Opdrachten belastingstelsel Gegevens: BOX 1 Schijf Belastbaar inkomen uit werk en woning Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen Totale belasting in een schijf 1 tot 18.628 33,% 6.147 2 van 18.629 tot 33.436 41,95% 6.211 3 van 33.437 tot 55.694 42% 9.347 4 vanaf 55.695 52% BOX 3 Vermogensvrijstelling: 20.000 De overheid gaat uit van een vermogensrendement van 4% De vermogensrendementsheffing is 30% De mensen in de opdrachten hebben (eventueel) recht op: Algemene heffingskorting 1.987,- Arbeidskorting 1.574,- Alleenstaande ouderkorting 421,- Opdracht 1 Pas het schijvensysteem toe bij een belastbaar inkomen van: A 10.000 B 30.000 C 50.000 D 80.000 Bereken steeds hoeveel loonbelasting er betaald moet worden.
Antwoorden Opdracht 1 A Box 1 10.000 ( 18.628-0) - 10.000 * 33 % = 3.300 0 B Box 1 30.000 11.372-11.372 * 41,95% = 4.770 + 0 10.917 C Box 1 50.000 31.372 16.565-16.565 * 42% = 6.957 + 0 19.315 D Box 1 80.000 61.372 46.565 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 + 24.308-24.308 * 52% = 12.640 + 0 34.345
Opdracht 2 De belasting van Klaas Klaas heeft een koopwoning van 200.000. Hij heeft hiervoor een hypotheek moeten afsluiten van 220.000. Over deze hypotheek betaalt Klaas 4,5% rente. Het EWF is 0,6%. Klaas verdient 65.000 per jaar om dit huis te kunnen betalen. Naast zijn inkomen heeft Klaas spaargeld. Dit bedrag is 40.000. Klaas rijdt met zijn auto elke dag op en neer naar de treinhalte. Voor de auto is hij maandelijks 50 kwijt en voor de trein 75. Klaas studeert naast zijn werkzaamheden voor klompenmaker. Dit kost hem per jaar ongeveer 1.750. a) Bereken voor klaas de belasting in box 1 b) Waar staat box 2 voor? c) Bereken voor Klaas de belasting in box 3 Klaas heeft recht op algemene heffingskorting en op arbeidskorting d) Hoeveel belasting moet Klaas in totaal betalen? e) Hoeveel is Klaas zijn nettoloon? f) Als je voor Klaas alleen maar het nettoloon aan de hand van het schijvenstelsel uit zou rekenen hoeveel was zijn nettoloon dan? g) Is het belastingstelsel daarom voordelig of onvoordelig voor Klaas?
Antwoorden Opdracht 2 De belasting van Klaas a) stap 1 salaris 65.000 200.000 0,60% EWF stap 2 220.000 4,50% hypo rente 1.200 OV 66.200 1.750 500 studiekosten belastbaar inkomen in box 1 9.900 900 1.250 54.150 Stap 3 Box 1 54.150 35.522 20.715 ( 55.694-33.437) - 20.715 * 42% = 8.700 + 0 21.058 b) Voor aanmerkelijk belang (5% of meer van de aandelen van een bedrijf) c) stap 6 40.000 Vermogensvrije voet 20.000-20.000 * 4% = 800 stap 7 800 * 30% = 240 d) e) stap 8 box 1 21.058 box 2 box 3 240 + 21.298 kortingen alg. hef. Kort. 1.987 arbeidskort. 1.574-17.737 brutoloon - inkomstenbelasting = nettoloon 65.000-17.737 = 47.263
f) Box 1 65.000 46.372 31.565 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 9.308 nettoloon = brutoloon inkomstenbelasting 65.000-26.545 = 38.455-9.308 * 52% = 4.840 + 0 26.545 g) Voordelig, hij hoeft minder te betalen. (zie verschil en f)
Opdracht 3 De belasting van Matthijs Het inkomen van Matthijs in Box 1: Inkomen uit werk Matthijs heeft een salaris van 3.000,- per maand. Over zijn bruto jaarsalaris ontvangt Matthijs 8% vakantiegeld. Inkomen uit eigen woning Matthijs heeft een koophuis. Het huis van Matthijs heeft een WOZ-waarde van 140.000,-. De aftrekposten van Matthijs in box 1: Hypotheekrente: Op zijn woning heeft Matthijs een hypotheek van 120.000,-. Hij betaalt hierover 6% rente per jaar. Bereken voor Matthijs: 1 Het inkomen uit werk (jaarsalaris inclusief vakantiegeld) 2 Het inkomen uit eigen woning 3 Het totale inkomen uit werk en eigen woning Aan aftrekposten heeft Matthijs alleen de hypotheekrente 4 Bereken de aftrekposten. 5 Bereken het belastbaar inkomen. 6 Pas het schijvensysteem toe. 7 Wat is een heffingskorting? 8 Matthijs komt in aanmerking voor de volgende heffingskortingen: Algemene heffingskorting 1.987,- Arbeidskorting 1.574,- Bereken het totale bedrag aan heffingkorting 9 Bereken het bedrag dat Matthijs dit jaar in totaal aan belasting moet betalen. 10 Loonheffing: Loonbelasting + premies volksverzekeringen De loonheffing is een voorschot op het uiteindelijk te betalen bedrag aan Belasting. Op het salaris van Matthijs is aan loonheffing elke maand 750,- ingehouden. Moet Matthijs nog belasting bij betalen? Hoeveel? of krijgt Matthijs belasting terug? Hoeveel?
Antwoorden opdracht 3 Matthijs 1 12 x 3.000 = 36.000 + 8% ( 2.880) = 38.880 2 0,6% van 140.000 = 840 3 38.880 + 840 = 39.720 4 6% van 120.000 = 7.200 5 39.720-7.200 = 32.520 6 Box 1 32.520 13.892-13.892 * 41,95% = 5.827 + 0 11.974 7 Een korting op het te betalen bedrag aan belasting 8 totale heffingkorting 1.987 + 1.574 = 3.561 9 11.974 3.561 = 8.413 10 Aan belasting al betaald 12 x 750 = 9.000 Moet betalen _8.413 - Terug te ontvangen 587 =======
Opdracht 4 - Melroy 1 Wat wordt bedoeld met het progressieve belastingstelsel? 2 Wat is het Eigenwoningforfait? 3 Wat is een heffingskorting? Gegevens: Salaris: Melroy 4.000,- per maand. Over zijn salaris ontvangt Melroy 8% vakantiegeld. Eigen huis: gekocht voor 280.000,- WOZ-waarde 220.000,- Hypotheek 250.000,- Hypotheekrente 6% Eigenwoningforfait percentage: 0,6% 4 Bereken voor Melroy het inkomen voor belastingbox 1: Het inkomen uit werk en eigenwoning. 5 Bereken voor Melroy: het Belastbare inkomen. Melroy komt in aanmerking voor de volgende heffingskortingen: Algemene heffingskorting Arbeidskorting 6 Pas voor Melroy het schijvensysteem toe (Kijk voor schijvensysteem op eerder gegeven stencils) 7 Hoeveel belasting moet Melroy betalen?
Antwoorden opdracht 4 - Melroy 1 Naarmate je meer verdient moet je in verhouding (%) meer belasting betalen. 2 Een percentage van de WOZ-waarde van je eigen huis dat je moet optellen bij het inkomen waarover je belasting moet betalen. 3 Een korting op het te betalen bedrag aan belasting. Dit kan zijn een algemene heffingskorting, een kinderkorting of een arbeidskorting. 4 Inkomen uit werk: 12 x 4.000 = 48.000 Vakantiegeld 3.840 Inkomen uit eigen woning: 0,6% van 220.000 = 1.320 + 53.160,- 53.160 Inkomen uit werk en eigen woning 15.000 (6% van 250.000) - 38.160 Belastbaar inkomen 6 Box 1 38.160 19.532 4.725 ( 55.694-33.437) - 4.725 * 42% = 1.984 + 0 14.342 7 Box 1 14.342 Totale heffingskorting 3.561 + Te betalen belasting 10.781
Opdracht 5 - S. Kimo S. Kimo verdient 75.000 per jaar om dit huis te kunnen betalen. Naast zijn inkomen heeft S. Kimo spaargeld. Dit bedrag is 40.000. S. Kimo heeft een koopwoning met een WOZ-waarde van 200.000. Hij heeft hiervoor een hypotheek moeten afsluiten van 230.000. Over deze hypotheek betaalt Klaas 4,5% rente. Het EWF is 0,6% S. Kimo rijdt met zijn fiets elke dag op en neer naar de treinhalte. Voor de fiets is hij maandelijks 25 kwijt en voor de trein 75. S. Kimo studeert naast zijn werkzaamheden voor fietsenmaker. Dit kost hem per jaar ongeveer 1750. a) Wat betekent het begrip belastbaar inkomen? b) Hoeveel is het belastbaar inkomen in box 1 voor S. Kimo? c) Bereken voor S. Kimo de belasting in box 1 d) Bereken voor S. Kimo de belasting in box 3 S. Kimo heeft recht op algemene heffingskorting en op arbeidskorting. e) Hoeveel belasting moet S. Kimo in totaal betalen? f) Hoeveel is S. Kimo zijn nettoloon. g) Als je voor S. Kimo alleen maar het nettoloon aan de hand van het schijvenstelsel uit zou rekenen hoeveel was zijn nettoloon dan? h) Is het belastingstelsel daarom voordelig of onvoordelig voor S. Kimo?
Antwoorden opdracht 5 S. Kimo a) belastbaar inkomen is het inkomen waarover je belasting moet betalen b) stap 1 salaris 75.000 200.000 0,60% EWF 1.200 76.200 stap 2 230.000 4,50% hypo rente 10.350 OV 900 1.750 500 studiekosten 1.250 belastbaar inkomen in box 1 63.700 c) Box 1 63.700 45.072 30.265 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 8.008-8.008 * 52% = 4.164 + 0 25.869 d) stap 6 40.000 vermogensvrije voet 20.000-20.000 * 4% = 800 stap 7 800 * 30% = 240 e) f) stap 8 box 1 25.869 box 2 box 3 240 26.109 kortingen alg. hef. Kort. 1.987 arbeidskort. 1.574 22.548 nettoloon = brutoloon - inkomstenbelasting 75.000-22.548 = 52.452
g) Box 1 75.000 56.372 41.565 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 19.308-19.308 * 52% = 10.040 + 0 31.745 h) voordelig, het nettoloon is hoger. (zie verschil f (betalen: 31.745) en g (betalen: 22.548)
Opdracht 6 Britney S. Britney S. verdient 275.000 per jaar met allerlei activiteiten. Naast haar inkomen heeft Britney S. spaargeld. Dit bedrag is 2.500.000. Britney heeft twee kinderen. Britney S. heeft een koopwoning met een WOZ-waarde van 1.200.000. Zij heeft hiervoor een hypotheek moeten afsluiten van 1.250.000. Over deze hypotheek betaalt Britney S. 4,5% rente. Het EWF is 0,5% Britney S. rijdt natuurlijk niet zelf zij laat zich rijden door een heuse Hummer! Dit speeltje kost haar wel 2.000 per maand. a) Wat betekent het begrip WOZ-waarde? b) Hoeveel is het belastbaar inkomen in box 1 voor Britney S.? c) Bereken voor Britney S. de belasting in box 1 d) Bereken voor Britney S. de belasting in box 3 Britney S. heeft recht op algemene heffingskorting en op arbeidskorting. e) Hoeveel belasting moet Britney S. in totaal betalen? f) Hoeveel is Britney S. haar nettoloon. g) Als je voor Britney S. alleen maar het nettoloon aan de hand van het schijvenstelsel uit zou rekenen hoeveel was haar nettoloon dan? h) Is het belastingstelsel daarom voordelig of nadelig voor Britney S.?
Antwoorden opdracht 6 Britney S. a) Waarde van het onroerend goed. b) stap 1 salaris 275.000 1.200.000 0,50% EWF 6.000 281.000 stap 2 1.250.000 4,50% hypo rente 56.250 belastbaar inkomen in box 1 224.750 c) Box 1 224.750 206.122 191.315 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 169.058-169.058 * 52% = 87.910 + 0 109.615 d) stap 6 2.500.000 vermogensvrije voet 20.000-2.480.000 * 4% = 99.200 stap 7 99.200 * 30% = 29.760 e) stap 8 box 1 109.615 box 2 box 3 29.760 139.375 kortingen alg. hef. Kort. 1.987 arbeidskort. 1.574 135.814 f) nettoloon = brutoloon - inkomstenbelasting 275.000-135.814 = 139.186
g) Box 1 275.000 256.372 241.565 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 219.308-219.308 * 52% = 114.040 + 0 135.745 h) voordelig, zij hoeft minder te betalen! (zie verschil f en g) want in eerste instantie moest zij 135.745 en uiteindelijk 109.615.
Opdracht 7 - P. Paay P. Paay. verdient 200.000 per jaar met allerlei activiteiten onder andere met een fotoshoot. Naast haar inkomen heeft P. Paay. Spaargeld dit komt door haar scheiding van A. Curry. Dit bedrag is 200.000. P. Paay heeft een kind. P. Paay heeft een koopwoning met een WOZ-waarde van 1.000.000. Zij heeft hiervoor een hypotheek moeten afsluiten van 1.100.000. Over deze hypotheek betaalt Britney S. 5% rente. Het EWF is 0,6% Door de scheiding van Adam heeft zij geen auto, omdat zij geen rijbewijs heeft daarom fietst ze op haar elektrische fiets, ter waarde van 2500! a) Wat betekent het begrip WOZ-waarde? b) Hoeveel is het belastbaar inkomen in box 1 voor P. Paay? c) Bereken voor P. Paay. de belasting in box 1 d) Bereken voor P. Paay het belastbaar inkomen in box 3 e) Bereken voor P. Paay. de belasting in box 3 P. Paay heeft recht op algemene heffingskorting en op arbeidskorting. f) Hoeveel belasting moet P. Paay in totaal betalen? g) Hoeveel is P. Paay haar nettoloon. h) Als je voor P. Paay alleen maar het nettoloon aan de hand van het schijvenstelsel (nu dus zonder stap 1 en stap 2, dus gelijk stap 3) uit zou rekenen hoeveel was haar nettoloon dan? i) Is het belastingstelsel daarom voordelig of onvoordelig voor P. Paay?
Antwoorden opdracht 7 P. Paay a) Waarde van het onroerend goed. b) stap 1 salaris 200.000 1.000.000 0,60% EWF 6.000 206.000 stap 2 1.100.000 5,00% hypo rente 55.000 belastbaar inkomen in box 1 151.000 c) Box 1 151.000 132.372 117.565 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 95.308-95.308 * 52% = 49.560 + 0 71.265 d) stap 6 200.000 vermogensvrije voet 20.000-180.000 * 4% = 7.200 e) stap 7 7.200 * 30% = 2.160 f) stap 8 box 1 71.265 box 2 box 3 2.160 73.425 kortingen alg. hef. Kort. 1.987 arbeidskort. 1.574 69.864 g) nettoloon = brutoloon - inkomstenbelasting 200.000-69.864 = 130.136
h) Box 1 200.000 181.372 166.565 ( 55.694-33.437) - 22.257 * 42% = 9.347 144.308-144.308 * 52% = 75.040 + 0 96.745 i) Voordelig, want in eerste instantie was haar inkomen: 200.000-96.745 = 103.255. Nu is het inkomen 200.000 69.864 = 130.136. Het inkomen is dus met 130.136 103.255 = 26.881 gestegen.
Opdracht 8 Pappa Gaai. Pappa Gaai verdient 50.000 per jaar met allerlei activiteiten. Denk daarbij aan vogelshows. Naast zijn inkomen heeft Pappa Gaai spaargeld. Dit bedrag is 15.000. Pappa Gaai heeft een koopwoning met een WOZ-waarde van 200.000. Hij heeft hiervoor een hypotheek moeten afsluiten van 250.000. Over deze hypotheek betaalt Pappa Gaai 4,5% rente. Het EWF is 0,5% Pappa Gaai reist alle shows af per bus en trein, per kwartaal is hij 1200 kwijt hieraan. a) Wat betekent het begrip vermogensvrije voet? b) Hoeveel is het belastbaar inkomen in box 1 voor Pappa Gaai? c) Bereken voor Pappa Gaai de belasting in box 1? d) Hoeveel is het belastbaar inkomen in box 3 voor Pappa Gaai? e) Bereken voor Pappa Gaai de belasting in box 3 Pappa Gaai heeft recht op algemene heffingskorting en op arbeidskorting. f) Hoeveel belasting moet Pappa Gaai in totaal betalen? g) Hoeveel is Pappa Gaai zijn nettoloon. h) Als je voor Pappa Gaai alleen maar het nettoloon aan de hand van het schijvenstelsel (nu dus zonder stap 1 en stap 2, dus gelijk stap 3) uit zou rekenen hoeveel was haar nettoloon dan? i) Is het belastingstelsel daarom voordelig of onvoordelig voor Pappa Gaai?
Antwoorden opdracht 8 - Pappa Gaai. a) Dat in box 3 de eerste 20.785 (of 20.000) belastingvrij is. b) stap 1 salaris 50.000 200.000 0,50% EWF 1.000 51.000 stap 2 250.000 4,50% hypo rente 11.250 OV 4.800 belastbaar inkomen in box 1 34.950 c) Box 1 34.950 16.322 1.515 ( 55.694-33.437) - 1.515 * 42% = 636 + 0 12.994 d) stap 6 15.000 vermogensvrije voet 20.000 - -5.000 e) stap 7 geen belasting in box 3 f) stap 8 box 1 12.994 box 2 box 3 0 12.994 kortingen alg. hef. Kort. 1.987 arbeidskort. 1.574 9.433
g) nettoloon = brutoloon - inkomstenbelasting 50.000-9.433 = 40.567 h) Box 1 50.000 31.372 16.565-16.565 * 42% = 6.957 + 0 19.315 i) Voordelig, want in eerste instantie was zijn inkomen: 50.000 19.315 = 30.685 Nu is het inkomen 50.000-9.433 = 40.567 Het inkomen is dus met 40.567-30.685 = 9.882 gestegen.