handleiding niet kopiëren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "handleiding niet kopiëren"

Transcriptie

1 t r uu e o handleiding 3 oo g k b ij ee s a h w eu m i n v ei p d s

2 handleiding 3 Annemie Benoit, Astrid Geudens, Rosemarie Irausquin, Ed Koekebacker, Susan van der Linden, Ingrid van Loosbroek, Huub Lucas, Wilma Stegeman, Ludo Verhoeven, Josée Warnaar

3 Inhoud Inleiding 3 Uitbreiding woordenschat 9 Lesdag 1 Integratieles 11 Basisles 13 Basiskwartier 19 Extra stertijd 20 Lesdag 2 Basisles 21 Basiskwartier 25 Integratieles 26 Extra stertijd 28 Lesdag 3 Basisles 29 Basiskwartier 33 Integratieles 34 Extra stertijd 36 Lesdag 4 Basisles 37 Basiskwartier 40 Integratieles 41 Extra stertijd 43 Lesdag 5 Basisles 45 Basiskwartier 49 Integratieles 50 Extra stertijd 52 Lesdag 6 Basisles 53 Basiskwartier 56 Integratieles 57 Extra stertijd 59 Lesdag 7 Basisles 61 Basiskwartier 65 Integratieles 66 Extra stertijd 68 Lesdag 8 Basisles 69 Basiskwartier 72 Integratieles 73 Extra stertijd 75 Lesdag 9 Basisles 77 Basiskwartier 81 Integratieles 82 Extra stertijd 84 Lesdag 10 Basisles 85 Basiskwartier 88 Integratieles 89 Extra stertijd 91 Extra dagen voor toetsing en herhaling 93 Voorbereiding op kern 4 95 Beschrijving bladen werkboekje maan 3 96 Beschrijving bladen werkboekje zon Aanvullende leesseries 112 2

4 Inleiding Kinderen kunnen vanaf kern 3 al eens snuffelen aan clusterwoorden. In kern 3 speciale aandacht voor de letter <d>. Terugblik In kern start tot en met kern 2 zijn in de methode in totaal 14 letters aan de orde geweest. In kern 3 worden daar weer 5 nieuwe letters aan toegevoegd. Tot nu toe is intensief geoefend met het lezen van eenlettergrepige woorden (zoals: boot, mee, aan) en de correcte spelling van dergelijke woorden. Vanaf kern 3 laten we kinderen ook al eens kennismaken met eenlettergrepige woorden met een cluster van twee medeklinkers achteraan (zoals: kaart, kist, vaart) of vooraan (zoals: droom, stoom, knip). Het lezen en schrijven van dergelijke clusterwoorden is nog geen doel in kern 3, maar kinderen krijgen wel de gelegenheid om al eens aan dergelijke moeilijkere woordtypen te snuffelen. Als u aan het eind van kern 2 de woordleestoets en de letterkennistoets hebt afgenomen, kunt u in Digiregie het kernplan voor technisch lezen samenstellen waarmee u in kern 3 gaat werken. Voor alle leerlingen bekijkt u of de aanpak die de leerling in kern 2 gevolgd heeft in kern 3 kan worden gehandhaafd of eventueel moet worden gewijzigd. Wandplaten omdraaien De wandplaten hebben aan één kant alleen de afbeelding van het structureerwoord en aan de andere kant de afbeelding én het bijbehorende woord. Bij het werken met Veilig leren lezen blijven afbeelding mét woord gedurende enkele weken zichtbaar in de klas. Bij het begin van een nieuwe kern wordt altijd een bepaalde reeks van wandplaten omgedraaid, zodat alleen nog maar de afbeeldingen te zien zijn. Bij het begin van kern 3 hangen de wandplaten als volgt in de klas: wandplaten kern start: alleen de afbeelding; wandplaten kern 1: alleen de afbeelding; wandplaten kern 2: afbeelding én woord. Technisch lezen in kern 3 Veilig leren lezen kent voor technisch lezen twee verschillende leerlijnen: de leerlijn maan voor methodevolgers en risicolezers en de leerlijn zon voor vlotte lezers. Deze twee leerlijnen zijn geconcretiseerd in de uitgaven Veilig & vlot maan en Veilig & vlot zon. In Veilig & vlot maan is een zeer geleidelijke opbouw voor technisch lezen gerealiseerd, waarbij steeds één nieuwe letter aan de letterkennis van de leerling wordt toegevoegd en de verworven letterkennis gevarieerd wordt toegepast in woordrijen, zinnen en korte teksten. Kern 3: doos - doek - zee - ijs - haar d - oe - z - ij - h 3

5 Inleiding In kern 3 worden voor zon diverse nieuwe woordtypen geïntroduceerd. Variëren in oefenvormen houdt dagelijks oefenen voor kinderen aantrekkelijk. In kern 3 leren de kinderen onder andere de letter <d>. Deze letter wordt nogal eens verwisseld met de letter <b>, die in kern 2 aan de orde is geweest. Het constateren van eventuele problemen door het verwarren van de letters <b> en <d> is een belangrijk aandachtspunt in kern 3. Om dergelijke problemen te voorkomen, kunt u gebruikmaken van de steunkaart letter b (zie: Digiregie). Deze steunkaart ondersteunt het gebaar dat bij de letter <b> kan worden aangeleerd: de leerling strekt de linkerhand omhoog, vormt een rondje met de rechterhand en schuift de linkerhand tegen het rondje aan. Daarbij zegt de leerling: het been tegen de bal. De leerling hoort de klank /b/ in de woorden /been/ en /bal/ en ziet nu de letter <b> met de ronding naar de juiste kant; naar rechts dus. Dit gebaar helpt leerlingen de letters <b> en <d> van elkaar te onderscheiden. In Veilig & vlot zon 3 worden diverse nieuwe woordtypen geïntroduceerd. Achtereenvolgens komen de volgende nieuwe woordtypen aan de orde: eenlettergrepige woorden die beginnen met sch, zoals: schoen, schuilt; eenlettergrepige woorden die eindigen op ng : ring, slang; eenlettergrepige woorden die eindigen op nk : bank, klank; eenlettergrepige woorden die eindigen op d : koud, hard; eenlettergrepige woorden die eindigen op b : web, krab; eenlettergrepige woorden met een lettercluster vooraan én achteraan: dwerg, klant, blond. De leerlingen van de zon-aanpak krijgen ook in kern 3 behoorlijk pittige woorden, zinnen en teksten aangeboden. Daarom is het noodzakelijk dat zij, net als de leerlingen van de maan- en ster-aanpak, intensief oefenen met Veilig & vlot. Oefenvarianten voor Veilig & vlot Veilig & vlot is een belangrijk leermiddel in de methode Veilig leren lezen. Deze uitgave wordt dagelijks gebruikt in de leeslessen: klassikaal tijdens de lesfase instructie, begeleid tijdens de lesfase verlengde instructie en begeleide oefening of zelfstandig in de lesfase zelfstandig werken. Om kinderen te motiveren tot oefenen met Veilig & vlot maakt u hen bewust van het doel van dit oefenen: steeds beter kunnen lezen van woorden, zinnen en teksten. Deze intrinsieke motivatie is voor bepaalde leerlingen voldoende om taakbewust en gemotiveerd aan de slag te gaan en te blijven met Veilig & vlot. En dat is zeker het geval als kinderen weten dat ze straks mogen laten zien hoe goed ze geoefend hebben en hoe goed ze al kunnen lezen. Dit kunt u realiseren door regelmatig een leerling een pagina uit Veilig & vlot aan u te laten voorlezen of door de leerling gelegenheid te geven om plaats te nemen in de leesstoel en een pagina voor te lezen aan de hele groep. Om ervoor te zorgen dat het dagelijks oefenen voor kinderen aantrekkelijk blijft, adviseren wij om vanaf kern 3 te variëren in oefenvormen. De verschillende oefenvarianten zijn geconcretiseerd als stappenplannen voor de leerling. Ze zijn te vinden op Digiregie: Oefenvarianten Veilig & vlot. Bij individueel, zelfstandig oefenen is het resultaat afhankelijk van de inzet van de leerling. Heeft een leerling geen zin om te oefenen of vertoont de leerling surrogaatlezen (doen alsof je leest), dan heeft oefenen geen effect. 4

6 Inleiding Het werken met een leesmaatje is voor het zelfstandig oefenen een uitstekende werkvorm, waarbij kinderen elkaar stimuleren. Het gebruik van verschillende oefenvarianten verhoogt de aantrekkelijkheid van het werken met een leesmaatje. Om goed te kunnen werken met een leesmaatje is het wel nodig dat de kinderen weten welke regels en afspraken er gelden bij het samen oefenen met Veilig & vlot. Twee kinderen worden gekoppeld als leesmaatjes. Dat kan voor de periode van een week of een maand, afhankelijk van de omstandigheden in de groep. We raden af de tweetallen dagelijks opnieuw te vormen. Dat vraagt namelijk onnodig veel kostbare tijd van de instructieles. Om ervoor te zorgen dat er geen onnodige ruis ontstaat, worden kinderen gekoppeld die in de klas naast elkaar of dicht bij elkaar zitten. Bij het oefenen met een leesmaatje krijgt een van de kinderen de rol van leesleider. Deze rol kan van dag tot dag wisselen. Misschien is het handig om met behulp van een leesleiderskaartje de beurtenwisseling goed te organiseren. Het kind dat het kaartje van de leesleider in de la heeft, is leesleider. Aan het eind van de dag wisselt het kaartje van eigenaar, zodat het andere kind de volgende dag de leesleider is. De leesleider heeft de volgende taken: Aangeven wie aan de beurt is om te lezen. Hiermee verdeelt de leesleider de leesbeurten dus tussen zijn/haar leesmaatje en zichzelf. Zorgen voor een goede werksfeer, waarbij stil geoefend wordt zodat de andere leerlingen hiervan geen hinder ondervinden. Verslag doen van hoe het oefenen verliep als de leerkracht daarnaar vraagt. Bij het in tweetallen oefenen gelden enkele afspraken die belangrijk zijn voor een ordelijk verloop van de oefensessie: 1. Er wordt om beurten gelezen. De leesleider geeft voor het lezen aan hoe de leesstof op een pagina wordt verdeeld, waarbij ieder naar verhouding evenveel leest. 2. Lezen, bijwijzen en doorschuiven. Wie de beurt heeft om te lezen, leest hardop op gedempte toon. Wie de beurt heeft om te luisteren, wijst bij en schuift de vinger (of het aanwijskaartje) door als het woord goed en duidelijk is gelezen. Fout, onduidelijk of niet verstaanbaar gelezen betekent dus: niet door naar het volgende woord of de volgende zin. Het woord of de zin wordt opnieuw gelezen. 3. Is er na het lezen van een pagina nog tijd over? Wissel dan van beurt. Dezelfde pagina wordt gelezen, maar nu begint de ander. Oefenen met Veilig gespeld: schrijven of leggen? De uitgave Veilig gespeld bevat per letter drie opdrachten. De eerste opdracht bij een nieuw geleerde letter, bijvoorbeeld pagina 1 en 2 (d1), is een herhaalpagina. De nieuw geleerde letter komt nog niet voor in de woorden en zinnen op deze pagina. In de tweede opdracht, bijvoorbeeld pagina 3 en 4 (d2), komt de nieuw geleerde letter in een aantal woorden voor. De derde opdracht, bijvoorbeeld pagina 5 en 6 (d3), is een zogenoemde snuffelpagina. In deze opdracht komen woorden voor, die de kinderen volgens de leerlijn van de methode nog niet hoeven te kunnen spellen, maar die uitnodigen om eens te snuffelen aan deze moeilijkere leerstof. Snuffelpagina s zijn nooit verplichte opdrachten. De kinderen zijn vrij om al dan niet voor deze uitdaging te kiezen. We willen kinderen die moeite hebben met deze leerstof namelijk niet ontmoedigen. Vertel uw leerlingen daarom dat ze mogen proberen de opdrachten op snuffelpagina s te maken, maar dat het geen probleem is als dit nog 5

7 Inleiding niet lukt. Het is immers leerstof die in de methode nog niet aan de orde is geweest en nog niet beheerst hoeft te worden. kopiëren De nieuwe letter komt in drie van de zes woorden voor. Tot nu toe zijn de opdrachten van Veilig gespeld gemaakt in combinatie met de magnetische letterdoos. Vanaf kern 3 is ons advies om de woorden niet te laten leggen op de letterdoos, maar te laten schrijven. Voor de meeste kinderen is het waarschijnlijk een stuk lastiger om de woorden te schrijven dan om ze te leggen. Als u hiervoor kiest, dient u ervoor te zorgen dat het leesonderwijs en het schrijfonderwijs volkomen gelijk op gaan. Op de dag waarop een nieuwe leesletter wordt geleerd, moet diezelfde letter aan de orde komen in het schrijfonderwijs. Verder kunt u ervoor kiezen om op dagen waarop spelling aan de orde is in de basisles (dat zijn de even basislessen) de schrijfles vóór de leesles te geven. Zo kunnen uw leerlingen de nieuwe letter nog eens goed oefenen voordat deze letter in een dictee moet worden geschreven. Snuffelen aan moeilijkere leerstof In de methode zijn twee leerlijnen opgenomen, de leerlijn maan voor methodevolgers en risicolezers en de leerlijn zon voor vlotte lezers. Vaak hebben leerlingen echter de behoefte om te weten of ze al meer aankunnen dan in de methode wordt gevraagd. Veilig leren lezen biedt daartoe regelmatig gelegenheid, meestal in de vorm van facultatieve snuffelpagina s. De volgende snuffelmogelijkheden zijn in de methode opgenomen: In de oneven basislessen wordt in de instructie gewerkt met de module zoekwoorden maken van de LA-VLL. In kern 3 eindigt deze oefening met een eenlettergrepig woord met een cluster van twee medeklinkers vooraan of achteraan. Dit is leerstof die pas later in de methode aan de orde komt, maar met deze oefening kunnen de leerlingen al eens met begeleiding van de leerkracht snuffelen aan deze moeilijkere woordtypen. In de even basislessen wordt een woorddictee afgenomen. Dit dictee bestaat uit een viertal woorden die volgens de leerlijn van de methode aan de orde zijn en één woord dat pas later in de leerlijn aan de orde komt, een woord met een cluster van twee medeklinkers vooraan of achteraan. Ook deze oefening wordt gedaan met begeleiding van de leerkracht. In Veilig & vlot hoort bij elke letter een pakket van zes oefenpagina s. De zesde pagina van dit pakket is steeds een snuffelpagina, een pagina die vooruitloopt op de leerstof. Op deze snuffelpagina s komen geen letters voor die in de methode nog niet aan de orde zijn geweest, maar wel moeilijkere woordtypen. Bijvoorbeeld woorden met twee medeklinkers vooraan of achteraan, zoals: koopt en smaak. Elke leerling heeft de mogelijkheid om met Ook voor de zon-aanpak deze pagina s te werken, maar voor elke leerling zijn het facultatieve pagina s. snuffelpagina s.niet zijn er 6

8 Inleiding Zorg ervoor dat kinderen goed beseffen dat ze mogen proberen deze pagina s te lezen, maar dat het geen probleem is als dit nog niet lukt. Het is immers oefenstof die nog niet beheerst hoeft te worden. Ook Veilig gespeld bevat snuffelpagina s. Bij elke letter hoort een pakket van drie opdrachten. De derde opdracht van dit pakket is steeds een snuffelopdracht. Net als bij Veilig & vlot komen op deze pagina geen letters aan de orde die in de methode nog niet zijn aangeboden, maar wel moeilijkere woordtypen. Kinderen maken in een snuffelopdracht bijvoorbeeld al woorden als: snoep, vest, spin, koets, staat, kaart. Vinger aan de pols: herfstsignalering Als kern 3 behandeld is, hebben uw leerlingen 8 tot 10 weken leesonderwijs genoten. Aan het eind van deze kern worden in ieder geval de lettertoets en de woordleestoets afgenomen. Het is echter ook een goed moment om uw leerlingen wat uitgebreider te toetsen (zie: Digiregie). Ook in Veilig gespeld zijn snuffelopdrachten opgenomen. Bij de leerlingen van de maan- en ster-aanpak wordt niet alleen getoetst of ze de tot nu toe aangeboden 19 letters foutloos en vlot kunnen verklanken. Ook wordt nagegaan of ze al wat meer letters kennen dan de letters die in de methode aan de orde zijn geweest. De feitelijke letterkennis van uw leerlingen kunt u via Digiregie invoeren en beschikbaar maken voor de oefensoftware voor technisch lezen en spelling. Dit programma houdt dan vanaf kern 4 rekening met deze individuele letterkennis van uw leerlingen. 7

9 Inleiding Hoe voel jij je? Een thema over ziek zijn en weer beter worden. Woordenschat en thema van de kern Kern 3 begint met een integratieles waarin het ankerverhaal van deze kern wordt voorgelezen. De titel van het ankerverhaal is: De keizer en zijn duizend dokters. Het verhaal begint, net als de eerdere ankerverhalen, op het Puddingboomplein. Het ankerverhaal gaat over een keizer die zucht en kreunt en klaagt. Om het minste of geringste pijntje laat de keizer een rij dokters komen om hem te onderzoeken en een medicijn voor te schrijven. Het thema van deze kern is dan ook: ziek zijn en weer beter worden. Of anders geformuleerd: Hoe voel jij je?. Op de tweede lesdag wordt in de integratieles onder andere aandacht besteed aan het inrichten van een thematafel met allerlei voorwerpen, foto s, afbeeldingen en woordstroken die te maken hebben met ziek zijn en weer beter worden. In kern 3 wordt op verschillende manieren aandacht besteed aan uitbreiding van de woordenschat. Dit gebeurt hoofdzakelijk in de integratielessen waarin het ankerverhaal aan de orde komt, in de integratielessen woordenschat en in de oefensoftware voor woordenschat. Voor kinderen met een beperkte woordenschat is er extra ster-tijd woordenschat. Op de volgende pagina treft u het overzicht aan van de woorden die in de kern 3 speciale aandacht krijgen in het kader van de leerlingsoftware woordenschat. 8

10 Uitbreiding woordenschat b d e f g h k l m n de bult de deuk de elleboog de ellende ernstig de fabriek gewond hikken hoesten de keizer knielen de kool krabbelen de kras kreunen de kriebel de kroon het kuchje landen het medicijn het ministoeltje minstens nauwelijks neerstorten nijdig o p s t v w z de olie onderzoeken het onkruid het paleis piepklein de pil de pleister het pluisje de puinhoop snotteren stamelen de taak de troep van top tot teen het verband het verkeer voortaan de vuilnis vullen de wenkbrauw de wimper zich bemoeien met de ziekte een zootje de zucht 9

11 Dag 1

12 Dag 1 Integratieles ankerverhaal Dag 1 Lesactiviteiten Doel Geconcentreerd en met interesse luisteren naar een voorleesverhaal Gespreksregel Je eigen mening geven Voorbereiden ankerverhaal Voorlezen ankerverhaal Praten over het ankerverhaal Info In deze les besteedt u ook aandacht aan de gespreksregel: je eigen mening geven. Kinderen vertellen naar aanleiding van dit verhaal eigen ervaringen omtrent ziek zijn. Zo kan het ene kind iets als pijnlijk ervaren, terwijl een ander niets voelt. Zorg ervoor dat de sfeer in de klas zodanig is dat kinderen voor hun mening durven uit te komen. Introductie Materialen leerkracht Neem het ankerboek en de vertelpet. Steeds als opa de vertelpet opzet, komt er een verhaal dat hoort bij iemand van het pleintje. Ankerboek De keizer en zijn duizend dokters Thematafel Vertelpet Materialen thematafel Leerkrachtassistent VLL Start de LA-VLL en bekijk het pleintje voordat u het verhaal voorleest. Laat kinderen ontdekken welke veranderingen er zijn ten opzichte van de vorige kern. Laat het pleintje van kern 2 en dat van kern 3 naast elkaar zien. Zo zien de kinderen goed wat er op het pleintje veranderd is. Aan de boom bijvoorbeeld zijn al enkele takken kaal. Op deze plaat zal het huis in aanbouw (het huis op z n kop) weer opvallen, maar ook de ziekenwagen die met zwaailichten aan op het pleintje arriveert. Zou die, net als de verpleegster (pleintje anker 1) en de dokter (pleintje anker 2), ook naar het paleis gaan? Geef de kinderen alvast een introductie op het verhaal zonder de clou van het verhaal te vertellen, bijvoorbeeld als volgt: Vandaag vertelt opa een verhaal aan Kim over een keizer. Een keizer is een man die de baas is in het land. Hij moet regeren en zorgen dat alles goed verloopt. De ministers helpen hem daarbij. Elke minister heeft een taak. Iedereen doet wat, maar de keizer regelt dat allemaal. Tenminste, dat is de bedoeling. Maar deze keizer heeft geen tijd om te regeren. Wat zou er toch aan de hand zijn? Materialen leerling Geen 11

13 Dag 1 Integratieles Hebt u een groep met veel taalzwakke leerlingen, dan is het aan te raden om een deel van het ankerverhaal voorafgaand aan het voorlezen in eigen woorden weer te geven, zodat de kinderen beter in staat zijn het verhaal te volgen. Uiteraard verraadt u de clou hierbij niet! Met behulp van de illustratie van pagina 11 laat u de kinderen fantaseren over het verhaal. Waarover zou dit verhaal gaan? Wat denk je als je deze plaat ziet? Inderdaad, er is iets aan de hand met de keizer. Laat de kinderen nadenken over de problemen die ontstaan als de keizer ziek is en niet kan regeren: er ontstaat chaos in het land. Laat de illustratie van pagina 13 zien. Wat zie je daar? Hoe zou dat komen? En wie moet dit oplossen? Op pagina 15 zien we de keizer met zijn minister in de koets zitten. Om de koets heen zien we de chaos nog eens: vuilnis wordt niet opgehaald, er staat een lange rij mensen voor de supermarkt. Wie gaat dit oplossen? De keizer? Wat denken jullie? Op pagina 17 en 19 zien we de keizer die er niet gezond uitziet. Wat zou er toch aan de hand zijn met de keizer? Leskern 1 Voorlezen ankerverhaal Lees na de introductie het verhaal voor. Bij het voorlezen kunt u gebruikmaken van de mogelijkheden om moeilijke woorden te verduidelijken door uitbeelden, aanwijzen op de illustratie of het geven van een synoniem. Suggesties daarvoor staan in het ankerboek. Beperk het verduidelijken van moeilijke woorden echter zoveel mogelijk en pas dit aan de behoefte van uw leerlingengroep aan. 2 Praten over het ankerverhaal Als het verhaal uit is, geeft u de kinderen gelegenheid om op het verhaal te reageren. Probeer vooral de beleving die het verhaal bij de kinderen heeft opgeroepen te bespreken. Dit kan door het stellen van vragen als: De keizer had allerlei pijntjes. Heb jij ook wel eens pijntjes? Wat is dan voor jou het beste medicijn? Wat helpt jou het beste bij pijn? Opa gaf Kim een pilletje van woorden. Wat is een pilletje van woorden? Helpt een pilletje van woorden ook bij jou? Wat vind jij van die keizer? De minister neemt het regeren van de keizer over. Vind je dat hij dat goed doet? Naar aanleiding van deze laatste vraag kunt u de plaat van pagina 21 nog eens laten zien. Wie geeft jou een kusje op de zere plek als jij je hebt bezeerd? Afronding In het ankerverhaal speelt het thema Hoe voel jij je? een centrale rol. Vraag aan de kinderen welke spullen er bij hen in huis zijn voor het geval er iets gebeurt. Kinderen noemen waarschijnlijk pleisters, jodium, verbandtrommel, enzovoort. Vertel dat u de volgende dag samen met de kinderen de thematafel gaat inrichten met foto s, plaatjes en voorwerpen die met ziek zijn te maken hebben. Brainstorm alvast over spullen die op de thematafel kunnen komen. Denk aan materialen die hier al genoemd zijn, maar ook aan een pillendoosje (leeg) en aan doktersspulletjes van speelgoed. Een ziekenwagen of poppetjes van Playmobil of Lego passen ook heel goed op de thematafel. Verder zijn plaatjes van spullen en situaties waarin iemand ziek is natuurlijk ook welkom. 12

14 Dag 1 Basisles d Doelen Nieuwe letter: d Woorden met nieuwe letter lezen Doel Kennismaken met nieuwe woordtypen Materialen leerkracht Wandplaat: doos Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Introductie 1 Nieuwe materialen Bij de start van deze nieuwe kern deelt u de volgende nieuwe materialen uit: Werkboekje maan 3, Werkboekje zon 3, Veilig & vlot maan 3, Veilig & vlot zon 3, Leesboekje zon 3, Veilig gespeld 3. 2 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord roos. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen via de woordschuif het woord roos. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook waarvan het eerste vakje leeg is: <-oos>. Materialen leerling Veilig & vlot maan 3 Veilig & vlot zon 3 Werkboekje maan 3 Werkboekje zon 3 Leesboekje zon 3 Veilig gespeld 3 Toon de wandplaat doos (de kant met alleen de afbeelding). Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3 Leesseries Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord doos maken. Wie kan het woord /doos/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /d-oo-s/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet in het eerste vak komen? Ja, de letter <d>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <d> staat nu in het eerste vak. Lees het woord doos zoemend met de woordschuif. Dag 1 De <d> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <d> voorkomt. Toon de wandplaat doos met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 13

15 Dag 1 Basisles Tip De letter <d> wordt door kinderen nogal eens verwisseld met de letter <b>. Het enige onderscheid tussen deze letters is immers de richting van het rondje van de letter. Bij de letter <d> wijst dit naar links en bij de letter <b> naar rechts. Ter ondersteuning van de letter <b> kunt u een gebaar aanleren (zie ook kern 2, lesdag 7) voor de herkenning van deze letter. Op deze wijze kunnen kinderen altijd het onderscheid tussen deze twee letters maken. Het is goed om uitdrukkelijk onderscheid te maken tussen deze twee letters en het onderscheidende kenmerk van de letters nadrukkelijk te benoemen. 3 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk. Ze lezen eerst in hun leesboekje zon teksten met als onderwerp doos en maken vervolgens de bijbehorende werkbladen in het werkboekje zon. Daarna oriënteren ze zich met Veilig & vlot zon op de leerstof die in deze kern in de leerlijn technisch lezen voor zon aan de orde komt. Zorg dat elke leerling die de zon-aanpak volgt een exemplaar heeft van de hiervoor genoemde materialen. Introduceer de fase zelfstandig werken voor zon als volgt: Vandaag hebben we de wandplaat doos opgehangen. Met dozen kun je van alles doen. Je kunt er spulletjes in bewaren en je kunt ermee spelen. Sommige mensen wonen zelfs in een doos. Vandaag gaan jullie aan de slag met het woord doos. Eerst in je leesboekje en vervolgens in je werkboekje. Straks wil ik heel graag horen wat jullie gelezen en geleerd hebben over het woord doos. Bespreek, als dat nodig is, de werkbladen zon via de LA-VLL. Noteer voor de zon-groep de volgende verplichte en facultatieve activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 3, pag. 2, 3, 4 Werkboekje zon 3, blad 1, 2, 3 Veilig & vlot zon 3, pag. 2, 3 LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Veilig gespeld 3, pag. 1, 2 (d1) Speelleesset 3, instap 1 Leerlingsoftware VLL Leesseries Oriënteer de leerlingen met behulp van het letterblad in het werkboekje maan op een belangrijk doel voor de komende twee weken: het leren van de volgende vijf nieuwe letters: d, oe, z, ij, h. Bekijk samen met de leerlingen welke letters ze al hebben geleerd en geef hen individueel gelegenheid om na te gaan of er op het letterblad misschien nog meer letters staan die ze al kennen. Vertel ten slotte dat ze vandaag dus de letter <d> leren. 2 Instructie letter <d> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de eerste letter van het woord <doos> de letter <d> is. De letter <d> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <d>. Toon het letterbordkaartje <d> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. 14

16 Dag 1 Basisles We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /d/. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /d/. Wat voel je als je /d/ zegt? Je voelt een harde tik met je tong. Houd maar eens een vinger voor je mond en wijs naar boven, want daar duwt je tong, net achter je tanden. Voel maar: /d/, /d/, /d/. Laat eens een heel harde /d/ horen. Voel je het ook trillen in je keel? Voel maar goed, want het trillen duurt maar heel even. Heb je het gevoeld? Goed zo! Wie kan een woord noemen dat begint met /d/? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <d> horen? Hoort de /d/ bij de lange klinkers, zoals de /oo/ en de /ee/? Of bij de medeklinkers, zoals de /b/, de /p/ en de /v/? Goed zo, de letter /d/ is een medeklinker. Laat een van de leerlingen de letter <d> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <d> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een medeklinker. De letter <d> moeten jullie goed onthouden. 3 Auditieve analyse /d/ De LA-VLL toont drie afbeeldingen van woorden (doek, tuin, duim) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /d/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /d/ in /doek/? Zeg het woord maar na. Spreek het woord samen met de leerlingen rustig en duidelijk gearticuleerd uit. Hoor je /d/ in /doek/? Hak het woord vervolgens in afzonderlijke klanken: /d-oe-k/. Doe maar mee: /d-oe-k/. Geef de volgende haktip: Lukt het je niet om een woord te hakken, zoem het woord dan eerst. Dan hoor je de klanken beter en is het makkelijker om het woord te hakken: /d-oe-k/. Stel samen met de kinderen vast dat je de klank /d/ inderdaad hoort in het woord doek. Vraag vervolgens naar de positie van de klank in het woord: vooraan, achteraan, in het midden? Zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Het tweede plaatje is /tuin/. Hoor je /d/ in /tuin/? Eén kind hakt het woord en vervolgens doet de hele klas dit samen. Stel vast dat de klank /d/ niet voorkomt in het woord /tuin/. In dit geval hoeft er dus geen kruisje in de hakstrook te worden gezet. Bespreek op dezelfde wijze het derde woord: /duim/. Info Vanaf kern 3 kan in de LA-VLL in de module zoekwoorden maken (zie volgende oefening) als afsluiting van de oefening ook telkens een woord worden gemaakt met een lettercluster vooraan of achteraan. Vertel de leerlingen duidelijk dat ze dit laatste woord eigenlijk nog niet hoeven te kunnen lezen, maar dat ze het wel mogen proberen. Misschien lukt het al! 15

17 Dag 1 Basisles d oo s d oo r d oo k d i k d e k d e k t 4 Zoekwoorden maken We gaan woorden maken met de nieuwe letter <d> en met de letters die we al kennen. Kijk, hier zie je de letters die we al kennen. Wijs de letters aan op het letterbord. De LA-VLL toont het woord doos. We gaan nu een nieuw woord maken door één letter van het woord <doos> te vervangen door een andere letter. De LA-VLL toont vervolgens <doo->. Vraag aan de kinderen welk woord ze kunnen maken met de letters die zijn aangeboden. Die letters zien ze in het letterdoosje dat achter het woord staat. Welk woord zou Zoem gemaakt hebben? Klik op Zoem. We zien dat Zoem de letter <r> in het lege vak heeft geplaatst. Er staat nu dus: door. Doordat de leerlingen telkens woorden zoeken die in één letter verschillen van het voorgaande woord, ontstaan achtereenvolgens met behulp van Zoem de volgende zoekwoorden: doos door dook dik dek dekt. Zoem heeft voor ons woorden gemaakt. Het zijn allemaal verschillende woorden en toch lijken ze op elkaar. Zien jullie dat ook? Wij gaan de woorden die Zoem voor ons heeft gemaakt nu samen lezen. Lees het rijtje van zes woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en nogmaals laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <d> wordt alleen vooraan in het klikklakboekje ingehangen. Weliswaar bestaan er ook woorden die eindigen met de letter <d>, maar dan wordt deze letter uitgesproken als /t/. Het lezen van mkm-woorden die eindigen op <d> komt voor het eerst in kern 8 aan de orde. Laat de kinderen een woord maken dat met de letter <d> begint. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 2 (d1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 2 (d1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Jullie kunnen al zelf woorden maken met de letter <d>. Nu gaan we samen woorden en zinnen lezen met die nieuwe letter. Geef de leerlingen eerst kort gelegenheid om de woorden en zinnen in het bovenkader stil voor zichzelf te lezen. Vervolgens geeft u enkele leesbeurten. Wijs daarna het eerste woordrijtje aan. Doe het zoemend lezen van deze woorden eerst voor. Belangrijk is dat de kinderen hierbij voortdurend met een vinger bijwijzen. Hun vinger gaat van links naar rechts onder het woord. Doe dit voor op het bord. Vervolgens lezen de leerlingen het rijtje zoemend mee en ten slotte geeft u individuele beurten of groepsbeurten. Als een kind de woorden al vlot kan lezen, is dat uitstekend. Lukt dat nog niet, dan is het prima om zoemend te lezen. Op dezelfde wijze worden ook het tweede en derde rijtje geoefend. 16

18 Dag 1 Basisles Tip Het oefenen is erop gericht de woorden uiteindelijk vlot te kunnen lezen. U kunt de verschillende manieren van lezen voor de leerlingen concretiseren met behulp van de steunkaart Leesstrategieën: spellend lezen, zoemend lezen en vlot lezen (zie Digiregie). Tijdens de instructie kunt u deze steunkaart gebruiken om de kinderen inzicht te geven in de manier waarop ze lezen en het uiteindelijke doel, namelijk vlot lezen. Als een kind spellend leest, kunt u het kind wijzen op de strategie spellend lezen en proberen via zoemend lezen tot vlot lezen te komen. De spellende lezer wordt zodoende gestimuleerd om vlot te lezen. U zet hierbij het zoemend lezen in als hulpmiddel. Er zullen ook kinderen zijn die verschillende manieren van lezen combineren (vlot voor lettercombinaties die ze al goed kennen en zoemend of spellend voor andere lettercombinaties in een woord, bijvoorbeeld /nnn-aam/). Ook dat is prima. Doelstelling is immers om met behulp van zoemend lezen tot vlot lezen te komen. Belangrijk is dat u het lezen nooit spellend voordoet. 7 Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is er in deze lesfase ook tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. U bespreekt de werkbladen eventueel voor met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 1 en benoem de plaatjes: pen, doek, tak; boek, dak, das; doos, pan, boos; tuin, deuk, duim. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 3, pag. 3 (d2) Werkboekje maan 3, blad 1, 2, 3 Veilig gespeld 3, pag. 1, 2 (d1) Klikklakboekje Speelleesset 3, instap 1 Leerlingsoftware VLL Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Herhaal tot nu toe geleerde letters met behulp van de module Letters oefenen in de LA-VLL. 2 Veilig & vlot maan, pagina 3 (d2) Met de leerlingen van de ster-aanpak oefent u pagina 3 (d2) van Veilig & vlot maan. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Op deze pagina staan alleen maar woorden met letters die de kinderen al enige tijd kennen. Daarom zullen heel wat kinderen in uw klas deze woorden redelijk vlot kunnen lezen. Echter, de meeste leerlingen van de ster-aanpak zijn nog geen vlotte lezers en zullen daarom juist in deze verlengde instructie behoefte 17

19 Dag 1 Basisles LESOVERGANG hebben aan zoemende leesinstructie. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen van de ster-aanpak kunt u bijvoorbeeld de eerst drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. Praat met de kinderen over de betekenis van deze zinnetjes en laat aangeven bij welk zinnetje de tekening hoort. 3 Zelfstandig werken ster Na de verlengde instructie gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdrachten. Als ze klaar zijn met de verplichte opdrachten, kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Zij werken zelfstandig met het werkboekje zon, het leesboekje zon en Veilig & vlot zon. Hoe verloopt het zelfstandig werken met deze materialen? Informeer ook eens bij leerlingen van de zon-aanpak of zij straks iets willen voorlezen uit het leesboekje zon of een van de gemaakte opdrachten uit het werkboekje willen presenteren. Afronding afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina uit het leesboekje via de LA-VLL. Praat met de leerlingen over de inhoud van de tekst. 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer werkbladen uit het werkboekje maan en/ of het werkboekje zon, bijvoorbeeld werkblad 3 maan en werkblad 3 zon. 3 Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de letter <d> op je letterblad? Als je deze letter nu al goed kent, mag je er een rondje om tekenen. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Als u met Veilig leren lezen werkt in combinatie met de schrijfmethode Pennenstreken of in Vlaanderen met Ik pen, kunt u hier kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <d> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. Met behulp van de LA-VLL kunt u de schrijfbeweging van de schrijfletter <d> demonstreren. De uitgebreide verkenning van de schrijfletter <d> en het daadwerkelijke schrijven van deze letter gebeurt in de schrijfles. 18

20 Dag 1 Basiskwartier Doel Kennismaken met nieuwe woordtypen Introductie In dit basiskwartier werkt u met de leerlingen van de zon-aanpak met Veilig & vlot zon en het woordenblad in het werkboekje zon. Hang de namen van deze leerlingen op het planbord onder het kaartje van de leerkracht die met een groepje leerlingen werkt (kaartje instructietafel). Vertel dat het de bedoeling is dat de overige leerlingen zelfstandig aan het werk gaan. Leerlingen die de verplichte opdrachten van deze lesdag nog niet af hebben, werken verder aan deze verplichte opdrachten. Leerlingen die klaar zijn met de verplichte opdrachten, kiezen een facultatieve opdracht. De leerlingen raadplegen het planbord om te zien met welke opdrachten zij kunnen werken. Veilig & vlot zon Met de leerlingen van de zon-aanpak gaat u werken met het boekje Veilig & vlot zon. In de basisles hebben deze leerlingen gelegenheid gehad om de pagina s 2 en 3 zelfstandig voor te bereiden. In het boekje Veilig & vlot zon komen de volgende nieuwe woordtypen aan de orde: eenlettergrepige woorden die beginnen met <sch> (zoals schoen), eenlettergrepige woorden die eindigen op <ng> (zoals: ring), eenlettergrepige woorden die eindigen op <nk> (zoals bank), eenlettergrepige woorden die eindigen op <b> of <d> (zoals web en hoed), eenlettergrepige woorden met een lettercluster vooraan én achteraan (zoals prins en dwerg). Maak de kinderen attent op de structuur van de woorden met behulp van de verschillende kleuren (blauw en zwart). Lees vervolgens de pagina s 2 en 3 met de kinderen. Geef hierbij individuele beurten, zodat u goed kunt waarnemen of er leerlingen bij zijn die moeite hebben met het lezen van de woorden en zinnen. Laat elke leerling in ieder geval individueel een rijtje woorden en een zinnetje lezen. Laat de leerlingen het werkboekje zon voor zich nemen en bekijk samen het woordenblad. Het woordenblad is als het ware een inhoudsopgave van Veilig & vlot zon. Kinderen kunnen op dit woordenblad aangeven waarmee ze extra goed willen oefenen. Ze doen dit door een kruisje te zetten in het hokje vóór een bepaalde woordcategorie. Ook kan het woordenblad gebruikt worden om te registreren waarmee geoefend is. Dit kan door de pagina s onder de verschillende vakken in te kleuren als met de betreffende pagina s is geoefend. Info Leerlingen van de zon-aanpak kunnen heel goed in tweetallen werken met Veilig & vlot zon. Dit werkt motiverend en zorgt ervoor dat zij actief bezig zijn met de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. Gebruik dit basiskwartier eventueel ook om dit samenwerken te oefenen. 19

21 Dag 1 Extra ster-tijd lezen Doel Woorden lezen automatiseren Begeleide oefening: woorden oefenen Start deze extra ster-tijd met de oefening Woorden oefenen in de LA-VLL. Door middel van deze oefening vindt herhaling plaats van het lezen van woorden met bekende letters. Laat de leerlingen daarna spelen met spellen uit Speelleesset 3, instap 1. Bied hulp als de kinderen moeite hebben met het spelen van het spel. Zorg ervoor dat de spellen volgens de juiste spelregels worden gespeeld. Maak er een gezellig spelmoment van, zodat de kinderen plezier beleven aan het spelen van spellen waarmee hun lees- en spelvaardigheid kan worden verhoogd. Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: ankerverhaal woordenschat Herhaling van moeilijke woorden is belangrijk voor kinderen met een beperkte woordenschat. Met behulp van het ankerboek De keizer en zijn duizend dokters kunt u diverse moeilijke woorden aan de orde stellen. Mogelijk is het ankerverhaal bij deze leerlingen al twee keer eerder aan de orde geweest, namelijk in de preteaching en in de integratieles van deze lesdag. Het verhaal zal daarom al goed bekend zijn, waardoor het mogelijk is om in deze extra ster-tijd meer aandacht te besteden aan moeilijke woorden. Kies hierbij woorden die in de context van deze kern passen, zoals: de ziekte, het medicijn, de dokter, de schoolarts, onderzoeken, het gaat niet goed (met iemand). Door deze voorbewerking kunnen kinderen straks de andere nieuwe woorden beter plaatsen. Maak bij het bespreken van deze woorden ook gebruik van de LA-VLL. Maak de kinderen attent op de mogelijkheid om vanaf deze dag ook thuis gebruik te maken van nieuwe spellen met nieuwe woorden in de oefensoftware voor woordenschat. 20

22 Dag 2 Basisles d LESOVERGANG Doel Woorden maken met nieuwe letter: d Doel mkm-woorden correct spellen Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord Introductie 1 Letterkennis Weten jullie nog welke letter we gisteren geleerd hebben? Kun je die letter ook aanwijzen op het letterbord? En weten jullie misschien ook nog in welke letterfamilie de letter <d> hoort? Heel goed: de letter <d> is een medeklinker. Activeer vervolgens de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. Instructie instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters zojuist nog eens even opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <d> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest de woorden te laten schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <d> wordt geschreven. 2 Letterdictee Bij deze oefening maakt u gebruik van de LA-VLL. Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling : Stap 1: Ik luister naar de letter. Stap 2: Ik zeg de letter na. Stap 3: Welke klank hoor ik? Stap 4: Ik schrijf de letter. Stap 5: Ik lees de letter. Stap 6: Ik kijk de letter na. Materialen leerling Veilig & vlot maan 3 Veilig & vlot zon 3 Werkboekje maan 3 Werkboekje zon 3 Veilig gespeld 3 Materialen leerling Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3 Leesseries Dag 2 21

23 Dag 2 Basisles p oo t b d Dicteer de volgende letters en laat ze schrijven of leggen op de letterdoos: p oo t b d. De kinderen volgen hierbij de stappen van het stappenplan spelling. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Als u de letters laat schrijven, kunt u bij het nakijken de letters als schrijfletters presenteren. Als u de letters laat leggen, kunt u de letters als leesletters presenteren. Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? Info In het volgende woorddictee kunt u uw leerlingen laten snuffelen aan het schrijven of leggen van woorden die beginnen of eindigen met een cluster van twee medeklinkers. Maak de leerlingen duidelijk dat ze het laatste woord in deze oefening eigenlijk nog niet hoeven te kunnen maken, maar dat ze het wel mogen proberen. Als het lukt is dat geweldig. Lukt het nog niet? Geen probleem, je hoeft het nu nog niet te kunnen! 3 Woorddictee Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling. De leerlingen schrijven de woorden of leggen de woorden op hun letterdoos. Achtereenvolgens komen de volgende woorden aan de orde: daar baas dit reep spin. Ik zeg een zin en daarna een woord uit die zin. Dat woord gaan we schrijven (of maken op de letterdoos). Luister maar. Stap 1: Luister naar het woord. Wie woont daar? Luister naar het woord: /daar/. Stap 2: Zeg het woord na. Zeg het woord duidelijk na. Stap 3: Hak het woord in klanken. Welke klanken hoor je? Goed zo: /d-aa-r/. Stap 4: Maak het woord met letters. Schrijf of leg het woord. Stap 5: Lees het woord. Lees zachtjes voor jezelf het woord dat je gemaakt hebt. Stap 6: Kijk het woord na. Kijk of je het woord goed hebt gemaakt. Daarna laat u ook de volgende woorden schrijven of leggen. U voert het stappenplan nu niet meer stap voor stap samen met de kinderen uit, maar u laat de kinderen dit zelfstandig doen met ondersteuning van het stappenplan spelling. Bij stap 3 laat u de kinderen stil voor zichzelf het woord in klanken verdelen. Als het woord gemaakt is door de kinderen en nagelezen, laat u een van de kinderen het woord hardop in klanken verdelen. De volgende woorden worden geschreven of gelegd: baas dit reep spin. U biedt de woorden als volgt aan: Wie is hier de baas? Luister naar het woord: /baas/. Wie heeft dit gedaan? Luister naar het woord: /dit/. Eet jij een hele reep chocolade? Luister naar het woord: /reep/. De spin zit in het web. Luister naar het woord: /spin/. Kijk het woorddictee woord voor woord na met behulp van de LA-VLL. Hierbij kunt u kiezen voor een presentatie van het woord in schrijf- of leesletters. Sluit af met: We hebben samen woorden gemaakt. Nu gaan we die woorden samen lezen. Laat ten slotte het rijtje woorden door enkele kinderen hardop voorlezen. 22

24 Dag 2 Basisles 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling, dat via de LA-VLL op het bord zichtbaar blijft tijdens het zinsdictee. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we schrijven (of leggen op de letterdoos). Luister maar naar de zin die ik zeg: ik ben boos. Let erop dat u de zin duidelijk en in een rustig tempo uitspreekt. Herhaal de zin eventueel nog een keer. Nu jullie. Zeg de zin maar na. De kinderen zeggen de zin en onderscheiden daarbij de afzonderlijke woorden door een duidelijke pauze na elk woord. Vervolgens schrijven ze de zin op of leggen ze de zin op de letterdoos met een spatie tussen de afzonderlijke woorden. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk vervolgens de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. Tip Kinderen vinden het vaak moeilijk om een tussenruimte te laten tussen de woorden in een zin. Ze twijfelen er vaak aan hoe groot die tussenruimte moet zijn of willen tussen alle woorden precies dezelfde tussenruimte hebben. Als hulpmiddel hierbij kunt u bepaalde kaartjes (bijv. y, c, q, x) in de letterdoos laten omdraaien, zodat de blanco kant naar boven ligt. Als spatie tussen woorden leggen de kinderen dan een blanco kaartje, zodat de zin op de letterdoos er keurig uitziet. Een andere mogelijkheid is om kinderen vanaf het begin aan te leren een vinger te plaatsen na de laatste letter van een woord en de eerste letter van het volgende woord. Als u de zin laat schrijven, is het werken met een spatie tussen de afzonderlijke woorden in de schrijfles aan de orde geweest. 5 Werkinstructie zon, maan, ster In de volgende lesfase gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Als dat nodig is, bespreekt u kort de werkbladen met behulp van de LA-VLL. Werkblad 4 bevat een spellingopdracht. Benoem samen met de kinderen de plaatjes die op het werkblad staan: been, doos, pen; dik, poot, boos; bes, den, pit. Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 3, pag. 3, 4 (d2) Veilig & vlot zon 3, pag. 6, 7 Werkboekje zon 3, blad 4, 5 Veilig & vlot zon 3, pag. 4, 5 Veilig gespeld 3, pag. 5, 6 (d3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries Ook de leerlingen die de maan- of de ster-aanpak volgen, gaan zelfstandig aan het werk. Op het planbord noteert u onderstaande verplichte en facultatieve opdrachten. 23

25 Dag 2 Basisles Veilig gespeld 3, pag. 3, 4 (d2) Veilig & vlot maan 3, pag. 6, 7 (d5, d6) Werkboekje maan 3, blad 4, 5 Veilig gespeld 3, pag. 5, 6 (d3) Veilig & vlot maan 3, pag. 4, 5 (d3, d4) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken LESOVERGANG Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Als leerlingen van de ster-aanpak moeite hebben met het leren van de letters, is het aan te raden de letters dagelijks te oefenen in de verlengde instructie. Herhaal tot nu toe geleerde letters met behulp van de LA-VLL. Besteed vooral aandacht aan de moeilijke letters. 2 Veilig & vlot maan Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak het lezen van woorden en het lezen van een korte tekst met pagina 4 (d3) en 5 (d4) van Veilig & vlot maan. Praat met de kinderen ook over de inhoud van de tekst. 3 Zelfstandig werken ster Na de verlengde instructie gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdrachten. Wat de verplichte opdrachten zijn, kunnen ze zien op het planbord. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. In deze fase van de les bent u in de gelegenheid om bij de leerlingen te kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en eventueel hulp te bieden bij bepaalde opdrachten. Afronding afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek de bladen 4 en 5 van het werkboekje maan. Blad 4 komt overeen met blad 4 in het werkboekje zon. Laat een woord eventueel hardop in klanken verdelen en laat vervolgens vaststellen welke letters je nodig hebt om het woord te maken. Op werkblad 5 staat het begrijpend lezen van zinnen centraal. Bespreek eerst de versie van het werkboekje maan. Laat de eerste zin lezen en praat vervolgens met de kinderen over de plaatjes die op het werkblad staan. Laat daarna de zin nog een keer lezen en stel de vraag: Welk plaatje hoort bij deze zin? Toon vervolgens blad 5 van het werkboekje zon. Dit werkblad komt in hoge mate overeen met het zojuist besproken werkblad. Alleen staan er nu twee zinnen in elk vak in plaats van één. Bespreek ook dit werkblad. Laat de zinnen voorlezen door leerlingen van de zonaanpak. 24

26 Dag 2 Basiskwartier Doel Leesvaardigheid automatiseren Introductie Vertel de leerlingen dat ze in tweetallen gaan lezen; de leerlingen van de maan/ster-aanpak in Veilig & vlot maan en de leerlingen van de zon-aanpak in Veilig & vlot zon. Herinner hen aan belangrijke afspraken: Als je niet zelf leest, wijs je bij met de vinger. Wissel regelmatig van rol (lezer of meelezer). Lees op zachte toon, zodat de andere kinderen ongestoord kunnen lezen. Veilig & vlot Vertel de kinderen dat ze eerst een minuut of 10 gelegenheid krijgen om samen een of enkele pagina s heel goed te oefenen. Daarna mogen enkele kinderen laten horen hoe goed ze hebben geoefend. Laat alle kinderen hun boekje Veilig & vlot voor zich nemen. Ze kunnen kiezen uit de volgende pagina s: Veilig & vlot maan, pag. 2 (d1) tot en met 7 (d6). Veilig & vlot zon, pag. 2 tot en met 7. Als afronding van dit basiskwartier geeft u enkele tweetallen (vrijwilligers) gelegenheid om een pagina hardop voor te lezen. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle andere kinderen de tekst die wordt voorgelezen, kunnen volgen. Sta ook stil bij de inhoud van de gelezen tekst. Begrijpen ze de tekst die ze gelezen hebben? Praat nog even na over het verloop van deze activiteit. Hoe verliep het oefenen in tweetallen? Hoe vinden de kinderen het om in tweetallen te oefenen? Hebben ze ongestoord kunnen oefenen? Tip Veilig & vlot is een belangrijk leermiddel. Dagelijks lezen in Veilig & vlot heeft een bijzonder positieve uitwerking op de leesvaardigheid van leerlingen, zowel op correct lezen als op vlot lezen. Omdat leerlingen dagelijks werken met Veilig & vlot, bestaat het gevaar dat dit na enige tijd een sleur wordt. Om dit te voorkomen, hebben we oefenvarianten ontwikkeld. Een beschrijving van deze oefenvarianten en concrete hulpmiddelen bij het aanleren van deze oefenvarianten vindt u in Digiregie (Oefenvarianten Veilig & vlot). 25

27 Dag 2 Integratieles ankerverhaal Doel Vertellen over opbouw verhaal en verhaalstructuur ontdekken Gespreksregel Eigen mening geven Lesactiviteiten Materialen leerkracht Interactief voorlezen Praten over het verhaal Ontdekken verhaalstructuur Inrichten thematafel Introductie Weten jullie nog van het verhaal dat ik gisteren heb voorgelezen? We gaan het verhaal van de keizer en zijn duizend dokters vandaag nog een keer lezen en we gaan er ook over praten. Laat kinderen de spulletjes die ze hebben meegebracht voor de thematafel alvast op een centrale plek leggen, zodat na het verhaal de thematafel kan worden ingericht. Besteed nu eerst met behulp van de LA-VLL aandacht aan de structuur van het verhaal. Bij dit verhaal is sprake van een verhaal in een verhaal. Het verhaal begint met Kim en opa op het plein. Kim springt van de schommel en bezeert zich. Opa troost Kim door haar een verhaal te vertellen. Een verhaal over een keizer die het ene kwaaltje na het andere heeft. Het verhaal eindigt ook weer met opa en Kim op het plein. Leskern 1 Interactief voorlezen Begin na het bekijken van de verhaalstructuur met het herhaald voorlezen van het ankerverhaal. Toon de bijbehorende platen met behulp van de LA-VLL. De eerste keer, in de vorige integratieles, hebt u het verhaal zonder veel onderbrekingen voorgelezen. Deze keer kunt u het voorlezen wel onderbreken om woorden en uitdrukkingen interactief te bespreken, meteen in te gaan op bepaalde belevingsaspecten, of delen van het verhaal te laten navertellen. De belevingsvragen die in de eerste integratieles niet aan de orde kwamen, kunt u eventueel nu bespreken. Ankerboek De keizer en zijn duizend dokters Leerkrachtassistent VLL Thematafel Materialen voor de thematafel Materialen leerling Laat kinderen het verhaal van De keizer en zijn duizend dokters (in delen) navertellen. Spoor de kinderen aan om hierbij de grote lijn van het verhaal te volgen. Ondersteun kinderen die zich verliezen in het weergeven van alle details die ze zich herinneren. 2 Verhaalanalyse: Probleem-hoe-oplossing Nadat het verhaal opnieuw is voorgelezen, richten we de aandacht nog een keer extra op de structuur van het verhaal. Hierbij maken we gebruik van de module Probleem-hoe-oplossing in de LA-VLL. Wat is het probleem in dit verhaal? Bij het picto probleem staan 2 lege vakjes. Daaronder staan 5 plaatjes: auto s voor een stoplicht, de keizer die onderzocht wordt door de dokter, de helikopter, de minister, de verkeerschaos. Samen met de kinderen komt u tot het correcte antwoord: de keizer is ziek en alles in het Woordstroken en afbeeldingen kern 3 26

28 Dag 2 Integratieles land loopt in het honderd; het is een chaos. Eigenlijk is er dus sprake van twee problemen. Schuif de 2 plaatjes van de keizer en de verkeerschaos achter het picto probleem. Klik daarna op het picto hoe. Hoe gaan ze op zoek naar een oplossing voor het probleem? Bij het picto hoe staan 3 lege vakjes. Daaronder staan 4 plaatjes: de dokters, de man in de toren, de minister die het verkeer regelt, de keizer krijgt een tik op z n billen. Samen met de kinderen bespreekt u op welke manieren gezocht wordt naar een oplossing. De dokters proberen de keizer beter te maken. Dan komt er een dokter uit een ver land die de keizer een tik op z n billen geeft. De minister geeft niet alleen medicijnen maar brengt ook orde in het land. Schuif deze 3 plaatjes achter het picto hoe. Klik op het picto oplossing. Wat is uiteindelijk de oplossing van het probleem? Bij het picto oplossing zien we 1 leeg vakje. Daaronder staan 4 plaatjes: de dokters, de keizer krijgt een tik op zijn billen, de man in de toren, de minister met de kroon op. Samen met de kinderen komt u tot het correcte antwoord: Eigenlijk is er in dit verhaal geen oplossing voor het probleem van de keizer. Er is wel een oplossing voor het tweede probleem, de chaos in het land. Voortaan regeert de minister het land en hij zorgt dat in het land alles weer verloopt zoals het hoort. Schuif het plaatje van de minister met de kroon op achter het picto oplossing. Kinderen zullen een eigen mening hebben over het gedrag van de keizer en het optreden van de minister. Ze zullen ook een mening hebben over een klap op de billen. Laat kinderen vertellen wat zij vinden van dit verhaal. Stimuleer dat ze hun eigen mening geven omtrent je ziek voelen, je aanstellen (dat zal zeker genoemd worden) of snel zeggen dat je iets niet kunt. Afronding In de afronding wordt extra ingezoomd op het thema Hoe voel jij je? door samen met de kinderen een begin te maken met het inrichten van de thematafel. We starten de thematafel vanuit het aspect ziek zijn en bouwen dit in de loop van de kern uit met zaken die te maken hebben met gezond zijn. De figuurtjes, plaatjes en voorwerpen die kinderen hebben meegebracht, krijgen een plaats op de thematafel. Deze spullen worden gelabeld, waarbij zeker de volgende woorden een plek krijgen: het verband, de pleister, het medicijn, de pil. Bij foto s van zieke mensen kunnen woorden worden gehangen als: de ziekte, gewond, zuchten, hikken, hoesten, kreunen, snotteren, het kuchje, de kriebel, de bult, de kras en de zucht. Aan deze woorden wordt in de volgende woordenschatlessen meer inhoud gegeven. Plaats op de thematafel ook doktersspullen die niet in het ankerverhaal worden genoemd. Benoem deze spullen, schrijf het woord op een woordstrook en leg de woordstrook bij het betreffende voorwerp. Een woord als stethoscoop zal zeker niet door de kinderen gelezen kunnen worden, maar zij hebben door enkele bekende letters toch houvast bij het vinden van het begrip. Probeer elk begrip zoveel mogelijk te visualiseren door gebruik te maken van de woordstroken en afbeeldingen die u kunt downloaden vanuit Digiregie (Lesgeven, Lesmateriaal). Bij de thematafel worden ook boeken gelegd over het thema Hoe voel jij je?. 27

29 Dag 2 Extra ster-tijd lezen Doel Letterkenis automatiseren en woorden lezen Begeleide oefening: Veilig & vlot maan Start deze extra ster-tijd met de module Letters flitsen in de LA-VLL. Door middel van deze oefening wordt het vlot verklanken van de geleerde letters geoefend. Lees na deze flitsoefening samen met de kinderen in Veilig & vlot maan. Laat de kinderen een keuze maken uit de pagina s 4 (d3) tot en met 7 (d6). Zijn er nog kinderen die hardnekkig spellend lezen? Gebruik dan de steunkaart leesstrategieën om kinderen bewust via het zoemend lezen te brengen tot vlot lezen. Zoemend lezen is voor deze kinderen namelijk een hulpmiddel om het uiteindelijke doel te bereiken: vlot lezen. Let bij het lezen van een tekst ook op de volgende punten: Terwijl u voorleest, wijzen de kinderen de woorden aan in hun boekje. Dit verhoogt de betrokkenheid. De kinderen wijzen de woorden aan als ze zelf lezen. Dit geeft hen een goede focus op de tekst die ze lezen. De vinger schuift van links naar rechts, net als de woordschuif in de LA-VLL. Doel Woordenschat uitbreiden woordenschat Begeleide oefening: woordweb maken In het ankerverhaal De keizer en zijn duizend dokters speelt het onderwerp ziek zijn een belangrijke rol. Een goede gelegenheid om rondom dit begrip een woordweb te maken met de kinderen die behoefte hebben aan extra ster-tijd voor woordenschat. Waaraan denken de kinderen bij ziek zijn? Google met de kinderen bijvoorbeeld eens afbeeldingen bij de volgende trefwoorden: ziek, zieke huisdieren, doktersspullen, verkouden, gebroken been, gips. Dit levert veel stof om er met de kinderen over te praten. Al pratend over dit onderwerp laat u op papier een woordweb ontstaan met woorden die een duidelijke relatie hebben met het onderwerp ziek zijn. 28

30 Dag 3 Basisles oe Materialen leerkracht Wandplaat: doek Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Doelen Nieuwe letter: oe Woorden met nieuwe letter lezen Doel Informatie verwerven over het onderwerp de doek Introductie 1 Letters flitsen Herhaal met de LA-VLL de letters die tot nu toe aan de orde zijn geweest. 2 Woorden flitsen In deze oefening komen mkm-woorden voor met bekende letters. 3 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord dik. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen het woord dik. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook zonder letter in de middenpositie: <d-k>. Toon de wandplaat doek (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord doek maken. Wie kan het woord /doek/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /d-oe-k/. Goed zo, het woord /doek/ bestaat uit drie klanken. Luister maar: /d-oe-k/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet in het midden van het woord komen? Ja, goed zo, de letter <oe>. Klik op Zoem. Materialen leerling Veilig & vlot maan 3 Veilig & vlot zon 3 Werkboekje maan 3 Werkboekje zon 3 Leesboekje zon 3 Veilig gespeld 3 Kijk, de letter <oe> staat nu in het midden van het woord. Lees het woord doek zoemend met de woordschuif. Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3 Leesseries Dag 3 29

31 Dag 3 Basisles De <oe> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <oe> voorkomt. Toon ten slotte de wandplaat doek met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. 4 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk met het leesboekje zon, het werkboekje zon en Veilig & vlot zon als verplichte opdrachten. Toon eventueel de werkbladen via de LA-VLL en vertel hoe de opdrachten gemaakt moeten worden. Het is ook een uitdaging voor deze leerlingen om zelf te ontdekken wat de bedoeling is van de opdrachten, zeker als ze samen mogen overleggen. Noteer voor de zon-groep onderstaande activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 3, pag. 5, 6, 7 Werkboekje zon 3, blad 6, 7, 8 Veilig & vlot zon 3, pag. 8, 9 LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Toon het letterblad via de LA-VLL. Veilig gespeld 3, pag. 7, 8 (oe1) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries We gaan vandaag dus de letter <oe> goed leren. Zie je de letter <oe> ook op het letterblad? Als we de letter <oe> goed kennen, gaan we er straks een rondje om tekenen. 2 Instructie letter <oe> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de middelste letter van het woord <doek> de letter <oe> is. De letter <oe> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <oe>. Toon het letterbordkaartje <oe> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /oe/. Spreek de letter duidelijk uit. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /oe/. Wat voel je als je /oe/ zegt? Voel maar eens aan je mond. Die is bijna toe. Voel je het? Voel ook maar eens aan je lippen. Voel maar hoe die een mooi rondje vormen. Heb je het gevoeld? Goed zo! Bij /doek/ hoor je /oe/ in het midden van het woord. Wie kan nog een woord noemen waarin je /oe/ hoort? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <oe> horen? Hoort de <oe> bij de medeklinkers, zoals de <d> en de <b>? Of is de <oe> een klinker? Kijk maar eens goed op het letterbord. Dan kun je het zien. Goed zo, de letter <oe> is een klinker. Maar het is geen korte klinker en ook geen lange klinker. De letter <oe> is een tweetekenklinker. Laat een van de leerlingen de letter <oe> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <oe> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een tweetekenklinker. De letter <oe> moeten jullie goed onthouden. 30

32 Dag 3 Basisles 3 Auditieve analyse /oe/ De LA-VLL toont achtereenvolgens drie afbeeldingen van woorden (koe, soep, hoek) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /oe/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /oe/ in /koe/? Zeg het woord maar. Laat het woord vervolgens in afzonderlijke klanken hakken en stel samen met de kinderen vast dat je de klank /oe/ inderdaad hoort in het woord /koe/. Vraag naar de positie van de klank in het woord en zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Doe dit ook zo met de woorden /soep/ en /hoek/. 4 Zoekwoorden maken Met behulp van de LA-VLL gaat u samen met de kinderen zoekwoorden maken met de nieuwe letter <oe>. Als eerste verschijnt het woord doek. Door telkens één letter te vervangen door een andere letter ontstaan nieuwe woorden. Bij het laatste woord wordt één letter toegevoegd en hierdoor ontstaat een woord met een begincluster. Uiteindelijk ontstaat met de hulp van Zoem het volgende rijtje: doek doen boen boer boek broek. Lees ten slotte de woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en nog een keer laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <oe> wordt in de middenpositie in het klikklakboekje gehangen. Laat de kinderen een woord maken met de letter <oe>. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 8 (oe1) De leerlingen nemen hun boekje Veilig & vlot maan, pagina 8 (oe1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Lees de pagina samen met de leerlingen op de gebruikelijke wijze. Voor een uitgebreidere beschrijving van de werkwijze zie eventueel pagina Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is er in deze lesfase tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. Voorbespreking van de werkbladen kan met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 6 en benoem de plaatjes: soep, boom, doek; boer, koek, boos; doos, koe, voet; poes, poot, hoek. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 3, pag. 9 (oe2) Veilig gespeld 3, pag. 7, 8 (oe1) Werkboekje maan 3, blad 6, 7, 8 Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 31

33 Dag 3 Basisles Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Als leerlingen van de ster-aanpak moeite hebben met het leren van de letters, is het aan te raden de letters dagelijks te oefenen in de verlengde instructie. Herhaal tot nu toe geleerde letters met behulp van de LA-VLL. 2 Veilig & vlot maan, pagina 9 (oe2) Met de leerlingen van de ster-aanpak oefent u pagina 9 (oe2) van Veilig & vlot maan. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen. Praat met de kinderen over de betekenis van deze zinnetjes en laat aangeven bij welk zinnetje de tekening hoort. LESOVERGANG 3 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdracht: werkbladen 6, 7 en 8. Als ze klaar zijn met deze verplichte opdracht kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Informeer bij enkele leerlingen van de zon-aanpak of zij straks iets willen presenteren. Werkblad 6 en werkblad 7 zijn bijvoorbeeld heel geschikt voor een presentatie. Afronding afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle leerlingen de leesboekpagina voor zich zien. 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer bladen uit het werkboekje maan, bijvoorbeeld werkblad 8. 3 Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de letter <oe> op je letterblad? Als je deze letter nu al goed kent, mag je er een rondje om tekenen. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Met behulp van de LA-VLL kunt u kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <oe> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. De uitgebreide verkenning van de schrijfletter <oe> en het daadwerkelijke schrijven van deze letter gebeurt in de schrijfles. 32

34 Dag 3 Basiskwartier Doel Leesvaardigheid automatiseren Introductie Vertel de leerlingen dat u in dit basiskwartier het lezen van woorden gaat oefenen met behulp van de LA-VLL. De leerlingen van de zon-aanpak gaan zelfstandig werken aan hun verplichte en facultatieve opdrachten, zoals die op het planbord staan. Woorden oefenen Besteed aandacht aan het lezen van woorden door middel van de module Woorden oefenen. Als kinderen moeite hebben met het vlot lezen van de woorden, leest u de woorden zoemend voor. Zo ervaren de leerlingen hoe je via zoemend lezen de stap kunt maken naar het vlot lezen van woorden. 33

35 Dag 3 Integratieles lezen Doel Plezier in lezen ontwikkelen door lezen en voorlezen Lesactiviteiten Materialen leerkracht Lezen in Leesboekje maan/ zon 3 Vrij lezen Voorlezen door leerlingen Introductie Leesstoel Materialen leerling Leesboekje maan/zon 3 Klassenbibliotheek Leerlingsoftware VLL In deze integratieles wordt voor de eerste keer gewerkt met het leesboekje maan/zon. Bekijk samen met de leerlingen de voorkant. Zien jullie de maan en de zon? We weten al dat dit betekent dat er verhaaltjes in staan voor samenlezen. Er staat ook een poes op met een veer op zijn kop. Misschien komen we die wel tegen in een van de verhaaltjes. En wat zie je nog meer op de voorkant van het boekje? Blader vervolgens naar pagina 2 en 3 en bespreek wat op de illustraties te zien is. We zien een meisje dat op haar bed staat met een vliegenmepper in haar hand (wie van de kinderen weet hoe dit ding heet?). Er zoemen muggen om haar hoofd. Op het tweede plaatje ligt ze te slapen. Heeft ze alle muggen te pakken gekregen? Vertel de kinderen dat je dit verhaaltje samen met iemand kunt lezen. In deze les gaan we eerst samenlezen. Daarna lezen leerlingen van de zon-aanpak boeken uit de klassenbibliotheek. Kinderen van de maan- of de ster-aanpak lezen eerst verder in het leesboekje maan/ zon. Daarna lezen ze eventueel ook uit boeken uit de klassenbieb. Spreek af welke kinderen (2 tot 3) aan het einde van de les een fragmentje zullen voorlezen. Het fragment kan komen uit het leesboekje maan/zon of uit een boek uit de klassenbieb. Als een voorleestekst uit het leesboekje maan/zon wordt gekozen, nemen de luisteraars het boekje erbij. Zo kunnen ze meelezen. Als leerlingen van de maan-aanpak voorlezen uit dit leesboekje, lezen ze alleen pagina s voor die al in de klas gelezen zijn. Samenspraakjes en samenleespagina s maan/zon worden door twee kinderen voorgelezen. Leskern Eerst gaan de leerlingen van de zon- en de maan/ster-aanpak samenlezen. Uit het leesboekje maan/zon worden de pagina s 2 en 3 gelezen. Wijs nog eens op de zwarte en blauwe tekstgedeelten. Wanneer u in de klas geen of te weinig leerlingen hebt van de zon-aanpak, leest u zelf de samenleespagina s met de hele groep. Het lezen van de samenleestekst zal niet veel tijd in beslag nemen. Daarom kunt u deze tekst meerdere keren laten lezen, eventueel in wisselende samenstellingen. Vraag, als het verhaal de tweede keer gelezen gaat worden, aan de kinderen of ze tijdens het lezen in het verhaaltje iets herkennen. Bijvoorbeeld iets wat ze zelf ook wel eens gedaan of meegemaakt hebben. Na het lezen spreekt u daarover kort met de kinderen. Suggesties voor vragen: Wie heeft ook wel eens een mug in zijn kamer? Wat doe je dan? Op jacht gaan, net als het 34

36 Dag 3 Integratieles meisje in het verhaal? Waarmee probeer je de mug te pakken? Of slaap je gewoon door? Als je een muggenbult hebt, jeukt die dan? Wat doe je daar dan aan? Kern 3, maantje, ik pik een bes Leerlingen van de zon-aanpak gaan hierna verder met lezen uit de klassenbibliotheek. De leerlingen van de maan- of ster-aanpak gaan pagina 4 uit het leesboekje maan/zon 3 lezen. Het is goed om deze pagina eerst samen met deze leerlingen te bespreken. Hierdoor worden ze voorbereid op de inhoud van het verhaal. Vertel dat u na het lezen met de kinderen over het verhaaltje praat. Wat zie je op de plaatjes? Dieren en kinderen. Ze eten allemaal iets. De dieren eten een noot en een bes en de kinderen eten allebei een peer. Zie je op het laatste plaatje het klokhuis liggen? Wat zou het meisje in de pot stoppen? Geef nu leesbeurten: Laat eerst de titel lezen: een peer met pit. Vraag wie er wel eens een peer eet. Weten de kinderen dat er pitten in een peer zitten? Laat dan de eerste alinea lezen. Vraag wie een bes eet, de eekhoorn of de vogel. Hoe heet de vogel? (Pim). Over wie zou het tweede verhaaltje gaan? Laat nu de tweede alinea lezen. Wat eet Tim? Juist, een noot. Laat nu de volgende blokjes met zinnetjes lezen. Als dat een of meerdere keren gebeurd is, vraag dan hoe de jongen en het meisje heten (Sem en Toos). Bekijk en bespreek de plaatjes. Sem heeft alleen het steeltje nog; hij heeft het hele klokhuis opgegeten. Wie van de kinderen doet dat ook met een peer of appel? Wat doet Toos met een pit van de peer? Laat dat stukje van het verhaal in eigen woorden navertellen. Wie van de kinderen heeft ook wel eens een pit in een pot gestopt? Groeide daar iets uit? Daarna lezen ook de leerlingen van de maan-aanpak uit de klassenbieb. Leerlingen van de ster-aanpak worden door u nogmaals begeleid bij het lezen van pagina 4. Als er tijd voor is, gaan zij ook uit de klassenbieb lezen. De kinderen die een boek uit hebben, kunnen met het de software voor leesbevordering de vragen over het boek beantwoorden. De kinderen die een fragment gaan voorlezen, bereiden dit voor. Dat kunnen bijvoorbeeld twee kinderen zijn die het verhaaltje van pagina 2 en 3 zullen gaan voorlezen, of vijf kinderen die pagina 4 voorlezen: de teksten van pim (1e alinea), tim (2e alinea), sem (eerste 2 zinnen van de 3e alinea), toos (laatste 3 zinnen 3e alinea), verteller (laatste 4 zinnen). Afronding De kinderen die zijn uitgekozen om een fragment voor te lezen, doen dat in de leesstoel. Laat de andere kinderen tops en tips formuleren over de wijze van voorlezen en geef zelf ook feedback. Houd ten slotte een korte terugblik op het verloop van deze integratieles. Bespreek hoe het zelfstandig lezen ging en besteed aandacht aan de werkafspraken en regels van het vrij lezen. Tip In integratieles 5 wordt gepraat over versjes en gedichten. Verzamel alvast een collectie boeken en tijdschriften met versjes en gedichten. In integratieles 7 wordt daaruit gelezen en voorgelezen. Geschikt hiervoor is bijvoorbeeld de serie Boeken vol versjes (Uitgeverij Zwijsen). De serie bestaat uit twaalf boeken die aansluiten bij Veilig leren lezen. 35

37 Dag 3 Extra ster-tijd lezen Doel Herhaald lezen van teksten Begeleide oefening: leesboekje maan/zon In de integratieles van deze dag is de samenleestekst op de pagina s 2 en 3 van het leesboekje maan/zon aan de orde geweest. Lees deze tekst nu nog een keer samen met de leerlingen van de ster-aanpak. U leest de blauwe teksten en de kinderen lezen de zwarte teksten. Laat daarna de tekst op pagina 5 eerst voorbereiden, niet in z n geheel maar blok voor blok. Lees de tekst vervolgens volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Praat met de kinderen ook over de inhoud van de gelezen teksten. Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: thematafel woordenschat In de integratieles op lesdag 2 is een begin gemaakt met de inrichting van de thematafel met als thema ziek zijn. Allerlei voorwerpen die een relatie hebben met dit thema hebben een plaatsje gekregen op de thematafel. Ook zijn er bij allerlei voorwerpen woordstroken geplaatst. Vul in deze extra ster-tijd samen met de kinderen de thematafel aan met een aantal nieuwe voorwerpen, woordstroken en boeken. Zo ervaren deze leerlingen een sterke betrokkenheid bij de inrichting van de thematafel. Laat de kinderen ook experimenteren met de diverse voorwerpen van de thematafel. En grasduin samen met deze leerlingen in interessante boeken over het thema ziek zijn. Verwoord hierbij steeds wat de kinderen doen en gebruik daarbij allerlei woorden die verband houden met ziek zijn en weer beter worden. In een komende integratieles kunnen deze kinderen dan aan de overige leerlingen uitleg geven bij bepaalde zaken van de thematafel. Een motiverende ervaring die het zelfvertrouwen van deze kinderen versterkt! 36

38 b ee d oo ee Dag 4 Basisles oe Materialen leerkracht Letterbord Leerkrachtassistent VLL Planbord LESOVERGANG Doel Woorden maken met nieuwe letter: oe Doel mkm-woorden correct spellen Introductie 1 Letterkennis Gisteren hebben we een nieuwe letter geleerd. Kun je die letter aanwijzen op het letterbord? En weten jullie misschien ook nog bij welke letterfamilie de letter <oe> hoort? Heel goed, de letter <oe> is een klinker; het is een tweetekenklinker. Activeer vervolgens de voorkennis door de tot nu toe geleerde letters te oefenen met behulp van de LA-VLL. Instructie instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel We hebben al onze letters zojuist opgefrist. Nu zetten we weer een stapje verder: we gaan met die letters én onze nieuwe letter <oe> werken en er nieuwe woorden mee maken. Als u ervoor kiest om nadrukkelijk de relatie te leggen tussen lezen en schrijven, kunt u met behulp van de LA-VLL nog even laten zien hoe de schrijfletter <oe> wordt geschreven. 2 Letterdictee Dicteer de volgende letters en laat ze opschrijven of leggen op de letterdoos: b ee d oo oe. Kijk goed naar mij. Ik zeg een letter en jullie schrijven die letter op of leggen de letter op de letterdoos. Luister maar: /b/. Zeg de letter na: /b/. Schrijf de letter of leg de letter nu op de letterdoos. Materialen leerling Veilig & vlot maan 3 Veilig & vlot zon 3 Werkboekje maan 3 Werkboekje zon 3 Veilig gespeld 3 Op dezelfde wijze dicteert u ook de overige vier letters: ee d oo oe. Kijk het letterdictee na met behulp van de LA-VLL. Materialen leerling Lees de letters goed na en kijk dan naar de letters op het bord. Heb je het goed gedaan? Letterdoos Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3 Leesseries Dag 4 37

39 Dag 4 Basisles 3 Woorddictee Op het bord zien de leerlingen de zes stappen van het stappenplan spelling. De leerlingen schrijven de woorden of leggen de woorden op hun letterdoos. Achtereenvolgens komen de volgende woorden aan de orde: dim voer rook doe stem. Ik zeg een zin en daarna een woord uit die zin. Dat woord gaan we maken. Luister maar. Danny, dim jij het licht even? Maak het woord: /dim/. Daarna laat u ook de volgende woorden schrijven of leggen. U biedt de woorden als volgt aan: Ik geef voer aan de kippen. Luister naar het woord: /voer/. Uit de schoorsteen komt rook. Luister naar het woord: /rook/. Wat doe jij hier? Luister naar het woord: /doe/. Ik hoor de stem van mijn zus. Luister naar het woord: /stem/. Kijk het woorddictee woord voor woord na met behulp van de LA-VLL. Sluit af met: We hebben woorden gemaakt. We lezen die woorden nu samen. Laat ten slotte het rijtje woorden door enkele kinderen hardop voorlezen. 4 Zinsdictee Jullie hebben prima geoefend met de woorden. Nu gaan we een zin maken. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van het stappenplan spelling, dat via de LA-VLL op het bord zichtbaar blijft tijdens het zinsdictee. Ik zeg nu een zin. Die zin gaan we opschrijven of leggen op de letterdoos. Luister maar naar de zin die ik zeg: ik ben moe. Let erop dat u de zin duidelijk en in een rustig tempo uitspreekt. Herhaal de zin eventueel nog een keer. Nu jullie. Zeg de zin maar na. De kinderen zeggen de zin na en onderscheiden daarbij de afzonderlijke woorden door een duidelijke pauze na elk woord. Vervolgens schrijven ze de zin op of leggen ze de zin op de letterdoos met een spatie tussen de afzonderlijke woorden. Ben je klaar? Lees dan de zin na die je hebt gemaakt. Kijk vervolgens de zin na met behulp van de LA-VLL en laat de zin ten slotte hardop lezen. 5 Werkinstructie zon, maan, ster In de volgende lesfase gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Als dat nodig is, bespreekt u kort de werkbladen met behulp van de LA-VLL. Werkblad 9 bevat een spellingopdracht. Besteed aandacht aan de picto s en aan de wijze waarop deze opdracht moet worden gemaakt. De ontbrekende woorden kunnen in de zinnen worden geschreven of gestempeld. De volgende woorden passen in de zinnen: poes (1), boot (2), reep (3), koe (4), dik (5). Noteer voor de zon-groep de volgende opdrachten op het planbord. Veilig gespeld 3, pag. 9, 10 (oe2) Veilig & vlot zon 3, pag. 12, 13 Werkboekje zon 3, blad 9, 10 Veilig gespeld 3, pag. 11, 12 (oe3) Veilig & vlot zon 3, pag. 10, 11 Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries 38

40 Dag 4 Basisles Ook de leerlingen die de maan- of de ster-aanpak volgen, kunnen zelfstandig aan het werk gaan. Op het planbord noteert u onderstaande opdrachten. Veilig gespeld 3, pag. 9, 10 (oe2) Werkboekje maan 3, blad 9, 10 Veilig & vlot maan 3, pag. 10, 11 (oe3, oe4) Veilig & vlot maan 3, pag. 12, 13 (oe5, oe6) Veilig gespeld 3, pag. 11, 12 (oe3) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken LESOVERGANG Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Herhaal tot nu toe geleerde letters met behulp van de LA-VLL. 2 Werkboekje maan, blad 9 Voor leerlingen van de ster-aanpak kan dit een pittige oefening zijn, waarbij begeleiding gewenst is. Laat het woord dat gemaakt moet worden eerst benoemen, bijvoorbeeld: /poes/. Vervolgens laat u het woord in klanken verdelen: /p-oe-s/. Daarna schrijven of stempelen de kinderen het woord in de zin. 3 Veilig & vlot maan Oefen met de leerlingen van de ster-aanpak het lezen van woorden en het lezen van een korte tekst met pagina 10 en 11 (oe3 en oe4) van Veilig & vlot maan. Praat met de kinderen ook over de inhoud van de tekst die ze gelezen hebben. 4 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk. In deze fase van de les bent u in de gelegenheid om bij de leerlingen te kijken hoe het zelfstandig werken verloopt en eventueel hulp te bieden bij bepaalde opdrachten. Afronding afronding 1 Terugblik: werkbladen Bespreek werkblad 10 van het werkboekje maan en werkblad 10 van het werkboekje zon. Op deze werkbladen staat het begrijpend lezen van zinnen centraal. De plaatjes op de werkbladen zijn identiek; de zinnen bij de plaatjes verschillen. Bespreek eerst de versie van werkboekje maan. Laat eerst de zin lezen en stel de vraag: Welk plaatje zou bij deze zin horen? Toon vervolgens werkblad 10 van werkboekje zon. Dit werkblad komt in hoge mate overeen met het zojuist besproken werkblad. Alleen staan er nu telkens twee zinnen. Bespreek ook dit werkblad. Laat de zinnen voorlezen door leerlingen van de zon-aanpak. 39

41 Dag 4 Basiskwartier Doelen Leesvaardigheid automatiseren Voorlezen Introductie Vertel de leerlingen dat ze in tweetallen gaan lezen; de leerlingen van de maan/ster-aanpak in Veilig & vlot maan en de leerlingen van de zon-aanpak in Veilig & vlot zon. De kinderen krijgen eerst gelegenheid om een pagina samen goed voor te bereiden. Daarna mogen enkele kinderen plaatsnemen in de leesstoel. Zij mogen de pagina die ze hebben voorbereid, voorlezen. Veilig & vlot Laat alle kinderen hun boekje Veilig & vlot voor zich nemen. Ze kunnen kiezen uit de volgende pagina s: Veilig & vlot maan, pag. 2 tot en met 13 (d1 tot en met oe6). Veilig & vlot zon, pag. 2 tot en met 13. Als afronding van dit basiskwartier geeft u enkele tweetallen (vrijwilligers) gelegenheid om plaats te nemen in de leesstoel en een pagina hardop voor te lezen. Tip Veilig & vlot is een belangrijk leermiddel. Dagelijks lezen in Veilig & vlot heeft een bijzonder positieve uitwerking op de leesvaardigheid van leerlingen, zowel op correct lezen als op vlot lezen. Omdat leerlingen dagelijks werken met Veilig & vlot, bestaat het gevaar dat dit na enige tijd een sleur wordt. Om dit te voorkomen, hebben we oefenvarianten ontwikkeld. Een beschrijving van deze oefenvarianten en concrete hulpmiddelen bij het aanleren van deze oefenvarianten vindt u in Digiregie (Oefenvarianten Veilig & vlot). 40

42 Dag 4 Integratieles woordenschat Doel Woordenschat uitbreiden Gespreksregel Eigen ervaringen en gedachten verwoorden Lesactiviteiten Materialen leerkracht Woordverkenning Eigen ervaringen vertellen Rubriceren Woorden de bult, gewond, hikken, hoesten, de kras, kreunen, de kriebel, het kuchje, het medicijn, de pil, de pleister, snotteren, het verband, de ziekte, de zucht Introductie In het ankerverhaal had de keizer duizend dokters nodig. Hij had heel veel pijntjes en voelde elk bultje en krasje en kriebeltje. Met behulp van de tekst op pagina 10, de eerste helft van 12 en 16 en de ankerplaten op pagina 11, 13 en 17 herhaalt u een klein stuk van het verhaal. In dat gedeelte van het verhaal staan heel veel woorden die betrekking hebben op ziek zijn. Laat kinderen kort vertellen of ze zelf ook zoiets weleens hebben gehad. Waren ze toen ziek of waren ze gewond? Als je gewond bent, hoef je je niet ziek te voelen. Maar gewond zijn is ook niet leuk. Leskern Leerkrachtassistent VLL Materialen thematafel Uit de rij woorden die de LA-VLL links op het scherm toont, verdiepen we een aantal begrippen. We klikken op het woord het medicijn en vragen kinderen of ze weten wat dat is. We breiden het woord verder uit met nog meer begrippen als: het drankje, de pil, het zalfje. Vervolgens bekijken we op de LA-VLL de informatie bij het woord: gewond. Wat hoort bij gewond? Hierbij zullen ongetwijfeld de woorden het verband en de pleister worden genoemd. Zo niet, dan draagt u zelf deze woorden aan. Bekijk met behulp van de LA-VLL het verschil tussen een kras en een bult. Materialen leerling Ten slotte gaan we uit van de zieke zelf. Welke geluiden maakt iemand die een ziekte heeft? Hier krijgen de woorden kreunen, de kriebel, het kuchje, hoesten, hikken, de zucht en snotteren een plek. Zorg ervoor dat deze begrippen (naast de begrippen die de kinderen zelf noemen) aan de orde komen. Op de LA-VLL kunt u van verschillende begrippen foto s of filmpjes laten zien. Laat kinderen de geluiden nadoen en de begrippen uitbeelden. Betrek bij het bespreken van deze begrippen steeds de ervaringen van kinderen: Heb jij dat ook wel eens gehad? Welke ziekte had jij? Hoe voelde jij je toen? Woordstroken en afbeeldingen kern 3 41

43 Dag 4 Integratieles Afronding Na de bespreking van bovenstaande begrippen neemt u de woordstroken en de afbeeldingen van de doelwoorden uit deze les. Verdeel de klas in twee groepen. De ene groep verzamelt begrippen die horen bij dat doet mijn lijf, de andere groep verzamelt begrippen bij dit maakt me beter. Kinderen zullen ontdekken dat de groep van dat doet mijn lijf meer woorden heeft dan dit maakt me beter. Mogelijk zijn er nog meer woorden te noemen die horen bij dit maakt me beter, bijvoorbeeld met behulp van voorwerpen van de thematafel. Sommige begrippen passen niet helemaal bij dit maakt me beter. Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen of een thermometer je beter maakt. Maar het woord hoort wel bij iemand die je beter kan maken. We spreken ten slotte met de kinderen af dat er ook woorden bij horen van spullen die een dokter nodig heeft om je beter te maken. Bij dit maakt mij beter passen ook andere woorden, zoals: kusjes, woorden (denk aan het pilletje van woorden dat opa aan Kim gaf), aandacht, een knuffel (een echte knuffel van je moeder of vader, een knuffeldier dat troost geeft), iets lekkers (een fruitsapje of een stukje fruit), bloemen, een kaartje, een telefoontje, een tekening. Kortom, de dingen die geen medicijn zijn, maar er toch toe kunnen bijdragen dat je je al wat beter voelt. Eventueel kan een derde groepje alles bedenken wat hoort bij dit is fijn als je ziek bent. Tip Verdeel de spullen op de thematafel in twee groepen: spullen die de zieke nodig heeft om beter te worden en spullen die de dokter nodig heeft om te weten wat je hebt. 42

44 Dag 4 Extra ster-tijd lezen Doel Letterkennis en woorden lezen automatiseren Begeleide oefening: flitsen Het aantal letters neemt toe. Inmiddels hebben de kinderen 16 letters geleerd. Het is belangrijk dat ze deze letters foutloos en vlot kunnen verklanken. Daarom is het gewenst om veelvuldig, liefst dagelijks, te oefenen met de leerlingen van de ster-aanpak. De LA-VLL bevat twee modules waarmee respectievelijk het vlot verklanken van letters (letters flitsen) en het vlot lezen van woorden (woorden flitsen) kan worden geoefend. Met behulp van deze modules kunt u het verklanken van letters en het vlot lezen van woorden intensief oefenen met de leerlingen van de ster-aanpak. In deze kern hebben kinderen de letter <d> geleerd die natuurlijk makkelijk verwisseld kan worden met de letter <b>. Het beeld van de letter <b> kan worden versterkt door gebruik te maken van het b-gebaar: het been tegen de bal. Belangrijk hierbij is dat eerst het been wordt gevormd met de linkerhand en dan de bal met de rechterhand. Kinderen hebben steun aan dit gebaar als ze tijdens het lezen een foutje hebben gemaakt met de betreffende letter. Onderdruk de neiging om zelf het woord te verbeteren, maar stimuleer het kind om het gebaar te maken. Veel kinderen gaan in de periode dat ze nog twijfelen over bepaalde letters, het gebaar gebruiken voordat ze een woord lezen waarin die letter voorkomt. Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: thematafel woordenschat Herhaal de woorden het medicijn, de pil, en het verband en betrek deze woorden op de dokter die je daarmee beter maakt. Herhaal de begrippen het drankje, de zalf en het spuitje hierbij. Stuur het gesprek vervolgens naar de persoon van de huisarts. Hij/zij komt als je ziek bent of je gaat zelf naar de huisarts toe. Wat heeft de huisarts bij zich om te kijken of je ziek bent? Hierbij kunnen de doktersspullen van de thematafel worden benoemd. Leg de volgende spullen op de thematafel: flesje met een hoestdrankje, tube met een zalfje, strip met pillen, pleisters, verband. Vraag wat de dokter zou doen of zou geven als je ziek bent. Beschrijf vervolgens enkele ziektebeelden en gebruik daarbij woorden met betrekking tot ziek zijn en gewond zijn. Zorg ervoor dat in ieder geval de volgende woorden aan de orde komen: hoesten, het kuchje, de kriebel, snotteren, de kras, de bult. 43

45 Dag 5

46 Dag 5 Basisles z Materialen leerkracht Wandplaat: zee Leerkrachtassistent VLL Letterbord Planbord Doelen Nieuwe letter: z Woorden met nieuwe letter lezen Doel Informatie verwerven over het onderwerp de zee Introductie 1 Letters flitsen Herhaal met de LA-VLL de letters die tot nu toe aan de orde zijn geweest. 2 Woorden flitsen In deze oefening komen mkm-woorden voor met bekende letters. 3 Structureerwoord maken We gaan samen ontdekken welke nieuwe letter vandaag op het letterbord komt. De LA-VLL toont het woord ree. Klik op Zoem en lees zoemend samen met de kinderen het woord ree. Eronder verschijnt een nieuwe hakstrook zonder letter in de beginpositie: <-ee>. Toon de wandplaat zee (de kant met alleen de afbeelding). Wat zie je op deze plaat? Welk woord zouden we nu gaan maken? Heel goed, we gaan het woord zee maken. Wie kan het woord /zee/ in losse klanken hakken? Want zo kunnen we goed horen welke letters we nodig hebben om het woord te maken. Een kind hakt het woord in losse klanken: /z-ee/. Goed zo, het woord /zee/ bestaat uit twee klanken. Luister maar: /z-ee/. Het woord wordt nog een keer gezamenlijk gehakt, waarbij u tegelijkertijd de vakken van de hakstrook aanwijst. Welke letter moet vooraan in het woord komen? Ja goed zo, de letter <z>. Klik op Zoem. Kijk, de letter <z> staat nu vooraan in het woord. Lees het woord zee zoemend met de woordschuif. De <z> is de letter die we vandaag goed gaan leren. Als we die letter kennen, kunnen we nog veel meer woorden lezen waarin de letter <z> voorkomt. Toon ten slotte de wandplaat zee met daarop de afbeelding én het woord. Hang de wandplaat op in de klas. Materialen leerling Veilig & vlot maan 3 Veilig & vlot zon 3 Werkboekje maan 3 Werkboekje zon 3 Leesboekje zon 3 Veilig gespeld 3 Materialen leerling Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3 Leesseries Dag 5 45

47 Dag 5 Basisles 4 Werkinstructie zon De leerlingen van de zon-aanpak gaan nu zelfstandig aan het werk met het leesboekje zon, het werkboekje zon en Veilig & vlot zon als verplichte opdrachten. Vertel de leerlingen dat ze gaan lezen over de zee en werkbladen gaan maken met opdrachten die gaan over de zee. Wie is er wel eens aan zee geweest? Hoe vond je dat? Wat vond je leuk aan de zee? Was er ook iets wat je niet leuk vond? Straks mogen jullie ons iets vertellen over de zee of een verhaaltje over de zee voorlezen. Toon eventueel de werkbladen via de LA-VLL en vertel hoe de opdrachten gemaakt moeten worden. Noteer voor de zon-groep onderstaande activiteiten op het planbord. Leesboekje zon 3, pag. 8, 9, 10 Werkboekje zon 3, blad 11, 12, 13 Veilig & vlot zon 3, pag. 14, 15 LESOVERGANG instructie zelfstandig werken Instructie 1 Oriëntatie op het leerdoel Veilig gespeld 3, pag. 13, 14 (z1) Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries Toon het letterblad via de LA-VLL. We gaan vandaag de letter <z> leren. Zie je de letter <z> op het letterblad? Als we de letter <z> goed kennen, tekenen we er straks een rondje om. 2 Instructie letter <z> Bij deze activiteit maakt u gebruik van het letterbord. We ontdekten net dat de eerste letter van het woord <zee> de letter <z> is. De letter <z> gaan we nu goed leren. Kijk, dit is de letter <z>. Toon het letterbordkaartje <z> en plaats het op de zeppelin van Zoem op het letterbord. We gaan nog eens goed luisteren naar de klank van deze letter. Doe je ogen dicht en luister goed: /z/. Spreek de letter duidelijk uit. Nu jullie. Laat de klank maar duidelijk horen: /z/. Wat voel je als je /z/ zegt? Leg je vinger maar eens op je lippen en zeg: /zzz/. Voel je ook hoe de lucht tussen je tanden en lippen stroomt? Als je goed voelt, voel je dat je lippen een beetje trillen. Voel jij je lippen trillen: /zzz/? En voel ook eens aan je keel. Daar trilt het ook. Zeg nog maar eens: /zzz/. Voel je waar je tong zit? Inderdaad, je tong zit verstopt achter je tanden. We doen het nog een keer: We verstoppen onze tong achter onze tanden en blazen hard tot alles trilt: /z/, /z/, /z/. Blaas maar heel lang: /zzz/. Heb je het gevoeld? Goed zo! Bij /zee/ hoor je /z/ aan het begin van het woord. Wie kan nog een woord noemen dat met /z/ begint? Enkele kinderen noemen een woord. Bij welke letterfamilie zou de letter <z> horen? Hoort de <z> bij de medeklinkers, zoals de <s> en de <r>? Of is de <z> een klinker? Kijk maar eens goed op het letterbord. Dan kun je het zien. Goed zo, de letter <z> is een medeklinker. Laat een van de leerlingen de letter <z> in het juiste vak op het letterbord plaatsen. De letter <z> is de nieuwe letter die we vandaag geleerd hebben. Het is een medeklinker. De letter <z> moeten jullie goed onthouden. 46

48 Dag 5 Basisles 3 Auditieve analyse /z/ De LA-VLL toont achtereenvolgens drie afbeeldingen van woorden (zak, zeil, haak) met onder elk woord een hakstrook. We gaan luisteren of we de klank /z/ in een woord horen. Luister maar heel goed. Hoor je /z/ in /zak/? Zeg het woord maar. Laat het woord vervolgens in afzonderlijke klanken hakken en stel samen met de kinderen vast dat je de klank /z/ inderdaad hoort in het woord /zak/. Vraag naar de positie van de klank in het woord en zet een kruisje in het goede vakje van de hakstrook. Doe dit ook zo met de woorden /zeil/ en /haak/. 4 Zoekwoorden maken Met behulp van de LA-VLL gaat u samen met de kinderen zoekwoorden maken met de nieuwe letter <z>. Als eerste verschijnt het woord zee. Door telkens één letter te vervangen door een andere letter ontstaan nieuwe woorden. Bij het laatste woord wordt één letter toegevoegd en ontstaat hierdoor een woord met een eindcluster. Uiteindelijk ontstaat met de hulp van Zoem het volgende rijtje: zee zeep zeem zoem zoen zoent. Lees ten slotte de woorden samen met de leerlingen volgens de werkwijze zoemend voor - zoemend koor. Met de dobbelsteen kunt u dit rijtje husselen en nog een keer laten lezen. 5 Nieuwe letter in klikklakboekje De letter <z> wordt in de beginpositie in het klikklakboekje gehangen. Laat de kinderen een woord maken met de letter <z>. Laat enkele van de gevonden woorden voorlezen. 6 Veilig & vlot maan, pagina 14 (z1) De leerlingen nemen Veilig & vlot maan, pagina 14 (z1) voor zich. Toon deze pagina via de LA-VLL. Lees de pagina samen met de leerlingen op de gebruikelijke wijze. Voor een uitgebreide beschrijving van de werkwijze zie pagina Werkinstructie maan en ster In de nu volgende lesfase is er ook voor de leerlingen van de maan- en de ster-aanpak gelegenheid om zelfstandig aan het werk te gaan, individueel of in tweetallen. Voor de leerlingen van de ster-aanpak is in deze lesfase tijd gereserveerd voor verlengde instructie en begeleide oefening. Voorbespreking van de werkbladen kan met behulp van de LA-VLL. Toon in ieder geval werkblad 11 en benoem de plaatjes: zaag, vaas, zak; hek, zon, zes; zee, haak, zeep; vos, ziek, zeil. Noteer onderstaande opdrachten op het planbord. Veilig & vlot maan 3, pag. 15 (z2) Veilig gespeld 3, pag. 13, 14 (z1) Werkboekje maan 3, blad 11, 12, 13 Klikklakboekje Leerlingsoftware VLL Speelleesset 3, instap 1 Leesseries LESOVERGANG verlengde instructie en zelfstandig werken zelfstandig werken 47

49 Dag 5 Basisles LESOVERGANG Verlengde instructie en zelfstandig werken 1 Letters oefenen Als leerlingen van de ster-aanpak moeite hebben met het leren van de letters, is het aan te raden de letters dagelijks te oefenen in de verlengde instructie. Herhaal tot nu toe geleerde letters met behulp van de LA-VLL. 2 Veilig & vlot maan, pagina 15 (z2) Met de leerlingen van de ster-aanpak oefent u pagina 15 (z2) van Veilig & vlot maan. Doe dit volgens de werkwijze voor/koor/zelf. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen kunt u bijvoorbeeld de eerste drie rijtjes zoemend voor en zoemend koor laten lezen en de volgende drie rijtjes vlot voor en vlot koor. Laat ook de zinnetjes lezen en vraag bij welk zinnetje de tekening hoort. 3 Zelfstandig werken ster Na deze begeleide oefening gaan ook de leerlingen van de ster-aanpak zelfstandig aan het werk; in eerste instantie met het maken van de verplichte opdracht: de werkbladen 11, 12 en 13. Als ze klaar zijn met deze verplichte opdracht kunnen ze kiezen uit de facultatieve opdrachten. Alle leerlingen zijn nu zelfstandig aan het werk. Ga eerst langs bij de leerlingen van de zonaanpak. Informeer bij enkele leerlingen van de zon-aanpak of zij straks iets willen presenteren uit hun leesboekje of werkboekje. Afronding afronding 1 Presentatie lezen zon Geef één of enkele leerlingen van de zon-aanpak gelegenheid om iets van hun werk te presenteren. Toon de gekozen pagina via de LA-VLL, zodat alle leerlingen de leesboekpagina voor zich zien. 2 Terugblik: werkbladen Bespreek met behulp van de LA-VLL een of meer bladen uit het werkboekje maan, bijvoorbeeld werkblad Letterblad Toon het letterblad met behulp van de LA-VLL. Welke letter hebben we vandaag geleerd? Zie je de letter <z> op je letterblad? Als je deze letter nu al goed kent, mag je er een rondje om tekenen. 4 Koppeling leesletter en schrijfletter Met behulp van de LA-VLL kunt u kort aandacht besteden aan de vorm van de schrijfletter <z> en aan de manier waarop deze letter geschreven wordt. De uitgebreide verkenning van de schrijfletter <z> en het daadwerkelijke schrijven van deze letter gebeurt in de schrijfles. 48

50 Dag 5 Basiskwartier Doel mkm-woorden correct spellen Introductie Vertel de leerlingen dat ze nu met z n tweetjes gaan werken met Veilig gespeld. Afhankelijk van uw keuze, schrijven de leerlingen de woorden of leggen ze de woorden op de letterdoos. Veilig gespeld De leerlingen gaan in tweetallen werken. Elk tweetal heeft één exemplaar nodig van Veilig gespeld en eventueel één magnetische letterdoos. U laat de kinderen kiezen uit de spellingopdrachten op de pagina s 1 en 2 (d1) tot en met 13 en 14 (z1). Het ene kind heeft de letterdoos voor zich of een schrijfblad (dit kind maakt de spellingopdracht) en het andere kind heeft Veilig gespeld in handen (dit kind leest de opdrachten). De opdrachtgever vouwt het ringboekje dubbel en houdt het boekje zó vast dat hij/zij zelf de woorden/zinnen ziet en de andere leerling de plaatjes. Vervolgens leest de opdrachtgever het woord dat gemaakt moet worden. Let erop dat de opdrachtgever de woorden duidelijk gearticuleerd uitspreekt. De andere leerling zegt het woord na en verdeelt het woord in afzonderlijke klanken. Daarna maakt deze leerling het woord en leest ten slotte het woord nog een keer na. Als hij/zij dit gedaan heeft, leest de opdrachtgever het volgende woord. Toon met de LA-VLL het stappenplan spelling, zodat de leerlingen zich tijdens deze oefening altijd kunnen oriënteren op de stappen van dit stappenplan. 49

51 Dag 5 Integratieles lezen Doel Plezier in lezen ontwikkelen door lezen en praten over boeken Lesactiviteiten Materialen leerkracht Lezen in Leesboekje maan/ zon 3 Vrij lezen Praten over lezen Introductie Leerkrachtassistent VLL Materialen leerling Leesboekje maan/zon 3 Klassenbibliotheek Leerlingsoftware VLL Vertel de kinderen dat ze eerst gaan lezen in het leesboekje maan/zon en boekjes uit de klassenbibliotheek. Daarna wordt gepraat over het lezen en maken van versjes en gedichten. We hebben in een eerdere les samen een verhaaltje gelezen. Weet je nog, dat was het verhaal over al die muggen en de jacht op muggen. Vandaag gaan we weer zo n verhaaltje met blauwe en zwarte tekst lezen. Hanteer daarbij de aanpak die u in de vorige integratieles lezen ook hebt gebruikt. Leskern 1 Lezen Eerst gaan alle kinderen (ster, maan, zon) samenlezen, uit het leesboekje maan/zon, pagina 5. Wanneer u in de klas geen of te weinig leerlingen van de zon-aanpak hebt om samen te laten lezen met de andere kinderen, leest u zelf de samenleespagina s met de hele groep. Laat de kinderen pagina 5 voor zich nemen. Wat zie je? Twee mannen die aan het vissen zijn. Is het dag of nacht? Waar zie je dat aan? Zie je de maan schijnen? Waar zie je de maan nog meer? Juist, in het water, vlak bij het visnet. Hoe kan dat? Gaan die mannen de maan opvissen? Laat vervolgens de teksten op pagina 5 lezen volgens de door u gekozen werkwijze. Vraag de kinderen om na te denken over de titel: naar de maan. Na het lezen spreekt u kort met de kinderen over het verhaal. Wie heeft ontdekt dat de tekst rijmt? Laat het verhaaltje nog eens lezen, nu met nadruk op de delen die rijmen door telkens twee kinderen de vier rijmende zinnen (de blauwe en de zwarte) te laten lezen. Suggesties voor vragen over de inhoud: Hoe heten de mannen? Wie van de twee vist met het net? (Pim). Zien jullie Daan wijzen? Waar wijst hij naar? (Naar de weerspiegeling van de maan op het water. Laat terugdenken aan de titel: naar de maan. Kunnen Pim en Daan naar de maan reizen? Leerlingen van de zon-aanpak gaan hierna verder met lezen uit de klassenbibliotheek. Als ze een boek uit hebben, kunnen ze hierover vragen beantwoorden in de software voor leesbevordering. De leerlingen van de maan/ster-aanpak lezen de pagina s 6 en 7 uit het leesboekje maan/ zon. Daarna lezen zij eventueel ook uit de klassenbieb. U kunt ervoor kiezen om alle leer- 50

52 Dag 5 Integratieles lingen van de maan- en de ster-aanpak te begeleiden in het lezen van teksten. Door modeling krijgen ze een goed voorbeeld van de manier waarop je een tekst leest. Leerlingen van de ster-aanpak worden in ieder geval door u begeleid bij het lezen van de tekst op de pagina s 6 en 7. Deze tekst heeft de vorm van een stripverhaal. De afbeeldingen laten het verloop van het verhaal goed zien. Kijk eerst samen naar de afbeeldingen en laat de kinderen in eigen woorden het verhaal vertellen. Laat daarna de teksten plaatje voor plaatje lezen. Praat meteen over de relatie tussen tekst en illustratie door de kinderen vragen te stellen. Bij plaatje 1 bijvoorbeeld: Wie is een boot aan het maken? Bij plaatje 4: Hoe heet het jongetje dat op de kant staat? Het belevingsgesprekje over de pagina s 6 en 7 kan gaan over varen. Wie vaart er wel eens? In wat voor boot? Een roeiboot, een kano, een opblaasbootje? Ben je ook wel eens omgeslagen? Hoe liep dat af? 2 Praten over lezen Hierbij gebruikt u pagina 11 van het leesboekje maan/zon. (De pagina s 8, 9 en 10 worden in de volgende integratieles lezen gelezen.) Toon deze pagina ook via de LA-VLL. Start het gesprek met het bespreken van de titel van pagina 11: versjes en gedichten, lezen en maken. Lees daarna het gedichtje waarom? voor en laat vervolgens naar de illustraties kijken. Het meisje op het middelste plaatje schrijft. Wat zou ze schrijven? Waarschijnlijk een versje of gedichtje. De gitaar en het meisje met de microfoon laten zien dat je versjes ook kunt zingen. Verzin zelf een melodie om met de kinderen het versje waarom? te zingen. Daag vervolgens de kinderen uit om zelf vers regels te verzinnen die passen bij waarom?. Schrijf ze op het bord en laat ook deze regels zingen. Praat vervolgens over het lezen en maken van versjes en gedichtjes. Wie vindt het leuk om gedichtjes te lezen? Zijn er kinderen die thuis boeken met versjes en gedichtjes hebben? Wie maakt wel eens een gedichtje? Wie heeft wel eens in een poëziealbum geschreven? Vertel de kinderen dat er in de volgende integratieles lezen (les 7) een verzameling boeken en tijdschriften is met versjes en gedichten. Die worden gelezen tijdens het vrij lezen. De kinderen in de leesstoel zullen in die les versjes en gedichtjes zingen en voorlezen. De kinderen die thuis boeken met versjes en gedichten hebben, of een poëziealbum kunnen deze meebrengen en ook daaruit voorlezen. Afronding Houd een korte terugblik op het verloop van deze integratieles. Besteed kort aandacht aan de kinderen die gewerkt hebben met de software voor leesbevordering en stimuleer kinderen die hiervan nog geen gebruik hebben gemaakt dit ook eens te proberen. Herinner de kinderen eraan dat ze dit ook thuis kunnen doen! 51

53 Dag 5 Extra ster-tijd spelling Doel Zoekwoorden maken met magnetische letterdoos Begeleide oefening: letterdoos Elke leerling heeft een magnetische letterdoos voor zich. Bij deze oefening maken de kinderen vanuit een gegeven woord telkens een nieuw woord door één letter van het woord te veranderen. Zelf werkt u ook mee op een letterdoos. U maakt de woorden die Zoem bedacht heeft. Achtereenvolgens komen op uw letterdoos de volgende woorden: zit zet vet voet zoet zoekt. Na het vijfde woord proberen de kinderen een nieuw woord te maken door een letter aan het bestaande woord toe te voegen, en niet door een letter weg te halen en die te vervangen door een nieuwe letter. Het eerste woord wordt door u gedicteerd: Leg het woord /zit/. Klaar? Maak dan nu een nieuw woord door één letter te vervangen door een andere letter. Dit mag niet te lang duren. Als het te lang duurt, geeft u ondersteuning. De leerlingen lezen vervolgens het woord dat ze gemaakt hebben. Hierna leest u het woord voor dat Zoem bedacht heeft. Als Zoem een ander woord heeft gemaakt dan het kind, dan schuift het kind het eigen woord naar links en legt het woord van Zoem op de vrij gekomen plek. Als het rijtje van zes woorden af is, laat u de woorden hardop lezen. Eventueel kunt u nog een tweede rijtje woorden laten bedenken met het woord roe als startwoord. Zoem maakt dan de volgende woorden: roe ree reep roep soep snoep. Doel Woordenschat uitbreiden Begeleide oefening: thematafel woordenschat In de afgelopen dagen is de thematafel ingericht met als thema Hoe voel jij je?. Op de thematafel liggen allerlei voorwerpen, foto s, boeken en woordstroken die te maken hebben met dit onderwerp. Bezoek met een klein groepje van maximaal zes leerlingen de thematafel. Stel hierbij gerichte vragen over de zaken die op de thematafel te zien zijn. Kies ten slotte een van de uitgestalde boeken uit en lees dit boek voor. Praat met de kinderen over de illustraties die in het boek staan. 52

54 a u oe Auteursteam Veilig leren lezen Annemie Benoit, Astrid Geudens, Rosemarie Irausquin, Ed Koekebacker, Susan van der Linden, Ingrid van Loosbroek, Huub Lucas, Wilma Stegeman, Ludo Verhoeven, Josée Warnaar Projectteam Veilig leren lezen Angela Schelfhout en Marjon Verstappen: eindredactie Annemieke Smits: uitgever Charlotte de Clerck, Nancy van Gestel, Joke Nawara, Wanda Nawara, Niek Rooijakkers, Josanna van Werkum Vormgeving Jacqueline List: algemeen vormgevingsconcept x-hoogte, Tilburg: vormgeving binnenwerk Tekst Boekwerk, Maasbommel: bureauredactie Beeld Ann De Bode, Camila Fialkowski, Mark Janssen, Eefje Kuijl, Riske Lemmens, Anjo Mutsaars, Daniëlle Roothooft, Daniëlle Schothorst, Leo Timmers: illustraties Renate Reitler: foto s Coen de Kort: pictogrammen 2 e druk Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Voor België: Uitgeverij Zwijsen.be, Antwerpen D/2014/1919/79 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. ie f h aa l v k d t i j ui ou g o au z s

Uitprobeerpakket. Handleiding kern 4

Uitprobeerpakket. Handleiding kern 4 Uitprobeerpakket Handleiding kern 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand,

Nadere informatie

Tips spelend leren kern 3

Tips spelend leren kern 3 Tips spelend leren kern In de serie Tips spelend leren voor kern start t/m kern afsluiting worden opdrachten beschreven die leerkrachten in het keuzewerk voor hun klas kunnen opnemen op het gebied van

Nadere informatie

Met plezier beter lezen :

Met plezier beter lezen : Met plezier beter lezen : achtergrondinformatie bij het filmpje In de nieuwste versie van Veilig leren lezen, de kim-versie van 2014, staat technisch goed leren lezen en het ontwikkelen van leesbegrip

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten op het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken

Nadere informatie

lezen Hulp aan risicolezers

lezen Hulp aan risicolezers veilig leren lezen Hulp aan risicolezers bij Auteur: Ed Koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering en waarschijnlijk ook het Citoafnamemoment E3 afgenomen. De resultaten daarvan maken u duidelijk

Nadere informatie

Tips voor betere maan-lezers kern 6

Tips voor betere maan-lezers kern 6 Tips voor betere maan-lezers kern 6 In het artikel Betere maan-lezers (Digiregie/Artikelen) is geconstateerd dat er leerlingen zijn die niet de zon-leerlijn kunnen volgen maar die wel een grotere leesvaardigheid

Nadere informatie

Tips spelend leren kern 2

Tips spelend leren kern 2 Tips spelend leren kern 2 In de serie Tips spelend leren voor kern start t/m kern afsluiting worden opdrachten beschreven die leerkrachten in het keuzewerk voor hun klas kunnen opnemen op het gebied van

Nadere informatie

Is leren lezen moeilijk?

Is leren lezen moeilijk? Is leren lezen moeilijk? Ouderavond met digibord Auteurs: Angela Schelfhout, Wilma Stegeman en Susan van der Linden Om de ouders te laten ervaren hoe moeilijk het is om te leren lezen, geeft u ze een leesinstructie

Nadere informatie

Toelichting Leerkrachtassistent

Toelichting Leerkrachtassistent Toelichting Leerkrachtassistent Angela Schelfhout Veilig leren lezen kim-versie Versie 1.0 Uit het rapport van de onderwijsinspectie blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen de leesprestaties

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers kern start

Hulp aan risicolezers kern start Hulp aan risicolezers kern start Het nieuwe schooljaar is begonnen. De kinderen zijn met de vorige leerkracht doorgesproken en potentiële risicolezers zijn in het vizier. Al jaren is bekend dat directe

Nadere informatie

Extra ster-tijd. Een intensieve aanpak maakt het verschil. Wat is extra ster-tijd? Voor wie is de extra ster-tijd bedoeld? Inhoud extra ster-tijd

Extra ster-tijd. Een intensieve aanpak maakt het verschil. Wat is extra ster-tijd? Voor wie is de extra ster-tijd bedoeld? Inhoud extra ster-tijd Extra ster-tijd Een intensieve aanpak maakt het verschil Ingrid van Loosbroek Al vanaf kern start wordt extra ster-tijd beschreven in de handleiding. In dit artikel gaan we nader in op deze extra ster-tijd

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers

Hulp aan risicolezers Hulp aan risicolezers bij Auteurs: Ed koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering afgenomen. Dat waren de drie kaarten van de DMT en, hoewel facultatief, meestal ook de AVI-kaarten. De resultaten

Nadere informatie

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten in het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken

Nadere informatie

Kern 3: doos-poes-koek-ijs

Kern 3: doos-poes-koek-ijs Kern 3: doos-poes-koek-ijs In deze kern leert uw kind: Letters: d - oe - k - ij z Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep Herhaling van de letters van kern 1 en 2 Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden

Nadere informatie

Meer doen met de rijtjesboeken

Meer doen met de rijtjesboeken Lijn 3 Meer doen met de rijtjesboeken Meer doen met de rijtjesboeken De rijtjesboeken bij Lijn 3 zijn een belangrijk hulpmiddel bij het automatiseren en vlot lezen van woorden (zie bladzijde 28 en 29 van

Nadere informatie

Articuleren en voelen van de klanken

Articuleren en voelen van de klanken Articuleren en voelen van de klanken Ingrid van Loosbroek Astrid Geudens Marjolein Noé Eline Van Kerckhove Voor een sterke teken-klankkoppeling is het alzijdig verkennen van zowel de klank als de letter

Nadere informatie

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Veilig leren lezen Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Basistoetsen Herfstsignalering

Basistoetsen Herfstsignalering Inhoud De Herfstsignalering bestaat uit de volgende toetsen: Materialen Pagina 16 leesboekje maan, kern 3 Afnameformulier Basistoets Herfstsignalering op website www.toetssite.be onder Downloaden/Toetsmaterialen

Nadere informatie

Tips spelend leren kern 4

Tips spelend leren kern 4 Tips spelend leren kern 4 In de serie Tips spelend leren voor kern start t/m kern afsluiting worden opdrachten beschreven die leerkrachten in het keuzewerk voor hun klas kunnen opnemen op het gebied van

Nadere informatie

Tips voor betere maan-lezers kern 7

Tips voor betere maan-lezers kern 7 Tips voor betere maan-lezers kern 7 In het artikel Betere maan-lezers (DigiregieArtikelen) is geconstateerd dat er leerlingen zijn die niet de zon-leerlijn kunnen volgen maar die wel een grotere leesvaardigheid

Nadere informatie

Tips voor betere maan lezers kern 3

Tips voor betere maan lezers kern 3 Tips voor betere maan lezers kern 3 In het artikel Betere maan-lezers (Digiregie/Artikelen) is geconstateerd dat er leerlingen zijn die niet de zon-leerlijn kunnen volgen maar die wel een grotere leesvaardigheid

Nadere informatie

Adaptieve toets: Kern 3 + h, w

Adaptieve toets: Kern 3 + h, w VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 3 + h, w Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters kern 3+ h, w : instructie

Nadere informatie

1. LEZEN Inleiding: doel en structuur Gebaren lezen

1. LEZEN Inleiding: doel en structuur Gebaren lezen 1. LEZEN Inleiding: doel en structuur De doorloopklok wordt gezet, zodat de leerlingen weten tot wanneer er wordt gewerkt. De leerkracht vertelt welke lesonderdelen aan bod zullen komen en vertelt ook

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak ie/ei-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Kijkletter ei

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak ie/ei-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Kijkletter ei vlig leren lezen Letterkennis Aanpak /-probleem Auteur: Susan van der Linden Hulpjes bij het aanleren van In kern 6 leren de kinderen de letter. Ook voor deze letter kunt u een kijkletter maken. U vertelt

Nadere informatie

Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme

Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme Huub Lucas Het is ongetwijfeld het belangrijkste leermiddel van de kim-versie van Veilig leren lezen: Daarom wordt in de methode dagelijks met Veilig & vlot gewerkt.

Nadere informatie

Tips voor betere maan-lezers kern 1

Tips voor betere maan-lezers kern 1 Tips voor betere maan-lezers kern 1 In het artikel Betere maan-lezers (Digiregie/Artikelen) is geconstateerd dat er leerlingen zijn die niet de zon-leerlijn kunnen volgen maar die, op basis van een grotere

Nadere informatie

Veilig leren lezen Kern 1: ik - maan - roos vis

Veilig leren lezen Kern 1: ik - maan - roos vis Kern 1: ik - maan - roos vis Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e Woorden: ik - maan - roos - vis - sok aan pen en Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind

Nadere informatie

Adaptieve toets: Kern 1 + t, ee, n

Adaptieve toets: Kern 1 + t, ee, n VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 1 + t, ee, n Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters kern 1+ t, ee, n

Nadere informatie

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak eu/ui/ou-probleem veilig leren Woorden met tweetekenklanken Juist verklanken

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak eu/ui/ou-probleem veilig leren Woorden met tweetekenklanken Juist verklanken veilig leren lezen Letterkennis Aanpak eu/ui/ou-probleem Auteur: Susan van der Linden Op welke wijze kunt u problemen met de tweetekenklanken eu/ui/ou aanpakken? In dit artikel bieden we u een stappenplan

Nadere informatie

Adaptieve toets: Kern 2 + d, oe

Adaptieve toets: Kern 2 + d, oe VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 2 + d, oe Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters kern 2+ d, oe : instructie

Nadere informatie

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel veilig leren Stickers en stramienbladen Vier verschillende ringboekjes

lezen Veilig leren lezen Artikelen - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel veilig leren Stickers en stramienbladen Vier verschillende ringboekjes veilig leren lezen Ringboekje Een veelzijdig leermiddel Auteur: Josée Warnaar Het ringboekje is een aantrekkelijk leermiddel dat u op diverse manieren kunt inzetten. Het ringboekje daagt kinderen uit tot

Nadere informatie

Instapmodule Niveau A2

Instapmodule Niveau A2 Instapmodule Niveau A2 Instapmodule ter voorbereiding op Nieuwsrekenen in het s(b)o september 2013 www. nieuwsbegrip.nl Gebruikswijzer Inleiding Deze instapmodule is bedoeld als voorbereiding op het Nieuwsrekenen

Nadere informatie

lezen Ouderavond veilig leren maan roos vis Is leren lezen moeilijk? Voorbereiding Materialen Verloop van de activiteit

lezen Ouderavond veilig leren maan roos vis Is leren lezen moeilijk? Voorbereiding Materialen Verloop van de activiteit veilig leren lezen Ouderavond Is leren lezen moeilijk? Auteur: Susan van der Linden maan roos vis Om de ouders te laten ervaren hoe moeilijk het is om te leren lezen, geeft u ze een leesinstructie met

Nadere informatie

Artikel - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel

Artikel - Ringboekje: een veelzijdig leermiddel Ringboekje Een veelzijdig leermiddel Auteur: Josée Warnaar Het ringboekje is een aantrekkelijk leermiddel dat u op diverse manieren kunt inzetten. Het ringboekje daagt kinderen uit tot het leren lezen

Nadere informatie

Hoofdmeting 1. na kern 2

Hoofdmeting 1. na kern 2 VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Hoofdmeting 1 na kern 2 Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met kern 2 : instructie

Nadere informatie

Pilot Dyslexie Noordenveld (PDN) Scholingsbijeenkomst 2 januari 2018

Pilot Dyslexie Noordenveld (PDN) Scholingsbijeenkomst 2 januari 2018 Pilot Dyslexie Noordenveld (PDN) Scholingsbijeenkomst 2 januari 2018 Update & voorlopige resultaten Pilot Effectief lezen in de groep en oefenen op woordniveau (DMT) PAUZE Spelling en mogelijkheden Dizzy

Nadere informatie

Adaptieve toets: Kern 3

Adaptieve toets: Kern 3 VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 3 Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters kern 3: instructie voor de leerkracht

Nadere informatie

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 3 + h, e, w, o

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 3 + h, e, w, o VEILIG LEREN LEZEN 1 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 3 + h, e, w, o 1 Grafementoets aangeboden letters kern 3+ h, e, w, o : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat uit

Nadere informatie

lezen Caraïbisch gebied en Suriname

lezen Caraïbisch gebied en Suriname veilig leren lezen Caraïbisch gebied en Suriname Tips bij kern 3 Auteur: Wilma Stegeman Een aantal scholen in het Caraïbisch gebied en Suriname werkt niet twee, maar drie dagen lang aan een structureerwoord.

Nadere informatie

Kleuters leren lezen

Kleuters leren lezen Kleuters leren lezen Lerespel Inhoudsopgave INLEIDING... 3 STAP 1: KINDEREN MOETEN EERST BESEFFEN WAT LEZEN IS EN WAAROM HET HANDIG IS OM HET TE KUNNEN.... 4 STAP 2: DE VOORBEREIDING OP HET ZELF LEZEN;

Nadere informatie

LEESLIJN/LEESWEG. Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a

LEESLIJN/LEESWEG. Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a LEESLIJN/LEESWEG 1 e VERSIE Adaptieve toets: na dik en rik van basisblok a 1 Grafementoets aangeboden letters tot en met dik en rik : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat

Nadere informatie

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen! In dit document kunt u lezen wat de kinderen leren in elke kern. In de eerste zes kernen zal dit voornamelijk ingaan op het aanleren van woorden en letters. In de laatste kernen komt het lezen al wat meer

Nadere informatie

Luc Cielen BAS KUNSTLER LEEST. HET BEGIN. Dag 6

Luc Cielen BAS KUNSTLER LEEST. HET BEGIN. Dag 6 Dag 6 van de eerste taalperiode 1. Muzikale opmaat (25 minuten). Zang en blokfluit. 2. Mondelinge herhaling en ritmiek (25 minuten in de 1e klas, later 15 minuten). Spreken, klappen, stappen enz. van reeksen,

Nadere informatie

Nieuwsbrief groep 3 december 2014

Nieuwsbrief groep 3 december 2014 Nieuwsbrief groep 3 december 2014 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van december. Nieuws uit de groep: We hebben de woorden van kern 5 bijgevoegd in de nieuwsbrief. Het is belangrijk om deze woorden

Nadere informatie

Hoofdmeting 2. na kern 4

Hoofdmeting 2. na kern 4 VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Hoofdmeting 2 na kern 4 Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met kern 4 : instructie

Nadere informatie

LEESHUIS. Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten www.expertisecentrumnederlands.nl

LEESHUIS. Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten www.expertisecentrumnederlands.nl LEESHUIS Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na eenheid 1 (Heks Snuifiepuifie)

Nadere informatie

LESBRIEF: MOL IN DE PUT

LESBRIEF: MOL IN DE PUT LESBRIEF: MOL IN DE PUT Tips die de leerkracht kan geven aan ouders van kleuters die al interesse hebben in lezen Lees de letters voor zoals je kind dat op school leert: m: niet em maar mmm zoals mmm,

Nadere informatie

Nieuwsbrief groep 3 december 2016

Nieuwsbrief groep 3 december 2016 Nieuwsbrief groep 3 december 2016 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van december. Nieuws uit de groep: We hebben de woorden van kern 5 bijgevoegd in de nieuwsbrief. Het is belangrijk om deze woorden

Nadere informatie

Grafementoets: instructie voor de leerkracht

Grafementoets: instructie voor de leerkracht de leessleutel Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na thema 3. De toets bestaat uit een kaart, waarop de letters per thema gegroepeerd staan. De letterkennis wordt

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers kern 1

Hulp aan risicolezers kern 1 Hulp aan risicolezers kern 1 Kern start zit erop en inmiddels is steeds duidelijker in beeld welke kinderen het leesproces Ingrid van Loosbroek Ed Koekebacker vlot onder de knie krijgen en bij welke kinderen

Nadere informatie

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 1

VEILIG LEREN LEZEN. Adaptieve toets: Kern 1 VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 1 1 Grafementoets aangeboden letters kern 1 : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat uit letters die tot en met kern

Nadere informatie

Grafementoets: instructie voor de leerkracht

Grafementoets: instructie voor de leerkracht veilig leren lezen Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na kern 3. De toets bestaat uit een kaart, waarop de letters per kern gegroepeerd staan. De letterkennis

Nadere informatie

Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Spel 2: Winkeltje spelen Spel 3: Lezen voor het slapen gaan Spel 4: Blijven voorlezen

Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Spel 2: Winkeltje spelen Spel 3: Lezen voor het slapen gaan Spel 4: Blijven voorlezen Spellen bij kern 3 Spel 1: Schrijven op je rug Kinderen hebben in kern 1, 2 en 3 al veel woorden geleerd. Het is een leuk spel om de letters van die woorden op de rug van uw kind te schrijven en het kind

Nadere informatie

LESBESCHRIJVING HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO. Hoofdfase

LESBESCHRIJVING HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO. Hoofdfase HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO Hoofdfase LESBESCHRIJVING Jongere kind - Oudere kind Semester 1-2 - 3-4 - 5* Student: Linda Ouwendijk Studentnummer: 0813937 Paboklas: 2F Datum: 19-01-2010 Stageschool + BRIN:

Nadere informatie

flitsletters spellenbundel Voor speelse oefenmomenten, thuis en in de klas.

flitsletters spellenbundel Voor speelse oefenmomenten, thuis en in de klas. flitsletters spellenbundel Voor speelse oefenmomenten, thuis en in de klas. Beste ouders, Van de leerkracht van uw kind heeft u een setje flitsletters ontvangen. Flitsen is het kort (enkele seconden) laten

Nadere informatie

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Veilig leren lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Veilig leren lezen Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning.

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning. Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning. Inleiding. De module Vingerspelling en Letterherkenning is onderdeel van de methode AAD. Het is de eerste module, speciaal voor degenen die het Nederlands

Nadere informatie

VEILIG LEREN LEZEN. Elke keer wanneer er met een nieuwe kern wordt begonnen kunt u hieronder lezen waar we die periode aan werken in de groep.

VEILIG LEREN LEZEN. Elke keer wanneer er met een nieuwe kern wordt begonnen kunt u hieronder lezen waar we die periode aan werken in de groep. VEILIG LEREN LEZEN. Elke keer wanneer er met een nieuwe kern wordt begonnen kunt u hieronder lezen waar we die periode aan werken in de groep. Dit leert uw kind in Kern 8 Woorden: bank en licht Woorden

Nadere informatie

In groep 3 is het leren lezen en het plezier in het lezen erg belangrijk. We gebruiken hiervoor de methode Veilig leren lezen.

In groep 3 is het leren lezen en het plezier in het lezen erg belangrijk. We gebruiken hiervoor de methode Veilig leren lezen. In groep 3 is het leren lezen en het plezier in het lezen erg belangrijk. We gebruiken hiervoor de methode Veilig leren lezen. In groep 3 werken we voor taal, lezen en spelling met de methode Veilig leren

Nadere informatie

Kern 5: reus-jas-riem-bijl

Kern 5: reus-jas-riem-bijl Kern 5: reus-jas-riem-bijl Uw kind kent inmiddels al heel wat letters. De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de

Nadere informatie

WERKEN MET VERHALEN VAN DE HODJA

WERKEN MET VERHALEN VAN DE HODJA WERKEN MET VERHALEN VAN DE HODJA Verhalen van de Hodja: Hassan en de tijgers Introductie van het verhaal - DILIT-luisteren: o De cursisten gaan per 2 zitten (bij voorkeur 2 cursisten met dezelfde moedertaal

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers kern 2

Hulp aan risicolezers kern 2 Hulp aan risicolezers kern 2 Nieuwe kern, nieuwe doelen! Inmiddels zijn negen letters aangeleerd waarmee kinderen met plezier woorden en zinnen lezen en maken. Dit hoop je voor ieder kind. Helaas gaat

Nadere informatie

veilig leren lezen kim-versie Wat is er nieuw? Auteur: Wilma Stegeman

veilig leren lezen kim-versie Wat is er nieuw? Auteur: Wilma Stegeman veilig leren lezen kim-versie Wat is er nieuw? Auteur: Wilma Stegeman Misschien kent u de uitgave nog van Veilig leren lezen die met de structureerwoorden boom-roos-vis begon. Daarna kwam de eerste maan-roos-vis-versie

Nadere informatie

Luc Cielen BAS KUNSTLER LEEST. HET BEGIN. Dag 2

Luc Cielen BAS KUNSTLER LEEST. HET BEGIN. Dag 2 Dag 2 van de eerste taalperiode Deze dag en al de volgende dagen verlopen op identiek dezelfde wijze als de 1e dag van de taalperiode, met één verschil: na de introductie van het dagthema volgt onmiddellijk

Nadere informatie

Kern 2: teen - een - neus - buik - oog. Spellen bij kern 2. In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog

Kern 2: teen - een - neus - buik - oog. Spellen bij kern 2. In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog Kern 2: teen - een - neus - buik - oog In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog De letters i - m - r - v - s aa - p e zijn bekende letters geworden. De letters

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

DE LEESSLEUTEL. Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten

DE LEESSLEUTEL. Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten DE LEESSLEUTEL Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na thema 3. De toets bestaat

Nadere informatie

Klassikale opstelling:

Klassikale opstelling: Klassikale opstelling: We maken gebruik van een flexibele opstelling. De kinderen zitten bij de leervakken: taal, lezen, spelling en rekenen allemaal frontaal. Hierdoor kan de leerkracht snel monitoren

Nadere informatie

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen.

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen. Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help

Nadere informatie

Adaptieve toets: na basiswoorden lat en zak

Adaptieve toets: na basiswoorden lat en zak LEESLIJN HERZIENE VERSIE Adaptieve toets: na basiswoorden lat en zak Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met lat en

Nadere informatie

Maatjeslezen: samen uit één boek

Maatjeslezen: samen uit één boek Maatjeslezen: samen uit één boek Maatjeslezen is een leesvorm waarbij de leerlingen in tweetallen elkaar helpen om het leesniveau te verbeteren. Aan de leerlingen wordt het individuele leerdoel als volgt

Nadere informatie

lezen veilig leren Ouderavond Hoe moeilijk is leren lezen? Materialen Verloop van de activiteit Voorbereiding Kopieerblad 1

lezen veilig leren Ouderavond Hoe moeilijk is leren lezen? Materialen Verloop van de activiteit Voorbereiding Kopieerblad 1 veilig leren lezen Ouderavond Hoe moeilijk is leren lezen? Auteur: Susan van der Linden Om de ouders te laten ervaren hoe moeilijk het is om te leren lezen, geeft u ze een leesinstructie met alternatieve

Nadere informatie

Adaptieve toets: na basiswoorden zeef en muur

Adaptieve toets: na basiswoorden zeef en muur LEESLIJN HERZIENE VERSIE Adaptieve toets: na basiswoorden zeef en muur Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met zeef

Nadere informatie

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen?

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen? Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help

Nadere informatie

Het lettergroeiboek Hoe maakt u een lettergroeiboek? Introductie van het lettergroeiboek bij de leerling Werken met het lettergroeiboek

Het lettergroeiboek Hoe maakt u een lettergroeiboek? Introductie van het lettergroeiboek bij de leerling Werken met het lettergroeiboek Het lettergroeiboek Het lettergroeiboek brengt de letterkennis van een leerling in beeld en 'groeit' als het ware met de leerling mee naarmate hij/zij meer letters beheerst. Deze werkvorm is afkomstig

Nadere informatie

Adaptieve toets: na basiswoorden rook en kaas

Adaptieve toets: na basiswoorden rook en kaas LEESLIJN HERZIENE VERSIE Adaptieve toets: na basiswoorden rook en kaas Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters tot en met rook

Nadere informatie

Schrijfvaardigheid. Voorbereidende fase

Schrijfvaardigheid. Voorbereidende fase Schrijfvaardigheid Voorbereidende fase Foto links, foto rechts (*) Voor niet-gealfabetiseerde leerlingen is het geen evidentie om van links naar rechts te schrijven. Deze opdracht maakt hen vertrouwd met

Nadere informatie

Toelichting registratiebladen bij Veilig leren lezen

Toelichting registratiebladen bij Veilig leren lezen NIEUW_563f_Toelichting_Registratiebladen_kern_1-12_def[1].doc Pagina 1 van 13 Toelichting registratiebladen bij Veilig leren lezen Plaats van de registratiebladen binnen Veilig leren lezen De registratiebladen

Nadere informatie

Fonemendictee deel 1 en deel 2

Fonemendictee deel 1 en deel 2 Toet s i n s t r u c t i e W i n ters i g n a ler i n g k e r n 6 Inhoud De Wintersignalering bestaat uit de volgende toetsen: Materialen Fonemendictee deel 1 en 2 op website www.toetssite.be onder Downloaden/Toetsmaterialen

Nadere informatie

Adaptieve toets: Kern 4 + eu, j, ie, l

Adaptieve toets: Kern 4 + eu, j, ie, l VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 4 + eu, j, ie, l Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters kern 4+ eu, j,

Nadere informatie

Een lijn in (begrijpend) luisteren en lezen voor de ganse basisschool

Een lijn in (begrijpend) luisteren en lezen voor de ganse basisschool Een lijn in (begrijpend) luisteren en lezen voor de ganse basisschool 1 Leren begrijpen van geschreven taal Wanneer en hoe? Begrijpend luisteren/lezen Wat heeft invloed op begrijpend luisteren/lezen? 2

Nadere informatie

Acht leesadviezen voor thuis

Acht leesadviezen voor thuis Acht leesadviezen voor thuis Advies1 Advies 2 Advies 3 Advies 4 Advies 5 Advies 6 Advies 7 Advies 8 Overleg met uw kind over de tijdstippen waarop er het best kan worden ge. Als uw kind daarin inbreng

Nadere informatie

Voordoen (modelen, hardop denken)

Voordoen (modelen, hardop denken) Voordoen (modelen, hardop denken) De tekst hieronder gebruikt u bij opdracht 3. U doet dan op het bord voor hoe u een gedicht schrijft. Hardopdenktekst Zelf vind ik het best erg voor de mensen in Egypte

Nadere informatie

De ontwikkelde materialen per unit.

De ontwikkelde materialen per unit. Handleiding. Dit is de handleiding voor het remediërende programma voor de leeszwakke leerling bij het vak Engels. De hulpmiddelen zijn ontwikkeld voor leerlingen die bij de toetsen technisch lezen uitvallen

Nadere informatie

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Antoniusschool Groep 5/6 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding: 1. Je kiest

Nadere informatie

Nieuwsbrief groep 3 januari 2018

Nieuwsbrief groep 3 januari 2018 Nieuwsbrief groep 3 januari 2018 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van januari. Nieuws uit de groep: Bij rekentuin staan scores bij elk tuintje. Bij een gemiddelde score halen de kinderen in groep

Nadere informatie

lezen veilig leren Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Zinnen maken met woorden én beeldtaal zijn Les 1

lezen veilig leren Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Zinnen maken met woorden én beeldtaal zijn Les 1 veilig leren lezen Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Auteur: Josée Warnaar Zinnen maken met woorden én beeldtaal Regio noord en midden hebben kern 2 behandeld als de Kinderboekenweek begint. Regio

Nadere informatie

LEESLIJN/LEESWEG. 1 e VERSIE. Adaptieve toets: na huis en hout van basisblok b

LEESLIJN/LEESWEG. 1 e VERSIE. Adaptieve toets: na huis en hout van basisblok b LEESLIJN/LEESWEG 1 e VERSIE Adaptieve toets: na huis en hout van basisblok b 1 Grafementoets aangeboden letters tot en met huis en hout : instructie voor de leerkracht Algemene informatie: Deze toets bestaat

Nadere informatie

Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren

Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren Studieschema voor goed en zelfverzekerd spelen Page 1 of 5 Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren Taak Een nieuw stuk leren zonder instrument Noten instuderen Opname beluisteren Notenbeeld

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

veilig leren lezen Toelichting Leerkrachtassistent versie 2.0

veilig leren lezen Toelichting Leerkrachtassistent versie 2.0 veilig leren lezen Toelichting Leerkrachtassistent versie 2.0 Auteurs: Angela Schelfhout en Wilma Stegeman Uit het rapport van de onderwijsinspectie blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen de

Nadere informatie

Adaptieve toets: Kern 5 + g, ui

Adaptieve toets: Kern 5 + g, ui VEILIG LEREN LEZEN 2 e MAANVERSIE Adaptieve toets: Kern 5 + g, ui Voor meer informatie of het downloaden van deze of vele andere handige documenten Grafementoets aangeboden letters kern 5+ g, ui : instructie

Nadere informatie

Nieuwsbrief groepen 3 week: 4

Nieuwsbrief groepen 3 week: 4 Nieuwsbrief groepen 3 week: 4 Wist je dat? - Kern 7 van Veilig Leren Lezen over piraten gaat en we dat thema erg leuk vinden. - Er de afgelopen 2 weken regelmatig lessen uitvielen, omdat we druk bezig

Nadere informatie

Nieuwsbrief groep 3 januari 2016

Nieuwsbrief groep 3 januari 2016 Nieuwsbrief groep 3 januari 2016 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van januari. Nieuws uit de groep: Wat hebben de kinderen in deze eerste periode al veel geleerd! Het is erg leuk om deze vooruitgang

Nadere informatie

Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie.

Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie. Titel Vruchtentaart Groep / niveau Groep 5/6 Leerstofaspecten Benodigdheden Organisatie Bedoeling Voorwaardelijke vaardigheden Lesactiviteit Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie. Leerkracht:

Nadere informatie

Kern 7: sch-woorden en ng-woorden

Kern 7: sch-woorden en ng-woorden Kern 7: sch-woorden en ng-woorden In deze kern leert uw kind: Letters: hoofdletters Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank Alle letters compleet In de kernen 1 tot en met 6 heeft uw kind alle

Nadere informatie

Nieuwsbrief groep 3 januari 2017

Nieuwsbrief groep 3 januari 2017 Nieuwsbrief groep 3 januari 2017 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van januari. Nieuws uit de groep: Wat hebben de kinderen in deze eerste periode al veel geleerd! Het is erg leuk om deze vooruitgang

Nadere informatie