Uitprobeerpakket. Handleiding kern 4

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitprobeerpakket. Handleiding kern 4"

Transcriptie

1 Uitprobeerpakket Handleiding kern 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp,

2 Inhoud Inleiding 3 Uitbreiding woordenschat 7 Lesdag 1 Integratieles 9 Basisles 11 Basiskwartier 17 Extra stertijd 18 Lesdag 2 Basisles 19 Basiskwartier 23 Integratieles 24 Extra stertijd 26 Lesdag 3 Basisles 27 Basiskwartier 31 Integratieles 32 Extra stertijd 34 Lesdag 4 Basisles 35 Basiskwartier 38 Integratieles 39 Extra stertijd 41 Lesdag 5 Basisles 43 Basiskwartier 47 Integratieles 48 Extra stertijd 50 Lesdag 6 Basisles 51 Basiskwartier 54 Integratieles 55 Extra stertijd 57 Lesdag 7 Basisles 59 Basiskwartier 63 Integratieles 64 Extra stertijd 66 Lesdag 8 Basisles 67 Basiskwartier 70 Integratieles 71 Extra stertijd 73 Lesdag 9 Basisles 75 Basiskwartier 79 Integratieles 80 Extra stertijd 82 Lesdag 10 Basisles 83 Basiskwartier 86 Integratieles 87 Extra stertijd 89 Extra dagen voor toetsing en herhaling 91 Voorbereiding op kern 5 93 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 94 Beschrijving bladen werkboekje zon Aanvullende leesseries 110 2

3 Inleiding De letterkennis groeit gestaag. Terugblik In kern start tot en met kern 3 zijn in totaal 19 letters (grafemen) aan de orde geweest. In kern 4 worden daar weer 5 nieuwe letters aan toegevoegd. Tot nu toe is intensief geoefend met het lezen van eenlettergrepige woorden (zoals: boek, zee, aan) en de correcte spelling van deze woorden. In kern 3 werd ook de mogelijkheid geboden om kinderen al eens te laten kennismaken met eenlettergrepige woorden met een cluster van twee medeklinkers achteraan (zoals: hoort, vest, zoekt) of vooraan (zoals: droom, stoom, knip). Het lezen en schrijven van zulke clusterwoorden is echter nog geen doel, maar kinderen krijgen zo de gelegenheid om al eens aan moeilijkere woordtypen te snuffelen. Misschien hebben verschillende kinderen zelfs ontdekt dat ze het lezen van die woorden helemaal niet zo moeilijk vinden. Als u aan het eind van kern 3 (herfstsignalering) de beschikbare methodegebonden toetsen hebt afgenomen, kunt u in Digiregie het kernplan samenstellen, waarmee u in kern 4 gaat werken. Voor alle leerlingen bekijkt u of de aanpak die de leerling in kern 3 gevolgd heeft in kern 4 kan worden gehandhaafd of eventueel moet worden gewijzigd. Wandplaten omdraaien De wandplaten hebben aan één kant alleen de afbeelding van het structureerwoord en aan de andere kant de afbeelding én het bijbehorende woord. Bij het werken met Veilig leren lezen blijven afbeelding mét woord gedurende enkele weken zichtbaar in de klas. Bij het begin van een nieuwe kern wordt altijd een bepaalde reeks wandplaten omgedraaid, zodat alleen nog maar de afbeeldingen te zien zijn. Aan het begin van kern 4 hangen de wandplaten als volgt in de klas: wandplaten kern start, kern 1 en kern 2: alleen de afbeelding; wandplaten kern 3: afbeelding én woord. Technisch lezen in kern 4 Veilig leren lezen kent voor technisch lezen twee verschillende leerlijnen: de maan-lijn voor methodevolgers en risicolezers (maan- en ster-aanpak) en de zon-lijn voor vlotte lezers (zon-aanpak). Deze twee leerlijnen zijn geconcretiseerd in de uitgave Veilig & vlot maan en Veilig & vlot zon. In Veilig & vlot maan is een zeer geleidelijke opbouw voor technisch lezen gerealiseerd, waarbij steeds één nieuwe letter aan de letterkennis van de leerling wordt toegevoegd en waarbij de verworven letterkennis gevarieerd wordt toegepast in woordrijen, zinnen en korte teksten. Kern 4: wip zon zak bus jas w o a u j 3

4 Inleiding In Veilig & vlot zon worden diverse nieuwe woordtypen geïntroduceerd. In Veilig & vlot zon kern 4 worden diverse nieuwe woordtypen geïntroduceerd. Achtereenvolgens komen de volgende nieuwe woordtypen aan de orde: eenlettergrepige woorden die beginnen met schr, zoals: schram, schroef; tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: mandje, kraampje, stoeltje; eenlettergrepige woorden die eindigen op dt of bt, zoals: vindt, krabt; eenlettergrepige woorden die eindigen op ch of cht, zoals: lach, bocht; eenlettergrepige woorden die eindigen op a, o of u, zoals: sla, vlo, nu; eenlettergrepige woorden die eindigen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: worst, markt; eenlettergrepige woorden die beginnen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: strik, spleet; tweelettergrepige woorden als: zwembroek, schatkaart. De leerlingen van de zon-aanpak krijgen ook in kern 4 behoorlijk pittige woorden, zinnen en teksten aangeboden. Daarom is het noodzakelijk dat zij, net als de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak, intensief oefenen met Veilig & vlot. Aandacht voor letterkennis Een correcte en voldoende vlotte letterkennis is de basis voor een goede technische leesvaardigheid. In Veilig leren lezen wordt daarom dagelijks aandacht besteed aan de ontwikkeling van een goede letterkennis. Dit gebeurt op verschillende manieren. Allereerst gebeurt dit op dagen waarop een nieuwe letter wordt geleerd door middel van een zorgvuldige, stapsgewijze instructie. Hierbij maken de leerlingen op verschillende manieren kennis met de nieuwe letter. Aandacht wordt besteed aan het beluisteren van de klank, de vorm van de letter, de positie van de nieuwe letter in verschillende woorden, het uitspreken van de klank en plaatsing van de letter in een van de vier letterfamilies op het letterbord. Op deze wijze maken de kinderen intensief kennis met de nieuwe letter. Ze nemen deze letter op in hun klikklakboekje en passen de nieuwe letter al meteen toe bij het lezen van woorden waarin die letter voorkomt en bij het maken van woorden. Al deze activiteiten zijn gericht op het verkrijgen van een kwalitatief sterke letterkennis. De letters moeten immers correct kunnen worden verklankt en bovendien moet dit moeiteloos en voldoende vlot gebeuren. Met behulp van de Leerkrachtassistent besteedt u aandacht aan letterkennis. In alle lessen kan met behulp van bepaalde modules van de LA-VLL aandacht worden besteed aan letterkennis. Frequent wordt gewerkt met de module Letterkennis, die is gericht op het correct verklanken van de letters, en met de module Letters flitsen, die is gericht op het vlot verklanken van de letters. Met name voor leerlingen van de ster-aanpak (risicolezers) is de module Letters oefenen ontwikkeld. Op het scherm staan maximaal 12 letters. Deze letters zijn met zorg geselecteerd. Het zijn meestal letters die nog niet zo lang geleden zijn geleerd of waarvan bekend is dat ze meer dan gemiddeld problemen kunnen opleveren bij risicolezers. Als u deze module start, staan de letters waarmee geoefend wordt al gereed op het scherm. Het kan zijn dat uw risico lezers moeite hebben met andere letters dan de letters die worden getoond. Daarom bevat deze module een functie ( instelling letters ) waarmee u de gepresenteerde letters kunt vervangen door letters die voor de leerlingen in uw groep moeilijk zijn. De module Letters oefenen wordt regelmatig toegepast in de lesfase verlengde instructie en begeleide oefening voor risicolezers en in de extra-stertijd voor risicolezers. 4

5 Inleiding Oefenen met Veilig & vlot Veilig & vlot is een belangrijk leermiddel in de methode Veilig leren lezen. Deze uitgave wordt dagelijks gebruikt in de leeslessen: klassikaal tijdens de lesfase instructie, begeleid tijdens de lesfase verlengde instructie en begeleide oefening of zelfstandig in de lesfase zelfstandig werken. Om kinderen te motiveren tot oefenen met Veilig & vlot maakt u hen bewust van het doel van dit oefenen: steeds beter kunnen lezen van woorden, zinnen en teksten. Deze intrinsieke motivatie is voor bepaalde leerlingen voldoende om taakbewust en gemotiveerd aan de slag te gaan en te blijven met Veilig & vlot. En dat is zeker het geval als kinderen weten dat ze straks mogen laten zien hoe goed ze geoefend hebben en hoe goed ze al kunnen lezen. Dit kunt u realiseren door regelmatig een leerling een pagina uit Veilig & vlot aan u te laten voorlezen of door de leerling gelegenheid te geven om plaats te nemen in de leesstoel en een pagina voor te lezen aan de hele groep. Om ervoor te zorgen dat het dagelijks oefenen voor kinderen aantrekkelijk blijft, adviseren wij om te variëren in oefenvormen. De verschillende oefenvarianten zijn geconcretiseerd als stappenplannen voor de leerling. Ze zijn te vinden op Digiregie: Oefenvarianten Veilig & vlot. Meer informatie over het werken met oefenvarianten voor Veilig & vlot staat in de inleiding van de handleiding bij kern 3. Leesonderwijs en leesplezier Vanaf het begin ervaren de kinderen met samenleesteksten plezier in het lezen. Leren lezen heeft alles te maken met het leren van letters en met veel oefenen in het lezen van woorden. Maar dat is lang niet alles. Of beter gezegd, daarmee begint het pas. Uiteindelijk gaat het erom teksten te lezen voor je plezier of om informatie te verkrijgen, iets aan de weet te komen. In Veilig leren lezen streven we ernaar om kinderen vanaf de allereerste dag te laten ervaren dat lezen een aangename bezigheid is. Daarom begint elke kern met een voorleesverhaal en zijn de eerste leesboekjes van de methode, de leesboekjes van de kernen 1 tot en met 6, samenleesboeken. Deze samenleesboeken bevatten teksten die door een beginnende lezer worden gelezen samen met iemand die al vaardiger is in het lezen. Hierdoor is het mogelijk om vanaf het begin van het aanvankelijk leesonderwijs met interessante teksten te werken. Teksten die kinderen niet alleen lezen omdat ze daarmee hun leesvaardigheid oefenen, maar vooral omdat ze er plezier aan beleven. In de methode Veilig leren lezen wordt heel veel gelezen. In de basislessen met de boekjes Veilig & vlot en in de integratielessen met de leesboekjes van de methode, in leesseries die in aansluiting op de methode ontwikkeld zijn, en in boeken uit de klassenbibliotheek. In deze integratielessen wordt niet alleen gelezen, maar praten de kinderen ook over wat ze gelezen hebben, nemen ze plaats in de leesstoel om een stukje voor te lezen, geven ze elkaar leestips, en beantwoorden ze via de computer vragen over de boeken die ze hebben gelezen. Dit alles om ervoor te zorgen dat kinderen niet alleen leren lezen maar ook blijven lezen. 5

6 Inleiding Woordenschat en thema van de kern Kern 4 begint met een integratieles waarin het ankerverhaal van deze kern wordt voorgelezen. De titel van het ankerverhaal is: Lollig! Het verhaal begint, net als de eerdere ankerverhalen, op het Puddingboomplein. Het ankerverhaal gaat over Dirk en Dora die in een flat wonen. Op een nacht, als Dirk en Dora liggen te slapen, gebeurt er iets geks. Normaal zijn Dirk en Dora niet wakker te krijgen. Maar die nacht glijden ze zomaar uit hun bed en liggen ze languit op de muur. Hoe kan dat? Wat is er met hun flat gebeurd? Het thema van deze kern is: Waar woon jij?. In de integratielessen woordenschat komen allerlei woorden aan de orde die te maken hebben met het ankerverhaal en met het thema. Op verschillende manieren wordt in deze kern aandacht besteed aan uitbreiding van de woordenschat. Dit gebeurt hoofdzakelijk in de integratielessen waarin het ankerverhaal aan de orde komt, in de integratielessen woordenschat en in oefensoftware voor woordenschat. Voor kinderen met een beperkte woordenschat is er extra ster-tijd woordenschat. Op de volgende pagina treft u het overzicht aan van de woorden die in de kern 4 speciale aandacht krijgen in het kader van woordenschatuitbreiding. 6

7 Uitbreiding woordenschat a b d e f g h k l m afgebroken het balkon de bewoners boog (buigen) de bovenburen de bovenkant de bulldozer de burgemeester de buschauffeur het dekbed ernstig de flat het gebouw de grapjas handig het rijk alleen hebben kant-en-klaar klauteren de ladder het laken languit leunen de leuning lollig de matras n o p s t u v w z het nachtkastje omkeren de onderburen de onderkant onmiddellijk op zijn kop overdrijven de overkant het plafond schateren schoof (schuiven) de stoot stralen de tegel tegen een stootje kunnen uitstappen uitstekend urenlang de verdieping volledig de voortuin wankelen wiebelen de woning de zijkant 7

8 Dag 1

9 Dag 1 Integratieles ankerverhaal Dag 1 Doel Geconcentreerd en met interesse luisteren naar een voorleesverhaal Gespreksregel Je eigen mening geven Lesactiviteiten Voorbereiden ankerverhaal Voorlezen ankerverhaal Praten over het ankerverhaal Materialen leerkracht Ankerboek: Lollig! Themamuur Vertelpet Leerkrachtassistent VLL Materialen leerling Geen Info Kinderen vertellen naar aanleiding van dit verhaal eigen ervaringen omtrent hun woonomgeving. Besteed daarbij aandacht aan de gespreksregel: je eigen mening geven. Kinderen moeten durven vertellen hoe ze iets zelf ervaren en moeten zich niet laten beïnvloeden door de mening van anderen. Zo kan het ene kind iets als vervelend ervaren, terwijl een ander dat juist leuk vindt. Zorg ervoor dat de sfeer in de klas zodanig is dat kinderen voor hun eigen mening durven uitkomen. Introductie Neem het ankerboek en de vertelpet. Steeds als opa de vertelpet opzet, komt er een verhaal. Een verhaal dat hoort bij iemand van het pleintje. Start de LA-VLL en bekijk het pleintje voordat u het verhaal voorleest. Laat kinderen ontdekken welke veranderingen er zijn ten opzichte van de vorige kern. Laat het pleintje van kern 3 en dat van kern 4 naast elkaar zien. Zo zien de kinderen goed wat er op het pleintje veranderd is. De boom wordt alsmaar kaler. Krisje Kolen heeft een nieuw bord in zijn tuin gezet. Er mogen geen blaadjes in zijn tuin vallen! Of dat helpt? Bij het paleis van de keizer staan maar liefst vijf dokters. De keizer zal dus wel weer een kwaaltje hebben! En in het huis dat op z n kop staat, zijn schilders aan het werk. Daar zullen dus wel heel snel mensen komen wonen. Geef de kinderen alvast een introductie op het verhaal zonder de clou van het verhaal te vertellen, bijvoorbeeld als volgt: Vandaag vertelt opa een verhaal aan Kim over de mensen die in het huis komen wonen dat op z n kop staat. Kijk maar, dat huis staat niet gewoon, maar het staat ondersteboven. Waarom zouden die mensen een huis willen dat op z n kop staat? Zouden ze dat lollig vinden? Dat kom je te weten als ik dit verhaal ga voorlezen. 9

10 Dag 1 Integratieles De mensen die in dat nieuwe huis komen te wonen, wonen nu nog in een appartement, in een flatgebouw. Ze wonen er op de eerste verdieping. Niet alleen, maar samen met hun bovenburen en onderburen. In een flatgebouw is de vloer van je bovenburen het plafond van jouw appartement. Wie woont ook in een flat? Hoor je de bovenburen wel eens lopen? Leskern 1 Voorbereiden ankerverhaal Hebt u een groep met veel taalzwakke leerlingen, dan is het aan te raden om een deel van het verhaal voorafgaand aan het voorlezen in eigen woorden weer te geven, zodat de kinderen beter in staat zijn het verhaal te volgen. Uiteraard verraadt u de clou hierbij niet! Laat de tekening van pagina 9 zien en introduceer Dirk en Dora die in hun bed liggen te slapen. Laat het flatgebouw van pagina 11 zien en wijs de begrippen aan die in het verhaal een rol spelen: verdieping, balkon. Op pagina 13 zien we een nieuwe situatie! Het lijkt of de kamer van Dirk en Dora is omgekeerd. Hun bed lijkt rechtop te staan. Ze schuiven over het hoofdeinde zo hun bed uit! Laat vervolgens de plaat op pagina 17 zien. Niet alleen bij Dirk en Dora staat alles anders, maar ook bij hun boven- en onderburen. Draai het boek zó dat de kinderen de illustratie ook vanuit een ander perspectief kunnen bekijken. Vergelijk de nieuwe situatie met de oude. Allerlei spullen zijn verschoven. Hoe zou dat komen? 2 Voorlezen ankerverhaal Start na de introductie het voorlezen van het verhaal. Bij het voorlezen kunt u gebruikmaken van de mogelijkheden om moeilijke woorden te verduidelijken door uitbeelden, aanwijzen op de illustratie of het geven van een synoniem. Beperk het verduidelijken van moeilijke woorden echter zoveel mogelijk en pas dit aan de behoefte van uw leerlingengroep aan. Onderbreek het verhaal zo weinig mogelijk. De eerste keer dat u voorleest, moeten de kinderen het verhaal namelijk vooral als geheel ervaren en beleven. 3 Praten over het ankerverhaal Als het verhaal uit is, geeft u de kinderen gelegenheid om op het verhaal te reageren. Probeer vooral de beleving die het verhaal bij de kinderen heeft opgeroepen, te bespreken. Dit kan door het stellen van vragen als: Dirk en Dora wonen in een flat. In welk soort huis woon jij? Als jij mocht kiezen, zou je dan in een ander huis willen wonen? De flat van Dirk en Dora gaat op z n kop. Dat vinden zij lollig. Hoe zou jij dat vinden? Gebeuren er in jouw huis ook wel eens rare dingen? Wat vind jij lollig en wat niet? Ligt jouw kamer wel eens overhoop? Ben jij wel eens verhuisd? Hoe vond je dat? Zou jij willen verhuizen? Waarom wel? Waarom niet? Afronding In het ankerverhaal speelt het thema Waar woon jij? een centrale rol. Praat met de kinderen kort over de verschillende woonvormen die ze kennen. Omdat op de tweede lesdag van deze kern de verschillende woonvormen de start vormen van de inrichting van een themamuur, vraagt u de kinderen om een foto mee te brengen van waar zij wonen. Misschien hebben ze ook een foto van hun slaapkamer? Vraag hen ook plaatjes mee te brengen van allerlei gebouwen. Misschien heeft iemand een poppenhuis of kunt u een poppenhuis bij een kleutergroep lenen. 10

11 Dag 1 Basisles w Dag 1 Doelen Nieuwe letter: w Woorden met nieuwe letter lezen Doel Kennismaken met nieuwe woordtypen Materialen leerkracht Wandplaat: wip Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Leesboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Nieuwe materialen Bij de start van deze nieuwe kern deelt u de volgende nieuwe materialen uit: Werkboekje maan 4, Werkboekje zon 4, Veilig & vlot maan 4, Veilig & vlot zon 4, Leesboekje zon 4, Veilig gespeld 4. 2 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord kip. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen via de woordschuif het woord kip. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook waarvan het eerste vakje leeg is: <-ip>. Toon de wandplaat wip (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord wip maken. Wie kan het woord /wip/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /w-i-p/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet in het eerste vak komen? Ja, de letter <w>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <w> staat nu in het eerste vak. Lees het woord wip zoemend met de woordschuif. De <w> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <w> voorkomt. Toon de wandplaat wip met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 11

12 Dag 1 Basisles 3 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk. Ze lezen eerst in hun leesboekje zon en maken vervolgens de werkbladen in het werkboekje zon. Daarna oriënteren ze zich met Veilig & vlot zon op de leerstof die in deze kern in de leerlijn technisch lezen voor zon aan de orde komt. Introduceer deze fase als volgt: Jullie hebben vast wel eens op een wip gezeten. Denk nog maar eens terug aan hoe dat voelde, want nu gaan jullie aan de slag met het woord wip. Straks wil ik heel graag horen wat jullie gelezen en geleerd hebben. Bespreek, als dat nodig is, de werkbladen zon via de LA-VLL. Noteer voor de zon-groep de volgende activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 4, pag. 2, 3, 4 Werkboekje zon 4, blad 1, 2, 3 Veilig & vlot zon 4, pag. 2, 3 Veilig gespeld 4, pag. 1, 2 (w1) Speelleesset 4, instap 1 Leerlingsoftware VLL Leesseries LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Oriënteer de leerlingen met behulp van het letterblad in het werkboekje maan op een belangrijk doel voor de komende twee weken: het leren van de volgende vijf nieuwe letters: w, o, a, u, j. Bekijk samen met de leerlingen welke letters ze al hebben geleerd en geef de leerlingen individueel gelegenheid om na te gaan of er op het letterblad misschien nog meer letters staan die ze al kennen. Vertel ten slotte dat ze vandaag dus de letter <w> leren. 2 Instructie letter <w> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de eerste letter van het woord <wip> de letter <w> is. De letter <w> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <w>. Toon het letterbordkaartje <w> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /w/. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /w/. Wat voel je als je /w/ zegt? Leg drie vingers op je lippen en zeg: /w/. Voel je dat de lucht tussen je lippen door glijdt? Wat voel je nog aan je lippen? Voel nog eens goed: /www/. Ja inderdaad, je lippen trillen. Nog eens: we houden onze lippen losjes op elkaar en blazen zo hard dat ook onze keel trilt: /w/, /w/, /w/. Heb je het gevoeld? Goed zo! Wie kan een woord noemen dat begint met /w/? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <w> horen? Hoort de letter /w/ bij de klinkers? Of bij de medeklinkers, zoals de /v/ en de /m/? Goed zo, de letter /w/ is een mede klinker. Laat een van de leerlingen de letter <w> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <w> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een medeklinker. De letter <w> moeten jullie goed onthouden. 12

13 Dag 1 Basisles 3 Auditieve analyse /w/ De LA-VLL toont drie afbeeldingen van woorden (wol, juf, weg) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /w/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /w/ in /wol/? Zeg het woord maar na. Spreek het woord samen met de leerlingen rustig en duidelijk gearticuleerd uit. Hoor je /w/ in /wol/? Hak het woord vervolgens in afzonderlijke klanken: /w-o-l/. Doe maar mee: /w-o-l/. Geef de volgende haktip: Lukt het je niet om een woord te hakken, zoem het woord dan eerst. Dan hoor je de klanken beter en is het makkelijker om het woord te hakken: /w-o-l/. Stel samen met de kinderen vast dat je de klank /w/ inderdaad hoort in het woord wol. Vraag vervolgens naar de positie van de klank in het woord: vooraan, achteraan, in het midden? Zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Het tweede plaatje is /juf/. Hoor je /w/ in /juf/? Eén kind hakt het woord en vervolgens doet de hele klas dit samen. Stel vast dat de klank /w/ niet voorkomt in het woord /juf/. In dit geval hoeft er dus geen kruisje in de hakstrook te worden gezet. Bespreek op dezelfde wijze het derde woord: /weg/. Info In de module Zoekwoorden maken van de LA-VLL (zie volgende oefening) wordt als afsluiting van de oefening ook telkens een woord gemaakt met een lettercluster vooraan of achteraan. Maak de leerlingen duidelijk dat ze dit laatste woord eigenlijk nog niet hoeven te kunnen lezen, maar dat ze het wel mogen proberen. Misschien lukt het al! 4 Zoekwoorden maken We gaan woorden maken met de nieuwe letter <w> en met de letters die we al kennen. Kijk, hier zie je de letters die we al kennen. Wijs de letters aan op het letterbord. De LA-VLL toont het woord wip. We gaan nu een nieuw woord maken door één letter van het woord <wip> te vervangen door een andere letter. De LA-VLL toont vervolgens <wi->. Vraag aan de kinderen welk woord ze kunnen maken met de letters die zijn aangeboden. Die letters zien ze in het letterdoosje dat achter het woord staat. Welk woord zou Zoem gemaakt hebben? Klik op Zoem. We zien dat Zoem de letter <t> in het lege vak heeft geplaatst. Er staat nu: wit. Doordat de leerlingen telkens woorden zoeken die in één letter verschillen van het voorgaande woord, ontstaan achtereenvolgens met behulp van Zoem de volgende zoekwoorden: wip wit win wen woon woont. Zoem heeft voor ons woorden gemaakt. Het zijn allemaal verschillende woorden en toch lijken ze op elkaar. Zien jullie dat ook? Wij gaan de woorden die Zoem voor ons heeft gemaakt nu samen lezen. 13

14 Dag 1 Basisles Lees het rijtje van zes woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en nogmaals laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <w> wordt zowel vooraan als achteraan in het klikklakboekje ingehangen. Met de letters die tot nu toe geleerd zijn, kan echter geen woord gemaakt worden dat eindigt op <w>. Laat daarom de kinderen alleen een woord maken dat met de letter <w> begint. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 2 (w1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 2 (w1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Jullie kunnen al zelf woorden maken met de letter <w>. Nu gaan we samen woorden en zinnen lezen met die nieuwe letter. Geef de leerlingen eerst kort gelegenheid om de woorden en zinnen in het bovenkader stil voor zichzelf te lezen. Vervolgens geeft u enkele leesbeurten. Wijs daarna het eerste woordrijtje aan. Doe het zoemend lezen van deze woorden eerst voor. Belangrijk is dat de kinderen hierbij voortdurend met een vinger bijwijzen. Hun vinger gaat van links naar rechts onder het woord. Doe dit voor op het bord. Vervolgens lezen de leerlingen het rijtje zoemend mee en ten slotte geeft u individuele beurten of groepsbeurten. Als een kind de woorden al vlot kan lezen, is dat uitstekend. Lukt dat nog niet, dan is het prima om zoemend te lezen. Op dezelfde wijze worden ook het tweede en derde rijtje geoefend. Tip Het oefenen is erop gericht de woorden uiteindelijk vlot te kunnen lezen. U kunt de verschillende manieren van lezen voor de leerlingen concretiseren met behulp van de steunkaart Leesstrategieën: spellend lezen, zoemend lezen en vlot lezen (zie Digiregie). Tijdens de instructie kunt u deze steunkaart gebruiken om de kinderen inzicht te geven in de manier waarop ze lezen en het uiteindelijke doel, namelijk vlot lezen. Als een kind spellend leest, kunt u het kind wijzen op de strategie spellend lezen en proberen via zoemend lezen tot vlot lezen te komen. De spellende lezer wordt zo gestimuleerd om vlot te lezen. U zet hierbij het zoemend lezen in als hulpmiddel. Er zullen ook kinderen zijn die verschillende manieren van lezen combineren (vlot voor lettercombinaties die ze al goed kennen en zoemend of spellend voor andere lettercombinaties in een woord, bijvoorbeeld /www-aar/). Ook dat is prima. Doelstelling is immers om met behulp van zoemend lezen tot vlot lezen te komen. Belangrijk is dat u het lezen nooit spellend voordoet. 7 Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is er in deze lesfase ook tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. 14

15 Dag 1 Basisles U bespreekt de werkbladen eventueel voor met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 1 en benoem de plaatjes: jas, wip, was; vos, wiel, voet; wol, weg, juf; vier, wijn, wieg. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 4, pag. 3 (w2) Werkboekje maan 4, blad 1, 2, 3 Veilig gespeld 4, pag. 1, 2 (w1) Klikklakboekje Speelleesset 4, instap 1 Leerlingsoftware VLL Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Met de module Letters oefenen in de LA-VLL besteedt u gericht aandacht aan letterkennis. 2 Veilig & vlot maan, pagina 3 (w2) Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak pagina 3 (w2) van Veilig & vlot maan volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Op deze pagina staan alleen woorden met letters die de kinderen al enige tijd kennen. Daarom zullen heel wat kinderen deze woorden redelijk vlot kunnen lezen. Echter, leerlingen van de ster-aanpak zijn misschien nog geen vlotte lezers en zullen daarom juist in deze verlengde instructie behoefte hebben aan zoemende leesinstructie. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen van de ster-aanpak kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. Praat met de kinderen over de betekenis van deze zinnetjes en laat aangeven bij welk zinnetje de tekening hoort. 3 Zelfstandig werken ster Na de verlengde instructie gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdrachten. Als ze klaar zijn met de verplichte opdrachten, kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Zij werken zelfstandig met het werkboekje zon, het leesboekje zon en Veilig & vlot zon. Hoe verloopt het zelfstandig werken met deze materialen? Informeer ook eens bij leerlingen van de zon-aanpak of zij straks iets willen voorlezen uit het leesboekje zon of een van de gemaakte opdrachten uit het werkboekje willen presenteren. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina uit het leesboekje via de LA-VLL. Pagina 2 van het leesboekje zon is bijvoorbeeld heel geschikt om te laten voorlezen. Lees ten slotte ook zelf de tekst nog eens voor, zodat het rijm in de tekst goed tot uitdrukking komt. Praat met de leerlingen over de inhoud van de tekst. 15

16 Dag 1 Basisles 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer werkbladen uit het werkboekje maan en/ of het werkboekje zon, bijvoorbeeld werkblad 3 maan en werkblad 3 zon. 3 Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de letter <w> op je letterblad? Als je deze letter nu al goed kent, mag je er een rondje om tekenen. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Als u met Veilig leren lezen werkt in combinatie met de schrijfmethode Pennenstreken of in Vlaanderen met Ik pen, kunt u hier kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <w> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. Met behulp van de LA-VLL kunt u de schrijfbeweging van de schrijfletter <w> demonstreren. De uitgebreide verkenning van de schrijfletter <w> en het daadwerkelijke schrijven van deze letter gebeurt in de schrijfles. 16

17 Dag 1 Basiskwartier Doel Kennismaken met nieuwe woordtypen Introductie In dit basiskwartier werkt u met de leerlingen van de zon-aanpak met het boekje Veilig & vlot zon en het woordenblad in het werkboekje zon. Hang de namen van deze leerlingen op het planbord onder het kaartje van de leerkracht die met een groepje leerlingen werkt (kaartje instructietafel). Vertel dat de overige leerlingen zelfstandig aan het werk gaan. Leerlingen die de verplichte opdrachten van deze lesdag nog niet af hebben, werken verder aan deze verplichte opdrachten. Leerlingen die klaar zijn met de verplichte opdrachten, kiezen een facultatieve opdracht. Veilig & vlot zon Met de leerlingen van de zon-aanpak gaat u werken met het boekje Veilig & vlot zon. In de basisles hebben deze leerlingen de pagina s 2 en 3 zelfstandig voorbereid. De volgende nieuwe woordtypen komen aan de orde: eenlettergrepige woorden die beginnen met <schr> (zoals: schroef), eenlettergrepige werkwoorden die eindigen op <dt> of <bt> (zoals: rijdt, krabt), eenlettergrepige woorden die eindigen op <ch> of <cht> (zoals: lach, lacht), tweelettergrepige verkleinwoorden (zoals: dwergje, droompje, stoeltje), eenlettergrepige woorden die eindigen met een open lettergreep (zoals: sla, vlo, nu), eenlettergrepige woorden met een cluster van drie medeklinkers vooraan (zoals: sproet) of achteraan (zoals: worst), tweelettergrepige samengestelde woorden (zoals: tuinstoel, zwembroek). Lees de pagina s 2 en 3 met de kinderen. Geef individuele beurten, zodat u goed kunt waarnemen of er leerlingen zijn, die moeite hebben met het lezen van de woorden en zinnen. Laat elke leerling in ieder geval individueel een rijtje woorden en een zinnetje lezen. Laat de leerlingen hun werkboekje zon voor zich nemen en bekijk samen het woordenblad. Kinderen kunnen op dit blad aangeven waarmee ze extra goed willen oefenen. Ze zetten dan een kruisje in het hokje vóór een bepaalde woordcategorie. Ook kunnen de leerlingen het blad gebruiken om te registreren waarmee geoefend is. Dit kan door de pagina s onder de verschillende vakken in te kleuren als met de betreffende pagina s is geoefend. Info Leerlingen van de zon-aanpak kunnen goed in tweetallen werken met Veilig & vlot zon. Dit werkt motiverend en zorgt ervoor dat ze actief bezig zijn met de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. Veilig & vlot is een belangrijk leermiddel. Dagelijks lezen in Veilig & vlot heeft een bijzonder positieve uitwerking op de leesvaardigheid van leerlingen, zowel op correct lezen als op vlot lezen. Omdat leerlingen dagelijks werken met Veilig & vlot, bestaat het gevaar dat het na enige tijd een sleur wordt. Om dit te voorkomen, zijn oefenvarianten ontwikkeld. Een beschrijving van deze oefenvarianten en concrete hulpmiddelen bij het aanleren van deze oefenvarianten vindt u in Digiregie (Oefenvarianten Veilig & vlot). 17

18 Dag 1 Extra ster-tijd lezen Doel Bijenkorfspel (speelleesset) leren spelen Begeleide oefening: Bijenkorfspel Tot nu toe waren de volgende spelvormen opgenomen in de speelleesset: Zoemspel, Letters rollen en Spaarspel. Vanaf kern 4, instap 1 wordt daaraan een nieuwe spelvorm toegevoegd: het Bijenkorfspel. We leren het spel vandaag aan het kleine groepje leerlingen van de ster-aanpak. Zij kunnen het spel dan de volgende lesdag in het basiskwartier demonstreren aan alle leerlingen. Het Bijenkorfspel wordt gespeeld door twee personen. Het spel duurt tien minuten en is gericht op het begrijpend lezen van woorden, zinnen en teksten. Uitgebreidere informatie over het Bijenkorfspel en tips voor het uitleggen van het spel vindt u in de toelichting bij de speelleesset. Tip Hebt u niet de beschikking over de speelleesset, werk dan met behulp van de module Letters oefenen in de LA-VLL aan de letterkennis en met behulp van Veilig & vlot maan, pagina 2 (w1) en 3 (w2) aan het automatiseren van de woordherkenning. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: ankerverhaal Herhaling van moeilijke woorden is belangrijk voor kinderen met een beperkte woordenschat. Met behulp van het ankerboek Lollig! kunt u diverse moeilijke woorden aan de orde stellen. Mogelijk is het ankerverhaal bij deze leerlingen al twee keer eerder aan de orde geweest, namelijk in de preteaching en in de integratieles van deze lesdag. Het verhaal zal daarom al goed bekend zijn, waardoor het mogelijk is om in deze extra ster-tijd meer aandacht te besteden aan moeilijke woorden. Kies hierbij woorden die bij het thema van deze kern passen, zoals: de flat, de zijkant, het balkon, de verdieping, het plafond, de onderburen, de bovenburen, de woning. Door deze voorbewerking kunnen kinderen zich straks de andere nieuwe woorden beter eigen maken. Maak bij het bespreken van deze woorden ook gebruik van de LA-VLL. Maak de kinderen attent op de mogelijkheid om vanaf deze dag ook thuis gebruik te maken van nieuwe spellen met nieuwe woorden in de oefensoftware voor woordenschat. 18

19 Dag 2 Basisles w Dag 2 Doel Woorden maken met nieuwe letter: w Doel mkm-woorden correct spellen Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letterkennis Weten jullie nog welke letter we gisteren geleerd hebben? Kun je die letter ook aanwijzen op het letterbord? En weten jullie misschien ook nog in welke letterfamilie de letter <w> hoort? Heel goed: De letter <w> is een medeklinker. Activeer vervolgens de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. LESOVERGANG instructie Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters zojuist opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <w> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest de woorden te laten schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <w> wordt geschreven. 2 Letterdictee Bij deze oefening maakt u gebruik van de LA-VLL. Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling : Stap 1: Ik luister naar de letter. Stap 2: Ik zeg de letter na. Stap 3: Welke klank hoor ik? Stap 4: Ik schrijf de letter. Stap 5: Ik lees de letter. Stap 6: Ik kijk de letter na. 19

20 Dag 2 Basisles v m w h n Dicteer de volgende letters en laat ze opschrijven of leggen op de letterdoos: v m w h n. Kijk goed naar mij. Ik zeg een letter en jullie schrijven die letter op of leggen de letter op de letterdoos. Luister maar: /v/. Zeg de letter na: /v/. Schrijf de letter op of leg de letter nu op de letterdoos. Op dezelfde wijze dicteert u ook de overige vier letters: m w h n. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Hierbij kunt u kiezen voor het presenteren van de letters als leesletters of als schrijfletters. Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? Info In het volgende woorddictee kunnen uw leerlingen weer snuffelen aan het schrijven of leggen van woorden die beginnen of eindigen met een cluster van twee medeklinkers. Maak de leerlingen duidelijk dat ze het laatste woord in deze oefening eigenlijk nog niet hoeven te kunnen maken, maar dat ze het wel mogen proberen. Als het lukt, geweldig! Lukt het nog niet? Geen probleem, je hoeft het nu nog niet te kunnen! 3 Woorddictee Bij deze oefening maakt u gebruik van de LA-VLL. Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling. De leerlingen schrijven de woorden of leggen de woorden op hun letterdoos. Achtereenvolgens komen de volgende woorden aan de orde: hoe woon zeep waak kookt. Ik zeg een zin en daarna een woord uit die zin. Dat woord gaan we schrijven (of maken op de letterdoos). Luister maar. Stap 1: Luister naar het woord. Weet jij hoe dat moet? Luister naar het woord: /hoe/. Stap 2: Zeg het woord na. Zeg het woord duidelijk na. Stap 3: Hak het woord in klanken. Welke klanken hoor je? Goed zo: /h-oe/. Stap 4: Maak het woord met letters. Schrijf of leg het woord. Stap 5: Lees het woord. Lees zachtjes voor jezelf het woord dat je gemaakt hebt. Stap 6: Kijk het woord na. Kijk of je het woord goed hebt gemaakt. Daarna laat u ook de volgende woorden schrijven of leggen. U voert het stappenplan nu niet meer stap voor stap samen met de kinderen uit, maar u laat de kinderen dit zelfstandig doen met ondersteuning van het stappenplan spelling. Bij stap 3 laat u de kinderen stil voor zichzelf het woord in klanken verdelen. Als het woord gemaakt is door de kinderen en nagelezen, laat u een van de kinderen het woord hardop in klanken verdelen. De volgende woorden worden geschreven of gelegd: woon zeep waak kookt. U biedt deze woorden als volgt aan: Waar woon jij? Maak het woord: /woon/. Je moet je met zeep wassen. Maak het woord: /zeep/. Op dat bordje staat: Hier waak ik. Maak het woord: /waak/. Op zondag kookt mijn vader. Maak het woord: /kookt/. 20

21 Dag 2 Basisles Kijk het woorddictee woord voor woord na met behulp van de LA-VLL. Hierbij kunt u kiezen voor een presentatie van het woord in schrijf- of leesletters. Sluit af met: We hebben samen woorden gemaakt. Nu gaan we die woorden samen lezen. Laat ten slotte het rijtje woorden door enkele kinderen hardop voorlezen. 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling, dat via de LA-VLL op het bord zichtbaar blijft tijdens het zinsdictee. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we schrijven (of leggen op de letterdoos). Luister maar: mijn boek is dik. Let erop dat u de zin duidelijk en in een rustig tempo uitspreekt. Herhaal de zin eventueel nog een keer. Nu jullie. Zeg de zin maar na. De kinderen zeggen de zin en onderscheiden daarbij de afzonderlijke woorden door een duidelijke pauze na elk woord. Vervolgens schrijven ze de zin op of leggen de zin op de letterdoos met een spatie tussen de afzonderlijke woorden. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk vervolgens de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. 5 Werkinstructie zon, maan, ster In deze lesfase gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Indien nodig bespreekt u kort de werkbladen met behulp van de LA-VLL. Werkblad 4 bevat een spellingopdracht. Benoem samen de plaatjes, zodat duidelijk is welke woorden moeten worden ingevuld. Achtereenvolgens moeten worden ingevuld: wip (1), haas (2), boom (3), zee (4), wijs (5). Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 4, pag. 3, 4 (w2) Veilig & vlot zon 4, pag. 6, 7 Werkboekje zon 4, blad 4, 5 Veilig gespeld 4, pag. 5, 6 (w3) Veilig & vlot zon 4, pag. 4, 5 Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries Ook de leerlingen die de maan- of de ster-aanpak volgen, gaan zelfstandig aan het werk. Op het planbord noteert u onderstaande verplichte en facultatieve opdrachten. De werkbladen bespreekt u eventueel voor met behulp van de LA-VLL. Veilig gespeld 4, pag. 3, 4 (w2) Werkboekje maan 4, blad 4, 5 Veilig & vlot maan 4, pag. 4, 5 (w3, w4) Veilig & vlot maan 4, pag. 6, 7 (w5, w6) Veilig gespeld 4, pag. 5, 6 (w3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 21

22 Dag 2 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Met behulp van de module Letters oefenen in de LA-VLL kunt u heel gericht aandacht besteden aan de letterkennis. 2 Veilig & vlot maan Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak het lezen van woorden en het lezen van een korte tekst met pagina 4 (w3) en 5 (w4) van Veilig & vlot maan. Praat met de kinderen ook over de inhoud van de tekst. 3 Werkboekje maan, blad 4 Voor leerlingen van de ster-aanpak kan dit een pittige oefening zijn, waarbij begeleiding gewenst is. Laat het woord dat gemaakt moet worden eerst benoemen, bijvoorbeeld: /wip/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /w-i-p/. Daarna schrijven of stempelen de leerlingen dit woord in de zin. Mogelijk kunnen de leerlingen de volgende zinnen zelfstandig maken. Benoem wel eerst de woorden die in de zinnen moeten worden ingevuld: haas (2), boom (3), zee (4), wijs (5). 4 Zelfstandig werken ster Na de verlengde instructie gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdrachten. Wat de verplichte opdrachten zijn, kunnen ze zien op het planbord. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. In deze fase van de les bent u in de gelegenheid om bij de leerlingen te kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en eventueel hulp te bieden bij bepaalde opdrachten. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek de bladen 4 en 5 van het werkboekje maan. Blad 4 komt overeen met blad 4 in het werkboekje zon. Laat een woord eventueel hardop in klanken verdelen en laat vervolgens vaststellen welke letters je nodig hebt om dat woord te maken. Op werkblad 5 staat het begrijpend lezen van zinnen centraal. Bespreek eerst de versie van het werkboekje maan. Laat de eerste zin lezen en praat vervolgens met de kinderen over de plaatjes die bij die zin staan. Laat daarna de zin nog een keer lezen en stel de vraag: Welk plaatje hoort bij deze zin? Laat de kinderen ook vertellen waarom het gekozen plaatje bij die zin hoort en het andere plaatje niet. Toon vervolgens blad 5 van het werkboekje zon. Dit werkblad komt in hoge mate overeen met het zojuist besproken werkblad. Bespreek ook dit werkblad. Laat de zinnen voorlezen door leerlingen van de zon-aanpak. 22

23 Dag 2 Basiskwartier Doel Bijenkorfspel (speelleesset) leren spelen Introductie Vertel uw leerlingen dat ze vandaag leren hoe het Bijenkorfspel van de speelleesset wordt gespeeld. Als u gisteren in de extra ster-tijd (zie pagina 18) het Bijenkorfspel hebt gespeeld met de leerlingen van de ster-aanpak, assisteren deze leerlingen u bij de demonstratie van het spel. Tips voor de introductie van de speelleesset vindt u in de toelichting bij de speelleesset op pagina 14 en 15. Op de pagina s 22 en 23 vindt u een beschrijving van het Bijenkorfspel. Bijenkorfspel Introduceer het Bijenkorfspel met de werkvorm binnen- en buitenkring. Laat het Bijenkorfspel onder uw leiding spelen aan een groepstafel (binnenkring). Laat de andere kinderen in een kring om de groepstafel heen staan (buitenkring). Betrek de buitenkring bij het spelen door vragen te stellen. Wie is er nu aan de beurt? Wat denk je dat hij nu moet doen? Op deze manier wordt de speelwijze van het Bijenkorfspel voor alle kinderen duidelijk. Tip Als u niet de beschikking hebt over de speelleesset, leest u in dit basiskwartier met de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak de pagina s 5 (w4) en 6 (w5) van Veilig & vlot maan. De leerlingen van de zon-aanpak werken zelfstandig met Veilig & vlot zon. Geef de leerlingen eerst gelegenheid om in tweetallen pagina 5 (w4) te oefenen. Vertel dat straks enkele tweetallen iets mogen voorlezen van deze pagina. Bekijk hoe het lezen in tweetallen verloopt. Zijn de leerlingen er geconcentreerd mee bezig? Zorgen ze voor afwisseling in de taakverdeling? Lezen ze zonder de andere kinderen te storen? Geef eventueel tips aan kinderen die nog moeite hebben met in tweetallen oefenen. Laat ten slotte enkele tweetallen iets voorlezen. Geef complimenten voor de zaken die goed gaan en geef tips voor aspecten die nog beter kunnen. Werk daarna op dezelfde wijze met pagina 6 (w5). 23

24 Dag 2 Integratieles ankerverhaal Doel Vertellen over opbouw verhaal en verhaalstructuur ontdekken Doel Een eigen ervaring buiten het hier en nu kunnen verwoorden Lesactiviteiten Interactief voorlezen Praten over het verhaal Ontdekken verhaalstructuur Inrichten themamuur Materialen leerkracht Ankerboek: Lollig! Leerkrachtassistent VLL Themamuur Materialen voor de themamuur Materialen leerling Woordstroken en afbeeldingen kern 4 Introductie Weten jullie nog van het verhaal dat ik gisteren heb voorgelezen? We gaan het verhaal van Dirk en Dora vandaag nog een keer lezen en we gaan er ook over praten. Laat kinderen de foto s van gebouwen die ze hebben meegebracht voor de themamuur alvast op een centrale plek leggen, zodat na het verhaal de themamuur kan worden ingericht. Leskern 1 Verhaalstructuur: verhaal in verhaal Besteed eerst met behulp van de LA-VLL aandacht aan de structuur van het verhaal. Bij dit verhaal is sprake van een verhaal in een verhaal. Het verhaal begint, net als de voorgaande verhalen, met Kim en opa op het pleintje. Opa knipt dahlia s voor de nieuwe buren, die in het huis op z n kop komen wonen. En daarbij hoort natuurlijk een verhaal uit opa s verhalenpet. Opa vertelt vervolgens wat Dirk en Dora beleefd hebben in hun vorige woning. 2 Interactief voorlezen Begin na het bekijken van de verhaalstructuur met het herhaald voorlezen van het ankerverhaal. Toon de bijbehorende platen met behulp van de LA-VLL. De eerste keer, in de vorige integratieles, hebt u het verhaal zonder veel onderbrekingen voorgelezen. Deze keer kunt u het voorlezen wel onderbreken om woorden en uitdrukkingen interactief te bespreken, meteen in te gaan op bepaalde belevingsaspecten, of delen van het verhaal te laten navertellen. De belevingsvragen die in de eerste integratieles niet aan de orde zijn gekomen, kunt u eventueel nu bespreken. 3 Verhaalanalyse: Hoofdfiguren-bijfiguren Nadat u het verhaal opnieuw hebt voorgelezen richt u de aandacht op de structuur van het verhaal dat opa aan Kim vertelt. Hierbij maakt u gebruik van de module Hoofdfigurenbijfiguren in de LA-VLL. Op het scherm staan 2 grote lege vakken met daaronder 6 plaatjes. Bij het linkervak staat het picto hoofdfiguren. Hoofdfiguren Wie zijn de belangrijkste personen in dit verhaal? Samen met de kinderen komt u tot het correcte antwoord: In dit verhaal gaat het vooral om Dirk, Dora en Rigo. Schuif de plaatjes van Dirk, Dora en Rigo in het grote linkervak. 24

25 Dag 2 Integratieles Bij het rechtervak staat het picto bijfiguren. Bijfiguren De overige figuren hebben een veel kleinere en veel minder belangrijke rol. Dat zijn dus de bijfiguren: de bovenburen, de onderburen en de bouwvakker. Schuif deze plaatjes naar het rechtervak met het picto bijfiguren. Laat de kinderen het verhaal van Dirk en Dora met eigen woorden navertellen, waarbij het vooral moet gaan over de hoofdfiguren. Afronding Bespreek met de kinderen welke ervaringen ze zelf hebben met een verhuizing. Waarom gingen ze verhuizen? Vonden ze het leuk of vervelend om te verhuizen? Wie waren in hun verhuisverhaal de hoofdfiguren en bijfiguren? Let bij het vertellen op de manier waarop een kind de eigen ervaringen verwoordt. Stuur het kind bij het vertellen van het eigen verhaal bij, als het afdwaalt. Door tussentijds vragen te stellen, wordt het kind geholpen om z n verhaal in de juiste volgorde te vertellen en om tijdens het vertellen niet af te dwalen. Vanuit de vertellingen van kinderen over hun eigen verhuizingen kunnen verschillende woningtypen worden genoemd. Stel kinderen de vraag wie al eens van een flat naar een woonhuis is verhuisd. En wie juist andersom van een woonhuis naar een flat? Wie van een woonhuis naar een ander soort woonhuis? Wat voor soort woonhuis was dat? De foto s van gebouwen die kinderen hebben meegebracht en afbeeldingen uit Digiregie, worden vervolgens bekeken, benoemd en geordend. Welke gebouwen zijn woningen? Welke niet? Groepeer vervolgens de verschillende woonvormen rondom het zinnetje: ik woon. Dat kan bijvoorbeeld door ik woon op een woordstrook te schrijven en de foto s eromheen te ordenen. Op deze wijze ontstaat een themamuur met als thema Waar woon jij?. In de volgende integratieles wordt op de diverse woonvormen ingegaan. Daarbij worden nieuwe begrippen gerelateerd aan de persoonlijke woonvormen van kinderen. 25

26 Dag 2 Extra ster-tijd lezen Doel Woorden maken en lezen Begeleide oefening: letterdoos In deze extra ster-tijd werken de kinderen met hun magnetische letterdoos. U maakt een woord in een klikklakboekje dat is gevuld met de letters die tot nu toe in de methode aan de orde zijn geweest. Vervolgens laat u het woord zien en leest u dit woord hardop voor, eerst zoemend en dan vlot. De leerlingen zeggen het woord na, verdelen het in afzonderlijke klanken en leggen het woord op de letterdoos. Daarna maken de leerlingen om beurten een woord in het klikklakboekje. Volgens dezelfde procedure wordt het woord uiteindelijk op de letterdoos gemaakt. De kinderen leggen het tweede woord onder het eerste woord, zodat een woordrijtje ontstaat. Het eindresultaat van deze oefening is een aantal woorden op de letterdoos. Dit eindresultaat kunt u eventueel kopiëren (voor elke leerling van de ster-aanpak één exemplaar). De kinderen nemen deze kopie mee naar huis. Ze kunnen thuis laten zien welke woorden ze gemaakt hebben en kunnen deze woorden voorlezen. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: vormen van wonen In het ankerverhaal Lollig! speelt het onderwerp wonen een belangrijke rol. Een goede gelegenheid om met de leerlingen die behoefte hebben aan extra ster-tijd voor woordenschat, stil te staan bij de verschillende vormen van wonen. Praat over de ruimten in het huis. Waarvoor worden de verschillende ruimten gebruikt? Kinderen met een taalzwakke achtergrond zullen woorden als woonkamer, slaapkamer, badkamer en keuken waarschijnlijk wel kennen. Maar kennen ze ook woorden als: zolder, kelder, gang, hal, vide, overloop, berging, meterkast? Praat ook over: Wat ligt er op de grond? Wat hangt er aan het plafond? Wat hangt er aan de muur? Laat kinderen van verschillende culturen ook de eigenheid in het gebruik van de verschillende ruimten verwoorden. 26

27 Dag 3 Basisles o Dag 3 Doelen Nieuwe letter: o Woorden met nieuwe letter lezen Doel Informatie verwerven en lezen over de zon Materialen leerkracht Wandplaat: zon Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Leesboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letters flitsen Herhaal met de LA-VLL de letters die tot nu toe aan de orde zijn geweest. 2 Woorden flitsen In deze oefening komen mkm-woorden voor met bekende letters. 3 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord zijn. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen het woord zijn. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook zonder letter in de middenpositie: <z-n>. Toon de wandplaat zon (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord zon maken. Wie kan het woord /zon/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /z-o-n/. Goed zo, het woord /zon/ bestaat uit drie klanken. Luister maar: /z-o-n/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet in het midden van het woord komen? Ja goed zo, de letter <o>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <o> staat nu in het midden van het woord. Lees het woord zon zoemend met de woordschuif. De <o> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <o> voorkomt. 27

28 Dag 3 Basisles Toon ten slotte de wandplaat zon met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 4 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk met het leesboekje zon, het werkboekje zon en Veilig & vlot zon als verplichte opdrachten. Vertel de leerlingen dat ze vandaag gaan lezen over de zon en misschien wel nieuwe dingen leren over de zon en dat ze daarover straks mogen vertellen. Toon eventueel de werkbladen via de LA-VLL en vertel hoe de opdrachten gemaakt moeten worden. Het is ook een uitdaging voor deze leerlingen om zelf te ontdekken wat de bedoeling is van de opdrachten, zeker als ze samen mogen overleggen. Noteer voor de zon-groep onderstaande activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 4, pag. 5, 6, 7 Werkboekje zon 4, blad 6, 7, 8 Veilig & vlot zon 4, pag. 8, 9 Veilig gespeld 4, pag. 7, 8 (o1) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Toon het letterblad via de LA-VLL. We gaan vandaag dus de letter <o> goed leren. Zie je de letter <o> ook op het letterblad? Als we de letter <o> goed kennen, gaan we er straks een rondje om tekenen. 2 Instructie letter <o> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de middelste letter van het woord <zon> de letter <o> is. De letter <o> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <o>. Toon het letterbordkaartje <o> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /o/. Spreek de letter duidelijk uit. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /o/. Wat voel je als je /o/ zegt? Voel maar eens aan je mond. Die staat wijd open. Voel je het? Voel ook maar eens aan je lippen. Voel je dat die een mooi rondje vormen? Voel nog maar eens goed: /o/. Let goed op, want je kunt het maar even voelen bij zo n korte klank. Heb je het gevoeld? Goed zo! Bij /zon/ hoor je /o/ in het midden van het woord. Wie kan nog een woord noemen waarin je /o/ hoort? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <o> horen? Kijk maar eens goed op het letterbord. Dan kun je het zien. Goed zo, de letter <o> is een klinker. De letter <o> is een korte klinker, net als de letters <i> en <e>. Laat een van de leerlingen de letter <o> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <o> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een korte klinker. De letter <o> moeten jullie goed onthouden. 28

29 Dag 3 Basisles 3 Auditieve analyse /o/ De LA-VLL toont achtereenvolgens drie afbeeldingen van woorden (kok, hok, rook) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /o/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /o/ in /kok/? Zeg het woord maar. Laat het woord vervolgens in afzonderlijke klanken hakken en stel samen met de kinderen vast dat je de klank /o/ inderdaad hoort in het woord /kok/. Vraag naar de positie van de klank in het woord en zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Doe dit ook zo met de woorden /hok/ en /rook/. 4 Zoekwoorden maken Met behulp van de LA-VLL gaat u samen met de kinderen zoekwoorden maken met de nieuwe letter <o>. Als eerste verschijnt het woord zon. Door telkens één letter te vervangen door een andere letter ontstaan nieuwe woorden. Bij het laatste woord wordt één letter toegevoegd en hierdoor ontstaat een woord met een begincluster. Uiteindelijk ontstaat met de hulp van Zoem het volgende rijtje: zon ton top op sop stop. Lees ten slotte de woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en nog een keer laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <o> wordt in de middenpositie in het klikklakboekje gehangen. Laat de kinderen een woord maken met de letter <o>. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 8 (o1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 8 (o1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Lees de pagina samen met de leerlingen op de gebruikelijke wijze. Voor een uitgebreidere beschrijving van de werkwijze zie eventueel pagina Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is in deze lesfase tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. Voorbespreking van de werkbladen kan met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 6 en benoem de plaatjes: bot, hok, rook; roos, kok, kam; rok, vos, zon; boom, kom, boos. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 4, pag. 9 (o2) Werkboekje maan 4, blad 6, 7, 8 Veilig gespeld 4, pag. 7, 8 (o1) Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 29

30 Dag 3 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Veilig & vlot maan, pagina 9 (o2) Met de leerlingen van de ster-aanpak gaat u pagina 9 (o2) van Veilig & vlot maan oefenen. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. Praat met de kinderen over de betekenis van deze zinnetjes en laat aangeven bij welk zinnetje de tekening hoort. 2 Werkboekje maan, blad 8 Op dit werkblad moeten twee zinsdelen met elkaar worden verbonden om een goede zin te maken. Ook moet de inhoud van deze zin kloppen met het plaatje dat erbij staat. Laat een leerling het eerste zinsdeel lezen: kim eet. Laat dan een andere leerling de drie alternatieven lezen waaruit kan worden gekozen: kaas, soep, ijs. Laat de kinderen vervolgens naar het plaatje kijken: Wat eet Kim? Goed zo, Kim eet soep. Kijk maar, voor Kim staat een bordje soep. Verbind nu kim eet met soep. Behandel de overige zinnen op dezelfde wijze. Laat ten slotte alle zinnen nog een keer hardop lezen. 3 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdracht: werkbladen 6, 7 en 8. Als ze klaar zijn met deze opdracht kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Informeer bij enkele leerlingen van de zon-aanpak of zij straks iets willen presenteren. Pagina 5 van het leesboekje zon is hiervoor bijvoorbeeld heel geschikt en datzelfde geldt voor werkblad 6 van het werkboekje zon. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Presentatie lezen zon Geef een of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle leerlingen de leesboekpagina voor zich zien. 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer bladen uit het werkboekje maan, bijvoorbeeld werkblad 8. 3 Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de <o> op je letterblad? Teken een rondje om die letter als je hem nu al goed kent. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Met behulp van de LA-VLL kunt u kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <o> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. De uitgebreide verkenning van de schrijfletter <o> en het daadwerkelijke schrijven van deze letter gebeurt in de schrijfles. 30

31 Dag 3 Basiskwartier Doel Leesvaardigheid automatiseren Introductie Vertel de leerlingen dat u in dit basiskwartier het lezen van woorden gaat oefenen met behulp van de LA-VLL. De leerlingen van de zon-aanpak werken zelfstandig aan hun verplichte en facultatieve opdrachten, zoals die op het planbord staan. Woorden oefenen Besteed aandacht aan het lezen van woorden door middel van de module Woorden oefenen. Als kinderen moeite hebben met het vlot lezen van de woorden, leest u de woorden zoemend voor. Zo ervaren de leerlingen hoe je via zoemend lezen de stap kunt maken naar het vlot lezen van woorden. 31

32 Dag 3 Integratieles lezen Doel Plezier in lezen ontwikkelen door lezen en voorlezen Lesactiviteiten Lezen in Leesboekje maan/ zon 4 Vrij lezen Voorlezen door leerlingen Materialen leerkracht Leesstoel Materialen leerling Leesboekje maan/zon 4 Klassenbibliotheek Leerlingsoftware VLL Introductie In deze integratieles wordt voor de eerste keer gelezen in Leesboekje maan/zon 4. Bekijk samen met de leerlingen de voorkant van het leesboekje. Ook op dit boekje staan de maan en de zon. We weten al dat dit betekent dat er verhalen in staan voor samenlezen. Laat de illustratie bekijken. Vraag aan de kinderen om eens een titel voor dit leesboek te bedenken. Wordt misschien iets als Karren vol verhalen genoemd? Blader vervolgens naar pagina 2 en bespreek wat op de illustraties te zien is. Twee kinderen, een meisje en een jongen, zijn in gesprek. Het meisje met paardenstaart heeft een schaar. Op het laatste plaatje zien we een vrouw die nogal boos kijkt en de paardenstaart die is afgeknipt. De tekst is afwisselend blauw en zwart. De zwarte tekst kan iedereen lezen. De blauwe tekst is voor de kinderen die al verder zijn met lezen of, indien u geen leerlingen van de zon-aanpak in de groep heeft, de tekst die u zelf gaat lezen. Vertel de kinderen dat je dit verhaaltje samen met iemand kunt lezen. In deze les gaan we eerst samenlezen. Daarna lezen leerlingen van de zon-aanpak boeken uit de klassenbibliotheek. Leerlingen van de maan- of de ster-aanpak lezen eerst verder in het leesboekje maan/zon. Daarna lezen ze eventueel ook uit boeken uit de klassenbieb. Spreek af welke kinderen (2 tot 3) aan het einde van de les een fragmentje zullen voorlezen. Het fragment kan komen uit het leesboekje maan/zon (pag. 2 en 3), of uit een boek uit de klassenbieb. Als er een voorleestekst uit het leesboekje maan/zon wordt gekozen, nemen de luisteraars het boekje erbij. Zo kunnen ze meelezen. Als leerlingen van de maan-aanpak voorlezen uit dit leesboekje, lezen ze alleen pagina s voor die al in de klas gelezen zijn. Samenspraakjes en samenleespagina s maan/zon worden door twee kinderen samen voorgelezen. Leskern Eerst gaan de leerlingen van de zon- en de maan/ster-aanpak samenlezen. Uit het leesboekje maan/zon wordt pagina 2 gelezen. Wijs nog eens op de zwarte en blauwe tekstgedeelten. Wanneer u in de klas geen of te weinig leerlingen hebt van de zon-aanpak, leest u zelf de samenleespagina s met de hele groep. Het lezen van de samenleestekst zal niet veel tijd in beslag nemen. Daarom kunt u deze tekst meerdere keren laten lezen, eventueel in wisselende samenstellingen. Vraag, als het verhaal de tweede keer gelezen gaat worden, aan de kinderen of ze tijdens het lezen in het 32

33 Dag 3 Integratieles Kern 4, zonnetje, juf te koop! verhaaltje iets herkennen. Bijvoorbeeld iets wat ze zelf ook wel eens gedaan of meegemaakt hebben. Na het lezen spreekt u daarover kort met de kinderen. Suggesties voor vragen: Wie draagt wel eens een pet? Past die goed op je hoofd? Zijn er kinderen die zulk lang haar hebben dat er geen pet op past? Zou je dan je haar afknippen? Leerlingen van de zon-aanpak gaan hierna verder met lezen uit de klassenbibliotheek. De leerlingen van de maan- of de ster-aanpak lezen pagina 3 uit het leesboekje maan/zon. Het is goed om deze pagina eerst samen met deze leerlingen te bespreken: Wat zie je op de plaatjes? Laat in ieder geval de volgende zaken benoemen: Een jongen bij een ijskar. Hij koopt een ijsje. Op het laatste plaatje gooit hij zijn ijsje in de lucht en zoemt er een bij om zijn hoofd. Op deze wijze worden de kinderen voorbereid op de inhoud van het verhaal. Vertel dat u na het lezen met de kinderen over het verhaaltje praat. Geef nu leesbeurten: Laat eerst de titel lezen. IJs met. Vraag wie er wel eens een ijsje eet. Wat vind je het lekkerst op je ijsje? Slagroom? Nootjes? Iets anders? Laat vervolgens de hele pagina lezen. Zijn er kinderen die hetzelfde hebben meegemaakt als het jongetje in het verhaal? Wat doen ze als er een bij of een wesp op hun ijsje afkomt? Laat ten slotte het stukje in het denkwolkje van de bij nog eens lezen. Kunnen de kinderen in eigen woorden vertellen wat de bij denkt? Hoe merken ze zelf dat bijen dol zijn op zoet? Daarna lezen ook de leerlingen van de maan-aanpak uit de klassenbieb. Leerlingen van de ster-aanpak worden door u nogmaals begeleid bij het lezen van pagina 3. Als er tijd voor is, gaan zij ook uit de klassenbieb lezen. Kinderen die een boek uit hebben, kunnen in de software voor leesbevordering de vragen over het boek beantwoorden. De kinderen die een fragment gaan voorlezen, bereiden dit voor. Dat kunnen bijvoorbeeld twee kinderen zijn die het verhaaltje van pagina 2 willen voorlezen. Of drie kinderen die pagina 3 gaan voorlezen: de teksten van de ijscoman (1e spreekwolkje), het jongetje (2e en 4e spreekwolkje), de bij (3e spreekwolkje). Afronding De kinderen die zijn gekozen om een fragment voor te lezen, doen dat in de leesstoel. Laat de anderen tops en tips formuleren over de wijze van voorlezen en geef zelf ook feedback. Suggesties voor het laten geven van tops en tips vindt u in de Gebruikswijzer. Houd ten slotte een korte terugblik op het verloop van deze integratieles. Bespreek hoe het zelfstandig lezen ging en besteed aandacht aan de werkafspraken en regels van het vrij lezen. Tip In de integratieles op de vijfde lesdag wordt gepraat over allerlei genres boeken en de voorkeuren van kinderen. De boeken uit de klassenbieb waarin de kinderen lezen, worden in ieder geval besproken. Verzamel daarnaast boeken over dieren, sport, techniek, avonturen, andere landen. Ook humoristische boeken en sprookjesboeken horen erbij. Wanneer boeken op het eerste gezicht niet zijn in te delen bij een bepaald genre worden ze toch opgenomen in de collectie. Deze collectie wordt gebruikt in de integratieles op de negende lesdag. 33

34 Dag 3 Extra ster-tijd lezen Doelen Letterkennis automatiseren Woorden vlot lezen Begeleide oefening: Veilig & vlot maan Start deze extra ster-tijd met de module Letters oefenen in de LA-VLL. Met behulp van deze oefening kunt u de geleerde letters herhalen en gericht aandacht besteden aan letters die voor uw leerlingen moeilijk zijn. Lees na deze oefening samen met de kinderen in Veilig & vlot maan. Laat de kinderen een keuze maken uit de pagina s 2 (w1) tot en met 9 (o2). Zijn er nog kinderen die hardnekkig spellend lezen? Gebruik dan de steunkaart Leesstrategieën (Digiregie) om kinderen bewust via het zoemend lezen te brengen tot vlot lezen. Zoemend lezen is voor deze kinderen namelijk een hulpmiddel om het uiteindelijke doel te bereiken: vlot lezen. Let bij het lezen van een tekst ook op de volgende punten: De kinderen wijzen, terwijl u of een andere leerling voorleest, de woorden aan in hun boekje. Dit verhoogt de betrokkenheid. De kinderen wijzen de woorden aan als ze zelf lezen. Dit geeft hen een goede focus op de tekst die ze lezen. De vinger schuift van links naar rechts, net als de woordschuif in de LA-VLL. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: themamuur Kijk eerst samen naar de themamuur en laat de kinderen vertellen wat ze op deze themamuur zien. Stel gericht vragen zodat allerlei doelwoorden van kern 4 aan de orde komen. Als u in uw klas een poppenhuis hebt, bespreek dit huis dan met de kinderen. Laat hierbij weer allerlei doelwoorden van deze kern aan de orde komen. Laat de kinderen ook handelend bezig zijn met het poppenhuis. Laat bijvoorbeeld een verhuizing naspelen. Stel daarbij vragen als: Wat gebeurt er als je gaat verhuizen? Uit welke kamer zullen we als eerste de spullen halen? Wat staat er allemaal in die kamer? Waar is de slaapkamer? Wat staat er allemaal in de slaapkamer? Hebt u niet de beschikking over een poppenhuis? Zorg dan voor een verzameling blokken, waarmee een huis kan worden gebouwd. Bouw samen met de kinderen een huis met meerdere verdiepingen, zodat er ook een woonruimte ontstaat voor bovenburen en onderburen en voor de buren links naast je en rechts naast je. Verwoord de activiteiten en laat hierbij allerlei doelwoorden van kern 4 aan de orde komen. 34

35 Dag 4 Basisles o Dag 4 Doel Woorden maken met nieuwe letter: o Doel mkm-woorden correct spellen Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letterkennis Gisteren hebben we een nieuwe letter geleerd. Kun je die letter aanwijzen op het letterbord? En weten jullie nog bij welke letterfamilie de letter <o> hoort? Heel goed, de letter <o> is een klinker; het is een korte klinker. Activeer daarna de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. LESOVERGANG instructie Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters zojuist opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <o> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest om nadrukkelijk de relatie te leggen tussen lezen en schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <o> wordt geschreven. e w oo o oe 2 Letterdictee Dicteer de volgende letters en laat ze opschrijven of leggen op de letterdoos: e w oo o oe. Kijk goed naar mij. Ik zeg een letter en jullie schrijven die letter op of leggen de letter op de letterdoos. Luister maar: /e/. Zeg de letter na: /e/. Schrijf de letter of leg de letter nu op de letterdoos. Op dezelfde wijze dicteert u ook de overige vier letters: w oo o oe. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? 35

36 Dag 4 Basisles 3 Woorddictee Bij deze oefening maakt u gebruik van de LA-VLL. Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling. De leerlingen schrijven de woorden of leggen de woorden op hun letterdoos. De volgende woorden komen aan de orde: rot hoek zijn bok woont. Ik zeg een zin en daarna een woord uit die zin. Dat woord gaan we maken. Luister maar. Volgens mij is die appel rot. Maak het woord:/rot/. Daarna laat u ook de volgende woorden schrijven of leggen. Bied de woorden als volgt aan: Wie staat daar op de hoek van de straat? Luister naar het woord: /hoek/. Kijk, daar staat zijn fiets. Luister naar het woord: /zijn/. Is dat een geit of een bok? Luister naar het woord: /bok/. Ik weet niet waar jij woont. Luister naar het woord: /woont/. Kijk het woorddictee woord voor woord na met behulp van de LA-VLL. Sluit af met: We hebben woorden gemaakt. We lezen die woorden nu samen. Laat ten slotte het rijtje woorden door enkele kinderen hardop voorlezen. 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling, dat via de LA-VLL op het bord zichtbaar blijft tijdens het zinsdictee. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we opschrijven of leggen op de letterdoos. Luister maar naar de zin die ik zeg: mijn koek is op. Let erop dat u de zin duidelijk en in een rustig tempo uitspreekt. Herhaal de zin eventueel nog een keer. Nu jullie. Zeg de zin maar na. De kinderen zeggen de zin na en onderscheiden daarbij de afzonderlijke woorden door een duidelijke pauze na elk woord. Vervolgens schrijven ze de zin op of leggen de zin op de letterdoos met een spatie tussen de afzonderlijke woorden. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk vervolgens de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. 5 Werkinstructie zon, maan, ster In deze lesfase gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Bespreek indien nodig kort de werkbladen met behulp van de LA-VLL. Werkblad 9 bevat een spellingopdracht, waarbij de kinderen woorden moeten afmaken door een keuze te maken uit de korte klinker <o> en de lange klinker <oo>. Besteed aandacht aan de picto s en aan de wijze waarop deze opdracht moet worden gemaakt. Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 4, pag. 9, 10 (o2) Werkboekje zon 4, blad 9, 10 Veilig & vlot zon 4, pag. 10, 11 Veilig & vlot zon 4, pag. 12, 13 Veilig gespeld 4, pag. 11, 12 (o3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries Ook de leerlingen die de maan- of de ster-aanpak volgen, gaan zelfstandig aan het werk. De werkbladen bespreekt u eventueel voor met behulp van de LA-VLL. Op het planbord noteert u onderstaande opdrachten. 36

37 Dag 4 Basisles Veilig gespeld 4, pag. 9, 10 (o2) Werkboekje maan 4, blad 9, 10 Veilig & vlot maan 4, pag. 10, 11 (o3, o4) Veilig & vlot maan 4, pag. 12, 13 (o5, o6) Veilig gespeld 4, pag. 11, 12 (o3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Met de module Letters oefenen in de LA-VLL besteedt u gericht aandacht aan de letterkennis. 2 Veilig & vlot maan Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak het lezen van woorden en het lezen van een korte tekst met pagina 10 (o3) en 11 (o4) van Veilig & vlot maan. Praat met hen ook over de inhoud van de tekst die ze gelezen hebben. 3 Werkboekje maan, blad 10 Op dit werkblad moeten de kinderen de zinnen goed verklanken, maar ook letten op de betekenis van de gelezen zin en die vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Laat de eerste zin lezen: een bij op mijn been! Vraag of dit klopt: Zit er een bij op het been van Sim? Kijk maar eens goed naar het plaatje. De bij zit niet op het been van Sim, maar op zijn voet. Omdat deze zin niet juist is, omcirkelen de kinderen achter de zin het gezichtje dat sip kijkt. Als een zin wel juist is, omcirkelen ze het lachende gezichtje. 4 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk met het maken van de verplichte opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. In deze fase van de les kunt u bij de leerlingen te kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en eventueel hulp bieden bij bepaalde opdrachten. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek werkblad 9. Dit blad in het werkboekje maan is identiek aan blad 9 in het werkboekje zon. Laat de twee letters waaruit moet worden gekozen eerst nog eens duidelijk verklanken: /o/ en /oo/. Vraag de kinderen of ze het verschil horen tussen deze twee klanken en kom tot de constatering dat de letter /o/ een korte klinker is en de letter /oo/ een lange klinker. Laat het verschil tussen /o/ en /oo/ nog eens duidelijk horen. Vervolgens worden de woorden gemaakt door een van de twee letters te kiezen. Zo ontstaan achtereenvolgens de volgende woorden: zon, bot, roos; boos, vos, hok; boom, sok, rook. Bespreek vervolgens blad 10 van het werkboekje maan en blad 10 van het werkboekje zon. Op deze werkbladen staat het begrijpend lezen van zinnen centraal. De plaatjes op de werkbladen zijn identiek; de zinnen bij de plaatjes verschillen. 37

38 Dag 4 Basiskwartier Doelen Leesvaardigheid automatiseren Voorlezen Introductie Vertel uw leerlingen dat ze in tweetallen gaan lezen; de leerlingen van de maan/ster-aanpak in Veilig & vlot maan en de leerlingen van de zon-aanpak in Veilig & vlot zon. De kinderen krijgen eerst gelegenheid om een pagina samen goed voor te bereiden. Daarna mogen enkele kinderen plaatsnemen in de leesstoel. Zij mogen de pagina die ze hebben voorbereid, voorlezen. Veilig & vlot Laat alle kinderen hun boekje Veilig & vlot voor zich nemen. Ze kunnen kiezen uit de volgende pagina s: Veilig & vlot maan, pag. 2 tot en met 13 (w1 tot en met o6). Veilig & vlot zon, pag. 2 tot en met 13. Als afronding van dit basiskwartier geeft u enkele tweetallen (vrijwilligers) gelegenheid om plaats te nemen in de leesstoel en een pagina hardop voor te lezen. Tip Veilig & vlot is een belangrijk leermiddel. Dagelijks lezen in Veilig & vlot heeft een bijzonder positieve uitwerking op de leesvaardigheid van leerlingen, zowel op correct lezen als op vlot lezen. Omdat leerlingen dagelijks werken met Veilig & vlot, bestaat het gevaar dat dit na enige tijd een sleur wordt. Om dit te voorkomen, zijn oefenvarianten ontwikkeld. Een beschrijving van deze oefenvarianten en concrete hulpmiddelen bij het aanleren van deze oefenvarianten vindt u in Digiregie (Oefenvarianten Veilig & vlot). 38

39 Dag 4 Integratieles woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Gespreksregel Met volledige zinnen spreken Lesactiviteiten Woordverkenning Eigen ervaringen vertellen Rubriceren van woorden Materialen leerkracht Leerkrachtassistent VLL Materialen thematafel Materialen leerling Woordstroken en afbeeldingen kern 4 Woorden het balkon, de bewoners, de bovenburen, de flat (of het appartement), het gebouw, de leuning, de onderburen, het plafond, de tegel, de verdieping, de voortuin, de woning Introductie Het verhaal over Dirk en Dora begon in een flatgebouw (of: appartement). We starten deze les met een blik op de diverse afbeeldingen van woonvormen op de themamuur. Daar hangen de afbeeldingen die kinderen hebben meegebracht, eventueel aangevuld met afbeeldingen van de lijst afbeeldingen bij kern 4 uit Digiregie. We beginnen met het opnieuw benoemen van die gebouwen. Vervolgens nodigen we kinderen uit om hun naam te zetten bij de afbeelding van een woning, die er ongeveer hetzelfde uitziet als het huis waarin zij zelf wonen. Zorg ervoor dat de woorden gebouw en woning regelmatig gebruikt worden. Leskern Vanuit de afbeeldingen van woonvormen in de LA-VLL gaan we de begrippen verkennen die bij een woning horen. We verdelen de groep in kleinere groepjes en geven elk groepje een afbeelding van een soort woning. Deze afbeelding plaatsen de leerlingen in het midden van hun groepje. U kunt ook kinderen die in een gelijksoortige woning wonen als groepje bij elkaar zetten of alle kinderen de woorden bij de foto van hun eigen woning laten zetten. Zorg er wel voor dat het een coöperatieve opdracht wordt, waarbij kinderen elkaar helpen. Vervolgens worden via de woordenhulp in de LA-VLL de doelwoorden van deze les bekeken en besproken. De volgende woorden worden het eerst bekeken en besproken: het balkon, de leuning, het plafond, de verdieping, de tegel, de voortuin. Daarna overleggen de kinderen bij elk woord of dat bij de woning van hun groepje hoort. Als dat zo is, krijgt de groep de betreffende woordstrook (Digiregie). Ze plaatsen deze woordstrook bij de afbeelding van hun gebouw. Leerlingen van de zon-aanpak mogen eventueel, als ze dat kunnen, het woord ook schrijven. Plaats in dat geval de afbeelding van het gebouw op een posterblad. Op dezelfde wijze bespreekt u ook: de bovenburen, de onderburen, de bewoner. 39

40 Dag 4 Integratieles Ten slotte krijgen de kinderen de gelegenheid om nog meer woorden te zoeken die horen bij het gebouw van hun groepje. Ze kunnen die woorden leggen met de magnetische letterdoos. Dat kan in tweetallen of samenwerkend in een groepje onder begeleiding van een leerling van de zon-aanpak. Eenvoudige woorden die alle kinderen kunnen schrijven of leggen zijn: raam, hek en pijp (regenpijp). Mogelijk zijn er kinderen die de woorden dak en muur al kunnen maken. Verder kunnen de woorden voordeur, tuin, bel en dakpan mogelijk al door enkele leerlingen worden geschreven of gelegd met letters van de letterdoos. Afronding Na deze groepsactiviteit herhaalt u de doelwoorden van deze les en laat u kinderen reageren als het genoemde begrip in hun woonvorm voorkomt. Laat kinderen vervolgens ook zelf een zin bedenken waarin het gevraagde woord voorkomt. In deze zin moet duidelijk zijn wat de betekenis is van het betreffende woord. Bijvoorbeeld: de leuning is een stang die bij de trap aan de muur zit. Of: je houdt je vast aan de leuning als je de trap af loopt. Laat kinderen steeds verwoorden wat iets is en waar je dat in of aan de woning vindt. Vraag de kinderen om voor de volgende woordenschatles (dag 6) een foto van de eigen slaapkamer mee te nemen. Tip Misschien vinden kinderen het moeilijk om een volledige zin met de juiste betekenis weer te geven. Start dan met een gedeelte van een zin en laat kinderen de zin op de juiste manier afmaken: Een leuning bij een trap is handig, want Aan het plafond van onze huiskamer Een balkon zit altijd aan Een tegel vind je 40

41 Dag 4 Extra ster-tijd lezen Doel Letterkennis en woorden lezen automatiseren Begeleide oefening: flitsen Het aantal geleerde letters neemt toe. Inmiddels hebben de kinderen 21 letters geleerd. Het is belangrijk dat ze deze letters foutloos en vlot kunnen verklanken. Daarom is het gewenst om veelvuldig, liefst dagelijks, te oefenen met de leerlingen van de ster-aanpak. De LA-VLL bevat twee modules waarmee respectievelijk het vlot verklanken van letters (letters flitsen) en het vlot lezen van woorden (woorden flitsen) kan worden geoefend. Met behulp van deze modules kunt u het verklanken van letters en het vlot lezen van woorden intensief oefenen met de leerlingen van de ster-aanpak. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: software woordenschat Spelen de kinderen die in aanmerking komen voor extra ster-tijd voor woordenschat regelmatig met de oefensoftware voor woordenschat? Met behulp van dit computerprogramma kunnen de verdiepingswoorden van kern 4 intensief worden geoefend. Log in het programma in met uw eigen inloggegevens. Zorg ervoor dat al diverse woorden zijn geplaatst in ken ik al of ken ik niet. Als dat het geval is, staan er verschillende spellen gereed die u samen met de kinderen kunt spelen. Maak regelmatig gebruik van de woordenhulp in het programma, zodat het gebruik van deze woordenhulp voor de kinderen een routine wordt. Motiveer de leerlingen om ook thuis met de oefensoftware voor woordenschat te spelen. Bij voorkeur samen met een van hun ouders of met een zus of broer. 41

42 Dag 5

43 Dag 5 Basisles a Dag 5 Doelen Nieuwe letter: a Woorden met nieuwe letter lezen Doel Teksten lezen over het structureerwoord zak Materialen leerkracht Wandplaat: zak Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Leesboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letters flitsen Herhaal met de LA-VLL de letters die tot nu toe aan de orde zijn geweest. 2 Woorden flitsen In deze oefening komen mkm-woorden voor met bekende letters. 3 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord zoek. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen het woord zoek. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook zonder letter in de middenpositie: <z-k>. Toon de wandplaat zak (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord zak maken. Wie kan het woord /zak/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /z-a-k/. Goed zo, het woord /zak/ bestaat uit drie klanken. Luister maar: /z-a-k/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet in het midden in het woord komen? Ja, goed zo, de letter <a>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <a> staat nu in het midden van het woord. Lees het woord zak zoemend met de woordschuif. 43

44 Dag 5 Basisles De <a> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <a> voorkomt. Toon ten slotte de wandplaat zak met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 4 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk. Vertel de leerlingen dat ze gaan lezen over het woord zak en werkbladen gaan maken met opdrachten die gaan over het woord zak. Straks mogen jullie ons vertellen over het werk dat jullie hebben gemaakt. Toon eventueel de werkbladen via de LA-VLL en vertel hoe de opdrachten gemaakt moeten worden. Noteer voor de zon-groep onderstaande activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 4, pag. 8, 9, 10 Werkboekje zon 4, blad 11, 12, 13 Veilig & vlot zon 4, pag. 14, 15 Veilig gespeld 4, pag. 13, 14 (a1) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Toon het letterblad via de LA-VLL. We gaan vandaag dus de letter <a> goed leren. Zie je de letter <a> ook op het letterblad? Als we de letter <a> goed kennen, gaan we er straks een rondje om tekenen. 2 Instructie letter <a> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de middelste letter van het woord <zak> de letter <a> is. De letter <a> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <a>. Toon het letterbordkaartje <a> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /a/. Spreek de letter duidelijk uit. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /a/. Wat voel je als je /a/ zegt? Voel maar eens aan je mond. Die staat wijd open en je lippen bewegen mee. Voel je het? Let goed op, want je kunt het maar even voelen bij zo n korte klank. Heb je het gevoeld? Goed zo! Bij /zak/ hoor je /a/ in het midden van het woord. Wie kan nog een woord noemen waarin je /a/ hoort? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <a> horen? Kijk maar eens goed op het letterbord. Dan kun je het zien. Goed zo, de letter <a> is een klinker. Het is een korte klinker. Laat een van de leerlingen de letter <a> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <a> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een korte klinker. De letter <a> moeten jullie goed onthouden. 44

45 Dag 5 Basisles 3 Auditieve analyse /a/ De LA-VLL toont achtereenvolgens drie afbeeldingen van woorden (was, vaas, kar) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /a/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /a/ in /was/? Zeg het woord maar. Laat het woord vervolgens in afzonderlijke klanken hakken en stel samen met de kinderen vast dat je de klank /a/ inderdaad hoort in het woord /was/. Vraag naar de positie van de klank in het woord en zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Doe dit ook zo met de woorden /vaas/ en /kar/. 4 Zoekwoorden maken Met behulp van de LA-VLL gaat u samen met de kinderen zoekwoorden maken met de nieuwe letter <a>. Als eerste verschijnt het woord zak. Door telkens één letter te vervangen door een andere letter ontstaan nieuwe woorden. Bij het laatste woord wordt één letter toegevoegd en hierdoor ontstaat een woord met een eindcluster. Uiteindelijk ontstaat met de hulp van Zoem het volgende rijtje: zak tak tas as pas past. Lees ten slotte de woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en meerdere keren laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <a> wordt in de middenpositie in het klikklakboekje gehangen. Laat de kinderen een woord maken met de letter <a>. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 14 (a1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 14 (a1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Lees de pagina samen met de leerlingen op de gebruikelijke wijze. Voor een uitgebreidere beschrijving van de werkwijze zie eventueel pagina Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is in deze lesfase tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. Voorbespreking van de werkbladen kan met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 11 en benoem de plaatjes: pan, haar, tas; was, zak, vaas; maan, dak, kaas; kam, raam, kar. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 4, pag. 15 (a2) Werkboekje maan 4, blad 11, 12, 13 Veilig gespeld 4, pag. 13, 14 (a1) Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 45

46 Dag 5 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Als leerlingen van de ster-aanpak moeite hebben met het leren van de letters, is het aan te raden de letters dagelijks te oefenen. Herhaal tot nu toe geleerde letters met behulp van de module Letters oefenen in de LA-VLL. 2 Veilig & vlot maan, pagina 15 (a2) Met de leerlingen van de ster-aanpak oefent u pagina 15 (a2) van Veilig & vlot maan. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. 3 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdracht: de werkbladen 11, 12 en 13. Als ze klaar zijn met deze verplichte opdracht kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Informeer bij enkele leerlingen van de zon-aanpak of zij straks iets willen presenteren uit hun leesboekje of werkboekje. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle leerlingen de leesboekpagina voor zich zien. In alle leesteksten op de pagina s 8, 9 en 10 van leesboekje zon staat het structureerwoord zak op een verrassende wijze centraal. Zo zoeken de kinderen in de tekst op pagina 10 naar samengestelde woorden waarin het woord zak voorkomt. Een heel leuke tekst om door een van de leerlingen van de zon-aanpak te worden gepresenteerd! 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer bladen uit het werkboekje maan, bijvoorbeeld werkblad Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de letter <a> op je letterblad? Als je deze letter nu al goed kent, mag je er een rondje om tekenen. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Met behulp van de LA-VLL kunt u kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <a> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. De uitgebreide verkenning van de schrijfletter <a> en het daadwerkelijke schrijven van deze letter gebeurt in de schrijfles. 46

47 Dag 5 Basiskwartier Doel mkm-woorden correct spellen Introductie Vertel uw leerlingen dat ze nu met z n tweetjes gaan werken met Veilig gespeld. Afhankelijk van uw keuze, schrijven de leerlingen de woorden of leggen ze de woorden op de letterdoos. Veilig gespeld De leerlingen gaan in tweetallen werken. Elk tweetal heeft één exemplaar nodig van Veilig gespeld en eventueel één magnetische letterdoos. U laat de kinderen kiezen uit de spellingopdrachten op de pagina s 1 en 2 (w1) tot en met 13 en 14 (a1). Zijn er kinderen bij die kiezen voor de uitdaging van snuffelpagina s? Het ene kind heeft de letterdoos voor zich of een schrijfblad (dit kind maakt de spellingopdracht) en het andere kind heeft Veilig gespeld in handen (dit kind leest de opdrachten). De opdrachtgever vouwt het ringboekje dubbel en houdt het boekje zó vast dat hij/zij zelf de woorden/zinnen ziet en de andere leerling de plaatjes. Vervolgens leest de opdrachtgever het woord dat gemaakt moet worden. Let erop dat de opdrachtgever de woorden duidelijk gearticuleerd uitspreekt. De andere leerling zegt het woord na en verdeelt het woord in afzonderlijke klanken. Daarna maakt deze leerling het woord en leest ten slotte het woord nog een keer na. Als hij/zij dit gedaan heeft, leest de opdrachtgever het volgende woord. Toon met de LA-VLL het stappenplan spelling, zodat de leerlingen zich tijdens deze oefening altijd kunnen oriënteren op de stappen van dit stappenplan. 47

48 Dag 5 Integratieles lezen Doel Plezier in lezen ontwikkelen door lezen en praten over boeken Lesactiviteiten Lezen in Leesboekje maan/ zon 4 Vrij lezen Praten over lezen Software leesbevordering Materialen leerkracht Leerkrachtassistent VLL Materialen leerling Leesboekje maan/zon 4 Klassenbibliotheek Leerlingsoftware VLL Introductie Vertel de kinderen dat ze eerst gaan lezen in het leesboekje maan/zon en boekjes uit de klassenbibliotheek. Daarna wordt gepraat over allerlei soorten boeken en over welke boeken je het leukst vindt. We hebben in een eerdere les samen een verhaaltje gelezen. Wie weet nog waar dat verhaal over ging? Juist, over een meisje dat haar paardenstaart afknipte om een pet te kunnen opzetten. Vandaag gaan we weer zo n verhaaltje met blauwe en zwarte tekst lezen. Hanteer daarbij de aanpak die u in de vorige integratieles lezen ook hebt gebruikt. Leskern 1 Lezen Eerst gaan alle kinderen (ster, maan, zon) samenlezen, uit het leesboekje maan/zon, pagina 4 en 5. Wanneer u in de klas geen of te weinig leerlingen van de zon-aanpak hebt om samen te laten lezen met de andere kinderen, leest u zelf de samenleespagina s met de hele groep. Laat de kinderen de pagina s 4 en 5 voor zich nemen. Wat zie je? Twee jongens die een wip maken. Een hond en een poes staan op pagina 5. Wat zouden die met de wip te maken hebben? Laat vervolgens de teksten op de pagina s 4 en 5 lezen volgens de door u gekozen werkwijze. Vraag de kinderen om na te denken over de titel: de wip. Na het lezen spreekt u kort met de kinderen over het verhaal. Het gesprek kan gaan over zelf een wip maken of over wippen met iemand die zwaarder of lichter is dan jij. Wat vind je van de oplossing om Does te laten meedoen? Het verhaal is in de ik-vorm geschreven. Wie van de twee kinderen is ik? Waaruit kun je dat opmaken? (o.a. uit de blauwe tekst: nee, jij bent groot en ik ben klein. dus ben ik te licht.) Leerlingen van de zon-aanpak gaan hierna verder met lezen uit de klassenbibliotheek. Als ze een boek uit hebben, kunnen ze vragen hierover beantwoorden in de software voor leesbevordering. De leerlingen van de maan/ster-aanpak lezen de pagina s 6 en 7 uit het leesboekje maan/ zon. Daarna lezen zij eventueel ook uit de klassenbieb. U kunt ervoor kiezen om alle kinderen van maan en ster te begeleiden in het lezen van deze tekst. Door modeling krijgen ze een goed voorbeeld van de manier waarop je een tekst leest. Leerlingen van de ster-aanpak worden in ieder geval door u begeleid bij het lezen van de tekst op de pagina s 6 en 7. Kijk eerst samen naar de afbeeldingen en laat de kinderen 48

49 Dag 5 Integratieles in eigen woorden vertellen wat ze zien en zo de inhoud van het verhaal voorspellen. Laat daarna de tekst lezen. Bespreek na en laat controleren of de voorspelling over de inhoud aan de hand van de illustraties klopt met de gelezen tekst. Het belevingsgesprekje over de pagina s 6 en 7 kan gaan over huisdieren die iets in de war schoppen. Wat heeft de poes van een van de kinderen weleens uitgehaald? Of heeft een van de kinderen thuis een hond die ondeugende dingen doet, bijvoorbeeld vlees van het aanrecht pikken? Kern 4, maantje, poes en beer 2 Praten over lezen Hierbij gebruikt u pagina 11 van het leesboekje maan/zon. (De pagina s 8, 9 en 10 worden in de volgende integratieles lezen gelezen.) Start het gesprek met het bespreken van de titel van pagina 11: allerlei boeken. Laat de kinderen beschrijven wat ze op deze pagina zien: kinderen die een boek zoeken in de bieb en vervolgens gaan lezen. Bovendien zijn er 7 plaatjes (pictogrammen) rond de foto s te zien. Weten de kinderen wat die plaatjes betekenen? Zo n plaatje vertelt wat voor soort boek het is (met de klok mee): een boek over reizen, sport, techniek, andere landen, humor, dieren, koninginnen en koningen. Maak een turflijstje met deze pictogrammen en voeg er nog één aan toe: anders. Vraag aan alle kinderen welk van de zeven soorten boeken ze het liefst lezen en zet turfstreepjes. Als een kind niet uit de zeven genres wil kiezen, komt er een streepje bij anders. Welk genre krijgt de meeste streepjes? Zijn er boeken van dit genre voorhanden in de klassenbieb? Laat de kinderen het boek uit de bieb dat ze aan het lezen zijn op hun tafel leggen. Staat daar een pictogram op? Als dat zo is, laat het pictogram beschrijven en vraag of ze kunnen vertellen wat voor soort boek het is. Als er geen pictogram op hun boek staat, welk pictogram zouden ze er dan op willen zetten? Wijs op de overeenkomst met de vraag die bij ieder boek gesteld wordt in de software voor leesbevordering. Vraag aan de kinderen hoe ze een boek in de bieb zoeken. Waar kijken ze naar? De voorkant? Bladeren ze de boeken ook door? Zien ze dan meteen waarover het boek kan gaan? Wie let er weleens op of er een plaatje (pictogram) op staat? Tip In de software voor leesbevordering wordt bij ieder boek ook gevraagd om het genre aan te geven. Het antwoord dat de kinderen geven is niet goed of fout, maar geeft de mening van het kind weer. In deze integratieles en in integratieles van dag 9 kunt u bij de bespreking van antwoorden in de software voor leesbevordering het accent leggen op de vraag naar het genre. Laat kinderen motiveren waarom ze aan een boek een bepaald genre hebben toegekend. Afronding Houd een korte terugblik op het verloop van deze integratieles. Besteed kort aandacht aan de kinderen die gewerkt hebben met de software voor leesbevordering en stimuleer kinderen die hiervan nog geen gebruik hebben gemaakt het ook eens te proberen. Herinner de kinderen eraan dat ze dit ook thuis kunnen doen! 49

50 Dag 5 Extra ster-tijd lezen Doel Woorden lezen automatiseren Begeleide oefening: woorden oefenen Start deze extra ster-tijd met de module Letters oefenen in de LA-VLL. Besteed extra aandacht aan moeilijke letters. Besteed daarna aandacht aan het lezen van woorden door middel van de module Woorden oefenen. Lees, als kinderen moeite hebben met het vlot lezen van de woorden, de woorden zoemend voor en laat uw leerlingen ervaren hoe je via zoemend lezen de stap kunt maken naar het vlot lezen van woorden. Als een leerling een woord verkeerd leest, geeft u eerst gelegenheid om het woord nogmaals te lezen. Leest het kind opnieuw fout, geef dan feedback met betrekking tot de gemaakte fout, bijvoorbeeld: Ik hoor /aa/, maar ik zie de letter <a>. Laat het verschil tussen /aa/ en /a/ duidelijk horen en voelen. Lees vervolgens het woord zoemend voor en daarna zoemend samen met het kind. Laat het kind ten slotte het woord zelf lezen. Pas deze strategie, voor/koor/zelf, regelmatig toe. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: ankerverhaal In het ankerboek staan platen die een goede aanleiding vormen om met de kinderen te praten over woningen. U kunt deze activiteit uitvoeren met het ankerboek of met de LA-VLL. Toon eerst de plaat van pagina 7 en praat over de huizen en hoe die eruitzien. Het paleis heeft aan de voorkant een hoge trap naar de voordeur. Het huis daarnaast staat op zijn kop. Daarnaast staat een rijtje van drie huizen. In welk van deze huizen zouden de kinderen het liefste willen wonen? In het huis met het balkon? Waar zit het balkon? Aan de voorkant van het huis, aan de achterkant, of aan de zijkant? Blader door naar de plaat op pagina 11. Daar zien we een klein flatgebouw. Hoeveel verdiepingen heeft deze flat? En hoeveel balkons? Waar zitten de balkons in dit flatgebouw? Neem ook het ankerboek De dag dat de nacht niet kwam (kern 2) er nog eens bij. Toon de plaat van pagina 9 (badkamer), pagina 21 (slaapkamer), pagina 23 (zitkamer) en pagina 27 (keuken). Praat met de kinderen over de verschillende kamers en laat ook hierbij doelwoorden van kern 4 aan de orde komen, zoals: het plafond, het kussen, het dekbed, de tegels. 50

51 Dag 6 Basisles a Dag 6 Doel Woorden maken met nieuwe letter: a Doel mkm-woorden correct spellen Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letterkennis Gisteren hebben we een nieuwe letter geleerd. Kun je die letter aanwijzen op het letterbord? En weten jullie misschien ook nog bij welke letterfamilie de letter <a> hoort? Heel goed, de letter <a> is een klinker; het is een korte klinker. Activeer vervolgens de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. LESOVERGANG instructie Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters zojuist opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <a> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest om nadrukkelijk de relatie te leggen tussen lezen en schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <a> wordt geschreven. b aa a o e 2 Letterdictee Dicteer de volgende letters en laat de letters opschrijven of leggen op de letterdoos: b aa a o e. Kijk goed naar mij. Ik zeg een letter en jullie schrijven die letter op of leggen de letter op de letterdoos. Luister maar: /b/. Zeg de letter na: /b/. Schrijf de letter of leg de letter nu op de letterdoos. Op dezelfde wijze dicteert u ook de overige vier letters: aa a o e. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Hierbij kunt u kiezen voor een presentatie in schrijfletters of in leesletters. Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? 51

52 Dag 6 Basisles 3 Woorddictee Bij deze oefening maakt u gebruik van de LA-VLL. Op het bord staan de zes stappen van het stappenplan spelling. Achtereenvolgens komen aan de orde: wij map as zoon krom. U biedt de woorden als volgt aan: Waar gaan wij naartoe? Maak het woord: /wij/. Oei, ik heb mijn map laten liggen. Maak het woord: /map/. In de vuurkorf ligt veel as. Maak het woord: /as/. Ben jij een zoon van de bakker? Maak het woord: /zoon/. Die lijn is niet recht maar krom. Maak het woord: /krom/. Kijk het woorddictee na met de LA-VLL. Lees tot slot de woorden nog eens samen. 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen ook hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we opschrijven of leggen op de letterdoos. Luister maar naar de zin: ik voer het vee. Herhaal de zin eventueel nog een keer. Nu jullie. Zeg de zin maar na. Daarna schrijven de kinderen de zin op of leggen ze de zin op de letterdoos. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. 5 Werkinstructie zon, maan, ster In de volgende lesfase gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Bespreek indien nodig kort de werkbladen met de LA-VLL. Blad 14 is een spellingopdracht. De leerlingen maken woorden af door te kiezen uit de klinkers <a> en <aa>. De volgende woorden staan afgebeeld: haan, pan, zak; vaas, kam, was; haak, maan, dak. Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 4, pag. 15, 16 (a2) Werkboekje zon 4, blad 14, 15 Veilig & vlot zon 4, pag. 16, 17 Veilig & vlot zon 4, pag. 18, 19 Veilig gespeld 4, pag. 17, 18 (a3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries Ook de leerlingen van de maan- of ster-aanpak gaan zelfstandig aan het werk. Bespreek de werkbladen eventueel voor met de LA-VLL. Noteer op het planbord de volgende opdrachten. Veilig gespeld 4, pag. 15, 16 (a2) Werkboekje maan 4, blad 14, 15 Veilig & vlot maan 4, pag. 16, 17 (a3, a4) Veilig & vlot maan 4, pag. 18, 19 (a5, a6) Veilig gespeld 4, pag. 17, 18 (a3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 52

53 Dag 6 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Met de module Letters oefenen in de LA-VLL besteedt u gericht aandacht aan letterkennis. 2 Werkboekje maan, blad 15 Kinderen die moeite hebben met de leestechniek concentreren zich soms zo sterk op het correct verklanken van de woorden, dat ze onvoldoende aandacht hebben voor de inhoud van de gelezen tekst. Bij dit werkblad gaat het erom eerst een zin te lezen en vervolgens een keuze te maken uit twee plaatjes. Laat telkens eerst de zin hardop voorlezen en laat de kinderen vervolgens een keuze maken uit de twee plaatjes. Kunnen de kinderen hun keuze beargumenteren? Bespreek een of twee zinnen met de kinderen. Laat het resterende gedeelte van dit werkblad vervolgens zelfstandig maken. 3 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk. In deze fase van de les bent u in de gelegenheid om bij de leerlingen te kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en eventueel hulp te bieden bij bepaalde opdrachten. Laat leerlingen van de zon-aanpak ook eens een pagina uit Veilig & vlot zon aan u voorlezen. Zo krijgt u een goed beeld van de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek werkblad 14. Dit blad in het werkboekje maan is identiek aan blad 14 in het werkboekje zon. Laat de twee letters waaruit moet worden gekozen eerst nog eens duidelijk verklanken: /a/ en /aa/. Vraag aan de kinderen of ze het verschil horen tussen deze twee klanken en kom tot de constatering dat de letter /a/ een korte klinker is en de letter /aa/ een lange klinker. Laat het verschil tussen /a/ en /aa/ nog eens duidelijk horen. Vervolgens worden de woorden gemaakt door een van de twee letters te kiezen. Zo ontstaan achtereenvolgens de volgende woorden: haan, pan, zak; vaas, kam, was; haak, maan, dak. Bespreek vervolgens blad 15 van het werkboekje maan. Laat eerst de zin lezen en bespreek vervolgens de twee plaatjes. Welk plaatje hoort bij deze zin? En waarom? Stimuleer de kinderen om de plaatjes kritisch te bekijken; de verschillen tussen de plaatjes zijn namelijk soms gering. Toon daarna blad 15 van het werkboekje zon. Dit werkblad komt in hoge mate overeen met het zojuist besproken werkblad. Alleen bevatten de zinnen nu moeilijkere woorden. Bespreek ook dit werkblad. Laat de zinnen voorlezen door leerlingen van de zon-aanpak. 53

54 Dag 6 Basiskwartier Doel Leesvaardigheid automatiseren Introductie Hang de namen van de leerlingen van de zon-aanpak op het planbord onder het kaartje instructietafel. Zo zien de kinderen wie vandaag bij u aan de instructietafel komen. Vertel uw leerlingen dat u gaat werken met een klein groepje (de leerlingen van de zon-aanpak) en dat de overige leerlingen zelfstandig gaan werken. Als er nog verplichte taken zijn die een leerling niet af heeft, maakt hij/zij eerst deze verplichte taken. Daarna kunnen ze ook een facultatieve opdracht uitkiezen. Veilig & vlot zon De leerlingen van de zon-aanpak hebben al heel wat kunnen oefenen met Veilig & vlot zon. Hoe deze leerlingen geoefend hebben met Veilig & vlot zon kunt u zien op het woordenblad in hun werkboekje zon. In dit basiskwartier hebt u gelegenheid om na te gaan hoe vaardig deze leerlingen zijn in het lezen van de woordrijtjes, zinnen en korte teksten. Blader met de kinderen eens rustig door het boekje vanaf pagina 2 tot en met 19. Laat kinderen om beurten iets voorlezen; de ene keer eens enkele rijtjes woorden, een andere keer enkele zinnetjes of een korte tekst. Op deze wijze krijgt u een goed beeld van de vorderingen van de leerlingen. Sluit af met een oefening waarbij de leerlingen in tweetallen werken met de snuffelpagina s 13 en 19. Hebben bepaalde leerlingen van de zon-aanpak moeite met deze pagina s? Geen probleem! Het zijn immers snuffelpagina s: Je mag proberen deze pagina s te lezen, maar je hoeft het nog niet te kunnen! 54

55 Dag 6 Integratieles woordenschat Doelen Woordenschat uitbreiden Persoonlijk verhaal vertellen Lesactiviteiten Woordverkenning Verdieping woordbegrip Eigen situatie tekenen en beschrijven Materialen leerkracht Ankerverhaal: Lollig! Leerkrachtassistent VLL Materialen leerling Foto van eigen slaapkamer of tekenvel (A4) Kopieerblad slaapkamer Woorden het bureau, het dekbed, het hoofdeinde, het laken, de matras, het nachtkastje, het schemerlampje, de sloop, de sprei, het voeteneinde Introductie Toon via de LA-VLL de slaapkamer van Dirk en Dora (ankerboek, pagina 9). Wijs op de afbeelding de volgende begrippen aan en vraag wie weet hoe dat heet. De volgende voorwerpen kunt u aanwijzen en laten benoemen: het dekbed, de sloop, het hoofdeinde, het voeteneinde, het nachtkastje, het schemerlampje, de kledingkast, de spiegel, de wekker, het krukje, de sloffen. Op deze wijze introduceert u al enkele doelwoorden van deze les en brengt u deze doelwoorden in verband met andere woorden die vaak in het kader van de slaapkamer aan de orde komen. Leskern Na deze eerste oriëntatie gaat u opnieuw de begrippen langs en vraagt aan de kinderen of zij dat ook op hun kamer hebben. Vraag bijvoorbeeld wie van de kinderen ook een dekbed heeft en laat een van die kinderen vertellen wat een dekbed is. Wie van de kinderen heeft een sprei? Wat is een sprei? Bespreek zo ook de andere begrippen. Nadat alle woorden op deze wijze zijn besproken, kunt u voor het vervolg van de les een keuze maken uit onderstaande vervolgopdrachten. Als de kinderen een foto hebben meegebracht van hun eigen slaapkamer, kunnen ze deze foto op een werkblad plakken (zie: Digiregie, kopieerblad slaapkamer kern 4). De woorden die op het werkblad staan, worden met een cijfer aangeduid: Bij het cijfer 1 staat het woord schemerlampje. Zie je een schemerlamp op je foto, verbind die dan met het cijfer 1. Benoem zo alle woorden. Vraag aan de kinderen om een korte, persoonlijke toelichting bij de woorden te geven. Een andere mogelijkheid is om de kinderen hun eigen slaapkamer te laten tekenen. Ze kunnen eventueel woorden in de tekening schrijven of die woorden leggen met de letterdoos. Als kinderen met de magnetische letterdoos werken, kunnen ze hun tekening op de 55

56 Dag 6 Integratieles plaat van de letterdoos leggen en op hun tekening woordjes leggen van allerlei voorwerpen die in hun slaapkamer voorkomen. Misschien willen sommige leerlingen van de zon-aanpak meer schrijven. Laat die kinderen ook korte zinnetjes of andere opmerkingen op hun tekening zetten, bijvoorbeeld de namen van hun knuffels. Geef kinderen bij het tekenen de ruimte om met elkaar te praten over wat de ander aan het tekenen is. Sta het uitwisselen van ervaringen en belevingen toe. Tip Als in uw groep kinderen zitten met een andere moedertaal dan het Nederlands, kunt u deze kinderen vragen om de begrippen ook eens in hun eigen moedertaal te benoemen. Misschien kunnen de andere kinderen eens proberen een van die woorden te onthouden. Vinden ze dat makkelijk of moeilijk? Afronding Na de teken- en schrijfactiviteit nodigt u de kinderen uit om hun persoonlijke verhaal te vertellen bij hun tekening. Waarschijnlijk zijn niet alle kinderen klaar met tekenen. Geef dan de tekeningen mee naar huis, zodat ze thuis de tekening kunnen afmaken. Kinderen die dat willen, kunnen dan een van de komende dagen hun tekening weer mee naar school nemen en er iets over vertellen. 56

57 Dag 6 Extra ster-tijd lezen Doel Zoekwoorden maken met de letterdoos Begeleide oefening: zoekwoorden maken Elke leerling heeft een magnetische letterdoos voor zich. Bij deze oefening maken de kinderen vanuit een gegeven woord telkens een nieuw woord door één letter van het woord te veranderen. Zelf werkt u ook mee op een letterdoos. U maakt de woorden die Zoem bedacht heeft. Achtereenvolgens komen op uw letterdoos de volgende woorden: dak hak haak maak mak smak. Na het vijfde woord proberen de kinderen een nieuw woord te maken, niet door een letter weg te halen en die te vervangen door een nieuwe letter, maar door een letter aan het bestaande woord toe te voegen. Het eerste woord wordt door u gedicteerd: Leg het woord /dak/. Klaar? Maak dan nu een nieuw woord door één letter te vervangen door een andere letter. Dit moet niet te lang duren. Als het te lang duurt, geeft u ondersteuning. De leerlingen lezen vervolgens het woord dat ze gemaakt hebben. Hierna leest u het woord voor dat Zoem bedacht heeft. Als Zoem een ander woord heeft gemaakt dan het kind, schuift het kind het eigen woord naar links en legt hij of zij het woord van Zoem op de vrijgekomen plek. Als het rijtje van zes woorden af is, laat u de woorden hardop lezen. Eventueel kunt u nog een tweede rijtje woorden laten bedenken met het woord pop als startwoord. Zoem maakt dan de volgende woorden: pop pot poot boot bot bots. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: woorden rond de slaapkamer In deze integratieles zijn allerlei woorden aan de orde gekomen die te maken hebben met het onderwerp de slaapkamer, zoals: het bureau, het dekbed, het hoofdeinde, het laken, de matras, het nachtkastje, het schemerlampje, de sloop, de sprei, het voeteneinde. Voor kinderen die thuis een andere taal spreken dan Nederlands zijn Nederlandse woorden die te maken hebben met de thuissituatie vaak onbekend. Thuis worden die zaken immers meestal in de moedertaal van hun ouders aangeduid. Daarom is het voor deze kinderen gewenst om deze woorden met concreet materiaal aan de orde te stellen. Als u in uw klas beschikt over een poppenhuis met gemeubileerde slaapkamer kunt u die materialen gebruiken bij de bespreking. Als dat niet het geval is, kunt u bepaalde spullen zelf meenemen naar school (dekbed, sprei, sloop, kussen) en er een bedje van maken met behulp van bijvoorbeeld blokken. 57

58 Dag 7

59 Dag 7 Basisles u Dag 7 Doelen Nieuwe letter: u Woorden met nieuwe letter lezen Doel Informatie verwerven over het onderwerp de bus Materialen leerkracht Wandplaat: bus Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Leesboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letters flitsen Herhaal met de LA-VLL de letters die tot nu toe aan de orde zijn geweest. 2 Woorden flitsen In deze oefening komen mkm-woorden voor met bekende letters. 3 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord bos. Klik op Zoem en lees zoemend met de kinderen het woord bos. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook zonder letter in de middenpositie: <b-s>. Toon de wandplaat bus (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord bus maken. Wie kan het woord /bus/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /b-u-s/. Goed zo, het woord /bus/ bestaat uit drie klanken. Luister maar: /b-u-s/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet in het midden van het woord komen? Ja, goed zo, de letter <u>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <u> staat nu in het midden van het woord. Lees het woord bus zoemend met de woordschuif. De <u> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <u> voorkomt. Toon ten slotte de wandplaat bus met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 59

60 Dag 7 Basisles 4 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk. Toon eventueel de werkbladen via de LA-VLL en vertel hoe de opdrachten gemaakt moeten worden. Vertel de leerlingen van de zon-aanpak dat ze vandaag gaan werken met het woord bus. Jullie hebben vast wel eens in een bus gezeten. Ging je toen ver weg? Vind je het leuk om met de bus te reizen? Waarom wel of waarom niet? Vandaag lezen jullie meer over reizen met de bus. Straks willen wij graag horen wat jullie hierover allemaal geleerd hebben. Info Vanaf vandaag kunnen de leerlingen de spellen spelen van instap 2, speelleesset 4. In deze module komen geen nieuwe spelvormen voor. Noteer voor de zon-groep onderstaande activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 4, pag. 11, 12, 13 Werkboekje zon 4, blad 16, 17, 18 Veilig & vlot zon 4, pag. 20, 21 Veilig gespeld 4, pag. 19, 20 (u1) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Toon het letterblad via de LA-VLL. We gaan vandaag de letter <u> goed leren. Zie je de letter <u> op het letterblad? Als we de letter <u> goed kennen, tekenen we er straks een rondje om. 2 Instructie letter <u> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de middelste letter van het woord <bus> de letter <u> is. De letter <u> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <u>. Toon het letterbordkaartje <u> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /u/. Spreek de letter duidelijk uit. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /u/. Wat voel je als je /u/ zegt? Voel maar eens aan je mond. Die is bijna toe. Voel je het? Voel ook maar eens aan je lippen. Voel je hoe die een klein rondje vormen? Voel nog maar eens goed: /u/. Let op, want je kunt het maar even voelen bij zo n korte klank. Heb je het gevoeld? Goed zo! Bij welke letterfamilie zou de letter <u> horen? Hoort de letter <u> bij de medeklinkers, zoals de letter <b> en de <d>? Of is de <u> een klinker, zoals de <a> en de <o>? Kijk maar eens goed op het letterbord. Dan kun je het zien. Goed zo, de letter <u> is een klinker. De letter <u> is een korte klinker. De letter <u> hoort dus in hetzelfde vak als de letter <a>. Laat een van de leerlingen de letter <u> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <u> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een korte klinker. De letter <u> moeten jullie goed onthouden. 60

61 Dag 7 Basisles 3 Auditieve analyse /u/ De LA-VLL toont achtereenvolgens drie afbeeldingen van woorden (nul, put, mus) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /u/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /u/ in /nul/? Zeg het woord maar. Laat het woord vervolgens in afzonderlijke klanken hakken en stel samen met de kinderen vast dat je de klank /u/ inderdaad hoort in het woord /nul/. Vraag naar de positie van de klank in het woord en zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Doe dit ook zo met de woorden /put/ en /mus/. 4 Zoekwoorden maken Met behulp van de LA-VLL gaat u samen met de kinderen zoekwoorden maken met de nieuwe letter <u>. Als eerste verschijnt het woord bus. Door telkens één letter te vervangen door een andere letter ontstaan nieuwe woorden. Bij het laatste woord wordt één letter toegevoegd en ontstaat hierdoor een woord met een begincluster. Uiteindelijk ontstaat met de hulp van Zoem het volgende rijtje: bus buk uk puk ruk kruk. Lees ten slotte de woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en nog een keer laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <u> wordt in de middenpositie in het klikklakboekje gehangen. Laat de kinderen een woord maken met de letter <u>. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 20 (u1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 20 (u1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Lees de pagina samen met de leerlingen op de gebruikelijke wijze. Voor een uitgebreide beschrijving van de werkwijze zie eventueel pagina Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is in deze lesfase tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. Voorbespreking van de werkbladen kan met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 16 en benoem de plaatjes: bus, vuur, nul; put, reus, muis; muur, juf, hut; huis, mus, deuk. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 4, pag. 21 (u2) Werkboekje maan 4, blad 16, 17, 18 Veilig gespeld 4, pag. 19, 20 (u1) Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 61

62 Dag 7 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Veilig & vlot maan, pagina 21 (u2) Met de leerlingen van de ster-aanpak oefent u pagina 21 (u2) van Veilig & vlot maan. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. Praat met de kinderen over de betekenis van de zinnetjes en laat aangeven bij welk zinnetje de tekening hoort. 2 Werkboekje maan, blad 18 Op werkblad 18 staat een oefening waarbij twee zinsdelen met elkaar moeten worden verbonden om een goede zin te maken. Bovendien moet de inhoud van deze zin kloppen met het plaatje dat erbij staat. Laat eerst een leerling het eerste zinsdeel lezen: daan kijkt. Laat dan een andere leerling de drie alternatieven lezen waaruit kan worden gekozen. Laat de kinderen daarna naar het plaatje kijken: Wat doet Daan? Goed zo, Daan kijkt in de put. Verbind nu daan kijkt met in de put. Behandel de overige zinnen van het eerste blok op dezelfde wijze. Laat ten slotte de gemaakte zinnen nog een keer hardop lezen. Mogelijk kunnen de leerlingen het resterende gedeelte van dit werkblad zelfstandig maken. 3 Zelfstandig werken ster Na de begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdracht: werkblad 16, 17 en 18. Als ze klaar zijn kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Informeer bij enkele kinderen of zij straks iets willen voorlezen uit hun leesboekje zon. De pagina s 11 en 12 zijn hiervoor zeer geschikt. Op pagina 11 lezen we hoe Wout meerijdt in de bus van oom Bram. Op pagina 12 zien we een krantenbericht, waarin staat wat er gebeurde toen Wout meereed in de bus van oom Bram. Vraag bijvoorbeeld twee leerlingen deze teksten samen voor te bereiden. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle leerlingen de leesboekpagina voor zich zien. 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer bladen uit het werkboekje maan. 3 Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we net geleerd? Zie je de letter <u> op je letterblad? Als je deze letter al goed kent, teken je er een rondje om. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Met behulp van de LA-VLL kunt u kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <u> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. 62

63 Dag 7 Basiskwartier Doel Leesvaardigheid automatiseren Introductie Vertel de leerlingen dat u in dit basiskwartier het lezen van woorden gaat oefenen met behulp van de LA-VLL. De leerlingen van de zon-aanpak gaan zelfstandig werken aan hun verplichte en facultatieve opdrachten, zoals die op het planbord staan. Woorden oefenen Besteed aandacht aan het lezen van woorden door middel van de module Woorden oefenen. Als kinderen moeite hebben met het vlot lezen van de woorden, lees de woorden dan zoemend voor en laat uw leerlingen ervaren hoe je via zoemend lezen de stap kunt maken naar het vlot lezen van woorden. 63

64 Dag 7 Integratieles lezen Doelen Plezier in lezen ontwikkelen door (voor)lezen Een gelezen verhaal navertellen Lesactiviteiten Lezen in Leesboekje maan/ zon 4 Vrij lezen Voorlezen door leerlingen Materialen leerkracht Leesstoel Materialen leerling Leesboekje maan/zon 4 Leerlingsoftware VLL Introductie Vertel de kinderen dat ze eerst gaan samenlezen in het leesboekje maan/zon. Daarna lezen leerlingen van de zon-aanpak boeken uit de klassenbibliotheek. De overige leerlingen (maan- en ster-aanpak) lezen eerst verder in het leesboekje maan/zon. Daarna lezen zij ook uit boeken uit de klassenbieb. Spreek af welke kinderen (twee of drie) aan het eind van de les zullen voorlezen. Zij kunnen dit tijdens de les voorbereiden. De verhaaltjes op pagina 8, 9 en 10 in het leesboekje maan/zon kunnen ook voorgelezen worden in de leesstoel. Leskern Eerst gaan de kinderen weer samenlezen. Uit het leesboekje maan/zon worden de pagina s 8 en 9 gelezen. Bij voorkeur leest een leerling van zon-aanpak samen met een leerling met maan- of ster-aanpak. Wanneer er in uw klas geen leerlingen in de zon-aanpak werken, leest u zelf de samenleespagina s met de hele groep. Bespreek vóór het lezen met de kinderen de titel (op zoek naar een baan) en de illustraties van het verhaal op pagina 8 en 9. Vraag wat op zoek naar een baan kan betekenen. Komen de kinderen op de dubbele betekenis: werk zoeken en een ijsbaan zoeken? Als de illustraties bij de vraag betrokken worden, zal dit zeker lukken. Laat vervolgens de pagina s 8 en 9 lezen op de door u gekozen manier. Daarna laat u het hele verhaal in eigen woorden navertellen. Is er een baantje bij dat de kinderen ook wel zouden willen hebben? Werken bij een boer, of in het plantsoen? Of schaatsen ze liever? Is er een ijsbaan in de buurt? Of is die er alleen als het s winters vriest? De leerlingen van de zon-aanpak gaan hierna verder met lezen uit de klassenbibliotheek. De kinderen die een boek uit hebben, kunnen in de software voor leesbevordering de vragen over het boek beantwoorden. De leerlingen van de maan-aanpak lezen leesboekje maan/zon, pagina 10, alleen of in tweetallen. Stimuleer dat kinderen het verhaaltje ook met eigen woorden aan elkaar vertellen. Daarna lezen deze kinderen ook uit de klassenbieb. Leerlingen van de ster-aanpak worden door u begeleid bij het lezen van het verhaaltje. U kunt er eventueel ook voor kiezen om de leerlingen van de ster-aanpak én de maan-aanpak onder uw leiding te laten lezen. Natuurlijk praat u met de kinderen ook over de inhoud van het verhaaltje. Het verhaal heet met een boek in het bos. Vraag eerst aan enkele kinderen of ze het verhaaltje in eigen woor- Kern 4, zonnetje, hoe loopt dat af? 64

65 Dag 7 Integratieles den kunnen navertellen: Rik zit in het bos met een boek op schoot. In het boek leest hij wat er in het bos in het echt te zien is! Hebben de kinderen dit ontdekt? Rik leest wat hij op hetzelfde moment ook meemaakt. Is dit de kinderen ook wel eens overkomen? Kunnen ze voorbeelden noemen? Afronding De kinderen die aan het begin van de les zijn uitgekozen om een stukje voor te lezen, doen dat in de leesstoel. Laat de andere kinderen tops en tips formuleren over de wijze van voorlezen en geef zelf ook feedback. Houd ten slotte een korte terugblik op het verloop van deze les. 65

66 Dag 7 Extra ster-tijd lezen Doel Woorden correct lezen Begeleide oefening: Veilig & vlot maan Start deze extra ster-tijd met de module Letters oefenen in de LA-VLL. Besteed extra aandacht aan de moeilijke letters. Daarna nemen de leerlingen hun boekje Veilig & vlot maan voor zich. Vertel dat u nu gaat voorlezen uit Veilig & vlot en dat zij goed moeten luisteren of u alle woorden goed leest. Als u een fout leest, moeten de kinderen u daarop attent maken, bijvoorbeeld door hun hand op te steken. Maak voor deze oefening een keuze uit Veilig & vlot maan, pagina 10 en 11 (o3 en o4), 16 en 17 (a3 en a4). Tip De werkwijze waarbij u met opzet bepaalde leesfouten maakt, wordt ook in het basiskwartier van de komende dag toegepast. Door deze oefening nu te doen met de leerlingen van de ster-aanpak bereidt u deze leerlingen daar alvast op voor. De werkwijze is voor deze leerlingen dan niet nieuw meer. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: software woordenschat Spelen de kinderen die in aanmerking komen voor extra ster-tijd voor woordenschat regelmatig met de software voor woordenschat? Met behulp van dit computerprogramma kunnen alle verdiepingswoorden van kern 4 intensief worden geoefend. Log in het programma in met uw eigen inloggegevens. Zorg ervoor dat al diverse woorden zijn geplaatst in ken ik al of ken ik niet. Als dat het geval is, staan er verschillende spellen gereed die u samen met de kinderen kunt spelen. Maak regelmatig gebruik van de woordenhulp in het programma, zodat het gebruik van deze woordenhulp voor de kinderen een routine wordt. Motiveer de leerlingen om ook thuis met het programma voor woordenschat te spelen. Bij voorkeur samen met een van hun ouders of met een zus of broer. 66

67 Dag 8 Basisles u Dag 8 Doel Woorden maken met nieuwe letter: u Doel mkm-woorden correct spellen Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letterkennis Gisteren hebben we een nieuwe letter geleerd. Kun je die letter aanwijzen op het letterbord? En weten jullie ook nog bij welke letterfamilie de letter <u> hoort? Activeer vervolgens de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. LESOVERGANG instructie Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters zojuist opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <u> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest om nadrukkelijk de relatie te leggen tussen lezen en schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <u> wordt geschreven. i e o a u 2 Letterdictee Dicteer de volgende letters en laat de letters opschrijven of leggen op de letterdoos: i e o a u. Kijk goed naar mij. Ik zeg een letter en jullie schrijven die letter op of leggen de letter op de letterdoos. Luister maar: /i/. Zeg de letter maar na: /i/. Schrijf de letter of leg de letter nu op de letterdoos. Op dezelfde wijze dicteert u ook de overige vier letters: e o a u. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Hierbij kunt u kiezen voor een presentatie in schrijfletters of in leesletters. Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? Maak de kinderen er met behulp van het letterbord op attent dat het vak met korte klinkers nu helemaal vol is en dat ze alle korte klinkers nu dus al kennen! 67

68 Dag 8 Basisles 3 Woorddictee Bij deze oefening maakt u gebruik van de LA-VLL. Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling. De leerlingen schrijven de woorden of leggen de woorden op hun letterdoos. Achtereenvolgens komen de volgende woorden aan de orde: kus vaak dun wok bram. U voert het stappenplan niet meer stap voor stap samen met de kinderen uit, maar u laat de kinderen dit zelfstandig doen met ondersteuning van het stappenplan spelling. U biedt de woorden als volgt aan: Geef oma maar een kus. Maak het woord: /kus/. Ik eet vaak een boterham met jam. Maak het woord: /vaak/. Ik wil liever een dun plakje kaas. Maak het woord: /dun/. Dat is geen koekenpan; dat is een wok. Maak het woord: /wok/. Mijn beste vriend heet bram. Maak het woord: /bram/. Kijk het woorddictee woord voor woord na met behulp van de LA-VLL. Sluit af met: We hebben woorden gemaakt. We lezen die woorden nu samen. Laat ten slotte het rijtje woorden door enkele kinderen hardop voorlezen. 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling, dat via de LA-VLL op het bord zichtbaar blijft tijdens het zinsdictee. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we opschrijven of leggen op de letterdoos. Luister maar naar de zin die ik zeg: ik hijs een doos. Let erop dat u de zin duidelijk en in een rustig tempo uitspreekt. Herhaal de zin eventueel nog een keer. Nu jullie. Zeg de zin maar na. De kinderen zeggen de zin en onderscheiden de afzonderlijke woorden door een duidelijke pauze na elk woord. Dan schrijven ze de zin op of leggen de zin op de letterdoos met een spatie tussen de afzonderlijke woorden. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. 5 Werkinstructie zon, maan, ster De leerlingen gaan zelfstandig aan het werk. Bespreek kort indien nodig de werkbladen met behulp van de LA-VLL. Werkblad 19 bevat een spellingopdracht. Besteed aandacht aan de picto s en aan de wijze waarop deze opdracht moet worden gemaakt. De ontbrekende woorden kunnen in de zinnen worden geschreven of gestempeld. De volgende woorden passen in de zinnen: buk (1), was (2), bus (3), das (4), zon (5). Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 4, pag. 21, 22 (u2) Werkboekje zon 4, blad 19, 20 Veilig & vlot zon 4, pag. 22, 23 Veilig & vlot zon 4, pag. 24, 25 Veilig gespeld 4, pag. 23, 24 (u3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 > Leesseries Ook de leerlingen van de maan- of ster-aanpak gaan zelfstandig werken. De werkbladen bespreekt u eventueel voor met de LA-VLL. Noteer op het planbord de volgende opdrachten. 68

69 Dag 8 Basisles Veilig gespeld 4, pag. 21, 22 (u2) Werkboekje maan 4, blad 19, 20 Veilig & vlot maan 4, pag. 22, 23 (u3, u4) Veilig & vlot maan 4, pag. 24, 25 (u5, u6) Veilig gespeld 4, pag. 23, 24 (u3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Met de module Letters oefenen in de LA-VLL besteedt u aandacht aan letterkennis. 2 Veilig & vlot maan Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak het lezen van woorden en van een korte tekst met pagina 22 (u3) en 23 (u4) van Veilig & vlot maan. Praat met de kinderen ook over de inhoud van de tekst die ze gelezen hebben. 3 Werkboekje maan, blad 19 Voor leerlingen van de ster-aanpak kan dit een pittige oefening zijn, waarbij begeleiding gewenst is. Laat het woord dat gemaakt moet worden eerst benoemen, bijvoorbeeld: /buk/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /b-u-k/. Daarna schrijven of stempelen de kinderen het woord in de zin. Mogelijk zijn uw leerlingen in staat om de overige zinnen zelfstandig te maken. Bespreek wel eerst even welke woorden in de zinnen moeten worden ingevuld: was (2), bus (3), das (4), zon (5). 4 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk. U hebt nu gelegenheid om bij de leerlingen te kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en hulp te bieden bij bepaalde opdrachten. Laat ook eens leerlingen van de zonaanpak een pagina uit Veilig & vlot zon aan u voorlezen. Zo krijgt u een goed beeld van de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek blad 20 van werkboekje maan en blad 20 van werkboekje zon. Op deze bladen staat het begrijpend lezen van zinnen centraal. De plaatjes op deze bladen zijn identiek; de zinnen bij de plaatjes verschillen. Bij elk plaatje staan drie zinnen en achter elke zin staat een lachend gezichtje en een sip gezichtje. Laat de eerste zin lezen. Past deze zin bij het plaatje? Als dit het geval is, omcirkelen de kinderen het lachende gezichtje; als dit niet het geval is, omcirkelen ze het gezichtje dat sip kijkt. Bij een plaatje kunnen meerdere zinnen goed zijn. Ook kun je van mening verschillen of een zin bij een plaatje past. Bespreek daarom de zinnen en de plaatjes met de kinderen en laat de gemaakte keuzes beargumenteren. 69

70 Dag 8 Basiskwartier Doel Woorden, zinnen en teksten correct lezen Introductie Vertel de leerlingen dat u in dit basiskwartier het lezen van woorden en zinnen gaat oefenen met Veilig & vlot maan. De leerlingen van de zon-aanpak gaan zelfstandig werken aan hun verplichte en facultatieve opdrachten, zoals die op het planbord staan. Veilig & vlot maan De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan voor zich. Vertel hen dat u nu gaat voorlezen uit Veilig & vlot en dat zij goed moeten luisteren of u alle woorden goed leest. Als u een fout leest, moeten de kinderen u daarop wijzen, bijvoorbeeld door hun hand op te steken. Maak voor deze oefening een keuze uit Veilig & vlot maan, pagina 2 tot en met 24 ((w1 tot en met u5). De snuffelpagina s 7 (w6), 13 (o6) en 19 (a6) laat u buiten beschouwing. Vooral de volgende pagina s zijn geschikt voor deze oefening: 6 (w5), 12 (o5) en 24 (u5). Tip Bovenstaande werkwijze, waarbij u regelmatig een leesfout maakt, is een variatie op het werken met Veilig & vlot. Deze werkwijze is bij veel kinderen heel populair. Pas deze werkwijze daarom zo nu en dan toe, maar ook weer niet te vaak. 70

71 Dag 8 Integratieles woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Lesactiviteiten Woordbetekenissen verkennen Groepsgesprek Woorden uitbeelden Materialen leerkracht Ankerverhaal: Lollig! Leerkrachtassistent VLL Materialen leerling Stoeltje Woorden afgebroken, de bovenkant, languit, omkeren, de onderkant, op zijn kop, tegen een stootje kunnen, wankelen, wiebelen, de zijkant Introductie Start deze les met het voorlezen van het bovenste gedeelte van de tekst op pagina 10 van het ankerverhaal tot en met de zin: Toen heeft hij die flat op zijn zijkant gezet. Vervolg dan met het voorlezen van de tekst op pagina 12. Vraag aan de kinderen of zij ook wel eens uit bed zijn gevallen en hoe dat kwam. Laat enkele kinderen hierover kort vertellen. Moesten ze toen huilen? Of konden ze wel tegen een stootje? Leskern In het voorgelezen gedeelte van het verhaal staan enkele doelwoorden uit deze les. De woorden hebben als kenmerk dat ze betrekking hebben op stevigheid en stabiliteit of op plaats in de ruimte. Praat met kinderen over het verschijnsel dat sommige dingen niet sterk en stevig zijn. Waarschijnlijk zijn kinderen vanwege een andere reden uit bed gevallen dan Dirk en Dora. Het eigen bed van de kinderen is waarschijnlijk wel stevig blijven staan. Bij Dirk en Dora ging alles wankelen en wiebelen, omdat Rigo de flat op de zijkant zette. Dirk en Dora lagen toen languit op de muur (ankerboek, pagina 13). En later zette Rigo de flat zelfs op zijn kop. De bovenkant werd toen onderkant en de onderkant werd bovenkant (ankerboek, pagina 23). Laat alle kinderen languit op de grond gaan liggen. Bespreek waar ze zouden liggen als de school op zijn kop zou worden gezet. Bespreek met de kinderen wat de bovenkant, onderkant en zijkant van verschillende voorwerpen is. Doe dat zoveel mogelijk met concrete spullen, zodat de kinderen deze begrippen zoveel mogelijk handelend ervaren. Laat ze hun eigen stoeltje op de zijkant leggen. Laat ze de stoel omkeren, zodat de stoel op z n kop staat. Kan de stoel balancerend op de rugleuning staan? Of gaat hij wankelen en wiebelen? Laat de kinderen kijken naar de onderkant van de zitting van de stoel en naar de bovenkant (waar je op zit). En wat is de bovenkant van je tafel? Wat de onderkant? En wat de zijkant? Wanneer gaat een stoel of de tafel wiebelen? Bijvoorbeeld als niet alle poten even lang zijn. 71

72 Dag 8 Integratieles Je kunt hard vallen als een van de poten van de stoel afbreekt. Een stoel met een afgebroken poot zal zeker gaan wiebelen. Iets gaat ook wiebelen als het niet vlak is aan de onderkant. Meubels die niet stevig staan een stoel, een tafel, een kast kunnen niet tegen een stootje. Ze gaan wiebelen, wankelen of vallen zelfs om. Verken de woorden ook met behulp van de woordenhulp in de LA-VLL. Afronding Als afsluiting van deze les laat u de kinderen een aantal woorden uitbeelden. Probeer zo veel mogelijk doelwoorden te herhalen, zoals: Leg je stoel op de zijkant. Ga languit op de grond liggen en rol op je zijkant. Ga op je rug liggen en probeer te wiebelen. Probeer je potlood neer te zetten op het puntje? Lukt dat? Probeer het potlood op de platte achterkant neer te zetten. Bij wie lukt het? Bij wie gaat het potlood wiebelen? Probeer op één been te staan en niet te wankelen. Tik de onderkant van je voet aan. Tik de bovenkant van je andere voet aan. Tik je buurjongen of buurmeisje aan. Valt hij/zij om? Of kan hij/zij wel tegen een stootje? 72

73 Dag 8 Extra ster-tijd lezen Doelen Woorden lezen automatiseren Begrijpend lezen van zinnen Begeleide oefening: speelleesset Zet de materialen gereed van de volgende spellen: Zoemspel maan - instap 1, Zoemspel maan - instap 2, en Bijenkorfspel maan - instap 1. Deze spellen kunnen door zes kinderen worden gespeeld. Geef de kinderen gelegenheid om het spel zelfstandig te spelen en observeer hoe dit verloopt. Help waar nodig en geef eventueel tips. Tips en aandachtspunten voor deze spellen vindt u in de toelichting bij de speelleesset. Tip Hebt u niet de beschikking over de speelleesset, werk dan in deze extra ster-tijd met Veilig & vlot maan, pagina 14 tot en met 25 (a1 tot en met u6). Laat telkens een leerling een pagina uitkiezen en laat deze pagina vervolgens in tweetallen voorbereiden. Na de voorbereiding laat u delen van de pagina voorlezen. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: bouwen met blokken In de integratieles zijn allerlei woorden aan de orde gekomen die te maken hebben met stabiliteit en met plaats in de ruimte, zoals: de bovenkant, languit, omkeren, de onderkant, op zijn kop, tegen een stootje kunnen, wankelen, wiebelen, de zijkant. Zorg voor voldoende blokken (in de vorm van een baksteen) om mee te bouwen. Laat elk kind een blokje pakken. Geef opdrachten als: Leg het blokje voor je neer. Wat is de bovenkant? En wat is de onderkant? Wat is de zijkant van het blokje? En wat is de voorkant? Hoeveel zijkanten heeft het blokje? Wat is de achterkant van het blokje? Laat alle blokken bij elkaar leggen. We gaan nu een toren bouwen die tegen een stootje kan. Kunnen jullie zo n toren bouwen? Als de toren af is, praat u met de kinderen over de toren: Waarom kan deze toren tegen een stootje? Laat dan een toren bouwen die niet tegen een stootje kan: We bouwen nu een toren die gaat wiebelen en wankelen. Hoe maken we zo n toren? Bespreek waarom deze toren al snel gaat wiebelen en wankelen. Misschien valt deze toren zelfs om. Test ten slotte met de kinderen of deze toren tegen een stootje kan. 73

74 Dag 9

75 Dag 9 Basisles j Dag 9 Doelen Nieuwe letter: j Woorden met nieuwe letter lezen Doel Teksten lezen en informatie verwerven over de jas Materialen leerkracht Wandplaat: jas Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Leesboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letters flitsen Herhaal met de LA-VLL de letters die tot nu toe aan de orde zijn geweest. 2 Woorden flitsen In deze oefening komen mkm-woorden voor met bekende letters. 3 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord tas. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen het woord tas. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook zonder letter in de beginpositie: <-as>. Toon de wandplaat jas (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord jas maken. Wie kan het woord /jas/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /j-a-s/. Goed zo, het woord /jas/ bestaat uit drie klanken. Luister maar: /j-a-s/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet vooraan in het woord komen? Ja, goed zo, de letter <j>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <j> staat nu vooraan in het woord. Lees het woord jas zoemend met de woordschuif. De <j> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <j> voorkomt. Toon ten slotte de wandplaat jas met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 75

76 Dag 9 Basisles 4 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk met teksten en opdrachten rondom het structureerwoord jas. Praat eerst kort over het woord jas : Wie heeft er vandaag een jas aan? Wanneer trek je een jas aan? Loop je liever met of zonder jas? Vertel de kinderen vervolgens dat ze teksten gaan lezen en werkbladen gaan maken over het woord jas en dat ze straks mogen vertellen wat ze hierover hebben geleerd. Toon eventueel de werkbladen via de LA-VLL en bespreek de opdrachten. Noteer voor de zon-groep onderstaande activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 4, pag. 14, 15, 16 Werkboekje zon 4, blad 21, 22, 23 Veilig & vlot zon 4, pag. 26, 27 Veilig gespeld 4, pag. 25, 26 (j1) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Toon het letterblad via de LA-VLL. We gaan vandaag de letter <j> goed leren. Zie je de letter <j> op het letterblad? Als we de letter <j> goed kennen, tekenen we er straks een rondje om. 2 Instructie letter <j> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de eerste letter van het woord <jas> de letter <j> is. De letter <j> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <j>. Toon het letterbordkaartje <j> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /j/. Spreek de letter duidelijk uit. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /j/. Wat voel je als je /j/ zegt? Druk maar eens met je duim onder je kin, ver genoeg naar achteren, en zeg: /j/. Voel je je tong ook duwen? Als je goed voelt, voel je ook je vinger trillen. Voel nog maar eens goed: /j/, /j/, /j/. Heb je het gevoeld? Goed zo! Bij /jas/ hoor je /j/ aan het begin van het woord. Wie kan nog een woord noemen dat met /j/ begint? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <j> horen? Hoort de <j> bij de medeklinkers, zoals de <h> en de <t>? Of is de <j> een klinker? Kijk maar eens op het letterbord. Dan kun je het zien. Goed zo, de letter <j> is een medeklinker. Laat een van de leerlingen de letter <j> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <j> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een medeklinker. De letter <j> moeten jullie goed onthouden. 3 Auditieve analyse /j/ De LA-VLL toont drie afbeeldingen van woorden (jeuk, wak, jaar) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /j/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /j/ in /jeuk/? Zeg het woord maar. Laat het woord vervolgens in afzonderlijke klanken hakken en stel samen met de kinderen vast dat je de klank /j/ inderdaad hoort in het woord /jeuk/. Vraag naar de positie van de klank in het woord en zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Doe dit ook zo met de woorden /wak/ en /jaar/. 76

77 Dag 9 Basisles 4 Zoekwoorden maken Met de LA-VLL maakt u met de kinderen zoekwoorden met de nieuwe letter <j>. Eerst verschijnt het woord jas. Door telkens één letter te vervangen door een andere ontstaan nieuwe woorden. Bij het laatste woord wordt één letter toegevoegd en ontstaat een woord met een eindcluster. Uiteindelijk ontstaat met de hulp van Zoem het volgende rijtje: jas jos jop jok jokt. Lees ten slotte de woorden samen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor en vervolgens volgens de werkwijze vlot voor - vlot koor. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <j> wordt in de beginpositie in het klikklakboekje gehangen. Laat de kinderen een woord maken dat begint met de letter <j>. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 26 (j1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 26 (j1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Lees de pagina samen met de leerlingen op de gebruikelijke wijze. 7 Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voorbespreking van de werkbladen kan met de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 21 en benoem de plaatjes: juf, wieg, wak; haak, jeuk, hok; jas, was, wiel; weg, wip, jaar. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 4, pag. 27 (j2) Werkboekje maan 4, blad 21, 22, 23 Veilig gespeld 4, pag. 25, 26 (j1) Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Veilig & vlot maan, pagina 27 (j2) Met de leerlingen van de ster-aanpak oefent u pagina 27 (j2) van Veilig & vlot maan. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. 2 Werkboekje maan, blad 21 Voor sommige kinderen is het gewenst om zo nu en dan uitdrukkelijk aandacht te besteden aan het uitluisteren van klanken. Maak samen met de leerlingen van de ster-aanpak werkblad 21. Laat het eerste plaatje benoemen: /juf/. Laat de kinderen dit woord vervolgens in klanken hakken: /j-u-f/. Hoor je /j/ in het woord /juf/? Een kind geeft aan of het /j/ hoort in /juf/ en op welke plaats het de klank hoort. Zet een kruisje in het vakje van die klank in het woord. 77

78 Dag 9 Basisles Tip Het zoemend zeggen van het woord is een belangrijk hulpmiddel voor kinderen die moeite hebben met auditieve analyse. Het verlengd uitspreken van het woord (zoemen) helpt namelijk om de klanken beter te onderscheiden en uit te luisteren. Een tip hierbij is om het km-stukje van een mkm-woord eerst apart te nemen, bijvoorbeeld uf in juf, en dan het mk-stukje van het woord, bijvoorbeeld ju van juf om daarna opnieuw al modelend het hele woord juf te laten uitluisteren. 3 Zelfstandig werken ster Na de begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk. Ga nu eerst langs bij de leerlingen van de zon-aanpak. Informeer bij enkele kinderen of zij straks iets willen presenteren uit hun leesboekje of werkboekje. Laat ook leerlingen van de zon-aanpak eens iets aan u voorlezen uit Veilig en vlot zon, pagina 26. Op deze pagina wordt onder andere aandacht besteed aan het lezen van eenlettergrepige woorden met drie medeklinkers vooraan of achteraan (zoals: sproet, worst). LESOVERGANG afronding Afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle leerlingen de leesboekpagina voor zich zien. 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer werkbladen uit het werkboekje maan, bijvoorbeeld werkblad 23. Dit is een werkblad voor begrijpend lezen. De kinderen moeten bij elke zin het plaatje kiezen dat bij de zin hoort. De verschillen tussen de plaatjes zijn vaak gering. Kinderen moeten de zinnen dus goed lezen en de plaatjes kritisch bekijken. 3 Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de letter <j> op je letterblad? Als je deze letter al goed kent, teken je er een rondje om. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Met behulp van de LA-VLL kunt u kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <j> en aan de manier waarop deze letter wordt geschreven. 78

79 Dag 9 Basiskwartier Doel mkm-woorden correct spellen Introductie Vertel de leerlingen dat ze nu met z n tweetjes gaan werken met Veilig gespeld. U kunt de woorden laten schrijven of op de letterdoos laten leggen. Veilig gespeld De leerlingen gaan in tweetallen werken. Elk tweetal heeft één exemplaar nodig van Veilig gespeld en een schrijfblad of eventueel één magnetische letterdoos. Laat de kinderen kiezen uit de volgende spellingopdrachten: pagina s 21 en 22 (u2), 23 en 24 (u3), 25 en 26 (j1). Het ene kind heeft de letterdoos voor zich of een schrijfblad (dit kind maakt de spellingopdracht) en het andere kind heeft Veilig gespeld in handen (dit kind leest de opdrachten). De opdrachtgever vouwt het ringboekje dubbel en houdt het boekje zó vast dat hij/zij zelf de woorden/zinnen ziet en de andere leerling de plaatjes. Daarna leest de opdrachtgever het woord dat gemaakt moet worden. De andere leerling zegt het woord duidelijk gearticuleerd na en verdeelt het woord in afzonderlijke klanken. Daarna maakt deze leerling het woord en leest ten slotte het woord nog een keer na. Als hij/zij dit gedaan heeft, leest de opdrachtgever het volgende woord. Als alle woorden gemaakt zijn, kijken de twee leerlingen samen het werk na. Vervolgens wisselen ze van rol. Toon met de LA-VLL het stappenplan spelling, zodat de leerlingen zich tijdens deze oefening altijd kunnen oriënteren op de stappen van dit stappenplan. Hoe verloopt deze activiteit? Help leerlingen die moeite hebben met het uitvoeren van de stappen van het stappenplan spelling. 79

80 Dag 9 Integratieles lezen Doel Plezier in lezen ontwikkelen door lezen en praten over boeken Lesactiviteiten Lezen in Leesboekje maan/ zon 4 Vrij lezen Praten over lezen Materialen leerkracht Leerkrachtassistent VLL Collectie boeken in diverse genres Materialen leerling Leesboekje maan/zon 4 Klassenbibliotheek Leerlingsoftware VLL Kopieerblad soorten boeken Introductie Vertel de kinderen dat ze eerst gaan lezen uit het leesboekje maan/zon en de klassenbibliotheek. De samenleestekst op de pagina s 12, 13 en 14 gaat over pannen, maar geen koekenpannen. Daarna volgt een gesprekje over soorten boeken (genres). Hierbij wordt de collectie boeken gebruikt die u hebt verzameld. Zoals boeken in verschillende genres, bijvoorbeeld: dierenboeken, avonturen, techniek, spannende boeken, enzovoort. Maar ook boeken als strips, prentenboeken, boeken met versjes en gedichten. Ook antwoorden die de kinderen gegeven hebben op vragen in de software voor leesbevordering kunnen aan de orde komen. Leskern 1 Lezen Eerst gaan de kinderen in tweetallen samenlezen: de pagina s 12, 13 en 14 uit het leesboekje maan/zon. Het verhaaltje is getiteld een doos met een pan en stelt de kinderen voor de vraag om wat voor pan het gaat. Gaandeweg wordt duidelijk dat het dakpannen zijn. De illustraties maken dat eigenlijk meteen al duidelijk. Na het lezen spreekt u daarover kort met de kinderen. Suggesties voor vragen: Wist je meteen dat er dakpannen in de doos zaten? Wie heeft wel eens een hut gebouwd? Zat daar ook een dak op? Bleef je droog toen het regende? Zitten op het dak van jouw huis ook dakpannen? Een andere dakbedekking? Zijn er kinderen die wonen in een huis met een rieten dak? Leerlingen die de zon-aanpak volgen, gaan hierna verder met lezen uit de klassenbibliotheek. Als er in de klassenbieb informatieve boeken aanwezig zijn, kunt u die deze dag laten lezen en in de nabespreking praten over de dingen die de kinderen eruit geleerd hebben. De overige kinderen gaan de pagina s 15 en 16 lezen uit het leesboekje maan/zon, alleen of in tweetallen. Daarna lezen ook zij uit de klassenbieb. Kinderen die een boek uit hebben, kunnen op de computer de vragen maken in de software voor leesbevordering. Leerlingen van de ster-aanpak worden door u begeleid bij het lezen van pagina 15 en 16. U kunt er ook voor kiezen om de leerlingen van de maan-aanpak én de ster-aanpak onder uw leiding te laten lezen. Bespreek eerst weer de pagina s 15 en 16. Bekijk en bespreek de plaatjes en breng ze in relatie met de titel: bas zoekt zijn bot. Zien de kinderen de route van de zoektocht van Bas Kern 4, maantje, een raar boek! 80

81 Dag 9 Integratieles op pagina 15? Laat de tekst lezen en laat daarna nog eens naar de illustraties kijken. Laat vervolgens het hele verhaal in eigen woorden navertellen. Praat er daarna even over: Wie heeft thuis een hond? Lust die ook een bot? Wat voor bot krijgt hij? Sommige honden begraven of verstoppen hun bot. Doet jullie hond dat ook? Laat ten slotte het hele verhaal nog een keer achter elkaar lezen. 2 Praten over lezen In het eerste gedeelte van deze les hebben de kinderen gelezen. In het tweede gedeelte praat u met de kinderen over boeken. De collectie boeken in diverse genres die u verzameld heeft, ligt door elkaar op een tafel. Verdeel de klas in groepjes van vier à vijf kinderen. Geef ieder groepje een willekeurig stapeltje van de collectie boeken. Vertel de kinderen dat ze met elkaar de boeken van eenzelfde soort (genre) bij elkaar gaan leggen. Als er pictogrammen op staan, zal het duidelijk zijn. Boeken zonder pictogram kunnen toch ingedeeld worden. Laat de kinderen met elkaar praten over de kenmerken die doen besluiten tot welk genre een boek hoort. Hierbij kan het gaan om de titel, illustraties, tekst. Om het voor de kinderen makkelijker te maken, kunt u ieder groepje een verzameling genrepictogrammen geven. (Zie kopieerblad Soorten boeken, Digiregie, Lesgeven, Lesmateriaal.) Ze kunnen de boeken van eenzelfde genre dan bij het pictogram leggen. Er is ook een leeg picto. Hieraan kunt u zelf of kunnen de kinderen een eigen invulling geven. Na enige tijd vraagt u aan de groepjes verslag te doen. Ieder groepje vertelt welke soorten boeken zij hebben. Vraag aan de groepjes naar argumenten op basis waarvan ze de indelingen gemaakt hebben. Was er binnen het groepje discussie over bij welk genre een bepaald boek hoort? Besluit het gesprek met de vraag naar het lievelingsgenre van elk kind. In integratieles 5 hebben de kinderen al aangegeven welk van de zeven genres van pagina 11 van het leesboekje hun voorkeur had. Nu kunnen ze er ook andere genres bij betrekken. Laat ze hun voorkeur motiveren. U vertelt natuurlijk zelf ook welk genre uw voorkeur heeft. Afronding Houd een korte terugblik op het verloop van deze integratieles. Spoor de kinderen aan om ook thuis te lezen. Kunnen ze aangeven tot welk genre de boeken behoren die ze thuis hebben? Als ze een boek hebben gelezen, kunnen ze ook thuis vragen over het gelezen boek beantwoorden in de software voor leesbevordering. Tip De collectie boeken is gesorteerd in genres. In gesprekken met de kinderen kunt u overigens beter spreken over soorten boeken dan over genres. Houd de komende weken de boeken in genres bij elkaar in de klassenbieb. Plaats bij ieder genre een (vergroot) genrepictogram. Benoem iedere week een van de genres tot soort boek van de week. Geef het soort boek van de week een aparte plek in de klas. Spreek regelmatig met de kinderen over hun voorkeuren. Vraag ook of ze een nieuw genre ontdekt hebben. In kern 5 zullen stripboeken en striptijdschriften centraal staan. Aan de hand van de boekenpraatpagina in die kern wordt gesproken over verschillende soorten strips. Verzamel vooraf alvast een collectie leesmateriaal met strips. 81

82 Dag 9 Extra ster-tijd lezen Doel Letterkennis en woorden lezen automatiseren Begeleide oefening: woorden oefenen Met behulp van de module Letters oefenen in de LA-VLL besteedt u aandacht aan de letterkennis. Daarna besteedt u aandacht aan het lezen van woorden door middel van de module Woorden oefenen. Als kinderen moeite hebben met het vlot lezen van de woorden, lees de woorden dan zoemend voor en laat de leerlingen ervaren hoe je via zoemend lezen de stap kunt maken naar het vlot lezen van woorden. Als een leerling een woord verkeerd leest, geef dan eerst gelegenheid om het woord nog een keer te lezen. Leest het kind opnieuw fout, geef dan feedback met betrekking tot de gemaakte fout. Lees vervolgens het woord zoemend voor en daarna zoemend samen met het kind. Laat het kind ten slotte het woord zelf lezen. Pas deze strategie, voor/koor/zelf, regelmatig toe. woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: software woordenschat Waarschijnlijk hebben de leerlingen die behoefte hebben aan extra aandacht voor uitbreiding van hun woordenschat de afgelopen periode regelmatig gewerkt met de oefensoftware voor woordenschat. Via de module Woorden in de leerlingsoftware in de LA-VLL krijgt u een overzicht van de woorden die door uw leerlingen zijn aangemerkt als niet bekend. Besteed in deze extra-stertijd met behulp van deze module aandacht aan de woorden die het vaakst zijn aangemerkt als niet-bekend. 82

83 Dag 10 Basisles j Dag 10 Doel Woorden maken met nieuwe letter: j Doel mkm-woorden correct spellen Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord Materialen leerling Veilig & vlot maan 4 Veilig & vlot zon 4 Werkboekje maan 4 Werkboekje zon 4 Veilig gespeld 4 Materialen leerling Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4 Leesseries Introductie 1 Letterkennis Gisteren hebben we een nieuwe letter geleerd. Kun je die letter aanwijzen op het letterbord? En weten jullie misschien ook nog bij welke letterfamilie de letter <j> hoort? Heel goed, de letter <j> is een medeklinker. Activeer vervolgens de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. LESOVERGANG instructie Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters nog eens opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <j> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest om nadrukkelijk de relatie te leggen tussen lezen en schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <j> wordt geschreven. ij j i h u 2 Letterdictee Dicteer de volgende letters en laat de letters opschrijven of leggen op de letterdoos: ij j i h u. Kijk goed naar mij. Ik zeg een letter en jullie schrijven die letter op of leggen de letter op de letterdoos. Luister maar: /ij/. Zeg de letter na: /ij/. Schrijf de letter of leg de letter nu op de letterdoos. Op dezelfde wijze dicteert u ook de overige vier letters: j i h u. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Hierbij kunt u kiezen voor een presentatie in schrijfletters of in leesletters. Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? 83

84 Dag 10 Basisles 3 Woorddictee Maak bij deze oefening gebruik van de LA-VLL. Op het bord staan de zes stappen van het stappenplan spelling. U biedt de woorden als volgt aan: Mijn kleine broertje heet jip. Maak het woord: /jip/. Ik heb een broer en een zus. Maak het woord: /zus/. Dat is geen boter, maar vet. Maak het woord: /vet/. Dat is de pen van joep. Maak het woord: /joep/. Anke wijst het juiste woord aan. Maak het woord: /wijst/. Kijk het woorddictee woord voor woord na met behulp van de LA-VLL. Sluit af met: We hebben woorden gemaakt. We lezen die woorden nu samen. 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling, dat via de LA-VLL op het bord zichtbaar blijft tijdens het zinsdictee. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we opschrijven of leggen op de letterdoos. Luister maar naar de zin die ik zeg: bas is een kok. Nu jullie. Zeg de zin maar na. Daarna schrijven de kinderen de zin op of leggen ze de zin op de letterdoos met een spatie tussen de afzonderlijke woorden. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. 5 Werkinstructie zon, maan, ster In deze lesfase gaan de leerlingen zelfstandig werken. Bespreek indien nodig kort de werkbladen voor met de LA-VLL. Werkblad 24 is een spellingopdracht. Aan de gegeven zinnen ontbreekt telkens één woord. De volgende woorden passen in de zinnen: doek (1), jas (2), rij (3), jaar (4), hut (5). Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 4, pag. 27, 28 (j2) Werkboekje zon 4, blad 24, 25 Veilig & vlot zon 4, pag. 28, 29 Veilig & vlot zon 4, pag. 30, 31 Veilig gespeld 4, pag. 29, 30 (j3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries Ook de leerlingen van de maan- en ster-aanpak gaan zelfstandig werken. De bladen bespreekt u eventueel voor met de LA-VLL. Noteer op het planbord onderstaande opdrachten. Veilig gespeld 4, pag. 27, 28 (j2) Werkboekje maan 4, blad 24, 25 Veilig & vlot maan 4, pag. 28, 29 (j3, j4) Veilig & vlot maan 4, pag. 30, 31 (j5, j6) Veilig gespeld 4, pag. 29, 30 (j3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 4, instap 2 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 84

85 Dag 10 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Met de module Letters oefenen in de LA-VLL besteedt u aandacht aan letterkennis. 2 Veilig & vlot maan Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak het lezen van woorden en het lezen van een korte tekst met pagina 28 (j3) en 29 (j4) van Veilig & vlot maan. 3 Werkboekje maan, blad 24 Voor leerlingen van de ster-aanpak is dit een pittige oefening, waarbij begeleiding gewenst is. Laat het woord dat gemaakt moet worden eerst benoemen. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /d-oe-k/. Daarna schrijven of stempelen de leerlingen dit woord in de zin. Mogelijk kunnen uw leerlingen de volgende zinnen zelfstandig maken. Benoem wel eerst de woorden die in de zinnen moeten worden ingevuld: jas (2), rij (3), jaar (4), hut (5). 4 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig werken. U kunt nu bij de leerlingen kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en eventueel hulp bieden bij bepaalde opdrachten. Laat leerlingen van de zon-aanpak ook eens een pagina uit Veilig & vlot zon aan u voorlezen. Zo krijgt u een goed beeld van de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. LESOVERGANG afronding Afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek blad 25 van het werkboekje maan met behulp van de LA-VLL. Op dit blad staat een oefening waarbij twee zinsdelen met elkaar moeten worden verbonden om een goede zin te maken. Bovendien moet de inhoud van deze zin kloppen met het plaatje dat erbij staat. Lees het eerste zinsdeel in combinatie met het eerste alternatief van het tweede zinsdeel, dus: de haan pikt naar de rat. Laat de kinderen op de tekening kijken of dit juist is. Lees vervolgens de tweede combinatie: de haan pikt een peer. Bij deze combinatie kunnen kinderen al denken dat dit de juiste zin is. Lees ten slotte de derde combinatie: de haan pikt in de peer. Kom samen met de kinderen tot de conclusie dat dit de juiste zin is. Behandel op dezelfde wijze de overige opdrachten. Bij deze bespreking kunt u ook de leerlingen van de zon-aanpak betrekken. Blad 25 in het werkboekje zon heeft namelijk dezelfde plaatjes; alleen de zinnen zijn anders. 2 Werkboekje, letterversje Het letterversje is een speelse wijze om met de kinderen terug te kijken op wat ze tot nu toe hebben geleerd. De kinderen pakken de laatste pagina van het werkboekje voor zich. Het letterversje staat zowel in het werkboekje maan als in het werkboekje zon. U toont deze pagina met de LA-VLL. Samen met de kinderen leest u dit letterversje. U (of een leerling van de zon-aanpak) leest de gewoon gedrukte tekst; de kinderen lezen de vet gedrukte tekst. Aan het eind van de kern mogen de kinderen hun werkboekje mee naar huis nemen. Geef de kinderen de tip om het letterversje thuis samen met vader/moeder of broertje/zusje te lezen. 85

86 Dag 10 Basiskwartier Doel Leesvaardigheid automatiseren Introductie Vertel de kinderen dat ze in dit kwartiertje gaan werken met Veilig & vlot. De leerlingen van de zon-aanpak gaan eerst zelfstandig lezen in Veilig & vlot zon. Zij maken een keuze uit de pagina s 26 tot en met 31. Terwijl deze leerlingen zelfstandig lezen, gaat u met de overige leerlingen werken in Veilig & vlot maan. Daarna wordt gewisseld: u gaat werken met de leerlingen van de zon-aanpak en de overige leerlingen gaan zelfstandig verder met lezen. Veilig & vlot Toon met behulp van de LA-VLL de laatste twee pagina s van Veilig & vlot maan (pagina 32 en 33). Deze pagina s vatten als het ware samen wat de leerlingen van de maan- en de steraanpak in de afgelopen twee weken hebben geleerd. Bespreek deze pagina s met de leerlingen. Besteed aandacht aan de letters (w, o, a, u, j) en laat de woorden lezen waarin deze letters voorkomen. Geef de kinderen vervolgens gelegenheid om de tekst op pagina 33 voor te bereiden en laat deze tekst vervolgens voorlezen. Weten de kinderen de oplossing van dit raadsel? Na deze activiteit gaan de leerlingen zelfstandig lezen in Veilig & vlot maan. Ze mogen kiezen uit alle pagina s van het boekje. U gaat nu aan de slag met de leerlingen van de zon-aanpak. Toon met behulp van de LA-VLL de laatste twee pagina s van Veilig & vlot zon (pagina 32 en 33). Op pagina 32 worden de woordtypen getoond die in kern 4 zijn aangeboden. Laat deze woorden hardop lezen. Op pagina 33 staan vragen, waarop het antwoord kan worden gevonden in de tekening. De titel is: zoek je mee op de plaat? Kinderen lezen telkens eerst een vraag en zoeken vervolgens het antwoord op deze vraag in de tekening. 86

87 Dag 10 Integratieles woordenschat Doel In deze kern aangeboden woorden herhalen Lesactiviteiten Groepsgesprek Herhaald voorlezen Woorden herhalen met woordenhulp Materialen leerkracht Ankerverhaal: Lollig! Leerkrachtassistent VLL Materialen leerling Kopieën Letterboom, plaat 6 Introductie Kijk allereerst met behulp van de themamuur terug op de woorden van deze kern. Laat hierbij de kinderen zelf aan het woord en zorg ervoor dat allerlei doelwoorden van deze kern ter sprake komen. Leskern Bekijk en bespreek met behulp van de LA-VLL de ontwikkelingen op het Puddingboomplein en vestig de aandacht van de kinderen vooral op de voortgang in de bouw van het huis van Dirk en Dora. In kern start is alleen nog maar het dak van het huis te zien. Natuurlijk is het gek om bij het bouwen van een huis met het dak te beginnen! In kern 1 beginnen de bouwvakkers met het maken van de buitenmuren van het huis en in kern 2 zijn de buitenmuren gereed. Boven op het huis staat nu een vlag; het hoogste punt van het huis is bereikt. In kern 3 is de vlag verdwenen en zien we dat het huis bijna gereed is: het dak is dicht. De bouwvakkers zijn bezig met het plaatsen van de raam- en deurkozijnen. In kern 4 ten slotte is het huis zo goed als klaar. Schilders zijn bezig met het laatste klusje: het verven van het huis. Denken de kinderen dat het huis van Dirk en Dora stevig zal zijn? Hoe zouden ze ervoor kunnen zorgen dat het huis niet gaat wiebelen en wankelen? Wie wonen er naast Dirk en Dora? Zouden Dirk en Dora in hun nieuwe huis ook weer bovenburen en onderburen hebben? Lees vervolgens het ankerverhaal nog een keer voor. Tijdens het voorlezen zullen de woorden die in de loop van de kern aan de orde kwamen waarschijnlijk geen problemen meer opleveren. Het herhaald voorlezen versterkt het verhaalbegrip en de woordenschatkennis van de kinderen. Besluit het verhaal met de vraag over wie het nieuwe verhaal zal gaan. Wat denken de kinderen? Over welke bewoner van het pleintje heeft opa nog geen verhaal verteld? Waarschijnlijk zullen kinderen tot de ontdekking komen dat ze nog geen verhaal over Krisje Kolen hebben gehoord. Zou het volgende verhaal inderdaad over Krisje Kolen gaan? Bespreek ten slotte met de kinderen de woorden die in het overzicht van het computerprogramma woordenschat opvallen als minst gekende woorden. Betrek woorden zo veel mogelijk op kenmerkende zaken van het pleintje of blik terug op het verhaal van Dirk en Dora. 87

88 Dag 10 Integratieles Afronding Bij de afronding van deze les ontvangen de kinderen plaat 6 van de Letterboom. Laat kort vertellen over wat op deze plaat te zien is. Op de plaat staan de vijf letters die in kern 4 zijn geleerd: w, o, a, u, j. In de lege blaadjes kunnen de kinderen de bijbehorende schrijfletters schrijven. Stimuleer de kinderen om deze plaat thuis te bevestigen boven de eerder uitgedeelde platen van de Letterboom. 88

89 Dag 10 Extra ster-tijd lezen Doel Plezier aan lezen ervaren door herhaald lezen Begeleide oefening: leesboekje maan/zon In de afgelopen periode is in de integratielessen lezen Leesboekje maan/zon 4 gelezen. In dit boekje staan samenleesteksten en maan-teksten. Aan de hand van dit leesboekje kunt u de kinderen van de ster-aanpak laten ervaren welke vooruitgang in leesvaardigheid ze hebben geboekt. De volgende pagina s bevatten maan-teksten en kunnen al helemaal door de kinderen zelf worden gelezen: pagina 3, 6 en 7, 10, 15 en 16. Geef telkens eerst gelegenheid om de tekst voor te bereiden. Lees daarna de tekst in koor en laat ten slotte een van de kinderen de tekst hardop voorlezen. Laat het kind dat voorleest plaatsnemen in de leesstoel. Voor risicolezers is het meestal een hele opgave om plaats te nemen in de leesstoel en aan anderen voor te lezen. In de veilige omgeving van een kleine groep kunnen de leerlingen oefenen in het voorlezen en hun schroom hiervoor overwinnen. woordenschat Doel In deze kern aangeboden woorden herhalen Begeleide oefening: woorden herhalen In de integratieles woordenschat van lesdag 10 hebt u diverse woorden van kern 4 herhaald, onder andere met behulp van de informatie uit de oefensoftware voor woordenschat over moeilijke woorden. Uiteraard kon in de integratieles slechts een gedeelte van de aangeboden verdiepingswoorden worden herhaald. Herhaal in deze extra ster-tijd woorden waarmee uw leerlingen moeite hebben. Maak hierbij eventueel gebruik van de LA-VLL. Met behulp van het volgende spel kunt u controleren of kinderen woorden die bij het thema wonen horen nu kennen. Start met het overzicht van de woorden in de LA-VLL. Maak een zin van een van de woorden, bijvoorbeeld balkon. Maak regelmatig een zin is die niet juist is, bijvoorbeeld: een balkon vind je in de kelder van het huis. Laat kinderen reageren en bekijk daarna in de woordenhulp de juiste betekenis van het woord en concludeer samen waarom de zin goed of fout was. Neem voor deze activiteit vooral de woorden die het minst bekend zijn. 89

90

91 Extra dagen voor toetsing en herhaling Toetsresultaten worden overzichtelijk weergegeven. Kern 4 bevat tien lesdagen. Het is mogelijk om deze kern uit te breiden met twee extra dagen. Deze extra dagen kunt u gebruiken voor het afnemen van toetsen en voor het inplannen van herhaling. In de standaardjaarplanning van Veilig leren lezen wordt rekening gehouden met deze uitbreiding van twee extra dagen. Toetsafname De extra dagen kunt u benutten om bij uw leerlingen de geadviseerde toetsen af te nemen (zie Digiregie: onderdeel Evaluatie). Als u de toetsresultaten invoert in Digiregie krijgt u een overzichtelijke presentatie van de toetsresultaten van uw groep. Op basis van deze resultaten bepaalt u voor elke leerling of de aanpak die deze leerling volgt al dan niet moet worden gewijzigd. Misschien zijn er bijvoorbeeld leerlingen bij die beneden uw verwachting presteren en is het verstandig om die leerlingen vanaf de volgende kern in de ster-aanpak te plaatsen in plaats van in de maan-aanpak. Maar misschien zijn er ook leerlingen bij die juist boven verwachting presteren. Het is goed om aan het eind van elke kern hierbij weer even stil te staan. Op deze wijze maakt u uw kernplan voor de volgende kern, waarmee u doelgericht werkt aan onderwijs op maat voor de leerlingen in uw groep. Zelfstandig werken Als u de toetsen afneemt, moeten de kinderen zelfstandig aan het werk zijn, zodat u telkens bij één leerling ongestoord een toets kunt afnemen. Veilig leren lezen biedt voldoende mogelijkheden om kinderen zelfstandig te laten werken: In de werkboekjes zijn enkele werkbladen opgenomen die op herhalingsdagen kunnen worden gemaakt. In zowel Werkboekje maan 4 als Werkboekje zon 4 zijn dat de bladen 26 tot en met 30. Kinderen kunnen deze werkbladen zelfstandig maken, bij voorkeur in tweetallen. Desgewenst bespreekt u bepaalde werkbladen eerst met behulp van de LA-VLL. Dit geldt vooral voor: - werkblad 27 maan, waarvan de plaatjes worden benoemd: hijs, wip, wijn; hut, hek, was; hok, wak, haak. - werkblad 29 maan en zon, waarop de volgende woorden moeten worden ingevuld: jas (1), bot (2), was (3), dak (4), pup (5). Uiteraard is de leerlingsoftware bij uitstek geschikt om kinderen er zelfstandig mee te laten werken. De leerlingsoftware van Veilig leren lezen bestaat uit drie onderdelen: oefensoftware voor lezen en spelling, oefensoftware voor woordenschat en software voor leesbevordering. Het aantal leerlingen dat tegelijkertijd met deze leerlingsoftware kan werken, is uiteraard afhankelijk van het aantal computers en tablets waarover u kunt beschikken. Verder noemen we Veilig & vlot maan 4 en Veilig & vlot zon 4. Het herhaald lezen van pagina s uit Veilig & vlot levert een belangrijke bijdrage aan het automatiseren van de leesvaardigheid. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat kinderen herhaald lezen vervelend vinden. Dat is voor de meeste kinderen in de periode van het aanvankelijk leesonderwijs zeker niet het geval. Het is juist zo dat kinderen genieten van de vooruitgang in leesvaardigheid, zoals ze die bij herhaald lezen ervaren. 91

92 K E R N Kern 4 Extra dagen voor toetsing en herhaling Herhaald lezen kunt u ook realiseren met behulp van Leesboekje maan/zon 4 en Leesboekje zon 4. Zo kan bijvoorbeeld een leerling van de maan-aanpak bepaalde pagina s van het leesboekje maan/zon herhaald lezen met een leerling van de ster-aanpak. Of lezen twee leerlingen van de zon-aanpak samen nog een keer het leesboekje zon. Lezen uit de klassenbibliotheek is een goede mogelijkheid om kinderen zelfstandig te laten werken. Bij Veilig leren lezen zijn leesseries ontwikkeld die precies aansluiten bij de methode. Zo is er bijvoorbeeld ook een serie leesboeken die aansluit bij kern 4. Als een leerling een boekje uit de klassenbieb heeft gelezen, kan hij voor de verwerking van dit boekje de software voor leesbevordering gebruiken. In dit computerprogramma kan de leerling z n waardering voor het boek aangeven en belevingsvragen over het verhaal beantwoorden. Ook kan een leerling het boek aanbevelen aan klasgenoten. Veilig gespeld 4 is bijzonder geschikt om zelfstandige herhaling te realiseren voor spelling. Hoewel het mogelijk is om kinderen individueel te laten werken met Veilig gespeld, gaat de voorkeur uit naar werken in tweetallen. Hierbij wisselen de kinderen op bepaalde momenten van taak. Eerst dicteert het ene kind de woorden en schrijft het andere kind de gedicteerde woorden op of legt de woorden op de letterdoos. Daarna wisselen de kinderen van taak. Het nakijken van het werk gebeurt altijd door de twee kinderen samen. Aan spelling kan ook gewerkt worden met behulp van het klikklakboekje in combinatie met de magnetische letterdoos. Het ene kind maakt nu zelf een woord in zijn klikklakboekje. Het dicteert dit woord aan het andere kind dat het gedicteerde woord op de letterdoos legt. Vervolgens kijken ze samen weer na of het woord goed is gemaakt. 4 spelbord 1 De speelleesset is uitermate geschikt om er kinderen zelfstandig mee te laten werken. De speelleesset bevat spellen die geschikt zijn voor de leerlingen die de leerlijn maan volgen (maan- en ster-aanpak) en spellen voor de leerlingen die de leerlijn zon volgen (zon-aanpak). Voor kern 4 zijn er spellen voor twee verschillende instapmomenten. De spellen van beide instapmomenten kunnen op de extra dagen worden gespeeld. Elk spel heeft een speelduur van 10 minuten. Herhaling Als voor de leerlingen in uw groep herhaling gewenst is, kunt u gebruikmaken van de modules die in de LA-VLL zijn opgenomen in het programma voor deze herhalingsdagen. Met behulp van deze modules kunt u belangrijke leerstof herhalen. Zo kunt u onder andere woorden herhalen die volgens de oefensoftware woordenschat voor veel leerlingen nog moeilijk zijn, kunt u aandacht besteden aan letterkennis en het lezen van woorden verder oefenen. Bovendien kunt u herhaling realiseren met behulp van de volgende materialen: Veilig & vlot maan 4, Veilig & vlot zon 4, Veilig gespeld 4, Leesboekje maan/zon 4 en Leesboekje zon 4. Met de leerkrachtassistent kunt u belangrijke leerstof herhalen. 92

93 Voorbereiding op kern 5 Kennismaken met materialen kern 5 Op de eerste lesdag van kern 5 laat u uw leerlingen kennismaken met nieuwe materialen die in die kern worden gebruikt. Eventueel kunt u deze activiteit ook op de laatste dag van kern 4 plannen. Toon de volgende materialen en deel ze uit: Werkboekje maan 5, Werkboekje zon 5, Veilig & vlot maan 5, Veilig & vlot zon 5, Leesboekje zon 5, Veilig gespeld 5. Preteaching op ankerverhaal kern 5 Voor bepaalde leerlingen is het gewenst om de ankerverhalen voor te bespreken, zodat ze bij het voorlezen van het verhaal beter in staat zijn om de verhaallijn te volgen. Aangezien een nieuwe kern steeds begint met het voorlezen van het ankerverhaal, is het aan te bevelen om deze preteaching aan het eind van de voorafgaande kern in te plannen. Het verhaal van kern 5 gaat over Krisje Kolen. Hij is erg zuinig op zijn huisje. We hebben al gezien dat in zijn tuintje heel wat borden staan. Maar Krisje Kolen zelf kennen we nog niet. Wat voor iemand zou dat zijn? Waarom zet hij al die borden in zijn tuintje? Wat is er allemaal verboden door Krisje Kolen? Laat de kinderen het boek zien met het verhaal van Krisje Kolen. De titel van dit verhaal is: Dan ken jij Krisje Kolen niet! Op de voorkant zien we een man met allerlei wapens. Zou Krisje Kolen een vriendelijke man zijn? Of is hij zelf een boef en wordt hij gezocht door de politie? Sla het boek open op pagina 9. Op de plaat op deze pagina staat een boos en mopperend mannetje. Zijn naam is Krisje Kolen. Blader door naar pagina 11. Daar staat een boze Krisje Kolen te kijken naar zijn prachtig gemaaide gazon. Het heel korte steeltje in het gazon verraadt dat er een grassprietje gestolen is. Krisje is woedend. Hij houdt de wacht met al zijn wapens om de boef te vangen. Dat is te zien op pagina 13. Maar de boef laat zich niet zien. Dus gaat Krisje naar de politie. Dat zien we op pagina 15. De politie houdt zich bezig met het vangen van boeven, met het bestraffen van overtredingen en het uitschrijven van bekeuringen. De politie geeft je een boete als je een overtreding hebt gemaakt. Maar of de politie ook tijd heeft om tot op de bodem uit te zoeken wat er met dat grassprietje van Krisje Kolen is gebeurd? Zorg ervoor dat de kinderen nieuwsgierig worden naar het verdere verloop van dit verhaal. Hoe zou dit verhaal verder gaan? Wat denken de kinderen? Het zal zeker hun nieuwsgierigheid prikkelen. Zorg ervoor dat u het echte verloop van het verhaal nog niet vertelt. 93

94 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Letterblad Op het letterblad staan alle letters. De letters zijn geplaatst in letterfamilies: korte klinkers, lange klinkers, tweetekenklinkers, medeklinkers. De letters die de kinderen al hebben geleerd staan in vierkante buttons. De letters die in kern 4 worden geleerd, staan vet gedrukt: o, a, u, w, j. Met dit blad wordt de aandacht van de kinderen gericht op de doelstellingen voor letterkennis. ( Deze letters gaan we de komende twee weken leren. ) Ook kunnen de kinderen aangeven welke letters ze nog meer kennen. Ze doen dit door die letters te omcirkelen. Werkblad 1 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van de klank /w/ en het bepalen van de positie van die klank in het woord. De volgende woorden staan afgebeeld: jas, wip, was; vos, wiel, voet; wol, weg, juf; vier, wijn, wieg. Laat bij het maken van deze oefening eerst het hele woord zeggen, bijvoorbeeld: /wip/. Laat vervolgens het woord in klanken verdelen: /w-i-p/. Waar hoor je /w/ in het woord /wip/? Vooraan, in het midden, of achteraan? De kinderen zetten vervolgens een kruisje in het vakje van de positie van de klank. In dit geval zetten ze dus een kruisje in het eerste vakje. In plaats van een kruisje zetten, kan de letter ook in het vakje worden gestempeld of geschreven. Werkblad 2 Bij dit werkblad gaat het om de visuele herkenning van de letter <w>. In het bovenste vak zoeken de kinderen de letter <w> en omcirkelen die letter. De letter komt 10 keer voor in deze oefening. Zijn er kinderen die verkeerde letters omcirkelen, bijvoorbeeld de letter <v>? Besteed dan aandacht aan de visuele verschillen tussen deze letter en de letter <w>. In het tweede vak staan woorden die de kinderen al kunnen lezen. De kinderen lezen de woorden en omcirkelen vervolgens elke letter <w> die in een woord voorkomt. In het derde vak staan drie zinnen. Ook deze zinnen kunnen de kinderen al lezen. Staan er ook woorden met de letter <w> in de zinnen? Omcirkel dan de letter <w>. Werkblad 3 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. Het verbindt de zin met het gekozen plaatje. De verschillen tussen de zinnen zijn gering. Het kind moet de zinnen dus zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. 94

95 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 4 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord op de open plaats in de zin moet worden ingevuld. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord wip. Laat dit woord eerst benoemen: /wip/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /w-i-p/. Daarna schrijven of stempelen de kinderen het woord in de zin. De volgende woorden maken de zinnen af: wip, haas, boom, zee, wijs. Werkblad 5 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens uit twee gegeven plaatjes het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. De verschillen tussen de plaatjes zijn gering. Het kind moet de zinnen dus zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Kunnen de kinderen hun keuze ook beargumenteren? Werkblad 6 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van de klank /o/ en het bepalen van de positie van die klank in het woord. De volgende woorden staan afgebeeld: bot, hok, rook; roos, kok, kam; rok, vos, zon; boom, kom, boos. Laat bij het maken van deze oefening eerst het hele woord zeggen, bijvoorbeeld: /bot/. Laat vervolgens het woord in klanken verdelen: /b-o-t/. Waar hoor je /o/ in het woord /bot/? Vooraan, in het midden, of achteraan? De kinderen zetten vervolgens een kruisje in het vakje van de positie van de klank. In dit geval zetten ze dus een kruisje in het middelste vakje. In plaats van een kruisje zetten, kan de letter ook in het vakje worden gestempeld of geschreven. Werkblad 7 Bij dit werkblad gaat het om de visuele herkenning van de letter <o>. In het bovenste vak zoeken de kinderen de letter <o> en omcirkelen die letter. De letter komt 10 keer voor in deze oefening. Zijn er kinderen die verkeerde letters omcirkelen, bijvoorbeeld de letter <oo>? Besteed dan aandacht aan de visuele verschillen tussen deze letter en de letter <o>. In het tweede vak staan woorden die de kinderen al kunnen lezen. De kinderen lezen de woorden en omcirkelen vervolgens elke letter <o> die in een woord voorkomt. In het derde vak staan drie zinnen. Ook deze zinnen kunnen de kinderen al lezen. Staan er ook woorden met de letter <o> in de zinnen? Omcirkel dan de letter <o>. 95

96 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 8 Op dit werkblad staat een oefening waarbij twee zinsdelen met elkaar moeten worden verbonden om een goede zin te maken. Bovendien moet de inhoud van deze zin kloppen met het plaatje dat erbij staat. Laat eerst een kind het eerste zinsdeel lezen: kim eet. En laat vervolgens een ander kind de drie alternatieven lezen waaruit kan worden gekozen: kaas, soep, ijs. Laat de kinderen vervolgens naar het plaatje kijken: Wat eet Kim? Goed zo, Kim eet soep. Kijk maar, voor Kim staat een bordje soep. Verbind nu kim eet met soep. Behandel de overige zinnen op dezelfde wijze. Laat ten slotte alle zinnen nog een keer hardop lezen. Werkblad 9 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van klanken in een woord. Hierbij staan twee klanken centraal: de korte klinker <o> en de lange klinker <oo>. Laat telkens eerst het plaatje benoemen en laat het betreffende woord vervolgens duidelijk gearticuleerd uitspreken. Verdeel daarna samen met de kinderen het woord in afzonderlijke klanken. Vraag ten slotte welke letter in het lege vakje van het schema hoort. Eventueel laat u het woord op de regel onder het hokkenschema stempelen of schrijven. Op bovenstaande wijze ontstaan achtereenvolgens de volgende woorden: zon, bot, roos; boos, vos, hok; boom, sok, rook. Werkblad 10 Voor sommige kinderen zal dit een pittig werkblad zijn. Ze moeten bij deze opdracht namelijk niet alleen de zinnen goed verklanken, maar moeten bovendien letten op de betekenis van de gelezen zin en die betekenis vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Laat de eerste zin lezen: een bij op mijn been! Vraag aan de kinderen of dit klopt: Zit er een bij op het been van Sim? Kijk maar eens goed naar het plaatje. De bij zit niet op het been van Sim, maar op zijn voet. Omdat de eerste zin niet juist is, omcirkelen de kinderen achter die zin het gezichtje dat sip kijkt. Als een zin wel juist is, omcirkelen ze het lachende gezichtje. Let op: soms passen meerdere zinnen bij het plaatje! Werkblad 11 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van de klank /a/ en het bepalen van de positie van die klank in het woord. De volgende woorden staan afgebeeld: pan, haar, tas; was, zak, vaas; maan, dak, kaas; kam, raam, kar. Laat bij het maken van deze oefening eerst het hele woord zeggen, bijvoorbeeld: /pan/. Laat vervolgens het woord in klanken verdelen: /p-a-n/. Waar hoor je /a/ in het woord /pan/? Vooraan, in het midden, of achteraan? De kinderen zetten vervolgens een kruisje in het vakje van de positie van de klank. In dit geval zetten ze dus een kruisje in het middelste vakje. In plaats van een kruisje zetten, kan de letter ook in het vakje worden gestempeld of geschreven. 96

97 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 12 Bij dit werkblad gaat het om de visuele herkenning van de letter <a>. In het bovenste vak zoeken de kinderen de letter <a> en omcirkelen die letter. De letter komt 10 keer voor in deze oefening. Zijn er kinderen die verkeerde letters omcirkelen, bijvoorbeeld de letter <aa>? Besteed dan aandacht aan de visuele verschillen tussen deze letter en de letter <a>. In het tweede vak staan woorden die de kinderen al kunnen lezen. De kinderen lezen de woorden en omcirkelen vervolgens elke letter <a> die in een woord voorkomt. In het derde vak staan drie zinnen. Ook deze zinnen kunnen de kinderen al lezen. Staan er ook woorden met de letter <a> in de zinnen? Omcirkel dan de letter <a>. Werkblad 13 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. Het verbindt de zin met het gekozen plaatje. De verschillen tussen de zinnen zijn gering. Het kind moet de zinnen dus zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Werkblad 14 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van klanken in een woord. Hierbij staan twee klanken centraal: de korte klinker <a> en de lange klinker <aa>. Laat telkens eerst het plaatje benoemen en laat het betreffende woord vervolgens duidelijk gearticuleerd uitspreken. Verdeel daarna samen met de kinderen het woord in afzonderlijke klanken. Vraag ten slotte welke letter in het lege vakje van het schema hoort. Eventueel laat u het woord op de regel onder het hokkenschema stempelen of schrijven. Op bovenstaande wijze ontstaan achtereenvolgens de volgende woorden: haan, pan, zak; vaas, kam, was; haak, maan, dak. Werkblad 15 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens uit twee gegeven plaatjes het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. Het kind moet de zinnen zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Kan het de gemaakte keuze ook beargumenteren? 97

98 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 16 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van de klank /u/ en het bepalen van de positie van die klank in het woord. De volgende woorden staan afgebeeld: bus, vuur, nul; put, reus, muis; muur, juf, hut; huis, mus, deuk. Laat bij het maken van deze oefening eerst het hele woord zeggen, bijvoorbeeld: /bus/. Laat vervolgens het woord in klanken verdelen: /b-u-s/. Waar hoor je /u/ in het woord /bus/? Vooraan, in het midden, of achteraan? De kinderen zetten vervolgens een kruisje in het vakje van de positie van de klank. In dit geval zetten ze dus een kruisje in het middelste vakje. In plaats van een kruisje zetten, kan de letter ook in het vakje worden gestempeld of geschreven. Werkblad 17 Bij dit werkblad gaat het om de visuele herkenning van de letter <u>. In het bovenste vak zoeken de kinderen de letter <u> en omcirkelen die letter. De letter komt 10 keer voor in deze oefening. Zijn er kinderen die verkeerde letters omcirkelen, bijvoorbeeld de letter <n>? Besteed dan aandacht aan de visuele verschillen tussen deze letter en de letter <u>. In het tweede vak staan woorden die de kinderen al kunnen lezen. De kinderen lezen de woorden en omcirkelen vervolgens elke letter <u> die in een woord voorkomt. In het derde vak staan drie zinnen. Ook deze zinnen kunnen de kinderen lezen. Staan er woorden met de letter <u> in de zinnen? Omcirkel dan de letter <u>. Werkblad 18 Op dit werkblad staat een oefening waarbij twee zinsdelen met elkaar moeten worden verbonden om een goede zin te maken. Bovendien moet de inhoud van deze zin kloppen met het plaatje dat erbij staat. Laat eerst een kind het eerste zinsdeel lezen: daan kijkt. En laat vervolgens een ander kind de drie alternatieven lezen waaruit kan worden gekozen. Laat de kinderen vervolgens naar het plaatje kijken. Wat doet Daan? Goed zo, Daan kijkt in de put. Verbind nu daan kijkt met in de put. Behandel de overige zinnen op dezelfde wijze. Laat ten slotte alle zinnen nog een keer hardop lezen. Werkblad 19 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord moet worden ingevuld op de open plaats in de zin. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord buk. Laat dit woord eerst benoemen: /buk/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /b-u-k/. Daarna schrijven of stempelen de kinderen het woord in de zin. De volgende woorden maken de zinnen af: buk, was, bus, das, zon. 98

99 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 20 Voor sommige kinderen zal dit een pittig werkblad zijn. Ze moeten bij deze opdracht namelijk niet alleen de zinnen goed verklanken, maar moeten bovendien letten op de betekenis van de gelezen zin en die betekenis vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Laat de eerste zin lezen: sam koopt kaas en sap. Vraag aan de kinderen of dit klopt: Zitten er kaas en sap in de boodschappentas van Sam? Kijk maar eens goed naar het plaatje. Er zit inderdaad kaas en ook een fles sap in de boodschappentas van Sam. Omdat deze zin juist is, omcirkelen de kinderen achter de zin het lachende gezichtje. Als een zin niet juist is, omcirkelen ze het gezichtje dat sip kijkt. Let op: soms passen meerdere zinnen bij het plaatje! Werkblad 21 Bij dit werkblad gaat het om het uitluisteren van de klank /j/ en het bepalen van de positie van die klank in het woord. De volgende woorden staan afgebeeld: juf, wieg, wak; haak, jeuk, hok; jas, was, wiel; weg, wip, jaar. Laat bij het maken van deze oefening eerst het hele woord zeggen, bijvoorbeeld: /juf/. Laat vervolgens het woord in klanken verdelen: /j-u-f/. Waar hoor je /j/ in het woord /juf/? Vooraan, in het midden, of achteraan? De kinderen zetten vervolgens een kruisje in het vakje van de positie van de klank. In dit geval zetten ze dus een kruisje in het middelste vakje. In plaats van een kruisje zetten, kan de letter ook in het vakje worden gestempeld of geschreven. Werkblad 22 Bij dit werkblad gaat het om de visuele herkenning van de letter <j>. In het bovenste vak zoeken de kinderen de letter <j> en omcirkelen die letter. De letter komt 10 keer voor in deze oefening. Zijn er kinderen die verkeerde letters omcirkelen, bijvoorbeeld de letter <ij>? Besteed dan aandacht aan de visuele verschillen tussen deze letters en de letter <j>. In het tweede vak staan woorden die de kinderen al kunnen lezen. De kinderen lezen de woorden en omcirkelen vervolgens elke letter <j> die in een woord voorkomt. In het derde vak staan drie zinnen. Ook deze zinnen kunnen de kinderen al lezen. Staan er ook woorden met de letter <j> in de zinnen? Omcirkel dan de letter <j>. Werkblad 23 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens uit twee gegeven plaatjes het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. Het kind moet de zinnen zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Kan het de gemaakte keuze ook beargumenteren? 99

100 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 24 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord moet worden ingevuld op de open plaats in de zin. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord doek. Laat dit woord eerst benoemen: /doek/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /d-oe-k/. Daarna schrijven of stempelen de kinderen het woord in de zin. De volgende woorden maken de zinnen af: doek, jas, rij, jaar, hut. Werkblad 25 Op dit werkblad staat een oefening waarbij twee zinsdelen met elkaar moeten worden verbonden om een goede zin te maken. Bovendien moet de inhoud van deze zin kloppen met het plaatje dat erbij staat. Laat eerst een kind het eerste zinsdeel lezen: de haan pikt. En laat vervolgens een ander kind de drie alternatieven lezen waaruit kan worden gekozen. Laat de kinderen vervolgens naar het plaatje kijken: Wat doet de haan? Goed zo, de haan pikt in de peer. Verbind nu de haan met in de peer. Behandel de overige zinnen op dezelfde wijze. Laat ten slotte alle zinnen nog een keer hardop lezen. Werkblad 26 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. Het verbindt de zin met het gekozen plaatje. Het kind moet de zinnen zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Werkblad 27 Bij dit werkblad maken de kinderen telkens een woord door voor de beginletter van het woord een keuze te maken uit de twee gegeven letters: <h> of <w>. Ze schrijven of stempelen de gekozen letter in het lege vakje van het schema. Eventueel laat u het woord op de regel onder het hokkenschema stempelen of schrijven. Op bovenstaande wijze ontstaan achtereenvolgens de volgende woorden: hijs, wip, wijn; hut, hek, was; hok, wak, haak. 100

101 Beschrijving bladen werkboekje maan 4 Werkblad 28 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens het plaatje dat bij de betekenis van de zin past. Het verbindt de zin met het gekozen plaatje. De verschillen tussen sommige zinnen zijn gering. Het kind moet de zinnen dus zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Werkblad 29 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord moet worden ingevuld op de open plaats in de zin. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord jas. Laat dit woord eerst benoemen: /jas/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /j-a-s/. Daarna schrijven of stempelen de kinderen het woord in de zin. De volgende woorden maken de zinnen af: jas, bot, was, dak, pup. Werkblad 30 Bij deze opdracht moeten de kinderen niet alleen de zinnen goed verklanken, maar ze moeten bovendien letten op de betekenis van de gelezen zin en die betekenis vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Laat de eerste zin lezen: de bus komt er aan. Vraag aan de kinderen of dit klopt: Komt er inderdaad een bus aan rijden? Kijk maar eens goed naar het plaatje. Op het plaatje is inderdaad te zien dat de bus arriveert. Omdat deze zin juist is, omcirkelen de kinderen achter de zin het lachende gezichtje. Als een zin niet juist is, omcirkelen ze het gezichtje dat sip kijkt. Let op: soms passen meerdere zinnen bij het plaatje! Letterversje Werkboekje maan 4 eindigt met een letterversje dat als samenleestekst kan worden gelezen. De vet gedrukte letters en woorden worden gelezen door de leerlingen van de maan/ster-aanpak. De andere tekst wordt gelezen door leerlingen van de zonaanpak of door uzelf. Aan het eind van kern 4 geeft u het werkboekje mee naar huis. Het letterversje laat op speelse wijze zien wat de kinderen inmiddels hebben geleerd. Het kan thuis ook als samenleestekst worden gelezen met ouders, broer of zus. 101

102 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Woordenblad Op dit woordenblad staan de woordtypen die in deze kern aan de orde komen in de leerlijn zon. Het is tevens als het ware de inhoudsopgave van Veilig & vlot zon 4. Onder elke regel staan de pagina s van Veilig & vlot zon 4 waar het betreffende woordtype aan de orde komt. Op de eerste lesdag van kern 4 verkennen de leerlingen van de zon-aanpak met de pagina s 2 en 3 de leerstof van die kern. In het basiskwartier van deze dag leest u met hen die twee pagina s. Zo ervaren ze of ze met bepaalde woordtypen moeite hebben. Samen met u kruisen ze de woordtypen aan waarmee ze nog moeite hebben en waarmee ze de komende twee weken extra gaan oefenen. Onder elk woordtype staan de bijbehorende oefenpagina s. Als een leerling een bepaalde pagina voldoende heeft geoefend, kan hij/zij die pagina aftekenen op het woordenblad. Kijk regelmatig eens in het werkboekje van een leerling welke pagina s hij/zij heeft afgetekend. Laat een van de afgetekende pagina s eens aan u voorlezen. Zo krijgt u een goede indruk van de leesvorderingen van de betreffende leerling. Werkblad 2 Op het eerste werkblad hebben de kinderen kennisgemaakt met de begrippen zwaar, licht, hoog laag en hun onderlinge relatie. Deze begrippen staan ook op werkblad 2 centraal. Daar worden nog andere begrippen aan toegevoegd: vol en leeg, droog en nat. Werkblad 3 Op de werkbladen 1 en 2 kwamen woorden aan de orde die een relatie met elkaar hebben, omdat ze het tegenovergestelde van elkaar zijn: hoog en laag, licht en zwaar, vol en leeg, droog en nat. Bij de eerste opdracht op werkblad 3 komen meer van dergelijke tegenstellingen aan de orde, zoals: jong en oud, klein en groot, dik en dun, los en vast. Bij de tweede opdracht lezen de kinderen een zin en moeten ze vervolgens aangeven of die bewering juist is ( dat kan ) of onjuist ( dat kan niet ). Werkblad 3 is heel geschikt om er met z n tweeën aan te werken. De kinderen bespreken samen welk antwoord ze zullen kiezen. Werkblad 1 Op dit werkblad staat het structureerwoord wip centraal. Met de twee opdrachten verkennen de kinderen het principe van de werking van een wip: wat zwaar is, gaat omlaag; wat licht is, gaat omhoog. 102

103 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 4 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord op de open plaats in de zin moet worden ingevuld. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord wip. De kinderen benoemen eerst het woord: /wip/. Vervolgens verdelen ze het woord in klanken: /w-i-p/. Daarna schrijven of stempelen ze het woord in de zin. De volgende woorden maken de zinnen af: wip, haas, boom, zee, wijs. Werkblad 5 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst een zin en kiest vervolgens uit twee gegeven plaatjes het plaatje dat bij de betekenis van deze zin past. De verschillen tussen de plaatjes zijn vaak gering. Het kind moet de zinnen dus zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. Werkblad 6 Op dit werkblad staat het structureerwoord zon centraal. De eerste opdracht inventariseert wat de leerling al weet over de zon. Bij elke stelling kiest de leerling uit drie antwoordalternatieven: waar, niet waar, weet ik niet. Bij de tweede opdracht geven de kinderen aan welke woorden zij associëren met het woord zon. Een woord dat ze met zon associëren, verbinden ze met de zon die centraal staat in de opdracht. Bij deze opdracht is er geen sprake van goed of fout. Wel moet het kind kunnen uitleggen waarom het een woord associeert met het woord zon. Zo kan de een vinden dat geel bij de zon hoort maar blauw niet, terwijl een ander vindt dat ook blauw bij de zon hoort. Als de zon schijnt, staat die immers meestal aan een blauwe hemel. Werkblad 7 Bij de eerste opdracht noteren de leerlingen hun waarnemingen bij de zon, de maan, het vliegtuig, een wolk, een ster, een lamp. Bij elk woord zetten ze al dan niet een kruisje bij de volgende vragen: Zie je het in de lucht? Geeft het licht? Is het warm of misschien zelfs heet? Of ze kruisen het vakje aan bij ik weet het niet. Bij de tweede opdracht staan de zon en de maan centraal. De opdracht bestaat uit zeven zinnen. Aan elke zin ontbreekt het woord: zon of maan. De kinderen schrijven of stempelen het gekozen woord in de zin. 103

104 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 8 Bij de eerste opdracht staan vier korte teksten en vier plaatjes. De kinderen lezen eerst de tekst en geven vervolgens aan welk plaatje bij de gelezen tekst hoort. De tweede opdracht vraagt naar ervaringen van het kind met de zon: Ben jij wel eens in de zon? Waar ben je dan? Wat doe je dan? Werkblad 9 Bij dit werkblad worden woorden afgemaakt door een keuze te maken uit de korte klinker <o> en de lange klinker <oo>. Achtereenvolgens ontstaan zo de volgende woorden: zon, bot, roos; boos, vos, hok; boom, sok, rook. Werkblad 11 Op dit werkblad staat het structureerwoord zak centraal. Bij de eerste opdracht geven de kinderen bij negen tekeningen met een kruisje aan of je bij die tekening al dan niet kunt spreken van een zak. De volgende zaken zijn getekend: een rugzak, een vuilnisbak, de juten zak voor zaklopen, een boterhamzakje, een boterhamtrommeltje, de zak van Sinterklaas, een pakketje, een vuilniszak, een broekzak. Bij de tweede opdracht staan omschrijvingen die passen bij een van de tekeningen van de eerste opdracht. Het kind leest de omschrijving en geeft vervolgens door middel van een cijfer aan bij welk plaatje de omschrijving past. Werkblad 10 Voor sommige kinderen kan dit een pittig werkblad zijn. Ze moeten bij deze opdracht namelijk niet alleen de zinnen goed verklanken, maar bovendien letten op de betekenis van de gelezen zin en die betekenis vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Als een zin niet bij het plaatje past, omcirkelen de kinderen achter de zin het gezichtje dat sip kijkt. Als een zin wel juist is, omcirkelen ze het lachende gezichtje. Let op: soms passen meerdere zinnen bij het plaatje! 104

105 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 12 Op dit werkblad staan zes zakken getekend, waarbij je niet kunt zien wat de inhoud van die zak is. De vraag is: Wat zit er in die zak, denk je? Naast de tekening staan drie alternatieven waaruit kan worden gekozen. Ten slotte schrijft of stempelt de leerling het woord onder het plaatje. Werkblad 13 Ook op werkblad 13 staat het structureerwoord zak centraal. Bij de eerste opdracht wordt het verband gelegd tussen het woord zak en de jas van het kind zelf. Dit gebeurt door het stellen van vragen als: Heb jij een jas? Is het een jas met een zak? Wat zit er in jouw jaszak? Bij de tweede opdracht maken kinderen samenstellingen met het woord zak. Ze omcirkelen steeds twee woorden die samen een samengesteld woord vormen. De volgende woorden kunnen worden gemaakt: jaszak, zakdoek, zakmes, broekzak, slaapzak, zaklamp, rugzak, snoepzak. Werkblad 14 Bij dit werkblad worden woorden afgemaakt door een keuze te maken uit de korte klinker <a> en de lange klinker <aa>. Achtereenvolgens ontstaan zo de volgende woorden: haan, pan, zak; vaas, kam, was; haak, maan, dak. Werkblad 15 Bij dit werkblad gaat het om het begrijpend lezen van zinnen. Het kind leest eerst de zin en kiest vervolgens uit twee gegeven plaatjes het plaatje dat bij de betekenis van deze zin past. De verschillen tussen de plaatjes zijn vaak gering. Het kind moet de zinnen dus zorgvuldig lezen en de plaatjes kritisch bekijken. 105

106 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 16 Op dit werkblad staat het structureerwoord bus centraal. De titel van de opdracht luidt: wat weet jij van de bus? Telkens wordt in twee zinnen iets geschreven over een bus. Het kind geeft aan of deze bewering al dan niet juist is door een van de antwoordalternatieven aan te kruisen: waar, niet waar, weet ik niet. Werkblad 17 Ook op dit werkblad staat het structureerwoord bus centraal. Bij de eerste opdracht staat een ritje met de bus getekend in vier stappen. Daaronder staan deze vier stappen beschreven in vier zinnen. Het kind zet deze zinnen in de juiste volgorde door elke zin met een cijfer te verbinden. Bij de tweede opdracht wordt gevraagd naar ervaringen van het kind met de bus: Zit jij wel eens in een bus? Waar ga je dan naartoe? Werkblad 18 Dit is het derde werkblad waarop het structureerwoord bus centraal staat maar nu komt het woord bus in verschillende betekenissen aan de orde: vervoermiddel, brievenbus, en opbergmiddel. De leerling krijgt via tekeningen en tekst informatie over de verschillende betekenissen van het woord bus. Vervolgens staat er telkens een tekening met twee zinnen. De leerling geeft aan welke zin bij de tekening past. Werkblad 19 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord moet worden ingevuld op de open plaats in de zin. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord buk. De kinderen maken de zin af door het ontbrekende woord in de zin te schrijven of te stempelen. De volgende woorden maken de zinnen af: buk, was, bus, das, zon. 106

107 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 20 Bij deze opdracht moeten de kinderen niet alleen de zinnen goed verklanken, maar moeten ze bovendien letten op de betekenis van de gelezen zin en die betekenis vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Als een zin niet bij het plaatje past, omcirkelen de kinderen achter de zin het gezichtje dat sip kijkt. Als een zin wel juist is, omcirkelen ze het lachende gezichtje. Let op: soms passen meerdere zinnen bij het plaatje! Werkblad 21 Op dit werkblad staat het structureerwoord jas centraal. Bij elke opgave staat een jas getekend met bepaalde kenmerken. Naast de tekening staan drie uitspraken over deze jas. De kinderen geven aan welke uitspraak bij de betreffende tekening hoort. Werkblad 22 Ook bij dit werkblad staat het woord jas centraal. Er wordt gevraagd naar kenmerken van de jas van het kind zelf. De titel bij deze opdracht luidt: wat zie je bij jouw jas? Vervolgens tekent en kleurt het kind de eigen jas en schrijft op wat het van de eigen jas vindt. Werkblad 23 Dit is het derde werkblad waarop het woord jas centraal staat. Bij de eerste opdracht wordt gevraagd naar de ervaringen van het kind met de eigen jas: Doe je zelf je jas al aan? Helpt je mam nog mee? Kun je zelf knoopjes dicht doen? Kun je zelf de rits dicht doen? Bij de tweede opdracht komen woorden aan de orde die een duidelijk verband hebben met het woord jas : kraag, kapstok, lusje, mouw. De leerling maakt zinnen af door een van deze woorden in de zin in te vullen. 107

108 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 24 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord moet worden ingevuld op de open plaats in de zin. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord doek. De kinderen maken de zin af door het ontbrekende woord in de zin te schrijven of te stempelen. De volgende woorden maken de zinnen af: doek, jas, rij, jaar, hut. Werkblad 25 Op dit werkblad staat een oefening waarbij twee zinsdelen met elkaar moeten worden verbonden om een goede zin te maken. Bovendien moet de inhoud van de zinnen kloppen met het plaatje dat erbij staat. Werkblad 26 Op dit werkblad staat een grote tekening. Onder die tekening staan woorden. Het kind leest een woord en kijkt vervolgens of dit woord in de tekening staat afgebeeld. Als dit het geval is, zet het een kruisje bij het woord en een kruisje bij de afbeelding van het betreffende woord in de tekening. Werkblad 27 Op dit werkblad staan zes tekeningen van woon- of verblijfvormen: een woonboot, een nomadentent, een iglo, een ziekenhuis, een boomhut, een flatgebouw. Daarnaast staan beschrijvingen die bij deze woon- en verblijfvormen passen. Het kind verbindt elke beschrijving met een van de tekeningen. 108

109 Beschrijving bladen werkboekje zon 4 Werkblad 28 Op dit werkblad staan raadsels. De titel bij deze opdracht luidt: weet jij wat het is? Het kind leest het raadsel en kiest uit drie alternatieven het antwoord van zijn keuze. De juiste antwoorden zijn: school, stadsbus, klimrek, zandbak. Werkblad 29 Bij deze oefening gaan de kinderen eerst na welk woord moet worden ingevuld op de open plaats in de zin. Het plaatje bij de zin geeft de benodigde informatie. In de eerste zin hoort het woord jas. De kinderen maken de zin af door het ontbrekende woord in de zin te schrijven of te stempelen. De volgende woorden maken de zinnen af: jas, bot, was, dak, pup. Werkblad 30 Bij deze opdracht moeten de kinderen niet alleen de zinnen goed verklanken, maar moeten ze bovendien letten op de betekenis van de gelezen zin en die betekenis vergelijken met het plaatje dat bij de opdracht staat. Achter een zin die niet bij het plaatje past, omcirkelen de kinderen het gezichtje dat sip kijkt. Als een zin wel juist is, omcirkelen ze het lachende gezichtje. Let op: soms passen meerdere zinnen bij het plaatje! Letterversje Werkboekje zon 4 eindigt met een letterversje dat als samenleestekst kan worden gelezen. De vet gedrukte letters en woorden worden gelezen door de leerlingen van de maan/ster-aanpak. De andere tekst wordt gelezen door uzelf of door leerlingen van de zon-aanpak. Aan het eind van kern 4 geeft u het werkboekje mee naar huis. Het letterversje laat op speelse wijze zien wat de kinderen inmiddels hebben geleerd. Het kan thuis ook als samenleestekst worden gelezen met ouders, broer of zus. 109

110 Aanvullende leesseries Bij deze kern horen twee boeken met vrijwel dezelfde titel: juf te koop! en Koeien te koop!. En dat is geen toeval. Deze boeken horen bij elkaar. In Koeien te koop!, het voorleesboek, gaat juf Mies samenwonen met haar grote liefde, boer Kas. In het zonnetje juf te koop! kunnen kinderen lezen hoe juf Mies en boer Kas elkaar hebben ontmoet. Laat zon-lezers die dit boek gelezen hebben aan de rest van klas vertellen hoe dat is gegaan. Ook praten over boeken is leesbevordering! U kunt van het vrij lezen een terugkerend ritueel maken. Het is belangrijk dat kinderen regelmatig lezen, maar ook dat ze leeservaringen uitwisselen. Daarvoor kunt u zo n vast moment ook gebruiken. Zo brengen uw leerlingen elkaar op ideeën. Voor zon-lezers zijn er vanaf nu ook dikkere boeken: dé manier om lekker door te lezen! roos is zoek voor saar! Bette Westera en Hélène Jorna daan en tijn Mirjam Mous en Hester van de Grift verhaal Daniëlle Schothorst verhaal strip een zoen voor koen Marianne Busser, Ron Schröder en Els Vermeltfoort poes en beer ik maak een boot zoem zoen zoet sem met de pet een raar boek! Brigitte Minne en Ann De Bode verhaal Peter Vervloed en Ineke Goes informatief boe! strip Frank Smulders en Annemie Berebrouckx versjes Caroline Ellerbeck Maria van Eeden en Anjo Mutsaars zoekboek verhaal leentje en beentje hoe loopt dat af? een boef van niks juf te koop! Koeien te koop! Jolanda Horsten en Barbara de Wolf Rindert Kromhout en Jan Jutte verhaal Annemarie van den Brink en Barbara Mulderink verhaal Jolanda Horsten en Barbara de Wolf verhaal voorlezen 110

handleiding niet kopiëren

handleiding niet kopiëren t r uu e o handleiding 3 oo g k b ij ee s a h w eu m i n v ei p d s handleiding 3 Annemie Benoit, Astrid Geudens, Rosemarie Irausquin, Ed Koekebacker, Susan van der Linden, Ingrid van Loosbroek, Huub Lucas,

Nadere informatie

Toelichting Leerkrachtassistent

Toelichting Leerkrachtassistent Toelichting Leerkrachtassistent Angela Schelfhout Veilig leren lezen kim-versie Versie 1.0 Uit het rapport van de onderwijsinspectie blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen de leesprestaties

Nadere informatie

lezen Hulp aan risicolezers

lezen Hulp aan risicolezers veilig leren lezen Hulp aan risicolezers bij Auteur: Ed Koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering en waarschijnlijk ook het Citoafnamemoment E3 afgenomen. De resultaten daarvan maken u duidelijk

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers

Hulp aan risicolezers Hulp aan risicolezers bij Auteurs: Ed koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering afgenomen. Dat waren de drie kaarten van de DMT en, hoewel facultatief, meestal ook de AVI-kaarten. De resultaten

Nadere informatie

Extra ster-tijd. Een intensieve aanpak maakt het verschil. Wat is extra ster-tijd? Voor wie is de extra ster-tijd bedoeld? Inhoud extra ster-tijd

Extra ster-tijd. Een intensieve aanpak maakt het verschil. Wat is extra ster-tijd? Voor wie is de extra ster-tijd bedoeld? Inhoud extra ster-tijd Extra ster-tijd Een intensieve aanpak maakt het verschil Ingrid van Loosbroek Al vanaf kern start wordt extra ster-tijd beschreven in de handleiding. In dit artikel gaan we nader in op deze extra ster-tijd

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers kern start

Hulp aan risicolezers kern start Hulp aan risicolezers kern start Het nieuwe schooljaar is begonnen. De kinderen zijn met de vorige leerkracht doorgesproken en potentiële risicolezers zijn in het vizier. Al jaren is bekend dat directe

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Tips spelend leren kern 3

Tips spelend leren kern 3 Tips spelend leren kern In de serie Tips spelend leren voor kern start t/m kern afsluiting worden opdrachten beschreven die leerkrachten in het keuzewerk voor hun klas kunnen opnemen op het gebied van

Nadere informatie

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Veilig leren lezen Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Kern 3: doos-poes-koek-ijs

Kern 3: doos-poes-koek-ijs Kern 3: doos-poes-koek-ijs In deze kern leert uw kind: Letters: d - oe - k - ij z Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep Herhaling van de letters van kern 1 en 2 Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden

Nadere informatie

Is leren lezen moeilijk?

Is leren lezen moeilijk? Is leren lezen moeilijk? Ouderavond met digibord Auteurs: Angela Schelfhout, Wilma Stegeman en Susan van der Linden Om de ouders te laten ervaren hoe moeilijk het is om te leren lezen, geeft u ze een leesinstructie

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Cursus. Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen in GGZ

Cursus. Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen in GGZ Cursus Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen in GGZ Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Fundamentaal / Ank van de Wiel Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs voor over 11 uur k l o k k i j k e n i n s t a p h a n d l e i d i n g Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis met vernieuwende

Nadere informatie

Met plezier beter lezen :

Met plezier beter lezen : Met plezier beter lezen : achtergrondinformatie bij het filmpje In de nieuwste versie van Veilig leren lezen, de kim-versie van 2014, staat technisch goed leren lezen en het ontwikkelen van leesbegrip

Nadere informatie

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak eu/ui/ou-probleem veilig leren Woorden met tweetekenklanken Juist verklanken

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak eu/ui/ou-probleem veilig leren Woorden met tweetekenklanken Juist verklanken veilig leren lezen Letterkennis Aanpak eu/ui/ou-probleem Auteur: Susan van der Linden Op welke wijze kunt u problemen met de tweetekenklanken eu/ui/ou aanpakken? In dit artikel bieden we u een stappenplan

Nadere informatie

Tips spelend leren kern 2

Tips spelend leren kern 2 Tips spelend leren kern 2 In de serie Tips spelend leren voor kern start t/m kern afsluiting worden opdrachten beschreven die leerkrachten in het keuzewerk voor hun klas kunnen opnemen op het gebied van

Nadere informatie

1. LEZEN Inleiding: doel en structuur Gebaren lezen

1. LEZEN Inleiding: doel en structuur Gebaren lezen 1. LEZEN Inleiding: doel en structuur De doorloopklok wordt gezet, zodat de leerlingen weten tot wanneer er wordt gewerkt. De leerkracht vertelt welke lesonderdelen aan bod zullen komen en vertelt ook

Nadere informatie

Spelend leren, leren spelen

Spelend leren, leren spelen Spelend leren, leren spelen een werkboek voor kinderen en ouders Rudy Reenders, Wil Spijker & Nathalie van der Vlugt Spelend leren, een werkboek voor kinderen en ouders leren spelen Rudy Reenders, Wil

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs 20 d e l e n i n s t a p h a n d l e i d i n g Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis met vernieuwende elementen uit de methode

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s d e l e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 6 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Cursus. Onderwijs VVE 2 activerende leeromgeving

Cursus. Onderwijs VVE 2 activerende leeromgeving Cursus Onderwijs VVE 2 activerende leeromgeving Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Geerte Binnema Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Onderwijs/VVE2

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s v e r m e n i g v u l d i g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Spel 2: Winkeltje spelen Spel 3: Lezen voor het slapen gaan Spel 4: Blijven voorlezen

Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Spel 2: Winkeltje spelen Spel 3: Lezen voor het slapen gaan Spel 4: Blijven voorlezen Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Kinderen hebben in kern 1, 2 en 3 al veel woorden geleerd. Het is een leuk spel om de letters van die woorden op de rug van uw kind te schrijven en het kind

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g h e t t a f e l m o d e l Jaargroep instap Inleiding Middels het instapprogramma maken de leerlingen kennis met

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Cursus. Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen

Cursus. Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen Cursus Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Fundamentaal Astrid van Esdonk Inhoudelijke redactie: Jo-anne

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e g e t a l l e n k a a r t Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

h a n d l e i d i n g

h a n d l e i d i n g Zwijsen jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g g e t a l l e n e n g e t a l b e g r i p 5 10 Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e r e k e n m a c h i n e Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Tips voor betere maan-lezers kern 7

Tips voor betere maan-lezers kern 7 Tips voor betere maan-lezers kern 7 In het artikel Betere maan-lezers (DigiregieArtikelen) is geconstateerd dat er leerlingen zijn die niet de zon-leerlijn kunnen volgen maar die wel een grotere leesvaardigheid

Nadere informatie

Meer doen met de rijtjesboeken

Meer doen met de rijtjesboeken Lijn 3 Meer doen met de rijtjesboeken Meer doen met de rijtjesboeken De rijtjesboeken bij Lijn 3 zijn een belangrijk hulpmiddel bij het automatiseren en vlot lezen van woorden (zie bladzijde 28 en 29 van

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 5 groep 5 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 5 groep 5 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 5 groep 5 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5 NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur(s): Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 8 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

Cursus. Leren kun je leren

Cursus. Leren kun je leren Cursus Leren kun je leren Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Nienke Koopman Inhoudelijke redactie: Floortje Vissers Titel: Factor-E Welzijn Leren

Nadere informatie

Sinterklaas had een prachtige trike voor zijn verjaardag gekregen. Het zag er stoer uit.

Sinterklaas had een prachtige trike voor zijn verjaardag gekregen. Het zag er stoer uit. December 2016 Algemeen In de bijlage: Kom jij mixen bij Kibeo Vestigingsnieuwsbrief BSO december Mededelingen directie Beste ouders/verzorgers, Wat een fijne sinterklaasochtend hebben we achter de rug.

Nadere informatie

Training. Presenteren en instrueren

Training. Presenteren en instrueren Training Presenteren en instrueren Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Erica Huppelschoten Inhoudelijke redactie: Floortje Vissers Titel: Presenteren

Nadere informatie

Cursus. Oriëntatie op de dienstverlening in de VVT

Cursus. Oriëntatie op de dienstverlening in de VVT Cursus Oriëntatie op de dienstverlening in de VVT Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Joke Christiaans Inhoudelijke redactie: Babke Brüll Titel:

Nadere informatie

veilig leren lezen kim-versie Wat is er nieuw? Auteur: Wilma Stegeman

veilig leren lezen kim-versie Wat is er nieuw? Auteur: Wilma Stegeman veilig leren lezen kim-versie Wat is er nieuw? Auteur: Wilma Stegeman Misschien kent u de uitgave nog van Veilig leren lezen die met de structureerwoorden boom-roos-vis begon. Daarna kwam de eerste maan-roos-vis-versie

Nadere informatie

Toetsvragen bij domein 6 Stellen

Toetsvragen bij domein 6 Stellen bijvoorbeeld Exemplarische opleidingsdidactiek voor taalonderwijs op de basisschool Toetsvragen bij domein 6 Stellen Bart van der Leeuw (red.) Jo van den Hauwe (red.) Els Moonen Ietje Pauw Anneli Schaufeli

Nadere informatie

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Veilig leren lezen Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Cursus. Ontwikkeling van het beroep en de beroepshouding

Cursus. Ontwikkeling van het beroep en de beroepshouding Cursus Ontwikkeling van het beroep en de beroepshouding Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur(s): Marcella Spithoven Inhoudelijke redactie: Floortje

Nadere informatie

Artikel - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel

Artikel - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel Ringboekje Een veelzijdig leermiddel Auteur: Josée Warnaar Het ringboekje is een aantrekkelijk leermiddel dat u op diverse manieren kunt inzetten. Het ringboekje daagt kinderen uit tot het leren lezen

Nadere informatie

Training. Uiterlijke verzorging

Training. Uiterlijke verzorging Training Uiterlijke verzorging Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur(s): Esther de Roode Inhoudelijke redactie: Jo-Anne Schaaf Titel: Factor-E - Uiterlijke

Nadere informatie

Training. Begeleiden

Training. Begeleiden Training Begeleiden Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Janien Leeuwerke Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Training Begeleiden ISBN: 978

Nadere informatie

Tips spelend leren kern 4

Tips spelend leren kern 4 Tips spelend leren kern 4 In de serie Tips spelend leren voor kern start t/m kern afsluiting worden opdrachten beschreven die leerkrachten in het keuzewerk voor hun klas kunnen opnemen op het gebied van

Nadere informatie

Articuleren en voelen van de klanken

Articuleren en voelen van de klanken Articuleren en voelen van de klanken Ingrid van Loosbroek Astrid Geudens Marjolein Noé Eline Van Kerckhove Voor een sterke teken-klankkoppeling is het alzijdig verkennen van zowel de klank als de letter

Nadere informatie

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen. www.klasvanjuflinda.nl. www.klasvanjuflinda.nl

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen. www.klasvanjuflinda.nl. www.klasvanjuflinda.nl Spelenderwijs rijmen Linda Willemsen www.klasvanjuflinda.nl www.klasvanjuflinda.nl Spelenderwijs rijmen Spelenderwijs rijmen Tekst & vormgeving: Linda Willemsen 2014 www.klasvanjuflinda.nl Linda Willemsen

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak ie/ei-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Kijkletter ei

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak ie/ei-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Kijkletter ei vlig leren lezen Letterkennis Aanpak /-probleem Auteur: Susan van der Linden Hulpjes bij het aanleren van In kern 6 leren de kinderen de letter. Ook voor deze letter kunt u een kijkletter maken. U vertelt

Nadere informatie

Cursus. Ouderenzorg, geriatrie

Cursus. Ouderenzorg, geriatrie Cursus Ouderenzorg, geriatrie Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Wijtske van den Berg-Spoelstra Inhoudelijke redactie: Jo-Anne Schaaf Titel: Ouderenzorg,

Nadere informatie

Training. Coachend begeleiden

Training. Coachend begeleiden Training Coachend begeleiden Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteurs: Bertine Pruim Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Factor-E Coachend begeleiden

Nadere informatie

De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette

De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? De Leerkrachtassistent Estafette volgt de handleiding

Nadere informatie

Training. BMC vaardigheden gericht op dagbesteding deel 3 (muziek en drama)

Training. BMC vaardigheden gericht op dagbesteding deel 3 (muziek en drama) Training BMC vaardigheden gericht op dagbesteding deel 3 (muziek en drama) Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Sanne Marsé Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel veilig leren Stickers en stramienbladen Vier verschillende ringboekjes

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel veilig leren Stickers en stramienbladen Vier verschillende ringboekjes veilig leren lezen Ringboekje Een veelzijdig leermiddel Auteur: Josée Warnaar Het ringboekje is een aantrekkelijk leermiddel dat u op diverse manieren kunt inzetten. Het ringboekje daagt kinderen uit tot

Nadere informatie

Cursus. Oriëntatie op het werkveld

Cursus. Oriëntatie op het werkveld Cursus Oriëntatie op het werkveld Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Irma Derksen Inhoudelijke redactie: Floortje Vissers Titel: Oriëntatie op

Nadere informatie

Training. Groepsklimaat

Training. Groepsklimaat Training Groepsklimaat Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Janien Leeuwerke Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Training Groepsklimaat ISBN:978

Nadere informatie

ZML SO Technisch Lezen

ZML SO Technisch Lezen ZML SO Technisch Lezen Leerlijnen 1.1. Boekoriëntatie Kerndoelen 1. De leerlingen leren lezen voor dagelijks gebruik Technisch lezen 1.2. Temporele orde waarneming 1.3. Auditieve discriminatie 1.4. Visuele

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 6 groep 6 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten op het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 6 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g e i g e n s c h a p p e n v a n b e w e r k i n g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme

Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme Huub Lucas Het is ongetwijfeld het belangrijkste leermiddel van de kim-versie van Veilig leren lezen: Daarom wordt in de methode dagelijks met Veilig & vlot gewerkt.

Nadere informatie

Webmail met Windows Live Hotmail

Webmail met Windows Live Hotmail Wegwijs in internet Webmail met Windows Live Hotmail Hannie van Osnabrugge u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2011 Deze handleiding Webmail met Windows Live Hotmail hoort bij Wegwijs in internet van

Nadere informatie

Cursus. Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1

Cursus. Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1 Cursus Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Meike Bouwer Inhoudelijke redactie: Napona

Nadere informatie

i n s t a p b o e k j e

i n s t a p b o e k j e jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p b o e k j e d e r e k e n m a c h i n e Les Rekenen tot 000 Rekenen met de rekenmachine. Hiernaast zie je een rekenmachine. Hoe

Nadere informatie

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen.

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen. Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 8 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

Cursus. Netwerk versterken

Cursus. Netwerk versterken Cursus Netwerk versterken Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Lieke Helmes Inhoudelijke redactie: Agnes Schouten Titel: Netwerk versterken ISBN:

Nadere informatie

Cursus. Didactiek en motiveren van leerlingen

Cursus. Didactiek en motiveren van leerlingen Cursus Didactiek en motiveren van leerlingen Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Annemieke Loos Inhoudelijke redactie: Floortje Vissers Titel: Didactiek

Nadere informatie

Wie ben jij? HANDLEIDING

Wie ben jij? HANDLEIDING HANDLEIDING Wie ben jij? Korte omschrijving lesactiviteit Iedereen legt vijf vingers op tafel. Om de beurt vertel je iets over jezelf, waarvan je denkt dat het uniek is. Als het inderdaad uniek is, dan

Nadere informatie

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen?

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen? Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help

Nadere informatie

nieuw Dé taal-leesmethode voor groep 3 Breng leren tot leven Vernieuwde didactiek op basis van wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen

nieuw Dé taal-leesmethode voor groep 3 Breng leren tot leven Vernieuwde didactiek op basis van wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen Breng leren tot leven nieuw Vernieuwde didactiek op basis van wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen Opbrengstgericht leren met aandacht voor individuele verschillen B02238102 Uitgeverij Zwijsen

Nadere informatie

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap Seksuele vorming Anticonceptie en zwangerschap Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Rianne Gritter Inhoudelijke redactie: Tessel Mulder, Philein

Nadere informatie

Cursus. Taalverwerving en meertaligheid, herkennen laaggeletterdheid ouders

Cursus. Taalverwerving en meertaligheid, herkennen laaggeletterdheid ouders Cursus Taalverwerving en meertaligheid, herkennen laaggeletterdheid ouders Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Annemieke Loos Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

Cursus. Aanbieden ontwikkelingsgerichte activiteiten VVE

Cursus. Aanbieden ontwikkelingsgerichte activiteiten VVE Cursus Aanbieden ontwikkelingsgerichte activiteiten VVE Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur(s): Angela van der Plas Inhoudelijke redactie: Jo-Anne

Nadere informatie

Cursus. Bijhouden van ontwikkeling van de leerling en differentiatie

Cursus. Bijhouden van ontwikkeling van de leerling en differentiatie Cursus Bijhouden van ontwikkeling van de leerling en differentiatie Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Annemieke Loos Inhoudelijke redactie: Floortje

Nadere informatie

Training. Talentherkenning

Training. Talentherkenning Training Talentherkenning Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur(s): Nienke Koopman Inhoudelijke redactie: Ariëlle Potter Titel: Talentherkenning ISBN:

Nadere informatie

Wondverzorging. Let op: het is belangrijk om precies deze schrijfwijze aan te houden, dus met tussenstreepjes.

Wondverzorging. Let op: het is belangrijk om precies deze schrijfwijze aan te houden, dus met tussenstreepjes. M Wondverzorging Website In de oorspronkelijke uitgave van Wondverzorging was een cd-rom toegevoegd met aanvullend digitaal materiaal. Vanaf deze editie is echter al dit aanvullende materiaal vindbaar

Nadere informatie

Cursus. Begeleiden en zorgen intramuraal in GGZ

Cursus. Begeleiden en zorgen intramuraal in GGZ Cursus Begeleiden en zorgen intramuraal in GGZ Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Marcella Spithoven Fundamentaal Inhoudelijke redactie: Agnes

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

lezen veilig leren Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Zinnen maken met woorden én beeldtaal zijn Les 1

lezen veilig leren Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Zinnen maken met woorden én beeldtaal zijn Les 1 veilig leren lezen Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Auteur: Josée Warnaar Zinnen maken met woorden én beeldtaal Regio noord en midden hebben kern 2 behandeld als de Kinderboekenweek begint. Regio

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Acht leesadviezen voor thuis

Acht leesadviezen voor thuis Acht leesadviezen voor thuis Advies1 Advies 2 Advies 3 Advies 4 Advies 5 Advies 6 Advies 7 Advies 8 Overleg met uw kind over de tijdstippen waarop er het best kan worden ge. Als uw kind daarin inbreng

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1 OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 Kleuterplein Inhoud 1 Invullen van het groepsoverzicht 2 Opstellen van het groepsplan Rekenen 3 Opstellen van het groepsplan Klanken

Nadere informatie

Toelichting Leerkrachtassistent

Toelichting Leerkrachtassistent estafette Nieuw Toelichting Leerkrachtassistent De Leerkrachtassistent Estafette geeft ondersteuning bij de lessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? Technische uitgangspunten

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

Islamitische basisschool Ayoub Nieuwsbrief 3

Islamitische basisschool Ayoub Nieuwsbrief 3 ayoub Islamitische basisschool Ayoub 21 11-2016 Nieuwsbrief 3 Buisweg 9, 1222 EZ Hilversum Telefoon: 035 6468899 E-mail: [email protected] Groep 5&6 We hebben mee gedaan aan de voorleeswedstrijd.

Nadere informatie

LESBESCHRIJVING HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO. Hoofdfase

LESBESCHRIJVING HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO. Hoofdfase HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO Hoofdfase LESBESCHRIJVING Jongere kind - Oudere kind Semester 1-2 - 3-4 - 5* Student: Linda Ouwendijk Studentnummer: 0813937 Paboklas: 2F Datum: 19-01-2010 Stageschool + BRIN:

Nadere informatie

Kleuters leren lezen

Kleuters leren lezen Kleuters leren lezen Lerespel Inhoudsopgave INLEIDING... 3 STAP 1: KINDEREN MOETEN EERST BESEFFEN WAT LEZEN IS EN WAAROM HET HANDIG IS OM HET TE KUNNEN.... 4 STAP 2: DE VOORBEREIDING OP HET ZELF LEZEN;

Nadere informatie

LEESLIJN/LEESWEG. Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a

LEESLIJN/LEESWEG. Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a LEESLIJN/LEESWEG 1 e VERSIE Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a 1 Grafementoets aangeboden letters tot en met dik en rik : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 8 groep 8 blok 4

Uitprobeerpakket. Toetsboek 8 groep 8 blok 4 Uitprobeerpakket Toetsboek 8 groep 8 blok 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Kern 9: moeder-geluk-eerlijk

Kern 9: moeder-geluk-eerlijk Kern 9: moeder-geluk-eerlijk Dit leert uw kind in deze kern: Uw kind leert vooral woorden met twee lettergrepen. Uw kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'geluk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig',

Nadere informatie