Studiewijzer Pabo Deeltijd

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Studiewijzer Pabo Deeltijd"

Transcriptie

1 Studiewijzer Pabo Deeltijd Semester Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 1

2 Inhoud SEMESTER 1 KENNISMAKEN MET HET AMSTERDAMSE ONDERWIJS... 3 BEKNOPT OVERZICHT STUDIEPROGRAMMA EN TOETSING SEMESTER 1 DT... 4 HOOFDSTUK 1. PEDAGOGIEK DE BASIS... 5 HOOFDSTUK 2. BEROEPSOPDRACHT KLASSENMANAGEMENT... 8 HOOFDSTUK 3. KENNIS EN VAARDIGHEDEN - DE VAKCOLLEGES NEDERLANDS - TL, BL & WS EV NEDERLANDS REKENEN EN WISKUNDE - HG EV REKENEN/WISKUNDE ONDERZOEKEND LEREN MUZIEK CULTUURPROJECT HOOFDSTUK 4. DE PRAKTIJK VAN HET BASISONDERWIJS HOOFDSTUK 5. PERSOONLIJKE PROFESSIONELE ONTWIKKELING (PPO) HOOFDSTUK 6. PRAKTISCHE INFORMATIE BIJLAGE 1. I BEOORDELINGSFORMULIER DT BEROEPSOPDRACHT - KLASSENMANAGEMENT BIJLAGE 2. I BEOORDELINGSFORMULIER DT VAKOPDRACHT NEDERLANDS TL, BL & WS BIJLAGE 3. I BEOORDELINGSFORMULIER DT VAKOPDRACHT REKENEN/WISKUNDE HG BIJLAGE 4. I BEOORDELINGSFORMULIER DT VAKOPDRACHT ONDERZOEKEND LEREN BIJLAGE 5. I BEOORDELINGSFORMULIER DT VAKOPDRACHT MUZIEK BIJLAGE 6. I BEOORDELINGSFORMULIER DT TOETS EIGEN VAARDIGHEID MUZIEK BIJLAGE 7. I BEOORDELINGSFORMULIER DT PPO BIJLAGE 8. DE TAALNORM VAN PABO-HVA Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 2

3 SEMESTER 1 Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs INLEIDING - Je start aan de opleiding tot leraar basisonderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam. De Hogeschool van Amsterdam verzorgt onderwijs in Amsterdam en omgeving en neemt daarmee de problemen en uitdagingen van de grote stad als uitgangspunt van haar onderwijs. Voor jou betekent dat, dat je je bewust toont van de diversiteit van de grootstedelijke omgeving. Niet alleen op de Pabo van de HvA, maar vooral ook in de Amsterdamse basisscholen wordt de basis gelegd voor de toekomst van een nieuwe generatie Amsterdammers. Leerkrachten zijn daarin onmisbaar. Zij dragen bij aan de ontwikkeling van kinderen door hen kennis, vaardigheden en een goede houding te laten verwerven. Zij spreken kinderen aan op hun talenten en mogelijkheden en faciliteren en stimuleren het leren. Zij hebben oog voor alle kinderen in de klas en steken hun nek uit voor kinderen die extra steun in de rug nodig hebben. Deze leraren creëren een zodanige sfeer in de klas dat kinderen met plezier naar school komen en zin hebben om te leren. Het onderwijs op de Pabo richt zich in dit semester op een eerste kennismaking met het lesgeven in de grote stad. In alle colleges ligt het accent op de basiskennis en vaardigheden van een leerkracht basisonderwijs, die nodig zijn om een eerste stap te zetten naar startbekwaamheid. Binnen het thema Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs krijg je oog voor de diversiteit aan kinderen, hun sociaal-culturele achtergronden en ontwikkelingsniveaus. Daarnaast verdiep je jezelf door middel van onderzoek in het kader van de beroepsopdracht. Vanaf eind september maak je als student deel uit van een basisschoolteam en voer je praktijkopdrachten uit in de middenbouw van je stageschool. In de practica leerkrachtvaardigheden wordt aandacht besteed aan de lesvoorbereiding en klassenmanagement. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 3

4 Beknopt overzicht studieprogramma en toetsing semester 1 DT STUDIESCHEMA PABO e JAAR Semester 1 DT STUDIEONDERDEEL Blok Studiepunten Pedagogiek Blok 1 & 2 3 Beroepsopdracht Blok 1 & 2 3 BLOK 1.1 & BLOK 1.2 Nederlands - TL, BL & WS Blok 1 & 2 3 Rekenen Wiskunde - HG Blok 1 & 2 3 Onderzoekend leren Blok 1 & 2 4 Muziek Blok 1 & 2 4 Cultuurproject 1 Blok 1 & 2 1 Praktijk 1.1 Blok 1 3 Praktijk 1.2 Blok 2 3 Eigen vaardigheid Nederlands Blok 1 & 2 1 Eigen vaardigheid Rekenen / wiskunde Blok 1 & 2 1 PPO 1.2 Blok 1 & 2 2 TOTAAL STP BLOK 1.1 & Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 4

5 HOOFDSTUK 1. Pedagogiek De basis SIS omschrijving (deel)tentamens Vaktoets Pedagogiek De basis TS Inleiding In dit semester maak je kennis met de diversiteit van het Amsterdamse basisonderwijs. Je verdiept je in het onderwijs en het beroep van leraar vanuit de vraag: wat is goed onderwijs in de grootstedelijke context, waarbij school, leerkracht, kind en omgeving de belangrijkste componenten zijn. Je verdiept je daarbij in didactische modellen, groepsdynamische processen en de principes van de ecologische pedagogiek volgens de theorie van Bronfenbrenner. De generieke kennisbasis is leidraad voor de studieonderdelen pedagogiek. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je kent de pedagogische en didactische basistaken van de leerkracht en de voorwaarden voor goed onderwijs. Je kent de ontwikkelings- en leerpsychologische aspecten van kinderen in de basisschoolleeftijd en de verschillende visies hierop. Je kent verschillende didactische modellen en de wijze waarop instructie daarin wordt vormgegeven. Je kent de fasen van groepsvorming en de kenmerken van groepsdynamische processen. Je kent de diversiteit aan leef- en belevingswerelden in de grote stad en de principes van de ecologische pedagogiek. Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Goed onderwijs en de rol van de leerkracht We starten deze collegereeks met het bespreken van de criteria die passen bij kwalitatief goed onderwijs. Daarbij kijken we naar de taken en rollen van een leerkracht. Tevens zijn de behoeften van kinderen een onderwerp in dit college. Je maakt kennis met de theorie van Stevens en Biesta. 2. Wat is leren en hoe leert een kind? Behaviorisme, Handelingspsychologie, Cognitivisme en constructivisme Wat is leren? In dit college komt het begrip leren aan de orde. Daarna maak je kennis met een aantal leertheorieën. Allereerst behandelen we het behaviorisme. Daarna bespreken we de handelingspsychologie met pedagogen zoals Vygotsky en Galperin. Tevens komen de cognitieve psychologen Bruner en Ausubel aan de orde met hun betekenis voor het onderwijs. We leggen een link met de basisschool: waar zie je elementen van deze theorieën terug? 3. Ontwikkelingspsychologie: ontwikkelingsaspecten van kinderen op de basisschool Kinderen ontwikkelen zich op verschillende aspecten (op sociaalemotioneel, fysiek en cognitief gebied) en kinderen verschillen in de manier waarop zij zich ontwikkelen. De ontwikkelingspsychologie houdt zich met deze twee vraagstukken bezig. Voor jou als leraar is het van belang om over beide onderwerpen te leren. In dit college worden enkele begrippen uit de ontwikkelingspsychologie behandeld en gaan we in op verschillende ontwikkelingstheorieën. Jouw activiteiten vooraf Alkema, A. et al. (2015). Meer dan onderwijs. Hst. 3.6 Bekijk van tedxamsterdamed.nl het verhaal van Jelle Jolles: The Teenage Brain: guide or inspire en beantwoord de vragen. Alkema, A. et al. (2015). Meer dan onderwijs. Hoofdstuk 2.3 Hooijmaaijers, T., Stokhof, T. & Verhulst, F. (2016). Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs. Hoofdstuk 2.4. Je bereidt een deel van het college voor (of de theorie van één van de ontwikkelingspsychologen of de verbinding naar de praktijk). Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 5

6 4. Ontwikkelingspsychologie: ontwikkelingsaspecten van kinderen op de basisschool Vervolg: Kinderen ontwikkelen zich op verschillende aspecten en kinderen verschillen in de manier waarop zij zich ontwikkelen. De ontwikkelingspsychologie houdt zich met deze twee vraagstukken bezig. Voor jou als leraar is het van belang om over beide onderwerpen te leren. In dit college worden enkele begrippen uit de ontwikkelingspsychologie behandeld en gaan we in op verschillende ontwikkelingstheorieën. 5. Observeren en registreren Om les te kunnen geven is het goed kunnen observeren van kinderen een voorwaarde. In dit college leer je de basisprincipes omtrent observeren. Diverse observatiemodellen komen aan de orde (kwalitatief en kwantitatief) en de begrippen validiteit en betrouwbaarheid, obstakels en objectiviteit worden behandeld. Aan de hand van casuïstiek en filmmateriaal oefen je diverse vormen van observeren. 6. Klassenmanagement: didactiek en instructiemodellen binnen het Amsterdamse onderwijs In dit college maak je kennis met veel gebruikte instructiemodellen in het (Amsterdamse) onderwijs en de invloed van die modellen op je didactisch handelen. We vertrekken vanuit het didactische analyse model van Van Gelder. Daarna worden het activerende directe instructiemodel (ADI), het interactieve gedifferentieerde directe instructiemodel (IGDI) en het expliciete directe instructiemodel (EDI) behandeld. 7. Differentiatie We gaan in op de soorten en vormen van differentiatie. Ook komt de organisatie van differentiatie aan bod. Er wordt een koppeling gemaakt naar de modellen van het vorige college. Termen als onderwijsbehoefte en handelingsgericht werken komen aan bod. 8. Leerstijlen in de klas Wat houdt de leerstijlentheorie van Kolb in? Wat is de theorie van Howard Gartner over meervoudige intelligentie? Op welke wijze kun je de theorieën inzetten bij de differentiatie in je klas en welke rol speelt motivatie hierbij? We gaan actief aan de slag met werkvormen waarbij de theorie van Kolb en Gartner wordt toegepast. 9. Groepsdynamica en rollen in de groep Hoe krijg je grip op jouw groep? Wat zijn kenmerken van een positieve en negatieve groep? Tevens bespreken we instrumenten om de sfeer en de groepsdynamiek te meten. 10. Fasen van groepsontwikkeling We gaan aan de slag met groepsrollen, groepsfasen, spelletjes en activiteiten om de groepssfeer te verbeteren. 11. Wat is urban education? Het Amsterdamse basisonderwijs is divers. Scholen hebben uiteenlopende visies op onderwijs en staan in buurten die verschillend van bevolkingssamenstelling zijn. Daarnaast maken scholen onderdeel uit van grote schoolbesturen en werken zij samen met allerlei andere organisaties en instellingen. Aan het Alkema, A. et al. (2015). Meer dan onderwijs. Hoofdstuk 2.3 Hooijmaaijers, T., Stokhof, T. & Verhulst, F. (2016). Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs. Hoofdstuk 2.4. Van der Donk, C. & Van Lanen, B. (2016). Praktijkonderzoek in de school. Hoofdstuk 5.2.2, 6.1 en 6.3. Maak een keuze uit de opdrachten: Observeer het speelgedrag op het schoolplein en maak een korte video-opname. Maak een kort videofragment van een kind in de klas tijdens een les van je mentor. Alkema, A. et al. (2015). Meer dan onderwijs. Hoofdstuk Klamer-Hoogma, M.G. (2012). Klassenmanagement. Hoofdstuk 5.5. Alkema, A. et al. (2015). Meer dan onderwijs. Hoofdstuk 5.7. Observeer tijdens je stage hoe er om wordt gegaan met verschillen. Alkema, A. et al. (2015). Meer dan onderwijs. Hoofdstuk en Klamer-Hoogma, M.G. (2012). Klassenmanagement. Hoofdstuk 4. Lees de casus en beantwoord de vragen (zie DLWO). Observeer je mentor en/of klas aan de hand van één van de formulieren. Maak een foto van de regels en routines die gehanteerd worden in jouw stagegroep. Klamer-Hoogma, M.G. (2012). Klassenmanagement. Hoofdstuk 4. Je neemt jouw quickscan groepsklimaat mee naar de les. Oostdam, R. en Vries, P. de (2014). Samen werken leren en opvoeden. Hst, 1, en 2. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 6

7 einde van het college heb je een overzicht van het basisonderwijs in een grootstedelijke context. 12. Afsluiting Tijdens dit college leggen we een relatie tussen alles wat aan bod is gekomen en je eigen ontwikkeling. Dit doen we aan de hand van filmfragmenten. Neem 2 zelfgemaakte meerkeuze toetsvragen, inclusief het antwoord, mee over de verplichte literatuur. Toetsing Vaktoets (schriftelijke toets) Op basis van 40 meerkeuzevragen en 4 antwoordmogelijkheden, wordt de toets als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) indien minimaal 67% van de vragen goed is beantwoord. Literatuur Alkema, E., Dam, E. van, Kuipers, J., Lindhout, C. en Tjerkstra, T. (2015). Meer dan onderwijs, theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool. Assen: Van Gorcum. o Hst. 2.3, 3.4.3, 3.5.1, , 3.6, 4.1, 4.2, 4.3.1, , 5.7, 6.4, 6.5.1, Hooijmaaijers, T., Stokhof, T. & Verhulst, F. (2016). Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs. Assen: Van Gorcum. o Hst 2 t/m 5. Klamer-Hoogma, M.G. (2012). Klassenmanagement. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers. o Hst. 2, 4, 5.5, 6.6. Oostdam, R. en Vries, P. de (2014). Samen werken leren en opvoeden. Bussum: Coutinho. o Hst. 1, 2 en De tijdens de colleges behandelde onderwerpen, inclusief de bijbehorende presentaties en/of het ter beschikking gestelde materiaal, maken deel uit van de toetsstof. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 7

8 HOOFDSTUK 2. Beroepsopdracht Klassenmanagement SIS omschrijving (deel)tentamens Beroepsopdracht Klassenmanag PD INLEIDING Als je een klas binnenstapt kun je vaak snel zien en misschien ook wel opmerken hoe het er in de klas aan toe gaat. Zichtbaar is de leeromgeving, de wijze waarop de klas is ingericht, de materialen die worden gebruikt en waarmee de kinderen in de klas op dat moment bezig zijn. Minder zichtbaar, maar wel mérkbaar is het pedagogisch klimaat. Je zou dat kunnen omschrijven als de wijze waarop kinderen onderling en met de leraar omgaan, de wijze waarop leraar en kinderen zich opstellen en tot elkaar verhouden. En dus ook de wijze waarop het onderwijs is georganiseerd en de rol- of taakverdeling tussen leraar en leerlingen. Zowel het pedagogisch klimaat als de inrichting van de leeromgeving zijn belangrijke voorwaarden voor goed onderwijs. Je doet onderzoek naar de theorie en praktijk van bovengenoemde onderwerpen. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt aan de hand van actuele vakliteratuur een theoretisch kader samenstellen over een goed pedagogisch klimaat, een rijke leeromgeving en de rol van de verschillende actoren hierin. Je kunt een interview voorbereiden en uitvoeren om het pedagogisch klimaat en de leeromgeving in kaart te brengen. Je kunt het pedagogisch klimaat en de leeromgeving van de eigen stageklas analyseren. Je kunt jouw eigen handelen en rol met betrekking tot het pedagogisch klimaat en de rijke leeromgeving beschrijven en persoonlijke ontwikkelpunten benoemen. Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Klassenmanagement. Er wordt uitgelegd wat klassenmanagement inhoudt. We gaan in op de beroepsopdracht aan de hand van het beoordelingsformulier en de keuzes die er gemaakt kunnen worden. 2. Voor de klas staan. Hoe houd je overwicht op de groep? Hoe sta je voor de klas? Hoe zorg je ervoor dat de klas naar jou luistert en de kinderen gewenst gedrag vertonen? 3. Practicum Lesgeven de basis. Aan de hand van filmpjes gaan we kijken welke vaardigheden van belang zijn bij het observeren om de beginsituatie van de kinderen vast te stellen. 4. Regels, afspraken en routines Regels, afspraken en routines zijn onmisbaar bij het scheppen van orde en rust in de klas, ze vormen de lijm van je klassenmanagement & organisatie. We gaan in deze les in op de basisvaardigheden van klassenmanagement: duidelijk zijn, consequent zijn en alert zijn en we koppelen deze vaardigheden aan regels, afspraken en routines. Jouw activiteiten vooraf Bestudeer: Alkema, E. (e.a.) (2015) Meer dan onderwijs. Assen: Van Gorcum. Hoofdstuk Klamer-Hoogma (2012) Klassenmanagement. H 2 en 3 App: Toolbox klassenmanagement (beschikbaar voor Android): pedagogisch vakmanschap: Fysieke & mentale houding en Rolmodel Meenemen: Verzamel een aantal regels en routines in je stageschool die je pedagogisch gezien goed vindt en een aantal waar je over twijfelt. Bestudeer: Alkema, E. (e.a.) (2015) Meer dan onderwijs. H Klamer-Hoogma (2012) Klassenmanagement. H 3.2 en 3.3 App: Toolbox klassenmanagement: Regels, afspraken en routines Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 8

9 5. Interview opstellen. In deze les komt het interviewprotocol aan bod. Daarnaast gaan we in op de verschillende afrondingsvormen van de beroepsopdracht die er mogelijk zijn. 6. Klassenmanagement: inrichten van je klas Een goede klasinrichting vormt de basis van effectief klassenmanagement. We gaan in deze les aan de slag vanuit de vraag: Hoe creëer je een goed voorbereide leeromgeving? 7. Practicum Leeromgeving. Als leerkracht ben je een belangrijk onderdeel van de rijke leeromgeving. We gaan in deze les kijken naar op jouw rol en maken een koppeling aan het lesvoorbereidingsformulier. 8. Leidinggeven Lesgeven is leidinggeven. Hoe begeleid je vanuit een positieve wijze de groep? 9. Roos van Leary en basiscommunicatie. Met de roos van Leary kun je je eigen rol en plaats in communicatie duiden. We gaan aan het werk met basisregels van communiceren. In deze les bespreken we welke vaardigheden van belang zijn bij het communiceren met kinderen én ouders. 10. Op weg naar een positief pedagogisch klimaat en groepsdynamica. Zien en voorkomen van onrust. Dit bereik je door overzicht te hebben op de groep en direct te reageren als kinderen zich niet houden aan de regels en routines. Aandacht voor belonen van goed gedrag en negeren van ongewenst gedrag. Welke tools heb je tot je beschikking om de groepsdynamica te beïnvloeden? 11. (Peer)Feedback. In deze les kun je feedback ontvangen op je werk. We gaan dan in groepen met elkaar kijken naar de criteria. Meenemen: Een plattegrond van de inrichting van je klas. Bestudeer: Klamer-Hoogma (2012) Klassenmanagement, H 3 App: Toolbox klassenmanagement: Organisatie van de leeromgeving Bestudeer: Alkema, E. (e.a.) (2015) Meer dan onderwijs. H Klamer-Hoogma (2012) Klassenmanagement. H 4.4 en 4.5 App: Toolbox klassenmanagement: Leidinggeven. Je neemt je werk van de beroepsopdracht mee naar de les. Neem ook vragen mee die je hebt. 12. Spreekuur/ zelfstandig werken. Neem je werk van de beroepsopdracht mee. Toetsing Beroepsopdracht (product) Het product wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) als alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. Differentiatie naar hogere cijfers vindt plaats op basis van de mate waarin de prestaties op de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Studiemateriaal Donk, C. van der & Lanen, B. van (2016). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. Klamer-Hoogma, M. (2012). Klassenmanagement. Groningen/ Houten: Noordhoff Uitgevers. De tijdens de colleges behandelde onderwerpen, inclusief de bijbehorende presentaties en/of het ter beschikking gestelde materiaal en overige literatuur. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 9

10 Beschrijving van de beroepsopdracht In jaar één maak je twee beroepsopdrachten waar verschillende afrondingen bij mogelijk zijn. Je mag zelf kiezen welke vorm je wanneer inzet, waarbij je maar eenmaal voor een mondelinge afronding mag kiezen. De keuze bij semester 1: 1. Onderzoeksverslag met bijlagen (schriftelijk). 2. Instructievideo met bijlagen (schriftelijk). 3. Poster met bijlagen (mondeling). In semester 2 heb je de keuze uit: 1. Onderzoeksverslag met bijlagen (schriftelijk). 2. Artikel met bijlagen (schriftelijk). 3. Presentatie met bijlagen (mondeling). Van elke afronding staat een toelichting op Mijn HvA. Ten eerste verdiep je je in twee onderwerpen waarbij zowel de leraar als de leerlingen een belangrijke rol spelen: 1. Het creëren van een goed pedagogisch klimaat; 2. Het opbouwen van een rijke leeromgeving. Dit doe je aan de hand van de volgende hoofdvraag: Hoe ziet het klassenmanagement er in klas X op school Y uit? Daarna stel je minimaal 3 deelvragen op. Je maakt een keuze, waarbij je zorgt dat beide gebieden (pedagogisch klimaat en leeromgeving) aan bod komen. De mogelijke deelvragen zijn: Hoe is de leeromgeving ingericht? Hoe wordt het leren begeleid? Welke wijze van feedback wordt er gegeven? Hoe verloopt de organisatie in de klas? Wat is de verantwoordelijkheid van de kinderen? Hoe wordt er met conflicten omgegaan? Hoe is het stemgebruik en de lichaamstaal van de leerkracht? Hoe wordt de relatie met de kinderen onderhouden en vergroot? Hoe is de relatie tussen de leerkracht en de kinderen en tussen de kinderen onderling? Welke afspraken (regels, afspraken en routines) zijn er? Hoe wordt er tegemoetgekomen aan het competentiegevoel van de leerlingen? Wat kunnen de leerlingen zelfstandig beslissen? Hoe wordt de zelfstandigheid van de kinderen vergroot? Hoe wordt het leren gestimuleerd met behulp van de omgeving? Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 10

11 Waarom is de opbouw en planning van de dag op deze manier opgebouwd? Hoe wordt de visie van de school vertaald naar de klassenorganisatie (bijv. Montessori)? Hoe ziet didactisch vakmanschap (alert zijn, consequent, duidelijk, aandacht verdelen, etc.) eruit op school Y? Hoe wordt samenwerken tussen kinderen aangeleerd en gestimuleerd? Overig (eigen keuze). Stap 1: Verdiepen in algemene theorie. Kies minimaal drie deelvragen die samen antwoord geven op de hoofdvraag: Hoe ziet het klassenmanagement er in klas X op school Y uit? Je schrijft een theoretisch kader ( woorden) waarin je alle begrippen van de hoofd- en deelvragen toelicht. Je maakt hierbij gebruik van minimaal drie bronnen. Stap 2: Onderzoeken in de specifieke eigen onderwijspraktijk op de stageschool Vervolgens voer je een praktijkonderzoek uit en maak je gebruik van observaties en informatiebronnen zoals mentor en/of de website en schoolgids Je interviewt de mentor en observeert je klas en de mentor met behulp van bestaande of zelf ontwikkelde kijkwijzers. Je analyseert deze gegevens en trekt conclusies. Stap 3: Reflectie op jezelf en het beschrijven van ontwikkelpunten Tot slot sta je stil bij de wijze waarop je in jouw handelen bijdraagt aan het pedagogisch klimaat en de leeromgeving in de stageklas. Je beschrijft persoonlijke ontwikkelpunten op dit gebied voor het vervolg van jouw opleiding. Je trekt aan de hand van de verzamelde gegevens conclusies en geeft hiermee antwoord op de hoofdvraag. Portfolioproducten Het tenminste als voldoende beoordeelde eindproduct van de beroepsopdracht wordt door de student opgenomen in het portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 11

12 HOOFDSTUK 3. Kennis en vaardigheden - de vakcolleges INLEIDING - Dit onderdeel van de studiewijzer beschrijft de vakcolleges die je dit semester gaat volgen. Iedere beschrijving hieronder is op dezelfde wijze gestructureerd. We beginnen met een korte inleiding. Dan volgt steeds een beschrijving van de leerdoelen en een schema met het programma. Dit schema is opgedeeld in een kolom met daarin het onderwerp van het college en een korte beschrijving van de inhoud. Daarnaast een kolom waarin de voorbereiding staat vermeld die dat van je vraagt. Verder vind je informatie over de toetsing en een overzicht van de literatuur/toetsstof. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 12

13 3.1 Titel: Nederlands - TL, BL & WS SIS omschrijving (deel)tentamens Vaktoets Nederlands TL, BL & WS TS Vakopdracht Nederlands TL, BL & WS PD INLEIDING Zonder goede leesvaardigheid is volwaardige maatschappelijke participatie vrijwel onmogelijk. Het is daarom belangrijk dat kinderen goede en zelfstandige lezers worden. Nederlands begint met het vak lezen op de basisschool, van aanvankelijk lezen in groep 3, voortgezet technisch lezen en AVI-lezen tot jeugdliteratuur, boekpromotie en leesplezier. Alles op het gebied van lezen waarmee Amsterdamse basisschoolkinderen in groep 3, 4 en 5 (en veelal ook in de bovenbouw) te maken krijgen, komt op hoofdlijnen aan bod. Later komt begrijpend lezen aan de orde. Tekstbegrip is niet zomaar aan iedere leerling gegeven. Je moet daarom kunnen achterhalen waarom een leerling niet tot tekstbegrip komt. Vroeger was lezen een proces dat zich voornamelijk in stilte voltrok - na het lezen van een tekst moesten er op papier vragen beantwoord worden -, volgens de huidige didactiek moeten leerlingen hun denkprocessen en inzichten juist onder woorden leren brengen. Door als model te fungeren speel je hierin een zeer belangrijke rol. Essentieel voor tekstbegrip is een goede woordenschat. Daarom is het van groot belang dat je op de hoogte bent van de wijze waarop de taal gedurende de eerste tien levensjaren wordt verworven, en welke verschillen er zijn als Nederlands de tweede taal is en niet de moedertaal. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Leerdoelen vaktoets: Je kent de theorie van technisch en begrijpend lezen. Je kent de wetenschappelijke achtergrond van geletterdheid, informatieverwerking, functies van taal en tekstbegrip. Je kent op hoofdlijnen de inhoud van de kerndoelen, tussendoelen en leerlijnen die betrekking hebben op gevorderde geletterdheid. Je kent het belang en effect van woordenschatonderwijs voor alle vakken en leerstofgebieden. Je kent de theorie van het woordenschatonderwijs en -didactiek. Leerdoelen vakopdracht: Je kunt het leesklimaat in de stageklas beschrijven, analyseren en waarderen. Je kunt verschillen in leesgedrag tussen kinderen signaleren, benoemen, beschrijven (en zo mogelijk verklaren). Je kunt op grond van de leesprestaties van kinderen activiteiten bedenken en uitvoeren om hun leesgedrag te verbeteren of te optimaliseren. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 13

14 Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Nederlands op de pabo: terminologie Waar bestaat het vak Nederlands uit op de basisschool en hoe vertaalt zich dat naar het vak Nederlands op de pabo? 2. Boekpromotie en leesbevordering I We praten over onze ervaringen als kind met het lezen van kinderboeken. Op welke wijze praat jij met kinderen op een stimulerende manier over jeugdliteratuur? 3. Boekpromotie en leesbevordering II Als leerkracht lever je een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van een brede literaire smaak bij kinderen. 4. Geletterdheid: een definitie Wat verstaan we eigenlijk onder geletterdheid? En welke rol speelt geletterdheid in onze samenleving? 5. Geletterdheid: technisch lezen I Kinderen doorlopen verschillende fasen bij het leren lezen. Deze fasen worden in dit college behandeld. 6. Geletterdheid: technisch lezen II - leren lezen Kinderen moeten over verschillende vaardigheden beschikken om te leren lezen. 7. Geletterdheid: begrijpend lezen 1 Begrijpend lezen is veruit de belangrijkste vaardigheid die kinderen op de basisschool oefenen. In deze eerste les staat de theorie over deze vaardigheid centraal. 8. Geletterdheid: Begrijpend lezen 2 Begrijpend lezen is het leren kiezen en toepassen van de juiste strategie of strategieën. 9. Geletterdheid: Begrijpend lezen 3 Goede vragen kunnen kinderen helpen bij het begrijpen van een tekst. In deze les wordt een typologie van vragen besproken en geoefend. 10. Geletterdheid: Begrijpend lezen 4 Taal een zaak van alle vakken is een methodiek waarmee doelgericht gewerkt wordt aan kennis van de wereld en aan kennis van de taal. In deze les wordt deze methodiek uitgelegd en geoefend. 11. Geletterdheid: woordenschatonderwijs Hoe hoort een goede, didactische verantwoorde woordenschatles eruit te zien? Dat wordt in deze les besproken. 12. Geletterdheid: woordenschatonderwijs De toetsing van de woordenschat vindt, in het kader van het leerlingvolgsysteem, regelmatig plaats. In deze les wordt zo n toets besproken. Jouw activiteiten vooraf Je bestudeert Paus et al. (2014). Portaal. Hoofdstuk 1. Je bestudeert Paus et al. (2014). Portaal. Hoofdstuk 1. Je neemt jouw favoriete kinderboek mee naar de les. Je bestudeert kerndoel 9. Je bestudeert Paus et al. (2014). Portaal. Hoofdstuk 5. Je bestudeert Paus et al. (2014). Portaal. Hoofdstuk 5. Je bestudeert kerndoel 4a, (het domein lezen). Je bestudeert Förrer & Van de Mortel (2010). Lezen denken begrijpen! Hoofdstuk 1. Je bestudeert Förrer & Van de Mortel (2010). Lezen denken begrijpen! Hoofdstuk 3. Je bestudeert Förrer & Van de Mortel (2010). Lezen denken begrijpen! Hoofdstuk 4. Je bestudeert Förrer & Van de Mortel (2010). Lezen denken begrijpen! Hoofdstuk 5. Je bestudeert Paus et al. (2014). Portaal. Hoofdstuk 4. Je bestudeert Paus et al. (2014). Portaal. Hoofdstuk 4. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 14

15 Toetsing Vaktoets (schriftelijke toets) Op basis van 40 meerkeuzevragen en 4 antwoordmogelijkheden, wordt de toets als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) indien minimaal 67% van de vragen goed is beantwoord. Vakopdracht (product) Het product wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) als alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. Differentiatie naar hogere cijfers vindt plaats op basis van de mate waarin de prestaties op de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Studiemateriaal Förrer, M. & Mortel, K. van de (2010). Lezen... denken... begrijpen! Handboek begrijpend lezen in het basisonderwijs. Amersfoort: CPS. o Hoofdstuk 1. Begrijpend lezen. o Hoofdstuk 3. Strategieën voor begrijpend lezen. o Hoofdstuk 4. Instructie, organisatie en differentiatie. o Hoofdstuk 5. Teksten voor begrijpend lezen. Paus, H. (Red.) (2014). Portaal. Praktische taaldidactiek voor het basisonderwijs. Bussum: Coutinho. o Hoofdstuk 1. Taal en taalonderwijs. o Hoofdstuk 4. Woordenschatonderwijs. o Hoofdstuk 5. Geletterdheid: lezen. De tijdens de colleges behandelde onderwerpen, inclusief de bijbehorende presentaties en/of het ter beschikking gestelde materiaal, maken deel uit van de toetsstof. Op hoofdlijnen de inhouden van de kerndoelen 4 t/m 9, tussendoelen en leerlijnen die betrekking hebben op de deeldomeinen technisch lezen, begrijpend lezen en woordenschat. Zie: Het uitgereikte leerlijn- en tussendoelenoverzicht beginnende en gevorderde geletterdheid (specifiek voor de vakopdracht). Beschrijving van de vakopdracht Wie weleens een klas binnenloopt zal het zeker opvallen: tussen de leesgedragingen van kinderen zijn heel grote verschillen waar te nemen. Er zijn leerlingen die het liefst op ieder moment van de dag willen lezen, anderen houden er helemaal niet van en het kost de leerkracht vaak de nodige inspanning om ook deze kinderen aan het lezen te krijgen. Daarom is het van groot belang dat een leerkracht zorgt voor een goed leesklimaat in zijn of haar klas en ook zelf een voorbeeld voor de leerlingen is. Kennis van het kinderboek, weet hebben van de leesmotivatie en -prestaties van de leerlingen alsmede in staat zijn tot sturing van het leesproces gelden derhalve als professionele eisen. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 15

16 Opdracht Onderzoek en beschrijf het leesklimaat in de stageklas en portretteer aan de hand van hun leesgedrag drie kinderen (groep 3 t/m 8). Bij het schrijven van de portretten worden de leerlijnen leesmotivatie, technisch lezen en begrijpend lezen (bijlage 1 en 2) gehanteerd. Het uiteindelijke product heeft de vorm van een verslag bestaande uit verschillende onderdelen. Deel 1. Het leesklimaat in de stageklas. 1. Bestudeer op tule.slo.nl kerndoel 9: De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten en uit Portaal de relevante pagina s over het leesklimaat. 2. Observeer als dat kan enkele leeslessen. Richt je op de interactie tussen leerkracht en leerlingen. 3. Interview de stagementor. Stel zelf een vragenlijst op. Bevraag hem of haar over: de inrichting van de leesomgeving (denk ook aan de schoolbibliotheek); de vormgeving van het vrij lezen; de plaats van boekpromotielessen dan wel andere leesbevorderende activiteiten, bijvoorbeeld boekbesprekingen, de Kinderboekenweek, etc.; het voorlezen aan de klas; het technisch leesonderwijs; het onderwijs in begrijpend lezen; de registratie van de leesprestaties en vorderingen. 4. Werk vervolgens de beschrijving van het leesklimaat uit in 2 tot 3 A4. Baseer je tekst op eigen observaties en op het interview met de stagementor. Relateer je bevindingen aan wat je onder kerndoel 9 en in Portaal hebt gelezen. Noem een aantal opvallende verschillen en overeenkomsten tussen de theorie en de praktijk. Deel 2. Leesportretten. 1. Kies in overleg met je mentor of mentrix drie kinderen uit. Tussen het oudste en het jongste kind mag hooguit zes maanden leeftijdsverschil zitten. 2. Stel aan de hand van de leerlijnen leesmotivatie, technisch lezen en tekstbegrip een vragenlijst op en interview je mentor of mentrix over het leesgedrag van de drie gekozen kinderen. Doel van dat gesprek is te achterhalen wat zijn of haar beeld is van de leesprestaties en vorderingen van de drie kinderen. 3. Observeer de drie kinderen tijdens enkele leesactiviteiten. 4. Inventariseer indien dit wordt toegestaan wat er in het leerlingvolgsysteem over de leesprestaties en het leesgedrag van de drie onderhavige kinderen is opgenomen. 5. Stel aan de hand van de leerlijn leesmotivatie een vragenlijst op en interview de drie kinderen apart van elkaar over hun leesmotivatie en -gedrag. 6. Kies voor ieder kind een verhalende tekst uit die aansluit bij zijn of haar leesniveau. Vertel dat ze een (deel van de) tekst moeten voorlezen en geef ze vervolgens enige voorbereidingstijd. Laat vervolgens de tekst hardop verklanken en analyseer aan de hand van de leerlijn 2 het technisch leesvermogen (neem het voorlezen op met een geluidsdrager). Stel na afloop een aantal vragen over de tekst; zo wordt duidelijk of het kind het gelezene daadwerkelijk begrepen heeft. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 16

17 7. Onderzoek daarnaast als dat mogelijk is hun tekstbegrip, bijvoorbeeld aan de hand van gemaakt werk uit een methode of uit Nieuwsbegrip. 8. Portretteer de drie kinderen. Verwerk in de portretten wat de mentor verteld heeft, de antwoorden uit de interviews met de kinderen over hun leesmotivatie en -gedrag, de analyse van het technisch lezen, zo mogelijk de gegevens uit het leerlingvolgsysteem en het tekstbegrip. Relateer de leesprestaties en -motivatie nadrukkelijk aan de tussendoelen gevorderde of beginnende geletterdheid en ga in op de verschillen tussen wat de mentor aangeeft en wat jij waarneemt. Verwerk in elk van de drie portretten ook een activiteit waarmee het lezen wordt gestimuleerd of verder geoptimaliseerd. Let op: gebruik voor het vaststellen van de vaardigheid technisch lezen teksten die zich lenen voor expressief voorlezen, verhalende teksten dus; het is niet toegestaan met slechts een voorleestekst te werken; portretteer geen kinderen met dyslexie, ook niet als de mentor je dat vraagt. Deze problematiek vereist veel specifieke kennis en vaardigheden; geef de kinderen een fictieve naam of een voorletter; gebruik in geen geval hun eigen naam; zorg ervoor dat de nummers 5 en 6 van de werkwijze leesportretten in een rustige omgeving plaatsvinden, liefst buiten de klas; vertel de kinderen niet dat je het voorlezen opneemt, want dat veroorzaakt veelal extra spanning, met name bij de zwakkere voorlezers; de uitwerking wordt in een wordversie in de dropbox ingeleverd, niet als pdf; als voldoende beoordeelde producten worden opgenomen in het portfolio. Een geactualiseerd portfolio geldt als voorwaarde voor het functioneringsgesprek met de kerndocent aan het eind van het semester. Houd je portfolio zorgvuldig bij. Portfolioproducten Het tenminste als voldoende beoordeelde eindproduct van de vakopdracht wordt door de student opgenomen in het portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 17

18 3.2 Titel: EV Nederlands SIS omschrijving (deel)tentamens EV Nederlands toets digitaal INLEIDING Het is belangrijk dat een leerkracht foutloos kan spellen en vaardig is in het redekundig en taalkundig ontleden van zinnen. Spelfouten op het bord, taal- of stijlfouten in s, notulen, brieven naar ouders of in de tekst op het rapport van een kind mogen niet voorkomen. Vanzelfsprekend moet een leerkracht boven de leerstof staan om spelling en grammatica goed aan kinderen te kunnen uitleggen. In het eerste jaar leg je daarom een toets over de basisvaardigheden spelling, formuleren, interpunctie, redekundig en taalkundig ontleden af. Over deze stof zal geen college worden verzorgd; de voorbereiding is een programma van zelfstudie. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je hebt kennis van de spellingregels van het Nederlands, de interpunctie, de correcte wijze van formuleren alsmede de regels voor redekundig ontleden (zinsdelen) en taalkundig ontleden (woordsoorten). Je kunt die kennis in voldoende mate tijdens de studie en in de stagepraktijk inzetten. Toetsing De eigen vaardigheid Nederlands wordt getoetst met een digitale meerkeuzetoets, bestaande uit 150 vragen. In het eerste jaar zijn er drie mogelijkheden. Voor het behalen van een voldoende resultaat (128 vragen correct) moet je minimaal een score behalen die gelijk staat aan het cijfer 5,5. Studiemateriaal (aanbevolen) Weerdt, H. de (2008). De Taaltoets-pabo haal je zo. Bussum: Coutinho. Taalspreekuur voor studenten van FOO Heb je moeite met het formuleren van goedlopende zinnen? Lukt het je niet om een tekst met een goede opbouw te schrijven? Krijg je kritiek op de leesbaarheid van je verslag? Is het lezen van lange teksten een probleem? Heb je een presentatie, maar weet je niet hoe je het aan moet pakken? Heb je je verslag teruggekregen met rode strepen? Tijdens het taalspreekuur krijg je op afspraak advies van een docent Nederlands. Samen kan gekeken worden naar bijvoorbeeld de feedback op je werkstuk, naar de opbouw van je tekst, naar je formuleringen of schrijfwijzen, naar leesstrategieën bij teksten of naar de uitvoering van je presentatie. Elke week is er een taalspreekuur voor studenten van DOO. Je kunt je hiervoor aanmelden als je een specifieke taalvraag hebt. Het is belangrijk dat je werk mailt met voorbeelden van jouw taalprobleem. Kijk voor meer informatie op de schermen en op foo.mijnhva.nl. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 18

19 3.3 Titel: Rekenen en wiskunde - HG SIS omschrijving (deel)tentamens Vaktoets Rekenen/Wiskunde HG TS Vakopdracht Rekenen/Wiskunde HG PD INLEIDING Het domein hele getallen wordt in twee collegereeksen aangeboden: in het eerste deel wordt het onderdeel hele getallen onderbouw behandeld (blok 1.1), in het tweede deel (blok 1.2) staat het domein hele getallen bovenbouw centraal. Vanaf groep 1 zijn de leerlingen bezig met het ontwikkelen van hun gecijferdheid. In groep 1-2 noemen we dat ontluikende en beginnende gecijferdheid. In de vakcolleges van rekenen-wiskunde en didactiek staat de didactische begeleiding van de ontwikkeling van leerlingen van groep 1 tot en met groep 8 centraal. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: (ontluikende) gecijferdheid, tellen en telontwikkeling, het optellen en aftrekken tot 10, 20 en 100, tafeldidactiek, het leren van de algoritmen voor optellen, aftrekken vermenigvuldigen en delen en het uitbreiden van het getalbegrip boven de 100 in de richting van hoofdrekenen, schattend rekenen en schriftelijk rekenen. Bij hele getallen in de bovenbouw hoort ook het didactisch gebruik van de zakrekenmachine en het onderhouden van de basisvaardigheden. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Leerdoelen vaktoets: Je kent de wiskundige domeinen van het curriculum rekenen en wiskunde op de basisschool. Je kent de didactische achtergronden van het domein hele getallen voor de onder- en de bovenbouw (1-8), en kan deze herkennen en beschrijven in praktijksituaties. Je kent de didactische opbouw context, model, formeel. Je kunt leerlingen rekenstrategieën aanreiken om rekenproblemen aan te pakken binnen het rekendomein hele getallen en weet hoe niveauverhogingen te bewerkstelligen. Je weet hoe basisvaardigheden in de midden- en bovenbouw onderhouden kunnen worden en je kunt het belang hiervan onderbouwen. Leerdoelen vakopdracht: Je kunt de beginsituatie van een leerling bepalen op basis van reeds aanwezige gegevens over de leerling op het gebied van hele getallen. Je kunt een les hele getallen ontwerpen op basis van de leerlijn hele getallen. Je kunt op passende wijze inhoud geven aan context, model, formeel in de lesinhoud van de verschillende lesfasen. Je kunt de lesinhoud van een les afstemmen op de beginsituatie van een leerling binnen het domein hele getallen. Je kunt aangeven wat je eigen aandeel is geweest in het al dan niet behalen van de lesdoelen. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 19

20 Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Een rekenles op de basisschool In deze les maak je kennis met het vak rekenen op de basisschool. Welke onderdelen komen aan bod en hoe geef ik een rekenles? We behandelen de verschillende domeinen, de didactische opbouw van een rekenles en jouw rol als leerkracht. Tevens wordt in dit eerste college de vakopdracht toegelicht. 2. Ontluikende gecijferdheid en getalbegrip Getallen hebben verschillende betekenissen. Hoe ervaren jonge kinderen getallen en hoeveelheden? En hoe krijgen peuters en kleuters geleidelijk besef van deze verschillende betekenissen? Deze vragen staan centraal in dit college. Vervolgens behandelen we de verschillende vormen van tellen. Als je kunt tellen, betekent dit namelijk nog niet dat je ook weet hoeveel iets is. Het leerproces om dit te bereiken wordt ook behandeld. 3. Peilen van getalbegrip Om inzicht te krijgen in de rekenontwikkeling van jonge kinderen wordt er gebruik gemaakt van peilingsspelletjes. In dit college ga je zelf aan de slag met deze spelletjes en leer je hoe je getalbegrip bij kleuters kunt peilen. 4. Rekenen tot 10 en 20 In groep 3 leren de leerlingen optellen en aftrekken tot 20. Hiervoor zijn een leerlijn en veel materialen beschikbaar, die in dit college worden behandeld. 5. Rekenen tot 100 In groep 4 en 5 worden de getallen waarmee gerekend wordt steeds groter. Gebruik maken van contexten, modellen en materialen blijft hierbij belangrijk. In dit college wordt de didactische opbouw van het optellen en aftrekken tot 100 behandeld. 6. Tafeldidactiek Kennis van de tafels is de basis voor onder andere cijferen en het werken met breuken. Daarom wordt er op de basisschool veel tijd aan besteed. De didactiek van realistisch rekenen probeert dat zo efficiënt mogelijk te doen. In dit college wordt deze didactiek toegepast op tafels. 7. Hoofdrekenen Binnen het domein hele getallen in de bovenbouw neemt hoofdrekenen een belangrijke plaats in. In deze les worden de drie vormen van hoofdrekenen behandeld. Tevens komen de eigenschappen van de bewerkingen aan bod. 8. Basisvaardigheden Achterstanden bij rekenen kunnen verschillende oorzaken hebben. Uit recent onderzoek komt naar voren dat het niet goed beheersen van de basisvaardigheden een grote invloed kan hebben op de rekenvaardigheid van leerlingen. Dit college gaat over het belang van basisvaardigheden. Je leert daarnaast hoe je leerlingen op speelse wijze de basisvaardigheden kunt laten oefenen en onderhouden. 9. Kolomsgewijs en cijferend optellen en aftrekken Binnen het domein hele getallen in de bovenbouw valt ook het schriftelijk rekenen. Dit wordt opgebouwd van kolomsgewijs naar cijferend rekenen. Deze les richt zich op de leerlijn van kolomsgewijs naar cijferend rekenen binnen optel- en aftrekopgaven. Jouw activiteiten vooraf Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 2. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 2. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 3. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 4.1 en 4.2. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 4.3. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 5.2. Danhof, W., Bardstra, P. & Hofsetter, W. (2014). Rekendrempels nemen. Een goede basis voor het leren hoofdrekenen. Volgens Bartjens 34 (3), p.4-7. Noteboom, A. (2014). Juf, laat mij het mezelf leren! Automatiseren en memoriseren van de basisvaardigheden rekenen. Volgens Bartjens 34 (1), p Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 5.3. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 20

21 10. Kolomsgewijs en cijferend vermenigvuldigen en delen Deze les is een vervolg op de vorige les en richt zich op de leerlijn van kolomsgewijs naar cijferend rekenen binnen vermenigvuldig- en deelopgaven. 11. Schattend rekenen, rekenen met de rekenmachine en combinatoriek Bij rekenen gaat het vaak om het vinden van de exacte uitkomst. De rekenmachine is niet meer weg te denken uit de maatschappij. Ook in het basisonderwijs wordt de rekenmachine gebruikt in de groepen 7 en 8. Dit vraagt om een goede aanpak. Er zijn echter ook veel situaties waarin precies rekenen niet kan of niet nodig is, omdat je alleen maar een schatting wilt weten. In deze les wordt aandacht besteed aan hoe je kinderen in de bovenbouw kunt leren schatten. Het beschikken over een set referentiematen en handige rekenstrategieën is hierbij erg belangrijk. Ook komt het verstandig gebruik van de rekenmachine aan bod. Tot slot is er in deze les aandacht voor het onderzoeken van getallen en het ontdekken van verbanden tussen getallen. Inzicht in de getallen en de getalrelaties en het hebben van gevoel voor getallen vergroten namelijk de rekenvaardigheid van kinderen in de bovenbouw. 12. Hele getallen en verbanden & afronding (responsiecollege) Voor het domein verbanden is (nog) geen doorlopende leerlijn uitgewerkt, terwijl iedereen vrijwel dagelijks in aanraking komt met informatie die schematisch is weergegeven. Vaak gaat het bij de getalsmatige informatie binnen dit domein over hoeveelheidsgetallen, zoals bezoekersaantallen of om meetgetallen zoals bedragen of tijdstippen. Er bestaat een belangrijke samenhang tussen de domeinen hele getallen, verbanden en meten. Een deel van de bijeenkomst zal gaan over hoe je leerlingen betekenis kunt laten verlenen aan verschillende visuele representaties en hoe je leerlingen gegevens kunt laten beschrijven. Een groot deel van deze laatste les zal in het teken staan van de afronding van de module. Er wordt een proeftoets aangeboden en er zal gelegenheid zijn vragen te stellen over de uitgevoerde vakopdracht. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 5.4, 5.5 & 5.6. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 5.4, 5.5 & 5.6. Hele getallen. Reken-wiskundedidactiek. Van Zanten et al. (2014). Hoofdstuk 6.2. Toetsing Vaktoets (schriftelijke toets) Op basis van 40 meerkeuzevragen en 4 antwoordmogelijkheden, wordt de toets als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) indien minimaal 67% van de vragen goed is beantwoord. Vakopdracht (product) Het product wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) als alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. Differentiatie naar hogere cijfers vindt plaats op basis van de mate waarin de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 21

22 Studiemateriaal Brom-Snijders, P. van den, Bergh, J. van den, Hutten, O. & Zanten, M. van (2014). Hele Getallen. Rekenwiskundedidactiek. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff. o Hoofdstuk 2: Ontluikende gecijferdheid. o Hoofdstuk 3: Aanvankelijk rekenen. o Hoofdstuk 4: Basisbewerkingen. o Hoofdstuk 5: Rekenen-wiskunde met hele getallen in de bovenbouw. o Hoofdstuk 6.2: Hele getallen en verbanden op de basisschool. De tijdens de colleges behandelde onderwerpen, inclusief de bijbehorende presentaties en/of het ter beschikking gestelde materiaal, maken deel uit van de toetsstof. Beschrijving van de vakopdracht Kies een leerling (gemiddeld of zwak) uit je stageklas. Kies een onderdeel van het domein hele getallen (bijvoorbeeld getalbegrip, optellen tot 20, vermenigvuldigen, schattend rekenen). Beschrijf het ontwikkelingsniveau van de leerling met betrekking tot het gekozen onderdeel. o Gebruik hiervoor de leerlijn, het leerlingvolgsysteem, leerlingwerk, (methodegebonden) toetsen, (participerende) observatie, etc. o Ontwerp op basis hiervan minimaal drie opgaven die je aan de leerling gaat voorleggen. o Leg de opgaven voor aan de leerling en vraag de leerling alle denkstappen te noteren. Vraag de leerling waar nodig om verduidelijking. o Analyseer de uitwerkingen. Wat kan de leerling wel en wat nog niet? Waar staat de leerling op de leerlijn? Verantwoord je analyse met behulp van bovenstaande. Ontwerp op basis van het vastgestelde ontwikkelingsniveau een les voor de hele klas. Je kunt eventueel een bestaande les als uitgangspunt nemen. Geef de les aan je stageklas. Schrijf een reflectie op de gegeven les. Betrek bij deze reflectie je eigen handelen en de (reken)doelen van deze les. CRITERIA VAKOPDRACHT Beschrijving ontwikkelingsniveau leerling. Beschreven wordt waar de leerling volgens de leerlijn hele getallen zou moeten zitten. Aan de hand van voorbeelden (bijvoorbeeld toetsopgaven of leerlingwerk) wordt aangegeven hoe het niveau van de leerling zich verhoudt tot die leerlijn. Er wordt beschreven wat de leerling kan en wat hij niet kan. Lesontwerp De les bevat minimaal 1 productdoel gerelateerd aan het ontwikkelingsniveau van de leerling en een doel op lange termijn. Duidelijk wordt gemaakt hoe de les (doelen en lesinhoud) aansluit op de beginsituatie van de onderzochte leerling. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 22

23 Er wordt gebruik gemaakt van passende contexten en modellen. De lesinhoud stuurt aan op het behalen van de lesdoelen. De focus van de lesinhoud ligt bij het aanleren en bespreken van strategieën. De les is betekenisvol voor de onderzochte leerling. De vragen die aan de leerlingen worden gesteld, worden letterlijk uitgeschreven. De les wordt uitgewerkt in het HvA-lesvoorbereidingsformulier en bestaat uit drie lesfasen. Reflectie Beschrijf/ verantwoord of de lesdoelen behaald zijn en wat jouw aandeel hierin was. Geef aan wat gewerkt heeft in de les en wat niet werkte. Bedenk voor wat niet werkte handelingsalternatieven. Geef een reflectie op de inzet van de gebruikte contexten en modellen. Portfolioproducten Het tenminste als voldoende beoordeelde eindproduct van de vakopdracht wordt door de student opgenomen in het portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 23

24 3.4 Titel: EV Rekenen/Wiskunde SIS omschrijving (deel)tentamens EV Rek/Wisk toets digitaal INLEIDING In jaar 1 maak je de WISCAT-pabotoets. Deze toets heeft als doel vast te stellen of je kunt rekenen op het niveau van groep 8+. Het gaat hierbij om alle domeinen van het rekenen. De toets start met een gedeelte hoofdrekenen, waarbij geen aantekeningen gemaakt mogen worden, en de sommen binnen korte tijd gemaakt moeten worden. Tijdens de bijeenkomsten werk je zowel aan het automatiseren (vlot opgaven kunnen oplossen), als aan begripsvorming en rekenstrategieën. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt hoofdrekenen op het niveau van groep 8+. Je kunt omgaan met grote en kleine getallen, positief, negatief en ook kommagetallen/breuken. Je kunt globaal benaderend rekenen en schattend gebruikmaken van een set referentiematen. Je kunt op reflectieve wijze zijn eigen oplossingen en die van anderen analyseren, dat wil zeggen aangeven hoe gerekend is en de procedure controleren op juistheid en dit categoriseren op oplossingsniveau en strategie. Je kunt de context, het model en de formele oplossing in uitwerkingen herkennen en hanteren. Toetsing Deze onderwijseenheid wordt getoetst middels de wiscattoets. De HvA norm voor een voldoende ligt op een wiscatscore van 115 (cijfer is dan 5,5). Deze score is hoger dan het landelijk gemiddelde voor een voldoende. Studiemateriaal Bergh, J. van den, Brom-Snijders, P. van den, Hutten, O. & Zanten, M. van (2012). Reken Wijzer. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 24

25 3.5 Titel: Onderzoekend leren SIS omschrijving (deel)tentamens Vaktoets Onderzoekend leren TS Vakopdracht Onderzoekend leren PD INLEIDING In dit studieonderdeel maak je een start met het verwerven van de basisvaardigheden die benodigd zijn voor het kunnen voorbereiden en uitvoeren van praktische werkvormen in de klas en welke essentieel zijn voor het geven van lessen biologie, natuurkunde en techniek. Op welke manier zijn deze vakken op de basisschool vormgegeven en wat houden ze eigenlijk in? We behandelen de leerlijnen voor deze vakken en de praktische uitwerking hiervan in de klas, voor zowel kennis, vaardigheden als attitude. De nadruk hierbij ligt op de N&T-didactiek van onderzoekend leren. De aangeboden werkvormen zijn direct inzetbaar in de stagepraktijk. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Leerdoelen vaktoets: Je kent de leerstof van het subdomein natuur & techniek en de ordening daarvan in doorlopende leerlijnen voor groep 1 t/m groep 8. Je kent de belangrijkste praktische werkvormen van onderwijs in natuur & techniek. Je kent de didactiek van natuurbeleving en natuur- en milieu-educatie (NME) en de achterliggende theorie daarvan. Je kent de didactiek van onderzoekend leren en de achterliggende theorie daarvan. Leerdoelen vakopdracht: Je kunt natuur- en/of techniekonderwijs ontwerpen waarbij de bijbehorende natuurwetenschappelijke en/of technische kennis op leerkrachtniveau wordt beschreven. Je kunt in het ontwerpen en uitvoeren van het onderwijs op adequate wijze gebruikmaken van de didactiek van onderzoekend leren en dit verantwoorden vanuit de vakliteratuur. Je kunt in het ontwerpen en uitvoeren van het onderwijs in voldoende mate aandacht besteden aan organisatorische aspecten zoals lesplanning en de inzet van materialen. Je kunt de uitvoering van het ontwerp evalueren met betrekking tot de behaalde leerdoelen, de gehanteerde didactiek en de organisatie van het onderwijs. Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Waarnemen We gebruiken een practicum voor een kennismaking met de centrale doelstelling van natuuronderwijs en we besteden daarbij aandacht aan de leerlijnen natuur en techniek. 2. Praktische werkvormen biologie (1) We gaan in op de samenhang tussen doen en denken en het verschil tussen gesloten en open werkvormen. Hierna passen we deze theorie toe bij het oefenen van enkele van deze werkvormen. Jouw activiteiten vooraf De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Inleiding, hoofdstuk 1 t/m 4. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Hoofdstuk 5 t/m 8. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 25

26 3. Praktische werkvormen biologie (2) Tijdens deze bijeenkomst worden wederom enkele praktische werkvormen doorlopen. Ook besteden we aandacht aan het repeteren van de basisdidactiek. 4. Practicumvaardigheden natuurkunde (1) In deze bijeenkomst wordt N&T geïntroduceerd aan de hand van het onderwerp geluid. Hierbij komen verschillende practicumvormen voorbij. Bovendien worden veel voorkomende misconcepten over natuurkunde behandeld. 5. Practicumvaardigheden natuurkunde (2) In deze bijeenkomst bespreken we onderzoekend leren aan de hand van het onderwerp drijven en zinken. Ook wordt er aandacht besteed aan hoe je een onderwerp kunt aanpassen voor verschillende groepen. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H1 en 2. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Hoofdstuk 9 en 10. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H3 en 4. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Hoofdstuk 9 en 10. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H5, 6 en 7. Graft, M. van, Kemmers, P. (2007). Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek, Stichting Platform Bèta Techniek, Den Haag. Downloaden via: Ontwerpend-Leren-bij-Natuur-en-Techniek.-Basisdocument-over-dedidactiek-v.aspx De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Hoofdstuk 6, 7, Practicumvaardigheden natuurkunde (3) In deze bijeenkomst gaan wij verder de diepte in met verschillende practicumvormen en onderzoekend leren voor natuurkunde. De rol van vragen stellen bij natuuronderwijs wordt ook behandeld. 7. Kennismaking ANMEC Deze les bestaat uit een excursie naar het Amsterdams NMEcentrum (ANMEC), alwaar we dieper ingegaan op de didactiek van natuurbeleving, natuur- en milieu-educatie (NME) en de mogelijkheden voor praktische ondersteuning van natuuronderwijs in Amsterdam. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H5, 6 en 7. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Hoofdstuk 12. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H5, 6 en 7. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs H 18 en 25. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H4. 8. Onderzoekend leren bij biologie (1) Er wordt kennisgemaakt met de natuurwetenschappelijke onderzoeksmethode. Middels het opzetten van een experiment wordt deze methode vervolgens toegepast in de praktijk. 9. Onderzoekend leren bij biologie (2) Tijdens deze les zal de uitkomst van het experiment gekoppeld worden aan de didactiek van onderzoekend leren. We besteden ook aandacht aan de theoretische onderbouwing van de vakopdracht Mens en Wereld 1.1. Van Graft et al. (2016). Wetenschap & technologie in het basis- en speciaal onderwijs. Richtinggevend leerplankader bij het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld. SLO, Enschede. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: lijst met veel voorkomende misconcepten binnen de natuurwetenschappen. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H Werkvormen, didactische aanpakken en leerlijnen Verschillende manieren om N&T in te delen en aan te bieden worden bekeken en uitgewerkt. Ook komt er aan bod hoe je aan materiaal komt. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. Hoofdstuk 10 Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H5, 6 en 7. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 26

27 11. Robotica in het Primair Onderwijs Oud EU-commissaris Neelie Kroes noemt programmeren een belangrijke vaardigheid voor de 21ste eeuw. Het programmeren van robots is een mooie manier om hiermee aan de slag te gaan. Deze bijeenkomst geeft je de mogelijkheid om bekend te raken met programmeren. 12. Sterrenkunde in de Klas Er is zeer veel lesmateriaal over sterrenkunde voor het primair onderwijs. Leerlingen vinden dit thema interessant, maar hoe vind je materiaal dat geschikt is? In deze bijeenkomst beoordelen we verschillende lespakketten en is er ruimte om vragen over sterrenkunde te stellen. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. H 10, 12, 17 Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H6. De Vaan & Marell (2012). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs. H 20. Vakinhoudelijke kennis vereist op het niveau van: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk, H 7. Toetsing Vaktoets (schriftelijke toets) Op basis van 40 meerkeuzevragen en 4 antwoordmogelijkheden, wordt de toets als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) indien minimaal 67% van de vragen goed is beantwoord. Vakopdracht (product) Het product wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) als alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. Differentiatie naar hogere cijfers vindt plaats op basis van de mate waarin de prestaties op de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Studiemateriaal Ten behoeve van de toetsen: Vaan, E. de & Marell, J. (2012). Praktische didactiek voor natuuronderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho. o Hoofdstuk 1: Waarover gaat natuuronderwijs? o Hoofdstuk 2: Doen en denken o Hoofdstuk 3: Waarnemen o Hoofdstuk 5: Onderwijsleerstijlen bij natuuronderwijs o Hoofdstuk 6: Onderzoekend en ontdekkend leren o Hoofdstuk 7: Jonge kinderen en natuuronderwijs o Hoofdstuk 8: Natuurbeleving o Hoofdstuk 9: Stap voor stap: structuur in de les o Hoofdstuk 10: Werkvormen met echt materiaal o Hoofdstuk 12: Vragen bij natuuronderwijs Kerndoelen en leerlijnen domein Oriëntatie op Jezelf en de Wereld : 39 t/m 46. Via website: De tijdens de colleges behandelde onderwerpen, inclusief de bijbehorende presentaties en/of het ter beschikking gestelde materiaal, maken deel uit van de toetsstof. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 27

28 Aanbevolen literatuur om de (vereiste) vakinhoudelijke kennis op peil te houden: Kersbergen, C. & Haarhuis, A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk. Bussum: Uitgeverij Coutinho. Aanbevolen literatuur i.v.m. de vakopdracht: Vaan, E. de & Marell, J. (2012). Praktische didactiek voor natuuronderwijs. Bussum: Coutinho Graft, M. van & Kemmers, P. (2007). Onderzoekend en Ontwerpend Leren bij Natuur en Techniek. Den Haag: Stichting Platform Bèta Techniek. Downloaden via: Ontwerpend-Leren-bij-Natuur-en-Techniek.-Basisdocument-over-de-didactiek-v.aspx Graft, M., Klein Tank, M. & Beker, T. (2016). Wetenschap & technologie in het basis en speciaal onderwijs. Richtinggevend leerplankader bij het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld. Enschede: SLO. Kerndoelen en leerlijnen Oriëntatie op Jezelf en de Wereld 39 t/m 46. Via website: Beschrijving van de vakopdracht Bij deze vakopdracht ontwerp je een natuur- en/of techniekles die aansluit bij het niveau en het soort onderwijs van de stageklas. Hierbij dien je zowel de gehanteerde vakdidactiek als de vakinhoud te verantwoorden aan de hand van de aangeboden theorie. Vervolgens voer je dit ontwerp uit in de praktijk en je evalueert het resultaat. Het uitvoeren en evalueren van het lesontwerp tijdens de stage draagt bij aan de ontwikkeling van je vakinhoudelijke, didactische en organisatorische competenties. Het eindproduct bestaat uit een verslag, waarin tenminste aandacht is besteed aan de volgende onderdelen: Beschrijving leerlijn: veronderstelde beginsituatie en te verwezenlijken product- en procesdoelen en beschrijving van de te behandelen leerstof op leerkrachtniveau. Verantwoording van het lesontwerp vanuit de aangeboden vakdidactiek van onderzoekend leren. Lesontwerp bestaande uit een beschrijving van de verschillende lesfasen (incl. tijdsplanning) en organisatorische aspecten zoals klassenopstelling, werkvormen en materialen. Didactische aanwijzingen ten aanzien van de inzet van materialen en het stellen van denk-stimulerende vragen. Evaluatie van de les en de daarbij behaalde doelen, inclusief feedback van stagementor, opleider-in-school en/of stagedocent. Portfolioproducten Het tenminste als voldoende beoordeelde eindproduct van de vakopdracht wordt door de student opgenomen in het portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 28

29 3.6 Titel: Muziek SIS omschrijving (deel)tentamens Vaktoets Muziek TS Vakopdracht Muziek PD EV Muziek OD INLEIDING Op de Nederlandse basisschool kent het vak muziek een traditie waarbij het zingen centraal staat. Daarnaast is er sinds de invoering van de kerndoelen een ontwikkeling zichtbaar waarbij er aandacht is voor het luisteren naar muziek, spelen op instrumenten, bewegen op muziek en het lezen en noteren van muziek. Specifieke effecten van muziekonderwijs op de ontwikkeling van kinderen vinden we terug in de doelstellingen van muziekmethodes, zoals de ontwikkeling van een muzikaal gehoor en het vergroten van de expressieve mogelijkheden van kinderen door zich zingend en spelend met muziek te leren uiten. In dit studieonderdeel verdiep je je in de theorie van het klank-vorm-betekenis-model en de daarbij behorende domeinen, gebaseerd op de kennisbasis van het vak muziek. Vanuit deze theorie leer je een relatie te leggen met de methodiek en didactiek van het vak muziek op de basisschool. Je bestudeert de functie en betekenis van muziek in de samenleving en kent de bijdrage van het vak muziek aan de ontwikkeling van kinderen. Je ontwikkelt eigen muzikale vaardigheden om het vak muziek in je stageklas aan te kunnen bieden. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Leerdoelen vaktoets: Je kent de vijf domeinen en het klank-vorm en betekenismodel van het vak muziek. Je kent de begrippen productie, reproductie, receptie en reflectie in relatie tot de vijf domeinen van muziek. Je kent vanuit de vijf domeinen diverse didactische werkvormen voor muzieklessen in de onderbouw, middenbouw en bovenbouw van de basisschool. Je kent basale methodieken voor het vak muziek in de basisschool. Je kent diverse theorieën over de muzikale ontwikkeling in relatie tot andere ontwikkelingsgebieden. Leerdoelen vakopdracht: Je kunt een koppeling maken tussen beginsituatie, productdoelen, leerlijnen en kerndoelen van muziekonderwijs. Je kunt aan de hand van de vijf domeinen en het klank-vorm en betekenismodel in je les tot kennisoverdracht komen. Je kunt keuzes voor de inhoud van je muziekles verantwoorden op basis van de ontwikkelingsfase van de betreffende leeftijdsgroep. Je kunt in de reflectie op je lesuitvoering verbinding leggen tussen doelen, lesuitvoering en vervolgstappen. Leerdoelen eigen vaardigheid: Je kunt een eenstemmig lied en canon op de juiste toonhoogte zingen. Je kent het voorgeschreven liedrepertoire. Je kunt op een eigen gekozen instrument een maatbegeleiding en/of ritmische begeleiding uitvoeren. Je kunt een klankspel ontwerpen, vastleggen en uitvoeren. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 29

30 Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Muziek op de basisschool In een eerste kennismaking met het vak muziek op de basisschool. 2. Zingen op de basisschool Eigen vaardigheid zingen; liedrepertoire opbouwen; methodiek didactiek. 3. Muziek maken en zingen Liedbegeleiding; liedversiering; zingen; instrumenten. 4. Luisteren Luisteren naar muziek in de basisschool; doelen en leerlijnen; werkvormen. 5. Muziek noteren Diverse notatiewijzen; eenvoudig notenschrift; methodiek didactiek; zingen en spelen. Jouw activiteiten vooraf Hoofdstuk 1: Muziek Meester Hoofdstuk 2: Muziek Meester Hoofdstuk 4: Muziek Meester Hoofdstuk 3: Muziek Meester Hoofdstuk 5: Muziek Meester 6. Klank en Vorm Hoofdstuk 7 en 8: Muziek Meester Klankaspecten; compositievormen; werkvormen. 7. Zingen vervolg Hoofdstuk 2: Muziek Meester 8. Muziek maken vervolg Hoofdstuk 4: Muziek Meester 9. Muziek luisteren vervolg Hoofdstuk 3: Muziek Meester 10. Muziek noteren vervolg Hoofdstuk 5: Muziek Meester 11. Klank en Vorm vervolg Hoofdstuk 7 en 8: Muziek Meester 12. Slotles Toetsing Vaktoets (schriftelijke toets) Op basis van 40 meerkeuzevragen en 4 antwoordmogelijkheden, wordt de toets als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) indien minimaal 67% van de vragen goed is beantwoord. Vakopdracht (product) Het product wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) als alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. Differentiatie naar hogere cijfers vindt plaats op basis van de mate waarin de prestaties op de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Toets eigen vaardigheid (opdracht) De opdracht wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) als alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. Differentiatie naar hogere cijfers vindt plaats op basis van de mate waarin de prestaties op de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 30

31 Studiemateriaal Lei, R. van de, Noordam, L. & Haverkort, F. (2015). Muziek Meester. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff. Hoofdstuk 1: Muziek op de bassischool Hoofdstuk 2: Zingen Hoofdstuk 3: Luisteren Hoofdstuk 4: Muziek maken Hoofdstuk 5: Muziek lezen en noteren Hoofdstuk 7: Klank Hoofdstuk 8: Vorm Hoofstuk 10: Muziek, school en cultuur (eventuele verdiepingsstof, wordt niet getoetst) Beschrijving van de vakopdracht Je onderzoekt je eigen beginsituatie eigenvaardigheid en didactiek en de beginsituatie van je stageklas en ontwerpt: Een les met een liedaanbieding. Een les vanuit een van de andere domeinen (muziek maken, luisteren, bewegen, noteren). Je maakt een filmopname van je muziekles en reflecteert op de voorbereiding en de uitvoering van de les. Beschrijving van de toets eigenvaardigheid Tijdens de toets eigenvaardigheid wordt het liedrepertoire, de liedbegeleidingsvormen en het ontwerp van een klankspel getoetst. Portfolioproducten Het tenminste als voldoende beoordeelde eindproduct van de vakopdracht wordt door de student opgenomen in het portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 31

32 3.7 Titel: Cultuurproject 1 SIS omschrijving (deel)tentamens: Cultuuronderwijs 1 PD INLEIDING Iedereen is een drager van de cultuur waarin hij geboren is en waarin hij samen met anderen leeft. Als (aankomend) leerkracht ben je een cultuuroverdrager pur sang. Het zelfbewust worden van jouw eigen cultuurdragerschap vormt een belangrijke basis tot het professionele culturele zelfbewustzijn van de leerkracht. Je neemt jouw eigen culturele bagage en identiteit daar in mee. Met het oog op jouw ontwikkeling tot cultuurdrager binnen je rol als leerkracht neem je in jaar 1 en 2 deel aan twee cultuurprojecten. Tijdens de cultuurprojecten in het eerste jaar onderzoek je je eigen beginsituatie over cultuur, verken je het culturele veld aan de hand van excursies, bestudeer je het cultuureducatieve aanbod van culturele instellingen, begin je een visie op cultuuronderwijs te ontwikkelen en maak je de vertaalslag naar cultuureducatieve activiteiten in je stageschool. In het eerste jaar van de opleiding staat het thema Cultuur en ik centraal en word je je bewust(er) van de invloed van jouw achtergrond op jouw persoonlijke, professionele ontwikkeling tot leerkracht. In de grootstedelijke context van Amsterdam krijg je als leerkracht te maken met verschillende culturele achtergronden van kinderen en ook de scholen en wijken kennen diversiteit aan culturele levensstijlen. Daarnaast biedt de stad door het rijke aanbod van culturele instellingen als musea, theaters, muziekinstellingen etc. - verschillende mogelijkheden om in het kader van cultuuronderwijs samen te werken. Tijdens de cultuurprojecten is er een aanbod van cultuureducatieve activiteiten, zowel in de opleiding als in Amsterdam. Daarnaast werk je zelfstandig (of met anderen) aan (zelfstudie)opdrachten. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je bent je bewust van de wijze waarop je het vak van leerkracht gaat uitoefenen wordt beïnvloed door de context en cultuur waarin je leeft. Je kunt de inzichten en ervaringen die je hebt opgedaan in de cultuurprojectweken verbinden met theoretische inzichten op het gebied van cultuuronderwijs. Je kunt de ervaringen die je zelf hebt opgedaan in het cultuurproject vertalen naar onderwijsactiviteiten voor leerlingen basisonderwijs. Je kunt aangeven waar jij staat in je persoonlijk-professionele ontwikkeling ten aanzien van cultuurdrager en cultuuroverdrager zijn, cultuur en cultuuronderwijs; erfgoed, media en burgerschap. Activiteiten in projectweek 1 De activiteiten in het kader van het cultuurproject vinden plaats op woensdagmiddag en donderdagavond. Deeltijd 1 en deeltijd 2 volgen hetzelfde programma rondom het thema Media: wat is wijsheid? Het cultuurproject vindt plaats tússen blok 1 en blok 2, het markeert als het ware de afronding van blok 1 en de start van blok 2. Er wordt uitgegaan van een actieve deelname van alle studenten. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 32

33 Toetsing In cultuurweek 1 werk je aan een product. De opdracht wordt beoordeeld aan de hand van beoordelingscriteria. Aanwezigheid en actieve deelname tijdens de cultuurprojecten is onderdeel van de beoordeling. Studiemateriaal Heusden, B.P. van, Tans, J.P.M. & Rass, M.G. (2016). Cultuur, Basis voor cultuuronderwijs. Bussum: Coutinho. Hoeven, M. van der, Jacobse, A., Lanschot Hubrecht, V. van, Rass, A., Roozen, I., Sluijsmans, L. & Vorle, R. van de (SLO). Hoofdstuk 3: Copini, E., Dorsten, T. van & Ekster, W. (Kunsten, Cultuur en Media, Rijksuniversiteit Groningen) (2014). Cultuur in de Spiegel in de praktijk. Een leerplankader voor cultuuronderwijs. SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling): Enschede. Te downloaden via: Beschrijving van de opdracht Tijdens het cultuurproject ontvang je een opdracht die je deels individueel, deels samen met medestudenten uitvoert. De opdracht wordt door de kerndocenten beoordeeld. Verdere informatie volgt. Portfolioproducten Het portfolio fungeert als reflectie-instrument. Hierin verzamel je alle als voldoende beoordeelde studieonderdelen plus de bijbehorende feedback en beoordelingen. Je neemt het eindproduct van dit studieonderdeel, mits voldoende beoordeeld, op in je portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 33

34 HOOFDSTUK 4. De praktijk van het basisonderwijs SIS omschrijving (deel)tentamens Praktijk 1.1 TP / Praktijk 1.2 TP INLEIDING Praktijk 1.1 In de praktijk voer je activiteiten uit die bijdragen aan de ontwikkeling van je competenties. Deze ontwikkeling wordt gedurende de hele stageperiode gevolgd aan de hand van de competentiematrix Leren lesgeven in de grote stad (Amsterdam) van de Pabo HvA. Je maakt in het eerste blok kennis met het basisonderwijs, het reilen en zeilen op een basisschool en met de kinderen in de groep. Je richt je op het contact maken met kinderen, individueel en in de groep en maakt een start met het lesgeven. Werken aan de hand van planningen en omgaan met feedback zijn aandachtspunten. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt in overleg met de mentor een realistische planning maken voor de praktijkactiviteiten per blok en per dag. Je weet jezelf duidelijk te presenteren aan de stageklas en maakt op een natuurlijke, informele wijze contact met de groep. Je kunt leerlingen individueel benaderen en leren kennen. Je hebt een start gemaakt met het systematisch observeren van kinderen en het handelen van de leerkracht. Je houdt bij het geven van je lessen rekening met de begrippen lesdoelen, inleiding, kern en slot. Je kunt verwoorden waarom bepaalde leerstof en leermiddelen zijn gekozen bij een lesactiviteit. Je kunt kinderen stimuleren bij hun leertaken. Je hebt oog voor verschillen tussen leerlingen op het gebied van leren en gedrag Je kijkt kritisch terug op je eigen lessen en staat open voor feedback van de begeleider(s). Toetsing Stagebeoordeling (toets praktijk). Het functioneren in de praktijk wordt als voldoende (cijfer: 6) beoordeeld als aan alle voorwaardelijke onderdelen is voldaan en indien ten minste zeven van de vastgestelde criteria met een voldoende zijn beoordeeld. Voorwaarde voor beoordeling is altijd dat je de stageactiviteiten hebt uitgevoerd en dat je je stagemap hebt geactualiseerd. De beoordeling van de stage (de toekenning van het eindcijfer) wordt gegeven door de opleider in de school. De beoordelingsprocedure is als volgt: Aan het eind van blok 1.1 geeft de mentor een schriftelijke adviesbeoordeling door het beoordelingsformulier in te vullen met onvoldoende, voldoende, goed of uitstekend. De mentor licht het advies mondeling toe in een gesprek met jou en stuurt de adviesbeoordeling naar de opleider in school. De opleider in de school is de examinator en komt op basis van de adviesbeoordeling van de mentor (die in een gesprek met de student door de mentor is toegelicht), het eigen lesbezoek en het daarop aansluitende gesprek met jou tot een eindbeoordeling, vult het beoordelingsformulier in en geeft het cijfer. Meer informatie over de praktijk en de beoordelingsprocedure is te vinden in de Praktijkgids Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 34

35 Studiemateriaal Praktijkgids Overzicht van de stageactiviteiten Kennismaken met de mentor, de school en de stageklas. Jezelf voorstellen aan je stageklas op een doordachte en originele wijze. Uitvoeren van ten minste drie groepslessen (keuze / voorbereiding van de lessen vindt plaats onder begeleiding van de mentor). Observeren van kinderen en de mentor aan de hand van observatie-instrumenten. Uitvoeren van ten minste drie individuele instructies. Portfolioproducten Het portfolio fungeert als reflectie-instrument. Hierin verzamel je alle als voldoende beoordeelde studieonderdelen plus de bijbehorende feedback en beoordelingen. Je neemt de beoordeling van dit studieonderdeel, mits voldoende, op in je portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 35

36 INLEIDING Praktijk 1.2 In de praktijk voer je activiteiten uit die bijdragen aan de ontwikkeling van je competenties. Deze ontwikkeling wordt gedurende de hele stageperiode gevolgd aan de hand van de competentiematrix Leren lesgeven in de grote stad (Amsterdam) van de Pabo HvA. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt lessen opzetten aan de hand van het lesvoorbereidingsformulier en deze volgens plan uitvoeren. Je communiceert helder met de leerlingen over lesdoelen en verwachtingen. Je biedt didactische hulp aan bij zelfwerkzaamheid of groepswerk. Je bent in staat een effectieve les te organiseren door het zorgvuldig plannen van tijd en ruimte. Je sluit in de communicatie met (jonge) kinderen aan bij hun taalniveau en belevingswereld. Je bent in staat het handelen van de mentor te observeren op basis van op de opleiding aangereikte observatie-instrumenten. Je stelt op basis van de observaties relevante vragen. Je kunt de groep als geheel en de subgroepjes daarbinnen aanspreken en aansturen op de taak. Je gaat constructief om met de feedback van je begeleider(s) en je maakt je eigen leeropbrengsten uit de stage met hen bespreekbaar maken. Toetsing Stagebeoordeling (toets praktijk) Het functioneren in de praktijk wordt als voldoende (cijfer: 6) beoordeeld als aan alle voorwaardelijke onderdelen is voldaan en indien ten minste zeven van de vastgestelde criteria met een voldoende zijn beoordeeld. Voorwaarde voor beoordeling is altijd dat je de stageactiviteiten hebt uitgevoerd en dat je je stagemap hebt geactualiseerd. Een eerdere beoordeling van dit studieonderdeel is mogelijk. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen en de te volgen procedure staat beschreven in de praktijkgids. De beoordeling van de stage (de toekenning van het eindcijfer) wordt gegeven door de opleider in de school. De beoordelingsprocedure is als volgt: Aan het eind van blok 1.2 geeft de mentor een schriftelijke adviesbeoordeling door het beoordelingsformulier in te vullen met onvoldoende, voldoende, goed of uitstekend. De mentor licht het advies mondeling toe in een gesprek met jou en stuurt de adviesbeoordeling naar de opleider in school. De opleider in de school is de examinator en komt op basis van de adviesbeoordeling van de mentor (die in een gesprek met de student door de mentor is toegelicht), het eigen lesbezoek en het daarop aansluitende gesprek met jou tot een eindbeoordeling, vult het beoordelingsformulier in en geeft het cijfer. Meer informatie over de praktijk en de beoordelingsprocedure is te vinden in de Praktijkgids Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 36

37 Studiemateriaal Praktijkgids Overzicht van de stageactiviteiten Voorlezen (delen) van een zelfgekozen jeugdboek / verhaal aan de stageklas. Uitvoeren van ten minste zes groepslessen, keuze/voorbereiding van de lessen onder intensieve begeleiding van de mentor. Verzorgen van ten minste drie overige activiteiten. Dit zijn drie verschillende activiteiten die in overleg met de mentor worden bepaald. Indien mogelijk met een accent op leiding geven aan de groep (buiten school, tijdens weekafsluiting, op weg naar de gymzaal, etc.). Verzorgen van twee lesovergangen. De kinderen een hand geven bij de deur van het lokaal en de ouders die hun kind komen brengen begroeten. Afsluiten van de stageperiode en het bespreken van de stage-ervaringen met de mentor. Portfolioproducten Het portfolio fungeert als reflectie-instrument. Hierin verzamel je alle als voldoende beoordeelde studieonderdelen plus de bijbehorende feedback en beoordelingen. Je neemt de beoordeling van dit studieonderdeel, mits voldoende, op in je portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 37

38 HOOFDSTUK 5. Persoonlijke professionele ontwikkeling (PPO) SIS omschrijving (deel)tentamens PPO 1.2 TM INLEIDING Het lesgeven in een grootstedelijke context, met de superdiversiteit van de stad en die van haar inwoners, vraagt veel van de kennis, vaardigheden en attitude van jou als leerkracht. Je moet ervoor zorgen dat kinderen goed onderwijs krijgen in de verschillende vakgebieden, ervoor zorgen dat zij zich sociaal ontwikkelen in een groep en dat zij zich als individu leren ontplooien en hun talenten kunnen ontwikkelen. Je krijgt als leerkracht hierdoor te maken met dilemma's: in de interactie tussen jou en leerlingen, met ouders, collega's, de directeur en andere onderwijsprofessionals. Omgaan met dilemma's vraagt van jou als leerkracht dat je weet waar je voor staat en dat je eigen wijze keuzes kunt maken, die zijn gebaseerd op kennis, vaardigheden en een eigen visie op onderwijs en onderwijzen. Tijdens de bijeenkomsten voor persoonlijke en professionele ontwikkeling (PPO) leer je je eigen professionele handelen te verantwoorden, het maken van transfer, het ontwikkelen van eigenheid (waaronder een eigen visie op onderwijs en het beroep leerkracht) en het zelf sturing geven aan je eigen leerproces. Het portfolio fungeert hierbij als reflectie-instrument. Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt de verworven kennis en vaardigheden aan specifieke onderdelen van de competentiematrix koppelen. Je kunt reflecteren op eigen opvattingen, overtuigingen en normen en waarden. Je kunt eigen handelen in de studie of praktijk beschrijven aan de hand van de reflectiecyclus van Korthagen. Je kunt gerichte feedback op eigen handelen vragen aan andere deelnemers van de leergemeenschap (docenten, medestudenten). Je kunt aan de hand van eigen leerstijl concrete leer- en ontwikkelingsdoelen voor zichzelf formuleren voor studie en stage. Het programma Wat gaan we per bijeenkomst behandelen? Bijeenkomsten 1. Kennismaking met de opleiding en elkaar Je maakt kennis met elkaar en met de opzet van de opleiding. We onderzoeken wat er in studie en stage van je wordt verwacht. We besteden aandacht aan welke competenties een Amsterdamse leerkracht moet voldoen en koppelen dit aan de competentiematrix. Ook kijk je terug op jouw eigen basisschooltijd. 2. De rivier: Wat heeft invloed gehad op jouw leren? We bekijken met behulp van de werkvorm de rivier hoe jouw leerproces is verlopen en wat dat betekent voor de leraar die jij wilt worden. Daarnaast kijken we wat de kennis over leer- en neuropsychologie betekent voor jouw handelen als leerkracht. 3. Voorbereiden stage en de competentiematrix We bespreken wat er van je verwacht wordt om goed voorbereid aan je stage te kunnen beginnen. We bekijken de leerdoelen, stageactiviteiten en beoordelingscriteria. Aan de hand van de competentiematrix brengen we de een aantal bekwaamheden voor het beroep van leerkracht basisonderwijs verder in beeld. Je leert hoe je jouw professionele ontwikkeling met Jouw activiteiten vooraf Neem een foto mee van jezelf toen je op de basisschool zat en een voorwerp die jouw persoonlijkheid van nu representeert. Je bestudeert de studiewijzer in zijn geheel. Je formuleert n.a.v. van de studiewijzer twee vragen en neemt deze mee naar de bijeenkomst. Je bestudeert van tevoren de praktijkgids. Je formuleert n.a.v. van de praktijkgids twee vragen en neemt deze mee naar de bijeenkomst. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 38

39 behulp van deze matrix kunt duiden. Je gaat na welk profijt je kunt hebben van eerder verworven competenties in relatie tot het beroep van leerkracht. We introduceren de werkvorm inspiratiemoment : Elke les zal een aantal studenten de groep inspireren met het delen van good practices, boekpromoties, mooie momenten etc. 4. Stage en leerdoel We blikken gezamenlijk terug op de ontvangst in je stageklas. Waar kijk jij met tevredenheid op terug en wat wil je gaan leren de komende periode? We maken een aanzet tot het formuleren van concrete leerdoelen. 5. Stage en Lesvoorbereidingsformulier We kijken terug naar onze stagedag en we bekijken lesvoorbereidingen van elkaar. Ook kijken we naar wie jij meeneemt tijdens je observaties. Heb je valkuilen? Wat zijn je sterke kanten? Hoe waardenvrij ben jij? 6. Intervisie Je maakt kennis met een intervisietechniek (Balint), waarmee we een casus uit de stage gaan bespreken. 7. Verwachtingen blok 2 en start zelfevaluatie We kijken terug op blok 1 en bekijken wat er in dit blok in studie en stage van je wordt verwacht en hoe het blok PPO wordt afgerond. We maken een start met de zelfevaluatie. Je oefent met het beschrijven van een competentie. 8. Reflectie op je eigen ontwikkeling In de bijeenkomst geef je elkaar feedback op een uitgeschreven onderdeel voor je zelfevaluatie. We bespreken hoe je tot persoonlijke leerdoelen komt en hoe je die SMART uitwerkt. In de bijeenkomst bespreken hoe reflectie jou helpt in de eigen persoonlijke professionele ontwikkeling. Het reflectiemodel van Korthagen wordt uitgelegd. Dit model kun je gebruiken om cyclisch te reflecteren. Aan de hand van eigen videofragmenten gaan we dieper in op het reflectiemodel van Korthagen. Tevens kijk je naar jouw eigen leerstijl en word je je bewust van de verschillende leerstijlen in jouw stageklas.. 9. Stage-ervaringen We bekijken enkele voorbeelden van een cyclisch leerproces, naar aanleiding van jullie stage-ervaringen. Je oefent met het reflectiemodel van Korthagen aan de hand van een casus uit de eigen stagepraktijk. 10. Stage-ervaringen: delen good practices We beginnen de bijeenkomst met het delen van een good practice. We presenteren deze aan elkaar door middel van een werkvorm. Sterke punten en ontwikkelpunten worden vertaald naar kansen en bedreigingen. 11. Intervisie Je bent al verschillende vraagstukken en dilemma s in de stageklas tegengekomen. Tijdens intervisie verdiepen we ons in een casus en formuleren we handelingsalternatieven. 12. Voorbereiding zelfevaluatie We kijken terug op jouw eerste stageperiode en bereiden ons voor op het functioneringsgesprek. Neem een ingevulde competentiematrix mee. Neem een uitgewerkt SMART leerdoel mee naar de les. Neem een ingevulde lesvoorbereiding mee naar de les. Je neemt een casus mee vanuit de stage. Je bestudeert studiewijzer. Je neemt een uitgeschreven onderdeel van je zelfevaluatie mee. Neem een videofragment mee waarop je les aan het geven bent. Je neemt een casus mee uit de stage die aansluit bij de organisatorische competentie. Neem een casus (activiteit, videofragment, voorbeeld) mee uit de stage waar jij trots op bent. Bekijk de competentiematrix en stel twee sterke punten vast en twee ontwikkelpunten. Neem deze punten mee naar de bijeenkomst Breng een casus mee uit je stage. Voor de voorbereiding op het functioneringsgesprek bekijk je de aanwijzingen onder toetsing en je bestudeert het beoordelingsformulier. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 39

40 Toetsing Functioneringsgesprek (toets mondeling) De toetsing vindt plaats middels een functioneringsgesprek met de kerndocent. Het portfolio (met al je verzamelde voldoende opdrachten en beoordelingen) wordt hierbij als reflectie-instrument gebruikt. Voorafgaand aan het gesprek actualiseer je je portfolio aan de hand van de aanwijzingen in de studiewijzer. Studiemateriaal Geen. Toetsing Aan het eind van het semester vindt een individueel functioneringsgesprek (20-30 minuten) en een beoordeling plaats. Bij gesprek en beoordeling staan de volgende aandachtspunten centraal: Reflectie op eigen handelen in de zelfevaluatie met behulp van de reflectiecyclus van Korthagen, (peer)feedback en intervisie. Analyse sterke kanten en ontwikkelpunten, op basis hiervan concrete, meetbare en haalbare leerdoelen formuleren voor studie en stage. De leerdoelen zijn vertaald in concrete acties. Portfolio Je bereidt je voor op het functioneringsgesprek door je portfolio te actualiseren en je portfolio uiterlijk een week voorafgaand aan het functioneringsgesprek open te stellen voor de PPO-docent. Je neemt de volgende documenten in je portfolio op: Een recent overzicht van de studieresultaten in SIS. De stagebeoordelingen. Een overzicht van stage-activiteiten per periode. De voldoende beroeps- en vakopdrachten (inclusief beoordeling). Een zelfevaluatie waarin gereflecteerd wordt op de persoonlijke professionele ontwikkeling. De competentiematrix waarop deze eigen professionele ontwikkeling in beeld wordt gebracht. Zelfevaluatie In de zelfevaluatie beschrijf je kernachtig en per competentiegebied (competentie 1, 2, 3 en 4) jouw professionele ontwikkeling. Je schrijft op wat je leeropbrengst is geweest en hoe je tot deze leeropbrengst bent gekomen. Je let daarbij op kennis (theorie), vaardigheden en attitude. Je laat hiermee zien dat je theoretische kennis en praktijkervaring met elkaar kunt verbinden. In de zelfevaluatie verwijs je schuingedrukt naar deelcompetenties van de competentiematrix. Je kunt je ontwikkeling met concrete voorbeelden en met documenten in je portfolio onderbouwen. Als bijlage voeg je de competentiematrix toe, waarop je jouw professionele ontwikkeling realistisch Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 40

41 in kaart hebt gebracht. De reflectie op je professionele ontwikkeling is kritisch en analytisch en toont een aanzet tot een cyclisch leerproces. Je beschrijft handelingsalternatieven en verbindt deze aan theorie. Ook beschrijf je een voorbeeld hoe het vragen van feedback geresulteerd heeft in een versterking van jouw leerkrachthandelen en je beschrijft met voorbeelden en aan de hand van theorie wat de eigen opvattingen, normen en waarden zijn met betrekking tot klassenmanagement. Ook benoem je in de zelfevaluatie jouw sterke kanten en ontwikkelpunten. Op basis hiervan formuleer je ten minste twee leerdoelen (SMART), rekening houdend met persoonlijke keuzes, analyse sterke kanten en ontwikkelpunten maar ook met de ontwikkeling van je competenties. De leerdoelen zijn vertaald in concrete acties. De zelfevaluatie inclusief leerdoelen bestaat uit maximaal 3000 woorden. De zelfevaluatie is voorzien van een titel die jouw persoonlijke professionele ontwikkeling van dit semester karakteriseert. Let op: denk niet alleen aan het geleerde op de stage, maar leg ook een relatie tussen het geleerde uit beroepsopdracht, vakopdrachten, lessen etc. en jouw ontwikkeling als leerkracht. De kerndocent geeft een beoordeling van het functioneringsgesprek aan de hand van het beoordelingsformulier. De mondelinge toets wordt als voldoende beoordeeld (cijfer: 5,5) indien alle vastgestelde criteria als voldoende zijn beoordeeld. De toets differentieert naar hogere cijfers op basis van de mate waarin de prestaties op de verschillende criteria als goed worden beoordeeld. Portfolioproducten Het portfolio fungeert als reflectie-instrument. Hierin verzamel je alle als voldoende beoordeelde studieonderdelen plus de bijbehorende feedback en beoordelingen. Je neemt de beoordeling van dit studieonderdeel, mits voldoende, op in je portfolio. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 41

42 HOOFDSTUK 6. Praktische informatie INLEIDING Dit hoofdstuk biedt een overzicht van alle belangrijke praktische informatie omtrent dit semester zoals de kalender, de gebruikte literatuur en internetsites, het minimum taalniveau dat we hanteren, etcetera. Opzet semester 1 Hieronder zie je in schema hoe dit semester verloopt: in de bovenste rij de onderwijsweken, de rij eronder de kalenderweek, de rij daaronder de begindatum van die week, dan de invulling, en tenslotte de toets- en/of stageactiviteiten. BLOK /09 11/09 18/09 25/09 02/10 09/10 16/10 23/10 30/10 06/11 26/09: 1e stagedag STAGEWEEK VT: ma t/m vr. DT: 1 dag extra HERFST TOETSWEEK.1 TOETSWEEK 2 BLOK /11 20/11 27/11 04/12 11/12 18/12 08/01 15/01 22/01 29/01 PROJECTWEEK STAGEWEEK VT: ma t/m vr. DT: 1 dag extra TOETSWEEK.1 TOETSWEEK 2 Belangrijke internetsites Hier vind je het meest actuele rooster van jouw klas. Hier staat alle actuele informatie van de opleiding en de verschillende vakken. Informatie van het stagebureau voor externen. Bekijk hier jouw studievoortgang. Je kunt STIP gebruiken bij alle vragen rond het zoeken, vinden en gebruiken van (wetenschappelijke en vak-) informatie. Een online oefenmodule om je taalvaardigheid te verbeteren. Belangrijke documenten (downloaden via MijnHvA): Competentiematrix Leren lesgeven in de grote stad (Amsterdam). Praktijkgids Praktijkgids LIO (via Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 42

43 Boekenlijst Een overzicht van de verplicht aan te schaffen boeken voor het derde studiejaar vind je op deze website: Logopedie: eigen stem en spraak Als je voor de klas staat is je stem je belangrijkste instrument. Daarom is het belangrijk dat je je stem bewust leert inzetten om op die manier je boodschap optimaal over te kunnen brengen. Niet alleen wát je zegt is van belang, ook de manier waaróp doet ertoe. Daarnaast leer je wat je moet weten om je stem op een gezonde, duurzame manier te gebruiken. Een groot deel van de leerkrachten in het basisonderwijs heeft te kampen met stemproblemen en voorkomen is natuurlijk altijd beter dan genezen. Taalniveau Voor een student aan de leerkrachtenopleiding basisonderwijs is het van belang een goede beheersing van het Nederlands te hebben voor alle taalvaardigheden (spreken, gesprekken voeren, luisteren, lezen en schrijven). Van alle studenten wordt verwacht dat zij het Nederlands beheersen op B2-niveau vanaf het einde van de propedeuse en op C1-niveau aan het einde van de hoofdfase. Een beschrijving van deze taalniveaus vind je op Alle schrijfproducten van studenten worden nagekeken met behulp van de Taalnorm Pabo HvA (is een onderdeel van het taalaspect schrijven ). Deze Taalnorm vind je in een van de bijlagen bij deze Studiewijzer. Bij teveel fouten wordt het schrijfproduct met een onvoldoende beoordeling teruggegeven aan de student. Dit is dan ook gelijk de eerste beoordeling en je moet in dat geval het verslag in zijn geheel herkansen. De beoordeling met behulp van de Taalnorm staat los van de inhoud van de opdracht. Deze wordt apart beoordeeld. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 43

44 Bijlage 1. I Beoordelingsformulier DT Beroepsopdracht - Klassenmanagement Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. Het product voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O 2. De student verwijst naar ten minste drie verschillende bronnen en doet dit volgens de APA-normen. O O 3. Het interviewprotocol is als bijlage toegevoegd. O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student kan aan de hand van actuele vakliteratuur een theoretisch kader samenstellen over een goed pedagogisch klimaat, een rijke leeromgeving en de rol van de verschillende actoren hierin. 2. De student kan een interview voorbereiden en uitvoeren om het pedagogisch klimaat en de leeromgeving in kaart te brengen. 3. De student kan het pedagogisch klimaat en de leeromgeving van de eigen stageklas analyseren. Dit criterium telt dubbel. 4. De student kan het eigen handelen en rol met betrekking tot het pedagogisch klimaat en de rijke leeromgeving beschrijven en persoonlijke ontwikkelpunten benoemen. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) Het theoretisch kader is een lopend verhaal waarin alle begrippen van de hoofd- en deelvragen zijn toegelicht en de relatie tussen de begrippen is aangegeven. Op basis van het theoretisch kader is een interview opgesteld en afgenomen waarbij beide aspecten (pedagogisch klimaat en leeromgeving) aan bod zijn gekomen. Op basis van observaties aan de hand van kijkwijzers en het interview is de analyse beschreven zowel op het gebied van pedagogisch klimaat als de leeromgeving. De beschrijving brengt het eigen handelen duidelijk in beeld. De student benoemt op basis daarvan sterke- en ontwikkelpunten. Goed (3 punten) Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. De beoordelaar moet dit oordeel inhoudelijk toelichten. C. Eindbeoordeling / cijfer O Uitmuntend = punten O Zeer goed = 9 14 punten O Goed = punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 9 punten O Net niet voldoende = punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = 2 2 punten O Zeer slecht = punt D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 44

45 Bijlage 2. I Beoordelingsformulier DT Vakopdracht Nederlands TL, BL & WS Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. Het product voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O 2. Het verslag voldoet aan de algemene eisen uit de opdracht (maximaal 17 p.; 8 onderscheiden onderdelen). O O 3. De opdracht voldoet aan de eisen specifiek (zie opdracht op mijnhva.nl). O O 4. De beschrijving van het leesklimaat telt acht paragrafen, aangeduid met kopjes (zie opdracht op mijnhva.nl). O O 5. Ieder leesportret telt zes paragrafen, aangeduid met kopjes (zie opdracht op mijnhva.nl). O O 6. De bronnenlijst voldoet aan de APA-normen en bevat zowel geraadpleegde literatuur als gebruikte kinderboeken. O O 7. De zes voorgeschreven bijlagen zijn opgenomen (zie opdracht op mijnhva.nl). O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student kan het leesklimaat in de stageklas beschrijven, analyseren en waarderen. Dit criterium telt dubbel. 2. De student kan verschillen in leesgedrag tussen kinderen signaleren, benoemen, beschrijven (en zo mogelijk verklaren). 3. De student kan op grond van de leesprestaties van kinderen activiteiten bedenken en uitvoeren om hun leesgedrag te verbeteren of te optimaliseren. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) Uit de beschrijving blijkt dat de student over voldoende kennis en informatie beschikt om een adequaat en kritisch beeld van het leesklimaat in de stageklas te schetsen. De waardering van het algehele leesklimaat geschiedt aan de hand van tenminste één bron. Uit de portretten blijkt dat de student over voldoende kennis beschikt om de informatie over drie kinderen aangaande hun leesgedrag en leesmotivatie, gedetailleerd en adequaat weer te geven. Uit de portretten blijkt dat de student over voldoende kennis beschikt om de informatie over de vorderingen en prestaties van drie kinderen aangaande hun technisch lezen en tekstbegrip gedetailleerd en adequaat weer te geven. De student geeft deskundige aanwijzingen over de wijze waarop het leesgedrag en/of de leesprestaties van de kinderen verbeterd en geoptimaliseerd kunnen worden. De student evalueert zijn wijze van onderzoek, trekt conclusies uit het leesgedrag en de leesprestaties van de kinderen en geeft aan waar de resultaten van zijn onderzoekingen alsmede de conclusies daarvan betekenen voor zijn professioneel handelen. Goed (3 punten) Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 45

46 C. Eindbeoordeling / cijfer O Uitmuntend = punten O Zeer goed = 9 11 punten O Goed = 8 10 punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 7 punten O Net niet voldoende = 5 6 punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = 2 1 punt O Zeer slecht = 1 0 punten D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 46

47 Bijlage 3. I Beoordelingsformulier DT Vakopdracht Rekenen/Wiskunde HG Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. Het product voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O 2. De ontworpen les is gegeven aan de stageklas. O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student kan de beginsituatie van een leerling bepalen op basis van reeds aanwezige gegevens over de leerling op het gebied van hele getallen. 2. De student kan een les hele getallen ontwerpen op basis van de leerlijn hele getallen. 3. De student kan op passende wijze inhoud geven aan context, model, formeel in de lesinhoud van de verschillende lesfasen. 4. De student kan de lesinhoud van een les afstemmen op de beginsituatie van een leerling binnen het domein hele getallen. 5. De student kan aangeven wat je eigen aandeel is geweest in het al dan niet behalen van de lesdoelen. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) De beginsituatie van de gekozen leerling is correct beschreven op basis van de leerlijn hele getallen, leerlingwerk, observatie en het leerlingvolgsysteem. De lesvoorbereiding is compleet ingevuld volgens het lesvoorbereidingsformulier, sluit aan op de leerlijn hele getallen en is ontworpen voor de hele klas. In de lesvoorbereiding wordt er tenminste gebruik gemaakt van passende contexten en passende modellen. Het te behalen lesdoel sluit aan op de beginsituatie van de gekozen leerling. De lesinhoud stuurt aan op het behalen van het lesdoel. Met voorbeelden wordt verantwoord welke lesdoelen er wel en niet zijn behaald, wat hiervan de mogelijke oorzaak is en wat het eigen aandeel hierin is. Goed (3 punten) Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. De beoordelaar moet dit oordeel inhoudelijk toelichten. C. Eindbeoordeling / cijfer O Uitmuntend = punten O Zeer goed = 9 14 punten O Goed = punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 9 punten O Net niet voldoende = punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = 2 2 punten O Zeer slecht = punt D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 47

48 Bijlage 4. I Beoordelingsformulier DT Vakopdracht Onderzoekend Leren Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. Het product voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O 2. Bronvermeldingen en literatuurverwijzingen voldoen aan de APA-normen. O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student kan natuur- en/of techniekonderwijs ontwerpen waarbij de bijbehorende natuurwetenschappelijke en/of technische kennis op leerkrachtniveau wordt beschreven. 2. De student kan in het ontwerpen en uitvoeren van het onderwijs op adequate wijze gebruikmaken van de didactiek van onderzoekend leren en dit verantwoorden vanuit de vakliteratuur. 3. De student kan in het ontwerpen en uitvoeren van het onderwijs in voldoende mate aandacht besteden aan organisatorische aspecten zoals lesplanning en de inzet van materialen. 4. De student kan de uitvoering van het ontwerp evalueren met betrekking tot de behaalde leerdoelen, de gehanteerde didactiek en de organisatie van het onderwijs. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) De veronderstelde beginsituatie leerlingen is beschreven. Er zijn passende directe doelen (=productdoelen) en procesdoelen (=kern- en tussendoelen) beschreven. De uitleg geeft blijk van voldoende inzicht in het gekozen concept op leerkrachtniveau. De gekozen werkvormen zijn verantwoord vanuit de aangeboden didactische theorie. De wijze waarop de praktische activiteit in dienst staat van de leerdoelen is theoretisch onderbouwd. De verschillende lesfasen (inclusief tijdsplanning) zijn beschreven met voldoende aandacht voor organisatorische aspecten. Het leerkrachtgedrag wordt expliciet benoemd en sluit aan bij de didactiek van onderzoekend leren. Uit de evaluatie is het verloop van de lesfasen op te maken. De evaluatie bevat verifieerbare feedback van de stagementor, schoolopleider en/of stagedocent. Goed (3 punten) Er is te zien dat rekening is gehouden met de mogelijke pre- en/of misconcepten van de leerlingen. Er zijn doelen geformuleerd voor zowel kennis, vaardigheden als attitude. De uitleg bevat antwoorden op vragen die leerlingen mogelijkerwijs kunnen stellen over het onderwerp. Er is expliciet aandacht voor het aanleren van onderzoeksvaardigheden en een onderzoekende houding. De gehanteerde didactiek is gericht op het voorkomen van misconcepten en het ontwikkelen van correcte denkbeelden. Het lesontwerp benadert het onderwerp op een manier die bij de kinderen verwondering oproept. Het lesmateriaal bevat suggesties voor vervolgactiviteiten. Zowel kennis/inzichten, vaardigheden als attitude worden geëvalueerd. De evaluatie heeft op systematische wijze plaatsgevonden. Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. De beoordelaar moet dit oordeel inhoudelijk toelichten. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 48

49 C. Eindbeoordeling / cijfer O Uitmuntend = punten O Zeer goed = 9 11 punten O Goed = 8 10 punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 7 punten O Net niet voldoende = 5 6 punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = 2 1 punt O Zeer slecht = 1 0 punten D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 49

50 Bijlage 5. I Beoordelingsformulier DT Vakopdracht Muziek Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. De student heeft een lesverslag aangeleverd van minimaal twee muzieklessen. O O 2. De student heeft een videofragment van een gegeven muziekles aangeleverd. O O 3. Het product voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student maakt een koppeling tussen beginsituatie, productdoelen, leerlijnen en kerndoelen van muziekonderwijs. 2. De student komt aan de hand van de vijf domeinen en het klank-vorm en betekenismodel in je les tot kennisoverdracht. 3. De student verantwoordt keuzes voor de inhoud van je muziekles op basis van de ontwikkelingsfase van de betreffende leeftijdsgroep. 4. De student legt in de reflectie op je lesuitvoering verbinding tussen doelen, lesuitvoering en vervolgstappen. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) Vanuit de beginsituatie van de stageklas worden correcte vakspecifieke lesdoelen beschreven. De doelen worden zichtbaar in de lesinhoud. In de lesinhoud wordt kennis ten aanzien van het vakgebied muziek verwerkt. De terminologie uit het KVB-model wordt gebruikt. De wijze waarop in de verschillende lesfasen inhoud gegeven wordt aan de beginsituatie van de groep wordt beschreven. De reflectie op de gegeven muzieklessen geeft antwoord op de volgende vragen: Hoe verliep de organisatie? Zijn de doelen behaald? Wat ging goed/ Wat kon beter? Een mogelijke vervolgactiviteit wordt beschreven. Goed (3 punten) Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. De beoordelaar moet dit oordeel inhoudelijk toelichten. C. Eindbeoordeling / cijfer O Uitmuntend = punten O Zeer goed = 9 11 punten O Goed = 8 10 punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 7 punten O Net niet voldoende = 5 6 punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = 2 1 punt O Zeer slecht = 1 0 punten D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 50

51 Bijlage 6. I Beoordelingsformulier DT Toets Eigen Vaardigheid Muziek Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. De student heeft een lesverslag aangeleverd van minimaal twee muzieklessen. O O 2. De student heeft een videofragment van een gegeven muziekles aangeleverd. O O 3. Het product voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student zingt een eenstemmig lied en canon op de juiste toonhoogte. 2. De student kent het voorgeschreven liedrepertoire. 3. De student voert op een eigen gekozen instrument een maatbegeleiding en/of ritmische begeleiding uit. 4. De student kan een klankspel ontwerpen, vastleggen en uitvoeren. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) Een eenstemmig lied wordt op de juiste toonhoogte gezongen. Je kunt een canon zingen. Je kent de teksten van de liedjes uit het hoofd. Je voert een eenvoudige maatbegeleiding bij een lied uit op een instrument naar keuze of bodypercussie. Je voert een ritmebegeleiding bij een lied uit op een instrument naar keuze of bodypercussie. In het klankspel is een klank- of vormaspect hoorbaar. Je kunt dit klankspel op eenvoudige wijze in grafische tekens vastleggen. Goed (3 punten) Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. De beoordelaar moet dit oordeel inhoudelijk toelichten. C. Eindbeoordeling / cijfer O Uitmuntend = punten O Zeer goed = 9 11 punten O Goed = 8 10 punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 7 punten O Net niet voldoende = 5 6 punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = 2 1 punt O Zeer slecht = 1 0 punten D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 51

52 Bijlage 7. I Beoordelingsformulier DT PPO 1.2 Pabo HvA Student: Studentnummer: Klas: Cijfer: Toetsdatum: Docent: A. Voorwaardelijke onderdelen Ja Nee 1. De student heeft uiterlijk maandag 8.30 uur voorafgaand aan het gesprek het portfolio geactualiseerd. O O 2. De zelfevaluatie en leerdoelen zijn beschreven en het verslag voldoet aan de taalnorm van de Pabo HvA. O O 3. Bronvermeldingen en literatuurverwijzingen voldoen aan de APA-normen. O O B. Inhoudelijke criteria Helemaal niet (0 punten) 1. De student kan de verworven kennis en vaardigheden aan specifieke onderdelen van de competentiematrix koppelen. Dit criterium telt dubbel. 2. De student reflecteert op eigen opvattingen, overtuigingen en normen en waarden. 3. De student beschrijft eigen handelen in een dilemma in de studie of praktijk aan de hand van de reflectiecyclus van Korthagen. 4. De student kan gericht feedback op eigen handelen vragen aan andere deelnemers van de leergemeenschap (docenten, medestudenten). 5. De student kan aan de hand van eigen leerstijl concrete leer- en ontwikkelingsdoelen voor zichzelf formuleren voor studie en stage. Niet helemaal (1 punt) Voldoende (2 punten) De student beschrijft de eigen ontwikkeling tot leerkracht en koppelt dit aan de producten uit zijn portfolio, praktijkervaringen, theorie en aan de competentiematrix. Je kiest uit elke van de eerste vier hoofdcompetenties minimaal één deelcompetentie. De student beschrijft met voorbeelden en aan de hand van theorie wat de eigen opvattingen, normen en waarden zijn met betrekking tot klassenmanagement. De student beschrijft of toont een dilemma uit zijn praktijk aan de hand van de stappen van de reflectiecyclus van Korthagen. De student beschrijft een voorbeeld hoe het vragen van feedback geresulteerd heeft in een versterking van zijn leerkrachthandelen. De student kan op basis van zijn reflectie op studie, stage en competenties aangeven wat zijn sterke- en ontwikkelpunten en zijn leerstijl zijn. De student stelt op basis van zijn ontwikkeling minimaal twee concrete leerdoelen op. Goed (3 punten) Bonuspunt Het eindcijfer gaat 1 punt omhoog wanneer de opdracht wordt beoordeeld als origineel, excellent en zich kenmerkt door eigenheid. Dit is alleen mogelijk als het eindcijfer minimaal een 6 is. De beoordelaar moet dit oordeel inhoudelijk toelichten. C. Eindbeoordeling / cijfer Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 52

53 O Uitmuntend = punten O Zeer goed = punten O Goed = punten O Ruim voldoende = punten O Voldoende = 6 11 punten O Net niet voldoende = 5 10 punten O Onvoldoende = punten O Ruim onvoldoende = punten O Slecht = punten O Zeer slecht = punten D. Aanvullende feedback en opmerkingen Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 53

54 BIJLAGE 8. De taalnorm van Pabo-HvA Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 54

55 PROFESSIONEEL SCHRIJVEN Pabo Hogeschool van Amsterdam KENMERKEN VAN EEN PROFESSIONELE TEKST Afstemming op doel De vormgeving van het schrijfproduct is conform de eisen (lay-out, spellingscontrole). De structuur van het product is afgestemd op het doel (bijv. adviseren, informeren, overtuigen). Afstemming op publiek Het taalgebruik en de toon passen bij het publiek (bijv. formeel/informeel, populair/zakelijk). Samenhang Zinnen en alinea s zijn verbonden door verbindingswoorden en overgangszinnen. Verwijswoorden zijn correct. De gedachtelijn is logisch en consequent. Woordgebruik en woordenschat Het woordgebruik is gevarieerd. De woordkeuze is correct. Voorzetsels en lidwoorden zijn goed gebruikt. De woordkeuze is passend bij het jargon uit het beroepenveld. Het betrekkelijk voornaamwoord is correct gebruikt (dat/wat, deze/die). Spelling en grammatica De zinsbouw is correct, ook in langere, samengestelde zinnen. De spelling is correct. Leesbaarheid Er zijn witregels, alinea s en/of kopjes gebruikt. De structuur hiervan is logisch en bevordert de leesbaarheid. Interpunctie is correct gebruikt. Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE Pagina 55

Studiewijzer Pabo Deeltijd 1

Studiewijzer Pabo Deeltijd 1 Studiewijzer Pabo Deeltijd 1 Semester 1 2018-2019 Studiewijzer DT 1 sem 1 VERSIE 17-07-2018 Pagina 1 Inhoud SEMESTER 1 KENNISMAKEN MET HET AMSTERDAMSE ONDERWIJS... 3 BEKNOPT OVERZICHT STUDIEPROGRAMMA EN

Nadere informatie

Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs

Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs Studiewijzer Pabo Deeltijd 1 Eerste semester (blok 1.1 en blok 1.2) 2019-2020 Inhoudsopgave SEMESTER 1 Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs... 3 Hoe ziet

Nadere informatie

Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs

Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs Kennismaken met het Amsterdamse onderwijs Studiewijzer Pabo Deeltijd Blok 1.1 2016-2017 Studiewijzer VT 1.1 DEFINITIEVE VERSIE 08-07-2015 Pagina 1 Inhoud BLOK 1.1 KENNISMAKEN MET HET AMSTERDAMSE ONDERWIJS...

Nadere informatie

Amsterdams onderwijs in beeld

Amsterdams onderwijs in beeld Amsterdams onderwijs in beeld Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 1.1 2017-2018 1 Inhoud BLOK 1.1 DIT IS AMSTERDAM! - AMSTERDAMS ONDERWIJS IN BEELD... 3 HOE ZIET DE OPLEIDING OP HOOFDLIJNEN ERUIT?... 4 HET

Nadere informatie

Studiewijzer Pabo Deeltijd

Studiewijzer Pabo Deeltijd Studiewijzer Pabo Deeltijd Jaar 1 Semester 2 2018-2019 Studiewijzer DT 1 sem 2 VERSIE 30-01-2019 Pagina 1 Inhoud SEMESTER 2 KINDEREN LEREN OP VERSCHILLENDE MANIEREN... 3 BEKNOPT OVERZICHT STUDIEPROGRAMMA

Nadere informatie

Lesvoorbereidingsmodel

Lesvoorbereidingsmodel Gegevens student Gegevens basisschool Naam Naam Groep Voltijd Deeltijd Dagavond Plaats Studiejaar/periode Sem 1 Sem 2 Soort onderwijs Regulier Montessori Dalton OGO Studentnummer Stagementor(en) Email

Nadere informatie

Amsterdams onderwijs in beeld

Amsterdams onderwijs in beeld Amsterdams onderwijs in beeld Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 1.1 2015-2016 1 Inhoud BLOK 1.1 DIT IS AMSTERDAM! - AMSTERDAMS ONDERWIJS IN BEELD... 3 HOE ZIET DE OPLEIDING OP HOOFDLIJNEN ERUIT?... 4 HET

Nadere informatie

Hoe leer ik kinderen rekenen in groep 3 en 4? Weekschema PABWJ314X1 2015-2016

Hoe leer ik kinderen rekenen in groep 3 en 4? Weekschema PABWJ314X1 2015-2016 Hoe leer ik kinderen rekenen in groep 3 en 4? Weekschema PABWJ314X1 2015-2016 Cursusdoelen 1. De student heeft kennis van getalfuncties, inzicht in de telrij, (structuur van) getallen en getalrelaties

Nadere informatie

Lesgeven over Amsterdam

Lesgeven over Amsterdam Lesgeven over Amsterdam Studiewijzer Pabo Deeltijd Blok 1.2 2016-2017 2016-2017 - Studiewijzer DT 1.2 DEFINITIEF 03-11-2016 - pagina 1 INHOUDSOPGAVE BLOK 1.2 HET AMSTERDAMSE ONDERWIJS IN THEORIE EN PRAKTIJK...

Nadere informatie

Amsterdams onderwijs in beeld

Amsterdams onderwijs in beeld Amsterdams onderwijs in beeld Studiewijzer Pabo Voltijd Periode 1.1 2012-2013 1 Inhoud DIT IS AMSTERDAM! - AMSTERDAMS ONDERWIJS IN BEELD... 3 HOE VER BEN JE MET DE OPLEIDING?... 3 HET ONDERWIJSPROGRAMMA

Nadere informatie

Technisch gesproken reken ik daarop. Taal, techniek en rekenen-wiskunde bij jonge kinderen.

Technisch gesproken reken ik daarop. Taal, techniek en rekenen-wiskunde bij jonge kinderen. Technisch gesproken reken ik daarop. Taal, techniek en rekenen-wiskunde bij jonge kinderen. In dit document lees je wat het beroepsproduct Technisch gesproken reken ik daarop inhoudt. De vakken rekenen-wiskunde,

Nadere informatie

Lesgeven over Amsterdam

Lesgeven over Amsterdam Lesgeven over Amsterdam Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 1.2 2019-2020 Inhoudsopgave BLOK 1.2 KEN DE OMGEVING! - LESGEVEN OVER AMSTERDAM... 3 HOE VER BEN JE MET DE OPLEIDING?... 4 HET ONDERWIJSPROGRAMMA

Nadere informatie

1 De kennisbasis Nederlandse taal

1 De kennisbasis Nederlandse taal Noordhoff Uitgevers bv De kennisbasis Nederlandse taal. De opzet van de kennisbasis. De inhoud van de kennisbasis. Toetsing van de kennisbasis. Hoe gebruik je Basiskennis taalonderwijs? In dit hoofdstuk

Nadere informatie

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt

Nadere informatie

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder. Student(e) Klas Stageschool Plaats

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder. Student(e) Klas Stageschool Plaats Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Mentor Datum Groep Aantal lln Vak- vormingsgebied: beeldende

Nadere informatie

Voorlezen en vertellen - Pabo 1. Voorlezen en vertellen Pabo 1

Voorlezen en vertellen - Pabo 1. Voorlezen en vertellen Pabo 1 Voorlezen en vertellen Pabo 1 149 150 Voorlezen en vertellen - Pabo 1 1. (Interactief) voorlezen Waar gaat het over? 'Ik heb het wel in jouw stem gehoord' is de titel van een boek van Helma van Lierop

Nadere informatie

Ik tel tot 10! Volgens Bartjens Studentendag vrijdag 15 april 2016. Rekendag voor Pabo-studenten Thema: Ik tel tot 10!

Ik tel tot 10! Volgens Bartjens Studentendag vrijdag 15 april 2016. Rekendag voor Pabo-studenten Thema: Ik tel tot 10! Volgens Bartjens Studentendag vrijdag 15 april 2016 Ik tel tot 10! Wat: Rekendag voor Pabo-studenten Thema: Ik tel tot 10! Plaats: CPS, Amersfoort (8 min. lopen vanaf NS Amersfoort-Schothorst) Wanneer:

Nadere informatie

WELKOM Twee ICT voorbeelden in het Rekenen-wiskunde onderwijs op de Pabo van Avans hogeschool

WELKOM Twee ICT voorbeelden in het Rekenen-wiskunde onderwijs op de Pabo van Avans hogeschool WELKOM Twee ICT voorbeelden in het Rekenen-wiskunde onderwijs op de Pabo van Avans hogeschool Nicole Poulussen, Cindy Stienen, Esther Woertman Inhoud Jaar 1 Pabo Avans Voorbeeld 1 ICT in de vorm van een

Nadere informatie

Begin je (les)activiteit met een korte observatie aan de hand van onderstaande vragen:

Begin je (les)activiteit met een korte observatie aan de hand van onderstaande vragen: Verplichte stage opdrachten P-fase semester 1 C-GES 1 Begin je (les)activiteit met een korte observatie aan de hand van onderstaande vragen: Gebruikt de mentor materiaal en/ of een methode? Welke beeldvormers

Nadere informatie

De wereld verkennen: leren in en met de groep

De wereld verkennen: leren in en met de groep De wereld verkennen: leren in en met de groep Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 2.3 2016-2017 2016-2017 - Studiewijzer VT 2.3 DEFINITIEVE VERSIE 19-01-2017 - pagina 1 INHOUD BLOK 2.3 DE WERELD VERKENNEN:

Nadere informatie

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Persoonlijk leerdoel: Groep: Aantal leerlingen: Tijdens de les zorg ik dat er aanzet gemaakt

Nadere informatie

CURSUSBESCHRIJVING Deel 1

CURSUSBESCHRIJVING Deel 1 CURSUSBESCHRIJVING Deel 1 Cursuscode(s) Opleiding Cursusnaam Cursusnaam Engels : PABFMT14X : Pabo : Gecijferdheid 7, Factoren, Machten en Talstelsels : [vertaling via BB] Studiepunten : 1 Categorie Cursusbeheerder

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren

Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren Dit document is bedoeld om de opleidings- en werkveldexaminatoren te informeren over de achtergronden van het Startbekwaamheidsgesprek.

Nadere informatie

Studiehandleiding eigen vaardigheid basistoets Nederlands (studiegidsnr: 70710P06MY)

Studiehandleiding eigen vaardigheid basistoets Nederlands (studiegidsnr: 70710P06MY) Universitaire Pabo van Amsterdam Nieuwe Prinsengracht 130 1018 VZ Amsterdam E-mail: [email protected] www.student.uva.nl/upva Studiehandleiding eigen vaardigheid basistoets Nederlands (studiegidsnr: 70710P06MY)

Nadere informatie

Werkplan vakverdieping kunstvakken

Werkplan vakverdieping kunstvakken Werkplan vakverdieping kunstvakken 2012-2013 algemene gegevens Naam: Klas: Nanda ten Have VR3C Gekozen vakverdieping: Beeldend onderwijs Persoonlijke leerdoel gekoppeld aan de vakcompetenties of gericht

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding. 1 Taal en taalonderwijs. 2 Taalverwerving

Inhoudsopgave. Inleiding. 1 Taal en taalonderwijs. 2 Taalverwerving Inhoudsopgave Inleiding 1 Taal en taalonderwijs 1.1 Achtergrondkennis: wat is taal? 1.1.1 Functies van taal 1.1.2 Betekenis van taal 1.1.3 Systeem van taal 1.1.4 Componenten van de kennis over taal 1.2

Nadere informatie

Getallen 1 is een computerprogramma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip).

Getallen 1 is een computerprogramma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip). Getallen 1 Getallen 1 is een computerprogramma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip). Doelgroep Rekenen en Wiskunde Getallen 1 Getallen 1 is geschikt voor groep 7 en 8 van de basisschool

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Heikamperweg AZ Asten-Heusden

Heikamperweg AZ Asten-Heusden Heikamperweg 1 5725 AZ Asten-Heusden [email protected] www.antonius-heusden.nl Beste geïnteresseerde in de kwaliteiten van BBS. Antonius, Kwalitatief en passend onderwijs verzorgen is een opdracht

Nadere informatie

Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren

Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren Dit document is bedoeld om de opleidings- en werkveldexaminatoren te informeren over de achtergronden van het Startbekwaamheidsgesprek.

Nadere informatie

Stappenplan Ontdekken van de Wereld

Stappenplan Ontdekken van de Wereld Stappenplan 2.1.2 Ontdekken van de Wereld In dit document lees je wat het beroepsproduct bij de onderwijseenheid Ontdekken van de Wereld inhoudt en volgens welke stappen je er aan kunt werken. Inleiding

Nadere informatie

Toetsen en evalueren in het rekenonderwijs op de basisschool? Miniconferentie,26 maart 2013 Wilmad Kuiper Anneke Noteboom

Toetsen en evalueren in het rekenonderwijs op de basisschool? Miniconferentie,26 maart 2013 Wilmad Kuiper Anneke Noteboom Toetsen en evalueren in het rekenonderwijs op de basisschool? Miniconferentie,26 maart 2013 Wilmad Kuiper Anneke Noteboom Inhoud Toetsen en evalueren Rekenonderwijs anno 2013 Evaluatiemiddelen binnen rekenonderwijs

Nadere informatie

Aanbevelingen voor de leerkracht

Aanbevelingen voor de leerkracht 2012 Aanbevelingen voor de leerkracht Milou Visser Iselinge Hogeschool Goed rekenonderwijs begint bij de leerkracht! Een aantal didactische aandachtspunten die bij het werken aan een rekenverbetertraject

Nadere informatie

Taalconferentie Hoera! Lezen. In gesprek met de inspectie. Programma. Uw beeld. Marja de Boer

Taalconferentie Hoera! Lezen. In gesprek met de inspectie. Programma. Uw beeld. Marja de Boer Taalconferentie Hoera! Lezen Kansen en uitdagingen voor begrijpend lezen In gesprek met de inspectie Marja de Boer Programma Hoe beoordeelt de inspectie kwaliteit onderwijs BL? Uw beeld Een aantal misvattingen

Nadere informatie

Zwakke rekenaars betrekken bij klassikale instructie

Zwakke rekenaars betrekken bij klassikale instructie Zwakke rekenaars betrekken bij klassikale instructie 23 januari 2013 13.30 16.00 uur Berber Klein Orthopedagoog & docent speciale onderwijszorg Vrije Universiteit: faculteit psychologie en pedagogiek [email protected]

Nadere informatie

Interpersoonlijk competent

Interpersoonlijk competent Inhoudsopgave Inhoudsopgave...0 Inleiding...1 Interpersoonlijk competent...2 Pedagogisch competent...3 Vakinhoudelijk & didactisch competent...4 Organisatorisch competent...5 Competent in samenwerken met

Nadere informatie

Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Alle leerlingen beheersen AVI-plus Leerlingen lezen vlot woorden, zinnen en teksten vanaf niveau 1F Leerlingen richten zich op

Nadere informatie

DECEMBER 2017 Lisa Jansen-Scheepers HET DRIESLAGMODEL

DECEMBER 2017 Lisa Jansen-Scheepers HET DRIESLAGMODEL DECEMBER 2017 Lisa Jansen-Scheepers HET DRIESLAGMODEL Hoe het drieslagmodel kan worden ingezet ter ondersteuning van het getalbegrip in de realistische rekenles. Het belangrijkste doel van school is niet

Nadere informatie

Jij maakt het verschil! Leren en ontwikkelen stimuleren

Jij maakt het verschil! Leren en ontwikkelen stimuleren Jij maakt het verschil! Leren en ontwikkelen stimuleren Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 2.1 2015-2016 Studiewijzer VT 2.1 DEFINITIEVE VERSIE 08-07-2015 Pagina 1 Inhoud BLOK 2.1 JIJ MAAKT HET VERSCHIL! LEREN

Nadere informatie

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3) ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk 2018-2019 Fase 3 (jaar 3) Kerntaak 1: Pedagogische adequaat handelen: opbouwende relatie met kinderen ontwikkelen, leiding geven aan de groep, zorgen voor een goed

Nadere informatie

Achtergrond. Missie Onze missie op basis van deze situatie luidt:

Achtergrond. Missie Onze missie op basis van deze situatie luidt: Achtergrond Basisschool De Regenboog staat in de wijk Zuid-west in Boekel en valt onder het bestuur van Zicht PO. Evenals de andere scholen onder dit bestuur gaan wij de komende periode vorm geven aan

Nadere informatie

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Contactgegevens Tseard Veenstra [email protected] 06 55168626 Is spellingonderwijs nog relevant als we met behulp

Nadere informatie

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging Studiehadleiding Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging Naam onderwijseenheid: Methoden en vaardigheden voor praktijkonderzoek Code onderwijseenheid: HBOMIGV015MV Jaar: Onderwijsperiode:

Nadere informatie

Leerwerktaak: Verhaaltjessom oplossen aanleren

Leerwerktaak: Verhaaltjessom oplossen aanleren Leerwerktaak: oplossen aanleren Titel Gekoppeld aan beroepstaak OWE ILS-wi 614 Gekoppeld aan de volgende competenties(s) Niveau Geschikt voor de volgende vakken Ontwerper/ ontwerpgroep/ sectie/ school

Nadere informatie

Getallen 1 is een programma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip).

Getallen 1 is een programma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip). Getallen 1 Getallen 1 is een programma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip). Doelgroep Rekenen en Wiskunde Getallen 1 Getallen 1 is geschikt voor groep 7 en 8 van de basisschool

Nadere informatie

Doordacht lesgeven bij sterk rekenonderwijs

Doordacht lesgeven bij sterk rekenonderwijs PLG Interne begeleiders 26 november 2009 Berber Klein & Henk Logtenberg Doordacht lesgeven bij sterk rekenonderwijs PLG Rekenspecialisten De AGENDA 1. Ervaringen uitwisselen Gebruik maken van elkaars ervaringen

Nadere informatie

Jij maakt het verschil! Leren en ontwikkelen stimuleren

Jij maakt het verschil! Leren en ontwikkelen stimuleren Jij maakt het verschil! Leren en ontwikkelen stimuleren Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 2.1 2017-2018 2017-2018 Studiewijzer VT 2.1 DEFINITIEVE VERSIE 25-08-2017 pagina 1 Inhoud BLOK 2.1 JIJ MAAKT HET VERSCHIL!

Nadere informatie

Het jonge kind. Blok 3.1. Hanteren van verschillen tussen kinderen in de groep. Studiewijzer Pabo Voltijd

Het jonge kind. Blok 3.1. Hanteren van verschillen tussen kinderen in de groep. Studiewijzer Pabo Voltijd Het jonge kind Hanteren van verschillen tussen kinderen in de groep Studiewijzer Pabo Voltijd Blok 3.1 2019-2020 INHOUD BLOK 3.1 HANTEREN VAN VERSCHILLEN TUSSEN KINDEREN IN DE GROEP HET JONGE KIND...3

Nadere informatie

Het IGDI model. Het belang van goede instructie. Bij welke leerkrachten leren kinderen het beste? (Good 1989) Instructie en risicoleerlingen

Het IGDI model. Het belang van goede instructie. Bij welke leerkrachten leren kinderen het beste? (Good 1989) Instructie en risicoleerlingen Het IGDI model Leesverbetertraject Enschede 8/11/07 Het belang van goede Risicoleerlingen deden het bij goede leerkrachten net zo goed als gemiddelde leerlingen bij zwakke leerkrachten. Niets was effectvoller

Nadere informatie

Het werkplan. algemene gegevens. gekozen onderwerp

Het werkplan. algemene gegevens. gekozen onderwerp Het werkplan algemene gegevens Naam: Manon Oonk Klas: Vr3C gekozen onderwerp Korte beschrijving van het gekozen onderwerp: Mijn opdracht is om de herfstkinderen in de kleutergroep extra uitdaging te bieden

Nadere informatie

Welkom bij de workshop

Welkom bij de workshop Welkom bij de workshop Werken met een denkschrift Door: Lauréen Sinkeldam en Jeannette Fölsche Agenda Waarom een denkschrift?, Korte uitleg over onderzoek op 5 verschillende scholen, Praktische voorbeelden

Nadere informatie

Om de kwaliteit van ons onderwijs te bewaken en de vorderingen van uw kind te volgen, nemen wij in iedere groep niet-methode gebonden toetsen af.

Om de kwaliteit van ons onderwijs te bewaken en de vorderingen van uw kind te volgen, nemen wij in iedere groep niet-methode gebonden toetsen af. Leerlingvolgsysteem. Leerkrachten volgen de ontwikkeling van de kinderen in hun groep nauwgezet. Veel methoden die wij gebruiken, leveren toetsen die wij afnemen om vast te stellen of het kind de leerstof

Nadere informatie

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 95% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen

Nadere informatie

Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1

Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1 Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1 Verslag door J. 875 woorden 26 oktober 2016 5,5 1 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Lesvoorbereiding Verantwoording (waarom ga je dit doen) Beginsituatie

Nadere informatie

Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + +

Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + + Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands? - + + De gebruikte methoden stellen duidelijke (toetsbare) doelen en leerlijnen voor begrijpend lezen. Zwakke lezers krijgen een aanvullend

Nadere informatie

Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn Stageopdracht Effectief leren

Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn Stageopdracht Effectief leren Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn 2015-2016 Stageopdracht Effectief leren 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Werken aan competenties... 3 Praktijkopdracht Effectief leren... 3 Bijlage 1: Beoordelingsformulier...

Nadere informatie

Cito-toetsen ( )

Cito-toetsen ( ) Cito-toetsen (15.01.2017) Op de Plakkenberg worden diverse toetsen afgenomen. Veel toetsen horen bij de methode, zgn. methodetoetsen, die de stof toetsen die in de methode is behandeld. Daarnaast wordt

Nadere informatie

Toetscyclus. 5.1 Praktijk Reflectie De toetscyclus Portfolio 39

Toetscyclus. 5.1 Praktijk Reflectie De toetscyclus Portfolio 39 33 Toetscyclus Samenvatting In dit hoofdstuk worden de zeven fasen van de toetscyclus genoemd en kort toegelicht..1 Praktijk 34.2 Reflectie 34.3 De toetscyclus 34.4 Portfolio 39 L. Bijkerk, Basis Kwalificatie

Nadere informatie

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Visie Leerlinggericht: gericht op de mogelijkheden van

Nadere informatie

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven. Procedure en criteria voor het beoordelen van studenten in de beroepspraktijk Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Nadere informatie

Startbijeenkomst ptaak jaar 2. Ontwerpen en innoveren

Startbijeenkomst ptaak jaar 2. Ontwerpen en innoveren Startbijeenkomst ptaak jaar 2 Ontwerpen en innoveren Wat is het doel? Hoe gaan we dat doel bereiken? Met extra aandacht voor Ontwerponderzoek Dataverzamelingsmethoden Interviewen Toetsen van leereffect

Nadere informatie

AANBOD. Theorielessen (vakleer) Studenten krijgen voorbeelden van passend taalgebruik in de beroepspraktijk, zoals in een klachtgesprek of offerte.

AANBOD. Theorielessen (vakleer) Studenten krijgen voorbeelden van passend taalgebruik in de beroepspraktijk, zoals in een klachtgesprek of offerte. AANBOD Theorielessen (vakleer) Studenten krijgen voorbeelden van passend taalgebruik in de beroepspraktijk, zoals in een klachtgesprek of offerte. ACTIE Theorielessen (vakleer) Verzamel voorbeelden van

Nadere informatie

Naar beter rekenonderwijs

Naar beter rekenonderwijs Naar beter rekenonderwijs 1 Wat komt aan de orde? Actuele ontwikkelingen Ontdekkingen mbt goed rekenonderwijs Naar beter rekenonderwijs Praktische tips 2 Over een groot aantal jaren, en de laatste jaren

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Methodeanalyse Talent

Methodeanalyse Talent Methodeanalyse Talent Wij hebben gekozen voor de methode Talent. Voornamelijk omdat Tessa en Wouter er veel mee hebben gewerkt. Wouter en Tessa hebben wel hele verschillende ervaringen met de methode.

Nadere informatie

Protocol Ernstige Reken-Wiskunde problemen en Dyscalculie (samenvatting)

Protocol Ernstige Reken-Wiskunde problemen en Dyscalculie (samenvatting) 0 Protocol Ernstige Reken-Wiskunde problemen en Dyscalculie (samenvatting) 1 Inhoud Inleiding 2 Onderscheid tussen ernstige reken-wiskunde problemen en dyscalculie 3 Wat wordt verstaan onder dyscalculie

Nadere informatie

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 Groep 7 en 8 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 85-95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 90% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen richten

Nadere informatie

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool In dit beroepsproduct ontwerp je onderwijs op het gebied van Wetenschap en technologie voor de basisschool. Uitgangspunt bij je onderwijsontwerp

Nadere informatie

Onderhandelen over onderwijsvernieuwing

Onderhandelen over onderwijsvernieuwing Onderhandelen over onderwijsvernieuwing Velon-congres, Breda, 19 maart 2019 Rob Moggré, [email protected] Ronald Keijzer, [email protected] https://kenniscentrum.ipabo.nl Hogeschool ipabo We zoomen in

Nadere informatie

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits a 32. Leeractiviteit leergedrag leerling(en)

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits a 32. Leeractiviteit leergedrag leerling(en) Evaluatie rekenles: Ik heb met de kinderen gewerkt met rekenen met lengtematen (m-cm etc). Dit was een herhalingsoefening. Dit kon ik goed merken, want sommige kinderen beheersten de stof erg goed. Anderen

Nadere informatie

Samenvatting van Resultaat met rekenen. Bakker, Gerrits en Theil, CPS, 2012

Samenvatting van Resultaat met rekenen. Bakker, Gerrits en Theil, CPS, 2012 Samenvatting van Resultaat met rekenen Bakker, Gerrits en Theil, CPS, 2012 Lesvoorbereiding en evaluatie 1. Bepaal lesdoel en onderwijsbehoefte leerling(en) (wat hebben de leerlingen nodig om op de leerlijn

Nadere informatie

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits a 32. Leeractiviteit leergedrag leerling(en)

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits a 32. Leeractiviteit leergedrag leerling(en) Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Dilia Couwenberg P14EhvADT t Startblok Eindhoven Vak-

Nadere informatie

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits 3-3-2015 6a 32

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits 3-3-2015 6a 32 Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Dilia Couwenberg P14EhvADT t Startblok Eindhoven Vak-

Nadere informatie

Inhoud Trainersmap Verdieping

Inhoud Trainersmap Verdieping Inhoud Trainersmap Verdieping 2 Module 9 Taal Module 10 Rekenen/wiskunde en Science (basisonderwijs) Module 11 Sociaal-emotionele ontwikkeling - verdieping Module 12 Sensomotorische ontwikkeling - verdieping

Nadere informatie

BIJGESTELDE VISIE REKENEN & WISKUNDE

BIJGESTELDE VISIE REKENEN & WISKUNDE BIJGESTELDE VISIE REKENEN & WISKUNDE Het project Curriculum.nu Doelstelling van het project Curriculum.nu is ontwikkeling van de curricula in negen leergebieden (uit: werkopdracht aan de ontwikkelteams):

Nadere informatie

KPB Observeren en differentiëren

KPB Observeren en differentiëren 2014-2015 Cursuscode: Cohort 2012: LGWKOD40P2 Cohort 2013: LGWKOD40P2 Cohort 2014: LGWKOD40P2 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Werken aan competenties 3 Praktijkopdracht observeren en differentiëren 3 Bijlage

Nadere informatie

TWEEDETAALVERWERVING EN NT2-DIDACTIEK

TWEEDETAALVERWERVING EN NT2-DIDACTIEK TWEEDETAALVERWERVING EN NT2-DIDACTIEK AZC Dronten 2016-2017 Bijeenkomst 1 [email protected] 1 ONDERWERPEN Scholing 2016-2017 De context van tweedetaalverwerving Didactiek in de NT2-les De praktijkopdracht

Nadere informatie

SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak. Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf

SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak. Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: 23185 Cohort: Geldig vanaf 01-08-2015 Colofon * Daar waar hij staat, wordt ook zij bedoeld en omgekeerd. * Waar cliënt staat, kan

Nadere informatie

CHECKLIST DIFFERENTIATIE IN DE SCHOOL. Op schoolniveau zijn afspraken gemaakt over: (voor zover van toepassing in de visie op differentiëren)

CHECKLIST DIFFERENTIATIE IN DE SCHOOL. Op schoolniveau zijn afspraken gemaakt over: (voor zover van toepassing in de visie op differentiëren) CHECKLIST DIFFERENTIATIE IN DE SCHOOL Elementen effectief onderwijs 1. Differentiëren in Schooldoelen Op schoolniveau zijn afspraken gemaakt over: (voor zover van toepassing in de visie op differentiëren)

Nadere informatie

Hogeschool van Amsterdam Faculteit Onderwijs en Opvoeding

Hogeschool van Amsterdam Faculteit Onderwijs en Opvoeding Informatie over de studiekeuzecheck en het intakegesprek ten behoeve van de instroom in studiejaar 2018-2019 van de lerarenopleiding basisonderwijs Pabo HvA driejarig vwo-traject Hogeschool van Amsterdam

Nadere informatie