Naam: geb.datum: id.no.:

Vergelijkbare documenten
Checklijst voor Cognitieve en Emotionele problemen na een Beroerte (CLCE-24)

PROFIEL TOERISTISCHE EN INFORMELE TAALVAARDIGHEID

Arrangement 1 De Luisterthermometer

PSYRATS AUDITORY HALLUCINATION RATING SCALE (AHRS)

Communicatieproblemen door een beschadiging in de rechter hersenhelft

taal portfolio Checklist B1

Het empathiequotiënt (eq)

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van

Betrokkenheid. Competentie. De behoefte aan competentie wordt vervuld.

Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

Doel Het in kaart brengen van de persoonlijkheid, de houding en de tevredenheid van een leerling met betrekking tot schoolgerelateerde onderwerpen

Vragenlijst kwaliteit van sterven

Cognitieve communicatiestoornissen

Vragenlijst Ervaringen met de kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg

Volledig mee eens. Volledig mee oneens. Enigszins mee oneens. Enigszins mee eens

Zelfbeschadiging; wat kun jij doen om te helpen?

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID Datum Informant:

Reader Gespreksvoering

LPFS SR NL. Instructies: Lees de volgende stellingen aandachtig en omcirkel in welke mate elke uitspraak op u van toepassing is:

Inleiding. OMGANGSKUNDE OEFENINGEN Isa Goossens

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Verklarende woordenlijst bij de strategieën uit Praten doe je met z n tweeën voor ouders

Handleiding voor het afnemen van het IPPA Basis-interview en het IPPA Vervolg-interview

Beknopte handleiding bij de Maastrichtse meetinstrumenten Tevredenheid Terminale Zorg (MITTZ) voor professionals werkzaam in de gezondheidszorg.

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis.

Leerdoelen Spraaktaal Kids

Vragenlijst leerkracht hoogbegaafd kind

Vragenlijst waarnemer

BEOORDELINGSSCHAAL DEPRESSIEVE SYMPTOMEN 1 (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-C) (in te vullen door behandelaar/onderzoeker)

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

Beoordeling power-point groep 5

ICOAP in Dutch, knee. Een Beoordeling van Wisselende en Voortdurende Artrose Pijn, ICOAP: KNIE Versie

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor ouder(s)/verzorger(s)

Figuur 2.1 Registratieformulier Emoties

Observatielijst voor klassieke lessen

Protocol verzuim cursusjaar

Overzicht Autisme net ff anders. Herkennen van autisme in contact. Autisme Specifieke Communicatie. Vragen

Competentie scoreformulier kandidaat VVRV Examinator

Les 1: Communicatie en interactie + soorten communicatie

Non-verbale communicatie voor advocaten

Bijlage 4. Signaleringsvragenlijsten

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling: Omgaan met zichzelf

Uw zoon/dochter wordt verwacht bij het intakegesprek (ook) aanwezig te zijn.

Voorbeeld actiepunten Aandachtspunt = bevorderen van interactie tussen kinderen tijdens de evaluatie van de les

Aanmeldingsformulier Excellente Scholen

Aanmeldingsformulier ouders Onderzoek en behandeling van ernstige dyslexie Bestemd voor ouders/verzorgers

Pijnkliniek AZ Klina. Dr. M. Dingens Dr. B. Ickx Dr. K. Lauwers

Werkveld Datum Instemming/Advies Vastgesteld CvB Org. &Vert. September 2014 GMR Instemming GMR

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen.

OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG

De zorgzwaarte bepalen: wat en hoe?

Mastocytose klachten lijst

VRAGENLIJSTEN GEZIN & OPVOEDING

Een ziektespecifiek instrument voor het meten van de kwaliteit van het leven bij schouderinstabiliteit

Observatie- en oefenlijst voor de 'algemene gespreksvaardigheden'

Werkalliantie Vragenlijst (W.A.V.)

Vragenlijst leerkracht hoogbegaafde leerling

Pijncentrum AZ Klina. Dr. M. Dingens Dr. B. Ickx Dr. K. Lauwers Dr. L. Van Gestel

Praktische tips voor het voeren van een gesprek

Heeft u één of meerdere langdurige of chronische ziektes (bijvoorbeeld suikerziekte, hoge bloeddruk, reuma, longziekte of kanker)?

Vragenlijst kandidaat

Een stagiaire instrueren en begeleiden bij het uitvoeren van leeractiviteiten en werkzaamheden

WHOQOL-Bref. Helemaal niet

SRS-A. Screeningslijst voor autismespectrumstoornissen bij volwassenen. HTS Report. Elizabeth Smit ID Datum Zelfrapportageversie

BEPERKING ONDERWIJSPARTICIPATIE

U kunt zich voorstellen dat plotseling wakker worden in Frankrijk iets minder grote problemen veroorzaakt voor het

Non-verbale communicatie

PANDORA. Vragenlijst. Kwaliteit van leven bij patiënten met een neuroendocriene tumor van de alvleesklier. Studie nummer: Ziekenhuis: Versie: Datum:

SRS-A. Screeningslijst voor autismespectrumstoornissen bij volwassenen. HTS Report. Jeroen de Vries ID Datum

1. Omgang met de groep en de omgeving 2. Communicatieve vaardigheden 3. Kennis en didactiek 4. Professionalisme

VRAGENLIJST VOOR LEERKRACHTEN basisschool groep 3 t/m 8

DSM-5 interview autismespectrumstoornis

#Naam? Persoonlijke gegevens naam #Naam? voornaam: #Naam? geslacht: #Na. #Naam? geboortedatum. telefoon #Naam? tel werk: #Naam? gsm: #Naam? #Naam?

Arrangement 1 De Luisterthermometer

03 UITKOMSTEN METING. rapportage CQI meting

NVCL-20. Nijmegen-Venray ConfabulatieLijst. Naam clie nt: Naam beoordelaar: Relatie tot clie nt: Datum: Instructie

Verbindingsactietraining

Hospital ABCD studie Pinnummer: P 2. 2 maanden na ontslag (telefonisch)

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

Bijlage 2 Affectievragenlijsten

Intervisiemethodes. Methode 1: Incidentenmethode

Nederlandse WHOQoL-Bref. December Vakgroep Psychologie Mw. dr. J. de Vries Prof. dr. G.L. van Heck

Kernachtig communiceren

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. Naam: Datum:

VRAGENLIJST HOOGBEGAAFDHEID

Oefenvragen Management Assistent A - Communicatie

Communicatie bij afasie

Transcriptie:

Apathie Evaluatie Schaal (AES) Onderzoeker: datum: Naam: geb.datum: id.no.: 1. Hij/Zij is geïnteresseerd in bepaalde dingen. (K) 2. Hij/Zij krijgt de dingen gedaan voor de dag. (K) 3. Het zelf opstarten van bepaalde dingen is belangrijk voor hem/haar. (ZE) 4. Hij/Zij is geïnteresseerd in het opdoen van nieuwe ervaringen. (K) 5. Hij/Zij is geïnteresseerd in het leren van nieuwe dingen. (K) 6. Hij/Zij steekt nergens veel moeite in. 7. Hij/Zij benadert het leven op een intense wijze.

8. Het is belangrijk voor hem/haar om werk of klusjes volledig af te maken. (ZE) 9. Hij/Zij besteedt tijd aan dingen die hem/haar interesseren. 10. Iemand moet haar/hem vertellen of aanwijzen wat te doen elke dag. 11. Hij/Zij is minder bezorgd over haar/zijn problemen dan zij/hij zou moeten zijn. 12. Hij/Zij heeft vrienden. (K) 13. Samenkomen met vrienden is belangrijk voor haar/hem. (ZE) 14. Als iets goeds gebeurt raakt zij/hij opgewekt. 15. Hij/Zij heeft goed begrip van haar/zijn eigen problematiek. 16. Het is belangrijk voor haar/hem om dingen gedaan te krijgen gedurende de dag. (ZE)

17. Hij/Zij vertoont initiatief. 18. Hij/Zij heeft motivatie. AES totaalscore:

Handleiding bij de Apathie Evaluatie Schaal: Instructies aan de patiënt: ' Ik ga u nu een aantal vragen stellen over uw gevoelens, gedachten en activiteiten. Baseer uw antwoord op de afgelopen vier weken. Om te beginnen zou ik graag willen dat u mij vertelt wat u op dit moment interesseert. Ik bedoel daarmee alles wat u op dit moment bezig houdt, zoals hobby's, werk, activiteiten waar u mee bezig bent of die u graag zou doen, interesses binnenshuis of daarbuiten, dingen die u samen met andere mensen of alleen doet, dingen die u graag zou willen doen maar die u (nu) niet kunt doen, zoals bijvoorbeeld zwemmen terwijl het winter is.' De interviewer noteert vervolgens: (1) het aantal interesses dat wordt genoemd (2) de gedetailleerdheid waarmee elke interesse wordt genoemd (3) affectieve aspecten van de expressie (verbaal en non-verbaal). De interviewer geeft vervolgens de volgende instructies: ' Nu wil ik graag dat u mij vertelt hoe een normale dag er voor u uitziet. Begin bij het opstaan en beschrijf de hele dag, tot het slapen gaan.' Men veronderstelt dat de manier waarop de patiënt deze (en alle andere) vragen beantwoordt, aangeeft hoe hij/zij omgaat met andere activiteiten (bijv. initiatiefrijk, uitbundig, vol energie). De patiënt mag daarom alleen worden gestimuleerd in zijn antwoorden indien hij niet begrijpt wat er precies wordt gevraagd of indien hij is vergeten wat de vraag was. De interviewer noteert: (1) het aantal activiteiten (2) de mate van gedetailleerdheid (3) intensiteit en duur van de activiteiten (4) het affect van de beschrijvingen Vervolgens worden alle vragen van de beoordelingsschaal besproken, zoals geformuleerd in de vragenlijst. Wanneer de antwoorden niet helemaal duidelijk zijn mag men de patiënt om aanvullende informatie vragen. Om het interview meer als een gesprek te laten verlopen kunnen eenvoudige verbindingen worden gelegd tussen de verschillende vragen. De vragen worden beoordeeld op basis van alle verkregen informatie. Het antwoord dat wordt genoteerd is de beoordeling van de reactie van de patiënt door de clinicus. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer de patiënt antwoordt 'veel' maar de clinicus inschat dat hij 'redelijk' bedoelt, dit laatste wordt genoteerd. Alleen bij de door de patiënt zelf te beoordelen vragen ('Z' in de vragenlijst; nr. 3, 8, 13, en 16) is dit niet het geval. Hierbij geeft de patiënt zelf aan welk van de alternatieven van toepassing is (bijv. 'helemaal niet', 'weinig'); de clinicus mag bij deze vragen zijn beoordeling niet mee laten wegen. Vraag 15, 'Goed begrip van problematiek', wordt

beantwoord door in te schatten of de patiënt zich bewust is van zijn persoonlijke en eventuele klinische problemen en in hoeverre hij deze begrijpt. De vragen worden als volgt gecodeerd: (onbeduidend, te betwijfelen, minimaal) (matig, onbetwistbaar) (behoorlijk, uitgesproken). Hierbij is verbaal of non-verbaal bewijs van intensiteit nodig. NB; 'Zeer kenmerkend' is het antwoordniveau dat door normale personen wordt gehaald. De criteria voor het toepassen van deze codes zijn in verschillende vragen gekwantificeerd (nr.1, 2, 4, 5, 12). Deze kwantificeerbare vragen ('K' in de vragenlijst) worden beoordeeld op basis van het aantal genoemde voorbeelden dat de patiënt aangeeft (bijv. aantal interesses, aantal vrienden): 1. niet: 0 2. weinig: 1-2 3. redelijk: 2-3 4. zeer: 3 of meer Bij twijfel over de beoordeling kunt u de volgende richtlijnen gebruiken: 1. Beoordeel in het algemeen meer in de richting van apathie 2. Houdt rekening met de gedifferentieerdheid van de antwoorden. Wanneer iemand bij de vraag naar zijn interesses bijvoorbeeld alleen antwoordt 'lezen en televisie kijken', beoordeel dit antwoord dan als 'weinig'. Wanneer iemand daarbij bepaalde boeken of TV programma's kan specificeren, beoordeel het antwoord dan als 'redelijk'. Ditzelfde geldt wanneer iemand alleen maar lezen opgeeft als interesse, maar daarbij wel verschillende specifieke titels noemt. Beoordeel het antwoord in dat geval als 'redelijk' of 'zeer', afhankelijk van het aantal voorbeelden dat wordt gegeven. 3. Houdt rekening met het aan- of afwezig zijn van verbale en non-verbale tekenen van affect. Beoordeel het antwoord als minder apathisch als iemand bijvoorbeeld spreekt van 'heel veel' of 'ontzettend', of als de persoon gebruik maakt van bepaalde gezichtsuitdrukkingen, gebaren, intonatie om het affect bij te staan. 4. Mocht u nog steeds twijfelen, vraag de patiënt dan welke beschrijving het meest van toepassing is: bijvoorbeeld 'redelijk' of 'zeer'.