GROENLO DETAILHANDELSSTRUCTUURVISIE Actualisatie en evaluatie Apeldoorn, 6 maart 2008 In opdracht van: Gemeente Oost-Gelre Relatienr: 07-55036.oos/g In samenwerking met: Groenlo s Ondernemers Verbond (GOV), Rabobank Achterhoek- Oost, Kamer van Koophandel Centraal Gelderland MKB Reva B.V. 2008 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van MKB Reva te Apeldoorn. Hoewel de in dit rapport vermelde gegevens met de grootst mogelijke nauwkeurigheid zijn opgesteld, aanvaarden wij voor de juistheid hiervan en eventuele wijzigingen hierin geen aansprakelijkheid, hoe ook genaamd en op welke grond dan ook.
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Trends en ontwikkelingen in de detailhandel 6 2.1 Ontwikkelingen in de detailhandel 6 3 Beschrijving Groenlo en detailhandel 11 4 Consumentenenquêtes 14 4.1 Koopstromen 14 4.2 Koopgedrag 15 4.3 Vervoermiddel 16 4.4 Waardering winkelgebied 17 4.5 Gemiste winkels en gewenste maatregelen 18 4.6 Verplaatsing weekmarkt 19 5 Passantenenquête markt 22 6 Verslag panelgesprek 27 7 Analyse distributieve mogelijkheden 29 7.1 Vergelijking met landelijke gemiddelden 29 7.2 Draagvlakanalyse 29 8 Analyse ruimtelijke en fysieke structuur 33 9 Conclusies en aanbevelingen detailhandelsstructuurvisie 36 9.1 Conclusies 36 9.2 Aanbevelingen 38 3
1 Inleiding In het centrum van Groenlo en de daar gevestigde detailhandel is de afgelopen jaren sprake geweest van een sterke dynamiek. De detailhandelsvisie Centrumgebied Groenlo, functioneren van en toekomstmogelijkheden voor de detailhandelsvoor zieningen van MKB Reva uit 2000 is een belangrijke aanzet geweest voor diverse veranderingen. Om tot uitvoering van de aanbevelingen uit de detailhandelsvisie over te gaan, is in 2002 centrummanagement ingesteld. Gedurende het opstellen van de detailhandelsvisie en het centrummanagement in het vervolgtraject heeft er een begeleidingscommissie gefunctioneerd die nog steeds actief is waarin de gemeente, het GOV, de Kamer van Koophandel en de Rabobank zitting hebben. De centrummanager heeft de plannen en wensen van de ondernemers geïnventariseerd en tevens hoe de ondernemers dachten mee te werken aan de aanbevelingen uit de detailhandelsvisie. Daarnaast was de centrummanager het aanspreekpunt voor bedrijven die zich in Groenlo wilde vestigen. Dit heeft er mede toe geleid dat een dynamiek op gang is gebracht van verplaatsingen en nieuw-vestigingen in lijn met de detailhandelsvisie. Ondanks dat het verbeterproces nog in volle gang is, is bij de betrokken partijen behoefte ontstaan aan een evaluatie en actualisatie van de detailhandelsvisie uit 2000. In de geactualiseerde detailhandelsstructuurvisie dient, gebaseerd op een ruimtelijk-economisch onderzoek, te worden aangegeven in welke richting de detailhandel in Groenlo zich de komende jaren verder kan ontwikkelen. Daarnaast willen de betrokken partijen inzicht in enkele specifieke punten, namelijk: de effecten van de verplaatsing van de weekmarkt; de effecten van de promotie van Groenlo als vestingstad; de invloed van recreatiepark Het Marveld op de detailhandel in Groenlo. Werkwijze Er zal een analyse van de distributieve mogelijkheden worden gemaakt, die aangeeft welke omzetten en vierkante meters winkeloppervlak in Groenlo per branche haalbaar zijn. Een consumentenenquête die in het voorjaar van 2007 in opdracht van de gemeente is uitgevoerd, levert hiervoor een belangrijke input. Daarnaast wordt een aanvullende telefonische enquête onder de huishoudens in Groenlo gehouden met vragen over de verplaatsing van de markt en wordt een panelgesprek met enkele ondernemers georganiseerd. Op verzoek van de gemeente wordt een aanvullende enquête op de markt gehouden (passantenenquête) eveneens met als onderwerp de verplaatsing van de markt. Op basis van informatie verkregen uit de diverse enquêtes en gesprekken en aan de hand van een analyse van de huidige detailhandelsstructuur, wordt de voor de toekomst gewenste detailhandelsstructuur aangegeven. 4
Opbouw van de rapportage De rapportage is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: Trends en ontwikkelingen in de detailhandel; Hoofdstuk 3: Beschrijving Groenlo en de daar gevestigde detailhandel; Hoofdstuk 4: Telefonische consumentenenquêtes; Hoofdstuk 5: Passantenenquête markt Hoofdstuk 6: Verslag panelgesprek; Hoofdstuk 7: Analyse distributieve mogelijkheden; Hoofdstuk 8: Analyse detailhandelsstructuur Hoofdstuk 9: Conclusies en aanbevelingen. Begeleidingscommissie De begeleidingscommissie bij dit project bestaat uit de volgende personen: Namens het Groenlo s Ondernemers Verbond: de heren H. Nijenhuis, G. Nijrolder, M. Reinders, G. Simons en B. Weenink en mevrouw M. Pillen; Namens de gemeente Oost-Gelre: de dames M. Frank en A. Rootinck en de heer H. Reinbergen; Namens Rabobank Achterhoek-Oost: de heer R. van Vliet; Namens Kamer van Koophandel Centraal Gelderland: de heer P. Hendriks; Namens de Lichtenvoordse Ondernemers Vereniging: de heer H. Klein Gebbink. 5
2 Trends en ontwikkelingen in de detailhandel 2.1 Ontwikkelingen in de detailhandel Veranderende samenleving De detailhandel staat niet op zich, maar is ingebed in de samenleving. Trends die in de samenleving spelen zijn dus onherroepelijk van invloed op de detailhandel. Hieronder worden er enkele genoemd, met hun relevantie voor de detailhandel. Demografische ontwikkelingen. De vergrijzing zal de komende decennia sterk toenemen. Dit kan verschillende gevolgen voor de detailhandel hebben. Zo zijn ouderen in het algemeen minder mobiel, waardoor ze voor boodschappen eerer op voorzieningen in de buurt zijn aangewezen. Een ander gevolg zou kunnen zijn dat vanuit deze groep meer vraag komt om service. Een toename van kleinere huishoudens met een ander tijdsbestedingspatroon en wellicht een andere levensstijl stelt andere eisen aan de detailhandel. Dit kan heel gevarieerd zijn: van een grotere vraag naar kleine verpakkingen tot een aanpassing van de winkelopeningstijden (meer avondopenstelling). Een toename van het aandeel allochtonen brengt een toenemende vraag naar buitenlandse producten met zich mee. Mede als gevolg hiervan is het aantal allochtone ondernemers gestegen. Overigens trekken deze ondernemers ook autochtone klanten en zorgen allochtone ondernemers in sommige wijken in grote steden voor het beboud van winkelvoorzieningen op buurtniveau. Sociaal-culturele ontwikkelingen. Individualisering en minder sterke sociale structuren hebben geleid tot een grote diversiteit aan levensstijlen en daarmee ook aan kooppatronen. Hierdoor is onder meer de vraag naar meer keuzemogelijkheden, andere winkelconcepten en ruimere openingstijden toegeno men. Door de toegenomen welvaart en toename van de vrije tijd is meer nadruk op lifestyle komen te liggen. Bovendien volgen trends elkaar steeds sneller op. Dit vereist dat de detailhandel flexibel moet kunnen inspelen op telkens een weer wijzigende vraag vanuit de consumenten. Nieuwe media, met internet als belangrijke exponent, bieden veel mogelijkheden. De consument heeft eenvoudiger toegang tot informatie, waardoor een vergelijking van aanbieders makkelijker wordt. Daarnaast neemt internetverkoop steeds meer toe; enerzijds via postorderbedrijven, anderzijds door particulieren via internetsites als ebay en marktplaats.nl. Ook voor de reguliere detailhandel vormt het internet een mogelijkheid om de klantenkring of de dienstverlening uit te breiden. Vooralsnog blijft internet een relatief klein, maar aanzienlijk groeiend, verkoopkanaal. 6
Economische ontwikkelingen. De economische neergang aan het begin van de nieuwe eeuw heeft voor veel middenstanders zware jaren opgeleverd. Diverse branches hadden meerdere jaren te kampen met omzetdalingen. Hierdoor zijn onder meer investeringen in de knel gekomen. Anno 2007 vertonen de omzetten in het algemeen weer een stijgende lijn. Typologie koopmotieven Er is reeds aangegeven dat de consument steeds diverser is geworden. Het is dan ook bijna onmogelijk een typologie van consumenten te maken. Daarom wordt doorgaans een onderscheid gemaakt naar koopmotieven. Voor dagelijks benodigde boodschappen zijn met name gemak, efficiency en bereikbaarheid belangrijke aspecten. De efficiency uit zich in het bezoeken van steeds dezelfde winkelvoorzieningen, waar artikelen snel op de bekende plaatsen te vinden zijn. Ongeveer driekwart van de consumenten gaat bij boodschappen doen steeds naar dezelfde winkels (bron: Bolt, 2003). Concentratie van het (boodschappen)aanbod en gratis parkeergelegenheid vergroen hierbij het gemak voor de consument. Ook one-stop-shopping, het in één keer inkopen van de boodschappen voor een groter aantal dagen, past binnen de eisen van gemak en efficiency. Door de toegenomen mobiliteit hoeven deze winkelgebieden voor veel consumen ten niet meer om de hoek te liggen, al blijft nabijheid een belangrijke factor. Bij recreatief winkelen zijn de attractiviteit en breedte van het aanbod belangrijk. Winkelen is meer dan boodschappen doen: beleving wordt steeds meer het codewoord, aangepast op de life-style en kooppatronen van de consumenten. De kwaliteit van de (gebouwde) omgeving, de aanwezigheid van horeca en terrassen, markten, gespecialiseerde winkels, bezienswaardigheden, culturele voorzieningen, leisure en winkelsfeer geven centra een eigen karakter en eigen beleving en maken ze aantrekkelijk voor de recreatieve consument. Naast binnensteden trekken ook nieuwe concepten als factory outlet centers en themacentra recreatieve consumenten. Bij doelgerichte non-foodaankopen komt combinatiebezoek met andere winkels weinig voor. Voorbeelden hiervan zijn bouwmarkten en tuincentra. Bij sommige doelgerichte aankopen vindt echter meestal vooraf wel een goede oriëntatie plaats, zoals bij meubels en keukens. Veel ruimte, goede bereikbaarheid en parkeergelegenheid zijn vanwege het volumineuze karakter van deze artikelen vaak een belangrijke voorwaarde. 7
Dynamiek in de detailhandel De veranderingen in de samenleving en de veranderende vraag vanuit de consument zorgen voor dynamiek in de detailhandel. In het onderstaande staan enkele trends van de afgelopen tijd. Toegenomen aandacht voor het prijsniveau. De economische teruggang aan het begin van de nieuwe eeuw en de introductie van de euro hebben geleid tot meer aandacht voor lage prijzen en een sterke stijing van discountwinkels in diverse branches. Het aantal zelfstandige ondernemers blijft afnemen en de filialisering groeit. Hierdoor ontwikkelt zich een harde kern van winkelformules die in veel winkelgebieden is terug te vinden. Er is sprake van een voortdurende schaalvergroting. In veel branches zijn megawinkels in opkomst en de kleinere winkels op wijk- en buurtniveau krijgen het steeds moeilijker. De traditionele hiërarchie van winkelgebieden in Nederland staat hierdoor onder druk. Door de schaalvergroting komt vanuit de markt de vraag om grote (en goedkope), goed bereikbare locaties buiten de traditionele winkelgebieden. De overheden staan voor de taak deze vraag in banen te leiden (verderop meer over het beleid van overheden). Het pdv-beleid dat in de afgelopen jaren is gevoerd heeft ertoe geleid dat op perifere locaties grootschalige winkels (overigens in een beperkt aantal branches) gevestigd zijn (o.a. tuincentra, bouwmarkten, meubelzaken). Echter er is steeds meer sprake van branchevervaging, waarbij dergelijke winkels naast hun hoofdassortiment niet alleen aanverwante nevenassortimenten verkopen, maar al dan niet tijdelijk een breed scala aan producten. Overigens beperkt branchevervaging zich niet tot deze branches, maar het is een algemene trend. Nieuwe winkelconcepten zijn de afgelopen tijd op de markt gekomen, waaronder factory outlet centra en themacentra. Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden voor het combineren van recreatief winkelen met leisure. Een recent voorbeeld is het NL.C dat een ontwikkelaar nabij Geldermalsen bij een knooppunt van snelwegen wilde bouwen. Hier zou een complex van 135.000 m² met detailhandel en leisure moeten verrijzen, waarvan bijna 100.000 m² detailhandel. De provincie Gelderland heeft deze ontwikkeling echter onmogelijk gemaakt door het niet op te nemen in het Streekplan. Door het voeren van een locatiebeleid schept de overheid de kaders voor waar winkels zich mogen vestigen. Dit beleid is jarenlang in de Nota s over de Ruimtelijke Ordening vastgelegd. De huidige fijnmazige detailhandelsstructuur is vooral een gevolg van het jarenlang gevoerde restrictief ruimtelijke ordeningsbeleid. Detailhandelsvestigingen werden in beginsel uitgesloten op 8
locaties die niet binnen een bestaand of gepland winkelgebied liggen. Sinds begin jaren zeventig was voor een aantal branches perifere detailhandelsvestiging (PDV) mogelijk: voor verkoop van brand- en explosiegevaarlijke stoffen en winkels die vanwege aard en omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben (o.a. bouwmarkten, tuincentra en woninginrichting). Dit PDV-beleid is in de jaren negentig uitgebreid met beleid ten aanzien van grootschalige detailhandelsvestigingen (GDV): in 13 stedelijke knooppunten werden locaties aangewezen voor geconcentreerde grootschalige detailhandel, waarbij niet langer de aard van het artikel, maar de omvang van de winkel bepalend was. Volgens het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) is dit beleid succesvol geweest in die zin dat zowel kleinere kernen als grote steden over leefbare en dynamische centrumgebieden beschikken met een relatief hoogwaardig en compleet aanbod (bron: HBD; Dynamische winkelgebieden, 2004). In de Nota Ruimte heeft de regering het ruimtelijk beleid voor Nederland voor de periode tot circa 2020 vastgelegd. Deze nota kent geen specifiek ruimtelijk beleid voor de detailhandel. Er wordt een geïntegreerd beleid geformuleerd voor bedrijven en voorzieningen. Onder het motto decentraal wat kan, centraal wat moet zet de Nota Ruimte in op decentralisatie van bevoegdheden op het vlak van het ruimtelijk beleid. Toch blijft de rijksoverheid betrokken bij het ruimtelijk detailhandelsbeleid. Tijdens de behandeling van de Nota Ruimte in de Tweede Kamer is een motie aangenomen die de motiveringsplicht in het kader van het ruimtelijk beleid aanscherpt. Zo mogen nieuwe vestigingslocaties voor de detailhandel niet ten koste gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. Daarnaast kunnen gemeenten in bestemmingsplannen een aparte bestemming voor perifere detailhandel opnemen. Verder blijft het Rijk betrokken bij het ruimtelijk detailhandelsbeleid via een procedurele toetsing van de handelswijze van de provincies, die op hun beurt de verantwoordelijkheid krijgen om de plannen van gemeenten inhoudelijk te beoordelen. Recente jurisprudentie (uitspraak Raad van State) laat zien dat duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon een ruimtelijk relevant gegeven is en daarmee een criterium voor de beoordeling van ruimtelijke plannen. Deze uitspraak is dus in lijn met de aangescherpte Nota Ruimte. Gemeenten zijn dus primair verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening op hun grondgebied. Provincies hebben een toetsende rol voor projecten met bovenlokale effecten. De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de Nota Ruimte de motiveringsplicht aangescherpt. Provincies en gemeenten moeten middels streekplannen c.q. structuur- en bestemmingsplannen een deugdelijke onderbouwing verzorgen. Vanwege de huidige decen- 9
tralisatie is het eens te meer van groot belang dat gemeenten en provincies hun detailhandelsbeleid vastleggen in detailhandelsnota s die een onderbouwing kunnen vormen voor de streek-, structuur- en bestemmingsplannen. Dergelijke nota s zorgen voor een continuïteit in beleid en geven ondernemers houvast bij vraagstukken en beslissingen ten aanzien van hun bedrijfsomgeving. In februari 2006 heeft het IPO (interprovinciaal overleg) aan de minister van VROM richtlijnen met betrekking tot branchebeperkingen voor perifere detailhandel voorgelegd. In grote lijnen wordt hierbij het oude pdv- en gdv-beleid gevolgd. Het IPO heeft aangegeven de bestaande detailhandelsstructuur te willen ondersteunen en beschermen. Weidewinkels worden hierbij expliciet verboden. Bij de eerder genoemde behandeling van de Nota Ruimte in de Tweede Kamer heeft de minister aangegeven dat ze de richtlijnen die de provincies gezamenlijk zouden opstellen, zou accorderen. Provinciaal beleid In het streekplan Gelderland 2005, vastgesteld door Provinciale Staten in juni 2005, is het locatiebeleid van de provincie Gelderland vastgelegd. Ten aanzien van de winkelvoorzieningen wordt gesteld dat de provincie ruimte wil bieden om veranderingen in vraag en aanbod mogelijk te maken. Dit onder de voorwaarde dat de bestaande voorzieningenstructuur niet duurzaam wordt aangetast. De positie van bestaande winkelgebieden heeft prioriteit. Vernieuwing en uitbreiding van de detailhandel moeten plaatsvinden binnen of onmiddellijk grenzend aan bestaande winkelgebieden en in overeenstemming zijn met de aard, schaal en (verzorgings)functie van het aangrenzende winkelgebied. Vestiging van detailhandel in het buitengebied is uitgesloten. Verder gelden voor detailhandel op perifere locaties aanvullende uitgangspunten. Ten eerste is er alleen detailhandel toegestaan die vanwege de specifieke ruimtelijke eisen moeilijk inpasbaar is in bestaande winkelgebieden. Ten tweede zijn thematische ontwikkelingen toegestaan, als daarvoor geen geschikte locatie is grenzend aan de bestaande centra en het thema specifiek aan een perifere locatie gebonden is. Detailhandel in voedings- en genotmiddelen mag niet perifeer gevestigd worden en tot slot geldt voor grootschalige detailhandel met een bovenlokale functie/reikwijdte dat deze dient aan te sluiten bij bestaande detailhandelsconcentraties en goed bereikbaar moet zijn met openbaar vervoer en auto. 10
3 Beschrijving Groenlo en detailhandel Groenlo ligt in de gemeente Oost-Gelre in het oosten van de Gelderse Achterhoek. In 2005 is de gemeente Groenlo samengegaan met de gemeente Lichtenvoorde onder de naam gemeente Oost-Gelre. Naast Groenlo en Lichtenvoorde bestaat de gemeente uit enkele kleinere kernen. Het inwoneraantal per kern is in tabel 3.1 aangegeven. Tabel 3.1: Inwoneraantal gemeente Oost-Gelre per kern (1 jan. 2007) Kern Inwoners Groenlo (incl. Zwolle) 10.062 Harreveld 1.422 Lichtenvoorde 12.705 Lievelde 1.516 Mariënvelde 856 Vragender 1.111 Zieuwent 2.178 Totaal 29.850 Detailhandelsaanbod gemeente Oost-Gelre De meeste detailhandel in de gemeente Oost-Gelre bevindt zich in Lichtenvoorde en Groenlo. De kleinere kernen in de gemeente beschikken hooguit over een handvol winkels. In tabel 3.2 is het winkelaanbod per kern weergegeven. Tabel 3.2: Winkelaanbod gemeente Oost-Gelre per kern (vvo) Kern Totaal Food Non-food Groenlo (incl. Zwolle) 23.890 m² 4.655 m² 19.235 m² Harreveld 200 m² 50 m² 150 m² Lichtenvoorde 24.400 m² 5.425 m² 18.975 m² Lievelde 375 m² 75 m² 300 m² Mariënvelde 75 m² 20 m² 55 m² Vragender 175 m² 25 m² 150 m² Zieuwent 965 m² 485 m² 480 m² Totaal 50.080 m² 10.735 m² 39.345 m² Bron: Locatus, Bestand Verkooppunten Detailhandel, sept. 2007 Uit tabel 3.2 blijkt dat de gemeente in totaal over ca. 50.000 m² verkoopvloeroppervlak (vvo) beschikt. Het winkelaanbod in Groenlo en Lichtenvoorde is ongeveer even groot. De winkels in de kleinere kernen zijn voornamelijk kleine winkels aan huis of detailhandel als nevenactiviteit. Alleen Zieuwent beschikt met een supermarkt, bakker en slager over een iets breder foodaanbod. Consumentenstromen houden zich niet aan gemeentegrenzen. Er zal dus 11
sprake zijn van afvloeiing van koopkracht naar winkelgebieden buiten de gemeente, maar tegelijkertijd is er ook sprake van toevloeiing van koopkracht uit kernen buiten de gemeente. Zo zijn de inwo-ners van Beltrum (gemeente Berkelland) voor de detailhandel ten dele op Groenlo georiën-teerd. Detailhandelsstructuur Groenlo Het kernwinkelgebied van Groenlo bevindt zich in de binnenstad en is gecentreerd aan de Beltrumsestraat, met uitlopers naar omliggende straten (Markt, Mattelierstraat, Kevelderstraat en Lievelderstraat). De meeste supermarkten liggen buiten dit kernwinkelgebied. Alleen de Albert Heijn is in de binnenstad gevestigd (Beltrumsestraat). De overige vier supermarkten liggen op korte afstand buiten het kernwinkelgebied (de Emté en in mindere mate de Lidl) of ver van het winkelgebied in een woonwijk (Super de Boer) of het bedrijventerrein (tijdelijke vestiging van de Aldi). Dit is opvallend omdat in plaatsen van de omvang van Groenlo de supermarkten vaak de trekkers van het winkelgebied zijn. In Groenlo speelt echter de specifieke situatie van een oude vestingstad, wat een zekere kleinschaligheid met zich meebrengt waardoor de supermarkten zich buiten de binnenstad hebben gevestigd. De Markt is het verblijfsplein in de binnenstad met terrassen en horeca en ligt aan het uiteinde van de Beltrumsestraat, de hoofdwinkelstraat. De weekmarkt in Groenlo vindt plaats op vrijdag van 11.30-18.00 uur. Bij wijze van proef is de weekmarkt tijdelijk verplaatst van de Wheme naar een deel van de Wheme, een deel van de Mattelierstraat en het Europlein. Hoofdstuk 7 gaat uitgebreider in op de detailhandelsstructuur. Detailhandelsvisie 2000 In 2000 heeft MKB Reva het onderzoek Centrumgebied Groenlo, functioneren van en toekomstmogelijkheden voor de detailhandelsvoorzieningen uitgevoerd. Een belangrijke conclusie van het onderzoek was dat het winkelgebied in het centrum te uitgestrekt en versnipperd was en dat de uitstraling en inrichting van het winkelgebied te wensen over liet. Centraal in de aanbevelingen stond dan ook het compacter maken van het kernwinkelgebied. MKB Reva adviseerde hiervoor een concentratiegebied aan te wijzen en stelde hiervoor de Markt en de Beltrumsestraat voor. Middels een haltermodel met de Markt en de omgeving van de Albert Heijn als polen zou een compacte detailhandelsstructuur gecreëerd moeten worden. Ontwikkelingen aan de Markt zouden een vliegwiel van verbeteringen op gang moeten brengen, waarbij individuele ondernemers geprikkeld zouden worden in hun pand te investeren. Daarbij diende tevens een verdichting van het winkelgebied vorm te krijgen door verplaatsing van winkels naar het aangewezen concentratiegebied. De omliggende 12
straten zouden moeten verkleuren naar functies als dienstverlening en wonen. Verder is nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een betere fysieke uitstraling en inrichting van het winkelgebied. Centrumcoach Sinds 2002 is een centrumcoach actief om ondernemers en gemeente te stimuleren te aanbevelingen ook daadwerkelijk te realiseren. De centrumcoach heeft alle ondernemers bezocht (sommige meerdere malen) en heeft verplaatsingen van winkels richting het concentratiegebied van Markt en Beltrumsestraat gestimuleerd. Deze winkelconcentratie is inmiddels zichtbaar en er is sprake van nieuwe dynamiek in het winkelgebied. Verder heeft in de afgelopen jaren een herinrichting van de openbare ruimte plaats gevonden, waarbij Beltrumsestraat en Markt een nieuwe, eigentijdse aankleding hebben gekregen. 13
4 Consumentenenquete Eind januari 2007 heeft in opdracht van de gemeente Oost-Gelre een telefonisch consumentenonderzoek (n = 200) in Groenlo plaatsgevonden. In het onderzoek is onder meer gevraagd naar het koopgedrag en de mening van de consumenten over het centrum. De vragen zijn voor een belangrijk deel vergelijkbaar met de vragen uit het consumentenonderzoek uit 2000, waardoor de effecten van de ontwikkelingen in het centrum en de detailhandel van Groenlo in beeld kunnen worden gebracht. De uitkomsten van deze enquête kunnen ook voor de evaluatie en actualisatie van de detailhandelsstructuurvisie goed worden gebruikt. In aanvulling op deze enquête is in september 2007 een telefonische enquête over de verplaatsing van de weekmarkt gehouden. De uitkomsten van deze enquête staan in paragraaf 4.6 weergegeven. 4.1 Koopstromen De consumenten is voor een groot aantal artikelgroepen gevraagd waar zij hun aankopen doen. Uit de antwoorden is de koopkrachtbinding berekend. Deze is in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1: Kooporiëntatie inwoners Groenlo Food Non-food Plaats 2007 2000 2007 2000 Groenlo 93% 96% 58% 61% Lichtenvoorde 2% 1% 3% 1% Winterswijk 3% 1% 24% 22% Beltrum 0% - 1% - Eibergen 1% 0% 1% 0% Doetinchem 0% 0% 5% 2% Zutphen 0% - 1% - Overige Nederlandse plaatsen 0% 2% 6% 12% Duitsland 1% 0% 1% 1% Totaal 100% 100% De foodwinkels in Groenlo weten 93% van de koopkracht van de eigen inwoners aan zich te binden. De afvloeiing gaat voornamelijk naar de omliggende plaatsen. Ten opzichte van 2000 is er sprake van een kleine achteruitgang van de koopkrachtbinding. Uit het consumentenonderzoek zijn hiervoor geen duidelijke redenen te herleiden. Deze kunnen zeer divers zijn, bijvoorbeeld een (tijdelijke) verandering van de verkeerssituatie, ontwikkeling van het aanbod in de eigen plaats of juist de omliggende plaatsen of de veranderende aantrekkelijkheid van winkelformules. 14
In de non-foodsector is in Groenlo sprake van een koopkrachtbinding van 58%. De meeste afvloeiing gaat naar Winterswijk. Daarnaast is sprake van enige afvloeiing naar Doetinchem en Lichtenvoorde. Ook hier is een lichte daling van de koopkrachtbinding ten opzichte van 2000 te zien. Zo vloeit er meer koopkracht af naar Lichtenvoorde, Winterswijk en Doetinchem. Ten opzichte van andere plaatsen met de omvang van Groenlo en een vergelijkbare afstand tot een winkelgebied van een hogere orde is er in Groenlo sprake van hoge koopkrachtbindingscijfers. De gemiddelde koopkrachtbinding ligt in plaatsen als Groenlo in de foodsector tussen 86-90% en in de non-foodsector tussen 45-50%. 4.2 Koopgedrag Aan de consumenten is gevraagd of zij in de afgelopen twee jaar meer of minder in Groenlo zijn gaan kopen. Er kan worden gesteld dat per saldo de consumenten minder in Groenlo zijn gaan kopen: 10% heeft aangegeven meer in Groenlo te zijn gaan kopen en 24% heeft aangegeven er minder te zijn gaan kopen. 65% van de consumenten heeft aangegeven zijn koopgedrag ten opzichte van Groenlo niet veranderd te hebben. In vergelijking met andere plaatsen van deze omvang valt de negatieve tendens op; per saldo heeft 14% aangegeven minder in Groenlo te zijn gaan kopen, terwijl dit saldo gemiddeld rond of iets onder de 0% ligt. Tevens is gevraagd wat de redenen zijn van het meer c.q. minder kopen. De redenen liggen voornamelijk in de persoonlijke situatie van de consument. De consumenten die minder in Groenlo zijn gaan kopen, noemen bijna allemaal als reden dat zij minder te besteden of minder nodig hebben. De mindere economische situatie tussen 2002 en 2005 is hier wellicht de oorzaak van. De consumenten die meer in Groenlo zijn gaan kopen, noemen vooral meer te besteden of meer nodig als reden. Wanneer het economisch herstel de komende jaren doorzet, zou het aandeel consumenten die hebben aangegeven meer in Groenlo te zijn gaan kopen moeten gaan stijgen. Vanwege de genoemde redenen mag verwacht worden dat het meer c.q. minder kopen in Groenlo de koopkrachtbinding weinig heeft beïnvloed. De consumenten hebben immers niet aangegeven meer of minder in andere plaatsen te zijn gaan kopen. 15
Koopgedrag N.v.t. 1% Meer 10% Minder 24% Onveranderd 65% 4.3 Vervoermiddel De consumenten konden voor drie dag(del)en aangeven welke vervoermiddel zij gebruiken om de winkels in Groenlo te bezoeken. Op basis van deze antwoorden is een (ongewogen) gemiddelde berekend. Vervoermiddel 100% 75% 50% 53% 40% 49% 46% 54% 38% 55% 38% 25% 0% 6% 4% 1% 1% 7% 6% 1% 1% gemiddeld zaterdag koopavond doordeweeks te voet fiets auto overig 16
De fiets blijkt voor de inwoners van Groenlo het meest gebruikte vervoermiddel te zijn om de winkels in Groenlo te bezoeken. Er zijn echter verschillen tussen de verschillende dag(del)en zichtbaar. Op zaterdag wordt de auto relatief veel gebruikt en de (brom)fiets minder. Dit zou veroorzaakt kunnen worden doordat op zaterdag meestal de weekboodschappen worden gedaan. Vergeleken met andere plaatsen van deze grootte, komen in Groenlo relatief veel mensen met de fiets naar de winkels en relatief weinig te voet. Het autogebruik is gemiddeld te noemen. Ten opzichte van 2000 zijn grote verschuivingen met betrekking tot het gebruikte vervoermiddel te zien. In 2000 kwam nog 65% met de fiets en 11% te voet en maar 24% met de auto. 4.4 Waardering winkelgebied Aan de hand van het geven van cijfers konden de consumenten hun mening geven over verschillende aspecten van het centrum/ de winkelomgeving. Gemiddeld is aan de diverse aspecten een 6,6 gegeven wat iets onder het gemiddelde van vergelijkbare plaatsen ligt. Waarderingscijfers 10 9 8 7 6 5,9 6,3 5,9 5,9 6,6 7 6,6 6,7 6,5 6,6 7,4, 7,3 6,8 6,9 7,7 7,4 6 6,4 6,5 6,9 5 4 3 2 1 Parkeergelegenheid verkeerssituatie bereikbaarheid sfeer en gezelligheid activiteiten winkeliers service en bediening uiterlijk winkels keuze lev. mid. winkels keuze overige winkels veiligheid Groenlo Gemiddelde 17
Wanneer de cijfers die voor Groenlo zijn gegeven, worden vergeleken met het gemiddelde in plaatsen van deze omvang, vallen een aantal verschillen op. Zo worden in Groenlo met name de keuze aan levensmiddelenwinkels goed gewaardeerd. De parkeergelegenheid, de bereikbaarheid, de keuze aan overige winkels en de veiligheid worden juist relatief laag gewaardeerd. Tabel 4.2: Waarderingscijfers t.o.v. 2000 2007 2000 Parkeergelegenheid 5,9 4,9 Verkeerssituatie 5,9 4,8 Sfeer en gezelligheid 6,6 6,7 Activiteiten winkeliers 6,5 7,0 Service en bediening 7,4 7,3 Keuzemogelijkheden - 5,7 Keuze levensmiddelenwinkels 7,7 - Keuze overige winkels 6,0 - Bij een aantal aspecten is een vergelijking met de enquête van 2000 mogelijk. Deze zijn in tabel 4.2 weergegeven. De parkeergelegenheid, verkeersituatie en keuzemogelijkheden. worden nu aanzienlijk beter gewaardeerd dan in 2000. De activiteiten van de winkeliers krijgen nu juist een lagere waardering. 4.5 Gemiste winkels en gewenste maatregelen In de tabellen 4.3 en 4.4 zijn respectievelijk de door de consumenten aangegeven gemiste winkels en gewenste maatregelen aangegeven. Tabel 4.3: Gemiste winkels/artikel* Winkel/artikel % Warenhuis 62% Kleding (algemeen) 14% Dameskleding 5% Schoenen en lederwaren 5% Cd s, dvd s 4% Herenkleding 3% * de consumenten konden meer dan 1 antwoord geven 18
Tabel 4.4: Gewenste maatregelen* Maatregel % Meer winkels 28% Betere verkeersveiligheid 8% Autoluw/autovrij winkelgebied 7% Betere parkeervoorziening 7% * de consumenten konden meer dan 1 antwoord geven In 2000 stonden bij de gemiste winkels warenhuis (54%), kleding (43%) en schoenen en lederwaren (5%) bovenaan. Bij gewenste maatregelen werden het vaakst genoemd: betere parkeervoorziening (33%), meer winkels (29%), betere verkeersveiligheid (22%), autovrij (22%) en verkeersvrij (13%). 4.6 Verplaatsing weekmarkt Bezoekfrequentie en bezoekreden Van de 150 respondenten van de enquête over de weekmarkt heeft 73% aangegeven wel eens de weekmarkt te bezoeken. De bezoekfrequentie van deze 73% is in een grafiek weergegeven. Bezoekfrequentie weekmarkt Minder vaak 25% Wekelijks 27% 1x per maand 13% Meedere keren per maand 35% Veruit de belangrijkste reden om de weekmarkt te bezoeken is versproducten. Door 94% is dit als belangrijkste reden aangegeven. 6% heeft overige producten/non-food als bezoekreden aangegeven. 19
Waardering markt Gevraagd naar welke producten men op de markt mist, blijken bloemen en fournituren het meest genoemd, allebei door 5%. Voor vier aspecten van de weekmarkt konden de consumenten een cijfer geven. Men is het meest te spreken over de kwaliteit, die met een 7,2 wordt gewaardeerd. De variatie op de markt krijgt een 6,4 en de opstelling van de kramen en de omvang van de markt krijgen met een 6,0 resp. 5,9 het laagste cijfer. 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 7,2 Waardering weekmarkt 6,4 6 6,1 Kwaliteit Variatie Grootte Opstelling kramen Combinatiebezoek detailhandel Ruim tweederde (67%) van de consumenten die wel eens de markt bezoekt, combineert dit met een bezoek aan de winkels in het centrum. Het merendeel (73%) van deze 67% doet dit altijd, 24% soms en 3% bijna nooit. Beoordeling verplaatsing Van alle respondenten heeft 49% aangegeven de verplaatsing van de weekmarkt als negatief te beoordelen. 32% vindt de verplaatsing positief en 19% had geen mening over deze vraag. Van de respondenten die hebben aangegeven wel eens de markt te bezoeken is 47% negatief over de verplaatsing, 37% positief en had 16% geen mening. De redenen waarom men positief dan wel negatief tegenover de verplaatsing staat, zijn weergegeven in twee grafieken. Met name de slechtere verkeerssituatie en bereikbaarheid worden genoemd als redenen waarom men negatief tegenover een verplaatsing staat. 20
Consumenten die positief tegenover de verplaatsing staan, noemen met name een betere opstelling van de kramen en dat het beter met een bezoek aan de winkels te combineren is. Bezoekgedrag Tot slot is gevraagd of men zijn bezoekgedrag aan de markt heeft veranderd door de verplaatsing. Hierbij heeft 63% aangegeven zijn bezoekgedrag niet te hebben veranderd, 4% bezoekt de markt vaker, 14% minder vaak en op 19% was deze vraag niet van toepassing omdat men nooit de markt bezoekt. Per saldo is er derhalve sprake van 10% die aangeeft de markt minder vaak te bezoeken. Dit percentage zegt echter niets over de bestedingen. redenen verplaatsing negatief Minder gezellig Slechter te combineren met winkels Slechtere verkeerssituatie Slechtere parkeergelegenheid 3% 3% 10% 32% Slechtere bereikbaarheid Slechtere opstelling kramen 13% 19% 0 10 20 30 40 50 redenen verplaatsing positief Gezelliger 5% Beter te combineren met winkels 10% Betere parkeergelegenheid Betere bereikbaarheid 3% 5% Betere opstelling kramen 9% 0 10 20 30 40 50 21
5 Passantenenquête markt Op verzoek van de gemeente Oost-Gelre is een passantenenquête op de markt als module aan het onderzoek toegevoegd. Er is ervoor gekozen om gedurende één marktdag enquêtes af te nemen met twee enquêteurs. De enquête is gehouden op vrijdag 26 oktober 2007. Er zijn 100 enquêtes afgenomen. Aan de hand van de passantenenquête kan onder andere de herkomst van de passant en het feitelijke bezoekgedrag worden achterhaald. De meeste bezoekers van de markt zijn afkomstig uit Groenlo. De toevloeiing uit de omliggende plaatsen is beperkt. Het kopen van versproducten is met afstand de belangrijkste bezoekreden om de markt te bezoeken. Herkomst passanten Omliggende gemeenten Overig gem. Oost-Gelre 2% 5% Buiten regio 4% Groenlo 89% Belangrijkste bezoekreden 100% 75% 71% 50% 25% 0% 7% 6% 4% Versproducten Non-foodproducten Gezelligheid Goede kwaliteit 22
Bezoekfrequentie markt Minder vaak 8% 1x per maand 12% wekelijks 65% 2-3 x per maand 15% Door alle passanten is gemiddeld 13,52 aan levensmiddelen uitgegeven en 2,39 aan niet levensmiddelen op de markt. Het bestede bedrag per klant (degenen die niets uitgeven niet meegerekend) ligt op 16,09 voor levensmiddelen en 11,82 voor niet-levensmiddelen. De bezoekfrequentie is hoog: ongeveer tweederde van de passanten bezoekt de markt wekelijks. Ruim de helft van de passanten (57%) combineert een bezoek aan de markt (bijna) altijd met een bezoek aan de winkels in het centrum. 22% doet dat vrijwel nooit. Combinatie met bezoek winkels Nooit 22% Soms 21% (bijna) altijd 57% 23
Een bezoek aan de markt blijkt met name te worden gecombineerd met een bezoek aan levensmiddelenwinkels. Zo bezocht 43% op de betreffende dag ook een supermarkt en 18% bezocht een verszaak. Een bezoek aan de markt blijkt voornamelijk te worden gecombineerd met dagelijkse aankopen. Bezochte winkels/diensten 50% 43% 40% 30% 20% 10% 0% supermarkt 18% 12% 9% 8% 8% verszaken drogist, huish. art. mode, schoenen, sport overig recreatief overige winkels 4% 3% bank, postkantoor horeca De gemiddelde bezoekduur aan het centrum bleek 40 minuten te bedragen. In de grafiek is de bezoekduur in categorieën weergegeven. Bezoekduur 31-60 min 37% 1-2 uur 10% 16-30 minuten 37% 0-15 min 29% 24
De (brom)fiets was op de enquêtedag het meest gebruikte vervoermiddel van de passanten: 63% kwam met de (brom)fiets. Verder kwam 25% met de auto/motor en 12% te voet. Het merendeel van de automobilisten (52%) wist eenvoudig een parkeerplaatsen te vinden. 39% van de automobilisten gaf aan dat het vinden van een parkeerplaats die dag moeilijk was. Vervoermiddel auto/motor 25% (brom)fiets 63% auto/motor 25% Waardering markt 8 7 6 5 4 3 2 1 7,1 6,6 5,7 5,5 kwaliteit Variatie in aanbod Omvang markt Opstelling kramen Aan vier aspecten van de markt konden de passanten een cijfer geven. De kwaliteit op de markt werd met een 7,1 het hoogste cijfer gegeven. De variatie in aanbod kreeg een 6,6, de omvang van de markt een 5,7 en de opstelling van de kramen een 5,5. 25
Een meerderheid van de passanten vindt de verplaatsing van de weekmarkt negatief. Als belangrijkste redenen hiervoor zijn o.a. een slechtere opstelling van de kramen (34%), een slechtere bereikbaarheid (13%) en een slechtere verkeerssituatie (13%) genoemd. Degenen die wel positief staan tegenover de verplaatsing van de markt noemen o.a. een betere opstelling van de kramen (11%) en meer gezelligheid (5%) als reden. Door de verplaatsing van de markt is het bezoekgedrag van de passanten licht gewijzigd. 7% heeft aangegeven minder de markt te bezoeken sinds de verplaatsing en 2% bezoekt de markt vaker. Verder heeft 82% aangegeven zijn bezoekgedrag niet te hebben veranderd en was de vraag op 8% niet van toepassing, o.a. omdat men bijna nooit Groenlo bezoekt. Mening verplaatsing markt Positief 26% Negatief 59% Geen mening 15% 26
6 Verslag panelgesprek Begin januari is een panelgesprek met negen Groenlose ondernemers gehouden om hun mening over het centrum van Groenlo en de detailhandel te horen en te vragen naar de plannen en verwachtingen voor de toekomst. Dit hoofdstuk bevat een verslag van dit gesprek. Als eerste is de ondernemers gevraagd naar de sterke kanten van het centrum van Groenlo. Genoemd zijn onder meer: De verscheidenheid aan winkels: een breed aanbod en een goede mix van zelfstandige ondernemers en ketenbedrijven. Vestingstad: dit geeft Groenlo een positief imago. Wel is aangegeven dat een goede balans moet worden gezocht tussen de regelgeving rond Vestingstad en de levendigheid van het centrum. Aanwezigheid van Het Marveld; de positieve effecten verschillen echter per branche en zelfs per winkel. De horeca functioneert als magneet voor de toerist. De persoonlijke bediening van de klant. Over de mate van positieve effecten van het toerisme verschilden de meningen. Enkele ondernemers vonden de consument uit de regio belangrijker dan de toerist omdat de regioconsument iedere week kan komen en de toerist maar onregelmatig. Anderen vonden dat het een het ander niet hoeft uit te sluiten: dus zowel op de regioconsument als de toerist mikken. Door de verbeteringen in de afgelopen jaren is Groenlo volgens de ondernemers meer dan een boodschappenplaats geworden. Mogelijkheden voor versterking liggen nog in de weekenden. Door meer vertier/ evenementen/ acties dient volgens de ondernemers de verblijfsduur verlengd te worden. Als voorbeeld werden de Kunstroute en Groenlo Modestad genoemd. Dit zou dan ook gepromoot moeten worden. Nu is er volgens de aanwezigen te weinig gezamenlijke reclame. Andere zwakke punten die genoemd zijn, zijn onder meer: Nog geen optimale branchemix; o.a. speelgoed, schoenen en jongeren kleding (merkkleding) missen. De parkeersituatie is verre van optimaal. Verschillende parkeerplekken worden bebouwd. Door de ondernemers zijn verschillende mogelijkheden voor het creëren van extra parkeerplaatsen aangegeven. Het winkelend publiek zou binnen de gracht moeten kunnen parkeren met het oog op de loopafstanden. Er mist een duidelijke p-route; de consumenten staan soms in de file voor een parkeerplek. Dit schrikt (regionale) consumenten af. 27
Ten aanzien van de toekomstige ruimtelijke structuur van het winkelgebied, hebben de ondernemers aangegeven dat het tijd wordt om verder te kijken dan de Beltrumsestraat. Er zijn inmiddels weinig locaties meer vrij in de Beltrumsestraat en er is behoefte aan grotere winkelunits. Het gebied Beltrumsestraat, Houtwal, Walstraat zouden de ondernemers een goede aanvulling vinden. Behoud van een (goed functionerende) supermarkt in het centrum is voor de niet-supermarktondernemers essentieel. Er zal daarom een oplossing voor het ruimtegebrek rond de locatie (parkeren!) moeten worden gevonden. Verder zou de Mattelierstraat een herkenbaarder winkelkarakter moeten krijgen. Momenteel mist hier een duidelijke entree van het winkelgebied, terwijl dit toch een belangrijke invalsroute is. Het gebied rond het Europlein, Lievelderstraat zou hier geschikt voor zijn. Tot slot is nog gevraagd naar de proef met de verplaatsing van de weekmarkt. De aanwezige ondernemers hebben aangegeven de proef zo spoedig mogelijk terug gedraaid te willen zien. De negatieve effecten (met name de verkeersdoorstroming) is een zodanig groot knelpunt dat dit eventuele positieve effecten ver overstijgt, ook voor de ondernemers in de Beltrumsestraat. 28
In dit hoofdstuk vindt de analyse van de distributieve mogelijkheden in twee stappen plaats: in de eerste paragraaf wordt het winkelaanbod in Groenlo vergeleken met dan in andere plaatsen van dezelfde omvang. In de tweede paragraaf wordt middels een draagvlakanalyse ingezoomd op de mogelijkheden voor Groenlo. 7.1 Vergelijking met landelijke gemiddelden Tabel 7.1: Omvang detailhandel Groenlo in vergelijking met andere plaatsen Groenlo winkelaanbod in m² vvo 7 Analyse distributieve mogelijkheden Deze vergelijking is opgenomen om de sterke en zwakke punten in de branchering van Groenlo aan te geven. De cijfers in de vergelijking zeggen echter weinig over de mogelijkheden voor de detailhandel in Groenlo. Hier zijn andere factoren op van invloed dan alleen de omvang van de plaats, zoals bijvoorbeeld de structuur van het verzorgingsgebied. In tabel 7.1 wordt het winkelaanbod in Groenlo op hoofdlijnen vergeleken met dat in andere plaatsen van deze omvang. Groenlo m² vvo per 1.000 inw. Gemiddeld* winkelaanbod in m² vvo Gemiddeld* m² vvo per 1.000 inw. Food 4.655 463 4.200 346 Non-food 19.235 1.912 19.475 1.606 Totaal 23.890 2.375 23.675 1.952 * gemiddelde voor plaatsen van 10.000-15.000 inw. Uit tabel 7.1 valt af te leiden dat Groenlo een relatief groot winkelaanbod heeft in vergelijking met andere plaatsen van deze omvang, zowel op foodals op non-foodgebied. In Groenlo blijkt één branche (plant/dier) een forse invloed op de cijfers te hebben. In Groenlo beschikt deze branche over bijna 5.900 m², vooral als gevolg van een groot tuincentrum. In andere plaatsen van deze omvang is deze branche ca. 2.550 m² groot. 7.2 Draagvlakanalyse In deze paragraaf worden de distributieve mogelijkheden van Groenlo berekend. Dit zal gebeuren aan de hand van de volgende variabelen: a) de grootte van het verzorgingsgebied; b) het gemiddelde inkomen c.q. bestedingen; c) de koopkrachtbinding; d) de koopkrachttoevloeiing. 29
Ad a; de grootte van het verzorgingsgebied In deze analyse bestaat het verzorgingsgebied van de detailhandel uit Groenlo (incl. Zwolle). Hier woonden per 1-1-2007 10.062 inwoners. Consumenten uit omliggende kernen worden in de analyse meegenomen via de toevloeiing. Ad b; het gemiddelde inkomen c.q. de bestedingen Het gemiddelde bestedingsbedrag per hoofd van de bevolking op jaarbasis bedraagt in 2004 naar schatting 1.978,- voor de foodsector en 2.384,- voor de non-foodsector (Bron: HBD/EIM; Bestedingen en Marktaandelen 2004). Het gaat hier om toonbankbestedingen, dat wil zeggen de bestedingen die door de consument worden gedaan in winkels. Het gemiddeld besteedbaar inkomen per hoofd van de bevolking ligt in de voormalige gemeente Groenlo ongeveer op het landelijke gemiddelde (bron: CBS 2007). Hierdoor wordt voor Groenlo uitgegaan van bestedingscijfers die eveneens het landelijke gemiddelde betreffen, te weten 1.978,- in de foodsector en 2.384,- in de non-foodsector. Ad c; de koopkrachtbinding Momenteel bedraagt de koopkrachtbinding van de winkels in Groenlo op de eigen inwoners in de foodsector 93% en in de non-foodsector 58%. De bindingscijfers zijn berekend op basis van de consumentenenquête. Ad d; de koopkrachttoevloeiing De koopkrachttoevloeiing van consumenten van buiten Groenlo naar de winkels in Groenlo bedraagt voor de foodsector circa 20% en voor de nonfoodsector circa 40%. De toevloeiingscijfers zijn gebaseerd op het onderzoek uit 2000, landelijke gemiddelden en ervaringscijfers. Koopkracht vanuit het toerisme is in deze cijfers meegenomen, maar ook toevloeiing uit omliggende kernen als Beltrum en Lievelde. Op basis van de hierboven beschreven variabelen zijn voor de tabellen 7.2 en 7.3 de potentiële omzetten en het haalbare winkelvloeroppervlak berekend. Tabel 7.2: Draagvlakanalyse winkelvoorzieningen Groenlo 2007 Sector Besteding per hoofd Koopkracht bind. toevl. Potentieel aanw. omzet Gem. omzet p/m 2 vvo Haalbaar vvo Huidig vvo food 1.978 93% 20% 23,1 mln. 6.400 3.600 m 2 4.655 m 2 non-food 2.384 58% 40% 23,2 mln. 2.300 10.100 m 2 19.235 m² Totaal 13.700 m 2 23.890 m 2 30
Tabel 7.3: Distributieve mogelijkheden per branche; Groenlo 2007 Besteding per hoofd Branche 01 Warenhuis (V&D, Bijenkorf, Hema e.d.) 186 1.780.000 1.602.000-1.958.000 400 03 Supermarkt 1699 19.830.000 17.847.000-21.813.000 6.600 3.000 4.240 04 Bakker / banketbakker 70 820.000 738.000-902.000 6.800 120 120 05 Groenten- en fruitwinkel 29 340.000 306.000-374.000 4.600 70 50 06 Slagerij / poelier 77 900.000 810.000-990.000 6.200 150 25 07 Viswinkel 20 230.000 207.000-253.000 4.800 50 0 08 Zuivelwinkel 6 70.000 63.000-77.000 5.000 10 0 09 Etnische winkel voor levensmiddelen 7 80.000 72.000-88.000 5.900 10 0 10 Overige winkels zoals snoep-, reformwinkel 26 310.000 279.000-341.000 4.700 70 0 11 Slijterij / drankenhandel 64 750.000 675.000-825.000 5.400 140 135 12 Tabakswinkel 65 730.000 657.000-803.000 6.500 110 85 13 Kledingwinkels en overige textielwinkels 435 3.870.000 3.483.000-4.257.000 2.500 1.550 2.320 14 Schoenenwinkel / winkel voor leerwaren 112 1.000.000 900.000-1.100.000 2.200 450 175 15 Woninginrichtingswinkel 244 2.160.000 1.944.000-2.376.000 1.000 2.160 4.225 16 Winkel voor verlichting 12 100.000 90.000-110.000 1.100 90 0 17 Winkel voor huish. apparaten, audio, video 218 1.960.000 1.764.000-2.156.000 4.600 430 460 18 Winkel voor computers en -accessoires 36 330.000 297.000-363.000 3.200 100 120 19 Huishoudelijke artikelen, geschenkenwinkel 121 1.180.000 1.062.000-1.298.000 2.200 540 740 20 Winkel voor ijzerwaren / verf-, behangwinkel 36 337.100 303.390-370.810 1.600 210 830 21 Doe-het-zelfwinkel / bouwmarkt 139 1.290.000 1.161.000-1.419.000 1.600 810 1.140 22 Bloemen- en plantenwinkel / dierenspec.zaak 122 1.340.000 1.206.000-1.474.000 22a Tuincentrum 52 576.200 518.580-633.820 1.000 580 3.700 22b Bloemen- en plantenwinkel 50 549.400 494.460-604.340 1.400 390 570 22c Dierenspeciaalzaak 19 214.400 192.960-235.840 1.700 130 1.590 23 Rijwielen- / bromfietsenhandel 77 800.000 720.000-880.000 2.000 400 855 24 Speelgoedwinkel 43 420.000 378.000-462.000 2.500 170 0 25 Foto- en filmwinkel 32 350.000 315.000-385.000 3.200 110 85 26 Opticien / brillenzaak / juwelier 94 890.000 801.000-979.000 26a Opticien / brillenzaak 53 498.400 448.560-548.240 3.700 130 70 26b Juwelier 41 391.600 352.440-430.760 5.500 70 65 27 Boekhandel, kantoorbenodigdheden, kiosk 87 900.000 810.000-990.000 3.900 230 280 28 Winkel voor sportartikelen 54 500.000 450.000-550.000 1.900 260 120 30 Drogisterij, parfumerie 171 1.940.000 1.746.000-2.134.000 5.000 390 515 32 Etnische winkel niet voor levensmiddelen 2 30.000 27.000-33.000 2.300 10 0 33 Overige winkels niet voor levensmiddelen 163 1.550.000 1.395.000-1.705.000 2.300 670 975 Bovenstaande cijfers geven potentiële bestedingen en omzetten weer die in het eigen verzorgingsgebied kunnen worden behaald (gebaseerd op Nederlandse gemiddelden). Omzet in plaats Potentiële omzet marge Omzetnorm per m² vvo Haalbaar vvo Huidig vvo 31
Tabel 7.2 laat zien dat Groenlo in zowel de foodsector als de non-foodsector over een zeer ruim winkelaanbod beschikt. Tabel 7.2 wordt in tabel 7.3 gespecificeerd waardoor op brancheniveau inzicht komt in de distributieve mogelijkheden. Bij deze tabel dient opgemerkt te worden dat de tabel een aantal branches in de meest enge zin van het woord heeft opgenomen. Zo biedt een bakker naast het traditionele bakkersassortiment tegenwoordig bijvoorbeeld steeds vaker een breder aanbod aan, zoals horeca gerelateerde producten (koffie met gebak op terras, etc.). Ook is in de praktijk in één zaak een combinatie van artikelgroepen/ branches mogelijk. Voor de haalbaarheid daarvan dient naar meerdere branches te worden gekeken. De in de tabel gebruikte cijfers zijn ontleend aan publicaties van het Economisch Instituut Midden- en Klein Bedrijf (EIM), het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD). Met behulp van deze bronnen is door MKB Reva een uniek computerprogramma ontwikkeld waarmee een draagvlakanalyse per branche in enge zin voor een plaats of winkelcentrum kan worden gegeven. Zoals eerder vermeld gaat het om gemiddelden. Persoonlijke eigenschappen en specifieke (omgevings)factoren zijn uiteraard ook van belang. Huisvestingskosten kunnen een rol van betekenis spelen. De ene ondernemer is bijvoorbeeld ondanks een omzet per vierkante meter die onder het gemiddelde ligt voor die branche toch in staat tot een rendabele bedrijfsvoering te komen, terwijl de ander dat niet lukt. Afhankelijk van de kwaliteit van de individuele ondernemer zou een winkel waarvoor op basis van de berekeningen geen bestaansrecht aanwezig is, toch best levensvatbaar kunnen zijn. Daarnaast bepaalt de kwaliteit van de ondernemer uiteraard de hoogte van de omzet. Bepaalde ondernemers kunnen dus een aanzienlijk hogere omzet scoren dan de in de draagvlakanalyse aangegeven richtlijnen. Ook de kwaliteit van concurrerende winkelgebieden hangt hiermee samen. Op brancheniveau blijkt dat de meeste branches oververtegenwoordigd zijn in Groenlo. Een zeer sterke oververtegenwoordiging wordt geconstateerd bij branches voor gerichte aankopen, zoals woninginrichting, tuincentrum, doehet-zelf/ ijzerwaren en fietsen. In de foodsector valt de zeer sterk aanwezige supermarktbranche op en wellicht daarmee samenhangend de beperkte aanwezigheid van de foodspeciaalzaken. Verder valt de grote kleding-/modebranche op en juist een ondervertegenwoordiging in de schoenenbranche. 32
8 Analyse ruimtelijke en fysieke structuur In de detailhandelsvisie uit 2000 zijn enkele zwakke punten in de ruimtelijke structuur van de detailhandel aangegeven die het functioneren negatief beïnvloedden. In de aanbevelingen van de betreffende visie is aangegeven dat het winkelgebied van Groenlo niet voldeed aan de drie C s van compleet, compact en comfortabel. In de navolgende analyse van de ruimtelijke en fysieke structuur zal, mede met het oog op de actualisatie en evaluatie van de visie uit 2000, wederom worden aangehaakt op het concept van de drie C s. Onderzocht zal worden in hoeverre de toen vastgestelde zwakke punten nog gelden en welke andere sterke en zwakke punten in de ruimtelijke structuur zijn aan te geven. Compact Het niet-compacte karakter van de detailhandel in het centrumgebied werd in het rapport van 2000 als meest in het oog springende zwakte aangegeven. De winkelfunctie werd veelvuldig onderbroken door leegstand, woningen en andere niet-winkelfuncties. Na 2000 is verdichting van de winkelfunctie in de Beltrumsestraat een belangrijk speerpunt geweest en heeft de Beltrumsestraat duidelijker het karakter van een winkelstraat gekregen. Voor de consument versterkt dit het idee van een compact winkelgebied. Buiten het concentratiegebied zijn nog steeds diverse detailhandelszaken gevestigd. Willen deze in het concentratiegebied worden gevestigd, dan dient hiervoor nieuwe ruimte gezocht te worden, hetzij door herontwikkeling, hetzij door vergroting van het concentratiegebied. In de aanbevelingen wordt hier verder op ingegaan. 33
Compleet Een niet-compact winkelgebied komt bij de consument vaak ook als een niet-compleet winkelgebied over, omdat de consument niet alle winkels onder handbereik en in zicht heeft. In 2000 is geconstateerd dat Groenlo weliswaar een breed aanbod had, maar dat dit onvoldoende uit de verf kwam. Enerzijds lagen hier kwalitatieve motieven aan ten grondslag. Anderzijds kwam dit voort uit het niet-compacte karakter. MKB Reva heeft de indruk dat niet alleen het winkelgebied compacter is geworden, maar dat ook de kwaliteit van de afzonderlijke zaken is verbeterd en dat de zaken herkenbaarder en zichtbaarder voor de klant zijn geworden. De ondernemers hebben deze indruk in de panelgesprekken overigens bevestigd. Tot slot is met de komst van de Hema (nog niet aanwezig ten tijde van de consumentenenquête) aan een belangrijke wens van de consument tegemoet gekomen. Al met al kan dus worden geconcludeerd dat het winkelaanbod completer is geworden, wellicht niet alleen feitelijk, maar vooral in de beeldvorming. Comfortabel Dit is het minst grijpbare aspect van de drie C s. Onder comfortabel wordt verstaan of de consument zich in een winkelgebied op zijn gemak voelt. Aspecten als aankleding van het winkelgebied, sfeer en gezelligheid, maar ook de verkeersveiligheid en parkeren kunnen hieronder worden geschaard. Ten aanzien van de aankleding en uitstraling van het winkelgebied is na 2000 34
een duidelijke slag gemaakt. Er is niet alleen een nieuwe bestrating en nieuw meubilair in het concentratiegebied gekomen, ook hebben diverse ondernemers in hun pand geïnvesteerd. Toch blijft er nog een aantal panden over dat in negatieve zin opvalt in het straatbeeld. De parkeersituatie blijft moeilijk in Groenlo. Op dit punt heeft Groenlo last van de historische structuur en de beperkte ruimte en kleinschaligheid die dit met zich meebrengt. Vrijwel alle historische binnensteden in Nederland kampen met dit probleem en oplossingen zijn vaak moeilijk. In de aanbevelingen wordt ingegaan op mogelijkheden de parkeerstructuur verder te optimaliseren, binnen de gegeven historische context. 35
Ziekenhuisstraat Lievelderstraat Deken Hooijmansingel Ruurloseweg Ruurloseweg Lepelstraat t Branchekaart Wilhelminastraat straat ngel Voedings- en genotmiddelen Frequent benodigde non-food Horeca Overig/Wonen Willem Alexanderhof Modisch recreatief Overig recreatief Gericht non-food Dienstverlening Leegstand Buitenschans Ontwikkelingslocatie Aandachtsgebied Julianastraat Marijkestraat Bernhardstraat Mondragonstraat Oranjestraat Borculoseweg Papendijk Papendijk Margrietstraat bos Vicariestraat Houtwal Ziekenhuisstraat Koksteeg Molenweg Walstraat Bleumingsteeg Walstraat Kerkstraat Lepelstraat Goudsmitstraat Notenboomstraat bos Kerkwal Kloostersteeg Ganzenmarkt Koningssteeg Beltrumsestraat Nieuwstad Nieuwstad Notenboomstraat Kevelderstraat Nieuwstad Rabeldersteeg Markt Nieuwestraat Bastionstraat Canisiushof Schoolstraat Wheme Boompjeswal Mattelierstraat Wheme Barakkenplaats Wheme Gasthuisstraat bos Malieb 36
9 Conclusies en aanbevelingen detailhandelsstructuurvisie 9.1 Conclusies Conclusies ruimtelijk-economisch functioneren Uit de gehouden onderzoeken komt een dubbel beeld naar voren. Een negatief beeld kan worden afgeleid uit de licht gedaalde koopkrachtbinding en de uitkomst dat consumenten minder in Groenlo zijn gaan kopen, alhoewel er geen duidelijke verschuivingen naar andere plaatsen zijn te zien. Er kan echter ook een positief beeld worden geschetst. Veel knelpunten in de ruimtelijke structuur zijn aangepakt en worden ook als verbeteringen ervaren. De consument geeft nu aanmerkelijk hogere cijfers dan zeven jaar geleden, met name aan de keuzemogelijkheden, de parkeer- en verkeerssituatie. Toch blijven parkeren en bereikbaarheid een knelpunt, wellicht inherent aan de historische structuur. Ook in de panelgesprekken is aangegeven dat het nu beter gaat dan in 2000. De boodschappenfunctie is minder nadrukkelijk en er zijn meer recreatieve winkels bijgekomen. De ondernemers hebben aangegeven de teruggang in kooporiëntatie niet te herkennen. Dit geeft MKB Reva wel het gevoel dat de na 2000 ingezette weg in grote lijnen de juiste is. Wel is er voor de toekomst een aantal aandachtspunten te formuleren. Ten eerste is dit de omvang van het concentratiegebied in combinatie met de vraag naar nieuwe en grotere winkelunits. In de aanbevelingen wordt aandacht besteed aan welke locaties, zowel binnen als buiten het concentratiegebied, in aanmerking komen om de winkelstructuur als geheel te versterken. Een tweede aandachtspunt is de zuidoostelijke entree van het winkelgebied. Er is nu geen sprake van een aantrekkelijke en herkenbare entree aan de Matteliersstraat. Dit aspect is echter ook nauw gerelateerd aan dat van de begrenzing van het concentratiegebied. Een derde aandachtspunt is de vraag hoe de parkeersituatie verder geoptimaliseerd kan worden. De aanbevelingen zullen op deze aandachtspunten ingaan. Naast de conclusies over het ruimtelijk-economisch functioneren, zal in deze paragraaf ook aandacht worden besteed aan de drie extra, specifieke vragen die de begeleidingscommissie in het kader van dit onderzoek had gesteld, te weten: de effecten van de verplaatsing van de weekmarkt; de effecten van de promotie van Groenlo als vestingstad; de invloed van recreatiepark Het Marveld op de detailhandel in Groenlo. Verplaatsing weekmarkt Al ruim een jaar draait er een proef met een nieuwe locatie voor de weekmarkt. De weekmarkt is verplaatst van de Wheme naar het Europlein en de Matteliersstraat. Overwegingen voor verplaatsing waren om de weekmarkt dichter bij het kernwinkelgebied te brengen en de parkeerplaats op de Wheme 37
beschikbaar te houden. Gezien de ruime looptijd van de proef mag verondersteld worden dat de gewenningsperiode inmiddels voorbij is en dat de consument zijn vertrouwde kramen weer weet te vinden. Uit de enquêtes onder consumenten en passanten is gebleken dat de meerderheid negatief tegenover de verplaatsing staat, met name vanuit het oogpunt van een verslechterde verkeerssituatie. Het percentage consumenten dat positief is over de verplaatsing om de oorspronkelijke reden van verplaatsing (beter combinatiebezoek met de winkels) blijft beperkt. Ook door de ondernemers is aangegeven dat de negatieve effecten van een slechtere verkeerssituatie en bereikbaarheid aanzienlijk zwaarder wegen dan de positieve effecten van een betere synergie met de markt. Diverse ondernemers hebben met aanzienlijke omzetdalingen te maken. Op basis van het onderzoek concludeert MKB Reva dat de positieve effecten van de verplaatsing van de markt aanmerkelijk kleiner zijn dan de negatieve effecten. Voortgang van de proef ligt naar mening van MKB Reva dan ook niet voor de hand. Promotie Groenlo als vestingstad MKB Reva is van mening dat de directe effecten van de promotie van Groenlo als vestingstad op de plaatselijke detailhandel beperkt zijn. Wel zijn er indirecte, positieve effecten. Een vestingstad als Groenlo is volgens MKB Reva geen attractie op zich waarvoor toeristen/ recreanten grote afstanden afleggen. Hiervoor zijn er in Nederland te veel vestingsteden en weten alleen de best bewaarde een bepaalde naam op te bouwen, bijv. Bourtange. Hoe unieker en bekender de vesting, des te meer er sprake is van een soort openlucht museum. In Groenlo is er echter sprake van een belangrijke economische activiteit in het de vesting in de vorm van detailhandel en andere centrumvoorzieningen. Dit is nauwelijks te verenigen met een openlucht museum. Wel denkt MKB Reva dat de detailhandel en de vestingstad voordeel van elkaar kunnen hebben. Het benadrukken van de kwaliteit en historiciteit van de vesting kan Groenlo een positief imago bezorgen en het centrumgebied aantrekkelijk maken voor toeristen en recreanten die zich in dit deel van de Achterhoek bevinden. Ondernemers kunnen hierop inspelen door een bepaalde mate van kwaliteit te bieden, zowel in uitstraling (in lijn met het historische karakter van Groenlo) als in assortiment. Zonder de eigen klant te verwaarlozen kan worden ingespeeld op de extra mogelijkheden die het toerisme in ruimere zin met zich meebrengt. Diverse ondernemers hebben aangegeven hier al positieve ervaringen mee te hebben. Anderzijds kan de aanwezigheid van een vitaal detailhandelsapparaat op zijn beurt ook weer positief werken op de sfeer in de vestingstad. De huidige situ- 38
atie is in dit opzicht al beter dan in 2000 toen het aantal leegstaande en verouderde panden groter was. Ondernemers die het goed gaat, investeren eerder in hun pand. In dit kader kunnen investeringen om de individuele panden in lijn te brengen met het beeld van de vestingstad worden gepromoot. Wel is MKB Reva van mening dat een goede balans moet worden gevonden in het benadrukken van de historische structuur van Groenlo en het economisch vitaal houden van het centrumgebied. Ook de ondernemers hebben hier in de panelgesprekken op gewezen. Invloed Het Marveld De invloed van recreatiepark Het Marveld op de detailhandel in Groenlo verschilt per branche. Gezien de omvang van Het Marveld (rekening houdend met zowel de huisjes, de vaste als de toeristische standplaatsen) en de toeristische overnachtingen schat MKB Reva in dat Het Marveld staat voor een equivalent van 1.600 inwoners op jaarbasis. Dit zou een toevloeiing betekenen van 14%. Op basis van de panelgesprekken en andere gesprekken met ondernemers lijkt dit een redelijk goede inschatting. Nogmaals dient benadrukt te worden dat deze toevloeiing per branche en zelfs per winkel sterk verschilt. MKB Reva is van mening dat het winkelapparaat van Groenlo voor de toerist aantrekkelijk is c.q. kan zijn. Juist in de herkenbaarheid van de winkels/ zelfstandige ondernemers kan Groenlo zich onderscheiden. Zeker voor toeristen uit het westen van het Nederland is dit een belangrijk punt. Daarnaast is een bepaald kwaliteitsniveau essentieel om optimaal gebruik te maken van de aanwezigheid van de toerist. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij Groenlo Vestingstad dat een positief imago geeft en voor kwaliteit staat. Te grote verschillen in kwaliteit geven een rommelig totaalbeeld en verminderen de aantrekkelijkheid van het winkelgebied. 9.2 Aanbevelingen Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de na 2000 ingeslagen weg tot resultaten heeft geleid. De belangrijkste vraag die nu voor ligt, is welke verbeteringen en aanpassingen in het centrumgebied noodzakelijk zijn om de detailhandelsstructuur te versterken. In de conclusies is een aantal punten aangegeven, dat aandacht behoeft. In deze aanbevelingen zal op deze punten worden ingegaan, waarmee een nieuwe c.q. aangepaste visie op de detailhandelsstructuur ontstaat. De punten waar in deze aanbevelingen op in zal worden gegaan, zijn: een verdere versterking van het concentratiegebied; een herkenbare zuidoostelijke entree; optimalisatie van de parkeergelegenheid. 39
Tevens zal in deze aanbevelingen worden ingegaan op de positie van de detailhandel buiten het centrumgebied en in de omliggende kleine kernen van de gemeente. Versterking concentratiegebied In de visie uit 2000 is de Beltrumsestraat als concentratiegebied voor de detailhandel aangegeven. Door gepleegde inspanningen is de winkelfunctie in dit gebied versterkt en loopt verdere versterking tegen grenzen op. Bij MKB Reva bestaat de indruk dat er behoefte blijft aan winkelruimte in het concentratiegebied. Door ondernemers is aangegeven dat er juist behoefte is aan grotere units. Dit maakt het gewenst te onderzoeken waar in of aan de rand van het centrumgebied nieuwe winkelruimte kan worden gerealiseerd. Ten eerste ziet MKB Reva mogelijkheden in het westelijke deel van het winkelgebied rond de knik in de Beltrumsestraat, doorlopend tot aan de Houtwal. Er zijn reeds diverse pogingen ondernomen hier een ontwikkeling van de grond te krijgen, maar totnogtoe met weinig resultaat. De laatste berichten wijzen op een nieuw plan, waardoor de winkelfunctie aan het uiteinde van de Beltrumsestraat verder wordt versterkt. MKB Reva benadrukt het belang van de hier gevestigde AH supermarkt als trekker voor de winkels in de Beltrumsestraat. Het behoud van een goed functionerende supermarkt op deze locatie is van groot belang voor de overige winkels in de Beltrumsestraat. Zonder de supermarkt zal de passantenstroom in de Beltrumsestraat aanzienlijk indammen. De huidige supermarkt kampt met parkeerproblemen en bezint zich op zijn toekomst op deze locatie. MKB Reva is van mening dat met creatieve middelen naar een oplossing moet worden gezocht om op deze locatie een goed functionerende supermarkt te behouden. Hiervoor dient wellicht verder te worden gekeken dan alleen het pand van de supermarkt en de huidige parkeergelegenheid. 40
Zuidoostelijke entree In de visie van 2000 is weinig aandacht besteed aan het gebied direct ten zuidoosten van de Markt, te weten de omgeving Mattelierstraat, Europlein, Lievelderstraat. Voor de detailhandel verderop in de Lievelderstraat werd een verplaatsing naar het concentratiegebied voorgestaan. Bij een verdere versterking van het concentratiegebied komt het gebied rond de kruising van Matteliersstraat, Europlein en Lievelderstraat nadrukkelijk in beeld. Een belangrijke overweging hiervoor is het ontbreken van een goede, herkenbare entree voor het winkelgebied. Momenteel kent dit gebied zowel goede/aantrekkelijke als onaantrekkelijke winkelpanden. Het algemene beeld van dit gebied is hiermee rommelig. Bovendien is het voor de consument die vanuit deze kant het centrum binnenkomt of op de Wheme heeft geparkeerd niet duidelijk wanneer hij het winkelgebied betreedt. Omdat dit gebied de entree van het centrum is voor de toeristen die op Het Marveld verblijven, kan dit als een voordeur van het centrum worden beschouwd. De ervaring die een consument bij binnenkomst in een winkelgebied heeft, is erg belangrijk voor de uiteindelijke beeldvorming. Daarom is het creëren van een aantrekkelijke en herkenbare entree van het winkelgebied van groot belang. Naar mening van MKB Reva dient deze te komen rond de kruising Matteliersstraat, Europlein, Lievelderstraat. De mogelijkheden voor herontwikkeling in dit gebied zouden verder onderzocht dienen te worden. Wellicht kan dan ook worden gekeken naar mogelijke nieuwe functies voor de locatie van het huidige gemeentehuis. 41
Optimalisatie van de parkeergelegenheid Tot op zekere hoogte is het een gegeven dat het parkeren in historische binnensteden moeilijk is en zal blijven. Toch is het parkeren voor de hier gevestigde detailhandel van groot belang, zeker gezien de (boodschappen-plus) functie die het centrum van Groenlo vervult. Daarom is het gewenst te blijven zoeken naar een optimalisatie van de parkeermogelijkheden voor het winkelgebied. Binnen de vesting zouden twee grotere parkeerlocaties voor het winkelend publiek beschikbaar moeten zijn: bij de Albert Heijn supermarkt en op de Wheme. Lang-parkeerders moeten op de grotere parkeerterreinen verder van het winkelgebied terecht kunnen. Middels (uitbreiding van de) blauwe zone zou de beschikbaarheid van beide parkeerplaatsen voor het winkelend publiek verder verbeterd dienen te worden. De parkeerplaats bij de Albert Heijn zou bij voorkeur uitgebreid moeten worden. De mogelijkheden hiertoe dienen mee te worden genomen in een visie op dit gebied, die ook ingaat op mogelijkheden voor het verder optimaliseren van de supermarkt. Naast de parkeercapaciteit zou de verwijzing naar de parkeerlocaties wellicht verder geoptimaliseerd kunnen worden, waarbij een duidelijk onderscheid wordt aangebracht tussen de parkeerplaatsen voor het lang-parkeren en de parkeerplaatsen voor het winkelend publiek. Dit moet het zoekverkeer naar parkeerplaatsen beperken, aangezien dit in een historische binnenstad door de beperkte ruimte snel problemen oplevert. Bereikbaarheid Net als bij het parkeren geldt dat de functie van de detailhandel in Groenlo (boodschappen-plus) ook bepaalde eisen aan de bereikbaarheid stelt. Een winkelgebied met een boodschappen(-plus) functie is sterker gebaat bij een goede bereikbaarheid dan een winkelgebied dat zich voornamelijk op recreatief winkelen richt. De proef met de verplaatsing van de warenmarkt heeft laten zien dat het afsluiten van een deel van het centrum direct gevolgen heeft voor de omzetten van de winkeliers. Bij het nemen van eventuele verkeersmaatregelen dienen daarom de economische effecten nadrukkelijk te worden meegenomen. Centrummanagement De afgelopen jaren is een centrummanager in Groenlo actief geweest om partijen bij elkaar te brengen met als doel de aanbevelingen uit de detailhandelsvisie tot stand te brengen. Vanuit de begeleidingscommissie is aangegeven dat een vervolg op het centrummanagement wenselijk is. De indruk is dat zonder centrummanagement ontwikkelingen blijven liggen en kansen niet worden opgepakt. De centrummanager dient zich in de toekomst onder meer bezig te houden met het westelijke deel van het winkelgebied (omgeving Beltrumsestraat, Houtwal) en de zuidoostelijke entree, onder meer door het interesseren van 42
marktpartijen en het bij elkaar brengen van partijen om ontwikkelingen van de grond te krijgen. Detailhandel buiten het centrumgebied Een belangrijk kenmerk van de detailhandelsstructuur in Groenlo is dat vier van de vijf supermarkten buiten het winkelgebied zijn gevestigd. Door de kleinschaligheid in het centrum is het moeilijk hier een goede locatie voor een supermarkt te vinden. Gezien het belang van supermarkten als trekkers (ook voor de overige winkels) dienen de supermarkten bij voorkeur in de nabijheid van het winkelgebied te worden gevestigd, bovendien met goede verbindingen naar het winkelgebied. De Emté heeft vanuit dit oogpunt een goede ligging. Ook de Aldi zal hier in de toekomst een plek krijgen. Van de overige supermarkten ligt de Lidl aan een invalsweg naar het centrum en de Super de Boer in de woonwijk. Met name de laatstgenoemde heeft geen synergie met de winkels in het centrum. Een locatie dichtbij het centrum kan de kans hierop vergroten en hierdoor kan een bundeling van het koopgedrag plaatsvinden. In het algemeen geldt voor de detailhandel, in overeenstemming met het landelijke en provinciale detailhandelsbeleid, dat winkels zich in of aansluitend op bestaande winkelgebieden moeten vestigen. Vanuit ruimtelijk oogpunt kan hiervoor een uitzondering worden gemaakt. MKB Reva stelt voor om de winkels voor dagelijkse boodschappen en recreatief winkelen en ten dele die voor gerichte aankopen (zie tabel 9.1) in of aansluitend op het bestaande winkelgebied te vestigen. Alleen wanneer binnen het bestaande winkelgebied geen 43
Tabel 9.1: Indeling branches naar bezoekgedrag goede locatie kan worden gevonden, bijvoorbeeld vanwege de ruimtevraag van de beoogde winkel, zou een locatie buiten het winkelgebied kunnen worden gevonden, maar wel zo dicht mogelijk bij het bestaande winkelgebied èn op een locatie die een goede verbinding met het bestaande winkelgebied heeft. Voor de klassieke pdv-branches (te weten woninginrichting, bouwmarkten, keukens en sanitair) kan een uitzondering worden gemaakt. Het zeer doelgerichte koopgedrag in deze branches en de volumineuze aard van de verkochte artikelen maakt een locatie elders, bijv. op het bedrijventerrein, mogelijk. In het bestemmingsplan kan worden opgenomen dat deze branches via een vrijstelling van B&W de mogelijkheid zouden kunnen krijgen zich buiten de bestaande winkelgebieden te vestigen, waarbij de voorwaarde is dat de vestiging (of uitbreiding) niet verstorend is voor de bestaande detailhandelsstructuur. Kijkend naar de draagvlakanalyse zijn de pdv-branches in Groenlo momenteel sterk oververtegenwoordigd. Een verdere uitbreiding van deze bran-ches werkt een verstoring van de detailhandelsstructuur in de hand. Bij gewijzigde markt-omstandigheden in de toekomst zou een effectenanalyse moeten aangeven of de beoogde vestiging niet verstorend is voor de bestaande detailhandelsstructuur. Winkelgedrag Branchegroepen Branches Dagelijkse boodschappen Voedings- en genotmiddelen supermarkt, versbranches Frequent benodigde non-food drogist/parfumerie, huishoudelijke artikelen en cadeaus, bloemen en planten, dierbenodigdheden Recreatief winkelen Modisch recreatief kleding, mode, textiel, schoenen en lederwaren Overig recreatief optiek, juwelier, kunst, antiek, sport, kamperen, speelgoed, hobby, boeken, tijdschriften, kantoorartikelen, cd s, warenhuis Gerichte aankopen Klassieke pdv-branches woninginrichting, bouwmarkten, keukens en sanitair Overig gericht (brom)fietsen, autoaccessoires, verf en behang, wit- en bruingoed, computers Winkelaanbod in kleine kernen Landelijk staat het winkelaanbod in kleinere plaatsen onder druk. In plaatsen met minder dan 5.000 inwoners is het steeds moeilijker om detailhandel in stand te houden. Detailhandel die zich in kleine kernen bevindt, wordt voornamelijk gericht bezocht. Detailhandel met alleen een kernverzorgende functie is hier aan het verdwijnen. Supermarkten met een speciaal op kleine kernen gerichte formule (bijv. Spar of Coop Compact) weten vaak nog wel een winkelvoorziening in stand te houden. Dergelijke voorzieningen worden als zeer belangrijk voor de leefbaarheid in een kleine kern gezien. 44
Binnen de gemeente Oost-Gelre is een vergelijkbaar beeld te zien. De detailhandel in de kerkdorpen is zeer beperkt, zowel in aantal winkels als qua omvang. Zieuwent is het enige kerkdorp met een kleine supermarkt. Mede gelet op de landelijke trend van schaalvergroting en het verdwijnen van winkels uit kleine kernen ziet MKB Reva geen mogelijkheden voor uitbouw van de winkelvoorzieningen in de kerkdorpen. Bovendien zal het stimuleren van winkelvoorzieningen in de kerkdorpen conflicterend zijn met de concentratietendens die wordt voorgestaan voor de twee hoofdkernen van de gemeente. Dit betekent niet dat de winkelfunctie in de kerkdorpen moet worden ontmoedigd. De winkels zorgen immers wel voor een stuk leefbaarheid. Een voorwaardenscheppend beleid ten aanzien van de huidige voorzieningen is dan ook wenselijk. Wel moet er voor worden gewaakt dat in de kerkdorpen nieuwe winkelvoorzieningen komen die de schaal van de eigen kern duidelijk overstijgen en hiermee de detailhandelsstructuur in Groenlo of Lichtenvoorde kunnen verstoren. Slotopmerkingen Groenlo dient door te gaan op de ingeslagen weg. Deze heeft na 2000 duidelijk voor verbeteringen gezorgd. Het is nu echter niet de tijd om achterover te leunen. Er zijn nog steeds enkele knelpunten in de detailhandelsstructuur die op termijn het functioneren van de detailhandel negatief kunnen beïnvloeden en de gedane investeringen in gevaar brengen. De aandacht dient zich de komende tijd te richten op het creëren van een goede entree aan de zuidoostzijde (Matteliersstraat), op optimalisatie van de westelijke zijde van het winkelgebied en het behoud van de supermarkt hier, op het optimaliseren van de parkeergelegenheid en het zo mogelijk versterken van de relatie tussen het winkelgebied en de supermarkten buiten de vesting. De betrokken partijen zouden met het oog op deze aandachtspunten graag een voortzetting van het centrummanagement zien. De Vesting Winkelcentrum De Vrijheid 45
46