Uitscheiding en afweer
De lever: slokdarm galblaas maag 12-ving. darm dunne darm ligging van de lever
Functies van de lever: bloedsuikerspiegel (glucosegehalte in bloed) op peil houden overtollige eiwitten afbreken fibrinogeen produceren gal produceren dode rode bloedcellen afbreken mineralen en vitamines opslaan giftige stoffen verwijderen uit bloed Omschrijving van taak / bijzonderheden: bij hoog glucosegehalte: glucose in lever omzetten in glycogeen (insuline nodig) bij laag glucosegehalte: glycogeen in lever omzetten in glucose (glucagon nodig) hierbij ontstaat giftige afvalstof ureum (daarom ruikt urine zo sterkt) dit bloedeiwit helpt mee bij stolling gal emulgeert vetten, galopslag in galblaas ijzer wordt opgeslagen en hergebruikt afbraakproducten heten galkleurstoffen (worden meegegeven aan gal, daardoor bruine poep) er worden onder andere ijzerzouten opgeslagen voor opbouw van rode bloedcellen alcohol, medicijnen en drugs worden onwerkzaam gemaakt (kost de lever veel extra werk)
De nieren (ligging): Niet zoveel bescherming, de enige stevige delen zijn de zwevende ribben.
Dwarsdoorsnede van een nier 1 nierkapsel 2 nierbekken 3 nierslagader 4 nierader 5 urineleider 6 niermerg 7 slagadertje 8 nierschors 9 nierkelkjes
Functies van de nieren: uitscheiding van stoffen samenstelling urine (concentratie) verschilt telkens Omschrijving van taak / bijzonderheden: overtollig water overtollige zouten afvalstoffen (ureum) schadelijke stoffen afhankelijk van de hoeveelheid in het inwendige milieu (bijv. veel gedronken, dan ook lichte waterige urine) Delen van de nier en nierwegen: nierschors en niermerg nierbekken urineleiders urineblaas urinebuis Functie: vorming van urine verzamelen van urine doorvoeren van urine naar de urineblaas tijdelijke opslag van urine afvoer van urine naar buiten
Nierstenen:
Nierdialyse: Niertransplantatie:
De huid: opperhuid hoornlaag kiemlaag lederhuid zenuw + pijnpunt onderhuids bindweefsel talgkliertje haarspiertje zweetkliertje haartje vetbolletje haarvaatjes zenuwen
Delen van de huid hoornlaag kiemlaag lederhuid onderhuids bindweefsel Bouw / bijzonderheden: dode en verhoornde cellen (buitenste laag van de opperhuid) levende cellen met vernieuwende onderlaag (binnenste laag van de opperhuid) bloedvaten haarspiertjes zweetklieren zenuwen zintuigen talgklieren laag met vetbolletjes / vetcellen Functie: bescherming tegen beschadiging, uitdroging en infecties pigment in deze laag beschermt tegen UV-straling aan- en afvoer stoffen kippenvel warmteregulatie pijn en gevoel warmte, koude, druk, tast, pijn soepel houden van huid vet heeft warmte-isolerende werking
Afweer en afweermechanismen: Delen, termen en functies; een opsomming: antigenen antistoffen infectie witte bloedcellen immuniteit natuurlijke immuniteit kunstmatige immuniteit vaccin actieve immunisatie passieve immunisatie d.k.t.p. b.m.r. lichaamsvreemde stoffen (bijv. virussen, bacteriën) stoffen die door lichaam gemaakt worden tegen antigenen zijn specifiek: ze werken maar op één antigeen binnendringen van ziekteverwekkers maken antistoffen na infectie blijft de antistof in bloed aanwezig (vaak levenslang) immuun worden als persoon ziek is geweest, gaat vanzelf immuun worden via inenting (vaccinatie = vaccineren met vaccin) spuit met verzwakte of dode ziekteverwekkers persoon gaat zelf na een inenting antistoffen maken = actief persoon doet zelf niets maar er worden antistoffen ingespoten (dit is een spuit met serum) difterie kinkhoest tetanus polio (kinderverlamming) bof mazelen rode hond
Bloedgroepen:
Bloedtransfusietabellen: