Dienst Stadsontwikkeling. Bestemmingsplan. Vogelenbuurt en Tuinwijk. mei

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Dienst Stadsontwikkeling. Bestemmingsplan. Vogelenbuurt en Tuinwijk. mei"

Transcriptie

1 Dienst Stadsontwikkeling Bestemmingsplan Vogelenbuurt en Tuinwijk mei 2006 Bestemmingsplan Vogelenbuurt en Tuinwijk, mei 2006

2 * = locatie plangebied

3 Bestemmingsplan Vogelenbuurt en Tuinwijk Mei 2006 Dienst Stadsontwikkeling Afdeling Stedenbouw en Monumenten Sectie juridische zaken

4

5 Toelichting

6

7 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding Doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Bestemmingsplanmethodiek Beleid Algemeen Rijksoverheid Provinciale en regionale plannen Gemeentelijke plannen en beleid Planbeschrijving Inleiding Ruimtelijke en historische structuur Functionele structuur Verkeersstructuur Stedelijk groen en ecologie Archeologie en cultuurhistorie Monumenten Welstand Milieuaspecten Geluidhinder Bedrijven Bodem Luchtkwaliteit Waterparagraaf Duurzaamheid Hoofdkabels en -leidingen Externe veiligheid Flora en fauna Juridische planbeschrijving Verantwoording planvorm Systematiek "Woondoeleinden" Artikelsgewijze toelichting Prostitutie LPG Handhaving Economische uitvoerbaarheid Inspraak en overleg inspraak en artikel 10 overleg PPC...71

8 2 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Overzicht Monumenten PPC-advies Rapportage luchtkwaliteit

9 3 1. Inleiding 1.1. Doel van het bestemmingsplan Het voornemen tot het opstellen van het bestemmingsplan "Vogelenbuurt en Tuinwijk" is opgenomen in de notitie "Meerjarenplanning bestemmingsplannen " van de afdeling Stedenbouw en Monumenten van de Dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Utrecht. In deze notitie wordt een meerjarenplanning gegeven voor het actualiseren van planologisch-juridische regelingen voor het gemeentelijk grondgebied. Het nieuwe bestemmingsplan heeft als doel de totstandkoming van een eenduidige en samenhangende juridisch-planologische regeling. Het bestemmingsplan richt zich voornamelijk op beheer van de bestaande situatie en het vastleggen van de functionele en ruimtelijke structuur. In het plan worden de wijzigingen in de wet- en regelgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening, die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan, verwerkt. Met dit bestemmingsplan wordt aansluiting gezocht bij recent totstandgekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente, waarbij wordt gestreefd naar uniformiteit van bestemmingslegging en regelgeving.

10 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen ten noorden van de oude binnenstad van Utrecht.. Afbeelding 1: Ligging plangebied Het plangebied wordt begrensd door de Kardinaal de Jongweg, Willem Arntzkade en het Zwartewater aan de noordkant, het Griftpark in het oosten, de Stadsbuitengracht in het zuiden, en de Hopakker in het westen. De plangrenzen van het bestemmingsplan sluiten aan op die van recente juridisch-planologische regelingen. Tevens wordt er rekening gehouden met toekomstig te vervaardigen bestemmingsplannen.

11 5 Afbeelding 2: Begrenzing plangebied Vigerende plannen Binnen het plangebied vigeren de Voorschriften Bebouwde Kom, de Leefmilieuverordening en er gelden regels ten aanzien van het beschermde stadsgezicht. Voorschriften Bebouwde Kom Binnen het plangebied gelden de Voorschriften Bebouwde Kom 1958 (VBK). Deze zijn vastgesteld door de raad d.d en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d Gebieden die onder de VBK vallen zijn onderverdeeld in VBK-geel (woonbestemming: gestapeld), VBK-rood (woonbestemming: eengezinshuizen of beneden/bovenwoning), VBKgroen (groenbestemming) en VBK-blauw (bedrijfsbestemming). De VBK geven geen voorschriften met betrekking tot de bebouwingsmogelijkheden (hoogteopbouw en rooilijnen) en het gebruik van de gronden. Hiervoor moet grotendeels worden teruggevallen op de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening. Gebieden in het plangebied die onder de VBK-rood vallen zijn Tuinwijk en Vogelenbuurt (het gebied gelegen tussen de Talmalaan, Hopakker, Stadsbuitengracht, Griftpark en de Kardinaal de Jongweg).

12 6 Een gebied dat onder de VBK-groen valt betreft het plantsoen aan de Willem Arntszkade. Leefmilieuverordening Een Algemene Leefmilieuverordening (ALMV),op grond van art. 7 van de Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing, is door de gemeenteraad vastgesteld d.d en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d voor een periode van vijf jaar. De ALMV heeft als doel het voorkomen van achteruitgang van de woon- en werkomstandigheden in, of het uiterlijk aanzien van, een gebied, zolang voor dat gebied nog niet kan worden beschikt over een modern stadsvernieuwings- of bestemmingsplan. De ALMV is een overbruggingsmaatregel met een beperkte geldigheidsduur en heeft een aanvullend karakter. De ALMV verbiedt de wijziging van het gebruik van gebouwen of van één of meer delen van een gebouw anders dan voor woondoeleinden, en het oprichten of vergroten van gebouwen ten behoeve van een bedrijf. Verder is de Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing van belang in verband met het verkrijgen van een sloopvergunning. De ALMV geldt in zowel Tuinwijk en Vogelenbuurt. Momenteel is een nieuwe ALMV in voorbereiding. Beschermd Stadsgezicht Tot het Beschermd Stadsgezicht 1 behoort een strook bebouwing tot een diepte van 15 meter langs de Weerdsingel Oostzijde en de Wittevrouwensingel. Op het gebied van het Beschermd Stadsgezicht zijn de bepalingen van de artikelen 36 (plicht tot vaststellen van ter bescherming van het stadsgezicht strekkend bestemmingsplan) en 37 (sloopverbod behoudens vergunning) van de Monumentenwet van toepassing Bestemmingsplanmethodiek Het bestemmingsplan richt zich voornamelijk op beheer van de bestaande situatie en het vastleggen van de functionele en ruimtelijke structuur. Ten aanzien van gebieden waar mogelijk veranderingen zullen gaan plaatsvinden heeft het college van burgemeester en wethouders recent besloten dat deze veranderingen alleen in een op beheer gericht bestemmingsplan zullen worden meegenomen als de ontwikkelingen voldoende uitgekristalliseerd zijn. In alle andere gevallen zal aan dit soort gebieden een conserverende bestemming wordt gegeven, die zoveel mogelijk aansluit bij de geldende bestemming en het bestaande (legale) gebruik. Deze keuze hangt samen met de opdracht van de gemeenteraad, om de gehele gemeente Utrecht vóór 2011 voorzien van moderne, actuele bestemmingsplannen voor alle wijken. Wachten op nu nog onzekere bouwplannen houdt het plan- en besluitvormingsproces van op beheer gerichte bestemmingsplannen teveel op. 1 Het gebied, dat blijkens de beschikking van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 3 december 1975, MMA/MO , is aangewezen als stadsgezicht in de zin van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.

13 7 Dit betekent overigens niet dat toekomstige initiatieven op voorhand worden afgewezen; dergelijke initiatieven volgen een afzonderlijk planvormingstraject en zullen via een afzonderlijke procedure planologisch-juridische worden verankerd. Uitvoering ervan zal dus te zijner tijd mogelijk gemaakt moeten worden met behulp van een vrijstellingsprocedure ex artikel 19 van de wet op de Ruimtelijke Ordening of een herziening van het bestemmingsplan.

14 8

15 9 2. Beleid 2.1. Algemeen Op verschillende bestuurlijke niveaus zijn in de loop van de tijd beleidsuitspraken geformuleerd die van belang zijn of raakvlakken hebben met de ruimtelijke situatie in het voorliggende plangebied. In dit hoofdstuk worden de relevante nota's kort omschreven Rijksoverheid Nota Ruimte In januari 2002 is deel 3 van de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening verschenen (kabinetsstandpunt). De behandeling van de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening is gestaakt. Het (toenmalig demissionaire) kabinet Balkenende achtte de analyses en hoofddoelstellingen van de huidige Vijfde Nota, het Tweede Structuurschema Groene Ruimte (SGR2) en het oude NVVP een goede basis voor de gewenste beleidsaanpassingen. De huidige Vijfde Nota en het Tweede Structuurschema Groene Ruimte zijn geïntegreerd in de Nota Ruimte om het aantal rijksnota's te verkleinen en de eenduidigheid van het rijksbeleid te vergroten. In het Strategisch Akkoord is opgenomen in welke richting bijstelling van het nationaal ruimtelijk beleid nodig is. De Stellingnamebrief Nationaal Ruimtelijk Beleid (1 november 2002) geeft de richting aan van de hiervoor noodzakelijke aanpassingen. Utrecht is onderdeel van de zogenaamde Deltametropool. De Deltametropool is een nationaal stedelijk netwerk van internationaal niveau, dat concurreert met andere metropolitane gebieden in Europa. De stedelijke en landelijke diversiteit, metropolitane functies en het blauw-groene deltakarakter vormen de unieke kwaliteiten van dit gebied waarvan de belangrijkste steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere zijn. De nadruk ligt op versterking van de bestaande ruimtelijke hoofdstructuur met als doel versterking van de synergie tussen de samenstellende delen en vergroting van de complementariteit van de steden. Dit betekent: versterking van de water- en groenstructuur; versterking van de bestaande netwerken van weg, spoor en water; versterking van de verstedelijking door intensivering in bestaand gebouwd gebied en bundeling van nieuwe verstedelijkingsopties op en aan de Randstadring. Vooralsnog zorgt de Nota niet voor beleidswijzigingen met betrekking tot het plangebied Provinciale en regionale plannen Streekplan Provincie Utrecht Het vigerende Streekplan voor de Provincie Utrecht is vastgesteld in Het plangebied is op de streekplankaart aangeduid als stedelijk gebied. Met betrekking tot het plangebied stelt het streekplan dat de stedelijke veranderingsprocessen als stads- en dorpsvernieuwing, herstructu-

16 10 rering en verdichting van groot belang zijn. Dit mede in relatie tot de beoogde verhoging van kwaliteit van de woonomgeving. Hieronder wordt een aantal kernpunten van het Streekplan Utrecht weergegeven: het watersysteem medebepalend laten zijn bij het toekennen en ontwikkelen van ruimtelijke functies; behoud van aardkundige en cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten en het vergroten van de herkenbaarheid, zichtbaarheid, functionaliteit en toegankelijkheid ervan; bereikbaarheid van de provincie op een acceptabel niveau brengen en de gevolgen van de mobiliteit voor het leefmilieu op een aanvaardbaar niveau brengen; opvang van de eigenbevolkingsgroei, waarbij ook gekeken wordt naar differentiatie en kwaliteitsverbetering van woon- en werkmilieus; ruimte blijven bieden voor duurzame economische ontwikkeling binnen de provincie. Regionaal Structuurplan (RSP) Door het Bestuur Regio Utrecht is het regionaal structuurplan (RSP) opgesteld. Onder andere vormt dit een toetsingskader voor planologische besluiten van de betrokken gemeenten. In het RSP wordt aangegeven dat de regio een strategie volgt, die is gericht op behoud, verbetering en herstructurering van het bestaand stedelijk gebied. Op dit moment werkt het BRU aan een nieuw RSP voor de periode 2005 tot Het huidige RPS stelt dat er meer aandacht moet komen voor hoogwaardige en duurzame woonmilieus, hierbij zijn functiemenging, differentiatie van woonmilieus en een evenwichtige wijkopbouw van belang. Niet van Gisteren, Cultuurhistorische hoofdstructuur van de Provincie Utrecht De nota 'Niet van Gisteren', is de komende jaren richtinggevend voor het ruimtelijk cultuurhistorisch beleid in de Provincie Utrecht. Het plangebied wordt hier aangeduid als een bebouwd gebied met archeologische waarde. Er dienen eisen gesteld te worden ten aanzien van de archeologie Gemeentelijke plannen en beleid Collegeprogramma In december 2000 is het collegeprogramma verschenen. In dit document is veel aandacht besteed aan bestuurlijke vernieuwing, leefbaarheid en veiligheid in de stad. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn vooral de uitspraken met een planologische en stedenbouwkundige invalshoek relevant. In het collegeprogramma worden beleidsintenties uitgesproken die op een later tijdstip worden uitgewerkt in concreet beleid. Structuurvisie (2004) De gemeente heeft een structuurvisie voor de stad Utrecht opgesteld. De Structuurvisie Utrecht 2015/2030 is medio 2004 vastgesteld door de gemeenteraad.

17 11 In de structuurvisie van 2004 zijn de kernkwaliteiten van de stad verwerkt in drie ontwikkelingsperspectieven: "De Markt", "Het Podium" en "De Binnentuin". In het perspectief "De Markt" wordt het economische, dynamische en hoogstedelijke karakter van de stad versterkt. Ontwikkelingsperspectief "Het Podium" richt zich op de stad als ontmoetingsplaats voor kunst, cultuur, onderwijs, voorzieningen en recreatie. Perspectief "De Binnentuin" wil ruimte geven aan de specifieke identiteit van wijken en buurten. De wijk is de maat, ingericht als verblijfsgebied. De wijken Vogelenbuurt en Tuinwijk worden in de structuurvisie aangegeven als binnentuin. De opgave voor de binnentuinen ligt vooral in het conserveren en versterken van de kenmerkende structuren binnen een wijk. De hoofdfunctie in de binnentuinen is wonen. Er zijn mogelijkheden tot kleinschalige functiemenging in de vorm van woon/werkunits, of kleinschalige bedrijvigheid of detailhandel. De gebieden zijn voornamelijk autoluw. Bestaande kenmerken van de wijken worden beter benut. Voor Vogelenbuurt en Tuinwijk betekent dit o.a. dat de aanwezigheid van het Griftpark, de Vecht en de groenstrook langs de Willem Arntzkade met bijbehorend park versterkt worden. Wonen naar wens (2000) In de gemeentelijke nota 'Wonen naar Wens' (raadsbesluit 28 september 2000) zijn de stedelijke ambities voor het wonen vastgelegd. Dit beleid komt neer op het optimaliseren van de samenstelling van de woningvoorraad in kwalitatief en kwantitatief opzicht volgens het scenario van de Vitale stad. Het bevorderen van doorstroming is daarbij een belangrijk doel van de woningbouwprogrammering. Tegelijkertijd geldt het uitgangspunt het huidige aantal bereikbare woningen gelijk te houden. Op wijkniveau kan dit differentiatie van de woningvoorraad betekenen, rekening houdend met de woonbehoeften en gebruik makend van de beschikbare veranderruimte. Welstand en welstandsnota De sinds 1 januari 2003 gewijzigde Woningwet kent een driedeling in bouwvergunningvrije, licht-bouwvergunningplichtige en regulier bouwvergunningsplichtige bouwwerken. Voor toetsing van bouwplannen aan redelijke eisen van welstand gelden voor deze soorten bouwwerken verschillende procedures. Bouwvergunningsplichtige bouwwerken dienen een welstandstoetsing te krijgen door de welstandscommissie. Voor kleinere, veel voorkomende bouwwerken - meestal lichtvergunningplichtige - zijn loketcriteria opgesteld die ambtelijk worden getoetst. Indien er afgeweken wordt van de loketcriteria of het betreft een lichtvergunningplichtig bouwwerk waar geen loketcriteria voor zijn opgesteld, vindt altijd een toetsing plaats door de welstandscommissie. Bouwvergunningvrije bouwwerken krijgen geen welstandstoetsing, tenzij er bij realisatie sprake is van 'ernstige' mate van strijdigheid met redelijke eisen van welstand (repressief). De welstandsnota gaat vooral in op zaken die in het bestemmingsplan niet 'geregeld' kunnen worden. Het is een document dat moet zorgen voor een transparant welstandsbeleid.

18 12 In de Welstandsnota Utrecht, getiteld 'De schoonheid van Utrecht' (2004), is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van bouwvergunningsplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de sneltoetscriteria. Voor bouwvergunningsplichtige bouwwerken geldt het volgende: In de nota wordt op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven. Voorts wordt er onderscheid gemaakt in ambities en worden deze vertaald in beleidsniveaus per gebied. Deze beleidsniveaus zijn: Behoud, Respect en Open. De drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur. Tenslotte worden er algemeen geldende beoordelingscriteria geformuleerd die alleen per beleidsniveau verschillen en dus niet per gebied. De Welstandsnota is per gebied raadpleegbaar, de sneltoetscriteria voor lichtvergunningplichtige bouwwerken vormen een apart onderdeel. Een meer uitgebreide beschrijving van het welstandsbeleid ten aanzien van het plangebied is te vinden in de gebiedsbeschrijving van dit plan (paragraaf 3.2 en 3.9). Gemengde stad, sterke stad, eindrapport projectgroep functiemenging Uit oogpunt van onder andere leefbaarheid en versterking van de stads- en wijkeconomie is de laatste jaren het besef gegroeid dat een menging van de functies wonen, werken en voorzieningen in woongebieden bevorderd zou moeten worden. De aandacht voor functiemenging wordt onderstreept in verschillende gemeentelijke beleidsstukken. Voordelen van functiemenging zijn onder meer: het vergroten van de leefbaarheid; het bevorderen van de wijkwerkgelegenheid; het verbeteren van de emancipatie; een automobiliteitreductie. In principe wordt behoud van functiemenging nagestreefd voor de hele stad. Ontmenging moet worden tegengegaan. In geval van bedrijfsverplaatsing of bedrijfsbeëindiging is het bijvoorbeeld de bedoeling dat er zich op die specifieke locatie opnieuw een bedrijf vestigt. Op dit moment wordt in dergelijke situaties dikwijls de werkfunctie omgezet in een woonfunctie. De noodzakelijke beleidsinstrumenten worden ingezet om functiemenging van wonen en werken te behouden. Detailhandelsnota "Boodschap aan winkels" Het detailhandelsbeleid is vastgelegd in de detailhandelsnota 'Boodschap aan winkels'. Deze nota kent een aantal beleidsuitgangspunten. Voor dit plangebied is het uitgangspunt 'komen tot een zo fijnmazig mogelijk, op commerciële basis functionerend detailhandelsaanbod' relevant. De kwaliteit van het aanbod van met name de dagelijkse goederen van de inwoners moet verzekerd worden. Voorts wordt gekozen voor het bevorderen van de clustering van (met name dagelijkse) winkelvoorzieningen binnen de wijken (dus in de buurt- en wijkwinkelcentra). Deze

19 13 clustering is in veel situaties de enige manier om voldoende draagvlak te creëren voor het commercieel functioneren van winkels en daarmee het realiseren van behoud van een compleet en attractief voorzieningenaanbod te realiseren. Het Willem van Noortplein e.o. is aangegeven als buurtwinkelcentrum. 'Welterusten', Hotelnota Het gemeentelijk hotelbeleid is vastgelegd in de nota 'Welterusten', Hotelnota Hoofddoelstelling van deze nota is het verkrijgen van evenwicht tussen vraag en aanbod uitgaande van externe ontwikkelingen. Hotelontwikkeling binnen het plangebied is op grond van deze nota mogelijk. Nota 'Zet 'm op toerisme', meerjarenprogramma Speerpunten van toeristisch beleid zijn: ontwikkelen water-, cultuurhistorisch-, en zakelijk toerisme en evenementen. De bestaande - karaktersitieke - bebouwing, het water en het groen bieden hiervoor mogelijkheden binnen het plangebied. Strategisch kader kleinschalige bedrijfshuisvesting Vraag naar en aanbod van bedrijfshuisvesting worden met elkaar geconfronteerd in het strategisch kader kleinschalige bedrijfshuisvesting. Deze confrontatie biedt aanknopingspunten voor het realiseren van ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid (zoals aan huis gebonden bedrijvigheid) die goed te mengen is met woonfuncties. De wijken krijgen hierdoor een sterker economisch draagvlak. Ontwikkelingskader Kantoren en Bedrijven Er is sprake van "limitatief beleid" ten aanzien van grootschalige kantoorontwikkelingen in Utrecht. Er is in BRU verband een lijst opgesteld van locaties en daaraan verbonden volumes te ontwikkelen kantoren. In onderhavig plangebied zijn geen grootschalige kantoorlocaties aanwezig. Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (2005) Algemeen Het verkeers- en vervoerbeleid voor de gemeente Utrecht voor de periode is vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP). Om een goede balans tussen bereikbaarheid, veiligheid en leefmilieu te realiseren wordt in het GVVP gekozen voor selectieve bereikbaarheid. De economisch belangrijke gebieden, de kerngebieden, worden via een aantal verkeersassen goed bereikbaar gemaakt. In de overige gebieden (de verblijfsgebieden) en rond de overige verkeersassen krijgen veiligheid en leefmilieu prioriteit. Ook wordt de mobiliteit buiten piek- en spitsuren gefaciliteerd, maar tijdens piek- en spitsuren moet met name de groei van de automobiliteit worden afgevlakt. Dit gebeurt door het openbaar vervoer en fietsvoorzieningen te verbeteren en door met verkeers- en mobiliteitsmanagement de mobiliteitsvraag zo goed mogelijk over het totale verkeerssysteem te verdelen. Om dit te bereiken wordt het GVVP uitgewerkt in concrete projecten en activiteiten. De eerstkomende jaren staan vooral de activiteiten als verkeers- en mobiliteitsmanagement centraal. Met name na 2010 komen

20 14 nieuwe infrastructurele projecten aan de orde. Het succes van maatregelen wordt bepaald door de kwaliteit te vergelijken met de streefkwaliteiten voor bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefmilieu die het GVVP vastlegt. Autoverkeer Utrecht gaat met het GVVP uit van de volgende opbouw van het stedelijke netwerk auto: 1. De hoofdstructuur maakt de stad als geheel bereikbaar met de (vracht)auto, voor verplaatsingen van en naar Utrecht en voor verplaatsingen van wijk naar wijk. De hoofdstructuur bestaat uit: de RING Utrecht: de parallelbanen 2 van de snelwegen rond Utrecht en de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). De RING vormt de schakel tussen het landelijke net van autosnelwegen en de primaire en secundaire assen. primaire assen, die de kerngebieden bereikbaar maken. Het grootste deel van het autoverkeer naar de kerngebieden gaat via deze assen. secundaire assen, die zorgen voor aanvullende bereikbaarheid van de kerngebieden. De hoofdstructuur is middels het GVVP vastgelegd en vormt uitgangspunt voor alle gemeentelijke plannen. 2. Door het stedelijk verkeer te bundelen op de hoofdstructuur ontstaan zo groot mogelijke verblijfsgebieden. In de wijken krijgen verkeersveiligheid en leefmilieu prioriteit. De wijkontsluitingswegen (50 km/uur) zorgen voor de aansluiting van de wijken op de hoofdstructuur en een goede bereikbaarheid van de wijk- en buurtvoorzieningen (onder meer voor bevoorradend verkeer). Autoverkeer en het ontsluitend openbaar vervoer rijdt bij voorkeur via de wijkontsluitingswegen de wijk in en uit. De rest van de wijk is verkeersluw en wordt zo veel mogelijk ingericht als 30 km/uur-gebied. Bij de totstandkoming van plannen in de wijk mag van de in het GVVP aangewezen wijkontsluitingswegen worden afgeweken, mits dit goed beargumenteerd wordt, er elders in de wijk een alternatieve route wordt ingericht als wijkontsluitingsweg en (daarmee) de ontsluiting van de wijk voor OV en auto op peil blijft. Bij de opbouw, regelgeving en vormgeving van het netwerk houdt Utrecht zo veel mogelijk de landelijke principes van een duurzaam veilige weginrichting aan. Door deze principes te hanteren kan de automobilist snel herkennen op wat voor type weg hij zich bevindt. Openbaar Vervoer De vervoersdiensten (OV-lijnen) zijn het meest bepalend voor de opbouw van het openbaar vervoer. Utrecht gaat in het GVVP uit van de volgende opbouw van het OV-lijnennetwerk: 1. Een verbindend stelsel bestaand uit de volgende elementen: Bovenregionale treinen (HSL, Intercity's en Sneltreinen) en interliners zorgen voor (inter)nationale en interregionale verbindingen naar Utrecht. Randstadspoor (RSS) verzorgt, aangevuld met streekbussen, het regionale OV. 2 Deze zijn nog niet langs alle snelwegen die deel uitmaken van de RING aanwezig of gepland. Dit is echter wel het wensbeeld van Utrecht.

21 15 De sneltramlijn en snelle buslijnen (HOV- en VOV-lijnen 3 ) vormen de stedelijke hoofdstructuur en verbinden de kerngebieden in en rond Utrecht met elkaar en met de stations. Voldoende snelheid, doorstroming, regelmaat en stiptheid zijn hierbij vereist. Het streefbeeld voor het verbindend stelsel (en bijbehorende infrastructuur) wordt met het GVVP vastgelegd en is uitgangspunt voor gemeentelijke plannen. 2. Een fijnmazig stelsel van stadsbuslijnen zorgt voor de ontsluiting van alle delen van de stad. Stadsbuslijnen hebben haltes binnen circa 400 meter van de woning of bestemming. Daarnaast ontstaat behoefte aan overstapmogelijkheden voor de bus op strategische locaties in de stad, zoals (behalve de stations) transferia en stedelijke kerngebieden. In de infrastructuur komt het onderscheid verbindend - ontsluitend terug: Het Spoor, gebruikt door trein en RSS. Primaire assen: sneltrambaan en HOV-banen. Exclusieve OV-infrastructuur, gebruikt door HOV-lijnen, interliners en streekbussen. Waar VOV-lijnen en stadsbuslijnen gelijk lopen met een HOV-lijn gebruiken deze ook de HOV-baan. Voor de HOV-banen wordt vertramming op lange termijn niet uitgesloten. Secundaire assen: VOV-infrastructuur, gebruikt door VOV-lijnen, interliners en streekbussen. Waar stadsbuslijnen gelijk lopen met een VOV-lijn gebruiken deze ook de VOVinfrastructuur. Alleen daar waar nodig worden maatregelen (busstrook of -baan, prioriteit op kruisingen) genomen om het OV een betrouwbare snelheid te bieden. Wijkontsluitingswegen. Wegen in de wijk met een maximumsnelheid van 50 km/uur, om de doorstroming van de stadsbuslijnen te garanderen in verblijfsgebieden. Deze wegen worden behalve door OV in het algemeen ook door auto's (en fiets) gebruikt. Als aanvulling op dit netwerk fungeert het aanvullend vraagafhankelijk vervoer (met name regiotaxi en taxi). Dit wordt aangeboden waar of wanneer lijngebonden OV niet voldoende rendabel is, zoals buiten het stedelijk gebied, in de nacht en voor bijzondere doelgroepen (bijvoorbeeld regiotaxi voor minder validen, de taxi voor toeristen, zakelijk reizigers etc.). Goederenvervoer Goederenvervoer vindt plaats over weg, water en spoor. Het goederenvervoernetwerk zoals het GVVP dat vastlegt bestaat uit: Primaire assen voor het lange afstandsvervoer. Het netwerk omvat weg, water en spoor en heeft Lage Weide als belangrijk knooppunt. Utrecht zet daarbij in op zo veel mogelijk vervoer over water en spoor. Primaire assen voor bevoorrading (water en weg), die de belangrijkste te bevoorraden kerngebieden verbinden met de RING Utrecht, knooppunt Lage Weide en mogelijke toekomstige kleinschalige overslagpunten (ook voor consumenten) aan de rand van de stad. Het betreft voor de weg een selectie uit de primaire en secundaire assen voor de personenauto, aangevuld met de uit twee delen bestaande Singelring. Op deze routes wordt gestreefd naar een geschikte vormgeving en voldoende doorstroming voor het vrachtverkeer. 3 HOV = Hoogwaardig Openbaar Vervoer; VOV = Verbindend Openbaar Vervoer

22 16 Vrachtverkeer wordt weliswaar geconcentreerd op de primaire assen, maar ook de overige primaire en secundaire assen en wijkontsluitingswegen voor het personenauto zijn in principe voldoende toegankelijk voor vrachtverkeer, om de bedrijven en woningen langs deze weg te kunnen bevoorraden. Als laatste schakel in de bevoorrading is de beschikbaarheid van voldoende laad- en losruimte noodzakelijk. Daarnaast streeft Utrecht ernaar buiten het voetgangersgebied van de binnenstad venstertijden te voorkomen. Parkeernota 'Parkeren, een kwestie van kiezen' (2003) In de nota "Parkeren, een kwestie van kiezen" 2003 heeft de gemeente Utrecht haar parkeerbeleid vastgelegd. Dit beleid kent een aantal uitgangspunten: het parkeerbeleid dient sturend te zijn (de schaarse parkeerruimte dient optimaal en efficiënt te worden benut); het beleid is gericht op een vitale binnenstad, wat zich uit in de bouw van parkeergarages aan de rand van de binnenstad; er wordt ingezet op een keten van transferia aan de randen van de stad, met name voor het niet-noodzakelijke autoverkeer; de economische functie dient te worden gewaarborgd; de woonfunctie dient te worden gewaarborgd; parkeerbeleid houdt niet op bij de gemeentegrenzen. In de Parkeernota wordt een aantal gebieden genoemd waar zal worden onderzocht of daar binnen 10 tot 15 jaar betaald parkeren kan worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de te verwachten effecten van overloop uit aangrenzende gebieden waar al betaald parkeren is ingevoerd. Daarnaast is het draagvlak van de bewoners in het gebied van belang. Notitie 'Parkeernormen 2004' De Parkeernota legt de kaders van het nieuwe parkeernormenbeleid vast. De notitie "Parkeernormen 2004" vormt een concrete uitwerking hiervan. Met deze notitie vervallen de oude normen uit Het uitgangspunt is dat, rekening houdend met de kenmerken van de locatie en de functie, het parkeren op eigen terrein opgelost dient te worden 4, bij voorkeur ondergronds. De normen zijn niet exact vastgelegd, maar zijn gedefinieerd binnen een bandbreedte, teneinde optimale flexibiliteit en maatwerk te bieden bij het realiseren van bouwplannen. In uitzonderingsgevallen kunnen afwijkingen boven de bandbreedte op hun merites worden beoordeeld 5. Indien er een afwijking is onder de minimale norm, omdat de aanleg van voldoende parkeerplaatsen op eigen ter- 4 5 Voor grootstedelijke ontwikkelingen wordt voor het gehele te ontwikkelen projectgebied een parkeerbalans opgesteld, waarbij integraal wordt aangegeven welke parkeervoorzieningen nodig zijn en voor welke doelgroep. Hierbij is dubbelgebruik van parkeervoorzieningen het uitgangspunt. Wanneer bijvoorbeeld een evident werkgelegenheidsbelang voor de gehele stad Utrecht aan de orde is, zou een partij die de bandbreedte wil overschrijden door de gemeente in de gelegenheid moeten worden gesteld het evenwicht tussen economie, werkgelegenheid, bereikbaarheid en leefbaarheid te herstellen.

23 17 rein onmogelijk is, wordt nagegaan of extra parkeerruimte in de openbare ruimte gecreëerd kan worden. Als de parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden aangelegd, dient de aanvrager zorg te dragen voor alternatieve parkeergelegenheid 6. Fietsnota 'Verder met de Fiets' (2002) Het stedelijk hoofdfietsnetwerk dat Utrecht nastreeft, is vastgelegd in de fietsnota "Verder met de Fiets (2002). Het stedelijk hoofdfietsnetwerk is een fijnmazig netwerk van hoogwaardige verbindingen dat alle stadsdelen met elkaar verbindt. In de fietsnota is vermeld aan welke eisen dit netwerk dient te voldoen. In het uitwerkingsprogramma van de fietsnota zijn concrete projecten geformuleerd om het hoofdfietsnetwerk te vervolmaken. De fietsnota richt zich daarnaast op de ontwikkeling van een netwerk van fietsparkeervoorzieningen door de hele stad, zowel bij woningen, bestemmingen (voorzieningen, kantoren, bedrijven) als overstappunten (OV-stations, transferia). In het GVVP is het stedelijk hoofdfietsnetwerk op enkele punten uitgebreid, naar aanleiding van het regionaal kernnet fiets uit het Regionaal Verkeers- en Vervoerplan (2004). Het gaat dan om regionale verbindingen die door de stad Utrecht lopen én om verbindingen die na 2015 (maar vóór 2020) gewenst zijn. Groen De 'Kadernota Stadsnatuur' (1998) geeft als centrale doelstelling het verhogen van de kwaliteit van het stedelijk groen ten behoeve van de leefbaarheid van de stad. In deze nota is het kader gegeven waaronder de volgende nota's naast elkaar hun plek krijgen: Groenstructuurplan, Stadsnatuur voor Utrecht en de nota Recreatief Perspectief. In het 'Groenstructuurplan' (1990) is een samenhangende visie op het openbaar groen vastgelegd. Daarin is niet alleen de waarde van de afzonderlijke delen van het openbaar groen bepaald, maar ook de betekenis van elk in de totale structuur. Behalve de belevingswaarde (recreatief, esthetisch) van het openbaar groen is de laatste jaren ook de ecologische betekenis ervan voor de stad steeds belangrijker geworden. In de nota 'Stadsnatuur voor Utrecht' (1998) is een ecologische infrastructuur (EIS) voor de stad ontworpen. De EIS is een samenhangend netwerk bestaande uit groene gebieden zoals parken en groengebieden die worden verbonden door onder andere groenstroken langs wegen en waterlopen. De achterliggende gedachte van de EIS is dat de samenhang ten goede komt aan het behoud en herstel van de ecologische diversiteit in de stad Utrecht. Voor Vogelenbuurt en Tuinwijk vormen de bermen van de Kardinaal de Jongweg en de Zaagmolenkade ecologische verbindingen. De Stadsbuitengracht en de Vecht vormen verbindingen voor de aan water 6 Voorbeelden van alternatieve parkeergelegenheid zijn onder meer het huren van parkeergelegenheid bij derden, het gebruikmaken van een nabijgelegen bedrijf of transferium of een oplossing in het kader van park- of vervoersmanagement.

24 18 gebonden organismen. Ook de Koekoeksvaart is volgens de nota Stadsnatuur voor Utrecht een waterverbinding voor Vogelenbuurt en Tuinwijk. Monumentenbeleid "Beheer van de chaos der eeuwen" is de titel van het Monumentenbeleidsplan, dat op 2 september 2004 door de raad is vastgesteld. Het is een evaluatie van het monumentenbeleid sinds 1993 en doet aanbevelingen voor de periode tot en met Het gemeentelijk monumentenbeleid is gebaseerd op drie pijlers. Ten eerste het stimuleren van restauratie en onderhoud van de beschermde monumenten. Ten tweede het gebruikmaken van de cultuurhistorische waarden bij het maken van ruimtelijke plannen in de stad. Ten derde het beheer van de archeologische ondergrond en de bekostiging van archeologisch onderzoek. Nota 'Recreatief Perspectief' (Utrecht, 1997) Deze nota bevat een pleidooi voor een integrale aanpak van de openbare buitenruimte, waar het gaat om de inrichting ervan ten behoeve van recreatief gebruik. Ruimtelijke ordening kan hierbij voorwaardenscheppend zijn door in het bestemmingsplan voor diverse doelgroepen ruimte te reserveren dan wel aan te wijzen. Belangrijk daarbij is het gebruik van de buitenruimte door kinderen. De Nota "recreatief perspectief" beoogt verder stimulering van recreatieve plekken en mogelijkheden. Recreatieve mogelijkheden kunnen vaak zeer goed plaatsvinden in combinatie met groen. Het groen kan eveneens een ecologische functie vervullen. Beleidsnotitie Prostitutie (1999) In verband met het afschaffen van het bordeelverbod in 2000, is door het college van burgemeester en wethouders op 16 november 1999 een gemeentelijke beleidsnotitie inzake prostitutie vastgesteld. Het prostitutiebeleid is zoveel mogelijk geformaliseerd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In hoofdstuk 3 van de APV is geregeld dat voor het drijven van seksinrichtingen en escortbedrijven een vergunning verplicht is. Onder seksinrichting wordt op grond van de APV (artikel 69) in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. Een prostitutiebedrijf is volgens hetzelfde artikel een "voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin prostitutie plaatsvindt, bij een raamprostitutiebedrijf voorzien van één of meer vitrines." Verder vermeld de APV dat onder deze definitie ook erotische massagesalons en prostitutiehotels vallen. Onder prostitutiebedrijf wordt niet verstaan (het kantoor) van een escortbedrijf, dat meestal telefonisch bemiddelt tussen de zich aanmeldende klanten en de prostituee. Wat betreft het formaliseren van de planologische situatie, is in de gemeentelijke beleidsnotitie aangegeven, dat alle prostitutiebedrijven met een vergunning de positieve bestemming "Prostitutiebedrijf" kunnen krijgen. Uitgangspunt is verder, dat daar waar niets geregeld is, een nieuw prostitutiebedrijf verboden is op basis van het bestemmingsplan.

25 19 In de Beleidsnotitie prostitutie is voorts aangegeven, dat voor prostitutiebedrijven een maximumstelsel gehanteerd wordt, dat gebaseerd is op de situatie in Hiervoor is gekozen vanwege de op dat moment bestaande stabiele situatie die, over een langere periode bezien, beheersbaar is gebleken. Dit betekent dat de prostitutiebedrijven die voor 1 januari 1999 gevestigd waren in Utrecht, bekend waren bij de politie en in het verleden geen overlast hebben veroorzaakt in de omgeving, in principe een vergunning kunnen krijgen als zij voldoen aan bepaalde vergunningsvoorwaarden. Voor de overige seksinrichtingen, geen prostitutiebedrijven zijnde, en escortbedrijven geldt geen maximumstelsel, omdat daar geen specifieke overlast van te verwachten is. Als de vestiging van een dergelijk bedrijf een gevaar kan opleveren voor de openbare orde of veiligheid, een onacceptabele aantasting van het woon- en leefmilieu zal veroorzaken of als er een grote kans is op overlast voor de omgeving, kan een vergunning echter geweigerd worden. In het voorliggende plangebied komen geen prostitutiebedrijven voor. Water In het stedelijke waterbeheer zijn op dit moment een aantal knelpunten. Belangrijkste zijn de verspilling van (relatief) schone waterstromen (leiding- en regenwater) en verontreiniging van de stromen tijdens het verblijf in de stad. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar, zowel in de stad als daarbuiten: verdroging, verontreiniging door het effluent van zuiveringsinstallaties en verontreiniging van oppervlaktewater. De nota Utrecht Waterdicht? (1998) biedt strategische uitgangspunten voor het duurzaam omgaan met het stadswater. Er zijn drie duurzaamheidsprincipes geformuleerd, te weten: beperken van de instroom; verlengen van het verblijf van water in het stedelijk systeem; schoon afvoeren van water uit het systeem. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft een waterstructuurvisie opgesteld, waarbij rekening is gehouden met het geldende beleid op landelijk en provinciaal niveau. De relevante hoofdlijnen van de structuurvisie zijn: verbeteren van ecologische kwaliteit van water en oevers, ook in kleinschalige stedelijke ruimte; benutten van mogelijkheden voor functiecombinatie. Verweving van recreatie en ecologie langs oevers, in relatie met omgeving (historische en recreatieve belevingswaarde).

26 20

27 21 3. Planbeschrijving 3.1. Inleiding Het bestemmingsplan is voor een belangrijk deel consoliderend van aard. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in het plangebied. Het analyseert de wijk in ruimtelijk en functioneel opzicht. Voor zover de verschillende onderdelen van dit hoofdstuk daartoe aanleiding geven, wordt aan het einde van de verschillende paragrafen een aantal conclusies en uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd. Hiermee wordt concreet gestalte gegeven aan de beleidsuitgangspunten uit het vorige hoofdstuk Ruimtelijke en historische structuur Algemeen De structuur van het gehele plangebied is grotendeels bepaald door de vroegere waterlopen in het gebied, de oude Vechtloop en het Zwarte Water. Delen hiervan werden gekanaliseerd en vervolgens bouwde men langs deze "nieuwe" waterwegen in de stad. Soms is ook nog de oude loop in de structuur te herkennen. In het plangebied is hier vooral het Zwarte Water van belang. Van oorsprong is dit een afwatering ten behoeve van de ontginning van de veengronden rond de stad, gegraven in de 12de eeuw. In 1508 werd hier nog de Oosterstroom aan toegevoegd, de sluisjes die in de 16de eeuw werden geplaatst zijn nog steeds aanwezig. De waterloop bestaat nog gedeeltelijk, maar is in Tuinwijk voor een groot deel gedempt.

28 22 Afbeelding 3: Historische kaart circa 1850 (globale plangrens). Vogelenbuurt De ontginning van gebieden direct buiten de stadsringvaart dateren van voor de 12de eeuw, de Vogelenbuurt behoort hier ook toe. Het zijn gronden met, soms nu nog herkenbare, blokverkavelingen die voornamelijk als hovenier- en weidegrond gebruikt zijn. De vroegst waarneembare bebouwing stamt uit de 16de eeuw. Het betreft hier een ridderstede van de Graven van Solms, een aantal boerderijen, molens, hovenierwoningen en watergebonden bedrijfjes. Het een en ander concentreerde zich rond het Zwarte Water. Hierbij hoorde ook de boerderij "de Koekoek", verantwoordelijk voor een deel van de naamgeving van de buurt. Na 1860 begon de stedelijke uitbreiding buiten de singels. In eerste instantie alleen langs de buitenranden van de singels en de bestaande wegen en waterlopen. In de jaren '60 en '70 van de 19de eeuw bestonden de bouwwerken vooral uit eenlaags woningen. In de periode daarna werd de bebouwing steeds hoger. Rond 1907 was de buurt vrijwel volgebouwd. Door de natuurlijke, onplanmatige ontwikkeling van de buurt is een noordoostelijke oriëntatie ontstaan. Het stratenpatroon is relatief fijnmazig, de maatvoering is niet erg ruim betreffende de straten en bouwblokken. Tevens is de variëteit aan boven en benedenwoningen erg groot. Voornaamste kenmerken vormen de ondiepe bouwblokken, verspreide kleinschalige bedrijvigheid, en de hoogste woningdichtheid van Utrecht. Aan de rand van het gebied lag voorheen een gemeentelijk gasfabriek en vaalt, dit is nu het Griftpark.

29 23 Afbeelding 4: Bebouwingstypologie. De toekomst van de wijk was in de jaren '60 enigszins onzeker onder de grote doorbraakplannen die uiteindelijk niet zijn uitgevoerd. Met het staken van de grote doorbraakplannen werd ook het proces van renovatie en vernieuwing ingezet. Er werd bebouwing vernieuwd en gerestaureerd in oorspronkelijke stijl. Tegenwoordig is het een buurt met uitstraling door de gunstige ligging, veiligheid en stijlvolle bebouwing. Tuinwijk De vroegste geschiedenis van Tuinwijk is min of meer overeenkomstig met die van de Vogelenbuurt, met betrekking tot de ontwikkeling langs het Zwarte Water. Het gebied loopt tot de vroegere hoofddijk, tegenwoordig de Kardinaal de Jongweg, deze fungeerde als ontginningsbasis voor de eerste slag naar de Gageldijk toe.

30 24 De bebouwing in Tuinwijk is anders dan in de Vogelenbuurt. Deze uitbreiding is gestoeld op de woningwet van 1901, waarin een aantal voorschriften en eisen werden gesteld ten aanzien van stedelijke uitbreidingen. Kenmerkend zijn de verzorgde architectuur en grotere dimensionering. Hierbij kan gedacht worden aan het beeld van aaneengesloten rijen of blokken met langskap, bijzondere hoekoplossingen en een sober materiaal en kleurstelling. Conclusies/uitgangspunten Gezien de veelal historische bepaalde ruimtelijke hoofdstructuren en de relatief hoge kwaliteit van de bebouwing, gaat het bestemmingsplan in hoofdlijnen uit van behoud van de bestaande situatie. Concreet betekent het een en ander dat onder meer het bestaande stratenpatroon, de bebouwing zoals die nu in het gebied aanwezig is, de bestaande groen- en waterstructuur gedetailleerd wordt bestemd. Gezien de hoge woningdichtheid en de compactheid van de wijken wordt terughoudend omgegaan met eventuele mogelijkheden tot vergroting van de woningen en andere gebouwen. Vergroting van de gebouwen wordt alleen onder strikte voorwaarden mogelijk gemaakt.

31 25 Afbeelding 5: Gebiedsdelen Functionele structuur Algemeen Het gebied kent hoofdzakelijk een woonfunctie en voor een klein gedeelte een economische functie. Het plangebied heeft een sterk gedifferentieerde woningvoorraad en relatief weinig voorzieningen in de wijk. Wonen Vogelenbuurt en Tuinwijk (Tuinwijk-west en -oost) zijn aantrekkelijke woongebieden met name voor huishoudens met een voorkeur voor een stedelijk woonmilieu in de nabijheid van de binnenstad. Beide buurten worden gekenmerkt door een hoge woningdichtheid en een groot aandeel kleine woningen. Het aandeel eengezins- en meergezinswoningen is redelijk in evenwicht. Vergeleken met de stad Utrecht (39%) is het aandeel eengezinswoningen redelijk hoog. Wat meergezinswoningen betreft gaat het grotendeels om boven-/benedenwoningen. Het aandeel sociale huurwoningen is zeer laag. De woningvoorraad bestaat vooral uit koopwoningen.

32 26 Vogelenbuurt Tuinwijk-west Tuinwijk-oost Totale woningvoorraad Woningtype % eengezins 51% 44% 53% % meergezins 49% 56% 47% Eigendomsverhouding % sociale huur 19% 21% 4% % particuliere huur 20% 14% 20% % koop 61% 65% 76% Inwoners naar % tot 30 jaar 48% 41% 44% leeftijd % % 17% 14% Inwoners naar % Nederlands 77% 78% 77% etniciteit % Turks/Marokkaans 4% 5% 7% % Eenpersoonshuishoudens 59% 49% 47% % Huishoudens met kinderen 17% 27% 25% % Huishoudens met een laag inkomen 11% 12% 13% Tabel 1: Algemene kenmerken woningvoorraad en huishoudensamenstelling Vogelenbuurt, Tuinwijk-west en -oost Vogelenbuurt kent relatief veel jonge eenpersoonshuishoudens. In Tuinwijk wonen relatief meer gezinnen met kinderen. Vergeleken met de stad Utrecht als geheel (20%) is het aandeel senioren laag. Ook het aandeel allochtonen is laag. De stedelijke woonmilieukaart onderscheidt in Noordoost een aantal woonmilieus. In het algemeen geldt dat Noordoost een aantrekkelijk woonmilieu biedt voor meerdere woonbelevingsgroepen. Sterke punten van Vogelenbuurt is het stedelijke karakter, de levendige sfeer en de nabijheid van voorzieningen. Bouwplan Stieltjesstraat In Tuinwijk-oost, ten westen van het Griftpark, ligt de Stieltjesstraat. De leefbaarheid in het gebied liet in het verleden te wensen over. Om hier verbetering in aan te brengen is in november 1998 door het college besloten tot herontwikkeling van het gebied. Op 20 november 2003 is een bouwvergunning verleend voor de bouw van een aantal woningen. In het bestemmingsplan is het bouwplan opgenomen. Voorzieningen Binnen het plangebied zijn de winkelvoorzieningen met name geconcentreerd in de buurtwinkelcentra bij het Willem van Noortplein en het buiten het plangebied geprojecteerde centrum aan de Merelstraat/Draaiweg. Tevens is in de nabijheid van de (buiten het plangebied gelegen) Voorstraat een winkelcentrum voor de Vogelenbuurt aanwezig. Het winkelgebied rondom het Willem van Noortplein kent een incompleet buurtverzorgend aanbod en er ontbreekt een compacte en complete structuur. De verspreide winkels binnen Noordoost zijn de afgelopen jaren in aantal sterk teruggelopen maar omvatten nog steeds een belangrijk deel van het winkelaanbod.

33 27 Utrecht Noordoost ligt binnen de invloedssfeer van de binnenstad en het stadsdeelcentrum Overvecht. De aanwezige winkelvoorzieningen functioneren voornamelijk op buurtniveau. In totaal is het winkelaanbod in Noordoost de afgelopen tien jaar qua omvang flink afgenomen. Het dagelijkse aanbod ligt onder het niveau van wat normaal gesproken aanwezig is om te kunnen spreken van een adequaat voorzieningenniveau. Dit heeft te maken met de specifieke problematiek en ontwikkelingen in de voorzieningenstructuur: het winkelaanbod aan de Koekoekstraat en de Van Humboldstraat is nagenoeg verdwenen, terwijl in de S. van Houtenstraat een vermindering heeft plaatsgevonden. Daarnaast is overeenkomstig de algemene trends het verspreide winkelaanbod teruggelopen. In welke mate het voorzieningenniveau voldoende blijft toegesneden op de vraag in de wijk, is afhankelijk van ontwikkelingen bij het Willem van Noortplein en omstreken en de locatie Draaiweg/Merelstraat. Binnen het plangebied is het Willem van Noortplein dus als buurtwinkelcentrum aangewezen. Momenteel bevinden zich zowel woningen, detailhandel als horeca aan het plein. Om de transformatie naar detailhandel in de toekomst mogelijk te maken, hebben de winkels, horeca, bedrijfjes et cetera een gemengde doeleinden bestemming gekregen. Binnen deze bestemming is detailhandel zonder meer mogelijk. Verder is voor de woningen en een aanwezige maatschappelijke functie een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke het mogelijk maakt om de huidige bestemming te veranderen in onder meer "Detailhandel". Om hiervoor in aanmerking te komen moet een concreet initiatief worden voorgelegd waarin in ieder geval wordt aangetoond dat de wijziging geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving (m.n. parkeren). Het bestemmingsplan biedt geen ruimte om winkels te vestigen buiten het buurtwinkelcentrum. Bestaande winkels buiten het winkelcentrum worden uiteraard wel als zodanig bestemd. In het plangebied zijn verschillende maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en kinderopvang aanwezig. Behoud hiervan is uitgangspunt. Functiemenging Bij de ontwikkelingen in het plangebied dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid van functiemenging. In de provinciale brochure 'Haarfijn bestemmen' worden suggesties gedaan om functiemenging op bestemmingsplanniveau mogelijk te maken. Met functiemenging wordt bedoeld dat gebieden een pluriforme invulling krijgen. Gestreefd wordt naar het combineren van de woonfunctie met functie in onder andere recreatieve, educatieve en bedrijfsmatige vlak. Voorkomen moet worden dat een te grote scheiding van functies optreedt, waardoor het voorzieningenniveau te eenzijdig is, te weinig variatie en levendigheid optreedt, geringere sociale controle, meer verkeersbewegingen plaats zullen vinden. Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in het rapport 'Gemengde stad, sterke stad' (februari 1999). Geschikte functie zijn kleinschalige functies, ondergeschikt aan wonen, op het gebied van: zakelijke dienstverlening (accountant, makelaar, architectenbureau, dienstverlening op het gebied van communicatie en telewerken etc.);

34 28 gezondheidszorg (praktijken van (tand)artsen en fysiotherapie); maatschappelijke dienstverlening (kinderdagverblijf); kleinschalige educatieve functies; kleinschalige bedrijvigheid (textiel-, kledingfabricage, grafische, elektrotechnische bedrijvigheid); reparatiebedrijven voor gebruiksgoederen. In dit kader is in het bestemmingsplan een aantal regelingen opgenomen die als doel hebben functiemenging te stimuleren (zie hoofdstuk 5). Conclusies/uitgangspunten behoud van de woningvoorraad; behoud van aantrekkelijke woonmilieu en stedelijke karakter van de buurten; positief bestemmen van de ontwikkelingen Stieltjesstraat; er wordt een concentratiebeleid voor detailhandel gevoerd, wat inhoud dat er terughoudend omgegaan dient te worden met de uitbreiding van verspreide detailhandel; positief waarderen en verder ontwikkelen van functiemenging Verkeersstructuur Autoverkeer Aan de noordzijde van het plangebied is de Kardinaal de Jongweg een primaire as. Verder is binnen het plangebied de route Talmalaan - Draaiweg (westzijde) aangewezen als secundaire as van de hoofdstructuur. De route Antonius Matthaeuslaan - Willem van Noortplein - Willem van Noortstraat - Adelaarstraat is aangemerkt als wijkontsluitingsweg voor autoverkeer én openbaar vervoer. Alle overige wegen in het plangebied behoren tot verblijfsgebieden en worden als zodanig gekenmerkt. Openbaar Vervoer Binnen het plangebied is de route Antonius Matthaeuslaan - Willem van Noortplein - Willem van Noortstraat - Adelaarstraat aangemerkt als wijkontsluitingsweg voor autoverkeer én openbaar vervoer. De route Ingenhouszstraat - Juliusstraat is een wijkontsluitingsweg alleen voor het openbaar vervoer. Goederenvervoer Binnen het plangebied is de Stadsbuitengracht aangeduid als primaire as voor bevoorradend goederenvervoer over water. De Wittevrouwensingel is onderdeel van de Singelring voor bevoorradend goederenvervoer over de weg. Parkeren In het gehele plangebied is betaald parkeren ingevoerd.

35 29 Fietsverkeer Binnen het plangebied liggen de volgende hoofdfietsroutes: Lauwerecht - Brugstraat - Bemuurde Weerd O.Z. Troelstralaan / Talmalaan - Merelstraat - Hopakker Antonius Matthaeuslaan - Willem van Noortplein - Van Humboldstraat - Kievitstraat 7 Kardinaal de Jongweg 8 Menno van Coehoornstraat, aansluitend op het fietspad door het Griftpark Weerdsingel O.Z. - Wittevrouwensingel Conclusies/uitgangspunten binnen het plangebied zullen geen veranderingen plaatsvinden aan de infrastructuur. Het bestemmingsplan legt de bestaande infrastructuur vast Stedelijk groen en ecologie De Vogelenbuurt en Tuinwijk hebben een fijn vertakte groenstructuur. Deze groenstructuur heeft onder meer als doel het Griftpark, de Weerdsingel, het groen aan de Willem Arntzkade/ Zaagmolenkade, de Talmalaan en de Vecht met elkaar te verbinden. Deze verbinding maakt het mogelijk dat in de Vogelenbuurt en in Tuinwijk dieren en planten uit het buitengebied kunnen voorkomen. Het beleid is gericht op behoud en herstel van de groenstructuur. Het beheer moet hierop worden afgestemd. Beheersmaatregelen zijn echter geen onderwerpen die in het bestemmingsplan kunnen worden geregeld. Grondgebonden situatie Het groen van de Willem Arntzkade is overheersend aanwezig in Vogelenbuurt en Tuinwijk. Dit groen heeft naast een natuurfunctie ook een recreatiefunctie. Het vormt een duidelijke groene ader dwars door Vogelenbuurt en Tuinwijk. De structuur is open. Grasvelden worden afgewisseld door bomen en boomgroepen. De net buiten het plangebied gelegen wegbermen van de Kardinaal de Jongweg geven een ruim beeld. Verspreid zijn bomen te vinden. Deze wegbermen zouden volgens de nota Stadsnatuur van Utrecht gevormd kunnen worden door "stepping stones" van vochtig grasland. De huidige situatie voorziet daar onvoldoende in. Verdere ontwikkeling is zeer gewenst en kan goed plaats vinden in de beschikbare ruimte. Watergebonden groenstructuur De Stadsbuitengracht en de Vecht vormen in de huidige situatie een verbinding tussen het stadscentrum en het buitengebied. Ook de Koekoeksvaart en de Stroomkade heeft hoge natuurwaarden. Langs de oevers komt een zeer natuurlijke vegetatie voor. 7 8 tevens onderdeel van het Regionaal Kernnet Fiets 2020 tevens onderdeel van het Regionaal Kernnet Fiets 2020

36 30 De Stadsbuitengracht wordt omgeven door een stenig milieu of door vochtige graslanden. De graslanden kunnen in de huidige staat verder worden ontwikkeld. Ook voor de muurvegetaties langs de Stadsbuitengracht is verdere ontwikkeling gewenst. De oevers en het water van de Stadsbuitengracht kunnen een groene long vormen vanuit de Vecht, de stad in. Natuur langs de Koekoeksvaart is in een nagenoeg optimaal stadium. Ter hoogte van de Nieuwe Keizersgracht is de gracht bemuurd en weinig begroeid. Ontwikkeling van muurvegetaties is hier gewenst. Natuurontwikkeling op de hoek van de Stroomkade en de Nieuwe Keizersgracht is van belang. Met de relatief goede waterkwaliteit liggen hier grote potenties voor natuur in de stad. Conclusies/uitgangspunten behouden van de het bestaande fijn vertakt netwerk aan groenstructuur; de functie van de verschillende groene gebieden in de bestemmingslegging tot uitdrukking brengen Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Binnen het plangebied zijn in het bodemarchief sporen en gegevens te verwachten omtrent de prestedelijke situatie rond de rivierloop in het stadsgebied en latere stedelijke ontwikkeling ter plaatse. In het kader van de bouwplannen dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. De archeologisch interessante gebieden concentreren zich rond de oude waterlopen. De "Archeologische kaart" van de gemeente Utrecht geeft inzicht in de gebieden waar zekerheid van vondsten het grootst is. Daarnaast geeft de kaart inzicht in de gebieden waar een archeologische trefkans is. In het bestemmingsplan zijn de waardevolle gebieden voorzien van een beschermende regeling. De gemeentelijk kaart is geënt op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW) van de provincie. De gemeentelijke kaart is echter aanzienlijk gedetailleerder dan de grootschalige IKAW omdat de kaart is opgesteld aan de hand van inzichten die al vanaf 1972 in de gemeente Utrecht zijn verkregen. Heel het plangebied als archeologisch waardevol aanduiden geeft tevens een te grove schaal en is in het dichtbebouwde woongebied onwenselijk. Voor een archeologisch waardevol gebied geldt het volgende regime: Bij bouwwerken wordt de archeologie gekoppeld aan de bouwvergunning. Alvorens B&W een bouwvergunning verlenen winnen zij advies in bij de gemeentelijk archeoloog omtrent de gevolgen van voorgenomen werken of werkzaamheden voor het behoud van de archeologische waarden in het gebied. De gemeente beslist op basis van het advies of en onder welke voorwaarden de vergunning wordt verleend. Bij andere, geen bouwwerken betreffende werkzaamheden wordt gewerkt met een aanlegvergunning.

37 31 Het betreft in het bijzonder de volgende gebieden (zie ook kaart 3, bijlage bij de voorschriften): Een strook van 50 meter langs de oude vechtloop: Zwarte Water/ Koekoeksvaart Deels oude rivierloop, deels in middeleeuwen gegraven vaart met daarlangs vanaf de late middeleeuwen diverse soorten bebouwing. Bouwblokken tussen Willem van Noortstraat/ Floris Heermalestraat/ Van Humboldtstraat/ Johannes de Bekastraat Plaats waar op de oude kaarten (uit de 17de eeuw) boerderij De Koekoek staat aangegeven. Park Tuinwijk Op deze plek in de kruising van Zwarte Water en Hoofddijkse Wetering (nu Kardinaal de Jongweg) stond de houtzaagmolen de Haas, de oudste vermelding dateert uit de 17de eeuw. De molen is in 1848 afgebroken. Het gebied ten zuiden van het Zwarte Water tussen de Gruttersdijk (inclusief de Oosterstroom) en de Vecht Middeleeuwse voorstad met mogelijk aanwezige restanten van bebouwing en ommuring, inclusief de voorstadspoort. Beschermd stadsgezicht Een deel van het bestemmingsplangebied behoort tot het beschermd stadsgezicht Binnenstad Utrecht, dat in 1976 deze status kreeg. Behalve vrijwel het gehele gebied binnen de singels, zijn ook bijna alle delen van de bebouwing in de singelwand rondom de binnenstad opgenomen in het stadsgezicht. Het huidige beschermde stadsgezicht dat valt binnen het plangebied (de buitensingelbebouwing aan de Weerdsingel o.z.) is in het bestemmingsplan opgenomen en beschermd. De status van beschermd stadsgezicht (volgens de Monumentenwet 1988) heeft gevolgen voor het gebruik en vooral de vormgeving van de panden en terreinen binnen het beschermd stadsgezicht. Doel van de aanwijzing is namelijk de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkeling binnen het gebied. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te bieden voor een ruimtelijke ontwikkeling die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruikt maakt en daarop voortbouwt. De aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is niet bedoeld om de bestaande toestand in al zijn facetten de bevriezen. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud van waardevolle aspecten binnen het plangebied. Voorzover bebouwing en de openbare ruimte aangemerkt zijn als waardevol - en als zodanig ook in de aanwijzing zijn beschreven - is het de bedoeling om de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van gebouwen en terreinen hierop af te stemmen. Het beschermd stadsgezicht vormt in dit verband een historische stedenbouwkundige eenheid. De opgave is om bij nieuwe ontwikkelingen die eenheid zoveel mogelijk te versterken.

38 32 Het belangrijkste gevolg bij het aanwijzen tot beschermd stadsgezicht is dat er een bestemmingsplan, dat ter bescherming van het stadsgezicht strekt, wordt gemaakt. Binnen het bestemmingsplan worden in deze gebieden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de historische kwaliteiten in ernstige mate schaden. De bestaande structuren worden vastgelegd om dit te waarborgen. Voorts geldt hier een aanlegvergunningenstelsel. Waardevol stadsgezicht Bemuurde Weerd Reeds vele jaren is sprake van uitbreiding van het beschermde stadsgezicht binnenstad. De middeleeuwse voorsteden Bemuurde Weerd (en een strook noordelijker langs de Vecht), Vaartse Rijn (Ooster- en Westerkade), de Catharijnesingel en gebieden grenzend aan de oostzijde van Hoog Catharijne zouden worden toegevoegd. Of de uitbreidingen er gelet op het huidige strenge selectiebeleid van OCW inderdaad in de komende jaren bijkomen is op dit moment niet bekend. Het rijk richt zich momenteel op de afronding van de aan te wijzen gezichten in het kader van het project jongere bouwkunst en stedenbouw ( ).In het bestemmingsplangebied ligt een deel van het genoemde gebied Bemuurde Weerd. Het gebied is hier opgenomen als waardevol stadsgezicht en betreft de middeleeuwse voorstad Bemuurde Weerd en de zich verder ontwikkelende lintbebouwing aan weerszijden van de Vecht. In dit bestemmingsplangebied betreft het een deel van de Bemuurde Weerd O.Z. en de Hopakker- Merelstraat met het Zwarte Water. De bebouwing aan de Bemuurde Weerd O.Z. wordt gekenmerkt door een aaneengesloten stedelijke bebouwing, bestaande uit individuele panden, die in parcellering, opzet, hoogte en geveltypologie verwant zijn. De Gruttersdijk vormde in de middeleeuwen de 'achterzijde' van de Bemuurde Weerd en heeft navenant ondergeschikte bebouwing, die zich in de 19e en vroeg 20e-eeuw tot een industriële bebouwing ontwikkelde. De Hopakker en Merelstraat vormden in de middeleeuwen de grens en raakten rond 1900 bebouwd in aansluiting op de groeiende stad en nieuwe wijken als Vogelenbuurt. In het gebied heeft in de tweede helft van de 20e-eeuw stadsvernieuwing plaats gevonden. Conclusies/uitgangspunten de archeologische waarden in het plangebied beschermen; beschermende regels opnemen voor het deel dat valt onder het beschermde en waardevolle stadsgezicht.

39 33 Afbeelding 6: Voorgesteld beschermd stadsgezicht 3.7. Monumenten In het plangebied bevindt zich een aantal cultuurhistorisch waardevolle elementen die zijn aangewezen als rijksmonument, op basis van de Monumentenwet Daarnaast bevinden zich in het gebied gemeentelijke monumenten. Deze monumenten zijn beschermd op basis van de gemeentelijke monumentenverordening. Veranderingen aan beschermde monumenten kunnen worden aangebracht, indien een vergunning op basis van de Monumentenwet of de verordening is verleend door Burgemeester en Wethouders. Monumenten zijn zaken die van algemeen belang zijn vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap, de ecologische of de cultuurhistorische waarde. Naast zaken (objecten) kunnen dit ook terreinen zijn waarop zich een zaak als bovenbedoeld bevindt. Er zijn gebouwen aangewezen als rijksmonument of als gemeentelijke monument. Daarnaast kent de gemeentelijke verordening groenmonumenten en gemeentelijke archeologische monumenten. Ook op rijksniveau kunnen archeologische monumenten worden beschermd. Zowel op rijks- als gemeentelijk niveau bestaan beschermde stads- en dorpsgezichten. Een overzicht van de aanwezige rijks- en gemeentelijke monumenten is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Tevens zijn de monumenten op de plankaart aangeduid. Volgens de bepalingen van wet en verordening is: het verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen. het verboden zonder vergunning van het college van B&W - of in strijd met de bij de vergunning gestelde voorschriften - een beschermd monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen, te vellen of in enig opzicht te wijzigen, of een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

40 34 Conclusies/uitgangspunten De bestaande monumenten voorzien van een aanduiding op de plankaart; aanvullende regelingen in de voorschriften zijn gelet op de beschermde status niet nodig Welstand De welstandsnota geeft het te voeren beleid ten aanzien van de welstand aan. Voor de verschillende wijken en buurten worden verschillende welstandsregimes gebruikt. Deze regimes zijn weer bepaald op basis van 12 vastgestelde stedenbouwkundige typologieën, 2 aanduidingen en een aantal specifieke aanduidingen. Afbeelding 7: Welstandsregime

41 35 Uiteindelijk zijn er 4 niveaus aangeduid: "Behoud" = behoud, herstel en / of versterking van het bestaande beeld. "Respect" = omgevingskarakteristieken worden gerespecteerd. "Open" = verandering en / of handhaving is beide mogelijk. "Stimulans" = versterking en stimulering van bijzonder karakter. Voor Vogelenbuurt en Tuinwijk kan gesteld worden dat het grofweg in drie gebieden is op te delen. Het grootste deel van de Vogelenbuurt wordt bestempeld als "open". Tegen de singels aan, aan de Van Humboldstraat en langs de Willem Arntzkade en zijn gedeelten die de aanduiding "respect" hebben. Een kleine strook bebouwing aan de westzijde van het plangebied, een uitloper van de Lauwerecht, heeft behoud als aanduiding mee gekregen. (zie afbeelding 7) Conclusies/uitgangspunten het welstandsbeleid heeft geen directe relatie met het bestemmingsplan. Evenals het bestemmingsplan vormt het echter een instrument voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid (zie ook paragraaf 2.4).

42 36

43 37 4. Milieuaspecten 4.1. Geluidhinder In het plangebied komen geen geluidszones ten gevolge van industrieterreinen voor. Geluidhinder van de in de wijk aanwezige bedrijven is niet te verwachten aangezien het voornamelijk categorie 2 bedrijven (zie paragraaf 4.2) betreft. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs bepaalde wegen geluidzones, waarbinnen in het geval van nieuwe situaties onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting. In een aantal gevallen is het echter niet nodig akoestisch onderzoek uit te voeren, namelijk: woonerven; 30 km/uur gebieden; wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart vaststaat dat de geluidbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook minder dan 50 db(a) bedraagt. Voor het plangebied betekent dit dat voor de Adelaarstraat en Kardinaal de Jongweg akoestisch onderzoek relevant is, op de overige wegen geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. Bij het realiseren van geluidsgevoelige functies binnen een zone van een weg, zal onderzoek naar de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai moeten worden gedaan. De geluidbelasting op de gevel mag niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde (50 db(a)). Indien dit niet het geval is, kan een hogere waarde procedure worden gevolgd bij gedeputeerde staten, waarbij de geluidbelasting in binnenstedelijke gebieden ten hoogste 65 db(a) mag bedragen. Een eventuele vrijstelling voor een hogere grenswaarde dient voor de vaststelling van het bestemmingsplan te zijn verleend. In het bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek is derhalve niet nodig. In het plangebied is een woningbouwinitiatief aan de Stieltjestraat. Vanwege de situering in de 30 km-gebied is een akoestisch onderzoek niet nodig. Er worden geen eisen gesteld vanuit de Wet geluidhinder aan de ontwikkeling Bedrijven In het plangebied zijn overwegend bedrijven in de categorieën 1 en 2 van Lijst van Bedrijfsactiviteiten gevestigd. Deze bedrijven passen binnen een woonomgeving, omdat zij niet conflicteren met de woonfunctie. Volgens de lijst van bedrijfsactiviteiten dient van een categorie 3 bedrijf een afstand van 40 meter tot woonbebouwing te worden aangehouden. In principe past een dergelijk bedrijf dus minder goed in de woonomgeving. In het gebied bevindt zich een bedrijf die valt onder categorie 3 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Het zittende bedrijf dat in categorie 3 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten valt, is specifiek bestemd. Het betreft een autoherstelbedrijf

44 38 aan de Weerdsingel OZ 42. Van dit bedrijf wordt geen overlast ondervonden, zodat saneren op korte termijn dan ook niet noodzakelijk is. Bij eventuele verzoeken om bedrijfsverplaatsing zal voor het categorie 3 bedrijf positief ten aanzien van verplaatsing geadviseerd worden. Gezien de beperkte mogelijkheden tot laden en lossen en de relatief hoge potentiële hinderlijkheid komt een bedrijfsverplaatsing zowel de bedrijven als de buurt ten goede. Bij een dergelijke verplaatsing kan als voorwaarde worden opgenomen dat geen hinderlijke herbestemming anders dan de huidige aan het pand mag worden gegeven Bodem Als gevolg van de historische bedrijvigheid komen in het gehele plangebied lichte tot matige verontreinigingen met zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK s) voor in de bovenste halve meter van de bodem. Deze kwaliteit staat de gevoeligste vorm van grondgebruik (wonen) niet in de weg. De gemeente heeft een uitgebreid onderzoek uitgevoerd uit om inzicht te krijgen in alle verontreinigde locaties binnen de gehele gemeente (werkvoorraad en landdekkend beeld 2005). Op basis van historische gegevens (luchtfoto's, hinderwet, milieuvergunning etc) is bekend dat er in het plangebied enkele (ernstig) verontreinigde locaties aanwezig zijn. In het plangebied bevinden zich ook ondergrondse tanks en gedempte sloten met bekende en onbekende plaats van ligging. De tanks en het dempingmateriaal van de sloten kunnen een verontreiniging veroorzaakt hebben in de bodem. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten: Bodembescherming Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging ontstaat moet de bodem direct worden gesaneerd. Dit speelt met name bij bedrijfsmatige activiteiten en/of calamiteiten. Bodemsanering Ernstig verontreinigde locaties dienen te worden gesaneerd indien er tevens sprake is van milieuhygiënische risico's. Bij immobiele verontreiniging in de bovengrond die zich niet kan verspreiden (zoals zware metalen en PAK) wordt uitgegaan van een zogenoemde functiegerichte benadering. Dit houdt in dat de kwaliteitseisen die aan de bodem worden gesteld afhankelijk zijn van de (toekomstige) bestemming van de locatie. Bij mobiele verontreiniging die zich via het grondwater kan verspreiden, wordt mede afhankelijk van de kosteneffectiviteit, zoveel mogelijk verwijdering van de verontreiniging nagestreefd. Een ander uitgangspunt is dat bij nieuw in te richten gebieden of terreinen hogere eisen worden gesteld aan de bodemkwaliteit dan bij milieuhygiënisch onvermijdbare saneringen in gebieden waar geen nieuwe inrichting plaats vindt. Bij nieuwe situaties ligt het criterium voor saneren bij ernstige verontreiniging.

45 39 Bodembeheer Bij hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond wordt uitgegaan van het principe "wat schoon is moet schoon blijven" en "wat vies is mag niet viezer worden". Waar mogelijk wordt een verbetering van de kwaliteit nagestreefd, zodat de bodem duurzaam geschikt wordt voor elk gewenst gebruik. In het plangebied is hoofdzakelijk sprake van de functie wonen. Het is daarom van belang om voor dit gebied met betrekking tot de bodemkwaliteit een hoog ambitieniveau na te streven. Het motto `wat schoon is moet schoon blijven` is zeker van toepassing en kan worden aangevuld met `verbeteren waar mogelijk`. Het is dus noodzakelijk om bij nieuwe bouwinitiatieven de bodemkwaliteit te onderzoeken om de geschiktheid ervan te kunnen vaststellen. Vanwege het overwegend conserverende karakter van het plan zal de toetsing van de bodemkwaliteit meestal plaats vinden via een bodemonderzoeksrapport plaats dienen te vinden in het kader van een bouwaanvraag. Vanwege de hoofdfunctie wonen met tuin is het van belang om in dit gebied met betrekking tot de bodemkwaliteit een hoog ambitieniveau na te streven Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met stof, door met name verkeer. Volgens het Besluit luchtkwaliteit nemen bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen hebben de grenswaarden voor luchtkwaliteit in acht. Er zijn grenswaarden gesteld voor de stoffen stikstofdioxide (NO 2 ), fijn stof (PM10), zwaveldioxide (SO 2 ), lood (Pb), koolmonoxide (CO) en benzeen. De grenswaarden gelden in zijn algemeenheid, behoudens de werkplek. Aan de jaargemiddelde grenswaarde van stikstofdioxide hoeft nu nog niet te worden voldaan, maar pas vanaf Daarnaast dient inzicht gegeven te worden in gevolgen voor de blootstelling van mensen, ecosystemen en vegetatie aan luchtverontreiniging als gevolg van deze stoffen. Omdat het bestemmingsplan zelf geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit in de wijken Vogelenbuurt en Tuinwijk, (immers, het plan is gericht op het vastleggen van de bestaande situatie), is alleen inzicht in de blootstelling van mensen aan luchtverontreiniging van belang. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer is samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate van invloed op de luchtkwaliteit. Wegen die direct van invloed zijn op de luchtkwaliteit in de wijken Vogelenbuurt en Tuinwijk zijn de Kardinaal de Jongweg, de Adelaarstraat, de Weerdsingel, de Pieter Nieuwlandstraat en de Willem van Noortstraat. Resultaten luchtonderzoek In bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan is het "Luchtkwaliteitsrapport behorend bij bestemmingsplan Vogelenbuurt en Tuinwijk " opgenomen. In deze luchtrapportage is de

46 40 luchtkwaliteit beschreven nabij de wegen die van directe invloed zijn op de luchtkwaliteit van het plangebied. Samengevat zijn de resultaten als volgt. 2004/Huidige situatie Uit de luchtrapportage 2004 van de gemeente Utrecht blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van de jaargemiddelde concentratie van NO 2, PM 10, benzeen, CO, SO 2 en BaP uit het Besluit luchtkwaliteit Wel wordt op de rekenpunten direct langs alle berekende wegen de 24-uursgemiddelde grenswaarde voor fijn stof vaker dan het toegestane aantal van 35 keer overschreden. Dit wordt echter m.n. veroorzaakt door de achtergrondconcentratie en 2015 Uit de resultaten van de luchtberekeningen voor de toekomstige situatie 2010 en 2015 kan worden geconcludeerd, dat er geen sprake is van overschrijding van de plandrempel en jaargemiddelde concentratie van NO 2, PM 10, benzeen, CO, SO 2 en BaP uit het Besluit luchtkwaliteit Wel zijn er langs alle de berekende wegen overschrijdingen van de 24-uursgemiddelde grenswaarde voor fijn stof. Overwegingen ten aanzien van de luchtkwaliteit Volgens artikel 7 van het Besluit luchtkwaliteit 2005 mag de gemeente bij normoverschrijding gebruik maken van haar bevoegdheden, indien de luchtkwaliteit als gevolg van uitoefening van deze bevoegdheid per saldo gelijk blijft of verbeterd. Daarnaast mag een bevoegdheid ook bij een beperkte toename van de overschrijding worden uitgeoefend indien de concentratie van de betrokken stof als gevolg van een samenhangende maatregel verbetert. De vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor de wijken Vogelenbuurt en Tuinwijk heeft geen gevolgen voor de luchtkwaliteit, omdat er geen wijzigingen optreden ten opzichte van de reeds bestemde situatie. De wijken Vogelenbuurt en Tuinwijk dateren reeds uit de 19e eeuw en momenteel wordt het wenselijk geacht dat de vigerende bestemmingsplannen worden vervangen door een nieuw bestemmingsplan. Met betrekking tot de blootstelling aan luchtverontreiniging in relatie tot de functie wonen, kan worden opgemerkt dat in 2004 de 24-uursgemiddelde grenswaarde voor fijn stof vaker dan toegestaan wordt overschreden, vanwege de hoge achtergrondconcentratie. Volgens het Besluit luchtkwaliteit 2005 dienen bestuursorganen maatregelen te nemen om de overschrijding van grenswaarden te beëindigen De geconstateerde overschrijdingen zijn in het plan zelf niet op te lossen. Oplossingen dienen daarom in maatregelen buiten het plan gezocht te worden, zoals bronbeleid en (landelijke) beperking van het autoverkeer. Zowel de gemeente als de Rijksoverheid werkt momenteel aan het vaststellen maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren (zie luchtkwaliteitrapport in bijlage 3 bij bestemmingsplan). Deze maatregelen zullen op termijn zorgen voor een verbetering van de luchtkwaliteit in de gemeente Utrecht en dus ook in het plangebied.

47 41 Conclusie Op basis van het voorgaande is de gemeente Utrecht dan ook van mening dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan Waterparagraaf Sinds 1 november 2003 is het uitvoeren van een watertoets wettelijk verplicht door een wijziging op het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (Bro). De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de watertoets wordt beoogd de waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken waardoor het water een evenwichtige plaats krijgt in ruimtelijke plannen. Een evenwichtige plaats houdt in dat in elk plan de negatieve effecten voor de waterhuishouding ten gevolge van ruimtelijke ontwikkelingen -waar mogelijkmoeten worden voorkomen. De watertoetsprocedure omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. De resultaten van de watertoets worden weergegeven in deze paragraaf. Deze paragraaf is opgesteld in overleg met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Beleidskader Rijk: 5e nota R.O., 4e nota waterhuishouding, structuurschema groene ruimte (2); Provincie: streekplan, provinciaal waterhuishoudingsplan, provinciaal milieubeleidsplan; Waterschap: waterbeheersplan, waterstructuurvisie, stroomgebiedvisie Keur/Wvo; Gemeente: structuurplan, gemeentelijk waterplan, rioleringsplan. Watersysteem In de Vogelenbuurt en Tuinwijk komen de volgende watergangen voor: de Vecht; de Koekoeksvaart die overgaat in het Zwarte Water; de Oosterstroom; de Stadsgracht. De Vecht behoort tot het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. De overige watergangen vallen onder het beheer van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (waterschap). De watergangen vervullen een belangrijke functie in de aan- en afvoer van water en hebben dan ook in de legger van watergangen de status van primaire watergang. De aanvoer van water vindt plaats vanuit de Kromme Rijn, waarbij het water via Rijnsweerd en de Biltse Grift in het plangebied komt. Overtollig water wordt afgevoerd naar de Vecht. Het waterpeil van de Vecht wordt gehandhaafd op NAP minus 0,40 meter. Het waterpeil van de overige watergangen wordt gehandhaafd op het stadspeil, NAP plus 0,58 meter. Het stedelijk gebied en met name de oudere stadswijken worden gekenmerkt door een krap gedimensioneerd watersysteem. Het plangebied maakt, gezien vanuit het watersysteem, onderdeel uit van een groter gebied waarin ook stedelijke herstructureringen plaatsvinden. Het waterschap wil de herstructurering benutten om een meer robuust watersysteem te realiseren, waarbij risico's van wateroverlast verminderen.

48 42 Water- en waterbodemkwaliteit De waterkwaliteit in het stedelijk gebied wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van het aangevoerde water. De kwaliteit van het water op de Kromme Rijn en van het ingelaten Lekwater is matig. Lozingen van RWZI's op de Kromme Rijn, diffuse verontreinigingen en, incidenteel, lozingen van riooloverstorten op de stadswateren van Utrecht, maken dat veelal niet aan de grenswaarden voor de waterkwaliteit (MTR) wordt voldaan. In 2002 heeft het waterschap een inventarisatie uitgevoerd naar de vegetatie en een aantal abiotische parameters om een ecologische beoordeling van de stadswateren te kunnen maken. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een drietal kwaliteitsniveaus te weten de ecologie van de oever, de ecologie van het water en de beleving. Het meetpunt in de Vogelenbuurt scoort voor beleving voldoende, voor ecologie van de oever slecht en voor ecologie van het water goed. Het meetpunt in de stadsgracht bij de Noorderbrug scoort voor beleving en de ecologie van het water goed en voor de ecologie van de oever voldoende. In 2001 is door de gemeente en het waterschap een baggerplan voor het stedelijke gebied van de gemeente Utrecht opgesteld (Baggerplan gemeente Utrecht, september 2001). Hieruit bleek dat de baggerspecie van de in het plangebied voorkomende wateren (behoudens de Vecht, die niet in het onderzoek is meegenomen) voor de kwaliteit van de specie ingedeeld wordt in klasse 4 (ernstig verontreinigd). Momenteel vindt uitwerking van de baggerlocaties en uitvoering van baggerwerkzaamheden plaats. Waterkeringen Langs de Vecht en langs de Stadsgracht liggen regionale waterkeringen. De toetshoogte voor deze keringen is nog niet vastgesteld. Achter de keringen ligt echter verheeld land, hetgeen wil zeggen dat het land achter de kering in hoogte toeneemt. Gevaar voor doorbraak van een kering is dan ook niet aanwezig, waardoor de keringen tot de niet-risicovolle keringen worden gerekend. Riolering De wijk Tuinwijk is voorzien van een gemengd stelsel. Dit betekent dat in het gemengde stelsel al het hemelwater, huishoudelijk water en bedrijfsmatig afvalwater via dezelfde buis wordt ingezameld. Het rioolwater stroomt onder vrijverval af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan het Zandpad. Niet al het ingezamelde regenwater kan bij een hevige bui worden geborgen. In dat geval wordt via 3 riooloverstorten geloosd op de watergangen in de wijk. Binnen het plangebied bevinden zich geen percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering. Bodem en grondwater De bodem van Tuinwijk bestond oorspronkelijk uit een 50 tot 100cm dikke klei laag met daaronder een zandpakket. Ten behoeve van de bouw is er ter plekke zand aangebracht. De dikte van

49 43 de zandlaag varieert tussen cm. De bodemopbouw is in een groot deel van het gebied door bebouwing verstoord. Aan de oostzijde van de wijk, die grenst aan het Griftpark, is bodemvervuiling van de oude gasfabriek geconstateerd. In het plangebied staat een peilbuis van het gemeentelijk grondwatermeetnet. De peilbuis is gelegen aan de noord-oostzijde van de Van Swindenstraat. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) over de laatste 8 jaar bedraagt NAP +0,53m. De gemiddelde grondwaterstand in de laatste 10 jaar varieert van NAP +0,49m in het natte jaar 1998 tot NAP +0,27m in het droge jaar De gemiddelde grondwaterstand over de laatste 10 jaar was NAP +0,35m. Het maaiveld in de wijk Tuinwijk varieert van NAP +1,89m tot NAP +2,36m zodat over het algemeen sprake is van een ontwateringsdiepte van minimaal 1,3 meter. In de wijk zijn geen klachten bekend als gevolg van te hoge grondwaterstanden. De stad Utrecht kan worden onderverdeeld in twee gebieden, het westelijk deel is een kwelgebied en het oostelijk deel een inzijgingsgebied. De wijk Tuinwijk ligt op de grens van het kwel - en het inzijgingsgebied. Het is een neutraal gebied qua kwel. In de wijk is onder de kleilaag geen spanningswater aanwezig. Riolering, toekomst Bij ontwikkelingen gelden de volgende voorwaarden volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan Utrecht : Huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater moet worden ingezameld en getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinrichting. Hiervoor is een vergunning noodzakelijk conform de gemeentelijke aansluitverordening riolering. Verder gelden de regels vanuit de gemeentelijke bouwverordening. Inzameling en transport naar de rioolwaterzuiveringsinrichting van relatief schoon water, zoals drainagewater, bronneringswater of oppervlaktewater moet worden voorkomen. Hemelwater mag alleen ingezameld en afgevoerd worden naar de rioolwaterzuiveringsinrichting als zuivering noodzakelijk is en dit op de centrale zuivering het meest doelmatig. Doelstelling is om minimaal 60% van het hemelwater vast te houden en te bergen binnen het plangebied. Het ontwerp van de inzameling en transportmiddelen voor afval- en hemelwater dient te voldoen aan de eisen in het Gemeentelijk Rioleringsplan en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (DSB, 1999). De lozing van afvalwater of verontreinigd hemelwater naar de bodem of het oppervlaktewater moet voldoen aan de hieraan gestelde eisen in de Wet Bodembeheer (WBB) of Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (WVO). Hiervoor dient vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. Bij bestaande lozingen, zoals de bestaande hemelwaterlozingen vanaf de Sartreweg, De Rijpstraat en de Karel Doormanlaan wordt onderzocht of het nodig is maatregelen te treffen.

50 44 Grondwater Bij ontwikkelingen is het wenselijk minimaal een ontwateringshoogte van 0,9 m te realiseren. Alleen bij kruipruimteloos bouwen of in de parken is een ontwateringshoogte van minimaal 0,5 m acceptabel. Streven is het freatische grondwater dit niveau niet vaker dan vijf dagen per jaar te laten overschrijden. Doelstelling is de natuurlijke grondwaterstand niet kunstmatig en structureel te verlagen. Voor het realiseren van de gewenste ontwateringshoogte heeft het ophogen van het maaiveld of het realiseren van extra open water de voorkeur boven het aanleggen van drainage. De wijze waarop dit vertaald is naar plankaart en voorschriften Voorschriften Bij de doeleindenomschrijving van verkeer en verblijf, staat onder andere de bestemming water. Het waterschap heeft de gemeente verzocht de bestemming breder te omschrijven. Aan dit verzoek is voldaan. Plankaart Al de gebieden die met de bestemming water zijn aangeduid, hebben in de legger van watergangen van het waterschap de functie van primaire watergang (ook wel hoofdwatergang genoemd). De watergangen zijn als water bestemd. Kruisingen met verkeerswegen zijn middels een aanduiding op de plankaart aangegeven. De waterkerende watergangen zijn voorzien van een medebestemming 'Primaire waterkering'. De regeling uit de keur blijft onverkort naast het bestemmingsplan van kracht. Verslaglegging van gevoerd overleg gemeente - waterbeheerder Bij het opstellen van het advies toetst het waterschap of het plan aan de criteria voor de waterhuishouding voldoet. Als algemeen criterium voor ruimtelijke plannen geldt dat minimaal het stand-still moet worden gehanteerd, hetgeen inhoudt dat de waterhuishouding niet mag verslechteren. In dit geval gaat het om een conserverend bestemmingsplan, waarbij aan dat uitgangspunt wordt voldaan. Op 3 november 2005 heeft het waterschap aangegeven akkoord te zijn met de inhoud van voorliggende waterparagraaf Duurzaamheid In het plangebied liggen structuren voor gebouwen, verkeer en energie vast. Structuurbepalende aspecten van duurzaam bouwen kunnen dus niet meer worden doorgevoerd. Uitbreiding van bestaande woningen en bedrijfspanden kunnen binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. In hoofdlijnen gaat het niet alleen meer om de milieuwinst in de nieuwbouwplan/ of bouwfase, maar juist om het handhaven en verbeteren van het aspect duurzaamheid van de bestaande voorraad. Denk daarbij aan maatregelen bij (mogelijke toekomstige) renovatie, zoals het gebruik van vormen van duurzame energie, zoals zonneenergie en bodemwarmte in het gebied, de bouwafvalstromen en materiaalgebruik.

51 45 Vanuit de optiek van het duurzaam bouwen dient men te streven naar: het verminderen van het gebruik van bouwstoffen; het verminderen van het gebruik van fossiele energie; het verhogen van de woon-, werk-, en gebouwenkwaliteit. Vanuit milieu-invalshoek wordt daarom gestreefd naar het zo klein en gesloten mogelijk houden van kringlopen. Wat betreft grondstoffen, water en energie gaat men uit van de prioritaire reeks: beperken van het gebruik; eventueel hergebruik; gebruik van niet-eindige bronnen; efficiënt gebruik alle bronnen. Voor het benutten van zonne-energie, is het van belang rekening te houden met bezonning en beschaduwing van gebouwen. Wanneer er sprake is van het toevoegen van bouwwerken in het plangebied of herstructurering ligt het in de lijn van het gemeentelijk beleid rekening te houden met: "Standaard Programma van Eisen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte 1999", voor de inrichting van de openbare ruimte. Hierbij geldt de materiaallijst "Duurzaam materiaalgebruik in de openbare ruimte". Ook het Nationaal Pakket Dubo voor de Grond, Weg en Waterbouw is een informatiebron voor het uitwerken van maatregelen; met bezonning en/of beschaduwing van gebouwen, bij het ontwerpen van gebouwen. Met als doel het energieverbruik op een passieve of actieve manier terug te kunnen dringen; voor het ontwikkelen van woningen geldt voor Utrecht het "Beleidskader Integrale Woningkwaliteit" 2000, met de daarbij behorende maatregelenlijst. Het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw en Beheer en Utiliteitsbouw zijn tevens handboeken voor het invullen van duurzame bouwen maatregelen; Nationaal Pakket Duurzame Stedebouw (Nationaal Dubo Centrum, 1999), voor relevante duurzaamheidaspecten op ruimtelijke ordeningsvlak Hoofdkabels en -leidingen Er bevinden zich in het plangebied geen hoofdkabels en leidingen die via het bestemmingsplan een bijzondere bescherming behoeven Externe veiligheid Besluit externe veiligheid inrichtingen Waar wordt gebouwd kunnen veiligheidsrisico's optreden voor omwonenden, bedrijven en passanten. Om de veiligheid te vergroten wordt bij bestemmingsplannen aandacht besteed aan de omgeving van bedrijven die veiligheidsrisico's met zich meebrengen. De normen en richtlijnen

52 46 zijn afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Dit besluit schrijft voor dat ruimtelijke maatregelen zoals een bestemmingsplan moeten worden getoetst aan deze normen. Het Besluit externe veiligheid beschrijft de afstanden tussen risicovolle bedrijven en kwetsbare objecten/bestemmingen. Risicovolle bedrijven zijn bijvoorbeeld LPG stations. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld woningen, gebouwen waarin mensen zijn die zichzelf slecht in veiligheid kunnen brengen (scholen en zorginstellingen) en gebouwen waarin regelmatig grote aantallen personen aanwezig zijn (grote winkelcentra, grote kantoren etc.). Daarnaast bestaan beperkt kwetsbare objecten, dit zijn alle andere gebouwde objecten. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen staan twee soorten risico's beschreven waarop de normen en richtlijnen van toepassing zijn. Het betreft het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft aan hoe groot de overlijdenskans is indien een persoon zich permanent op een bepaalde plek bevindt. De wetgever beschouwt een overlijdenskans van eens in de miljoen jaar (aangeduid met 10-6 ) voor nieuwe situaties als acceptabel. Vertaald naar het bestemmingsplan (in dit geval de plankaart) kan het PR=10-6 worden weergegeven als een cirkel ( contour) rondom het risicovolle bedrijf. Alle punten op de cirkel vertegenwoordigen een plaatsgebonden risico van één op de miljoen jaar. Het plaatsgebonden risico vertegenwoordigt dus een afstandsnorm. Voor de afstand tussen risicovolle bedrijven en kwetsbare objecten is die norm een harde grenswaarde. Voor de afstand tussen risicovolle bedrijven en beperkt kwetsbare objecten is die norm een richtwaarde waarvan mag worden afgeweken als daar een gegronde reden voor is. Binnen de contour mogen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden bestemd of gebouwd. Voor bestaande situaties gelden overgangsregels. Uiterlijk in 2010 moeten de afstanden tussen risicovolle bedrijven en kwetsbare objecten voldoen aan dezelfde normen als die voor nieuwe situaties gelden. Groepsrisico Het groepsrisico geeft aan hoeveel mensen zouden overlijden tengevolge van een calamiteit. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen verplicht ertoe dat bij besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening het groepsrisico wordt beschreven en gemotiveerd. Voor het toetsen van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde oriënterende waarde. Dit is geen harde wettelijke norm maar een houvast om te toetsen of het groepsrisico acceptabel is al dan niet in combinatie met maatregelen voor de bestrijding van ongevallen. Volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen moet het groepsrisico bepaald worden binnen het invloedsgebied van het risicovolle bedrijf. De grootte van het invloedsgebied verschilt per soort bedrijf. Er zijn twee manieren om het groepsrisico te verlagen. Het is mogelijk maatregelen te nemen bij het risicovolle bedrijf of het is mogelijk maatregelen te nemen in de omgeving van het bedrijf.

53 47 Aanwezige risicobedrijven Vlak buiten het plangebied bevindt zich één bedrijf dat veiligheidsrisico's met zich mee brengt. Het betreft: Het tankstation van Shell (Pieter Nieuwlandstraat 112). De verkoop van LPG brengt veiligheidsrisico's met zich mee die van invloed zijn op het plangebied. Het grootste risico wordt gevormd door de mogelijkheid dat een LPG tankauto ontploft, een zogenaamde BLEVE. Hieronder staat van het bedrijf een nader uitgewerkte omschrijving van de omgeving, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Omgeving Het station bevindt zich direct ten noorden van het plangebied in een dicht bebouwde woonomgeving. De dichtstbijzijnde woningen in het aangrenzende plangebied bevinden zich op iets meer dan 25 meter van het LPG vulpunt. De dichtstbijzijnde woningen binnen het plangebied bevinden zich op circa 35 meter van het LPG vulpunt. Behalve woningen bevinden zich binnen de invloedssfeer (150 meter vanaf het LPG vulpunt) van het LPG tankstation nog enkele andere objecten. Het betreffen een rijschool, een kledingwinkel, een kapsalon, een veegpost van de reinigingsdienst en een post van Eneco, allen gelegen langs de Blauwkapelseweg. Dit zijn allemaal beperkt kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico (PR) bij het tankstation Voor LPG tankstations hoeven de plaatsgebonden risicocontouren niet per geval te worden berekend, maar gelden vaste afstanden die afhankelijk zijn van de LPG-jaaromzet. Deze afstanden zijn vastgelegd in een regeling op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Voor het tankstation geldt een milieuvergunning voor de aflevering van een niet gedefinieerde hoeveelheid LPG per jaar. De bijbehorende contour voor het vulpunt bedraagt 110 meter en de contour bedraagt 25 meter. Aangezien de afstand tot het dichtstbijzijnde kwetsbare object (in dit geval een woning) groter is dan 25 meter (aangrenzende plangebied) zal de situatie tot nog voldoen aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Vanaf die datum kan niet meer worden voldaan aan de afstandseisen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Naast de afstandsnorm voor het vulpunt bestaan er normen voor de ondergrondse LPG tank (25 meter) en de afleverzuilen (15 meter). Aan deze normen moet uiterlijk zijn voldaan. De ondergrondse tank ligt op minder dan 25 meter van de dichtstbijzijnde woning. Aan de afstandsnormen voor de zuilen wordt voldaan. Vanwege de ligging van zowel het vulpunt als de ondergrondse tank ligt het voor de hand dat uiterlijk de LPG verkoop beëindigd zal worden. Groepsrisico (GR) bij het tankstation Vanwege de omgeving bestaat er rond het tankstation een groepsrisico. Hierna wordt de omvang van het groepsrisico in beeld gebracht. Daarna wordt beschreven hoe het groepsrisico beïnvloed kan worden door maatregelen bij het station en de omgeving. Tot slot wordt aange-

54 48 geven hoe het aantal slachtoffers kan worden beperkt door een goede voorbereiding op een eventueel ongeval. Personendichtheid en GR De personendichtheid en de berekening van het groepsrisico zijn beschreven in een zogenaamde kwantitatieve risico-analyse. Volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen moet het GR bepaald worden in het invloedsgebied van het LPG tankstation. Het invloedsgebied is een oppervlak in de vorm van een cirkel met een straal van 150 meter gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Binnen deze cirkel bevinden zich hoofdzakelijk woningen. Tevens bevinden zich binnen deze cirkel enkele andere objecten waarvan de meeste voor de bepaling van het GR verwaarloosbaar zijn; dit komt door een combinatie van geringe aantallen en korte aanwezigheid. In de risico-analyse is een uitzondering gemaakt voor de kapsalon; deze is meegenomen in de analyse. Het aantal woningen binnen het invloedsgebied bedraagt ca. 220 stuks. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 2,4 personen per woning wordt verondersteld dat 's nachts ca. 530 personen aanwezig zijn en overdag ca. 370 personen (uitgaande van een gemiddelde aanwezigheid van 70 % van de bewoners). De LPG tankauto wordt vrijwel uitsluitend overdag gelost. Om die reden is de GR-berekening uitgevoerd voor de dagperiode waarin gemiddeld ca. 370 personen binnen het invloedsgebied aanwezig zullen zijn. De kans op het grootste aantal slachtoffers (ca. 370) is ca. één keer in de 10 miljoen jaar. Om een maat te hebben voor de overschrijding van de oriënterende waarde voor het GR is het gebruikelijk om de kansen te vergelijken die horen bij een ongeval met resp. 10, 100 en 1000 slachtoffers. Voor het tankstation is de kans op een ongeval met 10 of meer slachtoffers ca (een factor 10 lager dan de oriënterende waarde) en de kans op een ongeval met 100 of meer slachtoffers eveneens ca (een factor 10 hoger dan de oriënterende waarde). De kans op een ongeval met 1000 of meer slachtoffers is niet aan de orde. Verlaging groepsrisico door maatregelen bij het station Op het moment van dit besluit zijn geen maatregelen bekend om het risico bij LPGverkooppunten te verkleinen. Onderzoeken naar nog veiliger tankauto's zijn nog niet afgerond. Het risico zou kunnen worden verkleind door in de milieuvergunning een grens te stellen aan de omzet van LPG. De mogelijkheid van zo'n aanpassing zal worden nagegaan. Overigens is de kans groot dat de verkoop van LPG uiterlijk beëindigd moet worden omdat dan niet meer kan worden voldaan aan de afstandseis van het plaatsgebonden risico. Verlaging groepsrisico door maatregelen in de omgeving Maatregelen in de omgeving die een lager groepsrisico tot gevolg hebben zijn niet van toepassing. Het gaat om een beheerbestemmingsplan. Er verandert niets in de buurt van het Shellstation. De hier weergegeven verantwoording van het groepsrisico is niet meer dan een beschrijving van de actuele situatie die voor de toekomst ook in stand blijft. Ook in de toekomst worden geen ontwikkelingen in de omgeving verwacht die een lager groepsrisico tot gevolg hebben.

55 49 Maatregelen m.b.t. bestrijding en hulpverlening bij een ongeval Het risico waar rekening mee gehouden moet worden is een BLEVE van de LPG tankauto. Ingeval van een brand waarbij een LPG tankauto betrokken is, bestaat de eerste inzet uit het koelen van de LPG tankauto met behulp van onbemande waterkanonnen. De Brandweer Utrecht is in zes minuten ter plaatse en heeft binnen vier minuten een waterkanon operationeel en kan een tweede waterkanon operationeel hebben na installatie van een aparte dompelpomp of groot vermogen pomp. Vier minuten na aankomst van de eerste tankautospuit is er dus water op de brand d.m.v. één waterkanon. Een BLEVE kan echter al 10 minuten na het ontstaan van de brand plaatsvinden. Het is daarom noodzakelijk om tegelijkertijd panden in het bedreigde gebied te ontruimen. Hiertoe moet het Waarschuwing en Alarm Systeem (WAS sirenenetwerk) geactiveerd worden en de bewoners / gebruikers moeten door de hulpdiensten opgevangen worden. De opvang, coördinatie en verdere verloop van de hulpverlening en crisisbeheersing vereist in alle gevallen een niveau vergelijkbaar met een rampbestrijdingsplan. Deze plannen zijn niet aanwezig. In het bestemmingsplan worden in de voorschriften bepalingen opgenomen ter bescherming van aanwezigheid van het LPG vulpunt. Afbeelding 8: Afstandcirkels rond LPG-station.

Dienst Stadsontwikkeling. Bestemmingsplan. Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt. mei 2006. www.utrecht.nl

Dienst Stadsontwikkeling. Bestemmingsplan. Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt. mei 2006. www.utrecht.nl Dienst Stadsontwikkeling Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt www.utrecht.nl mei 2006 Bestemmingsplan Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt, mei 2006 * = locatie plangebied

Nadere informatie

Dienst Stadsontwikkeling. Bestemmingsplan. Rivierenwijk. Mei 2007. www.utrecht.nl

Dienst Stadsontwikkeling. Bestemmingsplan. Rivierenwijk. Mei 2007. www.utrecht.nl Dienst Stadsontwikkeling Bestemmingsplan Rivierenwijk www.utrecht.nl Mei 2007 Bestemmingsplan Rivierenwijk, mei 2007 * = locatie plangebied Bestemmingsplan Rivierenwijk mei 2007 Dienst Stadsontwikkeling

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24

Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 1 van 5 Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 2 van 5 Inleiding Op donderdag 3 april 2014 is door Dierenrijk

Nadere informatie

Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda

Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda Kiezen om ruimte te maken Den Haag 2040 Den Haag is volop in beweging, de stad is in trek. Verwacht wordt dat Den Haag groeit, van 530.000 inwoners in 2017 naar

Nadere informatie

Bestemmingsplan. Lunetten. Dienst Stadsontwikkeling Afdeling Stedenbouw en Monumenten Sectie juridische zaken

Bestemmingsplan. Lunetten. Dienst Stadsontwikkeling Afdeling Stedenbouw en Monumenten Sectie juridische zaken Bestemmingsplan Lunetten Termijn van ter inzage legging: 9 juni tot en met 6 juli 2005 Vastgesteld door de gemeenteraad van Utrecht: 8 december 2005 Goedgekeurd door gedeputeerde staten van Utrecht: PM

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen

Ruimtelijke onderbouwing. Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen Ruimtelijke onderbouwing Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen 1 2 Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding INLEIDING Op 4 maart 2011 is een aanvraag om een omgevingsvergunning binnengekomen voor het

Nadere informatie

Bestemmingsplan. De Meern Noord. Bestemmingsplan Juni Dienst Stadsontwikkeling. Afdeling Stedenbouw en Monumenten Sectie juridische zaken

Bestemmingsplan. De Meern Noord. Bestemmingsplan Juni Dienst Stadsontwikkeling. Afdeling Stedenbouw en Monumenten Sectie juridische zaken Bestemmingsplan De Meern Noord Bestemmingsplan Juni 2006 Dienst Stadsontwikkeling Afdeling Stedenbouw en Monumenten Sectie juridische zaken 2 Toelichting 3 4 Inhoudsopgave 1. Inleiding...7 1.1. Doel van

Nadere informatie

Uitbreiding Theater De Willem

Uitbreiding Theater De Willem Stedenbouwkundige verkenning Uitbreiding Theater De Willem Gemeente Papendrecht, november 2008 Stedenbouwkundige Verkenning Onderwerp: Theater De Willem 1. Inleiding De mogelijkheden voor uitbreiding van

Nadere informatie

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Ambachtsschool Gemeente Enschede Programma Stedelijke Ontwikkeling Team Bestemmingsplannen Februari 2016 SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord Ruimtelijke onderbouwing project Vlietweg 16 te Santpoort-Noord W12/000758/ OLO271413 INHOUD 1 Beschrijving

Nadere informatie

Duinkampen 23 te Paterswolde

Duinkampen 23 te Paterswolde Duinkampen 23 te Paterswolde Projectgebied. Duinkampen 23 Paterswolde 1. Inleiding Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor het bouwen van een bijgebouw, het plaatsen van een schutting en twee kunstwerken

Nadere informatie

NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN. 1. Inleiding

NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN. 1. Inleiding NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN Gemeente Zeewolde, maart 2009 2 NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN 1. Inleiding Iedere bouwaanvraag moet op grond van de huidige bouwverordening, artikel 2.5.30, voorzien

Nadere informatie

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a. Gemeente Schijndel Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a., sub 2 Wabo 2 3 bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan Inleiding Op 24 september 2014 is het

Nadere informatie

NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN

NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN Gemeente Zeewolde, maart 2009 1 NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN 1. Inleiding Iedere bouwaanvraag moet op grond van de huidige bouwverordening, artikel 2.5.30, voorzien

Nadere informatie

Ruimtelijke motivering. Molenstraat 1a te s-hertogenbosch. Functiewijziging van wonen naar kleinschalig hotel

Ruimtelijke motivering. Molenstraat 1a te s-hertogenbosch. Functiewijziging van wonen naar kleinschalig hotel Ruimtelijke motivering Molenstraat 1a te s-hertogenbosch Functiewijziging van wonen naar kleinschalig hotel Januari 2017 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Molenstraat 1a is nu op de begane grond

Nadere informatie

Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'De Nieuwe Vaart'

Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'De Nieuwe Vaart' Raadsvoorstel Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. 9 maart 2015 Documentnummer : 2015.0.013.143 Zaaknummer: 2014-09-00312 Onderwerp: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'De Nieuwe Vaart' Aan de gemeenteraad.

Nadere informatie

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Facetherziening Parkeren 2

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Facetherziening Parkeren 2 vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Facetherziening Parkeren 2 Hoofdstuk 1 Inleiding 7 Hoofdstuk 2 Beleidskader 9 Hoofdstuk 3 Juridische toelichting 11 Hoofdstuk 4 Procedure en overleg 15

Nadere informatie

Reactienota. Behorende bij de Structuurvisie "Wernhout 2025"

Reactienota. Behorende bij de Structuurvisie Wernhout 2025 Reactienota Behorende bij de Structuurvisie "Wernhout 2025" 1. Inleiding De ontwerp structuurvisie "Wernhout 2025" is op dinsdag 22 oktober 2013 gepresenteerd aan de bewoners en de Dorpsraad van Wernhout.

Nadere informatie

Gemeente Houten Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Cluster Ontwikkeling, Sectie Ruimtelijke Ordening

Gemeente Houten Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Cluster Ontwikkeling, Sectie Ruimtelijke Ordening ** Vastgesteld oktober 2014 Cluster Ontwikkeling, Sectie Ruimtelijke Ordening Visie verplaatsing nietagrarische bedrijven binnen het buitengebied Status: vastgesteld door de gemeenteraad van Houten d.d.

Nadere informatie

CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN

CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN Terneuzen Cultuurhistorische Waardenkaart Datum: februari 2013 Opgesteld door: Gemeente Terneuzen Gemeente Terneuzen Stadhuisplein 1 Postbus 35 4530 AA Terneuzen

Nadere informatie

B&W-voorstel. 1) Status

B&W-voorstel. 1) Status B&W-voorstel Onderwerp: Ruimtelijke motivering voor transformatie voormalig kantoor Brabants Dagblad aan het Emmaplein naar 56 woonstudio s en 550 m2 kantoorruimte. 1) Status Het voorstel heeft betrekking

Nadere informatie

B&W Vergadering. B&W Vergadering 29 augustus 2017

B&W Vergadering. B&W Vergadering 29 augustus 2017 2.1.3 Bouw 9 zorgappartementen Wilhelminalaan te Roermond 1 Dossier 2093 voorblad.pdf B&W Vergadering Dossiernummer 2093 Vertrouwelijk Nee Vergaderdatum 29 augustus 2017 Agendapunt 2.1.3 Omschrijving Bouw

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Kavel 12 Arnhem-Centraal Noord van de gemeente Arnhem

Ruimtelijke onderbouwing Kavel 12 Arnhem-Centraal Noord van de gemeente Arnhem Ruimtelijke onderbouwing Kavel 12 Arnhem-Centraal Noord van de gemeente Arnhem oktober 2009 1. Omschrijving van het project 3 2. Beschrijving van het projectgebied 4 3. Geldende planologische situatie

Nadere informatie

Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20

Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20 Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20 Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Landschappelijke inpasbaarheid Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten Hoofdstuk

Nadere informatie

Ruimtelijke Onderbouwing verbinding Tramweg-Industrieweg, bedrijventerrein De Smaale (deelproject 2).

Ruimtelijke Onderbouwing verbinding Tramweg-Industrieweg, bedrijventerrein De Smaale (deelproject 2). Ruimtelijke Onderbouwing verbinding Tramweg-Industrieweg, bedrijventerrein De Smaale (deelproject 2). Doel en aanleiding Masterplan en Beeldkwaliteitplan Belangrijk brondocument van deze omgevingsvergunning

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen Ruimtelijke onderbouwing 'het uitbreiden van de woning met een aanbouw' op het perceel de Wedze 22a te Twijzel

Gemeente Achtkarspelen Ruimtelijke onderbouwing 'het uitbreiden van de woning met een aanbouw' op het perceel de Wedze 22a te Twijzel Gemeente Achtkarspelen Ruimtelijke onderbouwing 'het uitbreiden van de woning met een aanbouw' op het perceel de Wedze 22a te Twijzel 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor de omgevingsvergunning met afwijking

Nadere informatie

Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist.

Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Ten behoeve van de stroomlijning van het vooroverleg over: - voorontwerpbestemmingsplannen

Nadere informatie

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Inhoud Toelichting Regels Verbeelding 19 oktober 2010 Projectnummer

Nadere informatie

Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Huis ter Heide West, gemeente Zeist

Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Huis ter Heide West, gemeente Zeist Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Huis ter Heide West, gemeente Zeist De Ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en

Nadere informatie

Geen huizenbouw in park Oudegein!

Geen huizenbouw in park Oudegein! Geen huizenbouw in park Oudegein! Wethouder Adriani van de gemeente Nieuwegein (o.a. Ruimtelijke Ordening) stelt in een artikel in het AD van 13-02-2013 over de geplande huizenbouw in park Oudegein het

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een gedeelte van een woonwagen en voor een meterkast buiten de aangelegde woonwagenlocatie aan de Heelalstraat.

Nadere informatie

Gemeente Bergen op Zoom

Gemeente Bergen op Zoom Gemeente Bergen op Zoom bestemmingsplan Groenstrook Kijk in de Pot 2012 Toelichting: 1. Doel van de procedure 2. Situering van de aanvraag 3. Vigerende stedenbouwkundige regeling 4. Herziening bestemmingsplan

Nadere informatie

Onderwerp: Welstandsnota gemeente Voerendaal 2013. Het vaststellen van de Welstandsnota gemeente Voerendaal 2013.

Onderwerp: Welstandsnota gemeente Voerendaal 2013. Het vaststellen van de Welstandsnota gemeente Voerendaal 2013. Raadhuisplein 1 T 045-575 33 99 6367 ED Voerendaal F 045-575 11 95 Postbus 23000 E info@voerendaal.nl 6367 ZG Voerendaal W voerendaal.nl \ raadsvoorstel Voerendaal, d.d. 28 maart 2013 Nummer: 2013/5/ Portefeuillehouder:

Nadere informatie

In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op de voorontwerp-omgevingsvergunning Oirschotsedijk 52, Wintelre.

In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op de voorontwerp-omgevingsvergunning Oirschotsedijk 52, Wintelre. Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC s-hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 Gemeente Eersel Postbus 12 5520 AA EERSEL info@brabant.nl www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043 3825558

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing voor de wijziging van gebruik ten behoeve van de functie wonen (voortuin, behorende bij deelplan 13 van plangebied

Ruimtelijke onderbouwing voor de wijziging van gebruik ten behoeve van de functie wonen (voortuin, behorende bij deelplan 13 van plangebied Ruimtelijke onderbouwing voor de wijziging van gebruik ten behoeve van de functie wonen (voortuin, behorende bij deelplan 13 van plangebied Berckelbosch te Eindhoven (Pianostraat 1 t/m 11) 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Ruimtelijke Onderbouwing vestiging Adriaans Veeg- en Rioolbedrijf op een perceel aan de Tramweg (De Smaale Mierlo).

Ruimtelijke Onderbouwing vestiging Adriaans Veeg- en Rioolbedrijf op een perceel aan de Tramweg (De Smaale Mierlo). Ruimtelijke Onderbouwing vestiging Adriaans Veeg- en Rioolbedrijf op een perceel aan de Tramweg (De Smaale Mierlo). Doel en aanleiding Verzoek Adriaans voor vestiging Adriaans heeft gevraagd om zich op

Nadere informatie

REGELS. Kenmerk: 2987677

REGELS. Kenmerk: 2987677 REGELS Kenmerk: 2987677 - 1 - INHOUDSOPGAVE REGELS HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE REGELS 2 Artikel 1. Begrippen 2 HOOFDSTUK 2. BESTEMMINGSREGELS 3 Artikel 2. Wonen 3 HOOFDSTUK 3. SLOTREGELS 5 Artikel 3. Slotregel

Nadere informatie

Maak Plaats! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio.

Maak Plaats! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio. Maak plaats voor Hoorn! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio. Iedere dag is het hier een komen en gaan van duizenden

Nadere informatie

Toelichting Ontwerp parapluplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE juni 2014

Toelichting Ontwerp parapluplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE juni 2014 Toelichting Ontwerp parapluplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0203 10 juni 2014 Toelichting parapluplan Nota parkeernormen auto en fiets (zoals vastgesteld door de Raad op dd. maand

Nadere informatie

memo Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg 63 en 65 te Doorn

memo Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg 63 en 65 te Doorn memo aan: van: c.c.: Inge Eising Gemeente Utrechtse Heuvelrug Mariël Gerritsen Pieter Birkhoff Van Wijnen Groep N.V. datum: 14 december 2015 betreft: Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg

Nadere informatie

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,

Nadere informatie

Beleidsregel bed & breakfast en/of gastenverblijf. Vastgesteld door burgemeester en wethouders op 26 augustus Bekendgemaakt op 3 september 2014

Beleidsregel bed & breakfast en/of gastenverblijf. Vastgesteld door burgemeester en wethouders op 26 augustus Bekendgemaakt op 3 september 2014 Beleidsregel bed & breakfast en/of gastenverblijf Vastgesteld door burgemeester en wethouders op 26 augustus 2014 Bekendgemaakt op 3 september 2014 Inwerkingtreding op 4 september 2014 Wijzigingen vastgesteld

Nadere informatie

8 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Binnenstad

8 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Binnenstad GEMEENTE BERGEN OP ZOOM 8 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Binnenstad tbv splitsing in gestapelde woningen INHOUDSOPGAVE Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel wijzigingsplan 1.2 Ligging

Nadere informatie

Toelichting Vastgesteld paraplubestemmingsplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0301 18 september 2014

Toelichting Vastgesteld paraplubestemmingsplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0301 18 september 2014 Toelichting Vastgesteld paraplubestemmingsplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0301 18 september 2014 september 2014) 1 september 2014) 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING... 5 1.1

Nadere informatie

Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland

Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland Code 03-61-02 / 09-06-03

Nadere informatie

Ontwerp wijziging PRVS

Ontwerp wijziging PRVS Model bekendmaking regeling provinciale staten 1 8 Ontwerp wijziging PRVS Ontwerp besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van [..], tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie

Nadere informatie

Beeldkwaliteitsplan. Denekamp 't Pierik fase 2

Beeldkwaliteitsplan. Denekamp 't Pierik fase 2 Beeldkwaliteitsplan Denekamp 't Pierik fase 2 Govert Flinckstraat 31 - postbus 1158-8001 BD Zwolle 038-4216800 13 november 2008 2 Beeldkwaliteitsplan Denekamp t Pierik fase 2 1. Inleiding 1.1 Aanleiding

Nadere informatie

1 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Meilust-Woongebied

1 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Meilust-Woongebied GEMEENTE BERGEN OP ZOOM 1 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Meilust-Woongebied t.b.v. Bestemmingswijziging Zandstraat 134/134a Status: Vastgesteld INHOUDSOPGAVE Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding,

Nadere informatie

Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid

Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid Factsheet Verkeer 1. Inleiding In deze factsheet Verkeer staan de voertuigen en personen centraal die de openbare weg gebruiken. Het gaat hier dus niet om de fysiek aanwezige infrastructuur (die komt aan

Nadere informatie

Discussienota Ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerreinen gemeente Oirschot

Discussienota Ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerreinen gemeente Oirschot Discussienota Ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerreinen gemeente Oirschot Probleemstelling Ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerreinen gemeente Oirschot. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ter visie gelegen.

Nadere informatie

Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE

Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel 1.3. Plangebied 1.4. Leeswijzer 2. PLANBESCHRIJVING 2.1. Bestaande situatie 2.2. Gewenste

Nadere informatie

Bijlage 1: Overzicht belangrijkste wijzigingen

Bijlage 1: Overzicht belangrijkste wijzigingen Bijlage 1: Overzicht belangrijkste wijzigingen Bestemmingsplan Wergea Voorontwerp Bestemmingsplan Wergea Voorontwerp Overzicht belangrijkste wijzigingen* In dit overzicht zijn de belangrijkste wijzigingen

Nadere informatie

Beleidskader Parkeren. Gemeente Oude IJsselstreek

Beleidskader Parkeren. Gemeente Oude IJsselstreek Beleidskader Parkeren Gemeente Oude IJsselstreek Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Achtergronden 4 3. Visie 5 3.1 Visie 5 3.2 Hoofdvarianten 5 3.3 Meetbaar 5 4. Beleidskader 6 2 1. Inleiding De afgelopen

Nadere informatie

voorstel aan de raad Bestemmingsplan Hart van De Meern Noord Scheijven, S. (Stijn) Kenmerk Raadsvoorstellen weekoverzicht

voorstel aan de raad Bestemmingsplan Hart van De Meern Noord Scheijven, S. (Stijn) Kenmerk Raadsvoorstellen weekoverzicht voorstel aan de raad Opgesteld door Ontwikkelorganisatie Ruimte Scheijven, S. (Stijn) Kenmerk 4224645 Vergadering Vergaderdatum 2 juli 2017 Jaargang en nummer Geheim Portefeuille Raadsvoorstellen weekoverzicht

Nadere informatie

Wijzigingsplan miniwinkel Dorpsstraat 153 te Vlieland

Wijzigingsplan miniwinkel Dorpsstraat 153 te Vlieland Wijzigingsplan miniwinkel Dorpsstraat 153 te Vlieland Inleiding Op 17 oktober 2011 is het bestemmingsplan Vlieland bebouwde Kom door de raad van de gemeente Vlieland vastgesteld. In dit plan is een mogelijkheid

Nadere informatie

Beroep en Bedrijf aan huis. Beleidsnota

Beroep en Bedrijf aan huis. Beleidsnota Beroep en Bedrijf aan huis Beleidsnota juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Doelstelling... 3 Definitie beroep of bedrijf aan huis... 4 Bestemmingsplantoets... 4 Vrij beroep... 4 Criteria bij de toetsing

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied

Nadere informatie

Toelichting op het bestemmingsplan. 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne. Stadsontwikkeling Dordrecht

Toelichting op het bestemmingsplan. 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne. Stadsontwikkeling Dordrecht Toelichting op het bestemmingsplan 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne Stadsontwikkeling Dordrecht Augustus 2009 1. Inleiding Het bestemmingsplan Leerpark is op 1 maart 2005

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Kringloopwinkel Van Heemstraweg 5a Ewijk

Ruimtelijke onderbouwing. Kringloopwinkel Van Heemstraweg 5a Ewijk Ruimtelijke onderbouwing Kringloopwinkel Van Heemstraweg 5a Ewijk 10 mei 2011 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De stichting er ligt iets Bijwa heeft op 2 maart 2011 het verzoek ingediend om op de locatie van

Nadere informatie

COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND

COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND 1. INLEIDING Aanleiding De gemeente Schagen is voornemens om het bedrijventerrein Kolksluis langs de Koning Willem II-weg in t Zand

Nadere informatie

correctieve herziening bestemmingsplan De Zanderij gemeente Hillegom 10 december 2009 projectnummer 80253

correctieve herziening bestemmingsplan De Zanderij gemeente Hillegom 10 december 2009 projectnummer 80253 correctieve herziening bestemmingsplan De Zanderij gemeente Hillegom 10 december 2009 projectnummer 80253 INHOUD TOELICHTING I 1 I N L E I D I N G 1 2 L I G G I N G P L A N G E B I E D 1 3 W I J Z I G

Nadere informatie

Notitie karakteristieke gebouwen centrum Losser

Notitie karakteristieke gebouwen centrum Losser Notitie karakteristieke gebouwen centrum Losser September 2017 Afdeling BSP 1 Inhoudsopgave 1. Aanleiding... 3 2. Algemeen; Erfgoed in het bestemmingsplan... 3 2.1 Rekening houden met cultuurhistorie...

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing bij projectbesluit ten behoeve van Sport & Science, Hoeflingweg 20 te Lochem

Ruimtelijke onderbouwing bij projectbesluit ten behoeve van Sport & Science, Hoeflingweg 20 te Lochem Ruimtelijke onderbouwing bij projectbesluit ten behoeve van Sport & Science, Hoeflingweg 20 te Lochem Inleiding Bij besluit van 28 juli 2010 hebben burgemeester en wethouders van Lochem aan Sport & Science

Nadere informatie

Thematische herziening archeologie

Thematische herziening archeologie Bestemmingsplan Thematische herziening archeologie Gemeente Brunssum Datum: 23 juli 2015 Projectnummer: 130510 ID: NL.IMRO.0899.BPPPArcheologie-OW01 INHOUD TOELICHTING 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2

Nadere informatie

Beleidsnotitie Bed and Breakfast 2010

Beleidsnotitie Bed and Breakfast 2010 Beleidsnotitie Bed and Breakfast 2010 Gemeente Renkum, september 2010 1 INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 1 DEFINITIE BED AND BREAKFAST... 1 JURISPRUDENTIE RAAD VAN STATE... 1 BESTEMMINGSPLANNEN... 2 VOORWAARDEN

Nadere informatie

Provincie Noord-Holland

Provincie Noord-Holland Provincie Noord-Holland 12.008525 POSTBUS 3007 2001 DA HAARLEM Burgemeester en Wethouders Zijpe Postbus 5 1 750 AA SCHAGERBRUG Gemeente Zijpe 7 6 SEP ZQti ingekomen: * ^Gedeputeerde Statf n Behandelaar:

Nadere informatie

Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland)

Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland) Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland) De gemeente Berkelland vraagt voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied, Kieftendijk Haaksbergseweg

Nadere informatie

BESTEMMINGSPLAN BERG VONDELPLEIN 4

BESTEMMINGSPLAN BERG VONDELPLEIN 4 * BESTEMMINGSPLAN BERG VONDELPLEIN 4 en regels Gemeente Amersfoort Postbus 4000 3800 EA Amersfoort Bezoekadres: Stadhuisplein 1 3811 LM Amersfoort Telefoon (033) 459 51 11 Fax (033) 451 07 10 E-mail: info_gemeente@amersfoort.nl

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten. Gemeente Eijsden-Margraten

Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten. Gemeente Eijsden-Margraten Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten Datum: 7 april 2014 Projectgegevens: ROB01-0252620-01B TEK01-0252620-01A Identificatienummer:

Nadere informatie

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries (ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries Gemeente Tynaarlo November 2011 Projectgebied Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Huidige en beoogde situatie... 5 2.1 Beschrijving van

Nadere informatie

Nota van beantwoording. overlegreacties. voorontwerpbestemmingsplan. Besselsesteeg 2 Maarssen

Nota van beantwoording. overlegreacties. voorontwerpbestemmingsplan. Besselsesteeg 2 Maarssen Nota van beantwoording overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Besselsesteeg 2 Maarssen 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding. p. 3 2. Beantwoording overlegreacties..... p. 4 5. Conclusie.. p. 5 2 1.1 Inleiding

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 4 1.3 Vigerende bestemmingsplan 5 2. Bestaande situatie 6 2.1 ruimtelijke

Nadere informatie

Beleidsnotitie Internetwinkels Gemeente Putten

Beleidsnotitie Internetwinkels Gemeente Putten Inleiding Beleidsnotitie Internetwinkels Gemeente Putten Deze nota gaat over de ontwikkelingen in de internetdetailhandel. Dit afgelopen jaar zijn er meerdere verzoeken binnengekomen voor de uitoefening

Nadere informatie

Concept programma van eisen. Laan naar Emiclaer 2

Concept programma van eisen. Laan naar Emiclaer 2 Concept programma van eisen Laan naar Emiclaer 2 Naam Strategisch Vastgoed Locatie Laan naar Emiclaer 2 Wijk Zielhorst Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder P. van den Berg Opdrachtgever V. Labordus Datum

Nadere informatie

vaststellen bestemmingsplan "Bartok"

vaststellen bestemmingsplan Bartok Raadsvoorstel Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. Documentnummer : 2015.0.053.200 Zaaknummer: 2014-12-01755 Onderwerp: vaststellen bestemmingsplan "Bartok" Aan de gemeenteraad. Arnhem, 9 juni 2015 VOORSTEL

Nadere informatie

Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela

Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela 2012 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Begrippen... 3 Het beleid uit 2005... 4 Vraagstelling... 4 Planologisch kader... 4 Juridisch

Nadere informatie

WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 2 februari 2016 vastgesteld

WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 2 februari 2016 vastgesteld WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT 2 februari 2016 vastgesteld 52-007 GEMEENTE LAARBEEK 2 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Aanleiding en doel... 5 1.3 Plangebied... 6 1.4

Nadere informatie

Beleidsregel Bed & Breakfast in Lelystad

Beleidsregel Bed & Breakfast in Lelystad Beleidsregel Bed & Breakfast in Lelystad Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum

Nadere informatie

Ruimtelijke motivering Verbouw Olympic Plaza locatie Zuidas

Ruimtelijke motivering Verbouw Olympic Plaza locatie Zuidas Ruimtelijke motivering Verbouw Olympic Plaza locatie Zuidas 1. Inhoud 1. Aanvraag... 3 2. Voorgenomen ontwikkeling... 3 3. Juridisch planologisch kader... 5 4. Motivering... 6 1. Aanvraag Ontwikkelaar

Nadere informatie

Bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (Augustapolder) 9 e Uitwerkingsplan 'de Meander, fase 1B'

Bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (Augustapolder) 9 e Uitwerkingsplan 'de Meander, fase 1B' Bestemmingsplan Zuidelijke Stadsrand (Augustapolder) 9 e Uitwerkingsplan 'de Meander, fase 1B' Toelichting en regels Ontwerp Vaststelling Goedkeuring 31 augustus 4 e Uitwerkingsplan de Meander, fase 1

Nadere informatie

Bestemmingsplan Eerste Herziening Kop Zuidas

Bestemmingsplan Eerste Herziening Kop Zuidas Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Eerste Herziening Kop Zuidas Stadsdeel Zuid Vastgesteld Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Eerste herziening Kop Zuidas Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer

Nadere informatie

Betreft Klant Van Datum Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking

Betreft Klant Van Datum Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking MEMO Betreft : Motivering ladder voor duurzame verstedelijking t.b.v. realisatie kinderdagverblijf Klant : J.P.M. Langelaan, Buitenbrinkweg 81, Ermelo Van : J.M. Miellet, Exlan Datum : Oktober 2016 Besluit

Nadere informatie

Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek, Gemeente Leiden (februari 2013) Ontwikkelstrategie

Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek, Gemeente Leiden (februari 2013) Ontwikkelstrategie (februari 2013) Ontwikkelstrategie Lammenschans, Leiden in opdracht van: Gemeente Leiden februari 2013, Amsterdam Kerkstraat 204 1017 GV Amsterdam Postbus 15550 1001 NB Amsterdam Soeters Van Eldonk architecten

Nadere informatie

12 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Binnenstad

12 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Binnenstad GEMEENTE BERGEN OP ZOOM 12 e Wijzigingsplan Bestemmingsplan Binnenstad Splitsing in gestapelde woningen, Koevoetstraat 41, 43, 47, 49 en 51 Status: VASTGESTELD INHOUDSOPGAVE Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding

Nadere informatie

2b// -Döoo S-Sa. Ruimtelijke onderbouwing

2b// -Döoo S-Sa. Ruimtelijke onderbouwing 2b// -Döoo S-Sa Ruimtelijke onderbouwing 2) beschrijving van feitelijke en toekomstige situatie Aanvrager is eigenaar van het perceel Kloosterstraat 2 zwart, kadastraal gem. Schoten sectie B no. 2429 en

Nadere informatie

Ruimtelijke ordening in Leiden

Ruimtelijke ordening in Leiden Ruimtelijke ordening in Leiden Presentatie 25 mei 2009 KvK Leiden 2 Programma 1. Wet Ruimtelijke Ordening 2. Structuurvisie Leiden 3. Actualiteit bestemmingsplannen in Leiden 4. Hoe komt een bestemmingsplan

Nadere informatie

Raadsvoorstel 2004/167

Raadsvoorstel 2004/167 Raadsvoorstel 2004/167 Onderwerp Portefeuillehouder drs. M.J. Bezuijen Commissie Ruimte en Economie/Wonen en Werken d.d. 17 mei 2004 Datum 27 april 2004 Raadsvergadering 27 mei 2004 Samenvatting Voor de

Nadere informatie

Beleidsregel Beoordeling Inbreidingsverzoeken Gemeente Overbetuwe 2007

Beleidsregel Beoordeling Inbreidingsverzoeken Gemeente Overbetuwe 2007 Beleidsregel Beoordeling Inbreidingsverzoeken Gemeente Overbetuwe 2007 Vastgesteld B&W: 19 juni 2007 en Raad: 30 oktober 2007 Inleiding Aanleiding Op 25 oktober 2005 heeft de gemeenteraad van de gemeente

Nadere informatie

B&W-Aanbiedingsformulier

B&W-Aanbiedingsformulier B&W.nr. 11.0418, d.d. 19 april 2011 B&W-Aanbiedingsformulier Onderwerp Bed & Breakfast Beleid Behoudens advies van de commissie BESLUITEN 1. de beleidsnotitie Bed & Breakfast Beleid gemeente Leiden vast

Nadere informatie

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND September 2011-1 - Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Doel 3 Verhouding met de APV en het Vuurwerkbesluit 4 Argumentatie 5 Beleidsregels 6 Vaststelling, citeertitel

Nadere informatie

i ii Òiî i î >> i ÈÒî-Òi`i iî" Òä i Gebiedsvisie Hollands Spoor en omgeving

i ii Òiî i î >> i ÈÒî-Òi`i iî Òä i Gebiedsvisie Hollands Spoor en omgeving i ii Òiî i î >> i ÈÒî-Òi`i iî" Òä i Gebiedsvisie T P E C N O C Hollands Spoor en omgeving mei 2008 2 Inleiding 1 Straatnamenkaart 1 Inleiding Voorwoord Voor u ligt de Gebiedsvisie Hollands Spoor en omgeving.

Nadere informatie

Parapluherziening Terrassen

Parapluherziening Terrassen Ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Terrassen Opgesteld door Stadsontwikkeling Ruimte en Wonen Bureau Bestemmingsplannen Galvanistraat 15 Postbus 6575 3002 AN ROTTERDAM. Vastgesteld d.d Onherroepelijk

Nadere informatie

Notitie. Beleid ten behoeve van. Ontheffingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening

Notitie. Beleid ten behoeve van. Ontheffingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening Notitie Beleid ten behoeve van Ontheffingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening Gemeente Bussum Afdeling Ruimtelijke Inrichting September 2009 1 1. AANLEIDING De gemeente Bussum heeft in het jaar

Nadere informatie

Raadsvergadering d.d. 2 maart Voorstel nr.: 17/06.

Raadsvergadering d.d. 2 maart Voorstel nr.: 17/06. Raadsvergadering d.d. 2 maart 2006. Voorstel nr.: 17/06. Onderwerp: Herhaling voorbereidingsbesluit Wilhelminapark en Geesten. Bijl.: 2. Oegstgeest, 31 januari 2006. Aan de raad. 1. Relatie met Programbegroting

Nadere informatie

In het licht van de actieve informatieplicht informeren wij U over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsuitvoering.

In het licht van de actieve informatieplicht informeren wij U over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsuitvoering. Raadsinformatiebrief Reg.nr. : 6214793 B&W verg. : 8 februari 2017 Onderwerp: Voorontwerp bestemmingsplan Kom Vinkel 1) Status In het licht van de actieve informatieplicht informeren wij U over de stand

Nadere informatie

Gelselaar beschermd dorpsgezicht Wat betekent dat?

Gelselaar beschermd dorpsgezicht Wat betekent dat? Gelselaar beschermd dorpsgezicht Wat betekent dat? Het duurt niet lang meer of Gelselaar krijgt de status van beschermd dorpsgezicht. Het zal het tweede beschermde gezicht zijn in de gemeente Berkelland.

Nadere informatie

Ontwerpbouwvergunning 1 e fase (08-149) tevens projectbesluit NL.IMRO.0852.PBKMONoord41010

Ontwerpbouwvergunning 1 e fase (08-149) tevens projectbesluit NL.IMRO.0852.PBKMONoord41010 Ontwerpbouwvergunning 1 e fase (08-149) tevens projectbesluit NL.IMRO.0852.PBKMONoord41010 Nummer: 08-149 Burgemeester en Wethouders van Waterland, namens dezen, het hoofd van de afdeling Volkshuisvesting,

Nadere informatie

16 april 2007. Schetsdag Zwarte Hond Kristal project Loevesteinlaan II

16 april 2007. Schetsdag Zwarte Hond Kristal project Loevesteinlaan II 16 april 2007 Schetsdag Zwarte Hond Kristal project Loevesteinlaan II ? het stedenbouwkundig model dat integraal antwoord is op WONEN AAN HET ZUIDERPARK op basis van uitgangspunten van KRISTAL !? Ontwerp

Nadere informatie

Ontwerp omgevingsvergunning

Ontwerp omgevingsvergunning OPENBARE EN GEBOUWDE OMGEVING ons kenmerk 1043253 behandeld door de heer T van Straaten doorkiesnummer +31 77 3599588 besluitdatum XX-XX-XXXX onderwerp Ontwerp besluit omgevingsvergunning Ontwerp omgevingsvergunning

Nadere informatie