VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK"

Transcriptie

1 1 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Fase: Startbekwaam Naam student:.

2 2

3 Inhoud Inleiding Overzichtslijst verpleegtechnische handelingen Beroepstaak D, Gevorderde fase 1 Beroepsopdracht D startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Beroepstaak D, Gevorderde fase 2 Beroepsopdracht D startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Beroepstaak D, Startbekwame fase Beroepsopdracht D startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Toetsen Algemene instructie beroepsopdracht voor studenten en beoordelaars Toets beroepsopdracht D Blz.5 Blz.7 Blz.13 Blz.17 Blz.19 Blz.23 Blz.75 Blz.97 Blz.99 Blz.103 Blz.105 Blz.109 Blz.127 Blz.137 Blz.139 Blz.143 Blz.145 Blz.149 Blz.167 Blz.177 Blz.179 Blz.185 Bijlage Blz POP-Werkplan Blz Instructie feedbackformulier Blz Begrippenlijst Blz Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen Blz.200 voor studenten met diploma VIG 05 Te toetsen vaardigheden Blz.201 3

4 4

5 Inleiding Voor je ligt het opdrachtenboek Beroepstaak D voor de gehele opleiding. Beroepstaak D gaat over het uitvoeren van de verpleegtechnische en voorbehouden handelingen. In dit opdrachtenboek vind je: - Beroepsopdracht D, Gevorderd en Startbekwaam - Beoordelingsformulieren - Ondersteuningsmagazijn (OM) met activiteiten voor school en praktijk en de rekentaken voor verpleegkundige rekenen In de gevorderde fase 1, 2 en in startbekwame fase worden de beroepsopdrachten in hun geheeld afgetoetst met een beoordelingsformulier. Instructies voor het toetsen van beroepsopdracht D kun je achter in dit opdrachtenboek vinden Voor het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling heb je kennis nodig: kennis van de anatomie en kennis van de materialen Op school, in het skillslab, oefen je de verpleegtechnische vaardigheid tot beheersingsniveau. Dat kan betekenen dat je veel moet oefenen. Vervolgens wordt deze verpleegtechnische handeling getoetst in het skillslab. In de BPV vindt de toepassing en transfer van de verpleegtechnische handeling plaats. In dit ondersteuningsmagazijn worden de verpleegtechnische handelingen, zoals beschreven in het landelijk kwalificatie dossier, behandeld. Ook zijn er verpleegtechnische handelingen opgenomen die niet in het in het kwalificatiedossier staan, maar die je wel in de BPV kunt tegenkomen.. Voorbeelden hier van zijn: Toedienen van vocht via hypodemoclyse en Toedienen van medicatie subcutaan via een insuflon Overzichtslijst verpleegtechnische handelingen De uitgevoerde activiteiten teken je af bij het onderwerp door de datum in te vullen waarop je de activiteit hebt gedaan. De vaardigheden worden door de docent afgetekend op het overzichtslijst, wanneer de verpleegtechnische handeling in het skillslab met een voldoende is afgetoetst. De werkbegeleider tekent op hetzelfde overzicht de verpleegtechnische handeling af, die je in de praktijk met een voldoende hebt behaald 1. Dit overzicht kun vinden je achter het tabblad overzichtslijst verpleegtechnische handelingen. Let op: In je opdrachtenboek zit een aftekenlijst met de verpleegtechnische handelingen, die je kunt afronden voor beroepstaak D. Wanneer je in een vorige fase al vaardigheden hebt afgerond op school en/of de praktijk, voeg dan je aftekenlijst toe in dit opdrachtenboek of laat ze door de docent overnemen op het nieuwe overzichtlijst Verpleegtechnische handelingen uit dit opdrachtenboek. 1 Je hoeft niet voor elke verpleegtechnische handeling een feedback en-beoordelingsformulier in te laten vullen door de werkbegeleider 5

6 6

7 Beroepstaak D Verplichte verpleegtechnische handelingen Overzichtslijst Naam:.. Groep:. Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen D1: Voorbehouden handelingen Subcutaan injecteren G1 Fase opleiding Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Intramusculair injecteren Intraveneus injecteren Een perifeer infuus inbrengen Geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem (Pomp, kolf of zakje) Een maagsonde inbrengen Katheteriseren van de blaas bij vrouwen Katheteriseren van de blaas bij mannen Venapunctie uitvoeren Hielprik bij neonaten G1 S S G2 G1 G1 G1 S G1 D2: Verpleegtechnische handelingen Medicijnen checken, B registeren, distribueren Medicijnen toedienen: B oraal Medicijnen toedienen rectaal B Medicijnen toedienen vaginaal Medicijnen toedienen via de huid Medicijnen toedienen via de luchtwegen B B B 7

8 Beroepstaak D Verplichte verpleegtechnische handelingen Overzichtslijst Naam:.. Groep:. D2: Verpleegtechnische handelingen Verpleegtechnische Fase handelingen opleiding waaronder voorbehouden handelingen Medicijnen toedienen via de B slijmvliezen Toedienen van zuurstof G1 Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen Sondevoeding toedienen Stoma verzorgen Een suprapubische katheter verzorgen Een infuuspomp en een spuitpomp verzorgen Verzorgen van rode wond Verzorgen van gele wond Verzorgen van zwarte wond Wonden met hechtingen Maagsonde verzorgen Blaaskatheter verzorgen Zwachteltechnieken toepassen Hechtingen en tampons verwijderen Blaasspoeling uitvoeren via een gesloten systeem Blaasspoeling geven via een open systeem Mond-en keelholte uitzuigen G1 G1 G1 G1 G1 B B G2 G2 G1 G1 B G2 G1 G1 G1 8

9 Beroepstaak D Verplichte verpleegtechnische handelingen Overzichtslijst Naam:.. Groep:. D2: Verpleegtechnische handelingen Verpleegtechnische Fase handelingen opleiding waaronder voorbehouden handelingen Sondevoeding toedienen G1 Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Voedingspomp bedienen Verzamelen van monsters t.b.v. de diagnostiek (steriel en niet -steriel Lichaamstemperatuur regelen door middel van warmte- en koude Eerste hulp ( somatisch) verlenen bij verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, bij ademstilstand en circulatiestilstand G1 B B B, G, S 9

10 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Overzichtslijst Naam:.. Groep:. Verpleegtechnische handelingen met keuze Wonden met drains verzorgen G2 Fase opleiding Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Wonddrain verwijderen Vloeistoffen toedienen via centraal infuus Een centraal infuus controleren Transfusie Maagspoeling uitvoeren Darmspoeling uitvoeren Vagina irrigeren Stoma irrigeren G2 S S S G1 G1 G1 G1 Tracheacanule en G1 tracheastoma verzorgen Assisteren bij of verrichten van G1 diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandeling Assisteren bij of verrichten van G1 diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met neurologische behandeling Assisteren bij of verrichten van G1 diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte 10

11 Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Wonden met drains verzorgen x x Wonddrain verwijderen x x Vloeistoffen toedienen via centraal x x infuus Een centraal infuus controleren x x Transfusie x PEG-sondevoeding toedienen x x Maagspoeling uitvoeren x x x Darmspoeling uitvoeren x x x Stoma irrigeren x Vagina irrigeren x x x Tracheacanule en tracheastoma x x x verzorgen Assisteren bij of verrichten van x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van x x x x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte x x 11

12 12

13 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE GEVORDERD 1 BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Fase: gevorderd 1 Naam student:. 13

14 14

15 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de gevorderde fase 1 van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 2 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaamniveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in gevorderde fase 1 aanbod komen: 1. blaasspoeling uitvoeren; 2. sondevoeding toedienen; 3. een voedingspomp bedienen; 4. verzorgen van een maagsonde; 5. stoma verzorgen; 6. bedienen van een infuuspomp en spuitpomp. 7. zuurstof toedienen 8. vloeistoffen via perifeer infuus toedienen; 2 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 15

16 Alle voorbehouden handelingen die in de gevorderde 1 fase aan bod komen: 1. subcutaan en intramusculair injecteren; 2. inbrengen van een maagsonde 3. katheteriseren van de blaas bij vrouwen; 4. katheteriseren van de blaas bij mannen; 5. hielprik neonaten Rekentaken - Medicatie per injectie - Zuurstof toedienen - Sondevoeding toedienen - Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen Verpleegtechnische handelingen (met keuze), die in de gevorderde fase 1 aan bod komen: 1. PEG-sondevoeding toedienen 2. maagspoeling uitvoeren 3. darmspoeling uitvoeren 4. stoma irrigeren 5. vagina irrigeren 6. tracheacanule en tracheastoma verzorgen 7. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandeling 8. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met neurologische behandeling 9. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Maagspoeling uitvoeren x x x Darmspoeling uitvoeren x x x Stoma irrigeren x x x Vagina irrigeren x x x Tracheacanule en tracheastoma x x x verzorgen Assisteren bij of verrichten van x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van x x x x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte x x 16

17 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 17

18 18

19 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Gevorderd - Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen(i L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C3 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) Feedback 19

20 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *Paraaf door stempel 20

21 OVERZICHT BEROEPSTAAK D Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatieindicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen D.1 Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, , 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties: Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheid toepassen Prestatie-indicatoren D3: Verpleegtechnische 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, handelingen met keuze 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 A, C,D, H, I,J, K, L, M, N, T,V Observeert acute situaties en benoemt de genomen beslissingen. Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Observeert en benoemt Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Woont anamnesegesprekken bij en bespreekt dit na. Oefent in het uitvoeren van anamnesegesprekken. Stelt een verpleegplan op en bespreekt dit met begeleider. Legt duidelijk uit Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. Stelt onder begeleiding de doelen en activiteiten van het verpleegplan op. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Oefent in het gebruik van de ziekteleer (pathologie) van de doelgroep met begeleider Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Benoemt de anatomie passend bij de handeling 21

22 Competenties in de werkprocessen L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren N. Onderzoeken T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Prestatie-indicatoren Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan begeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Observeert verpleegtechnische handelingen a.h.v. protocollen. Achterhaalt de wettelijke richtlijnen en vertelt hoe zij deze toe gaat passen. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 22

23 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Gevorderde fase 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie 2.0 Juli 2013 Gevorderde fase 1 Naam student: 23

24 24

25 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D Gevorderde 1 Injecteren subcutaan en intramusculair Activiteiten datum paraaf Kennis D1 Subcutaan en intramusculair injecteren: veilig werken bij injecteren D1 Subcutaan en intramusculair injecteren Vaardigheden D1 Subcutaan en intramusculair injecteren Rekentaak D1 Medicatie per injectie Inbrengen maagsonde Activiteiten datum paraaf Kennis D2 Maagsonde verzorgen D2 Bedienen van de voedingspomp Voedingsleer D2 Sondevoeding toedienen Vaardigheden D1 Inbrengen maagsonde D2 Sondevoeding toedienen Rekentaak D2 Sondevoeding toedienen Toedienen van zuurstof Activiteiten datum paraaf Kennis D2 Toedienen van zuurstof Rekentaak D2 Zuurstof toedienen Hielprik neonaten Activiteiten datum paraaf Kennis D1 Hielprik neonaten Katheteriseren van de blaas Activiteiten datum paraaf Kennis D1 Katheteriseren van de blaas D2 Verwisselen van een suprapubische katheter D2 Spoelen van de blaas Vaardigheden D1 Katheteriseren van de blaas en verwisselen suprapubische katheter D2 Spoelen van de blaas, vaardigheid. 25

26 Assisteren bij diagnostisch onderzoek Activiteiten datum paraaf Kennis D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek inclusief Glucose bepaling 3 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte Orgaanspoelingen uitvoeren Activiteiten datum paraaf Kennis D2 Stomaverzorging D3 Orgaanspoelingen uitvoeren D3 Irrigeren van de vagina Vaardigheden D2 Stomaverzorging Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Activiteiten datum paraaf D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Vaardigheden D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Rekentaken Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 2 Uitzuigen mond- en keelholte, verzorgen van een tracheastoma-trachacanule Activiteiten datum paraaf Kennis D2 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule Vaardigheden D2 Uitzuigen van de mond- en keelholte, vaardigheid D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid 26

27 Verkorte opleiding tot MBO Verpleegkundige Uitzuigen mond- en keelholte, verzorgen van een tracheastoma-trachacanule Activiteiten datum paraaf Kennis D2 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule Vaardigheden D2 Uitzuigen van de mond- en keelholte, vaardigheid D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid Zwachtelen Activiteiten datum paraaf Kennis D2 Ambulante compressie therapie Hielprik neonaten Activiteiten datum paraaf Kennis D1 Hielprik neonaten Orgaanspoelingen uitvoeren Activiteiten datum paraaf Kennis D3 Orgaanspoelingen uitvoeren D3 Irrigeren van de vagina Assisteren bij diagnostisch onderzoek Activiteiten datum paraaf Kennis D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek inclusief Glucose bepaling 4 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Activiteiten datum paraaf D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Vaardigheden D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Rekentaken Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 2 4 Glucosebepaling is een verplichte verpleegtechnische handeling 27

28 D1 Subcutaan en intramusculair injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan die je nodig hebt om medicatie toe te dienen per s.c. en i.m. injectie. Zorg dat je de beschikking hebt over de Vilansprotocollen onderdeel Injecteren Vilansprotocollen onderdeel Injecteren School Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit. Kijk of je medicijnen kent van je stage/werkplek die volgens een eigen protocol moeten worden toegediend en kijk of het protocol overeenkomt met het protocol met het protocol van je stage/werkplek. 28

29 D1. Subcutaan en intramusculair injecteren: veilig werken bij injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt in kaart gebracht welke aan veiligheidsvoorschriften je, je moet houden bij het injecteren Zorg dat je een PC of DVD speler tot je beschikking hebt. Zorg dat je de beschikking hebt over de Vilansprotocollen onderdeel Injecteren Raadpleeg: Zoek een filmpje op internet waarin een demonstatie wordt gegeven van injecteren of een prikaccident aan de orde komt. Zoek de DVD, nu niet meteen in paniek raken. Bestudeer het artikel Dat prikt School Aan de hand van zelf opgestelde criteria t.a.v. veiligheid; in het praktijk lokaal, beroepspraktijk en crisis situatie. Aan de hand van een evaluatie formulier presenteren. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen (K) Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1 Bereid een presentatie voor waarin je de veiligheidseisen t.a.v. injecteren in kaart brengt. 1. Bekijk de DVD Nu niet meteen in paniek raken. 2. Ga na welke veiligheidseisen er zijn t.a.v. injecteren. 3. Ga na welke protocollen er zijn/ worden gebruikt t.a.v. injecteren in de instelling waar jij stage loopt. 4. Geef aan welke gevaren het injecteren met zich mee kan brengen voor zowel de zorgvrager als de zorgverlener. 5. Geef een voorbeeld van een prikaccident vanuit je praktijk ervaring of zoek een casus op in een boek of op internet. 6. Ga op zoek welk protocol er is in de instelling waar jij stage loopt, gebruikt wordt na een prikaccident. 7. Stel criteria op t.a.v. veiligheid; in het praktijk lokaal, BPV situatie en crisis situatie. 29

30 D1 Subcutaan en intramusculair injecteren (kennis) Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan die je nodig hebt om medicatie toe te dienen per s.c. en i.m. injectie. Zorg dat je de achtergrondinformatie van Vilans, onderdeel Injecteren tot je beschikking hebt. Zorg dat je een p.c. tot je beschikking hebt. Achtergrond informatie Vilans onderdeel Ínjecteren School Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1 Lees de achtergrondinformatie door van de Vilansprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit. Activiteit 2: Bespreek of je medicijnen kent van je stage/werkplek die volgens een eigen protocol moeten worden toegediend en kijk of het protocol overeenkomt met het protocol met het protocol van je stage/werkplek. 30

31 D1 Vaardigheid: Subcutaan en intramusculair injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je kunt medicatie toedienen per s.c. en i.m. injectie volgens protocol in een oefen situatie. Zorg dat je de beschikking hebt over een p.c. Zoek een DVD of een filmpje op internet over s.c. en i.m. injecteren Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Achtergrondinformatie van de Vilansprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit School Beoordeel de vaardigheden met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Nabespreken in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1 Bekijk de DVD of filmpjes op internet over dit onderwerp. Activiteit 2 Ga in het praktijklokaal en oefen de vaardigheden volgens de protocollen. 31

32 D1. Rekentaak medicatie per injectie Voorbehouden handeling Resultaat Test jezelf doormiddel van de rekentaak Praktische Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand voorbereiding hebt. Theorie Locatie Op school Evaluatie Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas Werkproces 1.4 Voor verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht/keuze Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student Uitleg Toedienen: Bij alle toedieningsvormen, waaronder voornamelijk injecteren en oraal toedienen, wordt een van tevoren berekend deel van de voorraadoplossing aan de patiënt gegeven. Je moet daarbij twee gegevens kennen om uit te rekenen, hoeveel milliliter of liter vloeistof wordt toegediend: 1. Het gevraagde aantal grammen, milligrammen of internationale eenheden voor toediening. 2. De concentratie van de voorraadoplossing. Deze moet altijd vermeld staan op ampul, flacon of fles en wordt uitgedrukt in de reeds eerder genoemde begrippen als: - %, - mg/ml, - g/ml, - IE/ml, enzovoort. Rekenen met procenten. Soms wordt niet aangegeven hoeveel milligram geneesmiddel er per milliliter in de vloeistof zit maar hoeveel procent geneesmiddel er in de vloeistof zit. Gelukkig hebben ze daar internationaal wel afspraken over gemaakt. Het is dan ook zinvol het verband te kennen tussen % en milligrammen. Procent (%) betekent: het honderdste deel 32

33 Eerder werd het verband met grammen beschreven: 1% = 1 g/100 ml, dus ook: 1% = 1000 mg/100 ml 1% = 10 mg/ml. (= internationale afspraak) Op dezelfde manier kunnen andere percentages "vertaald" worden: 2 % = 20 mg/ml 5 % = 50 mg/ml 0,5 % = 5 mg/ml, enzovoort. Berekenen Je deelt wat je wilt hebben door wat je hebt per milliliter Gevraagde hoeveelheid (in mg, g, IE) Voorraad (in mg, g, IE) x volume voorraad = aantal toe te dienen hoeveelheid (in ml of liters) Voorbeeld 1: Aanwezig: Magnesium sulfaat 15% in een flacon van 10 ml. De patiënt moet 1,5 gr Magnesium sulfaat toegediend krijgen. Hoeveel ml moet je de patiënt geven? 15% = 150 mg/ml. Patiënt moet 1,5 gr(=1500 mg) hebben aanwezige voorraad 150mg x 1ml = 10 ml. Deze berekening kan ook in een algemene formule uitgedrukt worden, waarmee het aantal ml of liters voor toediening zich vlot laten berekenen. Voorbeeld 2: In voorraad is fenobarbital 25 mg/ml. Gevraagd wordt om 10 mg in totaal te injecteren. Hoeveel ml dien je de zorgvrager toe? Gevraagde hoeveelheid = 10 mg x volume voorraad voorraad 25 mg volume voorraad = 1 ml 10 mg x 1 ml= 0,4 ml 25 mg 33

34 Voorbeeld 3: In voorraad Gentamycine 80 mg/2 ml. Er moet een injectie worden gegeven van 120 mg. Hoeveel ml dien je toe? Gevraagde hoeveelheid = 120 mg x volume voorraad voorraad 80 mg volume voorraad = 2 ml 120 x 2 = 3 ml 80 Voorbeeld 4: In voorraad Heparine 2500 EH/ml. Je moet een zorgvrager 1750 EH toedienen per injectie. Hoeveel ml dien je toe? Gevraagde hoeveelheid = 1750EH Voorraad 2500EH x volume voorraad Volume voorraad = 1 ml 1750EH x 1 = 0,7 ml 2500EH Opgaven: medicatie per injectie: 1. Je moet een onrustige zorgvrager 2 mg Haldol i.m. (intramusculair) geven. Je hebt in voorraad Haldol 5mg/ml. Hoeveel dien je deze zorgvrager toe? 2. Je moet een zorgvrager s -morgens 56IE insuline en s-avonds 28IE insuline s.c. (subcutaan) toedienen. In voorraad insuline 100IE/ml. a. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager s-morgens toe b. Hoeveel ml geef je s-avonds? 3. Je moet een zorgvrager IE Penicilline i.m. toedienen. In voorraad Penicilline IE opgelost in 4 ml aquadest. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager toe? 4. Je moet een zorgvrager ter voorbereiding op de narcose 3 mg Dormicum i.m. toedienen. In voorraad Dormicum 15 mg/3ml. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager toe? 5. In voorraad een ampul Fenobarbital waarop staat: 2 ml=100 mg. Je moet de zorgvrager een inectie geven van 80 mg Fenobarbital geven. Hoeveel ml. Geef je? 6. In voorraad een ampul morfine 10 mg/ml. Je moet de zorgvrager 7,5 mg morfine geven Hoeveel ml maak je klaar in de spuit? 7. Je hebt in voorraad een flesje insuline waarop staat Insuline 100EH/2ml Je moet de zorgvrager 10 EH Insuline geven. Hoeveel ml geef je? 34

35 8. Je hebt in de kast een flesje Heparine 7500EH/10ml. Je moet de zorgvrager 600EH Heparine geven. Hoeveel ml. trek je op? 9. Een zorgvrager die teveel vocht vasthoudt krijgt 25 mg Lasix toegediend. In voorraad een ampul Lasix 20 mg/2ml. Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 10. Je moet een zorgvrager 3 mg Temesta i.m. geven. In de voorraadkast ligt Temesta 6 mg/2ml Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 11. Je moet een zorgvrager 10 mg Losec toedienen. Je hebt in voorraad 40 mg Losec per flacon. Deze flacon wordt opgelost met het bij de verpakking ingesloten oplosmiddel van 10 ml. Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 12. Je heb een penicilline-oplossing van 8000IE/5ml. De zorgvrager moet per keer 4000IE hebben. a. Hoeveel ml. trek je op? b. Hoeveel ml. krijgt de zorgvrager per 24 uur als hij 4 giften krijgt? 13. Een zorgvrager moet 300 mg Clamoxyl i.m. hebben. Je hebt in voorraad een flacon van 1,5 gram in 10 ml opgelost. Hoeveel ml. trek je op? Opgave 15 In voorraad heb je Actrapid 100 EH / Ml Bereken in het onderstaande schema hoeveel ml je moet geven. De zorgvrager moet hebben: We geven: 2 EH actrapid... ml 7.5 EH actrapid... ml 14 EH actrapid... ml 20 EH actrapid... ml 28 EH actrapid... ml 32 EH actrapid... ml 64 EH actrapid... ml 16. In voorraad Heparine van 5000EH/ml Bereken in het onderstaande schema hoeveel ml je moet geven 35

36 De zorgvrager moet hebben: We geven: 1000 EH ml 1250 EH ml 1500 EH ml 1750 EH ml 2000 EH ml 3000 EH ml 3750 EH ml 6250 EH ml 17. Je hebt in voorraad KCL 20 mmol/10 ml. De zorgvrager moet 120 mmol/24 uur krijgen, verdeeld over 4 zakken NaCl 0,9% van 500 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per zak toe? 18. Je hebt in voorraad magnesiumoxide van 12,5%. Je moet geven aan de zorgvrager 200 mg magnesiumoxide. Hoeveel ml dien je toe? 19. Je hebt in voorraad Magnesiumsulfaat 20%. Je moet de zorgvrager 350 mg Magnesiumsulfaat geven. Hoeveel ml dien je toe? 20. Je hebt in voorraad Pethidine 5%. Je moet de zorgvrager 50 mg Pethidine geven. Hoeveel ml dien je toe? 21. Je hebt in voorraad KCL 15 mmol/10 ml. Je moet de zorgvrager 180 mmol/24 uur geven, verdeeld over 4 zakken van 500 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per zak toe. 22. Je hebt in voorraad een flacon van 10 ml Magnesium Sulfaat 15%. Hoeveel gram Magnesium Sulfaat zit er in deze flacon. 23. Je hebt in voorraad een ampul van 5 ml Magnesiumsulfaat 20%. Hoeveel gram Magnesiumsulfaat zit er in deze ampul? 24. In voorraad: ampullen atropine van 0,5%. Je moet de zorgvrager 10 mg atropine i.m. toedienen. Hoeveel ml dien je de zorgvrager toe? 36

37 D2 Een maagsonde verzorgen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft zijn kennis getoond over het verzorgen van een maagsonde. Zoek informatie op over het verzorgen van een neussonde Vilans protocol; Neus-maagsonde inbrengen, Neus-maagsonde verwijderen Thuis 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1 Bestudeer theorie over het verzorgen van een maagsonde 37

38 D2 VDL Sondevoeding toedienen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan van de indicaties voor sondevoeding, vormen van toediening en soorten sondevoeding Ga na wat je al weet van sondevoeding en wat je ervaringen zijn. Zoek een DVD over het toedienen van sondevoeding in de mediatheek/ OLC of zoek een filmpje over dit onderwerp. Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1 : Zoek bij de Vilans onderwijsprotocollen bij het onderwerp sondevoeding naar informatie over Sondevoeding, wat is het en wanneer wordt het gegeven en soorten, bereiden en bewaren van sondevoeding 38

39 D2 Bedienen voedingspomp Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de gebruiksaanwijzing van verschillende voedingspompen. De student heeft zicht op de indicaties en complicaties van het gebruik van een voedingspomp. Zorg dat je beschikking hebt over de gebruiksaanwijzing van voedingspompen van tenminste twee fabrikanten. Formeer een groepje van tenminste drie studenten. Zorg dat je de beschikking hebt over een computer. Zoek via Vilans - onderwijsprotocollen naar voedingspompen zowel documenten als afbeeldingen. Vilans onderwijsprotocollen; Toedienen sondevoeding via neusmaagsonde mbv voedingspomp; Toedienen sondevoeding via neusmaagsonde mbv een spuit Thuis/School Evalueer de inhoud van de presentatie met de docent in de klas. Evalueer de presentatie aan de hand van een evaluatie formulier. Lever het verslag in ter beoordeling aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Vergelijk de verschillende voedingspompen met elkaar die je gevonden hebt op Vilans - onderwijsprotocollen. Maak een lijstje van criteria waaraan een voedingspomp moet voldoen. Beoordeel de voedingspompen aan de hand van de criteria. Presenteer de uitkomsten in de groep. Activiteit 2: Beschrijf de indicaties voor een voedingspomp en de mogelijke complicaties. Geef aan hoe je deze complicaties kunt voorkomen en vroegtijdig kunt opsporen. Beschrijf wat je moet doen bij de beschreven complicaties. 39

40 D1 Inbrengen maagsonde, vaardigheid. Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je kan in een oefensituatie volgens protocol maagsonde inbrengen. Je kan in een oefensituatie een maagsonde verwijderen. Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: inbrengen maagsonde verwijderen maagsonde Opdracht: Voordat je gaat beginnen in het skillslab. met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op Vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op sondevoeding. Klik vervolgens onder achtergrondinformatie en materialen weer op sondevoeding. Vragen maagsonde inbrengen, verzorgen en sondevoeding toedienen. - Welke indicaties zijn er om sondevoeding toe te dienen? Noem er 5. - Wat is een PEG-sonde? - Wanneer wordt er gekozen voor het plaatsten van een PEG-sonde? - Wat is polymere sondevoeding? En bij welke zorgvragers wordt dit gegeven? - Wat is monomere sondevoeding? En bij welke zorgvragers wordt dit gegeven? - Hoe lang mag je een aangebroken pak sondevoeding bewaren? - Welke indicaties zijn er nog meer om een neus/maagsonde in te brengen behalve het Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 40

41 D2 Sondevoeding toedienen, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze Je kan in een oefensituatie sondevoeding toedienen volgens protocol.. Zorg dat je beschikking hebt over de volgende protocollen: Toedienen sondevoeding via neus-maagsonde mbv een spuit Toedienen sondevoeding via neus-maagsonde mbv voedingspomp School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handeling: Sondevoeding toedienen Voordat je gaat beginnen in het skillslab. met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op sondevoeding. Klik vervolgens onder achtergrondinformatie en materialen weer op sondevoeding. Beantwoord de volgende vragen ; Welke indicaties zijn er om sondevoeding toe te dienen? Noem er 5. - Wat is polymere sondevoeding? En bij welke zorgvragers wordt dit gegeven? - Wat is monomere sondevoeding? En bij welke zorgvragers wordt dit gegeven? - Hoe lang mag je een aangebroken pak sondevoeding bewaren Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 41

42 Vragen; Toedienen van sondevoeding? - Welke contra-indicaties zijn er om een neus-maagsonde in te brengen? - Wat is een duodenumsonde? En bij welke zorgvragers kom je deze tegen? - Waarom is er speciale sondevoeding nodig bij een duodenum- of jejunumsonde? - Waarom is het zo belangrijk dat je de ligging van de maagsonde controleert? - Op welke manier controleer je de ligging van de sonde? - Op welke momenten moet je de ligging van de sonde controleren? - Waarom moet je eerst lucht in de sonde spuiten voordat je maagsap opzuigt? En waarom moet dit met een 50 ml spuit terwijl je maar 1 ml nodig hebt? - Welke stappen neem je wanneer het niet lukt om maagsap op te zuigen? - Wat houdt ph-waarde in? En bij welke ph-waarde mag je starten met het toedienen van sondevoeding? - Waar let je op wanneer je medicijnen via de sonde moet toedienen? - Wanneer spoel je de sonde door? En waarom doe je dit? 42

43 D2 Rekentaak sondevoeding toedienen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. 1. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) c. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als je dezelfde hoeveelheid via een voedingspomp gaat geven 2. Je moet een zorgvrager 1,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1,5 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) c. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als je dezelfde hoeveelheid via een voedingspomp gaat geven 43

44 3. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 4. Je moet een zorgvrager 1,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1,5 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 18 druppels) 5. Je moet een zorgvrager 2 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml.. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig? b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 6. Je moet een zorgvrager 1 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) 7. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 8. Je moet een zorgvrager 2 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) 44

45 Toedienen van zuurstof Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om zuurstof toe te kunnen dienen. Zorg dat de beschikking hebt over de achtergrondinformatie van Vilans, onderdeel Zuurstof toedienen Zorg dat je een P.C. tot je beschikking hebt Achtergrondinformatie Vilansprotocollen onderdeel Zuurstof toedienen. School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de Vilansprotocollen onderdeel Zuurstof toedienen. Activiteit 2: Beantwoord de volgende vragen: Wat betekent het begrip zuurstofsaturatie? Wat betekent Hypoxie en hoe kan dit ontstaan? Zoek op wat een bloedgasanalyse inhoud. 45

46 D2 Rekentaak Zuurstof toedienen Resultaat Test jezelf doormiddel van de rekentaak Praktische Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand voorbereiding hebt. Theorie Locatie Op school Evaluatie Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas Werkproces 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht/keuze Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Zuurstof cilinders. In ziekenhuizen en sommigen verpleeghuizen vind je in de muur, naast of boven het bed van de zorgvrager, een soort zilverkleurig boxje met een bordje zuurstof er boven. Via allerlei buizen komt uit een grote tank, die bij het ziekenhuis staat, zuurstof. Dat is wel zo makkelijk. De technische dienst zorgt er voor dat er genoeg zuurstof in de tank zit. In verpleeghuizen, verzorgingshuizen of thuis maakt men vaak gebruik van zuurstof cilinders. Voor zuurstof geldt dat het in een grijze fles zit met een zwarte band om de witte hals. Op die band staat met witte letters ZUURSTOF Zuurstof bevindt zich in cilinders van 2 liter maar er zijn ook flessen van 5, 10 en 40 liter inhoud. Dit is echter niet de hoeveelheid zuurstof die erin zit, want de zuurstof is er in hoge druk samengeperst. Dit noemt men de overdruk van het gas. Deze overdruk of atmosferische druk wordt aangegeven door een drukmeter of manometer die op de cilinder is gemonteerd. Internationaal wordt de atmosferische druk in BAR aangeduid. Voor het bepalen van het aantal liters zuurstof, dat zich nog in de cilinder bevindt, ga je uit van de volgende regel: DE DRUK X DE INHOUD VAN DE CILINDER = DE HOEVEELHEID ZUURSTOF Druk wordt door de manometer aan gegeven in bar of atmosfeer, in mmhg of kg/cm 2 inhoud is de aan gegeven inhoud van de cilinder. De kleine (nood)flesje hebben een inhoud van 2 liter maar er zijn ook flessen van 5, 10 en 40 liter 46

47 Wetenswaardigheden Als de manometer nog 1 BAR aangeeft dan is de druk gelijk aan de buitenlucht en zal er geen zuurstof meer uit de cilinder komen. Linde Gas Benelux geeft aan zelfs 2 bar in de fles te houden. Dit om vervuiling in de fles / systeem te voorkomen. Dit betekent dus dat je als je precies wilt rekenen 1 of 2 bar van de fles moet afhalen. Je komt dan zuurstof tekort als je het precies berekend. Het is dan ook belangrijk om dit in de praktijk in je achterhoofd te houden. In de sommen hebben we per 2012 afgesproken dat we hier geen rekening mee houden. In de meeste leerboeken / verpleegkundig rekenen wordt hier ook geen rekening mee gehouden. Voorbeelden De cilinderinhoud is 10 liter. De manometer staat op 75 BAR. Hoelang kan men deze cilinder gebruiken als de zorgvrager 2 liter per minuut krijgt? Berekening Aantal liter zuurstof: 75 x 10 = 750 liter. De tijdsduur is 750 liter = 375 minuten = 6 uur en 15 minuten 2 l/min Vraag Je hebt een cilinder met een inhoud van 10 liter. De zorgvrager moet hebben 2 liter per minuut, gedurende 2 uur. De manometer staat op 130 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter moet de zorgvrager in totaal krijgen? c. Hoeveel BAR geeft de manometer na 2 uur aan? Berekening a. 130 x 10 = 1300 liter. b. 2 uur = 120 min. (2 X 60 min.) De zorgvrager krijgt: 120 x 2 liter = 240 liter c. In de cilinder bevindt zich na afloop: 1060 liter ( ). De manometerdruk is 106 BAR (1060 : 10) 47

48 Opgaven zuurstof toedienen 1. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter als de manometer staan op 20 BAR? 2. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter als de manometer staat op 65,2 BAR? 3. Je hebt een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter. De zorgvrager krijgt 2 l/min. gedurende 2 uur. De manometer staat op 160,5 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter zuurstof krijgt de zorgvrager in 2 uur toegediend? c. Hoeveel uur kun je toekomen met deze cilinder? 4. Hoeveel liter zuurstof krijgt een zorgvrager die gedurende 4 uur 2 liter zuurstof per minuut krijgt toegediend? 5. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter als de manometer staat op 101,25 BAR? 6. De manometer van een 10 liter cilinder staat op 65 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel uur kun je toekomen als de zorgvrager 2 l/min. krijgt? 7. Hoeveel liter zuurstof krijgt een zorgvrager die gedurende 2 uur 1 liter zuurstof per minuut krijgt toegediend? 8. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter als de manometer staat op 87,4 BAR? 9. U hebt een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter. De zorgvrager krijgt 2 l/min. gedurende 4 uur. De manometer staat op 140 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter moet de zorgvrager in totaal krijgen? c. Hoeveel BAR geeft de manometer na 2 uur aan? 48

49 10. De manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter staan op 95 BAR. Hoeveel BAR geeft de manometer aan als een zorgvrager gedurende 5 uur 1 liter zuurstof per minuut heeft gekregen? 11. De manometer van een 40 liter cilinder staat op 85 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel uur kunt u toekomen als de zorgvrager 5 l/min toegediend krijgt? 12. U moet een zorgvrager gedurende 2,5 uur 1 liter zuurstof per minuut geven. a. Op hoeveel BAR moet de manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter minstens staan opdat er voldoende zuurstof aanwezig is? b. Op hoeveel BAR moet de manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter minstens staan opdat er voldoende zuurstof aanwezig is? 49

50 D1 Hielprik toepassen Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het toepassen van de hielprik Haal informatie van het internet; en Vilans Vilans protocol; Hielprik bij een pasgeborene voor screening School/thuis 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet en de achtergrond informatie op Vilans Opdracht: Hielprik neonaten Ga onderstaande opdrachten maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op Vilans protocollen. Zoek op alfabetische lijst en klik op de H, klik vervolgens op hielprik voor pasgeborene. Klik vervolgens onder achtergrondinformatie en materialen weer op hielprik. Opdracht 1 - Wat is het doel van de hielprik? - Door wie wordt de screening gecoördineerd en door wie wordt het uitgevoerd. - Binnen hoeveel tijd dient de hielprik verricht te worden? - Voor de screening zijn er kant en klare setjes, wat is hiervan de inhoud, en hoe verloopt de gehele procedure? Opdracht 2 - Print het protocol voor de hielprik uit. Het wordt d.m.v. een filmpje gedemonstreerd. Opdracht GVO Ga naar en bekijk op welke aandoeningen de hielprik onderzocht kan worden. Kies uit de hele rij 6 aandoeningen en verdeel deze over de groep. (maximaal 1 aandoening per 3 studenten) Je gaat na het verzamelen van de informatie door middel van een rollenspel de ouders informeren over de aandoening en welke consequenties dit heeft voor de leefregels. 50

51 D2 Blaasspoeling uitvoeren [Kennis] Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaasspoeling uit te voeren. Zorg dat je de beschikking hebt over de achtergrondinformatie van Vilans, onderdeel Nier- en blaaskatheterisatie. Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel Nier- en blaaskatheterisatie. Thuis Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Uitvoeren verpleegtechnische handelingen K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: Katheterspoelen met een spoelzakje Katheter spoelen met een spuit Blaaspoelen met een spoelzakje via een verblijfskatheter Blaasspoelen met een spuit via een verblijfskatheter Aansluiten systeem blaaspoelen via een verblijfskatheter Verwijderen systeem blaasspoelen via een verblijfskatheter 51

52 D2 Blaasspoeling uitvoeren, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie volgens protocol een blaasspoeling uitvoeren. Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel Nier- en blaaskatheterisatie. Praktijklokaal Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handeling: blaasspoeling uitvoeren. Activiteit 2: Oefen de vaardigheid volgens protocol in het praktijklokaal 52

53 D2 Verwisselen van een suprapubische katheter Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een suprapubische katheter te verwisselen. Zorg dat je de beschikking hebt over de achtergrondinformatie van Vilans onderdeel Nier- en blaaskathererisatie, Achtergrondinformatie Vilans, verwisselen suprapubische verblijfskatheter School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Uitvoeren verpleegtechnische handelingen K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de Vilansprotocollen, onderdeel: verwisselen van een suprapubische katheter 53

54 D1 Katheteriseren van de blaas [kennis] Voorbehouden handelingen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaaskatheterisatie uit te voeren Zorg dat je de beschikking hebt over de achtergrondinformatie van Vilans, onderdeel Nier- en blaaskatheterisatie Achtergrondinformatie Vilans, onderdeel Nier en blaaskatheterisatie School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Uitvoeren verpleegtechnische handelingen K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de Vilansprotocollen onderdelen: blaaskatheterisatie bij een man, eenmalig blaaskatheterisatie bij een man, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een man twee personen blaaskatheterisatie bij een vrouw, eenmalig blaaskatheterisatie bij een vrouw, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een vrouw, twee personen verwijderen verblijfskatheter 54

55 Katheteriseren van de blaas en verwisselen suprapubische katheter, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie volgens protocol een blaaskatheterisatie uitvoeren. De student kan in een oefensituatie volgens protocol een suprapubische katheter verwisselen. De student kan in een oefensituatie een verblijfskatheter verwijderen. Zorg dat je de Vilansprotocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. Achtergrondinformatie Vilans, onderdeel Nier- en blaas katheteriseren Praktijklokaal Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T. Instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: blaaskatheterisatie bij een man, eenmalig blaaskatheterisatie bij een man, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een man twee personen blaaskatheterisatie bij een vrouw, eenmalig blaaskatheterisatie bij een vrouw, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een vrouw, twee personen verwijderen verblijfskatheter Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 55

56 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen i.v.m. chirurgische behandelingen: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. 56

57 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen i.v.m. interne / neurologische onderzoek Informatie verzamelen via internet en protocol van de stage Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. Thuis/School 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. 57

58 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte. Zorg dat je de beschikking hebt over een computer. Vilans, onderdeel puncties hielprik Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Zoek enkele veel voorkomende onderzoeken die er plaats vinden bij zwangere vrouwen, bevallingen en geboortes. 58

59 D3 Orgaanspoelingen uitvoeren Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van het spoelen van de maag, darm en stoma. Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je beschikking hebt over de achtergrondinformatie van Vilans, onderdeel Heelkundige en overige handelingen Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Achtergrondinformatie van Vilans, onderdeel Heelkundige en overige handelingen School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T. Instructies en procedures opvolgen verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Orgaanspoelingen uitvoeren de onderdelen Spoelen van de maag, irrigeren van een stoma en spoelen van de darm Maak de praktijkopdrachten van de bovenstaande onderdelen. Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: spoelen van een colostoma darmspoelen rectaal / toedienen van een hoogopgaand klysma maaginhoud hevelen 59

60 D2 Stoma verzorgen [kennis] Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie stomaverzorging Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je beschikking de achtergrondinformatie van Vilans onderdeel Heelkundige en overige handelingen Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Achtergrondinformatie van Vilans onderdeel Heelkundige en overige handelingen Thuis Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T. Instructies en procedures opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje 60

61 D2 Stoma verzorging, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie volgens protocol een stoma verzorgen. Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen Vilans onderdelen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort Activiteit 1: (thuis) Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 61

62 D3 Irrigeren van de vagina [kennis] Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft: - zich verdiept in de theorie van het spoelen van de vagina - een protocol opgesteld voor het irrigeren van de vagina. Formeer een groepje van maximaal 5 studenten.zorg dat je een PC bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren, onderdeel irrigeren van een stoma. School/thuis Evalueer activiteit aan de hand van het antwoord model in het mapje ondersteunende materialen. Laat het verslag beoordelen door de docent. 1.4 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen verplicht Activiteit 1 Zoek in de literatuur achtergrond informatie over het irrigeren van de vagina en geef antwoord op de volgende vragen. 1. Welke indicaties zijn er voor het irrigeren van de vagina? 2. Welke contra indicaties zijn er voor het irrigeren van de vagina? Activiteit 2 Maak een verslag waarin je: - Tenminste 2 protocollen voor het irrigeren van de vagina met elkaar vergelijkt. - Geef aan welk protocol je het beste vindt en waarom. - Pas het beste protocol aan, aan het format wat gebruikt wordt op school - Geef aan hoe je rekening houdt met gevoelens van schaamte bij de zorgvrager. 62

63 D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus [kennis] Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van parenteraal toedienen van vloeistoffen via een perifeer infuus. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en zoek de achtergrond informatie op in Vilans Vilans;. Gereedmaken infuuszak en infuusslang Thuis Bespreek evt. vragen met de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Opdracht vloeistoffen via perifeer infuus toedienen. Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op Vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op infuusbehandeling. Klik vervolgens onder achtergrondinformatie en materialen weer op infuusbehandeling. Hypodermoclyse - Wat is een hypodermoclyse en hoe wordt deze ingebracht. - Wat zijn de indicaties voor een hypodermoclyse. - Geef 6 contra-indicaties voor een hypodermoclyse. - Welke complicaties kunnen er optreden bij het geven van een hypodermoclyse. Subcutane infusietherapie - Wanneer wordt er gekozen voor een subcutane infusietherapie. - Hoe wordt de infuusvloeistof toegediend bij een subcutane infuusbehandeling? - Wat is een geschikte plaats voor het toedienen van subcutane infuusbehandeling. - Op welke plaatsen mag een subcutane infuusbehandeling niet ingebracht worden? 63

64 Het perifeer infuus - Wat is een perifeer infuus en waar wordt deze bij voorkeur ingebracht? - Benoem 6 indicaties voor een perifeer infuus. (niet te vinden in vilans, vraag docent) - Benoem 7 complicaties van een perifeer infuus. - Geef per complicatie aan: * wat de oorzaak is * hoe je het kunt voorkomen * hoe observeer je het * Hoe je moet handelen wanneer de complicatie is opgetreden. - Bij welke zorgvragers moet je bedacht zijn op het subcutaan lopen van een infuus?. - Bestudeer de kaders over problemen, oorzaken en oplossingen bij infuustherapie op pagina 10 t/m12. - Wat bepaald de punctieplaats. (staat niet in Vilans, vraag aan docent) - Aan welke eisen moet de infuusvloeistof voldoen? - Leg de begrippen isotoon, hypotoon en hypertoon uit. (staat niet in Vilans) - Waarom moet een infuusvloeistof isotoon zijn? (staat niet in Vilans) - Noem 3 voorbeelden van isotone vloeistoffen. (staat niet in Vilans) 64

65 D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie een infuussysteem klaarmaken voor gebruik en aansluiten op een infuusnaald. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. Vilans protocol Gereedmaken infuuszak en infuusslang School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: gereed maken infuuszak en infuussysteem verwisselen infuuszak infuusslang verzorgen insteekopening perifeer infuus fysiologisch zout doorspuiten in perifeer infuus Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 65

66 D2 Rekentaak 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Kijk de rekentaak na met behulp van het antwoordmodel en de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opdrachten goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. 1. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 1.5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? Rond af naar hele ml. Antwoord:.. ml/uur 2. Een zorgvrager krijgt 1500 ml. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 400 ml bevat. Hoeveel ml Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:.. ml te veel/ te weinig. 3. Een zorgvrager krijgt 3 liter NaCl / 24 uur. Om uur zie je dat er nog 400 ml in de infuuszak zit. Op welke druppelsnelheid moet het infuus staan om deze zak om uur leeg te laten zijn? (Afronden op een geheel getal.) Antwoord:. druppels per minuut 66

67 4. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 2.5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? Antwoord:... ml per minuut 5. Een zorgvrager krijgt 2ltr. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 200 ml bevat. Hoeveel ml Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:. ml teveel/ te weinig 6. Een zorgvrager moet 3 ltr NaCl 0,9% per 24 uur krijgen. Op hoeveel druppels per minuut stel je het infuus in? Antwoord:.druppels per minuut 7. Een zorgvrager krijgt 2,5 ltr. Gluc 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml nog 250 ml bevat. Hoeveel ml Gluc 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:. ml teveel/ te weinig 67

68 D2 Rekentaak 2 Toedienen van parentarale vloeistoffen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op 1. Via een infuus moet 1500ml vloeistof van Ringer ingebracht worden over een tijd van 15 uur. Hoe stel je de druppelsnelheid in? Antwoord: druppels per minuut 2. Bepaal de druppelsnelheid wanneer in 24 uur 6 kolven a 500ml bij een patiënt ingebracht moet worden. Antwoord: druppels per minuut 3. Vijf infuuskolven a 250ml elk met 5% glucose oplossing moeten in 7 uur inlopen. Hoe stel je de druppelsnelheid in? Antwoord:...druppels per minuut 4. Aan een infuusfles met 500 ml fysiologische- zoutoplossing wordt 10ml KCL toegevoegd, het geheel moet in 2 uur inlopen. Op hoeveel dr/min wordt de druppelsnelheid ingesteld? Antwoord:..ml per uur 68

69 ml infuusvloeistof moet met behulp van een volumepomp 7 uur inlopen. Hoeveel ml/uur wordt de volumepomp ingesteld? Antwoord:..ml per uur 6. Stel, dat hetzelfde van vraag 5 met behulp van een druppelpomp moet gebeuren. Op hoeveel dr/min wordt de druppelsnelheid dan ingesteld? Antwoord:. druppels per minuut 7. Reken om naar druppels per minuut: a. 0,1 ml/ min b. 0,8 ml/min: c. 3.2 ml/min: d. 0.1 ml/sec: e. 0,02 ml/sec: f. 180 ml/ uur: g. 6ml/uur: h. 24ml/uur: 8. Hoeveel ml/ uur zou de infuuspomp lopen, wanneer in 12.5 uur 45 ml fysiologische zoutoplossing en 5ml Dobutrex inlopen? Antwoord: ml per uur 9. Reken om naar milliliters/ uur: a. 25 ml/min: b. 25 dr/min: c. 0,8 ml/min: d. 1,6 ml/min: e. 0, 5 ml/sec: f. 1dr/sec: g. 100 ml/ min: h. 300dr/uur: 69

70 D2 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule [kennis] Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het uitzuigen van de mond- en keelholte en het uitzuigen van een tracheacanule. Zorg dat je beschikking hebt over een computer Uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus Uitzuigen via tracheostoma (zonder canule) en verzorging huid Vilans onderwijsprotocollen Thuis Bespreek evt. vragen met de docent 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1 Bestudeer van Vilans onderwijsprotocollen onderdeel de relevante achtergrondinformatie m.b.t. uitzuigen mond- keelholte Bestudeer van Vilans onderwijsprotocollen onderdeel Uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus. Uitzuigen via tracheostoma (zonder canule) en verzorging huid Opdracht uitzuigen mond- en keelholte Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op Vilans protocollen. Klik op alfabetische lijst en klik op de letter u. Klik vervolgens op uitzuigen diep via mond of neus. Bestudeer de achtergrondinformatie in zijn geheel en beantwoord de onderstaande vragen. - Wat is het doel van het uitzuigen? - Hoe vaak moet je of kun je uitzuigen? - Tot hoever wordt de katheter ingebracht via de neus en hoe meet je dit? - Hoe breng je de katheter in en hoe betrek je de zorgvrager hierbij? - Tot hoever wordt de katheter ingebracht wanneer je uitzuigt via de mond? - Waarmee kun je het inbrengen van de katheter via de mond vergemakkelijken? - Welke complicaties kunnen er tijdens het uitzuigen optreden? - Waarom moet je bij het uitzuigen een mondkap voor en een bril op? 70

71 D2 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie de mond- en keelholte uitzuigen volgens protocol. De student kan in een oefensituatie volgens protocol een tracheacanule uitzuigen. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. Uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus Uitzuigen via tracheostoma (zonder canule) en verzorging huid Vilans onderwijsprotocollen School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus uitzuigen van de tracheacanule met cuff uitzuigen tracheastoma zonder canule verzorging huid uitzuigen trachea via tracheacanule Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 71

72 D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule [kennis] Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de verzorging van een tracheostomie en tracheacanule Zorg dat je beschikking hebt over een computer Vilans onderwijsprotocollen Reinigen van een eendelige tracheacanule verzorgen tracheostoma Reinigen van een tracheabinnencanule en verzorgen huid Thuis/School Evalueer de vraag uit praktijk 1 aan de hand van de inhoud van het boek en bespreek dit met een mede student. Beoordeel de kennisopdracht aan de hand van het antwoordmodel. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bestudeer van de Vilans onderwijsprotocollen het onderdeel Reinigen van een eendelige tracheacanule verzorgen tracheostoma, de achtergrond informatie Opdracht: Verzorgen tracheacanule en tracheastoma Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de bovenstaande vmoet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op tracheacanule. Klik vervolgens onder achtergrondinformatie en materialen weer op tracheacanule. - Wat is het verschil tussen een tracheastoma en een tracheatomie? - Welke indicaties zijn er voor een tracheotomie? - Geef vier verschillen in de fysiologie aan tussen een tracheastoma en een tracheotomie. - Hoe voorkom jet het verstoppen van de tracheacanule? - Welke complicaties kunnen er optreden bij een zorgvrager met een tracheacanule? - Het uitzuigen van een tracheacanule mag alleen een verpleegkundige doen die hiervoor gecertificeerd is. Er kunnen complicaties bij het uitzuigen optreden. Welke complicaties zijn dat? - Hoe kan een zorgvrager met een tracheotomie spreken? - Hoe kan een zorgvrager met een tracheastoma spreken? - Wat is de gemiddelde levensduur van een spraakprothese? - Welke adviezen geef je de zorgvrager om biofilm op de spraakprothese te voorkomen 72

73 D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie een tracheostoma en tracheacanule verzorgen volgens protocol. Neem de protocollen mee naar de praktijkles Vilans onderwijsprotocollen Reinigen van een eendelige tracheacanule verzorgen tracheostoma Reinigen van een tracheabinnencanule en verzorgen huid School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet, Vilans over de handelingen: - reinigen van een eendelige tracheacanule verzorgen tracheastoma - reinigen trachea binnencanule verzorgen huid Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 73

74 D2 Ambulante compressie therapie Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt je verdiept in de problematiek m.b.t. circulatie stoornis in de benen en het zwachtelen met behulp van korte rek zwachtel ((ambulante) compressie therapie). Je kunt ambulante compressie therapie toepassen aan de hand van een protocol in een oefen situatie. Print het protocol; onderbeen zwachtelen met behulp van korte rek zwachtel (ambulante compressie therapie) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Achtergrondinformatie bij: Zwachtelen onderbeen met korte rek zwachtel Op school/praktijklokaal Beoordeel de antwoorden van activiteit 1 aan de hand van het antwoord model. Beoordeel de vaardigheid met behulp van het protocol Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K, L, T) verplicht Activiteit 1 Ga naar de onderwijsprotocollen en bestudeer de achtergrondinformatie bij: Zwachtelen onderbeen met korte rek zwachtel Activiteit 2 Bekijk filmmateriaal over de ambulante compressie zwachteltechniek op de CD ROM wondverzorging in het OLC Activiteit 3: Ga in het praktijklokaal oefenen met het protocol: zwachtelen met behulp van korte rek zwachtel (ambulante compressie therapie). 74

75 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Gevorderde fase 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Naam student: 75

76 76

77 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D1 Voorbehouden Handelingen Gevorderd 1 Verplicht Activiteiten datum paraaf Injecteren subcutaan Injecteren intramusculair Maagsonde inbrengen/ verwijderen Katheteriseren van de blaas Verblijfskatheter bij een vrouw Verblijfskatheter bij een man Eenmalig Katheteriseren Blaaskatheter controleren Suprapubisch Katheter inbrengen Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D2 Verpleegtechniche handelingen Gevorderd 1 Verplicht Toedienen van zuurstof Maagsonde: Verzorgen maagsonde Verwijderen maagsonde Sondevoeding toedienen Bedienen voedingspomp Uitzuigen van mond-en keelholte Uitvoeren van een blaasspoeling met een open systeem Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D3 Verpleegtechnische handelingen Gevorderd 1 Met Keuze Toedienen van vloeistoffen via een perifeer infuus/ bedienen infuuspomp Uitvoeren van een maag/darmspoeling Irrigeren van de vagina Irrigeren van een stoma Verzorgen van een tracheacanule Assisteren bij verrichtingen van diagnostisch onderzoek: Chirurgisch onderzoek Intern/ neurologisch onderzoek Bevalling of geboorte 77

78 D1 Injecteren subcutaan Voorbehouden handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een subcutane injectie geven volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 78

79 D2 Injecteren intramusculair Voorbehouden handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een intramusculaire injectie geven volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 79

80 D2 Toedienen van zuurstof Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt zuurstof toedienen volgens protocol door middel van een fles, een concentrator of een centraal systeem 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 80

81 D1 Maagsonde inbrengen/ verwijderen Voorbehouden handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een maagsonde inbrengen volgens protocol Je kunt de maagsonde controleren volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 81

82 D2 Verzorgen van een maagsonde Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een maagsonde verzorgen volgens protocol Je kunt een maagsonde verwijderen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 82

83 D2 Sondevoeding toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt sondevoeding toedienen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 83

84 D2 Bedienen voedingspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een voedingspomp bedienen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 84

85 D2 Stomaverzorging Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Vaardigheden Verplicht/keuze Je kunt stomaverzorging toepassen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verzorgen van een stoma -colon stoma -duodenum stoma -ileo stoma -uro stoma Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 85

86 D1 Katheteriseren van de blaas Voorbehouden handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Je kunt een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (vrouw) Je kunt een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (man) Je kunt eenmalig katheteriseren (man, vrouw) Je kunt de blaaskatheter controleren volgens protocol Je kunt een suprapubische katheter inbrengen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Vaardigheden - een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (vrouw) - een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (man) - eenmalig katheteriseren (man, vrouw) - blaaskatheter controleren volgens protocol - suprapubische katheter inbrengen volgens protocol Verplicht/keuze Verplicht 86

87 D2 Uitvoeren van een blaasspoeling Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een blaasspoeling uitvoeren met een open systeem Je kunt een blaasspoeling uitvoeren met een gesloten systeem 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL Keuze: BBL/BOL verkort 87

88 D3 Uitvoeren van een maag/darmspoeling Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt een maag/darmspoeling uitvoeren volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht (ZH, VVT, GGZ) 88

89 D3 Irrigeren van een stoma Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt een stoma irrigeren volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht (ZH, VVT, GGZ) 89

90 D3 Assisteren bij verrichten van diagnostisch onderzoek Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke verrichtingen Verplichting Je kunt assisteren bij het verrichten van een diagnostisch onderzoek 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Chirurgisch onderzoek Intern/neurologisch onderzoek Bevalling of geboorte Verplicht (ZH) 90

91 D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus/ bedienen infuuspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt vloeistoffen toedienen via een perifeer infuus en hierbij de infuuspomp instellen en de druppelsnelheid van een perifeer infuus berekenen en instellen 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 91

92 D2 Uitzuigen van mond- en keelholte Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt de mond- en keelholte uitzuigen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 92

93 D3 Verzorgen van een tracheacanule Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt een tracheacanule verzorgen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht: BBL/BOL (ZH, VVT en GHZ) Keuze: BBL/BOL verkort 93

94 D2 Toepassen van zwachteltechnieken Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Vaardigheid Verplicht/keuze Je kunt zwachteltechnieken toepassen volgens protocol Achtergrondinformatie bij: Zwachtelen onderbeen met korte rek zwachtel 1.4 verpleegtechnische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Ambulant compressie zwachtelen Verplicht 94

95 D1 Hielprik neonaten Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt hielprik bij neonaten uitvoeren volgens protocol Vilans protocol; Hielprik bij een pasgeborene voor screening 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht 95

96 D2 EHBO verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken bij ademstilstand en circulatiestilstand 5 Verpleegtechnische handelingen Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke voorbeelden Verplicht/keuze Je kunt adequaat handelen bij een ongeval of een onverwachte situatie Je kunt de juiste interventies toepassen volgens de richtlijnen Boek verpleegtechnische handelingen thema 13 hoofdstuk voert verpleegtechnische handelingen uit 1.7 hanteert crisissituaties A: Beslissen en activiteiten initiëren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen J: Formuleren en rapporteten L: Materialen en middelen inzetten M: Analyseren T: Instructies en procedures opvolgen V: Met druk en tegenslag omgaan Zorg dat je op de hoogte bent van de richtlijnen/protocollen bij acute situaties op je afdeling Voer de vaardigheden uit in geval van acute situaties Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheden Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verwondingen Vergiftiging Verstikking Verslikken Ademstilstand/circulatiestilstand Verplicht 5 deze activiteit wordt ook in B3 crisissituaties aangeboden 96

97 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K- M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C2 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatieindicatoren) 97

98 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 98

99 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Gevorderde fase 2 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie:Juli 2013 Fase: gevorderd 2 Naam student:. 99

100 100

101 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de gevorderde fase 2 van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 6 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst.. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaam niveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in gevorderde fase 2 aanbod komen: 1. verzorgen van wonden: zwarte wonden en wonden met hechtingen; 2. hechtingen en tampons verwijderen; 3. geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem / toedieningssysteem (pomp, kolf of zakje); 4. verzorgen epiduraal katheter 5. EHBO verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, en bij ademstilstand en circulatiestilstand (B3 crisissituaties) Rekentaken - geneesmiddelen toedienen in opgeloste vorm via een infuus/bedieningssysteem(pomp, kolf of zakje) 6 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 101

102 Verpleegtechnische handelingen met keuze, die in Gevorderde fase 2 aan bod komen: 1. wonden met drains verzorgen 2. wonddrain verwijderen Overige verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Wonden met drains verzorgen x x Wonddrain verwijderen x x 102

103 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren. Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst. 103

104 104

105 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Gevorderd - Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen(i L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C3 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) Feedback 105

106 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *Paraaf door stempel 106

107 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatieindicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen D.1 Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, , 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties: Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheid toepassen Prestatie-indicatoren D3: Verpleegtechnische 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, handelingen met keuze 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 A, C,D, H, I,J, K, L, M, N, T,V Observeert acute situaties en benoemt de genomen beslissingen. Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Observeert en benoemt Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Woont anamnesegesprekken bij en bespreekt dit na. Oefent in het uitvoeren van anamnesegesprekken. Stelt een verpleegplan op en bespreekt dit met begeleider. Legt duidelijk uit Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. Stelt onder begeleiding de doelen en activiteiten van het verpleegplan op. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Oefent in het gebruik van de ziekteleer (pathologie) van de doelgroep met begeleider Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Benoemt de anatomie passend bij de handeling 107

108 Competenties in de werkprocessen L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren N. Onderzoeken T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Prestatie-indicatoren Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan begeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Observeert verpleegtechnische handelingen a.h.v. protocollen. Achterhaalt de wettelijke richtlijnen en vertelt hoe zij deze toe gaat passen. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 108

109 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Gevorderde fase 2 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie Juli 2013 Gevorderde fase 2 Naam student: 109

110 110

111 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D2 Verpleegtechnische handelingen Gevorderd 2 Verplicht Activiteiten Verpleegtechnische handelingen Gele en zwarte wonden verzorgen Verzorgen van wonden met agraves/hechtingen Verzorgen van wonden met tampons Verzorgen epiduraal katheter Geneesmiddelen toedienen via toedieningssysteem Rekentaken Rekentaak 1: Geneesmiddelen toedienen per infuus Rekentaak 2: Geneesmiddelen toedienen per infuus Datum Paraaf Ondersteuningsmagazijn School Activiteiten Wonden met drains verzorgen Wonddrains verwijderen Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, met keuze Gevorderd 2 Keuze Datum Paraaf 111

112 D2 Gele en zwarte wonden verzorgen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe het verzorgen van gele en zwarte wonden volgens protocol wordt uitgevoerd. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en internet. Print het protocol: Wondverzorging (Vilans) + heelkunde en overige handelingen [zwarte wonden] Stem af met welke studenten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 studenten) Wondverzorging( Vilans) Heelkunde en overige handelingen (Vilans) School of thuis. Lever het verslag in ter beoordeling van de docent. Beoordeel de vaardigheid met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag de docent of de uitvoering voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1 Gele wonden verzorgen 1. Bestudeer uit Vilans van het hoofdstuk wonden: wondverzorging>> geel 2. Bestudeer het onderdeel gele wond van de CD-ROM wondverzorging in het OLC Ga naar het onderdeel MBO casuïstiek en beantwoordt de vragen behorend bij het onderdeel gele wonden Activiteit 2: Zwarte wonden verzorgen Zwarte wond Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op Vilans protocollen. Klik op onderwerp en klik op heelkunde en overige handelingen. Bestudeer de achtergrondinformatie en beantwoordt de onderstaande vragen. Ga bij jezelf na wat je nog weet over wondverzorging dat je hebt gehad in de beginners periode. Denk hierbij aan: - soorten wonden, - de fasen van de wondgenezing: reactie fase, regeneratie fase, rijpingsfase - factoren die de wondgenezing beïnvloeden - rode en gele wonden - de verschillende wondbedekkingen Wanneer je dit allemaal weer hebt opgehaald ga je door met de onderstaande vragen over de zwarte wond. - Wat is een zwarte wond? - In welke fase bevindt zich een zwarte wond en wat moet er gebeuren? - Moet je necrose altijd verwijderen? - Wanneer moet necrose wel verwijderd worden? - Welke behandelingen zijn er om necrose/debris te verwijderen?

113 Activiteit 3 Het WCS is een kenniscentrum op het gebied van wondverzorging. Op het gebied van wondbehandeling zie je dat de behandeling van wonden voor een groot gedeelte bestaat uit het gebruik maken van verbanden en andere materialen. De fabrikanten van deze producten zijn volop bezig met het ontwikkelen van nieuwe behandelmethoden en materialen. Ook in de vakliteratuur kom je artikelen tegen die betrekking hebben op wondverzorging, bijvoorbeeld ervaringen en actuele ontwikkelingen. Een aantal interessante sites m.b.t. wondbehandeling zijn de volgende: Maak een verslag over het verzorgen van gele en zwarte wonden, in dit verslag moet minimaal de volgende items opgenomen worden: Wat zijn de oorzaken van gele en zwarte wonden. Op welke aspecten beoordeel je deze wond? Welke wondverbanden zijn volgens W.C.S. geschikt voor het verzorgen van gele en zwarte wonden. Welke disciplines worden betrokken bij de behandeling van wonden. Activiteit 4: Oefen de vaardigheid ; verzorgen van gele en zwarte wonden volgens protocol 113

114 D2 Verzorgen en verwijderen van wonden met hechtingen-agraves Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis over diverse methoden van wondhechting. Zoek protocol op via Vilans; Verwijderen hechtingen Internet Vilans site Op school/thuis Na bespreking met de docent, antwoordmodel 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit; Bestudeer de theorie over diverse methoden van wondhechting. Beantwoord de volgende vragen; 1. Welke methoden van hechten bestaan er? 2. Waar zijn die van afhankelijk? 3. Wat is belangrijk bij het verwijderen van de hechtingen? 4. Geef per hechting soort aan wat de specifieke aandachtspunten zijn. 5. Hoe verzorg je een wond met hechtingen? Verzorgen van wonden met hechtingen 1. Welke indeling wordt er gemaakt in de verschillende typen operatiewonden? 2. Benoem vier methoden en soorten materialen voor het sluiten van een incisie. 3. Wanneer worden de hechtingen verwijderd, en leg uit waarom er zoveel tijdsverschil in zit. 114

115 D2 Verzorgen en verwijderen van wonden met tampons Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis over het tamponneren van wonden en vragen hierover beantwoord. Zoek het protocol op over het; Verwijderen van een wondtampon( Vilans). Bestudeer theorie en achtergrondinformatie over het verzorgen van wonden met tampons. Stem af met welke andere klasgenoten je deze activiteit gaat uitvoeren.. en en Vilans site Op school Na bespreking met de docent. Aan de hand van het protocol evalueren of de vaardigheid goed is uitgevoerd. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1; Beantwoord de volgende vragen: - Ga op zoek naar welke wonden getamponneerd kunnen worden en de indicaties hiervoor aanwezig moeten zijn, - Onderzoek uit welk materiaal een tampon kan bestaan; - Onderzoek met je subgroep de voor en nadelen van tamponneren, op kort en lang termijn, - Ga met je subgroep na, wat het vervolg van een wondbehandeling zou kunnen zijn nadat er een tampon is geplaatst - Zoek ook nog verder op de verpleegkundige of medische sites van het internet 115

116 D3 Verzorgen en verwijderen van wonddrains Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de verschillende drains en heeft inzicht in de verpleegkundige zorg t.a.v. drains. De student kan hechtingen, agraves en drains verwijderen volgens protocol in een oefensituatie. Formeer een groepje van 4 studenten en bereid de presentatie voor van activiteit 1 Vilans protocol: Verwijderen wond of redonsedrain Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen)..bestudeer achtergrondinformatie over het verzorgen en verwijderen van drains Praktijklokaal Evalueer (activiteit 1) met je groepsgenoten de presentatie Vraag de docent om inhoudelijke feedback. Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1: Bereidt een presentatie voor waarin jullie de verschillende soorten drains behandelen en de verpleegkundige zorg die hier bij hoort. De verschillende soorten drains zijn: Redonse drain, dakpandrain,gaasdrain, sumpdrain, winslowdrain, Tdrain. Beantwoord tijdens de presentatie in elk geval de volgende vragen: - In welke situaties wordt er gekozen voor een actieve drain en wanneer wordt er gekozen voor een passieve drain. - Aan welke criteria moet de drain productie voldoen voor dat hij verwijdert mag worden? Geef dit aan voor alle soorten drains. - Welke drain kan in één keer verwijderd worden en welke soort wordt in etapes word ingehaald en daarna verwijderd en wat is de reden hiervoor? - Welk gevaar kan ontstaan als een drain te vroeg wordt verwijderd? Activiteit 2: Ga in het praktijklokaal oefenen met verzorgen en verwijderen van wonddrains volgens protocol. 116

117 D2 Geneesmiddelen toedienen via verschillende toedieningssystemen (pomp, kolf of zakje) Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het toedienen van geneesmiddelen via verschillende toedieningssystemen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: Intraveneus toedienen van medicatie mbv zijlijn bij perifeer infuus Intraveneus toedienen medicatie via perifeer verblijfssysteem. Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Het farmaceutisch kompas. Internet Vilans site: Intraveneus toedienen van medicatie mbv zijlijn bij perifeer infuus Intraveneus toedienen medicatie via perifeer verblijfssysteem School/thuis Bespreek de activiteiten na met de docent in de klas. 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) verplicht Activiteit 1: Opdracht: Intraveneus injecteren, toedienen geneesmiddelen in opgeloste vorm via een infuussysteem/toedieningssysteem (pomp, kolf of zakje) Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Je kunt bij dit onderwerp zoeken op onderwerp en kiezen voor infuusbehandeling, vervolgens moet je door scrollen naar intraveneus toedienen van medicijnen. Voor intraveneus injecteren kun je zoeken op alfabet. Deze opdracht is deels herhaling en deels verdieping. 1. Op welke wijze wordt medicatie intraveneus toegediend? 2. Wat is een voordeel van een intraveneuze injectie en wat zijn de een nadelen? 3. Welke vene is geschikt voor het veneus injecteren? 4. Wat is de essentie van medicatieveiligheid? 5. Hoe zijn de taken medicijntoediening verdeeld, beschrijf in het kort wat deze taak inhoud. 6. Wat zijn de verantwoordelijkheden t.a.v. medicijntoediening van de arts, de cliënt, de apotheker en de verpleegkundige/verzorgende. 7. Hoe moet je handelen bij toedieningsfouten? 8. Welke adviezen zijn er voor de veiligheid zorgverlener? 9. Hoe kun je verstopping voorkomen bij een perifere canule, CVK of een veneus poortsysteem? 10. Welke katheters mogelijk absoluut niet geflusht of doorgespoeld worden? 11. Noem 3 redenen om te flushen? 12. Hoe vaak moet je flushen? 13. Welke zorgvragers krijgen Dobutamine intraveneus toegediend? 14. Wat zijn de bijwerkingen en/of complicaties van dobutamine? 117

118 15. Hoe moet je handelen bij een extravasatie? 16. Welke zorgvragers krijgen Immunoglobuline toegediend? 17. Hoe vaak dient de toediening van immunoglobulinen plaats? 18. Geef aandachtspunten over de inloopsnelheid van immunoglobulinen. 19. Wat zijn de bijwerkingen van immunoglobulinen? 20. Wat is Methylprednisolon? 21. Voor welke zorgvragers is methylprednisolon geïndiceerd? 22. Wanneer is Methylprednisolon gecontra-indiceerd? 23. Hoe is de toedieningswijze en de dosering van Methylprednisolon? 24. Wat zijn de bijwerkingen en/of complicaties van Methylprednisolon? 25. Wat is Teicoplanine? 26. Wanneer is Teicoplanine geïndiceerd? 27. Wat zijn de contra-indicaties van teicoplanine? 28. Wat is de toedieningswijze van teicoplanine? 29. Wat is de maximale houdbaarheid van teicoplanine in opgeloste vorm? 30. Wat zijn de bijwerkingen en/of complicaties van teicoplanine? Activiteit 2 : Bereid een PowerPoint presentatie voor over het toedienen van medicatie per infuus. In de presentatie moet in ieder geval de volgende items aanbod komen: Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via infuus. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per infuus? Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per infuus. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. Gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per infuus, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel 118

119 Rekentaak 1 Geneesmiddelen toedienen per infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. UITLEG VAN MEDICATIE PER INFUUS EN HYPODERMOCLYSE Infuusvloeistof is beschikbaar in kolven (zakken) van 50, 100, 250, 500 of 1000 ml. Bij het infuus en de hypodermoclyse zijn 2 gegevens belangrijk: 1. Hoeveel ml moet de zorgvrager hebben? 2. In welke tijd? De druppelsnelheid stellen we in op het aantal druppels per minuut. Bij een waterige oplossing geldt: 1 ml = 20 druppels De formule om de druppelsnelheid te berekenen is: aantal ml x 20 druppels = aantal uren x 60 minuten druppels/minuut (dr/min) Voorbeeld 1: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 4 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 12 uur. 4 liter = 4000 ml 4000 ml x 20 dr = dr = 111 dr/min 12 uur x 60 min 720 min 119

120 Voorbeeld 2: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 3 liter Glucose 5% moet krijgen in 8 uur. 3 liter = 3000 ml 3000 ml x 20 dr = dr = 125 dr/min 8 uur x 60 min 480 min Voorbeeld 3: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 2,5 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 2,5 liter = 2500 ml 2500 ml x 20 dr = dr = 35 dr/min 24 uur x 60 min 1440 min In de praktijk is het mogelijk dat je met een volumetrische infuuspomp zoals een IVAC 598 moet werken, die je moet instellen op ml/uur. Voorbeeld 1 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 4 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 4 liter = 4000 ml 4000 ml = 167 ml/uur 24 uur Voorbeeld 2 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 3 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 16 uur. 3 liter = 3000 ml 3000 ml = 188 ml/uur 16 uur Voorbeeld 3 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 2,5 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 2,5 liter = 2500 ml 2500 ml = 104 ml/uur 24 uur 120

121 NB: hebben we te maken met ml per uur of druppels per minuut Hypodermoclyse: Als hoeveelheid toe te dienen vocht per hypodermoclyse wordt meestal ml/24 uur aangehouden. Per infusieplaats 0,5 liter tot 1 liter, waarbij een totale hoeveelheid van meer dan 1 liter dus over twee infusieplaatsen verdeeld wordt (bijv. beide bovenbenen). Als maximum wordt 2 liter totaal aangehouden, waarbij aangetekend dient te worden dat voor palliatieve toepassingen zelden meer dan 1 liter gegeven hoeft te worden; grotere hoeveelheden kunnen in de palliatieve fase zelfs problemen geven. De infusiesnelheid is enigszins afhankelijk van de subcutane resorptie en dient afgestemd te worden op de individuele cliënt. Meestal wordt ml/uur toegediend; als maximum geldt 250 ml/uur. Opgaven infusie 1: 1. Een zorgvrager krijgt EH Penicilline via een perifeer infuus toegediend. Je hebt flacons Penicilline in voorraad van EH per flacon. De flacon wordt opgelost met 4 ml steriel water. a. Hoeveel ml van deze Penicillineoplossing voeg je toe per keer aan een zakje NaCl 0,9% van 100 ml. b. Bereken de druppelsnelheid/minuut als de totale hoeveelheid in 30 minuten in mag lopen (1 ml = 20 druppels). 2. Een zorgvrager krijgt een Furosemidepomp. Hij krijgt 250mg/24 uur toegediend. Je hebt in voorraad Furosemide 200 mg/10 ml. Hoeveel ml Furosemide heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om de pomp klaar te maken voor 24 uur. (48 ml). 3. Een zorgvrager wordt opgenomen met een hoge bloedsuiker. Hij is ook sterk uitgedroogd. Hij krijgt 500 ml Nacl 0,9% toegediend in 1 uur via een perifeer infuus. Op hoeveel ml per uur stel je de infuuspomp in. 4. Je moet een zorgvrager 25 gram glucose via een perifeer infuus toedienen. Je hebt in voorraad glucose 50%. a. Hoeveel ml Glucose 50% moet je de zorgvrager via dit infuus toedienen. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de hoeveelheid in 15 minuten in moet lopen. 5. Een zorgvrager krijgt 900 mg Dalacin via een perifeer infuus toegediend. In voorraad Dalacin ampullen 250mg/ml. Hoeveel ml Dalacin voeg je toe aan een zakje NaCl 0,9% van 100 ml. 6. Een zorgvrager krijgt 300 mg Ciproxin via een perifeer infuus toegediend. In voorraad flesjes Ciproxin van 400mg/200 ml. a. Hoeveel ml van deze oplossing dien je de zorgvrager toe. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de totale hoeveelheid in 30 minuten in moet lopen. 121

122 7. Een zorgvrager krijgt 400 mg Doxycycline toegediend via een perifeer infuus. In voorraad Doxycycline 250 mg/2ml. Hoeveel ml Doxycycline voeg je aan het zakje NaCl 0,9% van 100 ml toe. 8. Een zorgvrager is diabeet en is nuchter voor een operatie. Hij krijgt een infuus Glucose 5% (500 ml) met 10 EH Actrapid. Je hebt in voorraad Actrapid 100EH/ml. a. Hoeveel ml Actrapid voeg je toe aan de zak Glucose 5% b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 1 EH Actrapid per uur moet krijgen.(1ml=20 druppels) 9. Een zorgvrager krijgt 120mmol KCL per 24 uur toegediend, verdeeld over 4 zakken NaCl 0,9% van 500 ml. In voorraad KCL 20mmol/10 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per keer aan een zak NaCl 0,9% van 500 ml toe. 10. Een zorgvrager moet 15 gram Magnesium Sulfaat krijgen. Je gaat naar de apotheek en krijgt een flesje Magnesium Sulfaat 60% mee. Hoeveel ml moet je aan de zorgvrager per keer geven. 11. Een zorgvrager krijgt een Heparinepomp. De afdeling maakt gebruik van standaardpompen ( EH Heparine/48ml). Je hebt in voorraad Heparine 5000EH/2ml. a. Hoeveel ml Heparine en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp klaar te maken. b. De startdosis voor deze zorgvrager is EH/24 uur. Op hoeveel ml per uur stel je deze pomp in. 12. Een zorgvrager krijgt 90 gram Cofact via een perifeer infuus toegediend. Het hematologisch laboratorium heeft flesjes van 20gr/15 ml in voorraad. a. Hoeveel flesjes Cofact heb je minimaal nodig en hoeveel ml Cofact dien je de zorgvrager toe. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 2 gram Cofact per minuut moet krijgen (1 ml = 20 druppels) 13. Een zorgvrager krijgt 360 mg Diphantoine via een perifeer infuus toegediend. In voorraad Diphantoine 400 mg/4 ml. Hoeveel ml Diphantoine voeg je toe aan een zakje NaCl 0,9% van 50 ml. 14. Een zorgvrager krijgt een Ketamine/Dormicumpomp. Hij krijgt per 24 uur 30 mg Dormicum en 600 mg Ketamine toegediend. Je hebt in voorraad Dormicum 4mg/ml en Ketamine 500mg/10 ml. a. Hoeveel ml Dormicum heb je nodig b. Hoeveel ml Ketamine heb je nodig c. Hoeveel ml NaCl 0,9% hen je nodig om deze pomp voor 24 uur klaar te kunnen maken (48ml) 15. Een zorgvrager krijgt een Morfinepomp. Het ziekenhuis waar je werkt maakt gebruik van standaardpompen. Er wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing. In de spuit kan maximaal 50 ml. Je hebt in voorraad Morfine 10mg/1 ml. a. Hoeveel ml Morfine en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te kunnen maken. b. De zorgvrager krijgt 2mg/uur toegediend. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in. 122

123 16. Een zorgvrager krijgt een Actrapidpomp i.v.m. veel te hoge bloedsuikers. Er wordt op de afdeling waar je werkt van een standaard 1 op 1 oplossing. In de spuit kan maximaal 50 ml. Je hebt in voorraad Actrapid 100EH/ml. a. Hoeveel ml Actrapid en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp klaar te maken b. Er wordt gestart met 3 EH actrapid per uur, op hoeveel ml per uur stel je de pomp in 17. Een zorgvrager krijgt een Burinexpomp. Hij krijgt 5 mg per 24 uur voorgeschreven. Je hebt in voorraad ampullen Burinex 2 mg/4 ml. Hoeveel ml Burinex heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om een pomp klaar te maken voor 12 uur (36 ml). 18. Een zorgvrager krijgt een Fluimicilpomp. Hij krijgt 50 mg per kg lichaamsgewicht per 24 uur toegediend. De zorgvrager weegt 80 kg. In voorraad Fluimicil 5 gram/20 ml. Hoeveel ml Fluimicil heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om de pomp klaar te maken voor 24 uur (48 ml) 19. Een zorgvrager krijgt een Glucose 5% infuus welke ingesteld staat op 84 ml/uur. Ook krijgt de zorgvrager 4 keer daags Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. Hoeveel vocht in ml krijgt deze zorgvrager i.v. per 24 uur? 123

124 Rekentaak 2 Geneesmiddelen toedienen per infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met behulp van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht Activiteit: Je hebt een voldoende als alle vragen goed zijn. Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Opgaven 1. Reken om: 0,75 mg. = µg 2. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 1,5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? ml/uur 3. Een patiënt heeft ernstige pijn. De arts schrijft Pethidine i.m. voor. Je hebt een oplossing van 5% en je moet 80 mg. toedienen. Hoeveel ml. moet je geven? ml. 4. Een zorgvrager krijgt een Actrapid-pomp. Op de afdeling waar je werkt wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing (50 ml). Je hebt in voorraad Actrapid 100 EH/ml. Hoeveel ml. Actrapid en hoeveel ml. NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te kunnen maken? ml Actrapid ml. NaCl 0,9% 124

125 5. Een zorgvrager krijgt een Morfine-pomp. Op de afdeling waar je werkt wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing (50 ml). Je hebt in voorraad Morfine 100 mg/10 ml. a. Hoeveel ml. Morfine en hoeveel ml. NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te maken? ml. Morfine ml. NaCl 0,9 % b. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als de zorgvrager 2,5 mg Morfine per uur moet krijgen? ml./uur 6. Een zorgvrager krijgt Gluc 5% i.v. per infuuspomp, die ingesteld staat op 84 ml/uur. Bovendien krijgt de zorgvrager 4 X dgs. Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. Hoeveel vocht in ml. krijgt deze zorgvrager totaal i.v. per 24 uur? ml. 7. Een zorgvrager heeft ernstige pijn. De arts schrijft Morfine voor. Er is 3% Morfine op voorraad. Hoeveel ml 3% Morfine geef je een zorgvrager die 15 mg. moet krijgen? ml. 8. Een zorgvrager moet 2,5 liter. NaCl 0,9% per 24 uur krijgen. Op hoeveel druppels per minuut stel je het infuus in? dr./min. 9. Een zorgvrager krijgt 1500 ml. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 400 ml bevat. Hoeveel ml. Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? ml. te 10. Een flacon Erythromycine van 1000mg. wordt opgelost in 10 ml. water. Welke concentratie krijg je in mg/ml? mg./ml 11. Een zorgvrager van 96 kg. krijgt 75µg Acetyldigoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 4 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,4 mg Acetyldigoxine. Hoeveel deelbare tabletten krijgt de zorgvrager per keer? tbl. 125

126 12. Je moet 15 mmol Magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml. Hoeveel ml. voeg je aan het infuus toe? ml. 13. Een zorgvrager heeft van uur tot uur een positieve vochtbalans van 1350 ml. Van uur tot uur heeft hij 880 ml. aan infuus gehad, 425 ml. gedronken en 725 ml. geürineerd. Bereken de vochtbalans van uur tot uur in ml. Vermeld erbij of de balans positief of negatief is. 14. Een zorgvrager heeft een infuus met 2,5 ltr. NaCl 0,9% per 24 uur, daarnaast 4X dgs. Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. NaCl 0,9% en 1X dgs. 1/8 mg. Digoxine i.v. opgelost in 100 ml. NaCl 0,9%. Hoeveel vocht krijgt deze zorgvrager per 24 uur? 126

127 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Gevorderde fase 2 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie Juli 2013 Naam student: 127

128 128

129 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Gevorderd 2 Verplicht Verpleegtechnische handeling datum paraaf D2 Geneesmiddelen toedienen via infuussysteem( pomp, kolf of zakje) D2 Verzorgen van zwarte wonden D2 Verzorgen van wonden met hechtingen/agraves D2 Verwijderen van tampons en hechtingen Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Gevorderd 2 keuze Verpleegtechnische handeling datum paraaf D3 Verzorgen van wonden met drains D3 Wonddrains verwijderen 129

130 D2 Geneesmiddelen toedienen via een infuussysteem (pomp, kolf, zakje) Verpleegtechnische handeling Resultaat Werkproces* Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt geneesmiddelen toedienen per infuus via een pomp, een kolf of een zakje 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Onderzoek welke toedieningssystemen bij jou op de afdeling worden toegepast en wanneer voor een bepaald systeem wordt gekozen Verdiep je in de werking van de infuuspomp op je afdeling Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 130

131 D2 Verzorgen van gele en zwarte wonden Verpleegtechnisch handeling Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een gele wond verzorgen volgens protocol Je kunt een zwarte wond verzorgen volgens protocol 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 131

132 D2 Verzorgen van wonden met hechtingen/agraves Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt uitleggen op welke verschillende manieren een wond gehecht kan worden Je kunt een wond verzorgen met hechtingen en agraves 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 132

133 D2 Verwijderen van tampons en hechtingen Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt hechtingen en/of tampons verwijderen 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 133

134 D3 Verzorgen van wonden met drains Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt wonden verzorgen met drains 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht (ZH, VVT) 134

135 D3 Verwijderen van een wonddrain Resultaat Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een wonddrain verwijderen 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht (ZH, VVT) 135

136 136

137 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.2 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K- M) 1.7 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.8 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.9 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C2 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.6 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.6 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatieindicatoren) 137

138 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 138

139 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D Verpleegtechnische handelingen Startbekwame fase Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Fase: startbekwaam Naam student:. 139

140 140

141 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen Verplicht Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skillslab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de startbekwame fase van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden) 7 Oefen de handelingen in het skillslab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst.. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaam niveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau. Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in de startbekwame fase aanbod komen: Alle voorbehouden handelingen 1. Venapunctie uitvoeren 2. Inbrengen perifeer infuus 3. Intraveneus injecteren 7 Wanneer een vaardigheid in de praktijk voorkomt, die in je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aanleren voor die handeling 141

142 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Verpleegtechnische handelingen met keuze die in de startbekwame fase aan bod komen: Voorkomend in de setting ZH VVT GGZ GHZ Een centraal infuus controleren x x Transfusie x 142

143 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren. Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 143

144 144

145 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) Feedback 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving ( A-T-V) 1.8 Verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 Biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) 145

146 Vervolg FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 146

147 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatie indicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen D.1 Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, , 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties: D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze A, C,D, H, I,J, K, L, M, N, T,V 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheidtoepassen Prestatie-indicatoren Observeert acute situaties en benoemt de genomen beslissingen. Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Observeert en benoemt Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Woont anamnesegesprekken bij en bespreekt dit na. Oefent in het uitvoeren van anamnesegesprekken. Stelt een verpleegplan op en bespreekt dit met begeleider. Legt duidelijk uit Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. Stelt onder begeleiding de doelen en activiteiten van het verpleegplan op. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Oefent in het gebruik van de ziekteleer (pathologie) van de doelgroep met begeleider Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Benoemt de anatomie passend bij de handeling 147

148 Competenties in de werkprocessen L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren N. Onderzoeken T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Prestatie-indicatoren Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan begeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Observeert verpleegtechnische handelingen aan de hand van protocollen. Achterhaalt de wettelijke richtlijnen en vertelt hoe zij deze toe gaat passen. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 148

149 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie Juli 2013 Naam student: 149

150 150

151 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D D1 Voorbehouden handelingen Startbekwaam Activiteiten Inbrengen van een perifeer infuus (vaardigheid) Venapunctie (vaardigheid) Intraveneus injecteren (vaardigheid) datum paraaf Protocollen (Vilans) Inbrengen perifere canule voor infuus (toedieningssysteem) Assisteren bij inbrengen perifere canule voor infuus Bloed afnemen perifeer (venapunctie) Toedienen medicatie via perifeer infuus Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D D3 Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Startbekwaam Activiteiten Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Controleren en verzorgen van centraal infuus Uitvoeren van een transfusie Zelftest Parenteraal toedienen van vloeistoffen en bloedtransfusie datum paraaf Protocollen (Vilans) Toedienen bloed perifeer infuus. Verwisselen infuusslang centraal veneuze katheter Verzorgen centraal veneuze katheter Verzorgen van de huidpoort bij patiënt met CAPD Aankoppelen infuusslang aan poortsysteemnaald in veneus poortsysteem Inbrengen subcutaan infuus en toedienen subcuvia mbv spuitenpomp 151

152 D1 Inbrengen van een perifeer infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens protocol een perifeer infuus ingebracht wordt en toont dit in een oefensituatie. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Zoek een filmpje op internet of een DVD over het inbrengen van een perifeer infuus. Print de protocollen: Vilans Inbrengen perifere canule voor infuus(toedieningssysteem) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Vilans achtergrond informatie. Praktijklokaal/school/thuis Evalueer activiteit 2 met de docent in de klas. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: (keuze) Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet of de DVD. Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol.(vilans) Opdracht perifeer infuus inbrengen Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op infuusbehandeling. Klik vervolgens onder achtergrondinformatie en materialen weer op infuusbehandeling. Opdracht 1 De onderstaande vragen heb je reeds gemaakt bij de vaardigheid vloeistoffen toedienen bij een perifeer infuus. Herhaal voor jezelf de lesstof. 1. Wat is een perifeer infuus en waar wordt deze bij voorkeur ingebracht? 2. Benoem 6 indicaties voor een perifeer infuus. (niet te vinden in vilans, vraag docent) 3. Benoem 7 complicaties van een perifeer infuus. 4. Geef per complicatie aan: - wat de oorzaak is - hoe je het kunt voorkomen - hoe observeer je het - hoe je moet handelen wanneer de complicatie is opgetreden. 5. Bij welke zorgvragers moet je bedacht zijn op het subcutaan lopen van een infuus?. 6. Bestudeer de kaders over problemen, oorzaken en oplossingen bij infuustherapie 152

153 Op pagina 10 t/m Wat bepaald de punctieplaats. (staat niet in vilans, vraag aan docent) 2. Aan welke eisen moet de infuusvloeistof voldoen? 3. Leg de begrippen isotoon, hypotoon en hypertoon uit. (staat niet in vilans) 4. Waarom moet een infuusvloeistof isotoon zijn? (staat niet in vilans) 5. Noem 3 voorbeelden van isotone vloeistoffen. (staat niet in vilans) Opdracht 2 1. Onder welke hoek moet een perifere canule worden ingebracht? 2. Waar hangt de keuze van de perifere canule vanaf? 3. Welke twee soorten canules/naalden zijn er te onderscheiden? 4. Wat zijn de voordelen van een kunststof canule? 5. Aan welke eisen moet infuuspleister voldoen? 6. Wat is een biopatch en wanneer wordt deze toegepast? 7. Welk advies wordt er gegeven wanneer een veneuze canule moet worden verwisseld? 153

154 D1 Venapunctie Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe een venapunctie wordt uitgevoerd volgens protocol en toont dit aan in een oefensituatie. Print het protocol; Vilans). Bloed afnemen perifeer (venapunctie) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een filmpje op internet of een DVD over het uitvoeren van een venapunctie. Zoek op internet informatie over venapunctie (Vilans site) Vilans achtergrond informatie; Bloed afnemen perifeer venapunctie Praktijklokaal/ school/ thuis Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K, T Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je op internet hebt gevonden of bekijk de DVD Activiteit 2: Zoek de informatie op via internet( Vilans site) en beantwoord de volgende vragen: 1. Welke 2 systemen zijn er ten behoeve van venapunctie? 2. Op basis van welke gegevens kies je de aanprikplaats? 3. Welke complicaties kunnen optreden en hoe kunnen deze voorkomen worden en welke interventies pleeg je? 4. Waarom moet bij bloedafname voor kweek de huid gedesinfecteerd worden? 5. Wat is een venapunctie en wat is een geschikte punctie plaats? 6. Waarom moet het prikken in beenaders voorkomen worden? 7. Waar mag niet gepuncteerd worden? 8. Welke specifieke nazorg krijgt een zorgvrager met stollingsstoornissen? 9. Waar berust het vacuümsysteem voor bloedafname op? Opdracht venapunctie uitvoeren Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheid moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Klik op alfabetische lijst en klik op de letter V. Klik vervolgens op venapunctie. Bestudeer de achtergrondinformatie in zijn geheel en beantwoord de onderstaande vragen. De volgende vragen zijn gehaald uit Wikipedia. - Waarvoor dient de stuwband bij een venapunctie? - Leg het verschil uit tussen serum bloed en plasmabloed. - Waarom is het belangrijk om de procedure van bloedafname te standaardiseren? - Welke omstandigheden kunnen de uitslagen beïnvloeden? - Een bloedafname vindt meestal plaats d.m.v. een venapunctie op welke andere plaatsen kan er bloed worden afgenomen en wat voor bloed is dat? Activiteit 3: Oefen de vaardigheid: Uitvoeren van een venapunctie volgens protocol. 154

155 D1 Intraveneus injecteren Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens protocol intraveneus medicatie wordt toegediend en toont dit in een oefensituatie Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print het protocol: Injecteren intraveneus ( Vilans) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het intraveneus injecteren.. Het farmaceutisch kompas. internet; Vilans site Thuis/school De inhoud van de presentatie wordt beoordeeld door de docent. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Verpleegtechnisch handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bereid een PowerPoint presentatie voor over het toedienen van per intraveneuze injectie. In de presentatie moet in ieder geval de volgende items aanbod komen: Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via intraveneuze injectie.. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie? Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per intraveneuze injectie. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. Gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel Activiteit 2: Oefen de vaardigheid: Injecteren intraveneus 155

156 D3 Controleren en verzorgen van centraal infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competenties Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het controleren en verzorgen van centraal infuus wordt uitgevoerd. De student heeft deze vaardigheden t.a.v. controleren en verzorgen van centraal infuus geoefend volgens protocol. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: ( Vilans); Verzorgen centraal veneuze katheter Zoek een filmpje op internet of een DVD over bovenstaande onderwerp Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Stem af welke vaardigheden je kunt oefenen in het praktijklokaal. Internet; Verzorgen centraal veneuze katheter School/praktijklokaal/thuis Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Verplicht Activiteit; 1 Bekijk de filmpjes die je hebt gevonden op internet of de Dvd s Activiteit: 2 Beantwoord de volgende vragen: Waarom is het belangrijk dat een C.V.K. goed gefixeerd wordt na inbrengen? Hoe kun je controleren of de C.V.K. nog goed gefixeerd is? Een zorgvrager krijgt verschillende medicijnen toegediend via centraal infuus, De zorgvrager vertoont shock verschijnselen. 1. Welke verschijnselen kun je observeren bij deze zorgvrager? 2. Om wat voor een shock kan het hier gaan? 3. Noem tenminste drie acties die de verpleegkundige moet ondernemen in deze situatie. 4. Leg uit waarom het belangrijk is vitale functies te controleren bij het inbrengen van een C.V.K. 5. Aan welke complicaties denk je als een zorgvrager in shock raakt tijdens het inbrengen van een C.V.K. 6. Welke kweken moeten afgenomen worden bij een zorgvrager met centraal infuus die septisch is. 7. Welke verschijnselen kun je observeren bij een zorgvrager die septisch is. 156

157 Activiteit 3 : Oefen de gekozen vaardigheden volgens protocol (Vilans) Opdracht Controleren centraal infuus. Voordat je gaat beginnen in het skillslab met het oefenen van de vaardigheden moet je eerst de onderstaande vragen maken en bestuderen. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op infuusbehandeling. Klik vervolgens op centraal veneuze infusie Opdracht1 - Wat zijn de redenen dat een zorgvrager een centraal veneuze lijn ingebracht krijgt? - Welke plaats is geschikt voor het inbrengen van een centrale lijn? - Welke twee soorten centraal veneuze katheters zijn er? - Welke complicaties zijn er te verwachten bij een centraal veneuze katheter, en wat doe je om deze te voorkomen? - Hoe observeer en verzorg je de insteekplaats van een centrale lijn? - Wanneer moet de centraal veneuze katheter direct worden verwijdert? - Welke complicaties zijn er bij het verwijderen van een centraal veneuze katheter? Opdracht 2 Ga voor de onderstaande vragen naar poortsystemen - Een andere vorm van een centraal veneuze katheter is een veneus poortsystemen,. leg uit wat een poortsysteem inhoud. - Wat zijn de mogelijkheden van een veneuze poortsysteem? - Hoelang kan een veneus poortsysteem blijven zitten? - Wat is een geschikte plaats voor een veneus poortsysteem? - Hoe controleer je of de poortsysteemnaald goed geplaatst is? - Hoe verzorg je de insteekplaats en hoe frequent verwissel je de poortsysteemnaald en het infuussysteem? 157

158 D3 Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens de richtlijnen vloeistof wordt toegediend via het centraal infuus.. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Internet; Vilans site School/thuis Evalueer activiteit 2 aan de hand van een evaluatieformulier. Bespreek activiteit 3 na met de docent in de klas. Lever het verslag in ter beoordeling van de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Keuze Activiteit 1: Maak een verslag over het centraal infuus. In het verslag komen minimaal de volgende zaken aan de orde: Beschrijf de verschillende soorten die er zijn. Wat zijn de voor en nadelen van de verschillende soorten. Op welke plaatsen van het lichaam kan een centraal infuus ingebracht worden. Waar moet je opletten bij het toedienen van vloeistoffen via centraal infuus? Welke complicaties kunnen optreden bij het toedienen van vloeistoffen via centraal infuus. 158

159 D3 Controleren en verzorgen van centraal infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het controleren en verzorgen van centraal infuus wordt uitgevoerd. De student heeft deze vaardigheden t.a.v. controleren en verzorgen van centraal infuus geoefend volgens protocol..zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: ( Vilans) Verwisselen infuusslang centraal veneuze katheter Verzorgen centraal veneuze katheter Verzorgen van de huidpoort bij patiënt met CAPD Aankoppelen infuusslang aan poortsysteemnaald in veneus poortsysteem Inbrengen subcutaan infuus en toedienen subcuvia mbv spuitenpomp Zoek een filmpje op internet of een DVD over bovenstaande onderwerpen Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Stem af welke vaardigheden je kunt oefenen in het praktijklokaal. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen.. paragraaf: Complicaties. Internet; Vilans site School/praktijklokaal/thuis Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen keuze Activiteit; 1 Bekijk de filmpjes die je hebt gevonden op internet of de Dvd s Activiteit: 2 Beantwoord de volgende vragen: 1. Waarom is het belangrijk dat een C.V.K. goed gefixeerd wordt na inbrengen? 2. Hoe kun je controleren of de C.V.K. nog goed gefixeerd is? Een zorgvrager krijgt verschillende medicijnen toegediend via centraal infuus, De zorgvrager vertoont shock verschijnselen. 3. Welke verschijnselen kun je observeren bij deze zorgvrager? 4. Om wat voor een shock kan het hier gaan? 5. Noem tenminste drie acties die de verpleegkundige moet ondernemen in deze situatie. 6. Leg uit waarom het belangrijk is vitale functies te controleren bij het inbrengen van een C.V.K. 7. Aan welke complicaties denk je als een zorgvrager in shock raakt tijdens het inbrengen van een C.V.K. 159

160 8. Welke kweken moeten afgenomen worden bij een zorgvrager met centraal infuus die septisch is. 9. Welke verschijnselen kun je observeren bij een zorgvrager die septisch is. Activiteit3 : Oefen de gekozen vaardigheden volgens protocol (Vilans) 160

161 D3 Uitvoeren van een bloedtransfusie Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het toedienen van een transfusie wordt uitgevoerd, en toont dit in een oefensituatie. Print het protocol: 23. Toedienen bloed perifeer infuus.( Vilans) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek informatie over bloedtransfusie op internet( Vilans site) of een boek interne geneeskunde voor verpleegkundigen. Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het toedienen van bloedtransfusie Protocol: 23. Toedienen bloed perifeer infuus.( Vilans) School/praktijklokaal/thuis Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Opdracht bloedtransfusie Het geven van een bloedtransfusie is geen vaardigheid voor het skillslab. Ga naar portaal en klik op vilans protocollen. Zoek op onderwerp en klik op infuusbehandeling. scrol door tot toedienen bloed perifeer infuus. Beantwoord vervolgens de onderstaande vragen. Opdracht 1 1. Kan er bloed gegeven worden buiten het ziekenhuis en welke zorgvragers komen hiervoor in aanmerking 2. Welke eisen worden er gesteld aan verantwoord toedienen buiten het ziekenhuis? 3. Welke gegevens moeten bekend zijn voordat de transfusie plaats vindt? 4. Hoeveel bloedgroepen zijn er? 5. Welke vitale functies moeten worden gecontroleerd en in welke frequentie? 6. Wat zijn de aandachtspunten betreffende de bloedproducten voor de toediening? 7. Wanneer kun je een transfusie niet starten? 8. Wat zijn de aandachtspunten tijdens de toediening? 9. Wat zijn de aandachtspunten na de toediening? 10. Via welke systemen kan een bloedproduct gegeven worden en welke pompen mogen er worden gebruikt? 11. Wanneer krijgt een zorgvrager erytrocyten en wat zijn de specifieke. aandachtspunten? 12. Wanneer krijgt een zorgvrager trombocyten en wat zijn de specifieke. aandachtspunten? 13. Wanneer krijgt een zorgvrager plasma en wat zijn de specifieke aandachtspunten? 14. Welke transfusie reacties kunnen optreden? 15. Hoe moet je handelen bij transfusiereacties? 16. Aan welke eisen moeten de (Bloed) toedieningssystemen voldoen? 161

162 Opdracht 2; Informeer in de instelling waar je werkzaam bent naar het protocol over bloedtransfusie. Vergelijk het protocol met het vilans protocol. Activiteit 3; Oefen de vaardigheid: Het starten van bloedtransfusie volgens protocol 162

163 D3 Zelftest Parenteraal toedienen van vloeistoffen en bloedtransfusie Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft de zelftest gemaakt met een voldoende Zorg voor een rustige ruimte Basisboek 4 verpleegtechnische handelingen Op school Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Maak de zelftest Normering: Vraag 1: 32 punten. Vraag 2: 4 punten.(a=2,b=2) Vraag 3: 1 punt. Vraag 4: 1 punt. Vraag 5: 2 punten. Vraag 6: 5 punten. Vraag 7: 3 punten (A=1,B=2) Vraag 8: 10 punten. Vraag 9: 3 punten. (A=1,B=2) Vraag 10: 2 punten. Vraag 11: 5 punten. Vraag 12: 12 punten Vraag 13: 20 punten. (A=3,B=10,C=7) Het totaal is 100 punten. 60 punten= 5.5 als cijfer, dus voldoende. 163

164 Vragen: 1. Zowel een perifeer infuus als een centraal infuus kan complicaties geven. Beschrijf bij iedere genoemde complicatie: a. Wat het is, b. Waardoor het kan ontstaan; c. Hoe kan je het als verpleegkundige observeren; d. Welke interventies onderneem je als verpleegkundige? A. Flebitis en tromboflebitis: Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? 3 oorzaken Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jouw verpleegkundige interventies uit? B. Sepsis: Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? C. Allergische reacties. Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? D. Overvulling. Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen)Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? 2. Als jij een infuus moet gaan inbrengen zorg je ervoor dat je alles bij de hand heb om goed efficiënt te werken en de zorgvrager zo min mogelijk te belasten. Een van die materialen die je klaarzet is een goed gevuld infuussysteem wat a-septisch zodat je het gelijk kan aansluiten als de venflon goed zit. Bij het aansluiten zie je dat er nog wat lucht in het systeem zit. A. Welke acties neem je hierop? Let op!: De venflon zit dus al in de vene bij de zorgvrager! B. Beargumenteer uitgebreid jouw acties en waarom! 164

165 3. Wat wordt er verstaan onder de hematocriet waarde? 4. Vul in! Bloedserum blijft over als uit het.. verwijderd is. 5. Wat wordt er verstaan onder het begrip rhesusfactor? 6. Uit volbloed van een donor worden verschillende bloedproducten gehaald. Benoem deze 5 verschillende bloedproducten. 7. A. Geef uitleg over wat er verstaan wordt onder de Kruisproef? B. Wat voor grote betekenis heeft deze kruisproef bij een parenterale toediening van bloed of bloedproducten? 8. Naast de gegevens die je van de zorgvrager moet controleren moet je ook het bloed of bloedproduct controleren. Benoem de 5 specifieke controle punten van het bloed of bloedproduct en beschrijf uitgebreid het WAAROM erbij! 9. Als je alles gecontroleerd heb en je bent helemaal zeker van je zaak, mag je dan het bloed gaan aanhangen? A: Ja/Neen. B: Beargumenteer je antwoord. 10. Als je een transfusie gaat uitvoeren ga je volgens je protocol te werk. Een van die punten van het protocol is het opnemen van de vitale functies. Pols, RR, en temperatuur van te voren en na 30 minuten weer. En het bloed op kamer temperatuur brengen. A. Beargumenteer uitgebreid het waarom van je handelen met betrekking tot het meten van de vitale functies. B. Op welke wijze breng jij het zakje bloed op kamertemperatuur? 165

166 11. Zorgvragers kunnen verschillend reageren op de transfusie van bloed of bloedproducten. Elke reactie heeft een eigen oorzaak en bij elke reactie passen andere maatregelen. Sommige zijn onschuldig van aard, zijn meer of minder gebruikelijk, andere zijn levensbedreigend en vereisen onmiddellijk ingrijpen. Benoem 3 transfusie reacties naast de acute hemolytische transfusie reactie. (Deze laatste telt dus niet mee in het rijtje van 3!!) 12. Kies uit je antwoorden op vraag 11, 2 transfusie reacties. Beschrijf hiervan uitgebreid: - De oorzaken van de transfusie reactie, - De verschijnselen bij de zorgvrager - Welke verpleegkundige interventie je onderneemt. Mijn gekozen transfusie reactie nummer 1 is: Oorzaak/ oorzaken zijn: Verschijnselen bij de zorgvrager zijn: Mijn verpleegkundige interventie(s) zijn: Mijn gekozen transfusie reactie nummer 2 is:.. Oorzaak/ oorzaken zijn: Verschijnselen bij de zorgvrager zijn: Mijn verpleegkundige interventie(s) hierbij zijn: 13. Op jouw afdeling ligt dhr. Jansen, met 1 s. Hij is opgenomen na een maag- en slokdarm bloeding. Het bloeden is inmiddels gestopt maar dhr., voelt zich erg slap en ziet zwarte vlekken voor zijn ogen als hij opstaat. Ook is hij snel duizelig en is erg snel moe. Per order arts is er bloed geprikt en het blijkt dat dhr. zijn HB erg laag is. Te laag om met ijzerpreparaten, oraal, omhoog te brengen. Dus heeft de arts besloten tot een bloedtransfusie. Hij krijgt 3 zakjes bloed en om uur moet de eerste aanhangen. Je collega draagt hier de zorg voor. Om uur wordt er gebeld en een mede zorgvrager, dhr. Janssen, komt de kamer uit en roept om hulp. Jou collega gaat er direct op af en vraagt of jij ook mee wil komen. Op de kamer zie jij een onrustige heer Amsterdam die het erg koud heeft. Je collega zegt direct dat je de arts moet gaan bellen i.v.m. een waarschijnlijke acute hemolytische transfusie reactie bij dhr. en dat je terug moet komen. A. Wat kunnen de oorzaken van een acute hemolytische transfusiereactie? Benoem er minstens 2. B. Welke verschijnselen horen bij deze reactie? Benoem er minstens 10. C. Welke interventies moet je collega verder direct toepassen in deze situatie, nu de arts al gewaarschuwd is? 166

167 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Naam student: 167

168 168

169 Activiteiten school Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D1 Voorbehouden handelingen Startbekwaam Activiteiten Inbrengen van een perifeer infuus Venapunctie Intraveneus injecteren datum paraaf Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D3 Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Startbekwaam Activiteiten Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Controleren en verzorgen van centraal infuus Uitvoeren van een transfusie datum paraaf 169

170 D1 Intraveneus injecteren Resultaat Je kunt intraveneus injecteren volgens protocol Theorie Injecteren intraveneus ( Vilans) Werkproces* 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht/keuze Verplicht 170

171 D1 Inbrengen van een perifeer infuus Resultaat Je kunt volgens protocol een perifeer infuus inbrengen Theorie Vilans; Inbrengen perifere canule voor infuus(toedieningssysteem) Werkproces* 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht/keuze Verplicht 171

172 D1 Venapunctie Resultaat Je kunt volgens protocol een venapunctie uitvoeren Theorie Vilans; Bloed afnemen perifeer venapunctie Werkproces* 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht/keuze Verplicht 172

173 D3 Toedienen vloeistoffen via centraal infuus (ZH-VVT) Resultaat Je kunt vloeistoffen toedienen via centraal infuus volgens protocol Werkproces* 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht/keuze Verplicht (ZH en VVT) 173

174 D3 Controleren centraal infuus (ZH-VVT) Resultaat Je kunt een centraal infuus controleren volgens protocol Theorie ( Vilans); Verzorgen centraal veneuze katheter Werkproces* 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht/keuze Verplicht (ZH en VVT) 174

175 D3 Transfusie (ZH) Resultaat Je kunt volgens protocol een transfusie uitvoeren Theorie Toedienen bloed perifeer infuus.( Vilans) Werkproces* 1.4 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je begeleider aan de hand van het beoordelingsformulier Verplicht/keuze Verplicht (ZH) 175

176 176

177 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundig Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 Biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatieindicatoren) 177

178 Vervolg BEOORDELINGSFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 178

179 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: Juli 2013 Crebo

180 180

181 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student geacht wordt te doorlopen gedurende de opleiding. Uiteindelijk zal de student de beroepsopdrachten op startbekwaam niveau uitoefenen. Gedurende de opleiding heeft de student geoefend met de opdrachten en heeft hij feedback verzameld. In overleg met de studieloopbaanbegeleider en de werkbegeleider/praktijkopleider wordt besloten of de student in staat is de beroepsopdracht als toets uit te voeren. De toets wordt uitgevoerd op een vastgesteld moment dat van te voren bij de deelnemer en de beoordelaar bekend is. De afdeling waar de toets wordt afgenomen is eveneens bekend. Op de volgende pagina s wordt een precieze en algemene instructie beschreven voor de deelnemer en de beoordelaar. De algemene instructie geldt voor alle beroepsopdrachten die als toets uitgevoerd worden. Daar waar de instructie afwijkt, zal dat per beroepsopdracht aangegeven worden. 181

182 INSTRUCTIE VOOR DE STUDENT Binnenkort ga je een beroepsopdracht als toets uitvoeren. Op deze pagina vind je de instructie voor het uitvoeren van de toets. Voorbereiding 1. Bereid je met behulp van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor op het uitvoeren van de toets. 2. Verzamel de feedbackformulieren zodat je je goed kunt voorbereiden op de toets (wat is belangrijk voor je om op te letten/wat doe je goed/waar moet je nog wat extra aandacht aan schenken voordat je de toets gaat uitvoeren etc.) Overleg hierover ook met je SLB en je begeleider in de praktijk. 3. Vraag toestemming voor het uitvoeren van de toets aan je werkbegeleider/ praktijkopleider. 4. Maak een planning en schrijf de afspraken die je maakt voor de uitvoering en de beoordeling van de toets in het daarvoor bestemde formulier. (zie het afspraken-formulier toets beroepsopdracht achter in het opdrachtenboek) 5. Voeg het formulier bij het beoordelingsformulier van de toets. Uitvoering toets 1. Voer de toets uit volgens de planning Nabespreking toets 1. Bespreek de beoordeling van de toets met de beoordelaar en vraag om eventuele toelichting op de beoordeling. 2. Bij een voldoende beoordeling: vraag de beoordelaar het beoordelingsformulier af te tekenen en te voorzien van een stempel van de praktijkorganisatie. zet zelf ook de handtekening op het beoordelingsformulier Stel je POP en werkplanning in overleg met je studieloopbaanbegeleider / beoordelaar bij. Maak daarbij gebruik van de argumentatie waarop de beoordeling gebaseerd is. 3. Bij een onvoldoende beoordeling: vraag de beoordelaar om een beschrijving van de beoordeling maak een plan voor de voorbereiding van de herkansing start opnieuw de voorbereiding van de toets Voldoende beoordeling De toets is voldoende als ALLE werkprocessen met VOLDOENDE zijn beoordeeld. 182

183 INSTRUCTIE VOOR DE BEOORDELAAR Binnenkort gaat u een student beoordelen die een beroepsopdracht als toets zal uitvoeren. Op deze pagina vindt u de instructie voor het beoordelen van de toets. Voorbereiding 1. Bespreek met de student de planning en leg samen met de student de afspraken voor de uitvoering en beoordeling van de toets vast in het daarvoor bestemde formulier. (zie het afsprakenformulier toets beroepsopdracht achter in het opdrachtenboek) Uitvoering en beoordeling van de toets 1. Observeer de uitvoering van de toets. 2. Beoordeel de uitgevoerde werkprocessen met voldoende/onvoldoende. 3. Vervolgens geeft u het totaal oordeel aan op het formulier. De opdracht is voldoende als alle werkprocessen met een voldoende zijn beoordeeld. 4. Beargumenteer en beschrijf uw beoordeling op het beoordelingsformulier. Maak daarbij gebruik van de competenties zoals die op het overzicht van de beroepstaak worden genoemd. Nabespreking van de toets 1. Bespreek de beoordeling van de toets met de student. Bij een voldoende beoordeling: tekent u de toets af met handtekening en stempel van de organisatie laat de student eveneens het formulier tekenen ondersteunt u indien nodig de student bij het bijstellen van zijn POP en werkplanning. Bij een onvoldoende beoordeling: evalueert u uitvoerig de resultaten van de toets met de student en geeft u toelichting op de beschreven beoordeling. maakt u met de student afspraken m.b.t. de voorbereiding en uitvoering van de herkansing Voldoende beoordeling De toets is voldoende als ALLE werkprocessen met VOLDOENDE zijn beoordeeld. 183

184 184

185 OPLEIDING tot MBO Verpleegkundige TOETS BEROEPSOPDRACHT Zelfstandig verpleegtechnische handelingen uitvoeren Beroepstaak D Niveau Startbekwaam Datum: juli 2013 Crebo

186 186

187 INLEIDING Binnenkort ga je de toets Zelfstandig verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren afleggen. Wat je moet doen en hoe je je kunt voorbereiden op de toets lees je in de ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS achter het tabblad toetsen van het opdrachten boek. Wat er van de beoordelaar van de toets verwacht wordt staat ook beschreven in deze algemene instructie Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren. Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 187

188 188

189 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.2 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.6 Biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de vorige bladzijde) 189

190 Vervolg BEOORDELINGSFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 190

191 AFSPRAKEN VOOR DE UITVOERING VAN DE TOETS NAAM STUDENT: : OPLEIDING :. CURSUSJAAR : DE TOETS BEROEPSOPDRACHT : A B C D E (omcirkel de beroepstaakletter) NIVEAU : BEGINNER GEVORDERD 1 - GEVORDERD 2- STARTBEKWAAM (omcirkel het niveau) WORDT AFGENOMEN OP: DATUM : TIJDSTIP : VAN TOT TIJDSTIP NAGESPREK : VAN TOT AFDELING :.. NAAM BEOORDELAAR :. OVERIGE RELEVANTE AFSPRAKEN: DATUM; WERKBEGELEIDER/PRAKTIJKOPLEIDER: PARAAF: STUDENT: PARAAF: NAAM: NAAM: 191

192 192

193 BIJLAGEN BIJLAGE 01 Pop- werkplan BIJLAGE 02 Instructie Feedbackformulier BIJLAGE 03 Begrippenlijst BIJLAGE 04 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen voor studenten met diploma VIG BIJLAGE 05 Te toetsen vaardigheden per fase 193

194 194

195 BIJLAGE 1 POP en werkplanning Naam student:. Groep:.. Datum: Beroepsgericht leerdoel Leerdoel: Planning van activiteiten Activiteiten: omdat: Begeleiding: Beroepstaak, beroepsproduct: Planning Werkprocessen, competenties: Bewijsvoering en evaluatie: 195

196 POP en werkplanning Naam student:. Groep:.. Datum: Persoonlijk leerdoel Leerdoel: Planning van activiteiten Activiteiten: omdat: Begeleiding: Planning: Bewijsvoering en evaluatie: 196

197 BIJLAGE 02 INSTRUCTIE FEEDBACKFORMULIER Inleiding Tijdens het leren kun je een beroepsopdracht, of delen daarvan meerdere keren uitvoeren. Dit met het doel feedback te verzamelen m.b.t. je handelen, zodat je het uitvoeren van de opdracht steeds verder kunt verbeteren. Instructie voor de student Er zijn verschillende mogelijkheden om het feedbackformulier te gebruiken. Enkele suggesties: - Probeer een goed beeld te krijgen van de competenties en werkprocessen waarvan men verwacht dat je die laat zien. Praat erover met collega s, met je werkbegeleider etc. Let op hoe anderen het werk uitvoeren en wat jij daarvan kan leren. - Ga na welke competenties je al goed beheerst en met welke competenties je nog moeite hebt. Vraag collega s, werkbegeleiders om je op specifieke onderdelen, competenties/prestatie-indicatoren, feedback te geven. Dit kan door middel van een gesprek, een gerichte observatie etc. - Voer de opdracht meerdere keren uit en vraag verschillende werkbegeleiders het feedbackformulier in te vullen. Bespreek de uitkomsten met je eigen werkbegeleider. - Kruis een paar competenties/werkprocessen aan waar je extra aandacht aan wil schenken. Beschrijf zelf hoe je vindt dat je deze uitvoert en vergelijk je eigen mening met die van collega s. - Zorg ervoor dat je voldoende feedback hebt verzameld en voeg de formulieren als bewijslast toe aan je portfolio. Gebruik de formulieren in gesprekken met je SLB-er bijvoorbeeld tijdens voortgangsgesprekken. Zorg er wel steeds voor dat datum, naam en paraaf van de werkbegeleider op het formulier staan. Instructie voor de werkbegeleider Er zijn verschillende mogelijkheden om het feedbackformulier te gebruiken. Enkele suggesties: - Samen met de student bekijkt u de inhoud van de opdracht, neemt u de werkprocessen, de competenties en prestatie-indicatoren door. Samen scherpt u het beeld aan van wat er verwacht wordt van de student en de betekenis daarvan voor uw praktijksituatie. - Samen met de student neemt u het feedbackformulier door. De student vertelt wat hij daarin moeilijk vindt, goed vindt gaan etc. U vertelt de student wat uw bevindingen zijn. Een dergelijk gesprek levert informatie op voor het leren en begeleiden van de student. Er kan een keuze gemaakt worden om de komende tijd extra aandacht te hebben voor bepaalde werkprocessen/competenties. (feedforward) - U vindt dat de student al veel geoefend heeft met onderdelen van de beroepstaak. Volgens u is de student in staat de totale zorg voor bijv. 1 zorgvrager uit te voeren. U gebruikt het feedbackformulier om de student van informatie te voorzien over zijn handelen - U vindt dat de student voldoende geleerd heeft om de opdracht uit te voeren en met behulp van feedback zijn handelen te vervolmaken. U maakt een planning met hem welke zorgvrager s hij wanneer gaat verzorgen en gebruikt het feedbackformulier om de student van feedback te voorzien. NB: Bij het geven van feedback is het van belang dat u het gedrag van de student (prestatieindicator) altijd bekijkt in het totaal van de opdracht en de werkprocessen. Gebruik hiervoor naast de opdracht altijd het overzicht van de werkprocessen, competenties en prestatie-indicatoren 197

198 BIJLAGE 03 BEGRIPPENLIJST Om dit opdrachtenboek goed te kunnen lezen worden eerst begrippen uitgelegd die gebruikt worden. Begrip Assessor Beroepsopdracht Beroepsproduct Beroepstaak BPV Casustoets Competentie Feedbackinstrumenten IJkmoment Kwalificatiedossier Uitleg Waardeert op de ijkmomenten het portfolio en geeft advies aan de sub examencommissie of de student verder mag gaan met de opleiding. Een beroepstaak die een student uitvoert op het niveau van beginner, gevorderd en/of startbekwaam niveau. Deze opdracht meet het niveau van de student en kan in de praktijk of op school worden afgenomen. Dit staat omschreven in de opdracht. Een door de beroepsbeoefenaar te leveren dienst (immaterieel) of product (materieel) in de context van het beroep. Een beroepstaak is herkenbare taak / onderdeel in het werk (beroep) en bevat een cluster van werkprocessen uit het kwalificatiedossier. Beroepspraktijkvorming (praktijk/stage) Een toets waarmee gemeten wordt of studenten in staat zijn om voor de beroepstaak specifieke kennis en inzicht in te zetten om specifieke problemen binnen die beroepstaak te analyseren en op te lossen. Een vermogen dat kennis (wat je moet weten), houding (gedrag) en vaardigheden (wat je moet kunnen uitvoeren) omvat, om in een concrete beroepssituatie doelen te kunnen bereiken. Instrumenten die vanuit verschillende invalshoeken feedback geven aan de student zoals een zelftest of observatielijst. Moment waarop vastgesteld wordt waar de student zich bevindt in het leerproces en of hij/zij verder mag gaan: go/no go. Beschrijft wat de student aan het einde van de opleiding moet kennen en kunnen. 198

199 Begrip Ondersteuningsmagazijn PAP POP Portfolio Prestatie-indicatoren Studieloopbaanwerkbegeleider (SLB) Toetsmagazijn Werkproces Zorgsetting Uitleg Een gestructureerde verzameling van middelen om het leren van de student te ondersteunen zowel op school als in de praktijk. Persoonlijk Activiteiten Plan Persoonlijk Ontwikkel Plan Een map met bewijzen die laat zien hoe ver de student is in de opleiding Indicatie om te bepalen of het gewenste resultaat van de opdracht is behaald. Deze zijn beschreven in het kwalificatiedossier. De student krijgt tijdens zijn opleiding begeleiding van een SLB. Deze begeleiding betreft het leerproces en de loopbaan van de student. Een gestructureerde verzameling van feedback instrumenten. Is bedoeld als evaluatie-instrument om te kunnen bekijken hoe ver iemand op een bepaald moment is. Beschrijving van activiteiten die van een beroepsbeoefenaar verwacht worden. Deze zijn beschreven in het kwalificatiedossier. Een organisatie waar zorg wordt verleend: verpleeghuis/verzorgingshuis/thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en Ziekenhuis (Klinische zorg) 199

200 BIJLAGE 04 Verzorgende IG; Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen voor studenten met diploma VIG In het kader hieronder zijn de verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen die gelden voor de verkorte opleiding MBO verpleegkunde (met vooropleiding VIG, verzorgende individuele gezondheidszorg) genoemd. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de handelingen die in de opleiding Verzorgende IG zijn geleerd en behaald. Tabel 1. Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen voor studenten met diploma VIG Gevorderde fase 1 Katheteriseren van de blaas bij man* Katheteriseren van de blaas bij vrouw* Irrigeren van een stoma ( ZH-VVT-GGZ) Uitvoeren van darmspoeling Vloeistoffen toedienen via perifeer infuus Assisteren bij diagnostisch onderzoek Hielprik neonaten Alle verpleegtechnische en voorbehouden handelingen van G2 en startbekwaam In onderstaand overzicht zijn de handelingen opgenomen die in de opleiding Verzorgende IG zijn geleerd en behaald. Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die door elke Verzorgende IG kunnen worden uitgevoerd 8 Verplicht 1 medicijnen checken, registreren, distribueren, zo nodig controle op inname (volgens zorgplan) 2 medicijnen toedienen: oraal, rectaal, vaginaal, via de huid, via de luchtwegen, via de slijmvliezen 3 verzorgen rode en gele wonden 4 zwachteltechnieken toepassen 5 verzamelen van monsters ten behoeve van diagnostiek (steriel en niet-steriel materiaal) 6 eerste hulp (somatisch) verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, en bij ademstilstand en circulatiestilstand 7 een suprapubische katheter verzorgen 8 blaaskatheter en maagsonde observeren en controleren 9 blaasspoeling uitvoeren 10 lichaamstemperatuur regelen door middel van koude- of warmtebehandeling 11 subcutaan injecteren 12 intramusculair injecteren 8 Bron:Kwalificatiedossier Verzorgende-IG, geldig vanaf 1 augustus

201 Keuze uit vier: 13 een maagsonde inbrengen 14 katheteriseren van de blaas bij vrouwen 15 katheteriseren van de blaas bij mannen 16 PEG-sondevoeding toedienen 17 Verzorgen van zwarte wonden 18 zuurstof toedienen 19 toedienen van sondevoeding en voedingspomp bedienen 20 verzorgen van een stoma 21 tracheacanule en tracheastoma verzorgen 22 maag- en darmspoeling uitvoeren 23 vagina en stoma irrigeren 24 mond- en keelholte uitzuigen 25 verplicht voor de Kraamzorg: partusassistentie verlenen 201

202 202 BIJLAGE 05; Te toetsen vaardigheden Te toetsen vaardigheden per fase Deze vaardigheden zijn onder deze titels terug te vinden op Vilans. Reanimeren staat nog niet op Vilans, is wel op practicumsite te vinden G1 Injecteren subcutaan huidplooitechniek Injecteren subcutaan loodrechttechniek Injecteren intramusculair loodrechttechniek Injecteren intramusculair rangeertechniek Neus maagsonde inbrengen Toedienen sondevoeding via maagsonde m.b.v. spuit Toedienen sondevoeding via peg sonde m.b.v. spuit Blaasspoelen met spoelzakje via verblijfskatheter Blaasspoelen met spuit via verblijfskatheter Blaaskatheterisatie bij man verblijfskatheter Blaaskatheterisatie bij vrouw verblijfskatheter Verwisselen suprapubische verblijfskatheter Verwisselen huidplaat stomazakje Gereedmaken infuuszak infuusslang Reinigen trachea binnencanule en verzorgen huid Uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus Uitzuigen van de trachea via tracheacanule Verkorte opleiding tot MBO Verpleegkundige Blaasspoelen met spuit via verblijfskatheter Blaaskatheterisatie bij man verblijfskatheter Gereedmaken infuuszak infuusslang Uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus Uitzuigen van de trachea via tracheacanule

203 Opdrachtenboek BERD/crebo 93 G2 Verwijderen agrafen Verwijderen hechtingen Verwijderen wond of redonsedrain Startbekwaam Intraveneus toedienen medicatie m.b.v. zijlijn perifeer infuus Intraveneus toedienen medicatie perifeer verblijfssysteem Bloed afnemen perifeer venapunctie Inbrengen perifere canule infuus 203

204 Opdrachtenboek BERD/crebo

Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen

Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen 2017-2018 MBO Verpleegkunde 2 Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen Naam student:

Nadere informatie

BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D

BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen Crebo 95520 BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die

Nadere informatie

BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D

BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen Crebo 95520 BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 2 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: november 2014 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen

Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen 2018-2019 Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! AFTEKENBOEKJE VERPLEEGTECHNISCHE HANDELINGEN MBO Verpleegkundige Niveau-4

Nadere informatie

BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D

BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Bijlage 02 Bijlage 03 Bijlage 04 Bijlage 05 Leerlijn BOL en BBL 4 jarig Leerlijn BOL en BBL Verkort Formuleblad Te toetsen vaardigheden per deel

Nadere informatie

Opleiding Verzorgende IG, vanaf cohort 2013

Opleiding Verzorgende IG, vanaf cohort 2013 Beoordelingslijst voorbehouden en risicovolle verpleegtechnische handelingen Onderdeel van kwalificerende beroepsprestatie 2.4: uitvoeren van verpleegtechnische vaardigheden Opleiding Verzorgende IG, vanaf

Nadere informatie

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak D Startbekaam

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak D Startbekaam OPLEIDING tot Verzorgende-IG Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Startbekaam Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2010-2011 Fase: Startbekaam Naam student:. 1 D1.T1.KP.start.

Nadere informatie

OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D

OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn BEROEPSTAAK D Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatiedossier MBO Verpleegkunde 2012-2013 Crebonummer 95520

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Startbekwaam Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D

OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn BEROEPSTAAK D Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatiedossier MBO Verpleegkunde 2012-2013 Crebonummer 95520

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 4

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 4 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 4 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 2 Naam deelnemer:. Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 2

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 2 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Beginner Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: Juni 2014 Crebo 95 1 Algemene inleiding Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student geacht wordt

Nadere informatie

Arbeidsmarktroute MBOberoepen

Arbeidsmarktroute MBOberoepen 2018-2019 Arbeidsmarktroute MBOberoepen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! EVC-Aftekenboekje verpleegtechnische handelingen Werkproces B1-K1-W5: Voert verpleegtechnische

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 2

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 2 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Beginner Versie: november 2014 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: jan 2015 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 2 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV. Crebonummer: 95520. Sector: Gezondheidszorg

NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV. Crebonummer: 95520. Sector: Gezondheidszorg NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV Crebonummer: 95520 Sector: Gezondheidszorg Aanleiding NCOI opleidingsgroep biedt in samenwerking met een zorginstelling een sterk verkort opleidingstraject

Nadere informatie

Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese

Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese Commissie en de Europese Commissie kan niet aansprakelijk

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL)

ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL) ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL) VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG 2015 Crebo 95 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student

Nadere informatie

OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D

OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief examen beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie ODB BEROEPSTAAK D 1516

Nadere informatie

VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK

VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 Versie:

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG 2014 Crebo: 95 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student geacht wordt

Nadere informatie

OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D

OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie 3 Datum: januari 2014

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT KD 2012

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT KD 2012 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Crebo:95530 Versie 1.0 KD 2012 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak

Nadere informatie

CERTIFICAAT VAN DEELNAME:

CERTIFICAAT VAN DEELNAME: Deze brochure biedt u een overzicht van de trainingen waarmee wordt toegewerkt naar een CERTIFICAAT VAN DEELNAME: Certificeerbare eenheden Verzorgende IG Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen

Nadere informatie

VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK

VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 Versie:

Nadere informatie

Beroepsopdracht/ leermenu 5. Verpleegtechnische handelingen deel 2

Beroepsopdracht/ leermenu 5. Verpleegtechnische handelingen deel 2 Beroepsopdracht/ leermenu 5 Verpleegtechnische handelingen deel 2 Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit Competenties: K: vakdeskundigheid toepassen L: materialen en middelen inzetten

Nadere informatie

Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg

Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg KD Maatschappelijke Zorg 1.1: Inventariseert hulpvragen van de cliënt 3.3: Stemt de werkzaamheden af met betrokkenen KD Verzorgende-IG

Nadere informatie

OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D

OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie ODB BEROEPSTAAK D 1415

Nadere informatie

PROEVE VAN BEKWAAMHEID

PROEVE VAN BEKWAAMHEID PROEVE VAN BEKWAAMHEID CE 3: Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen Handleiding voor deelnemer en beoordelaar Afdeling Gezondheidszorg Opleiding Verzorgende niveau 3, BOL/BBL; Cohort 2009-2012/

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KD 2012 Cohort: 2015-2016 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT KD 2012

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT KD 2012 1 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS KD 2012 KD 2012 Cohort: 2015-2016 INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit beroepsopdrachten waarmee de student getoetst wordt op

Nadere informatie

Naam student: Naam Loopbaanbegeleider:

Naam student: Naam Loopbaanbegeleider: Naam student: Naam Loopbaanbegeleider: 1 2 Beste student(e), Voor je ligt het portfolio van het opleidingsonderdeel Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen, wat ook wel certificeerbare eenheid

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2012-2013 KD 2012-2013 Crebo 95530 Versie 1.0 Albeda

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KRAAM KD 2012 Cohort: 2012-2013 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012

ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012 ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2015-2016 KD 2012-2013 Crebo 95530 Albeda College Branche

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KD 2012 Cohort: 2012-2013 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een

Nadere informatie

Bewijsmap Vaardigheden/Verpleegtechnische handelingen

Bewijsmap Vaardigheden/Verpleegtechnische handelingen Scholen voor Zorg Kwalificatiedossier 2012 Exameneenheid 6 Bewijsmap Vaardigheden/Verpleegtechnische handelingen bestaat uit de volgende 3 delen die apart worden uitgereikt: Deel A: Basisvaardigheden Deel

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van activiteiten met zorgvragers (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg & thuiszorg) Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten Niveau

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Inleiding pag. 2. 2010 door: P. Rensen-Grabijn, Opleidingsadviseur. 2. Procenten pag. 3

Inhoudsopgave. 1. Inleiding pag. 2. 2010 door: P. Rensen-Grabijn, Opleidingsadviseur. 2. Procenten pag. 3 Inhoudsopgave Alle hoofdstukken beginnen met een stukje uitleg gevolgd door een voorbeeld som. Elk hoofdstuk wordt vervolgens afgesloten met een aantal oefen opgaven. 1. Inleiding pag. 2 2010 door: P.

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Ondersteunen bij begeleiden. Beroepstaak C. Niveau Gevorderd 2

OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Ondersteunen bij begeleiden. Beroepstaak C. Niveau Gevorderd 2 OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Ondersteunen bij begeleiden Beroepstaak C Niveau Gevorderd 2 Datum: Juni 2012 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 INLEIDING Binnenkort ga je de toets

Nadere informatie

Verzorgende en verpleegtechnische handelingen

Verzorgende en verpleegtechnische handelingen Keuzedeel mbo Verzorgende en verpleegtechnische handelingen gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0118 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg,

Nadere informatie

Arbeidsmarktroute MBOberoepen

Arbeidsmarktroute MBOberoepen 2018-2019 Arbeidsmarktroute MBOberoepen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! EVC-Aftekenboekje medisch-technische handelingen Werkproces B1-K2-W1: Voert medisch-technische

Nadere informatie

Verzorgende en verpleegtechnische handelingen

Verzorgende en verpleegtechnische handelingen Keuzedeel mbo Verzorgende en verpleegtechnische handelingen behorend bij één of meerdere kwalificaties mbo Op dit moment is een wijziging van de WEB in voorbereiding waarmee de positie van keuzedelen in

Nadere informatie

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak D Beginner

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak D Beginner OPLEIDING tot Verzorgende-IG Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Beginner Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2011-2012 Fase: gevorderd Naam student:. Albeda college Branche

Nadere informatie

NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG. Niveau 3 Crebonummer: 95530. Sector: Gezondheidszorg. Aanleiding

NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG. Niveau 3 Crebonummer: 95530. Sector: Gezondheidszorg. Aanleiding NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG Niveau 3 Crebonummer: 95530 Sector: Gezondheidszorg Aanleiding NCOI Opleidingsgroep (NCOI) biedt in samenwerking met een zorginstelling een sterk verkort

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Startbekwaam

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Startbekwaam OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van groepsactiviteiten met zorgvragers (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg & thuiszorg) Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 1

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 1 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 1 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Beginner Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht

Nadere informatie

Overzicht vaardigheden

Overzicht vaardigheden Overzicht vaardigheden hbo Verpleegkunde Versie 1.1 Noordhoff Health Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Noordhoff Health, aantoonbaar beter. www.noordhoff-health.nl Inhoudsopgave

Nadere informatie

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak A Hulp bij huishouden en wonen. Niveau Gevorderd

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak A Hulp bij huishouden en wonen. Niveau Gevorderd OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT Huishoudelijke zorg op maat. (Thuiszorg) Beroepstaak A Hulp bij huishouden en wonen. Niveau Gevorderd Toets BT A gevorderd Zorghulp Thz 08-2011 Albeda College Branche

Nadere informatie

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT Huishoudelijke zorg op maat. (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg) Beroepstaak A Hulp bij huishouden en wonen. Niveau Startbekwaam Toets BT A STB Zorghulp V en V 02-2012

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Dat we er maar weer netjes bijzitten.! ( Verpleeg- en verzorgingshuiszorg) Beroepstaak A Helpen bij huishouding, wonen en recreëren. Niveau Startbekwaam

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken. Beroepstaak E. Niveau Gevorderd 2

OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken. Beroepstaak E. Niveau Gevorderd 2 OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken Beroepstaak E Niveau Gevorderd 2 Datum: Juni 2012 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 INLEIDING

Nadere informatie

Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven

Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven l Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven Pagina 1 van16 Werkprocessen en competenties gericht op het verpleegplan 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan

Nadere informatie

GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG OPDRACHTENBOEK Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 KD 2012 Crebo 95 Versie: jan 2014 Fase: gevorderd 1 verkort Naam

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Zien waar hulp nodig is! (Thuiszorg) Beroepstaak B Helpen bij de persoonlijke zorg/ ADL Niveau Toets beroepstaak B Helpende gevorderd Thuiszorg

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT (Thuiszorg) Beroepstaak B Helpen bij de persoonlijke zorg/ ADL Niveau Startbekwaam Toets beroepstaak B Helpende startbekwaam Thuiszorg 08-2011 Beroepsopdracht

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG.2014 Crebo 95 Algemene inleiding Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student geacht wordt

Nadere informatie

Verplegende en verpleegtechnische handelingen

Verplegende en verpleegtechnische handelingen Keuzedeel mbo Verplegende en verpleegtechnische handelingen gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0119 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg,

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Ondersteunen bij Verpleegkundige (Basis)zorg. Beroepstaak B Verpleegkundige (Basis)zorg

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Ondersteunen bij Verpleegkundige (Basis)zorg. Beroepstaak B Verpleegkundige (Basis)zorg OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Ondersteunen bij Verpleegkundige (Basis)zorg Beroepstaak B Verpleegkundige (Basis)zorg Niveau Beginner Datum: mei 2012 Cohort: 2012-2013 INLEIDING

Nadere informatie

Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager

Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager 1 Werkprocessen en competenties gericht op het verpleegplan 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan op. A: Beslissen en activiteiten initiëren

Nadere informatie

Verplegende en verpleegtechnische handelingen

Verplegende en verpleegtechnische handelingen Keuzedeel mbo Verplegende en verpleegtechnische handelingen behorend bij één of meerdere kwalificaties mbo Op dit moment is een wijziging van de WEB in voorbereiding waarmee de positie van keuzedelen in

Nadere informatie

De beroepsopdracht orale medicatietoediening. Voor studenten verpleegkunde: topklinische, BOL, HBO-V, AMV.

De beroepsopdracht orale medicatietoediening. Voor studenten verpleegkunde: topklinische, BOL, HBO-V, AMV. De beroepsopdracht orale medicatietoediening. Voor studenten verpleegkunde: topklinische, BOL, HBO-V, AMV. 1 Inleiding In dit onderdeel beschrijven we de beroepsopdracht, maar allereerst krijg je algemene

Nadere informatie

Verpleegkundig Rekenen 2 e proeftoets Opdracht Video

Verpleegkundig Rekenen 2 e proeftoets Opdracht Video Verpleegkundig Rekenen 2 e proeftoets Opdracht Video www.meneermegens.nl Opdracht 1. De manometer van een zuurstofcilinder geeft 144 atmosfeer aan. Een patiënt heeft gedurende een etmaal 2 liter per minuut

Nadere informatie

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT

ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: April 2011 Cohort: 2011-2012 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student

Nadere informatie

VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK

VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 Versie: 1 Fase:

Nadere informatie

Scholingsaanbod vanaf 1 september 2014 t/m eind 2014

Scholingsaanbod vanaf 1 september 2014 t/m eind 2014 Scholingsaanbod vanaf 1 september 2014 t/m eind 2014 Basiscursus 1: Het bepalen van een bloedsuiker en het toedienen van insuline maandag 08 september van 09.00 12.00 maandag 24 november van 09.00 12.00

Nadere informatie

Kerntaak B1-K1: Bieden van zorg en begeleiding in het verpleegkundig proces

Kerntaak B1-K1: Bieden van zorg en begeleiding in het verpleegkundig proces Kerntaak B1-K1: Bieden van zorg en begeleiding in het verpleegkundig proces Werkproces B1-K1-W1: Neemt een anamnese af en stelt een verpleegkundige diagnose De mbo-verpleegkundige verkrijgt snel inzicht

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Helpen waar het nodig is! (Thuiszorg) Beroepstaak B Helpen bij de persoonlijke zorg/ ADL Niveau Beginner Toets beroepstaak B beginner Helpende Thuiszorg

Nadere informatie

Gelre beroepsopdracht medicatietoediening (oraal, subcutaan en intramusculair). Voor studenten verpleegkunde: BOL en HBO-V.

Gelre beroepsopdracht medicatietoediening (oraal, subcutaan en intramusculair). Voor studenten verpleegkunde: BOL en HBO-V. Gelre beroepsopdracht medicatietoediening (oraal, subcutaan en intramusculair). Voor studenten verpleegkunde: BOL en HBO-V. 1 Inleiding In dit onderdeel beschrijven we de beroepsopdracht. Deze beroepsopdracht

Nadere informatie

Leereenheid 4 Verpleegtechnisch handelen (VIG)

Leereenheid 4 Verpleegtechnisch handelen (VIG) Leereenheid 4 Verpleegtechnisch handelen (VIG) Kwalificatie : Verzorgende IG, niveau 3 (KD Verzorgende IG) Leereenheid 4 Verpleegtechnisch handelen 1 Overzicht van de leereenheden voor de kwalificatie

Nadere informatie

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer 91370. Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer 91370. Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid Leg het fundament Crebonummer 91370 Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL EXAMENBANK PROVE2MOVE 2 Inhoudsopgave Inleiding 3 Opdrachten

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Ondersteuningsmagazijn gevorderd 1 BEROEPSTAAK E

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Ondersteuningsmagazijn gevorderd 1 BEROEPSTAAK E OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Ondersteuningsmagazijn gevorderd 1 BEROEPSTAAK E Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2009-2010 Versie: 3 Fase: Gevorderd 1 Naam Student:.

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE VERKORTE OPLEIDING BBL OPDRACHTENBOEK. Gevorderd 1

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE VERKORTE OPLEIDING BBL OPDRACHTENBOEK. Gevorderd 1 OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE VERKORTE OPLEIDING BBL OPDRACHTENBOEK Gevorderd 1 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo: 95 Versie: ODB G1 VERKORT Datum: Februari 2016 Fase:

Nadere informatie

2. Uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken. Oordeel voldoende / onvoldoende * Instelling: Fase: 1 2 3*

2. Uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken. Oordeel voldoende / onvoldoende * Instelling: Fase: 1 2 3* Competentiekaart verzorgende IG (de eisen ten aanzien van loopbaan en de burgerschapsdimensies zijn in de kaart verwerkt, behalve de politiek-juridische dimensie die geheel op school wordt behandeld) Competentiekaart

Nadere informatie

PROJECTHANDLEIDING. Verpleegtechnische handelingen

PROJECTHANDLEIDING. Verpleegtechnische handelingen PROJECTHANDLEIDING Verpleegtechnische handelingen Kerntaak 2: Bieden van ondersteunende, activerende begeleiding en zorg. Werkproces: 2.7 Voert verpleegtechnische handelingen uit Als medewerker gehandicaptenzorg/gespecialiseerde

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Praklijkleren BBL regulier Beginner week 1-20 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Datum: Februari 2016 Fase: Beginner BBL

Nadere informatie

Arrangement verpleegkundig rekenen.

Arrangement verpleegkundig rekenen. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Rene Schagen 28 march 2013 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/40394 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs

Nadere informatie

Arrangement verpleegkundig rekenen.

Arrangement verpleegkundig rekenen. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Rene Schagen 28 March 2013 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/40394 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

OPLEIDING Verzorgende-IG PORTFOLIO

OPLEIDING Verzorgende-IG PORTFOLIO OPLEIDING Verzorgende-IG SPW4-VIG PORTFOLIO KD2012 Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2012-2013 Versie: 1.0 KD: 2012 Crebo: 95530 Naam student:. Groep: Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK BEGINNER

OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK BEGINNER OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK BEGINNER Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: beginner Naam student:. 2 Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

Medisch Psychiatrische Unit (MPU)

Medisch Psychiatrische Unit (MPU) Inleiding In 2006 heeft de afdeling MPU zijn deuren open gedaan. Het doel van de afdeling is om zorg te dragen voor een hogere efficiëntie en doelmatigheid van de zorg voor patiënten met lichamelijk en

Nadere informatie

OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO

OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 Versie: 1.0 Naam Student:. Groep: INHOUD Inleiding Overzicht alle ijkmomenten Portfolio Gegevens: Student School Praktijkorganisatie

Nadere informatie

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT Zien waar hulp nodig is! (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg) Beroepstaak B Hulp bij dagelijkse bezigheden Niveau Startbekwaam Toets Beroepstaak B startbekwaam Zorghulp

Nadere informatie

Opleiding Verzorgende IG PROEVE

Opleiding Verzorgende IG PROEVE Opleiding Verzorgende IG PROEVE Uitleg Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2015-2016 Crebocode: 95530 Februari 2015 Naam student: Proeve Cohort 2012-2013 verzorgende IG

Nadere informatie

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid Leg het fundament Crebonummer 91370 Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL EXAMENBANK PROVE2MOVE 1 e herziene druk: november 2013 ISBN:

Nadere informatie

Naam student: Naam loopbaanbegeleider:

Naam student: Naam loopbaanbegeleider: Naam student: Naam loopbaanbegeleider: 1 2 Handleiding voor het gebruiken van het CE 2 portfolio ondersteunen bij begeleiding. Beste student(e), Voor je ligt het portfolio van het opleidingsonderdeel Ondersteunen

Nadere informatie

Overzicht vaardigheden

Overzicht vaardigheden Overzicht vaardigheden mbo Verpleegkunde Versie 1.1 Noordhoff Health Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Noordhoff Health, aantoonbaar beter. www.noordhoff-health.nl Inhoudsopgave

Nadere informatie

OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg

OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg Beroepstaak B beginner: B1 en B3 Beroepstaak C beginner: C1 Beroepstaak E beginner Albeda College Branche Gezondheidszorg

Nadere informatie

BPV wijzer leerjaar 3 VV&T

BPV wijzer leerjaar 3 VV&T BPV wijzer leerjaar 3 VV&T VP BOL breed KD 2016 Branche VVT April 2018 Inhoud Inleiding... 3 De ABC oefenopdrachten werkprocessen... 4 De wegwijzer... 5 Soorten opdrachten en bewijsstukken... 5 Feedbacklijst...

Nadere informatie