder ingeoegde als de nieuwe XML-documenten worden gealideerd aan de hand an de ontwikkelde ersie an het schema. Er zijn een UPDATE XMLSCHEMA-opdracht en een procedure in XSR_UPDATE toegeoegd waarmee u een reeds geregistreerd XML-schema kunt wijzigen. Dit is handig als u bijoorbeeld optionele elementen of kenmerken wilt toeoegen aan een bestaand schema en u ook wilt dat het bijgewerkte schema beschikbaar is oor alidatie an nieuwe en eerder opgeslagen XML-subsysteemdocumenten. Het belangrijkste oor ontwikkeling an een XML-schema is dat de oorspronkelijke en nieuwe schema's compatibel zijn, zodat eerder gealideerde XML-documenten nog steeds geldig zijn en de typeannotaties in het oorspronkelijke schema niet worden gewijzigd. Tijdens het updateproces wordt een controle uitgeoerd om de compatibiliteit an de oorspronkelijke en nieuwe schema's te beestigen. De wijzigingsbewerking mislukt als de schema's niet compatibel zijn. Verwante onderwerpen "Scenario: Eoling an XML schema" in purexml Guide Verwante taken "Eoling an XML schema" in purexml Guide Verwante erwijzing "Compatibility requirements for eoling an XML schema" in purexml Guide XQuery-functies oor hoofdletters en kleine letters ondersteunen locales De XQuery-functies fn:upper-case en fn:lower-case kunnen nu hoofdletters in kleine letters omzetten of ice ersa door conersie die rekening met de locale houdt. fn:upper-case en fn:lower-case conerteren hoofdletters standaard naar kleine letters en ice ersa op basis an de Unicode-standaard. Voor sommige tekens is er een andere koppeling tussen hoofdletters en kleine letters bij conersie op basis an locales dan wanneer de Unicode-standaard wordt gebruikt. Als u in het Turks bijoorbeeld de kleine letter i omzet in de hoofdletter I (equialent an de Latijnse I), blijft de punt op het teken staan. Als u de Turkse locale tr_tr opgeeft, conerteert fn:upper-case het teken i naar de Latijnse hoofdletter I met een punt erop. De numerieke tekenerwijzing is İ. Als u de Turkse locale opgeeft, conerteert fn:lower-case het teken I naar de Latijnse kleine letter, maat zonder punt erop. De numerieke tekenerwijzing is ı. Als er geen locale is opgegeen, conerteert fn:upper-case het teken i naar I en conerteert fn:lower-case het teken I naar i. 88 Nieuwe functies in deze release
103 Verwante informatie "lower-case function" in XQuery Reference "upper-case function" in XQuery Reference XQuery-functie extraheren componenten uit datum en tijd en passen deze aan U kunt nu XQuery-componenten oor datum en tijd gebruiken om delen an datum, tijd, datetime en gegeenstypen oor tijdsduur te extraheren. U kunt nu XQuery-functies oor het aanpassen an tijdzones gebruiken om datum en tijd aan te passen aan een opgegeen tijdzone of om de tijdzonecomponent te erwijderen uit de gegeenstypen datum, tijd of datetime. Als u gegeensextractiefuncties gebruikt, kunt u bijoorbeeld eenoudig de jaar- en maandcomponent uit een datumgegeenstype extraheren. Met de tijdzonecomponent kunt u eenoudig datum en tijd an de ene tijdzone conerteren naar de andere. Verwante informatie "Functions by category" in XQuery Reference XQuery-castexpressie ondersteunt het testen an waardecasts Met de castexpressie in XQuery kunt u casts testen oor waarden an XQuery-gegeenstypen. U kunt de castexpressie gebruiken als XPath-predikaat om fouten te oorkomen bij de ealuatie. U kunt de castexpressie ook gebruiken om het gewenste gegeenstype te selecteren bij het erwerken an een gegeen waarde. Verwante informatie "Castable expressions" in XQuery Reference Publicatiefuncties zijn eenoudiger te gebruiken Er zijn nieuwe scalaire publicatiefuncties beschikbaar oor het toewijzen an relationele gegeens aan XML. Deze functies ereisen minder opties dan eerdere SQL/XML-publicatiefuncties en bieden standaardgedrag om de ele regels die in ISO SQL/XML 2006 zijn gedefinieerd, op elkaar af te stemmen of de meestgebruikte opties te ondersteunen. De nieuwe publicatiefuncties zijn: XMLGROUP Deze functie retourneert één element op het hoogste nieau om een tabel of het resultaat an een query aan te geen. Elke rij in de resultatenset wordt standaard toegewezen aan een rijsubelement en elke inoerexpressie wordt toegewezen aan een subelement an het rijsubelement. Elke inoerexpressie kan optioneel worden toegewezen aan een kenmerk an het rijsubelement. XMLROW Deze functie retourneert een reeks rij-elementen om een tabel of het resultaat an een query aan te geen. Standaard wordt elke inoerexpressie geconerteerd naar een subelement an een rij-element. Optioneel kan elke inoerexpressie worden geconerteerd naar een kenmerk an een rij-element. Hoofdstuk 8. purexml-uitbreidingen 89
104 XSLTRANSFORM Met deze nieuwe functie worden XML-documenten geconerteerd naar HTML, platte tekst of andere ormen an XML op basis an de door u erschafte stijlbladen. XSLT-conersie is de standaardmethode om XML-gegeens om te zetten in andere indelingen. U kunt hiermee meerdere uitoerindelingen uit één gegeensbron maken. Verwante erwijzing "XMLROW " in SQL Reference, Volume 1 "XMLGROUP " in SQL Reference, Volume 1 "XSLTRANSFORM " in SQL Reference, Volume 1 Ontleding an geannoteerde XML-schema's ondersteunt olgorde an inoeging en registratie an recursiee schema's Er zijn twee nieuwe functies toegeoegd aan de ontledingsfunctie oor purexml, waarmee u de olgorde an inoeging en registratie an recursiee XML-schema's kunt besturen. Ondersteuning oor inoegolgorde Dankzij nieuwe XML-schema-annotaties kunt u een ontledingshiërarchie opgeen, zodat de inhoud an een XML-document in een an teoren bepaalde olgorde wordt ingeoegd in de rijen an een doeldatabase. Vóór Versie 9.5 was het niet mogelijk om de olgorde an de gegeens uit het ontledingsproces in de rijen an een doeltabel te bepalen, dus het inoegen an gegeens olgens de consistentieereisten an de doeldatabase was niet eenoudig. Met de nieuwe functie kunt u zorgen dat de referentiële integriteit zoals gedefinieerd in een relationeel schema, behouden blijft bij het erwijderen an een XML-document. Registratie an recursiee schema's Vóór Versie 9.5 was het niet mogelijk om een XML-schema met recursie te registreren, zelfs als de recursiee sectie an het XML-subsysteemdocument niet ontleed hoefde te worden. XML-schema's met recursie kunnen nu worden geregistreerd in de XML-schemarepository (XSR) en geactieerd oor ontleding. De recursiee secties an een bijbehorend XML-subsysteemdocument kunnen niet worden ontleed als scalaire waarden oor een doeltabel. Als u echter de juiste schema-annotaties gebruikt, kunnen de recursiee secties worden opgeslagen en later opgehaald als geserialiseerde markup. Verwante onderwerpen "Annotated XML schema decomposition and recursie XML documents" in purexml Guide Verwante erwijzing "db2-xdb:rowsetoperationorder decomposition annotation" in purexml Guide "db2-xdb:order decomposition annotation" in purexml Guide FP3: Ontleding an geannoteerd XML-schema ondersteunt grotere XML-documenten Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 kunt u geannoteerde XML-schema's ontleden an XML-documenten die maximaal 2 GB groot zijn. 90 Nieuwe functies in deze release
105 U kunt de olgende procedures oproepen oor het ontleden an XML-documenten met een grootte an 500 MB, 1 GB, 1,5 GB of 2 GB: xdbdecompxml500mb xdbdecompxml1gb xdbdecompxml1_5gb xdbdecompxml2gb U kunt ook de opdracht DECOMPOSE XML DOCUMENT gebruiken zodat de juiste procedure automatisch wordt opgeroepen. Opmerking: De maximale grootte an het XML-document dat met de opdracht DECOMPOSE XML DOCUMENT kan worden ontleed, is bytes (2 GB). Verwante onderwerpen "Annotated XML schema decomposition" in purexml Guide Verwante erwijzing "xdbdecompxml stored procedures for annotated schema decomposition" in purexml Guide "DECOMPOSE XML DOCUMENT " in purexml Guide FP3: XML-ontleding en -alidatie kan meer gedetailleerde berichten erzenden Vanaf fixpack 3 kunt u de nieuwe opgeslagen procedure XSR_GET_PARSING_DIAGNOSTICS aanroepen oor het retourneren an meer gedetailleerde foutberichten tijdens XML-ontleding en -alidatie. De opgeslagen procedure XSR_GET_PARSING_DIAGNOSTICS biedt de olgende erbeteringen oor fouterwerking. De opgeslagen procedure erstrekt een kolom- en regelnummer uit het document om aan te geen waar de fout is opgetreden. Er worden meerdere fouten tegelijkertijd gemeld. Naast kolom- en regelnummer is er ook een documentafhandelingsroutine opgenomen waarmee de foutlocatie wordt geretourneerd in de orm an een XPath om de locatie an de fout binnen het document aan te wijzen. De opgeslagen procedure biedt de oorspronkelijke XML4C-fout in combinatie met de DB2-sqlzCode en de oorzaakcode. De opgeslagen procedure retourneert alle informatie in de XML-indeling. Het schema kan op de olgende manier worden erstrekt: De naam en het relationele object-id Het URL-adres an het schema Impliciet ia het XML-document zelf. Hoofdstuk 8. purexml-uitbreidingen 91
106 Verwante onderwerpen "Using the XSR_GET_PARSING_DIAGNOSTICS stored procedure" in purexml Guide Verwante erwijzing "ErrorLog XML schema definition for enhanced error message support" in purexml Guide "XSR_GET_PARSING_DIAGNOSTICS stored procedure" in purexml Guide FP5: XQuery-functies maken het eenoudiger om datum- en tijdwaarden op te halen oor lokale tijdzones Vier nieuwe XQuery-functies retourneren huidige datum- en tijdwaarden met behulp an de lokale tijdzone an het DB2-databasesysteem. Het gaat hierbij om de olgende functies: db2-fn:current-local-time(), db2-fn:current-local-date(), db2-fn:current-local-datetime() en db2-fn:localtimezone(). Het erschil met de functies fn:current-time(), fn:current-date() en fn:current-datetime() is dat deze de datum- en tijdwaarden in de impliciete UTC-tijdzone retourneren en een tijdzonecompoment in de geretourneerde waarde opnemen. Als de functie fn:current-time() bijoorbeeld wordt aangeroepen op 20 noember 2009 om uur op een DB2-databasesysteem in Toronto (tijdzone -PT5H), kan de geretourneerde waarde 18:00: Z zijn, terwijl de functie db2-fn:current-local-time() de waarde 13:00: zou retourneren. Verwante erwijzing "current-local-time function" in XQuery Reference "current-local-date function" in XQuery Reference "current-local-datetime function" in XQuery Reference "local-timezone function" in XQuery Reference 92 Nieuwe functies in deze release
107 Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling Grotere ID-lengte mogelijk Verbeteringen in de ontwikkeling an toepassingen bieden nieuwe functies en uitbreidingen die het ontwikkelen en in gebruik nemen an databasetoepassingen ereenoudigen en de compatibiliteit tussen toepassingen erhogen. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer de uitbreidingen an de ontwikkeling an toepassingen in Versie 9.5. Dankzij ondersteuning oor grote ID's kunt u nu eenoudiger toepassingen an andere DBMS-leeranciers oerdragen. Het is ook eenoudiger om Data Definition Language (DDL) te migreren, omdat u geen ID's meer hoeft in te korten. In de olgende tabel zijn ID's met een grotere maximale lengte ermeld: Tabel 4. Maximale ID-lengte in Versie 9.1 en 9.5 ID-naam Lengte in Versie 9.1 (bytes) Lengte in Versie 9.5 (bytes) Kenmerk Machtigings-ID (Authid) Kolom Voorwaarde Cursor Databasepartitiegroep Eentmonitor Groep Pakket Schema Specifieke naam SQL-pad (opgegeen in optie FUNCPATH BIND en speciaal register CURRENT PATH) Instructie Trigger Door gebruiker gedefinieerd type Let erop dat de grenswaarde an 128 bytes alleen an toepassing is op niet-ingesloten SQL, omdat de SQLDA nog beperkt is tot 8-bytes schemanamen oor door de gebruiker gedefinieerde typen (UDT's), 18-bytes namen oor UDT's en 30-bytes namen oor kolommen. De grenswaarde an 128 bytes is de waarde die door de systeembeheerder wordt opgeslagen in de systeemcatalogus. Omdat niet altijd dezelfde codepagina wordt Copyright IBM Corp. 1993,
108 gebruikt om een ID aan te geen in een toepassing, is het maximum aan de toepassingszijde niet gedefinieerd. DB2-hulpprogramma's aan zowel de toepassings- als de sererzijde hanteren een maximum an 128 bytes, ongeacht de codepagina an de toepassing. U kunt het handige oorbeeldbestand check9limits inden in samples/admin_scripts. U kunt dit bestand gebruiken om ID's te zoeken in een database die de grotere Versie 9.5-maxima gebruikt. Verwante erwijzing "SQL and XML limits" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 uitgebreid IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 biedt tools oor de snelle ontwikkeling an toepassingen, de ontwikkeling an databaseschema's en het opsporen an fouten en biedt in Versie 9.5 nog betere ondersteuning. De olgende uitbreidingen zijn opgenomen: IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 ondersteunt nu IBM Informix Dynamic Serer, IBM UniData, en IBM UniVerse. Hierdoor kunt u dezelfde gegeenssererproider gebruiken oor een willekeurig combinatie an DB2-, Informix-, UniData- en UniVerse-producten. Met name uw.net-toepassingen hebben nu toegang tot de olgende IBM-gegeensserers: DB2 Uniersal Database oor Linux, UNIX en Windows, Versie 8.1 of later DB2 Uniersal Database oor z/os of OS/390, Versie 6 en 7 DB2 Uniersal Database oor z/os, Versie 8 of later DB2 Uniersal Database oor iseries (met OS/400 Versie 5 Release 1 of later) DB2 oor i5/os (met i5/os Versie 5 Release 3 of later) IDS Versie 11.1 UniData 7.1 of later UniVerse 10.2 of later De beschikbaarheid an functies en compatibiliteit an gegeenstypen is afhankelijk an de gebruikte serer. Informix Dynamic Serer, UniData- en UniVerse-serers ondersteunen het gegeenstype XML bijoorbeeld niet. De nieuwe IBM Function Designer biedt u een eenoudige manier om te werken met functies. Met Designer kunt u de olgende acties uitoeren: Functies maken en wijzigen Rollen maken en wijzigen en toegangsmachtigingen oor functies definiëren Kloonfuncties Scripts oor alle functies maken of wijzigen Als u een gegeenserbinding met een DB2-serer definieert, kunt u de tabellen filteren op basis an tabeltypen. U kunt tabeltypen kiezen als P (fysiek) en L (logisch) en andere platform- of databasespecifieke tabeltypen. U kunt nu de inoegtoepassingen gebruiken om webserices te maken die databasebewerkingen kenbaar maken aan clienttoepassingen (SQL SELECT- en DML-instructies, XQuery-expressies of aanroepen an opgeslagen procedures). U kunt de inoegtoepassingen ook gebruiken om webserices in gebruik te nemen of om het gebruik an webserices op een webserer te annuleren. De XML-hulpprogramma's zijn erbeterd en ondersteunen nu de olgende functionaliteit: 94 Nieuwe functies in deze release
109 Geannoteerde XML-schema's in de IBM XML Schema Mapping Designer: - De resultaten an een actiee websericemethode selecteren als XML-schemabron oor toewijzing - Tabellen oor toewijzing erslepen an Serer Explorer naar de toewijzingseditor in de Designer - De resultaten an een actiee websericemethode gebruiken om uw toewijzingslinks na het annoteren an een XML-schema te testen Websericemethoden genereren oor geannoteerde XML-schema's in de XML-schemarepository XML-schemaalidatiecode genereren oor zowel de client als de serer Twee ersies an een XML-schema ergelijken en de erschillen in kaart brengen XSL-conersiecode genereren oor zowel de client als de serer Verwante onderwerpen "DB2 integration in Visual Studio" in Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications Gemeenschappelijk gegeensgebruik door SQL-instructies erbeterd door globale ariabelen In Versie 9.5 is het concept an globale ariabelen ingeoerd. Dit zijn benoemde geheugenariabelen die u kunt bewerken met SQL-instructies. Met globale ariabelen kunnen gegeens gemeenschappelijk worden gebruikt door erschillende SQL-instructies die in dezelfde sessie (of erbinding) actief zijn zonder dat er toepassingslogica nodig is om de gegeensoerdracht te ondersteunen. Het is oor toepassingen die dergelijke instructies geen, niet meer nodig om waarden te kopiëren an de uitoerargumenten an de ene instructie (bijoorbeeld hostariabelen) naar de inoerargumenten an de andere instructie. De gemeenschappelijk informatie is nu boendien toegankelijk oor SQL-instructies die in het databasesysteem zelf zijn opgenomen, bijoorbeeld de instructies waarmee triggers en iews worden gedefinieerd. Globale ariabelen zijn nuttig bij het implementeren an complexe, interactiee modellen oor gegeensoerdracht in de database zelf. U hoeft in dit geal geen ondersteunende logica in te bouwen in uw toepassingen of SQL-procedures. De gedefinieerde beoegdheden die aan de globale ariabelen zijn gekoppeld, zorgen dat u de oergedragen gegeens niet hoeft te forceren met behulp an logica in de toepassingen. Als de beeiliging in het geding is, kunt u de toegang tot globale ariabelen regelen met de instructies GRANT en REVOKE. Globale ariabelen zijn ooral geschikt oor het opslaan an statische gegeens, gegeens die weinig eranderingen ondergaan tijdens een sessie of gegeens die besturingsfuncties gebruiken. Voorbeelden an zulke gegeens zijn het pagernummer oor het erzenden an waarschuwingen naar een DBA en indicators die aangeen of bepaalde triggers moeten worden ingeschakeld of uitgeschakeld. Versie 9.5 ondersteunt globale ariabelen in een gemaakte sessie. Een globale sessieariabele is gekoppeld aan een specifieke sessie en heeft een waarde die uniek is oor die sessie. Er is een globale ariabele oor een gemaakte sessie beschikbaar oor elke actiee SQL-instructie die wordt uitgeoerd oor de Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 95
110 database waarin u de ariabele hebt gedefinieerd. De systeemcatalogus beat de definities an globale ariabelen oor gemaakte sessies en de bijbehorende beoegdheden. Verwante erwijzing "Identifiers" in SQL Reference, Volume 1 "CREATE VARIABLE " in SQL Reference, Volume 2 "GRANT (Global Variable Priileges) " in SQL Reference, Volume 2 "REVOKE (Global Variable Priileges) " in SQL Reference, Volume 2 "Global ariables" in SQL Reference, Volume 1 De ariabele SET is nu een uitoerbare instructie die dynamisch oorbereid kan worden In Versie 9.5 is de instructie SET geïntroduceerd. Deze biedt consistente methoden oor het instellen an hostariabelen, bindingariabelen, globale ariabelen en lokale ariabelen in triggers en functies, procedures en als zelfstandige instructie. De SQL-instructie kan dynamisch worden oorbereid en uitgeoerd, waardoor het rijwel niet meer nodig is om dynamische cursors oor één rij te gebruiken. De ariabeleninstructie SET wijst waarden aan ariabelen toe. Vóór Versie 9.5 was deze instructie alleen toegestaan in dynamisch samengestelde instructies, triggers, SQL-functies, SQL-methoden, SQL-procedures en UPDATE-instructies. Omdat de ariabeleninstructie SET nu geïntegreerd kan worden in een toepassing of interactief gegeen kan worden en omdat het een uitoerbare instructie is die dynamisch oorbereid kan worden, wordt de gehele SET-ariabelensyntaxis ondersteund door de opdrachtregelinterface (CLP) in toepassingen en in opgeslagen SQL-procedures. U kunt nu SET-ariabeleninstructies met meerdere doelen gebruiken in opgeslagen SQL-instructies, bijoorbeeld SET (a, b) = (1, 2). U hoeft geen cursors meer te gebruiken om gegeens op te halen die niet beschikbaar zijn ten tijde an de precompilatie. Vóór Versie 9.5 moest u de instructie SELECT INTO gebruiken als u met de SQL-procedure tabelgegeens wilde kopiëren naar hostariabelen, zoals te zien is in het olgende oorbeeld: SELECT c0, c1 INTO :h1, :h2 FROM... De instructie SELECT INTO is echter alleen geldig oor statische SQL; de instructie kan niet dynamisch worden oorbereid. Als de instructie SELECT dus afhing an gegeens die niet beschikbaar waren tijdens de precompilatie, moest u in het erleden dus iets dergelijks schrijen: DECLARE sql VARCHAR(254) DECLARE c0 CURSOR FOR stmt DECLARE stmt STATEMENT SET sql = select statement PREPARE stmt FROM sql OPEN c0 FETCH c0 INTO ar U kunt nu echter het olgende opgeen: SET sql = SET (?,?,?) = (select statement) PREPARE stmt FROM sql EXECUTE stmt INTO a,b,c USING x,y,z 96 Nieuwe functies in deze release
111 Verwante erwijzing "SET ariable " in SQL Reference, Volume 2 Arrayondersteuning erbetert oerdraagbaarheid an toepassingen Versie 9.5 ondersteunt het erzamelingsgegeenstype ARRAY. Arrays zijn tijdelijke waarden die u kunt bewerken in opgeslagen procedures en toepassingen, maar die u niet in tabellen kunt opslaan. Met deze functie is het eenoudiger om toepassingen en opgeslagen procedures an andere databaseleeranciers die al arrays ondersteunen, oer te dragen. U kunt arrays gebruiken om effectief gegeenserzamelingen door te oeren aan andere toepassingen of opgeslagen procedures en om tijdelijke gegeenserzamelingen in SQL-procedures te bewerken zonder relationele tabellen te hoeen gebruiken. Dankzij operators oor arrays die beschikbaar zijn in SQL-procedures kunt u gegeens efficiënt opslaan en ophalen. Ondersteuning an arraygegeenstypen in Versie 9.5 biedt de olgende mogelijkheden: Door de gebruiker gedefinieerde typen op basis an arrays; met CREATE TYPE INT10 AS INTEGER ARRAY[10] definieert u bijoorbeeld een type oor arrays met maximaal tien gehele getallen. Variabelen en parameters an arraytypen declareren in opgeslagen procedures en toepassingen. Arraywaarden maken en bewerken; elementen oor arraybewerking zijn onder andere arrayconstructors, subindexen, elementen tellen en bijwerken. Arrays dooroeren tussen enerzijds JDBC- en CLI-toepassingen en anderzijds opgeslagen SQL- en Jaa-procedures. Arrays conerteren naar tabellen (één arrayelement per tabelrij) en kolommen samenoegen tot arrays oor een eenoudige interface tussen arrays en SQL. Procedures met inoer- en uitoerarrayparameters aanroepen anaf de opdrachtregel. Verwante erwijzing "User-defined types" in SQL Reference, Volume 1 "CREATE TYPE (Array) " in SQL Reference, Volume 2 Gegeenstype met drijende decimale komma erbetert de nauwkeurigheid en performance an decimale gegeens In Versie 9.5 is DECFLOAT opgenomen, een gegeenstype met een drijende decimale komma, dat nuttig is in bedrijfstoepassingen (bijoorbeeld financiële toepassingen) die werken met exacte decimale waarden. Binaire gegeenstypen met een drijende komma (REAL en DOUBLE), die binaire benaderingen an decimale getallen opleeren, zijn niet geschikt oor dergelijke toepassingen. DECFLOAT combineert de nauwkeurigheid an DECIMAL met de performanceoordelen an FLOAT, wat oordelig is in toepassingen waarin met geldwaarden wordt gerekend. Het berekenen an 5% belasting op een telefoongesprek an $0,70 leert bijoorbeeld een waarde an 0, op als u de kolom met de prijs definieert als REAL. Het resultaat is 0,7350 als u de kolom definieert als DECFLOAT(16). Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 97
112 Versie 9.5 ondersteunt DECFLOAT op de nieuwe IBM POWER6-hardware. Op IBM Power 6 gebruikt DB2 Versie 9.5 de decfloat-hardwareersnelling die eerder alleen bekend was an reguliere berekeningen met een drijende komma. Versie 9.5 implementeert codering in 16 cijfers en 34 cijfers oor drijende decimale komma's, zoals ook is gespecificeerd in de IEEE-standaard. In de olgende tabel zijn nauwkeurigheid, lengte en bereik an de coderingen ermeld: Tabel 5. Nauwkeurigheid, lengte en bereik an ondersteunde coderingen oor drijende decimale komma's Nauwkeurigheid in cijfers Lengte in bits Bereik , x tot -1 x : 1x tot 9, x , x tot -1 x : 1x tot 9, x Dit gegeenstype ondersteunt de ijf afrondmogelijkheden olgens de IEEE-standaard: ROUND_HALF_EVEN, ROUND_HALF_UP, ROUND_DOWN, ROUND_CEILING en ROUND_FLOOR. U kunt de afrondmethode opgeen met de nieuwe databaseconfiguratieparameter decflt_rounding. Verwante erwijzing "Numbers" in SQL Reference, Volume 1 "COMPARE_DECFLOAT " in SQL Reference, Volume 1 "DECFLOAT " in SQL Reference, Volume 1 "NORMALIZE_ DECFLOAT " in SQL Reference, Volume 1 "QUANTIZE " in SQL Reference, Volume 1 "TOTALORDER " in SQL Reference, Volume 1 "decflt_rounding - Decimal floating point rounding configuration parameter" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Er zijn nieuwe DB2-oorbeeldprogramma's toegeoegd U kunt DB2-oorbeeldtoepassingen gebruiken als sjablonen oor het maken an uw eigen toepassingen en om inzicht te krijgen in de werking an het DB2-product. De oorbeelden worden geleerd bij alle sererersies an de DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows en bij de IBM Data Serer Client. U kunt de oorbeelden inden op de olgende locaties: Op Windows-systemen: %DB2PATH%\sqllib\samples (waarbij %DB2PATH% de directory is waarin het DB2-product is geïnstalleerd olgens de instelling an de omgeingsariabele DB2PATH) Op UNIX-systemen: $HOME/sqllib/samples (waarbij $HOME de hoofddirectory an de subsysteem-eigenaar is olgens de instelling an de omgeingsariabele $HOME) Voor Versie 9.5 zijn eel nieuwe oorbeeldprogramma's beschikbaar waarmee de belangrijkste functies en erbeteringen duidelijk worden gemaakt: 98 Nieuwe functies in deze release
113 Tabel 6. Nieuwe oorbeeldprogramma's in Versie 9.5 Categorie Functie of erbetering Voorbeeldbeschrijing Performance Snellere erdere distributie an gegeens (beschikbaar in Fixpack 1) Met behulp an de erschillende opties in het hulpprogramma REDISTRIBUTE (beschikbaar in Fixpack 1) Automatische opslag an tabelruimte neemt minder ruimte in beslag Verbeterde rijcompressie Uitgestelde opschoning an index Ondersteuning an optimistische ergrendeling Hiermee komt aan het einde an een tabelruimte opslagruimte rij die kan worden hergebruikt Met behulp an de erbeterde Automatic Dictionary Creation Wijzigen an het MDC-rollouttype an onmiddellijke opschoning an index naar uitgestelde opschoning Gebruik an optimistische ergrendeling in een database Beheermogelijkheden Databaseconfiguratie anuit één iew Bijwerken an databaseconfiguratieparameters oor meerdere partities in een gepartitioneerde databaseomgeing Verbeterde BACKUP DATABASE oor gepartitioneerde databaseomgeingen Uiroeren an de opdracht BACKUP DATABASE om tegelijk backups te maken an alle partities in een gepartitioneerde database Beeiliging Auditerbeteringen Maken, wijzigen en erwijderen auditbeleid en archieren en weergeen auditgegeens Ondersteuning an databaserollen Rollen maken, objecteigendom oerdragen ia rollen, rollen gebruiken in plaats an groepen en priileges toekennen ia rollen met gebruik an rolhiërarchie Ondersteuning an betrouwbare contexten Een betrouwbare context maken, een betrouwbare erbinding herkennen en gebruiken oor het oerschakelen an gebruikers-id's en erkrijgen an machtigingen die specifiek zijn oor een betrouwbare context Toepassingsontwikkeling Ondersteuning oor globale ariabelen Maken en erwijderen an globale ariabelen en globale ariabelen gebruiken in triggers en opgeslagen procedures Reeksondersteuning Een reeksgegeenstype declareren, een reeks doorgeen aan een opgeslagen procedure, erschillende functies gebruiken oor het manipuleren an de reeks en een tabel maken an de reeks en ice ersa PHP-ondersteuning Gebruik an PHP met erschillende DB2-functies zoals machtigingen op databasenieau, DDL- en DML-instructies, gegeenstypen en XML. Tot de oorbeelden behoort ondersteuning an het IBM_DB2-stuurprogramma en het PDO-stuurprogramma..NET-ondersteuning Gebruik an DB2 XML-functies bij.net Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 99
114 Tabel 6. Nieuwe oorbeeldprogramma's in Versie 9.5 (erolg) Categorie Functie of erbetering Voorbeeldbeschrijing XML Verbeteringen in triggererwerking De functie oor triggererwerking gebruiken oor afgedwongen automatische alidatie an binnenkomende XML-documenten Controleoorwaarden in XML-kolommen Tabellen maken met controleoorwaarden op een XML-kolom met behulp an de predikaten IS VALIDATED en IS NOT VALIDATED en een of meer schema's opgeen met behulp an de clausule ACCORDING TO XMLSCHEMA Gebruikersriendelijke publicatiefuncties De functies XMLROW en XMLGROUP oor het toewijzen an relationele gegeens aan XML Ondersteuning an XSLT De functie XSLTRANSFORM gebruiken oor het conerteren an XML-documenten uit de database naar HTML, platte tekst of andere ormen an XML met behulp an stijlbladen Ondersteuning oor het bijwerken an documenten met XQuery Compatibele XML-schemaeolutie Verbeteringen an geannoteerde ontleding an XML-schema's Parameter doorgeen aan SQLQuery Ondersteuning an hulpprogramma Load oor XML Gebruik an de XQuery-conersie-expressie oor het inoegen, wissen, bijwerken, erangen en hernoemen an een of meer XML-documenten of fragmenten Het bijwerken an een geregistreerd XML-schema, waarbij eroor wordt gezorgd dat de oorspronkelijke en de nieuwe schema's compatibel zijn De inoegolgorde opgeen die moet worden gebruikt tijdens ontleding an XML-documenten en het registreren an recursiee schema's en deze oor ontleding geschikt maken Parameters an XQuery doorgeen aan de SQL samengestelde SELECT-instructie die is opgegeen in de functie db2-fn:sqlquery XML-documenten in DB2-tabellen laden met behulp an de erschillende opties an de opdracht LOAD Speciaal register CLIENT APPLNAME wordt automatisch ingesteld door de CLP Als u in Versie 9.5 bij het uitoeren an een CLP-script de opdracht db2 -tf bestandsnaam gebruikt, wordt het speciale register CLIENT APPLNAME ingesteld op CLP bestandsnaam. Dit is handig als u wilt zien welke batchtaak actief is en om te erschillende CLP-werkbelastingen te kunnen onderscheiden. U kunt de waarde an de actiee toepassing ophalen door de waarde uit het speciale register CLIENT_APPLNAME te extraheren of door gebruik te maken an de opdracht GET SNAPSHOT FOR ALL APPLICATIONS. Verwante erwijzing "sqleseti - Set client information" in Administratie API Reference "sqleqryi - Query client information" in Administratie API Reference "CURRENT CLIENT_APPLNAME " in SQL Reference, Volume 1 DB2 Deeloper Workbench heeft een nieuwe naam en is uitgebreid DB2 Deeloper Workbench heeft Versie 9.5 een nieuwe naam gekregen en wordt nu IBM Data Studio genoemd. 100 Nieuwe functies in deze release
115 Onderhoud an IBM Data Studio wordt toegepast met behulp an de oorziening IBM Installation Manager. U kunt de nieuwste fixpacks an IBM Data Studio downloaden ia en u kunt gebruikmaken an het informatiecentrum an IBM Data Studio op IBM Data Studio omdat de olgende essentiële functies: Databaseerbinding IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ is in dit product opgenomen. Dit stuurprogramma kan worden gebruikt om erbinding te maken met DB2 of Informix Dynamic Serer 11-databaseserers. U kunt de nieuwe erbindingsprofielfunctie gebruiken om eenoudiger gegeens oer de databaseerbinding uit te wisselen tussen gebruikers an IBM Data Studio. U kunt erbinding maken met DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows of DB2 oor z/os-databases door Kerberos-erificatie te gebruiken. U kunt uw oorkeuren oor databaseerbindingen instellen op een nieuwe pagina in het enster Voorkeuren. Verbindingsoorkeuren zijn onder andere de erbindingstimeout, opties oor het maken an een nieuwe erbinding en criteria oor het handhaen an gebruikers-id en wachtwoord. U kunt een erbinding maken met DB2-serers door gebruik te maken an een LDAP-infrastructuur (Lightweight Directory Access Protocol). U kunt traceerbestanden genereren oor JDBC-erbindingen. Deze functie wordt alleen ondersteund oor erbindingen die IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ gebruiken. Ontwikkeling an gegeenstoepassingen De SQL-editor is ontworpen ter eranging an XQuery Builder, die geen deel meer uitmaakt an dit product. Dankzij de SQL-editor kunt u nu query's ontwikkelen die werken met relationele gegeens en XML-gegeens. U kunt deze editor gebruiken oor het maken en testen an SQL, SQL/XML, en XQuery-expressies; editorfuncties zoals hulp oor inhoud, syntaxismarkering en het ontleden en alideren an query's zijn beschikbaar. Naast de uitbreidingen an de editor is er een nieuwe oorkeurenpagina waarmee u querysjablonen kunt maken en gebruiken. Het maken en testen an in Jaa opgeslagen procedures is erbeterd. U kunt anuit de routine-editor op een koppeling naar de Jaa-bron klikken zodat u de Jaa-broncode gemakkelijker kunt opzoeken en bewerken. Het is het nu ook mogelijk om opgeslagen procedures met geneste dependency's oor ingebruikname te bekijken en te selecteren. Het ontwikkelen an XML-toepassingen is erbeterd. XML-gegeensresultaten zijn eenoudiger te bewerken en de SQL-editors oor XML, XML-schema's en XSLT-stylesheets erbeteren de productiiteit an de ontwikkelaar. Databasebeheer Er zijn erschillende nieuwe taken beschikbaar in Database Explorer die normaal door databasebeheerders worden uitgeoerd: Gegeensobjectbeheer. U kunt met de gegeensobjectbeheerder eel an de DB2- en Informix Dynamic Serer-databaseobjecten maken en bewerken. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 101
116 Machtigingenbeheer. U kunt met de gegeensobjectbeheerder machtigingen toekennen, intrekken en wijzigen die gerelateerd zijn aan gegeensobjecten of machtigings-id's. Visualisatie an gegeenswaarden en -relaties. Om relaties an gegeensobjecten te isualiseren, kunt u oerzichtsdiagrammen maken in Database Explorer en deze opslaan of afdrukken als afbeelding. Om distributies an gegeenswaarden te isualiseren, kunt u in Database Explorer ook een iew oor grafische waardedistributies maken. Deze functies zijn nuttig bij het beheer en de analyse an query's (Visual Explain). Ondersteuning an statistieken. U kunt statistieken oor gegeensobjecten bekijken en bijwerken, waardoor u de performance an de toepassing kunt erbeteren. U kunt ook de functie oor het genereren an DDL's in het product gebruiken om statistieken an de ene database naar de andere te klonen of migreren. Informix Dynamic Serer In deze release is nieuwe ondersteuning oor Informix Dynamic Serer (IDS) opgenomen. Nadat u in Database Explorer erbinding hebt gemaakt met een IDS-database, kunt u de meeste databasebeheertaken errichten en kunt u de informatie oer de erbinding gebruiken om een gegeensontwikkelingsproject te maken dat zich op IDS richt. U kunt in het gegeensontwikkelingsproject SQL-instructies ontwikkelen en opslaan; de wizards en editors die beschikbaar zijn oor DB2-routines zijn echter niet beschikbaar oor IDS. Om routines oor IDS te maken en in gebruik te nemen, kunt u de CREATE-syntaxis typen en deze uitoeren in de SQL-editor. U kunt de routines ook uitoeren in Database Explorer. U kunt het Informix JDBC-stuurprogramma of IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ gebruiken om erbinding te maken met Informix-databases. Webserices U kunt nu de workbench gebruiken om webserices te maken die databasebewerkingen kenbaar maken aan clienttoepassingen (SQL SELECTen DML-instructies, XQuery-expressies of aanroepen an opgeslagen procedures). U kunt webserices maken in een gegeensontwikkelingsproject en eenoudig opgeslagen procedures en SQL-instructies toeoegen door deze naar een webserice te slepen of door een wizard te gebruiken. U kunt de workbench ook gebruiken om webserices in gebruik te nemen of om het gebruik an webserices op een webserer te annuleren. U kunt de workbench ook gebruiken om bestaande WORF-objecten (Web serices Object Runtime Framework) te migreren. Installatie U kunt de IBM Installation Manager nu gebruiken om IBM Data Studio te installeren, bij te werken en te beheren anuit elk DB2-sererproduct op de olgende platforms: Linux op x86; 32-bits en 64-bits Windows-platforms. U kunt Installation Manager gebruiken oor een achtergrondinstallatie an het product. Boendien kunt u Eclipse 3.2-omgeingen bijwerken met IBM Data Studio-functionaliteit. Testersies an IBM Data Studio zijn beschikbaar ia IBM software downloads. 102 Nieuwe functies in deze release
117 Nieuwe scalaire functies ereenoudigen toepassingsoerdracht Versie 9.5 beat nieuwe scalaire functies die dezelfde naam hebben als scalaire functies an andere leeranciers. Als u bestaande toepassingen oerdraagt naar Versie 9.5, kunt u de naam an de functies die door andere leeranciers wordt gebruikt, blijen gebruiken zonder uw code te hoeen wijzigen. De olgende scalaire functies zijn beschikbaar: NVL (synoniem oor bestaande functies COALESCE en VALUE) LEAST of MIN (synoniemen an elkaar) GREATEST of MAX (synoniemen an elkaar) DECODE (lijkt op bestaande CASE-expressie) Verwante erwijzing "DECODE " in SQL Reference, Volume 1 "GREATEST " in SQL Reference, Volume 1 "LEAST " in SQL Reference, Volume 1 "MAX " in SQL Reference, Volume 1 "MIN " in SQL Reference, Volume 1 "NVL " in SQL Reference, Volume 1 Nieuwe bitwise scalaire functies toegeoegd U kunt uw toepassingscode ereenoudigen met de nieuwe functies en operators oor bitwise bewerking an DB2-gegeens. De olgende nieuwe bitwise scalaire functies zijn beschikbaar: BITAND BITOR BITXOR BITNOT BITANDNOT Deze bitwise functies werken olgens de "2-complementrepresentatie" an de waarde (geheel getal) an de inoerargumenten en retourneren het resultaat als corresponderend decimaal geheel getal in een gegeenstype op basis an het gegeenstype an de inoerargumenten. Het grootste ondersteunde type ondersteunt 113 bits. Verwante erwijzing "BITAND, BITANDNOT, BITOR, BITXOR, and BITNOT " in SQL Reference, Volume 1 FP2:.NET 64-bits CLR-routines (common language runtime) worden ondersteund Vanaf Versie 9.5 Fixpack 2 kunt u.net CLR-routines gebruiken (inclusief opgeslagen procedures en door de gebruiker gedefinieerde functies) in 64-bits omgeingen. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 103
118 Verwante onderwerpen "Support for external routine deelopment in.net CLR languages" in Deeloping User-defined Routines (SQL and External) FP2: Conflicten met muterende tabellen bij de aanroep an procedures anuit SQL-tabelfuncties kunnen worden ermeden Vanaf Versie 9.5 Fixpack 2 kunt u met de nieuwe instelling ALL oor de registerariabele DB2_RESOLVE_CALL_CONFLICT runtime fouten met SQLCODE SQL0746 ("Conflicten met muterende tabellen" genoemd) ermijden oor procedures die worden aangeroepen binnen SQL-tabelfuncties. De registerariabele DB2_RESOLVE_CALL_CONFLICT zorgt eroor dat de databasemanager de standaard SQL-regels oor de erwerkingsolgorde aanhoudt. Dit gebeurt door de juiste erwerkingsolgorde af te dwingen oor alle tabelreads en tabelwijzigingen in procedures die worden aangeroepen binnen triggers of SQL-tabelfuncties wanneer deze tabellen ook worden gebruikt in andere delen an dezelfde instructie of query. Standaard wordt deze functie alleen ingeschakeld oor procedures die binnen triggers worden aangeroepen. Verwante erwijzing "Miscellaneous ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide FP3: Gemeenschappelijke SQL-API beschikbaar oor ontwikkelen an oerdraagbare beheertoepassingen Versie 9.5 Fixpack 3 kent een erzameling opgeslagen procedures met een algemene handtekening of een handtekening die niet steeds hoeft te worden ernieuwd en die binnen een groep IBM Data Serers oerdraagbaar zijn. U kunt deze opgeslagen procedures gebruiken oor het maken an toepassingen die allerlei beheerfuncties uitoeren, zoals het ophalen en instellen an configuratieparameters of het ophalen an systeem- en foutgegeens. Voordat deze functie werd geïntroduceerd, kenden IBM Data Serers ele manieren om gegeens oor beheerdoeleinden op te halen en beheeropdrachten te geen. De erscheidenheid an toegangsmethoden tot beheerfuncties, hun uiteenlopende syntaxis en hun beeiligingsopties resulteerde in een sterkte koppeling tussen functies en Data Serer-ersies, een grote complexiteit in de implementatie an de functies, trage integratie en moeizaam hergebruik. De gemeenschappelijke SQL-API biedt een oplossing oor deze problemen door: Een enkele toegangsmethode De opgeslagen procedures zijn toegankelijk ia SQL. Een enkel beeiligingsmodel De opgeslagen procedures ereisen de machtiging EXECUTE zonder aanullende afhankelijkheden. De mogelijkheid om extra opgeslagen procedures toe te oegen in fixpacks De reeks opgeslagen procedures kan in de toekomst worden uitgebreid in fixpacks oor ondersteuning an aanullende beheerfuncties. Onafhankelijkheid an Data Serer-ersies De opgeslagen procedures bieden in syntactisch opzicht identieke 104 Nieuwe functies in deze release
119 XML-parameters en fouterwerking oor alle Data Serers om onafhankelijkheid an de ersie an de Data Serer te bewerkstelligen. Gebruik an een gemeenschappelijke handtekening of een handtekening die niet hoeft te worden ernieuwd, wordt bereikt door gebruik an eenoudige XML-documenten (met een gemeenschappelijk DTD) als parameters. Verschillen in ersie, platform en technologie worden uitgedrukt ia erschillende paren met sleutelwaarden in hiërarchische lijsten met eigenschappen. Mogelijkheid oor clients om ondersteunde functies te bepalen Clients kunnen de opgeslagen procedures aanroepen om te bepalen wat de hoogste ondersteunde ersie is. Ondersteuning oor automatisering De opgeslagen procedures kunnen worden gebruikt in scripts oor automatisering. De gemeenschappelijke SQL-API biedt op dit moment de olgende opgeslagen procedures: Tabel 7. Opgeslagen procedures an gemeenschappelijke SQL-API Procedurenaam Beschrijing CANCEL_WORK-procedure Hiermee annuleert u een specifieke actiiteit (bijoorbeeld een SQL-instructie) of alle actiiteit oor een toepassing waarmee erbinding tot stand is gebracht. GET_CONFIG-procedure Hiermee haalt u Data Sererconfiguratiegegeens op, met inbegrip an nodes.cfg-gegeens, Database Manager-configuratiegegeens, databaseconfiguratiegegeens en DB2-registerinstellingen an alle databasepartities. SET_CONFIG-procedure Hiermee werkt u de configuratieparameters bij die door de GET_CONFIG-procedure zijn opgehaald. GET_MESSAGE-procedure Hiermee haalt u de korte berichttekst, lange berichttekst en SQLSTATE oor een SQLCODE op. GET_SYSTEM_INFO-procedure Hiermee haalt u informatie op oer de Data Serer, waaronder informatie oer het systeem, het huidige subsysteem, geïnstalleerde DB2-producten, omgeingsariabelen, beschikbare CPU's en andere systeemgegeens. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 105
120 Verwante onderwerpen "Common SQL API procedures" in Administratie Routines and Views Verwante erwijzing "SET_CONFIG procedure - Set configuration parameters" in Administratie Routines and Views "GET_MESSAGE procedure - Get message text" in Administratie Routines and Views "GET_CONFIG procedure - Get configuration data" in Administratie Routines and Views "GET_SYSTEM_INFO procedure - Get system information" in Administratie Routines and Views "CANCEL_WORK procedure - Cancel work" in Administratie Routines and Views Ondersteuning toegeoegd oor Python-toepassingen Python-extensies zijn beschikbaar oor toegang tot IBM Data Serer-databases anuit een Python-toepassing. De olgende extensies zijn beschikbaar: ibm_db API Biedt de beste ondersteuning oor geaanceerde functies, waaronder purexml-ondersteuning en toegang tot metagegeens. ibm_db_dbi API Implementeert de Python Database API Specification 2.0, die basisfuncties leert oor interactie met de database, echter niet de geaanceerde functies die beschikbaar zijn in ibm_db. ibm_db_sa adaptor Biedt ondersteuning oor het gebruik an SQLAlchemy oor toegang tot IBM Data Serers. Dankzij deze extensies kunnen Python-toepassingen toegang krijgen tot de olgende IBM Data Serers: DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows, Versie 9.1 en later DB2 UDB for Linux, UNIX, and Windows, Versie 8.2 en later IBM Informix, Versie en later Verwante onderwerpen "Python application deelopment for IBM data serers" in Getting Started with Database Application Deelopment Uitbreidingen an IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's Sommige IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's zijn uitgebreid met nieuwe en erbeterde functies, zoals betrouwbare contexten, Sysplex-ondersteuning en meerdere CLI-uitbreidingen die de toepassingsprestaties en -betrouwbaarheid erbeteren. Ondersteuning an JDBC en SQLJ is uitgebreid Het IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ beat een aantal grote uitbreidingen in Versie Nieuwe functies in deze release
121 In Versie 9.5 zijn twee ersies an het IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ beschikbaar: de eerste ondersteunt functies in JDBC 3.0 en eerdere specificaties en de tweede ondersteunt functies in JDBC 4.0 een eerdere specificaties. De olgende tabel beat de bestanden waarin de ersies an het stuurprogramma en de bijbehorende ondersteuningsnieaus zijn opgenomen: Tabel 8. IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ-pakketten Naam stuurprogrammapakket Nieau an JDBC-ondersteuning db2jcc.jar en sqlj.zip JDBC 3.0 en ouder db2jcc4.jar en sqlj4.zip 1 JDBC 4.0 en ouder 6 Opmerking: 1. sqlj4.zip is toegeoegd dankzij DB2 Versie 9.5 fixpack 1. Minimaal ereiste nieau an SDK oor Jaa Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer de uitbreidingen an JDBC- en SQLJ-ondersteuning in Versie 9.5. FP5: IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.57 en Versie 4.7 zijn ernieuwd met DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows Versie 9.5 IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.57 en Versie 4.7 worden geleerd met DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows Versie 9.7. Vanaf Fixpack 5 worden deze stuurprogramma's ook geleerd met DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows Versie 9.5. Raadpleeg oor een lijst an nieuwe functies die beschikbaar zijn in IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.57 en Versie 4.7 het onderwerp Uitbreidingen an JDBC en SQLJ in het informatiecentrum an IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX en Windows. Ondersteuning an JDBC 2.0 en JDBC 3.0 is uitgebreid IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.50, die ondersteuning biedt oor JDBC 3.0 en eerdere specificaties, beat een aantal erbeteringen. Naam an stuurprogramma is gewijzigd De nieuwe naam an het stuurprogramma is IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. In Versie 3.50 an het stuurprogramma retourneert de methode jaa.sql.databasemetadata.getdriername echter IBM DB2 JDBC Uniersal Drier Architecture. Er zijn geen licentiebestanden meer nodig U hebt geen licentiebestanden meer nodig oor toegang tot gegeensbronnen in DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows, Cloudscape of Informix Dynamic Serer (IDS). U hoeft dus ook de db2jcc_license_*.jar-bestanden niet meer op te nemen in CLASSPATH als u de databaseserers met elkaar erbindt. Dit is niet an toepassing op gebruikers an DB2 Connect. De methode runjdbcbinder is toegeoegd als alternatief oor het hulpprogramma DB2Binder In orige ersies an IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ was alleen de opdrachtregelinterface DB2Binder beschikbaar oor binding an de DB2-pakketten Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 107
122 die op de databaseserer worden gebruikt door IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. De methode runjdbcbinder is een API oor het uitoeren an dezelfde taak. De methode runjdbcbinder ondersteunt de olgende opties, die het equialent an BIND-opties zijn: action (add replace drop); drop wordt alleen ondersteund oor DB2 for z/os blocking (all no unambig) dbprotocol (drda priate); dbprotocol wordt alleen ondersteund oor DB2 for z/os keepdynamic (no yes) owner reopt (none always once auto) size optprofile; optprofile wordt alleen ondersteund oor DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows Verder ondersteunt runjdbcbinder de optie size. Met de optie size geeft u oor elk ergrendelingsnieau en elke cursorhoudbaarheid het aantal interne JDBC-stuurprogrammapakketten op waaran een bind moet worden gemaakt of die erwijderd moeten worden. Stuurprogramma DB2Binder is uitgebreid Nieuwe opties: Het stuurprogramma DB2Binder ondersteunt de olgende nieuwe opties: -action (drop) Geeft aan dat bestaande IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ-pakketten zijn erwijderd -size (n) Geeft het aantal interne IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ-pakketten aan waaran een bind moet worden gemaakt of die erwijderd moeten worden -optprofile Geeft het optimalisatieprofiel aan dat wordt gebruikt oor alle statische instructies in de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ-pakketten als er geen waarde is ingesteld in het speciale register CURRENT OPTIMIZATION PROFILE Betere diagnoses: In orige ersies retourneerde het hulpprogramma DB2Binder altijd de retourcode 0. Het hulpprogramma DB2Binder retourneert nu een geheel getal dat aangeeft of de erwerking door DB2Binder is geslaagd. Als de erwerking niet is geslaagd, geeft de geretourneerde waarde de aard an de fout aan. Versleuteling an XML-gegeenstypen wordt ondersteund Versleuteling an XML-gegeens wordt nu ondersteund door IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ type 4 connectiity als toepassingen de eigenschap securitymechanism instellen op ENCRYPTED_USER_AND_DATA_SECURITY of ENCRYPTED_USER_PASSWORD_AND_DATA_SECURITY. 108 Nieuwe functies in deze release
123 Progressiee streaming wordt ondersteund IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt progressiee streaming oor LOB's, ook Dynamic Data Format genoemd, oor erbindingen met DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows en erbindingen met DB2 for z/os. Progressiee streaming is standaard ingeschakeld. Lange ID's ondersteund in DatabaseMetaData-methoden De olgende DatabaseMetaData-methoden retourneren nu de juiste lengte oor 128-byte ID's: getmaxcolumnnamelength getmaxcursornamelength getmaxschemanamelength Nieuwe traceernieau toegeoegd De nieuwe waarde TRACE_TRACEPOINTS oor de Connection- of DataSource-eigenschap traceleel bepaalt of de interne traceerpunten oor het stuurprogramma worden getraceerd. Als u de waarde TRACE_TRACEPOINTS instelt, worden de interne traceerpunten oor het stuurprogramma afgedrukt in de LogWriter die oor de erbinding is ingeschakeld. Net als bij andere traceleel-waarden kunt u TRACE_TRACEPOINTS combineren met een willekeurig aantal andere waarden met behulp an een logische OR. De methoden ResultSet en DatabaseMetaData oor dynamische cursor met bladermogelijkheden zijn toegeoegd De olgende JDBC 2.0 jaa.sql.resultset-methoden worden nu ondersteund: ResultSet.insertRow Voegt de inhoud an de inoegrij toe in een ResultSet-object en in een tabel ResultSet.moeToInsertRow Verplaatst de cursor naar de inoegrij oor het ResultSet-object ResultSet.moeToCurrentRow Verplaatst een cursor die zich in een inoegrij beindt, naar de orige cursorpositie in een ResultSet-object ResultSet.rowInserted Bepaalt of de huidige rij in een ResultSet-object is ingeoegd. De olgende JDBC 2.0 jaa.sql.databasemetadata-methoden worden nu ondersteund: DatabaseMetaData.ownInsertsAreVisible Bepaalt of rijen die in de onderliggende tabel zijn ingeoegd door het ResultSet-object, zichtbaar zijn oor de ResultSet DatabaseMetaData.othersInsertsAreVisible Bepaalt of rijen die in de onderliggende tabel zijn ingeoegd door andere toepassingen of ResultSet-objecten, zichtbaar zijn oor de opgegeen ResultSet DatabaseMetaData.insertsAreDetected Bepaalt of het ResultSet-object ingeoegde rijen kan detecteren Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 109
124 Arrays worden ondersteund Versie 9.5 ondersteunt arrays als inoer- of uitoerparameter oor opgeslagen procedures. JDBC heeft corresponderende ondersteuning oor het ophalen of bijwerken an arrayparameters in clientprogramma's die de betreffende opgeslagen procedures aanroepen. IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ introduceert daarom de interface (alleen oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ) com.ibm.db2.jcc.db2array. U kunt de inhoud an een uitoerarray op de olgende manieren ophalen: Als jaa.lang.object met behulp an de methode DB2Array.getArray Als jaa.sql.resultset met behulp an de methode DB2Array.getResultSet U kunt een inoerarray op de olgende manieren bijwerken: Met de methode PreparedStatement.setArray Met de methode PreparedStatement.setObject Gegeenstype met drijende decimale komma wordt ondersteund Versie 9.5 ondersteunt het type DECFLOAT SQL oor opslag an gegeens met een drijende decimale komma. Toepassingen die IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ gebruiken, kunnen nu gegeens met een drijende decimale komma opslaan en ophalen in Versie 9.5-databases. DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows gebruikt het speciale register CURRENT DECFLOAT ROUNDING MODE om de standaardafrondmodus oor decimale waarden en decimale waarden met een drijende komma op te geen. U kunt de decimalroundingmode-eigenschap Connection of DataSource gebruiken om het speciale register in te stellen als dit nog niet is gebeurd. Functie oor wijzigen routegegeens oor client is erbeterd Domain Name System (DNS) wordt ondersteund als repository oor informatie oer andere serers. Als de route oor clients tijdens een erbinding met een DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows-serer gewijzigd moet kunnen worden, kunt u de DNS-directory in plaats an de JNDI-directory gebruiken als repository oor informatie oer andere serers. U kunt meerdere IP-adressen in een DNS-item opgeen. Bij routewijzigingen oor clients kunt u er twee opgeen: een oor de primaire serer en een oor de secundaire serer. Als JNDI niet is geconfigureerd, gebruikt IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ de DNS-adressen om de serers oor de nieuwe clientroute aan te geen. Ondersteuning oor clientdoorzendfunctie is erbeterd oor erbindingen met DB2 for z/os. Ondersteuning toegeoegd an erbindingsconcentrator en sysplex-werkbelastingerdeling oor DrierManager In orige releases an IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ kon u de functies erbindingsconcentrator en sysplex-werkbelastingerdeling alleen gebruiken oor erbindingen die u ia de DataSource-interface had gemaakt. U kunt deze functies nu gebruiken oor erbindingen die met de DrierManager-interface zijn gemaakt. 110 Nieuwe functies in deze release
125 setxxxstream-methoden zonder expliciete lengte worden ondersteund U kunt nu -1 opgeen oor de parameter length als u de methode setasciistream, setbinarystream of setcharacterstream aanroept. Als u dit doet, richt IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ zich op inoergegeens tot de inoerstroom leeg is. Ondersteuning an Jaa-toepassingen toegeoegd oor XML-schema-updates De methode DB2Connection.updateDB2XmlSchema werkt een XML-schema bij met de inhoud an een ander XML-schema. DB2Connection.updateDB2XmlSchema oert dezelfde bewerking uit als de nieuwe opgeslagen procedure SYSPROC.XSR_UPDATE. PreparedStatement.setObject-aanroepen met Reader- en InputStream-objecten worden ondersteund In PreparedStatement.setObject kunnen de gegeenstypen an de inoerparameters oor inoer an CLOB- en XML-kolommen nu Reader zijn. De gegeenstypen an de inoerparameters oor inoer an BLOB en XML-kolommen kunnen nu InputStream zijn. Het stuurprogramma gebruikt streaming om de gegeens te erzenden naar de databaseserer als de databaseserer streaming ondersteunt. Er zijn eigenschappen toegeoegd IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ beat de olgende nieuwe Connectionen DataSource-eigenschappen: Dankzij twee nieuwe Connection- endatasource-eigenschappen kunt u het gebruik an optimalisatieprofielen op erbindingsnieau beheren oor JDBC- of SQLJ-programma's: optimizationprofile Geeft aan welk optimalisatieprofiel wordt gebruikt oor een SQLJ- of JDBC-programma. optimizationprofiletoflush Geeft een optimalisatieprofiel aan dat erwijderd moet worden uit de cache met optimalisatieprofielen. eigenschap currentdegree Stelt het speciale register CURRENT DEGREE in; dit geeft aan welk nieau an parallellisme tussen partities in acht moet worden genomen bij het uitoeren an dynamische SQL-instructies. eigenschap queryblocksize Geeft de grootte an de queryblokken aan die de database oor retourgegeens gebruikt. eigenschap retrywithalternatiesecuritymechanism Geeft aan of de IBM DB2 Drier oor JDBC en SQLJ opnieuw probeert een erbinding tot stand te brengen met een ander beeiligingsmechanisme wanneer het door de client opgegeen beeiligingsmechanisme niet door de gegeensbron wordt ondersteund. Deze eigenschap heeft alleen betrekking op type 4-connectiiteit met DB2 for Linux, UNIX en Windows Versie 8 en hoger. eigenschap reportlongtypes Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 111
126 Hiermee wordt bepaald of DatabaseMetaData-methoden de gegeenstypen LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC op DB2 for z/os rapporteren als jaa.sql.types.longvarchar of jaa.sql.types.varchar. eigenschap timestampformat Bepaalt de notatie waarin het resultaat an de methoden ResultSet.getString of CallableStatement.getString op een TIMESTAMP-kolom wordt geretourneerd. Bestand jaax_jcc.jar is erwijderd Het bestand db2jcc_jaax.jar maakt geen deel meer uit an IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. U hoeft dus ook het bestand db2jcc_jaax.jar niet meer op te nemen in de omgeingsariabel CLASSPATH oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. Optimistische ergrendeling wordt ondersteund Versie 9.5 ondersteunt optimistische ergrendeling, een techniek die door SQL-databasetoepassingen kan worden gebruikt om een ergrendeling an een rij rij te geen nadat de toepassing de rij heeft geselecteerd en oordat de toepassing de rij bijwerkt of wist.ibm Data Serer Drier for JDBC and SQLJ biedt nu de olgende methoden om optimistische ergrendeling te ondersteunen: DB2Connection.prepareDB2OptimisticLockingQuery Maakt een PreparedStatement-object dat informatie oer optimistische ergrendeling kan aanragen DB2Statement.executeDB2OptimisticLockingQuery Voert een SELECT-instructie uit en geeft optioneel opdracht om kolommen met optimistische ergrendeling te retourneren DB2ResultSetMetaData.getDB2OptimisticLockingColumns Geeft aan wanneer kolommen met optimistische ergrendeling beschikbaar zijn in een ResultSet DB2ResultSet.getDB2RowChangeToken Retourneert een rijwijzigingstoken oor de huidige rij als er een opdracht oor optimistische ergrendeling is gegeen DB2ResultSet.getDB2RID Retourneert een RID-kolomwaarde oor de huidige rij als er een opdracht oor optimistische ergrendeling is gegeen DB2ResultSet.getDB2RIDType Retourneert het onderliggende gegeenstype an de RID-kolom Timeoutmethoden worden ondersteund Er is ondersteuning toegeoegd oor de olgende methoden oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ type 4 connectiity in DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows Versie 9.1 of later: jaax.transaction.xa.xaresource.settransactiontimeout Stelt de timeoutwaarde oor de huidige transactie oor een XAResource-subsysteem in jaax.transaction.xa.xaresource.gettransactiontimeout Haalt de timeoutwaarde oor de huidige transactie oor een XAResource-subsysteem op 112 Nieuwe functies in deze release
127 JDBC 3.0-methoden zijn toegeoegd De olgende JDBC 3.0-methoden worden ondersteund: ResultSet.updateBlob Werkt een waarde met een SQL BLOB-gegeenstype bij in een bijwerkbare resultatenset ResultSet.updateClob Werkt een waarde met een SQL CLOB-gegeenstype bij in een bijwerkbare resultatenset Intern cachegeheugen oor instructies wordt ondersteund IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ type 4 connectiity ondersteunt een intern cachegeheugen oor instructies oor PooledConnection-objecten. Meerdere logische erbindingen die zijn gekoppeld aan dezelfde fysieke PooledConnection, kunnen instructies in de cache opnieuw gebruiken, wat de performance kan erbeteren. U actieert en configureert een interne cache oor instructies met de eigenschap maxstatements an ConnectionPoolDataSource. maxstatements geeft het maximumaantal instructies aan dat door het stuurprogramma geopend kan zijn in een interne instructiecache die aan PooledConnection is gekoppeld. Bruikbaarheid an fouterwerking is erbeterd De olgende uitbreidingen bieden een grotere bruikbaarheid an diagnostische informatie: Duidelijke tekst in foutberichten. Alle aanroepen an jaa.sql.sqlexception.getmessage en jaa.sql.sqlwarning.getmessage retourneren nu een SQLCODE en SQLSTATE. Bij fouten die eroorzaakt worden door IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ kan het bericht ook de ersie an het stuurprogramma ermelden. Genereren an waarschuwingen als de SQLSTATE niet null is Als in orige ersies an IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ het stuurprogramma of de databaseserer een SQLCODE an 0 en een SQLSTATE die niet null was retourneerde, produceerde het stuurprogramma geen waarschuwing. In de huidige ersie produceert het stuurprogramma in die situatie een waarschuwing, zodat u de beschikking hebt oer de SQLSTATE-informatie. Informix Dynamic Serer-databaseserer wordt ondersteund U kunt nu IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ gebruiken oor toegang tot Informix IDS-databaseserers (Informix Dynamic Serer). Ondersteuning oor hergebruik erbinding is erbeterd Ondersteuning an het opnieuw gebruiken an een erbinding door een erbindende poolmodule die is geschreen door een gebruiker of een softwareleerancier is erbeterd oor erbindingen met DB2 for Linux, UNIX en Windows. Uitbreidingen oor Versie 9.5 Fixpack 1 Vanaf Versie 9.5 Fixpack 1, zijn de olgende uitbreidingen toegeoegd: Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 113
128 Seamless failoer is is toegeoegd aan de bewerking oor routegegeens oor client wijzigen. Als tijdens een dergelijke bewerking een erbinding zich in een schone werkstand beindt, kunt u de eigenschap enableseamlessfailoer gebruiken oor het onderdrukken an de SQLException met foutcode die door de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ wordt erzonden om aan te geen dat een mislukte erbinding opnieuw tot stand is gebracht. Clientaffiniteiten zijn toegeoegd aan trapsgewijze failoerondersteuning. U kunt oor trapsgewijze failoer de eigenschap enableclientaffinitieslist gebruiken om te bepalen in welke olgorde primaire en alternatiee serererbindingen worden geprobeerd nadat er een erbinding is mislukt. De prestaties an Statement.setMaxRows zijn erbeterd. Voor erbindingen met DB2 for z/os-serers, is de methode Statement.setMaxRows aangepast oor betere prestaties. IDS-databasenamen kunnen langer zijn dan 18 bytes. Voor erbindingen met IDS V11.11 en later, kunnen databasenamen een lengte hebben an maximaal 128 bytes. IDS ISAM-foutenrapport geactieerd. Voor erbindingen met IDS V11.10 en later, worden ISAM-fouten gemeld als SQLException-objecten, waardoor SQLException-methoden kunnen worden gebruikt om de foutcode en het foutbericht op te halen. Daarnaast roept SQLException.printStackTrace informatie op oer de oorzaak an de ISAM-fouten. Er worden meer functies ondersteund oor erbindingen met IDS. Voor erbindingen met IDS en later, worden de olgende functies ondersteund: Progressie streaming Inoegbewerkingen in meerdere rijen SSL-ondersteuning Instellen en ophalen an client info-gegeens Het gedrag an progressie streaming kan worden gewijzigd nadat een erbinding tot stand is gebracht. Voor erbindingen met DB2 for z/os- of DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows-serers, kan de DB2Connection.setDBProgressieStreaming-methode worden gebruikt om het gedrag an progressie streaming te wijzigen nadat een erbinding met een gegeensbron tot stand is gebracht. De DB2Connection.getDBProgressieStreaming-methode kan worden gebruikt oor het bepalen an het huidige gedrag an progressie streaming. Algemene traceerinstellingen kunnen worden gewijzigd zonder dat het stuurprogramma hoeft te worden afgesloten. U kunt ia de eigenschap db2.jcc.tracepolling opgeen dat als de olgende traceerinstellingen in het bestandibm Data Serer Drier for JDBC and SQLJ oor algemene global configuratie worden gewijzigd terwijl een instance an het stuurprogramma actief is, het stuurprogramma het traceergedrag wijzigt: db2.jcc.oerride.traceleel db2.jcc.oerride.tracefile db2.jcc.oerride.tracedirectory db2.jcc.oerride.tracefileappend Gedrag an ResultSet.next oor DB2-erbindingen kan meer compatibel zijn met gedrag an ResultSet.next oor erbindingen met andere programma's oor databasebeheer. 114 Nieuwe functies in deze release
129 De eigenschap allownextonexhaustedresultset kan zo worden ingesteld dat ResultSet.next-gedrag oor een erbinding met DB2 for z/os of DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows hetzelfde is als ResultSet.next-gedrag oor toepassingen die zijn erbonden met een Oracle- of MySQL-gegeensbron. Wanneer de eigenschap allownextonexhaustedresultset is ingesteld op DB2BaseDataSource.YES (1), en er een alleen-ooruitcursor achter de laatste rij an een resultaatset is geplaatst, leert het aanroepen an ResultSet.next false op, in plaats an een SQLException. Uitbreidingen oor Versie 9.5 Fixpack 2 Vanaf Versie 9.5 Fixpack 2 zijn de olgende uitbreidingen toegeoegd: Ondersteuning an routewijzigingen oor clients is toegeoegd oor erbindingen met IDS. Deze ondersteuning ereist een of meer erbindingsmanagers, een primaire serer en een of meer alternatiee serers met IDS of later. Werkbelastingerdeling oor erbindingen met IDS is toegeoegd. Voor werkbelastingerdeling naar IDS-, JDBC- en SQLJ-toepassingen maakt u erbinding met een erbindingsmanager. Deze stelt de eigenschap enablesysplexwlb in om aan te geen dat IDS-werklasterdeling wordt gebruikt. Voor deze ondersteuning is IDS of later ereist. INSERT-instructies in een batch kunnen automatisch gegenereerde sleutels terugzenden. Als de batchuitoering an een PreparedStatement-object automatisch gegenereerde sleutels terugzendt, kunt u de methode DB2PreparedStatement.getDBGeneratedKeys aanroepen om een reeks ResultSet-objecten op te halen die de automatisch gegenereerde sleutels beat. Als er een fout optreedt tijdens de uitoering an een instructie in een batch, kunt u met de methode DBBatchUpdateException.getDBGeneratedKeys automatisch gegenereerde sleutels ophalen die zijn teruggezonden. AES-ersleuteling wordt ondersteund. Het nieuwe ersleutelingsalgoritme an eigenschappen zorgt eroor dat de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ gebruik maakt an DES- of AES-ersleuteling. Verbeteringen oor Versie 9.5 Fixpack 3 Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3, zijn de olgende uitbreidingen toegeoegd: Er is ondersteuning toegeoegd oor nieuwe IDS-gegeenstypen. Vanaf IDS worden de gegeenstypen BIGINT en BIGSERIAL ondersteund. IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ maakt het mogelijk om kolommen met deze gegeenstypen te openen. Om automatisch gegenereerde sleutels op te halen uit een BIGSERIAL-kolom beat de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ de DB2Statement.getIDSBigSerial-methode. Er is ondersteuning toegeoegd oor het JDBC-gegeenstype com.ibm.db2.jcc.db2types.decfloat. Deze olgende eigenschappen zijn toegeoegd: fetchsize Hiermee wordt de standaardfetchgrootte opgegeen oor nieuwe Statement-objecten. Deze waarde wordt oerschreen door de Statement.setFetchSize-methode. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 115
130 ssltruststorelocation Hiermee wordt de naam opgegeen an het Jaa-betrouwbaarheidsbestand op de client dat het serercertificaat oor een SSL-erbinding beat. ssltruststorepassword Hiermee wordt het wachtwoord opgegeen oor het Jaabetrouwbaarheidsbestand op de client dat het serercertificaat oor een SSL-erbinding beat. timestampprecisionreporting Hiermee wordt opgegeen of olgnullen in een tijdsaanduiding die wordt opgehaald uit een gegeensbron worden afgekapt. Ondersteuning oor DB2 for i is uitgebreid. De IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt de olgende functies oor erbindingen met DB2 for i V6R1 en later: Client-gegeenseigenschappen DECFLOAT, gegeenstype Optimistische ergrendeling Progressie streaming Versleuteling an gebruikers-id's, wachtwoorden en nieuwe beeiligingsmechanismen oor wachtwoordersleuteling 128-bytes cursornamen Ondersteuning oor methoden oor het ophalen an automatisch gegenereerde sleutels die ondersteuning ereisen oor INSERT WITHIN SELECT SQL-instructies De IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt de olgende functies oor erbindingen met DB2 for i5/os V5R4 en later: ewlm Correlator-ondersteuning Ondersteuning oor gedistribueerde transacties ia IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ De IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt de olgende functies oor erbindingen met DB2 for i5/os V5R3 en later: Ondersteuning oor het gegeenstype BINARY Ondersteuning oor het gegeenstype DECIMAL met 63 decimalen 116 Nieuwe functies in deze release
131 Verwante onderwerpen "Jaa transaction management" in Deeloping Jaa Applications "Optimistic locking in JDBC applications" in Deeloping Jaa Applications "Progressie streaming with the IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ" in Deeloping Jaa Applications "Encrypted password, user ID, or user ID and password security under the IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ" in Deeloping Jaa Applications Verwante taken "Making batch updates in JDBC applications" in Deeloping Jaa Applications "Retrieing information from a BatchUpdateException" in Deeloping Jaa Applications Verwante erwijzing "DB2PreparedStatement interface" in Deeloping Jaa Applications "Client info properties support by the IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ" in Deeloping Jaa Applications "Common IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ properties for all supported database products" in Deeloping Jaa Applications "DBBatchUpdateException interface" in Deeloping Jaa Applications "Data types that map to database data types in Jaa applications" in Deeloping Jaa Applications Ondersteuning an JDBC 4.0 is toegeoegd IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 beschikt oer een aantal JDBC 4.0-mogelijkheden. Om deze mogelijkheden te kunnen gebruiken, hebt u de SDK oor Jaa Versie 6 nodig. Naam an stuurprogramma is gewijzigd De nieuwe naam an het JDBC- en SQLJ-stuurprogramma is IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. De methode jaa.sql.databasemetadata.getdriername retourneert deze naam in plaats an IBM DB2 JDBC Uniersal Drier Architecture. Het JDBC 4.0-gegeenstype is toegeoegd JDBC- en SQLJ-ondersteuning wordt geboden oor de olgende JDBC 4.0-interfaces oor het bijwerken en ophalen an gegeens in ROWID- of XML-kolommen: RowId. Het uitsluitend oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ bestemde type com.ibm.db2.jcc.db2types.rowid en de klasse com.ibm.db2.jcc.db2rowid zijn gedeprecieerd. SQLXML. Het uitsluitend oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ bestemde type com.ibm.db2.jcc.db2types.db2xml en de klasse com.ibm.db2.jcc.db2xml zijn gedeprecieerd. JDBC 4.0-methoden worden ondersteund De olgende JDBC 4.0-methoden worden ondersteund: jaa.sql.array.free Sluit een Array-object en geeft eentueel aangehouden resources rij. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 117
132 jaa.sql.blob.free Sluit een Blob-object en geeft eentueel aangehouden resources rij. jaa.sql.blob.getbinarystream Haalt een waarde uit een Blob-object op als binaire stroom. jaa.sql.callablestatement.getrowid Haalt de waarde an een SQL ROWID-parameter op als RowId-object. jaa.sql.callablestatement.getsqlxml Haalt de waarde an een SQL XML-parameter op als SQLXML-object. jaa.sql.clob.free Sluit een Clob-object en geeft eentueel aangehouden resources rij. jaa.sql.clob.getcharacterstream Haalt een waarde uit een Clob-object op als binaire stroom. De nieuwe orm an deze methode ondersteunt een opgegeen lengte an maximaal 2 GB. jaa.sql.connection.createblob Maakt een Blob-object. jaa.sql.connection.createclob Maakt een Clob-object. jaa.sql.connection.createsqlxml Maakt een SQLXML-object. jaa.sql.connection.getclientinfo Retourneert informatie oer de clientinfo-eigenschappen die IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt. Deze eigenschappen zijn de olgende: ApplicationName ClientAccountingInformation ClientHostname ClientUser Connection.getClientInfo oert dezelfde bewerking uit als de olgende, alleen oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ bestemde methoden, die gedeprecieerd zijn: DB2Connection.getDB2ClientUser DB2Connection.getDB2ClientWorkstation DB2Connection.getDB2ClientApplicationInformation DB2Connection.getDB2ClientAccountingInformation jaa.sql.connection.isvalid Bepaalt of een erbinding open is. Deze methode oert dezelfde bewerking uit als de alleen oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ bestemde methode DB2Connection.isDB2Alie, die gedeprecieerd is. jaa.sql.connection.setclientinfo Stelt waarden in oor de clientinfo-eigenschappen die IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt. Deze methode oert dezelfde bewerking uit als de olgende, alleen oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ bestemde methoden, die gedeprecieerd zijn: DB2Connection.setDB2ClientUser DB2Connection.setDB2ClientWorkstation DB2Connection.setDB2ClientApplicationInformation DB2Connection.setDB2ClientAccountingInformation 118 Nieuwe functies in deze release
133 jaa.sql.databasemetadata.getclientinfoproperties Haalt een lijst op an clientinfo-eigenschappen die IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ ondersteunt. jaa.sql.databasemetadata.getcolumns Retourneert de extra kolom IS_AUTOINCREMENT in de resultatenset. jaa.sql.databasemetadata.getfunctions Haalt een beschrijing op an geïntegreerde functies en door de gebruiker gedefinieerde functies die op de databaseserer zijn gedefinieerd. jaa.sql.databasemetadata.getfunctioncolumns Haalt informatie op oer parameters an opgegeen geïntegreerde functies of door de gebruiker gedefinieerde functies die op de databaseserer zijn gedefinieerd. jaa.sql.databasemetadata.getprocedurecolumns Retourneert de extra kolom IS_AUTOINCREMENT in de resultatenset. jaa.sql.databasemetadata.getprocedures Retourneert de extra kolom SPECIFIC_NAME in de resultatenset. jaa.sql.databasemetadata.getrowidlifetime Retourneert de tijdsduur waarin een ROWID-waarde geldig is. jaa.sql.databasemetadata.getschemas Heeft een nieuwe orm waarin u een catalogus- en schemapatroon kunt opgeen. jaa.sql.preparedstatement.setblob Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als BLOB-type erzonden moet worden naar de gegeensbron. jaa.sql.preparedstatement.setasciistream Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als VARCHAR-type erzonden moet worden naar de databaseserer. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.preparedstatement.setbinarystream Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als VARCHAR-type erzonden moet worden naar de databaseserer. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.preparedstatement.setcharacterstream Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als BLOB-type erzonden moet worden naar de databaseserer. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.preparedstatement.setclob Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als CLOB-type erzonden moet worden naar de databaseserer. jaa.sql.preparedstatement.setobject Stelt een inoerparameter in op een waarde aan de hand an het opgegeen object. De bestaande methode ondersteunt nu RowId- en SQLXML-objecten. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 119
134 jaa.sql.preparedstatement.setrowid Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als ROWID-type erzonden moet worden naar de databaseserer. jaa.sql.preparedstatement.setsqlxml Stelt een inoerparameter in op een waarde en deelt het stuurprogramma mee dat de waarde als XML-type erzonden moet worden naar de databaseserer. jaa.sql.resultset.getrowid Haalt een waarde op uit de ROWID-kolom an een resultatenset en plaatst deze in een RowId-object. jaa.sql.resultset.getsqlxml Haalt een waarde op uit de XML-kolom an een resultatenset en plaatst deze in een SQLXML-object. jaa.sql.resultset.updateasciistream Werkt een tekenkolom an een bijwerkbare resultatenset bij. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.resultset.updatebinarystream Werkt een binaire kolom an een bijwerkbare resultatenset bij. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.resultset.updatecharacterstream Werkt een tekenkolom an een bijwerkbare resultatenset bij. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.resultset.updateblob Werkt een waarde met een SQL BLOB-gegeenstype bij in een bijwerkbare resultatenset. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.resultset.updateclob Werkt een waarde met een SQL CLOB-gegeenstype bij in een bijwerkbare resultatenset. De nieuwe ormen an deze methode ondersteunen een opgegeen lengte an maximaal 2 GB of geen opgegeen lengte. jaa.sql.resultset.updaterowid Werkt een waarde met een SQL ROWID-gegeenstype bij in een bijwerkbare resultatenset. jaa.sql.resultset.updatesqlxml Werkt een waarde met een SQL XML-gegeenstype bij in een bijwerkbare resultatenset. jaa.sql.statement.isclosed Bepaalt of een Statement-object gesloten is. jaa.sql.statement.setpoolable Geeft aan of een Statement-object gegroepeerd is. jaa.sql.statement.ispoolable Bepaalt of een Statement-object gegroepeerd kan worden. jaa.sql.sqlxml.free Sluit een SQLXML-object en geeft eentueel aangehouden resources rij. 120 Nieuwe functies in deze release
135 jaa.sql.sqlxml.getbinarystream Haalt een waarde uit een SQLXML-object op als binaire stroom. jaa.sql.sqlxml.getcharacterstream Haalt een waarde uit een SQLXML-object op als tekenstroom. jaa.sql.sqlxml.getstring Haalt een waarde uit een SQLXML-object op als tekenreeks. jaa.sql.sqlxml.getsource Retourneert een jaax.xml.transform.source-object oor het lezen an de XML-waarde in een SQLXML-object. jaa.sql.sqlxml.setbinarystream Initialiseert een SQLXML-object met een binaire stroomwaarde. jaa.sql.sqlxml.setcharacterstream Initialiseert een SQLXML-object met een tekenstroomwaarde. jaa.sql.sqlxml.setresult Retourneert een jaax.xml.transform.result-object dat een SQLXML-object initialiseert. jaa.sql.sqlxml.setstring Initialiseert een SQLXML-object met een tekenreekswaarde. jaax.sql.pooledconnection.addstatementeentlistener Registreert een StatementEentListener-object met een PooledConnection-object. jaax.sql.pooledconnection.remoestatementeentlistener Verwijdert een StatementEentListener-object uit een PooledConnectionobject. JDBC 4.0-uitzonderingsklassen worden ondersteund De olgende JDBC 4.0-uitzonderingsklassen worden ondersteund: SQLNonTransientException en de subklassen: SQLDataException SQLFeatureNotSupportedException SQLIntegrityConstraintViolationException SQLInalidAuthorizationException SQLNonTransientConnectionException SQLSyntaxErrorException SQLTransientException en de subklassen: SQLTimeoutException SQLTransactionRollbackException SQLTransientConnectionException SQLRecoerableException SQLClientInfoException Ondersteuning oor wrapperinterface is toegeoegd Met de Wrapper-interface kunt u toegang krijgen tot een subsysteem an een resource waarop een wrap is toegepast. De olgende uitsluitend oor IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ bestemde klassen implementeren de Wrapper-interface: DB2Connection DB2BaseDataSource Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 121
136 DB2SimpleDataSource DB2Statement DB2ResultSet DB2DatabaseMetaData Klasse DB2Drier wordt automatisch geladen Als u roeger de DrierManager-interface gebruikte om een erbinding met een gegeensbron te maken, moest u de methode Class.forName aanroepen om de klasse DB2Drier expliciet te laden. Dankzij de JDBC 4.0-ondersteuning is deze stap niet meer nodig. Traceercontroller op afstand is toegeoegd Met de traceercontroller op afstand kunt u bewerkingen uitoeren zoals de olgende oor meerdere stuurprogramma-subsystemen: Traceergegeens starten, stoppen of heratten Het uitoertraceerbestand of de directorylocatie wijzigen Het traceernieau wijzigen De traceercontroller op afstand gebruikt de JMX-architectuur (Jaa Management Extensions), die deel uitmaakt an de SDK oor Jaa, Versie 6 of later. Verbeteringen oor Versie 9.5 Fixpack 1 Vanaf Versie 9.5 Fixpack 1, zijn de olgende erbeteringen toegeoegd: Er zijn SQLSTATE's toegeoegd oor niet-ondersteunde functies en oor timeouts. Voor een functie die niet door een client wordt ondersteund, wordt er een jaa.sql.sqlfeaturenotsupportedexception geretourneerd met foutcode en SQLSTATE 0A504. Voor een timeout wordt er een jaa.sql.sqltimeoutexception geretourneerd, met foutcode -4210, of en SQLSTATE PHP-extensies geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) In Versie 9.5 is de IBM DB2 Data Serer Client (eerder de DB2 Client) oorzien an PHP-extensies (Hypertext Preprocessor); u hoeft deze niet meer te downloaden. Ook bouwt Versie 9.5 erder op de PHP-ondersteuning an Versie 9.1 door het gebruik an de nieuwe extensie PDO_IBM. De nieuwe extensie PDO_IBM en de bestaande extensie IBM_DB2 zijn extensies met een kleine footprint waarmee PHP-toepassingen op krachtige wijze toegang kunnen krijgen tot DB2-databases en waarmee u snel en eenoudig uw PHP-toepassingen in gebruik kunt nemen. De erschillen tussen de extensie zijn als olgt: PDO_IBM Deze nieuwe extensie erschaft toegang tot een DB2-database ia de interface PHP Data Objects (PDO). PDO biedt een algemene, objectgeoriënteerde interface oor toegang tot uw gegeens. Dankzij de extensie hoeft u geen ODBC-gegeensbron meer te maken om PDO te kunnen gebruiken. U kunt PDO_IBM gebruiken om erbinding te maken 122 Nieuwe functies in deze release
137 met uw database ia een gecatalogiseerde erbinding of een directe TCP/IP-erbinding met DB2-databasebeheer. IBM_DB2 Deze extensie erbetert de directe toegang tot gegeens in de DB2-database door gebruik an de DB2-CLI-bibliotheken (Call Leel Interface). De interface oor de extensie is specifiek oor het DB2-product en gebruikt een of meer uitgebreide DB2-functies die niet beschikbaar zijn oor andere extensies. De extensie IBM_DB2 biedt een API (application programming interface) met uitgebreide toegang tot de metagegeens an een database. De DB2-installatieprogramma's beatten PHP-extensies oor de olgende besturingssystemen: AIX Linux op x86 Linux op AMD64 en Linux op EM64T Linux op POWER ( PowerPC en pseries) Windows op x86 Verwante onderwerpen "Introduction to PHP application deelopment for DB2" in purexml Guide Ondersteuning an Ruby on Rails-framework geïntegreerd in de DB2-installatie (Linux, AIX en Windows) Snelle ontwikkeling en ingebruikname an DB2-webtoepassingen zijn geactieerd en uitgebreid oor Ruby- en Ruby on Rails-toepassingen. De Rails-adapter (IBM_DB) en het Ruby-stuurprogramma zijn door IBM ontwikkeld en geoptimaliseerd oor alle DB2-serers, waaronder DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows, DB2 oor i5/os met DB2 Connect en DB2 oor z/os met DB2 Connect. IBM is de enige leerancier die inschakeling en ondersteuning an Ruby on Rails leert. Hoewel u een aantal erschillende gegeensarchieen kunt configureren in het Rails-framework, biedt IBM DB2 Data Serer unieke oordelen. Met de IBM_DB Rails-adapter en het Ruby-stuurprogramma an de DB2-serer kunt u purexml-gegeens bewerken. Het Rails-framework biedt ook functies als modelrelaties, Rake-taken, migratie, scaffold-opdrachten een een geïntegreerde testomgeing die iteratiee en flexibele ontwikkeling an toepassingen mogelijk maken. Om een snelle ontwikkeling en ingebruikname an toepassingen mogelijk te maken, zijn het nieuwe DB2 Ruby-stuurprogramma en de Rails-adapter oor de olgende besturingssystemen opgenomen in de DB2-installatiedirectory: AIX (APAR IZ01456 moet worden toegepast) Linux op x86 Linux op AMD64 en Linux op EM64T Linux op POWER ( PowerPC en pseries) Windows op x86 Het DB2 Ruby-stuurprogramma en de Rails-adapter zijn ook beschikbaar op de website RubyForge Rails Adapter/Drier for IBM Databases. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 123
138 Verwante onderwerpen "The IBM_DB Ruby drier and Rails adapter" in Getting Started with Database Application Deelopment Perl-stuurprogramma ondersteunt purexml en multibytetekens Het DB2 Perl-stuurprogramma is uitgebreid met twee belangrijke functies: purexml-ondersteuning en ondersteuning an multibytelocales. Door deze nieuw functies is meer directe toegang tot de gegeens mogelijk ia het DB2 Perl-stuurprogramma. Met de nieuwe functies kunt u de toepassingslogica erminderen door een transparantere communicatie tussen de toepassing en de database te realiseren. De details an de nieuwe functies zijn als olgt: purexml-ondersteuning Met purexml-ondersteuning kunt u XML-documenten direct inoegen in de DB2-database. Uw toepassing hoeft geen XML-documenten meer te ontleden, omdat het purexml-ontleedprogramma automatisch wordt gestart als u XML-gegeens in de database inoegt. Als het ontleden an documenten buiten de toepassing wordt afgehandeld, wordt de performance an de toepassing beter en is er minder onderhoud nodig. Het ophalen an opgeslagen XML-gegeens met het DB2 Perl-stuurprogramma is ook eenoudig: u kunt toegang tot de gegeens krijgen met een BLOB of record. Ondersteuning an multibytetekensets Deze functie biedt een transparantere interface tussen de toepassing en de DB2-database. Uw Perl-toepassing hoeft geen conersies tussen tekensets meer uit te oeren oordat de interactie met uw DB2-database plaatsindt. Omdat het niet meer nodig is om de resultaten te conerteren in een toepassing met een kleinere footprint, is er minder onderhoud nodig en treden er minder fouten op. Voor informatie oer het downloaden an het nieuwste DB2 Perl-stuurprogramma, kunt u terecht op de website Verwante onderwerpen "Programming Considerations for Perl" in Deeloping Perl and PHP Applications IBM Data Serer Proider for.net is uitgebreid In Versie 9.5 ondersteunt IBM Data Serer Proider for.net nu meer serers en Enterprise Library beat modules oor gegeenstoegang oor IBM-serers. Vanaf Fixpack 2 beat IBM Data Serer Proider for.net Beta-ondersteuning oor het LINQ Entity Framework dat is opgenomen in.net Framework 3.5 Serice Pack 1 Beta. Vanaf Fixpack 3 kan IBM Data Serer Proider for.net als een gegeensbron worden herkend in de SQL Serer Reporting Serice. Met Data Serer Proider for.net kunnen uw.net-toepassingen toegang krijgen tot de olgende databasebeheersystemen: DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows, Versie 9 of later DB2 Uniersal Database Versie 8 oor Windows, UNIX en op Linux gebaseerde computers DB2 Uniersal Database Versie 7.3 (of later) oor VSE & VM, onder DB2 Connect 124 Nieuwe functies in deze release
139 DB2 Uniersal Database Versie 6 (of later) oor OS/390 en z/os, onder DB2 Connect DB2 Uniersal Database oor iseries (met OS/400 V5R1 of later), onder DB2 Connect IBM Informix Versie of later IBM UniData of later IBM UniVerse 10.2 of later Opmerking: Compatibiliteit an gegeenstypen is afhankelijk an de gebruikte serer. Informix Dynamic Serer, UniData- en UniVerse-serers ondersteunen het gegeenstype XML bijoorbeeld niet. Enterprise Library is een erzameling toepassingsblokken ontworpen om ontwikkelaars te helpen met eeloorkomende ontwikkeluitdagingen. Toepassingsblokken zijn beschikbaar als broncode die ongewijzigd te gebruiken is of kan worden gewijzigd oor ontwikkelprojecten. De module oor gegeenstoegang an Enterprise Library oor IBM-serers is samen met andere modules erkrijgbaar op Uitbreidingen an Fixpack 3 De Fixpack 2-ersie an IBM Data Serer Proider for.net beat de olgende uitbreidingen: Gegeensbronregistratie bij SQL Serer Reporting Serices IBM Data Serer Proider for.net kan als een gegeensbron worden herkend in de SQL Serer Reporting Serices (SSRS). De installatie an de IBM Data Serer Proider for.net zorgt oor het bijwerken an de configuratiebestanden die zijn ereist om SSRS te installeren en om u bij SSRS aan te melden. Als SQL Serer Proider na de installatie an IBM Data Serer Proider for.net wordt geïnstalleerd, kunt u anaf de opdrachtregel handmatig de olgende opdracht uitoeren om u bij SSRS aan te melden: db2nmpcfg.exe reportserer_register LINQ Entity Framework Vanaf Fixpack 3 is IBM Data Serer Proider for.net niet langer beperkt tot de Beta-ersie an LINQ Entity Framework dat is opgenomen in.net Framework 3.5 Sericepack 1. Uitbreidingen an Fixpack 2 De Fixpack 2-ersie an IBM Data Serer Proider for.net beat de olgende uitbreidingen: LINQ Entity Framework IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt LINQ Entity Framework dat is opgenomen in.net Framework 3.5 Serice Pack 1 Beta. Toepassingsontwikkelaars kunnen met LINQ-entiteiten query's opstellen in de programmeertaal zelf, zonder een specifieke databasequery-taal te hoeen gebruiken. Ga oor informatie oer de huidige lijst met beperkingen naar %20Serer%20LINQ%20Entity%20Framework%20Limitations Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 125
140 Verwante onderwerpen "IBM Data Serer Proider for.net" in Getting Started with Database Application Deelopment "Proider support for Microsoft Entity Framework" in Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications Verwante taken "Deploying.NET applications ( Windows )" in Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications FP1: IBM Data Serer Proider for.net ondersteunt betrouwbare contexten Met ingang an Versie 9.5 Fixpack 1 ondersteunen.net-toepassingen betrouwbare contexten met behulp an erbindingsreekstrefwoorden. Betrouwbare contexten bieden de mogelijkheid snellere en eiliger toepassingen in drie lagen te maken. Het gebruikers-id wordt altijd opgeslagen oor auditing en eiligheidscontroles. Als u beeiligde erbindingen moet gebruiken, erbeteren betrouwbare contexten de performance, omdat u geen nieuwe erbindingen hoeft te maken. Zie Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten op pagina 67 oor meer informatie. De olgende eigenschappen in de klasse DB2ConnectionStringBuilder helpen bij het samenstellen an erbindingsreeksen an betrouwbare contexten: TrustedContextSystemUserID TrustedContextSystemPassword Verwante onderwerpen "Creating a trusted connection through IBM Data Serer Proider for.net" in Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications FP3: Het stuurprogramma IBM_DB Ruby ondersteunt betrouwbare contexten Met ingang an Versie 9.5 Fixpack 3 ondersteunt het stuurprogramma IBM_DB Ruby betrouwbare contexten met behulp an erbindingsreekstrefwoorden. Betrouwbare contexten bieden de mogelijkheid om snellere en eiliger toepassingen in drie lagen te maken. Het gebruikers-id wordt altijd opgeslagen oor auditing en eiligheidscontroles. Als u beeiligde erbindingen moet gebruiken, erbeteren betrouwbare contexten de performance, omdat u geen nieuwe erbindingen hoeft te maken. Zie Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten op pagina 67 oor meer informatie. Verwante onderwerpen "IBM Ruby drier and trusted contexts" in Deeloping Perl and PHP Applications FP3: IBM PHP-extensies ondersteunen betrouwbare context Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 ondersteunen PHP-toepassingen betrouwbare context met behulp an erbindingsreekstrefwoorden. Betrouwbare contexten bieden de mogelijkheid om snellere en eiliger toepassingen in drie lagen te maken. Het gebruikers-id wordt altijd opgeslagen oor auditing en eiligheidscontroles. Als u beeiligde erbindingen moet gebruiken, erbeteren betrouwbare contexten de performance, omdat u geen 126 Nieuwe functies in deze release
141 nieuwe erbindingen hoeft te maken. Zie Beeiligingsuitbreiding met betrouwbare contexten op pagina 67 oor meer informatie. Verwante onderwerpen "Trusted contexts (ibm_db2)" in Deeloping Perl and PHP Applications FP3: Sysplexondersteuning uitgebreid naar IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 hebben IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's met een DB2 Connect-licentie rechtstreeks toegang tot een DB2 for z/os Sysplex. Clients met een licentie hoeen niet langer gebruik te maken an een tussenliggende DB2 Connect-serer om toegang te hebben tot Sysplex-functies. De olgende Sysplex-functies worden ondersteund door IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's: Belastingserdeling op transactienieau Voorafgaand aan Fixpack 3 moesten clienttoepassingen waaroor werkbelastingserdeling op transactienieau ereist was, gebruikmaken an een DB2 Connect-serer. Vanaf Fixpack 3 beat de client zelf ondersteuning oor het erdelen an transacties oer leden binnen een DB2-groep oor gegeensuitwisseling en hoeen toepassingen oor toegang tot een DB2 for z/os Sysplex niet langer gebruik te maken an een DB2 Connect-serer. Automatische doorzending an clientgegeens met naadloze failoer oor CLIen.NET-toepassingen Wanneer de erbinding met een lid an een Sysplex erloren is gegaan, maakt de functie oor automatische doorzending an clientgegeens het mogelijk dat client zich an deze fout herstelt door ia een ander lid an de Sysplex erbinding met de database te maken. Als oorafgaand aan Fixpack 3 een toepassing de databaseerbinding opnieuw tot stand bracht, werd er een foutbericht (meestal SQL30108N) geretourneerd om aan te geen dat er een rollback was uitgeoerd op de mislukte transactie. Vanaf Fixpack 3 kunnen CLI- of.net-toepassingen die een connectiiteitsfout tegenkomen bij de eerste SQL-bewerking in een transactie de mislukte SQL-bewerking opnieuw uitoeren als onderdeel an de automatische doorzending an clientgegeens. Als de erbinding kan worden uitgeoerd, wordt er geen foutmelding erzonden en wordt er geen rollback op de transactie uitgeoerd. De connectiiteitsfout en het daaropolgende herstel blijen oor de toepassing erborgen. Sommige beperkingen hebben betrekking op de ondersteuning die beschikbaar is oor naadloze failoer. XA-ondersteuning oor bepaalde Transaction Managers is beschikbaar in de client Voorafgaand aan Fixpack 3 bood de client geen XA-ondersteuning oor DB2 for z/os en moesten niet-jaa clienttoepassingen gebruikmaken an een DB2 Connect-serer oor elke orm an XA-ondersteuning op DB2 for z/os. Vanaf Fixpack 3 is XA-ondersteuning oor DB2 for z/os beschikbaar in IBM Data Serer-clients en niet-jaa Data Serer-stuurprogramma's. FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd IBM Data Serer Driers zijn in Fixpack 3 erbeterd en bieden nu nog meer functies. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 127
142 Onder de besturingssystemen Linux, UNIX enwindows ormt IBM Data Serer Drier Package (oorheen IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source) is lichte implementatieoplossing die runtimeondersteuning biedt oor toepassingen welke gebruikmaken an ODBC-, CLI-,.NET-, OLE DB- of open source- (PHP of Ruby) API's, zonder dat het nodig is om de Data Serer Client of de Data Serer Runtime Client te installeren. Dit stuurprogramma ereenoudigt de ingebruikname an toepassingen. Het is maar klein en kan erder worden gedistribueerd door onafhankelijk softwareleeranciers en worden gebruikt oor distributie an toepassingen bij grootschalige implementaties, zoals eel gebeurt in grote bedrijen. Versie 9.5 Fixpack 3 kent de olgende functionele erbeteringen: Ondersteuning an OLE DB. Toepassingsheaderbestanden oor open source-stuurprogramma's Onder Linux, UNIX, en Windows is er een nieuw configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, dat gegeens oer databasedirectory's en configuratieparameters oor clients beat, in een oor de mens leesbare orm. Dit bestand kan worden gebruikt om de werking an ODBC, CLI,.NET, OLE DB of open source en de toepassingen te configureren met behulp an trefwoorden. Het kan worden gebruikt met de olgende sererstuurprogramma's: IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI IBM Data Serer Drier Package (oorheen IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net, en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source) Als u een bestaande IBM Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Client hebt, kunt u de bestaande informatie oer databasedirectory's met behulp an de nieuwe opdracht db2dsdcfgfill naar het nieuwe bestand kopiëren. Verwante onderwerpen "Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients "db2dsdrier configuration file" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Verwante erwijzing "db2dsdcfgfill - Create configuration file db2dsdrier.cfg" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients FP3: CLI-toepassingen kunnen exacte rijaantal opragen oorafgaand aan ophalen Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 kunt u het CLI-instructiekenmerk SQL_ATTR_ROWCOUNT_PREFETCH gebruiken om de client in staat te stellen om oorafgaand aan de ophaalbewerking het olledige rijaantal op te ragen. Beperking: Deze werking wordt niet ondersteund wanneer de cursor LOB's of XML beat. Als u óór fixpack 3 de functie SQLRowCount() aanriep op een alleen-selecterencursor werd de inhoud an RowCountPtr ingesteld op -1 omdat het aantal rijen niet beschikbaar was totdat alle gegeens waren opgehaald. 128 Nieuwe functies in deze release
143 Verwante erwijzing "SQLRowCount function (CLI) - Get row count" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 "Statement attributes (CLI) list" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 FP3: er kan on demand een bind worden uitgeoerd op dynamische pakketen Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 kunt u de nieuwe API SQLCreatePkg() gebruiken om een bind uit te oeren an dynamische pakketen aan de database. U kunt deze API gebruiken om bepaalde bindopties te beheren. Verwante erwijzing "CLI and ODBC function summary" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 "SQLCreatePkg" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 FP3: CLI-pingoorzieningen zijn uitgebreid Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 kunnen de CLI-toepassingen de standaardpakketgrootte oor het pingen an de database negeren en het aantal keer opgeen dat de pingbewerking moet worden herhaald oordat het eindresultaat wordt erstrekt. Vóór fixpack 3 was er een aste pakketgrootte en kon de database slechts eenmaal worden gepingd. Deze beperkingen maakte het moeilijker om netwerkcomplexiteit te doorgronden en systeemprestaties te beoordelen. Dankzij de nieuwe uitbreidingen hebt u meer controle oer de pingbewerking en kunt u exacte en betekenisolle resultaten weergeen. Deze uitbreiding introduceert twee nieuwe CLI-erbindingskenmerken: SQL_ATTR_PING_REQUEST_PACKET_SIZE bepaalt de grootte an het pingpakket dat door de CLI-toepassing wordt gebruikt wanneer deze de database pingt. SQL_ATTR_PING_NTIMES bepaalt het aantal keren dat de database moet worden gepingd oordat het eindresultaat wordt teruggezonden. De toepassing moet de functie SQLSetConnectAttr() aanroepen om deze kenmerken op de erbindingshandle in te stellen oordat de database wordt gepingd. Wanneer oor SQL_ATTR_PING_NTIMES een waarde groter dan 1 wordt opgegeen, retourneert DB2 CLI de gemiddelde tijd die het duurde om de database te pingen. Om de huidige waarden oor deze kenmerken op te halen, roept u de functie SQLGetConnectAttr() aan en oert u SQL_ATTR_PING_REQUEST_PACKET_SIZE en SQL_ATTR_PING_NTIMES door als de parameters. Verwante erwijzing "Connection attributes (CLI) list" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 FP3: IBM Data Serer Driers zijn erbeterd IBM Data Serer Driers zijn in Fixpack 3 erbeterd en bieden nu nog meer functies. Hoofdstuk 9. Uitbreiding an de functies oor toepassingsontwikkeling 129
144 Onder de besturingssystemen Linux, UNIX enwindows ormt IBM Data Serer Drier Package (oorheen IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source) is lichte implementatieoplossing die runtimeondersteuning biedt oor toepassingen welke gebruikmaken an ODBC-, CLI-,.NET-, OLE DB- of open source- (PHP of Ruby) API's, zonder dat het nodig is om de Data Serer Client of de Data Serer Runtime Client te installeren. Dit stuurprogramma ereenoudigt de ingebruikname an toepassingen. Het is maar klein en kan erder worden gedistribueerd door onafhankelijk softwareleeranciers en worden gebruikt oor distributie an toepassingen bij grootschalige implementaties, zoals eel gebeurt in grote bedrijen. Versie 9.5 Fixpack 3 kent de olgende functionele erbeteringen: Ondersteuning an OLE DB. Toepassingsheaderbestanden oor open source-stuurprogramma's Onder Linux, UNIX, en Windows is er een nieuw configuratiebestand, db2dsdrier.cfg, dat gegeens oer databasedirectory's en configuratieparameters oor clients beat, in een oor de mens leesbare orm. Dit bestand kan worden gebruikt om de werking an ODBC, CLI,.NET, OLE DB of open source en de toepassingen te configureren met behulp an trefwoorden. Het kan worden gebruikt met de olgende sererstuurprogramma's: IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI IBM Data Serer Drier Package (oorheen IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net, en IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source) Als u een bestaande IBM Data Serer Runtime Client of IBM Data Serer Client hebt, kunt u de bestaande informatie oer databasedirectory's met behulp an de nieuwe opdracht db2dsdcfgfill naar het nieuwe bestand kopiëren. Verwante onderwerpen "Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients "db2dsdrier configuration file" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Verwante erwijzing "db2dsdcfgfill - Create configuration file db2dsdrier.cfg" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients 130 Nieuwe functies in deze release
145 Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel Versie 9.5 beat uitbreidingen die zorgen dat uw gegeens beschikbaar blijen oor de gebruiker. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backup, logboeken en herstellen in Versie 9.5. Nieuwe, in het systeem opgeslagen procedures ereenoudigen de geautomatiseerde configuratie an het onderhoudsbeleid U kunt ier nieuwe, op het systeem opgeslagen procedures gebruiken om informatie oer geautomatiseerd onderhoudsbeleid te erzamelen en een geautomatiseerd onderhoudsbeleid te configureren. U kunt de nieuwe, in het systeem opgeslagen procedures SYSPROC.AUTOMAINT_SET_POLICY en SYSPROC.AUTOMAINT_SET_POLICYFILE gebruiken om een beleid te maken oor onderhoudsperioden, automatische backups, automatische reorganisatie an tabellen en indexen en automatische RUNSTATS-tabelbewerkingen. AUTOMAINT_SET_POLICY ereist een XML-LOB als inoer en AUTOMAINT_SET_POLICYFILE gebruikt een XML-bestand als inoer. Er staan oorbeelden an XML-inoerbestanden in de directory SQLLIB/samples/ automaintcfg, die u kunt wijzigen en aanpassen olgens uw wensen. U kunt ook de nieuwe, in het systeem opgeslagen procedures SYSPROC.AUTOMAINT_GET_POLICY en SYSPROC.AUTOMAINT_GET_POLICYFILE gebruiken om informatie oer geautomatiseerd onderhoudsbeleid te erzamelen oor onderhoudsperioden, automatische backups, automatische reorganisatie an tabellen en indexen en automatische RUNSTATS-tabelbewerkingen. AUTOMAINT_GET_POLICY retourneert de beleidsinformatie in een BLOB in XML-indeling. AUTOMAINT_GET_POLICYFILE retourneert de beleidsinformatie in XML-indeling. U kunt de uitoer an AUTOMAINT_GET_POLICY dooroeren als inoer an AUTOMAINT_SET_POLICY en u kunt de uitoer an AUTOMAINT_GET_POLICYFILE dooroeren als inoer an AUTOMAINT_SET_POLICYFILE. Copyright IBM Corp. 1993,
146 Verwante taken "Configuring an automated maintenance policy using SYSPROC.AUTOMAINT_SET_POLICY or SYSPROC.AUTOMAINT_SET_POLICYFILE" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference "Collecting automated maintenance policy information using SYSPROC.AUTOMAINT_GET_POLICY or SYSPROC.AUTOMAINT_GET_POLICYFILE" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante erwijzing "AUTOMAINT_GET_POLICY procedure - retriee automatic maintenance policy" in Administratie Routines and Views "AUTOMAINT_GET_POLICYFILE procedure - retriee automatic maintenance policy" in Administratie Routines and Views "AUTOMAINT_SET_POLICYFILE procedure - configure automatic maintenance policy" in Administratie Routines and Views "AUTOMAINT_SET_POLICY procedure - configure automatic maintenance policy" in Administratie Routines and Views Nieuwe API DB2 Adanced Copy Serices (ACS) maakt integratie met opslaghardware mogelijk De nieuwe API (application programming interface) DB2 Adanced Copy Serices (ACS) maakt het mogelijk om backups an een momentopname te maken met uw opslaghardware. Tijdens een traditionele backup- of herstelbewerking kopieert databasebeheer gegeens an of naar een schijf of opslagapparaat door aanroepen naar het besturingssysteem te zenden. Het gebruik an een opslagapparaat om gegeens te kopiëren, maakt backup- en herstelbewerkingen eel sneller. Een backupbewerking die DB2 ACS gebruikt, wordt een momentopname genoemd. De API (application programming interface) DB2 ACS definieert een set functies die databasebeheer gebruikt om met de opslagapparatuur te communiceren en backupbewerkingen an momentopnamen uit te oeren. In IBM Data Serer is een DB2 ACS-interfacestuurprogramma opgenomen oor de olgende opslaghardware: IBM TotalStorage SAN Volume Controller IBM Enterprise Storage Serer Model 800 IBM System Storage DS6000 IBM System Storage DS8000 IBM System Storage N Series NetApp V-series NetApp FAS-series Om backupbewerkingen an momentopnamen oor andere opslaghardware uit te oeren, hoeft u alleen het DB2 ACS-interfacestuurprogramma oor de betreffende opslaghardware te installeren. 132 Nieuwe functies in deze release
147 Verwante onderwerpen "DB2 Adanced Copy Serices (ACS) API" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante taken "Enabling DB2 Adanced Copy Serices (ACS)" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Beheer an herstelobjecten is ereenoudigd door automatische erwijdering an herstelobjecten U kunt nu het DB2-databasebeheer configureren oor het automatisch wissen an backupimages, kopielaadimages en oude logboeken die niet meer nodig zijn om gegeens te herstellen. Backupimages, kopielaadimages en oude logboeken nemen eel opslagruimte in beslag. Het is noodzakelijk om deze herstelobjecten regelmatig te erwijderen op opslagruimte te besparen. Het DB2-databasebeheer erwijdert automatisch items uit de databasehistorie als het aantal groter is dat is opgegeen in de configuratieparameter num_db_backups en als deze ouder zijn dan de datum die is opgegeen in de configuratieparameter rec_his_retentn. Als u de nieuwe configuratieparameter auto_del_rec_obj instelt op ON, erwijdert databasebeheer ook backupimages, kopielaadimages en logboeken die horen bij items in het historiebestand die automatisch worden gewist. Als auto_del_rec_obj is geactieerd, oert het systeem dit onderhoud alleen uit als de waarden an num_db_backups en rec_his_retentn zijn oerschreden. U kunt de opdracht PRUNE HISTORY ook gebruiken om het historiebestand handmatig op te schonen. Als u de clausule AND DELETE gebruikt in de opdracht PRUNE HISTORY of als u de parameter ioption an de API-functie db2prune instelt oor DB2PRUNE_OPTION_DELETE, erwijdert databasebeheer de logboeken die horen bij de items in de historie die worden erwijderd. Als u auto_del_rec_obj instelt op ON, erwijdert databasebeheer ook backupimages, kopielaadimages en logboeken die horen bij items in het historiebestand die u wist. Verwante erwijzing "db2prune - Delete the history file entries or log files from the actie log path" in Administratie API Reference "PRUNE HISTORY/LOGFILE " in Command Reference "PRUNE HISTORY/LOGFILE command using the ADMIN_CMD procedure" in Administratie Routines and Views Configuratie en beheer an clusters zijn ereenoudigd door het nieuwe DB2-subsysteemconfiguratieprogramma oor hoge beschikbaarheid. U kunt het nieuw DB2-hulpprogramma db2haicu (High Aailability Instance Configuration Utility) gebruiken om de databaseoplossingen te configureren en beheren in clusteromgeingen. Db2haicu ereenoudigt de configuratie en het beheer, omdat u db2haicu kunt gebruiken om de clusterconfiguratie oor de database direct anuit clusterbeheer kunt uitoeren. db2haicu beschikt oer een interactiee opdrachtregelinterface. db2haicu erzamelt configuratie-informatie oer uw cluster, database-subsysteem en computers door een reeks ragen te stellen en het systeem direct te onderzoeken. Als de Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel 133
148 configuratie-informatie is erzameld, stelt db2haicu een abstract model op an uw clusteromgeing, dat het clusterdomein wordt genoemd. Als db2haicu de informatie heeft erzameld en een clusterdomein heeft gemaakt, kunt u db2haicu gebruiken om clusterbeheertaken uit te oeren, bijoorbeeld de olgende: toeoegen an nieuwe databases aan het clusterdomein Primaire en secundaire DB2 HADR-databaseparen (High Aailability Disaster Recoery) zoeken toeoegen an nieuwe computers aan het clusterdomein database-subsystemen an een computer in een cluster erwijderen om onderhoud te kunnen plegen failoerbeleid opgeen Db2haicu fungeert als interface tussen u en de clusterbeheerfunctie. Het toeoegen an een database aan een clusterdomein houdt bijoorbeeld in dat clusterbeheer op de hoogte is an een nieuwe database die u op een computer in de cluster hebt gemaakt. De clusterbeheerfunctie moet de DB2-clusterbeheerinterface ondersteunen, anders werkt db2haicu niet goed met de clusterbeheerfunctie. IBM Tioli System Automation oor Multiplatforms (SA MP) ondersteunt de DB2- clusterbeheerinterface en Tioli SA MP Base Component is opgenomen in de IBM Data Serer-installatie op Linux en AIX als onderdeel an de functie DB2 High Aailability Feature. U kunt db2haicu gebruiken om uw clusteromgeing te configureren als u Tioli SA MP gebruikt als clusterbeheerfunctie. Verwante taken "Configuring a Clustered enironment for high aailability" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference "Configuring a clustered enironment using DB2 High Aailability Instance Configuration Utility (db2haicu)" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Dubbele logboekstuurbestanden maken databaseherstel beter bestand tegen fouten In Versie 9.1 onderhield de databasebeheerfunctie alleen het logboekstuurbestand SQLOGCTL.LFH. In Versie 9.5 beheert de databasemanager twee kopieën an het logboekstuurbestand: SQLOGCTL.LFH.1 en SQLOGCTL.LFH.2. Het bijhouden an twee logboekstuurbestanden erlaagt de kans op gegeenserlies als er een storing optreedt. Wanneer een database opnieuw start na een storing, past de databasemanager transactiegegeens in logboekbestanden aan om de database terug te zetten in een consistente staat. De databasemanager gebruikt een logboekbestand om te bepalen welke gegeens in de logboekbestanden moeten worden toegepast. Als het logboekstuurbestand beschadigd is, is het oor de databasemanager misschien niet mogelijk de database in een consistente staat terug te zetten. Daarom kan het hebben an twee kopieën an het logboekstuurbestand het databaseherstel bestendiger maken. Als een an de kopieën namelijk is beschadigd, kan de databasebeheerder de andere kopie gebruiken om opnieuw op te starten. 134 Nieuwe functies in deze release
149 Verwante onderwerpen "Database logging" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference "Log control files" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference HADR_peer_window erkleint de kans op gegeenserlies bij opeenolgende of tegelijk optredende storingen U kunt de nieuwe databaseconfiguratieparameter hadr_peer_window gebruiken om een primair en secumdair DB2 HADR-databasepaar (High Aailability Disaster Recoery) zich te laten gedragen alsof het de peerstatus heeft als de erbinding tussen de primaire database en de secundaire database wordt erbroken. Als een primair en secundair HADR-databasepaar de peerstatus heeft, worden transacties niet als uitgeoerd beschouwd totdat de primaire database een beestiging ontangt an de secundaire database dat de databaselogboeken oor de secundaire database naar het geheugen zijn geschreen of naar het lokale logboekpad (afhankelijk an de synchronisatiemodus). Hiermee wordt de consistentie an gegeens gewaarborgd: Als er een storing optreedt in de primaire database, staat alle transactie-informatie in de databaselogboeken an de primaire database ook in de databaselogboeken an de secundaire database. Als de primaire en secundaire database de peerstatus hebben en de erbinding tussen de primaire en secundaire database erloren gaat, kunnen er geen transacties worden uitgeoerd en astgelegd, omdat de primaire database geen transactiebeestiging kan ontangen an de secundaire database. Als de primaire database in eerdere ersies an IBM Data Serer geen erbinding meer had met de secundaire database, kreeg de primaire database zelfstandig een status waarin de erbinding was erbroken en bleef beschikbaar oor erwerking an opdrachten door databasetoepassingen, onafhankelijk an de secundaire database. Als er in de primaire database een storing optrad terwijl deze onafhankelijk an de secundaire database transacties erwerkte, kon de transactie-informatie an de primaire database erloren gaan. Als u in Versie 9.5 de databaseconfiguratieparameter hadr_peer_window instelt op een waarde die niet gelijk is aan nul, krijgt de database niet de gewone peerstatus, maar de nieuwe niet-erbonden peerstatus als de erbinding met de secundaire database erloren gaat. Als de primaire database de niet-erbonden peerstatus heeft, gedraagt deze zich net zoals in de peerstatus: hij wacht op een beestiging an de secundaire database oordat er transacties worden uitgeoerd. De tijd dat de primaire database de niet-erbonden peerstatus heeft, wordt de peerduur genoemd. Hoewel de beschikbaarheid an de primaire database tijdens de peerduur erminderd is, gaan er geen uitgeoerde transacties erloren bij een storing an de primaire database tijdens de peerduur, bijoorbeeld bij meeroudige of opeenolgende storingen. Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel 135
150 Verwante onderwerpen "DB2 High Aailability Disaster Recoery (HADR) standby database states" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference "Setting the hadr_timeout and hadr_peer_window database configuration parameters" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante erwijzing "db2hadrtakeoer - Instruct a database to take oer as the high aailability disaster recoery (HADR) primary database" in Administratie API Reference "TAKEOVER HADR " in Command Reference "hadr_peer_window - HADR peer window configuration parameter" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Er kunnen backups worden gemaakt en teruggezet an meerdere databasepartities tegelijk met Single System View-backup U kunt nu backups an meerdere databasepartities tegelijk maken en terugzetten met de nieuwe Single System View-backup (SSV). Vóór Versie 9.5 moest u backups an gepartitioneerde databases maken door an iedere partitie afzonderlijk een backup te maken. Deze benadering is geoelig oor fouten en is erg tijdroend. Als u een backup maakt an een gepartitioneerde database door an iedere partitie afzonderlijk een backup te maken, kunt u geen logboeken opnemen die ereist zijn oor het herstellen en terugzetten an de backupimages. Het terugzetten an een database waaran oor de partities afzonderlijk een backup is gemaakt, is moeilijk omdat de datum en tijd an de partities enigszins an elkaar afwijken. Omdat de tijdsaanduiding oor iedere databasepartitie anders is, is het identificeren an alle databasepartities die tot de backup behoren moeilijk. Ook het bepalen an de minimale duur an de herstelprocedure oor de backup is moeilijk. De opdracht db2_all ereenoudigt het maken an backups an gepartitioneerde databases enigszins, maar er zijn nog steeds beperkingen oor de backup- en herstelbewerkingen die de taken moeilijk maken. Als u in Versie 9.5 een backupbewerking uitoert anuit het catalogusknooppunt an een gepartitioneerde database, kunt u opgeen welke partities moeten worden opgenomen in de backup. U kunt ook opgeen dat alle databasepartities moeten worden opgenomen. Van de opgegeen partities wordt tegelijk een backup gemaakt en de tijdsaanduiding is oor alle opgegeen databasepartities gelijk. U kunt ook databaselogboeken in een SSV-backup opnemen; het opnemen an logboeken in backupimages is standaardgedrag oor snapshot-backupbewerkingen. Als u een herstelactie uitoert oor een SSV-backupimage, kunt u opgeen of u het herstel wilt uitoeren tot het einde an de logboeken. Dit is de minimale hersteltijd die door de databasebeheerder wordt berekend. 136 Nieuwe functies in deze release
151 Verwante taken "Using backup" in Partitioning and Clustering Guide Verwante erwijzing "BACKUP DATABASE " in Command Reference "db2backup - Back up a database or table space" in Administratie API Reference "BACKUP DATABASE command using the ADMIN_CMD procedure" in Administratie Routines and Views Terugzetten an wijzigingen in minimale hersteltijd is geactieerd U kunt de clausule TO END OF BACKUP bij de opdracht ROLLFORWARD of de lag DB2ROLLFORWARD_END_OF_BACKUP bij de interface db2rollforward gebruiken om de wijzigingen op alle partities an een gepartitioneerde database ongedaan te maken in de minimale hersteltijd. De minimale hersteltijd bij het terugzetten an wijzigingen is het eerste tijdstip waarop een database consistent is (als de objecten in de databasecatalogi oereenkomen met de objecten die fysiek op schijf aanwezig zijn). Het is moeilijk om handmatig de juiste tijdstip ast te stellen waarna de wijzigingen teruggezet moeten worden, ooral bij een gepartitioneerde database. In Versie 9.5 kunt u de wijzigingen terugzetten naar de minimale hersteltijd, die door databasebeheer wordt berekend, met de parameter TO END OF BACKUP in de opdracht ROLLFORWARD DATABASE of de optie DB2ROLLFORWARD_END_OF_BACKUP in de interface db2rollforward. Verwante erwijzing "db2rollforward - Roll forward a database" in Administratie API Reference "ROLLFORWARD DATABASE " in Command Reference Backups maken en gegeens herstellen is sneller dankzij momentopnamebackups Als u een momentopnamebackup maakt of een herstelbewerking uitoert, zorgt het opslagapparaat oor de kopieerbewerkingen in de backup- of herstelbewerking. Het gebruik an een opslagapparaat om gegeens te kopiëren, maakt backup- en herstelbewerkingen eel sneller. Tijdens een traditionele backup- of herstelbewerking kopieert databasebeheer gegeens an of naar een schijf of opslagapparaat door aanroepen naar het besturingssysteem te zenden. Het gebruik an een opslagapparaat om gegeens te kopiëren, maakt backup- en herstelbewerkingen eel sneller. Een backupbewerking die DB2 ACS gebruikt, wordt een momentopname genoemd. Als u een momentopnamebackup wilt maken, moet u DB2 Adanced Copy Serices (ACS) hebben ingeschakeld en moet u oer een DB2 ACS API-stuurprogramma oor de opslaghardware beschikken. In IBM Data Serer is een DB2 ACS-interfacestuurprogramma opgenomen oor de olgende opslaghardware: IBM TotalStorage SAN Volume Controller IBM Enterprise Storage Serer Model 800 IBM System Storage DS6000 IBM System Storage DS8000 Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel 137
152 IBM System Storage N Series NetApp V-series NetApp FAS-series Verwante erwijzing "BACKUP DATABASE " in Command Reference "RESTORE DATABASE " in Data Moement Utilities Guide and Reference "db2acsutil - Manage DB2 snapshot backup objects " in Command Reference Integratie an clusterbeheersoftware geactieerd Met de nieuwe DB2-clusterbeheer-API (application programming interface) kunt u IBM Data Serer-clusterconfiguratieprogramma's gebruiken, zoals DB2 High Aailability Instance Configuration Utility (db2haicu). In de DB2-clusterbeheer-API (manager programming interface) wordt een set functies gedefinieerd die databasebeheer gebruikt als interface met clusterbeheer om de clusteromgeing te configureren. De clusterbeheerfunctie moet de DB2-clusterbeheerinterface ondersteunen, anders werkt databasebeheer niet goed samen met de clusterbeheerfunctie. IBM Tioli System Automation oor Multiplatforms (SA MP) ondersteunt de DB2-clusterbeheerinterface en Tioli SA MP Base Component is opgenomen in de IBM Data Serer-installatie op Linux en AIX als onderdeel an de functie DB2 High Aailability. U kunt db2haicu gebruiken om uw clusteromgeing te configureren als u Tioli SA MP gebruikt als clusterbeheerfunctie. De Tioli SA MP-opdrachten gebruiken in combinatie met de functie oor hoge beschikbaarheid an DB2 Wanneer u gebruik maakt an de functie oor hoge beschikbaarheid an DB2 kunnen eel DB2-opdrachten automatisch de benodigde clustermanagerconfiguraties oor u uitoeren als u het subsysteem oor hoge beschikbaarheid hebt geconfigureerd met behulp an de opdracht db2haicu. Als u en een dergelijke omgeing bijoorbeeld de opdracht db2stop opgeeft, wordt de resourcegroep ergrendeld om te oorkomen dat Tioli SA MP de resource weer online plaatst. En wanneer u een oernamebewerking wilt uitoeren in een normaal HADR-oernamescenario, kunt u gebruik maken an de DB2-opdracht TAKEOVER HADR en de databasemanager zal automatisch de gerelateerde clustermanagerconfiguratie uitoeren zodat de HADR-standbydatabase het als primaire HADR-database kan oernemen. Opmerking: Als een alternatiee methode oor het uitoeren an een oername kunt u de SA MP-opdracht rgreq -o moe gebruiken, maar deze opdracht oert een geforceerde oernamebewerking uit. In een onderhoudsscenario waarin u een normale, niet-geforceerde oername wilt uitoeren, moet u de DB2-opdracht TAKEOVER HADR gebruiken. Voor een oerzicht an de subsysteemconfiguratie en beheerbewerkingen oor de DB2-databasemanager die de gerelateerde clusterbeheerconfiguratie uitoeren ia SA MP raadpleegt u Configuring a cluster automatically with the DB2 High Aailability (HA) Feature in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference. 138 Nieuwe functies in deze release
153 Verwante onderwerpen "DB2 cluster manager API" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante taken "Configuring a clustered enironment using DB2 High Aailability Instance Configuration Utility (db2haicu)" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante erwijzing "Supported cluster management software" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference FP6: Ondersteuning an proxyknooppunt oor de opdracht db2adutl is toegeoegd In Versie 9.5 Fixpack 6 en latere fixpacks kunt u de parameter OPTIONS an de opdracht db2adutl gebruiken om geldige opties door te geen aan de Tioli Storage Manager-serer. Hierdoor kunt u de opdracht db2adutl gebruiken om te werken in een TSM-omgeing die clientproxyknooppunten ondersteunt. Het gebruik an proxyknooppunten ereenoudigt bepaalde beheertaken omdat u meerdere fysieke machines an meerdere gebruikers kunt samenbrengen onder de naam an een enkel irtueel knooppunt. De configuratie an proxyknooppunten maakt het eenoudiger om herstelbewerkingen uit te oeren anaf de ene machine of gebruiker op een andere machine. Bij HADR-scenario's leidt deze configuratie er ook toe dat u eenoudiger toegang hebt tot logboekbestanden en dat u gegeens eenoudiger kunt herstellen. Verwante onderwerpen "Recoering data using db2adutl" in Partitioning and Clustering Guide Verwante erwijzing "db2adutl - Managing DB2 objects within TSM " in Command Reference Databasebestendigheid bij onoorziene fouten is erbeterd In het erleden konden sommige fouten de database en het subsysteem (databasebeheer) platleggen. Nu geldt echter dat als de integriteit an gegeens niet wordt beïnloed en er één DB2-agent oor de toepassing met de fout kan worden onderbroken of afgesloten, alleen die toepassing wordt onderbroken of afgesloten. Als er een trapfout, segmentatie-inbreuk of een andere uitzondering optreedt, wordt de noodzakelijke diagnostische informatie bewaard oor controle, de fout geretourneerd naar de toepassing, de status an de DB2-agent gewijzigd en worden de wijzigingen in de toepassing ongedaan gemaakt. Toepassingen die niet door de fout zijn beïnloed, kunnen hun taken oltooien. U kunt zelf bepalen wanneer u de database en het subsysteem wilt afsluiten en opnieuw opstarten. Verwante onderwerpen "Troubleshooting DB2" in Troubleshooting Guide Probleemtolerantie an indexconsistentie is hoger Als een index in Versie 9.5 niet meer consistent is, wordt het foutbericht SQL0901N naar de toepassing geretourneerd in plaats an het afsluiten an de database en het subsyteem. Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel 139
154 Als het foutbericht wordt geretourneerd, kunt u de opdracht INSPECT of de API db2inspect gebruiken om online te zoeken naar de oorzaak an de gegeensinconsistentie, terwijl andere toepassingen nog steeds toegang hebben tot de databaseobjecten die niet worden geëalueerd. Dit type fouttolerantie wordt alleen ingeschakeld oor normale indexen in zowel gepartitioneerde als niet-gepartitioneerde tabellen en oor indexen an meerdimensionale clusterindexen. Dit type fouttolerantie wordt niet ingeschakeld oor meerdimensionale clusterblokindexen, samengestelde blokindexen, ruimte-indexen en XML-indexen. Verwante erwijzing "db2inspect - Inspect database for architectural integrity" in Administratie API Reference "INSPECT " in Command Reference Opslagsleutels detecteren geheugentoegangsproblemen Versie 9.5 ondersteunt opslagsleutels, een nieuwe functie an IBM POWER6-processors en het besturingssysteem AIX, waarmee geheugenbereiken worden beschermd met hardwaresleutels op het nieau an kernelthreads. U kunt opslagsleutels gebruiken oor de beeiliging an het bufferpoolgeheugen. Bij updates an een database wordt de bufferpool gebruikt. Beeiliging met opslagsleutels ermindert problemen door beschadiging in de bufferpool en beperkt het aantal fouten die de database kunnen ontregelen. Pogingen an programma's om ongemachtigd toegang te krijgen tot de bufferpool eroorzaken een fout die databasebeheer kan detecteren en herstellen. U kunt de ondersteuning an opslagsleutels actieren met de nieuwe registerariabele DB2_MEMORY_PROTECT. Verwante onderwerpen "Buffer pool memory protection ( AIX running on POWER6 )" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante erwijzing "Miscellaneous ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide FP4: Tabelactiiteit zonder logboekgegeens kan worden oorkomen Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 4 kunt u de databaseconfiguratieparameter blocknonlogged gebruiken om te oorkomen dat er tabellen worden gemaakt die actiiteiten toestaan die niet in een logboekbestand worden opgenomen. Standaard wordt de paramater blocknonlogged ingesteld op NO; bewerkingen waaroor geen logboekgegeens worden opgeslagen, zijn toegestaan en uw systeem wint aan snelheid doordat er minder logboekregistraties plaatsinden. Er kleen echter ook nadelen aan deze instelling, met name in HADRdatabaseomgeingen (High Aailability Disaster Recoery). DB2 HADR-databaseomgeingen gebruiken databaselogboeken om gegeens te repliceren an de primaire database naar de secundaire database. De niet in een logboekbestand opgeslagen bewerkingen zijn toegestaan op de primaire database, maar worden niet gerepliceerd naar de secundaire database. Als u wilt dat bewerkingen zonder logboekgegeens worden weerspiegeld in de secundaire database, moet u een aantal extra stappen uitoeren. U kunt bijoorbeeld gebruikmaken an online splitsspiegels of onderbroken I/O-ondersteuning om de 140 Nieuwe functies in deze release
155 secundaire database opnieuw te synchroniseren na uitoering an bewerkingen waaroor geen logboekgegeens worden opgeslagen. Wanneer u blocknonlogged instelt op YES kunnen de instructies CREATE TABLE en ALTER TABLE niet worden uitgeoerd in de olgende situaties: U geeft de parameter NOT LOGGED INITIALLY op. U geeft de parameter NOT LOGGED op oor een LOB-kolom. Verwante erwijzing "blocknonlogged - Block creation of tables that allow non-logged actiity " in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide FP5: Diagnosegegeens kunnen worden opgeslagen in afzonderlijke directory's Vanaf Versie 9.5 Fix Pack 5 kunt u opgeen dat u DB2-diagnosegegeens wilt opslaan in afzonderlijke directory's met namen die zijn gebaseerd op de fysieke host, de databasepartitie of beide door de uitgebreide configuratieparameter diagpath in te stellen. Afzonderlijke db2diag-logboekbestanden kunnen later worden samengeoegd met behulp an de opdracht db2diag -merge. De oordelen an het splitsen an de diagnosegegeens in afzonderlijke directory's zijn: Logboekbewerkingen kunnen sneller worden uitgeoerd doordat er minder conflicten in het db2diag-logboekbestand optreden als u de diagnosegegeens splitst per host of per databasepartitie. Opslagbeheer kan nauwkeuriger worden beheerd. Om de diagnosegegeens in erschillende directory's op te slaan, stelt u de configuratieparameter diagpath in op een an de olgende waarden: Het standaardpad oor diagnosegegeens per host splitsen: db2 update dbm cfg using diagpath "$h" Uw eigen pad oor diagnosegegeens per fysieke host splitsen: db2 update dbm cfg using diagpath "padnaam $h" Het standaardpad oor diagnosegegeens per databasepartitie splitsen: db2 update dbm cfg using diagpath "$n" Uw eigen pad oor diagnosegegeens per databasepartitie splitsen: db2 update dbm cfg using diagpath "padnaam $n" Het standaardpad oor diagnosegegeens per fysieke host en databasepartitie splitsen: db2 update dbm cfg using diagpath "$h$n" Uw eigen pad oor diagnosegegeens per fysieke host en databasepartitie splitsen: db2 update dbm cfg using diagpath "padnaam $h$n" Het samenoegen an db2diag-logboekbestanden kan soms het analyseren en oplossen an problemen ereenoudigen. U kunt hieroor de opdracht db2diag -merge gebruiken. Hoofdstuk 10. Uitbreidingen oor hoge beschikbaarheid, backups, logboeken en herstel 141
156 Verwante taken "Splitting a diagnostic data directory path by database partition serer, database partition, or both" in Troubleshooting Guide Verwante erwijzing "diagpath - Diagnostic data directory path " in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "db2diag - db2diag logs analysis tool " in Command Reference FP7: Nieuwe scripts oor betere integratie tussen DB2 High Aailability Disaster Recoery en IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (Windows) In Versie 9.5 Fixpack 7 en recentere fixpacks kunt u met deze nieuwe scripts automatisch beheer oor DB2-serers actieren met gebruik an DB2 High Aailability Disaster Recoery (HADR) en IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) op Windows-besturingssystemen. De olgende scripts erbeteren de integratie met SA MP omdat u oortaan SA MP kunt instellen als clustermanager en op SA MP automatisch beheer an HADR-resources kunt inschakelen: mkdb2 mkhadr rmdb2 hadr_start.ksh hadr_monitor.ksh hadr_stop.ksh 142 Nieuwe functies in deze release
157 Hoofdstuk 11. Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks Versie 9.5 biedt uitbreidingen waarmee u producten sneller in gebruik kunt nemen en die het eenoudiger maken deze te onderhouden. Als u een kopie an Versie 9.1 of Versie 8 hebt geïnstalleerd en een upgrade naar Versie 9.5 wilt uitoeren, moet u een migratie naar Versie 9.5 uitoeren. DB2 Versie 9.5 is een nieuwe release. Het is niet mogelijk om een upgrade an Versie 9.1 naar Versie 9.5 uit te oeren met een fixpack. Lees erder in deze sectie oor meer informatie oer installatie, migratie en uitbreidingen an fixpacks oor Versie 9.5. Voor informatie oer de beperkingen an het migratieproces, mogelijke problemen en andere zaken waar u op moet letten, raadpleegt u Essentiële punten oor migratie an DB2-serers in Migration Guide en Essentiële punten oor migratie an clients in Migration Guide. Mogelijk ereist het migreren an uw DB2-serers en DB2-clients naar Versie 9.5 dat u ook uw databasetoepassingen en -routines migreert. Lees Essentiële punten oor migratie an databasetoepassingen in Migration Guide en Essentiële punten oor migratie an routines in Migration Guide om te kunnen bepalen welke geolgen een migratie zou kunnen hebben. IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is opgenomen in de DB2-installatie (Linux en AIX) IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component is nu opgenomen in IBM dataserer op Linux- en AIX-besturingssystemen. U kunt nu SA MP Base Component installeren, bijwerken en erwijderen met het DB2-installatieprogramma. Dit geldt ook oor Tioli-scripts die ook zijn opgenomen in IBM Data Serer-producten. De ersie an SA MP Base Component die wordt geïnstalleerd door de DB2-fixpacks is: DB2 Versie 9.5 Fixpack 6 en latere fixpacks: SA MP 3.1 (Linuxbesturingssystemen) of SA MP 3.2 (AIX- besturingssystemen) DB2 Versie 9.5 Fixpack 3, Fixpack 4 en Fixpack 5: SA MP DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 en Fixpack 2: SA MP DB2 Versie 9.5 GA: SA MP Bepaalde omgeingen met nieuwere besturingssystemen of hardware ereisen bepaalde ersies an SA MP Base Component ter ondersteuning an de functie oor hoge beschikbaarheid. Wanneer u de functie oor hoge beschikbaarheid wilt gebruiken, moet u eroor zorgen dat uw systeem oldoet aan de ereisten oor de SA MP Base Component. SUSE Linux Enterprise Serer (SLES) 11 ereist bijoorbeeld minimaal SA MP Base Component 3.1, Fixpack 5. Raadpleeg oor meer informatie oer door SA MP Base Component ondersteunde software en Copyright IBM Corp. 1993,
158 hardware het onderwerp Ondersteunde software en hardware oor IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component. Vanaf Versie 9.5, Fixpack 5 beatten DB2-fixpackimages proeflicentiesleutels oor latere ersies an SA MP Base Component. U moet echter de code installeren oor deze bijgewerkte SA MP Base Component-images door toepassing an het DB2 Versie 9.5 Fixpack 6 of een later fixpack. In een aantal geallen kunt u ook een bijgewerkt exemplaar an SA MP Base Component downloaden anaf de website Tioli. Raadpleeg Verwante taken oor meer informatie. Verwante onderwerpen "IBMTioli System Automation for Multiplatforms ( Linux and AIX )" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante taken "Installing and upgrading the SA MP Base Component with the DB2 installer" in Quick Beginnings for DB2 Serers IBM Tioli Monitoring for Databases: DB2 Agent is geïntegreerd in de installatie an DB2 IBM Tioli Monitoring for Databases: DB2 Agent wordt standaard geïnstalleerd bij de installatie an een DB2-product. Installatie an de Monitoring Agent oor DB2 wordt ondersteund op Windows-besturingssystemen en op rootinstallaties op Linux- en UNIX-besturingssystemen. De Monitoring Agent oor DB2 bewaakt de beschikbaarheids- en prestatiegegeens an DB2-serers. Verwante onderwerpen "IBMTioli Monitoring for Databases: DB2 Agent" in Quick Beginnings for DB2 Serers Algemeen fixpack ereenoudigt updates an sererproducten Om DB2-sererproducten op dezelfde installatielocatie bij te werken, hoeft u geen afzonderlijke, productspecifieke DB2-sererfixpacks meer te installeren. U kunt deze bijwerken met één image an een DB2-sererfixpack. U kunt de images an sererfixpacks ook gebruiken om IBM Data Serer Client bij te werken op alle platforms en IBM Data Serer Runtime Client op Linux en UNIX. Verwante taken "Applying fix packs" in Quick Beginnings for DB2 Serers Fixpacktaken na installatie zijn geautomatiseerd (Linux en UNIX) Twee stappen in de fixpackinstallatie die eerder handmatig moesten worden uitgeoerd, zijn nu geautomatiseerd, namelijk het uitoeren an de opdrachten db2iupdt en dasupdt. De fixpackinstallatie erloopt hierdoor eenoudiger. Verder treedt binding automatisch op bij de eerste erbinding. Het DB2-product kan hierdoor direct na installatie worden gebruikt als u databasebeheer start. In eerdere releases moest u subsystemen bijwerken en handmatig binds uitoeren. 144 Nieuwe functies in deze release
159 Verwante taken "Applying fix packs" in Quick Beginnings for DB2 Serers Lie Partition Mobility wordt nu ondersteund Met Lie Partition Mobility kunt u een actiee AIX-partitie en zijn gehoste toepassingen migreren an de ene fysieke serer naar de andere zonder infrastructuurserices te erstoren. Bij de migratie wordt de olledige partitiestatus oergebracht, inclusief processorcontext, geheugen, aangesloten irtuele apparatuur en erbonden gebruikers. Het is mogelijk om een DB2 oor Linux-, UNIX- of Windows-serer uit te oeren op een partitie die wordt gemigreerd. Raadpleeg oor meer informatie oer Lie Partition Mobility de AIX-documentatie of IBM Redbooks op ibm.com. Lie Partition Mobility wordt ondersteund anaf DB2 Versie 9.1. Niet-rootgebruikers kunnen DB2-producten installeren en configureren (Linux en UNIX) Vóór Versie 9.5 kon u producten installeren, fixpacks aanbrengen om wijzigingen ongedaan te maken, subsystemen configureren, functies toeoegen of producten erwijderen, maar alleen als u toegang had tot de hoofddirectory. Gebruikers die geen toegang tot de hoofddirectory hebben, kunnen deze taken nu uitoeren op Linux- en UNIX-platforms. Het DB2-installatieprogramma maakt en configureert automatisch een niet-hoofddirectory-subsysteem tijdens een installatie buiten de hoofddirectory om. Een gebruiker zonder toegang tot de hoofddirectory kan de configuratie an het niet-hoofddirectorysubsysteem aanpassen tijdens de installatie. U kunt het geïnstalleerde DB2-product ook gebruiken en onderhouden zonder beoegdheden oor de hoofddirectory. De installatie an een DB2-product buiten de hoofddirectory heeft één DB2-subsysteem, waarin de meeste functies standaard zijn ingeschakeld. Een niet-hoofddirectory-installatie kan oor eel groepen een aantrekkelijk idee zijn, bijoorbeeld de olgende: Bedrijen met duizenden werkstations en gebruikers die een DB2-product willen installeren zonder dat dit de systeembeheerder tijd kost Toepassingsontwikkelaars die geen systeembeheerder zijn, maar DB2-producten gebruiken om toepassingen te ontwikkelen Onafhankelijke softwareleeranciers (ISV's) die software ontwikkelen waaroor geen machtiging oor de hoofddirectory is ereist, maar waarin wel een DB2-product is geïntegreerd Hoewel installaties buiten de hoofddirectory beschikken oer de meeste functionaliteit an hoofddirectory-installaties, zijn er wel enige erschillen en beperkingen. U kunt sommige beperkingen wegnemen door een gebruiker met een machtiging oor de hoofddirectory de opdracht db2rfe te laten geen. Hoofdstuk 11. Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks 145
160 Verwante onderwerpen "Verschillen tussen rootinstallaties en niet-rootinstallaties" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients "Beperkingen an niet-rootinstallaties" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Verwante taken "Niet-rootfuncties inschakelen in niet-rootinstallaties met db2rfe" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Er zijn nieuwe opdrachten oor het responsbestand toegeoegd Een responsbestand is een ASCII-tekstbestand dat installatie- en configuratiegegeens beat. Anders dan bij de installatie met de DB2 Installatiewizard kunt u met een DB2-responsbestand DB2-producten of -functies installeren zonder tussenkomst an de gebruiker. Dankzij nieuwe opdrachten in het responsbestand is het installeren en ingebruiknemen an DB2-producten eenoudiger geworden. U kunt deze opdracht gebruiken op AIX- en Linux-platforms om de basiscomponent IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) te installeren: INSTALL_TSAMP U kunt deze opdrachten gebruiken om de uitgebreide beeiliging op Windows-platforms in te schakelen: DB2_ADMINGROUP_DOMAIN DB2_USERSGROUP_DOMAIN Er zijn kant-en-klare responsbestanden met standaardwaarden geleerd bij het product. Op de DB2-CD beinden de oorbeeldresponsbestanden zich in de directory db2/platform/samples (waarbij staat oor het hardwareplatform). Verwante erwijzing "Response file keywords" in Quick Beginnings for DB2 Serers Samenoegingsmodules oor niet-db2-subsystemen toegeoegd Vóór Versie 9.5 kon u DB2 Runtime Client-functies aan alle producten toeoegen met behulp an Windows Installer en de DB2 Runtime Clientsamenoegingsmodules. In Versie 9.5 worden de IBM Data Serer Runtime Client-subsysteemsamenoegingsmodules DB2-subsysteemsamenoegingsmodules genoemd en er zijn niet-db2-subsysteemsamenoegingsmodules toegeoegd. Als u de nieuwe niet-db2-samenoegingsmodules gebruikt, kunt u eenoudig IBM Data Serer Drier Package-functies toeoegen aan elk product dat gebruikmaakt an de Windows Installer. De nieuwe installeerbare component IBM Data Serer Drier Package maakt het eenoudiger om anuit Windows-toepassingen toegang te krijgen tot DB2-serers. IBM Data Serer Drier Package is ontworpen om erder gedistribueerd te worden door onafhankelijk softwareleeranciers en wordt gebruikt oor distributie an toepassingen bij grootschalige ingebruikname, zoals eel gebeurt in grote bedrijen. De belangrijkste functies an IBM Data Serer Drier Package zijn de olgende: 146 Nieuwe functies in deze release
161 Het programma wordt geleerd als één uitoerbaar bestand, waardoor erdere distributie en ingebruikname eenoudiger wordt. De Windows Installer Merge Module (msm-bestand) is beschikbaar, waardoor het eenoudiger wordt om de IBM Data Serer Drier Package-code te integreren in grotere toepassingen. Verwante onderwerpen "Typen IBM Data Serer-clients en -stuurprogramma's" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Hoofdstuk 11, Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks, op pagina 143 FP4: Merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn gecombineerd (Windows) op pagina 204 Verwante erwijzing "Merge-modules oor niet-db2-subsystemen ( Windows )" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Zelfstandig subsysteemtype is consistenter op ondersteunde platforms (Linux en UNIX) Het zelfstandige subsysteemtype is aan de besturingssystemen Linux en UNIX toegeoegd om subsysteemtype consistenter te maken oor ondersteunde DB2-platforms. Een zelfstandig subsysteem is een subsysteem oor een databaseserer en lokale clients die alleen lokale erbindingen toestaan. Om een zelfstandig type te maken, geeft u standalone op bij de parameter -s an de opdracht db2icrt. Verwante erwijzing "db2icrt - Create instance " in Command Reference Ingebruikname en gebruik an Windows Vista is eenoudiger Er is ondersteuning oor het besturingssysteem Windows Vista opgenomen in Versie 9.1 Fixpack 2. Het is nu eenoudiger om DB2- en DB2 Connect-producten te installeren en gebruiken op Windows Vista-systemen. Versie 9.5 beschikt oer de olgende uitbreidingen: Er is ondersteuning toegeoegd oor IBM Data Studio en Query Patroller. Er is een DB2-snelkoppeling toegeoegd om het DB2-opdrachtenster te openen met olledige beheermachtigingen. Als u lid bent an de groep lokale beheerders, kunt u de snelkoppeling gebruiken oor het starten an DB2-opdrachten en -tools die de machtiging lokale systeembeheerder ereisen. Hoofdstuk 11. Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks 147
162 Verwante erwijzing "Installation requirements for DB2 serers and IBM data serer clients ( Windows )" in Getting Started with Database Application Deelopment "Installatieereisten oor DB2 Connect Personal Edition ( Windows )" in Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition "Installation requirements for DB2 Connect serer products ( Windows )" in Quick Beginnings for DB2 Connect Serers FP1: Ondersteuning an Solaris x64 is toegeoegd U kunt producten an DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 (en hoger) installeren in de Solaris-gebruiksomgeing (x64). De olgende producten en functies worden op Solaris x64 niet ondersteund: IBM DB2 Personal Edition for Linux, UNIX en Windows IBM DB2 Net Search Extender DB2 Query Patroller (QP) IBM DB2 Embedded Application Serer De IBM Tioli System Automation for Multiplatforms-componenten an de functie oor hoge beschikbaarheid Ook de olgende functies zijn niet beschikbaar in DB2-databaseproducten op Solaris x64: Kerberos-beeiligingsplugins Application Response Measurement (ARM) Verwante erwijzing "Installation requirements for DB2 serers and IBM data serer clients (Solaris Operating Enironment)" in Getting Started with Database Application Deelopment "DB2 Version 9.5 product and packaging information" in Quick Beginnings for DB2 Serers Windows Serer 2008-ondersteuning toegeoegd U kunt DB2-databaseproducten installeren op het Windows Serer 2008-besturingssysteem. De olgende functionaliteit wordt momenteel niet ondersteund in DB2-databaseproducten op Windows Serer 2008: Federatiee systemen, serers en databases Voor het gebruik an Windows Serer 2008 Failoer Clusters oor failoerondersteuning an gepartitioneerde DB2-databaseomgeingen moet u DB2 Versie 9.5 Fixpack 3 (of latere fixpacks) installeren. 148 Nieuwe functies in deze release
163 Verwante erwijzing "Installation requirements for DB2 serers and IBM data serer clients ( Windows )" in Getting Started with Database Application Deelopment "Installatieereisten oor DB2 Connect Personal Edition ( Windows )" in Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition "Installation requirements for DB2 Connect serer products ( Windows )" in Quick Beginnings for DB2 Connect Serers FP3: Gepartitioneerde databaseomgeingen ondersteunen Windows Serer 2008 Failoer Clustering Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 3 kunt u Windows Serer 2008 failoerclusters gebruik oor failoerondersteuning in gepartitioneerde DB2-databasesystemen. Voor het configureren an gepartitioneerde DB2-databasesystemen oor uitoering op Windows Serer 2008-failoerclusters, olgt u de procedures die zijn beschreen in de white paper Implementing IBM DB2 Uniersal Database V8.1 Enterprise Serer Edition with Microsoft Cluster Serer, dat beschikbaar is ia de IBM Software Library-website ( Als geolg an de wijzigingen in de functie Failoer Clustering an Windows Serer 2008 zijn mogelijk de olgende aanullende instellingen ereist: In Windows Serer 2008-failoerclusters wordt de Windows-clusterserice uitgeoerd onder een speciaal lokaal systeem-account, terwijl in Windows Serer 2003 de Windows-clusterserice onder een beheerdersaccount wordt uitgeoerd. Dit is an inloed op de werking an de DB2-resource (db2serer.dll), die wordt uitgeoerd binnen de context an de clusterserice-account. Als in gepartitioneerde databaseomgeingen de DB2_EXTSECURITYregisterariabele is ingesteld op YES op een Windows-failoercluster, moeten de groepen DB2ADMNS en DB2USERS domeingroepen zijn. Wanneer een subsysteem met meerdere partities wordt uitgeoerd op een Windows-failoercluster, moet het pad INSTPROF zijn ingesteld op een netwerkpad (bijoorbeeld \\NetName\DB2MSCS-DB2\DB2PROFS). Dit gebeurt automatisch wanneer u de opdracht db2mscs gebruikt oor het clusteren an het DB2-databasesysteem. Wanneer hetwindows Serer 2008-failoercluster is geormd, wordt er een computerobject dat het nieuwe cluster ertegenwoordigt in de Actie Directory gemaakt. Als de naam an het cluster bijoorbeeld MYCLUSTER is, wordt er een computerobject MYCLUSTER in de Actie Directory gemaakt. Als een gebruiker een subsysteem met meerdere partities clustert en de registerariabele DB2_EXTSECURITY is ingesteld op YES, moet dit computerobject aan de groep DB2ADMNS worden toegeoegd. Dit moet gebeuren zodat de resource-dll an DB2 toegang heeft tot het \\NetName\DB2MSCS-DB2\DB2PROFS-pad. Als de groep Beheerders an DB2 MYDOMAIN\DB2ADMNS is, moet het computerobject MYCLUSTER aan deze groep worden toegeoegd. Tot slot moet u nadat het computerobject is toegeoegd aan de DB2ADMNS-groep, de beide knooppunten in de cluster opnieuw starten. In Windows Serer 2008 Failoer Clustering wordt de cluster fileshare resource niet langer ondersteund. In plaats daaran wordt de clusterbestandsserer gebruikt. De bestandsshare (een gewone bestandsshare) wordt gebaseerd op de clusterbestandsserer. Microsoft ereist dat de clusterbestandsserers die in de cluster worden gemaakt DNS (Domain Name System) gebruiken oor de omzetting an namen. Wanneer u subsystemen met Hoofdstuk 11. Uitbreidingen oor installatie, migratie en fixpacks 149
164 meerdere partities gebruikt, is er een bestandssererresource ereist ter ondersteuning an de bestandsshare. De waarden an de parameters NETNAME_NAME, NETNAME_VALUE en NETNAME_DEPENDENCY die zijn opgegeen in het bestand db2mscs.cfg worden gebruikt oor het maken an de bestandsserer en de bestandsshareresources. De NetName is gebaseerd op een IP-adres en deze NetName moet op de DNS-serer staan. Wanneer een bestand db2mscs.cfg de olgende parameters beat, wordt er een bestandsshare\\mscsv\db2mscs-db2 gemaakt:... NETNAME_NAME = MSCSN NETNAME_VALUE = MSCSV... De naam MSCSV moet in DNS zijn geregistreerd. Als dat niet het geal is, kan de bestandsserer of de bestandsshare die oor de DB2-cluster is gemaakt niet worden uitgeoerd wanneer de DNS-omzetting mislukt. Verwante onderwerpen "Microsoft Failoer Clustering support ( Windows )" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference "Extended Windows security using DB2ADMNS and DB2USERS groups" in Database Security Guide FP3: Databases moeten worden bijgewerkt met de opdracht db2upd95 Vanaf Versie 9.5 Fixpack 3 moet u de de opdracht db2upd95 gebruiken wanneer u een nieuw fixpack toepast om er zeker an te zijn dat uw databases worden uitgeoerd alsof ze op dat fixpacknieau zijn gemaakt. Deze opdracht werkt de systeemcatalogus bij, maakt nieuwe door het systeem gedefinieerde databaseobjecten en wijzigt bestaande door het systeem gedefinieerde databaseobjecten in de juiste definitie. Verwante taken "Applying fix packs" in Quick Beginnings for DB2 Serers Verwante erwijzing "db2upd95 - Update database to Version 9.5 fix pack " in Command Reference Virtualisatieomgeingen worden ondersteund DB2 Versie 9.5 ondersteunt een subset an hyperisors die olledig onderdeel zijn an hetzij hardware of firmware. Een hyperisor, ook wel irtuele-machinemonitor genoemd, is een platform oor irtualisatie waarmee meerdere besturingssystemen tegelijkertijd op dezelfde hostcomputer kunnen worden uitgeoerd. Databasesubsystemen an DB2 Versie 9.1 en Versie 9.5 kunnen in irtuele sereromgeingen wordt geactieerd, mits aan de ereisten an het besturingssysteem wordt oldaan. Meer informatie oer de ondersteunde irtualisatieomgeingen indt u op DB2 and Virtualization - Supported Enironments. 150 Nieuwe functies in deze release
165 Hoofdstuk 12. Uitbreidingen oor federatiee systemen Ontwikkeling, configuratie en beeiliging an toepassingen zijn erbeterd in IBM WebSphere Federation Serer Versie 9.5. De olgende uitbreidingen oor federatiee systemen zijn beschikbaar in IBM WebSphere Federation Serer Versie 9.5. Toepassingsontwikkeling is uitgebreid oor federatiee databases Uitbreidingen oor het ontwikkelen an toepassingen in Versie 9.5 zijn onder andere ondersteuning an het XML-gegeenstype, opslagpunten oor toepassingen en WITH HOLD-cursors. Ondersteuning oor XML-gegeenstype Dankzij ondersteuning an het XML-gegeenstype op afstand hebt u op afstand toegang tot XML-gegeens in DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows ia een federatiee serer en kunt u deze gegeens bewerken. XML-ondersteuning beat onder andere de olgende sleutelfuncties: Een typeomzetting tussen het XML-type op de federatiee serer en een XML-type op afstand Het gebruik an de talen SQL/XML en XQuery oor flexibele XML-gegeensbewerking Opslagpunten oor toepassingen Federatiee opslagpunten oor toepassingen bieden u betere beheermogelijkheden oor transacties, erminderen ergrendelingsconflicten en erbeteren de integratie met toepassingslogica. U kunt een transactie logisch erdelen in opslagpunteenheden met één nieau of met geneste nieaus. Elk opslagpunt kan afzonderlijk worden rijgegeen of teruggezet in de oorspronkelijke stand, afhankelijk an de toepassingslogica. WebSphere Federation Serer ondersteunt nu toepassingsopslagpunten oor het inoegen, bijwerken en wissen an bewerkingen in gegeensbronnen an DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows. WITH HOLD-cursors Met WebSphere Federation Serer kunt u nu cursors die met het kenmerk WITH HOLD zijn gedeclareerd, open houden in meerdere werkeenheden an de DRDA-wrapper en de gegeensbron an DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows. Deze uitbreiding biedt een beter beheer an erwerkingsresultaten met cursors. Vroeger werden cursors gesloten als een werkeenheid was oltooid door het astleggen an de wijzigingen of het terugzetten in de oorspronkelijke stand. Cursors op de federatiee serer worden nu echter gesynchroniseerd met cursors in de gegeensbron en de federatiee cursor wordt op het juiste tijdstip gesloten. Copyright IBM Corp. 1993,
166 Beeiliging is uitgebreid oor federatiee databases Tot de nieuwe beeiligingsuitbreidingen oor federatiee databases behoren betrouwbare contexten, databaserollen en een nieuwe op C gebaseerde interface oor toewijzingsrepository's oor externe gebruikers. Betrouwbare contexten Een betrouwbare context is een databasebeeiligingsobject waarin de de betrouwbare relatie wordt gedefinieerd tussen de federatiee serer en een externe entiteit, bijoorbeeld een toepassingsserer of een gegeensbron. Als een expliciete erbindingsaanraag wordt gedaan en deze oereenkomt met de definitie an een betrouwbare context, maakt de federatiee serer enerzijds een betrouwbare erbinding an de toepassingsserer naar de federatiee serer en probeert anderzijds een betrouwbare erbinding an de federatiee serer naar de gegeensbronserer te maken. Betrouwbare contexten bieden op een federatief systeem de olgende oordelen: Oeral geldig gebruikers-id. Het ID an de gebruiker kan op het gehele federatiee systeem worden gebruikt. Aansprakelijkheid. Het auditlogboek houdt de transacties bij die een serer uitoert oor eigen doeleinden en de transacties die de afzonderlijke gebruikers uitoeren. Afzonderlijke gebruikers zijn daarom aansprakelijk oor specifieke transacties. Beheer an machtigingen. U kunt een standaardrol toewijzen aan alle gebruikers an een betrouwbare context. Verder kunt u aanullende specifieke rollen toekennen aan gebruikers, zodat ze alleen oer extra machtigingen beschikken als ze werken in die bepaalde context. Beeiliging. Het machtigings-id an het systeem krijgt alleen de machtigingen die het nodig heeft, niet de superset an alle machtigingen die de gebruikers nodig hebben. Als de beeiliging an het systeemmachtigings-id in het geding komt, zijn de gegeens minder kwetsbaar dan wanneer het machtigings-id oer alle machtigingen zou beschikken. Onderhoud an beheer. Het aantal gebruikers- en groepstoewijzingen is aanzienlijk kleiner. Performance. Nadat een betrouwbare erbinding is gemaakt, blijft deze an kracht zolang de erbinding blijft bestaan. Telkens als een andere gebruiker erbinding maakt, is het oor de serer niet nodig om de fysieke erbinding te sluiten en een nieuwe te maken. In plaats daaran erangt de serer het huidige gebruikers-id op de erbinding door een andere gebruikers-id. Of er een machtiging nodig is, is afhankelijk an de definitie an de betrouwbare context. Federatiee betrouwbare contexten worden ondersteund bij gebruik an de DRDA-wrapper en de olgende gegeensbronnen: DB2 Uniersal Database oor Linux, UNIX en Windows en DB2 Uniersal Database oor z/os. Op C gebaseerde interface oor een toewijzingsrepository oor externe gebruikers Als u als beheerder gebruikerstoewijzingen maakt, worden deze standaard ersleuteld en opgeslagen in een algemene catalogus op elke federatiee serer. Oer het algemeen zijn oor gebruikers een of meer toewijzingen ereist oor elke 152 Nieuwe functies in deze release
167 federatiee serer die wordt gebruikt. Telkens als een wachtwoord op afstand oor een gegeensbron wordt gewijzigd, moet u de gebruikerstoewijzingen aanpassen in een of meer algemene catalogi. Om de beeiliging an informatie oer gebruikerstoewijzing te erbeteren en het ereiste onderhoud te erminderen, slaat u de informatie oer gebruikerstoegang op in een externe repository, bijoorbeeld een LDAP-serer, die oer extra beeiligingsfuncties beschikt, zoals SSL en geaanceerde ersleuteling. Als u de federatiee serers hebt geconfigureerd oor het gebruik an een externe repository en het wachtwoord op afstand wordt gewijzigd, hoeft u de gebruikerstoewijzing slechts een keer bij te werken. De federatiee serer biedt ia plugin de interface naar de externe repository. Vroeger ondersteunde WebSphere Federation Serer alleen Jaa om de plugin te maken. Nu worden C en C++ ondersteund. Er zijn een interfacebibliotheek, een headerbestand een en oorbeeldplugin in C bijgeleerd. Configuratie is uitgebreid oor federatiee databases De configuratie-uitbreidingen oor federatiee databases in Versie 9.5 zijn onder andere automatische erzameling an statistieken oer roepnamen en een erbeterde methode oor het genereren an roepnaamkolommen en indexnamen. Automatisch ernieuwen an statistieken oer roepnamen Het automatisch erzamelen an statistieken is uitgebreid met het bijwerken an roepnaamstatistieken door de opgeslagen procedure NNSTAT uit te oeren om de statistieken automatisch te ernieuwen. De huidige statistieken starten het optimalisatieprogramma op de federatiee serer oor gedetailleerde mogelijkheden om de performance an queryplanning te erbeteren. Raadpleeg oor meer informatie Automatic refresh of nickname statistics op com.ibm.swg.im.iis.fed.query.doc/topics/iiyfqnnsatm.html. Verbeterd genereren an roepnaamkolommen en indexnamen De methode oor het genereren an roepnaamkolommen en indexnamen oor relationele roepnamen is uitgebreid, zodat de gegenereerde namen beter oereenkomen met de oorspronkelijke namen. Raadpleeg oor meer informatie Nickname column and index names op com.ibm.swg.im.iis.fed.query.doc/topics/iiyfqnnonam.html. Hoofdstuk 12. Uitbreidingen oor federatiee systemen 153
168 154 Nieuwe functies in deze release
169 Hoofdstuk 13. Uitbreidingen oor replicatie Uitbreidingen oor replicatie in Versie 9.5 zijn onder andere een nieuw CCD-doeltype en ondersteuning oor het gegeenstype DECFLOAT met drijende komma. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer de replicatie-uitbreidingen in Versie 9.5. Nieuw CCD-doeltype oorkomt samenoeging an UOW- en CD-tabellen U hebt nu de mogelijkheid om een CCD-doeltabel (consistent change data) te repliceren zonder deze samen te oegen met de CD-tabel (change data) en de IBMSNAP_UOW-tabel. Om het nieuwe tabeltype te gebruiken, geeft u de waarde 9 op in de kolom TARGET_STRUCTURE an de tabel IBMSNAP_SUBS_MEMBR. Weliswaar beat de CCD-tabel type 9 de kolom IBMSNAP_LOGMARKER, maar het toepassingsprogramma ereist geen samenoeging an de CD-tabel en de IBMSNAP_UOW-tabel on de broninformatie oer het astleggen an gegeens oor deze kolom op te halen. In plaats hieran genereert het toepassingprogramma dezelfde waarde in de IBMSNAP_LOGMARKER-kolom oor alle rijen in dezelfde cyclus. Het nieuwe CCD-tabeltype heeft dezelfde structuur als een CCD-tabel type 3. Het beat ier erplichte IBM-kolommen naast de gebruikerskolommen: IBMSNAP_COMMITSEQ IBMSNAP_INTENTSEQ IBMSNAP_OPERATION IBMSNAP_LOGMARKER U kunt het nieuwe doeltabeltype registreren als brontabel oor een replicatieconfiguratie in drie lagen. Gegeenstype DECFLOAT wordt ondersteund oor replicatie Het nieuwe gegeenstype DECFLOAT met drijende decimale komma ondersteunt bedrijfstoepassingen die exacte decimale waarden ereisen met een precisie an 16 of 24 cijfers. U kunt gegeens die u definieert met het gegeenstype DECFLOAT repliceren oor zowel DB2 Database oor Linux, UNIX, en Windows als DB2 oor z/os. U kunt de kolommen die u definieert met DECFLOAT gebruiken als deel an een replicatiesleutelkolom. SQL-replicatie ondersteunt het toewijzen an bronkolommen an DECFLOAT (34) aan doelkolommen an DECFLOAT (16) niet anwege het afkappen an de gegeens. Copyright IBM Corp. 1993,
170 156 Nieuwe functies in deze release
171 Hoofdstuk 14. Uitbreiding an taalondersteuning Dankzij uitbreidingen an de taalondersteuning zijn er meer opties oor het ordenen an gegeens, nieuwe Unicode-reekslateralen en op tekens gebaseerde erwerking oor nieuwe scalaire functies. Neem de olgende secties door oor informatie oer de uitbreidingen an taalondersteuning in Versie 9.5. Sortering op taalbasis biedt meer opties oor het ordenen an gegeens Als u een Unicode-database maakt, kunt u nu sortering op taalbasis opgeen. Met sortering op taalbasis kunt u een gegeenssorteermethode kiezen die gebruikelijk is in het taalgebied. Sortering op taalbasis is gebaseerd op de SYSTEM-sortering oor een niet-unicode-database. Elke sortering op taalbasis rangschikt Unicode-gegeens alsof deze an een codepagina naar een niet-unicode-codepagina waren geconerteerd en er erolgens de corresponderende SYSTEM-sortering op was toegepast. Als u een niet-unicode-database naar Unicode conerteert, zorgt sortering op taalbasis dat er geen erschil meer is in de olgorde an de gegeens. U kunt ook niet-unicode-system-ordening gebruiken oor de nieuwe scalaire functie COLLATION_KEY_BIT. U kunt bijoorbeeld opgeen welke orm an sortering moet worden gebruikt oor de resultaten an een SQL-query. Verwante onderwerpen "Language-aware collations for Unicode data" in Internationalization Guide Unicode-reeksliteraal maakt opgeen an Unicode-tekens mogelijk In Versie 9.5 wordt de nieuwe Unicode-reeksliteraal geïntroduceerd oor ondersteunde tekens die u niet direct met het toetsenbord kunt inoeren. Met deze literaal is het mogelijk om een codepunt op te geen dat niet eenoudig te typen is op het toetsenbord. U kunt bijoorbeeld geen Japanse Hiragana-karakters op een Engels toetsenbord typen, maar u kunt wel de oereenkomstige Unicode-tekencode opgeen. Deze literaal heeft dezelfde semantiek als een niet-unicode-reeksliteraal, maar u kunt niet alle direct, maar ook per Unicode-codepunt tekens opgeen. Copyright IBM Corp. 1993,
172 Verwante erwijzing "Constants" in SQL Reference, Volume 1 Verwerking op basis an tekens oor scalaire functies ondersteunt ariabele tekengrootte Versie 9.5 beschikt oer nieuwe scalaire functies waarmee u tekenreeksgegeens als geheel kunt erwerken. Het is niet nodig om de bytecodering an alle tekens te weten. Elk teken in Unicode bestaat uit 1 tot 4 bytes. Ter aanpassing aan de ariabele tekengrootte, zijn de olgende functies nieuwe tekengeoelige ersies bij het schema SYSIBM en een extra parameter oor het aangeen an de reekseenheid. Als u het standaard SQL-pad gebruikt en geen reekseenheid opgeeft, wordt de nieuwe ersie an deze functies aangeroepen. De werking is compatibel met de werking in oudere releases, maar met enkele erschillen. Als u de functie wilt aanroepen die in de oudere releases beschikbaar is, dient u de functienaam expliciet te kwalificeren met het SYSFUN-schema. INSERT LEFT RIGHT Ook de scalaire functie OVERLAY, die nieuw is in Versie 9.5, ondersteunt erwerking op basis an tekens. Verwante erwijzing "INSERT " in SQL Reference, Volume 1 "LEFT " in SQL Reference, Volume 1 "RIGHT " in SQL Reference, Volume 1 "STRIP " in SQL Reference, Volume 1 "TRIM " in SQL Reference, Volume 1 "OVERLAY " in SQL Reference, Volume 1 Big5-HKSCS Unicode-conersietabellen erbeteren ondersteuning an opslag an HKSCS-gegeens in Unicode-databases Versie 9.5 biedt nieuwe Unicode-conersietabellen waarmee Big5-HKSCS-clients erbinding kunnen maken met HKSCS-gegeens (Hong Kong Supplementary Character Set) in Unicode-databases en deze kunnen opslaan. De nieuwe conersietabellen ondersteunen HKSCS en Unicode 4.1-teken. Bij conersie an Big5-HKSCS naar Unicode wordt geen PUA-code (Priate Use Area) gegenereerd, omdat alle HKSCS-2004-tekens anaf Unicode 4.1 niet-pua-toewijzingen hebben. Tijdens de conersie an Unicode naar Big5-HKSCS worden PUA-codepunten die in eerdere Unicode-ersies oor HKSCS-tekens werden gebruikt, wel geconerteerd naar de juiste Big5-HKSCS-codepunten. 158 Nieuwe functies in deze release
173 Verwante onderwerpen "Windows clients connecting to code page 950 databases" in Internationalization Guide Verwante taken "Conerting a code page 950 database containing HKSCS data to a Unicode database" in Internationalization Guide Verwante erwijzing "Supported territory codes and code pages" in Internationalization Guide Ondersteuning an locales in de scalaire functies UPPER (UCASE) en LOWER (LCASE) De scalaire functies UPPER (UCASE) en LOWER (LCASE) kunnen nu tekst met behulp an een locale-geoelige conersie omzetten an hoofdletters naar kleine letters en omgekeerd. Standaard conerteren de functies UPPER en LOWER de tekens in een tekenreeks zonder rekening te houden met de locale. Voor sommige tekens is de koppeling tussen hoofdletters en kleine letters bij conersie afhankelijk an de gebruikte locale. In het Turks bestaan er bijoorbeeld ier erschillende ersies an het teken i. De i met een punt en de i zonder punt kunnen zowel hoofdletters als kleine letters zijn. De kleine letter i met punt en hoofdletter i met punt erschillen an de ersies zonder punt. Wanneer u de Turkse locale tr_tr opgeeft, conerteert de scalaire functie UPPER de Latijnse kleine letter i naar de Latijnse hoofdletter i met punt, zijnde het Unicode-teken U&'\0130'. Verder conerteert de scalaire functie LOWER oor de Turkse locale de Latijnse hoofdletter i naar de Latijnse kleine letter i zonder punt met de Unicode-tekencode U&'\0131'. Als u geen locale opgeeft, conerteert de scalaire functie UPPER de Latijnse kleine letter i naar de Latijnse hoofdletter i, zijnde het Unicode-teken U&'\0049', en conerteert de scalaire functie LOWER de Latijnse hoofdletter i naar de Latijnse kleine letter i met de Unicode-tekencode U&'\0069'. Verwante erwijzing "UPPER " in SQL Reference, Volume 1 "LOWER " in SQL Reference, Volume 1 "LOWER (Locale sensitie) " in SQL Reference, Volume 1 "UPPER (Locale sensitie) " in SQL Reference, Volume 1 "LCASE " in SQL Reference, Volume 1 "UCASE " in SQL Reference, Volume 1 "LCASE (Locale sensitie) " in SQL Reference, Volume 1 "UCASE (Locale sensitie) " in SQL Reference, Volume 1 FP1: Locale-afhankelijke sortering op UCA-basis biedt meer opties oor het ordenen an gegeens Als u een Versie 9.5 Fixpack 1 hebt toegepast en een Unicode-database maakt, kunt u sortering op culturele basis opgeen. Een locale-geoelige sortering biedt sortering an gegeens gebaseerd op een opgegeen locale, inclusief informatie zoals taal en gebied. Deze sortering kan ook worden aangepast om sortering te bieden die niet geoelig is oor het gebruik an hoofd- of kleine letters of accenten. Hoofdstuk 14. Uitbreiding an taalondersteuning 159
174 Locale-geoelige sortering in DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 zijn gebaseerd op ersie 5.0 an het Unicode Collation Algorithm, dat een specificatie biedt oor het ergelijken an twee Unicode-reeksen op een wijze die oldoet aan de ereisten an de Unicode-standaard. U kunt ook gebruikmaken an locale-geoelige sortering op UCA-basis met de scalaire functie COLLATION_KEY_BIT. Verwante onderwerpen "Locale-sensitie UCA-based collation" in Internationalization Guide Uitbreiding an ondersteuning oor GB18030-tekenset Vanaf Fixpack 5 en later wordt codetabel 1392 (GB18030) ondersteund als een client- en databasecodetabel. Voorafgaand aan deze release kon codetabel 1392 alleen worden gebruikt met de hulpprogramma's EXPORT, IMPORT en LOAD met een Unicode-database. Om een database met een GB18030-tekenset te maken, gebruikt u de olgende opdracht: CREATE DATABASE... USING CODESET GB18030 TERRITORY CN U kunt een erbinding maken met databases met GB18030-gegeens die gebruikmaken an codetabel 1392 of Unicode-codetabel 1208 als de codetabel an de toepassing. Windows-besturingssystemen hebben geen locale-instelling die GB18030 rapporteren als de tekenset. Om eroor te zorgen dat een DB2-client een Windows-werkstation behandelt als gebruikmakend an de tekenset GB18030 (codetabel 1392), oert u de olgende taken uit: Installeer het GB18030 Support Package, dat erkrijgbaar is bij Microsoft. Stel bij de opties oor regio en taal de optie Taal oor niet-unicode-programma's in op Chinees PRC. Stel de registerariabele DB2CODEPAGE in op Deze ondersteuning is ook beschikbaar anaf Versie 9.1 Fixpack 8. Bestandsnamen met tekens in de GB18030-tekenset maar niet in de GBK-tekenset worden niet in het Control Centre ondersteund. Om deze bestanden te openen of op te slaan, gebruikt u CLP-opdrachten of de Call Leel Interface. Verwante onderwerpen "Deriation of code page alues" in Internationalization Guide 160 Nieuwe functies in deze release
175 Hoofdstuk 15. Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing In dit gedeelte indt u een oerzicht an de uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing, waaronder het herstellen an de database, gegeensconsistentie, het eenoudig bekijken an fouten en logboeken en nieuwe functies oor het traceren an fouten en het bijhouden an logboeken. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer het opsporen en oplossen an problemen. Gegeenserzamelprogramma spoort onoorziene fouten op Het nieuwe hulpprogramma db2fodc (first occurrence data capture) erzamelt symptoomgegeens als er onoorziene fouten worden gedetecteerd in een DB2-subsysteem. U kunt deze gegeens gebruiken om problemen op te lossen die in de database optreden. U kunt databasebeheer het hulpprogramma db2fodc automatisch laten starten, maar u kunt dit ook handmatig doen. U moet opgeen bij welke symptomen databasebeheer het hulpprogramma moet starten. Symptomen die het hulpprogramma db2fodc starten, zijn onder andere onoorziene DB2-systeemfouten als geolg an signalen (op UNIX-systemen), uitzonderingen (op Windows-systemen) en beschadiging an gegeens die leidt tot storingen, crashes of paniek. U geeft het gegeenstype dat erzameld moet worden op door waarden in te stellen in de configuratieparameter db2pdcfg of de registerariabele DB2FODC en de bijbehorende parameters. Nadat het erzamelen an de gegeens is oltooid, moet u het hulpprogramma db2support uitoeren om de resulterende diagnostische bestanden oor te bereiden en het pakket oor te bereiden oor erzending naar IBM Support. Dit hulpprogramma erangt een aantal erzamelbewerkingen en biedt andere erzamelbewerkingen, die lijken op degene in probleemoplossingsprogramma's als db2support en hulpprogramma's die worden gebruikt door IBM Support. Verwante erwijzing "db2support - Problem analysis and enironment collection tool " in Command Reference "General registry ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "db2pdcfg - Configure DB2 database for problem determination behaior " in Command Reference "db2fodc - DB2 first occurrence data collection " in Command Reference SQL-beheerroutine toegeoegd oor het bijhouden an logboeken U kunt de nieuwe, systeemgedefinieerde routine PD_GET_DIAG_HIST gebruiken oor het retourneren an eents, berichten en diagnostische logboeken an erschillende functies, zoals de optimalisatiestatistieken en de logboeken oor beheerberichten. Copyright IBM Corp. 1993,
176 De routine ondersteunt ook oorfilteren olgens de klantimpactwaarde, het recordtype en de tijdsaanduiding an de record. De klantimpact heeft een waarde die ligt tussen informatief en essentieel. U kunt het bereik en de focus an diagnostische informatie beheren. Verwante erwijzing "PD_GET_DIAG_HIST - Return records from a gien facility" in Administratie Routines and Views Online consistentiecontrole an gegeens is erbeterd U kunt het nieuwe sleutelwoord INDEXDATA bij de opdracht INSPECT en de API db2inspect gebruiken om controle an indexen uit te oeren. De opdracht INSPECT en de API db2inspect controleren een database op architecturale integriteit door de consistentie an pagina's na te gaan. Dankzij de wijzigingen kunnen de opdracht INSPECT en de API db2inspect een consistentiecontrole an indexen uitoeren terwijl lees- en schrijftoegang tot alle databaseobjecten mogelijk blijft gedurende de uitoering an de opdracht. Als u alleen het sleutelwoord INDEXDATA opgeeft zonder aanullende sleutelwoorden oor de nieauclausule, erandert het standaarderwerkingsnieau an NORMAL naar NONE. Als u bijoorbeeld INDEXDATA opgeeft en u wilt een normaal erwerkingsnieau oor dataobjecten, moet u het sleutelwoord DATA NORMAL opgeen in aanulling op INDEXDATA omdat het standaarderwerkingsnieau DATA NONE is. Verwante erwijzing "db2inspect - Inspect database for architectural integrity" in Administratie API Reference "INSPECT " in Command Reference FP3: Transactie- en deadlockeentmonitors beatten aanullende clientgegeens DB2 V9.5 Fixpack 3 oegt meer clientgegeens toe aan de transactie- en deadlockeentmonitors. Deze gegeens kan worden erkregen ia door de gebruiker gemaakte uitoer an de eentmonitor oor transacties of de uitoer an de functie db2pd. De functie db2pd oegt ook de mogelijkheid toe om informatie te retourneren oer de reorganisatie an tabel- en gegeenspartities, alsmede informatie oer de status an de functie RUNSTATS op tabellen en bijbehorende indexen. Vóór de uitgae an Fixpack 3 waren alleen de elementen TranHdl en AppHandl beschikbaar wanneer clientransacties werden geolgd. Fixpack 3 oegt hier de olgende elementen aan toe: ClientUserID, ClientWrkstnName, ClientApplName en ClientAccntng. Deze nieuwe elementen bieden de mogelijkheid oor meer gedetailleerde transactiebewaking, meer gedetailleerde rapportage en, indien nodig, doorbelasting (chargeback). 162 Nieuwe functies in deze release
177 Verwante erwijzing "db2pd - Monitor and troubleshoot DB2 database " in Command Reference FP3: Nieuwe parameters oor db2fodc-opdracht leggen indexfouten en prestatieproblemen ast Nieuwe parameters oor de db2fodc-opdracht leggen indexfouten en prestatieproblemen ast. Met de opdracht db2fodc kunt u symptoomgegeens astleggen oer het DB2-subsysteem zodat u die kunt gebruiken om problemen op te lossen. In DB2 Versie 9.5 Fixpack 3 zijn twee nieuwe opties toegeoegd aan de opdrachtdb2fodc (first occurrence data capture) die u kunt gebruiken oor het erzamelen an symptoomgegeens die zijn gerelateerd aan indexfouten of ernstige performanceproblemen. De opdracht db2fodc erzamelt symptoomgegeens wanneer zich onoorziene fouten oordoen binnen een DB2-subsysteem. U kunt deze gegeens gebruiken om problemen op te lossen die in de database optreden. Vanaf fixpack 3 kunt u de parameter -indexerror gebruiken oor het astleggen an indexfouten en de parameter -perf oor het astleggen an prestatieproblemen. Nadat het erzamelen an de gegeens is oltooid, moet u de opdracht db2support uitoeren om de resulterende diagnostische bestanden oor te bereiden en het pakket oor te bereiden oor erzending naar IBM Support. Het is ook mogelijk om het programma oor databasebeheer in te stellen oor het automatisch uitoeren an db2fodc oor het astleggen an indexfouten door de parameter db2pdcfg of de registerariabele DB2FODC en de bijbehorende parameters te configureren. Verwante onderwerpen "Collecting diagnosis information based on common outage problems" in Troubleshooting Guide Verwante erwijzing "db2support - Problem analysis and enironment collection tool " in Command Reference "db2pdcfg - Configure DB2 database for problem determination behaior " in Command Reference "db2fodc - DB2 first occurrence data collection " in Command Reference FP3: De opdrachten db2pd en db2pdcfg kunnen door meerdere gebruikers worden uitgeoerd DB2 V9.5 Fixpack 3 hanteert soepeler machtigingsereisten oor het uitoeren an db2pd en db2pdcfg op de Linux- en UNIX-platforms. Vóór de uitgae an Fixpack 3 konden alleen subsysteemeigenaren met de machtiging sysadm de opdrachten db2pd en db2pdcfg uitoeren. Deze ereiste is nu ersoepeld zodat gebruikers met de machtigingen sysadm, sysmaint, sysctrl en sysmon nu deze opdrachten kunnen uitoeren. Sommige opties zijn beperkt wanneer de machtiging sysmon wordt gebruikt. Hoofdstuk 15. Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing 163
178 Verwante erwijzing "db2pd - Monitor and troubleshoot DB2 database " in Command Reference "db2pdcfg - Configure DB2 database for problem determination behaior " in Command Reference FP5: Verzamelen an historiegegeens an afgeschermde routines is eenoudiger Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 5 is het eenoudiger om de uitoeringshistorie an afgeschermde routines (inclusief de routines die probeerden te worden geladen) bij te houden ia de uitoer an de opdracht db2pd met de nieuwe parameter -fmpexechistory. U kunt de parameter -fmpexechistory gebruiken oor het weergeen an de uitoeringshistorie an afgeschermde routines (inclusief de routines die alleen zijn geprobeerd) oor het maken an een diagnose an bepaalde 'FMP process'-kwesties. Om u te helpen bij het interpreteren an de historie an afgeschermde routines die het resultaat is an de opdracht db2pd, kunt u de optie genquery gebruiken oor het genereren an een query die u kunt opslaan en hergebruiken om aan de hand an het unieke ID an een query terug te gaan naar routineschema, -module, -naam en specifieke naam. U kunt deze query uitoeren nadat het programma oor databasebeheer is beëindigd en gestart en zo lang er geen routine is erwijderd zal het queryresultaat de routineuitoeringshistorie weergeen zoals die is erzameld op het moment dat de opdracht db2pd is uitgeoerd. Verwante erwijzing "db2pd - Monitor and troubleshoot DB2 database " in Command Reference FP5: Uitbreiding an de opdracht db2support Vanaf Fixpack 5 beat de opdracht db2support nieuwe filteropties die u kunt gebruiken om eenoudiger specifieke diagnosegegeens te erzamelen en een archieringsoptie oor het opslaan an diagnosegegeens op een andere locatie. U kunt de olgende nieuwe opties gebruiken: De opties -history history period en -time time interal beperken de gegeens die worden erzameld door de functie db2support tot de periode of tijdsinteral die u hebt opgegeen. De optie -Archie archie path maakt een kopie an de inhoud an de directory die is opgegeen door de DIAGPATH-configuratieparameter in een door u opgegeen archiefpad. De naam an de gearchieerde directory wordt automatisch toegeoegd aan de hostnaam en huidige tijdsaanduiding. De optie -basic beperkt de door de functie db2support erzamelde gegeens tot de diagnosegegeens die gerelateerd zijn aan de optimizer. De optie -ol is uitgebreid ter ondersteuning an het erzamelen an gegeens oor meerdere optimalisatienieaus. De optie -extenddb2batch maakt het mogelijk db2batch-gegeens te erzamelen oor alle optimalisatienieaus wanneer deze wordt gebruikt met de opties -ol en -cl. De opties -nodb2look en -nocatalog oorkomen de erzameling an db2look-gegeens respectieelijk catalogusgegeens. 164 Nieuwe functies in deze release
179 Verwante erwijzing "db2support - Problem analysis and enironment collection tool " in Command Reference FP6: DB2-statusinformatie kan gemakkelijker worden erzameld en geopend Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 6 biedt het erzamelprogramma DB2 Health Adisor Serice informatie oer een DB2-subsysteem, de databases en het besturingssysteem. Door uitoering an de nieuwe opdracht db2has start u met het erzamelen an gegeens die worden erzonden naar de DB2 Health Adisor Serice an IBM oor analyse en het maken an een PDF-rapport met beindingen en aanbeelingen ten aanzien an de status an uw DB2-omgeing. Er wordt een gecomprimeerd uitoerbestand gemaakt door uitoering an de opdracht db2has. Hieronder olgt een oorbeeld an de opties die u kunt opgeen oor een gangbare uitoering an de opdracht db2has: db2has -icn FC name "Fake 1 Company, Inc." -address "123 Main St., Suite 123, Anywhere, CA 99999" -phone " " - "[email protected]" -desc "Insurance serices proider" -systype test -workload OLTP -send De gegeens worden erzameld oor alle databases die op het testsysteem zijn geactieerd. De prioriteit an de uitoering kan worden ingesteld op de laagste waarde om eroor te zorgen dat het gegeenserzamelprogramma zo min mogelijk an inloed is op de snelheid an het systeem, hoewel deze in de meeste geallen erwaarloosbaar is. Het gecomprimeerde uitoerbestand db2has_hostname_timestamp.zip, wordt in de standaardwerkdirectory ~/sqllib/db2hasdir geplaatst en wordt ia de Enhanced Customer Data Repository (ECuRep) naar de DB2 Health Adisor Serice erzonden. Er wordt een rapport met beindingen en aanbeelingen erzonden naar DBA John Smith met behulp an het adres uit het oorbeeld. Verwante taken "How to use the DB2 Health Adisor Serice" in Troubleshooting Guide Verwante erwijzing "db2has - DB2 Health Adisor Serice data collector " in Command Reference FP7: Verbeteringen aan de granulatie an de tool db2trc In Versie 9.5 Fixpack 7 en recentere fixpacks zijn twee nieuwe functies toegeoegd om de granulatie an de tool db2trc te erbeteren. Dit zijn de mogelijkheid om alleen de opgegeen partities te traceren en de mogelijkheid om op basis an een specifieke toepassings-id (of toepassings-handle) te traceren. Voor deze functionaliteit zijn de olgende traceermaskers toegeoegd aan de tool db2trc. -appid Gebruik deze parameter om specifieke toepassings-id's te traceren. De optie appid werkt met de opdrachten on en change. -appid werkt niet met de optie -perfcount -apphdl Gebruik deze applicatie om specifieke toepassings-handles te traceren. De optie apphdl werkt met de opdrachten on en change. -apphdl werkt niet met de optie -perfcount Hoofdstuk 15. Uitbreidingen oor probleembepaling en -oplossing 165
180 -dbp Geeft aan welke partities moeten worden getraceerd. De optie -dbp werkt met de opties on, change, format (beide opties flow en format), stop en off. Verwante erwijzing "db2trc - Trace " in Command Reference FP7: Archieflogboeken kunnen worden gecontroleerd op geldigheid In Versie 9.5 Fixpack 7 en recentere fixpacks kunt u met het hulpprogramma db2cklog oortaan de geldigheid an archieflogboeken controleren oordat deze bestanden worden gebruikt oor het terugzetten an wijzigingen. Controle an de archieflogboeken lak oor het terugzetten an wijzigingen oorkomt dat het terugzetten mislukt door problemen met een logbestand. U kunt het hulpprogramma ook preentief gebruiken, namelijk na elke keer dat een bestand wordt gesloten en gekopieerd naar de logboekdirectory. Het hulpprogramma db2cklog werkt door het lezen an één logbestand of an een reeks logebestanden en uitoering an interne geldigheidscontroles op deze bestanden. Logbestanden die zonder foutmeldingen of waarschuwingen door db2cklog geldig zijn beonden, kunnen worden gebruikt oor het terugzetten an wijzigingen. Als er tijdens de alidatie an het logbestand een fout optreedt waarbij een foutmelding of waarschuwing wordt weergegeen, moet u dat bestand niet gebruiken oor het terugzetten an wijzigingen. U kunt de aanbeolen reacties raadplegen oor het omgaan met archieflogboeken die niet geldig worden beonden of waaroor een waarschuwing wordt weergegeen. Misschien wordt u geraagd om het hulpprogramma db2cklog uit te oeren, als IBM Software Support ermoedt dat een ongeldig logbestand de oorzaak is an het probleem met uw dataserer. FP7: DB2 Health Adisor ondersteunt nieuwe erzendopties In Versie 9.5 Fixpack 7 en recentere fixpacks kunt u erzamelde gegeens oer een DB2-instance die met de opdracht db2has zijn erzameld, erzenden ia mail of SMTP. Deze twee nieuwe opties kunnen, in plaats an de standaardmethode ia de FTP-serer, worden gebruikt om de erzamelde gegeens te erzenden aan de DB2 Health Adisor Serice bij IBM oor analyse en het genereren an een rapport in PDF-indeling. In het rapport indt u de analyse en aanbeelingen om de toestand an de DB2-databaseomgeing te erbeteren. De eerste nieuwe erzendoptie is mailx. Dit wordt de standaardoptie als de standaard-ftp-serer geen erbinding maakt. Geeft u deze optie op, dan worden met de opdracht db2has de erzamelde gegeens ia naar [email protected] erzonden. De tweede optie betreft het erzenden an de erzamelde gegeens ia SMTP. Als SMTP op uw systeem is geconfigureerd, kunt u met deze optie de erzamelde gegeens ia SMTP naar [email protected] erzenden. 166 Nieuwe functies in deze release
181 Deel 2. Wijzigingen In dit gedeelte indt u een beschrijing an de gewijzigde functies, gedeprecieerde functies en beëindigde functies waarmee u rekening moet houden wanneer u code oor nieuwe toepassingen schrijft of bestaande toepassingen aanpast. Kennis an deze wijzigingen ergemakkelijkt de huidige toepassingsontwikkeling en plannen om naar Versie 9.5 te migreren. In het onderstaande gedeelte beatten onderwerpen die betrekking hebben op een specifieke fixpackhet ooroegsel "FPx" in de titel, waarbij x staat oor het fixpacknieau. Hoofdstuk 16, Gewijzigde functionaliteit, op pagina 169 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de wijzigingen in bestaande DB2-functionaliteit, inclusief wijzigingen met betrekking tot het opzetten an databases, databasebeheer, toepassingsontwikkeling en het gebruik an opdrachtregelinterface en systeemopdrachten. Hoofdstuk 17, Gedeprecieerde functionaliteit, op pagina 221 In dit hoofdstuk indt u een oerzicht an de gedeprecieerde functionaliteit, dat wil zeggen an functies die wel worden ondersteund, maar niet worden aanbeolen en in een toekomstige release mogelijk worden erwijderd. Hoofdstuk 18, Verwijderde functionaliteit, op pagina 233 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de functies en functionaliteit die niet langer worden ondersteund in Versie 9.5. Hoofdstuk 19, Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Versie 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Versie 9.5, op pagina 239 Dit hoofdstuk geeft een oerzicht an de functies en functionaliteit die zijn toegeoegd of gewijzigd als onderdeel an Versie 9.1 Fixpack 3 (en eerdere fixpacks) en ook betrekking hebben op Versie 9.5, maar die erder niet in deze publicatie worden beschreen. Copyright IBM Corp. 1993,
182 168 Nieuwe functies in deze release
183 Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit Beheerwijzigingen (oerzicht) Het behoud an compatibiliteit oor de toepassingen tussen releases heeft hoge prioriteit. Sommige functies moeten echter worden gewijzigd om nieuwe en gewijzigde functionaliteit in een nieuwe release te kunnen benutten. De standaard configuratiewaarden kunnen bijoorbeeld worden gewijzigd oor nieuw gemaakte databases of limieten kunnen worden erhoogd. De onderwerpen in de onderstaande categorieën beschrijen de gewijzigde functionaliteit in Versie 9.5 die mogelijk an inloed is op bestaande toepassingen. Standaardcodepagina oor nieuwe databases is Unicode Als u een nieuwe DB2-database maakt, is de standaardcodepagina Unicode. In orige ersies was de standaardcodepagina oor de database gebaseerd op de omgeing an de toepassing die werd gebruikt om de database te maken. Details Een Unicode-database kan werken met tekens uit alle talen. Als uw bedrijf groeit kan een database door het gebruik an Unicode de taal- en landsgrenzen oerschrijden. Veel moderne ontwikkelingsomgeingen, zoals Jaa en.net, gebruiken standaard Unicode. Daarom sluiten Unicode-databases beter aan bij deze ontwikkelingsomgeingen en allen de communicatiekosten tussen client en serer lager uit. Oplossing Als u een niet-unicode-database wilt maken, moet u expliciet de codeset en het gebied oor de database instellen. Verwante onderwerpen "Unicode implementation in DB2 Database for Linux, UNIX, and Windows" in Internationalization Guide Verwante taken "Choosing the code page, territory, and collation for your database" in Internationalization Guide "Creating databases" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd Versie 9.5 beat een aantal nieuwe en gewijzigde configuratieparameters an databasemanagers. Daarnaast zijn sommige parameters gedeprecieerd of erwijderd als geolg an wijzigingen in de DB2-functionaliteit, de introductie an nieuwe parameters of bij gebrek aan ondersteuning. De olgende nieuwe en gewijzigde configuratieparameters an databasemanager zijn an toepassing op DB2 Connect. Copyright IBM Corp. 1993,
184 Nieuwe configuratieparameters an databasemanager Als geolg an nieuwe functies en oorzieningen beat Versie 9.5 een aantal nieuwe configuratieparameters. Tabel 9. Oerzicht an nieuwe configuratieparamaters an databasemanager in Versie 9.5 Naam parameter Beschrijing Details cluster_mgr Naam clustermanager Biedt het programma oor databasebeheer de mogelijkheid om incrementele wijzingen in de clusterconfiguratie door te geen aan de opgegeen clustermanager. Gewijzigde configuratieparameters an databasemanager De onderstaande tabel geeft een oerzicht an de configuratieparameters waaroor de standaardwaarden zijn gewijzigd. Al deze parameters kunnen dynamisch worden bijgewerkt zonder dat de databaseinstance opnieuw hoeft te worden gestart. Tabel 10. Oerzicht an configuratieparameters met gewijzigde standaardwaarden Naam parameter Beschrijing Standaardwaarde Versie 9.1 Standaardwaarde Versie 9.5 comm_bandwidth Communicatiebandbreedte fenced_pool jaa_heap_sz max_connections mon_heap_sz Maximumaantal afgeschermde processen Maximale heapgrootte an Jaa-interpreter Maximumaantal clienterbindingen Heapgrootte an databasesysteemmonitor De standaardwaarde wordt berekend op basis an de snelheid an de gebruikte switch. De waarde an max_coordagents Alle besturingssystemen: De waarde an max_coordagents UNIX: 90 Windows-databaseserer met lokale en niet-lokale clients: 66 De standaardwaarde wordt berekend op basis an de snelheid an de onderliggende communicatieadapter. Een waarde an 100 kan worden erwacht oor systemen die gebruikmaken an Gigabit Ethernet. AUTOMATIC HP-UXbesturingssystemen: Alle oerige besturingssystemen: AUTOMATIC AUTOMATIC Windows-databaseserer met lokale clients: 46 num_poolagents Poolgrootte agent De waarde an maxagents/2 AUTOMATIC De onderdstaande configuratieparameters an databasemanager hebben een andere werking of een ander bereik in Versie 9.5. Tabel 11. Oerzicht an configuratieparameters an databasemanager met een andere werking of bereik Naam parameter Beschrijing Versie 9.5-wijziging federated_async Maximumaantal asynchrone TQ's per query Het maximale bereik is niet langer de waarde maxagents/4. Het is nu Nieuwe functies in deze release
185 Tabel 11. Oerzicht an configuratieparameters an databasemanager met een andere werking of bereik (erolg) Naam parameter Beschrijing Versie 9.5-wijziging instance_memory Subsysteemgeheugen Het maximale bereik is niet langer Op 32-bits platforms is het , en op 64-bits platforms is het Subsysteemgeheugen ertegenwoordigt nu de limiet op geheugengebruik oor de hele partitie in plaats an alleen de geheugengrootte ingesteld door het DBMS. intra_parallel max_coordagents num_initagents num_initfenced Parallelle intrapartitieerwerking inschakelen Maximumaantal coördinerende agents Oorspronkelijke aantal agents in een pool Oorspronkelijk aantal afgeschermde processen Deze parameter bestuurt nog wel de parallelle SMP-erwerking oor de SQL-toegangsplanning, maar bestuurt de parallelle erwerking oor het bouwen an indexen niet meer. In plaats hieran wordt de parallelle erwerking oor het maken an indexen dynamisch en op aanraag gedaan, maar alleen tijdens de CREATE INDEX-bewerking op basis an enige oorafgaande controles door de indexbeheerfunctie. De instelling AUTOMATIC wordt ondersteund en het maximumbereik is niet meer gelijk aan de waarde an maxagents minus de waarde an num_initagents. De waarde is Het maximale bereik is niet langer de waarde an num_poolagents. Het is nu Het maximale bereik is niet langer de som an max_connections + (maxagents - max_coordagents). De waarde is Gedeprecieerde en afgeschafte configuratieparameters an databasemanager Als geolg an wijzigingen in functionaliteit, het inoeren an nieuwe parameters of het opheffen an ondersteuning, zijn de olgende configuratieparameters an databasemanager gedeprecieerd of afgeschaft. Tabel 12. Oerzicht an gedeprecieerde configuratieparameters Naam parameter Beschrijing Details en oplossing agentpri Prioriteit an agents Door de mogelijkheden an de nieuwe werkbelastingbeheerfunctie is deze configuratieparameter minder belangrijk en wordt deze mogelijk erwijderd uit toekomstige releases. maxagents maxcagents query_heap_sz Maximale aantal agents Maximale aantal gelijktijdig actiee agents Grootte an queryheap Stel grenswaarden in oor het totale aantal erbindingen dat met het subsysteem mag bestaan, in plaats an de parameter maxagents te gebruiken om het maximumaantal databasebeheeragents te bepalen. Op ergelijkbare wijze gebruikt u Connection Concentrator en de mogelijkheden an DB2-werkbelastingbeheer om werkbelastingen en resources op het systeem te beheren in plaats an de parameter maxcagents om het maximale aantal gelijktijdige databasebeheeragents te bepalen. Deze configuratieparameter is gedeprecieerd omdat deze werd gebruikt oor ondersteuning an DB2 Uniersal Database oor Linux, Windows en UNIX Versie 7-clients (of eerder) ia het protocol DB2RA. Dit protocol wordt echter niet meer ondersteund. De olgende configuratieparameters worden niet meer ondersteund: Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 171
186 Tabel 13. Oerzicht an afgeschafte configuratieparameters an databasemanager Naam parameter Beschrijing Details en oplossing pri_mem_thresh Grenswaarde an niet-gemeenschappelijk geheugen Deze parameter is niet ereist, omdat de databasebeheerfunctie nu een multithreadarchitectuur gebruikt. Verwante onderwerpen Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd op pagina 193 Verwante erwijzing "RESET DATABASE CONFIGURATION " in Command Reference "Configuration parameters summary" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "DB2 serer behaior changes" in Migration Guide Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gewijzigd Er is in Versie 9.5 een aantal wijzigingen aangebracht in register- en omgeingsariabelen. Nieuwe standaardwaarden Tabel 14. Registerariabelen met nieuwe standaardwaarden Registerariabele Standaardinstelling Versie 9.1 Standaardinstelling Versie 9.5 DB2INSTPROF NULL ProgramData\IBM\DB2\ op het besturingssysteem Windows Vista en Documenten en instellingen\alle gebruikers\ Toepassingsgegeens\IBM\ DB2\ op Windows 2003 of XP. 172 Nieuwe functies in deze release
187 Nieuwe waarden Tabel 15. Registerariabelen met nieuwe waarden Registerariabele DB2AUTH Nieuwe waarden Deze ariabele heeft een nieuwe waarde: OSAUTHDB. Door deze registerariabele in te stellen op de waarde OSAUTHDB kunt u LDAP gebruiken om DB2-databasesystemen te configureren oor erificatie an gebruikers en het erkrijgen an de gebruikersgroepen ia het besturingssysteem. Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 4 is de ondersteuning an LDAP-erificatie uitgebreid oor het AIXbesturingssysteem. Vanaf Fixpack 5 is transparante LDAP-ondersteuning ook uitgebreid naar de Linux-, HP-UX- en Solaris-besturingssystemen. DB2_EVMON_STMT_FILTER Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 heeft deze ariabele nieuwe opties die gebruikers de mogelijkheid geen om te bepalen welke regels moeten worden toegepast op welke eentmonitors. Elke optie ertegenwoordigt een integerwaarde die is toegewezen aan een specifieke SQL-bewerking. DB2_FCM_SETTINGS Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 6 heeft deze ariabele een nieuwe instelling, FCM_CFG_BASE_AS_FLOOR, die gebruikers de mogelijkheid geeft om een bodemwaarde in te stellen oor de configuratieparameters fcm_num_buffers en fcm_num_channels zodat de auto-configuratie geen instelling onder deze waarde kiest. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 173
188 Tabel 15. Registerariabelen met nieuwe waarden (erolg) Registerariabele Nieuwe waarden DB2_MDC_ROLLOUT Deze ariabele heeft de nieuwe waarde DEFER en de nieuwe beschrijing IMMEDIATE (hetzelfde als de huidige instellingen ON, YES, 1 en TRUE). U kunt nu bepalen of bij uitlees-wisacties op multidimensionale clustertabellen onmiddellijk de index opgeschoond moeten worden (het standaardgedrag) of dat het opschonen an de index uitgesteld moet worden. Zie MDCuitleeserwijderingen gaan sneller met de optie oor uitgestelde indexopschoning op pagina 76 oor meer informatie. DB2_WORKLOAD Deze ariabele heeft nieuwe waarden: 1C, CM, COGNOS_CS, FILENET_CM, INFOR_ERP_LN, MAXIMO, MDM, TPM, WAS, WC en WP. Met deze instellingen kunt u een set registerariabelen in uw database configureren oor toepassingen die geleerd zijn door 1C, IBM Content Manager, Cognos Content Serer, Filenet Content Manager, Infor ERP Baan, Maximo, Master Data Management, IBM Tioli Proisioning Manager, Websphere Application Serer, IBM Websphere Commerce en Websphere Portal. De waarden CM en WC zijn beschikbaar anaf respectieelijk DB2 Versie 9.5 Fixpack 3 en Fixpack 4. De waardencognos_cs, FILENET_CM, MAXIMO, MDM, WAS en WP zijn beschikbaar anaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 5. De waarde INFOR_ERP_LN is beschikbaar anaf DB2 Versie 9.5 Fixpack Nieuwe functies in deze release
189 Gewijzigde werking Tabel 16. Registerariabelen met nieuw gedrag Registerariabele Gewijzigd gedrag DB2_RESOURCE_POLICY DB2_LARGE_PAGE_MEM DB2_PINNED_BP DB2PRIORITIES DB2CLIINIPATH DB2MEMMAXFREE Deze registerariabelen worden niet ondersteund oor installaties buiten de hoofddirectory. Updates zijn niet toegestaan. Zie Niet-rootgebruikers kunnen DB2-producten installeren en configureren (Linux en UNIX) op pagina 145 oor meer informatie. Als u de migratieactie kiest bij installatie an DB2 Versie 9.5 op Windows-systemen, is DB2CLIINIPATH ingesteld op de locatie an het bestaande configuratiebestand db2cli.ini oor de DB2-kopie die u wilt migreren. Als u uw subsystemen echter migreert na het installeren an een DB2-kopie en u de locatie an oor de migratie wilt blijen gebruiken oor het configuratiebestand, stelt u de ariabele in op deze locatie. Als u deze registerariabele instelt op het besturingssysteem Linux of UNIX, wordt de migratie an subsystemen ingesteld op null. Het is niet meer nodig deze ariabele in te stellen, omdat de databasebeheerfunctie nu het thread-enginemodel gebruikt, dus het niet-gemeenschappelijk geheugen wordt nu gemeenschappelijk gebruikt door alle databasebeheerthreads. Opmerking: Wijzig deze ariabele niet. Als u dit doet, wordt de performance waarschijnlijk slechter en kunnen er onoorziene dingen gebeuren. DB2_EXTENDED_IO_FEATURES Zie Vereenoudigde multithreadarchitectuur erlaagt de totale bedrijfskosten (TCO) op pagina 42 oor meer informatie. U kunt deze registerariabelenoptie niet meer gebruiken om de I/O-prioriteit oor online backups in te stellen. De interface die werd gebruikt om de I/O-prioriteit in te stellen, is op een proces gebaseerd. Versie 9.5 gebruikt een op threads gebaseerd model en er is momenteel geen equialente interface oor het instellen an een op threads gebaseerde I/O-prioriteit. Zie Vereenoudigde multithreadarchitectuur erlaagt de totale bedrijfskosten (TCO) op pagina 42 oor meer informatie. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 175
190 Tabel 16. Registerariabelen met nieuw gedrag (erolg) Registerariabele Gewijzigd gedrag DB2_USE_DB2JCCT2_JROUTINE De standaardinstelling an deze registerariabele houdt in dat IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ nu het standaardstuurprogramma oor opgeslagen Jaa-procedures en door de gebruiker gedefinieerde functies is. In oorgaande releases was DB2 JDBC Type 2 het standaard JDBC-stuurprogramma. Zie Standaard JDBC-stuurprogramma is gewijzigd oor Jaa-routines op pagina 205 oor meer informatie. DB2_WORKLOAD Vanaf Versie 9.5 Fixpack 6 toen deze aggregatieregisterariabele werd ingesteld op SAP, wordt de registerariabele DB2_EXTENDED_OPTIMIZATION ingesteld op IXOR om de prestaties te erbeteren oor query's die worden gegenereerd door SAP-applicaties. Nieuwe ariabelen De olgende registerariabelen zijn nieuw in Versie 9.5: Tabel 17. Toegeoegde registerariabelen Registerariabele DB2_ATS_ENABLE DB2_CAPTURE_LOCKTIMEOUT DB2_EVMON_EVENT_LIST_SIZE Beschrijing Deze registerariabele is beschikbaar in DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 of later. De ariabele schakelt de interne taakplanning in. Deze registerariabele geeft aan dat beschrijende informatie oer ergrendelingstimeouts in een logboek astgelegd moet worden op het moment dat deze zich oordoen. Er wordt een tekstrapport geschreen en opgeslagen in een bestand oor elke ergrendelingstimeout. Zie Diagnose ergrendelingstimeout is uitgebreid op pagina 55 oor meer informatie. Deze registerariabele geeft het maximumaantal bytes op dat in een wachtrij geplaatst kan worden om naar een bepaalde eentmonitor geschreen te worden. Als dit maximum is bereikt, wachten agents die proberen records an eentmonitors te erzenden tot de wachtrij kleiner is geworden. Zie Verbeteringen in werkbelastingbeheer bieden betere besturing op pagina 61 oor meer informatie. 176 Nieuwe functies in deze release
191 Tabel 17. Toegeoegde registerariabelen (erolg) Registerariabele DB2FODC DB2_HADR_PEER_WAIT_LIMIT DB2_HADR_SORCVBUF DB2_HADR_SOSNDBUF Beschrijing Deze registerariabele bestuurt een set parameters oor probleemoplossing die gebruikt worden in First Occurrence Data Collection (FODC). Hieroor is de functionaliteit uitgebreid die beschikbaar was in de registerariabele DB2FFDC. De bedoeling is dat u en IBM-sericeanalisten kunnen beheren wat er door het DB2-product wordt erzameld tijdens FODC-scenario's. U gebruikt DB2FODC om erschillende aspecten an het erzamelen an gegeens te beheren bij storingen. Zie Gegeenserzamelprogramma spoort onoorziene fouten op op pagina 161 oor meer informatie. Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 geldt dat wanneer deze registerariabele is ingesteld, de primaire HADR-database (high aailability disaster recoery) de peerwerkstand erbreekt als het astleggen an een logboek op de primaire database oor het opgegeen aantal seconden is geblokkeerd anwege logboekreplicatie naar de standby. Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 kan deze registerariabele worden gebruikt oor het opgeen an de grootte an de ontangstbuffer an de TCP-socket an het besturingssysteem oor HADR-erbindingen. Zie FP2: Buffergrootte an TCP-socket kan worden geoptimaliseerd oor HADR-erbindingen op pagina 81 oor meer informatie. Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 kan deze registerariabele worden gebruikt oor het opgeen an de grootte an de erzendbuffer an de TCP- socket an het besturingssysteem oor de HADR-erbinding. Zie FP2: Buffergrootte an TCP-socket kan worden geoptimaliseerd oor HADR-erbindingen op pagina 81 oor meer informatie. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 177
192 Tabel 17. Toegeoegde registerariabelen (erolg) Registerariabele DB2_KEEP_AS_AND_DMS_CONTAINERS_OPEN Beschrijing Deze registerariabele biedt elke DMS-tabelruimtecontainer de mogelijkheid om een bestands-handle geopend te hebben totdat de database is gedeactieerd en kan daardoor de queryprestaties erbeteren. Alleen te gebruiken in zuiere DMS-omgeingen. Deze ariabele is beschikbaar met DB2 Versie 9.5 Fixpack 1. DB2LDAPSecurityConfig Deze registerariabele geeft de locatie op an het configuratiebestand an de IBM LDAP-beeiligingsplugin. DB2_LOGGER_NON_BUFFERED_IO Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 1 maakt deze registerariabele directe I/O op het logbestandssysteem mogelijk. DB2_MEMORY_PROTECT Met deze registerariabele kunt u een beschermingsfunctie an het geheugen actieren die geheugensleutels gebruikt om beschadiging an gegeens in de bufferpool te oorkomen die ontstaan door ongeldige geheugentoegang. De geheugenbescherming geeft het aantal keren aan dat de DB2-enginethreads toegang moeten hebben tot het bufferpoolgeheugen. Als u DB2_MEMORY_PROTECT hebt ingesteld op YES en een DB2-enginethread ongeautoriseerd toegang probeert te krijgen tot het bufferpoolgeheugen, wordt de enginethread onderschept. Zie Databasebestendigheid bij onoorziene fouten is erbeterd op pagina 139 oor meer informatie. 178 Nieuwe functies in deze release
193 Tabel 17. Toegeoegde registerariabelen (erolg) Registerariabele DB2_OPTSTATS_LOG DB2_SET_MAX_CONTAINER_SIZE DB2_SYSTEM_MONITOR_SETTINGS DB2_THREAD_SUSPENSION Beschrijing DB2_OPTSTATS_LOG geeft de kenmerken op an de statistische-eentlogboeken die worden gebruikt om actiiteiten oor het erzamelen an statistieken te bewaken en analyseren. Als u DB2_OPTSTATS_LOG instelt op ON of niet instelt, worden de statistische-eentlogboeken geactieerd, waardoor u de systeemperformance kunt bewaken en een historie bij kunt houden om problemen beter te kunnen bepalen. Zie Het erzamelen an statistieken in real-time zorgt dat de laatste statistieken worden gebruikt oor optimalisatie op pagina 41 oor meer informatie. Deze registerariabele stelt de maximale containergrootte oor een database in. Als u deze registerariabele gebruikt en de opgegeen grenswaarde an de container is bereikt door een automatische opslagbeheerde tabelruimte, wordt een nieuwe container in de database gemaakt op basis an het bestaande opslagpad. Zie Tabelruimten gebruiken de ruimte effectieer op pagina 54 oor meer informatie. Deze registerariabele bestuurt een set parameters waarmee u erschillende gedragsaspecten an de bewaking an een DB2databasesysteem kunt wijzigen. De parameter OLD_CPU_USAGE bepaalt bijoorbeeld hoe een subsysteem CPU-tijden ophaalt an Linux-besturingssystemen. Met deze registerariabele schakelt u de DB2-functie oor threadonderbreking in of uit. Met de ariabele kunt u bepalen of oor een DB2-subsysteem een trapfunctie actief is die onjuiste enginethreads te onderschept (threads die hebben geprobeerd toegang tot het bufferpoolgeheugen te krijgen zonder hiertoe gemachtigd te zijn). Zie Databasebestendigheid bij onoorziene fouten is erbeterd op pagina 139 oor meer informatie. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 179
194 Tabel 17. Toegeoegde registerariabelen (erolg) Registerariabele DB2_UPDDBCFG_SINGLE_DBPARTITION DB2_USE_FAST_PREALLOCATION Beschrijing Met deze registerariabele kunt u opgeen of database-updates en -resets alleen oor een bepaalde partitie gelden. Als u de ariabele niet instelt, worden updates en wijzigingen an de database toegepast op alle databasepartities. Zie Databaseconfiguratie oor meerdere partities is erbeterd op pagina 43 oor meer informatie. Deze ariabele maakt gebruik an de Veritas-functie oor snelle toewijzing of AIX JFS2 mogelijk oor het resereren an tabelruimten en het ersnellen an het maken of wijzigen an grote tabelruimten en databaseherstelbewerkingen. Deze ariabele is beschikbaar met DB2 Versie 9.5 Fixpack 6. Verwante onderwerpen Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gedeprecieerd op pagina 221 Sommige register- en omgeingsariabelen zijn erwijderd op pagina 235 Database-audits ereisen nu de machtiging SECADM De beeiligingsbeheerder (met de machtiging SECADM) is nu de enige die het beheer an audits op databasenieau in handen heeft. De beeiligingsbeheerder kan nu betrouwbare contexten, rollen en auditbeleid beheren (maken, wijzigen, erwijderen en commentaar schrijen). Details De beeiligingsbeheerder heeft niet alleen uitgebreide mogelijkheden, maar is ook de enige gebruiker die de audits an een database kan beheren. De systeembeheerder (met SYSADM-machtiging) heeft deze mogelijkheid niet meer, maar kan wel een audit op subsysteemnieau beheren. De beeiligingsbeheerder kan de audit an een database configureren en heeft oldoende SQL-toegang om de olgende taken uit te oeren: Oerzichten maken an auditlogboeken die beschikbaar zijn oor extractie De opdracht ARCHIVE geen Een auditlogboek extraheren in een afgebakend bestand Oplossing Controleer of de juiste machtigingen zijn toegewezen. De systeembeheerder heeft nog oldoende machtiging om auditlogboeken te beheren met de opdracht db2audit nadat ze zijn opgeslagen, maar hij kan niet bepalen oor welke gebeurtenissen een audit wordt uitgeoerd. De beeiligingsbeheerder heeft niet oldoende machtiging om de opdracht db2audit uit te oeren, de machtiging SYSADM is ereist. 180 Nieuwe functies in deze release
195 Verwante onderwerpen "Storage and analysis of audit logs" in Database Security Guide Verwante erwijzing "db2audit - Audit facility administrator tool " in Command Reference Gegeenscompressiewoordenboek wordt automatisch gemaakt In Versie 9.5 wordt in sommige geallen automatisch een gegeenscompressiewoordenboek gemaakt. Details In Versie 9.1 moet u het compressiewoordenboek handmatig maken door een klassieke (offline) tabelreorganisatie uit te oeren. U moet eerst het tabelkenmerk COMPRESS instellen op YES. Als u daarentegen in Versie 9.5 het kenmerk COMPRESS instelt op YES, kan oor de tabel automatisch een compressiewoordenboek worden gemaakt als zich genoeg gegeens in de tabel beinden. Als geolg hieran resulteert de instructie INSERT, de opdracht LOAD met de optie INSERT of REPLACE, de opdracht IMPORT met de optie INSERT of de opdracht REDISTRIBUTE in het automatisch maken an het gegeenscompressiewoordenboek als het databasesysteem aststelt dat er genoeg gegeens in de tabel staan om het maken an een woordenboek te erantwoorden. U hoeft geen expliciete klassieke (offline) tabelreorganisatie uit te oeren om het compressiewoordenboek te maken. Als in Versie 9.1 het kenmerk COMPRESS an de tabel op YES is ingesteld, er nog geen compressiewoordenboek bestaat en er ten minste een record met een geldige lengte in de tabel aanwezig is, zal een aanraag an tabelreorganisatie met de optie KEEPDICTIONARY leiden tot het bouwen an een compressiewoordenboek oor de tabel. Als hetzelfde scenario wordt gebruikt in Versie 9.5, wordt er geen compressiewoordenboek gebouwd tenzij de grootte an de tabel de drempelwaarde an ongeeer 2 MB oerschrijdt en de tabel oldoende gebruikersgegeens (ten minste 700 KB) beat als de drempelwaarde eenmaal is bereikt. In Versie 9.1 worden alle gegeensrijen an een geldige recordgrootte gebruikt om het compressiewoordenboek te maken. Als op het moment dat het compressiewoordenboek wordt gemaakt, de records in de tabel kleiner zijn dan de minimale recordlengte, wordt de foutmelding SQL2220W geretourneerd. Als er minimaal één record met een geldige lengte in de tabel aanwezig is, wordt het compressiewoordenboek gemaakt. In Versie 9.5 zijn er echter geen criteria oor de recordlengte die bepalen welke rijen worden gebruikt bij het maken an het compressiewoordenboek. Het foutbericht SQL2220W wordt niet gegenereerd als de lengte an alle gecontroleerde gegeensrecords oor het compressiewoordenboek kleiner is dan de gewenste minimale recordlengte. Oplossing Als u een tabel hebt gemaakt of gewijzigd met het kenmerk COMPRESS ingesteld op YES, hoeft u niets meer te doen om een gegeenscompressiewoordenboek te maken. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 181
196 Verwante onderwerpen "Compression dictionary creation" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Doeltabellen oor eentmonitors an tabelschrijfacties zijn gewijzigd De gegeentypen of -lengte in de doeltabellen oor eentmonitors an tabelschrijfacties zijn tussen Versie 9.1 en Versie 9.5 gewijzigd oor een subset an monitorelementen. Dankzij deze wijzigingen kunt u meer monitorgegeens in de doeltabellen astleggen. Details De olgende monitorelementen hebben gewijzigde gegeenstypen of een gewijzigde lengte: Tabel 18. Monitorelementen met gewijzigde gegeenstypen of lengte: Elementnaam Beschrijing Gegeenstype en lengte in Versie 9.1 appl_id Toepassings-ID CHAR (64) VARCHAR (64) appl_id_holding_lk CHAR (64) VARCHAR (64) Toepassings-ID met ergrendeling Gegeenstype en lengte in Versie 9.5 auth_id Machtigings-ID VARCHAR (30) VARCHAR (128) corr_token DRDA-correlatietoken CHAR (64) VARCHAR (64) creator Toepassingscreator VARCHAR (30) VARCHAR (128) execution_id Aanmeldings-ID VARCHAR (30) VARCHAR (128) gebruiker package_name Pakketnaam CHAR (8) VARCHAR (128) rolled_back_appl_id Toepassing met ongedaan gemaakte wijzigingen CHAR (64) VARCHAR (64) table_schema Naam tabelschema VARCHAR (30) VARCHAR (128) Oplossing Toepassingen die query's uitoeren naar monitorelementen in de tabel oor eentmonitors an tabelschrijfacties, hebben foutmeldingen tot geolg, tenzij u de olgende stappen uitoert: 1. Voer een query uit in de iew SYSCAT.EVENTTABLES om alle doeltabellen oor eentmonitors an tabelschrijfacties ast te stellen en deze doeltabellen te hernoemen. Als u de gegeens in de doeltabellen niet meer nodig hebt, kunt u de tabellen erwijderen in plaats an hernoemen. 2. Verwijder de eentmonitors en definieer ze erolgens opnieuw. 3. Wijzig toepassingen die toegang hebben tot de doeltabellen zodat deze het gegeenstype VARCHAR accepteren in plaats an het aste gegeenstype CHAR. Als alternatief kunt u de hostariabelen zo wijzigen dat deze een nieuwe lengte acepteren. Voor meer informatie oer structuurtypen die oor deze gegeenstypen zijn ereist, raadpleegt u Ondersteunde SQL-gegeenstypen an in C en C++ ingebedde SQL-toepassingen in Deeloping Embedded SQL Applications. 182 Nieuwe functies in deze release
197 Er zijn enige systeemcatalogusiews en geïntegreerde routines toegeoegd en gewijzigd Ter ondersteuning an nieuwe functies in Versie 9.5 zijn er systeemcatalogusiews, geïntegreerde routines, beheerroutines en iews toegeoegd en gewijzigd. Wijzigingen in systeemcatalogusiew De olgende systeemcatalogusiews zijn gewijzigd in Versie 9.5. De meeste wijzigingen an catalogusiews bestaan uit nieuwe kolommen, gewijzigde gegeenstypen an een kolom en een grotere kolomlengte. SYSCAT.ATTRIBUTES SYSCAT.CHECKS SYSCAT.COLAUTH SYSCAT.COLUMNS SYSCAT.DATATYPES SYSCAT.DBAUTH SYSCAT.DBPARTITIONGROUPS SYSCAT.EVENTMONITORS SYSCAT.EVENTS SYSCAT.EVENTTABLES SYSCAT.FUNCMAPPINGS SYSCAT.INDEXAUTH SYSCAT.INDEXEXPLOITRULES SYSCAT.INDEXEXTENSIONS SYSCAT.INDEXEXTENSIONPARMS SYSCAT.INDEXEXTENSIONMETHODS SYSCAT.INDEXES SYSCAT.NICKNAMES SYSCAT.PACKAGEAUTH SYSCAT.PACKAGEDEP SYSCAT.PASSTHRUAUTH SYSCAT.REFERENCES SYSCAT.ROUTINEAUTH SYSCAT.ROUTINEDEP SYSCAT.ROUTINESFEDERATED SYSCAT.ROUTINEPARMS SYSCAT.ROUTINES SYSCAT.SCHEMAAUTH SYSCAT.SCHEMATA SYSCAT.SECURITYPOLICIES SYSCAT.SEQUENCES SYSCAT.SEQUENCEAUTH SYSCAT.SURROGATEAUTHIDS SYSCAT.TABAUTH SYSCAT.TABCONST SYSCAT.TABDEP Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 183
198 SYSCAT.TABLES SYSCAT.TABLESPACES SYSCAT.TBSPACEAUTH SYSCAT.TRIGDEP SYSCAT.TRIGGERS SYSCAT.TYPEMAPPINGS SYSCAT.USEROPTIONS SYSCAT.VIEWS SYSCAT.XSROBJECTAUTH SYSCAT.XSROBJECTS De olgende systeemcatalogusiews zijn toegeoegd in Versie 9.5: SYSCAT.AUDITPOLICIES SYSCAT.AUDITUSE SYSCAT.CONTEXTATTRIBUTES SYSCAT.CONTEXTS SYSCAT.HISTOGRAMTEMPLATEBINS SYSCAT.HISTOGRAMTEMPLATES SYSCAT.ROLEAUTH SYSCAT.ROLES SYSCAT.SERVICECLASSES SYSCAT.THRESHOLDS SYSCAT.VARIABLEAUTH SYSCAT.VARIABLEDEP SYSCAT.VARIABLES SYSCAT.WORKLOADAUTH SYSCAT.WORKLOADCONNATTR SYSCAT.WORKACTIONS SYSCAT.WORKACTIONSETS SYSCAT.WORKCLASSES SYSCAT.WORKCLASSSETS SYSCAT.WORKLOADS Wijzigingen in ingebouwde systeemfuncties De olgende ingebouwde systeemfunctions zijn toegeoegd of gewijzigd in Versie 9.5: 184 Nieuwe functies in deze release
199 Tabel 19. Nieuwe en gewijzigde ingebouwde systeemfunctions Functienaam BITAND, BITOR, BITANDNOT, BITNOT en BITXOR COLLATION_KEY_BIT COMPARE_DECFLOAT DECFLOAT DECODE GREATEST LEAST MAX MIN NORMALIZE_DECFLOAT NVL QUANTIZE RID_BIT en RID TOTALORDER INSERT LEFT RIGHT Oerzicht an wijzigingen Als u door de gebruiker gedefinieerde functies hebt met dezelfde naam als deze geïntegreerde functies en u deze functies in uw query's niet olledig kwalificeert, worden de nieuwe geïntegreerde functies aangeroepen. Zorg dat u de door de gebruiker gedefinieerde functies olledig kwalificeert met behulp an de schemanaam om te oorkomen dat deze ingebouwde functies worden gebruikt. Ter aanpassing aan de ariabele tekengrootte in Unicode, zijn er nieuwe tekengeoelige ersies an deze functies bij het schema SYSIBM en een extra parameter oor het aangeen an de reekseenheid. Als u het standaard SQL-pad gebruikt en geen reekseenheid opgeeft, wordt de nieuwe ersie an deze functies aangeroepen. De werking is compatibel met de werking in oudere releases, maar met enkele erschillen. Als u de functie wilt aanroepen die in de oudere releases beschikbaar is, dient u de functienaam expliciet te kwalificeren met het SYSFUN-schema. Wijzigingen in systeembeheerroutines en iews De olgende systeembeheeriews en -routines zijn gewijzigd in Versie 9.5: ADMIN_CMD-procedure Systeembeheeriew ADMINTABINFO Systeembeheeriew AUTHORIZATIONIDS Systeembeheeriew ENV_PROD_INFO Systeembeheeriew PRIVILEGES Systeembeheeriew SNAPAPPL Systeembeheeriew SNAPAPPL_INFO Systeembeheeriew SNAPBP Systeembeheeriew SNAPDB Systeembeheeriew SNAPDBM Systeembeheeriew SNAPDYN_SQL Systeembeheeriew SNAPTAB_REORG en tabelfunctie SNAP_GET_TAB_REORG De olgende systeembeheeriews en -routines zijn toegeoegd in Versie 9.5: Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 185
200 Tabelfunctie ADMIN_GET_DBP_MEM_USAGE Systeembeheeriew ADMINTABCOMPRESSINFO en tabelfunctie ADMIN_GET_TAB_COMPRESS_INFO Procedure en tabelfunctie AUDIT_ARCHIVE Procedure AUDIT_DELIM_EXTRACT Tabelfunctie AUDIT_LIST_LOGS Tabelfunctie AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID Tabelfunctie AUTH_LIST_ROLES_FOR_AUTHID Procedure AUTOMAINT_GET_POLICY Procedure AUTOMAINT_GET_POLICYFILE Procedure AUTOMAINT_SET_POLICY Procedure AUTOMAINT_SET_POLICYFILE Systeembeheeriew ENV_FEATURE_INFO Systeembeheeriew ENV_SYS_RESOURCES Scalaire functie EXPLAIN_FORMAT_STATS Tabelfunctie MON_GET_FCM (anaf Versie 9.5 Fixpack 6) Tabelfunctie MON_GET_FCM_CONNECTION_LIST (anaf Versie 9.5 Fixpack 6) Tabelfunctie PD_GET_DIAG_HIST Tabelfunctie SNAP_GET_APPL_V95 Tabelfunctie SNAP_GET_APPL_INFO_V95 Tabelfunctie SNAP_GET_BP_V95 Tabelfunctie SNAP_GET_DB_V95 Tabelfunctie SNAP_GET_DBM_V95 Tabelfunctie SNAP_GET_DYN_SQL_V95 Procedure WLM_CANCEL_ACTIVITY Procedure WLM_CAPTURE_ACTIVITY_IN_PROGRESS Procedure WLM_COLLECT_STATS Tabelfunctie WLM_GET_ACTIVITY_DETAILS Tabelfunctie WLM_GET_QUEUE_STATS Tabelfunctie WLM_GET_SERVICE_CLASS_AGENTS Tabelfunctie WLM_GET_SERVICE_CLASS_WORKLOAD_OCCURRENCES Tabelfunctie WLM_GET_SERVICE_SUBCLASS_STATS Tabelfunctie WLM_GET_SERVICE_SUPERCLASS_STATS Tabelfunctie WLM_GET_WORKLOAD_OCCURRENCE_ACTIVITIES Tabelfunctie WLM_GET_WORKLOAD_STATS De olgende tabelfuncties zijn gedeprecieerd in Versie 9.5: Tabelfunctie ADMIN_GET_TAB_INFO Tabelfunctie SNAP_GET_APPL Tabelfunctie SNAP_GET_APPL_INFO Tabelfunctie SNAP_GET_BP Tabelfunctie SNAP_GET_DB_V91 Tabelfunctie SNAP_GET_DBM Tabelfunctie SNAP_GET_DYN_SQL_V Nieuwe functies in deze release
201 Bekijk de lijst met de Gedeprecieerde SQL-beheerroutines en de erangende routines of iews in Administratie Routines and Views om zicht te krijgen op de aanullende wijzigingen die mogelijk an inloed zijn op uw toepassingen en scripts. Memory Visualizer toont maximaal geheugengebruik Memory Visualizer toont u het maximale gebruik an toepassingsgeheugen door een database ia de configuratieparameter appl_memory en het maximale geheugengebruik door een subsysteem ia de bijgewerkte configuratieparameter instance_memory. De Memory Visualizer toont ook de waarden oor de olgende configuratieparameters, die nu ook de instelling AUTOMATIC accepteren: mon_heap_sz stmtheap stat_heap_sz applheapsz Waarden oor de olgende gedeprecieerde configuratieparameters worden niet weergegeen oor Versie 9.5-databases maar worden nog wel ondersteund oor databases an oudere DB2-ersies: appgroup_mem_sz groupheap_ratio app_ctl_heap_sz query_heap_sz Verwante onderwerpen "Memory Visualizer oeriew" in System Monitor Guide and Reference Verwante erwijzing "instance_memory - Instance memory " in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "appl_memory - Application Memory configuration parameter" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Lees- en schrijftoegang oor backupimages is gewijzigd Alleen de eigenaar an het subsysteem heeft nu lees- en schrijftoegang oor backupimages. Details Vanaf Versie 9.5 worden backupimages gemaakt met de bestandsmodus 600 op Linux- en UNIX-besturingssystemen, waardoor alleen de eigenaar an het subsysteem lees- en schrijftoegang heeft. Op Windows-besturingssystemen waarop uitgebreide beeiliging is ingeschakeld, hebben alleen leden an de groep DB2ADMNS (en Beheerders) toegang tot de backupimages. In orige ersies werden backupimages op Linux- en UNIX-besturingsystemen gegenereerd met de bestandsmodus 640, waardoor andere leden an de primaire groep an de eigenaar an het subsysteem ook leestoegang hadden. Omdat de leden an deze groep mogelijk niet gemachtigd zijn oor het lezen an backupimages, worden ze nu standaard uitgesloten. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 187
202 De bestandsmodus oor load-copyimages is niet gewijzigd in Versie 9.5 omdat de HADR-functie ereist dat load-copyimages door een ander subsysteem kunnen worden gelezen. Oplossing Als u andere gebruikers toegang wilt geen tot backupimages, kunt u de bestandstoegang wijzingen nadat u de backups hebt gemaakt. Migratieknop in DB2 Startenster is erplaatst (Windows) De knop Migreren in het DB2 Startenster is erplaatst. Details Vóór Versie 9.5 op Windows-systemen beond de knop Migreren zich in het DB2 Startenster. Vanaf Versie 9.5 beindt de knop Migreren zich in de DB2-installatiewizard in het enster DB2-kopie selecteren om mee te werken. Oplossing Voor toegang tot de bewerking Migreren: 1. Open het DB2 Startenster. 2. Ga naar het tabblad Een product installeren en klik op de optie Werken met bestaande. 3. Selecteer in het enster De DB2-kopie selecteren waarmee u wilt werken de DB2-kopie die u wilt migreren. 4. Klik op DB2 Installatiewizard starten. Grootte tabelindex is toegenomen Elke index bij elke niet-lege tabel beat nu één pagina meer. Details De nieuwe functie oor realtime statistische gegeens en het sneller uitlezen an multidimensionale clustertabellen ereisen extra indexruimte. Als u een index hebt bij een niet-lege tabel die is gemaakt in een eerdere ersie, kan de indexgrootte toenemen wanneer een an de olgende acties de eerste keer wordt uitgeoerd. De indexgegeens worden erzameld door de RUNSTATS-oorziening. De index wordt geopend of bijgewerkt bij uitlezen an multidimensionale clustertabellen met uitgestelde indexopschoning. De index wordt opnieuw gebouwd of gemaakt. Er wordt een REORG INDEX-opdracht met een CLEANUP-optie op de index uitgeoerd. Door uitgebreid indexonderhoud (zoals updates, wisacties en inoegingen) eranderen de statistische gegeens an de index. In dat geal kan de bewerking mogelijk niet worden uitgeoerd met foutbericht SQL0289N (Kan geen nieuwe pagina's toewijzen in tabelruimte naam_tabelruimte). Oplossing Vergroot de indextabel 188 Nieuwe functies in deze release
203 Verwante taken "Adding or extending DMS containers" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante erwijzing "ALTER TABLESPACE " in SQL Reference, Volume 2 "CREATE TABLESPACE " in SQL Reference, Volume 2 Tabelafkapping maakt dynamische-instructiecache ongeldig Als tabelafkapping optreedt en de functie oor het erzamelen an realtime statistische gegeens is ingeschakeld, worden alle gegeens die zijn gebaseerd op de afgekapte tabel in de dynamische-instructiecache ongeldig. Details Wanneer u de opdracht IMPORT gebruikt in combinatie met de optie REPLACE, worden alle bestaande gegeens uit de tabel erwijderd door afkapping an het gegeensobject en worden de geïmporteerde gegeens ingeoegd. In orige ersies leidde tabelafkapping niet tot het ongeldig maken an de instructiecache. Dit is eranderd toen het erzamelen an realtime statistische gegeens werd ingeschakeld. Dynamische instructies die ongeldig worden, moeten opnieuw worden gecompileerd wanneer ze worden uitgeoerd. Dit biedt de mogelijkheid om een optimale toegangsmethode te kiezen met de meest recente statistische gegeens. Het kan echter wel leiden tot erminderde prestaties. Oplossing Houd rekening met de mogelijkheid an erminderde prestaties. Gemeenschappelijk gebruik is erbeterd oor de optie ALLOW NO ACCESS an instructies REFRESH TABLE en SET INTEGRITY Wanneer u de instructie REFRESH TABLE of de instructie SET INTEGRITY gebruikt met de optie ALLOW NO ACCESS, krijgen instructies en hulpprogramma's die gebruikmaken an het ergrendelingsnieau Niet-astgelegde READ-opdracht nu gelijktijdige leestoegang tot de tabel. Details Door het erkrijgen an een X-ergrendeling in plaats an een Z-ergrendeling op de doeltabel, hebben transacties die tegelijkertijd worden uitgeoerd onder het ergrendelingsnieau Niet-astgelegde READ-opdracht nu leestoegang tot de doeltabel die wordt erwerkt door de REFRESH TABLE-instructie of de SET INTEGRITY-instructie. Boendien kan de doeltabel ook worden gelezen door hulpprogramma's die gelijktijdig worden uitgeoerd en die alleen het ergrendelingsnieau Niet-astgelegde READ-opdracht ereisen. Omzetting U hoeft geen wijzigingen in de code aan te brengen. Het gemeenschappelijk gebruik door toepassingen an de doeltabel die wordt erwerkt wordt erbeterd. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 189
204 Automatische erzameling an statistieken negeert tabellen met handmatig bijgewerkte statistieken Vanaf Versie 9.5 worden bij de automatische erzameling an statistische gegeens tabellen waaran de statistieken handmatig zijn bijgewerkt met een UPDATE-instructie oor een SYSSTAT-iew, niet langer meegenomen. Details Wanneer u de statistieken oor tabellen handmatig wijzigt, worden bij databasebeheer de statistieken oor die tabellen buiten beschouwing gelaten en worden deze statistieken ook niet meer onderhouden. Het databasebeheer beschouwt het onderhouden an deze statistieken als uw eigen erantwoordelijkheid. Dit geldt ook oor de real-time erzameling an statistische gegeens. Dit heeft geen geolgen oor tabellen die zijn gemaakt óór Versie 9.5 waaran de statistieken handmatig zijn bijgewerkt óór de migratie; deze statistieken worden automatisch onderhouden door de functie oor databasebeheer totdat u ze handmatig bijwerkt. Om de functie oor databasebeheer in staat te stellen toch statistieken bij te houden oor een tabel waaran de gegeens handmatig zijn bijgewerkt, erzamelt u statistieken met de opdracht RUNSTATS of geeft u het erzamelen an statistieken op wanneer u de opdracht LOAD gebruikt. Verwante onderwerpen "Automatic statistics collection" in Tuning Database Performance Verwante erwijzing "RUNSTATS " in Command Reference Backupbewerking neemt standaard databaselogboeken op in backupimages In Versie 9.5 neemt het databasebeheer standaard databaselogboeken op in backupimages tenzij u de parameter EXCLUDE LOGS opgeeft bij de opdracht BACKUP DATABASE, of de optie DB2BACKUP_EXCLUDE_LOGS bij de API db2backup. In Versie 9.1 nam het databasebeheer geen databaselogboeken op in backupimages tenzij u dit expliciet had opgegeen. Details U kunt nu een backup maken an uw gegeens met de opdracht BACKUP DATABASE, de API db2backup of de procedure ADMIN_CMD met de parameter BACKUP DATABASE. Wanneer u een backup maakt an een database met één partitie, of een SSV-backup (Single System View) an een database met meerdere partities, worden standaard logboeken opgenomen. De optie EXCLUDE LOGS is nu echter het standaardgedrag oor een niet-ssv-backup an een database met meerdere partities. Tabel 20. Backupscenario's waarin logboeken een rol spelen Backup-scenario Online backup an een database met één partitie Logboeken worden standaard opgenomen Ja Logboeken worden standaard uitgesloten Nee 190 Nieuwe functies in deze release
205 Tabel 20. Backupscenario's waarin logboeken een rol spelen (erolg) Backup-scenario Offline backup an een database met één partitie Online backup an een database met meerdere partities - geen SSV-backup Offline backup an een database met meerdere partities - geen SSV-backup Online SSV-backup an een database met meerdere partities Offline SSV-backup an een database met meerdere partities Online momentopnamebackup Offline momentopnamebackup Logboeken worden standaard opgenomen Nee Nee Nee Ja Nee Ja Ja Logboeken worden standaard uitgesloten Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Omzetting De optie EXCLUDE LOGS is het standaardgedrag oor een niet-ssv-backup an een gepartitioneerde database. Het opnemen an databaselogboeken in het backupimage wordt niet ondersteund bij een offline backup, behale oor momentopnamebackups. Als u scripts of toepassingen hebt die online backupbewerkingen uitoeren en u wilt geen databaselogboeken opnemen in backupimages, kunt u de scripts of toepassingen wijzigen en de parameter EXCLUDE_LOGS of de optie DB2BACKUP_EXCLUDE_LOGS opgeen. FP5: De drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES is gewijzigd Om de helpen oorkomen dat er wachtrijconflicten ontstaan is de werking an de drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES in Fixpack 5 aangepast. Details Het definiëren an de drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES kan leiden tot onoplosbare wachtrijconflicten. Deze treden op wanneer er een limiet oor gemeenschappelijk gebruik is bereikt en alle toepassingen die actiiteiten hebben erzonden en de tickets in bezit hebben, erolgens een of meer extra actiiteiten proberen te erzenden. Deze aanullende actiiteiten worden in de wachtrij opgenomen, omdat er niet meer tickets beschikbaar zijn, waardoor de toepassingen niet meer kunnen worden oortgezet. Dit gebeurt bijoorbeeld als de drempelwaarde oor gemeenschappelijk gebruik slechts toestaat dat er één actiiteit tegelijk wordt uitgeoerd, en één toepassing een cursor opent en erolgens probeert een andere actiiteit an een willekeurig type te erzenden. De door de toepassing geopende cursor erkrijgt het enige ticket. De tweede Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 191
206 actiiteit wordt in de wachtrij opgenomen omdat er geen tickets meer beschikbaar zijn, waardoor er een deadlock oor de toepassing ontstaat. In Fixpack 5 is de kans dat er een conflictscenario ontstaat, erkleind doordat er wijzingen zijn aangebracht in de werking an de drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES, die nu minder actiiteiten dan oorheen bestuurt. CALL-instructies worden niet meer door de drempelwaarde bestuurd, maar alle geneste onderliggende actiiteiten die zijn gestart binnen de aangeroepen routine, blijen onder de besturing an de drempelwaarde allen. Zowel anonieme blokken als autonome routines zijn geclassificeerd als CALL-instructies. UDF's (User Defined Functions) blijen onder de besturing an de drempelwaarde allen, maar onderliggende actiiteiten die binnen UDF's zijn genest, worden er niet meer door bestuurd. Als er anuit een UDF een autonome routine wordt aangeroepen, allen noch die autonome routine noch de eentuele onderliggende actiiteiten an die autonome routine onder de besturing an de drempelwaarde. Triggeracties waarbij CALL-instructies en onderliggende actiiteiten an deze CALL-instructies worden aangeroepen, allen niet meer onder de besturing an de drempelwaarde. De INSERT-, UPDATE- en DELETE-instructies die een triggeractiering kunnen eroorzaken blijen onder de besturing an de drempelwaarde allen. De werking an de drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES oor alle andere soorten actiiteiten blijft ongewijzigd. Oplossing Zorg eroor dat oordat u CONCURRENTDBCOORDACTIVITIESdrempelwaarden gebruikt, u ertrouwd bent met de effecten die zij op het databasesysteem hebben. Raadpleeg oor meer informatie het onderwerp "De drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES". Verwante erwijzing "CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES threshold" in Workload Manager Guide and Reference FP5: maxoccurs-kenmerkwaarden groter dan 5000 in XML-schema worden anders ontleed Als u anaf Versie 9.5 Fixpack 5 een waarde opgeeft groter dan 5000 oor het maxoccurs-kenmerk oor een element in een XML-schemadefinitie, behandelt de XML-parser de waarde alsof u "unbounded" (onbegrensd) hebt opgegeen. Details Een waarde an onbegrensd oor het kenmerk maxoccurs geeft aan dat het element een onbeperkt aantal keren kan bestaan. Hierdoor kan een XML-document anaf Fixpack 5 de controle doorstaan wanneer u de XMLVALIDATE-functie gebruikt, zelfs wanneer het aantal keren dat een element oorkomt groter is dan het maximum olgens het XML-schema dat u hebt gebruikt oor het controleren an het document. 192 Nieuwe functies in deze release
207 Gebruikersactie Als u een XML-schema gebruikt dat een element definieert met een maxoccurs-kenmerkwaarde die groter is dan 5000 en u wilt XML-documenten met een maxoccurs-kenmerkwaarde groter dan 5000 afwijzen, kunt u een trigger of procedure definiëren die op deze oorwaarde controleert. Gebruik een XPath-expressie in deze trigger of procedure om het aantal keren dat een element oorkomt te tellen en een foutmelding te retourneren als het aantal elementen groter is dan de maxoccurs-kenmerkwaarde. Zo zorgt de onderstaande trigger eroor dat een document nooit meer dan 6500 telefoonelementen beat: CREATE TRIGGER CUST_INSERT AFTER INSERT ON CUSTOMER REFERENCING NEW AS NEWROW FOR EACH ROW MODE DB2SQL BEGIN ATOMIC SELECT CASE WHEN X <= 6500 THEN OK - Do Nothing ELSE RAISE_ERROR( 75000, TooManyPhones ) END FROM ( SELECT XMLCAST(XMLQUERY( $INFO/customerinfo/count(phone) ) AS INTEGER) AS X FROM CUSTOMER WHERE CUSTOMER.CID = NEWROW.CID ); END Verwante erwijzing "XMLVALIDATE " in SQL Reference, Volume 1 "Restrictions on purexml" in purexml Guide Oerzicht an wijzigingen in het opzetten an databases Verwante erwijzing "Installation requirements for DB2 database products" in Quick Beginnings for DB2 Serers Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd Versie 9.5 beat een aantal nieuwe en gewijzigde databaseconfiguratieparameters. Daarnaast zijn sommige parameters gedeprecieerd of erwijderd als geolg an wijzigingen in de DB2-functionaliteit, de introductie an nieuwe parameters of gebrek aan ondersteuning. Nieuwe databaseconfiguratieparameters Als geolg an nieuwe functies en oorzieningen beat Versie 9.5 een aantal nieuwe databaseconfiguratieparameters. Tabel 21. Nieuwe databaseconfiguratieparameters in Versie 9.5 Naam parameter Beschrijing Details appl_memory Toepassingsgeheugen Hiermee kunt u bepalen hoeeel geheugen er maximaal aan sericeopdrachten kan worden toegewezen door alle DB2-databaseagents. De waarde is standaard ingesteld op AUTOMATIC, wat betekent dat alle toepassingsgeheugenopdrachten worden toegestaan als de totale hoeeelheid geheugen die door de databasepartitie is toegewezen, binnen de grenzen an instance_memory alt. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 193
208 Tabel 21. Nieuwe databaseconfiguratieparameters in Versie 9.5 (erolg) Naam parameter Beschrijing Details auto_del_rec_obj Automatische erwijdering an herstelobjecten Hiermee wordt bepaald of databaselogbestanden, backupimages en loadcopy-images worden erwijderd wanneer het bijbehorende item in het historiebestand met herstelgegeens is opgeschoond. auto_stmt_stats blocknonlogged decflt_rounding enable_xmlchar hadr_peer_window wlm_collect_int Blokkeren niet in logboek opgeslagen actiiteit Decimale waarden met drijende komma afronden Conersie naar XML mogelijk maken Automatische instructiestatistieken HADRpeerensterconfiguratie Interal oor beheer werkbelasting Schakelt het erzamelen an statistieken in real-time in of uit. Het is een onderliggende parameter an de configuratieparameter auto_runstats en wordt alleen geactieerd als de boenliggende parameter ook wordt geactieerd. Hiermee oorkomt u het maken an tabellen die niet in een logboek opgeslagen actiiteiten toestaan. Deze databaseconfiguratieparameter is beschikbaar in DB2 Versie 9.5 Fixpack 4 en later. Hiermee kunt u de afrondingsmodus oor decimale waarden met een drijende komma (DECFLOAT) opgeen. De afrondingsmodus is an inloed op drijende komma-bewerkingen in de serer en bij het gebruik an de opdracht LOAD. Hiermee bepaalt u of XMLPARSE-bewerkingen kunnen worden uitgeoerd op niet-bit DATA CHAR- (of CHAR-type) expressies in een SQL-instructie. Wanneer u gebruikmaakt an purexml-functies in een niet-unicode-database, kan de XMLPARSE-functie eroor zorgen dat er tekens worden erangen wanneer een SQL-tekenreeks wordt geconerteerd an de clientcodepagina naar de databasecodepagina en erolgens naar Unicode oor interne opslag. Deze parameter is ook geldig oor Unicode-databases, ook al bestaat er bij deze databases geen geaar oor erangingstekens. Helpt bij het behouden an de gegeensconsistentie door eroor te zorgen dat een HADR-databasepaar bestaande uit een primaire en secundaire database blijft functioneren alsof het in de peerwerkstand staat ook al heeft primaire database de erbinding met de secundaire database erloren. Hiermee geeft u het interal op waarmee statistische gegeens oer de werkbelasting moeten worden erzameld en moet worden geprobeerd deze gegeens opnieuw in te stellen. Het opgegeen interal wordt alleen gebruikt oor de cataloguspartitie. U kunt de erzamelde statistische gegeens gebruiken om de werking an het systeem op de korte en de lange termijn te bewaken. Gewijzigde databaseconfiguratieparameters De onderstaande tabel geeft een oerzicht an de databaseconfiguratieparameters waaroor de standaardwaarden zijn gewijzigd. Al deze parameters kunnen dynamisch worden bijgewerkt zonder dat de databaseinstance opnieuw hoeft te worden gestart. 194 Nieuwe functies in deze release
209 Tabel 22. Databaseconfiguratieparameters met gewijzigde standaardwaarden Naam parameter Beschrijing Standaardwaarde Versie 9.1 Standaardwaarde Versie 9.5 applheapsz Heapgrootte toepassing 32-bits en 64-bits databaseserers met lokale en niet-lokale clients: 256 AUTOMATIC 32-bits gepartitioneerde databaseserer met lokale en niet-lokale clients: bits gepartitioneerde databaseserer met lokale en niet-lokale clients: 128 catalogcache_sz Cachegrootte catalogus De standaardwaarde die wordt gebruikt oor het berekenen an de paginatoewijzing is ier keer de waarde die is opgegeen oor de configuratieparameter maxappls. De standaardwaarde die wordt gebruikt oor het berekenen an de paginatoewijzing is ijf keer de waarde die is opgegeen oor de configuratieparameter maxappls. database_memory Grootte gemeenschappelijk databasegeheugen Op AIXenWindowsbesturingssystemen: AUTOMATIC Op Linux-, HP-UX, Solaris-besturingssystemen: COMPUTED Op het Linux-besturingssysteem wordt de waarde an deze parameter standaard ingesteld op AUTOMATIC op RHEL5 en op SUSE 10 SP1 en nieuwere releases. Op alle andere Linux-releases wordt deze parameter standaard ingesteld op COMPUTED als de kernel de waarde AUTOMATICniet ondersteunt. dbheap Databaseheap UNIX: 1200 Voor alle andere besturingssystemen: AUTOMATIC AUTOMATIC Windows-databaseserer met lokale en niet-lokale clients: 600 Windows 64-bits databaseserer met lokale clients: 600 stat_heap_sz stmtheap Heapgrootte statistische gegeens Heapgrootte instructie Windows 32-bits databaseserer met lokale clients: AUTOMATIC 32-bit platforms: bit platforms: 4096 AUTOMATIC De onderstaande databaseconfiguratieparameters hebben een andere werking of een ander bereik in Versie 9.5. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 195
210 Tabel 23. Databaseconfiguratieparameters met een andere werking of bereik Naam parameter Beschrijing Versie 9.5-wijziging applheapsz Heapgrootte toepassing In orige releases gaf deze parameter de grootte an het geheugen oor elke databaseagent aan. Nu geeft deze parameter de totale hoeeelheid geheugen oor een toepassing aan. database_memory maxfilop sortheap Grootte gemeenschappelijk databasegeheugen Maximumaantal bestanden dat tegelijkertijd oor een database geopend kan zijn Grootte an sorteerheap Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 2 is de STMM (Self Tuning Memory Manager) beter in staat om het gemeenschappelijke geheugengebruik an de database aan te passen in een Solaris-omgeing. Als de parameter database_memory is ingesteld op AUTOMATIC op een Solaris-besturingssysteem gebruikt de databasemanager pagineerbaar geheugen oor het gemeenschappelijke databasegeheugen. Hierdoor gebruikt het DB2-databasesysteem standaard minder geheugen en kunt u enige prestatieermindering bemerken. Deze parameter geeft nu het maximumaantal bestandshandles aan dat tegelijkertijd oor een database geopend kan zijn In orige releases gaf deze parameter het maximumaantal bestandshandles aan dat oor elke databaseagent geopend kon zijn. De OLAP-functies gebruiken nu sorteerheapgeheugen in plaats an toepassingsheapgeheugen om een hogere grenswaarde oor geheugenresources te krijgen. Gedeprecieerde en afgeschafte configuratieparameters Als geolg an wijzigingen in functionaliteit, het inoeren an nieuwe parameters of het opheffen an ondersteuning, zijn de olgende configuratieparameters gedeprecieerd of afgeschaft. Tabel 24. Oerzicht an gedeprecieerde databaseconfiguratieparameters Naam parameter Beschrijing Details en oplossing app_ctl_heap_sz Heapgrootte toepassingsbesturing appgroup_mem_sz groupheap_ratio Maximale grootte an geheugenset oor toepassingengroep Geheugenpercentage oor toepassingengroepheap In het nieuwe geheugenmodel wordt één gemeenschappelijk geheugen oor toepassingen gemaakt oor een database (op iedere partitie) en gemeenschappelijk gebruikt door alle toepassingen die er erbinding mee hebben. In Versie 9.5 worden deze drie configuratieparameters oor het aststellen an het aantal toepassingen dat in een toepassingengroep past, niet meer gebruikt, maar zijn deze erangen door de configuratieparameter appl_memory waarmee een maximum wordt ingesteld oor het totale geheugengebruik door toepassingen. 196 Nieuwe functies in deze release
211 Tabel 24. Oerzicht an gedeprecieerde databaseconfiguratieparameters (erolg) Naam parameter Beschrijing Details en oplossing logretain userexit numsegs Logboekhandhaing inschakelen Userexit inschakelen Standaard aantal SMS-containers Beide parameters zijn erangen door logarchmeth1, de configuratieparameter oor methoden an primaire-logboekarchieen. In plaats an logretain oor het handhaen an actiee logboeken oor het terugzetten an wijzigingen, geeft u de waarde LOGRETAIN op oor logarchmeth1. Op dezelfde manier gebruikt u niet userexit om logboekarchiering in te schakelen ia een userexitprogramma, maar geeft u de waarde USEREXIT op oor logarchmeth1. Het actieren an logretain stelt de LOGRETAIN-waarde in op logarchmeth1. Het actieren an userexit stelt de USEREXIT-waarde in op logarchmeth1. Het actieren an logretain en userexit stelt de USEREXIT-waarde in op logarchmeth1. Als u bijoorbeeld de opdracht update db cfg using logretain on geeft, wordt logarchmeth1 ingesteld op LOGRETAIN. Deze configuratieparameter is gedeprecieerd, omdat u in de opdracht CREATE DATABASE meerdere containers oor SMS-tabelruimten opgeeft. De olgende databaseconfiguratieparameters worden niet meer ondersteund: Tabel 25. Oerzicht an afgeschafte databaseconfiguratieparameters Naam parameter Beschrijing Details en oplossing estore_seg_sz num_estore_segs Grootte geheugensegment uitgebreid geheugen Aantal geheugensegmenten oor uitgebreid geheugen De functie oor uitgebreid geheugen wordt niet meer ondersteund. U moet het gebruik an configuratieparameters oor uitgebreid geheugen erwijderen. Als u wilt dat er meer geheugen kan worden toegewezen, kunt u een upgrade naar een 64-bits besturingssysteem oerwegen. Verwante onderwerpen Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169 Verwante erwijzing "RESET DATABASE CONFIGURATION " in Command Reference "Configuration parameters summary" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "DB2 serer behaior changes" in Migration Guide Concurrent I/O (CIO) en Direct I/O (DIO) zijn standaard ingeschakeld (AIX, Linux, Solaris en Windows) Vóór Versie 9.5 was FILE SYSTEM CACHING het standaardkenmerk oor alle databaseruimten die werden gemaakt met de instructie CREATE TABLESPACE en de opdracht CREATE DATABASE. In Versie 9.5 wordt het kenmerk NO FILE SYSTEM CACHING geacht aanwezig te zijn in systeemconfiguraties waar het gebruikt kan worden. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 197
212 Details De kenmerken FILE SYSTEM CACHING en NO FILE SYSTEM CACHING geen op of I/O-bewerkingen in een cache moeten worden opgeslagen op het nieau an het bestandssysteem. U geeft deze kenmerken op met de olgende interfaces: de instructie CREATE TABLESPACE, de opdracht CREATE DATABASE en de API sqlecrea() (u gebruikt hieroor het eld sqlfscaching an de structuursqletsdesc). In Versie 9.5 wordt NO FILE SYSTEM CACHING in eel systeemconfiguraties standaard gebruikt als u deze niet opgeeft in de instructie CREATE TABLESPACE of de opdracht CREATE DATABASE. Zie Configuraties oor de bestandssysteemcache oor een lijst an systeemconfiguraties die CIO, DIO of een bestandssysteemcache ondersteunen. Oplossing Als u het nieuwe gedrag niet wilt gebruiken, geeft u FILE SYSTEM CACHING op bij het maken an een tabelruimte. Als de performance door het nieuwe gedrag slechter wordt en het zelfafstemmend geheugen uitgeschakeld is, gebruikt u een an de olgende oplossingen: Schakel het zelfafstemmend geheugen in en stel de bufferpoolgrootte en de configuratieparameter database_memory in op AUTOMATIC. Verhoog de bufferpoolgrootte handmatig. Schakel de DIO en CIO uit ia de instructie ALTER TABLESPACE met het kenmerk FILE SYSTEM CACHING. Verwante onderwerpen "Management of multiple database buffer pools" in Tuning Database Performance "Self-tuning memory" in Tuning Database Performance "Table spaces without file system caching" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante erwijzing "ALTER BUFFERPOOL " in SQL Reference, Volume 2 "ALTER TABLESPACE " in SQL Reference, Volume 2 "CREATE TABLESPACE " in SQL Reference, Volume 2 "sqlecrea - Create database" in Administratie API Reference "CREATE DATABASE " in Command Reference Uitgebreide beeiliging ereist dat gebruikers behoren tot de groep DB2ADMNS of DB2USERS (Windows Vista) Als u op Windows Vista de uitgebreide beeiliging inschakelt, moeten gebruikers horen tot de groep DB2ADMNS of DB2USERS om lokaal DB2-opdrachten en -toepassingen te kunnen uitoeren. Reden hieroor is een extra beeiligingsfunctie (User Access Control) die standaard de machtigingen an lokale beheerders beperkt. Details Als gebruikers niet tot een an deze groepen behoren, hebben ze geen leestoegang tot lokale gegeens an de DB2-configuratie of -toepassing. 198 Nieuwe functies in deze release
213 Oplossing Voeg gebruikers die DB2-toepassingen en -tools lokaal moeten uitoeren, toe aan de groep DB2ADMNS of DB2USERS als u uitgebreide beeiliging inschakelt. Als u wijzigingen aanbrengt in het groepslidmaatschap, worden deze an kracht wanneer de gebruikers de eerstolgende keer inloggen. Gebruik de snelkoppeling DB2-opdrachtenster - Beheerder oor het starten an DB2-opdrachten en -tools die de machtiging lokale systeembeheerder ereisen. Verwante onderwerpen "Extended Windows security using DB2ADMNS and DB2USERS groups" in Database Security Guide Verwante erwijzing "Required user accounts for installation of DB2 serer products ( Windows)" in Quick Beginnings for DB2 Serers Standaardlocatie an configuratie- en runtimegegeensbestanden zijn gewijzigd (Windows) De standaardlocatie an alle configuratie- en runtimegegeensbestanden, bijoorbeeld subsysteemdirectory's en het bestand db2cli.ini, zijn gewijzigd om te oldoen aan de eisen an Windows Vista-certificering. Details De standaardlocaties zijn nu als olgt: Op Windows XP en Windows 2003-systemen: Documenten en instellingen\alle gebruikers\toepassingsgegeens\ibm\db2\kopienaam Op Windows Vista-systemen (en latere ersies): Programmagegeens\IBM\DB2\ Kopienaam Fixpackinstallaties ereisen geen erdere handmatige stappen (Linux en UNIX) De opdracht installfixpack werkt nu standaard de subsystemen en beheerserers bij die aan een bepaald installatiepad zijn gekoppeld. De opdracht BIND wordt nu automatisch gestart als er opnieuw erbinding met de database wordt gemaakt of als toepassingen opnieuw worden gestart. Details In eerdere releases moest u subsystemen bijwerken na het aanbrengen an fixpacks. Hierdoor moest u handmatige stappen uitoeren en moest u handmatig binds an pakketten uitoeren. Oplossing Wijzig de ingebruiknamescripts die subsystemen en de beheerserer bijwerken na de installatie an fixpacks. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 199
214 Verwante taken "Applying fix packs" in Quick Beginnings for DB2 Serers Sommige configuratieparameters worden beïnloed door ereenoudigde geheugenconfiguratie Als geolg an de ereenoudigde geheugenconfiguratie in Versie 9.5 stelt databasebeheer nu een aantal configuratieparameters in op AUTOMATIC, met name tijdens het migreren of maken an subsystemen en tijdens het migreren of maken an databases. Details De instelling AUTOMATIC geeft aan dat de databaseconfiguratieparameters automatisch worden afgestemd op de systeemresources. In de olgende tabel indt u de configuratieparameters die zijn beïnloed: Tabel 26. Configuratieparameters die in Versie 9.5 op AUTOMATIC zijn ingesteld Configuratieparameters Ingesteld op AUTOMATIC bij migreren of maken an subsysteem Ingesteld op AUTOMATIC bij migreren an database Ingesteld op AUTOMATIC bij maken an database applheapsz X X dbheap X X instance_memory X mon_heap_sz X stat_heap_sz X X stmtheap X Als geolg an de ereenoudigde geheugenconfiguratie zijn de olgende elementen gedeprecieerd: Configuratieparameters appgroup_mem_sz, groupheap_ratio, app_ctl_heap_sz en query_heap_sz. Deze configuratieparameters zijn erangen door de nieuwe configuratieparameter appl_memory. De parameter -p an de geheugentraceeropdracht db2mtrk. Deze parameter, die een lijst maakt an priate agent memory heaps, is erangen door de parameter -a, die een lijst maakt an het geheugengebruik an alle toepassingen. Verwante onderwerpen Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd op pagina 193 Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169 Verwante erwijzing "db2mtrk - Memory tracker " in Command Reference Product-ID-waarden an Information Integrator-producten zijn gewijzigd In Versie 9.5 zijn de product-id-waarden an Information Integrator-producten gewijzigd om deze oereen te laten komen met de namen an de Versie 9.5 Information Integrator-producten. 200 Nieuwe functies in deze release
215 Details Een product-id-waarde is een inoerparameter die wordt gebruikt door de License Management Tool (db2licm). U kunt product-id-waarden afbeelden met de opdracht db2licm en de optie -l. De product-id-waarden oor de olgende Information Integrator-producten zijn gewijzigd in Versie 9.5: Tabel 27. Gewijzigde product-id-waarden Productnaam Product-ID in Versie 9.5 Product-ID in Versie 9.1 WebSphere Data Eent Publisher wsep wsiip WebSphere Federation Serer wsfs wsiif WebSphere Replication Serer wsrs wsiir Oplossing Werk scripts of toepassingen bij die de uitoer an de opdracht db2licm ontleden. Verwante erwijzing "db2licm - License management tool " in Command Reference Databasepartitionering is nu alleen beschikbaar ia InfoSphere Warehouse In Versie 9.5 is databasepartitionering alleen nog beschikbaar als onderdeel an de InfoSphere Warehouse-producten. Details In DB2 Versie 9.1 was de Database Partitioning Feature beschikbaar ia DB2 Enterprise Serer Edition (ESE). In DB2 Versie 9.5 is de Database Partitioning Feature alleen nog beschikbaar als onderdeel an de InfoSphere Warehouse-producten. Bestaande DB2 ESE-klanten die de gebruikmaken an de Database Partitioning Feature worden bijgewerkt naar de IBM Base Warehouse Feature oor DB2. Nieuwe gebruikers an DB2 Versie 9.5 die de Database Partitioning Feature willen gebruiken, moeten uitbreiden naar een InfoSphere Warehouse-product. Oplossing Om databasepartitionering te kunnen gebruiken, kunt u het installatieprogramma InfoSphere Warehouse gebruiken. Als u geen aanullende warehousingfuncties nodig hebt, kunt u het installatieprogramma an DB2 ESE uitoeren en erolgens het Warehouse-licentiecertificaat toepassen om databasepartitionering te actieren. De code oor databasepartitionering wordt nog steeds geïnstalleerd door het DB2 ESE-installatieprogramma. Het DB2 ESE-installatieprogramma kunt u inden in DB2W INSTALL FILES ROOT/dwe/Ese in deinfosphere Warehouse-opslagmedia. Nadat u het DB2-product hebt geïnstalleerd, kunt u het DB2-licentiecertificaat in gebruik nemen dat bij de actierings-cd an InfoSphere Warehouse wordt geleerd. Het licentiecertificaat beindt zich in DB2W ACTIVATION CD/profile/license. Als u bijoorbeeld de Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 201
216 InfoSphere Warehouse Enterprise Edition hebt geïnstalleerd, geeft u de olgende opdracht om het DB2-licentiecertificaat in gebruik te nemen: db2licm -a /mnt/db2w_actiation_cd/profile/license/dwee.lic Raadpleeg oor meer informatie: DB2 Version 9.5 database partitioning op dociew.wss?&uid=swg Setting up a partitioned database enironment in Quick Beginnings for DB2 Serers Applying DB2 licenses in Quick Beginnings for DB2 Serers DB2 Version 9.5 editions: feature and function support op com.ibm.db2.luw.licensing.doc/doc/r html Catalogi sorteren met de IDENTITY-olgorde in Unicode-databases In DB2 Versie 9.5 worden de databasecatalogustabellen en -iews gemaakt met de IDENTITY-sortering in een Unicode-database, ongeacht het type sortering dat u hebt opgegeen tijdens het maken an de database. Details Query's op niet-catalogustabellen en -iews worden niet door deze wijziging beïnloed. Query's op de catalogustabellen of -iews kunnen resultaten produceren in een andere olgorde dan eerdere ersies an de DB2-database of ergeleken met query's op niet-catalogustabellen en -iews. Query's die gegeens an catalogus- en niet-catalogustabellen en -iews combineren, kunnen resultaten produceren in een andere olgorde dan eerdere ersies an DB2 of ergeleken met query's op niet-catalogustabellen en -iews. Boendien kunnen deze query's een aanzienlijke prestatieermindering tonen. Oplossing Om prestatieermindering te oorkomen wanneer catalogusgegeens en niet-catalogusgegeens in een query worden gecombineerd, definieert u de niet-cataloguskolom als FOR BIT DATA. FP4: Licentiebeheer oor DB2 Express, DB2 Workgroup Edition en Workload Management is gewijzigd Vanaf Versie 9.5 Fixpack 4 gebruiken DB2 Express en DB2 Workgroup Serer Edition een een strikt licentiehandhaingsbeleid ten aanzien an CPU- en geheugengebruik. Boendien kunt u de WLM-functies (Workload Management) an DB2 Performance Optimization Feature alleen gebruiken als de DB2 Performance Optimization Feature-licentiesleutel is geregistreerd. Details Na toepassing an Fixpack 4 controleert DB2 Database Manager in de olgende situaties op naleing an licenties: 202 Nieuwe functies in deze release
217 Als wordt geprobeerd de functies an DB2 WLM an de DB2 Performance Optimization Feature te gebruiken zonder dat de DB2 Performance Optimization Feature-licentiesleutel is geregistreerd, ontangt de gebruiker het bericht SQL8029N. De CPU- en geheugenresources die beschikbaar zijn oor de DB2 Express- en Workgroup Serer Edition-producten worden beperkt door de capaciteit die wordt bepaald door de licentie. Ook al gebruikt u DB2 Express en DB2 Workgroup Serer op een systeem met meer capaciteit, u kunt niet meer capaciteit gebruiken dan is opgegeen in de licentie. Oplossing Koop de licentiesleutel oor de DB2 Performance Optimization Feature oor gebruik an WLM bij uw IBM-ertegenwoordiger of geautoriseerde dealer. Verolgens moet u uw licentie bijwerken ia het Licentiecentrum of door de opdracht db2licm te gebruiken op de opdrachtregel. Om optimaal te profiteren an de geheugen- en CPU-capaciteit an uw serer neemt u contact op met uw IBMertegenwoordiger of geautoriseerde dealer om een DB2-product te erkrijgen met een hogere limiet oor geheugen- en CPU-gebruik. FP6: Tioli SA MP-ersie ingebouwd in DB2-installatie-images is gewijzigd (AIX en Linux) Vanaf Versie 9.5 Fixpack 6 is de ersie an Tioli SA MP Base Component die is ingebouwd in de DB2 Installer op AIX- en Linux-besturingssystemen ge-upgraded naar nieuwere ersies. Als u DB2 Versie 9.5 Fixpack 5 of een eerder fixpack hebt, moet u het licentiebestand dat is opgenomen in het Versie 9.5 Fixpack 6-image (of hoger) handmatig bijwerken, anders kan de upgrade an SA MP niet goed worden uitgeoerd. Details Bepaalde omgeingen die gebruik maken an nieuwere besturingssystemen of hardware ereisen een ersie an Tioli SA MP Base Component die recenter is dan de ersie die wordt geleerd bij DB2 Versie 9.5 toen deze oorspronkelijk werd uitgebracht. Wanneer u Tioli SA MP Base Component in deze omgeingen wilt gebruiken, kunt u Versie 9.5 Fixpack 6 of een later fixpack gebruiken oor het installeren of automatisch upgraden an SA MP Base Component. Voor de nieuwe ersie an SA MP Base Component moet u de bestaande licentie handmatig upgraden naar de fixpackinstallatie omdat de fixpackimages een proeflicentie hebben in plaats an een permanente licentie. Gebruikersactie Voer de olgende stappen uit om het licentiebestand an SA MP Base Component te erangen: 1. Ga naar de website Passport Adantage en haal een permanent SA MP-licentiebestand op oor een an de actierings-cd's oor DB2 Versie 9.5 die u mag gebruiken. Voor AIX-besturingssystemen hebt u het bestand sam32.lic nodig. Voor Linux-besturingssystemen hebt u het bestand sam31.lic nodig. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 203
218 2. Kopieer het permanente-licentiebestand in de directory Fixpack-path/db2/ platform/tsamp/license waarin Fixpack-path staat oor het pad naar de locatie an het fixpackimage en platform oor het gebruikte besturingssysteem. 3. Verwijder het bestand sam31tb.lic of sam32tb.lic uit het fixpackimage. De installatie zal niet goed worden uitgeoerd als u deze aanullende licentiebestanden niet erwijderd. 4. Ga door met het upgrade- of installatieproces. Verwante taken "Upgrading IBMTioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component" in Quick Beginnings for DB2 Serers "Installing IBMTioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component" in Quick Beginnings for DB2 Serers Oerzicht an wijzigingen in toepassingsontwikkeling FP4: Merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn gecombineerd (Windows) Vanaf Versie 9.5 Fixpack 4 is de naam an IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net gewijzigd in IBM Data Serer Drier Package, maar het blijft een Windows-installatie die gebruikmaakt an merge-modules. De pakketsamenstelling in Fixpack 4 is echter ereenoudigd, zodat er oor ODBC, CLI en.net één merge-module is in plaats an meerdere merge-modules. Details De inhoud an de oude merge-modules IBM Data Serer Drier for ODBC and CLI Merge Module.msm en IBM Data Serer Proider for.net Merge Module.msm is nu beschikbaar in één merge-module met de naam IBM Data Serer Drier Package.msm. De oude merge-modules oor ODBC, CLI en.net zijn niet langer beschikbaar. Deze wijziging is niet an inloed op de taalspecifieke merge-modules die afzonderlijk erkrijgbaar blijen. Oplossing Pas de erwijzingen naar de merge-modules ODBC, CLI en.net aan zodat er naar de naam an de nieuwe merge-module wordt erwezen. Verwante onderwerpen Componentnamen zijn gewijzigd op pagina 36 Verwante erwijzing "Merge-modules oor niet-db2-subsystemen ( Windows )" in Aan de slag met IBM Data Serer-clients Headerbestanden worden niet langer standaard geïnstalleerd Wanneer u DB2-databaseproducten installeert, worden standaard niet langer de headerbestanden in de directory / geïnstalleerd. Details 204 Nieuwe functies in deze release In orige releases werden headerbestanden geïnstalleerd als onderdeel an de standaardinstallatie.
219 Oplossing Om headerbestanden te installeren als onderdeel an uw installatie, moet u een installatie op maat uitoeren. Om headerbestanden toe te oegen nadat de productinstallatie is oltooid, oert u het installatieprogramma opnieuw uit en kiest u de optie oor het aanpassen an een bestaande installatie. Selecteer de installatie op maat en selecteer de functies die de gewenste headerbestanden beatten. Standaard JDBC-stuurprogramma is gewijzigd oor Jaa-routines Het standaardstuurprogramma oor Jaa-routines zoals in Jaa opgeslagen procedures en door de gebruiker gedefinieerde functies is nu de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ. Details Als u óór Versie 9.5 de IBM DB2 Drier for JDBC and SQLJ (in Versie 9.5 IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ genoemd) oor Jaa-routines wilde gebruiken, moest u de omgeingsariabele DB2_USE_DB2JCCT2_JROUTINE instellen. De IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ is nu het standaardstuurprogramma waardoor het instellen an de omgeingsariabele niet meer nodig is. Oplossing Als u het gedeprecieerde DB2 JDBC Type 2-stuurprogramma oor Linux, UNIX en Windows wilt gebruiken bij SQL-aanragen oor Jaa-routines, stelt u DB2_USE_DB2JCCT2_JROUTINE in op OFF. U moet echter oerwegen om toepassingen die dit stuurprogramma gebruiken te migreren naar de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ om ondersteuningsproblemen in toekomstige releases te oorkomen. Verwante onderwerpen "Specification of a drier for Jaa routines" in purexml Guide Ondersteuning an JDBC en SQLJ is uitgebreid op pagina 106 Verwante erwijzing "Miscellaneous ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide ResultSetMetaData retourneert andere waarden oor de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 Voor de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 zijn de waarden die worden geretourneerd oor ResultSetMetaData.getColumnName en ResultSetMetaData.getColumnLabel gewijzigd om te oldoen aan de JDBC 4.0-standaard. Deze waarden erschillen an de waarden die worden geretourneerd oor de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.50 en oudere JDBC-stuurprogramma's. Details De resultaten ariëren afhankelijk an de olgende factoren: Welk type en ersie an de gegeensbron u gebruikt. DB2 oor z/os en OS/390 Versie 7 en DB2 oor i5/os V5R2 worden niet door deze wijziging beïnloed. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 205
220 Alleen latere ersies an deze databaseproducten en alle ersies an DB2 Database oor Linux, UNIX en Windows en IBM Informix Dynamic Serer worden erdoor beïnloed. Of een kolom in de SELECT-lijst an een query een AS-clausule heeft. Voor JDBC-stuurprogramma's óór IBM Data Serer Drier oor Versie 4.0 an JDBC en SQLJ geldt het olgende: als een kolom in de SELECT-lijst an een query een AS-clausule beat, retourneert ResultSetMetaData.getColumnName het criterium an de AS-clausule. Onder IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 retourneert ResultSetMetaData.getColumnName de naam an de tabelkolom. Of een kolom in de SELECT-lijst an een query een label an een LABEL-instructie maar geen AS-clausule heeft. DB2 oor z/os en DB2 oor System i ondersteunen de LABEL-instructie waarmee een label aan een kolom wordt toegewezen. Voor JDBC-stuurprogramma's óór de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 geldt het olgende: als een kolom in de SELECT-lijst an een query een label heeft, retourneert ResultSetMetaData.getColumnName de naam an de tabelkolom en retourneert ResultSetMetaData.getColumnLabel het kolomlabel an de LABEL-instructie. Onder IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 retourneren ResultSetMetaData.getColumnName en ResultSetMetaData.getColumnLabel de naam an de tabelkolom. Het kolomlabel an de LABEL-instructie wordt niet gebruikt. Of een kolom in de SELECT-lijst een label heeft an een LABEL-instructie en een AS-clausule. Voor oudere JDBC-stuurprogramma's dan IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 geldt het olgende: als een kolom in de SELECT-lijst an een query een label en een AS-clausule heeft, retourneert ResultSetMetaData.getColumnName het criterium an de AS-clausule en retourneert ResultSetMetaData.getColumnLabel het kolomlabel an de LABEL-instructie. Onder de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 4.0 retourneert ResultSetMetaData.getColumnName de naam an de tabelkolom en retourneert ResultSetMetaData.getColumnLabel het criterium an de AS-clausule. Het kolomlabel an de LABEL-instructie wordt niet gebruikt. Oplossing Als u uw toepassingen niet aan de nieuwe werking an ResultSetMetaData kunt aanpassen maar wel andere functies an JDBC 4.0 nodig hebt, stelt u de Connection- ofdatasource-eigenschap in op DB2BaseDataSource.NO (2) om de oude werking te behouden. Verwante erwijzing "Common IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ properties for DB2 serers" in Deeloping Jaa Applications Batchupdates met automatisch gegenereerde sleutels eroorzaken SQLException Met de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.50, of later, treedt er een SQLException op als u een SQL-instructie oorbereidt oor het ophalen an automatisch gegenereerde sleutels en wanneer u het PreparedStatement-object gebruikt oor batchupdates. Details Versies an de IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ oor Versie 3.50 retourneren geen SQLException wanneer een toepassing de addbatch- of executebatch-methode aanroepen op een PreparedStatement-object dat is 206 Nieuwe functies in deze release
221 oorbewerkt oor het retourneren an automatisch gegenereerde sleutels. Het PreparedStatement-object retourneert echter geen automatisch gegenereerde sleutels. IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ Versie 3.50 en latere ersies geen een SQLException om aan te geen dat de toepassing een onjuiste bewerking probeert uit te oeren. Oplossing Wijzig de toepassingen zodat deze geen batchupdates uitoeren op PreparedStatement-objecten die zijn oorbewerkt oor het retourneren an automatisch gegenereerde sleutels. Niet-afgeschermde routines, niet-afgeschermde wrapperbibliotheken en beeiligingsplugins moeten threadsafe zijn (Linux en UNIX) Het nieuwe multithreaddatabasebeheer ereist dat niet-afgeschermde routines (bijoorbeeld opgeslagen procedures en door de gebruiker gedefinieerde functies), niet-afgeschermde wrapperbibliotheken en beeiligingsplugins threadsafe zijn. Details Vóór Versie 9.5 waren de agents die niet-afgeschermde routines uitoerden op Linux- en UNIX-systemen, afzonderlijke processen. De uitoering an niet-afgeschermde opgeslagen procedures, niet-afgeschermde door de gebruiker gedefinieerde functies, niet-afgeschermde wrapperbibliotheken en ook beeiligingsplugins die niet threadsafe zijn in het multithreaddatabasebeheer, kunnen onjuiste resultaten, beschadiging an de database of abnormale beëindiging an databasebeheer tot geolg hebben. Niet-afgeschermde wrapperbibliotheken die clientbibliotheken an derden laden (bijoorbeeld Sybase- en Teradata-wrappers) moeten ook threadsafe zijn. Dit is an toepassing op door de gebruiker gedefinieerde, niet-afgeschermde wrapperbibliotheken, omdat de bij DB2 geleerde niet-afgeschermde wrapperbibliotheken al threadsafe zijn. Ook door de gebruiker gedefinieerde beeiligingsplugins moeten threadsafe zijn. De term threadsafe erwijst naar een specifieke eigenschap an de code: als meerdere threads an het besturingssysteem in hetzelfde proces tegelijkertijd dezelfde code uitoeren, leert elke thread juiste resultaten op en heeft geen negatiee inloed op de bewerking an de andere threads. Omdat de DB2-serer nu met meerdere threads kan werken, kan dezelfde code an een niet-afgeschermde opgeslagen procedure tegelijkertijd worden uitgeoerd door meerdere databaseagents. Het garanderen an threadeiligheid is een moeilijke taak die alleen ia code-inspectie kan worden uitgeoerd. Dit zijn enige oorbeelden an eeloorkomende threadoneilige code: Het gebruik an globale ariabelen die niet juist zijn beschermd met een orm an synchronisatie, bijoorbeeld semaforen. Een hostariabele in routinecode is een oorbeeld an een globale ariabele. Aanroepen an bibliotheekfuncties die niet threadsafe zijn of die geolgen hebben oor het gehele proces (in plaats an alleen de thread aanroepen). Voorbeelden hieran zijn bibliotheekfuncties die de huidige werkdirectory of de locale an het proces wijzigen. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 207
222 Installatie an signaalhandlers of wijzigingen in signaalmaskers. De DB2-serer installeert eigen signaalhandlers. Om de integriteit an de DB2-serer te garanderen, mogen deze signaalhandlers niet worden gewijzigd. Het maken an nieuwe threads of processen. Oplossing Als u niet zeker weet of de code threadsafe is of als u geen toegang tot de broncode hebt, catalogiseert u uw routines of wrapperbibliotheken als FENCED en NOT THREADSAFE. Start deze alleen als niet-afgeschermd als u zorguldig hebt gecontroleerd of deze threadsafe zijn en als de performance bij het uitoeren an de code in de afgeschermde modus onacceptabel is. Grotere ID-lengte mogelijk Dankzij ondersteuning oor grote ID's kunt u nu eenoudiger toepassingen an andere DBMS-leeranciers oerdragen. Het is ook eenoudiger om Data Definition Language (DDL) te migreren, omdat u geen ID's meer hoeft in te korten. In de olgende tabel zijn ID's met een grotere maximale lengte ermeld: Tabel 28. Maximale ID-lengte in Versie 9.1 en 9.5 ID-naam Lengte in Versie 9.1 (bytes) Lengte in Versie 9.5 (bytes) Kenmerk Machtigings-ID (Authid) Kolom Voorwaarde Cursor Databasepartitiegroep Eentmonitor Groep Pakket Schema Specifieke naam SQL-pad (opgegeen in optie FUNCPATH BIND en speciaal register CURRENT PATH) Instructie Trigger Door gebruiker gedefinieerd type Let erop dat de grenswaarde an 128 bytes alleen an toepassing is op niet-ingesloten SQL, omdat de SQLDA nog beperkt is tot 8-bytes schemanamen oor door de gebruiker gedefinieerde typen (UDT's), 18-bytes namen oor UDT's en 30-bytes namen oor kolommen. De grenswaarde an 128 bytes is de waarde die door de systeembeheerder wordt opgeslagen in de systeemcatalogus. Omdat niet altijd dezelfde codepagina wordt gebruikt om een ID aan te geen in een toepassing, is het maximum aan de 208 Nieuwe functies in deze release
223 toepassingszijde niet gedefinieerd. DB2-hulpprogramma's aan zowel de toepassings- als de sererzijde hanteren een maximum an 128 bytes, ongeacht de codepagina an de toepassing. U kunt het handige oorbeeldbestand check9limits inden in samples/admin_scripts. U kunt dit bestand gebruiken om ID's te zoeken in een database die de grotere Versie 9.5-maxima gebruikt. Verwante erwijzing "SQL and XML limits" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Kolommen en toepassingsbuffers ereisen hogere standaardwaarden De speciale registers USER en SCHEMA retourneren nu waarden an maximaal 128 bytes lang. Deze ondersteuning oor langere ID's ereist dat u de waarden oor de standaardlengte an kolommen en toepassingsbuffers erhoogt tot 128 byte. Details Als u een tabel maakt of wijzigt met de optie WITH DEFAULT en een speciaal gebruikersregister (CURRENT USER, SESSION_USER, SYSTEM_USER) of CURRENT SCHEMA opgeeft, wordt een waarschuwing geretourneerd als de doelkolom te klein is, zoals in het olgende oorbeeld: SQL20114W Kolom "COL1" in tabel "TAB1" is niet lang genoeg oor de gedefinieerde lengte an de standaardwaarde USER. SQLSTATE=01642 Oplossing Om die nieuwe maximumlengte te accepteren, moet u de waarden oor de standaardlengte wijzigen oor kolommen en toepassingsbuffers die eentueel zijn opgeslagen in de speciale-registerwaarden USER of SCHEMA, ongeacht of u lange ID-namen gebruikt. Sommige CLI/ODBC-toepassingen gebruiken meer geheugen Het kan oorkomen dat CLI/ODBC-clients die BlockLobs instellen op 1 en direct een bind uitoeren an LOB-waarden en buffers, meer geheugen gebruiken dan in oorgaande ersies. De hoeeelheid geheugen die een CLI/ODBC-toepassing meer gebruikt is afhankelijk an het aantal gegeens dat na een opdracht wordt opgehaald. CLI/ODBC-clients kunnen de configuratieopdracht MaxLOBBlockSize instellen om het aantal LOB-gegeens te beperken dat door één opdracht wordt geretourneerd. Het is ook mogelijk om het erbindingskenmerk SQL_ATTR_MAX_LOB_BLOCK_SIZE of de DB2-registerariabele DB2_MAX_LOB_BLOCK_SIZE in te stellen. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 209
224 Verwante onderwerpen "db2cli.ini initialization file" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 Verwante erwijzing "Miscellaneous ariables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "Statement attributes (CLI) list" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 "BlockLobs CLI/ODBC configuration keyword" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 "MaxLOBBlockSize CLI/ODBC configuration keyword" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 Parameters db2load en db2import zijn gewijzigd en ondersteunen grotere ID's Ter ondersteuning an langere namen is een nieuwe inoeractieparameter, pilongactionstring, toegeoegd oor de API's db2load en db2import. Deze maakt gebruik an de gegeensstructuur sqllob in plaats an sqlchar. Details De gegeensstructuur piactionstring is gedeprecieerd en wordt mogelijk bij een toekomstige release erwijderd. In plaats hieran moet u de nieuwe gegeensstructuur pilongactionstring gebruiken. Oplossing De API's controleren of u slechts een an de gegeensstructuren hebt geïnitialiseerd. Als u beide hebt geïnitialiseerd, wordt de melding SQL3009N geretourneerd, om aan te geen dat de gegeensstructuren elkaar uitsluiten. Verwante erwijzing "db2import - Import data into a table, hierarchy, nickname or iew" in Data Moement Utilities Guide and Reference "db2load - Load data into a table" in Data Moement Utilities Guide and Reference Te lange ID's leeren eerder foutberichten en waarschuwingen op In Versie 9.5 worden de grenzen en lengte an ID's gecontroleerd. Als ID's de grenswaarden oerschrijden, worden fouten en waarschuwingen mogelijk eerdere gegenereerd tijdens de precompilatie, binding of uitoering an een toepassing dan in eerdere DB2-productreleases. Details Nu wordt bijoorbeeld de precompilatiefout SQL0102N geretourneerd oor een ingebedde SQL-instructie met een GRANT-instructie oor een AUTHID dat langer is dan 128 bytes. In eerdere ersies an het DB2-product leerde een AUTHID an meer dan 128 bytes een foutmelding op bij het uitoeren an de instructie GRANT. Oplossing Corrigeer de ID-naam zodat deze een toegestane lengte heeft. 210 Nieuwe functies in deze release
225 Hulpprogramma's en interfaces op lager nieau handelen lange ID's soms niet correct af Hulpprogramma's en API's die zijn geleerd bij orige ersies an DB2, kunnen mogelijk niet werken met de lange ID's in Versie 9.5. Details Als een hulpprogramma of API lange ID-namen erwerkt, zijn de olgende afhandelingen an de lange indeling mogelijk: Alles werkt correct. Het hulpprogramma of de interface retourneert een waarschuwing of foutbericht dat naar de lange gegeens erwijst. Het hulpprogramma of de interface retourneert een waarschuwing of foutbericht en kan niet worden uitgeoerd. De lange gegeens worden zonder bericht afgekapt. Oplossing Als uw Versie 9.5-databases grote ID's beatten, gebruikt u alleen clients en hulpprogramma's an Versie 9.5 om toegang tot deze databases te krijgen. Als een hulpprogramma oor toegang grote ID's nodig heeft, gebruikt u het Versie 9.5-nieau an het hulpprogramma. Niet-gekwalificeerde SYSFUN-functies kunnen SYSIBM-foutberichten retourneren Sommige SYSFUN-functies zijn nu beschikbaar als SYSIBM-functies. Wanneer zich een fout oordoet, retourneert de SYSIBM-ersie andere SQLCODES dan de SYSFUN-ersie. Details De olgende acht SYSFUN-functies zijn nu ook beschikbaar als ingebouwde functies in het SYSIBM-schema: LN (of LOG), LOG10, DEGREES, RADIANS, SIGN, SQRT, POWER en EXP. Een onbeoegde erwijzing naar een an de acht functies wordt omgezet naar het SYSIBM-schema, en als geolg hieran kan een andere SQLCODE dan erwacht worden geretourneerd. Als u bijoorbeeld een niet-gekwalificeerde functie aanroept zoals alues (sqrt(-1)) en er een fout optreedt, ontangt u een SQLCODE die oereenkomt met de olgende: SQL0802N Er is een rekenkundige oerloop of een andere rekenkundige uitzondering opgetreden. SQLSTATE=22003 Een olledig gekwalificeerde functie-aanroep die expliciet de SYSFUN-ersie aanroept, zoals alues (sysfun.sqrt(-1) retourneert een ander type SQLCODE: SQL0443N De routine routinenaam (specifieke naam specifieke-naam) heeft een SQLSTATE-foutbericht met de diagnose tekst "SYSFUN:01" teruggezonden. SQLSTATE=38552 Er worden andere foutcodes teruggezonden omdat SQL0443N specifiek is oor door de gebruiker gedefinieerde functies en de SYSIBM-ersies an de functies nu als ingebouwde functies zijn geïmplementeerd. Zoals u ziet beat de foutcode an Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 211
226 de niet-gekwalificeerde aanroep geen informatie oer de functie die de fout opleerde of het type fout. Oplossing Om eroor te zorgen dat u de SYSFUN-ersie an deze functies aanroept, moet u altijd de olledig gekwalificeerde functie-aanroep gebruiken. Speciale registers zijn langer De speciale registers CURRENT DEFAULT TRANSFORM GROUP en CURRENT PATH zijn langer in Versie 9.5. Details De lengte an het speciale register CURRENT DEFAULT TRANSFORM GROUP is ergroot an 18 naar 128 bytes. De lengte an het speciale register CURRENT PATH is ergroot an 254 naar 2048 bytes. Als deze grotere lengte an speciale registers wordt toegewezen aan toepassingsbuffers of kolommen die deze lengte niet ondersteunen, wordt een foutbericht geretourneerd. Oplossing Vergroot de lengte an kolommen of toepassingsbuffers als deze niet kunnen werken met de waarden an de speciale registers die u eraan toewijst. UNIQUE als kolomnaam in een beperkte SELECT-instructie kan onerwachte resultaten opleeren Query's die het geresereerde woord UNIQUE gebruiken als kolomnaam in een beperkte SELECT-instructie retourneren in sommige geallen de melding SQL0104N. Details Vanaf Versie 9.5 kunt u UNIQUE opgeen als synoniem oor het DISTINCT-trefwoord in de beperkte SELECT-instructie. Als geolg an deze uitbreiding retourneren query's die UNIQUE gebruiken als niet-begrensde kolomnamen de foutmelding SQL0104N wanneer de querysyntaxis niet duidelijk maakt of UNIQUE moet worden gebruikt als kolomnaam of als trefwoord. Oplossing Plaats de kolomnaam UNIQUE tussen dubbele aanhalingstekens of maak geen gebruik an de niet-begrensde kolomnaam UNIQUE als de laatste kolomnaam in de beperkte SELECT-instructie. U kunt UNIQUE bijoorbeeld op de olgende manier als kolomnaam gebruiken: SELECT COL1, "UNIQUE" FROM MYTABLE SELECT UNIQUE, COL1 FROM MYTABLE 212 Nieuwe functies in deze release
227 Oerzicht an wijzigingen an CLP- en systeemopdrachten Uitoer an de opdrachtregelinterface (CLP) is gewijzigd De uitoer an bepaalde CLP-opdrachten is gewijzigd, geeft nu andere informatie weer en maakt de weergae an grote ID's mogelijk (128 bytes en oor het SQL-pad 2048 bytes). De gewijzigde uitoer kan geolgen hebben oor toepassingen die ontleedbewerkingen uitoeren en afhankelijk zijn an de indeling an de CLP-uitoer. Details In geallen waarin de opdrachten beschikken oer de optie SHOW DETAIL, maar u deze niet hebt opgegeen, worden de ID-elden afgekapt tot de huidige lengte en wordt het teken > op de laatste positie an de naam geplaatst. De CLP gebruikt deze conentie om aan te geen dat een eld is afgekapt. Als u de optie SHOW DETAIL opgeeft, wordt de olledige naam weergegeen. Als de optie SHOW DETAIL niet beschikbaar is, wordt de olledige lengte weergegeen. De uitoer an de olgende opdrachten is als olgt gewijzigd: DESCRIBE: De uitoer an de opdracht geeft geen SQLDA-elden meer weer en gebruikt algemenere termen als Column name in plaats an sqlname. Verder retourneert de opdrachtparameter TABLE nu informatie oer impliciet erborgen kolommen en de opdrachtparameter OUTPUT retourneert nu alleen informatie oer een impliciet erborgen kolom als u de kolom opgeeft in de lijst SELECT an de beschreen query. GET DB CFG: De uitoer geeft geen gedeprecieerde databaseconfiguratieparameters weer. GET SNAPSHOT: De opdrachtuitoer wijkt iets af als geolg an de wijzigingen in het in het toepassingsgeheugenmodel an DB2. Oplossing Mogelijk moet u toepassingen bijwerken die ontleedbewerkingen uitoeren en afhankelijk zijn an de indeling an CLP-opdrachten. Verwante onderwerpen Sommige databaseconfiguratieparameters zijn gewijzigd op pagina 193 Sommige configuratieparameter an de databasebeheerder zijn gewijzigd op pagina 169 Backupbewerking tegelijk oor meerdere databasepartities U kunt nu backups maken an meerdere databasepartities tegelijk met één aanroep an de opdracht BACKUP DATABASE, de interface db2backup of de procedure ADMIN_CMD met de parameter BACKUP DATABASE. Wijzigingen in de backupprogramma's om deze nieuwe functie te ondersteunen, kunnen an inloed zijn op bestaande toepassingen en scripts. Details In Versie 9.1 moest u oor het maken an backups het backupprogramma oor iedere databasepartitie afzonderlijk starten. In Versie 9.5 kunt u backups an alle databasepartities tegelijk maken door een Single System View-backup (SSV) uit te oeren oor de catalogusdatabasepartitie. Als u een backupbewerking uitoert anuit de catalogusdatabasepartitie, kunt u de parameter ON Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 213
228 DBPARTITIONNUMS of de optie iallnodeflag gebruiken om op te geen welke partities in de backup moeten worden opgenomen. Van de opgegeen partities wordt tegelijk een backup gemaakt en de tijdsaanduiding is oor alle opgegeen partities gelijk. Als geolg an deze nieuwe functie zijn de retourcodes 41 ("exceeded mount points") en -51 ("connection attempt timed out") uit IBM Tioli Storage Manager (TSM) niet langer fatale fouten, behale wanneer er geen sessies meer beschikbaar zijn. Oplossing Als u TSM gebruikt, wijzigt u uw toepassingen of scripts zodanig dat de retourcodes worden afgehandeld. Verwante taken "Using backup" in Partitioning and Clustering Guide Verwante erwijzing "BACKUP DATABASE " in Command Reference "db2backup - Back up a database or table space" in Administratie API Reference "BACKUP DATABASE command using the ADMIN_CMD procedure" in Administratie Routines and Views De opdracht db2audit is gewijzigd Als geolg an nieuwe functies die zijn geleerd oor de auditfunctie in Versie 9.5 zijn bepaalde aspecten an de opdracht db2audit gewijzigd. Details In Versie 9.5 biedt de auditfunctie de mogelijkheid om zowel op het nieau an het subsysteem als op databasenieau audits uit te oeren, waarbij alle actiiteiten op subsysteem- en databasenieau in afzonderlijke logboeken worden astgelegd. De systeembeheerder (die de machtiging SYSADM heeft) kan de functie db2audit gebruiken om de audit op het subsysteemnieau te configureren en om op te geen wanneer deze informatie moet worden erzameld. De systeembeheerder kan de functie db2audit ook gebruiken om zowel subsysteem- als databaseauditlogboeken te archieren en om gegeens uit beide typen logboeken op te halen. De beeiligingsbeheerder (die de machtiging SECADM heeft) kan auditbeleidsdefinities met de SQL-instructie AUDIT gebruiken om de auditereisten oor een afzonderlijke database te configureren en te besturen. De beeiligingsbeheerder kan de opgeslagen procedures SYSPROC.AUDIT_ARCHIVE en SYSPROC.AUDIT_DELIM_EXTRACT en de tabelfunctie SYSPROC.AUDIT_LIST_LOGS gebruiken oor het archieren an auditlogboeken, het zoeken naar logboeken en het ophalen an gegeens in bestanden oor analysedoeleinden. De onderstaande opdrachtparameters oor de opdracht db2audit zijn gewijzigd om deze nieuwe functionaliteit mogelijk te maken: De opdrachtparameter prune is erwijderd. In orige ersies moest u eerst de auditgegeens ophalen in een ASCII-bestand en erolgens in tabellen laden. Verolgens kon u db2audit uitoeren met de opdrachtparameter prune om het auditlogboek op te schonen. In Versie 9.5 moet u de auditlogboeken regelmatig archieren (bijoorbeeld een keer per dag of 214 Nieuwe functies in deze release
229 week) en nadat u de benodigde gegeens uit de gearchieerde bestanden hebt opgehaald, kunt u deze wissen of offline opslaan. De syntaxis oor de opdrachtparameter configure is gewijzigd. In Versie 9.5 kunt u oor elke categorie afzonderlijk opgeen of deze is geslaagd of niet, u hoeft dit niet meer oor alle categorieën tegelijk te doen. Boendien worden alleen de categorieën die u bij de opdracht opgeeft, gewijzigd en blijen alle andere oneranderd. Als in oudere releases een categorie niet was opgegeen, werd deze niet in deze audit betrokken. U kunt de opdrachtparameter configure alleen gebruiken oor audits op subsysteemnieau, niet op databasenieau. Voor audits op databasenieau kan de beeiligingsbeheerder auditbeleid instellen oor het configureren an de audit. De syntaxis oor de opdrachtparameter extract is gewijzigd. Omdat het auditlogboek oor elke database nu in een afzonderlijk bestand is opgeslagen, is de parameter database erwijderd. Boendien moet u een naam oor het gearchieerde logboekbestand opgeen. De opdrachtparameter extract zorgt er niet langer oor dat een subsysteem blijft hangen totdat de bewerking is oltooid doordat er nu gebruik wordt gemaakt an een gearchieerd logboekbestand in plaats an het huidige db2audit.log-bestand. U moet het auditlogboek archieren oordat u de opdrachtparameter extract gebruikt. U hoeft nu ook niet zo aak als in oudere releases een extraheerbewerking uit te oeren. In Versie 9.5 hoeft u deze bewerking alleen uit te oeren wanneer u de auditgegeens wilt bekijken. Bij de opdrachtparameter extract kunt u nu opgeen welke categorieën u wilt ophalen en of u geslaagde of niet-geslaagde eents wilt extraheren (of beide). De items die worden weergegeen met de opdrachtparameter describe, zijn gewijzigd om de nieuwe syntaxis an de opdrachtparameter configure te ondersteunen. In orige releases kon u alleen de status SUCCESS of FAILURE opgeen oor alle categorieën die in het bereik waren opgegeen. U kunt nu een status opgeen met de waarde SUCCESS, FAILURE, NONE of BOTH oor iedere categorie. De olgende tabel beschrijft de waarden an categorie-eents, logboekfouten en logboeksuccessen die in de standaarduitoer an de orige release worden weergegeen en koppelt deze aan de waarden die in de standaarduitoer an Versie 9.5 worden weergegeen: Tabel 29. Koppelen an waarden in de standaarduitoer an orige releases aan waarden uit Versie 9.5 Categorie-eent, logboekfouten, logboeksuccessen (Vorige release) TRUE, FALSE, FALSE TRUE, FALSE, TRUE TRUE, TRUE, FALSE TRUE, TRUE, TRUE FALSE, willekeurige waarden, willekeurige waarden Categorie-eent (Versie 9.5) NONE SUCCESS FAILURE BOTH NONE De opdrachtparameters start en stop hebben alleen betrekking op audits op subsysteemnieau, niet op databasenieau. Oplossing Gebruik de nieuwe syntaxis an de opdracht db2audit. Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 215
230 Verwante onderwerpen "Audit policies" in Database Security Guide "Storage and analysis of audit logs" in Database Security Guide Verwante erwijzing "db2audit - Audit facility administrator tool " in Command Reference De opdracht db2ckmig is gewijzigd De opdracht db2ckmig controleert nu of de database zich in de modus RESTORE PENDING beindt en of u externe, niet-afgeschermde routines op Linux and UNIX hebt die niet afhankelijk zijn an de DB2 Engine-bibliotheek in uw database. Details U kunt de opdracht db2ckmig gebruiken om te controleren of de database kan worden gemigreerd. Deze opdracht kan niet worden uitgeoerd wanneer de database zich in de modus RESTORE PENDING beindt. Raadpleeg Controleren of uw databases klaar zijn oor migratie in Migration Guide oor meer informatie. Als u externe, niet-afgeschermde routines op Linux en UNIX hebt die niet afhankelijk zijn an de DB2 Engine-bibliotheek in uw database, ontangt u de foutmelding SQL1349W en wordt er een bestand gegenereerd met een lijst met alle externe, niet-afgeschermde routines die als u de database migreert opnieuw worden gedefinieerd als FENCED en NOT THREADSAFE. Oplossing Om een database uit de modus RESTORE PENDING te halen, moet u een herstelbewerking oor de database uitoeren. Als u het waarschuwingsbericht SQL1349W ontangt en u uw externe routines kunt uitoeren als FENCED en NOT THREADSAFE, kunt u erdergaan met het migreren an de database. Als u uw externe routines moet uitoeren als NOT FENCED en THREADSAFE in een gemigreerde database, moet u controleren of ze eilig kunnen worden uitgeoerd als NOT FENCED en THREADSAFE oordat u uw database migreert. Raadpleeg Externe 32-bits routines oor uitoering op 64-bits subsystemen in Migration Guide oor meer informatie oer het uitoeren an deze erificatie. Verwante taken "Using restore" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference "Migrating routines" in Migration Guide De opdracht db2mtrk is gewijzigd De opdracht db2mtrk, die een olledig rapport an de geheugenstatus biedt, is gewijzigd. De optie -p (die een lijst maakt an priate agent memory heaps) is gedeprecieerd en erangen door de optie -a (die een lijst maakt an het geheugengebruik an alle toepassingen). Details De opdrachtuitoer is anders als geolg an de wijzigingen in het toepassingsgeheugenmodel an DB2 en toont meer informatie. 216 Nieuwe functies in deze release
231 Oplossing Als u werkt met scripts die de uitoer an de opdracht db2mtrk ontleden, past u de ontleedinstellingen aan de nieuwe indeling aan. Verwante erwijzing "db2mtrk - Memory tracker " in Command Reference Er wordt gezocht naar aangepaste calloutscripts (Linux en UNIX) Het programma oor databasebeheer controleert nu of er aangepaste ersies bestaan an de scripts db2cos, db2cos_datacorruption, db2cos_hang en db2cos_. Als deze niet bestaan, wordt er een standaardersie gebruikt. Details De scripts db2cos, db2cos_datacorruption, db2cos_hang en db2cos_trap worden uitgeoerd om informatie oor probleemoplossing te erzamelen wanneer er een trapfout optreedt, het systeem blijft hangen of er gegeens beschadigd zijn. Op Linux- en UNIX-besturingssystemen controleert het programma oor databasebeheer eerst of er aangepaste ersies an de calloutscripts bestaan in INSTHOME/sqllib/adm/, waarbij INSTHOME staat oor de hoofddirectory an het subsysteem, en oert deze scripts uit. Als er geen scripts worden geonden, oert het programma oor databasebeheer de systeemscripts in de directory INSTHOME/sqllib/bin/ uit. Oplossing Breng geen wijzigingen aan in de systeeminstellingen of de systeemscripts. Verwante onderwerpen "db2cos (callout script) output files" in Troubleshooting Guide Weergae an besturingssysteemprocessen en -threads is gewijzigd (Linux en UNIX) Als geolg an de oergang naar multithreadarchitectuur in Versie 9.5 is de uitoer an de opdracht ps gewijzigd. Boendien heeft de opdracht db2pd nu een nieuwe -edus-optie die alle EDU's (Engine Dispatchable Units) oor een databasepartitie weergeeft. Details In Versie 9.5, op de besturingssystemenunix en Linux, zijn bijna alle besturingssysteemprocessen in een DB2-subsysteem besturingssysteemthreads, allemaal binnen één enkel proces oor het subsysteem. Dit erkleint het aantal DB2-besturingssysteemprocessen en maakt het gemakkelijker om problemen met uw systeem op te lossen. Wanneer u de opdracht ps aanroept met de optie -fu subsysteemnaam, worden in de uitoer slechts twee DB2-processen weergegeen, db2sysc en db2acd (zie oorbeeld). Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 217
232 Oplossing Voor het weergeen an de afzonderlijke threads die zijn gekoppeld aan het db2sysc-proces, moet u de betreffende threadopties bij de opdracht ps gebruiken. Zo kunt u op het Linux-besturingssysteem de optie -llfp gebruiken. Op het AIX-besturingssysteem kunt u de -m -o THREAD-opties gebruiken. Voorbeeld De opdracht ps -fu toont nu slechts twee processen, zoals weergegeen in het olgende oorbeeld: $ ps -fu lpham UID PID PPID C STIME TTY TIME CMD lpham :19 pts/12 00:00:00 -ksh lpham :19 pts/12 00:00:00 ksh lpham :21 pts/12 00:01:46 db2sysc lpham :21 pts/12 00:00:00 db2acd lpham :24 pts/13 00:00:00 -ksh lpham :30 pts/12 00:00:00 ps -fu lpham Om de details an proces-id op te ragen, start u de opdracht ps met de nieuwe -llfp-optie, zoals weergegeen in het olgende oorbeeld: $ps -llfp (probeer ps -m -o THREAD -p op AIX) F S UID PID PPID LWP C NLWP PRI NI ADDR SZ WCHAN STIME TTY TIME CMD 5 S lpham msgrc 12:21 pts/12 00:00:01 db2sysc 1 S lpham schedu 12:21 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham semtim 12:21 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:21 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham msgrc 12:21 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:21 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham semtim 12:21 pts/12 00:00:06 db2sysc 1 S lpham schedu 12:22 pts/12 00:01:39 db2sysc 1 S lpham schedu 12:25 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:25 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:25 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham semtim 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham schedu 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham semtim 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham semtim 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham semtim 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham msgrc 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham msgrc 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc 1 S lpham msgrc 12:36 pts/12 00:00:00 db2sysc In het olgende oorbeeld ziet u de met de optie -edus erstrekte informatie: $ db2pd -edus >>>> Lijst an alle EDU s oor databasepartitie 0 <<<< db2sysc PID: db2wdog PID: db2acd PID: EDU ID TID Kernel TID EDU Name =========================================================================================== db2pfchr (TESTDB) db2pfchr (TESTDB) db2pfchr (TESTDB) db2pclnr (TESTDB) db2pclnr (TESTDB) db2pclnr (TESTDB) db2dlock (TESTDB) db2lfr (TESTDB) db2loggw (TESTDB) db2loggr (TESTDB) db2emli (DB2DETAILDEADLOCK) 218 Nieuwe functies in deze release
233 db2taskd (TESTDB) db2wlmd (TESTDB) db2stmm (TESTDB) db2agent (TESTDB) db2resync db2ipccm db2licc db2thcln db2alarm db2sysc Verwante erwijzing "db2pd - Monitor and troubleshoot DB2 database " in Command Reference Hoofdstuk 16. Gewijzigde functionaliteit 219
234 220 Nieuwe functies in deze release
235 Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit Functionaliteit wordt aangeduid met de term gedeprecieerd wanneer een specifieke functie of oorziening wel in de huidige release wordt ondersteund maar in een toekomstige release mogelijk wordt erwijderd. In sommige geallen, kan het erstandig zijn om gedeprecieerde functionaliteit niet meer te gebruiken. Een registerariabele kan bijoorbeeld in deze release zijn gedeprecieerd omdat de actiiteit die door de registerariabele wordt gestart, in deze release automatisch plaatsindt en de registerariabele daarom uit een toekomstige ersie wordt erwijderd. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer gedeprecieerde functies in Versie 9.5 en om rekening te houden met toekomstige wijzigingen. U kunt ook oerwegen de lijst met functies door te nemen die zijn gedeprecieerd of worden erwijderd in toekomstige releases om te oorkomen dat u an deze functionaliteit afhankelijk bent. Raadpleeg oor meer informatie oer gedeprecieerde en erwijderde DB2-functies infocenter/db2luw/9r7/topic/com.ibm.db2.luw.wn.doc/doc/c html. Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gedeprecieerd Een aantal register- en omgeingsariabelen is gedeprecieerd in Versie 9.5. Deze ariabelen zijn nog steeds beschikbaar, maar u moet ze niet gebruiken omdat ze in toekomstige ersies waarschijnlijk worden erwijderd. De olgende tabel geeft een oerzicht an de gedeprecieerde register- en omgeingsariabelen. Deze zijn erangen door een andere functie of de functie die deze ondersteunen is erouderd. Tabel 30. Register- en omgeingsariabelen die in Versie 9.5 zijn gedeprecieerd Register- of omgeingsariabele Details DB2_ALLOCATION_SIZE Deze ariabele is gedeprecieerd en wordt mogelijk erwijderd uit toekomstige releases. DB2ATLD_PORTS Deze ariabele is gedeprecieerd en wordt mogelijk erwijderd uit toekomstige releases. DB2_ASYNC_IO_MAXFILOP Deze ariabele is erouderd anwege de gemeenschappelijke bestandafhandelingstabel die wordt bijgehouden door het threaddatabasebeheer. De ariabele kan nog worden ingesteld in Versie 9.5, maar heeft geen effect. DB2_BAR_AUTONOMIC_DISABLE Deze ariabele is alleen nodig oor intern IBM-gebruik (bijoorbeeld testen). DB2BPVARS Deze ariabele is gedeprecieerd en wordt mogelijk erwijderd uit toekomstige releases. Copyright IBM Corp. 1993,
236 Tabel 30. Register- en omgeingsariabelen die in Versie 9.5 zijn gedeprecieerd (erolg) Register- of omgeingsariabele Details DB2COUNTRY Deze ariabele is erangen door de registerariabele DB2TERRITORY. Met DB2TERRITORY kunt u de regio- of gebiedscode an een clienttoepassing opgeen die an inloed is op de datum- en tijdnotatie. DB2TERRITORY accepteert dezelfde waarden als DB2COUNTRY: wanneer u bijoorbeeld DB2COUNTRY instelt op 68, is het effect hetzelfde als wanneer u DB2TERRITORY instelt op 68. DB2DEFPREP Gebruik deze ariabele alleen op adies an IBM Serice. DB2DMNBCKCTLR Deze ariabele is niet meer nodig, omdat backupdomeincontrollers in de actiee directory alleen in op het Windows NT-platform oorkomen, niet in de platforms Windows 2003 en Windows XP. Versie 9.5 kan niet worden uitgeoerd op het Windows NT-platform. DB2_ENABLE_SINGLE_NIS_GROUP Deze ariabele is gedeprecieerd omdat ondersteuning oor de Network Information Serices (NIS en NIS+) in een an de toekomstige releases wordt erwijderd. Zie oor meer informatie Ondersteuning oor Network Information Serices wordt gedeprecieerd (Linux en UNIX). DB2FFDC Deze ariabele is erangen door de registerariabele DB2FODC. Als u de optie DUMPCORE an DB2FODC gebruikt, is dezelfde functionaliteit beschikbaar als in DB2FFDC. De optie DUMPCORE is standaard ingesteld op ON, zodat kernbestanden kunnen worden gegenereerd en de compatibiliteit met orige releases is gewaarborgd. DB2_HASH_JOIN Deze ariabele is gemaakt om besturing an een DB2-functie te bieden en is nu onnodig omdat deze registerbesturing niet meer is ereist. 222 Nieuwe functies in deze release
237 Tabel 30. Register- en omgeingsariabelen die in Versie 9.5 zijn gedeprecieerd (erolg) Register- of omgeingsariabele Details DB2_INDEX_FREE Deze ariabele heeft dezelfde functionaliteit als de clausule PCTFREE in een CREATE INDEX-instructie. De clausule PCTFREE geeft aan oor welk percentage an elke indexpagina rije ruimte moet worden geresereerd bij het maken an de index. Het instellen an DB2_INDEX_FREE op 20 is bijoorbeeld het equialent an CREATE INDEX IndexNaam ON TableNaam (Kolommen) PCTFREE 20. De PCTFREE-waarde heeft alleen effect bij het maken of opnieuw maken an de index en blijft ongewijzigd gedurende het bestaan an de index. De clausule is alleen an inloed op de index die wordt gemaakt, in tegenstelling tot DB2_INDEX_FREE, dat an inloed is op alle indexen. DB2_MAP_XML_AS_CLOB_FOR_DLC Deze ariabele is gedeprecieerd, omdat de meeste DB2-toepassingen die toegang tot XML-waarden moeten hebben, dit doen met een oor XML geschikte client (Versie 9.1 en nieuwer). U hebt deze ariabele alleen nodig oor oorgaande toepassingen die generiek tabelgegeens ophaalden en geen UTF-8 XML-gegeens in een BLOB konden ontleden. DB2MEMMAXFREE Deze ariabele is niet meer nodig, omdat de databasebeheerfunctie nu het thread-enginemodel gebruikt. Zie oor meer informatie Multithreadarchitectuur erlaagt de totale bedrijfskosten. DB2_NO_FORK_CHECK DB2NTNOCACHE DB2_PARTITIONEDLOAD_DEFAULT DB2PRIORITIES, DB2NTPRICLASS Opmerking: Wijzig deze ariabele niet. Als u dit doet, wordt de performance waarschijnlijk slechter en kan er onerwacht gedrag optreden. Deze ariabele is niet meer nodig, omdat de procedure oor het ophalen an het huidige proces-id (PID) in Versie 9.5 is erbeterd. Deze ariabele is gedeprecieerd sinds DB2 Uniersal Database (DB2 UDB) Versie 8.2. U kunt alle doen waaroor deze registerariabele is ontworpen, door de SQL-instructies CREATE TABLESPACE en ALTER TABLESPACE te gebruiken. Deze ariabele is gedeprecieerd, omdat de opdracht LOAD erschillende opties heeft die kunnen worden gebruikt om hetzelfde gedrag te bereiken. Deze ariabelen zijn gedeprecieerd. Gebruik DB2-sericeklassen om de prioriteit an agents aan te passen en prioriteiten an teoren op te halen. Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit 223
238 Tabel 30. Register- en omgeingsariabelen die in Versie 9.5 zijn gedeprecieerd (erolg) Register- of omgeingsariabele DB2ROUTINE_DEBUG DB2_RR_TO_RS DB2_SNAPSHOT_NOAUTH DB2_TRUSTED_BINDIN DB2_UPDATE_PART_KEY DB2_VENDOR_INI DB2YIELD Details Deze ariabele is niet meer nodig, omdat dit foutopsporingsprogramma oor opgeslagen procedures is erangen door Unified Debugger. Gebruik deze ariabele alleen op adies an IBM Serice. Deze ariabele is niet nodig, omdat u dezelfde functionaliteit kunt bereiken met de machtigingsgroep SYSMON. Deze ariabele is gedeprecieerd, omdat deze niet meer nuttig is. Deze ariabele is gedeprecieerd en wordt mogelijk erwijderd uit toekomstige releases. Deze is erouderd omdat updates an partitiesorteerkolommen standaard zijn toegestaan. Deze ariabele is niet meer nodig, omdat de instellingen an omgeingsariabelen in het bestand kunt plaatsen dat is opgegeen met de ariabele DB2_DJ_INI. Deze ariabele werd alleen gebruikt in Windows 3.1, dat niet wordt ondersteund in Versie 9.5. Verwante onderwerpen Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gewijzigd op pagina 172 Sommige register- en omgeingsariabelen zijn erwijderd op pagina 235 Opdracht GET AUTHORIZATIONS is gedeprecieerd De opdracht GET AUTHORIZATIONS is gedeprecieerd in Versie 9.5. Gebruik in plaats daaran de tabelfunctie AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID. Details De opdracht GET AUTHORIZATIONS rapporteert de machtigingen an de huidige gebruiker op basis an waarden die zijn geonden in het databaseconfiguratiebestand en de systeemcatalogusiew oor machtigingen (SYSCAT.DBAUTH). Als geolg an interne wijzigingen in het DB2-autorisatiemodel is deze functie gedeprecieerd in Versie 9.5. Machtigingen worden als direct of indirect gerapporteerd, afhankelijk an aan wie de rol is toegekend: de gebruiker of de groep. Oplossing Gebruik de tabelfunctie AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID om de machtigingen oor een specifieke gebruiker op te halen. 224 Nieuwe functies in deze release
239 Verwante erwijzing "AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID " in Administratie Routines and Views De API sqluadau is gedeprecieerd De API sqluadau is in Versie 9.5 gedeprecieerd. Gebruik in plaats daaran de tabelfunctie AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID. Details Als geolg an interne wijzigingen in het DB2-machtigingsmodel is de API sqluadau gedeprecieerd. De API retourneert de machtigingen an de huidige gebruiker. Machtigingen worden als direct of indirect gerapporteerd, afhankelijk an aan wie de rol is toegekend. Oplossing Gebruik de tabelfunctie AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID om de informatie die sqluadau leert, op te halen. Verwante erwijzing "AUTH_LIST_AUTHORITIES_FOR_AUTHID " in Administratie Routines and Views Sommige monitorelementen zijn gedeprecieerd Een subset an monitorelementen is gedeprecieerd, aansluitend op de wijzigingen in de functionaliteit an Versie 9.5. Details De olgende monitorelementen en statusindicator worden niet meer aanbeolen worden in een toekomstige release mogelijk erwijderd: agents_waiting_top - Maximumaantal wachtende agents agents_waiting_on_token - Agents die op een token wachten authority_ll - Gebruikersmachtigingsnieau cat_cache_size_top - Hoogwatermarkering an cataloguscache db_heap_top - Maximum toegewezen databaseheap db.shrworkspace_hitratio - Hit ratio gemeenschappelijke werkruimte max_agents_oerflows - Maximum agentoerflows pkg_cache_size_top - Hoogwatermarkering an pakketcache pri_workspace_num_oerflows - Oerflows niet-gemeenschappelijke werkruimte pri_workspace_section_inserts - Inoegingen niet-gemeenschappelijke werkruimtesectie pri_workspace_section_lookups - Zoekopdrachten niet-gemeenschappelijke werkruimtesectie pri_workspace_size_top - Maximumgrootte niet-gemeenschappelijke werkruimte shr_workspace_num_oerflows - Oerflows gemeenschappelijke werkruimte shr_workspace_section_inserts - Inoegingen gemeenschappelijke werkruimtesectie Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit 225
240 shr_workspace_section_lookups - Zoekopdrachten gemeenschappelijke werkruimtesectie shr_workspace_size_top - Maximumgrootte gemeenschappelijke werkruimte Oplossing De gedeprecieerde elementen zijn mogelijk erwijderd uit de momentopnameuitoer en zijn mogelijk gedefinieerd in de beheeriew SNAPDBM en de tabelfunctie SNAP_GET_DBM. Als het element wordt geonden, is de waarde niet geldig. De interface db2getsnapshot retourneert geen waarden oor deze gedeprecieerde elementen bij opdrachten met een iversion (ersie-id an de databasebewakingsgegeens die erzameld moeten worden) an SQLM_DBMON_VERSION6 of hoger, maar de waarde nul wordt geretourneerd oor SQLM_DBMON_VERSION5_2 of ouder. Gebruik de erangende elementmonitors als deze beschikbaar zijn. Gedeprecieerd monitorelement of gedeprecieerde statusindicator agents_waiting_top - Maximumaantal wachtende agents agents_waiting_on_token - Agents die op een token wachten max_agents_oerflows - Maximum agentoerflows authority_ll - Gebruikersmachtigingsnieau cat_cache_size_top - Hoogwatermarkering an cataloguscache db_heap_top - Maximum toegewezen databaseheap pkg_cache_size_top - Hoogwatermarkering an pakketcache Wijziging Deze monitorelementen zijn niet meer nodig, omdat het configuratiemechanisme oor procesmodelparameters in Versie 9.5 is ereenoudigd. Het gebruik eran leert geen fouten op. De elementen retourneren echter geen geldige waarden. Gebruik in plaats daaran het monitorelement authority_bitmap, dat de machtigingen en priileges toont die zijn toegekend aan een gebruiker en aan de groepen waartoe de gebruiker behoort. Hiertoe behoren ook de machtigingen en priileges die zijn toegekend aan de gebruiker en aan de groepen waartoe de gebruiker behoort. Het gebruik an dit monitorelement leert geen fouten op. Het retourneert echter geen geldige waarde. Gebruik het geheugenpoolelement pool_watermark en het pool_id-element met de waarde SQLM_HEAP_CAT_CACHE. Het gebruik an dit monitorelement leert geen fouten op. Het retourneert echter geen geldige waarde. Gebruik het geheugenpoolelement pool_watermark en het pool_id-element met de waarde SQLM_HEAP_DATABASE. Het gebruik an dit monitorelement leert geen fouten op. De elementen retourneren echter geen geldige waarden. Gebruik het geheugenpoolelement pool_watermark en het pool_id-element met de waarde SQLM_HEAP_PACKAGE_CACHE. 226 Nieuwe functies in deze release
241 Gedeprecieerd monitorelement of gedeprecieerde statusindicator db.shrworkspace_hitratio - Hit ratio gemeenschappelijke werkruimte pri_workspace_num_oerflows - Oerflows niet-gemeenschappelijke werkruimte pri_workspace_section_inserts - Inoegingen nietgemeenschappelijke werkruimtesectie pri_workspace_section_lookups - Zoekopdrachten niet-gemeenschappelijke werkruimtesectie pri_workspace_size_top - Maximumgrootte niet-gemeenschappelijke werkruimte shr_workspace_num_oerflows - Oerflows gemeenschappelijke werkruimte shr_workspace_section_inserts - Inoegingen gemeenschappelijke werkruimtesectie shr_workspace_section_lookups - Zoekopdrachten gemeenschappelijke werkruimtesectie shr_workspace_size_top - Maximumgrootte gemeenschappelijke werkruimte Wijziging Deze monitorelementen en statusindicator zijn niet meer nodig, omdat de geheugenconfiguratie in Versie 9.5 is ereenoudigd. Het gebruik eran leert geen fouten op. De elementen retourneren echter geen geldige waarden. Verwante erwijzing "pool_id - Memory Pool Identifier " in System Monitor Guide and Reference "pool_watermark - Memory Pool Watermark " in System Monitor Guide and Reference "authority_bitmap - User Authorization Leel monitor element" in System Monitor Guide and Reference Logboekstuurbestand SQLOGCTL.LFH is hernoemd en gekopieerd In Versie 9.1 onderhield de databasebeheerfunctie alleen het logboekstuurbestand SQLOGCTL.LFH. In Versie 9.5 beheert de databasemanager twee kopieën an het logboekstuurbestand: SQLOGCTL.LFH.1 en SQLOGCTL.LFH.2. Details Wanneer een database opnieuw start na een storing, past de databasemanager transactiegegeens in logboekbestanden aan om de database terug te zetten in een consistente staat. De databasemanager gebruikt een logboekbestand om te bepalen welke gegeens in de logboekbestanden moeten worden toegepast. Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit 227
242 Als het logboekstuurbestand beschadigd is, is het oor de databasemanager misschien niet mogelijk de database in een consistente staat terug te zetten. Daarom kan het hebben an twee kopieën an het logboekstuurbestand het databaseherstel bestendiger maken. Als een an de kopieën namelijk is beschadigd, kan de databasebeheerder de andere kopie gebruiken om opnieuw op te starten. Als geolg an het gebruik an de gespiegelde logboekcontrolebestanden, wordt de optie -file an de opdracht db2flsn gedeprecieerd en wordt deze bij een toekomstige release mogelijk erwijderd. Oplossing Als u toepassingen of scripts maakt die naar het logboekstuurbestand erwijzen, werkt u deze toepassingen of scripts bij zodat ze erwijzen naar een an de huidige logboekstuurbestanden. Voor hulpprogramma's als db2flsn gebruikt u de parameter -path om het pad oor beide logboekstuurbestanden op te geen. Dit stelt de databasemanager in staat om zijn werk te doen wanneer een an de logboekstuurbestanden ontbreekt, beschadigd is of erouderd is. Verwante onderwerpen "Log control files" in Data Recoery and High Aailability Guide and Reference Verwante erwijzing "db2flsn - Find log sequence number " in Command Reference IMPORT-opdrachtopties CREATE en REPLACE_CREATE zijn gedeprecieerd De opties CREATE en REPLACE_CREATE an de opdracht IMPORT zijn gedeprecieerd en worden in een toekomstige release mogelijk erwijderd. Details De opties CREATE en REPLACE_CREATE bieden de mogelijkheid om een tabel te maken en gegeens in de tabel in te oeren. Deze opties zijn echter gedeprecieerd omdat niet alle tabeleigenschappen opnieuw worden gemaakt wanneer u de opties CREATE en REPLACE_CREATE gebruikt. Oplossing Gebruik in plaats an de opties CREATE en REPLACE_CREATE de opdracht db2look in een proces dat uit twee stappen bestaat. Gebruik eerst db2look om de oorspronkelijke tabeldefinities ast te leggen en maak de tabel opnieuw. Verolgens geeft u de opdracht LOAD of IMPORT op om de gegeens aan de tabel toe te oegen. De opdracht db2look behoudt alle eigenschappen an een tabel en biedt indien geolgd door een afzonderlijke IMPORT- of LOAD-bewerking, een superieure optie oor het opnieuw maken an een tabel. 228 Nieuwe functies in deze release
243 Verwante taken "Creating tables like existing tables" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide Verwante erwijzing "db2look - DB2 statistics and DDL extraction tool " in Data Moement Utilities Guide and Reference XML Extender is gedeprecieerd Vanaf Versie 9.5 zijn de functies an de XML Extender erangen door de purexml-oorziening. Als geolg hieran is de XML Extender gedeprecieerd. Details Met de inoering an de functie purexml in DB2 Versie 9.1 is XML Extender gedeprecieerd. Met de functie purexml kunt u correct opgestelde XML-documenten opslaan in tabelkolommen an een database die het XML-gegeenstype hebben. Door XML-gegeens op te slaan in XML-kolommen, kunnen deze gegeens in de oorspronkelijke hiërarchische orm worden bewaard, in plaats an opgeslagen als tekst of toegewezen aan een ander gegeensmodel. Databasefuncties zoals XMLQUERY en XSLTRANSFORM kunnen rechtstreeks worden toegepast op databasetabellen met het XML-gegeenstype. Omdat de database een uitgebreide erzameling XML-tools biedt, zijn de XML Extender-functies niet langer ereist. Statische gegeensstroom-snapshotuitoer is gedeprecieerd Wanneer een inoerersie an Versie 5.2 (of eerder) wordt opgegeen bij de snapshotmonitor-api, wordt de snapshotuitoer teruggezonden in statische structuren waaran de beschrijingen worden weergegeen in het bestand sqlmon.h. Deze uitoerindeling is gedeprecieerd en wordt mogelijk bij een toekomstige release erwijderd. Details De olgende inoerersies zijn gedeprecieerd en ondersteuning oor deze ersies wordt in een toekomstige release mogelijk erwijderd: SQLM_DBMON_VERSION1 SQLM_DBMON_VERSION2 SQLM_DBMON_VERSION5 SQLM_DBMON_VERSION5_2 Versie 6 en latere snapshotmonitors gebruiken een zichzelf beschrijende gegeensstroom in plaats an statische structuren. Oplossing Wijzig alle toepassingen die gebruikmaken an de gedeprecieerde inoerersies zodat deze een nieuwere ersie gebruiken en zorg ook dat ze de 'zichzelf beschrijende snapshotmonitor'-indeling gebruiken. Voor oorbeelden an toepassingen die deze indeling gebruiken, raadpleegt u dbsnap.c (C sample) of dbsnap.c (C++ sample). Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit 229
244 WORF (Web Object Runtime Framework) is gedeprecieerd WORF (Web Object Runtime Framework) is gedeprecieerd en wordt mogelijk erwijderd in een toekomstige release. Vanaf deze release biedt de IBM Data Studio een eenoudiger ontwikkelomgeing oor het snel ontwikkelen en in gebruik nemen an webserices. Details De WORF (Web Objects Runtime Framework) biedt tooling- en runtimeondersteuning oor het maken en oproepen an DADX-documenten als webserices. WORF is nu erangen door een nieuwe functie in IBM Data Studio waarmee u webserices kunt maken zonder dat u DADX-bestanden (Document Access Definition Extension) hoeft te schrijen. Boendien kunt u de IBM Data Studio gebruiken oor het maken an SQL-instructies en opgeslagen procedures waarop u de bewerkingen an uw webserices wilt baseren. In eel scenario's ereist het gebruiken an een webserice slechts één enkele muisklik. U kunt meer informatie oer deze functie lezen in het onderwerp Deeloping and deploying Web serices in hetibm Data Studio Informatiecentrum op Oplossing U moet de WORF-webserices erplaatsen naar de IBM Data Studio-webserices. Instructies oor migratie indt u in het onderwerp Migrating Web applications that were deeloped for the Web Object Runtime Framework (WORF) in het IBM Data Studio Informatiecentrum op 1r1m0. Gegeensstructuur piactionstring an de API db2import en db2load is gedeprecieerd De gegeensstructuur piactionstring an de API's db2import en db2load is gedeprecieerd en wordt bij een toekomstige release mogelijk erwijderd. Details Ter ondersteuning an langere namen is een nieuwe inoeractieparameter, pilongactionstring, toegeoegd oor de API's db2load en db2import. Deze maakt gebruik an de gegeensstructuur sqllob in plaats an sqlchar. Oplossing De API's controleren of u slechts een an de gegeensstructuren hebt geïnitialiseerd. Als u beide hebt geïnitialiseerd, wordt de melding SQL3009N geretourneerd, om aan te geen dat de gegeensstructuren elkaar uitsluiten. 230 Nieuwe functies in deze release
245 Verwante erwijzing "db2import - Import data into a table, hierarchy, nickname or iew" in Data Moement Utilities Guide and Reference "db2load - Load data into a table" in Data Moement Utilities Guide and Reference Ondersteuning oor Network Information Serices wordt gedeprecieerd (Linux en UNIX) Ondersteuning oor de functies an Network Information Serices (NIS) en Network Information Serices Plus (NIS+) wordt gedeprecieerd. Details Ondersteuning an NIS en NIS+ oor gebruikerserificatie wordt gedeprecieerd op Linux- en UNIX-besturingssystemen. In erband daarmee wordt het gebruik an de registerariabele DB2_ENABLE_SINGLE_NIS_GROUP gedeprecieerd en wordt deze ariabele in een olgende release mogelijk erwijderd. Oplossing Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) is de aanbeolen oplossing oor centrale serices oor gebruikersbeheer. Versie 9.5 ondersteunt LDAP-erificatie en zoekfuncties oor groepen ia het gebruik an LDAP-pluginmodules oor beeiliging. Informatie oer het gebruik an de NIS- en NIS+-functies in DB2-omgeingen indt u in het Versie 9.1 Informatiecentrum. Verwante onderwerpen "LDAP-based authentication and group lookup support" in Database Security Guide FP1: Gegeenstypen LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC zijn gedeprecieerd Vanaf Versie 9.5 Fixpack 1 zijn gegeenstypen LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC gedeprecieerd. Hierdoor zijn ook de scalaire functies LONG_VARGRAPHIC en LONG_VARCHAR gedeprecieerd. Details Gebruik bij het kiezen an een gegeenstype oor een kolom gegeenstypen zoals VARCHAR, VARGRAPHIC, CLOB of DBCLOB omdat de ondersteuning an deze typen wordt oortgezet in toekomstige releases en deze worden aanbeolen oor oerdraagbare toepassingen. Oplossing Gebruik an de gegeenstypen LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC is niet an inloed op bestaande tabellen omdat gedeprecieerde functionaliteit in de huidige release nog steeds wordt ondersteund. U kunt oerwegen om naar andere gegeenstypen te migreren om er zeker an te zijn dat u kunt profiteren an toekomstige productuitbreidingen. De ondersteuning oor de gegeenstypen Hoofdstuk 17. Gedeprecieerde functionaliteit 231
246 LONG VARCHAR en LONG VARGRAPHIC en de bijbehorende scalaire functies worden in een toekomstige release mogelijk erwijderd. Vermijd het gebruik an hostariabelen die dergelijke gedeprecieerde gegeenstypen in ingesloten SQL-toepassingen genereren. Verwante onderwerpen Hoofdstuk 17, Gedeprecieerde functionaliteit, op pagina 221 Verwante erwijzing "ALTER TABLE " in SQL Reference, Volume 2 "CREATE TABLE " in SQL Reference, Volume 2 "SQL and XML limits" in Data Serers, Databases, and Database Objects Guide "Supported functions and administratie SQL routines and iews" in SQL Reference, Volume 1 FP7: HP-UX 32 bit client-ondersteuning is gedeprecieerd. Vanaf DB2 Versie 9.5 Fixpack 7 is HP-UX 32 bit client-ondersteuning gedeprecieerd en wordt in een toekomstige release mogelijk erwijderd. Details Toen de ondersteuning oor HP Itanium-based serers werd geïntroduceerd in DB2 Versie 8, 32-bit werden DB2-clientbibliotheken op HP-UX uitgerust oor ondersteuning aan klanten en partners die niet meteen hun 32-bit HP-UX PA RISC-toepassingen konden actieren op systeemeigen 64-bit Itanium -omgeingen. Ondersteuning oor DB2-sererinstances op HP-UX PA RISC werd erwijderd in DB2 Versie 9.5. Tegenwoordig zijn HP Itanium-based serers algemeen, zodat de ondersteuning an 32-bit DB2 op HP-UX clients is gedeprecieerd en mogelijk in een toekomstige release wordt erwijderd. Dit heeft geen geolgen oor andere platforms omdat daaroor de 32-bit DB2 client-ondersteuning gewoon erbeterd en ondersteund blijft worden. Oplossing Ondersteuning an 32 bit-toepassingen op HP-UX is gedeprecieerd anaf Versie 9.5 Fixpack 7. De ondersteuning loopt mogelijk geheel af in toekomstige releases an DB2 en DB2 Connect-releases. Ter oorbereiding op deze wijziging kunt u het beste 32-bit HP-UX-toepassingen migreren naar 64-bit, zodat toepassingen in een systeemeigen 64-bit HP-UX Itanium-based-omgeing kunnen draaien. Verwante erwijzing "Installation requirements for DB2 Connect serer products (HP-UX)" in Quick Beginnings for DB2 Connect Serers "Installation requirements for DB2 serers and IBM data serer clients (HP-UX)" in Getting Started with Database Application Deelopment 232 Nieuwe functies in deze release
247 Hoofdstuk 18. Verwijderde functionaliteit Verwijderde functionaliteit is functionaliteit die niet langer beschikbaar is. U moet wijzigingen aanbrengen als u de erwijderde functie in oudere releases hebt gebruikt. Neem dit gedeelte door oor meer informatie oer erwijderde functies in Versie 9.5. De functie Uitgebreid geheugen (ESTORE) is erwijderd De functie Uitgebreid geheugen (ESTORE) is erwijderd. Details De optie Extended Storage oor bufferpools is erwijderd uit Versie 9.1. De bijbehorende configuratieparameters, monitorelementen en andere interfaces zijn erwijderd uit Versie 9.5. Door de opkomst an 64-bits besturingssystemen is er echter geen behoefte meer aan de ESTORE-functie, omdat deze niet de beperkingen an 32-bits besturingssystemen hebben. Het erwijderen an de ESTORE-functie heeft geolgen oor de performance an alle 32-bits besturingssystemen waarop deze functie werd ondersteund en heeft de olgende impact op de DB2-functionaliteit: De configuratieparameters ESTORE_SEG_SZ en NUM_ESTORE_SEGS zijn erdwenen. De olgende ESTORE-monitorelementen zijn erwijderd en worden niet langer weergegeen in momentopname of uitoer an de eentmonitor: pool_index_to_estore, pool_data_to_estore, pool_index_from_estore en pool_data_from_estore. De olgende gedeprecieerde tabelfuncties retourneren een NULL-waarde oor de erwijderde monitorelementen: SNAP_GET_TBSP, SNAP_GET_DB, SNAPSHOT_BP, SNAPSHOT_TBS, SNAPSHOT_DATABASE en SNAPSHOT_APPL. De instructies ALTER BUFFERPOOL en CREATE BUFFERPOOL accepteren niet langer de opties EXTENDED STORAGE en NOT EXTENDED STORAGE. Oplossing Om geheugen toe te wijzen, moet u uitbreiden naar 64-bits hardware, besturingssysteem en DB2-producten. U moet ook toepassingen en scripts aanpassen zodat deze niet langer naar de erwijderde functies erwijzen. De functie AWE (Address Windowing Extensions) is erwijderd (Windows) De ondersteuning oor de functie AWE (Address Windowing Extensions) is erwijderd. Copyright IBM Corp. 1993,
248 Details Oudere ersies an DB2 ondersteunen de AWE-functie, een reeks extensies oor geheugenbeheer waarmee toepassingen die worden uitgeoerd op een 32-bits DB2-serer meer geheugen kunnen gebruiken dan de limiet. Zo was het mogelijk om ia het instellen an de registerariabele DB2_AWE bufferpools toe te wijzen die tot 64 GB geheugen gebruiken. Door de opkomst an 64-bits platforms is er echter nauwelijks nog behoefte aan deze functie. Het erwijderen an AWE is an inloed op de performance op 32-bits Windows-platforms doordat de toegang tot systeemgeheugen wordt beperkt en heeft de onderstaande geolgen oor de werking an DB2: De registerariabele DB2_AWE is erwijderd. Het monitorelement physical_page_maps is erwijderd. De beheeriew SNAPBP beat niet langer een kolom physical_page_maps. De tabelfunctie SNAP_GET_BP retourneert een NULL-waarde oor de kolom physical_page_maps. Oplossing Als u 32-bits serers gebruikt die op dit moment gebruikmaken an AWE om meer systeemgeheugen mogelijk te maken, moet u oerschakelen op 64-bits hardware, besturingssysteem en DB2-producten. Daarnaast moet u scripts bijwerken die erwijzingen beatten naar de registerariabele DB2_AWE of het monitorelement physical_page_maps. Optie -w is erwijderd oor db2icrt, db2ilist en db2iupdt (Linux en UNIX) De WordWidth-parameter -w an de opdracht db2icrt, db2iupdt en db2ilist is erwijderd. Details De bitbreedteoptie (-w) an de opdrachten db2icrt, db2ilist en db2iupdt is niet geldig en geeft een foutmelding. Deze optie was alleen geldig op de besturingssystemen AIX 5L, HP-UX, Linux en Solaris. Voor ondersteunde Linux- en UNIX-besturingssystemen, wordt de bitgrootte an het subsysteem nu bepaald door het besturingssysteem waarin het DB2-product is geïnstalleerd. Oplossing Maak geen gebruik an de optie -w oor de opdrachten db2icrt, db2ilist en db2iupdt. In Versie 9.1 resulteerde deze optie in een foutmelding, maar in Versie 9.5 is het resultaat een syntaxisfout. DB2 Web Tools wordt niet meer ondersteund DB2 Web Tools wordt niet meer ondersteund. 234 Nieuwe functies in deze release
249 Details Oudere ersies an DB2 boden ondersteuning oor DB2 Web Tools, een suite die bestond uit het DB2 Web Opdrachtcentrum en het DB2 Web Health Center, bedoeld oor gebruik met HTTP-clients. Oplossing Pas toepassingen en scripts aan zodat deze niet langer naar de erwijderde functie erwijzen. Sommige register- en omgeingsariabelen zijn erwijderd Een aantal registerariabelen worden in Versie 9.5 niet meer gebruikt. U moet alle erwijzingen naar deze ariabelen erwijderen. De olgende register- en omgeingsariabelen zijn erwijderd uit Versie 9.5: Tabel 31. Registerariabelen die zijn erwijderd uit Versie 9.5 Register- of omgeingsariabele Details DB2_ASYNC_APPLY Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze wordt gebruikt oor ondersteuning an DataJoiner, dat niet meer wordt ondersteund. DB2_AWE Als u AWE-bufferpools gebruikt, kunt u oerwegen een migratie naar een 64-bits Versie 9.5-databaseproduct uit te oeren om geen hinder meer te hebben an grenswaarden oor het irtuele geheugen. Zie De functie AWE (Address Windowing Extensions) is erwijderd (Windows)) oor meer informatie. DB2_BLOCK_ON_LOG_DISK_FULL Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze erangen is door de configuratieparameter blk_log_dsk_ful. DB2CCMSRV Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze niet meer nodig is. DB2_FORCE_FCM_BP Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat alleen 64-bits kernels an AIX-systemen worden ondersteund en deze geen beperkingen kennen oor de grootte an gemeenschappelijke geheugensegmenten. De gemeenschappelijk-geheugencommunicatie tussen logische knooppunten is standaard ingeschakeld om de performance te erbeteren en om consistentie met andere platforms te bieden. DB2_LGPAGE_BP Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze niet meer nodig is. Om ondersteuning oor grote pagina's in te schakelen, gebruikt u de registerariabele DB2_LARGE_PAGE_MEM. Hoofdstuk 18. Verwijderde functionaliteit 235
250 Tabel 31. Registerariabelen die zijn erwijderd uit Versie 9.5 (erolg) Register- of omgeingsariabele Details DB2LINUXAIO Deze registerariabele is erwijderd, omdat de asynchrone I/O-functionaliteit (AIO) op Linux-systemen automatisch is ingeschakeld in Versie 9.5. DB2_MEMALLOCATE_HIGH Deze registerariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze niet meer nodig is. Het toewijzen an grote hoeeelheden geheugen gebeurt standaard anuit de boenzijde an de irtuele adresruimte, zodat fragmentatie an adresruimte op Windows-platforms wordt erminderd. DB2_MIGRATE_TS_INFO Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze alleen was ereist oor migratie naar Versie 5 anuit eerdere releases. DB2_NR_CONFIG Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat de functionaliteit niet meer nodig is. DB2_NEWLOGPATH2 Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze is erangen door de databaseconfiguratieparameter mirrorlogpath, waarmee u meer flexibiliteit hebt bij het instellen an een gespiegeld logboekpad. DB2_OLAP_BUFFER_SIZE Deze registerariabele is erwijderd, omdat OLAP-functies (On-Line Analytical Processing) in Versie 9.5 sorteerheapgeheugen gebruiken. In orige releases gebruikten de OLAP-functies toepassingsheapgeheugen en DB2_OLAP_BUFFER_SIZE beperkte de grootte hieran. Omdat nu sorteerheapgeheugen ingeschakeld kan worden oor zelfafstemming, is deze ariabele niet meer ereist. DB2UPMPR Deze ariabele is erwijderd, omdat deze alleen werd gebruikt in OS/2, dat niet wordt ondersteund in Versie 9.5. DB2UPMSINGLE Deze ariabele is uit Versie 9.5 erwijderd, omdat deze niet meer nodig is. Verwante onderwerpen Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gedeprecieerd op pagina 221 Sommige register- en omgeingsariabelen zijn gewijzigd op pagina 172 Opdracht db2undgp is erwijderd De opdracht db2undgp (uitoeringsbeoegdheid herroepen) is niet meer beschikbaar. Details In orige ersies kon u db2undgp gebruiken om gebruikers toegang te ontzeggen tot SQL-objecten waaroor ze geen machtigingen hadden. 236 Nieuwe functies in deze release
251 Oplossing Tijdens een databasemigratie naar DB2 Uniersal Database (DB2 UDB) Versie 8, werd aan alle gebruikers (PUBLIC) de machtiging EXECUTE toegekend oor alle bestaande functies, methoden en externe opgeslagen procedures. U kon de opdracht db2undgp gebruiken om gebruikers toegang te ontzeggen tot SQL-objecten waaroor ze geen machtigingen hadden. In Versie 9.5 kunt u de machtiging EXECUTE an de groep PUBLIC intrekken. Optie -n an de opdracht db2licm is erwijderd De optie -n an de opdracht db2licm is erwijderd. Details In het erleden kon u de optie -n gebruiken oor het bijwerken an het aantal processors dat u bij een DB2-product mag gebruiken. Licenties worden nu bepaald door het aantal waarde-eenheden in plaats an door het aantal fysieke processors. Deze optie leert dus geen resultaten op als hij wordt gebruikt bij Versie 9.5 of latere producten. Oplossing U moet de erwijderde optie niet gebruiken. Het is niet nodig om het aantal processors dat u mag gebruiken bij te werken. Verwante erwijzing "db2licm - License management tool " in Command Reference CLI-sleutelwoord CLISchema is erwijderd Het sleutelwoord CLISchema is erwijderd oor Versie 9.5-clients die erbinding maken met Versie 9.5-databaseserers. Details Door het instellen an het sleutelwoord CLISchema werden de prestaties erbeterd, oornamelijk oor clienttoepassingen die erbonden waren met DB2 oor z/os. In Versie 9.1 is ondersteuning oor dit sleutelwoord gedeprecieerd oor Versie 9.1-clients die erbinding maken met DB2 Versie 9.1 oor Linux-, UNIX- en Windows-databaseserers en erwijderd oor Versie 9.1-clients die die erbinding maken met DB2 oor z/os-databaseserers. Oplossing U kunt het sleutelwoord SysSchema gebruiken als een eranging oor het aangeen an een alternatief schema. Hoofdstuk 18. Verwijderde functionaliteit 237
252 Verwante erwijzing "SysSchema CLI/ODBC Configuration Keyword" in Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 FP3b: De DB2 Query Optimization Feature is niet langer beschikbaar MQT (Materialized Query Tables), MDC (Multidimensional Clustering), parallelle erwerking an query's en de DB2 Goernor kunnen niet langer in DB2 Workgroup Serer Edition worden gebruikt omdat de DB2 Query Optimization Feature for DB2 Workgroup Serer Edition niet langer beschikbaar is. Om te bepalen welke DB2-databaseproducten ondersteuning bieden oor MQT (Materialized Query Tables), MDC (Multidimensional Clustering), parallelle erwerking an query's, erbindingsconcentrator en de DB2 Goernor raadpleegt u DB2 Versie 9.5 product- en pakketgegeens. Als u de DB2 Query Optimization Feature al hebt aangeschaft, maakt u nog steeds aanspraak op het gebruik an deze functies in DB2 Workgroup Serer Edition. Verwante erwijzing "DB2 Version 9.5 product and packaging information" in Quick Beginnings for DB2 Serers "DB2Version 9.5 features and functions by edition" in Migration Guide 238 Nieuwe functies in deze release
253 Hoofdstuk 19. Wijzigingen in fixpacks bij DB2 Versie 9.1 die an inloed zijn op het gebruik an DB2 Versie 9.5 Versie 9.1 Fixpack 3 (en eerdere fixpacks) beat wijzigingen an functies en oorzieningen die an inloed kunnen zijn op het gebruik an Versie 9.5. Details Als u het fixpack 3 of eerdere fixpacks niet op Versie 9.1 hebt toegepast of uw lokale Informatiecentrum niet hebt bijgewerkt sinds het beschikbaar worden an Versie 9.1, bent u mogelijk niet op de hoogte an alle wijzigingen die an inloed kunnen zijn op het gebruik an Versie 9.5. Oplossing Lees de olgende onderwerpen als u niet bekend bent met de technische wijzigingen die zijn opgenomen in de fixpacks bij Versie 9.1. Fixpacks zijn cumulatief en beatten alle wijzigingen en functies die in eerdere fixpacks zijn toegeoegd. DB2 Versie 9.1 Fixpack 1 Fixpack 1 beat de olgende wijzigingen op de bestaande functies: De functie AWE (Address Windowing Extensions) is erwijderd (Windows) Beschikbaarheid an LOB- en XML-waarden is gewijzigd in JDBC-toepassingen met progressiee streaming Modificatienieau an productidentificatie kan alfanumerieke tekens beatten Fixpack 1 beat teens de olgende erbeteringen: DB2Binder beat twee nieuwe opties Tabel met optimalisatieprofielen kan worden gegenereerd ia een opgeslagen procedure DB2 Versie 9.1 Fixpack 2 Fixpack 2 beat de functies an Fixpack 1 en de olgende wijzigingen an bestaande functies: Standaardwaarde an configuratieparameter gewijzigd oor jaa_heap_sz Ondersteuning an Network Information Serices (NIS and NIS+) is gedeprecieerd (Linux en UNIX) De optie -schema an de opdracht db2sampl is erwijderd Fixpack 2 beat teens de olgende erbeteringen: Performance an ontleding an geannoteerde XML-schema's Ondersteuning an de gegeenstypen BINARY, VARBINARY en DECFLOAT toegeoegd oor in C en C++ ingesloten SQL-toepassingen DB2.NET Data Proider-uitbreidingen en ondersteuning oor.net Framework 2.0 DRDA and Informix- wordt nu ondersteund oor HP-UX Uitbreiding an IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 Copyright IBM Corp. 1993,
254 Ondersteuning toegeoegd oor IBM Software Deelopment Kit (SDK) oor Jaa 5.x oor het Solaris-besturingssysteem Nieuwe registerariabele DB2_MEMALLOCATE_HIGH kan geheugenfragmentatie erminderen Nieuw trefwoord kan queryprestatie in DPF-omgeing erbeteren Ondersteuning SSL-protocol (Secure Sockets Layer) door de databaseserer De opdracht db2extsec ondersteunt domeingroepen Ondersteuning toegeoegd oor Windows Vista (Windows) DB2 Versie 9.1 Fixpack 3 Fixpack 3 beat de functies an Fixpack 2 en de olgende wijziging an bestaande functies: DB2 Ondersteuning an Web Tools is gedeprecieerd LDAP Security-plugins zijn bijgewerkt en ondersteunen nu ook de Open LDAP-serer Fixpack 3 beat teens de olgende erbeteringen: Extra ondersteunde gebiedscodes en codetabellen Ondersteuning toegeoegd oor wijzigen wachtwoord (Linux) Scalaire functie COLLATION_KEY_BIT toegeoegd Uitbreidingen an JDBC en SQLJ Ondersteuning an Query Patroller toegeoegd oor HP-UX 240 Nieuwe functies in deze release
255 Deel 3. Bijlagen Copyright IBM Corp. 1993,
256 242 Nieuwe functies in deze release
257 Bijlage A. Configuraties oor cachegeheugens an bestandssysteem Het besturingssysteem slaat bestandsgegeens die an schijf worden gelezen of op schijf worden opgeslagen, standaard op in een cachegeheugen. Normaal gebruikt een leesbewerking fysieke toegang tot de schijf om de gegeens an de schijf in het bestandssysteem in te lezen en kopieert erolgens de gegeens an het cachegeheugen naar de toepassingsbuffer. Een schrijfbewerking gebruikt op dezelfde manier fysieke toegang tot de schijf om de gegeens uit de toepassingsbuffer naar het cachegeheugen an het bestandssysteem te kopiëren en kopieert deze erolgens an het cachegeheugen naar de fysieke schijf. Het gedrag bij het opslaan an gegeens in het cachegeheugen op bestandssysteemnieau wordt aangegeen in de clausule FILE SYSTEM CACHING an de instructie CREATE TABLESPACE. Omdat de databasebeheerfunctie de eigen cache beheert met behulp an bufferpools, is cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau niet nodig als de grootte an de bufferpool juist is afgestemd. Opmerking: De databasebeheerfunctie oorkomt al cachegeheugenopslag an de meeste DB2-gegeens, met uitzondering an tijdelijke gegeens en LOB's in AIX. Dit gebeurt door de pagina)s an de het cachegeheugen ongeldig te maken. In sommige geallen heeft cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau en in de bufferpools ermindering an de performance tot geolg anwege de extra CPU-cyclussen die oor de dubbele cachegeheugenopslag zijn ereist. Om deze dubbele cachegeheugenopslag te oorkomen, hebben de meeste bestandssystemen de mogelijkheid om cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau uit te schakelen. Dit wordt in het algemeen non-buffered I/O genoemd. In UNIX staat deze functie bekend als Direct I/O (of DIO). Het Windows-equialent is het openen an het bestand met de lag FILE_FLAG_NO_BUFFERING. Verder ondersteunen sommige bestandssystemen, bijoorbeeld IBM JFS2 en Symantec VERITAS VxFS, ook uitgebreide Direct I/O, dat wil zeggen de de hoger presterende functie Concurrent I/O (CIO). De databasebeheerfunctie ondersteunt deze functie door middel an de tabelruimteclausule NO FILE SYSTEM CACHING. Als deze is ingesteld, maakt de databasebeheerfunctie automatisch gebruik an CIO op bestandssystemen waarin de functie aanwezig is. Deze functie kan de geheugenereisten oor het cachegeheugen an het bestandssysteem erlagen en zo meer geheugen rijmaken oor ander gebruik. Vóór Versie 9.5 werd het sleutelwoord FILE SYSTEM CACHING geïmpliceerd als noch NO FILE SYSTEM CACHING noch FILE SYSTEM CACHING was opgegeen. Als in Versie 9.5 geen an beide sleutelwoorden is opgegeen, wordt de standaardwaarde NO FILE SYSTEM CACHING gebruikt. Deze wijziging is alleen an inloed op nieuwe tabelruimten. Voor tabelruimten die eerder zijn gemaakt met een oudere ersie dan Versie 9.5, zijn er geen geolgen. Deze wijziging geldt oor AIX, Linux, Solaris en Windows met de olgende uitzonderingen, waarbij het standaardgedrag FILE SYSTEM CACHING blijft: AIX JFS Solaris non-vxfs Linux oor System z Alle tijdelijke SMS-tabelruimtebestanden Copyright IBM Corp. 1993,
258 Gegeensbestanden an het type Long Field (LF) en Large object (LOB) in permanente SMS-tabelruimtebestanden Om de standaardinstelling te erangen, geeft u FILE SYSTEM CACHING of NO FILE SYSTEM CACHING op. Ondersteunde configuraties In Tabel 32 is de ondersteunde configuratie oor het gebruik an tabelruimten zonder cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau te inden. Hier is ook ermeld: (a) of DIO of uitgebreide DIO in alle geallen wordt gebruikt en (b) het standaardgedrag als noch NO FILE SYSTEM CACHING noch FILE SYSTEM CACHING oor de tabelruimte is opgegeen op basis an het platform en het type bestandssysteem. Tabel 32. Ondersteunde configuraties oor tabelruimten zonder bestandssysteemcache Platforms Vereist type bestandssysteem en minimaal nieau DIO- of CIO-aanragen onmiddellijk ingediend door de databasebeheerfunctie als NO FILE SYSTEM CACHING is opgegeen Standaardgedrag als NO FILE SYSTEM CACHING en FILE SYSTEM CACHING geen an beide zijn opgegeen. AIX 5.3 en hoger Journal File System (JFS) DIO FILE SYSTEM CACHING (Zie opmerking 1.) AIX 5.3 en hoger AIX 5.3 en hoger Concurrent Journal File System (JFS2) VERITAS Storage Foundation oor DB2 4.1 (VxFS) CIO CIO NO FILE SYSTEM CACHING NO FILE SYSTEM CACHING VERITAS Storage Foundation oor DB2 5.0 (VxFS) HP-UX Versie 11i 3 (Itanium) VERITAS Storage Foundation 4.1 (VxFS) CIO FILE SYSTEM CACHING VERITAS Storage Foundation 5.0 (VxFS) (Zie opmerking 6.) Solaris 9 UNIX File System (UFS) DIO FILE SYSTEM CACHING (Zie opmerking 2.) Solaris 10 UNIX File System (UFS) CIO FILE SYSTEM CACHING (Zie opmerking 2.) Solaris 9, 10 VERITAS Storage Foundation oor DB2 4.1 (VxFS) CIO NO FILE SYSTEM CACHING Linux-distributie-items SLES 9 en hoger, en RHEL 4 en hoger VERITAS Storage Foundation oor DB2 5.0 (VxFS) ext2, ext3, reiserfs DIO NO FILE SYSTEM CACHING (op deze architecturen: x86, x64 en POWER) 244 Nieuwe functies in deze release
259 Tabel 32. Ondersteunde configuraties oor tabelruimten zonder bestandssysteemcache (erolg) Platforms Vereist type bestandssysteem en minimaal nieau DIO- of CIO-aanragen onmiddellijk ingediend door de databasebeheerfunctie als NO FILE SYSTEM CACHING is opgegeen Standaardgedrag als NO FILE SYSTEM CACHING en FILE SYSTEM CACHING geen an beide zijn opgegeen. Linux-distributie-items SLES 9 en hoger, en RHEL 4 en hoger VERITAS Storage Foundation oor DB2 4.1 (VxFS) CIO NO FILE SYSTEM CACHING (op deze architecturen: x86, x64 en POWER) VERITAS Storage Foundation oor DB2 5.0 (VxFS) Linux-distributie-items SLES 9 en hoger, en RHEL 4 en hoger (op deze architectuur: zseries) ext2, ext3 of reiserfs op SCSI-schijen (Small Computer System Interface) met FCP (Fibre Channel Protocol) DIO FILE SYSTEM CACHING Windows Geen specifieke ereisten, werkt op alle door DB2 ondersteunde bestandssystemen DIO NO FILE SYSTEM CACHING Opmerking: 1. In AIX JFS is FILE SYSTEM CACHING de standaardwaarde. 2. In Solaris UFS is NO FILE SYSTEM CACHING de standaardwaarde. 3. VERITAS Storage Foundation oor de databasebeheerfunctie heeft mogelijk andere ereisten oor het besturingssysteem. De boenstaande platforms zijn ondersteunde platforms oor de huidige release. Raadpleeg de informatie oer de ereisten an VERITAS Storage Foundation oor DB2-ondersteuning. 4. Als u SFDB2 5.0 gebruikt in plaats an de hierboen ermelde minimumnieaus, moet u release SFDB2 5.0 MP1 RP1 gebruiken. Deze release beat fixes die specifiek oor ersie 5.0 zijn. 5. In de VERITAS Storage Foundation 5.1 is nu CIO-ondersteuning in het basisproduct opgenomen. De ersie met de DB-editie an het product is nu niet meer nodig. 6. Op HP wordt CIO ingeschakeld met OnlineJFS en hieroor is geen extra VERITAS-licentie nodig. 7. Als u niet wilt dat databasebeheer NO FILE SYSTEM CACHING als standaardinstelling kiest, geeft u FILE SYSTEM CACHING op in de betreffende SQL, opdrachten of API's. Voorbeelden Voorbeeld 1: Deze nieuwe tabelruimte wordt standaard gemaakt met behulp an non-buffered I/O; de clausule NO FILE SYSTEM CACHING wordt geïmpliceerd: CREATE TABLESPACE naam_tabelruimte... Voorbeeld 2: In de olgende instructie geeft de clausule NO FILE SYSTEM CACHING aan dat cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau uitgeschakeld is (OFF) oor deze specifieke tabelruimte: Bijlage A. Configuraties oor cachegeheugens an bestandssysteem 245
260 CREATE TABLESPACE naam_tabelruimte... NO FILE SYSTEM CACHING Voorbeeld 3: De olgende instructie schakelt de cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau uit oor een bestaande tabelruimte: ALTER TABLESPACE naam_tabelruimte... NO FILE SYSTEM CACHING Voorbeeld 4: De olgende instructie schakelt de cachegeheugenopslag op bestandssysteemnieau in oor een bestaande tabelruimte: ALTER TABLESPACE naam_tabelruimte... FILE SYSTEM CACHING 246 Nieuwe functies in deze release
261 Bijlage B. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 Technische informatie oor DB2 is beschikbaar ia de olgende hulpprogramma's en methoden: DB2 Informatiecentrum Onderwerpen (taken, concepten en naslagmateriaal) Help bij DB2-tools Voorbeeldprogramma's Informatie oor zelfstudie DB2-boeken PDF-bestanden (downloadbaar) PDF-bestanden (op de DB2 PDF DVD) Gedrukte boeken Help binnen opdrachtensters Help bij opdrachten Help bij berichten Opmerking: Updates oor het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Als u zeker wilt zijn dat u beschikt oer de meest recente informatie, installeer de documentatie-updates dan op het moment dat deze beschikbaar komen, of raadpleeg het DB2 Informatiecentrum op ibm.com. Via ibm.com kunt u online gebruikmaken an aanullende technische informatie met betrekking tot DB2, zoals technotes, white papers en IBM Redbooks. Raadpleeg daaroor de DB2 Information Management-softwarebibliotheek op de website Documentatiefeedback Wij stellen uw feedback oer de DB2-documentatie zeer op prijs. Stuur een bericht naar [email protected] als u suggesties hebt oer erbeteringen in de DB2-documentatie. Het DB2-documentatieteam erwerkt al uw feedback, maar kan deze niet rechtstreeks beantwoorden. Als u waar mogelijk specifieke oorbeelden geeft, kunnen wij uw opmerkingen beter beoordelen. Als u feedback leert oer een specifiek onderwerp of Help-bestand, ermeld dan ook de titel eran en de URL. Gebruik dit adres niet oor berichten aan DB2 Customer Support. Als u een technisch probleem met DB2 wilt melden waaroor de documentatie geen oplossing biedt, neem dan oor assistentie contact op met het lokale IBM-sericecentrum. Als u IBM wilt helpen bij het erbeteren an de gebruiksriendelijkheid an IBM Information Management-producten, gaat u naar het consumentenonderzoek op Copyright IBM Corp. 1993,
262 Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling In de onderstaande tabellen wordt een beschrijing gegeen an de DB2-bibliotheek die beschikbaar is op het IBM Publications Center op U kunt de Engelse en de ertaalde handleiding an DB2 Versie 9.5 downloaden anaf en support/dociew.wss?uid=swg De tabellen geen aan welke boeken in druk erkrijgbaar zijn, al zijn deze mogelijk niet alle beschikbaar in uw land of regio. Het bestelnummer wordt steeds erhoogd wanneer een handleiding wordt bijgewerkt. Zorg dat u de meest recente ersie an de handleiding gebruikt, zoals aangegeen in de onderstaande tabel. Opmerking: Updates oor het DB2 Informatiecentrum komen met een grotere regelmaat beschikbaar dan oor de PDF-documentatie of de gedrukte publicaties. Tabel 33. Technische informatie oer DB2 Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Administratie API SC Ja December, 2010 Reference Administratie Routines SC Nee December 2010 and Views Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 1 SC Ja December 2010 Call Leel Interface Guide and Reference, Volume 2 SC Ja December 2010 Command Reference SC Ja December 2010 Data Moement Utilities SC Ja December 2010 Guide and Reference Data Recoery and High Aailability Guide and Reference SC Ja December 2010 Data Serers, Databases, and Database Objects Guide SC Ja December 2010 Database Security Guide SC Ja December 2010 Deeloping ADO.NET and OLE DB Applications SC Ja April 2009 Deeloping Embedded SQL Applications Deeloping Jaa Applications Deeloping Perl and PHP Applications SC Ja April 2009 SC Ja December 2010 SC Nee April Nieuwe functies in deze release
263 Tabel 33. Technische informatie oer DB2 (erolg) Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Deeloping User-defined Routines (SQL and External) SC Ja December 2010 Getting Started with Database Application Deelopment Getting Started with DB2 installation and administration on Linux and Windows GC Ja December 2010 GC Ja December 2010 Internationalization SC Ja April 2009 Guide Naslagboek bij berichten, GC Nee Deel 1 Naslagboek bij berichten, GC Nee Deel 2 Migration Guide GC Ja December 2010 Net Search Extender Administration and User's Guide SC Ja April 2009 Partitioning and Clustering Guide Query Patroller Administration and User's Guide Aan de slag met IBM Data Serer-clients Quick Beginnings for DB2 Serers Spatial Extender and Geodetic Data Management Feature User's Guide and Reference SC Ja December 2010 SC Ja April 2009 GC Nee December 2010 GC Ja December 2010 SC Ja April 2009 SQL Reference, Volume 1 SC Ja December 2010 SQL Reference, Volume 2 SC Ja December 2010 System Monitor Guide SC Ja December 2010 and Reference Text Search Guide SC Ja December 2010 Troubleshooting Guide GI Nee December 2010 Tuning Database SC Ja December 2010 Performance Visual Explain Tutorial SC Nee Nieuwe functies in deze SC Ja December 2010 release Workload Manager SC Ja December 2010 Guide and Reference purexml Guide SC Ja December 2010 Bijlage B. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 249
264 Tabel 33. Technische informatie oer DB2 (erolg) Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt XQuery Reference SC Nee April 2009 Tabel 34. Technische informatie oer DB2 Connect Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Aan de slag met DB2 GC Ja December 2010 Connect Personal Edition Quick Beginnings for GC Ja December 2010 DB2 Connect Serers DB2 Connect Gebruikershandleiding SC Ja December 2010 Tabel 35. Technische informatie oer Information Integration Naam Bestelnummer In druk erschenen Laatst bijgewerkt Information Integration: Administration Guide for Federated Systems SC Ja Information Integration: ASNCLP Program Reference for Replication and Eent Publishing Information Integration: Configuration Guide for Federated Data Sources Information Integration: SQL Replication Guide and Reference Information Integration: Introduction to Replication and Eent Publishing SC SC SC GC Ja Nee Ja Ja Gedrukte handleidingen bestellen Als u gedrukte exemplaren an DB2-boeken nodig hebt, kunt u deze in eel landen of regio's online aanschaffen, echter niet in alle. U kunt gedrukte DB2-documentatie altijd bestellen bij uw lokale IBM-leerancier. Houd er rekening mee dat sommige boeken op de DVD DB2 PDF Documentation niet in druk erschijnen. Geen an beide delen an de publicatie DB2 Naslagboek bij berichten is bijoorbeeld in druk erkrijgbaar. Gedrukte ersies an eel an de DB2-boeken die op de DVD DB2 PDF Documentation aanwezig zijn, kunnen tegen betaling bij IBM worden besteld. Afhankelijk an de plek waar u uw bestelling plaatst, kunt u boeken mogelijk ook online bestellen bij het IBM Publications Center. Als online bestellen in uw land of regio niet mogelijk is, kunt u DB2-boeken in druk altijd bestellen bij uw lokale IBM-leerancier. Houd er rekening mee dat niet alle boeken op de DVD DB2 PDF Documentation ook in druk erschenen zijn. 250 Nieuwe functies in deze release
265 Opmerking: De meest recente en complete DB2-documentatie is beschikbaar in het DB2 Informatiecentrum op 9r5. U kunt als olgt gedrukte exemplaren an de DB2-boeken bestellen: Zoek eerst uit of u de gedrukte DB2-documentatie in uw land of regio online kunt bestellen ia de website an het IBM Publications Center op Nadat u een land, regio of taal hebt geselecteerd, krijgt u de oor u releante informatie oor het bestellen an publicaties te zien en kunt u de bestelinstructies oor uw locatie olgen. U kunt gedrukte DB2-documentatie als olgt bij uw lokale IBM-leerancier bestellen: 1. Zoek de contactgegeens an uw lokale leerancier op op een an de olgende websites: De wereldwijde directory an IBM-adressen op De IBM Publications-website op publications/order. Als u uw land, regio of taal selecteert, krijgt u toegang tot de oor uw locatie meest geschikte homepage oor publicaties. Volg op deze pagina de link "About this site". 2. Geef als u telefonisch contact opneemt aan dat u een DB2-publicatie wilt aanschaffen. 3. Geef aan de IBM-ertegenwoordiger de titels en de bestelnummers op an de boeken die u wilt bestellen. De titels en bestelnummers indt u in Technische DB2-documentatie in gedrukte ersie of PDF-indeling op pagina 248. Help bij SQL-status bekijken anaf de opdrachtregel DB2 zendt een parameter SQLSTATE terug waaran de waarde de status aangeeft na uitoering an een SQL-instructie. Help bij SQLSTATE biedt informatie oer de SQL-status en de klassencodes an de SQL-status. Om Help bij de SQL-status op te roepen, opent u het opdrachtenster en typt u:? sqlstatus of? klassencode waarin sqlstatus een geldige SQL-status an ijf cijfers is en klassencode de eerste twee cijfers an de SQL-status. Met bijoorbeeld? beeldt u de Help-informatie oor SQL-status af, terwijl u met?08de informatie oor klassencode 08 afbeeldt. Werken met erschillende ersies an het DB2 Informatiecentrum De onderwerpen an DB2 Versie 9.8 indt u in het DB2 Informatiecentrum op De onderwerpen an DB2 Versie 9.7 indt u in het DB2 Informatiecentrum op De onderwerpen an DB2 Versie 9.5 indt u in het DB2 Informatiecentrum op De onderwerpen an DB2 Versie 9.1 indt u in het DB2 Informatiecentrum op Bijlage B. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 251
266 Voor de onderwerpen an DB2 Versie 8 gaat u naar het DB2 Informatiecentrum op Onderwerpen uit het DB2 Informatiecentrum in andere talen afbeelden Het DB2 Informatiecentrum probeert onderwerpen af te beelden in de taal die is opgegeen in uw browseroorkeuren. Als een onderwerp niet ertaald is in de gewenste taal, wordt het onderwerp in het DB2 Informatiecentrum afgebeeld in het Engels. U kunt als olgt onderwerpen in een andere taal afbeelden in de browser Internet Explorer: 1. In Internet Explorer klikt u achtereenolgens op Extra > Internet-opties > Talen... Het enster Taaloorkeuren wordt geopend. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal boenaan staat in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, klikt u op de knop Toeoegen... Opmerking: Het toeoegen an een taal garandeert niet dat de computer beschikt oer de lettertypen die ereist zijn om de onderwerpen in de gewenste taal af te beelden. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u die taal en klikt u op de knop Omhoog erplaatsen totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Wis de browsercache en ernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. U kunt onderwerpen als olgt in de gewenste taal afbeelden in een Firefox- of Mozilla-browser: 1. Selecteer de knop in het ak Talen an het enster Extra > Opties > Geaanceerd. Het enster Talen wordt afgebeeld. 2. Zorg eroor dat de gewenste taal boenaan staat in de lijst an talen. Als u een nieuwe taal wilt toeoegen aan de lijst, selecteert u de gewenste taal in de erolgkeuzelijst en klikt u op de knop Toeoegen. Als u een taal in de lijst naar boen wilt erplaatsen, selecteert u die taal en klikt u op de knop Omhoog erplaatsen totdat de desbetreffende taal als eerste in de lijst an talen wordt afgebeeld. 3. Wis de browsercache en ernieuw de pagina om het DB2 Informatiecentrum af te beelden in de gewenste taal. In bepaalde combinaties an browsers en besturingssystemen moet u mogelijk ook de landinstellingen an het besturingssysteem instellen op de gewenste locale en taal. Het DB2 Informatiecentrum dat is geïnstalleerd op uw computer of intranetserer bijwerken 252 Nieuwe functies in deze release Als u het DB2 Informatiecentrum lokaal hebt geïnstalleerd, kunt u de documentatieupdates ia IBM downloaden en installeren. Als u een lokaal geïnstalleerd DB2 Informatiecentrum wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Stop het DB2 Informatiecentrum op uw computer en start het opnieuw in de stand-alone werkstand. Als u het Informatiecentrum in de stand-alone
267 werkstand start, kunnen andere gebruikers in het netwerk geen toegang tot het Informatiecentrum krijgen, waardoor u updates kunt aanbrengen. Niet-Administratie en niet-root DB2 Informatiecentra worden altijd uitgeoerd in de stand-alone werkstand.. 2. Gebruik de updatefunctie om te bepalen welke updates beschikbaar zijn. Als er updates zijn die u wilt aanbrengen, kunt u de updatefunctie ook gebruiken om deze te erkrijgen en te installeren. Opmerking: Als uw omgeing ereist dat updates an het DB2 Informatiecentrum worden geïnstalleerd op een computer die geen erbinding heeft met het internet, moet u een kopie an de updatelocatie maken op een lokale bestandssysteem met behulp an een computer die wel een interneterbinding heeft en waarop het DB2 Informatiecentrum is geïnstalleerd. Als eel gebruikers op uw netwerk de documentatie-updates installeren, kunt u de tijd die daaroor nodig is erkleinen door een lokale kopie an de updatelocatie en een proxy oor de updatelocatie te maken. Als er updatepakketten beschikbaar zijn, gebruik dan de functie update om de pakketten op te halen. De functie update is echter alleen beschikbaar in de werkstand stand-alone. 3. Stop het stand-alone Informatiecentrum en start de serice DB2 Informatiecentrum op uw computer. Opmerking: In Windows Vista moeten de onderstaande opdrachten worden opgegeen door een beheerder. Om een opdrachtregel of grafisch hulpprogramma te starten met een olledige beheerdersmachtiging, klikt u met de rechtermuisknop op de snelkoppeling en selecteert u Uitoeren als beheerder. Als u het op uw computer of intranetserer geïnstalleerde DB2 Informatiecentrum wilt bijwerken, gaat u als olgt te werk: 1. Stop het DB2 Informatiecentrum. Op het besturingssysteem Windows, klikt u op Start Control Panel Systeembeheer Serices. Klik erolgens met de rechtermuisknop op de serice DB2 Information Center en kies Stoppen. Op het besturingssysteem Linux geeft u de olgende opdracht op: /etc/init.d/db2icd95 stop 2. Start het Informatiecentrum in de stand-alone werkstand. Op het besturingssysteem Windows doet u het olgende: a. Open een opdrachtenster. b. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard is het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory Program_files\IBM\DB2 Information Center\Version 9.5, waarbij Program_files staat oor de locatie an de directory met Programmabestanden. c. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc\bin. d. Start het bestand help_start.bat met de opdracht: help_start.bat Op het besturingssysteem Linux doet u het olgende: a. Ga naar de directory waar het Informatiecentrum is geïnstalleerd. Standaard is het DB2 Informatiecentrum geïnstalleerd in de directory /opt/ibm/db2ic/v9.5 b. Ga anuit de installatiedirectory naar de directory doc/bin. c. Start het script help_start met de opdracht: Bijlage B. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 253
268 help_start De standaardwebbrowser wordt gestart en het stand-alone Informatiecentrum wordt afgebeeld. 3. Klik op de knop Update ( ). Klik in het rechterenster an het Informatiecentrum op Find Updates. Er wordt een lijst an de updates oor de bestaande documentatie afgebeeld. 4. Om het installatieproces te starten, selecteert u de onderdelen die u wilt installeren en klikt u op Install Updates. 5. Nadat het installatieproces is oltooid, klikt u op Finish. 6. Stop het stand-alone Informatiecentrum: Ga op Windows-systemen naar de subdirectory doc\bin an de installatiedirectory en start het bestand help_end.bat met de opdracht: help_end.bat Opmerking: Het batchbestand help_end beat de benodigde opdrachten om op een eilige manier de processen te beëindigen die met het batchbestand help_start zijn gestart. Onderbreek help_start.bat niet met bijoorbeeld de toetsencombinatie Ctrl-C of op een andere wijze. Ga op Linux-systemen naar de subdirectory doc/bin an de installatiedirectory en start het script help_end met de opdracht: help_end Opmerking: Het script help_end beat de benodigde opdrachten om op een eilige manier de processen te beëindigen die met het script help_start zijn gestart. Onderbreek het script help_start niet op een andere wijze. 7. Start het DB2 Informatiecentrum opnieuw. Op het besturingssysteem Windows, klikt u op Start Control Panel Systeembeheer Serices. Klik erolgens met de rechtermuisknop op de serice DB2 Information Center en kies Starten. Op het besturingssysteem Linux geeft u de olgende opdracht op: /etc/init.d/db2icd95 start Het bijgewerkte DB2 Informatiecentrum beat de nieuwe en bijgewerkte onderwerpen. DB2-documenten oor zelfstudie U kunt de erschillende aspecten an de DB2-producten ook leren kennen ia de zelfstudiedocumenten an DB2. De in deze publicaties opgenomen lessen geen stapsgewijze instructies daaroor. Vooraf U kunt de XHTML-ersie an de zelfstudielessen bekijken ia het Informatiecentrum op Sommige zelfstudielessen maken gebruik an oorbeeldgegeens of een oorbeeldprogramma. Zie de afzonderlijke lessen oor een beschrijing an speciale ereisten oor bepaalde taken. 254 Nieuwe functies in deze release
269 DB2-problemen oplossen Voorwaarden en bepalingen DB2-documenten oor zelfstudie U kunt de zelfstudiehandleiding bekijken door op de titel eran te klikken. purexml in purexml Guide Opzet an een DB2-database oor de opslag an XML-gegeens en het uitoeren an basisbewerkingen met de opgeslagen natie XML-gegeens. Visual Explain in Visual Explain Tutorial Analyse, optimalisatie en afstemming an SQL-instructies ter erhoging an de performance met behulp an Visual Explain. Er is een uitgebreide erzameling gegeens oer het opsporen en oplossen an problemen beschikbaar om u te ondersteunen bij het gebruik an DB2-databaseproducten. DB2-documentatie Informatie oer het oplossen an problemen indt u in de publicatie DB2 Troubleshooting Guide en in het gedeelte Database (basisbegrippen) in het DB2 Informatiecentrum. U indt daarin aanwijzingen oer hoe u problemen herkent en lokaliseert met behulp an de diagnostische tools en hulpprogramma's an DB2, oplossingen oor een aantal an de meest oorkomende problemen en nadere adiezen oer hoe u problemen oplost die u in de DB2-databaseproducten kunt tegenkomen. Website DB2 Technical Support Raadpleeg de website DB2 Technical Support als u problemen onderindt en hulp nodig hebt bij het inden an oorzaken en oplossingen. Deze site beat links naar de meest recente DB2-publicaties, TechNotes, APAR's (Authorized Program Analysis Reports, ofwel programmafixes), fixpacks en andere nuttige informatie. U kunt in deze kennisdatabase zoeken naar de oplossingen oor uw problemen. De website DB2 Technical Support is te inden op software/data/db2/support/db2_9 Het gebruik an deze Publicaties is toegestaan indien aan de olgende oorwaarden en bepalingen wordt oldaan: Prié-gebruik: U bent gerechtigd om deze Publicaties te reproduceren oor persoonlijk, niet-commercieel gebruik, mits alle kennisgeingen oer de eigendomsrechten eran behouden blijen. Het is niet toegestaan om deze Publicaties, of delen eran, te erspreiden, openbaar te maken of te bewerken zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Commercieel gebruik: U mag deze Publicaties uitsluitend binnen uw onderneming reproduceren, erspreiden en bekendmaken, mits alle kennisgeingen oer de eigendomsrechten eran behouden blijen. Het is niet toegestaan om deze Publicaties te bewerken, of deze geheel of gedeeltelijk te reproduceren, te erspreiden of openbaar te maken buiten uw onderneming zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Tenzij uitdrukkelijk toegestaan in deze bepalingen, worden geen andere toestemmingen, licenties of rechten erleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, oor Bijlage B. Oerzicht an de technische informatie oer DB2 255
270 de Publicaties of enige andere informatie, gegeens, software of andere intellectuele eigendommen die hierin zijn opgenomen. IBM behoudt zich het recht oor naar eigen inzicht de hierin erleende machtigingen in te trekken wanneer het gebruik an de Publicaties schadelijk is oor de eigen belangen of indien, naar het oordeel an IBM, de boenstaande instructies niet correct worden opgeolgd. U mag deze informatie uitsluitend downloaden of (opnieuw) exporteren indien dit in oereenstemming is met alle toepasselijke wet- en regelgeing, inclusief de exportregels an de Verenigde Staten. IBM VERSTREKT GEEN GARANTIES VOOR DE INHOUD VAN DEZE PUBLICATIES. DE PUBLICATIES WORDEN VERSTREKT "AS IS", ZONDER ENIGE GARANTIE, UITDRUKKELIJK OF STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DE GARANTIES VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR DEZE ZIJN BESTEMD EN VAN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. 256 Nieuwe functies in deze release
271 Bijlage C. Kennisgeingen Deze publicatie heeft betrekking op een gelicentieerd programma. Op gelicentieerde programma's rust auteursrecht. Zij blijen eigendom an IBM. Op gelicentieerde programma's zijn de Algemene oorwaarden en bepalingen an toepassing. Deze zijn erkrijgbaar bij uw IBM-leerancier. Verwijzing in deze publicatie naar producten (apparatuur en programmatuur) of diensten an IBM houdt niet in dat IBM deze ook zal uitbrengen in alle landen waar IBM werkzaam is. Neem contact op met uw IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en diensten die momenteel beschikbaar zijn in uw land. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBM-producten of -diensten gebruikt kunnen worden. Functioneel gelijkwaardige producten of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten of andere rechten an IBM. De gebruiker is erantwoordelijk oor de samenwerking an IBM-producten of -diensten met producten of diensten an anderen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeen door IBM. Mogelijk heeft IBM octrooien of octrooi-aanragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Mogelijk beat deze publicatie erwijzingen naar producten die wel zijn geannonceerd maar op dit moment niet in uw land erkrijgbaar zijn, of naar producten die niet in uw land zijn geannonceerd. Verwijzing naar niet-geannonceerde producten houdt niet in dat IBM deze ook zal uitbrengen. IBM beslist op grond an zakelijke en technische oerwegingen oer de annoncering an een product. Informatie met betrekking tot niet door IBM gemaakte producten is afkomstig an de leeranciers an deze producten, hun gepubliceerde annonceringen of andere openbaar toegankelijke bronnen. IBM heeft deze producten niet getest en kan derhale de prestaties, compatibiliteit en andere beweringen met betrekking tot niet door IBM gemaakte producten niet beestigen. Vragen oer de mogelijkheden an niet door IBM gemaakte producten moeten worden gericht aan de leeranciers an deze producten. Online publicaties Met betrekking tot online ersies an dit boek bent u gerechtigd: de documentatie die zich op de gegeensdrager beindt te kopiëren, te wijzigen en af te drukken oor gebruik binnen uw onderneming, mits u de auteursrechtenermelding, alle waarschuwingen en andere erplichte erklaringen op elke kopie of gedeeltelijke kopie reproduceert; en het oorspronkelijke, ongewijzigde exemplaar an de documentatie oer te dragen bij oerdracht an het betreffende IBM-product (machine of programma) dat u gerechtigd bent oer te dragen. Bij oerdracht dient u alle kopieën an de documentatie te ernietigen. Copyright IBM Corp. 1993,
272 U bent erantwoordelijk oor de betaling an alle belastingen die oortloeien uit deze autorisatie. ER WORDEN GEEN UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER BEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden kunnen stilzwijgende garanties niet worden uitgesloten. In dat geal is de boenstaande uitsluiting niet op u an toepassing. Niet-nakoming an de boengenoemde oorwaarden houdt beëindiging in an deze autorisatie. Bij beëindiging an de autorisatie dient u de oor een machine leesbare documentatie te ernietigen. Merken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn merken an International Business Machines Corp. die wereldwijd in een groot aantal rechtsgebieden zijn geregistreerd. Andere benamingen an producten en diensten kunnen merken zijn an IBM of andere ondernemingen. Er is een actuele lijst met handelsmerken an IBM beschikbaar op de website Copyright and trademark information op copytrade.shtml. De olgende termen zijn merken an andere ondernemingen Linux is een merk an Linus Toralds in de Verenigde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo's zijn merken an Sun Microsystems, Inc. in de Vereningde Staten en/of andere landen. UNIX is een merk an The Open Group in de Vereningde Staten en andere landen. Intel, het Intel-logo, Intel Inside, Intel Inside logo, Intel Centrino, Intel Centrino logo, Celeron, Intel Xeon, Intel SpeedStep, Itanium en Pentium zijn merken an Intel Corporation of dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Windows NT en het Windows-logo zijn merken an Microsoft Corporation in de Vereningde Staten en/of andere landen. Andere genoemde namen an bedrijen, producten of diensten kunnen merken an andere ondernemingen zijn. 258 Nieuwe functies in deze release
273 Trefwoordenregister Speciale tekens.net 64-bits CLR-routines ondersteund 104 merge-modules pakket ereenoudigd 204 Numerieke tekens 64-bits serer 74 A ADC (automatisch woordenboek maken) oerzicht 45 Address Windowing Extensions (AWE) niet langer ondersteund 234 ADMIN_CMD, procedure uitbreiding backups an meerdere partities 213 AES, ersleuteling Jaa-clients-ondersteuning toegeoegd 72 oerzicht 73 afgerond subsysteem RESTRICTED ACCESS, optie erbetering 58 afspraken, accentuering xi afstemming HADR-erbindingen 81 agent_stack_sz, configuratieparameter an databasemanager wijziging an standaardwaarde 169 agentpri, configuratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 169 agents_waiting_on_token, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 agents_waiting_top, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 ALTER BUFFERPOOL, instructie ESTORE, wijzigingen 233 API DB2 Adanced Copy Serices (ACS) 132 oerzicht 132 API db2import piactionstring,functie gegeensstructuurfunctie 230 API db2load piactionstring,functie gegeensstructuurfunctie 230 API's db2backup uitbreidingen 190, 213 db2inspect uitbreidingen oor controleren an index 162 db2rollforward uitbreiding an minimale hersteltijd 137 gegeensstructuur piactionstring gedeprecieerde functionaliteit 230 incompatibiliteiten 211 sqluadau gedeprecieerde functionaliteit 225 app_ctl_heap_sz, databaseconfiguratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 193, 200 appgroup_mem_sz, configuratieparameter an databasemanager gedeprecieerde functionaliteit 193, 200 applheapsz, databaseconfiguratieparameter uitbreidingen 46, 200 wijzigingen 193 audit databaseactiiteit uit het erleden opnieuw afspelen 74 auditfunctie uitbreidingen 69, 214 wijzigingen in machtigingsereisten 180 authority_ll, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 auto_del_rec_obj, databaseconfiguratieparameter oerzicht 133, 193 auto_stmt_stats, databaseconfiguratieparameter oerzicht 193 AUTOMAINT_GET_POLICY, opgeslagen procedure oerzicht 131 AUTOMAINT_GET_POLICYFILE, opgeslagen procedure oerzicht 131 AUTOMAINT_SET_POLICY, opgeslagen procedure oerzicht 131 AUTOMAINT_SET_POLICYFILE, opgeslagen procedure oerzicht 131 automatisch onderhoud beleid configureren 131 beleidsinformatie erzamelen 131 Automatisch woordenboek maken (ADC) oerzicht 45 automatische erzameling statistieken beperking oor tabellen met handmatig bijgewerkte statistieken 190 AWE (Address Windowing Extensions) niet langer ondersteund 234 B BACKUP DATABASE command logboeken, uitbreiding 190 uitbreiding backups an meerdere partities 213 backups bestandsmachtiging, wijziging 187 logboeken, uitbreiding 190 machtiging, wijziging 187 momentopname 132, 137 oerzicht an uitbreidingen 131 uitbreiding database met meerdere partities 136, 213 uitbreiding gepartitioneerde database 136 backups an momentopname oerzicht 137 beëindigde functionaliteit oerzicht 167, 233 beheer niet-rootgebruikers 145 oerzicht an uitbreidingen 3, 41 oerzicht wijzigingen 169 beheerroutines toeoegingen 52, 183 wijzigingen 183 beheeriew ENV_FEATURE_INFO oerzicht 54 beheeriews ENV_FEATURE_INFO 54 Copyright IBM Corp. 1993,
274 beheeriews (erolg) toeoegingen 52, 183 wijzigingen 183 beschikbaarheid en productpakket 35 bestandssystemen cachegeheugens oor tabelruimten 243 besturing an gemeenschappelijk gebruik uitbreidingen 76 besturingssysteem gewijzigde ondersteuning Solaris x Windows Serer betrouwbare contexten IBM Data Serer Proider for.net, ondersteuning 126 IBM_DB Ruby, stuurprogramma ondersteund 126 IBM PHP-extensies ondersteund 126 ondersteuning an federatiee databases 152 oerzicht 67 beeiliging betrouwbare contexten 67 LBAC-uitbreidingen 71 oerzicht an uitbreidingen 11, 67 plugins LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) 72 erbeteringen in gebruik an federatiee database 152 bewaken Data Studio 41 bewaking erbeteringen 53 Big5-HKSCS Unicode-conersie 158 BIND, opdracht automatisch na installatie 199 bitwise scalaire functies oerzicht 103 blocknonlogged, configuratieparameter oerzicht 140 blocknonlogged, databaseconfiguratieparameter oerzicht 193 bufferpools beeiliging 140 C cache an bestandssysteem geheugenermindering 79 calloutscripts aangepaste ersies 217 casten XQuery-gegeenstypen 89 castexpressie XQuery 89 cat_cache_size_top, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 catalogustabellen IDENTITY-sortering in Unicode-databases 202 catalogusiew IDENTITY-sortering in Unicode-databases 202 toeoegingen 183 wijzigingen 183 CCD-tabellen (consistent change data) zonder samenoeging met CD-UOW 155 CIO (Concurrent I/O) standaardgebruik 79, 198 CLI binds uitoeren an dynamische pakketen 129 CLI (Call Leel Interface) merge-modules pakket ereenoudigd 204 CLI/ODBC-toepassingen geheugengebruik, toegenomen 209 CLI-sleutelwoord CLISchema niet langer ondersteund 237 CLI-toepassingen pingopties 129 rijaantal opragen 128 CLIENT APPLNAME, speciaal register automatische instelling 100 CLP (command line processor) opdrachten wijzigingen 213 scripts 100 CLR-routines ondersteund 104 cluster_mgr, configuratieparameter oerzicht 169 clusters beheer 143 beheren 133 clusterbeheer-api 138 configuratie 138 configureren 133 codetabellen Unicode-standaard 169 comm_bandwidth, configuratieparameter wijziging an standaardwaarde 169 command line processor (CLP) scripts 100 wijzigingen in opdrachten 213 componenten naamswijzigingen 36 compressiewoordenboek automatisch maken 45, 181 Concurrent I/O (CIO) standaardgebruik 79, 198 configuratie bestandssysteemcache 243 database met meerdere partities 43 niet-rootgebruikers 145 erbeteringen in gebruik an federatiee database 153 configuratieparameters appl_memory 44 auto_del_rec_obj 133 database gedeprecieerde functionaliteit 193 niet langer ondersteund 193 wijzigingen 193 db2import erbetering 210 db2load erbetering 210 enable_xmlchar 87 estore_seg_sz niet langer ondersteund 233 gedeprecieerde functionaliteit 169, 200 hadr_peer_window 135 niet langer ondersteund 169 num_estore_segs niet langer ondersteund 233 toeoegingen 169 uitbreidingen 46 wijzigingen 169, 200 consistent-change data-tabellen (CCD) zonder samenoeging met CD-UOW Nieuwe functies in deze release
275 CREATE BUFFERPOOL, instructie ESTORE, wijzigingen 233 CREATE DATABASE, instructie NO FILE SYSTEM CACHING, standaard 198 CREATE INDEX, instructie performanceerbeteringen 77 CREATE TABLESPACE statement NO FILE SYSTEM CACHING, standaard 198 CURRENT DEFAULT TRANSFORM GROUP, speciaal register lengtewijziging 212 CURRENT PATH, speciaal register lengtewijziging 212 D Data Studio beschrijing 101 in gebruik nemen 41 oerzicht 41 Windows Vista-ondersteuning 147 database_memory, databaseconfiguratieparameter uitbreidingen 46 wijziging an standaardwaarde 193 wijzigingen 193 databaseconfiguratieparameter appl_memory database oerzicht 44, 193 databaseconfiguratieparameter catalogcache_sz database wijziging an standaardwaarde 193 databaseconfiguratieparameter hadr_peer_window oerzicht 135, 193 databaseconfiguratieparameter wlm_collect_int oerzicht 193 databaseconfiguratieparameters gedeprecieerde functionaliteit 193 niet langer ondersteund 193 wijzigingen 193 databasefuncties XQuery 89 databasepartities geleerde functies 201 databasepartitionering extra Linux-distributies ondersteund 36 databases beheren 41 configuratie oor meerdere partities 43 in gebruik nemen 41 NO FILE SYSTEM CACHING, standaard 198 ondersteuning an sortering op taalbasis 157 ontwerp 41 ontwikkelen IBM Data Studio 41 oerzicht an installatiewijzigingen 193 standaardcodepagina 169 Unicode 157, 169 databases met meerdere partities backups met Single System View (SSV) 136 configuratie 43 db_heap_top, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 db.shrworkspace_hitratio, statusindicator gedeprecieerde functionaliteit 225 DB2_ALLOCATION_SIZE, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_ASYNC_APPLY, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2_ASYNC_IO_MAXFILOP, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_ATS_ENABLE, registerariabele oerzicht 57, 172 DB2_AWE, registerariabele niet langer ondersteund 234, 235 DB2_BAR_AUTONOMIC_DISABLE, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_BLOCK_ON_LOG_DISK_FULL, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2_CAPTURE_LOCKTIMEOUT, registerariabele oerzicht 172 DB2-client, naamwijziging 36 DB2 Connect jdbc-licentiebestand, locatie 39 Solaris x64-ondersteuning toegeoegd 33 uitbreidingen 27 V9.1-fixpacks en V DB2 Deeloper Workbench naamswijziging 36, 101 uitbreidingen 101 DB2-documentatie bestellen 250 DB2 Drier for JDBC and SQLJ naamswijziging 36 DB2 Drier for ODBC and CLI naamswijziging 36 DB2_ENABLE_SINGLE_NIS_GROUP, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_EVMON_EVENT_LIST_SIZE, registerariabele oerzicht 172 DB2 Express Edition licentiewijzigingen 202 DB2_EXTENDED_IO_FEATURES, ariabele wijzigingen 172 DB2_FORCE_FCM_BP, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2-functies beëindigd 238 wijzigingen 38 DB2_HADR_PEER_WAIT_LIMIT, registerariabele oerzicht 172 DB2_HADR_SORCVBUF, registerariabele oerzicht 172 DB2_HADR_SOSNDBUF, registerariabele oerzicht 172 DB2_HASH_JOIN, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2 Health Adisor erzendoptie 166 DB2 Health Adisor Serice-opdracht oor gegeenserzameling 165 DB2 High Aailability Disaster Recoery scripts oor automatisch beheer instellen (Windows) 142 DB2_INDEX_FREE, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2 Informatiecentrum bekijken in erschillende talen 252 bijwerken 252 talen 252 ersies 251 DB2 JDBC Type 2 Drier gedeprecieerde functionaliteit 205 DB2_KEEP_AS_AND_DMS_CONTAINERS_OPEN, registerariabele oerzicht 172 DB2_LARGE_PAGE_MEM, registerariabele wijzigingen 172 DB2_LGPAGE_BP, ariabele niet langer ondersteund 235 Trefwoordenregister 261
276 DB2_LOGGER_NON_BUFFERED_IO, registerariabele oerzicht 172 DB2_MAP_XML_AS_CLOB_FOR_DLC, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_MDC_ROLLOUT, registerariabele wijzigingen 172 DB2_MEMALLOCATE_HIGH, registerariabele niet langer ondersteund 235 DB2_MEMORY_PROTECT, registerariabele bufferpoolbeeiliging 140 oerzicht 172 DB2_MIGRATE_TS_INFO, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2_NEWLOGPATH2, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2_NO_FORK_CHECK, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_NR_CONFIG, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2_OLAP_BUFFER_SIZE, registerariabele niet langer ondersteund 235 DB2_OPTSTATS_LOG, registerariabele oerzicht 172 DB2_PARTITIONEDLOAD_DEFAULT, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_PINNED_BP, registerariabele wijzigingen 172 DB2 Query Optimization Feature beëindigd 238 DB2_RESOLVE_CALL_CONFLICT SQL-tabelfuncties ondersteund 104 DB2_RESOURCE_POLICY, registerariabele wijzigingen 172 DB2_RR_TO_RS, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2 Runtime Client naamswijziging 36 samenoegingsmodules 146 DB2_SET_MAX_CONTAINER_SIZE, registerariabele oerzicht 172 DB2_SNAPSHOT_NOAUTH, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2 Spatial Extender erbeteringen in queryperformance 80 DB2_SYSTEM_MONITOR_SETTINGS, registerariabele oerzicht 172 DB2 Text Search oerzicht 37 DB2_THREAD_SUSPENSION, registerariabele oerzicht 172 DB2_TRUSTED_BINDIN, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_UPDATE_PART_KEY, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2_UPDDBCFG_SINGLE_DBPARTITION, ariabele oerzicht 172 DB2_USE_DB2JCCT2_JROUTINE, ariabele wijzigingen 172 DB2_USE_FAST_PREALLOCATION, registerariabele oerzicht 172 DB2_VENDOR_INI, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2 Versie 9.5 belangrijkste kenmerken 3 DB2 Web Tools niet langer ondersteund 235 DB2 Workgroup Edition licentiewijzigingen 202 DB2_WORKLOAD, aggregatieregisterariabele wijzigingen 172 DB2 Workload Manager 191 CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES, drempelwaarde wijziging 191 DB2 XQuery-functies current-local-date oerzicht 92 current-local-datetime oerzicht 92 current-local-time oerzicht 92 DB2 XQuery-functies local-timezone 92 oerzicht 92 db2adutl, opdracht erbetering 139 db2adis, opdracht nieuwe parameters toegeoegd 81 DB2ATLD_PORTS, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 db2audit, opdracht uitbreidingen 69 wijzigingen 180, 214 DB2AUTH, registerariabele wijzigingen 172 db2backup, interface logboeken, uitbreiding 190 uitbreiding backups an meerdere partities 213 DB2BPVARS, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 db2cc_license_ciusz.jar nieuwe locatie 39 DB2CCMSRV, ariabele niet langer ondersteund 235 db2ckmig, opdracht uitbreidingen 216 DB2CLIINIPATH, ariabele wijzigingen 172 db2cos_datacorruption-script 217 db2cos_hang-script 217 db2cos-script aangepaste ersie 217 db2cos_trap-script 217 DB2COUNTRY, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2DEFPREP, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 db2diag, opdracht parametertoeoegingen 141 DB2DMNBCKCTLR, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2FFDC, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 db2fodc, opdracht uitbreidingen 163 DB2FODC, registerariabele oerzicht 172 db2haicu, hulpprogramma oerzicht 133 db2has-opdracht 165 erzendoptie 166 db2icrt, opdracht erwijderde optie 234 db2ilist, opdracht erwijderde optie Nieuwe functies in deze release
277 db2import, configuratieparameter ID-erbetering 210 db2inspect-api uitbreidingen oor controleren an index 162 DB2INSTPROF, registerariabele gewijzigde standaardwaarden 172 db2iupdt, opdracht erwijderde optie 234 DB2LDAPSecurityConfig, omgeingsariabele oerzicht 172 db2licm-opdracht gewijzigde product-id-waarden 201 erwijderde optie 237 DB2LINUXAIO, registerariabele niet langer ondersteund 235 db2load, configuratieparameter ID-erbetering 210 db2look, opdracht uitbreiding an genereren DDL-instructies 51 DB2MEMMAXFREE, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 wijzigingen 172 db2mtrk, opdracht wijzigingen 200, 216 DB2NTNOCACHE, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 DB2NTPRICLASS, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 db2pd clientgegeens 162 historie afgeschermde routine, historie 164 machtiging 163 db2pd, opdracht EDU-erbetering 217 trefwoorden toegeoegd 55 db2pdcfg machtiging 163 DB2PRIORITIES, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 wijzigingen 172 DB2ROUTINE_DEBUG, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 db2support, opdracht nieuwe opties 164 db2trc, opdracht toepassings-handle 165 toepassings-id 165 db2undgp, opdracht niet langer ondersteund 236 db2upd95, opdracht oerzicht 150 DB2UPMPR, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2UPMPSINGLE, ariabele niet langer ondersteund 235 DB2YIELD, registerariabele gedeprecieerde functionaliteit 221 dbheap, databaseconfiguratieparameter uitbreidingen 46, 200 wijziging an standaardwaarde 193 deadlock-eentmonitor nieuwe elementen ondersteund 162 DECFLOAT, gegeenstype oerzicht 97 replicatieondersteuning 155 decflt_rounding, databaseconfiguratieparameter oerzicht 193 DECODE, scalaire functie oerdraagbaarheid an toepassingen 103 DECOMPOSE XML DOCUMENT, opdracht uitbreidingen 91 DEGREES, scalaire functie SYSIBM-ersie 211 DESCRIBE, opdracht uitoerwijzigingen 213 Deeloper Workbench naamswijziging 101 uitbreidingen 101 diagpath, configuratieparameter uitbreidingen 141 Direct I/O (DIO) standaardgebruik 198 documentatie gedrukt 248 oerzicht 247 PDF 248 oorwaarden en bepalingen oor gebruik 255 drempelwaarde CONCURRENTDBCOORDACTIVITIES gewijzigd 191 drijende decimale komma, gegeenstype oerzicht 97 dsdriers functionele erbeteringen 128, 130 dynamische-instructiecache ongeldig maken 189 E enable_xmlchar, databaseconfiguratieparameter oerzicht 87, 193 ENV_GET_ FEATURE_INFO, tabelfunctie 54 ESTORE (extended storage) niet langer ondersteund 233 estore_seg_sz, databaseconfiguratieparameter niet langer ondersteund 193, 233 eentlogboektoegang 162 eentmonitors wijzigingen oor het schrijen naar tabellen 182 eentmonitors oor het schrijen naar tabellen wijzigingen in doeltabellen 182 EXP-functie SYSIBM-ersie 211 expressies bijwerken oerzicht 83 F failoer HADR (high aailability disaster recoery) peer window 135 high aailability disaster recoery (HADR) peer window 135 peer window 135 failoerondersteuning Windows 149 FCM (Fast Communication Manager) beheer an geheugenresources 82 federated_async, configuratieparameter wijzigingen 169 federatief systeem oerzicht an uitbreidingen 151 Trefwoordenregister 263
278 federatiee databases beeiligingsuitbreidingen 152 configuratie-uitbreidingen 153 uitbreiding an functies oor toepassingsontwikkeling 151 fenced_pool, configuratieparameter wijziging an standaardwaarde 169 first occurrence data collection uitbreidingen 163 fixpacks automatisering na installatie 144, 199 oerzicht an uitbreidingen 143 ereenoudiging update an product 144 Wijzigingen in Versie 9.1 die an inloed zijn op Versie fouten db2fodc, hulpprogramma 161 functie ADMIN_GET_TAB_INFO gedeprecieerde functionaliteit 183 functie oor hoofdletters uitbreiding an localeondersteuning 88 functie XMLGROUP oerzicht 89 functie XMLROW oerzicht 89 functie XMLTRANSFORM oerzicht 89 functies DB2 XQuery datum 89 hoofdletters 88 kleine letters 88 tijd 89 uitbreidingen 88 gedeprecieerd LONG_VARCHAR 231 LONG_VARGRAPHIC 231 gedeprecieerde functionaliteit 183 OLAP (Online Analytical Processing) uitbreidingen 78 scalaire functies publiceren 89 erwerking op basis an tekens 158 SYSIBM-ersies an SYSFUN-functies 211 tabelfuncties ENV_GET_FEATURE_INFO 54 momentopnamefuncties gedeprecieerd 233 toeoegingen 183 wijzigingen 183 XSLTRANSFORM 85 functies oor kleine letters uitbreiding an localeondersteuning 88 funxtie XSLTRANSFORM oerzicht 85 gegeens (erolg) uitbreidingen oor controleren an consistentie 162 erdere distributie uitbreidingen 49 gegeensstructuur piactionstring gedeprecieerde functionaliteit 230 gegeenstype ARRAY oerzicht 97 gegeenstype met drijende decimale komma replicatieondersteuning 155 gegeenstypen ARRAY 97 casten 89 DECFLOAT oerzicht 97 replicatieondersteuning 155 drijende decimale komma oerzicht 97 LONG VARCHAR ondersteuning gedeprecieerd 231 LONG VARGRAPHIC ondersteuning gedeprecieerd 231 geheugen configuratie-uitbreidingen 44 gebruik neemt toe bij CLI/ODBC-toepassingen 209 uitbreiding Memory Visualizer 187 ermindering door sleutelwoord NO FILE SYSTEM CACHING 79 gemeenschappelijke SQL-API uitbreidingen 104 gepartitioneerde databaseomgeingen extra Linux-distributies ondersteund 36 geleerde functies 201 reserekopie maken Single System View (SSV) 136 GET AUTHORIZATIONS, opdracht gedeprecieerde functionaliteit 224 GET DB CFG, opdracht uitoerwijzigingen 213 GET SNAPSHOT, opdracht uitoerwijzigingen 213 gewijzigde functionaliteit oerzicht 167, 169 globale ariabelen oerzicht 95 globale ariabelen in gemaakte sessie oerzicht 95 GREATEST, scalaire functie oerdraagbaarheid an toepassingen 103 groupheap_ratio, configuratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 169 groupheap_ratio, configuratieparameter an databasemanager gedeprecieerde functionaliteit 193, 200 GSKit 74 G GB18030-tekenset uitbreidingen 160 Windows-clients, oerwegingen 160 gedeprecieerde functionaliteit oerzicht 167, 221 gegeens herstelprocedure oerzicht an uitbreidingen 13 erbeteringen in logboekbeheer 134 uitbreiding an compressie 45, 181 H HADR scripts oor automatisch beheer instellen (Windows) 142 handleidingen gedrukt bestellen 250 headerbestanden 204 Help-informatie configuratietaal 252 SQL-instructies Nieuwe functies in deze release
279 herstelprocedure oerzicht an uitbreidingen 131 erbeteringen in logboekbeheer 227 ereenoudiging 133 High Aailability Disaster Recoery (HADR) peer window 135 hoge beschikbaarheid oerzicht an uitbreidingen 13, 131 HP-UX 32 bit client-ondersteuning ondersteuning gedeprecieerd 232 hulpprogramma bewaking db2top ondersteuning toegeoegd 53 hulpprogramma first occurrence data capture oerzicht 161 hulpprogramma's db2fodc 161 incompatibiliteiten 211 hyperisor 150 I I/O purexml-efficiëntieerbetering 87 XML-efficiëntieerbetering 87 IBM Data Serer-clients ondersteuning oor Sysplex 127 uitbreidingen 106 IBM Data Serer Drier for JDBC and SQLJ standaardstuurprogramma 205 IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI, and.net naamswijziging 36 oerzicht 35 IBM Data Serer Drier for ODBC, CLI and Open Source merge-modules gewijzigd 204 naamswijziging 36 IBM Data Serer Drier Package functionele erbeteringen 128, 130 oerzicht 35 IBM Data Serer Drier an ODBC en CLI functionele erbeteringen 128, 130 IBM Data Serer Drier oor ODBC, CLI en.net merge-modules gewijzigd 204 IBM Data Serer Proider for.net betrouwbare contexten ondersteund 126 Enterprise Library, module gegeenstoegang 124 LINQ Entity Framework 124 ondersteuning oor serers 124 IBM Data Serer-stuurprogramma's ondersteuning oor Sysplex 127 uitbreidingen 106 IBM Database Add-Ins oor Visual Studio 2005 uitbreidingen 94 ibm_db API Python-extensie toegeoegd 106 ibm_db_dbi API Python-extensie toegeoegd 106 IBM_DB Ruby, stuurprogramma betrouwbare contexten ondersteund 126 ibm_db_sa adaptor Python-extensie toegeoegd 106 IBM_DB2 PHP, extensie oerzicht 122 pakketten 122 IBM Global Security Kit 74 IBM PHP-extensies betrouwbare contexten ondersteund 126 IBM Tioli Monitoring for Databases: DB2 Agent 144 IBM Tioli System Automation for Multiplatforms (SA MP) Base Component licentieerbetering 143 erbeterde installatie 143 erbeterde upgrade 143 erbeterde erwijdering 143 wijzigingen geïnstalleerde ersie 203 ID's lengtewijzigingen 93, 208, 211 erbetering lengtecontrole 210 images an sererfixpacks ereenoudiging update an product 144 IMPORT, opdracht gedeprecieerde opties 228 indexen maken, erbeteringen 77 toegenomen grootte 188 uitbreiding tolerantie an gegeensinconsistentie 140 ingebouwde functies toeoegingen 183 wijzigingen 183 ingebouwde routines toeoegingen 183 wijzigingen 183 INSERT, scalaire functie ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 158 INSERT scalar function ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 183 installatie niet-rootgebruikers 145 oerzicht an uitbreidingen 143 installatie an headerbestanden 204 installatie zonder toegang tot hoofddirectory oerzicht 145 installfixpack, opdracht uitbreidingen 199 instance_memory, configuratieparameter wijzigingen 169 instance_memory, configuratieparameter an databasemanager uitbreidingen 46, 200 instructie ALTER SECURITY LABEL COMPONENT oerzicht 71 instructie ALTER SECURITY POLICY oerzicht 71 instructie ALTER TABLESPACE uitbreiding an beschikbaar maken an ruimte 54 instructie GRANT EXEMPTION uitbreidingen 71 instructie GRANT SECURITY LABEL uitbreidingen 71 instructie REVOKE EXEMPTION uitbreidingen 71 instructie REVOKE SECURITY LABEL uitbreidingen 71 interface db2rollforward uitbreiding an minimale hersteltijd 137 interfaces bewaken FCM-ondersteuning toegeoegd 59 interne taakplanning oerzicht 57 intra_parallel, configuratieparameter wijzigingen 169 Trefwoordenregister 265
280 J Jaa wijziging an standaardstuurprogramma 205 jdbc locatie an licentiebestand gewijzigd 39 JDBC (Jaa Database Connectiity) 3.0 uitbreidingen ResultSetMetaData.getColumnLabel, wijziging 205 ResultSetMetaData.getColumnName, wijziging 205 uitbreidingen 117 JAR-bestandsnamen 107 stuurprogramma's gewijzigde standaard (JDBC) 205 K kennisgeingen 257 L laden gegeens uitbreiding an compressie 45 XML 84 LBAC (Label-Based Access Control) uitbreidingen 71 LD_LIBRARY_PATH 74 LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) beeiligingsplugins bijgewerkt 72 transparante LDAP ondersteund 72 LEAST, scalaire functie oerdraagbaarheid an toepassingen 103 LEFT, scalaire functie ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 158 LEFT scalar function ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 183 LIBPATH 74 licentiebeheer, wijzigingen DB2 Workgroup Edition 202 licentiebeleidsdefinities erbeterde beleidsnaleing 56 licentiebestand, locatie jdbc 39 licenties beleidsdefinities instellen uitbreidingen 56 jdbc-licentiebestand, locatie 39 pakket gewijzigd 38 licentieerlening erbeteringen bewaken 54 Linux extra ondersteuning an databasepartitionering 36 literalen Unicode-reeks 157 Lie Partition Mobility ondersteund 145 LN-functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 Load, hulpprogramma purexml-gegeens 84 LOB-kolommen erbeteringen in queryperformance 75 LOG-functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 LOG10, scalaire functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 logboek bijhouden oerzicht an uitbreidingen 131 logboeken dubbele stuurbestanden 227 logboekstuurbestanden dubbele kopie bestendig databaseherstel 134 SQLOGCTL.LFH 227 logretain, databaseconfiguratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 193 LONG_VARCHAR, functie ondersteuning gedeprecieerd 231 LONG VARCHAR, gegeenstype ondersteuning gedeprecieerd 231 LONG_VARGRAPHIC, functie ondersteuning gedeprecieerd 231 LONG VARGRAPHIC, gegeenstype ondersteuning gedeprecieerd 231 LOWER, scalaire functie locale-geoelig 159 M machtigingen ondersteunde rollen 70 machtigingsnieau SECADM (Security Administrator) databaseaudits 180 MAX, scalaire functie oerdraagbaarheid an toepassingen 103 max_agents_oerflows, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 max_connections, configuratieparameter wijziging an standaardwaarde 169 max_coordagents, configuratieparameter wijzigingen 169 maxagents, configuratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 169 maxcagents, configuratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 169 maxfilop, databaseconfiguratieparameter wijzigingen 193 maxoccurs, kenmerk ontleedwijzigingen 192 MDC-tabellen (multidimensional clustering) uitleeserwijderingen 76 uitlezen uitgestelde opschoning an index 76 Memory Visualizer informatie-uitbreiding 187 merge-modules.net, ODBC en CLI pakket ereenoudigd 204 migratie oerzicht an uitbreidingen 143 Windows interfacewijzigingen 188 MIN, scalaire functie oerdraagbaarheid an toepassingen 103 mon_heap_sz, configuratieparameter wijziging an standaardwaarde 169 mon_heap_sz, configuratieparameter an databasemanager uitbreidingen 46, 200 monitorelementen deadlock-eentmonitor erbeterd 162 ESTORE niet langer ondersteund 233 gedeprecieerde functionaliteit Nieuwe functies in deze release
281 monitorelementen (erolg) oerzicht an uitbreidingen 53 physical_page_maps niet langer ondersteund 234 transactie-eentmonitor erbeterd 162 multibytetekens Perl-stuurprogramma 124 multidimensionale clustertabellen (MDC) uitleeserwijderingen 76 uitlezen uitgestelde opschoning an index 76 multithreadarchitectuur oordelen 42 N Network Information Serices (NIS) ondersteuning gedeprecieerd 231 Network Information Serices Plus (NIS+) ondersteuning gedeprecieerd 231 nieuwe functies oerzicht 1 nieuwe functionaliteit oerzicht 1 NIS+ (Network Information Serices Plus) ondersteuning gedeprecieerd 231 NIS (Network Information Serices) ondersteuning gedeprecieerd 231 num_estore_segs, databaseconfiguratieparameter niet langer ondersteund 193, 233 num_initagents, configuratieparameter wijzigingen 169 num_initfenced, configuratieparameter wijzigingen 169 num_poolagents, configuratieparameter wijziging an standaardwaarde 169 numsegs, databaseconfiguratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 193 NVL, scalaire functie oerdraagbaarheid an toepassingen 103 O ODBC (Open Database Connectiity) merge-modules pakket ereenoudigd 204 OLAP (Online Analytical Processing) functies uitbreidingen 78 omgeingsariabelen gedeprecieerde functionaliteit 221 niet langer ondersteund 235 wijzigingen 172 ontleden impliciet maxoccurs, kenmerk 192 ontleding an geannoteerd XML-schema xdbdecompxml, opgeslagen procedure uitbreidingen 91 opdracht db2cklog probleemoplossing 166 opdracht db2relocatedb uitbreidingen 54 opdracht INSPECT uitbreidingen oor controleren an index 162 opdracht REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP uitbreidingen 49 opdracht ROLLFORWARD uitbreiding an minimale hersteltijd 137 opdracht UPDATE XMLSCHEMA oerzicht 88 opdrachten BACKUP DATABASE uitbreidingen 190, 213 BIND automatisering na installatie 199 db2audit wijzigingen 214 db2cklog 166 db2ckmig uitbreidingen 216 db2fodc uitbreidingen 163 db2has oerzicht 165 db2icrt erwijderde optie 234 db2ilist erwijderde optie 234 db2iupdt erwijderde optie 234 db2licm erwijderde optie 237 wijzigingen 201 db2look uitbreiding an genereren DDL-instructies 51 db2mtrk wijzigingen 216 db2pd EDU-erbetering 217 db2undgp niet langer ondersteund 236 db2upd95 oerzicht 150 DECOMPOSE XML DOCUMENT uitbreidingen 91 IMPORT gedeprecieerde opties 228 INSPECT uitbreidingen oor controleren an index 162 installfixpack uitbreidingen 199 LOAD purexml-gegeens 84 XML-gegeens 84 oerzicht wijzigingen 213 ps uitoerwijziging 217 REDISTRIBUTE DATABASE PARTITION GROUP uitbreidingen 49 ROLLFORWARD uitbreiding an minimale hersteltijd 137 UPDATE XMLSCHEMA 88 opdrachten oor erplaatsen database uitbreidingen 54 opgeslagen procedures automatisch onderhoudsbeleid 131 XSR_UPDATE 88 opgeslagen XSR_UPDATE-procedure oerzicht 88 opslag purexml ruimteermindering 87 Trefwoordenregister 267
282 opslag (erolg) XML ruimteermindering 87 opslagpunten oor toepassingen ondersteuning an federatiee databases 151 opslagsleutels bufferpoolbeeiliging 140 optimalisatie an geheugen uitbreidingen 44 optimistische ergrendeling uitbreidingen 76 OVERLAY, scalaire functie ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 158, 183 Oerzicht fixpack DB2 Versie 9.5 oor Linux, UNIX en Windows 18 Oerzicht fixpacks DB2 Connect 30 P pakketten dynamische binds oor CLI 129 PATH 74 PD_GET_DIAG_HIST, tabelfunctie wijzigingen 162 PDO_IBM PHP, extensie oerzicht 122 pakketten 122 performance indexen uitbreidingen 77 purexml uitbreidingen 84, 87 query's uitbreidingen 75, 78 uitbreidingen oerzicht 6, 75 XML 84, 87 Perl ondersteuning an multibytetekens 124 purexml-ondersteuning 124 PHP integratie in systeem 122 pakketten 122 PHP-extensies betrouwbare contexten ondersteund 126 physical_page_maps, monitorelement niet langer ondersteund 234 ping opties oor CLI-toepassingen 129 pkg_cache_size_top, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 pool_data_from_estore, monitorelement niet langer ondersteund 233 pool_data_to_estore, monitorelement niet langer ondersteund 233 pool_index_from_estore, monitorelement niet langer ondersteund 233 pool_index_to_estore, monitorelement niet langer ondersteund 233 POWER-functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 PreparedStatement-object batcherwerkingsfout 206 pri_mem_thresh, configuratieparameter niet langer ondersteund 169 pri_workspace_num_oerflows, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 pri_workspace_section_inserts, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 pri_workspace_section_lookups, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 pri_workspace_size_top, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 probleembepaling beschikbare informatie 255 diagnosefuncties db2fodc, uitbreidingen 163 oerzicht an uitbreidingen 161 zelfstudiemateriaal 255 probleemoplossing db2fodc, hulpprogramma 161 logbestanden 166 online informatie 255 opdracht db2cklog 166 oerzicht an uitbreidingen 161 zelfstudiemateriaal 255 procedures ADMIN_CMD uitbreidingen 213 automatisch onderhoudsbeleid 131 gemeenschappelijke SQL-API uitbreidingen 104 proxyknooppunten Tioli Storage Manager (TSM) oerzicht 139 ps-opdracht uitoerwijzigingen 217 purexml erbetering in erwerking 91 Python extensies oor IBM Data Serers ondersteund 106 Q query_heap_sz, configuratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 169 query_heap_sz, configuratieparameter an databasemanager gedeprecieerde functionaliteit 200 query's performanceerbeteringen 75, 78 Query Patroller Windows Vista-ondersteuning 147 R RADIANS-functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 reeksliteralen Unicode 157 REFRESH TABLE, instructie uitbreidingen 80 REFRESH TABLE-instructie wijziging ergrendelingstype 189 registerariabelen DB2_AWE niet langer ondersteund 234 DB2_HADR_SORCVBUF 81 DB2_HADR_SOSNDBUF 81 DB2_KEEP_AS_AND_DMS_CONTAINERS_OPEN 172 DB2_MEMORY_PROTECT 140 gedeprecieerde functionaliteit Nieuwe functies in deze release
283 registerariabelen (erolg) niet langer ondersteund 235 wijzigingen 172 replicatie DECFLOAT, gegeenstype 155 oerzicht an uitbreidingen 155 responsbestanden toeoeging an sleutelwoorden 146 ResultSetMetaData.getColumnLabel gewijzigde waarde in JDBC ResultSetMetaData.getColumnName gewijzigde waarde in JDBC RIGHT, scalaire functie ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 158 RIGHT scalar function ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 183 rijaantal aanragen oor CLI-toepassingen 128 roepnamen erbeteringen in gebruik an federatiee database 153 rollen oerzicht 70 routines toeoegingen 183 wijzigingen 183 Ruby on Rails betrouwbare contexten ondersteund 126 oerzicht ondersteuning 123 RUNSTATS, hulpprogramma UNSET PROFILE, optie 56 S SA MP scripts oor automatisch beheer instellen (Windows) 142 samenoegingsmodules merge-modules IBM Data Serer Runtime Client hernoemd 146 ondersteuning an niet-db2-subsysteem 146 scalaire functies bitwise bewerking 103 oerdraagbaarheid an toepassingen 103 oerzicht 103 publiceren 89 tekenreeksen 158 erwerking op basis an tekens 158 schaalbaarheid oerzicht an uitbreidingen 6 SCHEMA, speciaal register wijziging an geretourneerde waarde 209 scripts oor automatisch beheer SA MP en HADR (Windows) 142 SECADM databaseaudits 180 SERVER_ENCRYPT_AES, erificatietype 73 SET INTEGRITY, instructie uitbreidingen 80 SET INTEGRITY-instructie wijziging ergrendelingstype 189 SHLIB_PATH 74 shr_workspace_num_oerflows, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 shr_workspace_section_inserts, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 shr_workspace_section_lookups, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 shr_workspace_size_top, monitorelement gedeprecieerde functionaliteit 225 SIGN-functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 Single System View (SSV) backups 136 SNAP_GET_ APPL_INFO, tabelfunctie gedeprecieerde functionaliteit 183 SNAP_GET_APPL, tabelfunctie gedeprecieerde functionaliteit 183 SNAP_GET_BP, tabelfunctie gedeprecieerde functionaliteit 183 wijzigingen 234 SNAP_GET_DB_V91, tabelfunctie gedeprecieerde functionaliteit 183 SNAP_GET_DBM, tabelfunctie gedeprecieerde functionaliteit 183 SNAP_GET_DYN_SQL_V91, tabelfunctie gedeprecieerde functionaliteit 183 SNAPBP-beheeriew wijzigingen 234 Snapshot Monitor gedeprecieerde indelingen 229 Solaris Operating Enironment Solaris x64 33 Solaris x64 ondersteund 148 sortering locale-geoelig 159 UCA-basis 159 Unicode-ondersteuning op taalbasis 157 sortheap, databaseconfiguratieparameter wijzigingen 193 speciale registers lengtewijzigingen 212 SCHEMA wijziging an geretourneerde waarde 209 USER wijziging an geretourneerde waarde 209 SQL (Structured Query Language) toeoegingen beheerroutines 52 toeoegingen beheeriews 52 erbeteringen in dooroeren an XQuery-parameters 86 zoeken met DB2 Text Search 37 SQL-instructies ALTER BUFFERPOOL ESTORE, wijzigingen 233 ALTER TABLESPACE uitbreiding an beschikbaar maken an ruimte 54 CREATE BUFFERPOOL ESTORE, wijzigingen 233 CREATE DATABASE NO FILE SYSTEM CACHING, standaard 198 CREATE INDEX performanceerbeteringen 77 CREATE TABLESPACE NO FILE SYSTEM CACHING, standaard 198 Help-informatie afbeelden 251 REFRESH TABLE uitbreidingen 80 wijziging ergrendelingstype 189 SET, ariabele uitbreidingen 96 SET INTEGRITY uitbreidingen 80 wijziging ergrendelingstype 189 Uitbreidingen an Label-Based Access Control (LBAC) 71 Trefwoordenregister 269
284 SQL-tabelfuncties DB2_RESOLVE_CALL_CONFLICT-ondersteuning toegeoegd 104 SQLAlchemy adapter oor IBM Data Serers 106 SQLJ uitbreidingen 107, 117 SQLOGCTL.LFH, bestand dubbele kopie 134, 227 sqluadau-api gedeprecieerde functionaliteit 225 SQRT-functie SYSIBM-ersie an SYSFUN-functie 211 SSL, protocol niet-jaa-clients-ondersteuning toegeoegd 72 SSV (Single System View) backups 136 startenster Migreren, knop 188 stat_heap_sz, databaseconfiguratieparameter uitbreidingen 46, 200 wijziging an standaardwaarde 193 statistieken erbeteringen in gebruik an federatiee database 153 erzamelen in real-time 41 statistische profielen opnieuw instellen 56 stmtheap, databaseconfiguratieparameter uitbreidingen 46, 200 wijziging an standaardwaarde 193 STRIP, scalaire functie ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 158, 183 subsystemen zelfstandig type toepasbaar op meerdere platforms 147 SYSCAT-iews toeoegingen 183 wijzigingen 183 Sysplex clientondersteuning 127 systeemcatalogusiews toeoegingen 183 wijzigingen 183 systeemopdrachten oerzicht wijzigingen 213 T taalondersteuning oerzicht an uitbreidingen 157 tabelfuncties ENV_GET_FEATURE_INFO 54 gedeprecieerde functionaliteit 183 SNAP_GET_BP 234 tabelruimten NO FILE SYSTEM CACHING, standaard 198 standaard CIO (Concurrent I/O) 79 standaard Concurrent I/O (CIO) 79 uitbreiding an beschikbaar maken an ruimte 54 zonder bestandssysteemcache 243 TIME-functies DB2 XQuery 89 toegelichte instructies REFRESH TABLE 80 SET INTEGRITY 80 toepassingen oerzicht nieuwe oorbeelden 98 uitbreiding an ingebruikname in Windows 35 toepassingen (erolg) erbetering in fouttolerantie 139 ereenoudiging an distributie in Windows 35 toepassings-handle db2trc, opdracht 165 traceeropdracht 165 toepassings-id db2trc, opdracht 165 traceeropdracht 165 toepassingsontwikkeling JDBC 3.0-uitbreidingen 107 JDBC 4.0-ondersteuning 117 Linux en UNIX 207 oerzicht nieuwe oorbeelden 98 oerzicht an uitbreidingen 15, 93 oerzicht wijzigingen 204 SQLJ-uitbreidingen 107, 117 erbeteringen in gebruik an federatiee database 151 toewijzingsrepository oor externe gebruikers interface op basis an C/C traceeropdracht toepassings-handle 165 toepassings-id 165 transactie-eentmonitor nieuwe elementen ondersteund 162 TRIM, scalaire functie ondersteuning ariabele tekengrootte Unicode 158, 183 U uitbreidingen an autonome functies oerzicht 3 uitgebreid geheugen (ESTORE) niet langer ondersteund 233 uitgebreide beeiliging Windows Vista 198 Unicode Big5-HKSCS-conersie 158 reeksliteraal 157 standaardcodepagina 169 Unicode Collation Algorithm sortering 159 Unicode-databases databases ondersteuning an sortering op taalbasis 157 UNIQUE wijziging in gebruik 212 updatedetectie uitbreidingen 76 updates DB2 Informatiecentrum 252 UPPER, scalaire functie locale-geoelig 159 USER, speciaal register wijziging an geretourneerde waarde 209 userexit, databaseconfiguratieparameter gedeprecieerde functionaliteit 193 V ariabele instructie SET uitbreidingen 96 ariabelen globaal 95 erdere distributie uitbreidingen Nieuwe functies in deze release
285 ergrendelingstimeout erbeterde rapportage 55 erificatie typen SERVER_ENCRYPT_AES 73 erzamelen an statistieken in real-time oerzicht 41 iews SNAPBP wijzigingen 234 toeoegingen 183 wijzigingen 183 irtualisatie 150 Visual Explain zelfstudiemateriaal 254 oorbeelden oerzicht an toeoegingen 98 oorwaarden en bepalingen gebruik an publicaties 255 oorzieningen, pakket wijzigingen 38 W wachtwoorden erbetering maximale lengte 73 Web Object Runtime Framework (WORF) gedeprecieerde functionaliteit 230 WebSphere Federation Serer oerzicht an uitbreidingen 151 werkbelastingbeheer licentiewijzigingen 202 oerzicht 61 uitbreidingen 61 wijzigingen licentiebeheer DB2 Express Edition 202 werkbelastingbeheer 202 Windows-besturingssystemen failoer 149 Migreren, knop 188 Windows Serer 2008 ondersteund 148 Windows Vista uitbreidingen 147 ereisten oor uitgebreide beeiliging 198 wijziging an bestandslocatie 199 WITH HOLD-cursors ondersteuning an federatiee databases 151 WORF (Web Object Runtime Framework) gedeprecieerde functionaliteit 230 X xdbdecompxml, opgeslagen procedures uitbreidingen 91 XML controleoorwaarden uitbreidingen 84 DB2 Accessories Suite 37 gegeens bijwerken 83 conersie met XSLT 85 laden 84 opslag in niet-unicode-database 87 Load, hulpprogramma 84 OIT 37 XML (erolg) ontleding uitbreidingen 91 opslaan, XML-gegeens in een database ermindering 87 opslagruimteermindering 87 oerzicht an uitbreidingen 8, 83 performance erbeteringen 84, 87 performanceerbeteringen 87 Perl-stuurprogramma 124 predikaat VALIDATED 84 publicatiefuncties 89 rich text 37 triggererwerking uitbreidingen 85 uitbreiding geldigheidscontrole an documenten 85 uitbreidingen in ontleding 90 uitbreidingen in triggererwerking 85 erbetering in erwerking 84, 91 erbeteringen in dooroeren an parameters 86 zoeken met DB2 Text Search 37 XML, gegeenstype ondersteuning an federatiee databases 151 XML Extender gedeprecieerde functionaliteit 229 XML-ontleding schema's recursiee schema's 90 uitbreiding olgorde an inoegen 90 xdbdecompxml, opgeslagen procedures uitbreidingen 91 XML-schema's bijwerken 88 uitbreiding an recursie 90 uitbreiding olgorde an inoegen 90 XML-waarde publiceren nieuwe scalaire functies 89 XQuery castexpressie 89 expressies bijwerken 83 erbeteringen in dooroeren an SQL-parameters 86 XML-gegeens bijwerken 83 XQuery-functies datum 89 hoofdletters uitbreiding an localeondersteuning 88 kleine letters uitbreiding an localeondersteuning 88 tijd 89 Z zelfstudiemateriaal probleembepaling 255 probleemoplossing 255 Visual Explain 254 zoeken DB2 Text Search 37 Trefwoordenregister 271
286 272 Nieuwe functies in deze release
287
288 Printed in Denmark IBM Nederland B.V. Postbus CE Amsterdam Verkoopafdelingen & Informatie SC
Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1
IBM DB2 10.1 oor Linux, UNIX en Windows Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1 Januari 2013 SC14-2086-01 IBM DB2 10.1 oor Linux, UNIX en Windows Nieuwe functies in DB2 Versie 10.1 Januari 2013 SC14-2086-01
DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows
DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 5 Aan de slag met IBM Data Serer-clients Bijgewerkt december 2010 GC14-5570-03 DB2 Versie 9.5 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release
Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition
IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 IBM DB2 Connect Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Versie 8.2 GC14-5544-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze
Nieuwe functies in deze release
IBM DB2 Uniersal Database Nieuwe functies in deze release Versie 8.2 SC14-5547-01 IBM DB2 Uniersal Database Nieuwe functies in deze release Versie 8.2 SC14-5547-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie
IBM DB2 9.7 voor Linux, UNIX en Windows
IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 IBM DB2 9.7 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2065-00 Opmerking Lees eerst Bijlage
IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows
IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data Serer-clients installeren Bijgewerkt september 2010 GC14-2065-01 IBM DB2 9.7 for Linux, UNIX, and Windows Versie 9 Release 7 IBM Data
Power Systems. Live Partition Mobility
Power Systems Lie Partition Mobility Power Systems Lie Partition Mobility Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 161. Deze uitgae
IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00
IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 IBM DB2 Connect 9.7 DB2 Connect Gebruikershandleiding SC14-2066-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgeingen, op pagina 189. Eerste
Gebruikershandleiding
IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 IBM DB2 Connect IBM DB2 Connect Gebruikershandleiding Versie 8.2 SC14-5545-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is
IBM DB2 Connect 9.7. DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010. Versie 9 Release 7 SC14-2066-02
IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september 2010 SC14-2066-02 IBM DB2 Connect 9.7 Versie 9 Release 7 DB2 Connect Gebruikershandleiding Bijgewerkt september
Aan de slag met DB2-clients
IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 IBM DB2 Uniersal Database Aan de slag met DB2-clients Versie 8.2 GC14-5543-01 Lees eerst Kennisgeingen. Deze publicatie is
Power Systems. Live Partition Mobility IBM
Power Systems Lie Partition Mobility IBM Power Systems Lie Partition Mobility IBM Opmerking Lees oordat u deze informatie en het product gaat gebruiken de informatie in Kennisgeingen op pagina 181. Deze
IBM Data Server-clients installeren
IBM DB2 10.5 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2094-00 IBM DB2 10.5 oor Linux, UNIX en Windows IBM Data Serer-clients installeren GC14-2094-00 Opmerking Lees eerst Bijlage
ERserver. iseries Access for Web. iseries. Versie 5 Release 3
ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 ERserer iseries iseries Access for Web Versie 5 Release 3 Opmerking: Voordat u deze informatie en het product gebruikt, leest u eerst de informatie
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore. Handboek voor de gebruiker
Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Draagbare USB 2.0 Vaste Schijf (40 GB) met Rapid Restore Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage C, Warranty
IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5. Installatiehandleiding
IBM Maximo Everyplace Versie 7 Release 5 Installatiehandleiding Opmerking Lees eerst Kennisgevingen op pagina 5. Deze publicatie heeft betrekking op versie 7, release 5, modificatie 0 van het programma
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0. Handboek voor de gebruiker
ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker ThinkVantage System Migration Assistant 5.0 Handboek oor de gebruiker Opmerking: Lees eerst Bijlage F, Kennisgeingen, op pagina 137.
Zelftest Java EE Architectuur
Zelftest Java EE Architectuur Document: n1218test.fm 22/03/2012 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INLEIDING BIJ DE ZELFTEST JAVA EE ARCHITECTUUR Nota:
DB2 Connect Versie 9.5
DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Update maart 2008 GC14-5572-01 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition Update maart 2008 GC14-5572-01 Opmerking
iseries Client Access Express Beheer
iseries Client Access Express Beheer iseries Client Access Express Beheer Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Client Access Express beheren...................... 1 Hoofdstuk 2. Dit
IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1. Handleiding SC14-2064-05
IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie 8.2.1 Handleiding SC14-2064-05 Opmerking
INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03
INSTALLATIE NIS UPDATE Q3-2014-03 Q3-2014-03 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade
Oracle-database creëren
Datum: maart 2014 Versie: 3.1 2014 Perceptive Software. Alle rechten voorbehouden. Perceptive Software is een gedeponeerd handelsmerk van Lexmark International Technology S.A. in de VS en andere landen.
Back-up en herstel Gebruikershandleiding
Back-up en herstel Gebruikershandleiding Copyright 2007-2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
DB2 Connect Versie 9.5
DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5572-00 DB2 Connect Versie 9.5 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5572-00 Opmerking Lees eerst Bijlage B, Kennisgevingen,
Schijven en stations formatteren
Schijven en stations formatteren Vaste schijven, de primaire opslagapparaten op uw computer, moeten worden geformatteerd voordat u deze kunt gebruiken. Als u een schijf formatteert, configureert u de schijf
Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe.
Functionele beschrijving: scannen naar Exact Globe. Algemeen Met de KYOCERA scannen naar Exact Globe beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar Exact Globe. Met deze oplossing
Installatie SQL: Server 2008R2
Installatie SQL: Server 2008R2 Download de SQL Server 2008.exe van onze site: www.2work.nl Ga naar het tabblad: Downloads en meld aan met: klant2work en als wachtwoord: xs4customer Let op! Indien u een
Systeemvereisten. Systeemvereisten voor Microsoft Dynamics NAV 2009. Rolgebaseerde client
Systeemvereisten voor Microsoft Dynamics NAV 2009 Rolgebaseerde client Microsoft Windows XP Professional SP3 of later (X86 of 32-bits Microsoft Windows Vista (Business, Enterprise, of Ultimate) SP1 of
Nieuwe functies in Crystal Reports XI
Nieuwe functies in Crystal Reports XI Inleiding Inleiding Deze sectie bevat een algemene beschrijving van de onderdelen, functies en voordelen van de nieuwste versie van Crystal Reports. De belangrijkste
Handleiding Reinder.NET.Tasks.SQL versie 2
Handleiding Reinder.NET.Tasks.SQL versie 2 Reinder Stolte Tramstraat 33 8771RR Nijland Inhoudsopgave 1 Algemeen... 2 2 Installeren en configureren... 3 3 Taken instellen... 4 3.1 Taskname (Taaknaam) verplicht
Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties
Technische Specificaties nieuwe Unix Applikaties In 2010 werden 7 Unix servers geconsolideerd naar een nieuwe Unix omgeving, waar gebruik gemaakt wordt van srp s (vergelijkbaar met zone, of container).
LotusLive. LotusLive Handleiding voor de beheerder
LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder LotusLie LotusLie Handleiding oor de beheerder Opmerking Lees eerst Kennisgeingen op pagina 87. Deze uitgae heeft betrekking op LotusLie(tm) en op alle olgende
DataFlex 19.0 SQL Server
Connections to SQL Server 1 Agenda Connecties Aanpassingen in applicaties 2 Connecties Kort overzicht 3 SQL manier Connectie maken met een server (login) Connectie stelt je in staat om tabellen in een
Installatie SQL Server 2014
Installatie SQL Server 2014 Download de SQL Server Express net advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=42299 klik op Download. Als u een 64 bit variant
INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4
INSTALLATIE NIS UPDATE 2014-Q4 2014-Q4 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade
iseries Aan de slag met iseries
iseries Aan de slag met iseries iseries Aan de slag met iseries Copyright IBM Corp. 1998, 2001. Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. Aan de slag met de iseries 400...................... 1 EZ-Setup oltooien: oer
HP Easy Tools. Beheerdershandleiding
HP Easy Tools Beheerdershandleiding Copyright 2014 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft en Windows zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van de groep bedrijven onder de
Bijlage Ketenlandschap Leerlingvolgsysteem. Applicatieketen. Aansluitvoorwaarden
Bijlage Ketenlandschap Leerlingolgsysteem Applicatieketen Afbeelding PSA01 toont de ereiste ketenkoppellakken an het Leerling Volg Systeem (LVS) naar andere benodigde applicaties. Indien in de toekomst
Installatiehandleiding. Facto minifmis
Installatiehandleiding Facto minifmis 1. Installatie Facto MiniFMIS 1.1 Achtergrond Facto MiniFMIS biedt facilitaire organisaties een eenvoudige en gebruikersvriendelijke hulpmiddel bij het uitvoeren van
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement.
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement. Algemeen Met KYOCERA scannen naar UNIT4 Cura Documentmanagement beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen
Installatie SQL Server 2012
Installatie SQL Server 2012 Download de SQL Server express net Advanced Services van de website: https://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=29062 klik op Download. Als u een 64 bit variant
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager
Functionele beschrijving: scannen naar UNIT4 DocumentManager Algemeen Met de KYOCERA Scannen naar UNIT4 DocumentManager beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar UNIT4 DocumentManager
Interactief, real time security management
P2000 en P2000LE SECURITY MANAGEMENT SYSTEEM Interactief, real time security management P2000 Security Management Systeem Schaalbaar, intuïtief en eenvoudig in gebruik Het Johnson Controls P2000 security
Functionele beschrijving: scannen naar Trivium FORTUNA.
Functionele beschrijving: scannen naar Trivium FORTUNA. Algemeen Met KYOCERA scannen naar Trivium FORTUNA beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar Trivium FORTUNA. Met
Optifile Server Installatie
Optifile Server Installatie Datum: Versie: de koppeling tussen Essibox en 2 mei 2012 1.0 Omschrijving: Dit document beschrijft de installatieprocedure voor Optifile software op een nieuwe server. Optifile
Uw gebruiksaanwijzing. HP proliant ml310 g4 server http://nl.yourpdfguides.com/dref/880751
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP proliant ml310 g4 server. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP proliant ml310 g4 server in de gebruikershandleiding
Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) Introductie
Logicworks CRM en Microsoft SQL Server 2005 (Express) - Introductie - Microsoft SQL Server 2005 Express installeren - Microsoft SQL Server 2005 Express configureren - Database collation - Logicworks CRM
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie)
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Als u geen upgrade kunt uitvoeren voor uw computer met Windows Vista naar Windows 7 voert u een aangepaste installatie uit.
ii LotusLive beheren
LotusLie beheren ii LotusLie beheren Inhoudsopgae Hoofdstuk 1. LotusLie: info...... 1 Hoofdstuk 2. Systeemereisten oor LotusLie.............. 3 Hoofdstuk 3. LotusLie aanpassen oor uw organisatie............
Werking van de Office Connector, en het oplossen van fouten.
Werking van de Office Connector, en het oplossen van fouten. De Office Connector zorgt ervoor dat de Microsoft Officeomgeving gebruikt kan worden als ontwerp en genereeromgeving voor documenten waarbij
Peelland ICT Online Back-up
Peelland ICT Online Back-up Peelland ICT biedt volledig in eigen beheer online back-up aan. Hiermee voorzien wij onze klanten van de laatste nieuwe back-up mogelijkheden en technieken. Risico s conventionele
MarkVision printerbeheersoftware
MarkVision printerbeheersoftware MarkVision for Windows 95/98/2000, Windows NT 4.0 en Macintosh worden bij de printer geleverd op de cd met stuurprogramma's, MarkVision en hulpprogramma's. 1 De grafische
Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com
Pictogrammenuitleg Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze
Functionele beschrijving: Scannen naar AFAS Profit.
Functionele beschrijving: Scannen naar AFAS Profit. Algemeen Met de Kyocera Scannen naar AFAS Profit beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar AFAS Profit. Met deze oplossing
Systeemeisen Exact Compact product update 406
1 van 6 08-10-2013 12:07 Exact Compact Systeemeisen Exact Compact product update 406 Een pressionele administratie moet bedrijfszeker zijn. U moet er in het dagelijks gebruik snel en zonder onderbrekingen
Handleiding installatie Rental Dynamics
Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk
Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC
Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 29 juli 2009 Inhoudsopgave Inleiding... 2 1 Installatie ODBC driver... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire5... 3 2.1 Aanmaken extern profiel...
IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, versie 1.1
IBM Rapid Restore Ultra 3.01 Handleiding bij ingebruikname, ersie 1.1 Derde uitgae (noember 2003) Copyright IBM Corp. 2003. Woord ooraf Deze handleiding is bedoeld oor IT-beheerders of personen die erantwoordelijk
Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen
Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen Installeren V: Mijn externe harde schijf van Samsung is aangesloten, maar er gebeurt niets. A: Controleer de USB-kabel. Als de externe harde schijf van Samsung
INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02
INSTALLATIE NIS UPDATE Q2-2014-02 Q2-2014-02 2014 Van Brug Software B.V. Hoewel deze handleiding met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Van Brug Software B.V. geen aansprakelijkheid voor enige schade
Updateprocedure in vogelvlucht... 2. Stap 1: Updatebestanden downloaden... 3. Stap 2: Controle vooraf... 4
Updatehandleiding versie 2.14 Administratie- en leerlingvolgsysteem LVS2000 Inhoud van dit document: Updateprocedure in vogelvlucht... 2 Stap 1: Updatebestanden downloaden... 3 Stap 2: Controle vooraf...
Oracle Rolling Upgrades met SharePlex [email protected] Systems Consultant Quest Software Nederland 9/11 2007
Oracle Rolling Upgrades met SharePlex [email protected] Systems Consultant Quest Software Nederland 9/11 2007 Copyright 2006 Quest Software Agenda Wat is SharePlex? Toepassingen en de belangrijkste
Pictogrammenuitleg. Aliro IP-toegangscontrole zonder complicaties. www.aliro-opens-doors.com
Pictogrammenuitleg De pictogrammenuitleg voor de Aliro-software is een uitgebreid overzicht van alle pictogrammen die in de software worden gebruikt. Deze uitleg is ontwikkeld om u te helpen pictogrammen
LearnOSM. PostgreSQL & PostGIS. PostgreSQL en PostGIS installeren. Bijgewerkt
PostgreSQL & PostGIS Bijgewerkt 10-09-2016 LearnOSM In dit hoofdstuk zullen we laten zien hoe PostgreSQL in te stellen op Windows en hoe een database te maken waarin u geografische gegevens kunt opslaan.
Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M
Installatiehandleiding Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Softwareprogramma 98646-003-14 Inhoud Gebruiksdoel................. 3 Systeemvereisten.............. 3 Kenmerken................... 3
Nieuwe functies in deze release
IBM DB2 Universal Database Nieuwe functies in deze release Versie 7 SC14-5519-00 IBM DB2 Universal Database Nieuwe functies in deze release Versie 7 SC14-5519-00 Lees eerst Bijlage B. Kennisgevingen op
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan
Informatie & Databases
Informatie Wat is informatie en waaruit het bestaat? Stel op een kaart staat het getal 37 geschreven. Wat kun je dan zeggen van het cijfer 37? Niets bijzonders, toch? Alleen dat het een getal is. Gaat
Installatie Remote Backup
Juni 2015 Versie 1.2 Auteur : E.C.A. Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave BusinessConnect Remote Backup... 3 Kenmerken... 3 Beperkingen... 3 Gebruik op meerdere systemen... 3 Systeemeisen... 4 Support... 4 Installatie...
DB2. Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition. DB2 Connect Versie 9 GC14-5569-00
DB2 DB2 Connect Versie 9 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5569-00 DB2 DB2 Connect Versie 9 Aan de slag met DB2 Connect Personal Edition GC14-5569-00 Lees eerst Kennisgevingen. Deze publicatie
Modul-Fleet OPTIMALISATIE VAN HET WAGENPARKBEHEER. I can help! Ordered 3 items. Can t serve last client. Running late!
Modul-Fleet OPTIMALISATIE VAN HET WAGENPARKBEHEER I can help! Ordered 3 items Can t serve last client Running late! Modul-Fleet OPTIMALISATIE VAN HET WAGENPARKBEHEER Wilt u beter inspelen op de groeiende
Zelftest Java concepten
Zelftest Java concepten Document: n0838test.fm 22/03/2012 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INLEIDING BIJ DE ZELFTEST JAVA CONCEPTEN Om de voorkennis nodig
Powerpoint presentatie College 5 Gilbert van Lierop & Farshad Salamat
Powerpoint presentatie College 5 Gilbert van Lierop & Farshad Salamat Wat is een database? Een verzameling van georganiseerde data Een database bestaat uit applicaties, SQL en het DBMS Watis eendbms? EenDBMS
Bestandssystemen. yvan vander sanden. 16 maart 2015
Bestandssystemen yvan vander sanden 16 maart 2015 Bij elk operating system is het belangrijk te begrijpen hoe schijven en bestandssystemen werken. Schijven moeten geformatteerd worden met een specifiek
De ins en outs van OpenERP! OpenERP wanneer en hoe toepasbaar en welke aandachtspunten bij invoering
De ins en outs van OpenERP! OpenERP wanneer en hoe toepasbaar en welke aandachtspunten bij invoering OpenERP Inhoud Ervaringen vanuit de gebruiker DEMO Open source filosofie OpenERP Voor welke bedrijven
MarkVision printerbeheersoftware
MarkVision printerbeheersoftware Printersoftware en hulpprogramma's 1 MarkVision for Windows 95/98/2000, Windows NT 4.0 en Macintosh worden bij de printer geleverd op de cd met stuurprogramma's, MarkVision
Back-up en herstel Gebruikershandleiding
Back-up en herstel Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19
Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Systeemeisen... 4 3 Installatie... 5 4 Gebruik en instellingen... 12 4.1 Algemeen...
Technische nota AbiFire Rapporten maken via ODBC
Technische nota AbiFire Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 23 januari 2018 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire... 3 2.1 Aanmaken extern profiel... 3 2.2 Toewijzing extern
NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000
NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express - Handboek Juni 2000 Op http://www.ibm.com/nc/pubs indt u de laatste update SA14-5990-00 NetVista Thin Client NetVista N2200e Thin Client Express
Functionele beschrijving: Scannen naar Pro Management
Functionele beschrijving: Scannen naar Pro Management Algemeen Met de KYOCERA scannen naar oplossing beschikt u over een efficiënte oplossing om uw documenten te scannen naar Pro Management. Met deze oplossing
DB2 Connect Versie 9.5
DB2 Connect Versie 9.5 DB2 Connect Gebruikershandleiding Update maart 2008 SC14-5571-01 DB2 Connect Versie 9.5 DB2 Connect Gebruikershandleiding Update maart 2008 SC14-5571-01 Opmerking Lees eerst Bijlage
Sparse columns in SQL server 2008
Sparse columns in SQL server 2008 Object persistentie eenvoudig gemaakt Bert Dingemans, e-mail : [email protected] www : http:// 1 Content SPARSE COLUMNS IN SQL SERVER 2008... 1 OBJECT PERSISTENTIE EENVOUDIG
