Hoofdstuk 2 Basishandelingen Overzicht van de vereiste voorkennis Kennismaking met Windows Basishandelingen in Windows Hoofdstuk 1: Inleiding Je leert in dit hoofdstuk Studietaak 1: De celaanwijzer verplaatsen......................................................207 Studietaak 2: Gegevens intypen.................................................................... 210 Studietaak 3: Een bestand opslaan, sluiten en openen.................................... 212 Studietaak 4: Gegevens wissen en verbeteren................................................ 216 Studietaak 5: Het werkblad afdrukken........................................................... 218 Studietaak 6: Verplaatsen en kopiëren..........................................................220 Oefeningen................................................................................................ 222 Gebruikte bestanden Bestelformulier Fitnesstoestellen.xlsx Studietaak 1 De celaanwijzer verplaatsen 1 Leerdoel Aan het einde van deze studietaak kan je de celaanwijzer verplaatsen in het rekenblad en een cel activeren. 2 Opgave Je gaat in een leeg werkblad de celaanwijzer verplaatsen met behulp van de muis of het toetsenbord. 3 Stappenplan De celaanwijzer geeft de actieve cel weer door de cel te omkaderen. De celaanwijzer kan worden verplaatst naar elke cel van Blad1. Excel - Basishandelingen - 207
Celaanwijzer verplaatsen 5 Start eventueel Excel op. 5 Verplaats de muis naar cel B5 en klik eenmaal op de linkermuisknop. Wat zie je? Cel B5 is nu de actieve cel. 5 Verplaats de muis naar de cel F9 en klik eenmaal op de linkermuisknop. Cel F9 is nu de actieve cel. 5 Klik 15 maal op de schuifpijl van de verticale schuifbalk. Wat gebeurt er met het werkblad? Welke cel is nu actief? In het Naamvak staat het celadres F9 van de actieve cel. 5 Klik op cel C25. 5 Activeer cel F182. 5 Klik 25 maal op de schuifpijl van de horizontale schuifbalk. Wat gebeurt er met het werkblad? Welke cel is nu actief? In het Naamvak staat het celadres F182 van de actieve cel. 5 Klik op cel AE175. 5 Activeer cel BB66. 5 Druk op de toets (pijltje naar rechts). 5 Druk op (pijltje naar onder). 5 Druk op (pijltje naar links). Excel - Basishandelingen - 208
5 Druk op (pijltje naar boven). 5 Druk op TAB 5 Druk op SHIFT + TAB. 5 Druk op PAGEDOWN. 5 Druk op PAGEUP. 5 Plaats de celaanwijzer op cel F5. 5 Druk op HOME. 5 Plaats de celaanwijzer opnieuw op cel F5. 5 Druk op CTRL + HOME. Selecteren via de Formulebalk 5 Klik links in het naamvak, in de Formulebalk, op het aangeduide celadres. 5 Typ het nieuwe celadres AF43, gevolgd door ENTER. Cel AF43 is omkaderd en is nu de actieve cel. 5 Selecteer cel A1 via de Formulebalk. 4 Resultaat Je kan nu de celaanwijzer verplaatsen met de muis, het toetsenbord en de Formulebalk. Excel - Basishandelingen - 209
Studietaak 2 Gegevens intypen 1 Leerdoel Aan het einde van deze studietaak kan je in de cellen zowel numerieke als alfanumerieke gegevens typen. 2 Opgave In deze studietaak ga je op een leeg werkblad tekst en cijfers intypen. 3 Stappenplan Eerst moet je nagaan of de onderliggende cel wordt geselecteerd na het drukken op ENTER. 5 Klik op de Office-knop en daar kies je rechtsonder voor Opties voor Excel en activeer je links [Geavanceerd]. Onderstaand venster staat nu op je scherm Is de optie Selectie verplaatsen nadat ENTER is ingedrukt aangevinkt en is bij Richting de optie beneden geselecteerd? 5 Indien niet, vink dan de optie Selectie verplaatsen nadat ENTER is ingedrukt aan en selecteer bij Richting de optie Beneden en klik op [OK]. 5 Anders, klik op [Annuleren]. Excel - Basishandelingen - 210
Tekst intypen 5 Plaats de celaanwijzer in cel A5. 5 Typ voetbal. Terwijl je typt, wordt de inhoud zichtbaar in het rechtergedeelte van de Formulebalk en in de actieve cel. 5 Druk op de ENTER. De tekst voetbalschoenen is opgenomen in cel A5 en cel A6 is geselecteerd. 5 Typ tenis (foutief intypen) in cel A6, gevolgd door ENTER. 5 Typ running in cel A7. 5 Druk op. De onderliggende cel is geselecteerd. Je kan zowel ENTER als gebruiken om een onderliggende cel te activeren. 5 Typ onder running, in verschillende cellen, aerobic en kinderschoenen. Hoe wordt de tekst uitgelijnd? 5 Typ in celadres A1 de titel Verkoop sportschoenen, gevolgd door ENTER. Past de tekst volledig in kolom A? Is de tekst volledig zichtbaar? De inhoud is te lang voor cel A1, maar omdat er in cel B1 geen tekst wordt geplaatst, hoeft kolom A niet verbreed te worden. Getallen intypen 5 Typ in celadres B4 de titel januari, gevolgd door ENTER. 5 Typ het getal 12 in cel B5, gevolgd door ENTER. 5 Typ het getal 6 in cel B6, gevolgd door ENTER. 5 Typ het getal 10, gevolgd door ENTER. 5 Typ het getal 3, gevolgd door ENTER. 5 Typ het getal 8, gevolgd door ENTER. Hoe worden de getallen uitgelijnd? Wat merk je op in kolom A? Wat kan je hieraan doen? 5 Ga met de muisaanwijzer tussen de 2 kolomkoppen A en B staan. Welke vorm heeft de muisaanwijzer? 5 Dubbelklik. Wat zie je? Excel - Basishandelingen - 211
Gegevens intypen 5 Typ in de cel C10 10/02/09, gevolgd door ENTER. Wat gebeurt er? Door het intypen van een schuine streep tussen dag, maand en jaar wordt het gegeven herkend als een datum. Iedere datum in Excel komt eigenlijk overeen met een getal; daarom kan met data gerekend worden en worden data rechts uitgelijnd in de cel. De uitlijning van data is beter zichtbaar als de kolom verbreed wordt en wordt verderop in het boek behandeld. 4 Resultaat Studietaak 3 Een bestand opslaan, sluiten en openen 1 Leerdoel Aan het einde van deze studietaak kan je een map opslaan voor later gebruik. Je kan een bestand sluiten, openen en een nieuwe map beginnen. 2 Opgave In deze studietaak zal je: de ingetypte gegevens bewaren; een nieuw bestand aanmaken; een bestand opslaan en sluiten; een bestaand bestand openen en opslaan. Excel - Basishandelingen - 212